Tag: boerenwelzijn

  • Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Bij de komende Europese verkiezingen zal het landbouwbeleid een cruciale rol spelen. Boeren vinden dat ze veel moeten inleveren omwille van het klimaat, en dat terwijl Europa wereldwijd vooroploopt in de groene transitie.

    Op een bord bevestigd op een van de tractoren die de Brandenburger Tor in Berlijn belegeren, staat: ‘Geen boerderijen, geen voedsel, geen toekomst’. Dat is de reactie van de boeren op het beleid dat  Europa volgens hen moet veranderen in een uitgestrekte agrarische woestijn, overwoekerd met wild gras en woeste bossen. En dat allemaal om het dictaat uit te voeren van de ‘Farm to Fork’-strategie, die de kern vormt van de Green Deal voor Europa. Maar volgens de demonstranten is er zonder landbouw geen voedsel en zonder voedsel geen toekomst.

    De laatste golf van boerenprotesten begon in Saksen, trok door Berlijn en over de Champs-Élysées, zwol vervolgens aan in Nederland en bereikte zijn hoogtepunt bij het Berlaymontgebouw, het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Commissie met Ursula von der Leyen als voorzitter.

    De eurocraten mogen dan het verhaal ophangen dat de protesten in Duitsland, Frankrijk en Nederland worden veroorzaakt door ‘lokale’ factoren, de leider van de Duitse boeren, Joachim Rukwied, denkt daar heel anders over: ‘We willen dat Olaf Scholz ons de belastingsteun voor diesel [voor landbouwvoertuigen] teruggeeft en de voertuigbelasting op tractors afschaft. Maar we willen ook dat Europa terugkomt op de Farm to Fork-strategie en stopt met het straffen van de boeren.’

    Verkiezingen

    In juni kiezen de Europese burgers de leden van het Europees Parlement. Bij die verkiezingen zal de landbouw een belangrijke rol spelen: de machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland. Dit is al gebeurd in Nederland, en het gaat ook gebeuren in Duitsland, waar de CDU altijd de partij van het platteland is geweest, maar waar in het hele oosten – het epicentrum van deze protestbeweging – Alternative für Deutschland in de peilingen ver voorligt op alle andere partijen.

    De machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland

    De kwestie van de boeren zal ook in Frankrijk een belangrijk thema zijn. Daar moet de regering beloften doen om te voorkomen dat de boeren massaal overlopen naar Marine Le Pen. 

    De Franse boeren laten flink van zich horen. Ze hebben dan ook aardig wat redenen gevonden om Europa te haten: het keurslijf dat het hun oplegt, de traagheid van de GLB-subsidies [Gemeenschappelijk landbouwbeleid], de invoer van producten van buiten Europa die zwaar drukken op de prijzen en de gunsten die de Europese Commissie volgens hen verleent aan supermarkten en multinationals.

    Opkomst van rechts

    In vrijwel heel Europa is er op het platteland sprake van een hang naar rechts en wordt er geprotesteerd. Zoals in Hongarije, waar Viktor Orbán inspeelt op het ongenoegen van graanboeren die de import uit Oekraïne willen blokkeren, net als in Slowakije en Polen. Maar het verzet leeft ook sterk in België, waar de beweging die openlijk het Europese veeteeltbeleid aanvecht al sinds maart haar stem laat horen. Hetzelfde geldt voor Nederland, waar op last van de voormalige regering-Rutte en in overleg met Brussel 30 miljoen runderen, varkens en kippen moeten worden afgemaakt en 11 200 boerenbedrijven moeten sluiten.

    Volgens een nieuwe peiling van Europe Elects zal deze tractorrevolutie zwaar wegen bij de stembusgang: de groene partijen zouden nog slechts 49 zetels in het Europees Parlement overhouden, tegenover 74 op dit moment. Maar de grootste klap zullen ze ongetwijfeld in Duitsland, in hun eigen bastion, moeten incasseren: de Duitse Groenen zullen waarschijnlijk dalen van 24 procent naar 13 procent van de stemmen. Zoals Melanie Vogel, de covoorzitter van de Europese Groene Partij, onlangs zei op het partijcongres in Wenen: ‘Het grootste politieke risico voor de Groenen is de opkomst van rechtse coalities in de regering van de lidstaten.’ 

    Misschien komt dat doordat het groene dogma een beetje te ver lijkt te zijn doorgeschoten. Dat is ook de mening van een groene hardliner die nu probeert zijn zetel te redden: Cem Özdemir, de Duitse minister van Landbouw. Hij was de eerste die het zei: je kunt geen 300 hectare bewerken met elektrische tractoren, dus je kunt niet zonder diesel. En: we kunnen geen Europa willen dat importeert in plaats van produceert. Maar zijn belangrijkste strijd is ongetwijfeld die voor de jaarlijkse rotatie van graangewassen.

    Volgens GLMC-norm 7 (Goede landbouw- en milieuconditie) mag, om de biodiversiteit te bevorderen, eenzelfde gewas – zoals tarwe – niet meer dan twee jaar achter elkaar op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd. Kort gezegd betekent dit dat Duitsland zal moeten stoppen met het verbouwen van miljoenen hectaren tarwe per jaar, net als Frankrijk, de grootste producent van zachte tarwe in de Europese Unie, en Italië, de grootste producent van harde tarwe in Europa. Als gevolg hiervan zullen we onze import moeten verdubbelen uit landen die zich niet aan dezelfde regels houden als wij.

    Volgens GLMC-norm 7 mag eenzelfde gewas niet meer dan twee jaar achtereen op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd

    Bij deze verplichting om met de gewassen te variëren komt nog de Farm to Fork-strategie, die voorschrijft om 10 procent van de landbouwgrond niet langer te gebruiken voor akkerbouw, een kwart van de grond te gebruiken voor biologische landbouw, het gebruik van pesticiden te halveren en het gebruik van kunstmest tegen 2030 met 20 procent te hebben verminderd en tegen 2050 geheel te hebben afgeschaft. Allemaal doelstellingen die de Europese landbouw ernstig in gevaar dreigen te brengen.

    De weg die Europa inslaat is dus bijzonder riskant, en dat wordt ook bevestigd door een dossier van Divulga. Dit grote Europese landbouwonderzoekscentrum heeft de schattingen van drie vooraanstaande onderzoeksinstituten gebundeld – het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, de Wageningen Universiteit in Nederland en het Amerikaanse ministerie van Landbouw – die de impact van de Farm to Fork-strategie op de landbouwproductie van Europa hebben bestudeerd. Volgens het onderzoek stevent Europa af op een daling van de graanproductie met 10 à 20 procent, een stijging van de import van citrusvruchten met 93 procent en een stijging van de maïsimport van ruim 209 procent. De prijzen zullen volgens het onderzoek ook enorm omhooggaan: het voorziet een stijging van 24 procent voor rundvlees, 43 procent voor varkensvlees en 42 procent voor olie en wijn. En als klap op de vuurpijl: een exportdaling van 30 procentpunt.

    Nog geen 1 procent

    Vanaf een tractor gezien gaat het de verkeerde kant op met Europa. En dat alles in naam van het veronderstelde terugdringen van de broeikasgassen. Maar het is een feit dat de uitstoot van de Europese landbouw slechts 10,4 procent bedraagt van de totale uitstoot van Europa, dat op zijn beurt verantwoordelijk is voor ongeveer 9 procent van de totale uitstoot van de planeet. Willen we de Europese landbouw dan lamleggen om op te treden tegen nog geen 1 procent van de wereldwijde uitstoot?

    Felice Adinolfi, professor aan de Universiteit van Bologna en directeur van Divulga, is pessimistisch: ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw.’ En de cijfers geven hem gelijk. Brazilië is onze grootste leverancier van agrovoedingsmiddelen (ter waarde van 9 miljard euro in één jaar), gevolgd door de Verenigde Staten (6 miljard euro) en China (2,6 miljard euro). Deze drie landen zijn samen goed voor 27 procent van de wereldwijde landbouwemissies, die van 1990 tot 2019 met 15 procent zijn gestegen. Europa is de enige die zijn uitstoot heeft verminderd, met 18,5 procent.

    ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw’

    Adinolfi en zijn collega’s luiden daarom de noodklok: ‘De verzamelde gegevens vertellen ons dat het verbouwen van een hectare soja of het produceren van een kilo vlees in Europa vandaag de dag veel duurzamer is dan waar ook ter wereld. Daarom zijn wederzijdse milieu- en sociale verplichtingen essentieel als het Europese initiatief om de klimaatcrisis te bestrijden zijn vruchten wil afwerpen, en geen boemerangeffect wil hebben.’ Maar de negatieve gevolgen zijn er, en die zijn al duidelijk zichtbaar.

  • In Brazilië nemen arme boeren verlaten land in en maken er een levendig dorp van

    In Brazilië nemen arme boeren verlaten land in en maken er een levendig dorp van

    De Beweging van Landloze Boeren mobiliseert arme Brazilianen om braakliggende landbouwgrond van de rijkste boeren te bezetten. Naar schatting wonen er op dit moment zo’n 46.000 gezinnen in zulke nederzettingen. ‘Een bezetting is een voortdurend proces van strijd en confrontatie.’

    Het was iets voor middernacht toen de tweehonderd activisten en landarbeiders met machetes, schoffels, hamers en sikkels bij de rancho aankwamen om de landbouwgrond te bezetten. Het terrein was verlaten en overwoekerd met onkruid. Op een verdwaalde koe na was er in het hoofdgebouw niemand te bekennen.

    Nu, drie maanden later, is het een levendig dorp. Kinderen fietsen over nieuw aangelegde landwegen, vrouwen bewerken de grond van hun tuin en mannen spannen zeildoeken over de hutjes. In het kampement van Itabela, een dorp in het oosten van Brazilië, wonen zo’n 530 gezinnen, die met z’n allen de grond omploegen en bonen, maïs en cassave zaaien. De twee broers die de boerderij met 150 hectare grond erfden, willen dat de bezetters hun biezen pakken. Maar de nieuwe bewoners zeggen dat ze blijven zitten waar ze zitten.

    ‘Een bezetting is een voortdurend proces van strijd en confrontatie,’ zegt Alcione Manthay (38), de leider van het kamp, die zelf in vergelijkbare kampen opgroeide. ‘Zonder bezetting krijg je geen nederzetting.’

    Manthay en de andere ongenode bewoners maken deel uit van de Beweging van Landloze Boeren (Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra, MST), die wereldwijd weleens de grootste op marxistische leest geschoeide actieve beweging in een democratisch land zou kunnen zijn. Na veertig jaar van soms bloedige bezettingen is de MST een belangrijke politieke, sociale en culturele factor geworden in Brazilië.

    Activisten

    De beweging, geleid door activisten die zichzelf militant noemen, mobiliseert honderdduizenden arme Brazilianen om verlaten land dat eigendom is van rijke grondbezitters te bezetten, zich er te vestigen en de landbouwgrond te bewerken. Vaak gaat het om grote collectieven. De activisten claimen dat ze de schrijnende ongelijkheid willen terugdraaien die in de loop van de geschiedenis van Brazilië is ontstaan.

    Hoewel het linkse deel van de bevolking begrip heeft voor hun zaak – de rode mutsen van de beweging waarop een stel wordt afgebeeld dat een machete in de lucht steekt, zijn een vertrouwd beeld in hipsterbars – beschouwen veel Brazilianen de bezetting als onwettig en communistisch. Daarmee ziet de nieuwe linkse president Luiz Inácio Lula da Silva zich voor een lastig dilemma geplaatst. Hij steunt de beweging al heel lang, maar juist op dit moment probeert hij de relatie tussen het Congres en de oppermachtige agro-industrie te verbeteren.

    In Latijns-Amerika hebben ook andere op marxistische leest geschoeide bewegingen – protesterende arbeiders die een klassenstrijd voeren tegen het kapitalisme – geprobeerd de systematische ongelijkheid aan te pakken, maar geen enkele is zo groot, ambitieus en vindingrijk als de Braziliaanse MST.

    De organisatoren van de beweging en onafhankelijke onderzoekers schatten dat er op dit moment 460.000 gezinnen in de door de MST opgezette kampen en nederzettingen wonen. Dit zou betekenen dat bijna twee miljoen mensen, oftewel 1 procent van de Braziliaanse bevolking, er op een of andere manier deel van uitmaken. Volgens sommige schattingen zou dit de grootste sociale beweging in Latijns-Amerika zijn.

    Onder het bewind van Jair Bolsonaro, de rechtse oud-president van Brazilië, boette de beweging aan kracht in. De bezettingen stopten grotendeels tijdens de pandemie, maar namen daarna hand over hand weer toe. Dit ondanks het verzet van Bolsonaro en van de grondbezitters die zich hadden bewapend, een gevolg van het versoepelde wapenbeleid onder de oud-president.

    Stijging landonteigeningen

    Maar nu, gesterkt door de verkiezing van Lula, sinds jaar en dag hun politieke medestander, zorgt de beweging voor een stijging van het aantal landonteigeningen.

    ‘We hebben Lula gekozen, maar we zijn er nog niet,’ verklaarde João Pedro Stédile, medeoprichter van de beweging.

    Als gevolg van de nieuwe landbezettingen is er een tegenbeweging ontstaan, Invasão Zero (‘nul invasie’). Duizenden boeren zeggen er niet op te vertrouwen dat de overheid hun bezittingen zal beschermen. Ze hebben zich georganiseerd om de strijd aan te gaan met de illegale bezetters en hen van hun land te verjagen, al is er tot nu toe weinig geweld aan te pas gekomen.

    ‘Niemand wil vechten, maar er is ook niemand die zijn bezittingen kwijt wil raken,’ zegt boer Everaldo Santos (72), leider van een lokale boerenvakbond en eigenaar van een rancho met 404 hectare grond, niet ver van het kampement in Itabela. ‘Je hebt het gekocht, je hebt er je geld in gestoken, je hebt alle papieren op orde, je betaalt belasting. Dus dan sta je niet toe dat mensen het inpikken,’ zegt hij. ‘Je verdedigt wat van jou is.’ Ondanks de agressieve manier van opereren van de MST hebben Braziliaanse rechters en de Braziliaanse regering duizenden nederzettingen een wettelijke status toegekend, omdat er een wet bestaat die voorschrijft dat landbouwgrond moet worden geëxploiteerd. Door de toename van dit soort wettelijke besluiten is de MST een belangrijke voedingsproducent geworden. Jaarlijks verkoopt de beweging honderdduizenden tonnen melk, bonen, koffie en andere basisproducten; die worden grotendeels biologisch geproduceerd, omdat de organisatie haar leden jaren geleden heeft gestimuleerd om niet langer pesticiden en kunstmest te gebruiken. De MST is nu de grootste biologische rijstproducent van Latijns-Amerika, volgens een grote vakvereniging van rijstproducenten.

    Dit neemt niet weg dat uit opiniepeilingen blijkt dat veel Brazilianen tegen de landbezettingen zijn. Sommige van de fanatiekste leden van de beweging hebben productieve landbouwbedrijven bezet die eigendom waren van grote spelers in de agro-industrie, oogsten gesaboteerd en zelfs kortstondig het landhuis van een oud-president bezet. In het huidige krachtenveld staan honderdduizenden arme boeren en een netwerk van linkse activisten lijnrecht tegenover rijke families, grote landbouwcoöperaties en veel kleine familiebedrijven.

    De oneerlijke verdeling van grondbezit stamt uit de koloniale tijd

    Conservatieve politici menen dat Stédile, de medecoördinator van de beweging, zich met zijn oproep tot nieuwe bezettingen schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en zijn een onderzoek gestart in het Congres. De dag na Stédiles oproep ging Lula op staatsbezoek naar China. (De regering liet zich vergezellen door verschillende grote voedselproducenten.)

    Lula heeft al jaren nauwe banden met de MST. Tijdens zijn eerste regeringsperiode, twee decennia geleden, betuigde de eerste Braziliaanse president die uit de arbeidersklasse afkomstig is openlijk steun aan de beweging.

    De oneerlijke verdeling van grondbezit stamt uit de koloniale tijd, toen de grond eigendom was van machtige witte mannen. Door ongebruikte landbouwgrond te confisqueren en toe te wijzen aan armlastige boeren heeft de regering geprobeerd de balans te laten uitslaan naar de andere kant. De MST probeert op haar beurt toewijzingen te forceren door braakliggende landbouwgrond te bezetten.

    Volgens Bernardo Mançano Fernandes, een docent aan de Staatsuniversiteit van São Paulo die al decennialang onderzoek doet naar de beweging, heeft de regering zo’n 60 procent van de bezettingen van de MST gelegaliseerd. Dit is volgens hem te danken aan de organisatoren, die er voortdurend in slagen om ongebruikte landbouwgrond op te sporen.

    Tegenstanders vinden dat de regering de bezettingen aanmoedigt, doordat ze de illegale onteigening beloont. Volgens hen zou ze de bezetters juist moeten dwingen zich aan de regels te houden en de verplichte bureaucratische wegen te bewandelen om overheidstoestemming te krijgen voor het bezitten van een stuk land. Maar de MST staat op het standpunt dat de regering geen poot uitsteekt als ze niet onder druk wordt gezet.

    Eigen stukje grond

    De bewoners van het kampement in Itabela hebben verschillende achtergronden, maar dezelfde wens: een eigen stukje land. ‘De stad is niet vriendelijk voor ons,’ zegt Marclésio Teles (35). Hij is koffieplukker en zit voor het hutje dat hij voor zijn vijfkoppige gezin bouwde; zijn gehandicapte dochter zit naast hem in haar rolstoel. ‘Dit hier is een plek waar rust is.’

    Anderhalf uur rijden verderop, langs dezelfde weg, kun je bekijken hoe de toekomst eruit zou kunnen zien: daar bevindt zich een nederzetting van zo’n 2023 hectare die in 2016, na zes jaar bezetting, een wettelijke status kreeg. De 227 gezinnen die er wonen bezitten elk 8 à 10 hectare grond: glooiende landbouwgrond waarop van alles wordt verbouwd en stukken land met grazers. Ploegen en tractoren zijn voor gezamenlijk gebruik, maar verder verbouwt ieder zijn eigen stuk grond. Samen produceren ze ongeveer twee ton voedsel per maand.

    Voordat Daniel Alves (54) in 2010 dit land bezette, bewerkte hij het land van iemand anders. Nu verbouwt hij op 8 hectare grond 28 verschillende soorten gewassen, waaronder bananen, peperkorrels, glimmend roze drakenfruit en copoazú, een tropische vrucht uit het Amazonegebied; alles wordt biologisch geteeld. Alves verkoopt zijn oogst op de lokale markt.

    ‘Deze beweging haalt mensen uit de misère,’ concludeert hij.

    Zijn kleindochter Esterfany (11) gaat naar een openbare school in de nederzetting die deels wordt gerund door de MST. Het is een van de tweeduizend MST-scholen in Brazilië.

    Lees ook:

  • In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    Een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren in Zimbabwe ziet in goed beheerde landbouwprojecten een lucratief bestaan. Bovendien is het ‘werk waar je snel van gaat houden’.

    Toen de negentwintigjarige Tavuya Manungo terugkeerde naar zijn geboorteplaats in Shamva, in Noordoost-Zimbabwe, had hij een masterdiploma in financiën en investeringen op zak, maar hij was niet van zins het bedrijfsleven in te gaan. Hij had zijn twee jaar jongere broer Mako bij zich, die bedrijfskunde had gestudeerd. Ze wilden gaan boeren en stonden te popelen om aan de slag te gaan. Inmiddels runnen ze samen een boerderij, die Tavuya ‘onze levensader’ noemt, met 1200 hectare grond in een gebied dat bekendstaat om zijn nikkelmijnen alsook om de allereerste mijnstaking van Afrika (in 1927).

    ‘Goed beheerde landbouwprojecten, of ze nu klein of groot zijn, zijn lucratiever dan de meeste beschikbare banen. Bovendien is het werk waar je snel van gaat houden,’ zegt Mako. ‘Het geeft veel voldoening.’ De broers behoren tot een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren, van wie velen afgestudeerd zijn in bedrijfskunde, rechten, financiën of technologie, die hun nette pak verruilen voor een overall.

    Op Masimbiland Farm, vernoemd naar een nabijgelegen berg, verbouwen de broers 15 hectare sinaasappels, 90 hectare maïs en 3,5 hectare chilipepers. Ze hebben meer dan dertigduizend legkippen en een kwekerij waar ze mango- en citrusplanten telen; vorig jaar produceerden ze daar een miljoen zaailingen. Tavuya is verantwoordelijk voor de administratie en de financiën, Mako doet de bedrijfsvoering.

    De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen

    In 2015 wonnen de twee broers de nationale Youngest Brahman Breeders-award voor hun Brahman-runderen. Ondertussen hebben ze tweehonderd koeien van dit topvleesras. De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen; alleenstaande moeders uit omliggende dorpen krijgen voorrang. ‘Zonder de mensen op het veld zijn we niets,’ zegt Mako. ‘Zij maken het allemaal mogelijk.’

    Accountant

    Een andere jonge Zimbabwaan die zijn kantoor voor het land heeft ingeruild, is de zeventwintigjarige Hilary Chikambi. Hij zegde zijn baan als accountant op. ‘Voor mij was het een gok, want ik heb vrijwel geen ervaring met boeren,’ vertelt hij. ‘Ik heb als kind gezien hoe mijn ouders kippen hielden, en zo heb ik een vriend weten te overtuigen om samen met mij te investeren in dit project. Ik ben blij dat kippen fokken in Zimbabwe in de lift zit, want je hoeft relatief weinig te investeren, terwijl de winstmarges groot zijn en je snel resultaat boekt.’

    Toen hij net was begonnen werd zijn kippenschuur door zware regenval verwoest, waarbij vrijwel al zijn pluimvee omkwam. Vervolgens viel de koeling uit, waardoor hij het vlees moest weggeven voordat het zou bederven. Nu, vier jaar en vele lessen later, verkoopt Chikambi’s bedrijf bijna tweeduizend kippen per maand aan supermarkten, restaurants en privépersonen.

    Beginnersfouten

    Nadat hij opnieuw kippen had verloren, deze keer door gebrekkige ziektebestrijding en door wat hij ‘beginnersfouten’ noemt, investeerde hij in de opleiding van zijn personeel. Om de kosten van kippenvoer te drukken wil hij in de toekomst zelf mais gaan verbouwen.

    ‘Jongeren moeten weten dat je met boeren een goede boterham kunt verdienen,’ zegt Chikambi. ‘En zeg nou zelf, er is geen beroep op aarde waarin de hand van God zo zichtbaar is. Je plant in goed vertrouwen iets in de grond, werkt hard, en voor je het weet groeit er iets dat je kunt oogsten.’

    In 2021 behaalde Zimbabwe volgens de statistieken van het Amerikaanse ministerie van Landbouw de op twee na grootste maisoogst ooit. En hoewel de productie van het grotendeels van regen afhankelijke gewas in 2022 lager uitviel, is de diversiteit aan landbouwgewassen in Zimbabwe gegroeid.

    Het land exporteerde in 2022 voor het eerst industriële hennep naar Zwitserland en is nu, in het kielzog van de tabaksindustrie, bezig een serieuze cannabisindustrie op te bouwen. Zimbabwe blijft de op vier na grootste tabaksproducent ter wereld en exporteert ook katoen, macadamianoten, citrusvruchten, suiker, peulvruchten en snijbloemen.

    Lees ook:

  • Der Spiegel over de BBB: ‘Opstand van normale mensen tegen politici’

    Der Spiegel over de BBB: ‘Opstand van normale mensen tegen politici’

    Der Spiegel ging langs bij Caroline van der Plas in Den Haag. Volgens het Duitse weekblad is de overwinning van de BBB bij de Provinciale Statenverkiezingen een herhaling van wat Frankrijk beleefde met de gele hesjes. ‘De regering jaagt met klimaatmaatregelen de middenklasse tegen zich in het harnas.’

    Van Deventer, dat vlak naast een deel van Nederland ligt dat ‘de Achterhoek’ heet, is het maar anderhalf uur met de trein naar de torenflats van Den Haag, waar ministers en parlementariërs werken. Maar voor Caroline van der Plas ligt tussen haar stad Deventer en Den Haag een hele wereld. ‘Intussen word ik hier door iedereen serieus genomen,’ zegt de vijfenvijftigjarige terwijl ze langs de vergaderruimtes van het parlement loopt. De vrouwen en mannen die haar in de gangen groeten, dragen pakken of mantelpakjes. Van der Plas draagt sneakers en een gebreid vest dat zo groot en pluizig is dat je het ook als plaid zou kunnen gebruiken.

    Toen Van der Plas in 2021 als enige afgevaardigde van haar partij in het parlement werd gekozen, was ze een kleine sensatie omdat ze met een tractor naar Den Haag kwam. Twee jaar later is ze uitgegroeid tot een grote sensatie. Haar partij, de BoerBurgerBeweging, ofwel BBB, haalde op 15 maart bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten bijna 20 procent van de stemmen. Het is een succes dat door de Nederlandse media een ‘monsterzege’ genoemd wordt.

    Nieuwigheid

    Bekijkt men de zege van Van der Plas eenvoudig als een verkiezingsuitslag, dan gaat het eigenlijk om een puur Nederlandse nieuwigheid. De provinciale parlementen waarin de BBB nu haar opwachting maakt, beslissen weliswaar over de zetelverdeling in de Eerste Kamer van het Nederlands parlement (die te vergelijken is met de Duitse Bundesrat), maar het is niet alsof de Nederlanders een nieuwe premier gekozen zouden hebben.

    Alleen is de symbolische betekenis van deze verkiezingen duidelijk groter. Al maanden voert de regering een spectaculair dispuut met de Nederlandse boeren. Om de stikstofemissies tot 2030 te halveren heeft de regering van Mark Rutte besloten dat het aantal melkkoeien en mestvarkens drastisch verminderd moet worden. Dat zou voor een derde van de veeboeren het einde kunnen betekenen. Voor veel boeren klonk dat als een rechtstreekse aanval. Met hun tractoren blokkeerden ze in de afgelopen maanden steeds weer snelwegen en andere wegen, en trokken woedend op naar Den Haag.

    Begint hier de opstand van de plattelandsbevolking tegen de groene plannen van de progressieve bewoners van de grote steden?

    Het was een protest met een radicale inslag, dat wereldwijd bejubeld werd door rechtse populisten. Donald Trump bijvoorbeeld noemde de boeren ‘strijders tegen de klimaatdictatuur’. Marine Le Pen verzekerde hun van haar steun. En nu helpen de kiezers een van de prominentste woordvoerders van deze boeren aan de overwinning. Begint hier de opstand van de plattelandsbevolking tegen de groene plannen van de progressieve bewoners van de grote steden?

    Caroline van der Plas rolt geërgerd met haar ogen wanneer men haar op één lijn wil stellen met de internationale populisten van rechts. ‘Ik ontken de klimaatverandering niet, de boeren zijn toch de eersten die gemerkt hebben dat de grond steeds droger wordt,’ zegt ze. Maar ze zegt ook: ‘Veel mensen vragen zich af of het werkelijk wat uitmaakt als iedereen elektrisch rijdt. Voor velen is het belangrijkste probleem dat ze niet meer weten hoe ze hun rekeningen moeten betalen.’

    Klimaatpolitiek

    In Nederland herhaalt zich nu grotendeels wat Frankrijk al beleefde met de gele hesjes: de regering probeert duidelijke maatregelen te nemen tegen de klimaatverandering en jaagt daarmee de middenklasse tegen zich in het harnas. In Frankrijk was het een belasting op brandstof, in Nederland is het de strijd tegen de hoge stikstofuitstoot. In beide gevallen maakte de regering de indruk dat ze de sociale gevolgen van haar klimaatpolitiek niet had voorzien.

    Van der Plas zelf beschrijft haar partij zo: ‘Wij zetten ons in voor degenen die over het hoofd worden gezien omdat ze niet in de grote steden wonen.’ Het etiket ‘boerenpartij’ wijst ze af; zelf is ze journalist, geen boerin. Met de boeren kwam ze in contact omdat ze over hen schreef, onder andere voor het vakblad Pigbusiness.

    Het duidelijkste doel van Van der Plas en haar BBB is vermoedelijk om opnieuw te onderhandelen over de stikstofbeperkingen. Verder wil ze zich niet laten vastleggen op grote politieke lijnen. Ze is voorstander van een restrictievere immigratiepolitiek. Toch heeft ze in het parlement tegen een voorstel van rechts gestemd, dat helemaal geen vluchtelingen meer wil opnemen. Ze benadrukt steeds weer dat ze ‘voor de zwakken’ wil opkomen. Maar ze vindt ook dat de staat zich terughoudender moet opstellen. De BBB heeft ook degenen aangetrokken die tegen de coronamaatregelen waren.

    Nederland heeft een efficiëntiemaatschappij gecreëerd waarin de verbinding tussen staat en burger verloren is gegaan

    Van der Plas treedt aan zonder duidelijk partijprogramma, maar met haar persoonlijkheid. Zelf vat ze haar positie samen met ‘gezond verstand’, wat een beetje klinkt alsof iedereen die het niet met haar eens is, niet goed bij zijn hoofd is. Bij dat ‘gezond verstand’ hoort voor haar ook het niet te pikken dat je ‘sinds een paar jaar alles wordt voorgeschreven’. Voortdurend wordt je verteld welke grappen je nog mag maken of hoe je moet eten. ‘Voor veel mensen verandert de maatschappij te snel,’ zegt Van der Plas. Ze belooft haar kiezers niet dat ze de tijd kan stoppen, ‘maar ik luister echt naar ze’.

    De historicus René Cuperus publiceerde ruim een jaar geleden een studie die precies de kiezers beschrijft die haar BBB nu gemobiliseerd heeft. Die studie heet ‘De atlas van afgehaakt Nederland’. Cuperus zit in café De posthoorn, een paar stappen verwijderd van het regeringscentrum, waar politici elkaar graag treffen om te praten. Dit is precies de wereld die de BBB-kiezers als empathieloos en arrogant beschouwen. Met streng neoliberalisme heeft Nederland volgens hem een ‘efficiëntiemaatschappij’ gecreëerd waarin de verbinding tussen de staat en zijn burgers verloren is gegaan. ‘Er werd sterk bezuinigd op de sociale voorzieningen en de publieke infrastructuur werd afgeslankt en gecentraliseerd; dat merken vooral de mensen op het platteland aan alles,’ zegt Cuperus. En die mensen gaat het er vooral om ‘de controle terug te pakken’.

    Stoom afblazen

    Het succes van de BBB heeft volgens Cuperus zo’n groot gewicht dat het zelfs de regering ten val zou kunnen brengen. Het zijn verkiezingen geweest waarin de mensen stoom hebben afgeblazen, ze richtten zich tegen premier Mark Rutte en zijn kabinet. Tegelijkertijd ziet hij de BBB ook als een kans om de polarisering in het land tegen te gaan: ‘De BBB is een anti-establishmentpartij die verantwoordelijkheid wil nemen.’ Anders dan de rechtse populisten rond Geert Wilders en Thierry Baudet, die tot dusver de proteststemmen opvingen, heeft de BBB een constructieve pretentie. ‘En nu maar hopen dat de BBB niet wordt overgenomen door het rechtse populisme of door de agrarische lobby,’ aldus Cuperus.

    In de strijd om de stikstofreductie ziet hij ook een generatieconflict: ‘De progressieve, groene millennials in de steden interesseren zich niet voor de landbouw. De oudere mensen op het platteland zijn daarentegen bang dat ze hun paradijs zullen verliezen.’

    Een van deze paradijzen is het dorp Bathmen, ten oosten van Deventer, de stad waar Caroline van der Plas vandaan komt. Het cultureel centrum tegenover de dorpsschool biedt een cursus pilates aan, op het plein voor de bibliotheek staan een kaas- en een vishandelaar, in de hondensalon ‘Monique’ wordt juist een poedel geschoren. In deze idylle heeft Geertjan Kloosterboer zijn boerderij met 130 melkkoeien. Zijn vader was hier al boer en zijn grootvader ook. Van der Plas en Kloosterboer kennen elkaar al jaren. Samen hebben ze een vereniging opgericht met een website waar stedelingen zich kunnen aanmelden voor een bezoek bij boeren.

    Kloosterboers dieren leiden een rimpelloos bestaan in een grote stal, tussen machines die voor hen werken. Een motor aan de stalwand laat twee blauwe borstels ronddraaien, waar de koeien zich een beetje door kunnen laten krabben. Op de stalvloer schuift een schoonmaakrobot de koeienvlaaien opzij. Wanneer een koe druk voelt in de uier, gaat ze naar de melkrobot, die de spenen aansluit en begint te zuigen. In de wei komen de dieren niet, maar Kloosterboer heeft waterbedden gekocht waarop de dieren liggen als ze herkauwen.

    Exporteur

    Terwijl Kloosterboer alles met trots demonstreert, blijft steeds één vraag meespelen: waarom moeten wij boeren ons leven opgeven, terwijl alle anderen doorgaan als altijd? We zijn gewend geraakt aan te grote auto’s, we gooien te veel eten weg. Ik wil dat veranderen,’ zegt Kloosterboer.

    Intussen is de landbouw in Nederland niet zomaar een businessmodel zoals er zoveel zijn, maar een belangrijke bedrijfstak. Het land is na de VS de grootste exporteur van agrarische producten. Op minimaal oppervlak wordt maximaal geproduceerd – dat is een van de redenen waarom de stikstofemissies zoveel hoger zijn dan het Europees gemiddelde. ‘We hebben meer tijd nodig. Als ze het onmogelijke verlangen, dan weigeren mensen mee te werken.’

    ‘De kloof die de Nederlanders van elkaar scheidt,’ zegt Van der Plas, ‘is niet die tussen stad en platteland, maar die tussen normale mensen en politici.’ Daar rekent ze zichzelf nu ook toe.

    Lees ook:

  • Wereldbeeld: Boerenwelzijn

    Wereldbeeld: Boerenwelzijn

    Ook in India protesteren boeren tegen de landbouwhervormingen. De regering van premier Modi wil af van de vastgestelde garantieprijzen voor graan en rijst. Het zou meer mogelijkheden moeten bieden om producten te verkopen, maar de boeren zijn bang dat zij zo een speelbal worden van de vrije markt. Tijdens het Kisan Kalyan of ‘Boerenwelzijnevenement’, keken duizenden boeren, hindoes, sikhs en moslims naar een toespraak van de premier, die zei dat politieke partijen boeren niet moeten misleiden over de nieuwe hervormingen. Bijna alle oppositiepartijen steunen de protesten, al was het alleen maar om de hindoenationalistische regering dwars te zitten.

    © Epa / Sanjeev Gupta
    © Epa / Sanjeev Gupta