Tag: Brandstoffen

  • Dubais greenwashpraktijken

    Dubais greenwashpraktijken

    In november is Dubai gastheer van de VN-conferentie over klimaatverandering. Het Arabische land streeft naar een groen imago, maar blijft waarschijnlijk nog lang afhankelijk van fossiele brandstoffen.

    ‘Het spijt me heel erg, want dit is niet normaal voor de maand mei,’ zegt Joumana met verontwaardigde blik tegen een groepje journalisten. Joumana werkt voor de afdeling Toerisme- en Handelsmarketing van het ministerie van Economische Zaken van Dubai. Haar taak is om Dubai op het wereldtoneel een beter en groener imago te bezorgen in de aanloop naar de 28ste con­ferentie over klimaatverandering (COP28), die in november zal plaats­vinden.

    Alsof dat niet lastig genoeg is, zegt ze, regent het nu ook nog. Althans, het regent zachtjes en heel kort, zoals altijd in Dubai. Er slaan een paar druppels tegen de voorruit. Na drie minuten is het weer voorbij.

    Op deze maandagochtend is het uitzonderlijk warm in Dubai, vertelt Joumana. Vorige week was het weer nog heerlijk, tussen de 25 en 30 graden. Van de herfst tot de lente trekt de aangename temperatuur honderdduizenden toeristen. Maar nu nadert de thermometer de 40 graden, wat op zich niet vreemd is in de Arabische woestijn.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn

    We rijden naar het Mohammed bin Rashid Al Maktoum Solar Park, 50 kilometer van Dubai vandaan. Het park is vernoemd naar de doorgaans nogal nors ogende sjeik Maktoum. Deze absolutistische ‘heerser van Dubai’ is tevens vicepresident, premier en minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Van de zeven emiraten is behalve Dubai alleen Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE, in het Westen algemeen bekend.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn. Krap twee jaar later waren de eerste dertien megawatt aangesloten op het elektriciteitsnet; inmiddels is de zesde uitbreidingsfase in gang gezet. Het zonnepark beslaat nu een gebied van 127 vierkante kilometer en produceert 15 procent van de elektriciteit in Dubai. Aangezien de bevolking in de zomermaanden, van mei tot de herfst, eigenlijk alleen kan leven met constant draaiende airconditioning, is het elektriciteitsverbruik enorm.

    Waterstof

    Om ervoor te zorgen dat ook na zonsondergang elektriciteit kan worden opgewekt, hebben de ingenieurs centrales voor thermische zonne-energie en waterstofbatterijen gebouwd. Een thermische zonne-energiecentrale werkt als volgt: honderden spiegels sturen het zonlicht naar een toren waarin zout onder invloed van de hitte vloeibaar wordt. De hitte blijft daar lange tijd opgeslagen. Het vloeibare zout dient om water te verwarmen, en ’s nachts wordt in stoomturbines elektriciteit opgewekt. Waterstofbatterijen werken op een vergelijkbare manier. Met zonne-energie wordt water via elektrolyse gesplitst. De waterstof die daarbij vrijkomt, wordt opgeslagen in een enorme tank en na zonsondergang verbrand in de dieselmotor van een schip, waardoor elektriciteit ontstaat.

    Volgens een technicus zou een brandstofcel zinniger zijn, maar voorlopig is gekozen voor een verbrandingsmotor. Duitse technologie maakt het mogelijk om pure waterstof te verbranden zonder toevoeging van fossiel aardgas, zodat waterdamp de enige uitstoot is.

    Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht

    De exploitant van de centrale is de machtige DEWA (Dubai Electricity and Water Authority). Een vertegenwoordiger van DEWA wijst erop dat de pompcentrale in de bergen van Hatta, ten oosten van Dubai, binnenkort in gebruik wordt genomen. Tachtig procent van de centrale is al gereed. Hier wordt met groene energie het water naar het bovenste bassin gepompt. Via een turbine van 250 megawatt stroomt het water naargelang de behoefte weer naar beneden. Het enige waar DEWA-technici echt geen toekomst in zien, is windenergie: dat is domweg geen realistisch plan. Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht.

    Naar verwachting kondigt sjeik Maktoum binnenkort een groot nieuw project aan: de waterstofstrategie van Dubai. Het gerucht gaat dat Dubai tegen het midden van deze eeuw een van de grootste producenten van deze klimaatneutrale energiebron wil worden. Dat heeft ook gevolgen voor Europa. Het lijdt immers geen twijfel dat sommige economische sectoren in de toekomst niet meer zonder energie-import kunnen.

    Te weinig CO2

    Het is nog niet duidelijk hoe de waterstof vanuit het Midden-Oosten naar Europa en de rest van de wereld zal worden vervoerd. Waterstof kan in gasvorm namelijk niet in grote hoeveelheden worden verplaatst en moet eerst worden gekoeld tot bijna het absolute nulpunt om vloeibaar te blijven: min 252 °C. Hoogstwaarschijnlijk zal de waterstof worden omgezet in (zeer giftig) ammoniak, methanol of e-brandstoffen. Maar voor die laatste optie is veel CO2 nodig, waarvan de oliestaat VAE vreemd genoeg veel te weinig heeft.

    Fossiele brandstoffen

    Oostenrijkse bedrijven zijn betrokken bij een project van de Italiaanse gasnetbeheerder SNAM, dat tegen 2030 waterstof uit Tunesië en Algerije via pijpleidingen naar Oostenrijk en Beieren wil brengen. Maar om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is in de havens van de exportlanden een geheel nieuwe infrastructuur nodig, bijvoorbeeld om het in ammoniak verpakte waterstof weer ‘vrij te maken’. Het feit dat dergelijke fundamentele vraagstukken in 2023 nog niet zijn opgelost, verkleint de kans op een snelle energietransformatie. Zo’n infrastructuur kan immers niet van de ene op de andere dag worden gerealiseerd.

    Om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is een geheel nieuwe infrastructuur nodig

    Dubais beweegredenen om de energieproductie te vergroenen zijn niet altruïstisch; dat het land zich richt op alternatieve energiebronnen is vooral uit noodzaak. Het emiraat heeft altijd geld verdiend met fossiele brandstoffen. Maar terwijl bijna alle buurstaten aan de Perzische Golf, en vooral de naburige stad Abu Dhabi, grote olie- en gasvoorraden hebben, bestaat slechts zo’n 5 procent van de economische output van Dubai uit olie en gas. Dat verklaart ook waarom Dubai een supermacht is op het gebied van vastgoed, gespecialiseerd in hoogbouw en gigantische hotelcomplexen. Het is een paradijs voor miljonairs van over de hele wereld die lage belastingen en een nieuwe thuisbasis zoeken. Er wonen tegenwoordig ongeveer 3,5 miljoen mensen in Dubai, waarvan maar liefst 85 procent buitenlanders; voornamelijk Indiërs, Pakistanen en Arabieren uit buurlanden. Het land is door en door  internationaal. Daarnaast heeft het zo’n honderdduizend hotelkamers, vooral te vinden aan de kust, waar de hotelresorts zo groot zijn dat het lijkt alsof het geld er uit de lucht kwam vallen.

    Het is weinig verrassend dat Dubai architectonische records najaagt: in 2010 werd de Burj Khalifa gebouwd, dat met een duizelingwekkende hoogte van 828 meter de hoogste wolkenkrabber ter wereld is. In Dubai vind je tevens het grootste winkelcentrum ter wereld, het grootste reuzenrad, het hotel met de meeste verdiepingen, het grootste waterpark, de snelste politieauto’s en ga zo maar door.

    Maar op het gebied van voedselproductie loopt Dubai achter. De Emiraten behoren tot de groep landen met de kleinste voedselautonomie en de grootste voedselimport. De heerser van Dubai was daar kennelijk ontevreden over: in 2021 lanceerde hij de Food Tech Valley, een tamelijk uniek project dat zich richt op het onderzoeken en produceren van voedsel. En dat in een gebied waar conventionele landbouwtechnieken nagenoeg onmogelijk zijn door gebrek aan grond en water en de hitte in de zomermaanden.

    Vlak naast de enorme luchthaven van Dubai staat een groot, rechthoekig blok waarop boven de ingang ‘Bustanica’ staat. Weer zo’n recordbouwproject: het is de grootste verticale ‘boerderij’ ter wereld. Aron Moore begroet de bezoekers vriendelijk en legt uit wat er gebeurt in de hal van dertigduizend vierkante meter. De Australische Moore komt uit de industriële landbouwsector. Voordat hij naar Dubai vertrok, verdiende hij zijn geld in Australië en Zuidoost-Azië. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in allerlei soorten sla en kruiden. Nu wordt er onderzoek gedaan naar aardbeien. Volgens Aron is dat de ultieme test voor een verticale boerderij, want niets bederft sneller dan verse, zoete aardbeien.

    ‘Data meets delicious’

    De fabriek staat vlak naast de voedselfaciliteit van luchtvaartmaatschappij Emirates, die een veilige bron van verse groenten wil. De luchtvaartmaatschappij, vervolgt Aron, is slechts een van de vele klanten; de groenten van Bustanica worden ook verkocht in lokale supermarkten en het zijn niet eens de duurste producten in de schappen.

    Aron legt uit dat elk gewas onder specifieke omstandigheden gedijt, die tot voor kort nog nooit zo precies konden worden nagebootst. Duizenden sensoren houden toezicht op het groeiproces van de planten, en technici kunnen alle factoren reguleren: temperatuur, golflengte van het licht, duur van de dag-en-nachtcyclus, de toevoer van water en voedingsstoffen, luchtvochtigheid en zelfs de CO2-concentratie, die hier ongeveer twee keer zo hoog is als in de natuur. De toepasselijke slogan luidt: ‘Data meets delicious’. Momenteel kan er ongeveer 1,3 ton sla per dag worden geoogst en tegen het einde van het jaar moet dat zelfs drie ton per dag zijn. Dan moet het ook mogelijk zijn om aardbeien aan te bieden.

    De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend

    Tegen verwachting in smaken de bladgroenten knapperig en vers en ze kunnen zo uit de rekken geproefd worden, want er zijn bij deze manier van telen geen pesticiden nodig. De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend. Werknemers en bezoekers moeten beschermende kleding dragen, zoals haarnetjes en chirurgische maskers. Omdat de meststof de stekjes direct via het water bereikt, worden er geen broeikasgassen uitgestoten. Er is maar een kleine hoeveelheid water nodig, dat volledig wordt gerecycled, onder andere uit vocht in de lucht. Het doel is om zo jaarlijks 250 miljoen liter water te besparen. De fabriek heeft ongeveer 40 miljoen dollar gekost, vertelt Aron. Bij het volledige proces – van de kweek tot het handmatige verpakken – zijn ongeveer zeventig werknemers betrokken. Dit systeem kan natuurlijk geen voedselzekerheid bieden, want, zoals we weten, barsten salades niet van de calorieën.

    Veel verse sla

    Naar alle waarschijnlijkheid gaan we dus veel verse sla zien op de 28ste conferentie over klimaatverandering (COP28), die dit jaar plaatsvindt op het enorme Expo-terrein in het centrum van Dubai. De stad beroemt zich er overigens op dat ongeveer 80 procent van dat terrein, dat gebouwd werd voor de wereldtentoonstelling van 2020, nog steeds in gebruik is.

    Toch moeten we ervan uitgaan dat deze COP niet zonder grote meningsverschillen zal verlopen. Het hoofd van de nationale oliemaatschappij ADNOC, Sultan Ahmed al-Jaber, heeft ook het COP-voorzitterschap op zich genomen. Bij de Petersberg Klimaatdialoog in Berlijn in mei maakte hij al duidelijk dat de traditionele energiebronnen voorlopig nog deel uit zullen maken van onze energievoorziening. Klaarblijkelijk gaat het hem niet zozeer om het uitbannen van fossiele brandstoffen als wel om het beperken van de uitstoot van broeikasgassen – bijvoorbeeld door CO2 te filteren en in de grond te injecteren. Die opvatting brengt het risico met zich mee dat industrieën hun ‘brandstofswitch’ onmiddellijk weer zullen afblazen, terwijl bijvoorbeeld voor personenauto’s het filteren van CO2 nooit een realistische optie zal zijn; technisch gezien niet, en economisch al helemaal niet.

    Zes maanden voor de eigenlijke start van de conferentie hebben veel klimaatactivisten, na de eerste officiële berichten over Al-Jaber als kandidaat-voorzitter van de COP, de hoop op spannende nieuwe compromissen dan ook al opgegeven. Hoewel de voorzitter een neutrale bemiddelaar zou moeten zijn op het gebied van versnelde klimaatbescherming, is de verwachting nu al dat fossiele energie tijdens de 28ste VN-klimaatconferentie nauwelijks aan bod zal komen. 

  • EU presenteert groen energieplan als alternatief voor Russische olie en gas

    EU presenteert groen energieplan als alternatief voor Russische olie en gas

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse ambassade in Kyiv weer geopend

    » Joe Biden stelt luchtbrug in om babymelkcrisis op te lossen

    Europese Commissie wil 210 miljard euro extra uittrekken

    De Europese Unie heeft woensdag een plan voor energieonafhankelijkheid gepresenteerd. De EU plant een ‘enorme’ toename van zonne- en windenergie, en een kortetermijnstimulans voor steenkool, om zo snel mogelijk een einde te maken aan haar afhankelijkheid van Russische olie en gas, aldus The Guardian. In het plan dat de Europese Commissie gisteren bekendmaakte, zei ze dat de EU de komende vijf jaar 210 miljard euro extra moet vrijmaken om het afbouwen van Russische fossiele brandstoffen te financieren en om de overschakeling op groene energie te versnellen.

    De Europese Commissie wil dat in 2030 45 procent van de energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt

    ‘Opgesteld als reactie op de Russische invasie in Oekraïne en het daaropvolgende debat over Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas, is het plan een aanscherping van de Green Deal van de EU, het vlaggenschip van het Europees beleid om de klimaatcrisis aan te pakken,’ aldus The Guardian.

    De Europese Commissie wil dat tegen 2030 45 procent van de Europese energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt, wat de Britse krant omschrijft als ‘een stap vooruit ten opzichte van de huidige doelstelling van 40 procent, die minder dan een jaar geleden werd voorgesteld’.

    Lees ook:

  • Autocratieën en fossiele brandstoffen gaan hand in hand

    Autocratieën en fossiele brandstoffen gaan hand in hand

    Democratieën boeken meer vooruitgang in de strijd tegen klimaatverandering dan autocratieën. Maar desinvesteringscampagnes kunnen ook de meest recalcitrante politiek leiders onder druk zetten.

    Op het eerste gezicht leek de klimmaattop van afgelopen herfst in Glasgow veel op zijn vijfentwintig voorgangers. Er waren:

    • een conferentiezaal ter grootte van een vliegdekschip waar breed werd uitgepakt door dubieuze partijen (zoals een gigantisch paviljoen van de Saoedi’s waar een ‘agenda voor een circulaire koolstofeconomie’ werd gepromoot);
    • eskaders van afgevaardigden die zich continu naar geheimzinnige sessies spoedden waar gepronkt werd met de resultaten van allerhande internationale milieubeschermingsprogramma’s, terwijl de echte onderhandelingen in een paar achterkamertjes plaatsvonden; 
    • oprechte betogers met uitstekende protestborden (‘De verkeerde Amazon brandt af’).

    Maar terwijl ik door de zalen en de omliggende straten dwaalde, viel me opnieuw op hoeveel er was veranderd sinds de laatste grote milieuconferentie in Parijs in 2015, en niet alleen omdat de CO2-niveaus en de temperaturen almaar hoger waren geworden.

    De grootste verandering betrof het politieke klimaat. In die paar jaar leek de wereld een sterke ommezwaai te hebben gemaakt van democratie naar autocratie, wat onze mogelijkheden om de klimaatcrisis te lijf te gaan dramatisch heeft beperkt. Allerlei oligarchen hadden de macht gegrepen en gebruikten die om de status quo te handhaven; de hele bijeenkomst had iets Potemkinachtigs, alsof iedereen zinnen uit een scenario opzei dat de feitelijke politieke situatie van de planeet niet langer weerspiegelde.

    Nu we hebben gezien hoe Rusland een oliegestookte invasie in Oekraïne heeft ondernomen worden we eens te meer met onze neus op deze trend gedrukt, maar Poetin is lang niet het enige geval. Hier volgen nog wat voorbeelden.

    ‘Alleen God…’

    In 2015 in Parijs stond de Braziliaanse delegatie onder leiding van Dilma Roussef van de Arbeiderspartij, die een grote rol had gespeeld bij de beperking van de ontbossing van het Amazonegebied. In sommige opzichten kon Brazilië claimen dat het meer had gedaan om de klimaatschade te beperken dan enig ander land, simpelweg door de houtkap af te remmen. Maar in 2021 had Jair Bolsonaro de leiding, het hoofd van een regering die opkwam voor elke grote veeboer en mahoniestroper in het land. Als mensen zo begaan waren met het klimaat, zei hij, dan konden ze minder eten en ‘om de dag poepen’. En als ze zo begaan waren met de democratie, dan konden ze… de gevangenis in. ‘Alleen God kan me het presidentschap ontnemen,’ verkondigt hij in aanloop naar de verkiezingen dit jaar.

    Of neem India, dat gezien de verwachte toename van zijn energieverbruik misschien wel het land is waar het allemaal om draait en dat de Indiase Greta Thunberg zelfs een visum had geweigerd om de conferentie bij te wonen. (In elk geval zat Disha Ravi niet langer in de gevangenis.)

    Of Rusland (waarover straks meer) of China; tien jaar geleden konden we, zij het enigszins voorzichtig en niet geheel risicoloos, nog klimaatbetogingen in Beijing houden. Dat laat je nu wel uit je hoofd.

    Of, natuurlijk, de VS, waarvan de ernstige democratische gebreken lange tijd de klimaatonderhandelingen hebben gehinderd. Dat we het moeten doen met een systeem van vrijwillige toezeggingen in plaats van een bindende wereldwijde overeenkomst komt doordat de wereld uiteindelijk doorkreeg dat er nooit 66 stemmen in de Amerikaanse Senaat te vinden zouden zijn voor een echt verdrag.

    Die andere Joe

    Joe Biden had verwacht bij de gesprekken te arriveren met het Build Back Better-investeringsplan in zijn achterzak, dat op tafel te gooien en tegen de Chinezen op te bieden, maar die andere Joe, Joe Manchin uit West Virginia, de grootste individuele ontvanger van fossielebrandstofgelden in Washington DC, stak daar een stokje voor. In plaats daarvan verscheen Biden met lege handen en liepen de gesprekken uit op een zeperd.

    De bevolking snakt naar actie tegen klimaatverandering

    En dus stonden we oog in oog met een wereld waarvan de bevolking snakte naar actie tegen klimaatverandering, maar waarvan de systemen daarin niet voorzagen. In 2021 hield het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) een opmerkelijke wereldwijde opiniepeiling, waarbij de vragen via videogamenetwerken werden gesteld om ook mensen te bereiken die niet zo snel reageren op traditionele enquêtes. Zelfs tijdens de covidpandemie noemde 64 procent van de respondenten de klimaatverandering een ‘wereldwijde noodtoestand’ en drongen ze aan op een ‘veelomvattend klimaatbeleid dat verder gaat dan het huidige gefröbel’. Volgens UNDP-directeur Achim Steiner ‘laten de uitslagen van de enquête duidelijk zien dat acute klimaatactie overal te wereld brede steun geniet, ongeacht nationaliteit, leeftijd, geslacht of opleidingsniveau’.

    Het ironische is dat sommige milieubeschermers zo nu en dan naar minder democratie hebben verlangd, niet naar meer. Natuurlijk, als er overal alleen maar sterke mannen aan de macht waren, dan konden die gewoon de moeilijke beslissingen nemen en ons op het rechte pad brengen, zonder dat we last hadden van de voortdurende grillen van verkiezingen, lobbyisten en plaatselijke overheden.

    Verkeerd

    Maar dit is om minstens één morele reden verkeerd: sterke mannen die in staat zijn onmiddellijk tegen de klimaatcrisis in actie te komen zijn ook in staat op veel andere gebieden onmiddellijk in actie te komen, waarvan de bevolking van Xinjiang en die van Tibet zouden kunnen meepraten als ze hun mond mochten opendoen. Het is ook verkeerd om een aantal praktische redenen.

    Die praktische redenen beginnen met het feit dat autocraten rekening moeten houden met gevestigde belangen. Modi maakte tijdens zijn campagne om premier van de grootste democratie ter wereld te worden gebruik van de zakenjet van Adani, het grootste steenkolenbedrijf van het subcontinent. En reken maar dat er een fossiele lobby in China is; die vertelt Xi op ditzelfde moment dat economische groei afhankelijk is van meer steenkool.

    Autocraten zijn vaak een rechtstreeks uitvloeisel van fossiele brandstoffen

    Daar komt bij dat autocraten vaak een rechtstreeks uitvloeisel van fossiele brandstoffen zijn. Olie en gas zijn geconcentreerd op een paar plekken op de wereld, en daarom krijgen de mensen die erbovenop wonen of die plekken op een andere manier in hun greep hebben enorme hoeveelheden onterechte en ongebreidelde macht.

    Boris Johnson was kortgeleden in Saoedi-Arabië om wat koolwaterstoffen te ritselen, de dag nadat de koning 81 mensen die hem niet aanstonden had laten onthoofden. Zou iemand ook maar enige aandacht aan de Saoedische koninklijke familie besteden als ze geen olie bezaten? Nee. Net zomin als dat de gebroeders Koch de Amerikaanse politiek zouden hebben kunnen domineren op grond van hun ideeën; toen David Koch in 1980 een libertaire gooi naar het Witte Huis deed kreeg hij bijna geen stemmen. Dus besloten hij en zijn broer Charles van hun inkomsten als Amerika’s grootste olie- en gasbaronnen de Republikeinse Partij op te kopen, en de rest is (disfunctionele) politieke geschiedenis.

    Het behoeft nauwelijks betoog dat het opvallendste voorbeeld van dit fenomeen Vladimir Poetin is, een man wiens macht vrijwel geheel berust op de productie van spul dat je kunt verbranden. Als ik door mijn huis loop, vind ik volop elektronica uit China, textiel uit India, allerlei spullen uit de EU, maar niets waar ‘made in Russia’ op staat. Zestig procent van de export waarmee hij zijn leger bekostigt is afkomstig van olie en gas, en al het politieke machtsvertoon waardoor het Westen zich laat koeioneren vloeit voort uit het feit dat hij de gaskraan in handen heeft. Hij en zijn afschuwelijke oorlog zijn het product van fossiele brandstoffen, en zijn belangen in fossiele brandstoffen hebben de rest van de wereld in belangrijke mate gecorrumpeerd. 

    Despotisme

    Laten we niet vergeten dat Donald Trumps eerste minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, drager is van de Orde van Vriendschap, persoonlijk op zijn revers gespeld door Poetin als dank voor de enorme investeringen die Tillersons bedrijf (lees: Exxon) in het noordpoolgebied heeft gedaan, een regio die inmiddels rijp is voor exploitatie omdat hij, eh, is gesmolten. En die jongens laten elkaar niet barsten: het is volkomen logisch dat toen Coca-Cola, Pepsi, Starbucks en Amazon Rusland vorige maand verlieten, Koch Industries bekendmaakte dat ze bleven waar ze waren. Het familiebedrijf is tenslotte begonnen met het bouwen van raffinaderijen voor Stalin.

    Je kunt ook zeggen dat koolwaterstoffen van nature goed samengaan met despotisme omdat ze over een grote energiedichtheid beschikken en daarom erg waardevol zijn; geografisch en geologisch gezien is de doorvoer ervan relatief gemakkelijk. Eén pijpleiding, één olieterminal volstaan.

    Zon en wind zijn veel democratischer: die zijn overal beschikbaar en diffuus

    Terwijl zon en wind in dit opzicht veel democratischer zijn: die zijn overal beschikbaar en diffuus in plaats van geconcentreerd. Ik kan geen olieput in mijn achtertuin hebben omdat daar, zoals in bijna alle achtertuinen, geen olie zit. En zelfs als er een olieput was, zou ik wat ik oppompte aan een raffinadeur moeten verkopen, en aangezien ik Amerikaan ben, zou dat vermoedelijk een bedrijf van Koch zijn. Maar wel kan ik een zonnepaneel op mijn dak hebben (en dat heb ik ook); mijn vrouw en ik runnen onze eigen minuscule oligarchie, geïsoleerd van de marktkrachten die de Poetins en de Kochs ontketenen en exploiteren. De kosten van zonne-energie zijn dit jaar niet gestegen, en zullen dat volgend jaar ook niet doen.

    Vuistregel

    Een vuistregel is dat gebieden met de gezondste democratieën die het minst worden gegijzeld door gevestigde belangen het succesvolst zijn in de strijd tegen klimaatverandering. Kijk wereldwijd maar naar IJsland of Costa Rica, in Europa naar Finland en Spanje, in de VS naar Californië en New York. Dus milieuactivisten moeten zorgen dat ze voor functionerende democratische staten werken, waar een werkzame toekomst belangrijker is dan gevestigde belangen, ideologie en persoonlijk leengoed.

    Maar gezien de fysische tijdsbeperkingen – de alom aanwezige noodzaak om snel actie te ondernemen – kan dat niet de hele strategie zijn. De activisten zijn misschien wel een beetje te veel gefocust geweest op de politiek als bron van verandering en hebben onvoldoende oog gehad voor dat andere machtscentrum in onze beschaving: geld.

    Als we de financiële reuzen van deze wereld er op een of andere manier toe zouden kunnen overhalen of dwingen om te veranderen, zou dat ook tot snelle vooruitgang leiden. Misschien nog wel snellere, omdat een hoog tempo eerder het kenmerk van de beursvloer is dan van een parlement.

    En hier is de situatie een klein beetje rooskleuriger. Neem mijn eigen land. De politieke macht heeft zich in de meest Republikeinse, meest corrupte delen van Amerika gevestigd. De senatoren die relatief gesproken een handjevol mensen in dunbevolkte staten in het westen vertegenwoordigen zijn in staat ons politieke leven lam te leggen, en die senatoren staan bijna allemaal op de loonlijst van grote oliemaatschappijen. Maar het geld dat is vergaard in de Democratische delen waar op Biden wordt gestemd, is goed voor zeventig procent van de economie.

    Dat is één reden waarom sommigen van ons zo hard hebben gewerkt aan campagnes voor bijvoorbeeld desinvestering in fossiele brandstoffen; we hebben grote overwinningen geboekt bij pensioenfondsen in New York en het onmetelijke universiteitssysteem van Californië, zodat we de grote oliemaatschappijen flink onder druk hebben kunnen zetten. Nu doen we hetzelfde met de grote banken die de financiële levensader van de olie-industrie vormen. We beseffen heel goed dat we Montana of Mississippi misschien nooit aan onze kant zullen krijgen, dus kunnen we beter een paar oplossingen bedenken die daar niet van afhankelijk zijn.

    Wereldwijd

    Hetzelfde geldt wereldwijd. We zullen misschien niet in staat zijn onze zaak in Beijing of Moskou te bepleiten, en ook in Delhi lukt dat steeds minder. Alleen al om die reden is het nuttig dat de geldpotten in Manhattan, in Londen, in Frankfurt en in Tokio blijven. Daar kunnen we tenminste nog wat lawaai maken.

    En het zijn plekken waar een reële kans bestaat dat dat lawaai wordt gehoord. Regeringen zijn geneigd mensen te bevoordelen die hun fortuin al hebben gemaakt, industrieën die al bloeien: zij hebben werknemers die en bloc naar de stembus gaan, en zij kunnen zich het smeergeld veroorloven. Maar investeerders gaat het om bedrijven die hierna geld zullen verdienen. Daarom is Tesla op de beurs veel meer waard dan General Motors, zij het niet in de zalen van het Amerikaanse Congres.

    Als we de wereld van het geld kunnen overhalen om in actie te komen, kan het heel snel gaan

    Bovendien, als we de wereld van het geld kunnen overhalen om in actie te komen, kan het heel snel gaan. Als bijvoorbeeld Chase Bank, momenteel de grootste geldschieter ter wereld van de fossiele-brandstofindustrie, dit jaar zou aankondigen dat die steun in hoog tempo zal worden afgebouwd, dan zou dat nieuws zich binnen enkele uren naar alle aandelenbeurzen verspreiden. Daarom vonden sommigen van ons het de moeite waard om steeds grotere campagnes tegen deze financiële instellingen te lanceren, en zich vanuit hun lobby’s naar de gevangenis te laten afvoeren.

    De wereld van het geld is minstens even onevenwichtig en oneerlijk als de wereld van de politieke macht, maar op zo’n manier dat milieuactivisten er iets gemakkelijker vooruitgang kunnen boeken.

    Groteske oorlog

    Poetins groteske oorlog is misschien de plek waar sommige van deze losse draden bij elkaar komen. Het is een illustratie van de manier waarop fossiele brandstof autocratie in de hand werkt, en van de macht die autocraten ontlenen aan de controle over schaarse middelen. Het heeft ons ook laten zien dat de macht van financiële systemen de meest recalcitrante politieke leiders onder druk kan zetten: Rusland wordt op een systematische en effectieve manier afgestraft door banken en bedrijven, al zouden die nog veel meer kunnen doen, zoals mijn Oekraïense collega Svitlana Romanco en ik kortgeleden hebben betoogd. Ook kan de schok van de oorlog de vastbeslotenheid en eensgezindheid van de resterende democratieën op de wereld versterken en, zo mogen we hopen, de aantrekkingskracht van aspirant-despoten als Donald Trump verminderen.

    Maar we hebben jaren, geen decennia, om de klimaatcrisis tot op zekere hoogte een halt toe te roepen. Momenten als dit zullen we niet meer krijgen. De dappere bevolking van Oekraïne vecht misschien wel voor meer dan ze zelf beseft.

    Lees ook: