Tag: brexit

  • Drie maanden verborgen op het vliegveld | Koikarpers in de soep | Beursgang Tencent

    Drie maanden verborgen op het vliegveld | Koikarpers in de soep | Beursgang Tencent

    Grootste beursgang in Hongkong

    Kuaishou, een platform voor korte video’s waarvan het Chinese Tencent
    grootaandeelhouder is, verwacht €4,12 mrd op te halen met de grootste beursgang in Hongkong in ruim een jaar, schrijft South China Morning Post. Het in Beijing gevestigde bedrijf zou daarmee worden gewaardeerd op ruim €40 miljard, hoger dan de kapitalisatie van concurrenten Bilibili (ruim €36 miljard) en iQiyi (bijna €14 miljard).


    Simon Rattle wordt Duitser

    De Britse dirigent Simon Rattle beëindigt per 2023 zijn aanstelling bij The London Symphony Orchestra en keert terug naar Duitsland, waar hij leider wordt van het Beierse Radio Symfonie Orkest. Na de brexit heeft hij het Duitse staatsburgerschap aangevraagd.

    Rattle bekritiseert o.a. in The Guardian de barrières die brexit opwerpt voor jonge musici die op het vasteland willen optreden.

    ‘Mijn paspoort is onderweg’, antwoordde Rattle op de vraag of hij net als veel andere in de EU gevestigde Britten een andere nationaliteit heeft aangevraagd om binnen de EU te kunnen blijven werken. Hij noemde het ‘een absolute noodzaak’.

    Rattle keert terug naar Duitsland, waar hij zestien jaar lang de Berliner Philharmoniker dirigeerde, om dichter bij zijn familie in Berlijn te kunnen zijn, maar ook uit frustratie over brexit. ‘Het feit dat muzikanten en artiesten in het algemeen ineens een visum voor Europa moeten aanvragen, is absoluut niet de brexit-bonus waar we het over hadden,’ zei
    hij. ‘We moeten ertegen blijven vechten.’


    Accu’s in vijf minuten opgeladen

    Het Israëlische bedrijf StoreDot heeft nieuwe lithium-ionbatterijen ontwikkeld die in vijf minuten volledig kunnen worden opgeladen. Dat is dezelfde tijd die nodig is voor het tanken van benzine- of dieselvoertuigen.

    De batterijen worden gefabriceerd in China bij Eve Energy dat inmiddels standaard productielijnen heeft ingericht. StoreDot heeft de ‘extreem snelladende’ batterij al kunnen demonstreren in telefoons, drones en scooters.

    Het bedrijf heeft nu duizend batterijen laten maken die zullen worden gedemonstreerd aan autofabrikanten en andere bedrijven, meldt The Guardian.

    Om de batterijen in vijf minuten volledig op te laden, is wel een nieuw soort lader nodig met een veel hoger vermogen dan bestaande laders. StoreDot heeft laten weten dat het ernaar streeft om in 2025 met bestaande laders een accu binnen vijf minuten een lading te kunnen geven die goed is voor zo’n 160 kilometer. Bedrijven als Daimler, BP, Samsung en TDK hebben geïnvesteerd in StoreDot, dat tot nu toe ruim €100 miljoen heeft opgehaald.


    ‘Erdogan staat onder curatele’

    De Turkse president Recep Tayyip Erdogan staat onder ‘militaire curatele’ die aan een coup doet denken en zal binnenkort worden ‘geëlimineerd’ door de factie die hem controleert. Dat zegt Ahmet Davutoğlu, voormalig minister van Buitenlandse Zaken en premier van Turkije van 2014 tot 2016, volgens Ahval News. Hij was bondgenoot van Erdogan en voorzitter van diens AK-partij, maar koos na conflicten voor de oppositie en is thans leider van de Toekomst Partij.

    In een gesprek met de Turkse televisiezender Karar TV zei Davutoglu dat de Turkse president ook wordt kortgehouden door Devlet Bahceli, zijn coalitiepartner en leider van de extreemrechtse nationalistische MHP. ‘Ik geef hier een waarschuwing’, zei Davutoglu. ‘Erdogan zal binnenkort worden uitgeschakeld. Hij bevindt zich op een kruispunt. Het zal erg moeilijk voor hem worden om nog verkiezingen te winnen met de Volksalliantie’, voegde hij eraan toe, verwijzend naar de naam die aan de coalitie van Erdogans AK en de MHP wordt gegeven.


    Drie maanden op het vliegveld


    Aditya Singh, een 36-jarige man uit Californië, heeft zich drie maanden lang verborgen weten te houden in een beveiligd gebied van O’Hare International Airport in Chicago, meldt Chicago Trubine. Hij leefde van voedsel dat hij van reizigers kreeg. Volgens de politie, die de man heeft gearresteerd, beweerde Singh dat hij bang was geworden om te vliegen vanwege corona.

    Hij was op 19 oktober op O’Hare aangekomen na een vlucht uit Los Angeles en kon zich sindsdien in de beveiligde zone van het vliegveld ophouden zonder ontdekt te worden. Tot afgelopen zaterdag, toen twee medewerkers van United Airlines hem vroegen om identificatie. Daarop toonde Singh een identificatiebadge die aan een koord om zijn nek hing. Dat leidde tot zijn ontmaskering, want de badge bleek van een medewerker van de luchthaven te zijn die de badge op 26 oktober als vermist had opgegeven.


    Italiaanse partijleider stapt op

    De Italiaanse politicus Lorenzo Cesa is deze week opgestapt als leider van de christendemocratische oppositiepartij UDC, nadat zijn huis in Rome is doorzocht tijdens een grote landelijke operatie tegen de ’Ndrangheta uit Calabrië, algemeen beschouwd als de machtigste maffia van Italië.

    De operatie heeft inmiddels geleid tot de arrestatie van 13 mensen, terwijl 35 mensen onder huisarrest zijn geplaatst. Veel verdachten zijn ogenschijnlijk respectabele overheidsambtenaren uit Calabrië, die worden verdacht van samenzwering met de maffia en invloedrijke zakenmensen.

    Lorenzo Cesa is zich van geen kwaad bewust: ‘Ik beschouw mezelf als volkomen onschuldig en heb volledig vertrouwen in de rechterlijke macht’, citeert ANSA.


    Koikarpers in de soep

    Japanse koikarpers worden doorgaans gezien als peperdure siervissen in plaats van voedsel, dus een Maleisische vrouw veroorzaakte nogal wat opschudding op sociale media toen ze foto’s deelde van haar koi die ze in een soep had verwerkt.

    Amanda Omeychua plaatste de foto’s in een Facebook-groep met meer dan 2 miljoen leden genaamd ‘Masak Apa Tak Jadi Hari Ni’, wat zoveel betekent als ‘Kookblunders van de dag’.

    De ruim twintig vissen waren volgens Omeychua gestorven door zuurstofgebrek, schrijft South China Morning Post. Koi worden door veel Aziaten als gelukssymbool beschouwd. Op een Japanse veiling in 2018 wisselde de duurste koi ooit voor zo’n €1,5 miljoen van eigenaar.

  • Amsterdam is het nieuwe Londen. Nederland als         toevluchtsoord van de brexodus

    Amsterdam is het nieuwe Londen. Nederland als toevluchtsoord van de brexodus

    Al voor de brexit trokken Britse bedrijven massaal naar het vasteland. Nederland is bijzonder populair, en deze journalist van Fortune begrijpt tijdens een fietstocht door Amsterdam heel goed waarom.

    Dit artikel verscheen eerder in #172.

    Rhian Ravenscroft, jurist bij het Amerikaanse handels-platform MarketAxess, had genoeg tijd om over haar volgende stap na te denken. Ze was zeven maanden zwanger, had er zwaar de pest in dat ze een vol uur moest reizen van haar huis aan de rand van Londen naar het hoofdkantoor van het bedrijf in de wijk Barbican.

    Tegen de tijd dat ze haar kantoor bereikte, wist ze wat haar te doen stond. ‘Ik was de eerste die om overplaatsing vroeg,’ zegt Ravenscroft, die Brits is.

    ‘Als je niet drie uur per dag hoeft te reizen kun je heel wat extra tijd in je werk steken’

    Wanneer ik Ravenscroft in oktober ontmoet, meer dan drie jaar later, is het opnieuw een sprankelende, zonnige ochtend. Ze zit inmiddels in een eeuwenoud huis aan een Amsterdamse gracht, het nieuwe EU-hoofdkantoor van MarketAxess. Het geluid buiten de grote vensters is niet afkomstig van het Londense verkeer maar van het water dat klotst door passerende rondvaartboten.

    In Londen moest Ravenscroft, inmiddels opgeklommen tot senior juridisch adviseur, dagelijks een treinkaartje kopen van omgerekend 29 euro. Vandaag heeft ze haar driejarige dochtertje Seren met de fiets naar een naburige peuterspeelzaal gebracht en daarna haar fiets met het kinderzitje achterop voor haar kantoor geparkeerd. Totale reistijd: vijf minuten. Totale kosten: nul. ‘De kwaliteit van leven is totaal veranderd,’ zegt de 36-jarige Ravenscroft, nog altijd verbaasd over de ommezwaai. ‘Als je niet drie uur per dag hoeft te reizen kun je heel wat extra tijd in je werk steken.’

    Niet langer afwachten

    Ravenscroft is bepaald niet de enige wier leven door de Brexit radicaal is veranderd. De vraag of het Verenigd Koninkrijk de EU al of niet zal verlaten heeft de Britse economie en het politieke bestel van het land ernstig
    verstoord. Algemene verkiezingen op 12 december en een deadline voor een exit-deal op 31 januari zijn de volgende plotwendingen in dit langlopende drama dat het Britse vertrek zal bestendigen – of niet.

    Maar een groot deel van de zakenwereld heeft besloten het laatste bedrijf niet langer af te wachten. Sinds het tellen van de stemmen in 2016 hebben veel ondernemingen zich geheel uit het Verenigd Koninkrijk teruggetrokken of belangrijke onderdelen van hun bedrijfsvoering naar de andere 27 EU-landen verplaatst, waarbij duizenden werknemers hun vertrouwde omgeving moesten verlaten om niet verstrikt te raken in Europese regelgeving.

    De ontwrichting die een definitieve Brexit teweeg zal brengen valt onmogelijk te voorspellen, en de volledige dimensies zullen pas over jaren duidelijk worden. Toch kun je in het kleine, ordelijke Amsterdam nu al een glimp opvangen van hoe Europa er na de Brexit uit zal zien. Volgens het Nederlands Agentschap voor Buitenlande Investeringen (NFIA), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, heeft een honderdtal bedrijven dat actief is in het VK al kantoren in Nederland geopend vanwege de Brexit.

    Minstens 65 daarvan zijn gevestigd in Amsterdam, dat met zijn 800.000 inwoners niet kan tippen aan de 9 miljoen van Londen. Volgens woordvoerders van de stad zal de toestroom de komende drie jaar zo’n 3500 banen opleveren. En dat kan weleens een klein druppeltje zijn vergeleken bij de te verwachten stortvloed. Volgens NFIA-commissaris Jeroen Nijland is het aantal andere bedrijven waarmee het agentschap in gesprek is gestegen van 80 afgelopen januari tot bijna 350 nu. ‘Het gaat razendsnel,’ zegt hij.

    Hoewel er de afgelopen tijd grote mediabedrijven en biotechnologische concerns in Amsterdam zijn neergestreken, is deze verandering nergens zo scherp voelbaar als in de financiële dienstverleningssector. Decennia lang concentreerde de financiële identiteit van Europa zich op tweeënhalve vierkante kilometer Londen die simpelweg The City werd genoemd. Dat is niet langer het geval. Sinds het Brexitreferendum is de bedrijfstak uitgewaaierd over het Europese continent, een sterke verschuiving die uiteindelijk weleens permanent kan blijken.

    Het is nog maar de vraag of de Nederlanders meer aan de Brexit zullen verdienen dan verliezen

    Voor Amsterdam is de migratie onmiskenbaar een zegen. Maar velen in de stad vinden het nog te vroeg om te juichen. Nieuwe inwoners zetten de woningmarkt, die toch al kampt met een gebrek aan betaalbare huisvesting, nog verder onder druk. En het is nog maar de vraag of de Nederlanders meer aan de Brexit zullen verdienen dan verliezen. Nederland telt zo’n 225.000 banen die rechtstreeks verband houden met de handel met het VK. De export heeft een waarde van zo’n 25,5 miljard euro per jaar, een economische slagader die nu gevaar loopt.

    Simone Kukenheim, de Amsterdamse wethouder voor Economische Zaken, benadrukt dat de stad de positie van financieel centrum nooit heeft nagejaagd. ‘Dit is een reactie op de Brexit, niet dat we er een slaatje uit slaan,’ zegt ze. ‘We vinden het dieptreurig dat het VK vertrekt.’ Maar voorlopig is die treurnis theoretisch en zijn de baten reëel.

    Nederland trekt sinds jaar en dag buitenlandse bedrijven aan. Zo’n vierduizend daarvan, waarvan ongeveer de helft uit de VS, hebben zich volgens NFIA sinds de jaren zeventig in het land gevestigd. Luchthaven Schiphol is een grote internationale hub, op nog geen uur vliegen van Londen. Er wordt in brede kring Engels gesproken; ultrasnel internet is al lange tijd overal voorhanden. En de 25 procent vennootschapsbelasting is weliswaar hoger dan die in het VK of Ierland, maar lager dan die van de continentale reuzen Frankrijk en Duitsland.

    Het naderende vertrek van Groot-Brittannië versterkt deze voordelen. Veel mensen denken dat de Brexit vooral funest zal zijn voor de handel in goederen en vrezen hoge importtarieven op Franse wijn en Duitse auto’s of kilometers lange vrachtwagenfiles bij de grenzen. Maar de schade voor de dienstensector zal net zo groot zijn, zo niet groter. Zodra de Brexit werkelijkheid wordt zal ieder bedrijf dat momenteel in het VK is gevestigd, ongeacht de nationaliteit, nieuwe wettelijke vergunningen nodig hebben om zaken te doen met de rest van de EU, evenals nieuwe contracten voor klanten uit de EU.

    Brexodus

    Deze opdoemende realiteit heeft de financiële sector al in een vroeg stadium tot een Brexodus aangezet. Volgens de Britse denktank New Financial hebben tot dusver 332 financiële instellingen essentiële bedrijfsonderdelen vanuit Londen naar elders verplaatst. Dat staat misschien nog in geen verhouding tot het uiteindelijke aantal vertrekkenden: het internationale accountantskantoor EY schat dat Londen in de nabije toekomst zo’n zevenduizend banen zal verliezen en dat er ook voor zo’n 1,16 biljoen euro aan bankactiva dreigt te verdwijnen.

    Citibank en JPMorgan Chase hebben beide al zo’n honderd miljoen euro uitgegeven om hun EU-hubs uit Londen te verhuizen. Bank of Amerika heeft zo’n 125 mensen overgeplaatst naar een nieuw EU-hoofdkantoor in Dublin en zal er nog eens 400 overhevelen naar Parijs, waar de Europese Bankautoriteit naartoe is verhuisd.

    De kalme sfeer staat in schril contrast met veel andere Europese steden, met name Londen

    Amsterdam is op zijn beurt een magneet geworden voor bedrijven op het gebied van ‘gediversifieerde financiële dienstverlening’, een categorie die financiële data, makelaardij en aandelentransacties en andere handelsinfrastructuur omvat. De meeste financiële hoofdkwartieren in de stad behoren volgens New Financial tot deze categorie, en Amsterdam heeft meer van zulke Britse bedrijven aangetrokken dan enige andere stad in de EU. Dat verschaft Nederland de nodige kritische massa, vermoedelijk ten koste van Londen. ‘Voor investeerders die voor het eerst in Europa investeren zal het VK minder vaak op de shortlist staan,’ zegt Nijland van NFIA.

    Voor bedrijven die hun werkzaamheden vanuit het VK naar elders hebben verplaatst, is de Brexitdiscussie een gepasseerd station. ‘Niemand van ons kan blijven wachten tot politici de knoop doorhakken,’ zegt Nick Charteris-Black, directeur marktontwikkeling bij AM Best, een ratingbureau voor verzekeraars dat zijn hoofdkantoor heeft in Oldwick in de Amerikaanse staat New Jersey. Vorig jaar heeft AM Best zijn EU-hoofdkwartier van Londen naar de Amsterdamse Zuidas verplaatst, op tien treinminuten van luchthaven Schiphol. ‘Ongeveer een derde van ons bedrijf is vanuit Londen hier naartoe verhuisd,’ zegt Angela Yeo, die leiding geeft aan de Amsterdamse tak, terwijl ze van een ambachtelijk gezette espresso nipt in het café in de lobby van NoMa House, het nieuwe trendy onderkomen van het bedrijf. Ze beschrijft NoMa als een hub voor ‘Brexitvluchtelingen’; de grootste huurder is Kraft Heinz, die er vorig jaar een ‘center of excellence’ heeft geopend met 450 werknemers.

    Weinig financiële bedrijven hebben het VK geheel verla-ten, en vele laten het merendeel van hun Europese staf voorlopig daar. MarketAxess heeft tien werknemers in Amsterdam, terwijl er 120 in Londen blijven. AM Best heeft zeventig mensen in Londen en een tiental in Amsterdam. Maar als en wanneer de Brexit officieel wordt, zal een groter deel van hun zaken vermoedelijk vanuit Amsterdam worden gedaan en kan de personeels-weegschaal uiteindelijk nog verder doorslaan, samen met het zwaartepunt van de sector.

    Toch zeggen Amsterdam-promotors dat ze weinig actieve pogingen hebben ondernomen om nieuwkomers naar Amsterdam te halen. Nederland heeft geen wetten of belastingen aangepast voor geïnteresseerde bedrijven. Veel banken bijvoorbeeld hebben Parijs, Dublin of Frankfurt boven Nederland verkozen, ten dele omdat de Nederlandse wet bankiersbonussen aftopt tot 20% van het basisjaarsalaris, tegen 200% voor Londen en 100% voor andere EU-landen.

    En terwijl Frankfurt en Parijs grootscheepse campagnes organiseerden om hun stad bij de in Londen gevestigde bestuursvoorzitters aan te prijzen, beschouwden Amsterdamse bestuurders dat bijna als onfatsoenlijk, zegt Hugo Niezen, hoofd buitenlandse investeringen bij amsterdam inbusiness, het bedrijf dat de stad promoot. ‘Als we onze concurrenten zwartmaken, straalt dat negatief af op onszelf,’ zegt hij.

    Toevluchtsoord

    Toch hebben de Nederlanders voor minstens één organisatie werkelijk alles uit de kast gehaald. De ochtend na het Brexitreferendum in 2016 had Noël Wathion toen hij in Londen wakker werd meer reden om bezorgd te zijn dan de meeste anderen. Wathion is adjunct-directeur van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), dat sinds 1995 zijn hoofdkwartier in Londen had. Omdat het een EU-instelling is en geen particulier bedrijf, zou EMA bij een Brexit het Verenigd Koninkrijk volledig moeten verlaten. Het personeel ‘was er kapot van’, zegt Wathion, een Belg die al twintig jaar in Londen woonde. ‘Ze hadden hun leven opgebouwd in het VK.’

    Het Brexitreferendum dwong EMA de deuren van zijn hoofdkwartier te sluiten en ontketende de grootste werkgerelateerde verhuizing als gevolg van de Brexit. (Het agentschap was bovendien 585 miljoen euro kwijt om zijn huurcontract in Londen op te zeggen.) Voor de rest van Europa was EMA een enorme buit om binnen te halen. De winnende stad zou meer dan negenhonderd dik betaalde nieuwkomers erven en ook tal van farmaceutische en biotechnologische bedrijven kunnen aantrekken, die nauw met EMA moeten samenwerken om geneesmiddelen goedgekeurd te krijgen.

    Nederland wierp zich fanatiek in de strijd. De regering bood een hoofdkwartier aan de Zuidas aan ter waarde van 270 miljoen euro, geheel gebouwd volgens de wensen van EMA. Ze wees erop dat toeristenstad Amsterdam voldoende hotelruimte had voor de hordes specialisten die op bezoek zouden komen. Er werd een filmpje gemaakt waarin Nederlandse kinderen kijkers in vlekkeloos Engels begroetten, terwijl een verteller het EMA-personeel in Londen verzekerde dat ‘we al met al niet zo heel anders zijn. Wij hebben ook een bijzonder  stijlvolle koningin en houden ook van fish-and-chips.’ In 2017 resulteerde de eindstemming door de EU-ministers van Buitenlandse Zaken in remise voor Amsterdam en Milaan. Tot woede van Italiaanse politici werd de winnaar bij loting bepaald en bleek deze een heleboel grachten te hebben.

    b422ddbb025cc922df14f5261e42a297b0943045

    EMA heeft zich afgelopen maart definitief in Amsterdam gevestigd, en zijn komst heeft Nederland geen windeieren gelegd. Acht bedrijven op het
    gebied van gezondheidszorg of biotechnologie, waaronder het Japanse biotechbedrijf Rakuten Medical, openden het afgelopen jaar een kantoor in de stad, vermoedelijk om in de buurt van EMA te zitten, en brachten honderden banen mee. Dupont, het Britse medtechbe-drijf Aparito en het in Zuid-Afrika gevestigde Synexa Life Sciences hebben alle drie een Europees hoofdkantoor geopend in Leiden.

    ‘Wij hebben ook een bijzonder  stijlvolle koningin en houden ook van fish-and-chips’ 

    Wie door Amsterdam loopt of fietst ziet meteen waarom Brexitvluchtelingen de stad als toevluchtsoord hebben gekozen. De kalme sfeer staat in schril contrast met veel andere Europese steden, met name Londen. Tijdens een avondlijke fietstocht door een buitenwijk zie ik parken waar kinderen nog lang na donker voetballen.

    Adam Eades, bestuursvoorzitter van de Europese tak van de Chicago Board Options Exchange (CBOE), moest beslissen waar zijn bedrijf naartoe zou verhuizen. Amsterdam, zegt hij, won het van Frankfurt, Dublin, Parijs en Madrid. Eades reist wekelijks heen en weer tussen Londen, waar zijn vrouw en kinderen nog wonen, en het nieuwe EU-hoofdkantoor van CBOE in hetzelfde gebouw aan de Zuidas als AM Best. ‘Het is hier veel minder hectisch,’ zegt hij.

    Eades had nog een criterium: redelijk geprijsde woningen. Dat bleek bedrieglijker. Volgens Capital Value, een Utrechts adviesbureau voor investeringen in de woningmarkt, zijn de onroerendgoedprijzen in Amsterdam sinds het Brexitreferendum met zo’n 36% gestegen. Een appartement van 75 vierkante meter kost zo’n 1800 euro per maand om te huren, of zo’n 500.000 euro om te kopen. Als je er al een kunt vinden. Veel woningen zijn eigendom van corporaties en kennen wachtlijsten van wel dertien jaar. Yeo van AM Best zegt dat haar bedrijf vanwege de stijgende woonlasten gedwongen was het salaris van nieuwe werknemers te verhogen.

    Als teken van de veranderende tijden zijn de Londense huizenprijzen gedaald, terwijl die in Amsterdam het luchtbelstadium hebben bereikt. Eeg de Veer, huisvestingsmanager bij relocatie-expert Expat Help, zegt dat zijn bedrijf meer dan zevenhonderd EMA-werknemers aan woonruimte heeft geholpen. Velen houden hun Londense koopwoning nog aan, in de hoop dat het Britse pond in waarde zal stijgen voordat ze overgaan tot verkoop en herinvestering. ‘Iedereen zit in een vacuüm,’ zegt De Veer, ‘en wacht wat de Brexit teweeg zal brengen.’

    Na een korte busrit vanaf de Zuidas maken de kantoortorens plaats voor lage pakhuizen langs een winderig kanaal dat in de Noordzee uitmondt: de haven van Amsterdam. Van hieruit bouwden Nederlandse kooplieden hun land uit tot een handelsreus, hielpen ze bij de opening van de Zijderoute en vonden ze min of meer de wereldhandel uit. Hier bevinden zich de mammoetpakhuizen van Starbucks, en het is de grootste overslaghaven van cacaobonen ter wereld; op de dag dat ik er een bezoek bracht hing er een sterke chocoladegeur.

    De havenautoriteiten in Amsterdam en het grotere, drukkere Rotterdam hebben zich maandenlang voorbereid op de Brexit, uit vrees voor totale chaos. Als het VK de unie verlaat, zullen voor het eerst in dertig jaar voor alle Britse import en export douaneformulieren nodig zijn. Nederland schat dat de Brexit tegen 2030 1,2% van zijn bnp zal kosten, oftewel 10 miljard euro per jaar. (De schade voor Groot-Brittannië zal naar verwachting veel groter zijn.)

    ‘Exporteurs en importeurs zullen zeker tegen hogere kosten aanlopen,’ zegt Michael van Toledo, algemeen directeur van TMA Logistics.

    754f2cacd772e8927d3097904efab0b68ca64a20

    TMA laat zes keer per week een containerschip pendelen tussen Groot-Brittannië en Nederland. De boten naar Groot-Brittannië vervoeren voedsel en andere goederen. (Nederland stuurt enorme hoeveelheden vis, gesneden aardappels en mayonaise, de basis voor fish-and-chips; Groot-Brittannië produceert daar zelf maar heel weinig van.) En de boten die in Amsterdam arriveren? Die zitten voornamelijk vol rotzooi, letterlijk. Een deel van het vuilnis van de Londenaren, legt Van Toledo uit, wordt door verbranding omgezet in elektriciteit voor veertigduizend Amsterdamse huishoudens.

    Het is intrigerend om je voor te stellen dat vuilnis uit Londen de huizen verlicht van voormalige inwoners van die stad wier vroegere leven, net als het vuilnis, in rook is opgegaan. Nu overwegen de nieuwkomers, terwijl het
    gekrakeel over de Brexit aanhoudt, een toekomst die ze nooit hadden kunnen voorspellen: Nederlander worden.

    Geoffroy Vander Linden, hoofd van MarketAxess Nederland, woont nu in Amsterdam na twaalf jaar Londen. Bij het ter perse gaan van dit nummer van Fortune was zijn eerste kind in aantocht, een jongetje dat op
    Nederlandse bodem zou worden geboren. Zijn collega Rhian Ravenscroft zegt dat haar peuter Seren vloeiend Nederlands spreekt: ‘Ze heeft zelfs voor het eerst aan een fietswedstrijd meegedaan!’ Rhians man Toan (35) zal ook spoedig vanuit Londen verhuizen om managementpartner te worden bij M&C Saatchi Sports and Entertainment, dat zijn nieuwe EU-hoofdkantoor in Amsterdam zal openen. Of het stel ooit zal teruggaan naar Londen is de vraag. Hoe de Brexit ook uitpakt, zegt Rhian, ‘dit is een geweldige plek om kinderen groot te brengen.’

  • Harde brexit dreigt voor Gibraltar, waar 95,9 procent ‘remain’ stemde

    Harde brexit dreigt voor Gibraltar, waar 95,9 procent ‘remain’ stemde

    Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn nog steeds in onderhandeling over vrij personenverkeer tussen de ‘Rots’ en het Spaanse vasteland. 15.000 grenswerkers leven nog in onzekerheid en de deadline van 1 januari nadert.

    ‘Met nog twee dagen te gaan voor het einde van het jaar weet geen van beide partijen wat het begin van 2021 zal brengen’, schrijft het Spaanse dagblad El Mundo gisteren (29 december). Londen en Brussel hebben op kerstavond een akkoord bereikt waarin de voorwaarden zijn vastgelegd voor de nieuwe relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, maar over Gibraltar is in het 921 pagina’s tellende document niets te vinden.

    De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, Arancha González Laya, benadrukte maandag nog eens dat ze voorstander is van een overeenkomst die maximale mobiliteit mogelijk maakt en zorgt voor een ‘gebied van gedeelde welvaart’ aan beide zijden van de grens, bericht El País. Laya verzekerde dat zij ‘tot de laatste seconde van 2020’ zal blijven onderhandelen om te voorkomen dat Gibraltar een ‘harde grens’ wordt van de EU. De minister wil voorkomen dat de 15.000 Spanjaarden die nu in Gibraltar un brood verdienen niet meer naar hun werk kunnen.

    Als voor 1 januari geen akkoord wordt bereikt tussen Spanje en het VK, ligt de Europese buitengrens tussen Spanje en Gibraltar en komt er ‘een “harde brexit” voor een gebied dat massaal tegen het Britse verlaten van de Europese club heeft gestemd’, aldus El Mundo. ‘Gibraltar is in feite een derde land, waarvan de burgers geen van de voordelen zullen genieten die de Britten voor zichzelf met de EU zijn overeengekomen.’ Onder die voordelen vallen bijvoorbeeld de toegang tot de Spaanse sociale zekerheid voor Britten die in Spanje wonen en het automatisch erkennen van Britse rijbewijzen.

    De ‘Rots’

    De ‘Rots’, zoals het Britse overzeese gebied ook wel wordt genoemd, ligt op het zuidelijkste puntje van het Iberische Schiereiland en is al sinds 1713 Brits, hoewel Spanje nog steeds de soevereiniteit over het gebied claimt. Tegenwoordig heeft het gebied van zo’n 34.000 inwoners een hoge mate van zelfbestuur. Ze hebben zelfs een eigen munteenheid, het Gibraltarees pond.

    Wel is het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk voor defensie en buitenlandse zaken van zijn overzees gebied, maar omdat Gibraltar geen deel uitmaakt van het Verenigd Koninkrijk zelf, valt het buiten de brexitovereenkomst tussen het VK en de EU. En hoewel echter 95,9 procent van de Gibraltarezen voor ‘remain’ stemde in het brexitreferendum van 2016, is het toch gedwongen om samen met het VK de Unie te verlaten.

    ‘Voor ons en voor de mensen in Campo de Gibraltar [de aangrenzende Spaanse regio] tikt de klok nog steeds’, tekende The Guardian op uit de mond van de Gibraltese premier Fabian Picardo, nadat bekend werd dat het VK en de EU een brexitdeal hadden gesloten.

    michal mrozek Fz3vBE8XoHc unsplash 1 1
    De Rots van Gibraltar. – © Michal Mrozek / Unsplash

    Voorafgaand aan de pandemie staken gemiddeld 28.500 mensen per dag de grens over, waarvan zo’n 15.000 Spaanse burgers. Daarmee zijn Spanjaarden goed voor de helft van de arbeidskrachten in Gibraltar. Picardo heeft er lang voor gepleit dat vrij personenverkeer zou worden beschermd door de toetreding tot het Schengengebied – een stap die ertoe zou leiden dat Gibraltars banden met de EU juist nauwer zouden worden op het moment dat Groot-Brittannië het blok verlaat, aldus The Guardian.

    Volgens de Spaanse krant El País bevindt een dergelijke overeenkomst zich in de laatste fase van de onderhandelingen. Naar verluidt zou Gibraltar toetreden tot de 26 Europese landen die momenteel vrij verkeer van personen via Schengen mogelijk maken, en daarmee zouden de luchthaven en de zeehaven van het overzeese gebied veranderen in de nieuwste buitengrens van de EU.

    Gevoelig punt

    ‘Dat zou een gevoelig punt kunnen worden’, schrijft The Guardian. Zo’n overeenkomst zou betekenen dat Britse onderdanen hun paspoort moeten laten zien als ze Gibraltar binnen willen, terwijl Spanjaarden zonder belemmeringen kunnen reizen naar het Britse overzeese gebied.

    Een ander groot struikelblok in de onderhandelingen is wie die grens gaat controleren. Premier Picardo en de Britse onderhandelaars eisen dat dit niet Spaanse agenten, maar Europese Frontex-agenten zullen zijn, aldus El País. Deze eis is Spanje bereid in te willigen, maar waar het aan vast blijft houden is dat in de ‘Britse kolonie’, zoals El País schrijft, geïnstalleerde Frontex-agenten afhankelijk zijn van en verslag uitbrengen aan de Spaanse autoriteiten. De regering van Gibraltar wil dat het agentschap de inreiscontroles bij de ‘Rots’ uitvoert zonder enige betrokkenheid van Spanje en dat is, aldus El País, een onhaalbare eis.

    Bronnen uit het kamp van de Spaanse onderhandelaars verklaren tegenover het dagblad dat het Frontex-agentschap niets anders is dan een instrument ter ondersteuning van de EU-lidstaten die op hun verzoek handelen. Ten tweede is Schengen een overeenkomst tussen staten die elk hun verantwoordelijkheid nemen voor de naleving van de gemeenschappelijke regels aan de buitengrenzen. Spanje is dus de staat die aan de andere Schengenlanden verantwoording zal moeten afleggen voor verkeer aan de Europese buitengrens van Gibraltar. Het Verenigd Koninkrijk kan dit niet doen omdat het geen deel uitmaakt van Schengen, en Gibraltar kan dit niet doen omdat het volgens de onderhandelaars geen staat is, bericht El País.

    In het geval dat er geen deal komt, heeft de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken maar één lapmiddel tot haar beschikking: grenswerkers die zich voor 1 januari registreren hoeven niet door de paspoortcontrole als ze Gibraltar in en uit gaan, bericht Al Jazeera. ‘Er is geen plan b: of we bereiken een akkoord, of Gibraltar wordt een buitengrens van de Europese Unie’, citeert El Mundo Laya.

  • Britten worden gewaarschuwd voor voedseltekorten

    Britten worden gewaarschuwd voor voedseltekorten

    Lange rijen, mensen die vechten om de laatste krop sla, sobere kersttafels. Dat is het schrikbeeld van de Britse tabloids. Aanleiding zijn de maatregelen die veel Europese landen namen toen dit weekend bekend werd dat op het schiereiland een besmettelijkere variant van het coronavirus rondgaat.

    ‘Waarschuwing voor kerstinkopen: Britten krijgen binnen enkele DAGEN te maken met voedseltekorten’, kopt Daily Express gistermiddag (22 december). De voorzitter van de Britse retailvereniging verklaarde dinsdag aan het parlement dat als er binnen 24 uur niets gedaan werd aan de grenscrisis, er een tekort in de supermarkten aan verse producten zou ontstaan, meldt de tabloidkrant.

    Sinds zondag heeft Frankrijk de grens met Groot-Brittannië gesloten voor verkeer, inclusief voedseltransport en ander vrachtverkeer. Door deze maatregel strandden dinsdagavond zo’n vierduizend vrachtwagens en ongeveer duizend transportbussen die het Kanaal naar Calais wilde oversteken in Kent, bericht The Guardian. Als de vrachtwagens niet kunnen terugkeren naar Frankrijk, waarschuwden de vervoerders, komt er een tekort aan vrachtwagens om verse goederen van het continent op te halen en op tijd terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk om de rekken na Kerst weer te vullen.

    Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen

    Een woordvoerder van Boris Johnson roept op om geen paniekaankopen te doen, meldt The Telegraph. ‘Mensen moeten hun normale inkopen doen en rekening met elkaar blijven houden.’ Door de extra strenge maatregelen die zaterdag zijn ingevoerd voor de regio Londen en Zuid-Engeland, moesten veel mensen hun kerstplannen bijstellen en inkopen doen voor een diner thuis, aldus het dagblad. De zogeheten niveau 4-maatregelen betekenen dat je geen contact mag hebben met mensen van een ander huishouden, behalve als je zorg nodig hebt of alleen woont.

    De Britse krant The Telegraph toont de lange rij voor een supermarkt in North Tyneside op dinsdag.

    Gelukkig is aan de oproep van de retail- en de vervoerssector gehoor gegeven en is vanaf vandaag vrachtverkeer via het Kanaal weer toegestaan. Toch is het probleem van voedseltekorten hier niet mee opgelost, meldt Daily Mail. Alle chauffeurs die de oversteek naar Frankrijk willen maken, moeten worden getest op corona, en negatief worden bevonden. Herculesarbeid als je bedenkt dat zich een rij van duizenden vrachtwagens voor de grens heeft gevormd. ‘Zelfs een sneltest, waarbij de uitslag na dertig minuten al bekend is, is een complete ramp’, zegt de International Road Transport Union tegen de tabloid.

    ‘Hoe afhankelijk is het Verenigd Koninkrijk van de Europese Unie als het gaat om voedsel?’ vraagt BBC News zich af. Groot-Brittannië importeert bijna de helft van de verse groenten en het grootste deel van het fruit uit de EU. Vooral in de winter is het VK afhankelijk van Europa voor verse producten, en dan in het bijzonder van warmere streken als Spanje of de Nederlandse glastuinbouw. Vrijwel al die producten steken tussen Calais en Dover het Kanaal over. Zo wordt 90 procent van de sla en 85 procent van de tomaten geïmporteerd uit Europa, rekent de BBC uit.

    john cameron IEeqknvHRKQ unsplash 1 1
    Tijdens de eerste golf in maart kampten Britse supermarkten ook al met tekorten. – © John Cameron / Unsplash

    ‘Het VK bevindt zich in het oog van een perfect storm: Frankrijk had zijn grens gesloten voor vracht uit het Verenigd Koninkrijk; winter betekent dat het Verenigd Koninkrijk voor vers voedsel afhankelijker is van de EU; Groot-Brittannië zal op 31 december stoppen met handel volgens de EU-regels; sommige Britse havens worden geconfronteerd met ernstige vertragingen; het coronavirus heeft de winkelgewoonten veranderd en de vraag is hoger door Kerstmis’, vat de BBC samen. Toch zeggen de grote Britse supermarkten dat ze nog voldoende voorraad hebben en dat hun klanten voor de kerstdagen ‘hun boodschappen kunnen doen zoals normaal’, waarmee de paniekerige kop van Daily Express wordt tegengesproken. Wel zouden na de kerst tekorten kunnen ontstaan aan verse groente en fruit, meldt The Guardian.

    Voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan

    Vanwege de lange wachttijden bij Dover zoekt de Britse voedsel- en transportsector naar andere mogelijkheden om verse producten naar het eiland te krijgen. Zo stuurt Lufthansa vandaag een noodvlucht vanuit Frankfurt met ‘beperkt houdbaar voedsel’, meldt nieuwsplatform Bloomberg. Het vliegtuig brengt zo’n tachtigduizend kilo verse producten naar het eiland.

    Tesco, een van de grootste supermarkten van Groot-Brittannië, gaat de verkoop van enkele producten beperken, meldt The Guardian. Zo mag per klant nog maar één pak wc-papier worden gekocht. Ook voor eieren, rijst, zeep en handzeep geldt er een beperking, daarvan mag een klant maar drie producten per keer inslaan. De maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat mensen gaan hamsteren, niet omdat er tekorten zijn, aldus de supermarkt.

  • Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Bestaat er een remedie tegen de allesoverheersende angst?

    Kenmerkend voor dit tijdsgewricht van opkomend populisme, klimaatverandering en politieke crisis is een allesoverheersende en verlammende angst. Wat zijn de gevolgen, en doen we ertegen? vraagt de Britse essayist Gavin Jacobson zich af.

    ‘Wij zien ons tijdsgewricht als een tijd van problemen, een eeuw van angst. De grond onder onze beschaving, onder onze zekerheid, verkruimelt onder onze voeten, en vertrouwde ideeën en instituties verdwijnen voor we ze kunnen vastgrijpen, als schaduwen in de invallende schemering.’

    Deze overpeinzing, geïnspireerd op het lange gedicht The Age of Anxiety van de Engels-Amerikaanse dichter W.H. Auden, komt uit het boek van de Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger Jr., The Vital Center: The Politics of Freedom (1949). Hij schreef het in de gespannen periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin een nucleaire apocalyps voorstelbaar was, toen mensen zich zorgen maakten over de loop van de menselijke geschiedenis en politiek engagement moeilijk te vinden was en nog moeilijker vast te houden. Maar de passage had ook gemakkelijk in onze tijd geschreven kunnen zijn. Sinds de financiële crash van 2008 heerst er in Europa en de Verenigde Staten een ‘Sense of an ending’ (om de titel van het boek van literatuurcriticus Frank Kermode te lenen): een eindtijdgevoel. Liberale opvattingen hebben moeten wijken voor radicale twijfel. Populistische bewegingen staan op tegen de politieke en economische orde die de afgelopen vijftig jaar hebben geheerst. Electoraten staan voor een ongewisse toekomst.

    De grond onder de beschaving zal niet zozeer onder onze voeten verkruimelen, als wel wegzakken onder smeltende ijskappen en stijgende zeespiegels, terwijl de bekende indicatoren voor vooruitgang – levensverwachting, gelijkheid, geluk en vertrouwen in politieke instituties – in veel delen van de wereld afnemen. Krantenkoppen geven de stemming weer: ‘Geluk neemt af in de VS, volgens VN-rapport’ (The Guardian, maart 2017), ‘Vertrouwen daalt sterk in Amerika’, (The Atlantic, januari 2018), ‘Levensverwachting in Amerika twee achtereenvolgende jaren gedaald, (The Economist in januari 2018), ‘Neemt de ongelijkheid toe of af?’ (eveneens The Economist, maart 2018), allemaal ondersteund door de publicatie van het World Inequality Report Executive Summary, 2018 door Thomas Piketty et al. Ook de Wereldbank heeft gemeld dat er weliswaar minder mensen op de wereld in extreme armoede leven, maar dat de afname van de armoede is vertraagd.

    Naast dit verhaal van vermindering en verval zijn er ook meer positieve opvattingen, zoals die van psycholoog Steven Pinker, over een vreedzame en verlichte koers van de mensheid. Maar tot nu toe blijken de optimisten minder overtuigend: ze zijn er niet in geslaagd het tij van het doemdenken te keren.

    Lees ook:

    Lui lijfeigenschap

    We hoeven niet verbaasd te zijn over deze alarmistische verhalen. Al in de jaren negentig van de vorige eeuw luidde een hele verzameling van intellectuelen en commentatoren de alarmbel over toekomstige stormen (al werd dat geluid gedempt door een onstuitbare Amerikaanse hegemonie). Sommigen, zoals politiek wetenschapper John Mearsheimer, vreesden voor de terugkeer van nationale rivaliteiten die lang onderdrukt waren geweest door de bipolaire wereldorde van de Koude Oorlog. Anderen, onder wie historicus Paul Kennedy, grepen terug op malthusiaanse schrikbeelden zoals ‘demografische onevenwichtigheden over de hele wereld’.

    De vroegere nationale veiligheidsadviseur van Jimmy Carter, Zbigniew Brzezinski, voorzag ook een groot aantal gevaren voor de wereld en waarschuwde dat ‘mondiale verandering niet meer in de hand te houden is’, terwijl de mensheid afstevende op ‘politieke wanorde en filosofische verwarring’. Filosoof John Gray, politiek adviseur Edward Luttwak en miljardair George Soros wezen – vanuit verschillende invalshoeken en in verschillende toonaarden – op de schadelijke effecten van de vrije markt. Journalist Robert Kaplan fulmineerde tegen de kermis der ijdelheden van het rechtse Amerikaanse kapitalisme en voorspelde ‘The Coming Anarchy’, zoals hij het noemde (The Atlantic, maart 1994), een Mad Max-achtige wereld van welig tierende criminaliteit en ecologische afbraak.

    De meest verontrustende, maar minst begrepen waarschuwing kwam echter van Francis Fukuyama. Zijn essay The End of History?, dat hij in 1989 publiceerde in National Interest (en in 1992 uitwerkte tot een boek waarin het vraagteken nadrukkelijk was verdwenen), werd de oertekst van het post-Koude Oorlog-tijdperk. Fukuyama’s stelling – dat de liberale democratie het eindstation is van onze ideologische evolutie – wordt vaak gelezen als een verdediging van ongebreideld kapitalisme en van de Anglo-Amerikaanse interventies in het Midden-Oosten.

    Toch valt er weinig verlossing te verwachten van Fukuyama’s liberale eindstadium. Hij dacht zelfs dat de posthistorische toekomst gevaar liep een ‘leven van meesterloze slavernij’ te worden, een wereld van bederf en culturele verlamming, ontdaan van elke onzekerheid en gecompliceerdheid.

    ‘De laatste mens’ zou gereduceerd zijn tot homo economicus, die zich alleen liet leiden door de rituelen van consumptie, en ontdaan was van de bezielende deugden en heroïsche drijfveren die de geschiedenis hebben voortgestuwd. Hij waarschuwde dat mensen ofwel deze toestand zouden aanvaarden, ofwel, en dat was eerder te verwachten, in opstand zouden komen tegen de sleur van hun eigen bestaan: ‘Ik voel zelf en zie in anderen om me heen een sterke nostalgie naar de tijd dat de geschiedenis nog bestond (…) Misschien zal juist het vooruitzicht van eeuwige verveling aan het eind van de geschiedenis dienen om de geschiedenis weer op gang te brengen.’

    De idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is vooral door klimaatdeskundigen en -activisten omarmd

    Het moderne Amerika vertoonde al tekenen van dit luie lijfeigenschap, klaagde Fukuyama, en andere landen, waaronder ook Groot-Brittannië volgden snel. Het verval van ideologieën ter linker- en rechterzijde dat was ingezet in de jaren zeventig, had in de jaren negentig zijn dieptepunt bereikt. De gevestigde politiek was niet meer zo geïnteresseerd in vragen over de verdeling van macht en hulpbronnen of over de strijd voor gelijkheid (deze kwamen bij partijen in de marge terecht) – zij richtte zich op het besturen en op technocratische aanpassingen vanuit het midden. Met zeldzaam retorische precisie schreef Slavoj Zizek in The Ticklish Subject: The absent centre of political ontology (1999) dat ‘het conflict van mondiale ideologische opvattingen, belichaamd in verschillende partijen die om de macht strijden, plaats heeft gemaakt voor de samenwerking van verlichte technocraten (economen, pr-specialisten…) en liberale multiculturalisten; via het proces van onderhandeling over belangen wordt een compromis bereikt vermomd als een min of meer algehele consensus.’ Tony Blairs idee over het Radicale Midden was volgens Zizek een volmaakte illustratie van deze verschuiving.

    Wankele moraliteit

    Met het verdwijnen van de politieke antagonismen, de grote verhalen van de geschiedenis en de labels ‘links’ en ‘rechts’, verdampte ook het fiere manifest van deugden en waarden dat burgers inspireerde. De samenleving leek al snel haar Sittlichkeit te hebben verloren, de morele en spirituele orde die dient als brandpunt voor eenheid en betrokkenheid. Zoals Frank Furedi betoogt in How Fear Works, Culture of Fear in the 21st century, is de dominante rol van de angst in ons leven nauw verbonden met deze ‘motivationele crisis die voortkomt uit de wankele staat van het moreel gezag’. Het gebrek aan positieve morele idealen, zoals moed, plicht, hoop, ideologie, liefde en solidariteit, heeft een ‘op angst gebaseerde, negatieve opvatting van gezag’ opgeleverd. (Het was natuurlijk dit gat dat de presidentscampagne van Barack Obama in 2008 blootlegde.)

    Furedi’s klaagzang volgt een vertrouwd pad. In een eerder boek, Culture of Fear: Risk taking and the morality of low expectation (1997), had hij al betoogd dat samenlevingen ‘die nog niet zo lang geleden hun triomf over de Sovjet-Unie vierden, nu te kampen hadden met een allesoverheersend gevoel van maatschappelijke malaise’. Overal zag hij ‘een groeiende aandacht voor risico’, terwijl veiligheid ‘de belangrijkste deugd van de samenleving’ werd, die elk facet van het leven kleurde, van de manier waarop we omgaan met nieuwe technologieën tot de manier waarop we omgaan met elkaar. In dit nieuwe boek keert Furedi terug naar dit thema en er klinkt een enigszins geërgerde toon in door, alsof het hem irriteert hoe angstig en verzwakt samenlevingen zijn geworden. Maar de verwarde en fragiele morele wereld die hij schetst (de wereld die Fukuyama heeft voorspeld), verklaart waarom een gevoel van angst ‘overal is’, opgewekt door de apocalyptische dreigingen, zoals klimaatverandering en kernoorlog, of door zorgen over schulden, eetpatronen, ouderschap en pedofilie.

    Furedi geeft een diagnose en een historische verklaring voor de bronnen van deze angst. Hij laat zien hoe angst in de klassieke wereld en tot aan het interbellum werd gezien als een morele kwestie die was gebaseerd op ideeën over goed en kwaad en werd bestreden met deugden zoals moed, en hoe vanaf de jaren twintig de intellectuele dominantie van de psychologie niet alleen leidde tot ‘het ont-moraliseren van angst’, maar ook ‘bijdroeg aan de vorming van een discours dat angst afschilderde als een onbeheersbare, autonome en verlammende kracht.’ De inaugurele rede van president Franklin D. Roosevelt in 1933 waarin hij zei: ‘het enige dat we te vrezen hebben (…) is de angst zelf’, koos bewust voor deze interpretatie door angst te beschrijven als ‘de onberedeneerde en ongerechtvaardigde doodsangst die mensen verlamde.’

    Sterker, angst is altijd opgevat als bron van politieke vitaliteit of, zoals John Locke het stelde ‘de belangrijkste, zo niet de enige prikkel voor de menselijke bedrijvigheid’. Vandaag echter gaat het bij de politiek van de angst niet zozeer om het leggen van een negatief moreel fundament waarop mensen in vrede samenleven, als wel over een groeiende afhankelijkheid van nationale verleiders die ons veiligheid beloven. Donald Trumps beweringen in januari 2017 dat ‘safety will be restored’ en dat ‘we will make America safe again’, zijn een voorbeeld van de manier waarop veiligheid de fundamentele waarde van het politieke leven blijft. Maar de oorspronkelijke idee dat angst, meer dan hoop of zekerheid, mensen tot daden aanzet, is in bepaalde regionen omarmd, vooral misschien wel door klimaatdeskundigen en -activisten. Het dramatische artikel van David Wallace-Wells in New York Magazine over ‘The Uninhabitable Earth’ (juli 2017), waarin hij beschrijft hoe het er aan het eind van deze eeuw met de planeet voor kan staan – hongersnoden, economische ineenstorting, besmettelijke ziekten en torenhoge temperaturen – is typerend voor het doemdenken van het klimaatactivisme, bedoeld om mensen uit angst milieubewust en veranderingsgezind te laten worden.

    Een belangrijk debat onder klimaatdeskundigen gaat niet zozeer over wetenschap, als wel over retorische stijl, en wordt gevoerd tussen mensen als Wallace-Wells en Guy McPherson (die in The New York Times een ‘apocalyptisch ecoloog’ werd genoemd) en mensen als Michael Mann die betogen dat er ‘een gevaar in zit om de wetenschap al te veel nadruk te geven op een manier die het probleem [van de klimaatverandering] voorstelt als onoplosbaar en een gevoel van noodlottigheid, onvermijdelijkheid en hopeloosheid voedt.’ Furedi is het daarmee eens en beschouwt het ecologische catastrofisme en andere verhalen over het einde van de wereld als bewijs dat ‘het uit de Verlichting stammende, optimistische geloof in het vermogen van de mensheid om het onbekende te bedwingen, heeft plaatsgemaakt voor een overtuiging dat de mensheid niet bij machte is af te rekenen met de gevaren die haar bedreigen.’

    © Jeff Sheldon
    © Jeff Sheldon

    Hoeveel van onze angsten worden gewekt door de media? Niet zo veel als vaak wordt gedacht, volgens Furedi. Het verband tussen de media en angst is niet nieuw. In de negentiende eeuw hielden commentatoren de massa-oplages van kranten en tabloids verantwoordelijk voor uitbarstingen van collectieve angst en hysterie. Mensen die de media ervan beschuldigen dat ze morele paniek zaaien met hun griezelverhalen, gebruiken daarvoor vaak dezelfde alarmistische retoriek die ze in anderen veroordelen, en zo maken ze van de media nóg een kwaadaardige kracht waar je bang voor moet zijn. Furedi twijfelt er niet aan dat media en sociale media inspelen op de angsten van mensen omdat ze daarmee hun aandacht kunnen trekken. Maar volgens hem is het al te simpel om met een beschuldigende vinger naar de media te wijzen.

    Om te beginnen zijn er ook nog directe ervaringen, persoonlijke omstandigheden en specifieke sociale verhoudingen die beïnvloeden hoe en wat we vrezen. ‘Sociale en culturele variabelen,’ zegt Furedi, ‘leiden tot een gedifferentieerde reactie op de dreigingen die de media ons voorspiegelen.’ Onderzoeken wijzen erop dat leeftijd, geslacht, sociale klasse en onderwijsniveau bepalend zijn voor de reactie van mensen op dreigingen als klimaatverandering en misdaad. Volgens Furedi creëren de media niet zozeer angst, maar kunnen ze een al bestaande fatalistische stemming wel versterken – en er munt uit slaan. De centrale rol van de media, schrijft Furedi, zit hem in het ‘normaliseren van een taal en een systeem van symbolen en betekenis voor het interpreteren van wat de samenleving ervaart’. Hij geeft als voorbeeld de toename van de angst voor pedofilie, waarbij de media die angst niet hebben veroorzaakt, maar wel ‘een belangrijke rol hebben gespeeld in het scheppen van de symbolen en beelden die door onze verbeelding spoken’.

    Furedi wijst ook op de belangrijke wisselwerking tussen tekst en beeld; gevoelens van dreigend gevaar en wanhoop worden volgens hem veroorzaakt door retorische hulpmiddelen en metaforen zoals tikkende tijdbommen en dozen van Pandora. Deze drukken waarschuwingen uit over een onzekere toekomst, en ‘moedigen de samenleving niet alleen aan om bang te zijn, maar om het ergste te vrezen’. Vooral de tijdbommetafoor is een illustratie van onze voorliefde voor het denken in worstcasescenario’s, net als de ‘Doomsday Clock’ die in het jaar dat Audens gedicht uitkwam begon te tikken. Zo ontstaat niet alleen de suggestie van een dreigende ontploffing, maar ook van de tijd die onverbiddelijk voort tikt naar een explosieve toekomst. Het leven lijkt een race om iets te doen voor het te laat is. Zo laat Sky News tijdens zijn uitzendingen bijvoorbeeld een ‘Brexit Deadline’-klok in beeld zien (nog 53 dagen, 5 uur, 34 minuten en 24 seconden op het moment dat ik dit schrijf), en New Yorkers kunnen omhoog kijken naar de National Debt Clock in Manhattan, om de (slechte) gezondheidstoestand van de economie van hun land te zien. Furedi noemt deze tijdwaarneming een ‘Manhattan-teleologie van het noodlot’ – een goede beschrijving voor de manier waarop wij over de relatie tussen het heden en de toekomst denken.

    Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad

    De cultuur van de angst wordt levend gehouden door een soort terugkerend vingerwijzen, waarbij degenen die de waarschuwingen van deskundigen in de wind slaan, gehekeld worden om hun zorgeloosheid of zelfs immoraliteit. Het gezag van de wetenschap wordt verpakt in het zelfgenoegzame idioom van goed en kwaad, en zo spreekt de samenleving mensen bestraffend toe omdat ze roken, zonnebaden, drinken, poedermelk gebruiken, ongezond eten en niet bewegen. Het gaat er Furedi niet om mee te zingen met het afgezaagde refrein van ‘te ver doorgedreven gezondheid en veiligheid’. Voor hem is het wezenlijke punt dat deze morele superioriteit erop gericht is om angst aan te jagen, anderen moreel te veroordelen, door gewone of dagelijkse ervaringen van het leven – zoals tegenwoordig ook het gebruik van plastic en wegwerp-koffiebekers – te veranderen in praktijken die voortdurend kritisch bekeken worden vanwege de risico’s die ze vormen voor mens en planeet.

    In deze opvatting van angst als een soort negatieve waarheid waaraan de politiek haar bestaansrecht ontleent, en in zijn beroep op deugden als ‘moed, verbeeldingskracht en idealisme’, om weer een meer positieve kijk op het leven te krijgen, komt het sociologische werk van Furedi overeen met Martha Nussbaums beknoptere filosofische verhandeling. Net als Furedi keert Nussbaum terug naar bekend terrein – de afgelopen jaren heeft zij zich vooral beziggehouden met emoties en met een poging om een nieuw stoïcisme te formuleren dat de kloof tussen gedachte en gevoel moet overbruggen – met een hernieuwd doelbewustzijn. Haar boek The Monarchy of fear: A philosopher looks at our political crisis kwam tot stand na de verkiezing van Trump, toen Nussbaum besefte dat ‘angst het probleem was, een wazige en veelvormige angst waarvan de samenleving doortrokken was.’

    Puttend uit de theorieën van de oude wijsgeren, met name filosoof-dichter Lucretius, zegt Nussbaum in essentie dat angst ook de wieg en medeplichtige is van die andere giftige emoties – woede, haat en jaloezie – waarvan we ooit dachten dat ze verdwenen waren uit de politieke organen van het Westen. ‘Angst,’ schrijft ze, ‘kaapt vaak het gevoel van verontwaardiging en protest en maakt daarvan een giftig verlangen naar genoegdoening. En angst voedt de uit walging ontstane aversie tegen sterfelijkheid en inlijving, door strategieën te produceren die uitsluiten en onderwerpen.’ Angst ligt ook aan de wortel van afgunst: ‘de angst om niet te hebben wat je erg nodig hebt.’

    Kraamkamers van hoop

    Zoals altijd schrijft Nussbaum in een koele, afstandelijke stijl, gehoorzaam aan haar eigen opdracht een stap terug te doen en ‘diep adem te halen (…) en dit moment van afstand te gebruiken om erachter te komen waar angst en aanverwante emoties vandaan komen en waar ze ons naartoe leiden.’ Ze gebruikt Martin Luther King en Nelson Mandela als leiders in morele actie, heroïsche voorbeelden van broederschap die hun kwelgeesten veroordeelden zonder in haat te vervallen. Nussbaum negeert niet de specifieke thema’s van dit politieke moment, maar ze toont hier een zekere dofheid; haar proza en zelfs haar ideeën lijken niet te passen bij de urgentie van deze tijd.

    Nussbaums punt over de socialiserende ‘ervaringen van kunst’, bijvoorbeeld, ‘wanneer mensen samenkomen om te zingen of dansen, of een toneelstuk op te voeren, of zelfs om mee te zingen met de cd van Hamilton’, mag dan op een enigszins naïeve manier aardig zijn, maar is nauwelijks serieus – zeker omdat Nussbaum niet echt uitlegt hoe kunst de kloof kan overbruggen tussen mensen die, tenminste in de VS, elkaar geregeld wegzetten als ‘fascist’ aan de ene kant, of ‘cultuurmarxist’ aan de andere. Wel wijst ze terecht op protestorganisaties en brede volksbewegingen zoals Black Lives Matter – als de kraamkamers van een meer hoopvolle politiek, waarin ideeën over het algemeen welzijn misschien in ere hersteld en versterkt kunnen worden, en waar gevoelens van individuele hulpeloosheid opgaan in collectieve macht. En ze is bereid afstand te nemen van haar poëtische visie op een politiek gebaseerd op liefde, hoop en vertrouwen, om een theorie te ontvouwen over rechtvaardigheid voor de liberaal-democratische staat gebaseerd op de kansen die alle burgers moeten krijgen – leven, fysieke gezondheid, ergens bij horen, spelen, controle over je omgeving, enzovoort – wil een land zich zelfs maar minimaal rechtvaardig kunnen beschouwen.

    Radicaler is misschien haar voorstel voor een driejarige nationale dienstplicht, waarbij jonge mensen uitgezonden worden door heel Amerika om nuttig werk te gaan doen – zorg voor ouderen, kinderopvang, infrastructurele projecten – om zo een gevoel voor solidariteit en het algemeen belang te krijgen (Fukuyama stelt dit trouwens ook voor in zijn nieuwe boek Identity: Contemporary identity politics and the demand for recognition). Nussbaums redenering dat ‘we in een tijd van een terugtredende overheid eenvoudigweg niet meer de mankracht hebben om veel essentiële diensten te verlenen’, doet misschien denken aan David Camerons Big Society-programma, maar het idee van een nationale dienstplicht past in een lange traditie van maatschappijfilosofie, van Locke en Rousseau met hun meer militair gerichte theorieën en William James met zijn ‘morele equivalent van oorlog’, tot John F. Kennedy en zijn Peace Corps.

    De vraag die Nussbaum echter ontwijkt is hoe te voorkomen is dat die gevoelens van solidariteit weer verdwijnen, zodra iemand klaar is met zijn dienstplicht en terugkeert naar het onpersoonlijke domein van de kapitalistische economie. Hoe voorkom je dat burgers weer eenlingen worden door het individualisme en het nuttigheidsdenken die horen bij de liberale staat? Uiteindelijk komen Nussbaums voorstellen om een tegenwicht te bieden aan de politiek van de angst neer op een filosofie van goede bedoelingen, en bevestigen ze alleen wat de meeste redelijk denkende mensen geacht worden te geloven – dat liefde beter is dan angst, dat een politiek van hoop beter klinkt dan een politiek die gebaseerd is op haat en dat Martin Luther King een voor de hand liggend rolmodel is. In die zin past het boek in een opkomende trend (getypeerd door bestsellergoeroes als Yuval Noah Harari) die pleiten voor ‘jezelf kennen’ en voor vormen van zelfonderzoek die meer lijken op strategieën om het in je eentje te redden dan op een politiek van solidariteit en collectieve strijd. Het doet ook denken aan de post-politieke tijdgeest van de jaren negentig en aan de ‘sentimentaliteit van het gebaar’ zoals journalist Alexander Cockburn het noemde, die zijn hoogtepunt bereikte tijdens het presidentschap van Bill Clinton en nu uit de politiek verdwenen lijkt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-er-te-doen-valt-%e2%80%a8tegen-angstzaaien/

    Eind jaren negentig viel Arthur Schlesinger in het blad Slate Clinton aan, omdat die zijn term ‘het vitale midden’ had misbruikt:

    ‘Toen ik het boek dat ik in 1949 schreef, The Vital Center noemde, was het “midden” waar ik op doelde de liberale democratie, afgezet tegen de internationale doodsvijanden daarvan – fascisme op rechts, communisme op links. Ik gebruikte die term in een mondiale context. President Clinton gebruikt hem in een binnenlandse context. Wat bedoelt hij ermee? Zijn bewonderaars [van de Democratic Leadership Council] hopen waarschijnlijk dat hij ‘de middenweg’ bedoelt, die voor hen dichter bij Ronald Reagan ligt dan bij Franklin D. Roosevelt. Zoals ik elders al heb gezegd is ‘de middenweg’ naar mijn idee bepaald niet het “vitale midden”. Het is het dode midden.’

    Nu, eenentwintig jaar later, lijkt dat dode midden nog steeds niet tot leven te komen. Nussbaums boek, met al zijn indrukwekkende filosofische vakmanschap en vriendelijke ethiek, vertegenwoordigt een soort zombie-liberalisme, zonder enige frisse of zelfs uitvoerbare politieke gedachte die rekening houdt met de ongelijkheden en materiële problemen – loonstagnatie, onbetaalbare woningen, onzekere banen, en bezuinigingen op publieke diensten, bijvoorbeeld – waar de 99 procent mee te kampen heeft. En hoe absurd, oneerlijk of stuitend kreten als ‘Bouw een muur’, ‘Weg met Obamacare!’, ‘350 miljoen dollar per week’ ‘Take back control’ ook zijn, ze zijn… iets, en electoraal wint iets het altijd van niets.

    Waarom zouden mensen überhaupt iets om de liberale democratie geven, waarom zouden deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zijn?

    Ook heeft Nussbaum geen poging gedaan om onder ogen te zien dat het de afgelopen paar jaar liberalen zijn geweest, en ook rechtse demagogen, die de politiek van de angst hebben aangewend, al was het maar omdat angst, net als terreur ‘een gemakkelijke begrijpelijkheid bezit’, zoals politiek denker Corey Robin uiteenzette in Fear: The history of a political idea (2004), en er ‘geen diepe filosofie, of verheven denkwerk voor nodig is om het kwade ervan vast te stellen: iedereen weet wat het is en dat het slecht is’. Maar als, zoals in de recente stroom boeken wordt betoogd, de democratie haar einde nadert, is het niet voldoende om te geloven dat we, met een beetje emotioneel lapwerk hier en daar, misschien kunnen terugkeren naar een paradijselijke tijd van vóór het populisme alles omvergooide. Liberalen zullen de moeilijkere vragen onder ogen moeten zien: waarom mensen überhaupt iets om de liberale democratie zouden geven, waarom deugden zoals liefde en normen van fatsoen en gelijkheid heilig zouden zijn en waarom we, in de woorden van John Milton, de voorkeur zouden geven aan ‘Moeilijke vrijheid boven het gemakkelijk juk/Van slaafse praal’.

  • 5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    De betogingen van de gele hesjes
in Frankrijk hebben iets weg van 
de Arabische Lente – maar dan in Parijs. Kan echter de revolte tegen ‘het systeem’ de democratie in 
gevaar brengen in plaats van haar 
te verdedigen, vraagt men zich 
tot in Beiroet af.

    Er valt geen dictatuur omver te werpen. Er 
is ook geen sprake van een politiestaat die mensen bij de minste of geringste kritiek 
laat verdwijnen. In Frankrijk zijn demonstraties 
toegestaan, mag de oppositie van zich laten horen 
en worden de ergste beledigingen aan het adres van het staatshoofd getolereerd. Daar, in Frankrijk, is 
het onderwijs goed en gratis, evenals de gezondheidszorg, en staat de overheid de minstbedeelden bij. Daar heerst de rechtsstaat.

    Maar daar leek het gedurende een weekeinde toch ook een (klein) beetje op hier. ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was,’ bekende een aantal Libanezen die in de Franse hoofdstad wonen en die daar getuige waren van de woede van de gele hesjes. 
De stortvloed van verbaal en fysiek geweld, de 
brandende auto’s, de plunderingen op de Champs-Élysées, de totale wanorde, het saamhorigheidsgevoel van de oproerigen – dat alles wekt min of meer de indruk dat men zich aan de overkant 
van de Middellandse Zee bevindt.

    ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was’

    Men zou om deze vergelijking kunnen glim-lachen als het onderwerp niet zo ernstig was. 
Het was om (echte) dictaturen ten val te brengen dat de Arabieren acht jaar geleden in opstand kwamen, in een streven naar democratie. 
Diezelfde democratie die vandaag de dag lijkt 
te wankelen in de westerse wereld, en die soms zelfs, bij wijze van karikatuur, wordt voorgesteld als een dictatoriaal regime, in een politiek 
strijdperk waarin woorden een groot deel van hun betekenis hebben verloren.

    Op 7 mei 2017 meenden sommigen dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president het einde betekende van een populistische 
kringloop in de westerse democratieën. De ruime overwinning van de jonge pro-Europese liberaal wekte hoop op een politieke vernieuwing die niet zou worden beheerst door uitersten. Maar we moeten constateren dat dit een illusie was. Niet alleen lijkt Macron op dit moment op het Europese en internationale toneel in een isolement te verkeren, maar ook stuit hij in eigen land op een beweging die in haar afkeer van ‘het systeem’ niet al te veel verschilt van de Brexit of de overwinning van Donald Trump.

    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP
    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP

    Ongetwijfeld mede doordat Macron bij zijn critici het beeld oproept van een president voor de rijken, die is losgezongen van de volkse werkelijkheid en bovendien nog arrogant ook, uit de onvrede zich op zo’n gewelddadige wijze. Zijn ideeën over ‘de macht van boven’, zijn wens om geen gebruik te maken van bemiddeling, zijn gebrek aan pedagogisch inzicht om de hervormingen, die in 
een mateloos tempo werden doorgevoerd, in goede banen te leiden, hebben zonder twijfel de woede van een deel van de bevolking aangejaagd.

    Maar het fenomeen lijkt de persoon van Emmanuel Macron en de puur Franse situatie te overstijgen. Ondanks de specifieke omstandigheden van iedere volksbeweging en van elk land, zien we in andere westerse democratieën bij substantiële delen van 
de bevolking hetzelfde gevoel van onthechting, van het idee dat ze in de steek gelaten zijn. Daar heerst dezelfde, soms heftige tweestrijd tussen steden en buitengebieden, tussen hoogopgeleiden en arbeiders, tussen degenen die (terecht of onterecht) vinden dat de globalisering hun geen windeieren legt, en degenen die (op even subjectieve gronden) het tegendeel ervaren.

    En populisten bedienen zich er van dezelfde demagogie om de volkse woede ter eigen voordeel aanwenden, dezelfde retoriek van ‘wij tegen hullie’ die geen enkele ruimte voor dialoog biedt, dezelfde grootschalige verspreiding van fake news en dezelfde utopische heimwee naar een gefantaseerd tijdperk waarin alles, uiteraard, beter was.
    Aan de andere kant, die van de machthebbers, vindt men dezelfde gebreken: gevoelens van onmacht en onvermogen om het gesprek aan te gaan met het kiezersvolk, dat antwoorden verwacht die zowel krachtig als simpel zijn.

    De niet-populisten slagen 
er niet in een samenhangend betoog te houden dat de populistische klasse duidelijk maakt dat de tijden van gouden bergen en ongebreidelde groei voorbij zijn. Ze kunnen zich niet langer bedienen van oude politieke recepten, maar slagen er ook niet in om nieuwe te vinden: daar vloeit een gevoel uit voort 
van een politiek van kleine stapjes, bijstellingen, die uit de aard van de zaak beperkt zijn omdat rekening moet worden gehouden met wereldwijde factoren, die de toehoorders al even vanzelfsprekend grotendeels ontgaan.

    Het nationale kader waarbinnen de politiek zich 
ontwikkelt, lijkt te beperkt om ook voldoende armslag te hebben voor de grotendeels geglobaliseerde economie. Op dezelfde manier lijkt de politiek niet 
in staat om een antwoord te geven op de grote uitdagingen van deze tijd – milieu, migratie, technologie, veiligheid – die brede lagen van de bevolking betreffen, en ze rechtstreeks en heftig raken. En die laatste wenden zich dan, eigenlijk logischerwijze, tot degenen die zich aan de werkelijkheid weinig gelegen laten liggen en het volk gouden bergen beloven.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | dagblad | oplage onbekend

    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Geldt tegenwoordig als de beste Libanese krant en een van de beste uit de Arabische wereld.

  • Brexit breekt de Britten op

    Brexit breekt de Britten op

    Theresa May heeft nog vier maanden om een deal uit de Brexit-onderhandelingen te slepen waar de Britten achter staan. Dat lijkt een schier onmogelijke taak te worden. De Leave-stemmers willen iets wat niet kan, en de oppositie weigert met alternatieven te komen.

    Dus eindelijk hebben de onderhandelingen over de Brexit tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een overeenkomst opgeleverd [die op 25 november is getekend door de 27 resterende Europese lidstaten]. Het is een compromis dat in de verste verte niet tegemoetkomt aan de hoge verwachtingen van juni 2016, toen de Britten ervoor kozen uit de EU te stappen. Het zal Groot-Brittannië lange tijd binden aan de douane-unie en de interne markt van de EU. Niks roemrijke vlucht naar de onafhankelijkheid: Groot-Brittannië wordt een satelliet die rondjes draait om de planeet Europa en moet gehoorzamen aan wetten waarover het niets te zeggen heeft.

    Het is een oefening in schadebeperking, geen moedige breuk met het recente verleden. Maar de vraag is of het Britse politieke stelsel met deze minst kwade uitkomst kan leven. Theresa May heeft de overeenkomst aan haar kabinet voorgelegd en zal er in Westminster een parlementaire meerderheid voor moeten zien te vinden. Zal het verdeelde politieke establishment een manier vinden om dit complexe, ambigue en teleurstellende noodzakelijke kwaad te slikken? Tot nu toe wijst niets erop dat het gemakkelijk zal worden.

    Achtbaanrit

    Lady Bracknell uit The Importance of Being Ernest van Oscar Wilde ging nog net niet zover om te zeggen dat het een kwestie van pech is wanneer een regering haar verstand verliest, maar dat het op slordigheid begint te lijken wanneer dat ook voor de oppositie geldt. Ze zou daar echter rotsvast van overtuigd zijn geweest als ze de Brexit zou hebben meegemaakt. De Brexit-route die de Britse regering tot nu toe heeft afgelegd, doet denken aan een achtbaanrit: op elke uitzinnige vlaag van optimisme volgt een ijzingwekkend steile afdaling naar de wanhoop.

    Het is gemakkelijk om May en haar bitter verdeelde Conservative Party er de schuld van te geven dat met nog maar vier maanden te gaan een deal is gesloten waarvan nog lang niet zeker is of die doorgaat. Gemakkelijk omdat het volledig terecht is: de Tories hebben hun land in de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog gestort en lijken niet in staat tot geloofwaardig, coherent en collectief leiderschap.

    Maar wat de crisis nog erger maakt, is dat het ontbreekt aan wat je normaal gesproken in een parlementaire democratie zou verwachten: dat de belangrijkste oppositiepartij een helder alternatief biedt voor de falende, zwabberende regering. De leden van Labour zijn in overgrote meerderheid tegen de Brexit: in september wees een peiling uit dat 86 procent een tweede referendum wil.

    In een recent, groot onderzoek van Channel 4 News zei 75 procent van de Labour-achterban de nauwe banden van het Koninkrijk met de EU te willen behouden. Uit onderzoek blijkt dat in het oude, industriële thuisland van de partij, waar arbeiders zich in 2016 krachtig uitspraken vóór de Brexit, de opinie verschuift in de richting van een nieuw referendum.
    Maar Labour-leider Jeremy Corbyn zei vorige week tegen de Duitse krant Der Spiegel dat Artikel 50 (de in maart 2017 door May aangehaalde bepaling in het Europese Verdrag op grond waarvan een lidstaat de Unie mag verlaten) onherroepelijk is en dat zijn partij ‘moet proberen te begrijpen waarom mensen voor een vertrek hebben gestemd’.

    Hij werd bijna onmiddellijk tegengesproken door zijn woordvoerder Buitenland, Emily Thornberry, en zijn woordvoerder Brexit, Keir Starmer, die allebei volhielden dat een tweede referendum nog steeds mogelijk is. De breuklijn binnen de partij is intussen even duidelijk zichtbaar als die binnen de Tories.

    Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden?

    Labour wordt net als de Tories bijeengehouden door niet veel meer dan een fantasie. Officieel luidt het standpunt van de partij dat ze de Brexit steunt, maar zich zal verzetten tegen elke deal met de EU die niet ‘precies dezelfde voordelen oplevert als we op dit moment als lid van de interne markt en de douane-unie hebben’. Dat is óf zeer misleidend óf – en waarschijnlijker – een leugen. De EU kan een niet-lidstaat niet ‘precies dezelfde voordelen’ geven als de leden.

    In dat geval zou ze ophouden te bestaan. Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden? De Labour-leiding weet dat ongetwijfeld ook, maar houdt de illusie in stand om met twee monden te kunnen spreken: de Brexit steunen, maar May veroordelen omdat ze er niet in is geslaagd een resultaat uit de onderhandeling te slepen dat praktisch onmogelijk is.

    Dus wat is hier aan de hand? Uit het recente onderzoek van Channel 4, het grootste in zijn soort sinds het Brexit-referendum, blijkt dat het Verenigd Koninkrijk er op dit moment met een meerderheid van 54 tegen 46 procent voor zou hebben gestemd om binnen de EU te blijven. Daaruit blijkt op zijn minst dat een groot aantal kiezers tegen de Brexit is, gezien de eis dat elke deal die de onderhandelingen (al dan niet) opleveren aan het volk moet worden voorgelegd. Hoe is het mogelijk dat het Britse politieke stelsel niet in staat lijkt de burgers in tijden van een nationale crisis duidelijke alternatieven te bieden?

    Je zou dat aan slecht leiderschap kunnen wijten, en daarvan is er meer dan genoeg. Maar er is veel meer aan de hand. Het grote probleem is openheid. Om twee belangrijke kwesties – allebei pijlers onder de Brexit – wordt met een grote boog heen gelopen. Ze blijven onbesproken omdat het dé grote tegenstellingen binnen de crisis zijn. De EU heeft bij herhaling haar frustratie laten blijken over het onvermogen van de Britten om precies te verwoorden wat ze willen.

    Maar het gaat hier niet om een kwestie van slecht onderhandelen. De technocraten van de Britse regering kunnen niet precies zeggen wat ze willen, omdat ze niet het achterste van hun tong willen laten zien. Achter de Brexit gaan twee kwesties schuil die niet bij naam mogen worden genoemd.

    In Noord-Ierland loopt een student langs een anti-Brexit-billboard. De grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland is een heet hangijzer in de onderhandelingen. – © Getty Images
    In Noord-Ierland loopt een student langs een anti-Brexit-billboard. De grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland is een heet hangijzer in de onderhandelingen. – © Getty Images

    De Brexit wordt treffend samengevat in de briljante slogan van de Leave-campagne van 2016, Take back control [‘Pak de zeggenschap terug’]. Die ís zo briljant omdat hij soepel langs twee bijzonder ongemakkelijke vragen manoeuvreert: wat houdt ‘zeggenschap’ eigenlijk in? En wie zou die moeten krijgen?

    Een ander woord voor ‘zeggenschap’ is ‘wetgeving’. De fundamentele aantrekkingskracht van de Brexit is dat de Britten zich daarmee bevrijden van de vele wetten die hun door Brussel zouden zijn opgelegd en voortaan zichzelf mogen besturen. Ze willen graag eigen baas zijn over milieu, voedselveiligheid, mededinging en monopolies. Inderdaad gaat de EU over veel van die kwesties, en dat de Britten er zelf over willen beslissen is heel goed verdedigbaar. Om die reden hebben de meeste mensen voor de Brexit gestemd en verwachten ze autonomie.

    Maar daar draait de Brexit helemaal niet om. De ware agenda van de harde brexiteers gaat niet over eigen wetgeving, maar over minder wetgeving. Dominic Raab, de inmiddels afgetreden Brexit-minister, droomt niet van zelfregulering, maar van de voltooiing van het deregulerende, neoliberale project dat in 1979 in gang werd gezet door Margaret Thatcher.

    De fantasie achter de Brexit is een ‘open’ en ‘geglobaliseerd’ Groot-Brittannië, bevrijd van de ketenen van EU-wetgeving, met ruimere milieu-, gezondheids- en arbeidsregels, waarmee de weg wordt geplaveid voor een nieuw, gouden tijdperk van roofzuchtig hyperkapitalisme. Ook dat is heel goed verdedigbaar, hoewel abject. Alleen vinden de meesten Leave-stemmers niet dat de Brexit daarover zou moeten gaan. En die kloof maakt het onmogelijk om te zeggen wat ‘de Britten’ willen: ze willen verschillende dingen.

    Daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme

    Vraag twee is wie die ‘zeggenschap’ zou moeten krijgen. Waaruit bestaat, met andere woorden, ‘het volk’ dat de macht zou moeten terugkrijgen? En daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme. De Brexit is deels een reactie op een ontwikkeling die al sinds de millenniumwisseling speelt. Met het Goedevrijdagakkoord uit 1998 zette Noord-Ierland een stap in de richting van bestuurlijke zelfstandigheid, terwijl Schotland hetzelfde deed met de instelling van een eigen parlement in 1999. Als gevolg daarvan zijn de Engelsen in korte tijd heel anders tegen hun nationale identiteit gaan aankijken.

    Ze voelen zich niet zozeer Brits als wel Engels. Geen enkele grote politieke partij laat zich daarover uit, terwijl onderzoek aantoont dat de Engelsen steeds meer vervreemd raken van de overheid in Londen. De Brexit, vooral een Engels verschijnsel, is voor een deel een uiting van die frustratie. Om het (bot) met Anthony Barnett te zeggen, in zijn boek T_he Lure of Greatness: England’s Brexit and America’s Trump_ uit 2017: ‘Omdat ze Groot-Brittannië niet konden verlaten, kozen de Engelsen voor het op één na beste en zeiden ze tegen de EU dat ze kon oprotten.’

    Niet de ‘onzen’

    Er is overtuigend bewijs voorhanden dat de Engelsen die voor de Brexit stemden over het algemeen niets om het Verenigd Koninkrijk geven en vooral niet om Noord-Ierland. Toen Leave-stemmers en Conservatieven onlangs in een enquête over de toekomst van Engeland werd gevraagd of ‘mislukking van het vredesproces in Noord-Ierland’ als prijs ‘de moeite van het betalen waard is’ om met de Brexit ‘de zeggenschap terug te krijgen’, was maar liefst 83 procent van de Leave-stemmers en 73 procent van de Conservatieve kiezers in Engeland het daarmee eens.

    Dat is geen hersenloze wreedheid, er spreekt een diepe overtuiging uit dat de Noord-Ieren niet ‘de onzen’ zijn, dat wat ‘daar’ gebeurt niet ‘onze’ verantwoordelijkheid is. Uit het onderzoek van Channel 4 blijkt iets vergelijkbaars. Toen Leave-stemmers werd gevraagd wat ze ervan zouden vinden als Noord-Ierland als gevolg van de Brexit ‘het Verenigd Koninkrijk zou verlaten en zich aansluit bij Ierland’, antwoordde 61 procent dat ze daar ‘niet erg bezorgd’ of ‘helemaal niet bezorgd’ over waren.

    Dat mag onthutsend zijn, het is ook een duidelijke boodschap. Het probleem is alleen dat geen van beide grote partijen die onder ogen wil zien. Een van de plaagstootjes van de geschiedenis is dat deze Engelse nationale revolutie, want dat is de Brexit, ertoe heeft geleid dat de Noord-Ierse Democratic Unionist Party, een ultra-unionistische splinterpartij, voor het machtsevenwicht in Westminster zorgt en Theresa May – nog – in het zadel houdt.

    En zo komt het dat de Leave-stemmers al afscheid van het Verenigd Koninkrijk hebben genomen terwijl May het (in dit geval met steun van Labour) in alle toonaarden de liefde verklaart: ‘Ik zal er altijd voor vechten onze kwetsbare, dierbare unie in stand te houden en te versterken.’ De toekomst van het Verenigd Koninkrijk is nu zelfs een belangrijk onderdeel geworden van de onderhandelingen met de EU. Elke einddeal wordt uiterst complex.

    Dat komt vooral doordat de Britten geen afspraken willen over een harde grens in Ierland waardoor Noord-Ierland zal afwijken van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Er valt geen heldere Brexit te formuleren zolang het gevecht voor een kwestie waar de Leave-stemmers niets om geven tot heilig doel is verklaard. Zoals Lady Bracknell al zei: ‘De draaikonterij over de kwestie is absurd.’

    Auteur: Fintan O’Toole

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte bijdragen van grote schrijvers en journalisten als 
J.M. Coetzee, Orhan Pamuk en eerder 
Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • Niet nóg een EU-referendum

    Niet nóg een EU-referendum

    De politieke chaos rond de Brexit houdt aan in Groot-Brittannië. De huiskrant van de Tories is van mening dat parlementariërs met een oplossing moeten komen – en als ze dat niet kunnen, is het tijd voor nieuwe verkiezingen.

    We verkeren in een uitzichtloze constitutionele crisis. Het referendum van 2016 heeft krachten losgemaakt die lastig 
te bedwingen zijn. De wil van het volk heeft die van de volksvertegenwoordiging overstemd en het parlement weet nu niet goed hoe het daarmee om moet gaan. Dat dilemma is verscherpt door verkiezingen waarin de regeringspartij haar meerderheid verloor, zodat 
premier May de Brexit die zij zelf voor ogen had, niet meer door het Lagerhuis kan krijgen. De vraag is nu hoe we uit deze janboel kunnen komen, zonder ons staatsbestel helemaal op de helling te zetten.

    Sommige staatsrechtgeleerden menen dat het antwoord een nieuw referendum is. Volgens hen kan deze impasse alleen worden doorbroken door het volk opnieuw te raadplegen. Zo schreef hoogleraar Vernon Bogdanor van de Universiteit van Oxford onlangs dat ‘het dilemma dat het volk heeft 
opgeworpen met de uitkomst van het referendum in 2016 en de verkiezingen van 2017, alleen door het volk kan 
worden opgelost met een nieuw referendum’. De People’s Vote-campagne voor zo’n referendum heeft deze zomer aan kracht gewonnen, terwijl tegelijkertijd de angst groeit dat Mays Brexit-plan, hoe dat er ook uit zal zien, dit najaar nooit een parlementaire meerderheid zal 
krijgen. Voor een ‘no deal’ is ook geen steun, en in dat geval zou May zich genoopt zien af te treden, omdat ze dan de centrale taak van haar regering niet heeft weten te volbrengen.

    Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.

    Is een tweede referendum dan de enige uitweg? Velen zijn er fel op tegen: het volk heeft zich toch al uitgesproken? Moeten we de Britse stemmers naar de stembus blijven sturen totdat de ‘juiste’ uitslag er een keer uitrolt, zoals in Ierland en Denemarken? Ja, zeggen de voorstanders van een nieuw referendum: nu we aan den lijve hebben ondervonden hoe gruwelijk het allemaal is, en aan de rand van de afgrond hebben gestaan, laat het volk nu nog maar een keer zeggen wat het wil. Hierbij moet worden aangetekend dat Nigel Farage en andere Leave-aanhangers vooraf een tweede referendum eisten als het eerste met een kleine marge zou worden beslist – omdat zij toen nog dachten dat ze zouden verliezen. Juist het Remain-kamp zei destijds heel stellig ‘eruit is eruit’, omdat het overtuigd was van zijn overwinning. Die rollen zijn nu omgedraaid.

    Het referendum van 1975

    Veel voorstanders van een nieuw referendum waren bovendien blij toen [ondernemer] Gina Miller via de rechter afdwong dat de premier toestemming moest vragen aan het parlement om artikel 50 in gang te zetten. Toch willen zij die beslissingsbevoegdheid 
nu weer afnemen van het parlement en teruggeven aan het volk. Als het eerste referendum democratisch was, zeggen ze, zou een tweede referendum dat 
ook zijn.

    Al is het natuurlijk geen tweede referendum dat ze willen, maar een derde. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen het referendum van 1975 al zijn vergeten of denken dat het ging over de vraag of we tot de gemeenschappelijke markt moesten toetreden: het ging over de vraag of we erin moesten blijven. Het parlement had twee jaar daarvoor al bij wet tot toetreding besloten. Het referendum van 1975 was 
de eerste landelijke volksraadpleging in het Verenigd Koninkrijk en daarmee een belangrijke breuk met 
de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. Dat is ook de reden waarom de Conservatieven er destijds tegen waren. In een toespraak in het Lagerhuis in april 1975 stelde Margaret Thatcher de vraag wat er precies werd bedoeld met ‘overtuigende steun van het volk’.

    1. Voorstanders in 1975 van wat de Brexit is gaan heten. 2. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het VK en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. 3. Premier Harold Wilson in g
    1. Voorstanders in 1975 van wat de Brexit is gaan heten. 2. Het referendum van 1975 was de eerste landelijke volksraadpleging in het VK en daarmee een belangrijke breuk met de geschiedenis en soevereiniteit van het parlement. 3. Premier Harold Wilson in g

    En ze vroeg zich af wat men wilde: ‘Referenda voor elke belangrijke nieuwe wet? Dan hadden we nu geen antidiscriminatiewet, was alle immigratie stopgezet, was abortus nog steeds verboden en zou de doodstraf nog worden uitgevoerd. Ik verwacht 
dat we die kant opgaan als we dit eerste referendum houden zonder stil te staan bij de betekenis van de eis dat elke wet overtuigende steun vergt, wat 
normaliter wordt opgevat als de steun van het Huis.’

    Het was de bedoeling dat het referendum van 1975 eenmalig zou zijn. Als we referenda blijven houden, wordt het moeilijk om niet af te glijden naar directe democratie. Zoals Thatcher zei: waarom dan geen referenda voor andere kwesties waarbij de mening van het parlement niet in de pas loopt met die van de meerderheid van het volk? Moeten politieke kwesties voortaan worden beslist met een telefoonstemming, zoals bij Strictly Come Dancing? Sommige mensen 
vinden dat misschien een aantrekkelijk idee. Ik niet.

    Parlementaire machteloosheid later dit jaar zal de roep om een nieuw referendum versterken. Bij Labour ligt het idee sinds het laatste partijcongres op tafel, al blijft de partij er tegenstrijdige signalen over afgeven. Brexit-woordvoerder Keir Starmer week af van de officiële partijlijn door met zoveel woorden 
te zeggen dat de keuze om in de EU 
te blijven aan het volk moet worden voorgelegd.

    Voorstanders van een referendum die beweren dat ze het Brexit-besluit 
respecteren, dat ze alleen maar willen dat het volk over de inhoud van de Brexit-deal mag stemmen, moeten erkennen dat ze eigenlijk de uitkomst van het eerste referendum willen terugdraaien. Ze willen het debat over EU-lidmaatschap heropenen. De gedachte dat dit een eind zal maken aan de ontstane verdeeldheid, slaat natuurlijk nergens op.

    Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow

    Een nieuw referendum biedt geen enkel soelaas voor onze staatsrechtelijke crisis, integendeel: als het de 
uitkomst van het eerste referendum terugdraait, zou dat een ramp zijn voor ons staatsbestel, onze representatieve democratie en het gezag van ons 
parlement. Het zou grote woede wekken bij miljoenen Leave-kiezers. En we hoeven maar naar het gehakketak op Labours partijcongres te kijken om te beseffen 
hoe moeilijk het alleen al zou worden om overeenstemming te bereiken over welke vraag nu precies aan het volk moet worden voorgelegd.

    Zelden is er in de Britse geschiedenis zo veel onzekerheid geweest over hoe de nabije politiek toekomst eruitziet. Maar het zou van slappe knieën getuigen om het besluit daarover nu weer aan het volk te laten. De parlementariërs moeten dit oplossen. En als het huidige parlement daartoe niet in staat is, moeten er nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven. Mensen die zeggen dat dit de EU-kwestie niet zal oplossen, bedoelen eigenlijk dat het de Brexit niet zal terugdraaien. Maar dat besluit is nu eenmaal genomen en ook een nieuwe regering zal zich verplicht zien de EU te verlaten. Labours woordvoerder van Financiën John McDonnell en vakbondsleider Len McCluskey zeiden dat ook op het partijcongres. Als Labour de Brexit echt wil terugdraaien, moet de partij dat expliciet in haar verkiezingsprogramma zetten en proberen daarmee een meerderheid in het parlement te winnen om dat te bereiken. Veel succes daarmee. Maar zo hoort het in dit land wel te gaan. Dit behoort een parlementaire democratie te zijn, geen veredelde spelshow. Onze flirt met het referendum is uitgelopen op een regelrechte ramp. Laten 
we nooit meer een referendum houden.

    Auteur: Philip Johnston

    The Daily Telegraph
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 840.000

    Anti-Europees tot op het bot, 
strijdlustig en imagobewust, kortom: 
het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.

  • Gibraltar vreest de Brexit

    Gibraltar vreest de Brexit

    In het Britse Gibraltar heeft de naderende Brexit de altijd sluimerende angst voor Spanje weer aangewakkerd. Maar één ding is zeker: ‘We zijn en blijven Brits. We zullen overleven.’

    Op het menubord van het café om de hoek van het regeringsgebouw van Gibraltar staan niet alleen dagschotels – onder meer gebakken kaas-en-chorizoballetjes en Schotse egg-and-chips – maar ook adviezen: ‘Keep calm en eet Britse fish-and-chips’, lezen we op een bord bij de deur. ‘Keep calm en drink tinto de verano’, raadt een ander aan.

    Er werden veel comfort food-schotels en wijnspritzers besteld toen de zon op 24 juni 2016 boven de Rots opkwam. Maar de vreugde en opluchting waarmee het nieuws werd begroet dat 96 procent van de kiezers in Gibraltar zich had uitgesproken voor het EU-lidmaatschap, zakten in naarmate de referendumnacht langer duurde. ‘Het werd langzaam duidelijk dat het elders niet dezelfde kant uitging,’ herinnert vicepremier dr. Joseph Garcia zich met gevoel voor understatement. ‘We zitten in een positie waarin we niet willen zitten,’ aldus Garcia. ‘Wij vertrekken ook [uit de EU], en we willen nu een zo goed mogelijke deal sluiten.’

    Een winkelstraat in Gibraltar, waar men het liefst wil dat alles bij het oude blijft. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty Images
    Een winkelstraat in Gibraltar, waar men het liefst wil dat alles bij het oude blijft. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty Images

    Gibraltar liet er geen gras over groeien: eind 2016 presenteerde het een rapport over de economische effecten van het vertrek uit de EU, en recentelijk sloot het een overeenkomst met de Britse regering over de toegang tot de Britse markt voor zijn sectoren ‘financiële diensten’ en ‘onlinekansspelen’.

    Omdat naar schatting twintig procent van de autoverzekeringen in het VK wordt verkocht door verzekeraars in Gibraltar, en zestig procent van alle inzetten op onlinekansspelen wordt afgesloten bij bedrijven op de Rots, heeft de overeenkomst de belangrijkste Brexit-angsten wat getemperd.

    ‘Het is een geruststelling dat alles nu is uitgekristalliseerd, en dat we onze klanten kunnen vertellen dat alles gewoon doorgaat,’ zegt Christian Hernandez, voorzitter van de Kamer van Koophandel van Gibraltar.

    Minder zeker is wat er met de grens gaat gebeuren. De grensovergang werd in 1969 op bevel van Franco gesloten en werd pas weer geopend in 1985, toen Spanje zich voorbereidde op toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap.

    Enkele uren nadat de resultaten van het Brexit-referendum bekend werden, stelde de toenmalige Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, José Manuel García-Margallo, dat Spanje een hard standpunt zou innemen in de Brexit-onderhandelingen. Volgens hem had de uitslag het vooruitzicht om de Spaanse vlag te zien wapperen boven het lang betwiste gebied dichterbij gebracht.

    ‘Wij zullen nooit een soevereiniteitsprijs betalen voor toegang tot een markt,’ reageerde de premier van Gibraltar, Fabian Picardo. ‘Gibraltar zal nooit Spaans zijn, noch in zijn geheel, noch gedeeltelijk.’

    ‘Onze angst is dat Spanje, zodra we niet meer worden beschermd door het EU-recht, gebruik zou kunnen maken van de grens en erg lastig zou kunnen doen’

    Margallo is intussen vertrokken en vervangen door een gewiekstere carrièrediplomaat, Alfonso Dastis. Die heeft uitgesloten dat de grens wordt gesloten. Onlangs zei Dastis dat Spanje hoopte vóór oktober met Groot-Brittannië een bilaterale overeenkomst over Gibraltar te sluiten om een overgangsovereenkomst over de Brexit niet in de weg te staan.

    ‘We willen de besprekingen tussen de Europese Unie en het VK niet gijzelen,’ zei hij tegen Reuters.

    Maar toch blijven mensen zich zorgen maken. ‘Onze angst is dat Spanje, zodra we niet meer worden beschermd door het EU-recht – als EU-burgers vallen we onder het vrij personenverkeer –, gebruik zou kunnen maken van de grens en erg lastig zou kunnen doen,’ aldus Garcia. ‘We weten niet welke mate van doorstroming er zal zijn aan de grens. Wij willen een frictieloze grens, of eentje die zo frictieloos mogelijk is.’

    De regering van Gibraltar hamert erop dat handhaving van de huidige situatie het best zou zijn voor de mensen aan weerszijden van de grens. Garcia wees erop dat dertienduizend mensen – onder wie achtduizend Spanjaarden – dagelijks de grens met Gibraltar passeren om er te werken.

    En, wat nog belangrijker is, al het bouwmateriaal komt uit Spanje. Deze factoren, samen met de uitgave van jaarlijks 500 miljoen euro aan Spaanse goederen en diensten, maken Gibraltar tot de op een na grootste werkgever in het naburige Andalusië, na de regionale overheid.

    Altijd Brits

    Garcia en Picardo hebben bijeenkomsten gehad met Spaanse politici, vakbonden en Kamers van Koophandel om het belang van een zachte grens te benadrukken, evenals van ‘een verstandige, ordelijke en zorgvuldig gemanagede Brexit’.

    Maar als de huidige goede betrekkingen verzuren en als Spanje zijn veto gebruikt om Gibraltar uit te sluiten van een Brexit-deal tussen de EU en het VK, sluit de regering [van Gibraltar] niet uit dat de rechten en privileges van de Spanjaarden en andere EU-burgers die in het gebied wonen en werken worden herroepen.

    Een ‘harde’ grens en een scherpe controle van grensarbeiders zou desastreus zijn voor de Spaanse stad La Línea de la Concepción, die is opgeleefd door de handel met Gibraltar. ‘La Línea is een tafel met maar drie poten,’ zegt Juan José Uceda van de vereniging van Spaanse werknemers in Gibraltar. ‘Twee ervan vormen samen de economie van Gibraltar, met de handel en de banen. Als die afbreken, stort de tafel in elkaar.’

    De grens ‘is altijd mikpunt geweest van de woede van de Spaanse regering over Gibraltar,’ voegt hij eraan toe. ‘In La Línea maken de mensen zich nu zorgen dat de stad weer in het slop zou raken zoals toen Franco de grens sloot. Dan zouden we weer in 1969 zitten en daar is iedereen bang voor. Er is geen ander werk hier, voor niemand, jong of oud.’

    Anderen zijn minder ongerust over de komende maanden en jaren. ‘Als je de grenzen dichtgooit, komen er rellen,’ aldus Alex Park, eigenaar van de Victoria Tavern in de hoofdstraat. ‘Natuurlijk zou één man ervoor kunnen zorgen dat Gibraltar vastloopt, als ze iedere auto gaan controleren. Maar de afgelopen maanden ging het prima.’

    Park geeft toe dat er onzekerheid is – ‘what will be, will be’ – en plaatst vraagtekens bij de toezeggingen van Madrid aan Andalusië: ‘Het is altijd een lastige regio geweest.’
    Maar over één ding is hij kristalhelder: ‘Over onze soevereiniteit wordt niet onderhandeld. We zijn Brits en we zullen altijd Brits blijven. Die vlag zal nooit worden gestreken. We zijn Britser dan de Britten en we zijn echte overlevers.’

    Auteur: Sam Jones
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijk kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.

  • Draaien

    Draaien

    We hebben in het verleden vast weleens beweerd dat we 
100 procent Rutte-vrij waren, en Wilders-vrij en misschien zelfs wel Binnenhof-vrij.

    Want met 360 willen we over onze eigen buitengrenzen kijken. Wat daarbinnen gebeurt, daar schrijven onze Nederlandse collega’s genoeg over. Maar, in 
de voetsporen van onze huidige premier, wijken ook wij weleens van een eerdere bewering af. Sterker nog, we hebben de goede man zelfs op de cover gezet. En hoe. Van heel dichtbij en met die bekende blik. Recht op die ereplaats verwierf de premier omdat hij de afgelopen weken maar liefst drie keer werd geïnterviewd in publicaties van niveau: Le Monde, Der Spiegel en Financial Times. De kernvraag was steeds dezelfde: is Rutte voorstander van meer of van minder Europa? Het antwoord was, ook onveranderlijk: minder. Althans: niet meer. Maar toch, houd die ene, gezamenlijke lijn in de gaten, 27 lidstaten. Daar moeten we allemaal op zitten.

    Rutte lijkt met enige angst, en wie weet jaloezie, te kijken naar het herstel van de as Parijs-Berlijn. Emmanuel Macron en Angela Merkel hebben het voortouw genomen in de Europese Unie, en Mark wil graag meedoen. ‘We zijn van hetzelfde politieke ras. We draaien er niet omheen, we willen vooruit met Europa.’ Te gek! Leuk! Brexit? Komt goed! Maar het klinkt niet erg zelfverzekerd: Angela zal zich toch niet het hoofd op hol hebben laten brengen door die charmante Macron? Gaan wij ook in investeren, man. Super!

    Als die Frans-Duitse machine maar niet over hem heen walst. Want het Calimerosyndroom zit diep

    Sindsdien heeft Rutte het Élysée al twee keer bezocht en zijn Franse ambtsgenoot teruggevraagd in het Catshuis. Ondertussen is hij met zeven andere landen tegen de geopperde EU-hervormingen van Macron. En draait er diplomatiek omheen als hij daar in de Franse krant naar wordt gevraagd. ‘Het niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren, maar om met eigen voorstellen te komen.’ Als die Frans-Duitse machine maar niet over hem heen walst. Want het Calimerosyndroom zit diep.

    In andere ‘kleine’ lidstaten van de EU leven inmiddels nog grotere zorgen rond Brexit. De Ierse schrijver Fintan O’Toole, columnist van The Irish Times, schrijft dat nu de meeste (religieuze) tegenstellingen tussen Ierland en Engeland verdwenen zijn, een paradox overblijft: binnenkort zullen de twee landen meer gescheiden zijn dan voorheen, omdat er een EU-grens tussen ligt. Droomden de nationalisten vroeger over. 
En nu is er volgens O’Toole geen Ier te vinden die dat nog wil. Onder de mantel der tijd heeft alles zich fatsoenlijk geschikt.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Voor ons Nederlanders is de Brexit een uitgelezen kans, schrijft The Economist. 
Met de Britten verliezen we een machtige bondgenoot, maar we kunnen nu wel zelf het initiatief gaan pakken.

    ‘Alle volken rond de Noordzee zijn met elkaar verbonden,’ mijmert Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNONCW terwijl hij in Den Haag uit het raam van zijn kantoor op de twaalfde verdieping staart. Het is geen verkeerde plek voor een Nederlander om de gevolgen van de Brexit te overpeinzen. De Rotterdamse haven, de drukste van Europa, valt ternauwernood in de ochtendnevel te ontwaren. Tachtigduizend Nederlandse bedrijven doen zaken met Groot-Brittannië en elk jaar razen 162.000 vrachtwagens tussen beide landen heen en weer. De Rabobank heeft becijferd dat zelfs een zachte Brexit in 2030 tot een daling van het bbp met 3 procent zou kunnen leiden. Ierland uitgezonderd krijgt geen land het zwaarder voor de kiezen. ‘De Brexit had niet onze voorkeur,’ merkt De Boer droogjes op.

    Nederlandse regeringen uit de jaren vijftig en zestig deden hun best hun Britse vrienden over te halen om tot de Europese club toe te treden. Toen de Britten er in juni 2016 voor stemden om de Europese Unie te verlaten, vroegen sommigen zich af of Nederland in hun kielzog zou volgen. De Europese trauma’s op migratie- en economisch gebied stelden het geduld van de Nederlandse kiezer al jaren op de proef en premier Mark Rutte leek niet bereid het voor Europa op te nemen. Eurosceptische sentimenten waren koren op de molen voor Geert Wilders, die aandrong op een ‘Nexit’. Ruim een jaar geleden, met verkiezingen op komst, hielden Europeanen hun hart vast.

    Calvinistisch vingertje

    Wat er vervolgens gebeurde was interessant. De VVD won de verkiezingen, hoewel het succes van PVV-leider Geert Wilders Rutte dwong tot een vierpartijencoalitie met een minieme meerderheid. In plaats van het Europese feestje te verstoren, mengde Rutte zich, aangespoord door zijn adviseurs, in het debat over Europa met een enthousiasme dat weinigen van hem kenden. Begin maart bracht hij een bezoek aan Berlijn om een gedetailleerde speech over de EU te houden, zijn eerste grote bemoeienis met de Unie sinds hij in 2010 premier werd. Niet lang daarna kwamen Nederland en zeven andere kleine landen uit Noord- en Oost-Europa (een hoge EU-ambtenaar sprak van de ‘slechtweercoalitie’) met een gezamenlijke visie op de EU.

    Vooralsnog leidt het niet tot grote beleidswijzigingen inzake Europa. De Nederlanders willen nog steeds de risico’s en de gezamenlijke uitgaven beperken en de handel binnen de EU stimuleren. Met hun calvinistische zwaaiende vingertje dringen ze er bij andere landen op aan eerst in eigen huis orde op zaken te stellen alvorens aan te kloppen voor gezamenlijke oplossingen. Maar volgens Hans de Boer is dat om de Nederlandse kiezer gerust te stellen en niet om de EU dwars te zitten. Bovendien markeert de Berlijnse toespraak een verandering van stijl van een premier die zich lange tijd niet graag in de discussie over Europa mengde. Rutte klaagde na een Europese top meestal over gebakken lucht. Nu stort hij zich vol overgave op Europa. ‘Ik heb hem nog nooit zo pro-Europees gezien,’ zegt een collega.

    Ter rechtvaardiging merkt Rutte opgewekt op dat de Brexit Nederland ertoe dwingt zijn vier eeuwen oude diplomatieke balanceeract tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië te herijken. Dat betekent twee dingen. Ten eerste een onverbloemd commitment aan Europa; Nederland wil dat de EU een sterke handelsrelatie met Groot-Brittannië smeedt, maar zonder de gelederen te verbreken. Ten tweede de bereidheid om ad-hoccoalities op bepaalde onderwerpen te vormen. Rutte noemt er een paar: een met Duitsland op het gebied van migratie, handel en de euro, een met bepaalde Midden-Europese landen over de interne Europese markt en een met de Fransen als het gaat om klimaatverandering. ‘De Brexit is een wake-upcall,’ zegt Ben Knapen, voormalig staatssecretaris van Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Vond Nederland het vaak wel best dat Groot-Brittannië het voortouw nam, nu moet het zelf in het geweer komen.

    Dat is deels een strategie om zich tegen onderonsjes van de grootmachten in te dekken. De angst dat de Frans-Duitse machine over hen heen zal walsen zit diep bij Nederlandse diplomaten. Toch zijn ze voorzichtig optimistisch dat de Duitsers hen niet zullen afvallen als het gaat om kwesties als de EU-begroting of de hervorming van de eurozone. Sterker nog, de Duitsers zijn blij dat de ‘groep van acht’ de aanval kiest, want dat maakt Duitsland tot het middelpunt van de discussie. Peter Altmaier, de Duitse minister van Economische Zaken en een vertrouweling van Angela Merkel, verleent de slechtweercoalitie stilzwijgend zijn steun.

    Maar Rutte investeert ook in Emmanuel Macron. Nadat de Franse president de Nederlandse premier twee keer in Parijs had ontvangen, ging hij vorige week op bezoek in Den Haag. De onmin tussen Frankrijk en Nederland is groot, vooral als het gaat om de eurozone; Nederland wil grotere nationale buffers om crises op te vangen, terwijl Macron wars is van supranationale instituties en een forse gezamenlijke begroting. Rutte erkent de verschillen, maar doet alsof de rest van de EU vanzelf volgt als hij en Macron een deal sluiten. (Duitsland zou daar ook wel iets over te zeggen kunnen hebben.) Nederlandse diplomaten, verzot op handel, liepen de rillingen gewoonlijk over de rug bij een oproep als die van Macron tot een ‘Europa dat beschermt’. Maar nu, nerveus geworden door roofzuchtige Chinese investeringen, Russisch spierballenvertoon, terreurdreiging en de handelstarieven van Donald Trump, vragen ze zich af of hij een punt heeft.

    Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor

    Het is een uitgelezen moment voor de Nederlanders. De Brexit kost ze een bondgenoot, maar biedt ook een kans om het initiatief te nemen. De hernieuwing van de Frans-Duitse relatie levert een gevaar op, maar geeft Nederland ook een mogelijkheid om zijn zegje over Europa te doen. Van de overeenkomst van de EU met Turkije uit 2016, die een einde aan illegale immigratie moest maken en waar Nederland mede de hand in had, heeft Rutte geleerd dat Europees optreden nationale problemen kan helpen oplossen. Nederlandse politici erkennen dat ze nog aan die nieuwe wereld moeten wennen. Maar vooralsnog ontbreekt het hun in de Nederlandse diplomatie niet aan grootspraak. Ruttes nekharen gaan rechtovereind staan bij elke suggestie dat zijn land een ‘klein land’ is.

    Toch moet hij oppassen dat hij in eigen land geen verzet oproept, wat hem voorzichtig zal maken met wat hij zegt. Nederlandse parlementsleden – ook die van partijen die meeregeren – en de media zijn gespitst op de geringste aanwijzing dat hun land zal worden meegesleurd in een zogeheten transferunie met wel lasten maar geen lusten. Nederlanders worden moe van Oost-Europese landen die vluchtelingen weigeren maar wel Europese subsidies opslokken. Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor. In de peilingen schiet zijn Forum voor Democratie Wilders voorbij.

    Alleen dat dwingt Rutte er al toe om in de komende debatten over de begroting, de eurozone en de hervorming van het Europese asielbeleid een harde lijn te kiezen. Voor veel Europeanen zullen de Nederlanders de durfals onder de bangeriken blijven. Maar na zolang aan de zijlijn te hebben gestaan, doen ze nu tenminste mee.

    Vertaler: Nico Groen

    Openingsbeeld: © ANP

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.549

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal politiek en economisch nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • De Brexit schept een grens die er niet meer is

    De Brexit schept een grens die er niet meer is

    Vroeger hadden de Ieren een harde grens met Engeland toegejuicht. Maar nu de Brexit nadert vinden ze het jammer, schrijft de Ierse columnist Fintan O’Toole. ‘De tijd dat Iers-zijn het tegenovergestelde was van Engels-zijn is voorbij.’

    Die zomer hing in Londen een soort hitte die ik in Ierland nog nooit had gevoeld, zo drukkend en benauwd als je alleen in heel grote steden meemaakt. Het was 1969, ik was elf en dit was mijn eerste dag in Engeland. Samen met mijn vader en mijn broer was ik met de boot van Dublin naar Liverpool gekomen. Met de bus waren we door de Midlands gereden, een intens onbekend landschap van autowegen, benzinestations en reusachtige energiecentrales. Mijn vaders neef Vincent had ons opgewacht bij het busstation en een volgende bus bracht ons naar East End, waar we logeerden bij mijn moeders zus Brigid. Brigid was een non, dus eigenlijk logeerden we in een katholiek klooster.

    Vanwege de hitte en het vooruitzicht van drie dagen achter de kloostermuren besloot mijn vader dat hij wel een biertje kon gebruiken. Dus mijn vader en Vincent lieten mijn broer en mij met een flesje Fanta achter op een laag muurtje en verdwenen zelf de kroeg in. Ik weet nog dat ik op dat muurtje hard op mijn rietje zat te zuigen om de paniek te onderdrukken. We waren alleen in Engeland, van iedereen verlaten, op een wezensvreemde plek. ‘Engeland’ was een angstaanjagend begrip voor me.

    Uit de geschiedenislessen op school wist ik dat de Engelsen alleen maar slechte dingen tegen de Ieren hadden gedaan. En ik wist dat de kern van al die slechtigheid het protestantisme was. Er was maar één waar geloof en dat dat was natuurlijk het katholicisme, dus Engeland was in principe al abnormaal. Je wist nooit wat je van zulke mensen kon verwachten – alleen dat ze niet aardig waren.

    De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen

    Toen kwam er over de weg een enorm grote man aan in een wapperend wit gewaad, en zijn lengte werd nog geaccentueerd door een hoge muts van luipaardbont. Hij had een gevolg van vijf of zes mannen, ook in het wit, zij het minder flamboyant. Hij was kennelijk een soort hoogwaardigheidsbekleder, een koning of een stamhoofd. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Hij zag me kijken en op zijn gezicht verscheen een grote glimlach. Hij gaf me een klopje op mijn hoofd en zei in een voor mij onbekende taal iets tegen zijn kompanen. Hij vroeg: ‘Geniet je van je fles prik?’ ‘Prik’ was een woord dat we in Ierland niet gebruikten voor frisdrank, maar ik wist wat het betekende. Ik kende het woord uit de Britse stripverhalen die we verslonden. Het verbaasde me dat hij mijn broer en mij voor Engelsen hield. Ik wilde hem uitleggen dat hij zich vergiste, dat wij net als hij buitenlanders waren. Maar ik was te perplex om iets te kunnen zeggen en hij vervolgde majestueus zijn weg.

    Soms vraag ik me af wat ik als elfjarige tegen dat koninklijke personage zou hebben gezegd als ik in staat was geweest om mijn gevoelens uit te spreken. Stel dat hij mijn protest had weggewuifd: ‘Ik vind jou er Engels uitzien, dus wat is het probleem?’ Stel dat hij had gevraagd wat we daar überhaupt deden. Dan had ik moeten uitleggen dat mijn oom Vincent die in het café achter ons zat, uit het arbeidersmilieu in Dublin was weggegaan en erin geslaagd was om af te studeren op de universiteit van Oxford. En dat we logeerden bij mijn tante, de non, die als verpleegster in East End werkte. En dat we daarna in Maidstone zouden logeren bij mijn vaders broer Kevin die foerier was in het Britse leger en op de Tories stemde. En dat we daarna zouden logeren bij mijn moeders broer Pete en zijn vrouw in Manchester; hij was buschauffeur en zij stemden Labour.

    En dat al hun kinderen – de neven en nichten die Engels met het plaatselijke accent spraken – net zo waren als ik: we speelden dezelfde spelletjes, keken naar dezelfde tv-programma’s, luisterden naar dezelfde popmuziek en we konden meteen goed met elkaar opschieten omdat we familie waren.

    Ik weet niet of hij ervan overtuigd zou zijn dat mijn Iers-zijn iets meer was dan een kleine lokale variatie op het Engels-zijn. Het was natuurlijk veel meer – en dat is het nog steeds. Het Iers-zijn is niet iets wat je hoeft te bewijzen. Maar het ligt ook weer niet zo simpel en het is zeker niet wat ik als jongetje dacht dat het was: het tegenovergestelde van Engels-zijn.

    Meerduidig en complex

    Relaties binnen wat we nu ‘de eilanden’ noemen zijn meerduidig en complex. Engeland, Schotland, Wales, Noord-Ierland en de Ierse Republiek vormen een soort matrix, maar die verschuift voortdurend en is nooit stabiel. De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen. Engeland was industrieel, dus Ierland moest zijn onderontwikkelde en gedeïndustrialiseerde economie tot deugd verheffen. Engeland was urbaan, dus Ierland moest een exclusief rustiek imago van zichzelf creëren. De Engelsen waren wetenschappelijke rationalisten, dus wij moesten als Ieren de mystieke dromers van dromen zijn. Zij waren Angelsaksen, dus wij waren Keltisch. Zij hadden een monarchie, dus wij een republiek. Zij ontwikkelden een welvaartstaat, dus wij vertrouwden op de genade van de liefdadigheid.

    Maar zo simpel was het leven niet. Mijn tantes en ooms waren dolblij met hun werk in de fabriek en de dienstverlening in Engelse steden. Ze emigreerden niet zozeer naar Engeland als wel naar de welvaartsstaat. De Ieren hielpen de National Health Service opbouwen en genoten van de voordelen ervan. Ze maakten gebruik van de onderwijsmogelijkheden die de Britse sociale democratie hun bood. En hoewel ze zeker wel racistische trekjes hadden, genoten ze van het leven in een multi-etnische samenleving.

    Hoewel het katholicisme een belangrijk punt van onderscheid was, gaven veel Ieren er de voorkeur aan om in Engeland te wonen omdat ze dan verlost waren van seksuele vooroordelen. Zes jaar na mijn eerste bezoek werkte ik als zeventienjarige in de zomervakantie in een bioscoop in Piccadilly Circus. Daar werd me voor het eerst gevraagd: ‘Ben je homo of hetero?’ Me bijna verontschuldigend mompelde ik dat ik hetero was – verontschuldigend omdat ik me meteen realiseerde dat bijna iedereen die daar werkte homo was. De manager was homo en hij nam homo’s in dienst om van het bedrijf een soort veilige haven te maken. Ik had de baan gekregen op basis van een verkeerde inschatting, maar ik werd getolereerd. Het was voor mij een belangrijke, zij het wat vreemde ervaring: ik kon even meemaken hoe het was om tot een seksuele minderheid te behoren.

    Op verschillende manieren betekende Engeland dat voor veel Ieren: het land leerde ons dat ‘meerderheid’ en ‘minderheid’ willekeurige typeringen waren. In Ierland maakten de meesten van ons deel uit van een meerderheidscultuur; in Engeland moesten we leren wat het was om tot de weinigen te behoren in plaats van tot de velen. Dus we hadden twee verschillende ideeën over Engeland: als het tegenovergestelde van Ons en als een plek waar Wij iets veel ruimers betekende.

    Ierse kinderen in de wijk Ballymun in Dublin. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte
    Ierse kinderen in de wijk Ballymun in Dublin. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    Maar de opvatting dat Ierland en Engeland elkaars tegenovergestelde zijn is allang achterhaald. Ierland is veel minder katholiek en Engeland veel minder protestants; in elk geval speelt religie een veel minder belangrijke rol in de identiteit van beide landen dan vroeger. De historische vijandigheid heeft plaatsgemaakt voor intense samenwerking en een gedeeld belang in vrede. En wellicht het belangrijkste: Engeland en Ierland zijn niet langer de tegenovergestelde nationaliteitspolen op de ‘eilanden’ – Wales en in het bijzonder het zelfstandigere Schotland zijn veel assertievere delen van de matrix.

    Het wegvallen van deze simplistische tegenstelling is alleen maar goed. Maar de andere, positievere, kant van de oude tegenstelling is ook aan het verdwijnen, deels omdat Ierland is veranderd. De tijd is allang voorbij, bijvoorbeeld, dat Ieren de zee moesten oversteken om het leven in een multi-etnische samenleving te ervaren – de sinds de jaren negentig snel toenemende immigratie heeft ertoe geleid dat ze dat ook in hun eigen land kunnen ervaren. De strijd is ook voorbij dat LHBT-ers het gevoel hadden dat ze naar Engeland moesten om een tolerantere cultuur te vinden. Ierse vrouwen gaan nog steeds wel naar Engeland voor een abortus die ze in hun eigen land niet kunnen krijgen, maar die tijd zal ook langzaam voorbijgaan nu Ierland op het punt staat de strenge abortuswet te veranderen. Als Engeland in mindere mate een toevluchtsoord is voor Ieren, komt dat deels doordat er minder is om voor te vluchten.

    Paradox

    Als de tegenstellingen waar we aan gewend waren verdwenen zijn, blijft voor ons de paradox over: de Ierse Zee heeft nog nooit zo smal geleken en de twee kanten zijn nog nooit zo gelijk geweest. Toch zullen Ierland en Engeland binnenkort wellicht meer gescheiden zijn dan voorheen, omdat er dan een EU-grens tussen ligt. Er was natuurlijk een tijd dat veel Ieren van zo’n situatie zouden hebben gedroomd, dat nationalisten niets liever wilden dan dat de hoogst mogelijke barrières tussen Ierland en Engeland werden opgeworpen.

    Maar nu kom je bijna geen Ier meer tegen die het niet diep betreurt. Dat zegt op zichzelf al veel. Onder al dat politieke gedoe heeft alles zich heel fatsoenlijk geschikt, in een over het algemeen tevreden nabuurschap. Na zo veel eeuwen van verbittering is dat geen sinecure. De Engelsen en de Ieren hebben onderling geen problemen meer. En juist het feit dat er geen problemen meer zijn is nu een big deal.

    Auteur: Fintan O’Toole
    Vertaler: Paul Bruijn

    Lees ‘Brexit kan Groot-Brittannië en Ierland opnieuw verdelen’ terug in Reader # 0.

    The Irish Times
    Ierland | dagblad | oplage 61.049

    In 1859 opgericht door protestanten. Tegenwoordig staat de krant onder controle van een groep ‘trustees’, die de politieke en religieuze onafhankelijkheid bewaakt. The Irish Times heeft nog altijd een groot correspondentennetwerk en vele prominente ‘pennen’.

  • Waarom de Britten geen spijt hebben van de Brexit

    Waarom de Britten geen spijt hebben van de Brexit

    Tegenstanders van de Brexit voorspelden ‘koopspijt’ als Groot-Brittannië in een recessie zou belanden. Maar die bleef uit, schrijft Larry Elliott. En de meeste mensen gingen gewoon door met hun leven.

    We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: het moment waarop je thuiskomt en beseft dat je die nieuwe trui helemaal niet wilde hebben en hem eigenlijk ook niet kon betalen. Dat heet koopspijt, en het was een idee dat de tegenstanders van een Brexit troost gaf toen ze probeerden bij te komen van de schok na het referendum over de Britse lidmaatschap van de Europese Unie in juni 2016.

    Wat de Brexit betreft betekende koopspijt dat mensen die vóór het vertrek uit de EU hadden gestemd daar snel spijt van zouden krijgen omdat de economie onmiddellijk in een diepe recessie zou geraken, zoals het ministerie van Financiën in de aanloop naar het referendum had voorspeld. Project Angst was eigenlijk Project Realiteit, werd gezegd, en het zou niet lang duren eer de voorstanders van Brexit zouden aandringen op een kans om zich alsnog te bedenken.

    Er waren ongetwijfeld mensen die, ondanks de onmiskenbare zwakke plekken in het Europese project, oprecht dachten dat er nooit iets goeds zou kunnen voortkomen uit een Brexit, en dat vooral de armen en kwetsbaren die vóór een vertrek hadden gestemd, het meest zouden lijden onder de onvermijdelijk geachte funeste gevolgen. Maar die koopspijt-theorie had een snobistische en hatelijke ondertoon, namelijk dat het plebs te stom was om te beseffen waar het vóór stemde.

    Geen armageddon

    Toch was de kans altijd klein dat er om die redenen een tweede referendum gehouden zou worden, en dat is ook niet gebeurd. We zijn nu anderhalf jaar verder en er zijn weinig tekenen te bespeuren van koopspijt. Dat komt gedeeltelijk doordat mensen om complexe redenen voor blijven of vertrekken stemden. Het referendum heeft nooit alleen om de economie gedraaid, en achteraf gezien was het een strategische blunder van de voorstanders van het lidmaatschap van de EU om het alleen te hebben over de consequenties van de uitslag voor het bruto binnenlands product en de huizenprijzen.

    Een andere reden waarom er geen koopspijt is ontstaan, is dat het land – of liever gezegd: dat deel van het land (verreweg het grootste) dat niet geobsedeerd is door de Brexit – gewoon is doorgegaan met wat het altijd deed. 
Er zijn Brexit-fanatici, er zijn anti-Brexit-fanatici, en daartussenin zijn 
er miljoenen mensen die in juni 2016 om een beslissing werd gevraagd, die beslissing hebben genomen, en nu verwachten dat de democratie weer zijn loop heeft. Ze denken niet meer aan de Brexit, net zoals ze tussen twee verkiezingen in ook niet aan de politiek denken.

    De koopspijt-strategie vereiste dat het Verenigd Koninkrijk in een recessie zou storten, maar daar is het land niet eens bij in de buurt gekomen. De economie was slap – vooral in vergelijking met die van andere grote, ontwikkelde landen – maar om koopspijt te genereren zou die sterk hebben moeten krimpen en hadden de werkloosheidscijfers omhoog moeten schieten. Met een equivalent van 2009 – toen de economie met meer dan 4 procent kromp – zou dat wellicht gebeurd zijn. Maar in plaats daarvan groeit de economie maar iets minder hard dan op de lange termijn was voorspeld en is de werkloosheid sinds 42 jaar niet meer zo laag geweest. Het uitblijven van een economisch armageddon heeft alleen het gebrek aan vertrouwen in deskundige voorspellers vergroot.

    © Christopher Furlong / Getty
    © Christopher Furlong / Getty

    De eerste helft van 2017 was na het referendum de meest hachelijke periode voor de economie. De inflatie steeg snel vanwege de devaluatie van het pond na de keus voor een Brexit, maar zelfs toen was de groei gemiddeld nog 0,3 procent per kwartaal. Sindsdien gaat het weer iets beter, en nu de factoren die inflatie in de hand werken minder actief zijn, blijft dat in 2018 waarschijnlijk zo doorgaan. De verwachtingen voor de mondiale economie zijn naar boven bijgesteld, en dat 
is een steun voor Britse exporteurs van productiegoederen en diensten. Het enthousiasme op de beurzen kan voor een deel doorgeprikt worden, maar we kunnen er zeker van zijn dat 2018 niet weer een 2009 zal worden. Het tij van de mondiale economie is rondom het tijdstip van het Brexit-referendum gekeerd, en die opleving zal nog wel even standhouden.

    Er zijn een paar redenen voor die veranderde stemming. Langdurige stimulering in de vorm van een ongekend lage rente en de vergroting van de geldvoorraad, die bekendstaat als ‘kwantitatieve verruiming’, is een van de factoren. Een andere is de verbeterde financiële positie van de banken.

    Een derde factor is het natuurlijke ritme van de conjunctuur, hetgeen betekent dat zelfs behoedzame bedrijven moeten gaan investeren omdat hun bestaande apparatuur het begeeft of verouderd is. Om al die redenen ontstond er weer een vechtersmentaliteit. Bedrijven die overeind waren gebleven tijdens de Grote Recessie zagen dat de dingen eerder beter dan slechter gingen. Ze waren het zat om te zeuren.

    Dat betekent niet dat de wereld als door een wonder veranderd is en dat alle problemen die ons de afgelopen tien jaar achtervolgden plotseling zijn verdwenen. Verre van dat. Die grote structurele problemen – het aangaan van te grote schulden om de consumptie te bevorderen, de tien jaar waarin de productiviteit niet is gegroeid, de toegenomen inkomensongelijkheid – 
zijn niet verdwenen en worden alleen maar verhuld door een krachtige, 
conjuncturele opleving. Een periode van solide groei schept een gunstiger klimaat waarin enkele van die zwakke punten kunnen worden verbeterd. Het staat nog te bezien of die kans wordt benut.

    Dat geldt vooral voor Groot-Brittannië, waar de bedroevende productiviteit hét grote probleem van de afgelopen tien jaar is geweest. Als de groei in productie per hoofd van de bevolking sinds 2008 was doorgegaan in de richting van vóór de recessie, dan zou de levensstandaard inmiddels met 20 procent zijn gestegen. Zelfs volgens de meest pessimistische voorspellingen voor de invloed van de Brexit op de lange termijn wordt niet verwacht dat die even kostbaar zal zijn.

    De verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken

    Dat brengt ons bij het laatste probleem van de koopspijt-theorie: de verdedigers hebben er zo lang op gehamerd hoe vreselijk de Brexit zal uitpakken, dat ze vergeten zijn oplossingen te bedenken om iets te doen aan de redenen waaróm mensen tegen het EU-lidmaatschap stemden: lage lonen, onzekerheid over hun baan, het gevoel dat er niet naar hen werd geluisterd. Voorstanders van het EU-lidmaatschap grepen zich vast aan elke flard negatief nieuws over de economie – hoe onbeduidend ook – in de hoop dat het tot een ommezwaai zou leiden. Maar ze waren niet in staat om met een plan te komen dat de structurele, economische problemen van Groot-Brittannië zou oplossen, problemen die er al voor 23 juni 2016 waren en die zullen blijven bestaan, of het resultaat van het referendum nu wel of niet alsnog zou worden verworpen.

    Het voortdurend blijven benadrukken van de negatieve gevolgen van de Brexit, zonder met oplossingen te komen voor het chronische tekort op de betalingsbalans van Groot-Brittannië, de noord-zuidkloof en het vertrouwen op de door schulden in stand gehouden groei, heeft de indruk gewekt dat sommige ‘blijvers’ een stevige recessie zouden verwelkomen omdat die de kiezers tot bezinning zou brengen.

    Maar die blijvers winnen er niets 
bij als ze het slechte economische nieuws overdrijven. Misschien zou het beter zijn als ze erop wijzen dat de eurozone in 2017 de verwachtingen van de mondiale economie nog overtrof, en dat Mario Draghi als president van de Europese Centrale Bank de aangeboren gebreken van de euro geweldig wist weg te moffelen. De economie van het Verenigd Koninkrijk zal het in 2018 beter doen dan werd verwacht. Dat zulks deels het resultaat is van een sterkere eurozone, is een van die tegenstrijdigheden van het leven.

    Auteur: Larry Elliott
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Larry Elliott is economieredacteur van The Guardian.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Meer brand- dan vredestichter

    Meer brand- dan vredestichter

    De nieuwe kroonprins van Saoedi-Arabië, Mohammed bin Salman, staat bekend als een onvoorspelbare man die denkt dat geld alle problemen oplost. Een profiel.

    Zoals verwacht heeft koning Salman zijn jonge zoon Mohammed (31) tot kroonprins benoemd nadat hij de vorige kroonprins, Mohammed bin Nayef, de laan uit had gestuurd. Volgens officiële bronnen had deze laatste om ‘privéredenen’ verzocht van zijn kroonprinselijke taken te worden ontheven.

    De koning heeft ook de Saoedische basiswet van 1990 gewijzigd: de verticale troonopvolging van vader op zoon komt in de plaats van de horizontale opvolging van broer op broer die door de stichter van het koninkrijk, Abdulaziz bin Saud, in 1933 was ingesteld.

    De nieuwe troonpretendent Mohammed bin Salman denkt dat geld alle problemen oplost, hoewel hij er geen overwinningen mee heeft kunnen afdwingen in de oorlogen en conflicten die hij is begonnen.

    Tot nog toe is het onduidelijk waarom de koning niet ook een plaatsvervangende kroonprins heeft benoemd, zoals de gewoonte is. Evenmin is er vooralsnog antwoord op de kernvraag: zal de zieke koning spoedig afstand van de troon doen en zijn zoon het hoogste ambt gunnen terwijl hij zelf nog in leven is? Dat zou een primeur zijn, want nog nooit is een Saoedische vorst vrijwillig afgetreden. De tweede koning, Saud bin Abdulaziz, werd in 1964 afgezet na een belegering van het paleis, waarop hij een vrijgeleide kreeg naar Griekenland.

    Mohammed bin Salman zal alle dissidente stemmen het zwijgen opleggen en tegelijkertijd beperkte persoonlijke vrijheden toestaan

    De nieuwe aanstelling kwam vlotjes tot stand. In een vloek en een zucht ‘stemden’ 31 van de 34 koninklijke leden van het Comité van Trouw, een soort koninklijk adviesorgaan, voor de nieuwe functie van Mohammed bin Salman. Het Saoedische nieuwsagentschap gaf onmiddellijk beelden vrij waarop de jonge Mohammed zijn neef Bin Nayef bedankt dat deze zich zonder morren heeft teruggetrokken, een erkentelijkheid die hij nog eens benadrukt met een (beleefd afgeweerde) poging de voeten van de afgedankte kroonprins te kussen.

    Er was een pleister op de wonde: een gelijktijdige koninklijke benoeming betrof die van Abdulaziz bin Saud bin Nayef tot nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Deze Bin Nayef is de neef van de afgetreden kroonprins en kleinzoon van de overleden prins Nayef, minister van Binnenlandse Zaken van 1975 tot zijn overlijden in 2012. Met deze aanstelling wordt de controle van de Nayef-tak over het belangrijkste ministerie inzake binnenlandse veiligheid bestendigd.

    De benoeming van de nieuwe troonopvolger kan de toekomst van het koninkrijk op vele wijzen beïnvloeden. Maar in alle gevallen is die toekomst onzekerder geworden door het grillige karakter van de nieuwe kroonprins.

    In de eerste plaats wordt er een straf binnenlands bewind verankerd. Mohammed bin Salman zal alle dissidente stemmen het zwijgen opleggen en tegelijkertijd beperkte persoonlijke vrijheden toestaan. Zijn nieuwe ‘vermaakscommissie’ moet ervoor zorgen dat de Saoedi’s zich in de toekomst binnen redelijke grenzen mogen amuseren.
    Het is niet ongewoon dat dictators hun gemarginaliseerde onderdanen bepaalde vormen van gereglementeerd vermaak gunnen, om te voorkomen dat ze geestelijk imploderen. Vrouwen zullen uitgroeien tot symbolen van een nieuw, modern Saoedisch consumentisme. Wellicht krijgen ze spoedig het recht auto te rijden. Saoedi’s zullen een beetje plezier mogen hebben zonder dat de religieuze politie hun voortdurend op de huid zit.

    Mohammed bin Salman zal een overbodig, gemarginaliseerd en in ongenade gevallen wahabitisch religieus establishment blijven negeren. Maar de kroonprins kan er maar beter niet van uitgaan dat hij de wind er heel gemakkelijk onder houdt. Hij zal rekening moeten houden met landgenoten die zich bij de Islamitische Staat hebben aangesloten, van wie mogelijk een deel zal terugkeren uit Syrië.

    Mohammed bin Salman eerder dit jaar op een bijeenkomst van defensieministers uit de Golfregio in Saoedi-Arabië. – © Saudi Interior Ministry / HH
    Mohammed bin Salman eerder dit jaar op een bijeenkomst van defensieministers uit de Golfregio in Saoedi-Arabië. – © Saudi Interior Ministry / HH

    Toen Al-Qaeda na 2001 uit Afghanistan was verdreven, gingen veel Saoedische leden van deze beweging weer naar huis en richtten daar de hevigste terreurcrisis aan die het land heeft gekend. IS heeft sinds 2015 de verantwoordelijkheid opgeëist voor diverse aanslagen in Saoedi-Arabië, wat niet wegneemt dat het sektarische karakter van de beweging Mohammed bin Salman van pas kan komen in de huidige crisis met Iran.

    Daarnaast valt er nóg meer rammelend beleid tot economische liberalisering te verwachten, waaronder het afbouwen van de Saoedische afhankelijkheid van olie tegen 2020, een inkrimping van 
de verzorgingsstaat, privatisering en – heel belangrijk – de internationale verkoop van 5 procent van de Saoedische oliemaatschappij Aramco in september 2017.

    Dit betekent dat Mohammed bin Salman de ene dag zijn onderdanen zal voorhouden dat ze de broekriem moeten aanhalen, en hen de andere dag zal belonen voor hun volgzaamheid door ambtenarensalarissen vrij te geven en met extra vakantiedagen te strooien. Maar het zal een wonderbaarlijke prestatie vergen om een neoliberaal paradijs met minder werkdagen en productiviteit aan de praat te houden.

    Ten derde zal het Mohammed bin Salman grote moeite kosten om als regionale macht op te boksen tegen Turkije, Iran en Israël, stuk voor stuk landen die op dit moment hun spierballen tonen in hun streven de diverse conflicten in de Arabische wereld naar hun hand te zetten. Turkije en Iran heeft hij al van zich vervreemd – het eerstgenoemde land heeft in de jongste crisis de zijde van Qatar gekozen. De prins heeft ook beloofd de oorlog diep in Iran te planten, een uitspraak die neerkomt op een oorlogsverklaring.

    Voorbereiding en coördinatie

    Mohammed bin Salman lijkt het effect van zijn flamboyante uitspraken niet te beseffen. Maar hij en IS zouden, gezien de sektarische instelling die ze delen, goed kunnen samenwerken, met name als IS zijn doelwitten in Syrië en Irak kwijtraakt. IS kan worden geïnstrueerd om na het verlies van Mosoel en Raqqa zijn terreurcampagne naar Iran te verplaatsen.

    Mogelijk zal hij wel de betrekkingen verbeteren met Israël, dat nu schertsend de jongste soennitische staat wordt genoemd. Dit houdt verband met de pogingen van de kroonprins een pan-islamitische alliantie te vormen tegen én Qatar én Iran. Israël beschouwt dat laatste land als zijn grootste bedreiging, dus maakt het impliciet deel uit van deze alliantie. Bin Salman zal heimelijk met Israël blijven samenwerken op 
militair en economisch gebied. Maar dat wil nog niet zeggen dat de Israëlische vlag spoedig in Riyad zal wapperen. Zoiets vergt de nodige voorbereiding en coördinatie. Bovendien staat er bij een dergelijke controversiële stap veel op het spel.

    Ten slotte zal Mohammed bin Salman de Amerikaanse president Donald Trump het hof blijven maken. Het draait daarbij om wapendeals en investeringsbeloften, in ruil voor aanhoudende steun – althans voor de bühne. Net als Mohammed bin Salman is Trump onvoorspelbaar. De twee mannen zouden om kleinigheden ruzie kunnen krijgen. Maar ze zullen wel een schijn van eensgezindheid blijven ophouden totdat zij hun doelen hebben bereikt, zowel in eigen land als daarbuiten.

    schermafbeelding 2017 07 12 om 2 47 54 pm

    De nieuwe kroonprins heeft op dit moment kennelijk geen tijd voor Europa. Dat werelddeel zal hij blijven zien als een vakantiebestemming voor zijn onlangs aangeschafte jacht (voor 500 miljoen euro), en als leverancier van wapens die hij niet elders kan aanschaffen. Dit betekent dat Europese wapenfabrikanten en de Britse en Franse regering om de aandacht van 
de jonge prins zullen wedijveren.

    Beide landen lijken wel hun favoriete Saoedische kandidaat te zijn kwijtgeraakt. Ex-kroonprins Mohammed bin Nayef had een goede verstandhouding met de westerse geheime diensten weten op te bouwen. Hij werd gezien als cruciaal in de strijd tegen het terrorisme. De Britse premier Theresa May zal ook de nieuwe kroonprins nodig hebben, en dan vooral om economische redenen, want voor Groot-Brittannië dreigt na de Brexit zowel een economische als een politieke neergang.

    Het moet gezegd dat het koninkrijk van Salman al een beetje vorm begint te krijgen, ondanks levensgrote nationale en regionale problemen. Andere prinsen of groepen in het land zullen de nieuwe benoeming waarschijnlijk niet aanvechten. Ook dan ziet de toekomst er echter bewolkt uit.

    Mohammed bin Salman is geen kundig bestrijder van regionale brandjes, noch is hij een groot strateeg. Hij denkt dat geld alle problemen oplost, hoewel hij er geen overwinningen mee heeft kunnen afdwingen in de oorlogen en conflicten die hij is begonnen. Hij zal eerder nog meer brandjes en branden in de regio stichten dan er nu al woeden.

    Auteur: Madawi Al-Rasheed

    Madawi Al-Rasheed is gasthoogleraar aan het Middle East Centre van de London School of Economics.

    Middle East Eye
    Verenigd-Koninkrijk | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.

  • Nieuw goud

    Nieuw goud

    Data zijn het nieuwe goud. En naar big data wordt dan ook gretig geboord.

    Het verzamelen van zo veel mogelijk gegevens over ons heet niet voor niets in newspeak ‘data mining’, data delven, naar gegevens graven. Met veel tijd, dus veel geld, en een enorme computercapaciteit kan men heel veel aan de weet komen, over van alles en iedereen.

    Dat kan nuttig zijn. Zo lopen er omvangrijke medische 
onderzoeken waarin gebruik wordt gemaakt van big data. Uit de zorgvuldige analyse van gegevensbestanden hoopt men oorzaken en gevolgen te kunnen opmaken, om langs 
die weg het ontstaan van ziekten en andere ongewenste verschijnselen te kunnen begrijpen en zo mogelijk voorkomen. Deze onderzoeken, mogen we aannemen, worden verricht vanuit wetenschappelijke en (of) filantropische motieven. Alles (vrijwel alles) kent helaas ook zijn smerige keerzijde. Want er zullen altijd anderen zijn, met minder intellectuele en menslievende doeleinden, die voor veel geld iets af willen dwingen wat zonder die verzamelde data nooit gelukt zou zijn. Beïnvloeding is van alle tijden, denkt u misschien. En dat is ook zo. Een campagne beïnvloedt. Reclame beïnvloedt. Media beïnvloedt. Alles kan beïnvloeden. Zelfs 
als je denkt dat jij daar niet vatbaar voor bent. Maar dat een verkiezingsuitslag door andere krachten dan politieke wordt gestuurd, is een recent en verwerpelijk fenomeen. Het zou zich hebben voorgedaan bij twee recente volksraadplegingen: het Britse referendum over het beëindigen van het lidmaatschap van de Europese Unie, en de Amerikaanse verkiezingen voor het presidentschap.

    Brexit en Trump, we hebben ze te danken aan hetzelfde groepje superrijken dat met schimmige bedrijven democratisch geachte processen heeft geïntervenieerd om de uitkomsten naar hun hand te zetten

    Brexit en Trump, we hebben ze te danken aan hetzelfde groepje superrijken dat met schimmige bedrijven democratisch geachte processen heeft geïntervenieerd om de uitkomsten naar hun hand te zetten. Niet omdat ze zo politiek geëngageerd zijn, welnee, puur en alleen om allerlei financiële deals 
te waarborgen. Dat ze daarbij niet geheel conform de wet 
of de geest van de wet handelden, gebruikmaakten van overheidsinstellingen waartoe de gewone burger geen toegang heeft, kortom, dat ze zich geen fluit aantrokken van de democratische spelregels: het is te lezen in het bijna hypnotiserend benauwende rapport dat Carole Cadwalladr schreef voor 
de Britse zondagskrant The Observer. En wellicht het meest onthutsend van dit alles: wij, internetgebruikers, 
wij twitteraars, wij consumenten verstrekken zelf de data waarmee we om de tuin worden geleid.

    Arme superrijken: verzamel liever alle werken van Yuval Noah Harari, dan heb je geen big data meer nodig. Weten jullie dan niet dat macht helemaal niet gelukkig maakt?

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Beeld: Uit de serie Self-reflected microetching. – © Gregg A Dunn