Tag: brexit

  • De grote Britse Brexitroof

    De grote Britse Brexitroof

    Onlangs kon u in 360 het verhaal lezen van datamiljardair Steve Mercer, die de campagnes van Trump en de Brexit probeerde te beïnvloeden. De auteur van dat verhaal, Carole Cadwalladr, spitte verder en ontdekte dat Mercers rol bij het Brexitreferendum misschien wel beslissend was. Met de verkiezingen voor de deur roept dat de vraag op: voldoet het Britse kiesstelsel nog wel? 

    In juni 2013 liep Sophie, een jonge Amerikaanse promovenda, door Londen, en belde de baas van een bedrijf waar ze ooit stage had gelopen. Dat bedrijf, SCL Elections, was inmiddels overgenomen door Robert Mercer, een eenzelvige hedgefundmiljardair, die het bedrijf had omgedoopt tot Cambridge Analytica. Het bedrijf zou naam maken als hét data-analysebedrijf dat een belangrijke rol speelde tijdens de campagnes van Trump en die van de Brexit. Maar zover was het allemaal nog niet. In 2013 was Londen nog aan het nagenieten van de Olympische Spelen. Er was nog geen sprake van een Brexit. De wereld stond nog niet op zijn kop.

    ‘Dat was voordat we uitgroeiden tot dit duistere, dystopische databedrijf dat de wereld heeft opgezadeld met Trump,’ zegt een voormalig Cambridge Analytica-medewerker. Ik noem hem Paul. ‘Het was de tijd dat we alleen nog in psychologische oorlogsvoering deden.’

    Noemden jullie het echt zo, wil ik weten. Psychologische oorlogsvoering? ‘Reken maar. Dat is het ook. Psyops. Pschychological operations – dezelfde methoden die het leger gebruikt om de emoties van grote groepen mensen te beïnvloeden. Dat is wat er onder het winnen van de hearts and minds wordt verstaan. We zetten het vooral in om verkiezingen te winnen in ontwikkelingslanden waar maar weinig regels golden.’

    Waarom zou iemand stage willen lopen bij een bedrijf dat zich specialiseert in psychologische oorlogsvoering, vraag ik hem. Hij kijkt me aan of ik gek ben. ‘Het was alsof je voor de Britse geheime dienst werkte. Maar dan met veel meer vrijheid. Het was heel deftig allemaal, heel Brits, met iemand van Eton aan het hoofd, en we deden allemaal te gekke dingen. Je vloog de hele wereld over. Je werkte samen met de president van landen als Kenia of Ghana. Het is heel anders dan verkiezingscampagnes in het Westen. Je moet allerlei waanzinnige dingen doen.’

    Palantir

    Op die dag in juni 2013 had Sophie een afspraak met de chief executive van SCL, Alexander Nix, en ze reikte hem de kiem aan van een idee. ‘Je zou echt iets met data moeten doen,’ zei ze. ‘Zij heeft Alexander daar echt van doordrongen. Ze opperde dat hij een keer moest gaan praten met een bedrijf van iemand die zij weer via haar vader kende.’

    Wie is haar vader?

    ‘Eric Schmidt.’

    Eric Schmidt – de topman van Google?

    ‘Ja. Ze opperde ook dat Alexander eens moest gaan praten met een ander bedrijf, Palantir.’

    Ik voerde al maanden gesprekken met voormalig medewerkers van Cambridge Analytica en ik had verhalen gehoord die je de haren te berge doen rijzen, maar toch kon ik mijn oren nauwelijks geloven. Voor iedereen die zich met surveillance bezighoudt, is Palantir een begrip. Het dataminingbedrijf heeft contracten met regeringen over de hele wereld – zoals GCHQ, het Engelse Government Communications Headquarters, en de NSA. Het bedrijf is eigendom van Peter Thiel, de miljardair die medeoprichter is van eBay en PayPal, de eerste in Silicon Valley die openlijk zijn steun voor Trump uitsprak.

    In zekere zin is het feit dat de dochter van Eric Schmidt voor de link met Palantir zorgt een van de vele krankzinnige details in het meest krankzinnige verhaal waar ik ooit in ben gedoken.

    Een krankzinnig maar veelzeggend detail. Omdat het raakt aan de essentie – waarom het verhaal van Cambridge Analytica een van de meest verontrustende verhalen van dit moment is. Sophie Schmidt werkt inmiddels voor een ander megabedrijf in Silicon Valley: Uber. Het is duidelijk dat de macht en de dominantie van Silicon Valley – Google en Facebook en nog een handjevol andere bedrijven – de stuwende kracht is achter de wereldwijde tektonische verschuiving waarvan we momenteel getuige zijn.

    Het toont tevens een cruciale, levensgrote lacune in het politieke debat in Engeland. Want de gebeurtenissen in Amerika en die in Engeland zijn verstrengeld. De banden van de regering-Trump met Rusland en Engeland zijn verstrengeld. En Cambridge Analytica is een van de gezichtspunten van waaruit we kunnen zien hoe al die banden in elkaar grijpen; dat maakt ook het probleem duidelijk waarvoor we het liefst de ogen sluiten terwijl we op verkiezingen afstevenen: Engeland verbindt zijn toekomst aan een Amerika dat onder Trump een – radicale en ingrijpende – metamorfose ondergaat.

    Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: “SCL Canada”. Een dag later was die online verwijzing verdwenen

    Er lopen drie lijnen door dit verhaal. Dat in de Verenigde Staten de fundamenten worden gelegd voor een surveillancemaatschappij. Dat de Britse democratie is uitgehold door een heimelijk, verstrekkend plan tot coördinatie, mogelijk gemaakt door een Amerikaanse miljardair. En dat er een verwoede strijd gaande is tussen miljardairs, met onze data als inzet. Data die in alle stilte worden verzameld, vergaard en opgeslagen. Wie die data in handen heeft, heeft de toekomst in handen.

    Zoals het zo vaak gaat, kwam ik dit verhaal op het spoor via een avondje googelen. Vorig jaar december kwam ik via ‘automatische aanvullen’ van Google toevallig terecht op de zoekopdracht: ‘Heeft de Holocaust echt plaatsgevonden?’ En ik ontdekte dat er een hele pagina vol zoekresultaten was die beweerden van niet.

    Googles algoritme was gemanipuleerd door extremistische sites. Jonathan Albright, professor communicatie aan Elon-universiteit, in North Carolina, hielp me om mijn bevindingen te duiden. Hij was de eerste die een compleet ‘alt-right’nieuws en informatie-ecosysteem blootlegde en in kaart bracht, en hij was degene die me op het spoor zette van Cambridge Analytica.

    Hij noemde het bedrijf een spil in de ‘propagandamachine’ van rechts, een term die ik ook heb gebruikt in relatie tot de werkzaamheden die ze verrichten voor de verkiezingscampagne van Trump en het Britse Leave-kamp. Dat leidde tot een tweede artikel over Cambridge Analytica – als spil in het nepnieuws- en informatienetwerk dat volgens mij is opgezet door Robert Mercer en Steve Bannon, een van Trumps naaste medewerkers die het zelfs tot chief strategist heeft weten te schoppen. Ik stuitte op bewijzen dat het bedrijf bezig was met een strategische operatie om de mainstream media een kopje kleiner te maken en te vervangen door een systeem dat alternatieve feiten, gefingeerde geschiedkundige informatie en rechtse propaganda zou verspreiden.

    Mercer is een briljant computerkundige, een pionier op het gebied van artificiële intelligentie, en mede-eigenaar van een van de meest succesvolle hedge funds ter wereld (met een jaarlijks rendement van 71,8 procent, wat alle economische wetten lijkt te tarten). Ik kwam tot de ontdekking dat hij tevens goed is bevriend met Nigel Farage.

    Andy Wigmore, hoofd communicatie van Leave.EU, wist me te vertellen dat Mercer ervoor had gezorgd dat het bedrijf, Cambridge Analytica, het Leave-kamp zou ‘helpen’.

    Dit tweede artikel zette twee onderzoeken in gang, die allebei nog lopen: een onderzoek van het Information Commissioner’s Office naar het mogelijk illegale gebruik van data. En een tweede onderzoek, van de kiesraad, dat zich ‘richt op de vraag of een of meerdere donaties – waaronder diensten – die zijn aangenomen door Leave.EU “ontoelaatbaar” waren.’

    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller
    Ukip-leder Nigel Farage, aanjager van de Brexit en een goede bekende van Robert Mercer en Steve Bannon. – © Gareth Fuller

    Wat ik toen ontdekte was dat Mercers rol bij het referendum nog veel verder ging. Veel verder dan de jurisdictie van welke Engelse wet dan ook. De sleutel om te begrijpen hoe een gedreven en vastberaden miljardair onze verkiezingswetten kan omzeilen, is te vinden bij AggregateIQ, een duister webanalysebedrijfje dat is gevestigd boven een winkel in Victoria, in Brits-Columbia.

    Vote Leave (de officiële Leave-campagne) besloot 3,9 miljoen te spenderen aan AggregateIQ, dus meer dan de helft van het officiële campagnebudget van 7 miljoen. Hetzelfde geldt voor drie andere aangesloten Leave-campagnes: BeLeave, Veterans for Britain en de Democratic Unionist Party, die nog eens 757.750 pond uitgaven. ‘Coördinatie’ tussen verschillende campagnes is verboden binnen de Engelse kieswet, tenzij de campagnekosten gezamenlijk worden opgegeven. Dat was niet het geval. Volgens Vote Leave heeft de kiesraad ‘de zaak bekeken’ en een ‘gezondheidsverklaring’ afgegeven.

    Hoe kan een duister Canadees bedrijf zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de Brexit? Met die vraag worstelde ook Martin Moore, hoofd van het centrum voor onderzoek naar communicatie, media en macht aan King’s College, in Londen. ‘Ik heb alle facturen bekeken van de Leave-campagne, toen die in februari door de kiesraad online zijn gezet. En ik stuitte steeds maar weer op gigantische bedragen die werden overgemaakt aan een bedrijf waarvan ik niet alleen nog nooit had gehoord, maar waarvan ook op internet vrijwel niets was te vinden. Er werd meer geld betaald aan AggregateIQ dan aan welk ander bedrijf ook, of welke campagne ook, tijdens de aanloop naar het referendum. Het enige wat ik destijds kon vinden was een website van één pagina. Meer niet. Het was een groot raadsel.’

    Moore leverde een bijdrage aan een rapport dat in april werd gepubliceerd, en waarin werd geconcludeerd dat de Engelse kieswet ‘krachteloos en machteloos’ was, met alle nieuwe vormen van digitaal campagnevoeren. Offshorebedrijven, geld dat in databases wordt gestoken, ongebonden derde partijen… de geldstromen waren niet zo duidelijk meer gemarkeerd. De wetten die sinds jaar en dag de Britse kieswet hadden geschraagd, waren niet langer toereikend. Wetten, zo stond te lezen in het rapport, die ‘nodig moeten worden herzien’ door het parlement.

    AggregateIQ is ook de sleutel om een ander complex netwerk van invloedssferen te ontrafelen dat door Mercer in het leven is geroepen. Een van mijn bronnen liet me weten dat het adres en het telefoonnummer van AggregateIQ overeenkwamen met dat van een bedrijf dat op de website van Cambridge Analytica wordt vermeld als een overzeese vestiging: ‘SCL Canada’. Een dag later was die onlineverwijzing verdwenen.

    Er moest een verband zijn tussen de twee bedrijven. Tussen de verschillende Leave-campagnes. Tussen het referendum en Mercer. Het was gewoon té toevallig. Maar iedereen – AggregateIQ, leave.EU, Vote Leave – ontkende. AggregateIQ had gewoon een kortlopende opdracht gedaan voor Cambridge Analytica. Daar was niets op tegen. Wij publiceerden de feiten. Op 29 maart trad artikel 50 in werking.

    Gestoord

    Dan ontmoet ik Paul, de eerste van twee bronnen die in het verleden bij Cambridge Analytica hebben gewerkt. Hij is ergens eind twintig, en getekend door zijn ervaringen bij het bedrijf. ‘Ik heb bijna posttraumatische stress. Het was zo… gestoord. Het ging allemaal zo snel. Van de ene op de andere dag bleken we te zijn veranderd in de Republikeinse fascistenpartij. Ik kan het nog altijd nauwelijks geloven.’

    Hij moet lachen wanneer ik hem vertel over het frustrerende mysterie van AggregateIQ. ‘Kijk of je Chris Wylie kunt vinden,’ zegt hij.

    Wie is Chris Wylie?

    ‘Hij is degene die Cambridge Analytica op het spoor heeft gezet van data en microtargeting [op maat gesneden politieke boodschappen]. Hij komt uit het westen van Canada. Zonder hem zou AggregateIQ niet eens hebben bestaan. Het zijn zijn vriendjes. Hij heeft ze erbij gehaald.’

    Er was niet zomaar een terloopse link tussen Cambridge Analytica en AggregateIQ, vertelt Paul me. Ze waren innig verstrengeld, vervulden sleutelposities binnen Robert Mercers uitgestrekte rijk. ‘De Canadezen waren ons backoffice. Zij beheerden onze database. Als AggregateIQ erbij betrokken is, dan is Cambridge Analytica er ook bij betrokken. En als Cambridge Analytica erbij betrokken is, dan zijn Robert Mercer en Steven Bannon erbij betrokken. Kijk of je Chris Wylie kunt vinden.’

    Ik wist Chris Wylie op te sporen. Hij weigerde me te woord te staan.

    Om te begrijpen hoe data een bedrijf kunnen veranderen, moet je weten waar ze vandaan komen. Ik werd daarbij geholpen door een brief van de ‘Director of Defence Operations, SCL Group’. Hij is afkomstig van ‘commandant Steve Tatham, PhD, MPhil, Royal Navy (buiten dienst)’ die zijn beklag doet over het gebruik van het woord ‘desinformatie’ in mijn artikel over Mercer.

    Ik schreef hem terug en wees hem erop dat hij in bepaalde artikelen zelf had geschreven over ‘misleiding’ en ‘propaganda’, wat naar mijn idee ‘min of meer hetzelfde’ was als desinformatie. Pas later dringt tot me door hoe vreemd het is dat ik correspondeer met een gepensioneerde marinecommandant, over militaire strategieën die al dan niet zouden zijn gebruikt tijdens Britse en Amerikaanse verkiezingen.

    Wat uit beeld is verdwenen in de Amerikaanse kijk op dit ‘data-analyse’-bedrijf is de achtergrond van het bedrijf: het is diepgeworteld in de militair-industriële wereld. Een opmerkelijk hoekje binnen deze wereld wordt bevolkt door Tories van de oude stempel, zoals dat ook geldt voor het militaire establishment in Engeland. Geoffrey Pattie, een voormalig parlementslid dat een hoge positie bekleedde bij Defensie en dat aan het hoofd stond van Marconi Defence Systems, zat in de raad van bestuur, net als Lord Marland, David Camerons voormalige handelsgezant die pro-Brexit is, en die aandeelhouder was.

    Steve Tatham stond aan het hoofd van de psychologische operaties van de Britse strijdkrachten in Afghanistan. The Observer beschikt over brieven waarin hij wordt aanbevolen door het Engelse ministerie van Defensie, Buitenlandse Zaken en de NAVO.

    SCL/Cambridge Analytica is niet een of andere start-up van een stel jongens met een Mac Powerbook. Het maakt echt deel uit van het Britse defensiesysteem. En nu dus ook van het Amerikaanse defensiesysteem. Dit is meer dan een verhaal over sociale psychologie en data-analyse. Het moet gezien worden in het kader van een militaire aannemer die militaire strategieën loslaat op een burgerbevolking. David Miller, hoogleraar sociologie aan Bath-universiteit en een autoriteit op het gebied van psyops en propaganda, noemt het ‘een ongehoord schandaal dat dit mogelijk is binnen een democratie. De kiezers behoren te weten waar bepaalde informatie vandaan komt, en als dat niet helder en transparant is, moeten we ons de vraag stellen of we daadwerkelijk in een democratie leven.’

    Paul en David, een andere voormalig medewerker van Cambridge Analytica, werkten bij het bedrijf in de tijd dat het op grote schaal vergaren van data deel ging uitmaken van de psychologische-oorlogsvoeringstrategie. ‘Het was een nieuwe, krachtige synergie van psychologie, propaganda en techniek,’ zegt David.

    © Courrier International
    © Courrier International

    En dat alles werd mogelijk gemaakt door Facebook. Cambridge Analytica kreeg zijn immense hoeveelheid data in eerste instantie van Facebook. Al eerder hadden psychologen van Cambridge Analytica (legaal) gegevens van Facebook geanalyseerd voor onderzoeksdoeleinden, en ze hadden peer-reviewed artikelen gepubliceerd over Facebook-‘likes’, en wat daaruit valt af te leiden over iemands karaktereigenschappen, politieke voorkeuren, seksualiteit en nog veel meer. SCL/Cambridge Analytica huurde een hoogleraar in, dr Aleksandr Kogan, om nog meer Facebookdata te vergaren. Hij deed dat door mensen tegen betaling een persoonlijkheidstest te laten maken, waarbij niet alleen hun Facebookprofiel boven tafel kwam, maar ook dat van hun vrienden – ook dat maakte het sociale netwerk destijds mogelijk.

    Facebook was de bron van de psychologische inzichten die het Cambridge Analytica mogelijk maakte zich specifiek te richten op individuen. Het was ook het mechanisme dat het Cambridge Analytica mogelijk maakte hier op grote schaal in te handelen.

    Het bedrijf kocht ook (volkomen legaal) consumentendata – gegevens over van alles en nog wat, van tijdschriftabonnementen tot aangeschafte vliegtickets – en combineerde deze voor het eerst met psychologische gegevens en lijsten van kiesgerechtigden. Al deze informatie werd vervolgens gekoppeld aan het adres en telefoonnummer van mensen, en vaak ook aan hun e-mailadres. ‘Het doel was om alle gegevens in kaart te brengen van de informatieomgeving van alle stemgerechtigden,’ zegt David. ‘Met die persoonlijkheidsgegevens kon Cambridge Analytica op maat gesneden berichten sturen.’

    De zoektocht naar ‘beïnvloedbare’ kiezers is de sleutel tot elke campagne en met zijn schat aan data was Cambridge Analytica bijvoorbeeld in staat mensen die tamelijk angstig waren aangelegd te benaderen met beelden van immigranten die het land ‘overspoelden’. De truc is om bij elke individuele kiezer de emotionele trigger te vinden.
    Cambridge Analytica werkte aan campagnes voor een Republikeins actiecomité, in verschillende staten. Het voornaamste doel, blijkt uit een memo dat in handen is van The Observer, was ‘desinteressse kweken’ en ‘Democratische kiesgerechtigden zo ver zien te krijgen dat ze thuis blijven’: een ongekend verontrustende tactiek. Er is al eerder gezegd dat er ontmoedigingstechnieken werden gebruikt in de campagne, maar dit document levert de eerste echte bewijzen.

    Maar werkt zo’n aanpak ook echt? Een van de kritiekpunten op de artikelen van mij en anderen, is dat de ‘specialiteit’ van Cambridge Analytica te veel is opgeblazen. De meeste politieke consultancy’s gaan toch niet zo heel anders te werk?

    ‘Het is geen politiek consultancybureau,’ zegt David. ‘Wat je goed moet begrijpen, is dat dit op geen enkele manier een normaal bedrijf is. Volgens mij kan het Mercer niet eens schelen of er ook maar een cent winst wordt gemaakt. Het is het product van een miljardair die een vermogen heeft gespendeerd om een experimenteel wetenschappelijk lab op te zetten, waarin hij kan kijken wat aanslaat, waarin hij op zoek kan gaan naar minieme vormen van beïnvloeding die een verkiezingsuitslag kunnen bepalen. Robert Mercer heeft pas geld in het bedrijf gestoken na een aantal pilotprojecten – gecontroleerde experimenten. We hebben het hier over een van de slimste computerkundigen ter wereld. Die gooit echt geen vijftien miljoen over de balk.’

    ‘Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen’

    Tasmin Shawn, universitair docent filosofie aan New York-universiteit, schetst een breder kader voor me. Ze heeft onderzoek gedaan naar de financiering van het Amerikaanse leger en naar het gebruik van psychologisch onderzoek bij martelingen. ‘Het is wel aangetoond dat deze wetenschap ingezet kan worden om emoties te manipuleren. Het gaat hier om technologie die oorspronkelijk afkomstig is van het leger en die nu is ingelijfd door een mondiale plutocratie, en die wordt gebruikt om verkiezingen te beïnvloeden op een manier waar mensen geen enkel zicht op hebben, en zelfs geen weet van hebben,’ zegt ze. ‘Het gaat hier om het exploiteren van bestaande fenomenen die vervolgens worden gebruikt om mensen in de marge te manipuleren. Het is een huiveringwekkende gedachte dat er zo veel data in handen zijn van een groep internationale plutocraten, die ermee kunnen doen en laten wat ze willen. We zitten midden in een informatieoorlog en deze bedrijven worden opgekocht door miljardairs, die vervolgens worden binnengehaald in het hart van de overheid. Dat is een zeer zorgwekkende situatie.’

    In 2013 heeft Cambridge Analytica een project uitgevoerd in Trinidad, waarin alle verhaallijnen bij elkaar komen. Net op het moment dat Robert Mercer ging onderhandelen met Alexander Nix, de baas van SCL, werd SCL in de arm genomen door verschillende ministers in Trinidad en Tobago. De opdracht was onder meer het ontwikkelen van een zogeheten microtargetingprogramma voor de partij die op dat moment aan de macht was. En AggregateIQ – hetzelfde bedrijf dat zich voor Vote Leave had ingezet bij de Brexit – werd ingehuurd om het targetingplatform te bouwen.

    David zegt hierover: ‘De standaardaanpak van SCL/CA is dat je een overheidscontract sluit met de regerende partij. Daarmee is het politieke werk gedekt. Het is vaak een of ander onzinnig gezondheidsproject, dat slechts dient als dekmantel om te zorgen dat de minister wordt herverkozen. Maar in dit geval werden de contracten niet gesloten met de overheid, maar met de nationale veiligheidsraad van Trinidad.’

    Het werk voor de informatiedienst was de prijs voor het politieke werk. The Observer heeft documenten in handen waaruit blijkt dat het ging om een voorstel om de zoekgeschiedenis van de gehele bevolking te achterhalen, om telefoongesprekken vast te leggen en spraaksoftware los te laten op de verkregen data teneinde een landelijke politiedatabase aan te leggen, compleet met een inschatting per individuele burger van de waarschijnlijkheid dat hij of zij een misdaad zou plegen.

    ‘Het plan dat aan de minister is voorgelegd heette Minority Report. Het was Pre-Crime. En het feit dat Cambridge Analytica nu werkzaam is binnen het Pentagon, is zonder meer beangstigend, als je het mij vraagt,’ zegt David.

    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images
    Datamiljardair Robert Mercer met zijn dochter Rebekah. – © Patrick McMullan / Getty Images

    Deze documenten werpen licht op een belangrijk en onderbelicht aspect van de regering-Trump. Het bedrijf dat Trump in eerste instantie aan de macht heeft geholpen, is beloond met contracten binnen het Pentagon en het ministerie van Buitenlandse Zaken. De voormalige vicepresident van dat bedrijf zit nu in het Witte Huis. Naar verluidt speelt het bedrijf ook een rol in gesprekken over ‘militaire aangelegenheden en binnenlandse veiligheid’.

    In Amerika is de overheid gebonden aan strenge wetten waar het gaat om het verzamelen van gegevens van individuele burgers. Maar particuliere bedrijven kunnen doen en laten wat ze willen. Is het irrationeel om hierin de mogelijke fundamenten te zien van een autoritaire surveillancestaat?

    Een regering die bedrijfsbelangen binnenhaalt en aan de borst drukt. Er zijn documenten waaruit blijkt dat Cambridge Analytica banden heeft met vele andere miljardairs met rechtse sympathieën, onder wie Rupert Murdoch. Uit een memo blijkt dat Cambridge Analytica heeft geprobeerd een artikel geplaatst te krijgen in Murdochs Wall Street Journal. ‘RM heeft het via een andere weg aangeboden en contact gelegd met Jamie McCauley van Robert Thomson News Corp’, staat er te lezen.

    Dat doet mij weer denken aan het verhaal waarin Sophie Schmidt, Cambridge Analytica en Palantir een rol spelen. Is het een veelzeggend detail, of is het een aanwijzing dat er nog iets anders speelt? Cambridge Analytica noch Palantir wilde ingaan op de vraag, in verband met dit artikel, of er sprake is van onderlinge banden. Maar getuigenverklaringen en mails bevestigen dat er in 2013 besprekingen hebben plaatsgevonden tussen Cambridge Analytica en Palantir. Een mogelijke samenwerking is in ieder geval aan de orde geweest.

    The Observer beschikt ook nog over andere documenten, die bevestigen dat tenminste één senior medewerker van Palantir gesprekken heeft gevoerd met Cambridge Analytica in verband met het Trinidad-project en latere politieke werkzaamheden in de Verenigde Staten. Maar destijds heeft Palantir besloten, zo wordt me verteld, dat de kans op imagoschade te groot werd geacht om echt met elkaar in zee te gaan. Er stond te weinig tegenover. Palantir is een bedrijf dat wordt vertrouwd met grote hoeveelheden data van Engelse en Amerikaanse burgers, in dienst van zowel GCHQ en NSA, en vele andere landen.

    Maar nu zijn beide bedrijven in handen van ideologisch gedreven miljardairs: Robert Mercer en Peter Thiel. De Trump-campagne heeft gezegd dat Thiel heeft geholpen met data. Een campagne die werd geleid door Steve Bannon, die destijds bij Cambridge Analytica zat.

    Een hooggeplaatst iemand van QC, die veel tijd heeft doorgebracht bij het Britse onderzoekstribunaal IPT, zegt dat het grootste probleem bij deze technologie is dat het er vooral om gaat wíé de gegevens in handen heeft.

    ‘Aan de ene kant gaat het om bedrijven en overheden die zeggen “vertrouw ons nou maar, we hebben het hart op de goede plaats en we zijn democratisch en in het weekend bakken we gezellig koekjes”. Maar dezelfde technologie kan worden verkocht aan willekeurig welk repressief regime.’

    In Engeland hebben we nog altijd vertrouwen in de overheid. We gaan ervan uit dat de autoriteiten zich aan de wet houden. We hebben vertrouwen in de wet. We geloven dat we in een vrij en democratisch land leven. En juist daarom is naar mijn gevoel het laatste deel van dit verhaal zo ongekend verontrustend.

    Dominic Cummings

    De details van het Trinidad-project ontsloten eindelijk het mysterie van AggregateIQ. Trinidad was het eerste project van SCL waarbij gebruik werd gemaakt van big data voor microtargeting, voordat het bedrijf werd overgenomen door Mercer. Om dit model was het Mercer te doen. Alle partijen kwamen hier samen: Aleksandr Kogan, de psycholoog van Cambridge, AggregateIQ, Chris Wylie, en de twee andere mensen die een rol zouden spelen in dit verhaal: Mark Gettleson, een focusgroupspecialist die in het verleden voor de liberalen had gewerkt, en Thomas Borwick, de zoon van Victoria Borwick, het conservatieve parlementslid uit Kensington.

    Toen in februari mijn artikel verscheen waarin ik Mercer en Leuve.EU met elkaar in verband bracht, was niemand zo boos als voormalig Tory-adviseur Dominic Cummings, de campagnestrateeg van Vote Leave. Hij ging flink tekeer op Twitter. Het artikel stond ‘vol fouten & verspreidt zelf desinformatie’. Of: ‘CA speelde ~0% rol in Brexit-referendum.’

    Een week later toonde The Observer het vermoedelijke verband aan tussen AggregateIQ en Cambridge Analytica. Cummings Twitteraccount zweeg in alle talen. Hij reageerde niet op mijn berichten of mijn mails.

    Er speelden al langer vragen over een mogelijke coördinatie tussen de verschillende Leave-campagnes. In de week voorafgaand aan het referendum doneerde Vote Leave geld aan twee andere Leave-groeperingen – 625 duizend pond aan BeLeave, een initiatief van modestudent Darren Grimes, en 100 duizend pond aan Veterans for Britain. Beide campagnes hebben dit geld besteed aan AggregateIQ.

    De kiesraad heeft AggregateIQ aangeschreven. Een bron dicht bij het onderzoek heeft gezegd dat AggregateIQ heeft gereageerd met de mededeling een geheimhoudingsverklaring te hebben getekend. En aangezien het niet onder de Engelse jurisdictie valt, was de zaak daarmee afgedaan. Dit is waar Vote Leave naar verwijst wanneer ze zeggen dat de kiesraad ‘een gezondheidsverklaring’ heeft afgegeven.

    Dominic Cummings heeft op zijn blog duizenden woorden gewijd aan de referendumcampagne. Wat ontbreekt zijn details over zijn data-analisten. Het enige wat hij daarover zegt is dat hij ‘specialisten heeft ingehuurd’.

    Eindelijk, na weken van berichten, krijg ik een mail van hem. We bleken het over één ding eens te zijn. Hij schreef: ‘De wetgeving/handhavende instanties zijn een lachertje, en de werkelijkheid is dat iedereen die een loopje met de wet wil nemen dat kan doen zonder dat ook maar iemand het doorheeft.’ Maar, zegt hij: ‘door de aandacht te vestigen op onzinnige verhalen als de denkbeeldige rol van Mercer bij het referendum, leid je de aandacht af van deze belangrijke kwesties’.

    En om dan eindelijk antwoord te geven op de vraag hoe Vote Leave terecht is gekomen bij deze duistere firma aan de andere kant van de aardbol, schrijft hij: ‘Iemand stuitte op internet op AIQ [AggregateIQ] en belde hen op, en zei vervolgens tegen mij – laten we met die lui in zee gaan. Ze waren duidelijk veel competenter dan de mensen die we in Londen hadden gesproken.’

    Het ongelukkige aan dit verhaal – voor Dominic Cummings – is dat het ongeloofwaardig is. Het is een paar minuten werk om een datumfilter in Google search te installeren en te zien dat ‘AggregateIQ’ eind 2015 of begin 2016 helemaal geen hits opleverde. Er is niets over geschreven in de media. Het bedrijf wordt nergens genoemd. De website verschijnt niet eens op mijn scherm. Ik heb Dominic Cummings betrapt op wat een alternatief feit lijkt te zijn.

    Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als “te overreden”, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen

    Een controleerbaar feit is dat Gettleson en Borwick, die voorheen werkzaam waren als consultant voor SCL en Cambridge Analytica, beiden een spilfunctie bekleedden in het Vote Leave-team. Ze staan beiden vermeld in de officiële Vote Leave-documenten die zijn gedeponeerd bij de kiesraad, al omschrijven ze hun eerdere werkzaamheden heel bescheiden als ‘microtargeting in Antigua en Trinidad’ en ‘direct communications voor verschillende politie-actiecomités, senaats- en gouverneurscampagnes’.

    En Borwick was niet zomaar een medewerker. Hij was het hoofd technologie van Vote Leave.

    Dit verhaal omvat een complex netwerk van verbinding, met als spin in het web Cambridge Analytica. Alle lijntjes komen uit bij Mercer. Want de banden moeten overduidelijk zijn geweest. ‘Misschien was AggregateIQ niet van Mercer, maar het speelde zich wel allemaal af binnen zijn domein,’ zegt David. ‘Bijna al hun contracten waren afkomstig van Cambridge Analytica of van Mercer. Zonder hen hadden ze geen bestaansrecht. Gedurende de hele aanloop naar het referendum werkten zij elke dag met Mercer en Cambridge Analytica aan de campagne van [Ted] Cruz. AggregateIQ bouwde en beheerde de databaseplatforms van Cambridge Analytica.’

    Cummings wil niet zeggen wie voor hem de websites bouwde. Maar op facturen die zijn overhandigd aan de kiesraad zien we betalingen aan een bedrijf dat luistert naar de naam Advanced Skills Institute. Het duurt weken voordat ik het belang daarvan inzie, aangezien het bedrijf meestal wordt aangeduid als ASI Data Science, een bedrijf waar steeds roulerende data-analisten werkzaam zijn, die vervolgens aan de slag gaan bij Cambridge Analytica, en omgekeerd. Er is beeldmateriaal van ASI data-analisten die persoonlijkheidsmodellen van Cambridge Analytica presenteren, en er zijn documenten over evenementen die de twee bedrijven samen hebben georganiseerd. ASI heeft tegen The Observer gezegd geen officiële banden te onderhouden met Cambridge Analytica.

    Waar het om gaat is het volgende: tijdens de Amerikaanse voorverkiezingen heeft AggregateIQ contractueel afstand gedaan van het intellectueel eigendom (IE). Het bedrijf was echter geen eigenaar van dat IE: dat was Robert Mercer. Om met een ander bedrijf in Engeland te kunnen samenwerken, moest AggregateIQ expliciet toestemming hebben van Mercer. Op de vraag of hij commentaar wil geven op de financiële of zakelijke banden tussen ‘Cambridge Analytica, Robert Mercer, Steve Bannon, AggregateIQ, Leave.EU en Vote Leave’, zegt een woordvoerder van Cambridge Analytica: ‘Cambridge Analytica heeft geen betaalde of onbetaalde werkzaamheden verricht voor Leave.EU.’

     Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters
    Witte Huis-adviseur Steve Bannon. – © Jonathan Ernst / Reuters

    Dit verhaal gaat niet over de geslepen Dominic Cummings die een paar mazen heeft ontdekt in de regels van de kiesraad. Die her en der een paar miljoen heeft weggezet. Dit verhaal gaat ook nog niet eens om wat een heimelijke coördinatie lijkt te zijn tussen Vote Leave en Leave.EU bij het inhuren van AggregateIQ en Cambridge Analytica. Dit verhaal gaat over gedreven Amerikaanse miljardairs – Mercer en zijn voornaamste ideoloog, Bannon – die medeverantwoordelijk zijn voor de grootste constitutionele verandering in Engeland van de afgelopen eeuw.

    Wie wil begrijpen hoe, en in welke mate, de Brexit is verbonden met Trump, is hier op het goede spoor. Deze lijnen, die dwars door Cambridge Analytica lopen, zijn het resultaat van een trans-Atlantisch partnerschap dat vele jaren teruggaat. Nigel Farage en Bannon werken nauw samen, zeker al sinds 2012. Bannon heeft in 2014 de Londense poot van zijn nieuwswebsite Breitbart geopend om Ukip te steunen – het nieuwste front ‘in de culturele en politieke oorlog die momenteel wordt gevoerd’, zei hij tegen The New York Times.

    Engeland was altijd al een cruciaal onderdeel geweest van Bannons plannen, hoor ik van een andere ex-Cambridge-medewerker, die anoniem wil blijven. Het was een speerpunt van zijn strategie om de hele wereldorde te veranderen.

    ‘Hij is ervan overtuigd dat je eerst de cultuur moet omvormen voordat je de politiek kunt omvormen. En daarin speelde Engeland een sleutelrol. Hij meende dat Amerika het voorbeeld van Engeland zou volgen. De Brexit was voor hem van enorme symbolische waarde.’

    Op 29 maart, de dag dat artikel 50 in werking trad, belde ik een van de kleinere campagnes, Veterans for Britain. Cummings strategie was om in de laatste dagen van de campagne mensen gericht te benaderen en de kleinere groep kreeg in de laatste week honderdduizend pond van Vote Leave. Een kleine groep mensen, die zij hadden bestempeld als ‘te overreden’, werd bedolven onder advertenties, in totaal meer dan een miljard, waarvan verreweg de meeste in die paar laatste dagen.

    Ik vraag David Banks, het hoofd communicatie van Veterans for Britain, waarom ze dat geld aan AggregateIQ hebben uitgegeven.

    ‘Ik ben niet op AggregateIQ afgestapt, zij zijn op ons afgestapt. Ze hebben ons gebeld en een pitch gehouden. Er is geen sprake van een complot. Het was gewoon een Canadees bedrijf dat een vestiging opende in Londen, om binnen de Britse politiek te gaan werken, en zij deden dingen die geen enkel Engels bedrijf ons kon bieden. Hun targeting was gebaseerd op een aantal technologieën die nog niet tot Engeland waren doorgedrongen. Ze hadden een manier gevonden om mensen te targeten op grond van inzicht in hun gedrag. Zij benaderden ons.’

    Naar mijn idee was David Banks zich er niet van bewust dat er iets niet helemaal in de haak was. Het is een vaderlandslievende man, die gelooft in de Britse soevereiniteit, Britse waarden en de Britse wetgeving. Ik denk dat hij niet wist dat er overlap was tussen de verschillende campagnes. Ik kan alleen maar concluderen dat hij om de tuin is geleid.

    En dat wij, het Britse volk, om de tuin zijn geleid. In zijn blog schrijft Dominic Cummings dat de Brexit op het conto komt van ‘zo’n 600 duizend mensen – net iets meer dan 1 procent van alle geregistreerde kiezers’. Het is niet zo’n heel grote stap om te denken dat een lid van de mondiale 1 procent een manier heeft gevonden om deze beslissende 1 procent van de Britse kiezers te beïnvloeden.

    Rusland

    Het referendum was een open doel, onweerstaanbaar voor de Amerikaanse miljardairs. Of moet ik zeggen: de Amerikaanse miljardairs en andere geïnteresseerde spelers? Want als we inzien dat Engeland en Amerika, Brexit en Trump, nauw zijn verbonden door trans-Atlantische connecties, dan moeten we ook inzien dat Rusland een plek heeft binnen deze innige verstrengeling.

    De afgelopen tijd heb ik geschreven over de banden tussen rechts in Engeland, de regering-Trump en rechts in Europa. En deze lijnen lopen op een of andere manier allemaal richting Rusland. Vanuit Nigel Farage en Donald Trump en Cambridge Analytica.

    The Observer heeft een kaart te zien gekregen met daarop de vele plekken op de wereld waar SCL en Cambridge Analytica werkzaam zijn geweest: onder meer in Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne, Iran en Moldavië. Verschillende bronnen binnen Cambridge Analytica hebben andere banden met Rusland aan het licht gebracht, zoals reisjes naar Rusland, besprekingen met topmannen van Russische staatsbedrijven, en verklaringen van SCL-medewerkers dat ze voor Russische rechtspersonen hebben gewerkt.

    Artikel 50 is in werking getreden. AggregateIQ valt niet onder de Engelse jurisdictie. De kiesraad staat machteloos. Een volgende verkiezing, met dezelfde regels, staat voor de deur. Het is niet zo dat de autoriteiten zich niet realiseren dat er reden is tot zorg. The Observer heeft gehoord dat het openbaar ministerie een speciale aanklager heeft aangesteld om vast te stellen of er grond is om over te gaan tot vervolging omdat er campagnefinancieringswetten zijn overtreden. Het openbaar ministerie heeft de zaak terugverwezen naar de kiesraad. Iemand dicht bij de commissie, die zich bezighoudt met de veiligheidsdiensten, weet me te vertellen dat ‘er wordt gewerkt’ aan een mogelijke inmenging van Rusland bij het referendum.

    Gavin Miller, werkzaam bij QC en gespecialiseerd in kieswetgeving, noemt de situatie ‘hoogst verontrustend’. Hij denkt dat de waarheid alleen valt te achterhalen door een openbaar onderzoek. Maar daar moet de regering opdracht toe geven. Een regering die net verkiezingen heeft uitgeschreven om haar machtsbasis te versterken. Verkiezingen die zijn bedoeld om meer op één lijn te komen met Trumps Amerika.

    Martin Moore van King’s College in Londen wijst erop dat verkiezingen tegenwoordig meer en meer worden gebruikt als middel om een autoritair bewind in het zadel te helpen. ‘Kijk naar Erdogan in Turkije. Wat Theresa May doet is in zekere zin heel antidemocratisch. Ze is doelbewust bezig haar macht te vergroten. Het gaat niet om een verschil in beleid tussen twee politieke partijen.’

    Dit in Engeland in 2017. Een Engeland dat steeds meer wegheeft van een democratie die wordt ‘gemanaged’. Bekostigd door een Amerikaanse miljardair. Gebruikmakend van militaristische technologie. In kaart gebracht door Facebook. En mogelijk gemaakt door ons. Als we de uitslag van het referendum honoreren, stemmen we daar impliciet mee in. Het gaat hier niet over Remain of Leave. Dit overstijgt partijpolitiek. Het gaat over de eerste stap in een brave new world, die steeds minder democratisch is.

    Auteur: Carole Cadwalladr
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty Images

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

  • Hou op over die bolhoed en die theepot

    Hou op over die bolhoed en die theepot

    Duizenden opiniestukken verschenen in het Verenigd Koninkrijk over de Brexit. Maar aan deze column van de inmiddels overleden journalist en restaurantcriticus A.A. Gill konden weinig tippen.

    Ze was zo’n bekende verschijning, die vrouw op Question Time. In elke rij, in elke koffiebar, bij elke school, in elke parochieraad van het land kom je haar tegen. Middelbaar, middenklasse, middle of the road, met haar te zwaar opgemaakte wijkverpleegstersgezicht en haar weerbestendige uitdrukking van verongelijktheid is zij onze nationale schoonmoeder. De camera zoomde op haar in en ze riep: ‘Ik wil alleen maar mijn land terug. Geef me mijn land terug.’

    Het was een oprechte kreet van diepe angst en het publiek barstte uit in een warm applaus, maar ik dacht: terug van wat? Terug waarvandaan?

    Sentimentele nostalgie

    We willen ons land terug, het is het mantra van alle outies. Farage lalt het. Grove insinueert het. Natuurlijk weet ik wat ze bedoelen. We weten allemaal wat ze bedoelen. Ze bedoelen: terug van Achmed Buitenlander, terug van het randje van de afgrond, terug uit de toekomst, terug naar knus onder elkaar, terug naar groene heggen en stenen muurtjes en landweggetjes en kerkklokken en warm bier en zuurtjes en voetbal en ratels in het voetbalstadion en jolige grappen en houten klompen op klinkerweggetjes. Terug naar gekostumeerde ‘vicar and tarts’-feestjes en lachen om een scheet. Terug naar de tijd van altijd mooi weer en borders vol kruiden en auto’s die Morris heten. Terug naar biscuittaart en 22 yard tot de wicket en naar drie voet in een yard en vier vingers in een KitKat, terug naar kruisbessen en geen avocado’s, terug naar eerbied en respect, naar je behelpen met wat je hebt en repareren en dapper glimlachen en je tanden op elkaar zetten en in stilte lijden en buitenlanders behandelen als sneue kleuters.

    We weten allemaal wat ‘we willen ons land terug’ betekent. Het is een lijntje snuiven van die verderfelijke en slopende little-England-drug: nostalgie.

    Het warme, kruimelige, goudbruine collectieve ‘gisteren’ en het innige geloof dat alles toen beter was, dat Groot-Brittannië (of eigenlijk Engeland) nu een slechtere plek is dan het op een vaag moment in het verleden was, op het hoogtepunt van ons o zo geliefde wereldrijk. Het is het besef dat het beste al achter ons ligt, dat we nooit meer iets kunnen bouwen dat zo mooi is als een Georgiaans landhuis van de National Trust, dat geen kunst zo goed zal zijn als Turner, geen gedicht zo prachtig als ‘If’, dat geen schrijver kan tippen aan Shakespeare of Dickens, niets zo mooi zal bloeien als een cottagetuin, geen held groter kan zijn dan Nelson, geen politicus beter dan Churchill, geen aanblik aangrijpender dan de witte rotsen van Dover en dat we nooit meer zoiets geweldigs zullen fabriceren als een Rolls-Royce of een Flying Scotsman.

    In de Brexit-fantasie is alle hoop erop gericht dat we de rond de klok werkende buitenlanders eruit gooien en de hoeders van ons eigen verleden worden op dit zelfgenoegzame eiland van geklaag en gewichtigdoenerij

    De droom van de Brexit is niet dat we misschien een beter, nieuw, energieker morgen kunnen maken, het is een verlangen om terug te sloffen naar een van spijt verzuurd, naar binnen gericht gisteren. In de Brexit-fantasie is alle hoop erop gericht dat we de rond de klok werkende buitenlanders eruit gooien en de hoeders van ons eigen verleden worden op dit zelfgenoegzame eiland van geklaag en gewichtigdoenerij.

    En als je denkt dat dit een overdrijving is van het Brexit-standpunt, luister dan naar de taal die ze gebruiken: ‘Wij zijn een natie van uitvinders en ondernemers, we willen het Groot terug in Brittannië, de grote ingenieurs, de grote fabrikanten.’ Het zijn allemaal uitingen van sentimentele nostalgie. Voor het geestesoog van de Brexiteer verschijnen het oude Pathé-bioscoopjournaal met autocoureur Donald Campbell, John Logie Baird met zijn televisie, Barnes Wallis en zijn stuiterbom en Robert Baden-Powell die in zijn schuurtje de padvinders uitvond.

    We hoeven alleen maar af te komen van die humorloze Duitsers en spelbrekers van Fransen, met hun liberalisme en werkelijkheidszin, betogen ze. En tegelijkertijd is er de hoop dat we, als we aan Europa weten te ontsnappen, terug zullen keren naar de jaren vijftig van de bolhoeden, waarin het Gemenebest weer parades zal houden, vuurwerkshows zal geven en zal smeken om weer bij de Queen Empress in een goed blaadje te komen. Dan zal Nieuw-Zeeland duizend lammeren offeren, Ghana zal vragen of het weer de Gold Coast mag worden genoemd en Groot-Brittannië zal weer handgemaakte Land Rovers, hoge hoeden en hotelzilveren theepotten gaan fabriceren.


    Er is een reden waarom de meeste mensen die de EU willen verlaten oud zijn, terwijl degenen die willen blijven, jong zijn: dat is omdat de jongeren niet besmet zijn met Bisto-nostalgie*. Zij herkennen de helft van al die dingen die ik net heb opgenoemd niet. Ze zijn opgegroeid in de EU en hun beeld daarvan is op zijn slechtst neutraal.

    De Britten onder de dertig willen onderdeel zijn van dingen, niet aan de zijlijn staan. Voor hen gaat het om meedoen en meetellen. Ik denk dat de meeste outies zich kunnen vinden in de zin ‘De vrouwenemancipatie is te ver doorgeschoten’. Voor hen is alles te ver doorgeschoten, van politieke correctheid – nou, dat ís toch ook krankjorum tegenwoordig? – tot goede arbeidsomstandigheden en genderneutrale toiletten. Die oudjes, ze kunnen het allemaal niet meer volgen, al die nieuwerwetse mobiele telefoons en die jongeren op Tinder en Grindr. Waar blijft de tijd dat je Miss Joan Hunter Dunne gewoon op de tennisclub leerde kennen? En praat ze niet van elektrische handdrogers of die ellendige computer waar je een password voor moet hebben met hoofdletters en kleine letters en cijfers en dan nog meer dan acht ook.

    We horen de Brexit-club praten over de handelsakkoorden die ze na ons vertrek met Europa gaan sluiten, in de weldadige zorgeloosheid dat zij in plaats van het EU-lidmaatschap een scheiding te bieden hebben waarin je nog steeds seks met je ex kunt hebben. Ze denken dat ze onder het huwelijk uit kunnen komen en dan het huis mogen houden, geen alimentatie hoeven te betalen, de kinderen van school kunnen houden, de schoonouders kunnen verbieden om naar de dokter te gaan, eisen kunnen stellen over omgangsregelingen, maar, je weet wel, in het weekend toch een beurt krijgen en natuurlijk ook nog met anderen mogen scharrelen.

    O ja? Is dat het beste wat ze te bieden hebben? Is dat het plan? Brutaalweg Brussel binnenstappen met je Union Jack-broek aan en zeggen ‘Hee schat, wat zie je er lekker uit, zal ik jou eens even pakken?’

    Zoals alle scheidingen wordt het verlaten van Europa smerig en kwaadaardig en pijnlijk en er komt een heleboel giftige xenofobie en racisme bij kijken, al die pietluttige persoonlijke vooroordelen waarmee in de steek gelaten, verraden en gedwarsboomde mensen te kampen hebben

    Als wij, de anderen, dan vragen hoe dat zal gaan werken, antwoorden de vertrekkers met een Terry-Thomas-grijns dat ‘ze heus nog steeds op ons vallen, echt, ze snakken naar ons. Merkel niet misschien, maar de bazen van Mercedes en die Franse wijnboeren en kaasmakers, die kunnen geen genoeg krijgen van die ouwe John Bull. Natuurlijk willen ze nog met ons in bed duiken om een vrije markt te maken, als we de echtscheiding rond hebben. Logisch toch?’

    Vergeet het maar: dit is een echte scheiding. Het gaat niet alleen over de financiën, het wordt niet allemaal redelijkheid en goede wil. Zoals alle scheidingen wordt het verlaten van Europa smerig en kwaadaardig en pijnlijk en er komt een heleboel giftige xenofobie en racisme bij kijken, al die pietluttige persoonlijke vooroordelen waarmee in de steek gelaten, verraden en gedwarsboomde mensen te kampen hebben. En het racisme en de vooroordelen zijn natuurlijk zwakke punten voor ons. De ingewikkelde onderhandelingen met advocaten en rechtbanken zullen bitter en wraakgierig zijn, want dat zijn scheidingen nu eenmaal en, nu we het er toch over hebben, dat soevereiniteitsdingetje dat we zogenaamd zo graag terug willen, als de ring van Frodo, heeft niets met jou of mij te maken. We zullen niet eens merken dat het terugkomt, omdat we om te beginnen al niet merkten dat we misten.

    Je zult niet op 24 juni wakker worden en denken: O, mijn God, mijn artritis is over! Mijn tanden zijn ineens witter! Nu weet ik zomaar hoe ik soufflé moet maken en ik voel de macht van de soevereiniteit over me komen. Hier maken alleen politici zich druk om; voor u en voor mij maakt het geen jota uit of het hoogste rechtsorgaan een stel wereldvreemde oude knarren met pruiken in Westminster Hall is of een stel wereldvreemde oude knarren zonder pruik in Luxemburg. Wat wel uitmaakt is dat we zo veel mogelijk rechters hebben die aan de kant van persoonlijke vrijheid staan.

    Persoonlijk zie ik geen reden om onze parlementariërs in het VK meer macht toe te vertrouwen. Hoe meer verschillende belangen politici hebben, hoe beter dat voor ons is. Je kunt niet genoeg knappe koppen en verschillende meningen hebben. Misschien maak je je echt zorgen om de bureaucratie, maar dat is niet alleen een Europees probleem. Wij Britten zijn heel goed in staat om onze eigen regels en wetten te verzinnen en we hebben bepaald geen tekort aan dienstkloppers. Bureaucratie is misschien ergerlijk, maar bestaat ook om jouw en mijn gezin te beschermen tegen leugens, vergif en bedrog.

    Het eerste kruisje dat ik ooit op een stembiljet heb gezet was om ja te zeggen tegen de EU. Bij het eerste referendum was ik twintig. Het komende referendum valt in de week van mijn tweeënzestigste verjaardag. Bijna mijn hele volwassen leven is er geen dag voorbij gegaan waarop ik niet blij en trots was dat ik deel uitmaakte van dit grootse collectief. Als je mij naar mijn nationaliteit vraagt, is het antwoord dat ik me meer Europeaan voel dan iets anders. Ik ben onderdeel van deze cultuur, van deze Europese beschaving. Welk museum op ons continent ik ook binnenloop, ik begrijp alle beelden en verhalen aan de muren. Deze mensen zijn mijn mensen en dat zijn ze al duizenden jaren. Ik kan boeken lezen over onderwerpen die uiteenlopen van het antieke Griekenland tot Scandinavië in de middeleeuwen, van het Italië van de renaissance tot negentiende-eeuws Frankrijk en ik heb er geen uitleg bij nodig over de achtergrond of het landschap. De muziek van Europa, van zijn toonladders en instrumenten tot zijn ritmes en religie, is mijn muziek. De renaissance, de rococo, de romantiek, de impressionisten, de gotiek, de barok, het neoclassicisme, realisme, expressionisme, futurisme, fauvisme, kubisme, dada, het surrealisme, postmodernisme en de kitsch – het waren allemaal Europese stromingen en geen van alle behoren ze toe aan één enkel land.

    Eetcultuur

    Er is een reden waarom de Chinezen nep-Italiaanse handtassen maken en de Italianen geen nep-Chinese handtassen. Deze Europese cultuur is zonder enige twijfel de grootste, mooiste, machtigste, meest inventieve, subtiele, en diepzinnige cultuur die ooit door mensen is gevormd, en ze is van ons. Kijk eens naar mijn dagelijkse werk – eten. De eetcultuur en het genieten van eten zijn enorm veranderd sinds wij lid van de EU werden, en dat is geen toeval. Wat we eten – de ingrediënten, de recepten – komt misschien van over de hele wereld, maar het is de collectieve activiteit van Europese interesse, vakmanschap en fantasie die onze maaltijden zo smakelijk en opwindend heeft gemaakt.

    Ook het restaurant was natuurlijk een Europese uitvinding. Het eerste restaurant in Parijs heette The London Bridge.

    Cultuur werkt en groeit met het continue weefsel van creatieven, producenten, consumenten, intellectuelen en pure liefhebbers. Je kun cultuur niet dicteren of er wetten voor maken, je kunt alleen maar een plaats bieden die haar aanmoedigt, of je kunt haar kortwieken. Je kunt haar harder en wrokkiger maken, je kunt barrières opwerpen en muren bouwen, maar waarom zou je in hemelsnaam? Deze collectieve cultuur, deze gouden beschaving die in de loop van duizenden jaren op dit continent is gegroeid, heeft alles gemaakt wat we hebben en alles wat we zijn. Waarom zou je daar geen deel van uit willen maken?

    Ik begrijp wel dat we onze bibliotheekkaart voor de Europese beschaving niet hoeven in te leveren als we vertrekken, maar waarom zouden we dat zelfs maar overwegen? De enigen die dat doen zijn eigenlijk die barbaarse, angstige oude knarren. Moet je ze zien, te bang om mee te doen.

    Auteur: A.A. Gill
    Vertaler: Annemie de Vries

    • Bisto is een ouderwets, typisch Brits merk traditionele gerechten in blik.
    commentator aa gill

    De Britse restaurant- en televisiecriticus A.A. Gill overleed eind vorig jaar aan kanker. Bijna een kwart eeuw had hij in The Sunday Times met een pen die vaak gedoopt leek in slangengif zijn mening over chefs en tv-presentatoren ten beste gegeven. De laatste drie artikelen van zijn hand gingen over iets heel anders: twee over zijn naderende dood, het derde over Brexit, volgens Gill al even rampzalig.

    Openingsbeeld: Een traditoneel Engels plaatje in een dorp in Cornwall. – © Getty Images

    schermafbeelding 2017 04 05 om 12 51 36 pm

    The Sunday Times
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 1.300.000

    Zondagse kwaliteitskrant, in 1864 opgericht en in 1981 opgekocht door mediamagnaat Rupert Murdoch, die o.a. ook The Times bezit. Staat bekend om zijn goede research, vele bijlagen en bijdragen van populaire auteurs. Schotland en Ierland kennen een eigen editie.

  • Trump: redder van de EU?

    Trump: redder van de EU?

    Nog voor de uitslag van de Nederlandse verkiezingen waagde Ivan Krastev al een voorspelling: de anti-EU-partijen in Europa zullen niet overwinnen. Met dank aan Donald Trump.

    ‘De Europese Unie is dood, maar ze weet het nog niet,’ verklaarde Marine Le Pen, leider van het Front National, onlangs. De voornaamste nieuwsmedia namen meteen afstand van haar uitspraak, maar veel mensen vragen zich af of 2017 misschien het laatste jaar van 
de Europese eenheid zou kunnen zijn. Europese leiders voelen zich alsof ze elk moment de strop van de beul om hun hals kunnen krijgen.

    In veel delen van Europa maken mensen zich ongerust dat de populistische golf niet gekeerd kan worden. Het 
oude continent wordt verscheurd 
door bittere tegenstellingen die zijn veroorzaakt door de euro en migratiecrises. De unie zit klem tussen het 
revisionistische Rusland en president Trumps America First, en is gedemoraliseerd door Groot-Brittanniës schokkende keuze voor een Brexit.

    Bovendien zouden de komende verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië en, hoogstwaarschijnlijk, Italië het naoorlogse Europese project de das om kunnen doen. De Europese economie leeft op, maar tegelijk neemt het gevoel van onveiligheid toe. Uit een peiling van het Britse bureau YouGov in januari bleek dat 81 procent van de Fransen, 68 procent van de Britten en 60 procent van de Duitsers verwachtte dat er dit jaar een grote terroristische aanval zou plaatsvinden in hun land.

    Dus: zal de Europese Unie in 2017 
uiteenvallen?

    De verkeerde gok van 2017

    Waarschijnlijk niet. Net zoals arrogantie en zelfverzekerdheid de Europese elites blind hebben gemaakt voor de mogelijkheid van een Brexit, kunnen mensen nu, gehinderd door wanhoop en een modieus fatalisme, niet voorzien welke kant het zal uitgaan. Een weddenschap afsluiten op de instorting van de Europese Unie zou weleens de verkeerde gok van 2017 kunnen zijn.

    Het ziet er op dit moment naar uit 
dat Amerika, wederom, de redder van Europa zal zijn. Sommige Europeanen steunen het feit dat Trump afstand neemt van de traditionele bondgenoten van zijn land, anderen verafschuwen het. Maar beide groepen zijn nerveus geworden door wat ze in de eerste maand van de nieuwe Amerikaanse regering hebben zien gebeuren. 
Europeanen zijn niet bang voor Trump omdat hij bereid is muren te bouwen (Europa loopt wat dat betreft op hem vooruit) en ook niet omdat ze zo dol 
zijn op globalisering (velen hebben er een afkeer van). Hij jaagt Europeanen schrik aan omdat hij president Chaos is. Hij gedraagt zich als een personage uit een kinderboek – de man die op zijn paard sprong en in alle richtingen 
tegelijk galoppeerde.

    Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee “totalitarismen” van onze tijd: de islam en globalisering

    Maar wat Trump tot de redder van 
de Europese Unie zou kunnen maken, is niet alleen de verontwaardiging 
die hij opwekt in de risicomijdende middenklassen, maar ook het radicaliserende effect dat zijn overwinning heeft op de populistische partijen hier. De populisten waren al lang voor de Amerikaanse verkiezingen in opkomst. In diverse landen slaagden ze erin een aanzienlijk aantal stemmen te trekken door naar het politieke centrum te laveren. Zo werden ze, voor sommigen, een levensvatbaar alternatief voor de status-quo.

    Maar sinds de overwinning van Trump hebben zijn Europese zielsverwanten die benadering laten vallen en besloten om weer te radicaliseren en de winnende strategie van zijn campagne te imiteren. Ze gooiden hun moeizaam aangeleerde matigheid overboord en keerden terug naar een bozere toon 
en een apocalyptischer wereldbeeld. 
Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee ‘totalitarismen’ van onze tijd: de islam en globalisering.

    De electorale nederlaag van Norbert Hofer, de kandidaat van extreem-rechts, bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen in december, is misschien het beste voorbeeld van het Trump-effect op de Europese politiek. Door de overwinning van Trump werd extreem-rechts in Europa agressiever en arroganter, terwijl tegelijkertijd de bereidheid van zwevende kiezers om radicale alternatieven uit te proberen afnam.


    Net zoals Barack Obama’s gejubel over de Europese Unie de aanhangers ervan niet heeft geholpen, bewijst Trumps anti-EU-retoriek de populisten geen dienst. Europese elites grijpen dit moment aan om de onafhankelijkheid van Europeanen te verdedigen en op 
te komen voor hun nationale belang. Zo maakt Trumps revolutie ruimte voor een EU-vriendelijk nationalisme.

    Tot voor kort waren het extreem-rechts en extreem-links die vraagtekens zetten bij de mate waarin de Europese Unie afhankelijk is van de Verenigde Staten. Nu pleiten pro-
Europeanen voor een Europees leger 
en een onafhankelijke Europese 
buitenlandse politiek. Vorige maand omschreef Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, in een open brief aan de leiders van de 27 lidstaten het Amerika van Trump als een existentiële bedreiging van de Europese Unie, samen met Rusland, China en 
de radicale islam.

    Wat 2017 anders maakt dan vorig jaar, en waarom de Europese Unie een 
goede overlevingskans heeft, is dat de verwachtingen van het publiek zijn veranderd. Nu zijn we er niet alleen van overtuigd dat het ondenkbare wel degelijk realiteit kan worden (Brexit, president Trump), maar we verwachten het ook. We wachten erop dat Geert Wilders de volgende premier van Nederland wordt. We nemen aan dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk zal zijn. En we speculeren erop dat er een einde komt aan 
bondskanselier Angela Merkels 
ambtsperiode.

    Dat zou allemaal kunnen – maar hoogstwaarschijnlijk gebeurt het niet. Als het ergste vermeden wordt, zou 
dat het Europese project juist nieuwe, broodnodige politieke energie kunnen geven. De geschiedenis leert ons dat overleven in tijden van crisis de 
ultieme bron van legitimiteit is. Het is eerder het vermogen van de Europese Unie om in 2017 te overleven dan het vermogen van de Unie om zichzelf te hervormen, dat de Europeanen ervan zal overtuigen dat eenheid niet tot het verleden behoort.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Ivan Krastev is voorzitter van het Center for Liberal Strategies, staflid van het Institute for Human Sciences in Wenen en columnist van The New York Times.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De Krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger. De gedrukte oplage is onder de 1 miljoen gedaald maar de website trekt meer dan 30 miljoen bezoekers per maand.

  • 3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    De rol van UKIP lijkt na de Brexit uitgespeeld. Maar de partij heeft een moeilijk te overschatten rol gespeeld.

    Dit had het moment moeten zijn waarop de sputterende UKIP-trein weer ging rijden. Sinds de Britten voor de Brexit stemden leek de voorheen rebelse partij stuurloos, met een boodschap die niet meer strookte met de realiteit in het Verenigd Koninkrijk van na het referendum.

    De tussentijdse verkiezingen van 23 
februari in [het kiesdistrict] Stoke-on-Trent Central, een arbeidersbolwerk waar naar schatting 65 procent van de stemmers voor de Brexit koos, vormden voor de nieuwe partijleider van UKIP, Paul Nuttall, een uitgelezen mogelijkheid voor een comeback. Maar zelfs in deze ideale omstandigheden en ondanks de aanwezigheid van de meest impopulaire Labour-leider aller tijden, Jeremy Corbyn, slaagde UKIP er niet in het resultaat van 2015 te verbeteren. Met bijna 25 procent van de stemmen ging de partij maar twee procentpunten vooruit, terwijl Labour de race met een marge van 2500 stemmen royaal won.

    Desalniettemin zal het UKIP-verhaal de politicologiehandboeken ingaan als een klassiek geval van een populistische ruk naar rechts. UKIP wordt alom belachelijk gemaakt vanwege het onvermogen stemmen in zetels om te zetten, maar ondertussen zijn veel van hun standpunten, van de Brexit en de steun voor grammar schools tot de roep om een nieuw immigratiesysteem (dat vorig jaar in zijn geheel werd overgenomen door de Conservatieven Michael Gove en Boris Johnson), onderdeel geworden van de mainstream. In de toekomst zullen politieke historici melkmuil UKIP de verdiende betekenis toekennen: een partij die Groot-Brittannië richting de Brexit stuurde en het land hiermee duidelijk een geheel ander pad op duwde.

    Nigel Farage zal de geschiedenis ingaan als de belangrijkste politicus van het huidige tijdperk

    De liberale elite heeft alle reden om een grondige hekel aan UKIP te hebben, want de partij heeft op succesvolle wijze een einde gemaakt aan alles wat hun lief was, van het EU-lidmaatschap tot het behoud van vrij verkeer van personen in de hele Unie. Voormalig UKIP-leider Nigel Farage zal de geschiedenis ingaan als de belangrijkste politicus van het huidige politieke tijdperk.

    UKIP heeft ook nog steeds een harde kern die op de partij stemt, zoals bleek uit het feit dat in Stoke een kwart van de stemmen werd vergaard en in landelijke opiniepeilingen steevast een aandeel van 10 procent wordt behaald. Bij de volgende algemene verkiezingen, in 2020, zou het UKIP-merk ook nog wel eens tussen de 5 en 15 procent van de zetels in het land kunnen behalen, waardoor de weg naar de overwinning voor de andere partijen lastiger wordt. Die aantallen zijn alleen te klein om in dit meerderheidsstelsel iets te bereiken en maken duidelijk wat het huidige plafond voor UKIP is, of wellicht steeds is geweest.

    Kleurrijke zonderlingen

    Als UKIP net als de Liberal Democrats een doorgewinterde campagneorganisatie was geweest, had het nu kunnen investeren in lokale verkiezingen en terug naar de basis kunnen gaan om een bredere boodschap te ontwikkelen. UKIP heeft nooit echt begrepen hoe belangrijk straatpolitiek is, en de partij bekommerde zich ook nooit wezenlijk om een breder beleid. Wat de zaken nog verergert, is dat UKIP het met het formeel verlaten van de EU in 2019 zal moeten stellen zonder de zo geliefde verkiezingen voor het Europees Parlement, dat vanwege het kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging kleine partijen veel meer kans op zetels biedt. De Europese verkiezingen van 2014 leverden UKIP 24 EP-leden op. Het wordt hierdoor voor de jonge partij ook steeds moeilijker om zichtbaar te blijven en bovendien lopen ze ook de inkomsten mis. Hoelang kun je de ware gelovigen zonder salaris en met sombere vooruitzichten aan je binden? Nu ziet het ernaar uit dat het zelfbenoemde ‘volksleger’ een laatste stelling heeft ingenomen. In de toekomst zal deze chaotische en kleurrijke cast van zonderlingen, die de Britse politiek korte tijd in de ban hield, worden herinnerd vanwege het blijvende effect op onze vaderlandse geschiedenis.

    Auteur: Matthew Goodwin
    Vertaler: Martinette Susijn

    Openingsbeeld: De nieuwe UKIP-leider Paul Nuttall (midden). – © Finbarr Webster / HH

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

    CONTEXT: UKIP: de ‘partij met de zwavelige reputatie’

    ‘UKIP is dood’, constateert The Times zonder omhaal. Zoals blijkt uit de nederlaag eind februari bij de tussentijdse verkiezingen in Stoke-on-Trent, toch een pro-Brexit-bastion, 
‘is de partij niet meer de motor van maar de rem op het populisme’, schrijft de conservatieve krant. Als UKIP de politiek van de Conservatieven wil beïnvloeden, met name ten aanzien van Brexit, kan het zich beter gaan gedragen als een pressiegroep.

    De krant herinnert eraan dat UKIP voortdurend te maken heeft gehad met ‘disfunctioneren op belangrijke momenten, leden met een twijfelachtige reputatie, schandalen en interne ruzies’.

    Het heeft UKIP ook geen goed gedaan dat de huidige partijleider, Paul Nuttall, onder vuur is komen te liggen omdat hij zijn levensloop nogal heeft opgeleukt. ‘De biografie van Nuttall op zijn website is een warrig mengsel van overdrijvingen, halve waarheden en hele leugens’, benadrukt The Guardian.

    Bovendien wordt de partij vanwege zijn tegen immigratie gerichte programma door een deel van de publieke opinie geassocieerd aan de British National Party, de partij van neofascistisch extreem-rechts, die geen zetel heeft in het parlement. ‘Het is onjuist in UKIP de opvolger te zien van de BNP, maar het is een feit dat de doorbraak van UKIP de British National Party overbodig heeft gemaakt’, aldus The Times. Dat heeft tot gevolg dat ‘die kwalijke reuk altijd rond UKIP is blijven hangen. Het beeld van “een nette BNP” kleeft de partij nog altijd aan, evenals haar eigen zwavelige reputatie’.

  • Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    Volgens de Ierse commentator Conor Brady zou een verkiezing van Marine Le Pen veel ernstiger zijn voor de EU dan de Brexit. ‘De Fransen hebben een eeuwenoude gewoonte om de gevestigde orde eruit te gooien.’

    Keuze uit het archief

    De Franse politica Marine Le Pen, de leider van de extreemrechtse partij Rassemblement National, werd deze week veroordeeld tot vier jaar celstraf en vijf jaar onverkiesbaarheid. Ze zou miljoenen euro’s aan geld van de Europese Unie hebben verduisterd. Het vonnis houdt in dat ze de presidentsverkiezingen van 2027 aan zich voorbij moet laten gaan.
    Extreemrechts uitte felle kritiek op het vonnis en sprak van een heksenjacht. Er zullen echter ook genoeg mensen zijn die blij zijn met de veroordeling. Een van hen is de Ierse commentator Conor Brady. In dit artikel van The Sunday Times uit 2017 legt hij uit waarom een verkiezing van Marine Le Pen ernstige gevolgen zou hebben voor heel Europa.

    Frankrijks keuze voor een nieuwe president kan in Ierland minstens zulke verregaande consequenties hebben als het Brexit-referendum in het Verenigd Koninkrijk. De Fransen, die geteisterd worden door terrorisme, een futloze economie en een in hoge mate criminele politieke klasse, zijn gedemoraliseerd en ongerust. Experts zijn het erover eens dat Marine Le Pen, leider van het Front National, waarschijnlijk niet in het Elysée zal komen. Weliswaar wordt verwacht dat ze de eerste ronde zal winnen, maar om ook in de tweede ronde te zegevieren heeft ze meer dan 50 procent van de stemmen nodig.



    Toch kunnen we niet optimistisch zijn, want de conduitestaat van deskundigen en opiniepeilers is niet al te best, en de verkiezingen zijn pas over een tijdje. De peilingen werden al aan het wankelen gebracht na de onthulling dat de vrouw van François Fillon, de kandidaat van de Republikeinen, jarenlang is betaald uit publieke fondsen voor werk dat ze niet deed.

    Zonder het Verenigd Koninkrijk is de Unie simpelweg een kleiner economisch gebied. Zonder Frankrijk zou ze een deel van haar ziel missen

    Er zijn twee totalitaire ideologieën die volgens Le Pen de cultuur en de soevereiniteit van haar land ‘dreigen weg te vagen’: de mondiale financiële sector en de radicale islam. Ze wil dat het Franse nationalisme weer opbloeit en zegt dat de euro afgeschaft en de economie ‘bevrijd’ moet worden van 
de tirannie van de Europese Unie.
    Ze spreekt bewonderend over het Britse besluit om uit de EU te stappen, Als ze verkozen wordt, zegt Le Pen, zal ze de Fransen door middel van een referendum ook de kans bieden om te vertrekken. ‘De belangrijkste factor die alle dominostenen van Europa zal laten omvallen, is de Brexit.’

    De EU kan het stellen zonder het Verenigd Koninkrijk, dat nooit deel 
uitmaakte van het oorspronkelijke plan, evenmin als Ierland. Zelfs als er vorig jaar juni was gekozen om in de 
EU te blijven, zou de door premier 
David Cameron bedongen deal inhouden dat het VK een lossere status kreeg. In 1967, toen de Britten – en Ieren – belangstelling voor het lidmaatschap toonden, waarschuwde generaal De Gaulle voor de ‘ingewortelde vijandigheid’ van Groot-Brittannië jegens een nieuw Europa dat gebaseerd was op een Frans-Duits economisch partnerschap. Hij dreigde Frankrijk terug te trekken uit de ‘gemeenschappelijke markt’ van vijf landen als anderen erop stonden Groot-Brittannië toe te laten.

    Maar de huidige EU zou een Franse ‘exit’ niet overleven. De economische samenhang en de maatschappelijke 
en politieke bestaansreden van de 
Unie zou fataal ondermijnd worden. 
De voorloper van de Unie, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, werd in 1952 opgericht om de industriële krachten van de traditionele vijanden en grootste economieën van Europa, Frankrijk en Duitsland, te bundelen. Maar het waren de door de Fransen gekoesterde principes van gelijkheid, maatschappelijke rechtvaardigheid 
en individuele vrijheden die de waarden van de latere EEG grotendeels inspireerden en die weerspiegeld werden in instituties en maatschappelijk beleid. Algemene gezondheidszorg, rechtvaardigheid, toegang tot het onderwijs voor iedereen en sociale steun aan allen liggen diep verankerd in de Franse politieke cultuur, en verstevigen op hun beurt de idealen van de EU. Zonder het Verenigd Koninkrijk is de Unie simpelweg een kleiner economisch gebied. Zonder Frankrijk zou ze een deel van haar ziel missen.

     Aanhangers van Marine Le Pen op een bijeenkomst in Châteauroux. – © HH
    Aanhangers van Marine Le Pen op een bijeenkomst in Châteauroux. – © HH

    Als Le Pen gekozen zou worden, en als ze het Franse lidmaatschap van de EU op de proef zou stellen met een referendum, dan zou het resultaat, volgens recente peilingen, beide kanten op kunnen gaan. De peilingen verschillen van elkaar. Maar één onderzoek van de in Washington gevestigde Bertelsmann Foundation wees uit dat slechts 53 procent van de Franse kiezers in de Unie zou willen blijven. Dat is bepaald geen onoverbrugbare marge.



    Als Frankrijk uit de EU zou treden en de euro, de voornaamste economische spil van de Unie, afgeschaft zou worden, zou Duitsland een gemeenschappelijk handels- en douanegebied willen handhaven met enkele andere bestaande leden, in het bijzonder de Beneluxgroep. Maar het is waarschijnlijk dat over het hele continent tariefmuren 
en economische beperkingen zouden worden ingesteld, omdat landen zich haasten hun industrie en werkgelegenheid te beschermen. De impact op de Ierse export zou rampzalig zijn. De werkloosheid zou omhoogschieten. De fundamenten van Ierlands economische model zouden onder druk komen te staan.

    Korte metten

    Dit is allemaal niet erg waarschijnlijk, maar dat waren de Brexit en de overwinning van Donald Trump ook niet. En Le Pen weet behendig in te spelen op de vele oorzaken van de huidige onrust onder het publiek: angst voor islamitisch terrorisme, immigratie, werkloosheid (de jeugdwerkloosheid bedraagt op dit moment 26 procent), industriële achteruitgang en wrok tegen de politieke en bureaucratische elite.

    De voornaamste Franse politici hebben telkens weer niet voldaan aan de verwachtingen van het Franse volk. Dat heeft een grote afkeer van president François Hollande. Nicolas Sarkozy staat waarschijnlijk een aanklacht wegens fraude te wachten. Fillon heeft goed voor zijn familieleden gezorgd, ten koste van de belastingbetalers.

    Beloften om de immigratie te beperken, de levensstandaard te verhogen, werk te scheppen en voorrang te geven aan de eigen natie boven een of ander abstract ideaal van Europese eenheid lijken in dat soort omstandigheden heel aanlokkelijk. En de Fransen hebben een eeuwenoude gewoonte om de gevestigde orde eruit te gooien. Historisch gezien zijn ze vaak aangetrokken door l’appel du vide, de lokroep van de leegte. Als ze geloven dat het ancien régime onherstelbaar tekort is geschoten, maken ze er snel en kwaadaardig korte metten mee.

    De Gaulle begreep zowel de positieve als de negatieve kanten van het sterke zelfbewustzijn van zijn land. ‘Als liefde voor je eigen volk vooropstaat,’ zei hij, ‘is dat patriottisme. 
Als haat jegens andere mensen vooropstaat, is het nationalisme.’ Europa moet hopen dat patriottisme de overhand heeft wanneer de Fransen in april en mei naar de stembus gaan.

  • Dossier: Redden de Europese dijken het?

    Dossier: Redden de Europese dijken het?

    Franse verkiezingen cruciaal voor EU.

    Toen bleek dat de PVV in Nederland niet de grootste partij was geworden, haalde men in Brussel opgelucht adem: het populistische gevaar was afgewend. Maar met de naderende verkiezingen in Frankrijk en Duitsland liggen alweer nieuwe dreigingen op de loer. Ook in veel andere Europese landen is de euroscepsis groot

    1. De anti-Europese Unie

    2. Als Le Pen wint, overleeft Europa het niet

    3. UKIP is voor de geschiedenisboekjes

    4. Orbán droomt van een gesloten staat

    5. Context: De situatie in Europa

    Openingsbeeld: Geert Wilders neemt een selfie met Marine Le Pen, terwijl Frauke Petry (AfD, rechts) in de verte staart. – © Michael Probst / HH

  • Theresa Maybe, 
de besluiteloze Britse premier

    Theresa Maybe, 
de besluiteloze Britse premier

    Vlak voor Theresa May haar speech hield over de harde Brexit, kwam The Economist met een keihard oordeel: na zes maanden is nog steeds niet duidelijk waar de nieuwe premier voor staat – en misschien weet ze het zelf niet eens.

    Een paar uur na het Brexit-referendum van vorig jaar zomer was David Cameron al afgetreden, en nog geen drie weken later volgde Theresa May hem op als premier. De snelheid waarmee zij aan de macht kwam, zonder algemene verkiezingen of volwaardige strijd om het leiderschap van de Conservatieve Partij, hield in dat het ‘mayisme’ nooit in een manifest was neergelegd of gesteund werd door de kiezers. Toch liet de nieuwe premier al snel geen twijfels bestaan over haar ambities voor Groot-Brittannië. Zij zou niet alleen een succes maken van de Brexit, maar ook een enorme verandering teweegbrengen in de sociale mobiliteit. Ze wilde het ‘schrijnende onrecht’ ongedaan maken waar de achtergeblevenen mee werden geconfronteerd, en ‘de krachten van het liberalisme en de mondialisering’ hervormen ‘die de scepter hebben gezwaaid (…) over de hele westerse wereld’. Haar bondgenoten spraken over een keerpunt, vergelijkbaar met de breuk die Margaret Thatcher in 1979 maakte met het verleden. De zwakheid van de Labour-oppositie gaf May de controle in handen over een eenpartijstaat. Wat haar mandaat aanging, verwees ze naar het referendum: een ‘stille revolutie’ van mensen die ‘niet langer bereid waren genegeerd te worden’.

    Maar nu zij een half jaar in functie is, is er nog maar opmerkelijk weinig te zien van deze May-revolutie. De strategie voor de Brexit, die over krap drie maanden van start zou moeten gaan, wordt in de vaagste termen omschreven en lijkt steeds chaotischer. In eigen land hebben de grote verhalen over het veranderen van de samenleving en het temmen van het kapitalisme plaatsgemaakt voor bescheiden voorstellen, waarvan er al vele zijn teruggeschroefd of ingetrokken. Het vermoeden wordt steeds manifester dat de sfinxachtige premier zich vooral op de vlakte houdt over haar plannen omdat ze nog steeds de nodige moeite heeft om ze op te stellen.

    May heeft tijdens haar ambtsperiode van zes jaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken – een verraderlijke post die veel politieke carrières heeft verwoest – een reputatie verworven als competente doorzetter. Ze overleefde op bedreven wijze het Brexit-referendum, ook al behoorde ze tot het kamp van de verliezers. In de korte race om het leiderschap van de Conservatieve Partij viel ze op als de enige volwassene; weinig Tories hebben er spijt van dat ze de voorkeur hebben gegeven aan haar, boven de onvoorbereide en weinig serieuze overige kandidaten. In de onderhandelingen over de Brexit, de zwaarste taak voor welke Britse premier ook na de Tweede Wereldoorlog, wordt een krachtige wissel getrokken op haar politieke kapitaal en haar bestuurlijk vermogen.

    Warrig

    Het halve land is tegen het idee en de rest zou wel eens goed kunnen schrikken als de gevolgen ervan voelbaar worden. De meeste ambtenaren die de Brexit ten uitvoer moeten leggen, denken dat het een vergissing is. Als het er de komende jaren om zal gaan valstrikken te vermijden, kan de behoedzame vasthoudendheid van May precies datgene zijn wat het land nodig heeft.

    Toch begint die behoedzaamheid eruit te zien als besluiteloosheid. Na zes maanden is het lastig één kenmerkende beleidsdaad van May te noemen, en er is vaak rechtsomkeert gemaakt. Soms was dat welkom: een domme belofte om werknemers in raden van commissarissen te zetten werd bijvoorbeeld ingetrokken, een vreselijk plan om bedrijven lijsten met buitenlandse werknemers te laten opstellen bleef nog geen week overeind, en zinspelingen op het inperken van de onafhankelijkheid van de Bank of England werden snel vergeten. Er zullen speciale ‘gymnasia’ worden opgericht – maar louter op kleine schaal, en misschien wel helemaal niet, gezien het feit dat veel Conservatieve parlementariërs zich tegen het idee verzetten. Andere U-bochten rieken naar aarzeling. De bouw van een nieuwe kerncentrale bij Hinkley Point werd eerst in twijfel getrokken maar mocht toen tóch doorgaan, een nieuwe landingsbaan op Heathrow was al nagenoeg rond maar werd toen alsnog uitgesteld tot na een stemming in het parlement later dit jaar. Huishoudens die het ‘maar net redden’ waren een week lang richtingbepalend voor de premier, en daarna niet meer. Suggesties dat Groot-Brittannië na de Brexit een overgangsregeling met de EU zou moeten treffen werden eerst ingetrokken, om een paar weken later opnieuw in omloop te worden gebracht, nadat May schijnbaar opnieuw van gedachten was veranderd.

    Theresa May in Downing Street. – © Elliott Franks / eyevine
    Theresa May in Downing Street. – © Elliott Franks / eyevine

    De oorzaak van deze verwarring kan zijn dat het mayisme zelf nogal warrig is. Hoewel ze heeft beloofd van Groot-Brittannië ‘de krachtigste mondiale pleitbezorger van de vrije markt’ te maken, heeft de premier ook gepraat over het opnieuw in leven roepen van een ‘fatsoenlijke industriële strategie’. Die mag niet gaan over het ‘steunen van verliesgevende industrieën of het kiezen van winnaars’, zo houdt zij staande. Maar de niet nader gespecificeerde ‘steun en beloften’ aan Nissan om de autoproducent ertoe over te halen na de Brexit in Sunderland te blijven, komen daar wel min of meer op neer. Haar enthousiasme voor handel staat soms op gespannen voet met haar scepsis over migratie. Neem haar recente bezoek aan India, waar haar onwil om concessies te doen op het gebied van de immigratie de vooruitgang over een vrijhandelsakkoord blokkeerde.

    Er schuilt één les in de overdreven vergelijking van May met Thatcher. De vrouw die Groot-Brittannië écht heeft veranderd kende een rommelige eerste termijn; de privatisering en de hervorming van de vakbonden, waarmee zij nu wordt geassocieerd, kwamen pas na 1983 werkelijk op gang. Angela Merkel had ook een wankele start als Duitse bondskanselier. May kan nog overeind krabbelen – en gezien de toestand van Labour zal ze daar ook de tijd voor krijgen, als de Brexit haar eigen partij geen redenen in handen geeft om haar eerder aan de dijk te zetten.

    Maar uiteindelijk zou kunnen blijken dat May op een andere, minder voor de hand liggende voorganger lijkt: op Gordon Brown. Ook hij was lichtgeraakt. Net als zij was hij in 2007 zonder verkiezingen in Downing Street beland. Hij begon ook met een ontzaglijke reputatie en grote beloften. En toen duidelijk werd dat hij eigenlijk geen idee had wat hij aan moest met de baan die hij zo had begeerd, mislukte hij. De financiële crisis legde zijn regering plat, omdat hij zich en détail met ieder besluit wilde bemoeien.

    Zolang de premier zich met ieder voorstel wil bemoeien, zullen radicale besluiten van het type dat nodig is om deze problemen op te lossen niet worden genomen

    Ook May heeft deze neiging. Eén persoon kan nog wel op eigen houtje het ministerie van Binnenlandse Zaken runnen. Maar als je premier bent, moet je kunnen delegeren – vooral als de Brexit voor de deur staat. De ouderenzorg valt uit elkaar. De National Health Service raakt door zijn geld heen. Het tekort aan (betaalbare) woningen wordt steeds groter. Schotland en Noord-Ierland roepen lastige constitutionele vragen op. Zolang de premier zich met ieder voorstel wil bemoeien, zullen radicale besluiten van het type dat nodig is om deze problemen op te lossen niet worden genomen. Om greep te krijgen op Groot-Brittannië moet May leren haar greep te versoepelen.

    Om daarin te slagen, zal ze moeten beslissen waar de grote beloften van haar regering feitelijk op neerkomen. De behoefte om zich in Downing Street over iedere beleidsdaad het hoofd te breken, de geheimzinnigheid over de Brexit en de stilte over de bredere plannen van de regering met Groot-Brittannië duiden allemaal op hetzelfde probleem: Theresa Maybe weet niet echt wat ze wil.

    Vertaler: Menno Grootveld

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • 3. Bloederige Brexit?

    3. Bloederige Brexit?

    Volgens de Britse commentator Gideon Rachman zal de Brexit nog veel harder worden dan sommigen voorspellen. ‘Het wordt een treinongeluk.’

    Dus wat gaat het worden: een ‘harde’ of een ‘zachte’ Brexit? Geen van beide misschien. Er is een derde mogelijkheid waar weinig over wordt gesproken maar die steeds waarschijnlijker wordt: een ‘treinongeluk-Brexit’. In dat scenario slagen het VK en de EU er niet in om een akkoord over de scheiding te bereiken en breekt Groot-Brittannië simpelweg los van de EU – met chaotische gevolgen voor de economische en diplomatieke betrekkingen.

    De harde en zachte versie van de Brexit hebben verschillende standpunten tegenover immigratie en de interne markt van de EU – maar ze hebben ook één wezenlijke overeenkomst. Ze gaan ervan uit dat het de EU en het VK zal lukken om in redelijkheid uit elkaar te gaan.
    Toch is er alle reden om te verwachten dat zo’n keurig geregelde scheiding onhaalbaar zal blijken en dat er in plaats daarvan een treinongeluk gaat gebeuren. De redenen hiervoor zijn zowel van procedurele als van politieke aard.

    Op het procedurele vlak is het probleem dat de onderhandelingen te gecompliceerd zijn om binnen de afgesproken tijd afgerond te kunnen worden. Groot-Brittannië en de EU moeten een web van juridische, economische en handelsrelaties dat in de loop van meer dan veertig jaar is gesponnen, nu uithalen en opnieuw ordenen. Maar als Groot-Brittannië eenmaal artikel 50 in werking heeft gesteld en formeel zijn vertrek aankondigt, hebben de twee partijen nog maar twee jaar de tijd om een nieuw akkoord te bereiken en te ratificeren.

    Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald

    Volgens een van de meest ervaren krachten in Brussel is dat onhaalbaar. ‘Wij hebben gewoon niet het ambtelijke apparaat om dat voor elkaar te krijgen,’ zegt hij. ‘En de EU is er niet voldoende op gefocust.’ De Britse ambassadeur bij de EU is tot datzelfde oordeel gekomen; sir Ivan Rogers [die vorige week aftrad] heeft de ministerraad gewaarschuwd dat er wel tien jaar nodig zijn om de onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord met de EU af te ronden.

    Stel dat er aan beide kanten heel veel goede wil bestond, dan konden die onderhandelingen ongetwijfeld versneld worden. Maar daar komt de politiek om de hoek kijken. Aan beide kanten van het Kanaal sluimert nu al heel wat onwil. De Britten hopen dat de gemoederen wel zullen bedaren wanneer de gesprekken eenmaal echt beginnen. Maar de kans is groter dat het tegendeel zal gebeuren. Tijdens het onderhandelingsproces zal pas echt duidelijk worden hoe diep de kloof is tussen de opvattingen van beide kanten. Daarmee zal de onderlinge verbittering snel toenemen – en kunnen de gesprekken wel eens onherroepelijk uit de rails lopen.

    De lont in het kruitvat is dan waarschijnlijk de inschatting door de EU van de Britse financiële verplichtingen na de Brexit, die alles omvatten, van het geld dat al voor het budget van de Unie bestemd was tot de pensioenen van voormalige bureaucraten. Volgens schattingen in Brussel krijgt het VK een rekening gepresenteerd van 50 tot 60 miljard pond.

    Dat bedrag zal in het VK hoogstwaarschijnlijk een storm van verontwaardiging wekken. De eerste reactie zal zijn om de financiële eisen van de EU te beschouwen als een slechte grap of een onhandige poging tot chantage. Maar de Europese Commissie, die de onderhandelingen leidt, is strikt formalistisch en zal haar berekening kunnen rechtvaardigen. Ze zal niet gemakkelijk toegeven.

    Verharding

    Een pragmatisch antwoord van Britse kant zou dan zijn om te onderhandelen over een lager bedrag en vervolgens de betalingen over tientallen jaren te spreiden, zodat er verder onderhandeld kan worden wat echt cruciaal is: de toekomstige handelsrelatie met de EU. Maar de kans is groot dat voorstanders van de harde lijn in Mays Conservatieve Partij en de Britse media het de regering onmogelijk zullen maken om iets te accepteren wat ook maar enigszins in de buurt komt van de financiële eisen uit Brussel.

    Als gevolg daarvan zal Groot-Brittannië eenvoudigweg de onderhandelingstafel verlaten, waarna de zaak beoordeeld moet worden bij het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. Het kan jaren duren voor dat hof tot een beslissing komt. Maar ondertussen tikt de klok door. Zolang Groot-Brittannië en de EU in de internationale gerechtshoven tegenover elkaar staan, is het onmogelijk om enige vooruitgang te boeken in de onderhandelingen over de Brexit. De woede tegenover de EU die dankzij deze financiële discussie in Groot-Brittannië nog extra wordt aangeblazen, maakt het voor het VK intussen onmogelijk om van koers te veranderen en van een Brexit af te zien. Aan Europese kant treedt dan een vergelijkbare verharding van standpunten op. En dat zorgt er waarschijnlijk voor dat de EU weigert de periode van twee jaar voor de onderhandelingen met het VK te verlengen.

    Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen “nog steeds in de emotionele fase” verkeren

    Dat zou betekenen dat de Brexit na twee jaar een feit wordt, op de meest abrupte en schadelijke manier die maar mogelijk is: met het Britse lidmaatschap van de EU dat gewoonweg afloopt. De gevolgen van zo’n treinongeluk zouden rampzalig zijn voor de Britse economie. Fabrikanten, ook de zo belangrijke auto-industrie, krijgen dan te maken met tarieven tot wel tien procent op de export naar de EU. Door de nieuwe douanebeperkingen raken pan-Europese transportketens verstoord, bezwijken havens onder de papierwinkel. De Britse dienstensector, die een veel groter deel van de economie voor zijn rekening neemt dan de maakindustrie, komt ook voor grote problemen te staan. Met name de financiële sector raakt zijn onmisbare ‘passporting rights’ kwijt die alle Britse instellingen moeten hebben om zaken te kunnen doen in de EU.

    Zo te zien blijft de Britse regering hopen dat de EU wel tot rede zal komen – de rede die in Londen is bepaald. Eén Britse minister meent zelfs dat de Europeanen ‘nog steeds in de emotionele fase’ verkeren. Helaas laat de EU zich niet alleen leiden door emotie, maar ook door politieke berekening, en de kans is niet groot dat dat een fase blijkt te zijn.

    Een hoge Britse ambtenaar hield me een meer realistische opvatting voor. ‘Het wordt een bloederige toestand,’ zei hij. ‘Maar we zullen gewoon moeten doorbeuken om naar de overkant te komen.’ Ik moest lachen om dat zeer Britse beeld van heldenmoed in oorlogstijd. Het is alleen jammer dat deze oorlog zo zinloos en zelfvernietigend is.

    Auteur: Gideon Rachman

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    Volgens The Sunday Times is Groot-Brittannië na de Brexit en de overwinning van Trump de ideale kandidaat om een verbindende rol te spelen tussen Amerika en Europa.

    De uitverkiezing van Donald Trump gaat tegen alle bekende patronen in en het is geen wonder dat de wereld zich nu afvraagt wat het volgende is dat we uit Washington kunnen verwachten. Trumps overwinning was voor Amerikaanse-verkiezingenwatchers nog geen ‘Dewey verslaat Truman’-moment, maar het scheelde niet veel [de foutieve kop ‘Dewey verslaat Truman’ verscheen op 3 november 1948 op de voorpagina van de Chicago Daily Tribune, het was Truman die verrassend de verkiezingen gewonnen had]. De peilingbureaus, die vaak zeer geavanceerde methodes gebruiken, hadden een duidelijke overwinning voor Hillary Clinton verwacht.

    De deskundigen zaten er dus naast met de verkiezingsuitslag, en nu is de kans groot dat ze die ook nog verkeerd interpreteren. Het is belangrijk dat de overwinning van Trump niet wordt gezien als het begin van het einde van de vrijhandel, open markten en globalisering, net zo min als de stem voor de Brexit op 23 juni dat was. Volgens sommigen verkeert de liberale wereldorde nu in het grootste gevaar sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Dit klinkt mooi dramatisch, maar het is een onjuiste opvatting van de politieke gebeurtenissen van 2016.

    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters
    De Britse premier Theresa May kan op goede wil uit Washington rekenen. – © Reuters

    We moeten niet vergeten dat deze presidentsverkiezingen tussen twee kandidaten gingen die geen van beiden aantrekkelijk werden gevonden – Trump was voor genoeg mensen het beste van twee kwaden.

    Trump heeft gewonnen omdat hij, anders dan Clinton, direct tot de Amerikaanse arbeidersklasse sprak, die te lang door de politieke elite is genegeerd. ‘Make America great again’ was een even krachtige leus als ‘Taking back control’ voor de ‘vertrek’-campagne in Groot-Brittannië. De kiezers in de Rust Belt die op Trump hebben gestemd, verwachtten niet dat hij de verouderde staalfabrieken en gesloten kolenmijnen weer zal openen, maar zagen in Trump iemand die hun pijn verwoordde.

    Maar zelfs daar ligt het plaatje genuanceerder. Trump wist kiezers met een laag inkomen aan zijn kant te krijgen, maar de meerderheid daarvan steunde Clinton. De Democraten verliezen het contact met hun traditionele machtsbasis in de arbeidersklasse, maar ze zijn die niet kwijtgeraakt. En de verkiezingsuitslag was ook niet per se een protest tegen stagnerende inkomens.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag

    Wat de globalisering betreft heeft de Amerikaanse verkiezingsuitslag ons geleerd dat mensen ervan overtuigd moeten zijn dat de open markten in hun voordeel zijn en niet alleen in dat van grote bedrijven, en dat mensen niet houden van de open grenzen en ongebreidelde immigratie waarmee globalisering gepaard gaat. Politici die dat gegeven negeren, zoals Hillary Clinton, krijgen klappen.

    Dit is nergens zichtbaarder dan in de Europese reactie op de overwinning van Trump. Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker sloeg zoals altijd de verkeerde toon aan. ‘We moeten de nieuwe president leren wat Europa is en hoe het werkt,’ zei hij, en hij voorspelde dat er twee jaar verloren zullen gaan terwijl Trump ‘op rondreis is door een wereld die hij niet kent’. Angela Merkel, die met haar ‘open-deurimmigratiebeleid een van de ergste vergissingen uit de recente geschiedenis heeft begaan (bijna even erg als haar weigering om David Cameron tegemoet te komen op het punt van immigratie), zei dat ze alleen met Trump wil samenwerken op basis van ‘de waarden van democratie, vrijheid en respect voor de wet en de waardigheid van alle mensen, ongeacht afkomst, huidkleur, religie, sekse, seksuele geaardheid of politieke overtuiging’.

    Trump mag dan veel over Europa te leren hebben, Europa voelt er andersom kennelijk niets voor iets te leren van Trumps overwinning en van de Brexit-uitslag. Misschien komt dat nog, binnenkort, bij de presidentsverkiezingen in Oostenrijk, het constitutioneel referendum in Italië en de parlementsverkiezingen volgend jaar in Frankrijk en Duitsland. Als een meerderheid dan zijn proteststem laat horen, is die niet noodzakelijkerwijs gericht tegen de globalisering, maar tegen politieke elites die de onvrede onder het volk negeren.

    Het juiste pad

    Hier kan Groot-Brittannië een rol spelen. Het is belangrijk onze banden met de VS te koesteren, zonder ze te overdrijven. Theresa May kan op enige goede wil uit Washington rekenen, als premier van een land dat voor een Brexit koos en Trump daarmee in zijn eigen verkiezingscampagne van inspiratie voorzag. Het is belangrijk te beseffen dat Groot-Brittannië wel de EU verlaat, maar niet Europa en dat het zijn rol als brug naar Amerika kan blijven vervullen.

    Die rol moet zijn om aan beide kanten te blijven hameren op de noodzaak van open markten en economische samenwerking. Misschien zal de regering-Trump wel voelen voor een handelsakkoord tussen Groot-Brittannië en Amerika, maar de effecten daarvan gaan verloren als de nieuwe president elders voor protectionisme kiest. Hij heeft iemand nodig die hem op het pad zet van antidumpingmaatregelen en het aanpakken van oneerlijke handelspraktijken, en niet op het pad van een algemene aanval op de vrijhandel.

    Even urgent is dat Trumps kennelijke gebrek aan enthousiasme voor de NAVO en zijn terechte klacht dat Europa daarin niet genoeg bijdraagt, een open uitnodiging zijn aan de oorlogszuchtige Vladimir Poetin. Slechts vier EU-landen, namelijk Groot-Brittannië, Polen, Griekenland en Estland besteden 2 procent of meer van hun bnp aan defensie. Dat moeten meer landen gaan doen, en het is aan Theresa May om deze landen dat duidelijk te maken.

    Misschien is dat wel de belangrijkste brug die er gebouwd moet worden. Onze relatie met de VS, speciaal of niet, kan de komende jaren weer behoorlijk belangrijk worden.

    Vertaler: Annemie de Vries

    The Sunday Times
    Zuid-Afrika | zondagskrant | oplage 504.000

    De populairste zondagskrant van Zuid-Afrika. Stond ooit als conservatief te boek, maar is in de afgelopen jaren een steeds liberalere koers gaan varen.

  • Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    In zijn nieuwe boek veegt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz de vloer aan met de euro. Om de muntunie te redden zou het volgens hem goed zijn als sommige landen de eurozone verlaten.

    Keuze uit het archief

    Met ingang van 1 januari 2026 is Bulgarije toegetreden tot de eurozone. Daarmee hebben nu 21 van de 27 EU-landen de euro als betaalmiddel. Maar is dat wel zo positief? Niet als je het aan de econoom en analist Joseph Stiglitz vraagt. In dit interview van Le Monde van tien jaar geleden legt hij uit waarom de eurozone gebaat is bij minder leden.

    Een hoog werkloosheidscijfer, lage groei, groeiend populisme: volgens Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz draagt de euro schuld aan de ergste kwalen van de eurozone van dit moment. Als er niets verandert, voorspelt hij, zal de eenheidsmunt de lidstaten in een impasse drijven. In zijn onlangs verschenen nieuwe boek, De euro. Hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt, bespreekt hij welke hervormingen de muntunie mogelijk zouden kunnen redden. Daarbij schuwt hij het taboe niet van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen de Unie en sommige lidstaten.

    U beschrijft de euro als een economische mislukking. Welke fouten hebben we gemaakt?

    ‘De weeffouten in de eenheidsmunt zitten er al in sinds de invoering. In 1992 dacht Europa dat een muntunie, waarbinnen de landen hun eigen economie niet meer via wisselkoersen en het renteniveau konden beïnvloeden, kon werken als de regeringen hun overheidsfinanciën maar op orde hielden en de inflatie in toom hielden. Ze voerden strenge begrotingsregels in en riepen een centrale bank in het leven die de prijzen moest bewaken. De markt, dachten ze, zou het evenwicht wel bewaren. Maar ze hadden het mis. De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht, maar in plaats daarvan tot verdeeldheid en ongelijkheid geleid. En toen de crisis toesloeg, ging het van kwaad tot erger.’

    ‘De Europese begroting moet veel ambitieuzer worden dan de huidige’

    Waarom?

    ‘Tijdens de crisis konden de zuidelijke eurolanden hun munt niet meer devalueren om hun export aan te jagen en zo hun economie te ondersteunen. In plaats daarvan moesten ze, om toch nog concurrerend te blijven, snijden in de salarissen, terwijl de werkloosheid explodeerde. Jonge hogeropgeleiden hadden geen andere keus dan massaal te emigreren, wat deze landen van hun kostbaarste bezit beroofde. Gedwongen door hun strakke begrotingen stopten deze regeringen vervolgens met nog in infrastructuur en onderwijs te investeren en trokken daarmee een wissel op hun toekomstige groei. Deze vicieuze cirkel moet hoognodig worden doorbroken.’

    De eurozone heeft sinds het uitbreken van de crisis haar instellingen versterkt, vooral door het invoeren van een bankenunie. Is dat niet voldoende?

    ‘Jawel. Maar de derde pijler van die bankenunie, het depositogarantiestelsel, is er bijvoorbeeld nog niet. Sommige landen schrikken ervoor terug om het in te voeren. Maar hoe langer de eurozone wacht met het doorvoeren van dergelijke noodzakelijke hervormingen, hoe groter het risico op een nieuwe crisis wordt. En als die er komt, zullen landen sneller de eurozone verlaten.’

    Wat zou er allereerst moeten gebeuren?

    ‘De bankenunie compleet maken en een garantiestelsel voor overheidsschulden invoeren. Maar ook moet er een Europees solidariteitsfonds komen ter bevordering van de stabiliteit, dat landen helpt die in een recessie dreigen te raken. Er bestaat momenteel ondersteuning voor landen die zich aansluiten bij de Europese Unie. Waarom zou je die landen opeens niet meer ondersteunen als ze eenmaal binnen zijn? Tot slot is het essentieel om de begrotingsregels te versoepelen, zodat landen niet langer gedwongen worden om tijdens een recessie in hun toekomstige uitgaven te snijden.’

    U roept op om de overheidsuitgaven te verhogen. Waar moet dat geld vandaan komen?

    ‘Je kunt niet heen om een veel ambitieuzere Europese begroting dan de huidige. De inkomsten daarvoor zouden kunnen komen uit een kleine progressieve belasting voor particulieren en bedrijven. Dat zou een dubbel voordeel bieden: er komen Europese belastinginkomsten binnen, en tegelijk wordt er geharmoniseerd hoe er nu in de verschillende lidstaten mee omgegaan wordt. Dat zou ook helpen om de fiscale concurrentie, waar vooral Ierland en Luxemburg zich schuldig aan maken, terug te dringen. Verder maakt een Europese belastinggrondslag de uitgifte van Europese obligaties geloofwaardiger.’

     


    Europese obligaties uitgeven op het moment dat regeringen zo weinig vertrouwen in elkaar hebben klinkt utopisch…

    ‘Het argument van het gebrek aan vertrouwen tussen landen is een slecht excuus. Je kunt prima zulke obligaties uitschrijven, zolang je maar regels opstelt die budgetoverschrijdingen beperken en verstandig beheer van de overheidsfinanciën door lidstaten garanderen.’

    Wat is het probleem met de Europese Centrale Bank?

    ‘Het mandaat van de bank – ervoor zorgen dat de inflatie niet boven de grens van twee procent uitkomt – is te zwak. Dat heeft tot enorme fouten geleid, zoals in 2011, toen die op het hoogtepunt van de crisis het rentetarief verhoogde. De missie van de ECB zou moeten worden uitgebreid met groei en werkgelegenheid, waarbij een grote flexibiliteit mogelijk moet zijn om van moment tot moment te reageren. Op dit moment zou bijvoorbeeld de prioriteit moeten liggen bij het omlaag brengen van de werkloosheid.’

    U heeft het over de mogelijkheid van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen lidstaten. Hoe zou die in zijn werk gaan?

    ‘Een vertrek uit de eurozone van een lidstaat zou, zolang het maar goed geregeld is, relatief pijnloos kunnen verlopen. Daarbij zijn meerdere scenario’s denkbaar. Als Duitsland uittreedt, dan daalt voor de andere lidstaten de euro vanzelf in waarde, wat hun export een impuls zou geven. Duitsland zou in dat geval profiteren van zijn sterkere munt, waardoor de schuldenlast – die dan nog steeds in euro’s is – vermindert. Als een land als Griekenland de eurozone verlaat, stort meteen de waarde van de nationale munt in – waardoor dat land veel concurrerender wordt. De hoogte van de overheidsschuld, nog steeds in euro’s, zou daarentegen door het plafond gaan. Een herstructurering van de schuld wordt dan onvermijdelijk: maar als dit goed uitonderhandeld wordt, levert het geen al te grote problemen op. Het voorbeeld van Argentinië laat zien dat het een land, wanneer het van zijn schuldenlast bevrijd is en zijn wisselkoers weer zelf kan bepalen, economisch opeens voor de wind kan gaan.’

    Maar Argentinië zit juist aan de grond!

    ‘Vanaf het moment dat Argentinië zichzelf in 2002 failliet verklaarde en weer vanaf nul begon, maakte het een sterke groei door, van wel acht procent per jaar. Die hield aan tot 2008. De problemen waar het land nu in zit hebben te maken met het rampzalige economisch beleid dat daarna is gevoerd.’

    Wordt een land dat de eurozone verlaat niet altijd onmiddellijk door speculanten aangevallen?

    ‘De eurozone wordt inderdaad voortdurend door speculanten bedreigd. Als bij het referendum over de grondwetswijziging in Italië van dit najaar het Nee gaat winnen, dan zullen speculanten de verzwakte banken van dat land waarschijnlijk genadeloos aanvallen. Maar er bestaan instrumenten om ze tegen zulke aanvallen te beschermen, bijvoorbeeld door de kapitaalpositie van deze banken te controleren. Dat deed IJsland in 2008 om zijn munt te beschermen, en de economie van dat land staat er nu goed voor.’

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen’

    U vindt dat wanneer Griekenland de eurozone verlaat, het land een elektronische munt zou moeten voeren. Gaat dat werken, in een land waar contant geld nog koning is?

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen. Consumenten betalen contactloos, bedrijven boeken geld over… Gewoontes op dat vlak veranderen razendsnel. De overgang naar een elektronische munt in Griekenland, net als in heel Europa, zou de traceerbaarheid van financiële transacties een stuk eenvoudiger maken. Dat beperkt de mogelijkheden van fraude en belastingontwijking.’

    De Brexit is een eerste test hoe een scheiding zou kunnen verlopen. Hoe kan een Britse uittreding uit de Europese Unie het beste worden geregeld?

    ‘Er bestaat het risico dat men de scheiding voor Groot-Brittannië erg pijnlijk zal willen maken, zodat het Britse voorbeeld andere landen zal afschrikken die met het idee van uittreding spelen. Maar dat zou betekenen dat de Europese Unie verder door angst bijeengehouden wordt in plaats van door solidariteit. Dat zou een erg slecht signaal afgeven. De Europese leiders kunnen beter een nieuwe vorm van economische integratie met de Britten zoeken, waarbij aan ieders belangen gedacht wordt en waar iedereen van profiteert. Gebeurt dat niet, dan eindigen we allemaal als verliezer.’

    Naast een scheiding in goed overleg noemt u ook de mogelijkheid van een ‘flexibele euro’. Hoe zou die functioneren?

    ‘Het idee zou zijn om in de muntunie een pauze in te lassen, zodat er tijd is om hervormingen door te voeren die de levensvatbaarheid van de eenheidsmunt vergroten. Er worden dan tijdelijk binnen de eurozone drie of vier homogene groepen van landen gecreëerd, die ieder een andere euro gebruiken, elk met een andere wisselkoers. Zodra de hervormingen zijn doorgevoerd, gaan ze weer over op dezelfde munt, maar dit keer onder voorwaarden waarbij aan de welvaart van alle landen is gedacht.’

  • Monddood

    Monddood

    360 koestert zijn bronnen. Dus was het de afgelopen maanden bijzonder pijnlijk om te zien hoe de kritische Turkse krant 
Cumhuriyet, waaruit we geregeld publiceerden, door president Erdogan monddood werd gemaakt.

    Hoofdredacteur Can Dündar werd in mei al veroordeeld tot vijf jaar cel wegens het publiceren van een artikel over Turkse wapenleveranties aan Syrische rebellen. Tijdens de heksenjacht tegen journalisten die ontstond in de nasleep van de coup, wachtte hij zijn proces wijselijk niet af, legde zijn functie neer en ontvluchtte Turkije. Daarop trokken de autoriteiten het paspoort van zijn vrouw Dilek in. Als steunbetuiging aan Dündar vindt u in deze editie van 360 zijn laatste column ‘Hallo Fatih!’, gepubliceerd in Die Zeit. Daarin veegt Dündar even fijntjes de vloer aan met zijn knipmessende collega’s.

    Ook in de rest van dit nummer gaat het veel over persvrijheid. In Rusland is het daar zoals bekend eveneens niet best mee gesteld, een van de redenen dat Vladimir Poetin overal mee wegkomt en ongekend populair blijft. De situatie in China lijkt een fractie hoopvoller, als je mag afgaan op 
het openhartige interview met de hoofdredacteur van de Chinese staatskrant Global Times. Volgens hem is er 
in elk geval een beweging gaande richting meer openheid, 
al gaat die voorlopig nog met keiharde repressie gepaard.

    Verontrustend is dat ook in het vrije Westen de leugen steeds vaker regeert

    Verontrustend is dat ook in het vrije Westen de leugen steeds vaker regeert. Politici als Donald Trump verkondigen steeds brutalere onwaarheden. En grote groepen kiezers lijken die onzin klakkeloos te geloven – of domweg te negeren. Oorzaken voor deze trend vallen wel aan te wijzen: kwaliteitsmedia hebben het zwaar, deskundigen hebben geen gezag meer, op sociale media zien we vooral nieuws dat onze mening bevestigt, we overschatten onze eigen (Wikipedia-)kennis en verwarren data met feiten.

    Oplossingen lijken daarentegen nog niet in zicht. Vermoedelijk moeten die uit het veelgesmade, naar wereldheerschappij strevende Silicon Valley komen. Internetreuzen 
als Facebook, Google en Twitter zijn de oorzaak van veel problemen in kranten- en bladenland. Maar ze lijken ook de enige met voldoende middelen om de kwakkelende nieuwsindustrie nieuwe injecties te geven (in Frankrijk is Google door een aantal donaties intussen de held van de oude media). Ook zorgen ze, hoeveel kanttekeningen je daarbij ook kunt plaatsen, zelf voor meer openheid en vrijheid in de wereld. Niet voor niets worden ze in Turkije, Rusland en China regelmatig monddood gemaakt.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

  • 2. Het succes van fact free politics verklaard

    2. Het succes van fact free politics verklaard

    Hoe kan het dat politici die een loopje nemen met de waarheid toch zo succesvol zijn? Het Duitse weekblad Die Zeit zet een aantal oorzaken op een rij.

    Een van de grootste rariteiten van de Brexit-campagne was het verhaal van de 350 miljoen pond. Volgens voorstanders van de uittreding maakte Groot-Brittannië dat bedrag wekelijks over aan de EU. De campagnevoerders zetten die bewering als reuzenslogan op de knalrode bus waarmee ze door het land reden. Het bedrag klopte niet, want als rekening wordt gehouden met de korting die de Britten krijgen en het geld dat Brussel weer naar Londen overmaakt, beloopt de bijdrage rond 136 miljoen pond, nog niet eens de helft dus. Maar de bus reed gewoon door.

    De weinige voorstanders van Brexit die de moeite namen te reageren op de kritiek goten het bedrag in een ietwat andere vorm. Ze hadden het dan over 50 miljoen pond… per dag. Het was dezelfde onwaarheid in een nieuw jurkje.

    Hoe is het mogelijk dat deze en tal van andere onwaarheden de campagne kennelijk geen schade hebben gedaan? Het antwoord op die vraag is niet zozeer interessant omdat de keuze voor een Brexit er afdoende mee te verklaren zou zijn. Er waren andere en betere gronden om voor de uittreding te stemmen. Het zou verkeerd zijn om te suggereren dat de ja-stemmers te onnozel waren om de juiste keuze te maken. Dat zou dezelfde verwaande houding zijn als die van de liberale EU-profiteurs, die de woede op de EU juist heeft doen toenemen. Nee, het is niet de bedoeling om de voorstanders van de uittreding met terugwerkende kracht onmondigheid toe te dichten, maar om te begrijpen waarom leugens politici geen schade meer doen. Het antwoord is tevens interessant omdat de vraag niet alleen in Groot-Brittannië rijst, maar ook in de VS, in Duitsland en eigenlijk in alle landen die zich lange tijd op hun gezonde democratische verstand hebben laten voorstaan.

    In 2003 stelde het Pentagon alles in het werk om te verhullen dat de “feiten” waarmee de inval in Irak werd gerechtvaardigd helemaal geen feiten waren

    Een groot deel van Donald Trumps verkiezingsstrijd steunt op onware uitspraken. De criminaliteit neemt toe, Hillary Clinton gaat alle gevangenen vrijlaten, de VS betaalt miljarden aan de NAVO, de Amerikaanse regering helpt illegale immigranten het land in, Barack Obama wil 250.000 Syriërs opnemen. Deze uitspraken zijn aantoonbaar onwaar, de meeste zelfs ver bezijden de waarheid. Maar ze schaden Trump niet. Evenmin schaadt het de Alternative für Deutschland (AfD) wanneer die een complete campagne voert op basis van de onware uitspraak dat de Bondsregering het baar geld wil afschaffen. Al deze uitspraken hebben gemeen dat ze de verwachtingen bevestigen van de mensen die als kiezers moeten worden gewonnen. En mensen vinden het fijn als ze in hun verwachtingen worden bevestigd. Wie vanuit Brussel toch al niet veel goeds verwacht, slikt nieuwe beschuldigingen voor zoete koek. De ontvankelijke geest maakt de onwaarheden tot een succes.

    Interessant genoeg zijn het dezelfde hoofdrolspelers die om het hardst beweren dat alleen zij de waarheid vertellen en dat alle anderen liegen. ‘Mut zur Wahrheit’ is de slogan van de AfD, ‘Leugenachtige Ted’ noemde Trump zijn rivaal Ted Cruz, die op zijn beurt zijn autobiografie de titel A Time for Truth gaf.

    ‘Waarheid’ is zo tot een strijdwapen geworden en feiten zijn niet meer de norm in openbare debatten. Daarmee lijkt een einde te komen aan een tijdperk dat zeker al sinds de Verlichting loopt en waarvan het paradigma al in de middeleeuwen is ontstaan: het tijdperk van de feiten is voorbij.

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen

    Hoe is het allemaal begonnen? Het is interessant om terug te kijken hoe de heerschappij van de feiten is ontstaan. De historica Jill Lepore van Harvard University en de politiek econoom Will Davies (University of London) hebben er beiden lezenswaardige verhandelingen over geschreven. Lepore herinnert eraan hoe de mens heeft gediscussieerd en gestreden alvorens feiten beslissend werden, waarbij ook het gebruik van wapens niet werd geschuwd. Eerst in zogenaamde gerechtelijke tweegevechten en later in duels trad men tegen elkaar in het strijdperk – en wie won, had gelijk. De uitkomst was de motivatie van het oordeel. De hogere instantie was God, iets bovennatuurlijks dat uitmaakte welke sterfelijke moest winnen.

    Vervolgens wilden de mensen zelf een besluit nemen. In 1215 schafte de kerk het gerechtelijke tweegevecht af en voerde Engeland met de Magna Charta het ‘wettelijk oordeel’ in. In plaats van het mysterieuze goddelijke oordeel telde vanaf dat moment de door mensen waarneembare realiteit, het bewijs. De regel werd omgedraaid: niet meer wie won had gelijk, maar wie gelijk had won. Mensen werden op basis van bewezen daden veroordeeld en debatten werden op basis van feiten gevoerd.

    Een feit is alles wat kan worden waargenomen en ondubbelzinnig is. Feiten moeten voor iedereen gelijk zijn om als basis voor debatten te kunnen dienen. Daarvoor zijn twee dingen nodig. Ten eerste neutrale instellingen die volgens uniforme maatstaven werken en de feiten leveren. Lange tijd waren dat de overheidsbureaus voor de statistiek en de universiteiten. En wat nog belangrijker is: het tijdperk van de feiten heeft mensen nodig die gebruikmaken van hun verstand. Bij twijfel moet iedereen in staat en voornemens zijn om uitspraken op plausibiliteit te toetsen. Zijn ze in tegenspraak met andere plausibele uitspraken of met wat ik met mijn zintuigen als realiteit waarneem?

    De heerschappij van de feiten is natuurlijk altijd een ideaal gebleven, want helemaal verwezenlijkt is zij niet. Net als iedereen verdraaiden politici feiten in hun voordeel en soms logen ze zelfs. Maar ze mochten er niet op worden betrapt. In 2003 stelde het Pentagon alles in het werk om te verhullen dat de ‘feiten’ waarmee de inval in Irak werd gerechtvaardigd helemaal geen feiten waren. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, die deze leugens in de vergadering van de VN vertelde, werd ontmaskerd, en daarmee was zijn politieke carrière ten einde.

    The Huffington Post telde in een één uur durende toespraak van Trump 71 als feiten gepresenteerde onwaarheden

    Tegenwoordig lijkt liegen minder gevolgen te hebben. The Huffington Post telde in een één uur durende toespraak van Trump 71 als feiten gepresenteerde onwaarheden. Dit absurd hoge aantal wijst erop dat Trump, anders dan Powell, helemaal niet meer de pretentie heeft om zich aan de feiten te houden. En het maakt hem niets uit als hij wordt betrapt. ‘Calling bullshit’ noemen de Amerikanen dat: de kletspraat als zodanig benoemen. Bij PolitiFact en Politico, maar ook bij The Washington Post en The New York Times zijn journalisten actief om uitspraken van politici te verifiëren. Het zijn de schoonmaakploegen, die het publieke debat van halve waarheden en complete leugens proberen te zuiveren. Het is een ondankbare taak. Enerzijds omdat het zo veel eenvoudiger is om met modder te gooien dan om die weg te poetsen. En anderzijds omdat de feitencontroleurs nauwelijks weten door te dringen met hun eerzame betweterijen. Aantrekkelijke onwaarheden die eenmaal de wereld in zijn geholpen, zijn vrijwel niet meer weg te werken. De ‘factcheckers’ van Politico zeggen over hun werk: ‘Behalve politieke diehards schenkt niemand er veel aandacht aan.’

    In Duitsland is het niet anders. Het beste voorbeeld zijn de geruchten over vluchtelingen die in de afgelopen maanden de ronde deden. Verkrachtingen, moorden, diefstal: verhalen over criminele vluchtelingen verspreidden zich vooral snel in de turbulentste fase van de crisis in de herfst van vorig jaar – ook al was er in heel veel gevallen weinig tot niets van waar. Namen plaatselijke kranten of het internetproject Mimikama de moeite om de berichten te verifiëren, dan kregen ze voor hun rectificaties nog maar een fractie van de aandacht. Bij tegenstanders van het toelaten van vluchtelingen komt de weerlegging van geruchten vaak niet aan omdat ze op internet altijd alleen maar meer krijgen van wat ze al hebben aangeklikt: meer geruchten over vluchtelingen.

    Niet alleen vastberaden populisten bij de AfD, maar ook andere politici nemen het niet meer zo nauw met de feiten. Minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière zei eerder dit jaar dat 30 procent van de vermeende Syriërs in Duitsland helemaal niet uit Syrië kwam. Bewijs hiervoor heeft zijn ministerie nooit kunnen leveren.
    Kennelijk zijn de zuilen waarop de heerschappij van de feiten rustte aan het wankelen geraakt.

    Op de eerste plaats zijn dat de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de feiten. Die zijn gepolitiseerd, zegt de politiek econoom Davies. Als feiten en cijfers de maatstaven in publieke debatten zijn, willen politici en belangengroepen dat zij daardoor worden gestaafd. Elke partij houdt er eigen feitenleveranciers op na en probeert met hun hulp het eigen standpunt een aura van wetenschappelijke onaantastbaarheid te verlenen. Uiteindelijk ziet de politiek eruit als een ‘wetenschappelijke oefening’, schrijft Davies: een aaneenschakeling van probleemscenario’s waarvoor telkens een optimale oplossing is. Die moet je alleen maar zien te vinden, met behulp van zo veel mogelijk informatie. Daarvandaan is het nog maar een kleine stap naar een politiek ‘zonder alternatief’, zoals Angela Merkel die beroemd heeft gemaakt. Zo heeft de politiek de wetenschap gepolitiseerd en verzwakt, stelt Davies. ‘Evidence based politics, op bewijs gestoelde politiek, is er al te lang om nog zomaar voor lief te worden genomen. De mensen begrijpen dat het vaak een hoop op politiek gestoeld bewijs betreft.’

    Genoeg van deskundigen

    Nu was de wetenschap nooit onschuldig. De nazi’s misbruikten al wetenschappelijke en pseudowetenschappelijke inzichten om hun vernietigingen te motiveren. Nieuw is dat de wetenschappers inmiddels al zo in diskrediet lijken te zijn gebracht dat veel mensen hen principieel niet meer geloven. In het debat rond Brexit werd dat een probleem voor de Remain-campagne. ‘Wanneer de tegenstanders van uittreding met hun feiten, voorspellingen en modellen kwamen, hoopten ze dat die zouden worden ontvangen als iets wat buiten het politieke gekissebis stond,’ schrijft Davies. Ze hoopten nog op de neutrale autoriteit van de feiten.

    Maar juist de economie, het terrein waarop de voorstanders van de EU verondersteld werden de duidelijkste voordelen te hebben, geldt nauwelijks nog als apolitieke wetenschap. Wie zich tegenwoordig op het IMF beroept, zoals ook de tegenstanders van Brexit deden, plaatst zichzelf vooral politiek gezien in het kamp van het mondiale financiële liberalisme. Zo ontstond uit de feiten die de tegenstanders aanvoerden in de ogen van veel kiezers opnieuw een vooringenomen verhaal: even waar als dat van de tegenpartij, alleen droger en bovendien meer belerend. De Conservatieve politicus Michael Gove, een van de belangrijkste voorstanders van Brexit, vatte het aldus samen: ‘Het Britse volk heeft genoeg van deskundigen.’

    De teloorgang van de feiten heeft twee tegengestelde spirituele stromingen van de afgelopen decennia in de hand gewerkt. Aan de ene kant het religieuze fundamentalisme: de waarheid kan alleen van God komen. En aan de andere kant het academische postmodernisme, waarvoor zoiets als een objectieve waarheid toch al niet bestaat, omdat realiteit door taal tot stand wordt gebracht. Religieuze fundamentalisten en linkse academici zijn het erover eens ‘dat empirie een misvatting is’, zoals Lepore het formuleert.

    En dan het internet. Nee, dat is niet schuldig aan de Brexit. Het maakt alleen de verspreiding van de bullshit eenvoudiger en de controle lastiger. Op internet verspreiden de luidruchtigste, emotioneelste berichten zich het snelst, ongeacht of ze inhoudelijk kloppen. Bovendien staat elk bericht op zichzelf, en als dat elders wordt weerlegd, worden andere lezers bereikt. Blogger en auteur Sascha Lobo schrijft: ‘De publieke opinie op internet in de huidige vorm heeft geen geheugen, maar laat zich leiden door overhaaste, emotionele reacties. Daarmee ontbreekt de afstemming met feiten of eerdere uitlatingen.’ Bovendien, zo stelt Lepore, zijn we er zo aan gewend geraakt kant-en-klare kennis van internet te halen (Wikipedia!) dat we verleren om de uitspraken te toetsen op plausibiliteit. Zo raakt de tweede zuil aan het wankelen: die van het verstand.

    Het is niet de zaak van financiële markten en bookmakers om de waarheid te laten zien, maar om stemmingen weer te geven

    Lepore en Davies kondigen daarom een nieuw tijdperk aan, dat van de data. Die onderscheiden zich van feiten doordat ze zowel juist als onjuist kunnen zijn. Die data zwerven over het net. Ze worden niet meer geverifieerd volgens uniforme maatstaven, maar door computers verzameld en beschikbaar gemaakt. De computers maakt het niet uit wat hun data over de werkelijkheid zeggen – en de gebruikers, wij dus, inmiddels ook niet meer.

    Opnieuw is de Brexit een goed voorbeeld: in de dagen vóór het referendum keek het publiek naar de data van de valutamarkten en bookmakers om een vermeende realiteit over de stemming in het land af te lezen. Terwijl die data heel iets anders weergaven: de noteringen gaven aan hoe goed de gokkers de inschattingen van de opiniepeilingen voorafgaand aan de stemming vonden. En de valutakoersen lieten alleen zien hoe de beleggers dachten over hoe de Britten dachten. Het waren geen feiten, maar meningen over meningen. Davies schrijft over financiële markten en bookmakers: ‘Het is niet hun zaak om de waarheid te laten zien, maar om stemmingen weer te geven.’ Als deze op data gebaseerde stemmingsnoteringen zelf centraal komen te staan in de publieke opinie, dan heeft die een probleem. Dan is de publieke opinie namelijk meer bezig met de duiding van de realiteit dan met de feiten die deze realiteit vormen.

    Bij de debatten tijdens de voorverkiezingen in de VS trad dit fenomeen nog duidelijker aan het licht. Terwijl de kandidaten nog op het podium stonden, kon er online worden gestemd: wie had er gewonnen? Die resultaten, die meningen dus, werden na de debatten zelf bepalend nieuws. Wie de meeste stemmen had gekregen, was de winnaar van het debat. De vraag wie er gelijk had, kwam op de tweede plaats te staan. Net als bij het gerechtelijke tweegevecht in de middeleeuwen of bij een ruzie over een schepje in de zandbak. ‘Dat is wat de mensen bedoelen als ze zeggen dat deze debatten kinderachtig zijn’, schrijft Lepore.

    In Groot-Brittannië heeft het Brexit-kamp de strijd gewonnen. En wat nu? De winnaars laten hun gezwets van gisteren voor wat het is. De ochtend na de verkiezingen vroeg een televisiejournaliste naar de omineuze 350 miljoen pond. De ‘Leavers’ hadden beloofd het geld in het nationale zorgstelsel te steken. Maar Nigel Farage wilde daar niets meer van weten. ‘Dat was een van de fouten die in de Leave-campagne zijn gemaakt,’ zei hij. Een fout die hem kennelijk pas na de verkiezingen was opgevallen. En zijn medestrijder Iain Duncan Smith zei over de belofte: ‘We zijn nooit verplichtingen aangegaan. De beloften die we hebben gedaan, waren slechts mogelijkheden.’

    Zo worden toezeggingen behendig ingetrokken en zijn er in plaats van feiten en realiteit alleen nog maar vrijblijvende uitlatingen. Dus alles klopt. Of toch ook weer niet.

    Auteur: Lenz Jacobsen
    Vertaler: Pieter Streutker

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.

  • 1. Welkom in het feitenvrije tijdperk

    1. Welkom in het feitenvrije tijdperk

    Feiten lijken er steeds minder toe te doen in het politieke debat. Zowel de Brexit-campagne als de Amerikaanse voorverkiezingen stonden bol van overdrijving, aanvechtbare beweringen en aperte leugens. Maar is het werkelijk zo veel erger dan vroeger? Vox zocht het uit.

    Na het referendum over de Britse uittreding uit de Europese Unie wordt door velen in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten niet alleen getreurd om de breuk in de Europese eenheid, maar ook om de teloorgang van de waarheid. Aan feiten en deskundig commentaar lieten de voorstanders van Brexit zich niets gelegen liggen. Hoewel economen massaal waarschuwden dat uittreding de Britse economie blijvende schade zou toebrengen, besloot 52 procent van de kiezers dat ze de EU wilden verlaten.

    En waarom negeerden die kiezers de feiten? Omdat ze over hun eigen ‘feiten’ beschikten. Pro-Brexit-politici konden in de campagne kwistig met valse informatie strooien en praktisch ongestraft de meest grove leugens verkondigen. Neem UKIP-leider Nigel Farage, die de ochtend na het referendum al meteen op zijn woorden terugkwam. De officiële Leave-campagne had voorgespiegeld dat een Brexit 350 miljoen pond per week zou opleveren, die dan in het Britse zorgstelsel konden worden gestoken. In zijn eigen onafhankelijke campagne had Farage nooit kanttekeningen gezet bij die belofte. Maar zodra op vrijdagochtend de stemmen waren geteld, erkende hij dat de officiële Leave-campagne luchtkastelen had beloofd en ontkende hij dat hij die belofte ooit had ondersteund – terwijl dat aantoonbaar wel zo was.

    ‘Welkom in de feitenvrije democratie’ luidde een lezersreactie in de Financial Times op de uitslag van het referendum. En voor de politiek aan onze kant van de Atlantische Oceaan geldt eigenlijk hetzelfde. Ook de lopende Amerikaanse verkiezingscampagne staat bol van overdrijving, aanvechtbare beweringen en aperte leugens. Dat roept de vraag op: leven we nu echt in een tijd waarin de feiten geen rol meer spelen? Wordt dat door de feiten gestaafd? Ik vroeg politicologen, professionele factcheckers en filosofen naar hun mening over onze omgang met feiten.

    Elk “feit” dat je zoekt, kun je op internet wel ergens vinden

    Is er tegenwoordig meer desinformatie dan ooit?

    Om te beginnen: het is verrassend lastig te zeggen of er in de politiek tegenwoordig meer desinformatie en leugens worden verspreid dan vroeger. Brendan Nyhan, hoogleraar politicologie aan Dartmouth College, wijst erop dat we niet beschikken over goede langetermijngegevens met betrekking tot de vraag of het ‘oprekken’ van de waarheid tegenwoordig vaker voorkomt dan bijvoorbeeld tijdens de oorlog in Vietnam, bij de inval in Irak in 2003 of in de door de Amerikaanse schandaalpers opgehitste Spaans-Amerikaanse oorlog aan het eind van de negentiende eeuw. Als men zegt dat we nu leven in het tijdperk van de feitenvrije democratie, wordt daarmee gesuggereerd dat er ooit een gouden tijdperk was waarin politiek alleen om feiten draaide. ‘En ik denk niet dat er ooit zo’n tijd is geweest,’ zegt Nyhan. Anderzijds zegt hij ook: ‘Ik denk dat er altijd veel valse informatie in omloop is geweest, over allerlei onderwerpen – maar de manier waarop is wel veranderd.’

    En inderdaad, door internet en sociale media is valse informatie toegankelijker, beter zichtbaar en moeilijker te onderscheiden van onweerlegbare feiten. En dat kan op drie manieren bijdragen aan de verspreiding van politieke desinformatie.

    1) Mensen hebben toegang tot een onmetelijke hoeveelheid data, en dat kan verwarring in de hand werken.

    Volgens Michael Lynch, hoogleraar filosofie aan de University of Connecticut en auteur van het boek The Internet of Us: Knowing More and Understanding Less in the Age of Big Data, raken we gemakkelijk de weg kwijt in alle informatie die we tegenwoordig binnen handbereik hebben. ‘Hoe meer informatie mensen tot hun beschikking hebben, ook al is dat juiste informatie, hoe meer ze ertoe neigen hun eigen kennis te overschatten,’ zegt hij.

    Elk ‘feit’ dat je zoekt, kun je op internet ook wel ergens vinden. Maar doordat er zo veel feiten beschikbaar zijn, denken we dat we meer weten dan we eigenlijk doen, legt Lynch uit. Terwijl lang niet al die informatie nuttig of zelfs maar waar is. ‘Dat er meer ís, wil niet zeggen dat je ook meer wéét. Het moet goede en betrouwbare informatie zijn,’ zegt Lynch. ‘En de duivel mag weten of er daarvan nu meer of juist minder is.’

    2) We kunnen selectiever zijn met de informatie die we wel en niet tot ons nemen.

    Met zo’n overvloed aan informatie moet je wel gaan schiften en selecteren. ‘Ons onlineleven is zo selectief als een museum,’ zegt Lynch. ‘We kiezen zelf uit wat we aan de muur hangen, op welke bronnen we ons baseren. Dat kan er ook toe leiden dat ons hele wereldbeeld ineens op zijn kop komt te staan – zoals bij de tegenstanders van Brexit die wakker werden en ineens tot het besef kwamen dat Brexit een feit was.’

    Het maakt misschien vooral verschil bij politiek geëngageerde mensen, zeker in deze tijd van polarisatie. Tim Lee schreef op Vox al over onderzoek waaruit blijkt dat linkse gebruikers op Facebook sneller linkse artikelen in hun nieuwsoverzicht tegenkomen, terwijl conservatieve gebruikers meer conservatieve berichten te zien krijgen. ‘Niet alleen zijn de politieke partijen en hun ideologieën sterker gepolariseerd, hun aanhang is ook uniformer geworden,’ zegt Nyhan. ‘Dus in Amerika zijn Democraten zijn nu vaker links en Republikeinen eerder rechts, en ze gaan vooral om met gelijkgestemden, zodat alternatieve informatie minder tot hen doordringt.’

    Dat wordt nog versterkt door het feit dat de traditionele poortwachters van informatie (grote kranten, tv-journaals) aan invloed verliezen. ‘Politici springen daarop in,’ zegt Nyhan, ‘door hun doelgroep direct te benaderen via blogs en campagnes op sociale media. Dat draagt ertoe bij dat we in onze vooroordelen en overtuigingen worden gesterkt en ons afsluiten voor andere denkbeelden – en daardoor misschien ook makkelijker te misleiden zijn.’

    3) Desinformatie is nu zichtbaarder.

    De laatste jaren is de vindbaarheid van onjuiste informatie wel degelijk toegenomen. ‘Desinformatie die altijd al bestond maar niet altijd even makkelijk te vinden was, komt dankzij sociale media en internet nu sneller bovendrijven,’ zegt Nyhan. ‘Er zijn tegenwoordig meer beweringen over zogenaamde feiten die publiek toegankelijk zijn.’ Zo was het in de jaren zestig niet zo eenvoudig om de hand te leggen op nieuwsbrieven van de John Birch Society, de extreemrechtse groepering die paranoïde samenzweringstheorieën verspreidde over vermeende communistische infiltratie. ‘Desinformatie die vroeger in kleine kring circuleerde, onttrok zich vaak aan het zicht van mensen daarbuiten,’ zegt Nyhan. Maar nu is alles op internet te vinden.

    Anderzijds worden ook de leugens beter zichtbaar door de opkomst van websites die beweerde feiten controleren, zegt Bill Adair. Hij is behalve hoogleraar journalistiek aan Duke University is ook de oprichter van de Amerikaanse onderzoekssite PolitiFact, die in 2009 met een Pulitzer Prize werd bekroond. Van 2015 tot 2016 is het aantal sites dat feiten natrekt naar zijn schatting wereldwijd met 60 procent gestegen, van 44 naar 105. Dus of er nu meer wordt gelogen of niet, we worden er in ieder geval vaker op attent gemaakt.

    12 procent van de uitlatingen van Hillary Clinton worden gekwalificeerd als “onwaar” tegenover 61 procent van die van Trump

    Factcheckers kunnen de verspreiding van desinformatie afremmen, maar Nyhan wijst op eigen onderzoek waaruit blijkt dat feitencontrole ook een averechts effect kan hebben: het kan ertoe leiden dat mensen zich nog dieper ingraven in hun eigen gelijk, zeker bij omstreden kwesties. Toch blijft feiten controleren een van de beste manieren om valse kennis te bestrijden.

    ‘Soms heeft het natrekken van feiten een averechts effect, zeker bij mensen die sowieso niet openstaan voor andere informatie,’ zegt ook Jason Reifler, hoogleraar politicologie aan Exeter University. Maar hij voegt eraan toe: ‘Uit ander onderzoek blijkt dat het publiek wel degelijk baat heeft bij controle van de feiten.’ Zo kwam uit onderzoek van hem en Nyhan naar voren dat politici die bang zijn voor reputatieschade als ze door factcheckers op een leugen worden betrapt, minder snel geneigd zijn onwaarheden te verkopen.

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen

    Reifler denkt zelfs dat het gebrek aan prominente controleurs in het Verenigd Koninkrijk heeft bijgedragen aan het succes van de Leave-campagne. ‘In Groot-Brittannië bestaat er eigenlijk niets met een vergelijkbare invloed als PolitiFact of de onderzoeksredactie van The Washington Post in de VS,’ zegt hij.

    De aperte leugens van de Leave-campagne waren ook voorafgegaan door jarenlange anti-Europese stemmingmakerij in de Britse media, vaak zonder enig tegengeluid of pogingen om beweringen op hun feitelijkheid te controleren. ‘Feiten moeten worden nagetrokken om te voorkomen dat kleine leugentjes uitgroeien tot grote leugens,’ zegt Reifler. ‘Voorkomen is beter dan genezen. Dus feiten controleren om de verspreiding van desinformatie te voorkomen – en politici een prikkel te geven om geen leugens meer te vertellen – moet de gouden standaard zijn.’

    Daar wordt ook werk van gemaakt wordt bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daarin kunnen volgens PolitiFact 12 procent van de uitlatingen van Hillary Clinton worden gekwalificeerd als ‘onwaar’ of zelfs als ‘regelrechte leugens’, tegenover 61 procent van de uitlatingen van Trump.

    Bill Adair: ‘Ik durf gerust te zeggen dat geen enkele belangrijke Amerikaanse politicus ooit dat niveau heeft benaderd.’

    Auteur: Julia Belluz
    Vertaler: Frank Lekens

    Vox
    VS | Vox.com

    Vox (Media) is een Amerikaanse algemene nieuwssite, opgericht in 2014 door Ezra Klein, tot dan toe politiek columnist voor The Washington Post. De site richt zich op ‘huishoudens met een inkomen van zes cijfers, met aan het hoofd iemand jonger dan 35 jaar’. Volgens de jongste cijfers gaat het een heel eind die kant op: Vox heeft 54 miljoen unieke bezoekers, van wie 41 procent tussen de 18 en 34 jaar oud.

    In de Amerikaanse context is Vox een liberale verspreider van ‘verklarende journalistiek’. Het onderwerp van Kleins allereerste column voor Vox had dan ook als titel ‘How politics makes us stupid’. Klein en zijn staf van twintig mensen, voor een deel afkomstig van de WP, maken zich druk om ‘linkse’ zaken als Obamacare. Vox is eigendom van Vox Media, een onderneming waaronder verschillende gespecialiseerde websites vallen, zoals The Verge (technologie), SB Nation (sport), Polygon (games) en Racked (mode), samen goed voor 1 miljard dollar.

  • Dossier: Waarom de leugen regeert

    Dossier: Waarom de leugen regeert

    Feiten zijn passé.

    We leven in het feitenvrije tijdperk, zeggen deskundigen. Politici als Trump, Poetin en Nigel Farage liegen er lustig op los, zonder dat het hun aanhang veel lijkt te kunnen schelen. Is het werkelijk zo veel erger dan vroeger? Hoe kan dat dan? En wat is er zo aantrekkelijk aan een leider die spot met de waarheid?

    1. Welkom in het feitenvrije tijdperk

    2. Het succes van fact free politics verklaard

    3. Lak aan de waarheid

    4. Onwetendheid als deugd, Poetins digitale soldaatjes, De invloed van technologie en Zo erg is het niet

    © Paul Faassen
    © Paul Faassen
  • 2. ‘We moeten een herhaling van de jaren dertig voorkomen’

    2. ‘We moeten een herhaling van de jaren dertig voorkomen’

    Yanis Varoufakis is bepaald geen fan van de huidige EU, die hij een mislukte federatie noemt. Maar als Groot-Brittannië de unie verlaat, opent dat volgens de voormalige Griekse minister van Financiën de deur voor xenofoben, nationalisten en tegenstanders van democratische soevereiniteit.

    Het allereerste Duitse woord dat ik leerde was ‘Siemens’. Dat stond als logo op onze robuuste koelkast uit de jaren vijftig, onze wasmachine, onze stofzuiger – op bijna ieder apparaat in mijn ouderlijk huis in Athene. De reden voor die specifieke trouw aan dat Duitse merk was mijn oom Panayiotis. Een germanofiele elektro-ingenieur, die vanaf halverwege de jaren vijftig tot eind jaren zeventig directeur was van Siemens 
in Griekenland.

    In de vroege ochtend van 21 april 1967 rolden op bevel van vier legerkolonels tanks door de straten van Athene en andere grote steden, en was ons land 
al snel gehuld in een dikke mist van neofascistische treurnis. Dat was de dag waarop de wereld van mijn oom instortte. Anders dan mijn vader, die eind jaren veertig met enkele jaren concentratiekamp had geboet voor 
zijn linkse ideeën, was Panayiotis wat tegenwoordig een neoliberaal wordt genoemd. Fanatiek anticommunistisch, wantrouwend ten opzichte van de sociaaldemocratie, had hij de Amerikaanse interventie gesteund in de Griekse burgeroorlog in 1946. Met zijn politieke ideeën en zijn positie als directeur van Siemens Griekenland behoorde hij tot de naoorlogse heersende klasse in Griekenland. Toen troepen van de staatsveiligheidsdienst of hun stromannen linkse demonstranten in elkaar sloegen en zelfs een briljant parlementslid, Grigoris Lambrakis, vermoordden, keurde hij dat schoorvoetend goed, onaangenaam maar noodzakelijk.

    De grote invloed van de Amerikaanse veiligheidsdiensten in de Griekse politiek in 1965 vond Panayiotis een aanvaardbare ruil: Griekenland had enige soevereiniteit aan westerse mogendheden overgedragen in ruil voor de bescherming tegen de dreiging van het Oostblok dat aan Griekenlands noordgrens lag. Op die grauwe dag in april werd zijn leven 
op zijn kop gezet. Hij kon simpelweg niet verdragen dat ‘zijn’ mensen het parlement ontbonden, de grondwet opschortten en potentiële dissidenten (inclusief rechtse democraten) interneerden in voetbalstadions, politiebureaus en concentratiekampen.

    Ondergronds

    Dat leidde bij hem tot een razendsnelle, bijna komisch aandoende radicalisering. Enkele maanden nadat de kolonels de macht hadden gegrepen, sloot hij zich aan bij een ondergrondse beweging, Democratische Verdediging, die voornamelijk bestond uit liberalen uit de elite zoals hij – hoogleraren, advocaten en zelfs een toekomstig premier. Ze plaatsten bommen in Athene, waarbij ze ervoor zorgden 
dat er geen slachtoffers vielen, om te laten zien dat de kolonels niet alles onder controle hadden.

    Enkele jaren leek Panayiotis – zelfs voor zijn eigen moeder – een van de vele intellectuelen die zich gedeisd hielden, zich niet met anderen bemoeiden. Niemand wist van zijn dubbelleven.

    Ik herinner me nog steeds het krakende geluid van een radio, verborgen onder een rode deken in het midden van de woonkamer. Iedere avond, om een uur of negen, kropen mijn vader en moeder samen onder de deken – en na de gedempte jingle waarmee het programma begon, gevolgd door de stem van de Duitse omroeper, reisde mijn zesjarige fantasie van Athene naar Midden-Europa. Deutsche Welle, de Duitse internationale radiozender, werd de dierbaarste bondgenoot van mijn ouders tegen de staatspropaganda: een venster op het democratische Europa.

    De reden voor die rode deken was de chagrijnige oude buurman Gregoris, van wie bekend was dat hij banden had met de geheime politie en graag mijn vader bespioneerde. Hoe vreemd het nu ook mag klinken, het luisteren naar de Deutsche Welle kwam op de lange lijst te staan van activiteiten waarop straffen stonden, die varieerden van intimidatie tot marteling. Nadat mijn ouders Gregoris hadden betrapt toen die in onze achtertuin rondsloop, namen ze geen enkel risico meer.

    Enkele jaren later kregen we via de Deutsche Welle te horen waar Panayiotis en zijn collega’s mee bezig waren geweest: er werd bekendgemaakt dat ze allemaal waren gearresteerd. Al een paar uur nadat een lid van de Democratische Verdediging bij toeval was opgepakt, werd de rest van de beweging ook opgerold. De politie hoefde alleen maar de agenda van de eerste man te lezen, want daarin stonden alle namen en adressen van zijn kameraden. Martelingen, de krijgsraad en lange gevangenisstraffen – in sommige gevallen de doodstraf – volgden.

    Yanis Varoufakis met zijn Nemesis: de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. – © Krisztian Bocsi / Getty
    Yanis Varoufakis met zijn Nemesis: de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble. – © Krisztian Bocsi / Getty

    Een jaar nadat Panayiotis was opgepakt, versoepelde de militaire politie die hem vasthield zijn isolatieregime, door toe te staan dat ik als tienjarige één keer per week bij hem op bezoek mocht. Onze toch al sterke band werd hechter door de gesprekken die we daar voerden als jongens onder elkaar, en die hem wat afleiding bezorgden. Hij vertelde me over apparaten die ik nog nooit had gezien (computers noemde hij ze), vroeg naar de nieuwste films, beschreef zijn lievelingsauto’s. In afwachting van mijn bezoekjes bouwde hij met lucifers en ander materiaal dat hij van de bewakers mocht hebben modelvliegtuigjes voor mij. Vaak had hij daarin een boodschap voor mijn tante verborgen, of voor mijn moeder, en soms zelfs voor zijn collega’s bij Siemens. Lange tijd na zijn dood vond ik op zolder bij mijn ouders nog een lucifermodel van een Stuka-duikbommenwerper. En daar stond het, een enkel woord gericht tot niemand in het bijzonder: kyriarchia. Soevereiniteit.

    Bezoek aan Berlijn

    Het was bijna vijftig jaar na die avonden onder de rode deken dat ik in februari 2015 als Griekse minister van Financiën mijn eerste officiële bezoek aan Berlijn bracht. Mijn eerste bezoekadres was het ministerie van Financiën, voor een ontmoeting met de legendarische dr. Wolfgang Schäuble. Voor hem en zijn paladijnen was ik een lastpak. Onze linkse regering was gekozen op een programma dat, op zijn zachtst gezegd, niet zo goed paste in kanselier Merkels plannen om de eurozone op orde te houden. Ons succes was inderdaad een nachtmerrie voor Berlijn. Als wij erin zouden slagen er een nieuwe overeenkomst uit te slepen om de eindeloze recessie te stoppen die ons land in haar greep hield, zou die Griekse linkse ‘ziekte’ zich natuurlijk gaan verspreiden.

    Toen ik van Berlijns luchthaven Tegel dichter bij het oude hoofdkwartier van Goerings ministerie van Luchtvaart kwam – waar nu het ministerie van Financiën zetelt – vroeg ik me af of mijn gastheer zich zou kunnen voorstellen dat mijn hoofd vol zat met jeugdherinneringen waarin Duitsland een belangrijke vriend was. Eenmaal in het gebouw werden mijn assistenten en ik snel in een grote lift geleid. De lift kwam uit op een lange kille gang aan het einde waarvan de belangrijke man zat te wachten in zijn rolstoel. Mijn uitgestoken hand negeerde hij, en hij ging me resoluut voor zijn kantoor in. Hoewel mijn relatie met Schäuble in 
de loop der maanden hartelijker werd, stond die geweigerde hand symbool voor wat er mis is met Europa. Het was het symbolische bewijs dat Europa enorm was veranderd in de halve eeuw die sinds de tijd van de rode deken was verstreken.

    Voor mijn ouders was de Deutsche Welle een venster op democratisch Europa

    Een week na mijn ontmoeting in Berlijn ontmoetten Schäuble en ik elkaar opnieuw, maar nu aan de lange rechthoekige tafel van de Eurogroep, het beleidsbepalende orgaan van de eurozone waarin de ministers van Financiën zitting hadden, plus de vertegenwoordigers van de trojka – de ECB, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds. Toen ik namens onze regering had gepleit voor een wezenlijke heronderhandeling over het zogenaamde ‘Griekse economische programma’, dat voornamelijk door 
de trojka was bedacht, verbijsterde dr. Schäuble me met een reactie die iedere democraat de rillingen op de rug zou moeten bezorgen: ‘Verkiezingen mogen niet het economische programma van een staat veranderen!’

    Tijdens een pauze in die tien uur 
durende vergadering, waarin ik mijn uiterste best had gedaan om enige economische soevereiniteit terug te winnen voor mijn murw gebeukte parlement en ons lijdende volk, probeerde een andere minister van Financiën me te troosten: ‘Yanis, je moet begrijpen dat geen enkel land tegenwoordig nog soeverein is. Vooral niet zo’n klein en bankroet land als het jouwe.’ Die redenering is waarschijnlijk de verderfelijkste denkfout die het publieke debat in onze moderne liberale democratieën heeft vergiftigd. Het betekent in feite dat soevereiniteit passé is, behalve voor de VS, China of misschien Poetins Rusland. In dat geval kun je net zo goed je land weggeven aan een transnationale statenbond waarin je eigen parlement klakkeloos de besluiten van de bond goedkeurt. Het interessante is dat dit argument niet alleen geldt voor kleine bankroete landen als Griekenland, gevangen in een slecht ontworpen eurozone. Diezelfde giftige wijsheid wordt tegenwoordig verkondigd in Engeland – waarschijnlijk als doorslaggevend 
argument om in de EU te blijven.

    Het probleem ontstaat zodra het onderscheid tussen soevereiniteit en macht vervaagt. Soevereiniteit gaat over wie rechtmatig besluiten neemt namens het volk, terwijl macht het vermogen is om die besluiten op te leggen aan de wereld eromheen. IJsland is een heel klein land; maar de bewering dat IJslands soevereiniteit een illusie is omdat het land te klein is om die macht te hebben, is net zoiets als de bewering dat een arm iemand zonder politieke invloed net zo goed zijn stemrecht kan opgeven.
    Om het iets anders te formuleren: kleine soevereine staten zoals IJsland kunnen keuzes maken binnen de bredere beperkingen die de natuur en de rest van de mensheid voor hen hebben gecreëerd. Hoe beperkt die keuzes ook zijn, de burgers van IJsland behouden de absolute autoriteit om hun gekozen vertegenwoordigers verantwoording af te laten leggen voor de beslissingen die ze hebben genomen (binnen de externe beperkingen van het land), en om ieder stuk wetgeving in te trekken waar die vertegenwoordigers in het verleden toe hebben besloten.

    Britse tegenstanders van een Brexit betogen op de campus van Northumbria University in Newcastle upon Tyne. 
– © Ian Forsyth / Getty
    Britse tegenstanders van een Brexit betogen op de campus van Northumbria University in Newcastle upon Tyne. 
– © Ian Forsyth / Getty

    Een statenbond zoals de EU kan natuurlijk tot onderling gunstige afspraken komen, zoals een militair defensief verbond tegen een gemeenschappelijke vijand, samenwerking tussen nationale politiediensten, open grenzen, de instelling van een vrijhandelszone. Maar zo’n bond kan nooit legitiem de soevereiniteit van een van de lidstaten opheffen of terzijde schuiven op basis van de beperkte macht die het toebedeeld heeft gekregen van de soevereine staten die overeen zijn gekomen in zo’n bond te participeren. Daar zou tegen ingebracht kunnen worden dat de EU over onberispelijke democratische geloofsbrieven beschikt. De Europese Raad bestaat uit de regeringsleiders, de Eurogroep uit de ministers van Financiën van de eurozone. Al die vertegenwoordigers zijn natuurlijk democratisch gekozen. Verder is er ook nog het gekozen Europese Parlement. Maar die redenering laat zien hoe diep de Europese waardering van de grondbeginselen van de liberale democratie is gezonken. Ook hierbij begaat men de cruciale vergissing om politieke autoriteit te verwarren met macht.

    Een parlement is soeverein – ook al betreft het geen machtig land – als het de uitvoerende macht kan ontslaan. Dat is in de EU niet mogelijk. Hoewel de leden van de Europese Raad en de Eurogroep van ministers van Financiën gekozen politici zijn, die in theorie verantwoording schuldig zijn aan hun nationale parlement, hoeven de Europese Raad en de Eurogroep zelf geen verantwoording af te leggen aan welk parlement dan ook, dus aan geen enkele kiezer in de EU.

    De Eurogroep, waar voor Europa de belangrijkste economische beslissingen worden genomen, is een orgaan dat zelfs niet eens bestaat in de Europese wetgeving, dat geen notulen bijhoudt van zijn procedures en hecht aan de vertrouwelijkheid van het overleg. Het orgaan handelt, om met Thucydides te spreken, op basis van het motto ‘de sterken doen wat hun goeddunkt en de zwakken moeten daaronder lijden’. Het is een structuur die is ontworpen om iedere soevereiniteit die wordt ontleend aan de burgers van Europa uit te sluiten.

    Ik heb Schäuble een keer voorgehouden dat wij, als de gekozen vertegenwoordigers van een continent in crisis, niet kunnen buigen voor niet-gekozen bureaucraten; we hebben de plicht om overeenstemming te bereiken. Hij antwoordde dat het naar zijn mening het belangrijkste is dat we de bestaande ‘regels’ respecteren. En omdat die regels alleen kunnen worden uitgevoerd door technocraten, moest ik met hen gaan praten. Telkens als ik probeerde de regels ter discussie te stellen die duidelijk niet uitgevoerd konden worden, was steevast de reactie: ‘Maar het zijn de regels!’

    Corruptie

    Er is een reden dat ik dit artikel begon met het verhaal van mijn oom Panayiotis. Dat komt door een vraag die me door een journalist werd gesteld tijdens de persconferentie na mijn eerste ontmoeting met dr. Schäuble, over een schandaal dat enkele jaren daarvoor was losgebarsten, toen uit een Amerikaans onderzoek bleek dat een zekere Michalis Christoforakos, een opvolger van mijn oom bij Siemens, Griekse politici omkocht om voor Siemens overheidscontracten binnen te halen. Toen de Griekse justitie de zaak begon te onderzoeken, verdween de man meteen naar Duitsland, waar de rechter zijn uitlevering voorkwam.

    ‘Minister,’ zei de journalist, ‘hebt u 
druk uitgeoefend op uw Duitse collega dr. Schäuble om Christoforakos uit te leveren aan Griekenland ter ondersteuning van het Griekse anticorruptiebeleid?’ ‘Ik ben ervan overtuigd,’ antwoordde ik, ‘dat de Duitse overheid het belang ervan inziet om onze gekwelde staat bij te staan in de strijd tegen 
corruptie. Ik vertrouw erop dat mijn collega’s in Duitsland het belang ervan inzien dat er nergens in Europa met twee maten wordt gemeten.’ Enigszins aangeslagen mompelde Schäuble dat zijn ministerie daar niet over ging.

    In het vliegtuig terug naar Athene dwaalde ik in gedachten af naar eind jaren zeventig. Nadat hij uit de gevangenis was vrijgelaten, keerde Panayiotis terug aan het roer van Siemens Griekenland. Hij was gelukkig in die baan, vertelde hij steeds, en trots op zijn werk. Totdat hij niet meer trots was en woedend ontslag nam. Ik weet nog dat ik vroeg waarom. Hij vertelde dat hij door zijn superieuren in Duitsland onder druk werd gezet om smeergeld te betalen aan Griekse politici en er zo voor te zorgen dat Siemens zijn dominante positie in Griekenland kon behouden.

    Moeten we het uiteenvallen van onze mislukte confederatie versnellen? Nee!

    In het noorden van Europa heerst de ontroerende opvatting dat Europa 
bestaat uit mieren en sprinkhanen – alle vlijtige mieren leven in het noorden, terwijl de spilzieke sprinkhanen zich op geheimzinnige wijze in het zuiden hebben verzameld. De werkelijkheid is veel genuanceerder. Een machtig corruptienetwerk heeft zich over al onze landen verspreid – en de instorting van het democratische controlesysteem, deels te wijten aan onze afnemende soevereiniteit, heeft mede ertoe bijgedragen dat dat netwerk aan ons gezicht was onttrokken.

    Als de legitieme politieke autoriteit zich terugtrekt, leidt dat tot bruut geweld, apathie en demonisering van de zwakkeren. Eind juni 2015 had de ECB onze banken gesloten, was onze regering verdeeld, diende ik mijn ontslag in als minister en capituleerde mijn premier voor de trojka. Met de verplettering van de Atheense lente werd het al gewonde Griekenland een ernstige klap toegediend. Het was ook de nederlaag van het idee van een verenigd, humanistisch, democratisch Europa.

    Onze unie valt uiteen. Moeten we het uiteenvallen van een mislukte confederatie versnellen? Als je, zoals ik, van mening bent dat zelfs kleine landen hun soevereiniteit kunnen behouden, houdt dat dan in dat een Brexit het logische gevolg is? Mijn antwoord is 
een nadrukkelijk ‘Nee!’ Als Engeland 
en Griekenland niet al in de EU zaten, zouden ze er zeker buiten moeten blijven. Maar als je er eenmaal in zit, is het van cruciaal belang om je te realiseren welke consequenties een vertrek heeft. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn ingebed in de Europese Unie, die verschrikkelijk instabiel is geworden en 
al uiteenvalt als een klein, noodlijdend land als Griekenland vertrekt, laat staan een belangrijke economie als Engeland. Moeten de Grieken of de Britten zich daar zorgen over maken? Ja, want in de maalstroom die op 
een uiteenvallen van die frustrerende federatie volgt zullen we allemaal verzwolgen worden – een postmoderne herhaling van de jaren dertig.

    Grieken protesteren tegen een bezoek van Angela Merkel aan Athene in 2012. – © Milos Bicanski / Getty
    Grieken protesteren tegen een bezoek van Angela Merkel aan Athene in 2012. – © Milos Bicanski / Getty

    Het is een grote vergissing om te veronderstellen – of je nu voor- of tegenstander van een vertrek uit de EU bent – dat die EU ‘ver van ons bed’ ligt. Een vertrek van Engeland uit de EU ondermijnt het voortbestaan van de unie. Griekenland en Engeland hebben dezelfde drie opties. De eerste twee zijn inwilliging van de eisen van Brussel of vertrek, beide even rampzalig. Beide leiden tot dezelfde dystopische toekomst: een Europa dat alleen geschikt is voor hen die gedijen in tijden van een grote depressie – de xenofoben, de ultranationalisten, de tegenstanders van democratische soevereiniteit. Alleen de derde optie blijft nog over: in de EU blijven om een grensoverschrijdend verbond van democraten te vormen, wat Europa in de jaren dertig niet is gelukt, maar wat onze generatie nu moet proberen, om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.

    Is dat niet een utopie? Natuurlijk! Maar niet meer dan het idee dat de huidige EU ten onder zal gaan aan zijn antidemocratische hybris en de flagrante incompetentie die wordt aangewakkerd omdat er geen verantwoording hoeft te worden afgelegd. Of het idee dat de Britse of Griekse democratie weer tot leven gewekt kan worden in de boezem van een natiestaat waarvan de soevereiniteit nooit hersteld zal worden binnen een door Brussel gecontroleerde markt. Net zoals in het begin van de jaren dertig kunnen Engeland en Griekenland niet uit Europa ontsnappen door een mentale of wetgevende muur op te richten om zich achter te verstoppen. Of we verenigen ons om te democratiseren, of we lijden onder de consequenties van een pan-Europese nachtmerrie.

    Auteur: Yanis Varoufakis
    Vertaler: Paul de Bruijn

    De Griekse econoom Yanis Varoufakis 
(55) stond als minister van Financiën 
zes maanden in het middelpunt van de eurocrisis. Onlangs verscheen bij uitgeverij De Geus zijn boek Hoe Europa de stabiliteit in de wereld bedreigt.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    Yanis Varoufakis, toen nog minister van Financiën, op weg naar Downing Street voor een vergadering met zijn Britse collega George Osborne. – © Jason Alden / Getty
    Yanis Varoufakis, toen nog minister van Financiën, op weg naar Downing Street voor een vergadering met zijn Britse collega George Osborne. – © Jason Alden / Getty

    Yanis Varoufakis

    ‘Ik zou ook wel graag eens de draai om de oren zien die Brussel krijgt als de uitslag van het Britse referendum de heer Juncker, mevrouw Merkel en… de heer Cameron niet zou bevallen,’ zei Yanis Varoufakis onlangs in een interview met de Britse krant The Guardian. De econoom Varoufakis (Athene, 1961), gespecialiseerd in speltheorieën, werd in januari 2015 minister van Financiën in Griekenland. Maar zes maanden later nam hij alweer ontslag, nadat het hem niet was gelukt om tot een akkoord te komen met de Europese Commissie, de ECB en het IMF over de verlenging van de programma’s voor de herfinanciering van de Griekse schulden.

    Ondanks zijn hevige kritiek op de Europese instellingen richtte hij in februari 2016 de Democracy in Europe Movement 2025 (DiEM25) op, met het devies: ‘Of de Europese Unie democratiseert, of zij gaat ten onder.’ 
‘Ons criterium is een pan-Europese democratische beweging,’ zei hij in het interview in The Guardian. ‘Zo niet, dan keren we terug naar een postmoderne versie van de jaren dertig.’

    KRANTENCITATEN

    Daily Mail, 4 februari
    ‘Wie spreekt er namens Engeland?’ vraagt de tabloid zich af, die doorgaans fel gekant is tegen de Europese Unie. De krant toont zich vooral verontrust over ‘de tsunami van migranten’ in de toekomst. Het nieuwe akkoord dat premier Cameron namens het Verenigd Koninkrijk met Brussel heeft bereikt om de Britten gerust te stellen ‘verandert daar helemaal niets aan’.

    New Statesman, 26 februari 2015
    ‘Boris slaat terug’: de Londense burgemeester is niet alleen een formidabele troef voor de pro-Brexit-campagne, maar ‘hij plaatst zich ook op de eerste rij om het voorzitterschap van de Conservatieve Partij over te nemen zodra Cameron zou aftreden’, meent het weekblad.

    The Spectator, 27 februari
    ‘Brexit ontketend’, kopt het Britse weekblad, dat voorziet dat ‘het referendum over de Europese Unie zich tegen Mister Cameron zal keren en hem te pakken zal nemen’.

    The Sun, 9 maart
    ‘De koningin steunt een Brexit’, verheugt de conservatieve tabloid zich, een fervent voorstander van het Britse vertrek uit de Europese Unie. De krant verwijst naar een gesprek dat de vorstin zou hebben gehad met de pro-Europese voormalige vicepremier Nick Clegg, waarin zij zou hebben gezegd: ‘Ik begrijp Europa niet’, daaraan toevoegend dat de unie zich ‘in de verkeerde richting’ beweegt.

    The Times, 22 april
    ‘Keer de Europese Unie de rug niet toe, zegt Obama tegen Groot-Brittannië.’ Tijdens zijn bezoek aan Londen op 22 april houdt de Amerikaanse president een pro-Europese toespraak, die de voorstanders van een Brexit in het verkeerde keelgat schiet.