Tag: Brussel

  • Levenslessen van een rijinstructeur

    Levenslessen van een rijinstructeur

    De Marokkaanse kinderboekenschrijver Mohamed Zefzaf blikt terug op zijn rijlessen in Brussel in 1976. Zijn rijinstructeur behandelde hem net als alle andere onbeholpen leerlingen, niet beter en niet slechter. Dat klinkt misschien onbeduidend, maar dat was het voor hem zeker niet.

    Ik zal eerlijk zijn. Ik was een verschrikkelijke rijschoolleerling. Op de laatste dag van mijn rijlessen maakte ik mijzelf en mijn instructeur bijna van kant.

    Maar ik ga iets te snel.

    Laat ik bij het begin beginnen.

    Het was de winter van 1976, ik was achttien, vol zelfvertrouwen en klaar om mijn Belgische rijbewijs te halen. Mijn vader stond er in zijn enthousiasme op dat hij mij zelf les zou geven. Bij nader inzien was dat een vergissing. Zoals een dokter nooit zijn eigen gezin moet behandelen, moet een vader zijn kinderen niet leren rijden. Op een koude morgen gingen we naar de De Bonnestraat, dicht bij het tramdepot op de grens van Anderlecht en Molenbeek. Hij gaf me de sleutels van zijn oude blauwe Opel. Ik was enthousiast en zelfverzekerd, maar had ook geen idee wat ik moest doen.

    ‘Zo,’ zei hij. ‘Die is voor jou.’

    Ik draaide aan de contactsleutel. De dieselmotor gromde. Ik trapte de koppeling in, zette de auto in de eerste versnelling en liet het pedaal vervolgens veel te snel opkomen. De auto schoot een stukje vooruit en de motor sloeg meteen weer af. Ik deed het nog een keer. Mijn vaders gezicht werd knalrood. Met zijn handen in de lucht riep hij tegenstrijdige bevelen.

    ‘De koppeling. Nee, het gaspedaal. Niet zo hard. Wat doe je? Stop!’

    Dat was het eind van onze lessen. Toen ik hem een paar dagen later schaapachtig vroeg of we het nog een keer konden proberen, schudde hij vastbesloten zijn hoofd. ‘Ik geef te veel om onze gezondheid om dat nog een keer te doorstaan.’

    ‘Zachtjes het gaspedaal indrukken. Langzaam de koppeling op laten komen. Het is balanceren’

    Dus schreef ik me in bij een officiële rijschool in Anderlecht. Daar ontmoette ik meneer B, mijn onfortuinlijke instructeur – onfortuinlijk omdat ik zijn leerling was.

    Hij was kort en gedrongen, droeg een pak met stropdas en had altijd een sigaar paraat. Hij rookte zelfs in de auto; de kleine Peugeot vulde zich dan met dikke, scherpe rookwolken die in de stoelbekleding bleven hangen. Het rook er naar verbrand leer.

    ‘Heb je al eens eerder gereden?’ vroeg hij kortaf.

    Ik dacht aan de ramp met de Opel en mompelde: één keer.

    ‘Mooi,’ zei hij en stak nog een sigaar op. ‘Dan weet je hoe gevaarlijk het kan zijn.’

    We reden over een stille weg dicht bij Scheut, in de buurt van hotel Prince de Liège, waar tuinen en volkstuintjes zich over het landschap uitstrekten. Meneer B gaf zijn aanwijzingen door de rookwalmen heen.

    ‘Zachtjes het gaspedaal indrukken. Langzaam de koppeling op laten komen. Het is balanceren. Voorzichtig.’ Ik probeerde het. De auto schokte. Ik zette in plaats van de richtingaanwijzer de ruitenwissers aan. Ik haalde de rem en de koppeling door elkaar. Meneer B zuchtte moedeloos, reed zelf weer terug naar het kantoor en beet de directeur van de rijschool bij het uitstappen toe: ‘Je hebt me weer een hopeloos geval gegeven. Waar moet het in godsnaam heen met België?’

    Ergens had hij gelijk.

    Toch kwam ik weer terug. Ondanks mijn schaamte, of misschien wel dankzij mijn schaamte, wilde ik bewijzen dat ik het kon. Als Marokkaanse tiener in een stad die niet altijd openstond voor verschillende soorten mensen wilde ik geloven dat ik erbij hoorde.

    Ik denk niet dat meneer B en de directeur dat begrepen. Voor hen was ik waarschijnlijk nog zo’n mislukte poging tot immigratie.

    Maar voor mij was het een persoonlijke kwestie.

    En naarmate de lessen vorderden begon ik in te zien dat mijn aannames over deze mensen, en zeker die over meneer B, niet helemaal eerlijk waren. Rijden ging niet alleen maar over de versnellingen en de koppeling. Het ging om ruimte vinden. Om gezien worden op een plek waar mensen zoals ik vaak over het hoofd worden gezien. In de weken die volgden gaf ik meneer B alle reden om vervroegd met pensioen te gaan. Ik liet de motor vaak afslaan. Zijn gezicht werd rood, zijn knokkels werden wit en hij rookte zijn sigaar sneller op.

    Hij behandelde me net als alle andere onbeholpen leerlingen, niet beter en niet slechter

    Maar hij kon mij verdragen. Misschien uit plichtsbesef, of misschien – hoewel ik dit later pas begon in te zien – omdat hij ervoor koos.

    Onder zijn natuurlijke norsheid, die ik als onbeleefdheid had geïnterpreteerd, zat een zekere stabiliteit. Misschien zelfs aardigheid. Hij keek nooit op me neer. Hij zag me nooit als minderwaardig. Hij behandelde me net als alle andere onbeholpen leerlingen, niet beter en niet slechter.

    Dat klinkt misschien onbeduidend, maar in die tijd was een naam als de mijne al genoeg om als vreemdeling bestempeld te worden voordat je ook maar een woord had gezegd. Met meneer B voelde het nooit zo. Geen vooroordelen. Geen neerbuigendheid. Hij had een norse persoonlijkheid, maar behandelde iedereen gelijk, zelfs de directeur van de rijschool, die hij vaak met wat botte Vlaamse woorden aan de kant zette.

    Langzaam begonnen dingen te verbeteren. Tergend langzaam, maar zeker. Ik leerde naar de motor te luisteren. De koppeling te beheersen. Om de emoties van de Peugeot aan te voelen. Uiteindelijk had ik mijn uren voltooid en kon ik afrijden.

    Ik was die dag erg nerveus. En meneer B nog meer dan ik. Als hij gespannen was, schakelde hij van aarzelend Frans over op snel, vlijmscherp Vlaams.

    De zon ging al bijna onder. Uit de donkere, laaghangende wolken dreigde sneeuw te vallen. Meneer B wachtte me op, met zijn jasje dichtgeknoopt en in zijn hand een sigaar.

    ‘Eindelijk,’ zei hij, en hij klonk opgelucht. ‘Onze laatste les. Het examen. Instappen maar, en rijden.’
    We reden weg.

    Meneer B begeleidde me over de Ninoofse Steenweg, langs de gracht, brouwerij Belle-Vue en het Klein Kasteeltje, waar twee soldaten stijfjes de wacht hielden bij een zware houten deur. De Vroegmarkt was bijna ten einde; de luiken waren dicht en wat laatkomers probeerden nog af te dingen.

    We reden verder in de schaduw van het vergane Viaduct van Koekelberg, de verhoogde slagader die vaak trilde onder het gewicht van de trams. Boven ons beefde het bouwwerk terwijl we over de Léopold II-laan reden.

    Hij had een norse persoonlijkheid, maar behandelde iedereen gelijk

    Het werd drukker op de weg. Vijf uur. Spitsuur in Brussel, de winter van 1976. Volgens mij was het januari, maar dat weet ik niet zeker meer.

    Brussel voelde, net als heel België, verdeeld. Prachtig en melancholisch. Mensen in lange, donkere pardessus liepen langs beslagen ramen waarin hun weerspiegeling vervaagde door de kou. De lucht was verkwikkend, de sneeuw school aan de rand van een dreigende hemel. Straatlantaarns hulden de straten in een bleke, spookachtige gloed, waardoor de stad deed denken aan een schilderij uit de late negentiende eeuw. Voor heel even was Brussel het domein van zijn surrealistische schilders: licht verwrongen en ondoorzichtig, tussen droom en werkelijkheid in.

    We reden langs het beroemde Cinzano-bord op het Rogierplein, links lag de Kruidtuin.
    Ik liet de motor voor de verandering niet afslaan. Ik raakte niet in paniek. Meneer B was kalm. Hij kettingrookte niet. Zijn stem was rustig. Hij glimlachte zelfs. We hadden voor het eerst een echt gesprek.

    Ik dacht: Misschien haal ik het wel. Maar de kalmte was van korte duur. Terwijl we via de Minimenstraat de Marollen uit reden, begon het zwaar te sneeuwen, net toen de groene koepel van het Justitiepaleis hoog boven ons uittorende. Het werd moeilijk om de weg nog te zien. De klinkers glinsterden van het ijs.

    Mijn handen begonnen te zweten. De ruitenwissers piepten. Ik gleed te snel de rotonde op bij het Poelaertplein.

    Ik had moeten remmen. Ik had op het aankomende verkeer moeten letten. Maar dat deed ik niet.
    Er suisde een vrachtwagen langs, die ons op een paar centimeter na miste. Keihard getoeter. Er kwam een bus recht op ons af. Een moment lang stonden mijn gedachten stil.

    Toen trapte meneer B op de rem.

    De auto kwam met een schok tot stilstand.

    ‘Godverdomme,’ riep hij. ‘Je reed ons bijna dood.’

    De rest kwam eruit in bliksemsnel Vlaams. Ik had geen vertaling nodig. We reden terug in volledige stilte.

    Geen handdruk. Geen gedag. Geen oogcontact.

    De auto was kouder dan zou hoeven. De verwarming stond aan en de ramen waren dicht, maar toch was het kil. Af en toe sloot meneer B zijn ogen, alsof hij door de chaos die ik had aangericht heen probeerde te ademen.

    Nu ik zijn leeftijd heb bereikt, vraag ik me af of hij zichzelf misschien probeerde te kalmeren. Ik doe dat af en toe ook. Misschien mediteerde hij, niet op zijn oosters, maar op een persoonlijke, innerlijke manier.

    Ik was gezakt, dat wist ik.

    Na het voorval op het Poelaertplein heb ik geen woord meer van hem gehoord. Nooit meer. Ik begon daarna beter te rijden, maar er was iets veranderd. Terug op het kantoor overhandigde meneer B zwijgend zijn rapport aan de directeur. Toen vertrok hij.

    Geen handdruk. Geen gedag. Geen oogcontact.

    Ik zat daar in m’n eentje en het moment spookte door mijn gedachten. Had ik maar geremd. Had ik maar…

    Er kwam een verontrustende gedachte bovendrijven. Ik moest aan mijn vrienden en familie vertellen dat ik was gezakt. Het was zo’n tienermoment waarop je het liefst zou willen dat de grond je met huid en haar opslokt. Toen riep de directeur me.

    ‘Jongeman,’ zei hij met een kleine glimlach, ‘je bent met een van de laagst mogelijke scores geslaagd.’
    Ik knipperde met mijn ogen. Ik kon het niet geloven.

    ‘Gezien wat er op het Poelaertplein is gebeurd,’ zei hij, ‘stelt meneer B blijkbaar veel hoop in jou.’

    Ik vond het een fijn woord. Hoop. Espoir. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Mijn handen trilden nog steeds. Volgens mij zei ik ‘Dank u’ en ‘Merci’, maar dat weet ik niet meer. Het is bijna vijftig jaar geleden.

    De herinnering voelt ver weg maar toch heel levendig.

    Meneer B en ik kwamen uit een andere wereld. Ik een Marokkaanse tiener, hij een Vlaamse man die bijna met pensioen ging. We hadden weinig gemeen. Maar die winteravond, in die kleine rokerige Peugeot, gebeurde er iets tussen ons.

    Niet met woorden, maar in stilte.

    En ik heb dat altijd met mij meegedragen.

    Er gebeurde iets tussen ons. Niet met woorden, maar in stilte

    Ik ben heel lang docent geweest. En als ik terugdenk aan de kinderen die ik heb begeleid, in de klas of op het voetbalveld, probeer ik ook terug te denken aan meneer B.

    Zijn zwijgzaamheid. Zijn kalmte. De manier waarop hij zijn voet op het gaspedaal zette als ik dat niet kon vinden. Hij heeft letterlijk ons leven gered. Maar hij heeft me ook meer geleerd dan autorijden.

    Hij leerde me hoe je voor iemand kunt opkomen, ook als het moeilijk is. Juist als het moeilijk is. En voor een docent is dat alles.

    Dank u, meneer B, dat u mij een tweede kans hebt gegund. Dat u mij hebt gezien. Dat u in mij geloofde.

    Ik hoop ten diepste dat het geen ijdele hoop was.

    En hoewel het inmiddels veel te laat is, wil ik tot slot toch nog zeggen: het spijt me dat ik ons op die winteravond, jaren geleden, bijna heb doodgereden.

  • Manneken Pis krijgt na tachtig jaar eindelijk nieuw kostuum

    Manneken Pis krijgt na tachtig jaar eindelijk nieuw kostuum

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De Ig Nobelprijs beloont grappige wetenschap met een serieuze ondertoon

    » Overlevenden van atoombom op Nagasaki strijden voor erkenning

    Het kostuum is het 1184e kloffie van Manneken Pis

    Bij de eerste herdenking van de bevrijding van Brussel in 1945 lieten de Britse strijdkrachten een replica achter van het uniform van de Welshe gardesoldaat. Het kostuum was bestemd voor het emblematische standbeeld van de Belgische hoofdstad, Manneken Pis. Maar na bijna tachtig jaar was het uniform te versleten voor gebruik, waardoor het goedlachse knulletje vorig jaar de bevrijding in adamskostuum moest bijwonen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Nu, eenentachtig jaar na de bevrijding van Brussel, heeft hij een nieuw regimentsuniform gekregen, inclusief een scharlakenrode jas met geborduurd gouden kant, een glanzend witte riem en een authentieke berenmuts.

    Het kostuum van de Welshe gardist is het 1184e kloffie van Manneken Pis, een collectie die traditionele kledij uit tientallen regio’s en landen, politie- en doktersuniformen en pakjes van James Bond tot Mickey Mouse omvat, aldus The Guardian.

  • Roemenië en Bulgarije treden officieel toe tot Schengenverdrag

    Roemenië en Bulgarije treden officieel toe tot Schengenverdrag

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: regering-Trudeau overleeft derde motie van afkeuring

    » Zelensky oppert opnieuw het idee om Europese troepen in Oekraïne in te zetten

    Oostenrijk heeft zijn veto ingetrokken

    Oostenrijk heft zijn veto op tegen een volledig Schengenlidmaatschap voor Roemenië en Bulgarije. Daarmee is het ‘nu officieel’, meldt het Oostenrijkse regionale dagblad Die Kleine Zeitung: Boekarest en Sofia zullen begin volgend jaar toetreden tot de Europese ruimte van vrij verkeer, na lang wachten. Oostenrijk, dat tegen hun toetreding was, maakte maandag bekend dat het geen veto tegen het lidmaatschap zou uitspreken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Terwijl donderdag in Brussel een vergadering van Europese ministers wordt gehouden om de toetreding van de twee landen begin 2025 te ratificeren, bevestigde minister van Binnenlandse Zaken Gerhard Karner in een persbericht: ‘De landgrenzen zullen nu open zijn voor Roemenië en Bulgarije.’ Wenen rechtvaardigde zijn beslissing met een beroep op de versterking van zijn buitengrenzen, die geleid heeft tot een ‘massale vermindering van illegale migrantenstromen’.

  • Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur FSB wijst naar VS, VK en Oekraïne als verantwoordelijken aanslag

    » Oppositie Venezuela kan gewenste kandidaat niet inschrijven voor verkiezingen

    Landbouwministers van de EU kwamen dinsdag bijeen in Brussel

    Boerenprotesten in Brussel zijn dinsdag uit de hand gelopen. Dat schrijft Politico. De protesten werden gehouden omdat de EU-ministers van Landbouw een beladen top hielden over het landbouwbeleid van de EU. Honderden tractoren sloten straten in de buurt van het hoofdkantoor van de EU af om te protesteren tegen wat zij zien als buitensporige bureaucratie en oneerlijke handel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De boeren gooiden bieten, sproeiden mest naar de politie en staken hooi in brand, onder meer uit protest tegen Europese milieumaatregelen en goedkope import uit Oekraïne. Eén persoon werd gearresteerd voor het gooien van molotovcocktails naar veiligheidspersoneel. Twee politieagenten raakten gewond en moesten naar het ziekenhuis worden gebracht.

    De politie vuurde traangas af om zo’n 250 tractoren op afstand te houden. ‘Het geweld, de brandstichting en de vernielingen tijdens de protesten zijn onaanvaardbaar’, zei minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden, die erop aandrong dat de schuldigen vervolgd zouden worden.

    De boeren hebben al concessies gekregen van de EU en nationale overheden, maar een belangrijk plan om de natuur in het 27-landenblok beter te beschermen werd maandag voor onbepaalde tijd uitgesteld, mogelijk als reactie op de boerenprotesten.

  • EU-leiders beloven meer concessies om boze boeren te sussen

    EU-leiders beloven meer concessies om boze boeren te sussen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU stemt in met pakket van 50 miljard euro voor Oekraïne nu Orbán zwicht voor druk

    » VS: Frans reclamebureau moet 350 miljoen dollar betalen voor rol in opioïdencrisis

    Boeren protesteerden rondom EU-top

    ’EU-leiders beloven de last van de milieuregels te verlichten in een poging de protesten van de boeren, die donderdag tijdens een top in Brussel standbeelden vernielden en brand stichtten, de kop in te drukken’, schrijft Financial Times. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, zei dat ‘deze maand verdere aanpassingen zullen worden voorgesteld om de bureaucratie voor boeren te verminderen en de recente golf van klimaatwetgeving te heroverwegen’, voegt het zakenblad eraan toe. De landbouwministers van de EU is gevraagd om tijdens een vergadering op 26 februari met een plan te komen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Na de vele demonstraties die de afgelopen weken door boeren in heel Europa zijn georganiseerd, blokkeerden tractoren de belangrijkste verkeersaders en pleinen in Brussel, op minder dan een kilometer van de plaats waar Europese leiders bijeen waren. De ME moest eraan te pas komen om te voorkomen dat de betogers het gebouw van de top bereikten.

    In België hebben boeren ook de haven van Zeebrugge geblokkeerd en een aantal magazijnen van supermarkten geblokkeerd. ‘We willen een eerlijke prijs voor onze producten’, zei Pol Latinis, een Belgische melkveehouder tegen Financial Times.

  • Italiaanse Europarlementariërs blokkeren hervorming noodfonds eurozone

    Italiaanse Europarlementariërs blokkeren hervorming noodfonds eurozone

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rudy Giuliani laat zich failliet verklaren na boete in smaadzaak

    » Zwitserland houdt referendum over importverbod van foie gras

    Italië stemt tegen de hervorming van het ESM

    Een meerderheid van de Italiaanse Europarlementariërs, waaronder die van de nationalistische partij Fratelli d’Italia van premier Giorgia Meloni, stemde donderdag tegen de hervorming van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM). Italië is het enige land in de eurozone dat de hervorming niet heeft geratificeerd: zonder groen licht kan de hervorming, die de financiële capaciteit van het fonds en zijn bevoegdheden om toezicht te houden op staten in moeilijkheden vergroot, niet in werking treden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In een persbericht zei Paschal Donohoe, voorzitter van de eurogroep, waarin de ministers van Financiën van de eurozone zitting hebben, dat hij de uitslag van de stemming in Italië ‘betreurde’. Dit verdrag ‘is een belangrijk element van ons gemeenschappelijk vangnet in de eurozone’, aldus Donohoe. Volgens La Repubblica maakt de Italiaanse uitslag Rome tot een ‘zwart schaap’ in Europa. Het besluit dreigt Italië te verzwakken en kan het ertoe leiden dat het land ‘als onbetrouwbaar’ wordt beschouwd in de ogen van zijn Europese partners en de markten, aldus het dagblad

    Lees ook:

  • ‘In een gezonde democratie moeten ook ngo’s verantwoording afleggen’

    ‘In een gezonde democratie moeten ook ngo’s verantwoording afleggen’

    Sinds het Europese corruptieschandaal van vorig jaar wil de Europese Commissie de richtlijnen voor parlementariërs én ngo’s aanscherpen. Niet alle ngo’s zijn blij met verscherpt toezicht, maar de enorme Brusselse ngo-sector moet transparantie zien als een kans om het vertrouwen van de burger te herstellen, schrijft journalist William Nattrass.

    Na het Europese corruptieschandaal rond Qatar dat eind vorig jaar losbrak, gaat de discussie nu steeds meer over de mate waarin dit te wijten is aan de enorme Brusselse ngo-sector. Er gaan conservatieve stemmen op dat het nu hoog tijd is om strengere eisen aan ngo’s te stellen op het gebied van transparantie. Wie toch al sceptisch is over de bedoelingen van zulke organisaties, kan zich immers geen beter voorbeeld van hypocrisie wensen dan dat een organisatie met de naam Fight Impunity (‘Bestrijd straffeloosheid’) het middelpunt blijkt te zijn van een internationaal omkopingsnetwerk. Vanuit links wordt tegengeworpen dat een of twee rotte appels nu als excuus worden gebruikt om de hele mand verdacht te maken. Maar dat is niet alleen een zwak argument, het gaat ook voorbij aan de kansen die strengere voorschriften bieden.

    In het licht van Qatargate probeert de Europese Commissie de eisen op het gebied van transparantie en verantwoording in deze sector nu te vergroten met nieuwe regelgeving over de inzage die ngo’s moeten geven in financiering afkomstig van buiten de EU. Maar de ngo’s komen meteen in het geweer tegen iedere poging nieuwe rapportageverplichtingen op te leggen. Daarbij wijzen ze erop dat de EU met twee maten meet. Nog maar enkele weken geleden spraken EU-politici immers hun zorgen uit over het Georgische wetsvoorstel dat organisaties en burgers die meer dan twintig procent van hun financiering uit het buitenland krijgen, zou verplichten om zich als ‘buitenlandse agent’ te laten registeren. En volgens verschillende organisaties zouden de plannen van de Commissie ook ngo’s in de EU kwetsbaar maken voor onderdrukking. Nick Aiossa, hoofd beleid en belangenbehartiging van Transparency International, zegt zich zorgen te maken dat strengere rapportage-eisen voor ngo’s ‘misbruikt zullen worden door extreemrechtse partijen, waarvan er al een paar aan de macht zijn. Orbán in Hongarije, Meloni in Italië, ik bedoel: dat zijn geen fans van ngo’s.’

    Problematisch

    Maar als argument tegen het EU-plan is dit problematisch. De bewering dat rechtse krachten misbruik zullen maken van deze nieuwe regelgeving, past in een verhaal waarin rechts wordt afgeschilderd als vijand van het maatschappelijk middenveld. En dat komt gevaarlijk dicht bij een partijpolitieke stellingname – iets waar elke niet-politieke organisatie die recht wil hebben op beïnvloeding van de beleidsvorming zich beter verre van kan houden. Daarbij is het nogal solipsistisch om te beweren dat strengere regelgeving voor ngo’s ondemocratisch is. De ngo’s maken een gevaarlijke denkfout als ze menen dat hun eigen vrijheid om zich aan toezicht te onttrekken de grondslag van democratie is. In een democratische samenleving zou het juist vanzelfsprekend moeten zijn dat er strenge transparantie-eisen gelden voor organisaties die invloed uitoefenen op het beleid.

    Wel is het zo dat nieuwe regels niet zo’n grote druk op de organisaties mogen leggen dat het ngo’s met weinig financiering in hun functioneren belemmert. Uitgangspunt van strengere regelgeving zou het inzicht moeten zijn dat er een grote verscheidenheid aan ngo’s bestaat, en de erkenning dat die niet allemaal op dezelfde manier kunnen worden behandeld. De EU zou haar nieuwe transparantie-eisen dus moeten beperken tot dat kleine deel van de ngo’s dat over een mate van organisatorische steun beschikt die als politiek significant kan worden gezien. Het kan niet al te moeilijk zijn om de criteria daarvoor vast te stellen, aangezien de EU regelmatig ngo’s raadpleegt over beleidsvragen, rapportages over de stand van de rechtsstaat in de lidstaten en andere kwesties waarbij kritisch gekeken moet worden naar potentiële politieke voorkeuren of verborgen belangen van de adviseurs, of die nu afkomstig zijn van bronnen binnen of buiten de EU.

    Bij organisaties die een actieve inbreng willen hebben in het beleid, doet het ertoe wat hun motieven zijn

    De linkse fracties in de EU wijzen er graag op dat er in Brussel meer gelobbyd wordt door het bedrijfsleven dan door ngo’s – al hebben de ngo’s over het algemeen meer succes in het bereiken van hun beleidsdoelen. En ze verwijten de conservatieven dat zij ngo’s nu onevenredig zwaar onder vuur nemen om de aandacht af te leiden van de mate waarin het bedrijfsleven zijn stempel op het EU-beleid drukt. Maar als het om bescherming van de democratie gaat, slaat deze kritiek de plank mis. De doelstellingen van lobbyisten uit het bedrijfsleven zijn over het algemeen scherper omlijnd dan die van ngo’s, en het zijn geen doelen zoals de handhaving van democratische beginselen of bescherming van de mensenrechten, die vaak sterk gepolitiseerd raken. In sommige opzichten zijn commerciële belangen intrinsiek transparanter dan niet-commerciële. Niemand zal bijvoorbeeld denken dat lobbyisten van Meta of Google principieel belangeloos zijn in hun gesprekken met de EU – en dat wordt meegenomen in de beoordeling van hun beleidsadviezen.

    Anderzijds is de gedachte dat het ontbreken van winstoogmerk een organisatie minder partijdig maakt juist een grondslag voor de invloed van de ngo-sector. Die gedachte gaat alleen voorbij aan de mogelijkheid dat bij gebrek aan commerciële belangen andere, minder doorzichtige motieven een rol kunnen gaan spelen – of het nu gaat om de ideologische prioriteiten van een rijke geldschieter, de gezamenlijke politieke opvattingen van de leden van een ngo, of simpelweg de verwerving en het behoud van politieke relevantie. Bij organisaties die een actieve inbreng willen hebben in het beleid, doet het ertoe wat hun motieven zijn. En al is het niet in het algemeen belang om hun rol aan banden te leggen, zeker na Qatargate moeten we er wel gerust op kunnen zijn dat die organisaties net zo open en transparant zijn in hun verantwoording als ze van de rest van de samenleving eisen.

    Politiek getouwtrek

    Dat is met name van cruciaal belang omdat ngo’s, of ze dat nu leuk vinden of niet, nu al onderwerp zijn geworden van politiek getouwtrek– zoals het verhitte debat tussen links en rechts over de consequenties van Qatargate wel laat zien. Populistische bewegingen schilderen ngo’s af als instrumenten van internationale partijen die nationale belangen dwarsbomen. Zij moedigen kiezers aan om ze te zien als partijdige actoren met een agenda die tegen de wensen van democratisch gekozen vertegenwoordigers indruist. Verzet tegen nieuwe transparantie-eisen zal sommigen alleen maar bevestigen in hun verdenking dat ngo’s vrij boven de Europese democratische instellingen willen zweven zonder verantwoording te hoeven afleggen.

    Zo bezien biedt dit debat een kans: door strengere transparantieregels te omarmen kunnen ngo’s sceptische burgers misschien geruststellen, vooral in landen waar de argwaan groot is, zoals Hongarije en Italië. De ngo’s zouden de huidige voorstellen dus moeten zien als een gelegenheid om de kritiek van hun tegenstanders te ontkrachten. Maximale openheid, transparantie en verantwoording bieden ngo’s de kans om het vertrouwen onder burgers te herstellen, wat van vitaal belang is voor hun functioneren, en daarmee het functioneren van een gezonde democratische samenleving. Die kans moeten ze grijpen.

    Lees ook:

  • EU ontmoet Latijns-Amerikaanse landen in Brussel

    EU ontmoet Latijns-Amerikaanse landen in Brussel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland zet punt achter graandeal met Oekraïne

    » Europa zucht onder ongekende hittegolf

    Europa kijkt naar de regio vanwege grondstoffen

    Regeringsleiders uit Europa en Latijns-Amerika ontmoetten elkaar op maandag in Brussel voor het eerst in acht jaar. Het gaat om de EU-CELAC-top, die twee dagen lang duurt. El País schrijft dat de EU op tientallen gebieden economisch wil samenwerken met de regio, onder meer om minder afhankelijk te worden van China.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Van mineralen als lithium en koper tot afzetmarkten voor Europese producten: Latijns-Amerika is een regio die lang door Europa over het hoofd is gezien. China is de afgelopen jaren juist in het gat gesprongen dat de VS hebben achtergelaten en met de top in Brussel proberen Europese leiders die betrekkingen te lijmen.

    Op politiek niveau zijn er ook obstakels. Zo zien meerdere Latijns-Amerikaanse landen de Russische invasie in Oekraïne als een provocatie van de NAVO, en is militaire steun vanuit Latijns-Amerika tot dusver uitgesloten. Met name landen als Bolivia, Nicaragua, Cuba en Venezuela zijn op de hand van Rusland en weigeren steun aan Oekraïne uit te spreken.

    Lees ook:

  • Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Brussel heeft een groenere landbouwsector nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar Europese boeren vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    De schuren en melkstallen van de boerderij van Takis Kazanas (66) vallen in het niet bij de majestueuze bergen die over de Thessalische vlakte uitsteken. Op deze groene vlakte in Noord-Griekenland wordt al duizenden jaren vee gehouden, maar nu praten instanties in Brussel over regels die ertoe zullen leiden dat boerderijen als die van Kazanas als industriële installaties worden beschouwd, vergelijkbaar met staalfabrieken of chemische industrie.

    Als die verandering van kracht wordt, zal de boerderij waar hij 300 runderen en 230 hectare land beheert met zijn vier zonen, wettelijk verplicht worden de uitstoot van broeikasgassen en het niveau van verontreiniging te verlagen. Met ambitieuze klimaatdoelstellingen voor 2030 dwingt Brussel de landbouw eindelijk om groener te worden. Kazanas vangt al biogas op uit koeienmest en in plaats van chemische mest rijdt hij zelfgemaakte mest over het land uit. ‘Dat is wat de EU wil en dat is wat ik doe,’ zegt Kazanas, die in 1986 begon met dertig runderen. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    Hij is een van de vele boeren die moe worden van wat zij zien als milieuvoorschriften die worden opgelegd door een bureaucratie op 2500 kilometer afstand. De omvang van de transformatie die de Europese Commissie vraagt met haar Boer tot Bord-strategie – halvering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in 2030, vermindering van het gebruik van meststoffen, verdubbeling van de biologische productie en herbebossing van sommige landbouwgronden – zou ook in minder moeilijke tijden opmerkelijk zijn.

    Moeilijk te reguleren

    De strategie komt op het moment dat de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselmarkt overhoop heeft gehaald en boeren geconfronteerd worden met verlaging van subsidies die worden gegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), een programma van 55 miljard euro per jaar, dat al sinds 1962 voor voedselzekerheid in Europa zorgt.

    Volgens de EU is er dringend behoefte aan milieuhervormingen in de landbouwsector. Een hoge EU-functionaris die zich bezighoudt met klimaatbeleid noemt het ‘ons probleemkind’. De sector is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU – een percentage dat bijna even hoog is als twintig jaar geleden.

    Stikstofoxiden in meststoffen, dierlijke urine en uitwerpselen vormen een belangrijk deel van het probleem; zware stikstofconcentraties zorgen ervoor dat invasieve planten andere soorten verdringen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit. Maar de sector is zeer moeilijk te reguleren; de 9,1 miljoen landbouwbedrijven in de EU variëren in type en omvang, uiteenlopend van industriële bedrijven met duizenden ‘grootvee-eenheden’ – de rekeneenheid waarmee de hoeveelheid dieren in de landbouw wordt aangeduid – tot kleine boeren met een enkele wijnstok en een paar geiten. De marges zijn doorgaans zeer klein. Er zijn biologische producenten die overleven met lokale handel, maar ook varkenshouders die te maken hebben met hevige internationale concurrentie, waardoor zelfs een kleine stijging van de voederprijs de jaarwinst al teniet kan doen.

    De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden

    Het keerpunt voor veel landbouwers kwam na de inval van Rusland in Oekraïne, net toen de Europese Commissie de doelstellingen van de ‘Boer tot Bord’-strategie bekendmaakte. Volgens een hoge ambtenaar van de Commissie ‘veranderde het debat bijna van de ene dag op de andere’. De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden. Nerveuze regeringen schroeven de voorstellen van de Commissie terug onder druk van een georganiseerde, goed gefinancierde landbouwlobby die nauwe banden onderhoudt met politici.

    Zo heeft de Nederlandse regering onlangs een programma opgeschort om boerderijen te sluiten – en daardoor de uitstoot van stikstofoxide te verminderen –, nadat de ontluikende BoerBurgerBeweging (BBB) in maart de provinciale verkiezingen won, profiterend van een golf van woede tegen de plannen.

    Recentelijk hebben de regeringen van Polen en Hongarije de invoer van graan, zuivelproducten, vlees, fruit en groenten uit Oekraïne tijdelijk stopgezet omdat boeren klaagden dat de goedkope invoer van Oekraïens voedsel de prijzen drukt.

    Het groeiende verzet is een belangrijke uitdaging voor de doelstelling van de EU om de emissies tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990, overeenkomstig internationale verplichtingen. Als Brussel er niet in slaagt de boeren mee te krijgen, kan dat een bedreiging zijn voor de belofte om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken.

    De voorstellen van de EU zijn niet passend tijdens een ‘oorlogseconomie’ waarin boeren vrij moeten kunnen produceren, zegt Christiane Lambert, medevoorzitter van de machtige EU-landbouwvakbond Copa-Cogeca. ‘Mensen die beslissingen nemen over de landbouw weten er niets van.’

    Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals

    Voor veel boeren gaat het verzet tegen de komende veranderingen over overleven. Tom Vandenkendelaere, Belgisch lid van het Europees Parlement, zegt dat de druk op de boeren ondraaglijk wordt. ‘Het gaat om het aantal beleidsmaatregelen dat hen tegelijkertijd treft. We moeten het rustiger aan doen.’ Hij zegt dat boeren die gewoon hun werk doen, zich belasterd voelen door activisten die hen ervan beschuldigen de planeet te schaden en die klimaatverandering wijten aan het eten van vlees. ‘Ze hebben het gevoel dat hun manier van leven onder vuur ligt.’

    Boeren op een Kruispunt, een onafhankelijke nonprofitorganisatie die geestelijke gezondheidszorg biedt aan boeren in Vlaanderen, zag dat 44 procent meer mensen zich aanmelden in 2022 dan in 2021. Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals. En Caroline van der Plas, leider van de BBB, zei deze maand in het Nederlandse parlement: ‘Mensen die zorgen voor ons dagelijks voedsel worden weggezet als dierenmishandelaars, gifmengers, bodemvernietigers en milieuvervuilers.’

    Maar EU-beleidsmakers stellen dat de maatregelen op lange termijn juist in het belang van de boeren zijn. De stijging van de gasprijzen heeft de kosten van meststoffen en chemicaliën opgedreven. Decennia aan intensieve landbouw hebben voedingsstoffen in de bodem uitgeput, zodat meer moet worden gebruikt om dezelfde productie te bereiken. ‘Het idee “óf meer natuur, óf meer voedsel” is een mythe,’ zegt een EU-functionaris. ‘De belangrijkste fundamentele bedreigingen voor de voedselzekerheid zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.’

    Virginijus Sinkevičius, de EU-commissaris voor milieu en visserij, is het daarmee eens. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat mensen begrijpen dat de milieuvoorstellen nooit gericht zijn tegen de landbouwbedrijven. Ze zijn er juist voor de bedrijven, want zonder natuur is landbouw niet mogelijk.’ En, voegt hij eraan toe, ‘ze vormen weliswaar een aanzienlijke verandering voor onze landbouwers, maar het is onvermijdelijk dat ze een deel van de oplossing zijn. Allicht gebeurt dat niet van de ene op de andere dag.’ Een sector die nu al het gevoel heeft met de rug tegen de muur te staan, zal inderdaad waarschijnlijk niet makkelijk toegeven.

    Klem tussen milieueisen en lage prijzen

    Het aantal landbouwbedrijven in de EU is sinds 2005 met meer dan een derde gekrompen. Terwijl het gemiddelde landbouwbedrijf groter is geworden, is het agrarisch inkomen constant laag gebleven, schommelend rond de 20.000 euro per persoon.

    Bram van Hecke, die werkt op het melkveebedrijf van zijn familie in de buurt van het Belgische Oostende, zegt dat hij, zijn vader en zijn broers het gevoel hebben klem te zitten tussen de milieueisen van politici en de eisen van supermarkten die niet méér willen betalen. ‘Als je naar een bank gaat en zegt te willen investeren maar dat je inkomsten zullen halveren, geven ze je geen lening,’ zegt hij. ‘Meer produceren is haalbaar, terwijl extreem milieubewust zijn je bedrijf kan schaden.’

    Van Hecke, die tevens hoofd is van de Groene Kring, een Vlaamse groep van jonge landbouwers, zegt dat een EU-richtlijn om de stikstofvervuiling aan te pakken zijn bedrijf jaarlijks 10.000 tot 15.000 euro kost. Deze maatregel verplicht landbouwers om met GPS de verspreiding van stalmest te registreren en schrijft voor dat ze niet binnen 5 meter van water mogen boeren. ‘De gemiddelde grondprijs in Vlaanderen is 63.000 euro per hectare en we verliezen ongeveer 4 hectare door deze nitraatrichtlijn. Reken maar uit. De regering kondigt aan onze kosten te zullen verhogen, maar heeft geen plannen om ons inkomen te helpen verhogen.’

    ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot’

    Op macroniveau klopt dat. Volgens agronomen worden delen van Europa te intensief bebouwd. In 2021 exporteerde de EU voor 197 miljard euro aan landbouwproducten naar landen als China en importeerde zij voor 150 miljard euro: een overschot van 47 miljard euro.

    Krijn Poppe, een Nederlandse landbouweconoom, is voorstander van herbezinning. ‘Export mag niet ten koste gaan van klimaat en natuur,’ zegt hij. ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot.’ Burgers in deze ‘stadstaten’, zoals hij ze noemt, hebben ook behoefte aan recreatiegebieden, natuurgebieden, schoon water, woningen en vervoer. Het antwoord, zegt Poppe, is terugkeer naar de tijd waarin consumenten hogere prijzen betaalden voor minder intensief geproduceerd voedsel. ‘In de jaren tachtig consumeerden Nederlanders minder eiwitten; 40 procent van het voedsel was dierlijk en 60 procent plantaardig. Nu eten we meer en is de verhouding eiwitten-plantaardig omgedraaid naar 60-40.’

    Volgens Poppe zullen sommige landbouwbedrijven onvermijdelijk verdwijnen omdat veel bedrijven te klein zijn om te concurreren. ‘Een econoom die kijkt naar het totale welzijn ziet waarschijnlijk geen probleem,’ voegt hij eraan toe, ‘maar een politicus die de banen van boeren wil beschermen, zal daar negatiever over denken.’

    Existentieel moment

    Geen wonder dat boeren dit zelf als een existentieel moment zien. Volgens de Sloveen Franc Bogovič, fruitteler en lid van het Europees Parlement, zou het plan om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen – een van de doelstellingen van een fel betwiste richtlijn waarover EU-wetgevers momenteel onderhandelen – een groot deel van zijn productie wegvagen. ‘Ik zit al vele jaren in deze sector en ik heb nog nooit zo’n groot bezwaar gehad tegen een beleidsvoorstel,’ zegt hij.

    Hij is vooral ontstemd over het feit dat deze nieuwe verordeningen komen nadat in januari een grootschalige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ter bevordering van groenere productie in werking is getreden. Het GLB, dat landbouwers subsidieert, is in de loop der jaren gekrompen en steeds meer geld gaat naar milieuprojecten en nevenbedrijven in plaats van naar voedselproductie. ‘Ze proberen verder te gaan dan het beleid dat pas dit jaar van start is gegaan,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor hun toekomst. Ze komen in grote problemen als ze hun wijngaarden, boomgaarden of vleesproductie moeten inkrimpen, die ze vijf jaar geleden met leningen hebben gefinancierd. Je hebt twintig jaar nodig om daarmee je geld terug te verdienen.’

    ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”’

    Ondanks het verzet heeft Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het tempo van de beleidsvorming sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet vertraagd. ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”,’ zegt Vandenkendelaere. Eén theorie is dat Von der Leyen steun nodig heeft van de Grünen in de Duitse coalitie om haar tweede termijn veilig te stellen. Een andere theorie is dat ze vindt dat landbouw – vooral de veeteelt – de planeet schaadt.

    ANP 467842947 1
    In de Sloveense hoofdstad Ljubljana protesteerden op 25 april duizenden boeren met zo’n 1500 tractoren tegen de milieurestricties voor de landbouw die de Sloveense regering van plan is in te voeren. – © Ales Beno / Anadolu Agency

    EU-doelstellingen Van Boer tot Bord

    – Gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden met 50 procent verminderen tegen 2030.

    – 20 procent minder meststoffen gebruiken tegen 2030.

    – Verkoop van antimicrobiële stoffen voor vee en aquacultuur verminderen met 50 procent.

    – De hoeveelheid land bestemd voor biologische landbouw verhogen van 9,1 procent in 2020 tot 25 procent in 2030.

    – Grotere veehouderijen verplichten zich aan de regelgeving te houden voor schone lucht en schoon water, die geldt voor de zware industrie.

    ‘De Commissie is ervan overtuigd dat de overgang naar een veerkrachtige en duurzame landbouwsector – in overeenstemming met de Europese groene ambities, de Boer tot Bord-strategie en strategieën voor biodiversiteit – van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid,’ zegt Eric Mamer, woordvoerder van Von der Leyen. Hij weigert te bevestigen of zij zelf rood vlees of zuivelproducten gebruikt. ‘De persoonlijke voedingskeuzes van de voorzitter zijn niet van invloed op de voorstellen van de commissie,’ zegt hij.

    Brussel heeft enkele veranderingen doorgevoerd sinds de oorlog in Oekraïne begon. Zo mogen boeren nu gewassen planten voor diervoeder op de 10 procent van de grond die normaal gesproken onbebouwd moet blijven om te herstellen – een regel die als voorwaarde geldt om subsidie te kunnen krijgen. Ook zijn de regels aangaande wisselbouw opgeschort.

    Maar het zijn de nationale regeringen die op de rem hebben getrapt. De voorstellen van de Europese Commissie kunnen door de zevenentwintig lidstaten worden gewijzigd, en punt voor punt werden de ambities afgezwakt.

    Het voornemen tot algemene vermindering van pesticiden is teruggestuurd naar de Commissie met het verzoek tot een nieuwe effectbeoordeling. Ministers klagen dat in plaats van rekening te houden met de uitgangspositie van elk land, aan iedereen dezelfde evenredige vermindering wordt opgelegd. Nederland, dat bijvoorbeeld al veel meer pesticiden gebruikt dan Polen, zou het gebruik bijvoorbeeld niet hoeven te veranderen. Er wordt ook bezwaar gemaakt tegen plannen om alleen rekening te houden met de hoeveelheid gebruikte chemicaliën en niet met de giftigheid ervan.

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan

    Wat betreft herziening van de richtlijn industriële emissies (grotere veehouderijen worden verplicht te voldoen aan voorschriften voor schone lucht en schoon water die ook gelden voor de zware industrie) erkende de Commissie in februari dat zij vorig jaar bij de lancering van het voorstel verkeerde cijfers heeft gebruikt.

    De drempel voor naleving werd gesteld voor varkens-, pluimvee- en rundveebedrijven met ten minste 150 grootvee-eenheden, met de bewering dat daarmee slechts 13 procent van de Europese commerciële bedrijven zou worden getroffen. Die berekeningen waren echter gebaseerd op bedrijfsgegevens uit 2016. Toen de berekening opnieuw werd gemaakt met gegevens uit 2020, bleek dat zes op de tien pluimvee- en varkensbedrijven eronder zouden vallen.

    Een voorstel voor wettelijk bindende doelstellingen om daarmee de verslechtering van het milieu aan te pakken – vorig jaar voorgesteld als onderdeel van de Boer tot Bord-strategie – stuit op verzet omdat het onvermijdelijk zal leiden tot het verlies van landbouwgrond. Sommige gedraineerde veengronden zouden bijvoorbeeld opnieuw doorweekt raken. Het doel is om tegen 2030 maatregelen voor natuurherstel te hebben voor ten minste 20 procent van het land en de zee binnen de EU.

    Afzonderlijke wetgeving om ontbossing terug te dringen stuitte vorig jaar op verzet in landen als Zweden en Finland – voor hen werd een uitzondering gemaakt zodat ze de exploitatie van plantages voort kunnen zetten.

    In juni is het tijd voor het laatste deel van het Boer tot Bord-pakket; de wetgeving die landen gaat verplichten om de staat van hun bodem te controleren en te verbeteren. Zo’n zestien EU-ministers van Landbouw hebben in januari een brief aan Brussel ondertekend waarin ze zich erover beklagen dat dat beleid kan leiden tot ‘opoffering van land- en bosbouwgrond in de Unie’. ‘Dat zal zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen hebben voor de voedselzekerheid, de toevoer van hernieuwbare grondstoffen (voor houtbouw of de bio-economie) en van hernieuwbare energiebronnen, zoals lokaal beschikbare biomassa’, aldus de brief.

    Afkoop

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan. EU-landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski deed al een oproep tot meer GLB-financiering omdat de inflatie – die vorig jaar in de eurozone bijna 10 procent bereikte – de reële waarde ervan heeft uitgehold. Het GLB ‘bedraagt slechts 0,4 procent van het bruto binnenlands product van de EU om voedselzekerheid, milieuveiligheid en klimaatzekerheid te garanderen,’ stelt hij.

    De particuliere sector is het daarmee eens. FoodDrinkEurope, dat fabrikanten vertegenwoordigt, heeft Von der Leyen opgeroepen een deel van de miljarden aan subsidies voor de groene transitie naar landbouw over te hevelen. ‘De EU-strategie Boer tot Bord beschikt niet over voldoende middelen en is niet toegerust voor de huidige marktrealiteit en de toekomstige druk,’ aldus de organisatie. Verschillende regeringen hebben eenzelfde oproep gedaan en wijzen erop dat de gestegen rente de prijs van noodzakelijke investeringen heeft opgedreven.

    Terug naar Griekenland, waar Georgios Georgantas, de Griekse landbouwminister, zegt dat boeren zoals Kazanas steun nodig hebben om Europa te kunnen blijven voeden. Aangezien klimaatverandering al gevolgen heeft voor de opbrengsten, ‘moeten we de landbouw op het huidige niveau houden’, zegt hij, ‘of zelfs uitbreiden.’

    Om dat te bereiken heeft Athene een fonds van 525 miljoen euro in het leven geroepen om jongeren te stimuleren in de landbouw te stappen. ‘De groene transitie is noodzakelijk voor de EU, maar dit zet landbouwers onder druk,’ zegt Georgantas. ‘Andere sectoren krijgen steun – ook de boeren hebben daar behoefte aan.’

    Lees ook:

  • Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Het Brusselse stadsdeel Molenbeek wordt beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Maar de Molenbekenaars zijn niet allemaal aanslagplegers en willen het ook graag eens over iets anders hebben. Theatermaker Ben Hamidou geeft hun een stem.

    Othello hoeft niet te doden. Othello heeft de keuze. Hij is aan relatietherapie begonnen, samen met zijn geliefde Desdemona, om zijn jaloezie onder controle te krijgen. In lange discussies met vrienden en bekenden heeft hij geleerd om zijn rol in het stuk te bevragen: is hij, als zwarte man in een witte samenleving, voorbestemd om te doden? Hij kan nu zelfs van gender wisselen. En zo houdt hij Desdemona aan het einde weliswaar bevend van jaloezie en haat met beide handen bij haar keel vast, het lukt hem op het laatste moment toch om haar los te laten. Applaus, bravo’s, algemene ontroering in de theaterzaal. Ben Hamidou staat applaudiserend naast het podium, terzijde, en toch in het middelpunt. Hij straalt.

    In het kort

    • Theatermaker Ben Hamidou is opgegroeid in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject.

    • Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels.

    • De Marokkaanse gemeenschap wordt buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Ben Hamidou is zesenvijftig jaar, film- en tv-acteur, komediant, theatermaker, opgegroeid in Molenbeek. Hij heeft het stuk ingestudeerd met een stuk of twaalf jonge vrouwen en mannen uit de wijk. Het heet ‘À peu près Othello d’ à peu près Shakespeare’, ‘Ongeveer Othello, van ongeveer Shakespeare’, en is vooral gericht tegen racisme en femicide. Hamidous hele artistieke carrière is geworteld in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject. Door de pandemie hebben de repetities voor de uitvoering van Othello vertraging opgelopen; twee jaar lang hebben ze eraan gewerkt. Nu gunt hij het slotapplaus aan de jongelui. Iedereen op de volle tribune in het sociaal-cultureel centrum van Molenbeek – ouders, grootouders, broers en zusters, bekenden, mensen uit de wijk – is ontroerd en ook hij vindt het moeilijk om het droog te houden. Pas helemaal op het laatst komt Hamidou het toneel op en voegt zich bij Anass, Matteo, Lina, Jawad, Jeremy, Steve, Julie, Maya, Jihan en de anderen. Het is een jong, divers gezelschap waarvoor hier geapplaudisseerd wordt: zwart en wit en alle tinten daartussenin, typisch Molenbeek met zijn 100.000 inwoners en honderden nationaliteiten. Samen buigen ze voor het laatste open doekje, met achter hen het omgewoelde huwelijksbed van Othello en Desdemona, een liefdesnest, niet bevlekt door dodelijk geweld.

    Zo mooi kan het zijn in ‘Molem’, zoals ze hun wijk hier noemen. Maar ook heel anders.

    In België wordt Molenbeek gebruikt als een politiek begrip, het Brusselse stadsdeel wordt door velen beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Toen Marokko tijdens het WK voetbal won van België trokken jonge moslims de binnenstad in en schopten rellen. Er brandden auto’s, ruiten van politie- en brandweerauto’s gingen aan diggelen, straatmeubilair werd vernield. Zulke uitbarstingen van haat tegen de Belgische samenleving en van vernielzucht maakt Brussel keer op keer mee. En hoewel de woedende jongeren niets te maken hebben met islamistische terroristen, roepen ze toch herinneringen op aan Molenbeeks donkerste momenten.

    Broeinest van terreur

    Sinds een paar weken loopt het proces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Er kwamen toen 32 mensen om het leven. De aanslag werd gepleegd door dezelfde terreurcel die op 13 november 2015 in Parijs toesloeg. In de beklaagdenbank zitten mannen als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, opgegroeid in Molenbeek, tot het laatst toe geholpen door vrienden uit Molenbeek. De krantenkoppen over Molenbeek als broeinest van terreur gingen de wereld over. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen schuldgevoel en koppigheid. Hoe meer ze van Molem houden, hoe meer ze er ook onder lijden.

    Nee, zegt Ben Hamidou als hij ons uitnodigt een rondgang door Molenbeek te maken, hij gaat het niet over terrorisme hebben. Hij wil de mooie kanten van de wijk laten zien. Op het eerste gezicht wekt die de indruk een buurt in Rabat te zijn: mannen in theehuizen, gesluierde vrouwen op de markt, de koran in de etalages van boekhandels. Maar ook studenten bepalen het beeld; zij vinden hier betaalbare woonruimte. Toch verrijzen op de braakliggende industrieterreinen langs het kanaal al luxewoningen; de laatste tijd klinken er protesten tegen gentrificatie.

    Voor hem als kind was het je reinste paradijs, zegt Ben Hamidou, terwijl hij midden in de winkelstraat Chaussée de Gand, tussen supermarkt Tanger en bakkerij Hassan een keer om zijn as draait. Het is zijn podium.

    Hij kwam halverwege de jaren zestig met zijn familie naar hier. België wierf arbeidskrachten in Noord-Afrika. Zijn ouders zijn van Marokkaanse origine, maar woonden in Algerije. Ze spraken vloeiend Frans. Zulke mensen wilden ze graag hebben, vooral in Molenbeek, dat indertijd het centrum was van de industriële bloei in België. De wijk ligt langs het kanaal van Brussel. Vanuit het zuiden, uit Wallonië, werden via het kanaal kolen aangevoerd; richting Noordzee vonden de waren hun weg naar de wereld. Ben Hamidou loopt nu La Fonderie binnen. Deze voormalige gieterij is het symbool van Molenbeeks bloeitijd, en is inmiddels omgetoverd tot een industriemuseum. Hier vind je Sultan de leeuw, een pleisteren gietmodel voor de vervaardiging van een bronzen beeld – mogelijk het beroemdste exportproduct uit Molenbeek. 

    Berberleeuw

    Hij is gemaakt naar voorbeeld van een berberleeuw die aan het begin van de negentiende eeuw de bezoekers van de dierentuin in de Bronx fascineerde. Daar siert het bronzen beeld tot op heden de toegangspoort, samen met twintig andere dierenbeelden die in Molenbeek werden gegoten. Ook de jonge Lincoln begon als bronzen beeld in Molenbeek zijn reis naar de VS.  Zelfs de Belgische koning Leopold II ligt als model nog ergens in het bakstenen gebouw. Hij ging de geschiedenis in als schepper van het moderne België – en als een meedogenloze kolonialist, wiens honger naar rubber en ivoor volgens schattingen van historici 10 miljoen mensen het leven  heeft gekost.  

    Ben Hamidou was als kind al bekend in Molenbeek, als begeleider van zijn grootmoeder, een getatoeëerde Berbervrouw. Ze werd ‘Geronimo’ genoemd omdat ze eruitzag als een Apache-krijger. ‘Stel je voor,’ zegt Hamidou, ‘je bent tien jaar oud en loopt met Geronimo over het schoolplein.’ Wat kon hij anders worden dan een podiumbeest?

    Een paar jongemannen hebben met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam bezorgd

    Hamidou heeft een monument voor zijn grootmoeder opgericht in de vorm van het soloprogramma Sainte Fatima van Molem, dat hij voor het eerst opvoerde in 2010 in Molenbeek. Daarin schetst hij het beeld van een immigrantengemeenschap die met grote nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen toenadering zoekt tot de Belgische samenleving. Hamidou werd ervoor geprezen in Molenbeek.

    Ben Hamidou YouTube
    Film- en tv-acteur, komediant, theatermaker Ben Hamidou. – © YouTube

    In 2016, een paar maanden na de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hamidou in Molenbeek ineens geboycot. Met een collega bracht hij Les enfants de Dom Juan, de kinderen van Don Juan, op de planken. Hamidou, de voorbeeldige Belgische moslim, maakt zich vertrouwd met de ongelovige losbol Don Juan. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, een voorzichtige provocatie voor de moslimgemeente en hun waarden. Maar in Molenbeek werden affiches verscheurd en uitvoeringen afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Na de aanslagen betreurde Hamidou het ‘communitarisme’ in Molenbeek, de terugtrekking van de moslimgemeenschap in zichzelf en in haar religie. Molenbeek zou een ghetto zijn geworden. Hij noemde de situatie een ‘catastrofe’.

    Nee, zegt Ben Hamidou dus nog eens, geen woord over terrorisme, wat zou hij ook moeten zeggen, behalve dat een paar jongemannen met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam hebben bezorgd. De gemeenschap is nog steeds getraumatiseerd door de storm in de media, die toen op iedere straathoek een jihadist vermoedden. Nog steeds wordt iedereen die op straat een camera tevoorschijn haalt om een foto te maken wantrouwig bekeken. Hamidou wil in geen geval als kroongetuige tegen zijn wijk optreden. Hij wil zijn kunst laten spreken. Ooit, zegt hij, heeft hij getrouwde moslimvrouwen samen laten optreden in een stuk, dat was een heel bijzonder avontuur geweest, vooral voor hun echtgenoten.

    Horrorverhaal

    Maar natuurlijk is het onmogelijk om bij een rondgang door Molenbeek niet te praten over terrorisme. Op het Place communale, het plein voor het gemeentehuis, sta je midden in het horrorverhaal. ‘Daar,’ wijst Ben Hamidou, ‘is Salah Abdeslam opgegroeid.’

    Salahs broer Brahim blies zich op 13 november 2015 namens de Islamitische Staat op bij de aanslagen in Parijs. Salah besloot op het laatste moment anders. Hij vluchtte terug naar Brussel. In de Vierwindenstraat, slechts een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis, werd hij op 18 maart 2016 door de politie opgepakt in een kelder waar hij zich verstopte. Ben Hamidou herinnert zich die middag nog goed. Hij voerde in de buurt een stuk op met een theatergroep. Ze schrokken allemaal toen er schoten vielen.

    14119424629 1c9f5e3830 o kopie 2
    Molenbeek is meer dan alleen het proces over de aanslagen. – © Flickr

    Vier dagen later stierven er in Brussel 32 mensen bij zelfmoordaanslagen in het metrostation Maalbeek en op de luchthaven Zaventem. Salah Abdeslam had meegewerkt aan de voorbereiding daarvan. Daarom zit hij, terug uit Parijs, waar hij al tot levenslang werd veroordeeld, nu in Brussel in de beklaagdenbank. Naast hem zit zijn schoolvriend Mohamed Abrini, die opgroeide in de Graaf van Vlaanderenstraat, hier om de hoek. Hij zou zich op de luchthaven opblazen, maar maakte rechtsomkeert.

    Veel van hun strijdmakkers uit Molenbeek zitten in de gevangenis, velen zijn omgekomen. Bijvoorbeeld Abdelhamid Abaaoud, die als IS-strijder in Syrië gedode vijanden met een jeep door de woestijn sleepte. Op 13 november 2015 ging hij in Parijs met een kalasjnikov op mensenjacht en blies zich enkele dagen later op na een vuurgevecht met de politie. Zijn ouderlijk huis staat op vijf minuten lopen van het gemeenteplein, in de Darimonstraat.

    Het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden

    Het waren maar een paar mannen, het is meer dan zes jaar geleden, en velen vragen zich hier af: wat heeft dat nog met ons te maken? Natuurlijk willen veel mensen de gebeurtenissen verdringen en vergeten. Maar het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden.

    Een van de tweeëndertig slachtoffers van 22 maart 2016 in Brussel heette Loubna Lafquiri.  Zij was 34 jaar oud en woonde in Molenbeek. Haar echtgenoot Mohamed El Bachiri groeide op in Molenbeek en woont hier nog steeds. Als hem naar zijn identiteit gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik ben een product van Molenbeek.’

    Halfuur te laat

    El Bachiri, 42 jaar, heeft als ontmoetingsplek een café voorgesteld aan het kanaal dat het toeristische centrum van Brussel van Molenbeek scheidt. Hij komt een halfuur te laat. Een kaal voorhoofd, zorgvuldig getrimde baard, witte coltrui. Een uiterst vriendelijke man. Hij verontschuldigt zich: hij moest nog met een lerares spreken, zijn middelste zoon zorgt voor problemen op school. Hij heeft drie zonen, van zestien, veertien en acht jaar oud. Sinds 22 maart 2016 voedt hij ze alleen op. El Bachiri werkte toen als metrobestuurder. Die dag had hij vrij en was thuis. Zijn echtgenote Loubna Lafquiri, een gymlerares, was met de metro onderweg naar haar werk. Ze stond vlak naast de zelfmoordterrorist. Duizenden mensen kwamen naar de rouwplechtigheid, Loubna Lafquiri was bekend als een moderne moslima en pedagoge die jonge vrouwen wilde helpen een zelfstandig leven te leiden. 

    Mohamed El Bachiri heeft een boek geschreven over de tragedie van zijn leven: Jihad van liefde. Er werden ruim honderdduizend exemplaren van verkocht en het werd in 2019 onderscheiden met de Konstanzer Konzilspreis. Hij heeft zijn woede in liefde veranderd, zegt hij, en er is veel wat hij de verdachten uit het boek zou kunnen voorlezen. Vooral dat haat niet thuishoort in de religie. Hij zou als civiele partij als getuige kunnen optreden, maar dat durft hij niet. 

    Slachtoffers en hun nabestaanden spelen slechts bijrollen in het terreurproces

    Wat er tot dusver in het proces is gebeurd, ervaart hij als theater. De verdachten en hun advocaten hebben voor elkaar gekregen dat de rechtszaal werd verbouwd omdat ze niet in aparte cabines geplaatst wilden worden. Abdeslam en Abrini klagen over het isolement in de gevangenis, over vermeende onmenselijke behandeling bij het transport naar de rechtbank. Ze weigeren verklaringen af te leggen. Tot dusver spelen de slachtoffers en hun nabestaanden slechts bijrollen in het terreurproces.

    In een vitrine voor de balie waarachter de rechters zitten, liggen bewijsmiddelen. Een geweer, een pistool, spuiten die gebruikt werden voor het mengen van de springstof, spijkers en schroeven die door de springstof gemengd werden. De afgerukte handgreep van een bagagekar. Het gedeukte blik van een metrostel.

    Lang merkte men weinig van de verschrikking van de misdaden in deze rechtszaal, die eruitziet als een grote kantoorruimte. Dat veranderde pas toen de officieren van justitie de aanklachten voorlazen en de 32 overleden slachtoffers bij name noemden.

    Loubna Lafquiri, in stukken gereten in het metrostation Maalbeek. Zij was het enige moslimslachtoffer. Haar moeder zat in de rechtszaal toen haar naam werd genoemd.  Daarna heeft ze vier dagen lang gehuild, zegt Mohamed El Bachiri, haar schoonzoon.

    Dat wil hij zichzelf niet aandoen. Hij heeft zijn energie nodig voor zijn kinderen en zijn werk, dat vooral met Molenbeek te maken heeft. Hij houdt voordrachten op scholen en in kerken om te strijden tegen de haat die mensenlevens verwoest.

    Stigmatiseren

    Meteen na de aanslag wilde hij met de kinderen alleen maar weg uit Molenbeek, naar Marokko, het vaderland van zijn ouders. Toch is hij gebleven. ‘Het is mijn gemeenschap, waar ik van houd. Ze mogen niet iedereen stigmatiseren vanwege een paar criminelen,’ zegt hij. Niemand uit de familie van de daders heeft zich bij hem verontschuldigd. ‘Veel mensen schamen zich, ze verstoppen zich,’ zegt hij. ‘Op een andere manier dan ik zijn ook zij slachtoffers van deze daden.’ Maar een jongeman die van Molenbeek naar Syrië was afgereisd om voor IS te vechten, heeft zich wel verontschuldigd. Hij dacht dat hij voor het goede vocht, maar hij had zich vergist.

    Om te verklaren wat er in Molenbeek misgegaan is, vertelt Mohamed El Bachiri het verhaal van zijn jeugd. Dat gaat niet over een hoopvolle generatie migranten zoals die van Ben Hamidou, maar over de industriële neergang die leidde tot werkeloosheid, hopeloosheid en criminaliteit.

    Wie de postcode van het stadsdeel in zijn identiteitsbewijs heeft staan, had het altijd al moeilijk

    Toen hij begon uit te gaan met meisjes van buiten Molenbeek, stelde hij zich aan hun ouders altijd voor als een Siciliaan. Hij noemde zich Antonio en zei dat hij in het stadsdeel Jette woonde. Mohamed, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek: dat was niet te verkopen aan potentiële schoonouders. Het was ook onmogelijk om met zijn identiteitsbewijs buiten de grenzen van de wijk een disco binnen te komen. Zodra de portiers het postcodenummer 1080 zagen, zeiden ze dat het hun speet, maar dat de baas geen jongelui uit Molenbeek in zijn zaak wilde hebben. 1080, dat was toen al een code voor vechtersbazen en dieven. 

    YOUTUBEMohamed El Bachiri
    Mohamed El Bachiri werd in 2018 weggepest van de kieslijst voor de gemeenteraad. – © YouTube

    Als men dus nu de moslimgemeenschap in Molenbeek verwijt dat ze zichzelf geïsoleerd heeft, dan was dat een ‘opgedrongen communitarisme’, zegt Mohamed El Bachiri. Hij en zijn vrienden voelden zich buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Monsters

    Het is verre van hem om deze haat te accepteren als verklaring van en rechtvaardiging voor de weg naar de militante islam en het terrorisme. Hij noemt de mensen die zijn vrouw hebben gedood monsters. Maar hij ziet deze haat van het merkteken 1080 nu ook weer bij de jongeren die de straat op gaan om te rellen als Marokko van België wint. Er zijn nu meer maatschappelijk werkers in Molenbeek, de staat houdt de moskeeën strenger in de gaten, maar de jeugdwerkloosheid ligt nog altijd op 30 procent. ‘De jongeren voelen zich niet Belgisch,’ zegt Mohamed El Bachiri, ‘ze voelen zich hier niet thuis. Als dit probleem niet wordt opgelost, riskeert men steeds weer nieuwe drama’s.’

    En ja, ook hij was vurig voor Marokko tijdens de WK-wedstrijd tegen België, zegt hij. ‘Het Marokkaanse deel van mijn identiteit wordt normaal gesproken niet gewaardeerd.’ 

    Mohamed El Bachiri zou bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de kieslijst staan van de liberale burgemeesterskandidaat, maar hij werd weggepest door het establishment van de partij, zegt hij.

    Er zijn schattingen volgens welke ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels heeft, maar nog nooit heeft iemand van hen het in de gemeente voor het zeggen gehad. De vrouwelijke burgemeester is de socialiste Catherine Moureaux. Zij heeft het ambt overgenomen van haar vader Philippe, die door velen nu nog verantwoordelijk gehouden wordt voor het drama in Molenbeek. Hij zou te weinig nadruk gelegd hebben op het belang van integratie, waardoor de islamgemeenschap zichzelf isoleerde onder het mom van multiculturaliteit. ‘Als ik door Molenbeek rijd, heb ik niet het gevoel in België te zijn,’ zei een Vlaamse socialist onlangs.

    Ik zit nog heel lang met Mohamed El Bachiri te praten. Hij heeft een bijna kinderlijk plezier in discussiëren en filosoferen. Na de voordelen van de klassiek-Griekse politiek en de dwaalwegen van het salafisme komen we ten slotte nog te spreken over de Franse laïcité. Een gevaarlijk dogma, vindt hij, dat moslims wil dwingen tot assimilatie. De spotprent van de profeet met een bom op zijn hoofd in het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was volgens hem ‘aanzetten tot haat’, wat natuurlijk geen rechtvaardiging van het geweld is. Twee van de door de jihadisten gedode tekenaars, Charb en Cabu, waren in zijn jeugd zijn helden. ‘Ook zij,’ zegt hij, ‘zijn voor niets gestorven.’

    Dan neemt Mohamed El Bachiri afscheid. Hij gaat via de brug over het kanaal terug naar Molenbeek, zijn thuis, naar zijn drie zonen, uit wier leven hij de haat wil weren. De jongste, heeft hij verteld, houdt van toneel-spelen. Misschien zal hij ooit bij Ben Hamidou terechtkomen, op het podium van het sociaal-cultureel centrum in Molenbeek, met zijn moeder in zijn hart en de rest van de familie in het publiek. Op die magische plek, waar zelfs Othello een keus heeft.

  • Europese Commissie daagt Polen voor Europees Hof van Justitie

    Europese Commissie daagt Polen voor Europees Hof van Justitie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Panama: minstens 38 migranten omgekomen bij busongeluk

    » Nikki Haley wordt de eerste Republikeinse rivaal van Trump

    Het land zou de grondwet voorrang geven boven het EU-recht

    De Europese Commissie heeft gisteren aangekondigd Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens twee omstreden vonnissen van het Poolse Constitutioneel Hof. In de uitspraken van die rechtbank wordt de Poolse grondwet boven het EU-recht gesteld. Deze stap betekent een verdere escalatie van het langdurige conflict tussen Brussel en Warschau over het Poolse rechtssysteem, aldus Politico.

    ‘Het Constitutioneel Hof heeft met deze uitspraken de algemene beginselen van autonomie, primaat, doelmatigheid en uniforme toepassing van het Europees recht en de bindende kracht van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie geschonden,’ aldus de Europese Commissie in een verklaring.

    Volgens de Commissie voldoet het Constitutioneel Hof niet langer aan de eisen van een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank

    Het uitvoerend orgaan van de EU zei dat het de kwestie had proberen op te lossen in een gesprek met Polen vorig jaar, maar Warschau ging niet in op de bezwaren. ‘Daarom heeft de Commissie vandaag besloten Polen voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen’, luidt de verklaring.

    De Commissie trok tevens de status van het Poolse hof in twijfel, aangezien verschillende rechters daarvan in strijd met de Poolse grondwet zijn benoemd. ‘De Commissie is ook van mening dat het Constitutioneel Hof niet langer voldoet aan de eisen van een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank die eerder in de wet zijn vastgelegd,’ aldus de Commissie.

    Lees ook:

  • Zelensky mogelijk deze week op bezoek in Brussel

    Zelensky mogelijk deze week op bezoek in Brussel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië verzet zich tegen Ierse waarschuwingen op wijn

    » Meer dan 4300 doden bij aardbeving in Turkije en Syrië

    Mogelijk zijn tweede buitenlandse bezoek sinds de invasie

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky overweegt deze week een reis naar Brussel te maken. Zijn bezoek zou slechts enkele dagen komen nadat hij een groep hooggeplaatste EU-leiders in Kyiv heeft ontvangen. Volgens verschillende mensen die op de hoogte zijn van de besprekingen, worden voorlopige voorbereidingen getroffen om de Oekraïense president donderdag te ontvangen, meldt Politico. Zelensky zal het Europees Parlement toespreken en tijdens een geplande top van de Europese Raad en een lunch met EU-leiders hebben.

    Als de reis doorgang zal vinden, wordt het Zelensky’s tweede buitenlandse reis sinds de Russische inval in Oekraïne in februari. In december reisde hij naar de Amerikaanse hoofdstad Washington om te pleiten voor meer financiële en militaire hulp van de Verenigde Staten.

    Zelensky naar Brussel krijgen zou qua veiligheid een enorme uitdaging zijn

    De voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, pleitte voor een bezoek van Zelensky aan Brussel tijdens zijn reis naar Kyiv op 19 januari, volgens een hooggeplaatste bron binnen de EU. Oekraïense functionarissen zegden toen geen bezoek toe. Michel en de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, hebben het idee vervolgens opnieuw besproken met Zelensky en Oekraïense ambtenaren tijdens hun bezoek aan Kyiv vorige week.

    Zelensky leek tijdens een persconferentie vrijdag in Kyiv de mogelijkheid te bagatelliseren. In gezelschap van de twee EU-leiders zei hij dat er een ‘zeer aanzienlijk risico’ verbonden is aan een bezoek aan Brussel. Zelensky naar Brussel krijgen zou qua veiligheid een enorme uitdaging zijn.

    Een woordvoerder van de Europese Raad en een woordvoerder van de Europese Commissie weigerden het mogelijke bezoek te bevestigen. Wel merkten ze op dat er een open uitnodiging bestaat voor Zelensky om Brussel te bezoeken.

    Lees ook:

  • Onderzoek naar corruptie in Europees Parlement

    Onderzoek naar corruptie in Europees Parlement

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mediamagnaat Jimmy Lai krijgt bijna zes jaar

    » Winnaars Nobelprijs krijgen prijs uitgereikt

    Een vicevoorzitter van het parlement is gearresteerd

    Brussel is in de ban van een grootschalig anticorruptieonderzoek rond het Europees Parlement. Vrijdag bracht het Belgische Knack.be als eerste het nieuws naar buiten dat er bij zestien medewerkers van het Europees Parlement huiszoekingen waren gedaan, waaronder bij Eva Kaili, een van de vicevoorzitters van het parlement. Zij werd later ook daadwerkelijk gearresteerd.

    De corruptiezaak draait om omkoping door een “Golfstaat”, waarbij het volgens verschillende media om Qatar gaat. Dit land zou met grote geldbedragen en geschenken hebben geprobeerd invloed te kopen in het parlement. Zo zou bij Kaili thuis voor 600.000 euro aan contant geld in plastic zakken zijn gevonden. Zij is geroyeerd en geschorst als vicevoorzitter.

    Marokko wordt echter ook genoemd als land dat heeft geprobeerd invloed te kopen. Kopstuk in dit schandaal is de voormalige Europarlementariër Pier Antonio Panzeri, die net als zijn vrouw en dochter is aangehouden. Zij zouden geschenken en geld hebben ontvangen en er zou zelfs een villa voor hen gebouwd worden, in ruil voor beïnvloeding van besluiten binnen het parlement.

    Lees ook:

  • Rusland verbreekt de banden met de NAVO

    Rusland verbreekt de banden met de NAVO

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Google Maps gaat reisadvies geven op basis van CO2-uitstoot

    » Regering-Biden vraagt hoogste rechters om abortuswet in Texas te blokkeren

    Volgende stap in ‘koude oorlog‘ tussen Rusland en de NAVO

    De regering van Vladimir Poetin heeft maandag aangekondigd dat zij haar diplomatieke vertegenwoordiging bij de NAVO in Brussel voor onbepaalde tijd zal opschorten, evenals de NAVO-missie die wordt gehost door de Belgische ambassade in Moskou. Het besluit is genomen nadat de westerse militaire alliantie begin oktober acht Russische gezanten van spionage had beschuldigd en hun accreditatie had ingetrokken.

    ‘Deze opeenvolging van incidenten spreekt boekdelen over de “koude oorlog” die Rusland en de NAVO nu voeren‘

    Al enkele jaren nemen de spanningen tussen Rusland en het Westen toe: sancties, uitzettingen van diplomaten, beschuldigingen van verkiezingsbeïnvloeding, spionage en cyberaanvallen. ‘Deze opeenvolging van incidenten spreekt boekdelen over de “koude oorlog” die Rusland en de NAVO nu voeren‘, merkt La Libre Belgique op. De twee mogendheden waren niettemin ‘nader tot elkaar gekomen in de nasleep van de val van de Berlijnse Muur, in de strijd tegen het terrorisme, in Afghanistan en in het voormalige Joegoslavië’, brengt de Belgische krant in herinnering.

    Lees ook:

  • May, kijk eens naar 
het Noorse model

    May, kijk eens naar 
het Noorse model

    In Downing Street wordt steeds vaker gekeken naar het Noorse model, nu het er (vooralsnog) naar uitziet dat premier Theresa May haar deal niet door het Lagerhuis zal krijgen.

    Ruim twintig jaar geleden werd Noorwegen verscheurd door een referendum dat de 
uitslag van de brexit weerspiegelt: 52 procent van de kiezers wees het lidmaatschap van de Europese Unie af. Bedrijven, politieke partijen en zelfs hele gezinnen werden in twee kampen verdeeld: 
een dat vond dat overheersing door Brussel een 
gruwel was en een dat graag deel uitmaakte van het succesverhaal van het naoorlogse West-Europa.

    ‘We besloten tot een nationaal compromis dat beide kampen als plan B hadden,’ zegt Espen Barth Eide, parlementslid van de Noorse arbeiderspartij en 
voormalig minister van Buitenlandse Zaken. 
‘Destijds zei iedereen in het [pro-Europese] ja-kamp dat het beter was dan niets, terwijl het nee-kamp zei dat het beter was dan een volledig EU-lidmaatschap.’

    Dat compromis hield in dat Noorwegen buiten de 
EU bleef, maar wel deel zou blijven uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER), een club rijke landen die toegang hebben tot de markt van de EU. De prijs: ze moeten voldoen aan de meeste EU-regels, waaronder vrij verkeer van personen en goederen. Noorwegen draagt bovendien een forse 670 miljoen euro bij aan de Europese begroting. Als Groot-
Brittannië het voorbeeld van Noorwegen zou volgen, zou het de EU naar rato een bedrag van 2,7 miljard euro betalen.

    Industrieën die van nationaal belang zijn voor 
Noorwegen, zoals landbouw en visserij, vallen niet onder de regeling. En omdat het land geen deel 
uitmaakt van de douane-unie, kan het vrijhandelsovereenkomsten met landen buiten Europa sluiten. Het betekent wel dat er wordt gecontroleerd aan de grens met EU-lidstaat Zweden, met ingewikkelde regels voor de herkomst van personen en producten. Zoiets zou onverenigbaar zijn met de Britse wens 
in de Brexit-onderhandelingen om een harde grens met Ierland te voorkomen.

    Lobbyisten en ‘wetsuitvoerders’

    Juridische kwesties worden afgehandeld door het 
hof van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), dat in de meeste gevallen EU-jurisprudentie volgt, maar onafhankelijk opereert van het Europese Hof van
 Justitie. Dat ‘EER/EVA-tweezuilenmodel’, in het 
Verenigd Koninkrijk bekend als het ‘Noorse model’, 
is in Londen steeds vaker onderwerp van discussie, nu Labour en het Hogerhuis er bij de regering op aandringen een oplossing voor de brexit te vinden die de impasse met Brussel doorbreekt.

    Critici zeggen dat het EER/EVA-lidmaatschap de kernleden – Noorwegen, Liechtenstein en IJsland – louter tot lobbyisten en ‘wetsuitvoerders’ reduceert, die hun tijd verdoen 
in de schaduw van de macht in plaats van zelf aan tafel te zitten. Maar Eide zegt dat de regeling Noorwegen sinds het referendum van 1994 tot een 
eenheid heeft gesmeed en het land 
tot een Scandinavisch succesverhaal heeft gemaakt. ‘Ik zou het zo weer 
verdedigen en verwacht dat we het zo zullen blijven doen.’

    ‘Als Groot-Brittannië een betere deal krijgt, dan willen wij die ook’

    Buiten Oslo neemt de onvrede over 
het EER-model echter toe. Een reeks controversiële EU-wetten op het gebied van bankieren, de bescherming van data en energie heeft geleid tot een roep om de banden met het EER-blok door te snijden. Helle Hagenau, een belangrijk lid van de 23.000 man sterke pressiegroep ‘Nee tegen de EU’ slaat haar ogen ten hemel als ze de uitspraak krijgt voorgelegd dat de EER 
de Noorse soevereiniteit intact laat. ‘Flauwekul. Onze soevereiniteit wordt bijna elke dag ondermijnd. We zijn 
in de val gelopen,’ zegt de geharde euroscepticus, die in 1994 het anti-
EU-kamp aanvoerde.

    Hoewel er zorgen bestonden dat migratie naar de EU de lonen en de werkomstandigheden zou aantasten, benadrukt Hagenau dat soevereiniteit voor de meeste Noren een veel belangrijker punt was. ‘De EER is totaal ondemocratisch,’ zegt ze. ‘Je mag niet één wet voorstellen, alleen maar ja of nee zeggen. Er wordt telkens gezegd dat het belangrijk is om aan tafel te zitten. Nou, wij staan op de gang. We houden de Brexit-onderhandelingen nauwlettend in de gaten, want als Groot-Brittannië een betere deal krijgt, dan willen wij die ook.’

    De Noorse bedrijven, die meer dan 80 procent van hun goederen naar de interne markt van de EU exporteren, kijken er heel anders tegenaan. Wat 
Tore Myhre betreft, hoofd internationale betrekkingen van de NHO, Noorwegens grootste handelsorganisatie, is minder soevereiniteit een prima prijs voor een bloeiende economie die zich mag verheugen 
in hoge lonen, een hoge levensstandaard en lage werkloosheid.

    ‘De EER-regeling is een enorm succes en van groot belang voor Noorse bedrijven,’ aldus Myhre. Volgens hem is er, anders dan bij de brexit-aanhangers, weinig animo voor vrijhandelsovereenkomsten buiten Europa, want de EU-standaard los-laten zou Noorwegens substantieel grotere aandeel in de EU-markt op het spel zetten. ‘Wij willen die hoge EU-standaard en gaan daar niet aan tornen met andere vrijhandelsovereenkomsten. Daarom zullen we nooit zo’n overeenkomst met de VS sluiten.’

    De Noorse premier Erna Solberg (l) zit naast 
de Britse premier Theresa May in de Noorse parlementszaal in Oslo, waar May eind oktober was uitgenodigd voor een congres ter bevordering van de samenwerking tussen 
de noorderlanden en hun buren. – © H
    De Noorse premier Erna Solberg (l) zit naast 
de Britse premier Theresa May in de Noorse parlementszaal in Oslo, waar May eind oktober was uitgenodigd voor een congres ter bevordering van de samenwerking tussen 
de noorderlanden en hun buren. – © H

    Myhre verwerpt de bewering van Nee tegen de EU 
dat de EER Noorwegen tot een vazalstaat heeft gedegradeerd. ‘Het is juist goed dat de EER Noorwegen 
het recht geeft zich al vroeg met het werk van de Europese Commissie te bemoeien. Daardoor hebben we invloed op de wetgeving en kunnen we belangrijke kwesties aan de Commissie voorleggen.’ Eide heeft als voormalig minister van Buitenlandse Zaken veel ervaring in het kruisen van de degens met de eurocraten en is het daarmee eens. ‘Tot op zekere hoogte voeren we onze eigen strijd,’ zegt hij. ‘Als het om citrusfruit gaat, kan de EU doen wat ze wil, want dat raakt ons niet. Maar gaat het om gas, dan willen we meepraten. Dan moeten we snel en slim opereren en aan het begin van de onderhandelingen beter beslagen ten ijs komen dan de andere partij.’

    EER-leden hebben het recht elke EU-richtlijn die ze niet bevalt af te wijzen, maar Noorwegen heeft dat nooit gedaan. Het zou anders het risico lopen de toegang tot de EU-markt te verliezen. Zou het Verenigd Koninkrijk lid worden van de EER en ruzie krijgen over bijvoorbeeld een bankenrichtlijn, dan zou 
afwijzing daarvan betekenen dat het land belangrijke voordelen zou verspelen, zoals het recht om diensten en producten in de EU te verkopen. In 2011 weigerde Noorwegen bijna een Europese richtlijn voor de 
postdienst, maar een nieuwe regering kwam op het standpunt terug.

    Het betekent allemaal dat onbekend is wat de 
gevolgen zijn van verzet tegen EU-wetgeving, en 
dat maakt de Noorse overheid argwanend over toetreding van Groot-Brittannië tot de EER. ‘De vraag is of je een olifant als Boris Johnson in de porseleinkast van de EER wilt,’ zegt Nick Sitter, hoogleraar aan de Norwegian Business School. ‘Het zou de katalysator voor een crisis kunnen zijn.’

    De verschillen tussen Groot-Brittannië en Noorwegen gaan verder dan hun houding tegenover Europese integratie. Migratie vanuit de EU naar Noorwegen is hoog, vooral vanuit Oost-Europa. In 2017 woonden 
er 97.000 Polen en 37.000 Litouwers in het land. Maar anders dan het Verenigd Koninkrijk is Noor-wegen er niet op gebrand de migratie terug te 
dringen. Als gevolg van het lage geboortecijfer van het land zijn er talloze banen te vervullen, vooral in de dienstensector.

    ‘Er bestaat geen echte antipathie tegen Polen en Litouwers,’ zegt Eide. ‘De Noren verzetten zich tegen de invloed die ze op de arbeidsmarkt uitoefenen, 
niet tegen hun aanwezigheid zelf.’ De overheid 
probeert illegale werknemers uit te bannen met een ID-kaartensysteem voor risicovolle sectoren, zoals 
de bouw.

    Vrij verkeer

    Intussen stelt een hoog minimumloon in bepaalde sectoren, zoals 197 Noorse kronen (ruim 16 euro) voor bouwvakkers, vakbonden gerust die zich zorgen maakten over goedkope arbeid. Sommige gastarbeiders in Noorwegen sturen hun toeslagen naar Oost-Europa, maar de overheid maakt zich daar niet druk om, omdat het gaat om een relatief laag bedrag.

    In theorie kan Noorwegen gebruikmaken van een vrij onbekende juridische bepaling in het EER-verdrag die het vrije verkeer van werknemers beperkt, iets wat de warme belangstelling heeft van de vele voorstanders van een ‘zachte Brexit’.

    Maar Ulf Sverdrup, directeur van het NUPI (Norwegian Institute of International Affairs), betwijfelt of Noorwegen dan wel Groot-Brittannië zich erop zal kunnen beroepen. ‘Die clausule is voor uitzonderlijke omstandigheden en er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt,’ zegt hij. Alleen Lichtenstein heeft een keer een beroep gedaan op deze zogeheten noodremclausule, met als argument dat de 37.000 inwoners de massale immigratie niet aankonden. Volgens Sverdrup heeft Noorwegen helemaal niet de behoefte om een einde te maken aan het vrije personenverkeer, zelfs al zou dat mogen.

    ‘Migratie is hier iets 
positiefs. Buitenlandse werknemers kwamen toen de economie de pan 
uitrees en hebben de kansen voor bedrijven vergroot, terwijl de overheid toezicht houdt op de arbeidsmarkt en optreedt tegen sociale dumping.’ Eide wijst erop dat EER-leden binnen het EU-beleid van vrij verkeer zelf invloed op de arbeidsmarkt kunnen uitoefenen zolang ze zich aan de regels houden. ‘Er is best ruimte,’ zegt hij. 
‘Je kunt de wetgeving letterlijk nemen, zeggen dat het gaat om vrij verkeer 
van arbeid en niet van personen, en iemand uitzetten als hij niet binnen drie maanden een baan heeft gevonden en zichzelf financieel niet kan bedruipen.’

    Bijna een kwart eeuw nadat Noorwegen ervoor koos om zich bij de EER aan te sluiten, zou een krappe meerderheid in het land volgens recente peilingen vóór het behoud van de EER-regeling stemmen, mocht daar morgen een referendum over worden gehouden. Dat cijfer lijkt te wijzen op een duurzaam draagvlak. Maar Nee tegen de 
EU gelooft dat wanneer de Brexitonderhandelingen Groot-Brittannië een betere deal zouden opleveren, een Noorse meerderheid voor uittreding uit de EER zou zijn, iets wat Brexit-onderhandelaar Michel Barnier en 
zijn team in Brussel niet is ontgaan.

    ‘De politieke elite wil niets liever 
dan dat we tot de EU toetreden,’ zegt Morten Harper, onderzoeksleider van Nee tegen de EU. ‘Er is een gebrek aan democratie. Tot nu toe heeft de EU 11.000 wetsartikelen aangenomen, maar er zitten er elk jaar een paar 
tussen die we niet zouden hebben gekozen als we het zelf voor het zeggen hadden.’ En met een waarschuwing aan het adres van Groot-Brittannië vergelijkt hij het Noorse model met een kaasschaaf, die de nationale 
wetgeving plakje voor plakje uitholt. ‘Eén plakje is zo erg nog niet. Maar als je alles wegsnijdt, kun je net zo goed 
in de EU blijven.’

    The Daily Telegraph
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 840.000

    Anti-Europees tot op het bot, 
strijdlustig en imagobewust, 
kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.