Tag: Brussel

  • Op Malta is het 
business as usual

    Op Malta is het 
business as usual

    Een halfjaar na de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia zijn de opdrachtgevers nog altijd niet gepakt. Niet verwonderlijk, vindt men op het eiland: het kan bijna iedereen geweest zijn.

    Op een zaterdagavond in januari trekken naar schatting 110.000 mensen – meer dan een kwart van de bevolking – naar Valletta, de kleine parel van een hoofdstad, om te vieren dat de stad zichzelf een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa 2018 mag noemen. ‘De nationale trots bereikt een historisch hoogtepunt,’ aldus premier Joseph Muscat.

    Het doet er niet toe dat de stad deze eer moet delen met Leeuwarden, een provinciestad in Nederland. Het doet er niet toe dat landen bij toerbeurt aan bod komen. Het doet er niet toe dat veel van het culturele aanbod die avond gerecycled is. Het doet er niet toe dat de trots verdampte toen mensen soms wel drie uur moesten wachten op de bus naar huis. En het doet er niet toe dat het amper drie maanden geleden was dat het eiland werd opgeschrikt door de ernstigste vorm van reputatieschade ooit: de spectaculaire moord, met een autobom, op de prominentste journaliste van het eiland, Daphne Caruana Galizia.

    Cliëntelisme

    Dat paste niet in het plaatje van Muscat. Malta beleeft bijzondere tijden. Het is het kleinste land in de EU, zowel qua bevolking als qua grondgebied (kleiner dan de provincie Utrecht). Het is ook (veruit) de dichtstbevolkte lidstaat en de bevolking groeit nog steeds. Het eiland verandert bovendien het snelst binnen de EU.

    In 1964 werd Malta onafhankelijk van Groot-Brittannië. De charmes van het eiland waren, uh, niet echt verfijnd te noemen: de hotels waren excentriek, de stranden vuil, de Katholieke Kerk deelde de lakens nog uit, de keuken was beïnvloed door de Royal Navy. Maar het klimaat was betrouwbaar; de mensen innemend, vindingrijk en veerkrachtig, zoals ze hadden bewezen in de oorlog. En zoals de plaatselijke uitdrukking luidt: il-maltin jafu idawru lira – Maltezers kunnen geld verdienen.

    De Maltese politiek is fascinerend: altijd rauw, soms gewelddadig. De Arbeiderspartij en de christendemocratenachtige Nationalisten konden rekenen op een soort stammentrouw: meer Feyenoord-Ajax dan links tegen rechts. En vriendendiensten horen er op zo’n klein eiland bij, vooral omdat de meeste banen overheidsbanen zijn. Dat werd nog versterkt door de enkelvoudige overdraagbare stem (‘single transferable vote’), die de concurrentie tussen de kandidaten van dezelfde partij bevordert. Je wordt verkozen als je iedereen kent. ‘Er is altijd cliëntelisme geweest. Arme mensen die druk uitoefenen op politici om een baan te krijgen of een promotie,’ aldus Henry Frendo, professor moderne geschiedenis aan de universiteit van Malta.

    ‘Het is een ongelukkig systeem voor ons,’ zegt Arnold Cassola, oprichter van de Groene Partij op Malta, die niet zozeer in de verdrukking is geraakt als wel is verstikt. ‘En voor het land, zou ik zeggen. Politici kunnen baantjes vergeven. Ze kunnen het voetbalteam sponsoren, een klarinet doneren aan de plaatselijke muziekband of geld geven voor het dorpsfeest.’

    Maar als een kandidaat wint, is hij de baas (‘the winner takes it all’). De premier benoemt iedereen, van de opperrechter, de politiecommissaris tot de schouwburgdirecteur. Loyaliteit is essentieel, competentie optioneel. ‘Het enige verschil met de middeleeuwen is dat we de vrouwen van de tegenpartij niet meer verkrachten,’ zegt Cassola.

    Joseph Muscat werd partijleider van de Arbeiderspartij in 2008, toen hij 34 was. ‘Hij was erg modern, erg capabel, erg charismatisch,’ volgens Christian Peregin, redacteur van website Lovin Malta. Hij was voor de scheiding, homorechten, een minder strenge censuur, allemaal gebieden waar de paus vroeger de dienst uitmaakte. Uiteindelijk omarmde Muscat ook de EU waartoe Malta in 2004 was toegetreden ondanks nukkige bezwaren van de Arbeiderspartij, die toen in de oppositie zat. Het land profiteerde, maar de Nationalisten niet: in 2013 behaalde Muscat een grote overwinning. ‘De vorige regering was vermoeid en werd beschouwd als corrupt,’ zei Peregin. ‘Muscat had energie. En hij gaf die energie door aan zijn regering.’

    “De regering is niet pro-business. Zij ís business”

    Net als zijn Britse evenknie, Tony Blair, moest Muscat afrekenen met de angst dat de Arbeiderspartij het kapitaal zou afschrikken. Maar in tegenstelling tot Blair benoemde hij een zakenman als stafchef: Keith Schembri. ‘Dat is een van de redenen dat deze regering presteert,’ aldus Victor Vella, redacteur van de krant It-Torca, die eigendom is van de vakbond. ‘Er zitten mensen in die dingen voor elkaar kunnen krijgen.’ Dat verklaart nog niet waarom Schembri, die multimiljonair is, dat werk zou willen doen. ‘De regering is niet pro-business,’ zegt priester Joe Borg, ‘zij ís business.’

    En de goede tijden hielden maar aan. Het toerisme groeide, omdat Malta een streepje voor had op de ‘gevaren’ van de Noord-Afrikaanse kusten. Onlinegokbedrijven bleven toestromen, tientallen. En dan die alleszeggende term ‘financiële diensten’. In de omvlaggingsbusiness – waarin voorschriften worden ontdoken door rederijen die hun koopvaardijschepen in het buitenland registreren – staat Malta op de zesde plaats, met bijna 90 miljoen registerton, vlak achter de wereldleiders Panama en Liberia. Het eiland ligt niet offshore in overdrachtelijke zin. Het maakt deel uit van de EU, dus is alles, ook de lage vennootschapsbelasting, transparant en legaal. Schijnbaar.

    Toch brengen de tweetalige plaatselijke kranten elke dag sappige verhalen over corruptie die verder gaan dan voetbalclubs of klarinetten. Maar wat er ook aan het licht wordt gebracht, de Maltezers lijken er hun schouders over op te halen. Behalve dan over het feit dat Malta’s meest vasthoudende journaliste is vermoord.


    De buitenlandse pers heeft Daphne Caruana Galizia onmiddellijk heilig verklaard, wat begrijpelijk was. In Malta waren zelfs haar aanhangers genuanceerder. De laatste tijd hield Daphne (altijd gewoon Daphne) haar eigen onmisbare blog bij, Running Commentary. Dit was erg jammer, want ze zou enorm veel baat gehad hebben bij een goede redacteur. Haar laatste bijdrage staat nog steeds op de site. Hij geeft blijk van een ijzingwekkende scherpzinnigheid: ‘Overal waar je kijkt zitten schurken. De situatie is hopeloos.’ Maar de kop luidt: ‘Die schurk Schembri was vandaag in de rechtbank te beweren dat hij geen schurk was.’ Wat een indruk geeft van haar ongebreideldheid.

    Er zijn drie mannen gearresteerd op verdenking van de moord op Daphne, met overtuigende bewijzen. Maar iedereen weet dat het huurmoordenaars waren. Door wie ze betaald werden is niet duidelijk, voor een deel omdat het iedereen geweest had kunnen zijn.

    Wat we wel weten is dat zowel Schembri als Konrad Mizzi, de meest invloedrijke minister van Muscat, enkele dagen na de verkiezingsoverwinning van de Arbeiderspartij in 2013 Panamese bedrijven hebben opgericht. Een derde account kon, volgens Daphne, in verband worden gebracht met Muscats echtgenote. Afgelopen zomer besloot een furieuze Muscat dat de bevolking maar moest stemmen over zijn eerlijkheid en schreef hij vervroegde verkiezingen uit. Hij won en zijn meerderheid was vrijwel ongewijzigd. En hij zou morgen weer winnen: Daphne was niet de enige die vond dat de nieuwe oppositieleider waardeloos is – die de staat bovendien nog duizenden euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.

    Streng tegen het VK

    Incompetentie, of erger, is nog steeds wijdverbreid in het politieapparaat. En God is ook niet meer almachtig. De Maltese kerk ontsnapte ternauwernood aan schandalen over seksueel misbruik, maar nog maar de helft van de mensen woont de mis bij, en niet zoals vroeger bijna iedereen.

    Begin 2017, toen Muscat afstevende op zijn herverkiezing, maakte hij goede sier met het EU-voorzitterschap dat Malta toen bij toerbeurt bekleedde – net zoals Valletta nu Culturele Hoofdstad van Europa is. In die hoedanigheid was hij bijzonder streng tegen het VK. Daarbij dringen twee gedachten zich op. De eerste was dat hij geen keus had: een voormalige Britse kolonie kon zich amper toegeeflijk tonen als het om de Brexit ging. De andere was dat hij een reden had om kwaad te zijn. Malta’s succes is gebaseerd op het gebruik van differentiële belastingen om bedrijven aan te trekken. Dat zou in het gedrang komen door de lang gekoesterde Frans-Duitse droom van belastingharmonisering. Wie was de grootste tegenstander van dat idee? Juist, het VK, dat er straks niet meer zal zijn om bezwaren te uiten.

    En er zijn andere dreigingen. Een delegatie van het Europees Parlement was gechoqueerd door de manier waarop Malta de moord op Daphne behandelt. De agressieve verkoop van paspoorten uit de Schengenzone aan mensen met een dubieus inkomen wekt ook onrust in Brussel en Straatsburg. En er is een groeiend gevoel dat Malta de kluit belazert. In het VK kennen ze maar één artikel van het Verdrag van Lissabon, en dat is artikel 50. Elders worden steeds meer mensen zich bewust van een andere verdragsbepaling, namelijk artikel 7, op grond waarvan de rechten van het EU-lidmaatschap kunnen worden opgeschort. Polen en Hongarije zijn vanzelfsprekend doelwit, maar Malta wordt ook zenuwachtig. En het heeft daartoe alle reden. Als je de veerboot neemt van Sliema naar Valletta zie je de basiliek boven de borstwering uittorenen, een van Europa’s prachtige panorama’s. Maar als je terugkeert naar het nieuwe Sliema zie je een goedkope versie van Dubai of Singapore dat gebouwd wordt op een krakkemikkige fundering. De trots van Muscat kan voor een diepe val komen.

    Auteur: Matthew Engel
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Inwoners van Malta demonstreren tegen de moord op journalist Daphne Caruana Galizia in oktober 2017. – © Getty Images

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 34.000

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • 4. Context: Hoe kan het beter?

    4. Context: Hoe kan het beter?

    Suggesties voor een ander sociaal netwerk, en meer.

    Belastingen: Brussel komt in actie

    Op 21 maart presenteerde de Europese Commissie een plan om de internetreuzen zwaarder te gaan belasten. Een dergelijke belasting zou de Europese Unie bij een tarief van 3 procent jaarlijks 5 miljard euro kunnen opleveren, zo bericht de Financial Times.

    Brussel probeert door deze maatregelen de grote internetbedrijven, die van belastingontduiking worden beschuldigd en inderdaad weinig aan de fiscus in Europa afdragen, alsnog te laten dokken. Het plan maakt deel uit van een 
veel breder initiatief, geleid door de OESO, om de belastingwetgeving te hervormen in een sector waarvan de activiteiten nu veelal nog tussen de mazen van het net van nationale belastingwetgevingen door glippen.

    De Commissie wil met name ‘de regels met betrekking tot het belasten van ondernemingen zodanig aanpassen dat de winsten worden geregistreerd en belast daar waar 
de ondernemingen een belangrijke interactie hebben met de gebruikers’.

    Voorlopige belasting

    De Europese Commissie is overigens van plan een voorlopige belasting te gaan opleggen voor activiteiten op het internet die vandaag de dag nog onbelast zijn. Dat betreft dan de opbrengsten uit reclame, 
de kosten die door gebruikers voor diensten worden betaald zoals bij Apple en Spotify het geval is, en 
ook het geld dat de verkoop van persoonsgegevens aan derden oplevert. De belasting zou alleen gelden voor ondernemingen met een bruto jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro wereldwijd, en 50 miljoen euro binnen de EU.

    ‘Wij nemen absoluut niet speciaal Amerikaanse ondernemingen op de korrel,’ bezwoer de Eurocommissaris voor Economische Zaken en Financiën, de Fransman Pierre Moscovici, bij de presentatie van 
de nieuwe belastingmaatregelen. 
In dezelfde week onderhandelden de Europeanen met de Amerikanen over een uitzonderingspositie bij de heffing van invoerrechten op staal en aluminium, die door Donald Trump in het leven zijn geroepen. Maar Brussel moet toegeven dat van de 120 tot 150 ondernemingen die te maken krijgen met de gevolgen als de voorstellen van de Commissie worden aangenomen, de helft Amerikaans is en eenderde Europees.

    Geen hamerstuk

    Onder de grote namen uit Silicon Valley bevinden zich bijvoorbeeld Google en Facebook, maar van Europese kant alleen het Zweedse Spotify. De internethandel – dus Amazon – zou in eerste instantie deels worden gevrijwaard van de nieuwe belasting, meldt de Financial Times.

    Het aanvaarden van de maatregelen die de Commissie voorstelt, wordt overigens geen hamerstuk. Alle 
28 lidstaten van de EU moeten hun akkoord geven. Maar de landen 
die tot dusverre een fiscale politiek hebben gevoerd die zeer gunstig 
is voor het bedrijfsleven, zoals met name Ierland en Luxemburg, zouden wel eens dwars kunnen gaan liggen.

    Eurocommissaris Pierre Moscovici kondigde maatregelen aan. – © Virginia Mayo / HH
    Eurocommissaris Pierre Moscovici kondigde maatregelen aan. – © Virginia Mayo / HH

    Het schandaal 
Cambridge Analytica

    Mark Zuckerberg, oprichter en hoogste baas van Facebook, ligt zwaar onder vuur sinds het aan 
het licht treden van de affaire-
Cambridge Analytica.

    Maar al op 17 maart verwierp hij categorisch 
het idee om terug te treden. ‘Ik heb dit bedrijf opgezet. Ik heb de leiding. En ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt,’ verklaarde hij. ‘Ik probeer niet de schuld te leggen bij wie dan ook.’

    Het sociale netwerk wilde een paar dagen later, op 4 april, ternauwernood toegeven dat de gegevens van mogelijk wel 87 miljoen Facebookgebruikers terecht waren gekomen bij Cambridge Analytica, een adviesbureau dat in 2016 had gewerkt voor de campagne van Donald Trump. Aanzienlijk meer dus dan de 50 miljoen die waren genoemd door The New York Times en The Observer, de Amerikaanse krant en het Britse weekblad die op 17 maart de affaire hadden onthuld.

    De nummer twee van Facebook, Sheryl Sandberg, die zoals de Financial Times in herinnering roept, bij Google en voor het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft gewerkt, erkende dat het bedrijf ‘vergissingen’ heeft begaan en te lang heeft gewacht met een reactie op de onthullingen. Terwijl op de beurs de aandelen Facebook omlaag denderden en de politiek uitleg eiste, wachtten Zuckerberg en Sandberg 
vijf dagen eer ze iets van zich lieten horen.

    Als gevolg van de onthullingen heeft Facebook maatregelen genomen om de toegang van ontwikkelaars van apps tot gebruikersgegevens te beperken. Een instrument voor adverteerders 
is eveneens geblokkeerd en de onderneming heeft haar beleid op het punt van vertrouwelijkheid herzien.

    Suggesties voor een ander sociaal netwerk

    Nationalisatie

    Facebook vaarwel zeggen is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren, betoogt Blayne Haggart, hoogleraar Politicologie aan Brock University in St. Catharines (Canada) op de website The Conversation. Of het nu om persoonlijke of professionele redenen is, sommige mensen hebben bijna een levensbehoefte aan de sociale media. Maar ‘een organisatie die voortdurend problemen schept 
en waarvan de verdwijning de maatschappij in een chaos zou storten, is duidelijk geen normale onderneming. Facebook is een essentieel onderdeel geworden van onze communicatieve infrastructuur, en als zodanig zullen we het verschijnsel moeten behandelen.’

    Haggart vindt dat Facebook daarom genationaliseerd moet worden. Wie anders, zo luidt zijn argument, dan 
de democratische staat heeft de legitimiteit om regels vast te stellen inzake expressiviteit en gegevensbeheer voor de maatschappij als geheel?

    Maar, zo moet Haggart toegeven, 
het is een voorstel dat in de Verenigde Staten moeilijk serieus zal worden genomen. ‘Daar staat ingrijpen door de staat in een kwade reuk.’ In het merendeel van de overige landen daarentegen meent men ‘dat het staatstoezicht meer rechtvaardigheid en gelijkheid garandeert op gebieden waar de sociale stabiliteit belangrijker is dat het monopolistische streven naar geldelijk gewin’.

    Een organisatie zonder winstoogmerk

    ‘Facebook in in wezen een controleapparaat, en hopen dat dit verandert, getuigt van een misplaatst optimisme’, schrijft Tim Wu in een column 
in The New York Times. Volgens deze advocaat en hoogleraar Rechten aan de Columbia-universiteit in New York, een erkend specialist op het gebied 
van internet en schrijver van het boek The Attention Merchants (in Nederland verschenen onder de titel Aandacht is het nieuwe goud) is het onbegonnen werk Facebook te willen ‘repareren’: het moet vervangen worden. Maar door wat?

    Om te kunnen concurreren met de schepping van Mark Zuckerberg en die vervolgens te overvleugelen, zal het nieuwe sociale netwerk een kritische massa gebruikers moeten zien aan te trekken. Volgens Wu zou dat nieuwe netwerk op poten kunnen worden gezet door oud-medewerkers van Facebook – van wie velen zich hebben aangesloten bij het Center for Humane Technology, een beweging die tot doel heeft de cultuur van Silicon Valley te veranderen – in de vorm van een organisatie zonder winstoogmerk.

    Wikipedia, dat evenveel gebruikers – ‘traffic’ in vaktermen – trekt als Facebook, kan daarbij als model dienen. En het project zou gefinancierd kunnen worden door de Corporation for Public Broadcasting, een niet-gouvernementele organisatie in de Verenigde Staten die tot doel heeft de Amerikaanse publieke media te ondersteunen.

    De gebruikers aan de macht

    Het zal Mark Zuckerberg, die zo ‘hard gevochten heeft om de controle over Facebook te behouden’, allerminst bevallen, maar waarom niet gedacht aan een sociaal netwerk dat wordt beheerd door de gebruikers zelf, stelt columnist Kevin Roose in The New York Times voor.

    Nathan Schneider, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Colorado, opperde in 2016 al dat de gebruikers van Twitter het platform zouden moeten opkopen om het verder zelf 
te gaan beheren, een manier om te laten zien dat het sociale netwerk 
‘de democratie serieus neemt’.

    Het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven

    Een federatie

    In plaats van ‘een dik, vet Facebook’ zou het ook een idee kunnen zijn een federatie van sociale netwerken in het leven te roepen die ‘een gemeenschappelijk protocol’ overeenkomen, volgens het model dat ook gebruik wordt voor e-mail, zo luidt een ander idee van Kevin Roose. Dan zou bijvoorbeeld Mammabook kunnen ontstaan, en Sportbook of Gamebook, die onafhankelijk zouden opereren en zich zouden aanpassen aan de behoeften van hun gebruikers. En als een van die netwerken ‘zich verkeerd zou ontwikkelen’, zou het uit de federatie gezet kunnen worden ‘zonder dat men genoodzaakt zou zijn het hele netwerk te sluiten’.

    Een resetknop

    Nog een suggestie van Kevin Roose, 
en wel de meest radicale: bied de gebruikers van sociale netwerken de mogelijkheid hun sporen uit te wissen, een soort ‘zelfreinigingsoptie’, zodat iedereen zijn profiel kan wissen, of applicaties die niet meer worden gebruikt, ‘vrienden’ kan verwijderen die geen vrienden meer zijn of bestanden kan wissen waaraan de gebruiker geen behoefte meer heeft. Of het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven.

    De valstrik

    ‘Nog niet zo heel lang geleden stonden de sociale media bekend als fantastische wapens voor het verspreiden van liberale waarden,’ schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel. De baas van Facebook, Mark Zuckerberg, bleef maar uitventen dat zijn onderneming als ‘missie’ had ‘de wereld open te breken’ en ‘de mensen tot elkaar 
te brengen’.

    Maar nu blijkt het een valluik te zijn dat zich boven ons sluit, aldus het blad op 24 maart, enkele dagen na de onthulling van het schandaal rond Cambridge Analytica. Facebook is ‘een gevaar voor de democratie geworden’. ‘Iedere gebruiker moet zelf beslissen of hij dit systeem wil blijven voeden met zijn eigen gegevens’, aldus het blad, dat blijft aandringen op de noodzaak om regels voor de sociale media op te stellen.

    Het monopolie 
van de titanen

    ‘Hoe temmen we de titanen van de technologie?’ vroeg The Economist zich op 20 januari af. Het Britse weekblad komt tot de bittere constatering dat de overheersing door giganten als Google, Facebook en Amazon niet goed is voor de consument, noch voor de concurrentie, en dat er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn om aan 
die hegemonie een einde te maken.

    ‘Het ontbreken van een eenvoudige oplossing berooft politici van gemakkelijke slogans, maar niet in die mate dat de tegenstanders van de monopolisten nu alle wapens uit handen geslagen zijn’, schrijft het blad, dat meent dat een beter gebruik van het concurrentiebeding Facebook bijvoorbeeld had kunnen beletten Instagram op te slokken, of Google om de navigatie-app GPS Waze op te kopen.

  • Timmermans

    Timmermans

    Een van onze best gelezen rubrieken is Lage Landen, met verhalen uit de buitenlandse pers over Nederland of Vlaanderen. Critici zullen dit wijten aan het Nederlandse calimerocomplex, maar in andere landen is het net zo. Blijkbaar vinden we het allemaal leuk om te weten wat ze over de grens van ‘ons’ vinden. Meestal gaat het in onze rubriek over innovatie of economie, want over Nederlandse politici wordt buiten 
verkiezingstijd zelden geschreven.

    Onlangs gebeurde dit bij uitzondering wel. Op de Brusselse website Politico verscheen een verhaal met de ronkende kop ‘De dovende ster van Frans Timmermans’. Auteur David 
M. Herszenhorn, voormalig verslaggever van The New York Times, zette de Nederlandse eurocommissaris neer als een politieke has-been en klusjesman van EU-voorzitter Juncker. Uiteraard werd het stuk met gejuich onthaald op weblog GeenStijl en onder de vele Timmermans-haters op Twitter. Maar wie het verhaal aandachtig leest, ziet dat het niet zozeer een afrekening is met Timmermans, als wel een verhaal over opgeklopte verwachtingen en Brusselse machtspolitiek.

    In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt

    In dit soort goed geïnformeerde achtergrondstukken blinkt het in 2007 in de VS opgerichte Politico uit. De Brusselse tak ging in 2015 van start en gooide sindsdien heel wat stenen 
in het wat traag stromende water van de EU-verslaggeving. Waarmee nog eens werd aangetoond dat weinigen kunnen tippen aan het journalistieke vakmanschap van de Angelsaksische pers.

    Dat laatste blijkt ook uit de stukken van Simon Kuper. Deze deels in Nederland opgegroeide journalist schrijft al jaren juweeltjes van columns over sport en andere onderwerpen 
in de Financial Times. Kuper schrijft kraakhelder en goed gedocumenteerd, en kijkt net als Joris Luyendijk met een antropologische blik. In dit nummer vindt u een stuk van zijn hand over de vraag waarom er zoveel goede voetballers uit de regio Parijs komen. Talent wordt beter gescout, legt Kuper uit, ouders ruiken kansen en de overheid doet veel met sportveldjes. In anderhalve bladzijde schetst Kuper zo een treffend beeld van de banlieue en al het ongebruikte potentieel dat zich daar bevindt.

    Sociaaldemocraat en voetbalfan Timmermans zal het ongetwijfeld met plezier lezen.

    Auteur: Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Balthus, Thérèse droomt.

  • Poolse David tegen Deense Goliath

    Poolse David tegen Deense Goliath

    De Pool Ryszard Florek is de op een na grootste dakramenfabrikant ter wereld. Al jaren voert hij een verbitterde strijd met de Deense marktleider Velux over oneerlijke concurrentie. Dat Brussel hem hierin niet steunt beschouwt hij – en met hem de rest van Polen – als een groot onrecht.

    Hij ging nooit meer naar Brussel, had hij boos geroepen, en er een stroom verwensingen aan toegevoegd. Zelfs het woord ‘maffia’ viel. Maar nog geen vier weken later staat Ryszard Florek opnieuw in de aankomsthal van Zaventem. Een gedrongen man, midden zestig, weinig haar, weinig nek. Zijn toch al kleine ogen staan deze morgen nog wat slaperig, hij ziet er afwisselend vermoeid en strijdvaardig uit.

    Midden in de nacht is Florek thuis in het Poolse Nowy Sacz opgestaan. Zijn vrouw heeft twee boterhammen voor hem gesmeerd, daarna is hij in anderhalf uur met de auto naar Krakau gereden, daarvandaan naar Frankrijk gevlogen en uiteindelijk naar Brussel. Veel moeite, alleen maar om een vrouw te ontmoeten over wie hij zegt: ‘Ik vertrouw haar niet.’

    Ergens moeite voor moeten doen heeft hem nooit afgeschrikt, Florek is een man van de lange termijn. En had hij echt kunnen weigeren toen de EU-commissaris voor Mededinging hem voor een gesprek uitgenodigde? Margrethe Vestager is een van de machtigste vrouwen van de EU, en Florek heeft haar nodig. Of hij haar nu wel of niet vertrouwt. Daarom heeft hij zijn eerdere voornemen laten varen en is hij weer naar Brussel gekomen. De afgelopen jaren was hij hier al vier keer. ‘Dit is echt de laatste keer,’ zegt hij bezwerend.

    Oneerlijke concurrentie

    Florek is ondernemer. In het zuiden van Polen heeft hij een fabriek voor dakramen, Fakro, met 3400 werknemers de op een na grootste dakramenfabriek ter wereld. Na Velux, veruit de grootste speler op deze kleine, zeer gespecialiseerde markt. Al jaren voeren Fakro en Velux een verbitterde strijd. Om marktaandeel, winst, oneerlijke concurrentie, mogelijk om spionage.

    En niet in de laatste plaats gaat het over Europese cohesie. Want Fakro is een paradepaardje uit de nieuwe EU-landen, terwijl Velux uit het oude deel van de EU komt. De groep behoort tot de Deense VKR-holding, haar hoofdkantoor staat in Hørsholm, ten noorden van Kopenhagen. Het gevecht tussen de twee ondernemingen laat zien hoe snel de oude kloof tussen Oost en West weer kan opensplijten. 
Het verklaart ook waarom de huidige Poolse regering zo’n succes heeft met haar agressieve anti-Europese stemmingmakerij.

    Florek verwijt zijn concurrent dat deze misbruik maakt van zijn dominante positie en oneerlijke methodes gebruikt om Fakro te bestrijden. Daarom heeft hij vijf jaar geleden bij de EU een klacht ingediend vanwege oneerlijke concurrentie. Zijn hoop was dat de EU hem zou bijspringen en voor gerechtigheid zou zorgen, en dat ze hem zou compenseren voor de ongelijkheid tussen de opkomende onderneming uit het Oosten en de dominante reus uit het Westen. Maar de Commissie heeft nog steeds niets besloten, en hoe langer het onderzoek duurt, des te bozer Florek wordt – op Velux, zijn nare concurrent, op de EU, en op Margrethe Vestager, de commissaris voor Mededinging die hij vandaag voor het eerst ontmoet.

    Ryszard Florek komt uit Tymbark, een klein plaatsje in het zuiden van Polen, niet ver van de Slowaakse grens. Zijn vader was meubelmaker, zijn ouders hadden daarnaast een kleine boerderij. Dat was mogelijk omdat de communisten hier, ver van Warschau, oogluikend toestonden dat de mensen privé grond bezaten. Enthousiast vertelt Florek hoe hij als kind op het land van zijn tante appels ging plukken, die in kisten verpakte en daarna verkocht: ‘Mijn eerste onderneming!’ Na de val van het communisme heeft de regio enkele zeer succesvolle middelgrote bedrijven voortgebracht: een ijsfabriek, een vleesfabrikant, een
specialist in garagedeuren. En natuurlijk Florek, de dakramenkoning. Je moet je deze streek een beetje voorstellen als Baden-Württemberg: een broedplaats van zelfbewuste middenstanders. ‘De mensen werken hier harder dan elders,’ zegt Florek.

    © Fakro
    © Fakro

    Buitenlandse investeerders daarentegen hebben zich hier tot nu toe nauwelijks laten zien. Het landschap is prachtig, maar Nowy Sacz en Tymbark zijn nog altijd moeilijk te bereiken. Traag slingert de weg zich door het heuvelachtige land dat aan de Karpaten grenst; het maanzaad bloeit, appels hangen te rijpen. Overal langs de weg staan kerken en kruisen. Politiek is de streek stevig op de hand van regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). De enige ondernemingen uit het Westen die de weg hiernaartoe hebben gevonden, zegt Frolek, zuigen geld weg in plaats van te investeren: ‘Lidl en [de Duitse drogisterijketen] Rossmann helpen niet om de economie te ontwikkelen, ze romen haar alleen af.’ Recht tegenover zijn fabriek heeft de Duitse supermarkt een filiaal geopend.

    Het bedrijfsterrein ligt aan de rand van Nowy Sacz. Ter ere van de komst van de Duitse verslaggever heeft Florek de zwart-rood-gouden vlag laten hijsen. In de entreehal staat op een witte, marmeren sokkel een gouden plaquette met de Poolse adelaar, een onderscheiding van de president. Florek vertelt: in 1977 mocht hij voor het eerst naar het Westen, hij was toen voorzitter van de academische sportbond aan de Technische Universiteit van Krakau. Een vriend zorgde voor een stage in Hannover. Daar zag de aankomend ingenieur dat wat zijn verdere leven zou bepalen: dakramen. Die waren tot dan toe in het Oosten onbekend, het communisme stopte de daken dicht met karton. Terug in Polen richtte Florek zijn eerste bedrijf op, een meubelfabriek, maximaal tien werknemers mocht hij aanstellen. Machines haalde hij uit Duitsland: een niet meer gebruikte kegelsnijder, een vierzijdige schaafmachine. Investeringen voor een toekomst die snel zou beginnen.

    Het begrip wereldmarkt moet je met een korreltje zout nemen, want lang niet elk klimaat en type woning is geschikt voor dakramen. Meer dan de helft wordt in Duitsland en Frankrijk verkocht

    In 1990, na de val van het IJzeren Gordijn, was Floreks grote moment aangebroken. Hij was 38, een man in zijn beste jaren, hij had ervaring en was ambitieus. Met open armen begroette hij de nieuwe, aanvankelijk ongebreidelde vrijheid: ‘In die tijd was alles toegestaan wat niet verboden was.’ In zijn garage ontwikkelde Florek het eerste dakraam. Samen met een partner richtte hij Fakro op. Zijn vrouw deed de boekhouding. Al snel waren de garage en de oude meubelmakerij te klein. Florek kocht het huidige terrein aan de rand van stad. De verkoopcijfers gingen snel omhoog, de inhaalvraag in Oost-Europa was groot. En stap voor stap waagde Fakro zich ook in het Westen. In 1997 produceerde hij voor het eerst meer dan honderdduizend dakramen.

    Ryszard Florek is een van degenen die in Oost-Europa bleven maar het kapitalisme snel omarmden. Ongetwijfeld een van de ‘winnaars van de Wende’ – tot Velux op het toneel verscheen.

    Eerlijk gezegd bestond Velux allang. De Deense ingenieur Villum Kann Rasmussen was er in 1941 in geslaagd iets te doen waarvan veel ondernemers alleen maar konden dromen: hij had een product uitgevonden en korte tijd later een bedrijf opgericht, waarvan de naam voortaan identiek was met het product. Dakramen en Velux zijn voor veel mensen hetzelfde. Al even sterk is de positie van het bedrijf. De Europese Commissie gaat ervan uit dat de Denen met hun dakramen in 2012 een wereldmarktaandeel van 72 procent hadden. Velux heeft zeventien fabrieken in negen landen, wereldwijd heeft de VKR-holding meer dan 14.000 werknemers. Het begrip wereldmarkt moet je overigens met een korreltje zout nemen, want lang niet elk klimaat en type woning is geschikt voor dakramen. Meer dan de helft wordt in Duitsland en Frankrijk verkocht.

    De markt in Oost-Europa was nog niet open, of Velux breidde uit naar Polen. In 1990 openden de Denen een kantoortje in Warschau. Toen Fakro net begon, was de westerse concurrent al aanwezig. In 1993, zegt Florek, attaqueerde Velux voor de eerste keer: de wereldmarktleider verlaagde de prijs van zijn standaardramen met 30 procent. De Poolse markt was voor Velux bijzaak, maar voor Fakro van levensbelang. ‘Dat was de eerste slag,’ zegt Florek. ‘Toen begreep ik dat het niet makkelijk zou worden en dat we zelf moesten groeien.’ Een paar jaar later kwam de tweede slag: Velux verplaatste een groot deel van zijn productie naar Polen. Voor Florek stond dit gelijk aan een oorlogsverklaring, maar voor de managers in Hørsholm was het een voor de hand liggend besluit: de productiekosten, vooral de lonen, waren in Oost-Europa een fractie van die in het Westen. Tel daarbij op dat Polen over enorme bossen beschikt. Polen beschikte dus niet alleen over goedkope arbeidskracht, maar ook over een massa grondstoffen.

    Het Westen dat het Oosten uitbuit: een verhaal dat in de Midden- en Oost-Europese landen tot op de dag van vandaag veel weerklank vindt en ook door de regering in Warschau graag wordt gebruikt. Die zou een deel van de economie het liefst ‘herpoloniseren’. Daarom heeft ze de op een na grootste bank van het land, een dochter van Unicredit, genationaliseerd. 
En ze heeft een ‘supermarktbelasting’ ingevoerd die uitsluitend op grote, buitenlandse detailhandelsketens is gericht. ‘We zijn niet principieel tegen buitenlandse investeringen. Maar kapitaal heeft altijd een paspoort,’ is de onderbouwing van Piotr Glinski, plaatsvervangend minister-president, voor het wantrouwen in buitenlandse beleggers en de poging van zijn regering om binnenlandse ondernemingen te beschermen. Aan de extra belasting voor zeer grote supermarkten heeft de EU-commissaris voorlopig een einde gemaakt.

    Velux heeft zich door deze vaderlandslievende koers niet laten afschrikken. Het Deense concern heeft nu vier productievestigingen in Polen, bijna uitsluitend voor de export. Daar, op de markt in Frankrijk, Duitsland en Rusland, wordt geconcurreerd. Van de oorspronkelijk bijna 25 fabrikanten van dakramen zijn er nog maar een handvol over. Velux heeft ook zijn bedrijf willen kopen, vertelt Florek, dat was in 1999. Maar de Pool wees dat af. Daarop is de strijd geëscaleerd.

    David en Goliath

    In dit debat beschouwt Florek zichzelf als de Poolse David die tegen de Deense Goliath vecht. Maar in plaats van zijn slinger te gebruiken, vertrouwde Florek op de belofte die de EU voor zijn land betekende: bindende regels en gelijke rechten voor toegang tot de interne Europese markt. In zijn ogen beschikt de EU over een geweldige macht. Inderdaad wordt de mededingingsautoriteit in Brussel over de hele wereld gevreesd, en Margrethe Vestager, de EU-commissaris, heeft daar haar aandeel in geleverd door de Amerikaanse internetgigant Google onlangs tot een recordboete van 2,2 miljard euro te veroordelen. Want tot de regels voor de binnenlandse markt hoort een apart hoofdstuk. ‘Ondernemingen die de markt beheersen’ mogen hun positie niet misbruiken, bijvoorbeeld door kleine ondernemingen met dumpprijzen uit de markt te drukken. Maar de mededingingsautoriteit moet wel kunnen bewijzen dat het om misbruik gaat: lage prijzen zijn niet per definitie verboden.

    Tien jaar geleden heeft de Europese Commissie de klachten tegen Velux voor het eerst onderzocht. Ze zag er toen, bij gebrek aan bewijs, van af om in te grijpen. Maar Florek is niet iemand die snel opgeeft en makkelijk grenzen accepteert. Het terrein waarop hij in de loop der tijd zijn bedrijf heeft opgebouwd ligt langs een spoorlijn, een lastig obstakel. Desondanks heeft Florek verder gebouwd: een tunnel van honderd meter lang en vijf meter breed verbindt het oude en het nieuwe fabrieksterrein. Volgens Florek is het ‘de eerste privétunnel van het land’.

    Zomer 2102 begint hij opnieuw en dient bij Brussel een tweede mededingingsklacht in. De opsomming van de vergrijpen die Florek zijn concurrent ten laste legt, is lang. Velux zou in het geheim prijsafspraken hebben gemaakt met de vakhandel. Door ontoelaatbare exclusiviteitsafspraken werden bouwmarkten en dakdekkersbedrijven gedwongen om geen Fakro-ramen meer in te zetten. Met een goedkoop merk, Rooflite, heeft Velux zogenaamd geconcurreerd, maar alleen om Fakro uit de markt te drukken. En helemaal bizar: om zijn Poolse concurrent in diskrediet te brengen zou Velux deze goedkope ramen hebben voorzien van een warrige, onbegrijpelijke montagehandleiding in het Pools. ‘De dakdekkers moesten denken: Poolse rotzooi!’ zegt Florek boos.

    Fabro-fabriek in Polen. – Fabro
    Fabro-fabriek in Polen. – Fabro

    Florek en zijn juristen hebben 184 gevallen van misbruik verzameld, het originele klaagschrift telt 300 pagina’s. De bijlagen beslaan nog eens 1100 pagina’s: documenten, cijferreeksen, getuigenverklaringen. Een voormalig werknemer van Velux verklaart bij notariële akte dat hij nog nooit voor een bedrijf heeft gewerkt dat zo tegen concurrenten te werk ging als Velux. Op de afleveringsbon voor een bouwmarkt staat: ‘Om te voorkomen dat Fakro-ramen worden gebruikt, bieden wij u Velux-ramen aan, waarbij we het prijsverschil door middel van een creditnota zullen vergoeden.’ Naar de mening van Florek zijn de bewijzen eenduidig en zijn de vergrijpen tegen het mededingingsrecht openlijk zichtbaar. De Commissie kan zo beslissen. Maar de Commissie beslist niet. Ze onderzoekt.

    Dus doet Fakro er nog een schepje bovenop, stuurt meer documenten, nog meer bewijs. Drie juristen van de onderneming en een advocatenkantoor in Krakau houden zich ermee bezig. Ook huurt Florek een Duitse advocaat in. Wellicht, hoopt hij, worden Duitsers in Brussel serieuzer genomen dan Polen. Bovendien hopen de rechtsgedingen tussen de firma’s zich op. Inbreuken op patenten, merkenrecht, voorlopige beschikkingen: meestal is de Deense onderneming de klagende partij. Advocaten van Fakro vergaderen met experts van de Europese Commissie, en in juli 2013 gaat Florek voor het eerst zelf naar België. ‘Wat moeten we doen als Brussel niet naar ons luistert?’

    In de eerste jaren na de toetreding van Polen tot de EU stijgt de omzet van Fakro nog, maar sinds enige tijd stagneert de verkoop van dakramen. In Duitsland, een van de belangrijkste afzetmarkten, zit het Poolse bedrijf al jaren in de rode cijfers. Florek zegt: ‘We zouden zo tweeduizend nieuwe mensen kunnen aannemen, als Velux ons niet zo tegenwerkte.’ Behalve dakramen produceert Fakro ook schuiftrappen, een markt waarop de Denen zich niet begeven.

    In december 2015 krijgt Florek eindelijk een brief. ‘Betreft: zaak AT.40026 − Velux’. Afzender is Johannes Laitenberger, directeur-generaal van de Brusselse mededingingsautoriteit. In 25 kantjes legt Laitenberger ‘namens de Commissie’ uit dat de EU tot nu toe niet voldoende aanknopingspunten heeft gevonden om een zaak tegen Velux te openen. Onder verwijzing naar Europese verdragen schrijft hij dat de Commissie slechts ‘beperkte middelen’ ter beschikking heeft en daardoor niet in staat is ‘bij ieder mogelijk vergrijp tegen het Europese mededingingsrecht een onderzoek te beginnen’. Ze moet ‘prioriteiten stellen’.

    De brief is een eerste waarschuwing, er ligt nog geen besluit. Maar Florek is sprakeloos. Uitgerekend de zogenaamd almachtige Commissie, die geweldige Brusselse machinerie die het tegen Google opneemt, zou niet genoeg middelen hebben om de zaak van een Poolse middenstander op te pakken? Drieënhalf jaar heeft hij zitten wachten, en nu legt een directeur-generaal hem uit dat zijn verzoek geen prioriteit heeft. De ondertoon die hij meent te horen is nog moeilijker te verdragen dan het vooruitzicht dat zijn klacht misschien wordt afgewezen. ‘Het gaat niet over onze levensstandaard, daar zorgen we zelf wel voor,’ zegt hij, ‘maar we willen gelijke kansen en gelijke rechten! We willen geen witte neger zijn!’ We, dat zijn de Midden- en Oost-Europeanen.

    Afrekening

    Het antwoord dat zijn advocaten opstellen lijkt op een afrekening. Ze verwijten de Commissie een ‘gebrek aan integriteit’, de Brusselse ambtenaren zouden ‘onbetrouwbaar’ handelen, ze zijn ‘onverschillig’, ‘oppervlakkig’ en ‘unfair’. De autoriteit veronachtzaamt haar taak en benadeelt kleinere bedrijven, vooral uit de nieuwe lidstaten, die juist extra bescherming nodig hebben. Want de westerse concurrentie heeft tenslotte tientallen jaren voorsprong.

    Door deze reactie wordt de klacht definitief tot een politieke kwestie. En de woede van Florek verandert het gebruikelijke perspectief volledig: terwijl de Europese Commissie de regering in Warschau voorhoudt dat die de rechtstaat ontmantelt, verwijt Florek de Brusselse autoriteit juist dat die het vertrouwen in het recht ondermijnt. ‘Dit is niet de Unie die we willen. Nu hebben we alleen Kaczynski nog’. Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS, geldt in Warschau als de sterke man. Voor de meeste mensen in de westelijke EU-landen werkt hij als een rode lap. Florek weet dat heel goed, hij provoceert opzettelijk.

    Florek is geen aanhanger van de Poolse regeringspartij, hij heeft er nooit op gestemd. Maar in dit gevecht is elke ondersteuning welkom. En zijn verwijten passen prima in het verhaal dat de Poolse regering vertelt: de Europese Unie staat aan de kant van de grote concerns en de oude lidstaten. ‘Veel kleine landen hebben al moeten meemaken dat hun belangen in 
de EU met voeten werden getreden,’ zei Witold Waszczykowski, de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, onlangs in een interview. Florek rekent voor dat het grootste deel van de winst en de waarde-creatie die Velux met zijn dakramen uit Polen realiseert, naar Denemarken gaat.

    Om zijn verwijten tegen de Europese Commissie te onderbouwen heeft Florek een onderzoek laten uitvoeren. Het heeft als titel: ‘(On)eerlijke concurrentie: Worden bepaalde landen door het Europese mededingingsrecht bevoordeeld?’ Een Poolse denktank heeft de mededingingszaken van de afgelopen jaren geanalyseerd en komt tot een verrassende conclusie. Sinds de toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen heeft de Brusselse beschermer van de vrije concurrentie ‘nooit de kant van een onderneming uit de nieuwe lidstaten gekozen’, als die een klacht had ingediend tegen een onderneming uit de oude EU. In maart, bij zijn tot nu toe laatste bezoek aan Brussel, heeft Florek het rapport overhandigd. Naast hem zat Ryszard Legutko, Europarlementariër voor de PiS. ‘Het is bedroevend en schokkend dat ondernemingen uit het zogenaamde nieuwe Europa niet op gelijke behandeling kunnen rekenen,’ zei Legutko. Fakro is er een ‘stuitend voorbeeld’ van.

    In Brussel worden de verwijten beslist van hand de gewezen. ‘Een van de fundamentele principes van ons onderzoek is onpartijdigheid,’ zegt Margrethe Vestager. Dat betekent ‘dat we alle ondernemingen gelijk behandelen, of ze nu Europees zijn of uit het buitenland komen, of ze uit het oosten, het westen, het noorden of het zuiden van Europa komen.’ Nooit, en dat is heel belangrijk voor haar, heeft de Commissie zich aan de zijde van een onderneming geschaard, zoals in de studie wordt geformuleerd. ‘Wij staan aan de kant van de feiten en van de wet, en aan die van de Europese consument.’ Inderdaad is het onderzoek dat Florek in Brussel presenteerde slechts gebaseerd op een klein aantal gevallen. Er zijn sinds 2006 slechts vier zaken door de Commissie onderzocht waarbij een onderneming uit Oost-Europa een West-Europese onderneming verweet dat ze misbruik maakte van haar dominante marktpositie.

    ‘We betalen lokale belastingen, we geven meer dan vierduizend mensen werk, we investeren en we ontwikkelen een keten van toeleveranciers. Dat is allemaal pure meerwaarde’

    Niet ver van het vliegveld van Warschau, gemakkelijk bereikbaar voor zakenreizigers, ligt The Park: zes splinternieuwe kantoorgebouwen, veel glas, veel grind, met praktische hokjes voor rokers ertussenin. Carlsberg, Goodyear, IBM, het internationale kapitaal dat in Polen opereert heeft hier zijn bruggenhoofd. In een van de gebouwen op de eerste verdieping bevindt zich het bureau van Jacek Siwinski. Sinds vier jaar is hij directeur van Velux Polen; daarvoor heeft hij lang voor een Duitse firma gewerkt.

    Siwinski vraagt begrip voor het feit dat hij niet in detail op de beschuldigingen van Fakro kan ingaan. Het enige wat hij erover kwijt wil, is dit: ‘Alles waarvan Fakro ons beticht is ongegrond en niet gebaseerd op feiten.’ Siwinski weet ook dat daarmee niet alles gezegd is. Nu Floreks verwijten in steeds bredere kring aandacht trekken − zelfs de plaatsvervangend minister-president heeft zich erover uitgesproken − dreigt de Deense onderneming in Polen imagoschade te lijden. Ook Velux heeft daarom onderzoek laten doen, eveneens door een Pools instituut. In vijftig pagina’s worden het belang van de onderneming en het nut van buitenlandse investeerders voor de Poolse economie beschreven.

    We lezen het volgende. In de afgelopen vijf jaar heeft Velux in Polen 138 miljoen euro geïnvesteerd. Op de vier vestigingen werken intussen meer dan vierduizend werknemers, en zelfs het management bestaat vrijwel uitsluitend uit Polen. Daarmee werken er meer Polen bij Velux dan bij Fakro. Tot de eigenaardige aspecten van dit debat hoort dat in zekere zin Polen tegen Polen worden opgezet. Kostenefficiency was bij het besluit over de vestigingsplaats ook belangrijk, geeft directeur Siwinski toe, ‘maar inmiddels gaat het veel meer over kwaliteit’. Poolse arbeiders zijn goed opgeleid, het Poolse hout is uitstekend.

    Klopt het, zoals Florek beweert, dat de belasting en de winst vooral naar Denemarken vloeien? ‘Wij doen hetzelfde als lokale ondernemingen,’ antwoordt Siwinski. ‘We betalen lokale belastingen, we geven meer dan vierduizend mensen werk, we investeren en we ontwikkelen een keten van toeleveranciers. Dat is allemaal pure meerwaarde.’ Waar en hoeveel belasting Velux betaalt, verklapt hij niet.

    Maar een woordvoerder van de onderneming uit Hørsholm stuurt ongevraagd twee artikelen op uit een Deense krant, in Engelse vertaling. De Deense politie heeft een onderzoek ingesteld naar een voormalig medewerker van Velux op verdenking van industriële spionage, zo luidt het bericht. Via een Duitse tussenpersoon zou hij Fakro documenten met inside-informatie hebben aangeboden. Florek bevestigt dat hij inderdaad met de tussenpersoon heeft gebeld, maar zegt dat hij nooit documenten heeft ontvangen. Ook de Deense onderzoekers hebben zich nog niet bij hem gemeld. Hij vermoedt ‘een nieuwe provocatie van Velux. Die Denen zijn rovers.’

    Voor het hoofdkantoor van de Europese Commissie in Brussel wapperen 28 EU-vlaggen, een voor elke lidstaat. Een obelisk herinnert aan Robert Schuman, de ‘voorvechter van het verenigde Europa’. Ryszard Florek draagt een grijze aktetas; voor het gesprek met Margrethe Vestager wordt hij begeleid door drie juristen en een voormalig parlementslid dat nu voor Poolse firma’s lobbyt. De commissaris moet beslissen: ofwel haar autoriteit begint formeel een zaak tegen Velux, maar dan moeten de ambtenaren wel tamelijk zeker zijn van hun zaak, of ze wijst Floreks klacht af en speelt zodoende de EU-kritische krachten in Polen in de kaart. Dat Vestager zelf uit Denemarken komt en daardoor vooringenomen kan zijn, maakt de zaak er niet eenvoudiger op.

    Onrecht

    Mededingingszaken worden in Brussel uiterst discreet behandeld zolang er nog geen besluit is genomen. Florek ontmoet de commissaris op de tiende verdieping van het hoofdkantoor van het commissariaat, waar ze kantoor houdt. Een van de Poolse juristen moet tijdens het gesprek tolken, want Florek spreekt wel vloeiend Duits maar geen Engels. De commissaris en twee medewerkers zitten tegenover de Fakro-delegatie.

    Van tevoren heeft Florek aantekeningen gemaakt. Hij wil de commissaris nog eens de situatie van zijn bedrijf schetsen, maar hij wil vooral vertellen wat hij verwacht – van Europa, van de mededingingsautoriteit, van Vestager. Tot slot wil hij de bedrijfsresultaten van Fakro in Duitsland laten zien, die steeds slechter zijn geworden omdat Velux, naar zijn idee, unfair te werk gaat. ‘Wat moet ik doen?’ wil hij haar tot slot vragen. Maar de commissaris heeft een ander doel. Zij moet Florek erop voorbereiden dat ze hem mogelijkerwijs moet teleurstellen.

    De mededingingsautoriteit van de EU mag dan veel macht hebben, er werken maar achthonderd mensen. Dat is niet veel als je de grootste economie ter wereld wilt reguleren. De ambtenaren in Brussel moeten fusies controleren, staatshulp toetsen, het mededingingsrecht handhaven. Alleen al het [Duitse] Bundeskartellamt heeft 375 medewerkers, bijna de helft van dat in de EU, voor die paar nationale zaken. Het almachtige Brussel lijkt alleen van veraf een reus: hoe dichterbij je komt, hoe kleiner hij wordt. De Commissie moet daarom voor ieder individueel geval de afweging maken: hoe waarschijnlijk is het dat een onderneming heeft gezondigd tegen het mededingingsrecht? En, wat vaak over het hoofd wordt gezien: hoe waarschijnlijk is het dat dat vergrijp ook bewezen kan worden? ‘De Commissie moet haar zaken zo goed onderbouwen dat ze de toetsing door de rechters van de EU kan doorstaan,’ zegt Vestager nadrukkelijk.

    Aan de ene kant de emoties en belangen van een hartstochtelijk ondernemer, aan de andere kant de koele – vaak al te koele – ratio van de Brusselse autoriteit. In het kantoor van de commissaris stuiten die twee vanmiddag op elkaar. In Vestagers visie zou er al veel gewonnen zijn als Florek een beetje tot bedaren kon worden gebracht. En als hij ermee zou willen stoppen de EU in Polen als maffia te blijven aanduiden, zelfs als de Commissie uiteindelijk niet in zijn voordeel beschikt. Het gesprek duurt bijna twee uur, veel langer dan verwacht. Ongebruikelijk weinig spraakzaam haast Florek zich na afloop naar Zaventem. Heeft hij gelijk gekregen? Is de man uit Polen groot onrecht aangedaan? Of heeft hij zich vergaloppeerd?

    Ongetwijfeld speelt Velux het keihard. Of de Denen in strijd handelen met de regels voor de binnenlandse markt is voor een buitenstaander nauwelijks te zien. Maar de verwijten van Florek gaan veel verder dan hetgeen waarvoor Vestager verantwoordelijk is. De economische achterstand die de ‘nieuwe’ landen dertien jaar na hun intrede in de EU nog steeds hebben, kan ook door het mededingingsrecht niet worden opgeheven. Maar de strijd van Florek weerspiegelt een stemming die overal in Midden- en Oost-Europa heerst: het gevoel tweederangs Europeanen te zijn. Zijn aanklacht is niet alleen van belang voor Fakro, zegt Florek: ‘Heel Oost-Europa wacht op het resultaat.’

    Auteur: Matthias Krupa
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.

  • Dossier Brussel 1. Terrorisme vraagt om sterke staat

    Dossier Brussel 1. Terrorisme vraagt om sterke staat

    Kort na de aanslagen in Parijs schreef de Britse filosoof John Gray een invloedrijk essay, dat na ‘Brussel’ opnieuw de cover haalde van de Britse New Statesman. In navolging van zijn beroemde voorganger Thomas Hobbes pleit Gray voor een sterke staat om de gevaren van het mondiale terrorisme in te dammen.

    De gevolgen van de wreedheden in Parijs lijken vrij duidelijk. De staat valt terug op zijn belangrijkste taak, namelijk het garanderen van veiligheid. We zien dat een essentiële waarheid wordt herontdekt: onze vrijheden zijn geen op zichzelf staande, absolute waarheden, maar wankele gedachteconstructies die alleen overeind blijven dankzij de bescherming van de staatsmacht. De geschiedenis is in de ogen van de weldenkende mens de ideale beschavende orde. De taak om de openbare veiligheid te handhaven rust op de schouders van nationale regeringen, de enige instituties die beschikken over het vermogen hun burgers te beschermen.

    De vrijzinnige gedachte dat vrijheid zich over de wereld verspreidt, heeft ervoor gezorgd dat westerse samenlevingen zich niet realiseren hoe kwetsbaar ze zijn. Door in naam van de vrijheid despoten omver te werpen, zijn we in een situatie beland waarin onze eigen vrijheid op het spel staat. Volgens de vrijzinnige leer is vrijheid een heilige waarde – ondeelbaar en onaantastbaar – waar niet op valt af te dingen. In hooggestemde theorieën over mensenrechten is strenge inperking van de staatsmacht een universele voorwaarde voor rechtvaardigheid. Dat een plaatselijke uitbarsting van anarchie een veel hardnekkiger obstakel op weg naar beschaving is dan uiteenlopende soorten despotisme, wordt veronachtzaamd en over het hoofd gezien, omdat het te verontrustend is om bij stil te staan.

    Moderne denker

    Slechts één moderne denker begreep dat een sterke staat een voorwaarde is voor een beschaafde maatschappelijke orde. Thomas Hobbes [politiek filosoof, 1588-1679] was ervan overtuigd dat alleen staatsbestuur bescherming kon bieden tegen sektarische strijd. Iedereen die de voordelen van een ‘gerieflijk leven’ wilde genieten, moest zich onderwerpen aan een soevereine macht die beschikte over de autoriteit om te doen wat noodzakelijk was om de vrede te bewaren. Anders zouden er, zoals Hobbes het in een beroemde passage uit zijn meesterwerk Leviathan (1651) formuleerde, ‘geen kunsten, geen letteren, geen samenleving [zijn] en, het ergst van al, permanente angst voor en kans op een gewelddadige dood en een teruggetrokken, armoedig, ellendig, wreed en kort leven’.

    Hobbes wordt wel bekritiseerd omdat hij de noodzaak tot bescherming tegen de staat zou negeren, die onmiskenbaar was in de twintigste eeuw, toen de ergste misdaden het werk waren van totalitaire regimes. Maar je hoeft niet de complete politieke theorie van Hobbes te omarmen om in te zien dat hij enkele blijvende inzichten onder woorden heeft gebracht die de linkse goegemeente verkiest te vergeten. De vorm van het bestuur – democratisch, despotisch, monarchistisch of republikeins – doet er minder toe dan zijn vermogen om voor vrede te zorgen. Momenteel is het niet de staat, maar de zwakte van de staat die de grootste bedreiging van de vrijheid vormt.

    Hoewel het relatief eenvoudig is om een staat te vernietigen, is het heel moeilijk om hem opnieuw op te bouwen. De wederopbouw van Irak en Syrië valt niet op enige reëel voorstelbare termijn te voorzien

    Neem de vluchtelingencrisis. Het eerste en meest voor de hand liggende inzicht is dat die wordt veroorzaakt doordat mensen mislukte staten ontvluchten. De grootste groep komt uit Syrië. Andere komen uit Irak, Afghanistan, Eritrea, Somalië, Soedan en elders. Het kan geen toeval zijn dat zovele van deze migranten landen ontvluchten waarvan de staten zijn ontmanteld door de westerse politiek van regimewijziging. Maar hoewel het relatief eenvoudig is om een staat te vernietigen, is het heel moeilijk om hem opnieuw op te bouwen. De wederopbouw van Irak en Syrië valt niet op enige reëel voorstelbare termijn te voorzien.

    Door mislukte staten te creëren, heeft het Westen de anarchistische regio’s mogelijk gemaakt waarin IS gedijt. Daar wordt tegen ingebracht dat de Vernietigde Staten wrede dictatoriale regimes waren. Maar het Irak van Saddam Hussein was een seculiere despotische staat, net als het Syrië van Assad. Door de beide regimes omver te werpen, heeft het Westen de krachten van de theocratie ontketend en seculier bestuur in het Midden-Oosten zo goed als onmogelijk gemaakt. Erger is dat het, door te volharden in zijn pogingen Assad ten val te brengen, de kans loopt een ramp te veroorzaken van een schaal die zich niet eerder heeft voorgedaan. Als Assad met geweld zou worden afgezet, zou het Syrische leger waarschijnlijk uiteenvallen en de Syrische staat ophouden te bestaan. Het land zou een anarchistisch killing field worden waar tientallen jihadistische groeperingen om de macht strijden. Gemeenschappen die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van Assads regime, zoals de alevieten, de druzen en de christenen, zouden een reële kans lopen het slachtoffer te worden van genocide, even reëel als die van de jezidi’s in Irak. Het resultaat zou een nog grotere stroom wanhopige mensen richting Europa zijn.

    Beveiliging bij het gebouw van de Europese Unie in Brussel. © Yves Herman / Reuters
    Beveiliging bij het gebouw van de Europese Unie in Brussel. © Yves Herman / Reuters

    Het Westen blijft zich verzetten tegen samenwerking met Rusland omdat het Vladimir Poetin en zijn cliënt Assad beschouwt als vreselijke tirannen. Vanuit hobbesiaans oogpunt bezien is dat irrelevant. De vraag waar het om draait is wat het grootste kwaad is. Hoe kan de dictatuur van Assad erger zijn dan een sekte die kinderen ontvoert en verkracht, vrouwen vermoordt die te oud worden bevonden om als seksslavin te dienen, homo’s van daken gooit, schrijvers, cartoonisten en joden vermoordt, evenals gehandicapten in rolstoelen, en onvervangbaar cultureel erfgoed met de grond gelijk maakt? Als het waar is dat Assad meer mensen heeft vermoord dan IS, dan komt dat niet doordat de jihadisten niet geprobeerd hebben hem te overtroeven. Naar elke redelijke maatstaf gemeten vormt IS een veel grotere bedreiging voor de wereldvrede dan Assad.

    De impact van de aanslagen in Parijs is groot. De droom van Schengen om mensen vrij te laten reizen in een Europees continent zonder grenzen, is een fatale klap toegediend. Het ontbreekt Europese instituties aan de capaciteit om een veiligheidsprobleem van deze omvang aan te pakken. Alleen nationale regeringen beschikken over die macht, en door de controle van hun grenzen op te eisen leggen ze een fundamentele zwakte van de Europese Unie bloot. Velen vinden dat Europese leiders toegeven aan vreemdelingenhaat, terwijl ze juist zouden moeten opkomen voor openheid en menselijkheid.

    Vrijheid van verkeer

    Maar het is de moeite waard de situatie vanuit hobbesiaans perspectief te bezien. De mensenstroom in toom houden schakelt niet de IS-strijders uit die er al zijn. Sommigen zijn al jaren geleden Europa binnengekomen of in een Europees land geboren en naar oorlogsgebieden afgereisd, waar ze zijn gedrild in terroristische vaardigheden. Hoe het ook zij, onbeteugelde immigratie zoals die van het afgelopen jaar voorkomt niet dat zich veiligheidsrisico’s kunnen voordoen die lijken op die van een oorlog. Als IS-strijders slechts 0,1 procent van de ongeveer miljoen vluchtelingen vormen die Europa tot nu toe binnen zijn gekomen, dan zijn er ongeveer duizend nieuwe risico’s ontstaan. Een handvol mensen kan al voor grote terroristische dreiging zorgen.

    De zwakte van de Europese Unie is in dit opzicht een direct resultaat van de vrijheid van verkeer, die een van haar kenmerkende eigenschappen is. Als gebied zonder grenzen kan de Unie de verplaatsing van mensen alleen aan de rand controleren. Maar wanneer de grenzen van Frankrijk in feite in Griekenland liggen, is het praktisch onmogelijk om reizigers in de gaten te houden. In plaats van een overladen superstaat, zoals veel eurosceptici zeggen, is de Europese Unie eerder een pseudostaat, een institutie die aanspraak maakt op de privileges van het staat-zijn, maar niet kan voldoen aan de voornaamste, allesoverheersende behoefte aan veiligheid waarin staten per definitie moeten voorzien. Bovendien heeft deze pseudostaat minstens één semimislukte staat binnen de gelederen. De versplinterde en vleugellamme staat België is een toevluchtsoord voor jihadisten, van waaruit ze aanslagen plegen.

    Politici die beweren dat vrijheid en veiligheid niet op gespannen voet met elkaar staan, houden zichzelf en ons voor de ge

    Het patroon van de aanslagen dat zich aftekent moet eveneens in aanmerking worden genomen. Onder jihadistische organisaties neemt IS in die zin een unieke positie in dat de groepering blijk heeft gegeven van het vermogen om guerrillatactieken en spectaculaire terreurdaden tot één strategie te smeden. De aanslagen in Parijs waren een reactie op nederlagen in Syrië. Lijdt IS er daar meer van, dan zal de groepering haar campagne van stadsterrorisme in westerse landen nog verder opvoeren.
    Strengere veiligheidsmaatregelen kunnen dat niet voorkomen. Verdachten kunnen worden geïdentificeerd en sommige plannen verijdeld, maar er is een grens aan de mogelijkheden wanneer ieder lid van de bevolking doelwit is. Zolang IS blijft bestaan, zullen er aanslagen volgen.

    Aangezien de ‘oorlog tegen terreur’ enkele van de voorwaarden heeft geschapen die tot de opkomst van het jihadisme hebben geleid, is het een afschrikwekkend vooruitzicht dat op dit moment verdere militaire actie nodig zou zijn. Maar zelfs al is het Westen bereid om op de een of andere manier op te treden, IS zal niet ten onder gaan zonder nog meer aanslagen op westerse steden te plegen. Dat is de reden waarom de macht van de staat mogelijk moet worden uitgebreid, onder andere met beperkingen van de vrijheid die veel progressieven bij voorbaat in het verkeerde keelgat zullen schieten.

    Ook hier is het de moeite waard een hobbesiaans gezichtspunt te overwegen. Het progressieve deel der natie reageert geschokt op voorstellen van 
de regering om inlichtingendiensten toe te staan gegevens over inwoners te verzamelen. Die reactie is niet geheel onterecht, omdat waarborgen nodig zijn. Toestaan dat veiligheidsdiensten onze e-mailberichten uitpluizen leidt tot verlies van privacy, een belangrijk aspect van vrijheid. Een universele surveillancemaatschappij is geen prettig vooruitzicht. Politici die beweren dat vrijheid en veiligheid niet op gespannen voet met elkaar staan, houden zichzelf en ons voor de gek. Het conflict is even reëel als onvermijdelijk. Wie dergelijke vrijheden onaantastbaar vindt, moet zich afvragen welke prijs hij ervoor wil betalen.

    Niet alleen de veiligheid is in het geding als de vrijheid van privacy als onaantastbaar wordt beschouwd. Dat geldt ook voor andere vrijheden. Massaal toezicht is geen oplossing voor de omstandigheden die mensen tot het jihadisme hebben gebracht. Zo is het leven in de banlieues kapotgemaakt door generaties lange verwaarlozing en racisme. En massaal toezicht voorkomt al evenmin toekomstige aanslagen. Aan het filteren van data komt nooit een einde; er zijn vele dreigingen en ze veranderen voortdurend. Toch kan het nuttig zijn om internetverkeer in de gaten houden, en in sommige gevallen is dat zelfs van vitaal belang. Een verbod op het verzamelen van data om de privacy te beschermen is alleen verstandig als je aanvaardt dat andere vrijheden erdoor in gevaar komen. Maar is het ook verstandig de privacy principieel te beschermen als je daardoor de vrijheid om spotprenten te publiceren opgeeft?

    en man loopt langs het getroffen Maalbeek-metrostation, een week na de aanslagen. © Reuters
    en man loopt langs het getroffen Maalbeek-metrostation, een week na de aanslagen. © Reuters

    Vrijheid is niet ondeelbaar. Politiek is een kwestie van voortdurend keuzes maken tussen vrijheden die gepaard gaan met de alledaagse sleur van samenleven met anderen. Afgezien van de vele voordelen die pluralistische samenlevingen bieden, zijn ze een onveranderlijk gegeven van de moderne tijd. Maar ze werken alleen zolang de staat over de middelen en de bereidheid beschikt om gezamenlijke vrede af te dwingen. Als grote middenpartijen die uitdaging niet aangaan, geven ze ruim baan aan extreem-rechts.

    Het gedachtegoed van Thomas Hobbes heeft zijn beperkingen, waarvan sommige relevant zijn voor het huidige tijdsgewricht. Omdat Hobbes geweld beschouwde als een middel tot lijfsbehoud, liet hij buiten beschouwing dat mensen geweld kunnen gebruiken om hun identiteit en hun opvattingen te verdedigen. Omdat hij ervan overtuigd was dat ze voor alles aan hun overleving hechten, dacht hij dat ze hun opvattingen omwille van de lieve vrede terzijde zouden schuiven. ‘De rede voorziet in passende bepalingen voor vrede,’ schreef Hobbes, ‘op grond waarvan mensen tot een overeenkomst kunnen komen.’ De geschiedenis van zijn tijd en die van de onze vertellen een ander verhaal. Veel mensen zijn bereid om te doden en te sterven voor datgene wat hun leven zin geeft.

    Apocalyptische mythe

    Het is een cliché geworden om de aanvallen van IS te betitelen als nihilistisch, maar ‘nihilisme’ is een begrip dat tegenwoordig niets meer betekent. Het werd oorspronkelijk gebruikt voor negentiende-eeuwse Russische radicalen die de religie afwezen ten gunste van de wetenschap en die terreur propageerden als middel om de mensheid te bevrijden van het juk van het verleden. Sindsdien wordt het woord gebruikt om iemand zonder opvattingen of waarden aan te duiden. Maar in plaats van dat ze nergens in geloven, zijn jihadisten bezeten door het geloof. Hoewel sommige berichten doen vermoeden dat ze mogelijk worden aangespoord door drugs die voor een roes van euforie zorgen, zijn de aanslagen die ze plegen geen willekeurige terreurdaden. Het zijn zetten in een systematische, wrede strategie die in dienst staat van een apocalyptische mythe. IS is bezield door fantasieën over een rampzalige, eindtijdachtige strijd en een universeel kalifaat. Niet voor niets stelt de groepering weinig tot geen concrete eisen.

    Hobbes kan ons niet bevrijden uit een situatie waarin we het doelwit zijn geworden van mensen die dood en verderf verheerlijken. Anders dan een niet-aflatende vastberadenheid om onszelf te verdedigen, is er geen oplossing voor dat probleem. Wat Hobbes wel kan doen, is afrekenen met de gemakzuchtige zekerheden en de ijdele hoop van de dominante vrijzinnigheid. De les van de recente aanslagen is dat vreedzaam samenleven niet de standaardtoestand van de moderne mensheid is. We zullen eraan moeten wennen dat de realiteit van een ‘gerieflijk leven’ een hoge prijs vraagt.

    Auteur: John Gray
    Vertaler: Paul Bruijn

    John Nicholas Gray (South Shields, 1948) is een prominente Britse politiek filosoof en schrijver. Hij was hoogleraar European Thought aan de London School of Economics and Political Science.

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • Het ei 
van Brussel

    Het ei 
van Brussel

    De Europese Raad neemt dit jaar zijn intrek in een glazen huis. Alleen is het glas staalhard en zijn zelfs de gordijnen kogelwerend. 
Het gebouw kraakt onder de extreme veiligheidsmaatregelen.

    In de schemering kun je ’t het beste zien. Als je er dan voor staat – waarschijnlijk ingeklemd tussen de laatste bouwschuttingen en de auto’s die in het spitsuur door de Europese wijk van Brussel kruipen – denk je dat je droomt: daar voor jou zweeft een reusachtig ei. Alsof René Magritte zelf het achter de bijna vierkante glasfaçade heeft geschilderd, straalt het daar, van binnen belicht, via een web van houten kozijnen naar buiten, op het asfalt van de straat. Maar het is geen schildering en evenmin een zinsbegoocheling: het is het nieuwe gebouw van de Europese Raad.

    Bomvrij

    Die onwezenlijke indruk zal voor de meesten ook niet veranderen als de bouwvakkers binnenkort vertrekken, de kantoorruimtes in het aangrenzende oude gebouw zijn ingericht en na de zomer hier eindelijk in de conferentiezaal de eerste bijeenkomsten van de Raad worden gehouden. Want de nieuwe zetel van de Europese Raad is extreem beveiligd, ook al is de façade doorzichtig en hebben de houten kozijnen een 
filigraanpatroon. Alleen het glas suggereert toegankelijkheid. Maar de façade is in diverse lagen opgebouwd en 
daarmee even bomvrij als een betonnen muur. Ook een scherpschutter die iemand in dit gebouw zou willen raken, maakt geen kans. Het glas is onbreekbaar. De Belgische politie heeft het getest. Niettemin zijn er toch ook nog kogelwerende gordijnen opgehangen.

    Eerst de beide zwaar beveiligde torens van de Europese Centrale Bank in Frankfurt en nu het nieuwe gebouw van de Europese Raad in Brussel. Het is duidelijk: hier schermt men zich heel bewust af van buiten. Verkeerspalen omhoog, veiligheid voorop.

    Een te grote nabijheid tot de burger vergroot het risico op een aanslag en vormt het beste argument voor steeds extremere veiligheidsmaatregelen.

    ‘Het is het net als bij een ui’: vele lagen bieden samen veel bescherming

    ‘De veiligheidsnormen waaraan wij ons hier moet houden, komen overeen met die van bijvoorbeeld een vliegveld of een treinstation,’ zegt Philippe Samyn. Met zijn architectenteam wist hij in 2004 de opdracht voor het gebouw in de wacht te slepen. De Belgische architect, die bekendstaat vanwege zijn gave zakelijke bouwwerken met grote ingenieurskunst neer te zetten, zal met zijn vergelijking de veiligheidsvoorschriften voor het gebouw van de Europese Raad misschien wat overdrijven. Maar de tendens is duidelijk: angst manifesteert zich als een vaste grootheid in de architectuur. Dat blijkt uit elke nieuwe luchthaven.

    De Europese Raad wordt gevormd door de regeringsleiders van alle 28 lidstaten plus de voorzitter van de Europese Commissie, en is een van de belangrijkste gremia van de Europese Unie. Dat alleen al was reden genoeg om voor een centrale plek in de Europese wijk van Brussel te kiezen, en niet voor het noorden van de stad, waar de grote hoeveelheid ruimte voor een veilige afstand tot de omgeving zou hebben kunnen zorgen. Nu moet het gebouw zelf de functie van slotgracht overnemen.

    Voor projectarchitect Benedetto Clacagno ‘is het net als bij een ui’: vele lagen bieden samen veel bescherming. ‘Zo kan men diverse aanvallen heel goed weerstaan.’

    Het gebouw bestaat uit een uivormige constructie van twaalf verdiepingen en 54.000 m², omgeven door een glazen kubus. – © Philippe Samyn and Partners Architects & Engineers
    Het gebouw bestaat uit een uivormige constructie van twaalf verdiepingen en 54.000 m², omgeven door een glazen kubus. – © Philippe Samyn and Partners Architects & Engineers

    Dit systeem maakt het ook mogelijk om op de verdiepingen verschillende veiligheidsniveaus te activeren. 
Daardoor kunnen de regeringsleiders elkaar op een bepaalde etage ontmoeten zonder dat, zoals in het huidige raadsgebouw, het complete gebouw afgegrendeld dient te worden.

    Nadat in 2004 het besluit voor de destijds op 240 miljoen euro becijferde nieuwbouw genomen was, zijn er 
dertien lidstaten bijgekomen. Maar de uitbreiding van de Europese Unie is na de Griekse crisis gaan haperen. Het geloof in de Europese eenheid brokkelt af. ‘U kunt zich niet voorstellen wat een nachtmerries mij dat bezorgd heeft,’ schertst Samyn, maar hij is half serieus. De zevenenzestigjarige wilde ‘een vrolijk gebouw’ ontwerpen. Een gebouw ‘waar mensen van houden’. Vandaar dat de plafonds, de deuren en de tapijten zo veel kleur bevatten dat het lijkt of je sterretjes ziet, zulke grote oppervlakten van het conferentiegebouw nemen ze in beslag. Bovendien heeft Samyn ‘al het mogelijke gedaan om te voorkomen dat de strenge voorzorgsmaatregelen zichtbaar zijn’.


    Glazen vesting

    Er zijn veel details die de architect niet mag verklappen, zoals de plek in het gebouw waar het kantoor van de voorzitter van de Europese Raad zich bevindt, hoe dik het glas van de façade precies is, of waar de extra beveiligde ruimte voor noodgevallen is ingericht. Maar ook zonder deze details is duidelijk dat Philippe Samyn een glazen 
vesting heeft geschapen, waarin Europa zich kan verschansen

    Auteur: Laura Weißmüller
    Vertaler: Marten de Vries

    Beeld bovenaan: Vooraanzicht met op de voorgrond de Wetstraat. – © Philippe Samyn and Partners

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | oplage 445.000
    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.