Tag: Buitenland

  • CO2-uitstoot van dataopslag blijft groeien

    CO2-uitstoot van dataopslag blijft groeien

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Westerse sancties tegen Rusland raken Tadzjikistan

    » Gezocht: ‘Grizzly Bear Conflict Manager’

    De cloud produceert meer CO2 dan luchtvaart

    Het energieverbruik van dataopslag draagt steeds meer bij aan opwarming van de aarde. Dataopslag in de cloud heeft inmiddels een grotere ecologische voetafdruk dan de wereldwijde luchtvaartindustrie en met een gezamenlijk verbruik van 200 terawattuur per jaar verslinden datacenters meer energie dan sommige natiestaten. De elektriciteit die wordt gebruikt is momenteel verantwoordelijk voor 0,3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot, maar met het gebruik van laptops, smartphones en tablets erbij opgeteld, komt het totaal neer op 2 procent. Dat betreft niet alleen koeling. Om klanten te kunnen garanderen dat data en clouddiensten altijd en overal direct beschikbaar zijn, zijn datacenters namelijk ‘hyperredundant’ ontworpen: als een systeem uitvalt, staat het andere klaar om storing in gebruikerservaringen te voorkomen, schrijft MIT Press Reader.

    De grootste en meest geavanceerde ‘hyperscale’ datacenters, zoals die van Google, Facebook en Amazon, proberen hun sites CO2-neutraal te maken via CO2-compensatie en investeringen in hernieuwbare energie, maar kleinere datacenters missen middelen en kapitaal voor vergelijkbare duurzaamheidsinitiatieven.

    Lees ook:

  • Hoe slecht is plastic nou eigenlijk echt?

    Hoe slecht is plastic nou eigenlijk echt?

    Plastic is schadelijk voor de gezondheid, het milieu en de mensenrechten – en fungeert als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering. Een geschiedenis van het vermaledijde materiaal.

    Dit lijkt me niet echt een goed moment om over plastic te beginnen, denk ik als mijn vader na afloop van het samenzijn na een begrafenis over de vuilnisbak gebogen staat. Hij wenkt me, met een discreet maar dwingend gebaar. Hij heeft een doorzichtige plastic beker uit het vuilnis gehaald, met een geribbelde, rechte wand. ‘Polystyreen,’ grinnikt hij. Hij draait de beker om en kijkt naar de identificatiecode (een 6 in het midden van het recyclinglogo). ‘Maar niet mijn soort.’

    Mijn vader heeft in de jaren 1960 een veerkrachtige variëteit van polystyreen ontwikkeld voor Union Carbide, een van de belangrijkste plasticfabrikanten van de twintigste eeuw, inmiddels overgenomen door Dow Chemical Company. En nu staan we in de hal van de parochie en heb ik het gevoel dat hij dit glas elk moment stuk kan knijpen. Alsof hij mijn gedachten kan lezen, verstevigt hij zijn greep. Een beker van dit soort polystyreen versplintert tot een merkwaardige ster van scherven, geschakeerd rond de ronde bodem van de beker – en dat is precies wat hij me wil laten zien.

    Geen butadieen, denk ik. ‘Geen butadieen,’ zegt hij. In de productielijnen waarover hij de scepter voerde, werd butadieen toegevoegd om de kunsthars iets rubberachtigs te geven. Butadieen is een van de ruwweg tienduizend bestanddelen die plastics zoals wij ze vandaag de dag kennen, mogelijk hebben gemaakt. Mijn vader gaat op zoek naar een plasticbak, al weet hij ook wel dat deze beker weinig kans maakt op een volgend leven. Dat geldt vooral voor polystyreen, dat in talloze variëteiten op de markt is. Zoals antropoloog Tridibesh Dey opmerkt zijn plastics een chemisch complex allegaartje, meer ontworpen met het oog op gebruik dan op hérgebruik.

    Een tweede kans

    Mijn vader dacht ooit dat plastics tot in het oneindige hergebruikt zouden kunnen worden. Ik kan me zo voorstellen dat hij dacht dat plastic, net als de makers, een tweede kans verdiende. Toen Union Carbide in de jaren zeventig ging inkrimpen, nam mijn vader ontslag en bleef thuis bij de kinderen, totdat hij had bedacht hoe een leven zonder plastic eruit zou kunnen zien. Het antwoord bleek te schuilen in de ambtenarij: mijn vader stond een tijdlang aan het hoofd van het recyclingprogramma in mijn geboortestad. Maar hij heeft nooit zijn dromen kunnen verwezenlijken in de recycling. Van alle plastic die er tijdens zijn leven zijn geproduceerd, is nog geen tien procent op effectieve wijze hergebruikt.

    De vraag naar plastic is net zo kunstmatig als plastic zelf

    Deze teleurstellende uitkomst wordt – net als zoveel andere aspecten van onze relatie met plastic – vaak geweten aan individuele tekortkomingen. De pijlen worden zelden gericht op de plasticproducenten, of op de geopolitiek waardoor plastic over de hele wereld is verspreid. Maar wie zich verdiept in de geschiedenis van plastics, stuit op een ander verhaal: de vraag naar plastics is net zo kunstmatig als plastic zelf. Dat onze samenleving is vergeven van wegwerpplastic is niet veroorzaakt door de logica van de vraag, maar door de logica van de geschiedenis en geïntegreerde industriële systemen.

    De industrie werkt al tientallen jaren aan de illusie dat het alle problemen onder controle heeft, maar ondertussen worden zowel de productie als de promotie steeds meer aangezwengeld. De afgelopen twintig jaar zijn er meer plastics geproduceerd dan in de hele tweede helft van de twintigste eeuw. Recycling is een gebrekkig systeem – en toch wordt het gepresenteerd als wondermiddel. Maar een slimme truc aan het einde van de keten is geen oplossing voor de massale hoeveelheid plastic die wordt geproduceerd, voor de complexe toxiciteit en de erfenis van vervuiling en schade die de industrie al langere tijd aan de menselijke gezondheid en de mensenrechten toebrengt.

    Dat geldt natuurlijk allemaal al veel langer, maar nu is het moment daar om het gesprek over plastic ook echt aan te gaan. Naar verwachting zal plastic een zwaar stempel drukken op de eenentwintigste eeuw, als een vooralsnog niet te beteugelen aanjager van klimaatverandering.

    Materie

    Toen mijn vaders voormalige werkgever eind jaren 1920 plastic ging maken, was er niet echt sprake van een gretige afzetmarkt. Maar in zekere zin kon het bedrijf niet anders dan plastic vervaardigen. De nieuw ontwikkelde antivries, Prestone, werd gemaakt van aardgas en leverde een restproduct op, ethyleendichloride, een stof waarvoor geen praktische toepassing was en die dus op het terrein werd opgeslagen. Al snel had men er onvoorstelbare, ‘gênante’ hoeveelheden van opgeslagen, zoals het later werd verwoord in een nieuwsbrief van Carbide. De beste optie was, besloot het bedrijf, om er vinylchloride van te maken, waarvan al in de jaren 1970 werd vastgesteld dat het kankerverwekkend was, maar dat destijds werd gebruikt als bouwsteen voor een schadelijk soort plastics dat nog niet eerder op de markt was gebracht: vinyl.

    Dit is geen op zichzelf staan geval, maar eerder een voorbeeld van hoe de productontwikkeling bij chemische stoffen en plastics maar al te vaak verloopt. Voor Carbide en andere petrochemische fabrieken in de twintigste eeuw, vereiste elk nieuw product een reeks opeenvolgende reacties, en elke stap leverde weer een nieuw bijproduct op. Door die bijproducten te ontwikkelen waaieren de productielijnen uit en ontstond er uiteindelijk een bijna fractale structuur van onderling verwante producten. Alles wat het systeem binnenkomt moet ergens blijven, legt Ken Geiser, een beleidsexpert op het gebied van chemische industrie, uit in zijn boek Materials Matter. Materie is materie, het wordt gecreëerd noch vernietigd. En dus moet het worden omgezet: er wordt brandstof van gemaakt, het wordt afgedankt en veroorzaakt vervuiling, of het wordt te gelde gemaakt. Na vele herhalingen van dit proces komt Carbide uit bij Vinylite, dat uiteindelijk bruikbaar wordt gemaakt door de versmelting van twee typen vinyl: polyvinylchloride (pvc) en polyvinylacetaat.

    Volgens een intern marketingrapport heeft Carbide jarenlang geprobeerd nieuwe klanten te ‘synthetiseren’ en nieuwe toepassingen te bedenken voor Vinylite, terwijl een kredietafdeling de financiële last verlichtte door het product te adopteren. Uiteindelijk stuurde het bedrijf zelfs technische teams het land in om fabrikanten te leren hoe ze kunsthars moesten gebruiken – allemaal met matig succes. Celluloid, voorheen Bakeliet, en later ook polystyreen, kende vergelijkbare problemen.

    Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen

    Maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Door de oorlogscontracten kreeg de ontwikkeling van opkomende kunstharsen de wind in de zeilen. Zo hielp de Amerikaanse marine DuPont en Union Carbide om een licentie te krijgen van Britain’s Imperial Chemical Industries, zodat een begin kon worden gemaakt met de vervaardiging van polyethyleen voor de isolatie van draden en kabels (waarmee radar mogelijk werd). Het zogeheten Manhattan Project was de aanzet voor DuPont om het nieuwe gefluorideerde plastic in massaproductie te nemen, en dat zou uiteindelijk Teflon worden. Wat voorheen werd gewogen in grammen werd nu gewogen in tonnen. In de oorlog werden ook de al bestaande kunstharsen volwassen: aan het einde van de oorlog werd tweeëndertig keer zoveel polystyreen geproduceerd als bij het uitbreken van de oorlog.

    Maar polystyreen heeft enkele basisingrediënten gemeen met een ander materiaal dat van cruciaal belang bleek voor de moderne, gemechaniseerde oorlogsvoering: styreen-butadieenrubber, ook wel SBR genoemd. Rubber werd gebruikt voor rupsbanden. Vrachtwagenbanden. De zolen van de soldatenkistjes. 

    Rubber

    Het gigantische, Duitse IG Farben had al het zogeheten Buna S-rubber gesynthetiseerd, een versie van SBR op kolenbasis, toen de verstoring van de handel in natuurlijk rubber Amerika dwong om een inhaalslag te maken. Er werd razendsnel een onderzoeks- en ontwikkelingstraject in gang gezet en dat leverde het Amerikaanse alternatief op: GR-S, ofwel Government Rubber-Styrene. Volgens historicus Peter J. T. Morris deed dit traject niet onder voor de wedloop om een atoombom te maken. Om te kunnen beantwoorden aan de vraag naar rubber aan het front werd er styreen geproduceerd op een schaal die ‘haast onvoorstelbaar’ was, zoals valt te lezen in een Dow-reclame uit de jaren 1940 – al helemaal gezien de moeite die het tot dan toe had gekost om styreen te produceren.

    Maar er waren ook risico’s verbonden aan styreen. Het kan kanker veroorzaken, net als vinylchloride. Dat gold ook voor het andere belangrijke bestanddeel van synthetisch rubber: butadieen, ook een monomeer die later kankerverwekkend bleek te zijn, en een chemische stof die symbool staat voor de versmelting van twee ooit afzonderlijke domeinen – petroleum en chemicaliën– tot de petrochemische industrie.

    Amerika had de keuze tussen twee verschillende manieren om butadieen te maken. Het kon gemaakt worden uit graanalcohol (ethanol) of uit petroleum. De olie-industrie bond de strijd aan met de boeren om overheidscontracten binnen te slepen voor de nieuwe rubbermachine. Het graan hield stand tijdens de oorlog, maar toen de oorlog eenmaal ten einde was, dwarsboomde de door de overheid gesteunde petroleumindustrie elke mogelijkheid om een door koolhydraten gedreven chemicaliën-en-plasticsindustrie op te zetten. De graanoogsten werden te grillig geacht, te zeer aan de seizoenen gebonden, te gevoelig voor overstromingen en droogte, en dus vatbaar voor prijsfluctuaties. 

    Rond 1950 had de overheid de rubberfabrieken uit de oorlog verkocht aan particuliere investeerders. Styreen, zo meldde Dow, had ‘eervol ontslag’ gekregen om ‘een wereld van vrede’ te kunnen dienen. Verschillende bedrijven, waaronder Union Carbide, konden nu styreen en butadieen produceren in hoeveelheden die veel groter waren dan wat de rubberindustrie in vredestijd aankon. De oplossing voor een overdaad aan styreen: polystyreen, waarvan een deel later gemodificeerd zou worden tot hoogwaardig polystyreen. Het polystyreen van mijn vader.

    De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen

    ‘De naoorlogse domesticatie van plastic verliep grillig, met horten en stoten’, schrijft cultuurhistoricus Jeffrey Meikle in zijn boek American Plastic. Om de vraag op te stuwen, investeerde de bedrijfstak op grote schaal in advertentiecampagnes en groeide zelfs uit tot een van de grootste klanten van reclamebureaus. Aanvankelijk richtte de advertenties zich op vrouwen, om hen te doordringen van de voordelen van plastic en om hun te leren hoe ze de verschillende namen moesten uitspreken – zelfs de Society of the Plastics Industry (SPI) ontkende niet dat het tongbrekers waren. (‘Polly en Vin Wie?’ staat te lezen in een pamflet dat de SPI in 1953 uitgaf, in samenwerking met het vrouwenblad McCall’s. ‘Nou, het is geen Polly maar Poly: Poly-styreen en Vin-yl.’) Toen de bedrijfstak geen nieuwe markten meer wist te bereiken, zoals voorheen lukte met bijvoorbeeld de Tupperware-party’s, waagde men zich op andere terreinen, door de concurrentie aan te gaan met leer, katoen, glas en metaal. Toch waren de verkoopcijfers halverwege de jaren 1950 nog van dien aard dat men niet langer probeerde het plastic de huizen binnen te krijgen, maar eerder het erdoorheen te jagen, zoals plasticexpert Max Liboiron uitlegt. De zonnige toekomst van plastics school in wegwerpartikelen – of, zoals Lloyd Stouffer, redacteur bij Modern Packaging Magazine, het formuleert, ‘in de vuilnisbak’ – en polystyreen was een van de kunststoffen die daarvoor in aanmerking kwam.

    Het duurde niet lang of Scott plaatste een reeks advertenties in Life, met daarin het eerste ‘wegwerpglas,’ zoals het bedrijf het noemde – mooi genoeg om gasten voor te zetten. Het bedrijf beloofde dat het ‘absoluut, zonder enige twijfel, honderd procent verantwoord’ was om dit glas, gemaakt van ‘puur polystyreen en glad als porselein’, weg te gooien. Rond 1960, aan het begin van het decennium waarin mijn vader plastics maakte, kocht het leger ook weer polystyreen, dit keer voor de vervaardiging van het zeer brandbare napalm-B, maar de verpakkings- en de wegwerpartikelenindustrie zouden de grootste afzetmarkten vormen voor plastics. De productiecijfers stegen ‘tot ongekende hoogten’, schreef een analist van wie de woorden in 1971 werden vastgelegd in de notulen van het Amerikaanse Congres. In de supermarkt werden papieren verpakkingen stuk voor stuk verdrongen door plastic: de eierdoos, de broodzak, het vleesbakje en uiteindelijk, zij het schoorvoetend, de boodschappentas, schrijft wetenschapsjournalist Susan Freinkel in haar boek Plastic: A Toxic Love Story.

    ‘Consumenten,’ legt Meikle uit, ‘konden alleen kiezen tussen de artikelen die in de schappen lagen.’ En tegen het einde van de twintigste eeuw lagen de schappen vol plastic.

    Alternatieven

    In mijn werkkamer staan kasten vol polystyreen bekers in alle mogelijke vormen, maten en kwaliteiten. Allemaal cadeautjes van mijn vader, die de merkwaardige gewoonte heeft ze voor me mee te nemen. Hij kan het niet aan om ze weg te gooien, en hij heeft zo zijn twijfels over recyclen.

    Het kan lastig zijn om je een voorstelling te maken van het web waarin de alledaagse plastic bekertjes zijn verbonden met de nauw verweven mondiale crises van gifstoffen, milieu-onrecht en klimaatverandering, en het kan zelfs nog lastiger zijn om te bepalen waar moet worden ingegrepen. Want ja, door sommige plastics worden goederen en voertuigen lichter en daarmee efficiënter. En plastic componenten helpen bij het ontwikkelen van technologieën die hernieuwbare energie weten op te slaan en te distribueren. Maar daarentegen zit tegenwoordig meer dan veertig procent van het plastic in doosjes, bekertjes, verpakkingsmaterialen en andere toepassingen voor kortdurend gebruik. Ondanks aansporingen om waar mogelijk wegwerpartikelen te weigeren en je eigen tasje of bakje mee te nemen, hebben de meeste mensen in de meeste gevallen weinig te zeggen over de hoeveelheid plastic verpakkingen in hun leven. Op sommige plekken is het haast onvermijdelijk om een aanzienlijke hoeveelheid wegwerpplastic (zoals zakjes) te gebruiken, zeker op het platteland en op afgelegen plekken, waar nauwelijks alternatieven voorhanden zijn, of in ieder geval geen betaalbare alternatieven.

    Bovendien is het alomtegenwoordige plastic niet altijd even goed zichtbaar. Google maar eens can lining and drain cleaner (blikje en gootsteenontstopper) en kijk zelf hoe de gootsteenontstopper de metalen laag van het blikje afbijt, tot er een plastic koker overblijft. Of nog beter: leg je kartonnen koffiebekertje volgende keer in een bak water. Het paper zal loslaten, waarna je het dunne laagje polyethyleen aan de binnenkant ziet.

    De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes

    Begin jaren 1970 waren er al vijftien staten die probeerden te bedenken hoe ze de snelle opmars van plastic bakjes een halt konden toeroepen. De bedrijfstak schakelde over van reclame op zelfverdediging. Lobbygroepen probeerden de twee cent belastingheffing op flesjes te verijdelen, en in de jaren erna verzette men zich in het nabijgelegen Suffolk County tegen maatregelen om het aantal polystyreen bekertjes en andere wegwerpplastics terug te dringen. De industrie heeft er zelfs voor gelobbyd dat staten zich konden onttrekken aan het verbod op plastic tasjes. En zodra uit peilingen bleek dat het draagvlak afkalfde, of wanneer er regelgeving dreigde, gooiden de industrie en haar handelspartners er extra advertentiegelden tegenaan.

    Niet eerder in de geschiedenis heeft plastic zo onder vuur gelegen. Vorig jaar maart hebben twee Democratische congresleden wetsvoorstellen ingediend om de plasticvervuiling tegen te gaan. Ten minste twee derde van de lidstaten van de Verenigde Naties (waaronder, sinds kort, de Verenigde Staten) zijn voorstander van onderhandelingen om te komen tot een bindende overeenkomst om de wereldwijde gevolgen van plastics aan te pakken. En de National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine heeft Amerikaanse producenten opgeroepen om de hoeveelheid plastics terug te dringen die in winkels terechtkomt, en vervolgens in het milieu. Zelfs mijn vader was betrokken bij een poging om in de hele stad een verbod af te kondigen op wegwerppolystyreen.

    Al deze inspanningen trekken de ongelimiteerde productie van plastics in twijfel, maar er is ook nog een andere reden om nu stil te staan bij de plasticsproductie – de hoge CO2-uitstoot van de bedrijfstak is een aanjager van de klimaatverandering.

    De plasticindustrie heeft zich flexibel getoond – aanvankelijk werden er producten gemaakt van ruwe grondstoffen zoals guttapercha en houtpulp, en later van restproducten uit andere industrietakken, zoals katoenvezels, landbouwafval en de overgebleven gassen uit gascentrales of kolenovens van staalfabrieken. Tegenwoordig worden plastics gemaakt in een nauw verweven netwerk van raffinaderijen, frackinginstallaties en petrochemische fabrieken – complexen die opnieuw zijn uitgerust of zijn verplaatst om beter in staat te zijn nieuwe of andere olie- en gasvoorraden aan te boren. Tegenwoordig wordt 98 tot 90 procent van het plastic – dus vrijwel alle plastic – gemaakt uit fossiele brandstoffen.

    Verfrackingen

    Historisch gezien zou je de markt voor fossiele brandstoffen een verstoorde markt kunnen noemen, gezien het grote aantal verschillende vormen van overheidssteun: hulp bij technologieoverdracht, belastingvoordelen, subsidies, zachte financieringen, prijsafspraken en, zoals hierboven beschreven, oorlogscontracten – dit alles samen bepaalt de prijs van plastic, en dus de productie. De plasticindustrie zelf heeft nooit de werkelijke kosten van de productie voor haar rekening hoeven nemen, dus de prijs van alles wat er is verbruikt, opgeslagen, gedumpt, in zee gestort, begraven, geïnjecteerd, verkwist, verbrand, door de schoorsteen gejaagd of uit leidingen weggelekt.

    Maar de aard van de petrochemische industrie brengt haar eigen wetmatigheden met zich mee. Plastic moest wel op grote schaal worden geproduceerd om de enorme investeringen terug te verdienen die noodzakelijk waren geweest om dergelijke grote en gecompliceerde fabrieken op te zetten en in bedrijf te nemen. Deze fabrieken behoren tot de grootste, duurste en meest energieverbruikende bedrijven in de producerende en verwerkende industrie. Zo diende zich weer het aloude probleem aan: meer plastic vereiste meer toepassingen en meer afzetmarkten.

    Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld

    De Amerikaanse ‘fracking boom’, ook wel de schaliegasrevolutie genoemd, is de aanjager van de meest recente expansie van plastic. Dankzij fracking is Amerika nu de belangrijkste producent van olie en gas ter wereld, wat resulteert in een ‘oververzadiging’, aldus Kathy Hipple, senior research fellow aan het Ohio River Valley Institute. Door dit overaanbod van grondstof is een nieuwe ronde investeringen in plasticfabrieken in gang gezet waardoor, zo legt Hipple uit, de markt is overvoerd met plastic verpakkingsmateriaal – er is meer aanbod dan vraag. Door deze plastic, nu voornamelijk polyethylenen en polypropylenen die zijn vervaardigd uit aardgascondensaten, is polystyreen gedegradeerd tot een kleine speler op de verpakkings- en wegwerpartikelenmarkt – met een marktaandeel van zo’n twee procent. De producten die de plasticindustrie nu op de markt brengt, noem ik soms grappend ‘verfrackingen’ in plaats van verpakkingen.

    Maar in economische zin is er opnieuw sprake van een verandering in de wereld van plastic. Nu de energie- en transportsector steeds meer afstand neemt van fossiele brandstoffen, zien veel olie- en gasproducenten in plastic nog een van de weinige kansen om te groeien, om te blijven bestaan. Sommige nieuwe ‘megafabrieken’, zoals de Zhoushan Green Petrochemical Base in China, gebruiken ruwe olie, in plaats van geraffineerde bijproducten, voor de productie van chemicaliën en plastic.

    De plasticindustrie zal in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening nemen

    En dat is (deels) de reden dat een groter deel van de mondiale CO2-uitstoot op het conto zal komen van plastic. Als de Amerikaanse plasticproductie blijft groeien zoals de industrie nu voorspelt, dan zal de klimaatbijdrage van plastics in 2030 die van de kolencentrales voorbij zijn gestreefd, concludeert Jim Vallette, de hoofdauteur van een nieuw Beyond Plastics-dossier. Of, anders gezien: de huidige groeicijfers betekenen dat de de plasticindustrie in 2050 zo’n 15 procent van het wereldwijde emissiebudget voor haar rekening zal nemen – en misschien nog wel meer. Hoeveel meer is afhankelijk van de grondstof en het soort plastic, maar gemiddeld genomen levert elke ton plastic zo’n 1,89 ton op aan koolstofdioxide-equivalent (een maat voor broeikasgassen).

    Emissies ontstaan door de winning en het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar er zijn ook zorgen dat er zelfs nog meer uitstoot zou kunnen plaatsvinden aan het andere uiteinde van de levenscyclus, als verschillende staten het groene licht zouden geven voor voorstellen uit de industrie om nog sterker in te zetten op CO2-intensieve afvaltechnologieën, zoals verbrandingsovens, het winnen van brandstoffen uit afval, en moleculaire, chemische en zogeheten hoogwaardige vormen van recycling. Deze onbewezen technologieën maken gebruiken van extreem hoge temperaturen en andere methoden om afval om te zetten in grondstof om nog meer plastic te produceren. Dergelijke technologieën ‘verplaatsen de afvalstortplaatsen van de grond naar de lucht’, aldus Yobel Novian Putra, die werkt aan een Asia Pacific klimaat- en energiebeleid voor de Global Alliance for Incinerator Alternatives. En dat zal zowel gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit als voor het klimaat.

    Maar de petrochemische industrie zelf gebruikt ook veel energie – en staat zelfs in de top twee van energieverbruikers in de verwerkende sector. Zelfs als de bedrijfstak zou overschakelen op energiebronnen met een laag koolstofgehalte (of zou overschakelen op problematische technologieën voor het afvangen en opslaan van CO2, de zogeheten CCS-technologieën), zouden plastics nog altijd een belangrijk aandeel leveren in de uitstoot van broeikasgassen, volgens analisten van het Center for International Environmental Law (CIEL).

    Plastic is klimaatverandering, maar dan in vaste vorm

    Toch is er in het klimaatbeleid nog altijd betrekkelijk weinig aandacht voor de productie van plastics. En de proliferatie van plastics kan van ondergeschikt belang lijken nu de klimaatrampen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen. Plastic en klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en de structureel verweven problemen werken ook op elkaar in: de plasticindustrie stuwt de uitstoot van broeikasgassen op en door het extreme weer komt er nog meer plastic in het milieu terecht. Er wordt onderzoek gedaan naar die wisselwerking – men kijkt bijvoorbeeld hoe temperatuurstress van invloed is op de manier waarop diersoorten reageren als ze worden blootgesteld aan gifstoffen. Hoe dan ook hebben ze dezelfde wortels. ‘Plastic is koolstof’, fossiele brandstof in een andere vorm, zegt Carroll Muffett, die aan het hoofd staat van CIEL. Of, zoals Deirdre McKay het stelt: plastic ís klimaatverandering, maar dan in vaste vorm.

    Wetenschappers zijn nog altijd aan het onderzoeken op welke niveaus er allemaal sprake is van schade – hoe er broeikasgassen vrijkomen uit plastic dat in de zon ligt te bakken, hoe plankton microplastics binnenkrijgt, waarmee het vermogen van plankton kan worden aangetast om zuurstof te leveren en CO2op te nemen en dat vervolgens mee te nemen naar de zeebodem. ‘Het onderzoek naar deze [klimaat]effecten staat nog in de kinderschoenen,’ valt te lezen in een rapport van CIEL en enkele andere groepen, ‘maar er zijn aanwijzingen dat plasticvervuiling de grootste natuurlijke CO2-opslag op aarde verstoort, wat een bron van zorg is en wat onze onmiddellijke aandacht vereist.’

    Zodoende denk ik terug aan die begrafenis, denk ik weer aan het glas in zijn hand, de golven van verdriet. Terwijl overal natuurbranden ontstaan, terwijl de rook van het ene continent naar het andere drijft, terwijl het zeewater stijgt en kustlijnen zich terugtrekken, terwijl we kampen met droogte en overstromingen, kankers en uitstervende diersoorten, dodelijke hittegolven en dodelijke pandemieën, lijkt dit misschien niet hét moment om te beginnen over plastics – over het feit dat we worden overspoeld door in de oorlog tot wasdom gekomen wegwerpartikelen die ons zijn opgedrongen en die inmiddels niet meer uit ons bestaan zijn weg te denken, die overal en altijd aanwezig zijn. Maar dit is precies het moment om dat nou juist wél te doen. En de wereld heeft geen seconde meer te verliezen.

    Lees ook:

  • Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    » Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Vox gaat meeregeren in Castilië en León

    De extreemrechtse partij Vox en de rechtse Volkspartij (PP) hebben donderdag aangekondigd dat zij een akkoord hebben bereikt om de regio Castilië en León gezamenlijk te besturen. Door het pact met extreemrechts kan de aftredende rechtse president, Alfonso Fernandez Mañueco, worden herkozen, bericht El País. Vox krijgt de positie van vice-presidentschap toebedeeld in de regering Castilië en León, die, net als de andere regio’s van Spanje, zeer ruime bevoegdheden heeft in dit sterk gedecentraliseerde land.

    De socialistische partij van premier Pedro Sánchez veroordeelde onmiddellijk wat zij een ‘beschamend pact’ noemde. De radicaal-populistische partij maakt er geen geheim van de operatie te willen herhalen in andere regiobesturen in Spanje en ook op nationaal niveau tijdens de volgende algemene verkiezingen, die over minder dan twee jaar zullen plaatsvinden. ‘Vox heeft zojuist een beslissende sprong gemaakt in de Spaanse politiek’, analyseert El País.

    Lees ook:

  • Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    » Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Critici noemen wet racistisch

    De Knesset heeft donderdag gestemd voor een herinvoering van het verbod om Palestijnen, die met Israëlische Arabieren gehuwd zijn, het Israëlische staatsburgerschap te verlenen. De zogenaamde Burgerschapswet werd aangenomen dankzij de stemmen van rechtse oppositiegroeperingen die zich hebben aangesloten bij de coalitie onder leiding van premier Naftali Bennett, van de radicaal-rechtse Yamina-partij.

    Voorstanders van het wetsvoorstel steunen het ‘om veiligheidsredenen, met het argument dat Palestijnse militanten het huwelijk zouden kunnen gebruiken om Israël binnen te komen, terwijl de critici aanvoeren dat het raciaal gemotiveerd is en een instrument om een demografische meerderheid te behouden‘, aldus Haaretz.

    Lees ook:

  • Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    » Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Automarkt krimpt in Latijns-Amerika

    Van alle Latijns-Amerikaanse landen daalden de autoverkopen in januari het sterkst in Argentinië en Brazilië. Dit blijkt uit een rapport van de Association of Automotive Companies of Ecuador (AEADE) over de regionale automarkt met gegevens van automarkten in tien Latijns-Amerikaanse landen. De Latijns-Amerikaanse automarkt vertoonde een algehele daling van 9,2 procent ten opzichte van dezelfde maand in 2021, bericht MercoPress.

    Voor Brazilië en Argentinië was de negatieve ontwikkeling in de autoverkoop het grootst: die daalde respectievelijk met 26,1 procent en 13,0 procent. Uit het rapport blijkt ook dat Venezuela en Paraguay een omzetgroei van respectievelijk 143,6 proecnt en 49,6 procent konden noteren, vergeleken met dezelfde maand in 2021.

    Lees ook:

  • Kan Europa echt zonder fossiele brandstoffen uit Rusland?

    Kan Europa echt zonder fossiele brandstoffen uit Rusland?

    De Verenigde Staten namen dinsdag het besluit om import van Russische energie te verbieden. Europa, dat voor energie zeer afhankelijk is van Moskou, aarzelt. ‘In recordtijd is het idee van een energie-embargo veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk.’

    ‘Wat een week geleden nog bijna ondenkbaar was, lijkt nu bijna onvermijdelijk’, schreef columnist Ambrose Evans-Pritchard van The Daily Telegraph afgelopen dinsdag, naar aanleiding van stemmen die sinds het weekeinde in het Westen opgaan om een embargo in te stellen op Russische fossiele brandstoffen, met als doel om Moskou te dwingen een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne.

    Alleen olie is al goed voor 40 procent van de Russische staatsbegroting. Een embargo ‘zou voorkomen dat het Kremlin langer dan een paar weken kan doorgaan met een serieus offensief in Oekraïne’, en zou ‘de interne desintegratie van het regime van Vladimir Poetin op gang kunnen brengen’, aldus de columnist van het Britse conservatieve dagblad.

    ‘Het extreme idee van een energie-embargo is in recordtijd veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’

    Ook de Spaanse krant El País bevestigt dat het ‘extreme’ idee van een energie-embargo ‘in recordtijd is veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’. De krant wijst erop dat ‘energie voorzichtigheidshalve van de eerste economische sancties tegen Moskou was uitgesloten.’

    Het dagblad uit Madrid benadrukte maandag dat de Verenigde Staten tot nu toe het meest gemotiveerd zijn voor een boycot, ‘met een regering die bereid is om alleen te handelen, als Europa niet zou volgen’. En daar kreeg de krant gelijk in.

    Afgelopen zondag zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken nog te hopen met de Europeanen één front te kunnen vormen. Hij benadrukte dat de Verenigde Staten ‘zeer actief’ waren in besprekingen met de Europese Unie over een olie-embargo. Evans-Pritchard van The Telegraph bevestigde dat Washington de leiding had en naar oplossingen voor een embargo zocht:

    ‘Het Witte Huis stuurt missies naar Saoedi-Arabië en Venezuela om extra vaten olie te halen en dringt aan op een snelle overeenkomst in het nucleair overleg met Teheran om Iraanse olie weer op de markt te kunnen brengen. Alle gebruikelijke diplomatieke voorbehouden worden terzijde geschoven.’

    ‘De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland’

    The Wall Street Journal schreef afgelopen maandag nog dat het embargo ook kan worden opgelegd door middel van een ‘presidentieel decreet’, in de woorden van Bidens woordvoerster Jen Psaki, maar dat de Amerikaanse president de voors en tegens nog aan het afwegen was. ‘De president en zijn adviseurs willen vermijden een beslissing te nemen die de benzineprijzen voor Amerikanen verder zou kunnen doen stijgen’, aldus het Amerikaanse dagblad.

    Een dag later, op dinsdag, was de kogel door de kerk en had Joe Biden besloten tot een embargo op alle fossiele brandstoffen uit Rusland. Volkomen terecht, schreef The Wall Street Journal die dag in een hoofdredactioneel commentaar, ook al stelt de stap niet al te veel voor: ‘Het verbieden van de invoer van Russische energie gaat niet heel erg ver. De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland.’

    Europa

    In Europa liggen de zaken heel anders, merkte Deutsche Welle op: ‘Duitse, Britse en Nederlandse regeringsleiders zeiden maandag dat Europa te afhankelijk is van Russische energieleveranties om de import van de ene op de andere dag stop te kunnen zetten.’ De Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die tijdens de eerste sanctieronde al heel wat moest slikken vanwege de blokkering van de Nord Stream 2-pijpleiding, benadrukte dat olie en gas uit Rusland ‘essentieel’ blijven voor Europa.

    ‘De Europese energievoorziening voor verwarming, vervoer, elektriciteit en industrie kan momenteel niet anders worden gewaarborgd’ dan door de invoer van Russische fossiele brandstoffen, aldus Scholz.

    De Britse premier Boris Johnson beveelt een ‘stapsgewijze’ aanpak aan, maar erkent dat de situatie ‘zeer, zeer snel’ verandert en dat opties die een paar weken geleden nog ondenkbaar waren, nu ‘op tafel’ liggen.

    ‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt’

    Joe Biden, Olaf Scholz en Emmanuel Macron zijn volgens BBC in ieder geval wel eensgezind en vastbesloten om de kosten van de invasie van Oekraïne voor Rusland te blijven opdrijven.

    Dat het Russische persagentschap Tass uit een heel ander vaatje tapt was te verwachten: ‘Het besluit van het Westen om de invoer van Russische olie te verbieden zal catastrofale gevolgen hebben voor de wereldmarkt, aldus de Russische vicepremier Alexander Novak tegen verslaggevers.’

    ‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt. Dat zal meer dan een jaar duren’, voegde hij eraan toe. Een verbod op Russische olie zal leiden tot een stijging van de prijzen voor brandstof, elektriciteit en verwarming in Europa en de Verenigde Staten, aldus Novak.

    ‘Volgens Novak is de hoogte van prijsstijgingen onvoorspelbaar, maar bedragen van “meer dan 300 dollar per vat” sluit hij niet uit’, aldus Tass.

    Dat lijkt rijkelijk overdreven, want de bank JP Morgan schat dat de prijs van een vat zich zal stabiliseren rond 185 dollar als Russische olie van de markt verdwijnt, aldus El País. Maandagavond lag de prijs van een vat rond de 120 dollar.

    Lees ook:

  • Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Menselijk zweet is veel meer dan alleen verkoelend. Soms ruikt het ‘ranzig, geitachtig’ naar een flinke doses ‘stinkkaas’ of naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met ui’, dan weer prikkelt het onze zintuigen op een aangename manier.

    In de sportschool getuigt een bezweet T-shirt van krachts-inspanning en doorzettingsvermogen, maar bij een kennismakingsgesprek is het een teken van zwakte en onzekerheid. Voor de sauna betalen we om te zweten, voor een taxi met airco juist om te voorkomen dat we bij een receptie op ook maar één zweetdruppeltje worden betrapt. Geen twijfel aan: de mens heeft een schizofrene verstandhouding met zweet. Nu eens heeft lichaamsvocht een erotische aantrekkingskracht, dan weer wekt het weerzin.

    Eerst en vooral is zweten essentieel om te kunnen overleven: zo beschermt het lichaam zichzelf tegen oververhitting. Ieder mens heeft twee tot vijf miljoen zweetklieren. Het merendeel daarvan zijn eccriene zweetklieren, die over het hele lichaam verspreid liggen. Door die klieren dringt een waterig-zoutachtig vocht door tot op het huidoppervlak, waar het verdampt en ons lichaam afkoelt. Apocriene zweetklieren komen daarentegen alleen voor op enkele behaarde lichaamsdelen, zoals onder de oksels. Deze geurklieren scheiden een olieachtig secreet af. Het vocht zelf is weliswaar reukloos, maar vormt tegelijkertijd ook een buitenkansje voor heel wat huidbacteriën. De afvalproducten van dit afbraakproces resulteren in wat wij doorgaans een zweetlucht noemen. 

    Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’

    Ieder mens heeft zijn eigen unieke zweetgeur. In haar lezenswaardige boek The Joy of Sweat schrijft de Canadese wetenschapsjournalist en docent Sarah Everts dat er genderspecifieke tendensen zijn. Zo worden mannengeuren vaker gedomineerd door een geurmolecuul dat ze omschrijft als ‘een ranzige, geitachtige stank met een geur van stinkkaas’. Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’.

    Hoe onaangenaam die zweetlucht tegenwoordig ook kan zijn, in oorsprong was hij een belangrijk communicatiemiddel. Veel zoogdieren bakenen hun territorium af – met waarschuwingssignalen of juist met liefdesboodschappen. ‘Maar bij mensen wordt de oorspronkelijke biologische betekenis van de apocriene zweetklieren nog maar slecht begrepen,’ zegt Everts. Misschien verraadde de zweetlucht van onze voorouders ooit dat iemand bang was, of dat een vriend of familielid ziek was.

    Bezwete T-shirts

    Ook bij het vinden van een partner speelden zweetklieren mogelijk een belangrijke rol – en misschien doen ze dat nog steeds. In de jaren negentig liet evolutiebioloog Claus Wedekind van de Universiteit van Lausanne vrouwen ruiken aan bezwete T-shirts van mannen. De proefpersonen hadden voorkeur voor de reuk van mannen met een immuunsysteem dat niet te sterk leek op het hunne, maar dit juist goed aanvulde. Vroeger, toen mensen in kleine groepen leefden, voorkwam die voorkeur mogelijk dat een vrouw een man koos die te nauw aan haar verwant was.

    Hoewel dat risico tegenwoordig geringer is en andere factoren bij de partnerkeuze veel belangrijker zijn, geloven sommigen nog altijd in de erotische werking van het okselholtebouquet. Everts deed mee aan een zweetdating in Moskou waarbij de deelnemers aan hun date snuffelden. Om een tipje van de sluier op te lichten: zij stuitte daarbij inderdaad op een geur waar ze warm van werd.

    Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen

    Eccriene zweetklieren zijn minder verbonden met intieme gevoelens. Maar ook zij kunnen een mens onzeker maken of voor schut zetten. Everts doet veel aan sport, vertelt ze, ‘en ik ben altijd de eerste die zweet’. Dat vond ze vaak vervelend en het bracht haar op het idee een boek over zweet te schrijven. Uit onderzoek bleek dat de zweetproductie van haar lichaam gemiddeld is. Maar sommige mensen hebben enorm veel zweetporiën, of hun zenuwsysteem is zo ingesteld dat het maar al te gauw een zweetsignaal afgeeft. Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen.

    Zweten is een zeer menselijk fenomeen. Mensen hebben, schrijft Everts, tien keer zoveel eccriene zweetklieren als chimpansees en kunnen twaalf keer zo sterk zweten als een koe. Bij andere zoogdieren zoals honden en katten komen eccriene zweetklieren alleen voor op de poten. Zij reguleren niet de warmtehuishouding maar vergroten bij het klauteren en jagen hun grip op de grond. Afkoelen doen onze favoriete huisdieren onder meer door te hijgen met de tong uit de bek. Maar dat is een actief proces dat energie kost.

    Afkoelingsstrategieën

    Ook in vergelijking met andere afkoelingsstrategieën is zweten een behoorlijk slimme oplossing. Kangoeroes bijvoorbeeld likken hun onderarm om af te koelen. De Nieuw-Zeelandse zeebeer urineert over zijn buik en achterpoten als het hem te warm is. Ooievaars en gieren spatten modder op hun poten. En als honingbijen oververhit dreigen te raken, braken ze hun maaginhoud uit en smeren die met hun voorpoten over hun hele lijf. 

    Hoewel zweet voor 99 procent uit water bestaat, is de resterende 1 procent in velerlei opzichten heel interessant. Die bestaat namelijk uit honderden chemische substanties die door het lichaam worden afgescheiden uit het weefselvocht tussen bloedvaten en weefsels. De belangrijkste zijn zoutbestanddelen zoals natrium, kalium en chloride. Andere substanties verraden onze ondeugden: vermaard en berucht is de geur van knoflooketers. Everts beschrijft zelfs het geval van een verpleegkundige uit Zuid-Afrika die vertwijfeld een arts raadpleegde omdat er rood zweet uit haar poriën kwam. De kleur bleek afkomstig van de tomatenchips die de vrouw met kilo’s naar binnen had gewerkt.

    Sinds enkele jaren neemt ook de sportgeneeskunde ons zweet nauwkeuriger onder de loep. Bij het interdisciplinaire onderzoeksproject WeCare proberen wetenschappers uit Zürich, Neuchâtel, Lausanne en Barcelona een zweetmeetapparaat voor duuratleten te ontwikkelen. Hiermee moeten triatleten, wielrenners en marathonlopers onderweg voortdurend controleren hoeveel water, natrium of kalium zij hebben uitgezweet. ‘Zo kunnen zij dan op het juiste moment de juiste hoeveelheid van het juiste vocht tot zich nemen,’ zegt Mathieu Saubade van het Centrum voor Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Lausanne, die als onderzoeker bij het project betrokken is.

    Realtime

    Volgens Saubade is de wetenschappelijke belangstelling voor dergelijke toepassingen de afgelopen tijd sterk gestegen. Tot nog toe waren er echter nog geen apparaten op de markt om de bestanddelen van zweet in realtime te meten. Dat komt door de complexiteit van dat lichaamsvocht. ‘Hoeveel en hoe we zweten is afhankelijk van verschillende factoren,’ zegt Saubade. Omgevingstemperatuur, leeftijd, geslacht, het uur van de dag en voeding zijn onder meer relevant. Conditie is een andere factor: de zweetklieren van topatleten werken efficiënter dan die van ongetrainde mensen, zij hebben ‘leren’ reageren op hoge lichaamstemperaturen. Ondanks de vele factoren die van invloed zijn is Saubade 
    ervan overtuigd dat er in de niet al te verre toekomst apparaten op de markt komen die gericht zijn op het constant meten van zweet.

    De politie zou al aan de mogelijkheid werken om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt

    Zweet bevat heel veel informatie. Het leven van mensen met diabetes zou veel gemakkelijker worden als zij hun bloedsuiker konden meten zonder zich te hoeven prikken. En voor automobilisten zou een waarschuwingssignaal via een smartwatch nuttig zijn als ze na een avondje stappen te veel alcohol op hebben. De politie werkt volgens Sarah Everts al aan de mogelijkheid om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt.

    Maar wat als bedrijven in de toekomst informatie uit zweet verzamelen om sollicitanten te beoordelen? Of als ziektekostenverzekeringen een zweettest vragen om korting op de premie te kunnen geven? Everts vreest dat het niet lang meer duurt voordat dergelijke ideeën worden omgezet in praktijk. Misschien is dat ook een reden waarom zweten ons vaak in verlegenheid brengt, zegt ze. ‘Wij hebben geen controle over ons zweet en het verschaft intieme informatie over ons.’ 

    Lees ook:

  • Dit klooster geeft kunstenaars de ruimte om te rebelleren

    Dit klooster geeft kunstenaars de ruimte om te rebelleren

    In het betoverende zestiende-eeuwse Chiostro del Bramante in Rome werden eenentwintig internationale kunstenaars uitgenodigd om vrij van welke aardse beperking dan ook een werk te maken voor de tentoonstelling Crazy: Madness in Contemporary Art.

    Curator en kunstcriticus Danilo Eccher stelde een tentoonstelling samen geïnspireerd door en vernoemd naar een boek van een van de meest toonaangevende psychiaters in Italië, Eugenio Borgna. Crazy: Madness in Contemporary Art verkent de scheidslijn tussen verbazingwekkende creativiteit en ‘waanzin’ of gekte, zonder meteen met het afgesneden oor van Van Gogh op de proppen te komen. Als kunst bij uitstek in staat is om de menselijke conditie te verbeelden of te verwoorden, dan is het niet verwonderlijk dat kunst en gekte dicht naast elkaar liggen. In het Chiostro del Bramante, een museum in een oud klooster in Rome, kregen eenentwintig internationale kunstenaars de mogelijkheid om een installatie te ontwerpen die ‘rebelleert tegen de norm’, zich niet houdt aan gevestigde schema’s en wars is van elk rigide kader.

    Ian Davenport laat pigment de buitentrap afstromen om een andere ruimtelijke ervaring af te dwingen. Het neon van de maatschappelijke betrokken Chileense Alfredo Jaar is van buitenaf zichtbaar. Levensechte mannequins van Sun Yuang & Peng Yu poseren op manieren die wij niet van hen gewend zijn en ook de zwarte motten van de Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales hebben hun weg gevonden naar het betoverende renaissancegebouw dat rond 1500 door Donato Bramante werd ontworpen. Alfredo Pirri daagt de bezoeker uit zich niet te beperken tot een reflectie op het oppervlak van zijn werk, maar zich te verliezen in de duizeling ervan en fysiek een voetafdruk achter te laten op de gebroken vloer.

    Crazy: Madness in Contemporary Art is t/m 8 januari 2023 te zien in Chiostro del Bramante, Rome.

    10 Crazy Shoplifter 1
    Shoplifter / Hrafnhildur Arnadottir, Hypermania (2022). – © Hrafnhildur Arnadottir
    04 Crazy Amorales
    Black Cloud Fashion van Carlos Amorales. – © Carlos Amorales

    01 Crazy SunYuanPengYu
    Sun Yuan & Peng Yu, Teenager Teenager (2011). – © Sun Yuan & Peng Yu / Galleria Continua
  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.

  • Hoe Beijing buitenlandse influencers beïnvloedt

    Hoe Beijing buitenlandse influencers beïnvloedt

    Volgens gegevens uit een groot internationaal onderzoek krijgen buitenlandse influencers in China betaald om positieve berichten over het land te verspreiden, waarbij gevoelige onderwerpen worden vermeden. Zelf zeggen de youtubers uit eigen beweging te handelen.

    De YouTube-filmpjes van Lee en Oli Barrett over hun uitstapjes in China trekken miljoenen kijkers. Vader en zoon Barrett logeren in hotels op exotische locaties, bezichtigen afgelegen dorpjes, proeven plaatselijke lekkernijen op drukke inheemse markten of laten daar op traditionele wijze hun oorsmeer verwijderen. Dit zijn exponenten van een nieuwe generatie socialemediasterren die een opgeruimd beeld schetsen van het leven als buitenlander in China – en ondertussen ook weerwoord bieden aan de kritiek op het autoritaire beleid, de behandeling van etnische minderheden en de aanpak van corona in het land.

    Het zijn filmpjes die er ongedwongen en zelfgemaakt uitzien. Maar wat er vaak achter zit, is een heel apparaat van ambtelijke coördinatoren, staatsmedia en andere steun vanuit de overheid, allemaal in het kader van het groeiende streven van Beijing om pro-Chinese boodschappen de wereld in te helpen. Staatsmedia en lokale overheden organiseren en financieren de reizen van pro-Chinese influencers, zo blijkt uit documenten van de overheid en uitlatingen van de influencers zelf. De overheid biedt aan om voor de filmpjes te betalen en krikt de kijkcijfers op door ze met miljoenen volgers te delen op YouTube, Twitter en Facebook. Met de steun van officiële staatsmedia kunnen de makers bovendien filmen in regio’s van China waar de autoriteiten buitenlandse journalisten het werk juist onmogelijk maken. 

    ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven’ 

    De meeste van deze youyubers wonen al jaren in China en zeggen dat ze tegenwicht willen bieden aan de steeds negatievere westerse beeldvorming over het land. En de Communistische Partij dicteert hun niet waar ze filmpjes over moeten maken, zeggen ze, dat bepalen ze zelf. Maar ook al zien deze influencers zichzelf niet als onderdeel van een propagandacampagne, ze worden door Beijing wel zo gebruikt. Chinese diplomaten en andere officiële vertegenwoordigers vertonen deze filmpjes op nieuwsconferenties en promoten ze op sociale media. Zes van de populairste van deze influencers hebben op YouTube bij elkaar al meer dan 130 miljoen views en meer dan 1,1 miljoen abonnees verzameld.

    Het YouTube-kanaal van Lee en Oli Barret.

    Welwillende buitenlandse stemmen zijn een onderdeel van Beijings steeds ambitieuzere pogingen om het debat over China wereldwijd te beïnvloeden. De Communistische Partij schakelt diplomaten en staatsmedia in om haar eigen verhaal te brengen en kritiek te smoren, vaak geholpen door een heel legertje aan schimmige accounts die het bereik van deze berichten op sociale media vergroten. Podia als Twitter en YouTube, door China in eigen land geblokkeerd om de verspreiding van ongewenste informatie tegen te gaan, worden door Beijing zo in feite als megafoon gebruikt om Chinese propaganda de wereld in te sturen. 

    ‘China is de nieuwe supermisbruiker van de mondiale sociale media,’ zegt Eric Liu, een voormalig Chinese internetmoderator. ‘Het doel is daarbij niet om een debat te winnen, maar om chaos en achterdocht te zaaien, tot er van echte waarheid geen sprake meer is.’

    Een date met China

    Raz Gal-Or begon met het maken van grappige filmpjes toen hij in Beijing studeerde. Inmiddels kijken miljoenen abonnees met de jonge Israëliër mee wanneer hij zowel gewone Chinezen als landgenoten interviewt over hun leven in China. Afgelopen voorjaar bracht hij een bezoek aan de katoenvelden in Xinjiang om beschuldigingen over dwangarbeid in die regio te ontkrachten. ‘Het gaat er hier heel alledaags aan toe,’ zegt hij in zijn reisverslag, nadat hij met een paar van de arbeiders een grote vleesspies heeft gegeten. ‘De mensen zijn heel aardig en doen gewoon hun werk, leiden hun leven.’ Hij rept met geen woord over de interne overheidsdocumenten, getuigenverklaringen en verslagen van journalisten waaruit blijkt dat in Xinjiang honderdduizenden moslims door de autoriteiten in heropvoedingskampen zijn opgesloten.

    Het YouTube-kanaal van Raz Gal-Or.

    En hij zegt ook niets over de zakelijke banden van hem en zijn familie met de Chinese staat. Want de bestuursvoorzitter van Gal-Ors videobedrijf YChina is zijn vader Amir, een investeerder wiens beleggingsfonds volgens zijn eigen website gegarandeerd wordt door de China Development Bank, een staatsbank. En volgens de website van het door Amir Gal-Or opgerichte Innonation behoren twee Chinese staatsmedia tot de klanten van Ychina. Het hoofdkantoor van YChina bevindt zich in het gebouw van Innonation in Beijing. In e-mails aan ons laat Raz Gal-Or weten dat YChina geen ‘zakelijke contracten’ met staatsmedia heeft en dat de informatie op de website van Innonation ‘onjuist’ is. Hij zegt dat hij in Xinjiang niet door overheidsinstanties is betaald of rondgeleid. De reisverslagen die hij daar maakte gaan volgens hem over ‘het leven, het welzijn en de dromen van gewone mensen’. En ‘wie daar iets politieks in ziet, heeft ongetwijfeld zijn eigen agenda’, voegt hij eraan toe.

    ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten. Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen’ 

    Andere influencers geven wel toe dat ze financiële steun van de staat hebben gekregen, al zijn ze daarmee naar hun mening nog geen spreekbuis van Beijing. De in China woonachtige Canadees Kirk Apesland noemt zijn YouTube-kanaal Gweilo 60. (Gweilo is een Kantonees woord voor buitenlander.) Hij weerspreekt daar berichten over de repressie in Xinjiang en voert zijn eigen positieve ervaringen aan als tegenvoorbeeld voor de bewering dat de Chinezen worden onderdrukt. Nadat wij contact met Apesland hadden gezocht, plaatste hij een filmpje getiteld ‘New York Times vs Gweilo 60’. Daarin erkent hij dat hij gratis hotelovernachtingen en geld van gemeentelijke en provinciale overheden accepteert. Hij vergelijkt het met het werk van een promotor. ‘Krijg ik geld voor wat ik doe? Natuurlijk,’ zegt hij. ‘Dit is werk. Ik bereik honderdduizenden mensen met deze video.’ Ook Lee Barrett erkende zoiets in een van zijn video’s. ‘Ze betalen de reis, de accommodatie, het eten,’ zegt hij. ‘Maar ze dicteren absoluut niet wat wij moeten zeggen.’ Oli Barrett heeft niet op onze vragen gereageerd.

    Volgens een document waarnaar verwezen wordt in een nieuw rapport van het Australian Strategic Policy Institute (ASPI) heeft de Chinese internetwaakhond circa 30.000 dollar betaald aan een mediabedrijf in het kader van een campagne getiteld ‘Een date met China’, waarin met behulp van ‘buitenlandse internetsterren’ het succes van Beijings armoedebestrijding wordt geprezen. ASPI, dat gefinancierd wordt door onder meer de Australische en Amerikaanse overheid en diverse bedrijven, waaronder leveranciers van militair materieel, heeft al verschillende rapporten over China’s repressieve beleid in Xinjiang gepubliceerd.

    Iets complimenteus

    Wanneer de YouTubers op kosten van de staat reizen, bepalen hun reisleiders wat ze te zien en te doen krijgen. Lee Barrett en een andere influencer, Matt Galat, voerden onlangs een gelivestreamd gesprek met twee YouTubers uit Mexico over hun stedentrip naar Xi’an voor de staatsomroep China Radio International. De organisatoren van de reis hadden Galat gevraagd iets complimenteus te zeggen over een plek die hij nog niet gezien had, zo vertelde hij in dat gesprek. Dat had hij geweigerd. En tijdens een ander onderdeel van de reis was hij teleurgesteld dat het bezoek aan een heilige berg uit het programma was geschrapt. ‘Ze moesten ruimte maken voor meer propagandabezoekjes,’ zei hij. Galat heeft de stream van het gesprek later weer van zijn kanaal verwijderd. Hij wil niet zeggen waarom.

    Het is onduidelijk hoeveel inkomsten dit de makers oplevert. Maar naast geld hebben de Chinese overheidsinstanties ook iets te bieden dat voor een sociale mediaster minstens zo belangrijk is: bezoekersverkeer. De advertentie-inkomsten op YouTube hangen af van het aantal kijkers. En hoe meer kijkers, hoe meer kans de influencers maken op sponsorcontracten van grote merken, zoals een aantal van deze pro-Chinese YouTubers die al in de wacht hebben gesleept.

    ‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten’

    Gal-Or zette zijn video over de katoenvelden in Xinjiang op 8 april op YouTube, kort nadat Nike, H&M en andere merken in China onder vuur kwamen te liggen omdat ze hun zorg hadden uitgesproken over berichten omtrent Chinese dwangarbeid. Luttele dagen later werd zijn filmpje met Italiaanse ondertitels op Facebook gezet door de Chinese ambassade in Italië, die op Facebook bijna 180.000 volgers heeft. In de weken daarna werden dit filmpje en andere clips van Gal-Or in Xinjiang door minstens vijfendertig accounts van Chinese ambassades en officiële nieuwsdiensten op Facebook en Twitter gedeeld, zo blijkt uit door ASPI verzamelde gegevens die door ons zijn geverifieerd. In totaal hebben al die accounts bij elkaar zo’n vierhonderd miljoen volgers. En de algoritmes van YouTube en Google geven meer gewicht aan video’s die op sociale media breed worden gedeeld.

    ‘Dictatoriale landen kunnen hun inzichten in het algoritme bundelen en aanwenden om al hun kanalen te promoten,’ zegt Guillaume Chaslot, een oud-medewerker van Google die daar heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van het aanbevelingsalgoritme van YouTube. Volgens Darren Linvill, die aan Clemson University onderzoek doet naar desinformatie in de sociale media, werd de video van Gal-Or op Twitter gedeeld door heel veel accounts met een verdacht kaal profiel. Dat is volgens hem kenmerkend voor een gecoördineerde actie om de verspreiding te bevorderen. Van de 534 accounts die het filmpje van april tot eind juni retweetten, had twee vijfde hooguit tien volgers, zag Linvill. Een op de negen had er nul. En voor negen accounts was dit de allereerste tweet. Op deze manier wordt de digitale voetafdruk van Gal-Or en andere makers vergroot.

    Joshua Lam en Libby Lange, studenten aan de universiteit van Yale, hebben een analyse uitgevoerd op een steekproef van bijna 290.000 tweets uit de eerste helft van 2021 waarin Xinjiang werd genoemd. Zo zagen ze dat zes van de tien meest gedeelde YouTube-video’s in de tweets afkomstig waren van de pro-Chinese influencers. YouTube laat ons weten dat het geen aanwijzingen heeft dat deze makers ‘betrokken waren bij gecoördineerde beïnvloedingsoperaties’. YouTube is onderdeel van Google en haalt geregeld kanalen uit de lucht als die op repetitieve of gecoördineerde wijze een bepaalde boodschap uitdragen. Maar daarnaast eist YouTube dat de kanalen voor hun kijkers duidelijk maken welke sponsorcontracten of andere commerciële banden ze met bedrijven hebben. Gevraagd hoe het dan zit met gratis reisjes en betalingen door Chinese staatsmedia laat YouTube weten dat het deze makers op hun verplichtingen zal wijzen.

    Transparantie

    YouTube probeert de transparantie ook te bevorderen door kanalen van door overheden gefinancierde nieuwsorganisaties als zodanig aan te merken. Maar, zo laat YouTube weten, dat geldt niet voor privékanalen van de werknemers van zo’n organisatie. Zo kunnen sommige YouTubers verhullen dat ze voor Chinese staatsmedia werken. Li Jingjing neemt haar abonnees bijvoorbeeld mee naar de koraalriffen in de Zuid-Chinese Zee en bespreekt de westerse pogingen om China daar een halt toe te roepen. Maar op haar kanaal staat niet vermeld dat ze voor de staatsomroep China Global Television Network (CGTN) werkt.

    Net zoals op The China Traveler, het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin, nergens te lezen staat dat hij een medewerker is van de Chinese krant People’s Daily. Toch werd hij door een andere Chinese staatskrant, China Daily, als zodanig benoemd in hun reportage over de ‘Date met China’-campagne. In zijn filmpjes uit Xinjiang is Wiggin lyrisch over de regionale keuken en interviewt hij bewoners over de mate waarin hun leven erop vooruit is gegaan. Onderwerpen zoals de heropvoedingskampen komen niet ter sprake. Li en Wiggin hebben geen van beiden op onze vragen gereageerd.

    Het YouTube-kanaal van Stuart Wiggin

    Galat was een van de populairste pro-Chinese YouTubers, maar heeft het land dit jaar verlaten om op zijn kanaal over andere landen te kunnen berichten. Momenteel doet hij verslag van zijn reizen in de Verenigde Staten. Hij zegt desgevraagd geen spijt te hebben van zijn Chinese filmpjes. Al voor de coronapandemie had de uit Detroit afkomstige Galat vanuit zijn Chinese woonplaats Ningbo een aardige schare kijkers opgebouwd met zijn opgewekte reisverslagen. Toen de piek van de pandemie in China voorbij was, begon hij van allerlei lokale overheden en staatsmedia uitnodigingen voor reisjes te krijgen. Het land probeerde in die tijd de westerse kritiek op de Chinese reactie op de pandemie te pareren. Galat zegt zich ook aan die kritiek te hebben geërgerd.

    ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen’

    Zijn YouTube-filmpjes begonnen politieker te worden. Hij vroeg zich hardop af of het virus misschien uit de Verenigde Staten kwam. Hij trad op als gespreksleider in een discussie over de westerse campagne tegen de Chinese techgigant Huawei. ‘Mensen ervaren graag dramatische en agressieve gevoelens over dingen, en veel van die content trok meer kijkers dan mijn gewone reisverslagen,’ zegt hij. Hij kreeg steeds meer volgers, dit jaar zat hij al ruim over de honderdduizend. Hij erkent dat de hulp van de Chinese staatsmedia heeft bijgedragen aan die groei. En toen zijn reizen voor die media langer werden, kreeg hij er ook voor betaald, zegt hij. Hij wil niet zeggen hoeveel.

    De afgelopen zomer heeft hij een reis gemaakt naar Xinjiang die georganiseerd was door de staatsomroep CGTN. ‘Even voor de mensen die China met nazi-Duitsland willen vergelijken,’ zegt hij in een videoverslag van een bezoek aan een museum over de cultuur van de Oeigoerse minderheid. ‘Dacht je dat er in Duitsland voor de oorlog ook musea over de Joodse cultuur waren?’

    De kijkcijfers voor zijn filmpjes zijn gedaald sinds ze niet meer over China gaan. Dat vindt hij niet erg, zegt hij. Zijn kanaal zal in de toekomst waarschijnlijk niet meer zo politiek zijn. ‘Ik voel me er niet echt goed bij,’ zegt hij, ‘om een spreekbuis voor grote thema’s te worden.’

    Lees ook:

  • Digitale reddingsactie Oekraïne

    Digitale reddingsactie Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Musk houdt traditie in stand

    » Gestegen winst voor Berlusconi

    Archivarissen wereldwijd zetten zich in om het internet van Oekraïne te behouden

    Met de Russische invasie van Oekraïne is de angst ontstaan dat als Poetin succesvol is, hij sites van de Oekraïense regering evenals culturele websites voor altijd zal laten wissen, schrijft Vice. Historisch gezien staan naties er immers om bekend in tijden van oorlog documenten te vernietigen, zeker als die kunnen worden gebruikt voor vervolging van oorlogsmisdaden. Daarom zijn archivarissen wereldwijd begonnen om het internet van Oekraïne te behouden en bandbreedte en schijfruimte te bieden voor het archiveren van de digitale geschiedenis van het land.

    Dat is nog niet zo gemakkelijk volgens Ian Milligan, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van Waterloo. ‘Normaal wordt het gedaan door op de achtergrond te crawlen, zoals The Internet Archive dat twee keer per jaar probeert te doen.’ Maar bij grote conflicten ontbreekt het aan tijd en moeten er keuzes worden gemaakt. Daarom achten archivarissen, historici en cybersecuritywetenschappers het waarschijnlijk dat er uiteindelijk slechts een gefragmenteerd digitaal beeld zal overblijven van de daadwerkelijke crisis in Oekraïne.

  • Musk houdt traditie in stand

    Musk houdt traditie in stand

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Digitale reddingsactie Oekraïne

    » Gestegen winst voor Berlusconi

    FSD komt dit jaar écht

    Tijdens de presentatie van de winstcijfers van Tesla vorige week, was het bedrijf niet alleen tevreden over de productie van Model Y in de nieuwe fabriek in Texas en over de recordomzet – de verkoop bereikte 4,1 miljard dollar, tegen 26,4 miljard in 2020 en 19,4 miljard in 2019. Maar CEO Elon Musk hield zich ook aan wat inmiddels een traditie lijkt te zijn geworden. Voor het negende jaar op rij voorspelde hij namelijk dat ‘volledig zelf rijden’, ofwel FSD, naar het Engelse Full Self-Driving, hetgeen betekent dat er geen controle of input nodig is van wie dan ook in de auto, over minder dan een jaar mogelijk zal zijn.

    ‘Ik denk dat FSD de belangrijkste winstbron voor Tesla zal worden’, zei hij bij de presentatie, geciteerd door Jalopnik. ‘Het is mijn persoonlijke gok dat we FSD dit jaar zullen bereiken, met een aanzienlijk hoger veiligheidsniveau dan we momenteel hebben.’

  • Gestegen winst voor Berlusconi

    Gestegen winst voor Berlusconi

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Digitale reddingsactie Oekraïne

    » Musk houdt traditie in stand

    Een stijging van 11 procent ten opzichte van 2020

    Mediaset, de mediagroep van de 85-jarige Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi, dat inmiddels is omgedoopt tot MediaforEurope (MFE), kon in 2021 geconsolideerde netto-opbrengsten van 2914 miljoen euro boeken, schrijft ANSA. Dat is een stijging van 11 procent ten opzichte van 2020. De nettowinst bedroeg 374 miljoen en lag daarmee ongeveer 169 procent hoger dan in 2020 en bedroeg ongeveer het dubbele van het precoronaniveau van 2019.

    Het bedrijf, dat nu in Nederland is gevestigd, liet weten dat de belangrijkste indicatoren voor geconsolideerde en Italiaanse activa ‘positief’ zijn en dat ze aan het begin van het jaar hoger lagen dan ‘de eigen prognoses van het bedrijf’.

  • Poolse organisatie voor ‘traditionele familiewaarden’ struikelt over seksschandaal

    Poolse organisatie voor ‘traditionele familiewaarden’ struikelt over seksschandaal

    Ordo Iuris, een ultraconservatieve Poolse katholieke organisatie die juridische procedures voert om abortus en echtscheidingen te verbieden, en lhbtq-rechten in te perken, dreigt uiteen te vallen. Poolse media onthulden dat twee van haar topleden betrokken waren bij een buitenechtelijke affaire.

    Balkan Insight schreef in juni vorig jaar: ‘Polen heeft onlangs de krantenkoppen gehaald door abortus vrijwel te verbieden, gemeentelijke anti-lhbtq-resoluties aan te nemen en zelfs door te proberen de regionale oppositie tegen vrouwenrechten te coördineren. De ngo Ordo Iuris speelde een belangrijke rol in deze recente conservatieve blitzkrieg. De mensen die de organisatie leiden zijn jong en activistisch. Ze behoren tot de generatie die is geboren in de jaren negentig.’

    Balkan Insight sprak zelfs van een symbiose tussen de conservatief-nationalistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) en Ordo Iuris. ‘Onder PiS-politici heeft Ordo Iuris een luisterend oor gevonden voor haar ideeën. Haar conservatieve pleidoeien heeft de Poolse regering geholpen een verhaal van “verzet tegen het Westen” te construeren, waar Warschau ruimschoots gebruik van maakt in zijn voortdurende confrontatie met de EU.’

    De moederorganisatie van Ordo Iuris wordt er in verschillende landen van beschuldigd een religieuze sekte te zijn

    ‘Ordo Iuris heeft een belangrijke rol gespeeld bij het bijna totale abortusverbod in Polen en invloed gehad op de totstandkoming van “lhbtq-vrijezones”. Nu heeft Ordo Iuris zijn zinnen gezet op het moeilijker maken voor echtparen om te scheiden’, schreef Vice enkele maanden later.

    De organisatie is niet alleen Pools, maar maakt deel uit van een veel groter ultraconservatief netwerk, zo blijkt uit het boek This Is War – Women, Fundamentalists and the New Middle Ages uit 2020, van de Poolse journaliste Klementyna Suchanow. Ze beschrijft hoe Ordo Iuris werd opgericht door leden van de Piotr Skarga-vereniging, de Poolse tak van het ultrakatholieke netwerk Tradition, Family, Property (TFP), dat ontstond in Brazilië en dat er in verschillende landen van wordt beschuldigd een religieuze sekte te zijn.

    ANP 431805346 3
    Een groep TFP-leden heeft zich verzameld voor de kerk van het Heilig Kruis in Warschau in een homofobe religieuze bijeenkomst. – © Piotr Lapinski / NurPhoto / Shutterstock

    Vorig jaar publiceerden wij een artikel over de wereldwijde tentakels van TFP. Volgens Suchanow gebruiken zowel Ordo Iuris als de Piotr Skarga-vereniging het logo met een gouden leeuw van TFP, werken ze gezamenlijk aan acties en zijn enkele individuen actief in beide groepen.

    Hypocrisie

    Polen is inmiddels in de ban van een seksschandaal dat Ordo Iuris op stelten heeft gezet, volgens berichtgeving in de gezaghebbende Poolse krant Gazeta Wyborcza. Gezien de nauwe banden die katholieke fundamentalistische organisatie onderhoudt met toppolitici van de regeringspartij PiS, zullen ook in regeringsgebouwen de wenkbrauwen gefronst worden.

    Volgens de krant vond een paar maanden geleden een stille breuk plaats binnen Ordo Iuris, maar is nu duidelijk geworden dat de belangrijkste reden hiervoor een seksschandaal is. Daarbij zouden de voormalige vicepresident van de organisatie, Tymoteusz Zych en Karolina Pawłowska, de directeur van het Ordo Iuris International Law Centre, betrokken zijn. Als gevolg van het schandaal hebben meer dan een dozijn mensen Ordo Iuris verlaten, waaronder Zych en Pawłowska. Op een persconferentie maakten ze plannen bekend om een nieuwe organisatie te lanceren: The Logos Institute. Ondertussen ontploften sociale media in Polen met grappen, memes en felle discussie over het schandaal.

    Gazeta Wyborcza sprak met een aantal betrokkenen die in de loop der jaren door de mangel zijn gehaald door Ordo Iuris.

    ‘Deze organisatie is medeverantwoordelijk voor de hel die Poolse vrouwen doormaken’

    ‘Hypocrisie is één ding, maar de totale zelfingenomenheid en domheid van deze jonge mensen die menen het recht te hebben om het leven van anderen te regelen, is iets heel anders. Ik hoop dat hun geweten tot hen zal spreken, dat ze bepaalde dingen zullen overdenken. Ze betalen nu de prijs voor hun overmoed. Ik heb er geen enkele moeite mee om ze te veroordelen. Ik heb geen enkele sympathie voor hen. Ze waren het gezicht van Ordo Iuris‘, zegt Klementyna Suchanow tegen Gazeta Wyborcza over Zych en Pawłowska. Ordo Iuris spande een rechtszaak tegen haar aan vanwege haar boek This is War.

    Parlementslid Hanna Gill-Piątek werd vorig jaar aangeklaagd door Zych omdat ze had gewezen op mogelijke belangenverstrengeling. Een van de organisaties onder leiding van Zych had 200.000 zloty, zo’n 45.000 euro, aan subsidies ontvangen van een overheidsinstantie. Zych bleek in de toekennende raad van die instantie te zitten.

    Over de berichtgeving rond het schandaal zegt ze: ‘In dit geval is het moeilijk om van een inbreuk op de privacy te spreken. Ordo Iuris dringt aan op een verbod op echtscheiding en nu blijken ze er zelf mee te maken te hebben: dit is belangrijke informatie voor het algemeen belang want deze mensen beïnvloeden en vormen het recht in Polen.’

    Conventie van Istanboel

    ‘Zych vindt dat het doen van concessies aan lhbtq-gemeenschappen een bedreiging is voor het huwelijk en het traditionele gezinsmodel. Naar mijn mening moet deze hypocrisie openbaar worden gemaakt. Het publiek heeft het recht er kennis van te nemen. Deze organisatie is medeverantwoordelijk voor de hel die Poolse vrouwen doormaken’, zegt activist Bart Staszewski. Hij moest de afgelopen tijd 3,2 duizend kilometer door het land reizen om bij de hoorzittingen te verschijnen voor zaken die Ordo Iuris valselijk tegen hem had aangespannen. Alle zaken werden geseponeerd. ‘Ik hoop dat dit schandaal Ordo Iuris ernstig zal verzwakken. Het zijn gevaarlijke radicalen’, aldus Staszewski.

    ‘Ze zijn in hun eigen val gelopen’, vindt parlementslid Hanna Gill-Piątek. Ik weet niet welke effecten dit op lange termijn zal hebben. In het begin barstte het internet van de grappen over dit hele schandaal, maar het gaat om meer dan alleen memes. Iedereen heeft het er inmiddels over. Het lijkt mij dat Ordo Iuris aan geloofwaardigheid zal inboeten. Misschien moeten ze zelfs hun naam veranderen, omdat dit hen zal blijven aankleven. Dit is hoe je eindigt als je de slaapkamers van mensen probeert binnen te dringen, concludeert ze, verwijzend naar wetgeving die onder invloed van Ordo Iuris is ontstaan.

    ‘Pr-technish is dit een ramp en hun geloofwaardigheid is vrijwel nihil’

    ‘Leden van deze conservatieve netwerken zijn vaak erg jong en onervaren’, zegt Klementyna Suchanow. ‘Ze werden aangeworven tijdens hun studententijd. Ze meenden te weten hoe het leven eruit hoort te zien, maar in de loop der jaren bleek dat ze niet per se gelijk hadden. Ze zijn in de val gelopen van hun eigen makelij. Zo was mevrouw Pawłowska een tegenstander van de Conventie van Istanboel [Het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld]. Nu gaat ze scheiden. Laat haar zich nu maar even die vrouwen voorstellen die zich in een veel moeilijkere situatie bevinden dan zij en vertel hen dan nog eens dat ze getrouwd moeten blijven.’

    Volgens Klementyna Suchanow is dit niet het einde van de ultraconservatieve beweging: ‘Dit is misschien het begin van het einde, maar het zijn slimme mensen. Ze maken deel uit van een sterk internationaal netwerk. Een plaatselijk schandaal is niet genoeg om ze ten val te brengen. Al zal deze echtscheidingskwestie zeker terugkomen, want pr-technish is dit een ramp en hun geloofwaardigheid is vrijwel nihil.’

    Lees ook:

  • Maartnummer | Grondeigendom

    Maartnummer | Grondeigendom

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Ivan Krastev over culturele misverstanden, Russische twijfels en de angst van Europeanen om te verdwijnen

    » Maffiosi verlaten cum laude de cel

    » Waarom mogen we eigenlijk grond bezitten?

    » Zijn we door corona betere mensen geworden?

    Betere mensen

    Redactioneel

    Van wie is grond en waarom? Die vraag wordt gesteld in een special van het Zwitserse Neue Zürcher Zeitung en is sinds een week weer extra relevant. Want grondbezit vergroot niet alleen ongelijkheid, het vormt ook een aanleiding voor de meeste oorlogen. In feite is het absurd om een vlag te planten en te zeggen: ‘Dit is van mij’, of om een streep door een land te trekken en te bepalen wie wat krijgt. Hadden we dat ingezien toen de eerste persoon in de geschiedenis beweerde dat grond van hem was, schreef Jean-Jacques Rousseau, dan had dat ons veel nood en ellende bespaard. Ook Adam Smith, die wel de vader van het kapitalisme wordt genoemd, wilde de handel in land niet aan de vrije markt overlaten. Maar het gebeurde, en de gevolgen kennen we allemaal.

    Net als die van erfenissen. Als de Duitse journalist Barbara Vorsamer een groot bedrag als verjaardagscadeau van haar vader krijgt, realiseert ze zich dat hij ‘geld te veel’ heeft en gaat ze op onderzoek uit. Wat betekent dit voor mij? Wat betekent het voor de samenleving? Tijdens haar queeste ontdekt ze onder andere dat vrijwel niemand zichzelf rijk vindt. Iedereen noemt wel de een of andere reden waarom hij dat niet zou zijn: je werkt er toch hard voor? Of: dat huis is lang geleden gekocht, toen het nog niet zo duur was. Blijkbaar gaat met rijkdom grote schaamte gepaard, maar er zijn niet veel mensen die daarnaar handelen.

    Aan intelligentie en ambitie blijkbaar geen gebrek; waar het aan ontbrak, was het juiste milieu

    Een van de gevolgen van ongelijkheid komt naar voren in het vrolijke artikel uit de nieuwe Italiaanse krant Domani, over maffiosi die hun celtijd benutten om te studeren en cum laude de gevangenis verlaten, terwijl ze daarvoor soms niet eens konden schrijven. Aan intelligentie en ambitie blijkbaar geen gebrek; waar het aan ontbrak, was het juiste milieu.

    Tekenend voor dat verguisde kapitalisme is ook dat een op de vijf Noord-Koreanen overweegt de grens over te gaan, terug ‘hun land’ in. Los van de voorstelbare heimwee naar het vertrouwde, zijn ze gedesillusioneerd door de arrogantie en het individualisme die ze tegenkomen in Zuid-Korea. ‘Zij hebben hun leven gewaagd om hierheen te komen en riskeren het vervolgens om weer weg te gaan. Dat zou een teken aan de wand moeten zijn’, schrijft Victoria Kim – en een zoveelste teken van hoe schadelijk de verdeling van land kan zijn.

    Nu de coronarestricties in veel Europese landen zijn opgeheven, worden we alweer geconfronteerd met de volgende crisis. Hebben we van de gebeurtenissen de afgelopen twee jaar dan in ieder geval iets geleerd? Zijn we misschien zelfs betere mensen geworden? Over die vragen laat de Mexicaanse arts en auteur Arnoldo Kraus zijn licht schijnen.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover LR