Tag: Buitenland

  • Inlichtingencommissie VS waarschuwt voor Russische kernwapens in de ruimte

    Inlichtingencommissie VS waarschuwt voor Russische kernwapens in de ruimte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schietpartij in Kansas City tijdens parade winnaar Super Bowl

    » Minstens twaalf doden in Libanon door Israëlische bombardementen

    Rusland zou kernwapens willen inzetten tegen satellieten

    Een vage waarschuwing van de voorzitter van de inlichtingencommissie van het Huis van Afgevaardigden, de Republikein Mike Turner, woensdag over een ‘ernstige bedreiging van de nationale veiligheid’ houdt volgens twee mensen die bekend zijn met de zaak verband met pogingen van Rusland om een antisatellietkernwapen te ontwikkelen voor gebruik in de ruimte. Dat schrijft Politico.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hoewel de bronnen van de politieke nieuwssite geen verdere details gaven over de informatie, merkte een van hen op dat de VS zich al meer dan een jaar zorgen maken over de mogelijke ontwikkeling en inzet van een antisatellietkernwapen door Rusland – ‘een wapen waartegen de VS en andere landen zich niet adequaat zouden kunnen verdedigen’.

    ‘Het is mogelijk dat Turner probeerde alarm te slaan over de Russische vorderingen in de ruimte om de noodzaak voor wetgevers om extra hulp aan Oekraïne goed te keuren te onderstrepen’, aldus Politico. De Senaat keurde de aanvullende wet goed met daarin 60 miljard dollar steun voor Kyiv. Over het wetsvoorstel moet nog gestemd worden door het Huis van Afgevaardigden.

  • Rechtszaak tegen Mexicaanse ex-minister voor steun aan drugskartel begonnen

    Rechtszaak tegen Mexicaanse ex-minister voor steun aan drugskartel begonnen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Superjachten uitgezonderd van nieuwe Europese CO2-heffing

    » Opnieuw schietincident in Californië, zeven mensen omgekomen

    Genaro García Luna zou miljoenen dollars hebben aangenomen

    In New York begint het proces tegen de voormalige Mexicaanse veiligheidschef die wordt beschuldigd van het beschermen van een van de grootste drugskartels van Mexico. Genaro García Luna, directeur van Mexico’s equivalent van de FBI voordat hij van 2006 tot 2012 werd aangesteld als hoofd van het Mexicaanse ministerie van Veiligheid – en dus van de strijd tegen drugshandelaars – wordt beschuldigd van ‘het aanvaarden van miljoenen dollars aan steekpenningen in ruil voor bescherming aan het gewelddadige Sinaloa-kartel’, meldt The Guardian.

    Volgens Amerikaanse aanklagers heeft deze bescherming de misdaadorganisatie onder leiding van Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán in staat gesteld vele tonnen drugs de Verenigde Staten in te smokkelen, terwijl het uit de handen van de autoriteiten kon blijven. De beschuldigingen tegen García Luna doken op tijdens El Chapo’s eigen proces, dat in 2019 eindigde.

    Bij de opening van de rechtszaak, dat naar verwachting twee maanden zal duren en in Mexico op de voet wordt gevolgd, pleitte de verdachte niet schuldig aan alle vijf aanklachten. Mocht hij schuldig worden bevonden, dan hangt García Luna een straf van tien jaar tot levenslang boven het hoofd.

    Lees ook:

  • Toeristen vast op Machu Picchu vanwege protesten

    Toeristen vast op Machu Picchu vanwege protesten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland laat andere landen vrij in levering Leopard-tanks

    » Tien doden bij schietpartij nachtclub Californië

    Betogers hebben toegangswegen geblokkeerd

    Honderden toeristen zijn vast komen te zitten op Machu Picchu nadat de toeristische trekpleister in Peru werd gesloten door de autoriteiten, schrijft La Republica. In de stad Cusco, de dichtstbijzijnde grote stad, wordt al wekenlang zwaar geprotesteerd en de situatie zou niet veilig zijn voor toeristen en buitenlanders. Enkele toeristen besloten na de aankondiging terug te gaan, anderen zijn later geëvacueerd door reddingswerkers.

    Demonstranten blokkeerden eerder al een belangrijke trein richting Machu Picchu. Ook andere wegen in de regio zijn geblokkeerd door betogers, die eisen dat de in december afgezette en gearresteerde ex-president Pedro Castillo wordt vrijgelaten. Castillo werd afgezet omdat hij probeerde het parlement te ontbinden en met name in de provincies waar zijn aanhang groot is, zoals Cusco, zijn de protesten zeer hevig geweest.

    Interim-president Dina Boluarte, die voorlopig nog de steun heeft van het Congres, heeft hard gereageerd op de betogingen. Tot nu toe zijn er zestig doden gevallen. Ook zijn er tal van gewonden en arrestaties door de politie, die beschuldigd wordt van repressie en geweld. Boluarte heeft al laten weten van geen wijken te willen weten, en zet betogers vooral weg als vandalen.

    Lees ook:

  • Wrocław meest beschaafde stad van Polen

    Wrocław meest beschaafde stad van Polen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïense minister omgekomen bij helikoptercrash

    » President Vietnam opgestapt vanwege corruptieverleden

    Westerse steden doen het beter dan steden in het oosten

    Uit een onderzoek door het internationale onderwijsplatform Preply is Wrocław als de ‘meest beschaafde stad van Polen’ naar voren gekomen, zo meldde de Gazeta Wyborcza dinsdag. Het westen doet het daarin beter dan het oosten van het land.

    Zo’n 1549 inwoners uit 19 Poolse steden werden ondervraagd om te weten te komen welke stad zich het meest onderscheidt wat betreft beschaafdheid en vrijgevigheid. Er werden dingen gevraagd als: hoe vaak ze getuige waren van asociaal gedrag, hoe ze dachten over het geven van fooi en wie volgens hen asocialer waren – plaatselijke bewoners of bezoekers.

    De meest vrijgevige mensen bleken te wonen in Lublin

    De grote steden Łódź, Lublin en Warschau kwamen het slechtst uit de bus, terwijl Szczecin en Wrocław de beste cijfers haalden. Misdragingen die respondenten het vaakst om zich heen zagen, waren: op je telefoon zitten in een openbare ruimte, herrieschoppen, geen fooi geven, mensen niet laten invoegen in het verkeer, onbekenden negeren, hard blijven rijden in de buurt van voetgangers en voordringen wanneer je in de rij staat.

    Ook werd aan de respondenten gevraagd wie volgens hen onbeschofter zijn: plaatselijke bewoners of bezoekers. 37 procent was van mening dat beide groepen wat dat betreft niet voor elkaar onderdoen, 28 procent meende dat bezoekers onbeschofter zijn en 20 procent bezoekers, en 13 procent had hier geen mening over.

    De meest vrijgevige mensen bleken te wonen in Lublin, waar een fooi gemiddeld meer dan 14 procent van de rekening bedraagt, terwijl Poznań met een percentage onder de 8 er het slechtst van afkomt.

    Lees ook:

  • Peru: ten minste 17 doden bij demonstraties

    Peru: ten minste 17 doden bij demonstraties

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: historische ruimtemissie mislukt

    » Maduro steunt vredesonderhandelingen in Colombia

    Betogers bestormden luchthaven van Juliaca

    Bij demonstraties in Peru zijn ten minste zeventien mensen omgekomen. Volgens de Peruaanse ombudsman is dit de tol van botsingen tussen de politie en demonstranten die het vertrek van president Dina Boluarte en nieuwe verkiezingen eisen, tijdens een bestorming van de luchthaven van Juliaca op maandag, bericht de website van La República. Sommige slachtoffers zijn nog niet geïdentificeerd, aldus het artikel.

    De inwoners van deze stad in het zuidoosten van het land ‘zijn boos omdat zij vinden dat de huidige regering heeft geprobeerd hun protest te delegitimeren’, aldus het Peruaanse dagblad. In een persconferentie heeft de Peruaanse premier beweert dat de demonstraties worden gefinancierd met drugsgeld en door buitenlandse actoren, schrijft La República in een ander artikel.

    Sinds begin december vinden er protesten plaats van aanhangers van voormalig president Pedro Castillo in grote delen van Peru waarbij snelwegen worden afgesloten en luchthavens worden bezet. Castillo werd gearresteerd wegens het plegen van een staatsgreep nadat hij had geprobeerd het parlement te ontbinden. Sindsdien heeft voormalig vicepresident Dina Boluarte de leiding over het land.

    Lees ook:

  • Tunesische vakbond waarschuwt president na lage opkomst verkiezingen

    Tunesische vakbond waarschuwt president na lage opkomst verkiezingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: boete voor vliegen met vuurwapens verhoogd in 2023

    » Indonesië: nieuwe wet verbiedt online beledigen van de president

    Tweede ronde verkiezingen moet worden uitgesteld, aldus UGTT

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde vorige maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Lees ook:

  • Indonesië: nieuwe wet verbiedt online beledigen van de president

    Indonesië: nieuwe wet verbiedt online beledigen van de president

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: boete voor vliegen met vuurwapens verhoogd in 2023

    » Tunesische vakbond waarschuwt president na lage opkomst verkiezingen

    Toenemende censuur in Indonesië

    Vorige maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    Lees ook:

  • Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    » Tientallen doden door noodweer op Filipijnen

    » Geweld tussen etnische groepen in Zuid-Soedan laait op

    In China is sprake van een enorme golf van coronabesmettingen

    Meerdere landen zijn weer begonnen met het invoeren van verplichte coronatests voor reizigers die vanuit China komen. Onder meer de Verenigde Staten, India, Japan en Italië hebben de coronamaatregelen ingevoerd, schrijft The Washington Post. In China sprake van een overweldigende golf coronabesmettingen nadat een zeer streng anticoronabeleid werd losgelaten.

    Naast een algemene verspreiding van het coronavirus vrezen veel landen voor nieuwe varianten van het coronavirus die mogelijk in omloop zijn. Italië, de VS en Japan gaan specifiek kijken naar deze nieuwe varianten. Japan heeft daarnaast quarantaineverplichtingen afgekondigd voor mensen die met een coronabesmetting uit China komen.

    Na een maandenlang zeer restrictief coronabeleid, liet de Chinese regering afgelopen maand meerdere maatregelen in een keer varen na zeldzaam protest van burgers. De aantallen coronabesmettingen en coronagerelateerde doden liepen vervolgens rap op. Experts waarschuwden al dat als de regering niet ingrijpt er een miljoen Chinese coronadoden kunnen vallen.

    Lees ook:

  • In Maleisië leven skinheads zoals u ze nog niet kent

    In Maleisië leven skinheads zoals u ze nog niet kent

    In Maleisië bestaat een bloeiende subcultuur van skinheads. De meesten van hen zijn progressieve moslims die strijden voor een pluriforme samenleving.

     

    Keuze uit het archief

    Skinheads? Bestaan die nog? En zijn dat geen radicaal-rechtse figuren? Dit stuk uit 2015 doet je anders naar deze cultuur kijken, want wie had kunnen stellen dat progressieve moslims in Maleisië deze cultuur zo omarmd hebben?

    De groep skinheads dringt naar voren. Op het podium voor hen staat de band, met zware schoenen, poloshirts en rode bretels. Terwijl de openingsakkoorden van het volgende streetpunknummer door de geluidsinstallatie scheuren, grijpt de Maleisische zanger de microfoon en geeft het nummer een ruige introductie mee: ‘Dit is tegen alle racisme en discriminatie in ons land. Heb je een probleem met ras? Wij beuken je in elkaar!’ Het publiek bestaat uit jonge Maleisische mannen, bijna allemaal met Lonsdale-shirts en Dr. Martens-kistjes – het onofficiële skinheaduniform in de hele wereld. De zaal is een en al gejuich, gebalde vuisten, pogoënde jongeren, zweet en revolutionaire meezingers. De skinheadcultuur kwam rond 1960 in Engeland op en had toen duidelijk een eigen muziek en mode. De geschoren hoofden en de shirts moesten agressie uitstralen maar stonden ook symbool voor de arbeidersklasse waar de beweging uit voortkwam. Muziek was belangrijk en de liefde van skinheads voor reggae betekende dat hun identiteit nauw verbonden was met de cultuur van zwarte immigranten.

    Ontvankelijk

    In de jaren zeventig ebde de beweging weg, maar in datzelfde decennium kwam ze ook weer op. Volgens een artikel van Timothy S. Brown in het Journal of Social History van de universiteit in Oxford was die tweede skinheadgolf ontvankelijker voor de rechtse retoriek van die tijd. ‘Economisch verval, werkloosheid en toenemende immigratie versterkten het latent aanwezige racisme en de rechtse opvattingen in de Britse samenleving van de jaren tachtig en negentig en de skinheads weerspiegelden deze vooroordelen in overdreven vorm,’ schreef Brown in zijn artikel ‘Subcultures, Pop Music and Politics: Skinheads and “Nazi Rock” in England and Germany’.

    ‘Heb je een probleem met ras? Wij beuken je in elkaar!’

    ‘De skinheads met hun gewelddadige reputatie en patriottisch-nationalistische opvattingen waren voor radicaal rechts een aantrekkelijke groep om in te lijven.’ 
De rechtse skinheads zijn volgens Brown nooit in de meerderheid geweest, maar het verband tussen skinheads en fascisme was gelegd. 
En dat is altijd zo gebleven.
    De meerderheid van de Maleisische skinheadbands, met namen als Street Rebel, Chaos Bomb en Oi! Koholik, omarmt het proletarische mannelijkheidsideaal van de oorspronkelijke skinheads, maar verwerpt krachtig het racistische geluid dat later opkwam. Dat geluid wordt echter steeds dringender in Maleisië; een pluralistische samenleving, maar met een overheid die een steeds islamistischer koers vaart. 


    In 1971 kwam die overheid met een ‘Nieuw Economische Beleid’, waarin etnische Maleisiërs meer rechten 
kregen dan Chinezen en Indiërs. 
‘Skinhead zijn in Maleisië betekent 
dat je met positieve, antiracistische ideeën over sociaalpolitieke veranderingen tegen onze regering ingaat,’ zegt de 34-jarige Rozaimin Elias, vooraanstaand lid van de antifascistische skinheadbeweging en bassist in de band Street Boundaries uit Kuala Lumpur. Elias beperkt zich trouwens niet tot de muziekscene, hij is ook actief in de oppositiepartij AP in Penang.

    Verwarring

    De Maleisische skinheadbeweging kwam eind jaren tachtig op uit de vroege punk-en metalscenes van Kuala Lumpur en verbreidde zich in de jaren negentig over de rest van het land. Elias herinnert zich nog goed hoe de verwarring die onder die vroege Maleisische skinheads bestond, een ongelukkige uitwerking kreeg. ‘We droegen swastika’s omdat we die cool vonden,’ vertelt hij. ‘We hadden allemaal de beelden gezien van Sid Vicious met de swastika en we dachten dat dat punk was. We wilden er alleen maar anders uitzien dan andere Maleisiërs.’ Volgens Brown komt dat soort verwarring vaak voor. ‘Maleisische punks gingen de swastika als symbool gebruiken voordat ze wisten wat de betekenis daarvan was, omdat dat “punk” leek, en nu wordt het klakkeloos overgenomen – dat zie je heel vaak bij jongerenculturen die zich over de wereld verspreiden. Jonge mensen kopiëren stijl en iconografie, maar geven daar ook betekenissen aan die juist voor hun eigen situatie opgaan.’ Het waren vroege bands zoals ACAB (All Cops Are Bastards) uit Kuala Lumpur die de leiding namen en een actieve antifascistische skinheadbeweging vormden, volgens de principes van Skinheads Against Racism (Sharp), de antiracistische beweging die in 1987 in New York werd opgericht.

    ‘Net als elders in Zuidoost-Azië zijn er ook in Maleisië progressieve skinheads die niet alleen anti-establishment zijn en zich bezighouden met de modes van hun subcultuur, maar ook expliciet commentaar leveren op de relaties tussen de verschillende etnische groepen in het land,’ zegt Yeoh Seng Guan, een antropoloog die verbonden is aan de Monash University Malaysia in Kuala Lumpur.
    Dankzij internet kunnen de Maleisische Sharp-skinheads ook in het buitenland contacten onderhouden. Ik heb een ontmoeting met een van de meest bereisde skinheads in Maleisië in Subang Jaya, een zuidelijk district van Groot-Kuala Lumpur. Met zijn Lonsdale-jasje, strakke spijkerbroek en kleurige veters in zijn leren kistjes ziet GG eruit als één van de gestaalde kaders uit de beweging, en hij vertelt enthousiast over de reis die hij maakte naar Europa om contact te leggen met de beroemde antifascistische skinheads van de Hamburgse wijk Sankt Pauli. ‘Zij waren niet echt blij toen in Vice een stuk stond over een neonazi-skinheadbeweging in Maleisië,’ vertelt GG. Ik schaamde me zo… Ik verzekerde ze dat dat bij ons maar een klein probleem is.’ Inderdaad opende een artikel in 2013 in Vice magazine met een foto van veertien Maleisische jongeren die met hun rechterarm de nazigroet brachten.

    Rondhangen

    Het artikel onthulde het bestaan van Maleisische fascistische skinheads 
die swastika’s dragen, naar nazi-rockbands als Angry Aryan en Skrewdriver luisteren en die niet-Maleisiërs discrimineren. Maar volgens Elias werd de omvang van het probleem in het artikel overdreven. ‘Een handjevol bands zoals Brown Attack en Spiderwar zien zichzelf als “Malay Power”, maar zij vormen geen werkelijke bedreiging,’ zegt hij. En GG stemt daar lachend mee in: 
‘In Duitsland zijn neonazi-skinheads een echte sociale dreiging. Maar hier hangen ze gewoon een beetje rond met hun swastika’s en gaan dan een biertje drinken bij een Chinees restaurant,

    Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. – © Darshen Chelliah
    Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. – © Darshen Chelliah

    want daar is het goedkoop. Ze werden toch geacht alle niet-Maleisiërs te boycotten en te bestrijden?’
    Een groep Aziatische mannen die het nazisme omarmen – dat lijkt op zijn minst misplaatst. Zelfs het artikel in Vice eindigde met de vraag: ‘Hoe kun je het nazi zijn verenigen met het feit dat je niet blank bent?’ Toch is dat volgens Brown, die ook hoogleraar geschiedenis is aan de Northeastern University in Boston, minder onlogisch dan we denken. ‘Het heeft een bepaalde logica.

    ‘Het handjevol neonazi-skinheads vormt geen echte bedreiging’

    Deze jongeren gebruiken het nazisme blijkbaar als een model voor raciale zuiverheid dat ook overgezet kan worden naar hun situatie, hoe anders die ook is. Zo kan dat model dienen als een soort ideologische onderbouwing voor hun nationalistische vreemdelingenhaat.’ Volgens GG kost het de fascisten moeite om geaccepteerd te raken in Kuala Lumpur en daarbuiten. ‘De bands van de boneheads (kaalkoppen, een term die antifascistische skinheads voor hun racistische broeders gebruiken) kunnen niet spelen waar ze willen omdat niemand in de scene iets met ze te maken wil hebben. Sharp-skinheads kunnen wel op alle punkpodia spelen, vanwege onze morele integriteit.’

    Dat die integriteit belangrijk 
is, zeggen ook veel andere Sharp-skinheads in Maleisië. Ook in de Britse skinheadscene van de jaren zestig en zeventig waren begrippen als integriteit en authenticiteit belangrijk voor de ‘oorspronkelijke’ skinheads, die vonden dat racisten totaal niets hadden begrepen van de waarden en oorsprong van de subcultuur. Dat idee leeft nog steeds onder de Sharp-skinheads van Maleisië. Toch zouden ze ook wel graag wat meer begrip willen in de bredere Maleisische samenleving. Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. ‘Zet tien van ons bij elkaar,’ zegt GG terwijl een Bengaalse ober glazen vruchtensap op ons tafeltje zet, ‘en dan is er maar eentje bij die rookt en drinkt. We bidden ook gewoon vijf keer per dag. We zijn Maleisiërs, dat is onze manier van leven. Het heeft niets te maken met onze liefde voor de muziek. Of met de manier waarop we punkrock gebruiken om te ageren voor sociale verandering.’

    Marco Farrarese

  • In gesprek met Oekraïense schrijvers: ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    In gesprek met Oekraïense schrijvers: ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    Terwijl de oorlog woedt, vechten de bekendste auteurs van Oekraïne met woorden voor hun land. Op reis met drie dakloze schrijvers.

    De dichter schreeuwt. Zijn haar hangt in zijn gezicht en zwiept mee op de maat van de muziek. Zijn ogen zijn spleetjes geworden, hij zweet en veegt zijn haar naar achteren. Als hij een vuist in de warme lucht steekt in de Weense club, volgen onmiddellijk vele handen van mensen. Ze zijn hier om deze man live op het podium te zien. Serhij Žadan.

    Een fan helemaal vooraan graait naar de borst van de dichter en zanger, naar waar zijn hart zit. Hij staat het toe.

    Olga uit Lviv is vandaag buiten de club aanwezig met buttons, met daarop het portret van Zelensky. Senek is hier ook vandaag – hij verhuisde onlangs van Oekraïne naar Oostenrijk om te studeren. Hij maakt bewegingen op de dansvloer. Vandaag is Oekraïne hier.

    Žadan i Sobaki, Charkov, Ukrajina!’ roept Serhij Žadan nu, en vat daarmee in vijf woorden samen waar het deze septemberavond om draait.

    De band – ‘Žadan en de honden’, uit Charkov, Oekraïne – speelt rockmuziek die je eraan herinnert waarom rockmuziek eigenlijk bestaat. Energie. Overmaat. Protest. En over dat wat geen vertaling behoeft. Charkov, Oekraïne.

    Tour de force

    Voorlopig is Wenen de laatste stad buiten Oekraïne waar Žadan i Sobaki spelen om geld in te zamelen voor hun vaderland. Dit is het laatste van bijna twintig concerten in drie weken. Van een rondreis door Oost- en Midden-Europa. Wrocław, Praag, Milaan, Hamburg, Riga, Vilnius, Bratislava, Wenen. Een tour de force.

    De achtenveertigjarige dichter, zanger, rockster, filoloog en vertaler Serhij Žadan is een man met vele kwaliteiten. Hij is een van de meest internationaal bekende schrijvers van Oekraïne, wiens boeken in Duitsland worden uitgegeven door Suhrkamp Verlag. Dit jaar won hij de Vredesprijs van de Duitse boekhandel en hij schreef al over de oorlog in Oekraïne toen men het elders in de wereld nog graag over een conflict of crisis had.

    In 2004, tijdens de Oranjerevolutie, hielp hij met het inrichten van een tentenkamp voor demonstranten in Charkov, waar hij sinds de jaren negentig woont. In 2014, ten tijde van Euro-Maidan, verzette hij zich tegen de pro-Russische aanvallers en werd in elkaar geslagen.

    Sommige collega’s van Žadan vechten aan het front. Een van hen is Artem Tszech. Zijn boek Nulpunt, over de oorlog in de Donbas, waarin hij meevocht, is zojuist in Duitse vertaling verschenen.

    Sommige anderen zijn vermoord door Russische troepen. Een van hen is Oleksandr Kysljoek. Een universitair docent, die Tacitus, Aristoteles en Adorno in het Oekraïens vertaalde. Hij werd niet ver van zijn flat in Boetsja doodgeschoten.

    Sommigen bleven, anderen vluchtten. Velen van hen trekken nu als nomaden door de wereld. Zij gebruiken de mobiele mogelijkheden van Europa, ook om ervoor te zorgen dat de solidariteit in het Westen niet afbrokkelt.

    ‘Als je videobeelden ziet van een raket die naast je huis inslaat, geeft dat best een ongemakkelijk gevoel’

    De schrijvers uit Oekraïne die je op deze reis door Europa ontmoet – Serhij Žadan in Oostenrijk, Andrej Koerkov in Noorwegen, Oksana Zaboezjko in Polen – vechten in verschillende landen. Met dezelfde middelen. Met woorden.

    Žadan, Koerkov en Zaboesjko hebben gemeen dat zij tot de grootste literaire figuren van hun land behoren maar lange tijd geen literatuur konden schrijven. Wat ze nog meer gemeen hebben, is dat ze dit najaar nieuwe boeken uitgeven.

    Wat ervaren deze intellectuelen, honderden kilometers verwijderd van hun vaderland dat onder vuur ligt?

    Naar huis

    Uren voordat de dichter het uitschreeuwt, lijkt hij leeg. Serhij Žadan, gekleed in zwart T-shirt, zwarte jeans en zwart spijkerjack, zit backstage in een kleine ruimte. Het is er benauwd. Even daarvoor zaten zijn collega-muzikanten er nog. ‘Ik wil naar huis,’ zegt hij in zijn rauw klinkende Oekraïens.

    Variaties van die zin zal hij vele malen herhalen. Een leidraad, waarnaar hij steeds terugkeert.

    Deze tournee van drie weken, zegt hij, is de eerste keer dat hij Charkov voor langere tijd heeft verlaten sinds 24 februari, de dag van de Russische invasie. Die dag zat hij in de trein op weg naar een concert. Toen hij van de invasie hoorde, ging hij terug naar Charkov. De stad werd zwaar beschoten, met artilleriegranaten en raketten.

    ‘Ik voel me totaal niet op m’n gemak als ik buiten Oekraïne ben,’ zegt Žadan. Hij kijkt voortdurend naar het nieuws, zegt hij. Onlangs sloeg een raket in naast zijn huis in Charkov. ‘Als je beelden ziet van een raket die naast je huis inslaat, geeft dat best een ongemakkelijk gevoel.’

    Angst is het niet. ‘Woede,’ zegt hij. En onrust.

    ‘Het is zoiets vreemds, en ik zie het niet alleen bij mezelf maar ook bij veel andere mensen: hoe verder iemand van de oorlog verwijderd is, hoe meer zorgen hij zich maakt. Ben je daarentegen in Charkov terwijl dat wordt beschoten, dan voel je je rustiger.’ Oorlog kan gevoelens verdraaien.

    En oorlog condenseert de tijd, zegt Serhij Žadan; Deze zeven / maanden lijken een dag.

    De oorlog neemt het perspectief weg. ‘Het is verdwenen. Dus als je dicht bij het front woont, probeer je niet te denken aan wat er met je gaat gebeuren over, laten we zeggen, een week.’

    Door de oorlog kon Žadan geen boek meer lezen. Nu kan hij het weer. ‘Ik dwing mezelf ertoe.’ Hij leest Bruno Schulz, zegt hij, wijzend naar zijn rugzak naast hem in de backstageruimte. Het is een soort therapie voor hem, zegt hij. Hij blijft terugkomen op de Poolse surrealist, die werd geboren in wat nu Oekraïne is en die tijdens de Tweede Wereldoorlog door een SS’er werd doodgeschoten.

    ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    Door de oorlog kon Žadan ook geen boeken meer schrijven. Ook dat kan hij nu weer. ‘Ik doe mijn best,’ zegt hij.

    ‘Oorlog verandert het vocabulaire,’ schrijft hij ongeveer tien jaar geleden in een prozatekst. Dat laat zich dezer dagen lezen als een voorspelling. Net zoals enkele van zijn boeken. Met name de in 2018 in het Duits verschenen roman Internat, over zijn persoonlijke verantwoordelijkheid in de oorlog in de Donbas. ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden,’ gaat de prozatekst verder.

    In zijn nieuwe boek Hemel boven Charkov, een verzameling van zijn berichten op sociale media sinds 24 februari, komt de uitdrukking ‘Derde Wereldoorlog’ voor. Het ergste vooruitzicht, de omvangrijkste gedachte. Een metafoor, zegt hij nu, voor het heden. ‘Als je naar de wereld van vandaag kijkt, zie je een apocalyptisch beeld.’

    De oorlog verandert de stijlmiddelen. De metaforen. De toon.

    Liefde en haat

    De bundel is mogelijk minder poëtisch dan de fictie van Žadan, soberder, maar ook militanter. Het gaat heen en weer tussen liefde en haat. Tussen een lokale patriottische liefde voor Charkov, de inwoners en verdedigers. En haat tegen de Russen, de ‘barbaren’. Žadan herhaalt dat laatste als een refrein in deze compilatie. Naast leuzen als ‘Over de stad wapperen onze vlaggen’ of ‘Morgenochtend zijn we weer een dag dichter bij onze overwinning’.

    Hemel boven Charkov maakt duidelijk dat Žadan, de man met vele kwaliteiten, door deze oorlog in minstens één rol is gegroeid. Hij is kroniekschrijver van de oorlog geworden. Een twitterende stadsschrijver van de gebroken maar toch onbreekbare metropool. Maar hij is ook iemand die het moreel hooghoudt. Als een vuist in de warme Weense lucht.

    Vier dagen na het concert post Serhij Žadan een selfie op Instagram. Hij draagt een zwarte zonnebril, en er speelt een zachte glimlach om zijn lippen. Daaronder staat: ‘Onze vlaggen wapperen over de stad’. Een foto uit Charkov.

    Vier dagen na het concert maakt Andrei Koerkov een foto in een haven in de Lysefjord in Noorwegen. Hij staat voor op het dek van een veerboot die zich nu een weg baant door de fjord, en hij maakt foto’s als uit een prentenboek, van een waterval, van de rechtlijnige, afgeschraapte rotswanden die het water als hoge muren omgeven.

    Het zijn zeldzame momenten, waarop Koerkov zijn mobiele telefoon niet gebruikt voor zijn werk tijdens deze tournee – een literatuurfestival in Stavanger nodigde hem uit. De mobiele telefoon, die ervoor zorgt dat Kyiv nooit ver weg is, zelfs niet in het Noorse zuidwesten.

    In het westen is Andrei Koerkov waarschijnlijk de bekendste auteur uit Oekraïne. De eenenzestigjarige voorzitter van de Oekraïense PEN-schrijversvereniging verliet zijn door oorlog verscheurde land na 24 februari met tegenzin. Een vriend belde hem op en vertelde hem dat zijn naam op een Kremlin-lijst stond met ‘pro-Oekraïense activisten’. Dus, vertelt Koerkov, verliet hij zijn flat in Kyiv, samen met zijn Britse vrouw Elizabeth. De schrijver had geen boeken ingepakt, alleen wat eten, de laptops en opladers; zijn vrouw legde de Bijbel en zijn laatste roman in de auto. Koerkov heeft sindsdien niet meer geschreven. Ze wilden naar het landhuis in Lasariwka, ongeveer 90 kilometer ten westen van Kyiv. In de file vloog een Russische raket over de Mitsubishi van Elizabeth, zegt Koerkov. In Lasariwka belde dezelfde vriend opnieuw, met het advies om door te rijden. Dus nog verder naar het westen. Eerst Oekraïne. Toen Europa.

    Sindsdien is Koerkov onderweg. ‘We kunnen elkaar ergens in Europa ontmoeten’, liet hij weten in een e-mail, nauwelijks twee weken voor zijn reis op de veerboot. Hij is een reiziger geworden.

    Gisteren arriveerde hij vanuit Oslo. De komende dagen gaat hij naar Göteborg, Lissabon en Berlijn. Daar staat de Mitsubishi, waarmee hij binnenkort naar Oekraïne gaat, geparkeerd op de luchthaven. De komende maanden reist hij naar Israël, Peru en Mexico. De afgelopen weken was hij in Frankrijk, Griekenland, IJsland, Italië, Nederland en Duitsland. In de laatste zes maanden was hij drie keer uitgeput, zegt hij. Dan heeft zijn lichaam en niet hijzelf – dat is belangrijk voor hem – een dag of twee rust nodig. Koerkov wil niet moe overkomen. Daarna ging het weer. En daarna ging het verder. Nu dus in Noorwegen.

    Op de dag voordat hij foto’s maakt van de fjord, zit Koerkov in het restaurant van zijn hotel in Stavanger. Hij bestelt niets. Hij lijkt vastberaden, een beetje chagrijnig, maar hij is een man die nooit om een snelle lach verlegen zit, zelfs nu niet. Straks heeft hij nog een lezing op het literatuurfestival. Maar Koerkov wil het hebben over de situatie in Oekraïne.

    ‘Dit is culturele diplomatie,’ zegt hij in zijn Duits vol keelklanken. ‘Ik praat altijd meer over Oekraïne dan over mijn boeken.’

    Europeanen weten niets over Oekraïne, zegt Koerkov. Hij ziet het als zijn taak dat te veranderen

    De twee sluiten elkaar niet noodzakelijkerwijs uit. Wat Internat is voor Žadan, is Grijze Bijen voor Koerkov. Ook dat is een roman over persoonlijke verantwoordelijkheid tijdens de oorlog in de Donbas. De opnames voor de verfilming ervan moesten door de oorlog worden gestaakt.

    Koerkov toont zijn visie op Oekraïne sinds hij in 1999 aan zijn eerste lezingentournee begon, nadat zijn bestseller Picknick op het ijs verscheen, over een dagdromer in het corrupte Kyiv. Sindsdien reist hij elk jaar zes maanden de wereld rond. Hij is al lange tijd een reiziger.

    Als jongeman reisde hij door de USSR om meer te weten te komen over de Sovjetgeschiedenis. Hij studeerde aan het Pedagogisch Instituut voor Vreemde Talen in Kyiv met het oog op een diplomatieke carrière. Koerkov spreekt zes talen, maar een paar, zegt hij, is hij weer vergeten. Tegenwoordig reist hij de wereld rond om mensen meer te laten weten over het Oekraïense heden. Europeanen weten niets over Oekraïne, zegt hij. Koerkov ziet het als zijn taak dat te veranderen.

    Misschien komt het door al het reizen dat Koerkov, in tegenstelling tot Žadan, niet naar huis wil: ‘Ik hou ontzettend van Kyiv maar ik ben niet zo emotioneel. Ik heb elke dag telefonisch contact met Kyiv. Het is heel dichtbij.’ Koerkov heeft een doel. Alleen is dat niet Charkov of Kyiv. Het is de wereld.

    Net als Žadan publiceerde ook Koerkov onlangs een boek: Dagboek van een invasie. Net als het boek van Žadan is het een chronologische compilatie van teksten over deze oorlog. En net als Žadan heeft Koerkov het in zijn boek over de Derde Wereldoorlog. Alleen Koerkov schrijft dat hij niet weet of deze oorlog een Derde Wereldoorlog zal worden. Zijn boek is niet zo direct als dat van Žadan. Niet zo overduidelijk. Het is wijs optimisme in plaats van strijdlustige Hou Vol!-slogans. ‘Elk verhaal moet een goed einde hebben,’ zegt hij op een zeker moment. Dit ook? ‘Natuurlijk.’

    Nostalgie

    Op de vraag wat hij mist aan zijn vaderland, antwoordt hij het werken aan romans in de cafés achter de Sofiakathedraal in Kyiv. Met als commentaar: ‘Nu aas je op nostalgie!’ Koerkov wil niet nostalgisch overkomen. ‘Als je te veel in het verleden zit, dan vergeet je de toekomst.’ Hij heeft geen tijd meer. Hij moet gaan, naar het gesprek. Om Oekraïne uit te leggen.

    Dus van het hotel-restaurant naar de hotelkamer, jasje aan en door de hoteldeur. Hij loopt snel, zijn mobiele telefoon wijst hem de weg. Door de steeg, deze kant op. In het Kulturhaus zoekt hij bioscoopzaal 6, de locatie van de lezing. De trap af, langs een bioscoopreclame voor een oorlogsfilm, en hij is er. Een beetje te vroeg. Hij gaat terug de trap op. Bovenaan wordt hij ontvangen. Hij wil zijn vrouw even bellen.

    Daarna spreekt Koerkov rustig en routinematig over Oekraïne, zonder dat het een standaardriedel wordt, wat ook aan zijn gevatheid kan liggen. Hij is niet alleen lang een reiziger geweest. Hij is ook al heel lang een geweldige verteller.

    Na het gesprek stelt iemand een vraag. Een vraag van een Noorse man aan de Oekraïense schrijver. Geldt een boycot van Russische literatuur ook voor mensen als Tolstoj of Dostojevski?

    ‘Een zeer naïeve vraag,’ zegt Oksana Zaboezjko in haar zachte Pools als haar een week later in Warschau over het optreden in Stavanger wordt verteld. ‘Al deze jongens die naar Oekraïne kwamen om te verkrachten en wasmachines en toiletten te stelen, lazen Tolstoj en Dostojevski op school, het maakte deel uit van hun curriculum. Dus de vraag is meer: wat is er verdomme aan de hand?’

    Het gaat er niet om Tolstoj of Dostojevski stokslagen te geven, zegt Zaboezjko. Voor haar gaat het om een kritischer engagement met het Russische verleden. Volgens haar heeft vooral het Westen dat veel te lang nagelaten.

    Oksana Zaboezjko spreekt zoals haar boeken klinken. Met lange zinnen en nog langere uitweidingen. Engelse interjecties. Zoals in haar roman Veldstudies over Oekraïense seks, die de nu tweeënzestigjarige schrijfster plotseling beroemd maakte toen ze midden dertig was. Het is een feministisch, verrukkelijk, poëtisch werk.

    Ze arriveerde in Warschau op 23 februari. Een dag voor deze oorlog en op een van de laatste vluchten uit Kyiv. Maar dat wist ze toen nog niet. Ze dacht dat ze maar drie dagen zou blijven. Zaboezjko zegt dat ze een paar kleren in de kleine koffer had gestopt, een schone blouse, ondergoed, cosmetica, oorbellen. Haar laptop liet ze thuis.

    Op 24 februari, herinnert ze zich, maakte haar man Rostyk haar wakker in het hotel. Hij belde om zes uur vanuit Kyiv. ‘Ze bombarderen ons.’ Aanvankelijk voelde Zaboezjko een vreemde aandrang om te vluchten, zegt ze – het onredelijke gevoel om met alle geweld naar huis te willen ondanks het gevaar. Toch besloot ze te blijven. Geen gemakkelijke beslissing. ‘De flat, het huis, de straat, de stad, het land. Allemaal veiligheidsgordels,’ zegt ze nu over haar thuis, terwijl ze doet alsof ze een veiligheidsgordel om doet.

    Ze voelde zich schuldig. Een soort van overlevingsschuld. ‘Dat ze daar in de metro schuilen voor de bommen en dat ik hier ben.’ Maar toen schreef een lezer iets op Facebook. Ze zei dat het lot had gewild dat Zaboezjko in Warschau zou zijn.

    Dankzij die lezer vond Zaboezjko haar missie, zegt ze. Om vanuit Warschau, een beetje zoals de geweldige uitlegger Koerkov, Oekraïne dichter bij het Westen te brengen. In Brussel, Straatsburg, Edinburgh. Makkelijker te bereiken vanuit Warschau dan vanuit Kyiv.

    Op 24 februari, nadat haar man heeft gebeld, neemt haar Poolse agent Beata contact op: ‘Oksana, je kunt bij mij blijven.’

    Voor Zaboezjko liggen deze oorlog en de Tweede Wereldoorlog niet ver uit elkaar. Net zomin als Kyiv en Warschau

    Zaboezjko neemt haar intrek in de voormalige kinderkamer van Beata’s dochter. In een huis waarop de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog beslag legden, wat volgens Beata waarschijnlijk de reden is waarom het niet met de grond gelijk gemaakt werd zoals het grootste deel van de stad. In het trappenhuis hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis aan de vermoorde bewoners van toen. In een straat die is genoemd naar een Litouwer die tegen de Russen vocht tijdens een opstand in de negentiende eeuw. In een wijk vol met monumenten voor de opstand van Warschau. Als Zaboezjko in Warschau uit het raam kijkt, ziet ze een kastanjeboom. De aanblik doet haar denken aan Kyiv, de stad van de kastanjebomen.

    Essay

    Op een avond verlaat Zaboezjko een tv-station, stapt in haar auto en rijdt langs de rivier. ‘Ah, de Dnjepr,’ denkt ze. ‘En nu gaan we rechtsaf, dan omhoog, en zijn we bijna thuis. En dan: Oh, verdomme. Dit is niet de Dnjepr maar de Vistula. Dit is Kyiv niet maar Warschau.’ 

    Oorlog verdicht niet alleen de tijd, zoals Žadan zegt. Oorlog vervaagt ook de ruimte.

    Net als Žadan en Koerkov publiceerde Zaboezjko recent een boek. Het is geen roman maar een essay, De langste boekentournee genaamd. Maar in tegenstelling tot Žadan en Koerkov, die zich richten op het heden en de toekomst, kijkt Zaboezjko terug met kennis, maar ook met woede.

    Ook zij schrijft over de Derde Wereldoorlog. Niet als een vraag, zoals Koerkov. Ze bedoelt het ook niet metaforisch, zoals Žadan, maar letterlijk. ‘Dit is historische logica. Een derde acte.’ Voor Zaboezjko liggen deze oorlog en de Tweede Wereldoorlog niet ver uit elkaar. Net zomin als Kyiv en Warschau.

    In Straatsburg koopt ze een nieuwe koffer, een grotere. Die ligt in haar kamer in Warschau, naast een uitgeklapte slaapbank. Op het bureau staat een laptop. Een nieuwe – de oude is nog altijd in Kyiv. Ernaast ligt een vervoersbewijs. Binnenkort vervolgt ze haar langste boekentournee.

  • Kan Trump net zo ten onder gaan als Al Capone?

    Kan Trump net zo ten onder gaan als Al Capone?

    Al Capone werd niet gepakt voor moord of maffiapraktijken, maar voor belastingontduiking. Sinds uit een FBI-inval in Donald Trumps huis blijkt dat de voormalige president geheime documenten heeft achtergehouden, zou hij weleens voor iets vergelijkbaars kunnen worden veroordeeld.

    Aan de moordzuchtige gangsterpraktijken van Al Capone in het Chicago van de jaren twintig van de vorige eeuw kwam geen eind door het onderzoek naar de moorden waartoe hij opdracht gaf of de rivieren vol rum die hij verkocht tijdens de Amerikaanse drooglegging, maar door geduldig federaal onderzoek naar zijn verzuim om belasting te betalen over al zijn onrechtmatige inkomsten.

    Donald Trump riskeert nog strafrechtelijke vervolging wegens het aanzetten tot een gewelddadige staatsgreep tegen de regering van de Verenigde Staten. Maar de nooit eerder vertoonde inval die de FBI afgelopen maandag [8 augustus 2022] deed in zijn huis in Florida lijkt onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek naar het meenemen – verduisteren is misschien een beter woord – van geheime documenten toen hij het Witte Huis verliet.

    Dus in plaats van veroordeeld te worden als een gewelddadige opstandeling die uit was op het vernietigen van de Amerikaanse democratie, draait Donald Trump misschien wel de bak in om een veel prozaïscher reden: hij heeft tegen het zere been geschopt van de nerds van de Amerikaanse Nationale Archieven, de wettige bewaarders van de verdwenen documenten, die vervolgens het ministerie van Justitie hebben getipt.

    Lekken van geheime informatie

    De FBI-inval bewijst onomstotelijk dat er sprake is van een onderzoek naar het lekken van informatie, misschien wel het grootste onderzoek uit de Amerikaanse geschiedenis. Maar juridisch gesproken is er niet veel verschil met de vele onderzoeken naar informatielekken die Trumps eigen ministerie van Justitie tijdens zijn ambtsperiode zo fanatiek heeft uitgevoerd. Trump zette zijn ministerie zelfs enorm onder druk om het lekken van geheime informatie te vervolgen, meestal wanneer het negatieve personthullingen over zijn eigen persoon betrof, of over Rusland, of allebei. The Intercept berichtte vorig jaar dat de regering-Trump een recordaantal van minstens 334 gevallen van het lekken van geheime informatie bij het Amerikaanse ministerie van Justitie aanhangig heeft gemaakt.

    Er is al sinds vorig jaar een stille strijd aan de gang tussen de Nationale Archieven, het ministerie van Justitie en Donald Trump

    In veel gevallen waarin sprake was van lekken naar de pers heeft het ministerie van Justitie een honderd jaar oude wet van stal gehaald, de Spionagewet, die de dader op tientallen jaren gevangenisstraf kan komen te staan. De regering heeft de Spionagewet vaak als stok achter de deur gebruikt om te zorgen dat verdachten van het lekken van informatie zich schuldig verklaarden aan minder zware delicten, zoals een verkeerde omgang met die informatie. The New York Times noemde afgelopen dinsdag een wet die een minder zware straf verordonneert dan de Spionagewet en die van toepassing zou kunnen zijn op de zaak-Trump, namelijk Artikel 2071 van Titel 19 van de ‘U.S. Code’, de federale statuten van de Verenigde Staten; volgens die wet kan een functionaris die belast is met de zorg voor officiële documenten maar die vervolgens ‘opzettelijk en wederrechtelijk verbergt, verwijdert, verminkt, wist, vervalst of vernietigt’, tot drie jaar gevangenisstraf worden veroordeeld en het recht verliezen om zich federaal verkiesbaar te stellen.

    Wanneer ze die wet hanteert, lijkt de huidige regering niet te hoeven bewijzen dat Trump documenten aan buitenlandse spionnen, de media of andere onbevoegden ter hand heeft gesteld.

    De FBI-inval in Mar-a-Lago, waarvoor een federale rechter een huiszoekingsbevel had verleend, was een verrassing voor Washington, maar helemaal onverwachts kwam hij nou ook weer niet. Er is al sinds vorig jaar een stille strijd aan de gang tussen de Nationale Archieven, het ministerie van Justitie en Donald Trump.

    Geheime documenten

    Na Trumps vertrek ontdekten de Nationale Archieven dat er een heleboel opnames, documenten en andere zaken uit het Witte Huis waren verdwenen en werd er een onderzoek ingesteld. Trump bleek minstens vijftien dozen met materiaal vanuit het Witte Huis naar zijn landgoed in Florida te hebben meegenomen en archiefmedewerkers begonnen hem achter de vodden te zitten om die terug te krijgen. Toen Trump de vijftien dozen uiteindelijk teruggaf in januari 2022, ontdekten de archiefmedewerkers dat er geheime documenten bij zaten en droegen ze de zaak over aan het ministerie van Justitie. Het ministerie van Justitie stelde vervolgens een onderzoek in en een kleine groep FBI-agenten begaf zich afgelopen lente naar Mar-a-Lago om naar geheime documenten te zoeken. De inval van afgelopen maandag toont onomstotelijk aan dat het ministerie van Justitie en de FBI van mening waren dat Trump onvoldoende had meegewerkt aan hun onderzoek en dat hij nog meer geheime documenten in zijn huis had verstopt, wat in strijd is met de federale wet.

    De grote vraag is natuurlijk wat Trump van plan was met zoveel uiterst geheime documenten nadat hij zijn ambt had verlaten

    Hoewel het mogelijk is dat de FBI-inval niet tot strafrechtelijke vervolging van Trump zal leiden, is moeilijk voorstelbaar dat de Amerikaanse minister van Justitie Merrick Garland en diens ministerie de historische stap van een FBI-inval in het huis van een voormalige president zouden hebben goedgekeurd als er niet veel meer op het spel had gestaan dan een bureaucratische poging om ontbrekende presidentiële documenten terug te halen. Ook lijkt moeilijk te geloven dat het Amerikaanse ministerie van Justitie zo’n politiek radioactieve inval zou riskeren als er alleen maar een lichte tik op de vingers zou volgen, zoals eerder het geval was bij voormalig CIA-directeur John Deutch en voormalige nationaal veiligheidsadviseur Sandy Berger.

    De grote vraag is natuurlijk wat Trump van plan was met zoveel uiterst geheime documenten nadat hij zijn ambt had verlaten. In Trumps geval is het moeilijk om niet het ergste te vrezen. Het ging duidelijk om documenten waarvan hij dacht dat ze hem in de toekomst nog op een of andere manier van nut zouden kunnen zijn, misschien tijdens een tweede presidentiële campagne, bij het afhandelen van privézaken of zelfs bij contacten met buitenlandse leiders. Het is bepaald niet vergezocht om te denken dat de Spionagewet van toepassing zou kunnen zijn.

    Ook is het moeilijk om de ogen te sluiten voor de ironie van de zaak. Als presidentskandidaat viel Trump Hillary Clinton continu aan omdat ze als minister van Buitenlandse Zaken regelmatig haar eigen e-mailadres had gebruikt en daarmee het risico had gelopen geheime informatie te lekken. Nu blijkt dat de slogan ‘Sluit haar op’ zich misschien wel in het geslacht vergist.

    Lees ook:

  • VS: grootschalige fraude met corona-uitkeringen 

    VS: grootschalige fraude met corona-uitkeringen 

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Datacenters Duitse overheid moeten duurzamer worden

    » Lula wordt opnieuw president van Brazilië ‘dat niet meer hetzelfde is’

    45,6 miljard dollar is onterecht uitgekeerd

    Larry D. Turner, de inspecteur-generaal van het ministerie van Arbeid in de VS, die de uitbetalingen onderzoekt van hulpfondsen tijdens de pandemie, heeft zijn schattingen sterk moeten bijstellen. Fraude met de uitkeringen blijkt drie keer zo hoog te zijn als werd gedacht, bericht The New York Times. Turner verwachtte ongeveer 16 miljard dollar te moeten toeschrijven aan dubbele betalingen of onterechte uitkeringen aan doden, gevangenen of mensen met verdachte e-mailaccounts. Maar nu blijkt dat de overheid waarschijnlijk 45,6 miljard dollar onterecht heeft uitgekeerd. ‘De honderden miljarden aan hulpgelden hebben fraudeurs aangetrokken, met historische niveaus van fraude tot gevolg,’ aldus Turner in een verklaring.

    Er worden nu ruim duizend mensen strafrechtelijk vervolgd

    Zijn onderzoek heeft betrekking op betalingen die werden gedaan van maart 2020 tot april 2022, toen de federale overheid een stortvloed aan hulpgelden naar bedrijven en particulieren stuurde, met de bedoeling de economie te ondersteunen in de periode dat het coronavirus om zich heen sloeg. De steun omvatte in totaal 3,1 biljoen dollar die voormalig president Trump in 2020 goedkeurde, gevolgd door een pakket van 1,9 biljoen dollar waaraan president Biden in 2021 zijn goedkeuring gaf.

    Er worden nu ruim duizend mensen strafrechtelijk vervolgd, maar de fraude is zo omvangrijk dat federale onderzoekers na twee jaar werk nog maar net zijn begonnen met de aanpak van fraudeurs. Inmiddels werken in het hele land honderden mensen aan de fraudezaken en ook de FBI, de geheime dienst en de Amerikaanse FIOD worden erbij betrokken.

    Lees ook:

  • Vladimir Poetin: ‘Wereld staat voor gevaarlijkste decennium sinds Tweede Wereldoorlog’

    Vladimir Poetin: ‘Wereld staat voor gevaarlijkste decennium sinds Tweede Wereldoorlog’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Elon Musk neemt Twitter over en ontslaat bedrijfstop

    » Canada treedt toe tot Amerikaanse anti-Chinese alliantie

    Poetin ontkent intentie om kernwapens in te zetten

    De wereld staat voor ‘waarschijnlijk het gevaarlijkste’ decennium sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarschuwde Vladimir Poetin donderdag tijdens een toespraak op het Valdaj-forum in Moskou, waarbij hij zei dat ‘we ons op een historisch kantelpunt bevinden’, bericht BBC. De Russische leider herhaalde zijn recente aanvallen op het Westen en noemde het een ‘gevaarlijk, bloedig en vuil spel’ om de soevereiniteit en uniciteit van landen te ontkennen.

    Poetin ontkende dat hij zich voorbereidde op het gebruik van kernwapens in de oorlog in Oekraïne, ‘hoewel hij zelf herhaaldelijk heeft gewaarschuwd dat Rusland “alle beschikbare middelen” zal gebruiken om zichzelf te beschermen‘, merkt BBC op. De dag voor zijn toespraak in Moskou was de Russische president aanwezig bij oefeningen voor een nucleaire vergeldingsaanval, als reactie op de massale inzet van kernwapens door een vijand.

    Eerder deze week veroordeelde de NAVO ongefundeerde beweringen van Rusland dat Oekraïne een ‘vuile bom’ zou kunnen gebruiken, oftewel conventionele explosieven met radioactief materiaal. NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg zei dat de leden van de alliantie deze bewering ‘verwerpen‘ en dat ‘Rusland dit niet mag inzetten als voorwendsel voor escalatie’.

    Lees ook:

  • Europa: In Litouwen merkt schrijver Maxim Osipov pas hoe onvrij Rusland is

    Europa: In Litouwen merkt schrijver Maxim Osipov pas hoe onvrij Rusland is

    Sinds de val van de Sovjet-Unie was Maxim Osipov niet meer op de plek geweest waar hij zijn jeugd doorbracht: Litouwen. Na dertig jaar gaat de succesvolle Russische schrijver terug. In het vrije Litouwen vraagt hij zich af of zijn eigen land inmiddels niet net zo totalitair is als toen. ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd.’

    Deze tekst is geschreven vóór de Russische invasie van Oekraïne.

    Vrijdenkersfestival: tegen de macht

    Van 28 tot en met 31 oktober vond in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?

    Maxim Osipov was een van de sprekers tijdens het programmaonderdeel ‘Russische dissidenten’ op vrijdag 28 oktober in De Balie in Amsterdam.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    ‘Welke emoties roept deze plaats bij u op?’ vraagt een journaliste van een krant uit Zarasai in het Engels. Zij is de enige van degenen die naar de bijeenkomst met vertaler Tomas, de uitgever en jou gekomen zijn die geen Russisch kent. 

    ‘Voor mij is Zarasai eigenlijk geen plaats maar een periode. Misschien kan ik ’t het beste zo zeggen: Paradise lost.’ 

    Het meisje kijkt gealarmeerd: ‘U verlangt terug naar de tijd van het communisme en de Sovjet-Unie?’ 

    ‘Welnee! Alleen naar de tijd dat mijn ouders nog leefden!’ 

    ‘Bent u dan nu voor het eerst in het vrije Litouwen?’ 

    In het vrije Litouwen voor het eerst, inderdaad. Het is prettig om niet het gevoel te hebben dat je een bezetter bent. Je hebt snel even door Vilnius gelopen, dat beviel prima allemaal, maar waar je echt zin in had, dat was hierheen gaan. Je kijkt rond: een nieuwe bibliotheek bij het meer (de hele stad ligt aan de oever), het café met zuilen uit het begin van de jaren zeventig, dat niet in bedrijf is (je kon daar een dagmenu krijgen), de katholieke kerk. Het monument voor het partizanenmeisje (Melnikaitė) is spoorloos verdwenen. En zoals gewoonlijk in dit soort stadjes is de natuur aantrekkelijker dan wat de mensen er gebouwd hebben. 

    ‘Waarom bent u niet eerder gekomen?’ 

    Daar is geen antwoord op te geven, ik haal mijn schouders op. Mijn vader schreef hiervandaan, inmiddels al bijna veertig jaar geleden: ‘Het is rustig hier, conflicten zijn er niet. Zowel thuis als in de stad, waar nu weinig mensen zijn en waar je zelfs op het postkantoor, waarschijnlijk om die reden, beleefd behandeld wordt. Nu en dan voel je je niet die sjofele Moskoviet met een overbelast geweten en zie je de wereld anders – je ervaart de intensiteit ervan.’ 

    Heimwee

    En dan is er je eigen dagboekaantekening van vijftien jaar geleden: ‘Ik wil naar Zarasai, waar ik zoveel tijd heb doorgebracht – iedere zomer, jarenlang. Je reist naar allerlei bestemmingen, de plekken waar iedereen naartoe gaat en waarvan je dus ook vindt dat je erheen móét, maar niet naar Zarasai. Dat betekent dat je geen eigen leven leidt.’ 

    Het is hier winderig, puur: het is zandgrond en de mensen hier doen hun best die puurheid in stand te houden. Woest is het hier. 

    ‘Weids,’ glimlacht de jonge journaliste. 

    Ja. Tijd om afscheid te nemen. 

    ‘Komt u in de zomer weer, en kom dan niet alleen.’ 

    Dat zou niet verkeerd zijn. Maar van degenen met wie je naar Zarasai reisde, zit er een in San Francisco, een ander in Amsterdam, met weer een ander heb je heibel gekregen en een paar mensen, inclusief je ouders en je zus, leven niet meer. Je gaat nu op weg naar het schiereiland, twee kilometer verderop, aan de zuidkant van het meer, de weg weet je nog wel – navigatie of iemand die je de weg wijst heb je niet nodig. 

    Je moeder zei nooit zoveel, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen

    ‘Hier stond het huis…’ Een stenen huis, met één verdieping. Er is niets van over, het is afgebroken. Na de dood van de eigenaren (daar had je over gehoord) deelden de kinderen de erfenis en verkochten het huis, maar de kopers waren niet tevreden. Het huis werd afgebroken, met alle bijgebouwen, ze maakten het met de grond gelijk. Het was hun plan om zelf iets te bouwen, maar kennelijk was het geld op. Dat is wat de buren vertellen, en ze weten zich zelfs nog iets te herinneren van jullie familie. 

    Vreemd, het was toch een solide huis. Met een reusachtig balkon, waar indertijd de eettafel naartoe werd gesleept. 

    ‘Nu snap ik wat voor type dat is…’ zei je moeder onbewogen, ‘die gast van jullie, de buurman die op Sergej Rachmaninov lijkt en ook uit Moskou komt, hij vertelde bij de thee dat hij op zijn instituut de partijfunctionaris is.’ 

    Je moeder zei nooit zoveel, zeker niet vergeleken met je vader, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen. Zij kwam hier alleen in juli en augustus, maar je vader was er op verschillende momenten in het jaar. ’s Zomers woonde hij boven, en ’s winters zo ongeveer hier, waar jij nu staat. 

    Maxim Osipov

    Maxim Osipov (Moskou, 1963) is een Russische schrijver en cardioloog. Hij won in Rusland verscheidene prijzen voor zijn literaire werk. Na kritiek te hebben geuit op de oorlog in Oekraïne was hij genoodzaakt om zijn land te ontvluchten. Hij is nu in Nederland om hier komend jaar aan de Universiteit Leiden les te geven over Russische literatuur en de politieke situatie in Rusland. Osipov is erelid van PEN Nederland.

    ‘Kijk nu, een vogel fladdert naar buiten / door het niets waar ooit een raam gezeten heeft…’ 

    Nee, je hoofd staat nu niet naar gedichten: dat het huis er niet meer is brengt je toch enigszins van je stuk, ook stenen zijn dus vergankelijk. Dat is droevig, hoewel er natuurlijk ergere dingen zijn, en je bent geen Nabokov of Proust. Je loopt wat over het zachte mos tussen de dennenbomen en dan naar het water. Zowel de hoge oude dennenbomen als de dunne boompjes aan de oever en de lage rietkraag – kijk, het is er allemaal nog. 

    Zeilboot de Dolfijn

    Je herinnert je: het was in het jaar 1978, augustus – bijna vijftien was je toen dus. Met Charitosja, je klasgenoot, je vriend voor het leven, liet je de zeilboot de Dolfijn te water, een al vele malen opgelapte boot van DDR-makelij (toen was dingen repareren nog heel gewoon), met twee zwaarden, voor het voorkomen van afdrijven en een stabiele koers. Jullie voeren af voor een tocht over het Zarasaitismeer – jij aan de fok, Charitosja aan het grootzeil en het roer. Het gaat hoog aan de wind – dat wordt op de rand zitten voor tegenwicht! 

    ‘Vaarwel, mijn moedertje! Mijn liefje, vaarwel! / Ik word matroos van de Baltische vloot!’ 

    Maar een van de zwaarden brak af en jullie kwamen met geen mogelijkheid met de boot de baai uit, de golven dreven jullie naar de oever terug. Om de beurt deden jullie een lusteloze poging om te roeien. Je vader sloeg alles vanaf de vlonder gade: hij was al een paar keer het koude water in gestapt om jullie weg te duwen uit het riet. 

    Stop. Charitosja heeft een idee: ‘Wat we nodig hebben, dat is een tubetje epoxy. Dan maken we dat zwaard weer vast, dat stomme ding…’ 

    ‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën

    ‘Wat nou, epoxy!’ Tot aan zijn middel in het water staand vertelt je vader jullie eens flink de waarheid. ‘Stelletje mafkezen!’ is nog wel de vriendelijkste kreet die er uit zijn mond komt. 

    ‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën, en de boot zal je als je aan de slag gaat met het archief nog wel tegenkomen bij het filmmateriaal. Begin jaren zestig: de motor die aan de Dolfijn werd bevestigd, de mast die werd verwijderd. Je vader op de achtersteven, moeder aan het waterskiën op de Oka. 

    Na de dood van je vader was je ongedurig en impulsief, nu is dan de tijd gekomen dit soort verplichtingen op je te nemen: foto’s inlijsten, het archief op orde brengen. 

    Nu je weet wat er met het huis is gebeurd, ga je er al van uit dat het badhuisje er ook niet meer is – het was een gammel geval van hout. Zaterdag was altijd baddag en op vrijdag haalden jullie water uit het meer en legden het brandhout klaar. 

    ‘Klaar is Kees,’ zei jij als tienjarig jongetje tegen Jozas, de grote, magere eigenaar van het huis, met zijn grote, sterke handen die zwart waren van het werk, je wilde graag dat hij je aardig vond. 

    ‘Ja, dat doen ze ons niet na!’ antwoordde hij dromerig. 

    Jozas rookte sigaretten zonder filter: de geur van een brandende lucifer, al die dingen – je zou ook allerlei belevenissen in het badhuis kunnen ophalen, maar nee, dit zijn reisherinneringen, dit is niet Amarcord

    En dus, geen huis, geen badhuisje, en zelfs de steiger hebben ze door iets smakeloos en stevigs vervangen. Geen plek om te blijven, dit schiereiland, haal Tomas op en ga op weg naar Sventa – maar eerst nog even naar het bos. 

    Lokale handlangers

    De medewerkster in de bibliotheek had het uitgetekend: de grote weg richting Degučiai, afslaan naar Dusetos, en daar, na de tweede bushalte, is het aangegeven: ‘Op deze plaats kwamen achtduizend Joden om, die op 26 augustus 1941 door Duitse fascisten werden gefusilleerd.’

    Het woord ‘Joden’ op de obelisk leek van een ongekende moed te getuigen, in de tijden van je jeugd werd dat woord alleen in bijzondere gevallen gebruikt – Sovjetburgers konden deze mensen niet genoemd worden. Aan de linker- en rechterkant een greppel begroeid met gras, tweehonderdduizend Litouwse Joden liggen in dergelijke graven. 

    De desovjetisering is ook aan dit monument niet voorbijgegaan: het Russische opschrift is weggehaald. Is dat terecht? Het is niet aan jou om dat uit te maken, maar zelf zou je het hebben laten staan. Nu zijn er twee opschriften, in het Jiddisch en het Litouws: ‘Op deze plaats hebben nazistische moordenaars en hun handlangers op beestachtige wijze achtduizend Joden gedood – kinderen, vrouwen en mannen. Ter heilige gedachtenis aan de onschuldige slachtoffers’… in het Jiddisch. In de Litouwse variant staat bij de handlangers een precisering: ‘lokale’. 

    Onder hen waren er ook die mensen hebben gered. Of die eerst mensen hebben neergeschoten en daarna gered, of zelfs omgekeerd – het is moeilijk te geloven, maar het is wel zo. 

    ‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers’ 

    Hier heerst een voorbeeldige orde: een hekwerk, een ordelijke stenen rand, op de obelisk een davidster, op de voet kaarsen, Israëlische vlaggen, kiezelsteentjes, iemand heeft er een klein zelfgemaakt kruis neergezet. Dat was er vroeger niet. 

    ‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers.’ 

    Iedereen kent hier de grap dat je laatste echtgenote beslist een Litouwse moet zijn: dan is er iemand die zich om je graf zal bekommeren. Nee, ze zijn niet zoals Mandelstams ‘vrouwen als de klamme aarde’, veeleer doen zij hun best op een praktische manier het hoofd te bieden aan iedere verschrikkelijke situatie in het leven. 

    Onderweg naar het hotel: de herinnering aan een van die ‘lokalen’ – een oude man, klein, somber, een jaar of zestig, met een door het drinken donker geworden gezicht, bankwerker was hij, of elektricien. Hij reed op een motor met zijspan en had een paar jaar gezeten. ‘Zet ze tegen de muur, die Polen. Zet ze tegen de muur, die Russen. En de Joden…’ Hij wierp even een blik op je vader. ‘… En de Joden om en om.’ 

    Nu zou men zoiets niet meer hebben gepikt, maar toen kwam hij ermee weg: ja, het waren de bezetters. Žydai – een ander woord voor Joden is er in het Litouws niet. Die oude man zag zichzelf als slachtoffer, op alle mogelijke manieren. Radio Free Europe gaf aan hen, de ‘woudbroeders’, tot midden jaren vijftig troostrijke boodschappen door: volhouden, mannen, nog even, binnenkort komt er weer een wereldoorlog. 

    Sventa

    Een uitstapje naar Sventa duurde vroeger een hele dag – plaids mee, en eten, boeken, mokken voor de bosbessen, mandjes voor paddenstoelen, een volleybal –, in de auto kon je door de gaten in de bodem het asfalt zien en de versnellingsbak was natuurlijk mechanisch. Wat hebben jullie later je moeder uitgelachen, toen de vrijheid was aangebroken en zij na terugkeer uit Amerika beweerde dat auto’s geen koppelingspedaal meer hadden – dat is onmogelijk! – en zij vervolgens toegaf: jullie zullen het wel beter weten. En wat zou je met je vader nu graag die simpele vreugde delen – die van de perfectie van een auto, ook al is het een gehuurde. 

    De weg hoef je niet te vragen, daar heb je de navigatie voor. Die komt met de optie Sventameer, Sventes ezers – dat moet je hebben. Alles is nu in het Litouws, op het omslag van je boek ben je niet Maxim, maar Maksimas. 

    Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor

    Wat is dit nu, een grens? Ligt Sventa dan in Letland? Natuurlijk, je ging immers naar Daugavpils als je voor iets naar een echte stad moest. Daar stond ooit Lenin naast het station met een bontmuts met oorflappen op, hoe warm het ook was, en er was daar een grote gevangenis. Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor. Ja, deze weg ken je, deze grindweg, hier heb je leren autorijden. En dit kwijnende, slecht onderhouden bos. Allemaal bekend terrein: de weg en het bos. 

    Toeristen komen hier zo te zien weinig, en tot aan het water rijden is niet verboden. Druk is het hier in Sventa nooit geweest – een van de redenen om van deze plek te houden –, maar vroeger was dit een natuurreservaat: kampvuren en auto’s verboden. Verder is alles nog bij het oude: hier het zand, daar een schuit met een zwarte, glanzende, met vette pek ingesmeerde bodem, en daar heb je ook de vermolmde steiger, wat wilde je die graag weer zien. Je probeert eroverheen te lopen en staat ineens tot aan je enkels in het water. Je droogt je voeten af – en kijkt dan om je heen. 

    ‘Wat speel je toch steeds op je trompet, jongeman? / Beter lag je nu al in je graf, jongeman’

    Was het niet hier dat je, verborgen achter die bomen, klanken uit je trompet perste? ‘Le poème de l’extase’, ‘Götterdämmerung’ – jij dacht dat dat getrompetter muziek was. ‘Niet ritmisch, maar wel lekker vals.’ Je vriend de pianist, degene die nu in Amsterdam woont, overreedde je de trompet op te geven en over te stappen op de fluit, een zacht, gevoelig instrument – maar het sprak je niet aan. Een gevoel van geluk associeer je toch met de trompet. 

    Hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid?

    Over de mysteries van het geluk. De laatste brief die je vader schreef eindigt zo: ‘We zitten bij elkaar – we praten of we zwijgen, en het gaat er al niet meer om of ons leven geslaagd is of niet. Soms denk ik: misschien zijn we wel gewoon gelukkig?’ Je probeert Tomas over je ouders te vertellen, maar hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid? Dat is nog moeilijker dan het vertalen van poëzie. 

    ‘Wie weet wat voor schokkende zaken ons allemaal te wachten staan. Dat geldt voor iedereen, maar voor ons in het bijzonder. We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen.’ Je vader herinnerde zich bijvoorbeeld heel goed hoe hij op een gegeven moment (door de artsenzaak en dingen daaromheen) zelfs niet aan het allersimpelste werk kon komen en hij eigenlijk bijna op deportatie naar het Verre Oosten hoopte: als ze maar met z’n allen gingen, als zijn dierbaren maar bij hem waren. Zijn brieven droegen een bijna stichtelijk karakter, hij deed altijd zijn best iets belangrijks aan je mee te delen, en voor je moeder was het een manier om haar gebruikelijke zwijgen voort te zetten. ‘Ik heb de dag doorgebracht zoals je dat in de trein doet: wakker worden, in slaap vallen en nietsdoen… Ik klets maar een beetje, in een brief kan je niet zwijgen.’ 

    Nog even bij het water staan, een sigaretje roken, denken aan iets wat heel privé is, een mandarijntje eten. Doodstil is het hier, een rust als op een kerkhof. 

    Vergissing

    En pas wanneer je weer terug bent in het hotel en je op de gewone kaart kijkt, een papieren, begrijp je dat je je vergist hebt. Sventes, Švjantas, Svjatoji, het Svjatojemeer en de Svjatajarivier: die namen kom je aan beide zijden van de grens met Letland tegen. Het Švjantasmeer is het meer dat jullie Sventa noemden en waar je heen wilde. Hoe kan je je nou toch zo vergist hebben? Het verschil zit hem in die haček: voor het Šventas ežeras moet je naar het zuiden rijden, naar Turmantas, en echt niet naar Letland. 

    En Tomas gaat natuurlijk zeggen: ‘En je herkende het allemaal, Maxim: de weg en het meer.’ 

    Ja, inderdaad. 

    Onderweg naar Vilnius vergelijken jullie je indrukken. Wat op Tomas de meeste indruk heeft gemaakt tijdens de reis was het geraas van de vrachtwagens over de kasseien bij de kerk, de wind en de hagel, terwijl jij daar geen aandacht aan hebt besteed. Dat is vreemd met herinneringen: soms maak je een heel concert mee en het enige wat je je achteraf nog kunt herinneren is dat de dirigent rode sokken aanhad. 

    Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen

    Ooievaars en heuvels, veel water, de lucht doet denken aan Hollandse luchten, maar het landschap is expressiever – door de heuvels. Hoe zou je het vinden om hier te leven? Het is de provincie, ja, maar het is hier niet provinciaal, niet erg in ieder geval. Het is gewoon een mooi land dat in Oost-Europa ligt. Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen. 

    ‘Toen ik nog een steunpilaar was van de samenleving…’, zo begint een niet zo jonge vrouwelijke kennis van je graag haar betoog. En misschien is ze dat ook wel echt geweest. Ook in Litouwen zijn er mensen die graag de tijd in herinnering roepen dat het Grootvorstendom zich uitstrekte tot aan de Zwarte Zee (hoofdzakelijk dankzij geslaagde huwelijksverbintenissen), maar hier trekken ze uit de grootheid van weleer geen praktische conclusies. 

    ‘U weet niet wat er allemaal speelt,’ hoorde ik zowel in Parijs als in Rome van anti-Europees gezinde Russen. Altijd maar dat gepraat: de mensen hier, die mogen ons niet, en daarginder ook niet. Luister eens, vrienden, als er één plek is waar ze ons niet mogen, dan is het thuis, in Moskou. 

    De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb

    ‘We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen…’ Toen was je nog geen twintig, nu ben je over de vijftig. Tegen Tomas zeg je: ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd. De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb: 1) geen vuile handen maken, geen morele concessies doen, 2) de gevangenis ontlopen, en 3) niet het moment voorbij laten schieten waarop je voorgoed je biezen moet pakken. En er is diezelfde illusoire hoop: dat we op een dag wakker worden en deze hele duisternis ten einde is.’ 

    De omstandigheden nopen ons echter wakker te blijven, steeds om ons heen te kijken, de kop erbij te houden. Je scherpzinnige vriend zal zeggen: vorst Andrej Koerbski dacht er precies zo over. Voor Koerbski resulteerde alles in zijn overlopen naar Litouwen. 

    ‘Ook even bij de vuilnisbelt gaan kijken,’ appt Bóris, je vriend Boretsjka, een groot musicus, violist, hij is onlangs uit Londen hierheen verhuisd. Hij bindt moedig de strijd aan met de Litouwse suffixen – žmogus, žmonija, žmogiūkštis, žmogiškumas (mens, mensheid enz.) – hoewel je in Litouwen, naar men zegt, ook uitstekend uit de voeten kunt met Engels en Russisch. Die tekentjes boven de letters, de hačeks, zijn trouwens een uitvinding van Jan Hus. 

    Vilnius

    Boretsjka wil dat de stad bij je in de smaak valt, hij rijdt je overal naartoe, verontschuldigt zich als iets niet mooi is, zoals die vuilnisbelt bijvoorbeeld – ja, wat wil je! Het leven is niet rijk, maar ook niet te armoedig, en er zijn minder verbodsbepalingen, beperkingen, slagbomen en andere ergernissen dan je de laatste jaren in Moskou gewend bent. Vilnius is mooi: schoon maar niet gelikt. De wijk waar jij bent gehuisvest houdt het midden tussen Serpoechov en Parijs, en de oude stad is heel bijzonder, met een volstrekt eigen karakter. 

    ‘Problemen, die heb je natuurlijk overal,’ zegt de baas van het kunstenaarscafé met een glimlach. 

    Hij is een man met ervaring, heeft een tijdje in Israël gewoond, in Amerika en ik geloof zelfs ook in Jordanië, en hij weet waar hij het over heeft. Houdt hij er eigenlijk rekening mee dat de geheime dienst (Joost mag weten hoe die hier heet) hem zijn café afneemt en dat hij dan blij mag zijn als hij niet in de gevangenis belandt? Op Amnesty International hoef je in zo’n geval niet te rekenen. Hij is oprecht verbaasd: Nee, zoiets is hier echt niet aan de orde, wat een geluk trouwens dat de Sovjet-Unie uiteengevallen is! Zelf heb je ook van zoiets gedroomd, lang voor Litouwen, toen je een jochie van acht was en Dickens las, The Pickwick Club. Je wist dat er zo’n stad bestond, Londen, in boeken, op kaarten, maar dat je die ooit zou zien – nee jongen, zet dat maar uit je hoofd. 

    ‘Je kan zien dat de auteur niet erg bekend is met de prozatheorie van Viktor Sjklovski, zegt een van de toehoorders, niet luid maar wel duidelijk. Een forse Litouwer, hij werkt in het observatorium van Vilnius. Het is moeilijk niet hooghartig te zijn als je in een observatorium werkt. 

    Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden?

    Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden? Het antwoord laat zich raden: voor de schrijver. Dus wie betaalt de hapjes en de drankjes? Dat heb je eerder te horen gekregen, op een andere plek maar om een soortgelijke reden. 

    Užupis, de wijk van de vrije kunstenaars, met een ludieke eigen constitutie en regering (Tomas bekleedt daarin een belangrijke post): hier ga je je verhaal ‘Objects in mirror’ voorlezen. 

    ‘Houston…’ zegt Ada peinzend. ‘Wij hebben in Vilnius een flatje op de kop getikt, Andrej.’ Vilnius, redeneren ze, is niet in alle opzichten safe. Maar met een Israëlisch paspoort… ‘Nee maar, ze hebben een Israëlisch paspoort?’ 

    De luisteraars glimlachen en na afloop komt er een Moskoviet naar je toe gelopen, iemand van ongeveer jouw leeftijd, een doctor in de wis- en natuurkunde. Het blijkt dat het flatje waarin je bent ondergebracht van hem is, hij gaat niet zover dat hij je zijn laissez-passer, zijn Israëlische paspoort, onder de neus houdt, maar hij heeft er wel een. Aha, kijk aan, het klopt dus allemaal, je verkoopt geen onzin. 

    ‘Komt u toch vaker hierheen, of blijf hier gewoon. Geloof me, het leven heeft hier veel te bieden.’ 

    Met vrienden praten, nachtenlang, met wijn erbij – graag nog een glas. ‘U weet niet wat er allemaal speelt’, zoiets heb je hier van niemand te horen gekregen. Op je laatste dag in Vilnius begin je bekenden tegen te komen op straat. Vilnius zorgt voor afleiding en vermaak, in de juiste dosering. ‘Hoezo zou ik niet blij zijn als het jou goed gaat?’ Het delen van een gevoel van blijdschap – dat gaat het beste met je ouders. Klaar, ga op je plaats zitten en ga de reis aan, stoel recht, riemen vast. 

    Dit is een fragment uit Kilometer 101, dat op 28 oktober is verschenen bij Uitgeverij Van Oorschot, in vertaling van Yolanda Bloemen en Seijo Epema.

    Lees ook:

  • Hoe Xi Jinping de Chinese economie schade toebrengt

    Hoe Xi Jinping de Chinese economie schade toebrengt

    Twintig jaar lang is China een van de grootste aanjagers van de wereldeconomie geweest, maar daar lijkt nu verandering in te komen. Het zerocovidbeleid en het steeds restrictievere staatskapitalisme van Xi hebben ervoor gezorgd dat de economische groei stagneert – met grote gevolgen voor de rest van de wereld.

    De afgelopen twintig jaar was China de grootste en betrouwbaarste aanjager van de wereldeconomie. Het land was in die periode goed voor een kwart van de groei van het wereldwijde bnp en de economie nam in negenenzeventig van de tachtig kwartalen in omvang toe. Na de dood van Mao koos de Communistische Partij grotendeels voor een praktische benadering om het land rijker te maken en markthervormingen met staatscontrole te combineren. Maar nu is de Chinese economie in gevaar.

    De onmiddellijke aanleiding is het ‘zero-covidbeleid’ dat krimp heeft veroorzaakt en de economie tot een start-stoppatroon kan veroordelen. Het verergert een nog groter probleem: de ideologische strijd van president Xi Jinping om het staatskapitalisme weer in te voeren. Als China deze koers blijft varen zal het langzamer groeien en minder voorspelbaar zijn, met grote gevolgen voor zowel het land zelf als de gehele wereld.

    Na bijna twee maanden wordt de lockdown in Shanghai versoepeld, maar met nieuwe uitbraken in Beijing en Tianjin is China nog lang niet covidvrij. Meer dan tweehonderd miljoen mensen zijn aan restricties gebonden en de economie wankelt. De omzet van de detailhandel was 11 procent lager dan vorig jaar en KFC, Cartier en de auto-industrie doen slechte zaken. 

    Exportdaling

    Hoewel sommige arbeiders tijdelijk in de fabrieken wonen, is het industriële productie- en exportvolume afgenomen. Er is kans dat China voor het eerst sinds 1990, na het bloedbad op het Tiananmenplein, dit hele jaar lang zijn best zal moeten doen om veel sneller te groeien dan Amerika. Voor Xi komt dit tijdstip uiterst ongelegen: na het twintigste partijcongres later dit jaar mikt hij op een derde presidentstermijn, een breuk met de regel dat leiders na twee termijnen aftreden.

    Toch is Xi zelf in belangrijke mate verantwoordelijk voor de twee klappen die de economie heeft opgelopen. Ten eerste door zijn zero-covidbeleid, dat al achtentwintig maanden van kracht is. De partij vreest dat openstelling van de grenzen tot een nieuwe besmettingsgolf zal leiden die miljoenen levens kan kosten. Dat is misschien waar, maar ondertussen is er kostbare tijd verspild: honderd miljoen mensen van boven de zestig zijn niet driemaal ingeënt. China weigert effectievere mRNA-vaccins uit het Westen te importeren. En het zero-covidbeleid zal waarschijnlijk ook volgend jaar worden doorgezet. China heeft zich teruggetrokken als gastland van het Aziatische voetbalkampioenschap, de Asian Cup, in juni 2023. Er is sprake van permanente teststations waar tot in de eeuwigheid in neusgaten zal worden gepoerd. Aangezien omikron uiterst besmettelijk is, zijn meer uitbraken en lockdowns onvermijdelijk. Maar omdat het zero-covidbeleid met Xi wordt geassocieerd, wordt alle kritiek erop als sabotage beschouwd.

    Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd

    Dezelfde ideologische geestdrift heeft de tweede klap toegebracht, in de vorm van een reeks economische initiatieven die Xi zijn ‘nieuwe ontwikkelingsconcept’ noemt en die bedoeld is om ‘grote veranderingen teweeg te brengen die een eeuw lang niet zijn vertoond’, zoals een breuk van China met Amerika. De doelstellingen zijn rationeel: het bestrijden van ongelijkheid, monopolies en schulden, en ervoor zorgen dat China dominant is op het gebied van nieuwe technologie en daarmee beschermd tegen westerse sancties. Maar in alle gevallen vindt Xi dat de partij de leiding moet nemen, en de implementatie heeft vooral een bestraffend en grillig karakter. Een golf van boetes, nieuwe regels en zuiveringen heeft voor een stagnatie van de dynamische techindustrie gezorgd, die goed is voor acht procent van het Chinese bnp. En een heftige en nog altijd voortgaande instorting van de vastgoedmarkt, goed voor meer dan een vijfde van het bnp, heeft tot een financieringscrisis geleid, een van de redenen waarom de huizenverkoop in april met 47 procent is gedaald ten opzichte van vorig jaar.

    De regering werkt aan een enorm stimuleringsprogramma en hoopt daarmee het officieel beoogde groeicijfer van 5,5 procent te halen en de zenuwen te kalmeren voordat het congres begint. Op 19 mei spoorde premier Li Keqiang zijn ambtenaren aan de groei door ‘krachtdadig optreden’ te herstellen en gelastte hij de centrale bank de hypotheekrente te verlagen. De partij heeft geprobeerd verontruste techtycoons gerust te stellen. Een waarschijnlijke volgende stap is een groot, met staatsobligaties gefinancierd infrastructuurprogramma.

    Mislukkingen

    Maar meer schuldenbergen en hectares beton zijn geen remedie tegen draconische lockdowns of de risico’s van Xi’s economische model. Dat laatste is gericht op het uitbreiden van het minst productieve deel van de economie, het deel dat in staatshanden is. Het Chinese industriebeleid heeft formidabele successen geboekt, bijvoorbeeld door wereldwijd dominant te worden het gebied van geavanceerde accu’s. Xi hoopt dat technologie en een nieuw cohort staatsinvesteringsfondsen het beslissingsbeleid wendbaarder zullen maken. Maar vergeet alle vreselijke mislukkingen niet, van metaalindustrie tot microchips.

    Intussen is het productiefste deel van de economie, de privésector, ernstig aan het kwakkelen. Neem de financiële markt, waar een grote uittocht heeft plaatsgevonden. De kapitaalkosten zijn gestegen: Chinese aandelen worden uitgeruild tegen Amerikaanse met een korting van 45 procent, bijna een record. Investeerders en ondernemers gaan op een andere manier calculeren. Sommigen vrezen dat de winsten van elk bedrijf zullen worden afgeroomd door een partij die argwanend staat tegenover persoonlijke rijkdom en macht. Durfkapitalisten zeggen dat ze inmiddels op de grootste subsidies wedden, niet meer op de beste ideeën. Voor het eerst in veertig jaar wordt geen enkele grote sector van de economie geliberaliseerd. Daar zal de groei onder lijden.

    China zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief

    Xi’s ideologische economie heeft grote gevolgen voor de wereld. Hoewel stimulering de vraag zou kunnen aanwakkeren, zullen er waarschijnlijk meer lockdowns komen, een gevaar voor een wereldeconomie die toch al met een recessie flirt. Multinationals kunnen onmogelijk om de omvang en het hoge ontwikkelingsniveau van Chinese toeleveranciers heen. Toch zullen ze maatregelen nemen om daar steeds minder afhankelijk van te worden, zoals Apple momenteel schijnt te doen. In sommige bedrijfstakken zal China na 2030 misschien nog de boventoon voeren, maar het Westen zal steeds beduchter worden voor het importeren van Chinese producten. Diplomatiek gezien zal een minder ambitieuze en onafhankelijke privésector betekenen dat de Chinese aanwezigheid in het buitenland meer staatsgeleid en politieker van aard zal zijn. Ze zal misschien vijandiger worden, maar ook minder effectief.

    En wat te denken van het leven in een geïsoleerder China? Hoewel er online wordt geklaagd over lockdowns en banenverlies, zal dit waarschijnlijk niet tot onrust leiden dankzij het strenge toezicht, de propaganda en de brede steun voor de partijdoelen. Sommige technocraten zijn het niet eens met de ruk naar links die het land maakt maar beschikken niet over de macht en de moed om daartegen in het geweer te komen. En naar het zich laat aanzien is er in de politieke top van China voorlopig geen rivaal voor de inmiddels 68-jarige Xi. Maar in de aanloop naar een partijcongres dat hem vermoedelijk tot minstens 2027 van de macht zal, verzekeren, doemen de tekortkomingen op van een eenmansbewind in de tweede economie van de wereld.

    Lees ook: