Tag: buitenlandbeleid

  • Robert D. Kaplan over zijn steun aan de Irakoorlog: ‘Ik ben gezakt voor mijn test als realist’

    Robert D. Kaplan over zijn steun aan de Irakoorlog: ‘Ik ben gezakt voor mijn test als realist’

    Robert D. Kaplan was een van de meest prominente voorstanders van de oorlog in Irak. De voormalige adviseur van George W. Bush worstelt daar nog steeds mee. Bij de twintigste verjaardag van de invasie schreef hij een boek dat lessen bevat voor het conflict in Oekraïne.

    Het stadje Stockbridge, in het verre westen van Massachusetts, is een toevluchtsoord voor de rijken en hoogopgeleiden van Boston en New York. Hier hebben zij hun ‘cottages’, landhuizen in New England-stijl. Een van de wijken van deze gemeenschap met tweeduizend inwoners, gelegen aan de voet van de Berkshire Mountains, heet Interlaken. Stockbridge is een goede plek om je terug te trekken van het gekrakeel van de Amerikaanse buitenlandse politiek, militaire avonturen en oorlogen.

    Afstand biedt overzicht. Aan de muren in de werkkamer van Robert D. Kaplan hangen kaarten. Een raam biedt uitzicht op een rivier. Aan de andere oever is een golfbaan te zien met daarachter de torens van een kerk en een monument voor veteranen. ‘Het lijkt hier landelijk,’ zegt Kaplan, ‘maar dat is misleidend.’ Kaplans verschijning – spijkerbroek, sportschoenen en zijn bescheiden toon – verhult zijn intellectuele kaliber.

    Kaplan is een van de meest invloedrijke politieke denkers in de VS en ook een van de meest bereisde. Hij werd geboren in New York en woonde als jongeman in Portugal, Israël en Griekenland. Vanuit Oost-Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Azië deed hij verslag voor kranten als The Wall Street Journal. Zijn boek over het uiteenvallen van Joegoslavië, The Ghosts of the Balkans, was leesvoer voor Bill Clinton toen de NAVO ingreep in de Bosnische oorlog. Zijn essay The Coming Anarchy waarschuwde al vroeg voor de politieke gevolgen van klimaatverandering, verstedelijking en bevolkingsgroei in het mondiale Zuiden.

    Verstikkend

    In zijn nieuwe boek The Tragic Mind analyseert Kaplan een beslissing die precies twintig jaar geleden werd genomen. Die beslissing wordt nog steeds beschouwd als een van de grootste blunders van het Amerikaanse buitenlandse beleid en stortte Kaplan zelf, zoals hij schrijft, in een ‘klinische depressie’: de invasie van Irak, die begon op 20 maart 2003.

    Kaplan maakte destijds deel uit van het team van adviseurs van president George W. Bush. Hoe kon het gebeuren dat uitgerekend hij, een van de nuchterste geopolitieke waarnemers van zijn land, zo’n prominente voorstander werd van de oorlog in Irak? En wat heeft hij ervan geleerd?

    Kaplan kende Irak, want hij had door het land gereisd in de jaren tachtig, op het hoogtepunt van de dictatuur van Saddam Hoessein. De sfeer van geweld, schrijft hij, ‘was even verstikkend als de hitte en het stof buiten de muren van het presidentiële paleis, dat met machinegeweren werd bewaakt’. In de oorlog tegen Iran en tegen de Koerden in Noord-Irak had Saddam gifgas gebruikt, en Kaplan zag in 1984 de slachtoffers in de moerassen van Huwaisa aan de Tigris. Daar lagen de lichamen van Iraanse soldaten, op elkaar gestapeld door Saddams troepen. ‘De Irakezen waren er trots op.’

    Die ervaring vormde hem. Kaplan had verslag gedaan in Syrië, Sierra Leone en het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. ‘Maar dat soort tirannie had ik nog nooit meegemaakt,’ zegt hij. ‘Het voelde alsof je niet kon ademen. Ik vroeg me af: bestaat er nog iets ergers dan dit?’

    ‘Ik had mijn emoties laten prevaleren boven een onpartijdige analyse’

    In november 2001 woonde hij op uitnodiging van de onderminister van Defensie een geheime vergadering bij en werkte hij mee aan een intern document waarin werd gepleit voor de invasie van Irak. ‘Destijds dacht ik vooral aan het veiligheidsaspect,’ zegt Kaplan nu. De luchtafweer van Saddam had het vuur geopend op Amerikaanse vliegtuigen in de twee noflyzones, ‘dus de vrees bestond dat een Amerikaanse piloot zou worden neergeschoten en door de straten van Bagdad zou worden gesleept’.

    Kaplan was niet de enige die zich uitsprak voor de invasie, die uitmondde in een conflict dat meer dan honderdduizend levens kostte. Het Amerikaanse Congres stemde in beide Huizen voor, met in de Senaat onder meer de latere presidentskandidaten Hillary Clinton en John Kerry en de huidige president Joe Biden.

    Anders dan veel politici, is Kaplan echter bereid om zijn besluit te herzien en hij spaart zichzelf daarbij niet: ‘Ik had mijn emoties laten prevaleren boven een onpartijdige analyse. Ik ben gezakt voor mijn test als realist.’

    Bloedige anarchie

    Een jaar na het begin van de oorlog keerde Kaplan terug naar Irak. ‘Daar was ik getuige van iets veel ergers, zelfs erger dan het Irak van de jaren tachtig: een bloedige anarchie van allen tegen allen die door het regime van Saddam met de meest extreme wreedheid werd onderdrukt.’ Sindsdien, zegt hij, hoort hij de woorden van de Perzische filosoof Abu Hamid al-Ghasali: ‘Een jaar anarchie kan erger zijn dan honderd jaar tirannie.’ Een extreme zin die, als je erop doordenkt, tot de conclusie leidt dat elke revolutie en elke buitenlandse interventie tegen autoritaire regimes uitgesloten is. Want wie kan garanderen dat de omverwerping van een dictator niet tot chaos leidt?

    ‘Al-Ghasali overdreef,’ zegt Kaplan. Maar waarom gebruikt hij die zin dan in zijn boek wanneer hij het tirannieke Irak van Saddam vergelijkt met de anarchie na de Amerikaanse invasie? Kaplan antwoordt met een andere filosoof: Albert Camus. ‘De mens, zegt Camus, komt in opstand en zolang er geschiedenis is, zullen er revoluties zijn. Maar revolutionairen hebben ook een verantwoordelijkheid, namelijk: plannen maken voor een betere orde.’

    Het zijn filosofen als Camus maar meer nog de toneelschrijvers van het oude Griekenland bij wie Kaplan te rade gaat voor de grote vragen van de moderne geopolitiek. Want het conflict tussen orde en chaos – het centrale thema van de Griekse tragedie – is nog altijd het kernpunt van verantwoord staatsmanschap.

    ‘Geopolitiek is van nature tragisch’

    ‘Geopolitiek,’ zegt Kaplan, ‘is van nature tragisch.’ En in tegenstelling tot de conventionele opvatting betekent tragisch niet de overwinning van het kwaad op het goede. ‘De Holocaust, de genocide in Rwanda, de oorlog in Bosnië – dat waren geen tragedies, maar enorme en gruwelijke misdaden. Het is een tragedie wanneer twee mogelijkheden een appel doen op ons geweten, terwijl we er maar één kunnen kiezen. Het is het conflict tussen het ene goede en het andere. Door het ene te kiezen boven het andere, ontstaat lijden.’

    De Grieken begrepen ‘dat er verschillende manieren zijn om te falen en dat sommige daarvan beter zijn dan andere. Als je ze bestudeert begrijp je dat je soms moet accepteren dat iets slechts 55 procent goed is en 45 procent slecht.’

    De laatste Amerikaanse president die handelde in de geest van deze ‘tragische sensibiliteit’, is voor Kaplan George H.W. Bush, de vader van de man die Irak binnenviel. ‘Bush senior deed drie opmerkelijke dingen als president: hij bevroor de betrekkingen met China na het bloedbad van Tiananmen in 1989, maar hij verbrak ze niet. Na de val van de Berlijnse Muur maakte hij geen overwinningsronde door Oost-Europa, om de Sovjets niet voor het hoofd te stoten. En in 1991 schopte hij de Irakezen uit Koeweit, maar liet het na om op te rukken naar Bagdad en Saddam Hoessein af te zetten.’

    Lessen uit de oorlog

    Wat Kaplan leerde van de Irakoorlog van 2003 is geen eenvoudige of radicale les. Hij is niet principieel tegen militair ingrijpen, maar hij roept wel op tot veel meer voorzichtigheid en verantwoordelijkheid dan de jongere Bush – mede op zijn advies – destijds betrachtte. Politici die, zoals Bush senior, zelf ervaring met oorlog en dood hebben gehad, vinden dat gemakkelijker dan anderen. Maar de verplichting om ‘tragisch te denken’ geldt ook voor hen.

    Van de oorlog om Koeweit in 1991, de interventies in achtereenvolgens voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Irak en die in 2011 in Libië, verdedigt Kaplan achteraf gezien alleen de eerste twee. Welke lessen kunnen we trekken uit de Amerikaanse ‘mislukte militaire avonturen’ voor het grote conflict van onze tijd, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne?

    Kaplan, in gesprek doorgaans even pessimistisch als in zijn boek, is verrassend zelfverzekerd. Geen van deze conflicten is te vergelijken met de oorlog in Oekraïne, maar president Biden doet het juiste, zegt hij. ‘Hij stuurt geen troepen naar Oekraïne, in tegenstelling tot Bush in Irak. Hij gebruikt geen bommenwerpers, in tegenstelling tot Obama in Libië. Wel steunt hij Oekraïne met tientallen miljarden aan wapens om een rivaliserende grootmacht te verzwakken. En hij doet wat hij kan om uitbreiding van de oorlog naar de NAVO te voorkomen. Biden heeft geleerd van de ervaring met Irak.’

    ‘Biden is erg langzaam en hij denkt na. Maar ik denk dat dit het juiste beleid is’

    De oorlog in Irak werd gevoerd met het uitgesproken doel om Saddam omver te werpen en zijn partij, leger en veiligheidsapparaat te vernietigen. Dat is gelukt, ten koste van tienduizenden levens en een vloedgolf aan onbedoelde gevolgen: van de opkomst van Islamitische Staat tot de versterking van het regime in Teheran. Als de Grieken dergelijke overwinningen niet al hadden vernoemd naar de Molossische koning Pyrrhus, dan konden ze die naar George W. Bush vernoemen.

    Tegenwoordig wordt weliswaar soms gezinspeeld op een regime change in Rusland, maar het taboe dat is ontstaan door de oorlog in Irak geldt nog steeds: het volk bepaalt wie er over welk land regeert. Dat uitgerekend de Amerikaanse president zich in het openbaar uitsprak over het einde van het bewind van Poetin (‘Bij God, deze man kan niet langer aan de macht blijven!’), wijt Kaplan aan de ‘loze retoriek’ van een man die bewezen heeft verder ‘doorgaans competent’ te zijn.

    Volgens Kaplan is het een goed teken dat Bidens koers omstreden is. Bijna elk wapensysteem dat naar Oekraïne wordt gestuurd, leidt tot discussie in het Pentagon, zegt hij. ‘Mede daarom arriveren de wapens er niet zo snel als veel interventionisten zouden willen. Wat dat betreft zijn velen ontevreden over Biden. Hij is erg langzaam en hij denkt na. Maar ik denk dat dit het juiste beleid is.’

    Is dat beleid te timide? Het boek van Kaplan kan zeker worden gelezen als een pleidooi voor angst, zowel in het leven als in de politiek. ‘Angst redt ons van zo veel dingen’, citeert hij de Britse schrijver Graham Greene. Liever spreekt hij van ‘constructief pessimisme’, zegt Kaplan. ‘Ik maak een afweging van alle slechte dingen die mij of mijn natie kunnen overkomen. Als ik alle redenen heb overwogen waarom ik iets niet zou moeten doen en dan besluit het toch te doen, is het waarschijnlijk de juiste beslissing.’

    Robert D. Kaplan: The Tragic Mind. Fear, Fate, and the Burden of Power, Yale University Press.

  • Dossier: Wat de wereld verwacht van Trump

    Dossier: Wat de wereld verwacht van Trump

    Vriend en vijand houden de adem in.

    De verkiezing van Donald Trump markeert het begin van het tijdperk van het nationalisch populisme, schrijft Francis Fukuyama. Maar het 
zijn vooral zijn onvoorspelbaarheid en isolationisme die veel landen zorgen baren. Zal Vladimir Poetin zijn handen vrij krijgen in Europa en het Midden-Oosten? In het Verre Oosten maken de bondgenoten van de VS zich zorgen over het verlaten van Obama’s ‘draai naar Azië’.

    1. Het einde van de liberale democratie

    2. Een EU-leger, serieus?

    3. Open brief uit Rusland

    4. Groot-Brittannië als bruggenhoofd

    5. Goed nieuws 
voor Netanyahu

    6. ‘Erdogan en Trump komen 
 er wel uit’

    7. Stop de Mexicaanse hypocrisie over migratie

    8. Een stap terug in Azië?

    9. Dossier: context (Hongarije, Duitsland, Japan, Iran, Egypte en het klimaat)

    Beeld: Donald Trump koestert de Amerikaanse vlag op een bijeenkomst in Tampa, Florida. – © HH

  • 9. Dossier: context

    9. Dossier: context

    Hongarije, Duitsland, Japan, Iran, Egypte en het klimaat.

    Hongarije – Een lach en een traan

    ‘Wat een fantastisch nieuws, de democratie leeft nog steeds!’ De Hongaarse premier Orban verheugde zich op Facebook over de verkiezing van Trump, die hij als een van de weinigen ondersteunt. De Hongaarse media zijn zeer verdeeld. ‘Zijn we teruggekeerd tot de ware democratie, zoals Orban beweert?’ spot een columnist in het weekblad HVG, waarin hij zich bezorgd toont over de gevolgen van een alliantie tussen Trump en Poetin. ‘Is het in de VS of in Hongarije waar de regering alle constitutionele, rechterlijke en journalistieke tegenkrachten probeert af te stoppen?’

    Het conservatieve dagblad Magyar Hírlap wijst demonisering van de Amerikaanse miljardair van de hand. ‘Als je sommigen mocht geloven, zou de overwinning van Trump de aarde uit haar baan brengen. Maar wonderlijk genoeg is het einde der tijden nog niet aangebroken.’

    Duitsland – Druk op Merkel

    Is Angela Merkel voortaan de enige regeringsleider van de vrije wereld die garant staat voor de waarden van het Westen, zoals The New York Times schrijft? ‘Daar schuilt veel waars in’, beaamt het financiële tijdschrift WirtschaftsWoche. Het blad maakt zich niettemin zorgen over de mate waarin de kanselier is voorbereid op een gedestabiliseerde wereldorde.

    ‘Dit beroep op de kanselier komt voor Merkel op een weinig gelegen moment,’ benadrukt Die Zeit. ‘Europa laat haar in de steek, haar partij staat niet meer geheel achter haar, en het vertrouwen van de bevolking is geschokt.’ Toch hoopt het weekblad dat Merkel nog lang aan de macht blijft als ‘kanselier van de wereld’. Dit naar voorbeeld van Barack Obama, die tijdens zijn Europese afscheidstournee half november verklaarde: ‘Als ik Duitser was, zou ik aanhanger van Merkel zijn.’

    Smeltend noordpoolijs. – © NASA
    Smeltend noordpoolijs. – © NASA

    Het klimaat in zwaar weer

    Hoewel Trump ook op dit gebied lijkt bij te draaien 
– hij zegt nu ‘een open mind’ te hebben over het 
klimaatakkoord van Parijs – zien milieubeschermers het somber in.

    Donald Trump wil een muur laten bouwen om zijn landgoed in Schotland te beschermen tegen stormen en de stijging van de zeespiegel. ‘Is dat een teken dat hij toch wel gelooft in de effecten van de opwarming van de aarde?’ vraagt The Guardian zich ironisch af. Want de nieuwe Amerikaanse president is een geharnaste klimaatscepticus, zoals onder meer blijkt uit zijn uitlating op Twitter in 2012, waarin hij de opwarming van de aarde kwalificeerde als ‘een opvatting die door de Chinezen in het leven is geroepen om de concurrentiekracht van de Amerikaanse industrie schade te berokkenen’, schrijft Grist.

    En tijdens de verkiezingscampagne beloofde Trump dat de VS zich zouden terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs – dat erop gericht is de hoeveelheid broeikasgas terug te dringen – en dat hij een einde zal maken aan het programma voor schone energie (Clean Power Plan) van Obama. Ook gaf hij groen licht voor de aanleg van de oliepijplijn Keystone XL tussen de VS en Canada, die door zijn voorganger was afgeblazen. ‘

    Hij zal daar niet voor terugschrikken, met het voorwendsel dat het moeilijke beslissingen zijn waaraan hij niet kan ontkomen, en hij wordt omringd door klimaatontkenners en lieden die belangen hebben in de sector van de fossiele brandstoffen die er wel voor zullen zorgen dat hij woord houdt,’ schrijft de klimaatbeschermer en journalist Bill McKibben in The Washington Post.

    Het geld van de NASA voor de observatie van de planeet zou kunnen worden overgeheveld naar projecten om mensen naar de maan en verder te sturen

    Aan het hoofd van een groepje mensen dat belast is met het overnemen van het agentschap voor milieubescherming EPA, benoemde Trump Myron Ebell, die voordien de Cooler Heads Coalition leidde, een organisatie die het als haar opdracht ziet ‘de mythe van de opwarming van de aarde te ontzenuwen’.

    Het geld van de NASA voor de observatie van de planeet zou kunnen worden overgeheveld naar projecten om mensen naar de maan en verder te sturen, meent The Telegraph te weten.

    En zelfs als de Amerikaanse terugtrekking niet de dood van het akkoord van Parijs zou betekenen, kan ook het niet bijdragen van 800 miljoen dollar aan de steun voor arme landen bij het nemen van milieumaatregelen een ijskoude douche betekenen. ‘Zonder deze financiële aansporing zullen weinig landen geneigd zijn hun beloften te houden’, voorziet het blad Science.

    Michael Oppenheimer, hoogleraar in de aardwetenschappen, zegt in het wetenschapstijdschrift dat ‘het belangrijkste wat wetenschappers nu te doen staat is een middel vinden om Trump te overtuigen van hun dringende zorgen op het gebied van de klimaatverandering’.

    Iran – En het nucleair akkoord

    De Iraanse krant Jahan-e Sanat wil de lezer geruststellen met de uitleg dat het nucleair akkoord uit 2015 is vastgelegd in een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN en dat zodra daaraan gemorreld wordt ‘de Europese landen en het Amerikaanse bedrijfsleven zich daar tegen zullen verzetten, hetgeen de VS duur zal komen te staan’.

    Langs dezelfde lijn mikt ook de regeringskrant Iran op druk vanuit Europa op Trump. ‘De Europese Unie wil, gezien de belangen in Iran, absoluut niet worden getroffen als Washington ooit zou besluiten het akkoord met voeten te treden. Europa blijft volhouden dat het op losse schroeven zetten van het akkoord Washington op het internationale vlak in een isolement zal brengen.’

    En zoals vele Iraniërs ook doen trekt de krant Vaghaye-e Etefaghiyeh een vergelijking tussen de aanstaande Amerikaanse president en de ultraconservatieve Mahmoud Ahmadinejad, de Iraanse oud-president (2005-2013), die internationale verdragen als ‘stukjes papier’ zag. ‘Ahmadinejad heeft geen internationale verdragen kunnen verscheuren, en Trump zal dat ook niet lukken.’

    Vrijwel geen positieve uitwerking

    Een ander geluid laat Kayan horen: de ultraconservatieve krant richt zijn aanvallen op de hervormers in Iran en de gematigde president Hassan Rohani, die het nucleair akkoord beschouwt als een ware prestatie. ‘De directeur van de Iraanse centrale bank heeft toegegeven dat het akkoord vrijwel geen enkele positieve uitwerking heeft op Iran en geeft toe dat de sancties [tegen Iran] alleen op papier zijn opgeheven. Dus als Donald Trump het akkoord, dat alleen maar schade heeft veroorzaakt, verscheurt, wat willen we dan nog meer?’ vraagt Kayan zich af. ‘Laten we hopen dat Trump het Iraanse volk van deze absolute ondeugd bevrijdt!’

    In tegenstelling tot andere bladen vergelijkt Kayan Donald Trump niet met ex-president Ahmadinejad, maar met de huidige president Rohani. ‘Rohani beloofde dat het nucleair akkoord alle economische problemen zou oplossen, is dat geen populisme? Dus al die bezorgdheid van de hervormers over de verkiezing van Trump kunnen niet serieus worden genomen.’

    Wint Shinzo Abe in elk geval?

    De Japanse premier Shinzo Abe was de eerste buitenlandse regeringsleider die op 17 november een ontmoeting had met de aanstaande Amerikaanse president. ‘De gedachtewisseling was heel vriendschappelijk’, meldden de Japanse media. Als de Amerikaanse aanwezigheid in Azië wordt gehandhaafd, zal dat bijdragen aan de stabiliteit in de regio. Maar als Trump besluit de Amerikaanse troepen terug te trekken, zou dat kunnen bijdragen aan de ambities van de regering-Abe, die ijvert voor de terugkeer van ‘een sterk Japan’ op het internationale toneel.

    sisi

    Sissi is opgelucht

    De Egyptische president Abdel Fattah al-Sissi was de eerste regeringsleider die de telefoon pakte om Donald Trump ‘zijn oprechte gelukwensen aan te bieden’, schrijft L’Orient-Le Jour. ‘Sissi had al blijk gegeven van zijn vertrouwen met de woorden: “Ik twijfel er niet aan dat Trump een sterke leider wordt.” Waarop de Republikeinse kandidaat zou hebben geantwoord: “Sissi is een fantastische kerel.” Terwijl Hillary Clinton er bij Sissi op aandrong de mensenrechten te respecteren, riep Trump op tot marteling van terroristen en het aanpakken van hun familie – in overeenstemming met de praktijk in Caïro.’

    De Egyptische media die tegen de macht aanschurken, waren dus blij met de overwinning van Trump. De zender Al Nahar verklaarde zelfs dat Trump Sissi tot voorbeeld heeft genomen bij de bestrijding van het terrorisme. De zender Selda Elbalad drukte al de vrees uit voor een aanslag op Trump en voorspelde dat het eerste besluit van de nieuwe president zou zijn Obama en Clinton in de gevangenis te doen belanden.

    Zelfs de ‘oppositiepers’ verheugt zich. In Al-Masry Al-Youm verklaarde Margaret Azar, lid van het comité voor de mensenrechten van het Egyptische parlement, dat ‘Trump een radicale breuk vertegenwoordigt met de clan Obama-Clinton, die steun heeft gegeven aan de islamisten’.

    Vertaling: Lambiek Berends

    Beeld bovenaan: Trumpaanhangers Tabitha en Anthony Palmer in Johnstown, Pennsylvania. – © Getty Images