Columnist Herbert Hudde van de Venezolaanse krant El Universal is er duidelijk over. Wat Venezuela nodig heeft, zijn dollars.
In een tv-uitzending over luchtvaartmaatschappijen werd gezegd dat hun situatie hopeloos is: de internationale maatschappijen verlaten het land omdat ze niet betaald worden en de binnenlandse functioneren niet omdat ze geen onderdelen kunnen kopen en hun toestellen niet kunnen onderhouden. Waarom niet? Gebrek aan dollars.
De fabrieken van auto’s en auto-onderdelen liggen stil en het land zit zonder auto’s. Waarom? Gebrek aan dollars.
De industrie functioneert niet door een gebrek aan grondstoffen, machines en onderdelen, want er zijn geen dollars.
De landbouw: van hetzelfde laken een pak. Er is geen zaaigoed, er is geen kunstmest, er zijn geen bestrijdingsmiddelen, niets. De machines staan stil en dat blijft zo, want er zijn geen dollars.
Wat betreft medicijnen en andere hulpmiddelen in de gezondheidszorg – zo dringend nodig voor onze bevolking – is het absolute dieptepunt bereikt. Waarom? Gebrek aan dollars.
Heeft Maduro’s Economisch Raad wel door dat al onze ontberingen te maken hebben met het feit dat we een gebrek hebben aan dollars? Het enige wat ze gedaan hebben is ervoor zorgen dat Goldman Sachs weer enkele vette bonussen kan uitdelen door een paar miserabele dollars te lenen die ze meer dan viervoudig moeten terugbetalen en die ze naar verluidt gebruikt hebben om traangas en ander wapentuig te kopen, waarmee ze de demonstraties van de oppositie neerslaan. Verder niets.
Het is duidelijk dat er dringend dollars nodig zijn, en wel in voldoende hoeveelheden, om deze ramp af te wenden, want anders blijft de productie in ons land stagneren en blijven er mensen doodgaan van de honger en het gebrek aan medicijnen en blijven we duizend-en-een ontberingen lijden. Ik ga niet zeggen wie er schuld aan heeft dat er geen dollars zijn, helemaal niet, want ik heb al uitgelegd dat alle verantwoordelijkheid voor deze schaarste bij onze rampzalige regering ligt, die door en door corrupt en incompetent is. Maar ik wil wel uitleggen wat ze zou moeten doen om dit tenenkrommende drama, dat ze tot nog toe koppig is blijven ontkennen, enigszins te verhelpen. Landen kunnen op twee manieren aan deviezen komen: 1) door de export van goederen en diensten, en 2) door middel van externe financiering, dat wil zeggen door buitenlandse leningen.
Maduro is al komen aandragen met zijn gebruikelijke grootspraak dat wij voor niemand op de knieën gaan, en al helemaal niet voor die uitbuiters van landen die het IMF en trawanten vormen
Tot nog toe heeft Venezuela haar deviezen voornamelijk binnengehaald met de export van aardolie en in veel mindere mate door middel van externe financiering. Daar zijn de presidenten Carlos Andres Perez en Hugo Chavez onverantwoordelijk mee omgesprongen, maar nu de olieprijzen zijn gedaald – en het ziet ernaar uit dat daar voorlopig geen verandering in komt – is het uit met de pret. Aangezien Chavez ons op een absurde manier tot over de oren in de schulden heeft gestoken toen de olieprijs hoog was, kunnen we nu niet meer lenen op de internationale kapitaalmarkt, en daar komt nog bij dat we de dollars die we toen hebben binnengehaald ook nog eens moeten terugbetalen. Geconfronteerd met deze situatie heeft onze regering, samen met de chavistische leiders, in haar eindeloze wijsheid het lumineuze idee gekregen dat de oorzaak van alle problemen is dat we de aardolie hebben opgemaakt; met haar spreekwoordelijke efficiëntie heeft ze dat varkentje razendsnel gewassen door dit economische model per decreet te vervangen door een productief model, waardoor we niet alleen meer gaan produceren maar ook zo veel exporteren dat het probleem van het dollartekort snel voorbij zal zijn. Ten overstaan van de Nationale Raad voor Productieve Economie verklaarde Maduro het volgende (let op!): ‘Vergeet niet (…), wij Venezolanen zullen de wereld versteld doen staan met dit nieuwe economische model, dat we na de instelling van de Grondwetgevende Vergadering gaan invoeren.’
Maar wie zullen we in hemelsnaam versteld doen staan? Het enige wat er dan op zit, is naar het IMF of een soortgelijke instelling stappen, die speciaal bedoeld is voor het soort problemen waar ons land mee worstelt. Maar die deur zit ook potdicht. Omdat de chavisten niet naar het IMF willen stappen. En waarom willen ze dat niet? Omdat ze dan een doortimmerd economisch programma moeten uitwerken en presenteren – precies wat we nodig hebben – en dat botst met de rimram die wijlen El Comandante ze heeft ingeprent. Bovendien is Maduro al komen aandragen met zijn gebruikelijke grootspraak dat wij voor niemand op de knieën gaan, en al helemaal niet voor die uitbuiters van landen die het IMF en trawanten vormen.
Dus wat de regering moet doen is het volgende: naar het IMF en aanverwanten stappen, zodat we wat meer financiële armslag krijgen, weer een beetje kunnen ademhalen en niet doodgaan van honger en ontbering, zodat we weer meer gaan produceren en met behoud van een zekere waardigheid kunnen overleven. Maduro en co: het is jullie schuld dat we lijden onder een gebrek aan dollars. Ga ze zoeken!
Opgericht in 1909 door Andrés Mata, dichter, journalist, diplomaat en politicus. Het anti-Chavez (en anti-Maduro) gezinde El Universal staat op de bres voor onderzoeksjournalistiek en persvrijheid.
Volgens ex-guerrillero Joaquín Villalobos graaft het Maduro-regime een graf voor de Bolivariaanse Revolutie. Het politieke model is op sterven na dood; niets maar dan ook niets zal het nieuw leven kunnen inblazen.
Er zijn in Latijns-Amerika drie veranderingen gaande die extreem-links een zware slag toedienen: het einde van de gewapende strijd in Colombia, de geleidelijke maar onomkeerbare terugkeer van Cuba naar het kapitalisme en het einde van de Bolivariaanse Revolutie. Venezuela vormt de spil van deze veranderingen. Met meer dan vierhonderd politieke gevangenen en de weigering om via vrije verkiezingen de mogelijkheid te scheppen voor een alternatief, heeft het chavistische regime zijn ware dictatoriale gezicht laten zien. Na Fujimori’s poging in Peru is het continent gevrijwaard gebleven van extreem-rechtse dictaturen, en een kleine veertig jaar democratie later zijn er nog maar twee extreem-linkse dictaturen over: Cuba en Venezuela. Dat is de context waarbinnen de honderd protestdagen tegen Maduro zijn uitgegroeid tot de langstdurende en omvangrijkste vreedzame protestactie in de geschiedenis van Latijns-Amerika. Geen enkele dictatuur zag zich ooit geconfronteerd met zo’n stellige afwijzing.
Als Maduro in 2016 het oppositiereferendum had erkend, dan had hij met 40 procent van de stemmen zo goed als zeker verloren. Nu verliest hij elke dag meer steun en graaft hij langzaam maar zeker een graf voor de Bolivariaanse Revolutie. Dat er in Venezuela een strijd gaande zou zijn tussen revolutionair links en extreem-rechts is totale quatsch; het regime ziet zich geconfronteerd met een voornamelijk op het politieke midden georiënteerde coalitie waarbij zich partijen, leiders, sociale organisaties en linkse intellectuelen hebben aangesloten die in de markt en de democratie geloven. Wat in Venezuela op het spel staat, is de toekomst van het politieke midden in heel Latijns-Amerika, want nu sympathiseren de democratische krachten niet met rechts of links extremisme. Het failliet van het extremisme biedt perspectief op een volwassener vorm van democratie in Latijns-Amerika.
Oliesocialisme
Chavez mag dan het leven van het Cubaanse regime met een aantal jaren hebben verlengd, nu probeert Cuba zich letterlijk los te rukken van de Venezolaanse oliekraan en zich vast te klampen aan de Amerikaanse geldkraan. Achttien jaar geleden wist ieder weldenkend mens dat de Bolivariaanse Revolutie beperkt houdbaar was. Door de schommelende olieprijzen en de technologische ontwikkelingen was het absurd te veronderstellen dat het oliesocialisme voor altijd zou blijven voortbestaan, dat de bomen tot in de hemel zouden blijven groeien zonder dat er geïnvesteerd werd in de economie. Toch zagen linkse groeperingen in heel Latijns-Amerika, Spanje, Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en de rest van de wereld in Hugo Chavez de wederopstanding van de Messias, en in Venezuela de wedergeboorte van de utopie die in Oost-Europa niet langer bestond en in Cuba op zijn laatste benen liep.
Maar zoals te verwachten viel, implodeerde het socialisme van de eenentwintigste eeuw, met een enorme humanitaire crisis als gevolg; het feestje van de revolutionaire spilzucht en het opportunistische zakkenvullen is voorbij. Van alle zogeheten Bolivariaanse regimes was dat van Venezuela het enige dat met zijn onteigeningsbeleid openlijk de oorlog verklaarde aan de markt en daarmee de eigen economie de nek omdraaide. Wat het regime nu nog rest is de brute, militaire kracht die het altijd al had. De denkbeelden die Chavez omarmde waren eerder een uitgelezen kans voor de militaristische traditie van Venezuela dan dat ze een bepaalde ideologie vertegenwoordigden. De bindende factor van de Bolivariaanse Revolutie was niet het politieke ideeëngoed maar het geld. De biljoenen oliedollars verklaren waarom de militairen zich zo gemakkelijk tot links bekeerden.
Het Venezolaanse leger heeft meer generaals dan de Verenigde Staten, ze bekleden duizenden functies bij de overheid en in de regering, ze bewapenen paramilitaire groeperingen, ze zitten in de drugshandel, ze mengen zich in het bedrijfsleven, ze onteigenen bedrijven, ze profiteren van de corruptie, ze beheersen de zwarte markt, ze onderdrukken en arresteren leden van de oppositie, gooien hen in de gevangenis en martelen en berechten hen. In zeventien jaar tijd hebben de militairen bijna driehonderd Venezolanen vermoord omdat ze op straat protesteerden. In de geschiedenis van de Latijns-Amerikaanse dictaturen is er geen enkele militaire elite geweest die zich zo heeft kunnen verrijken, en de links-extremisten praatten dat overal op de wereld goed onder het mom van de ‘revolutie van het volk’. Het Venezolaanse oliegeld heeft ervoor gezorgd dat intellectuelen uit de westerse wereld en de Derde Wereld de voormalige extreem-rechtse kopstukken als revolutionairen zien. Vroeger joegen de Amerikanen op de Latijns-Amerikaanse revolutionairen; nu hebben de Bolivariaanse revolutionairen bezittingen en bankrekeningen in Florida. Het is niet nodig om Venezuela binnen te vallen en evenmin hoef je contrarevolutionairen van wapens te voorzien, zoals destijds in Nicaragua. De Bolivariaanse Revolutie is niet afhankelijk van Rusland of van China, maar van zijn vijand, de ‘imperialistische yankee’, die olie bij hem moet blijven kopen. Venezuela bedient maar 8 procent van Amerikaanse markt. Zouden de Verenigde Staten besluiten de olieafname te staken, dan is dat geen uiting van agressie maar een door de markt gedicteerde beslissing. Al lijkt het te gek voor woorden, Maduro zit dus nog op zijn plek dankzij de welwillendheid van Donald Trump. Anti-imperialistische argumenten gaan hier dus niet op. De Verenigde Staten hebben zich niet ingelaten met de politieke situatie in Venezuela, terwijl ze dat eerder wel deden in Chili, de Dominicaanse Republiek, Panama en El Salvador.
Net als velen vóór hem heeft Chavez de verkeerde afslag genomen door de strijd aan te gaan met de markt, en zijn erfgenamen begaan nu precies dezelfde fout met de democratie
De sociale en economische catastrofe in Venezuela en Cuba vormt een schril contrast met de enorm toegenomen welvaart in Costa Rica, Chili, Spanje en natuurlijk ook Zweden, Noorwegen en Denemarken, die tot stand is gekomen dankzij centrum-linkse regeringen die niet tornden aan de democratie en de markt. De koppigheid van de utopisten die het onmogelijke mogelijk willen maken is niet te bevatten. Chavez heeft geen nieuw eenentwintigste-eeuws socialistisch model bedacht; net als velen vóór hem heeft hij de verkeerde afslag genomen door de strijd aan te gaan met de markt, en zijn erfgenamen begaan nu precies dezelfde fout met de democratie.
Met de marxistische leer in gedachten ging men ervan uit dat de Bolivariaanse Revolutie de ontwikkeling van productiekrachten zou stimuleren, maar wat er gebeurde was dat de productiekrachten, net als in Cuba, naar de filistijnen werden geholpen. De bolivarianos lieten de olieproductie teruglopen en gooiden de hoogste inkomsten uit de hele geschiedenis van Venezuela over de balk. Maar niet alleen Karl Marx trok aan het kortste eind. De bovenlaag wordt het regeren onmogelijk gemaakt, de mensen zakken steeds dieper weg in hun armoede en de volksopstanden worden steeds heftiger. Het zijn de drie omstandigheden waaraan je volgens Vladimir Lenin een revolutie herkent. Hoe droevig moet het zijn om met oliegeld een neprevolutie te financieren en te worden ingehaald door een echte revolutie: die van het volk.
Auteur: Joaquín Villalobos
Joaquín Villalobos (te zien op openingsbeeld) is een voormalig guerrillaleider in El Salvador. Tegenwoordig is hij consultant bij het oplossen van internationale conflicten.
Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers. Opgericht na de dood van Franco en politiek links georiënteerd, maar kritisch ten opzichte van de Spaanse socialisten.
De dagen van het chavisme zijn geteld – dat vindt althans de (uitgetelde) oppositie. Ze eist vrije verkiezingen en respect voor het parlement. Druk van buitenaf en het forceren van een interne breuk zou een oplossing kunnen zijn.
De lont in het kruitvat van de protesten in Venezuela was een ongrondwettelijke beslissing van het (door de chavisten gecontroleerde) Hooggerechtshof om het parlement, waarin de oppositie de meerderheid heeft, buiten werking te stellen. Na felle reacties uit binnen- en buitenland zag de regering zich gedwongen de beslissing terug te draaien. Maar de maatregel pookte het vuur op van de ontevreden bevolking die de buik vol heeft van het incompetente en steeds autoritairdere regime, dat het land in de ergste economische en sociale crisis van zijn bestaan heeft gestort.
Het is niet duidelijk wat er nu gaat gebeuren. Maar de angst voor de regering is niet ongefundeerd; op sociale media was te zien hoe ongenadig demonstranten worden afgestraft en opgepakt. De demonstraties kunnen op zichzelf geen verandering afdwingen, maar ze creëren wel explosieve spanningen. Er wordt gewacht op een kans om binnen de dictatuur een breuk te forceren die tot een regimewisseling leidt. En nu zijn er verschillende factoren bijgekomen die dit scenario aannemelijker maken.
In de eerste plaats is er de ernst van de crisis: een economisch debacle dat tot een ongekende humanitaire ramp heeft geleid, waarbij mensen in vuilnishopen op zoek gaan naar etensresten. Drie op de vier Venezolanen willen dat president Maduro aftreedt. Die weerzin betreft alle lagen van de bevolking, inclusief soldaten en politieagenten die de regering inzet om de protesten de kop in te drukken. Vrijwel niemand is bepaald gelukkig met het feit dat ze een corrupte elite moeten verdedigen die ervoor verantwoordelijk is dat hun kinderen honger lijden.
Boven op die interne druk komt de druk van buitenaf. Nog nooit heeft het chavisme er internationaal zo slecht voor gestaan. Er zijn nog maar weinig landen in de regio die zich kunnen verenigen met de autoritaire excessen van de Venezolaanse regering. Begin deze maand ondertekenden negentien leden van de OAS (de Organisatie van Amerikaanse Staten) en alle landen van Mercosur [het Zuid-Amerikaanse handelsblok], resoluties en verklaringen die de ontbinding van het parlement veroordeelden.
Maduro wordt verder verzwakt doordat de oppositie de rijen heeft gesloten en een eendrachtige strategie volgt: door middel van demonstraties druk uitoefenen op de regering tot ze op een aantal belangrijke punten toegeeft, waaronder het uitschrijven van verkiezingen en de restauratie van het parlement in al zijn bevoegdheden.
Die eensgezindheid dankt de oppositie deels aan de lering die ze uit haar fouten heeft getrokken. Maar een andere reden is dat afzien van verdere demonstraties op dit moment nadelig is. Vorig jaar oktober schortte de regering illegaal de procedure op voor een referendum waarmee de president kon worden afgezet. De coalitie van oppositiepartijen, de zogeheten Mesa de la Unidad Democrática (MUD), reageerde met een oproep tot demonstraties, maar trok die kort daarna weer in om een ‘dialoog’ met de regering aan te gaan.
Dat besluit werd van alle kanten bekritiseerd, ook door bepaalde partijen binnen de coalitie die vervolgens niet wilden meedoen aan de onderhandelingen. Velen vermoedden dat de regering volstrekt niet van plan was om concessies te doen en dat de ‘dialoog’ alleen maar bedoeld was om de zaak te traineren. De regering had immers al verscheidene keren op kritieke momenten de ‘dialoog’ gebruikt om de druk te verminderen, waarna ze snel weer verder ging met het ontmantelen van het democratisch bestel.
De sceptici hadden zich niet vergist. Maduro gaf op geen enkel punt toe, sterker nog: hij maakte van de onderhandelingen gebruik om zijn tegenstanders nog verder onder de duim te krijgen. Omdat veel mensen dat hadden zien aankomen, verloor de MUD aan geloofwaardigheid bij de publieke opinie, en daarom zullen partijen binnen de coalitie er niet gauw meer voor pleiten te stoppen met demonstreren, want ze weten welke politieke prijs ze daarvoor moeten betalen.
Drastisch veranderd
Maduro heeft dus redenen om zenuwachtig te zijn. Hij heeft een bevolking tegenover zich die uitgeput is en uitgehongerd door een steeds erger wordende crisis, die zich bewust is van het grote gevaar van demonstreren maar er ook van overtuigd is dat de prijs van niets doen hoger is, omdat het een verlenging betekent van de humanitaire ramp. De internationale druk, die trouwens wel wat krachtiger zou mogen zijn, heeft het chavisme in een groter isolement gebracht dan ooit tevoren. Bovendien kampt de president met een oppositie die zich, door ervaring wijzer geworden en uit vrees voor herhaling van eerder gemaakte fouten, tijdelijk tegen tweespalt heeft gepantserd.
Zijn Maduro’s dagen geteld? Niet noodzakelijk. Als er geen breuk in het regime komt, heeft de oppositie niet de macht om haar wil op te leggen. En als er geen greintje vooruitzicht is op verandering, zouden de mensen het protesteren wel eens moe kunnen worden. Daarom is het belangrijk om niet alleen de druk van buitenaf op te voeren, maar ook een interne breuk te forceren door belangrijke steunpilaren van de dictatuur te benaderen en overlopers aan te trekken, gebruikmakend van de haarden van onvrede en de toenemende angst voor een plotselinge ommekeer.
Maar het lijdt geen twijfel dat het politieke landschap in Venezuela over een paar maanden drastisch veranderd zal zijn. Een regering die meende stevig in het zadel te zitten, staat nu met de rug tegen de muur en moet het initiatief overlaten aan een verjongde oppositie en honderdduizenden Venezolanen die bereid zijn alles in het werk te stellen om hun vrijheid terug te winnen.
De massale demonstraties tegen het socialistische regime van president Nicolás Maduro houden aan in de almaar erger wordende crisis in Venezuela. Maduro klampt zich vast aan het leger, zijn voornaamste steunpilaar. Het controleert de voedselimport, beheert de mijnen en slaat de protesten neer, terwijl de regering met de armen over elkaar toekijkt.
Carlos Soublette, een Venezolaans militair, politicus en staatsman, deed in 1837 een historische uitspraak over dit land, die nu toepasselijker is dan ooit: ‘Venezuela is nooit ten onder gegaan en zal ook nooit ten onder gaan omdat een burger met de president spot. Venezuela zal ten onder gaan wanneer de president met de burgers spot.’
Na vier jaar aan de macht heeft president Nicolás Maduro door zijn lukrake beleid het land in een van de ergste economische en sociale crises van zijn geschiedenis gestort. De opvolger van Hugo Chávez is, met zijn melodramatische stijl, niet in staat gebleken tegemoet te komen aan de meest urgente behoeften van de Venezolanen. De burgers van het land moeten nu toezien hoe hij de vloer aanveegt met de staatsinstellingen, zijn politieke tegenstanders, het parlement, de rechterlijke macht, de internationale gemeenschap en met hen het volk, dat de buik vol heeft van schaarste, inflatie en geweld.
Met aantijgingen (niet één gestaafd) van internationale complotten, economische oorlogen en buitenlandse invasies (naast een wanhopige cliëntelistische strategie van sociale bijstand) is Maduro erin geslaagd zich in Miraflores, het presidentiële paleis, te verschansen. Zonder steun van de Venezolaanse strijdkrachten, die op dit moment het machtigste staatsorgaan zijn, zou hem dat nooit gelukt zijn. Er wordt sowieso getwijfeld aan zijn politieke leiderskwaliteiten.
Privileges
‘De Nationale Bolivariaanse Strijdkrachten hebben hun onvoorwaardelijke steun aan de president bevestigd,’ zei de minister van Defensie, Vladimir Padrino López, op een militaire plechtigheid bij het presidentieel paleis. Padrino López beschreef Maduro als een ‘authentieke chavistische president die door de strijdkrachten hogelijk wordt bewonderd’. De strijdkrachten noemde hij ‘radicaal anti-imperialistisch en trouw aan de socialistische leider Hugo Chávez’.
Vóór zijn dood had el comandante Chávez er door middel van allerlei privileges voor gezorgd dat het presidentschap tot in lengte van dagen verzekerd zou zijn van militaire steun. Maar het was Maduro die na zijn installatie als president letterlijk alles aan de militairen weggaf. Tegenwoordig zijn het de strijdkrachten die de import van levensmiddelen controleren, ze bezitten de ateliers waar hun uniformen worden gemaakt, ze hebben een eigen tv-zender, een bank, een autofabriek en een bouwonderneming. Dit jaar wisten ze de hand te leggen op een bedrijfstak waar ze altijd al een oogje op hadden: de olie- en mijnindustrie. Twee maanden geleden werd Camimpeg (Compañía Anónima Militar de Industrias Mineras, Petrolíferas y de Gas) een soort alternatief voor of concurrent van het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela. De militairen beschikken tegenwoordig over hun eigen oliebronnen en hebben de verkoop en distributie in handen van alle producten uit hun mijnen en aardgasvelden, alsmede hun aardolieproducten. Alles gaat buiten de toezichthouders om, zoals is afgesproken met de regering.
Zes dagen na zijn beëdiging tot president gaf Maduro een impuls aan de ondernemingsdrift van de militairen. Volgens dagblad El Nacional heeft de minister van Defensie tussen juli 2013 en februari 2016 elf ondernemingen opgericht ten behoeve van de economische ontwikkeling van de strijdkrachten. ‘Acht van de in totaal elf bedrijven openden hun deuren na de afkondiging van de zogenaamde Militaire Economische Zone: de Banco de la FANB (Fuerza Armada Nacional Bolivariana), een onderneming voor landbouw- en veeteeltproducten (Agrofanb), een militaire transportonderneming (Emiltra), een telecommunicatiebedrijf (Emcofanb), een digitaal tv-kanaal (TVFanb), een investeringsfonds (Fimnp), een bouwonderneming (Construfanb) en een bedrijf voor de productie en distributie van mineraalwater (onderdeel van de industriële holding Fuerte Triuna)’, aldus het dagblad.
Daar houden de privileges nog niet op. De salarissen van de militairen worden geregeld verhoogd, ze hebben toegang tot producten en sociale voorzieningen waar maar weinig Venezolanen van kunnen profiteren, vooral niet sinds het uitbreken van de economische crisis. En de invloed van het leger gaat nog veel verder: ze hebben een militair in actieve dienst in de regering zitten, plus nog eens tien officieren buiten dienst in elf van de 32 ministeries. Volgens politiek analist Luis Vicente León was Chávez begonnen met het opnemen van militairen in de regering en is die lijn onder Maduro verder doorgezet. ‘Nu hebben we in plaats van een civiel-militaire regering eerder een militair-civiele regering,’ aldus Vicente León.
De strijdkrachten hebben 165.000 manschappen in actieve dienst en 25.000 reservisten. Ook voeren zij het bevel over de nationale Venezolaanse militie, het militair getrainde burgerkorps dat de strijdkrachten moet ondersteunen – 500.000 man en ‘iedereen gegarandeerd met zijn eigen geweer’. Toen Chávez in 2002 voorstelde burgers te bewapenen, waren de strijdkrachten eerst nog tegen, maar gaven ze uiteindelijk toe en verzorgden ze zelf militaire training. Nu de zaken complexer liggen, zijn de tegenstemmen nagenoeg verstomd.
Naarmate de regering de steun van de bevolking begon te verliezen besloot ze, volgens politiek analist Benigno Alarcón, ‘met geweld aan de macht te blijven en de loyaliteit van de militairen te kopen’. Zijn mening wordt door andere analisten gedeeld. ‘De regering heeft zich verschanst en steunt op de militairen, de staatsinstellingen die ze in de hand heeft en op groepen paramilitairen die burgers aanvallen,’ zegt politicologe Francine Jácome. Lokale commentatoren bevestigen dan ook dat het de militairen waren die het Hooggerechtshof dwongen het omstreden decreet te herroepen. In het decreet werd het parlement buiten werking gesteld en de huidige crisis veroorzaakt, misschien wel de ernstigste ooit in Venezuela.
Vladimir Padrino López zorgde ervoor dat Luisa Ortega Díaz, hoofdofficier van justitie en radicaal chavist, de maatregel ‘ongrondwettig’ verklaarde om zodoende de regering-Maduro van de ondergang te redden. En hij was het ook die in 2015 de verkiezingsuitslag erkende waarmee de gezamenlijke oppositie de meerderheid in het parlement won. Pas nadat hij dat had gedaan, legde ook Maduro zich bij de overwinning van zijn tegenstanders neer.
Julio Borges, de voorzitter van het parlement, verzocht de militairen alleen “loyaal” te zijn aan de grondwet, en voor die uitspraak werd hij bedreigd met een proces wegens “oproepen tot een staatsgreep”
Het gaat erom dat Vladimir Padrino López niet zomaar een minister is. Als militair bleef hij in 2002 Chávez trouw toen hij zich als commandant van een van de legereenheden tegen de staatsgreep keerde, die na 48 uur mislukte. Hij klom vervolgens op in de hiërarchie, tot hij in opdracht van Chávez de vertrouwensman van Maduro werd. Sebastiana Barráez, een journaliste uit de deelstaat Táchira die al tientallen jaren verslag doet van de militairen, zei tegen de BBC dat er ‘in de Venezolaanse strijdkrachten’ twee belangrijke machtsgroepen zijn: die van Maduro en Padrino, en die van Diosdado Cabello, parlementslid en ex-vicepresident onder Chávez’.
Padrino López is een van de weinige militairen die niet door de Verenigde Staten zijn aangeklaagd wegens drugshandel en witwassen, en dat geeft hem aanzien bij de troepen. Onder zijn bevel is het Venezolaans militair budget voor wapens en materiaal met 4 miljard dollar gestegen. Volgens rapporten zijn de totale militaire uitgaven tussen 2004 en 2006 met 46 procent gestegen.
Zowel de Venezolaanse ambassadeur bij de OAS [de Organisatie van Amerikaanse Staten] als de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Roy Chadertos zegt dat Venezuela de sterkste militaire macht in de regio is, ‘qua vernietigingskracht’.
En dit machtige leger is nu bezig de demonstraties te onderdrukken. Drie weken geleden zijn de manifestaties van de oppositie begonnen en al die tijd heeft het leger geprobeerd de protesten neer te slaan. Volgen officiële cijfers zijn er negen mensen in de demonstraties omgekomen en elf gesneuveld tijdens de plunderingen.
‘Sommige slachtoffers werden tijdens de plunderingen geëlektrocuteerd en andere bezweken aan kogelwonden,’ verklaart het OM. Getuigen geven de schuld aan de ‘collectieven’ (gewapende groepen chavisten) die op de demonstranten zouden hebben geschoten. Die gewapende burgermilities, vroeger ‘bolivariaanse kringen’ genoemd, zijn verworden tot ware criminele organisaties zonder enige loyaliteit aan Maduro.
De regering en de oppositie geven elkaar de schuld van het uit de hand gelopen geweld en de golf van protesten. Volgens de ngo Foro Penal zijn er tijdens de protesten niet alleen doden gevallen, maar is ook nog eens een recordaantal mensen gearresteerd – zevenhonderd – en vielen er tientallen gewonden. Julio Borges, de voorzitter van het parlement, verzocht de militairen alleen ‘loyaal’ te zijn aan de grondwet, en voor die uitspraak werd hij bedreigd met een proces wegens ‘oproepen tot een staatsgreep’.
De oppositie is, ondanks alle dreigementen en repressie, vastbesloten door te gaan met demonstreren tot de regering instemt met nieuwe verkiezingen. Een precaire aangelegenheid aangezien volgens de peilingen steeds meer mensen tegen de huidige regering zijn. Zeven op de tien Venezolanen willen een wisseling van de macht.
Volksraadpleging
Vanaf zijn eigen verkiezing in 2013 tot aan de laatste parlementsverkiezingen in december 2015 heeft Maduro er blijk van gegeven niet over de electorale vaardigheden te beschikken van zijn ‘politieke peetvader’. Hij heeft de grootste nederlaag in de zeventien jaar van chavistische hegemonie op zijn naam staan. Daarom vermijdt hij verkiezingen. Maar er is voor hem bijna geen uitweg meer, en de roep om een oplossing van de crisis middels een volksraadpleging wordt steeds luider. ‘Als de politieke leiding opdracht geeft op het eigen volk te schieten, dan is dat een teken van grote lafheid en zwakte van het huidige regime in Venezuela,’ verklaart Luis Almagro, secretaris-generaal van de OAS.
Heeft Chávez zich in zijn opvolger vergist of is de bolivariaanse revolutie mislukt, zoals de Colombiaanse president Juan Manuel Santos zei? Volgens Almagro en andere stemmen uit binnen- en buitenland ‘zijn verkiezingen hét redmiddel tegen dictaturen’. We zullen zien hoe de Venezolaanse strijdkrachten hierover denken. Ze hebben onlangs hun kazernes verlaten om de politieke toekomst van het land te bepalen – en dat is spotten met de volkswil, zoals Soublette meer dan een eeuw geleden opmerkte.
Auteur: Angélica Lagos Camargo
Vertaler: Jos den Bekker
Opgericht in 1887 en tot 2000 een van de meest dynamische kranten van het land. De stellingname tegen de drugskartels bezorgde de krant een internationale reputatie. Financiële problemen dwongen El Espectador ertoe zich om te vormen tot weekblad, maar sinds 2008 verschijnt de krant opnieuw als dagblad.
CHRONOLOGIE
2013, 5 maart Hugo Chávez, president sinds 1999 en ‘vader van de socialistische Bolivariaanse revolutie’ sterft op 58-jarige leeftijd. Hij had Nicolás Maduro aangewezen als zijn opvolger. Maduro wint de presidentsverkiezingen in dat jaar met een nipte meerderheid (50,66 procent van de stemmen).
2014 De prijs van ruwe olie keldert, waar- door de Venezolaanse economie hard wordt geraakt. Het land beschikt over de belangrijkste oliereserves in de wereld, waaruit het 96 procent van het nationale inkomen put.
2015, 6 december De oppositie behaalt de meerderheid bij de verkiezingen voor het parlement.
2016, 8 maart De Nationale Kiesraad blokkeert een referendum over de vraag of Maduro kan aanblijven. De ene betoging volgt op de andere.
2016, juli Lege schappen in de super- markten. Het ontbreekt de bevolking aan alles. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zal de inflatie in Venezuela in 2017 liefst 1660 procent bedragen.
2017, 29 maart Het Hooggerechtshof, waarin de aanhangers van Maduro de overhand hebben, eigent zich de macht van het parlement toe, maar ziet daar vanwege de diplomatieke verontwaardiging weer van af. De oppositie probeert de straat in beweging te krijgen, met (sinds begin april) ten minste 31 doden tot gevolg.
Zoho CRM – Affordable On-demand CRM
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.