Vladimir Poetin nam donderdag deel aan zijn jaarlijkse vraag-en-antwoordsessie op televisie en beantwoordde meer dan vier uur lang vragen van Russen en de media. Gevraagd naar de oorlog in Oekraïne, zei hij dat hij bereid was om ‘compromissen’ te sluiten om een einde te maken aan het conflict, en bereid was om dit ‘wanneer dan ook’ te bespreken met Donald Trump.
‘De besproken onderwerpen varieerden van Syrië en Oekraïne, tot de Russische economie en Poetins relatie met de Amerikaanse president Donald Trump, allemaal in een zorgvuldig gechoreografeerde show die vier en een half uur duurde,’ merkt CBC op. De gesprekken begonnen met de economie, die de afgelopen maanden duidelijke tekenen van achteruitgang heeft vertoond. De Russische president gaf toe dat de inflatie – 9 procent op jaarbasis – ‘een zorgwekkend signaal’ was, maar wilde de Russen geruststellen door hun aandacht te vestigen op de stijging van de lonen met 9 procent. ‘Ik herhaal: de situatie is stabiel en solide,’ benadrukte hij.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Eigenlijk doet de economie er niet toe voor het Russische staatshoofd, die dit hoofdstuk van zijn persconferentie snel afsloot om zich te wijden aan wat hem echt interesseert: geopolitiek en vooral Oekraïne,’ merkt Le Soir op. En voor de meester van het Kremlin is er geen twijfel mogelijk: het einde van de oorlog in Oekraïne is nabij. ‘Het Russische leger rukt op langs de hele frontlinie,’ verklaarde Poetin. ‘Gevechtsoperaties zijn complex en we zijn op weg om de belangrijkste doelen te behalen die we ons aan het begin van de militaire operatie hebben gesteld,’ voegde hij eraan toe.
Op de conferentie staat het onderwerp biodiversiteit centraal
Zondag is de zestiende VN-conferentie over biodiversiteit geopend in de Colombiaanse stad Cali. De conferentie begon met een formele ceremonie waarbij ‘een oproep aan de vele leiders werd gedaan om het leven te beschermen en de daad bij het woord te voegen‘ om de natuur te beschermen, meldt El Tiempo.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In een videoboodschap drong VN-secretaris-generaal António Guterres er bij de deelnemers op aan om ‘belangrijke investeringen‘ te doen om de biodiversiteit te beschermen, ‘de beloften na te komen die zijn gedaan over de financiering [in 2022 tijdens COP15] en de steun voor ontwikkelingslanden te versnellen‘.
‘The War and the Future’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie op 19 november in de Amsterdamse stopera. De titel – naar een lezing van de humanisme bepleitende Thomas Mann – moet ons eraan herinneren dat een ‘toekomst zonder oorlog een blijvende opgave is’.
Ook dit jaar ging 360 een samenwerking aan met Nexus, dat in liberale traditie onverstoord de rede hoog in het vaandel houdt, ondanks of misschien juist dankzij het steeds populairder wordende irrationalisme. En waarom wint de afkeer van een bepaalde intellectuele beschaving zo aan kracht? Die en andere vragen vormen de basis voor een rondetafelgesprek waarin de genodigden ‘met revolutionaire hoop, moed en creativiteit nieuwe werelden vorm proberen te geven’ te midden van al onze hedendaagse crises.
Met oude vertrouwde sprekers als Achille Mbembe uit Kameroen, hoofdredacteur van tijdschrift Liberties Leon Wieseltier, en veel nieuwe gezichten, onder wie de Franse topdiplomaat Jean-Marie Guéhenno, schrijver en scenarist László Krasznahorkai uit Hongarije, spion voor de CIA Mary Beth Long, die als covert operations officer terrorisme, nucleaire proliferatie en drugshandel in haar portefeuille had en nu haar eigen advocatenkantoor runt.
Kishore Mahbubani, schrijver van een reeks boeken over de groei van de Aziatische macht, is ook van de partij
Ook van de partij is Kishore Mahbubani, schrijver van een reeks boeken over de groei van de Aziatische macht en de neergang van de westerse invloed wereldwijd, evenals voormalig politicus en geopolitiek denker Bruno Maçães, die EU-landen een naïeve houding verwijt ten aanzien van de contemporaine geopolitieke ontwikkelingen. Verder schuiven aan pacifist Donatella di Cesare, als hoogleraar theoretische filosofie verbonden aan de Universiteit Sapienza Rome en Oksana Forostyna opinieredacteur bij het vooraanstaande tijdschrift Oekrajina Moderna, dat een open debat over het Oekraïense heden en verleden in gang probeert te zetten, kritisch denken wil stimuleren en intellectuele vrijheid probeert te bewaren.
Van Donatella di Cesare, ‘voorvechter van een geestelijk leven’ Zena Hitz en auteur en hoogleraar Lea Ypi publiceert 360 respectievelijk een bijdrage en een interview in dit nummer.
Tijdens een bijeenkomst in Koblenz op 21 januari lieten anti-Europeanen als Marine Le Pen, Geert Wilders en Frauke Petry (AfD) een gezamenlijk geluid horen.
Een dof blauw verduistert de zaal, pompeuze muziek klinkt op, uit de achtergrond kondigt een stem de binnenkomst van ‘onze vertegenwoordigers’ aan. De enscenering in de Rhein-Mosel-Halle in Koblenz doet wel een beetje amateuristisch aan, maar ze zijn op deze zaterdag toch allemaal hier, de zelfbenoemde representanten van het nieuwe Europa: Marine Le Pen van het Franse Front National (FN), de Nederlander Geert Wilders (PVV), de secretaris-generaal van de Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) Harald Vilimsky, Matteo Salvini van de Italiaanse Lega Nord – en voor de eerste keer in dit gezelschap Frauke Petry van de Alternative für Deutschland (AfD). Het applaus klinkt luid, nationale vlaggen wapperen, een witte lichtbundel waart rond door de zaal.
Op het podium een eerste groepsfoto van de unie van anti-Europeanen. Het gebliksem van de flitslichten duurt lang. Tientallen journalisten uit half Europa zijn hierheen gereisd, zodat Marcus Pretzell, EU-afgevaardigde en echtgenoot van Petry, het zich kon veroorloven om voor de ingang enkele vertegenwoordigers van de media de toegang te weigeren. De bijeenkomst, georganiseerd door de EP-fractie Europa van Naties en Vrijheid (ENF), wordt door Pretzell geopend met schimpscheuten tegen de door de politie weggehouden tegendemonstranten en een verwijt aan de media, waarop het publiek al ‘Lügenpresse, lügenpresse!’ [leugenpers] scandeert.
Volk als lichaamscel
Op de dag na de inauguratie van Donald Trump blaken Europa’s rechtse populisten van zelfvertrouwen. ‘Gisteren een nieuw Amerika, vandaag Koblenz, morgen een nieuw Europa,’ roept Wilders, die spreekt van een ‘jaar van de patriotten’ en een ‘historische contrarevolutie van de volkeren’ tegen de globalisering. In 2017 staan er in Nederland, Frankrijk en Duitsland verkiezingen op het programma, en misschien ook in Italië en Oostenrijk. De tegenstanders van de EU kunnen nu op ideële steun uit het Witte Huis rekenen – en mogelijk ook op propagandistische verkiezingshulp uit het Kremlin. Toch staan ze lang niet overal op het punt de macht over te nemen. Maar na de Brexit en de verkiezing van Trump durft niemand nog een overwinning van Le Pen uit te sluiten.
Van president Trump naar president Le Pen – naar kanselier Petry? Met de woorden van Vilimsky zijn ‘onze twee powerladies’ de Duits-Franse motor in het nieuwe Europa. Maar de AfD en het FN hebben niet op elk gebied gelijksoortige opvattingen. Le Pen verdedigt het protectionisme, een economie moet ‘ademen in het ritme van het volk’, en ze hekelt het ‘grootondernemerschap’ en de ‘financiële oligarchie’. Het FN is duidelijk meer staatsgeoriënteerd dan de AfD, wat laat zien dat het nationalisme zowel op links als op rechts positie kan kiezen. Dat Petry gemene zaak maakt met Le Pen is binnen de AfD omstreden.
Le Pen heeft haar best gedaan om zich te bevrijden van de erfenis van haar vader. Toch was de Britse nationalist Nigel Farage nooit bereid tot samenwerking met de ‘rechts-extremiste’. Petry toont nu minder scrupules. Wat de rechtse redenaars in Koblenz gemeen hebben is dat zij bepalen wie tot het ware volk behoort en wie niet. Wanneer Wilders tegen de islamisering preekt en Petry tegen de ‘ongecontroleerde verandering van de bevolkingssamenstelling’, dan is hun idee van het volk niet gebaseerd op een burgerlijk constitutioneel patriottisme, maar op een Blut-und-Bodenideologie.
Uit Nederland en Frankrijk zijn er maar weinig bezoekers gekomen. De meesten van de ongeveer duizend deelnemers die in de pauzes koffie staan te drinken in de foyer of staan te roken op het dakterras, zijn Duitsers – en ze weerspiegelen het brede spectrum van AfD-leden en -sympathisanten. Wat de degelijke ambtenaar uit Zuid-Duitsland en de stoere rocker uit Düsseldorf gemeen hebben, is niet alleen hun verontwaardiging over Merkel en de vluchtelingenpolitiek, maar ook hun woede over de EU. Een Duits-Russische wiskundige zet uiteen dat iedere cel in een lichaam beschermd wordt door een membraan, waaruit hij afleidt dat elk Europees volk moet controleren wie zijn landsgrenzen overschrijdt.
In de zaal stemt Petry in met Le Pens fundamentele kritiek op de EU, maar op de handrem. Haar beschouwingen over de ‘hersenspoelingen’ waaraan de burgers door politici en technocraten worden onderworpen zijn academisch. Meer enthousiasme wekken de tirades van Le Pen. Zij karakteriseert de EU en de euro als verkrachting van de volken. Tijdens de persconferentie belooft ze dat zij, als ze de verkiezingen wint, in de onderhandelingen met Brussel de territoriale, monetaire, economische en wetgevende soevereiniteit terug zal halen naar Parijs.
Eindelijk zijn de door de EU-tirannie onderdrukte volkeren rechtstreeks met elkaar begonnen te spreken, jubelt Le Pen
Kritiek op de EU wordt door voorstanders soms al snel afgedaan als populisme. Maar de unie van anti-Europeanen heeft met de EU dan wel een gemeenschappelijk vijandbeeld, het gemeenschappelijke alternatief blijft onduidelijk. Zo hebben de in Koblenz minder prominent aanwezige ENF-fractieleden uit Oost-Europa weinig belang bij het opheffen van de EU, omdat hun kiezers profiteren van structuursubsidies en het vrije verkeer van personen beschouwen als hun burgerrecht. Toch zegt Petry dat alles goed zal komen als elk volk maar voor zichzelf beslist. Zouden er uitgerekend in dat nieuwe Europa dan geen belangenconflicten bestaan? En zou zonder gemeenschappelijke regels niet gewoon de sterkste zijn zin krijgen?
Maar zulke vragen staan niet centraal op deze antitop, waar de veiligheidsmaatregelen niet onder lijken te doen voor die bij een officiële EU-top. Anders dan in Brussel, bij de gekozen regeringsleiders, komen in Koblenz in de gedaante van populistische ‘representanten’ blijkbaar hele naties bij elkaar. Eindelijk zijn de door de EU-tirannie onderdrukte volkeren rechtstreeks met elkaar begonnen te spreken, jubelt Le Pen. In de pluralistische democratie kun je geen alleenvertegenwoordigingsrecht opeisen, en bestaat er geen exclusieve wil van het volk. In het nieuwe Europa blijkbaar wel.
De hoofdredacteur van uw lijfblad was afgelopen weekeinde te gast op het festival in Ferrara, waar giornalisti di tutto il mondo drie dagen lang de wereldproblematiek bespraken.
De bescheiden stad in de Italiaanse provincie Emilia-Romagna ligt aan de spoorlijn van Bologna naar Venetië, in de vlakte van de Po. Een middeleeuwse vesting, eeuwenoud en onaangedaan, met een Corso ‘breed en recht als een zwaard’ (Giorgio Bassani, 1916-2000).
Achter de aarden wal lijkt de wereld waarover journalisten en schrijvers het hebben ver weg. Geen immigrant te zien, behalve Roma’s die onverschrokken om een aalmoes vragen. (En mocht iemand geen contant geld hebben, dan lopen ze wel even mee naar de pinautomaat. Nessun problema.) Nu staan de ramen open en zijn de rolluiken opgetrokken, en bewijst Internazionale, de grote en sterke broer van 360, met zijn festival hoeveel belangstelling er is voor wat zich buiten de stadspoorten afspeelt. In een jaloersmakende samenwerking met tientallen sponsors, de plaatselijke middenstand en het lokale bureau voor toerisme zet het weekblad al tien jaar lang het in de tijd gestolde dorp in oktober op zijn kop. Er zijn overal lezingen, debatten, films en fora die je geheel gekleed in hun merchandise met gratis te verkrijgen coupons kunt bezoeken.
Op de Piazza Municipale willen honderden Italianen weten wat journalist Paul Mason denkt dat zal volgen, nu het kapitalisme kunstmatig in leven wordt gehouden
Bij het aanbreken van de dag slingert er al een Anne Frank Huis-achtige rij van de Via San Romano tot vlak aan het Palazzo dei Diamanti, een patriciërshuis met in diamantvorm geslepen stenen. Op de Piazza Municipale willen honderden Italianen weten wat journalist Paul Mason denkt dat zal volgen, nu het kapitalisme kunstmatig in leven wordt gehouden op de intensive care. Even later hangen ze aan de lippen van Julia Cagé, docent aan de Parijse Grande école SciencesPo, die waarschuwt voor de toenemende mediaconcentratie en pleit voor een belastingvoordeelregeling voor onafhankelijke media. De zaal van de Apollo Cinema zit vol als David Rieff (Amerikaans schrijver en journalist), Natalie Nougayrède (voormalig hoofdredacteur van Le Monde) en Jonathan Freedland (The Guardian) de globale woede begrijpen maar een obstakel noemen voor een gezonde parlementaire democratie. Of Donald Trump vergelijken met de malafide Broadwayproducent Max Bialystock in Mel Brooks’ The Producers (1968), die onverwacht en onbedoeld met de musical ‘Springtime for Hitler’ een hit maakte, terwijl hij juist op een flop aanstuurde.
De giornalisti di tutto il mondo staan niet meer op het dorpsplein van Ferrara, maar dat ze nog lang niet zijn uitgepraat kunt u lezen op de volgende pagina’s.
Op fora in Afrika wordt vaak de vraag gesteld wat het continent van Griekenland kan leren. Ecoloog en Afrikaspecialist Ian Scoones betoogt dat Griekenland, net als alle andere landen met schulden, veel kan leren door naar Afrika te kijken.
Niet alleen in Griekenland, in de hele wereld nemen de schulden toe. Door teruglopende prijzen van grondstoffen en de sterker wordende Amerikaanse dollar zijn de schulden in veel economieën onhoudbaar geworden. Hierdoor gaat een stijgend deel van de overheidsinkomsten naar de aflossing van schulden, en gaan schulden een steeds groter deel uitmaken van het totale bbp. Zo extreem als in Griekenland – waar de schuld ongeveer 178 procent van het bbp bedraagt, en inmiddels waarschijnlijk nog meer door het instorten van de economie – komt zelden voor, maar rooskleurig is het ook elders niet. Zimbabwe heeft een enorme buitenlandse schuld, die tot zo’n 40 procent van het bbp is opgelopen, terwijl andere landen in de regio, Mozambique en Tanzania bijvoorbeeld, hun schulden laten stijgen om groei aan te jagen. Maar zoals wordt gesteld in het precies op het goede moment verschenen nieuwe rapport van Jubilee Debt Campaign [JDC is onderdeel van een wereldwijde beweging die zich verzet tegen de slavernij van de schuldenlast en pleit voor alternatieve geldsystemen], verhult een dergelijke groei de toenemende ongelijkheid, evenals het feit dat overheidsuitgaven door het aflossen van de schulden jarenlang onder zware druk komen te staan. Gaan we terug naar de jaren tachtig en negentig, toen veel landen in Afrika – net als Griekenland vandaag de dag – opgezadeld zaten met een onhoudbare schuldenlast? Destijds hadden de Afrikaanse landen de bittere pil van de bezuinigingsmaatregelen van de internationale financiële instellingen gewoon maar te slikken. Griekenland en andere landen die kwetsbaar zijn voor schulden, kunnen de nodige lessen trekken uit die tijd en de nasleep ervan. De nieuwe Griekse minister van Financiën, Euclid Tsakalotos, weet waar het over gaat. In 1994 publiceerde hij in het Journal of Development Studies een artikel over de reikwijdte en de grenzen van financiële liberalisering in ontwikkelingslanden. In het Cambridge Journal of Economics bepleitte hij dat we ook in de economie oog moeten hebben voor waarden waar we in de samenleving belang aan hechten.
Schade
In de jaren tachtig en negentig werden in Afrika de bezuinigingsmaatregelen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank niet ter goedkeuring aan de bevolking voorgelegd – net als in Griekenland zouden ze anders zonder meer zijn verworpen. In plaats daarvan werden regeringen van verschillende politieke pluimage gedwongen zich te onderwerpen aan vergaande structurele aanpassingen. Zimbabwe is een goed voorbeeld. De strategie die gericht was op weloverwogen groei en rechtvaardigheid, werd in 1991 verlaten ten gunste van het Economic Structural Adjustment Programme (ESAP), in Zimbabwe beter bekend als Economic Suffering for African People. We kennen de gevolgen van deze rampzalige periode, zowel op economisch als op politiek gebied [inmiddels is Zimbabwe vanwege een hyperinflatie van miljarden procenten officieel overgestapt op de Amerikaanse dollar. De werkeloosheid is nog steeds torenhoog, de landbouw functioneert niet goed en het land is in veel opzichten een dictatuur]. Wat zou er in Afrika gebeurd zijn als de structurele aanpassingen (c.q. bezuinigingen) waren vervangen door een uitgebalanceerde schuldsanering die investering en hervorming zou stimuleren en tegelijkertijd de basisvoorzieningen en kwetsbaren zou beschermen? Het antwoord kennen we niet. Zeker is wel dat de bezuinigingen langdurige schade hebben aangericht – niet alleen aan de economieën, die al decennia lang zwakke groeicijfers vertonen, maar direct aan de bevolking zelf. Velen kregen geen onderwijs. En door een sterk verminderde gezondheidszorg waren de gevolgen van de hiv/aids-epidemie die zich in dezelfde tijd over het continent verspreidde, bijvoorbeeld veel en veel erger. Er zijn lessen uit getrokken en in sommige kringen is de Washington Consensus afgedankt. [De Consensus is een in 1989 ontwikkeld standaardhervormingspakket door in Washington gevestigde instituten als het IMF en de Wereldbank voor landen die in een crisis verkeren.] Aan het begin van deze eeuw werd in ontwikkelingslanden met veel armoede en hoge schulden bij het aflossingsprogramma meer rekening gehouden met armoedebestrijding. Daar hadden sommige Afrikaanse landen baat bij, al was het maar tijdelijk.
Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF
Een lesje
Het is beslist mogelijk om een ondermijnende schuldenlast te voorkomen en bovendien groei en sociale rechtvaardigheid te stimuleren. Dat was ook wat na het eind van de Tweede Wereldoorlog in Europa werd vastgelegd. Griekenland was een van de partijen die het akkoord voor kwijtschelding van de schuld van Duitsland ondertekende, waarmee het voor het door de oorlog geruïneerde land weer mogelijk werd volop te groeien. De internationale conferentie in Londen in 1953 [met de Londense Schuldenovereenkomst tot gevolg] was een doorbraak voor Europa, waaraan in Brussel jammer genoeg geen voorbeeld werd genomen. Net als een paar decennia geleden in Afrika blijven de schuldeisers van Griekenland een duurzame oplossing afwijzen. Ze lijken erop uit een koppig land een lesje te leren, te vernederen zelfs. De retoriek van de betrokkenen is ronduit schokkend. Christine Lagarde, directeur van het IMF, riep op tot een overleg met adults in the room [een overleg onder volwassenen]. Afrikaanse onderhandelaars zullen zich herinneren hoe ook zij werden vernederd en gekleineerd door de internationale organisaties die hun pleidooi voor een evenwichtiger aanpak destijds afwezen. Zij zullen ongetwijfeld meeleven met de Grieken.
Nieuwe perspectieven
Afrika heeft de periode van structurele aanpassingen achter zich gelaten. De Washington Consensus is afgezwakt en er zijn nieuwe spelers – en nieuwe ideeën – op het veld. Anders dan Griekenland zijn Afrikaanse landen niet zo afhankelijk van een overheersende macht als Duitsland, en zijn ze minder gebonden aan een specifiek regionaal politiek project. Dat is een goede zaak. Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF en andere organisaties. Nieuwe ideeën – en financiën – komen vooral uit landen als China, Brazilië, India, Maleisië en Zuid-Korea. Op dit moment is het nieuwe door de overheid geleide developmentalism de trend. In Rwanda en Ethiopië wordt een nieuwe omschrijving van een zogeheten developmental state geformuleerd. [In een developmental state stuurt de overheid de economische ontwikkeling actief en probeert ze het midden te vinden tussen economische groei en sociale ontwikkeling.] Andere landen zijn daarin geïnteresseerd, misschien Zimbabwe ook. Ze maken allemaal gebruik van de kennis en ervaring van de opkomende landen, met name van China. Voorafgaand aan de vaststelling van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen [SDG’s] van de VN in september, kwamen in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba regeringsvertegenwoordigers uit de hele wereld bij elkaar om de financiering van een verdere ontwikkeling in deze landen te bespreken.
Productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden
Het discussiestuk voor de conferentie stond bol van de mooie woorden, maar was echt anders geformuleerd dan in de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Duurzame financiering, kapitaal en investeringen voor de lange termijn, het in evenwicht brengen van productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden. Het document is veel meer geïnspireerd op Keynes [die onder meer meende dat een overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren] dan op Friedman [grondlegger van het monetarisme en de vrijemarkteconomie], en focust op duurzame ontwikkeling voor de lange termijn, niet op korte, krachtige crisisinterventies die samengaan met ideologische disciplinering en onderdrukking. De discussies van de VN in Addis Abeba raakten echter maar een klein deel van het grotere geheel. Financiering door de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) komt in de stukken nauwelijks aan de orde, terwijl de bank van de BRICS-landen en de nationale Aziatische, Chinese en Braziliaanse investeringsbanken steeds belangrijkere spelers worden. Dat geldt ook voor de enorme private geldstromen: de mondiale kapitaalmarkten reorganiseren zich en houden Afrika daarbij goed in het oog. Het in balans brengen van deze investeringen, het afdekken van risico’s en het vermijden van onhoudbare schulden zal de komende jaren, bij een afnemende groei van de grondstoffenmarkt, voor alle Afrikaanse landen een knap lastige evenwichtsoefening zijn. Net als veel landen in Afrika heeft Griekenland geleden onder de langetermijngevolgen van een combinatie van structurele onderontwikkeling, slecht economisch bestuur en een corrupte elite die de rijkdom door vererving binnen de familie houdt. Het wordt een moeilijke opgave om zonder bijkomend leed een oplossing te vinden voor de dilemma’s die spelen. Zonder nieuwe ideeën en nieuwe bondgenoten lukt dat niet.
Ian Scoones
De auteur is verbonden aan het Institute of Development Studies, Universiteit van Sussex.
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op www.zimbabweland.net/blog.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.