De Britse premier zit tot 26 juli in quarantaine nadat hij contact heeft gehad met minister Sajid Javid van Volksgezondheid, die zaterdag bekendmaakte dat hij positief had getest op covid-19. Boris Johnson had aanvankelijk geprobeerd aan de quarantaine te ontkomen door te zeggen dat hij zou deelnemen aan een proef met dagelijkse tests als alternatief voor isolatie. Maar vanwege de daarover ontstane ‘golf van woede’, werd hij uiteindelijk ‘gedwongen tot een vernederende ommezwaai’, aldus The Independent.
In een zondag vrijgegeven video riep de premier op tot ‘voorzichtigheid’ aan de vooravond van de opheffing van coronabeperkingen in Engeland, terwijl het land kampt met een groeiend aantal besmettingen. Hij verzekerde niettemin dat het ‘het juiste moment’ was om door te gaan met deze belangrijke stap in het afbouwen van de maatregelen, omgedoopt tot ‘Freedom Day’. Een groep invloedrijke internationale wetenschappers heeft vrijdag de regering opgeroepen op haar besluit terug te komen, dat ‘de inspanningen om de pandemie onder controle te krijgen dreigt te ondermijnen, niet alleen in het VK maar ook in andere landen’.
Volgens het Amerikaanse National Center for Health Statistics stierven in 2020 ruim 93.000 mensen in de VS aan een overdosis van medicijnen en drugs als opioïde pijnstillers, amfetamine en cocaïne, bericht CNN. Dat komt neer op één sterfgeval per 5,6 minuten. Het aantal steeg met 29,4 procent ten opzichte van 2019, toen 72.151 mensen stierven aan een overdosis.
Zes activisten vrijgelaten in Egypte na internationale kritiek
Zaterdag werden zes Egyptische activisten uit de gevangenis vrijgelaten, waaronder journalist en blogger Esraa Abdel-Fattah, een van de symbolen van de revolutie van 2011, meldt Al-Jazeera. Zij was in oktober 2019 gearresteerd en zat bijna 22 maanden vast wegens ‘verspreiding van nepnieuws’ en ‘collaboratie met een terroristische groepering’.
Analisten zeggen dat de vrijlating van de activisten een manier is om de internationale gemeenschap tegemoet te komen, nadat de VS de arrestaties veroordeelden en zeiden dat de onderhandelingen over wapenverkoop tussen de twee geallieerde landen hierdoor zouden worden beïnvloed.
De Egyptische regering van generaal Sisi heeft de afgelopen jaren op grote schaal opgetreden tegen dissidenten en duizenden mensen gevangengezet. Ook journalisten zijn het doelwit geweest: tientallen zijn in de gevangenis beland en sommige buitenlandse journalisten zijn het land uitgezet. Volgens het Committee to Protect Journalists is Egypte het land waar de meeste journalisten worden gevangengezet, samen met Turkije en China, schrijft Al-Jazeera.
Deense Mohammed-cartoonist overleden
Kurt Westergaard is op 86-jarige leeftijd in zijn slaap na een lang ziekbed overleden, zo heeft zijn familie aan Berlingske laten weten. De tekenaar was verantwoordelijk voor de beroemdste van de twaalf tekeningen die op 30 september 2005 door het conservatieve Deense dagblad Jyllands-Posten werden gepubliceerd onder de titel ‘Het gezicht van Mohammed’. Zijn bijdrage toonde de Profeet met een bomvormige tulband.
De spotprent leidde in februari 2006 tot anti-Deense demonstraties in de moslimwereld, die in Denemarken werden gezien als de ernstigste crisis in het buitenlands beleid van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het geweld bereikte in 2015 een hoogtepunt met de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, dat de cartoons in 2012 had heruitgegeven.
De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) hebben woensdag een ambassade geopend in Israël. De ceremonie werd onder meer bijgewoond door de Israëlische president. De opening volgt op de inhuldiging vorige maand van de Israëlische ambassade in de VAE, bericht France 24. Met de ‘Abraham-akkoorden’, een initiatief van de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump, normaliseerden de VAE, Bahrein en Israël vorig jaar hun betrekkingen. De landen vinden elkaar in hun gezamenlijke kritiek op Iran.
‘Een belangrijke mijlpaal op weg naar de toekomst en naar vrede, welvaart en veiligheid’
‘Sinds de normalisering hebben we voor het eerst gesprekken gevoerd over handels- en investeringsmogelijkheden’, zei VAE-ambassadeur Mohamed Al Khaja, nadat hij in Tel Aviv de vlag van zijn land had gehesen. ‘We hebben al overeenkomsten getekend op verschillende gebieden, zoals economie, luchtverkeer, technologie en cultuur.’ De Israëlische president Isaac Herzog sprak van ‘een belangrijke mijlpaal op weg naar de toekomst en naar vrede, welvaart en veiligheid’.
Inmiddels hebben Soedan en Marokko ook diplomatieke betrekkingen met Israël aangeknoopt.
Israëli’s klagen Israël aan
Advocaten die duizenden in het buitenland woonachtige Israëli’s vertegenwoordigen, bereiden een aanklacht voor tegen de Israëlische regering. Israël zou hun kinderen de toegang weigeren, ook al zijn ze Israëlische staatsburgers, schrijft Haaretz. Allereerst hebben Israëlische advocaten van de groep een brief gestuurd aan de procureur-generaal, aan de directeur van de bevolkings- en immigratiedienst en aan de ministers van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken en van Diaspora-aangelegenheden.
Volgens de advocaten worden ‘duizenden, zo niet tienduizenden’ Israëlische expats geconfronteerd met de ongebruikelijke situatie dat ze hun kinderen deze zomer niet mee naar Israël kunnen nemen omdat ze nooit zijn geregistreerd in het bevolkingsregister en geen Israëlisch paspoort hebben. In het verleden was dat geen probleem, maar om verspreiding van corona tegen te gaan is het buitenlanders sinds maart 2020 verboden om het land binnen te komen. Begin april kondigde de regering aan dat kinderen van Israëli’s het land niet binnen mogen zonder een Israëlisch paspoort.
Dooi bedreigt oliepijpleiding
Ontdooiende permafrost heeft de steunende structuur ondermijnd waarmee een verhoogd deel van de Trans-Alaskapijpleiding wordt opgehouden. Daardoor komt een van ’s werelds grootste oliepijpleidingen in gevaar en nemen de kansen op olielekken toe in een kwetsbaar en afgelegen gebied dat extreem moeilijk is te reinigen, bericht InsideClimateNews.
Volgens betrokkenen is dit het eerste geval van beschadiging door ontdooiende permafrost
Volgens een analyse van het Alaska Department of Natural Resources is ten noorden van Fairbanks een helling van permafrost gaan schuiven door de dooi. De stutten van de pijpleiding van 300 meter lang die daar is aangelegd, zijn daardoor beschadigd. Er wordt nu een koelsysteem aangelegd met zo’n honderd thermosyphons, buizen die warmte uit de permafrost zuigen, om de permafrost rond het kwetsbare gedeelte van de pijpleiding bevroren te houden en om verdere schade aan de ondersteunende structuur te voorkomen. Beschadigde delen van de ondersteuning zullen worden vervangen. Volgens betrokkenen is dit het eerste geval van beschadiging door ‘schuivende hellingen’ die wordt veroorzaakt door ontdooiende permafrost.
Geconfronteerd met een toename van het aantal coronabesmettingen, vooral onder jongeren, draaien de Spaanse autonome regio’s de duimschroeven aan om de heropleving van de epidemie te beteugelen. In Catalonië sluiten uitgaansgelegenheden vanaf vrijdag 9 juli weer voor veertien dagen hun deuren.
Op maandag 5 juli verklaarde de hoofdepidemioloog van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid, Fernando Simón, dat het aantal besmettingen onder jongeren 600 gevallen per 100.000 bedraagt – driemaal het nationale gemiddelde van alle leeftijdsgroepen bij elkaar. Als oorzaak wordt vooral gewezen naar de uitbraak tijdens examenreizen op de Balearen van afgelopen maand.
Als reactie hierop beginnen de autonome regio’s, die verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, maatregelen te nemen om de opmars van de epidemie af te remmen. In Catalonië zullen uitgaansgelegenheden (zoals nachtclubs, bars en karaokebars) vanaf vrijdag 9 juli gedurende minstens twee weken gesloten zijn.
Klap voor de sector
Dit besluit ‘is ontvangen als een klap voor de sector’, die hun activiteiten na een sluiting van anderhalf jaar nog maar nauwelijks had hervat, zo schrijft het conservatieve dagblad ABC. Dit zal echter geen gevolgen hebben voor de festivals die voor die twee weken zijn gepland, aldus El Periódico de Catalunya.
Ook moet iedereen die buitenevenementen met meer dan vijfhonderd mensen bijwoont, een negatieve antigeen- of PCR-test van minder dan twaalf uur oud kunnen overleggen of gevaccineerd zijn. De Catalaanse autonome regering raadt aan om ook in de buitenlucht een mond-neusmaskers te dragen.
Andere autonome regio’s, zoals Castilië en León, overwegen de avondklok opnieuw in te stellen. Intussen is al meer dan 40 procent van de Spaanse bevolking volledig gevaccineerd.
‘Buitenlandse toeristen verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust’
In Barcelona spreekt de liberaal-conservatieve La Vanguardia zich in een redactioneel met de titel ‘De vijfde golf’ bezorgd uit over het Spaanse toerisme in het licht van deze toename van het aantal gevallen: ‘Een groot deel van de reserveringen die voor deze zomer waren gemaakt zijn geannuleerd. Buitenlandse toeristen blijven liever thuis of verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust.’
Commentator Mariano Guindal erkent dat de situatie ‘niet zo belabberd is als tijdens de vorige vier golven’, vooral wat betreft het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen.
Maar gezien de situatie in de rest van Europa was Spanje gewaarschuwd, stelt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk, dat een van de landen met de hoogste vaccinatiegraad was, is plotseling weer het toneel van de grootste uitbraak van de nieuwe Delta-variant geworden. Ons buurland Portugal, dat als eerste de gevolgen ondervond van het uitblijven van tijdige maatregelen, zag zich genoodzaakt de avondklok weer in te stellen.’
Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord
Jovenel Moïse, president van Haïti sinds 2017, werd in de nacht van 6 op 7 juli in zijn privéwoning vermoord, maakte de vertrekkende premier Claude Joseph op 7 juli in een verklaring bekend, weergegeven door de Haïtiaanse site Alterpress.
‘Omstreeks één uur ’s nachts (…) heeft een groep niet-geïdentificeerde personen, van wie sommigen Spaans spraken, de privéwoning van de president van de Republiek bestormd en daarbij het staatshoofd dodelijk verwond’, aldus de premier.
‘Haïti ging al gebukt onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’
De politie doodde vier verdachten en arresteerde uren later nog twee anderen, ‘te midden van groeiende chaos in een land dat al gebukt gaat onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’, schrijf Associated Press.
Drie politieagenten die door de vermoedelijke schutters werden gegijzeld, werden woensdag vrijgelaten nadat de politie een huis had omsingeld waar enkele van de verdachten zich schuilhielden, zei Léon Charles, hoofd van de nationale politie van Haïti, aldus het persbureau.
De website van Haïti Press Network meldt dat ‘de gewonde first lady Martine Moïse momenteel wordt behandeld in een ziekenhuis (…)’.
Controversiële president
Het presidentschap van Jovenel Moïse wordt al enkele maanden betwist vanwege zijn autoritaire methoden, met name door een heterogene groep tegenstanders die een ‘voorlopige overgangspresident’ hebben aangesteld. Onlangs kondigde hij aan nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven. Op maandag 5 juli had hij een nieuwe premier benoemd, Ariel Henry.
Het land wordt al maandenlang geteisterd door extreem geweld van bewapende bendes, met name in sommige wijken van Port-au-Prince, de hoofdstad. Dit ongecontroleerde geweld heeft de kritiek op het staatshoofd, die al bijna twee jaar het doelwit is van spontane of door de oppositie georganiseerde demonstraties, aangewakkerd.
‘Alle maatregelen worden genomen om de continuïteit van de staat te waarborgen en de natie te beschermen’, vervolgde de aftredende regeringsleider in zijn verklaring.
Donald Trump klaagt Twitter, Facebook en Google aan
De voormalige president van de VS, die na de gebeurtenissen op Capitol Hill op 6 januari 2021 van de sociale netwerken werd geweerd, slaat terug en beschuldigt Facebook, Twitter en Google van censuur. Hij zegt dat hij ‘triljoenen’ aan schadevergoeding wil.
NPR ziet het als ‘de nieuwste escalatie in de langlopende vete tussen Trump en de sociale netwerken waar hij voor en tijdens zijn presidentschap gretig gebruik van maakte’. Woensdag kondigde het voormalige staatshoofd vanuit zijn golfbaan in Bedminster, New Jersey, aan dat hij Facebook, Twitter en Google aanklaagde, omdat zij hem en de Republikeinen zouden censureren.
‘Wij eisen een einde aan de schaduwverboden, een einde aan het monddood maken en een einde aan de zwarte lijsten, verbanningen en het cancelen,’ zei de man die door de drie techbedrijven werd geschorst voor berichten die voor, tijdens en na de aanslag van 6 januari op het Capitool in Washington werden geplaatst.
Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media
Donald Trump zegt dat hij een schadevergoeding wil die potentieel kan oplopen tot ‘triljoenen dollars’, al ‘lijkt dit onwaarschijnlijk’, vat The Verge samen.
Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media. De zakenman ‘heeft een lange geschiedenis van het nemen van gerechtelijke stappen als tactiek om angst aan te jagen zonder daadwerkelijk door te gaan met de rechtszaak.’ Als hij deze keer zou doorzetten, is zijn aanklacht ‘waarschijnlijk bij voorbaat al gedoemd’, aldus CNN.
Zoals Yahoo!opmerkt, beweert Trumps juridische team in de drie aanklachten dat de techreuzen hem door het Eerste Amendement gewaarborgde vrijheid van meningsuiting hebben geschonden. Maar ‘het amendement beschermt tegen overheidscensuur, niet tegen censuur door bedrijven’, verduidelijkt de site. ‘Juristen hebben onmiddellijk kritiek geuit op de aanklachten en voorspeld dat hij weinig kans van slagen heeft in de rechtbank’, bevestigt The Washington Post.
Sectie 230
Ook in het geding is Sectie 230, een wet uit de jaren negentig die webbedrijven extra bescherming biedt. Toen Donald Trump in het Witte Huis zat, probeerde hij deze tevergeefs te hervormen door middel van een presidentieel decreet.
De wet ligt echter zowel van links als van rechts onder vuur, waarbij de Democraten zeggen dat zij de verspreiding van desinformatie mogelijk maakt en de Republikeinen dat zij maatregelen tegen censuur verhindert. In het laatste geval, merkt CNN op, hebben verschillende studies aangetoond dat ‘partijdige stemmen, vooral aan de rechterzijde, op grote schaal gebruikmaken van het platform’.
‘Dat Trump zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd gezien zijn verleden’
The Atlantic spaart de voormalige president niet. ‘Dat hij zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd’, schrijft het tijdschrift, dat eraan herinnert dat Trump journalisten heeft aangeklaagd voor hun uitlatingen, heeft opgeroepen tot wetgeving om gemakkelijker iemand te kunnen aanklagen voor smaad en heeft geprobeerd de procureur-generaal in te schakelen om achter zijn critici aan te gaan.
De aanklachten zijn zonder twijfel een publiciteitsstunt, schrijft The Atlantic. Hij probeert ‘de aandacht af te leiden van de echte juridische problemen die hij heeft, met de denkbeeldige problemen die hij wil’. Hoewel zijn ban van Twitter en Facebook al dateert van januari, is het niet toevallig dat de aankondiging een week na de aanklacht tegen de Trump Organization in een rechtbank in New York kwam, aldus The Atlantic.
The Washington Post meldt dat de aanklachten, die zijn ingediend in een federale rechtbank in Miami, waarschijnlijk weerklank zullen vinden bij Trump-aanhangers die ervan overtuigd zijn dat de platforms niet genoeg conservatieve stemmen laten horen. Terloops merkt The Wall Street Journal op dat ‘kort na de persconferentie’ de Republikeinse Partij en het Trump-comité de rechtszaken naar voren brachten in hun oproepen om donaties.
Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?
Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen.
– Hamlet
We zijn allemaal gedoemd
‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’
Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer?
Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.
Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar
We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen.
De auteur
De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.
Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar.
Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’
Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie
De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven:
Conceptio culpa
Nasci pena
Labor vita
Necesse mori
‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht.
Bijna onzichtbare gebeurtenis
In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood.
De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje.
Magere Hein: Ik ben de dood.
Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood…
Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie.
Angela: Bedoelt u… om –
Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood.
Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.
Debbie: Mag ik u iets vragen?
Magere Hein: Wat?
Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?
Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse.
Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt?
Angela: Ik schaam me rot.
Het komende eschaton
Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden.
We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja.
Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie.
Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven
Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven.
Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen.
De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.)
In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend:
En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!
En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand.
En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe.
En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie!
En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8)
De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’.
Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36)
De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst.
Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid.
Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was
Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden.
Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.
Doemdagen
Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’.
Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.
In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog.
Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor
Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor.
De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019.
Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden.
Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen
Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten.
Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim?
Allen: Ja, hoe zal het zijn?
Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt.
Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?
Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht.
Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?
Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven…
Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden?
Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel…
Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?
Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn?
Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.
De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af:
Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul!
Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat!
Stilte.
Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch?
Miller: Ja.
Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben.
De statistieken van een calamiteit
Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef:
‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’
Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’
We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën.
Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen
In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.
Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw.
Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen
Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken.
Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.
Onvolledige gegevens
Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.
Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen.
Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.
Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.
Verschillende regio’s van Algerije, waaronder de hoofdstad Algiers, kampen al maanden met watertekorten. Door haperende toevoer en rantsoenering neemt de woede toe. De Algerijnse pers zoekt een schuldige.
De inwoners van de hoofdstad zijn onderworpen aan een strikt distributieschema: sommige wijken krijgen elke dag water van 08.00 uur tot 14.00 uur, andere wijken hebben slechts om de dag toegang tot water gedurende zes of acht uur, aldus de site van TSA Algerie. Bewoners van sommige wijken staan ’s nachts op om water te tanken en op die manier reserves aan te leggen, schrijft de nieuwssite.
Deze omstandigheden leiden tot woede, schrijft TSA Algeria. Zo blokkeerden inwoners van Bab Ezzouar de weg naar de internationale luchthaven van Algiers uit protest tegen het watertekort dat naar verluidt drie dagen duurde.
De prijs voor watertanks van 500 liter steeg van 50 naar 80 euro
De situatie heeft de afgelopen dagen de verkoop van plastic tonnen en watertanks in Algiers doen exploderen, merkt Algeria360op. Handelaren profiteren door de prijzen te verhogen: de prijs voor tanks van 500 liter steeg van 8.000 naar 13.000 Algerijnse dinars, ofwel van 50 naar 80 euro.
Cartoonist Hic, van de krant El-Watan, illustreert de crisis met een karikatuur van demonstrerende Algerijnse burgers die gewapend met emmers proberen de oproerpolitie uit te lokken om waterkanonnen te gebruiken. ‘Mik goed deze keer!’ roept een van de demonstranten naar de politie.
Semi-aride regio
In een artikel gepubliceerd door de staatskrant L’Expression, noemt de auteur de redenen voor de watercrisis op, nu het land ‘voor de poorten van de zomer’ staat. Hij benadrukt dat Algerije nu eenmaal ‘een semi-aride regio is’ die wordt gekenmerkt door schaarse regenval. Maar hij constateert ook dat de leidingen van het distributienet worden geteisterd door talrijke lekken.
In een interview met Channel 3, een Franstalig Algerijns publiek radiostation, legt de minister van Watervoorraden, Mustapha Kamel Mihoubi, de schuld met name bij het Franse bedrijf Suez, dat verantwoordelijk is voor het waterbeheer in de hoofdstad. Suez zou ‘zijn verplichtingen niet nakomen’ op het gebied van netwerkonderhoud, aldus de minister.
Maar TSA Algerie wijst op ‘tekortkomingen van het politieke management’. SEAAL, het bedrijf voor water en sanitaire voorzieningen van Algiers, zou naar verluidt ‘een plan hebben voorgelegd om de situatie aan te pakken, met maatregelen als het rantsoeneren van drinkwater en het verbieden van bepaalde activiteiten door watergebruikers. Maar het bedrijf kreeg geen reactie van de autoriteiten’, aldus TSA.
Al 75 jaar lang bestuderen de Amerikaanse strijdkrachten rapporten over vreemde luchtverschijnselen, schrijft de Amerikaanse site Foreign Policy. Historisch gezien zijn UFO’s en UAP’s (niet-geïdentificeerde luchtverschijnselen) altijd een integraal onderdeel geweest van oorlogvoering in de lucht, en omdat ze een bron van zorg waren voor de nationale veiligheid van de Verenigde Staten, waren ze onderwerp van onderzoek en studie. Deze onderzoeken gaan nog steeds door en waarnemingen en getuigenissen blijven de Amerikaanse publieke opinie nog steeds bezighouden.
De betrokkenheid van het Amerikaanse leger bij UFO’s gaat terug tot de zomer van 1947. Toen vond de waarneming die het allemaal in gang zette plaats door piloot Kenneth Arnold, de peetvader van UFO’s. Hij assisteerde bij het zoeken naar een vermist transportvliegtuig boven de Cascade Range in de staat Washington en meldde dat hij negen verschillende objecten boven de bergtoppen had zien cirkelen. Hij beschreef ze als zilver- of metaalachtig, snel en schijnbaar op intelligente wijze bestuurd. Toen hij landde, vertelde hij zijn collega’s erover. Daarna kwam de pers en dat leidde tot een golf van speculaties.
De vliegende schotels van 1947
Die gebeurtenis en de erop volgende aandacht, waren niet louter een toevalligheid van de geschiedenis, maar ze waren fundamenteel verbonden met de naoorlogse periode. De moderne UFO bracht elementen samen die kenmerkend waren voor de spanningen van 1947.
Om te beginnen vertegenwoordigden het idee van vliegende schotels uit 1947 de tot het uiterste doorgevoerde technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen van de Tweede Wereldoorlog. De wereldoorlogen, de Tweede in het bijzonder, hadden geleid tot ongekende vooruitgang in de technologie en de wetenschap rond oorlogsvoering. Het opdoemen van vreemde, potentieel dodelijke objecten in de lucht resoneerde bij het publiek in de nasleep van de V2-aanvallen op Londen en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.
1947 markeerde het einde van de vriendschap tussen de oude bondgenoten Washington en Moskou
1947 was ook een cruciaal jaar in de ontwikkeling van de Koude Oorlog, want het markeerde het einde van de vriendschap tussen de oude bondgenoten Washington en Moskou. Dat werd in maart 1947 verwoord in de Truman-doctrine, die het communisme afschilderde als een bedreiging voor The American way of life die op geopolitiek niveau bestreden moest worden. De Amerikanen zagen zichzelf plotseling tegenover een nieuwe tegenstander geplaatst.
De bezorgdheid van het Amerikaanse militair-industriële complex over UFO’s is altijd een kwestie van nationale veiligheid geweest. Gezien het huidige tempo van de ontwikkelingen in luchtvaarttechnologie, is het geen wonder dat de Amerikaanse marine, de luchtmacht, het Pentagon en de Amerikaanse inlichtingendiensten ook in de eenentwintigste eeuw waarnemingen van vreemde luchtverschijnselen blijven bestuderen die door personeel worden gemeld. Zeker, het publieke enthousiasme voor UFO’s blijft bestaan, maar ook de strijdkrachten en inlichtingendiensten van de Verenigde Staten zijn nooit opgehouden om UFO’s en UAP’s te beschouwen als een kwestie van nationale veiligheid. In onze huidige wereld van luchtbewaking en oorlogvoering met drones, is het onwaarschijnlijk dat die houding op korte termijn zal veranderen.
Kus of geen kus, en andere dilemma’s na de versoepelingen
Nu de coronarestricties geleidelijk worden opgeheven, moeten we ons gaan afvragen: welk gedrag brengt risico’s met zich mee? Hoe uiten we genegenheid? Is het onbeleefd om een omhelzing te weigeren? Paul Taylor, een in Frankrijk gevestigde journalist en redacteur van Politicoworstelt in een persoonlijke beschouwing met deze vragen.
‘Wanneer is het onbeleefd om een ander niet de wang toe te keren?’
‘Na een jaar van door de overheid opgelegde sociale etiquette’, schrijft Taylor, ‘heeft de plotselinge opheffing van veel coronabeperkingen ons in een zenuwslopende periode van onzekerheid gebracht. De overgebleven voorzichtigheid botst nu met de wens om vriendelijk te zijn, of op zijn minst om hoffelijkheid te tonen. Wat is veilig en hoe weten we dat? Welk gebaar van genegenheid komt bij anderen over als harteloze of gevaarlijke dwang? Wanneer is het onbeleefd om een ander niet de wang toe te keren?
Ik gaf vorige week een vriend een boks tijdens de opening van een kunstgalerie. Hij verhoogde mijn bod door me een uitgestoken hand aan te bieden. Die hand niet schudden zou onhandig of onvriendelijk hebben geleken. Maar ik geef toe dat ik me ongemakkelijk voelde. Moet ik, nu ik twee keer gevaccineerd ben, nog steeds lichamelijk contact vermijden of naar desinfecterende gel grijpen?
Zenuwslopend
Wat deze beslissingen zenuwslopend maakt, is wat het navigeren door de pandemie vanaf het begin al zo moeilijk maakte: het gebrek aan zekerheid over de gevaren van infectie of de effectiviteit van tegenmaatregelen. De pandemie lijkt voorlopig af te nemen, maar het is ook mogelijk dat we in de herfst weer te maken krijgen met een vierde golf door een combinatie van roekeloos gedrag, weerzin om afstand te houden, onvoldoende vaccins voor mensen in ontwikkelingslanden en weerstand tegen vaccinatie hier.
Misschien zijn we te veel gaan vertrouwen op, of gehoorzamen aan, het oordeel van gezondheidsexperts en ministers. Vandaar het gevoel van paniek wanneer we zelf beslissingen moeten nemen. Is het echt veilig om deze week zonder mondkapje naar buiten te gaan, terwijl het vorige week nog een bedreiging voor de volksgezondheid was die bestraft werd met een boete van 135 euro? Is het gevaar echt geweken, of ligt het nog op de loer in nachtclubs en bars, of tijdens het samendrommen voor openbare tv-schermen om de wedstrijden van het EK voetbal te zien?
‘Waarom is het veilig om met zes mensen rond een tafel te zitten, maar niet met acht?’
Restaurantregels zijn al net zo verwarrend. Waarom is het veilig om met zes mensen rond een tafel te zitten, maar niet met acht? Waarom moet je een mondkapje dragen als je binnen naar een tafel wordt geleid, maar niet wanneer je buiten dicht langs tafels op een terras loopt?
Mijn kapper, laten we haar Magali noemen, is gematigd sceptisch over vaccins. Ze draagt een mondkapje als ze mijn haar knipt, maar vertelde me dat ze weigert zich te laten vaccineren omdat ze niet genoeg weet over de bijwerkingen. Ik vroeg haar of wat bekend is over de symptomen van corona en het risico op overlijden niet opweegt tegen de onzekerheid over de risico’s van de nieuwe vaccins. Ze haalde haar schouders op en zei dat ze zeker wist dat ze het virus niet zou krijgen.
Als genoeg mensen vaccinatie blijven weigeren, zoals Magali, zijn we allemaal minder veilig. Maar zij zal niet van gedachten veranderen. Zou haar houding de mijne beïnvloeden? Het had gekund, maar het is niet gebeurd.
In sommige landen beginnen de richtlijnen willekeurig te lijken omdat ze meebewegen met het aantal besmettingen. Een Belgisch vriendin vertelde me bijvoorbeeld dat ze haar geloof verloor toen de limiet voor bijeenkomsten in de buitenlucht werd verhoogd naar tien personen maar daarna snel weer daalde tot vier.
‘Geen wonder dat jonge mensen zich gedragen alsof we terug zijn in 2019’
Geen wonder dat jonge mensen, van wie de overgrote meerderheid niet is ingeënt, niet langer voorzichtig willen zijn en zich gedragen alsof we terug zijn in 2019. Het is alweer zo lang geleden in hun korte leven dat ze niet hebben kunnen feesten, kussen en dansen. Kun je het ze kwalijk nemen?
Voor mijn generatie, de babyboomers, van in de zestig en ouder, draait de angst iets te missen vooral om niet te kunnen reizen. Het plotselinge stilvallen van onze tweede jeugd doet de drang nog sterker gevoelen om de dromen van ons leven waar te maken. Voor veel mensen komt dat neer op het afwerken van een lijst met bestemmingen, iets wat nu een stuk moeilijker is geworden.
Natuurlijk is dat niet zo moeilijk als 24 uur per dag vastzitten als legbatterijkippen in een klein appartement, thuiswerkend te midden van kinderen en huisdieren. Maar voor de Europese middenklasse is de vrijheid om grenzen over te kunnen steken fundamenteel en bijna net zo gewoon als het nemen van de metro of de bus. Het recht verliezen om ergens heen te kunnen gaan, veroorzaakt frustraties die grenzen aan depressie.
Geen zin
Maar hoezeer ik er ook naar verlang om weer op reis te kunnen gaan, ik heb geen zin om me naar het vliegveld te haasten, urenlang in rijen te moeten staan die nu nog langer zijn door coronatesten en te worstelen met al het papierwerk dat benodigd is om aan boord van een vliegtuig te mogen, met boven dat alles de zware dreiging van een mogelijke quarantaine bij terugkomst.
‘Omhelzen of niet omhelzen, dat is de vraag’
Kijk maar naar de relatie tussen mijn geboorteland, Groot-Brittannië, en Frankrijk, mijn geadopteerde thuis. Het Verenigd Koninkrijk, dat meer coronasterfgevallen per hoofd van de bevolking heeft gehad dan bijna overal elders in Europa, blijft Frankrijk behandelen als een door pest geteisterde gevarenzone. En de Fransen slaan terug nu Groot-Brittannië ondanks massale vaccinaties worstelt met de Delta-variant.
Volledig gevaccineerde vrienden die deze maand van Frankrijk naar Londen moesten reizen, moesten bijna 1500 euro per stel betalen voor drie sets verplichte testen, en daarna moesten ze nog een week in quarantaine na aankomst in het Verenigd Koninkrijk. Dat maakt reizen tot een straf plus opsluiting, en niet tot een plezier.
Of ik moet blijven of moet gaan, is op dit moment niet zo’n moeilijke keuze. Maar omhelzen of niet omhelzen, dat is de vraag.’
In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.
Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.
Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?
Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten
De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.
In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.
Gedesillusioneerde jeugd
Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.
‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’
Psychische gezondheid
Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.
Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven.
Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen.
Inhaalprogramma om te leven
De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen?
Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.
Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.
Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München
‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer.
In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’
Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen
Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk
‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.
In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’
Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München
‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’
Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk
‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’
Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland
‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’
‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’
Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland
‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’
Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München
‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’
Bang voor de toekomst
Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.
Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs
‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’
Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië
‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’
‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’
Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden
‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’
Niet systeemrelevant
Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart
‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.
Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’
Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje
‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’
Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster
‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.
Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.
Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’
Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde
Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg
‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’
Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië
‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’
Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk
‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’
Egoïsme
Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk
‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’
Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje
‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’
Risico op depressie
64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.
Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje
‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’
Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster
‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.
Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’
‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’
Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië
‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’
Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië
‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’
Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland
‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.
Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’
Geen student, maar een robot
Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn
‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid.
Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’
Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München
‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’
Fotoreeks van Tommaso Ausili
De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’
De eerste coronainfectie in de Verenigde Staten werd op 21 januari 2020 vastgesteld bij een inwoner van de staat Washington die kort daarvoor was teruggekeerd uit het Chinese Wuhan. Niet veel later concludeerden experts dat het virus mogelijk al weken eerder in de VS aanwezig was. Een op dinsdag (15 juni) gepubliceerde studie lijkt dat te bevestigen. Op basis van een analyse van bloedonderzoeken identificeerden wetenschappers zeven mensen in vijf staten die mogelijk al ruim voor de eerste officiële gevallen besmet waren.
‘Er waren infecties die niet werden gediagnosticeerd’
‘Dit is een interessante studie omdat hij de gedachte ondersteunt die velen al als waar aannamen, namelijk dat er infecties waren die niet werden gediagnosticeerd’, zegt immunoloog Scott Hensley tegen The New York Times. Het kleine aantal positieve testen maakte het echter moeilijk om er zeker van te zijn dat het om echte infecties gaat en niet om een methodologische fout. Als de bevindingen echter kloppen, onderstrepen ze de noodzaak voor landen om samen te werken en nieuw opkomende virussen zo snel mogelijk gezamenlijk te identificeren.
Amazon aangeklaagd voor racisme
Jeff Bezos wil dat Amazon het ‘meest klantgerichte bedrijf op aarde’ is. Maar een groeiend aantal werknemers zegt dat die instelling heeft bijgedragen aan het bestendigen van racisme bij het bedrijf en dat jarenlange pogingen om er iets aan te doen, zijn gedwarsboomd door de hr-afdeling en Bezos zelf, schrijft Vox.
De aanklagers spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme
Pearl Thomas, een 64-jarige zwarte vrouw, klaagde het bedrijf vorige maand aan wegens discriminatie en wraakneming. Het is een van de vijf rechtszaken die inmiddels zijn aangespannen door huidige en voormalige Amazon-medewerkers wegens rassendiscriminatie. De aanklagers, allemaal vrouwen van kleur, spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme, gezien de lagere promotiepercentages en het hogere aantal contractbeëindigingen van zogenaamde minderheden, bericht het Amerikaanse medianetwerk. De recente zaak van Pearl Thomas is saillant omdat ze werkt voor de hr-afdeling van het bedrijf. Haar directe baas, Beth Galetti, zou een van de grootste obstakels zijn bij het aanpakken van racisme.
Lees ook:
https://360magazine.nl/14452-2/
Toename vluchtelingen op Lampedusa
Op het zuidelijk gelegen Italiaanse eiland Lampedusa neemt het aantal vluchtelingen sinds enige tijd weer zienderogen toe. De zogenoemde hotspot van het eiland dreigt overbelast te raken, meldt de Napolese krantIl Mattino. Hotspots zijn in 2016 door de EU ingesteld als een preventieve grens met een dubbel doel: migranten aan de zuidelijke grenzen van Europa concentreren, en tegelijkertijd verhinderen dat te veel vluchtelingen asiel aanvragen.
‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’
Het aantal migranten in het opvangcentrum van Lampedusa is na de recente toestroom weer tot boven de duizend gestegen. De burgemeester van Lampedusa, Totò Martello, wil daarom een onderhoud met de Italiaanse premier Mario Draghi. ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’, aldus Martello in Il Mattino. ‘Ik wil premier Draghi ontvangen om hem het fenomeen migratie te laten zien vanuit onze optiek als grensgebied.’ Martello wil een andere benadering dan die van een voortdurende noodsituatie: ‘als we daar niet aan werken zullen we geen enkele vooruitgang boeken’.
Zes maanden later dan gepland vanwege de pandemie, hebben IBM Europe en de Fraunhofer-Gesellschaft afgelopen dinsdag officieel de eerste kwantumcomputer op Duitse bodem in gebruik genomen. Het IBM Quantum System One-model in Ehningen bij Stuttgart wordt de krachtigste kwantumcomputer van Europa ‘in een industriële context’ genoemd. Dat betekent dat het met zijn 27 qubits niet een van de krachtigste systemen ter wereld is, maar dat het systeem stabiel genoeg is voor industrieel gebruik, schrijft Der Spiegel.
Het Quantum System One draait sinds november in Duitsland en wordt sinds februari gebruikt door de Fraunhofer-Gesellschaft. De voorzitter van Fraunhofer, Reimund Neugebauer, zei dat bedrijven en onderzoeksinstellingen ‘van elke omvang’ de kans moeten krijgen om met het systeem te werken. Hiervoor moeten ze echter wel €11.621 aan gebruikskosten per maand betalen. Neugebauer benadrukte dat de IBM-technologie is gecombineerd met Europese regels voor gegevensbescherming. Hij sprak van ‘volledige gegevenssoevereiniteit onder Europees recht’.
Uitslag Peru laat op zich wachten
Het kan nog drie weken duren voordat bekend wordt wie de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Peru tussen de linkse Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori heeft gewonnen. Dit komt door het grote aantal beroepsprocedures en verzoeken tot nietigverklaring, meldt MercoPress. Maandagavond (14 juni) stond Castillo iets voor met minder dan 50.000 stemmen van de 17,6 miljoen geldige stemmen: 50,14 procent om 49,86 procent.
Demonstraties en onrust nemen ondertussen toe, gezien het kleine verschil in stemmen. De voormalige Chileense president, VN-commissaris Michelle Bachelet, riep Peruanen op om ‘de regels van de democratie te accepteren’, en ‘de verkiezingsinstellingen en hun beslissingen te respecteren’.
De oprichter van Alibaba, Jack Ma, blijft in de luwte en concentreert zich op zijn hobby’s en op filantropie, meldt Al Jazeera. Dit zei Joseph Tsai, vicepresident en medeoprichter van het Chinese bedrijf, in een interview. Na Ma’s kritiek op de Chinese regelgeving vorig jaar, zette Beijing het bedrijf zwaar onder druk en Ma, de bekendste ondernemer van China, verdween sindsdien grotendeels uit het zicht.
Sancties van de Chinese overheid leidden onder meer tot het opschorten van de beursgang van 37 miljard dollar van het financiële onderdeel Ant Group en een gedwongen herstructurering van Ant. Alibaba kreeg in april ook een recordboete van 2,8 miljard dollar voor ‘concurrentiebeperkende praktijken‘.
Tijdens een persconferentie voor het EK verwijderde voetballer Cristiano Ronaldo twee flesjes Coca-Cola en zette er water voor in de plaats. Die geste leidde tot een een daling van de aandelenkoers van het bedrijf met 1,6 procent. Daarmee liep de marktwaarde van Coca-Cola terug van 242 miljard dollar naar 238 miljard dollar, een daling van 4 miljard dollar, schrijft The Guardian.
Het water staat aan de lippen bij Italianen die actief zijn in de culturele sector. Overrompeld door corona ging hun land verschillende malen in strikte en langdurige lockdowns, en zaten de mensen die in de sector werken, zowel voor als achter de schermen, zonder publiek en zonder inkomen thuis. De entertainmentindustrie is vorig jaar in Italië met 82 procent gekrompen – veel meer dus dan het Europees gemiddelde van 31 procent –, maar steun bleef uit.
Daarom demonstreert actiegroep Bauli in Piazza (‘Koffers op het Plein’) voor meer financiële ondersteuning en voor de heropening van theaters, live-evenementen en shows. De demonstranten zijn het zat, en dat lieten ze in Rome weten door keihard op de reiskoffers te roffelen waarmee ze normaal van optreden naar optreden trekken.
De delicatessenzaak aan de Tverskajastraat in de Russische hoofdstad moest onlangs de deuren sluiten. De zaak werd opgericht in 1901 en overleefde de revolutie van 1917, de Tweede Wereldoorlog en de val van de Sovjet-Unie.
De grootvader van Grigory Elisejev, die de beroemde, naar zichzelf vernoemde winkels opende in Moskou, Sint-Petersburg en Kiev, was een lijfeigene van graaf Sheremetiev. Volgens de familielegende werkte hij als tuinman op een van zijn landgoederen in de provincie Jaroslavl. Op een feestdag serveerde hij de graaf en zijn gasten, ondanks de wintervorst, een schaaltje aardbeien. Het gezelschap was diep onder de indruk en de meester zei tegen hem: ‘Je mag me vragen wat je wilt.’ Pjotr Elisejevich, Kassatkin van zijn achternaam (1776-1825), vroeg om vrijgelaten te worden en vertrok met zijn vrouw naar Sint-Petersburg.
Eenmaal daar besloot hij zijn knowhow te gebruiken: hij begon sinaasappels te verkopen aan de detailhandel. Geleidelijk groeide het zaakje en hij opende een winkel, waarna hij ook zijn broer kon bevrijden van diens lijfeigenschap en hem bij zijn bedrijf betrok. Zo was het familiebedrijf geboren. De zaak floreerde en Pjotr Elisejevich reisde naar Europa en in het bijzonder naar Madeira, waar hij wijnkelders kocht waar hij de wijnen kon bewaren om uit Spanje en Frankrijk naar Sint-Petersburg te importeren. Er werd een winkel geopend aan de Nevsky Prospekt [een grote straat in Sint-Petersburg, zie openingsbeeld] en vervolgens een in Moskou.
Versierde gevels en koelcellen
In Moskou wilde zijn kleinzoon Grigory Grigorievich Elisejev (1865-1949), die het familiebedrijf inmiddels had overgenomen, zich het liefst vestigen in de residentie van de gouverneur-generaal, maar daar was geen plaats. Een paar goed geïnformeerde vrienden wezen hem op het oude Beloselsky-Belozersky-paleis, op de hoek van de Tverskajastraat en de Kozitskysteeg. Dit prachtige herenhuis werd in de achttiende eeuw ontworpen door Matvey Kazakov Fedorovich. In de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het huis toebehoorde aan de koopman Malkiel, werd het verbouwd door architect August Weber. Het eclecticisme had het classicisme inmiddels vervangen. Weber hield van weelde en veel van de huizen die hij in Moskou restaureerde hebben dan ook rijkelijk versierde gevels.
Grigory Elisejev kocht het gebouw inclusief de grond en huurde de architecten Baranovsky en Peretiatkovich in, die het oude Kazakov-paleis opnieuw verbouwden in een zeer rijke eclectische stijl. Elisejev had nu een prachtige verkoopruimte en opslagplaats. Op de binnenplaats kwamen de koelcellen en een toonbank te staan, aangezien de winkel ook een groothandel was.
Voor zijn tijdgenoten was de Elisejev-winkel een soort tempel van Bacchus
Op 5 februari 1901 was de inhuldiging: hooggeplaatste gasten verzamelden zich voor de religieuze doop en het banket. Maar amper twee dagen na de opening zat Elisejev al in de problemen. Natuurlijk verkocht de winkel wijn. Maar de toenmalige wetgeving verbood de verkoop van alcohol of de exploitatie van een drankgelegenheid binnen 280 meter van een kerk. Op dat moment stond de Dmitry Solounski-kerk voor de Elisejev-supermarkt, en bevonden de ramen zich op onvoldoende afstand. Daarom moest Elisejev de wijnafdeling verplaatsen naar het deel van de winkel dat uitkijkt op de Kozitskylaan.
De deuren aan deze kant zijn bewaard gebleven, en de wijnafdeling was er tot het einde toe gevestigd. Tijdens de Sovjetperiode, toen de kerk werd verwoest en de wet werd herschreven, werd deze verplaatst naar de grote zaal en werd in de achterkant een bakkerij gevestigd. Onlangs was de indeling hersteld naar vóór de revolutie, maar de ingang van de Kozitskysteeg was inmiddels gesloten. De enige ingang was aan de Tverskajastraat.
De Elisejev-winkel was geen markthal. Het was de eerste en grootste supermarkt van Moskou. Er waren er nog meer, zoals de kruidenierswinkel van de koopman Andrejev, maar geen enkele was zo groot. Voor zijn tijdgenoten was de Elisejev-winkel een soort tempel van Bacchus en weldaad. Aan het Moskou van begin van de twintigste eeuw bood de enorme ruimte een variëteit aan producten van uitzonderlijke kwaliteit: kruiden, kazen, wijnen en de befaamde vleeswaren. De prijzen logen er dan ook niet om. Het maandsalaris van een gewone werknemer, tussen de 15 en 30 roebel, stelde hem niet in staat er zijn boodschappen te doen.
Men piekerde er niet over een bediende heen te sturen, hier ging je zelf heen
Elisejev stichtte uiteindelijk een ware keten: naast zijn winkels in Sint-Petersburg en Moskou begon hij er ook een in Kiev. Daarbij kwamen nog de wijnhandel, inclusief de groothandel van producten uit de eigen wijngaarden en kelders in Frankrijk en Madeira. De winkel bood alleen producten van topkwaliteit aan, en degenen met geld, meestal edelen en kooplieden, konden er zeker van zijn dat de kwaliteit nooit tegen zou vallen.
Dat was voor Okhotny Riad, de grootste markt in Moskou aan het begin van de twintigste eeuw, wel anders. De kraampjes stonden er zeer dicht op elkaar en de kwaliteit en hygiëne lieten te wensen over. Okhotny Riad krioelde van de ratten, je liep het risico met bedorven producten thuis te komen en ganzen werden er volgepompt met lucht (zodat ze groter leken). De Elisejev-winkel leek daarbij vergeleken op een paleis of een tempel. Men piekerde er niet over een bediende heen te sturen, hier ging je zelf heen. Onder de specialiteiten waren bijvoorbeeld de kleine augurken in pekel, bereid door de restaurateur Krynkine volgens zijn geheime recept.
De kruidenierswinkel bleef honderdtwintig jaar ononderbroken in bedrijf. Na de [bolsjewistische] revolutie van 1917 werd hij genationaliseerd. De Sovjetwinkel werd al snel omgedoopt tot ‘Gastronom no 1’ [gastronom is een algemene Sovjetnaam voor grote voedselwinkels], hoewel de Moskovieten gewoontegetrouw ‘Elisejev’ bleven zeggen. Tijdens het communistische tijdperk bleef de winkel producten van de beste kwaliteit aanbieden in heel Moskou, met uitzondering van winkels die waren gereserveerd voor speciale vergunninghouders.
Tijdens de Sovjetperiode werd het portret van Grigory Elisejev uit het interieur verwijderd, daarna werd het weer op zijn plek gezet
In 1941, tijdens de oorlog, werd de rantsoenering ingevoerd. Maar al in 1944 hervatte de Elisejev-winkel de activiteiten en was het weer mogelijk om producten te kopen zonder rantsoenkaart. Tijdens de Sovjetperiode werd het portret van Grigory Elisejev uit het interieur verwijderd, daarna werd het weer op zijn plek gezet. De kroonluchters zijn, net als de decoratie, bewaard gebleven. Natuurlijk was, zoals in alle Sovjetwinkels, het assortiment veranderd: geen geïmporteerde kazen en wijnen meer die vóór de revolutie de reputatie van de supermarkt hadden gevestigd. Het aanbod bestond nu vooral uit producten van Russische makelij.
Ook in de jaren 1970-1980, gekenmerkt door grote tekorten in de winkels, bleef de Elisejev-winkel beter gevuld dan de andere. Zolang Yuri Sokolov directeur was, ging alles goed. Je moest er altijd in de rij staan en er waren altijd wel drie of vier soorten kaas en vleeswaren te vinden. De keuze van de wijnafdeling was uitstekend. De slagerij was niet slecht en de prijzen waren niet hoger dan die van andere winkels in Moskou. Bij Elisejev kon je alles vinden.
Wat Grigory Elisejev zelf betreft: hij bracht zijn laatste jaren in ballingschap door. Vlak voor de revolutie [van 1917] was hij in een schandaal beland. Zijn eerste vrouw pleegde zelfmoord toen ze hoorde dat hij een minnares had. Elisejev woonde de begrafenis niet bij en trouwde amper een maand later met zijn geliefde. Hierdoor waren zijn vier zoons en dochter zo verbolgen, dat ze de band met hem verbraken en het ouderlijk huis verlieten. Na de revolutie vertrokken Elisejev en zijn tweede vrouw naar het buitenland. Via Constantinopel gingen ze naar Parijs, waar Elisejev onroerend goed en investeringen bezat. Hij woonde er comfortabel tot aan zijn dood en werd begraven op de Russische begraafplaats van Sainte-Geneviève-des-Bois.
Begin jaren tachtig deed in Moskou een legende de ronde. Een vrouw die een pot haring van Elisejev kocht zou in plaats daarvan kaviaar hebben aangetroffen. Twee beroemde voorvallen uit die tijd waren samengekomen in de collectieve mythologie: de zaak van het bedrijf Okean [een Sovjetketen van zeevruchten die betrokken was bij de handel in kaviaar en valuta] en de ‘zaak Sokolov’. Er is geen officieel verband tussen de twee zaken te vinden. Toch werd de beroemde kruidenierswinkel het middelpunt van een rechtszaak.
Yuri Sokolov, de directeur, werd in 1982 gearresteerd voor het betalen van steekpenningen van 300 roebel. In die tijd zat de handel zo in elkaar: als je de top niets gaf, had je geen goederen. Sokolov had uiteraard hoogstaande connecties op zeer hoge functies. Een paar maanden voor zijn arrestatie werd zijn kantoor volgeplant met microfoons, uiteindelijk werd hij gearresteerd.
In eerste instantie weigerde hij te getuigen en ontkende hij volledig. Maar na een tijdje, vermoedelijk moe van zijn gevangenschap, begon hij te spreken. In 1984 werd hij geëxecuteerd.
De talrijke huiszoekingen die in het huis van Sokolov werden uitgevoerd, brachten geen verborgen rijkdom aan het licht. Hij leefde goed, maar meer ook niet. Er werd geen geheime schat of antiekverzameling ontdekt. Bovendien was hij oorlogsveteraan, wat hem verzachtende omstandigheden had moeten opleveren. Maar blijkbaar had hij te veel gezegd wat de autoriteiten niet beviel. Ze namen ofwel wraak, of ze wilden hem het zwijgen opleggen.
We hebben bijna geen van onze beroemde en emblematische merken meer
In wezen was dit slechts het topje van de ijsberg van de Sovjethandel. Onder de agenten van de fraudebestrijding deed zelfs de grap de ronde dat er een speciaal wetsartikel voor de werknemers in de warenindustrie moest komen, die zou bepalen dat ‘elke werknemer die er het er langer dan drie jaar volhield, veroordeeld moeten worden tot het een of ander…’. De hele sector werd geteisterd door corruptie.
‘De sluiting van de Elisejev-supermarkt is heel droevig nieuws. De winkel was een van de symbolen van Moskou, dat al bijna al zijn warenhuizen heeft verloren. We hebben bijna geen van onze beroemde en emblematische merken meer, behalve de Eliseyev supermarkt en de Perlovsky theesalon aan de Miasnitskayastraat. Alle anderen zijn gesloten: de beroemde bakkerij van Filippov werd eenvoudigweg verwoest en geplunderd; de kristal- en porseleinwinkel van Kuznetsovsky stond tot voor kort nog overeind, maar nu niet meer; de Ferrein apotheek aan de Nikolskayastraat is niet langer een apotheek. Het zijn iconische plaatsen, gebouwen en instellingen van de stad. We zouden ze moeten behouden.’
DE OORZAKEN VAN DE SLUITING
Volgens het dagblad Rossiiskaia Gazeta ‘zijn veel experts van mening dat de Elisejev-winkel zich niet heeft kunnen herstellen van de crisis van 2014’. Dat jaar werd de annexatie van de Krim door Rusland gevolgd door westerse sancties en een door Moskou uitgevaardigd embargo op Europese voedselproducten. Daarop kwam de covid-19-pandemie en stortte de omzet in, aldus de krant.
‘Moskovieten moesten een groot deel van 2020 binnen blijven en de Russische hoofdstad schatte het aantal toeristen dat niet kwam op 5 miljoen. Een bezoek aan de beroemde supermarkt was een must voor excursieprogramma’s. Daarnaast was er sprake van een waardedaling van de roebel, waardoor het moeilijker werd om de geraffineerde producten te kopen waar de delicatessenzaak bekend om stond.’
Parijs is handenvol geld kwijt aan de Eiffeltoren, schrijft de Spaans krant La Vanguardia. Niet alleen vanwege inkomstenderving door de gedwongen sluiting vanwege corona, maar ook door complicaties tijdens restauratiewerkzaamheden.
De Eiffeltoren was negen maanden gesloten voor het publiek vanwege de pandemie en zal vanaf 16 juli weer open gaan. Hoewel dit nieuws ongetwijfeld een opluchting is voor de exploiterende partijen, is het ook tijd om de penibele financiële situatie onder ogen te zien, meent La Vanguardia.
‘Elke nacht tijdens de pandemie lichtte de Eiffeltoren op’, schrijft de krant met veel gevoel voor drama, ‘en streek het lichtbaken van de machtige toren honderd kilometer in de rondte, ook zonder dat bezoekers konden worden verwelkomd. Het beroemdste monument in Parijs liet zien nog steeds levend te zijn, als teken van hoop dat de nachtmerrie ooit voorbij zou zijn.’
De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren
Maar ondanks die geruststellende zichtbaarheid is er inmiddels wel sprake van een ‘ramp’, volgens La Vanguardia. Alleen al voor 2021 wordt het tekort voor de SETE, het bedrijf dat de Eiffeltoren exploiteert, geschat op 70 miljoen euro. Dat bedrag kan worden opgeteld bij het tekort van 52 miljoen dat in 2020 werd genoteerd. De gemeente Parijs en de metropool Groot-Parijs, die respectievelijk 99 procent en 1 procent van SETE bezitten, zullen deze schuld moeten overnemen en stappen moeten zetten voor herkapitalisatie van het bedrijf.
Vóór de pandemie ontving de Eiffeltoren, die in 1889 werd ingehuldigd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, zo’n zeven miljoen bezoekers per jaar. Na de heropening zal een limiet van 10.000 mensen per dag worden ingesteld; die lag voor het corona-tijdperk op 25.000.
‘Het is een moeilijke periode, maar we maken ons geen zorgen voor de lange termijn’, zegt SETE-voorzitter Jean-François Martins geruststellend. Volgens hem zijn de banen van de 350 medewerkers van het bedrijf niet in gevaar.
Maar behalve de tekorten vanwege het wegvallen van de inkomsten, worstelen de beheerders van het monument nog met een ander groot probleem. ‘Het schilderwerk moest een paar maanden geleden worden stopgezet omdat er gevaarlijk grote hoeveelheden looddeeltjes vrijkwamen’, aldus La Vanguardia. ‘Er wordt nu nagedacht over hoe het werk kan worden voortgezet met inachtneming van de veiligheid van het publiek en het milieu.’
Deze laatste verfbeurt is de twintigste in de 132-jarige geschiedenis van de toren. Het is een terugkerende klus om corrosie van het metaal te voorkomen, de boel schoon te maken en eventuele scheuren of defecten in de structuur te onderzoeken. Het is een tijdrovende, complexe en dure klus, waarbij schilders een penseel nodig hebben om elk hoekje te kunnen bereiken.
Gevaarlijke hoeveelheden lood vormden altijd al een terugkerend probleem bij structureel onderhoud van het monument. Bij elke nieuwe verfbeurt moet een deel van de vorige laag worden verwijderd, niet alleen om de nieuwe verf beter te fixeren, maar ook om gewicht te elimineren. De twintig schilderbeurten hebben naar schatting 350 ton aan gewicht toegevoegd aan de toren.
De nieuwe cosmetische operatie voor de Grande Dame is bedoeld om haar er mooier uit te laten zien dan ooit, vooral met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2024, waarvan Parijs de gastheer is. De Franse hoofdstad wordt geleid door een socialistische burgemeester, Anne Hidalgo, die regeert in coalitie met milieuactivisten en zich misschien kandidaat wil stellen voor het Elysee in 2022, aan het hoofd van een alliantie met dezelfde samenstelling.
Het ecologische bewustzijn was dan ook niet eerder zo groot en de criteria waren nog niet eerder zo scherp. Ze leiden tot vertraging van het schilderwerk en tot voortdurende technische beraadslagingen om de verspreiding van de gevaarlijke looddeeltjes tot een minimum te beperken.
Na de brand in de Notre Dame, waarbij honderden tonnen lood de lucht vervuilden, kan Parijs het zich niet veroorloven opnieuw betrokken te raken bij een ecologisch drama door nalatigheid of door gebrek aan vooruitziendheid. La Grande Dame zal haar geld wel krijgen om haar aantrekkingskracht te behouden, maar moet heel voorzichtig zijn met haar make-up, aldus La Vanguardia.
Werknemers van Apple willen thuis kunnen blijven werken
Apple-werknemers komen in verzet zich tegen een nieuw beleid dat hen verplicht om vanaf begin september weer drie dagen per week naar kantoor te komen. Medewerkers zeggen een flexibele aanpak te willen waarbij degenen die op afstand willen werken dat kunnen blijven doen, zo blijkt uit een interne brief die The Vergein handen kreeg.
‘We willen van de gelegenheid gebruik maken om de groeiende bezorgdheid onder onze collega’s te communiceren’, aldus de brief. ‘Apples beleid voor flexibel werken op afstand en de communicatie eromheen hebben een aantal van onze collega’s al gedwongen op te stappen. Velen van ons hebben het gevoel te moeten kiezen tussen óf de combinatie van gezin, welzijn en de mogelijkheid om ons werk optimaal te doen, óf om deel uit te maken van Apple.’
De brief komt slechts twee dagen nadat Tim Cook een bericht naar Apple-medewerkers had gestuurd waarin stond dat ze in de herfst op maandag, dinsdag en donderdag weer naar kantoor moeten terugkeren. De meeste medewerkers mogen dan twee keer per week op afstand werken en ze kunnen ook maximaal twee weken per jaar op afstand werken, na goedkeuring door hun manager.
Vergeleken met de vroegere bedrijfscultuur, die werknemers ontmoedigde om thuis te werken, is dit een versoepeling bij Apple. Maar het bedrijf is nog steeds conservatiever dan andere grote techbedrijven. Zowel Twitter als Facebook hebben hun werknemers laten weten dat ze voor altijd thuis kunnen werken, ook nadat de pandemie voorbij is.
Voor sommige Apple-medewerkers gaat het huidige beleid dan ook niet ver genoeg en laat het een duidelijke kloof zien tussen hoe de top van Apple en de overige medewerkers tegen werken op afstand aankijken.
‘Het afgelopen jaar voelden we ons niet alleen vaak niet gehoord, maar soms ook actief genegeerd’, staat in de brief. ‘Berichten als “we weten dat velen van jullie graag weer persoonlijk contact willen met je collega’s op kantoor”, zonder erkenning van de tegenstrijdige gevoelens die onder ons leven, voelen als een afwijzing…’
De brief, gericht aan Tim Cook, ontstond op Slack in een groep van ‘voorstanders van werken op afstand’, die ongeveer 2.800 leden telt. Zij zeggen dat het omarmen van werken op afstand van het grootste belang is voor de inspanningen van het bedrijf aangaande diversiteit en integratie. ’Om inclusiviteit en diversiteit echt te laten werken, moeten we erkennen hoe verschillend we allemaal zijn. Die verschillen gaan gepaard met verschillende behoeften en verschillende manieren om te kunnen gedijen.’
Honderd jaar Chanel No 5
Vorige maand vierde het legendarische parfum Chanel No 5 zijn honderdste verjaardag. Het parfum kwam tot stand na een ontmoeting tussen Gabrielle Chanel en een parfumeur uit Moskou van Frans-Russische afkomst, schrijft de Russische site gazeta.ru.
Op 5 mei 1921, tijdens de presentatie van haar nieuwe modecollectie in haar studio Rue Cambon, verspreidde modeontwerpster Gabrielle ‘Coco’ Chanel in de paskamers een bedwelmende geur, diep, fluweelachtig, bloemig en tegelijk van een koele frisheid. Zo ontdekte Parijs voor het eerst de geur van Chanel No 5. Het parfum had een grote toekomst voor zich, ook al zou het nog jaren duren voordat het beschikbaar zou zijn voor het grote publiek. De eerste serie bestond uit slechts honderd flesjes.
Geen rozengeur
De auteur van het parfum is Ernest Beaux, een parfumeur van Frans-Russische afkomst. Voor zijn ontmoeting met Chanel werkte hij voor parfumbedrijf Rallet, dat leverde aan het Russische keizerlijke hof. In 1912 bijvoorbeeld vierde hij grote successen met zijn Eau de Cologne Bouquet de Napoléon, ontworpen voor de honderdste verjaardag van de slag bij Borodino.
Beaux ontmoette Coco Chanel in 1920 aan de Franse Rivièra, waar zij verbleef met haar Russische geliefde Dimitri Pavlovich, neef van keizer Nicolaas II.
Chanel was op zoek naar de lancering van een geur ‘die naar vrouwen ruikt en niet naar rozen’. Ernest Beaux zegde toe haar wens te vervullen, ging aan de slag en presenteerde haar een reeks flessen genummerd van 1 tot 5 en van 20 tot 24. Coco koos de vijfde: ‘Ik lanceer mijn collectie op 5 mei, in de vijfde maand van het jaar. Laten we het parfum dit nummer geven, dat is een teken van geluk.’
De formule van het parfum, die tot op de dag van vandaag geheim wordt gehouden, bestaat uit tachtig natuurlijke en synthetische ingrediënten voor een boeket dat meiroos, ylang-ylang, jasmijn, vetiver, iris, vanille combineert met een royale hoeveelheid aldehyde, een chemische verbinding die er een wat ijzige geur van frisheid aan geeft.
Een minimalistische fles
Aan het begin van de 20e eeuw opereerden modehuizen en parfumeurs nog los van elkaar: couturiers hadden geen parfumlijn. Vrouwen uit de hogere klasse gebruikten vooral geuren met het aroma van een enkele bloem in plaats van complexe composities rond musk en jasmijn.
Toch is Chanel No 5 niet de eerste die brak met deze twee kenmerken. Modeontwerper Paul Poiret had al de geur Parfums de Rosine gelanceerd ter ere van zijn dochter, en parfumeur Aimé Guerlain schiep in 1889 de geur Jicky, een complexe bloemige compositie met tonen van lavendel en bergamot, samengevoegd met verschillende synthetische geuren, waaronder cumarine.
Aan de andere kant is de vierkante, sobere fles van Chanel No 5 wel echt een primeur na het tijdperk van de barokke flesjes ontworpen door Lalique en Baccarat. De distributie van de karakteristieke Chanel-flessen met No 5 begon in 1922. Tot 1924 werd No 5 exclusief in de Parijse boetiek verkocht aan enkele zorgvuldig geselecteerde klanten.
Geuren van het bevroren Kola-schiereiland
Door een klein marktonderzoekje wist Coco Chanel dat de geur gecreëerd door Ernest Beaux een revolutie zou betekenen in de wereld van de parfumerie. Om de creatie van het parfum te vieren, nodigde ze een paar vrienden uit in een restaurant in Grasse, de hoofdstad van de Franse en mondiale parfumerie. Tijdens de maaltijd sproeide ze wat van het parfum rond, en vroeg passerende vrouwen de geur te beschrijven. De reacties waren alleszins geruststellend.
Voor Ernest Beaux deed de geur van aldehyden aan Rusland denken, aan het Kola-schiereiland, om precies te zijn. In 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, werd hij naar het noordelijke front gestuurd. Tijdens de Russische burgeroorlog die na de revolutie ontstond, kwam hij terecht aan de kant van Franse interventietroepen als tolk. In die hoedanigheid werkte hij in 1919 bij ondervragingen van bolsjewieken in het krijgsgevangenenkamp van het Rode Leger op het Mudyug-eiland in de Witte Zee, in de buurt van Archangelsk.
Zoals Constantin Weriguine, lange tijd assistent van Ernest Beaux, in 1965 beschreef in zijn memoires Souvenirs et Parfums, wilde Beauxmet No 5 de geuren nabootsen van de rivieren en de bevroren meren van het Kola-schiereiland op een ijskoude dag.
Marilyn Monroe
In 1924 tekende Coco Chanel een overeenkomst met ondernemers Pierre en Paul Wertheimer, eigenaren van Bourjois, om de productie en distributie van No 5 aan hen te delegeren, en ze richtte Les Parfums Chanel op, waarin Chanel 10 procent van de aandelen zou behouden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde ze de controle over het bedrijf over te nemen door een brief te schrijven aan de Duitse regering in Frankrijk, waarin ze suggereerde dat Les Parfums Chanel haar zou toekomen omdat de gebroeders Wertheimer joods waren. Maar de Wertheimers hadden weten te vluchten naar de Verenigde Staten en ze hadden een keurige Franse christen, Félix Amiot genaamd, aan het hoofd van het bedrijf benoemd.
In 1947 namen de broers Wertheimer het parfumhuis weer over. Ze sloten een overeenkomst met Coco Chanel, die 2 procent van de wereldwijde verkoop van parfums zou krijgen.
Ernest Beaux was artistiek directeur van Parfums Chanel van 1924 tot 1954. Het parfum dat hij creëerde, is nog steeds een tijdloze klassieker die tot de best verkochte parfums ter wereld behoort, mede dankzij een in het oog springende marketingstrategie.
De lijst van namen die in honderd jaar No 5 hebben gepromoot is indrukwekkend. Het eerste gezicht van het parfum was Coco Chanel zelf, die in 1937 verscheen in Harper’s Bazaar. Daarna volgden onder meer Catherine Deneuve, Carole Bouquet, Nicole Kidman en Lily-Rose Depp. Maar het was natuurlijk Marilyn Monroe die de meest onvergetelijke parfumreclame maakte toen ze in 1952 bekende dat ze in bed niets anders droeg dan Chanel No 5.
Het is twijfelachtig of we ooit de oorsprong van covid-19 zullen achterhalen. Maar vrijwel geen expert sluit de mogelijkheid uit dat het uit een laboratorium is ontsnapt. De eerste keer zou het namelijk allerminst zijn. ‘Het meest verontrustend is onderzoek naar het nog dodelijker maken van ziekteverwekkers.’
Keuze uit ons archief
De oorsprong van covid-19 blijft een onopgelost mysterie en tevens voer voor een verhitte discussie. Onlangs gooide FBI-baas Christopher Wray nog wat olie op het vuur in een interview met Fox News door te stellen dat het coronavirus in de wereld is gekomen nadat het ontsnapte uit een laboratorium dat mogelijk in de Chinese stad Wuhan stond. Hoewel hij geen bewijs voor zijn stelling gaf, is het niet ondenkbaar. Want over de hele wereld staan laboratoria waar met zeer dodelijke ziekteverwekkers gewerkt wordt, zoals we in dit stuk van het Amerikaanse tijdschrift Mother Jones lezen.
Dit artikel verscheen eerder in Reader 23 van 360 Magazine, juli 2020.
Maar weinig mensen hadden gehoord van het Wuhan Institute of Virology (WIV) – het streng beveiligde biolab in Wuhan, China, dat baanbrekend onderzoek doet naar coronavirussen – tot half april [2020], toen de regering-Trump begon te suggereren dat het mogelijk de bron was van SARS-CoV-2, het virus dat covid-19 veroorzaakt. Tot dusverre werd het idee enkel ondersteund door het feit dat covid-19 uitbrak in de stad waar ook het instituut staat, maar dat toeval was voldoende om voeding te geven aan allerlei wilde samenzweringstheorieën. Aanvankelijk deden deze vooral de ronde in extreemrechtse kringen, maar toen de regering onder vuur kwam te staan, begon ze de verhalen te voeden.
Biosafety Level 4-classificatie
De basis hiervoor werd gelegd toen twee berichten van functionarissen van de Amerikaanse ambassade in Beijing werden gelekt naar The Washington Post. De berichten waren in 2018 naar Washington verzonden nadat de functionarissen het Wuhan Institute of Virology hadden bezocht – het eerste laboratorium in China met een Biosafety Level 4-classificatie, wat betekent dat het met ’s werelds gevaarlijkste ziekteverwekkers werkt – en te horen kregen over veiligheidsproblemen aldaar. ‘Uit gesprekken met wetenschappers van het WIV-laboratorium maakten ze op dat het nieuwe laboratorium een ernstig tekort heeft aan goed opgeleide technici en onderzoekers om de veiligheid in dit besmettingsgevoelige laboratorium te handhaven’, stond in een van de berichten, waarin er bij de regering op aan werd gedrongen extra steun te sturen naar het laboratorium en werd benadrukt hoe belangrijk het werk van het WIV was voor de ‘voorspelling en preventie van toekomstige uitbraken van het coronavirus’.
Een tweede lek was veel gerichter. Fox News haalde niet nader benoemde insiders aan die zeiden ‘steeds meer overtuigd te zijn’ dat de uitbraak afkomstig was uit het laboratorium. Toen president Trump tijdens een persconferentie naar het rapport werd gevraagd, was zijn commentaar: ‘We horen het verhaal steeds vaker.’
In The Hugh Hewitt Show voerde staatssecretaris Mike Pompeo de druk verder op: ‘We weten dat de eerste waarnemingen van de ziekte plaatsvonden binnen enkele mijlen van het Wuhan Institute of Virology. We kennen de geschiedenis van de faciliteit – het is het eerste BSL-4-laboratorium waar hoogwaardig virusonderzoek wordt uitgevoerd. We weten dat de Communistische Partij van China, toen ze begon te bepalen wat er in Wuhan moest gebeuren, overwoog of het WIV misschien de plek was waar dit vandaan kwam. En het allerbelangrijkste: we weten dat ze niet hebben toegestaan dat wetenschappers het laboratorium binnengaan om te evalueren wat er is voorgevallen.’
De motivatie om China de schuld te geven, om de slordigheid van andere mogendheden als de ware oorzaak van de pandemie aan te wijzen, lijkt evident. De afgelopen tijd is er steeds meer afbreuk gedaan aan het argument van de regering dat ze te kort van tevoren is gewaarschuwd voor het naderende virus. Nieuwe rapporten maken steeds weer duidelijk hoe vroeg en vaak de regering werd gewaarschuwd, en volgens ABC News werd het eerste alarm zelfs al in november geslagen, toen de Amerikaanse inlichtingendienst de uitbraak oppikte via in China onderschepte communicatie en markeerde als potentieel ‘cataclysmisch’. Vandaar de noodzaak om de aandacht af te leiden van haar eigen onbekwaamheid en China tot grote vijand te bestempelen.
Misplaatst
Maar de politiek gemotiveerde pogingen van de regering-Trump om het WIV de schuld te geven, zijn nogal misplaatst. Een laboratoriumconnectie zou de Amerikaanse schuld juist vergroten, omdat het werk dat er werd gedaan deel uitmaakte van een internationaal, in de Verenigde Staten gelanceerd project – tot voor kort althans: vlak nadat Trump de theorie van de ontsnapping uit het laboratorium omarmde, eind april, werd de bijdrage aan EcoHealth Alliance, dat bijdroeg aan de financiering van het WIV-lab, stopgezet.
De gelekte berichten tonen aan hoe hecht de relatie is tussen het WIV en de Verenigde Staten. Er is geen teken dat het instituut in 2018 met Beijing contact opnam voor extra hulp; in plaats daarvan reikte het uit naar Washington, dat het verzoek afwees. Zoals de Post meldde: ‘Er is geen extra hulp aan de laboratoria verleend.’
In het onwaarschijnlijke geval dat bewezen wordt dat het virus aan het laboratorium kan worden gelinkt, kan het niet-leveren van meer ervaren personeel worden gezien als een enorme blunder van de regering-Trump. ‘In de berichten worden serieuze waarschuwingen gedaan, en je zou verwachten dat degene die ze heeft gelezen, stappen zou ondernemen om de situatie te peilen’, zei senator Chris Murphy van Connecticut onlangs tegen de Post. ‘Maar er bestaan nog altijd meer vragen dan antwoorden over de oorsprong van dit virus.’
Virussen die in zo’n onvriendelijke omgeving weten te overleven, kunnen verwoestend zijn als ze oversteken naar zoogdieren met een zwakkere verdediging
Het is twijfelachtig of we ooit de oorsprong van covid-19 zullen achterhalen. Maar ondanks het scepticisme van veel experts, durfde niemand met wie ik sprak de mogelijkheid uit te sluiten dat het per ongeluk was ontsnapt uit een laboratorium waar het werd bestudeerd. Ook kan het naar Wuhan zijn gebracht door iemand die ergens anders is besmet, of door een dier dat als tussengastheer diende. Zoals we hebben gezien, weten de meeste mensen die met SARS-CoV-2 zijn besmet niet dat ze het hebben. Het is misschien onmogelijk om zo’n ziekte tot patient zero terug te traceren.
Maar dat het WIV nu de aandacht heeft, kan ergens goed voor zijn. De meeste mensen realiseren zich niet hoe heroïsch een deel van het werk is dat er wordt verricht, en hoe belangrijk om de volgende pandemie te voorkomen. Ook is er weinig erkenning voor het gevaar dat het werk in zwaarbeveiligde biolabs over de hele wereld met zich meebrengt. Ja, de volgende pandemie zou uit een laboratorium in China voort kunnen komen. Maar de oorsprong kan net zo goed veel dichter bij huis liggen.
De afgelopen decennia zijn er vaker ziekten van dieren op mensen gesprongen, een fenomeen dat zoönose of spillover wordt genoemd, of soortoverschrijdende overdracht. Deskundigen geven de schuld aan onze toenemende inmenging in de natuurlijke wereld. Door bossen om te zetten in boerderijen en op wilde dieren te jagen, geven we virussen steeds meer kans om over te lopen.
De inspanning om dergelijke overdracht op te sporen en te voorkomen, begon nadat SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome) in november 2002 in Zuid-China opdook en een aantal mensen infecteerde die banden hadden met een ‘natte markt’, waar dieren in het wild worden verkocht. SARS heeft uiteindelijk 774 mensen over de hele wereld gedood door longcellen te vernietigen en een ernstige longontsteking te veroorzaken. SARS doodde 10 procent van zijn slachtoffers, een extreem hoog percentage, maar was niet enorm besmettelijk, en in juli 2003 was het gelukt het virus te bedwingen.
Virologen identificeerden al snel een nieuw coronavirus als veroorzaker van SARS. Het leek op andere virussen die in vleermuizen werden aangetroffen, waarvan men vermoedde dat ze de oorspronkelijke gastheren waren. Vleermuizen zijn de natuurlijke dragers van veel van ’s werelds ernstigste infectieziekten, waaronder MERS en ebola, maar die virussen veroorzaken bij vleermuizen zelden problemen. Vleermuizen hebben een hyperactief immuunsysteem dat virussen weinig kans geeft. Bij de meeste zoogdieren, waaronder wijzelf, zouden dergelijke agressieve immuunreacties dodelijke ontstekingen veroorzaken (zoals de cytokinestormen waar sommige covid-19-patiënten aan overlijden), maar vleermuizen hebben bovendien unieke herstelmechanismen in hun cellen die zulke ontstekingen constant opruimen. Deze herstelmechanismen dienen om de slijtage tegen te gaan die wordt veroorzaakt door het intense metabolisme van vleermuizen – hun hart kan tijdens de vlucht duizend keer per minuut kloppen –, maar stellen vleermuizen ook in staat 24/7 een beroep te doen op hun immuunsysteem zonder zichzelf te vernietigen.
Virussen die in zo’n onvriendelijke omgeving weten te overleven, kunnen verwoestend zijn als ze oversteken naar zoogdieren met een zwakkere verdediging, een beetje als een invasieve soort die in een maagdelijke omgeving wordt gedropt.
Volgens Scientific American begon een team van WIV onder leiding van viroloog Shi Zhengli in 2004 grotten in Zuid-China te bezoeken, in de hoop de oorzaak van SARS te vinden. Ze namen vleermuizen mee en namen bloed-, speeksel- en ontlastingsmonsters, die ze in Wuhan op virussen testten. In 2009 werd het lab betrokken bij PREDICT, een nieuw programma dat werd opgezet door USAID en erop was gericht wetenschappers op te leiden en te financieren om gebieden met een hoog risico op nieuwe virussen te onderzoeken. Door onbekende virussen te identificeren voordat ze op mensen terechtkwamen – om ‘ze te vinden voordat ze ons vinden’, zoals Shi het uitdrukte –, hoopten onderzoekers een systeem voor vroegtijdige waarschuwing op te kunnen zetten. Het project werd in tientallen landen uitgevoerd, maar het WIV vormde een belangrijke spil en Shi Zhengli kwam in China bekend te staan als ‘Bat Woman’.
Het team van Shi ontdekte dat de vleermuizen in Zuid-China vol virussen zaten, vooral coronavirussen
In 2013 ontdekte het WIV SARS-CoV, de oorzaak van SARS, in een grot in de provincie Yunnan. Het team van Shi ontdekte dat de vleermuizen in Zuid-China vol virussen zaten, vooral coronavirussen. Meer dan tien jaar lang verzamelde haar team in de regio meer dan tienduizend monsters van vleermuizen waarmee ze honderden nieuwe coronavirussen identificeerden, waarvan enkele in staat waren ook mensen te infecteren. Veel vleermuizen droegen meerdere virussen met zich mee en er waren alarmerende tekenen dat de virussen zich opnieuw met elkaar vermengden – ze wisselden tijdens het vermenigvuldigen stukjes genetische code uit, waardoor nieuwe virussen met nieuwe eigenschappen ontstonden.
‘Het is zeer waarschijnlijk dat toekomstige SARS- of MERS-achtige uitbraken van coronavirus afkomstig zullen zijn van vleermuizen, en er is een vergrote kans dat dit in China zal gebeuren’, schreven Shi en haar collega’s in een paper uit 2019 die nu griezelig vooruitziend overkomt. ‘Dat maakt het onderzoek naar coronavirussen van vleermuizen urgent om vroege waarschuwingssignalen te detecteren.’
SARS en SADS – een verwant virus dat in 2017 25.000 varkens doodde – braken allebei uit in Zuid-China, waar de meest zorgwekkende geslachten van coronavirussen werden gevonden en waar toekomstige uitbraken werden verwacht. Toen de autoriteiten Shi op 30 december waarschuwden dat een uitbraak van longontsteking in Wuhan werd veroorzaakt door een mysterieus nieuw coronavirus, was ze verrast. ‘Ik had nooit verwacht dat zoiets zou gebeuren in Wuhan, in Centraal-China’, vertelde ze aan Scientific American. Wuhan is een metropool van wolkenkrabbers waar 11 miljoen mensen wonen, honderden kilometers verwijderd van de vleermuisvriendelijke grotten van Zuid-China. Shi vroeg zich af: ‘Zou het uit ons lab afkomstig kunnen zijn?’
De weken die volgden beschreef ze als de meest stressvolle van haar leven. Ze doorzocht verwoed de dossiers van haar lab, op zoek naar tekenen van een ongeluk of onbedoelde vrijlating, en was pas gerustgesteld toen de genetische code van het nieuwe virus niet overeen bleek te komen met de coronavirussen in haar lab. ‘Dat haalde echt een enorme druk van mijn schouders,’ zegt ze. ‘Ik had al dagen geen oog dichtgedaan.’
De meesten van ons denken ten onrechte dat het risico op een pandemie uit een biolab oneindig klein is
Het laboratorium van Shi kan niet volledig worden vrijgepleit van mogelijke schuld totdat een onafhankelijke instantie de gegevens van het laboratorium heeft beoordeeld, en het lijkt er niet op dat de Chinese regering die wil vrijgeven. Het zou ook nog kunnen dat de bron van besmetting uit een door Centers for Disease Control and Prevention (CDC) gerund BSL-2-laboratorium in Wuhan komt, waarin naar verluidt wordt gewerkt met vleermuiscoronavirussen en dat opmerkelijk dicht bij de natte markt van de stad ligt.
Maar hoewel Shi zelf gerustgesteld was, impliceren haar woorden eigenlijk iets zeer verontrustends. De meesten van ons denken ten onrechte dat het risico op een pandemie afkomstig uit een biolab oneindig klein is. Maar het is duidelijk dat Shi niet uitsloot dat het uit haar lab zou zijn ontsnapt. En ze blijkt niet de enige te zijn die er zo over denkt. Hoewel bioveiligheidsexperts vooral de natuur als mogelijke bron van de volgende pandemie zien, maken ze zich ook grote zorgen over de laboratoria.
Media over de hele wereld namen de nattemarkttheorie over
De eerste grote cluster van covid-19-gevallen werd in december gevonden bij mensen die waren verbonden aan de Huanan Vismarkt. De markt verkocht naar verluidt levende wilde dieren. Aangezien SARS oorspronkelijk waarschijnlijk werd overgedragen door civetkatten afkomstig van een natte markt in Zuid-China, leek het niet onwaarschijnlijk dat hier de oorzaak lag. De Chinese regering verspreidde het verhaal verder. De markt werd op 1 januari gesloten en het gebied werd schoon geschrobd. ‘De oorsprong van het nieuwe coronavirus is het wild dat illegaal wordt verkocht op een vismarkt in Wuhan’, verkondigde Gao Fu, directeur van China’s CDC, in januari.
Media over de hele wereld namen de nattemarkttheorie over. Maar zelfs al in januari was het duidelijk dat de kans dat het coronavirus voor het eerst op de markt werd overgedragen verwaarloosbaar was. Er is geen bewijs dat er levende schubdieren werden verkocht, een andere mogelijke drager van coronavirussen, maar ten minste één kraam heeft mogelijk civetkatten verkocht. Ondanks uitgebreide tests van de dieren en de dierlijke onderdelen die op de markt werden verkocht, testte geen ervan positief op het virus, volgens het CDC. De enige positieve monsters kwamen ‘uit de omgeving’ en waren mogelijk afkomstig uit het riool.
Bovendien klopt de timing niet. Volgens gegevens van de Chinese overheid die zijn geanalyseerd door South China Morning Post, kunnen de vroegste gevallen in de provincie Hubei worden getraceerd tot half november, weken vóór de uitbraak op de markt. ‘Het virus kwam op die markt terecht voordat het ervandaan kwam’, zei Daniel Lucey, specialist in infectieziekten aan de Georgetown University, eind januari tegen Science. Lucey is een fel tegenstander van de theorie dat het virus uit het lab zou komen. De markt was volgens hem gewoon een versterker, een soort mini-Mardi Gras.
Maar daarmee was niet verklaard hoe een virus dat in afgelegen grotten in Zuid-China in vleermuizen was ontstaan, plotseling in het centrum van Wuhan kon opduiken. Zelfs de meest plausibele theorieën – dat het van een vleermuis naar een persoon of een ander dier was gesprongen, die het als tussengastheer naar Wuhan bracht – zou een opmerkelijke samenloop van gebeurtenissen vereisen. Het was een beetje alsof op het Zwitserse platteland buiten de CERN-deeltjesversneller plotseling een zwart gat ontstond.
‘Het virus kwam op die markt terecht voordat het ervandaan kwam’
Perfect voer voor samenzweringsgezinde dwepers als Rush Limbaugh, die de wetenschap niet kon volgen en duistere biowapenverhalen over de ‘ChiCom’-regering spon, die terecht werden veroordeeld door experts in het veld (en die hij sindsdien heeft ingetrokken). Het genoom van SARS-CoV-2 vertoonde geen enkel teken dat het niet natuurlijk zou zijn, en vijf van ’s werelds beste wetenschappers bekritiseerden in Nature Medicine de hypothese dat het uit een lab zou zijn ontsnapt. ‘Onze analyses tonen duidelijk aan dat SARS-CoV-2 geen laboratoriumconstructie of doelbewust gemanipuleerd virus is’, schreven ze.
Maar het bleef de vraag of een vleermuisgrotonderzoeker het natuurlijke virus onbewust naar Wuhan zou hebben gebracht, of in het laboratorium geïnfecteerd zou zijn geraakt. Helaas hadden de Limbaughs van de wereld op dit terrein hun invloed. Een van de weinige wetenschappers die nog publiekelijk durfde te speculeren, was de befaamde microbioloog van de Amerikaanse Rutgers Universiteit Richard Ebright. ‘De mogelijkheid dat SARS-CoV-2 op mensen is overgesprongen als een direct gevolg van de activiteiten van PREDICT – tijdens het verzamelen van vleermuizen en uitwerpselen van vleermuizen in het veld, of tijdens het onderzoek naar vleermuizen, uitwerpselen van vleermuizen of vleermuisvirussen – kan niet worden uitgesloten of verworpen,’ zei hij, en hij noemde het actief zoeken naar nieuwe virussen op afgelegen plekken om ze naar laboratoria (in dichtbevolkte gebieden) te brengen ‘met een brandende lucifer naar een gaslek zoeken’.
Ebrights focus op ontsnappingen uit het laboratorium maakte hem tot een soort paria, vooral onder experts die het publiek niet graag opstoken. Maar hij is niet de enige die deze zorgen legitimeert. ‘Het is belangrijk om op voorhand te zeggen dat we over onvoldoende bewijs beschikken om de mogelijkheid uit te sluiten dat het is ontsnapt uit een onderzoekslaboratorium’, schreef de gerespecteerde bioloog Carl Bergstrom van de Universiteit van Washington op Twitter. Hoewel hij een natuurlijke zoönose ‘veel plausibeler’ noemde, waarschuwde hij: ‘Wat de oorsprong van #SARSCoV2 ook mag zijn geweest, in de toekomst moeten we het risico van bepaalde activiteiten zorgvuldig beoordelen en controleren.’
Jonna Mazet, directeur van PREDICT, hield een pleidooi voor de veiligheidsmaatregelen van het WIV en wees op alle redenen waarom een ongeval met onderzoekers van het WIV ongelooflijk onwaarschijnlijk was. ‘Ik ben wetenschapper’, zei Mazet. ‘Ik zou nooit zeggen dat een laboratoriumongeval niet mogelijk is. Ik zeg alleen dat het veel minder waarschijnlijk is dan veel andere verklaringen.’ Onderzoekers in het veld dragen volledige Tyvek-pakken en -maskers en bevriezen monsters in vloeibare stikstof. In het laboratorium breken ze virussen in stukjes voordat ze het bestuderen, en al het werk wordt in bioveiligheidskasten verricht die zijn ontworpen om ontsnappingen te voorkomen. Om al die redenen twijfelen de meeste reguliere wetenschappers aan de laboratoriumconnectie. ‘We hebben geen enkel bewijs gevonden om de theorie te ondersteunen dat de oorsprong van SARS-CoV-2 bij mensen opzettelijk of per ongeluk in een laboratorium plaatsvond’, schreef Daniel Lucey onlangs op de blog van de Infectious Diseases Society of America.
Tot dusverre is er geen hard bewijs om welke theorie dan ook te ondersteunen die verklaart hoe SARS-CoV-2 in Wuhan terechtkwam. Het is allemaal speculatie.
Het tijdperk van vrijgekomen ziekteverwekkers
Het begin van het moderne tijdperk van vrijgekomen ziekteverwekkers kan worden vastgesteld in 1973 in Engeland, toen een laboratoriumassistent die met pokken werkte zichzelf infecteerde en drie anderen besmette, van wie er twee stierven. Vier jaar later werd pokken in het wild vrijwel officieel uitgeroeid, maar het jaar daarop stierf een medisch fotograaf aan de Birmingham Medical School op mysterieuze wijze aan de ziekte. Het bleek dat onderzoekers in een ander deel van het gebouw experimenteerden met pokken, en het virus bereikte de fotograaf hoogstwaarschijnlijk via het ventilatiesysteem.
Er is ook al een door het laboratorium veroorzaakte minipandemie geweest, in 1977, toen in China een griepvirus uitbrak en de wereld overspoelde. (Gelukkig was het een milde soort.) Griepstammen staan erom bekend dat ze constant muteren, maar deze was bijna identiek aan de soort die voor het laatst in de jaren vijftig werd gezien, wat betekent dat de stam ergens moet zijn opgeslagen. De verdenking viel op het robuuste biowapenprogramma van de Sovjet-Unie, maar onderzoekers concludeerden dat het waarschijnlijker was dat de ziekteverwekker was vrijgekomen tijdens een mislukte vaccinatieproef. Niemand is naar voren gestapt.
De Sovjets kwamen in 1979 alsnog onder vuur te liggen, toen een luchtfilter na onderhoud aan een geheim biowapenlaboratorium niet goed werd vervangen en een wolk miltvuursporen ontsnapte. De sporen hebben in de aangrenzende stad Sverdlovsk minstens 66 mensen gedood. De Sovjets ontkenden stellig, maar de Amerikaanse inlichtingendienst was niet overtuigd. Het incident werd pas in 1992, na de val van de Sovjet-Unie, bevestigd, toen president Boris Jeltsin een onafhankelijk team van wetenschappers onderzoek liet doen.
Verdedigers van biolabs wijzen er graag op dat de veiligheidsmaatregelen sinds de jaren zeventig drastisch zijn verbeterd, wat een feit is. Toch heeft ook de eenentwintigste eeuw een golf van incidenten gekend, mogelijk als gevolg van de enorme toename van labs met bioveiligheidsniveau 3 en 4. BSL-3-laboratoria behandelen zeer besmettelijke en dodelijke pathogenen zoals miltvuur, Westnijlvirus, vogelgriep, SARS en MERS. BSL-4-laboratoria behandelen de ergste slechteriken, waarvoor momenteel geen tegenmaatregelen bestaan, zoals ebola en pokken. In 2001 hadden de Verenigde Staten vijf BSL-4-laboratoria. Na 9/11 en de miltvuuraanvallen brak het tijdperk aan van bioterroronderzoek. Nu zijn er minstens negen van dergelijke laboratoria in de Verenigde Staten en meer dan vijftig over de hele wereld, waarvan zeven nog gepland of in aanbouw zijn. En er zijn nog veel meer BSL-3-labs – alleen al in de VS zijn er tweehonderd geregistreerd.
Geen smoking gun
De beste protocollen ter wereld kunnen menselijke fouten niet elimineren, en die zijn de oorzaak van de meeste ongevallen in de genoemde biolabs. Officiële incidentrapporten lezen alsof ze afkomstig zijn uit de Springfield-kerncentrale in The Simpsons. Een moersleutel raakte verstrikt in het deksel van een centrifuge en werd over een bak met ziekteverwekkers geslingerd. Een dierenkooi met beddengoed dat mogelijk besmet was met het nieuwe SARS-coronavirus, werd omvergeworpen door de deur van een vriezer, waarbij de inhoud over de vloer werd gemorst. Vloeistoffen verstuiven. Labmuggen ontsnappen. Labratten bijten. Laboranten die proefdieren proberen te injecteren, raken per ongeluk hun eigen vingers. Zoals de Laboratory-Acquired Infection Database onthult, is er meestal geen smoking gun dat aantoont hoe de onderzoeker geïnfecteerd raakte. De natuur vindt wel een manier.
Dat geldt ook voor de best geleide laboratoria. Het National Institute for Allergies and Infectious Diseases schat dat in hun laboratoria eens in de 600.000 werkuren een in het laboratorium opgelopen infectie zal optreden. Dat aantal is erg laag, en als er maar een paar wetenschappers met deze ziekteverwekkers zouden werken, zou de kans op een ongeluk ook laag blijven. Maar met honderden, misschien zelfs duizenden van dergelijke labs die zich over de hele wereld verspreiden, kunnen zelfs gebeurtenissen met een lage waarschijnlijkheid relatief vaak voorkomen.
Aan de hand van gegevens uit 2010 van het CDC schatte een deskundige dat in de Verenigde Staten ‘ongeveer twee keer per week een inbreuk op de insluiting plaatsvindt’. In sommige gevallen waren daarbij dodelijke agentia betrokken, waaronder miltvuur, vogelgriep en ebola. De meeste incidenten zijn niet ernstig, maar sommige wel. Neem twee voorbeelden in lagerisicolaboratoria: in 2009 stierf een onderzoeker aan de Universiteit van Chicago nadat hij was geïnfecteerd met een verzwakte peststam. In 2012 kreeg een postdoc in het VA Medical Center in San Francisco meningitis uit zijn laboratorium. Tijdens het avondeten met vrienden begon hij zich duizelig te voelen. De volgende dag kreeg hij huiduitslag en werd hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij stierf.
Soms worden per ongeluk containers met levende ziekteverwekkers gebruikt
Uit een onderzoek van USA Today, gepubliceerd in 2015, bleek dat meer dan honderd zwaarbeveiligde laboratoria in de Verenigde Staten ‘de meest flagrante veiligheids- of beveiligingsinbreuken’ hadden ondergaan. De onder druk gebrachte ‘ruimtepakken’ die door onderzoekers worden gedragen, scheurden tussen 2013 en 2014 37 keer in Amerikaanse BSL-4-laboratoria. Buiten een laboratorium van de Universiteit van Californië werden ratten aangetroffen die nesten bouwden van biohazardzakken en labbenodigdheden. Een onderzoeker van de Texas A&M Universiteit prikte zichzelf met een naald toen hij een muis met de ziekte van Lyme behandelde, en een week later (terwijl hij nog aan de antibiotica was vanwege het eerste incident) werd hij gebeten door een andere muis met dezelfde bacterie. Meerdere keren ontsnapten muizen met SARS- of Mexicaanse griep aan onderzoekers van de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill.
Een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen is het werken met levende agentia die dood hadden moeten zijn. BSL-4-laboratoria doden dodelijke ziekteverwekkers vaak met straling, zodat ze voor onderzoek naar minder veilige laboratoria kunnen worden gestuurd, maar soms wordt dat niet grondig genoeg gedaan, en soms ook worden gewoon per ongeluk containers met levende ziekteverwekkers gebruikt.
Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2014, toen het CDC de verkeerde batch ebola-monsters van een BSL-4-laboratorium naar een minder goed beveiligd laboratorium stuurde dat dode ebola verwachtte. (Een grote meevaller was dat deze eveneens inactief waren.) En het overkwam Dugway Proving Ground [faciliteit van het Amerikaanse leger waar biologische en chemische wapens worden getest], dat gedurende een periode van twaalf jaar onbewust (via commerciële vervoerders) levende miltvuursporen verscheepte naar bijna tweehonderd laboratoria over de hele wereld. Wonder boven wonder ging er niemand aan dood.
Anders was het geval van Bruce Ivins, de ongelukkige wetenschapper aan het US Army Medical Research Institute of Infectious Diseases in Fort Detrick, Maryland, die verdacht werd van de aanzet tot de miltvuuraanvallen in 2001 waarbij vijf mensen omkwamen. Van ditzelfde instituut werd in 2009 een onderzoek geschorst nadat er opgeslagen ziekteverwekkers werden ontdekt die niet waren geregistreerd. (Een onderzoeker stelde destijds The New York Times gerust dat, hoewel de administratie van het instituut niet perfect op orde was, deze nog altijd beter was dan die van universiteiten die met soortgelijke ziekteverwekkers werkten.)
Wenen van berouw
En zulke problemen zijn niet iets van het verleden. De National Academy of Sciences schatte de kans op een uitbraak van mond- en klauwzeer, die rampzalig was voor de veeteelt, op 70 procent tijdens de vijftigjarige levensduur van de 580.000 vierkante meter grote National Bio- and Agro-Defense Facility, die momenteel wordt voltooid aan de rand van de Kansas State University in Manhattan, Kansas. ‘Als een of ander gruwelijk pathogeen van niveau 4 ontsnapt uit een biolab in Manhattan, zal het hele heartland wenen van berouw’, schreef een boer aan de Topeka Capital Journal. Ondanks sterke weerstand van omwonenden is het project volgens schema gepland om volgend jaar van start te gaan.
Dat was nadat de nabijgelegen biofarmaceutische fabriek in Lanzhou tijdens het maken van het Brucellavaccin ontsmettingsmiddel over datum gebruikte, waardoor de bacteriën via afvaldampen konden ontsnappen
Buiten de Verenigde Staten zijn de gegevens schaarser, maar ook hier zijn de anekdotes niet bepaald bevorderlijk voor de nachtrust. In 2004 prikte een wetenschapper van het Russische staatsonderzoekscentrum voor virologie en biotechnologie, ook bekend als VECTOR – een belangrijk onderdeel van het biowapenprogramma van de Sovjet-Unie en een faciliteit waar momenteel pokken worden opgeslagen – zichzelf per ongeluk met een naald met ebola en stierf. (VECTOR had vorig jaar ook te maken met een grote onverklaarbare explosie.) In 2014 verdwenen 2349 flesjes met SARS-monsters uit het Pasteur-instituut in Parijs in het niets.
Ook China heeft de nodige problemen gehad. Eind vorig jaar testten bijna tweehonderd onderzoekers van het Lanzhou Veterinary Research Institute in het noordwesten van China positief op antilichamen van de bacterie die de griepachtige ziekte brucellose veroorzaakt. Dat was nadat de nabijgelegen biofarmaceutische fabriek in Lanzhou tijdens het maken van het Brucellavaccin ontsmettingsmiddel over datum gebruikte, waardoor de bacteriën via afvaldampen konden ontsnappen en met de wind mee konden reizen naar het veterinaire instituut.
De oorspronkelijke SARS is sinds 2003 niet meer buiten de natuur gesignaleerd, maar wel ontsnapt uit drie verschillende laboratoria, een in Taiwan, een in Singapore en een van het Chinese National Institute of Virology (NIV) in Beijing, waar twee onderzoekers besmet raakten. De onderzoekers dachten ten onrechte dat ze met een geïnactiveerde versie van het virus werkten. Een onderzoeker van het NIV gaf de infectie door aan haar moeder, die uiteindelijk stierf, evenals een verpleegster, die de ziekte aan vijf anderen doorgaf.
Gain of function
Hoe gevaarlijk het ook is om dodelijke natuurlijke ziekteverwekkers te kweken, het meest verontrustende onderzoek betreft het nog dodelijker maken van ziekteverwekkers. Bezorgdheid over dit zogenaamde ‘gain-of-function’ (GOF)-onderzoek laaide op in 2011, toen twee verschillende teams lieten zien hoe een extreem dodelijke vorm van vogelgriep, die ongeveer zestig procent van de slachtoffers doodt maar tussen mensen niet gemakkelijk wordt overgedragen, zo werd gemuteerd dat deze via de lucht uiterst besmettelijk werd.
De wetenschappers voerden ter verdediging aan dat dergelijke experimenten ons in staat stellen te leren hoe virussen tot besmettelijker of dodelijker evolueren, en vele anderen waren het daarmee eens. Gain-of-function-onderzoek helpt ‘de pandemische paraatheid door het bepalen van de griepvaccinstrategie, van de selectie van kandidaat-vaccinvirussen (…) tot de productie van veilige vaccins voor de wereldbevolking’, schreven 23 wetenschappers in een artikel in mBio, het tijdschrift van de American Society for Microbiology.
Maar anderen waren van mening dat de risico’s niet afwogen tegen het mogelijke heil. Bioveiligheidsexpert Lynn Klotz onderzocht samen met wetenschapsjournalist Edward J. Sylvester de gegevens van het CDC over ongevallen in het laboratorium en schatte de kans dat een pandemische ziekteverwekker uit een laboratorium ontsnapt op slechts 0,3 procent per jaar, wat betekent dat er per lab gedurende 536 jaar werk een kans van 80 procent bestaat op een ontsnapping. Dat klinkt misschien nog acceptabel, maar ze telden al snel 42 laboratoria waarvan bekend was dat ze met levende SARS, influenza of pokken werken, wat zich vertaalt in een kans van 80 procent per 12,8 jaar op een ontsnapping.
En dat was in 2012, toen dit soort werk veel minder gebruikelijk was dan nu. Later schatten de twee de waarschijnlijkheid dat een ontsnapt virus ‘de pandemie die de onderzoekers beweren te willen voorkomen’ veroorzaakt ‘op maar liefst 27 procent, een risico te groot om mee te leven (…) Er is een aanzienlijke kans dat een pandemie met meer dan 100 miljoen dodelijke slachtoffers kan worden veroorzaakt door een niet-gedetecteerde lab-verworven infectie, doordat één enkele geïnfecteerde laboratoriummedewerker de ziekte in zijn omgeving verspreidt,’ aldus de wetenschappers.
Ron Fouchier, de wetenschapper die het gain-of-function-onderzoek verrichtte, bracht hiertegen in dat dergelijke schattingen geen rekening houden met de specifieke kenmerken van zijn uiterst beveiligde laboratorium. Als die in ogenschouw werden genomen, beweerde hij, daalde de kans op een in het laboratorium opgelopen infectie tot minder dan één per miljoen jaar, een getal dat veel onderzoekers, waaronder Klotz, moeilijk serieus konden nemen. Fouchier concludeerde: ‘Aangezien natuurlijke grieppandemieën zich de afgelopen eeuw gemiddeld om de dertig jaar hebben voorgedaan, is de kans dat de volgende pandemie in de natuur zal opduiken een orde van grootte groter dan dat deze uit een laboratorium komt.’
Huiveringwekkende voorafschaduwing
Jarenlang was het laboratorium van Fouchier een van de twee die dit werk deden. Nu zijn er meer. Eén experiment werd in 2015 uitgevoerd aan de Universiteit van North Carolina. In samenwerking met onderzoekers van het Wuhan Institute of Virology voegden bio-ingenieurs een nieuw spike-eiwit toe aan een wild coronavirus dat het in staat stelde menselijke cellen te infecteren – een huiveringwekkende voorafschaduwing van covid-19. De motivatie was dat we hierdoor zouden leren hoe we een nieuw SARS-achtig coronavirus moeten behandelen, maar veel waakhonden, waaronder Richard Ebright, maakten bezwaar. ‘De enige impact van dit werk is het creëren, in een laboratorium, van een nieuw, niet-natuurlijk risico,’ zei hij destijds tegen Nature.
In een artikel in het Bulletin of the Atomic Scientists uit 2014 betuigde biowapenhistoricus Martin Furmanski vurig dat onze veiligheidsmaatregelen niet in verhouding staan tot het risico. ‘Het is nauwelijks geruststellend dat, ondanks stapsgewijze technische verbeteringen in de insluitingsfaciliteiten en toegenomen beleidsvereisten voor rigoureuze bioveiligheidsprocedures bij de omgang met gevaarlijke pathogenen, er bijna dagelijks mogelijk inbreuk wordt gemaakt op de biologische insluiting. In 2010 werden 244 onbedoelde vrijlatingen gerapporteerd van selecte agentia die kandidaat waren voor biowapens. Als we het probleem pragmatisch bekijken, is de vraag niet óf dergelijke ontsnappingen zullen resulteren in een grote civiele uitbraak, maar eerder wat de ziekteverwekker zal zijn en hoe een dergelijke ontsnapping kan worden ingeperkt, of die überhaupt kan worden ingeperkt.’
Dus hoe maken we onze labs veiliger?
Dus hoe maken we onze labs veiliger? In 2014 zette het Witte Huis onder Obama een eerste stap en kondigde aan het gain-of-function-onderzoek te staken totdat duidelijk was wat het ons opleverde.
Maar in 2017, onder Trump, hief het National Institutes of Health (NIH) de onderbreking weer op. Hij ondersteunde in feite de argumentatie van Fouchier, en het werk – inclusief het project dat ze mede financierden in Wuhan – werd voortgezet. ‘GOF-onderzoek is belangrijk om snel evoluerende pathogenen die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid te kunnen identificeren en begrijpen en om strategieën en effectieve tegenmaatregelen te ontwikkelen’, verkondigde NIH-directeur Francis Collins. Sommige wetenschappers maakten hevig bezwaar, zoals Steven Salzberg van Johns Hopkins, die schreef: ‘Ik kan niet toestaan dat dit onomstreden blijft. Dit onderzoek is zo potentieel schadelijk en biedt zo weinig voordelen voor de samenleving, dat ik vrees dat NIH het vertrouwen dat het Congres erin stelt, in gevaar zal brengen.’
Megan Palmer, een biotechnologie- en beveiligingsexpert aan de Stanford-universiteit, vertelde me dat ook zij diep bezorgd is over een deel van het onderzoek dat wordt gedaan in hoogbeveiligde biolabs, maar dat het moeilijk is om de gevaren te evalueren. ‘Het lastige is dat we in de meeste gevallen niet weten hoe riskant of gunstig het onderzoek zal zijn.’ Om hier beter zicht op te krijgen, zegt ze, hebben we ‘veel geavanceerdere systemen nodig, zodat we de risico’s kunnen begrijpen en controleren. We zouden incidenten moeten verzamelen en analyseren, die informatie moeten delen en dan proberen daaruit lessen voor verbetering te trekken.’
Ironisch genoeg zou het implementeren van een dergelijk systeem in 2018 deel uitmaken van de Nationale Biodefensiestrategie van de regering-Trump. Ook werd opgeroepen tot samenwerking met internationale partners om het risico van toekomstige pandemieën of bioterroristische aanslagen te verkleinen. Maar de regering liet het plan vallen. ‘De financiering is niet rondgekomen,’ zegt Palmer. ‘We stellen vast dat deze dingen belangrijk zijn, en doen er vervolgens niks mee.’
Eén groot cruiseschip
De beslissing van de regering om dit onderzoek te staken, maakt de wereld er niet veiliger op, en het voortdurende vinger wijzen naar China evenmin. ‘We kunnen niet voortijdig een schuldige aanwijzen,’ zegt Palmer, die een ontsnapping uit het laboratorium als de minder waarschijnlijke hypothese ziet. ‘We moeten onderzoek doen om te achterhalen hoe dit virus kan zijn ontstaan, en om toekomstige bedreigingen te voorkomen moet onze aandacht verder reiken dan alleen dit specifieke incident.’
Zoals we hebben gezien, blijven ziekteverwekkers niet zitten waar ze zijn. Om een volgende pandemie te voorkomen, zijn een buitengewoon vooruitziende blik en internationale samenwerking vereist – precies het tegenovergestelde van de aanpak van de regering-Trump tot nu toe. Andere opties zijn er niet. We zitten allemaal vast op één groot cruiseschip, en voorlopig komt er niemand vanaf.
Boris Johnsons voormalige rechterhand hekelt zijn aanpak van de coronacrisis
De aanval is ‘vernietigend’, schrijft Financial Times: Dominic Cummings, de vroegere rechterhand van Boris Johnson, deed op woensdag 26 mei een boekje open over het chaotische beheer van de coronaepidemie in het Verenigd Koninkrijk en beschuldigde de premier ervan ‘ongeschikt’ te zijn om het land te leiden.
Tijdens een bijna zeven uur durende hoorzitting voor een parlementaire commissie, vertelde de voormalig adviseur over de ‘chaos, besluiteloosheid en bedrog’ die naar zijn zeggen ‘in het hart van de regering’ heersten toen de coronacrisis uitbrak. Hij zei dat de Britse aanpak van de pandemie duizenden onnodige sterfgevallen heeft veroorzaakt in het land, dat met bijna 128.000 aan covid-19 gerelateerde sterfgevallen het hoogste dodental van Europa heeft.
Johnson was ‘als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd’
‘Op een moment dat de mensen ons het meest nodig hadden, faalde de regering. Tienduizenden mensen stierven terwijl ze niet hoefden te sterven’, verklaarde Cummings.
Dominic Cummings, de strateeg achter de brexitcampagne in 2016 en de verpletterende verkiezingsoverwinning van Boris Johnson in 2019, ‘gaf een vernietigend verslag van het optreden van de regering’, schrijft The Guardian. De minister-president zou de ernst van de ziekte herhaaldelijk hebben gebagatelliseerd en het een ‘scare story’ (‘paniekverhaal’) hebben genoemd.
Groepsimmuniteit
In maart 2020 streefden de ministers eerst een plan A na, ‘waarbij “groepsimmuniteit” een bijproduct was van een strategie om de verspreiding van het virus te beheersen, in plaats van deze in de kiem te smoren’, schrijft Financial Times. Greg Clark, voorzitter van het wetenschappelijk comité, zei toen dat er geen ‘ingewikkelde modellen’ nodig waren om te begrijpen dat Plan A tot 400.000 doden zou kunnen leiden. Plan B, een landelijke lockdown, werd uiteindelijk op 23 maart ingevoerd – ‘te laat’, aldus de zakenkrant.
Cummings beschreef tegenover de parlementsleden een door de media geobsedeerde Boris Johnson die voortdurend van aanpak veranderde. ‘Als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd.’
Hij beweerde zelfs dat ambtenaren Boris Johnson opzettelijk buiten de ‘Cobra’-vergaderingen, het spoedoverleg van de regering, hielden uit vrees dat hij de aanpak van de crisis zou belemmeren.
‘Veel ambtenaren in Downing Street 10 waren van mening dat het niet zou bijdragen aan een serieuze aanpak als de minister-president tijdens Cobra-vergaderingen zou zeggen: “Maakt u zich geen zorgen, ik laat Chris Whitty [medisch hoofdadviseur van de regering] mij live op televisie inenten met het coronavirus, zodat iedereen begrijpt dat er niets is om u zorgen over te maken”.’
De voormalig adviseur, die in november 2020 uit Downing Street werd ‘verdreven’ nadat hij de regels tijdens de tweede lockdown had geschonden door naar County Durham te reizen, zei eerder al dat hij Boris Johnson had horen zeggen dat hij liever zag dat ‘de lichamen zich opstapelden’ dan dat hij de tweede reeks beperkingen zou opleggen – iets wat de premier afgelopen woensdag in het Lagerhuis ontkende.
Cummings beweerde ook dat minister van Volksgezondheid Matt Hancock bij ‘talrijke’ gelegenheden had gelogen.
Gevraagd naar de kwestie tijdens het wekelijkse vragenuurtje in het Parlement, ontkende Boris Johnson de kritiek. ‘We hebben hard gewerkt om het aantal slachtoffers te verminderen’, zei hij. Volgend voorjaar gaat een openbaar onderzoek van start dat, volgens de premier, lessen zal trekken uit de aanpak van de crisis.
De Britten zijn nu meer bezig met de succesvolle vaccinatiecampagne
Hoewel Cummings door velen wordt gezien ‘als verbitterd na de behandeling die hij van zijn voormalige baas heeft gekregen’, vormen zijn opmerkingen een van de eerste openbare verslagen van een sleutelfiguur uit Downing Street 10 over wat daar tijdens het hoogtepunt van de pandemie is gebeurd, schrijft The Guardian.
Kunnen deze onthullingen de regering van Boris Johnson schaden? Cummings blijft een ‘impopulaire figuur’ in het land, aldus Financial Times. En Johnsons adviseurs, geciteerd door de krant, zeggen dat de Britten nu vooral bezig zijn met de succesvolle vaccinatiecampagne.
The Telegraph schrijft ‘bedroefd’ te zijn over Cummings’ ‘aanval’ op de minister-president. ‘Het was een tragisch moment, de definitieve ontmanteling van een historisch partnerschap waarmee het referendum [over brexit] werd gewonnen, we tegen de wil van het establishment uit de EU traden, werden gered van [ex-Labour leider] Jeremy Corbyn en de Britse politiek voor een generatie lang opnieuw werd vormgegeven.
Komt voormalig president Jacob Zuma eindelijk voor de rechter wegens corruptie?
Na een aanloop van twintig jaar wordt op woensdag 26 mei het proces geopend tegen voormalig president Jacob Zuma. Zoals gewoonlijk zal niets gaan zoals gepland.
Het openbaar ministerie herhaalt het al maanden: het is ‘er klaar voor’, schrijft de Zuid-Afrikaanse krant Times, de vervolging te starten van voormalig president Jacob Zuma. Na een tiental uitstelrondes zal het proces tegen de voormalig president, die ook van fraude wordt beschuldigd, op woensdag 26 mei worden geopend. Maar op 79-jarige leeftijd is Jacob Zuma begonnen aan wat lijkt op een ‘laatste wanhoopspoging’, aldus City Press. Na verscheidene vruchteloze beroepen eist de voormalig president dat de aanklager van de zaak wordt gehaald.
‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’
Tijdens de laatste hoorzitting op 17 mei benadrukte de verdediging dat Zuma er ook ‘klaar voor’ was om voor het gerecht te verschijnen en dat zijn beroep niet mocht worden gezien als de zoveelste poging om het proces te vertragen, aldus de Zuid-Afrikaanse website News24. Bij het verlaten van de rechtbank beloofde het voormalige staatshoofd zijn aanhangers echter dat hij de hoorzittingen zou boycotten als zijn verzoek zou worden afgewezen.
‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’, voegde Jacob Zuma eraan toe, die nu al weigert voor een onderzoekscommissie naar corruptie te verschijnen ondanks een bevel van het Constitutionele Hof. In zijn laatste verzoekschrift, waarvan de details werden onthuld door City Press en News24, beschuldigt hij aanklager Billy Downer ervan medeplichtig te zijn aan een politieke samenzwering waarbij ‘buitenlandse inlichtingendiensten’ zouden zijn betrokken.
Wapendeal
Centraal in de zaak staat een groot bewapeningsprogramma dat de jonge Zuid-Afrikaanse democratie eind jaren negentig lanceerde. Onder de tientallen overheidscontracten die deel uitmaakten van het pakket dat bekendstaat als de ‘Arms Deal’, kreeg de Franse wapenfabrikant Thales in 1999 via een plaatselijk bedrijf een contract ter waarde van 1,3 miljard rand (bijna 200 miljoen) voor de uitrusting van korvetten (kleine oorlogsschepen).
Naast Thales is een zakenman betrokken die naar verluidt dicht bij Jacob Zuma staat. Shabir Shaik deed zich voor als de financieel adviseur van de man die weldra de vicepresident van Zuid-Afrika zou worden. De aanklager beschuldigt Zuma ervan direct of indirect meer dan 4 miljoen rand van Shabir Shaik te hebben ontvangen in ruil voor diens politieke steun. Volgens de aanklager was het ook via deze deal dat Thales het contract voor de uitrusting van de korvetten zou hebben gekregen. De Zuid-Afrikaanse dochteronderneming van de Franse wapengigant wordt beschuldigd van corruptie, fraude en witwassen.
Al eind jaren negentig werd Thales ervan beschuldigd een overeenkomst te hebben gesloten om Zuma 500.000 rand per jaar te betalen in ruil voor zijn bescherming tegen mogelijke gerechtelijke procedures en zijn steun voor bedrijfsuitbreidingen in Zuid-Afrika.
Shabir Shaik werd in 2005 veroordeeld voor omkoping van Zuma. In het verzoekschrift dat hij op het punt staat aan de rechtbank voor te leggen, geciteerd door City Press, legt de voormalige president uit dat ondanks de 783 betalingen die de zakenman aan hem heeft gedaan, hij nog steeds gelooft dat Shabir Shaik ‘niets meer [van hem] verwachtte dan de mogelijkheid om vrij zaken te doen’.
Nieuwe antitrustrechtszaak tegen Amazon in de VS
Amazon wordt door de Amerikaanse justitie aangeklaagd wegens misbruik van zijn markmacht. De onlineretailgigant wordt door een aanklager van de stad Washington beschuldigd van het kunstmatig opdrijven van online prijzen. Dit is ‘de eerste antitrustzaak van de overheid tegen Amazon in de Verenigde Staten’, aldus The New York Times, die de aanklacht ziet als een teken van ‘de prille maar groeiende belangstelling voor beschuldigingen dat Amazons agressieve praktijken kleine bedrijven hebben uitgeknepen, innovatie de nek om hebben gedraaid en het bedrijf een monopolie hebben gegeven over de handel in het digitale tijdperk’.
De advocaat van het District of Columbia (het federale district van de stad Washington), Karl Racine, die van mening is dat het commerciële beleid van het concern ‘de consument schade berokkent’, beschuldigde het bedrijf van Jeff Bezos op dinsdag 25 mei van het verhinderen van ‘verkopers op zijn online winkelplatform om elders betere aanbiedingen te doen, wat resulteert in hogere prijzen voor de consument’, meldt The Wall Street Journal.
‘Precies het tegenovergestelde is het geval’, protesteerde een woordvoerster van Amazon. ‘Verkopers bepalen hun eigen prijzen voor de producten die ze in onze winkel aanbieden.’
De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’
De reikwijdte van de rechtszaak zou echter beperkt kunnen zijn, volgens BBC. De aanklacht is alleen gebaseerd op ‘regelgeving in het District of Columbia’, en als Amazon wordt veroordeeld, zou dat alleen in de federale hoofdstad zijn. Voorlopig, bevestigt The New York Times, heeft Karl Racine ‘geen aansluiting gezocht bij andere staten’, in tegenstelling tot de ‘tientallen aanklagers’ die eind 2020 een gezamenlijke klacht indienden tegen Facebook en Google.
Naast Amazon worden ook ‘andere grote technologieconcerns steeds meer bekritiseerd’, schrijft Die Zeit. De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’, des te meer sinds de pandemie hun posities heeft geconsolideerd, zo bevestigt BBC.
De juridische problemen blijven zich opstapelen voor Amazon, dat zijn winst in het eerste kwartaal verdrievoudigde ten opzichte van dezelfde periode in 2020 tot 8,1 miljard dollar. ‘De e-commercegigant wordt [sinds november] al door de Europese Commissie beschuldigd van misbruik van zijn machtspositie’, schrijft BBC. Brussel is van mening dat het bedrijf ‘gegevens over externe verkopers op zijn platform heeft gebruikt om de verkoop van eigen producten te stimuleren’.
Ook in Duitsland houdt de mededingingsautoriteit Amazon in de gaten, aldus Die Zeit. ‘Een week geleden is het Bundeskartellamt een procedure tegen het bedrijf gestart.’ Amazon loopt het risico om als ‘preventieve maatregel’ een verbod te kunnen krijgen op bepaalde concurrentiebeperkende activiteiten.
Tijdens het aankomende EK voetbal heeft Hongarije als enige land aangekondigd het maximaal aantal toeschouwers in de stadions toe te laten. De Hongaarse pers is verdeeld over dit besluit.
JA
We kunnen ons niet zomaar laten beroven van onze passies
Op een herfstavond in 2020 was ik op weg naar huis, chagrijnig door de regen en de 4-1-overwinning van Juventus op Ferencváros in de groepsfase van de Champions League. In plaats van te balen, had ik van deze ervaring moeten genieten toen het nog kon. Een week later, op 11 november, gingen de coronamaatregelen van kracht en vanaf dat moment stond de wereld stil.
De pandemie heeft het vurig enthousiasme dat sport in ons aanwakkert gedoofd
De volgende dag kwalificeerde Hongarije zich in een verlaten stadion tegen IJsland voor het EK, een wedstrijd die in normale tijden uitverkocht zou zijn. De pandemie heeft het vurig enthousiasme dat sport in ons aanwakkert gedoofd. Dankzij mijn werk kon ik een paar wedstrijden bijwonen, maar de gezondheidsbubbels scheiden me van degenen met wie ik na een wedstrijd zou hebben gefeest of gehuild.
Na zes maanden stagnatie schijnt er weer licht aan het einde van de tunnel. Dankzij de vier miljoen gevaccineerden heropent Hongarije de theaters, circussen, sportscholen, ijsbanen, dierentuinen, zwembaden en speeltuinen. Dansvoorstellingen en concerten zijn weer toegankelijk voor toeschouwers [indien in het bezit van een immuniteitsbewijs]. Maar belangrijker nog: de sportevenementen! Mijn kinderen zijn al lang voorbij de speeltuinleeftijd, maar voor sport is nooit iemand te oud. We kunnen ons niet zomaar laten beroven van onze passies, waaraan we ons zelfs in de meest onhoudbare en hopeloze situaties vastklampen.
100 procent bezetting van de Puskás Aréna
In 1945 was het beleg van Boedapest nog maar net voorbij en de kanonnen klonken nog na, toen de teams van de Hongaarse hoofdstad hun rentree maakten op de voetbalvelden. In april 1919 speelden Oostenrijk en Hongarije vlak na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar, voor een publiek van 40.000 uitgehongerde voetbaltoeschouwers, toen er even een rustige periode was in de Spaanse griepepidemie. De ‘derde wereldoorlog’, die van de coronapandemie, is nog niet voorbij. De vijand is nog steeds onder ons. Als een sluipschutter of terrorist valt hij de burgerbevolking aan, op steeds weer onvoorspelbare wijze. We hebben weliswaar een effectief wapen om het te neutraliseren, maar sommigen besluiten de strijd aan te gaan zonder schild.
Daarom rust een grote verantwoordelijkheid bij de organisatoren van de sportevenementen die ons de komende weken te wachten staan. Zij moeten goed nadenken over openbare toegang en een goed systeem opzetten voor het controleren van immuniteitscertificaten en testen. Voor internationale bijeenkomsten geldt dat in het bijzonder. Bilbao en Dublin vielen in ongenade als speelsteden voor het EK doordat ze weigerden publiek toe te laten. München ontsnapte dat lot ternauwernood door de toezegging om 14.500 toeschouwers te ontvangen in de Allianz Arena, die 75.000 zitplaatsen heeft. Maar de Puskás Aréna accepteert de volle 100 procent van haar capaciteit. We kruisen onze vingers, op hoop van zegen.
Boedapest is de enige speelstad van het EK die zijn stadion tijdens de wedstrijden voor 100 procent wil vullen. Net als in Bakoe en St. Petersburg hoeven buitenlandse supporters niet in quarantaine bij aankomst in de Hongaarse hoofdstad als ze een negatieve PCR-test laten zien. Als alle tickets worden verkocht, zou dat betekenen dat 68.000 toeschouwers de tribunes van de Puskás Aréna zullen vullen, waar drie poulewedstrijden zullen worden gehouden en één zestiende finale. En als andere steden alsnog terugkrabbelen, worden dit er mogelijk meer.
Afstand houden tot elkaar is in het stadium onmogelijk. Bij elke wedstrijd lopen daarom 68.000 levens gevaar. Er is geen garantie dat degenen die naar het stadion komen hun buren niet zullen besmetten. De Hongaarse regering geeft enkel toegang aan supporters die zijn gevaccineerd of die al corona hebben gehad. Deze laatste vormen minder risico, want ze zijn in het bezit van een certificaat dat hun immuniteit bevestigt en zes maanden geldig is vanaf de datum van hun positieve test.
Maar gevaccineerden kunnen pas twee weken na de dag van de tweede injectie als immuun worden beschouwd. De eerste groepswedstrijd in Boedapest vindt plaats op 15 juni. In de praktijk mogen dus alleen degenen naar binnen die hun tweede prik uiterlijk 1 juni hebben gekregen. Het probleem is alleen dat veel mensen na de eerste injectie al een immuniteitscertificaat krijgen, en niet de moeite nemen om de tweede dosis te laten zetten, omdat ze het gevoel hebben al beschermd te zijn.
Als zelfs maar een paar van hen tijdens de wedstrijden besmet raken, leidt dat mogelijk tot een grootschalige ramp
Deze mensen zullen voor slechts 50 tot 70 procent beschermd zijn, afhankelijk van het type vaccin dat ze hebben ontvangen. Als zelfs maar een paar van hen tijdens de wedstrijden besmet raken, leidt dat mogelijk tot een grootschalige ramp. Hongaarse immuniteitscertificaten [plastic kaartjes die na de eerste dosis per post worden verzonden] bevatten een QR-code die aangeeft of de betrokkene werkelijk is ingeënt. Ik betwijfel echter of de bewakers bij de ingangen van het stadion die gegevens zorgvuldig zullen controleren.
Tijdens het EK van 2016, georganiseerd door Frankrijk, zorgden identiteitscontroles voor eindeloze rijen. Gezien de ernst van de gezondheidssituatie zou het beter zijn om grote groepen mensenmassa’s zowel buiten als binnen het stadion te vermijden. De Hongaarse regering speelt met mensenlevens door te beweren dat in Boedapest als enige speelstad wél volle stadions mogelijk zijn. Westerse democratieën hebben dit soort zelfrechtvaardiging, kenmerkend voor autoritaire regimes of dictaturen, niet nodig. Het voortbestaan van een natie en de legitimering van haar macht zijn niet afhankelijk van hachelijk avonturen. En dat is absoluut geen toeval.
Taiwan is overgestapt naar het op een na hoogste niveau van het waarschuwingssysteem voor corona, nu er besmettingen zijn gemeld in meer dan de helft van de provincies. De uitbraak blijft weliswaar geconcentreerd in de steden Taipei en New Taipei, die in het weekend al naar niveau 3 gingen, maar er zijn ook gevallen gemeld in acht andere steden of provincies, bericht The Guardian.
De vaccinatiegraad in Taiwan is laag en de regering loopt achter met het aanschaffen van vaccins
Gezondheidsdeskundigen, zoals professor Chunhuei Chi van de Oregon State University, noemen Taiwan ‘een slachtoffer van zijn eigen succes’, waardoor het eiland slecht is voorbereid op nieuwe uitbraken. Nadat het virus begin 2020 leek te zijn geëlimineerd, werd geen prioriteit gegeven aan vaccinaties. De vaccinatiegraad in Taiwan is laag en de regering loopt achter met het aanschaffen van vaccins. ‘Taiwan is een van de weinige landen die nog nooit een tweede, derde of vierde golf hebben meegemaakt’, aldus Chi. ‘Het hervatte in feite het normale leven, en de meeste mensen, inclusief mensen bij de overheid, lopen achter met hun kennis.’
Fox News eist seponering rechtszaak
Fox News Media wil seponering van de rechtszaak die Dominion Voting Systems heeft aangespannen, meldt Business Insider. De zaak zou ‘de vrijheid van meningsuiting van nieuwsorganisaties’ bedreigen. Dominion eist 1,6 miljard dollar van Fox voor verspreiding van valse beweringen dat hun stemmachines waren gemanipuleerd voor de presidentsverkiezingen in 2020, waardoor stemmen voor Donald Trump naar Joe Biden zouden zijn gegaan.
Duitsland pakt steun voor Hezbollah aan
Duitsland heeft drie verenigingen verboden die ervan worden beschuldigd geld in te zamelen voor de door Iran gesteunde militante groepering Hezbollah, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken deze week. De politie deed invallen bij Deutsche Libanesische Familie, Menschen für Menschen en Gib Frieden, die zijn gevestigd op verschillende plekken in zeven Duitse deelstaten. Ze worden ervan beschuldigd donaties in te zamelen voor nabestaanden van ‘martelaren’ van Hezbollah in Libanon onder het voorwendsel religieuze en humanitaire doelen in Duitsland te steunen, schrijftEuractiv. Ook worden ze verdacht van activiteiten om aanvallen op Israël te bevorderen.
‘Degenen die terreur steunen, zullen niet veilig zijn in Duitsland’
‘Degenen die terreur steunen, zullen niet veilig zijn in Duitsland. Het maakt niet uit in welke gedaante ze verschijnen, ze zullen in ons land geen toevluchtsoord vinden’, aldus een woordvoerder van het ministerie.
Duitsland merkte Hezbollah vorig jaar aan als terroristische organisatie en stelde een verbod in. De militaire vleugel van Hezbollah staat op de EU-lijst van terroristische organisaties.
Geen genderquota voor Japanse politici
Pogingen in Japan om genderquota in te stellen en daarmee het aandeel van vrouwen in de politiek te vergroten, zijn op niets uitgelopen. Een partijoverschrijdende groep politici die in een wetsvoorstel een clausule wilde opnemen om numerieke doelen te stellen voor vrouwelijke politieke kandidaten, heeft het opgegeven. Vooral de regerende Liberale Democratische Partij lag dwars met het argument dat het lastig zou zijn om zittende mannelijke politici in het land te vervangen door vrouwelijke kandidaten, aldus Japan Times. Ook Nippon Ishin no Kai (Innovatie Partij Japan) zei er moeite mee te hebben om quota verplicht te stellen.
Nu bevat het afgezwakte wetsvoorstel een clausule ter voorkoming van seksuele intimidatie van parlementariërs, lokale politici en politieke kandidaten. Daarnaast roept het wetsvoorstel de staat en lokale overheden op om maatregelen te treffen die politici zullen helpen om hun werk meer in evenwicht te brengen met bezigheden in hun privéleven, zoals bijvoorbeeld ouderschap of mantelzorg.
Poolse boerderij aangeklaagd wegens dwangarbeid
Het Openbaar Ministerie van Polen heeft een aanklacht ingediend tegen de eigenaren van een pluimveebedrijf. Uit hun boerderij ontsnapte vorig jaar een Russische man die beweert dat hij er 23 jaar lang als slaaf heeft moeten werken. De man vertelde dat hij onder erbarmelijke omstandigheden leefde, verbaal en fysiek werd mishandeld en geen loon voor zijn werk kreeg. Hij slaagde erin om met de hulp van een collega de boerderij te ontvluchten, bericht Notes from Poland.
Volgens de openbaar aanklager van het district Legnica in het zuidwesten van Polen, hebben de eigenaren van de boerderij meer dan 23 jaar lang onwettige bedreigingen gebruikt om de man te exploiteren. Door hem tot dwangarbeid te forceren en niet te betalen, is zijn menselijke waardigheid aangetast.
De aangeklaagden, die alles ontkennen, kunnen minimaal drie jaar gevangenisstraf krijgen als ze schuldig worden bevonden. In een civiele procedure eisen de advocaten van de Rus schadevergoeding voor 23 jaar onbetaald werk.
Berlusconi is ‘ernstig ziek’
Aanklagers in Milaan hebben woensdag gevraagd om de zaak tegen Silvio Berlusconi in het zogenaamde Ruby Ter-proces te scheiden van de andere beklaagden omdat de ex-premier ‘ernstig ziek’ is. De 84-jarige mediamiljardair is de afgelopen maanden veelvuldig in het ziekenhuis geweest nadat hij vorig jaar besmet raakte met corona, schrijft ANSA.
Wij denken dat Berlusconi ernstig ziek is’
Berlusconi wordt ervan beschuldigd getuigen te hebben omgekocht om te liegen over de vermeende ‘bunga bunga’-seksfeesten bij hem thuis. Hij is een van de 29 beklaagden. ‘Wij denken dat Berlusconi ernstig ziek is’, aldus aanklager Tiziana Siciliano. ‘Medische attesten tonen dit aan.’ Berlusconi’s verdedigingsteam steunt het verzoek.
Indonesiër beledigt Palestijnen
Een Indonesische conciërge kan maximaal zes jaar gevangenisstraf krijgen omdat hij een video op TikTok zou hebben geplaatst waarin hij oproept tot het ‘slachten’ van Palestijnse ‘varkens’. Indonesië, ’s werelds grootste moslimnatie, is een fervent voorstander van Palestina en de clip heeft tot woede bij de autoriteiten geleid, schrijft AsiaOne.
De 23-jarige verdachte wordt beschuldigd van het overtreden van een informatie- en transactiewet uit 2008, die onlineactiviteiten reguleert. Deze wet wordt al langer bekritiseerd door rechtenactivisten die zeggen dat de brede interpretatie ervan het mogelijk maakt om tegenstanders van de regering aan te vallen en de vrijheid van meningsuiting te beperken.
Maandag kwam de orkaan Tauktae aan land in de Indiase staat Gujarat, waardoor de pogingen van de autoriteiten om de verwoestende epidemie aan te pakken verder worden belemmerd. Het land probeert zich zo goed mogelijk te organiseren om patiënten te kunnen blijven behandelen, aldus de Indiase pers.
In het westen van India verkeren de inwoners van Gujarat in gespannen afwachting van de komst van de krachtige orkaan, schrijft nieuwssite Daily News and Analysis. Na dagen van zware regenval en harde wind waarbij twintig mensen omkwamen, bereikte Tauktae maandagavond de staat Gujarat waar 62 miljoen mensen wonen. Een vrouw kwam om toen een stroomkabel naar beneden kwam in de stad Patan in het noorden van Gujarat.
De nieuwssite schrijft dat India wordt getroffen door Tauktae op het moment dat het land worstelt met een tweede, intens zware coronagolf die dagelijks meer dan vierduizend mensenlevens eist. Maandag overschreed het totale aantal coronagevallen de drempel van 25 miljoen, nadat 263.533 nieuwe infecties op één dag werden geregistreerd, zo blijkt uit gegevens die dinsdag werden gepubliceerd door het ministerie van Volksgezondheid.
Angst voor een opleving in de komende weken
‘Hoewel het aantal gevallen afneemt’ in Gujarat en Maharashtra, de twee staten die het hevigst door de orkaan worden getroffen, worstelen ze ‘nog steeds met de gevolgen van de catastrofale tweede golf’, schrijft de New Delhi Times. Volgens het dagblad moesten meer dan 150.000 mensen tijdelijk worden ondergebracht in onderkomens in lagergelegen gebieden van Gujarat, ‘waardoor de angst groeit dat de epidemie de komende weken zal verergeren’. In veel kuststeden die gevaar lopen door de orkaan heeft de federale overheid de vaccinatiecampagne stopgezet.
De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken
Volgens de New Delhi Times heeft de storm ook ‘de problemen verergerd waarmee de Indiase ziekenhuizen en gezondheidscentra worden geconfronteerd’. In Mumbai, de hoofdstad van Maharashtra, moesten 580 covid-19-patiënten die in gespecialiseerde centra werden behandeld, uit voorzorg worden overgebracht naar gemeentelijke ziekenhuizen. Het leger is gemobiliseerd om de aanvoer van zuurstof zeker te stellen.
De Indiase autoriteiten vrezen dat de orkaan toegang tot medicijnen en zuurstof zal bemoeilijken, terwijl ze nu al schaars zijn. Aangezien Gujarat een zeer belangrijke leverancier van zuurstof is aan andere staten, aldus The Hindu, is het Indiase leger ingeschakeld om ervoor te zorgen dat de wegen toegankelijk zullen blijven als de orkaan voorbij is.
De Indiase website Mintmeldt dat Western Railway de afgelopen twee dagen meer dan 350 ton zuurstof heeft vervoerd vanuit de door de orkaan getroffen gebieden naar andere delen van het land. Om stroomstoringen te voorkomen in zo’n 400 ziekenhuizen en 41 zuurstofcentrales in de 12 kustdistricten waar Tauktae naar verwachting het hardst zal toeslaan, zijn er ook meer dan duizend generatoren geïnstalleerd.
Vaccinatievoorrang in Duitsland vervalt per 7 juni
Vanaf 7 juni speelt in Duitsland leeftijd, kwetsbaarheid of beroep geen rol meer in het vaccinatiebeleid en kunnen alle volwassenen op afspraak gevaccineerd worden tegen het coronavirus. Dit schrijftSüddeutsche Zeitung. Volgens de krant tekende Minister van Volksgezondheid Jens Spahn daarbij wel aan dat niet iedereen over tweeënhalve week onmiddellijk gevaccineerd kan worden. Artsen en vaccinatiecentra zullen eerst de huidige fase moeten afronden. Die is gericht op van het toedienen van vaccins aan doelgroepen waaraan eerder prioriteit is gegeven.
Spahn noemde het terecht dat er de afgelopen maanden bepaalde criteria zijn gesteld om te bepalen wie voorrang kreeg bij vaccinatie. Hij sprak van een ‘morele verplichting’. ‘Het was geen kwestie van bureaucratie, het heeft mensenlevens gered’, aldus Spahn. Hij merkte ook op dat de snelheid waarmee zal kunnen worden gevaccineerd afhankelijk is van de snelheid waarmee vaccins zullen worden geleverd.
40 procent van de 84 miljoen Duitsers zal eind mei ten minste één dosis hebben gekregen
Dat Spahn de prioritering nu schrapt, is te verklaren door de voortgang van de vaccinatiecampagne: een toenemend aantal van de mensen die extra kwetsbaar waren voor corona, is nu minimaal één keer gevaccineerd. Volgens het ministerie van Volksgezondheid zal naar verwachting ongeveer 40 procent van de 84 miljoen inwoners van het land eind mei ten minste één dosis hebben gekregen. De Duitse regering heeft zich ten doel gesteld om tegen eind september alle volwassenen te hebben gevaccineerd.
Musea achter het fornuis
In samenwerking met beroemde chef-koks grijpen diverse musea werken uit hun collectie aan om ze te combineren met eten en drinken en zodoende een nieuw publiek te trekken, schrijft The Economist. Het Uffizi-museum in Florence lanceerde bijvoorbeeld een serie gastronomische video’s met als motto ‘Uffizi da mangiare – L’arte in cucina’ (‘Uffizi om te eten – Kunst in de keuken’). Italiaanse chef-koks bedenken een recept dat is geïnspireerd op een schilderij uit de collectie van het museum en presenteren zowel het werk als het gerecht. Zo bedacht de beroemde Toscaanse restauranthouder-slager Dario Cecchini bijvoorbeeld een costata alla fiorentina gebaseerd op een voorraadkast met wild, geschilderd door Jacopo Chimenti. Marco Stabile, een chef-kok uit Florence mét een Michelinster, transformeerde Giorgio De Chirico’s Stilleven met paprika’s en druiven in een risotto.
Artistieke hapjes
De keuken en voedsel waren altijd al een onderwerp voor kunstenaars, maar nu worden de rollen dus omgedraaid: schilderijen worden geïnterpreteerd als bron voor een gerecht en het resultaat kan online worden gedeeld als een artistiek hapje. Het is een aanlokkelijk stap voor musea die hun publiek moeten missen vanwege de pandemie.
Vorig jaar lanceerde het Los Angeles County Museum of Art (LACMA) een driemaandelijkse videoserie genaamd Cooking with LACMA, met chef-koks, voedselhistorici en recepten die zijn geïnspireerd op de collecties. In de eerste video maakte Maite Gomez-Rejón van ArtBites, een site die culinaire geschiedenis en kunstgeschiedenis samenbrengt, een mezcal-margarita geïnspireerd op de werk van de Mexicaanse kunstenaar Rufino Tamayo. Deze maand volgt een Japans gerecht, gebaseerd op het werk van schilder Nara Yoshitomo; de video wordt op 25 mei geüpload. Vivian Lin van het museum hoopt dat mensen die de video’s zien ‘recepten en nieuwe perspectieven op de schilderkunst zullen delen’.
Cocktails met een curator
Cocktails zijn bijzonder populair in deze tijden van pandemie, ontdekte Gomez-Rejón. Ze werkte mee aan een videoserie die werken van het Huntington-museum in Californië opnieuw belicht in de vorm van drank en voedsel. Het Museum of Fine Art van Houston toverde een geel zelfportret van de Tsjechische kunstenaar Frantisek Kupka om tot een tropisch drankje. En The Frick Collection in New York, is begonnen met de Cocktail with a Curator-serie, een wekelijkse videopresentatie waarin experts een drankje associëren met het thema of de afkomst van een kunstwerk.
De liefde van de kunstwereld voor koken begon overigens al vóór de pandemie. De vorig jaar uitgebrachte documentaire Ottolenghi and the Cakes of Versailles biedt bijvoorbeeld een herinterpretatie van de achttiende-eeuwse Franse keuken tijdens een luxueus banket in het Metropolitan Museum of Art, New York. De trend zal naar verwachting dan ook doorzetten na alle lockdowns. Musea zijn altijd op zoek naar meer bezoekers en de connectie met eten en drinken kan helpen nieuwe bezoekers aan te trekken en mogelijk tot samenwerking leiden met nieuwe partners. ‘Het kan echt een goed begin zijn voor mensen die zich nog niet zo gemakkelijk thuis voelen in de wereld van de kunst’, aldus Elee Wood van het Huntington.
En vergeet niet, zegt Gomez-Rejón, ‘dat koken zelf een kunst is’. Net zoals beeldende kunst belicht koken de cultuur waar ze uit voortkomt en het naast elkaar plaatsen van deze twee vormen van creativiteit verrijkt ons cultuurbegrip.
Neem bijvoorbeeld de blancmange die banketbakker Debora Massari bereidde voor de Uffizi-serie. Met dit gerecht, dat wortels heeft in de Arabische keuken en aan de Medici werd geserveerd, brengt Massari een eerbetoon aan de huwelijksportretten van Agnolo en Maddalena Doni, geschilderd door Raphael aan het begin van de 16e eeuw. Een ring van blancmange bedekt met pure chocolade stelt Agnolo voor, een ring bedekt met witte chocolade en citroenmarmelade staat voor Maddalena. Massari heeft beide ringen geplaatst op haar patisserieversie van de Doni Tondo die Michelangelo voor de Doni-familie maakte. Het geheel is een prachtige reis door de kunst en de geschiedenis en ziet er ook nog eens bijzonder appetijtelijk uit.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.