Tag: Corona

  • Amazon. Een hemel voor klanten, een hel voor ieder ander

    Amazon. Een hemel voor klanten, een hel voor ieder ander

    Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis. En nu het bedrijf zijn macht uitbreidt, worden de schadelijke bijwerkingen steeds zichtbaarder.

    Hoorzittingen van het Amerikaanse Congres in Washington zijn voor de bazen van de grote Amerikaanse concerns vaak politiek theater en schandpaal tegelijk. Het hele land is er via tv getuige van in welke bochten ze zich wringen, of ze op het verkeerde moment glimlachen of te lang zwijgen. Mark Zuckerberg (Facebook), Sundar Pichai (Google) en Tim Cook (Apple) moesten er al aan geloven. Alleen Jeff Bezos lukte het tot op heden om eronderuit te komen. Niet lang meer, naar het zich laat aanzien: ook de baas van Amazon zal binnenkort de pijnlijke vragen van afgevaardigden moeten beantwoorden.

    Het zal gaan om de macht die zijn concern heeft op de markt, om een oneerlijke manier van zakendoen en mogelijk ook over de omgang met het personeel tijdens de coronacrisis. De aankondiging van de dagvaarding was al uitgesproken koel: ‘Hoewel we verwachten dat u vrijwillig zult verklaren’, schreven de leden van de Commissie voor Mededinging in mei aan Bezos, ‘behouden we ons het recht voor om indien nodig terug te grijpen op dwangmaatregelen.’ Nadat hij zich aanvankelijk had verzet, liet Bezos tenslotte weten bereid te zijn om naar Washington te komen.

    De komende maanden zouden wel eens ongezellig kunnen worden voor de handelsreus uit Seattle, die voor meer dan 300 miljoen klanten wereldwijd synoniem is geworden met online shoppen. In de VS lopen zowel bij de Commissie voor Justitie als ook bij het toezichtorgaan voor de handel (FTC) onderzoeken tegen Amazon op verdenking van concurrentievervalsing. In Europa bereidt de Commissie onder leiding van Margrethe Vestager, Commissaris voor Mededinging, een aanklacht voor tegen Amazon wegens kartelvorming. Bovendien wordt het concern in meerdere landen scherp bekritiseerd omdat het zijn medewerkers onvoldoende zou beschermen tegen het coronavirus. Op verschillende vestigingen kwam het tot protestacties van het personeel.

    Niet zonder ironie

    Het is niet zonder ironie dat Amazon in de crisis tegelijkertijd zo onmisbaar en toch ook aanvechtbaar is geworden. ‘Nooit was Amazon machtiger dan nu,’ zegt de Amerikaanse Amazon-critica Stacy Mitchell, ‘en tegelijk waren de lelijke kanten van die macht nog nooit zo duidelijk.’

    Amazons bezorging aan huis is voor een samenleving in de homeoffice- en distantiemodus vrijwel onvervangbaar geworden, en het concern heeft geweldige inspanningen gedaan om te voldoen aan de gestegen vraag. Maar de schadelijke bijwerkingen van zijn businessmodel komen in de crisis sneller dan ooit aan het licht. De slachtoffers van een systeem waarin de klant alles is, en al het andere niets, worden steeds zichtbaarder.

    Bijvoorbeeld magazijnmedewerkster Allegra Brown in de VS, die op grond van besmettingsgevaar ‘bang was om te gaan werken’, en desondanks sinds het begin van de pandemie geen dag heeft verzuimd, met een weekloon van amper 500 dollar. En kleine ondernemers zoals Alexander Meier in Duitsland die koffie verkoopt via het online platform. Hij zegt: ‘Amazon is zo machtig dat ze met ons handelaren kunnen doen wat ze willen.’ En medewerkers als Christian Müller in Leipzig, die aan het eind van een werkdag onder tijdsdruk 20 kilometer tussen de stellingen heeft afgelegd.

    Amazon heeft zich in de voorbije jaren tegen kritiek op zijn machtige marktpositie verdedigd met een verwijzing naar zijn nog altijd overzichtelijke marktaandeel in de detailhandel. Hoewel Amazon in de e-commerce in de VS marktleider is met ongeveer 40% (in Duitsland is het 48%), ligt zijn aandeel in de detailhandel als geheel slechts op 6% (in Duitsland: 5%). “(Lees hier meer over de situatie in Nederland.)”:https://www.emerce.nl/achtergrond/wat-wil-amazon-in-nederland

    Maar het argument ‘zo groot zijn we helemaal niet’ gaat niet meer op in de pandemie, waarin online shoppen tijdelijk de enige mogelijkheid is geworden en Amazon nieuwe kopersgroepen kon aantrekken. ‘Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis,’ zegt Stacy Mitchell, ‘daar is geen twijfel over mogelijk.’ En veel analisten geloven dat het succes de crisis zal overleven. Wie het Amazon-imperium eenmaal als klant heeft betreden, verlaat het niet meer zo snel.

    Veelgehoorde critica

    Maar het eigen succes zou nu wel eens gevaarlijk kunnen worden voor het bedrijf. Het verzet tegen deze manier van zakendoen wordt openlijker en luider. Dat laat ook het voorbeeld zien van het Congreslid Pramila Jayapal in de VS.

    Het kiesdistrict van Jayapal beslaat een groot deel van Seattle; haar verkiezingszege dankt ze naar eigen zeggen ook aan stemmen uit het hoofdkwartier van Amazon. Met haar kritiek op het bedrijf bewandelde ze lange tijd de weg van discretie, ze zocht het gesprek met managers op in plaats van met de publiciteit. Maar tijdens de pandemie werd Jayapal een veel gehoorde critica van het concern. Ze schreef Bezos, wiens dagvaarding naar Washington ze steunt, eind april een open brief van vier pagina’s.

    ‘Geachte heer Bezos’, zo luidt haar schrijven, ‘ik maak me veel zorgen over het personeel van Amazon: minstens 800.000 arbeidskrachten.’ Ze vermeldde het groeiende aantal besmettingen onder werknemers van Amazon, de covid-dode die binnen het concern viel, en de kritiek op tekortschietende veiligheidsmaatregelen. Jayapal laakte dat Amazon zijn mensen geen gevarentoelage aanbood en slechts twee weken uitbetaalde bij ziekte. Het is een ‘perverse ironie’ volgens Jayapal, dat uitgerekend de slechtst betaalde werkers de minste kans hadden om hun werk vanuit huis te doen, om zichzelf en hun gezin te beschermen.

    Droomvoorwaarden voor consumenten

    In het centrum van Jayapals stad Seattle aan de Amerikaanse westkust ligt Amazons wijd vertakte hoofdkwartier, dat zijn stempel drukt op meerdere straten. In de entreehal is de grondwet van Amazon, bestaande uit de beroemde veertien ‘leiderschapsprincipes’, in grote letters op de muur geschilderd. Ze zijn ook ingelijst in de toiletten opgehangen en op gelamineerde kaartjes gedrukt die passen in de portefeuilles van de leidinggevenden. De kop boven de eerste wet luidt: ‘Customer obsession’ – klantbezetenheid.

    De radicale gerichtheid op klanttevredenheid heeft Amazon in slechts 25 jaar tot een van de hoogst gewaardeerde bedrijven in de geschiedenis van de economie gemaakt, de op een na grootste private werkgever in de VS en Jeff Bezos, de baas, tot de rijkste man ter wereld. ‘Customer obsession’ betekent bijvoorbeeld dat klanten de artikelen meestal gratis thuisbezorgd krijgen, dat de leveringstermijn voor Prime-klanten meestal slechts één dag is en dat de meeste producten kosteloos teruggestuurd kunnen worden. Artikelen met vermeende defecten worden prompt vervangen of vergoed zonder dat handelaren of makers daartegen bezwaar kunnen maken. Droomvoorwaarden voor consumenten. Met Prime bereikt Amazon 82 procent van de huishoudens in de VS, in Duitsland zijn 17 miljoen van de 41 miljoen huishoudens Prime-klant.

    Dat alles heeft Amazon tot een hemel voor klanten gemaakt – en tot een hel voor de vele medewerkers, zakenpartners, derde aanbieders, producenten en koeriers die de artikelen bezorgen.

    In Seattle zag men snel in dat de pandemie een gelegenheid is om de eigen macht te vergroten. Om de groeiende vraag aan te kunnen, trok het concern eerst 100.000 nieuwe arbeidskrachten aan en daarna nog eens 75.000. Jeff Bezos, die zich in de voorbije jaren meer was gaan bezighouden met zijn ruimtevaartbedrijf Blue Origin, bemoeide zich weer meer met de dagelijkse gang van zaken om zijn bedrijf door de storm te loodsen. Het piepte en kraakte in de coronamaanden wel een beetje meer dan gewoonlijk in het raderwerk van de reuzenmachine, en niet elk pakket kwam op de beloofde tijd aan, maar dat deed geen afbreuk aan de vraag.

    Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen

    Met zijn streamingaanbieding Amazon Prime hielp het concern miljoenen aan huis gekluisterden over de hele wereld door de pandemie heen. De omzet in het eerste kwartaal was 26 procent hoger dan die van vorig jaar. Dat Amazon aankondigde dat het zijn bescheiden kwartaalwinst van 4 miljard euro zou investeren in mondkapjes, coronatesten en nieuwe medewerkers, bedroefde de beleggers maar kort. Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen.

    Arbeiders veranderen in machines. In het Nedersaksische Winsen (in Luhe) telt de secondewijzer onverbiddelijk, terwijl een Amazonmedewerkster in een hoge gele stelling naast haar een plekje zoekt voor een aangeleverd product. Ze is ‘stouwster’, bergt dus artikelen in de magazijnstellingen op. Soms heeft ze 18 seconden nodig, soms zijn 7 seconden genoeg. Een groene cirkel licht op boven een van de vier dozen voor haar en geeft aan uit welke ze het volgende product moet halen, waarna ze het scant en in de stelling opbergt.

    Het moet snel gaan, een werkdag in een machinaal tempo. Voor veel mensen hier is het tegelijk een strijd om het bestaan. Hun contracten zijn vaak tijdelijk; Amazon laat er veel aflopen en neemt indien nodig nieuwe collega’s in dienst. Zo ontstaat angst voor baanverlies. ‘De medewerkers moeten voortdurend bezig zijn, mogen niet te veel pauzes inlassen,’ zegt een leidinggevende uit een Amazoncentrum. ‘Extra pauzes kosten geld.’

    Christian Müller werkt bij Amazon in Leipzig als ‘picker’, dat wil zeggen: hij zoekt de bestelde artikelen bij elkaar voor verzending. Die artikelen plaatst hij in door de computer aangewezen dozen; daarbij loopt hij tot wel 20 kilometer per dag heen en weer, zegt Müller. ‘Dan val je ’s avonds thuis vaak aan tafel in slaap.’ Het is een monotoon baantje. ‘Het Amazon-systeem bepaalt alle routes.’ Het ‘systeem’ is de scanner, het gereedschap waarmee Müller werkt. De scanner vertelt hem welk product hij als volgende moet zoeken, en op welke plek. Zodra hij het artikel gevonden heeft en in de transportkrat legt, scant hij het. De scanner levert data op: wanneer en hoe vaak Müller heeft ‘gepickt’. Elk voorval wordt meegenomen, op elke werkdag, bij elke picker.

    Deze data kunnen gebruikt worden voor statistieken, of ook voor een individuele arbeidsevaluatie. Hoeveel artikelen behandelt Müller in vergelijking met zijn collega’s? Presteert hij boven de norm, of eronder?

    Maar worden de data ook daadwerkelijk benut voor prestatiecontroles? Medewerkers die al jaren voor Amazon werken, zeggen: ja. ‘Vroeger kregen we voortdurend feedback met getallen,’ zegt Müller. ‘Dan was het: “Op dinsdag zat je onder de norm”, of “Je zit voortdurend onder het gemiddelde. Hoe komt dat?”’

    Het tempo in de Amazoncentra is in de voorbije jaren constant gestegen. 350 artikelen verwerkt een picker in Winsen gemiddeld per uur. Vorig jaar lag het gemiddelde nog op 320, in het jaar daarvoor op 280 artikelen – Amazon verklaart dat ook uit de optimalisering van processen. Daarvoor moet een picker zes artikelen per minuut uit de rekken halen en weg zetten. Soms zitten ze klem en moeten er eerst andere artikelen uit getrokken en weer teruggelegd worden. Dan vliegt de tijd. Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt. Juist de nieuwkomers bij Amazon werken hard, en drijven daarmee het gemiddelde verder omhoog.

    Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt

    Wie carrière wil maken als leidinggevende doet er ook aan mee. ‘Sommigen bekijken tijdens het middagmaal zelfs de arbeidsscores van hun team op de laptop,’ zegt de manager van een Amazoncentrum. ‘Het komt voor dat een leidinggevende aan een werknemer vraagt waarom hij zo vaak naar de wc gaat. De medewerkers veranderen hier in machines.’ Van een dergelijke werkdruk wil men bij Amazon niets weten: leidinggevenden ‘stimuleren’ en ‘coachen’ de medewerkers. Criteria voor de productiviteit zouden aan de hand van objectieve maatstaven worden bepaald.

    Maar de wedren in de magazijnhallen, die bij Amazon ‘vervullingscentra’ heten, is de noodzakelijke voorwaarde voor een klant die al een dag na de bestelling het artikel ontvangt, compleet met het eeuwig glimlachende Amazonlogo op het pakje.

    Wie werk verschaft aan honderdduizenden medewerkers, kan ze niet makkelijk op twee meter afstand van elkaar houden. In de VS waren er berichten over besmettingen in meer dan vijftig Amazonmagazijnen. In Frankrijk legde Amazon midden april het werk in zijn magazijnen stil toen vakbonden klaagden over de ontbrekende bescherming van medewerkers. Een rechtbank bepaalde dat Amazon nog maar een fractie van zijn gewoonlijk hoeveelheid artikelen mocht verzenden. Begin mei diende in de VS een software-ingenieur met een topfunctie zijn ontslag in, uit protest, zoals hij schreef, omdat Amazon medewerkers had ontslagen die tegen de ontoereikende veiligheidsmaatregelen in de covid-crisis hadden geprotesteerd.

    In Duitsland maakt Amazon het aantal besmettingen niet bekend. Een tijd lang konden de medewerkers bijvoorbeeld in Winsen het aantal op dat moment besmette medewerkers in quarantaine zien op een lijst. Begin april, toen het aantal van 33 besmettingen bereikt werd, was de lijst verwijderd, vertellen medewerkers. Intern wordt gezegd dat men de collega’s informeert over elk covid-geval, maar toch circuleren er verschillende getallen. Het Nedersaksische ministerie van Gezondheid sprak over 53 gevallen tot eind april, in een publicatie van de Landeskreis Harburg van 4 mei staan 77 gevallen genoteerd.

    ‘Work hard, have fun, make history’

    Natuurlijk is er een automatische temperatuurmeting bij de ingang, als de medewerkers langs het opschrift ‘Work hard, have fun, make history’ lopen. De looproutes zijn gemarkeerd, om afstand te houden. En toch komen ze te vaak te dicht bij elkaar, zeggen medewerkers. Bijvoorbeeld als iemand vlug iets bij een werkplek van een collega moet scannen, of een technicus daar iets moet doen.

    Het komt zelden voor dat Amazonwerknemers zich met naam en foto in de pers laten citeren. Verreweg de meesten zijn bang hun baan te verliezen. De Amerikaanse Allegra Brown, 23, magazijnmedewerkster in Avenel, New Jersey, doet het toch. Ze zegt dat ze bang is om naar haar werk te gaan, om besmet te worden. Als ze met Jeff Bezos, haar hoogste baas zou kunnen spreken, wat zou ze dan tegen hem zeggen? ‘Dat wij werkers niet veel verlangen, maar we zouden graag met respect behandeld worden.’ In de afgelopen maanden was dat niet het geval. Haar werk is wel als ‘vitaal’ bestempeld, en ondanks de pandemie is ze nooit weggebleven van het werk, ‘maar in werkelijkheid geven de bazen helemaal niets om ons’, zegt Brown.

    Amazon betaalde tot voor kort elke medewerker twee euro per uur meer als hij werkte. Tegelijk riskeren tijdelijke collega’s hun baan als ze zich vaker ziek melden.‘Veel mensen hebben zich ook verkouden naar het werk gesleept,’ zegt een Duitse medewerker. ‘Dat was precies het doel van Amazon: uitpersen waar het kan,’ briest Orhan Akman, verantwoordelijk vakgroepsleider van de vakbond Ver.di over de twee-euro-regel. De gezondheid van de werknemers zou achteloos ondergeschikt worden gemaakt aan de winst.

    Amazon spreekt dat tegen: medewerkers zouden van begin af aan geïnformeerd zijn dat ze met verkoudheidsverschijnselen niet naar het werk moesten komen en naar huis zouden worden gestuurd. Men zou alles doen om de medewerkers te beschermen. In Winsen zouden er sinds eind april geen nieuwe Covid-19 gevallen meer zijn geweest.

    Vorig jaar leverde Amazon naar schatting rond zeven miljard pakketten af. Iets meer dan de helft van alle goederen komt daarbij van derde aanbieders, dus onafhankelijke handelaren die het platform gebruiken voor hun zaken. Ze maken samen ongeveer 60 procent uit van het totale handelsvolume. Amazon biedt hen een unieke kans om klanten te bereiken – met een groot risico: als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af.

    Alexander Meier, de koffiehandelaar in Duitsland, herinnert zich nog hoe een medewerker van het concern hem eens opbelde. Er zou een probleem zijn. Drie klanten uit Frankrijk hadden geklaagd dat hun artikelen niet in de beloofde vier dagen levertijd waren aangekomen. Meer dan honderd pakketten had Meier naar eigen zeggen naar Franse klanten verstuurd, maar de pakketdienst DHL staakte. Meier moest een zogeheten actieplan opstellen, maar wat kon hij eraan veranderen? Daarop blokkeerde Amazon zijn account voor Frankrijk.

    Meier weet dat hij veel aan Amazon dankt. ‘Zonder Amazon zou ik vandaag niet zijn waar ik ben. Wij handelaren kunnen via dit platform in de kortst mogelijke tijd ongelofelijke omzetten behalen, in de hele wereld verkopen zonder een eigen dure website,’ zegt Meier. ‘Maar wie als handelaar een probleem heeft, wordt door Amazon in de steek gelaten.’ Amazon laat weten dat men zonder de naam van de handelaar te kennen geen uitspraken kan doen over de verwijten. En Meier wil zijn echte naam niet noemen uit angst dat Amazon hem zou straffen en van het platform verwijderen. En hij is niet de enige.

    Als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af

    Handelaren hebben er ook last van dat bij Amazon bijna alles geautomatiseerd verloopt: aanbieders en artikelen, levertijden en retouren, klantvragen en bestellingen – alles wordt door computerprogramma’s in de gaten gehouden. Daarbij gaan steeds weer dingen fout, is de kritiek van ondernemers. In de coronacrisis bijvoorbeeld zou het Amazon-algoritme de verkoop van artikelen hebben stopgezet omdat het prijzen uitfilterde als woekerprijzen, zonder dat die veranderd waren. Op vragen deelde de onderneming mee dat men geen ruimte wilde bieden aan ‘prijsopdrijverij’ en teleurgesteld was over ‘onzuivere pogingen’ om in de gezondheidscrisis ‘de prijzen voor producten van levensbelang kunstmatig te verhogen’. Bij een bepaalde shophouder zou het concern de verkoop van batterijkabels hebben gestopt, omdat Amazons programma ze met batterijzuren in verband bracht dat en als verkoper van gevaarlijke stoffen automatisch van verkoop uitgesloten had. Dat hield wekenlang aan. De handelaar moest naar eigen zeggen 20.000 euro aan omzetverlies incasseren.

    Omgekeerd worden fouten van handelaren door Amazon niet vergeven. Peter Marx verkocht met succes shirts via Amazon, tot hij een keer vergat 150 zendingen als verzonden te markeren. Daarop werd zijn account geblokkeerd. Toen de blokkade weken later werd opgeheven, was hij in de ranking van verkopers ver weg gezakt, nauwelijks meer zichtbaar voor klanten, aldus Marx. Zijn omzet was ingestort, hij moest zeven mensen ontslaan. ‘Ik heb er alles aan gedaan om bij Amazon te kunnen verkopen. Daar zitten de klanten. Maar er heerst een angstcultuur,’ zegt hij.

    Ongeveer een vijfde van de handelaren op Amazons portal zou problemen hebben, ‘en vaak zonder dat het hun schuld is,’ schat de e-commerce deskundige Mark Steier. ‘Dat brengt veel bedrijven in aan de rand van faillissement. Amazon biedt de kans om veel geld te verdienen, maar laat de handelaren bij twijfel creperen.’

    Amazons omgang met de partners bracht verleden jaar het Bundeskartellamt (de Duitse Mededingingsautoriteit) in het geweer. Het verplichtte het concern om voortaan informatie te verstrekken over blokkades van accounts en de redenen daarvoor, om weerwoord mogelijk te maken. ‘Veel zal dat niet helpen,’ meent Steier. ‘De redenen worden niet altijd duidelijk genoemd, en niemand wil het met Amazon aan de stok krijgen.’

    Weinig illustreert de lompe omgang met de handelaren zo duidelijk als Amazons zogenaamde A-tot-Z-garantie. ‘Duivelstuig’ noemt een handelaar dit instrument. Wat het in de praktijk betekent, heeft ook Marx al eens meegemaakt: klanten hadden T-shirts bij hem besteld en beweerd dat de kwaliteit niet goed was. Amazon besliste dat zij hun geld terug kregen, maar het werd afgeboekt van Marx’ handelaarsrekening. Het grootste deel van de shirts kreeg hij nooit terug.

    Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld

    Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld. ‘Dan verlies je vaak je artikelen en tegelijk het geld,’ klaagt Marx. Honderden keren heeft hij dat meegemaakt. Weliswaar oordeelde het Bundesgerichtshof in mei dat de handelaren niet gebonden zijn aan Amazons beslissing en hun recht tegenover de klant kunnen opeisen. Maar dat zou ook betekenen: ruzie krijgen met Amazon. ‘Je moet het slikken, of je raakt uit de gratie bij Amazon,’ zegt Marx.

    Het concern riposteert dat dat niet juist is. Met de A-tot-Z-garantie beschermt het de klanten, verkopers zouden bezwaar kunnen maken. Maar terwijl klanten vierentwintig uur per dag via e-mail, telefoon of chatten gepaaid worden, biedt Amazon de handelaren meestal alleen de kans schriftelijk bezwaar in te dienen – soms komt er dagenlang geen reactie of slechts een standaardbrief die je nauwelijks verder helpt.

    Als de klachten van klanten zich ophopen, zegt Amazon daarover, streeft men ernaar dat de handelaar het probleem zelf erkent en verhelpt. Het concern zou elk jaar miljarden uitgeven ‘om verkooppartners te helpen succesvol te worden op onze websites’. ‘Amazon regeert volgens het principe “slikken of stikken”,’ zegt Gerrit Heinemann, handelsexpert en econoom. ‘Dat is macht, pure macht.’

    De truc van Amazon

    Misschien heeft het concern de handelaren binnenkort ook helemaal niet meer nodig. Want Amazon maakt met typerend radicalisme aanstalten om zelf de belangrijkste aanbieder van merkartikelen te worden. Steeds vaker verkoopt de onderneming merkartikelen rechtstreeks, zodat de tussenhandel wordt uitgeschakeld. Voor Markus Diekmann is dat een natuurlijke, niet tegen te houden ontwikkeling. ‘Op Amazon is geen plaats meer voor handelaren’, meent de bedrijfsleider van de fietsenhandel Rose Bikes. Amazon neemt de klassieke handelsfuncties al over,’ zegt hij, ‘en voor handelaren is dat natuurlijk oneerlijk.’

    De truc van Amazon: het concern benut de handelaars op zijn portal als truffelzwijnen. Zij sporen de trends op, wat klanten kopen of versmaden. Veelbelovende producten biedt Amazon vervolgens zelf aan. Handelaren vertellen bovendien dat het concern de prijzen zo ver laat zakken dat de oorspronkelijke handelaar er niets meer aan verdient en ophoudt met de verkoop. Zo bepaalt Amazon uiteindelijk de prijzen.

    Het concern bestrijdt dit. ‘Ik ben een groot fan van Amazon. Amazon stimuleert innovatie, het heeft de handel beter gemaakt met zijn absoluut centraal stellen van de klant, en is daarmee een voorbeeld voor mij,’ zegt Diekmann, bedrijfsleider van Rose Bike. ‘Maar er zijn wettelijke regels nodig om prijsdumping te verhinderen.’

    Het concern neemt het zelfs op tegen de makers van merken die Amazon afwijzen. Birkenstock, fabrikant van sandalen, en de tassenfirma Ortlieb verkopen hun artikelen liever via andere handelaren. Amazon veranderde het aanbod zodanig dat klanten die op internet naar die firma’s zochten, in plaats daarvan naar het portal van het concern werden geloodst, waar ze soortgelijke of de originele producten vonden. Ortlieb procedeerde tot aan het Bundesgerichtshof om daar een eind aan te maken. Om Birkenstock-sandalen te kunnen aanbieden, had Amazon ze tot grote ergernis van het bedrijf blijkbaar opgekocht van andere handelaars.

    Amazon deelt mee dat handelaren de producten van een fabrikant rechtmatig kunnen verwerven uit verschillende bronnen, en doorverkopen. Zelf wil men het ‘klanten zo simpel mogelijk maken om alles wat ze online zouden willen kopen, te vinden’. Het lijkt erop dat het klantendoel de middelen heiligt.

    The Wall Street Journal berichtte een paar weken geleden bovendien dat medewerkers in het geheim de gegevens van handelaren op het platform zouden gebruiken om de producten als eigen product te presenteren. Amazon verwierp de aantijgingen en kondigde een intern onderzoek aan.

    Ook de EU Commissie zal nu Amazons dubbelrol als online marktplaats voor derden en als handelaar doorlichten. Dat Vestager geen grote sympathie heeft voor het concern, liet ze onlangs al eens weten: ‘U zult het niet geloven, maar je kunt op het internet dingen kopen zonder Amazon in te schakelen,’ zei ze in een interview met Der Spiegel. ‘Ik heb pas zonneschermen besteld. En dat was niet bij Amazon.’

  • Hoe WhatsApp samenzweringstheorieën in de hand werkt

    Hoe WhatsApp samenzweringstheorieën in de hand werkt

    Naarmate sociale media onverdraagzamer worden, neemt de aantrekkingskracht van particuliere online groepen toe. Maar die hebben hun eigen gevaren. En niet alleen voor de deelnemers zelf.

    In het voorjaar, toen het virus zich over de wereld uitspreidde en miljarden mensen werden gedwongen thuis te blijven, steeg de populariteit van één sociale-media-app in het bijzonder. Eind maart was het gebruik van WhatsApp over de hele wereld met 40 procent gegroeid. In Spanje, waar de lockdown bijzonder streng was, steeg dit zelfs met 76 procent. In die eerste maanden was WhatsApp – dat het midden houdt tussen e-mail, Facebook en sms en waar groepen tekstberichten, links en foto’s met elkaar kunnen delen – een uitstekende manier om niet alleen nieuwsberichten en memes maar ook massale angst te verspreiden.

    Aanvankelijk waren veel van de nieuwe toepassingen bemoedigend. Er ontstonden onderlinge hulpgroepen om kwetsbaren te helpen. Families en vrienden gebruikten de app om contact te houden en hun angsten en zorgen in real time met elkaar te delen. Half april werd de rol die WhatsApp in de pandemie speelde al wat duisterder. Een complottheorie over de lancering van 5G, die al lang voordat Covid-19 opdook in omloop was, luidde nu dat de ziekte werd veroorzaakt door masten voor mobiele telefoons. Overal begonnen mensen 5G-masten in brand te steken steken. Alleen al in het paasweekend werden [in het VK] twintig branden gesticht.

    WhatsApp gold, samen met Facebook en YouTube, als een belangrijk kanaal om de complottheorie te verspreiden. Er werd gevreesd dat in diezelfde groepen die in maart massaal waren opgericht, nu de 5G-theorie volop werd gedeeld. Ondertussen werden via de app nepaudioclips verspreid, zoals de opname van iemand die in de zorg zei te werken en beweerde dat er niet langer ambulances zouden worden gestuurd om mensen met ademhalingsproblemen te helpen.

    Het was niet de eerste keer dat WhatsApp in een controverse verwikkeld raakte. Hoewel de ‘nepnieuws’-schandalen rondom de verkiezingen in 2016 in het VK en de VS meer op Facebook waren gericht – dat eigenaar is van WhatsApp – waren de latere verkiezingsoverwinningen voor Jair Bolsonaro in Brazilië en Narendra Modi in India mede te danken aan opruiende WhatsApp-berichten, waarbij gretig gebruik werd gemaakt van het enorme bereik dat de app in deze landen heeft. In India waren er bovendien meldingen van rellen en vielen er minstens dertig doden als gevolg van geruchten die op WhatsApp circuleren. Het Indiase ministerie van Informatie en Media heeft naar manieren gezocht om de WhatsApp-inhoud te reguleren, maar dat leidde enkel tot een nieuwe controverse vanwege de schending van burgerlijke vrijheden door de regering.

    WhatsApp lijkt een ongewoon effectief middel te zijn om wantrouwen te wekken in openbare instellingen en procedures

    Zoals altijd bestaat het risico dat in een complexe politieke crisis te veel schuld wordt gelegd bij het euvel van een technologie. WhatsApp heeft ook enkele stappen ondernomen om het gebruik van de app als doorgeefluik voor verkeerde informatie te beperken. In maart vertelde een woordvoerder van het bedrijf aan The Washington Post dat het ‘met ministeries van Volksgezondheid over de hele wereld had samengewerkt om burgers eenvoudige manieren te bieden voor het vergaren van accurate informatie over het virus’. Maar ook los van de zichtbare ophef lijkt WhatsApp een ongewoon effectief middel te zijn om wantrouwen te wekken in openbare instellingen en procedures.

    Een WhatsApp-groep kan bestaan ​​zonder dat iemand buiten de groep op de hoogte is van zijn bestaan, wie zijn leden zijn of wat er wordt gedeeld, terwijl end-to-end-codering de groep immuun maakt voor toezicht van buitenaf. Terug in de pre-Covid-19-dagen van Groot-Brittannië, toen Brexit en Jeremy Corbyn de twee onderwerpen vormden die [in het VK] de hevigste politieke discussies veroorzaakten, waren speculatie en paranoia in zulke groepen aan de orde van de dag. Mediacommentatoren die Corbyn verdedigden, werden er vaak van beschuldigd deel uit te maken van een WhatsApp-groep van ‘outriders’, gecoördineerd vanuit Corbyns burelen, die hen zogenaamd had opgedragen hoe ze zich op moesten stellen. Ondertussen zou de pro-Brexit European Research Group van de Conservatieve partij steun krijgen van een WhatsApp-groep waarvan het lidmaatschap nooit openbaar was. Dergelijke theorieën, of ze nou waar zijn of niet, zijn weinig bevorderlijk voor het vertrouwen in de democratie.

    WhatsApp-groepen wekken niet alleen argwaan bij het publiek, maar kunnen ook hun eigen deelnemers wantrouwend maken. Zoals blijkt uit gesloten Facebook-groepen, waar verontwaardigde deelnemers elkaar soms zonder al te veel onderbouwing in de privésfeer opruien, waarna ze in het openbaar overkoken. De eigenschap van zulke groepen om verkeerde informatie en beschuldigingen te verspreiden, begint aanweziger te worden dan de eigenschap om die verspreiding tegen te gaan.

    Er ontstaat een nieuw soort ‘gezond verstand’, gebaseerd op een instinctief wantrouwen jegens de wereld buiten de groep

    De politieke dreiging van WhatsApp is de keerzijde van haar psychologische aantrekkingskracht. In tegenstelling tot zoveel andere socialemediaplatforms, is WhatsApp erop gericht de privacy te beschermen. Positief hieraan is de mogelijkheid tot intimiteit met onze dierbaren en het vermogen om vrij te spreken, maar het werkt ook een ethos van geheimhouding en van wantrouwen in de publieke sfeer in de hand. Nu Facebook, Twitter en Instagram steeds theatraler worden – elk gebaar is bedoeld om indruk te maken dan wel af te schrikken – is WhatsApp een toevluchtsoord geworden binnen een verwarrende, onbetrouwbare wereld, waar gebruikers openhartiger kunnen spreken. De groei van het vertrouwen in zulke groepen gaat ten koste van het vertrouwen in openbare instellingen en ambtenaren. Zo ontstaat een nieuw soort ‘gezond verstand’, gebaseerd op een instinctief wantrouwen jegens de wereld buiten de groep.

    De immer groeiende populariteit van WhatsApp, die ten koste gaat van zowel officiële instellingen als de open sociale media, stelt ons voor een diepgravende politieke vraag: hoe behouden openbare instellingen en discussies legitimiteit en vertrouwen als mensen eenmaal georganiseerd zijn in gesloten en onzichtbare gemeenschappen? Het risico is dat er een vicieuze cirkel ontstaat, waarin privégroepen steeds meer informatie en desinformatie verspreiden om ambtenaren en publieke informatie in diskrediet te brengen, waardoor onze vervreemding van de democratie escaleert.

    Het standaardmiddel voor digitale communicatie

    Toen WhatsApp in 2014 voor $19 miljard door Facebook werd gekocht, was dit de prijzigste technologie-acquisitie uit de geschiedenis. Destijds bracht WhatsApp 450 miljoen gebruikers met zich mee. In februari van dit jaar bereikte het aantal 2 miljard gebruikers wereldwijd – en dat was nog vóór de lockdowns – waarmee het verreweg de meest gebruikte messenger-app is en de op een na meest gebruikte app, na Facebook zelf. In veel landen is WhatsApp het standaardmiddel voor digitale communicatie en sociale coördinatie, vooral onder jongeren.

    De functies die maken dat WhatsApp zich leent als kanaal voor samenzweringstheorieën en politieke conflicten, waren geen onderdeel van sms en hebben meer gemeen met e-mail: het aanmaken van groepen en de mogelijkheid om berichten door te sturen. Die laatste mogelijkheid – die recentelijk is beperkt als reactie op Covid-19-gerelateerde desinformatie – vormt een krachtig informatief wapen. Waren groepen aanvankelijk beperkt tot 100 deelnemers, later werden dit er 256. Dat is klein genoeg om je exclusief te voelen, maar als 256 mensen een bericht doorsturen naar nog eens 256 mensen, hebben al 65.536 het ontvangen.

    Groepen ontstaan ​​voor allerlei doeleinden – een feestje, een sportevent, een gedeelde interesse – maar gaan vervolgens een eigen leven leiden. Dat kan voortkomen uit anarchistische speelsheid, aangezien iedere groep zijn eigen grappen en gewoontes heeft. In een artikel van vorig jaar uit New York Magazine, met als kop ‘Groepschats maken het internet weer leuk’, betoogde technologiecriticus Max Read dat groepen ‘een regelrechte vervanging zijn geworden voor de manier waarop we ons het afgelopen decennium sociaal organiseren: het platformgerichte, op commentaar gebaseerde sociale netwerk.’

    Het is begrijpelijk dat gebruikers alleen op hun gemak zijn als ze weten dat er niemand meekijkt – maar dat heeft ook een minder speelse kant. Als groepen worden gezien als een plek om te zeggen wat je echt denkt, waar de beperkingen van het publieke oordeel of ‘politieke correctheid’ geen rol spelen, dan volgt daaruit automatisch dat dit de plek is waar mensen veroordelingen of meer hatelijke uitingen met elkaar delen, die elders onaanvaardbaar zijn, of zelfs illegaal. Santiago Abascal, de leider van de Spaanse extreemrechtse partij Vox, heeft zich geprofileerd als iemand die bereid is te ‘verdedigen wat de Spanjaarden op WhatsApp beweren’.

    Zo verschilt een WhatsApp-groep van een andere groep waarvan de leden allemaal dezelfde dienst gebruiken, zoals een school, een woonblok of een trainingsprogramma. Negatieve solidariteit kan een rol gaan spelen, waarbij gemeenschapsgevoelens worden versterkt doordat leden zich tegen de betreffende dienst gaan keren. Groepen van dit soort beginnen doorgaans met de wens om informatie te bundelen – studenten die bijvoorbeeld contact houden over deadlines – maar kunnen snel uitmonden in een middel om de instelling waar ze samenkomen in diskrediet te brengen. Een eerste uiting van ontevredenheid kan al snel escaleren, net zolang tot de groep een identiteit heeft opgebouwd gebaseerd op wrok en vervreemding, die onmogelijk nog met tegenargumenten kan worden verdreven.

    De leider van de Spaanse extreemrechtse partij Vox heeft zich geprofileerd als iemand die bereid is te ‘verdedigen wat de Spanjaarden op WhatsApp beweren’

    Met de opkomst van nieuwe technologieën hebben officiële organisaties en verenigingen de mogelijkheid mensen op hun favoriete platform tegemoet te komen. In maart introduceerde de regering [van het VK] een op WhatsApp gebaseerde informatiedienst over Covid-19, met een geautomatiseerde chatbot. Maar deze groepen zijn niet altijd de beste manier om cruciale informatie bij mensen te krijgen. Lokale politieke organisatoren en vakbondsvertegenwoordigers merkten dat hun werkdruk ondanks de aanvankelijke efficiëntie van WhatsApp-groepen doorgaans toeneemt vanwege het groeiende aantal subgemeenschappen, die elk afzonderlijk moeten worden gecontacteerd. Scholen proberen wanhopig informatie aan ouders te verstrekken, maar ontdekken dat deze niet wordt geregistreerd, tenzij in de juiste WhatsApp-groep gedeeld. Het tijdperk van het prikbord, of het nu fysiek of digitaal is, waar informatie eenmalig wordt geplaatst voor ieder die het aangaat, is voorbij.

    De ‘broadcast list’-functie van WhatsApp, waarmee berichten kunnen worden verzonden naar meerdere ontvangers die voor elkaar onzichtbaar zijn (zoals de ‘bcc’-regel van e-mail), verlicht het probleem van groepen die een eigen leven gaan leiden enigszins. Maar ook die lijsten kunnen alleen mensen bevatten die al een contact zijn van de lijsteigenaar. Voor dergelijke instellingen is het probleem kortom dat WhatsApp vooral lijkt te worden gebruikt voor informele, privécommunicatie. Universitaire docenten zijn vaak verbijsterd door de ontdekking dat veel studenten geen e-mail lezen. Als e-mail in verval raakt, lijkt WhatsApp geen haalbaar alternatief om geverifieerde informatie zo breed en inclusief mogelijk te delen.

    Groepen zijn geweldig voor korte uitbarstingen van humor of frustratie, maar lenen zich van nature veel minder goed om de verspreiding van openbare informatie te ondersteunen. Om te begrijpen hoe dit komt, moeten we nadenken over de manier waarop individuen worden beïnvloed en meegesleept zodra ze deel gaan uitmaken van een groep.

    Faux pas

    Het internet heeft zijn eigen litanie van sociale pathologieën en bedreigingen met zich meegebracht. Trolling [iemand die berichten plaatst om emotionele reacties te veroorzaken], flaming [het plaatsen van berichten op het internet die aanvallend of beledigend zijn], doxing [het vergaren en publiceren van beledigende informatie over een individu] en pile-ons [mensen die zich massaal en vaak onrechtmatig tegen iets of iemand keren] zijn stuk voor stuk symptomen die horen bij de omgang op een enorme open ontmoetingsplek. ‘Open’ platforms als Twitter herinneren eraan dat sociale interactie gericht op een kleine en selecte gemeenschap al snel belachelijk of beschamend overkomt als ze aan een andere gemeenschap worden blootgesteld.

    Zoals iedere frequente gebruiker van WhatsApp of een gesloten Facebook-groep weet, is de morele angst die met groepen gepaard gaat weer anders. Bestaat de zorg in een open netwerk erin beoordeeld te worden door een externe waarnemer, of dat nu de baas is of een ver familielid, in een gesloten groep is dat om iets te zeggen dat indruist tegen de codes die de identiteit van de groep bepalen. Groepen kunnen snel gedomineerd worden door een bepaalde toon of een wereldbeeld dat beter niet kan worden tegengesproken en vrijwel onverwoestbaar is. Berichten die in de feed blijven hangen, wachtend op een reactie, kunnen gevoelens van faux pas opwekken.

    Dit betekent dat hoewel groepen een hoge mate van solidariteit kunnen genereren, wat in principe een krachtig politiek effect kan hebben, het ook moeilijker wordt om binnen de groep onenigheid te uiten. Als bijvoorbeeld een uitgesproken en populair lid van een WhatsApp-groep verkeerde informatie begint te verspreiden over gezondheidsrisico’s, zullen deze vanwege de algemene drang naar solidariteit waarschijnlijk met dank en instemming worden ontvangen. Als in een groep een stelling of artikel wordt gedeeld, kunnen er nog zoveel leden zijn die het beweerde in twijfel trekken, maar ze zullen het niet gauw over durven brengen. Ondertussen heeft iemand die minder kritisch is, het bericht allang doorgestuurd. Zodoende is WhatsApp een krachtige distributeur van ‘nepnieuws’ en complottheorieën.

    Net als op open sociale platforms wordt solidariteit binnen een WhatsApp-groep vooral opgebouwd door een of ander onrecht op te werpen, of een vijand die een bedreiging vormt. In het oog springende voorbeelden zijn de complottheorieën over politieke tegenstanders, bijvoorbeeld dat ze pedofiel zijn of samenspannen met buitenlandse machten. Dergelijke geruchten, die makkelijk te weerleggen zijn, gingen op verschillende platforms volop rond tijdens de succesvolle verkiezingscampagnes van Modi, Bolsonaro en Donald Trump.

    Het plotseling uitroepen van bedreigingen en onrecht in een groep verloopt vaak volgens een bepaald patroon. Het begint meestal met één deelnemer die speculeert dat de groep wordt gedupeerd of het doelwit is van een instelling of een concurrerende groep – of het nu een openbare dienst, een bedrijf of een culturele gemeenschap is. Een tweede deelnemer stemt ermee in. In deze fase wordt het voor een derde al riskant om de instelling of groep in kwestie te verdedigen, en daarmee zijn een nieuwe vijand en een nieuwe wrok in het leven geroepen. Vrijwel meteen krijgen de waarschuwingen en aanklachten die nu binnen de groep rondgaan een niveau van authenticiteit die niet kan worden weerlegd door de persoon, instelling of gemeenschap in kwestie.

    Veel groepen hebben een instinctief scepticisme ontwikkeld tegenover alles wat uit de “mainstream” komt

    Maar wat als de eerste deelnemer iets verkeerd heeft begrepen of gelezen, of een stressvolle dag heeft gehad en stoom moet afblazen? En wat als de tweede alleen maar instemt om de eerste beter te laten voelen? En wat als de andere leden te afgeleid zijn, dan wel te geremd of te moe om iets te zeggen om diens verontwaardiging tegen te gaan? Natuurlijk hoeft zo’n proces niet te leiden tot samenzweringstheorieën die rellen of brandstichtingen veroorzaken. Maar zelfs in mildere vormen maakt deze gang van zaken het verstrekken van officiële – soms levensreddende – informatie veel moeilijker dan tien jaar geleden. Informatie over openbare diensten en gezondheidsrisico’s moet in steeds grotere mate door een opeenhoping van overlappende groepen heen zien te dringen, waarvan vele bovendien een instinctief scepticisme hebben ontwikkeld tegenover alles wat uit de ‘mainstream’ komt.

    Instellingen lopen er onder andere tegen aan dat er vaak een vreemde emotionele troost zit in het gedeelde gevoel van vervreemding en passiviteit. ‘Daar zijn we nooit van op de hoogte gebracht’, ‘niemand heeft ons iets gevraagd’, ‘we worden genegeerd’. Dit zijn de heersende opvattingen van onze politieke tijdgeest. Nu nieuws en informatie steeds vaker via WhatsApp worden verspreid, dreigt er een vicieuze cirkel te ontstaan: de openbare wereld schijnt ons steeds verder weg, onpersoonlijker en onechter toe, terwijl de privégroep de plek wordt voor sympathie en authenticiteit.

    Dit is een nieuwe wending in de evolutie van het sociale internet. Sinds de jaren negentig belooft het internet connectiviteit, openheid en inclusiviteit, waarna het te maken kreeg met de onvermijdelijke bedreiging van privacy, veiligheid en identiteit. Groepen daarentegen zorgen ervoor dat mensen zich veilig en verankerd voelen, maar dragen ook bij aan de opsplitsing van het maatschappelijk middenveld in afzonderlijke, elkaar onbekende kliekjes. Dit is het resultaat van meer dan twintig jaar ideologische strijd over wat voor soort sociale ruimte het internet zou moeten zijn.

    Web 2.0

    Aan het begin van het millennium vormden de O’Reilly Emerging Technology Conferences (of ETech) een paar jaar lang dé plek waar een nieuwe digitale wereld werd vormgegeven en besproken. Deze conferenties, gelanceerd door mediaondernemer Tim O’Reilly en jaarlijks georganiseerd in Californië, trokken een mix van nerds, goeroes, ontwerpers en ondernemers die meer door nieuwsgierigheid dan vanuit commerciële overwegingen bijeen werden gedreven. In 2005 bedacht O’Reilly de term ‘web 2.0’ om een ​​nieuwe golf van websites te beschrijven die gebruikers met elkaar verbonden, in plaats van met bestaande offline instellingen. Later dat jaar werd de domeinnaam facebook.com gekocht door een 21-jarige student van Harvard en was het tijdperk van de reusachtige socialemediaplatforms aangebroken.

    Binnen deze korte periode bestonden er concurrerende ideeën over hoe een wenselijke online community eruit zou kunnen zien. De meer idealistische techgoeroes die ETech bijwoonden, drongen erop aan dat het internet een open openbare ruimte zou blijven, zij het een waarin bepaalde gemeenschappen konden clusteren voor hun eigen specifieke doeleinden, zoals het creëren van open-source softwareprojecten of het opstellen van Wikipedia-vermeldingen. Het onbenutte potentieel van internet lag volgens hen in de bevordering van de democratie. Maar voor bedrijven als Facebook bood internet de mogelijkheid om massaal gegevens over gebruikers te verzamelen, en bood het de potentie van meer toezicht. De opkomst van de gigantische platforms vanaf 2005 suggereerde dat deze laatste opvatting had gewonnen. Toch zijn we door een vreemde wending nu ineens getuige van een heropleving van anarchistische, zelforganiserende digitale groepen – die eveneens in handen zijn van Facebook. De twee concurrerende visies zijn met elkaar in botsing gekomen.

    Om te zien hoe dat zo is ontstaan, is het interessant om terug te gaan naar 2003. Tijdens de ETech-conferentie dat jaar werd een belangrijke speech gehouden door webfanaat en schrijver Clay Shirky, nu academicus aan de New York University, die zijn publiek verraste door te verklaren dat de taak om succesvolle online communities te ontwerpen vrijwel niets met technologie te maken had. De lezing, waarin Shirky terugkeek op een van de meest vruchtbare periodes in de geschiedenis van de sociale psychologie, had als titel ‘Een groep is haar eigen ergste vijand’.

    Shirky putte uit het werk van de Britse psychoanalyticus en psycholoog Wilfred Bion, die samen met Kurt Lewin een van de pioniers was van de bestudering van ‘groepsdynamiek’ in de jaren veertig. De centrale stelling van deze school was dat groepen psychologische eigenschappen bezitten die onafhankelijk van hun individuele leden bestaan. In groepen merken mensen dat ze zich gedragen op manieren waarop ze zich nooit zouden gedragen als ze in hun eentje handelden.

    Evenals door Stanley Milgrams beruchte reeks experimenten in de vroege jaren zestig om gehoorzaamheid te testen – waarbij sommige deelnemers werden overgehaald om anderen schijnbaar pijnlijke elektrische schokken toe te dienen – groeide de bezorgdheid over de groepsdynamiek halverwege de twintigste eeuw in de schaduw van de politieke verschrikkingen van de jaren dertig en jaren veertig, die ernstige vragen hadden opgeworpen over hoe een individu afstand doet van zijn moreel besef. Lewin en Bion stelden dat groepen hun eigen persoonlijkheden bezitten, die organisch ontstaan ​​door de interactie van hun leden, ongeacht welke regels ze hebben meegekregen of wat ze normaliter rationeel zouden doen.

    Met het aanbreken van de jaren zestig, het tijdperk van meer individualistische politieke verwachtingen, begon de belangstelling van psychologen voor groepen af ​​te nemen. De veronderstelling dat individuen door conformisme worden geregeerd verloor aan kracht. Toen Shirky het werk van Bion op de O’Reilly-conferentie in 2003 opbracht, was dat controversieel. Wat hij terecht opmerkte was dat, bij gebrek aan expliciete structuren of regels, veel online gemeenschappen vochten tegen de ontwrichtende dynamiek die de psychologen van de jaren veertig fascineerde.

    Shirky benadrukte in het bijzonder één gebied van Bions werk: hoe groepen spontaan hun eigenhandig vastgestelde doelen saboteren. Het mooie van vroege online communities, zoals listservs, message boards en wiki’s, was de geest van egalitarisme, humor en informaliteit. Maar deze zelfde eigenschappen werkten hen vaak tegen als het erom ging iets constructiefs gedaan te krijgen, en konden hinderlijk en ergerniswekkend worden. Als binnen de ene groep de andere groep eenmaal werd bespot of als tegenstander beschouwd, was het heel moeilijk daarvan terug te komen.

    Net als een goed ontworpen park of straat, kan een goed ontworpen online ruimte gezonde gezelligheid bevorderen

    Bion maakte zich zorgen over de duistere impulsen van de mensheid. De visie die Shirky die dag aan zijn publiek voorlegde, was optimistischer. Als de ontwerpers van online ruimtes verstorende ‘groepsdynamiek’ zouden kunnen voorkomen, betoogde hij, dan zou het mogelijk worden om samenhangende, productieve online gemeenschappen te creëren die zowel open waren als constructief. Net als een goed ontworpen park of straat, kan een goed ontworpen online ruimte gezonde gezelligheid bevorderen zonder dat er beleid, toezicht of uitsluiting van buitenstaanders aan te pas hoeft te komen. Tussen het ene uiterste van anarchistische chaos (trollen) en het andere uiterste van strikte moderatie en regulering van de gesprekken (bij wijze van autoriteitsfiguur), hield het denken in termen van groepsdynamiek voor hem de belofte in van een sociaal web dat nog grotendeels zelforganiserend was, maar ook relatief overzichtelijk.

    Maar er diende zich nog een andere oplossing aan voor hetzelfde probleem, waarvan de gevolgen de wereld zouden veranderen: de groepsdynamiek werd vervangen door de reputatiedynamiek. Als iemand online bepaalde offline kenmerken heeft, zoals een functie, een album met getagde foto’s, een lijst met vrienden en een e-mailadres, zal diegene zich gedragen op een manier die past bij deze openbare identiteitsgegevens. Voeg steeds meer toezicht toe aan de mix, zowel door collega’s als door bedrijven, en het probleem van spontane groepsdynamiek verdwijnt. Als je openbaar zichtbaar bent is het gemakkelijker om je zelfbeheersing te bewaren en gewetensvol te zijn, zelfs tegenover vrienden, familie en collega’s.

    Voor veel van de Californische pioniers op het gebied van cybercultuur, die online gemeenschappen koesterden als een ontsnapping aan de waarden en beperkingen van de kapitalistische samenleving, betekent de overwinning van Zuckerberg een regelrechte nederlaag. Het was nooit de bedoeling dat bedrijven de controle over deze ruimte zouden krijgen. In 2005 hoopte men nog dat het sociale web zou worden opgebouwd rondom democratische principes en gemeenschappen van onderaf. Facebook heeft dat hele idee opgegeven door van internet simpelweg een multimediale telefoongids te maken.

    De laatste ETech vond plaats in 2009. Minder dan tien jaar later zou Facebook ervan worden beschuldigd de liberale democratie tot het uiterste te hebben gedreven en de waarheid zelf te hebben vernietigd. Maar nu de eisen van sociale media, waarop we allemaal een profiel hebben samengesteld en een identiteit opgebouwd, steeds zwaarder op ons drukken, is de verleiding van de autonome groep weer opgedoken. In sommige opzichten is de optimistische bezorgdheid van Shirky de pessimistische bezorgdheid van vandaag geworden. Mede dankzij WhatsApp is het ongemodereerde, zelfbesturende, amorele collectief – groter dan een gesprek, kleiner dan een publiek – een dominante en ontwrichtende politieke macht geworden in onze samenleving, zoals figuren als Bion en Lewin reeds vreesden.

    Het medium is de boodschap

    Conspiracytheorieën en paranoïde groepsdynamiek kenmerkten het politieke leven al lang voordat WhatsApp bestond. Het heeft geen zin om de app de schuld te geven van het bestaan ervan, net zo min als het logisch is om Facebook de schuld te geven van de Brexit. Maar door te kijken naar de soorten gedrag en sociale structuren die technologieën mogelijk maken en uitvergroten, krijgen we een beter beeld van bepaalde eigenschappen en kwalen van de samenleving. Wat zijn de neigingen die door WhatsApp worden versterkt?

    Allereerst is er het probleem van samenzweringen in het algemeen. WhatsApp is zonder twijfel een ongeëvenaard kanaal voor het circuleren van complottheorieën, maar we moeten ook onder ogen zien dat het een uitstekend hulpmiddel lijkt te zijn voor het faciliteren van echt samenzweringsgedrag. Een van de grote problemen bij het overwegen van een samenzweringstheorie in de wereld van vandaag is dat sommige samenzweringen waar blijken te zijn: denk aan het Libor-schandaal, het afluisteren van telefoons of de inspanningen van Labour-partijfunctionarissen om de electorale vooruitzichten van Jeremy Corbyn te dwarsbomen. Dat gebeurde allemaal echt, maar iemand die erover had gespeculeerd zou totdat het tegendeel werd bewezen als een complottheoreticus zijn weggezet.

    Een communicatiemedium dat groepen van maximaal 256 mensen verbindt, zonder enige publieke zichtbaarheid en wordt gebruikt op de telefoon in je zak, is van nature zeer geschikt om geheimhouding te ondersteunen. Uiteraard telt niet elke groepschat als een ‘samenzwering’. Maar het medium maakt dat de samenleving, wie met wie geassocieerd wordt, een kwestie wordt van speculatie – iets dat een zweem van samenzwering met zich meedraagt. In die zin is WhatsApp niet alleen een kanaal voor het verspreiden van complottheorieën, maar voedt het ze bovendien. Het medium is de boodschap.

    Het volledige politieke potentieel van WhatsApp is in het VK voor zover bekend nog niet benut. Tot op heden heeft het niet gediend als effectief instrument voor politieke campagnes, deels omdat gebruikers terughoudend lijken om zich aan te sluiten bij grote groepen mensen die ze niet kennen. De invloed – al dan niet reëel – van WhatsApp-groepen binnen Westminster en de media draagt ​​ongetwijfeld bij aan het gevoel dat het openbare leven een schijnvertoning is, waarachter onzichtbare netwerken schuilgaan die de macht coördineren. WhatsApp is een soort ‘backstage’ van het openbare leven geworden, waar mensen worden geacht onder woorden te brengen wat ze echt denken en heimelijk geloven. Dit is een kenmerk dat al lange tijd complottheorieën aanwakkert, vooral antisemitische. Onzichtbare WhatsApp-groepen kunnen in die zin dienen als een soort moderne variant op vrijmetselaarslodges of de Rothschilds.

    Binnen de veiligheid van de groep wordt het mogelijk om tegelijkertijd radicaal en orthodox te zijn, zowel sceptisch als volgzaam

    Voorbij de wereld van de partijpolitiek en nieuwsmedia, ligt een samenleving in het verschiet die een aaneenschakeling is van overlappende kliekjes, elk met hun eigen overtuigingen. Groepen zullen eerder geneigd zijn anders denken en het nemen van risico’s te ontmoedigen, en deelnemers aansporen tot conformiteit, zij het vaak aan de hand van normen die vijandig staan ​​tegenover die van de ‘mainstream’, of dat nu de media, de politiek of professionele ambtenaren zijn die gewoon hun werk doen. Binnen de veiligheid van de groep wordt het mogelijk om van beide walletjes te eten, om tegelijkertijd radicaal en orthodox te zijn, zowel sceptisch als volgzaam.

    Ondanks alle voordelen die WhatsApp biedt om mensen te helpen zich dicht bij anderen te voelen, is de snelle opkomst tegelijk een zoveelste teken van hoe een gemeenschappelijke openbare wereld – gebaseerd op geverifieerde feiten en erkende procedures – uit elkaar valt. WhatsApp is goed uitgerust om communicatie in de marge van instellingen en publieke discussie te ondersteunen: afkerigen die coups beramen, ouders die roddelen over leraren, vrienden die scherpe memes delen, journalisten die geruchten verspreiden, familieleden die onofficieel medisch advies doorsturen. Een samenleving die alleen in zulke marges eerlijk spreekt, zal het moeilijker vinden om de legitimiteit van deskundigen, ambtenaren en vertegenwoordigers die per definitie in de schijnwerpers staan, te erkennen. Ondertussen worden wantrouwen, vervreemding en samenzweringstheorieën de norm, waardoor de instellingen die ons bij elkaar zouden kunnen houden, steeds verder afbrokkelen.

  • Hij is 83, zij 84, en ze zijn een enorme Instagram-hit

    Hij is 83, zij 84, en ze zijn een enorme Instagram-hit

    De eigenaren van een wasserette in het centrum van Taiwan zijn Instagram-sterren geworden door foto’s in achtergelaten kleding te posten.

    De meeste kledingstukken die bij Wansho Laundry in het centrum van Taiwan worden afgeleverd komen gestoomd, gewassen of chemisch gereinigd weer in handen van hun rechtmatige eigenaars – schoner dan toen ze werden gebracht.

    Maar soms ook belanden achtergelaten kledingstukken op Instagram.

    De blouses, rokken en broeken sieren daar de lichamen van de tachtigjarige eigenaren van de wasserij, Chang Wan-ji en Hsu Sho-er, die wereldberoemd zijn geworden door het showen van outfits samengesteld uit de honderden vergeten items die verstrooide klanten achterlieten.

    Niemand is verbaasder over de hernieuwde bekendheid van het echtpaar dan hun 31-jarige kleinzoon en onofficiële stylist, Reef Chang. ‘Ik stond perplex,’ vertelt Chang jr. ‘Ik had geen idee dat zoveel buitenlanders belangstelling voor mijn grootouders zouden tonen.’

    Hij was degene die het Instagram-account bedacht. Hun zaken gingen achteruit tijdens de coronapandemie en zijn grootouders waren huiverig om naar buiten te gaan, ook al nam Taiwan zeer effectieve maatregelen om het virus te bestrijden. (Met bijna 24 miljoen mensen heeft Taiwan slechts 458 gevallen gemeld, 55 lokale transmissies en zeven doden.)

    ‘Ze hadden niets te doen’, zegt hij. ‘Ik zag hoe verveeld ze waren en wilde hun leven opfleuren.’

    Ze zijn naturals voor de camera. Mevrouw Hsu, 84, straalt de hooghartigheid uit van een supermodel, maar behoudt een vleugje speelsheid. De heer Chang, 83, vult de branie van zijn vrouw perfect aan met zijn nonchalante houding, gebruikmakend van zijn borstelige wenkbrauwen.

    Schermafbeelding 2020 11 18 om 13.15.29

    ‘Zijn wenkbrauwen zijn echt bijzonder,’ zegt mevrouw Hsu glimlachend tijdens een interview achter in de wasserette, waar ze naast een klein heiligdom zit voor de aardgod Tudigong, dat je in traditionele Taiwanese huizen veel ziet.

    De kleding die ze etaleren is eclectisch, funky en vrolijk. Ze dragen vaak dezelfde sneakers en kleurrijke petten en hoeden. Hij draagt soms een blinkende zonnebril. Op één foto leunt zij koeltjes, de armen gekruist, tegen een gigantische wasmachine, terwijl hij nonchalant grijnzend de open deur vasthoudt. Ze poseren op een plek die ze goed kennen: hun winkel, die een ijverige achtergrond biedt van de was van hun klanten, gestapeld en opgerold tot plastic bundels of hangend aan rekken.

    De jeugdige houding van het paar spreekt een groeiend aantal volgers aan – begin november zijn dat er 659.000 en het aantal blijft toenemen – terwijl ze sinds ze op 27 juni begonnen slechts 46 posts op hun account @wantshowasyoung hebben geplaatst.

    ‘Mijn kleinzoon is erg creatief,’ zegt mevrouw Hsu. ‘Zijn creativiteit heeft ons en vele anderen gelukkig gemaakt.’

    Het account trok fans uit heel Taiwan en de rest van de wereld aan, waarvan velen de foto’s zagen als een remedie tegen alle zorgen van het afgelopen jaar – een wereldwijde pandemie, economische verwoesting, klimaatverandering en geopolitieke spanningen.

    ‘Als ik naar de foto’s van Wan-ji en Sho-er kijk, voel ik me meteen beter’, schreef een Instagram-gebruiker genaamd tibbar1 in reactie op een foto ter ere van de meer dan 100.000 volgers van het account. ‘Hun foto’s hebben echt een charmante uitstraling, dat krijgt niet iedereen zomaar voor elkaar.’

    ‘De eerste keer dat ik haar zag, was ik verrukt. Niet veel later begonnen we over het huwelijk te praten’

    Het stel is nu beroemd op internet, maar hun 61 jaar samen begonnen traditioneler. Hun verhaal loopt synchroon met de ontwikkeling van het moderne Taiwan. Het begon tijdens het repressieve tijdperk, toen het land onder staat van beleg stond, en ontvouwde zich terwijl Taiwan geleidelijk meer naar buiten gericht en zelfverzekerder werd.

    Meneer Chang, destijds 21, ontmoette mevrouw Hsu eind jaren vijftig, toen haar oudere zus en tante hem benaderden in Houli, een semirurale wijk in het noorden van Taichung City waar het echtpaar geboren werd. Het doel was een huwelijkspartner voor Hsu te vinden. Toen ze hem mee naar huis namen om haar te ontmoeten, bleef hij tot haar ontzetting niet lang.

    ‘Ik wilde dat hij bij me kwam zitten, maar dat deed hij niet,’ vertelt ze. Het ging er toen veel conservatiever aan toe. ‘Hij was behoorlijk verlegen,’ voegt ze eraan toe.

    Laundry

    Maar hij liet zich zeker niet afschrikken. ‘De eerste keer dat ik haar zag, was ik verrukt,’ zegt Chang. ‘Niet veel later begonnen we over het huwelijk te praten.’

    Het echtpaar trouwde in 1959 en kreeg twee zonen en twee dochters, en uiteindelijk zes kleinkinderen. Ze werkten samen in het bedrijf dat hij sinds zijn veertiende runde, waar hij de kleren reinigde voor de buurtbewoners, in Houli. Ze bouwden een grote klantenkring op, van wie sommigen nog altijd hun was komen brengen, ook al zijn ze lang geleden naar het centrum van Taichung verhuisd.

    Niet oud

    Nu is Wansho Laundry, dat zijn naam ontleent aan de tweede letters van de namen van de eigenaren, dagelijks geopend van 8.00 uur tot 21.00 uur, hoewel de zaak als het regent soms vroeg sluit, zegt meneer Chang. Hij en zijn vrouw zijn de enige werknemers.

    In de jaren tachtig, toen er een einde kwam aan de 38 jaar staat van beleg van Taiwan, begonnen de twee naar het buitenland te reizen en bezochten ze de Verenigde Staten, Japan, Europa en Australië. Nu helpen die reizen hen om de berichten die vanuit alle hoeken van de wereld binnenkomen op hun Instagram-foto’s te plaatsen, vertelt Chang junior.

    ‘Ik lees ze soms berichten voor en vertel ze waar de afzenders vandaan komen. En dan zeggen ze: ‘”Ah, daar ben ik geweest!”’

    Meneer Chang hoopt dat de ervaring van hem en zijn vrouw andere oudere inwoners van Taiwan en elders ertoe aanzet actief te blijven.

    107309335 148484213504431 4477562269510001716 n

    ‘Het is beter dan tv kijken of dutten,’ zegt hij. ‘Ik mag er dan flink wat jaren op hebben zitten, maar ik voel me niet oud.’

    Volgens zijn kleinzoon was de afgelopen periode heel bijzonder voor zijn grootouders – klanten bleven wat langer hangen en kletsen, wat het paar zichtbaar gelukkig maakte. De vriendelijke berichten vanuit de hele wereld dragen daaraan bij. ‘De laatste tijd zie ik als we samen eten dat ze echt opgetogen zijn,’ zegt Chang.

    Internetfaam is vluchtig, en de eigenaren van Wansho Laundry hoeven er geen geld mee te verdienen. Hoewel meneer Chang zegt blij te zijn als de honderden mensen die hun was vergaten terug zouden komen. ‘Het zou leuk zijn om met ze te praten,’ zegt hij met opgetrokken wenkbrauw. ‘En om betaald te worden.’

    Onlangs gebeurde dat voor het eerst. Een klant die meer dan een jaar geleden kleding had afgegeven bij Wansho Laundry en het stel in het lokale nieuws had gezien, kwam eindelijk terug om zijn pakket op te halen – en om de rekening te betalen.