Tag: coronavirus

  • Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Verkoudheden zijn niet veranderd. Waarom lijken ze dan plotseling zo erg?

    Sinds na ruim twee jaar de coronapandemie voorbij is, lijkt het alsof we vergeten zijn dat er zoiets als verkoudheid bestaat en alsof we er niet meer zo goed tegen bestand zijn. Hoe komt dat? En is verkoudheid wel echt zo onschuldig als het lijkt?

    De afgelopen weken wordt mijn dagelijks bestaan gekenmerkt door de melodie van de late winter: het gedruppel van smeltend ijs, het zachte geritsel van pas ontloken bladeren en natuurlijk het non-stoplawaai van niezen en hoesten.

    Het gesnotter en het geluid van kelen die worden geschraapt weerklinken in de lobby van mijn flatgebouw. Iedere keer als ik over straat loop zie ik waterige ogen en rode neuzen. Zelfs de Slack-app van mijn werk zit vol met ziekte-emoji’s en tussen miserabele collega’s gaan veelzeggende berichten rond over waarom ze zich zo belabberd voelen. ‘Het is geen corona,’ zeggen ze. ‘Ik heb het een miljoen keer getest.’ Ze benadrukken dat iets anders ervoor zorgt dat ze zich voelen als een gevulde, gekookte gans.

    Dat ‘iets anders’ zou wel eens de enigszins vergeten verkoudheid kunnen zijn. Een heleboel verwekkers van aandoeningen aan de luchtwegen – waaronder adenovirus, RSV, metapneumovirus, parainfluenza, coronavirussen en tal van rhinovirussen – zijn vervelend genoeg weer heel gewoon na drie jaar grotendeels uit de schijnwerpers te zijn verdwenen. Mensen hebben er last van. Het goede nieuws is dat er geen bewijs is dat verkoudheden nu echt objectief erger zijn dan voor de pandemie begon. Het minder goede nieuws is dat velen van ons na enkele jaren respijt van een stel virale ongemakken, vergeten zijn dat een verkoudheid ook echt vervelend kan zijn.

    Behoorlijk ellendig

    De meesten van ons vonden verkoudheid ooit – vóór 2020, om precies te zijn – de normaalste zaak van de wereld. Volwassenen lopen elk jaar gemiddeld twee tot drie van de meer dan tweehonderd bekende virusstammen op die de aandoening kunnen veroorzaken. Jonge kinderen kunnen er een half dozijn of meer van oplopen wanneer ze in en uit de kweekvijvers van ziektekiemen komen die kinderdagverblijven en scholen vormen. De ziektes komen vooral voor in de wintermaanden. Veel virussen gedijen goed bij lagere temperaturen en mensen zijn dan binnen bij elkaar om cadeautjes en hun adem uit te wisselen. Maatregelen als maskers en afstand houden dwongen tijdens de pandemie verschillende van deze microben naar een schuilplaats – maar sinds de maatregelen zijn versoepeld, keren ze langzaam terug.

    Voor de meeste mensen is dat niet zo erg. Verkoudheidssymptomen zijn meestal vrij mild en na een paar dagen ongemak verdwijnen ze doorgaans vanzelf. Het virus dringt de neus en de keel binnen, maar kan niet veel schade aanrichten en wordt al snel overwonnen. Sommige mensen merken niet eens dat ze besmet zijn, of verwarren de ziekte met een allergie: snotterig, loopneus en niet veel meer. De meesten van ons weten wel hoe het verloopt. ‘Soms is het gewoon een verstopte neus gedurende een paar dagen en even een beetje moe zijn, maar voor de rest voel je je prima,’ zegt Emily Landon, infectiearts aan de Universiteit van Chicago. We hebben lang de gewoonte gehad deze symptomen af te doen als gewoon een verkoudheid, niet hinderlijk genoeg om werk of school over te slaan of een mondkapje op te doen. (Spoiler: De deskundigen met wie ik sprak zijn er stellig van overtuigd dat we deze dingen allemaal juist wel moeten doen als we verkouden zijn.)

    Het algemene dogma inzake infectieziekten is altijd geweest dat verkoudheden niets voorstellen, althans in vergelijking met griep. Maar ‘minder erg dan griep’ zegt niet zo veel. Griep is een gevaarlijke ziekte die elk jaar honderdduizenden Amerikanen in het ziekenhuis doet belanden en die, net als corona, patiënten soms opzadelt met langdurige symptomen. Hoewel een verkoudheid over het algemeen minder ernstig is, kunnen mensen toch flink lijden onder hoofdpijn, uitputting en brandende keelpijn. Ogen gaan tranen, holtes raken verstopt en mensen worden wakker met het gevoel dat ze gekartelde scheermesjes hebben ingeslikt of hun hoofd is volgepompt met snel uithardend beton.

    Het komt ook vaak voor dat verkoudheidsverschijnselen langer dan een week duren, of zelfs twee – vooral hoesten kan lang aanhouden nadat de loopneus en de hoofdpijn al zijn verdwenen. Een verkoudheid kan in het ergste geval leiden tot ernstige complicaties, vooral bij zeer jonge en zeer oude mensen en mensen met een haperend immuunsysteem. Soms lopen verkouden mensen naast hun virale ziekte ook nog een bacteriële infectie op, een een-tweetje dat een bezoek aan de eerste hulp kan rechtvaardigen. ‘Het feit is dat een verkoudheid behoorlijk ellendig is,’ zegt Landon. ‘En dat is altijd zo geweest.’

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen

    Er is niets veranderd aan de gemiddelde ernst van verkoudheidssymptomen voor zover deskundigen weten. ‘Het is perceptie,’ zegt Jasmine Marcelin, arts infectieziekten aan de Universiteit van Nebraska Medical Center. Nadat het verkoudheidsvirus ons enkele jaren heeft overgeslagen ‘voelt het nu erger dan gewoonlijk’. Eerlijk gezegd was dit al een probleem voordat corona op het toneel verscheen. ‘Elk jaar zijn er patiënten die me bellen met “de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad”,’ zegt Landon. ‘Maar het is eigenlijk hetzelfde virus dat ze vorig jaar hadden.’ Deze neiging tot drama is nu misschien sterker, vooral omdat mensen sinds de pandemie elk snotje en kuchje onder de loep nemen.

    Maar dat neemt de kans niet weg dat sommige verkoudheden dit seizoen een beetje onaangenamer zijn dan normaal. Veel mensen die nu ziek worden, hebben net een aanval achter de rug van corona, griep of RSV – elk daarvan heeft de afgelopen herfst en winter miljoenen Amerikanen (vooral kinderen) besmet. Hun reeds beschadigde weefsels zijn misschien niet zo goed bestand tegen een nieuwe aanval van een virus dat verkoudheid veroorzaakt.

    Het is ook mogelijk dat immuniteit, of een gebrek daaraan, een kleine rol speelt. Veel mensen worden nu voor het eerst in meer dan drie jaar verkouden. Dat betekent dat de kwetsbaarheid van de bevolking groter is dan normaal in deze tijd van het jaar, waardoor virussen zich sneller verspreiden en sommige infecties mogelijk erger zijn dan anders. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat een hogere vatbaarheid massaal leidt tot ernstiger symptomen, zegt Roby Bhattacharyya, arts infectieziekten en microbioloog in het Massachusetts General Hospital. Niet alle verkoudheidsvirussen zorgen voor een goede immuniteit. Maar van veel van de virussen die dat wel doen, wordt aangenomen dat ze het lichaam aanzetten tot een relatief duurzame verdediging van een paar jaar of langer tegen echt ernstige infecties.

    De kwestie immuniteit is grotendeels betwistbaar voor veel virussen die momenteel de ronde doen, zegt Landon. Er zijn zoveel verschillende ziekteverwekkers die verkoudheid veroorzaken, dat recente blootstelling aan een ervan waarschijnlijk niet veel uithaalt tegen de volgende. Iemand kan een half dozijn verkoudheden oplopen in een periode van vijf jaar zonder twee keer hetzelfde type virus te zijn tegengekomen.

    Valse tweedeling

    Maar het is wel mogelijk dat ‘de ergste verkoudheid die ze ooit hebben gehad’ in feite een veel gevaarlijker virus is, zoals SARS-CoV-2 of een griepvirus. Snelle thuistests voor het coronavirus geven vaak foute negatieve resultaten in de eerste dagen van de infectie, zelfs nadat symptomen al waarneembaar zijn. En hoewel we een griep soms aan de hand van symptomen kunnen onderscheiden van een verkoudheid, lijken de twee vaak behoorlijk veel op elkaar. De ziekte kan alleen definitief worden vastgesteld met een test, waar moeilijk aan te komen is.

    De pandemie heeft van onze perceptie van ziekte een valse tweedeling gemaakt: ‘Oh nee, het is corona’, of ‘Gelukkig, toch niet’. Corona is ongetwijfeld nog altijd ernstiger dan een gewone verkoudheid, met een grotere kans op ernstige ziekte of chronische, slopende symptomen die maanden of jaren kunnen aanhouden. Maar de ernst van de ziekte overlapt meer dan onze tweedeling doet vermoeden. Bovendien, zegt Marcelin, wat voor de ene persoon echt ‘gewoon’ een verkoudheid is, kan voor iemand anders een vreselijke strijd zijn die wekenlang duurt, of nog erger. Daarom is het, ongeacht waardoor je gezicht precies in een snotfabriek is veranderd, nog altijd belangrijk om je ziektekiemen voor jezelf te houden. De huidige uitbraak van verkoudheid is misschien niet ernstiger dan normaal. Maar hij hoeft ook niet groter dan noodzakelijk te worden.

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Het World Economic Forum in het Zwitserse Davos staat ter discussie als symbool van ongelijkheid en internationaal kapitalisme en is de kop van Jut in tal van complottheorieën. Veel wereldleiders gaven dit jaar dan ook geen acte de présence. Heeft het nog wel een functie als internationaal discussieforum van de machtigen der aarde?

    Nee, stelt Jim Geraghty van het conservatieve Amerikaanse tijdschrift National Review. De deelnemers van het World Economic Forum (WEF) in Davos zijn te veel bezig anderen hun wereldbeeld op te dringen, zonder kritisch naar zichzelf te kijken.

    Het WEF is wel degelijk in staat om de grote uitdagingen van deze tijd te agenderen, aldus Gideon Rachman in Financial Times. ‘[Davos] zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.’

    Lees hieronder hun betogen:

    Elites in Davos negeren reële bedreigingen

    De deelnemers aan het World Economic Forum in het Zwitserse Davos waarschuwen dat de wereld te maken heeft met ‘een “polycrisis”, die gedomineerd wordt door de levensonderhoudskostencrisis, de klimaatcrisis en politieke instabiliteit, en die de felbevochten winsten op het gebied van ontwikkeling en groei dreigt terug te draaien’. Tjonge, zo’n grimmige betiteling wekt de indruk dat ‘s werelds machtigste en invloedrijkste mensen het echt slecht doen, vind je ook niet? Ik hoop dat de vergadering in Davos die machtige, invloedrijke, rijke elites kan opsporen die falen in hun leiderschap.

    Op hol geslagen inflatie, de inval van Rusland in Oekraïne, een wereldwijde recessie, een wereldwijd voedseltekort en klimaatverandering – hmmm, je zou die reeks gelijktijdige in elkaar grijpende wereldwijde crises zelfs ‘vijf naderende stormen’ kunnen noemen.

    Het plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen

    Ik vermoed dat onder veel conservatieven de reflexmatige reactie op de conferentie in Davos minachting is, en je kunt er niet omheen dat de elites van onze wereld hun portie minachting wel hebben verdiend. Het is niet alleen afgunst op hun rijkdom en macht, want in de wereld zullen er altijd mensen zijn die rijker en invloedrijker zijn dan anderen. Nee, het is meer dat zoveel Davos-deelnemers aankomen met een ambitieus plan om de wereld te redden, en dat plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen om in hun visie te passen.

    Van wie proberen de Davos-deelnemers de wereld te redden? Wie het ook is, China in ieder geval niet. De Chinese vicepremier Liu He sprak de aanwezigen vanochtend toe en deelde hun mee dat zijn land goed aan het herstellen is van covid-19 – sceptische grom invoegen – en gebruikte elf keer de zinsneden ‘versterking van de internationale samenwerking’ en ‘handhaving van de wereldvrede’. Hé, de organisatoren van Davos zien in een kleinigheidje als de voortgaande genocide op de Oeigoeren geen reden om de vertegenwoordiging van de Chinese regering de toegang te ontzeggen.

    Ishaan Tharoor van The Washington Post herinnert zich hoe ‘in 2013 de organisatoren van het WEF de bijdrage bejubelden van de Russische premier Dmitri Medvedev, die geroemd werd als een nationale leider die begreep wat “wereldwijde verantwoordelijkheden” zijn’. Ongeveer een jaar later rolden Russische strijdkrachten de Krim binnen en pakten deze van Oekraïne af. Als de globalisering leiders aanmoedigt om elk staatshoofd als een potentiële handelspartner te zien, zal dat hun instinct om bedreigingen te onderkennen waarschijnlijk afstompen.

    Nee, in plaats van de alarmklok te luiden over China en Rusland die de rest van de wereld in gevaar brengen, lijken de deelnemers aan Davos in veel gevallen veel meer in te zitten over jou, jouw sportwagen, jouw huis, jouw dieet (vooral het vlees dat je eet), jouw politieke opvattingen en jouw twijfel of globalisering wel zo’n win-win is als Davos beweert.

    Hun voorstellen eindigen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven

    De leiders in Davos bieden vaak een variant van de belofte ‘we gaan uw leven beter maken’, en toch eindigen hun voorstellen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven. De website van het World Economic Forum Agenda bevatte in 2016 een berucht geworden opiniestuk van Ida Auken, lid van het Deense parlement, met als kop: ‘Welkom in 2030: ik bezit niets, heb geen privacy en het leven is nog nooit zo goed geweest’.

    Veel mensen op sociale media hebben beweerd dat de toekomstvisie van Auken een formeel doel is van het World Economic Forum, terwijl veel factcheckers die beweringen hebben tegengesproken en beweren dat het om desinformatie gaat. De waarheid ligt er ergens tussenin: Davos heeft het nooit formeel onderschreven, maar Aukens visie werd ook niet begroet met algemene afwijzing of spot. Het WEF verwijderde uiteindelijk haar artikel, maar het is de moeite van het herbekijken waard nu we de post-pandemische wereld van deelauto’s, gedeelde kantoorruimte, pop-uprestaurants en -winkels, enz. binnengaan.

    Hier is mijn bijdrage aan de discussie: Slechts weinigen van ons zien het bezit van een eigen huis, een eigen auto en eigen kleren als een groot probleem dat moet worden opgelost, als het soort crisis waarvoor Deense wetgevers en elites uit het mondiale bedrijfsleven bijeen moeten komen om een plan te bedenken om ons te redden. En hallo, is het jullie opgevallen dat iedereen die naar Davos gaat veel spullen bezit? Ik zie geen deelnemers aan Davos die hun huizen, luxe auto’s of privéjets opgeven of hun ondergoed uitwisselen.

    De aanwezigen in Davos behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde

    Waar komen de grootste problemen in de wereld dan vandaan? Misschien denkt u er anders over, maar ik zou deze nomineren voor de top tien: het brein van Vladimir Poetin; de territoriale ambities van het Chinese leger; het Wuhan Instituut voor Virologie – of waar covid-19 dan ook vandaan komt; de laboratoria en kantoren van de technologische knutselaars die blijven proberen om apps als TikTok nog verslavender te maken voor kwetsbare en beïnvloedbare jongeren; de scholen in binnen- en buitenland die er niet in slagen om jonge mensen het onderwijs te geven dat ze nodig hebben zich te redden in de wereld; de bemoeials die bedrijven in het nauw drijven in een poging ze dienstbaar te maken aan een ideologische agenda; drugskartels en drugssmokkelaars; mensenhandelaars; en islamitische terroristen, die nog steeds kerken bombarderen, agenten neersteken en massavernietigingswapens in handen proberen te krijgen, ook al halen ze niet meer de krantenkoppen die ze vroeger haalden.

    En als je nummer elf, namelijk de klimaatverandering, nog wilt horen, dan kunnen we China Energy Investment erbij halen, de drijvende kracht achter China’s toenemende gebruik van steenkool. (Oh, wacht even, China Energy Investment is een medesponsor van het World Economic Forum.) Wil je problemen oplossen, Davoisie? Focus je dan op bovengenoemde.

    O, en een ander detail in Davos dat we niet over het hoofd mogen zien: president Joe Biden staat op het punt een handelsoorlog te ontketenen met onze Europese partners, van wie velen lid zijn van de NAVO die hij beloofde te versterken.

    De BBC merkt op:

    ‘De nieuwe wetgeving van Joe Biden om de groene economie van Amerika aan te zwengelen omvat 367 miljard dollar aan subsidies (oftewel 336 miljard euro) voor de aankoop van elektrische auto’s, maar alleen als deze voor het grootste deel in Noord-Amerika worden geproduceerd. De Inflation Reduction Act heeft ook gevolgen voor een groot deel van de andere productiesectoren en haalt sommige Europese bedrijven over om fabrieken naar de VS te verplaatsen. Zelfs kunstmestbedrijven schudden hun hoofd en vragen zich af waarom Europese leiders niet soortgelijke wetten invoeren. De VS suggereert dat hun nieuwe wetgeving gericht is op concurrentie met China. Maar Europese leiders zijn woedend en staan op het punt om te reageren, mogelijk met forse subsidies uit eigen zak waarin vermoedelijk ook ‘Koop Europees’-clausules zijn opgenomen.’

    De noodzaak om de CO2-uitstoot te verminderen is jaar in, jaar uit een van de belangrijkste thema’s en boodschappen van de Davos-conferentie, terwijl de aanwezigen behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde. Vorig jaar gebruikten de aanwezigen ongeveer duizend privéjets, en ‘onderzoekers ontdekten dat alle privéjetvluchten van en naar luchthavens die Davos bedienden tijdens het World Economic Forum 2022 in totaal 9700 ton CO2 uitstootten, wat overeenkomt met de uitstoot van ongeveer 350.000 doorsnee auto’s in een week’.

    Jim Geraghty – National Review


    Het WEF is bang voor het einde van een lange periode van welvaart

    Bijna een eeuw geleden verscheen De Toverberg, de klassieke roman van Thomas Mann die zich afspeelt in Davos, tegen de achtergrond van een dodelijke ziekte en een aanstaande wereldoorlog.

    Ook dit jaar komen de afgevaardigden van het World Economic Forum weer in Davos bijeen, en lijkt de wereld van Mann akelig veel weg te hebben van de wereld waarin wij leven. Het WEF is bang dat het einde van een lange periode van vrede, welvaart en wereldwijde economische integratie in zicht is – net als in 1914.

    Dit jaar is de slogan van Davos ‘Samenwerking in een versplinterde wereld’. Die versplintering begon met de coronacrisis, met zijn lockdowns, gesloten grenzen en ontwrichte productieketens. De bijeenkomst van het WEF in 2023 – die voor het eerst sinds het begin van de pandemie weer op de vaste winterlocatie plaatsvindt – zou om die reden beschouwd kunnen worden als het startschot voor een terugkeer naar het oude normaal. Het feit dat China plotseling afstand heeft genomen van zijn zerocovidbeleid, roept angst op dat er mogelijk weer een nieuwe golf varianten aan zit te komen.

    En ook al zou een nieuwe pandemie voorkomen worden, covid-19 heeft zijn stempel gedrukt op de manier waarop overheden en bedrijven tegen globalisering aankijken. De veronderstelling dat goederen en handelswaar altijd gemakkelijk over de hele wereld vervoerd kunnen worden, is de grond in geboord.

    Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden

    Wat de productieketen betreft, zijn bedrijven van ‘just in time’-strategieën overgestapt op ‘just in case’-strategieën. Er kunnen nog meer wereldwijde gezondheidscrises in het verschiet liggen. Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden. Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor, wat leidt tot nieuwe vragen over voedselveiligheid en reisgedrag. Cyberaanvallen door staten of criminelen bedreigen de infrastructuur waar de moderne economie op draait.

    Bedrijven moeten hun werkwijze aanpassen, vaak op aandringen van de regering. Het is niet verstandig om te vertrouwen op complexe productieketens die kwetsbaar zijn voor ziekte, oorlog en andere noodgevallen. Bedrijven zoals Apple – dat hoog opgaf van producten die ‘in Californië ontworpen en in China in elkaar gezet’ werden – moeten meer variatie in hun productie aanbrengen. Zo produceert Apple steeds meer in India en Vietnam. 

    De bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen

    De inspanningen van bepaalde westerse bedrijven om minder afhankelijk van China te worden, werden gestimuleerd door de pandemie, maar zijn sindsdien in een stroomversnelling terechtgekomen doordat de bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen.

    De Russische invasie in Oekraïne afgelopen jaar heeft aangetoond dat het ondenkbare kan gebeuren. Op nog geen 1600 km afstand van de luxe hotels van Davos wordt de grootste Europese oorlog sinds 1945 uitgevochten. 

    Aangezien het conflict in Oekraïne nog voortwoedt, blijft het risico op escalatie hoog. Een kernoorlog is het meest huiveringwekkende scenario waartoe het conflict zou kunnen leiden – een scenario waar het Witte Huis al rekening mee houdt sinds dat de gevechten in februari uitbraken. Zelfs al wordt het gebruik van kernwapens voorkomen, dan nog blijft het gevaar bestaan dat het conflict zich uitbreidt, aangezien de NAVO geavanceerde wapens aan Oekraïne levert en Iran Rusland van militaire drones voorziet.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging

    Het conflict laat zien hoe oorlog de economische banden kan doorsnijden die de globalisering bij elkaar hielden. De EU is de import van Russische energie drastisch aan het verminderen, en op die manier wakkert ze inflatie in Europa aan en dreigt ze ervoor te zorgen dat bepaalde sectoren niet meer kunnen meeconcurreren. Rusland en Oekraïne zijn ook belangrijke graanleveranciers voor wereldmarkten. Door de oorlog tussen de twee landen zijn de voedselprijzen gestegen en dreigen miljoenen mensen in een hongersnood terecht te komen.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging. Veel mensen hebben hun blik gericht op Taiwan, dat 90 procent van ’s werelds meest geavanceerde halfgeleiders produceert. Als China Taiwan zou binnenvallen, zou dat het einde kunnen betekenen van TSMC, de belangrijkste producent van halfgeleiders, met verwoestende gevolgen voor de wereldeconomie.

    Zelfs geopolitieke spanningen die niet leiden tot oorlog hebben de internationale handel verstoord. De steeds wantrouwigere houding van de VS tegenover China heeft de regering-Biden ertoe gebracht de uitvoer van gevoelige technologie sterk te beperken. Dit treft niet alleen Amerikaanse bedrijven, maar ook buitenlandse technologiereuzen, zoals het Zuid-Koreaanse Samsung, die Amerikaanse technologie gebruiken.

    Politieke leiders, en zeker die in het Westen, moeten zich ook zorgen maken over de binnenlandse druk van populisten. Velen van hen hebben van het WEF een symbool gemaakt van ongelijkheid en internationaal kapitalisme.

    Het idee dat Davos een besmet gebied is, heeft terrein gewonnen

    De laatste jaren heeft Davos zich de woede van antivaxers, klimaatsceptici, religieuze fanatici en onverzettelijke nationalisten op de hals gehaald. Het forum komt in een heel aantal complottheorieën ter sprake. In de uithoeken van het internet wordt het WEF ervan beschuldigd dat het de pandemie aangrijpt om de controle over de wereldeconomie in handen te krijgen. 

    Afgezien van zulke theorieën, heeft het idee dat Davos een besmet gebied is terrein gewonnen. Het is onwaarschijnlijk dat president Joe Biden, die zichzelf steevast presenteert als iemand die zich inzet voor de gewone werkende Amerikaan, op eigen risico in Davos ten tonele zal verschijnen – in tegenstelling tot Donald Trump, die het geen enkel probleem vond om zich onder de aldaar aanwezige CEO’s te scharen. 

    Zelfs centristische en conservatieve leiders uit Europa wegen zorgvuldig af of ze zullen komen of niet.

    De Franse president Emmanuel Macron, een voorstander van globalisering die in het verleden in Davos toespraken heeft gehouden, moet nog zien of hij in eigen land een hervorming van het pensioenstelsel erdoor krijgt, dus hij zou kunnen besluiten dat het hem deze keer niet uitkomt om het WEF bij te wonen. Normaliter zou men van Rishi Sunak, als de nieuwe Britse premier en iemand met een financiële achtergrond, verwachten dat hij van de gelegenheid gebruik zal maken om de harten van de machtigste CEO’s ter wereld te veroveren. Maar in het Verenigd Koninkrijk wordt een reeks stakingen verwacht, dus ook hij zal waarschijnlijk besluiten dat het verstandig is om Davos dit jaar aan zich voorbij te laten gaan.

    De wereldleiders die wel komen, doen er goed aan om de kabelbaan naar het Schatzalp Hotel te nemen die voor Mann dienstdeed als model voor het sanatorium in De Toverberg. Het uitzicht vanuit je hotelkamer is nergens zo mooi als in Davos – het zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.

    Gideon Rachman – Financial Times

  • ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    ‘Tragische strijd’: In de frontlinie van China’s coronacrisis

    Er is een tekort aan medisch personeel en onder hen zijn velen ziek aan het werk – ondertussen bezwijkt de nationale gezondheidszorg onder de druk van een toenemende crisis.

    Onderuitgezakt in een rolstoel of liggend op een brancard verdringen de zieke patiënten zich op de spoedeisende hulp van een ziekenhuis in het noorden van China. Samengeperst in de smalle ruimten tussen liftdeuren. Rondom een in onbruik geraakt detectiepoortje. Tegen de muren van een gang die galmt van het gehoest. Kortom, ze bevinden zich in alle hoeken en gaten.

    De Chinese ziekenhuizen waren in betere tijden ook al overvol, vanwege gebrekkige financiering en een tekort aan personeel. Maar nu corona zich voor het eerst vrij rondwaart in China, wordt het medische systeem tot het uiterste op de proef gesteld.

    De taferelen van wanhoop en ellende in het Tianjin Medical University General Hospital, vastgelegd op een van de video’s die The New York Times in handen kreeg, weerspiegelen de groeiende crisis. Terwijl de besmetting toeneemt, vechten gezondheidswerkers in de frontlinie ook tegen de welig tierende infecties binnen de eigen gelederen. In sommige ziekenhuizen zijn zoveel medewerkers positief getest op het virus, dat de overgeblevenen het werk van vijf collega’s of meer moeten doen.

    Om ervoor te zorgen dat er voldoende personeel aanwezig is, eisen sommige instellingen niet meer dat artsen en verpleegkundigen zich testen voordat ze aan het werk gaan. Een arts in de centraal gelegen stad Wuhan zegt dat het personeel in haar ziekenhuis zo is uitgedund dat een neurochirurg van haar afdeling onlangs twee operaties op één dag moest uitvoeren, vechtend tegen besmettingssymptomen.

    ‘Het ziekenhuis functioneert op het randje,’ zegt Judy Pu, de arts wier afdeling normaal tien tot vijftien verpleegsters telt en nu nog maar een. ‘Ongeveer 80 tot 90 procent van de mensen om mij heen is besmet.’

    Tragische strijd

    China ervoer als eerste de paniek over corona toen het virus in 2019 opdook in Wuhan. Vervolgens heeft het land het virus de afgelopen drie jaar grotendeels onderdrukt door een kostbare mengeling van grootschalige tests, strikte lockdowns en potdichte grenzen. De regering had die tijd kunnen gebruiken om de gezondheidszorg te versterken door bijvoorbeeld een voorraad medicijnen aan te leggen en meer eenheden voor kritieke zorg op te zetten. Zij had een grootscheepse vaccinatiecampagne kunnen organiseren, gericht op de miljoenen kwetsbare oudere volwassenen die aarzelden om een prik of booster te halen. Maar China deed er weinig aan en is opnieuw in een crisismodus beland, net zoals in de begindagen van Wuhan.

    De werkelijke omvang van China’s gezondheidscrisis is moeilijk in te schatten, niet in de laatste plaats omdat de regering het grootschalige testen heeft afgeschaft na de abrupte opheffing van het strenge zerocovidbeleid van het land. De ontoereikende vaccinaties en het gebrek aan groepsimmuniteit deden de vrees ontstaan dat het dodental kan oplopen tot het niveau dat eerder tijdens de pandemie werd waargenomen in de Verenigde Staten, West-Europa en, meer recentelijk, in Hongkong.

    Gegevens die de lokale autoriteiten de afgelopen dagen hebben vrijgegeven, lijken te bevestigen dat het virus om zich heen grijpt: in verschillende steden en provincies worden dagelijks honderdduizenden besmettingen gemeld. Er zijn ook veel vragen over het aantal covidgerelateerde sterfgevallen in China, omdat de autoriteiten alleen nog de sterfgevallen tellen die het gevolg zijn van ademhalingsproblemen die rechtstreeks verband houden met een covidinfectie. 

    Officieel zijn er sinds de versoepelde pandemieregels op 7 december zeven mensen aan het virus overleden, een aantal dat in tegenspraak is met het toenemend anekdotisch bewijs uit het hele land – van de hoeveelheid lijkwagens voor een crematorium in Beijing tot de overmaat aan gele lijkzakken bij sommige uitvaartcentra.

    Een ziekenhuis in Shanghai heeft voorspeld dat de helft van de 25 miljoen inwoners van die stad uiteindelijk besmet zal raken en waarschuwt het personeel voor een ‘tragische strijd’ in de komende weken, zo blijkt uit een inmiddels verwijderde verklaring die het ziekenhuis vorige week op het sociale-mediaplatform WeChat plaatste.

    Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten

    ‘Heel Shangai zal in deze tragische strijd meegetrokken worden, en al het personeel van het ziekenhuis zal worden besmet! Onze families worden besmet! Onze patiënten raken allemaal besmet!’ aldus de verklaring. ‘Er is geen keus, we kunnen niet ontsnappen.’

    In sommige ziekenhuizen is de bezetting zo uitgedund dat gepensioneerde artsen wordt verzocht weer aan het werk te gaan. Naar verluidt worden artsen en verpleegkundigen uit de oostelijke provincies Shandong en Jiangsu gehaald om de medische voorzieningen in Beijing te versterken.

    Medisch studenten die als arts-assistent en stagiair in ziekenhuizen werken, protesteerden tegen de verslechterende werkomstandigheden. Ze eisen dat studenten in de wintervakantie naar huis mogen als zij dat willen, en vragen om gelijke beloning en betere bescherming tegen het virus voor hen die ervoor kiezen om te blijven werken. Deze studenten behoren tot de laagstbetaalde gezondheidswerkers, ondanks het feit dat zij geacht worden langere dagen te maken.

    De protesten vielen samen met de dood op 14 december van een 23-jarige student geneeskunde die had gewerkt in het West China Hospital van de Sichuan-universiteit in de zuidwestelijke stad Chengdu. Volgens het ziekenhuis kreeg de student een hartaanval, maar zijn klasgenoten betwisten dat en zeggen dat hij bezweek omdat hij overwerkt was terwijl hij besmet was met corona.

    Het personeelstekort wordt naar verwachting erger naarmate de winter vordert en miljoenen arbeidsmigranten naar huis reizen in aanloop naar de nieuwjaarsvakantie in januari. De gezondheidswerkers worden nu al achter de schermen geconfronteerd met chaos door veranderend beleid en fysieke en mentale uitputting. Er heerst breed gedragen frustratie over het feit dat de regering hen geen tijd bood om zich voor te bereiden op de toestroom van patiënten.

    ‘We zijn van tevoren helemaal niet ingelicht. Ik hoorde via het nieuws dat de regels waren versoepeld,’ aldus Pu.

    Volgens medisch personeel hadden de tekorten aan medicijnen – waardoor sommige instellingen nu genoodzaakt zijn geneesmiddelen te rantsoeneren – vermeden kunnen worden. Ook had er meer tijd genomen moeten worden om een effectiever triagesysteem op te zetten waarmee overbezetting had kunnen worden voorkomen. 

    Koortskliniek

    Een van de fundamentele problemen van het Chinese gezondheidssysteem is de afhankelijkheid voor zelfs de meest elementaire zorg van ziekenhuizen. Grote, stedelijke instellingen zoals het Tianjin Medical University General Hospital vertegenwoordigen slechts 0,3 procent van alle zorgverleners in China, maar zij behandelden vorig jaar bijna een kwart van alle bezoeken aan poliklinieken in het land, zo blijkt uit gegevens van de Nationale Gezondheidscommissie.

    ‘In de VS hebben mensen hun eigen huisarts, maar in China zijn er in het medische systeem weinig mogelijkheden om aan zorg te komen, behalve als je de Eerste Hulp in een groot ziekenhuis bezoekt,’ aldus Qiao Renli, longarts en arts voor kritieke zorg aan de Universiteit van Zuid-Californië, die zowel in China als in de Verenigde Staten doceerde en praktiseerde.

    Om het ziekenhuispersoneel te ontlasten, heeft de regering het aantal ‘koortsklinieken’ in het hele land uitgebreid. Dat kunnen aparte vleugels binnen ziekenhuizen zijn of zelfstandige klinieken waar patiënten met koorts worden behandeld, ongeacht of ze corona hebben. In de zuidelijke stad Shenzhen werden koortsklinieken opgezet in cabines die voorheen werden gebruikt om op corona te testen. Volgens de regering zijn in Beijing lege stadions en quarantainecentra tot soortgelijke faciliteiten omgebouwd, waardoor het aantal koortsklinieken de afgelopen weken tot boven de duizend is gestegen.

    De bouw van zoveel extra koortsklinieken laat de snelheid zien waarmee de regering probeert zich aan te passen aan het snel verspreidende virus – soms te snel, volgens sommige gezondheidswerkers.

    Adela Xu, verpleegster in een kankercentrum in Shanghai, vertelt dat personeel en bezoekers vóór de versoepelingen een negatieve test moesten laten zien om haar ziekenhuis binnen te mogen. Sinds ongeveer een week begon het ziekenhuis, op last van de regering, met de bouw van een koortskliniek om eventuele covidpatiënten te screenen. Maar tegen de tijd dat die kliniek geopend werd, was de faciliteit al verouderd omdat de stad het testen niet meer verplicht stelde voor toegang tot de spoedeisende hulp. Tegelijkertijd raakten steeds meer mensen besmet.

    ‘Vorige week werden ongeveer twintig van de zevenhonderd patiënten van de spoedeisende hulp positief getest, zegt Xu. ‘Nu zijn dat er ongeveer honderd van de zevenhonderd.’

    De stortvloed aan covidpatiënten is niet de enige uitdaging waarmee ziekenhuizen worden geconfronteerd. Een van de gevolgen van de uitbraak is een wijdverbreid tekort aan bloed doordat het aantal donoren slinkt.

    In de zuidwestelijke stad Kunming laat een bloedbank in een verklaring weten dat de stad momenteel slechts een fractie ontvangt van de vijfhonderd donoren die per dag nodig zijn om aan de vraag te kunnen voldoen – het tekort begint zwangere vrouwen en patiënten op de intensive care te treffen.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’

    In reactie op de tekorten heeft de Nationale Gezondheidscommissie deze maand haar regels voor bloeddonatie uit 2021 herzien. Daardoor mogen mensen die hersteld zijn van corona alweer na zeven dagen in plaats van na zes maanden bloed geven. Deze nieuwe richtlijn heft ook de beperkingen op die waren opgelegd aan potentiële donoren die in nauw contact stonden met covidpatiënten.

    Sommige ziekenhuizen in de provincie Hebei bij Beijing kampen naar verluidt met een nijpend tekort aan ventilatoren, zuurstoftanks en bedden op de intensive care. Op een door The Associated Press opgenomen video is te horen hoe een medisch medewerker van een ziekenhuis in Zhuozhou, een stad in het noorden van Hebei, een groep mensen aanspoort om een patiënt over te brengen naar een ander ziekenhuis dat beter is uitgerust, met de mededeling dat er geen zuurstof meer is.

    ‘Als we hem niet eens zuurstof kunnen geven, hoe kunnen we hem dan redden?’ zegt de medewerker. ‘Als u geen vertraging wilt, keer dan om en breng hem dan snel naar elders!’

  • Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    Meerdere landen eisen coronatest voor reizigers uit China

    » Tientallen doden door noodweer op Filipijnen

    » Geweld tussen etnische groepen in Zuid-Soedan laait op

    In China is sprake van een enorme golf van coronabesmettingen

    Meerdere landen zijn weer begonnen met het invoeren van verplichte coronatests voor reizigers die vanuit China komen. Onder meer de Verenigde Staten, India, Japan en Italië hebben de coronamaatregelen ingevoerd, schrijft The Washington Post. In China sprake van een overweldigende golf coronabesmettingen nadat een zeer streng anticoronabeleid werd losgelaten.

    Naast een algemene verspreiding van het coronavirus vrezen veel landen voor nieuwe varianten van het coronavirus die mogelijk in omloop zijn. Italië, de VS en Japan gaan specifiek kijken naar deze nieuwe varianten. Japan heeft daarnaast quarantaineverplichtingen afgekondigd voor mensen die met een coronabesmetting uit China komen.

    Na een maandenlang zeer restrictief coronabeleid, liet de Chinese regering afgelopen maand meerdere maatregelen in een keer varen na zeldzaam protest van burgers. De aantallen coronabesmettingen en coronagerelateerde doden liepen vervolgens rap op. Experts waarschuwden al dat als de regering niet ingrijpt er een miljoen Chinese coronadoden kunnen vallen.

    Lees ook:

  • Opheffing coronamaatregelen China kan tot ramp leiden

    Opheffing coronamaatregelen China kan tot ramp leiden

    » Duitse vrouw van 97 veroordeeld voor rol in WOII

    » Taliban sluit universiteiten voor vrouwen

    Volgens rekenmodellen kunnen een miljoen Chinezen overlijden

    In China is de manier waarop doden worden geteld en geregistreerd aangepast. Nadat het zeer strenge anti-coronabeleid van de regering deels werd losgelaten, is het aantal besmettingen en doden explosief opgelopen. Daardoor registreert de Chinese regering alleen nog mensen die overleden aan ademhalingsziekten en zijn er volgens deze officiële cijfers slechts zeven doden gevallen tot nu toe deze week.

    Het wetenschappelijke tijdschrift Nature meldt, op basis van rekenmodellen, dat het opheffen van de coronamaatregelen in China desastreuze gevolgen kan hebben. Volgens de berekeningen kunnen er de komende maanden tot een miljoen mensen sterven aan het coronavirus in China. Experts raden een vierde vaccinatie aan, in combinatie met het gebruik van gezichtsmaskers en sociale beperkingen.

    China kende lange tijd een van de strengste anticoronawetgevingen ter wereld. Na toenemende kritiek van burgers, die zelfs de straat opgingen om te protesteren, werd besloten veel beperkingen op te heffen. Lockdowns werden beëindigd, reisverboden werden opgeheven, en mensen met lichte symptomen mochten weer aan het werk. Ook is testen niet langer verplicht.

    Lees ook:

  • China voert meer lockdowns in na stijging besmettingen

    China voert meer lockdowns in na stijging besmettingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN Mensenrechtenraad stuurt missie naar Iran

    » Rusland gaat lhbti-gemeenschap harder vervolgen

    In China groeit de frustratie over de ‘zerocovidstrategie’

    Het aantal coronabesmettingen stijgt weer in China, waardoor de autoriteiten in verschillende steden weer zeer strenge maatregelen aan de inwoners opleggen. Zo worden op steeds meer plekken weer lockdowns afgekondigd en moeten mensen zich haast dagelijks laten testen, meldt South China Morning Post. In de afgelopen 24 uur werden er ruim 31.000 besmettingen gemeld, een dagrecord sinds het begin van de pandemie in 2019.

    In tegenstelling tot veel andere landen wordt in China een zerocovidstrategie gehanteerd, wat betekent dat er alles aan wordt gedaan door de Communistische Partij om ervoor te zorgen dat het coronavirus volledig wordt uitgeroeid. Van industriestad Guangzhou tot delen van Beijing, grote delen van het land moeten zich weer aan zeer strenge coronavirusbeperkingen houden. De aanhoudende maatregelen van de overheid zorgen in toenemende mate voor frustratie bij de bevolking.

    In de miljoenenstad Zhengzhou kwam het de afgelopen dagen tot confrontaties. Fabriekswerkers van een Apple-fabriek kwamen in botsing met de autoriteiten vanwege een loonconflict, op een moment dat de volledige stad in lockdown moest. Het toont aan dat zelfs in China, waar inwoners over het algemeen respect hebben voor autoriteiten, jaren na de coronavirusuitbraak in Wuhan in toenemende mate klaar zijn met de strengheid van het Chinese bewind.

    Lees ook:

  • Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.

    Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.

    De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.

    ‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’

    ‘Normaal’

    Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.

    De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.

    In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’

    Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.

    Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten

    Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.

    Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’

    Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.

    Coronamaatregelen

    Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.

    Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen

    Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.

    Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.

    Universeel basisinkomen

    ‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.

    Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.

    Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.

    Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.

    Meer effect

    Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.

    Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.

    Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag

    Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.

    De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.

    Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.

    Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.

    Steuntje in de rug

    Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

    De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.

    In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.

    Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?

  • Lachen werkt helend in crisistijd

    Lachen werkt helend in crisistijd

    Is lachen echt het beste medicijn? Het lijkt er wel op, gezien de aanhoudende populariteit van coronavirus-memes op sociale media. De Indiase journalist Charukesi Ramadurai zocht uit waarom mensen zo’n behoefte hebben aan humor in tijden van nood.

    Hoe langer de pandemie duurt, hoe creatiever, oneerbiediger, geestiger en soms ook aanstootgevender de coronamemes worden. Met alles wordt de spot gedreven, zoals het hamsteren van toiletpapier en de angst dat de buren een loopje nemen met hun quarantaine.

    Maar welke functie hebben grappen in een wereldwijde pandemie, waarvan een economische crisis en een eenzame dood op de intensive care de wrange kenmerken zijn?

    Lachen om flauwe grappen in tijden waarin slecht nieuws overheerst lijkt misschien wreed, maar is heel begrijpelijk. Zwarte humor is altijd een mechanisme geweest om somber stemmende situaties het hoofd te bieden.

    Van traumachirurgen tot soldaten: galgenhumor helpt hen om de druk van de ketel te halen. ‘Kilroy was here’, een populaire Amerikaanse graffitispreuk die in de Tweede Wereldoorlog opdook, is te beschouwen als ’s werelds eerste virale meme.

    Ontsnappingsroute

    Zelfs tijdens de Holocaust, toen Joodse gevangenen in concentratiekampen blootstonden aan onvoorstelbare gruwelen, bood humor een ontsnappingsroute, zoals blijkt uit de documentaire The Last Laugh. ‘Het was of we de nazi’s hun macht ontnamen door ze belachelijk te maken,’ zegt een overlevende in de film. Wetenschappelijk is aangetoond dat lachen positieve signalen naar de hersenen stuurt, waarbij endorfine vrijkomt die chemisch reageert met opioïde receptoren in de hersenen, waardoor fysieke pijn en stress worden verlicht.

    img 144413 harikrishnan 212007
    Meme over thuisblijven tijdens de lockdown (door meme-artiest Hari Krishnan). – © Hari Krishnan

    Er valt een parallel te trekken met de pandemie die de wereld nu in gijzeling houdt, waarbij mensen voornamelijk nog via smartphones en sociale media communiceren. Velen nemen het zekere voor het onzekere en blijven zo veel mogelijk thuis. ‘In die situatie is er meestal weinig meer te doen dan rondhangen op internet,’ zegt Matt Schimkowitz, senior redacteur bij de website Know Your Meme.

    Voor mensen die in angst, onzekerheid en isolement verkeren, zijn coronamemes een manier geworden om contact te houden met de buitenwereld en opluchting te ervaren dat anderen in hetzelfde schuitje zitten. Ik kan hierover meepraten, aangezien ik dit jaar van India naar Maleisië ben verhuisd, en daar nog maar een paar weken woonde toen de lockdown inging. Uiteraard had ik nog niet zo veel vrienden gemaakt in mijn nieuwe leefomgeving.

    Balsem voor de ziel

    Opgesloten in mijn nieuwe huis in Kuala Lumpur zocht ik mijn toevlucht tot humor om de angst en verveling de baas te blijven. Toen ontdekte ik dat sommige coronamemes die viraal gingen (sorry voor de woordspeling) balsem voor mijn ziel waren. Ze maakten me aan het lachen en zorgden voor afleiding.

    ‘Op dit moment hebben mensen het gevoel dat alles wat ze doen nutteloos is; ze vechten tegen een gevoel van zinloosheid. Humor werkt goed als uiting van woede en frustratie; het is als een naald die een strak opgeblazen ballon doet knappen en verlichting biedt,’ zegt mijn vriend en reclamemaker Hari Krishnan, maker van diverse populaire memes die inspelen op de lockdown in India. Ik merkte dat ik online ging zoeken naar memes die verband hielden met de pandemie, en dat ik troost vond in het feit dat anderen dezelfde angsten doormaakten als ik.

    ‘Humor is een volwassen manier om je tegen hulpeloosheid te verweren. Je zegt ermee dat je je niet laat kisten’

    Ashok Seshadri, psychiater bij de Mayo Clinic in de VS, bevestigt dit. ‘Gevoelens van hulpeloosheid als gevolg van de pandemie zijn authentiek, en er is geen ontsnapping mogelijk. Dus moeten we een manier vinden om die te verdragen, te doorstaan. Humor is een volwassen manier om je ertegen te verweren. Je zegt ermee dat je je niet klein laat krijgen.’

    Het is niet verwonderlijk dat er elke dag een trits nieuwe memes bij komt. De Reddit-thread CoronavirusMemes, die eind januari het licht zag, heeft nu ongeveer honderdduizend leden. Het doel van de geestelijke vaders: ‘Lachen om corona nu het nog kan, en vreugde verspreiden in tijden van nood.’ Op Twitter zijn tientallen accounts te vinden met namen als TheCoronaMemes en MemesCorona, en het sociale netwerk is zo vriendelijk geweest de beste te bundelen.

    https s3 ap northeast 1.amazonaws.com psh ex ftnikkei 3937bb4 images 6 5 2 1 29841256 1 eng GB 1015TL3
    Meme over thuiswerken (door meme-artiest Hari Krishnan). – © Hari Krishnan

    Na een eerste golf die vooral gericht was op voorlichting en veiligheidsadviezen, kozen coronamemes al snel de verveling van de lockdown en de chaos van het thuiswerken tot onderwerp. Daarna volgden claustrofobie, tirannieke bazen, eindeloze Zoom-vergaderingen en brullende kinderen – allemaal geknipt voor ijzersterke memes

    Richard Dawkins

    Wetenschapper Richard Dawkins gebruikte het woord ‘meme’ voor het eerst; dat deed hij in zijn boek The Selfish Gene uit 1976. Hij bedoelde ermee: elk verschijnsel dat culturele evolutie stimuleert – een dansvorm, een modeaccessoire, een slogan of een komisch personage. Tegenwoordig zijn memes levensvormen die zich na hun geboorte op internet snel verspreiden en muteren, en uiteindelijk een natuurlijke dood sterven.

    Een succesvolle meme moet actueel zijn en de sociaal-culturele tijdgeest weerspiegelen. Hij moet ook weerklank vinden binnen een gemeenschap en raken aan het collectieve bewustzijn van een groep. Daarom werken memes het best als er een herkenbaar personage in zit en er een zekere zelfkennis aan te pas komt. Wanneer het tot een verbijsterde Kento – een pop in de vorm van een aap uit de populaire Japanse tv-show Okiku Naru Ko – doordringt dat zijn routineuze leventje nu quarantaine heet, staat hij in die zin symbool voor ons allen. ‘Een meme is geslaagd als zijn boodschap onmiddellijk de aandacht weet te vangen van iemand die Instagram of Twitter afscrollt,’ merkt Schimkowitz op.

    Wanneer woorden tekortschieten, wanneer emoji’s en gifjes niet afdoende zijn om de ontzetting, frustratie of angst van deze tijden over te brengen, zijn er altijd nog memes om op terug te vallen. Misschien vat deze tweet van begin april het mooi samen: ‘Opdracht voor geschiedenisopstel in 2053: Leg het gebruik en de rol van memes uit als coping-mechanisme tijdens de coronapandemie van 2020.’

  • Het eenzame brein

    Het eenzame brein

    Het onderzoek naar eenzaamheid van neurowetenschapper Kay Tye kan ons helpen de psychologische gevolgen van sociaal isolement beter te begrijpen. Want eenzaamheid wordt in verband gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Ook belemmert eenzaamheid het immuunsysteem en kan het leiden tot kanker, hartkwalen en alzheimer. Maar hoe ziet dat eenzame brein eruit?

    Lang voordat de wereld ooit van covid-19 had gehoord, ging Kay Tye op zoek naar een antwoord op de vraag die in het tijdperk van sociale afstand een nieuwe weerklank heeft gekregen: wanneer mensen zich eenzaam voelen, snakken ze dan op dezelfde manier naar sociale interactie als iemand die honger heeft snakt naar eten?

    Hebben zij en haar collega’s deze ‘honger’ in de neurale circuits van de hersenen kunnen ontdekken en meten? ‘Eenzaamheid is iets universeels,’ zegt Tye, neurowetenschapper bij het Salk Institute of Biological Sciences in San Diego, Californië. ‘Het lijkt redelijk om te betogen dat eenzaamheid een neurowetenschappelijk begrip zou moeten zijn. Alleen heeft niemand ooit een manier gevonden om het fenomeen te testen en in specifieke cellen te lokaliseren. Dat proberen we nu te doen.’

    De afgelopen jaren is er een stortvloed van wetenschappelijke boeken verschenen waarin eenzaamheid in verband wordt gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Er zijn zelfs steeds meer epidemiologische publicaties die aantonen dat je door eenzaamheid meer kans maakt ziek te worden: er lijkt een chronische toevloed van hormonen door ontketend te worden die een goede werking van het immuunsysteem belemmert. Biochemische veranderingen als gevolg van eenzaamheid kunnen de uitzaaiing van kanker versnellen en hartkwalen en alzheimer bespoedigen, of uiterst vitale mensen de wil ontnemen om verder te leven. Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen
    om risicogevallen te identificeren en nieuwe interventiemethoden te ontwikkelen.

    De komende maanden, zo waarschuwen velen, zullen we wereldwijd de gevolgen zien van covid-19 voor de geestelijke gezondheid. ‘Het zal niet lang meer duren voordat iedereen beseft wat de impact van sociale isolatie is op de rest van de geestelijke gezondheid,’ zegt Tye. ‘Ik denk dat die behoorlijk heftig is en snel optreedt.’

    56a83e270ec399efa4bf241b7d7ce257 1
    Een bezoeker van de Innovation for Health-conferentie, op 13 februari jl. in Rotterdam, bevoelt een opblaasbaar brein. Een belangrijk deel van het conferentieprogramma was gewijd aan dementie en alzheimer. – © Michel Porro / Getty

    Moeilijk te identificeren

    Maar het identificeren en zelfs definiëren van eenzaamheid is een moeilijk karwei. Zo moeilijk zelfs dat neurowetenschappers het onderwerp lange tijd hebben gemeden. Eenzaamheid, zegt Tye, is inherent subjectief. Een hedendaags voorbeeld: je kunt deelnemen aan een Zoom-gesprek met geliefden in een andere stad en je sterk verbonden voelen, of nog eenzamer dan vóór het gesprek. Deze ambiguïteit zou de merkwaardige resultaten kunnen verklaren die aan het licht kwamen toen Tye, voordat ze in 2016 haar eerste wetenschappelijke verhandeling over de neurowetenschappelijke kant van eenzaamheid publiceerde, onderzoek deed naar andere publicaties over het onderwerp. Hoewel ze in de psychologische literatuur studies over eenzaamheid aantrof, was er geen enkele publicatie waarin ook de woorden ‘cellen’, ‘neuronen’ en ‘hersenen’ voorkwamen.

    Hoewel de grootste geesten op het gebied van filosofie, literatuur en beeldende kunst zich al millennia over het hoe en waarom van eenzaamheid buigen, gaan neurowetenschappers er sinds lange tijd van uit dat vragen over de manier waarop het menselijk brein ermee omgaat niet in hun datagedreven labs beantwoord kunnen worden. Tye hoopt daar verandering in te brengen door een geheel nieuw terrein te ontwikkelen, gericht op het analyseren en begrijpen van de manier waarop onze zintuiglijke waarnemingen, eerdere ervaringen, genetische predisposities en levenssituaties samenwerken met onze omgeving om een concrete, meetbare toestand te creëren die we eenzaamheid noemen. En ze wil ontdekken hoe die schijnbaar ondefinieerbare ervaring eruitziet wanneer ze geactiveerd wordt in de hersenen.

    Als Tye daarin slaagt, zouden er nieuwe instrumenten kunnen worden ontwikkeld om mensen te identificeren en te volgen die het risico lopen op ziekten die door eenzaamheid worden verergerd. Ook zou het betere manieren kunnen opleveren om een mogelijke openbare gezondheidscrisis als gevolg van covid-19 aan te pakken.

    Tye heeft zich geconcentreerd op specifieke neuronenpopulaties in de hersenen van knaagdieren die met een meetbare behoefte aan sociale interactie lijken te worden geassocieerd, een honger die kan worden gemanipuleerd door die neuronen zelf rechtstreeks te stimuleren.

    Wetenschappers wisten al lange tijd dat het stimuleren van de amygdala een dier kan doen ineenkrimpen van angst. Maar door het labyrint van verbindingen te volgen dat de verschillende delen van de amygdala in en uit loopt, was Tye in staat aan te tonen dat het ‘angstcircuit’ van de hersenen zintuiglijke stimuli op een veel genuanceerdere manier kan beïnvloeden dan voorheen werd aangenomen. Zelfs moed leek door het circuit te worden gemoduleerd.

    Tegen de tijd dat Tye in 2012 haar lab had ingericht op het Massachusetts Institute of Technology (MIT), volgde ze de neurale verbindingen van de amygdala met plekken als de prefrontale cortex, die de hersenen aanstuurt, en de hippocampus, de zetel van het episodisch geheugen. Het doel was de circuits in de hersenen in kaart te brengen waarop we vertrouwen om de wereld beter te kunnen begrijpen, onze moment-tot-momentervaring te duiden en op verschillende situaties te reageren.

    Onverwachte ontdekking

    Dat ze eenzaamheid begon te bestuderen, berustte grotendeels op toeval. Bij het zoeken naar nieuwe postdocs stuitte Tye op het werk van Gillian Matthews, die als promovenda aan het Imperial College London een onverwachte ontdekking had gedaan, toen ze de muizen die ze bij haar experiment gebruikte van elkaar scheidde. Sociale isolatie, het pure feit alleen te zijn, leek de hersencellen die DRN-neuronen worden genoemd zodanig te hebben veranderd dat ze wellicht tot eenzaamheid leidden. Tye zag onmiddellijk de mogelijkheden. Ze herinnert zich nog hoe ongelooflijk ze deze ontdekking vond. Dat de tekenen van sociale isolatie naar een specifiek deel van de hersenen konden worden herleid, vond ze volstrekt logisch. ‘Maar waar zitten die tekenen en hoe zou je ze kunnen vinden? Als dit het specifieke deel was, dacht ik, dan zou dat superinteressant zijn.’ Bij al haar neuronenonderzoek, zegt Tye, ‘ben ik nooit eerder iets over sociale isolatie tegengekomen. Nooit.’

    Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen om risicogevallen te identificeren

    Tye realiseerde zich dat als zij en Matthews een kaart van een eenzaamheidscircuit zouden kunnen maken, ze in het lab precies het soort vragen zouden kunnen beantwoorden die ze hoopte te onderzoeken: hoe veroorzaken de hersenen onbedoeld sociale isolatie? Hoe en wanneer verandert de objectieve ervaring van het niet samen met anderen zijn in de subjectieve ervaring van eenzaamheid?

    De eerste stap was het doorgronden van de rol die de DRN-neuronen spelen bij deze geestesgesteldheid. Een van de eerste dingen die Tye en Matthews opmerkten, was dat wanneer ze deze neuronen stimuleerden, de dieren eerder sociale interactie met andere muizen zochten. Bij een later experiment toonden ze aan dat dieren, wanneer ze de keus hadden, doelbewust delen van hun kooi meden die bij hun binnenkomst de neuronen activeerden. Dit deed vermoeden dat hun zoeken naar sociale interactie eerder werd gemotiveerd door een verlangen om pijn te vermijden dan om plezier te genereren.

    Bij een vervolgexperiment plaatsten de onderzoekers enkele muizen 24 uur lang in eenzame opsluiting om ze vervolgens weer in sociale groepen te introduceren. Zoals te verwachten viel, besteedden de dieren toen ongewoon veel tijd aan interactie met andere dieren, alsof ze ‘eenzaam’ waren geweest. Daarna isoleerden Tye en Mattthews dezelfde muizen opnieuw, ditmaal met gebruikmaking van optogenetics om de DRN-neuronen uit te schakelen na de periode van afzondering. Nu taalden de dieren niet meer naar sociaal contact. Het was alsof de sociale isolatie niet tot hun hersenen was doorgedrongen.

    Tye en Matthews leken het equivalent te hebben gevonden van een homeostatische regulator voor de basale behoefte van knaagdieren aan sociale contacten. Volgende vraag: wat betekenen deze bevindingen voor mensen?

    Om die vraag te beantwoorden werkt Tye samen met onderzoekers in het lab van Rebecca Saxe, hoogleraar cognitieve neurowetenschap van MIT en gespecialiseerd in menselijke sociale cognitie en emotie.

    ‘Behoefte aan sociaal contact en behoefte aan eten lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen’

    Sociale signalen

    De experimenten met mensen zijn veel moeilijker te ontwikkelen, omdat de voor optogenetics vereiste hersenoperaties geen optie zijn. Wel is het mogelijk eenzame mensen met beelden van vriendelijke mensen te confronteren die sociale signalen uitzenden, zoals een glimlach, en dan met behulp van een fMRI-scan de verandering in de bloedstroom naar diverse delen van de hersenen te volgen en vast te leggen. En dankzij eerdere experimenten hebben wetenschappers een goed idee van de plek waar ze in de hersenen moeten zoeken, namelijk een gebied dat analoog is aan datgene wat Matthews en Tye bij muizen hebben bestudeerd.

    Vorig jaar heeft Livia Tomova, een postdoc die het onderzoek in het lab van Saxe leidt, veertig vrijwilligers geronseld die volgens eigen zeggen een groot sociaal netwerk hadden en een zeer laag eenzaamheidsniveau. Tomova verbande haar proefpersonen naar een kamer in het lab en verbood tien uur lang iedere vorm van menselijk contact. Ter vergelijking nodigde Tomova dezelfde deelnemers opnieuw uit voor een tien uur durende sessie waar volop sociale interactie was, maar geen eten.

    Aan het eind van beide sessies kregen de proefpersonen het verzoek in een fMRI-scanner te klimmen en werden ze met verschillende beelden geconfronteerd, sommige van mensen die non-verbale sociale signalen uitzonden, andere waarop eten was te zien.

    Anders dan Tye en Matthews was Tomova niet in staat zich op individuele neuronen te richten. Wel kon ze veranderingen in de bloedstroom
    volgen binnen grotere delen van de scan, de zogeheten voxels; elke voxel toonde de veranderende activiteit van afzonderlijke populaties van enkele duizenden neuronen. Tomova concentreerde zich op de middenhersenen waarvan bekend is dat ze rijk aan neuronen zijn die worden geassocieerd met het produceren en verwerken van de neurotransmitter dopamine. Bij andere experimenten is al aangetoond dat deze gebieden verband houden met het ‘verlangen’ of ‘snakken’ naar iets. Het zijn gebieden die oplichten bij beelden van eten wanneer iemand honger heeft, of bij drugsgerelateerde afbeeldingen in het geval van mensen met een verslaving. Zouden ze hetzelfde doen bij eenzame mensen die afbeeldingen van een glimlach te zien krijgen?

    Het antwoord was duidelijk: na de sociale isolatie toonden de hersenen van de proefpersonen veel meer activiteit in het middenhersengebied wanneer ze de beelden van sociale signalen te zien kregen. Wanneer de proefpersonen honger hadden maar niet sociaal geïsoleerd waren geweest, reageerden ze even sterk op de etenssignalen, maar niet op de sociale. ‘Of het nu behoefte aan sociaal contact is of behoefte aan andere dingen zoals eten, ze lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen,’ zegt Tomova.

    Inzicht in de manier waarop de behoefte aan sociaal contact in de hersenen tot stand komt zou meer inzicht kunnen verschaffen in de rol die sociale isolatie bij sommige ziekten speelt. Het objectief meten van eenzaamheid in de hersenen, in tegenstelling tot het vragen aan mensen hoe ze zich voelen, zou bijvoorbeeld het verband tussen depressiviteit en eenzaamheid kunnen verduidelijken. Het is de kip of het ei: veroorzaakt depressiviteit eenzaamheid, of veroorzaakt eenzaamheid depressiviteit? En zou tijdige sociale interventie depressiviteit kunnen helpen bestrijden?

    Verslaving

    Inzicht in het eenzaamheidscircuit in de hersenen zou ook enig licht kunnen werpen op verslaving, waar geïsoleerde dieren volgens bepaald onderzoek vatbaarder voor zijn. Daarvoor lijkt vooral sterk bewijs te bestaan bij adolescente dieren, die gevoeliger lijken te zijn voor de effecten van sociale isolatie dan oudere of jongere soortgenoten. Bij mensen zullen vooral jongeren tussen de 16 en 24 waarschijnlijk zeggen dat ze zich eenzaam voelen, en dat is ook de leeftijd waarop zich veel storingen op het gebied van de geestelijke gezondheid beginnen te manifesteren. Is er een verband?

    Maar waar momenteel misschien wel de grootste behoefte aan is, is een reactie op de sociale afstand waartoe de covid-19-pandemie noopt. Volgens sommige onlineonderzoeken is er geen algehele toename van eenzaamheid sinds het begin van de pandemie, maar hoe zit het met mensen voor wie de kans op geestelijke gezondheidsproblemen het grootst is? Op welk moment komt hun psychologische en fysieke welzijn in gevaar wanneer ze worden geïsoleerd? Als we eenzaamheid eenmaal kunnen meten, zal het veel makkelijker worden om doelgerichte interventies te ontwikkelen.

    ‘Een belangrijke vraag voor toekomstig onderzoek is hoeveel en wat voor soorten positieve interactie volstaan om in de basisbehoefte te voorzien en daarmee de neurale verlangensrespons te elimineren,’ schreven Tomova en Tye eind maart in een voor-publicatie van hun komende verhandeling. De pandemie ‘benadrukt het belang van een beter begrip van menselijke sociale behoeften en het neurale mechanisme dat aan sociale motivatie ten grondslag ligt. Deze studie zet een eerste stap in die richting.’

    Dat is, in de bedekte termen die typerend zijn voor wetenschappelijke taal, de aankondiging van de geboorte van een heel nieuw onderzoeksterrein, waarvan je maar zelden getuige bent, laat staan dat je eraan deelneemt.

    ‘Het is voor mij zo opwindend, omdat dit allemaal begrippen zijn waarover we in de psychologie al een miljoen keer hebben horen spreken; en nu hebben we voor het eerst echt cellen in de hersenen die we aan het systeem kunnen linken,’ zegt Tye. ‘En als je eenmaal één cel hebt, kun je terugzoeken en vooruitzoeken; je kunt kijken wat er stroomopwaarts is, je kunt kijken wat alle neuronen die zich stroomopwaarts bevinden doen, en wat voor boodschappers er worden gestuurd. Nu kun je het hele circuit ontdekken, je weet waar je moet beginnen.’

  • ‘Het is belangrijk dat we lastige vragen blijven stellen’

    ‘Het is belangrijk dat we lastige vragen blijven stellen’

    Godfrey Mwampembwa, beter bekend als Gado, legt politici al bijna dertig jaar langs de meetlat. Nu is zijn focus verschoven naar nepnieuws rondom het coronavirus. ‘Ik dacht: hoe kan ik mijn steentje bijdragen aan het informeren van de bevolking?’

    In een rustig kantoor op de derde verdieping van een gebouw in de zakenwijk van Nairobi was de cartoonist met het pseudoniem Gado een spotprent aan het tekenen over het coronavirus. De cartoon, getiteld Conspiracy Inc., is een parodie op de hausse aan ongefundeerde beweringen over de pandemie die in 177 landen inmiddels bijna een kwart miljoen mensen heeft gedood.

    Hij tekent mannen en vrouwen die met grote stelligheid beweren dat farmaceutische bedrijven het virus hebben ontwikkeld, dat Amerikaanse soldaten het in China hebben verspreid en dat de Chinese overheid het wil gebruiken om Afrika te ontvolken en veroveren.

    Omdat in Afrika de afgelopen weken de bezorgdheid over de ziekte is geëscaleerd, is Gado, wiens echte naam Godfrey Mwampembwa is, begonnen aan een reeks cartoons die scherp en inventief zijn, maar tegelijkertijd ook leerzaam en informatief.

    ‘Ik dacht: hoe kan ik mijn steentje bijdragen aan het informeren van de bevolking?’ vertelt Gado die middag, terwijl de wind jaagt door de straten van Nairobi, die er in de door de overheid afgekondigde lockdown desolaat en vrijwel leeg bij liggen.

    Een kader uit Gado’s cartoon Conspiracy Inc, een parodie op de hausse aan ongefundeerde beweringen over de pandemie.  © Gado
    Een kader uit Gado’s cartoon Conspiracy Inc, een parodie op de hausse aan ongefundeerde beweringen over de pandemie.  © Gado

    ‘Juist nu moeten satirici en schrijvers uiterst alert zijn,’ legt hij uit. ‘We moeten geen gas terugnemen, want het is heel belangrijk dat we lastige vragen blijven stellen.’

    Gado (50) is een van Afrika’s vooraanstaande cartoonisten. Geboren in Tanzania, maar Kenia noemt hij zijn thuis. Hij heeft prijzen gewonnen en zijn cartoons verschijnen wereldwijd in kranten en digitale publicaties. In zijn dertigjarige carrière hebben zijn tekeningen zo’n beetje alle onderwerpen wel behandeld, van corruptie en terrorisme tot revoluties, migratie, religie en klimaatverandering.

    Hij werkt meestal met inkt en bespot zo lokale politici, steekt met zowel dictators als democraten de draak, hekelt bedrijven zoals Uber omdat ze chauffeurs uitbuiten, beeldt president Trump af als een keizer zonder kleren en onderzoekt China’s steeds groter wordende rol in Afrika kritisch. Kortom, de tekeningen richten zich – soms tot hun grote woede – tot het publiek en overheden en hebben overal in Afrika aanzet gegeven tot een belangrijk publiek debat.

    Mythes ontmaskerd

    Maar terwijl het coronavirus zich verder verspreidt, heroverweegt Gado, die een peper-en-zoutkleurig sikje en een sonore stem heeft, de rol en de plaats van cartoons in deze onzekere tijd. Behalve het aan de kaak stellen van bepaalde gedachten en ideeën wil hij de gezamenlijke ervaring van deze epidemie niet alleen gebruiken om het debat vorm te geven maar ook om het heden te begrijpen en ervoor te zorgen dat mensen veilig blijven.

    Gado wil vooral dat zijn publiek – honderdduizenden volgers op Twitter, Facebook en Instagram – inzicht krijgt in hoe slecht leiderschap en vriendjespolitiek mede oorzaak zijn van alle fouten die bij deze pandemie aan het licht komen.

    Zijn illustraties zijn deels instructief, ze laten zien dat je je handen moet wassen en afstand moet houden. In een serie getiteld ‘Myth Busters’ legt hij uit dat covid-19 niet wordt verspreid door 5G-netwerken, dat het nemen van een warm bad het virus niet tegenhoudt en dat het drinken van alcohol geen genezing biedt, zoals de gouverneur van Nairobi beweert.

    “De politieke elite in Kenia wil de pandemie gebruiken om zijn zakken te vullen”

    De satiricus is ook zijn lievelingsonderwerp niet vergeten: politici. Gado laat zien hoe de politieke elite in Kenia – vaak afgebeeld als een gezet persoon met een hyenakop of met een kroon op zijn hoofd – heeft gezorgd voor een gemankeerd gezondheidssysteem, heeft aangezet tot grof politiegeweld tijdens de avondklok en de pandemie wil gebruiken om zijn zakken te vullen en internationale donoren op te lichten.

    Gado geeft toe dat het lastig is om te provoceren en te bekritiseren in een tijd waarin leiders alle moeite doen om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

    ‘Maar ik maak mijn werk binnen een context,’ zegt hij. ‘En ik vermijd geen onderwerpen. Toch doe ik mijn uiterste best om niet de verkeerde boodschap af te geven. Ik zeg altijd dat ik het copyright heb op mijn tekeningen, maar niet op de interpretatie ervan. Maar dit is geen normale tijd. Dit is een rare tijd.’

    Gado is geboren in de Tanzaniaanse havenstad Dar es Salaam. Zijn moeder was docente en zijn vader werkte voor het nationale toerismebureau. Hij vertelt dat zijn ouders altijd zijn passie voor tekenen hebben aangemoedigd en hem zelfs hadden ingeschreven voor een middelbare school waar kunst op het lesprogramma stond. Hij las de Newsweek en Time Magazine die zijn vader mee naar huis bracht, maar verslond ook Kuifje en Asterix.

    Buitenstaander

    Gado kwam voor het eerst in Nairobi toen hij in 1992 een prijs ging ophalen die hij bij een tekenwedstrijd had gewonnen. Hoewel hij architectuur studeerde in Dar es Salaam en zijn ouders had beloofd dat hij zou terugkomen om zijn studie af te maken, heeft hij dat nooit gedaan. Hij wist de redactie van Kenia’s grootste krant, The Daily Nation, zover te krijgen dat ze hem in dienst namen.

    Gado kwam in een heel belangrijk jaar bij de krant. In Kenia werden toen de eerste verkiezingen met meer partijen gehouden sinds de onafhankelijkheid. Als buitenstaander en beginner moest hij in korte tijd veel leren. ‘Ik moest het vak al doende onder de knie krijgen,’ legt hij uit.

    Einde jaren negentig heeft Gado een jaar in Italië gewerkt onder Oliviero Toscani, de vroegere art director van het modemerk United Colors of Benetton, en daarna heeft hij een jaar een opleiding klassieke animatie en film gevolgd aan de Vancouver Film School.

    01profile gado06 superjumbo

    In de serie getiteld ‘Myth Busters’ legt Gado uit dat het eten van knoflook niet beschermt tegen het virus, dat het nemen van een warm bad het virus niet tegenhoudt en dat het drinken van alcohol geen genezing biedt, zoals de gouverneur van Nairobi beweert. – © Gado

    Zijn cartoons voor de krant zijn ook beïnvloed door het werk van de Amerikaanse illustrators Pat Oliphant en Jeff MacNelly, en door cartoonisten als de Tanzaniaan Philip Ndunguru, de Nigeriaan Tayo Fatunia, de Ghanees Frank Odoi en de Keniaan Paul Kelemba.

    Toen zijn cartoons overal in Keniase en regionale kranten verschenen, kreeg Gado steeds meer kritiek, omdat hij lokale politici, ambassademedewerkers uit China, Zimbabwe en onlangs ook uit de VS op de hak nam. Volgens hem zijn er niet veel leiders die geen aanstoot aan zijn cartoons hebben genomen. Gelukkig hebben de paar die er geen moeite mee hadden, zoals Kenia’s voormalige opperrechter Willy Mutunga en de vroegere secretaris-generaal van de VN Kofi Annan, hem een zekere bescherming tegen de anderen geboden. Maar niet helemaal.

    In 2015 werd hij naar aanleiding van zijn cartoons in de krant The East African verbannen uit Tanzania en uiteindelijk in 2016 ontslagen bij de zusterkrant The Daily Natio_n, die zijn cartoons niet langer plaatste. Hoewel hun scheiding van wegen volgens de directie van _The Daily Nation al contractueel was vastgelegd, schrijft de cartoonist zijn ontslag toe aan druk vanuit de overheid. Een deel van zijn werk voor The Daily Nation heeft Gado in boekvorm uitgebracht, zoals Freedom After Speech en DemoCrazy.

    Gado noemt zichzelf ‘een echte Oost-Afrikaan’

    ‘Het was een voorrecht om voor The Daily Nation te werken,’ vertelt hij, refererend aan de spannende tijd dat hij samenwerkte met topjournalisten en eersteklasredacteuren. ‘Maar aan de manier waarop ik daar weg ben gegaan heb ik een nare nasmaak overgehouden. Politici kregen te veel invloed. Het werd te moeilijk.’

    Tegenwoordig staat Gado’s leven, zoals dat van iedereen, behoorlijk op zijn kop. Soms glipt hij stiekem even zijn kantoor in, maar meestal werkt hij thuis en neemt hij de hele eettafel in beslag, tot grote irritatie van zijn echtgenote, Stephanie Uwingabe, een hr-deskundige uit Rwanda, en zijn twee dochters, Mwaji-Odeta (16) en Keza-Anganile (14). Gado noemt zichzelf ‘een echte Oost-Afrikaan’.

    Veel projecten van het bedrijf dat hij mede heeft opgericht, Buni Media, zijn voorlopig stopgezet, zoals het populaire satirische televisieprogramma The XYZ Show, met karikaturale latex poppen.

    In de confrontatie tussen de mens en de microbe is Gado vastbeslotener dan ooit om via zijn cartoons het publiek niet alleen te laten lachen en te laten nadenken, maar ook om de kijk op hun wereld te vernieuwen. Als hij de mensen tot nadenken kan stemmen en zelfs een kleine verandering teweeg kan brengen, zou dat hem ‘intens blij’ maken.

    Auteur: Abdi Latif Dahir

    The New York Times
    VS | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger en gekielhaald door de Britse filosoof Alain de Botton, die de correctie: ‘Some news that’s fit to print’ voorstelt.

  • China’s nieuwe IP

    China’s nieuwe IP

    Op een VN-bijeenkomst kwam een team van het Chinese telecombedrijf Huawei met een voorstel voor een nieuw internetprotocol, een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat. De Britse zakenkrant de Financial Times zocht het tot op de bodem uit.

    Op een frisse dag in september betrad een handvol Chinese ingenieurs vorig jaar een vergaderzaal in het hartje van de VN-wijk in Genève. Ze hadden een uur de tijd om afgevaardigden uit meer dan veertig landen te overtuigen van hun visie: een ander soort internet, ter vervanging van de technische architectuur die al een halve eeuw ten grondslag ligt aan het wereldwijde web dat we kennen. Het huidige internet is van iedereen en niemand, maar zij willen iets heel anders bouwen: een nieuwe infrastructuur die de macht weghaalt bij het individu en teruggeeft aan de staat.

    Het voorstel voor dit ‘Nieuwe IP’ (internetprotocol) werd gepresenteerd door een team van de Chinese telecomreus Huawei. Geen enkel ander bedrijf had zo’n grote delegatie afgevaardigd naar deze bijeenkomst van de International Telecommunication Union (ITU), een VN-organisatie die wereldwijde standaarden voor technologie vastlegt. De Chinezen gaven een simpele powerpointpresentatie, die weinig informatie bevatte over hoe die nieuwe techniek precies werkt en voor welk specifiek probleem het een oplossing is. Wel was de presentatie gelardeerd met plaatjes van futuristische technologie, van levensgrote hologrammen tot zelfrijdende auto’s. Die moesten illustreren dat het huidige internet een achterhaalde techniek is, die de grenzen van zijn mogelijkheden heeft bereikt. Het wordt tijd, zo stelde Huawei, voor een nieuw wereldwijd netwerk met een top-downontwerp, en de Chinezen willen dat maar al te graag bouwen.

    Overal ter wereld lijken overheden het erover eens dat de huidige vorm van internetregulering – in feite niet meer dan wetteloze zelfregulering door merendeels Amerikaanse bedrijven – niet functioneert. Het Nieuwe IP is de recentste van een hele reeks pogingen om daar verandering in te brengen, vaak onder aanvoering van landen die vijftig jaar geleden niet bij het ontstaan van het internet waren betrokken. ‘De conflicten rond internetregulering zijn de nieuwe plaatsen waar politieke en economische macht zich in de eenentwintigste eeuw ontplooit,’ schreef Laura DeNardis in 2014 in haar boek The Global War for Internet Governance.

    Censuurmodel

    Vooral China beschouwt de ontwikkeling van een nieuwe infrastructuur en nieuwe standaarden voor internet als kernpunt van zijn digitale buitenlandbeleid, en het ziet zijn censuurmodel als schoolvoorbeeld van een efficiënter internet dat naar andere landen kan worden geëxporteerd. China ‘wil natuurlijk een technologische infrastructuur die de overheid net zo’n totale macht geeft als ze in de samenleving heeft, een technisch ontwerp dat tegemoetkomt aan de totalitaire drang,’ zegt Shoshana Zuboff, sociaal wetenschapper aan Harvard en auteur van The Age of Surveillance Capitalism. ‘Dat vind ik eng, en iedereen zou dat eng moeten vinden.’

    Volgens Huawei wordt het Nieuwe IP alleen ontwikkeld om tegemoet te komen aan de technische eisen van een razendsnel veranderende digitale wereld en is er nog geen specifieke vorm van regulering in het ontwerp opgenomen. Het telecombedrijf leidt een ITU-studiegroep die onderzoekt welke netwerktechnologie de wereld in 2030 nodig heeft, en het Nieuwe IP moet daaraan voldoen, aldus een woordvoerder. Informatie over het voorstel is vooral afkomstig uit twee met jargon doorspekte documenten waarin de Financial Times inzage kreeg. Het zijn de teksten van de twee presentaties die afgelopen september en februari achter gesloten deuren zijn gegeven aan de afgevaardigden bij de ITU. Het betreft een voorstel voor technische standaarden en een powerpointpresentatie getiteld ‘New IP: Shaping the Future Network’.

    Hoewel internet een invloedrijk medium is, kent het eigenlijk geen toezicht. De macht berust er nu grotendeels bij een handjevol Amerikaanse bedrijven: Apple, Google, Amazon, Facebook. Juist door het ontbreken van centraal toezicht heeft internet zo’n grote verandering teweeg kunnen brengen in onze manier van leven en communiceren. Maar het heeft ook geleid tot een uitvergroting van de breuklijnen in onze maatschappij, door manipulatie van het maatschappelijk debat, ondermijning van de democratie en de opkomst van massaspionage.

    De machtsbalans begint te verschuiven, maar de wensen van staten lopen sterk uiteen. Zo willen de VS, Groot-Brittannië en Europa het huidige systeem aanpassen om beter toezicht te kunnen houden en inlichtingendiensten meer inzage te bieden in de gegevens van individuele gebruikers. Het Chinese Nieuwe IP is veel radicaler, want daarbij kan centraal toezicht in de technische structuur worden ingebakken. Volgens diverse aanwezigen op de ITU-bijeenkomsten viel het Chinese voorstel in goede aarde bij Saoedi-Arabië, Iran en Rusland. Ook bleek uit het voorstel dat de blauwdrukken voor deze nieuwe netwerkstructuur al klaarliggen en dat er een begin is gemaakt met de bouw. Elk ander land kan deze straks overnemen.

    Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst verenigbaar met democratie

    ‘We hebben nu twee soorten internet: een door de markt gedomineerde kapitalistische versie waarin alles draait om het volgen van gebruikers voor commercieel gewin; en een autoritaire versie waarin alles net zo goed draait om het volgen van gebruikers,’ zegt Zuboff. ‘De vraag is: slaan Europa en Noord-Amerika de handen ineen om de juridische en technologische kaders te ontwerpen voor een democratisch alternatief?’

    Bij de presentatie van het Nieuwe IP wordt van de digitale wereld in 2030 een beeld geschetst waarin virtual reality, holografische communicatie en robotchirurgie aan de orde van de dag zijn. Het traditionele IP-protocol wordt ‘onstabiel’ en ‘verregaand ontoereikend’ genoemd, met ‘tal van problemen op het vlak van veiligheid, betrouwbaarheid en techniek’.

    De documenten bevatten een pleidooi voor een top-downontwerp en voor de uitwisseling van data tussen landen ‘ten behoeve van artificiële intelligentie, big data en allerlei andere toepassingen’. Veel deskundigen vrezen dat internetproviders, vaak in handen van de staat, met dit nieuwe internetprotocol precies kunnen zien welke apparaten met het netwerk verbonden zijn en vervolgens de toegang van individuele gebruikers kunnen afsluiten of bespioneren. Er wordt al aan gewerkt door technici ‘van bedrijven en universiteiten’ in ‘meerdere landen’, zei Huawei’s teamleider Sheng Jiang in september, al wilde hij geen namen noemen, want dat was commercieel gevoelige informatie. Zijn gehoor bestond uit oudgedienden in de ITU, voornamelijk regeringsafgevaardigden uit Groot-Brittannië, Amerika, Nederland, Rusland, Iran, Saoedi-Arabië en China.

    Sommigen van hen is dit hele idee een gruwel. Als de ITU het Nieuwe IP zou legitimeren, kunnen staten volgens hen kiezen of ze hun burgers een westers dan wel Chinees internet opleggen. In het laatste geval heeft iedere burger in zo’n land toestemming van zijn internetprovider nodig om iets op het internet te kunnen doen, van het downloaden van een app tot het bezoeken van een site – en krijgen beheerders de macht om ze dat recht zomaar te ontzeggen. In plaats van via één groot wereldwijd web moeten mensen dan contact met elkaar zoeken via een lappendeken van nationale internetten, elk met zijn eigen regels – een idee dat in China bekendstaat als ‘cybersoevereiniteit’.

    Agressieve benadering

    Recente gebeurtenissen in Iran en Saoedi-Arabië geven een indruk van de mogelijke gevolgen. Daar werd het internet in tijden van sociale onrust langdurig aan banden gelegd door de overheid: alleen essentiële diensten als banken en medische zorg waren nog beperkt bereikbaar. Rusland heeft in november een wet voor ‘soeverein internet’ aangenomen die de overheid het recht geeft om alle internetverkeer nauwlettend te volgen. Zo bleek hoezeer de Russen het internationale internet al buiten de deur kunnen houden – een mogelijkheid die ze met hulp van Chinese bedrijven als Huawei hebben ingebouwd. Deskundigen vragen zich nu af of China’s visie op internettoezicht verschuift van een defensieve opstelling, waarbij het de vrijheid opeist om autoritair toezicht uit te oefenen in eigen land, naar een agressievere benadering, waarbij andere landen actief worden opgeroepen om China’s voorbeeld te volgen.

    Volgens de bedenkers van het nieuwe internetprotocol zijn onderdelen van hun technologie volgend jaar al klaar om te worden getest. Hun pogingen om andere ITU-delegaties van het nut te overtuigen zullen verder worden opgevoerd op de grote ITU-conferentie die in november in India plaatsvindt. Om de ITU zover te krijgen dat het voorstel binnen een jaar wordt goedgekeurd, zodat het een officiële standaard wordt, moet er consensus zijn binnen de studiegroep, ofwel instemming van een meerderheid van de afgevaardigden. Als dat niet lukt, vindt er een besloten stemming plaats onder de lidstaten, en staan het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties dus buitenspel.

    Dat hoge tempo zint de westerse delegaties niet, en volgens de aan ons gegeven documenten gaan eral stemmen op om het proces te vertragen. Een lid van de Nederlandse delegatie schreef in een officiële reactie, die ons door verschillende bronnen werd toegespeeld, dat ‘de open en flexibele aard’ van het internet – zowel wat de technische structuur als het toezicht betreft – van fundamenteel belang is geweest voor het succes ervan, en dat hij ‘zich met name zorgen maakt’ dat dit nieuwe model afwijkt van die filosofie. De eveneens aan ons doorgespeelde scherpe kritiek van een Britse afgevaardigde luidde: ‘Het is verre van duidelijk of er goede technisch redenen zijn voor zo’n radicale stap.’

    hh 400237471

    Een van de meest uitgesproken critici van het Nieuwe IP is Patrik Fältström, een eigenzinnige, langharige IT’er die in zijn vaderland Zweden bekendstaat als een van de vaders van het internet. Begin jaren tachtig, toen hij in Stockholm wiskunde studeerde, werd hij ingehuurd om mee te bouwen aan de infrastructuur voor een nieuwe technologie, door de Amerikaanse overheid ‘internet’ genoemd. Tegenwoordig dient hij de Zweedse regering van advies over digitale zaken en heeft hij zitting in de meeste standaardiseringsinstanties voor internet, waaronder de ITU.

    Dertig jaar geleden werkte hij mee aan de ontwikkeling van de bouwstenen van het internet, en nu is hij de verpersoonlijking van de cyber-libertaire westerse idealen die in de structuur ervan verweven zijn.

    ‘De architectuur van het internet maakt het voor de internetprovider heel moeilijk, zo niet onmogelijk om te weten waarvoor het wordt gebruikt, of daaraan beperkingen op te leggen,’ zegt hij. ‘Dat is een probleem voor opsporingsinstanties en anderen die liever zien dat de internetprovider daar wel greep op heeft, zodat het internet niet kan worden gebruikt voor zaken als de illegale verspreiding van films of kinderporno. Maar ik ben bereid om te accepteren dat je nu eenmaal misdadigers hebt die verkeerde dingen doen en dat de politie dat niet [allemaal] kan tegengaan. Dat offer heb ik ervoor over.’

    Great Firewall

    Een heel andere opvatting is te horen in Wuzhen, het dorpje bij Sjanghai dat elk najaar wordt schoongeveegd om plaats te bieden aan de ondernemers, academici en beleidsmakers die daar bijeenkomen voor een evenement met de prestigieuze naam World Internet Conference. De Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, organiseert deze conferentie al sinds 2014, het jaar nadat Xi Jinping aantrad.

    De bezoeker wordt er verwelkomd door een rij vlaggen van overal ter wereld – een verwijzing naar Xi Jinpings droom van ‘een gemeenschap met een gezamenlijke toekomst in cyberspace’. Allerlei kopstukken uit de computerwereld, van Tim Cook van Apple tot Steve Mollenkopf van Qualcomm, hebben er met hun optredens geloofwaardigheid verleend aan Xi’s ambitie om daar de internationale top van de technologiesector bijeen te brengen. Maar de laatste jaren loopt de buitenlandse deelname terug, nu de technologische oorlog tussen China en de VS is opgelaaid en ondernemers niet de indruk willen wekken dat ze al te innige banden hebben met Beijing.

    Begin jaren negentig begon China met het ontwikkelen van wat bekend kwam te staan als de Great Firewall: een reeks technische maatregelen om Chinezen af te schermen van verboden buitenlandse websites (van Google tot The New York Times), politiek gevoelige binnenlandse content te censureren en te voorkomen dat burgers zich online konden organiseren. De controle van Beijing wordt uitgevoerd door grote censuurteams van de overheid en van internetbedrijven als Baidu en Tencent. Overal ter wereld heb je in principe alleen een computer en een internetverbinding nodig om je eigen website online te kunnen zetten, maar in China moet je daar een vergunning voor aanvragen. Telecomproviders en sociale media zijn ook verplicht de politie te helpen met het opsporen van ‘misdaden’, zoals dat je Xi Jinping in een besloten chatgroep een ‘gestoomd broodje’ noemt: daar heeft iemand twee jaar cel voor gekregen.

    Toch lukt het nog niet om alles wat de overheid onwelgevallig is volledig van internet te weren. ‘Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren. En ze steken er heel veel tijd en geld in, maar als je al die problemen in één klap kunt oplossen door er een beter geautomatiseerd en technisch proces van te maken, misschien met dat Nieuwe IP, dan zou dat voor hen natuurlijk fantastisch zijn,’ zegt James Griffiths, de schrijver van The Great Firewall of China: How to Build and Control an Alternative Version of the Internet.

    Het internet is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden

    Voortrekker van de plannen voor het Nieuwe IP is Richard Li, hoofd Onderzoek bij Futurewei, de R&D-afdeling van Huawei in Californië. Hij ontwikkelt het voorstel voor de nieuwe technische specificaties en standaarden samen met ingenieurs van Huawei in China en met de staatsbedrijven China Mobile en China Unicom – met expliciete steun van de Chinese overheid. Toen onze krant hem hierover benaderde, kreeg hij van Huawei niet de gelegenheid het Nieuwe IP nader uit te leggen. Het bedrijf zei in een verklaring: ‘Het Nieuwe IP moet nieuwe technologische oplossingen bieden voor toekomstige applicaties zoals het Internet of Everything, holografische communicatie en telegeneeskunde. Wetenschappers en ingenieurs van overal ter wereld kunnen deelnemen en bijdragen aan het onderzoek en de innovatie van het Nieuwe IP.’

    Critici noemen de technische beweringen over het Nieuwe IP in de documentatie onjuist of onduidelijk en zeggen dat het typisch ‘een oplossing op zoek naar een probleem’ is. Zij houden vol dat het huidige IP-systeem nog prima voldoet, ook in een wereld die in hoog tempo digitaliseert.

    ‘Het internet is ontworpen als een verzameling afzonderlijke modulaire bouwstenen die losjes met elkaar verbonden zijn, dat is er juist zo briljant aan,’ zegt Alissa Cooper, voorzitter van de Internet Engineering Task Force (IETF), een Amerikaanse brancheorganisatie voor de bewaking van technische standaarden. Tijdens een IETF-bijeenkomst in Singapore hield Li in november een presentatie voor een klein groepje aanwezigen, onder wie Cooper. De huidige infrastructuur, zegt zij, ‘staat in schril contrast met wat je in het voorstel voor het Nieuwe IP ziet, namelijk een monolithische top-downarchitectuur waarin applicaties gekoppeld zijn aan het netwerk. Het internet is er nu juist precies op ontworpen om dat te voorkomen.’

    We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen

    De gevolgen voor de gemiddelde gebruiker kunnen enorm zijn. ‘Je geeft alle macht aan telecombedrijven die in handen zijn van de staat,’ zegt een lid van de Britse ITU-delegatie. ‘Dan kun je dus niet alleen bepalen of iemand toegang krijgt tot bepaalde content op internet, of bijhouden wie die content bekijkt, maar je kunt apparaten compleet afsluiten van een netwerk.’ China werkt al aan een sociaalkredietsysteem voor zijn bevolking, waarin punten worden toegekend op basis van je gedrag online en in de echte wereld en van ‘misstappen’ uit het verleden, zegt de Britse afgevaardigde. ‘Dus als iemands kredietsaldo onder een bepaalde waarde zakt omdat die persoon te actief is op sociale media, kun je regelen dat de telefoon van die persoon wordt afgesloten van het netwerk.’

    Chinese telecombedrijven hebben een schat aan gegevens over hun abonnees. Klanten zijn verplicht om zich te legitimeren als ze een telefoonnummer of internetaansluiting aanvragen, en die gegevens kunnen worden ingezien door andere bedrijven, zoals banken. Ook zijn alle ‘netwerkbeheerders’, waaronder telecombedrijven, bij wet verplicht om ‘internetlogs’ bij te houden – al is het niet duidelijk wat dat precies inhoudt.

    De Tunesische Bilel Jamoussi, hoofd studiegroepen bij de ITU, stelt dat het niet aan de ITU is om te beoordelen of voorstellen voor een nieuwe internetarchitectuur ‘top-down’ zijn of misbruikt kunnen worden door autoritaire regimes. ‘Bij alles wat je bouwt, snijdt het zwaard aan twee kanten. Je kunt er goede en slechte dingen mee doen, en dat is de soevereine beslissing van elke lidstaat,’ zegt hij.

    Het lekke wereldwijde web blijft de Chinese censors frustreren

    De ambitie van Beijing om meer mogelijkheden voor toezicht in te bouwen wordt door sommigen niet zozeer als een probleem gezien, maar gewoon als het volgende hoofdstuk in de ontwikkeling van het internet. ‘Het internet was oorspronkelijk bedoeld als een neutrale infrastructuur, maar het is een gepolitiseerd machtsmiddel geworden. De internetinfrastructuur wordt steeds meer ingezet voor de uitvoering van beleid, voor de economische en fysieke onderdrukking van mensen. Dat hebben we gezien in Kasjmir, in Myanmar en bij de onthullingen van Edward Snowden,’ zegt Niels ten Oever, een voormalig lid van de Nederlandse ITU-delegatie. ‘Voor mij is de grote vraag: hoe kunnen we een openbaar netwerk bouwen op een infrastructuur die in particuliere handen is? Dat is het probleem waar we mee worstelen. Wat is de rol van de staat tegenover die van bedrijven?’

    In zijn ogen ontwikkelen bedrijven vooral technologieën om er winst mee te maken. ‘Het internet wordt gedomineerd door Amerikaanse bedrijven, alle data stroomt daarheen. En die macht willen zij allicht behouden,’ zegt hij. ‘We zijn bang voor Chinese onderdrukking. We maken een welhaast racistische, imperialistische karikatuur van de Chinezen. Maar de regulering van internet zoals die nu is, werkt niet. Er is best ruimte voor een alternatief.’

    Waar onze digitale toekomst op dit moment ook ontwikkeld wordt, wereldwijd lijkt men het erover eens dat het tijd is voor een betere versie van cyberspace. ‘Ik denk dat sommigen zullen zeggen dat ons huidige model van het internet grote gebreken vertoont, en misschien zelfs helemaal stuk is. Op dit moment is er maar één alomvattend en volledig uitgewerkt alternatief, en dat is het model van China,’ schreef Griffiths in The Great Firewall of China. ‘Als wij geen derde model bedenken – een model dat enerzijds gebruikers meer macht geeft en democratie en onlinetransparantie bevordert, en anderzijds de macht van grote bedrijven en veiligheidsdiensten beteugelt – bestaat het risico dat steeds meer landen zullen neigen naar het Chinese model, liever dan te blijven lijden onder het gebrekkige model van Silicon Valley.’

    De ‘Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace’, bedoeld als beginselverklaring voor het internet, begint steeds achterhaalder te lijken. Dat manifest, in 1996 geschreven door John Perry Barlow, medeoprichter van de Electronic Frontier Foundation en tekstschrijver voor de Grateful Dead, klonk strijdlustig. ‘Regeringen van de Industriële Wereld, vermoeide reuzen van vlees en staal, ik kom uit Cyberspace, de nieuwe zetel van de Geest,’ begint de tekst. ‘Namens de toekomst vraag ik jullie van het verleden om ons met rust te laten. Jullie zijn niet welkom in ons midden. Waar wij bijeenkomen, hebben jullie geen zeggenschap.’

    Een geluid uit een tijd toen het internet nog niet gedomineerd werd door biljoenenbedrijven, zeggen critici. Maar er is nog hoop – en misschien een derde weg, een alternatief voor de twee soorten internet die er nu bestaan. ‘Wat ons nu onderscheidt van China is dat de mensen in het Westen zich nog steeds kunnen mobiliseren en kunnen meepraten. Het is nu vooral aan de politiek om de democratie te beschermen in deze tijd van massaspionage, of die nu wordt gedreven door de markt of door autoritaire regimes,’ zegt Zuboff. ‘De slapende reus van de democratie begint zich eindelijk te roeren en de wetgevers worden wakker, maar ze moeten wel de druk van de mensen in hun nek voelen. Wat we nodig hebben, is een westers internet dat berust op een visie van een digitale toekomst die verenigbaar is met democratie. Dat is de opgave voor het komende decennium.’  

    Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en
    Nian Liu

    Auteurs: Madhumita Murgia & Anna Gross

    Met medewerking van Yuan Yang en Nian Liu

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 185.000, 740.000 digitaal

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. De krant wordt nu op 23 locaties gedrukt en heeft onder meer een redactie in Amsterdam.