Tag: coup

  • Politierapport Brazilië: Bolsonaro zat achter de couppoging in 2022

    Politierapport Brazilië: Bolsonaro zat achter de couppoging in 2022

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël gaat akkoord met staakt-het-vuren in Libanon

    » EU wil de inmenging van TikTok bij Roemeense verkiezingen onderzoeken

    De oud-president ontkent alle beschuldigingen

    De voormalige Braziliaanse president Jair Bolsonaro ‘regisseerde de couppoging van eind 2022’. Dat de staatsgreep uiteindelijk niet plaatsvond, was te danken aan ‘omstandigheden die buiten zijn controle lagen’, volgens het definitieve onderzoeksrapport van de federale politie, waarover Folha de São Paulo bericht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de onderzoekers was Bolsonaro ook ‘op de hoogte’ van het plan om ‘president Lula, vicepresident Geraldo Alckmin’ en rechter Alexandre de Moraes van het Hooggerechtshof te vermoorden, na zijn nederlaag in de presidentsverkiezingen van oktober 2022. De oud-president ontkent de feiten categorisch.

    Volgens de politie werd het plan om een staatsgreep te plegen afgeblazen vanwege de weerstand van de belangrijkste commandanten van het Braziliaanse leger. Het is nu aan openbaar aanklager Paulo Gonet om te beslissen of hij Bolsonaro zal vervolgen.

  • Milei ontketent diplomatieke rel door standpunt Bolivia over staatsgreep te verwerpen

    Milei ontketent diplomatieke rel door standpunt Bolivia over staatsgreep te verwerpen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: dit halfjaar de meeste branden geregistreerd in Amazonegebied in 20 jaar

    » Albanië: literaire grootheid Ismail Kadare overleden

    Volgens Boliviaans ex-president Morales zou het een zelfcoup zijn

    De Argentijnse president Javier Milei heeft een diplomatieke rel met Bolivia ontketend. In een verklaring op 30 juni stelde hij dat hij ‘de valse beschuldiging van de Boliviaanse regering dat er een staatsgreep zou hebben plaatsgevonden’, verwerpt en dat hij de staatsgreep als nep beschouwt. Dat schrijft het Boliviaanse dagblad El Deber. Maandag riep Bolivia zijn ambassadeur terug uit Argentinië voor overleg ‘om te protesteren tegen de uitspraken’ van het kantoor van Milei.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Boliviaanse president Luis Arce hield zondag vol dat er woensdag ‘een mislukte militaire staatsgreep’ had plaatsgevonden. Evo Morales, voormalig staatshoofd van Bolivia, beschuldigde zijn voormalige bondgenoot Arce er zondag van ‘gelogen’ te hebben over het recente militaire plan dat werd verijdeld en zei dat het ‘leek op een zelfcoup’ die door Arce zelf in scène gezet zou zijn.

    In de Boliviaanse hoofdstad La Paz brak vorige week woensdag een staatsgreep uit. Zwaarbewapende militairen bezetten uit ontevredenheid en onder leiding van generaal Juan José Zúñiga het centrale plein in de stad. Op beelden was te zien hoe zij door de straten van La Paz marcheerden, geflankeerd door pantservoertuigen. Uiteindelijk demobiliseerden de soldaten zich en mislukte de couppoging.

  • Wat betekent de coup in Niger voor de Sahel en westerse bondgenoten?

    Wat betekent de coup in Niger voor de Sahel en westerse bondgenoten?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Niger, waar president Bazoum vorige week werd afgezet door militairen. Niger gold als een bondgenoot van het Westen, maar is het zoveelste land in de Sahel waar een coup plaatsvindt. Wat betekent de staatsgreep voor de Sahel en de relatie met het Westen?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er precies gebeurd in Niger?

    Op woensdag werd bekend dat een groep militairen, onder wie leden van de presidentiële garde, de macht had overgenomen in Niger. De zittende president Mohamed Bazoum was afgezet en werd opgesloten in het presidentieel paleis in de hoofdstad Niamey. Daarnaast werd een avondklok afgekondigd.

    De Nigerese generaal Abdourahamane Tiani verscheen op de staatstelevisie en las een verklaring voor, waarin hij volgens CNN zei dat Bazoum, die sinds 2021 aan het hoofd stond van Niger, verantwoordelijk zou zijn geweest voor de ‘verslechterende veiligheidssituatie’ in het land.

    Bazoum was de eerste democratisch gekozen president van Niger, en is voor westerse bondgenoten en West-Afrikaanse landen die samenwerken in ECOWAS nog steeds ‘de legitieme leider van Niger’, zo schrijft Al Jazeera. Het was de vijfde coup sinds Niger in 1960 onafhankelijk werd van Frankrijk en de zoveelste poging om Bazoum aan de kant te zetten.

    De leden van ECOWAS kwamen samen op een top in Nigeria en veroordeelden de staatsgreep. Volgens de West-Afrikaanse landen moeten de coupplegers binnen een week plaatsmaken en Bazoum herinstalleren, en anders kan er een militaire interventie volgen, meldt Vox. Daarnaast zijn er verregaande sancties ingevoerd, is een vliegverbod ingesteld en zijn de landsgrenzen door buurlanden gesloten.

    ANP 474569938
    Deelnemers poseren voor een foto tijdens een spoedvergadering van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS) in de Nigeriaanse stad Abuja op 30 juli. De Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), een regionaal overlegorgaan van vijftien landen, heeft zondag tijdens een spoedvergadering hier besloten sancties op te leggen aan de militaire leiders van Niger die betrokken waren bij een recente staatsgreep. – © Xinhua

    Al voor zijn inauguratie werd geprobeerd Bazoum uit de weg te ruimen en afgelopen maart, toen de president in Turkije was, werd eveneens geprobeerd zijn regering omver te werpen. Voor het straatarme Niger, dat al jaren wordt geteisterd door jihadistisch geweld, betekent de coup een nieuwe periode van politieke instabiliteit.

    Wat betekent de coup voor de veiligheidssituatie in de Sahel?

    De Sahel beslaat een regio in Afrika waar veel stammen leven, waar jihadistische groeperingen de afgelopen decennia een stevige voet aan de grond hebben gekregen, waar veel armoede is en droogte heerst. Kortom, een regio met veel problemen. Naast Niger maken Mali, Burkina Faso, Tsjaad en Mauritanië officieel deel uit van de regio, net als bepaalde delen van Senegal, Nigeria en Soedan.

    De regio is instabiel. ‘Niger is het volgende land in de Sahel waar een coup wordt gepleegd’, zo schrijft Sky News. Mali kende in 2020 en 2021 couppogingen en in Burkina Faso zijn in 2022 binnen acht maanden tijd twee couppogingen gepleegd. Maar de coup in Niger is om nog een reden zorgwekkend: het land was de laatste betrouwbare partner van het Westen in de strijd tegen het jihadisme.

    Eerder wezen Burkina Faso en Mali VN-soldaten de deur na een coup, waarop onder meer Frankrijk, de Verenigde Staten en Nederland hun partnerschap met Niger versterkten. Als na deze coup VN-soldaten ook Niger moeten verlaten ‘zal dat een enorme klap zijn in de strijd tegen jihadistisch geweld’, zo schrijft de BBC.

    ANP 474721038
    Betogers gaan op zondag 30 juli in Niamey de straat op om hun steun te betuigen aan de coupleider generaal Abdourahmane Tchiani. Ze zwaaien onder andere met Russische vlaggen. In buurlanden Burkina Faso en Mali is het huurlingenleger Wagner actief, daar hebben recent ook staatsgrepen plaatsgevonden. – © Sam Mednick / AP Photo

    Westerse landen zijn al begonnen met het evacueren van staatsburgers, en als ze hun troepen ook uit Niger halen, kunnen jihadisten in het vacuüm springen dat zij achterlaten, zo zegt veiligheidsanalist David Otto tegen VOA News. Voor de Sahel kan de val van het laatste enigszins democratische land, het laatste ‘bastion van stabiliteit’ in de regio, zoals Deutsche Welle het land omschrijft, dramatisch uitpakken.

    Daarnaast is er nog een ander gevaar: dat van een oorlog tussen Afrikaanse landen. Burkina Faso en Mali waarschuwden de ECOWAS-landen deze week dat zij de coupplegers in Niger zullen steunen als er een militaire interventie komt. Meer jihadisme, meer aanslagen, burgeroorlogen of een intercontinentale oorlog: de vooruitzichten voor de Sahel zijn met de coup in Niger ten zeerste verslechterd.

    Wat zijn de gevolgen op geopolitiek gebied?

    Dat juist Mali en Burkina Faso hun steun uitspreken voor de coupplegers, is niet geheel verrassend. Sinds de coups de afgelopen jaren is de aanwezigheid van het Russische huurlingenleger Wagner in de landen aanzienlijk toegenomen, en daarmee de invloed van Rusland zelf. Atalayar wijst erop dat de coupplegers in hun eerste dagen al signalen hebben afgegeven dat ze openstaan voor samenwerking met Rusland, en nadat ECOWAS zich uitsprak tegen de coup gingen betogers de straat op met Russische vlaggen en werden er pro-Poetin-leuzen geroepen.

    ‘Poetin zal tevreden zijn met de coup in Niger’, zo schrijft The Spectator in een analyse. Instabiliteit in Niger biedt een opening voor de Wagner-groep om hun macht in het land – en daarmee de regio – te doen toenemen. Daarnaast is Niger wereldwijd een van de belangrijkste landen op het gebied van uraniumproductie, waarvan een kwart wordt geëxporteerd naar Europa. Zeker nu Frankrijk inzet op kernenergie, kan de situatie in Niger gevolgen hebben voor de energiesituatie in Frankrijk.

    Een andere reden dat Europa bezorgd naar de situatie kijkt is migratie. Niger is (of was) niet alleen een belangrijke partner in de strijd tegen jihadistisch geweld, ook speelde het land een belangrijke rol in het tegenhouden van migranten uit Afrikaanse landen ten zuiden van Niger, die op weg waren naar Europa, zo schrijft USIP in een analyse.

    ANP 474323336
    Woensdag 26 juli verscheen een groep soldaten onder leiding van kolonel-majoor Amadou Abdramane op nationale televisie om het Nigerese volk mee te delen dat ze de president hadden afgezet. – © ORTN / AP

    Ook China is niet blij met de coup, schrijft South China Morning Post. De coup is een ‘nieuwe tegenslag voor de Chinese investeringen in de Sahel’. Het Aziatische land heeft voor bijna vijf miljard dollar geïnvesteerd in Niger, met name in de olie- en uraniumindustrie. Mohammed Soliman, directeur van het Middle East Institute in Washington, benadrukt tegen de krant dat de investeringen en andere projecten van China door de instabiliteit gevaar lopen.

    Maar de coup biedt ook kansen voor China: als westerse landen wegtrekken uit Niger en de Sahel, ontstaat er een gat waarin Beijing, dat al langer bezig is zijn invloed in Afrika uit te breiden, kan springen. Want ook voor de Verenigde Staten betekent de coup een fikse tegenvaller, zo benadrukt The Wall Street Journal. ‘Niger is de laatste dominosteen waarvan we hopen dat hij niet valt’, zegt een hooggeplaatste medewerker van de Amerikaanse inlichtingendienst tegen de krant.

    De VS staken honderden miljoenen aan humanitaire hulp en militaire steun in het land, mede vanwege de verkiezing van Bazoum als president. ‘We hebben ons als geen ander in de regio sterk gemaakt voor deze leider’, zegt Cameron Hudson, voormalig stafchef van de speciale gezant van de VS voor Soedan, tegen WSJ.

    Voor veel landen is de coup een probleem en een nieuw hoofdstuk in de aanhoudende instabiliteit en onveiligheid in de Sahel. Maar, zoals The Conversation treffend schrijft, ‘het is bovenal een verschrikkelijke klap voor de inspanningen van Niger om stabiele democratische instellingen op te bouwen en de vrede en stabiliteit te bevorderen die het leven van de mensen in een van de armste landen ter wereld zouden kunnen verbeteren’.

    Lees ook:

  • Soldaten plegen coup in Niger en houden president vast

    Soldaten plegen coup in Niger en houden president vast

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Federal Reserve verhoogt de rente tot hoogste niveau in 22 jaar tijd

    » Ecuador: 31 doden bij geweldsuitbarsting in gevangenis

    Niger is een belangrijke westerse bondgenoot

    De Nigerese president Mohamed Bazoum, aan de macht sinds 2021, werd woensdag omvergeworpen door coupplegers. Het lot van Bazoum, die sinds woensdag in zijn residentie wordt vastgehouden door de presidentiële garde, is nog onzeker, aldus de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel

    Woensdagavond verscheen een groep soldaten onder leiding van kolonel-majoor Amadou Abdramane op nationale televisie. ‘Wij, de Defensie- en Veiligheidstroepen (FDS), verenigd in de Nationale Raad voor de Bescherming van het Vaderland (CNSP), hebben besloten om een einde te maken aan het regime dat jullie kennen,’ zei Abdramane tegen het land. ‘Dit volgt op de voortdurende verslechtering van de veiligheidssituatie en het slechte economische en sociale bestuur’, voegde hij eraan toe.

    Volgens de BBC hebben de coupplegers ‘de grondwet ontbonden, de instellingen opgeschort, de grenzen van het land gesloten’ en een nationale avondklok afgekondigd. Ze gaven ook de verzekering dat ze ‘de internationale verplichtingen van Niger’ zouden respecteren, evenals ‘de fysieke en morele integriteit van de afgezette autoriteiten’.

    De onrust in Niger komt bovenop de bestaande westerse bezorgdheid over Wagner-operaties en de instabiliteit in de Sahel

    President Bazoum is een belangrijke westerse bondgenoot in de strijd tegen islamistische militanten in West-Afrika en een partnerland van de EU als het gaat om indammen van migratiestromen. Twee buurlanden, Mali en Burkina Faso, hebben de afgelopen jaren ook te maken gehad met staatsgrepen als gevolg van jihadistische opstanden. In beide landen zijn de nieuwe militaire leiders in onmin geraakt met Frankrijk, de voormalige koloniale mogendheid die vroeger ook Niger regeerde.

    In buurland Mali helpen zwaarbewapende Russische huurlingen van Wagner het militaire regime in de strijd tegen jihadistische opstandelingen. De onrust in Niger komt bovenop de bestaande westerse bezorgdheid over Wagner-operaties en de instabiliteit in de Sahel.

    Lees ook:

  • Waarom bestormden Bolsonaro-aanhangers het hart van de Braziliaanse democratie?

    Waarom bestormden Bolsonaro-aanhangers het hart van de Braziliaanse democratie?

    Elke week pluist de redactie van 360 een nieuwsgebeurtenis uit de internationale pers voor je uit. Deze week gaan we dieper in op de bestorming van overheidsgebouwen in Brazilië door aanhangers van oud-president Jair Bolsonaro.

    Dit artikel verscheen woensdag al in de spiksplinternieuwe nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er precies gebeurd?

    ‘Bijna precies twee jaar na de bestorming van het Amerikaanse Capitool op 6 januari 2020 heeft Brazilië zijn eigen extreemrechtse couppoging meegemaakt’, schrijft The Guardian. ‘De grootste aanval op de Braziliaanse democratie sinds het einde van de militaire dictatuur’ in 1985, typeert de krant Estado de São Paulo de bestorming in haar hoofdredactioneel commentaar.

    Zondag bestormden duizenden aanhangers van voormalig president Jair Bolsonaro, gekleed in het groen en geel van de nationale vlag, drie van de belangrijkste overheidsgebouwen in de hoofdstad Brasília. Ze bezetten enkele uren het parlementsgebouw, het Hooggerechtshof en het presidentieel paleis en moesten worden ontzet door de oproerpolitie. Voor zover bekend zijn er geen doden gevallen.

    Volgens Lula deden regionale veiligheidsdiensten te weinig om het geweld te stoppen. Hij is onmiddellijk naar het regeringsdistrict gevlogen en spreekt van een aanval door fascisten. Bolsonaro heeft ook gereageerd, hij zegt het geweld te veroordelen, maar geen rol te hebben gespeeld in de protestbeweging.

    Waar komt de couppoging vandaan?

    ‘De aanval was het gewelddadige hoogtepunt van onophoudelijke retorische aanvallen op het kiesstelsel van het land door Bolsonaro, die in oktober nipt verloor van Luiz Inácio Lula da Silva, beter bekend als Lula’, aldus The New York Times. Sinds Bolsonaro’s verlies hebben zijn aanhangers zich tegen de verkiezingsuitslag gekeerd. Ze sloegen hun kamp op bij militaire bases in het hele land en riepen de strijdkrachten op de leiding over te nemen en de inauguratie van Lula op 1 januari tegen te houden.

    Jarenlang heeft Bolsonaro zonder enig bewijs beweerd dat de Braziliaanse verkiezingssystemen frauduleus waren en dat de elites van het land samenspanden om hem uit de macht te zetten, aldus NYT in een multimediale productie.

    Deze langdurige campagne heeft ertoe geleid dat het vertrouwen van miljoenen Brazilianen in de democratische verkiezingen van het land aangetast is. In een peiling voorafgaand aan de verkiezingen gaf driekwart van de aanhangers van Bolsonaro aan weinig tot geen vertrouwen te hebben in de Braziliaanse stemmachines.

    Bolsonaro-aanhangers
    Aanhangers van de extreemrechtse ex-president van Brazilië, Jair Bolsonaro, worden in bussen door de politie naar het hoofdkwartier van de federale politie vanwege hun mogelijke betrokkenheid bij vandalistische daden tijdens de invallen bij het Congres, het presidentieel paleis en het Hooggerechtshof in Brasília.© Mauro Pimentel / AFP

    Wie zijn de aanhangers van Bolsonaro?

    Een belangrijk deel van Bolsonaro-aanhangers is te vinden onder welvarende, witte ondernemers, vooral werkzaam in de grote landbouwindustrie in het zuiden. Zo stemde 80 procent van de inwoners van Quatro Pontes, het dorpje nabij de grens met Argentinië en Paraguay dat een correspondent van El País bezocht, in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op de extreemrechtse voorman. Hardwerkende types, volgens het El País-profiel, en bovenal erg gelovig, zowel katholiek als protestant, met een groot respect voor traditionele waarden.

    De bestormers komen hoogstwaarschijnlijk uit de groep radicale complotdenkers die in Bolsonaro hun verlosser zien. Enkele dagen voor hun aanval gebruikten de meest radicale aanhangers van Jair Bolsonaro sociale netwerken om zich te mobiliseren en te organiseren.

    Honderd bussen zijn gratis beschikbaar gesteld, gefinancierd door Braziliaanse ondernemers

    Volgens O Estado de São Paulo werd de bestorming van de Braziliaanse politieke instellingen ‘voorbereid door de extremistische volgelingen’ van de extreemrechtse ex-president op onlineberichtendiensten als Telegram, Signal en WhatsApp. Hun doel was om ‘demonstranten uit het hele land’ naar de hoofdstad te brengen, ‘geheel kosteloos’.

    Honderd bussen zijn gratis beschikbaar gesteld, gefinancierd door Braziliaanse ondernemers, zei de nieuwe minister van Justitie, Flávio Dino, maandag. De meesten zijn vertrokken uit de kampen van aanhangers van Jair Bolsonaro die zich voor verschillende militaire kazernes in het land hebben opgesteld sinds zijn nederlaag bij de presidentsverkiezingen in oktober vorig jaar.

    Hoe heeft het zover kunnen komen?

    Dat aanhangers van Bolsonaro de verkiezingsuitslag niet zouden accepteren en een couppoging zouden doen was geen verrassing. Maar waarom werden ze niet tegengehouden door de autoriteiten?

    ‘Om de houding van de politie en het leger en de politici van wie zij hun orders krijgen te begrijpen, is het goed om verschillende feiten in ogenschouw te nemen’, schrijft El País. ‘1, de gouverneur van Brasília, Ibaneis Rocha, was een bondgenoot van het eerste uur van voormalig president Jair Bolsonaro; 2, zijn staatssecretaris voor Openbare Veiligheid, Anderson Torres, was een politiecommissaris die in de vorige regering minister van Justitie was; 3, de militaire politie is al jaren een grote electorale voedingsbodem voor de extreemrechtse leider.’

    Wordt Bolsonaro verantwoordelijk gehouden?

    Alle takken van de Braziliaanse staat hebben de gelederen gesloten rondom Lula en de democratie tegenover de staatsgreep die zondag plaatsvond. De voorzitters van het Congres, de Senaat en het Hooggerechtshof hebben de bestorming veroordeeld.

    De Braziliaanse president had ook een ontmoeting met het hoofd van de strijdkrachten, de minister van Defensie en de gouverneurs. Die van Brasília is voor drie maanden geschorst.

    Maandag waren er volgens O Globotwaalfhonderd mensen gearresteerd wegens ‘misdaden tegen de democratie’ en terrorisme. Inmiddels zijn dat er al minstens vijftienhonderd. Ook is er een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen staatssecretaris Torres van Brasília.

    Alexandria Ocasio-Cortez riep op om ‘te stoppen met het bieden van een schuilplaats aan Bolsonaro in Florida’

    Verschillende Braziliaanse parlementariërs, maar ook Amerikaanse volksvertegenwoordigers, eisen Bolsonaro’s uitlevering, aldus Le Monde. Onder hen de Democratische afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez, die zondag de Verenigde Staten opriep om ‘te stoppen met het bieden van een schuilplaats aan Bolsonaro in Florida’.

    Volgens de Braziliaanse pers heeft de voormalige president – evenals zijn vrouw en zonen – een procedure gestart om zo snel mogelijk het Italiaanse staatsburgerschap te verkrijgen, bericht het Franse dagblad.

    Of Bolsonaro echt uitgeleverd gaat worden is nog maar de vraag. Brazilië kan alleen een verzoek indienen als er een strafrechtelijke procedure wordt gestart tegen de voormalige president en dat is nog niet het geval, aldus minister van Justitie Flávio Dino. In het parlement gaan inmiddels stemmen op om een parlementaire onderzoekscommissie te openen om de misdaden van zondag op te helderen, bericht Le Monde.

    ‘Als de aanslag op het Capitool twee jaar geleden in Washington model stond voor de Braziliaanse coupplegers, zou de voortvarendheid van de Amerikaanse autoriteiten bij het onderzoek en de vervolging van de verantwoordelijken een voorbeeld moeten zijn voor de Braziliaanse autoriteiten. In de strijd om de democratie te verdedigen tegen degenen die haar bedreigen, moet het volle gewicht van de wet worden ingezet’, aldus O Estado de São Pauloin een hoofdredactioneel commentaar.

    Hoe nu verder?

    De coup is misschien mislukt, maar extreemrechts is nog springlevend, schrijft Richard Lapper, auteur van Beef, Bible and Bullets: Brazil in the Age of Bolsonaro, in The Guardian. ‘De meer vooruitziende leiders van extreemrechts in Brazilië, zoals Hamilton Mourão, voormalig vicepresident, en Tarcisio de Freitas, Bolsonaro’s voormalige minister van Infrastructuur en onlangs verkozen gouverneur van São Paulo, zijn al bezig met de lange termijn.’

    Bij de verkiezingen van oktober vorig jaar heeft rechts winst geboekt in het Congres en zijn vertegenwoordiging vergroot ten opzichte van 2018, een jaar dat als een hoogtepunt van conservatieve vooruitgang werd beschouwd. ‘Rechts zal nu proberen voort te bouwen op dit politieke kapitaal en zal geen twee keer nadenken om, indien nodig, de man die zijn wonden verzorgt in Florida [Bolsonaro] aan de kant te schuiven’, concludeert Lapper.

    Met medewerking van Boris van der Spek

    Lees ook:


  • Peruaanse president Pedro Castillo afgezet na chaotische dag

    Peruaanse president Pedro Castillo afgezet na chaotische dag

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitse politie arresteert 25 mensen die een coup zouden hebben beraamd

    » Netflix lanceert controversiële documentairereeks over Harry en Meghan

    Castillo ontbond het parlement maar werd zelf afgezet

    De Peruviaanse president Pedro Castillo is woensdag afgezet door het parlement, schrijft El Comercio. Vicepresident Dina Boluarte is beëdigd als de nieuwe president van het Zuid-Amerikaanse land. Boluarte is de eerste vrouwelijke president in de geschiedenis van Peru en de zesde president van het land sinds 2016.

    Aan de afzetting gingen enkele chaotische uren vooraf. Wetende dat het parlement over zijn afzetting zou stemmen, besloot Castillo het parlement te ontbinden. Hij kondigde nieuwe parlementaire verkiezingen aan en zou in de tussentijd per decreet regeren. Ook kondigde hij een nieuwe grondwet, een reorganisatie van de rechterlijke macht en een avondklok aan.

    Zijn aankondiging werd door tegenstanders én bondgenoten van Castillo gezien als een couppoging. Talloze ministers van Castillo dienden hun ontslag in en het leger zei de stap van Castillo niet te steunen. Na zijn afzetting verliet Castillo het presidentieel paleis, waarna hij werd aangehouden door de politie in Lima. In de hoofdstad vinden momenteel protesten plaats van zowel voor- als tegenstanders van de afgezette president.

    Lees ook:

  • Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht greep – waarbij meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen – woedt er een oorlog in het land. Tienduizenden jonge stadsbewoners hebben de wapens opgepakt. The New York Times ging langs bij een rebellenkamp in de jungle.

    Op een heuveltop in de jungle, zo’n anderhalve kilometer van de frontlinie in het oosten van Myanmar, laat een voormalig manager van een banketzaal zijn wijsvinger langs de trekker van een automatisch geweer glijden. Een tandarts vertelt hij hoe larven uit de ontstoken kogelwond van een jonge strijder heeft gehaald. Een marketingmanager vertelt over de aangepaste commerciële drones die ze gebruikt om de vijand te bestoken.

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht in handen kreeg door een coup te plegen – waarbij de gekozen leiders van het land gevangen werden gezet, meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen en er minstens dertienduizend werden opgepakt – woedt er een oorlog in het land, waarbij enkele onverwachte partijen het strijdtoneel hebben betreden. Aan de ene kant is er een militaire junta die, afgezien van een korte tussenpauze van semidemocratisch bestuur, al een halve eeuw met grof geweld regeert. Aan de andere kant zijn er tienduizenden jonge stadsbewoners die de wapens hebben opgepakt, die colleges, videogames en glitternagellak hebben verruild voor een leven (en mogelijke dood) in de jungle.

    Onlangs hebben verslaggevers van The New York Times een bezoek gebracht aan een kamp in het regenwoud van oostelijk Myanmar, waar zo’n drieduizend leden van een onlangs gevormde militie verblijven in geïmproviseerde hutten van bamboe of teerdoek. Ze leveren vrijwel elke dag strijd. Terwijl ze in aantal maar een fractie vormen van een van de grootste staande legers van Zuidoost-Azië, zijn deze Generatie-Z-krijgers erin geslaagd dit leger, dat al lange tijd een schrikbewind voert, te ontregelen. En het conflict blijft maar escaleren, ook nu de woede van de wereld zich richt op andere verwerpelijke daden, zoals de Russische invasie in de Oekraïne. 

    ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen‘

    Momenteel is het leger van Myanmar, ook wel de Tatmadaw genoemd, allesbehalve in staat zijn greep op het land te verstevigen. De Tatmadaw ziet zich gedwongen om op tientallen fronten strijd te leveren, niet alleen in de grensgebieden in de buurt van India, China en Thailand, maar ook in de dorpen en steden in het binnenland. Vrijwel dagelijks vinden er schermutselingen plaats, waarbij ook slachtoffers vallen. ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen, en ik accepteer niet dat ze ons de democratie willen afnemen,’ zegt een vroedvrouw in een stad in het zuiden van Myanmar. Net als zovele anderen wil ze niet met haar naam in de krant om haar familieleden thuis niet in gevaar te brengen.

    Sneeuwwitje, zoals haar nom de guerre luidt, is vorig jaar mei naar een gebied getrokken dat wordt gecontroleerd door een bewapende etnische groepering die al tientallen jaren strijdt voor autonomie. Sindsdien heeft ze van de etnische rebellen en deserteurs uit het leger geleerd hoe je een geweer moet laden, hoe je zelf een handgranaat in elkaar kunt zetten en hoe je op het slagveld triage toepast. ‘Onze generatie heeft idealen,’ zegt ze. ‘We geloven in vrijheid.’ Haar driejarige zoontje blijft in de stad. Hij weet niet waar zijn moeder naartoe is, zegt ze. Sneeuwwitje aait een puppy die door het kamp scharrelt en bij verschillende strijders op schoot terechtkomt. ‘Iets om van te houden,’ zegt ze.

    ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt’

    In reactie op aanvallen van burgermilities, die samen optrekken met etnische rebellengroepen, is de Tatmadaw een tegenoffensief begonnen. De Tatmadaw voert luchtaanvallen uit, brandt dorpen plat en terroriseert mensen die zich verzetten tegen zijn greep naar de macht. ‘De Tatmadaw doet niets anders dan moorden,’ zegt Ko Thant, die vertelt dat hij kapitein was voordat hij vorig jaar deserteerde uit de 77e Lichte Infanterie Divisie. Sindsdien heeft hij honderden burgers getraind in gevechtstechnieken. ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt.’

    Verzet

    Het verzet tegen de militaire coup van februari 2021 begon met miljoenen mensen die de straat op gingen, overal in Myanmar, in grote en kleinere steden. Door het hele land werd geweldloos gedemonstreerd voor een terugkeer van de gekozen leiders – op slippers, hoge hakken of, in het geval van de boeddhistische monniken, op blote voeten. Binnen enkele weken verviel de Tatmadaw tot het oude scenario. Sluipschutters van het leger schakelden de demonstranten uit met een gericht schot door het hoofd.

    Sommige jonge mensen, die volwassen waren geworden in het decennium van hervormingen in Myanmar, zagen weinig heil in de boodschap van geweldloos verzet van de doorgewinterde pleitbezorgers van de democratie. Ze wilden terugvechten. ‘Als de vijand je wil vermoorden, bereik je niets met geweldloze protesten,’ zegt Naw Htee, een maatschappelijk werkster die militiesergeant is geworden. ‘We moeten onszelf verdedigen.’ Ze wijst naar stukken van mortiergranaten en naar artilleriescherven, het oorlogspuin dat is neergedaald over het junglekamp waar ze woonde. Een jonge man zit ineengedoken naast haar, op zijn schouder een kartelige wond van een vuurgevecht een maand eerder.

    Er zijn inmiddels honderden burgermilities in Myanmar, losjes georganiseerd in het volksbevrijdingsleger, de People’s Defence Force. Elke militie zweert trouw aan een schaduwregering vanuit de bevolking, de Nationale Eenheidsregering, die na de staatsgreep is opgericht. Sommige bataljons worden geleid door afgezette wetgevers. De Nationale Eenheidsregering zegt meer dan dertig miljoen dollar te hebben ingezameld voor de oorlogsinspanningen, merendeels donaties van burgers. Die geldstroom heeft geleid tot een merkwaardige ongelijkheid. Terwijl veteranen van gewapende etnische groeperingen strijden met oude geweren die bij elkaar worden gehouden met duct tape, lopen er bij de People’s Defense Force mensen te pronken met nieuwe wapens, met een peperduur vizier, hoewel er over het algemeen nog steeds een tekort aan wapens is.

    Voor stadskinderen met fijne handjes is het niet niks om te overleven in een door malaria geteisterde en van slangen vergeven jungle, laat staan om niet ten prooi te vallen aan Tatmadaw-sluipschutters, mortiergranaten en luchtaanvallen. ‘De People’s Defence Force in de jungle, dat zijn mensen die hun leven hebben gegeven voor het land, en ik heb uitzonderlijk veel respect voor hen,’ zegt U Yee Mon, een voormalig dichter die nu minister van Defensie is in de Nationale Eenheidsregering.

    Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend

    Sommige van de jonge strijders waren op de vlucht voor een arrestatiebevel omdat ze hadden deelgenomen aan de protesten na de coup. Vluchten was min of meer hun enige optie. In een mensenrechtenrapport van 15 maart beschuldigden de Verenigde Naties de militaire junta ervan in de nadagen van de putsch oorlogsmisdaden te hebben gepleegd tegen de eigen bevolking.

    Maar afgezien van wat financiële sancties en woorden van afkeuring, heeft de internationale gemeenschap weinig gedaan om de junta van Myanmar te straffen. Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend, al bestaat deze regering voor een groot deel uit gekozen politici. Zonder al te veel hoop op hulp van buitenaf heeft de schaduwregering aansluiting gezocht bij de etnische groeperingen die gebieden in handen hebben in de grensstreken van Myanmar. Samen hebben ze een zogeheten ondergrondse spoorlijn gevormd om jonge mensen in veiligheid te brengen – en om ze de eerste beginselen van oorlogsvoering bij te brengen.

    Geen kogelvrij vest

    Op een ochtend rukt een groep verzetsstrijders, geen van allen ouder dan 26, op naar de loopgraven aan de frontlinies in het oosten van Myanmar. Ze ontwijken de geïmproviseerde landmijnen die ze hebben geplaatst om hun terrein te verdedigen, aangezien de legerposten zo dichtbij zijn. Hun ademhaling is gejaagd. Een van de strijders struikelt over een tak en zijn slipper ketst met een knal tegen zijn voet. Een aantal militieleden draagt een kogelvrij vest, maar zonder de harde, ballistische platen die eventueel hun leven zouden kunnen redden. 

    ‘Ik kan niet zo goed tegen bloed,’ zegt Ko Kyaw, een negentienjarige student, die een kogel in zijn hand houdt. ‘Ik word er duizelig van.’ Een paar uur laten bestoken een paar Tatmadaw-aanvalshelikopters de loopgraven van de rebellen, al zijn de schuttersputjes verlaten omdat de rebellen lucht hadden gekregen van de ophanden zijnde aanval. Vrijwel elke nacht nemen Tatmadaw-sluipschutters alles onder vuur wat ze maar in het oog krijgen: de gloed van een mobieltje van iemand die misschien even op Facebook keek, of de opgloeiende askegel van een joint.

    Diezelfde dag worden, in het noorden, een docent en een medicijnenstudent gedood die zich bij het verzet hadden aangesloten. De een krijgt een kogel van een sluipschutter in het hoofd, de ander wordt geveld door een mortiergranaat. Volgens de Nationale Eenheidsregering zou de People’s Defence Force, die samen optrekt met de meer ervaren strijders van de etnische milities, tussen juni 2021 en februari 2022 zo’n negenduizend Tatmadaw-soldaten hebben gedood. (Volgens de schaduwregering zijn er zo’n 300 militiestrijders gesneuveld in de strijd.) Een woordvoerder van het Myanmarese leger zegt dat het feitelijke dodental lager ligt, en dat de aantallen van de schaduwregering niet kunnen worden bevestigd. Maar militaire bronnen hebben toegegeven dat de Tatmadaw zich zorgen maakt over het toegenomen aantal slachtoffers.

    Gedeserteerd

    De gewonde verzetsstrijders worden behandeld in een kliniek in de jungle, met operatietafels van bamboe en een medische post die is opgetrokken uit gevlochten bamboe. Ko Mon Gyi, een militielid, ligt op een houten platform, zijn been in het verband vanwege een schotwond die hij een maand eerder heeft opgelopen in de strijd. Die dag zijn er nog acht strijders gewond geraakt.

    Aung San Suu Kyi is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd. Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Zes jaar

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten. ‘Zodra ik ben opgeknapt, ga ik weer vechten,’ zegt hij. ‘Dat is mijn taak.’

    ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken’

    De kliniek wordt geleid door een arts die bijna tien jaar bij de Tatmadaw heeft gezeten. Als legerarts heeft dokter Drid, zoals hij zichzelf noemt, Tatmadaw-soldaten behandeld die gewond waren geraakt in de strijd tegen de etnische rebellen die nu onderdak bieden aan zijn bataljon van de People’s Defence Force. ‘Ik geloof in mensenrechten en democratie,’ zegt dokter Drid. ‘Dat is waar de Tatmadaw voor zou moeten vechten, wat ze zou moeten beschermen.’ De stem van de voormalig legerarts breekt even en zijn handen trillen als hij vertelt over de dag, nu een jaar geleden, dat hij huis en haard verliet en deserteerde. Hij vertelde zijn familie niet waar hij naartoe ging uit angst dat de Tatmadaw wraak op hen zou nemen; sommige familieleden van gedeserteerde soldaten zijn gevangengezet en gemarteld. Zijn kind weet misschien niet beter dan dat hij in de strijd is omgekomen, zegt hij. ‘Het zijn lafaards,’ zegt hij over de gewapende troepen waar hij zich op zijn vijftiende bij had aangesloten. ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken.’

    Quasidemocratie en de Tatmadaw

    Een militaire staatsgreep. Na een militaire staatsgreep op 1 februari 2021 werd Myanmar gegrepen door onrust. Vreedzame demonstraties voor democratie maakten plaats voor opstanden tegen de Tatmadaw, het lokale leger, dat de burgerlijke leider van het land, Daw Aung San Suu Kyi, verdreef.

    Aung San Suu Ky is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd.

    Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten

    Ondenkbaar verleden

    Voor Myanmars jongere generatie betekende de coup een terugkeer naar een vrijwel ondenkbaar verleden, zonder Facebook en buitenlandse investeringen. Onder een eerdere legerleiding was Myanmar een van de meest geïsoleerde landen ter wereld. Sinds de putsch heeft de nieuwe junta, onder leiding van senior generaal Min Aung Hlaing, alle social media verbannen, de economie te gronde gericht en een heel land weer naar de rand van de afgrond gevoerd. ‘De generaals hebben ons onze toekomst afgenomen,’ zegt Ko Arkar, die tot aan de coup werkzaam was als kok in een hotel in Yangon, de grootste stad van Myanmar.

    Voorheen was hij de hele dag bezig met het trekken van heldere runderbouillon en het bereiden van de perfecte medium-rare steak. Nu patrouilleert hij aan de frontlinie, samen met een netwerkengineer, iemand die in een kledingfabriek werkte en iemand die op de Southeast Asian Games een medaille heeft gewonnen met zeilen. Ook andere generaties jonge Myanmarezen hebben geprobeerd vanuit de jungle het militaire regime omver te werpen. Dat was in 1962, na de eerste coup van het leger, en vervolgens in 1988, nadat de Tatmadaw de massale demonstraties had neergeslagen – in een Myanmarese versie van het bloedige neerslaan van het Tiananmenprotest. Een kleine 35 jaar geleden vluchtten studenten en intellectuelen naar dezelfde bossen als waar zich nu de People’s Defence Force schuilhoudt.

    Ook zij zochten aansluiting bij de etnische rebellen die al tientallen jaren strijden voor zelfbestuur. Na enkele jaren viel die door studenten geleide gewapende beweging uiteen. De etnische groeperingen die hun onderdak boden kwamen tot de ontdekking dat de studenten en hun kompanen het idee van etnische gelijkheid niet zo hoog in het vaandel hadden staan als zij hadden gehoopt. De militairen bleven aan de macht.

    Dit keer is het verzet beter georganiseerd en beter gefinancierd. Het heeft de energie weten te kanaliseren van jonge mensen verspreid over het hele land, die zowel in stedelijke als landelijke omgevingen strijd leveren. En het verzet onderhoudt nu warmere banden met gewapende etnische groeperingen, zoals de groepen die de Karen-minderheid vertegenwoordigen, die verwikkeld is in een van de langstlopende burgerconflicten ooit. ‘We weten hoe slecht de Tatmadaw is omdat de soldaten onze mensen vermoorden en onze vrouwen verkrachten,’ zegt Saw Bu Paw, een bataljonscommandant van de Karen National Liberation Army, een van de tientallen etnische rebellengroepen. ‘De coup heeft iedereen in het land duidelijk gemaakt hoe slecht ze zijn.’

    Onderzoekers van de Verenigde Naties hebben gezegd dat de manier waarop het leger omgaat met enkele van de etnische minderheden in Myanmar, het stempel draagt van genocide. Onlangs hebben de Verenigde Staten de Tatmadaw-campagne tegen de Rohingya-moslimminderheid ook bestempeld tot genocide. Hoewel er geen harde gegevens zijn, lijkt op basis van alle verhalen het aantal Tatmadaw-deserteurs een stijgende lijn te vertonen. Zelfs vóór de coup waren de soldaten overbelast en onderbetaald. ‘Wie wil er nu nog soldaat worden?’ zegt dokter Wai, een andere Tatmadaw-arts die is gedeserteerd en zich heeft aangesloten bij de People’s Defence Force in de jungle. ‘Het is een beschamende baan.’

    ‘Doden is een zonde, maar niet in een rechtvaardige oorlog’

    Elke oorlog is smerig, en ook de rebellen worden beschuldigd van wreedheden. In de steden hebben leden van de People’s Defence Force een reeks moordpartijen en bombardementen uitgevoerd die de vraag opriep of er misschien persoonlijke rekeningen worden vereffend onder het mom van de strijd voor democratie. Maar ondertussen blijft het verzet groeien, en trekt het de meest onwaarschijnlijke leden aan.

    John Henry Newman, die door het leven gaat onder zijn doopnaam, studeerde tot vorig jaar aan het rooms-katholieke seminarie in Yangon. Zijn vingers, die in het verleden veelvuldig een bidsnoer beroerden, hebben inmiddels keer op keer de trekker van een geweer overgehaald. Tijdens gevechten vorig jaar in december in Myanmar was de vijand zo dichtbij, zegt hij – hij heeft geschoten, maar hij weet niet of zijn kogels iemand hebben geraakt. ‘Doden is een zonde,’ zegt hij, ‘maar niet in een rechtvaardige oorlog.’

  • Wereldbeeld: Bodypainting in Ouagadougou

    Wereldbeeld: Bodypainting in Ouagadougou

    Mannen gaan in geverfde militaire uniformen de straat op om hun steun te tonen voor de machtsovername in Burkina Faso.

    De democratisch verkozen president Roch Kaboré werd door legerofficieren afgezet; onvrede over zijn onmacht om de geweldspiraal in het land op te lossen leidde op 23 januari tot muiterij binnen het leger, die een dag later uitliep op een coup. In de hoofdstad Ouagadougou steunen veel inwoners de coupplegers, in de hoop dat zij het land uit de crisis kunnen loodsen. Frankrijk en de VN hebben de staatsgreep van het West-Afrikaanse land veroordeeld.

    ANP 444396030
    © Olympia de Maismont / AFP

  • Na staatsgreep in Burkina Faso vragen demonstranten Rusland om hulp

    Na staatsgreep in Burkina Faso vragen demonstranten Rusland om hulp

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: gezamenlijke coming out van katholieke lhbti’ers

    » Schrijver Maya Angelou is eerste zwarte vrouw op Amerikaanse munt

    Het leger heeft de macht gegrepen in Burkina Faso


    ‘De ochtend na de staatsgreep in Burkina Faso had een menigte feestvierders die de militaire machtsovername vierden op het stoffige hoofdplein van de hoofdstad, twee boodschappen voor de buitenwereld: nee tegen Frankrijk, en ja tegen Rusland’, schrijft The New York Times.

    Maandag vond er in het West-Afrikaanse land een coup plaats waarbij het leger de burgerregering afzette en de president gevangenzette. Sympathisanten van de staatsgreep zijn het beu dat hun regering en Frankrijk er niet in slagen het geweld van islamitische militanten te stoppen en roepen nu Rusland op om in te grijpen.

    Sinds 2016 zijn er door het geweld 1,4 miljoen mensen op de vlucht geraakt, dat tweeduizend mensen het leven heeft gekost en twee derde van het land heeft gedestabiliseerd.

    ‘Veel deelnemers aan het protest zeiden dat ze geïnspireerd waren door de Russische interventie in de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar Russen de president bewaken, Russische bedrijven diamanten delven en Russische huurlingen vorig jaar een islamistisch offensief afsloegen’, aldus NYT. Recenter verleenden de Russen bovendien militaire steun aan Mali, het land ten noorden van Burkina Faso.

    Het is vooralsnog onduidelijk of het militaire bewind de hulp van Rusland zal inroepen.

    Lees ook:

  • Extreemrechtse politieagenten bereiden zich voor op ‘Dag X’

    Extreemrechtse politieagenten bereiden zich voor op ‘Dag X’

    Rechts-extremisme schijnt te zijn doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, de overheid geeft toe het probleem jarenlang te hebben onderschat. Misschien wel omdat de motivatie van de extremisten vrij bizar is; ze bereiden zich voor op ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten.

    Keuze uit het archief

    Deze week werden 25 Duitsers opgepakt op verdenking van het beramen van een coup tegen de Duitse staat. Ze wilden het parlement bestormen en een nieuwe regering installeren. Ook wilden ze een nieuw leger oprichten. Hun plannen tonen aan hoe diepgeworteld het rechts-extremisme nog steeds is in Duitsland. Twee jaar geleden schreef The New York Times daar dit artikel over.

    Het plan van de groep klonk akelig concreet. Politieke vijanden en voorvechters van vluchtelingen en migranten zouden worden opgepakt, in een vrachtwagen geladen en afgevoerd naar een geheime locatie – om daar te worden vermoord. Een van de leden van deze groepering in het Oost-Duitse Güstrow had al dertig lijkzakken ingeslagen. Op een lijst van nog te kopen spullen stonden volgens justitie nog meer lijkzakken en ongebluste kalk, om de geur van begraven lijken te maskeren.

    Het waren op het oog eerbiedwaardige burgers die dit plan bespraken. Een van hen was advocaat; hij was actief in de lokale politiek, maar had een grote hekel aan immigranten. Er zaten twee reservisten bij. En twee politieagenten, zoals Marko Gross (49): voormalig parachutist in het leger, nu scherpschutter bij de politie en hun officieuze leider.

    Een neonazimars in het Duitse Bielefeld op  9 november 2019. – © Thomas F. Starke / Getty
    Een neonazimars in het Duitse Bielefeld op 9 november 2019. – © Thomas F. Starke / Getty

    Nordkreuz

    De groep kwam voort uit een Duits chatnetwerk voor militairen en oud-militairen met rechts-extremistische sympathieën, dat was opgezet door een lid van het Kommando Spezialkräfte (KSK), de elitetroepen van het Duitse leger. Na verloop van tijd vormde zich onder leiding van Gross deze lokale onderafdeling, die onder meer een arts, een ingenieur, een interieurbouwer, een sportschooleigenaar en zelfs een visser onder haar leden telde. Nordkreuz noemden ze zich, Noorderkruis.

    ‘Allemaal bij elkaar waren we een compleet dorp,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik dit jaar met een aantal Nordkreuz-leden voerde over het ontstaan en de plannen van hun groep. Ze ontkennen dat ze de dood van anderen beraamden. Maar uit de informatie van politie en justitie en uit een verklaring van één lid van de groep (waarvan wij een transcriptie konden inzien) blijkt dat hun plannen wel degelijk een duistere inslag hadden.

    Duitsland is bezig met een inhaalslag wat betreft de aanpak van rechts-extremistische netwerken, waarvan de autoriteiten nu zeggen dat die wijder vertakt zijn dan ze hadden beseft. Juist voor een land dat zich van de last van zijn naziverleden en de gruwelen van de Holocaust heeft moeten bevrijden, is het verontrustend dat het rechts-extremisme zelfs tot in de strijdkrachten lijkt te zijn doorgedrongen. In juli dit jaar is een complete eenheid van het Kommando Spezialkräfte ontbonden, omdat die door extremisten bleek te zijn geïnfiltreerd.

    De zaak van de Nordkreuz-groep, meer dan drie jaar geleden aan het licht gebracht maar pas sinds kort onder de rechter gekomen, laat zien dat het probleem van rechts-extremistische infiltratie niet nieuw is en zich ook niet beperkt tot het KSK of zelfs het leger. Rechts-extremisme, zo geven politici en autoriteiten nu toe, is doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, doordat de overheid het probleem jarenlang heeft onderschat of niet onder ogen heeft willen zien. En nu kost het de autoriteiten grote moeite om het uit te roeien.

    Dag X

    De extremisten worden in belangrijke mate gemotiveerd door een idee dat zo bizar en vergezocht lijkt dat de instanties het simpelweg niet serieus namen, terwijl het in extreemrechtse kringen wel degelijk opgang maakte. Neonazi’s en andere extremisten noemen het ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten. Overtuigde rechts-extremisten moeten zich daarop voorbereiden om dan – in hun ogen – het land te redden. Onder deze Dag X-preppers bevinden zich inmiddels respectabele mensen, met serieuze vaardigheden en ambities. En de Duitse autoriteiten beschouwen dat hele verhaal steeds meer als een excuus van rechts-extremisten om terroristische aanslagen of zelfs een staatsgreep te beramen.

    ‘Ik ben bang dat we nog maar het topje van de ijsberg hebben gezien,’ zegt Dirk Friedriszik, parlementslid in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, waar Nordkreuz werd opgericht. ‘Het is niet alleen het KSK. Het grote probleem is: deze cellen zitten overal. In het leger, in de politie, onder reservisten.’

    Nordkreuz was zo’n clubje dat zich intensief voorbereidde op Dag X. Eind 2016 kreeg de Duitse inlichtingendienst een tip en in de zomer van 2017 stelde justitie een onderzoek in. Maar het heeft jaren geduurd voordat dit netwerk, of althans een klein stukje ervan, voor de rechter werd gebracht. En nog steeds is maar één lid van de groep, Marko Gross, veroordeeld – niet wegens samenzwering, maar voor illegaal wapenbezit. Eind vorig jaar kreeg hij daarvoor 21 maanden voorwaardelijk – zo’n lage straf dat het OM dit jaar in beroep is gegaan.

    Van de circa dertig leden van de Nordkreuz-groep zijn er maar twee, een andere politieagent en een advocaat, tegen wie momenteel nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terroristische aanslagen.

    Volgens kenners van rechts-extremisme is het typerend voor de manier waarop de autoriteiten hiermee omgaan. De lichtheid van de vergrijpen waarvoor extremisten worden vervolgd staat in geen verhouding tot de verreikende plannen die justitie zo wil bestraffen en voorkomen. De aanklachten zijn bijna altijd gericht tegen individuen, niet tegen de netwerken als zodanig.

    Infiltratie

    Maar dat het zo veel moeite kost om die te vervolgen, wijst op een ander probleem dat de Duitse autoriteiten steeds meer zorgen baart: de extreemrechtse infiltratie in juist die instanties die er onderzoek naar moeten doen, zoals het politieapparaat. In juli trad de hoofdcommissaris van politie in de deelstaat Hessen af, omdat neonazi’s doodsbedreigingen hadden verstuurd met gebruik van persoonsgegevens die van politiecomputers waren gehaald. En in datzelfde Hessen werd vorige zomer een regionale politicus vermoord door een man die als neonazi bekendstond – een moordaanslag die veel Duitsers de ogen heeft geopend voor het gevaar van extreemrechts terrorisme.

    Sommige Nordkreuz-leden namen hun plannen zo serieus dat ze al een lijst met politieke vijanden hadden opgesteld. Heiko Böhringer, politiek actief in hun regio, kreeg doodsbedreigingen. ‘Ik dacht over preppers altijd: dat zijn ongevaarlijke gekken die te veel griezelfilms hebben gezien,’ zegt hij. ‘Maar daar denk ik nu anders over.’

    In juli is een KSK-eenheid ontbonden wegens extreemrechtse infiltratie

    Friedriszik, die in de lokale politiek al jaren aandacht vraagt voor het groeiende gevaar van extreemrechts, was lange tijd een roepende in de woestijn. ‘Het is een beweging die op heel veel plaatsen invloed heeft,’ zegt hij. ‘Die verhalen over Dag X klinken misschien als een dagdroom. Maar als je goed kijkt, zie je hoe snel zoiets kan omslaan in serieuzere voornemens – en concrete plannen.’

    De schietbaan in Güstrow, een klein stadje in het noordoosten van het land, bevindt zich aan het einde van een lange onverharde oprijlaan met een stevig hek ervoor. Het terrein is afgezet met prikkeldraad. Er wappert een Duitse vlag.

    ‘Hier is het allemaal begonnen,’ zei Alex Moll, interieurbouwer, lid van Nordkreuz en in het bezit van een jachtvergunning en een kast vol geweren, toen ik eerder dit jaar rondkeek in de regio. Marko Gross, de politieman, was een vaste bezoeker van de schietbaan. Hij had als parachutist en verkenner in het Duitse leger gezeten, in een bataljon dat later opging in de elitetroepen van het KSK. Toen was hij al afgezwaaid, maar hij kent meerdere militairen die wel in het KSK hebben gediend. Een andere vaste klant was Frank Thiel, die als pistoolschutter prijzen won en in heel Duitsland een veelgevraagd schietinstructeur was voor leger en politie.

    Het vervulde de mannen met ontzetting dat in het najaar van 2015 honderdduizenden asielzoekers uit de oorlogen in Syrië, Irak en Afghanistan naar Duitsland kwamen. Zij zagen daarin een invasie van potentiële terroristen, die tot het failliet van de Duitse verzorgingsstaat en misschien zelfs tot maatschappelijke chaos zou leiden. En hun eigen regering ontving die vluchtelingen met open armen. ‘We maakten ons zorgen,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik in de loop van dit jaar met hem had.

    Tijdens een schiettraining die Thiel eind 2015 in het zuiden van Duitsland aan militairen van het KSK had gegeven, had hij gehoord over een landelijk netwerk waarin je met versleutelde berichten van gedachten kon wisselen over de veiligheid in Duitsland en de beste manier om je op een crisis voor te bereiden. Het werd beheerd door een militair; die heette André Schmitt, maar iedereen kende hem als Hannibal. Wie wilde meedoen?

    Zo’n dertig mensen, veelal vaste bezoekers van de schietbaan in Güstrow, werden binnen de kortste keren lid van dit netwerk en begonnen gretig de updates van Schmitt te volgen. En al snel zette Gross een aparte groep op met leden uit zijn regio. Ze woonden allemaal in de streek rond Güstrow, hadden extreemrechtse sympathieën en beschouwden zichzelf als bezorgde burgers. In januari 2016 was Nordkreuz gevormd. Voor toelating golden twee criteria, zei Moll: ‘De juiste vaardigheden en de juiste mentaliteit.’

    Gross en een andere politieman in de groep waren lid van wat toen nog een politieke partij in opkomst was, maar inmiddels de derde partij in de Bondsdag: Alternative für Deutschland. Minstens twee andere leden van de groep hadden weleens een bijeenkomst bijgewoond van het Thule-Seminar, een organisatie waarvan de leiders Hitler-portretten aan de muur hebben en de dominantie van het blanke ras prediken.

    Om de paar weken kwam Nordkreuz bijeen boven de sportschool van een van de leden of in de showroom van Alex Moll, waar ik hem ook sprak. Soms hielden ze een barbecue, of lieten ze een gastspreker komen. Zo herinnerde Moll zich dat er eens een oud-militair kwam praten over crisismanagement. En ze hadden ook eens een lid van de zogenaamde Reichsbürger-beweging op bezoek, die het naoorlogse Duitse staatsbestel niet erkent. Zoals de leden het vertellen, werd hun groep allengs een hecht clubje met één gezamenlijk streven dat hun leven ging beheersen: de voorbereiding op Dag X.

    Marko Gross wordt op 20 november 2019 de rechtbank in Schwerin (Mecklenburg-Vorpommern) binnengeleid. Gross was lid van Nordkreuz, een extreemrechtse groepering die zich voorbereidde op ‘Dag X’. – © Bernd Wüstneck / DPA
    Marko Gross wordt op 20 november 2019 de rechtbank in Schwerin (Mecklenburg-Vorpommern) binnengeleid. Gross was lid van Nordkreuz, een extreemrechtse groepering die zich voorbereidde op ‘Dag X’. – © Bernd Wüstneck / DPA

    H. begon over “de mensen in het dossier” die moesten worden “opgeruimd”

    Safehouse

    Ze legden voorraden aan om het honderd dagen te kunnen uitzingen: voedsel, benzine, toiletbenodigdheden, walkietalkies, geneesmiddelen en munitie. Marko Gross haalde daarvoor het geld op: 600 euro per lid. Zo legde hij een voorraad van in totaal meer dan 55.000 patronen aan. En ze kozen een ‘safehouse’ waar de leden zich op Dag X met hun gezin zouden verzamelen: een voormalig vakantiedorp uit de communistische tijd, diep in de bossen. Een ‘ideale’ plek, zegt Moll, met een beekje voor schoon drinkwater, een meertje om in te baden en kleren te wassen, in het bos genoeg wild om op te jagen en genoeg hout om mee te bouwen, en zelfs een oude septic tank.

    Ik vroeg of het hunzelf allemaal ook niet een beetje vergezocht leek. Mijn ‘westelijke naïviteit’ ontlokte Moll een glimlach. Hun deelstaat lag vroeger ingeklemd tussen het IJzeren Gordijn en de Poolse grens. De leden van Nordkreuz zijn nog opgegroeid in de oude DDR. ‘Onder het communisme moest je creatief zijn en de juiste kanalen kennen om aan sommige dingen te komen,’ legde Moll uit. ‘Je zou kunnen zeggen dat ons het preppen met de paplepel is ingegoten.’ En ze hebben dus ook al eens meegemaakt dat een staatsbestel volledig instortte, zei hij. ‘Zo leer je tussen de regels te lezen. Dat is een voordeel.’

    In de loop van 2016, toen de migranten nog steeds met honderdduizenden naar Duitsland kwamen en Europa werd getroffen door enkele aanslagen van moslimterroristen, namen de voorbereidingen serieuzere vormen aan. Gross ging dat najaar met enkele andere Nordkreuz-leden naar een wapenbeurs in Neurenberg en sprak daar in eigen persoon met Schmitt, de commando die het landelijke netwerk beheerde. Op de toren van een afgedankte brandweerkazerne leerde de groep abseilen. Ze spraken twee verzamelpunten af voor Dag X. Er werden twee complete operatiekamers ingericht bij wijze van veldhospitaal, één in een kelder en één in een camper.

    ‘Het idee was dat er iets vreselijks op til was,’ vertelde Gross me. ‘We dachten bij onszelf: waarop willen we ons voorbereiden? En we zeiden: als we dit doen, dan gaan we er ook helemaal voor.’ Gross hield vol dat ze zich alleen voorbereidden op wat zij zagen als de dag waarop het hele maatschappelijke bestel zou instorten – op Dag X. Hij zei dat ze nooit van plan waren geweest om mensen te vermoorden of kwaad te doen.

    Maar minstens één lid van de groep schetst een veel grimmiger beeld. ‘Bepaalde mensen moesten bijeengedreven en doodgeschoten worden,’ vertelde Horst Schelski in 2017 aan justitie, in een verklaring waarvan The New York Times een kopie heeft. Schelski is een voormalig luchtmachtofficier en zijn verhaal wordt door de anderen betwist. Het draait allemaal om een bijeenkomst die volgens hem eind 2016 plaatsvond op een parkeerplaats aan de provinciale weg bij Sternberg, een dorpje op zo’n drie kwartier rijden ten westen van Güstrow. Gross had daar afgesproken met een handvol andere mannen die inmiddels de harde kern binnen Nordkreuz vormden.

    Mehmet Turgut-trofee

    Onder de andere aanwezigen bevonden zich de twee mannen tegen wie nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terreuraanslagen. Volgens de Duitse wetgeving mogen zij niet met hun volledige naam worden vermeld. Een van de twee was Haik J., net als Marko Gross een politieagent. De ander was de advocaat en lokale politicus Jan Henrik H. Zij wilden mij allebei niet te woord staan.

    Jan Henrik H. wordt door andere leden van de groep beschreven als bijzonder fanatiek in zijn vreemdelingenhaat. Ze vertelden dat hij op zijn verjaardag altijd een schietwedstrijd hield in een wei achter zijn huis, in de noordelijke kuststad Rostock. De winnaar kreeg dan een trofee die vernoemd was naar Mehmet Turgut, de Turkse snackbarmedewerker die in 2004 in Rostock werd vermoord door leden van de rechts extremistische Nationalsozialistischer Untergrund. De laatste man die met de trofee naar huis ging, was Marko Gross.

    ‘Ze wilden niet alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden’

    Schelski vertelde de politie dat H. in zijn garage een dikke map bewaarde met namen, adressen en foto’s van lokale politici en activisten die hij als politieke vijanden beschouwde. Tot die laatsten rekende hij bijvoorbeeld mensen die vluchtelingen probeerden te helpen door vastgoed te zoeken dat geschikt was voor asielopvang. Veel van de informatie in dat dossier was afkomstig uit openbare bronnen. Maar er zaten ook handgeschreven briefjes bij met informatie afkomstig uit een politiecomputer.

    Toen ze op die parkeerplaats koffie zaten te drinken, begon H. over ‘de mensen in het dossier’ die volgens hem ‘schadelijk’ waren voor de staat en moesten worden ‘opgeruimd’, zo verklaarde Schelski later tegen de politie. H. vroeg zich af hoe ze de gevangenen, als ze die eenmaal hadden opgepakt, het best konden vervoeren. Hij vroeg Schelski, majoor bij de reservisten, hoe ze zo’n transport konden loodsen langs de checkpoints, die er in een tijd van maatschappelijke onrust misschien zouden komen. Hadden ze dan uniformen nodig? Legertrucks? Schelski zei dat hij na dat gesprek afstand begon te nemen van de groep.

    Maar die was toen al in het vizier van de inlichtingendienst. Zo’n acht maanden na die bespreking op de parkeerplaats voerde de politie de eerste van een reeks invallen uit in de huizen van verschillende Nordkreuz-leden.

    In de loop van twee jaar hebben die invallen en verdere naspeuringen geresulteerd in de vondst van wapens, munitie en zwarte lijsten, alsook dat handgeschreven boodschappenlijstje voor Dag X, met daarop lijkzakken en ongebluste kalk. Toen ik Marko Gross naar die lijkzakken vroeg, zei hij dat die ‘multifunctioneel inzetbaar’ zijn, bijvoorbeeld als goedkope waterdichte slaapzakhoes of om grote voorwerpen in te dragen.

    De lokale politicus Heiko Böhringer schrok enorm van het nieuws dat de groepering een lijst van politieke vijanden had opgesteld. Toen hij in 2015 doodsbedreigingen begon te ontvangen, kreeg hij bezoek van twee agenten die een schets van zijn huis kwamen maken. ‘We willen weten waar men binnen kan komen en waar u slaapt, zodat we u kunnen beschermen,’ zeiden ze. Hij zei dat hij zich toen nog geen grote zorgen maakte. Maar in juni 2018 werd hij uitgenodigd op het bureau. Er waren invallen gedaan bij twee leden van Nordkreuz, onder wie een politieman uit zijn eigen gemeente: Haik J., die ook bij het gesprek op de parkeerplaats was geweest.

    ‘Ze lieten een schets van mijn huis zien,’ zegt Böhringer. ‘Het was de schets die de twee agenten bij mij thuis hadden gemaakt,’ zegt hij. ‘Juist de mensen die hadden gezegd dat ze mij wilden beschermen, hadden die schets daarna doorgegeven aan de mensen die het op mij hadden gemunt.’ En hij concludeert: ‘Ze wilden meer dan alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden. Daarvoor maakten ze concrete plannen.’

    De eerste keer dat ik aanklopte bij Marko Gross, in het dorpje Banzkow, een uur rijden van de schietbaan, heb ik bijna twee uur buiten met hem staan praten. De tweede keer begon het te regenen en noodde hij me binnen in zijn bakstenen boerenhuis in de Strasse der Befreiung, vernoemd naar de bevrijding van de nazi’s aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het halletje zag ik zijn oude uniform en insigne hangen. Een grote kaart van Duitsland in 1937 prijkte prominent aan de muur. En overal afbeeldingen van vuurwapens: op koelkastmagneten, op koffiemokken, op een kalender.

    Gestolen munitie

    Dat was het huis waar de politie in augustus 2017 bij een inval meer dan twintig vuurwapens en 23.800 patronen had gevonden, deels ontvreemd uit arsenalen van leger en politie. Bij een tweede inval in juni 2019 trof de politie weer 31.500 patronen en een uzi aan. Toen werd hij ook aangehouden. Het voorlezen van de volledige lijst van alle in zijn huis gevonden patronen, vuurwapens, explosieven en messen kostte de aanklagers in de rechtszaal bijna drie kwartier. Gross is alleen vervolgd wegens illegaal wapenbezit. In het lopende onderzoek naar terrorisme is hij getuige, geen verdachte.

    ‘Iemand die zo veel munitie in huis heeft, tegen het rechts-extremisme aanschurkt en in chats ook extremistische opmerkingen maakt, is geen ongevaarlijke prepper,’ zegt de minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat, Lorenz Caffier. Nee, zegt hij, ‘Marko G. speelt een hoofdrol.’

    De gestolen munitie in zijn huis bleek afkomstig uit meer dan tien wapenarsenalen van politie- en legereenheden in het hele land, wat kan wijzen op medestanders binnen die organisaties. Verschillende van die eenheden deden schiettrainingen in Güstrow. Tegen drie andere politieagenten loopt een onderzoek naar mogelijke hulp aan Gross. Tijdens de rechtszaak verklaarde Gross dat hij niet meer wist hoe hij aan de munitie was gekomen. Toen ik hem sprak, bleef hij dat volhouden.

    Maar verder had hij geen moeite om zijn mening te spuien. Angela Merkel moest ‘voor de rechter worden gesleept’, zei hij. De multiculturele steden in West-Duitsland zijn ‘het kalifaat’. En wie aan de sluipende migratie wil ontsnappen, kan maar beter verhuizen naar het Oost-Duitse platteland, ‘waar de mensen nog steeds Schmidt, Schneider en Müller heten’. In een kast lag een exemplaar van het prominente radicaal-rechtse tijdschrift Compact, met een foto van Trump op de cover.

    ‘Ik mag Trump wel,’ zei Gross.

    In 2009 hadden collega’s bij de politie al hun zorg uitgesproken over zijn extreemrechtse denkbeelden. Ze hadden erop gewezen dat hij met boeken over de nazi’s naar het werk kwam. Maar daar werd niets mee gedaan.

    ‘Extreemrechts is geen gevaar,’ beweerde hij. ‘Ik ken geen enkele neonazi.’ Militairen en agenten zijn ‘gefrustreerd’, zei hij in ons derde gesprek, en hij somde een hele lijst klachten op over migranten, misdaad en de reguliere media. Hij vergelijkt de berichtgeving over corona nu met de staatscensuur van het communisme. Daarom volgt hij het YouTube-kanaal van RT, de Russische staatszender, en andere alternatieve media.

    In dat parallelle universum van desinformatie hoort hij dat de overheid asielzoekers ’s nachts stiekem het land in vliegt. Dat corona een list is om burgers van hun rechten te beroven.

    En dat Merkel werkt voor wat hij de ‘deep state’ noemt. ‘Die deep state is wereldwijd,’ zegt Gross. ‘Dat is het grootkapitaal, de grote banken, Bill Gates.’ Hij verwacht nog steeds dat ons vroeg of laat Dag X te wachten staat. Onlusten na een economische meltdown. Of grootschalige stroomuitval, want de Duitse overheid doekt alle kolencentrales op.

    De Nordkreuz-leden en de autoriteiten hebben me nooit verteld waar zich nu precies dat safehouse bevindt. Het is er nog steeds, zegt Gross, die in de actieve dagen van Nordkreuz tegen een van de leden had gepocht dat zijn netwerk wel tweeduizend geestverwanten in Duitsland en daarbuiten omvatte. ‘Het netwerk bestaat nog steeds,’ zegt hij.

    screenshot 2020 08 20 at 11 42 37

  • Leopoldo López: martelaar of samenzweerder?

    Leopoldo López: martelaar of samenzweerder?

    De Venezolaanse oppositieleider Leopoldo López werd op 11 september jl. veroordeeld tot dertien jaar cel voor zijn rol tijdens antiregeringsprotesten in 2014. In het Westen geldt hij als een verdediger van de vrijheid, maar in eigen land is zijn positie omstreden.

    Na de demonstraties die Caracas in februari 2014 op zijn kop zetten, oordeelde de Amerikaanse pers vooral gunstig over Leopoldo López, de Venezolaanse oppositieleider die sinds 18 februari 2014 gevangenzit. Het blad Newsweek noemde hem ‘een revolutionair die alles mee heeft’ en refereerde daarbij aan ‘zijn fonkelende chocoladebruine ogen en zijn hoge jukbeenderen’. The New York Times publiceerde een foto van de leider terwijl hij met opgeheven vuist tegenover een uitzinnige menigte stond en bood hem een forum in de krant. Op zijn vierenveertigste is Leopoldo López overal ter wereld de personificatie van vrijheid en democratie geworden.

    Maar in Venezuela is dit beeld complexer. Leopoldo López is gevangengenomen wegens brandstichting, ordeverstoring en samenzwering. Zijn gevangenneming volgde op de eerste grote betoging tegen de regering op 12 februari 2014, die drie mensen het leven kostte en tot wekenlange manifestaties, barricades en geweldsuitbarstingen leidde. De aanklachten tegen hem – volgens Amnesty International ‘ingegeven door politieke overwegingen’ – hebben hem ruim dertien jaar gevangenisstraf opgeleverd. Maar er blijft een felle discussie woeden tussen degenen die Leopoldo López als een verdediger van de vrijheid zien die het slachtoffer is geworden van verzonnen beschuldigingen, en degenen die in hem een gewelddadige fascist zien die zich tegen de regering van Nicolas Maduro keert.

    Vergeleken bij het geweld van de betogingen – waarbij 43 doden vielen, zowel onder de betogers van beide kanten als bij de nationale politie – is het proces tegen Leopoldo López betrekkelijk rustig verlopen.

    Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten
    Lilian Tintori (tweede van links), de echtgenote van Leopoldo López, met een afbeelding van haar gevangen gehouden man in 2014. © Manuel Hernandez / Xinhua
    Lilian Tintori (tweede van links), de echtgenote van Leopoldo López, met een afbeelding van haar gevangen gehouden man in 2014. © Manuel Hernandez / Xinhua

    Voorbeeld voor de jeugd

    Meestal werd het publiek in de rechtszaal gevormd door kleine groepjes sympathisanten onder aanvoering 
van Lilian Tintori, de vrouw van López. Andere leden van de oppositie pleitten weliswaar regelmatig voor zijn vrijlating, maar hielden zich verder op de vlakte. Toen de partij van Leopoldo López, Voluntad Popular, onlangs campagne voerde om de grondwet te herschrijven en de regering te reorganiseren, drong de leider van een rivaliserende oppositiepartij erop aan dat hij ‘zijn verantwoordelijkheid’ nam en zich ‘volwassen’ gedroeg. Een andere oppositieleider eiste ‘een eind aan de anarchie en de guarimbas’, de barricades die door de betogers waren opgeworpen.

    Sinds zijn arrestatie wordt López op handen gedragen door de jonge militanten. ‘Leopoldo is een man die zeer sterk aan democratische en katholieke waarden hecht,’ bevestigt Alejandro Aguirre, lid van Javu (Juventud Activa Venezuela Unida), een van de belangrijkste studentengroeperingen die 
de aanzet gaven tot de betogingen in februari 2014. ‘Hij is een voorbeeld voor de jeugd.’

    In mei 2014 nam Lilian Tintori, een voormalige mannequin, kitesurfkampioene en reality-tv-ster, deel aan een sympathiebetoging voor politieke gevangenen in Chacao in het district Caracas, waar haar man burgemeester en leider van de oppositie tegen de 
regering was. Chacao is ook een van 
de rijkste gemeenten van Venezuela.

    Deze dag bood een inkijkje in het 
mediapopulisme waardoor Leopoldo López en zijn partij aan invloed wonnen terwijl de traditionele oppositie, geleid door de coalitie MUD (Mesa de 
la Unidad Democrática) het onderspit moest delven. De diepe kloof tussen MUD, geleid door Henrique Capriles, 
en de jongere en radicalere gelederen van de oppositie, geleid door Leopoldo López, is hartstochtelijk uit de doeken gedaan door de Venezolaanse media. ‘Alleen Hugo Chávez wordt door de oppositie nog meer veracht dan Leopoldo López,’ verklaarde Mary Ponte van de centrum-rechtse partij Primero Justicia in 2009 volgens een Amerikaans diplomatiek kabeltelegram. ‘Het enige verschil tussen de twee is dat Leopoldo López veel knapper is.’ In ditzelfde document, ‘Het probleem-López’ getiteld, wordt de leider beschreven als ‘bron van de verdeeldheid binnen de oppositie’ en een man die ‘vaak als arrogant, wraakzuchtig en machtsbelust wordt omschreven, ook al erkent de partij zijn blijvende populariteit, zijn charisma 
en zijn organisatietalent’.

    Leopoldo López tijdens de protesten in 2014. – © Corbis
    Leopoldo López tijdens de protesten in 2014. – © Corbis

    Progressief

    Geen enkele Venezolaanse oppositieleider was er tot dan toe in geslaagd zich zo op het internationale podium te manifesteren als Leopoldo López. Zijn opkomst is met name te danken aan de afstand die hij heeft genomen van de bijzonder impopulaire staatsgreep van april 2002, toen militairen en grote zakenlieden Hugo Chávez voor 47 uur uit zijn functie onthieven. De twee advocaten die López en zijn familie vertegenwoordigen bevestigen dat ‘Leopoldo López de staatsgreep niet heeft gesteund en [dat] hij niet zijn handtekening heeft gezet onder het Carmona-decreet dat de vorming van een democratische overgangsregering van nationale eenheid, het afzetten van de president en het ontbinden van het parlement en het hooggerechtshof beoogde. Hij had evenmin banden met degenen die de staatsgreep pleegden.’
    De waarheid lijkt echter complexer, te oordelen naar gesprekken met belangrijke hoofdrolspelers in de staatsgreep van 2002, het profiel dat intimi van 
Leopoldo López schetsen, de artikelen in de Venezolaanse pers en de beelden en documenten uit Amerika.

    Leopoldo López werd geboren in 1971 als telg van een familie die tot de Venezolaanse elite behoort. Zijn moeder, Antonieta Mendoza, bekleedt een hoge functie in de groep Cisernos, een mondiaal mediaconglomeraat. Zijn vader, Leopoldo López Gil, is zakenman en lid van de redactieraad van het grote dagblad El Nacional.

    ‘Het enige verschil tussen Hugo Chávez en Leopoldo López is dat López veel knapper is’

    Op de Hun School van de Amerikaanse Princeton University, die onder zijn oud-leerlingen Saoedische prinsen, de zoon van een Amerikaanse president en die van een grote zakenman uit de Fortune 500 telt, zegt Leopoldo López zich bewust te zijn geworden van zijn verantwoordelijkheid tegenover het volk van zijn vaderland. Hij studeerde vervolgens aan Kenyon College in Ohio, waar hij in contact kwam met mensen die belangrijk zouden worden voor zijn toekomst, zoals Rob Gluck, politiek consultant en een van de oprichters van Friends of a Free Venezuela, een groepering die in de Verenigde Staten een felle mediacampagne voert voor de vrijlating van de oppositieleider.

    Volgens Rob Gluck, die ook zijn steentje heeft bijgedragen aan de verkiezing van Arnold Schwarzenegger tot Republikeins gouverneur van Californië in 2003, is Leopoldo López ‘altijd progressief geweest’ en zou hij zich in de Verenigde Staten op het centrum-linkse politieke vlak bevinden. Rob Gluck 
leidt de Friends of a Free Venezuela 
op vrijwillige basis, maar wel stuurt zijn kantoor rekeningen aan de familie van de oppositieleider voor, zoals hij het noemt, ‘het geven van ruchtbaarheid aan de situatie van Leopoldo’.

    Na Kenyon College ontmoette López op de Harvard Kennedy School een andere invloedrijke figuur die een van zijn belangrijkste medestanders is geworden: de Venezolaanse staatsburger Pedro Burelli, voormalig bestuurslid van de 
JP Morgan Bank en lid van de raad van bestuur van PDVSA, de nationale oliemaatschappij van Venezuela, totdat in 1999 Hugo Chávez aan de macht kwam.

    Een mislukte coup

    Pedro Burelli noemt zichzelf een ‘zeer goede vriend’ van Leopoldo López die, legt hij uit, medeoprichter van Primero Justicia was toen hij van 1996 tot 1999 bij PDVSA werkte. Primero Justicia zou in 2000 een oppositiepartij worden.
    In 1998 bleek uit onderzoek van het 
Venezolaanse ministerie van Financiën dat de moeder van Leopoldo López een bedrag van 120.000 dollar van 
de rekening van PDVSA naar die van Primero Justicia had overgemaakt, 
in de tijd dat Leopoldo en zijzelf bij 
de oliemaatschappij werkten – een transactie die in strijd was met de 
anticorruptiewet. De advocaten van López voerden aan dat Primero Justicia op dat moment een organisatie zonder winstoogmerk was, en hij is nooit voor deze aanklacht veroordeeld. Desondanks verklaarde Financiën hem onverkiesbaar voor enige publieke functie tussen 2008 en 2014.

    López verliet Primero Justicia in 2007 en zwalkte van de ene partij naar de andere tot aan zijn onrealistische kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2012 namens zijn huidige partij Voluntad Popular. Hij speelde in die jaren een belangrijke rol bij de opkomst van de studentenbeweging binnen de Venezolaanse oppositie.

    López stelde zijn basis veilig maar bleef in de schaduw van zijn oude bondgenoot Henrique Capriles, leider van Primero Justicia en tweemaal kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Maar Capriles leed een verpletterende nederlaag tijdens de presidentsverkiezingen van 2012, wat mede leidde tot het debacle van de oppositie tijdens de gouverneursverkiezingen van datzelfde jaar. In 2013, toen er nieuwe verkiezingen werden gehouden na de dood van 
Hugo Chávez, verloor Henrique Capriles opnieuw, ditmaal van Nicolas Maduro. Deze nederlagen brachten Leopoldo López en de met hem sympathiseren-
de studentenbeweging ertoe om in 
februari 2014 de straat op te gaan en het aftreden van Nicolas Maduro 
te eisen onder het scanderen van 
‘¡Libertad!’ en ‘¡Democracia!’

    Deze eis zou onmogelijk zijn geweest als de charismatische leider niet behendig afstand had genomen van een open wond van de Venezolaanse politiek: de korte poging tot een staatsgreep in 2002.

    Half april 2002, tijdens een algemene staking tegen PDVSA die werd gesteund door de oppositie en massale betogingen tegen (maar ook voor) Hugo Chávez, arresteerde een groep militairen en toplieden uit het bedrijfsleven de president. Pedro Carmona, de toenmalige voorzitter van de Federatie van Kamers van Koophandel van het land, werd als tijdelijke plaatsvervanger benoemd. Een door de samenzweerders opgesteld document werd ondertekend in Miraflores, het presidentieel paleis, op 12 april 2012, de dag waarop Hugo Chávez werd gearresteerd. Dit document, bekend onder de naam ‘Carmona-decreet’, ontbond het parlement en het hooggerechtshof en blies de verkiezingen van 1999 af.
    Hoge militairen hadden er al enkele dagen bij Hugo Chávez op aangedrongen om af te treden. De coupplegers hadden vervolgens – ten onrechte – bevestigd dat hij dat had gedaan. 
De krachten die Chávez gunstig gezind waren organiseerden op hun beurt massale betogingen en dreigden Pedro Carmona af te zetten, die daar onder 
de grote druk gehoor aan gaf. Hugo Chávez werd teruggebracht naar het presidentieel paleis.

    Deze poging tot een staatsgreep is 
nog altijd erg impopulair in Venezuela, vooral vanwege het besluit van Carmona om de grondwet ongeldig te verklaren, die door een verpletterende meerderheid van de Venezolanen was aangenomen, met inbegrip van talrijke sympathisanten met de oppositie. De impopulariteit van deze listige zet werd bevestigd door de opzienbarende overwinning van Chávez toen er later over gestemd werd.

    Leopoldo López heeft er voortdurend aan herinnerd dat hij het Carmona-decreet nooit heeft ondertekend – en niets wijst erop dat hij dat wel heeft gedaan – en dat hij op geen enkele manier betrokken was bij de organisatie van de staatsgreep. Toch stond hij niet zo ver van de coup en de samenzweerders af als hij wilde doen geloven. Onder de verantwoordelijken daarvoor en de ondertekenaars van het Carmona-decreet treffen we diverse intimi van López aan. Zoals Leopoldo Martínez, die samen met hem Primero Justicia leidde en korte tijd minister van Financiën was van de ‘regering’-Carmona, en María Corina Machado, zijn nauwste bondgenoot, die het 
decreet wel ondertekende, evenals 
Manuel Rosales, de voormalige leider van Un Nuevo Tiempo, de partij die López in 2007 had helpen opbouwen tot hij er in 2009 werd uitgezet. En 
tot de vierhonderd toplieden uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van het leger, de media en de politiek die het decreet in Miraflores ondertekenden bevond zich ten slotte ook de vader van Leopoldo López.
    ‘Ik heb niets ondertekend,’ verzekerde deze me in mei 2015, ‘niemand onder de aanwezigen heeft ook maar iets ondertekend wat op een “decreet” leek. 
Er ging een presentielijst rond die vervolgens voor andere doelen is aangewend. Hoe zouden we iets hebben 
zkunnen ondertekenen wat we niet eens hadden gezien?’

    Videobeelden van de ondertekening van het Carmona-decreet op 12 april 2002 die pas kortgeleden zijn opgedoken geven echter een ander idee van wat er gebeurd is: een zaal vol mannen in pak applaudisseert verwoed tijdens de voorlezing van delen van het decreet waarin alle regeringsinstanties worden afgeschaft.

    In die tijd was Leopoldo López dertig en burgemeester van Chacao. Hij had de algemene staking en de grote mars van de oppositie gesteund die in april 2002 onmiddellijk aan de arrestatie van Hugo Chávez waren voorafgegaan. Twee gebeurtenissen die een beslissende bijdrage leverden aan het kortstondige succes van de coup.

    De politie zet een waterkanon in tijdens de protesten in 2014. – © Cristian Hernandez / Getty
    De politie zet een waterkanon in tijdens de protesten in 2014. – © Cristian Hernandez / Getty

    Misbruik

    Een opname van het televisieprogramma 24 Horas laat een Leopoldo López zien die, tijdens de parlementaire enquête die enkele maanden na de staatsgreep werd gehouden, duidelijk verheugd was over het afzetten van Chávez. ‘Die dag is voor mij altijd het begin van een onomkeerbare ontwikkeling geweest,’ verklaarde hij, ‘de dag waarop we aankondigden dat het masker van de dictatuur zou vallen en waarop we ons daarvoor uit alle macht hebben ingezet.’

    In een andere uitzending zien we Leopoldo López op 9 april de tribune beklimmen om tienduizenden op te zwepen door te roepen: ‘We blijven hier de hele nacht en morgen de hele dag, net zo lang tot de president vertrekt!’ (Volgens zijn advocaat ‘waren de betogingen geen poging tot een staatsgreep’.)

    Leopoldo López gebruikt herhaaldelijk de woorden renuncia (aftreden) en salida (vertrek) tijdens een interview op 11 april in Napoleon Bravo, het populaire ochtendprogramma van de zender Venevision. Hij geeft een korte beschrijving van hoe een ‘overgangsregering’ eruit zou kunnen zien en ziet slechts twee manieren om uit de crisis te geraken: een staatsgreep of de ontbinding van de regering.

    Natuurlijk is Hugo Chávez nooit afgetreden. Hij is gearresteerd. In zijn boek over de gebeurtenissen, Mi testimonio ante la Historia [Mijn getuigenis tegenover de geschiedenis] getiteld, merkt Pedro Carmona op dat de mars van 11 april zich in de richting van het hoofdkantoor van PDVSA begaf, maar dat hij werd omgeleid naar het presidentieel paleis, waar zich de pro-Chávez-betogers hadden verzameld. De confrontatie tussen de twee kampen liep uit de hand en negentien betogers (van beide kanten) werden gedood door kogels. Voor de fatale omleiding van de mars was ‘toestemming gegeven door burgemeester Leopoldo López’, schrijft Carmona.

    De meest controversiële affaire rond Leopoldo López blijft de arrestatie en gevangenzetting, op 12 april 2002, van Ramón Rodríguez Chacín, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken.

    Leopoldo López en Henrique Capriles, die toen burgemeester was van Baruta (een andere gemeente in het district Caracas), hadden zich, zogenaamd 
gewaarschuwd door de buren, naar 
de op geen enkele manier beveiligde woning van de minister begeven om hem persoonlijk de dood van de negentien betogers ten laste te leggen en hem te arresteren. Waarom deze mensen zijn omgekomen is nooit opgehelderd.

    Er zijn ook beelden van López die tegen een journalist zegt dat ‘president Carmona op de hoogte is van deze arrestatie’, nog een aanwijzing dat hij mogelijk heeft samengewerkt met de verantwoordelijke voor de staatsgreep. (Toen Chávez weer aan de macht was, kwam er een aanklacht tegen Henrique Capriles en Leopoldo López wegens vrijheidsberoving, maar ze werden vrijgesproken in het kader van een algehele amnestie die heel wat stof heeft doen opwaaien. In een programma van een regeringsgezinde zender uit 2012 gaf López desgevraagd toe dat deze arrestatie een vergissing was.)
    In maart 2014 had ik een gesprek met Ramón Rodríguez Chacín, tegenwoordig gouverneur van de deelstaat Guárico, over de gebeurtenissen in 
april 2002. ‘Leopoldo is begonnen met de buren op te trommelen via zijn megafoon om bekend te maken dat ik een moordenaar was, dat ik verantwoordelijk was voor de doden van de vorige dag,’ aldus de voormalige minister. 
Een video toont hoe Ramón Rodríguez Chacín werd afgetuigd door de menigte.

    Hersenschimmen of waarheid? López is nooit officieel beschuldigd van het aanzetten tot een coup. Maar in zijn land is algemeen bekend dat hij een rol heeft gespeeld bij de ongeregeldheden van 2002, en deze zekerheid is ongetwijfeld van invloed geweest op de meningsvorming over zijn betrokkenheid bij de betogingen in Caracas in februari 2014.
In mei 2014 werd in een officieel regeringsrapport over de staatsgreep onthuld dat de ambassadeur van de Verenigde Staten in Colombia, Kevin Whitaker, en twee bondgenoten van Leopoldo López, María Corina Machado, tegenwoordig leider van de partij Vente Venezuela, en Pedro Burelli, zijn vriend van Harvard, betrokken waren bij een complot om Nicolas Maduro ‘uit te schakelen’ en de regering omver te werpen. Om deze beweringen te staven heeft de Venezolaanse regering onderlinge e-mails van de vermoedelijke samenzweerders gepubliceerd, evenals opgenomen gesprekken met Pedro Burelli, die tegenwoordig in McLean in Virginia woont. Deze laatste werpt alle beschuldigingen van zich af en verzekert dat de e-mails gefabriceerd zijn en dat er geen spoor van is terug te vinden op Google. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de verwijten aan het adres van zijn ambassadeur afgedaan als ‘leugenachtige aantijgingen die deel uitmaken van een stortvloed van ongefundeerde aanvallen door de Venezolaanse regering op diplomaten van de Verenigde Staten’. María Corina Machado bestempelt de beweringen als ‘hersenschimmen’.


    Vreedzame overgang

    In september 2014 werd ook Lorent Saleh, medeoprichter van Javu, gearresteerd op verdenking van terroristische handelingen. Justitie heeft video’s gepubliceerd waarin hij sprak over het laten ontploffen van bommen in discotheken en drankwinkels, het in brand steken van gebouwen en het inschakelen van scherpschutters om de leiders van de bewegingen die Nicolas Maduro gunstig gezind waren te elimineren. Tijdens de betogingen van februari 2014 was dit soort incidenten niet van de lucht: diverse leden van de veiligheidstroepen en sympathisanten met het regime kwamen door kogels om het leven.

    Ten slotte werd in februari 2015 Antonio Ledezma, de burgemeester van Caracas en naast Leopoldo López en María 
Cornia Machado een van de hoofdfiguren tijdens de rellen van februari 2014, gearresteerd wegens rebellie en samenzwering in het kader van een nieuwe vermoedelijke couppoging. Lorent Saleh en Antonia Ledezma wijzen alle beschuldigingen van de hand. De advocaat van de laatste verklaart dat de aanklachten tegen zijn cliënt zijn ‘gebaseerd op falsificaties en verdraaiing van bewijslast’.

    De arrestatie van Antonio Ledezma vond plaats nadat hij precies een week eerder, ter gelegenheid van de verjaardag van de gebeurtenissen van 2014, samen met Machado en López een Oproep tot de Venezolanen voor een nationaal overgangsakkoord had gepubliceerd. Dit document beijvert zich voor een ‘vreedzame overgang’ van de regering van Nicolas Maduro, die volgens hen ‘in haar terminale fase’ zou verkeren.

    De Venezolaanse president heeft teruggeslagen door op 4 maart 2015 een ander document te publiceren dat aan de oppositie wordt toegeschreven, waarin een gedetailleerd overgangsplan van honderd dagen is uitgewerkt dat geheel strookt met het Carmona-decreet van 2002. Nicolas Maduro liet er geen twijfel over bestaan dat dit document was opgesteld door ‘gewelddadige individuen die in de gevangenis zitten’.

    Complotten en andere intriges zijn misschien wel een constante factor 
in de huidige Venezolaanse politiek, maar ze worden inmiddels overschaduwd door de economische crisis die het land doormaakt.

    Deze context lijkt de oppositie in de kaart te spelen: volgens recente peilingen moet Nicolas Maduro het zwaarst boeten voor de huidige crisis. Zijn populariteitsscore is in januari 2015 gedaald tot 23 procent, zijn laagste tot nu toe, terwijl die van Leopoldo López en Henrique Capriles in maart 40 procent steeg. (Het populariteitscijfer van de president is inmiddels weer gestegen tot 28 procent.) De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela, die aan de macht is, blijft het best georganiseerd en behoudt grote steun onder de achtergestelde delen van de bevolking, wier stem doorslaggevend is voor de parlementsverkiezingen die zijn voorzien voor 6 december 2015.

    Volgens Luís Vicente León van het Venezolaanse studiecentrum Datanálisis heeft Leopoldo López het meest geprofiteerd van het oproer van 2014. De gevangenis heeft zijn imago verbeterd, aldus de analist, en sommigen zien in hem ‘een moedige martelaar die onterecht is opgesloten, een politieke gevangene die tot zeldzame solidariteit inspireert’.

    Zijn rijzende ster zou de ‘breuk’ binnen de oppositie best eens kunnen verdiepen, denkt León. Rest de vraag of de publieke opinie in hem een nieuwe stem zal zien voor democratische verandering of voor een radicaal getinte beweging.

    Roberto Lovato

    Biografie

    1971 Geboren in Caracas.
    1989 Gaat studeren in de Verenigde Staten.
    2000 Treedt toe tot de Venezolaanse oppositie. Wordt verkozen tot burgemeester van Chacao, een gemeente in het district Caracas.
    2002 Neemt actief deel aan de betogingen die voorafgaan aan de mislukte staatsgreep tegen Hugo Chávez.
    2014 Wordt gearresteerd na gewelddadige betogingen in het hele land.