Tag: criminaliteit

  • Bach in de Burger King

    Bach in de Burger King

    Klassieke muziek wordt vaak misbruikt, om mensen te verjagen of voor commercials. Daarmee loop je het risico dat het genre mensen gaat tegenstaan, betoogt recensent Theodore Gioia.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werden in Duitsland voor het eerst twee muziekstukken uitgevoerd waarvan lange tijd onbekend was wie ze had geschreven. Degene die de manuscripten had onderzocht, was er vrijwel 100 procent zeker van dat Bach de componist was. Hoewel soms de indruk kan ontstaan dat de interesse voor klassieke muziek op zijn retour is, was deze ontdekking toch groot nieuws in de media.
    Klassieke muziek is niet alleen geschikt om van te genieten, ze is ook een uitstekend afschrikmiddel, zo blijkt uit dit artikel van Los Angeles Review of Books. Daar zit echter wel een schaduwkant aan: het muziekgenre komt steeds meer in een slecht blaadje te staan, aldus recensent Theodore Gioia.

    Bij de Burger King op de hoek van 8th Street 
en Market Street in San Francisco, ter hoogte van een afgesloten roltrap naar de ondergrondse, klinkt ongewone achtergrondmuziek. Uit een luidspreker in een hoog raam schalt barokke
klavecimbelmuziek. Het volume is oorverdovend.
De muziek houdt nooit op. Dag en nacht regent het vanaf het Burger King-dak Bach, Mozart en Vivaldi op de lege straten.

    Maar dit concert is ook bedoeld voor lege straten.
De playlist is speciaal samengesteld om eventuele toehoorders weg te jagen – namelijk de daklozen die vroeger bivakkeerden voor de deuren van deze eetgelegenheid, de ontmoetingsplek voor de armen uit de buurt. Bij de metro-roltrap was een kampement van winkelwagentjes, slaapzakken en stukken plastic uitgegroeid tot een ware trottoir-sloppenwijk die drommen daklozen en andere straatbewoners aantrok. ‘Vroeger hing hier altijd een hele menigte rond,’ vertelt buurtbewoner David Allen, ‘en nu zie je er hooguit een of twee mensen.’

    Het voorstel voor deze tactiek kwam van een organisatie met de cryptische naam Central Market Community Benefit District, een collectief van huiseigenaren uit de buurt. Voor het Burger King-plan heeft CMCBD zich laten inspireren door de Londense ondergrondse. In 2005 ging men daar op 65 metrostations opnames van orkestmuziek draaien, als onderdeel van een plan om ‘antisociaal’ gedrag te ontmoedigen.

    Daarvoor was er al vanaf 2003 een pilot gehouden, die een verrassend succes bleek: na anderhalf jaar klassieke muziek was het aantal berovingen in de trein met 33 procent afgenomen, verbaal geweld tegen het personeel met een kwart en vandalisme met 37 procent. Deze opmerkelijke resultaten werden opgepikt door de wereldwijde gemeenschap van wetshandhavers en een internationaal fenomeen was geboren. Sindsdien heeft het gebruik van klassieke muziek als wapen zich over heel Engeland en de rest van de wereld verspreid: politie-eenheden op de hele aardbol gebruiken nu het strijkkwartet als de nieuwste aanwinst in hun arsenaal ter bestrijding van de misdaad en hebben Johann Sebastian gerekruteerd om hun rangen te komen versterken.

    Barokmuziek schijnt het meest afschrikwekkend te werken

    Volgens deskundigen is de oorsprong van deze
praktijk terug te leiden op een miezerig filiaal van 7-Eleven in British Columbia, waar een slimme bedrijfsleider in 1985 buiten de winkel muziek van Mozart liet klinken om hangjongeren van de parkeerplaats te verdrijven. Mozart-op-de-parkeerplaats was zo succesvol in het ontmoedigen van snode tieners dat 7-Eleven het programma bij meer dan honderdvijftig winkelfilialen doorvoerde, en zo werd dit het eerste bedrijf dat vandalisme bestreed met violen. Vervolgens sloeg het idee over naar West Palm Beach in Florida, waar de politie in 2001 een van drugs vergeven straathoek aanpakte door er 
een luidspreker te installeren waaruit Beethoven en Mozart dreunden. ‘De agenten waren stomverbaasd toen er die avond om tien uur geen levende ziel te bekennen was op die hoek,’ zegt agent Dena Kimberlin. Vanaf dat moment werd de tactiek razendsnel populair bij particuliere ondernemingen en overheidsinstellingen.

    Barokmuziek schijnt het meest afschrikwekkend te werken. ‘Afgezien van laatromantische uitzonderingen als Moessorgski en Rachmaninov,’ schrijft recensent Scott Timberg, ‘is de muziek die het meest wordt gebruikt om gespuis te verjagen preromantisch, van componisten uit de barok of de klassieke tijd, zoals Vivaldi of Mozart.’ Over de diepere redenen waarom deze muziek zo effectief is, denken ambtenaren zelden na, maar wel mogen ze graag met openlijke trots de resultaten vermelden. Zoals deze functionaris uit Cleveland: ‘Er is iets met barokmuziek waar macho’s die de gangster willen uithangen een bloedhekel aan hebben.’

    Het hoofd van de politie van Tacoma, Washington, komt met eenzelfde logica: ‘Door klassieke muziek 
te spelen hopen we een onaangename omgeving te scheppen voor criminelen en mensen die graag de gangster uithangen.’ Een geregelde reiziger met de Londense ondergrondse verwoordt het effect van deze strategie in minder parlementaire termen: ‘Die jonge criminelen zeggen gewoon: “Nou, we kunnen hier naar die rotzooi gaan staan luisteren, of we kunnen, je weet wel, ergens anders crimineel gaan wezen.’

    Ga ergens anders crimineel wezen, dat zou de ondertitel kunnen zijn bij elke melodie die wordt ingezet door de muzikale misdaadbestrijders. Deze tactiek is in wezen niet bedoeld om een einde te maken aan 
de misdaad of zelfs om die te verminderen, maar 
om haar te verplaatsen. Daar komt bij dat winkeliersacties als deze meestal gericht zijn tegen kleinere criminaliteit zoals vandalisme en hinderlijk rondhangen – misdaden die schadelijk zijn voor eigendom, niet voor mensen, en meestal voor het eigendom van de machtigen.

    Zo keert muziek terug naar haar oudste evolutionaire functie: het claimen van een territorium. Uit zoölogisch onderzoek blijkt dat vogelgezang oorspronkelijk niet alleen was bedoeld om een partner aan te trekken, maar ook om territoriale rechten vast te leggen. Uit experimenten is gebleken dat vogels meestal wegblijven uit een gebied waarin een band met vogelgezang wordt afgespeeld. Deze agressieve kant van gezang bestond ook bij de vroege mens. Zo denkt primatoloog Thomas Geissmann: ‘Muziek van vroege mensachtigen kan dezelfde functies hebben gehad als het luide roepen van apen […] waaronder het bewaken van het territorium, intimidatie van andere groepen en het afbakenen van ruimtes.’ De liedjes zijn veranderd, maar de melodie is hetzelfde gebleven – verboden toegang: privé-eigendom. Muziek hakt openbare ruimte op in privéterritoria, en markeert middels orkestrale ‘intimidatie’ bepaalde gebieden als verboden terrein voor bepaalde groepen. En geen genre heeft zoveel intimiderende associaties met de hogere klasse als klassieke muziek.

    De overwinning van deze symfonische segregatie kan echter betekenen dat de klassieke muziek een nog grotere nederlaag lijdt. Iedereen weet dat muziek mensen aanspreekt onder het niveau van bewust denken, dat muziek ‘fluistert tot onze onbewuste geest’. Wanneer klassieke muziek geassocieerd wordt met ongastvrijheid, als middel tot gentrificatie, ontstaat het risico dat de houding van het grote publiek tegenover deze kunstvorm nog verder verzuurt, van onverschilligheid tot vermijdingsgedrag. De orkestrale intimidatiestrategie zal waarschijnlijk niet alleen een menigte mogelijke misdadigers verdrijven, maar ook generaties mogelijke concertbezoekers. Zo kan het gebeuren dat klassieke muziek zowel jonge delinquenten als jonge liefhebbers afschrikt. Het werkt tegen rondhangen én tegen luisteren.

    Misschien hebben we ooit de eeuwigheid gehoord
in de symfonische klassieken. ‘De Vijfde Symfonie van Beethoven,’ zo glunderde E.M. Foster, ‘is het meest sublieme geluid dat ooit is doorgedrongen tot het menselijk oor.’ Maar wanneer je Beethoven hoort op de stoep bij de Burger King, klinkt de melodie 
niet als een aankondiging van het sublieme, maar als een akelige waarschuwing om ‘weg te wezen’.

    Commercieel gebruik

    Klassieke muziek als wapen – het is een nieuwe stap in het commerciële gebruik van dit genre. De meeste jonge mensen van nu komen niet in aanraking met klassieke muziek als populaire kunstvorm, maar als een aanduiding van klasse. Decennia van cultureel conditioneren hebben het publiek geleerd om de symfonie te herkennen als geluidssteno voor sociale status – en dus ook voor het uitgesloten zijn van die status. De gemiddelde Amerikaan herkent de openingsakkoorden van ‘De Vier Jaargetijden’ niet als het geluid van de lente, maar als het geluid van snobisme. Op onze schermen is barok de achtergrondmuziek voor ‘oud geld’, voor de hogere klassen, en voor arrogantie. In de kern is die muziek er niet om gewaardeerd te worden, maar om geassocieerd te worden – en de associatie is meestal: elitair.

    Ooit was klassieke muziek een geliefd onderdeel van de populaire cultuur, maar voor het hedendaagse Hollywood is klassieke muziek de verontrustende aanduiding voor excentrieke genieën, vroegrijpe negenjarigen, en erkende psychopaten. Vioolspelen is een afwijkend trekje van bipolaire detectives en criminele meesterbreinen – geen gezonde gewoonte voor normale mensen.

    In het tijdperk van de massamedia komt het grote publiek vooral in aanraking met klassieke muziek via afzonderlijke fragmenten die uit grotere stukken zijn gehaald om hun symbolische kracht aan een commercieel doel te lenen. Kunstenaars en adverteerder ontleden klassieke werken in korte melodietjes en stellen een menu van muzikale motieven samen om hun boodschap de gewenste toon, stemming of associatie mee te geven. Als kunstmatige smaakstof voor het oor geven deze symfonische uittreksels aan scènes de synthetische emotie die ze moeten overbrengen. Een tikje Europese elegantie nodig? Mozart maakt die commercial voor een minibusje opeens aantrekkelijk. Mist je pannenkoekenreclame iets 
pittigs? Stuur Wagners ‘Walkurenrit’ van Walhalla naar het pannenkoekenhuis.

    Carmina Burana leidt een bestaan als permanent muzikaal cliché

    De artistieke gevolgen van dit soort praktijken zijn rampzalig. Als je Wagners Walkuren de rol van pannenkoekenverkoopsters geeft, zullen ze in het operatheater minder impact hebben. Sommige muziekfragmenten worden zo vaak geciteerd dat hun afgeleide associaties de oorspronkelijke muziek verdringen en goedkoop maken. Carmina Burana leidt een bestaan als permanent muzikaal cliché. ‘O Fortuna’ van Orff roept alleen maar de gedachte aan kitsch op; hoe kan een luisteraar nog een authentieke ontmoeting hebben met de koorzang van het noodlot?

    Zo’n cultuur van hapklare muziekbrokken ontkent de bepalende waarde van klassiek componeren: de lange ontwikkeling van complexe muzikale thema’s. Er is een tweetrapsmechanisme om een melodie ergens uit te halen en naar iets anders over te zetten: haal een thema van 15 seconden uit een symfonie van 45 minuten en plak dat op een heel ander onderwerp. Snij ‘O Fortuna’ los van een Latijnse cantate, zodat het op een Superbowl-spot voor Domino’s pizza’s geplakt kan worden. Deze transplantaties produceren een storend mengsel dat bovendien nóg een afschuwelijke bijwerking heeft: doordat stukjes muziek altijd zonder hun context worden geciteerd, vergeet het publiek dat ze een context hebben.

    Een schoolvoorbeeld van de benarde positie die de klassieke muziek inneemt in onze kapitalistische cultuur is Bachs ‘Prelude voor Cello Suite no. 1 in G-Majeur’. Deze twee minuten durende compositie, die door een columnist is omgedoopt tot de ‘Things Just Got Classy Song’ (het nu-wordt-het-chic-lied), is voor een verbijsterend groot scala aan doelen ingezet. In de Internet Movie Database staat het 73 keer vermeld, onder andere met optredens in primetime-series als Smallville en ER, in reclamecampagnes voor diepgevroren broccoli van Healthy Choice en voor hondenvoer van Pedigree, en in bioscoopfilms, variërend van Elysium en The Hangover Part II tot een korte cameo in Mega Shark vs. Giant Octopus. Vreemd genoeg gebruiken creatieve filmmakers en adverteerders van grote bedrijven de associatie van de Prelude met klassenstatus om twee tegenstrijdige gevoelens op
te roepen. Enerzijds dient de Prelude in films om de snobistische hypocrisie van de rijken te verbeelden en zo te benadrukken hoe misplaatst de aardige gewone man is in de hogere kringen; anderzijds citeren commercials het stuk om hun oppervlakkige verkooppraatje een elegante toon te geven, en zo het product te verbinden met het stilzwijgende verlangen bij het publiek naar een beter leven. Met andere woorden, de Prelude moet tegelijkertijd de hypocrisie van de hogere klassen aan de kaak stellen en inspelen op het verlangen van het publiek om daarbij te horen.

    In een recente commercial voor de Cadillac CTS wordt Bachs Prelude zelfs met name genoemd. In het spotje rijdt een elegant stel door een chique straat en zet de radio aan. ‘Bach Suite no. 1 in G Majeur,’ verklaart de man achter het stuur – hij is blijkbaar een kenner. Dan glijdt de camera naar het interieur van de auto en laat de elektronisch oplichtende titel van het muziekstuk op het dashboard zien. De boodschap is natuurlijk dat je niet alleen een auto koopt, maar ook lid wordt van een sociale elite. Het is een uitnodiging om bij een exclusieve club te komen, om iemand te worden die Bach-suites herkent bij hun naam en nummer. Een paar cellostreken verheffen een doodgewone autoreclame tot een groots visioen van een gelukkiger toekomst: een belofte van transformatie door de kracht van een persoonlijke aankoop.

    Wat betekent dit voor de Prelude – en dus voor de klassieke muziek? Bachs ‘Prelude voor Cello Suite no. 1’ heeft vele doelen gediend, van het tot leven wekken van megahaaien tot het verkopen van Cadillacs. Maar één doel dient het zelden: zichzelf. Door de gedwongen dienstverlening aan zo veel buitenstaanders – reclame, film, en politiewerk – verliest de Prelude zijn identiteit als onafhankelijk kunstwerk dat gehoord wil worden voor wat het is.

  • Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Door de hoge vanilleprijs beleeft Madagaskar, de grootste producent ter wereld, gouden tijden. Maar de handel leidt ook tot veel criminaliteit, en gaat ten koste van het regenwoud.

    ‘Het is big business,’ zegt Dominique Rakotoson, een vanillehandelaar van de oude stempel uit Sambava, de uitdijende ‘vanillehoofdstad’ in het noordoosten van Madagaskar. Het drukke verkeer doet stofwolken en dunne plastic zakjes opwaaien, spiksplinternieuwe SUV’s razen voorbij, uit speakers dreunt Malagassische popmuziek. Maar nergens is er een vleugje vanille te bespeuren in deze tropische stad – alleen de geur van afval, en van geld. ‘Deze quatre-quatres [fourwheeldrives] zijn allemaal betaald van het “zwarte goud”,’ zegt Rakotoson met een gepijnigde glimlach. Veel inwoners hebben de afgelopen jaren goede zaken gedaan in vanille. ‘Mijn broer, een boer die nog niet eens zijn lagere school heeft afgemaakt, is in een mum van tijd miljardair geworden [in ariary, de lokale munteenheid]. Ik heb jarenlang in de hoofdstad gestudeerd terwijl anderen hier een fortuin vergaarden.’

    Dankzij de snel groeiende vraag in China en kritische westerlingen die hun neus ophalen voor kunstmatige smaakstoffen lijkt er een onstilbare honger te zijn ontstaan naar de aromatische specerij uit deze contreien. Madagaskar exporteert jaarlijks zo’n tweeduizend ton vanille, die wordt verwerkt in bakproducten, ijs en parfum. Naar verluidt zou vanille een van de geheime ingrediënten van Coca-Cola zijn. De prijzen zijn omhooggeschoten: de peulen van de oogst van vorig jaar werden voor 500 euro per kilo aan internationale levensmiddelenproducenten verkocht, het tienvoudige van de kiloprijs in 2013. In een land waar meer dan 80 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, is deze vanillekoorts voor de telers een geschenk uit de hemel. Of niet?

    Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele “vanillemoorden”

    ‘Hier ben ik nu mee getrouwd.’ Moira, een zeventigjarige weduwe uit het dorp Anjiamangotroka, prikt haar machete in de aarde waar ze pas geleden vanille-orchideeën heeft geplant. Met haar eerste oogst – het duurt drie tot vier jaar voordat de tropische slingerplant vruchten draagt – hoopt ze genoeg geld te verdienen ‘om een fatsoenlijk huis te kopen’. Ze is niet in de veronderstelling dat ze slapend rijk zal worden. ‘De teelt is erg arbeidsintensief.’ Het draait allemaal om handwerk. De delicate vanillebloemen bloeien maar één dag per jaar en moeten handmatig worden bevrucht. De plant komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika en wordt alleen bevrucht door een lokale bijensoort die niet in Madagaskar gedijt. Na de bestuiving duurt het negen maanden voordat de groene vanillepeulen rijp zijn. Vervolgens worden ze geplukt en gefermenteerd. Ze moeten wekenlang in de zon drogen voordat ze hun aroma, en daarmee hun waarde, ontwikkelen. Het zonnige, vochtige klimaat in de regio Sava is perfect voor de kwetsbare, kostbare orchidee – zo perfect zelfs dat driekwart van de wereldproductie hiervandaan komt, meestal van kleine familiebedrijfjes zoals dat van Moira. Maar de afgelopen tien jaar is de teelt steeds riskanter geworden.

    ‘Het regent minder en het gewas groeit minder goed,’ legt Moira uit. De grootste kwaaddoeners zijn de cyclonen die tijdens de zomermaanden over het eiland razen. Vorig jaar werd de regio getroffen door de hevigste storm van de afgelopen tien jaar. Cycloon Enawo veroorzaakte landverschuivingen en overstromingen. Er vielen 81 doden, 250.000 huizen raakten verwoest. De cycloon vernielde een vijfde van alle oogsten en een derde van de vanilleoogst, waardoor de vanilleprijs nog verder omhoogschoot.

    ‘Dankzij Enawo is vanille peperduur geworden,’ zegt Charles Rambolarson, uitvoerend secretaris van het Nationaal Bureau voor Rampenbestrijding. ‘En alle andere levensmiddelen ook: de prijzen rijzen de pan uit. Bevolkingsgroepen die al kwetsbaar waren, lijden nu honger.’ Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt: na een verwoestende cycloon in 2004 steeg de vanilleprijs van 20 euro naar meer dan 400 euro per kilo. Na de oorspronkelijke stijging zakte de kiloprijs terug naar 40 euro. ‘Het zal ook zeker niet de laatste keer zijn,’ benadrukt Rambolarson. ‘Door de klimaatverandering zijn de tropische stormen in kracht toegenomen.’


    Met de stijgende vanilleprijs is ook de vanilleroof gegroeid. ‘Het overkomt ons allemaal,’ zegt Emmanuel Zafihavama, een 55-jarige boer die een kleine vanilleplantage langs de weg naar Andapa beheert. ‘Hoe hoger de kiloprijs, des te vroeger in het jaar duiken dieven op om de peulen van de planten te grissen.’ Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, vertelt hij, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele ‘vanillemoorden’. In zijn lommerrijke tuin, waar honderden helgroene vanilleplanten groeien, vertelt Zafihavama dat de boeren in zijn dorp de handen ineen hebben geslagen. ‘We hebben een burgerwacht opgericht om onze velden tijdens de vier maanden vóór de oogst dag en nacht te bewaken. We gaan op patrouille en slapen tussen de planten. Het is gevaarlijk en vermoeiend,’ zegt hij. ‘Het heeft totaal geen zin om bij de politie aangifte te doen. Ze spelen allemaal onder één hoedje.’ Boeren klagen dat dieven die ze in de kraag vatten en aan de politie overdragen zichzelf meteen vrijkopen.

    In de afgelopen jaren is de markt overspoeld met gestolen, onrijpe peulen, waardoor de gemiddelde kwaliteit van vanille uit Madagaskar is verslechterd. Om boeren ervan te weerhouden de vanillepeulen uit angst voor roof vroeg te plukken, heeft de regering voor elk dorp een oogstdatum vastgesteld. Van boeren die zich niet aan de regels houden wordt de oogst in beslag genomen of zelfs verbrand. Maar velen nemen dat risico op de koop toe.

    In Sambava wachten vanilledealers op de beruchte Rue Ambudimanga op klandizie. Het zijn jongemannen in gekleurde T-shirts, met spiegelzonnebrillen en gouden kettingen. De kleine koningen van deze morsige achterafstraat genieten zichtbaar van het geld en de roem die de handel hen oplevert. Een van hen, een twintiger die Prisco à l’Appareil [aan de telefoon] heet, veert op en trekt een bundeltje vanillestokjes uit zijn broekzak. ‘Topkwaliteit, slechts 1,5 miljoen ariary [ca. 390 euro] per kilo.’ Andere vanilledealers hebben vacuümverpakte pakketjes in hun tassen of lopen openlijk met kleine hoeveelheden in plastic zakjes rond. ‘De verkoop van vanille is niet zo relaxed als de jongens doen voorkomen,’ zegt Julio, een vader van vier. ‘Je moet uitkijken dat de vanillestokjes niet onder je neus vandaan worden gestolen. De baas weegt aan het einde van de dag de onverkochte waar. Als je een deel bent verloren, draai je er zelf voor op.’ ‘Niet iedereen is er geschikt voor,’ beaamt een groepje dealers eensgezind. Maar in Sambava, waar veel werkloosheid heerst, grijpen gelukszoekers hun kans. ‘Als je geen vanille verkoopt,’ zegt Prisco, ‘wacht je een zwaar leven. Hier is geen werk voor mannen.’ Er zijn alleen slecht betaalde baantjes in de bouw waarmee ze zich geen gouden horloges kunnen veroorloven.

    Ins en outs

    Max, een 21-jarige chauffeur, kent de ins en outs van de vanillehandel. ‘Je moet ten eerste de juiste mensen kennen.’ Hij voelt zich er te jong voor, haast hij zich te zeggen. ‘Voor mij is het op dit moment te riskant.’ Met een blik over zijn schouder leidt hij ons naar een magasin de vanilla; een vanillepakhuis. Van buiten ziet het eruit als een doodgewoon woonhuis: een roze villa met balkons, twee verdiepingen hoog, tussen de bescheiden houten huisjes. Omdat de patron weg is mogen we even een kijkje nemen. Binnen zitten ongeveer zestig vrouwen met haarnetjes en lichtgroene schorten aan lange tafels. Ze sorteren de zongedroogde vanille en bundelen ze in kleine pakketjes ter waarde van tienduizenden dollars, die in de hal worden ingepakt in grote dozen. Max is erg nerveus en loodst ons snel weer naar buiten. ‘De mensen zijn bang,’ zegt hij. Het is overduidelijk dat achter die roze muren iets illegaals plaatsvindt. Het is nu januari, en de laatste oogst was in juni. Als deze vanille niet meteen na de oogst is verwerkt en verkocht, is het dan gegarandeerd gestolen waar? Of heeft de baas de peulen meteen na de oogst vacuüm verpakt om ermee te speculeren?

    Dominique Rakotoson, de handelaar van de oude stempel, schuimbekt over de vanillespeculanten die grote hoeveelheden onrijpe en veelal gestolen peulen vacuüm verpakken om ze te conserveren. ‘Die gasten doen de peulen in Chinese plastic zakken en zuigen met een gewone stofzuiger de lucht eruit,’ zegt Rakotoson met overslaande stem. ‘En dan wachten ze rustig af tot de prijzen stijgen.’ Speculeren met onrijpe vanille is slecht voor de reputatie van de regio als producent van de hooggewaardeerde bourbonvanille, het neusje van de zalm, geprezen voor de zoete, intense smaak. Vacuüm verpakte groene peulen leveren een product op met een lager vanillinegehalte, en soms zelfs met een muffe smaak. Volgens Rakotoson wordt speculatie in de hand gewerkt door het gebrek aan overheidscontrole en welig tierende corruptie. ‘En het zijn niet alleen straatdealers in Sava die snel geld verdienen, er gaat een veel grotere handel achter schuil. Ga maar eens kijken in Antalaha,’ zegt hij. ‘Dan kun je het met eigen ogen zien.’

    vanille

    Met haar door palmbomen omzoomde lanen, de witte stranden en de grote villa’s die over de Indische Ocean uitkijken, ademt Antalaha, de tweede vanillestad in de regio Sava, een koloniale sfeer. Vanillemagnaten als Henri Fraise en Ramandriabe maken hier al decennia de dienst uit. Om hun marktaandeel te behouden moeten deze grote exporteurs concurreren met kapers op de kust, vooral uit China, India en Pakistan. De stad is schoon, chic en erg rustig. Toch is ons op het hart gedrukt hier niet de nacht door te brengen. Achter de zonnige façade gaat een duister geheim schuil: Antalaha staat bekend als het hart van de illegale handel in rozenhout. Driekwart van het resterende regenwoud van Madagaskar bevindt zich in deze regio. De drie nationale parken Marojejy, Macolline en Masoala hebben stuk voor stuk te maken met leegroof van beschermde tropische houtsoorten als palissander, ebben en rozenhout. De bomen worden illegaal naar China verscheept en verwerkt tot traditionele meubels die gretig aftrek vinden onder de groeiende middenklasse. Volgens schattingen uit recent onderzoek is in de illegale rozenhouthandel in de afgelopen twintig jaar bijna 1 miljard euro omgezet. Om deze enorme bedragen wit te wassen hebben de houtbaronnen volop in vanille geïnvesteerd; ze kopen de peulen tegen elke prijs op, waardoor de kiloprijs nog verder wordt opgejaagd. ‘Geld werd niet meer geteld maar gewogen, in stapels biljetten van 500 kilo,’ vertelt Rakotoson. ‘Het maakte hen niet uit hoeveel het koste. Krankzinnig. De boeren profiteerden ervan. De lokale speculanten profiteerden ervan. Elke dag dreven ze de prijzen iets verder op.’

    Als we Solfi, het jonge dorpshoofd van Ambohimanarina, een klein dorpje naast nationaal park Marojejy, naar de handel in rozenhout vragen, schiet hij overeind. Zijn ogen spuwen vuur. ‘Dat gebeurt hier niet meer,’ zegt hij. Deze reactie krijgen we vaker. De vraag wordt ongemakkelijk weggewuifd, men kijkt liever de andere kant op. Een dorpsbewoner die graag anoniem wil blijven schetst een ander beeld wanneer hij ons vertelt dat de illegale handel in rozenhout een van de bekendste ‘geheimen’ van de regio is. ‘Het hele dorp weet ervan maar omdat iedereen ervan profiteert, doet niemand zijn mond open. Je hoort hier vaak midden in de nacht vrachtwagens rondrijden. Wat hebben die hier om drie uur ‘s nachts te zoeken als er geen rozenhout wordt verhandeld?’

    Vorig jaar kwamen het Environmental Investigation Agency en Global Witness, twee internationale organisaties die tegen milieucriminaliteit strijden, met bewijzen dat er nog steeds illegale houtkap plaatsvindt. Ondanks eerdere intentieverklaringen van de regering om de illegale handel te bestrijden is er, zo stellen deze ngo’s, nog nooit een houtbaron door een rechtbank veroordeeld. Milieuactivisten die de rozenhoutmafia in de wielen rijden belanden daarentegen geregeld achter de tralies, of worden met de dood bedreigd. De woordvoerder van het ministerie van Milieu, Ecologie en Regenwouden begint ongemakkelijk op zijn stoel te schuiven wanneer we hem de vraag voorleggen wie de vermaarde houtbaronnen achter de georganiseerde criminaliteit en de vanille-investeringen zijn. ‘Het is een politiek probleem, begrijpt u.’ Hij verwijst ons naar de minister-president.

    ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school’

    Naar verluidt bezitten de regering en particuliere eigenaren tussen de 500 miljoen en 4 miljard euro aan rozenhout. Maar aangezien de export van rozenhout illegaal is onder het CITES-verdrag, de overeenkomst inzake de internationale handel in beschermde planten en dieren, kan de elite weinig aanvangen met hun spaarpotje. Dit jaar zal de regering het hervatten van de houtexport heroverwegen. Het feit dat dit vlak voor de aankomende presidentsverkiezingen is gepland, is ‘puur toeval,’ stamelt een nerveuze regeringsfunctionaris.

    Voor kleine boeren heeft de vanilleteelt in de afgelopen jaren eindelijk iets opgeleverd. ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school,’ zegt Zafihavama. ‘En het wordt alleen maar beter, als ik tenminste niet wordt bestolen.’ Glimmend van trots laat hij me zijn huisje zien, een kleine houten hut met één bed. In de eenvoudige ruimte staan zijn nieuwe aanwinsten: vijf gloednieuwe plastic stoelen, twee vitrinekasten en een computer met een aanzienlijke dvd-verzameling, vrijwel alle populaire kungfu-films.

    Maar de vanillehandel floreert ten koste van een van de waardevolste regenwouden ter wereld. Door de geografische isolatie van het eiland vind je hier een groot aantal planten en dieren die nergens anders voorkomen.

    Dasy Ibrahim, projectmanager van CARE, een internationale ngo die boeren begeleidt bij de overstap op klimaatslimme landbouw, noemt de combinatie van hoge werkeloosheid en armoede en het witwassen van grote hoeveelheden tropischhardhoutgeld ‘funest’. ‘De situatie in de vanillesector dreigt volledig uit de hand te lopen.’ Hij trekt een pijnlijk gezicht. ‘De vanillehandel is nog erger dan de cocaïnehandel.’

    Auteurs: Ingrid Gercama & Nathalie Bertrams
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: © HH

    Lees ook Na Nederwiet ook Nedervanille? over Filip van Noort en zijn grootschalige vanillekweekplannen in Nederland.

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

  • Hoe word je een internationale goudsmokkelaar? Gewoon, via Google

    Hoe word je een internationale goudsmokkelaar? Gewoon, via Google

    Goud is zo in trek dat de mijnbouw de vraag niet kan bijbenen. Criminele bendes vullen het tekort nu aan met edelmetaal uit illegale groeves. De Chileen Harold Vilches verhandelde al bijna 80 miljoen euro aan smokkelwaar toen hij nog maar net oud genoeg was om een biertje te mogen bestellen.

    Die middag van 28 april 2015 kijkt Harold 
Vilches onbewogen toe terwijl douanebeambten op de internationale luchthaven van Santiago zijn rolkoffer onder de loep nemen. 
De minuten tikken weg. In de rolkoffer zit 44 pond massief goud, ter waarde van bijna 600.000 euro, 
en de 21-jarige student met zijn babyface wil alleen maar doorgelaten worden om op de nachtvlucht naar Miami te kunnen stappen. Vilches is zes uur eerder al op het vliegveld aangekomen, omdat hij wel verwachtte dat hij opgehouden zou kunnen worden – hij heeft gehoord dat de douane de afgelopen 
tijd verschillende keren een zending van een concurrerende smokkelaar heeft onderschept. Maar hij heeft deze trip al zeker tien keer gemaakt, of anderen gestuurd, en hij heeft extra zijn best gedaan op zijn valse exportpapieren. Vilches is er redelijk zeker van dat hij geen last zal krijgen. Nog terwijl hij staat te wachten, stuurt hij een tekstbericht naar zijn 
contacten in Florida, waarin hij meldt dat hij de 
douane al gepasseerd is.

    Het plan was om het goud op het vliegveld van Miami te overhandigen aan een paar particuliere bewakers, die het dan in een gepantserde truck zouden laden voor het korte ritje naar NTR Metals Miami LLC, een bedrijf dat goud in grote en kleine hoeveelheden inkoopt en het doorverkoopt aan de wereldwijde goudhandelsketen. De bescheidenheid van de sjofele ontvangstruimte van dit bedrijf, waar een receptioniste achter een plexiglas ruit van 2,5 centimeter 
dik zit, is in tegenspraak met de omvang van de zaken die elders in het pand worden gedaan. Rechercheurs van het Amerikaanse ministerie van Justitie geloven dat NTR Metals Miami de afgelopen vier jaar voor minstens 2,5 miljard euro aan Zuid-Amerikaans goud heeft ingekocht, dat grotendeels afkomstig is van illegale mijnactiviteiten.

    Al is hij nog maar net oud genoeg om in Miami een biertje te mogen bestellen, hij heeft al eens een contract van 76 miljoen euro afgesloten voor de levering van goud aan een handelaar in Dubai

    Dit gedoe kan Vilches niet gebruiken. In twee jaar tijd is hij snel opgeklommen in het wereldje van de Latijns-Amerikaanse goudsmokkelaars. Al is hij nog maar net oud genoeg om in Miami een biertje te mogen bestellen, hij heeft al eens een contract van 76 miljoen euro afgesloten voor de levering van goud aan een handelaar in Dubai. Dat is geen groot succes geworden – het bedrijf uit Dubai zit hem inmiddels op zijn nek omdat hij zo’n 4 miljoen euro in eigen 
zak zou hebben gestoken – maar toch, tijdens zijn korte carrière heeft hij al meer dan 4000 pond goud verhandeld, volgens zijn Chileense aanklagers. Net als hun Amerikaanse collega’s vermoeden zij dat al dit goud illegaal was.

    Die avond op de luchthaven komt Vilches op de 
proppen met zijn standaardverhaal: dat het goud afkomstig is van munten die hij van klanten heeft ontvangen en omgesmolten tot staven. De douanebeambten trappen er niet in. Volgens hen is het 
laboratorium dat Vilches heeft gebruikt om het goud te waarborgen niet door de overheid gecertificeerd, en ze twijfelen aan zijn bewering dat het goud afkomstig is van munten. Vilches wordt boos. Hij gelooft zijn oren niet als de man achter de balie 
zijn chef belt en daarna de instructies van hogerhand overbrengt: ‘Als het goud van Vilches is, neem het dan in beslag.’

    Rechercheurs van de Chileense politie hebben 
Vilches dan al maandenlang in het vizier, ze hebben zijn telefoon afgeluisterd en de exportpapieren die hij indiende minutieus bestudeerd. Die jongen was slim, daar waren ze het over eens, maar voor wie werkte hij? ‘Ik dacht eigenlijk dat er altijd nog iemand achter hem stond,’ zegt José Luis Pérez, 
een Chileens officier van justitie op deze zaak.

    Als de ambtenaren op de luchthaven Vilches’ goud 
in beslag hebben genomen, laten ze hem gaan. In 
de vijftien maanden hierna staan de Chileense autoriteiten toe dat Vilches illegaal goud het land in en uit brengt, terwijl ze zijn gangen nagaan, in de hoop handlangers te vinden en mensen die hem aansturen. Ze luisteren verschillende telefoongesprekken af, lezen Vilches’ tekstberichten en volgen koeriers. Ze kijken toe terwijl smokkelaars hun goud vanuit Peru, over afgelegen stukken woestijn en door dalen in het Andesgebergte naar het zuiden brengen, of naar het westen vanuit Argentinië, over de besneeuwde bergpas in de schaduw van de bijna zevenduizend meter hoge Aconcagua, en vandaar naar Santiago en het hoofdkwartier van Vilches, een plek die van de politie de bijnaam ‘de bunker’ krijgt. Daar test, weegt en betaalt Vilches het goud. Hij smelt het om, maakt er staven van en vervolgens vliegt hijzelf of een familielid ermee naar Miami.

    Tot hun stijgende verbazing vinden politiemensen nooit de grotere organisatie waarvan ze dachten dat die Vilches ondersteunde en beschermde. Er is geen grotere vis, voor zover zij kunnen vaststellen. Uiteindelijk, in augustus 2016, arresteren ze hem. 
Volgens rechercheurs hebben ze dan inmiddels voor 60 miljoen euro aan goudzendingen gedocumenteerd die door zijn handen zijn gegaan, via acht 
brievenbusmaatschappijen die hij in Chili en Miami heeft gevestigd – en ze denken dat er nog veel meer is geweest. Vilches en vier medeplichtigen, onder 
wie zijn vrouw en haar vader, worden aangeklaagd wegens oplichting, smokkelarij, douanefraude en witwassen. Geen van hen is nog voor de rechter 
verschenen en de zaak is nog steeds niet afgerond. Vilches’ vrouw en schoonvader hebben via hun 
advocaat geweigerd om aan dit artikel mee te werken. Op dit moment woont Vilches met zijn vrouw in een appartement in een armoedig deel van Santiago; hij heeft van tien uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds huisarrest.

    Harold Vilches op weg naar de rechtbank.
    Harold Vilches op weg naar de rechtbank.

    In ruil voor zijn vrijlating uit de gevangenis heeft Vilches uitgebreide verklaringen afgelegd waarmee het Chileense openbaar ministerie en de Amerikaanse justitie een grote, internationale smokkelzaak konden opbouwen. In verhoorverslagen door de 
politie en aanklagers in Chili en de Verenigde Staten en in honderden pagina’s politiedossiers rijst het beeld op van de rol die Vilches speelde in een zwarte markt die elk jaar letterlijk tonnen illegaal gedolven en gesmokkeld goud in de internationale economie pompt.

    De afgelopen vijftien jaar is de wereldwijde goudconsumptie met bijna 1000 ton per jaar toegenomen tot zo’n 4300 ton, volgens de World Gold Council, een in Londen gevestigde brancheorganisatie. Legale mijnbouw kon de toegenomen vraag niet bijbenen, dus hielpen illegale mijnen, in handen van criminele bendes, van de Amazone tot Centraal-Afrika het tekort aan te vullen, zo stelt Verité, een non-profitorganisatie in Amherst, Massachusetts, die onderzoek heeft gedaan naar de illegale goudhandel. 
Uit een onderzoek van Verité in 2016 bleek dat vijf landen in Latijns-Amerika in een jaar tijd 40 ton goud van illegale mijnen naar de Verenigde Staten hebben verscheept, bijna twee keer zoveel als de legale transporten uit die landen. De illegale goudmijnen van Zuid-Amerika, die zich voornamelijk in het Amazonegebied bevinden, zijn giftige groeves waarin groepen arbeiders met behulp van brandweerslangen en kwik klompjes vrijwel puur goud 
uit de rode aarde halen. Volgens de Verenigde Naties drijft de bedrijfstak op kinderarbeid, is hij verwoestend voor de omgeving en tiert de prostitutie welig in de gammele kampementen rond de mijnen. Het goud gaat van smokkelaar over op smokkelaar, en verdwijnt vervolgens in een netwerk van handelaren en goudbewerkers, die samen de onstilbare goudhonger van de wereld voeden.
    Harold Vilches was een jongen uit de stad, die 
hiervan nooit iets had gezien. Maar hij groeide wel op met goud: zijn vader Mario was eigenaar van een juwelierszaak en zijn oom Enrique, evangelisch 
prediker, was de oprichter Joyas Barón, een sierradenketen met achttien vestigingen. Enrique heeft meer dan eens de aandacht van de autoriteiten getrokken. In 1998 betrapte de Chileense douane op het vliegveld een groep Ecuadoraanse smokkelaars met achttien goudstaven die volgens hen voor Enrique bestemd waren. (Hij werd vrijgesproken nadat hij had betoogd dat de politie hem in de val had gelokt.) In maart 2015 werd Enrique door een rechtbank in Santiago tot vijf jaar voorwaardelijk veroordeeld wegens belastingfraude. Vorig jaar 
dienden de autoriteiten nog meer aanklachten tegen hem in, waarin hij ervan wordt beschuldigd dat hij een enorme boekhoudfraude heeft opgezet en nog zo’n 14 miljoen euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.

    Op de Chileense televisie ontkende Enrique Vilches elke betrokkenheid bij de goudsmokkelactiviteiten van zijn neef. ‘Ik heb geen commerciële relatie met de zaak die onderzocht wordt,’ zei hij. ‘Ik ben hier 
op geen enkele manier bij betrokken, dus ik wil me totaal van deze situatie distantiëren.’

    Via Google

    Op zijn vijftiende ging Harold voor de zaak van 
zijn vader werken. Binnen een jaar gaf zijn vader hem een tas met 50 miljoen peso [70.000 euro] aan 
contanten en stuurde hem daarmee naar de bank om stortingen te doen. In 2013 begon Vilches een studie bedrijfsmanagement aan de Universidad Mayor in Santiago. Maar al snel daarna kreeg zijn vader een hersenbloeding en stopte de zoon met studeren om zich op het familiebedrijf te richten. 
Als dit bedrijf zijn toekomst was, besloot hij, dan wilde hij meer doen dan alleen sieraden inkopen 
en verkopen. Hij nam zich voor om echt veel geld 
te gaan verdienen, en daarvoor moest hij bij de groothandel in goud zijn.

    Om te beginnen haalde hij Gonzalo Farias, metalenhandelaar in Santiago, over om hem aan te nemen als leverancier. In september 2013 deed Vilches zijn eerste levering aan Farias – 6,6 pond legaal in Chili verworven goud. Hij deed nog een aantal van dit soort leveranties. Maar hij wilde groter. Hij passeerde Farias en sloot rechtstreeks een deal met Fujairah Gold, een in Dubai gevestigd bedrijf waaraan Farias leverde. In juni 2014 tekende Vilches een contract waarin hij beloofde in de twaalf daaropvolgende maanden 6000 pond goud te zullen leveren aan 
het hoofdkantoor van Fujairah. De eerste levering zou 90 pond omvatten en die hoeveelheid zou elke maand groter worden. Vilches had geen geld om zo veel goud te kopen, dus gaf het bedrijf hem toegang tot een bankrekening met 4 miljoen euro. Dit was zijn grote kans – het contract was in potentie 
meer dan 76 miljoen euro waard. Hij zou zelf 1,5 tot 5 miljoen winst maken.

    Dit was krankzinnig hoog gegrepen – er waren in heel Chili niet genoeg gouden munten en sieraden om aan de bestellingen van Fujairah te voldoen. Dus besloot Vilches smokkelaar te worden. En dat was gemakkelijk: via Google zocht hij goudhandelaren 
in Peru. Hij vond Rodolfo Soria Cipriano, een van de grootste exporteurs van het land, volgens de Peruaanse krant El Comercial. Er kwam al snel antwoord. Vilches heeft later aan zijn ondervragers verteld dat Soria beloofde hem zoveel goud te leveren als hij wilde, zolang hij maar met geld over de brug kwam. Volgens Vilches zelf vroeg hij niet waar het goud vandaan kwam. Wel was hij zo slim om exportcontroles te ontwijken, en volgens de aanklagers bracht hij het goud Chili binnen zonder belasting 
of invoerrechten te betalen.

    Soria introduceerde hem bij een netwerk van leveranciers, met wie Vilches later transacties regelde via WhatsApp. Lag het goud eenmaal klaar om opgehaald te worden, dan vloog hij naar Arica, in Noord-Chili, waar hij een Mazda sedan had staan die speciaal 
was uitgerust voor deze ritten naar Peru. Vanaf 
halverwege 2014, zegt Vilches, hebben hij en zijn schoonvader minstens tien ritten gemaakt naar de stad Tacna, een paar kilometer voorbij de Peruaanse grens, terwijl de deurpanelen van hun auto volgepropt waren met bankbiljetten – wel 1,5 miljoen euro per keer.

    Illegale goudmijnen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Zie ook de toelichting onderaan. – © Sebastian Castaneda / Getty Images
    Illegale goudmijnen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Zie ook de toelichting onderaan. – © Sebastian Castaneda / Getty Images

    Tegenover mensen van justitie schept Vilches graag op over het gemak waarmee hij zich in de criminele wereld bewoog. Smakelijk beschrijft hij een transactie in een safehouse in Tacna. Terwijl zijn schoonvader buiten in de auto bleef wachten, werd Vilches door gewapende mannen via een serie metaaldetectors en afgesloten poorten naar een beveiligde kamer geleid, waarin een grote voorraad goud lag. Hij vermoedde dat het huis ook diende voor cocaïnetransacties, 
vertelt hij de aanklagers, maar hij bleef kalm. Hij 
testte het goud op zuiverheid, ging weer naar buiten, verstopte de smokkelwaar in de deurpanelen van de Mazda en reed terug naar Chili.

    Uiteindelijk maakte Vilches maandelijks wel vijf van dit soort goudritten naar Peru, en hij huurde ook koeriers in die direct aan hem leverden in Santiago. Alles bij elkaar was het genoeg om via luchtvrachtmaatschappijen verscheidene succesvolle leveranties aan Fujairah te doen. Maar toen, in augustus 2014, hielden douanebeambten op het vliegveld in Arica een stel van zijn koeriers aan met 105 pond goud. 
De papieren van het duo en de verklaringen voor de manier waarop ze aan het goud waren gekomen, klopten niet met elkaar. Het goud werd in beslag genomen en Vilches kreeg zijn eerste juridische 
problemen: een belastingontduikingszaak, die nog steeds niet is afgehandeld.

    Vilches besloot niet met Fujairah door te gaan. Als 
hij zich aan het contract wilde houden, zouden er nog tientallen inkoopritten of koeriersvluchten naar Peru nodig zijn, en het vervoer van het goud naar Dubai leverde enorme logistieke problemen op. Toen het bedrijf informeerde waar de afgesproken leveranties bleven, verzon Vilches allerlei uitvluchten. Maar de advocaten van Fujairah waren ervan overtuigd dat hij loog. Ze verdachten hem ervan dat hij ook aan andere bedrijven verkocht. Bovendien kwam Fujairah tot de conclusie dat het goud illegaal was.

    Bijna twee jaar later werd Vilches voor het eerst strafrechtelijk vervolgd, wegens fraude en het zich toe-eigenen van 4 miljoen euro van Fujairah Gold. Via zijn advocaat, Marko Magdic, ontkende Vilches alle aanklachten en zei dat er alleen sprake was van contractbreuk. Fujairah blijft eisen dat hij wordt 
vervolgd, in de hoop het geld alsnog terug te krijgen.

    Terwijl zijn relatie met Fujairah verslechterde, ging Vilches op zoek naar nieuwe afnemers. Hij wist dat sommige van zijn Chileense klanten het goud dat hij uit Peru meebracht, doorverkochten aan NTR Metals in Miami. Het was Soria, zegt hij tegen zijn ondervragers, die hem bij dat bedrijf introduceerde. 
‘Binnen een week of drie kwam ik door de screening van dat bedrijf heen,’ vertelt hij. Volgens Trey Gum, juridisch adviseur van Elemetal LLC, het moederbedrijf van NTR, ging het bedrijf pas een relatie met Vilches aan nadat vertegenwoordigers zijn bedrijven in Chili hadden bezocht. ‘De informatie die NTR Miami ontving, was dat de heer Vilches uit een 
familie van respectabele juweliers kwam die nauwe banden had met de evangelische gemeenschap in Chili’, aldus Gum in een verklaring per e-mail. Soria was niet bereikbaar voor commentaar. De kantoren van zijn bedrijf in Lima lijken gesloten te zijn, en zijn telefoonnummers zijn buiten dienst.

    Uiteindelijk leerden zijn schoonvader en hij hoe ze de staven moesten maken door filmpjes op YouTube te bestuderen

    Vilches zegt tegen de aanklagers dat hij naar Florida ging voor een afspraak met twee directieleden van NTR: Renato Rodríguez, directeur verkoop voor Latijns-Amerika, en Sander Barrage, die aan het hoofd van de vestiging in Miami staat. Ze gingen 
met elkaar eten bij een restaurant in Coral Gables. 
‘Ze wisten dat er iets mis was met mijn goud, omdat het zo zuiver was. Een paar maanden later heb ik ze uitdrukkelijk verteld dat het illegaal goud was,’ 
zei Vilches. Hij heeft ook tegen aanklagers gezegd dat Rodríguez en Barrage hem hielpen om douanepapieren te vervalsen.

    Dit is allemaal niet waar, volgens Rodríguez en 
Barrage. In de lobby van de NTR-vestiging in Miami zegt Rodríguez dat het bedrijf vertrouwde op de documentatie die Vilches verschafte – net als, stelt hij, de autoriteiten in Chili en de VS. ‘Maar al dat spul is nep,’ zegt hij. Barrage verklaarde in een e-mail: ‘Ik wil met nadruk stellen dat ik op geen enkel moment beschikte over enige kennis dat dit metaal afkomstig was van illegale mijnbouw. Er was absoluut geen sprake van hulp voor of betrokkenheid bij dit exportproces of het importproces.’

    Om de schijn van legitimiteit zo groot mogelijk te houden, wilde Vilches zijn goud in staven ter grootte van een baksteen gieten, met een zegel waarop het gewicht en het gehalte stonden. Dat was een uitdaging – hij had het zijn vader wel eens zien doen, maar wist nauwelijks hoe hij het zelf voor elkaar moest krijgen. Hij schafte in het buitenland een machine aan om goud te smelten, maar toen hij die aansloot ontstond er kortsluiting en kwam zijn kantoor vol zwarte rook te staan; hij had er niet aan gedacht dat hij ook een transformator nodig had om het apparaat op het hogere voltage van het Chileense stroomnet 
te laten werken. Uiteindelijk, zegt Vilches, leerden zijn schoonvader en hij hoe ze de staven moesten maken door filmpjes op YouTube te bestuderen.

    In december 2014 leverde Vilches zijn eerste zending aan NTR Metals Miami: een koffer vol goudstaven. 
Zo eindigde hij zijn eerste volle jaar in zaken, een 
jaar waarin hij 3119 pond goud verhandelde voor een geschatte waarde van 44 miljoen euro, zoals blijkt 
uit exportgegevens in de strafrechtelijke dossiers. Volgens de Chileense onderzoekers waren in ieder geval tien zendingen van Vilches aan NTR duidelijk illegaal, gezien de malversaties met douanepapieren en de niet-betaalde belastingen en heffingen bij de aanvankelijke invoer van het goud.

    De Chilenen zeggen bewijs in handen te hebben dat NTR ervan op de hoogte was dat het goud illegaal of gesmokkeld was, en baseren dat op verklaringen van Vilches en zijn communicatie per telefoon, e-mail en tekstberichten, die ze allemaal ook aan Amerikaanse onderzoekers hebben gegeven. ‘NTR weet dat het goud illegaal is. Het is goedkoper dan legitiem 
verkregen goud. Dat is de handel,’ zegt Tufit Bufadel, een Chileense aanklager die bij de zaak betrokken is.

    Begin 2015, zo vertelt Vilches aan de FBI, lieten Rodríguez en Barrage hem naar Miami komen, waar ze hem een gewaagd voorstel deden. ‘Ze vroegen me een goudleverancier in Afrika te gaan zoeken,’ zegt hij. Volgens Vilches stelden de NTR-topmannen voor dat hij zou proberen een smokkeloperatie van 1000 kilo per maand te organiseren.

    Vilches ging er gretig op in. Als dit hem zou lukken, kon hij voor zo’n 15 miljoen euro aan vuil goud per maand verhandelen. Maar het zou erg ingewikkeld worden. ‘Zij vertelden me dat ze, vanwege interne ethische bedrijfsregels, geen Afrikaans goud konden aannemen. Dus stelden ze voor dat ik het goud van Afrika naar Chili zou exporteren en het dan naar 
NTR Metals in Miami zou sturen.’

    Vilches vloog naar Dar es Salaam in Tanzania, waar hij bijna een maand lang bezig was met het bekijken van voorraden goud en onderhandelingen met 
handelaren uit Zuid-Afrika en Kameroen. Hij vertelt aan de FBI dat hij ‘voortdurend in contact stond met Renato en Sander’ over mogelijke routes voor de zendingen. Maar hij werd voor 230.000 euro opgelicht door iemand die hij aanzag voor een leverancier. Die hele Tanzania-operatie zat hem niet lekker. Op een bepaald moment werd hij staande gehouden door twee auto’s vol gewapende mannen – waarschijnlijk veiligheidstroepen van de regering, dacht hij – en urenlang vastgehouden in een smerige ruimte, 
terwijl hij werd ondervraagd over wat hij in Tanzania te zoeken had. Hij was opgelucht dat hij het er levend van afbracht.

    Een mijnwerker probeert met een brandweerslang en kwik klompjes vrijwel puur goud uit de rode aarde halen. – © Tomas Munita
    Een mijnwerker probeert met een brandweerslang en kwik klompjes vrijwel puur goud uit de rode aarde halen. – © Tomas Munita

    Rodríguez en Barrage ontkennen dat ze Vilches hebben voorgesteld om naar Afrika te gaan. ‘Hij vroeg in 2015 juist aan ons of we goud in Afrika kochten’, schreef Rodríguez in een e-mail. ‘Ik heb hem heel duidelijk gezegd dat dat niet zo was en dat het beleid van NTR was om dat niet te doen.’ Barrage schrijft: ‘Er was geen verzoek aan hem om goud uit Afrika te halen.’

    Ondanks de tegenvallers in Tanzania was 2015 voor Vilches een goed jaar. Van het geld dat hij verdiende, kocht hij een huis van 1 miljoen dollar aan een meer met waterlelies en zwanen. Hij investeerde ook 150.000 dollar in een zwaar beveiligd gebouw in Recoletta, een wijk in Santiago waar zwerfhonden tussen het vuilnis in de straten scharrelen. Achter muren van drie meter hoog, overdekt met graffiti en met bovenop ook nog eens prikkeldraad, stond een gebouw met ramen van kogelwerend glas en deuren van gepantserd staal. Met staal versterkte muren en maar liefst 32 beveiligingscamera’s beschermden 
een heiligste der heiligen daarbinnen, dat bovendien ook nog was uitgerust met een pepperspraysysteem. ‘Zelfs banken hebben niet zulke goede beveiligingsmaatregelen,’ zegt Pérez, de Chileense aanklager.

    Dit was de plek waar Vilches, meestal in zijn eentje, zwoegde om zijn goud om te vormen tot staven in de standaardmaat, die geen verdenking zouden wekken bij de douane. Elke staaf merkte hij met het precieze gewicht en gehalte, en gaf hij het zegel van Aurum Metals LLC, een bedrijf dat hij in Miami had opgezet. Het was ook in deze bunker dat Vilches contant geld opsloeg en documenten voor het goud vervalste.

    Vilches vertelt dat de NTR-topmensen hem hadden geadviseerd om video-opnamen te maken van het raffinageproces, om zijn beweringen dat het goud 
uit legale bron kwam, te kunnen staven. Hij deed dat inderdaad en in zijn marketingbrochures prijken foto’s van hemzelf, terwijl hij grijnzend iets vloeibaars uit een smeltkroes giet, als een leerling tijdens de scheikundeles op de middelbare school. Alleen was zijn kroes gevuld met vloeibaar goud.

    NTR Metals Miami is een van de 49 vestigingen van NTR Metals, ook bekend als Elemetal Direct, een van de acht divisies van het in Dallas gevestigde Elemetal LCC. Elemetal Direct verkoopt zijn goud als 99,99 
procent puur, ongemunt goud – met door brancheorganisaties afgegeven certificaten als bewijs dat het afkomstig is van legale mijnen. Een van deze organisaties is de London Bullion Market Association, ofwel de LBMA. Dit is het zelfregulerend orgaan van de bedrijfstak, en in het bestuur zitten functionarissen van grote banken en goudhandelaren. Elemetal wijdt een apart deel van zijn website aan de certificaten voor kwaliteit en oorsprong die het bezit, waaronder een kopie van het responsible gold certificate [certificaat voor verantwoord goud] van de LBMA, behaald na een ‘onafhankelijk duedilligenceonderzoek van de bevoorradingsketen’. LBMA-woordvoerder Aelred Connelly weigerde commentaar op de certificering van Elemetal.

    Een ander certificaat is afkomstig van de Conflict-Free Sourcing Initiative of the Electronic Industry Citizenship Coalition, ofwel de EICC. Dat werd toegekend voor de goudsmelterij van Elemetal in Jackson, Ohio. Om dit certificaat elk jaar te laten vernieuwen, huurt Elemetal auditors in die aankoop- en importgegevens controleren, de smelterij bekijken en medewerkers ondervragen over de bron van het 
aangekochte goud. Dit is bedoeld om er zeker van te kunnen zijn dat er geen goud bij zit dat afkomstig is van illegale mijnen waar sprake is van prostitutie, slavenarbeid en schade aan het milieu, of die 
oorlogsactiviteiten financieren, met name in Latijns-Amerika, zegt Leah Butler, hoofd van het programma voor conflictvrije smelterijen bij de EICC. ‘We weten dat goud uit Latijns-Amerika een hoog risico heeft,’ zegt Butler. Ze wil geen commentaar geven over Elemetal, met een verwijzing naar de EICC-reglementen. De organisatie ‘neemt beschuldigingen van malversaties door een smelterij of raffinaderij die lid van haar programma is, zeer serieus’, zegt ze.

    Audits

    Volgens Ajad Rihan, voormalig auditor bij Ernst & Young die gespecialiseerd is in onderzoek naar de herkomst van bulkgoederen, zijn auditors gemakkelijk om de tuin te leiden. Rihan werkt tegenwoordig voor Martello Risk, een Londens consultancybureau dat bedrijven helpt om illegale handel te filteren uit de aanvoerlijnen van mineralen. ‘Het probleem is dat ze in dit soort audits niet verder kijken dan het papierwerk,’ zegt hij.

    Deze stempels van goedkeuring zijn voor de hele bedrijfstak van levensbelang. Volgens de Amerikaanse en Europese wet moeten bedrijven zich ervan 
verzekeren dat hun leveranciers niet inkopen bij 
mijnen die conflicten financieren. Dus halen ze hun goud bij bedrijven die gecertificeerd zijn als bedrijf met schone aanvoerketens. De gecertificeerde smelterij van Elemetal is een waardevol bezit, waardoor het bedrijf in 2015 aan 68 bedrijven uit de Fortune 500 kon leveren, volgens een analyse door Verité van bedrijfsverslagen over conflictmineralen, waartoe bedrijven volgens de Amerikaanse Dodd-Frank Act verplicht zijn. Verité analyseerde daarvoor onder andere 
verslagen van Alphabet, Apple, GE, GM, en HP, zoals 
uit de meest recente bedrijfsgegevens blijkt.

    Volgens Gum, de advocaat van Elemetal, heeft NTR Metals Miami de zaken met Vilches stopgezet op 1 juni 2016, de dag waarop hij werd aangeklaagd wegens fraude, en ‘heeft het bedrijf de zaak bij de juiste overheidsinstanties gemeld’. Ook geeft 
Elemetal dan ‘als voorzorgsmaatregel’ instructies aan NTR Metals Miami om ‘alle operaties in Chili op te schorten, hangende een onderzoek naar huidige risico’s en procedures in dat land’, aldus Gum.

    Op de avond dat alles in elkaar stort, als agenten 
op het vliegveld van Santiago de vijf staven in zijn rolkoffer aantreffen, belt Vilches onmiddellijk naar NTR, vertelt hij later aan rechercheurs van de FBI. Rodríguez en Barrage zeiden volgens hem dat hij zich er maar bij neer moest leggen dat hij dat goud nooit terug zou zien, en zich er beter op kon richten de volgende keer het papierwerk in orde te hebben. NTR-topmensen ‘instrueerden mij hoe ik kon zorgen dat de Amerikaanse douane niet doorzag dat mijn certificaten van oorsprong vals waren’, zegt Vilches.

    Dat lijkt een tijdlang te werken. De Chileense politie staat te springen om hem op te pakken, maar aanklagers geven de rechercheurs het bevel om niet in 
te grijpen, zodat ze meer bewijsmateriaal kunnen verzamelen. Ze hopen nog steeds iemand te pakken te krijgen die hogerop in de organisatie staat dan Vilches. En dus kan hij ongehinderd besmet goud in- en uitvoeren.

    Begin 2016 begint het net zich te sluiten, als banken in Chili en Miami verdachte activiteiten melden 
vanwege Vilches’ enorme transacties in contanten, en zijn rekeningen afsluiten. Daarna volgt zijn dagvaarding wegens het Fujairah-contract. Uiteindelijk wordt Vilches gearresteerd, waarbij de politie voor 225.000 euro aan contanten in beslag neemt en een kleine hoeveelheid goud uit de bunker. Met het vooruitzicht van een jarenlange gevangenisstraf wegens witwassen en belastingontduiking verklaart Vilches zich bereid om in Chili en de VS mee te werken met de autoriteiten. Ook schrijft hij zich uit bij de 
universiteit. Op dit moment vormen Vilches en NTR Metals het middelpunt van een breed strafrechtelijk onderzoek, waarin de Amerikaanse justitie, het 
Chileense openbaar ministerie voor economische delicten, de politie in Peru en die in Ecuador samenwerken, volgens de Chileense aanklager Pérez. Sarah Schall, woordvoerster van het Amerikaanse openbaar ministerie in Miami, weigert commentaar, omdat het beleid van het OM is om het bestaan van een onderzoek niet te bevestigen of ontkennen.

    In oktober 2016 reizen agenten van de FBI en aanklagers van het om in Miami naar Chili om Vilches 
te verhoren. Als ze ervan overtuigd zijn dat zijn informatie deugt, vertellen ze hem dat hij in de VS vrijgesteld zal worden van vervolging als hij onder ede wil getuigen. Vilches zit uren en uren in de verhoorruimte, waar hij de Amerikaanse en Chileense politiemensen tegelijkertijd boeit en amuseert. Meer dan vijftien politiemensen zitten op elkaar gepropt in een vergaderkamer in het enorme gevangeniscomplex Santiago 1, en Vilches geniet zichtbaar van al die aandacht. Hij lacht veel en bekommert zich kennelijk niet om de ernst van de situatie. Zijn bekentenissen worden een soort theatershow, 
volgens een van de aanwezige rechercheurs. ‘Alleen de popcorn ontbreekt,’ zegt hij lachend. FBI-agent Lourdes McLoughlin, juridisch attaché van de 
Amerikaanse ambassade in Santiago, weigert iets over de verhoren te zeggen, vanwege het beleid om geen commentaar te geven op lopende onderzoeken.

    In december brengen het Amerikaanse OM en de FBI Vilches over naar Miami, waar hij tegen een federale rechtbank zegt dat NTR Metals Miami hem heeft geadviseerd over de beste manier om zijn zaken in de VS op te zetten, gesmokkeld goud te verhandelen en vervolgens de opbrengsten daarvan wit te wassen. Elemetal en NTR Metals Miami geven geen antwoord op vragen over een onderzoek.

    Vilches kan maar kort van zijn rijkdom genieten. Inmiddels moet hij genoegen nemen met een 
appartement aan de Gran Avenida, een doorgaande weg in een ongure wijk van Santiago. Dankzij zijn medewerking aan het onderzoek zal hij waarschijnlijk niet meer naar de gevangenis hoeven voor 
smokkelarij. Maar er hangen hem nog diverse strafklachten boven het hoofd, onder andere wegens belastingontduiking.

    Als Vilches, zonder speciale extra mogelijkheden – afgezien van zijn brutaliteit – zo 
ver kon komen in de illegale goudhandel, wie kan 
dat dan nog meer?

    Naar aanleiding van de zaak-Vilches heeft Chili 
zijn exportregels aangescherpt. Een goudhandelaar beschrijft de nieuwe exportprocedure nu als ‘het bevel om met je handen omhoog tegen de muur te gaan staan’. Douanemensen uit Ecuador, Bolivia en Peru zijn in Chili op bezoek geweest om informatie uit te wisselen en beleid op elkaar af te stemmen. Pérez vindt dat een goede zaak, maar hij maakt zich geen illusies. Als Vilches, zonder speciale extra mogelijkheden – afgezien van zijn brutaliteit – zo 
ver kon komen in de illegale goudhandel, wie kan 
dat dan nog meer? ‘Ik denk dat er in heel Latijns-Amerika wel honderd Vilchessen zijn,’ zegt hij. 
‘Het is gemakkelijker dan het lijkt.’

    Auteurs: Michael Smith en Jonathan Franklin, met medewerking van Ben Bartenstein
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Toelichting bij beeld

    De Peruviaanse overheid deed meerdere pogingen om de kampementen rond de illegale goudmijnen te ontruimen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Volgens de Verenigde Naties drijft de bedrijfstak op kinderarbeid en prostitutie en is hij verwoestend voor de omgeving.

    Goud is zeldzaam en daarom is het duur. Een kilo goud kost op dit moment ongeveer 35.000 euro. Duurzaam goud is ongeveer 15 procent duurder. Het goud dat in Nederland voor sieraden wordt gebruikt, komt grotendeels uit recycling en grootschalige mijnbouw.

    Bloomberg Businessweek
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 993.267

    Businessweek schrijft zinnig en intelligent over het zakenleven wereldwijd. Aarzelt niet om een mening te geven of standpunt in te nemen. Sinds 2009 onderdeel van Bloomberg News, met 15.000 medewerkers.

  • Panden van de peetmoeder van Pablo Escobar onteigend

    Panden van de peetmoeder van Pablo Escobar onteigend

    Colombia begint een onteigeningsprocedure tegen de erven van Griselda Blanco, alias ‘de zwarte weduwe’, beter bekend als de peetmoeder van Pablo Escobar. Inzet is onroerend goed met een geschatte waarde van 2,7 miljoen euro.

    Griselda Blanco, de buitenechtelijke dochter van een grondbezitter en zijn dienstmeisje, was de koningin van de wereldwijde cocaïnehandel en peetmoeder van de destijds nog ordinaire autodief Pablo Escobar, voor wie ze de weg plaveide.

    Volgens de legende liet ze jarretels, hakken en bh’s met geheime ruimtes ontwerpen om drugs in te vervoeren. Op het hoogtepunt in haar carrière verscheepte ze meer dan 1500 kilo cocaïne per maand tussen Colombia en de Verenigde Staten. Haar dood drie jaar geleden – ze werd op haar negenenzestigste geliquideerd nadat ze vlees had gekocht bij haar vaste slager – was een onverwachtse afrekening.

    De staat Colombia probeert in een procedure beslag te leggen op vier panden, gelegen in de exclusieve wijk El Poblado van Medellín. De eigendommen zouden zijn gekocht met geld dat afkomstig is uit de drugshandel. De panden ter waarde van ongeveer 2,7 miljoen euro staan op naam van Griselda’s zonen Michael Corleone – vernoemd naar de Godfather – en Dixon Darío Trujillo Blanco, en vertegenwoordigen slechts een klein deel van het fortuin van ‘de weduwe’, ooit een van de rijkste vrouwen ter wereld. Het meeste is via legale verkoop in handen van derden gekomen. Vandaar dat de autoriteiten besloten die zaken niet mee te nemen in het onteigeningsproces. Wel wordt beslag gelegd op enkele eigendommen die Griselda Blanco in de Verenigde Staten wist te bemachtigen.


    Genadeloos

    Griselda’s moeder, Ana Lucía Restrepo, was huishoudster op een landgoed in Cartagena, maar werd ontslagen toen ze zwanger bleek te zijn van haar baas. Moeder en dochter leefden in grote armoede en konden niets anders dan hun heil te zoeken in de sloppenwijken van Medellín. Daar ontwikkelde Griselda, nauwelijks elf jaar oud, zich tot een professionele zakkenroller. Op haar elfde zou Blanco tevens haar eerste moord hebben gepleegd, toen ze samen met leeftijdsgenoten een rijk jongetje ontvoerde in de hoop op losgeld. Toen de familie van het slachtoffer niet snel genoeg reageerde, zette de jonge Blanco een pistool tussen zijn ogen en haalde de trekker over. Deze genadeloosheid 
is kenmerkend voor haar verdere loopbaan. Begin jaren zeventig vermoordde ze haar eerste echtgenoot José Trujillo, een kleine straatcrimineel en Blanco’s jeugdliefde. In de VS trouwde ze cocaïnedealer Alberto Bravo en legde met hem een geraffineerd smokkelnetwerk aan. Maar Blanco verdacht haar man ervan geld achterover te drukken en schoot hem meerdere malen in zijn gezicht. Sindsdien draagt ze de bijnaam ‘de zwarte weduwe’.

    Arrestatiefoto van Griselda Blanco
    Arrestatiefoto van Griselda Blanco

    Griselda Blanco werd in 1975 door een rechtbank in New York bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, het gevolg van de zogenoemde Operatie Bashee, die in dat jaar een zware slag toebracht aan de Colombiaanse kartels die in de Verenigde Staten werkzaam waren.


    Twee kogels

    Haar arrestatie in 1985 maakte een abrupt einde aan Blanco’s loopbaan. Ze werd in Californië opgepakt en veroordeeld tot 25 jaar cel, tien jaar boven op haar eerdere straf. Eind jaren negentig ontsnapte ze ternauwernood aan de doodstraf doordat haar aanklagers een procedurefout maakten. In 2004 kwam ze vrij en werd ze naar haar vaderland gedeporteerd. Daar leidde ze een betrekkelijk onopvallend bestaan, totdat ze in 2012 stierf met twee kogels in haar hoofd toen ze in de wijk Belén de slagerij uitliep.

    Pablo Escobar en Donald Trump

    In Colombia wordt getergd gereageerd op de Amerikaanse serie Narcos (op Netflix) over het leven van Pablo Escobar. ‘De serie overtuigt wellicht de gringo’s in Miami, maar ons absoluut niet’, briest de krant El Tiempo (Bogotá). Al jaren verdraaien Amerikaanse tv-series volgens de krant de werkelijkheid en vergelijken ze Colombia met een narcostaat. ‘Het grappige is ditmaal dat volgens de serie de Amerikaanse drugsbestrijders van de DEA de klus hebben geklaard. Narcos schetst een even vertekend beeld van Colombia als Donald Trump van de latino’s in het algemeen.’

    Lees ook:
    Hoe latinokinderen griezelen van Donald Trump (360, editie 84)


    (Foto boven: Griselda Blanco met haar voormalige minnaar en partner in crime Charles Cosby. – Still uit de documentaire Cocaine Cowboys)