Tag: criminaliteit

  • Hoe Iran de Europese onderwereld als machtsmiddel gebruikt

    Hoe Iran de Europese onderwereld als machtsmiddel gebruikt

    Teheran maakt gebruik van gewelddadige netwerken zoals het Zweedse Foxtrot en het Ierse Kinahan-kartel om geheime staatsoperaties uit te voeren. ‘Het vervagen van de grens tussen criminaliteit en staatsbeleid heeft grote gevolgen.’

    Op 1 oktober 2024 klonk er een geweerschot bij de Israëlische ambassade in de Zweedse hoofdstad Stockholm. Later die dag ontploften twee handgranaten bij de Israëlische ambassade in de Deense hoofdstad Kopenhagen. De aanslagen werden gepleegd door jongemannen, naar verluidt tussen vijftien en twintig jaar oud, die banden hebben met de Zweedse georganiseerde misdaad. Zweedse en Israëlische speurders verdachten Foxtrot, een keihard Zweeds misdaadsyndicaat dat een leidende positie heeft in de Noord-Europese onderwereld. Maar waarom zou een bende die zich vooral bezighoudt met drugshandel in Noord-Europa het op Israëlische ambassades hebben gemunt? Had hun ongrijpbare maffiabaas, Rawa Majid, ineens de Palestijnse zaak omarmd?

    Opmerkelijk was dat ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, op 12 maart 2025 sancties instelde tegen Majid en zijn netwerk. Was dit het zoveelste staaltje trumpiaanse impulsiviteit, of was er meer aan de hand? Rubio suggereerde dat hier machinaties van Teheran in het spel waren; Majid zou een waardevol stuk zijn op het Iraanse schaakbord.

    Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Washington Majid gebruikt om een van zijn stokpaardjes te berijden: de toename van criminaliteit en maatschappelijke problemen zouden het gevolg zijn van een ruimhartig immigratiebeleid. Donald Trump heeft Zweden als afschrikwekkend voorbeeld gesteld. Majids Koerdisch-Iraanse ouders ontvluchtten in de jaren tachtig de oorlog tussen Iran en Irak en vestigden zich in de lommerrijke universiteitsstad Uppsala, waar hun zoon vervolgens niet uitblonk als student, maar als crimineel. Majid maakte gebruik van hechte vriendschaps-, familie- en clanbanden om zijn netwerk op te bouwen. En hij was meedogenloos. Toen zijn vriend Ismail Abdo een eigen splintergroep oprichtte die zich bezighield met vergelijkbare criminele activiteiten als Foxtrot, betekende dat het einde van hun vriendschap. Majid wordt ervan verdacht in 2023 opdracht te hebben gegeven voor de moord op Abdo’s moeder.

    Majid (‘Koerdische Vos’) groeide uit tot een beruchte figuur. Zijn organisatie haalt regelmatig de Zweedse tabloids. Hij zou Noord-Europa overspoelen met drugs. Hij liet drugs uit Zuid-Amerika komen, verborgen in containers vol bananen en landbouwproducten. Hij smokkelde wapens en verdovende middelen over de Sontbrug die Denemarken met Zweden verbindt en kwam in contact met drugskartels in heel Europa.

    Majid deinsde er niet voor terug kinderen in te zetten voor moordaanslagen

    Majid deinsde er niet voor terug kinderen in te zetten voor moordaanslagen. Het liberale Zweedse rechtssysteem, dat bij minderjarigen de nadruk legt op rehabilitatie boven straf, speelde hem daarbij in de kaart. Tot zijn kindsoldaten behoorden de jongemannen die de aanslagen op de Israëlische ambassades zouden hebben gepleegd. Volgens de Zweedse en Israëlische veiligheidsdiensten overtuigden Majids activiteiten Iran ervan dat hij de ideale figuur was om bepaalde klussen in het buitenland op te knappen. Zijn ervaring en netwerk in de onderwereld reikten van Europa tot het Midden-Oosten. Hij beweegt zich als een kameleon tussen werelden, zonder vaste loyaliteit aan een land, ideologie of vlag, enkel gedreven door geld. Die kenmerken maakten hem aantrekkelijk voor de Iraniërs.

    In de huidige oorlogen lijken de zwakkeren in het voordeel te zijn. Steeds vaker gaat het om asymmetrische conflicten, waarin minder krachtige partijen met eenvoudige, dodelijke technologieën aanzienlijke schade kunnen aanrichten zonder dat het op een directe confrontatie met hun sterkere tegenstanders hoeft aan te komen. Een drone van hondervijftig dollar kan een stuk artillerie van twee miljoen dollar uitschakelen. Een Noord-Koreaanse hacker kan de Britse nationale gezondheidsdienst platleggen of de nationale bank van Bangladesh leegtrekken. Met gemodificeerde piepers kun je een paramilitaire organisatie buiten gevecht stellen. Met een man als Majid kon een staat als Iran zijn doelen op een goedkope en effectieve manier bereiken, en beschuldigingen simpel van de hand wijzen.

    Om te begrijpen waarom Teheran een Zweedse gangster als pion in zijn buitenlandse beleid zou inzetten, moeten we kijken naar de geschiedenis van Iraanse geheime operaties in het buitenland. Die strategie heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld. Majid is slechts één schakel in een groter plan om politieke doelen op het wereldtoneel te verwezenlijken.

    ‘Wees als water’

    Kort na de Islamitische Revolutie in 1979 begon Iran al gedurfde en brute plannen uit te voeren om zijn vijanden in Europa, Latijns-Amerika, Azië en Noord-Amerika uit te schakelen. Enkele maanden na de revolutie werd Shahriar Shafiq – een neef van de afgezette sjah Mohammed Reza Pahlavi – in Parijs vermoord. Dat was niet ongebruikelijk in die tijd; Israël schakelde zijn vijanden in het buitenland op soortgelijke wijze uit. Iran had echter geen machtige vrienden of bondgenoten zoals de Verenigde Staten. Zijn optreden leidde tot internationale isolatie en bevestigde zijn status als paria. De jonge republiek realiseerde zich al snel dat het inzetten van eigen agenten voor wereldwijde liquidaties contraproductief was: te riskant en te opzichtig.

    Tegelijkertijd moest het land, gebukt onder internationale sancties en afgesloten van de wereldwijde financiële markten, manieren vinden om strafmaatregelen te omzeilen en zo inkomsten te genereren om zijn militaire apparaat draaiende te houden. Het moest essentieel militair materieel aanschaffen om zijn strijdkrachten en bondgenoten te bevoorraden, en ondertussen geduchte tegenstanders uitschakelen, zoals de Volksmoedjahedien in het buitenland en de binnenlandse Groene Beweging. Hoe? Hiervoor werd Bruce Lees beroemde adagium gevolgd: ‘Wees als water.’ 

    Iran veranderde zijn tactiek en ging pragmatischer te werk. Het maakte zich minder afhankelijk van ideologische bondgenoten zoals Hezbollah in Libanon en wist transnationale misdaadkartels succesvol in te zetten als instrument van buitenlands beleid. Zowel Iraanse als buitenlandse criminele organisaties werden gebruikt om de eigen belangen te behartigen, en altijd op zo’n manier dat ontkenning mogelijk was.

    Iran is afhankelijk van gangsterbazen van eigen bodem als Naji Sharifi Zindashti om vijanden over de grens aan te vallen. Zindashti’s criminele connecties reiken tot Istanbul, Londen en Toronto. Hij huurde Canadese leden van de Hells Angels in om Iraanse dissidenten te vermoorden. Volgens de Turkse autoriteiten was Zindashti betrokken bij de ontvoering van een Zweeds-Iraanse activist in 2020, die in Iran werd geëxecuteerd. Majids Foxtrot lijkt dus slechts een van de vele criminele organisaties wereldwijd te zijn die Iran inzet voor zijn geheime operaties.

    [Zindashti] huurde Canadese leden van de Hells Angels in om Iraanse dissidenten te vermoorden

    Je kunt Foxtrot zelfs klein bier noemen vergeleken met het Ierse Kinahan-kartel, dat veel oudere banden heeft met Iran. Het Kinahan-kartel begon wellicht enigszins bescheiden in Dublin, maar tegen de tijd dat het zaken deed met de Iraniërs, strekte zijn criminele invloed en netwerk zich wereldwijd uit. De banden van het kartel met Teheran tonen aan hoe geraffineerd Irans beleid was geworden. De relatie tussen Iran en de Ierse misdaadfamilie gaat ten minste terug tot 2016. Onder leiding van de gangsters Christopher ‘Christy’ Kinahan sr. en zijn zonen Daniel en Christy jr. is het kartel ongeveer een miljard dollar waard geworden, voornamelijk door drugshandel. Ondanks zijn betrokkenheid bij meerdere moorden, werd de flamboyante Daniel – de feitelijke leider – zelfs positief genoemd door voormalig wereldkampioen boksen Tyson Fury.

    De Kinahans bewezen Iran goede diensten met hun criminele connecties en expertise in het witwassen van illegale inkomsten op plaatsen waar weinig financieel toezicht was, zoals Cyprus, Malta en Dubai. In 2016 ontdekte de Ierse politie dat de groep een Nederlands-Marokkaanse crimineel had ingehuurd om een ​​Iraanse tegenstander van het regime te vermoorden. Later, nadat de Kinahans zich in Dubai hadden gevestigd, ontdekte de Amerikaanse Drug Enforcement Administration dat het kartel geld witwaste op het Iraanse eiland Kish – een vrijhandelszone in Iran die bekendstaat om haar snelle en ruwe omgang met geld. Er doken ook berichten op over zakelijke banden met Hezbollah en geldstromen die via Syrië en Libanon werden doorgesluisd. Christy Kinahan zou zelfs hebben geprobeerd vliegtuigonderdelen te kopen voor Teheran, waar de luchtvaartmaatschappijen met hun verouderde vloten voortdurend behoefte aan hebben.

    De connectie tussen Kinahan en Iran maakte voor Europese veiligheidsdiensten duidelijk hoe Iran transnationale criminele netwerken had geïntegreerd in zijn staatsstructuur. Daarmee werd georganiseerde misdaad niet langer uitsluitend een kwestie voor justitie – het raakte rechtstreeks aan de nationale veiligheid. In 2022 zette de regering-Biden een beloning van 5 miljoen dollar per persoon uit voor informatie die zou leiden tot de arrestatie van leden van de organisatie. Inlichtingen- en opsporingsdiensten hebben inmiddels ook Iraanse banden blootgelegd met onder meer de Japanse Yakuza, de Nederlandse Mocromaffia, Peruaanse drugskartels en Oost-Europese misdaadgroepen – aanwijzingen dat het Iraanse regime zich doelbewust heeft aangepast aan de hedendaagse geopolitiek.

    Criminaliteit en staatsbeleid

    De sancties die senator Rubio tegen Majid instelde, lijken dan ook meer dan symbolisch. Ze weerspiegelen het groeiende besef dat het geopolitieke speelveld fundamenteel is veranderd. Een tactiek die ooit tot de schimmige marge van machiavellistische staatspraktijken behoorde, zou in het tijdperk van sterke leiders weleens gemeengoed kunnen worden. Het ligt dan ook voor de hand dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in de toekomst vaker sancties zal instellen tegen actoren die georganiseerde misdaad en buitenlandse belangen met elkaar verweven.

    Deze ontwikkeling maakt het er voor westerse veiligheidsdiensten niet makkelijker op. De inzet is hoog – het raakt aan de wereldorde, maar ook aan de rechtsstaat, de handhaving van de wet, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Het vervagen van de grens tussen criminaliteit en staatsbeleid heeft grote gevolgen. Diaspora uit het Midden-Oosten zullen met grotere argwaan worden bekeken, simpelweg op basis van hun geloof of politieke overtuiging.

    Criminelen als Majid en de Kinahans dreigen ondertussen aan het recht te ontsnappen – ze weten immers als geen ander hoe in grijsgebieden te opereren. Ze kunnen altijd terecht in Teheran, Moskou of in andere landen die graag gebruikmaken van hun diensten.

    Nadat Majid een visum voor Turkije had gekocht, zou hij nu voortvluchtig zijn. Sommigen denken dat hij in Iran zit, of in Afghanistan. Het Kinahan-kartel is niet meer in Dubai gezien sinds de sancties die tegen hen werden opgelegd. Er gaan geruchten dat kartelleden in Iran van hun bescherming profiteren, en nog altijd actief zijn. De vraag is inmiddels niet of Iran de georganiseerde misdaad blijft inzetten, maar of het Westen bereid en in staat is om daar effectief tegen op te treden.

    Afgelopen weekend zaten Amerikaanse en Iraanse functionarissen in Oman aan tafel voor indirecte gesprekken over het Iraanse nucleaire programma. De VS eisten de volledige ontmanteling daarvan, terwijl de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi zich alleen bereid verklaarde directe onderhandelingen te blijven voeren als Trump de militaire optie opgeeft. Maar zelfs als Araghchi erin slaagt de oorlogsdreiging weg te nemen, kan Iran een schaduwoorlog blijven voeren met een leger van internationale criminele netwerken. Nu is het afwachten of de VS erin slagen zowel Irans nucleaire ambities in te dammen als hun inzet van georganiseerde misdaad zónder de regio te destabiliseren. Als er vooruitgang wordt geboekt in de nucleaire onderhandelingen, geeft dat Washington mogelijk meer ruimte om de criminele dreiging aan te pakken.

  • Kwantumcomputers zijn een cadeau voor cybercriminelen

    Kwantumcomputers zijn een cadeau voor cybercriminelen

    Dankzij kwantumtechnologie staan cybercriminelen mogelijk gouden tijden te wachten. Buitgemaakte gegevens die nu nog versleuteld zijn, zullen over een paar jaar in te zien zijn. Overheden en bedrijven moeten zich hier nu al op gaan voorbereiden, zegt internetpionier Harald Summa.

    U waarschuwt voor een mogelijke wereldwijde kwantumcrisis vanwege de prestaties van kwantumcomputers. Wat zijn kwantumcomputers eigenlijk precies?

    ‘Strikt genomen is een kwantumcomputer meer een kwantumprocessor die gebruikmaakt van de wetten van de kwantummechanica en die de toestanden van gemanipuleerde toestanden meet en evalueert. We bevinden ons als het ware niet meer in de digitale wereld van nullen en enen, maar weer in een analoge wereld. Een kwantumcomputer is gebaseerd op de interactie van kwantummechanische toestanden die meerdere keren worden gemeten en geverifieerd door statistische waarschijnlijkheden. In plaats van bits en bytes spreken we van qubits, die naast “ja” of “nee” ook de toestand “ja én nee” kunnen aannemen.’

    Voor de leek klinkt dit ingewikkeld. Maar kunnen we zeggen dat kwantumcomputers superieur zijn aan traditionele computers?

    ‘Ja, want dankzij hun grotere rekencapaciteit kunnen kwantumcomputers taken aan die gewone computers en supercomputers met hun processors tot nu toe niet aankunnen.’

    Waar ziet u de grootste risico’s?

    ‘Over slechts een paar jaar zullen kwantumcomputers in staat zijn alle huidige methoden om gegevens te versleutelen te kraken. Dit brengt het risico met zich mee dat cybercriminelen en schurkenstaten in staat zullen zijn om eerder versleutelde informatie van overheden, financiële instellingen en andere bedrijven te ontsleutelen. De meestgebruikte cryptografische standaarden van dit moment, RSA en Diffie-Hellman, zullen niet bestand zijn tegen systematische aanvallen van kwantumcomputers. Dit betekent dat we de basis voor veilige gegevensopslag zoals we die nu kennen, zullen verliezen. Vorige week nog heeft het Amerikaanse National Institute of Standards (NIST) de nieuwe standaarden voor post-kwantumcryptografie vastgesteld.’

    Harald Summa

    Harald A. Summa (71) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Duitse internetpioniers. Hij is ook actief geweest als ondernemer en schrijver. Summa is geboren in Oberfranken en woont al lange tijd in Keulen. Van 1996 tot 2022 was hij directeur en CEO van DE-CIX (spreek uit: De-kicks), de exploitant van het in Frankfurt gevestigde internetknooppunt, dat qua datadoorvoer soms het grootste ter wereld was. Momenteel is Summa nog steeds lid van de raad van toezicht van de DE-CIX-Group. Hij was ook de oprichter en voormalig CEO van ECO, de vereniging van de internetindustrie. Dankzij zijn lidmaatschap kent Summa veel adviesraden en commissies van binnenuit. Hij is momenteel onder meer voorzitter van het initiatief Quantum Leap bij de denktank Diplomatic Council, een adviesgroep van de Verenigde Naties.

    Hoeveel tijd hebben we nog?

    ‘Dat is moeilijk te zeggen. Het kan vijf jaar, tien jaar of zelfs nog langer duren voordat het zover is. In ieder geval zal de wedloop tussen gegevensbeschermers en cybercriminelen door de kwantumtechnologie enorm versneld worden. Een ander risico is dat er nu al op de toekomst wordt geanticipeerd, want criminelen kunnen besluiten buitgemaakte gegevens net zo lang te bewaren tot ze die kunnen ontsleutelen met behulp van kwantumcomputers. Dit staat bekend als harvest now, decrypt later: vandaag oogsten, morgen ontsleutelen.’

    Maar het is toch niet zo gemakkelijk om aan ­kwantumcomputers te komen?

    ‘Momenteel nog niet, maar dat kan veranderen. Bovendien hoef je geen kwantumcomputer te bezitten om de technologie te gebruiken. Je kunt de bijbehorende rekencapaciteit huren. In sommige gevallen is dit nu al mogelijk.’

    Wat moet er gebeuren?

    ‘Het is tijd voor gestandaardiseerde post-kwantum­encryptie die beschermd is tegen kwantumaanvallen. De ontwikkeling is al begonnen. Dergelijke encryptie kan worden ingevoerd op mobiele telefoons met een nieuwe chip. Apple heeft zijn berichtendienst iMessage al in die zin aangepast. Veel ­overheden, financiële instellingen en centrale ­banken zijn er echter nog niet klaar voor.’

    Hoe reageren overheden en bedrijven op deze ­dreiging?

    ‘Ze luisteren. Veelal hebben ze het probleem op hun radar, vooral de ontcijfering van gegevens en de verspreiding van wachtwoorden. Je kunt kwantumtechnologie gebruiken om wachtwoorden zo te versturen dat ze hun geldigheid verliezen als ze worden gehackt of door derden worden bekeken.’

    Welke landen lopen voorop op het gebied van kwantumcomputing?

    ‘In termen van financiering van onderzoek en ontwikkeling zijn de Chinezen de wereldleiders. De VS lopen ook voorop in de technologie en Europa probeert ook bij te blijven. Volgens schattingen wordt er momenteel wereldwijd meer dan 40 miljard dollar geïnvesteerd in deze technologie. Naar mijn mening zou 400 miljard dollar meer op zijn plaats zijn.’

    Het zou interessant kunnen zijn om kwantumcomputing te combineren met kunstmatige intelligentie

    Waar staan Duitsland en Zwitserland?

    ‘Ik ben onder de indruk van hoe goed de academische wereld en bedrijven in Duitsland het op dit gebied doen. Grofweg hebben we vier centra waar onderzoek plaatsvindt; dit zijn Berlijn, München, de regio Stuttgart met IBM en verschillende universiteiten in Noordrijn-Westfalen en onderzoeksinstellingen. Er is ook een interessante start-upscene. In Siegen bijvoorbeeld bouwt een bedrijf kleine kwantumcomputers, en het heeft er inmiddels al een paar verkocht. En een bedrijf uit Bochum heeft in de VS een voorstel voor kwantumbestendige encryptie ingediend bij de Amerikaanse standaardiseringsinstituut NIST, en het is geselecteerd.

    Natuurlijk zijn er ook activiteiten in Zwitserland op het gebied van kwantumtechnologie, vooral gevoed door onderzoek in het CERN. Een groot aantal start-ups houdt zich met dit onderwerp bezig. Zwitserland is ook de thuisbasis van ID Quantique, een wereldwijd toonaangevend bedrijf dat al kwantumbestendige encryptie op een chip aanbiedt. De nabijheid van de financiële wereld maakt Zwitserland interessant, vooral voor praktische toepassingen.’

    Wat is de reden voor de positieve ontwikkeling in Duitsland?

    ‘Simpel gezegd: wij hebben de kwantumtechnologie uitgevonden. Denk maar aan de Nobelprijzen voor Duitse natuurkundigen, te beginnen met Werner Heisenberg in 1932 voor de uitvinding van de kwantummechanica. Die traditie heeft zich voortgezet. In de afgelopen decennia zijn er ook veel patenten en ontwikkelingen uit Duitsland gekomen, waarvan sommige vervolgens door anderen zijn overgenomen.’

    Wordt er samengewerkt tussen de staat, de wetenschap en bedrijven?

    ‘De staat ondersteunt voornamelijk projecten op wetenschappelijk gebied. Soms worden er pogingen ondernomen om bedrijven erbij te betrekken. Op dit moment is de sector echter nog een speelveld voor investeerders. Sommige basisprincipes moeten nog worden uitgewerkt en toepassingen moeten nog worden ontwikkeld. Het zou bijvoorbeeld interessant kunnen zijn om kwantumcomputing te combineren met kunstmatige intelligentie. Dit zou taalmodellen aanzienlijk kunnen versnellen.’

    Waarmee is de opkomst van kwantumtechnologie te vergelijken: met de opkomst van het internet, of met die van kunstmatige intelligentie (AI)?

    ‘Eerder met die van het internet. Het internet was een basistechnologie waaruit vervolgens toepassingen voortkwamen zoals het world wide web. ChatGPT doet me eerder denken aan de allereerste browser, Mosaic, die HTML-pagina’s voor het eerst zichtbaar maakte. De browser was dus een toepassing gebaseerd op het internet.’

    ‘Mijn indruk is dat de overheid een afwachtende positie inneemt’

    U was jarenlang directeur van DE-CIX, de exploitant van het grote internetknooppunt in Frankfurt, en u zit daar nog steeds in de raad van commissarissen. Heeft kwantumtechnologie ook invloed op dergelijke internetknooppunten?

    ‘Jazeker, DE-CIX werkt momenteel aan op ionen gebaseerde transportroutes en in Aken wordt onderzoek gedaan naar een testomgeving voor een kwantum-Internet Exchange. We gebruiken kwantumtechnologie om een testroute tussen Bonn en Berlijn te upgraden, zodat deze gebruikt kan worden om kwanta, dat wil zeggen ionen, te transporteren in plaats van lichtpulsen. Dit is echter niet zo eenvoudig over lange afstanden, omdat de huidige capaciteit maar zo’n 80 kilometer is. Je hebt dan een versterker nodig voor het signaal, zodat de ionen hun reis kunnen voortzetten. Afgezet tegen het wereldwijde internet zou er veel geld moeten worden uitgegeven aan dergelijke versterkers.’

    Zijn de Duitse overheid en de deelstaten zich bewust van de gevaren van kwantumtechnologie voor gegevensbeveiliging?

    ‘Absoluut, het ministerie van Onderwijs en Onderzoek is er volledig bij betrokken omdat het een groot deel van het onderzoek financiert. Het Federale Bureau voor Informatiebeveiliging erkent ook de mogelijkheden en risico’s van deze technologie. De standaardisatie van kwantumbestendige encryptie is echter nog niet zo ver gevorderd dat ze er een regeling van willen maken. Mijn indruk is dat de overheid een afwachtende positie inneemt.’

    Het klinkt toch verstandig om je niet voortijdig vast te leggen op een standaard?

    ‘Dat is het oude kip-en-eiverhaal. Je moet oppassen dat de normatieve kracht van de feiten het niet op een gegeven moment wint, als iemand met een norm komt die vervolgens geconsolideerd en verspreid wordt. In Frankrijk zie ik een tendens om het vooraf vastleggen van een standaard te stimuleren. Dit komt door de manier waarop Frankrijk zijn industrieel beleid voert: krachtdadig en soms erg francofiel.’

    ‘Kwantumtechnologie kan helpen bij complexe modellen die veel rekenkracht vereisen, zoals bij betere weersvoorspellingen’

    We hebben het veel gehad over de risico’s, maar op welke gebieden heeft kwantumcomputing grote voordelen?

    ‘Waarschijnlijk op heel veel gebieden. Denk vooral aan medische technologieën en de farmaceutische industrie. Kwantumtechnologie zal computertomografie vereenvoudigen en sterk verbeteren en ook helpen met complexe moleculaire structuren die nu nog berekend moeten worden om medicijnen te ontwikkelen. Het zou ook op de Duitse spoorwegen kunnen worden toegepast. Als de spoorwegen een lijn voor langere tijd moeten sluiten door bijvoorbeeld noodweer, duurt het momenteel meerdere dagen om de dienstregeling aan te passen. Met behulp van kwantumtechnologie zou dit met één druk op de knop kunnen gebeuren, inclusief de ­nieuwe dienstroosters voor het personeel. Kwantumtechnologie kan ook helpen bij andere complexe modellen die veel rekenkracht vereisen, zoals bij betere weersvoorspellingen.’

    Zijn de mogelijkheden van de technologie dus ­groter dan de risico’s?

    ‘Ik denk het wel. Het is een paradigmaverschuiving. Tegenwoordig hebben computers steeds meer ­energie nodig. Ik geloof niet dat alle traditionele computers vervangen zullen worden door kwantumcomputers, maar kwantumcomputers zouden een uitbreiding kunnen zijn, een soort turbocharger die je combineert met gewone computers om met ­minder energie tot meer prestaties te komen.’ 

  • Man met zwaard doodt tiener in Londen

    Man met zwaard doodt tiener in Londen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese Commissie opent onderzoek naar Facebook in aanloop naar verkiezingen

    » Internationaal Gerechtshof kiest kant van Duitsland in zaak tegen Nicaragua

    Volgens de politie is er geen sprake van terrorisme

    Bij een steekpartij in Londen is een tiener omgekomen. Vier anderen, onder wie twee politieagenten, werden in het ziekenhuis opgenomen. Volgens The Guardian viel een man met een zwaard dinsdagochtend lukraak mensen aan in Hainault, een wijk in het noordoosten van de stad.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Net voor 7 uur ’s ochtends kreeg de politie meldingen van een voertuig dat een huis was binnen gereden. De bestuurder zou vervolgens verschillende mensen hebben neergestoken in de wijk. Een 14-jarige jongen overleed ter plaatse. Op videobeelden van de aanval die circuleren op sociale media is te zien hoe een man in een geel sweatshirt een groot zwaard vasthoudt in een woonstraat.

    De verdachte, een 36-jarige man, werd ter plaatse gearresteerd. Er zou geen sprake zijn van terrorisme, zo melden de autoriteiten, die er van uit gaan dat de man alleen handelde en mogelijk aan een psychische stoornis leed.

  • Financiële criminaliteit richtte in 2023 voor 3,5 biljoen dollar aan schade aan

    Financiële criminaliteit richtte in 2023 voor 3,5 biljoen dollar aan schade aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Alabama voert eerste Amerikaanse executie met stikstof uit

    » Franse boeren verhevigen hun protesten in afwachting van nieuwe maatregelen

    Belastingontduiking is groot probleem

    Uit een rapport van consultancybureau EY blijkt dat in 2023 de schade van de financiële criminaliteit voor de wereldeconomie 3,5 biljoen dollar bedraagt. Dat is meer dan het bbp van het Verenigd Koninkrijk, schrijft El País.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een van de in het oog springende financiële misdaden van de afgelopen jaren is het FTX-schandaal, waarbij de 31-jarige oprichter Sam Bankman-Fried samen met een hedgefonds een plan opzette om zijn klanten 14 miljard dollar afhandig te maken. Hij werd in november vorig jaar schuldig bevonden door een jury en kan voor tientallen jaren de gevangenis in gaan.

    Maar buiten de spotlights vinden misschien wel de grootste financiële malversaties plaats. Zo kosten cyberaanvallen de wereld, volgens het Center for Strategic and International Studies, zo’n 945 miljard dollar per jaar en geven financiële instellingen jaarlijks 214 miljard dollar uit om zich te beschermen tegen cyberaanvallen. Om nog maar te zwijgen over belastingontwijking.

    ‘Financiële misdaden kosten ook levens’

    Volgens Mark Bou, hoofd communicatie bij Tax Justice Network, verliest Europa 181 miljard dollar aan belastingen omdat miljonairs en grote bedrijven via belastingparadijzen hun winst wegsluizen. Dit komt overeen met bijna 12 procent van de uitgaven voor volksgezondheid in Europese landen. Daron Acemoğlu, economieprofessor aan het MIT en herhaaldelijk genomineerd voor Nobelprijs, waarschuwt: ‘Belastingparadijzen zijn vooral handig voor mensen die hun rijkdom hebben vergaard door omkoping, diefstal en manipulatie; het is een groot probleem. (…) Het is duidelijker dan ooit voor overheden – met de Russische invasie in Oekraïne en de opkomst van terrorisme – dat deze financiële misdaden ook levens kosten.’

    Maar weinige overheden lijken deze waarschuwing ter harte te nemen, aldus El País. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Luxemburg, Ierland en Zwitserland staan toe dat er via hun financiële infrastructuur op grote schaal belasting kan worden ontweken en ontdoken. Volgens het Tax Justice Network is heel Europa jaarlijks verantwoordelijk voor het verlies van 236 miljard dollar aan belastingen elders ter wereld.

  • Waarom Lissabon al decennia een nest van geheime agenten is

    Waarom Lissabon al decennia een nest van geheime agenten is

    Als NAVO-land met een hoogwaardige technologiesector en banden met Afrika staat Portugal in de belangstelling van onder meer de Iraanse, Chinese en Russische geheime dienst. Die interesse dateert niet van gisteren.

    Een vierdaagse reis in juni 2014 naar Isfahan, de derde stad van Iran, bracht João F. op het netvlies van de Amerikaanse geheime dienst. In gezelschap van een Turkse ondernemer had de ingenieur uit Lissabon een ontmoeting met ene Reza. Het doel was zakelijk: de installatie in Iran van twee grote Duitse machines voor het slijpen van lenzen. Het betrof het eerste in een reeks Europese en Noord-Amerikaanse contracten voor de levering van hoogwaardige technologie – technologie die in de ogen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken geschikt was voor militaire toepassingen.

    Het Amerikaanse wantrouwen groeide toen de Portugees ten westen van Lissabon een kleine hangar huurde om de machines tussentijds in op te slaan, alvorens ze via ‘complexe zeeroutes’, over Turkije en China, naar Isfahan te verschepen. Twee jaar later werd een machine die het bedrijf van João F. van New York naar Lissabon moest overbrengen, onderschept op JFK Airport. De angst bestond dat het apparaat in Iraanse handen zou vallen. Een paar maanden later werd João F. in de Verenigde Staten gearresteerd op verdenking van ‘criminele samenzwering’. Hij kwam weer vrij, zijn huidige verblijfplaats is onbekend.

    Verspieders te huur in het Verenigd Koninkrijk

    In een langetermijnonderzoek dat in maart werd gepubliceerd, besteedt The Sunday Times hernieuwde aandacht aan een zorgwekkende trend in het Verenigd Koninkrijk: het overlopen van militairen en geheime agenten naar de privésector.
    ‘Op kosten van de belastingbetaler zijn deze spionnen, militairen en agenten door de Britse staat opgeleid in het uitvoeren van clandestiene operaties,’ schrijft de zondagskrant. ‘Eenmaal in de privésector beland slaan ze munt uit deze vaardigheden door ze in te zetten ten behoeve van autocratische staten, oligarchen en rijke bedrijven. Ze schaduwen auto’s, regelen nepsollicitatiegesprekken, stelen privédocumenten uit prullenbakken en kopen getuigen om – allemaal extreme methoden om peperdure gerechtelijke procedures te doen omslaan in het voordeel van de opdrachtgever.
    ‘De rechtbanken van Londen zijn het epicentrum van de industriële spionagesector,’ stelt het conservatieve weekblad. ‘Die vormen tegenwoordig een internationaal centrum van juridische geschillen. De klanten van deze detectivebedrijven zijn machtige buitenlandse actoren, van bedrijven tot staten, die zich het volledige arsenaal aan moderne gerechtelijke procedures kunnen veroorloven.’ Het enige doel: koste wat het kost winnen. ‘Zo kan het gebeuren dat Britse rechtbanken stukken accepteren die onder dubieuze omstandigheden zijn verkregen,’ stelt The Sunday Times vast.
    Bezorgde Britse parlementsleden zijn nu van plan de sector aan banden te leggen door middel van een wetsvoorstel dat in januari is ingediend.

    Een document dat dit jaar door de Portugese geheime dienst werd gepubliceerd, verwijst indirect naar deze zaak: ‘Er zijn verdenkingen van aankopen op het nationaal grondgebied die verband houden met programma’s voor massavernietigingswapens.’ Aankoop van materiaal dus dat kan worden gebruikt voor nucleaire doeleinden. Bepaalde landen, zo gaat het verder, verwerven op discrete wijze ‘materiaal, apparatuur en technologieën voor duale toepassing, en van gevoelige aard, die ook kunnen worden gebruikt voor clandestiene militaire projecten’. Lege vennootschappen in Iran, Syrië en Pakistan zouden een rol spelen in deze transacties, aldus het document, alsook ‘diverse tussenpersonen in het buitenland’ die ‘risicovolle zaken’ afhandelen.

    Tevens maakt het rapport melding van een nieuw fenomeen: de belangstelling van studenten en wetenschappers uit ‘prolifererende landen’ (met een nucleair programma) voor allerlei universitaire en wetenschappelijke cursussen en evenementen in Portugal, wat ‘een risico’ zou kunnen betekenen op ‘overdracht van gevoelige kennis’.

    Deel2 4
    © iStock / DrAfter123

    Sinds de publicatie van het rapport is dit fenomeen toegenomen, volgens bronnen rondom de inlichtingendiensten. Iran heeft een vinger in de pap gekregen op technische universiteiten en manipuleert onderzoekers, zegt een van hen. Onder een diplomatieke of academische dekmantel benaderen Iraanse geheim agenten Portugese docenten en studenten die betrokken zijn bij projecten op het gebied van nanotechnologie, ruimtevaarttechniek en kernfusie. Veel van deze docenten en studenten onderhouden contacten met Noord-Amerikaanse, Engelse, Spaanse en Franse universiteiten. De Iraniërs proberen hen te lokken met wetenschappelijke samenwerkingsprojecten. Hun missie is om zeer gespecialiseerde knowhow binnen te halen, die het nucleaire programma van het regime in Teheran nog gevaarlijker kan maken.

    Kans van slagen

    De kwetsbaarste en minst scrupuleuze wetenschappers gaan uiteindelijk in op deze voorstellen en delen voor ze het weten gevoelige wetenschappelijke informatie. ‘Die contacten zijn echter niet altijd succesvol. Ze hebben de meeste kans van slagen bij mensen die in een lastige fase in hun leven zitten, bijvoorbeeld door een scheiding of een schuld. Ronselaars proberen zo veel mogelijk persoonlijke informatie over hun doelwitten te vergaren en hun zwakke punten te benutten,’ aldus een bron die in de binnenlandse veiligheid heeft gewerkt en anoniem wil blijven.

    Portugal beschikt over geavanceerde technologie die ‘erg interessant is voor vijandelijke machten’. Die technologie is misschien niet van hetzelfde niveau als die van de Noord-Amerikanen, maar is wel ‘makkelijk toegankelijk’, zo stelt een voormalige functionaris die banden heeft met de inlichtingendiensten.

    Iraanse gevaar

    Eén zaak illustreert hoezeer westerse mogendheden het Iraanse gevaar serieus nemen: dat van een particuliere luchtvaartmaatschappij die er door de Verenigde Staten van wordt verdacht terroristen uit Syrië en Libanon naar Venezuela te hebben gebracht voor een training. In tegenovergestelde richting zou deze maatschappij goud en wapens van Latijns-Amerika naar het Midden-Oosten overbrengen om Hezbollah en de Iraanse Revolutionaire Garde te financieren, in ruil voor Iraanse olie. De regering van Donald Trump riep in april 2020 diverse landen op om dit bedrijf uit hun luchtruim te weren. Sommige van deze vliegtuigen konden desondanks over het Iberisch Schiereiland vliegen en zo de gebruikelijke routes omzeilen.

    Anders dan de Iraniërs, die solistisch opereren, doen de Chinese inlichtingendiensten op Portugese bodem een beroep op culturele instellingen die onder auspiciën van Beijing staan. Vorig jaar besprak het tijdschrift Sábado de rol van het Confucius Instituut: dat verspreidt niet alleen propaganda, het treedt ook op als rekruteringscentrum voor agenten die gevoelige informatie moeten verzamelen. De Portugese inlichtingendiensten houden de activiteiten van de Chinese ambassade in Lissabon in de gaten, zo meldt het weekblad.

    Veilgheidsdiensten verdenken Portugese academici ervan de belangen van Beijing te dienen

    De lijn tussen lobbyen en spionage is dun; de veiligheidsdiensten verdenken diverse Portugese academici ervan de belangen van Beijing te dienen, soms de wet te omzeilen en staatsgeheimen te schenden. ‘De geheime diensten weten heel goed wie er in Portugal voor de vijand werkt, maar het is moeilijk te bewijzen. Je moet de geldroute volgen,’ zegt beveiligingsspecialist Luiz Tomé.

    Portugal kent een vrij grote Chinese gemeenschap, en de veiligheidsdiensten en de gerechtelijke politie vermoeden dat China een discrete maar reële macht uitoefent over de leden ervan. Safeguard Defenders, een in Madrid gevestigde ngo, onthulde eind vorig jaar het bestaan van 102 Chinese ‘politiebureaus’ in 53 landen, die Chinese staatsburgers vervolgen op verdenking van diefstal, illegaal gokken of zelfs kritiek op het regime. De bureaus hebben geen officiële bevoegdheid en informeren het gastland niet over hun activiteiten. De Madrileense ngo beschuldigt Beijing bovendien van gedwongen repatriëringen.

    Beijing probeert daarnaast toegang te krijgen tot ‘gevoelige’ informatie door politieke leiders te bewerken met soft power. Daar begint de soms ingewikkelde dans van economische en politieke macht. ‘China wordt een steeds machtigere reus. Al tien jaar tracht het land Portugese bedrijven in de belangrijkste sectoren binnen zijn invloedssfeer te krijgen, en het flirt ook weleens met de politieke macht,’ zo weet Hugo Costeira, voorzitter van het Observatorium voor interne veiligheid.

    De Sovjetspionage was vooral actief in Portugal in de jaren die volgden op de val van de dictatuur

    De politici in kwestie dienen vooral om ‘deuren te openen’ naar nieuwe partnerschappen tussen ondernemers uit beide landen, maar de veiligheidsdiensten bezien dergelijke initiatieven met wantrouwen. Ze vrezen dat Beijing op deze manier vertrouwelijke overheidsdossiers in handen krijgt. Eén ding is zeker: de stormachtige entree van Huawei in Portugal en de miljoenen euro’s die grote Chinese aandeelhouders in Portugese beursgenoteerde bedrijven hebben gestoken, zijn de Noord-Amerikaanse diplomatie een doorn in het oog.

    Epicentrum

    Ook al is er sprake van internationale spionage in Portugal, op mondiaal niveau neemt het land op dat gebied nog lang geen belangrijke strategische positie in. Lissabon was ooit wél het epicentrum van wereldwijde spionage. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam dictator António Salazar een neutrale positie in. Dat gegeven, en de gunstige geografische positie van het land als vertrekhaven voor Amerika, trok velen aan die het oorlogsgeweld wilden ontvluchten, van leden van Europese koningshuizen tot diplomaten, bankiers, zakenlieden en voormalige heersers van landen die door de nazi’s waren bezet. De Portugese hoofdstad werd zodoende een belangrijke locatie voor grote spionagenetwerken. In de stad en langs de kust naar het noorden verscholen zich tal van geheim agenten, zowel geallieerden – vooral Britten en Amerikanen – als Duitsers.

    ‘Ze werkten meestal voor hun ambassades, maar je had ook dubbelspionnen die voor zichzelf klusten en beide partijen dienden,’ zegt historica Irene Pimentel. Garbo, de codenaam van de Catalaan Juan Pujol García, was een van de belangrijkste dubbelspionnen van Lissabon. Hij had grote invloed op de afloop van de oorlog. Aanvankelijk stond hij in dienst van de Duitsers, maar uiteindelijk werkte hij voor de Britse geheime dienst MI5, zonder dat Berlijn er lucht van kreeg. Hij maakte Hitler wijs dat de geallieerden in Pas-de-Calais zouden landen en niet in Normandië, waardoor de Duitsers een groot deel van hun troepen naar de verkeerde plek dirigeerden. De bekwame dubbelspion speelde het klaar om in de loop van de oorlog zowel door de Führer als door Churchill te worden onderscheiden.

    Een andere dubbelagent die voor de Britse geheime dienst werkte en valse informatie doorgaf aan de Duitsers, was de Serviër Dusko Popov. Hij stond model voor het door Ian Fleming gecreëerde karakter van James Bond. Popov, die de reputatie van een playboy had en buitengewoon moedig was, verbleef in die dagen in hotel Palácio in Estoril. Daar ontmoette hij Fleming, een Britse marineofficier die in Portugal diende. Talloze thrillers uit die tijd gaan over het gekuip en gekonkel dat destijds schering en inslag was in Portugal. Geen wonder, ‘het land vormde een waar nest van spionnen van alle gezindten,’ lacht Pimentel.

    Het Hongaarse perspectief

    Muren met oren
    Honderden Russische en Chinese spionnen zijn actief in de Belgische hoofdstad, stelt het Hongaarse weekblad HVG. En deze buitenlandse agenten zouden niet alleen uit vijandige staten zoals Rusland, China of Iran komen, maar ook uit bevriende landen, waaronder leden van de EU.
    De Belgische Staatsveiligheidsdienst heeft onvoldoende personeel om deze situatie het hoofd te bieden, en de lokale contraspionage werd pas alert na de Russische invasie van de Krim in 2014, de aanslagen in Parijs in 2015 en die in Brussel in 2016. Brussel is de zetel van de Europese Raad, de Commissie, het Europees Parlement en de NAVO, maar ‘er is nog geen Europese CIA of een organisatie die de diensten van de 27 lidstaten kan samenbrengen,’ schrijft HVG.

    Salazar hield iedereen scherp in de gaten, maar had aanvankelijk meer op met de Duitsers. Hij beval de geheime politie om de activiteiten van de Britse diensten de kop in te drukken. Later maakte hij hun het leven juist gemakkelijker, vooral vanaf 1943, toen de geallieerden de strijdkrachten van de asmogendheden in Noord-Afrika versloegen en het duidelijk werd dat ze aan de winnende hand waren in de oorlog. De Russen speelden een beslissende rol in de eindoverwinning: ze dwongen Duitsland in 1945 tot capituleren, terwijl de macht van hun geheime diensten zich pas na de oorlog begon af te tekenen, met de oprichting van de KGB in de jaren vijftig.

    Anjerrevolutie

    De Sovjetspionage was vooral actief in Portugal in de jaren die volgden op de val van de dictatuur in 1974 [Salazar trad in 1968 om gezondheidsredenen af als minister-president en overleed in 1970, maar zijn partij bleef tot de Anjerrevolutie van 1974 aan de macht]. Russische agenten opereerden destijds in Lissabon. Aan deze pogingen om invloed uit te oefenen kwam geen eind na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Nog maar zes jaar geleden werd een functionaris van de SIS (de Portugese binnenlandse veiligheidsdienst) veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor het doorgeven van staatsgeheimen aan de Russische geheime dienst. De activiteiten van de Russische inlichtingendiensten zijn sindsdien alleen maar geïntensiveerd, vooral tijdens de pandemie.

    Nieuwe mogelijkheden

    Covid-19 heeft niet alleen doden en lockdowns tot gevolg gehad, maar ook Chinese en Russische agenten nieuwe mogelijkheden geboden. De pandemie noopte universiteiten, openbare instellingen en laboratoria tot het elektronisch delen van gevoelige informatie over vaccins, PCR-testen en persoonsgegevens, wat allerlei hackers in dienst van NAVO- en EU-vijandige regimes aantrok. Volgens een overheidsbron is er de laatste tijd ‘aardig wat’ informatie uitgewisseld over de gevoelige kwestie van Russische cyberaanvallen tijdens de twee jaar van de pandemie.

    uit onze archieven

    Australië zegt dat het een spionnennest heeft schoongeveegd. In februari zei Mike Burgess, hoofd van de Australische inlichtingendiensten, dat zijn land in de greep was geweest van ‘een ongekend aantal spionageactiviteiten’. Een netwerk van agenten, van wie sommigen jarenlang undercover hadden gewerkt, is volgens hem in 2022 ontmanteld. De spionnen zouden zijn uitgezet.

    Cybercriminelen uit Moskouse koker hebben hun illegale activiteiten sinds de oorlog in Oekraïne verveelvoudigd. In januari en februari was er een grootschalig cyberoffensief tegen Europese landen die Oekraïne steunen. Doelwit in Portugal waren het directoraat-generaal Gezondheid, de farmaciefaculteit van de Universiteit van Lissabon en de servers van het ziekenhuis van Amadora-Sintra.

    Covid-19 heeft ook Chinese en Russische agenten nieuwe mogelijkheden geboden

    Bruno Castro, ceo van cybersecuritybedrijf VisionWare, vermoedt dat het Kremlin achter deze aanvallen zit. ‘Zo kan het westerse landen aanvallen en tegelijkertijd represailles vermijden die tot een oorlog kunnen leiden.’ Dat wil zeggen: de Russen huren de allerbeste hackers in, die hun werk doen onder verkapte bescherming van de FSB (de opvolger van de KGB), de GROe (de militaire inlichtingendienst) en de SVR (de externe inlichtingendienst).

    Het Tsjechische perspectief

    Russische diplomaten ontmaskerd
    In april 2021 zette Praag een grote groep Russische diplomaten uit. Het ging om achttien ambassademedewerkers die werden verdacht van betrokkenheid bij de explosie van een munitiedepot, een paar jaar eerder, waarbij meerdere doden waren gevallen. Tsjechië is een van de eerste Europese landen die zo veel Russische diplomaten in één keer uitwees.
    Het dagblad Deník N wijst erop dat sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne ruim vierhonderd vermeende agenten door EU-landen zijn ontmaskerd en uitgezet. De Russische spionage heeft volgens de krant de zwaarste klap sinds het einde van de Koude Oorlog te verwerken gekregen. ‘De EU, de VS en hun westerse bondgenoten steunen Oekraïne niet alleen heel zichtbaar. Ze werken er ook intensief aan om dit netwerk plat te leggen.’

    Deze cyberspionnen hebben het ook op Portugal gemunt. De aanval van vorig jaar tegen servers van de militaire staf is een van de ernstigste voorbeelden. De hackers verkochten uiteindelijk de NAVO-documenten die ze hadden buitgemaakt. De veiligheidsdiensten wisten zich echter al voordat het conflict tussen Moskou en Kiev uitbrak bedreigd door Rusland.

    deel2 1
    © iStock / DrAfter123

    De oorlog in Oekraïne en de zwarte lijst van Russische oligarchen die door de EU en de Verenigde Staten is opgesteld, hebben de Russische aanwezigheid in Portugal onder spanning gezet. De oorlog was twee maanden aan de gang toen het ministerie van Buitenlandse Zaken twee functionarissen van de Russische ambassade in Lissabon uitzette vanwege ‘activiteiten die in strijd zijn met de nationale veiligheid’. Een maand later stuurde het Kremlin vijf in Moskou gestationeerde Portugese diplomaten naar huis.

    NAVO en EU

    Het is duidelijk dat de vijand zich aangetrokken voelt door de academische en wetenschappelijke knowhow en de economische en politieke banden van een land dat, zij het enigszins in de periferie, deel uitmaakt van twee van de belangrijkste militaire en economische allianties: de NAVO en de EU. Maar wat betekent Portugal voor zijn bondgenoten? ‘We zijn nog steeds van waarde voor onze bondgenoten, omdat Lissabon dominant blijft wat het inlichtingenwerk in Afrika betreft,’ zegt Hugo Costeira. ‘Vooral de Fransen, de Britten en de Amerikanen hebben nogal wat belangen op dat continent. Ze zijn happig op de gevoelige informatie die wij bezitten, vooral in Afrikaanse landen waar Portugees de officiële taal is.’

    Oekraïne

    Geheime diensten op ramkoers
    De Russische invasie in Oekraïne heeft ook de relatie tussen de geheime diensten van de twee landen op ramkoers gezet. Sinds 24 februari 2022 zijn de FSB en zijn Oekraïense equivalent, de SBU, op alle niveaus met elkaar in botsing gekomen, zo stelt de onlinekrant Oekraïnska Pravda in een lang artikel over dit onderwerp.
    Het conflict had geen openlijke oorlog nodig om te beginnen; het zou zelfs dateren van vóór de Maidan-revolutie van februari 2014. Waaruit bestaat het werk van de Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in Oekraïne? Antwoord: ‘Rekrutering van agenten, moorden, terreurdaden, cyberaanvallen’, maar ook ‘het aanstellen van marionetten op sleutelposities’ en ‘de strijd tegen de pro-Oekraïense publieke opinie’.
    Russische agenten, schrijft het onlinedagblad, zijn tot in de meest gesloten staatsstructuren van het land doorgedrongen. Ze beschikten over agenten binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en binnen de rechterlijke macht, in de geestelijkheid en onder afgevaardigden en gewone burgers, die bereid waren de belangen van Oekraïne te verraden.
    De SBU zelf wordt niet gespaard. In februari begon in Kiev het proces tegen Oleg Koelinitsj, voormalig hoofd van het bureau van de SBU op de Krim. Hij wordt verdacht van hoogverraad; hij zou in opdracht van zijn Russische contacten informatie hebben achtergehouden over het Russische invasieplan.
    Volgens SBU-diensten dateren de activiteiten van de FSB in Oekraïne van voor 2014. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat ten tijde van president Viktor Janoekovitsj de FSB al was geïnfiltreerd in de Raad van nationale veiligheid en defensie (RNBO), en wel in de persoon van plaatsvervangend secretaris Volodymyr Sivkovytsj, zelf een voormalig lid van de KGB, wiens naam in verband wordt gebracht met de moorden op Maidan in februari 2014.
    De FSB heeft ook nieuwe taken gekregen in de bezette gebieden, waar zijn vertegenwoordigers onbeperkte bevoegdheden genieten. Zij benoemen nieuwe lokale gezagsdragers, verbieden pro-Oekraïense demonstraties, kiezen ‘journalisten’ uit voor het verspreiden van propaganda en oefenen druk uit op ceo’s en ambtenaren die weigeren mee te werken. Ze houden vertegenwoordigers van de Oekraïense diensten in de gaten. Ook de politie staat onder toezicht van de FSB. ‘Yakuza’s’, zo noemen soldaten van het Russische leger de vertegenwoordigers van de FSB in de bezette gebieden die ‘druk uitoefenen op de werknemers van de kerncentrale Zaporizja om samen te werken met het Russische nucleaire agentschap Rosatom’.
    Met dit inlichtingen- en veiligheidsapparaat, zo concludeert Oekraïnska Pravda, waren de Russen van plan om Kiev binnen drie dagen in te nemen. ‘Ze hebben gefaald, maar de kwestie van mollen en verraders binnen de SBU en andere staatsstructuren, zowel militair als civiel, blijft cruciaal. Met name omdat er FSB-agenten in de hoogste kringen zitten. Die kunnen de inspanningen van de Oekraïense strijdkrachten tenietdoen.’

    Een andere bron die bij inlichtingendiensten heeft gewerkt volgt een soortgelijke redenering: ‘Portugal dient als platform voor alle bevriende en vijandelijke inlichtingendiensten vanwege zijn strategische geografische ligging, zijn verbondenheid met Afrika en omdat hier tal van culturen vertegenwoordigd zijn, zodat geheim agenten niet zo snel de aandacht trekken.’ Lissabon is net zo open als Londen of Parijs, maar wordt minder bewaakt. ‘Men komt naar Lissabon en Porto om inlichtingen uit te wisselen met agenten uit andere landen. We sluiten de ogen een beetje voor die activiteiten, omdat ze ons veel voordelen opleveren.’ Wat hen, kortom, aantrekt is dat Portugal ‘een NAVO-land is dat institutionele betrekkingen heeft met Afrika’.

    Lees ook:

  • Süddeutsche Zeitung over Inez Weski: ‘De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken’

    Süddeutsche Zeitung over Inez Weski: ‘De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken’

    De onkreukbare strafrechtadvocaat Inez Weski zou drugsbaron Ridouan Taghi hebben geholpen om berichten uit de gevangenis te smokkelen. De zaak laat zien hoe de georganiseerde misdaad de Nederlandse rechtsstaat tot het uiterste drijft, aldus het Duitse dagblad.

    Wist ze wat haar te wachten stond? Op de ochtend van 19 april houdt advocaat Inez Weski een spectaculair pleidooi in de Amsterdamse rechtbank. Eigenlijk zou haar cliënt Ridouan Taghi de gelegenheid krijgen voor een ‘laatste woord’. Hij en zestien medeverdachten worden beschuldigd van zes moorden, vier pogingen tot moord, drugshandel en het vormen van een criminele organisatie. Het proces is bijna afgelopen en het Openbaar Ministerie wil Taghi levenslang opsluiten. Volgens het OM is alles gezegd en bewezen.

    Maar Weski ziet het anders. Ze wil vrijspraak en lanceert een van haar kenmerkende tegenaanvallen: ze kondigt aan dat Ridouan Taghi aangifte heeft gedaan wegens ontvoering. De man die wereldwijd werd gezocht, werd in 2019 in Dubai gearresteerd. Men had hem daar willen ‘neutraliseren’, aldus Weski. Ze verzocht om nieuwe getuigen te mogen horen.

    Waarschijnlijk was dat het laatste optreden van de achtenzestigjarige steradvocaat. Twee dagen later werd ze gearresteerd op een van de ergste beschuldigingen die men tegen een advocaat kan uiten: ze had berichten van haar cliënt uit de isoleercel gesmokkeld. Daarmee veranderde ze zelf in een crimineel.

    Circus

    De val van Weski is de laatste van vele wendingen in het Marengo-proces, een proces dat niet alleen de rechtsstaat tot het uiterste drijft, maar dat ook waarnemers en deelnemers verbijstert door de gruwelijke details. Marengo (de naam werd door een willekeurige gerechtelijke computer voorgesteld) ‘tart elke verbeelding’, luidde het oordeel van een krant. De advocaat van een getuige sprak van het ‘meest vergiftigde en zieke proces dat er ooit is gehouden’. Anderen mopperen over het ‘Marengo-circus’.

    Toch valt er niets te lachen. Dat blijkt al uit de locatie van het proces in een industriegebied in het westen van Amsterdam: een voormalig kantoorgebouw, opgetrokken uit lichtgekleurde klinkers en omgebouwd tot een streng beveiligde rechtbank die niet alleen vanwege de permanent gesloten luiken ‘de bunker’ is gedoopt. Gemaskerde speciale eenheden in vier terreinwagens met draaiende motor houden op procesdagen de wacht achter de barricades. Hier stonden islamitische terroristen van de Hofstadgroep terecht. En enkele zware criminelen uit de Amsterdamse onderwereld.

    In het grootste strafproces in de Nederlandse geschiedenis staan hier nu Taghi en zestien handlangers terecht. Tegen Taghi loopt nog een vervolgprocedure, betreffende eerdere delicten. De vijfenveertigjarige Taghi, geboren in Marokko en opgegroeid in Utrecht, begon als wietdealer, ging vervolgens smokkelen en gaf uiteindelijk leiding aan een bende die trans-Atlantische cocaïnehandel organiseerde. Nederland is het Europese knooppunt voor de drug uit Zuid-Amerika, maar in toenemende mate ook voor synthetische drugs als LSD en ecstasy.

    De handel breidde zich de afgelopen tien jaar verder uit en het geweld nam navenant toe. Want de bende van Taghi is niet de enige – de concurrentie is genadeloos. Meer dan tien jaar geleden escaleerde de oorlog binnen de Amsterdamse ‘Mocro Maffia’ nadat de politie een lading cocaïne in beslag had genomen. Ontvoeringen, brandstichtingen, schietpartijen op straat en een reeks moorden waren het gevolg. Soms worden buitenstaanders vermoord of wordt een verkeerde persoon als doelwit gekozen. De Nederlandse term daarvoor is ‘vergismoord’.

    Wat betekent het voor de rechtsstaat als zelfs iemand als Inez Weski niet tegen de druk bestand is?

    Taghi’s organisatie is vrij klein: de kern wordt gevormd door familieleden en goede vrienden. Hijzelf geldt als uiterst gewiekst en voor hem tellen mensenlevens blijkbaar niet. Iedereen die hem in de weg staat of die praat, moet dood. De onderzoekers denken – op basis van gecodeerde gsm-berichten – dat hij voor die moorden jonge helpers heeft ingehuurd. In 2017 meldde een van Taghi’s helpers, Nabil B., zich bij de politie als kroongetuige. Toen het OM dat in 2018 bekendmaakte, werd eerst de broer van Nabil doodgeschoten en vervolgens zijn advocaat.

    Kort daarvoor had de politiebond alarm geslagen: Nederland ging steeds meer lijken op een ‘narcostaat’, op een land ‘waar de rechtsstaat wordt ondermijnd door een machtige parallelle drugseconomie’. In diezelfde periode verscheen een rapport van sociaal wetenschapper Pieter Tops, waarin wordt beschreven hoe hele delen van het land in de greep zijn gekomen van de georganiseerde misdaad. Dat de zorgen terecht zijn, bleek in 2021 ook uit de moord op de bekende misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die als vertrouweling van de kroongetuige fungeerde. Een golf van verontwaardiging ging door het land.

    De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken, zoals de moord op De Vries duidelijk maakte, ook al zit hij in Vught, in de best beveiligde gevangenis van het land. Van daaruit blijft hij regeren. Blijkbaar laat hij nog steeds tegenstanders uitschakelen. Hij smeedde er zelfs ontsnappingsplannen met zijn neef en advocaat Youssef Taghi, die hem ook hielp contact te onderhouden met zijn familie en zakelijke partners. De politie kwam Youssef Taghi op het spoor toen hij werd afgeluisterd – begin 2023 werd hij veroordeeld tot vijf en een half jaar gevangenisstraf. Tijdens dat proces uitte een advocaat voor het eerst verdenkingen tegen Weski, die zij krachtig weersprak.

    Onder druk

    Weski was toen al in het vizier gekomen van de onderzoekers, die profiteerden van de ontcijfering van cryptodienst SkyECC, waardoor ze communicatie binnen de familie Taghi konden lezen. Daaruit blijkt dat al voordat Youssef Taghi zijn oom hielp, er vanuit de gevangenis berichten waren verstuurd, onder meer naar de Italiaanse maffiabaas Raffaele Imperiale. De onderzoekers zijn er zeker van dat alleen Weski dat kan hebben gedaan. Eerst aarzelde het Openbaar Ministerie om actie te ondernemen tegen de advocaat, maar inmiddels lijkt er voldoende bewijs te zijn.

    Is Inez Weski mogelijk onder druk gezet? En zo ja, waarmee? Dat vragen mensen in justitiële kringen zich af. Weski is een kritische advocaat, die misstanden bij de politie aan de kaak stelt en zo nodig resoluut de rechtsstaat zijn plek wijst. Ze geldt als integer en eerlijk en zit al meer dan veertig jaar in het vak, eerst met haar zus, daarna alleen. Weski heeft een voorliefde voor ingewikkelde strafzaken en strijdt tot het uiterste voor haar vaak prominente cliënten. Ze werd bekend door televisieoptredens en door haar verschijning: dikke kohl rond haar ogen, zwarte kleding, zwarte Porsche. Er wordt gezegd dat ze altijd afstand houdt tot haar cliënten en zich door hen nooit laat tutoyeren.

    Aanvankelijk, zo blijkt uit de gedecodeerde berichten, hield ze daaraan vast – ook tegenover Taghi – en weigerde ze blijkbaar informatie te delen, wat enige wrevel in de familie veroorzaakte. Dus waarom zou ze van gedachten zijn veranderd? Ze werd bedreigd, is de meest gehoorde theorie. Weski is ‘zeer ervaren, integer en een zeer sterke persoonlijkheid’, aldus de advocaat van Youssef Taghi. Er zijn aanwijzingen in het strafdossier dat ze zich aanvankelijk verzette, maar dat ze ‘de druk’ niet kon weerstaan. Welke druk, vragen de media zich af. En wat betekent het voor de rechtsstaat als zelfs iemand als Inez Weski daar niet tegen bestand is?

    In de zaak van de moorden rond kroongetuige Nabil B. ging nagenoeg alles mis wat er mis kon gaan

    Haar detentie is verlengd tot juni. De zaak-Taghi gaf ze op en de Orde van Advocaten heeft haar geroyeerd. Om formele redenen, werd er nadrukkelijk bij vermeld; lang niet iedereen is overtuigd van haar schuld. Het OM kan overdreven gereageerd hebben, wat niet de eerste keer zou zijn. Beschuldigingen tegen andere advocaten van de bende Taghi zijn al vaker ongegrond gebleken. In een recent proces tegen een vermeende corrupte lokale politicus in Den Haag heeft het OM zich volgens de algemene opinie echt belachelijk gemaakt.

    Ook wordt het OM en de politie verweten kwetsbare mensen die het doelwit zijn van de georganiseerde misdaad, slecht te beschermen. In de zaak van de moorden rond kroongetuige Nabil B. ging nagenoeg alles mis wat er mis kon gaan, zo blijkt uit een officieel onderzoek. Waarschuwingen werden genegeerd en het dreigingsniveau werd chronisch onderschat. Zo is men er altijd van uitgegaan dat advocaten geen doelwit konden zijn omdat ze vervangbaar zijn.

    Taghi wil zich nu voorlopig zelf verdedigen. Het valt nog te bezien of er in het najaar een uitspraak komt, zoals gepland. Ook de parallelle procedure in de moordzaak-De Vries loopt vertraging op. De uitspraak tegen twee verdachten, die vermoedelijk door Taghi of zijn vertrouwelingen zijn ingehuurd, stond gepland voor juli 2022, maar kort daarvoor kwam er nieuw bewijsmateriaal boven water en werden meer verdachten aangehouden. Omdat een rechter wegens verblijf in het buitenland afwezig was, moest het hele proces worden heropend.

    Lees ook:

  • Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Het Brusselse stadsdeel Molenbeek wordt beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Maar de Molenbekenaars zijn niet allemaal aanslagplegers en willen het ook graag eens over iets anders hebben. Theatermaker Ben Hamidou geeft hun een stem.

    Othello hoeft niet te doden. Othello heeft de keuze. Hij is aan relatietherapie begonnen, samen met zijn geliefde Desdemona, om zijn jaloezie onder controle te krijgen. In lange discussies met vrienden en bekenden heeft hij geleerd om zijn rol in het stuk te bevragen: is hij, als zwarte man in een witte samenleving, voorbestemd om te doden? Hij kan nu zelfs van gender wisselen. En zo houdt hij Desdemona aan het einde weliswaar bevend van jaloezie en haat met beide handen bij haar keel vast, het lukt hem op het laatste moment toch om haar los te laten. Applaus, bravo’s, algemene ontroering in de theaterzaal. Ben Hamidou staat applaudiserend naast het podium, terzijde, en toch in het middelpunt. Hij straalt.

    In het kort

    • Theatermaker Ben Hamidou is opgegroeid in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject.

    • Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels.

    • De Marokkaanse gemeenschap wordt buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Ben Hamidou is zesenvijftig jaar, film- en tv-acteur, komediant, theatermaker, opgegroeid in Molenbeek. Hij heeft het stuk ingestudeerd met een stuk of twaalf jonge vrouwen en mannen uit de wijk. Het heet ‘À peu près Othello d’ à peu près Shakespeare’, ‘Ongeveer Othello, van ongeveer Shakespeare’, en is vooral gericht tegen racisme en femicide. Hamidous hele artistieke carrière is geworteld in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject. Door de pandemie hebben de repetities voor de uitvoering van Othello vertraging opgelopen; twee jaar lang hebben ze eraan gewerkt. Nu gunt hij het slotapplaus aan de jongelui. Iedereen op de volle tribune in het sociaal-cultureel centrum van Molenbeek – ouders, grootouders, broers en zusters, bekenden, mensen uit de wijk – is ontroerd en ook hij vindt het moeilijk om het droog te houden. Pas helemaal op het laatst komt Hamidou het toneel op en voegt zich bij Anass, Matteo, Lina, Jawad, Jeremy, Steve, Julie, Maya, Jihan en de anderen. Het is een jong, divers gezelschap waarvoor hier geapplaudisseerd wordt: zwart en wit en alle tinten daartussenin, typisch Molenbeek met zijn 100.000 inwoners en honderden nationaliteiten. Samen buigen ze voor het laatste open doekje, met achter hen het omgewoelde huwelijksbed van Othello en Desdemona, een liefdesnest, niet bevlekt door dodelijk geweld.

    Zo mooi kan het zijn in ‘Molem’, zoals ze hun wijk hier noemen. Maar ook heel anders.

    In België wordt Molenbeek gebruikt als een politiek begrip, het Brusselse stadsdeel wordt door velen beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Toen Marokko tijdens het WK voetbal won van België trokken jonge moslims de binnenstad in en schopten rellen. Er brandden auto’s, ruiten van politie- en brandweerauto’s gingen aan diggelen, straatmeubilair werd vernield. Zulke uitbarstingen van haat tegen de Belgische samenleving en van vernielzucht maakt Brussel keer op keer mee. En hoewel de woedende jongeren niets te maken hebben met islamistische terroristen, roepen ze toch herinneringen op aan Molenbeeks donkerste momenten.

    Broeinest van terreur

    Sinds een paar weken loopt het proces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Er kwamen toen 32 mensen om het leven. De aanslag werd gepleegd door dezelfde terreurcel die op 13 november 2015 in Parijs toesloeg. In de beklaagdenbank zitten mannen als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, opgegroeid in Molenbeek, tot het laatst toe geholpen door vrienden uit Molenbeek. De krantenkoppen over Molenbeek als broeinest van terreur gingen de wereld over. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen schuldgevoel en koppigheid. Hoe meer ze van Molem houden, hoe meer ze er ook onder lijden.

    Nee, zegt Ben Hamidou als hij ons uitnodigt een rondgang door Molenbeek te maken, hij gaat het niet over terrorisme hebben. Hij wil de mooie kanten van de wijk laten zien. Op het eerste gezicht wekt die de indruk een buurt in Rabat te zijn: mannen in theehuizen, gesluierde vrouwen op de markt, de koran in de etalages van boekhandels. Maar ook studenten bepalen het beeld; zij vinden hier betaalbare woonruimte. Toch verrijzen op de braakliggende industrieterreinen langs het kanaal al luxewoningen; de laatste tijd klinken er protesten tegen gentrificatie.

    Voor hem als kind was het je reinste paradijs, zegt Ben Hamidou, terwijl hij midden in de winkelstraat Chaussée de Gand, tussen supermarkt Tanger en bakkerij Hassan een keer om zijn as draait. Het is zijn podium.

    Hij kwam halverwege de jaren zestig met zijn familie naar hier. België wierf arbeidskrachten in Noord-Afrika. Zijn ouders zijn van Marokkaanse origine, maar woonden in Algerije. Ze spraken vloeiend Frans. Zulke mensen wilden ze graag hebben, vooral in Molenbeek, dat indertijd het centrum was van de industriële bloei in België. De wijk ligt langs het kanaal van Brussel. Vanuit het zuiden, uit Wallonië, werden via het kanaal kolen aangevoerd; richting Noordzee vonden de waren hun weg naar de wereld. Ben Hamidou loopt nu La Fonderie binnen. Deze voormalige gieterij is het symbool van Molenbeeks bloeitijd, en is inmiddels omgetoverd tot een industriemuseum. Hier vind je Sultan de leeuw, een pleisteren gietmodel voor de vervaardiging van een bronzen beeld – mogelijk het beroemdste exportproduct uit Molenbeek. 

    Berberleeuw

    Hij is gemaakt naar voorbeeld van een berberleeuw die aan het begin van de negentiende eeuw de bezoekers van de dierentuin in de Bronx fascineerde. Daar siert het bronzen beeld tot op heden de toegangspoort, samen met twintig andere dierenbeelden die in Molenbeek werden gegoten. Ook de jonge Lincoln begon als bronzen beeld in Molenbeek zijn reis naar de VS.  Zelfs de Belgische koning Leopold II ligt als model nog ergens in het bakstenen gebouw. Hij ging de geschiedenis in als schepper van het moderne België – en als een meedogenloze kolonialist, wiens honger naar rubber en ivoor volgens schattingen van historici 10 miljoen mensen het leven  heeft gekost.  

    Ben Hamidou was als kind al bekend in Molenbeek, als begeleider van zijn grootmoeder, een getatoeëerde Berbervrouw. Ze werd ‘Geronimo’ genoemd omdat ze eruitzag als een Apache-krijger. ‘Stel je voor,’ zegt Hamidou, ‘je bent tien jaar oud en loopt met Geronimo over het schoolplein.’ Wat kon hij anders worden dan een podiumbeest?

    Een paar jongemannen hebben met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam bezorgd

    Hamidou heeft een monument voor zijn grootmoeder opgericht in de vorm van het soloprogramma Sainte Fatima van Molem, dat hij voor het eerst opvoerde in 2010 in Molenbeek. Daarin schetst hij het beeld van een immigrantengemeenschap die met grote nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen toenadering zoekt tot de Belgische samenleving. Hamidou werd ervoor geprezen in Molenbeek.

    Ben Hamidou YouTube
    Film- en tv-acteur, komediant, theatermaker Ben Hamidou. – © YouTube

    In 2016, een paar maanden na de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hamidou in Molenbeek ineens geboycot. Met een collega bracht hij Les enfants de Dom Juan, de kinderen van Don Juan, op de planken. Hamidou, de voorbeeldige Belgische moslim, maakt zich vertrouwd met de ongelovige losbol Don Juan. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, een voorzichtige provocatie voor de moslimgemeente en hun waarden. Maar in Molenbeek werden affiches verscheurd en uitvoeringen afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Na de aanslagen betreurde Hamidou het ‘communitarisme’ in Molenbeek, de terugtrekking van de moslimgemeenschap in zichzelf en in haar religie. Molenbeek zou een ghetto zijn geworden. Hij noemde de situatie een ‘catastrofe’.

    Nee, zegt Ben Hamidou dus nog eens, geen woord over terrorisme, wat zou hij ook moeten zeggen, behalve dat een paar jongemannen met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam hebben bezorgd. De gemeenschap is nog steeds getraumatiseerd door de storm in de media, die toen op iedere straathoek een jihadist vermoedden. Nog steeds wordt iedereen die op straat een camera tevoorschijn haalt om een foto te maken wantrouwig bekeken. Hamidou wil in geen geval als kroongetuige tegen zijn wijk optreden. Hij wil zijn kunst laten spreken. Ooit, zegt hij, heeft hij getrouwde moslimvrouwen samen laten optreden in een stuk, dat was een heel bijzonder avontuur geweest, vooral voor hun echtgenoten.

    Horrorverhaal

    Maar natuurlijk is het onmogelijk om bij een rondgang door Molenbeek niet te praten over terrorisme. Op het Place communale, het plein voor het gemeentehuis, sta je midden in het horrorverhaal. ‘Daar,’ wijst Ben Hamidou, ‘is Salah Abdeslam opgegroeid.’

    Salahs broer Brahim blies zich op 13 november 2015 namens de Islamitische Staat op bij de aanslagen in Parijs. Salah besloot op het laatste moment anders. Hij vluchtte terug naar Brussel. In de Vierwindenstraat, slechts een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis, werd hij op 18 maart 2016 door de politie opgepakt in een kelder waar hij zich verstopte. Ben Hamidou herinnert zich die middag nog goed. Hij voerde in de buurt een stuk op met een theatergroep. Ze schrokken allemaal toen er schoten vielen.

    14119424629 1c9f5e3830 o kopie 2
    Molenbeek is meer dan alleen het proces over de aanslagen. – © Flickr

    Vier dagen later stierven er in Brussel 32 mensen bij zelfmoordaanslagen in het metrostation Maalbeek en op de luchthaven Zaventem. Salah Abdeslam had meegewerkt aan de voorbereiding daarvan. Daarom zit hij, terug uit Parijs, waar hij al tot levenslang werd veroordeeld, nu in Brussel in de beklaagdenbank. Naast hem zit zijn schoolvriend Mohamed Abrini, die opgroeide in de Graaf van Vlaanderenstraat, hier om de hoek. Hij zou zich op de luchthaven opblazen, maar maakte rechtsomkeert.

    Veel van hun strijdmakkers uit Molenbeek zitten in de gevangenis, velen zijn omgekomen. Bijvoorbeeld Abdelhamid Abaaoud, die als IS-strijder in Syrië gedode vijanden met een jeep door de woestijn sleepte. Op 13 november 2015 ging hij in Parijs met een kalasjnikov op mensenjacht en blies zich enkele dagen later op na een vuurgevecht met de politie. Zijn ouderlijk huis staat op vijf minuten lopen van het gemeenteplein, in de Darimonstraat.

    Het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden

    Het waren maar een paar mannen, het is meer dan zes jaar geleden, en velen vragen zich hier af: wat heeft dat nog met ons te maken? Natuurlijk willen veel mensen de gebeurtenissen verdringen en vergeten. Maar het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden.

    Een van de tweeëndertig slachtoffers van 22 maart 2016 in Brussel heette Loubna Lafquiri.  Zij was 34 jaar oud en woonde in Molenbeek. Haar echtgenoot Mohamed El Bachiri groeide op in Molenbeek en woont hier nog steeds. Als hem naar zijn identiteit gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik ben een product van Molenbeek.’

    Halfuur te laat

    El Bachiri, 42 jaar, heeft als ontmoetingsplek een café voorgesteld aan het kanaal dat het toeristische centrum van Brussel van Molenbeek scheidt. Hij komt een halfuur te laat. Een kaal voorhoofd, zorgvuldig getrimde baard, witte coltrui. Een uiterst vriendelijke man. Hij verontschuldigt zich: hij moest nog met een lerares spreken, zijn middelste zoon zorgt voor problemen op school. Hij heeft drie zonen, van zestien, veertien en acht jaar oud. Sinds 22 maart 2016 voedt hij ze alleen op. El Bachiri werkte toen als metrobestuurder. Die dag had hij vrij en was thuis. Zijn echtgenote Loubna Lafquiri, een gymlerares, was met de metro onderweg naar haar werk. Ze stond vlak naast de zelfmoordterrorist. Duizenden mensen kwamen naar de rouwplechtigheid, Loubna Lafquiri was bekend als een moderne moslima en pedagoge die jonge vrouwen wilde helpen een zelfstandig leven te leiden. 

    Mohamed El Bachiri heeft een boek geschreven over de tragedie van zijn leven: Jihad van liefde. Er werden ruim honderdduizend exemplaren van verkocht en het werd in 2019 onderscheiden met de Konstanzer Konzilspreis. Hij heeft zijn woede in liefde veranderd, zegt hij, en er is veel wat hij de verdachten uit het boek zou kunnen voorlezen. Vooral dat haat niet thuishoort in de religie. Hij zou als civiele partij als getuige kunnen optreden, maar dat durft hij niet. 

    Slachtoffers en hun nabestaanden spelen slechts bijrollen in het terreurproces

    Wat er tot dusver in het proces is gebeurd, ervaart hij als theater. De verdachten en hun advocaten hebben voor elkaar gekregen dat de rechtszaal werd verbouwd omdat ze niet in aparte cabines geplaatst wilden worden. Abdeslam en Abrini klagen over het isolement in de gevangenis, over vermeende onmenselijke behandeling bij het transport naar de rechtbank. Ze weigeren verklaringen af te leggen. Tot dusver spelen de slachtoffers en hun nabestaanden slechts bijrollen in het terreurproces.

    In een vitrine voor de balie waarachter de rechters zitten, liggen bewijsmiddelen. Een geweer, een pistool, spuiten die gebruikt werden voor het mengen van de springstof, spijkers en schroeven die door de springstof gemengd werden. De afgerukte handgreep van een bagagekar. Het gedeukte blik van een metrostel.

    Lang merkte men weinig van de verschrikking van de misdaden in deze rechtszaal, die eruitziet als een grote kantoorruimte. Dat veranderde pas toen de officieren van justitie de aanklachten voorlazen en de 32 overleden slachtoffers bij name noemden.

    Loubna Lafquiri, in stukken gereten in het metrostation Maalbeek. Zij was het enige moslimslachtoffer. Haar moeder zat in de rechtszaal toen haar naam werd genoemd.  Daarna heeft ze vier dagen lang gehuild, zegt Mohamed El Bachiri, haar schoonzoon.

    Dat wil hij zichzelf niet aandoen. Hij heeft zijn energie nodig voor zijn kinderen en zijn werk, dat vooral met Molenbeek te maken heeft. Hij houdt voordrachten op scholen en in kerken om te strijden tegen de haat die mensenlevens verwoest.

    Stigmatiseren

    Meteen na de aanslag wilde hij met de kinderen alleen maar weg uit Molenbeek, naar Marokko, het vaderland van zijn ouders. Toch is hij gebleven. ‘Het is mijn gemeenschap, waar ik van houd. Ze mogen niet iedereen stigmatiseren vanwege een paar criminelen,’ zegt hij. Niemand uit de familie van de daders heeft zich bij hem verontschuldigd. ‘Veel mensen schamen zich, ze verstoppen zich,’ zegt hij. ‘Op een andere manier dan ik zijn ook zij slachtoffers van deze daden.’ Maar een jongeman die van Molenbeek naar Syrië was afgereisd om voor IS te vechten, heeft zich wel verontschuldigd. Hij dacht dat hij voor het goede vocht, maar hij had zich vergist.

    Om te verklaren wat er in Molenbeek misgegaan is, vertelt Mohamed El Bachiri het verhaal van zijn jeugd. Dat gaat niet over een hoopvolle generatie migranten zoals die van Ben Hamidou, maar over de industriële neergang die leidde tot werkeloosheid, hopeloosheid en criminaliteit.

    Wie de postcode van het stadsdeel in zijn identiteitsbewijs heeft staan, had het altijd al moeilijk

    Toen hij begon uit te gaan met meisjes van buiten Molenbeek, stelde hij zich aan hun ouders altijd voor als een Siciliaan. Hij noemde zich Antonio en zei dat hij in het stadsdeel Jette woonde. Mohamed, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek: dat was niet te verkopen aan potentiële schoonouders. Het was ook onmogelijk om met zijn identiteitsbewijs buiten de grenzen van de wijk een disco binnen te komen. Zodra de portiers het postcodenummer 1080 zagen, zeiden ze dat het hun speet, maar dat de baas geen jongelui uit Molenbeek in zijn zaak wilde hebben. 1080, dat was toen al een code voor vechtersbazen en dieven. 

    YOUTUBEMohamed El Bachiri
    Mohamed El Bachiri werd in 2018 weggepest van de kieslijst voor de gemeenteraad. – © YouTube

    Als men dus nu de moslimgemeenschap in Molenbeek verwijt dat ze zichzelf geïsoleerd heeft, dan was dat een ‘opgedrongen communitarisme’, zegt Mohamed El Bachiri. Hij en zijn vrienden voelden zich buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Monsters

    Het is verre van hem om deze haat te accepteren als verklaring van en rechtvaardiging voor de weg naar de militante islam en het terrorisme. Hij noemt de mensen die zijn vrouw hebben gedood monsters. Maar hij ziet deze haat van het merkteken 1080 nu ook weer bij de jongeren die de straat op gaan om te rellen als Marokko van België wint. Er zijn nu meer maatschappelijk werkers in Molenbeek, de staat houdt de moskeeën strenger in de gaten, maar de jeugdwerkloosheid ligt nog altijd op 30 procent. ‘De jongeren voelen zich niet Belgisch,’ zegt Mohamed El Bachiri, ‘ze voelen zich hier niet thuis. Als dit probleem niet wordt opgelost, riskeert men steeds weer nieuwe drama’s.’

    En ja, ook hij was vurig voor Marokko tijdens de WK-wedstrijd tegen België, zegt hij. ‘Het Marokkaanse deel van mijn identiteit wordt normaal gesproken niet gewaardeerd.’ 

    Mohamed El Bachiri zou bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de kieslijst staan van de liberale burgemeesterskandidaat, maar hij werd weggepest door het establishment van de partij, zegt hij.

    Er zijn schattingen volgens welke ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels heeft, maar nog nooit heeft iemand van hen het in de gemeente voor het zeggen gehad. De vrouwelijke burgemeester is de socialiste Catherine Moureaux. Zij heeft het ambt overgenomen van haar vader Philippe, die door velen nu nog verantwoordelijk gehouden wordt voor het drama in Molenbeek. Hij zou te weinig nadruk gelegd hebben op het belang van integratie, waardoor de islamgemeenschap zichzelf isoleerde onder het mom van multiculturaliteit. ‘Als ik door Molenbeek rijd, heb ik niet het gevoel in België te zijn,’ zei een Vlaamse socialist onlangs.

    Ik zit nog heel lang met Mohamed El Bachiri te praten. Hij heeft een bijna kinderlijk plezier in discussiëren en filosoferen. Na de voordelen van de klassiek-Griekse politiek en de dwaalwegen van het salafisme komen we ten slotte nog te spreken over de Franse laïcité. Een gevaarlijk dogma, vindt hij, dat moslims wil dwingen tot assimilatie. De spotprent van de profeet met een bom op zijn hoofd in het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was volgens hem ‘aanzetten tot haat’, wat natuurlijk geen rechtvaardiging van het geweld is. Twee van de door de jihadisten gedode tekenaars, Charb en Cabu, waren in zijn jeugd zijn helden. ‘Ook zij,’ zegt hij, ‘zijn voor niets gestorven.’

    Dan neemt Mohamed El Bachiri afscheid. Hij gaat via de brug over het kanaal terug naar Molenbeek, zijn thuis, naar zijn drie zonen, uit wier leven hij de haat wil weren. De jongste, heeft hij verteld, houdt van toneel-spelen. Misschien zal hij ooit bij Ben Hamidou terechtkomen, op het podium van het sociaal-cultureel centrum in Molenbeek, met zijn moeder in zijn hart en de rest van de familie in het publiek. Op die magische plek, waar zelfs Othello een keus heeft.

  • Privéjets, drugs en snelle auto’s: zo nemen Chinese bendes het Thaise nachtleven over

    Privéjets, drugs en snelle auto’s: zo nemen Chinese bendes het Thaise nachtleven over

    Recente invallen en politieonderzoek in Thailand wijzen op banden tussen Chinese gangsters en Thaise lokale functionarissen. Chinese criminelen wisten ongestraft honderden miljoenen dollars te verdienen met mensenhandel, kinderprostitutie en drugssmokkel.

    Een privéjet, auto’s van de buitencategorie, drugs en woonpaleizen: allemaal in Thailand verdiend door Chinezen die van criminele activiteiten worden verdacht. Roofgoed dat inmiddels in beslag is genomen, maar wel netelige vragen opwerpt, zoals: hoe konden buitenlandse misdadigers zo vrijelijk met miljoenen illegale dollars in het koninkrijk smijten?

    Het schandaal begon zich eind oktober te ontrafelen, toen de Thaise politie tijdens een landelijke antidrugsoperatie een illegale nachttent ontdekte. De club Jinling ging schuil achter een autowasserette in het zakendistrict Sathorn in Bangkok.

    De clientèle bestond vrijwel uitsluitend uit Chinezen. Die deden zich tegoed aan zakken ketamine en andere partydrugs in karaokekamers waar de hele nacht werd doorgehaald. En als het de gasten niet lukte al hun drugs in één sessie te consumeren, konden ze die ter plekke opbergen voor later gebruik.

    Voorraden methamfetamine lagen opgeslagen in peperdure appartementen in Bangkok

    Ook invallen in de badplaats Pattaya hebben het sterke vermoeden gewekt dat Chinese criminelen via een netwerk van Thaise stromannen contacten onderhielden met overheden die deze uitbundige nachtgelegenheden blijkbaar niet hadden opgemerkt, hoewel ze elke avond duizenden gasten trokken.

    En bij nog meer invallen in de daaropvolgende weken werden opzienbarende bezittingen aangetroffen, allemaal verdiend met deze illegale uitgaansgelegenheden – zoals een landhuis ter waarde van 5,7 miljoen dollar, auto’s van de buitencategorie, miljoenen dollars aan baar geld, en voorraden methamfetamine die in peperdure appartementen in Bangkok lagen opgeslagen, kennelijk voor verkoop in de clubs.

    113 miljoen dollar

    Uit allerlei arrestaties kan de conclusie worden getrokken dat vermoedelijk vijf Chinese bendes criminele ondernemingen runden met behulp van studentenvisa en onder een valse Thaise identiteit. Een van de verdachte leiders, die begin november is opgepakt, had zelfs een nepauto van de Chinese ambassade en een politiemotor voor escortes.

    De schijnwerpers zijn echter gericht op één verdachte in het bijzonder: Tuhao, die ook wel bekendstaat als Chainat Kornchayanan. Deze Chinees met Thais staatsburgerschap gaf zich op 23 november aan bij de politie. De tegen hem ingebrachte beschuldigingen van drugshandel en witwassen van geld wijst hij van de hand. 

    ‘Tuhao is getrouwd met de nicht van politie-generaal en voormalig minister van Justitie Pracha Promnok,’ aldus de prominentste politiechef van Thailand, luitenant-generaal Surachate Hakparn, die leiding geeft aan het stevige justitiële optreden. ‘Het is dus niet zo gek dat hij veel politiemensen en oud-ministers kent, dat is bepaald geen geheim.’

    ‘We moeten erachter zien te komen welke lokale ambtenaren hen geholpen hebben

    Hij voegt eraan toe dat de gangsters met hun Thaise identiteitsbewijzen kennelijk een manier hebben gevonden om de strikte Thaise immigratiewetten te omzeilen. ‘We moeten erachter zien te komen welke lokale ambtenaren hen geholpen hebben. We zoeken het tot op de bodem uit. Wie er ook schuldig is aan deze illegale praktijken, hij zal de wettelijke gevolgen voelen. Niemand ontloopt de dans.’

    Van Tuhao zijn ruim vijf miljard baht (113 miljoen dollar) aan bezittingen in beslag genomen, waaronder een vliegtuig, grond en drie landhuizen. Ondertussen wordt onderzocht of zijn zakenpartners iets te maken hebben met het Chinese eigendom van tientallen luxewoningen in Bangkok.

    Nuldollartoerisme

    Tuhao zou een wegbereider zijn geweest van het ‘nuldollartoerisme’, dat Chinezen in de jaren vóór de pandemie massaal naar Thailand lokte. Het concept stuwde Chinese bezoekersaantallen in niet meer dan een paar jaar naar een record van ongeveer tien miljoen. Daaraan kwam in 2018 abrupt een einde nadat een overvolle veerboot in Phuket zonk en tientallen Chinese toeristen stierven – toen pas kwam een businessmodel van goedkope arrangementen aan het licht, waarbij Chinese bedrijven geld naar elkaar doorsluizen, daarvan weinig in Thailand achterlaten, maar het wel gebruiken om een groot aantal vakantieoorden op te kopen.

    ‘Deze mensen hebben te veel macht,’ zegt een ervaren gids in Pattaya, een van de voornaamste bestemmingen van de ‘nuldollartours’. ‘Ze zijn dan wel gearresteerd, maar als de media dit niet serieus nemen, het niet blijven volgen, ben ik bang dat ze weer snel vrij komen.’

    Volgens de Thaise politie heeft Tuhao zijn zakelijke activiteiten tijdens de pandemie gediversifieerd. Hij is zich onder meer op het nachtleven gaan focussen, heeft bedrijven opgericht en onroerend goed gekocht waarvoor hij Thaise stromannen inzette. Zijn connecties met machtsdragers zijn inmiddels onder de loep genomen.

    De regerende Phalang Pracharat-partij erkende eind oktober dat Tuhao via legitieme kanalen ongeveer 100.000 dollar had gedoneerd. De kiescommissie buigt zich momenteel over de zaak.

    ‘Bedenk wel dat we het opnemen tegen superrijken, met enorm veel bezit’

    De politie onderzoekt hoe Tuhao het Thaise staatsburgerschap heeft kunnen krijgen na een verblijf van slechts enkele jaren in het land en speurt naar andere verborgen activa en bankrekeningen. In het hele land worden de gangen nagegaan van politiemensen en andere functionarissen, en neemt de reikwijdte van Tuhao’s netwerk af.

    ‘Bedenk wel dat we het opnemen tegen superrijken, met enorm veel bezit,’ aldus politie-luitenant-generaal Surachate. ‘We moeten dus heel grondig te werk gaan om bewijs te vinden waarmee we ze voor de rechter kunnen slepen.’

    Van een rechtbank in Bangkok mocht Tuhao niet op borgtocht vrij. Hij stelt dat hij in het proces zijn onschuld zal aantonen.

    Straffeloosheid

    Al die jaren van kennelijke straffeloosheid werpen pijnlijke vragen op voor de Thaise overheid: corruptie, beïnvloeding, verlening van gunsten aan mensen met geld die een loopje wilden nemen met de regels, waren kennelijk aan de orde van de dag. 

    ‘De samenleving zou mijn voorbeeld moeten nemen door zich af te vragen hoe iemand als Tuhao in slechts tien jaar tijd ruim vijf miljard baht heeft kunnen opstrijken,’ zegt Chuwit Kamolwisit, een voormalige tycoon in de uitgaansindustrie, tegenwoordig parlementariër en parttime corruptiebestrijder.

    Chuwit heeft een voortrekkersrol gespeeld in het aanklagen van de Chinese gangsters, onder andere met theatrale, vrijwel dagelijkse persconferenties waarin hij de vermeende rijkdom, connecties en financiën van de hoofdverdachten breed uitmeet.

    2821542173 a2274ff308 o
    Een verkiezingsposter Chuwit Kamolwisit voor het gouverneurschap van Bangkok uit 2008. © Ian Fuller / Flickr / CC

    Hij beweert dat de bendes tijdens de pandemie een list hebben bedacht om in het koninkrijk te blijven en duizenden landgenoten binnen te loodsen. Thaise immigratieambtenaren zouden geld hebben ontvangen zodat de Chinezen nepstichtingen konden oprichten, die ze vervolgens hebben gebruikt om vrijwilligersvisa te bemachtigen.

    Ten minste drieduizend Chinezen zijn via deze route het koninkrijk binnengekomen, aldus Chuwit, en velen zijn illegale bedrijven gaan bestieren en hebben zwart geld witgewassen. ‘Hoe is het mogelijk dat het Thaise volk niet werd beschermd, hoe kon men deze smerige Chinese bedrijven binnenlaten?’ 

    ‘Hoezo zou ik mij met duistere zaakjes bezig houden? Bewijs dat maar eens’

    De vlammende aantijgingen van Chuwit – vele gestaafd door de Thaise politie, andere nog onbewezen – hebben in ieder geval de aandacht gevestigd op de greep van illegaal Chinees geld over hele delen van de regionale economie.

    Er viel zelfs een zeldzame repliek in de media te noteren van Zhao Wei: achter deze publiciteitsschuwe miljardair gaat een van de beruchtste Chinese schurken van de Mekong-regio schuil. Hij is de grote man achter het Kings Romans Casino in de Speciale Economische Zone van de Gouden Driehoek in Laos, aan de grens met Thailand.

    ‘Wie is die Chuwit dan wel?’ aldus Zhao. ‘We hebben elkaar nooit ontmoet, dus wat bezielt hem om mij te beschuldigen?’ verzuchtte de magnaat tegen de Thaise tv-zender The Nation on Monday in een zeldzaam interview. ‘Ik ben gewoon een Chinese zakenman die dit gebied heeft ontwikkeld en het welvaart heeft gebracht. Hoezo zou ik mij met duistere zaakjes bezig houden? Bewijs dat maar eens.’

    Mensenhandel en kinderprostitutie

    Feit blijft dat het Amerikaanse ministerie van Financiën Zhao Wei in 2018 heeft gesanctioneerd voor het leiden van een criminele organisatie die zich bezighoudt met ‘een reeks afschrikwekkende illegale activiteiten, waaronder mensenhandel en kinderprostitutie, drugshandel en handel in wilde dieren’.

    Naarmate de naargeestige onthullingen van misdadige activiteiten in Thailand zich blijven opstapelen, groeien ook de zorgen over hoe Chinees geld – zowel legitiem als illegaal – Thaise burgers uit de markt kan stoten.

    Recent stelde de Thaise regering voor om de wet te wijzigen zodat buitenlanders niet meer dan ongeveer een vijfde hectare land kunnen bezitten, maar dat wekte zo veel woede onder de bevolking dat het plan werd ingetrokken. De angst bestond dat de Chinese investeerders de prijs zo zouden opdrijven met hun gespeculeer, dat gewone Thai het financieel niet meer zouden kunnen bijbenen.

    De hashtag #ChineseGreyBusinessMoney is al weken viraal op Thaise Twitteraccounts, waar de woede over de criminele activiteiten door buitenlanders toeneemt.

    ‘Hoe is het mogelijk dat deze mensen tientallen huizen konden kopen zonder argwaan te wekken?’ schreef een Twitter-gebruiker in een post die meer dan vijfduizend keer werd gedeeld. ‘Deze gasten gedragen zich in het hele land alsof het Thai zijn.’

    Lees ook:

  • Gaat Colombia echt over op de legalisering van cocaïne?

    Gaat Colombia echt over op de legalisering van cocaïne?

    De mislukking van de war on drugs brengt sommige politici en organisaties ertoe te pleiten voor de decriminalisering van het drugsgebruik.

    Op de winkeltoonbank staat geen kassa maar een weegschaal. In een handvol geïsoleerde dorpen midden in de Colombiaanse jungle, betalen mensen met grammen cocapasta in plaats van met contant geld. Bankbiljetten en munten zijn zeldzaam en meestal alleen op televisie te zien. Wat kost een biertje? 1,4 gram, ongeveer 57 eurocent. Een pond vlees? Het dubbele. Een mobiele telefoon? 194 gram, iets meer dan 75 euro. Bij de inwoners van deze afgelegen gebieden waar cocaïne wordt geteeld en geproduceerd, stapelen de kilo’s zich op.  Later zullen ze die verkopen aan een tussenpersoon van het kartel, dat er vervolgens voor zorgt dat de handelswaar in nachtclubs in New York, Madrid of Rome terechtkomt. Intussen zijn de drugs al het honderdvoudige waard. Drugs lijken de facto gelegaliseerd in dit kleine boerenuniversum, dat op enkele dagen reizen van de rivier verwijderd is. Kan deze vorm van legitimatie worden uitgebreid naar de rest van het land? En naar de wereld?

    De afgelopen weken kwam het debat op gang in Colombia, ’s werelds grootste cocaïneproducent. ‘Als de discussie ergens moet beginnen, dan is het in Colombia – niemand anders gaat het doen,’ zegt Catalina Gil Pinzón, medewerker drugbeleid bij de Open Society Foundations. De timing is gunstig. De nieuwe president van Colombia, Gustavo Petro, spreekt nadrukkelijk over het veranderen van het paradigma van de war on drugs die president Richard Nixon een halve eeuw geleden begon. De staatsbegroting gebruiken om drugsbaronnen te vervolgen en cocaplantages met geweld uit te roeien, heeft niet gewerkt – zo luidt de conclusie. Wanneer een struik op de ene heuvel uitgetrokken wordt, verschijnt op de andere heuvel een nieuwe struik. Met als resultaat dat de stroom cocaïne naar de Verenigde Staten in 2021 een recordhoogte bereikte en Colombia meer produceert dan ooit tevoren. Washington gooide de afgelopen twintig jaar tien miljard dollar weg aan mislukt beleid.

    Drugsvriend

    De eersten die het voordeel van legalisatie zagen, zijn de verantwoordelijken voor de schatkist. De Colombiaanse directeur van belastingen en douane, Luis Carlos Reyes, zegt het onomwonden: ‘Cocaïne moet gelegaliseerd en belast worden.’ Kort daarvoor had president Petro enthousiast een artikel van The Economist gedeeld waarin Joseph Biden wordt beschuldigd van een te timide aanpak van het drugsprobleem. De Amerikaanse president had weliswaar net gratie verleend aan zesduizend Amerikanen die waren veroordeeld voor het bezit van een kleine hoeveelheid marihuana, maar het blad gelooft niet dat hij ook zoiets zou durven doen met cocaïne-gerelateerde gevangenen. 

    Decriminaliseren

    De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema vindt dat Europa de verkoop van cocaïne moet decriminaliseren, zoals in verschillende landen de verkoop van cannabis al is toe gestaan.

    Bij de opening van een congres over georganiseerde misdaad waaraan meerdere Europese landen deelnamen, zei ze realistisch genoeg te zijn om te weten dat er te weinig politieke steun te vinden zal zijn voor zulk beleid. Landen zouden volgens haar anders moeten kijken naar drugsgebruik.‘

    Laten we de feiten onder ogen zien: de oorlog tegen drugs werkt niet. Drugs in beslag nemen werkt niet. En cocaïne reguleren zit er ook niet in. Ik hoop dat we het erover eens zijn dat we een alternatieve strategie moeten formuleren,’ aldus burgemeester Halsema.

    Zij is er alvast aan begonnen. Haar aanpak bestaat vooralsnog uit drie delen:

    1  We moeten het geweld en het aantal wapens op straat terugdringen.

    2 De economische en sociale ontwikkeling van bepaalde wijken en buurten moeten worden ondersteund.

    3 Illegale (witwas)geldstromen moeten in kaart worden gebracht, en daarna verstoord en afgesneden worden in nauwe samenwerking tussen Europese overheden en steden.

    Ook Petros’ aanvankelijke opwinding heeft zich niet vertaald in een vastberaden streven naar legalisatie. De voormalige guerrillero rekent op de grootschalige aankoop van onproductief land van veeboeren om het aan gewastelers te geven en zo een voedselindustrie te creëren die de verleiding wegneemt om te participeren in de cocaïnehandel – de eerste grote landbouwhervorming van het Colombia. De minister van Justitie ontkent botweg dat de regering zich aan iets als legalisering zou wagen. Voorlopig wil geen enkele regering zich afficheren als drugsvriend.

    Soortgelijk vervangingsbeleid is in het verleden niet altijd succesvol geweest. ‘Het gaat niet werken zolang er een grote wereldwijde cocaïnemarkt is. Wat we ook doen, de consumptie is niet te stoppen. Drugs leiden niet altijd tot problematisch gebruik, overdosis of dood,’ zegt Gil Pinzón, die het van essentieel belang vindt om verdovende middelen te destigmatiseren. Als cocaïne legaal was, hadden mensen de keuze om het al dan niet te gebruiken, net zoals bij alcohol of tabak. Er zijn heel weinig studies over hoe verslavend cocaïne precies is. De enorme bedragen die worden uitgegeven aan wapens om de kartels te bestrijden, kunnen volgens haar beter worden besteed aan onderzoek naar de effecten van de drug, aan voorlichtingscampagnes en betere toegang tot gezondheidsdiensten.

    ‘Het gaat er niet om dat het in supermarkten wordt verkocht, maar dat er een duidelijke en strenge regelgeving komt’

    De zwarte markt rond het witte poeder heeft criminele bendes voortgebracht die in staat zijn het leger met zware wapens te bestrijden, zoals gebeurt in Mexico en Colombia. Criminelen als El Chapo Guzmán of Pablo Escobar zijn legendarisch. Ambtenaren en politici in cocaïne-producerende regio’s zijn overgeleverd aan deze schaduwmacht, die voor een parallelle staat zorgt. Legalisering kan de kartels verzwakken omdat die dan hun belangrijkste financieringsbron verliezen. ‘Het zal hun bestaan niet beëindigen, hoewel hun financiën een zware schok te verduren zouden krijgen,’ aldus Juan Carlos Garzón, onderzoeker bij het Amerikaanse Ideas for Peace. Volgens hem kunnen de lessen die getrokken zijn uit de legalisering van recreatief gebruik van marihuana dienen als leidraad voor toekomstige stappen. ‘Het gaat er niet om dat het in supermarkten wordt verkocht, maar dat er een duidelijke en strenge regelgeving komt en dat er gelegaliseerde rijkdom wordt gegenereerd.’

    Cocaïne is zeker de lastigste van alle drugs als het gaat om regulering. Een studie van de Transform Drug Policy Foundation constateert dat er een grote uitdaging zit in het feit dat er een breed scala aan cocaproducten bestaat, van onbewerkt blad tot poeder en rookbare crack. En dat het zo’n complexe productie- en toeleveringsketen heeft. Ook wordt cocaïne nog steeds geassocieerd met het genot van rijken, hoewel het in werkelijkheid een veel breder deel van de bevolking bereikt. ‘Naarmate het goedkoper en toegankelijker wordt, wordt de uitdaging op het gebied van de regelgeving urgenter. Vanuit het perspectief van de volksgezondheid moet regulering erop gericht zijn de potentiële schade door gebruik te verminderen’, aldus de tekst.

    In Colombia wordt vaak gezegd dat als de Verenigde Staten cocaplantages zouden hebben, de wereld vol zou staan met vestigingen van McCocaïne. Maar het is andersom. Producerende en consumerende landen bekijken het probleem anders. Noord-Amerika kampt met de overdoses, maar Latijns-Amerika met de doden door geweld en de destabilisatie van zijn democratieën. Daarom is het een binationale kwestie. Regulering in Colombia heeft weinig zin als daar niet eveneens sprake van is in de consumptielanden. De lokale markt is zeer klein en criminele bendes zouden nog steeds dezelfde miljoeneninkomsten hebben uit het clandestien vervoeren van drugs. 

    Regulering is nog ver weg, maar het feit dat een onderwerp dat tot voor kort taboe was, nu openlijk wordt besproken, is van grote betekenis. Op een dag zullen de kleine Colombiaanse dorpen in deze uithoek kunnen zeggen dat zij de pioniers waren.

  • Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Recent is een ‘horrorhuis’ in de buurt van Belgrado ontdekt, waar Servische gangsters hun rivalen martelden. De ontdekking toont aan dat criminele organisaties wreedheid van Mexicaanse kartels kopiëren om controle te krijgen over de drugshandel op de Balkan.

    De brede glimlach op hun gezichten toont de voldoening na een geslaagde operatie. In een roze huis in het dorp Ritopek, niet ver van Belgrado, poseren op 3 augustus 2020 twee gespierde, getatoeëerde mannen van in de dertig voor hun laatste trofee: een naakte man, de voeten en handen gebonden. Een van de beulen, die zwarte handschoenen draagt, tilt het hoofd van de gemartelde man op richting de lens van de fotograaf. Het gezicht van de man is gezwollen, de ogen zijn gesloten; waarschijnlijk is hij al dood. De cocaïneoorlog op de Balkan heeft weer een slachtoffer geëist.

    Op een andere opname, een paar minuten later genomen, zien we zijn voet naast zijn hoofd staan. Het lichaam is in stukken gesneden in een nabijgelegen kamer, die volledig is afgedekt met zeil. Op de achtergrond staat een professionele vleesmolen klaar om de stukken van het lichaam te vermalen. Daarna wordt het in zakken gestopt en in de nabijgelegen Donau gedropt.

    Balkanbendes zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van de Europese cocaïne-invoer

    De foto’s die zijn genomen in een gebouw dat door de plaatselijke pers nu ‘het horrorhuis’ wordt genoemd, en waren nooit bedoeld om ooit op het bureau van een Servische rechter te belanden. Maar een van de twee lachende dertigers, Veljko Belivuk, alias ‘Velja Nevolja’ [Velja het probleem], beging samen met zijn handlangers de fout de foto’s te delen met de app Sky ECC. Ze dachten dat de encryptie daarvan niet te kraken was en wisten niet dat de Belgische, Nederlandse en Franse politie zouden doordringen tot de versleutelde geheimen van deze chatapp.

    De uitwisselingen (gesprekken, sms’jes, foto’s, et cetera) bieden een blik achter de coulissen van de georganiseerde misdaad en vormen de belangrijkste bewijsstukken tegen Belivuk en zijn bende. Ze getuigen ook van de barbaarsheid van deze criminelen, die bereid zijn tot elke vorm van geweld, om de controle te behouden over de cocaïnehandel vanuit de Balkan, een regio die de laatste jaren een belangrijke doorvoerzone is geworden voor de aanvoer uit Latijns-Amerika. Balkanbendes die rechtstreekse banden hebben met Latijns-Amerikaanse kartels, zijn volgens Europol goed voor ongeveer 30 procent van de cocaïne-invoer in Europa.

    Twee duimen omhoog en een mes

    Een ongepubliceerd rapport, ingezien door Le Monde, verschaft inzicht in de methoden van bepaalde Servische en Montenegrijnse bendes. Het is opgesteld door de Franse gerechtelijke politie en aan het eind van de zomer van 2021 aan de Servische justitie overhandigd, in het kader van het onderzoek naar het ‘horrorhuis’. De auteur van het rapport, een commissaris van het Centraal Bureau voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad, bundelde tal van berichten die door de bende van Belivuk werden uitgewisseld met Sky ECC, alsook 56 foto’s, waaronder die van vijftien slachtoffers.

    In deze stroom van berichten, bevinden zich screenshots van overschrijvingen in bitcoins; betalingen aan de moordenaars te betalen. Op de foto’s zijn partijen cocaïne te zien, wapens (automatische 9mm-pistolen en semi-automatische Tsjechische Skorpios), valse identiteitspapieren en stapels geld. Een bericht van één regel volstaat voor een opdracht tot ontvoering of executie. ‘Wij zijn er voor’, schrijft Belivuk onder het pseudoniem ‘Soprano’ bijvoorbeeld, gevolgd door drie emoji’s: twee duimen omhoog en een mes.

    Alleen al Belivuk wordt van zeven moorden beschuldigd

    ‘Tot op heden’, schrijft de auteur van het verslag, ‘zijn er negentien geïdentificeerde slachtoffers van moord geregistreerd, zeven niet-geïdentificeerde slachtoffers van moord en negen slachtoffers van extreem geweld dat waarschijnlijk tot de dood heeft geleid.’ Alleen al Belivuk, die in januari 2021 werd gearresteerd en nog steeds op zijn proces wacht, wordt van zeven moorden beschuldigd.

    Het verhaal begint in een idyllische omgeving, in de kuststad Kotor, genesteld in een fjord aan de ruige kust van Montenegro. Deze kleine haven was lange tijd het bolwerk van Darko Saric, bijgenaamd de ‘cocaïnekoning’. Zo’n vijftienjaar lang zwaaide hij de scepter over de handel, met inkomsten die door sommige bronnen in totaal op een slordige 1 miljard euro worden geschat. Maar na zijn arrestatie in 2014 kregen potentiële erfgenamen ambities. De roof van een lading van 200 kilo coke in het Spaanse Valencia, eind 2014, maakte dat de groep uiteenviel.

    Zo begon de ‘oorlog van Kotor’, het epicentrum van een conflict tussen voormalige ‘broeders’ die vijanden werden. Aan de ene kant stond de clan van Kavac, genoemd naar het dorp waar zij een toevluchtsoord vonden en geleid door Slobodan Kascelan en Radoje Zvicer. Aan hen heeft Belivuk, de man van het ‘horrorhuis’, trouw gezworen. Aan de andere kant van de heuvel, huist een andere clan: de Skaljari, gevestigd in het centrum van Kotor, die onder bevel staan van de gebroeders Vukotic en gelieerd zijn aan de Servische clan van Zemun. Op het spel staat het geld dat in de cocaïnehandel omgaat.

    Om de aard van het conflict te begrijpen, is nog een kleine omweg nodig naar de voetbalstadions van Belgrado. Want voordat hij de sterke man werd van de Kavac-clan, maakte Belivuk, alias ‘Velja het probleem’, naam bij het gevolg van Partizan Belgrado, een van de voetbalclubs in de Servische hoofdstad. In de loop der jaren werd hij leider van de groep meest radicale deel van de toeschouwers. Zijn bende, die terug te vinden is op de tribunes bekend onder de naam Principi, werd gevormd door een groep bijzonder gevreesde hooligans: de Grobari (‘doodgravers’). Na in elkaar te zijn geslagen door enkelen van hen overleed Toulouse-supporter Brice Taton in september 2009 voor de wedstrijd Partizan-Toulouse in Belgrado. ‘De supportersgroepen, met name die van Partizan, zijn volledig geïntegreerd in de drugshandel. Zij beschikken over het vermogen tot snelle mobilisatie, geweldspotentieel en de dekmantel van de clubs en dat maakt hen tot ideale doorgeefluiken’, schrijft politicoloog Loïc Tregourès en auteur van het boek Le Football dans le chaos Yougoslave [voetbal in de chaos van Joegoslavië] uit 2019.

    Gevoel van straffeloosheid

    Bij ‘Velja het Probleem’ begint een soort opwaartse trend naar zware criminaliteit. Zijn Principi hebben niet alleen de zeggenschap over de zuidelijke tribune van het stadion van Partizan overgenomen; hun netwerken reikt tot ver daarbuiten. Sommige van hen, met een rol in de nachtclub-, security- en restaurantsector, werden sleutelfiguren bij het witwassen van geld dat afkomstig was van de illegale handel in drugs, sigaretten of wapens. Nadat ze een hal van het stadion annexeerden en tot hun hoofdkwartier maakten, breidden ze hun invloed verder uit tot het punt waarop ze, net als andere bendes, goede connecties hadden binnen de politie en in de politiek.

    Maar hoe kwam Belivuk, de hooligan die sleutelfiguur werd, terecht bij de Kavac-clan die met zijn rivalen in de badplaats Kotor in oorlog was? Dat is een van de raadselen die door het onderzoek ontrafeld zullen moeten worden. Intussen blijkt de zaak veel groter te zijn dan een simpel misdaadverhaal.

    De zoon van president Vucic verschijnt regelmatig in het openbaar met bendeleden

    Zowel in Podgorica als in Belgrado is het algemeen bekend dat er banden zijn tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Sommige waarnemers spreken zelfs van ‘maffiastaten’. Zo zouden aanhangers van Belivuks bende de inwijdingsceremonie van de Servische president Aleksandar Vucic hebben beschermd, wiens zoon Danilo regelmatig in het openbaar verschijnt met bendeleden, ook op de tribune. En wordt de president van Montenegro, Milo Dukanovic, niet al sinds begin jaren 2000 met name door de Italiaanse justitie verdacht van banden met de Camorra, de Napolitaanse maffia?

    Zo ver gaat de Franse politie niet, maar ze wijst wel op de greep die de twee rivaliserende clans van Kotor (de Kavacs en de Skaljaris) op Servië en Montenegro hebben. ‘Een aanzienlijke mate van corruptie op verschillende niveaus stelde de twee organisaties in staat grote invloed uit te oefenen op verschillende Balkanlanden’, schrijft de auteur van het verslag. Over de onderschepte berichten schrijft hij: ‘Deze gegevens stelden ons ook in staat de hoge mate van corruptie waar te nemen waardoor deze clan [Kavac, van Velja het Probleem] kon opereren ten gunste van overheidsfunctionarissen zoals politieagenten of hoge ambtenaren van Montenegrijnse instellingen.’

    In feite verraadt analyse van de Sky-uitwisselingen het gevoel van straffeloosheid dat de clan in kwestie koesterde. Zo nemen haar leiders, Velja het Probleem of Slobodan Kascelan, soms zelf deel aan executies. Dat gebeurde bijvoorbeeld in augustus 2020, na de ontvoering van een zekere Nikola Stanisic, lid van de Skaljari. Hij was een zeer symbolisch doelwit want hij is de zoon van een van de rechterhanden van ‘Arkan’, een krijgsheer die in 2000 werd vermoord. Arkan was de leider van de ultra’s van Rode Ster, de andere voetbalclub uit Belgrado, en daarna van de Tijgers, een paramilitaire groep. De erfenis die Nikola Stanisic met zich meedroeg, rechtvaardigt op deze augustusdag in 2020 de aanwezigheid van Kascelan zelf in het ‘horrorhuis’. Na te zijn vernederd en vervolgens gemarteld om de codes van zijn telefoon te verkrijgen, wordt Stanisic doodgeschoten. Zijn lichaam wordt verbrand en begraven in een park.

    Mexico in Belgrado

    Dergelijke methoden waren niet altijd de regel. ‘Vóór Belivuk was extreem geweld niet kenmerkend voor lokale criminele organisaties. Saric [‘de cocaïnekoning’] bijvoorbeeld, deed er alles aan om onder de radar te blijven en voerde zijn illegale activiteiten uit onder het mom van een legaal bedrijf,’ aldus Sasa Djordjevic van de afdeling Belgrado van Global Initiative Against Transnational Organized Crime, een onafhankelijke organisatie gevestigd in Genève. Maar nu nemen de leiders Mexicaanse ‘narco’s’ als model. ‘Kijk, schat, Mexico in Belgrado,’ merkte Belivuk op bij de foto van een lijk.

    Deze organisaties beperken hun invloedssfeer niet tot de Balkan. Elders in Europa zijn ze te vinden bij strategische havens als Rotterdam en Antwerpen, maar ook in landen waar de diaspora gevestigd is (Duitsland, Oostenrijk, Zweden). De moordenaars van de ‘Kotor-oorlog’ waren ook daar actief. Weer andere regio’s worden gezien als toevluchtsoorden. ‘Deze gewelddadige criminele organisaties gebruiken Frans grondgebied als incidentele uitvalsbasis na het plegen van moorden in het buitenland, alsmede als plek voor het witwassen van geld en de circulatie van wapens en drugs’, aldus de Franse gerechtelijke politie.

    Een van de slachtoffers van het ‘horrorhuis’ is een befaamde bankovervaller

    De analyse van de via Sky uitgewisselde gegevens heeft nog niet alle geheimen van de folterkamer aan het licht gebracht. In het laboratorium worden DNA-sporen onderzocht in een poging de slachtoffers te identificeren. De lijst met bekende gevallen biedt al een overzicht van de vijanden van de clan, en het gaat allemaal een stuk verder dan wat opstootjes op de voetbaltribunes. Een van de slachtoffers is een man wiens faam tot buiten de grenzen van Servië reikte: Milan Ljepoja, destijds lid van de Pink Panthers, een bende van bankovervaller die meesters waren in vermommingen en spectaculaire bankovervallen, of het nu in Parijs, Zwitserland of Dubai was. Ljepoja werd in 2008 in Frankrijk gearresteerd en gevangengezet, keerde enkele jaren later terug naar Servië en hield zich een tijdje gedeisd, maar kwam toen te dicht in de buurt van de cocaïnehandel. Hij betaalde een hoge prijs voor zijn nabijheid tot de Skaljari. Op een foto van 8 december 2020 is zijn gemutileerde lijk zonder armen te zien.

    Tot dusver zijn ongeveer dertig personen door de gerechtelijke autoriteiten van Servië in staat van beschuldiging gesteld. Verschillende van hen hebben gepraat. ‘Sommigen van hen hebben, geconfronteerd met bewijsmateriaal, meegewerkt met de onderzoekers en uitvoerig verslag gedaan van de werking van de organisatie en de gepleegde misdaden’, aldus het rapport van de gerechtelijke politie. Verzwakt door de arrestaties van hun leiders, opgeschrikt door de verbanning van andere leden en geconfronteerd met het feit dat politieke allianties opnieuw moeten worden opgebouwd, gaan de clans van Kotor een nieuwe fase in hun geschiedenis in, die onvoorspelbaarder is dan ooit. Eén ding is in ieder geval zeker delen ze: de cocaïneoorlog is nog niet voorbij.

    Lees ook:

  • Wapens voor Oekraïne kunnen bij criminelen terechtkomen, waarschuwt Interpol

    Wapens voor Oekraïne kunnen bij criminelen terechtkomen, waarschuwt Interpol

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden bezoekt Saoedi-Arabië – ondanks belofte om oliestaat als paria te behandelen

    » Canada betaalt historische schadevergoeding aan inheemse gemeenschap

    Criminelen richten zich al op oorlogswapens

    Wapens die naar Oekraïne worden gestuurd om het Oekraïense leger te helpen zich te verdedigen tegen de Russische invasie, kunnen in handen van criminelen terechtkomen, aldus Jürgen Stock, secretaris-generaal van Interpol. Stock vertelde dat de internationale markt overspoeld zou kunnen worden door wapens zodra het conflict beëindigd is, bericht Evening Standard.

    ‘Zodra de oorlog [in Oekraïne] stopt, zal het aantal illegale wapens toenemen. Dat zien we bij veel oorlogssituaties. Criminelen richten zich zelfs op dit moment al op deze wapens,’ zei Stock. ‘De georganiseerde misdaad probeert misbruik te maken van deze chaotische situatie en de grote beschikbaarheid van wapens.’

    ‘Geen enkel land in onze regio kan dit alleen aanpakken, want de criminelen waarover ik het heb, opereren wereldwijd’

    ‘Wij kunnen een toevloed van wapens in Europa en daarbuiten verwachten,’ vervolgde Stock. ‘De verwachting is dat deze wapens niet alleen naar buurlanden maar ook naar andere continenten worden gesmokkeld.’ Jürgen Stock drong er bij de leden van Interpol op aan om wapens te registreren bij het zogenaamde ‘track and trace’-systeem van de organisatie. Hij voegde eraan toe: ‘Geen enkel land in de regio kan dit alleen aanpakken, want de criminelen waarover ik het heb, opereren wereldwijd.’

    Kyiv zal de komende dagen nog meer leveringen van westerse wapens ontvangen nu de troepen van Zelensky de Russische opmars in de Donbas proberen te stuiten.

    Lees ook:

  • Een kijk in de chats van internetcriminelen

    Een kijk in de chats van internetcriminelen

    Met valse advertenties en neppe websites sluizen internetfraudeurs geld weg. Alles verloopt snel en anoniem waardoor het lastig is de criminelen te achterhalen. Wel kunnen we op Crimenetwork gesprekken van de oplichters lezen.

    Misschien kunnen we nog iets vinden op eBay. Zo vlak voor Kerst is dit platform de laatste grote hoop voor veel mensen die nog een cadeautje zoeken. Sommigen willen niet meer veel geld uitgeven, anderen hebben het gewoon niet. En bij eBay of in off-the-beaten-track onlineshops is het vaak ietsje goedkoper. 

    Maar deze koopjesjacht kent risico’s. Want terwijl de argeloze koopjeszoekers de aanbiedingen langslopen hebben internetfraudeurs allang hun val gezet. En dat gaat zoals hier tussen twee gebruikers met als pseudoniem lockdownlothar en 3komma3:

    lockdownlothar guess you’re sway, right? 3komma3 hoi ja lockdownlothar wat kan ik voor je doen? 3komma3 wil graag op proef tien advertenties kopen voor klaz. (‘Klaz’ staat voor eBay, de advertenties horen bij de oplichterstruc.) lockdownlothar kunnen we doen lockdownlothar prijssegment en andere item verzoeken? 3komma3 beste niche 3komma3 prijs vanaf 500.  

    Crimenetwork, een marktplaats voor criminelen, waar vrijwel alles te krijgen valt waar de legale markt niet in voorziet

    Bovenstaande boodschap komt uit een echte chat tussen twee vermoedelijke cybercriminelen. Een van hen is 3komma3 – of ook wel sway. Beide pseudoniemen gebruikt hij op Jabber, een instant messaging-service vergelijkbaar met het vroegere msn. Het forum waar ze elkaar hebben ontmoet is Crimenetwork, een marktplaats voor criminelen, waar vrijwel alles te krijgen valt waar de legale markt niet in voorziet: nep-onlineshops met fakeproducten, gejatte identiteiten, gekaapte bankrekeningen. Wie zoekt, die vindt.

    Advertenties met koopjes

    Op internetfora vinden deze vermoedelijke fraudeurs alles wat ze voor hun oplichterij nodig hebben. De nietsvermoedende shopper ziet alleen advertenties met koopjes en kan de verleiding niet weerstaan. Hij klikt, betaalt – en staat met lege handen. De bestelling komt nooit aan, het geld verdwijnt naar een door de oplichters gekaapte rekening en is weg. De daders hebben daarvoor alleen een computer nodig en een flinke portie criminele energie. Elk jaar maken ze zo miljoenen euro buit.

    In 2020 wilde de recherche het criminele forum een harde slag toebrengen. Veertienhonderd agenten doorzochten een flink aantal gebouwen. Lamgelegd hebben ze het netwerk duidelijk niet. Want enkele chatberichten schreven lockdownlothar en 3komma3 pas begin dit jaar.

    De mensen achter zulke pseudoniemen opereren niet in een bende, het zijn lone wolves

    Uit de gesprekken blijkt dat mensen achter zulke pseudoniemen niet in een bende opereren, het zijn lone wolves. Ze frauderen allemaal op eigen houtje. Maar ze onderhouden wel contact met elkaar, ze bieden elkaar diensten aan, sommigen worden ook echte maatjes. De Süddeutsche Zeitung kon ruim 20.000 chats inzien en de echtheid ervan steekproefsgewijs controleren via enige eruit voortvloeiende bitcoin-transacties. Zo kom je heel dicht bij de vermoedelijke fraudeurs – tot bij hun onderlinge chatverkeer. sway schreef tussen eind januari en begin april 7300 berichten, meer dan enig andere persoon in het chat-bestand. Wat drijft iemand die thuis waarschijnlijk honderdduizenden euro’s verdient met oplichting vanaf zijn computer?

    Werktijden

    Zijn normale ‘werktijd’ ligt klaarblijkelijk tussen elf uur ’s ochtends en 10 uur ’s avonds, de meeste berichten heeft hij binnen dit tijdsbestek geschreven. Waarom er juist van sway zoveel chats in het bestand zitten, is vooralsnog niet duidelijk. Mogelijk is hij zeer actief is in de scene en beschikt hij over een groot netwerk. Maar het is ook mogelijk dat iemand hem een loer heeft willen draaien.

    Zijn job in de scene is die van shop filler, schrijft sway aan een van zijn chatpartners. Dat kan weinig anders betekenen dan dat hij nepwinkels opzet en zijn bankrekeningen spekt met geld van mensen die daar intrappen. Uit de chats blijkt verder dat hij mensen ook oplicht met nepadvertenties op eBay.

    Elke dag chat sway met dienstverleners die hem veel werk uit handen nemen – en daarbij fors meeverdienen. In de chats informeert sway naar hun diensten, pingelt af van hun prijs, bekritiseert slechte waar. Hij koopt diensten in, vermoedelijk om zelf te kunnen frauderen. Dit systeem staat bekend als crime as a service. Met 30 pseudoniemen had sway in de genoemde drie maanden contact. Voor sommigen lijkt hij een vaste klant, anderen zijn waarschijnlijk vooral vriendjes.

    Dit soort nepadvertenties verschijnt ook bij Amazon of andere online marktplaatsen

    Dagelijks besteedt sway een deel van de dag aan het lokken van potentiële slachtoffers met fakeadvertenties op eBay. Daarvoor kopiëren oplichters meestal bestande bonafide advertenties en proberen zij die op het platform te plaatsen. Dit soort nepadvertenties verschijnt ook bij Amazon of andere online marktplaatsen. sway laat zulke advertenties – in de chats noemt hij ze ‘insis’ – door anderen in elkaar zetten. Zoals door raes:

    3komma3 hoi 3komma3 wil graag paar insis kopen 3komma3 10x op proef raes nicheproducten? 3komma3 joe raes er zijn 80, in de aanbieding

    Aan het eind van het gesprek koopt sway voor 150 euro advertenties. Daarmee creëert hij voor zichzelf de mogelijkheid om in het tijdsbestek van een maand zo’n 35 miljoen gebruikers op eBay te bestelen.

    Technische voorzorgsmaatregelen

    En eBay? Het bedrijf is op de hoogte van het probleem en treft naar eigen zeggen technische voorzorgsmaatregelen, neemt goed nota van klachten van gebruikers en waarschuwt voor opvallende zaken. Een woordvoerder zegt dat klanten beter niet vooruit kunnen betalen en dat het platform er alles doet om de veiligheid te garanderen. 

    sway heeft op dat moment twintig nieuwe advertenties. Het geld dat daarmee gemoeid is stuurt hij naar raes, natuurlijk niet via een bankoverschrijving, maar via bitcoin wallet. Dat is de digitale portemonnee waarmee je cryptovaluta zoals bitcoins kunt verzenden en ontvangen. Elke transactie die ooit met bitcoin is gedaan, wordt vastgelegd in de blockchain en kan met behulp van eenvoudige online tools door iedereen publiekelijk worden ingezien. En inderdaad, enkele uren na sways bericht legt de blockchain een transactie vast van omgerekend ongeveer 150 euro.

    serkan36: broer, ik moet gewoon junky stuff hebben voor te adverteren

    Vooral nicheproducten zijn gewild. Experts zeggen dat mensen met name in de val lopen als een product moeilijk verkrijgbaar is en kopers bereid zijn vooraf te betalen. Dan kan het net zo goed om de nieuwe Playstation als om een zak openhaardhout gaan. De vermoedelijke dienstverlener in de misdaad heeft als insider tip roeimachines aanbevolen, die gaan momenteel ‘als broodjes over de toonbank’. Geen wonder, in tijden van pandemie willen mensen immers thuis kunnen sporten. Het vraagstuk van producten die bijzonder ‘goed lopen’ houdt sway sowieso regelmatig bezig. Vaak gaat dat in een heel eigen vaktaaltje:

    serkan36 broer serkan36 ik moet gewoon junky stuff hebben voor te adverteren 3komma3 wat is junky stuff serkan36 so dj shit un gitaren serkan36 dan gaan de mensen los 3komma3 oke bro 3komma3 vet veel adverteren 3komma3 aanval ok serkan36 ja maar ik moet ook gewoon advertenties hebben die knallen serkan36 un geen inbouwkeukens un grasmaaimachines serkan36 doe mij platenspelers un so djay shitzooi.

    In de chats gaat het verder over halters, paardenzadels, kettingzagen of elektrische scooters. De vermeende gangsters scannen voortdurend de markt – en zetten daarop hun val. Zeker de maand december betekent voor internetfraudeurs hoogconjunctuur: ‘Hoe vaker mensen online shoppen, hoe vaker ze in de val van de nepshop trappen,’ waarschuwt Iwona Husemann van de consumentenbond Noordrijn-Westfalen. Door de 2g-regel in de detailhandel zullen dit jaar waarschijnlijk heel veel mensen kiezen voor onlineshopping, denkt ze. Daarbij komen nog de leveringsproblemen bij speelgoed en elektronica – reden temeer om elders op zoek te gaan naar aanbiedingen.

    Nepshopproject

    Behalve met nepadvertenties op eBay probeert sway consumenten klaarblijkelijk ook om de tuin te leiden met nepshops. In plaats van hier en daar een losse nepadvertentie zet sway daartoe meteen een complete website op. Die moet alles weghebben van een bonafide onlineshop met een groot aanbod. Alles op zo’n site is fake. Voor zijn meest recente nepshopproject geeft sway opdracht aan weer een andere chatpartner, die zichzelf op Crimenetwork simonerus noemt. Zijn taak: de inhoud kopiëren van de sites van solide online-postorderbedrijven en deze nabouwen voor de nepwinkels. De twee werken al een paar dagen samen. Ondertussen raken ze aan de praat, over bitcoins en het geld dat ze met onlinefraude binnenhalen:

    sway te veel geld uitgegeven laatste tijd simonerus haha. wat heb je nog zo opgescharreld sway poeh paar auto’s simonerus hoe maak je zo veel geld zonder wat te doen sway nou ik leef van het maanden geleden verdiende nog haha simonerus wat was dat dan 20 30k sway nene. was wel goed simonerus ik heb 700 gemaakt ongeveer. vorig jaar sway dan heb je echt grote uitgaven simonerus dit jaar wil ik 1mio halen. hoe dan ook simonerus dan eventjes rustig aan

    Even later schrijft sway dat hij in het afgelopen jaar tussen de 100.000 en 200.000 euro heeft verdiend. Of dat klopt kan de Süddeutsche Zeitung niet controleren. Maar de bedragen die hij blijkens de bitcoin-transacties overmaakt doen vermoeden dat er in zijn zaakjes wel degelijk veel geld omgaat.

    Volgens de recherche zijn maar weinig onlinefraudeurs professioneel programmeur laat staan hacker

    Volgens de recherche zijn maar weinig onlinefraudeurs professioneel programmeur laat staan hacker. Waarom ook al die moeite? Gedetailleerde instructies voor onlinefraude staan op fora als Crimenetwork. Daar worden zakelijke en persoonlijke dingen besproken. Iemand schrijft dat hij als kind Pokemon-kaarten heeft gestolen, een ander werkt niet als zijn vriendin over de vloer is. En soms krijgen ze wroeging, iemand schrijft: ‘Jezelf op de borst slaan kun je niet, om eerlijk te zijn. Zeker ook omdat je altijd bang moet zijn dat je ’s ochtends hardhandig wordt gewekt.’ Hij bedoelt: door de politie.

    Sway alias 3komma3 wacht kennelijk een volgende stap. Als een slachtoffer toehapt op een van zijn eBay-advertenties of nepshops, heeft hij immers een factuur nodig zodat de handel er zo echt mogelijk uitziet. Voor dienstverlener bigfootcnw een fluitje van een cent:

    3komma3 hoi 3komma3 kun je me snel un rekening voor un koffiemachine knutselen bigfootcnw hi bigfootcnw ben jij sway ? 3komma3 yep 3komma3 die machine is et 3komma3 lukt et vllt in 5 min bigfootcnw Ik ben al bijna klaar

    Identiteitskaarten en pakketzegels

    Zo vervalsen mogelijke cybercriminelen als sway waarschijnlijk ook foto’s van identiteitskaarten en pakketzegels. Sway koopt zo’n zegel bijvoorbeeld bij Whit3cnw. Hij schrijft: ‘Heb un 100% tid-graad nodig gaat dat snel.’ tid, weer zo’n afkorting. Zij staat voor Transaction id, het trackingnummer waarmee de verzendstatus van pakketten gevolgd kan worden. Het is gekocht met een valse identiteit. Waarschijnlijk zal sway zijn denkbeeldige pakket nooit verzenden, maar met een echt trackingnummer kan hij zijn slachtoffers langer aan het lijntje houden.

    Om met zijn slachtoffers af te kunnen rekenen mist sway nu nog een bankrekening. Zijn eigen rekeningnummer kan hij immers niet gebruiken. Op Crimenetwork koopt hij daarom waarschijnlijk een zogeheten bankdrop, een eerder door een oplichter gekaapte rekening. In de chats komen heel vaak gekaapte rekeningen van online banken zoals n26, Fidor of de Postbank terug. Veel minder vaak, maar daarom des te gewilder en duurder, lijkt er sprake te zijn rekeningen van de Sparkasse en de Consorsbank.

    Een gejatte bankrekening is een belangrijk onderdeel van deze zwendel

    Een gejatte bankrekening is een belangrijk onderdeel van deze zwendel. Ze bestaan dankzij de naïviteit van het publiek. Mensen surfen op internet en zien daar een goed gecamoufleerde advertentie van oplichters: ‘Testpersonen gezocht voor opening van een bankrekening.’ Nietsvermoedend klikken zij erop en openen zo een rekening bij een bank. In ruil daarvoor krijgen ze van de oplichters wat geld – een kleine tegemoetkoming voor de moeite. Vervolgens vragen de oplichters de mensen om hun toegangsgegevens. Zij zullen het rekeningnummer dan weer afsluiten. Maar dat is, net als het hele testgebeuren, een leugen. Zodra de mensen hun gegevens hebben doorgegeven kunnen de oplichters het legaal geopende bankrekeningnummer gebruiken alsof het van hen is. Als de koper bij eBay vervolgens geld overmaakt, belandt dit op de gekaapte rekening en vloeit het van daaruit weer weg. Zonder ook maar een spoor achter te laten naar de dader. In plaats daarvan komt de argeloze testpersoon in beeld. 

    Als de politie met de slachtoffers contact opneemt, is het vaak al te laat en zijn de daders gevlogen. Desgevraagd zeiden alle banken dat ze zich bewust waren van het probleem en dat dit als gevolg van de pandemie ook groter was geworden. Ze gingen er actief mee aan de slag, met technische oplossingen en via voorlichting. Maar zolang mensen nietsvermoedend in de trucjes van oplichters trappen valt het frauduleus openen van bankrekeningen niet volledig te voorkomen. Daarover is iedereen het eens.

    Omdat alles anoniem en snel verloopt, is het voor de recherche lastig de oplichters te achterhalen

    Als de politie bij de slachtoffers voor de deur staat is het meestal te laat. Omdat alles anoniem en snel verloopt, is het voor de recherche lastig de oplichters te achterhalen. Voor consumenten is dat geen goed nieuws. Ze zijn min of meer machteloos en kunnen op een dag een waarschijnlijke oplichter zoals sway tegen het lijf lopen. In een van de chats duikt zijn telefoonnummer op. Als Süddeutsche Zeitung hem belt, neemt hij niet op. Hij antwoordt via Telegram Messenger. Op onze aantijgingen wil hij in eerste instantie niet reageren, hij schrijft dat het ‘waarschijnlijk om een misverstand’ gaat. Als we doorvragen stuurt hij links naar het socialemediaprofiel van de drie betrokken SZ-redacteuren, zegt dat hij daar wel iets mee kan en dat ze maar eens goed moeten nadenken of ze hun verhaal wel willen publiceren. Vooralsnog is het zijn laatste bericht.

  • Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    Miljarden bankbiljetten zijn spoorloos. Waarom maakt niemand zich daar druk om?

    In veel winkels kun je al niet meer met contant geld betalen, toch beleeft ouderwets papiergeld hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten is in twintig jaar verdriedubbeld tot 75 miljard pond. Maar 50 miljard pond is van de radar verdwenen. Hoe is dat mogelijk?

    In oktober 2020 kwam Tara Hanlon op een zaterdagavond met vijf koffers naar Heathrow. Toen de douane de jonge vrouw vroeg waarom ze zo veel bagage bij zich had, legde ze uit dat ze met vrienden naar Dubai vloog en nog niet wist welke kleren ze daar wilde dragen. Met haar lange haar, pronte lippen en geprononceerde wenkbrauwen had ze wel iets weg van Kim Kardashian, en ook haar uitleg was een diva waardig, maar de douanier nam er geen genoegen mee. 

    Haar bagage werd doorzocht en bleek stapels bankbiljetten te bevatten (1.940.120 pond [ruim 2,3 miljoen euro] in totaal) die waren bestrooid met koffie, blijkbaar in een poging de snuffelhonden op een dwaalspoor te zetten. De politie gaf later een foto vrij van alle stapeltjes bankbiljetten naast elkaar op een tafel – de Britse vorstin staarde je vanuit alle hoeken aan. Het was de grootste inbeslagname van contant geld in Groot-Brittannië dat jaar.

    Toen ik op mijn telefoon een melding kreeg over het nieuws van die vangst, had ik al in maanden geen bankbiljet meer in handen gehad. Ik was bijna vergeten hoe glad zo’n polymeren briefje van 10 in je vingers voelt. Sinds het begin van de lockdown accepteerden de winkels in mijn buurt, zoals in heel het land, alleen nog pinbetalingen, uit angst dat briefgeld het virus kon overdragen. Het aantal opnames uit geldautomaten kelderde tot ongeveer de helft van het aantal in 2019. Maar de daling van het gebruik van papiergeld is al ver voor de coronacrisis begonnen. Al sinds 2017 worden in Groot-Brittannië meer winkelaankopen betaald met pintransacties dan met contant geld. De pandemie heeft die trend alleen maar versneld.

    GettyImages 1234215757 a
    Tara Hanlon komt aan in Isleworth Crown Court, West-Londen, waar ze twee jaar en tien maanden gevangenisstraf kreeg nadat ze schuld bekende aan witwaspraktijken ter waarde van meer dan 5 miljoen pond. –  © Yui Mok / PA Images / Getty

    Toch lijkt contant geld ook zonder de steun van saaie consumenten als ik zich nog prima te redden. Sterker nog, het beleeft hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten die in omloop zijn is volgens de Britse Rekenkamer de afgelopen twintig jaar verdriedubbeld en bedraagt nu zo’n 75 miljard pond. 

    Als je naar een verklaring voor die grote vraag naar contant geld zoekt, zijn daar weinig openbare gegevens over te vinden. Slechts een derde van die 75 miljard gaat om in het soort alledaagse transacties die de overheid kan vastleggen. De resterende 50 miljard zwerft ergens rond zonder dat men weet waarvoor het wordt gebruikt. ‘De Bank of England weet niet waar, door wie of waarvoor en lijkt er ook niet erg benieuwd naar,’ aldus Meg Hillier, voorzitter van een parlementaire commissie die zich onlangs boog over de toekomst van contant geld.

    Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone

    Dat gebrek aan interesse beperkt zich niet tot de Bank of England. Nergens lijken centrale banken zich erg druk te maken om al die ontraceerbare biljetten. Alleen al in 2020 is de gezamenlijke waarde van alle papieren dollars die in omloop zijn met 16 procent gestegen en daarmee voor het eerst boven de 2 biljoen dollar gekomen, viermaal zoveel als twintig jaar geleden. Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone. En toch wordt contant geld zowel in de VS als in Europa door de meeste mensen nauwelijks nog voor grotere aankopen gebruikt dan een kop koffie.

    Dat de hoeveelheid contant geld zo is gegroeid terwijl er steeds minder geregistreerde betalingen mee worden verricht is een echte denkpuzzel, en zo kijken de meeste centrale banken er ook tegen aan. Af en toe komen ze met een speculatieve verklaring waarin weinig urgentie doorklinkt. Toch toont het geval van Tara Hanlon wel aan dat al die verdwenen bankbiljetten meer zijn dan alleen een rimpeltje in een abstract model. Volgens de Britse opsporingsdiensten vertegenwoordigt de vangst slechts een fractie van al het geld dat jaarlijks het land uit wordt gesmokkeld. Misschien is de echte vraag niet wat er met al dat contant geld gebeurt, maar waarom het de mensen die de geldpers bedienen zo onverschillig laat.

    De eerste centrale bankier die erkende dat er met briefgeld iets vreemds aan de hand was, was Andrew Bailey in 2009. Nu is hij hoofd van de Bank of England, destijds was hij er hoofdkassier. Sinds 1853 staat op elk Brits bankbiljet de handtekening van de hoofdkassier, wiens taak het is ervoor te zorgen dat er in Groot-Brittannië genoeg geld in omloop is. Bailey verkeerde dus in een goede positie om te weten wat er gebeurde met al het geld dat er wordt gedrukt.

    Elektronisch geld 

    Contant geld stond in 2009 niet bovenaan het prioriteitenlijstje van de Bank of England. Na de kredietcrisis van 2007-2008 begonnen centrale banken aan een radicaal project om krediet goedkoop te houden, de zogenaamde kwantitatieve verruiming. Dat wordt vaak omschreven als het laten draaien van de geldpers, al wordt er niet daadwerkelijk geld bijgedrukt. In plaats daarvan scheppen de centrale banken elektronisch geld dat ze gebruiken om staatsobligaties en andere effecten op te kopen.

    De kwantitatieve verruiming heeft een duizelingwekkende hoeveelheid nieuw geld in omloop gebracht, vooral sinds de pandemie: aan het begin daarvan injecteerde de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zo’n 3 biljoen dollar in de economie. De toename van de hoeveelheid elektronisch geld is vele malen groter dan de stijging van het aantal gedrukte bankbiljetten, en is er verder niet zo relevant voor. Maar die toename van de hoeveelheid elektronisch geld verklaart misschien wel waarom zo weinig mensen zich druk maken om al dat briefgeld dat spoorloos is.

    ANP 361063843g 1
    Frank Grap, medewerker van het US Bureau of Engraving and Printing (BEP), haalt een vel gedeeltelijk bedrukte biljetten van twintig dollar 
    uit de printer voor inspectie, Washington D.C.  © Karen Bleier / AFP

    Al was er dan een financiële crisis en werden er overvloedige hoeveelheden elektronisch geld bij gemaakt, Bailey bleef ook verantwoordelijk voor de prozaïschere taken van de centrale bank. Alle grote centrale banken hebben een ‘elastische’ geldvoorziening, wat inhoudt dat ze de financiële instellingen zoveel contant geld laten opnemen of storten als zij of hun klanten willen. Een commerciële bank laat elektronisch geld bijschrijven in het grootboek van de centrale bank, die dat bedrag dan uitkeert in bankbiljetten die kunnen worden opgenomen in een geldautomaat of gedistribueerd naar geldwisselkantoren. Het doel is duidelijk: iedereen die wil, moet geld kunnen opnemen.

    Historisch gezien was de Bank of England er altijd op gericht de vraag naar contant geld bij te benen (pas sinds de jaren zestig kunnen Britten met een creditcard betalen). De bank laat haar geld drukken door De La Rue, een particulier bedrijf dat voor verschillende landen geld drukt. Maar toen Bailey in 2009 een lezing gaf op een conferentie in Washington D.C., waren digitaal betaalverkeer en online-winkelen al zo gemeengoed geworden dat er voor de centrale banken een nieuw probleem leek op te doemen: wat moesten ze doen met het papiergeld waarnaar geen vraag meer was?

    Dat was de vraag waarop Bailey voor zijn publiek van valutadeskundigen en centrale bankiers nader inging. Hij wees erop dat het aandeel van alle aankopen die cash werden betaald in twintig jaar tijd was gehalveerd. Maar hij had een verrassing in petto voor wat hij de ‘cash-is-doodlobby’ noemde: in diezelfde periode was de vraag naar contant geld ook gestegen. Hij noemde dat ‘de paradox van de bankbiljetten’.

    Bailey had daar een tweeledige verklaring voor. Ten eerste had de kredietcrisis het vertrouwen in banken aangetast, betoogde hij, zodat veel mensen liever contant geld in huis hadden. En ten tweede groeide het aantal geldautomaten en was er meer briefgeld nodig om die gevuld te houden. Die verklaringen waren niet echt toereikend, want de toename van de hoeveelheid contant geld dateerde al van voor de explosieve groei van het aantal geldautomaten en van voor de kredietcrisis (al had die crisis de toename wel versneld). En vanuit ons huidige perspectief schieten ze helemaal tekort. In Groot-Brittannië is het aantal geldautomaten nu aan het dalen en de financiële crisis ligt alweer ver achter ons, maar zowel het aantal bankbiljetten in omloop als hun totale waarde groeit steeds sneller.

    Elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op

    De Amerikaanse centrale bank had zo zijn eigen kijk op de paradox: omdat de inflatie zo laag was, voelden burgers geen behoefte hun geld op de bank te zetten. Als het geld zijn waarde toch wel behoudt, waarom zou je dan de moeite nemen om de stad in te rijden en een stortingsformulier in te vullen? Daarnaast waren de rentetarieven al sinds 2008 ongekend laag, zo betoogde de Fed, dus spaarders waren er nauwelijks bij gebaat om geld op hun rekening te zetten: elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op.

    Die twee verklaringen pasten mooi bij elkaar en klonken ongetwijfeld overtuigend voor iedereen die zijn tijd vooral doorbrengt met nadenken over inflatie en rentetarieven. Maar in de echte wereld klinken ze nogal bizar. Voor de meesten van ons is een bankrekening geen kwestie van winst of verlies, maar van zekerheid: je voorkomt ermee dat je al je spaargeld in één keer kwijtraakt aan een brand, een inbraak of een knaagdierenplaag. En je verhindert jezelf om in een opwelling met al je geld naar het casino te gaan en alles op zwart in te zetten. Allemaal goede redenen om je spaargeld naar de bank te brengen, hoe laag de rente ook staat. (Zo’n 5 procent van de Amerikaanse huishoudens maakt geen gebruik van een bank, meestal omdat ze niet genoeg geld hebben om te voldoen aan de minimumeisen.)

    Andere economen hebben andere verklaringen geopperd, meestal gerelateerd aan de omstandigheden van een specifiek moment: dat de hoeveelheid briefgeld in omloop stijgt omdat de situatie te stabiel is, of te onstabiel is, omdat mensen te weinig vertrouwen in financiële instellingen hebben om zich daarmee in te laten, of omdat er zo veel gebruik wordt gemaakt van geldautomaten. Deze verklaringen kunnen niet allemaal tegelijk opgaan, ze zijn vaak strijdig met elkaar.

    Paradox

    Toch zijn al deze verklaringen nog beter dan die waar de Europese Centrale Bank (ECB) in februari 2021 mee kwam, toen die een lang rapport over de paradox van de bankbiljetten uitbracht. Na analyse van de cashtransacties in de landen van de eurozone kwam de bank tot de conclusie dat maar ongeveer een vijfde van de in omloop zijnde bankbiljetten in het betalingsverkeer werd gebruikt – een aandeel dat sinds het begin van de coronapandemie nog verder is geslonken. Maar in 2020, het jaar van de pandemie, was de vraag naar bankbiljetten blijkbaar zo hoog dat de centrale banken van de eurozone voor zo’n 140 miljard euro aan geld hebben bijgedrukt. De waarde van de bankbiljetten die nu in omloop zijn nadert de 1,5 biljoen euro.

    ‘Deze schijnbaar onmogelijke paradox kan worden verklaard uit de vraag naar bankbiljetten als waardeopslag in de eurozone in combinatie met de vraag naar eurobankbiljetten buiten de eurozone,’ zo luidde de conclusie van de ECB. Denk het jargon even weg en er staat gewoon dat mensen bankbiljetten willen omdat mensen bankbiljetten willen. Niet waarom ze dat willen.

    Als je echt meer te weten wilt komen over de onzichtbare vraag naar contant geld, is het geen gek idee om je licht op te steken bij Kenneth Rijock. Deze charmante Vietnamveteraan met een vierkante kin en een gulle glimlach heeft tegenwoordig alle tijd om met je in een koffietentje van gedachten te wisselen. In de jaren tachtig zou hij daar geen tijd voor hebben gehad: toen was hij druk met geld witwassen voor drugdealers in Miami.

    Hij propte sjofele oude koffers vol met geld en reed daarmee naar het vliegveld, uitgedost als ‘de sufste toerist die ooit uit een vliegtuig was gestapt’. Dan vloog hij naar een piepklein staatje in de Cariben, naar een bank die al dat geld zonder naar de herkomst te vragen maar al te graag op de rekening van een brievenbusfirma liet storten. Was het eenmaal omgezet in giraal geld, dan sluisde hij het via banken in verschillende landen eerst naar allerlei tussenrekeningen om het moeilijk traceerbaar te maken, om het ten slotte weer over te maken naar Florida, waar zijn klanten het in vastgoed konden steken, alsof het wit geld was.

    Die gouden tijd van offshorebankieren door criminelen is voorbij. Eind jaren tachtig begonnen overheden banken te verplichten tot strengere controle op het geld dat ze doorsluisden. En dat toezicht is zeker na 9/11 alleen maar intensiever geworden. (Rijock liep zelf tegen de lamp en verdween in 1990 achter de tralies. Tegenwoordig adviseert hij opsporingsdiensten over het aanpakken van criminelen.)

    Offshorerekeningen zijn tegenwoordig een heel riskante manier om illegaal verkregen geld naar een ander rechtsgebied te sluizen. En cryptomunten zijn niet-liquide, onstabiel en moeilijk uit te geven in de legale economie. Daarom grijpen criminelen vaak terug op de oudste technologie, die anoniem, robuust en universeel geaccepteerd is. ‘Het smokkelen van grote hoeveelheden contant geld is de botste en primitiefste maar nog steeds de effectiefste manier om ongezien geld wit te wassen,’ zegt Rijock.

    Dus terwijl de centrale bankiers overpeinzen waar hun bankbiljetten toch zijn gebleven, is dat volgens de bestrijders van witwaspraktijken niet zo’n mysterie. Volgens sommige schattingen wordt misschien wel de helft van al het contant geld in omloop door criminelen gebruikt om te ontkomen aan het steeds intensievere toezicht van de overheid op het betalingsverkeer.

    Vijf koffers vol geld

    De avonturen van Tara Hanlon zijn daar een voorbeeld van. Ze kreeg 3000 pond om met die vijf koffers vol geld naar Dubai te vliegen, en op drie eerdere reisjes had ze in totaal al 3,5 miljoen pond het land uit gesmokkeld. ‘Die koffers zijn ZWAAR. En niemand die je helpt. Staan alleen maar te kijken. Ik dacht echt van hallo,’ appte ze naar de vrouw die haar had geronseld. Ze maakte deel uit van een netwerk van koeriers die crimineel geld naar de Verenigde Arabische Emiraten smokkelen, waar de gebrekkige rechtshandhaving een ideale omgeving creëert voor het witwassen van zwart geld.

    Het Britse National Crime Agency (NCA), dat zich bezighoudt met de bestrijding van de georganiseerde misdaad, heeft geanalyseerd hoeveel bankbiljetten er worden gedrukt, hoeveel er bij geregistreerde transacties worden gebruikt en wat de omvang van de criminele economie in het land is. De conclusie is dat er elk jaar zo veel geld het land uit gaat dat er vrachtwagens nodig zijn voor het vervoer. De NCA heeft dan ook een nieuwe taakgroep opgezet om de geldstromen te onderzoeken, ‘Project Plutus’.

    Groot-Brittannië is niet het enige land dat moeite heeft om in beeld te krijgen hoeveel geld er illegaal de grens over gaat. Er zijn ook miljarden dollars in omloop buiten de VS, en 750 miljard aan euro’s buiten de eurozone. Dat zal niet allemaal voor louche doeleinden worden ingezet, maar het is duidelijk dat er sprake is van een enorm mondiaal schaduwbankstelsel waar de autoriteiten praktisch geen vat op hebben.

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren

    Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren. En handhavers en compliance-officers doen wel hun best om criminelen de toegang tot het mondiale bankenstelsel steeds moeilijker te maken, maar ondertussen hebben de mensen die een rem kunnen zetten op de beschikbaarheid van contant geld nauwelijks oog voor het probleem. 

    De kern van de complexe relatie die centrale banken met contant geld hebben is gelegen in het muntloon, een begrip zo oud dat er in het Engels een Oudfrans woord voor wordt gebruikt: seigniorage, ‘wat wordt opgeëist door de seignior’, oftewel de landheer. In de tijd dat zich voor het eerst staten begonnen te vormen, eisten de vorsten het monopolie op de uitgifte van muntgeld op. Het goud ging naar de Munt om te worden gewogen en getaxeerd, waarna er munten van werden geslagen met daarop een afbeelding van de vorst als een garantie voor de kwaliteit. Seigniorage was het bedrag dat de vorst hiervoor opstreek.

    Dat leverde die vorsten grif geld op, zeker toen ze eenmaal beseften dat ze om de zoveel jaar met een nieuw muntontwerp konden komen, zodat de munten geregeld moesten worden omgesmolten en opnieuw geslagen. En de winsten stegen nog verder toen men er ook andere, goedkopere metalen voor ging gebruiken, al hielden de vorsten vol dat de nieuwe munten dezelfde waarde hadden als hun voorgangers van goud of zilver.

    Maar het slaan van al die munten was een bewerkelijke zaak en dat beperkte de hoeveelheid geld die op deze manier kon worden gemaakt. Een grote stap vooruit werd in de zeventiende eeuw gezet, toen Europese centrale banken eerst zelf bankbiljetten begonnen uit te geven en later ook bepaalden dat niemand anders daartoe gerechtigd was. Het drukken van een bankbiljet kost slechts een paar cent, maar de waarde van het biljet is wat erop gedrukt staat. Zo begonnen de seigniorage-inkomsten lekker op te lopen.

    In het tijdperk van elektronisch geld is het moeilijker om dat muntloon te berekenen dan in de Middeleeuwen, maar het idee blijft hetzelfde: het is de opbrengst van het monopolie op de uitgifte van geld. Het drukken van een biljet van 100 dollar, een fraai versierd stukje papier dat 100 dollar waard is louter omdat de Amerikaanse overheid dat zegt, kost een schamele 14 cent. En elke keer dat de Fed zo’n briefje uitgeeft, kan ze de resterende 99,86 dollar dus investeren in iets wat rente oplevert. Het is wel duidelijk: geld drukken geeft centrale banken een vrijbrief om geld te drukken. 

    Aan het drukken van de bijna 2 miljoen pond van Tara Hanlon zou de Bank of England meer dan 1,5 miljoen pond hebben verdiend (het drukken van een pondbiljet kost maar een paar penny). Een deel van die opbrengst gaat op aan diverse kosten, maar de rest komt ten goede aan de schatkist. Seigniorage is dus een mooie bron van inkomsten voor een regering – als je even vergeet hoeveel geld belastingontduiking en de georganiseerde misdaad de schatkist kosten.

    Apathie

    Als er al een keer een debat is over waar alle bankbiljetten in de wereld toch naartoe gaan, komt dat lucratieve muntloon bijna nooit ter sprake. Volgens Kenneth Rogoff, econoom aan Harvard en schrijver van het boek The Curse of Cash, praten economen liever over verfijnde nieuwe concepten als kwantitatieve verruiming dan over zoiets prozaïsch als de vraag hoe bankbiljetten eigenlijk worden gemaakt. ‘Economen hebben de neiging om te denken: Dat is niet keynesiaans, dus dat doet er niet toe,’ zegt hij. 

    En waarschijnlijk speelt ook apathie een belangrijke rol in de bereidheid van centrale bankiers om geld te blijven drukken. De opgave om fundamentele hervormingen voor de geldvoorziening te bedenken is weinig aanlokkelijk in een situatie waarin er al zoveel andere eco-nomische problemen zijn om je zorgen over te maken.

    Maar Peter Sands, oud-topman van de bankengroep Standard Chartered, denkt dat de seigniorage-inkomsten mede verklaren waarom er geen actie wordt ondernomen. ‘Als een geneesmiddel ongunstige bijwerkingen heeft, wordt de fabrikant verplicht uitgebreid onderzoek te doen naar de frequentie, de ernst en de onderliggende oorzaken daarvan,’ zo zei hij op een conferentie over de toekomst van contant geld in 2017. ‘Maar als de hoogste opsporingsambtenaar van het continent zegt dat contant geld een cruciale rol speelt in witwaspraktijken en de financiering van terrorisme, als de fiscus stelt dat het niet aangeven van cash-inkomsten de grootste bron van belastingontduiking is, zien we dan de producenten van contant geld ook hun best doen om daarover data te verzamelen en analyses op te stellen?’ Het antwoord was natuurlijk nee. ‘Ik wil hier niet beweren dat het allemaal alleen maar eigenbelang is,’ besloot Sands. ‘Maar ik denk dat je toch moet inzien dat hier sprake is van belangenverstrengeling.’

    De veroordeling van Tara Hanlon ging gepaard met een persbericht met foto’s en al waarin het National Crime Agency zichzelf op de borst sloeg. Maar binnenskamers was de stemming bij de opsporingsdienst een stuk somberder. Het criminele netwerk waarvoor Hanlon werkte had niet echt veel moeite gedaan om voorzichtig te zijn met het smokkelen van die 2 miljoen pond. Dat wekte de indruk dat dit bedrag een druppeltje was in een grote oceaan van contanten die continu de grens over stroomt. ‘We moeten inzien dat criminelen niet in één keer 2 miljoen zouden proberen te smokkelen als ze zich grote zorgen maakten dat het wordt onderschept,’ kreeg ik van een opsporingsambtenaar te horen. ‘De omvang van deze vangst geeft waarschijnlijk alleen maar aan hoeveel zendingen ons ontgaan.’

    De Britse misdaadbestrijders hebben één troost: het Britse pond is niet de favoriete munt van de criminele netwerken. En één blik op de foto met het in beslag genomen geld van Hanlon maakt ook wel duidelijk waarom. Het waren bijna allemaal paarse briefjes van 20, met hier en daar een biljet van 10. Er was maar één briefje van 50 te zien, de grootste coupure die de Bank of England uitgeeft. In de zin van ruimte versus waarde zijn Britse bankbiljetten onaantrekkelijk voor smokkelaars: je hebt heel veel briefjes van 20 nodig om een groot bedrag te smokkelen. Had Hanlon haar hele buit in biljetten van 100 dollar vervoerd, dan had alles in anderhalve koffer gepast. Met briefjes van 500 euro had ze aan één koffer genoeg gehad. Dus als je geld wilt smokkelen, kun je beter de grote coupures van de EU en de VS gebruiken dan de flappen die de Bank of England drukt.

    Er zijn genoeg goede redenen voor centrale banken om geld te blijven drukken. Maar er zijn wel mensen die zich afvragen of het nou echt nodig is om zo veel grote coupures uit te geven. Meer dan 80 procent van al het dollargeld in omloop is in de vorm van briefjes van 100, meer dan zestien miljard biljetten in totaal, dus twee voor ieder mens ter wereld (en ik heb er geen, dus minstens één persoon moet er vier hebben). 

    Er zijn bijna vierhonderd miljoen paarse katoenflappen met de tekst ‘500 euro’ in omloop (al is de ECB in 2016 met het drukken daarvan gestopt op aandrang van de Franse regering, die meende dat de biljetten bijdroegen aan de financiering van terrorisme). In de eurozone zijn in totaal voor 750 miljoen aan biljetten van 200 euro gedrukt, en voor nog eens 3,5 miljard aan biljetten van 100. Waarom willen de meeste rijke landen die grote coupures niet afschaffen? India heeft dat in 2016 met zijn twee hoogste coupures immers al gedaan (al was het geen onverdeeld succes). 

    Iedereen op één lijn 

    Het probleem is, zoals zo vaak bij de regulering van het internationale financiële systeem, dat het zo moeilijk is om iedereen op één lijn te krijgen. Zodra de Fed of de ECB bijvoorbeeld de grote coupures afschaft, stappen internationale criminelen en kleptocraten gewoon over op andere valuta. En dan gaan alle inkomsten van het drukken van bankbiljetten dus naar een centrale bank die wel grote coupures blijft uitgeven, zonder dat de andere landen de mondiale misdaad zien teruglopen. In afwachting van een wonderbaarlijk staaltje multilateralisme zal in de afzienbare toekomst het huidige systeem wel blijven voorbestaan.

    Afgelopen juni bekende Tara Hanlon in de rechtszaal via een videoverbinding dat ze schuldig was aan witwassen. Ze kreeg drie jaar celstraf opgelegd. Een week daarvoor had De La Rue, de drukkerij van het Britse papiergeld, haar jaarcijfers bekendgemaakt. De geldpers, gehuisvest in een modernistische fabriek in Essex die De La Rue in 2003 overnam van de Bank of England, draait op volle toeren, aldus 
    het bedrijf. Hoe dat komt? ‘De aanhoudend grote mondiale vraag naar contant geld.’ 

  • ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hoe Chávez de misdaad vrij spel gaf in Venezuela

    ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hoe Chávez de misdaad vrij spel gaf in Venezuela

    Onder voormalig leider Hugo Chávez zijn de eerste stappen gezet op weg naar het gewelddadige pact tussen politiek en misdaad in Venezuela en in de rest van Latijns-Amerika, aldus dit heldere betoog. Hoe kan de rest van de wereld leren van zijn fouten?

    Met de conflicten tussen rechtsstaat en criminaliteit beleeft Venezuela wellicht de ernstigste veiligheidscrisis in de geschiedenis van het continent. Uit de Venezolaanse situatie zijn belangrijke lessen te trekken voor heel Latijns-Amerika in de strijd van regeringen om het gezag over hun grondgebied. Venezuela is een extreem voorbeeld van de ene fout na de andere en in die zin een volmaakt handboek voor wat je niet moet doen.

    Veiligheid is mensenrecht nummer één. Aan gezondheid, onderwijs of andere grondrechten heb je niets als je wordt bedreigd of in angst leeft. Criminelen gedogen, formeel of daadwerkelijk een pact met hen sluiten, betekent burgers hun rust ontnemen en misdadigers ruim baan geven. 

    De veiligheidspolitiek van het huidige Venezuela gaat terug op 1999, toen Hugo Chávez de volgende publieke verklaring aflegde: ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hij zag delinquenten als slachtoffers van sociaal onrecht. Chávez hervormde de openbare veiligheid door haar te politiseren, ontmantelen en militariseren. Politieke tegenstanders werden gevaarlijker geacht dan criminelen. De oppositie werd vervolgd, misdaad werd getolereerd en de rechtsstaat verzwakte. Als gevolg groeide de misdaad exponentieel en inmiddels vecht de regering tegen honderden criminele bendes in het hele land. 

    Vóór Chávez gold Venezuela als een relatief veilig land, waar jarenlang miljoenen Colombianen hun toevlucht zochten om te ontsnappen aan de gewelddadigheden in eigen land. In 1990 stond het aantal moorden in Venezuela op 10 per 100.000 inwoners, rond 2002 steeg dat aantal naar 45 en in 2018 naar 81,4; het hoogste cijfer op het continent en wereldwijd een van de hoogste. 

    Vier regeringsbesluiten

    Samenvattend zijn het vier regeringsbesluiten geweest die deze ontwikkeling in de hand hebben gewerkt: de ontmanteling van de politie, de afspraken met de stedelijke gangs, het gevangenisbeheer door delinquenten en het beleid om guerrillastrijders uit Colombia onderdak te bieden. Hierover zei een linkse Braziliaanse vriend die werkzaam was bij de beveiliging van zijn land: ‘Het duurde even voor we doorhadden dat het kwaad bestaat en universeel is, en dat je misdadigers, preventieprogramma’s of niet, altijd moet vervolgen.’

    De oorspronkelijke partij van Chávez heette Movimiento Quinta República (Beweging van de Vijfde Republiek). De eerste drie republieken eindigden met de dood van Bolívar. De vierde werd door Chávez getypeerd als oligarchisch, neoliberaal, et cetera. Net als alle andere populisten ontkende hij het recente verleden en bepaalde hij dat de nieuwe geschiedenis begon met hem en zijn Vijfde Republiek, gebaseerd op een ‘revolutionair, links nationalisme’ dat de ‘bolivariaanse revolutie’ met zich meebracht. Chávez’ politieke hervorming hield onder andere de ontbinding in van alle bestaande politiecapaciteit. Dit leidde tot een afbraak van de veiligheid, evenals een afbraak van expertise, middelen, kennis en operationele capaciteit. 

    Het veiligheidssysteem werd ontmanteld en omgebogen om de regering te beschermen, niet de burgers

    Chávez pleitte voor een civiele hervorming van de politie om schending van mensenrechten te voorkomen, maar in de praktijk droeg hij de beveiliging over aan loyale militairen. Tweeduizend officieren werden bevorderd tot generaal. Deze politisering ging ten koste van de grondwettelijke basis, de discipline, de kwaliteit van de evaluaties, het promotiestelsel en alle denkbare professionele daadkracht. Het eind van het liedje was dat het veiligheidssysteem werd ontmanteld, van z’n professionaliteit ontdaan, gecorrumpeerd en omgebogen om de regering te beschermen, en niet de burgers. De delinquenten verdwenen naar het tweede plan, de prioriteit lag voortaan bij het bespioneren, controleren, vervolgen, gevangennemen en dagvaarden van tegenstanders, ook binnen het leger zelf. Ondertussen werden er concessies gedaan aan de delinquenten, die werden gedoogd en ongecontroleerd in aantal toenamen. 

    Om sociaal en politiek nader te komen tot de arme wijken waar misdaad voorkwam, werden in eerste instantie de zogenaamde círculos bolivarianos opgericht, sociale verbanden met een culturele en ideologische grondslag, daarna de beruchte colectivos, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de onderdrukking van tegengeluiden, en tot slot, toen de onveiligheid toenam, werd geprobeerd de buurten te pacificeren door zogenaamde ‘vredeszones’ te creëren. De connectie tussen sociale politiek en misdaad ontstond doordat Chávez zijn beleid voorstelde als een gewapende revolutie die verdedigd moest worden door middel van volksmilities. Maar zijn regering had een electorale basis, er was nooit sprake van een echte revolutie geweest. Het chavismo kon rekenen op stemmers, volgers en sympathisanten, maar er had geen strijd plaatsgevonden die voldoende ideologische activisten opleverde, er bestond geen revolutionaire mystiek, maar geld en cliëntelisme op grote schaal. Vandaar dat het chavismo, toen het erop aankwam de verdediging van de revolutie te organiseren, uiteindelijk gewelddadige figuren in de volkswijken ging rekruteren, onder wie de zwaarste delinquenten, die uiteraard eindigden als leiders die hun gemeenschappen controleerden uit naam van de bolivariaanse revolutie. Bij gebrek aan een revolutionair leger kocht Chávez de militairen om en bij gebrek aan volksmilities bewapende hij delinquenten.

    Politiek en misdaad

    Alles wat het chavismo op sociaal en politiek vlak in de gemeenschappen wilde doen, ging via de colectivos, die bovendien werden bewapend door de regering zelf. Op een gegeven moment stonden tienduizenden inwoners onder toezicht van beruchte delinquenten, aanvankelijk vrienden maar inmiddels vijanden van de regering. Uiteindelijk verloor het chavismo de controle over haar eigen monster en vond een late repressieve reactie plaats die uitliep op een bloedige oorlog, die de veiligheidsdiensten nu aan het verliezen zijn. In een poging het geweld een halt toe te roepen zag de regering zich genoodzaakt om een pact met de delinquenten te sluiten door middelen, diensten en toezicht aan hen over te dragen in gebieden waar de staat zich niet langer waagt.

    De vermenging van politiek en misdaad is niet voorbehouden aan Venezuela. Het paramilitairisme in Colombia liep uit op criminaliteit en drugshandel, denk aan de FARC en de ELN. In Nicaragua doken na de contrarevolutionaire oorlog bandieten op die de benaming recompas, recontras en revueltos kregen. In Mexico had je de Zetas, die voortkwamen uit de Fuerzas Especiales del Alto Mando, de hoogste speciale militaire eenheid in het Mexicaanse leger. In Argentinië ontpopten militairen uit de dictatuur zich als ontvoerders. In Guatemala werden de kaibiles, die de guerrilla’s in de jungle hadden verslagen, geronseld door Mexicaanse drugsdealers. In de jaren negentig gebruikten Zuid-Amerikaanse guerrillastrijders ontvoeringen als inkomstenbron in Brazilië en Mexico. Maar wat in Venezuela opvalt, is de massale schaal waarop met de criminelen wordt samengewerkt en de mate van macht die ze van de regering hebben gekregen.

    Vanwege de overbevolkte gevangenissen en de veelvuldige opstanden bedacht het chavismo een reclasseringsprogramma dat stoelde op het idee van de delinquent als slachtoffer. Ze creëerden een soort zelfbestuur in de gevangenissen, gevormd door de gevangenen zelf. Al met al kwamen de gevangenissen in handen van de zwaarste en gewelddadigste bajesklanten, want die waren het geschiktst om hun gezag te doen gelden en de onderlinge orde te handhaven. Maar het geweld en de opstanden hielden aan en de gevangenissen veranderden op den duur in domeinen onder crimineel toezicht. De gevangenen zijn gewapend, ze plannen delicten, organiseren feesten, beschikken over zwembaden en een pinautomaat om het geld van afpersingen en ontvoeringen te innen. De regering van Venezuela heeft op grotere schaal herhaald wat in Colombia in 1991 met Pablo Escobar gebeurde, die zijn eigen gevangenis mocht ontwerpen, die bekendstond als La Catedral [De Kathedraal].

    De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet

    Uiteraard vond niet iedereen dit de juiste weg. Er waren chavistische leiders die verklaarden dat je niet moest samenwerken met de maffia, maar het was te laat. De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet. Er zijn honderden bulletins, essays en al dan niet officiële video’s die getuigen van de grote misdaadexplosie en de oorlog waaronder Venezuela gebukt gaat. Laten we proberen een paar van de meest dramatische feiten samen te vatten. 

    Naar de precieze hoeveelheid bestaande bendes kan je natuurlijk slechts gissen. Bovendien splitsen ze zich vaak op, hergroeperen zich en wisselen constant van leider, zoals altijd en overal gebeurt met criminele groeperingen. Maar er is overweldigend bewijs dat het er honderden zijn. Ze zijn, zoals de Venezolaanse politie zelf erkent, in 18 van de 24 staten van het land werkzaam en operationeel verbonden met de zogeheten pranes die de gevangenissen controleren. De bendes hebben tienduizenden jongeren van gemiddeld 25 jaar en zelfs kinderen in hun gelederen. Ze beschikken over automatische geweren, handgranaten, pistolen, de nieuwste communicatiemiddelen, drones en soms nog zwaarder geschut, zoals raketwerpers en zware mitrailleurs. 

    De meeste bendes gebruiken namen die passen bij een criminele groepering, bijvoorbeeld Cara de Perro (Hondekop), Culón (Dikke Reet), Los Morochos (De Bruinen), Cara de Hulk (Hulkenkop), et cetera. Andere groepen zijn een duidelijk mengsel van misdaad en politiek; zo was er één die een politieke partij werd met de naam Tupamaros, die Maduro begon te bekritiseren. Maduro ontnam ze hun legaliteit, maar de Tupamaros belegden een gewapende bijeenkomst en kregen prompt hun legaliteit terug, met posities in het Nationaal Congres en al. In één geval creëerden de delinquenten hun eigen geldmiddel, de panal, met het gezicht van Chávez erop. De criminelen organiseren kinderfeesten, houden toezicht, vermoorden dieven die zich op hun terrein wagen, delen voedselpakketten uit die ze van de regering krijgen of stelen, organiseren begrafenissen, sportevenementen en concerten voor de bewoners, maar doen tegelijkertijd aan ontvoeringen, overvallen en afpersing. Ze handelen in drugs en voeren oorlog met andere bendes en met de politie als die hun territorium betreedt. 

    Precaire vrede

    In een artikel in The New York Times heet het dat ‘Maduro in zijn redevoeringen stabiliteit wil uitdragen terwijl het land ineenstort’. De gangs heersen in de wijk 23 januari, op maar vijftien minuten van het Palacio de Miraflores, de presidentiële residentie. Daar doet Maduro alle mogelijke concessies om een precaire vrede te handhaven. Vanaf 2015 heeft de politie pogingen gedaan om de belangrijke leider Carlos Luis Revete, alias el Koki, te pakken te krijgen. Zijn machtsgebied ligt in de zogenaamde Cota 905, op maar drie kilometer van het presidentiële paleis, maar el Koki sluit bondgenootschappen met andere bendes om zijn gezag uit te breiden naar andere wijken van Caracas. Acties om hem te stoppen zijn op niets uitgelopen. Er zijn veel doden gevallen, inclusief politiemannen en burgers. In juli dit jaar viel el Koki een kazerne van de nationale garde aan, waarna er drie dagen lang confrontaties plaatsvonden die zich uitstrekten tot belangrijke verkeersaders in de hoofdstad. Aan eerdere onderhandelingen met deze bende nam vicepresident Delcy Rodríguez deel, hierbij werd afgesproken dat de politie zich niet op het terrein van el Koki zou begeven.

    De grens tussen Venezuela en Colombia – in de deelstaten Táchira, Apure en Amazonas – is aan het veranderen in een soort derde land, beheerst door diverse Colombiaanse criminele groeperingen die dik geld verdienen aan de handel in drugs en goud en andere misdadige activiteiten. Deze groeperingen hebben zich ook uitgebreid naar de deelstaat Bolívar, op de grens met Brazilië. Net als in de stedelijke gebieden hebben de bendeleiders het op deze plekken voor het zeggen. Maar zoals te verwachten was, begonnen de FARC-dissidenten uiteen te vallen en raakten ze met elkaar in conflict over grondgebied en geld. Maduro besloot partij te kiezen, de controle te herwinnen en het geweld dat door zijn vrienden werd veroorzaakt te stoppen. Hij stuurde mei dit jaar het leger met geblindeerde voertuigen en zwaar geschut naar de deelstaat Apure, maar Maduro’s troepen leden een verpletterende nederlaag. De soldaten stapten op landmijnen, de geblindeerde voertuigen werden in hinderlagen gelokt en vernietigd; de teller stond op zestien doden, talrijke gewonden en acht militaire gevangenen. Uiteindelijk liep het uit op een onderhandeling met de Colombiaanse criminelen: ze lieten de gevangenen vrij en het leger trok zich terug en liet het gebied in handen van de FARC-dissidenten, die daar hun eigen republiek aan het stichten zijn onder de naam Segunda Marquetalia, naar de voormalige communistische boerenenclave. 

    Al met al is duidelijk dat het moreel bij de cipiers in de gevangenissen, de politiemensen en de militairen in Venezuela ernstig is aangetast. Van een strijdbare houding kan geen sprake zijn, want het heeft geen zin je leven te wagen om criminelen te bestrijden wie de regering zelf de hand heeft gereikt en gesteund. Anderzijds willen de corrupte en rijk geworden leiders een goed leven zonder gedoe, met als gevolg duizenden deserties. Maduro’s oplossing was het opzetten van een nieuw politiekorps onder de naam Fuerza de Acciones Especiales de la Policía Nacional Bolivariana, algemeen bekend als FAES, bedoeld voor speciale acties. Deze politie-‘elite’ houdt het gezicht bedekt, draagt geen legitimatie behalve een doodshoofd op het uniform, en vormt in feite een doodseskader. Volgens de cijfers die de regering overhandigde aan het team van de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, stierven alleen al in 2018 omstreeks  5300 mensen wegens ‘verzet tegen het gezag’. Deze agenten verdienen meer en hebben toestemming om zonder represailles te plunderen en te moorden. 

    Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op

    Hun slachtoffers zijn inwoners van de arme wijken die voorheen het chavismo onvoorwaardelijk steunden. De FAES bestaat in feite uit moordenaars, en dat was de enige oplossing die Maduro kon bedenken om te proberen een halt toe te roepen aan de criminele explosie waarvoor het chavistische beleid verantwoordelijk was. De FAES is er echter niet ter bescherming van de burgers maar van de regering, want de delinquenten ontvoeren graag familieleden van militairen of leden van de chavistische elite. Het uiteindelijke gevolg van Chávez’ politiehervorming is dat de politie en de bendes inmiddels moreel quitte staan. Ze bestaan beide uit gewelddadige, meedogenloze sujetten. Op 20 november 2020, tijdens een interview dat door de officiële televisie werd uitgezonden, gaf de hoofdaanklager van Venezuela, Tarek William Saab, toe dat de politiemensen van de FAES met behulp van delinquenten roofovervallen, autodiefstallen en ontvoeringen plegen. Het bewijst hoe een veiligheidspolitiek gebaseerd op toegeeflijkheid jegens de misdaad niet alleen het moreel van politiemensen aantast, maar hen uiteindelijk zelfs in delinquenten verandert. 

    Dat de concentratie van rijkdom onveiligheid met zich meebrengt mag vanzelfsprekend lijken, maar het feit dat de onveiligheid toeneemt bij herverdeling van de rijkdom, zoals in Venezuela gebeurde, maakt een einde aan de hardnekkige mythe dat armoede zou samenhangen met onveiligheid. India telt meer armen dan de Verenigde Staten, toch zijn er in de Verenigde Staten meer moorden per inwonersaantal. Armoede genereert niet automatisch onveiligheid; wat wel onveiligheid genereert is moreel verval, een zwakke staat, een cultuur van corruptie en politiek-sociale polarisatie. Een lange periode van politieke instabiliteit, van interne verdeeldheid of de vervorming of verkwanseling van de burgerlijke waarden kunnen een veel negatiever effect op de veiligheid hebben dan ernstige ongelijkheid. Het klassieke, emblematische voorbeeld is Sicilië, waar een direct verband bestaat tussen de geschiedenis van oorlogen, instabiliteit en geweld enerzijds en een afkeer van staatsbemoeienis en de macht van de maffia anderzijds.

    Privatisering van geweld

    Het is gebruikelijk dat er in het politieke debat zorgen worden geuit over de privatisering van de gezondheid, het water, het onderwijs, et cetera, maar er is maar heel weinig aandacht voor de privatisering van het geweld, dat een monopolie van het landsbestuur hoort te zijn. Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op. Wanneer de misdaad floreert, ontneemt ze de staat drie essentiële monopolies: geweld via gewapende groepen, rechtspraak via executie en belastingheffing via afpersing. De georganiseerde misdaad bereikt haar hoogste ontwikkelingsniveau als ze kan bogen op financiële armslag, gewapende macht, gecoöpteerde of geïnfiltreerde autoriteiten, grondgebied, een sociale basis, globale connecties en een expanderende criminele cultuur. Die criminele cultuur uit zich wanneer er een hoge graad van territoriale controle en maatschappelijke worteling hebben plaatsgevonden; als het eenmaal zover is, geldt de crimineel als een succesvol iemand en wordt zijn relatie met de gemeenschap normaal. De drugsballades, de spreektaal en de lichaamstaal van de Midden-Amerikaanse gangs, de indrukwekkende graven van de drugsbaronnen in Culiacán, de verheerlijking van Pablo Escobar, de bandiet Malverde die een volksheilige werd of de beeldjes van de bendeleden van el Koki die in Caracas worden verkocht zijn voorbeelden van een criminele cultuur. 

    Territoriale controle geeft misdaad de kans om zich te versterken, te reproduceren en te vermenigvuldigen. Als de staat accepteert dat de criminaliteit een gebied controleert, duldt ze dat de burgers die in zulke gebieden wonen ongestraft worden vermoord en afgeperst, dat de jongens worden geronseld en de meisjes verkracht en dat de criminelen zich de bedrijven van de werkende bevolking toe-eigenen. In zo’n situatie gaat het niet meer over openbare veiligheid ja of nee, maar is de weg ingeslagen naar een failliete rechtsstaat. 

    Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat

    Dat is op dit moment gaande in Haïti, en daarom was de moord op president Jovenel Moïse in feite een aangekondigde dood. Volgens gegevens van de Nationale Commissie voor Ontwapening in Haïti bestaan in dit kleine land minstens 77 gewapende misdadige groeperingen, en het Nationale Net van Mensenrechten heeft het over een ‘vergangstering’ van de politiek. Gabriel Gaspar, de voormalige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in de regering van de ex-president van Chili, Ricardo Lagos, wijst erop dat ‘de gangs in Haïti zwaar bewapend zijn, hun macht tentoonspreiden en hele gebieden controleren, met name in de hoofdstad. De bendes zijn gegroepeerd in een criminele federatie die bekendstaat als de G9, met aan het hoofd Jimmy Barbecue Cherizier, een ex-politieman die populistische taal uitslaat om de “oligarchen” te kritiseren. Alleen al in juni waren deze gangs verantwoordelijk voor tweehonderd ontvoeringen en de moord op dertig politiemannen. Veel armoede, een zwakke rechtsstaat en een politie die verzuimt het grondgebied te controleren hebben geleid tot een sterke criminele macht.’ In die context is het onvermijdelijk dat de criminelen een instrument worden binnen de economische en politieke macht, en dat de economische en politieke macht op haar beurt uiteindelijk verandert in een instrument van de criminelen. Op sommige plaatsen in Latijns-Amerika is de macht van de misdaad al onlosmakelijk met die van de politiek verbonden.

    Zulke pacten met delinquenten, formeel of de facto, komen voort uit een zwakke rechtsstaat of uit publieke electorale pressie om het aantal moorden en het geweld terug te dringen. Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat, maar dit gaat ten koste van een nog grotere misdaadexplosie in de toekomst. De staat blijft zwak en de misdaad heeft steeds meer middelen om zich te versterken. Misdaad is geen statisch maar een expansief fenomeen, of het nu gaat om grote kartels of kleinere bendes; de criminaliteit neemt toe als ze niet wordt bestreden. Er zijn geen objectieve redenen om te veronderstellen dat criminelen vrijwillig hun activiteit zullen inperken. Alleen een sterke staat kan hen stoppen.  

    De naïeve visie van het chavismo op misdaad doet denken aan de fabel over de schorpioen die de kikker om hulp vraagt bij het oversteken van de rivier. De kikker gaat akkoord op voorwaarde dat hij niet wordt geprikt. Midden in de rivier prikt de schorpioen toch, waarop de kikker verbaasd vraagt: ‘Waarom deed je dat? Nu gaan we allebei dood.’ De schorpioen antwoordt: ‘Sorry, het is mijn natuur.’ 

    Joaquín Villalobos is ex-guerrillaleider in El Salvador en adviseur inzake veiligheid en conflictbeheersing. Hij adviseert de Colombiaanse regering bij het vredesproces.

    Lees ook:

  • De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    Benjamin Frey (niet zijn echte naam) was kroongetuige in een grootschalige dividendroof, waarnaar verschillende Europese kranten onderzoek deden. Hij vertelt hoe hij verzeild raakte in deze ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘We keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    Keuze uit ons archief

    De belastingschandalen blijven elkaar opvolgen. Zo deden in 2018 een aantal Europese media, waaronder Follow the Money, onderzoek naar de grootste dividendroof ooit: in verschillende landen van Europa werden middels uitgekookte financiële trucs miljoenen en miljarden aan de staatskas onttrokken. Voor het eerst werd ook een belastingrover bereid gevonden als kroongetuige op te treden. Deze ‘Benjamin Frey’ verlinkt uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders en zaait daarmee paniek in de bankenwereld. ‘Zelfs onder belastingrovers bestaan er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele.’

    De verhoorruimte in het kantoor van de recherche in Düsseldorf is ongeveer 8 vierkante meter groot. Voor de ramen zitten tralies, het glas is zo ondoorzichtig dat je niet naar buiten kunt kijken. In het midden van de ruimte staat een grote tafel. Daar wachten twee hoofdcommissarissen en drie officieren van justitie op Benjamin Frey. Het vijftal doet gerechtelijk onderzoek naar de grootste belastingroof aller tijden, een coup van de eeuw die alleen de Duitse staat al vele miljarden euro’s heeft gekost.

    De hoogintelligente maar nogal ingetogen Frey [niet zijn echte naam] is een van de kroongetuigen. Hij behoorde tot de inner circle van de belastingrovers en heeft aan de transacties ten koste van de Duitse gemeenschap ongeveer 50 miljoen euro verdiend. De staat, zo zegt hij, was de vijand. Nu zit hij in de verhoorruimte tegenover degenen die hem vervolgen.

    Het is 7 november 2016. ‘Goed dat we elkaar persoonlijk leren kennen’, zegt Anne Brorhilker, de officier van justitie die het onderzoek leidt. Zo zal Frey het zich later herinneren. Brorhilker is begin veertig, maar ziet er jonger uit. Stel je een soort vrouwelijke Columbo voor: makkelijk te onderschatten, maar moeilijk af te schudden. Al jaren onderzoekt de officier van justitie het omstreden dividendstrippen, ofwel de zogenoemde CumEx-transacties – waarbij dividendbelasting (soms meermalen) wordt teruggevorderd, terwijl die niet is betaald.

    Zij jaagt nu op de bankiers, advocaten en adviseurs die vermoedelijk een steentje bijdroegen. Over de hele wereld heeft ze kantoren en woningen laten doorzoeken, ook die van Benjamin Frey. Gemeten aan het aantal verdachten zijn haar onderzoekingen uitgegroeid tot wat wellicht het grootste gerechtelijk onderzoek aller tijden is op het gebied van belastingrecht.

    De kroongetuige

    Wat Brorhilker tot dan toe ontbreekt, is een kroongetuige die zich uit de orde van de belastingrovers losmaakt. Alleen als ze Frey aan het praten krijgt, kan ze de schuld van de anderen overtuigend bewijzen. Frey, wiens hele leven in het teken van geld heeft gestaan, weet dat hij zich dit keer niet kan vrijkopen. Er hangt hem een gevangenisstraf van minstens zeven jaar boven het hoofd.

    Telkens weer wordt hij opnieuw verhoord, dagenlang, meer dan twaalf keer. Later zal hij zeggen dat dit de ergste tijd van zijn leven is geweest. Eerst geeft hij alleen toe wat hij wel moet toegeven, maar na een half jaar breekt hij en legt hij een volledige bekentenis af. Frey is de eerste belastingrover die uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders verlinkt en daarmee paniek in de bankenwereld zaait. Met als voordeel dat meerdere andere belastingrovers ook kroongetuige bij Brorhilker willen worden.

    Vorig jaar berichtten Die Zeit, Zeit Online en het ARD-programma Panorama al over CumEx- en CumCum-transacties. Ze beschreven hoe bankiers, adviseurs en advocaten decennialang de Duitse staatskas plunderden. En hoe de overheid een andere kant opkeek, totdat een onverzettelijke vrouwelijke ambtenaar op het hoofdkantoor van Belastingen weigerde het geld uit te betalen.

    Toen ging het balletje rollen. Journalisten uit Denemarken zeiden dat hun land iets soortgelijks was overkomen, dé opmaat tot een internationale samenwerking waaruit bleek dat de financiële goochelaars zich niet alleen aan de Duitse staat tegoed deden, maar de staatshuishouding van half Europa hebben afgetapt.

    Onder leiding van het onderzoekscentrum Correctiv hebben negentien media uit twaalf landen de handen ineengeslagen om gezamenlijk de volledige omvang van deze belastingroof te onderzoeken. Naast Die Zeit, Zeit Online en Panorama doen ook persbureau Reuters, de Franse krant Le Monde, de Italiaanse krant La Repubblica en het Spaanse onlinemagazine El Confidencial {en het Nederlandse journalistencollectief Follow the Money] mee, evenals de publieke tv-kanalen uit Denemarken, Zweden en Finland.

    Samen hebben ze meer dan 180.000 pagina’s aan vertrouwelijke documenten, interne rapporten van banken en advocatenkantoren en e-mails doorgespit. Er werden talloze interviews met insiders gemaakt en eindeloos undercoveronderzoek gedaan in de financiële sector. De resultaten zijn vorige maand gepubliceerd onder de naam ‘The CumEx-Files’.

    ‘Mijn hebzucht was zo groot dat ik me niet met moraal kon bezig houden’

    In nog minstens tien andere Europese landen hebben de financiële oplichters hun slag kunnen slaan. Enkele gevallen zijn nog niet publiekelijk bekend. Maar de schade als gevolg van CumEx- en CumCum-transacties bedraagt nu al minstens 55,2 miljard euro. ‘Het gaat om de grootste belastingroof in de Europese geschiedenis’, zegt professor fiscaal recht Christoph Spengel van de Universiteit van Mannheim.

    Hoe is het mogelijk dat de belastingrovers het ene land na het andere plunderen zonder dat iemand hun een halt toeroept? En wat zijn dat voor transacties, waarbij binnen enkele dagen voor miljarden euro’s aan aandelen heen en weer wordt geschoven?

    De wereld van de belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn die je daar tegenkomt.

    De daders zijn als roofvissen die maar één keer toehappen en dan voorlopig verzadigd zijn. Verder naar beneden kom je bijzonder agressieve schepsels tegen die uitgekookte CumEx-transacties sluiten en blijven happen. Daar in de diepte, in duistere wateren, weten ze zich razendsnel te vermenigvuldigen. Intussen zijn er ook mengvormen ontstaan, agressieve mutaties, waarvoor de naam nog moet worden uitgevonden. Wat al deze constructies gemeen hebben, is dat ze een collectief doel nastreven: belastinggeld uit de staatskas sluizen.

    Om Benjamin Frey aan het praten te krijgen, maakt officier van justitie Brorhilker gebruik van een methode die vooral geliefd is bij de Amerikaanse FBI: onderzoekers verzamelen belastend materiaal tegen individuele deelnemers en zetten hem of haar daarmee onder druk. De keuze is dan aan hen: of ze worden kroongetuige en komen er redelijk van af als ze alles bekennen, onder de voorwaarden dat ze hun buit teruggeven en hun mededaders verklikken, of ze worden zelf aangeklaagd.

    Al op de tweede verhoordag krijgt Frey met deze methode te maken. Meteen bij het begin confronteren Brorhilker en haar collega’s hem met documenten die zijn uitspraken van de vorige dag in twijfel trekken. Ze hebben hem ‘flink bang gemaakt’, zal Frey later zeggen. In februari 2017 vliegt hij zelfs voor drie dagen naar Dubai om andere deelnemers aan de illegale transacties over te halen te gaan praten.

    Uit Freys verklaringen blijkt dat Duitsland slechts een van de vele slachtoffers is. Voor Brorhilker ligt de focus van haar onderzoek echter alleen op dat land, ze is tenslotte een Duitse officier van justitie. Maar de journalisten van het gezamenlijke onderzoeksteam willen Frey graag spreken om te horen of hij wellicht meer weet. Na lange onderhandelingen komt het tot een ontmoeting. Op voorwaarde dat zijn echte naam niet wordt genoemd.

    Europese rooftocht

    In een Keulse loft geeft Benjamin Frey het eerste uitgebreide interview aan Die Zeit. We zitten tegenover een 47-jarige man: haar in een scheiding, glad geschoren, hoog voorhoofd, volle lippen, bril. Maar het gezicht waarnaar we kijken is niet het zijne. Frey draagt een masker dat speciaal voor het interview, dat op camera wordt vastgelegd, is gemaakt door twee maskermakers. De mimiek, zijn lach, is echt, de rest onherkenbaar.

    Frey zegt dat hij bang is voor zijn vroegere handlangers. Daarom wil hij niet herkend worden. Belangrijker nog is dat hij een nieuw bestaan probeert op te bouwen als – bonafide – advocaat. Zijn verleden mag dat niet bezoedelen. Het interview duurt twee volle dagen. Frey zal daarin ook verklaren hoe het zover kwam dat niet alleen Duitsland maar heel Europa werd geplunderd. En hij zal namen noemen: van belastingdieven die nog altijd op vrije voeten zijn.

    Freys verhaal begint in de provincie. Daar waar hij opgroeide, was men ‘arbeider, boer of werkloze’. Maar de jonge Frey wil daar geen genoegen mee nemen. Hij gaat rechten studeren en haalt zijn bul cum laude. Dan vliegt hij naar Londen, op uitnodiging van een groot advocatenkantoor, naar het schitterende Victoria en Albertmuseum waar ze hun jaarvergadering houden. Ze willen Frey contracteren. Bijna tweeduizend advocaten uit de hele wereld zitten aan lange tafels te midden van de schatten van het museum. Als Frey naar boven kijkt, ziet hij de sterren stralen door de grote koepel. Het is 2001.

    Kort daarop gaat hij aan de slag bij het kantoor, werkt iedere dag twaalf, soms wel veertien uur. Vaak gaat het erom de belastingdruk van rijke klanten te verminderen. ‘We hadden allemaal dit beeld voor ogen: de staat is de vijand’, zegt Frey. Als hij op een bepaald moment bedenkt dat de staat wel zijn opleiding heeft gefinancierd, drukt hij die gedachte weg. Twijfels zouden zijn carrière alleen maar schaden. ‘Mijn hebzucht was zo groot’, zegt hij, ‘dat ik me niet met moraal kon bezighouden.’

    Dan, in 2004, leert Frey Hanno Berger kennen. Berger geldt als de begaafdste belastingtiller van Duitsland. Frey, de jongen uit de provincie, bewondert hem om zijn intellect, zijn humanistische vorming, hij is immers zoon van een dominee, en om zijn kennis van het Grieks en Latijn. Frey was, volgens een gerechtelijk onderzoek in 2006, vanaf het begin betrokken bij CumEx-transacties die Berger op touw zette.

    Samen werkten ze op de tweeëndertigste verdieping van de Skyper, een glazen toren in het bankendistrict van Frankfurt. ‘Als je naar beneden kijkt, naar de straat, naar het Taunuspark, zie je alleen maar kleine mensjes’, zegt Frey. ‘Dat was de wereld, de gewone wereld, waar wij niet meer bij hoorden. Wij zaten ver daarboven. Wij keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    CumEx is in hun ogen een geniale zet. Het gaat er niet meer om belasting te ontduiken, tot nul te reduceren, maar om geld binnen te halen van mensen die zo stom zijn wel belasting te betalen. Aanvankelijk valt het de Duitse staat niet eens op dat de belastingkas wordt leeggehaald. In 2007 wordt pas de eerste poging ondernomen een roof te verhinderen, maar Berger en Frey zijn die te slim af, ze vinden een nieuwe route om de staat op te lichten. De constructies worden steeds ingewikkelder. Vanaf 2011 schrapen ze vele miljoenen bij elkaar met Amerikaanse eenmanspensioenfondsen, die handelen in aandelenpakketten ter waarde van miljarden euro’s. Het is een krankzinnig spel.

    De CumEx-files

    De CumEx-Files is de naam van het onderzoek van een samenwerkingsverband van negentien mediaorganisaties in twaalf landen, waaronder het Nederlandse onlinejournalistencollectief Follow the Money. Net zoals bij de Panama Papers blijven er verhalen gepubliceerd worden uit een gelekt dossier, in dit geval een van 180.000 pagina’s, waaruit valt op te maken hoe een samenzwering van financiële whizzkids, bankiers en andere financiële experts Europese overheden tussen 2001 en 2016 van tientallen miljarden euro’s beroofde. De Duitse overheid was met bijna 32 miljard euro het grootste slachtoffer, Frankrijk zag 17 miljard in rook opgaan, Italië 4,5 miljard en Denemarken 1,7 miljard.

    Er is één bron van ergernis: CumEx-transacties zijn in Duitsland maar één keer per jaar mogelijk, rondom de dag waarop aandeelhouders hun dividenden ontvangen; in Duitsland is dat meestal begin van het jaar. ‘We hadden een duivelse machine uitgevonden’, zegt Frey, ‘maar die werkte altijd alleen maar in het voorjaar.’ En dat was te weinig. ‘Dus kwamen we op het idee een machine te creëren die het hele jaar door werkte, en dat kon alleen met aandelen uit landen waar dividenden tot wel vier keer per jaar worden uitgekeerd’.

    Daarmee werd, volgens het samenwerkingsverband van mediaorganisaties, het begin gemarkeerd van een grote Europese rooftocht. België, Denemarken, Oostenrijk, Noorwegen en Zwitserland bevestigen officieel, of in achterkamertjes, op de hoogte te zijn van geplande en uitgevoerde CumEx-transacties in eigen land. Ook Spanje en Finland vinden documenten waaruit duidelijk wordt dat CumEx-transacties op stapel stonden. In Spanje willen de autoriteiten bevestigen noch ontkennen dat het ook daadwerkelijk tot dubbele teruggaven is gekomen. De Finse autoriteiten gaan ervan uit dat CumEx bij hen geen probleem vormt. Enkelvoudige teruggaven (CumCum) komen in beide landen voor.

    Enkelvoudige teruggaven – dat klinkt ongevaarlijk, maar is het niet. Ook in Frankrijk, Italië en Nederland richtten dat soort teruggaven enorme schade aan. Het spel functioneert in de kern zo: binnenlandse aandeelhouders hebben recht op een belastingteruggave, buitenlandse aandeelhouders niet. Banken hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Ze kopen de aandelen van buitenlandse klanten kort voor de uitbetaling van de dividenden op en verkopen ze direct daarna terug.

    De zodoende mogelijk gemaakte belastingteruggave wordt met de klant gedeeld en de staat heeft het nakijken. CumCum-transacties zijn op zich niet illegaal. Maar als een belastingvoordeel het enige doel is, geldt dat toch als een vorm van misbruik. Duitse, Franse en Italiaanse autoriteiten zijn het daarover eens.

    Twee varianten

    Voor professor Spengel zijn CumEx en CumCum twee varianten van zuiver fiscaal gemotiveerde transacties. ‘De bankiers, handelaren en juristen hebben de belastingsystemen van de afzonderlijke landen geanalyseerd, gekeken wat mogelijk is en vervolgens de daarbij passende structuren opgezet.’ Afgelopen jaar berekende Spengel dat het de Duitse fiscus tussen 2001 en 2016 minstens 31,8 miljard euro heeft gekost. Frankrijk zag ten minste 17 miljard in rook opgaan, Italië liep 4,5 miljard mis, Denemarken 1,7 miljard en België 201 miljoen euro. Voor 
de andere getroffen landen zijn er geen officiële 
cijfers beschikbaar.

    Hoe en wanneer de transacties zich over Europa 
hebben uitgebreid, is niet eenvoudig te reconstrueren. CumCum-transacties werden in Duitsland, Frankrijk en Italië al in de jaren negentig uitgevoerd. CumEx-transacties kwamen al vanaf 2001 voor in Duitsland en een paar jaar later ook in Zwitserland (2006) en Denemarken (2012). Zwitserland zorgde 
er in 2008 voor dat het onmogelijk werd CumEx-transacties uit te voeren. In Duitsland lukte dat 
pas in 2012. In Denemarken gaan de onderzochte gevallen door tot in 2017.

    Bijna alle banken deden op de een of andere manier mee aan de transacties, onder meer Deutsche Bank en Commerzbank, evenals grote Amerikaanse 
investeringsbanken. Veel banken hadden afdelingen waarvan de medewerkers intern tax traders werden genoemd. Het fenomeen kwam in de hele branche voor.

    Frey, de kroongetuige, noemt de transacties ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘Iedereen die krediet leverde, die als aandelenhandelaar meewerkte, die als depotbank alleen maar aandelen in 
bewaring had, iedere belegger die geld ter beschikking stelde, wist in feite dat de opbrengsten uit de belastingpot werden gehaald.’

    Centraal in de Europese rooftocht staat een groep Londense aandelenhandelaars. Een van hen is 
Salim Mohamed. Eerst werkte hij voor investeringsbank Goldman Sachs, later trad hij in dienst bij een hedgefonds. Mohamed werkte ook samen met Berger en Frey. In het begin kunnen ze het goed met elkaar vinden. Maar als Mohamed in 2009 op eigen houtje verdergaat en volgens Frey aanspraak maakt op het grootste deel van de winsten, raken ze gebrouilleerd. Berger noemt Mohamed daarna alleen nog maar 
‘die smerige Indiër’. Dat staat in een verklaring van Frey tegenover Brorhilker. Berger ontkent dat, net als de samenwerking met Mohamed. Er zouden slechts ‘een of twee gesprekken’ zijn geweest.

    Met zijn firma EQI handelde Mohamed niet alleen 
in Duitse, maar ook in Spaanse, Oostenrijkse, 
Belgische en Finse aandelen, blijkt uit het onderzoek. In 2010 bijvoorbeeld kocht hij via een firma in 
Malta 6,9 miljoen aandelen van het Spaanse energiebedrijf Endesa en een jaar later via een Iers fonds 10,6 miljoen aandelen van Telekom Austria AG. In alle vijf landen verzocht het Ierse fonds in het jaar 2011 om belastingteruggaven. Waarom zou je maar één land beroven als het ook in andere lukt?

    De wereld van belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn

    Als we bij de Europese Commissie informeren of CumEx-, CumCum- of verwante transacties op 
Europees niveau zijn besproken, luidt het antwoord: ‘Dat valt onder de bevoegdheid van de nationale 
staten.’ Maar hun fiscale instanties denken vooral aan zichzelf en communiceren nauwelijks met elkaar. Het principe is: wie iets weet, vertelt het niet verder. Wie er niet naar vraagt, krijgt niets te horen.

    De Bondsregering ziet CumEx tot op heden als een Duits probleem. Michael Sell, die deze zomer, op het moment dat hij een gesprek voerde met de journalisten, nog de leiding had over de afdeling Belastingen van het ministerie van Financiën, maar inmiddels met pensioen is, acht de transacties zonder meer illegaal; hij heeft het zelfs over ‘georganiseerde 
criminaliteit’. Maar in zijn ogen is het probleem na een wetswijziging in 2012 opgelost. Het systeem 
van afdracht van de couponbelasting werd destijds zodanig veranderd dat CumEx niet meer mogelijk zou zijn.

    In Sells kantoor hangt een grote wereldkaart waarop alle landen waarmee Duitsland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting 
heeft oranje gekleurd zijn. Dat veel van die landen ook getroffen zouden kunnen zijn, is nooit in hem opgekomen. Later zal het ministerie citaten uit het gesprek met Sell niet autoriseren. Duidelijk wordt dat vrijwel niemand de Europese dimensies van CumEx inschatte.

    De enige organisatie die zich inspant voor een 
systematische internationale uitwisseling is de OESO. Sinds 2007 houdt de organisatie van industrielanden een ‘Aggressive Tax Planning Directory’ bij. Via deze databank kunnen de lidstaten belastingtrucs melden aan alle andere OESO-landen. Maar, zegt Achim Pross, chef van de betreffende afdeling, dat functioneert alleen als die databank ook regelmatig gelezen en aangevuld wordt. Als je nu zoekt op ‘CumEx’, 
komt er maar één match uit Duitsland naar voren en die dateert van 2015.

    Het ministerie van Financiën weet inmiddels al dertien jaar van CumEx-praktijken en heeft er sinds drie jaar een stokje voor gestoken. Het ministerie ontkent desgevraagd niet dat het 
pas in 2015 aan de bel heeft getrokken, maar deelt 
in algemene bewoordingen mee dat men ‘in het 
verleden diverse staten, onder andere op hun 
verzoek, over het procedé bij CumEx-transacties heeft geïnformeerd’. Voor de Europese partners 
komt de waarschuwing veel te laat. De buit is dan al geïncasseerd.

    Steeds nieuwe creaties

    Er komen ook meldingen uit andere landen: Ierland, Spanje en zelfs het verre Australië. Verwarrend is dat men daar vaak met andere begrippen of varianten werkt, wat het lastig maakt de transacties te herkennen en te verhinderen. Er ontstaan steeds nieuwe creaties. In de verhoren van Brorhilker komt Frey te weten welke methode Salim Mohamed gebruikte. Daar was hij, naar eigen zeggen, ‘wel vijf minuten sprakeloos van. Ik was gewoon verbluft’.

    CumEx-deals werken over het algemeen zoals goud zoeken: er moeten enorme hoeveelheden worden omgezet om iets substantieels over te houden. Er is dus enorm veel kapitaal nodig, er moeten miljoenen of zelfs miljarden euro’s van banken worden geleend. Salim Mohamed vond een andere weg: looping. Simpel gezegd worden aandelen daarbij zo snel verhandeld 
in een kringloop, dat het lijkt alsof er veel meer zijn dan in werkelijkheid het geval is. Met één aandeel kun je op die manier drie, vijf of soms wel tien belasting-bewijzen genereren. Een van de verdachten verklaart tegenover Brorhilker dat looping vanaf 2009 is ingezet bij transacties op kosten van Duitsland.

    Mohamed zelf laat niets van zich horen en reageert op geen enkele poging om met hem in contact te komen. Het schijnt hem goed te gaan. In 2015 zette hij een respectabele tijd neer in een hardloop- en wielrenwedstrijd. Hij is ook te traceren op de website van de Esher Church School, een kerkelijke school 
in het graafschap Surrey, iets ten zuidwesten van Londen. Mohamed, de belastingrover, is er een van de stafleden.

    Niet een van de verdachten zit tot dusver in de gevangenis. De bedoeling is dat daar verandering in komt. Brorhilkers gerechtelijke onderzoeken betreffen meer dan honderd personen, onder wie Salim Mohamed. Nog dit jaar kan Brorhilker de eerste 
aanklachten indienen.

    De officier van justitie heeft echter een tegenspeler. Vanuit een Zwitsers bergdorp werkt deze aan de juridische verdedigingsstrategie die haar uiterst nauwkeurige, jarenlange arbeid met één grote klap kan vernietigen. Het is Hanno Berger, de vroegere mentor van kroongetuige Frey. Na een doorzoeking van zijn kantoor, eind 2012, heeft hij zich teruggetrokken in Zwitserland.

    Samen met zijn vrouw en een kleinkind woont hij pal tegenover een skilift en hij straalt uit dat hij volledig in zijn recht staat. Aan de houten eettafel doceert Berger eindeloos over de vraag waarom de CumEx-transacties legaal waren. Die waren niet het probleem, dat was de staat die mensen als hij ten onrechte wil vervolgen. Een ‘vernietigingsveldslag’ volgens hem. Ook naar Berger loopt al jaren een gerechtelijk onderzoek.

    Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren 
de Denen misschien helemaal niet beroofd

    Hij maakt een vermoeide indruk. De verdedigingsveldslag is zijn levenswerk geworden. In eerste instantie draait deze om een van die zeldzame Amerikaanse eenmanspensioenfondsen die voor CumEx-transacties werden gebruikt, het zogenaamde KK Law Firm Retirement Plan Trust. In 2011 werd belastingteruggave gevraagd bij het centrale belastingkantoor in Bonn (BZST). Daar bestond algauw de verdenking dat het mogelijk om bedrog ging. De aanvraag werd afgewezen. Maar KK Law liet het er niet bij zitten en eiste een teruggave van 28 miljoen euro. Volgens BZST werd dat bedrag nooit afgedragen. Die rechtsvordering is niet alleen hondsbrutaal, het is zelfs een poging het hele strafrechtelijke onderzoek van Brorhilker om zeep te helpen.

    Berger wilde meerdere eigenaars van eenmanspensioenfondsen ertoe 
bewegen dergelijke vorderingen in te stellen. De meesten zagen daar niets in. Een van hen noemde Berger (in een afgeluisterd telefoongesprek) een ‘klootzak’. Maar KK Law gaat door. 
Het proces loopt enorm in de papieren, er moeten topadvocaten worden 
ingehuurd. Een ander fonds, dat over miljoenen beschikt, wordt in het leven geroepen om de verdediging mee te financieren.

    Volgens insiders hebben meerdere belastingrovers daaraan meebetaald. Als KK Law zou winnen, 
zo ziet Berger het, dan zou CumEx door een rechtbank legaal worden verklaard en zou iedereen vrijuit gaan. Zo ziet ook professor fiscaal recht Spengel 
het: ‘Als KK Law inderdaad gelijk zou krijgen, betekent dat een bittere tegenslag voor de strafrechtelijke vervolging van CumEx-transacties.’

    De uitspraak wordt waarschijnlijk begin volgend jaar gedaan. Dan is 
de strijd gestreden voor de oude CumEx-garde. Maar wat is er van hun leerlingen geworden? Doen zij nog altijd zulke zaken?

    Young gun

    Om dat uit te vinden, veranderen twee van de journalisten in Felix en Otto. Felix, zo luidt het verhaal, is de arrogante telg uit een Duitse miljardairs-familie, die om fiscale redenen in Zwitserland woont. Hij is wat in die kringen een young gun heet: hij wil zijn familie bewijzen dat hij zaken kan doen, miljoenentransacties met fabelachtige rendementen. Zijn oudere halfbroer Otto is altijd sceptisch, hij waakt met argusogen over het vermogen van de familie.

    Met CumEx en CumCum hebben Felix en Otto een paar jaar geleden goed verdiend. Nu willen ze weer gaan meedoen en een miljoenenbedrag van drie cijfers investeren. Via een brievenbusfirma en een tip uit Dubai nemen ze contact op met een handelaar. Ze spreken af elkaar in Londen te ontmoeten.

    Voor 2500 euro huren ze een suite op de zevenen-dertigste verdieping van wolkenkrabber The Shard. Door het raam, dat tot de vloer doorloopt, kun je de Tower Bridge en St Paul’s Cathedral zien. Felix draagt een Breitling-horloge. Otto heeft zich bij een peperdure herenmodezaak in het pak gestoken. Alles voor de geloofwaardigheid.

    De afspraak is om 14:00 uur. Om 13:51 uur gaat de telefoon. De handelaar is te vroeg. Felix en Otto laten hem wachten. Ze laten hem vijftien minuten later ophalen door hun assistente, die in werkelijkheid de echtgenote van een collega is. De man die beneden wacht, is een leerling van Sanjay Shah, de koning van de belastingrovers. Shah heeft iedereen overtroffen en met zijn CumEx-transacties bijzonder veel schade berokkend. Denemarken heeft door toedoen van Shah 1,3 miljard euro verloren. Dat is zelfs voor Frey nauwelijks te bevatten.

    Hij spreekt bijna eerbiedig over de Brit. Met hem samenwerken hebben Frey en Berger niet eens overwogen: ‘te dubieus’. Zelfs onder belastingrovers bestaan er er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele. Shah kende geen grenzen. Frey vindt dat hij ‘autistische trekken’ heeft.

    Niets delen

    In 2011 komt Shah op het idee om van zijn hedgefonds Solo Capital een soort algemene onderneming voor CumEx-transacties te maken. Dat blijkt uit een veertien pagina’s tellend levensverhaal dat Shah voor zijn raadslieden heeft opgeschreven. Normaal heb je voor CumEx-transacties meerdere partners nodig: bankiers, handelaars, makelaars. Maar Shah wil alles onder één dak bijeenbrengen en niets delen. Hij wordt mede-eigenaar van de Hamburgse bank Varengold. Shah kon, beweert Frey, de belastingbewijzen bijna voor zichzelf uitschrijven.

    Shahs aanval op Denemarken begint in 2012, het jaar waarin CumEx in Duitsland onmogelijk wordt gemaakt. Denemarken komt pas drie jaar later in actie, als het door de Britse autoriteiten op de aanval wordt geattendeerd. Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren de Denen misschien helemaal niet beroofd. Shah woont dan allang in Dubai, op de kunstmatig aangelegde eilandengroep Palm Jumeirah. Hij bezit er meerdere huizen, viert feesten op zijn luxejacht en laat popsterren als Lenny Kravitz en Snoop Dogg invliegen voor liefdadigheidsevenementen. ‘De CumEx-aandelenhandelaars zagen hem als een dolle hond’, zegt Frey.

    Shah kan Dubai sindsdien niet meer verlaten. Er lopen in Europa tal van gerechtelijke onderzoeken: in Noorwegen, België, Groot-Brittannië en Duitsland. Maar als Frey hem in februari 2017 probeert te bewegen een verklaring af te leggen, begrijpt Shah helemaal niet wat de Duitsers eigenlijk van hem willen. ‘Ik heb toch maar 50 miljoen?’ zegt hij. Tenminste, zo herinnert Frey het zich. Op schriftelijke vragen van journalisten antwoordt Shah niet.

    Corporate action trading

    In de Londense wolkenkrabber loopt een van Shahs leerlingen de suite binnen. Hij is begin dertig, 
donker getint, draagt een wit overhemd met 
manchetknopen. Hij heeft een gebonden presentatieboekwerk bij zich. Felix, de arrogante miljardairstelg, negeert hem eerst maar eens. Hij doet net alsof hij een medewerker aan de telefoon de mantel uitveegt. Later zullen Felix en Otto de leerling van Shah uithoren.

    Direct na de universiteit, vertelt de dertiger, was 
hij begonnen bij de Maple Bank, de bank die de staat door middel van CumEx-transacties honderden 
miljoenen lichter had gemaakt. Bij het hedgefonds van Shah had hij ‘de fijne kneepjes van het vak’ geleerd en een netwerk opgebouwd. Net voordat 
hij in beeld zou kunnen komen bij het justitieel onderzoek, was hij eruit gestapt. En nu stond hij op het punt iets nieuws te te beginnen.

    Felix ziet het wel zitten met hem. Zijn familie heeft goede ervaringen opgedaan met CumEx-transacties en is op zoek naar mogelijkheden om die markt opnieuw te betreden. Hij vraagt wat de leerling te bieden heeft. De jongeman bladert door zijn presentatie. ‘Ik zou het geen CumEx of CumCum willen noemen’, begint hij. Maar wat hij beschrijft, klinkt verdacht veel naar de bekende, puur fiscaal gemotiveerde aandelenhandel rondom de dag waarop de dividenden worden uitgekeerd.

    Ook Gerhard Schick, afgevaardigde in de Bondsdag en financieel expert van de Groenen, interpreteert de presentatie zo: 
‘Het is een rechtstreekse voortzetting van CumEx 
en CumCum.’ Shahs leerling zelf gebruikt liever een andere naam. ‘Wij noemen het corporate action 
trading.’ De drie belangrijkste markten zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Noorwegen, Finland, Polen 
en Tsjechië zijn al getest en vormen ook geen 
probleem. De leerling heeft uitstekende contacten met grote investeringsbanken. Die doen nog 
altijd mee.

    Hoe zit het dan met Duitsland, vragen Otto en 
Felix. ‘Zoals het er nu in Duitsland voor staat’, zegt 
de leerling, ‘zou ik nog minstens een jaar wachten. Iedereen kan rustig zaken in Duitsland blijven doen, begrijpt u me niet verkeerd, en dat gebeurt ook. Maar ik zou nog een jaar wachten.’

    Maar CumEx- en CumCum-transacties waren in Duitsland toch wettelijk onmogelijk gemaakt?’ 
De leerling van Shah grijnst. ‘Er zijn altijd mogelijkheden om dat te omzeilen.’

    Dan wordt er nog een beetje met vaktermen 
gesmeten. Het gaat over counterparties en trading levels. Tot Otto zegt: ‘Kom, laten we niet om te hete brei heen draaien, het geld komt van de belastingen.’

    ‘Natuurlijk’, zegt de handelaar.

    Auteurs: Manuel Daubenberger, Karsten Polke-Majewski, Felix Rohrbeck, Christian Salewski en Oliver Schröm