Tag: depressie

  • De verrassende waarheid over seizoensgebonden depressie

    De verrassende waarheid over seizoensgebonden depressie

    Het wordt algemeen aangenomen dat we neerslachtig zijn in de winter. Maar sommige onderzoekers zetten vraagtekens bij de psychologische effecten van de seizoenen.

    Velen van ons voelen zich opgewekt als de zomertijd weer ingaat, omdat na maandenlange neerslachtigheid door de koude winter de lente weer aanbreekt. Toch? Het verhaal is dat we de winter hebben doorstaan met als beloning een fonkelende aanloop naar de zomer. De gedachte aan de winter als een seizoen met donkere, deprimerende, koude dagen die mensen ternauwernood overleven, lijkt immer aanwezig. Die gedachte wordt in stand gehouden door artikelen over hoe je de ‘winterblues’ te lijf kunt gaan. Lichttherapie is een miljardenindustrie en in het noordwesten van de VS (waar ik woon) wordt er zelfs afgeteld naar wat wij ‘De Grote Duisternis’ noemen.

    Sommige onderzoekers zetten hier echter hun vraagtekens bij en stellen de psychologische effecten van de winter ter discussie. Ze vragen zich af of we niet inmiddels zo vaak hebben gehoord dat de winter vreselijk is voor onze psyche, dat we daar ondubbelzinnig in zijn gaan geloven. Het begrip seasonal affective disorder [seizoensgebonden affectieve stoornis] – of liever nog de pakkende afkorting SAD – is zo populair dat het in alledaagse gesprekken wordt gebruikt.

    ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek’

    Steve LoBello, psycholoog en onderzoeker aan de Auburn University in Montgomery, wilde vaststellen wat de landelijke omvang is van SAD – een jaarlijkse depressie die strikt de cyclus van de seizoenen volgt, meestal optreedt in de herfst en de winter en weer afneemt in de lente en de zomer. Om te zien of depressies seizoensgebonden zijn, analyseerden LoBello en zijn team de gegevens van een onderzoek naar gedragsrisicofactoren door het CDC, de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM. Honderdduizenden Amerikanen worden jaarlijks voor dat onderzoek gevraagd naar hun gezondheid en welzijn, en het bevat een aparte vragenlijst met betrekking tot depressie en angst.

    ‘We verwachtten dat het aantal gevallen in de winter zou toenemen en in het vroege voorjaar zou afnemen, maar vonden daarover niets in de gegevens,’ aldus LoBello over de studie die in 2016 werd gepubliceerd. ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek.’ Ze vonden ook geen correlatie tussen een zware depressie en de breedtegraad (of uren daglicht) van de respondent. LoBello publiceerde een paar jaar later, in 2018, een andere studie waarin zelfs geen correlatie werd gevonden tussen milde depressie en de seizoenen. Toch domineert het idee dat we in de winter allemaal meer kans lopen om verdrietig en depressief te worden. Volgens LoBello is die gedachte meer gebaseerd op folklore dan op wetenschap.

    SAD betrad de wereld van de psychologie door een artikel uit 1984 waarin een Amerikaans onderzoek onder 29 patiënten wordt beschreven. Deze patiënten hadden zich na een advertentie in de krant vrijwillig aangemeld voor het onderzoek en werden vooraf gescreend zodat alleen diegenen deelnamen die al gediagnosticeerd waren met een ernstige affectieve stoornis. De meesten van hen hadden een bipolaire affectieve stoornis en lieten weten dat ze gedurende ten minste twee voorgaande winters een depressie hebben gehad die in de lente of de zomer afnam.

    Al snel werd de specificatie ‘seizoensgebonden’ toegevoegd aan het hoofdstuk over affectieve stoornissen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Tevens werden er criteria vastgesteld voor de diagnose SAD: iemand moet tijdens een bepaald seizoen lijden aan een zware depressie, die depressie moet verdwijnen tijdens een ander seizoen en dat patroon moet zich minstens twee jaar lang herhalen. Naar schatting lijdt tegenwoordig 4 tot 6 procent van de Amerikaanse bevolking tijdens de wintermaanden aan SAD – een kleiner percentage van de SAD-gevallen wordt veroorzaakt door de zomer. Deze percentages stemmen niet overeen met hoe gemakkelijk mensen de term op zichzelf toepassen.

    ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist slaperig maakt’

    De vraag hoe de seizoenen onze hersenen beïnvloeden is net als bij andere psychologische onderzoeken gecompliceerd en zeer uiteenlopend. Veel studies suggereren dat er voor sommige mensen enig verband bestaat tussen de seizoenen, blootstelling aan licht en symptomen van depressiviteit. Andere studies betwisten deze bevindingen. Zo is er een literatuuronderzoek uit 2008 van een team in Noord-Noorwegen dat zelfs in die extreme winteromgeving ‘geen correlatie kon vinden tussen depressieve symptomen en de hoeveelheid omgevingslicht’. Nationale gezondheidsdiensten in Zweden en Groot-Brittannië hebben gemeld dat het bewijs voor lichttherapie bij de behandeling van depressieve stoornissen niet overtuigend is. Dat wil niet zeggen dat niemand in de winter vanwege het weer depressieve symptomen ervaart, maar het is moeilijk om vast te stellen dat er voor de hele bevolking een verband bestaat tussen winter en een slecht humeur.

    Zeker is in ieder geval dat niet ieders stemming en cognitie op dezelfde manier worden beïnvloed door de seizoenen. Hoewel langere, warmere dagen algemeen worden beschouwd als een soort volksremedie tegen neerslachtigheid, melden sommige mensen die in een klimaat leven waar de zon altijd schijnt dat ze zich niet lekker voelen door de afwezigheid van de winter. Kate Sedrowski, een 42-jarige bergbeklimmer en schrijver, groeide op in Michigan en studeerde in Boston voordat ze naar Los Angeles verhuisde. ‘Het ontbreken van seizoenen – en dan vooral van de winter – voelde voor mij gewoon niet goed,’ laat ze weten per e-mail. ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist zo slaperig als een luiaard maakt. De korte dagen in de winter dwingen me om het daglicht te benutten om dingen voor elkaar te krijgen, voordat ik me kan ontspannen en overgeven aan de winterslaap als het donker wordt.’ Sedrowski, die nu in Golden in Colorado woont, zegt dat ze in de koude wintermaanden vol sneeuw de meeste energie heeft.

    Sommige mensen ontdekken zelfs een ander soort productiviteit in de winter. De koelere, zuidelijke winter is nu Muriel Vega’s favoriete tijd van het jaar. Zij heeft als inwoner van Atlanta absoluut niet te lijden van strenge winters, maar is opgegroeid in een tropisch land waar het altijd zonnig en warm was. Vega vindt het prettig dat de hitte en de constante sociale verplichtingen onderbroken worden. ‘De winter is een heel bijzondere tijd om binnen te blijven,’ zegt de 36-jarige productmanager. De zomer staat meestal bol van de uitjes met vrienden, dagen op het strand en bezoeken aan het park, maar in de winter kan ze op andere manieren productief zijn. Dan besteedt ze meer tijd aan haar gezin, aan lezen en huiselijke dingen als schoonmaken en uitgebreid koken.

    Tromsø

    Hersenonderzoekers besteden ook aandacht aan de vraag of de winter ons mentaal slomer maakt. Timothy Brennen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Oslo en gespecialiseerd in geheugen en cognitie, onderzoekt of verschillen tussen de seizoenen leiden tot verandering in cognitieve activiteit zoals herinnering, attentie of reactiesnelheid. Hij koos voor zijn onderzoek Tromsø in Noorwegen. Dat ligt boven de poolcirkel en twee maanden per jaar komt de zon er helemaal niet boven de horizon uit. Het maakt de stad bij uitstek geschikt voor dit soort onderzoek. ‘De meeste testen laten geen verschil in prestatie zien tussen zomer en winter, en als ze dat wel doen, suggereren vier van de vijf zelfs dat de winter voordelen heeft’, schrijft Brennen in zijn artikel. Toch schrijven velen van ons slaperigheid of gebrek aan geestelijke productiviteit toe aan een seizoensgebonden depressie. Als we allemaal echt depressief zouden zijn in de winter, aldus Brennen, ‘dan zou dat enorme gevolgen moeten hebben voor de samenleving. Maar dat is niet zo.’

    De seizoenen beïnvloeden ons leven wel degelijk, verduidelijkt Brennen, maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de meesten van ons in de winter geen grote psychologische effecten ervaren zoals depressie en cognitieve sloomheid, ook al denken we van wel. Wakker worden op donkere winterochtenden kan bijvoorbeeld moeilijker zijn dan wakker worden in de zomer. ‘Maar suf zijn nadat je bent ontwaakt uit een diepe slaap heeft niets te maken met depressie,’ zegt hij. Je voelt in dergelijke gevallen de effecten van een verstoring van je slaapcyclus. Of je voelt de verleiding van een knus, warm bed op een koude ochtend.

    We kunnen ons ongemakkelijk voelen bij lagere temperaturen of bij gevaarlijke weersituaties zoals sneeuwstormen. Ook kunnen we grapjes maken dat we het hele seizoen een winterslaap zouden willen houden. Maar ons zenuwstelsel en ons leven staan niet zomaar stil. Sommige van de drukste reisweekenden vinden plaats tijdens de wintervakantie. Veel mensen trekken in januari en februari naar de bergen om te skiën, snowboarden of sleeën. De winter kan zeker donker zijn en lastig om door te komen, maar voor de meesten van ons heeft het seizoen geen ernstigere effecten dan dat.

  • De hel, dat zijn de collega’s. Wat je kunt doen tegen  pesten op de werkvloer

    De hel, dat zijn de collega’s. Wat je kunt doen tegen pesten op de werkvloer

    Valse blikken, gemene opmerkingen, papieren die zomaar verdwijnen – wie slachtoffer is van pesten, vraagt zich vaak af: ligt het aan mij? Süddeutsche Zeitung zocht uit waar pestgedrag vandaan komt en wat de getroffenen kunnen doen.

    Als Tamina aan haar vroegere werkplek denkt, krijgt ze buikpijn. ‘Alleen al de gedachte dat ik er weer heen zou moeten maakt me gespannen. Heel eng,’ zegt de zesentwintigjarige. Op haar werk werd de farmaceutisch technisch assistent herhaaldelijk gepest. Toen het weer eens bijzonder slecht ging, stuurde ze sms’jes naar haar moeder met de tekst: ‘Stop binnenkort, ga langzaam kapot’ of: ‘Heb steeds nachtmerries over pesten op het werk’. Een ander bericht luidt: ‘Ik kan er niet meer tegen, ik doe mezelf binnenkort iets aan’. Tamina is niet haar echte naam. Ze gebruikt een pseudoniem om zichzelf te beschermen.

    Ongeveer een op de zes werknemers in Duitsland voelt waarschijnlijk hetzelfde als Tamina. Dat blijkt uit een representatieve enquête van de vereniging Bündnis gegen Cybermobbing [Alliantie tegen Cyberpesten] uit 2021. De vereniging houdt zich ook bezig met pesten in het algemeen en pesten in de werkomgeving. Volgens het onderzoek worden vooral vrouwen en jongeren tot 34 jaar getroffen. Bij ongeveer de helft van alle respondenten van 18 tot 65 jaar vond het pesten plaats in de werkomgeving. De gevolgen kunnen ernstig zijn: depressie, burn-out, eet-, slaap- en angststoornissen en zelfs lichamelijke pijn. Maar hoe begint pesten op het werk precies? Waardoor worden werknemers uitgesloten? En wat kunnen de getroffenen doen?

    Methodes die normaal gesproken bijdragen aan een oplossing, werken niet als het om pesten gaat

    Tamina worstelt al het grootste deel van haar leven met pesten. Meer dan eens was ze wekenlang met ziekteverlof. Het begon al op de basisschool, zegt ze, omdat ze meer belangstelling had voor pianospelen dan voor speelgoed. Daardoor was ze anders. Later werd ze voor dik uitgemaakt en ontwikkelde ze een eetstoornis. Ze kreeg te maken met pesterijen op verschillende werkplekken, in apotheken en bij farmaceutische bedrijven. Steeds weer zag ze zich gedwongen ontslag te nemen. De laatste keer ‘trok ze voortijdig aan de bel’ vanwege haar eerdere ervaringen.

    Ze vertelt over collega’s die lasterpraatjes rondstrooien, documenten vervalsen en recepten laten verdwijnen. Eén keer begon het pesten in een farmaceutisch bedrijf nadat een boze collega een andere collega fysiek had aangevallen. Tamina greep in en meldde het incident. De collega kreeg een waarschuwing. Maar collega’s die bevriend waren met de aanvaller, begonnen geruchten over Tamina te verspreiden. ‘Toen werd ik het doelwit,’ zegt ze. Deze krant is in het bezit van de chatgeschiedenis en een brief aan de werkgever die haar verhaal ondersteunen. Tamina heeft herhaaldelijk te maken gehad met vormen van uitsluiting.

    Maar wanneer praten we eigenlijk over pesten? ‘Pesten betekent dat een dader of een groep daders opzettelijk dingen doet om een ander in diskrediet te brengen of in een kwaad daglicht te stellen,’ zegt Sabine Zimmerling. Zij is gespecialiseerd in psychosomatische geneeskunde en psychotherapie en leidt een kliniek voor rehabilitatie in Düsseldorf. Methodes die normaal gesproken helpen om conflicten op te lossen, werken niet als het om pesten gaat, zegt Zimmerling. Als open discussies, compromissen of zelfs bemiddeling niets meer uithalen, is dat een teken dat er sprake is van pesten.

    ‘In de ogen van de pesters kan de betrokkene geen goed meer doen,’ zegt Zimmerling. Ook het geveinsde ‘het was maar een grapje’ verandert daar niets aan. In extreme gevallen knoeien pesters zelfs het werk van een slachtoffer of uiten ze valse beschuldigingen over strafbare feiten, zegt Zimmerling.

    Tamina heeft verschillende keren geprobeerd met haar collega’s te praten, telkens zonder succes. Ook pogingen om haar superieuren bij een gesprek te betrekken mislukten. Toen het uiteindelijk tot een gesprek kwam, was het het ene woord tegen het andere. Tamina ging vanaf dat moment elke dag met buikpijn naar het werk, tot ze uiteindelijk ontslag nam.

    Volgens Zimmerling is het geen uitzondering dat slachtoffers van pesten lichamelijke klachten krijgen. ‘Uitsluiting activeert het pijncentrum in de hersenen. Hoofdpijn, buikpijn of rugpijn zijn vaak het gevolg. Daarnaast lopen de getroffenen het risico op allerlei psychische aandoeningen, ‘van depressie tot angst- en eetstoornissen’. Het gebeurt vaak dat slachtoffers aan zichzelf en hun eigen ervaringen beginnen te twijfelen.

    Tamina herkent dit. Toen haar collega’s recepten lieten verdwijnen en fouten aanbrachten in haar documenten, vroeg ze zich af of ze die fouten niet zelf had gemaakt. Ze ging nog harder werken en onthield wat ze had gedaan. Maar de recepten bleven verdwijnen. ‘Het pesten heeft me onzekerder gemaakt en gevoeliger voor aanvallen,’ zegt ze. ‘Het is een vicieuze cirkel.’

    ‘Pestpersoonlijkheid’

    Ze bleef zichzelf afvragen of het aan haar lag. Was zij de oorzaak van het pesten? ‘Er bestaat niet zoiets als een “pestpersoonlijkheid”,’ maakt Sabine Zimmerling duidelijk. ‘Iedereen kan gepest worden.’ Wel kan het risico toenemen als je onzeker bent – zoals Tamina – waardoor je misschien voorzichtig, verlegen of onzeker overkomt in een volgende baan, voegt ze eraan toe. Maar ‘zonder dader geen slachtoffer’. En op een gezonde werkplek zouden collega’s of leidinggevenden Tamina hebben gesteund.

    We voeren een videogesprek met Carsten Burfeind. Deze vijfenvijftigjarige adviseert bedrijven over geestelijke gezondheidszorg en heeft een boek geschreven over pesten op het werk. Hij draagt een hoodie en airpods. ‘Een leidinggevende die zwijgt wanneer collega’s denigrerende opmerkingen maken of zelfs maar met de ogen rollen als de betrokkene spreekt, is zelf onderdeel van het pestsysteem,’ zegt hij. Maar dat is niet alles. Leidinggevenden moeten actief stress, druk en overbelasting bij hun werknemers voorkomen. Want die factoren vergroten de kans dat medewerkers gaan pesten. ‘Managers moeten een houding van respectvolle, zichtbare interactie faciliteren,’ is de overtuiging van Burfeind. Zodra werknemers zich vreemd gaan gedragen, moeten leidinggevenden al in een vroeg stadium de dialoog aangaan. ‘Een manager die pesten toestaat, maakt zijn of haar eigen zorgverantwoordelijkheid niet waar.’

    In meer dan de helft van de gevallen is een leidinggevende betrokken bij het pesten

    Ook Isabel heeft pesterijen meegemaakt en ook zij wil niet met haar echte naam in de krant. De zesentwintigjarige werkte op de personeelsadministratie van een gemeentehuis in een kleine stad. Maar in tegenstelling tot Tamina was de leidinggevende van Isabel actief bij het pesten betrokken. Het begon ermee dat Isabel nooit ingewerkt werd. Als ze vragen stelde, kreeg ze te horen: ‘Dat moet jij toch weten, jij hebt toch gestudeerd?’ Toen Isabel vervanging van haar chef moest regelen omdat die op vakantie ging, kreeg ze dat pas een paar dagen voor het vertrek te horen. Meestal groette haar baas haar niet. Als Isabel tijdens de lunchpauze probeerde deel te nemen een het gesprek, stuurde haar baas haar weg of snauwde bijvoorbeeld naar haar: ‘Ach, daar was jij toch helemaal niet bij?’

    Op een gegeven moment ging Isabel zo vroeg mogelijk naar haar werk om zo snel mogelijk weer weg te kunnen. ‘Ik kwam thuis, huilde en ging naar bed. Dat was alles in die periode.’ Zelfs nu, nu Isabel het verhaal aan de telefoon vertelt, moet ze huilen. Ook haar ervaringen worden gestaafd door chatgesprekken.

    Gedachtekronkels

    Wat drijft mensen tot dergelijk gedrag? Zimmerling legt uit dat niemand voor zijn plezier dader wordt. ‘Het zijn vaak mensen die ergens bang voor zijn – zoals verlies van hun positie of gezag, of ze hebben angst om aangevallen of gekleineerd te worden.’ Isabel kwam net van de universiteit. Zij had kennis van digitalisering, haar leidinggevende niet. Misschien voelde haar baas zich daardoor bedreigd. ‘Maar vaak proberen daders ook gewoon hun eigenwaarde te vergroten door anderen te pesten,’ zegt Zimmerling. Dat leidinggevenden zelf pesten lijkt geen randverschijnsel. Volgens het onderzoek van de Bündnis gegen Cybermobbing is een leidinggevende in meer dan de helft van de gevallen op zijn minst betrokken bij het pesten.

    Wat kan er worden gedaan als gesprekken niets opleveren en leidinggevenden niets doen of zelf pesten? Zimmerling adviseert om als eerste stap hulp te zoeken. Bij de ondernemingsraad bijvoorbeeld, of bij een pestfunctionaris in het bedrijf – als die er is – maar ook bij een huisarts of psychotherapeut. Ook gezondheidsinstellingen hebben aanspreekpunten voor getroffenen. ‘Mensen die slachtoffer zijn van pesten vragen zich vaak af of ze iets fout hebben gedaan of wat ze anders hadden kunnen doen. Ze geven zichzelf de schuld,’ zegt Zimmerling.

    Om dergelijke ‘gedachtenkronkels’ te ontwarren, is het vaak nuttig om er een buitenstaander bij te betrekken. Een volgende stap is ziekteverlof. De betrokkene moet uit de situatie worden gehaald. Je zegt ook niet tegen iemand die is beroofd: ‘Waarom ga je geen koffie drinken met je overvaller?’ Daarna, aldus Zimmerling, is het belangrijk om per individu duidelijk te maken hoe te handelen tegen pesten. Maar volgens haar eindigen de meeste gevallen ermee dat slachtoffer en dader niet meer samenwerken.

    Isabel, die door haar leidinggevende werd gepest, herwon haar vertrouwen bij een andere werkgever. ‘Ik was bang dat het weer zou gebeuren,’ zegt ze. Maar de nieuwe collega’s verwelkomden haar met welwillendheid. ‘Ik hoor daar thuis,’ zegt ze zelfverzekerd.

    Tamina hoopt dat gevoel ook ooit te mogen meemaken. Nu zijn haar partner en familie de grootste steun voor haar. Ze vindt compensatie in sport, ze schildert en bezoekt musea, en ze heeft het pianospelen nooit opgegeven. Maar dan, een paar dagen na ons telefoontje, vertelt ze over een geslaagd sollicitatiegesprek. ‘Ik had helemaal niet verwacht aangenomen te worden. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.’

    Lees ook:

  • Hoe burn-out een modewoord werd

    Hoe burn-out een modewoord werd

    Is chronische stress een signaal dat we teleurgesteld zijn in ons werk, dat zelden oplevert wat ons werd voorgespiegeld? Volgens hoogleraar Jonathan Malesic is het arbeidsregime afgestemd op de winst voor enkelen en de uitputting van velen.

    Wat hebben bankiers, influencers op TikTok en prins Harry met elkaar gemeen? Het klinkt als het begin van een flauwe grap, maar om het antwoord valt allerminst te lachen. Want die hard werkende professionals hebben allemaal last van een burn-out.

    Al vijf decennia lang bestuderen psychologen het fenomeen burn-out, en beroepsgroepen zoals artsen en maatschappelijk werkers waarschuwen er al langer voor binnen hun gelederen. In de afgelopen twee jaar is de culturele status van het verschijnsel radicaal veranderd. ‘Burn-out’ is niet langer een gespecialiseerde term die een toestand van uitputting beschrijft bij werknemers in bepaalde zware beroepen in de dienstverlening; het is een storm geworden die door de professionele elite raast. Iedereen, van dierenartsen tot accountmanagers bij Amazon, lijdt aan een burn-out; bij The New York Times lijkt het wel een vast thema, zo overvloedig als erover wordt geschreven. Hoe is ‘burn-out’ een sleutelwoord van onze tijd geworden?

    Dat de term recentelijk zo populair is geworden, heeft natuurlijk veel te maken met de pandemie

    Dat de term recentelijk zo populair is geworden, heeft natuurlijk veel te maken met de pandemie. Corona was de oorzaak van een uitputtingsepidemie onder werknemers. De stress en de sociale ontwrichting als gevolg van een slecht gemanagede, schijnbaar eindeloos durende gezondheidscrisis stelden grenzen aan wat werknemers konden verdragen. Toch kunnen we de alomtegenwoordigheid van de burn-out niet alleen aan corona toeschrijven. De uitputting bij verpleegkundigen en leraren verklaart ten dele het toegenomen gebruik van het begrip, maar de term komt nog het meest voor bij hoogopgeleide externe medewerkers in de technologie, financiën en media. Is het syndroom dan echt het gevolg van chronische stress op het werk, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie het heeft geclassificeerd? Is het een vorm van depressie? Of is het veeleer een signaal dat we teleurgesteld zijn in ons werkende leven, dat zelden oplevert wat ons werd voorgespiegeld? 

    De intelligente en zorgvuldige studie The End of Burn-out van Jonathan Malesic schept duidelijkheid in een verwarrende discussie. Hij werpt een kritische blik op de term burn-out, die in het maatschappelijke discours een nonchalante, haast complimenteuze klank heeft gekregen. Journalistieke verhalen over het verschijnsel, zoals het veelgelezen essay van Anne Helen Petersen uit 2019, leggen vaak nadruk op de heldhaftige inspanningen van de opgebrande werknemer die tegen beter weten in tot het gaatje gaat. Dergelijke verhalen hebben het prestige van de burn-out aanzienlijk verhoogd, betoogt Malesic. Hierin wordt de aandoening op één lijn geplaatst met ‘het Amerikaanse ideaal van constant werken’. Maar ze bieden hooguit een verkapt beeld van wat een burn-out werkelijk is.

    Valse belofte

    Psycholoog Christina Maslach is een van de grondleggers van het onderzoek naar de burn-out; de Maslach Burnout Inventory is de standaard beoordelingswijze geworden bij mensen met klachten. Volgens haar bestaat de aandoening uit drie componenten: uitputting; cynisme of depersonalisatie (bijvoorbeeld wanneer artsen hun patiënten gaan zien als ‘problemen’ die opgelost moeten worden, in plaats van als mensen die een behandeling nodig hebben); en een gevoel van ineffectiviteit of zinloosheid. Over uitputting zou je nog kunnen opscheppen, maar over ineffectief werk kan dat niet. Verhalen over de wanhopige werknemer als arbeidsheld gaan voorbij aan het belangrijke feit dat een burn-out je vermogen aantast om je werk te doen. Een ‘nauwkeurige diagnostische checklist’, schrijft Malesic, kan helpen om nonchalant gebruik van de term tegen te gaan en mensen die eraan lijden aansporen om hulp te zoeken.

    We bleven hopen dat we door onze aanhoudende inspanningen datgene zouden vinden waarnaar we op zoek zijn

    Malesic is in meer geïnteresseerd dan alleen de klinische geschiedenis van de burn-out. Als godsdienstwetenschapper diagnosticeert hij het verschijnsel als een aandoening van de ziel. Ze komt volgens hem voort uit een kloof tussen het ideaalbeeld dat we van het werk hebben en de realiteit. Amerikanen koesteren grote fantasieën over wat werk hun kan bieden: geluk, waardering, identiteit en verbinding. De realiteit is echter veel minder rooskleurig. Sinds de jaren zeventig zijn de arbeidsomstandigheden in veel economische sectoren steeds slechter geworden. Terwijl onze economie de ongelijkheid in de hand werkt en steeds veeleisender wordt, hebben velen van ons die fantasieën alleen maar versterkt.

    We bleven hopen dat we door onze aanhoudende inspanningen datgene zouden vinden waarnaar we op zoek zijn, en zouden worden wie we willen zijn. Een valse belofte, zegt Malesic. Zijn boek wordt zelden polemisch, toch is de strekking ervan sterk moreel-religieus. Hij verzet zich tegen het wrange idee dat we onze waardigheid ontlenen aan ons werk, waardoor degenen die niet werken – ouderen en mensen met een beperking – geen waarde hebben. Integendeel: alle mensen hebben intrinsieke waardigheid, maar door een arbeidsregime dat is afgestemd op de winst voor enkelen en de uitputting van velen, slagen we er niet in elkaars menselijkheid in ere te houden.

    Geen schim van zichzelf

    Malesic is misschien een ongeloofwaardige spreekbuis voor burn-outslachtoffers, omdat hij de perfecte baan leek te hebben. Als hoogleraar met een vaste aanstelling kon hij lesgeven over zijn geliefde onderwerpen: religie, ethiek en theologie. Hij had intelligente en vriendelijke collega’s en zijn salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden waren royaal. Maar niemand had door dat hij geen schim meer was van zijn vroegere zelf. ’s Middags kon hij amper lesgeven. Door zijn langeafstandshuwelijk was hij veel alleen en hij vulde zijn avonden met ijs eten en bier drinken. Zijn ongeïnspireerde en onverschillige studenten, met hun neiging naar verveling en plagiaat, hadden hem geestelijk gebroken.

    Een depressie was het niet, niet helemaal althans, want gesprekstherapie en antidepressiva hielpen niet

    Malesic zegde zijn baan op en besloot uit te zoeken wat er met hem aan de hand was. Een depressie was het niet, niet helemaal althans, want gesprekstherapie en antidepressiva hielpen niet. Zijn baan opzeggen hielp daarentegen wel. Zo kwam hij tot de conclusie dat hij een burn-out had. 

    De legendarische socioloog C. Wright Mills opperde dat de ‘sociologische verbeelding’, waarmee we kunnen begrijpen hoe onze eigen ervaringen bredere sociale en historische krachten weerspiegelen, ons kan helpen onze schijnbare privéproblemen te koppelen aan maatschappelijke kwesties. De burn-out biedt als individuele manifestatie van een kapot arbeidssysteem een uitgelezen kans om nieuw licht te werpen op dat systeem. De opkomst van de burn-out loopt ruwweg parallel met de ontwikkeling van een specifieke fase in de Amerikaanse economische geschiedenis.

    Uitzendbranche

    In de jaren zeventig doofde de naoorlogse bezieling uit en nam de ongelijkheid exponentieel toe. De opkomst van de uitzendbranche, twee decennia daarvoor, was daarvan de voorbode. Consultants begonnen bedrijven te adviseren dat ze hun vaste werknemers moesten ontslaan. ‘De uitzendkracht werd de ideale werknemer,’ merkt Malesic op. De werknemer werd beschouwd als een blok aan het been, niet langer als een productieve kracht. Als gevolg van de deregulering en de afnemende macht van de vakbonden wisten bedrijven het risico te verschuiven van kapitaal naar arbeid. Ondertussen stelde de groeiende dominantie van de dienstensector nieuwe emotionele eisen aan werknemers. In dienstverlenende banen zijn onze persoonlijkheid en emoties ‘de belangrijkste productiemiddelen’: dat is wat de werkgevers inhuren en waarover zij controle uitoefenen.

    In die context ontstond een nieuwe morele richtlijn voor het werk: een ‘eenrichtingsstelsel van beloning’ tussen werkgevers en werknemers, zoals socioloog Allison Pugh het noemt. Werknemers moeten zich met hart en ziel aan hun werk wijden, willen ze een baan krijgen (en behouden), terwijl hun werkgevers zich niet verplicht voelen iets terug te doen. Het zijn de ideale omstandigheden voor een burn-outepidemie. Hierbij mogen we één feit niet vergeten: sinds 1974 is de arbeidsproductiviteit gestegen, terwijl de reële lonen gelijk zijn gebleven. We werken harder en krijgen er niets voor.

    Hard werken is waarschijnlijk de meest algemeen gekoesterde waarde in de VS

    Ondertussen zijn, als compensatie voor een steeds onzekerder economie, onze fantasieën over werk alsmaar intenser geworden. Hard werken is waarschijnlijk de meest algemeen gekoesterde waarde in de VS. Uit een recent onderzoek van Pew Research Center blijkt dat 80 procent van de Amerikanen zichzelf omschrijft als ‘hardwerkend’; geen enkele andere eigenschap werd zo vaak genoemd. Het werk zelf is slechter geworden, maar onze werkidealen blijven verheven. Als een burn-out, zoals Malesic zegt, voortkomt uit de discrepantie tussen het ideale en het reële, dan is de aandoening een straf voor idealisten.

    William Morris droomde in zijn beroemde essay Useful Work versus Useless Toil van een politieke transformatie waarbij al het werk plezierig zou worden gemaakt. Malesic daarentegen vindt dat ons werk helemaal niet het middelpunt van ons leven zou moeten zijn. Sinds Max Webers studie van de protestantse ethiek wordt het christelijke gedachtengoed vaak verantwoordelijk gehouden voor giftige arbeidsidealen. Malesic stelt echter dat het gif het tegengif kan leveren. Religieuze erediensten en de joodse sabbat zijn bijvoorbeeld vormen van vrije tijd die bevestigen dat er hogere waarden zijn dan werk. Hij laat ons gemeenschappen zien die denken en handelen op een religieuze manier, waarbij werk marginaal is of binnen strikt in acht genomen grenzen wordt uitgevoerd: een benedictijns klooster in de woestijn van New Mexico en een non-profitorganisatie in Dallas die voor de een een droomwerkplek lijkt en voor de ander een charismatische sekte. Dergelijke voorbeelden laten zien hoe gemeenschappen waarin werk ondergeschikt is aan hogere doelen economisch kunnen overleven en tegelijkertijd het welzijn van hun leden kunnen bevorderen.

    Nerveuze uitputting

    Het uitstekende boek van Malesic heeft één tekortkoming. Ondanks de grote zorgvuldigheid waarmee hij de klinische geschiedenis van de burn-out blootlegt, onze werkidealen aanklaagt en nieuwe manieren voorstelt om ons leven te organiseren, blijft de politieke lading van zijn centrale term erg vaag. Is de burn-out een wapen van de zwakkeren, een manier om terug te slaan tegen een onrechtvaardig arbeidsregime? Of is het de nieuwste aanstellerij van een in zichzelf gekeerde en neurotische elite die voortdurend claimt het slachtoffer te zijn, terwijl ze op veilige afstand staat van de deaths of despair die de Amerikaanse arbeidersklasse teisteren en van het vuile werk in slachthuizen, gevangenissen en dergelijke?

    Malesic heeft aandacht voor de druk op de werkplek, die vrouwen en raciale minderheden naar een burn-out dirigeert. Ook is zijn benadering van invaliditeit verfrissend: hij laat zien hoe leven met een beperking ons ertoe kan brengen ons heersende verhaal over werk te heroverwegen; daarvoor baseert hij zich op het voortreffelijke essay The Right Not to Work van de gehandicapte kunstenaar Sunny Taylor. Klassenverschillen komen echter nauwelijks in zijn analyse voor, behalve in een beknopte bespreking over de ‘witteboordendienstbaarheid’ die tegenwoordig van de arbeidersklasse wordt verwacht en in een interview met een fervent fietser die een vinger verloor tijdens zijn werk in een bandenfabriek. Hij vermeldt niet hoe wijdverbreid de burn-out is onder mensen uit de arbeidersklasse; in zijn boek gaat het meestal over artsen en hoogleraren.

    De beste historische vergelijking die Malesic vindt met de burn-out is neurasthenie, een toestand van nerveuze uitputting

    De beste historische vergelijking die Malesic vindt met de burn-out is neurasthenie, een toestand van nerveuze uitputting. Het was de ziekte van de welgestelde, hoogopgeleide negentiende-eeuwse Amerikaanse intellectuelen. De taal die doet denken aan de burn-out duikt inderdaad op in American Nervousness, de klassieke verklaring over neurasthenie die in 1881 werd gepubliceerd door de arts George M. Beard. Hij vergelijkt het menselijk zenuwstelsel met een elektrisch circuit: ‘Er breekt een periode aan waarin de hoeveelheid kracht onvoldoende is om alle lampjes brandende te houden; de zwakste lampjes doven het eerst.’

    Dit precedent is zo evident dat het nog een andere reden biedt om te vermoeden dat de burn-out, net als neurasthenie, een exclusieve aandoening is. Het is bizar, stelt Daniel Markovits in zijn recente boek The Meritocracy Trap, hoe hard de superrijken werken in de huidige economische orde. De rijkste 1 procent bestaat grotendeels uit directeuren, investeerders, consultants, advocaten en gespecialiseerde artsen die extreem veel werken, soms meer dan zeventig uur per week. Het is onwaarschijnlijk dat deze werkverslaafde elite erg hoog zou scoren als het aankomt op inefficiëntie (uitputting en cynisme zijn een ander verhaal). Maar de vreemde werkethiek die de rijken voor zichzelf hebben bedacht is wel uitermate relevant als je de burn-out wilt begrijpen als cultureel fenomeen, vooral nu het zijn traditionele slachtoffers overstijgt – artsen, verpleegkundigen, leraren, maatschappelijk werkers – en toeslaat in de ruimere gelederen van kenniswerkers.

    Arbeidersklasse

    De arbeidsidealen die Malesic bestempelt als verhalen die de ziel verwoesten, zijn voor een groot deel die van de midden- en hogere klasse; veel mensen uit de arbeidersklasse, die door ervaring wijs zijn geworden, hebben allang door dat uitbuiting een realiteit is. Het moge duidelijk zijn dat ook in de arbeidersklasse burn-outs voorkomen. Uit een recent Brits onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat slechtbetaalde, laagopgeleide werknemers vaker het gevoel hebben dat hun baan zinloos is.

    De burn-out is ook niet alleen een Amerikaans verschijnsel. Van de tang ping-protestbeweging in China tot de verontwaardiging over sterfte door overwerk in Japan en Zuid-Korea: in rijke landen groeit het verzet tegen onmenselijke arbeidsidealen die van welvaart een vloek maken. Zweden en een paar andere Europese landen geven werknemers met een burn-out betaald verlof, en in Finland kunnen burn-outpatiënten in aanmerking komen voor betaalde revalidatieworkshops.

    In de strijd voor humanere arbeidsomstandigheden heeft de burn-out dus weinig invloed. Bovendien bewijst Malesic ons een dienst door te verhelderen hoe onze massale waanideeën ons ervan weerhouden te floreren op het werk. ‘Burn-out’ is hooguit een overgangsterm: als onderwerp van culturele fixatie is het op z’n minst een begrip dat gemakkelijk kan worden weggekaapt door de elite. Op z’n best is het bijna volledig een fenomeen van de elite.

    De term heeft culturele bekendheid verworven, juist omdat hij weerklank vindt bij welgestelde professionals

    Dat de burn-out mainstream aan het worden is, betekent niet dat er een beter maatschappelijk gesprek ontstaat over de positieve kanten van het nietsdoen, of over het streven naar minder vervreemdende vormen van werk. De term heeft culturele bekendheid verworven, juist omdat hij weerklank vindt bij welgestelde professionals die van overwerk een fetisj maken. De burn-out zal de kenniswerkers en de arbeidersklasse niet dichter bij elkaar brengen, als die laatste consequent buiten de cijfers wordt gehouden of als de arbeiders anders over hun uitbuiting denken. Malesic hoopt de term ‘burn-out’ te beperken tot de officiële klinische criteria. Maar juist de brede betekenis van de term maakt hem aantrekkelijk; zelfverklaarde burn-outgevallen kunnen zichzelf feliciteren met hun ijver, terwijl ze het stigma van depressie of een andere zwaardere diagnose ontlopen.

    De burn-out is een indicator dat er iets is misgegaan in de manier waarop we ons werk organiseren. Maar als concept blijft het vastzitten in een oud denkkader: een arbeidsethos dat al twijfelachtig was in de Amerikaanse industriële periode. Een arbeidsethos dat nu nog moeilijker op waarde kan worden geschat, in deze periode van extreme ongelijkheid en toenemende onzekerheid bij beroepen die ooit zekerheid boden. De burn-out van Malesic lijkt voorbestemd om het lot van neurasthenie achterna te gaan, en misschien wel dat van alle ideeën die ooit in de tijdgeest opkwamen: fel branden om vervolgens weer uit te doven.

    Jonathan Malesic, The End of Burnout: Why Work Drains Us and How to Build Better Lives (‘Het einde van de burn-out: Waarom werk ons leegzuigt en hoe we een beter leven kunnen opbouwen’), University of California Press, 288 pagina’s.

  • Depressie genezen met paddo’s in plaats van prozac

    Depressie genezen met paddo’s in plaats van prozac

    Voor de behandeling van depressies zou psilocybine, het actieve bestanddeel van ‘magic mushrooms’ oftewel paddo’s, weleens de grootste doorbraak sinds antidepressiva kunnen zijn. ‘Patiënten zijn na een psilocybine-ervaring vaak beter in staat om in het moment te leven.’

    Aaron Presley (34) had zich het grootste deel van zijn leven een sukkel gevoel, een stuk vuil. Hij zat gevangen in een realiteit die zo ongekend eentonig was dat hij ’s ochtends nauwelijks zijn bed uit kon komen. Maar toen, ineens, trok de drukkende, depressieve mist op en begon de meest intense ervaring van zijn leven.

    Voor Presley kwam het keerpunt toen hij aan de Johns Hopkins-universiteit bij de psychiater op de divan lag, met een oogmasker voor en een koptelefoon op waaruit een Russisch kerkkoor klonk dat hymnen zong. Hij had een flinke dosis psilocybine genomen, het actieve bestanddeel van wat de meeste mensen kennen als paddo’s. Hij verkeerde in een toestand die het beste kan worden omschreven als een lucide droom. Beelden van zijn jeugd en zijn familie zetten overweldigende gevoelens van liefde in gang, waar hij lange tijd niet bij had gekund. ‘Een soort hemel op aarde,’ zegt hij zelf.

    Presley was een van de vierentwintig vrijwilligers die deelnamen aan een kleinschalige studie om de effectiviteit in kaart te brengen van een combinatie van psychotherapie en deze krachtige, geestverruimende drug bij de behandeling van depressies – een aanpak die, als de resultaten positief zouden zijn, de grootste doorbraak in de geestelijke gezondheidszorg zou kunnen zijn sinds prozac in de jaren negentig.

    Ruwweg een derde van de mensen met depressie reageert niet op conventionele behandelingen

    Wereldwijd kampen 320 miljoen mensen met een depressie, die vaak gepaard gaat met het gevoel niets voor te stellen, en met een intense apathie, uitputting en aanhoudende somberte. In een gemiddeld jaar lijden in de Verenigde Staten grofweg zestien miljoen volwassenen, ofwel 7 procent van de bevolking, aan depressie-gerelateerde klachten zoals een ernstige depressie, een bipolaire stoornis of dysthymie [langdurige milde depressie]. Ruwweg een derde van de mensen die zich laten behandelen, reageert niet op gesprekstherapie of op een conventionele behandeling met medicijnen.

    Behandeling met paddo’s kan hoop bieden in die uitzichtloze gevallen. In het onderzoek van de Johns Hopkins-universiteit dat vorig jaar is gepubliceerd in JAMA Psychiatry, bleek deze aanpak vier keer zo effectief als de traditionele antidepressiva. Bij twee derde van de deelnemers waren de symptomen van depressie al na één week met meer dan 50 procent afgenomen; een maand later was meer dan de helft van de patiënten in remissie, wat wil zeggen dat ze niet langer als depressief werden beschouwd.

    Lees ook:

    Grootschalige klinische trials in de Verenigde Staten en Europa zijn gericht op officiële goedkeuring. Twee trials, met meer dan driehonderd patiënten, in tien landen, kregen in 2018 en 2019 van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de status van baanbrekend onderzoek. De FDA maakt nu haast met de evaluatie van de uitkomsten. Als die evaluatie positief uitpakt zullen er snel nieuwe protocollen worden ontwikkeld om psilocybine in combinatie met gesprekstherapie binnen een klinische setting te gebruiken bij de behandeling van depressies. Die behandelingen kunnen dan al in 2024 in klinieken worden toegepast.

    Sommige wetenschappers maken zich zorgen omdat het middel bij sommige mensen tot psychosen kan leiden

    De rehabilitatie van psilocybine als medisch middel roept ook vragen op. Sommige wetenschappers maken zich zorgen omdat het middel, dat bij sommige mensen tot psychosen kan leiden, ook buiten klinische settings zo makkelijk verkrijgbaar is. Ze vrezen een herhaling van de jaren zestig, toen lsd in brede kringen recreatief werd gebruikt, wat veel schade heeft veroorzaakt en wat het onderzoek naar psychedelica een aantal decennia heeft teruggezet.

    Maar veel wetenschappers binnen de geestelijke gezondheidszorg zijn van mening dat de risico’s niet opwegen tetegen de mogelijke voordelen: niet alleen effectieve behandelingen van depressie, maar ook nieuwe inzichten in de neurale basis van veel stoornissen op het gebied van de geestelijke gezondheid. ‘We zijn ervan overtuigd dat de effecten van deze middelen behoorlijk ingrijpend zijn, en dat het verhaal dat eraan vastzit van belang zal zijn voor een beter begrip van nieuwe manieren om hersenaandoeningen te behandelen,’ zegt Jerrold Rosenbaum, verbonden aan de Harvard Medical School, voormalig hoofdpsychiater van het Massachusetts General Hospital en nu hoofd van het nieuwe centrum voor de neurowetenschap van psychedelica van dat ziekenhuis.

    De mogelijke voordelen van psilocybine behelzen niet alleen effectieve behandelingen van depressie maar ook nieuwe inzichten in de neurale basis van veel stoornissen op het gebied van de geestelijke gezondheid.

    Lsd

    Hoewel psychedelische drugs al duizenden jaren door inheemse volken worden gebruikt, zijn ze pas in 1943 op het netvlies verschenen van de westerse medische wetenschap, toen Albert Hofmann, een scheikundige bij de Zwitserse farmaceut Sandoz, per ongeluk wat lysergeenzuurdi-ethylamide innam, oftewel lsd. Hij kwam al snel in een ‘droomtoestand’ terecht en hallucineerde ‘een ononderbroken stroom van fantastische beelden, uitzonderlijke vormen met een intens, caleidoscopisch kleurenspel’. Hoffman raakte ervan overtuigd dat lsd van nut zou kunnen zijn voor de medische wetenschap en de psychiatrie.

    Niet lang daarna reisde een bankier uit Manhattan, R. Gordon Wasson, naar Oaxaca in Mexico, probeerde een paar psilocybinepaddenstoelen en schreef een vijftien pagina’s tellende verslag over zijn psychedelische ervaringen voor het blad Life, waardoor het Amerikaanse publiek kennis kon nemen van de kracht van de paddo’s.

    Al snel maakten psychiaters melding van therapeutische voordelen. In de jaren zestig van de vorige eeuw hadden ze er meer dan zevenhonderd alcoholisten mee behandeld, van wie de helft in ieder geval een paar maanden lang nuchter bleef. Andere onderzoekers kwamen tot de ontdekking dat het middel hielp tegen angsten, depressies, de existentiële angst van terminale kankerpatiënten en verschillende mentale stoornissen – mits het onder toezicht werd toegediend.

    Lees ook:

    Psychedelische drugs verloren hun legitieme status toen ze binnen de alternatieve scene werden gebruikt ter ontspanning, wat leidde tot een golf van zelfmoorden, zenuwinzinkingen en bad trips. De overheidssubsidies droogden op. Maar ondertussen gingen enkele wetenschappers in Amerika en daarbuiten door met hun experimenten op muizen, en zij brachten de merkwaardige capriolen op moleculair niveau in kaart die ervoor zorgen dat psilocybine de menselijke waarneming zo ingrijpend kan veranderen.

    Neuronen die normaal gesproken niet zouden vuren gaan onder invloed van lsd en psilocybine tekeer als duizendklappers

    Cruciaal hierbij is dat het middel zich kan binden aan een speciaal soort minuscule proteïnen die uit het oppervlak van veel hersencellen steken en die de aanwezigheid van chemische signalen oppikken – in dit geval de nan veel hersencellen steken en de aanwezigheid van chemische signalen oppikken – in dit geval de neurotransmitter serotonine. Dankzij een eigenaardigheid in hun geometrie zijn de actieve moleculen in lsd en psilocybine zo krachtig dat de chemicaliën in deze proteïnen – die bekendstaan als serotonine 5-HT2A-receptoren – uren blijven hangen in plaats van snel weer te verdwijnen, zoals normale neurotransmitters zouden doen. Zodra het stofje zich eenmaal heeft vastgezet in de receptoren, stuurt het de interne signalen van de cel in het honderd, waardoor sommige neuronen die normaal gesproken niet zouden vuren tekeergaan als duizendklappers, terwijl anderen juist stilvallen.

    Deze inzichten geven slechts het begin van een antwoord op de diepgravende vragen die wetenschappers hebben over deze drug – waarom roept psilocybine bijvoorbeeld zulke spirituele ervaringen op? –,  vragen die alleen konden opkomen dankzij de trials met mensen. In de jaren zestig, na een campagne van rechtszaken en lobby’s van voorvechters van psychedelica, keek de FDA opnieuw naar de psychedelische drugs en andere ‘schadelijke drugs’ en liet weten open te staan voor aanvragen om nader onderzoek te doen.

    Mystieke ervaringen

    Begin deze eeuw werd aan de New York-universiteit, de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA) en de Johns Hopkins-universiteit klinisch onderzoek gedaan naar mystieke ervaringen, terminaal zieke kankerpatiënten en verslaving. Met behulp van hersenscans konden de opmerkelijke effecten van de drugs in de hersenen worden vastgelegd. De laatste jaren is er een steeds helderder beeld ontstaan van hoe de magie van deze drugs tot stand komt, en waarom psilocybine zou kunnen werken als therapie bij geestelijke stoornissen.

    Zowel lsd als psilocybine zorgt voor een grondige verstoring van de normale patronen in de hersenen. Onderzoekers kunnen die veranderingen in kaart brengen met hersenscans die laten zien welke delen van de hersenen gelijktijdig of kort na elkaar actief zijn (wat een indicatie is van welke gebieden met elkaar communiceren). Psilocybine lijkt vooral te interfereren met de connectiviteit en het functioneren van netwerken van hersenstructuren die een rol spelen bij planning, besluitvorming en associatief denken – veel van de hogere circuits waarvan we afhankelijk zijn om de wereld om ons heen te kunnen duiden en begrijpen. De drugs lijken ook te interfereren met de werking van de nucleus reticularis thalami, een structuur dicht bij de kern van de hersenen die de hoeveelheid zintuiglijke signalen filtert en ons in staat stelt onze aandacht te richten op bepaalde prikkels en andere te blokkeren.

    Veel patiënten ervaren na een psilocybinetherapie een herwonnen gevoel van vrede en zijn vastberaden de rest van hun leven te wijden aan de banden met hun dierbaren, vastberaden om alles uit het leven te halen.

    Lees ook:

    Robin Carhart-Harris, een neurowetenschapper die onlangs de overstap maakte van Imperial College in Londen naar de Universiteit van California in San Francisco, heeft een van de meest geciteerde theorieën ontwikkeld over de manier waarop de drug transformatieve ervaringen opwekt. Hij meent dat het komt doordat de drug op de een of andere manier een specifieke constellatie van hersenstructuren kan lamleggen die bekendstaat als het ‘defaultnetwerk’. Dit netwerk is actief wanneer onze gedachten afdwalen, wanneer we dagdromen. Het veroorzaakt het bekende stemmetje in ons hoofd, dat vaak heel actief is bij depressieve en angstige patiënten, die worden gekweld door negatieve gedachten en in een kringetje blijven ronddraaien.

    De psilocybine snoerde het kritische, dwingende stemmetje in zijn hoofd de mond

    Sommige wetenschappers zien het defaultnetwerk als het neurale correlaat van Freuds ‘ego’, dat deel van de menselijke persoonlijkheid dat we ervaren als het ‘ik’ dat zich dingen herinnert, dat evalueert, plannen maakt, dat helpt onze interne en externe werelden met elkaar te verenigen en dat zorgt voor het mentale filter waardoor we onze ervaringen van moment tot moment beleven en interpreteren. Aaron Presleys verhaal maakt duidelijk dat dit netwerk helemaal kan vastlopen. Voorafgaand aan zijn behandeling, zo herinnert Presley zich, hield hij zichzelf stelselmatig voor dat hij geen knip voor zijn neus waard was en dat er geen enkele hoop was dat dat ooit beter zou worden. Het koesteren van dit soort onproductieve gedachten die zich steeds herhalen, het ‘zogenaamd problemen oplossen,’ wordt binnen de psychiatrie ‘rumineren’ genoemd. Volgens Harvards Rosenbaum speelt rumineren een cruciale rol bij mentale problemen zoals depressie, verslaving en dwangneuroses.

    Bij Presley hielp de psilocybine-ervaring om het contraproductieve rumineren een halt toe te roepen. De psilocybine snoerde het kritische, dwingende stemmetje in zijn hoofd de mond. Presley voelde een mate van zelfacceptatie en autonomie die hij niet voor mogelijk had gehouden.

    Charles Raison, die als psychiater aan de Universiteit van Wisconsin gespecialiseerd is in depressie, legt dergelijke ervaringen uit in freudiaanse termen. Als het ego is uitgeschakeld, krijgt Freuds onbewuste alle vrijheid om zich te uiten en komen er vaak innerlijke waarheden en diepe inzichten naar boven, waarvan de mensen die deze drugs nemen normaal gesproken geen weet hebben.

    ‘Het idee dat psychedelica sommige van deze krachtige, diepere emotionele delen van de hersenen – de limbische gebieden die betrokken zijn bij herinnering en emotie – in staat stellen ook een duit in het zakje te doen, komt overeen met wat de proefpersonen beschrijven,’ zegt Raison, die ook aan het hoofd staat van het klinische onderzoek en het translatie-onderzoek aan het Usona Institute, een non-profitorganisatie waar klinisch onderzoek wordt gedaan naar psilocybine. ‘Mensen worden vaak overweldigd door die ongekend krachtige emoties die heel verrassend kunnen zijn, alsof ze van buitenaf komen, maar die tegelijkertijd volkomen geloofwaardig en overtuigend zijn. Die limbische gebieden hebben ineens de vrijheid om ook hun zegje te doen.’

    ‘Heilige graal’

    Maar dit alles verklaart nog niet het aanhoudende mysterie van deze drugs – wat Raison ‘de heilige graal’ noemt en wat anderen ‘de zwarte doos’ van onze huidige wetenschappelijke kennis noemen.

    ‘Veel hersenaandoeningen worden gedefinieerd door een “versmald mentaal en gedragsmatig repertoire,” wat degenen die eraan lijden veroordeelt tot “suboptimale patronen” waaruit ze niet kunnen losbreken,’ aldus Matthew Johnson, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan de Johns Hopkins-universiteit en een van de coauteurs van het depressieonderzoek waaraan Aaron Presley deelnam. Deze ‘suboptimale patronen’ manifesteren zich als gedrag, zoals rumineren en een reflex om te denken dat alles verkeerd zal lopen, en ze manifesteren zich ook fysiek, als abnormale hersenactiviteit. Veel geestelijke aandoeningen worden gekenmerkt door afwijkende hersenactiviteit, waarbij groepen gespecialiseerde neuronen, die circuits worden genoemd, vastlopen in rigide communicatiepatronen en zo het vermogen verliezen om effectief te communiceren met andere hersencircuits. De hersenen verliezen de flexibiliteit en de wendbaarheid om op nieuwe situaties te reageren en die te duiden en overeenkomstig te handelen. We worden ziek.

    Lees meer:

    ‘Als de drug begint uit te werken, leidt dat op de een of andere manier tot een reset, waarna deze hersennetwerken een gezonder patroon vertonen,’ zegt David Nichols, een gepensioneerde chemicus die was verbonden aan Purdue-universiteit Hij bestudeert al meer dan vijftig jaar de moleculaire biologie van psychoactieve drugs. ‘En dat is denk ik de belangrijkste vraag waar psychiaters zich lange tijd mee bezig zullen houden: Wat is precies dat resetmechanisme?’

    De drugs zouden de hersenen er zelfs toe kunnen aanzetten zich te vernieuwen

    De afgelopen jaren zijn wetenschappers op bewijzen gestuit van een wel heel opwindende mogelijkheid – dat de drugs de hersenen er op de een of andere manier toe aanzetten groeistoffen vrij te maken die méér doen dan alleen een globaal signaal afgeven dat de cellen van de hersenen in staat stelt zichzelf te resetten en nieuwe verbindingen aan te gaan. De drugs zouden de hersenen er zelfs toe kunnen aanzetten zich te vernieuwen.

    Bij een van die onderzoeken, aan de Yale School of Medicine, werd een laserscannermicroscoop gebruikt om in de hersenen van muizen te kijken. Er werd specifiek gekeken naar de ‘dendritische spines’, de takachtige uitsteekseltjes die neuronen in staat stellen te communiceren met naburige hersencellen. We weten dat onder invloed van chronische stress en depressie het aantal van die neurale connectoren afneemt en de bestaande dendrieten verschrompelen. Toen de onderzoekers aan Yale een stel gestreste, depressieve muizen met verschrompelde dendrieten psilocybine toedienden, veerden hun dendrieten weer op.

    Opmerkelijk genoeg lijkt al na een enkele dosis de nieuwe bedrading van de hersenen blijvend: na een maand hadden de muizen die psilocybine toegediend hadden gekregen, nog altijd 10 procent meer neurale verbindingen dan voordien. De toegenomen dichtheid van deze cruciale neurale connectoren had waarneembare voordelen: de muizen vertoonden gedragsverbeteringen en een toegenomen activiteit van neurotransmitters.

    Structurele veranderingen

    ‘Deze nieuwe verbindingen zijn wellicht structurele veranderingen die de hersenen gebruiken om nieuwe ervaringen op te slaan,’ zegt Alex Kwon, universitair hoofddocent psychiatrie en neurowetenschap aan Yale en een van de auteurs van het artikel.

    Andere groepen wetenschappers die in petrischaaltjes menselijke hersencellen hebben blootgesteld aan de drugs, melden ook een aangroei van nieuwe hersencellen – een proces dat ‘neurogenese’ wordt genoemd. Een theorie is dat de drugs in staat zijn de serotoninereceptoren ‘aan’ te zetten, wat op de een of andere manier voor langere tijd een reeks chemische reacties in gang zet waardoor neuronen hormoonachtige signalen afgeven die neurogenese stimuleren.

    Als wetenschappers deze chemische reacties kunnen uitpluizen en in kaart brengen, aldus Rosenbaum van Harvard, kunnen ze niet alleen een nieuw licht werpen op wat er misgaat bij verschillende hersenaandoeningen, maar kunnen ze ook nieuwe behandelingen ontwikkelen voor hardnekkige en moeilijk te behandelen hersenaandoeningen.

    Toen Presley bij zijn psychiater op de divan lag, was hij niet bezig met zijn florerende dendrieten of zijn Freudiaanse id. Hij was weer een zevenjarig jochie, dat op zondag met het hele gezin in de kerkbankjes zat. Zijn twee broers en hij probeerden elkaar aan het lachen te maken.

    ‘Ik had het gevoel alsof ik gebukt ging onder een enorme last. En van het ene op het andere moment was ik daarvan verlost’

    ‘Ik voelde mijn broers letterlijk naast me zitten – en ook hoe fijn dat was,’ zegt hij. ‘En ik voelde hoeveel ik van mijn broers en mijn ouders hou. Het was zo’n moment dat je bijna moet huilen van het lachen.’

    De scène in de kerk ging over in andere taferelen. Presley zag zijn eigen begrafenis, die van zijn ouders en die van andere mensen die hem dierbaar zijn (en die allemaal nog in leven zijn). Hij zag een mogelijke toekomst voor zich met zijn vriendin. Hij moest zo hard huilen dat het leek alsof hij een trap in zijn maag had gekregen, en vervolgens voelde hij zijn lichaam volstromen met onvervalste vreugde en dankbaarheid. Presley wist dat het niet echt was, wat hij meemaakte. Maar de scènes waren zo gedetailleerd, zo doorvoeld en betekenisvol, dat ze echt leken.

    Toen het allemaal achter de rug was en nadat hij alles had besproken met de mensen van Hopkins, was er echt iets veranderd. In de weken en maanden die volgden werden de visioenen die hem een glimp van geluk en zingeving hadden geboden, zijn leidraad. Hij sloot zich aan bij een koor omdat zingen hem plezier verschafte. Hij schoor zijn baard en zijn hoofdhaar af en nam weer deel aan het sociale leven. Hij probeerde de banden aan te halen met familie en oude vrienden. Met hulp van de Hopkins-therapeuten die klaarstonden om zijn ervaring te ‘integreren’ stelde hij lijstjes op wat hij zou kunnen doen als – of wanneer – de duisternis terugkeerde: Een vriend of een dierbare bellen, naar een klimhal gaan, gewichtheffen, zingen, piano spelen, contact zoeken met wetenschappelijke experts om met hen te praten over hun werk.

    ‘Ik was zo moe, echt uitgeput,’ herinnert hij zich de tijd voor de behandeling. ‘Ik had het gevoel alsof ik gebukt ging onder een enorme last. En van het ene op het andere moment was ik daarvan verlost. Een verschil van dag en nacht.’

    Dergelijke transformaties zijn niet ongebruikelijk in de knusse, schaars verlichte ruimten van de zorgprofessionals met hun comfortabele banken, Boeddhabeelden en geschilderde landschappen. Mary Cosimano, die aan het hoofd staat van de gespreksgroepen aan het Johns Hopkins Center for Psychedelic and Consciousness Research, heeft voor klinische trials meer dan 475 sessies met vrijwilligers gehouden. De individuele ervaringen zijn heel verschillend maar er zijn enkele overeenkomsten.

    Vredig gevoel

    Een vrijwilliger die deelnam aan een onderzoek naar het gebruik van psilocybine bij de behandeling van anorexia had het gevoel te worden vastgehouden en geaccepteerd door een hoger wezen – ‘gekoesterd in de armen van God’ – wat haar een vredig gevoel gaf en wat wellicht precies was wat ze nodig had om af te komen van het gevoel dat ze haar leven op allerlei vlakken onder controle moest houden. Een andere vrijwilliger beschreef dat ze zich zo waardeloos voelde dat ze op haar werk tegen niemand iets durfde te zeggen. In een van de sessies had ze een visioen van zichzelf op het werk. Ze zag haar collega’s steeds kleiner worden, ‘echt piepklein’, waarna zij hen opat. Die ervaring gaf haar het gevoel dat ‘we allemaal verbonden zijn, dat we allemaal één zijn.’ Toen ze weer op haar werk kwam, voelde ze zich niet langer minder dan haar collega’s en kon ze op voet van gelijkheid met hen omgaan.

    Dr. Charles Grob, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan UCLA, die begin deze eeuw veel met terminale kankerpatiënten heeft gewerkt, zegt dat zijn patiënten na de psilocybine-ervaring vaak beter in staat waren in het moment te leven.

    Het merendeel van zijn patiënten kampte aanvankelijk in sterke mate met existentiële stress, uitzichtloosheid, depressie en angsten. Na de psilocybinebehandelingen voelden ze zich vaak vrediger en waren vastbesloten de tijd die hun nog restte zo goed mogelijk te besteden en de banden met dierbaren aan te halen.

    Patiënten ‘worden vaak overweldigd door die ongekend krachtige emoties, die heel verrassend zijn, alsof ze van buitenaf komen, maar die tegelijkertijd volkomen geloofwaardig en overtuigend zijn’.

    ‘Je voelt je niet langer afgesneden en geïsoleerd van je oude zelfbewustzijn’

    Als we ernstig ziek worden, legt hij uit, ‘verliezen we dat deel van onze identiteit dat zo essentieel is voor ons functioneren, en dit soort behandelingen lijkt het gevoel van zingeving en identiteit te herstellen dat zit verankerd in wie we in het verleden waren’, zegt hij. ‘Je voelt je niet langer afgesneden en geïsoleerd van je oude zelfbewustzijn. We zijn tot de ontdekking gekomen dat dit in meerdere opzichten een existentieel medicijn is.’

    Cosimano benadrukt dat de trip zelf gewoon deel uitmaakt van het klinische protocol. Op de Johns Hopkins-universiteit, en in de meeste onderzoeken die momenteel plaatsvinden, is wat er daarna gebeurt minstens zo belangrijk. Na afloop van de sessies wordt de vrijwilligers gevraagd een ‘sessieverslag’ te schrijven, soms niet meer dan een puntsgewijze opsomming van wat ze hebben ervaren. Vervolgens lezen ze dat verslag voor aan hun begeleiders, die de vrijwilligers helpen uitzoeken wat de ervaring voor hen heeft betekend en hoe ze de nieuwe inzichten kunnen toepassen in het leven van alledag.

    ‘Als je niets doet met wat je ervaart, ben je straks weer terug bij af,’ zegt Cosimano. ‘Het is een kwestie van discipline. Je moet bereid zijn een commitment aan te gaan.’

    Onder supervisie

    Wil de drug ooit tot de markt worden toegelaten en patiënten kunnen helpen, moeten de voorvechters de fouten uit het verleden zien te vermijden. Veel van diegenen die deze therapieën promoten zijn van mening dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen het gebruik van de drugs in een privésituatie en het gebruik ervan in een strikt gereguleerde, veilige, therapeutische omgeving, onder supervisie.

    Dit mandaat drukt zwaar op George Goldsmith, een van de oprichters van Compass Pathways, een in Londen gevestigd, beursgenoteerd biotechnologiebedrijf dat een onderzoek uitvoert op 22 plaatsen in 10 landen met 223 patiënten die voldoen aan de diagnostische criteria voor een ‘behandelingsresistente’ depressie. Goldsmith heeft een grote persoonlijke betrokkenheid bij het onderzoek: Hij en zijn vrouw Ekaterina Malievskaia stuitten op de psychedelische therapie toen ze op zoek waren naar een remedie voor haar zoon, die kampt met mentale problemen, en vervolgens stelden ze zich ten doel hier meer bekendheid aan te geven.

    Goldsmith en Malievskaia en zetten het onderzoek op in nauw overleg met de instanties – sterker nog, het was een Britse instantie die opperde dat ze zich in hun eerste onderzoek zouden richten op geneesmiddelenresistente depressies. Ze hebben ook een bestuur aangesteld van gerespecteerde adviseurs zoals Tom Insel, voormalig hoofd van het U.S. National Institute of Mental Health, Paul Summergrad, voormalig hoofd van het American Psychiatric Institute, en Alasdair Breckenridge, voormalig hoofd van het Britse Medicines and Healthcare Products Regulatory Agency.

    Honderden nieuwe biotechnologiebedrijven maken geld vrij voor therapieën

    ‘Ik ben van mening dat er op dit terrein behoefte is aan innovatie,’ zegt Insel. Hij maakt zich zorgen dat hun inspanningen zullen worden ingehaald door andere ontwikkelingen. Een Amerikaanse beweging voor het decriminaliseren van psilocybine wint steeds meer terrein en de kiezers in Denver, Oakland, Santa Cruz, Washington D.C., en Somerville en Cambridge in Massachusetts, hebben zich erachter geschaard.

    Hoewel de drugs onder de federale wetgeving nog altijd zijn verboden, maakt hij zich zorgen wat er kan gebeuren als ze breed aftrek vinden buiten een klinische omgeving. Zonder toezicht kunnen psychedelica de eerste symptomen van een psychose in de hand werken bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Dat kan leiden tot het soort tragedies en de negatieve publiciteit die de drug in het verleden parten hebben gespeeld.

    Maar de goudkoorts voor behandelingen is al begonnen. Honderden nieuwe biotechnologiebedrijven maken geld vrij voor therapieën en het aantal groepen dat onderzoek doet naar de bestanddelen voor klinisch gebruik is geëxplodeerd, tot inmiddels ver over de honderd.

    De therapie die Compass voorstaat bestaat onder meer uit een protocol om te garanderen dat de drug veilig gebruikt kan worden, en er zijn specialisten in de buurt voor als het een patiënt te veel mocht worden. Patiënten worden gescreend, moeten voorbesprekingen houden met een therapeut, staan onder supervisie, worden gemonitord tijdens de sessies waarin ze doses psilocybine krijgen toegediend en hebben achteraf gesprekken die zijn bedoeld om hun ervaringen te integreren in het leven van alledag.

    ‘Een bad trip hoeft volgens mij niet meteen een slechte ervaring te zijn. Het is een uitdagende ervaring’

    Als de FDA de therapie goedkeurt, zal dat vermoedelijk zijn met als speciale voorwaarde dat de drugs niet buiten de klinische omgeving mogen worden gebruikt, dat ze zorgvuldig worden gecontroleerd en dat ze alleen kunnen worden toegediend door een geschoolde zorgprofessional. 

    ‘We zien vaak dat de ervaring zelf nogal uitdagend is, maar dat mensen er toch veel baat bij hebben,’ zegt Goldsmith. ‘Een bad trip hoeft volgens mij niet meteen een slechte ervaring te zijn. Het is een uitdagende ervaring. Je wilt misschien niet al te diep op de inhoud ingaan, maar eigenlijk kan het heel heilzaam zijn om dat wel te doen. En daarom is het ook zo belangrijk dat er een therapeut aanwezig is. God mag weten wat er in het wild allemaal kan gebeuren.’

    Maar binnen de juiste klinische setting zou de therapie ook van nut kunnen zijn voor mensen op wie andere therapieën geen vat kregen. Drie jaar na zijn ervaring aan Hopkins slaat Aarons depressie nog weleens toe. Maar als dat het geval is, wordt hij er niet langer door overweldigd en weet hij wat hij moet doen om het tij te keren. De ervaring heeft hem ertoe aangezet de band met zijn ouders en zijn broers aan te halen. Hij is opener en hij praat meer over persoonlijke dingen die hij vroeger voor zich zou hebben gehouden, zegt hij.

    ‘Ik ben gaan inzien dat ik kan terugvallen op een reeks handelingen en activiteiten, in precies de goede verhouding en volgorde, die voor mij ideaal uitpakken. En ik ben bij machte om dat in gang te zetten. Ik heb mijn passies hervonden, wat me diep van binnen enorm motiveert.’

    Lees meer:

  • Aanbevolen door de redactie. Iedereen wordt vrolijk van ballonkunst & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Iedereen wordt vrolijk van ballonkunst & Meer

    De ballonnen van kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life maken je zo blij als een kind. Verder: De schoonheidstrend BBL (Brazilian Butt Lift) leidt tot gevaarlijke operaties, soms zelfs met de dood tot gevolg & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Het Europa van 1914 versus 2021

    Caroline de Gruyter schrijft columns over Europa en internationale politiek. Niet alleen voor NRC Handelsblad, maar ook voor de site euobserverVanwege haar kraakheldere schrijfstijl, internationale blik, bewonderenswaardige kennis en vaak verrassende invalshoeken is het zeer de moeite waard om ook die in de gaten houden, tipt redacteur IJsbrand van Veelen

    Haar meest recente bijdrage voor euobserver begint zo: ‘De Hongaarse schilder Béla Zombory-Moldován was 29 toen zijn leven voor altijd veranderde. In 1914 brak de oorlog uit terwijl hij met vrienden op vakantie was aan de Adriatische kust. Binnen een week was de zorgeloze, zachtaardige kunstenaar uit een rijke familie op weg naar het front, in uniform. Zoals hij schreef in The Burning of the World, zijn memoires van het eerste jaar van de oorlog die in 2014 door zijn kleinzoon werden gepubliceerd, had hij geen idee van wat hem te wachten stond. “Sinds mijn grootvader was niemand in mijn familie in oorlog geweest. Totdat we ermee werden geconfronteerd, had iedereen oorlog als een absurditeit beschouwd. Nu was het realiteit. Een schrale troost: de vijand moet hetzelfde probleem hebben.”

    In een Europa waar al meer dan zeventig jaar vrede is, roepen deze woorden onwillekeurig parallellen op’, vervolgt De Gruyter. ‘Niemand zegt dat er in 2021 oorlog zal uitbreken in Europa. 1914 is zeker geen 2021. Maar…’ Het vervolg lees je hier

    Deze column is een voorproefje uit haar nieuwe boek Beter wordt het niet – Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie, dat op 2 maart verschijnt.


    Braziliaanse billen

    De afkorting alleen al: BBL, geen sandwich, maar een brazilian butt lift. In Zuid-Amerika is de butt een ontzettend belangrijk onderdeel van het vrouwelijk lichaam. En sinds een aantal jaren voor iedereen zelf naar ideaalbeeld te boetseren, Zoals Melissa – niet haar echte naam – in dit artikel van The Guardian – getipt door editor at large Katrien Gottlieb – zegt: ‘Je ziet iets wat je leuk vindt, en dan wil je het hebben.’ Logisch toch?

    Cosmetische chirurgie heeft er groots aan bijgedragen dat het uiterlijk niet langer een ‘gradually decaying biological event’ is maar een project dat voortdurend kan worden bijgeschaafd. Maar wat gebeurt er als de BBL uit het modebeeld verdwijnt, en iedereen opeens de voorkeur geeft aan een AB, een Aspirine Butt? Zoals het Britse model Twiggy de trend zette met haar cup AA en vrouwen met een voluptueuze boezem frustreerde.

    In de afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen, Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr, overleden als gevolg van complicaties die zich voordeden bij BBL’s in Turkije, schrijft The Guardian. Wat mensen bezielt om zichzelf zoiets aan te doen om hun zelfbeeld kunstmatig op te pimpen, soms tot de dood erop volgt, blijft een interessant fenomeen.


    Ambassadeur van een sombere generatie

    Arlo Parks verwoordt de eeuwige problemen van de adolescentie, en in het bijzonder de problemen die ze in de huidige tijd ervaren, schrijft The Times in een portret. Zo schreef ze het nummer ‘Black Dog’ (‘It’s so cruel what your mind can do for no reason’) voor een vriendin. ‘Ik zag iemand zonder aanwijsbare reden vreselijke pijn lijden. (…) er was geen duidelijke oorzaak en ik voelde me machteloos.’ Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.

    Haar muziek richt zich in het bijzonder op de eerste generatie ‘digitale autochtonen’, waar ze zelf als twintigjarige deel van uitmaakt: jongeren die zijn opgegroeid met internet. Volgens een rapport dat in oktober 2020 is vrijgegeven door de American Psychological Association, leed meer dan 70 procent van de jongvolwassenen het afgelopen jaar aan een vorm van depressie.

    We snappen waarom, schrijft de Londense krant. De jongeren van Generatie Z zitten vastgeschroefd aan hun mobiele telefoon, worden belaagd met sombere berichten en steeds meer overweldigd door wanhoop. Parks is ook ambassadeur voor CALM: Campaign Against Living Miserably – een organisatie die zich inzet voor een goede geestelijke gezondheid.

    ‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring’

    Zelf lijkt de artiest een gelukkige jeugd te hebben gehad. Ze is de dochter van een Nigeriaanse vader en een Franse moeder en bezocht een privéschool in Hammersmith in Londen. Ze begon op zevenjarige schrijver met het schrijven van gedichten, op haar veertiende met gitaar spelen. Op de middelbare school werd ze nadat ze voor haar biseksualiteit was uitgekomen zelfverzekerder, vertelt ze zelf, en begon ze ook te zingen.

    Ze laat zich inspireren door bijvoorbeeld de Amerikaanse R&B-ster Frank Ocean, King Krule, een cultzanger uit Zuid-Londen, The Cure, maar bijvoorbeeld ook door de meanderende taal uit Virginia Woolfs Mrs Dalloway (‘Ze neemt je mee in een zin en laat je er bijna in verdwalen tot je er aan het einde weer uit komt’) en Just Kids van Patti Smith (‘Een bundeling van alles wat vreemd, romantisch en destructief was in het leven van een kunstenaar in het New York van de jaren zeventig’). Haar album Collapsed in Sunbeams, dat deze maand verscheen, ontleent zijn titel aan Zadie Smiths essaybundel On Beauty (2005).

    ‘Gedurende het jaar dat voor de meesten van ons gekenmerkt werd door algehele verlamming, veranderde ze van een volslagen onbekende in een openbaring, die onder andere Michelle Obama en Billie Eilish wordt bewonderd’, schrijft The Times.

    Het artikel van The Times zit achter een betaalmuur maar haar muziek spreekt voor zichzelf en is online te beluisteren.


    Ballonkunst

    Tijdens deze donkere coronaperiode snakt menig mens naar een feestje, en wat schreeuwt nou meer feest dan de ballon. In Tokio kunt u nu de ultieme ballonervaring ondergaan door te stuiteren door de kunstinstallatie Weightless Forest of Resonating Life van het internationale collectief teamLab, te zien in het MORI Building Digital Art Museum. Nu reizen naar Japan lastig is, zijn er gelukkig videobeelden van de installatie om je aan te vergapen.

    Een tip van onze art director Majel van der Meulen: ‘Licht, beweeglijk, kleurrijk, vrolijk, feestelijk: de ballon. Meer dan een feestje, in de beeldende kunst kom ik ze regelmatig en graag tegen. Door de jaren heen heb ik een flinke verzameling gezien. In 2017 genoot ik van Martin Creeds installatie SAY CHEESE! in Museum Voorlinden, met onder andere een zaal gevuld met ballonnen. Al eerder zag ik in Tate Modern Andy Warhols Silver Clouds en in 2013 in De Pont in Tilburg Two Younger Women Come In and Pull Out A Table van Katharina Grosse. Ook bijzonder vrolijk makend is Jeff Koons Balloon Dog (Magenta), die te zien was op de Biënnale van Venetië in 2015. En een nu dus deze ballonkunstinstallatie in Tokyo.’


    Mentor van de beat-dichters

    Lawrence Ferlinghetti, dichter, uitgever en politiek iconoclast, die generaties kunstenaars en schrijvers uit San Francisco inspireerde en ondersteunde, is maandag in zijn huis in San Francisco overleden aan een longziekte. Hij werd 101 jaar.

    The New York Times publiceerde een prachtig portret van de ‘spirituele godfather van de beat-beweging’, die in 1953 de boekhandel, uitgeverij en ‘literaire ontmoetingsplaats’ City Lights in San Francisco oprichtte. Een elf minuten durende documentaire over het leven van de Ferlinghetti, die grote beat-dichters als Allen Ginsberg, Gregory Corso en Michael McClure uitgaf, begeleidt het artikel.

    Een aanrader van redacteur Joep Harmsen. ‘In 2018 bracht ik een bezoek aan City Lights Bookstore en werd overvallen door de historische sensatie van het zijn op een plek waar grootheden als Allen Ginsberg, Jack Kerouac en Ferlenghetti himself elkaar hun energieke en taboedoorbrekende poëzie voordroegen.’

    Zijn meest succesvolle bundel, A Coney Island of the Mind (1958) trok de aandacht toen een van de gedichten als godslastering werd bestempeld door een congreslid uit New York, Steven B. Derounian, die beweerde dat het de kruisiging van Christus belachelijk maakt. Het gedicht, ‘Sometime During Eternity …’ begint als volgt:

    Sometime during eternity

    some guys show up

    and one of them

    who shows up real late

    is a kind of carpenter

    from some square-type place

    like Galilee

    and he starts wailing

    and claiming he is hip

    En dan nog, om de levenslust van de 101 jaar oud geworden Ferlinghetti te vieren, het begin van zijn gedicht ‘The World is a Beautiful Place’:

    The world is a beautiful place

    to be born into

    if you don’t mind happiness

    not always being

    so very much fun

    if you don’t mind a touch of hell

    now and then

    just when everything is fine

    because even in heaven

    they don’t sing

    all the time

  • Het eenzame brein

    Het eenzame brein

    Het onderzoek naar eenzaamheid van neurowetenschapper Kay Tye kan ons helpen de psychologische gevolgen van sociaal isolement beter te begrijpen. Want eenzaamheid wordt in verband gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Ook belemmert eenzaamheid het immuunsysteem en kan het leiden tot kanker, hartkwalen en alzheimer. Maar hoe ziet dat eenzame brein eruit?

    Lang voordat de wereld ooit van covid-19 had gehoord, ging Kay Tye op zoek naar een antwoord op de vraag die in het tijdperk van sociale afstand een nieuwe weerklank heeft gekregen: wanneer mensen zich eenzaam voelen, snakken ze dan op dezelfde manier naar sociale interactie als iemand die honger heeft snakt naar eten?

    Hebben zij en haar collega’s deze ‘honger’ in de neurale circuits van de hersenen kunnen ontdekken en meten? ‘Eenzaamheid is iets universeels,’ zegt Tye, neurowetenschapper bij het Salk Institute of Biological Sciences in San Diego, Californië. ‘Het lijkt redelijk om te betogen dat eenzaamheid een neurowetenschappelijk begrip zou moeten zijn. Alleen heeft niemand ooit een manier gevonden om het fenomeen te testen en in specifieke cellen te lokaliseren. Dat proberen we nu te doen.’

    De afgelopen jaren is er een stortvloed van wetenschappelijke boeken verschenen waarin eenzaamheid in verband wordt gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Er zijn zelfs steeds meer epidemiologische publicaties die aantonen dat je door eenzaamheid meer kans maakt ziek te worden: er lijkt een chronische toevloed van hormonen door ontketend te worden die een goede werking van het immuunsysteem belemmert. Biochemische veranderingen als gevolg van eenzaamheid kunnen de uitzaaiing van kanker versnellen en hartkwalen en alzheimer bespoedigen, of uiterst vitale mensen de wil ontnemen om verder te leven. Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen
    om risicogevallen te identificeren en nieuwe interventiemethoden te ontwikkelen.

    De komende maanden, zo waarschuwen velen, zullen we wereldwijd de gevolgen zien van covid-19 voor de geestelijke gezondheid. ‘Het zal niet lang meer duren voordat iedereen beseft wat de impact van sociale isolatie is op de rest van de geestelijke gezondheid,’ zegt Tye. ‘Ik denk dat die behoorlijk heftig is en snel optreedt.’

    56a83e270ec399efa4bf241b7d7ce257 1
    Een bezoeker van de Innovation for Health-conferentie, op 13 februari jl. in Rotterdam, bevoelt een opblaasbaar brein. Een belangrijk deel van het conferentieprogramma was gewijd aan dementie en alzheimer. – © Michel Porro / Getty

    Moeilijk te identificeren

    Maar het identificeren en zelfs definiëren van eenzaamheid is een moeilijk karwei. Zo moeilijk zelfs dat neurowetenschappers het onderwerp lange tijd hebben gemeden. Eenzaamheid, zegt Tye, is inherent subjectief. Een hedendaags voorbeeld: je kunt deelnemen aan een Zoom-gesprek met geliefden in een andere stad en je sterk verbonden voelen, of nog eenzamer dan vóór het gesprek. Deze ambiguïteit zou de merkwaardige resultaten kunnen verklaren die aan het licht kwamen toen Tye, voordat ze in 2016 haar eerste wetenschappelijke verhandeling over de neurowetenschappelijke kant van eenzaamheid publiceerde, onderzoek deed naar andere publicaties over het onderwerp. Hoewel ze in de psychologische literatuur studies over eenzaamheid aantrof, was er geen enkele publicatie waarin ook de woorden ‘cellen’, ‘neuronen’ en ‘hersenen’ voorkwamen.

    Hoewel de grootste geesten op het gebied van filosofie, literatuur en beeldende kunst zich al millennia over het hoe en waarom van eenzaamheid buigen, gaan neurowetenschappers er sinds lange tijd van uit dat vragen over de manier waarop het menselijk brein ermee omgaat niet in hun datagedreven labs beantwoord kunnen worden. Tye hoopt daar verandering in te brengen door een geheel nieuw terrein te ontwikkelen, gericht op het analyseren en begrijpen van de manier waarop onze zintuiglijke waarnemingen, eerdere ervaringen, genetische predisposities en levenssituaties samenwerken met onze omgeving om een concrete, meetbare toestand te creëren die we eenzaamheid noemen. En ze wil ontdekken hoe die schijnbaar ondefinieerbare ervaring eruitziet wanneer ze geactiveerd wordt in de hersenen.

    Als Tye daarin slaagt, zouden er nieuwe instrumenten kunnen worden ontwikkeld om mensen te identificeren en te volgen die het risico lopen op ziekten die door eenzaamheid worden verergerd. Ook zou het betere manieren kunnen opleveren om een mogelijke openbare gezondheidscrisis als gevolg van covid-19 aan te pakken.

    Tye heeft zich geconcentreerd op specifieke neuronenpopulaties in de hersenen van knaagdieren die met een meetbare behoefte aan sociale interactie lijken te worden geassocieerd, een honger die kan worden gemanipuleerd door die neuronen zelf rechtstreeks te stimuleren.

    Wetenschappers wisten al lange tijd dat het stimuleren van de amygdala een dier kan doen ineenkrimpen van angst. Maar door het labyrint van verbindingen te volgen dat de verschillende delen van de amygdala in en uit loopt, was Tye in staat aan te tonen dat het ‘angstcircuit’ van de hersenen zintuiglijke stimuli op een veel genuanceerdere manier kan beïnvloeden dan voorheen werd aangenomen. Zelfs moed leek door het circuit te worden gemoduleerd.

    Tegen de tijd dat Tye in 2012 haar lab had ingericht op het Massachusetts Institute of Technology (MIT), volgde ze de neurale verbindingen van de amygdala met plekken als de prefrontale cortex, die de hersenen aanstuurt, en de hippocampus, de zetel van het episodisch geheugen. Het doel was de circuits in de hersenen in kaart te brengen waarop we vertrouwen om de wereld beter te kunnen begrijpen, onze moment-tot-momentervaring te duiden en op verschillende situaties te reageren.

    Onverwachte ontdekking

    Dat ze eenzaamheid begon te bestuderen, berustte grotendeels op toeval. Bij het zoeken naar nieuwe postdocs stuitte Tye op het werk van Gillian Matthews, die als promovenda aan het Imperial College London een onverwachte ontdekking had gedaan, toen ze de muizen die ze bij haar experiment gebruikte van elkaar scheidde. Sociale isolatie, het pure feit alleen te zijn, leek de hersencellen die DRN-neuronen worden genoemd zodanig te hebben veranderd dat ze wellicht tot eenzaamheid leidden. Tye zag onmiddellijk de mogelijkheden. Ze herinnert zich nog hoe ongelooflijk ze deze ontdekking vond. Dat de tekenen van sociale isolatie naar een specifiek deel van de hersenen konden worden herleid, vond ze volstrekt logisch. ‘Maar waar zitten die tekenen en hoe zou je ze kunnen vinden? Als dit het specifieke deel was, dacht ik, dan zou dat superinteressant zijn.’ Bij al haar neuronenonderzoek, zegt Tye, ‘ben ik nooit eerder iets over sociale isolatie tegengekomen. Nooit.’

    Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen om risicogevallen te identificeren

    Tye realiseerde zich dat als zij en Matthews een kaart van een eenzaamheidscircuit zouden kunnen maken, ze in het lab precies het soort vragen zouden kunnen beantwoorden die ze hoopte te onderzoeken: hoe veroorzaken de hersenen onbedoeld sociale isolatie? Hoe en wanneer verandert de objectieve ervaring van het niet samen met anderen zijn in de subjectieve ervaring van eenzaamheid?

    De eerste stap was het doorgronden van de rol die de DRN-neuronen spelen bij deze geestesgesteldheid. Een van de eerste dingen die Tye en Matthews opmerkten, was dat wanneer ze deze neuronen stimuleerden, de dieren eerder sociale interactie met andere muizen zochten. Bij een later experiment toonden ze aan dat dieren, wanneer ze de keus hadden, doelbewust delen van hun kooi meden die bij hun binnenkomst de neuronen activeerden. Dit deed vermoeden dat hun zoeken naar sociale interactie eerder werd gemotiveerd door een verlangen om pijn te vermijden dan om plezier te genereren.

    Bij een vervolgexperiment plaatsten de onderzoekers enkele muizen 24 uur lang in eenzame opsluiting om ze vervolgens weer in sociale groepen te introduceren. Zoals te verwachten viel, besteedden de dieren toen ongewoon veel tijd aan interactie met andere dieren, alsof ze ‘eenzaam’ waren geweest. Daarna isoleerden Tye en Mattthews dezelfde muizen opnieuw, ditmaal met gebruikmaking van optogenetics om de DRN-neuronen uit te schakelen na de periode van afzondering. Nu taalden de dieren niet meer naar sociaal contact. Het was alsof de sociale isolatie niet tot hun hersenen was doorgedrongen.

    Tye en Matthews leken het equivalent te hebben gevonden van een homeostatische regulator voor de basale behoefte van knaagdieren aan sociale contacten. Volgende vraag: wat betekenen deze bevindingen voor mensen?

    Om die vraag te beantwoorden werkt Tye samen met onderzoekers in het lab van Rebecca Saxe, hoogleraar cognitieve neurowetenschap van MIT en gespecialiseerd in menselijke sociale cognitie en emotie.

    ‘Behoefte aan sociaal contact en behoefte aan eten lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen’

    Sociale signalen

    De experimenten met mensen zijn veel moeilijker te ontwikkelen, omdat de voor optogenetics vereiste hersenoperaties geen optie zijn. Wel is het mogelijk eenzame mensen met beelden van vriendelijke mensen te confronteren die sociale signalen uitzenden, zoals een glimlach, en dan met behulp van een fMRI-scan de verandering in de bloedstroom naar diverse delen van de hersenen te volgen en vast te leggen. En dankzij eerdere experimenten hebben wetenschappers een goed idee van de plek waar ze in de hersenen moeten zoeken, namelijk een gebied dat analoog is aan datgene wat Matthews en Tye bij muizen hebben bestudeerd.

    Vorig jaar heeft Livia Tomova, een postdoc die het onderzoek in het lab van Saxe leidt, veertig vrijwilligers geronseld die volgens eigen zeggen een groot sociaal netwerk hadden en een zeer laag eenzaamheidsniveau. Tomova verbande haar proefpersonen naar een kamer in het lab en verbood tien uur lang iedere vorm van menselijk contact. Ter vergelijking nodigde Tomova dezelfde deelnemers opnieuw uit voor een tien uur durende sessie waar volop sociale interactie was, maar geen eten.

    Aan het eind van beide sessies kregen de proefpersonen het verzoek in een fMRI-scanner te klimmen en werden ze met verschillende beelden geconfronteerd, sommige van mensen die non-verbale sociale signalen uitzonden, andere waarop eten was te zien.

    Anders dan Tye en Matthews was Tomova niet in staat zich op individuele neuronen te richten. Wel kon ze veranderingen in de bloedstroom
    volgen binnen grotere delen van de scan, de zogeheten voxels; elke voxel toonde de veranderende activiteit van afzonderlijke populaties van enkele duizenden neuronen. Tomova concentreerde zich op de middenhersenen waarvan bekend is dat ze rijk aan neuronen zijn die worden geassocieerd met het produceren en verwerken van de neurotransmitter dopamine. Bij andere experimenten is al aangetoond dat deze gebieden verband houden met het ‘verlangen’ of ‘snakken’ naar iets. Het zijn gebieden die oplichten bij beelden van eten wanneer iemand honger heeft, of bij drugsgerelateerde afbeeldingen in het geval van mensen met een verslaving. Zouden ze hetzelfde doen bij eenzame mensen die afbeeldingen van een glimlach te zien krijgen?

    Het antwoord was duidelijk: na de sociale isolatie toonden de hersenen van de proefpersonen veel meer activiteit in het middenhersengebied wanneer ze de beelden van sociale signalen te zien kregen. Wanneer de proefpersonen honger hadden maar niet sociaal geïsoleerd waren geweest, reageerden ze even sterk op de etenssignalen, maar niet op de sociale. ‘Of het nu behoefte aan sociaal contact is of behoefte aan andere dingen zoals eten, ze lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen,’ zegt Tomova.

    Inzicht in de manier waarop de behoefte aan sociaal contact in de hersenen tot stand komt zou meer inzicht kunnen verschaffen in de rol die sociale isolatie bij sommige ziekten speelt. Het objectief meten van eenzaamheid in de hersenen, in tegenstelling tot het vragen aan mensen hoe ze zich voelen, zou bijvoorbeeld het verband tussen depressiviteit en eenzaamheid kunnen verduidelijken. Het is de kip of het ei: veroorzaakt depressiviteit eenzaamheid, of veroorzaakt eenzaamheid depressiviteit? En zou tijdige sociale interventie depressiviteit kunnen helpen bestrijden?

    Verslaving

    Inzicht in het eenzaamheidscircuit in de hersenen zou ook enig licht kunnen werpen op verslaving, waar geïsoleerde dieren volgens bepaald onderzoek vatbaarder voor zijn. Daarvoor lijkt vooral sterk bewijs te bestaan bij adolescente dieren, die gevoeliger lijken te zijn voor de effecten van sociale isolatie dan oudere of jongere soortgenoten. Bij mensen zullen vooral jongeren tussen de 16 en 24 waarschijnlijk zeggen dat ze zich eenzaam voelen, en dat is ook de leeftijd waarop zich veel storingen op het gebied van de geestelijke gezondheid beginnen te manifesteren. Is er een verband?

    Maar waar momenteel misschien wel de grootste behoefte aan is, is een reactie op de sociale afstand waartoe de covid-19-pandemie noopt. Volgens sommige onlineonderzoeken is er geen algehele toename van eenzaamheid sinds het begin van de pandemie, maar hoe zit het met mensen voor wie de kans op geestelijke gezondheidsproblemen het grootst is? Op welk moment komt hun psychologische en fysieke welzijn in gevaar wanneer ze worden geïsoleerd? Als we eenzaamheid eenmaal kunnen meten, zal het veel makkelijker worden om doelgerichte interventies te ontwikkelen.

    ‘Een belangrijke vraag voor toekomstig onderzoek is hoeveel en wat voor soorten positieve interactie volstaan om in de basisbehoefte te voorzien en daarmee de neurale verlangensrespons te elimineren,’ schreven Tomova en Tye eind maart in een voor-publicatie van hun komende verhandeling. De pandemie ‘benadrukt het belang van een beter begrip van menselijke sociale behoeften en het neurale mechanisme dat aan sociale motivatie ten grondslag ligt. Deze studie zet een eerste stap in die richting.’

    Dat is, in de bedekte termen die typerend zijn voor wetenschappelijke taal, de aankondiging van de geboorte van een heel nieuw onderzoeksterrein, waarvan je maar zelden getuige bent, laat staan dat je eraan deelneemt.

    ‘Het is voor mij zo opwindend, omdat dit allemaal begrippen zijn waarover we in de psychologie al een miljoen keer hebben horen spreken; en nu hebben we voor het eerst echt cellen in de hersenen die we aan het systeem kunnen linken,’ zegt Tye. ‘En als je eenmaal één cel hebt, kun je terugzoeken en vooruitzoeken; je kunt kijken wat er stroomopwaarts is, je kunt kijken wat alle neuronen die zich stroomopwaarts bevinden doen, en wat voor boodschappers er worden gestuurd. Nu kun je het hele circuit ontdekken, je weet waar je moet beginnen.’

  • Saffraan bloeit van Quebec tot Kosovo

    Saffraan bloeit van Quebec tot Kosovo

    Saffraan, de duurste specerij ter wereld, wordt al eeuwenlang verbouwd in Iran en Afghanistan. Maar de laatste jaren is er een hausse aan nieuwe producenten in landen als Canada, Nieuw-Zeeland en Kosovo. ‘Het is een heel opwindend product.’

    Micheline Sylvestre doet het anders dan de meeste saffraantelers. Waar de meesten hun bloemen ’s ochtends vroeg plukken, wacht zij tot later op de dag, als alle dauw is verdwenen. Vorig jaar, toen het vroeg in het seizoen sneeuwde, plukte Sylvestre er driehonderd terwijl 
ze met haar vader aan het schoffelen was. Twee jaar geleden kwam ze met de kerst nog bloemen tegen.

    Maar ze is ook in een ander opzicht verschillend. Sylvestre komt niet uit Iran, Afghanistan of Kasjmir, waar al eeuwenlang bijna alle saffraan ter wereld wordt geproduceerd. Ze woont in Lanaudière, 
Quebec, ruim honderd kilometer ten noorden van Montreal, en ze verbouwt al bijna vier jaar saffraan. Haar kwekerij, Emporium Safran, maakt deel uit 
van een golf van nieuwe saffraanbedrijven die het goed doen in Noord-Amerika, Europa en zelfs in Nieuw-Zeeland, waar de telers ook een ent-industrie ontwikkeld hebben. Canada’s eerste commerciële saffraankwekerij, Pur Safran, begon in 2014 in 
Quebec. Nu telt de provincie zo’n dertig producenten, volgens het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedsel in Quebec.

    In de VS zijn er de laatste vijf jaar zo’n honderd 
kwekerijen van de grond gekomen, en afgelopen maart organiseerde de universiteit van Vermont 
een saffraanworkshop waar mensen konden leren hoe je in Amerika saffraan teelt en verkoopt. 
Nieuw-Zeeland kent vijf grootschalige, commerciële producenten, en de regering meent dat saffraan het land in de toekomst kan helpen zich aan te passen aan de klimaatverandering. In Groot-Brittannië wordt weer binnenlandse saffraan geteeld na een tussenpauze van tweehonderd jaar. Kosovo, dat investeringen ontving van het Europese Ontwikkelingsfonds en het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling, ontdekte dat zijn 
saffraan de hoge internationale normen overtrof. 
En de waarde van de saffraanexport in de Europese Unie is sinds 2000 bijna verdriedubbeld.

    Duurste specerij ter wereld

    ‘Er is echt enorme belangstelling voor saffraan,’ zegt Sylvestre. ‘Het is een heel vreemd, opwindend en onvoorspelbaar product.’ Saffraan heeft de reputatie de duurste specerij ter wereld te zijn; in de VS gaat het kruid voor drieduizend dollar per vijfhonderd gram van de hand. Dat komt gedeeltelijk doordat 
het heel arbeidsintensief is: voor vijfhonderd gram saffraan zijn ruim 83.000 met de hand geplukte bloemen nodig.

    Hoewel het meestal in warmere klimaten wordt 
verbouwd – zo’n 85 procent van de saffraan wordt geteeld in Iran – doet saffraan het ook goed in 
koudere streken. Droge plekken met warme en koude seizoenen verdienen de voorkeur; vandaar dat het realistisch is om saffraan te telen in Canada. En het saffraanseizoen begint in de herfst, dus de verbouw kan gemakkelijk ingepast worden.

    Economisch potentieel

    Er is ook een markt voor saffraan, zegt Arash Ghalehgolabbehbahani, een wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Vermont die saffraan bestudeert. Volgens de VN hebben de VS in 2016 46 ton saffraan geïmporteerd. Een groot deel van de saffraan die op de markt komt, is vermengd. Daardoor is er ruimte voor de productie van hoogwaardige saffraan waar mensen zoals Sylvestre zich op toeleggen.

    In Nieuw-Zeeland maken Jo Daley en haar man deel uit van een handvol commerciële saffraantelers. Daley zag het oorspronkelijk als een hobby, maar in plaats van vijfhonderd saffraanbolletjes te planten, gingen ze er helemaal voor en plantten er veertigduizend. Ze waren sceptisch; voor zover zij wisten, waren ze de zuidelijkste telers in Nieuw-Zeeland. Maar de saffraan gedijde. Toen het getest werd op kwaliteit brak hun saffraan een record. ‘We hebben nu een enorme hoeveelheid,’ vertelt Daley, maar toch moet ze haar best doen om aan de vraag te voldoen. Op dit moment doet haar bedrijf Kiwi Saffron voornamelijk zaken met restaurants, cafés en cateraars.

    In de VS heeft de saffraanteelt een geschiedenis: Amish-gemeenschappen in Pennsylvania verbouwen de specerij al driehonderd jaar, vertelt Ghalehgolabbehbahani. Sylvestre heeft een van die Amish-
producenten ontmoet tijdens de workshop aan de universiteit van Vermont afgelopen maart. ‘Het was er afgeladen.’

    gettyimages 831353528

    Maar de belangstelling voor de teelt van saffraan verbreidt zich ver buiten de Amish-gemeenschap 
in de VS. Aan de universiteit van Vermont hebben Ghalehgolabbehbahani en entomologiedocent 
Margaret Skinner het Noord-Amerikaanse Centrum voor Saffraanonderzoek en -ontwikkeling opgezet. Ze houden een mailinglijst bij voor saffraantelers in Amerika, die nu driehonderd leden telt onder wie honderd actieve telers. De aandacht die saffraan trekt, wijst op erkenning van het economisch potentieel van het kruid en rechtvaardigt de pogingen om het lokaal te produceren.

    Vanwege Kosovo’s hoogwaardige saffraan tonen sommige telers daar al belangstelling voor buitenlandse markten, meldde een casestudy van USAID. 
In het zuiden van Groot-Brittannië werd de specerij vroeger in grote hoeveelheden verbouwd, maar dat stopte zo’n tweehonderd jaar geleden toen de culinaire smaak veranderde. Nu leggen commerciële kwekerijen zoals Norfolk Saffron zich weer toe op saffraan. In Zwitserland heeft het dorp Mund in 
de afgelopen tien jaar toeristen getrokken met de teelt van het kruid.

    Doordat saffraan in droge klimaten gedijt, is het 
een potentieel belangrijk gewas voor de toekomst in Nieuw-Zeeland, een land dat volgens het Nationale Instituut van Water en Atmosferisch Onderzoek 
economisch gezien het kwetsbaarste is voor droogte. De gesprekken van Ghalehgolabbehbahani met 
kwekers in Iran wijzen er ook op dat streken waarin saffraan wordt geproduceerd over het algemeen naar het noorden verschuiven. Dat betekent dat mensen aan de warmere randen van het gebied waarin 
saffraanteelt mogelijk is op meer moeilijkheden kunnen stuiten bij de productie, terwijl andere 
streken – waar het kruid vroeger niet groeide – saffraanvriendelijker worden.

    Recent onderzoek, dat erop wijst 
dat saffraan de behandeling van symptomen van alzheimer, depressie en premenstrueel syndroom kan verbeteren, kan de vraag naar de specerij vanuit de geneeskunde doen toenemen

    Ook de nieuwe streken waarin geëxperimenteerd wordt met saffraan kunnen met problemen te maken krijgen. Omdat de VS over het algemeen natter zijn dan gebieden waar saffraan doorgaans groeit, is het gewas gevoeliger voor ziekten en schimmel. Knaagdieren, die dol zijn op saffraanknollen en -bloemen, vormen een groot probleem. En volgens Ghalehgo-labbehbahani is het economisch gezien nog steeds verstandiger om saffraan uit Iran of Afghanistan te importeren als de specerij daar goedkoper is dan de saffraan die in de VS wordt geteeld.

    Maar Skinner en Ghalehgolabbehbahani zijn op 
zoek naar oplossingen voor die gevaren. Sylvestre en Saley hopen dat recent onderzoek, dat erop wijst 
dat saffraan de behandeling van symptomen van alzheimer, depressie en premenstrueel syndroom kan verbeteren, de vraag naar de specerij vanuit de geneeskunde zal doen toenemen. Ze wachten af. Saffraan heeft per slot van rekening pas een paar maanden nadat het geoogst en gedroogd is de meeste smaak. ‘Net als een goede wijn,’ zegt Sylvestre.

    Auteur: Olivia Miltner
    Vertaler: Tineke Funhoff

    OZY
    VS | ozy.com

    ‘Welkom bij het nieuwe nieuws’, luidt de slogan. Aneesh Raman, speech-writer voor Obama, 
werkte een tijd voor de nieuwssite.

  • Tunesiës verloren generatie

    Tunesiës verloren generatie

    Het gaat niet goed met de Tunesische jongeren, die in 2011 nog aan de basis stonden van de Arabische lente. Vijf jaar later lijkt hun droom van een betere toekomst vervlogen. Velen lijden aan apathie en depressie, of vertrekken naar het buitenland.

    Hoe komt het toch dat jonge Tunesiërs zo lamgeslagen zijn, zo apathisch, depressief, ongeïnteresseerd in wat er in hun land gebeurt? De alarmbellen hadden eind 2014 al moeten gaan rinkelen, door de krankzinnig lage opkomst onder jongeren bij de verkiezingen voor het presidentschap en het parlement. Zij bleven toen liever in de cafés hangen dan in de rij te gaan staan voor het stemlokaal. De vele partijen in Tunesië slagen er niet in om jongeren te motiveren voor een actieve rol in het politieke leven. Bij organisaties als de scouting, scholierenverenigingen en studentenbonden zijn bespottelijk weinig jonge mensen aangesloten. Hetzelfde geldt voor de burgerlijke organisaties.

    Dat is geen teken van gebrek aan liefde voor hun land of van verlies aan nationalistisch sentiment. De jonge Tunesiërs houden van hun land en zijn bereid de vlag ervan te verdedigen. Maar hun land geeft ze niet meer de kans om te dromen. Het is duidelijk dat dit te maken heeft met de jaren van ondeugdelijk onderwijs en onsamenhangende overheidsprogramma’s. Het is duidelijk dat de jaren van dictatuur en demagogie de magische band die een kind verbindt met zijn geboorteland hebben verbroken.

    Weggaan uit Tunesië is weggaan van alles wat me tegenstaat in mijn land. Het is mezelf bevrijden, want hier stik ik

    Jongeren willen weg, en niet alleen naar rijke landen. Sommigen hebben er helaas voor gekozen om naar Syrië, Irak of Libië te gaan en zich bij jihadistische groepen te voegen. De roep van het buitenland blijkt sterk. De meeste jongeren worden erdoor gehypnotiseerd en niemand weet hoe dat te verklaren is, of in te dammen.

    Eind november verdrong zich een menigte scholieren voor de ingang van Hotel Africa, waar een beurs over studeren in Canada plaatsvond. Ik vroeg een meisje waarom ze naar Canada wilde, terwijl er in Tunesië toch universiteiten genoeg zijn. Ze antwoordde: ‘Ik wil daarheen omdat ik genoeg heb van het leven hier. De smerigheid, het slechte onderwijs, het gebrek aan respect voor meisjes, de kwaliteit van leven. Ik wil erheen want ik weet zeker dat ik daar een diploma kan halen waarmee ik straks een baan kan vinden. Dan kan ik overal ter wereld werken. Weggaan uit Tunesië is weggaan van alles wat me tegenstaat in mijn land. Het is mezelf bevrijden, want hier stik ik!’ Andere jongeren mengden zich in het gesprek. Allemaal vertelden ze hoe verstikt ze zich voelden en hoe graag ze weg wilden.

    Naar het buitenland gaan, de band met je familie, je land verbreken, is een nieuw verschijnsel. In de periode 1960-1980 zijn generaties jonge Tunesiërs in Frankrijk of elders gaan studeren, maar de meesten kwamen terug om in Tunesië te gaan leven en werken. Sinds 1990 komen degenen die vertrokken zijn niet of nauwelijks meer terug. Waarom? Dit is geen puur economisch verschijnsel. Veel jongeren die dromen van een vertrek naar het buitenland, komen uit welgestelde families en kennen geen financieel gebrek.

    In werkelijkheid lijdt een aanzienlijk deel van de jonge Tunesiërs aan een vorm van depressie. Niet het type depressie waarvoor mensen bij de psychiater aankloppen, maar een kwaadaardiger vorm, die besluitvaardigheid verlamt, dromen blokkeert, de ziel niet vervult van triestheid maar van apathie, en waardoor tegelijkertijd de enige vreugde niet meer is om iets van jezelf te maken, maar om bij de groep te horen. Vertrekken is voor deze jongeren de enige hoop om hieruit te komen. Ver weg gaan. Naar een plek waar ze niet geconfronteerd worden met al die dingen die de oorzaak zijn van hun huidige wanhoop. De scholen die niet meer onderwijzen en waar je dus weinig leert; de smerige en lelijke straten waar verbaal geweld en onbeleefdheid van voorbijgangers samengaan; de niet-functionerende overheidsinstellingen waarbij alleen al de simpele stap om ernaartoe te gaan een oneindige moed vergt; het schandelijke gebrek aan plekken waar de jongere zich kan ontspannen en ontwikkelen, zonder de alomtegenwoordige blik van smokkelbendes of groepen extremisten die proberen de dienst uit te maken in de volkswijken.


    Seksualiteit is ook een probleem. De gemiddelde leeftijd om te trouwen ligt rond de dertig jaar en de sociale druk is zo groot, dat weinig jongeren een seksuele relatie kunnen hebben. De enige mogelijke sublimatie blijft zelfbevrediging bij de ononderbroken stroom onrealistische beelden, of vluchten in drugs of in een kille religiositeit.

    Maar vertrekken blijft verreweg de meest gedroomde weg om te ontsnappen uit de gevangenis zonder muren die dit land is geworden. Een manier om in afwachting daarvan de spanning te verkleinen is het café. Je hoeft maar door de straten van de Tunesische steden te lopen en je ziet het: talloze cafés, soms salon de thé genoemd, vol jonge en wat minder jonge mensen die er een groot deel van de dag en de nacht doorbrengen met roken, praten, flirten, leven.

    Bijna niemand leest een boek of een krant, sommigen zijn verdiept in hun smartphone of tablet, anderen zitten te kaarten, maar de meesten kletsen, discussiëren, verbeteren de wereld in elke zin en in alle talen. In de grote steden hebben velen zo te horen een universitaire studie achter de rug. Toch zijn er maar weinig die een vreemde taal goed beheersen of iets met hun handen kunnen. Vrijwel niemand heeft werkervaring, afgezien misschien van een paar weken in een callcenter. Bijna allemaal leven ze op kosten van hun ouders. Ze wachten tot de overheid iets voor hen doet, tot de dingen veranderen, maar ze wachten alleen maar.

    De tijd is een andere dimensie van hun ruimte geworden. Ze laten hem voorbijgaan, rustig, langzaam, sommigen versnellen hem een beetje door heimelijk een joint te roken, stiekem gekocht bij de dealer op de hoek. Elk café heeft zijn eigen clientèle, zijn eigen publiek. Hier zijn het rijken, daar mensen uit het zakenleven, elders studenten en scholieren. De allerarmsten hebben ook hun eigen plekken. De verschillende groepen gaan niet met elkaar om. In de theesalons en de chique cafés zijn vrouwen aanwezig, maar zodra je in de minder rijke voorsteden komt, zie je alleen nog mannelijke klanten. Een minderheid trekt aan het eind van de dag naar de bars die alcohol schenken, maar de grote meerderheid blijft de cafeïne trouw.

    In de cafés op het platteland zitten de verschillende leeftijden en sociale klassen door elkaar. Maar daar zul je geen vrouwen aantreffen, alleen mannen. Sommigen verkopen of kopen er iets, of onderhandelen, maar de rest praat, rookt, laat de tijd voorbijgaan en klaagt over de regen, het werk, de toekomst, de staat.

    Herfstbladeren

    Wie als buitenlander in Tunesië komt, kan alleen maar verbaasd staan over dit land waar zo’n groot deel van de bevolking – bijna 30 procent van de Tunesiërs is tussen de vijftien en dertig jaar – vastzit, stilstaat. Deze jongeren, die vaak een diploma bezitten en cultureel onderlegd zijn, hebben aan de basis gestaan van de revolutie van 14 januari 2011, de ‘Arabische lente’. En nu zijn ze toeschouwers van hun eigen toekomst geworden, herfstbladeren die door de wind in het rond worden geblazen en alleen bestaan om het bestaan.

    Hoe overwin je die depressieve toestand, die leidt tot stilstand, vluchten en soms zelfmoord? Wat is er nodig om de jongeren hun ambitie te laten terugvinden, het verlangen om te leven en iets op te bouwen in hun land? Hoe is deze vicieuze cirkel te doorbreken waarin Tunesië jaar na jaar wordt beroofd van zijn beste kinderen, die andere landen gaan dienen en verrijken? Hoe kunnen we, kortom, de sociale realiteit van de Tunesiërs veranderen? Tunesië is ziek en we kunnen alleen maar hopen dat degenen die het land willen genezen, allereerst de juiste diagnose stellen.

    Auteur: Sofiane Zribi

    Beeld bovenaan: © YouTube

    Leaders
    Tunesië | leaders.com.tn

    Nieuwssite voor m.n. Tunesische actualiteiten, sinds 2011 ook als maandblad verkrijgbaar.