Tag: Diesel

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • Superjachten uitgezonderd van nieuwe Europese CO2-heffing

    Superjachten uitgezonderd van nieuwe Europese CO2-heffing

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rechtszaak tegen Mexicaanse ex-minister voor steun aan drugskartel begonnen

    » Opnieuw schietincident in Californië, zeven mensen omgekomen

    Een superjacht stoot gemiddeld 725 ton CO2 per jaar uit

    De EU heeft overeenstemming bereikt over een uitbreiding van de emissiehandel, waarbij ook de scheepvaart zal moeten betalen voor de CO2 die zij uitstoot. Er zijn echter nog steeds uitzonderingen, bericht Tagesschau in een artikel: grote luxejachten.

    ‘350 liter, 500 liter of zelfs meer dan 1000 liter diesel per uur. Jachten verbruiken enorme hoeveelheden brandstof – en in de regel geldt: hoe groter het schip, hoe meer diesel en navenant grote hoeveelheden broeikasgassen. In één uur varen blazen veel van de grotere jachten meer dan een ton CO2 en andere klimaatschadelijke gassen de lucht in. De meeste zogenaamde superjachten stoten duizenden tonnen per jaar uit’, schrijft het tv-programma op zijn website. ‘Ter vergelijking: een persoon in Duitsland produceert gemiddeld ongeveer elf ton broeikasgassen per jaar.’

    Niettemin blijven eigenaars of huurders van jachten profiteren van een vrijstellingsregel in de CO2-emissiehandel. Naast grote industriële bedrijven en luchtvaartmaatschappijen zullen vanaf 2024 ook het wegverkeer en de gebouwde omgeving vallen onder het emissiehandelssysteem, evenals passagiers- en vrachtschepen met een bruto geregistreerd tonnage van 5000 of meer. Dit geldt echter niet voor ‘niet-commerciële exploitanten of zuivere recreatievaartuigen’, liet de Europese Commissie aan Tagesschau weten.

    Volgens een analyse van de ngo Transport & Environment zijn er ongeveer 1500 grotere jachten in Europa die gemiddeld ongeveer 725 ton CO2 per jaar uitstoten. Zij blijven vrijgesteld van de emissiehandel.

    Lees ook:

  • 2. Het Duitse dieseldilemma

    2. Het Duitse dieseldilemma

    Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.

    De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.

    Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’

    Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’

    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van  etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image
    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image

    Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015. Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.

    Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.

    Nietsdoen geen optie

    In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.

    In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’

    Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’

    “Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”

    Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’

    Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.

    Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.

    Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’

    Auteur: Griff Witte
    Vertaler: Piet Meeuse

    The Washington Post 
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • De auto is passé. Maar kunnen we wel zonder?

    De auto is passé. Maar kunnen we wel zonder?

    Waar de auto vroeger symbool stond voor vrijheid, wordt hij tegenwoordig vooral geassocieerd met vervuiling en fileleed. Maar betekent dit ook dat we ons vertrouwde vervoermiddel kunnen missen?

    Keuze uit het archief

    Door het conflict in het Midden-Oosten zijn de gas- en benzineprijzen fors gestegen. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) adviseert onder meer om thuis te werken en met het openbaar vervoer te reizen zodat er minder benzine verbruikt wordt.
    Het zal nog niet meevallen om de auto vaker te laten staan en desnoods van de hand te doen, als we dit artikel van The Guardian moeten geloven. Onze liefde voor vrijheid wint het vooralsnog van de nadelen die aan de auto kleven, zoals files en milieuvervuiling.

    Dit zijn, zo willen tal van stemmen ons doen geloven, de bitterzoete nadagen van onze langdurige liefdesrelatie met de auto. In Los Angeles, de stad met de meeste verkeersopstoppingen ter wereld, zat de gemiddelde automobilist vorig jaar 102 uur vast in de spitsdrukte. In Londen waren bestuurders drie dagen kwijt aan verkeersopstoppingen.

    In Amerika bereikten het autobezit en het aantal jaarlijks gereden kilometers vijftien jaar geleden een hoogtepunt dat waarschijnlijk nooit meer zal worden geëvenaard. Jonge mensen, voor wie de auto ooit onmisbaar was als symbool van onafhankelijkheid en een eigen identiteit, om avonturen te beleven, te laten zien wie je was en (vaak seksuele) betrekkingen aan te knopen, hebben gekozen voor een ander vrijheidsapparaat: de smartphone. Het aantal jonge Amerikanen met een rijbewijs bedroeg in 1984 92 procent; sindsdien is dat aantal gedaald naar 77 procent. Ook in het Verenigd Koninkrijk is het aantal jonge automobilisten drastisch gedaald.

    En jonge mensen zijn niet de enigen. Op een toon die varieerde van bezorgd tot dystopisch is de afgelopen twee decennia de wereldwijde crisis becommentarieerd die wordt veroorzaakt door onze toewijding aan voertuigen met een verbrandingsmotor, die bijna een kwart van de wereldwijde CO2-emissie uitbraken en ongeveer 1,3 miljoen levens per jaar kosten. Milieuactivisten bezingen de dood van de auto, terwijl in de hoofdkantoren in Detroit, Tokio en Wolfsburg de angst regeert.

    Onlangs bepaalde een van de hoogste rechtbanken in Duitsland dat zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit het centrum van Stuttgart en Düsseldorf mogen worden geweerd. En dit zijn lang niet de enige steden die het verkeer en de daarmee gepaard gaande milieuvervuiling proberen in te dammen. Maar het zou voorbarig zijn auto’s af te schrijven, omdat ze in veel landen nog altijd bepalend zijn voor het leven van alledag. In de VS is ‘automobiliteit’ al een manier van leven sinds de eerste auto’s van de lopende band begonnen te rollen.

    Koninkrijk van de auto

    Hoewel de automobiliteit zich ook in Duitsland, Engeland, Frankrijk en Japan al in een vroeg stadium ontwikkelde, werd Amerika door zijn weidse landschappen, zijn beperkte openbaar vervoer en zijn individualistische aard het ideale koninkrijk voor de auto. De aanleg van het interstatelijke snelwegennet in de jaren vijftig betekende een geweldige steun in de rug voor de olie-, automobiel- , rubber- en cementindustrie en voor bouwbedrijven en verzekeringsmaatschappijen. In vier decennia drong de automobiliteit door tot in alle uithoeken van de bebouwde omgeving en drukte ze een stempel op werk en vrije tijd.

    De toegenomen belangstelling voor autorijden werd vaak toegeschreven aan het verlangen van mensen om gebruik te maken van de nuttige uitvinding die Henry Ford met zijn Model T betaalbaar maakte. Henry’s kleinzoon Henry Ford III verdedigde de dominante positie van de auto op transportgebied als de weerspiegeling van een ‘overweldigend publiek mandaat’. Maar deze bewering versluiert zowel de politieke invloed van de auto-industrie op het beleid – denk aan de road gang, de groep auto-industriëlen die in de jaren vijftig de toenmalige president Eisenhower adviseerde – als de manier waarop de auto werd gepromoot als een effectieve manier om mensen politiek te trainen.

    Net als nu paste de praktijk van het autorijden perfect in het kapitalistische landschap: individualisme, concurrentie, gehoorzaamheid. Het gevoel van autonomie, zeggenschap en vrijheid dat we geacht worden te ervaren als we autorijden, sluit direct aan bij de manier waarop het kapitalisme wil dat we onszelf zien: als zelfstandige gebruiksartikelen die kunnen worden ingezet voor arbeid.

    De massale, door de staat gefinancierde automobilisering van het Amerikaanse leven vond plaats in de schaduw van de Koude Oorlog, toen de regering erop gebrand was de onafhankelijkheid te tonen die burgers van de ‘vrije wereld’ genoten. Foto’s van automobilisten die in hun ‘vrijheidsmachines’ over de snelwegen raasden zonder, zoals Chuck Berry zong, ‘een speciale plek om naartoe te gaan’, dienden als propaganda. De fysieke immobiliteit van de burgers van communistische landen, daarentegen, toonde de verdorvenheid van regimes naar Sovjetmodel.

    screenshot 2018 07 13 08 28 20

    China is momenteel bezig zijn landschap te automobiliseren met een snelheid en omvang die wedijveren met die van de VS halverwege de vorige eeuw. Ook daar maakt de automobiliteit bij burgers kapitalistische gevoelens los. In de berichten van westerse media over het toenemende autogebruik in China getuigen tal van Chinese automobilisten van de vrijheid die ze achter het stuur ervaren. En door zijn reusachtige bevolking en zijn milieuproblematiek wordt China er sterk toe aangezet auto’s de technologische upgrade te geven die ze nodig hebben: het invoeren van zelfrijdende systemen en het vervangen van fossiele brandstoffen door rendabeler alternatieven. Hoe automobiliteit 2.0 er ook uit zal zien, ze zal bijna zeker ontstaan in een nadrukkelijk kapitalistisch China en de waarden daarvan uitstralen.

    Het voorbeeld van China’s ambitieuze automobiliseringsplannen verwijst naar de tweede reden waarom automobiliteit niet zal verdwijnen – of worden gerevitaliseerd – in de VS: politieke afkalving. Bij het huidige politieke klimaat in de VS kun je je moeilijk voorstellen dat de federale regering iets als een interstatelijk snelwegennet realiseert. Het zal niet eens de infrastructuur financieren die nodig is om de zo bewierookte zelfrijdende auto’s te laten rijden.

    Ondertussen hebben velen van ons die in de VS wonen en werken weinig andere keus dan ons leven rond de auto te structureren, ook al weten we dat die gevaren, opstoppingen en kosten met zich meebrengt. We houden niet meer van onze auto – als we dat al ooit hebben gedaan – maar we blijven ermee getrouwd.