Tag: dood

  • Minneapolis weer in rouw nadat ICE opnieuw een Amerikaan doodschiet

    Minneapolis weer in rouw nadat ICE opnieuw een Amerikaan doodschiet

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël start grootschalige operatie om laatste dode gijzelaar terug te vinden

    » Onderzoek: zingen biedt niet alleen mentale, maar ook fysieke voordelen

    Het gaat om de 37-jarige IC-verpleger Alex Pretti

    Minder dan drie weken na de dood van Renée Good is Minneapolis zaterdag opnieuw opgeschud door een gewelddadig incident waarbij de immigratiepolitie ICE een rol speelde, meldt The Minnesota Star Tribune.

    Alex Pretti, een 37-jarige Amerikaan, werd zaterdag door federale agenten gedood, zo maakten stadsfunctionarissen bekend. De stad wordt al enkele weken geteisterd door protesten tegen de aanwezigheid van ICE.

    Een video die op sociale media circuleert en waarvan de authenticiteit door de autoriteiten is bevestigd, toont hoe meerdere agenten worstelen om een ​​man tegen de grond te werken en hem vervolgens herhaaldelijk slaan. Dan klinkt er een schot, waarna de agenten zich van de man die op straat ligt verwijderen en vervolgens meerdere schoten op hem afvuren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid beweerde dat de man een semiautomatisch pistool bij zich had en zich ‘hevig verzet’ had voordat de agent, ‘uit angst voor zijn leven’, hem neerschoot. Ambtenaren van de Trump-regering, waaronder minister van Binnenlandse Veiligheid Kristi Noem, bestempelden Pretti als een ‘terrorist’.

    Maar ooggetuigenverslagen en videoanalyses van het incident door verschillende media spreken de versie van de Amerikaanse overheid tegen. ‘Op geen enkel moment in de door CNN bekeken video’s is te zien dat Pretti een wapen hanteert; eerder in de confrontatie is te zien dat hij een mobiele telefoon in zijn hand houdt’, aldus CNN.

    Volgens The Washington Post was Alex Pretti een intensive care-verpleegkundige die veteranen verzorgde. Hij had geen strafblad. ‘Alex was een goedhartig mens die veel om zijn familie en vrienden gaf, evenals om veteranen’, aldus zijn nabestaanden in een verklaring. Zijn familie noemde de beschuldigingen van de Trump-regering ‘walgelijke leugens’. Ze beweerden dat video’s van getuigen lieten zien dat hun zoon probeerde een vrouw te beschermen die door immigratieambtenaren tegen de grond was geslagen.

  • Premier Fico van Slowakije zwaargewond na aanslag

    Premier Fico van Slowakije zwaargewond na aanslag

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin aangekomen in China voor tweedaags staatsbezoek

    » Frankrijk roept noodtoestand uit op eiland Nieuw-Caledonië

    Fico werd neergeschoten, hij zou in levensgevaar zijn

    De premier van Slowakije, Robert Fico, is woensdag zwaargewond geraakt bij een aanslag. Dat schrijft The Guardian. Artsen ‘vechten voor het leven van Robert Fico’, zei minister van Defensie Robert Kalinak. ‘Hij heeft meerdere verwondingen en zijn toestand is zeer ernstig. We bidden nog steeds om goed nieuws, maar dat nieuws hebben we nog niet.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De schietpartij vond woensdag plaats in de centrale stad Handlova, waar de premier een regeringsbijeenkomst had bijgewoond in het Paleis van Cultuur. Op nieuwsvideo’s was te zien hoe hij met zijn beveiliging op het publiek afliep dat buiten stond. Hij schudde handen met mensen en reikte over een borsthoge metalen barrière toen een man van dichtbij meerdere schoten loste. Op de beelden is te horen hoe de aanvaller vijf schoten lost voordat hij wordt neergehaald door de beveiliging van de premier.

    De vertrekkende president van Slowakije, Zuzana Čaputová, zei dat de politie de vermeende schutter heeft aangehouden. ‘Een aanslag op de premier is in de eerste plaats een aanslag op een mens. Maar het is ook een aanval op de democratie’, zei ze. Ze riep mensen op om af te zien van ‘overhaaste oordelen’ voordat er meer informatie bekend is.

  • Drie vermiste westerse toeristen in Mexico doodgeschoten

    Drie vermiste westerse toeristen in Mexico doodgeschoten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël verbiedt Al Jazeera vanwege ‘propaganda voor Hamas’

    » Xi Jinping bezoekt Europa voor het eerst in vijf jaar

    De Amerikaan en twee Australiërs waren enkele dagen vermist

    Mexicaanse autoriteiten hebben zondag bevestigd dat een Amerikaanse en twee Australische toeristen, die vorige week vermist raakten in het noorden van Mexico, zijn overleden, nadat hun lichamen waren geïdentificeerd door hun ouders. Dat meldt Milenio. De lichamen van de Australische broers Callum en Jake Robinson, en de Amerikaan Carter Rhoad werden eerder deze week na een dagenlange zoektocht gevonden op de bodem van een waterput in de staat Baja California.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De drie toeristen raakten vermist tijdens een surfvakantie in de buurt van het populaire toeristenstadje Ensenada. Op zaterdag werden de lichamen in vergevorderde staat van ontbinding aangetroffen op de bodem van een put van meer dan 15 meter diep.

    Volgens de openbaar aanklager hadden alle drie de slachtoffers een schotwond in het hoofd. Tot nu toe zijn er drie mensen gearresteerd. In het gebied is ook een uitgebrand voertuig gevonden dat vermoedelijk door de drie surfers is gebruikt.

  • 43 landen eisen onafhankelijk onderzoek naar dood Navalny

    43 landen eisen onafhankelijk onderzoek naar dood Navalny

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ex-president Trump mag toch meedoen aan voorverkiezingen in Colorado

    » Lage opkomst bij parlementsverkiezingen Iran

    Navalny werd afgelopen weekend in Moskou begraven

    Ruim veertig landen hebben maandag opgeroepen tot een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de dood van de Russische oppositieleider en Kremlin-criticus Aleksej Navalny. Dat schrijft The Moscow Times. De landen schrijven dat de ‘eindverantwoordelijkheid’ bij president Vladimir Poetin en Rusland ligt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De eis voor een internationaal onderzoek werd ingebracht door de Europese Unie bij de VN-Mensenrechtenraad in Zwitserland. ‘Wij zijn verontwaardigd over de dood van de Russische oppositiepoliticus Aleksej Navalny, waarvoor de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij president Poetin en de Russische autoriteiten ligt’, zei EU-ambassadeur Lotte Knudsen bij de UNHRC. Zij eiste een onafhankelijk onderzoek.

    Aan de oproep deden naast de EU zestien andere landen mee, waaronder Australië, Canada, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Oekraïne. Volgens de EU-ambassadeur is de ‘onverwachte en schokkende dood van de Kremlin-criticus opnieuw een teken van de versnellende en systematische repressie in Rusland.’ Navalny werd afgelopen weekend onder grote belangstelling begraven in Moskou.

  • Onderzoek naar dood Chileense dichter Pablo Neruda heropend

    Onderzoek naar dood Chileense dichter Pablo Neruda heropend

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ook in Spanje protesteren de boeren: tractors rijden door Madrid

    » ‘Zeker zestig doden bij Oekraïense luchtaanval op Russische troepen’

    Neruda kwam vlak na de staatsgreep in 1973 om het leven

    Een rechtbank in de Chileense hoofdstad Santiago wil dat het onderzoek naar de dood van de dichter Pablo Neruda wordt heropend. Dat schrijft BioBioChile. Neruda was een prominent lid van de Chileense Communistische Partij toen de militaire dictator Augusto Pinochet in 1973 aan de macht kwam en overleed vlak na diens staatsgreep.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Neruda was van plan om te vluchten naar Mexico om het verzet tegen het Pinochet-regime te leiden toen hij slechts twaalf dagen na de staatsgreep in het ziekenhuis stierf. De toenmalige regering beweerde dat de 69-jarige was overleden aan prostaatkanker.

    Een onderzoek naar de doodsoorzaak van Neruda begon in 2011 toen Manuel Araya – zijn chauffeur en persoonlijke assistent – beweerde dat de dichter vlak voordat hij stierf een mysterieuze injectie in zijn borst had gekregen. Araya overleed vorig jaar juni op 77-jarige leeftijd. De stoffelijke resten van Neruda werden in 2013 opgegraven om te worden getest op sporen van gif en drie jaar later teruggebracht om te worden herbegraven.

  • Chileense oud-president Piñera komt om bij helikopterongeluk

    Chileense oud-president Piñera komt om bij helikopterongeluk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hof VS: Trump niet immuun voor vervolging in zaak om verkiezingsfraude

    » Saoedi-Arabië: geen banden met Israël tot herstel Palestijnse staat

    Piñera was tweemaal president van het Zuid-Amerikaanse land

    De Chileense ex-president Sebastián Piñera is dinsdag omgekomen bij een helikopterongeluk. Dat schrijft La Tercera. De helikopter zou zijn bestuurd door de 74-jarige oud-president zelf. Drie anderen, waaronder zijn zus, wisten levend uit het toestel te komen, dat neerstortte in een meer in het zuiden van Chili, nadat het in een storm terecht was gekomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Huidig president Gabriel Boric heeft drie dagen van nationale rouw afgekondigd, en de voorbereidingen voor een staatsbegrafenis op vrijdag voor Piñera zijn begonnen. De afgelopen dagen was er al nationale rouw in Chili vanwege de dodelijke bosbranden in het land.

    Piñera, die tussen 2010 en 2014 en vervolgens tussen 2018 en 2022 president was, leidde het land onder meer tijdens de estallido, een grote protestgolf die in 2019 Chili lamlegde. Volgens mensenrechtenorganisaties was Piñera medeverantwoordelijk voor de vele doden en gewonden die er vielen toen het leger en politie hardhandig optrad tegen de betogers. De eerste termijn van Piñera werd gedomineerd door de aardbeving van 2010, die twee weken voor zijn inauguratie plaatsvond.

  • Poetin bevestigt dood Prigozjin, condoleert familie

    Poetin bevestigt dood Prigozjin, condoleert familie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ook Trump meldt zich bij de gevangenis in Georgia

    » Griekenland kampt met ‘grootste natuurbranden ooit in Europa’

    Behalve Prigozjin is ook zijn naaste medewerker overleden

    Vladimir Poetin heeft donderdag gereageerd op de dood van Jevgeni Prigozjin, de baas van de Wagner-groep. Volgens The Moscow Times zei de Russische president dat Prigozjin een jarenlange kennis was die uitgroeide tot een ‘getalenteerde zakenman’. Over hoe de Wagner-baas omkwam, zei Poetin niets.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het privévliegtuig waar Prigozjin in zat, stortte woensdag neer toen het op weg was naar Sint-Petersburg. In het toestel zat ook Dmitri Oetkin, een hooggeplaatste commandant van de militie en tevens rechterhand van Prigozjin. Waardoor het vliegtuig neerstortte is nog onduidelijk, maar volgens de VS komt het niet door een luchtdoelraket van de Russische strijdkrachten.

    Sinds de muiterij van de Wagner-groep in juni was het onduidelijk waar Prigozjin verbleef. Hij zou naar Belarus gaan, maar werd daar nooit gesignaleerd. Sommige bloggers berichtten dat hij in Afrika verbleef, maar later schreven Russische media dat Prigozjin al die tijd in Rusland was.

    Lees ook:

  • Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’

    Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.

    De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.

    Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.

    Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood

    Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood. 

    Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.

    De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.

    Libië als vertrekpunt

    Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.

    Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’

    Pushbacks

    Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.

    Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.

    ‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde. 

    Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.

    Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker

    De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.

    Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten. 

    Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’

    De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars

    ‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.

    Weinig ontmanteld

    Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.

    Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten. 

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.

    ‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis. 

    Lees ook:

  • ‘Er was alleen duisternis’. Hoe het voelt om kortstondig dood te zijn

    ‘Er was alleen duisternis’. Hoe het voelt om kortstondig dood te zijn

    Peter Jakubowicz kreeg een hartaanval tijdens een ijshockey­wedstrijd in Oregon en stierf in het harnas. Alleen duurde zijn dood maar 20 seconden. Herinneringen heeft hij niet, maar op liveopnames ziet hij zichzelf ineenklappen en plat op z’n gezicht vallen.

    Op 7 november 2022 ging ik dood. Eerst had ik het niet in de gaten. Ik kreeg pas door wat er aan de hand was toen een stem me uit de diepten van het niets vroeg of ik wist waar ik was. Met veel moeite lukte het me die ene lettergreep te produceren: ‘Nee.’ De stem antwoordde: ‘Je ligt op de intensive care. Je hebt een hartaanval gehad tijdens je ijshockeywedstrijd gisteravond. Een speler van het andere team heeft je leven gered.’ Ik herinnerde me niet dat ik de avond ervoor een wedstrijd had gespeeld. Het laatste wat ik me herinnerde… Ik kon me niet herinneren wat ik me als laatste herinnerde. Ik had geen idee hoe een hartaanval voelde. Verdere vragen hoorde ik niet. Er was alleen duisternis en de stem van mijn grootvader die een deuntje zong: ‘In de hemel is geen bier, daarom drinken wij het hier…’ De stem kreeg iets dreigends, Luke Skywalker die in de Joker was veranderd, en toen zakte ik weg. Zelfs toen ik besefte dat ik in een kunstmatig verlichte kamer lag, had ik nog lange tijd het gevoel dat ik me helemaal alleen in het donker bevond.

    Mijn dood voltrok zich tijdens een amateurijshockeywedstrijd in het Winterhawks Skating Center in Beaverton, Oregon. Al mijn vitale functies – ademhaling, hartslag, beweging, het vermogen om waar te nemen en herinneringen aan te maken – lieten me in de steek. Toen ik weer bijkwam, raakte ik geobsedeerd door de tijd die ik kwijt was, wat er met me was gebeurd en waar ik was beland. Ik ontdekte meer dan me lief was. Dit is het vergeten verhaal van mijn vergeten dood.

    Ik werd vliegensvlug naar het Legacy Emanuel Medical Center in Portland gebracht en kwam net na middernacht op de IC terecht. Ik was buiten bewustzijn toen ik op het ijs klapte en kwam ook bewusteloos aan in het ziekenhuis. De artsen stelden een acute hartingreep uit omdat ze dachten dat mijn hersenen bezig waren af te sterven en ik nooit meer zou bijkomen. De eerste aantekeningen in het medisch dossier zijn schokkend: ‘Patiënt speelde ijshockey toen hij plotseling dood bleef. Een ambulancebroeder uit het andere team paste reanimatie en defibrillatie toe. Deze patiënt is er ongelooflijk slecht aan toe en loopt extreem veel risico op een levensbedreigende achteruitgang in meerdere orgaanstelsels waarvan sommige al tekenen van falen vertonen.’ De officiële diagnose luidde een ‘STEMI in de dalende kransslagader links (LAD)’. Een STEMI is zo’n hartinfarct dat je liever niet krijgt. Het staat ook wel bekend als een ‘massieve hartaanval’.

    Hypoxie

    Ik was in shock, mijn lever begaf het, ik kreeg geen lucht. De dokters waren gespitst op mijn ‘non-verbale’ toestand. Het woord ‘hypoxie’ dook alarmerend vaak in de aantekeningen op. Ik kreeg een beademingsbuis ingebracht. Een verpleegster noteerde dat ik geen wilsbeschikking had en geen familie of vrienden om te raadplegen over de vraag of de stekker eruit moest.

    Mijn hartstilstand werd veroorzaakt door een bijna altijd fatale volledige afsluiting van de kransslagader. Maar de testen wezen uit dat mijn hersenen gek genoeg wel functioneerden. Via de lies werd een stent geplaatst om de falende slagader te helpen: ‘Prognose niet veel over te zeggen’.

    Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt

    Vreemd genoeg reageerde mijn lichaam nog steeds nergens op. ‘Algeheel beeld: rustig, geen pijn of ongemak.’ Bijna negen uur na het infarct begon ik onvoorstelbaar genoeg ‘te reageren op opdrachten’. Ik herinner me helemaal niets van dit alles. Iets elementairs in mij hield stand, een spoor van de gedachten die normaal door mijn flipperkastbrein en uit mijn mond stroomden. Ik ontwaakte niet alleen in een verontrustende duisternis, maar kreeg het gevoel dat ik een diep gat was gevallen. Ik werd gewekt door stemmen maar zag niemand praten. Ik zag alleen maar zwart – niet het ontbreken van licht, maar het ontbreken van alles. Ik deed mijn uiterste best om terug te komen en probeerde iedere keer steeds langer bij te blijven. Ik kroop als een hoofd zonder romp uit een konijnenhol waar ik mijn zelfbewustzijn was kwijtgeraakt.

    Toen mijn levensvonk terugkeerde, ervoer ik mijn lichaamsdelen los van elkaar. Ik zweefde tussen bewustzijn en vergetelheid. Hooguit zag ik vertrouwde gezichten die weer uiteenvielen voor ik ze kon thuisbrengen en ik hoorde dat deuntje dat veranderde in een remix van Trent Reznor. Ik zat onder de kalmeringsmiddelen.

    De stem stelde meer vragen, die ik naar tevredenheid beantwoordde, zodat ik van de beademing werd gehaald.

    Mijn ex bracht onze twee kinderen (een meisje van veertien en een jongen van vijftien, allebei ijshockeyers) bij me. Ik herinner me hun bezoek niet. Mijn zoon zei dat mijn haar als in een tekenfilm overeind stond. Ik zei steeds dat ik niets kon zien en vroeg waarom het licht uit was. Het licht was aan, zei hij.

    Geen herinneringen

    Op een gegeven moment zag ik slangen en buisjes uit mijn borst, armen en lies steken, overblijfselen van de noodingrepen. De verpleegkundigen en artsen die me behandelden waren voor mij een waas. Er was één opvallende aantekening die steeds terugkeerde: ‘Patiënt vraagt wanneer hij weer kan ijshockeyen.’

    Ik begreep wat er was gebeurd, maar had geen herinneringen die het verhaal konden staven. Ik greep instinctief naar mijn telefoon om mijn moeder te bellen. Misschien kon zij een paar sluimerende herinneringen bij me wakker maken. Vlak voordat ik op ‘pap en mam’ drukte, schoot me te binnen dat mijn moeder tien dagen voor míjn dood was doodgegaan. Een week geleden had mijn vader kort gebeld om te zeggen dat ze was overleden. Botte pech en moeilijke tijden waren er de oorzaak van dat ik mijn moeder de laatste jaren van haar leven niet in Massachusetts had opgezocht. Een jaar geleden, de laatste keer dat ik haar sprak, had ze niet geweten wie ik was. Ik hing op en begon te huilen.

    Mijn moeder stierf na een reeks toevallen. Ze werd herhaaldelijk gereanimeerd en steeds weer aan haar lot overgelaten tot ze opnieuw naar de intensive care moest. Ze herstelde, maar werd nooit beter. Ik wilde niet eindigen als mijn moeder. Ik wilde over het ijs flitsen zoals Sidney Crosby.

    Door stom geluk was er iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden

    De artsen zeiden dat mijn hart ernstig en merkbaar beschadigd zou zijn. In het beste geval zou ik een defibrillator geïmplanteerd krijgen. De duisternis kwam terug. Er werden nog twee stents in de weerspannige slagader geplaatst. Ik kreeg te horen dat ik een hartonderzoek zou krijgen voordat ze besloten wat er verder moest gebeuren, misschien nog meer ingrepen. De dag erna vertelde een arts me verbaasd dat mijn hart normaal functioneerde. Geen littekenweefsel, geen onregelmatige bloedstroom. Ze was de enige arts die haar oordeel niet van tevoren klaar leek te hebben.

    Widowmaker is een informele naam voor dit soort hartaanvallen, vanwege de geringe overlevingskans. Je hebt 5 procent kans op overleving als je er een buiten het ziekenhuis krijgt. Ik bevond me laat op de avond op een ijshockeybaan. Door stom geluk was er 10 meter van mij vandaan iemand die mensen van ‘weduwemakers’ kon redden. Ik raakte geobsedeerd door de lacune van 72 uur in mijn langetermijngeheugen en probeerde me voor te stellen wat er gebeurd was. Ik herinner me niets van de wedstrijd of de gebeurtenissen erna. Toen schoot me iets te binnen: de ijsbaan maakte van alle wedstrijden opnames. Ik was ineens ziekelijk opgewonden. Ik had lang genoeg geleefd om mezelf te zien sterven.

    Ik, maar niet ik

    Keek ik, dan raakte ik misschien overstuur, maar deed ik het niet, dan zat ik met een schimmig verhaal van het kloterigste dat me ooit was overkomen. De eerste dood waarvan ik getuige was, zou die van mijzelf zijn, in een film. De avond dat ik naar huis mocht, legde ik de hand op de liveopnames van de wedstrijd en bekeek ze op mijn laptop.

    Het beeld is korrelig. Tijdens de hele video hoor je een zachte mechanische ruis. De stemmen van de spelers echoën alsof ze door een metalen buis gaan. De meeste woorden kan ik niet verstaan. Het andere team, in het roze, heeft zojuist gescoord.

    Er is precies twaalf en een halve minuut zuivere speeltijd geweest wanneer het gebeurt. Een man schaatst naar het midden van het ijs. De rechtsvoor van het team in het grijs, de speler met rugnummer 37, heeft precies mijn speelstijl. Ik ben duizelig terwijl ik naar mijn laptop kijk: het aanhoudende effect van alle verdovingsmiddelen die ik heb geslikt. Deze arme jongen – ik, maar niet ik – staat op het punt onderuit te gaan. Hij moet zich opstellen voor de face-off, maar hij houdt zich niet aan het scenario. Hij brengt zijn rechterhand naar zijn kooi, klapt ineen en valt in slow motion plat op z’n gezicht. Hij probeert niet eens zijn val te breken.

    Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt

    De andere spelers kijken naar de roerloze rechtsvoor en vragen of hij in orde is. Een stem doorbreekt het geruis op de achtergrond: ‘We hebben een arts nodig.’ Het voelt helemaal fout. Ik heb me losgemaakt van de bijna-ik die deze hartaanval in de meeste van de denkbare werelden niet overleeft. Ik kán die rechtsvoor met zijn falende hart niet zijn. Ik dwing mezelf om mijn ongeloof op te schorten en stel me voor dat ik het wel ben, maar dan in een film.

    Mijn dood voltrekt zich plotseling. Ik neem de tijd op. Een speler van het andere team, met rugnummer 12, schaatst op mij af. Amper 25 seconden na mijn val meet hij mijn hartslag in mijn hals. Ik bekijk deze beelden keer op keer. Na een paar minuten zonder zuurstof zijn je hersenen hoogstwaarschijnlijk onherstelbaar beschadigd. Na een minuut of tien is het met je gedaan. De ambulancedienst had negen minuten nodig om bij me te komen nadat ik tegen het ijs was geklapt.

    Nr. 12 reanimeert me. Op het beeld lijken zijn bewegingen soepel, vloeiend. Hij drukt mijn borst naar beneden en laat hem weer opkomen, en dat herhaalt hij snel achter elkaar, op z’n knieën, terwijl zijn schaatsen elke keer dat hij mijn rubberen borstpantser neerdrukt van het ijs komen. Een man in gewone kleren komt aanrennen over het ijs en helpt bij de reanimatie. De rechtsvoor wordt op een brancard gelegd en naar de uitgang van de ijsbaan gereden. Ik zie voor het eerst duidelijk een gezicht, dat van de brug van de neus tot de kin is bedekt met een zuurstofmasker om de mond tot ademen te dwingen. Het lichaam is bewegingloos, de ogen zijn gesloten; het gezicht is onmiskenbaar het mijne. Ik ben dood. Ik verdwijn door de opening van de boarding in het niets.

    Na mijn hartstilstand

    Twee weken na mijn hartstilstand speelde ik weer ijshockey, in de hervatting van de wedstrijd die vanwege mijn schijnbare dood was gestaakt.

    Een paar spelers waren bezorgd. Gaat goed, zei ik. Mijn arts vond het prima – ik zou hoogstens een beetje pijn in mijn ribben hebben door de reanimatie. Ook had ik steeds een flesje nitroglycerine-pillen bij me. Een verpleegkundige had me uitgelegd dat ik een pil onder mijn tong moest leggen als ik dacht dat ik een hartaanval had. Ik had nog steeds geen idee hoe een hartaanval voelde, maar ik hield het spul bij de hand. Als iemand in mijn buurt ooit het gevoel had dat hij een hartaanval kreeg, kon ik diegene een pilletje geven.

    Derek, de tweede held uit de film, een EHBO’er, kwam naar me toe. ‘Ik hoop dat je weet hoe zeldzaam het is dat iemand zoiets overleeft. Je bent een uniek geval,’ zei hij. ‘We hebben je tot twee keer toe teruggehaald. Je was paars. Je was weg. Ik ben echt verrast je te zien.’ Ik probeerde hem onhandig te bedanken.

    IJshockeyen was mijn enige sociale vertier. Ik heb geen goede vrienden en maak moeilijk nieuwe. De wedstrijden brachten het plezier terug dat ik als kind beleefde op de bevroren vijvers en de kunstijsbanen in onbekende stadjes in New England en de staat New York. Een weduwemaker zou mij niet weerhouden van een potje ijshockey.

    Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist

    Ik was totaal niet bang, misschien omdat mijn geheugen was gewist. Liever denk ik dat het kwam omdat ik een ijshockeyer ben. Ik ging neer met rugnummer 37, hetzelfde nummer als Patrice Bergeron, de taaiste speler ooit.

    Bij de warming-up schaatste ik precies over de plek waar ik mezelf had zien vallen. We wonnen 5-1 en ik scoorde één keer, van een afstandje, waarbij ik verdekt stond opgesteld achter nr. 12.

    Na de wedstrijd stelde ik me voor aan nr. 12: Steve, al dertig jaar ambulancebroeder bij de Tualatin Valley Brandweer- en Ambulancedienst, en de eerste held op de video. Ik kon geen woord uitbrengen. Hij was de man die zo snel en professioneel had gezorgd dat mijn hersens weer zuurstof kregen, en ik wilde hem vertellen hoe dankbaar ik hem daarvoor was. ‘Bedankt dat je m’n leven hebt gered,’ bracht ik met moeite uit. Snel bracht ik het gesprek op mijn nieuwe favoriete onderwerp: de gebeurtenissen rond mijn dood.

    ‘Dat is niet iets wat je wilt onthouden, hoor. Je zag er trouwens beroerd uit,’ zei hij. Ik had mijn reanimatie als film gezien, maar maakte me plotseling zorgen over degenen die haar in het echt hadden gezien.

    Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is

    ‘Reanimatie is een hardhandig gebeuren,’ zei Steve. ‘We drukken uit alle macht op je borst. Daar komt geen zachtzinnigheid aan te pas. Als je reanimeert, plet je het hart tussen het borstbeen en de ruggengraat zo veel mogelijk om te zorgen dat het bloed blijft stromen. Daar heb je aan te danken dat je in zo’n goede gezondheid verkeert, omdat wij zorgden dat er voedingsstoffen en zuurstof naar je hersenen bleven gaan.’

    Hij zei dat mijn hersens waarschijnlijk maar 15 of 20 seconden geen zuurstof hadden gekregen. Ik bleef de hele tijd buiten bewustzijn, wat hoogst ongewoon is. ‘Ik was verbaasd dat de reanimatie werkte. Kennelijk stonden de sterren goed die dag.’ Twee van de ambulancebroeders die me in vliegende vaart naar het ziekenhuis hadden gebracht, klommen na de wedstrijd uit hun rode wagen bij de ingang van de ijsbaan en kwamen eveneens naar me toe. Iemand maakte een foto van hen met Steve en mij. Toen we weggingen, mompelde ik iets over mijn moeder proberen te bellen. Steve zei dat ik altijd hém mocht bellen.

    Staren in de afgrond

    Na verloop van tijd kreeg ik er genoeg van iedereen te vertellen wat me was overkomen. Een paar mensen vroegen of ik een wit licht of een ander teken van genade of voorzienigheid had gezien. Nee, ik staarde (letterlijk) in de afgrond, hoorde een deuntje, zag mezelf in een film sterven, werd gered door twee ijshockeyspelers, en ik voelde de duisternis nog steeds, zei ik. Dat was niet wat ze hadden gehoopt te horen. Mensen reageerden vreemd, aarzelend. Misschien beschouwde het land der levenden me als beschadigd en wilde me niet opnieuw toelaten. Ik bleef de telefoon oppakken om mijn dode moeder te bellen, het lukte me maar niet om die eigenaardige gewoonte te doorbreken. Ik deed mijn best om werk te vinden en overleefde door overdag als freelancer schrijf- en redactiewerk te verrichten en ’s nachts in een computeronderdelenfabriek te werken.

    Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik 

    Ik vertelde verder niemand over mijn hartaanval of mijn verblijf in de vergetelheid. Omdat mijn zoon mijn aanhoudende angst voor het donker opmerkte, hing hij kerstlichtjes voor mijn slaapkamerraam. Ik keek vaak naar de foto van mij en Steve en de twee ambulancebroeders. Ik moest soms zomaar huilen. Ik verzamelde verhalen van mensen die een hartaanval hadden overleefd en degenen die hen hadden geholpen. Ik vond niemand die bij benadering zo lang morsdood was geweest als ik, die niet morsdood was. Ik was verbijsterd. Was ik uniek, een medisch wonder? Waarom ik? Ik hoop dat mijn flipperkastbrein het waard was om gered te worden.

    Mijn herinneringen werden met een dosis geluk, ketamine, fentanyl, midazolam en propofol gewist. Ik heb de angst en de pijn die andere overlevenden plagen doorstaan en ben herrezen zonder dat mijn verstand of ijshockeyslag eronder hebben geleden. Ik realiseer me dat mezelf zien sterven bevrijdend is geweest, zoiets als kijken naar de dood van mijn stand-in, die later werd gemonteerd tot een nieuwe versie van mijzelf.

    Ik ben nog altijd onrustig, maar ik ben er. Bij de play-offs dit seizoen heb ik mijn team, de Boston Bruins, onderuit zien gaan, maar mijn hart is in orde. De video van mijn wedstrijd zal ik blijven bekijken. Het is mijn memento mori. Hij herinnert me eraan hoe onwerkelijk het is om in leven te zijn, helemaal dankzij Derek en Steve.

    Op het ijs is mijn gemiddelde aantal gescoorde punten dit seizoen 1,75 per wedstrijd. 

    Lees ook:

  • Oekraïne: tot 13.000 militairen omgekomen

    Oekraïne: tot 13.000 militairen omgekomen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » President Zuid-Afrika vreest afzettingsprocedure

    » Fossiele snacks in Colosseum gevonden

    In augustus stond het dodental nog op 9000 dode soldaten

    Het aantal Oekraïense militairen dat is omgekomen in de oorlog met Rusland is opgelopen tot zeker 13.000 soldaten. Dat heeft het Oekraïense leger bekendgemaakt, meldt de BBC. Het is voor het eerst sinds augustus dat Oekraïne cijfers over gesneuvelde militairen vrijgeeft, destijds stond het dodental op 9000.

    Intussen gaan de aanvallen door Rusland op Oekraïense energievoorzieningen onverminderd door. Grote delen van het land zitten dagelijks tijdelijks zonder stroom, omdat de nationale netbeheerder in gebieden de elektriciteit afsluit om stroom te besparen en een nationale blackout te vermijden. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, heeft de aanvallen van Rusland op deze infrastructuur verdedigd. Volgens Lavrov stopt Rusland zo de wapenleveringen van het Westen.

    Ondanks het aanhoudende geweld blijven Rusland en Oekraïne wel krijgsgevangenen uitwisselen. Op donderdag werd bekendgemaakt dat vijftig Oekraïense en Russische gevangen militairen geruild zijn. Het is voor de derde keer in een week tijd dat een dergelijke uitwisseling plaatsvindt tussen de twee vijandelijke kampen.

    Lees ook:

  • ‘Iedereen die hier ligt heeft de oorlog verklaard aan de dood’

    ‘Iedereen die hier ligt heeft de oorlog verklaard aan de dood’

    Cryonisten laten zich na hun dood invriezen, in de hoop dat ze in de toekomst weer tot leven kunnen worden gewekt. Het Duitse weekblad Die Zeit volgt Aaron Winborn, een Amerikaan die lijdt aan spierziekte ALS, op weg naar zijn laatste – of tijdelijke – rustplaats.

    Keuze uit ons archief

    En als er dan toch leven is na de dood? Cryonisten hopen het oudste probleem van de mensheid te hebben gekraakt: de dood. Door de coronapandemie is de wereld er genadeloos op gewezen dat er grenzen zitten aan de maakbaarheid van het bestaat. Uit het niets kan een vleermuizenvirus muteren en de hele wereld platleggen, met miljoenen doden tot gevolg. Maar toch komt weer ons eigen vernuft, de wetenschap, ter redding van de mensheid: een vaccin. Precies dat geeft de cryonisten hoop: dat de wetenschap ooit in staat is ze weer wakker te kussen uit hun diepe, koude slaap.

    Dit artikel verscheen eerder in #99, mei 2016.

    Vandaag zal Aaron Winborn sterven, wat hem betreft voorlopig. Het is een grijze dinsdagochtend, eind maart 2015. In Harrisburg, een kleine stad in de Amerikaanse staat Pennsylvania, is de winter al voorbij, maar laat de lente nog op zich wachten. In de voortuin van de Winborns liggen de laatste zwarte sneeuwresten.

    Binnen ligt de 47-jarige Aaron Winborn roerloos in bed, zijn ooit krachtige lichaam sinds maanden verlamd door de zenuwziekte ALS. Op het nachtkastje branden vier kaarsen. De jaloezieën zijn dichtgetrokken. Naast het bed staan zijn vrouw Gwen, zijn twee dochtertjes en zijn schoonzus. Het zijn hun laatste uren als familie. Ook een dokter is aanwezig.

    Opstanding

    Het is even na elven. Voor het huis zit Dennis Kowalski in zijn lichtblauwe bestelwagen te wachten. In de laadruimte liggen veertien zakken ijs van 7,2 kg. Die heeft hij vanmorgen bij de supermarkt om de hoek gekocht. Kowalski zegt: ‘Ik zal blij zijn als Aaron eenmaal in het ijs ligt.’

    Kowalski is nerveus. Zodra Winborn dood is, moet hij snel zijn, heel snel. Tijd om bij het sterfbed te treuren is er niet. Kowalski weet dat de familie dat niet prettig zal vinden. Het is normaal dat mensen willen huilen om een gestorven familielid, nog eens zijn hand willen vasthouden, naar hem kijken, een kus op zijn voorhoofd geven. De gedachte alleen al geeft hem een onbehaaglijk gevoel.

    Maar hij heeft Winborn beloofd zo snel mogelijk te handelen. Daarom zal Kowalski er straks om 12.30 uur bij zijn als de dokter op Winborns verzoek het beademingsapparaat uitzet. De dokter zal Winborns pols voelen en de overlijdensverklaring ondertekenen. Marcus Aurelius, filosoof en keizer in het oude Rome, heeft ooit gezegd: ‘De dood lacht ons allemaal toe. Het enige wat we kunnen doen, is teruglachen.’ Maar misschien kan er nog meer?

    Winborn hoopt dat artsen hem over vijftig, honderd, vijfhonderd jaar kunnen genezen

    Aaron Winborn heeft bepaald dat zijn zieke lichaam moet worden ingevroren, in de hoop dat artsen hem over vijftig, honderd, vijfhonderd jaar – wie zal het zeggen – kunnen reanimeren en genezen. Of zoals Kowalski zegt: to bring him back. Dennis Kowalski stelt zich bij dat ‘terugbrengen’ min of meer zijn eigenlijke werkzaamheden voor.

    Hij is ambulancebroeder in Milwaukee, een grote stad in het Middenwesten. Vrijwel elke week moet Kowalski iemand reanimeren. Hartmassage, honderd keer per minuut. Beademing om de twintig seconden. Het lichaam is voor hem een machine. Als het even kan, start hij die opnieuw op. In principe doet hij hier in Harrisburg niets anders, zegt hij: de eerste stap van een reanimatie.

    Dennis Kowalski is een sympathieke vent. Blauwe polo over een enorme buik, zwarte joggingbroek, sportschoenen, volle snor. Hij mag graag vissen, jagen en bier drinken op de veranda. Hij is marinier geweest, heeft bij de posterijen gewerkt, is brandweerman geworden en heeft vervolgens de opleiding tot ambulancebroeder gedaan, zijn enige medische kwalificatie. Sinds vier jaar geeft Kowalski bovendien leiding aan het Cryonics Institute (CI) in de buurt van Detroit. Hij heeft vakantie genomen om naar Harrisburg te gaan.

    Veel mensen gaan zelfs zo ver dat ze de wetenschap in staat achten de dood buiten gevecht te stellen

    Cryonisme is een oude fantasie, die voorkomt in ontelbare sciencefictionverhalen. Maar hier is het de werkelijkheid. Vandaag wordt Aaron Winborn ingevroren, als CI-patiënt nummer 132.

    Vroeger, toen religie nog het wereldbeeld bepaalde, geloofden vrijwel alle mensen dat de dood met hulp van God kon worden overwonnen. Vandaag de dag regeert het geloof in de almacht van de wetenschap en gaan veel mensen zelfs zo ver dat ze de wetenschap in staat achten de dood buiten gevecht te stellen. Hun hoop is dezelfde als die van alle godsvruchtige mensen van toen en nu: opstanding.

    ‘Weet u,’ zegt Kowalski in zijn auto voor het huis, ‘ik begrijp dat de mensen sceptisch zijn. Maar als ik tweehonderd jaar geleden had gezegd dat ik iemands leven kan redden door op zijn of haar borstkas te drukken en lucht in de longen te blazen, dan was ik voor gek verklaard. Als een hart toen stilstond, was diegene dood. Tegenwoordig weten we beter.’

    Diagnose: ALS

    11.25 uur, nog een uur. Kowalski stapt uit zijn auto. Hij doet de achterklep open en tilt met hulp van twee uitvaartbegeleiders de blauwwitte, met ijs gevulde koelboxen op een steekkar en rolt ze naar binnen.

    De succesvolle programmeur Aaron Winborn is 43 jaar oud wanneer de artsen in 2011 bij hem de diagnose ALS stellen. Ze vertellen hem dat zijn spieren dienst zullen gaan weigeren, eerst de vingers, dan de armen, de benen, de stembanden en uiteindelijk de longen. Ze vertellen hem dat hij nog twee, hooguit drie jaar heeft. Meer niet.

    Winborn schrijft op zijn blog: ‘Ik ben woest op deze ziekte. Bij de gedachte dat mijn jongste dochter misschien geen herinnering meer aan me zal hebben, moet ik huilen.’ Sabina was destijds tien maanden, zijn oudste dochter Ashlin zeven jaar. Winborn heeft plannen. Hij is niet klaar voor de dood en begint te vechten.

    In 2014 wordt met de actie Ice Bucket Challenge de aandacht op zijn ziekte gevestigd: prominenten gieten een emmer ijswater over hun hoofd. Bill Gates doet mee, Lady Gaga, Mark Zuckerberg. Er worden miljoenen geschonken voor onderzoek naar ALS, dat mogelijk ooit een geneesmiddel zal opleveren. Voor Winborn te laat.

    Cryonisme is een oude fantasie, die voorkomt in ontelbare sciencefictionverhalen

    Of misschien ook niet, denkt hij. Misschien kan ook hij ervan profiteren. In de toekomst. Zijn lichaam moet het alleen tot die tijd zien te redden, zodat hij het medicament toegediend kan krijgen. Winborn stuurt een email aan het Cryonics Institute.

    Cryonisten gaan een weddenschap aan. Niemand sterft zomaar. Mensen sterven aan kanker, aan een beroerte, Winborn aan ALS. Volgens de cryonisten zou dat ooit allemaal te genezen kunnen zijn. ls ze hun weddenschap winnen, leven ze verder. Dan bevolken ze de toekomst als residuen van de geschiedenis, als relicten van een vervlogen tijd. Als ze verliezen, blijven ze dood.

    De meesten, ook Winborn, zijn realistisch en zeggen: de kleinste kans is beter dan geen kans, dus waarom zouden we het niet proberen? Winborn heeft in de VS gewoond, in Nederland, in een commune in Londen, in een boeddhistisch klooster. Hij is leraar en poppenspeler geweest, heeft de scepter gezwaaid over een vluchtsimulator, is programmeur. Hij heeft een boek geschreven en veel boeken gelezen – en hij heeft er nog geen genoeg van. Hij leeft te graag.

    Gwen, de vrouw van Winborn, is erop tegen dat hij zich laat invriezen, maar legt zich bij zijn wens neer. Ze accepteert dat Dennis Kowalski erbij zal zijn wanneer haar man sterft. Dat ze nauwelijks tijd zal hebben voor een afscheid. Dat haar man zijn laatste – of voorlaatste – rust niet zal vinden in een graf op een begraafplaats, waar ze bloemen kan neerleggen, maar in een grote witte container die eruitziet als een reusachtige thermosfles. Ze accepteert ook dat een journalist van Die Zeit erbij zal zijn, hoewel ze dat niet wil.

    Invriezen

    Even na twaalven dient de dokter Aaron Winborn kalmeringsmiddelen toe, die hem laten inslapen. In de kamer ernaast strooit Dennis Kowalski ijsblokjes in een witte stalen kist. De dokter zet het beademingsapparaat uit. Om 12.31 uur houdt Aaron Winborns hart op met kloppen.

    De familie loopt huilend naar buiten. Kowalski rolt de kist naast Winborns bed. De twee uitvaartbegeleiders, die tot dan toe buiten hebben staan wachten, helpen hem om het lichaam erin te leggen. Vervolgens vult Kowalski de kist op met ijs. Vakkundig invriezen is te ingewikkeld om meteen ter plekke te doen. Het menselijk lichaam zit vol bloed en weefselvocht. Bij simpelweg invriezen zouden zich scherpe ijskristallen vormen die cellen en aderen doorsnijden en onherstelbare schade aanrichten.

    Daarom moet Kowalski de overleden Winborn zo snel mogelijk naar het Cryonics Institute brengen, ongeveer vijfhonderd mijl verder naar het noorden. Daar staat een operatieteam klaar. Dat zal het bloed en het vocht in Winborns lichaam vervangen door een soort antivriesmiddel en daarna het lijk invriezen.

    ‘We houden zijn cellen in leven. We willen niet dat die afsterven’

    Met de routine van de ambulancebroeder installeert hij een hydraulisch hartmassageapparaat boven de kist. Ritmisch blazend begint dit op Winborns borst te drukken. Kowalski plaatst een beademingsmasker over het buisje in Winborns hals dat vorig jaar bij een tracheotomie is aangebracht en zegt tegen een van de uitvaartbegeleiders: ‘Stevig aandrukken. Dan stroomt de zuurstof zijn longen in.’

    Die vraagt geërgerd: ‘Waarom reanimeren we hem?’

    Kowalski: ‘We houden zijn cellen in leven. We willen niet dat die afsterven.’

    ‘Kan het niet gebeuren dat hij weer wakker wordt?’

    ‘Nee. Daar zorgen de medicijnen voor.’

    De uitvaartbegeleider heeft duizenden mensen ter aarde besteld. Maar nog nooit iemand in ijs geconserveerd. Binnen vijf minuten krijgt Winborns gezicht, tot dan toe asgrauw, weer kleur. Kowalski zegt: ‘Uitstekend. De gaswisseling in zijn cellen werkt.’

    De uitvaartbegeleider vraagt: ‘Maar dat betekent toch dat hij leeft?’

    Juridisch dood

    Is Winborn dood of niet? Juridisch gezien wel. De dokter heeft zijn overlijdensverklaring ondertekend. Biologisch? Het hart pompt bloed door het lichaam, ook al heeft het daarvoor hulp van buiten. De cellen krijgen zuurstof. Tot de artsen van de toekomst een geneesmiddel voor Aaron Winborn hebben ontdekt, moet zo mogelijk elke cel, elke molecuul, elk atoom in Winborns lichaam precies op zijn plek blijven.

    De ontbinding, het lichamelijk verval, moet worden gestopt. Dat kan alleen met kou. Het belangrijkste is dat de miljarden neuronen in zijn hersenen precies zo behouden blijven als ze nu zijn. Want daar, zo vermoedt men, zit Winborns persoonlijkheid. Zoals de herinnering hoe zijn dochters hem als piraat verkleedden, met ooglapje en hoofddoek. Zijn rolstoel was het schip. Blijft de fysieke structuur van zijn hersenen behouden, dan zal hij later mogelijk op deze en andere herinneringen kunnen terugvallen. Op zijn ik.

    Kou dus. Kowalski rekent voor: elke seconde bij kamertemperatuur staat gelijk aan een minuut in de koelkast, een uur in de vrieskast, een paar maanden in droogijs of tienduizend jaar in vloeibare stikstof. Dat is het doel. De temperatuur van vloeibare stikstof. Min 196 graden.

    Wanneer de thermometer 15 graden aanwijst, zegt Kowalski: ‘Oké, daar gaan we’

    De stikstof ligt klaar in het Cryonics Institute in Detroit, maar Winborns lichaam is nog niet koud genoeg om de levensbehoudende maatregelen te treffen. Om de paar minuten neemt Kowalski Winborns temperatuur op: 36,6 graden – 30,6 – 23,9 – 17,2. Wanneer de thermometer 15 graden aanwijst, zegt Kowalski: ‘Oké, daar gaan we.’

    De uitvaartbegeleiders helpen hem om de kist het huis uit en de auto in te duwen. Om 15.03 uur draait Kowalski Interstate 76 op. Op zijn mobieltje staat: 502 mijl [808 kilomter] naar de bestemming. 7 uur en 19 minuten. Tijd voor een gesprek.

    Wanneer kunnen volgens u ingevroren mensen weer gereanimeerd worden?

    ‘In het geval van Aaron wanneer er drie dingen te genezen zijn: ALS, de vorstschade die zijn lichaam bij het invriezen zal oplopen en het ouder worden.’

    Het ouder worden?

    ‘We hebben onlangs een man van 93 ingevroren. Die wil niet wakker worden met zijn oude, zwakke lichaam, maar met een jong, gezond lichaam. De reanimatie heeft immers geen zin als iemand vervolgens toch weer aan ouderdom sterft.’

    Hoe stelt u zich dat voor?

    ‘Het ouder worden is niets anders dan een chemisch proces. Dat moet je doorgronden en stoppen, of omkeren. Ik vergelijk dat wel met een diamant en een klomp kolen. Beide bestaan uit dezelfde bouwstenen, uit koolstofatomen. Die zijn alleen anders gerangschikt. Precies als bij een jonge en een oude cel, een gezonde en een zieke. We moeten de atomen juist zien te ordenen. Dat zal niet in twee, maar misschien wel in twintig of tweehonderd jaar lukken. Waarschijnlijk met behulp van de nanotechnologie, met piepkleine apparaatjes die gericht DNA repareren.’

    Dat klinkt behoorlijk vergezocht, vindt u zelf ook niet?

    ‘Cryonisme is van oudsher zowel voer voor dromen als het mikpunt van spot. Journalisten schilderen cryonisten vaak af als idioten, als fantasten. Als je Duitse wetenschappers – biologen, medici en gerontologen – op dit thema aanspreekt, zeggen sommigen: dat is spannend en op punten zelfs plausibel, maar ik wil beslist niet dat u mij citeert. De onderzoekers zijn bang dat ze hun serieusheid, hun wetenschappelijke reputatie op het spel zetten als ze zich hierover in het openbaar uitspreken. Wetenschappers houden zich graag aan feiten. Bij cryonisme zijn die er nauwelijks. Het is niet te bewijzen dat het werkt. Aan de andere kant: ook dat het níét werkt, is niet te bewijzen.’

    Hoop

    De route voert door Pennsylvania, maximumsnelheid 70 mijl per uur. Kowalski rijdt harder. De middagzon breekt door de wolken. Er zijn twee aanbieders van cryonisme in de VS: Kowalski’s Cryonics Institute in Detroit en Alcor in Phoenix. In totaal zijn daar 280 mensen ingevroren, vooral Amerikanen, maar ook Duitsers, Britten, Fransen en Canadezen. Wereldwijd zijn ongeveer 2500 mensen een overeenkomst aangegaan.

    Cryonisten vormen een kleine, groeiende groep: meer mannen dan vrouwen, bovengemiddeld opgeleid, veel natuurwetenschappers, veel atheïsten en agnostici, maar – en dat is verrassend – ook enkele zeer gelovige mensen.

    Andy Zawacki, lid van het operatieteam dat in het Cryonics Institute op Aaron Winborn staat te wachten, is katholiek en gaat elke zondag naar de kerk. Een van zijn collega’s is een orthodoxe jood. Beiden zeggen dat cryonisme niet in strijd is met hun religie. Voor hen is cryonisme niets anders dan geneeskunde. De bevoegdheid van hun religie begint pas na de dood, de echte dood.

    In de VS stromen er al miljoenen naar het cryo-onderzoek. Ook vanuit Silicon Valley

    Cryonisten delen het gevoel dat het leven onrechtvaardig kort is. Zoals een bezoek aan een bibliotheek die je als het ware toeroept: kijk, al deze boeken zijn interessant, maar je hebt geen tijd om ze te lezen! Er is dat gevoel. En er is die hoop. En de boskikker, Rana sylvatica.

    De boskikker is acht centimeter lang en leeft in ijskoude streken van Canada en Alaska. In de winter bevriest hij. Zijn hart stopt, zijn ademhaling ook. Na een paar weken ontdooit hij en leeft hij verder. Stoffen in zijn bloed beschermen hem tegen vorstschade. Wetenschappers willen dit proces kopiëren.

    Al in 2002 heeft de Amerikaanse cryobioloog Greg Fahy de nier van een haas ingevroren om die na een week in vloeibare stikstof te hebben bewaard weer te laten ontdooien en in een levende haas te implanteren. Waarom zou wat met de nier van een haas kan niet ook met het menselijk lichaam mogelijk zijn? Worden er nu al niet embryo’s, zaaden eicellen ingevroren?

    Cryonisten zeggen: het principe is bewezen, nu moet het alleen nog maar op de complexiteit van een menselijk lichaam worden toegepast. Alleen nog maar. In de VS stromen er al miljoenen naar het cryo-onderzoek. Ook vanuit Silicon Valley. Nergens anders is men meer vertrouwd met de gedachte dat elk probleem kan worden opgelost. Ook als het om de dood gaat.

    Wie zich door CI laat invriezen, betaalt eenmalig 28.000 dollar

    De bekendste begunstiger van cryonisme in de Valley is Peter Thiel, miljardair, medeoprichter van PayPal en eerste investeerder van Facebook.

    Dennis Kowalski rijdt langs Pittsburgh en passeert de staatsgrens met Ohio. Wegwerkzaamheden hebben hem tien minuten gekost. Pauze, toilet, cheeseburger in de hand en verder. Om 18.37 uur zijn het nog 330 mijl [531 kilometer] en vijf uur. De zon staat laag. Winborns lichaamstemperatuur is acht graden.

    Zou een leven in de toekomst niet heel eenzaam zijn, zonder vrienden en familie?

    ‘Mijn vrouw en mijn drie zonen zijn ook cryonisten. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn: stelt u zich eens voor dat u met al uw dierbaren in een vliegtuig zit dat neerstort. U bent de enige overlevende. Zou u daarna zelfmoord plegen? Of zou u ondanks alle verdriet er het beste van maken?’

    Kleven er wat u betreft helemaal geen ethische bezwaren aan cryonisme?

    ‘U zou me net zo goed kunnen vragen: kleven er ethische bezwaren aan een kunstheup of een geïmplanteerd hart?’

    Sommige mensen zijn bang dat cryonisme geldmakerij is. Het uitbuiten van hoop.

    ‘Noemt u één iemand die eraan verdient. Ik krijg geen cent van CI. Als u geïnteresseerd bent in de financiën, alles staat op onze website. We zijn nonprofit en volledig transparant.’

    Wie zich door CI laat invriezen, betaalt eenmalig 28.000 dollar. Een groot deel daarvan gaat naar de betrokken uitvaartondernemingen. Volgens Kowalski wordt de rest belegd door CI, voor de lange termijn: goud, effecten, staatsleningen, zo breed gespreid dat er vrijwel geen risico is. Van de rente betaalt het instituut de lopende kosten. Dat gaat dan vooral om de vloeibare stikstof, elke drie weken 1600 dollar.

    Kowalski heeft wel een idee waarom cryonisten een probleem met hun imago hebben. Hij vindt het een grote fout dat Alcor, de concurrent in Arizona, de zogenaamde neuro suspension aanbiedt, wat wil zeggen dat je daar niet je hele lichaam hoeft te laten invriezen. Alleen het hoofd is ook genoeg.

    Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dat logisch, zegt Kowalski. Als je in staat bent iemand te reanimeren en te genezen van wat hem ooit deed sterven, dan kun je ook een jong, gezond lichaam uit het beschikbare DNA klonen in plaats van het oude met veel moeite te verjongen. ‘Maar het is al lastig genoeg om cryonisme begrijpelijk te maken voor de mensen. Als je dan ook nog over onthoofding begint, denken ze dat je Frankenstein bent. Een slechtere pr is wat mij betreft niet denkbaar.’

    Niet perfect

    Om 23.45 uur, na een rit van bijna negen uur, verlaat Dennis Kowalski de snelweg en rijdt een industriegebied ten noorden van Detroit in. Aan het einde van een spaarzaam verlichte straat ligt het Cryonics Institute, een bakstenen gebouw van één verdieping met een magazijn ernaast. Kowalski parkeert zijn bestelwagen achteruit in, pal naast de witte, speciaal gemaakte containers van glasfiber. Ze staan in drie rijen en komen tot aan het plafond. Een ervan biedt plaats aan zes personen. De container rechtsvoor is voor Winborn bestemd.

    Andy Zawacki, de praktiserend katholiek, staat al te wachten. Hij is in het gezelschap van twee medewerksters van een uitvaartonderneming. Alle drie hebben ze een beschermende witte overall aan en een mondkapje voor. Ze duwen de kist naar een aangrenzende ruimte, wit en steriel, doen hem open en tillen Winborn, 3,4 graden, op de operatietafel in het midden. Tijdens de operatie moet de verslaggever buiten wachten.

    Zawacki en de twee vrouwen leggen de halsslagader bloot en sluiten een pomp aan. Ze vervangen bloed en weefselvocht door een oplossing van ethyleenglycol en dimethylsulfoxide – een antivriesmiddel dat niet uitzet wanneer het bevriest, maar verglaast. De kunstmatige variant van de bescherming die de boskikker van nature heeft.

    Alle mensen die nu in de witte containers liggen hebben de oorlog verklaard aan de dood

    Hoe meer oplossing aan Winborns lichaam werd toegediend, des te bronskleuriger zijn huid werd, zegt Zawacki na de operatie, een teken dat de bloedbanen intact zijn. ‘Beter had het niet kunnen gaan.’ Desondanks maakt niemand zich hier enige illusie. Er zal wat vorstschade ontstaan en in de hersenen zullen er neuronen van elkaar worden gescheiden. De methode is niet perfect. De hoop blijft dat artsen van de toekomst deze schade kunnen herstellen.

    Om 2.30 uur ’s ochtends, veertien uur nadat Winborns hart is opgehouden met kloppen, leggen Zawacki en Kowalski hem in de koelruimte achter in het magazijn. Daar wordt hij tot min 196 graden gekoeld, heel langzaam, om scheuren in het weefsel te voorkomen.

    Zes dagen later, op een maandag, wordt Aaron Winborn om 16.00 uur naar zijn laatste, maar misschien ook wel tijdelijke rustplaats in de witte container gebracht. Zawacki laat hem voorover in de vloeibare stikstof zakken, die ruikt naar nat hout in het vuur. Dagelijks zal Zawacki het peil controleren en één keer per week een beetje stikstof bijvullen.

    Binnenkort zullen ze hier een rouwkamer inrichten, een persoonlijk tintje op deze steriele plek. Daar zullen Gwen, Ashlin en Sabina hun overleden echtgenoot en vader kunnen bezoeken.

    Zawacki, Kowalski, Winborn en alle mensen die nu in de witte containers liggen: ze hebben de oorlog verklaard aan de dood. Teruglachen is voor hen niet genoeg. Ze willen bewijzen dat ook de oude Romein Marcus Aurelius weer zo’n knappe kop was die zich liet misleiden door een dwaalleer van zijn tijd – een tijd waarin de mensen gemiddeld ongeveer dertig jaar oud werden.

    Achter het verhaal

    Aanpak: Onze verslaggever heeft zich in eerste instantie tot CI en Alcor gewend met het verzoek hem in contact te brengen met iemand die zich wilde laten invriezen. Dit werd door beide cryonisme-aanbieders geweigerd. Via internet leerde hij echter Aaron Winborn kennen, die hem na een ontmoeting toestemming gaf zijn verhaal vast te leggen.

    Grenzen van het onderzoek: Het Cryonics Institute stemde weliswaar in met de begeleiding door een journalist, maar deze mocht niet aanwezig zijn bij het overlijden van Winborn en de operatieve ingreep aan het stoffelijk overschot.

  • Een gezonde geest in een kunstmatig lichaam. Dit is hoe deze Russische miljonair de dood wil overwinnen

    Een gezonde geest in een kunstmatig lichaam. Dit is hoe deze Russische miljonair de dood wil overwinnen

    De steenrijke Rus Dmitri Itskov is ervan overtuigd dat we onsterfelijk kunnen worden door onze vleselijke lichamen in te ruilen voor artificiële exemplaren. ‘Dit is geen sciencefiction of utopie. Dit is een wetenschappelijke kwestie die kan worden gerealiseerd.’

    Keuze uit ons archief

    Volgens de oude Grieken kon je onsterfelijk worden door een heldendaad te verrichten. Tegenwoordig hangt langer leven vooral samen met geld. Zijn de leefgewoontes van de ‘gezondheidselite’ voor velen al onhaalbaar, voor medicijnen die ons verblijf op aarde moeten verlengen geldt dat in overtreffende trap. De Russische multimiljonair Dmitri Itskov beweert een oplossing te hebben voor arm én rijk: hij wil het menselijk bewustzijn verplaatsen naar kunstmatige lichamen.

    Dit artikel verscheen eerder in november 2014, # 67.

    Dmitri Itskov, een zacht pratende multimiljonair van 33, heeft grootse plannen. Daar kijkt u misschien niet vreemd van op. Ambitieuze projecten zijn tenslotte dagelijkse kost voor rijke Russische zakenlieden. Maar de ambities van Itskov hebben niets te maken met bedrijfsovernames, uitbreiding naar opkomende markten en zelfs niet met het omvormen van een kwakkelend voetbalelftal in een team van wereldformaat.

    Itskov wil de dood overwinnen. Hij wil eeuwig blijven leven, nieuwe werelden ontdekken en nieuwe ervaringen opdoen in een kunstmatig lichaam dat nooit moe of ziek wordt. Maar daar blijft het niet bij. Hij wil ook dat u, uw familie en alle anderen op de planeet hem vergezellen tijdens deze lange, lange rit.

    ‘Dit is geen sciencefiction of een of andere utopie,’ benadrukt Itskov als ik hem ontmoet in een Moskous restaurant op de tiende verdieping met uitzicht op het Kremlin. ‘Dit is een wetenschappelijke kwestie die kan worden gerealiseerd.’

    Om zijn overtuiging kracht bij te zetten heeft Itskov een aanzienlijk deel van zijn vermogen in onderzoekslaboratoria gestoken, verspreid over de hele wereld, waar een indrukwekkend keurkorps van in neurale interfaces, robotica en moleculaire genetica gespecialiseerde wetenschappers aan de ontwikkeling van ‘geavanceerde niet-biologische dragers’ werkt. Itskov denkt dat als alles volgens plan verloopt, het tegen 2035 mogelijk zal zijn om een individueel bewustzijn in een kunstmatige drager over te planten en daarmee het menselijk leven oneindig te verlengen.

    Hologrammen

    Tegen 2045 hoopt hij getuige te zijn van het wijdverbreide gebruik van geavanceerde, bewuste hologrammen die alleen door het denken worden gestuurd, zogeheten ‘avatars’, die de diepste kern van het menselijk bestaan zullen transformeren. Ruimtereizen zullen werkelijkheid worden, terwijl politiek, cultuur en religie zich gedwongen zullen zien om, in de woorden van Itskov’, ‘radicale’ veranderingen te ondergaan.

    ‘Het is mogelijk en noodzakelijk om het verouderingsproces en zelfs de dood te elimineren en de fundamentele grenzen van de fysieke en geestelijke mogelijkheden te overwinnen die momenteel worden bepaald door de beperkingen van het fysieke lichaam,’ verklaart zijn organisatie, Initiative 2045, stoutmoedig op haar website.

    De vrijgezelle en kinderloze Itskov vliegt ‘het grootste deel van het jaar’ de hele wereld over om steun en investeerders te werven. Hij heeft iets van een monnik, deze man met zijn frisse gezicht, zijn kortgeknipte blonde haar en een vage schaduw van baardstoppels.

    ‘Het is mogelijk om het verouderingsproces en de dood te elimineren’

    Hij spreekt zacht, met de zelfverzekerdheid van iemand die elke dag uren besteedt aan mediteren, yoga en ademhalingsoefeningen en die zich aan een streng dieet houdt zonder vlees, vis, koffie en alcohol.

    Van vlees krijgt hij een energie waar hij zich niet prettig bij voelt, zegt hij. Alcohol tast het bewustzijn aan zodat je de ware aard daarvan niet langer voelt. Zelfs ijswater is verboden omdat het de energie verlaagt. Maar wel draagt hij het liefst button-down overhemden en pakken van Burberry en sneakers van Louis Vuitton.

    Natuurlijk heb ik veel vragen voor Itskov, wiens antwoorden goed ingestudeerd en zelfs plausibel zijn. Hij is, voor degenen die misschien iets anders vermoeden, duidelijk niet gek.

    Itskovs project kan op de steun rekenen van de Dalai Lama

    De suggestie dat algehele onsterfelijkheid van de menselijke soort ernstige problemen als overbevolking en overvloedig energiegebruik nog verder zou doen toenemen, wimpelt hij af. ‘Kunstmatige lichamen zullen niet hetzelfde nodig hebben als mensen vandaag de dag,’ zegt hij me.

    ‘En mensen zullen op plekken kunnen wonen die nu nog ongeschikt zijn om te leven – een kunstmatig lichaam kan op planeten leven waar een biologisch lichaam niet op gebouwd is.’

    Hoewel zijn project visioenen van robotmensen oproept, gaat het er Itskov vooral om hoe onsterfelijkheid de geest zal veranderen. Hij ziet het eeuwige leven als een manier om het menselijk bewustzijn te transformeren en te verbeteren: hij wil de geest afscheiden van het veeleisende menselijk lichaam dat om eten, geneesmiddelen en onderdak vraagt, en de weg effenen voor een verhevener menselijke geest.

    Op een dag, voorziet hij, zullen we regelmatig ‘lichaamswinkels’ bezoeken waar we een lichaam uit een catalogus kunnen kiezen, om ons bewustzijn over te planten in een exemplaar dat bijvoorbeeld beter geschikt is voor een leven op Mars. Hij betreurt de obsessie met alles wat vleselijk is.

    ‘Waarom denken de mensen niet aan iets geraffineerders dan alleen maar eten, seks en kinderen?’ zegt hij. ‘Waarom gaan we niet voor een hoger doel leven dan het opvoeden van onze kinderen alleen? Ik probeer niet alleen een fysieke verandering bij de mensheid te bewerkstelligen, maar ook een geestelijke en spirituele verandering. Als we eeuwig zullen leven, moeten we dat wel op de juiste manier doen.’

    Maar zoiets is, opper ik, niet bepaald iets waar rijke Russische zakenlieden hun tijd en geld aan plegen te besteden. Itskov knikt. ‘Natuurlijk, als iemand niet van het eeuwige leven en de eeuwige ruimte droomt maar van een team dat de Champions League zal winnen, dan investeert hij in voetbal. Wat mijzelf betreft, ik heb altijd van ruimtevluchten gedroomd, al sinds mijn kinderjaren.’

    Prioriteiten

    Itskov, die werd geboren in Bryansk, een stadje op een kleine vierhonderd kilometer van Moskou, verdiende in het begin van deze eeuw een vermogen met zijn start-up New Media Stars. Maar na een decennium in de harde Russische zakenwereld verlegde hij drastisch zijn prioriteiten.

    ‘Mijn zakenpartners begrepen me niet, omdat ik veel minder aandacht aan het werk begon te besteden,’ lacht hij. ‘En mijn ouders dachten aanvankelijk dat ik gek was geworden. Maar nu hebben ze meer begrip voor het idee.’

    Ze zijn niet de enigen. Het plan van deze voormalige onlinemediamagnaat heeft de aandacht getrokken van gerespecteerde figuren bij Google, Harvard en de Universiteit van California in Berkeley, en sommigen van hen hebben gesproken tijdens Itskovs Global Future 2045-congres in Manhattan.

    In 2011 stopte hij als internetondernemer om zijn nieuwe project te leiden, wat hij doet vanuit zijn huis in Moskou.

    ‘We zullen steeds niet-biologischer worden totdat datgene wat door het niet-biologische deel wordt gedomineerd en het biologische deel zelf niet zo belangrijk meer zijn,’ voorspelde Ray Kurzweil, directeur Engineering bij Google en een belangrijk auteur over toekomstige ontwikkelingen, aan de vooravond van het congres.

    ‘Ik wil dat dit een speeltje wordt voor zowel rijk als arm’

    Itskovs project kan ook op de steun rekenen van een aantal vooraanstaande religieuze figuren, van wie de belangrijkste de Dalai Lama is. Itskov ontmoette de geestelijk leider van het Tibetaanse volk in 2012 in het noorden van India om over zijn project te spreken en die ontmoeting heeft duidelijk grote indruk gemaakt.

    ‘De Dalai Lama vertelde me dat er een bewustzijnsniveau is waarop we onafhankelijk van ons biologische lichaam kunnen bestaan, en dat we daar allemaal naar moeten streven,’ herinnert Itskov zich. ‘Hij sprak over een oeroude boeddhistische praktijk waarbij de geest door pure wilskracht van het ene biologische lichaam naar het andere wordt overgebracht.’

    Avatar

    Hoewel Itskov een groot fan is van sciencefiction, werd hij door het oosterse religieuze denken geïnspireerd tot het gebruik van het woord ‘avatar’ om zijn kunstmatige dragers van het menselijk bewustzijn te beschrijven.

    In het hindoeïsme verwijst de term naar de aardse reïncarnatie van de god Vishnu. Maar hij geeft ruimhartig toe dat hij ‘een even grote kick’ krijgt van de 3D-kaskraker met dezelfde naam die James Cameron in Hollywood het licht liet zien.

    ‘Ik heb me laten inspireren door Avatar,’ grijnst Itskov. ‘Dat was een soort mystieke ervaring voor me. We hadden ons project nog niet openbaar gemaakt, maar we waren ermee bezig. Ik voelde me geweldig toen ik de bioscoop verliet.’

    Andere invloeden liggen veel dichter bij huis. Itskov erkent dat hij in het krijt staat bij Nikolaj Fjodorov, een negentiende-eeuwse ascetische filosoof uit Moskou die ervan overtuigd was dat de wetenschap de dood uiteindelijk zou uitroeien. Fjodorov, door wie Tolstoj en Dostojevski zeiden beïnvloed te zijn, voorzag ook een nieuwe onsterfelijke mensheid die door de sterren zou reizen om nieuwe planeten te zoeken en te koloniseren.

    Fjodorovs ideeën bleven ook na zijn dood alom ingang vinden en werden overgenomen door een aantal invloedrijke figuren in de Sovjetmaatschappij. Niet de minste daarvan was Konstantin Tsjolkovski, die mede de aanzet gaf tot de Russische ruimtevaart en die als tiener bij Fjodorov had gestudeerd in Moskou. ‘De aarde is de wieg van de mensheid, maar de mensheid kan niet altijd in de wieg blijven liggen,’ zei Tsjolkovski.

    Onsterfelijkheidsknop

    Itskov lanceert deze maand wat hij en zijn Initiative 2045-team ‘de onsterfelijkheidsknop’ noemen, waarmee iedereen die een paar miljoen dollar over heeft een persoonlijk avatarproject kan bestellen. Maar hij verwerpt de kritiek dat zijn plan, als het slaagt, de mensheid in twee zeer verschillende klassen zou kunnen onderverdelen: de sterfelijken en de onsterfelijken.

    ‘Ik wil dat dit een speeltje wordt voor zowel de rijken als de armen,’ zegt hij na een ultrakorte pauze. ‘Het project van de onsterfelijkheidsknop geeft ons de kans de creatie van de technologie dichter bij de gewone man te brengen. Ik heb niet de middelen om alle stadia van het project zelf te realiseren. Maar het is mijn doel om ervoor te zorgen dat het voor iedereen betaalbaar en toegankelijk is.’

    Voordat ik hem verlaat, vraag ik me af of de kennelijk onverstoorbare Itskov ooit het gevoel heeft dat hij in een van de sciencefictionfi lms leeft die hij zo bewondert. Verbaast het hem wel eens dat zijn leven hierop is uitgelopen?

    Voor het eerst lijkt hij te schrikken van een vraag van mij. Dan verschijnt er weer een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Toen ik voor het eerst naar Amerika ging,’ herinnert hij zich, ‘viel ik in slaap in het vliegtuig, en toen ik wakker werd dacht ik het volgende: Waar ben ik mee bezig? Ik reis naar Amerika om mensen te vertellen dat ze onsterfelijk zullen worden dankzij kunstmatige lichamen. Zullen ze me wel serieus nemen? Maar later, toen ik was uitgerust, besefte ik dat dit echt haalbaar is. Sindsdien heb ik geen enkele twijfel meer.’

    Een grote Russische excentriekeling of een echte pionier die op een dag al onze levens voorgoed zal veranderen? De komende decennia zullen het uitwijzen.

  • Waren we maar nooit geboren

    Waren we maar nooit geboren

    In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het leven, volgens antinatalist professor David Benatar, nogal afschuwelijk. Elk verweer pareert hij behendig. Het is alleen de moeite waard om te blijven leven omdat de dood een groter kwaad is.

    Keuze uit het archief

    Van alle kanten wordt ons duidelijk gemaakt dat de tijden waarin we leven niet de leukste zijn. Oorlogen, klimaatverandering, migratie, inflatie: de hoeveelheid narigheid lijkt oneindig. In dit interview met The New Yorker zegt de ‘antinatalistische’ filosoof David Benatar dat we ons beter niet meer kunnen voortplanten. ‘Zowel het leven als de dood is verschrikkelijk. Samen vormen ze een existentiële tang – de bankschroef waarin ons bestaan gevangenzit.’

    David Benatar is misschien wel de meest pessimistische filosoof ter wereld. Volgens deze ‘antinatalist’ is het leven zo’n lijdensweg dat mensen uit mededogen zouden moeten besluiten geen nageslacht meer te verwekken. ‘Goede mensen doen er alles aan om hun kinderen voor leed te behoeden, maar lijken slechts zelden te beseffen dat er maar één gegarandeerde manier is om te voorkomen dat je kinderen leed te verduren krijgen: geen kinderen ter wereld brengen’, schrijft hij in zijn boek Better Never to Have Been: The Harm of Coming Into Existence (2006). Jezelf voortplanten is volgens Benatar intrinsiek wreed en onverantwoord. Niet alleen omdat iedereen iets vreselijks kan overkomen, maar omdat het leven op zichzelf ‘doordesemd is van leed’. Mede daarom vindt hij dat de wereld beter af zou zijn zonder bewuste levensvormen.

    Better Never to Have Been heeft voor zo’n theoretisch filosofieboek een opvallend breed publiek bereikt. Het krijgt een waardering van 3,9 sterren op GoodReads, waar één lezer het betitelt als ‘verplichte kost voor mensen die voortplanting gerechtvaardigd vinden’.

    Nic Pizzolatto, bedenker van de HBO-serie True Detective, las het boek enkele jaren geleden en maakte een nihilistische antinatalist van het personage Rust Cohle, gespeeld door Matthew McConaughey. (‘In mijn ogen is het menselijk bewustzijn een tragische fout in de evolutie,’ zegt Cohle in de serie.) Nadat Pizzolatto in de pers had laten vallen waar hij zijn inspiratie vandaan had, begon de doorgaans publiciteitsschuwe Benatar in interviews tekst en uitleg te geven over zijn opvattingen, die hij doordachter en humaner vindt dan die van Cohle. En nu heeft hij een nieuw boek geschreven, The Human Predicament: A Candid Guide to Life’s Biggest Questions, waarin hij zijn antinatalistische ideeën verder aanscherpt, uitbouwt en in een bredere context plaatst. Het boek opent met een motto uit T.S. Eliots Four Quartets, ‘Humankind cannot bear very much reality’, en de belofte om ‘nietsontziende’ antwoorden te geven op vragen als ‘Heeft ons leven zin?’ en ‘Zouden we beter af zijn als we het eeuwige leven hadden?’

    Man met honkbalpetje

    Benatar is in 1966 geboren in Zuid-Afrika. Hij is hoofd van de vakgroep Filosofie aan de Universiteit van Kaapstad, waar hij ook leidinggeeft aan het Bioethics Centre, opgericht door zijn vader Salomon, een volksgezondheidsdeskundige. (Better Never to have Been is opgedragen ‘aan mijn ouders, ook al hebben zij me op de wereld gezet’.) Buiten deze kale feiten is op internet weinig informatie over hem te vinden. Er staan geen foto’s van hem online en op YouTube-films van zijn colleges zijn alleen PowerPoint-afbeeldingen te zien. Er staat één filmpje op YouTube met de titel ‘What Does David Benatar Look Like?’ Daarin wordt ingezoomd op een korrelige foto van enkele mensen in een collegezaal, tot er uiteindelijk een pijl verschijnt bij het vage, pixelige hoofd van een man met een honkbalpetje.

    Toen ik The Human Predicament had gelezen, schreef ik Benatar of ik hem eens mocht interviewen. Hij stemde meteen toe, maar stuurde nog een mail toen hij een paar van mijn artikelen had gelezen. ‘Ik zie dat je graag een portret geeft van de geïnterviewde, en niet alleen van zijn of haar werk’, schreef hij. ‘Nu is het zo dat ik erg op mijn privacy gesteld ben en het vreselijk zou vinden om mezelf zo gedetailleerd beschreven te zien als de mensen in je andere interviews. Ik zal dus niet ingaan op vragen die ik te persoonlijk vind. (En ik vind het ook niet prettig als er een foto van mij bij het artikel wordt geplaatst.) Ik begrijp het volledig als je onder die voorwaarden liever afziet van een interview. Maar als je een interview wilt afnemen waarin je daarmee rekening houdt, dan heel graag.’

    Het lijdt geen twijfel dat Benatar niet van publiciteit houdt. Maar zijn anonimiteit dient ook een doel: die moet verhinderen dat lezers psychologische verklaringen gaan zoeken voor zijn opvattingen, dat ze die toeschrijven aan depressie, trauma’s of andere aspecten van zijn persoonlijkheid. Hij wil dat zijn argumenten op hun eigen merites worden beoordeeld.

    ‘Mensen vragen weleens of ik kinderen heb,’ zegt hij tijdens ons gesprek. (Hij heeft een kalme, evenwichtige manier van praten en een Zuid-Afrikaans accent.) ‘Dan zeg ik: ik zie niet in wat dat ertoe doet. Als ik kinderen heb, dan is dat hypocriet – maar dan kunnen mijn argumenten nog wel kloppen.’

    Als hij vertelt dat hij al ‘heel jong’ antinatalistische opvattingen had, vraag ik hoe jong dan precies. ‘Als kind al,’ zegt hij na een korte stilte, met een ongemakkelijke glimlach. Dit is precies het soort persoonlijke vragen dat hij liever niet beantwoordt.

    We hebben afgesproken in het World Trade Center, waar The New Yorker kantoor houdt. Hij heeft een klein, sportief postuur en een spits gezicht en draagt een blauwe trui op een keurige pantalon. Ik herken hem aan zijn honkbalpetje. We installeren ons in een stel gemakkelijke stoelen op de 64ste verdieping, bij een raam met een prachtig uitzicht over de stad: links de Hudson, rechts de East River en recht voor ons de wolkenkrabbers van Midtown Manhattan.

    Sociale wetenschappers vragen mensen of ze gelukkig zijn. Mensen moeten hun leven dan een cijfer geven van één (‘slechter kan niet’) tot tien (‘beter kan niet’). Volgens het World Happiness Report van 2017 gaven Amerikanen van 2014 tot 2016 hun leven gemiddeld een 6,99 – lager dan Canadezen (7,32), maar hoger dan Soedanezen (4,14). In een andere enquête luidt de vraag: ‘Hoe zou u zichzelf al met al omschrijven: (i) heel gelukkig, (ii) redelijk gelukkig, (iii) niet erg gelukkig of (iv) helemaal niet gelukkig?’ In landen als India, Rusland en Zimbabwe wordt deze vraag de laatste jaren steeds positiever beantwoord. In 1998 vond 93 procent van de Amerikanen zichzelf nog heel gelukkig of redelijk gelukkig. In 2014, na de grote recessie, was dat percentage slechts licht gedaald, tot 91 procent.

    Als je de mensen mag geloven, deugt het leven dus wel. Maar volgens Benatar hebben ze ongelijk. ‘In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het leven in feite nogal afschuwelijk’, schrijft hij in The Human Predicament. En met een lange opsomming van rampspoed probeert hij aan te tonen dat zelfs gelukkige mensen een veel slechter leven leiden dan ze zelf denken. We hebben bijna altijd honger of dorst, schrijft hij, en anders moeten we wel naar de wc. Vaak lijden we aan ‘thermisch ongemak’ – we hebben het te koud of te warm – of we zijn moe of kunnen niet in slaap komen. We worden geplaagd door jeuk, allergieën, verkoudheid, menstruatiepijn en opvliegers. Het leven is één lange opeenvolging van ‘frustratie en irritatie’: in de file staan, in de rij staan, formulieren invullen. We moeten werken voor de kost en dat werk put ons vaak uit. Zelfs ‘mensen die plezier hebben in hun werk, kunnen daarin ambities hebben die nooit worden vervuld’. Veel eenzame mensen blijven single, en getrouwde mensen maken ruzie of scheiden. ‘Mensen willen jonger zijn, er jonger uitzien en zich jonger voelen, maar worden onverbiddelijk alleen maar ouder.’

    Ze hopen het beste voor hun kinderen, maar worden vaak door die kinderen teleurgesteld. Als onze dierbaren lijden, lijden wij met ze mee. Als ze sterven, zijn wij in de rouw.

    Benatars observaties ontlokken je automatisch de vraag: “Als het leven zo erg is, waarom maak je jezelf dan niet van kant?”

    Benatars observaties ontlokken je automatisch de vraag: ‘Als het leven zo erg is, waarom maak je jezelf dan niet van kant?’ Maar hij trekt 43 pagina’s uit, een heel hoofdstuk, om aan te tonen dat de dood onze problemen nog verergert. ‘Het leven is ellendig, maar de dood ook’, besluit hij. ‘Het leven is natuurlijk niet in alle opzichten slecht. De dood ook niet. Maar in belangrijke opzichten zijn zowel het leven als de dood verschrikkelijk. Samen vormen ze een existentiële tang – de bankschroef waarin ons bestaan gevangen zit.’ Volgens hem is het beter om helemaal niet in die bankschroef te belanden. Mensen vragen zich weleens af of het leven de moeite waard is. Volgens Benatar kun je die vraag beter opdelen in deelvragen: is het de moeite waard om te blijven leven? (Ja, want de dood is een groter kwaad.) Is het de moeite waard om aan het leven te beginnen? (Nee.)Benatar is lang niet de enige antinatalist. Boeken als Every Cradle Is a Grave van Sarah Perry en The Conspiracy Against the Human Race van Thomas Ligotti vinden ook aftrek. Er zijn veel ‘misantropische antinatalisten’. De Beweging ter Vrijwillig Uitsterven van de Mensheid telt bijvoorbeeld duizenden leden, die allemaal vinden dat de mens beter kan uitsterven ten behoeve van het milieu. In de ogen van misantropische antinatalisten is niet het leven het probleem, maar de mens. Benatar is dan weer een ‘barmhartige antinatalist’. Zijn ideeën lijken op die van de filosoof Thomas Metzinger, die zich bezighoudt met bewustzijn en kunstmatige intelligentie. Metzinger predikt het digitale antinatalisme: volgens hem is het onethisch om computerprogramma’s met een kunstmatig bewustzijn te creëren, omdat je dan een toename van het lijden in de wereld teweegbrengt. Hetzelfde argument kun je toepassen op mensen.

    CONTEXT: David Benatar

    Het begrip ‘antinatalisme’ wordt toegeschreven aan de Belgische ‘activistische filosoof’ Théophile de Giraud (Namen, 1968), die zich onder meer afficheert als ‘halfgare performer’, aanhanger is van de beweging Childfree en oprichter van de Dag van niet-ouders, het ‘collectief van hardnekkige anti-geboortekabouters’. Zijn lijfspreuk: ‘Als u van kinderen houdt, verwek ze dan niet.’
    De Franstalige Giraud is auteur van geschriften onder titels als De onbeschaamdheid van de voortplanting (2000) en in 2006 De kunst van het guillotineren van voortplanters. Antinatalistisch manifest. Hij riep in België de Niet-ouderdag in het leven. In Frankrijk vindt Giraud navolging bij de schrijfster Corinne Maier (1963), econoom en psychoanalytica, die in 2004 de bestseller Bonjour Paresse schreef, met als ondertitel: ‘De kunst en noodzaak van het zo weinig mogelijk doen in grote organisaties’ (in het Nederlands vertaald als Liever lui), gevolgd in 2007 door een boek met de Engelse titel No Kid (dezelfde titel in Nederlandse vertaling). Maier behoorde in 2016 tot de 100 Women.
    De oorsprong van het gedachtegoed ligt bij de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) en diens pessimistische kijk op de positie en de willoze rol van de mens in de schepping. Sommige antinatalisten houden er stelregels op na zoals deze: ‘Wees eerlijk. Deel uw persoonlijke ervaringen in het leven zonder de problemen te verkleinen en de genietingen te overdrijven.’

    Als een bokser die op zijn tegenstoten heeft geoefend weet Benatar een hele reeks bezwaren behendig te pareren. Volgens velen wegen de mooiste ervaringen in het leven – liefde, schoonheid, nieuwe dingen ontdekken – ruimschoots op tegen de nare ervaringen. Maar Benatar beweert dat pijn meer kwaad doet dan genot ons goed doet. Pijn duurt langer. ‘Je hebt wel chronische pijn, maar er is niet zoiets als chronisch genot,’ zegt hij. En pijn is intenser: wie is bereid vijf minuten van de ergst denkbare pijn te ondergaan in ruil voor vijf minuten van het grootst denkbare genot?

    Op een abstracter niveau is het missen van goede ervaringen bovendien niet zo erg als het hebben van slechte. ‘Voor een bestaand mens is de aanwezigheid van slechte zaken slecht en de aanwezigheid van goede zaken goed,’ legt Benatar uit. ‘Maar zet dat eens af tegen de situatie van een mens die niet bestaat: dan is de afwezigheid van slechte zaken goed, maar de afwezigheid van goede zaken niet slecht, want er is niemand die ze mist.’ Die asymmetrie ‘ondermijnt de goedheid van het bestaan’, vervolgt hij, want hieruit blijkt dat ‘alle onaangename dingen en alle ellende en al het leed zonder enig werkelijk verlies kunnen worden afgewend.’

    Tegenstanders zeggen dat hij met al dat gepraat over pijn en genot de plank misslaat: of het leven nu goed is of niet, het is wel zinvol. Benatar werpt tegen dat het menselijk leven op kosmisch niveau zinloos is: we leven in een onverschillig universum, misschien zelfs een ‘multiversum’, waarin we aan doelloze, blinde natuurkrachten zijn onderworpen. Als we aan die kosmos geen zin kunnen ontlenen, resteert ons alleen ‘aardse’ zingeving. En volgens Benatar heeft het ‘iets van een cirkelredenering om te zeggen dat het doel van het menselijk bestaan erin ligt dat we elkaar moeten helpen’. Ook het argument dat strijd en lijden het bestaan zin kunnen geven, verwerpt hij. ‘Ik geloof niet dat lijden zinvol kan zijn,’ zegt hij. ‘Ik denk dat mensen proberen zin te geven aan hun lijden omdat het anders gratuit en ondraaglijk is.’ Het klopt wel, zegt hij, dat ‘Nelson Mandela zin aan zijn lijden gaf door wat hij ermee deed – maar dat rechtvaardigt niet wat hij heeft moeten ondergaan’.

    Ik vraag Benatar of zijn opvatting geen aansporing moet zijn om naar een betere wereld te streven. Hij zegt dat de mogelijkheid van een betere wereld in de toekomst geen rechtvaardiging kan zijn voor het lijden van de mensen in het heden. En een radicaal betere wereld zit er volgens hem ook niet in. ‘Dat gaat niet gebeuren. We lijken onze les nooit te leren. We leren het nooit. Misschien is er af en toe een enkeling die zijn les leert, maar die blijft toch al die waanzin om zich heen zien,’ zegt hij. ‘Je kunt wel roepen: zien jullie in godsnaam dan niet dat jullie steeds dezelfde fouten maken? Kunnen we het niet eens anders aanpakken? Maar dat gebeurt niet.’ Want uiteindelijk zijn ‘leed en ongemak te diep in het bestaan van bewuste levensvormen verankerd om te worden geëlimineerd’. Hij klinkt emotioneel, zijn ogen worden vochtig. ‘We zijn gedwongen te aanvaarden wat onaanvaardbaar is. Het is onaanvaardbaar dat mensen, en andere levende wezens, moeten doormaken wat ze moeten doormaken, en ze kunnen er praktisch niets tegen doen.’ In een gewoon gesprek zou ik iets troostends mompelen. Nu weet ik niet wat ik moest zeggen.

    Benatar heeft een veganistisch restaurant uitgekozen om te gaan lunchen en daar lopen we naartoe, langs de Hudson. Aan het eind van Vesey Street komen we langs het Irish Hunger Memorial: een stukje Ierse grond van duizend vierkante meter, dat in 2001 naar New York is overgebracht als monument voor de miljoenen slachtoffers van de Ierse hongersnood van 1845. Benatar wil het even bekijken en de historische teksten bij de ingang lezen. Die hongersnood heeft zeven jaar geduurd. Eén man schreef later: ‘Het leeft in mijn herinnering als één lange nacht van smart.’

    Het is warm. In Battery Park zitten moeders met hun kinderen op het gras te picknicken. Een groepje collega’s speelt tafeltennis. Stelletjes lopen hand in hand langs het water. Hardlopers rennen op de paden: gespierde kerels in hun blote bast, vrouwen in modieuze sportoutfits.

    ‘Wringen je opvattingen nooit met wat je om je heen ziet?’ vraag ik.

    ‘Ik heb er niets op tegen dat mensen plezier maken, en ik weet heus wel dat er ook leuke dingen in het leven zijn,’ lacht Benatar. Ik zie dat hij zijn trui heeft uitgetrokken en in hemdsmouwen loopt. Zijn honkbalpetje lijkt onwrikbaar op zijn hoofd te zitten. We passeren de plek waar acht weken later een negenentwintigjarige man met een pick-up zal inrijden op voetgangers, met acht doden en elf gewonden tot gevolg.

    Benatar vindt zijn eigen ideeën net zo verontrustend als iedereen. Hij ventileert ze dan ook met gemengde gevoelens. Hij is niet het type dat een kerk inloopt om van de kansel te roepen dat God niet bestaat. Hij ziet het dus niet zitten om ambassadeur voor het antinatalisme te worden. Het leven is al vervelend genoeg, zegt hij. Hij houdt zichzelf voor dat zijn boeken, zware filosofische kost, alleen worden gelezen door mensen die al naar zulke ideeën op zoek zijn. Hij hoort van lezers dat ze blij zijn om hun eigen heimelijke gedachten eindelijk verwoord te zien. Een man met kinderen liet Benatar weten dat hij na het lezen van Better Never to Have Been inzag dat hij ze beter niet had kunnen krijgen. Mensen met ondraaglijke geestelijke en lichamelijke aandoeningen schrijven dat ze wensen dat ze nooit hadden bestaan. En hij hoort ook weleens dat mensen zijn ideeën overtuigend vinden, maar zich erdoor verlamd voelen.

    ‘Met die mensen heb ik zo te doen,’ zegt hij zacht. ‘Ze zien de realiteit onder ogen en betalen daar de tol voor.’ Ik vraag of zijn ideeën hem ook wel eens te veel worden. Hij glimlacht ongemakkelijk – weer zo’n persoonlijke vraag – en zegt: ‘Schrijven helpt.’

    Hij denkt niet dat het antinatalisme ooit breed ingang zal vinden. ‘Het druist tegen te veel biologische drijfveren in.’ Toch put hij er troost uit. ‘De waanzin van de wereld als geheel – daar kunnen jij en ik toch niets tegen uitrichten?’ zegt hij onder het lopen. ‘Maar ieder stelletje, elk mens kan besluiten om geen kinderen te krijgen. Daarmee voorkom je al een immense hoeveelheid leed, en dat is mooi meegenomen.’

    Tweestrijd

    Als vrienden een kind krijgen, moet hij op zijn woorden letten. ‘Dan ben ik in tweestrijd,’ zei hij. Een kind voortbrengen ‘is vrij afschuwelijk, gezien de situatie waarin dat kind zal belanden’. Anderzijds: ‘optimisme maakt het leven draaglijker’. Toen een collega hem enkele jaren geleden vertelde dat ze zwanger was, reageerde hij terughoudend. Kom op, zei ze, je móét toch blij voor me zijn. Na enig gewetensonderzoek zei Benatar: ‘Ik vind het wel leuk… voor jou.’

    In het restaurant zitten we naast een moeder en haar dochtertje. Een meisje van een jaar of acht, met een jurkje aan en een boek in haar hand.‘

    Wil je die meenemen naar huis?’ vraagt de moeder, en ze wijst naar de frietjes.

    ‘Ja!’ zegt het meisje.

    Benatar en ik zetten ons gesprek voort, maar ik vind het lastig om binnen gehoorsafstand van die moeder en haar kind over antinatalisme te praten. Onder het eten babbelen we dus vooral over onze werkgewoonten.

    Daarna nemen we buiten afscheid. ‘Ik wandel nog wat rond,’ zegt Benatar. Hij wil nog even rondkijken in de West Village voordat hij naar het vliegveld gaat.

    Ik loop terug naar het World Trade Center en daal daar af in de Oculus, de gigantische koopgoot plus metrohalte die hier na de aanslagen van elf september is gebouwd. Ik kijk op naar het gewelf, de witmarmeren ribben van het dak dat hoog boven de mensen uit torent – als een kruising tussen een skelet en een kathedraal. Onder aan de roltrap zie ik een vrouw met één arm in haar mouw staan worstelen om haar jas aan te trekken. Een corpulente zakenman met oordopjes in snelt langs mij heen de trap af en stoot met zijn koffertje tegen me aan. Onderaan houdt hij de jas van de vrouw even op, zodat ze haar arm in de mouw kan steken.

  • Jan Fabre schudt Hermitage op

    Jan Fabre schudt Hermitage op

    De Belgische kunstenaar Jan Fabre veroorzaakte ophef in Rusland door dode dieren te exposeren in de Hermitage. Maar hij laat ontegenzeggelijk een frisse wind waaien door het museum, oordeelt Le Monde.

    Een nog nooit vertoonde eer, tot tweemaal toe: was de Belg Jan Fabre al de eerste hedendaagse kunstenaar die in 2008 een grote persoonlijke expositie mocht presenteren in het Louvre, nu is hij de eerste die hetzelfde mag doen in de Hermitage in Sint-Petersburg. Waarom hij, en alleen hij op deze schaal, in twee van de meest prestigieuze musea ter wereld?

    Allereerst omdat de Hermitage zich er door de ervaringen van het Louvre toe heeft laten overhalen om zich te lenen voor dit confrontatiespel tussen een hommage aan oude meesters en een retrospectief. Daarnaast omdat het een avontuur is dat een combinatie vergt van dwaze trots en een flinke dosis nederigheid, twee tegenpolen waartussen de veelzijdige Jan Fabre (58) zich met natuurlijk gemak beweegt.

    Op de binnenplaats wordt de Hermitagebezoeker ontvangen door een Jan Fabre van verguld brons, ‘De man die de wolken meet’, die gewoonlijk veel hoger wordt opgesteld maar hier bijna is teruggebracht tot menselijke hoogte. Deze kopie van de kunstenaar lijkt dus vooral zichzelf te meten met deze kunsttempel. Verwarrend voor het Russische publiek dat zijn werk ontdekt (het is zijn eerste expositie in het land) is de aanblik van een andere avatar bij een van de ingangen van het expositiegebouw: deze lijkt met zijn neus tegen een werk te zijn gelopen, zodat het bloed druppel voor druppel op zijn blote voeten valt. ‘Dat is mijn zelfportret als dwerg,’ zegt de kunstenaar over dit kleine alter ego van was. ‘Ik ben een dwerg die is geboren in een land van reuzen. Wij Vlamingen moeten zien om te gaan met de grandeur van ons verleden, met een uitzonderlijke traditie.’

    Een onderdeel van de installatie van Fabre in de Hermitage. – © Sergej Konkov / Getty
    Een onderdeel van de installatie van Fabre in de Hermitage. – © Sergej Konkov / Getty

    Net als in Parijs heeft de kunstenaar ervoor gekozen zich te concentreren op de afdeling van het museum die hij het beste kent: die van de Vlaamse meesters van de zestiende en zeventiende eeuw. ‘Ik ben met deze werken opgegroeid, ze zijn een inspiratiebron voor mijn werk,’ aldus de Belg, die zijn tentoonstelling van meer dan tweehonderd werken, waaronder een aantal installaties, de vorm van een ‘dramaturgie’ heeft gegeven.

    In de Snyders-zaal laat hij tussen de monumentale stillevens en jachttaferelen zwarte en iriserende schedels ronddraaien, gemaakt van een van zijn fetisjmaterialen: dekschildjes van mestkevers. Elk ervan heeft een dier tussen zijn kaken: een haas, een fazant… Te midden van deze warboel van pluimen en haar, echt of geschilderd, werken andere skeletten penselen naar binnen om de functie van ‘ijdelheden’ op deze schilderijen te benadrukken. IJdelheden die ook in de Jordaens-zaal flonkeren, waar Jan Fabre grote mestkevermozaïeken heeft aangebracht.

    De Rubens-zaal is uitgevoerd in schemerblauw, indachtig het uur tussen hond en wolf wanneer het leven van de dag plaatsmaakt voor het nachtleven dat een nachtvogel als Jan Fabre zo dierbaar is. Raadselachtige donkerblauwe foto’s onthullen ternauwernood mythologische taferelen. Overal kijken uilen, totemfiguren van de kunstenaar, de bezoekers vorsend aan, terwijl tekeningen die zijn gemaakt met een doodgewone blauwe ballpoint het schemerblauw duizelingwekkend laten oplossen in monumentale installaties.

    Een hommage aan langs de snelweg gevonden honden en katten.
    Een hommage aan langs de snelweg gevonden honden en katten.

    In de vleugel van de Hermitage die aan moderne kunst is gewijd presenteert de kunstenaar een keus uit zijn installaties. Een ervan heeft sinds de opening van de expositie in Rusland tot discussies geleid: in een carnavaleske sfeer zijn honden en katten opgehangen waarvan de kunstenaar de lijken langs autosnelwegen heeft verzameld en waaraan hij op zijn manier een ‘hommage’ brengt. Deze installatie dateert van 2007. Ze past goed in zijn oeuvre, waarin het leven van mens en dier, skeletten en dekschilden, zich om het hardst vermengt en metamorfoseert tot droomvisioenen die de tijd uitdagen.

    Op 21 oktober, de dag van de opening, trad de Russische pers dit universum van verontrustende vreemdheid en verwrongen humor enigszins terughoudend tegemoet: ‘Is dit niet gewelddadig/erg radicaal/kitscherig/choquerend… walgelijk?’ De kunstenaar bestrijdt dit: ‘Wat u gewelddadig voorkomt, roept voor mij de energie van het leven op. Het is een ode aan wat de natuur ons geeft.’ Vooruitlopend op de discussies, waaraan hij gewend is, benadrukt hij bovendien dat ‘geen enkel dier in naam van de kunst is gedood’.

    De kunstenaar.
    De kunstenaar.

    Het idee van een ode neemt nog vrolijker vormen aan in de majestueuze Van Dyck-zaal. Als een echo van de schilderijen van de hofschilder presenteert Jan Fabre daar een nieuwe serie getiteld Mijn koninginnen, levenslustige portretten van zijn medewerksters die zijn uitgehouwen in grote plakken Carrara-marmer. ‘Hiermee wil ik eer bewijzen aan de vrouwen die een leidende rol hebben in mijn atelier en mijn leven. Ik ben trots op dit stuk dat is gewijd aan de macht van vrouwen, het is mijn belangrijkste kanttekening bij een fallocratische samenleving,’ aldus de kunstenaar.

    Dit feestelijke thema zet hij voort in een serie kleine carnavaleske tekeningen die een dialoog aangaan met de rurale feesttaferelen van de Vlaamse primitieven. ‘Carnaval is verankerd in de Belgische cultuur. Bij de Vlaamse schilders gaat het om drinken, dansen, je amuseren. Oftewel om vreugde, om extase, om ondermijning en ironie,’ licht de Antwerpenaar toe, die zichzelf in deze zin als een ‘erg provinciaalse kunstenaar’ omschrijft.

    Wat voor het Louvre gold, geldt ook voor de Hermitage: of het publiek nu gevoelig is voor het woeste bestiarium en de verve van Jan Fabre of niet, hij laat ontegenzeglijk een frisse wind waaien in de luisterrijke zalen waar het publiek zich gewoonlijk zelden verdringt.

    Auteur: Emmanuelle Jardonnet

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    Links-liberaal dagblad. In 1944 opgericht nadat Duitse troepen Parijs verlieten. Journalisten die voor de krant werken zijn ook aandeelhouder.

  • En als er toch leven is na de dood?

    En als er toch leven is na de dood?

    Cryonisten laten zich na hun dood invriezen, in de hoop dat ze in de toekomst weer tot leven kunnen worden gewekt. Het Duitse weekblad Die Zeit ging op reportage in de VS.

    Vandaag zal Aaron Winborn sterven, wat hem betreft voorlopig. Het is een grijze dinsdagochtend, eind maart 2015. In Harrisburg, een kleine stad in de Amerikaanse staat Pennsylvania, is de winter al voorbij, maar laat de lente nog op zich wachten. In de voortuin van de Winborns liggen de laatste zwarte sneeuwresten. Binnen ligt de 47-jarige Aaron Winborn roerloos in bed, zijn ooit krachtige lichaam sinds maanden verlamd door de zenuwziekte ALS. Op het nachtkastje branden vier kaarsen. De jaloezieën zijn dichtgetrokken. Naast het bed staan zijn vrouw Gwen, zijn twee dochtertjes en zijn schoonzus. Het zijn hun laatste uren als familie. Ook een dokter is aanwezig.

    In het ijs

    Het is even na elven. Voor het huis zit Dennis Kowalski in zijn lichtblauwe bestelwagen te wachten. In de laadruimte liggen veertien zakken ijs van 7,2 kg. Die heeft hij vanmorgen bij de supermarkt om de hoek gekocht. Kowalski zegt: ‘Ik zal blij zijn als Aaron eenmaal in het ijs ligt.’ Kowalski is nerveus. Zodra Winborn dood is, moet hij snel zijn, heel snel. Tijd om bij het sterfbed te treuren is er niet. Kowalski weet dat de familie dat niet prettig zal vinden. Het is normaal dat mensen willen huilen om een gestorven familielid, nog eens zijn hand willen vasthouden, naar hem kijken, een kus op zijn voorhoofd geven. De gedachte alleen al geeft hem een onbehaaglijk gevoel. Maar hij heeft Winborn beloofd zo snel mogelijk te handelen. Daarom zal Kowalski er straks om 12.30 uur bij zijn als de dokter op Winborns verzoek het beademingsapparaat uitzet. De dokter zal Winborns pols voelen en de overlijdensverklaring ondertekenen. Marcus Aurelius, filosoof en keizer in het oude Rome, heeft ooit gezegd: ‘De dood lacht ons allemaal toe. Het enige wat we kunnen doen, is teruglachen.’ Maar misschien kan er nog meer?

    Wanneer de thermometer 15 graden aanwijst, zegt Kowalski: ‘Oké, daar gaan we’

    Aaron Winborn heeft bepaald dat zijn zieke lichaam moet worden ingevroren, in de hoop dat artsen hem over vijftig, honderd, vijfhonderd jaar – wie zal het zeggen – kunnen reanimeren en genezen. Of zoals Kowalski zegt: to bring him back. Dennis Kowalski stelt zich bij dat ‘terugbrengen’ min of meer zijn eigenlijke werkzaamheden voor. Hij is ambulancebroeder in Milwaukee, een grote stad in het Middenwesten. Vrijwel elke week moet Kowalski iemand reanimeren. Hartmassage, honderd keer per minuut. Beademing om de twintig seconden. Het lichaam is voor hem een machine. Als het even kan, start hij die opnieuw op. In principe doet hij hier in Harrisburg niets anders, zegt hij: de eerste stap van een reanimatie.

    Dennis Kowalski is een sympathieke vent. Blauwe polo over een enorme buik, zwarte joggingbroek, sportschoenen, volle snor. Hij mag graag vissen, jagen en bier drinken op de veranda. Hij is marinier geweest, heeft bij de posterijen gewerkt, is brandweerman geworden en heeft vervolgens de opleiding tot ambulancebroeder gedaan, zijn enige medische kwalificatie. Sinds vier jaar geeft Kowalski bovendien leiding aan het Cryonics Institute (CI) in de buurt van Detroit. Hij heeft vakantie genomen om naar Harrisburg te gaan.

    Oude fantasie

    Cryonisme is een oude fantasie, die voorkomt in ontelbare sciencefictionverhalen. Maar hier is het de werkelijkheid. Vandaag wordt Aaron Winborn ingevroren, als CI-patiënt nummer 132. Vroeger, toen religie nog het wereldbeeld bepaalde, geloofden vrijwel alle mensen dat de dood met hulp van God kon worden overwonnen. Vandaag de dag regeert het geloof in de almacht van de wetenschap en gaan veel mensen zelfs zo ver dat ze de wetenschap in staat achten de dood buiten gevecht te stellen. Hun hoop is dezelfde als die van alle godsvruchtige mensen van toen en nu: opstanding.

    ‘Weet u,’ zegt Kowalski in zijn auto voor het huis, ‘ik begrijp dat de mensen sceptisch zijn. Maar als ik tweehonderd jaar geleden had gezegd dat ik iemands leven kan redden door op zijn of haar borstkas te drukken en lucht in de longen te blazen, dan was ik voor gek verklaard. Als een hart toen stilstond, was diegene dood. Tegenwoordig weten we beter.’

    11.25 uur, nog een uur. Kowalski stapt uit zijn auto. Hij doet de achterklep open en tilt met hulp van twee uitvaartbegeleiders de blauw-witte, met ijs gevulde koelboxen op een steekkar en rolt ze naar binnen.

    Cryonics Institute Michigan. – © Doug Coombe
    Cryonics Institute Michigan. – © Doug Coombe

    De succesvolle programmeur Aaron Winborn is 43 jaar oud wanneer de artsen in 2011 bij hem de diagnose ALS stellen. Ze vertellen hem dat zijn spieren dienst zullen gaan weigeren, eerst de vingers, dan de armen, de benen, de stembanden en uiteindelijk de longen. Ze vertellen hem dat hij nog twee, hooguit drie jaar heeft. Meer niet. Winborn schrijft op zijn blog: ‘Ik ben woest op deze ziekte. Bij de gedachte dat mijn jongste dochter misschien geen herinnering meer aan me zal hebben, moet ik huilen.’ Sabina was destijds tien maanden, zijn oudste dochter Ashlin zeven jaar. Winborn heeft plannen. Hij is niet klaar voor de dood en begint te vechten.

    In 2014 wordt met de actie Ice Bucket Challenge de aandacht op zijn ziekte gevestigd: prominenten gieten een emmer ijswater over hun hoofd. Bill Gates doet mee, Lady Gaga, Mark Zuckerberg. Er worden miljoenen geschonken voor onderzoek naar ALS, dat mogelijk ooit een geneesmiddel zal opleveren. Voor Winborn te laat. Of misschien ook niet, denkt hij. Misschien kan ook hij ervan profiteren. In de toekomst. Zijn lichaam moet het alleen tot die tijd zien te redden, zodat hij het medicament toegediend kan krijgen. Winborn stuurt een e-mail aan het Cryonics Institute.

    Cryonisten gaan een weddenschap aan. Niemand sterft zomaar. Mensen sterven aan kanker, aan een beroerte, Winborn aan ALS. Volgens de cryonisten zou dat ooit allemaal te genezen kunnen zijn. Als ze hun weddenschap winnen, leven ze verder. Dan bevolken ze de toekomst als residuen van de geschiedenis, als relicten van een vervlogen tijd. Als ze verliezen, blijven ze dood. De meesten, ook Winborn, zijn realistisch en zeggen: de kleinste kans is beter dan geen kans, dus waarom zouden we het niet proberen? Winborn heeft in de VS gewoond, in Nederland, in een commune in Londen, in een boeddhistisch klooster. Hij is leraar en poppenspeler geweest, heeft de scepter gezwaaid over een vluchtsimulator, is programmeur. Hij heeft een boek geschreven en veel boeken gelezen – en hij heeft er nog geen genoeg van. Hij leeft te graag.

    Gwen, de vrouw van Winborn, is erop tegen dat hij zich laat invriezen, maar legt zich bij zijn wens neer. Ze accepteert dat Dennis Kowalski erbij zal zijn wanneer haar man sterft. Dat ze nauwelijks tijd zal hebben voor een afscheid. Dat haar man zijn laatste – of voorlaatste – rust niet zal vinden in een graf op een begraafplaats, waar ze bloemen kan neerleggen, maar in een grote witte container die eruitziet als een reusachtige thermosfles. Ze accepteert ook dat een journalist van Die Zeit erbij zal zijn, hoewel ze dat niet wil.

    500 mijl

    Even na twaalven dient de dokter Aaron Winborn kalmeringsmiddelen toe, die hem laten inslapen. In de kamer ernaast strooit Dennis Kowalski ijsblokjes in een witte stalen kist. De dokter zet het beademingsapparaat uit. Om 12.31 uur houdt Aaron Winborns hart op met kloppen.

    De familie loopt huilend naar buiten. Kowalski rolt de kist naast Winborns bed. De twee uitvaartbegeleiders, die tot dan toe buiten hebben staan wachten, helpen hem om het lichaam erin te leggen. Vervolgens vult Kowalski de kist op met ijs. Vakkundig invriezen is te ingewikkeld om meteen ter plekke te doen. Het menselijk lichaam zit vol bloed en weefselvocht. Bij simpelweg invriezen zouden zich scherpe ijskristallen vormen die cellen en aderen doorsnijden en onherstelbare schade aanrichten.

    Daarom moet Kowalski de overleden Winborn zo snel mogelijk naar het Cryonics Institute brengen, ongeveer vijfhonderd mijl verder naar het noorden. Daar staat een operatieteam klaar. Dat zal het bloed en het vocht in Winborns lichaam vervangen door een soort antivriesmiddel en daarna het lijk invriezen. Met de routine van de ambulancebroeder installeert hij een hydraulisch hartmassageapparaat boven de kist. Ritmisch blazend begint dit op Winborns borst te drukken. Kowalski plaatst een beademingsmasker over het buisje in Winborns hals dat vorig jaar bij een tracheotomie is aangebracht en zegt tegen een van de uitvaartbegeleiders: ‘Stevig aandrukken. Dan stroomt de zuurstof zijn longen in.’

    Die vraagt geërgerd: ‘Waarom reanimeren we hem?’

    Kowalski: ‘We houden zijn cellen in leven. We willen niet dat die afsterven.’

    ‘Kan het niet gebeuren dat hij weer wakker wordt?’

    ‘Nee. Daar zorgen de medicijnen voor.’

    De uitvaartbegeleider heeft duizenden mensen ter aarde besteld. Maar nog nooit iemand in ijs geconserveerd. Binnen vijf minuten krijgt Winborns gezicht, tot dan toe asgrauw, weer kleur. Kowalski zegt: ‘Uitstekend. De gaswisseling in zijn cellen werkt.’ De uitvaartbegeleider vraagt: ‘Maar dat betekent toch dat hij leeft?’

    Tot de artsen van de toekomst een geneesmiddel voor Aaron Winborn hebben ontdekt, moet zo mogelijk elke cel, elke molecuul, elk atoom in Winborns lichaam precies op zijn plek blijven

    Is Winborn dood of niet? Juridisch gezien wel. De dokter heeft zijn overlijdensverklaring ondertekend. Biologisch? Het hart pompt bloed door het lichaam, ook al heeft het daarvoor hulp van buiten. De cellen krijgen zuurstof. Tot de artsen van de toekomst een geneesmiddel voor Aaron Winborn hebben ontdekt, moet zo mogelijk elke cel, elke molecuul, elk atoom in Winborns lichaam precies op zijn plek blijven. De ontbinding, het lichamelijk verval, moet worden gestopt. Dat kan alleen met kou. Het belangrijkste is dat de miljarden neuronen in zijn hersenen precies zo behouden blijven als ze nu zijn. Want daar, zo vermoedt men, zit Winborns persoonlijkheid. Zoals de herinnering hoe zijn dochters hem als piraat verkleedden, met ooglapje en hoofddoek. Zijn rolstoel was het schip. Blijft de fysieke structuur van zijn hersenen behouden, dan zal hij later mogelijk op deze en andere herinneringen kunnen terugvallen. Op zijn ik.

    Kou dus. Kowalski rekent voor: elke seconde bij kamertemperatuur staat gelijk aan een minuut in de koelkast, een uur in de vrieskast, een paar maanden in droogijs of tienduizend jaar in vloeibare stikstof. Dat is het doel. De temperatuur van vloeibare stikstof. Min 196 graden. De stikstof ligt klaar in het Cryonics Institute in Detroit, maar Winborns lichaam is nog niet koud genoeg om de levensbehoudende maatregelen te treffen. Om de paar minuten neemt Kowalski Winborns temperatuur op: 36,6 graden – 30,6 – 23,9 – 17,2. Wanneer de thermometer 15 graden aanwijst, zegt Kowalski: ‘Oké, daar gaan we.’ De uitvaartbegeleiders helpen hem om de kist het huis uit en de auto in te duwen. Om 15.03 uur draait Kowalski Interstate 76 op. Op zijn mobieltje staat: 502 mijl naar de bestemming. 7 uur en 19 minuten. Tijd voor een gesprek.

    Die Zeit: Wanneer kunnen volgens u ingevroren mensen weer gereanimeerd worden?
    Kowalski: ‘In het geval van Aaron wanneer er drie dingen te genezen zijn: ALS, de vorstschade die zijn lichaam bij het invriezen zal oplopen en het ouder worden.’

    Die Zeit: Het ouder worden?
    Kowalski: ‘We hebben onlangs een man van 93 ingevroren. Die wil niet wakker worden met zijn oude, zwakke lichaam, maar met een jong, gezond lichaam. De reanimatie heeft immers geen zin als iemand vervolgens toch weer aan ouderdom sterft.’

    Die Zeit: Hoe stelt u zich dat voor?
    Kowalski: ‘Het ouder worden is niets anders dan een chemisch proces. Dat moet je doorgronden en stoppen, of omkeren. Ik vergelijk dat wel met een diamant en een klomp kolen. Beide bestaan uit dezelfde bouwstenen, uit koolstofatomen. Die zijn alleen anders gerangschikt. Precies als bij een jonge en een oude cel, een gezonde en een zieke. We moeten de atomen juist zien te ordenen. Dat zal niet in twee, maar misschien wel in twintig of tweehonderd jaar lukken. Waarschijnlijk met behulp van de nanotechnologie, met piepkleine apparaatjes die gericht DNA repareren.’

    Het lichaam van de 23-jarige Kim Suozzi, die overleed aan kanker, wordt in ijs gepakt bij de Alcor Life Extension Foundation. – © Laura Segall / HH
    Het lichaam van de 23-jarige Kim Suozzi, die overleed aan kanker, wordt in ijs gepakt bij de Alcor Life Extension Foundation. – © Laura Segall / HH

    Die Zeit: Dat klinkt behoorlijk vergezocht, vindt u zelf ook niet?
    Kowalski: ‘Cryonisme is van oudsher zowel voer voor dromen als het mikpunt van spot. Journalisten schilderen cryonisten vaak af als idioten, als fantasten. Als je Duitse wetenschappers – biologen, medici en gerontologen – op dit thema aanspreekt, zeggen sommigen: dat is spannend en op punten zelfs plausibel, maar ik wil beslist niet dat u mij citeert. De onderzoekers zijn bang dat ze hun serieusheid, hun wetenschappelijke reputatie op het spel zetten als ze zich hierover in het openbaar uitspreken. Wetenschappers houden zich graag aan feiten. Bij cryonisme zijn die er nauwelijks. Het is niet te bewijzen dat het werkt. Aan de andere kant: ook dat het níét werkt, is niet te bewijzen.’

    De route voert door Pennsylvania, maximumsnelheid 70 mijl per uur. Kowalski rijdt harder. De middagzon breekt door de wolken. Er zijn twee aanbieders van cryonisme in de VS: Kowalski’s Cryonics Institute in Detroit en Alcor in Phoenix. In totaal zijn daar 280 mensen ingevroren, de meesten Amerikanen, maar ook Duitsers, Britten, Fransen en Canadezen. Wereldwijd zijn ongeveer 2500 mensen een overeenkomst aangegaan. Cryonisten vormen een kleine, groeiende groep: meer mannen dan vrouwen, bovengemiddeld opgeleid, veel natuurwetenschappers, veel atheïsten en agnostici, maar – en dat is verrassend – ook enkele zeer gelovige mensen. Andy Zawacki, lid van het operatieteam dat in het Cryonics Institute op Aaron Winborn staat te wachten, is katholiek en gaat elke zondag naar de kerk. Een van zijn collega’s is een orthodoxe jood. Beiden zeggen dat cryonisme niet in strijd is met hun religie. Voor hen is cryonisme niets anders dan geneeskunde. De bevoegdheid van hun religie begint pas na de dood, de echte dood.

    Boskikker
    Cryonisten delen het gevoel dat het leven onrechtvaardig kort is. Zoals een bezoek aan een bibliotheek die je als het ware toeroept: kijk, al deze boeken zijn interessant, maar je hebt geen tijd om ze te lezen! Er is dat gevoel. En er is die hoop. En de boskikker, Rana sylvatica. De boskikker is acht centimeter lang en leeft in ijskoude streken van Canada en Alaska. In de winter bevriest hij. Zijn hart stopt, zijn ademhaling ook. Na een paar weken ontdooit hij en leeft hij verder. Stoffen in zijn bloed beschermen hem tegen vorstschade. Wetenschappers willen dit proces kopiëren.
    Al in 2002 heeft de Amerikaanse cryobioloog Greg Fahy de nier van een haas ingevroren om die na een week in vloeibare stikstof te hebben bewaard weer te laten ontdooien en in een levende haas te implanteren. Waarom zou wat met de nier van een haas kan niet ook met het menselijk lichaam mogelijk zijn? Worden er nu al niet embryo’s, zaad- en eicellen ingevroren? Cryonisten zeggen: het principe is bewezen, nu moet het alleen nog maar op de complexiteit van een menselijk lichaam worden toegepast. Alleen nog maar. In de VS stromen er al miljoenen naar het cryo-onderzoek. Ook vanuit Silicon Valley. Nergens anders is men meer vertrouwd met de gedachte dat elk probleem kan worden opgelost. Ook als het om de dood gaat. De bekendste begunstiger van cryonisme in de Valley is Peter Thiel, miljardair, medeoprichter van PayPal en eerste investeerder van Facebook.
    Dennis Kowalski rijdt langs Pittsburgh en passeert de staatsgrens met Ohio. Wegwerkzaamheden hebben hem tien minuten gekost. Pauze, toilet, cheeseburger in de hand en verder. Om 18.37 uur zijn het nog 330 mijl en vijf uur. De zon staat laag. Winborns lichaamstemperatuur is acht graden.

    Die Zeit: Zou een leven in de toekomst niet heel eenzaam zijn, zonder vrienden en familie?
    Kowalski: ‘Mijn vrouw en mijn drie zonen zijn ook cryonisten. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn: stelt u zich eens voor dat u met al uw dierbaren in een vliegtuig zit dat neerstort. U bent de enige overlevende. Zou u daarna zelfmoord plegen? Of zou u ondanks alle verdriet er het beste van maken?’

    Die Zeit: Kleven er wat u betreft helemaal geen ethische bezwaren aan cryonisme?
    Kowalski: ‘U zou me net zo goed kunnen vragen: kleven er ethische bezwaren aan een kunstheup of een geïmplanteerd hart?’

    Die Zeit: Sommige mensen zijn bang dat cryonisme geldmakerij is. Het uitbuiten van hoop.
    Kowalski: ‘Noemt u één iemand die eraan verdient. Ik krijg geen cent van CI. Als u geïnteresseerd bent in de financiën, alles staat op onze website. We zijn non-profit en volledig transparant.’

    Wie zich door CI laat invriezen, betaalt eenmalig 28.000 dollar. Een groot deel daarvan gaat naar de betrokken uitvaartondernemingen. Volgens Kowalski wordt de rest belegd door CI, voor de lange termijn: goud, effecten, staatsleningen, zo breed gespreid dat er vrijwel geen risico is. Van de rente betaalt het instituut de lopende kosten. Dat gaat dan vooral om de vloeibare stikstof, elke drie weken 1600 dollar. Kowalski heeft wel een idee waarom cryonisten een probleem met hun imago hebben. Hij vindt het een grote fout dat Alcor, de concurrent in Arizona, de zogenaamde neuro suspension aanbiedt, wat wil zeggen dat je daar niet je hele lichaam hoeft te laten invriezen. Alleen het hoofd is ook genoeg. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dat logisch, zegt Kowalski. Als je in staat bent iemand te reanimeren en te genezen van wat hem ooit deed sterven, dan kun je ook een jong, gezond lichaam uit het beschikbare DNA klonen in plaats van het oude met veel moeite te verjongen. ‘Maar het is al lastig genoeg om cryonisme begrijpelijk te maken voor de mensen. Als je dan ook nog over onthoofding begint, denken ze dat je Frankenstein bent. Een slechtere pr is wat mij betreft niet denkbaar.’

    Niet perfect
    Om 23.45 uur, na een rit van bijna negen uur, verlaat Dennis Kowalski de snelweg en rijdt een industriegebied ten noorden van Detroit in. Aan het einde van een spaarzaam verlichte straat ligt het Cryonics Institute, een bakstenen gebouw van één verdieping met een magazijn ernaast. Kowalski parkeert zijn bestelwagen achteruit in, pal naast de witte, speciaal gemaakte containers van glasfiber. Ze staan in drie rijen en komen tot aan het plafond. Een ervan biedt plaats aan zes personen. De container rechtsvoor is voor Winborn bestemd.
    Andy Zawacki, de praktiserend katholiek, staat al te wachten. Hij is in het gezelschap van twee medewerksters van een uitvaartonderneming. Alle drie hebben ze een beschermende witte overall aan en een mondkapje voor. Ze duwen de kist naar een aangrenzende ruimte, wit en steriel, doen hem open en tillen Winborn, 3,4 graden, op de operatietafel in het midden. Tijdens de operatie moet de verslaggever buiten wachten. Zawacki en de twee vrouwen leggen de halsslagader bloot en sluiten een pomp aan. Ze vervangen bloed en weefselvocht door een oplossing van ethyleenglycol en dimethylsulfoxide – een antivriesmiddel dat niet uitzet wanneer het bevriest, maar verglaast. De kunstmatige variant van de bescherming die de boskikker van nature heeft.
    Hoe meer oplossing aan Winborns lichaam werd toegediend, des te bronskleuriger zijn huid werd, zegt Zawacki na de operatie, een teken dat de bloedbanen intact zijn. ‘Beter had het niet kunnen gaan.’ Desondanks maakt niemand zich hier enige illusie. Er zal wat vorstschade ontstaan en in de hersenen zullen er neuronen van elkaar worden gescheiden. De methode is niet perfect. De hoop blijft dat artsen van de toekomst deze schade kunnen herstellen.
    Om 2.30 uur ’s ochtends, veertien uur nadat Winborns hart is opgehouden met kloppen, leggen Zawacki en Kowalski hem in de koelruimte achter in het magazijn. Daar wordt hij tot min 196 graden gekoeld, heel langzaam, om scheuren in het weefsel te voorkomen. Zes dagen later, op een maandag, wordt Aaron Winborn om 16.00 uur naar zijn laatste, maar misschien ook wel tijdelijke rustplaats in de witte container gebracht. Zawacki laat hem voorover in de vloeibare stikstof zakken, die ruikt naar nat hout in het vuur. Dagelijks zal Zawacki het peil controleren en één keer per week een beetje stikstof bijvullen.
    Binnenkort zullen ze hier een rouwkamer inrichten, een persoonlijk tintje op deze steriele plek. Daar zullen Gwen, Ashlin en Sabina hun overleden echtgenoot en vader kunnen bezoeken.
    Zawacki, Kowalski, Winborn en alle mensen die nu in de witte containers liggen: ze hebben de oorlog verklaard aan de dood. Teruglachen is voor hen niet genoeg. Ze willen bewijzen dat ook de oude Romein Marcus Aurelius weer zo’n knappe kop was die zich liet misleiden door een dwaalleer van zijn tijd – een tijd waarin de mensen gemiddeld ongeveer dertig jaar oud werden.

    Bastian Berbner

    Achter het verhaal
    Aanpak: Onze verslaggever heeft zich in eerste instantie tot CI en Alcor gewend met het verzoek hem in contact te brengen met iemand die zich wilde laten invriezen. Dit werd door beide cryonisme-aanbieders geweigerd. Via internet leerde hij echter Aaron Winborn kennen, die hem na een ontmoeting toestemming gaf zijn verhaal vast te leggen.
    Grenzen van het onderzoek: Het Cryonics Institute stemde weliswaar in met de begeleiding door een journalist, maar deze mocht niet aanwezig zijn bij het overlijden van Winborn en de operatieve ingreep aan het stoffelijk overschot.

    De route voert door Pennsylvania, maximumsnelheid 70 mijl per uur. Kowalski rijdt harder. De middagzon breekt door de wolken. Er zijn twee aanbieders van cryonisme in de VS: Kowalski’s Cryonics Institute in Detroit en Alcor in Phoenix. In totaal zijn daar 280 mensen ingevroren, de meesten Amerikanen, maar ook Duitsers, Britten, Fransen en Canadezen. Wereldwijd zijn ongeveer 2500 mensen een overeenkomst aangegaan. Cryonisten vormen een kleine, groeiende groep: meer mannen dan vrouwen, bovengemiddeld opgeleid, veel natuurwetenschappers, veel atheïsten en agnostici, maar – en dat is verrassend – ook enkele zeer gelovige mensen. Andy Zawacki, lid van het operatieteam dat in het Cryonics Institute op Aaron Winborn staat te wachten, is katholiek en gaat elke zondag naar de kerk. Een van zijn collega’s is een orthodoxe jood. Beiden zeggen dat cryonisme niet in strijd is met hun religie. Voor hen is cryonisme niets anders dan geneeskunde. De bevoegdheid van hun religie begint pas na de dood, de echte dood.

    Cryonisten delen het gevoel dat het leven onrechtvaardig kort is. Zoals een bezoek aan een bibliotheek die je als het ware toeroept: kijk, al deze boeken zijn interessant, maar je hebt geen tijd om ze te lezen! Er is dat gevoel. En er is die hoop. En de boskikker, Rana sylvatica. De boskikker is acht centimeter lang en leeft in ijskoude streken van Canada en Alaska. In de winter bevriest hij. Zijn hart stopt, zijn ademhaling ook. Na een paar weken ontdooit hij en leeft hij verder. Stoffen in zijn bloed beschermen hem tegen vorstschade. Wetenschappers willen dit proces kopiëren.

    Al in 2002 heeft de Amerikaanse cryobioloog Greg Fahy de nier van een haas ingevroren om die na een week in vloeibare stikstof te hebben bewaard weer te laten ontdooien en in een levende haas te implanteren. Waarom zou wat met de nier van een haas kan niet ook met het menselijk lichaam mogelijk zijn? Worden er nu al niet embryo’s, zaad- en eicellen ingevroren? Cryonisten zeggen: het principe is bewezen, nu moet het alleen nog maar op de complexiteit van een menselijk lichaam worden toegepast. Alleen nog maar. In de VS stromen er al miljoenen naar het cryo-onderzoek. Ook vanuit Silicon Valley. Nergens anders is men meer vertrouwd met de gedachte dat elk probleem kan worden opgelost. Ook als het om de dood gaat. De bekendste begunstiger van cryonisme in de Valley is Peter Thiel, miljardair, medeoprichter van PayPal en eerste investeerder van Facebook.


    Dennis Kowalski rijdt langs Pittsburgh en passeert de staatsgrens met Ohio. Wegwerkzaamheden hebben hem tien minuten gekost. Pauze, toilet, cheeseburger in de hand en verder. Om 18.37 uur zijn het nog 330 mijl en vijf uur. De zon staat laag. Winborns lichaamstemperatuur is acht graden.

    Die Zeit: Zou een leven in de toekomst niet heel eenzaam zijn, zonder vrienden en familie?
    Kowalski: ‘Mijn vrouw en mijn drie zonen zijn ook cryonisten. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn: stelt u zich eens voor dat u met al uw dierbaren in een vliegtuig zit dat neerstort. U bent de enige overlevende. Zou u daarna zelfmoord plegen? Of zou u ondanks alle verdriet er het beste van maken?’

    Die Zeit: Kleven er wat u betreft helemaal geen ethische bezwaren aan cryonisme?
    Kowalski: ‘U zou me net zo goed kunnen vragen: kleven er ethische bezwaren aan een kunstheup of een geïmplanteerd hart?’

    Die Zeit: Sommige mensen zijn bang dat cryonisme geldmakerij is. Het uitbuiten van hoop.
    Kowalski: ‘Noemt u één iemand die eraan verdient. Ik krijg geen cent van CI. Als u geïnteresseerd bent in de financiën, alles staat op onze website. We zijn non-profit en volledig transparant.’

    ‘Het is al lastig genoeg om cryonisme begrijpelijk te maken voor de mensen. Als je dan ook nog over onthoofding begint, denken ze dat je Frankenstein bent’

    Wie zich door CI laat invriezen, betaalt eenmalig 28.000 dollar. Een groot deel daarvan gaat naar de betrokken uitvaartondernemingen. Volgens Kowalski wordt de rest belegd door CI, voor de lange termijn: goud, effecten, staatsleningen, zo breed gespreid dat er vrijwel geen risico is. Van de rente betaalt het instituut de lopende kosten. Dat gaat dan vooral om de vloeibare stikstof, elke drie weken 1600 dollar.

    Kowalski heeft wel een idee waarom cryonisten een probleem met hun imago hebben. Hij vindt het een grote fout dat Alcor, de concurrent in Arizona, de zogenaamde neuro suspension aanbiedt, wat wil zeggen dat je daar niet je hele lichaam hoeft te laten invriezen. Alleen het hoofd is ook genoeg.

    Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dat logisch, zegt Kowalski. Als je in staat bent iemand te reanimeren en te genezen van wat hem ooit deed sterven, dan kun je ook een jong, gezond lichaam uit het beschikbare DNA klonen in plaats van het oude met veel moeite te verjongen. ‘Maar het is al lastig genoeg om cryonisme begrijpelijk te maken voor de mensen. Als je dan ook nog over onthoofding begint, denken ze dat je Frankenstein bent. Een slechtere pr is wat mij betreft niet denkbaar.’

    Bij de Alcor Life Extension Foundation zijn de ‘thermosflessen’ waarin lichamen worden bewaard niet wit, maar metaalkleurig. – © Todd Heisler / HH
    Bij de Alcor Life Extension Foundation zijn de ‘thermosflessen’ waarin lichamen worden bewaard niet wit, maar metaalkleurig. – © Todd Heisler / HH

    Om 23.45 uur, na een rit van bijna negen uur, verlaat Dennis Kowalski de snelweg en rijdt een industriegebied ten noorden van Detroit in. Aan het einde van een spaarzaam verlichte straat ligt het Cryonics Institute, een bakstenen gebouw van één verdieping met een magazijn ernaast. Kowalski parkeert zijn bestelwagen achteruit in, pal naast de witte, speciaal gemaakte containers van glasfiber. Ze staan in drie rijen en komen tot aan het plafond. Een ervan biedt plaats aan zes personen. De container rechtsvoor is voor Winborn bestemd.

    Andy Zawacki, de praktiserend katholiek, staat al te wachten. Hij is in het gezelschap van twee medewerksters van een uitvaartonderneming. Alle drie hebben ze een beschermende witte overall aan en een mondkapje voor. Ze duwen de kist naar een aangrenzende ruimte, wit en steriel, doen hem open en tillen Winborn, 3,4 graden, op de operatietafel in het midden. Tijdens de operatie moet de verslaggever buiten wachten. Zawacki en de twee vrouwen leggen de halsslagader bloot en sluiten een pomp aan. Ze vervangen bloed en weefselvocht door een oplossing van ethyleenglycol en dimethylsulfoxide – een antivriesmiddel dat niet uitzet wanneer het bevriest, maar verglaast. De kunstmatige variant van de bescherming die de boskikker van nature heeft.

    Niet perfect

    Hoe meer oplossing aan Winborns lichaam werd toegediend, des te bronskleuriger zijn huid werd, zegt Zawacki na de operatie, een teken dat de bloedbanen intact zijn. ‘Beter had het niet kunnen gaan.’ Desondanks maakt niemand zich hier enige illusie. Er zal wat vorstschade ontstaan en in de hersenen zullen er neuronen van elkaar worden gescheiden. De methode is niet perfect. De hoop blijft dat artsen van de toekomst deze schade kunnen herstellen.

    Om 2.30 uur ’s ochtends, veertien uur nadat Winborns hart is opgehouden met kloppen, leggen Zawacki en Kowalski hem in de koelruimte achter in het magazijn. Daar wordt hij tot min 196 graden gekoeld, heel langzaam, om scheuren in het weefsel te voorkomen. Zes dagen later, op een maandag, wordt Aaron Winborn om 16.00 uur naar zijn laatste, maar misschien ook wel tijdelijke rustplaats in de witte container gebracht. Zawacki laat hem voorover in de vloeibare stikstof zakken, die ruikt naar nat hout in het vuur. Dagelijks zal Zawacki het peil controleren en één keer per week een beetje stikstof bijvullen.

    Binnenkort zullen ze hier een rouwkamer inrichten, een persoonlijk tintje op deze steriele plek. Daar zullen Gwen, Ashlin en Sabina hun overleden echtgenoot en vader kunnen bezoeken.

    Zawacki, Kowalski, Winborn en alle mensen die nu in de witte containers liggen: ze hebben de oorlog verklaard aan de dood. Teruglachen is voor hen niet genoeg. Ze willen bewijzen dat ook de oude Romein Marcus Aurelius weer zo’n knappe kop was die zich liet misleiden door een dwaalleer van zijn tijd – een tijd waarin de mensen gemiddeld ongeveer dertig jaar oud werden.

    Auteur: Bastian Berbner

    Beeld bovenaan: Een operatiekamer van de Alcor Life Extension Foundation, een van twee aanbieders van cryonisme in de VS.

    Achter het verhaal

    Aanpak: Onze verslaggever heeft zich in eerste instantie tot CI en Alcor gewend met het verzoek hem in contact te brengen met iemand die zich wilde laten invriezen. Dit werd door beide cryonisme-aanbieders geweigerd. Via internet leerde hij echter Aaron Winborn kennen, die hem na een ontmoeting toestemming gaf zijn verhaal vast te leggen.

    _Grenzen van het onderzoek: _Het Cryonics Institute stemde weliswaar in met de begeleiding door een journalist, maar deze mocht niet aanwezig zijn bij het overlijden van Winborn en de operatieve ingreep aan het stoffelijk overschot.

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.