Tag: doodstraf

  • Moet je Syriëstrijders doden voor ze terugkeren?

    Moet je Syriëstrijders doden voor ze terugkeren?

    Eind oktober verklaarde de Britse minister Rory Stewart dat ‘de enige oplossing’ voor het probleem van de Syriëstrijders was om ze te doden voordat ze terugkeren naar Europa. Zijn opmerking leidde tot een felle polemiek.

    JA

    Wat moeten we aan met de honderden jihadisten die terugkeren na een potje lekker onthoofden bij IS? Max Hill, de onafhankelijke toezichthouder op de Britse terrorismewetten, vindt dat we ze niet voor de rechter moeten slepen, maar ze moeten helpen om weer te integreren in de maatschappij. Ik daarentegen ben het eens met de Conservatieve minister Stewart dat het ‘in bijna alle gevallen’ de beste oplossing zou zijn om ze dood te schieten terwijl ze daar nog zijn. Het enige probleem dat ik zie is: wat als we missen? Er glippen er vast een paar door het net.

    Een paar jaar geleden kampten we nog met het tegenovergestelde probleem. Wat moesten we doen, vroegen we ons wanhopig af, met jonge, Britse moslims die voor IS wilden gaan vechten? Het leek mij crimineel en bespottelijk om ze te laten gaan om vervolgens gedood te worden door Britse explosieven of sluipschutters met scherpe ogen. Dus waarom zouden we ze niet meteen op Heathrow doodschieten? Het resultaat was hetzelfde, alleen een stuk goedkoper. Ik kreeg echter te horen dat dit grondwettelijke, morele en legale implicaties had, en andere passagiers zou afschrikken. Mijn tweede suggestie was: laat ze gaan, maar laat ze er niet meer in als ze er genoeg van krijgen of niet zonder hun Eerste Wereld-geneugten blijken te kunnen. Dit idee werd niet beter ontvangen dan het eerste.

    Dan moeten ze maar gaan wonen op een plek waar hun opvattingen worden gedeeld

    We kunnen dus niet voorkomen dat in Groot-Brittannië geboren jihadisten terugkeren naar Groot-Brittannië omdat ze, eh, Britten zijn. Natuurlijk, dat begrijp ik. Tenzij we een wet aannemen waarin staat dat hun staatsburgerschap wordt afgenomen als ze tegen Britse troepen hebben gevochten. Dan moeten ze maar gaan wonen op een plek waar hun opvattingen worden gedeeld.

    En waarom trappen we alle in het buitenland geboren islamisten er niet uit omdat die een potentieel gevaar vormen? Want dat doen we ook niet, al heb ik geen idee waarom niet. We houden vol dat we ze in de gaten houden als ze terugkomen uit de bouwmarkt met hun pakken waterstofperoxide en hun smeltdraad.

    We laten ons op een dwaalspoor brengen en zijn daardoor niet in staat iets te ondernemen. Max Hill denkt bijvoorbeeld dat de jonge misdadigers die naar Syrië zijn gegaan gewoon aardige jongelui waren die op onverklaarbare wijze ‘geradicaliseerd’ zijn door de islamistische ideologie. Alsof hun moordzuchtige bedoelingen ze werden opgedrongen door een buitenstaander en zij eigenlijk slachtoffers waren. Dus dit moeten we doen: als ze proberen terug te keren, deporteer ze dan. Als je ze niet kunt deporteren, sluit ze dan op zo lang als onze wetten toestaan. Als er een sleutel is, gooi die dan weg. Dan zullen de mensen in Londen en Manchester zich iets veiliger voelen.

    Auteur: Rod Liddle

    Rod Liddle (1960) is co-hoofdredacteur van The Spectator en voormalig redacteur van het BBC Radio 4-programma Today. 
Hij schreef boeken, 
presenteerde tv-programma’s, en publiceerde in o.a. The Sunday Times en The Sun.

    The Times | Londen

    1. Robert Fisk, 2. Rob Liddle
    1. Robert Fisk, 2. Rob Liddle

    NEE

    Onlangs hebben Europese leiders een belangrijke, ongekende en gevaarlijke beslissing genomen. Die is niet erg expliciet verwoord, maar het is overduidelijk dat ze vinden dat buitenlandse strijders voor IS gedood moeten worden als ze worden opgespoord.

    Wat is er met gerechtigheid gebeurd, dat basisprincipe van alle landen die geloven in vrijheid en democratie? Een paar citaten. De Franse minister van de Strijdkrachten, Florence Parly: ‘Als jihadi’s sneuvelen in deze strijd lijkt me dat het beste.’ En de Amerikaanse vertegenwoordiger van de anti-IS-coalitie, Brett McGurk: ‘Het is onze missie om ervoor te zorgen dat elke buitenlandse strijder die zich bij IS heeft aangesloten en naar Syrië is gekomen, ook hier in Syrië sterft.’ En onze eigen Tory-minister Rory Stewart: ‘Ik ben bang dat we het feit dat die mensen een groot gevaar vormen serieus moeten nemen. Ze doden is jammer genoeg de enige manier om ze aan te pakken.’

    Die uitspraak van Stewart is heel begrijpelijk, buitengewoon helder en zeer betreurenswaardig. Stewart, Parly en McGurk vragen in feite om de executie van hun burgers die zich bij IS hebben gevoegd. Dat zeggen ze natuurlijk niet. Maar zo maken we Iraakse soldaten en Koerden en wie dan ook wel duidelijk dat ze Britse, Franse, en Amerikaanse burgers die voor IS zijn gaan vechten mogen vermoorden. Prima. Geen punt. Wie wil ze graag terug?

    Als ze gevangen worden genomen, moeten we ze dan niet “aanpakken” door ze voor de rechter te brengen, ze voor altijd op te sluiten als dat het vonnis is en de hele wereld laten zien dat wij geen moordenaars zijn en moreel boven de slachters van IS staan?

    Maar wat is er intussen gebeurd met het internationale recht? Tientallen jaren lang hebben we de dictators in het Midden-Oosten veroordeeld om hun wreedheid en hun massale terechtstellingen – en zo hoort het ook. Maar hoe kunnen we ze nu nog veroordelen als wij publiekelijk aankondigen dat we onze eigen burgers die zich bij IS hebben aangesloten dood willen hebben?

    De Egyptenaren, de Saoedi’s en de Syriërs mogen nu hoofden afhakken en iedereen die ze maar willen ophangen of afslachten omdat de ‘enige manier om ze aan te pakken’ (‘jammer genoeg’ natuurlijk) is ze ‘te vermoorden’.

    Als een Brit ervoor kiest om te vechten en te sterven in een strijd voor een groteske organisatie als IS, dan is dat zijn (of haar) probleem. Maar als ze gevangen worden genomen, moeten we ze dan niet ‘aanpakken’ door ze voor de rechter te brengen, ze voor altijd op te sluiten als dat het vonnis is en de hele wereld laten zien dat wij geen moordenaars zijn en moreel boven de slachters van IS staan?

    Doen we dat niet, dan overtreden we de grens tussen gerechtigheid en het aanmoedigen van executies. Als we dat willen, laten we dat dan duidelijk zeggen. En als we dat niet willen, laten we dat dan ook zeggen. Amnesty? Human Rights Watch? Ik heb nog niets van ze gehoord.

    Auteur: Robert Fisk

    Robert Fisk (1946) is sinds 1989 Midden-Oosten-correspondent voor The Independent. Hij won tal van prijzen, waaronder zeven keer de Press Awards Foreign Reporter of the Year. Fisk publiceerde verschillende boeken en versloeg diverse oorlogen en conflicten.

    The Independent | Londen

  • Bekentenissen van een zelfmoordterroriste

    Bekentenissen van een zelfmoordterroriste

    Eind december werd in Jakarta een jonge vrouw aangehouden toen ze zich opmaakte om een zelfmoordaanslag te plegen op de presidentiële garde. Het weekblad Tempo wist haar op het politiebureau te spreken te krijgen. Een interview.

    De jonge vrouw is opmerkelijk kalm. Ze vermijdt elk oogcontact met mannen. Ze klinkt vastberaden als ze spreekt over de jihad en de amaliyah [een Arabische term die door extremisten wordt gebruikt voor (zelfmoord)aanslagen], de goede daden volgens een bepaalde interpretatie van de Koran. Er verschijnt alleen een lachje op haar gezicht als ze over haar man, Muhammad Nur Solihin, begint.

    Hoe kwam u ertoe om dit te doen?

    ‘Het begon met een soort nieuwsgierigheid. Waarom zou je moeten doden? Waarom iemand de handen afhakken? Ik vond de redenaties daarvoor hard, fanatiek. Ik was er fel op tegen en op de Facebookpagina van een jihadiste discussieerde ik daarover. Maandenlang bleef ik tegen de anderen ingaan. Ze zeiden: “Ukhti [zusje], als je werd verkracht, als er familie van je werd verkracht, wat zou er dan gebeuren? Dan zou je toch woedend zijn?”’

    Dus wat was uiteindelijk uw conclusie?

    ‘Dat ik wraak zou nemen natuurlijk. In de islam zijn we samen één lichaam. Als een van onze broeders of zusters wordt onderdrukt, wat voel je dan? Dan doet dat toch pijn? Daarmee begon mijn interesse. In alles wat ze zeggen zit wel een kern van waarheid, dacht ik toen. Maar ik begreep nog steeds niet waarom de media schreven dat we niet het recht hebben dit of dat te doen. Toen vroegen ze me: “Zusje, op welke media zoek jij? Op islamitische media of op media van ongelovigen?”’

    Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n jihadistisch account?

    ‘Dat van oelama Binti Gulam. Ze zeggen dat ze in Syrië zit. Ze is als een grote zus voor me en legt me veel dingen uit. En er zijn ook anderen die dat doen.’

    ‘In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was’

    Zelfs al weet u niet wie er echt achter die accounts zitten, dan gelooft u toch wat ze zeggen?

    ‘Het klopt niet dat ik dat niet weet. Als er een spion achter zo’n account zit, dan merk je dat uiteindelijk wel. Als je de reacties leest, dan weet je of het account echt of nep is. Om het zeker te weten doe ik rondvraag.’

    Hoe lang volgt u die jihadistische accounts al?

    ‘Sinds een jaar.’

    Maar wanneer bent u zich echt in de islamitische leer gaan verdiepen?

    ‘Sinds ik in Taiwan ben gaan werken. Daar zijn mobiele telefoons veel goedkoper in gebruik dan hier. In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was. Op dat moment dacht ik nog helemaal niet aan de jihad. Ik dacht alleen dat de door de mens gemaakte wetten zouden moeten worden aangepast en vervangen door de wetten van de Koran.’

    Waarom zocht u op sociale media naar informatie over het geloof?

    ‘Omdat het me moeilijker leek om dat in de echte wereld te doen. Dan zijn de mensen die je ernaar vraagt geslotener, wantrouwender. Ze verdenken [als ze jihadist zijn] degenen die vragen stellen ervan spionnen te zijn. Ze zijn bang om ontmaskerd te worden. Dus het is veiliger om dat op sociale media te doen. Ik vroeg me af waarom je zou moeten doden en bommen plaatsen. Was er geen andere manier?’

    Toen ontstond uw plan voor amaliyah?

    ‘Toen ik [in maart 2016] uit Taiwan terugkwam nog niet meteen. Maar in de loop van de tijd werd mijn verlangen om dat te doen steeds groter. Toen de gelegenheid zich voordeed, insjallah, was ik er klaar voor.’

    Hebt u contact gehad met Bahrun Naim [het vermeende brein achter de aanslagen in Jakarta van januari 2016 waarbij vier doden vielen, en sinds 2014 strijder voor IS in Syrië]?

    ‘Ja, heel kort geleden nog, in december. Mijn man heeft me met hem gelinkt en daarna nam Bahrun Naim meteen contact met me op.’

    Wat zei hij tegen u?

    ‘Hij vertelde me wat het doelwit was, namelijk de presidentiële garde. Ik moest het doen tijdens de training, niet bij de wisseling van de wacht.’

    schermafbeelding 2017 01 26 om 11 27 11

    Kreeg u een schema van hem?

    ‘Bahrun Naim zei: “Maak je daarover maar niet druk. Er is een team dat de locatie gaat verkennen. Jij hoeft alleen jouw taak te kennen.”’

    Wat was het wachtwoord voor het tot ontploffing brengen?

    ‘Dat was er niet. Het moest meteen gebeuren, de ontploffing stond gepland voor zondagmorgen om zeven uur. Want dan oefent de presidentiële garde altijd. Het team had alles verkend.’

    Hadden ze u geleerd hoe je een bom tot ontploffing brengt?

    ‘Nee, dat moest mijn man me onderweg naar het doelwit leren.’

    Zou dat genoeg zijn geweest?

    ‘Insjallah.’

    Waarom volgde u de orders van Bahrun Naim op?

    ‘U bedoelt: waarom deed ik wat hij zei? Omdat mijn man en ik trouw hadden gezworen. Het was mijn opdracht om een goede daad te doen. En Bahrun Naim heeft hier de leiding over zijn broeders.’

    Gelooft u dat u dankzij deze zelfmoordaanslag in het paradijs was gekomen?

    ‘Het is aan Allah om te bepalen of ik naar het paradijs ga of naar de hel. Het gaat er vooral om dat ik alles doe om dat te verdienen, dat is genoeg.’

    ‘Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit’

    Had u al eerder zelfmoordaanslagen meegemaakt? Wat ging er door u heen toen u die zag gebeuren?

    ‘Ik heb er veel gezien. Waar ik aan dacht? Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit.’

    Is het nodig om voor ‘goede daden’ bommen in te zetten?

    ‘Dat wisselt per persoon. Je doet wat je kunt.’

    Beseft u dat u het risico loopt te worden veroordeeld?

    ‘Dat weet ik, ja. Er staat me vast een gevangenisstraf of de doodstraf te wachten. Ik ben er klaar voor.’

    Denkt u dat u het verkeerde pad hebt gekozen?

    ‘Misschien is dat zo voor de wet van de mensen, de wet die het parlement heeft aangenomen. Maar volgens de Koran is het de juiste weg.’

    Maar de Koran zegt niet dat je moet doden.

    ‘Hoezo? Wie is er begonnen met doden? Onschuldigen, onze moslimbroeders die niet gezondigd hebben, doden wij niet.’

    Bij de presidentiële garde zitten toch ook moslims?

    ‘Ja, maar die zijn in dienst van de president. En de president is de man die de wetten van de Koran heeft omgezet in door mensen gemaakte wetten, vandaar al dat onrecht.’

    Erkent u Joko Widodo als president?

    ‘Ja, hij is de president van Indonesië.’

    Auteurs: Wayan Agus Purnomo en Anton Aprianto
    Vertaler: Tess Visser

    CONTEXT: Undercover

    Op 11 december 2016, een dag na de arrestatie van zelfmoordterroriste Dian Yulia Novi en haar echtgenoot, benaderde Tempo de antiterrorisme-eenheid Brigade 88 met het verzoek om de twee te interviewen. Omdat de arrestatie in Indonesië werd gezien als een manier om de aandacht af te leiden van het proces wegens godslastering tegen de burgemeester van Jakarta [en door velen niet werd geloofd], stemde de brigade toe – op voorwaarde dat de journalisten hun identiteit geheim hielden. Pas aan het eind van het gesprek vertelden ze wie ze waren. Hierop verklaarden Dian en haar man dat ze geen bezwaar hadden tegen publicatie van het interview.