Tag: DOS2

  • NAVO-topambtenaar: ‘Doel hybride oorlog is om samenlevingen te ontwrichten’

    NAVO-topambtenaar: ‘Doel hybride oorlog is om samenlevingen te ontwrichten’

    Jean Ellermann-Kingombe staat als adjunct-secretaris-generaal van de NAVO aan het hoofd van de nieuwe strategie voor hybride oorlogsvoering. Hij weet op welke manier de NAVO zo nodig kan terugslaan.

    Vergeet die vreedzame tijden maar. Donald Trump heeft dan wel gezegd dat hij de oorlog in Oekraïne zal beëindigen, maar zelfs als dat lukt is Rusland van plan de langdurige en veelal onzichtbare confrontatie met het Westen op te voeren. Die strijd wordt niet uitgevochten vanuit loopgraven, met het fluitende geluid van artilleriegranaten, maar reikt helemaal tot aan onze eigen deurmat, tot in onze huizen.

    In de zogenoemde hybride oorlog gaat Rusland intensief en met een groeiende risicobereidheid te werk. Daarom is het nodig dat we ons hiertegen verdedigen, en waar nodig kunnen antwoorden, aldus de analyse van de Deense topambtenaar Jean Ellermann-Kingombe. In augustus begon hij op de machtige positie van adjunct-secretaris-generaal op het gebied van Innovatie, Hybride en Cyber bij de NAVO. ‘Er zit een systeem in de Russische strategie dat je indrukwekkend zou kunnen noemen, als het niet zo schadelijk was. Want het doel ervan is om onze samenleving te ontwrichten,’ zegt hij.

    Datakabels

    Na het interview met Politiken hebben de Finse autoriteiten onlangs de olietanker Eagle S tegengehouden en onderzocht in de Finse Golf. De verdenking is dat het schip deel uitmaakt van de Russische schaduwvloot en een stroomkabel en meerdere data-kabels heeft gesaboteerd op de zeebodem tussen Estland en Finland.

    De NAVO gebruikt de term ‘hybride oorlog’ om het huidige conflict te omschrijven, dat zich in een grijs gebied tussen oorlog en vrede bevindt. Hierbij worden zowel militaire als niet-militaire middelen ingezet om onzekerheid te creëren, zonder daadwerkelijk een oorlog te ontketenen. Maar Ellermann-Kingombe noemt het een ‘onjuiste term’: ‘Als je een woord moet uitleggen, betekent dat dat mensen de ernst ervan niet intuïtief begrijpen. En wat er gaande is, is echt ernstig.’

    Zijn functie als adjunct-secretaris-generaal voor de komende drie jaar is voor Ellermann-Kingombe het voorlopige hoogtepunt van een omvangrijke carrière als diplomaat. Het internationale heeft hij van jongs af aan meegekregen. Hij werd geboren in Nørrebro en groeide op in Østerbro, als kind van een Deense moeder en een vader uit het voormalige Zaïre, het huidige Congo. Na op een Franse school te hebben gezeten, studeerde hij bedrijfseconomie aan de Copenhagen Business School, een opleiding die doorgaans niet veel diplomaten in buitenlandse dienst aflevert. Maar een stage in het kabinet van de toenmalige EU-commissaris Ritt Bjerregaard in Brussel werd bepalend voor zijn loopbaan, waarin hij veel kennis opdeed over de Europese samenwerking en vertrouwd raakte met het veiligheidsbeleid.

    Met zijn gevoel voor deze twee cruciale pijlers van het Deense buitenlandbeleid was de weg vrijgemaakt voor de functie van afdelingshoofd op het Bureau van de premier, waar hij meer dan vijf jaar adviseur was van premier Mette Frederiksen.

    Nieuwe strategie

    Nu is het NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte die naar zijn advies luistert. De eerste grote opdracht voor de Deense adjunct is het opstellen van een nieuwe strategie voor hybride oorlogsvoering, die in juni 2025 moet worden goedgekeurd op de top in Den Haag. ‘Ik heb zelf ook geen beter woord gevonden voor deze uitdaging dan ‘hybride oorlog’. Maar ik spreek liever over de concrete middelen die worden ingezet,’ zegt Ellermann-Kingombe. Hij noemt kwaadaardige cyberaanvallen, moordpogingen op Britse en Duitse bodem, explosies in munitiedepots, het verstoren van navigatiesignalen in de luchtvaart, het ondermijnen van verkiezingen en het onder druk zetten van landen door migranten over de grens te sturen. Vaak komen zulke gebeurtenissen als afzonderlijke incidenten in het nieuws, maar Ellermann-Kingombe wil dat wij begrijpen dat het onderdelen zijn van een systematische campagne.

    Volgens de NAVO zijn deze hybride aanvallen in de afgelopen jaren toegenomen in snelheid, schaal en intensiteit. Bovendien is de inschatting dat de risicobereidheid, onder andere als het gaat om sabotage, aan Russische zijde is toegenomen. Dat is ook de belangrijkste boodschap van de militaire inlichtingendienst in zijn jaarlijkse beoordeling van de dreigingen tegen Denemarken.

    Inlichtingendiensten in Noorwegen, Zweden en Denemarken hebben onder meer gewaarschuwd dat Rusland criminelen kan inzetten om sabotage uit te voeren. Dat verhoogt ook het risico dat er iets kan gebeuren wat eigenlijk niet de bedoeling was, omdat Rusland niet de volledige controle heeft over de acties. Ellermann-Kingombe: ‘Je kunt een warenhuis in brand steken als er geen klanten zijn, waarbij niemand om het leven komt. Maar het kan zijn dat je klanten over het hoofd ziet op het moment dat je de brand sticht. Daarom kan deze verhoogde risicobereidheid ernstige gevolgen hebben.’

    Het is niet nieuw dat landen elkaar proberen te hinderen wanneer ze een conflict hebben. Maar de agressieve handelwijze van Rusland in Oekraïne heeft de hybride oorlog serieus op de agenda gezet. In 2014 toonde Vladimir Poetin aan hoe effectief een hybride oorlog kan zijn, toen hij beïnvloedingscampagnes en ‘groene mannetjes’ zonder Russische vlag op hun uniform inzette om de Krim te bezetten, wat de weg vrijmaakte voor de latere invasie van Oost-Oekraïne. Ook tegenover het Westen kan Rusland hybride aanvallen inzetten. In dat geval gelden die als tegenreactie op de westerse leveringen van geld en militair materieel aan Oekraïne. Zolang de Russen geen ‘echte’ oorlog willen tegen de superieure NAVO, die in het uiterste geval kan eindigen in een kernoorlog, zijn hybride aanvallen een poging om het Westen ervan te weerhouden verdere hulp aan de Oekraïners te sturen.

    Wereldorde ondermijnen

    Maar Ellermann-Kingombe ziet het in geen geval voor zich dat de hybride oorlog ophoudt zodra de oorlog in Oekraïne eindigt. Integendeel, Rusland bereidt zich volgens hem voor op een ‘langdurige confrontatie’. Want het gaat Rusland om veel meer dan het verzwakken van de steun aan Oekraïne. Het doel is om de hele liberale wereldorde te ondermijnen. ‘We zien geen enkel teken dat de Russen op dit gebied hun voet van het gaspedaal halen.’

    Meer concreet benadrukt Ellermann-Kingombe dat Rusland ‘systematisch’ infrastructuur op Europees grondgebied en op de zeebodem in kaart brengt om meerdere doelwitten te hebben, mocht het conflict later worden opgevoerd. De onderzeese kabels met data, stroom en gas noemt hij ‘ons zwakke punt’. ‘Voor Rusland gaat het erom kaarten in handen te krijgen voor het geval er later een directer conflict komt. Ze hebben hiervoor speciale mogelijkheden binnen hun leger, waaronder schepen die als doel hebben om die locaties in kaart te brengen.’

    Voor Ellermann-Kingombe is het glashelder hoe grondig en geduldig de Russen te werk gaan met hun hybride aanvallen. Hij noemt de recente verkiezingen in Roemenië en Moldavië als voorbeelden om te laten zien hoe de Russen in verschillende etappes werken. Het begint lang vóór een verkiezing, wanneer ze de bevolkingssamenstelling in kaart brengen om kwetsbaarheden en politieke voorkeuren vast te stellen. Op basis daarvan kunnen ze religieuze netwerken in stelling brengen, influencers mobiliseren, hooligans trainen, betaalsystemen opzetten voor het kopen van stemmen en campagnes opzetten op basis van nepnieuws.

    ‘Veel van deze inspanningen hebben de Russen er tot nu toe niet van weerhouden om door te gaan’

    ‘Tijdens de verkiezingen maken ze vervolgens gebruik van cyberaanvallen tegen stemlocaties, om te voorkomen dat die met elkaar kunnen communiceren. Ze creëren onrust rond de verkiezingen en doen bommeldingen bij bepaalde stemlocaties,’ zegt Ellermann-Kingombe. Na de verkiezing gaat het om het aanvechten van de uitslag, het mobiliseren van protesten en het uitvoeren van verdere cyberaanvallen. Hierdoor zitten Denemarken en de andere NAVO-landen met een belangrijke vraag: hoe verdedigen we ons beter tegen dit soort aanvallen?

    Er is al veel gebeurd. Zoals bekend heeft Denemarken een nieuw ministerie voor staatsveiligheid opgericht en burgers geadviseerd een noodvoorraad aan te leggen voor in geval van crisis. Andere landen schalen ook op. Op EU-niveau worden richtlijnen geïmplementeerd die hogere eisen stellen aan de beveiliging van kritieke infrastructuur en cyberspace. En de NAVO heeft onder meer een nieuw netwerk opgericht dat zich richt op kritieke infrastructuur op de zeebodem.

    Maar Ellermann-Kingombe constateert dat we hier misschien nog eens goed over na moeten denken: ‘Veel van deze inspanningen hebben de Russen er tot nu toe niet van weerhouden om door te gaan, en zelfs enigszins op te schalen. Daarom moeten we een strategie bepalen die beter aansluit op de uitdagingen waar we momenteel voor staan.’

    Wat kunnen we doen om onszelf nog beter te beschermen?

    ‘We moeten vooral beter worden in het delen van informatie. We moeten kunnen bepalen of een cyberaanval in een land een opzichzelfstaand incident is, of onderdeel van een patroon. Daarom is het ook ontzettend belangrijk dat we beter gaan samenwerken met de private sector, die veel infrastructuur bezit.’

    Een andere vraag is of de NAVO moet terugslaan, en hoe dat dan zou moeten gebeuren. Want bijna per definitie is hybride oorlog een schimmige aangelegenheid, waarbij niemand de verantwoordelijkheid voor een aanval neemt, omdat die anonimiteit op zichzelf bijdraagt aan het creëren van de gewenste onzekerheid. Daarom kan het onderzoek naar een aanval maanden of jaren duren, als die überhaupt ooit volledig wordt opgehelderd. ‘Dat is precies waar de afzender op speculeert,’ zegt Ellermann-Kingombe.

    ‘Als we terugslaan, zal het vermoedelijk gaan om een ‘asymmetrische reactie’, omdat wij ons aan de regels houden

    Wat betekent dat voor de mogelijkheden van de NAVO om terug te slaan?

    ‘Allereerst moeten we voortdurend onze capaciteit versterken om deze krachten te weerstaan. Net zoals we voortdurend onze mogelijkheden moeten versterken om een conventionele aanval te weerstaan. Het gaat om veerkracht. Wat betreft de mogelijkheid om terug te slaan: dat hoeft niet per se van ons uit te gaan.’ In plaats daarvan kan de EU de leiding nemen; die kan nieuwe sancties opleggen of diplomaten naar huis sturen, aldus Ellermann-Kingombe.

    ‘Als we terugslaan, zal het vermoedelijk gaan om een ‘asymmetrische reactie’, omdat wij ons aan de regels houden. Stel dat de Russen, of anderen, een winkelcentrum in brand steken; dan antwoorden we niet door bij hen ook een winkelcentrum in brand te steken. Want dat strookt niet met onze waarden.’

    Maar is het Westen dan niet veel te netjes? Het kan toch ook Russische geldautomaten uitschakelen of gps-systemen saboteren? Waarom zouden we achteroverleunen en de klappen incasseren?

    ‘Heel fundamenteel binnen de nieuwe strategie van de NAVO is, naast het in kaart brengen van wat we tegenover ons hebben en wat er nu al gebeurt, de wens om te onderzoeken of we onze inspanningen kunnen vergroten om aanvallers bij voorbaat af te schrikken van het uitvoeren van dit soort aanvallen.’

    Dus dat de Russen moeten weten dat we hun geldautomaten kunnen saboteren?

    ‘Ik kan niet ingaan op details over hoe dat moet gebeuren. Maar we hebben de wens om, als we zien dat ze de druk opvoeren en meer risico’s nemen, terug te duwen – meer nog dan we nu al doen.’

    Hoe kan de NAVO dat doen?

    ‘Ik heb een paar voorbeelden genoemd, zoals het beperken van de bewegingsvrijheid van diplomaten en het opleggen van sancties. Maar de kern van de Russische intentie is het verzwakken van onze steun aan Oekraïne. Dus ons antwoord kan bijvoorbeeld ook bestaan uit het vergroten van de steun aan Oekraïne. Er zijn veel instrumenten. Het vereist wel dat we het met elkaar eens worden – ook over wat en hoe de NAVO iets moet aanpakken. En daar zijn we nu mee bezig.

    In een hybride oorlog gaat het niet noodzakelijk om ‘oog om oog, tand om tand’

    Momenteel worden de pijpleidingen voor aardgas van Siberië naar China aanzienlijk uitgebreid. Dergelijke dingen kun je ook digitaal lamleggen. Is het vergezocht dat de NAVO op die manier zou reageren?

    ‘De essentie is dat de Russische aanvallen dilemma’s voor ons creëren. Daarom moeten wij nadenken over de vraag hoe wij dilemma’s voor hen kunnen creëren, als zij aanvallen. In een hybride oorlog gaat het niet noodzakelijk om ‘oog om oog, tand om tand’. Maar we kunnen wel een robuust antwoord geven dat effect heeft, zonder dat het een-op-een overeenkomt met wat zij doen.’

    De hybride oorlog richt ook de schijnwerpers op het allesbepalende Artikel 5 uit het NAVO-handvest. Tijdens de Koude Oorlog ging het erom elkaar te hulp te schieten als buitenlandse troe-pen ergens, bijvoorbeeld in de Baai van Køge, een NAVO-land zouden binnenvallen. Dat geldt nog steeds, maar de hybride oorlog maakt het plaatje tegenwoordig wat complexer. Daarom voelde de NAVO zich in 2016 geroepen om duidelijk te maken dat de ‘musketier-eed’ ook kan worden geactiveerd bij hybride aanvallen. Dat gebeurde zonder de grens daarvan nader te definiëren, omdat het voor de Russen onzeker moet blijven waar die ligt.

    Jean Ellermann-Kingombe: ‘Als er vijftig mensen om het leven komen bij een sabotageaanval op een winkelcentrum, hoe zal een land dan reageren? Dat kan Rusland niet voorspellen. Het gaat erom dat Rusland de klassieke afschrikking en confrontatie wil vermijden; in plaats daarvan wil het tot aan onze voordeuren en in onze huizen komen door middel van aanvallen op de energie-infrastructuur, datakabels en dergelijke.’

    Toch wijst Ellermann-Kingombe de suggestie van de hand dat Denemarken en de rest van de NAVO zich met de massale investeringen van de afgelopen jaren – in tanks, gevechtsvliegtuigen en wapensystemen – voorbereiden op de verkeerde oorlog. ‘Helaas is het er de tijd niet naar om minder te doen aan de klassieke verdediging. De NAVO stelt vast dat er aanzienlijke investeringen in onze defensie nodig zijn. Er gebeurt al veel op het gebied van veerkracht, maar er moet nog meer gebeuren. We moeten een crisis-mentaliteit in ons systeem krijgen. We moeten begrijpen dat, vanuit Moskou gezien, onze energievoorziening en onze telefoonsystemen volledig legitieme doelen zijn in deze vorm van oorlogsvoering. En we kunnen niet verwachten dat dat ophoudt als de oorlog in Oekraïne eenmaal voorbij is.’

  • Inheemse talen in Nicaragua voeren een overlevingsstrijd

    Inheemse talen in Nicaragua voeren een overlevingsstrijd

    In de inheemse gemeenschappen aan de Caribische kust van Nicaragua worden het Criollo, Garífuna, Rama, Ulwa en zelfs het Miskito, de meest gesproken inheemse taal van het land, met uitsterven bedreigd.

    In de gemeenschap Wasakín, onderdeel van de gemeente Rosita in de Autonome Regio aan de Noord-Caribische Kust (RACCN) van Nicaragua, bestaat nog altijd een eeuwenoud sieraad: het Tuahka, een variant van het Mayangna, de lokale taal. Het is een cultureel relikwie dat tot nog toe heeft geweigerd te verdwijnen, maar waarvan het bestaan nu meer dan ooit gevaar loopt. Er bestaat geen formele telling die uitwijst welk deel van de inheemse bevolking daar deze taal spreekt, maar de leiders in het gebied die door Divergentes werden geraadpleegd schatten het aantal op nog geen 30 procent. In Wasakín en in andere inheemse gemeenschappen in het Caribisch gebied worden de eigen talen stelselmatig gemarginaliseerd, om vervolgens te worden vervangen door het Spaans. Er zijn evenmin officiële gegevens over het aantal sprekers van andere inheemse talen als het Miskito, Criollo, Garífuna, Rama en Ulwa. Dat iemand deel uitmaakt van een van deze volken betekent niet automatisch dat hij de taal spreekt. 

    ‘Je ziet in het Caribisch gebied nog maar heel weinig kinderen inheemse talen spreken,’ zegt ‘Tangni’, een vrouw van het Miskita-volk in uit Puerto Cabezas (RACCN), die momenteel op eigen initiatief deze talen onderwijst, en anoniem wil blijven. Volgens haar wordt in de stedelijke gebieden aan de Caribische kust door bijna iedereen Spaans gesproken en zijn het in de rurale gemeenschappen de volwassenen of bejaarden die voornamelijk de eigen taal spreken. ‘In de gemeenschappen spreken kinderen en jongeren Spaans als eerste taal. Op de scholen, of die nu publiek of privé zijn en of het nu gaat om lager of voortgezet onderwijs, wordt altijd lesgegeven in het Spaans. Het behoud van onze talen wordt niet bevorderd, en we raken ze langzaam kwijt,’ stelt ze.

    ‘Als onze talen verdwijnen, betekent dat uiteindelijk het verdwijnen van onze volken’

    Het behoud en de bevordering van de inheemse Caribische talen zijn in Nicaragua de laatste zorg van de overheid, verklaren plaatselijke leiders die wij spraken. In de praktijk zie je van staatswege geen enkele poging om deze talen te beschermen. Volgens Tangni organiseert de regering veel activiteiten aan de Caribische kust. ‘Heel veel zelfs,’ zegt ze, maar geen enkele die betrekking heeft op het behoud van de talen. ‘Er zijn heel veel culturele activiteiten; er is bijvoorbeeld veel dans, maar dat heeft niets te maken met de oorspronkelijke volken in de Cariben,’ voegt ze toe.

    Wie zijn best doet om zich in te zetten voor deze voorouderlijke talen, wordt door de regionale autoriteiten het zwijgen opgelegd. Die schaarden zich bij de verkiezingen van maart 2024 volledig achter het sandinistische bewind, dat zichzelf 88,95 procent van de stemmen toerekende. De verkiezingen werden gehouden zonder deelname van ook maar één inheemse politieke partij. ‘Als onze talen verdwijnen, betekent dat uiteindelijk het verdwijnen van onze volken,’ zegt ‘Virgilio’, een Mayangna-leider uit de streek, die eveneens anoniem wil blijven en zich toelegt op het onderwijzen van het Tuahka. 

    Een van de belangrijkste klachten van de inheemse gemeenschappen is dat ze gedwongen worden hun onderwijs in het Spaans te volgen, waardoor de positie van hun oorspronkelijke talen verzwakt en deze uiteindelijk enkel nog binnen de familie worden gebruikt. ‘Door het onderwijssysteem is onze taal versplinterd geraakt en verzwakt. Ze leren ons, de inheemse volken, een vreemde taal die niet de onze is. De staat maakt ons ondergeschikt aan zijn eigen belangen, en deels gebeurt dat door middel van taal. Je kunt een groep niet onderdrukken als die jouw taal niet spreekt,’ merkt ­Virgilio op.

    ‘Wet 162’

    Op bijna alle scholen in het Caribisch gebied zijn de lessen in het Spaans, net als het onderwijsmateriaal dat de leerlingen wordt aangeboden. Dat is evenwel in tegenspraak met ‘Wet 162’, de ‘wet op het officiële gebruik van de talen van de gemeenschappen in het Caribisch kustgebied’, die bepaalt dat de gemeenschappen recht hebben op onderwijs in hun eigen taal.

    In die wet staat ook dat de talen van de Caribische gemeenschappen de officiële voertaal moeten zijn in de autonome regio’s. In de praktijk is het Spaans er echter de voertaal, niet alleen in de onderwijsinstellingen, maar ook in de rest van de door de regionale overheid beheerde instanties.

    Het Regionaal Autonoom Educatief Stelsel (SEAR), dat valt onder het ministerie van Onderwijs, moet ook garant staan voor een Tweetalig Intercultureel Onderwijsprogramma (PEBI) of voor Tweetalig Intercultureel Onderwijs (EBI), dat wil zeggen onderwijs zowel in de officiële eigen taal van de gemeenschap als in het Spaans. ‘Maar dat stelsel heeft niets educatiefs of autonooms,’ verzekert Virgilio. ‘Het SEAR is bedacht om de bevolking het idee te geven dat de staat zijn best doet voor de inheemse gemeenschappen en hun welzijn, maar zo is het niet. Er wordt gewerkt met een onderwijsmethodiek die niets van doen heeft met het gebruik en behoud van de inheemse talen,’ zegt hij.

    Al bepalen Wet 162 en het SEAR dat de oorspronkelijke volken recht hebben op onderwijs in de eigen taal en geworteld in de eigen culturele identiteit, er worden maar een paar lessen in de eigen talen gegeven. Op sommige scholen heet dat vak Moedertaal. ‘Het is het ministerie van Onderwijs dat de lesmethode aan de leraar oplegt en ook al schermen ze met plannen voor tweetalig onderwijs, in werkelijkheid zijn de leraren altijd verplicht Spaans te spreken. Tegenwoordig gebruiken we onze taal alleen thuis, maar niet binnen het onderwijs, waar het aangemoedigd zou moeten worden,’ aldus Virgilio.

    Het Mayangna is een van de talen die de afgelopen jaren het kwetsbaarst bleek

    Bovendien krijgen niet alle inheemse Caribische talen een kans op school in de weinige lessen die niet in het Spaans worden gegeven. Het Miskito wordt het meest gegeven, zegt Tangni, al is het gebruik ook daarvan afgenomen bij de jongste generaties. Over dit gebrek aan prioriteit voor talen stelt Virgilio vast dat de Tuahka-variant van het Mayangna een van de meest bedreigde is; er bestaan immers drie varianten van deze taal in Nicaragua: het Panamahka, de meest gesproken variant, het Yusku en het Tuahka.

    Het Mayangna is een van de talen die de afgelopen jaren het kwetsbaarst bleek en binnen de gemeenschappen het meest achteruit is gegaan, zo bleek uit de studie Het Mayangna: 30 jaar na het begin van de taalactiviteiten in de gemeenschap, van onderzoekers Elena Benedicto en Elizabeth Salomón. Volgens dat onderzoek werd het PEBI-programma in het Mayangna in 2010 tot de vierde klas van de lagere school aangeboden, al schrijft Wet 162 voor dat dit tot het voortgezet onderwijs moet gebeuren. De lessen werden gegeven met tekstboeken die voor alle vakken, inclusief lees- en schrijfmateriaal, in het Mayangna waren geschreven. Eind 2010 echter hield de staat, die al onder het gezag van Daniel Ortega en Rosario Murillo viel, de heruitgave van deze boeken tegen en zagen de scholen zich genoodzaakt boeken in het Spaans te gebruiken. Bijgevolg werden de lessen voortaan ook in die taal gegeven. De onderzoekers noemen het nog het zorgwekkendst dat dit plaatsvindt in taalkundig sterke gemeenschappen. ‘Je kunt je dus afvragen wat er gebeurt in taalkundig kwetsbare gemeenschappen.’

    Hervormingen

    Virgilio merkt op dat verschillende leiders uit de regio bij het SEAR nieuwe hervormingen voor de wet op tweetalig intercultureel onderwijs hebben voorgesteld, maar dat die al jaren stelselmatig worden afgewezen. ‘Wat er gebeurt, is dat iedere keer dat iemand met een voorstel aankomt bij de overheid, die met een tegenvoorstel komt en jouw voorstel afwijst,’ merkt hij op. Tangni wijst er van haar kant op dat alleen al publiekelijk klagen over de huidige situatie van de inheemse talen een ‘risico’ betekent, het risico dat je wordt gezien als politiek tegenstander van het regime Ortega-Murillo. ‘Ook al willen we onze stem verheffen, er gaat niet naar geluisterd worden. De staat doet niets voor het behoud van de talen, maar er zijn wel lokale initiatieven. De gemeenschappen doen hun best om hun taal te behouden, en wel in de oorspronkelijke vorm, want ook de talen zijn onderhevig geweest aan veranderingen,’ zegt ze.

    Daarom onderwijst Tangni met haar eigen initiatief het Miskito en het Mayangna; Virgilio zet zich in om de kennis van de Mayangna-gemeenschap over te brengen via een prominente gemeentelijke school, waar hij behalve de taal ook het scheppingsverhaal en de manier van kijken naar de kosmos van zijn volk onderwijst. Het probleem van al deze initiatieven is dat ze moeilijk vol te houden zijn, zowel wat personeel als wat economische middelen betreft. ‘Er is geen steun voor groepen zoals wij die onze cultuur willen redden. Je hebt mensen nodig die zich ervoor inzetten, want zoals het nu gaat, raken we onze taal, identiteit en gewoonten kwijt,’ aldus Tangni.

    Virgilio merkt op dat veel jongeren ook nog eens halverwege de cursus stoppen en dat maar weinigen het tot het eind volhouden. ‘Het gaat om een eigen initiatief, er is geen geld, er zijn geen middelen. Soms raken onze jongeren gedemotiveerd. Aan het eind van zo’n cursus zijn er dan nog maar drie of vier over; en toch is dat een succes, omdat onze kennis zo toch wordt overgedragen,’ zegt hij. ‘Voor de staat vormt dit soort initiatieven een bedreiging, want je kweekt jongeren en kinderen zodanig dat ze vasthouden aan hun cultuur en volk. De regering heeft er meer baat bij dat een inheemse gemeenschap afziet van haar traditionele leefwijze, haar grond en alles wat het vergunningenbeleid en de houtkapplannen in de wielen kan rijden,’ voegt hij toe.

    Tangni merkt op dat terwijl de Miskito’s en Mayangna’s nog weerstand bieden om hun taal te behouden, er ook volken zijn waarvan de taal langzaam maar zeker is gemarginaliseerd, en dat niet bekend is hoevelen die nog spreken. Wel is bekend dat ze op het punt staan om uit te sterven, zoals het Ulwa-volk. ‘Ik persoonlijk ken maar één iemand die Ulwa spreekt. Die taal gaat het niet redden,’ zegt ze. 

  • Zuid-Korea zit gevangen tussen conservatisme en modernisering

    Zuid-Korea zit gevangen tussen conservatisme en modernisering

    Wereldwijd kampen rijke landen met dalende geboortecijfers, vaak onder het niveau dat nodig is om de bevolking in stand te houden. Zuid-Korea spant de kroon: van 1 kind per vrouw in 2018 naar slechts 0,7 geboortes per vrouw nu.

    Bijna alle rijke landen hebben hun geboortecijfer onder het vervangingsniveau zien zakken. Meestal komt dat neer op zo’n 1,5 kind per vrouw. In 2021 waren de cijfers voor de Verenigde Staten bijvoorbeeld 1,7, voor Frankrijk 1,8, voor Italië 1,3 en voor Canada 1,4. 

    Maar Zuid-Korea onderscheidt zich door het feit dat het land in de jaren tachtig al onder het vervangingsniveau terechtkwam en de laatste tijd zelfs nog verder is gedaald: van één kind per vrouw in 2018 tot 0,8 na de pandemie en nu, volgens voorlopige gegevens over het tweede en derde kwartaal van 2023, tot slechts 0,7 geboortes per vrouw.

    Generatiewissel

    Het is de moeite waard om na te gaan wat dat betekent. Een land met een geboortecijfer op dit niveau houdt van elke tweehonderd mensen in een bepaalde generatie nog maar zeventig mensen over in de volgende generatie. Dat is een grotere ontvolking dan die die de Zwarte Dood in de veertiende eeuw in Europa teweegbracht. Na nog een generatiewissel daalt de oorspronkelijke bevolking van tweehonderd mensen tot onder de vijfentwintig. Nog een generatiewissel verder en je komt in de buurt van de bevolkingscrash die in The Stand [in het Nederlands verschenen als De beproeving] van Stephen King wordt veroorzaakt door een fictieve supergriep.

    In vergelijking met andere columnisten ben ik misschien alarmistisch over lage geboortecijfers, maar in sommige opzichten beschouw ik mezelf juist als een optimist. Degenen die zich in de jaren zestig en zeventig zorgen maakten over overbevolking gingen er ten onrechte van uit dat de trend zonder ingrijpen eenvoudigweg zou doorzetten. Op dezelfde manier vermoed ik dat degenen die zwaar pessimistisch zijn over de neerwaartse trend van geboortecijfers – en bijvoorbeeld geloven dat de VS in de 22e eeuw gedomineerd zullen worden door de amish – het menselijk aanpassingsvermogen onderschatten: de mate waarin bevolkingsgroepen die gedijen tijdens een periode van bevolkingsafname laten zien dat een hogere vruchtbaarheid kan lonen en in de loop van de tijd bekeerlingen zullen aantrekken.

    Ouderen zullen in de steek worden gelaten, flatgebouwen zullen tot ruïnes vervallen, er zullen uitgestrekte spooksteden ontstaan

    In die geest van optimisme denk ik niet dat de Zuid-Koreaanse geboortecijfers daadwerkelijk decennialang zo laag zullen blijven, of dat de bevolking van de huidige ruwweg 51 miljoen zal dalen tot de enkele miljoenen die uit mijn gedachte-experiment naar voren komen. Maar ik geloof wel in de schattingen die voorspellen dat de bevolking tegen het einde van de jaren 2060 onder de 35 miljoen zal liggen, een daling die groot genoeg is om de Koreaanse samenleving in een crisis te storten. Nu de leeftijdspiramide zich omkeert, is het kiezen tussen het accepteren van een steile economische neergang of het verwelkomen van immigranten op een veel grotere schaal dan de aantallen die West-Europa nu al destabiliseren. Ouderen zullen onvermijdelijk in de steek worden gelaten, flatgebouwen zullen tot ruïnes vervallen, er zullen uitgestrekte spooksteden ontstaan en jonge mensen zullen emigreren omdat ze geen toekomst zien als hoeders van een bejaardengemeenschap. En op een gegeven moment zal er mogelijk een invasie komen vanuit Noord-Korea (huidige vruchtbaarheidscijfer: 1,8), als de zuiderburen moeite hebben om een capabel leger op de been te houden.

    Geval apart

    De rest van de wereld kan uit het geval van Zuid-Korea opmaken dat een geboortetekort veel sneller veel groter kan worden dan de algemene trend in rijke landen tot nu toe laat zien.

    Dat wil niet zeggen dat dat ook zal gebeuren, want Zuid-Korea lijkt op een aantal punten een geval apart. Een van de veelgenoemde oorzaken van de Koreaanse geboortedaling is bijvoorbeeld de uitzonderlijke, meedogenloze cultuur van academische concurrentie, waarbij privéonderwijs wordt gestapeld op het normale onderwijs. Dat leidt tot ongerustheid bij ouders en ellende bij studenten. Het gezinsleven wordt daardoor soms tot zo’n hel dat mensen ontmoedigd raken om zelfs maar aan een gezin te beginnen.

    Een ander probleem is de kenmerkende wisselwerking tussen het culturele conservatisme van het land en de sociale en economische modernisering. Lange tijd werd de seksuele revolutie in Zuid-Korea deels afgeremd door traditionele sociale zeden; het land kent bijvoorbeeld zeer lage cijfers voor geboortes buiten het huwelijk. Maar uiteindelijk zorgde dat voor een verstrengeling van protesten: feministische rebellie tegen conservatieve sociale verwachtingen en een antifeministische reactie daarop van mannen. Dat bracht een scherpe polarisatie tussen de seksen teweeg, waardoor de politiek van het land veranderde, terwijl het huwelijkspercentage naar een recorddiepte daalde.

    De huidige trend in Zuid-Korea is een waarschuwing voor datgene wat ook bij ons mogelijk is

    Het helpt ook niet dat het conservatisme in Zuid-Korea historisch gezien meer confucianistisch en privé is dan religieus in westerse zin; ik heb het gevoel dat een sterk geloof een betere stimulans is voor gezinsvorming dan traditionalistische gewoonten. Het land loopt ook al lange tijd voorop in de gamecultuur, waardoor vooral jonge mannen dieper in het virtuele duiken en verder af komen te staan van het andere geslacht.

    Welbeschouwd lijken deze patronen eigenlijk geen contrast te vormen met de Amerikaanse cultuur maar een overdrijving te zijn van trends die we in Amerika ook ervaren. Ook wij hebben een vermoeiende meritocratie. Ook wij hebben een groeiende ideologische scheiding tussen GenZ-mannen en -vrouwen. Ook wij seculariseren en ook bij ons ontstaat een cultureel conservatisme dat antiprogressief is maar niet per se vroom – eerder een spiritueel dan een religieus rechts. Ook wij worstelen met de verleidingen en ziektes van het virtuele leven.

    De huidige trend in Zuid-Korea is dus meer dan een onaangename verrassing. Het is een waarschuwing voor datgene wat ook bij ons mogelijk is.