Tag: ebola

  • In de Democratische Republiek Congo stapelen de crises zich op 

    In de Democratische Republiek Congo stapelen de crises zich op 

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de Democratische Republiek Congo. Daar is opnieuw een ebola-epidemie vastgesteld. De omstandigheden maken het indammen van het virus dit keer bijzonder moeilijk: gewapende conflicten, wantrouwen in de overheid en teruglopende internationale hulp zetten het toch al broze gezondheidsstelsel verder onder druk.

    Wat is er aan de hand?

    Er is sprake van een nieuwe uitbraak van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo, met het epicentrum in de provincie Ituri. Het is de zeventiende keer dat het land te maken krijgt met het virus sinds ebola vijftig jaar geleden werd ontdekt, merkt Afrik.com op. De epidemie wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus. Er bestaat momenteel geen vaccin of specifieke behandeling tegen deze variant, die een sterftepercentage heeft van 50 procent. Symptomen zijn onder andere hoge koorts, intense vermoeidheid, spierpijn, braken en in sommige gevallen bloedingen. In ernstige gevallen kunnen organen worden aangetast.

    Het aantal vermoedelijke gevallen in de DRC nadert de duizend, terwijl Oeganda zeven gevallen meldt, aldus het Amerikaanse nieuwsplatform Mongabay. Deze snelle toename wijst erop dat het virus al langer in de regio circuleert dan eerder werd gedacht.

    ‘We breiden onze activiteiten met spoed uit, maar op dit moment blijft de epidemie een stap voor’

    ‘We breiden onze activiteiten met spoed uit, maar op dit moment blijft de epidemie een stap voor’, waarschuwde de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) Tedros Adhanom Ghebreyesus maandag, aldus Reuters. Het Afrikaanse Centrum voor ziektebestrijding en -preventie heeft tien Afrikaanse landen aangewezen die risico lopen: Angola, Burundi, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Republiek Congo, Ethiopië, Kenia, Rwanda, Zuid-Soedan, Tanzania en Zambia. 

    Wat maakt het zo lastig om het virus te bestrijden?

    Ebola verspreidt zich via lichaamsvloeistoffen zoals bloed, speeksel, zweet en sperma, zodat vooral zorgverleners en mantelzorgers kwetsbaar zijn. Volgens professor mondiale volksgezondheid Devi Sridhar van de Universiteit van Edinburgh is er echter geen gebrek aan kennis. ‘Het is eerder ook gelukt uitbraken onder controle te krijgen’, schrijft ze in The Guardian. De grootste uitdagingen zitten volgens haar in de uitvoering: er is een tekort aan personeel, laboratoriumcapaciteit en logistieke middelen.

    Juist die uitvoering is in de DRC bijzonder ingewikkeld. De uitbraak vindt plaats in een conflictgebied waar veel reisverkeer is en waar gezondheidsvoorzieningen door jaren van geweld zijn beschadigd of verwoest. ‘Zelfs onder ideale omstandigheden zijn maatregelen zoals contactonderzoek en isolatie moeilijk uit te voeren’, schrijft spoedeisendehulparts Craig Spencer in The New York Times. In 2014 liep hij zelf ebola op na het behandelen van patiënten in Guinee. ‘De omstandigheden in de DRC zijn allesbehalve ideaal.’

    Daarnaast staat de bestrijding van de uitbraak onder druk door een afname van internationale hulp. Na de grote ebola-uitbraak van 2014, waarbij circa elfduizend mensen stierven, werden systemen opgezet om nieuwe uitbraken sneller op te sporen en in te dammen. Maar een deel van die infrastructuur – zoals surveillancenetwerken en internationale samenwerkingsverbanden – is de afgelopen jaren afgebouwd, onder meer door het stopzetten van USAID. ‘Daardoor zijn we minder goed voorbereid dan enkele jaren geleden’, schrijft Spencer. Ook het budget van het noodhulpprogramma van de WHO is sinds 2024 met 37 procent gedaald.

    ‘We zijn minder goed voorbereid dan enkele jaren geleden’

    Maar ook de hulp die wél beschikbaar is, stuit op weerstand. Een groot deel van de lokale bevolking heeft weinig vertrouwen in de overheid of externe hulporganisaties, wat routinematige zorg zoals vaccinatiecampagnes bemoeilijkt, aldus CNN.

    Zondagavond liepen de spanningen hoog op toen een groep jonge mannen een ziekenhuis bestormde waar ebolapatiënten worden behandeld in de provincie Ituri. Er zouden meerdere schoten zijn gelost voordat het medisch personeel van het Mongbwalu General Hospital de patiënten kon evacueren, zo meldt Associated Press. De medisch directeur van het ziekenhuis zei dat de aanvallers eisten dat de lichamen van twee familieleden aan hen zouden worden overgedragen. Het was de derde aanval op een zorginstelling in een week tijd.

    Hoe groot is het gevaar?

    Volgens Professor Devi Sridhar in The Guardian is het onwaarschijnlijk dat de ebola-uitbraak een wereldwijde pandemie wordt, gezien de verspreidingswijze. Des te groter zijn de zorgen over de verwoestende gevolgen voor de DRC en buurlanden. Sridhar vreest een herhaling van de uitbraak in West-Afrika. ‘Er stierven honderden gezondheidswerkers doordat ze patiënten behandelden zonder over adequate persoonlijke beschermingsmiddelen te beschikken. Zorgverleners zijn onmisbaar en moeilijk te vervangen. Het effect was een toename van de moeder- en zuigelingensterfte door een gebrek aan opgeleid personeel, en een stijging van de kindersterfte doordat het standaardvaccinatieprogramma werd verstoord.’

    De regeringen van de DRC en Oeganda hebben de aandacht, medewerking en steun van de wereld nodig om deze uitbraak te stoppen, aldus Sridhar: ‘Als het huis van je buurman in brand staat, blijf je ook niet toekijken. Dan help je het vuur te blussen.’

  • WHO slaat alarm over de ebola-uitbraak: ‘meteen actie ondernemen’

    WHO slaat alarm over de ebola-uitbraak: ‘meteen actie ondernemen’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije: politie bestormt hoofdkwartier van oppositiepartij CHP

    » Recordaantal pelgrims bezoekt de hadj in Mekka, ondanks Iranoorlog

    ‘Momenteel ligt de epidemie nog op ons voor’

    ‘We breiden onze activiteiten met spoed uit, maar op dit moment ligt de epidemie nog op ons voor’, gaf Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie, begin deze week toe. Voordat hij dinsdag naar de Democratische Republiek Congo reisde, riep hij ‘buurlanden op om meteen actie te ondernemen’, meldt The Guardian.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tijdens een online bijeenkomst van de Afrikaanse Unie over de uitbraak maakte hij ook bekend dat er tot nu toe naar verluidt 220 mensen zijn gestorven door de huidige ebola-uitbraak en dat hij dinsdag naar de Democratische Republiek Congo zou reizen met Chikwe Ihekweazu, uitvoerend directeur van het WHO-programma voor gezondheidsnoodsituaties.

    Pogingen om het virus in te dammen worden belemmerd door de aanvallen van dit weekend op zorginstellingen in de Congolese provincies Ituri en Noord-Kivu en het gebrek aan een goedgekeurd vaccin, aldus Ghebreyesus, geciteerd door de Britse krant.

  • Nieuwe ebola-uitbraak geconstateerd in de DR Congo

    Nieuwe ebola-uitbraak geconstateerd in de DR Congo

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse autoriteiten gaan onderzoek doen naar de dood van Jamal Khashoggi

    » Libanon en Israël verlengen hun wapenstilstand met vijfenveertig dagen

    De WHO spreekt van een noodsituatie, niet van een pandemie

    De gezondheidsautoriteiten hebben vrijdag een waarschuwing afgegeven voor een nieuwe uitbraak van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo (DRC), meldt Al Jazeera. Het Africa Centers for Disease Control and Prevention (Africa CDC), de belangrijkste instantie voor volksgezondheid op het continent, meldde 246 vermoedelijke gevallen van ebola en 65 sterfgevallen in de provincie Ituri, in het noordoosten van het land, en waarschuwde voor een hoog risico op verdere verspreiding.

    Later die dag bevestigde buurland Oeganda de aanwezigheid van de ziekte op zijn grondgebied en meldde dat een Congolese staatsburger die vanuit de DRC was gereisd, in Kampala was overleden. Deze nieuwe uitbraak komt ongeveer vijf maanden na de laatste ebola-uitbraak in de DRC, waarbij drieënveertig mensen om het leven kwamen, aldus de zender.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De WHO heeft zondag het op een na hoogste internationale alarmniveau afgekondigd naar aanleiding van de uitbraak in de DRC, nadat het eerste geval was bevestigd in Goma, een belangrijke stad in het oosten die wordt gecontroleerd door de anti-regeringsgroep M23. Volgens de laatste cijfers van Africa CDC van zaterdag zijn er achtentachtig sterfgevallen geregistreerd die waarschijnlijk aan het virus zijn toe te schrijven, op een totaal van 336 verdachte gevallen. Ook werd het overlijden van een negenenvijftigjarige Congolese man in buurland Oeganda gemeld.

    De aanhoudende uitbraak, die vrijdag door Congolese en internationale gezondheidsautoriteiten werd uitgeroepen, ‘vormt een noodsituatie voor de volksgezondheid van internationaal belang (PHEIC), maar voldoet niet aan de criteria voor een pandemie’, verduidelijkte WHO-directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus op X.

  • De strijd tegen de pandemieën van de toekomst begint in dit Oegandese bos

    De strijd tegen de pandemieën van de toekomst begint in dit Oegandese bos

    Bwindi National Park is een van de epicentra van het onderzoek naar zoönosen. Door de groeiende bevolking in de regio en het opkomende toerisme komt contact met wilde dieren er steeds vaker voor. ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak is onvermijdelijk.’

    Met medewerking van de Oegandese journalist Dicta Asiimwe

    Het gebeurde in Kenia in de jaren tachtig. De Franse ingenieur Charles Monet werkte in een van de westelijke suikerfabrieken van het land. Monet – de naam is een pseudoniem dat hem later werd gegeven door de schrijver Richard Preston – trok als natuurliefhebber in zijn vrije tijd graag naar afgelegen natuurgebieden in de omgeving. Bij een van zijn bezoekjes aan Mount Elgon, de grootste en oudste uitgedoofde vulkaan van Oost-Afrika, ging hij met zijn metgezel de grot van Kitum binnen, een ruimte die rijk is aan minerale zouten en waar vroeger olifanten en buffels rondzwierven. Wat Charles Monet niet wist, was dat in die grot, die nu voor het publiek gesloten is, ook een kolonie fruitvleermuizen leefde. 

    Tijdens de tocht haalde hij zijn been open aan een steen waarop resten zaten van de uitwerpselen van vleermuizen. Zo liep hij het marburgvirus op, een lid van de familie van de filovirussen, zoals ebola. Hij overleed een paar dagen later in een ziekenhuis in Nairobi. Zijn vrouw en het medisch personeel dat hem behandelde, werden besmet en stierven eveneens; de Franse ingenieur ging de geschiedenis in als patiënt nul van het marburgvirus. Wereldwijd begonnen wetenschappers te waarschuwen voor de risico’s van zoönosen: ziekten die kunnen worden overgedragen tussen dieren en mensen. Ze waarschuwden dat de mensheid steeds vaker aan deze ziekten zou worden blootgesteld vanwege het toenemende contact tussen mensen en wilde dieren, als gevolg van globalisering, bevolkingsgroei en economische ontwikkeling. 

    Vier decennia later en honderden kilometers verwijderd van de grot van Kitum, stelt Benard Ssebide, veterinair hoofd van de ngo Gorilla Doctors, de uitrusting samen die hij nodig heeft voor een noodgeval in het Bwindi Impenetrable Forest National Park van Oeganda. Enkele uren eerder hadden parkwachters hem laten weten dat een vijf jaar oude gorilla met zijn arm verstrikt zat in een strik die door stropers was uitgezet. Ssebide en zijn team verlaten het kamp rond vijf uur ’s morgens; zij zullen van de gelegenheid gebruik maken om meer te doen dan alleen het dier verzorgen. 

    Een tikkende tijdbom

    Met steun van de Amerikaanse National Institutes of Health lanceerde de Universiteit van Californië-Davis eerder dit jaar CREID, een wereldwijd netwerk van onderzoekscentra dat monsters verzamelt van in het wild levende dieren en mensen. De monsters worden geanalyseerd op pathogenen – virussen, bacteriën, schimmels en dergelijke, die van in het wild levende dieren op mensen kunnen overspringen – met als doel de verbetering van de preventie en de aanpak van pandemieën. 

    Bwindi National Park, dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat, is een van de zestien locaties in Afrika die voor dit netwerk werden geselecteerd. Het is een uitgestrekt en ongerept woud waar toeristen uit de hele wereld naartoe komen om gorilla’s te zien. Door economische ontwikkeling groeide de bevolking rond het park aanzienlijk. 

    Naast het behandelen van de gewonde arm van de kleine gorilla, maken Ssebide en zijn team van de interventie gebruik om neus-, bloed- en speekselmonsters van het dier te nemen en diens gezondheidstoestand te analyseren. Monsters van primaten die in Bwindi leven (apen, bavianen en gorilla’s), maar ook van muggen en vleermuizen, worden geanalyseerd in een laboratorium van het EpiCentre for Emerging Infectious Disease Intelligence (EEIDI), in samenwerking met het veldteam van Gorilla Doctors. Het programma is gericht op enkele specifieke virussen die op de soorten actief zijn. In het geval van primaten gaat de aandacht vooral uit naar filovirussen zoals ebola en marburg. Bij muggen ligt de nadruk op de aanwezigheid van arbovirussen die verantwoordelijk zijn voor ziekten als dengue, gele koorts, chikungunya en zika; bij vleermuizen ligt de nadruk op de beroemde coronavirussen die covid-19 en het MERS-CoV (Middle East respiratory syndrome) veroorzaken.

    ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel’

    Christine Johnson, hoofdonderzoeker van het EEIDI-project en coördinator van CREID, onderstreept dat Bwindi en het Virus Research Laboratory in Oeganda de eerste verdedigingslijn vormen tegen de uitbraak van een nieuwe pandemie. 

    ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak [van een zoönose] is onvermijdelijk. Het doel van ons werk is zoveel mogelijk te leren over de ziekteverwekkers die we bij dieren aantreffen, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn om verspreiding ervan op tijd te stoppen,’ zegt Johnson tijdens een videogesprek vanuit de Verenigde Staten.

    Het labonderzoek kan bijdragen aan toekomstige vaccins, nieuwe diagnostische tests en vooral kennis die inzicht verschaft in hoe een nieuw virus zich verspreidt en evolueert, voegt zij eraan toe. Als die route bekend is, kan de overdracht beter worden gestopt. 

    Het project in het Bwindi-woud is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat, maar wel van cruciaal belang. Het fungeert als model om datgene te leren en te herhalen wat in andere contexten is ontdekt. 

    ‘Idealiter zouden wij dit soort monitoring natuurlijk doen in alle risicogebieden waar mensen en wilde dieren samenleven, maar de middelen zijn beperkt. Daarom is Bwindi de basis voor de ontwikkeling van mogelijke besmettingsmodellen,’ aldus Johnson. 

    Ze benadrukt dat er behoefte is aan wereldwijd gecoördineerde samenwerking en financiering voor dit soort onderzoek: ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel.’

    Onderbelicht probleem

    Haven Nahabwe is functionaris Volksgezondheid van het Bwindi Community Hospital, en tevens verantwoordelijk voor de uitvoering van de EEIDI-studie bij mensen. Hij legt uit dat er in dit gebied een ernstig probleem is met het diagnosticeren van ziekten, omdat er te weinig tests zijn. 

    ‘Als mensen koorts hebben, krijgen ze automatisch paracetamol of een behandeling tegen malaria voorgeschreven. Er wordt nooit gekeken naar een mogelijke virale of bacteriële infectie. Met ons programma proberen we te begrijpen wat de oorzaak van de koorts kan zijn.’

    Bwindi National Park ligt in een dichtbevolkte regio van Oeganda, waarin meer dan een miljoen mensen zijn geconcentreerd op slechts 4000 vierkante kilometer. Het grenst aan de Democratische Republiek Congo en Rwanda, en ligt op enkele uren rijden van steden als Goma en Kigali, die beide meer dan een miljoen inwoners tellen. Het constante verkeer van personen en goederen tussen de drie landen speelt zich voor een groot deel af buiten de controle van de gezondheidsautoriteiten. 

    Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is

    Het Bwindi Community Hospital, dat gerund wordt door een christelijke Amerikaanse ngo, moet een bevolking van ongeveer 350.000 bedienen. Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is, aldus Nahabwe.

    ‘Als ze ziek zijn, gaan ze meestal naar traditionele genezers. Als dat niet helpt, kiezen ze voor zelfmedicatie via de apotheker. Alleen als ze echt ziek zijn, komen ze naar het ziekenhuis, als ze het al kunnen betalen. Dat zorgt ervoor dat diegenen die naar onze praktijk komen een zeer slechte gezondheid hebben. Van de mensen die wij zien, heeft slechts 30 procent een ziektekostenverzekering.’ 

    Catherine Tumushabe heeft drie kinderen en was zwanger van haar vierde toen we haar ontmoetten. Ziektekostenverzekering voor haar familie betekent dat ze 25.000 Oegandese shilling per trimester (ongeveer 6 euro) moet betalen, maar dat heeft ze niet altijd. 

    ‘Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19’

    ‘Ik heb dit trimester kunnen betalen, maar ik was te laat, dus ik weet niet of ik naar het ziekenhuis kan om te bevallen. Ik weet niet of mijn aanvraag zal worden goedgekeurd,’ zegt ze. 

    Als haar situatie niet op tijd wordt geregeld, moet zij ongeveer 50.000 shilling (12 euro) betalen per ziekenhuisdag, wat betekent dat de familie een deel van de bezittingen moet verkopen om de rekening te betalen. De meeste mensen in deze regio hebben die mogelijkheid niet eens.

    Alufunsi Bifumbo woont in Kanungu en stamt af van een geslacht van traditionele genezers dat meer dan drie generaties teruggaat. Hij leerde van zijn voorouders hoe hij ziektes kan behandelen met kruiden die in het Bwindi National Park te vinden zijn. Het Frans dat hij spreekt, getuigt van zijn Congolese afkomst én van de poreusheid van de grenzen. 

    ‘Ik behandel mensen aan beide kanten van de grens. Als ik mijn familie in Congo bezoek, neem ik geneeskrachtige kruiden van hier mee. Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19; ik heb het zelf een paar maanden geleden opgelopen en ben genezen door te stomen met verschillende kruiden,’ zegt hij. 

    De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting toeneemt

    Om dat te demonstreren, roept hij zijn kleinzoon en vraagt hem drie verschillende planten uit de tuin te halen. Hij plukt de bladeren van de takken en plet ze in een vijzel. Dan dompelt hij ze onder in heet water om de stoom te produceren die, zegt hij, in staat is om corona te genezen.

    Traditionele genezers zijn zeer gerespecteerde figuren binnen de gemeenschappen, omdat zij over eeuwenoude kennis beschikken, maar zij kunnen ook katalysatoren zijn bij een epidemie. Bifumbo houdt zich echter aan het protocol dat door de autoriteiten is opgelegd voor het geval zich ebola voordoet: patiënten onmiddellijk verwijzen naar het Bwindi Community Hospital. Wel houdt hij een pleidooi voor zijn bekwaamheid om andere zoönosen te behandelen, zoals infecties van de luchtwegen of koortsen die niet gepaard gaan met bloedingen. 

    Voor de mensen die rond het park wonen en voortdurend aan besmettingen worden blootgesteld, zijn er weinig alternatieven naast het Bwindi Community Hospital. Het dichtstbijzijnde openbare gezondheidscentrum is Kayonza, op vijf uur lopen. Vanwege zijn reikwijdte moet het ziekenhuis in staat zijn patiënten op te nemen en een breed scala aan behandelingen aan te bieden. Maar er is gebrek aan middelen en personeel. Patiënten krijgen vaak paracetamol voorgeschreven of een doorverwijzing naar een privéziekenhuis, wat velen zich niet kunnen veroorloven. De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting en verdere uitbraken toeneemt.

    Onderzoek om te kunnen handelen

    John Kayiwa is het hoofd van EEIDI bij het UVRI, het Oegandese instituut voor onderzoek naar virussen. Hij coördineert de analyse van monsters die door het team van Gorilla Doctors worden verzameld en binnengebracht, om ziekteverwekkers in een vroeg stadium te kunnen identificeren. Daarna worden ze naar de Universiteit van Californië gestuurd, waar ze worden gesequencet om er een genetische kaart van te maken, zodat de ziekteverwekkers kunnen worden geïdentificeerd en gecatalogiseerd. 

    ‘Wanneer iemand met koorts negatief test op malaria kan het wel een maand duren voordat we hier in het lab het resultaat hebben. Daarom sterven patiënten soms zonder te weten wat ze hadden. Wanneer iemand positief test voor een besmettelijke zoönose, is het wel zo dat diens contacten prioriteit worden en we de resultaten al tussen de 24 en 48 uur later kunnen hebben, waarna we maatregelen kunnen treffen.’

    In 2009 zetten de VS onder Obama het PREDICT-project op, de voorloper van het CREID-netwerk. Het moest enige autonomie en capaciteitsopbouw bieden aan landen die het meest zijn blootgesteld aan uitbraken van zoönosen, waaronder Oeganda. Zo ontstonden de eerste pogingen om pandemische surveillance- en preventiesystemen op te zetten en te coördineren. Op basis van de verzamelde gegevens stelden stichtingen zoals The Global Virome Project rapporten op, waarin wordt geschat dat 75 procent van de toenemende infectieziekten bij mensen afkomstig is van dieren; en dat van de naar schatting 1,6 miljoen virussen die nog ontdekt zullen worden, er 700.000 zijn die mensen direct kunnen treffen. Er is nog een lange weg te gaan, aldus Kayiwa. 

    ‘Zoönosen, uitzonderingen als covid-19 daargelaten, hebben de neiging zich langzaam te verspreiden, maar dat mag natuurlijk geen rechtvaardiging zijn voor de lange aanlooptijden waarmee wij werken. Investeren in lokale testcapaciteiten moet het doel zijn.’

    Stijgende temperaturen kunnen het ontstaan van toekomstige pandemieën in de hand werken

    Nahabwe, het hoofd Volksgezondheid in Bwindi, voegt daaraan toe dat het verhogen van de investeringen in Afrikaanse gezondheidsstelsels een eerste stap is om blootstelling aan toekomstige uitbraken te kunnen verminderen. ‘Als we echt een nieuwe pandemie willen voorkomen, moet dit voor de internationale gemeenschap de hoogste prioriteit hebben.’ 

    Tel bij dit alles de klimaatcrisis op: uit verschillende onderzoeken, waaronder een studie die afgelopen april in het tijdschrift Nature verscheen, blijkt dat stijgende temperaturen het ontstaan van nieuwe ziekten en toekomstige pandemieën in de hand kunnen werken. Voorlopige studies tonen aan hoe de temperatuurstijging leidt tot een verandering van de habitat van bepaalde dieren, die gaan samenleven met andere soorten en met de mens. Daardoor wordt het onvermijdelijk dat zij naast nieuwe leefgebieden ook ziekten met elkaar zullen delen.

    Gedurende ons verblijf in Bwindi kregen we een glimp te zien van de veranderingen die in de nabije toekomst worden verwacht. Tijdens een van haar regelmatige uitstapjes om monsters te verzamelen, vond de Amerikaanse onderzoeker Jelica J. Joyner van het Gorilla Doctors-team een exemplaar van de Aedes aegypti, een type mug dat virussen overbrengt zoals knokkelkoorts, gele koorts, chikungunya en zika. De vondst was niet ongewoon, afgezien van het feit dat de mug zich amper een meter boven de grond bevond, terwijl dit insect zich gewoonlijk op een hoogte van 3 of 4 meter beweegt. Een subtiele verandering, maar een die voor Joyner wijst op de wetenschappelijke consensus dat klimaatverandering van invloed is op de habitat en zodoende op het risico van overdracht van virale ziekten.  

    Overdracht door toerisme

    Het Bwindi Impenetrable Forest National Park is een van de meest bezochte parken van Oeganda. Het genereert meer dan 60 procent van de inkomsten die het land uit ecotoerisme haalt, en volgens prognoses zal dat alleen maar stijgen. Bezoekers van over de hele wereld trekken naar dit kleine park van 330 vierkante kilometer om de laatste berggorilla’s van de planeet te zien. Hoewel het aantal berggorilla’s is gestegen tot iets meer dan duizend, waarvan meer dan de helft in Oeganda leeft, blijft het een bedreigde diersoort. De inspanningen om de soort in stand te houden en zijn omstandigheden te verbeteren zijn dan ook groot. 

    De mens deelt 98,25 procent van zijn DNA met deze primaten; de coronacrisis betekende een keerpunt in de relatie tussen de twee soorten, althans in Bwindi. Gezien de kwetsbaarheid van de gorilla’s voor corona, werden de veiligheidsprotocollen voor een bezoek aan de dieren verscherpt om mogelijke besmetting tot een minimum te beperken. Temperatuurcontroles, desinfectiemaatregelen en het gebruik van mondkapjes werden verplicht gesteld. 

    ‘Het nauwere contact tussen dieren en mensen in Bwindi is een gevolg van toerisme. Ziekten kunnen zich gemakkelijk verspreiden,’ zegt de Oegandese arts Gladys Kalema-Zikusoka, vicevoorzitter van de Afrikaanse Vereniging voor Primaten en oprichter van de plaatselijke ngo Conservation through Public Health [Natuurbehoud door Volksgezondheid].

    ‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kreeg’

    Toerisme, erkent Kalema-Zikusoka, is een complexe factor bij de preventie van pandemieën. Het is een risicofactor voor de wereldgezondheid omdat het voor nieuwe uitbraken van zoönosen kan zorgen, maar tegelijkertijd genereert het ook onmisbare inkomsten voor de instandhouding en bescherming van ecosystemen.

    Deze Oegandese arts is toonaangevend in de wereld van de natuurbescherming en kreeg voor haar werk in het nationale park diverse onderscheidingen, waaronder de Edinburgh Medal of Merit. Zij is ook bekend als pleitbezorger voor meer Afrikaanse stemmen in het mondiale debat over natuurbehoud. Na enkele jaren als dierenarts voor het Oeganda Wildlife Agency te hebben gewerkt, besloot zij in 2003 haar eigen organisatie op te richten om gorilla’s te beschermen vanuit wat toen een uniek perspectief was: het welzijn van lokale gemeenschappen. 

    ‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s [die zich verspreidde via de mens] toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kregen. We besloten dat we moesten pleiten voor een verbetering van hun welzijn. Niemand zag dit als een maatregel om het milieu te beschermen, behalve de mensen van Bwindi zelf.’

    In Bwindi werden stropers omgeschoold tot gorillaspotters

    Om het ecosysteem te beschermen, is het van essentieel belang dat de gemeenschap bij het proces wordt betrokken, benadrukt Kalema-Zikusoka. Dat in Bwindi werkgelegenheid werd gecreëerd in de toeristische sector en stropers werden omgeschoold tot gorillaspotters, heeft de bevolking gestimuleerd om het park met andere ogen te gaan bekijken. Het is van essentieel belang, zegt ze, om meer steun te geven aan de plaatselijke gezondheidscentra, die de eerste lijn tegen besmetting vormen. Het zijn Afrikaanse stemmen zoals de hare die theorieën over natuurbehoud hebben voorzien van een meer lokaal en een menselijker standpunt; plaatselijke gemeenschappen worden nu gezien al onmisbare actoren. 

    ‘Geloven in een wereld waarin geen conflict bestaat tussen mensen en wilde dieren vanwege een vermeende fysieke scheiding, is totaal onrealistisch. Coëxistentie moet mogelijk worden gemaakt, en dat kan door gemeenschappen te voorzien van sociale, economische en gezondheidsinstrumenten waarmee ze een waardig leven kunnen leiden. Als ze zich op eigen kracht kunnen redden, hebben ze het niet nodig om hun toevlucht te nemen tot stroperij of andere activiteiten die het ecosysteem kunnen schaden.’

    Dr. Kalema-Zikusoka lanceerde uiteenlopende initiatieven om het welzijn van de bevolking te verbeteren: van het opzetten van pluimveehandel en het bevorderen van vaccinatie voor werknemers in de toeristische sector, tot het voorstel dat gemeenschappen het vlees dat zij eten, moeten kunnen testen om te voorkomen dat zij zoönosen oplopen. 

    Tweesnijdend zwaard

    Toen Bwindi in de jaren negentig tot nationaal park werd uitgeroepen, ontstond een economisch centrum dat is blijven groeien. Door de constante bevolkingsgroei veranderden dorpen op korte tijd in steden; in februari 2021 gebeurde dat met Buhoma, bij de ingang van Bwindi. 

    Toen het gebied tot park werd verklaard, verkocht Gordon Kwikiriza houten beeldjes aan westerse toeristen die de mysterieuze gorilla’s kwamen bekijken. Vervolgens opende hij een winkel en ging hij in een hotel werken, totdat hij de hand wist te leggen op een van de iconische safarivoertuigen. Dat stelde hem in staat de maatschappelijke ladder verder te beklimmen. Kwikiriza maakt nu deel uit van de rijkere klasse in de regio. Het laatste project waarmee hij zijn brood hoopt te verdienen, is een nieuw, gezinsvriendelijk hotel bij de entree van het park. 

    ‘Buhoma zit midden in een toeristische hausse en die groei zal niet stoppen,’ zegt hij, staand op het terrein waar hij drie bungalows wil bouwen, op minder dan tweehonderd meter van de ingang van het Bwindi Impenetrable Forest. 

    Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan

    Bwindi heeft een eigenaardigheid ten opzichte van andere parken: gezien de hoge bevolkingsdichtheid in het gebied – met een jaarlijkse groei van drie procent, een van de hoogste op het continent – heeft het geen zogenaamde bufferzones, die bedoeld zijn om de leefgebieden van mens en dier af te bakenen om conflicten te vermijden of te verminderen. Het enige wat in plaats daarvan is voorgesteld, is om enkele gebieden te reserveren voor theeplantages: dat gewas is niet aantrekkelijk voor de wilde dieren van Bwindi omdat het geen voedselbron is. Vooralsnog verhindert dat de dieren niet om het park te verlaten en het groeiende aantal boerderijen en landbouwvelden te bereiken. 

    Ibrahim Byarugaba is zevenenvijftig jaar oud en woont in Kwenda, net buiten het park. Eind jaren negentig werd hij aangevallen door een gorilla terwijl hij zijn land tussen de Democratische Republiek Congo en Oeganda bewerkte. Zijn geval is niet uniek: in die tijd vonden er veel aanvallen plaats. Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan. Maar de ontmoetingen met dieren in het veld vinden nog steeds plaats.

    ‘We komen nog steeds olifanten, bavianen, apen en gorilla’s tegen. Ze eten alles op en vaak vernielen ze de boel compleet. Ze laten ons achter zonder eten voor onze kinderen, zodat we het schoolgeld kunnen betalen.’ 

    Wanneer een kind naar school gaat, wordt het risico van contact met dieren op het veld kleiner

    De boer bekritiseert het feit dat het Oegandese Wildlife Agency geen compensatie biedt voor dergelijke vernielingen en dat er voor de gemeenschap zware straffen staan op het verzamelen van brandhout, vruchten of andere hulpbronnen uit het bos: de jacht op een dier kan leiden tot elf jaar gevangenisstraf. 

    Zolang mensen en wilde dieren nog samenleven, is het voor het EEIDI-team vrijwel onmogelijk een nieuwe uitbraak van zoönose te voorkomen. Daarom vertrouwen zowel Johnson als dierenarts Ssebide op onderwijs als middel voor verandering. 

    ‘Mensen weten dat vleermuizen gastheer zijn van een hele rits aan ziekten. De eerste bijdragen uit de gemeenschappen voor een veilige oplossing waren voorstellen die neigden naar uitroeiing. We moesten didactisch materiaal maken op basis van de bijzonderheden van elke plek om uit te leggen dat dit geen optie was, aangezien [vleermuizen] essentieel zijn voor de instandhouding van het ecosysteem,’ zegt Johnson.

    Ssebide benadrukt dat preventie altijd bij voorlichting begint, al is het maar vanwege het simpele gegeven dat wanneer een kind naar school gaat, het risico van contact met dieren op het veld kleiner wordt.  

    ‘In plaats van de gewassen te bewaken, zit hij of zij dan te leren in een klaslokaal. Bij leden van de gemeenschap die naar school gaan, is de kans ook kleiner dat zij veel kinderen krijgen, wat de bevolkingsdruk zal doen afnemen. Met een betere opleiding kom je in aanmerking voor beter werk en zal je dus minder brandhout hoeven te sprokkelen in het bos of hoeven te stropen; er is dan meer geld voor andere brandstoffen of om voedsel te kopen. Voorlichting is immers het beste middel om eventuele toekomstige uitbraken te bestrijden.’

    Lees ook:

  • Oeganda bevestigt nieuwe ebola-uitbraak. Ten minste één dode

    Oeganda bevestigt nieuwe ebola-uitbraak. Ten minste één dode

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Dollar op hoogste punt ten opzichte van euro in bijna 20 jaar

    » Zelensky eist bij VN een ‘passende straf’ tegen Rusland

    Ook buurland Congo-Kinshasa kampt met ebola-uitbraak

    De Oegandese regering heeft op 20 september verklaard dat er sprake is van een ebola-uitbraak in het district Mubende, in het centrum van het land. Er is één bevestigd dodelijk slachtoffer – een vierentwintigjarige man – en er zijn ten minste acht besmettingen gerapporteerd, bericht The East African. De laatste ebola-uitbraak in het land was in 2019, met vijf sterfgevallen.

    De Democratische Republiek Congo, die in het westen grenst aan Oeganda, heeft momenteel ook te kampen een uitbraak van het ebolavirus, dat een dodelijke hemorragische koorts veroorzaakt.

    Lees ook:

  • Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.

    Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hun beste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.

    Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.

    Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.

    De pandemie vertraagt ​​gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.

    Eerder publiceerde South China Morning Post een artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP

    Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen

    Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.

    Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.

    Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.

    Grimmig globaal beeld

    Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.

    ‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.

    In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.

    Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra. 

    Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.

    De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren

    Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.

    ‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.

    ‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’

    Behoefte aan openbaar beleid

    Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’

    Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.

    ‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’

    Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.

    Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.

    In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.

    Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’

    Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’

    ‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.

    Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

    Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.

    ‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.

    Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.

    Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.

    Lees ook:

    ‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’

    De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.

    Vanzelfsprekend

    Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.

    In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.

    ‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’

    Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.

    ‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.

    Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie ​​aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’

    Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.

    ‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’

  • Het grootste virus in Congo is onwetendheid

    Het grootste virus in Congo is onwetendheid

    Artsen in Congo voeren een gevaarlijke strijd tegen ebola. Terwijl het virus steeds beter te beteugelen is, ondervinden ze weerstand van de lokale bevolking. En die deinst nergens voor terug.

    Keuze uit het archief

    Er is sprake van een nieuwe uitbraak van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo. WHO-directeur Ghebreyesus maakte begin deze week melding van 220 doden, en dat aantal zal voorlopig blijven oplopen.
    Het is tragisch dat de epidemie zo veel doden maakt, temeer omdat de medische teams worden tegengewerkt door de lokale bevolking. Dit zeven jaar oude artikel uit Der Spiegel laat zien dat artsen in Congo te kampen hebben met een virus dat nog gevaarlijker is dan ebola: oorlog, complottheorieën en wantrouwen in de overheid.

    Op de laatste maandagochtend van februari, drie dagen voordat de strijd tegen ebola in oostelijk Congo in een regelrechte oorlog uitmondde, kijkt dr. Jean-Christophe Shako onder de verzengende zon in Katwa uit over de rokende puinhopen van de kliniek van Artsen zonder Grenzen, gelegen tussen eucalyptus­bomen en maïsvelden. Shako, hoofd ebolabestrijding in de stad Butembo, is de wanhoop nabij. Op zijn gezicht is een mengeling van angst en vermoeidheid te lezen. ‘De mensen hier willen gewoon niet onder ogen zien dat deze ziekte bestaat,’ zegt hij zacht, met gefronste wenkbrauwen. ‘Ze denken dat we hen met het vaccin doden, dat deze medische posten moordcentra zijn. Dat de overheid hun stam, de Nande, wil uitroeien.’ In de nacht is een groep van zo’n dertig man uit het regenwoud gestormd die de AzG-kliniek met pijlen en bogen en machetes heeft aangevallen. De patiënten werden weggevoerd. De aanvallers lieten pamfletten achter met daarop de waarschuwing: ‘We hebben nog meer verrassingen in petto.’

    Het behandelcentrum beslaat ongeveer één voetbalveld. Shako laat zijn blik over het verwoeste terrein gaan: zwartgeblakerde houten karkassen, vernielde generatoren, een uitgebrand autowrak. Drie dagen later ontvangt hij een whatsapp waarin staat dat hij als volgende aan de beurt is. Shako is een van de meest gerespecteerde epidemiologen van de Democratische Republiek Congo. Sinds augustus 2018 is hij door het ministerie van Gezondheid belast met de ebolabestrijding in de noordoostelijke provincie Noord-Kivu, het huidige epicentrum van de uitbraak. Onder zijn leiding proberen medewerkers van het ministerie van Gezondheid, de Wereldgezondheids­organisatie (WGO) en Artsen zonder Grenzen de een-na-grootste ebola-uitbraak in de geschiedenis te bedwingen. Alleen in de periode tussen 2013 en 2016 telde West-Afrika meer ebolagevallen. Tot dusver hebben 980 mensen het virus opgelopen, van wie er 610 zijn gestorven. Voor niets. Want met moderne medicijnen is de ziekte prima te bestrijden.

    In 2015, tegen het einde van de epidemie in West-Afrika, werd een nieuw vaccin geïntroduceerd, met goede resultaten. In het oosten van Congo wordt het effectief gebleken vaccin nu voor het eerst grootschalig ingezet. Tot nu toe zijn 87.390 mensen gevaccineerd. Door middel van ringvaccinatie zou de epidemie in een mum van tijd te beteugelen zijn, ware het niet dat de ebolateams op bijkomende problemen stuiten: de oorlog en onwetendheid.

    Ebola-artsen en -verplegers dragen altijd beschermende kleding en handschoenen. Het virus is hoogst besmettelijk. Het wordt overgedragen via lichaamsvloeistoffen van een geïnfecteerde persoon. Zodra de eerste ziekteverschijnselen zich aandienen, kan het virus overspringen; meer dan de helft van de ebolapatiënten sterft een pijnlijke dood. Epidemieën, zoals ook hier weer blijkt, zijn geen natuurrampen. Ze zijn het resultaat van menselijk falen. En er zijn maar weinig plekken op de wereld waar zo overduidelijk wordt gefaald als in oostelijk Congo. De Grote Afrikaanse Oorlog, die in 1998 begon en zo’n drie miljoen slachtoffers maakte, is hier feitelijk nooit opgehouden. Al decennialang woedt hier een slepend conflict tussen de regering en verschillende rebellengroepen. Het is voor het eerst dat ebola in een conflictgebied als dit is uitgebroken, wat de bestrijding bemoeilijkt. Meer dan honderd milities die de lokale bevolking terroriseren, zich schuldig maken aan verkrachtingen en elkaar in de heuvels van Noord-Kivu naar het leven staan om goud, coltan, geld en macht, staan de uitroeiing van de ziekte in de weg. 

    Vanaf een houten vlonder die naar benzine ruikt, kijkt Shako naar de restanten van de opslagplaats van het vaccin die gisteravond volledig is verwoest. Zijn grootste vijand is niet langer het virus, zegt hij, maar ‘onwetendheid. De denkwereld hier wordt gegijzeld door zwarte magie, complottheorieën en politieke leiders die het virus voor hun eigen karretje spannen.’ De groep toeschouwers die de ravage vanachter de hekken om het terrein met voldoening bekijkt, wordt steeds groter. Shako moet terug naar het hoofdkwartier in Butembo om een ontmoeting met een aantal Mai-Mai-militieleiders voor te bereiden. ‘Ik moet mijn mensen beschermen,’ zegt hij. AzG-medewerkers in hun beschermende pakken en rubberlaarzen beginnen met de ontsmetting van de nog overeind staande gebouwen. De woede onder de omstanders neemt toe.

    ‘Ga maar weg!’ schreeuwt een vrouw, haar gezicht vertrokken van boosheid.

    ‘Ebola bestaat niet!’ roept een ander.

    Gratia Kalungero, een keurig geklede jongeman in een strak shirt en een strakke blauwe broek, staat midden in de menigte. Kalungero, afgestudeerd psycholoog en risicovoorlichter van de WGO, is een van de mensen die Shako moet beschermen. Hij arriveert als eerste in de dorpen, vóór de ambulances die de dode lichamen komen ophalen, vóór de ontsmettings- en vaccinatieteams verschijnen, om de dorpelingen gunstig te stemmen. Om hun uit te leggen dat deze mensen in hun beschermende pakken het niet op hen hebben gemunt, dat ze hen juist komen redden. Het halve dorp lijkt zich bij de verwoeste kliniek te hebben verzameld; hij staat in een kring van vijftig mensen, misschien zelfs meer. ‘Jullie moeten de klinieken niet aanvallen,’ zegt Kalungero. ‘Dan zal het virus zich sneller verspreiden.’

      ©ReliefWeb, OCHA
    ©ReliefWeb, OCHA

    ‘Ga weg met je virus!’ schreeuwt een vrouw. ‘Je moet de zieken niet in huis houden,’ gaat Kalungero onverstoord verder. ‘Zo loop je zelf de ziekte op.’ Achter hem ligt de verlaten isoleerafdeling, waarvan de vloer is bezaaid met gebroken glas. Beschermende pakken hangen eenzaam aan kledinghaken. ‘Ze zijn ervan overtuigd dat dit een verzinsel is van de regering, om ze de mond te snoeren,’ vertelt Kalungero later. In december mochten inwoners van Beni en Butembo vanwege de ebola-uitbraak tijdens de presidentsverkiezingen niet stemmen.

    Hierdoor escaleerde de situatie aanzienlijk. Complottheorieën staken de kop op. Volgens een schatting van het ministerie van Gezondheid gelooft zo’n dertig procent van de bevolking niet dat ebola bestaat. Sommigen geloven wel dat het bestaat, maar denken dat het wordt verspreid door de medische teams, om er zelf rijker van te worden. Anderen denken dat het een zwendelpraktijk is om aan organen te komen.

    Kalungero sloft naar zijn auto. Hij is net als Shako afgemat; hij heeft maandenlang gewerkt en zijn eigen leven op het spel gezet. ‘De weerstand tegen onze teams groeit,’ zegt hij mismoedig. ‘Lyi mufano,’ wordt hem nageroepen. ‘Dit is een waarschuwing.’De volgende ochtend, even na tienen, vertrekt Shako naar een bijeenkomst van alle betrokken ngo’s. Het hoofd­onderwerp van de vergadering is niet zozeer de drie nieuwe ebolagevallen van de dag ervoor of de agressieve ontvangst van twaalf vaccinatieteams, of het feit dat maar een klein aantal teams de klinieken kon verlaten, waarvan vier onder militaire escorte. Nee, de absolute topprioriteit in Shako’s ogen is dat het virus onder geen beding de overhand mag krijgen. ‘Als er geen risico bestaat dat je in mootjes wordt gehakt, stap dan uit je auto en doe je werk.

    Agenten staan op wacht bij een ziekenhuis in Butembo, Congo, ‘Men denkt dat deze medische posten moordcentra zijn. © Al-Hadji Kudra Maliro / AP
    Agenten staan op wacht bij een ziekenhuis in Butembo, Congo, ‘Men denkt dat deze medische posten moordcentra zijn. © Al-Hadji Kudra Maliro / AP

    Vaccineer mensen. Probeer ze op alle mogelijke manieren te overtuigen. Praat met de dorpelingen. Praat met de priesters. Praat met iedereen.’

    Het is een vicieuze cirkel. Hoe groter de weerstand, hoe meer teams voor hun veiligheid moeten vrezen. Maar hoe meer de operatie onder militair toezicht plaatsvindt, des te groter de angst en het verzet waar ze op stuiten. Shako is geen fan van de escortes. Maar hij wil ook de dood van zijn medewerkers niet op zijn geweten hebben. ‘Het is hier oorlog,’ zegt hij.

    De volgende halte op de route is Vuhovi. Het dorp en de omgeving zijn bestempeld tot rode zone, een hoogrisicogebied. Veel mensen die in contact zijn geweest met de laatste ebolapatiënten konden hier niet worden gelokaliseerd – en dus ook niet gevaccineerd. ‘Als we deze mensen niet vinden,’ zegt Shako, ‘dan kan het virus zich verder verspreiden en delven wij het onderspit.’ Het probleem is alleen dat de kleine kliniek in Vuhovi op dit moment onbemand is. Het is er te gevaarlijk. Zes dagen ervoor heeft een groep rebellen duizend dollar van een van de verplegers geëist. Ze zeiden dat hij zich over hun ruggen verrijkte. Toen de man het geld niet kon ophoesten, sleurden ze hem naar buiten en hakten zijn hoofd af. Shako belegde onmiddellijk een ontmoeting met de acht Mai-Mai-leiders uit de regio. ‘Als ik met hen heb gesproken zal het verzet luwen,’ zegt hij met hese stem in de auto. De avond ervoor heeft hij, zoals gebruikelijk, met zijn vrouw in de hoofdstad Kinshasa gebeld, zo’n 1600 kilometer verderop. Soms wenste hij dat alles snel achter de rug was zodat hij gewoon weer met zijn kinderen naar de dierentuin kon.Het konvooi doorkruist Butembo. De stad, uitgestrekt over heuvels aan weerszijden van een brede asfaltweg, ligt gedeeltelijk in het oerwoud. In het gemeenschapscentrum in Vuhovi zit Shako niet veel later naast de acht militieleiders. Een van hen draagt een hoed van luipaardhuid, zoals dictator Mobutu ooit. Buiten, naast een vlaggenmast, laat de oude dorpsagent zijn trompetsignaal horen. Het allerbelangrijkste, heeft Shako zijn medewerkers vóór de ontmoeting voorgehouden, is respect. De Mai-Mai houden er niet van gecommandeerd te worden. ‘Dan worden ze agressief. Dan beginnen ze te moorden. Of worden we gekidnapt.’

    In het centrum hebben zich zo’n zestig dorpelingen verzameld. Ze zitten op simpele houten bankjes en plastic stoelen. De epidemioloog richt zich tot de leiders. ‘Kunnen jullie niet uitleggen hoe gevaarlijk de ziekte is? Ik kan dat niet doen. Jullie hebben de macht hier.’ De mannen knikken. ‘In deze crisis zijn jullie wapens nutteloos. Ebola zal de situatie alleen maar verergeren,’ zegt Shako. Vervolgens nemen de militieleiders het woord. Een van hen zegt dat dokters zijn dorp hebben bezocht om te vertellen dat ebola niet bestaat. Deze dokters waren uit op wraak, ze waren jaloers op het loon van de ebolateams. Een ander beklaagt zich over de mensen zonder ebola die bij de klinieken worden gedropt. De man met de luipaardhoed oppert dat ze ebolapatiënten misschien beter kunnen laten sterven, dan zouden de dorpelingen eindelijk inzien dat de ziekte echt bestaat. Iedereen moet lachen.

    Uiteindelijk vragen ze allemaal om geld, en banen voor hun mensen. Dan zullen ze de nieuwe ebolagevallen melden. Dan zullen ze de situatie onder controle krijgen. Shako belooft de week erna terug te komen. De Mai-Mai zullen hun mannen meebrengen. Hij wil bekijken hoe hij degenen die kunnen lezen en schrijven kan werven. ‘Ik ben ervan overtuigd dat deze bijeenkomst de situatie zal verbeteren,’ zegt hij op de terugweg. Maar hij heeft het mis. De dag erna ontmoet Kalungero veel tegenstand bij zijn bezoek aan een dorp waar een nieuwe eboladode valt te betreuren. Met moeite slaagt hij erin de woedende menigte na de aankomst van het ebolateam te kalmeren.

    Shako betoont zich die middag in het Belgische hotel – zijn hoofdkwartier en tijdelijke verblijfplaats – nog altijd optimistisch. Maar om half zes klinken er in de verte doffe geweerschoten, eerst een paar, tot bij zonsondergang een spervuur losbarst. Niet veel later staat Shako voor de deur van zijn suite met drie mobiele telefoons in zijn hand. ‘Ik heb een gepantserde wagen nodig,’ blaft hij. Maar die is niet voorhanden. De chauffeur is zich aan het bezatten in een bar. ‘Ik kan niet langer wachten!’ roept hij. ‘Ik vertrek nu!’ Hij springt in een zilveren Land Cruiser, met aan elk oor een telefoon. Hij heeft de minister aan de lijn. De hele operatie staat op springen. De derde telefoon rinkelt. ‘Er wordt nog steeds geschoten. Ik ga er nu op af.’ Hij hangt op. De terreinwagen scheurt over de donkere, door eucalyptusbomen omzoomde weg. Niemand zegt een woord.Voor de AzG-kliniek staan donkerblauwe politiewagens geparkeerd. De agenten staan als verstijfd voor het gebouw. Zojuist is er achter het behandelcentrum een agent onthoofd. Niemand durft het verwoeste terrein te betreden uit angst voor besmetting. Shako loopt langs de mannen. De aanvallers zijn gevlogen, zegt iemand. Ze hebben niemand te pakken gekregen. Later zal blijken dat het merendeel van de agenten is gevlucht toen de aanval begon.