Tag: emancipatie

  • Komt er echt een derde genderoptie in paspoort VS? | Publiek piratenmangasites explodeert

    Komt er echt een derde genderoptie in paspoort VS? | Publiek piratenmangasites explodeert

    Biden wordt aangespoord belofte na te komen

    Amerikaanse paspoorten bieden binnenkort mogelijk een derde optie voor gender: de niet-binaire aanduiding ‘X’. Dit was een campagnebelofte van Biden en activisten van de American Civil Liberties Union (ACLU) voeren druk uit op de president om de optie in te voeren, meldt The New York Times.

    Sinds 2010 kan iemands geslachtsaanduiding op een paspoort worden gewijzigd, maar daarvoor is medische certificering vereist en de optie is alleen beschikbaar voor degenen die van het ene naar het andere geslacht zijn overgegaan; het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat paspoorten uitgeeft, vraagt de aanvragers om ‘man’ of ‘vrouw’ te selecteren.

    De ACLU is vorige maand een petitie gestart die oproept tot actie en verzamelde meer dan 34.000 handtekeningen. De organisatie is van plan om de petitie op 31 maart, de International Transgender Day of Visibility, aan het Witte Huis te overhandigen.

    ‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’

    Het is moeilijk om precies na te gaan hoeveel mensen een derde geslachtsaanduiding zouden kiezen op officiële documenten. De categorie zou onder andere een uitweg bieden voor personen die een geslachtsverandering hebben ondergaan maar zich niet identificeren met ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, personen die niet-binair zijn en intersekse personen.

    ‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’, aldus NYT. En datzelfde, voegt de krant eraan toe, geldt voor sommige landen, waarbij wordt gelinkt naar een artikel op de site van Human Rights Watch over Nederland.


    Man moet vrouw in China betalen voor huishoudelijk werk

    Deze week besloot een rechtbank in Beijing in een echtscheidingszaak dat de man verplicht was zijn vrouw te compenseren omdat huishoudelijk werk ‘immateriële eigendomswaarde’ met zich meebrengt en volgens Chinese nieuwsberichten als bezit moet worden beschouwd, schrijft BBC. De man werd aanbevolen zijn vrouw 50,000 yuan (ruim € 7000) te betalen als compensatie voor het huishoudelijk werk dat ze gedurende vijf jaar huwelijk heeft verricht.

    Hoewel sommige commentatoren in China de zaak als een doorbraak zien, zijn velen van mening dat de compensatie ontoereikend is, waarbij ze bijvoorbeeld opmerkten dat fulltime nanny’s in China veel meer verdienen.

    ‘Dit is zo oneerlijk tegenover vrouwen’, schreef een gebruiker op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter. Een hashtag over de zaak werd eind woensdag meer dan 570 miljoen keer bekeken. ‘Laten we eens kijken wie het aandurft huisvrouw te zijn’, schreef een ander.

    Activisten hopen dat het besluit zal leiden tot meer bescherming voor vrouwen in China.

    Volgens het National Bureau voor Statistieken verrichten vrouwen in China gemiddeld twee uur en zes minuten huishoudelijk werk, tegenover 45 minuten voor mannen. Wereldwijd speelt de vraag of samenlevingen meer moeten doen om vrouwen (en mannen) te erkennen en te compenseren voor werk dat ze thuis verrichten. Studies tonen aan dat vrouwen in veel landen een onevenredig deel van de huishoudelijke arbeid op zich nemen, waardoor ze in hun ambities en carrièremogelijkheden worden belemmerd.


    In Japan explodeert het publiek van piratenmangasites

    Japanse uitgevers maken zich steeds meer zorgen over concurrentie van piratenplatforms. Aangezien het moeilijk is om het gevecht aan te gaan met deze sites, die in het buitenland worden gehost, heeft de regering besloten zich op de gebruiker te richten: die kan nu worden veroordeeld voor het illegaal downloaden van manga. 

    Het afgelopen jaar hebben steeds meer Japanse lezers manga verslonden op illegale sites, waardoor uitgevers aanzienlijke schade hebben geleden, meldt de Japanse zakenkrant Nihon Keizai Shimbun.

    Kat-en-muisspel

    De ABJ, een vereniging die de belangrijkste Japanse uitgeverijen samenbrengt, schat het verliesbedrag in 2020 op 200 miljard yen (1,56 miljard euro) als gevolg van sites die werken op een illegale manier aanbieden – wat neerkomt op een derde van de totale mangamarkt in het land. Dat coronacrisis het fenomeen heeft verergerd blijkt uit een geschat tekort van 41,4 miljard yen (320 miljoen euro), alleen al in de maand december 2020, tien keer meer dan in januari van hetzelfde jaar.

    Doordat de meeste van deze sites in het buitenland worden gehost, eindigt de strijd tegen piratenmanga onvermijdelijk in een kat-en-muisspel. ​‘Zodra de uitgeverij een klacht indient tegen een illegale site, wordt deze geschrapt en verdwijnt hij in het wild waarna een ​​andere wordt gelanceerd’, aldus de Japanse krant.

    Daarom hebben de Japanse uitgeverijen besloten tot het uiterste te gaan. De Vereniging voor de Promotie en Distributie van Culturele Goederen, die 32 bedrijven verenigt, zoals uitgeverij Kodansha en animatiestudio Toei Animation, heeft aangekondigd samen te werken met hackers om de beheerders van piratensites te identificeren. De vereniging ABJ heeft op haar beurt een lijst van illegale platforms opgesteld, waarvan zij het dossier deelt met de staat en met IT- en telecommunicatiebedrijven.

    De regering heeft op haar beurt een aanscherping van de auteursrechtwet aangenomen, waarvan in januari een nieuwe versie in werking is getreden. Manga wordt nu beschermd door een specifiek rechtssysteem, waardoor mensen die illegaal downloaden kunnen worden gestraft. 

    De Japanse autoriteiten zetten daarmee in op het afschrikkende effect, maar de wet is niet van toepassing op streamingsites, die ‘een juridische maas in de wet’ zouden kunnen vormen, aldus Nihon Keizai Shimbun.


    Mahamane Ousmane claimt overwinning in Nigeria

    Gisteren berichtten wij over de verkiezingen in Nigeria, waar Mohamed Bazoum als winnaar van de verkiezingen uit de bus kwam met 55,75 procent van de stemmen. Inmiddels heeft zijn tegenstander, voormalig president van de Republiek Mahamane Ousmane, de overwinning geclaimd.

    Vanuit zijn hoofdkantoor in Zinder beweerde hij de presidentsverkiezingen van zondag met 50,3 procent van de stemmen te hebben gewonnen. Het was zijn eerste publieke verklaring sinds de bekendmaking van de resultaten, schrijft Mondafrique‘Het regime wil zonder scrupules beslag leggen op de wil van het volk, dat heeft gesproken’, aldus RDR-Tchandji, de partij van Ousmane.


    Tiger Woods pleegde geen misdrijf

    Ook berichtten we gisteren over het zware ongeluk van Tiger Woods, van wie inmiddels bekend is dat hij niet zal worden vervolgd. ‘Een ongeluk is geen misdaad’, aldus sheriff Alex Villanueva tijdens een videoconferentie vanuit Los Angeles. Woods onderging een langdurige operatie aan zijn rechterbeen en verblijft nog steeds in het ziekenhuis. Volgens de autoriteiten zijn er geen aanwijzingen dat hij onder invloed was van welk middel dan ook. 

    Het was duidelijk een ongeval op een bochtige en hellende weg waarop de 45-jarige sportman misschien te hard reed. ‘Woods zou nog kunnen worden beschuldigd van het plegen van een misdrijf als de onderzoekers vaststellen dat hij zijn mobiele telefoon gebruikte toen hij de controle over het voertuig verloor, maar dat is nog steeds heel iets anders dan een aanklacht wegens misdrijf’, aldus de Amerikaanse roddelsite TMZ.

  • De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?

    In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.

    Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.

    Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.

    Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje

    Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.

    In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.

    Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.

    Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is.  Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.

    Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.

    De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld

    Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk. 

    Freud

    Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.

    Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’. 

    Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.

    ‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.

    Gouden puntjes

    Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.

    Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.

    Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.

    Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden. 

    Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze.  Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.

    De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.

    ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’

    Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.

    Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’

    Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.

    Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.

    Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse

    Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.

    Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.

    Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’ 

    Anticensuur

    Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.

    En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.  

    Anticensuur

    Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’   

    De clitoris in de modere anatomie

    b386e01a7c96b03a58d3f9399f27b8101ee95180

    1. eierstokken (ovaria)
    2. eileider (tuba uterina)
    3. baarmoeder (uterus)
    4. endeldarm (rectum)
    5. blaas (vesica urinaria)
    6. schede (vagina)
    7. urineleider (ureter)
    8 schaambeen (symphysis pubica)
    9. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    10. Buitenste schaamlippen (labiamajora pudendi)

    Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig.  In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.

    3-D model:  prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag

    2ccb062728c2899348d88b3b181e861ef34a3cad 1

    1. clitoriseikel (glans clitoridis)
    2. RSP infra-corporeal (Residual Spongy Part)
    3. voorhof zwellichaam (bulbus vestibuli)
    4. clitorale zwellichamen (crus clitoridis)
    5. opgaand clitorislichaam (corpus clitoridis pars ascendens)
    6. neergaand clitorislichaam (corpus clitoridis pas descendens)
    7. clitorale hoek (angulus clitoridis)
    8. kobelts adercomplex (pars intermedia)
    9. urinebuis (urethra)
    10. schede (vagina)
    11. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    12. binnenste schaamlippen (nymphe)  (labium minus pudendi)
    13. clitorisvoorhuid (preputium clitoridis)
    14. clitorishoed
    15. clitoristoompje (frenulum clitoridis)
    16. suspensorisch ligament (ligamentum suspensorium clitoridis)

    Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.

    De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).

    Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1). 

    Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.

    Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt

    Schermafbeelding 2021 02 12 om 12.03.25

    Vroeg meesterwerk

    ‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.

    De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.

    De clitoris in Gray’s Anatomy

    In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.

    514a5bb069fdcd97c1551d0eab1fe904193fabc5 1

    1901:  Een klein knopje

    Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.

    c208c7ff544442ebb6719416a37a8aa41a1b9bb2 1

    1913:  Geen spoor meer

    Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.

  • ‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet alleen met Darwin te verklaren’

    ‘Verschillen tussen man en vrouw zijn niet alleen met Darwin te verklaren’

    Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Wie zich ertegen verzet, wordt al snel beschuldigd van feminisme.

    Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’

    De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.

    Seksuele dimorfie

    Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].

    ‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn: 
    de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.

    Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.

    Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’

    Oestrogeen

    Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.

    Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waarom meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.

    Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.

    Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’

    Het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft

    Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’ 

    Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.

    Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’

    Aldus redenerend verval je algauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’

    In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’ 

  • Jongens van porselein en meisjes van staal

    Jongens van porselein en meisjes van staal

    Voorstanders van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes hameren erop dat hun hersenen fundamenteel anders in elkaar zitten. Dergelijke overtuigingen versterken niet alleen verraderlijke genderstereotypen, maar ook raciale.

    Op een heldere herfstochtend in 2017 begaven de ervaren biologieleraar Mary Bozenmayer en haar collega’s zich naar de kantine van hun middelbare school in New Jersey voor een professionele ‘ontwikkelingssessie’, die de hele dag zou duren. De spreker betrad het podium, glimlachte opgewekt en legde uit dat hij er was om hen te vertellen hoe verschillend jongens en meisjes denken.

    Bozenmayer was sceptisch. Door haar biologieopleiding wist ze dat de meeste theorieën over seksegerelateerde hersenverschillen al lang geleden waren ontkracht. Toch probeerde ze open te staan voor het verhaal van de trainer, die werkzaam was voor een organisatie genaamd het Gurian Institute, en die de leraren vertelde dat meisjes het beste leren door rustig te zitten en aanwijzingen op te volgen, terwijl jongens competitie en fysieke activiteit nodig hebben om moeilijke concepten onder de knie te krijgen. ‘Mannen kunnen trivia (zoals sportstatistieken) beter opslaan dan vrouwen, en voor een langere periode’, stond op een van de kaarten die hij liet zien. Op een andere stond: ‘Jongens hebben meer tijd nodig om emoties te verwerken dan meisjes, waardoor ze over het algemeen emotioneel kwetsbaarder zijn.’ Moderne klaslokalen, zei de trainer, spelen in op de leerstijl van meisjes – met als gevolg, concludeerde hij, dat meisjes op school slagen terwijl jongens gevaarlijk achterop raken.

    ‘De opkomende wetenschap van man-vrouwverschillen’

    Dat ging Bozenmayer te ver. Ze stak haar hand op en vroeg:  ‘Als jongens het zo moeilijk hebben, waarom zien we dan nog steeds dat vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in het Congres, en in Fortune 500-bedrijven?’ De trainer reageerde door zijn punten te herhalen. ‘Ik voelde mijn bloeddruk stijgen,’ herinnert Bozenmayer zich. ‘Ik had zoiets van: dit is gewoon te scheef.’ Maar toen ze de ruimte rondkeek, zag ze veel van haar mannelijke en vrouwelijke collega’s instemmend knikken, ijverig de kaarten doornemen en aantekeningen maken.

    Het idee dat jongens en meisjes aangeboren kenmerken hebben waardoor ze anders leren, is het afgelopen decennium in een stroomversnelling geraakt. Het Gurian Institute zegt dat het 60.000 leraren heeft opgeleid in 2000 schooldistricten – voor een bedrag van maar liefst 10.000 dollar per sessie. Een andere prominente pleitbezorger van naar geslacht gedifferentieerd onderwijs, psycholoog Leonard Sax, biedt een populaire tweedaagse workshop aan voor scholen over ‘de opkomende wetenschap van man-vrouwverschillen’. Op de Boy Brains & Engagement-conferentie scoren honderden leraren onderwijscredits door te luisteren naar uitleg over de leerstijlen van jongens en meisjes. ‘Wetenschappers hebben ongeveer 100 typische geslachtsverschillen in de hersenen ontdekt,’ aldus de brochure.

    Schermafbeelding 2020 11 24 om 16.24.17
    Jongens op een Amerikaanse school met seksegedifferentieerd onderwijs hebben een time-out, zodat ze even wat energie kwijt kunnen. © Getty

    De ideeën vonden ook aansluiting bij beleidsmakers. De in 2002 door president George W. Bush ondertekende No Child Left Behind-wet moedigt aparte klaslokalen voor jongens en meisjes aan. Hoewel de regering-Obama zich tegen dat idee heeft verzet, hebben wetgevers op staatsniveau de zaak opgepakt: de gouverneur van Florida, Rick Scott, heeft in 2014 een wet ondertekend die ‘genderspecifieke klaslokalen’ toestaat; Californië heeft in 2017 een soortgelijke wet aangenomen. Het aantal openbare seksespecifieke scholen is de afgelopen twee decennia explosief gestegen, van een handvol begin 2000 tot een paar honderd vandaag.

    Achter de beweging die scholen ‘gendervriendelijker’ wil maken, schuilt de angst dat ons onderwijssysteem vooral jongens achterstelt. Een reeks bestsellers over hoe jongens worstelen met leren liet duidelijk zien dat ze achterblijven op het gebied van cijfers, toetsscores en afstudeerpercentages. ‘Het bewijs dat jongens achterop raken stapelt zich op,’ schreef de New York Times-columnist David Brooks in 2012. ‘Dit is een uitgemaakte zaak.’ In een opinieartikel uit 2015 in The Washington Post, getiteld ‘Waarom scholen onze jongens in de steek laten’, schreef een ouder (een moeder): ‘Het gebrek aan beweging en de rigide beperkingen in het moderne onderwijs doden de ziel van mijn zoon.’ Sommige schrijvers zien de zogenaamde jongenscrisis als een gevolg van het feminisme. In een National Review-artikel uit 2017 getiteld ‘De vervrouwelijking van alles gaat ten koste van onze jongens’, beschuldigt conservatief expert David French ‘de gefeminiseerde school, compleet met zijn zerotolerancebeleid, dodelijke angst voor alles wat ook maar enigszins martiaal is, en de niet-aflatende nadruk op medeleven en zorg in plaats van verkenning en avontuur (tenzij de avonturier een vrouw is).’

    De stereotypen van meisjes als van nature ijverige huiswerkmakers en jongens als verkeerd begrepen rebellen bieden een handig kader om de matige schoolprestaties van sommige jongens te verklaren. Maar er is één probleem: overweldigend bewijs toont aan dat onze culturele verwachtingen van gender een minstens even grote rol spelen als de zogenaamd kernachtige verschillen in de leerstijlen van jongens en meisjes. Hoewel sommige studies van een paar jaar geleden lieten zien dat meisjes het wat leren betreft beter doen dan jongens, suggereert recenter onderzoek dat deze bevindingen verre van universeel zijn: de genderkloof in schoolprestaties varieert enorm per afkomst, klasse en geografische locatie.

    ‘Het gebrek aan beweging en de rigide beperkingen in het moderne onderwijs doden de ziel van mijn zoon’ 

    En zelfs als meisjes een voorsprong hebben op school, is de oorzaak misschien niet biologisch: toonaangevend hersenonderzoek trekt het idee van consistente en significante hersenverschillen tussen meisjes en jongens in twijfel, en onderwijsonderzoekers hebben ontdekt dat seksegedifferentieerd onderwijs geen studievooruitgang garandeert. Integendeel, onze vooroordelen over hoe meisjes en jongens leren en zich gedragen, beïnvloeden juist hun schoolervaringen en versterken genderstereotypen. En het meest verontrustende is dat neurologisch onderzoek erop wijst dat deze stereotypen de hersenen van de leerlingen misschien zelfs vórmen.

    Bescheiden overwinning

    Bozenmayer deelde haar zorgen over de koers van haar school met het schoolhoofd en zijn superieuren. Toen ze geen actie ondernamen, nam ze contact op met Galen Sherwin, een senior advocaat bij de American Civil Liberties Union (ACLU), die leiding geeft aan de ‘Teach Kids, Not Stereotypes’-campagne. De ACLU betoogt dat het scheiden van jongens en meisjes op school bijna altijd oneerlijk is – en in veel gevallen kan het illegaal zijn volgens Title IX, de federale wet die discriminatie op grond van geslacht in het onderwijs verbiedt. Tot dusver heeft de ACLU seksegescheiden onderwijs in vijftien staten betwist, wat heeft geleid tot de sluiting van 36 programma’s. Nadat de ACLU in 2018 contact had opgenomen met het kantoor van de procureur-generaal van New Jersey voor burgerrechten, stopte het district van Bozenmayer met de trainingen.

    Sherwin noemt het een bescheiden overwinning.

    Maar nieuwe openbare single-sex-scholen blijven opduiken, meestal in arme gemeenschappen van kleur, waar ze volgens haar niet alleen verraderlijke genderstereotypen versterken, maar ook raciale. Uit een Education Week-rapport uit 2017 bleek dat openbare single-sex-scholen bestaan ​​uit een onevenredig groot aantal leerlingen van kleur – ongeveer 90 procent, vergeleken met ongeveer 50 procent door het hele land. Meer dan driekwart van de leerlingen op single-sex-scholen komt daarbij uit arme gezinnen, tegen ongeveer de helft in het hele land.

    Voor leraren die worstelen met discipline, overvolle klaslokalen en ondergefinancierde scholen, kan het argument voor leerverschillen tussen jongens en meisjes overtuigend zijn. Zoals Rebecca Bigler, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Texas, Austin, die onderzoek doet naar de genderrolontwikkeling bij kinderen, opmerkt: ‘Het biedt een eenvoudige oplossing voor een in werkelijkheid complex probleem.’

    The Wonder of Boys

    Deze manier van leren is natuurlijk niet nieuw. Het werd ooit als ongepast beschouwd dat meisjes en jongens samen zouden leren. Toen ik in de jaren negentig naar een middelbare meisjesschool ging, was de heersende gedachte dat jongens de klasgesprekken domineerden en meisjes zich niet van hun slimme kant durfden te laten zien. Maar de overheersende onderwijsfilosofie voor jongens en meisjes die in deze eeuw is ontstaan, is minder gericht op het vergroten van de macht van meisjes dan op het redden van jongens.

    In 2006 publiceerde auteur en zelfbenoemd ‘sociaal filosoof’ Michael Gurian The Wonder of Boys, waarin hij betoogt dat de mannelijke hersenstructuur, samen met de ontbinding van traditionele maatschappelijke structuren, jongens vatbaar heeft gemaakt voor ‘bende-activiteiten, seksueel wangedrag en misdaad’. Critici prezen het boek als het mannelijke antwoord op Reviving Ophelia van Mary Pipher, de bestseller uit 1994 over worstelende tienermeisjes. Van The Wonder of Boys zijn meer dan 400.000 exemplaren verkocht en het is vertaald in 17 talen. Op zijn site beweert Gurian het Congres over zijn werk te hebben ‘ingelicht’. In 1996 richtte hij het Gurian Institute op, dat schooldistricten helpt om aparte klaslokalen voor mannen en vrouwen in te richten en sommige ertoe heeft overgehaald om seksegescheiden scholen op te richten.

    Gurian, die geen certificaten heeft in onderwijs, psychologie of neurowetenschappen, heeft zijn ‘op de natuur gebaseerde theorie’ over gender in meer dan twee dozijn boeken uitgewerkt. In The Minds of Boys: Saving Our Sons From Falling Behind in School and Life trekt Gurian van leer tegen een onderwijssysteem dat is afgestemd op volgzame, goed opgevoede meisjes, maar dat onstuimige, competitieve jongens achterstelt en buitensluit. ‘Ouders die hun zonen naar hun eerste dag op de kleuterschool brengen, zullen in toenemende mate merken dat ten minste een van hun jongens uiteindelijk een onderwijscrisis krijgt te doorstaan,’ schrijft hij.

    Om dit tegen te gaan, zegt Gurian, moeten we klaslokalen en onderwijsstrategieën speciaal voor jongens inrichten. Dit zou moeten beginnen op de kleuterschool, waar leraren in plaats van geweld te verbieden ‘agressiezorg’ moeten onderwijzen, zodat jongens elkaar kunnen slaan en schoppen in plaats van woorden te gebruiken. ‘Gezien de hormonale en neurale samenstelling van mannen,’ schrijft hij, ‘geldt voor jongens (en mannen) vaak dat agressieve gebaren net zo vormend zijn als woorden, en voor net zo veel binding zorgen als een knuffel.’ (Sax, de eerdergenoemde psycholoog, beaamt deze ideeën en raadt slaan aan als straf voor jongens, maar niet voor meisjes.) Gurian stelt een reeks strategieën voor waarvan hij beweert dat ze het leren van jongens op alle niveaus zullen verbeteren: leraren mogen jongens niet in de ogen kijken – het mannelijke brein raakt gefrustreerd door direct oogcontact. Het licht moet altijd fel blijven, want bij weinig licht kunnen jongens ‘zich gaan misdragen’. Om jongens tot lezen te verleiden stelt hij voor om ze handleidingen, businessboeken en strips aan te bieden in plaats van To Kill a Mockingbird of Romeo en Julia.

    Gurian stelt dat jongens zeer geschikt zijn voor het soort lessen dat ze een paar eeuwen geleden zouden hebben gekregen: jagen, boer worden of een vak leren bij een ervaren ambachtsman. Hij geeft de Industriële Revolutie de schuld van de ondergang van dat type onderwijs. Amerikaanse scholen, zegt hij, zijn ontwikkeld om leerlingen op te leiden voor fabriekswerk. Gurian, die ook romanschrijver is, verwerpt de moderne nadruk op lezen en verbale taken, waar meisjes, zo beweert hij, van nature beter in zijn. ‘Omdat jongenshersenen van nature niet geschikt zijn voor klaslokalen die de nadruk leggen op lezen, schrijven en complexe woordvorming, ontstaan in elke cultuur die sterk afhankelijk is van die vaardigheden problemen bij de jongens.’ Bovendien, zegt hij, zijn jongens van nature minder veerkrachtig dan meisjes – dus een slecht cijfer kan hun kwetsbare ego’s beschadigen. ‘Het mannelijke lerende brein is meer van porselein dan het vrouwelijke; het vrouwelijk lerende brein is meer van staal.’

    Geslachtsmozaïek

    Meer dan tien jaar geleden merkte Lise Eliot op dat ouders vaak verwezen naar zogenaamd aangeboren verschillen in hoe jongens en meisjes denken. Dat klonk aannemelijk, vond Eliot, een neurowetenschapper aan de Rosalind Franklin University in Chicago die de plasticiteit van de hersenen bestudeert – het vermogen van onze geest om zich te ontwikkelen en aan te passen. Dus besloot ze er een onderzoeksproject van te maken, waarbij ze een schat aan gegevens vergaarde uit brain imaging-onderzoek van kinderen en volwassenen.

    ‘Het mannelijke lerende brein is meer van porselein dan het vrouwelijke; het vrouwelijk lerende brein is meer van staal’

    Eliot verwachtte consistente verschillen te zien in de structuren van mannelijke en vrouwelijke hersenen, dus ze was perplex toen de beelden iets heel anders onthulden. Sommige kenmerken kwamen inderdaad vaker voor in de hersenen van één geslacht. Bij vrouwen is de buitenste laag van de hersenen, die bekendstaat als de hersenschors, bijvoorbeeld dikker; de hippocampus, een regio die geassocieerd wordt met het geheugen, is bij mannen verhoudingsgewijs vaak groter dan bij vrouwen. Toch ontdekte ze dat individuele hersenen een mix van eigenschappen bevatten die als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ worden beschouwd. In feite vond ze slechts één consistent verschil tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen dat voor alle leeftijden gold: mannelijke hersenen zijn ongeveer 11 procent groter dan vrouwelijke hersenen. Maar dat leek niet echt veelzeggend, aangezien alle mannelijke organen iets groter zijn, wat in verhouding staat tot de grotere lichaamsomvang van mannen.

    Toen Eliot en haar collega’s naar beelden en studies van de hersenen van kinderen keken, zagen ze nog minder consistente verschillen tussen mannen en vrouwen. ‘Ik stond versteld,’ herinnert ze zich. ‘Mensen beweren dat als we ons anders gedragen, er ook iets anders moet zijn aan de hersenen. Maar dat is aan de grote hersengebieden of zenuwbanen zeker niet te zien.’ Daphna Joel, hoogleraar psychologie en neurowetenschappen aan de universiteit van Tel Aviv, beschrijft het algehele effect als een ‘geslachtsmozaïek’ – elk brein heeft een ‘specifieke configuratie’ van ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ kenmerken.

    Toen Eliot zich begon te verdiepen in psychologische onderzoeken viel haar iets soortgelijks op. Over het algemeen waren verschillen in gedrag op basis van geslacht bij zowel kinderen als volwassenen statistisch klein. Bij zeer jonge kinderen bestonden ze vrijwel niet, terwijl ze bij tieners en volwassenen iets aanweziger waren: meisjes hadden de neiging om iets op jongens voor te lopen in hun verbale taken, en jongens werden over het algemeen iets beter in ruimtelijke en wiskundige problemen. Tussen de vroege kinderjaren en het einde van de adolescentie ontdekten onderzoekers van de Emory-universiteit dat de voorsprong van jongens op meisjes bij ruimtelijke taken verdrievoudigde, van ‘klein’ tot ‘gemiddeld’. Er is een statistisch significante genderkloof te zien bij leestoetsen die aan Amerikaanse leerlingen worden gegeven, waarbij meisjes hoger scoren, vooral op de middelbare school. Maar zoals een rapport van de Brookings Institution opmerkt, is deze kloof kleiner geworden en kleiner dan de kloof tussen witte en zwarte leerlingen, tussen leerlingen in de stad en leerlingen uit voorsteden, en tussen leerlingen met verschillende sociaaleconomische achtergronden. En deze genderkloof verdwijnt op volwassen leeftijd.

    Eliot wist vanuit haar vakgebied dat het menselijk brein uitzonderlijk goed is in zich aanpassen en veranderen als reactie op prikkels van buitenaf. Dat bracht haar ertoe te onderzoeken of we onbedoeld de hersenen van onze kinderen vormgeven volgens genderstereotypen. Hiervoor zijn goede bewijzen te vinden. Wetenschappers hebben bijvoorbeeld ontdekt dat het gebied van Broca, een hersengebied dat verantwoordelijk is voor verbale verwerking, groter is bij meisjes en vrouwen. Toch is aangetoond dat ouders de taalvaardigheid van hun jonge kinderen kunnen verbeteren door met hen te praten – en dat moeders meer met babymeisjes praten dan met babyjongens, wat de ontwikkeling van deze regio zou kunnen stimuleren. ‘Hoe,’ vraagt Joel zich af in haar recente boek Gender Mosaic: Beyond the Myth of the Male and Female Brain (dat ze samen met Luba Vikhanski schreef), ‘kunnen we dan zien of de superieure verbale vaardigheden van de meisjes inderdaad het gevolg zijn van hun geslacht, of dat ze worden beïnvloed door de genderspecifieke zorg die ze krijgen?’ Ze haalt een onderzoek uit 2014 aan, waarin wetenschappers de hersenactiviteit bij ouders van zuigelingen analyseerden. Bij heteroseksuele koppels waren er consistenties langs geslachtslijnen – de vrouwenpatronen wezen de ene kant op, de mannenpatronen de andere kant. Maar bij homoseksuele paren, waar de opvoedingsrollen minder geslachtsgebonden zijn, vertoonden beide ouders typisch mannelijke én vrouwelijke patronen in de hersenactiviteit. Dit, schrijft Joel, roept een interessante vraag op: ‘Zijn dergelijke verschillen voorgeprogrammeerd in onze biologie, of worden ze gedicteerd door de rollen die vrouwen en mannen in onze samenleving krijgen toebedeeld?’

    De invloed van onze sociale omgeving op de vorming van ons lichaam, beperkt zich niet tot de hersenen. Terwijl Gurian en Sax beweren dat een overvloed aan testosteron ervoor zorgt dat jongens competitief zijn, kan het omgekeerde ook het geval zijn: studies tonen aan dat competitie zelf tijdelijk de testosteronniveaus verhoogt bij zowel jongens als meisjes.

    Essentialistisch denken

    Als ik vrienden en kennissen vertel wat ik heb geleerd over het gebrek aan bewijs voor consistente op geslacht gebaseerde hersenverschillen, krijg ik vaak opmerkingen als: ‘Dat kan onmogelijk waar zijn! Ik heb mijn kinderen en hun vriendjes bestudeerd, en vanaf de peuterleeftijd leggen de meisjes de speelgoedtrucks als baby’s in bed en veranderen de jongens poppen in geweren.’ Dat is misschien zo, zegt Joel tegen mij, maar we weten niet hoeveel hiervan te wijten is aan de manier waarop stereotypen onze kinderen vormen. Als mensen hebben we een opmerkelijk vermogen om onze waarnemingen te filteren op informatie die onze overtuigingen versterkt. We zullen dus eerder de kleine meisjes opmerken die de vrachtwagens vertroetelen, dan degenen die het verschil kunnen zien tussen een shovel en een graafmachine. En zodra we gedrag opmerken dat overeenkomt met onze vooroordelen, hebben we de neiging dit te versterken. ‘Is die vrachtwagen jouw baby?’ vragen we het meisje bijvoorbeeld. ‘Wil je hem een ​​flesje geven?’

    Studies tonen aan dat competitie zelf tijdelijk de testosteronniveaus verhoogt bij zowel jongens als meisjes

    Zulke stereotypen sluipen het klaslokaal binnen. Bigler, de psycholoog, heeft ontdekt dat het simpelweg gebruiken van de termen ‘jongens’ en ‘meisjes’ op school (en elders) de manier kan veranderen waarop kinderen over gender denken. Zelfs de schijnbaar onschadelijke begroeting ‘Goedemorgen, jongens en meisjes!’ bevordert wat psychologen essentialistisch denken noemen – het idee dat mensen in verschillende categorieën ‘op grote, ingrijpende manieren anders zijn’, zegt Bigler. Kinderen worden sterk beïnvloed door de houding van hun ouders en leraren – en, zegt Bigler, volwassenen verwerpen het ‘gendervooroordeel’ van kinderen gewoonlijk als schattig of onschadelijk. Bigler vroeg ooit een klas met basisschoolleerlingen om hun favoriete en minst favoriete klasgenoten te noemen. Veel van de jongens zeiden dat ze niet slechts vijf kinderen konden noemen die ze niet leuk vonden – ze vonden alle meisjes stom. Wanneer Bigler me dit verhaal vertelt, lach ik. ‘Ik vertel deze anekdote al dertig jaar en iedereen lacht,’ zegt Bigler. ‘Maar het is niet grappig. Het probleem is dat als kinderen zulke dingen zeggen, volwassenen er niet tegen ingaan.’

    Deze vicieuze cirkel van stereotypeversterking vindt Eliot kwalijk. ‘Als je wilt dat jongens en meisjes meer hetzelfde denken, moet je ze een vergelijkbaardere opleiding geven,’ vertelt ze. ‘Alles wat we weten over de hersenen ondersteunt dit.’ Het is één ding wanneer ouders de gendervooroordelen van hun kinderen beïnvloeden; het is iets anders wanneer die vooroordelen niet alleen weerspiegeld worden, maar bovendien worden gepromoot op onze openbare scholen.

    Toch is Gurian niet onder de indruk van de groeiende wetenschappelijke consensus omtrent het sekseneutrale brein – hij verzet zich zelfs vaak tegen de wetenschappers die dit hebben aangetoond. Toen Eliot Gurian op Twitter tagde om zijn bewering te bekritiseren dat vrouwelijke hersenen beter uitgerust zijn voor verbale taken, tweette Gurian terug: ‘Je bent net een klimaatontkenner: een wetenschapper die de wetenschap ontkent.’ (‘Laat me de gegevens zien,’ stuurde ze terug, Gurians misleidende argumentatie rechttrekkend. Hij reageerde niet.)

    Grabbelton

    Toen ik contact opnam met Gurian was zijn eerste opmerking: ‘Als je achter Lise Eliots ideeën staat, ben ik niet geïnteresseerd in een gesprek.’ Haar onderzoek staat volgens hem te ver af van het klaslokaal om van belang te zijn voor het onderwijs. Hij beweert dat zijn werk ter bevordering van naar geslacht gedifferentieerd onderwijs en single-sex-scholen is gebaseerd op ‘meer dan 1000 onderzoeken naar mannelijke en vrouwelijke hersenen’. De bronnen die op zijn site worden vermeld, zijn op zijn zachtst gezegd een grabbelton: recentere, peer-reviewed studies worden afgewisseld met tientallen jaren oude artikelen met titels als ‘IJsconsumptie, de neiging tot overmatig eten en persoonlijkheid’ en ‘Vrouwelijke voorkeur voor aantrekkelijke make-up veroorzaakt veranderingen in hun testosteron’, en een boek uit 1999 genaamd Why Men Don’t Iron. (Toen ik contact met hem opnam om toelichting te vragen over zijn bronnen, wilde hij geen commentaar geven.)

    In tegenstelling tot wat Gurian beweert, wezen de experts met wie ik sprak op recent onderzoek waaruit blijkt dat de genderstereotypering van leraren zichzelf kan versterken. In een studie uit 2014 analyseerde Sarah Theule Lubienski, hoogleraar wiskunde aan de Indiana-universiteit, de manier waarop leraren van basisschoolleerlingen gedrag en leercompetentie beoordeelden. Ze ontdekte dat meisjes even goed in wiskunde konden zijn als ze door leraren werden gezien als hardwerkender en gretiger dan jongens. In een volgende studie toonde Lubienski aan dat de verwachting dat meisjes gehoorzaam zijn, hen ervan weerhoudt het gedurfde, creatieve, probleemoplossende denken te ontwikkelen dat vereist is voor wiskunde op een hoger niveau. Dat zou kunnen verklaren waarom meisjes over het algemeen gelijke tred houden met jongens bij gestandaardiseerde wiskundetoetsen, ook al zijn er onder de toppresteerders onevenredig veel jongens. ‘We leren meisjes om een goede leerling te zijn,’ zegt Lubienski. ‘In plaats daarvan zouden we hen moeten helpen strategieën te ontwikkelen om onbekende problemen op te lossen. Laten we leerlingen belonen als ze moedig zijn in hun denken.’

    Onderzoek toont aan dat single-sex-scholing de beweringen van Gurian niet waarmaakt. In 2010 onderzochten Bigler en een team van onderzoekers van de Universiteit van Texas een openbare middelbare school voor meisjes in het zuidwesten. Op papier was de school een lichtend voorbeeld van het succes van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes: de leerlingenpopulatie was divers en de toetsscores waren hoog. Maar toen de onderzoekers dieper in de gegevens doken, ontdekten ze dat de meisjes die werden toegelaten via een zogenaamd willekeurige loting al beter presteerden dan hun leeftijdsgenoten op andere gemengde scholen – terwijl meisjes aan wie de toelating werd geweigerd, lagere scores haalden. De leerlingen van de meisjesschool deden het niet beter op gestandaardiseerde toetsen dan hun leeftijdsgenoten op een gemengde school. In 2014 hebben onderzoekers in een meta-analyse, gepubliceerd door de American Psychological Association, 184 studies van 1,6 miljoen leerlingen over de hele wereld doorgekamd. Niet-gemengde scholen bleken ‘weinig of niets’ voor te hebben op gemengde scholen, waarbij werd opgemerkt dat die bevindingen de veronderstellingen over biologische verschillen tussen jongens en meisjes ondergraven.

    Om te zien hoe het er in het single-sex-onderwijs aan toegaat, reis ik naar een van de gebieden waar voor- en tegenstanders een harde strijd voeren. In 2014 diende de ACLU een klacht in bij het ministerie van Onderwijs tegen het schooldistrict Hillsborough County in Tampa, Florida, met het argument dat de betreffende scholen de rechten van leerlingen op grond van Title IX schonden. Het district, zo beweerde de klacht, had bijna 100.000 dollar uitgegeven aan trainingen door het Gurian Institute, Sax en anderen. (Een van die sessies heette Busy Boys, Little Ladies.) Daarop werden in achttien scholen klaslokalen voor jongens dan wel meisjes ingericht, waar leraren op gender gebaseerde instructiestrategieën implementeerden, zoals meisjes een vleugje parfum op hun polsen geven voor het correct uitvoeren van een taak, terwijl jongens die zich goed gedroegen elektronica mee naar school mochten nemen. Dat programma werd uiteindelijk geschrapt. Maar in 2011 werden in het district opnieuw twee niet-gemengde middelbare scholen geopend: Ferrell Girls Preparatory Academy en Franklin Boys Preparatory Academy, die beide zijn benoemd tot Gurian Institute Model School.

    Vermoedelijk vanwege de ACLU-klacht heeft Tampa er alles aan gedaan te zorgen dat de single-sex-scholen niet in strijd waren met Title IX, dat over het algemeen verbiedt om kinderen volgens gender of geslacht te scheiden, terwijl het genderspecifieke scholen onder bepaalde omstandigheden toestaat. Zo is geen enkele leerling uit Tampa verplicht naar een jongens- of meisjesschool te gaan – het zijn programma’s waar gezinnen zelf voor moeten kiezen.

    Meisjes kregen een vleugje parfum op hun polsen voor het correct uitvoeren van een taak, terwijl jongens die zich goed gedroegen elektronica mee naar school mochten nemen

    Franklin Boys Preparatory Academy bevindt zich in een buurt met lage inkomens aan de oostkant van Tampa. Leerlingen zijn gemiddeld armer dan op de meeste scholen in de buurt. Ongeveer 75 procent van de 530 leerlingen krijgt een gratis lunch of lunch met korting. Driekwart van de leerlingen is zwart of van Latijns-Amerikaanse afkomst, vergeleken met 57 procent in de rest van de wijk. Senior beheerder Kathy Wasserman leidt me rond in de school en wijst op de kenmerken die speciaal voor jongens zijn ontworpen. Bij de ingang staat een trofeekast met in het midden een grote beker. Die, vertelt ze, behoort toe aan de winnende afdeling van vorig jaar – de jongens zijn à la Harry Potter verdeeld over drie afdelingen, elk gestructureerd als een bedrijf, met hoofdmonitors die optreden als ‘directeur’. Door resultaten, sport en goed gedrag kunnen de afdelingen punten verzamelen, die elke twee weken worden opgeteld. Het afdelingssysteem, legt Wasserman uit, is een hoeksteen van de school. ‘Jongens gedijen bij concurrentie,’ vertelt ze me.

    De gangen worden in tweeën gedeeld door geel met zwart gestreepte lijnen. Wasserman vertelt dat de school tweebaansverkeer heeft ingesteld omdat ‘jongens gedijen bij structuur’. Dat is de sleutel van de aanpak van de school. ‘Alles wat we doen gaat volgens een bepaalde structuur en een bepaalde procedure.’ In een taalvaardigheidsles wijst Wasserman erop dat de bureaus in traditionele rijen zijn gerangschikt – omdat, zegt ze, jongens informatie het beste kunnen assimileren als ze recht vooruit kijken. Een assistent-leraar laat me een timer zien en vertelt dat deze elke 12 minuten afgaat, waarna de jongens naar de drinkfontein in de hal mogen gaan. ‘Jongens reageren heel goed op die timer,’ zegt Wasserman. ‘Schema’s, timers, al deze dingen liggen vast.’

    Als ik vraag wat ze denkt van het idee dat traditionele scholen het jongens moeilijk maken, zegt ze na even nadenken: ‘Meisjes zijn goed in zitten en stil zijn en doen wat ik zeg. Ik denk dat onderwijs vaak op dat principe is afgestemd. Maar wij zijn ingesteld op jongens, op beweging. We zijn luidruchtig. We hebben energie. We zorgen dat er tijdens de lunch genoeg tijd is om de jongens naar buiten te laten gaan.’

    Maar zelfs de schoolpauzes hier voelen bijna militaristisch aan in hun nadruk op structuur. Tijdens de lunch in de kantine vertelt Wasserman: ‘Als je naar het toilet moet, gaat dat volgens protocol. Als je water wilt, gaat dat volgens protocol. Als je je vork bent vergeten, gaat dat volgens protocol. En het loopt op rolletjes.’

    Het Gurian Institute promoot seksuele voorlichting als onderdeel van de oplossing voor de specifieke uitdagingen waarmee jongens van kleur worden geconfronteerd, zoals hoge schooluitval en de gang van-school-naar-de-gevangenis. De aanpak van het instituut wordt gepresenteerd door de lens van de veronderstelde jongenscrisis. ‘De meeste mannelijke problemen, inclusief de problemen waarmee jongens van kleur worden geconfronteerd, houden verband met het onvermogen van onze samenleving om de aard van mannen te koesteren,’ schrijft Gurian. Een recente aflevering van zijn podcast heet: ‘We kunnen raciale en sociaaleconomische hiaten niet oplossen zonder de genderkloof te verhelpen.’

    Verontrustende raciale boventonen

    Hoewel deze inspanningen worden gedreven door oprechte bezorgdheid over de raciale kloof in prestaties, maakt Sherwin, de ACLU-advocaat, zich zorgen dat het op geslacht scheiden van leerlingen van kleur ‘berust op het stereotiepe idee dat deze kinderen zo weerbarstig en onbeheerst zijn dat jongens en meisjes zich niet samen in één klaslokaal kunnen bevinden’. Dit is bijzonder verontrustend in het licht van de recente geschiedenis van het openbaar onderwijs voor jongens en meisjes in de Verenigde Staten. Juliet A. Williams, hoogleraar genderstudies aan de University of California, Los Angeles, is nagegaan welke schooldistricten leerlingen in het verleden scheidden op basis van geslacht, in opdracht van witte ouders die in opstand kwamen tegen het idee dat hun witte meisjes samen met zwarte jongens werden onderwezen. Ideeën over op sekse gebaseerde verschillen, zegt ze, ‘kunnen een verontrustende racistische ondertoon hebben en het vooroordeel uitdragen dat zwarte en latinojongens chaotischer, onhandelbaarder en onbeheerster zouden zijn’.

    Zelfs de schoolpauzes hier voelen bijna militaristisch aan in hun nadruk op structuur

    Seksegescheiden schoolprogramma’s worden steeds vaker aangeboden als alternatief voor lokale scholen en ingekaderd als een onderdeel van de schoolkeuzebeweging die door minister van Onderwijs Betsy DeVos wordt gepromoot. Bijgevolg heeft de organisatie van Sax, de National Association for Single Sex Public Education, haar naam veranderd in de National Association for Choice in Education. ‘De realiteit is dat ouders beperkte onderwijskeuzes hebben,’ zegt Bigler. ‘En misschien is een school voor één geslacht in sommige gemeenschappen de beste optie, omdat die meer middelen heeft.’ Het is veelzeggend, benadrukt Sherwin, dat de trend onder elitescholen naar gemengd onderwijs neigt. ‘Als single-sex zo goed zou werken, zou je zien dat het overal werd toegepast, niet alleen in arme minderheidsdistricten.’ Een meta-analyse uit 2014 van dit type onderwijs heeft geen bewijs gevonden dat het arme leerlingen van kleur vooruithelpt.

    Ondanks het gebrek aan bewijs, houden de voorstanders van single-sex-onderwijs voet bij stuk. De National Association for Choice in Education heeft in 2011 haar openbare lijst van seksegescheiden klaslokalen en scholen geschrapt om de ‘intimiderende aanpak van ACLU’ te belemmeren. In 2017, twee jaar nadat ACLU een klacht had ingediend tegen een overwegend door latinokinderen bezochte middelbare school in Los Angeles die leerlingen naar geslacht scheidde, hebben wetgevers in Californië een wet aangenomen die de oprichting van zulke scholen legaal maakt. In 2018 verloor ACLU een zaak over de middelbare seksegedifferentieerde scholen in Austin, het schooldistrict met het grootste aantal latinoleerlingen van Texas. Het is niet duidelijk wat de volgende stap in de juridische strijd zal zijn. Tot dusver heeft de Trump-regering geen beleid uitgevaardigd over openbare scholen voor één geslacht, maar de trend lijkt te zijn om schooldistricten maximale speelruimte te geven.

    55 procent van de scores van de Ferrell-meisjes in 2018 kwalificeerde zich als bekwaam, tegen 40 procent van de Franklin-jongens

    Ik sprak met een lerares Engels uit een groot, veelal arm en niet-wit schooldistrict in Texas, die zich had beklaagd dat ze van de onderwijsinspecteur een training moesten volgen op basis van het werk van Gurian en Sax, waarna haar middelbare school zich enkel nog op jongens richtte. Maandenlang verzette ze zich tegen wat zij zag als een schoolcultuur gebaseerd op valse stereotypen over mannelijkheid – die schadelijk was voor een kwetsbare populatie jongens. Ze maakte zich vooral zorgen over het feit dat een groep homoseksuele leerlingen werd gepest en dat een beginnende lerares seksueel werd lastiggevallen door leerlingen. Haar klachten bleven grotendeels onbeantwoord en aan het einde van het schooljaar werd ze zonder toelichting ontslagen.

    Zo’n 3 kilometer van de Franklin Boys Preparatory Academy hangt er in de Ferrell Girls Preparatory Academy, waarvan de leerlingen demografisch vergelijkbaar zijn met die van Franklin, een heel andere sfeer. Hier geen timers, stroken in de gang of bureaus in rijen. Het is er niet zozeer chaotisch maar wel een beetje vriendelijker. En dat is geen toeval. De tegenhanger van Wasserman, Lori Bartholomew, vertelt me dat haar leraren de nadruk leggen op samenwerking en inclusiviteit, en uitzoeken hoe het emotionele leven van meisjes hun leren beïnvloedt. Het is gebruikelijk, zegt ze, dat leraren met de les beginnen met de vraag wat er bij de meisjes speelt. Net als bij Franklin worden de leerlingen verdeeld over verschillende afdelingen, maar hier ligt de focus op samenwerking, niet op concurrentie.

    Bartholomew noemt veel generalisaties waarvan ik vermoed dat ze het bloed van Lise Eliot zouden doen koken. Ze wijst erop dat een leraar een ‘zachte toon’ gebruikt omdat ‘meisjes erg gevoelig zijn voor geluid’. De toegewezen zitplaatsen in de kantine worden om de twee weken vervangen omdat de vriendschapsgroepen van meisjes ‘als beton zijn, en je een sloophamer nodig hebt om ze uit elkaar te halen’. Ze vertelt me dat meisjes gevoeliger zijn voor emoties dan jongens. ‘Veel daarvan heeft te maken met moederen en verzorgen,’ zegt ze. ‘Ze zeggen zelfs dat vrouwen oxytocine aanmaken als ze een baby horen huilen, want dat is hun instinct.’

    Het resultaat van dit alles is pervers genoeg een educatieve omgeving die echt lijkt te werken. Ik zie hoe de leraar in een wiskundeles meisjes uitdaagt om samen te werken en creatief na te denken. Op een gegeven moment verdeelt ze de klas in verschillende groepen om erachter te komen hoe het concept van absolute waarde zich zou kunnen verhouden tot de echte wereld. Na een paar minuten de koppen bij elkaar te hebben gestoken, delen de meisjes hun ideeën. ‘Als je loopt, loop je nooit negatieve afstanden,’ zegt een meisje. De anderen knikken. Later in de les moedigt de leraar de meisjes aan om samen te werken aan een oefening in grafieken tekenen. ‘Communiceer met je buren. Kijk of ze dezelfde soort grafiek hebben als jij,’ zegt ze. ‘Zo niet, help ze dan.’

    Sociaal-emotioneel leren

    Het soort onderwijsstrategieën dat ik bij Ferrell heb gezien, legt de nadruk op wat bekendstaat als sociaal-emotioneel leren: kinderen helpen hun emoties te uiten en te beheersen, zelfrespect te ontwikkelen, relaties aan te gaan en empathie te ervaren. Onderzoek toont aan dat sociaal-emotioneel leren de schoolprestaties kan verbeteren. In 2011 analyseerde de nonprofitorganisatie Collaborative for Academic, Social and Emotional Learning meer dan 200 schoolprogramma’s en ontdekte dat hoogwaardige sociaal-emotionele leerprogramma’s correleerden met een sprong van 11 percentiel in de lees- en rekenscores van leerlingen. Uit een vervolgonderzoek in 2017 bleek dat de voordelen van deze programma’s jarenlang aanhielden.

    Bij gestandaardiseerde toetsen presteerden Ferrell-meisjes in elk vak beter dan Franklin-jongens. Het verschil was het grootste in wiskunde: 55 procent van de Ferrell-meisjes in 2018 scoorde een ruime voldoende, tegen 40 procent van de Franklin-jongens. Deze kloof tussen mannen en vrouwen op single-sex-scholen in Tampa duidt op een grote ironie: naar geslacht gedifferentieerd onderwijs moest de ‘jongenscrisis’ in het onderwijs oplossen, maar de meeste experts die ik heb gesproken, zijn bang dat precies het tegenovergestelde gebeurt. ‘We leren jongens soms dat het niet oké is om hun emoties te uiten, en dat kan voor hun leerproces verstikkend zijn,’ zegt Justina Schlund, de coördinator veldonderzoek van de Collaborative for Academic, Social and Emotional Learning. Ze is bezorgd dat stereotypen over emotioneel afstandelijke mannelijke hersenen docenten zouden kunnen ontmoedigen om belangrijke lessen te geven die jongens nodig hebben om te slagen: ‘Jongens moeten leren dat ze empathische wezens zijn, dat ze lid van een klas zijn, een gezin, een gemeenschap. Dit zijn cruciale lessen in het echte leven, maar ook in de klas.’

    Het bevorderen van kwetsbaarheid

    Een onderdeel van het sociaal-emotionele leerplan is het stimuleren van kwetsbaarheid – de bereidheid om mislukkingen te accepteren en om hulp te vragen. Edward Morris, een socioloog van de University of Kentucky, onderzoekt hoe de verwachtingen van mannelijkheid het leven van jongens bepalen. In zijn uitgebreide observatie van middelbareschoolklassen stelde hij een patroon vast van onwil bij jongens om leraren om hulp te vragen als ze iets niet begrijpen. ‘Jongens worden gesocialiseerd om geen zwakte te tonen,’ zegt hij. Die mentaliteit is van grote invloed: niet alleen de schoolprestaties van jongens kunnen erdoor worden belemmerd, ook hun loopbaan en relaties kunnen eronder lijden. ‘Deze beperkende visie op mannelijkheid levert mannen aan de oppervlakte macht op, maar is uiteindelijk vooral schadelijk voor hun eigen welzijn en de gezondheid van de samenleving in het algemeen.’

    Tijdens mijn rondleiding in de middelbare jongensschool stoppen we bij het mediacentrum. Een schildering van inspirerende leiders – allemaal mannen – siert de muur. Onder het toeziend oog van Martin Luther King Jr., Benjamin Franklin en Abraham Lincoln zitten twee jongens aan een tafel huiswerk te maken. Wasserman vraagt hen om op te staan ​​en de schoolbelijdenis te reciteren, die de leerlingen elke ochtend in koor opzeggen. De jongens schuifelen zonder te glimlachen overeind.

    ‘Ik zal een verantwoordelijke, respectvolle, eerlijke en integere man worden,’ zeggen ze. ‘Vertrouwen, doorzettingsvermogen, hoffelijkheid, beoordelingsvermogen en sportiviteit. Zo’n man zal ik worden.’

    Wasserman glimlacht en gebaart de jongens weer te gaan zitten. ‘Dank u, heren.’

  • 1. De stille strijd voor het recht om te leven

    1. De stille strijd voor het recht om te leven

    Meer dan 5000 moeders sterven elk jaar in Bangladesh bij de bevalling. Vroedvrouwen moeten levens redden – maar ze moeten zich ook verdedigen tegen vooroordelen van artsen en families. Zo worden ze voortrekkers van de emancipatie.

    Ze trekt haar witte kiel over haar hoofd, pakt haar stethoscoop in en verlaat de kraamkliniek in Dhaka, Bangladesh. De hete lucht van de hoofdstad waar 8 miljoen mensen wonen waait Afroja Akter tegemoet. Het riekt naar uitlaatgassen en rijpe bananen. Vandaag bezoekt de vroedvrouw een jongetje van zeventien dagen oud. De kelderkamer is donker. De ventilator snort tegen de middaghitte.

    ‘Zuster, kijk eens,’ zegt Afroja tegen de moeder terwijl ze het gezichtje van de zuigeling streelt. ‘Zijn oogwit is geelachtig. Hij heeft daglicht nodig.’

    ‘Maar ik kan niet naar buiten,’ zegt de 25-jarige. ‘Buiten zijn zoveel mensen.’

    ‘’s Morgens tien minuten, dat is genoeg,’ zegt Afroja.

    Afroja Akter, 23 jaar oud, in roze hoofddoek en roze gewaad, werkt sinds acht maanden als vroedvrouw. In die tijd heeft ze ongeveer honderd baby’s ter wereld gebracht. Ze geeft zwangere vrouwen voorlichting over geelzucht bij pasgeborenen en helpt moeders bij de borstvoeding. Geboortebegeleiding, preventieve zorg en nazorg – het zijn dezelfde diensten die ook opgeleide vroedvrouwen in Kaapstad, Londen of Hamburg aanbieden.

    Het verschil is dat dit beroep in Bangladesh tot acht jaar geleden niet bestond. Afroja Akter behoort tot de pioniersters in deze professie. De wens kwam vanuit de politiek, om de sterfte onder jonge moeders in het land terug te dringen. Maar Afroja is niet alleen aangesteld in de strijd tegen de vermijdbare dood. Haar beroep heeft in het islamitische land een neveneffect: het emancipeert Afroja en haar collega’s – en meteen ook de jonge moeders van de wijk.

    Een goed alternatief

    Bangladesh heeft de millenniumontwikkelingsdoelstellingen ondertekend, waarvan ook de verbetering van gezondheidszorg voor moeders deel uitmaakt. Het sterftecijfer in het land was sinds de jaren negentig voortdurend gedaald. Maar het streefdoel van de VN – een vermindering van de sterfte met driekwart – haalde het land niet. Per jaar sterven hier meer dan 5000 vrouwen aan complicaties bij de bevalling [ter vergelijking: is Nederland zijn dat er minder dan tien]. De meesten bloeden dood. Voor 2015, zo kondigde de premier Sheikh Hasina toen aan, zouden er 3000 vroedvrouwen aan het werk gaan. Het idee daarachter was simpel: de meeste moeders stierven in de landen met de minste vroedvrouwen.

    Maar de praktische uitvoering in het dichtbevolkte Bangladesh was ingewikkelder. Bijna de helft van alle vrouwen bevalt thuis, ondersteund door ongekwalificeerde helpsters. Velen leven verstoken van medische zorg, en zijn moeilijk bereikbaar. Vaak staat de man niet toe dat de vrouw naar het ziekenhuis gaat. Een reden zijn ook de kosten. Het aantal keizersneden ligt in veel privéziekenhuizen in de buurt van 80 procent. En die zijn tienmaal zo duur als een natuurlijke bevalling. Sommige kraamafdelingen hebben wel operatiekamers, maar geen zaal met kraambedden.

    Afroja’s vader, een handelaar in fietsonderdelen, wilde dat zijn middelste dochter medicijnen ging studeren. Maar haar schoolcijfers waren niet goed genoeg. ‘Deze opleiding was een goed alternatief,’ zegt ze. De drie jaren waren kosteloos, gefinancierd onder andere door het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Maar wat een vroedvrouw precies is, begreep Afroja pas toen ze bijvoorbeeld leerde hoe hormonen die de borstvoeding regelen beïnvloed worden door huidcontact.

    Vroedvrouw Laili Khatun bezoekt Rabeya (18) en haar dochter Lamia, van vijftien dagen oud. – © Jaco Klamer. Panos Pictures
    Vroedvrouw Laili Khatun bezoekt Rabeya (18) en haar dochter Lamia, van vijftien dagen oud. – © Jaco Klamer. Panos Pictures

    Ook veel burgers weten niet wat een vroedvrouw precies doet. Familieleden vragen bij de geboorte geïrriteerd waar de dokter blijft, vertelt Afroja. Een keer riep een schoonmoeder uit: ‘Hoe moet dit kleine meisje, ongetrouwd en kinderloos, onze kleinzoon op de wereld brengen?’ Afroja, 1 meter 52 lang en tenger als een dertienjarige, lacht. Intussen is ze er wel aan gewend. ‘Ik leg steeds weer uit dat ik voor bevallingen ben opgeleid.’

    Haar kennis van zaken heeft haar zelfverzekerder gemaakt. Tegenwoordig slaat ze haar blik niet meer neer, ook niet wanneer ze argumenten tegen tradities inbrengt of over seks praat. Ze legt families uit dat pasgeborenen geen honing verdragen. Velen geloven dat kinderen daar zoeter van worden.

    Als Afroja een vrouw naar het ziekenhuis verwijst omdat ze syfilis vermoedt, zegt ze: neem je man mee. Wat ze niet zegt is dat de echtgenoot, een riksjarijder, het waarschijnlijk bij prostituees heeft opgelopen. Bij een huisbezoek vertrouwt een textielarbeidster, in de vierde maand van haar zwangerschap, Afroja haar angst toe. Ze is bang dat het weer een miskraam wordt. ‘Als ik slaap merk ik dat mijn man aan mijn buik luistert of hij de baby hoort,’ fluistert ze. Maar haar gebrek aan eetlust en haar knagende angst met hem bespreken? Ze houdt haar sjaal voor haar mond. O nee, dat gaat niet. ‘Wij zijn allemaal vrouwen. Je hoeft je niet te schamen,’ zegt Afroja.

    Afroja is een stille strijdster voor de rechten van vrouwen. ‘De meesten weten gewoon niet beter,’ zegt ze op weg naar de kraamkliniek. Ze weet dat ze haar taal moet aanpassen. Bovendien heeft ze het vertrouwen van de wijk nodig. Ook daarom wordt ze bij haar visites altijd begeleid door een medewerkster van de gemeente die in de betreffende buurt is opgegroeid.

    ‘Er bestaat geen eten dat jouw kind bitter of zoet kan maken. Het heeft alleen maar jouw melk nodig’

    Afroja werkt zes dagen in de week, ze moet dagelijks drie uur door de chronische verkeersopstoppingen van Dhaka rijden. Ze heeft klem zittende baby’s uit moeders bevrijd, bloedingen gestopt en beslist wanneer de vrouwen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis moeten. Ze is trots op zichzelf: bij haar is geen moeder gestorven.

    Tijdens de nachtdienst slaapt ze in de behandelkamer van het geboortecentrum op de vloer. Ze verdient omgerekend 270 euro per maand; slechts ongeveer een derde meer dan textielarbeidsters. Toch zegt ze: ‘Ik heb mijn doel bereikt.’ Ze is de uitzondering onder haar voormalige vriendinnen uit de klas. Die zijn bijna allemaal getrouwd en hebben geen vak geleerd. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen trouwen ligt in Bangladesh in de buurt van negentien jaar. Ook daarom moesten de vroedvrouwen zich verplichten, tijdens hun opleiding niet te trouwen. ‘Het huwelijk sluit veel vrouwen op achter de voordeur,’ zegt Afroja.

    Statistisch is nog niet na te gaan hoe de vroedvrouwen de sterftecijfers onder moeders in Bangladesh beïnvloeden. Rondi Anderson, de vroedvrouwenspecialiste van het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties in Dhaka, hoopt dat dit over ongeveer tien jaar mogelijk is. In totaal had men ongeveer 20.000 vroedvrouwen nodig om alle vrouwen te kunnen bedienen. Tot op heden is slechts een tiende van dat aantal gerealiseerd. Daar komen andere problemen bij. Er zijn geen ervaren collega’s die pas opgeleide vrouwen kunnen instrueren. Veel klinieken zetten de vroedvrouwen weer als verpleegster in, en niet in de ruimte waar de bevallingen plaatsvinden. Bovendien ontbrak het aan medicijnen, vertelt Rondi Anderson: ‘Bangladesh staat nog aan het begin.’

    Aangekomen

    Maar alleen al in Afroja’s kleine kraamkliniek werden verleden jaar meer dan 500 baby’s geboren. De families lijken er dus voor open te staan, de bevalling zonder artsen en traditionele helpsters te laten plaatsvinden. Ook al is er zeker nog een tweede generatie vroedvrouwen nodig om het beroep ingeburgerd te krijgen – Afroja Akter lijkt door de vrouwen in de wijk geaccepteerd te worden.

    ‘Jij weet het beste wat goed is voor jouw zoon,’ bemoedigt ze de moeder wiens baby aan geelzucht lijdt. ‘Er bestaat geen eten dat jouw kind bitter of zoet kan maken. Het heeft alleen maar jouw melk nodig.’ Dan zet ze de weegschaal klaar. 3,2 kilo. De zuigeling is aangekomen. De moeder belooft dat ze de volgende dag naar buiten zal gaan. Tien minuten, heel vroeg in de ochtend.

    Auteur: Fiona Weber-Steinhaus
    Vertaler: Piet Meeuse

    Stern
    Duitsland | weekblad | oplage 1.275.000

    Het grootste actualiteitenblad van Duitsland, bekend om de rijk geïllustreerde reportages.

  • Wereldbeeld: Liggende opstand

    Wereldbeeld: Liggende opstand

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld.

    © Tomas Cuesta / AP / HH
    © Tomas Cuesta / AP / HH

    Argentijnse vrouwen zijn massaal op de breedste boulevard ter wereld gaan liggen, de Avenida 9 de Julio in Buenos Aires, uit protest tegen machismo en geweld. De demonstranten zijn ontzet over het vonnis van de rechtbank in de moord op de 16-jarige Lucía Pérez. Zij werd in 2016 gedrogeerd, verkracht en om het leven gebracht door twee mannen, die ervanaf kwamen met een lichte straf omdat het volgens de rechtbank ging om ‘seks met wederzijdse toestemming’.

  • Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    In het Iraakse dorp Al Bu Nahid worden vrouwen en mannen gelijk behandeld, zijn roken en frisdrank in de ban en religieuze twisten verboden.

    De provincie Diwaniya in Zuid-Irak is een van de meest verpauperde streken in het land. De meeste mensen werken er op het land, waardoor ze hard werden getroffen door een droogte in april. Zoals bijna overal in Irak worden de straten van de stad Diwaniya gekenmerkt door afval, verstikkende uitlaatgassen en eindeloos getoeter van auto’s.

    Maar in het het dorp Al Bu Nahid, net buiten de stad, zijn bewoners bezig een nieuw idee uit te werken over hoe Irak eruit zou kunnen zien. In een land waar ruim 30 procent van de Iraakse mannen lijdt aan ernstig overgewicht, heeft het dorp frisdrank in de ban gedaan en is er jaarlijks een hardloopfestival met duizenden deelnemers. In een land waar olie de economie en politiek stuurt, viert het dorp op 5 juni Wereldmilieudag en ontplooit het milieuvriendelijke initiatieven. In een land waar de benzineprijs 0,63 dollar per liter bedraagt, hebben fietsen in het dorp de voorkeur gekregen boven de auto als vervoermiddel.

    Joggen

    Deze initiatieven zijn grotendeels het geesteskind van Kadim Hassoun, een ingenieur die een aantal projecten in het dorp begon, nadat hij in Europa en het Midden-Oosten in aanraking was gekomen met ideeën over gezondheid, sociale betrokkenheid en milieu. Na een verblijf van achttien jaar in Dubai keerde Hassoen in 2014 terug naar Irak en probeerde daar, tot ongeloof van zijn dorpsgenoten, aan fitness te blijven doen. ‘Iedereen zag mij als een excentriekeling, maar ik deed er nog een schepje bovenop,’ vertelt hij. Uitgedost in trainingspak en hardloopschoenen jogde hij stug voort op het platteland. ‘Na een maand voegden twee mensen zich bij me, na twee maanden liepen er vijf mee, en eerlijk waar, na zes maanden had ik de meeste dorpsgenoten mee – vooral de tieners en twintigers.’

    Naarmate het leger lopers aanzwol, kwamen zij uiteindelijk op het idee een ‘hardlopersfestival’ op te zetten. Elk jaar doen mensen van buiten het dorp, bijvoorbeeld uit de stad Diwaniya, nu mee aan het evenement. Volgens Hassoen zijn er vaak wel drieduizend deelnemers.

    Het onverwachte succes van het festival, dat ook de aandacht van de media trok, dreef Hassoen ertoe meer projecten te creëren ter bestrijding van de sociale kwalen die zijn dorp in het bijzonder, en Irak in het algemeen, volgens hem teisteren. Verbodsborden voor toeteren en roken – alomtegenwoordige verschijnselen in Irak – hangen overal in het dorp. Hassoun wil graag benadrukken dat er geen sprake is van autoritaire handhaving. Wel is het zo dat wie de regels overtreedt, het gevaar loopt te worden uitgekotst door de overige dorpelingen, die de veranderingen van harte hebben ondersteund.

    De regels (zie onder).
    De regels (zie onder).

    Een klein, vervallen gebouw, ergens bij de rivier, doet dienst als Huis voor de Cultuur. Binnen staan boeken, fictie en non-fictie, over een breed scala aan onderwerpen, en is er schilder- en knutselmateriaal. ‘Ik heb het Huis voor de Cultuur opgericht en ben vervolgens een bibliotheek begonnen – ik heb boeken uit binnen- en buitenland toegestuurd gekregen, zelfs uit Groot-Brittannië, de VS en Zweden,’ zegt Hassoun. ‘Ook hebben de meeste bibliotheken in Bagdad mij boeken gedoneerd.’

    Tijdens een rondleiding in het Huis voor de Cultuur toont Hassoun kunstwerken die gemaakt zijn door kinderen uit de buurt. Kort geleden kwam er een kunstenaar uit Bagdad kinderen helpen een schilderij te maken waarin de rol van Unicef wordt geëerd. Portretten van mecenassen van Al Bu Nahid sieren de muren, waaronder dat van de Brits-Iraakse schrijfster Emily Porter, die enkele initiatieven van het dorp financieel heeft gesteund.

    ‘Ik heb grote waardering voor de nieuwe dingen die in ons dorp gaande zijn,’ zegt Ali Ghanem, een van de 750 inwoners. ‘Kadim heeft echt zijn best gedaan de situatie te verbeteren. We beseften dat sport goed voor ons was, dus hebben we het kampioenschap 200 meter hardlopen opgezet. Ook zijn frisdrank en roken uitgebannen. We wisten dat er iets goeds was aan ons dorp, en nu zien we het met eigen ogen – we zijn getuige van concrete veranderingen.’

    ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig’

    Als het gaat om de ontwikkeling van zijn ideale gemeenschap, ziet Hassoun twee grote knelpunten: sektarisme en de marginalisering van vrouwen. ‘In het Midden-Oosten komen de grootste problemen en conflicten door religie, omdat de grootste problemen steeds door de bril van religie worden bekeken. Dat doorbreken was een hoofdstreven in dit dorp.’

    Sommige mensen zeggen dat Hassoun zich tegen religie keert. ‘Nee, zeg ik dan, ik probeer je religie juist te beschermen. Houd het geloof er alsjeblieft buiten. Ik zeg: als je over religie wilt praten, oké, ga dan eerst naar het Huis voor de Cultuur, neem een boek over de religie mee naar huis en lees het. En kom er dan hier over praten.’

    Wat vrouwen betreft was de strijd nog moeilijker, gezien de mentaliteit op het Zuid-Iraakse platteland. Hassoun heeft twee dagen per week het cultuurcentrum voor vrouwen gereserveerd, mannen zijn dan niet welkom. Vrouwen kunnen een groot aantal lezingen bijwonen en sociale, medische en psychologische problemen bespreken met ngo’s.

    In veel opzichten is de scheiding tussen de seksen hier minder strikt dan elders in Irak. Hassoun wijst naar het gemeentehuis, een groot, met riet bedekt gebouw aan de ingang van het dorp, en vertelt dat de vrouwen van Al Bu Nahid daar welkom zijn, iets wat in andere dorpen niet vanzelfsprekend is. ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig.’

    Andere dorpen hebben lering getrokken uit het succes van Al Bu Nahid. Nu IS is verslagen, lijkt Irak eindelijk het sektarische geweld en de sfeer van angst en repressie te boven te komen. Nu oorlog en geweld op de achtergrond raken, beginnen Irakezen meer aandacht te krijgen voor de sociale en economische kwalen die hun land plagen. Voor Hassoun is Al Bu Nahid een mogelijke blauwdruk voor hoe Irak zichzelf zou kunnen rehabiliteren, met een opener, gezonder gemeenschapsleven. ‘Het is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Maar ik probeer tenminste wat.’

    Auteur: Alex MacDonald
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: De regels

    Aan de ingang van het dorp stipuleren twee uithangborden – een in het Engels, een in het Arabisch – een aantal (losjes gehandhaafde) regels:

    1. Niet roken
    2. Geen ruzie om godsdienst
    3. Geen getoeter
    4. Geen politieke discussies
    5. Eerbiediging van verkeersregels
    6. Geen bomenkap, want het milieu is onze verantwoordelijkheid

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.

  • In Nagorno-Karabach delen vrouwen de lakens uit

    In Nagorno-Karabach delen vrouwen de lakens uit

    Nagorno-Karabach in de Kaukasus is een machorepubliek. Maar doordat veel mannen zijn weggevallen door de oorlog met Azerbeidzjan, bekleden vrouwen er de machtige posities. ‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week laaide het conflict tussen Azerbeidzjan en de Armeense inwoners van de regio Nagorno-Karabach weer op. Na een kortdurende aanval op de Armeense enclave riep de Azerbeidzjaanse president woensdag de overwinning uit. Volgens president Aliyev is de soevereiniteit van Azerbeidzjan weer hersteld en was de ‘antiterreuroperatie’ in de regio een succes.
    Dit conflict sleept zich al voort sinds 1991, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel en de voormalige autonome oblast Nagorno-Karabach zichzelf uitriep tot republiek. Toch brengt het gewapende conflict ook voordelen met zich mee. Zo blijkt uit dit artikel van Der Spiegel uit 2018 dat het in Nagorno-Karabach nu de vrouwen zijn die de lakens uitdelen en hoge posities bekleden, zij het omdat de mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken waar wel werk voor hen was. In dit artikel vertelt een aantal vrouwen over het leven in de regio, hun hoge functies en hoe de traditionele rolpatronen naar buiten toe nog altijd gehandhaafd worden, maar achter de schermen niet langer fungeren.

    In een kelder in de Kaukasus staat een vrouw. Ze is begin veertig, met een spijkerbroek en loshangend zwart haar. Ze wijst op de hoek waar ze als kind met haar familie schuilde. Ze laat de trap zien waar een granaat een gat sloeg in het lichaam van haar broer. Wijst op de kist waar ze de Kalasjnikov uithaalde, iedere keer dat haar vader naar het front vertrok.

    De vrouw in de kelder die oorspronkelijk voorraadkamer was, daarna schuilkelder, en die nu een pijnlijke herinnering is, is Armine Alexanjan, de nummer twee op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een vrouw met macht, trots en gescheiden.

    Een historische beschikking van het lot maakte dat ze op een positie kwam die haar anders nooit was toegevallen. Niet hier, in deze machorepubliek, waar de mannen onder de wapens zijn, de grenzen bewaken en bevelen snauwen. Waar nog geen twee generaties geleden vrouwen hun gezicht bedekten, en waar ondanks zeventig jaar van Sovjetheerschappij de traditionele rolverdeling nauwelijks is verbeterd. Waar de geestelijke tot de dag van vandaag bij een huwelijksplechtigheid aan de bruidegom vraagt: ‘Spreekt u ook namens haar?’ en aan de bruid: ‘Zult u hem gehoorzamen?’ De afvallige republiek Nagorno-Karabach, volkenrechtelijk onderdeel van Azerbeidzjan, is gebrandmerkt door oorlog en armoede en streng patriarchaal. Desondanks zijn het de vrouwen die hier de laatste twee decennia aan de macht komen. Ze hebben leidinggevende posities ingenomen op ministeries en aan de universiteit, in het hooggerechtshof, bij politie-eenheden. Ze vullen de leemtes die zijn ontstaan doordat mannen zijn gesneuveld, oorlogsinvalide geworden of naar Rusland vertrokken omdat daar werk voor hen was.

    ‘In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities met 300 procent toegenomen’

    Van de 150.000 inwoners van dit gebied tussen de Zwarte Zee en de Kaspische Zee − kleiner nog dan de provincie Noord-Brabant − zijn 45.000 mannen onder de wapenen geroepen, actief of als reservist. Overal hangen aanplakbiljetten met propaganda, op gebouwen zitten borden met ‘Pas op, de vijand luistert mee’, op de basisschool leren kinderen hoe ze met wapens moeten omgaan, op tv is de ene militaire parade na de andere te zien. Allemaal gericht tegen buurland Azerbeidzjan, dat de grote vijand werd toen Nagorno-Karabach in 1991 de onafhankelijkheid uitriep en er een oorlog uitbrak die nog steeds nasmeult. In totaal zijn er 40.000 doden gevallen en zijn meer dan een miljoen mensen ontheemd geraakt.

    Nagorno-Karabach werd daardoor een laboratorium waar de resultaten van deze proef zichtbaar zijn: wat gebeurt er als je vrouwen gewoon hun gang laat gaan en hen toegang geeft tot machtsposities? Geen van hen heeft dit lot zelf gekozen. Het zijn geen uitgesproken feministes, met het #MeToo-debat of gendervraagstukken willen ze net zomin iets te maken hebben als de Duitse puinruimsters vlak na de Tweede Wereldoorlog.

    Maar wat doen de vrouwen met deze unieke kans? Kunnen andere vrouwen iets van hen leren?

    Alexanjan leidt ons uit de kelder naar boven, naar het huis van haar ouders. In de keuken zit haar moeder met andere dames van een jaar of zeventig te kaarten: gouden tanden, zuurstokkleurige ochtendjassen ondanks de middag, wenkbrauwen zwart als die van Charles Aznavour. Er is moerbei-jam, en ingelegde augurken, ze praten over hun mannen die ze door ontrouw of oorlog zijn kwijtgeraakt. Ze hebben allemaal wel iemand verloren, maar verbitterd zijn ze niet. Tranen vloeien, de heerlijke Ararat-brandewijn eveneens, en al snel wordt duidelijk dat deze vrouwen heel wat vrolijker vertellers zijn dan de mannen. De enige man in het gezelschap, de vader van Alexanjan, heeft zich allang uit de voeten gemaakt, naar zijn koeien voor het huis.

    In Stepanakert, de hoofdstad, bevindt het bureau van Alexanjan zich op de eerste verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een klein huis tussen verwaarloosde prefab bouwsels. Boven haar bureau hangt een foto van een ezel.

    ‘Wilskrachtig en stijfkoppig,’ zegt Alexanjan, net als zijzelf. Die karaktereigenschappen moeten haar helpen in de strijd voor haar levensdoel: zelfbeschikkingsrecht en internationale erkenning. Want Nagorno-Karabach wordt internationaal niet erkend, zelfs niet door zijn beschermheer Armenië. Het is als het ware een Armeense enclave op Azerbeidzjaans grondgebied.

    © Marco Fieber.
    © Marco Fieber.

    Alexanjan is de vertegenwoordigster van deze de-factostaat, geen geringe opgave, maar ze doet het met een ijzeren discipline, ondanks tegenslagen en isolement. Als er iemand is die kan uitleggen hoe vrouwen zich handhaven in een samenleving waar het adagium luidt ‘Vrouwen werken wel hard, maar mannen hebben meer hersens’, dan is zij het wel. Ze zegt dat dat hun lukt door diplomatieke vaardigheden, die zij ‘paradiplomatie’ noemt.

    Vrouwen in Nagorno-Karabach zijn succesvol doordat ze behoedzaam zijn en tactisch. Zoals de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken aan bezoekers van haar moeilijke land uiteenzet, is zij het die achter de schermen aan de touwtjes trekt, maar voor de buitenwereld laat ze de minister, haar baas, voorgaan, zodat hij de lauweren kan oogsten. Mannen, weet Alexjan, en weten alle andere vrouwen hier, moeten met zachtzinnigheid worden overtuigd, ze moeten niet het gevoel krijgen dat ze worden ingehaald of aan de kant geschoven. Daarom is het belangrijk dat naar buiten toe de oude rolpatronen gehandhaafd blijven. Dat zie je in Stepanakert [de hoofdstad] terug op straat: daar zijn vrouwen verlengstukken van hun man, ze doffen zich met kniehoge laarzen onder korte rokjes op, als de zusjes Kardashian, en paraderen aan hun arm van hun man, die een hoekige bontmuts draagt.

    Als aanhangsel is Alexjan niet erg geslaagd, daar is ze te zelfbewust voor. Haar man was jaloers, ze heeft hem eruit gegooid en sindsdien voedt ze de kinderen alleen op. Veel vrouwen in Nagorno-Karabach hebben een eigen carrière en leiden een onafhankelijk leven. Maar dat wrijven ze hun mannen niet onder de neus. Zo heerst er, al is het dan niet in het land, in elk geval vrede tussen de geslachten en binnen de families.

    Ministerie als gezin

    Narine Agabaljan is een van die vrouwen. Broekpak, praktisch, kort haar, vijftig. Ze was de eerste minister van Cultuur van Nagorno-Karabach, en had een staf die voor 80 procent uit vrouwen bestond. Nu is ze minister van Onderwijs. Haar gezicht staat ernstig als ze ons ontvangt in een ijskoud kantoor met een vlag van Nagorno-Karabach. Ze zegt van zichzelf dat ze door de oorlog sterk geworden is. Toen ze 23 was stond ze als soldaat in de loopgraven, haar man sneuvelde aan het front, twee maanden later kwam haar zoon ter wereld. Ze noemde hem Edmon, naar zijn vader. Als ze een man was geweest, zou ze toen zijn begonnen met drinken.

    Maar Narine Agabaljan vocht zich terug in het leven. Als tv-journaliste deed ze verslag van de vijandige linies, van de verliezen, over pogroms, maar daar had ze snel genoeg van. Ze zocht nieuwe wegen, ging de politiek in, werd minister van Cultuur, besteedde geld aan de renovatie van moskeeën in plaats van aan wapens. Tot nu toe doet ze het heel goed zonder man. Wat is het verschil tussen haar en haar mannelijke collega-ministers?

    ‘Twee dingen,’ zegt de minister, nog steeds zonder te glimlachen. ‘In de eerste plaats: flexibel blijven, niet vastzitten aan je positie en behoud van je macht.’ In de tweede plaats stuurt ze haar ministerie aan als een gezin. Dat wil zeggen: ‘Luisteren, laten uitspreken. Geen ellebogenwerk, niet pronken met je heldendaden, iedere dag compromissen sluiten.’

    Over betuttelingen en handtastelijkheden van mannelijke collega’s hoor je hier niets. ‘We kennen hier geen geweld tegen vrouwen,’ zegt de minister van Onderwijs. Ze kan geen land ter wereld bedenken waar vrouwen veiliger zijn. Waarom, vanwege alle soldaten, de veiligheidsmensen? ‘Omdat we met zo weinigen zijn,’ zegt de minister, en bijna alle vrouwen die je in Nagorno-Karabach tegenkomt zeggen hetzelfde. Omdat iedereen iedereen kent en geen man zich een schandaal kan veroorloven.

    Nog geen twee kilometer van het ministerie verwijderd doceert rekenwonder Manusch Minasjan, donker pagekopje, warme stem. Minasjan is de eerste vrouwelijke rector van de staatsuniversiteit. Getallen heeft ze altijd als een uitdaging gezien, niet als mannending. Ze heeft statistiek gestudeerd, was hoofd van de belastingdienst. Ze zegt: ‘Ons land biedt vrouwen enorme kansen.’ Ze leidt ons door lange gangen, doet deuren open. ‘Kijk maar, de collegezalen zitten vol met meisjes.’ Ze zoekt naar de cijfers, controleert de statistieken met een rekenmachine. ‘Van alle arbeidsgeschikte vrouwen werkt bijna 90 procent. In de afgelopen tien jaar is het aantal vrouwen in leidinggevende posities bij ons met 300 procent toegenomen. In de publieke sector is het ongeveer 60 procent. Wat vindt u daarvan?’

    Zijn vrouwen betere leidinggevenden, gaan ze anders om met macht? Ze antwoordt dat ze daar vaak over heeft lopen denken. ‘Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid.’ Omdat meisjes niet in dienst hoefden hebben ze zich op hun studie geconcentreerd, waardoor ze zijn gekwalificeerd voor betere banen. ‘En ze zijn slim genoeg,’ zegt ook Minasjan, ‘om dat hun man niet de hele tijd in te wrijven.’

    Vrouwen zijn flexibeler en betrouwbaarder. Maar vooral: ze zijn beter opgeleid’

    Zijn vrouwen pacifistischer dan mannen? Welnee, antwoordt de rectrix, alsof dat een schande zou zijn. Ze vertelt dat de minister van Defensie onlangs de universiteit bezocht. De studentes vroegen hem waarom er geen dienstplicht voor vrouwen bestond. Tot grote ergernis van de studentes had de minister gezegd dat vrouwen in de keuken hoorden. ‘Persoonlijk vind ik,’ aldus de rectrix, ‘dat ze als ze dat willen in het leger moeten kunnen gaan.’ Bijna alle vrouwen in Nagorno-Karabach zeggen dat ze in een noodsituatie hun land ook gewapenderhand zullen verdedigen.

    Hoezeer de langdurige oorlog ook kansen biedt voor vrouwen, aan de andere kant is het een catastrofe die hele families uiteenrijt. Dat blijkt als je buiten de hoofdstad komt. Hoe verder je naar het noorden komt, des te vaker zie je de met planken versterkte, mansdiepe loopgraven, of ze zijn dichtgegooid en een paar meter verder weer opnieuw uitgegraven. Het is een gevecht om iedere meter die je de vijand hebt afgedwongen, het lijkt op het vooruit en achteruit in een schaakspel dat geen winnaar kent.

    In Talysch, een grensplaats onder aan een groene heuvelrij, staan de vijandelijke troepen tegenover elkaar, jonge mannen met vage baardjes en met hun bloedgroep op de borst van hun uniform geborduurd. Talysch ligt in puin, alle huizen zijn kapot, bomkraters in de tuinen. Bijna iedere nacht, vertellen ze, dondert aan de overkant de artillerie. Het is een mannendorp, ze sjouwen puin weg, bouwen de oude feestzaal weer op en drinken wodka uit limonadeflesjes. Hun vrouwen wonen een uur verderop in witte containers met gietijzeren allesbranders en sturen hun kinderen naar een provisorisch gebouwde school waar ze vijf uur per week les krijgen in wapenkunde.

    Maar er zijn ook plaatsen waar, als een kasplantje, de hoop groeit, waar mensen wonen die niet zo verstrikt zitten in het eeuwige conflict tussen christenen en moslims in de Kaukasus. Mensen zoals Nana, 27, donkere krullen, pientere blik, nieuwsgierig naar alles wat nieuw is. Nana heeft politicologie gestudeerd en het is haar baan om de onderwijsinstellingen in Nagorno-Karabach te moderniseren, buitenlandse docenten aan te trekken en uitwisselingsprogramma’s te organiseren. Ze heeft in Armenië gestudeerd, had daar een carrière voor zich, maar is teruggekomen ‘omdat ze haar hier dringender nodig hadden’.

    Als Nana het spreekwoord hoort dat iedereen hier kent: ‘Vrouwen zijn de ruggengraat, daarboven zit het hoofd, dat is mannelijk’, wordt ze woedend. Zeker, op feestdagen loopt ook Nana met de vlag van Nagorno-Karabach door de straten en staat ze in de houding als met onderscheidingen overladen veteranen rode anjers op oorlogsgraven leggen. Maar ze weet dat haar vaderland geen toekomst heeft als het in het verleden blijft steken. Ze loopt met ons door de hoofdstraat van Stepanakert, waar inderdaad soldaten flaneren met een meisje aan hun arm. ‘Hier ergens,’ zegt ze terwijl ze op de gevels wijst, ‘wil ik binnenkort werken. In het kantoor van de Verenigde Naties, dat er nog niet is, als politiek adviseur, als bemiddelaar tussen de verschillende werelden.’

    Nana is ervan overtuigd dat ze ooit een vrij leven zal leiden, onafhankelijk van oorlogen en mannen. Kinderen? Natuurlijk wil ze kinderen. Bijna alle vrouwen hebben kinderen, en als ze die niet hebben zien ze dat als een groot ongeluk. Ze hebben kinderen omdat het land nieuwe generaties nodig heeft, om te kunnen voortbestaan en voor komende oorlogen. Maar vooral omdat ze dol zijn op kinderen.

    Met Nana groeit een nieuwe generatie op, die een hele stap verder is dan vrouwen als de minister van Onderwijs en de onderminister van Buitenlandse Zaken. Hun idee van een vreedzaam Nagorno-Karabach gaat veel verder dan een oplossing voor het conflict met Azerbeidzjan. Deze vrouwen hebben de oorlog van de jaren negentig niet meegemaakt, de vierdaagse oorlog van april 2016 was voor hen slechts een korte, nare droom. Ze denken minder in termen van daders en slachtoffers en maken nauwelijks onderscheid tussen mannen en vrouwen.

    © Marco Fieber
    © Marco Fieber

    Net als de jongeren in Bardak, een garage in Stepanakert, tegenwoordig een club, waar ’s avonds in het halfduister de jonge inwoners van Nagorno-Karabach flirten, roken, wodka drinken, dansen op Another Brick in the Wall van Pink Floyd en er niet aan denken een leven te gaan leiden als soldaat, om te lijden en te sterven uit haat. Maar zover is het nog lang niet, dit land is een gebarricadeerd eiland, met Armenië verbonden door een corridor waar tweemaal daags busjes met mensen en goederen doorheen hobbelen.

    Niet ver hiervandaan staan zes vrouwen op een met sneeuw bedekte helling. Niemand heeft het over politiek. Het vrouwenteam spoort de vijand op en maakt hem onschadelijk. Deze vijand heeft zich niet in loopgraven verschanst, maar ligt al op de grond, een paar centimeter diep in de bevroren aarde. Deze vrouwen maken mijnen onschadelijk. In opdracht van de Amerikaanse hulporganisatie Halo ruimen ze het vuilnis op dat de oorlog heeft achtergelaten. Het is mannenwerk, en ze doen het heel goed.

  • Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Ook de cheerleader pikt het niet meer

    Cheerleaders zijn met hun hotpants en pompons niet meer weg te denken uit de wereld van het American Football. Toch steekt ook in deze wereld het feminisme voorzichtig de kop op.

    Elk jaar in april houden een aantal American Football-teams audities voor cheerleaders. Vele vrouwen beproeven dan hun geluk. Maar tegenwoordig, in de wereld van #MeToo, worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij de strenge regels en de karige beloning.

    Deze maand veertig jaar geleden beschreef een journalist die aanwezig was bij de cheerleading tryouts van de Dallas Cowboys een scène die ‘even zenuwslopend was als een open casting voor een Broadway-show’. Honderdvijftig vrouwen – de meest begeerde, gevierde en gewilde vrouwen van heel Texas – stonden te rillen in een ruimte waar de airco veel te koud stond afgesteld.

    De vrouwen vertelden over hongerdiëten, die ze vele weken hadden volgehouden. De verslaggever van The New York Times schreef dat de cheerleaders een vergoeding van niks kregen: vijftien dollar per wedstrijd (14 dollar 72 na aftrek van belasting). Ze moesten zich aan een strak repetitieschema houden – maar liefst vijf uur per avond, en dat vijf keer per week –, ze mochten zich niet vertonen op plekken waar alcohol werd geschonken, ze mochten niet in hun uniform op welk feestje dan ook verschijnen, ze mochten geen sieraden dragen wanneer ze hun uniform aan hadden.

    ‘De cheerleaders van de Cowboys zijn, boven alles, mooi’, stond in het artikel te lezen. Dit was een tijd waarin deze cheerleaders misschien wel de meest iconische show neerzetten binnen de wereld van het American Football, binnen de hele NFL. Een ‘grote dosis charme en uitstraling’ was een absolute vereiste.

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH
    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen. Eisenhower, Roosevelt, Reagen en beide Bushes stonden tijdens hun studietijd met megafoon langs de zijlijn. – © HH

    Vier decennia later lijkt de wereld weliswaar te zijn veranderd, maar de regels waaraan professionele cheerleaders zich dienen te houden zijn nog min of meer dezelfde. Toch lijkt, in een tijd waarin de NFL gebukt gaat onder een onophoudelijke stroom verhalen over huiselijk geweld en beschuldigingen van seksueel geweld – en talloze vrouwen zich achter #MeToo scharen – ook in de wereld van cheerleaders het feminisme voorzichtig de kop op te steken. Er worden kanttekeningen geplaatst bij de strenge en naar het zich laat aanzien seksistische regels die op professioneel niveau gemeengoed zijn. Maar tegelijkertijd doen honderden vrouwen, bij verschillende teams, auditie voor cheerleader. Al naar gelang de regels van het team doen ze dat in de voorgeschreven crop top, een huidkleurige panty, hotpants en met ‘geheel verzorgd kapsel en make-up’, zoals staat te lezen in de leidraad van de Arizona Cardinals.

    De vrouwen zullen worden beoordeeld op hun techniek, uitstraling en houding, maar ook op hun uiterlijk, zoals in vele handleidingen staat aangegeven. Het mag duidelijk zijn dat ‘ons uniform een slank figuur vereist’, vermeldt de auditiefolder van de Cowboys. Als deze vrouwen geluk hebben worden ze toegelaten tot teams met namen als Ben-gals (een verwijzing naar de Bengals van Cincinnati), de Raiderettes (Oakland), de Falconettes (Atlanta) of de Saintsations (New Orleans). Ze zullen zich moeten houden aan bepaalde reglementen. Zo mogen ze niet al te vriendschappelijk met de spelers omgaan en in sommige gevallen mogen ze er geen stellige meningen op nahouden, of kauwgom kauwen. Toch zullen velen het een fantastische ervaring vinden: het kameraadschap, de kans om zo dicht in de buurt te komen van de helden, de kans om al je technische vaardigheden te tonen (vaardigheden, jawel: vele NFL-cheerleaders zijn getrainde dansers).

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome’

    ‘Het is echt een kick die nergens mee is te vergelijken,’ zegt Flavia Berys, die van 2000 tot 2002 cheerleader is geweest bij de San Diego Chargers en een aantal boeken heeft geschreven over alle geheimen rond cheerleaderaudities. ‘Je voelt echt de energie van elke afzonderlijke fan die daar in het stadion zit.’

    ‘Je krijgt instant een hechte band met de andere vrouwen,’ aldus Toni Washington, die in de jaren tachtig cheerleader en toursecretaris is geweest bij de Cowboys.
    Toch gaat er ook weleens iets mis, te beginnen met de zaak van Bailey Davis, een tweeëntwintigjarige ex-cheerleader van de New Orleans Saints, die in januari werd ontslagen omdat ze een foto op Instagram had gezet waarop ze een kanten bodysuit draagt. Dat druist in tegen de socialmediaregels van het team. Als reactie daarop diende zij een klacht in wegens genderdiscriminatie, bij de Equal Employment Opportunity Commission. Ze beschuldigde de NFL ervan een dubbele moraal te hanteren: er gelden andere regels voor de cheerleaders, vrijwel uitsluitend vrouwen, dan voor de spelers, uitsluitend mannen.

    ‘Ik verdien niet genoeg om mijn hele leven door hen te laten bepalen, ook buiten de Superdome,’ zei Davis. Veel cheerleaders van de NFL verdienen een schamele vijfenzeventig dollar per wedstrijd, en ze krijgen nog wat extra’s als ze bepaalde events bijwonen. Als Davis in het team was gebleven, had ze tien dollar vijfentwintig per uur verdiend, ofwel drie dollar meer dan het minimumloon in Louisiana.

    Davis is niet de eerste die de genderongelijkheid binnen de NFL aan de kaak stelt. Al in de jaren zeventig werd er door de National Organization for Women gedemonstreerd bij de Cowboys’ tryouts voor cheerleaders, en de cheerleaders werden door feministen weggezet als ‘instrumenten van het seksisme’, zoals The New York Times het ooit verwoordde.

    De Chicago Bears zijn in 1985 gestopt met hun cheerleaders, de ‘Honey Bears’, toen de dochter van George Halas, de eigenaar en een van de oprichters van de NFL, na de dood van haar vader het team overnam. (George Halas zelf had ooit gezegd: ‘Zolang ik leef, zullen er dansende meisjes zijn.’)

    Processen

    De afgelopen jaren hebben gewezen cheerleaders processen aangespannen tegen de NFL over hun salaris. In 2016 hebben de New York Jets een regeling getroffen en hun cheerleaders met terugwerkende kracht 325.000 dollar uitgekeerd. De Raiders zijn een schikking van 1,25 miljoen dollar overeengekomen met de Raiderettes. Er zijn zes NFL-teams zonder cheerleaders, waaronder de Buffalo Bills – van wie het cheerteam is ontbonden na een groepsvordering over de betaling – en de New York Giants, van wie de mede-eigenaar, John Mara, heeft gezegd: ‘In filosofische zin hebben we er altijd moeite mee gehad om schaars geklede vrouwen het veld op te sturen ter vermaak van onze fans.’

    ‘Ik heb twee dochters,’ zegt Drexel Bradshaw, een advocaat die enkele cheerleaders heeft vertegenwoordigd in rechtszaken voor gelijke betaling, tegen de San Francisco 49ers en de Raiders. ‘Ik zou niet graag zien dat mijn dochters worden behandeld zoals deze vrouwen worden behandeld.’

    Margery Eagan, een radiopresentatrice, formuleerde het onlangs een stuk directer in een column in The Boston Globe. ‘Het is hoog tijd om kritisch te kijken naar de cheerleaders van de NFL, met hun nauwelijks bedekte borsten, die vanaf de tribunes worden begluurd door dronken mannen met een verrekijker,’ schreef ze. ‘Het is beschamend, voor ons allemaal. Of dat zou het in ieder geval moeten zijn.’

    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty
    De cheerleader met hotpants en go-go-laarzen is te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig. – © Getty

    Willen vrouwen in een mannenwereld iets bereiken, zo luidt het gezegde, dan moeten ze alles doen wat mannen doen – maar dan achterwaarts en op hoge hakken. Voor de NFL-cheerleaders komt daar nog iets bij: zij moeten aan de kant staan, op hoge hakken, en de mannen aanmoedigen, voor een schijntje – en dat in een wereld waarin spelers miljoenen binnenhalen en zelfs de mascottes soms vijfenzestigduizend dollar per jaar opstrijken.

    Zoals in The New York Times, en op andere plekken, is opgemerkt, roepen de regels waaraan de moderne cheerleaders zich dienen te houden herinneringen op aan een ander tijdperk, waarin vrouwen werden gewogen, een verplichte manicure kregen, instructies kregen hoe ze tampons dienden te gebruiken en werden getraind in het beleefd afwimpelen van fans die te nieuwsgierig of te handtastelijk werden. Wie een blik werpt in de voorschriften uit de jaren zestig voor de Playboy -clubs van Hugh Hefner – regels die waren opgesteld voor de vrouwelijke medewerkers, die ‘bunnies’ werden genoemd – stuit op opmerkelijke gelijkenissen: de bunnies kregen ‘strafpunten’ voor kauwgom kauwen, vuile nagels of ongekamd haar. Maar deze bunnies kregen tenminste wel een salaris en bepaalde voordeeltjes.

    ‘Je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet. Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan’

    ‘Het is ontzettend moeilijk om een NFL-cheerleader te zijn, want je moet niet alleen een goed getrainde danser zijn, maar je moet er ook nog eens goed uitzien terwijl je zeer inspannend werk doet,’ zegt Bailey Davis. ‘Je moet het doen op tien centimeter hoge hakken. Volledig opgemaakt, en je moet onafgebroken glimlachen, ook als je alleen maar staat te staan.’

    ‘Er wordt echt een dubbele moraal gehanteerd,’ zegt Kate Mayfield, een voormalig cheerleader van de Baltimore Ravens, die nu hedgefundconsultant is. ‘Ze wekken de indruk dat de regels zijn opgesteld om te zorgen dat wij niet in de problemen komen, want als er iets gebeurt zal de bond altijd de speler in bescherming nemen. Als puntje bij paaltje komt zijn de spelers belangrijker, hoewel wij ook op het veld staan. Ik geloof niet dat ik daar destijds bij heb stilgestaan. Ik was tweeëntwintig.’

    In een etiquettehandboek uit 2012, van de Raiders krijgen cheerleaders het advies om ‘damesachtig te zitten – kruis je enkels of sla je benen over elkaar, maar zorg in ieder geval dat je je benen bij elkaar houdt’. In de voorschriften van de Bengals, gebruikt als bewijsmateriaal tijdens een rechtszaak in 2014, wordt melding gemaakt van ‘een toegestane gewichtsschommeling van ten hoogste anderhalve kilo’, ‘een verbod op kauwgom’, ‘geen hangende borsten’. Beide teams hebben onlangs laten weten de voorschriften te hebben aangepast, maar weigerden op de details in te gaan.

    ‘Het ergste voor mij, en voor veel van mijn teamgenoten, was een totaal vertekend beeld van je lichaam, een eetstoornis en de depressies en angststoornissen die daarmee gepaard gaan,’ aldus Lyndsey Raucherm, een studente die in 2016 en 2017 cheerleader is geweest bij de New England Patriots. ‘Ik ben bang dat ik nooit meer helemaal de oude zal worden.’

    Sport voor mannen

    Cheerleading is begonnen als een sport voor mannen – ‘een van de meest waardevolle dingen die een jongen meekrijgt van zijn studietijd,’ schreef The Nation in 1911. Zeker vijf presidenten – Dwight D. Eisenhower, Franklin Roosevelt, Ronald Reagan en de beide Bushes – zijn tijdens hun studie cheerleader geweest, net als andere politici zoals Rick Perry, Tom DeLay en Mitt Romney.

    Pas na de Tweede Wereldoorlog namen jonge, parmantige vrouwen met pompoms geleidelijk de plaats in van die mannen met hun megafoons, zoals de sociologe Lisa Wade schrijft. Dat kwam deels doordat cheerleading een van de weinige manieren was waarop vrouwen een rol konden spelen binnen de universitaire sportwereld voordat in 1972 Title IX werd aangenomen, de federale wetgeving waarin gelijke openstelling voor beide seksen werd vastgelegd, betoogt Laura Grindstaff, hoogleraar aan de
    University of California in Davis.

    In de jaren sinds de invoering van die wet zijn er twee duidelijk verschillende vormen van cheerleading ontstaan: een competitieve versie, voornamelijk voor meisjesstudenten, met een sterk gymnastische component – vol ingewikkelde turnoefeningen, sprongen en menselijke piramides – en de versie met cheerleaders die aan de zijkant van het veld staan en ook dansen. Bij die laatste vorm zijn de cheerleaders binnen de NFL vrijwel uitsluitend vrouwen. (De Baltimore Ravens hebben mannelijke stuntlieden tussen hun cheerleaders, en de Los Angeles Rams hebben enige maanden terug laten weten twee mannen – beiden klassiek geschoolde dansers – aan hun cheerleaderteam toe te voegen.)

    ‘Dit is een activiteit waarvoor je bijna een gespleten persoonlijkheid moet hebben,’ zegt Kate Torgovnick May, de schrijfster van Cheer!: Inside the Secret World of College Cheerleaders. Aan de ene kant moet je een heel gymnastische, atletische prestatie neerzetten. Er worden allerlei acrobatische oefeningen in de lucht gedaan. Maar er is ook de andere kant, de bijkomende elementen, het publiek opzwepen, de krappe, weinig verhullende kleding, de geladen blikken die daarbij horen. Het gaat dan vooral over pracht en praal. Ik wil geenszins beweren dat het geen echte dansvorm zou zijn – want dat is het zeker – maar op een bepaalde manier is het toch iets heel anders.’

    We hebben het dan over het soort cheerleaders, met hotpants en go-go-laarzen, die zijn te herleiden tot de Cowboys uit de jaren zeventig – en dan met name tot Suzanne Mitchell, die meer dan tien jaar de scepter heeft gezwaaid. ‘Je zou haar de peetmoeder van het moderne cheerleading kunnen noemen,’ zegt filmmaakster Dana Adam Shapiro, wiens documentaire over de cheerleaders van de Cowboys – Daughters of the Sexual Revolution – onlangs in première is gegaan op het festival South by Southwest.


    Voor de Dallas-cheerleaders kwam het keerpunt in 1976, tijdens Super Bowl X. Een cameraman van de televisie, die op zoek was naar het zogeheten ‘honey shot’, liet zijn camera naar de zijlijn glijden, waar een van de cheerleaders, Gwenda, recht in beeld knipoogde. Van het ene op het andere moment was de hele wereld ‘vergeten dat er een Super Bowl gaande was’, om de woorden van Cowboys-chroniqueur Joe Nick Patoski te gebruiken. Daarmee werd bevestigd wat Tex Schramm, de voorzitter en algemeen manager van de Cowboys, al langer vermoedde: een brutalere, sexy uitstraling zou heel wat commotie veroorzaken.

    Onder Suzanne Mitchell prijkten de cheerleaders van de Cowboys op de cover van Esquire, hadden ze een rol in de tv-serie The Love Boat en speelden ze – ongevraagd – een legendarische rol in een pornofilm uit 1978, Debbie Does Dallas. (Volgens Shapiro’s documentaire waren er destijds drie cheerleaders die Debbie heetten. Maar ze waren geen van alle díé Debbie.)

    De regels van Suzanna Mitchell werden beroemd: niet aanpappen met de spelers. Geen kauwgom. Geen spijkerbroeken. Er mochten geen papillotten worden gedragen in het openbaar. Men werd standaard eens in de zo veel tijd gewogen, en soms liet Mitchell foto’s rondgaan van bepaalde lichaamsdelen van cheerleaders, om duidelijk te maken waar er wat vet diende te verdwijnen. ‘Je shorts werden op maat gemaakt,’ zei voormalig cheerleader Washington, die inmiddels zevenenvijftig is. Ze zeiden altijd: ‘We snoeren het in, het mag er niet uit. Het was een soort etiquetteschool.’


    Maar het verhaal kent ook een donkere kant. In de documentaire horen we voormalig cheerleaders vertellen over stalkers, mannen die brieven schreven, die hen volgden en die hen thuis opbelden – duidelijk een van de redenen dat de cheerleaders van de NFL vandaag de dag niet hun volledige naam mogen gebruiken.

    ‘De meeste fans gedragen zich fatsoenlijk, maar er zit altijd wel iemand tussen die lijkt te denken dat cheerleaders een soort gebruiksvoorwerpen zijn,’ aldus mevrouw Berys, de voormalig aanvoerder van de cheerleaders van de Chargers. Zij grijpt terug op haar eigen ervaringen tussen 2000 en 2002.

    In Philadelphia heeft in 2002 een cheerleader van de Eagles ontslag genomen – en later een rechtszaak aangespannen – nadat was uitgelekt dat teams van de tegenstander de cheerleaders hadden begluurd in hun kleedkamer. Bradshaw, de advocaat die later enkele zaken heeft aangespannen om gelijke betaling af te dwingen, zegt dat twee van zijn cliënten hebben verklaard onzedelijk te zijn betast tijdens het werk op liefdadigheidsbijeenkomsten.

    Bailey Davis is overigens niet van mening dat er een einde moet komen aan de praktijk van het cheerleading – ze vindt alleen dat de NFL met zijn tijd moet meegaan.

    ‘Dit is niet normaal,’ zegt Davis. ‘Volgens mij realiseerde gewoon niemand zich hoe slecht we werden behandeld.’

    Auteur: Jessica Bennett
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Getty

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Rechtvaardig  loon, 
bestaat dat?

    Rechtvaardig loon, 
bestaat dat?

    Een nieuwe Duitse wet zou salarissen transparanter moeten maken. Maar dan nog blijft een volledig rechtvaardige beloning een utopie – of het nu voor een man of een vrouw is.

    Kennelijk is niets machtiger dan een idee dat zijn tijd gehad heeft. En misschien is het omgekeerde al even waar: dat niets kanslozer is dan een idee waarvoor de tijd nog niet rijp is. Terwijl Adi Drotleff het nog wel zo’n goed idee vond om de salarissen van al zijn medewerkers transparant te maken, toen al, in 1986. Twee jaar daarvoor had deze ingenieur informatica in Weißling bij München zijn grafische softwarebedrijf Mensch und Machine opgericht. Het bedrijf had destijds ongeveer twintig medewerkers en de baas vond het verstandig dat iedereen meebesliste over salarisverhogingen.

    Maar hoe moest dat in de praktijk? Niemand wist waarover geoordeeld moest worden. Dus noteerde Drotleff alle salarissen in een tabel die hij afdrukte voor zijn medewerkers. ‘Dat zorgde hier en daar natuurlijk voor irritatie,’ vertelt Drotleff nu met een lachje. Niet meer, maar ook niet minder. In elk geval stond de ongewone maatregel het succes van zijn onderneming niet in de weg. 
Integendeel: in 1987 opende Drotleff een filiaal in Hamburg, in 1990 volgden Stuttgart en Düsseldorf, in 1991 Berlijn. In 1993 behaalde het bedrijf voor het eerst een omzet van meer dan 50 
miljoen mark, het aantal medewerkers groeide de jaren daarop tot een kleine 800.

    Maar terwijl de zaken floreerden, werd transparantie van salarissen steeds moeilijker. Daarom maakte Drotleff in 2009 een eind aan het experiment – en is hij tegenwoordig een geharnast 
tegenstander van monetaire transparantie: ‘Vanaf een bepaalde omvang van een onderneming is het gewoon niet meer te doen.’

    Misschien moet hij maar eens gaan praten met Manuela Schwesig (SPD). De huidige minister-president van Mecklenburg-Vorpommern stond aan de wieg van een wet die dezer dagen voor extra bedrijvigheid op de kantoren en opgewonden gesprekken in 
de kantines zorgt. De zogeheten Entgelttransparenzgesetz 
(wet transparantie van beloningen) van de voormalige minister voor Familiezaken geeft werknemers het recht op inzage in de salarisstructuur bij hun bedrijven.

    “Op geld ligt in onze maatschappij een sterker taboe dan op seks”

    In theorie moet dit ertoe leiden dat mensen met vergelijkbaar werk niet ongelijk betaald worden; dat werknemers niet op grond van hun geslacht achtergesteld worden. Ook indien gecorrigeerd wordt voor verschillen in achtergrond, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat vrouwen bij gelijke kwalificatie voor vergelijkbare arbeid 6 procent minder verdienen dan mannen – aanleiding voor de wet is er dus zeker.

    Maar kijkend naar de praktijk roept de wet meer vragen op dan hij beantwoordt. Want in elke vergelijking glippen ook onvergelijkbare zaken mee – en de ene vraag naar rechtvaardigheid roept de volgende op: hoe beoordelen we inkomensverschillen tussen ouderen en jongeren, tussen mensen die al jarenlang hun werk doen en 
zij die net beginnen? En hoe een medewerker te behandelen die formeel hetzelfde werk doet als een ander, maar dat wel heel goed doet: enthousiast, nauwkeurig, creatief en goedgeluimd?

    Rechtvaardig loon

    Het ideaalbeeld dat er in Duitse bedrijven strikt volgens prestatie 
en productiviteit wordt betaald, klopt niet, zegt Holger Bonin, directeur onderzoek bij het Institut zur Zukunft der Arbeit in Bonn. Grof geschat gaat het misschien op voor 10 procent van de werknemers. Maar verder spelen formele kwalificaties, tradities en vaak ook onderhandelingsvaardigheden en sympathieën een grote rol.

    Kortom: de nieuwe wet is niet alleen ‘een uiterst, uiterst bescheiden poging om iets aan de loonkloof tussen mannen en vrouwen 
te veranderen’, maar ook een heel klein antwoord op het grote vraagstuk van een rechtvaardig loon volgens Marcel Fratzscher, president-directeur van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung.

    Het Duitse verbond van vrouwelijke juristen achtte het effect 
van de wet zelfs zo gering, dat het adviseerde om de wet niet aan 
te nemen. Ook de Duitse regering is niet erg overtuigd. Om de 
verwachtingen te dempen liet ze het woord ‘loongelijkheid’ uit de titel van de wet schrappen. Toch werd over vrijwel geen enkel ander voornemen zo hard met de werkgeversverbanden gesteggeld, wat volgens Steffen Kampeter, secretaris van de Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände (BDA) ook veroorzaakt wordt doordat veel ondernemers ‘alle besluiten over salarissen als hun hoogsteigen zaak beschouwen’.

    Na inwerkingtreding van de wet in juli 2017, hebben bedrijven zes maanden de tijd gekregen om zich erop in te stellen. Inmiddels moeten werkgevers met meer dan tweehonderd werknemers 
desgevraagd toelichten op basis van welke criteria zijn hun personeel betalen. Bovendien worden ondernemingen met meer dan vijfhonderd werknemers opgeroepen ‘hun beloningsstructuren regelmatig te checken op het in acht nemen van gelijkheid in 
beloning’ – en van de stand van zaken verslag te doen.

    Let wel, niemand krijgt het salaris te weten van een individuele collega, maar alleen het gemiddelde salaris van een vergelijkingsgroep van het andere geslacht binnen de onderneming. Maar daar begint het probleem al. Want wat is dat, een vergelijkbare baan? Hoe kan arbeid gemeten worden? En al helemaal in onze postfordistische tijd, waarin steeds minder sprake is van stukwerk door arbeiders en steeds meer werknemers kennis 
produceren, dat ook nog eens in teamverband doen, projectmatig en vaak virtueel?

    De zogeheten gender pay gap heeft veel oorzaken. Ten eerste werken vrouwen vaker dan mannen in sociale en dienstverlenende beroepen die slechter worden betaald. Ten tweede heeft 45 procent van de sociale verzekeringsplichtige vrouwen een deeltijdbaan. 
Ten derde zijn vrouwen op leidinggevende posities nog altijd sterk ondervertegenwoordigd.
    De ongelijke beloning van vrouwen zal daarom zeker niet veranderen door een wet die werkgevers nieuwe informatieverplichtingen oplegt. Toch ziet Schwesig haar wet als een ‘belangrijke bouwsteen’ om de 
loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten. Het zal volgens haar ‘op lange termijn bijdragen 
aan een cultuurverandering in de bedrijven en de samenleving’, omdat ‘het taboe om niet over geld 
te praten, wordt doorbroken’.

    Als ze zich daar maar niet vergist.

    ‘Op geld ligt in onze maatschappij een sterker taboe dan op seks,’ heeft sociologe Jutta Allmendinger 
ooit gezegd: we speculeren allemaal graag over het inkomen van een ander – maar ons eigen inkomen verklappen?

    Liever niet.

    Vooral niet wanneer het in eigen ogen aan de hoge kant is. Acteur Lars Eidinger liet onlangs weten 
dat hij het ‘ergens wel onrechtvaardig’ vond dat hij ‘best veel geld’ verdiende – maar over hoeveel dat 
dan wel was, liet hij geen woord los. Een op de drie mensen praat er hooguit met goede vrienden over, bleek een paar jaar geleden uit een enquête; een of 
de vijf verzwijgt het volledig. En ook onder collega’s betonen velen zich het liefst gesloten en beroepen 
ze zich op geheimhoudingsplichten.

    Dat geheimzinnige gedoe leidt tot allerlei geroddel – en vergroot de onzekerheid. Wat kan ik bij mijn salarisonderhandelingen vragen? Hoeveel verdient mijn collega? In hoeverre mag ik pokeren, met een ander aanbod achter de hand bijvoorbeeld?

    Vroeger was de situatie overzichtelijker. Wie enkele jaren hard en gedisciplineerd had gewerkt, werd daar doorgaans voor beloond, soms met meer verantwoordelijkheid en altijd met meer geld. Het resultaat: oudere collega’s verdienden meer.

    Nu is dat anders. Wie daar niet om vraagt, mag er niet op rekenen dat hij meer salaris krijgt. En wie meer presteert dan veel andere collega’s ook niet. Integendeel: vaak krijgt degene die slim onderhandelt meer. Arbeidsmarktonderzoeker Bonin denkt dat door het tekort aan vakmensen de salarisonevenwichtigheid binnen bedrijven zal groeien – zeker wanneer er meer beloningstransparantie komt. ‘Werkgevers die op zoek zijn naar ervaren vakmensen, moeten dan namelijk niet alleen de nieuwkomers bovengemiddeld betalen, maar ook de werknemers die al soortgelijke werkzaamheden in de onderneming verrichten.’ Daarom wordt vaak nu al afgezien van nieuwe dure aanstellingen.

    Daarbij komt dat de macht van de vakbonden 
afbrokkelt. In 1998 viel 76 procent van de werknemers in het westen van Duitsland onder een cao – 
in 2016 was dat nog maar 59 procent. En dat heeft ook gevolgen voor de salarissen: ‘Niets vergroot 
de loonongelijkheid in Duitsland zo sterk als de 
afnemende binding aan een cao’, constateerden de Bertelsmann Stiftung en het Münchense ifo-instituut in een gezamenlijke studie uit november 2015.

    Deze vlucht uit de cao heeft ook effect op gevoelens van ongelijkheid. ‘Werknemers die volgens een bedrijfs-cao of een regio-cao betaald worden, voelen zich gemiddeld genomen rechtvaardiger beloond dan werknemers van bedrijven die niet onder een cao vallen,’ vertelt Helena Schneider van het Institut der deutschen Wirtschaft in Keulen. Terwijl 63,2 
procent van de volgens een cao betaalde werknemers hun bruto-inkomen rechtvaardig vinden, wordt die opvatting slechts gedeeld door 56,3 procent van de werknemers die niet onder een cao vallen.


    Dat alles leidt tot een groeiend gevoel van onrechtvaardigheid. Slechts 35 procent van de Duitsers 
vindt het eigen salaris in vergelijking met dat van medewerkers met soortgelijke werkzaamheden bij andere ondernemingen rechtvaardig, bleek uit een in 2017 verschenen studie van bedrijfsadviesbureau Korn Ferry Hay; vijf jaar daarvoor werd die mening nog door 40 procent van de Duitsers gedeeld. ‘Veel werknemers zijn er diep van overtuigd dat prestatie in onze maatschappij beloond wordt – maar dat geldt duidelijk niet zonder meer voor de eigen werkplek,’ concludeert Marco Nink van marktonderzoeksbureau Gallup.

    Een ‘rechtvaardig loon’ – wat is dat eigenlijk? Tot ver in de middeleeuwen was dit een ethisch vraagstuk. Het centrale grondbeginsel suum cuique, ieder het zijne, wees in de goede door God geschapen orde ieder mens toe 
wat hem op diens plaats in de samenleving toekwam. Zo bestonden er bijvoorbeeld voor Thomas van Aquino (1225-1274) letterlijk ‘bij een stand behorende’, dus heel verschillende lonen.

    Anderzijds werd het vraagstuk van het rechtvaardige loon sinds de oudheid nauw verbonden met dat van de rechtvaardige prijs: het iustum pretium waarborgt in de ruileconomie ‘ieder het zijne’, beschermt dus tegen afzetterij en uitbuiting. Ook voor Maarten Luther 
(1483-1546) gold nog het aristotelische beginsel dat een loon gerechtvaardigd is indien een prestatie in overeenstemming is met een tegenprestatie.

    Pas met het verval van de middeleeuwse 
ordening maakte de economie zich los van 
de ethiek en werd het vraagstuk van het 
rechtvaardige loon steeds meer afgestemd op individuele belangen en voorkeuren. Voor 
Thomas Hobbes (1588-1679) bijvoorbeeld was de waarde van een mens ‘niet hoger dan zij door anderen geschat wordt’. Zo wordt de arbeider in de beginperiode van het kapitalisme niet meer dan een uitbuitbare productiefactor, onderworpen aan de wet van vraag en aanbod: het loon is ‘de prijs die nodig is om de arbeiders in staat te stellen zich in stand te houden’, meende David Ricardo (1772-1823).

    Marktvreemde componenten

    Een moderne wending maakt het verhaal van het rechtvaardige loon daarom pas met de emancipatie van de arbeider tot consument: de sociaaldemocratie werkt al honderdvijftig jaar niet alleen aan een oplossing voor het ‘sociale vraagstuk’, maar handelt ook in het belang van ondernemers die nieuwe afzetmarkten voor hun koopwaar moeten ontsluiten – en hogere lonen betalen om hun klantenkring uit te breiden. Sindsdien is het ‘rechtvaardige loon’ in Duitsland vooral een opwaartse beweging, om het in vaktermen te zeggen: de telkens weer nieuwe uitkomst van (loon)politieke en maatschappelijke onderhandelingsprocessen op basis van een groeiend aandelenkapitaal.

    Geen wonder dus dat economen het ‘rechtvaardige loon’ in de ‘categorie onzin’ plaatsen (Friedrich August von Hayek): het laat zich namelijk niet definiëren. En dat is niet alleen omdat de prijs van het loon noch alleen gebaseerd kan worden op de waarde van arbeid (arbeidswaardetheorie), noch alleen op wijzigingen in de vraag naar producten of diensten (grensnuttheorie), maar ook omdat de markt niet 
de flinken, ijverigen en begaafden beloont, maar degenen die succes hebben en goed in de markt 
liggen – en ook omdat marktvreemde componenten bij bepaling van het loonniveau een grote rol spelen.

    In zoverre kunnen we de wet transparantie van 
beloningen zien als een stap terug in de discussie om het ‘rechtvaardige loon’: het antwoord op die vraag wordt niet langer gezocht in sociale criteria (‘goed loon voor goede arbeid’), maar in ethische – met dit verschil dat vandaag de dag niet meer ‘ieder het zijne’ wordt beloofd, maar ‘ieder het gelijke’. Dat is ook merkwaardig omdat de sociaaldemocratie met de invoering van het minimumloon haar belangrijkste rechtvaardigheidsdoel van de afgelopen jaren heeft weten te realiseren – en omdat fractieleider Andrea Nahles niet ophoudt te benadrukken dat vooral vrouwen hiervan profiteren: zeventig procent van de werknemers in de laagste looncategorieën is vrouw.

    gettyimages 97615538

    Bij de besprekingen over een nieuwe grote coalitie is opnieuw gesproken over verdere maatregelen voor meer loongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar inmiddels zijn de betrokken partijen ervan doordrongen dat de belangrijkste maatregel in dit verband een betere betaling van werknemers in de gezondheidszorg en andere sociale beroepen is. En daarbij komt het, in elk geval volgens sommigen, minder aan op wetten dan op een andere denkwijze bij de cao-onderhandelaars.

    Dat verpleegsters of onderwijzeressen verhoudingsgewijs slecht worden betaald, dat secretaresses vaak minder geld krijgen dan veel vakarbeiders wordt tenslotte ook veroorzaakt door de wijze waarop prestaties gemeten worden. ‘Sociale competenties en psychische belasting worden nauwelijks gehonoreerd – maar dat kunnen we veranderen,’ zegt Julia Borggräfe, tot eind vorig jaar hoofd personeelszaken van de Berlijnse jaarbeurs.

    Voor haar vijfhonderd medewerkers ontwierp 
Borggräfe in overleg met de ondernemingsraad een nieuw beloningsmodel. Daarbij legde het bedrijf in een puntensysteem gedetailleerd de beoordeling vast van alle werkzaamheden, waarbij sterker rekening werd gehouden met de psychische belasting van bijvoorbeeld enkele medewerkers op de afdeling 
juridische zaken. Uitgangspunt, aldus Borggräfe, 
was enerzijds dat niemand er met het nieuwe beloningsmodel financieel op achteruit mocht gaan, terwijl anderzijds de opbrengsten van de komende jaren anders verdeeld zouden worden.

    Voor de vakbonden is het een heikele vraag of en in hoeverre zij in dit soort gedachtegangen mee willen gaan. Verschuiving van accenten kan immers ook leiden tot nieuwe onrechtvaardigheden en verliezers produceren – geen enkel criterium is boven elke 
twijfel verheven. Voor Borggräfe, inmiddels coach 
en adviseur, staat vast dat nieuwe salarismodellen 
en loontransparantie bij bedrijven alleen iets in beweging kunnen zetten indien de leiding bereid 
is er intensief over in discussie te gaan. Als er onrechtvaardigheden worden blootgelegd zonder 
dat er verder iets verandert, geeft dat alleen maar frustratie.

    Jaloezie en irritatie

    Anders gezegd: in theorie klinkt de idee van transparantie prachtig. Wanneer iedereen weet wat de anderen verdienen is het op de bedrijfsvloer gedaan met gekonkel en onrechtvaardigheid. Als alle vaste en variabele beloningen helder zijn, wint niet langer degene die het handigst weet te onderhandelen. En ook de economen zullen juichen: een salaris is niets meer dan informatie over de prijs – en markten functioneren het best wanneer de prijzen bekend zijn. Maar in de praktijk zorgt salaristransparantie vaak voor jaloezie en irritatie. Arbeids- en organisatiespychologen waarschuwen al jaren voor de gevolgen ervan. Diverse onderzoeken laten zien dat de frustratie bij de verliezers vaak groter is dan de 
blijdschap bij de winnaars. Wie constateert dat zijn eigen salaris bovengemiddeld is, vergroot daarmee nauwelijks zijn eigen psychische inkomen. Zijn tevredenheid neemt wel toe, maar niet heel veel. Maar bij degenen die beneden het gemiddelde betaald worden, gaapt, ondanks openheid en 
begrijpelijke criteria, een emotionele wond.

    De Amerikaanse economen George Akerlof en Janet Yellen ontwikkelden in de jaren negentig al de 
fair-wage-efforthypothese. Om het simpel te zeggen: de motivatie van werknemers is mede afhankelijk van het gevoel rechtvaardig te worden betaald. En het is nu eenmaal zo dat door maar heel weinig mensen heel goed verdiend wordt. De slechter betaalde meerderheid voelt zich daarentegen beroerd. En pas echt wanneer de prestaties en de daartegenover staande beloningen niet volledig objectief zijn of moeilijk te veranderen. Ook de 
Amerikaanse sociale wetenschapper Erzo Luttmer van Harvard-universiteit constateerde in een onderzoek uit 2005 dat mensen met eenzelfde salaris vaak ontevredener zijn wanneer hun buren rijker zijn.

    In Duitsland ziet een meerderheid dat ook zo. In elk geval bleek uit een onderzoek van Forsa in 2015 dat slechts 27 procent van de ondervraagden voorstander was van meer transparantie van salarissen in het algemeen. In het geval van soortgelijke werkzaamheden vond 33 procent het een goed idee, terwijl 38 procent per definitie tegen was. Het is met salarissen zoals met liefdesrelaties: soms is het beter wanneer je iets niet weet.

    Volgens deze logica moeten de Zweden wel een heel ongelukkig volkje zijn. Daar kan elke burger informatie inwinnen over het salaris van een andere Zweed – een telefoontje naar de belastingen volstaat. Alleen de inkomens van koning Carl Gustaf en koningin Silvia blijven geheim.

    Waarom functioneert het daar wel? Uit gewoonte, zeggen arbeidsmarktonderzoekers als Bonin, en hij voegt hieraan toe: ‘In beginsel kan transparantie beslist bijdragen aan grotere tevredenheid – zolang de werknemer zich fair behandeld voelt.’ In dat geval, ook dat blijkt uit vele studies, stijgt de motivatie namelijk aanzienlijk. Doorslaggevend voor de gevolgen van salaristransparantie is dus niet alleen de omvang waarin willekeur en onrechtvaardigheid 
aan de dag treden, maar vooral de moeite die een werkgever doet om te zorgen voor eerlijke verhoudingen. ‘De omgang met loontransparantie vereist heel veel fijngevoeligheid,’ bevestigt Dieter Frey, hoogleraar sociaalpsychologie aan de Ludwig 
Maximilian-universiteit van München.

    Belangrijk is dat werkgevers minimaal kunnen uitleggen waarom iemand minder verdient – en wat hij doen moet 
om meer salaris te krijgen

    Kleinere ondernemingen hebben het dan gemakkelijker. Zoals het Berlijnse bedrijf I + M, dat natuurcosmetica produceert en sinds tien jaar geleid wordt door Jörg von Kruse en Bernhard von Glasenapp. Toen de onderneming failliet dreigde te gaan, hebben beiden hem overgenomen. Productietechnieken, expeditie en design werden aangepast. Ruim een jaar werken de twee juristen en hun vijftien medewerkers nu op basis van het principe van holocratie, wat in de praktijk betekent dat de werknemers zelf beslissen over de organisatie van hun eigen werk – en binnenkort waarschijnlijk ook over hun salaris, ‘het koningsnummer van zelforganisatie’, aldus Kruse. Overigens zijn de verschillen daarbij niet 
bijzonder groot en identificeren de geëngageerde personeelsleden zich graag met de ecologische 
doelen van het bedrijf. Dit voorjaar wordt bij een workshop gesproken over de salarissen.

    In kleinere ondernemingen zoals start-ups of a
gentschappen achten experts transparantie zeker mogelijk. Maar in concerns is het een utopie. ‘Bij salarissen spelen vaak macht en afhankelijkheid mee,’ zegt psycholoog Dieter Frey. Heeft de werknemer alternatieve baanmogelijkheden en de werkgever dus weinig macht – of ligt het omgekeerd? 
En wat wanneer een concurrent een medewerker 
wil wegkopen en diens werkgever hem onmisbaar acht? Dan verhoogt hij zo mogelijk het salaris om hem voor het bedrijf te behouden. ‘Veel van zulke afspraken kunnen niet openbaar gemaakt worden,’ zegt Frey, ‘daarom leiden transparante salarissen gemiddeld genomen tot meer ontevredenheid.’ Rechtvaardigheid inzake loonvraagstukken is 
volgens hem daarom een onbereikbaar ideaal: 
‘men kan het alleen benaderen’. Belangrijk is dat werkgevers minimaal kunnen uitleggen waarom iemand minder verdient – en wat hij doen moet 
om meer salaris te krijgen.

    Dat is ook de ervaring van transparantiepionier 
Adi Drotleff. In zijn algemeenheid is hij nog altijd gecharmeerd van het idee. Maar zodra een bedrijf groeit wordt transparantie, zoals gezegd, moeilijk, ‘zeker wanneer sprake is van diverse standplaatsen en verschillen in kosten van levensonderhoud’. In Hamburg en München worden andere salarissen betaald dan in Weimar, datzelfde geldt ook in 
Zwitserland of Oostenrijk: ‘Daar zou een transparant salarissysteem alleen maar voor onvrede zorgen,’ zegt Drotleff.

    Salarisnivellering is ook geen oplossing: ‘Dan betalen we in structuurzwakke regio’s te veel en in booming gebieden te weinig.’ Wat in het ene geval niet 
voordelig is en in het andere geval goede medewerkers wegjaagt of interessante sollicitanten afschrikt.

    Het eenvoudigst kan salaristransparantie worden doorgevoerd in ondernemingen die toch al bedacht zijn op het voorkomen van grote verschillen – maar daar is openheid ook het minst noodzakelijk.

    Auteurs: Elisabeth Niejahr, Daniel Rettig, Dieter Schnaas, Christopher Schwarz, Claudia Tödtmann
    Vertaler: Marten de Vries

    Wirtschaftswoche
    Duitsland | oplage 190.000

  • Arabisch feminisme 
vind je op Facebook

    Arabisch feminisme 
vind je op Facebook

    De Palestijnse feministe Samah Salaime vond op het 
sociale netwerk tal van getuigenissen van vrouwen die zich langzaam ontworstelen aan tradities.

    Onlangs heeft een van mijn Facebook-vriendinnen me toegevoegd aan een groep Arabische vrouwen. ‘O nee! Weer zo’n suf groepje!’ dacht ik meteen. Maar goede feministe als ik ben, kon ik uiteraard de verleiding niet weerstaan er een blik op te werpen.

    Ik vond op deze pagina getuigenissen van Arabische vrouwen van alle leeftijden en uit alle uithoeken van Israël: moslima’s, druzen en christenen, meer of minder belijdend, getrouwd of vrijgezel. Zowel ontroerende verhaaltjes als pretentieloze anekdotes, confidenties over grote liefdes en al even 
grote teleurstellingen, verhalen over 
existentiële crises en een nieuw begin.

    Veerkracht

    De afgelopen jaren hebben tienduizenden vrouwen op Facebook een podium gevonden om zich te uiten. Het zijn leraressen, sociaal werksters, verpleegkundigen, zakenvrouwen en zelfstandig privécoaches die praktisch alle onderwerpen op hun pagina’s aansnijden.

    Zo stuitte ik op het verhaal van een jonge vrouw, Lamis, wier moeder 
tijdens de bevalling is overleden en die vanaf haar geboorte de naam draagt van een moeder die ze nooit heeft gekend of in de ogen gekeken. Lamis, te vroeg geboren met een lichamelijke handicap, beschrijft de moeilijkheden waarmee ze sinds haar kinderjaren kampt en weidt uit over de verschillende fases van haar leven. Momenteel geeft ze leiding aan een re-integratieprogramma voor jonge gehandicapten uit de Arabische gemeenschap. De naam van haar programma is ‘I can’.

    Hanan, een heel bijzondere vrouw van dertig, heeft haar getuigenis geïllustreerd met een foto van een tatoeage op haar arm: een esculaap, het symbool van de geneeskunde, met het onderschrift ‘Ik beloof dat ik het weer oppak’. Nadat ze geneeskunde was gaan studeren kreeg ze een ernstig ongeluk waardoor ze eenzijdig verlamd raakte. Ze zwoer dat ze als ze erbovenop zou komen haar studie weer zou oppakken, en maakte haar droom waar. Na een periode als EHBO’er te hebben gewerkt vatte ze de moed om terug te keren naar de medische faculteit, zoals ze zichzelf had beloofd, waar ze momenteel afstudeert als medisch onderzoeker. De vrouwen uit deze Facebook-groep hebben comfortabele posities opgegeven om hun kinderdroom te verwezenlijken. Fitnessinstructrices en gezondheidscoaches, leidsters van vrouwelijke wielrenploegen, een vrouw die haar baan bij een vrouwenorganisatie vaarwel zegde om styliste en modeontwerpster te worden.

    “Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren”, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe

    Marianna, moeder van vier kinderen, verloofde zich op haar vijftiende en was zwanger toen ze eindexamen deed. ‘Een vroeg huwelijk’: dat was genoeg om meteen alle rode lampjes bij mij te doen branden. Toch heb ik niet te snel geoordeeld en ben ik door blijven lezen. Daarna nam ik contact met haar op om haar beter te kunnen begrijpen. Ze vertelde me over haar man, die haar niet alleen ‘toestemming’ had gegeven om te studeren en werken, maar haar ook echt steunde en haar dromen en ambities deelde. Geheel in tegenstelling met de in zijn milieu geldende normen zorgde hij voor de baby, en daarna voor het broertje dat anderhalf jaar later kwam, en stelde hij alles in het werk om zijn vrouw haar vleugels te laten uitslaan. ‘Als ik naar de universiteit ging, streek hij mijn kleren’, vertrouwde ze me op een avond op Facebook toe. ‘Ik kolfde voordat ik naar college ging, het huis was een puinhoop en het kwam voor dat de gootsteen vol vuile vaat stond 
en dat er niet één schoon lepeltje meer te vinden was. Maar hoewel ik daarna nog twee kinderen kreeg, lukte het me om af te studeren. Nu ga ik op zoek naar een baan en gaat mijn man door met zijn islam- en shariastudie. Want hij is imam in een moskee.’

    Imam? Ik wist niet wat ik hoorde. ‘Ja, hij is heel gelovig, en hij is heel oprecht en eerlijk. Hij behandelt me met alle egards die zijn geloof en zijn religieuze wet voorschrijven. De islam heeft niets tegen ambitie, en mijn man steunt me volledig bij mijn pogingen gelukkig te worden en me te ontplooien. Hij is aanwezig geweest bij mijn drie diploma-uitreikingen: mijn eindexamen, mijn bachelor en mijn master. Dat is inderdaad iets wat je niet vaak hoort,’ voegt ze eraan toe.

    © Ali Al-Shehabi  (Zie ook de toelichting onderaan)
    © Ali Al-Shehabi (Zie ook de toelichting onderaan)

    Ik had misschien liever gehad dat ze niet in haar eindexamenjaar was getrouwd, maar wie ben ik om te 
oordelen over het hart van een meisje dat weet wat ze met haar leven wil?

    Steeds meer vrouwen laten zich op het internet met ontroerende eerlijkheid van hun feministische kant zien. Het zijn geen verhalen die de voorpagina’s van kranten zullen halen, maar ze geven de lezeressen een gevoel van macht, helpen hen steviger in hun schoenen te staan en laten ze zien 
dat ze niet alleen zijn.

    In het veelsoortige ecosysteem van Facebook vind je vrouwen die op allerlei gebieden werkzaam zijn en hun dromen najagen, daarin slagen en zich ontplooien. Waarom zou je naar een Hollywoodfilm als Wonder Woman gaan om een vrouw te zoeken die haar lot in eigen hand neemt, obstakels uit de weg ruimt en met hetzelfde gemak plafonds van glas en beton doorbreekt, als je op Facebook zulke vrouwen kunt vinden die veel dichter staan bij de Arabische meisjes die hun eerste 
stappen in het leven zetten?

    Ik werk al twintig jaar met Arabische vrouwen. En elke keer weer ben ik getuige van de stille revolutie die deze vrouwen dag in dag uit in hun natuurlijke omgeving ontketenen. Met kleine stapjes leiden ze ons en onze samenleving naar een betere en inspirerendere toekomst.

    Sommigen van ons hebben het geluk gehad dat ze door hun ouders gemotiveerd en aangemoedigd zijn. Anderen hebben hun ouders nooit gekend en zijn slachtoffer geworden van geweld, onrechtvaardigheid en traumatische ervaringen. Er zijn vrouwen bij die fysieke, seksuele of psychologische mishandeling hebben ondergaan. Sommigen slaan zich er helemaal in hun eentje doorheen, maar de meesten van ons hebben in elk geval iemand 
die in ons gelooft. Om in het leven te slagen hebben Arabische vrouwen, zoals alle vrouwen ter wereld, 
soms maar één iemand nodig die hen begrijpt, plus de onbedwingbare wil om vooruit te komen.

    Met vreemde ogen

    Ik heb me afgevraagd waarom dit fenomeen me zo ontroerde en begeesterde. Zijn die tienduizenden sterke, actieve, onafhankelijke vrouwen een uitzondering? En zo ja, door wie worden de regels waarop ze een uitzondering 
vormen dan opgelegd?

    Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn enthousiasme zich deels laat 
verklaren door het ongelooflijk grote aantal getuigenissen van vrouwen die erin zijn geslaagd zich te ontplooien, wat me alleen maar sterkt in mijn feministische overtuiging. Aan de andere kant benadrukt mijn enthousiasme dat zelfs iemand zoals ik, die doorgaat voor een ‘verlichte Palestijnse’, het leven van de vrouwen uit haar gemeenschap met vreemde ogen blijft bezien. Het wordt hoog tijd daar verandering in aan te brengen.

    De ‘normale’ ontwikkeling van vrouwen in de Arabische samenleving 
verloopt volgens een westers patroon dat een onveranderlijke volgorde van de verschillende levensfases van de vrouw impliceert: schooltijd, jongens, werk, huwelijk, carrière en de ontplooiing van haar mogelijkheden. Daarom is elk verhaal dat ook maar enigszins afwijkt van deze normale sequens in mijn ogen een ‘indrukwekkende’ uitzondering. Vooral als het goed afloopt. Ze is immers tegen alle verwachtingen in geslaagd; ondanks dat ze een 
Arabische vrouw is, uit een dorp in het noorden of een stam in het zuiden komt, een hidjab draagt, is opgegroeid in een traditionele gelovige familie, jong is getrouwd, veel kinderen heeft gekregen, en heel wat andere obstakels heeft overwonnen – die vooral in onze gedachten bestaan.

    Van alle vrouwen die hun verhaal vertelden hebben vele niet het westerse persoonlijke ontwikkelingspatroon gevolgd. Zij hadden gewoon een ander uitgangspunt, of ze nou uit vrije wil handelden, of omdat ze geen andere keus hadden. In plaats van hun school af te maken, een vervolgopleiding te doen, te werken en daarna een gezin 
te stichten, heeft de overgrote meerderheid van de Arabische vrouwen 
een enigszins ander parcours gevolgd, waarbij liefdesbetrekkingen en seksualiteit onverbrekelijk verbonden zijn met het gezin en het instituut huwelijk. Ze proberen niet zozeer aan deze voorwaarden te tornen, maar gaan stug hun eigen gang ondanks de geldende omstandigheden. Het verlangen de regels te schenden en te normale gang van zaken te trotseren komen 
van binnenuit en met de jaren.

    We durven nog niet van de “verantwoordelijkheid” van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We 
durven nog niet hardop ”Ik heb het allemaal zelf gedaan” te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten

    Ik ben zelf op mijn twintigste getrouwd en kreeg op mijn eenentwintigste mijn eerste kind, zonder ook maar een moment stil te staan bij de gevolgen die dat zou hebben voor mijn studie en mijn carrière. Het heeft me enkele jaren gekost om te begrijpen dat ik voor een andere weg had kunnen kiezen. Maar één ding is zeker: in de Arabische samenleving zijn de sociale normen voortdurend in ontwikkeling, vooral dankzij de tienduizenden vrouwen die het er niet bij laten zitten.

    De vrouwen die zich uitspreken in deze verschillende Facebook-groepen hebben ook een partner: de nieuwe Arabische man.
    Het merendeel van de actieve vrouwen is getrouwd, en ook bij hun echtgenoot voltrekt zich een langzame, radicale en soms pijnlijke revolutie. De bevoorrechte status van de man die de scepter over het gezin zwaait omdat hij nu eenmaal een man is (iets wat men in feministische termen het patriarchaat noemt) wordt steeds meer ter discussie gesteld in het licht van nieuwe sociaaleconomische ontwikkelingen.

    De vrouw van tegenwoordig werkt, studeert, beslist mee en deelt de economische en familiale verantwoordelijkheden met haar echtgenoot. De man neemt niet meer dezelfde plaats in als vijftig jaar geleden.

    De meeste vrouwen met wie ik contact heb gehad prezen hun geweldige 
partner, die hen had gesteund en 
aangemoedigd en dankzij wie ze waren geslaagd in wat ze hadden ondernomen. We durven nog niet van de ‘verantwoordelijkheid’ van de echtgenoot te spreken of te zeggen dat hij onze keuzes moet respecteren. We 
durven nog niet hardop ‘Ik heb het allemaal zelf gedaan’ te zeggen of openlijk over gelijkheid te praten. 
Maar ik zou niets willen afdoen aan het ideaalbeeld dat deze vrouwen 
wensen voor te spiegelen, en een goede verstandhouding binnen het huwelijk kan alleen maar op waarde worden geschat.

    Toch is de gelijkheid tussen man en vrouw nog heel ver weg en heeft de feministische revolutie nog een lange weg te gaan.

    De Arabische man begint getuige te worden van de langzame en moeizame bewustwording van de vrouwen in zijn omgeving, die zich nog in een beginfase bevindt. Ik ben ervan overtuigd dat er een moment zal komen dat onze mannen, vaders, broers en zoons zich wel zullen moeten schikken in deze veranderingen en in de revolutie die tot een moderne Arabische man zal leiden, tot een nieuw idee over viriliteit. Er zullen natuurlijk altijd mannen blijven zijn die, omdat ze zich niet in de veranderingen kunnen vinden, 
hun vrouw weer onder de duim zullen proberen te krijgen en voorwendsels zullen zoeken om geweld, onderdrukking en andere vormen van dominantie te rechtvaardigen.

    Daarom, dames en heren, ontdoe ik mij hier en nu van een van die dikke lagen van westers feministisch bewustzijn die zich op mijn lichaam hebben afgezet en vervang ik die door de zachte, tere, onvolmaakte maar authentieke sluier van het Arabische feminisme. 
Ik zal de bevrijding van de Arabische vrouw niet langer als een vorm van eenrichtingsverkeer beschouwen, ik zal niet langer van mening zijn dat de enige legitieme weg de weg is die ons wordt opgelegd door de Israëlische samenleving of het westers feminisme. Het Arabische bevrijdingsproces is 
valide op zich, zonder dat we het ritme van onze veranderingen hoeven te 
vergelijken met dat van andere samenlevingen. De ‘sociologische gps’ moet gewoon de Arabische kaart leren lezen en zich aanpassen.

    Auteur: Samah Salaime

    Samah Salaime (te zien in het openingsbeeld) werd geboren in het noorden van Israël in een gezin van Palestijnse vluchtelingen. Ze behaalde een master Maatschappelijk Werk aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 2009 richtte ze de ngo Arab Women in the Center (AWC) op, die vrouwen aanmoedigt voor zichzelf op te komen. Deze ngo strijdt vooral tegen het geweld waaraan vrouwen in de Arabische gemeenschap worden blootgesteld. AWC spoort vrouwen en meisjes ook aan om een actieve rol te spelen in het protest tegen de verwoesting van Palestijnse huizen door het Israëlische leger.

    Bij het beeld van de twee vrouwen:

    De Bahreinse fotograaf Ali Al-Shehabi (23) putte voor zijn serie Freej Sisterhood uit zijn jeugdherinneringen aan de wijk Al Karama in Dubai. Als kleine jongen ontmoette hij vaak gesluierde vrouwen die hun inkopen kwamen doen in de buurt. Dit leidde tot de serie Freej Sisterhood (Freej betekent buurt in het Arabisch van de Golf).

  • Marokko verbetert positie alleenstaande moeders

    Marokko verbetert positie alleenstaande moeders

    Alleenstaande moeders en onwettige kinderen waren lange tijd paria’s in de Marokkaanse samenleving. Maar het tij is aan het keren.

    In Marokko zijn vaderloze of buitenechtelijke kinderen misschien wel de kwetsbaarste bevolkingsgroep. Ze blijven vaak onzichtbaar omdat hun geboorte veelal niet wordt geregistreerd. De ongetrouwde 
moeders, zelf al gestigmatiseerd 
vanwege de buitenechtelijke seks – wat bij wet verboden is –, hebben de grootste moeite om hun kinderen, die in de afkeurende omgeving gedoemd zijn tot een bestaan als tweederangsburgers, 
te onderhouden. Door de schaamte-cultuur en de enorme sociale druk voelen veel vrouwen zich gedwongen hun kinderen af te staan. Maar het tij is aan het keren. Eindelijk worden er maatregelen getroffen die de rechten van onechte kinderen en alleenstaande moeders beschermen.

    Onwettige kinderen vallen volledig buiten de boot. Ze hebben geen recht op scholing en geen toegang tot gezondheidszorg. Als ze volwassen zijn, kunnen ze niet stemmen, het 
land in- en uitreizen of legaal werken

    Unicef-onderzoek naar geboorteregistratie per land wijst uit dat 6 procent van het aantal geboorten in Marokko tussen 2010 en 2016 ongeregistreerd bleef. Onwettige kinderen vallen volledig buiten de boot. Ze hebben geen recht op scholing en geen toegang tot gezondheidszorg. Als ze volwassen zijn, kunnen ze niet stemmen, het 
land in- en uitreizen of legaal werken. Feitelijk zijn ze paria’s, veelal veroordeeld tot contractarbeid en een leven in de marge van de samenleving. Hun moeders zijn zelden beter af. Zoals een columnist op nieuwssite Morocco World News schreef: ‘Volgens de Marokkaanse familiewetgeving moet een alleenstaande moeder in haar eentje de ouderlijke verplichtingen op zich nemen, terwijl de biologische vader van iedere zorgplicht is ontheven.’ Sociale onderdrukking maakt het alleenstaande moeders nog moeilijker om hun kinderen te onderhouden. Vaak worden ze door de familie en de gemeenschap verstoten en ze hebben moeite aan het werk te komen.

    Om deze problemen te lijf te gaan heeft de Marokkaanse vereniging 
voor kinderbescherming (LMPE) in 
de grootste Marokkaanse steden 
kindertehuizen opgezet om verlaten kinderen op te vangen. Behalve sociale en psychologische hulp bieden ze opleidingsmogelijkheden voor alleenstaande moeders, en in sommige gevallen tijdelijke kinderopvang om werkende moeders te ontlasten die 
een beter bestaan voor zichzelf en hun kinderen proberen op te bouwen.

    Ook rechtbanken helpen mee aan de verbetering van de positie van alleenstaande moeders. In Souk el Arba, in het noordwesten van Marokko, heeft een lokale rechtbank een alleenstaande moeder die haar ‘gezinsboekje’ opeiste in het gelijk gesteld. Een gezinsboekje is een officieel document met informatie over de burgerlijke staat van alle gezinsleden, inclusief geboorteakten van zowel de ouders als de kinderen. Dit document, dat in Marokko van oudsher alleen aan de pater familias wordt verstrekt, is voor alleenstaande moeders cruciaal om de wettelijke identiteit van hun kinderen te laten vastleggen.

    Spelende kinderen in de medina van de Marokkaanse stad Tiznit. – © Getty Images
    Spelende kinderen in de medina van de Marokkaanse stad Tiznit. – © Getty Images

    DNA-tests

    De Marokkaanse minister van Gezinszaken, Solidariteit, Gelijkheid en Sociale ontwikkeling, Bassima Hakkaoui, dringt aan op regeringsmaatregelen die ervoor moeten zorgen dat verlaten kinderen aanspraak kunnen maken op dezelfde voorzieningen als alle andere kinderen. Ze pleit ervoor onechte kinderen in het bevolkingsregister te laten opnemen en door middel van DNA-tests te achterhalen wie hun biologische vader is, in de hoop dat een biologische band ook een juridische band zal 
creëren. Willen deze maatregelen effect sorteren en zorgverantwoordelijkheid bij de vaders afdwingen, dan moet natuurlijk eerst de Marokkaanse 
familiewetgeving worden aangepast om de legitimiteit van buitenechtelijke kinderen te erkennen.

    Deze wapenfeiten, hoe bescheiden 
ook, leggen de basis voor de sociale en wettelijke bescherming van de rechten van onechte kinderen en alleenstaande moeders in Marokko.

    Auteur: Fatima Mohie-Eldin
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Muftah
    VS | muftah.org

    Analyses over het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vooral over gebieden waar veranderingen kunnen 
worden waargenomen.

  • 5. Allen, Atwood, Shitty Men en meer

    5. Allen, Atwood, Shitty Men en meer

    Gaat Woody Allen alsnog voor de bijl? Is Margaret Atwood een slecht feminist? En wat is de lijst van verdorven mannen precies?

    De ‘Roze Golf’

    ‘Een jaar geleden marcheerden ze, vandaag de dag zijn ze in volle 
politieke wedloop,’ typeert het Amerikaanse weekblad Time in zijn openingsverhaal de situatie onder de titel ‘The Avengers’ (‘De wrekers’). ‘In 2016 waren het nog simpele vrouwelijke kiezers. In 2017 zijn het politieke voorvechtsters geworden, als reactie op de nederlaag van Hillary Clinton. Vandaag de dag storten die vrouwen, in leidinggevende functies, artsen, leraressen of huisvrouwen, zich volop in het politieke strijdgewoel.’

    Het weekblad verstrekt wat cijfers over de aanstaande tussentijdse verkiezingen in november van dit jaar: 79 vrouwen gaan de strijd aan – of overwegen dat – voor het gouverneurschap in de deelstaten – en daarmee wordt het vorige record uit 1994 volledig verpletterd.

    screenshot 2018 02 08 12 27 50

    Gaat Woody Allen alsnog voor de bijl?

    Dylan Farrow heeft in een interview met de Amerikaanse tv-zender CBS haar adoptievader Woody Allen er opnieuw van beschuldigd dat hij haar zou hebben aangerand toen ze zeven jaar was. ‘Waarom zou ik het recht niet hebben om hem voor de bijl te laten gaan? Waarom zou ik het recht niet hebben om kwaad te zijn, na al die jaren waarin men mij heeft genegeerd, mijn beweringen in twijfel getrokken, mij heeft afgewezen?’

    Terwijl de cineast druk is met een promotietour voor zijn jongste 
film Wonder Wheel winden de Amerikaanse media zich meer op over de oude affaire dan over de nieuwe productie. ‘De #MeToo-beweging achterhaalt Woody Allen,’ luidt een kop in Vice News. ‘Gaat Hollywood zich alsnog tegen Woody Allen keren?’ vraagt Esquire zich af. En 
de website Quartz twijfelt niet: ‘Woody Allen wordt op zijn beurt een uitgestotene.’

    Russinnen dromen van 
‘echt betrouwbare mannen’

    Volgens de wet hebben vrouwen en mannen in Rusland sinds de Revolutie, dat wil dus zeggen al zo’n honderd jaar, gelijke rechten, schrijft de site Vzglyad. Maar, zoals ook de regering onlangs heeft toegegeven, ligt het gemiddelde salaris van vrouwen een kwart lager dan dat van mannen. Toch, meent de site, denken Russische vrouwen 
er niet aan, in tegenstelling tot Amerikaanse of Zweedse vrouwen, bewegingen op te zetten om de concurrentie met mannen aan te gaan. ‘De Russische Vrouwenpartij, die in de jaren negentig van de vorige eeuw werd opgericht, is in het vergeetboek geraakt en is tot op de dag van vandaag door geen enkele feministische beweging van 
enige betekenis vervangen. De reden is wellicht dat in talrijke gezinnen de vrouwen 
al van oudsher de dienst uitmaken.’

    Inderdaad is het vaderschap in Rusland al ‘een instituut 
in crisis’. ‘Mannen zijn vaak onverantwoordelijk, dat is bekend, men hoeft alleen maar naar het percentage gescheiden vaders te kijken dat weigert alimentatie te betalen en het aantal vaders dat zich volstrekt niet bezighoudt met de opvoeding van de kinderen.’

    ‘Op dit moment houdt mij het meest bezig hoe vrouwen in leven blijven’

    En als het niet door een scheiding komt, dan is het alcoholisme onder mannen er wel debet aan dat vrouwen de 
leiding in het huishouden 
op zich moeten nemen. Zoals een Russisch spreekwoord zegt: ‘Een echtgenoot die drinkt, betekent een huis dat voor de helft in brand staat, als een vrouw drinkt, brandt het hele huis af.’

    Als gevolg daarvan voelt een vrouw zich in het gezin niet alleen niet onderdrukt, maar integendeel, ‘ze droomt van een echt solide kerel’.

    Desondanks is huiselijk geweld epidemisch, en de recente wet op ‘decriminalisering’ van het delict vormt een probleem dat een voorname plaats inneemt in de feministische strijd, verklaart de auteur en betrokken feminist Maria Arbatova. ‘Op dit moment houdt mij het meest bezig hoe vrouwen in leven blijven,’ zegt ze.

    De Russische activistes kunnen maar moeilijk vaststellen hoeveel vrouwen achter hun beweging staan. De feminist en politicoloog Anna Flodorova schat het op enkele tienduizenden, die zich vooral roeren op internet. Flodorova meent evenwel dat ‘veel vrouwen het begrip feminisme niet kennen, 
maar zonder het te weten toch denken en handelen 
als feministes’.

    Bovendien zegt ze: ‘Het land heeft al problemen genoeg met de mensenrechten, dus ook met de vrouwenrechten.’

    aziz ansari and david chang at the great googamooga festival

    Het geval Aziz Ansari

    De maker van de televisieserie Master of None, Aziz Ansari, wordt er door een jonge vrouw op de Amerikaanse website Babe van beschuldigd dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van haar terughoudendheid tijdens een eerste kennismaking. Auteur Caitlin Flanagan schrijft in The Atlantic dat de #MeToo-beweging daarmee toch wel te ver gaat in het aan de kaak stellen van misstanden, en dat Ansari een zoenoffer is geworden. ‘Beroepsmatig is de man dood, afgemaakt door het verhaal van een anonieme vrouw.’ Flanagan ziet er een voorbeeld in van ‘wraakporno’; het publiceren van pikante bijzonderheden of foto’s met betrekking tot een intieme relatie, puur uit wraakgevoelens.

    kevin spacey

    ‘Noodzakelijke beweging, maar kwetsbaar’

    ‘De ommekeer heeft zich aangediend’ merkt het Amerikaanse onlinetijdschrift Ozy op nadat in Frankrijk een open brief was gepubliceerd waarin ‘de uitwassen’ van de #MeToo-beweging aan de kaak werden gesteld. Ozy meent dat deze reactie in samenhang moet worden gezien met de vraag van een deel van de openbare mening in de VS wat er gebeurt met de beroemdheden die het doelwit 
zijn van de beschuldigingen van seksueel hinderlijk gedrag, zoals 
de acteur Kevin Spacey of de Democratische senator Al Franken, die 
in januari aftrad.

    ‘Kan men en moet men deze mensen nu werkelijk verder buitensluiten – of het nu politici betreft, of journalisten, zakenlieden of acteurs – zonder dat een van hen schuldig is bevonden door een rechter?’ vraagt Ozy zich af. Het is immers in de westerse cultuur ‘heel moeilijk om het onderscheid te maken tussen een kunstenaar, zeker als het een man betreft, en het werk, zeker als de man ook nog eens als een genie wordt gezien’.

    Degenen die strijden tegen seksuele opdringerigheid moeten er zorg voor dragen dat zij ‘rechtvaardig en redelijk’ blijven in hun beschuldigingen, concludeert de website. ‘Het publiek afleiden van de juiste doelstellingen van de beweging, terwijl belangrijke veranderingen buiten Hollywood nog moeten worden bewerkstelligd, zou op 
de lange duur schadelijke effecten kunnen hebben voor vrouwen op hun werkplek in het algemeen, vooral voor degenen die niet beroemd zijn.’

    margaret atwood 2015

    Is Margaret Atwood 
een slecht 
feminist?

    ‘De #MeToo-beweging is het symbool van een rechtssysteem dat slecht functioneert’, meent de auteur Margaret Atwood in een ingezonden stuk dat half januari werd gepubliceerd in de Canadese krant Globe and Mail. Atwood legt daarin uit dat als vrouwen hun 
toevlucht nemen tot internet en 
de sociale media om het misbruik aan de kaak te stellen waarvan zij het slachtoffer zijn, dit vooral wordt veroorzaakt doordat zij langs officiële kanalen niet aan het woord komen.

    Het is volgens Atwood dus zaak 
om eerst ‘de instituties aan een schoonmaakbeurt te onderwerpen, de grote bedrijven en alle werkomgevingen’, met voorbijgaan aan 
een beweging als #MeToo, die het rechtssysteem omzeilt en ruimte schept voor een heksenjacht.

    ‘Ben ik een slecht feminist als ik 
zo denk?’ vraagt ze zich af, en komt dan tot de conclusie, om de kritiek voor te zijn, dat ‘een oorlog onder vrouwen altijd de voorkeur verdient boven een oorlog tegen vrouwen, 
in de opvattingen van degenen die vrouwen niet erg welgezind zijn’.

    Maar die uitleg kon niet verhinderen dat er in de sociale media een polemiek ontstond. ‘Deneuve en Margaret Atwood: één pot nat’ stond er boven een stuk in Journal de Montréal, waarin werd betreurd dat de schrijfster ‘door het slijk wordt gehaald door dolle feministes’.

    ‘Als het debat niet mogelijk is, 
als men geen andere keuze wordt 
gelaten dan te applaudisseren voor de buitenissigste opvattingen, dan wordt de heksenjacht onvermijdelijk,’ schreef de krant, die zich erover verbaasde dat ‘zelfs een 
zo erkend feminist als Margaret Atwood niet ontkomt aan de 
wraakzucht van de activisten’.

    screenshot 2018 02 08 12 39 13

    Censuur in de kunst

    ‘Is #MeToo te ver gegaan? Het geval van de censuur in de kunst’ luidde een kop boven een artikel in Newsweek in december naar aanleiding van een petitie die door twee jonge vrouwen in New York was opgezet en waarin aan het Metropolitan Museum of Art (MoMa) werd verzocht een schilderij uit de collectie te halen dat zij als ‘voyeuristisch’ beoordeelden. Het betrof het werk Thérèse rêvant van de Frans-Poolse schilder Balthus, waarop een jong meisje is afgebeeld van wie het onderbroekje zichtbaar is. ‘Gelukkig hebben ze [de vrouwen achter de petitie] hun doel niet bereikt,’ schrijft journaliste Daphne Merkin in The New York Times. Merkin noemt het een geval ‘van censuur zoals die in extreem-religieuze kringen wordt gehanteerd’. Haar mening wordt gedeeld door de kunstrecensent van _
The Guardian_ in Londen, Jonathan Jones, die vindt dat ‘een debat over een kunstwerk een goede zaak is, maar het vragen om een verbod van een kunstwerk naar fascisme riekt’.

    De vreemde lijst van 
‘verdorven mannen’

    ‘In de nasleep van de affaire-Weinstein maakten tal van Amerikaanse media gewag van het bestaan van een anoniem verspreide lijst onder de titel ‘Shitty Media Men’, waarop de namen zouden prijken van meer dan 70 mannen die 
zich ongepast zouden gedragen ten opzichte van hun vrouwelijke collega’s of medewerkers. De lijst werd op slag ‘het symbool van alles wat mis kan gaan’ met een beweging als #MeToo, aldus het Amerikaanse onlinemagazine Vox.

    Nadat de samensteller van de lijst, Moira Donegan, zich bekend had gemaakt, kwam Vox terug op de problematische kanten aan haar boodschap. Was het niet onverantwoord om dit soort onbevestigde geruchten vast te leggen in een document dat aan jan en alleman kon worden toegezonden? Temeer omdat de lijst beschuldigingen van verkrachting bevatten naast tamelijk onschuldige sms’jes. Donegan antwoordde nogal cynisch dat ze niet het idee had ‘dat iemand met macht zich veel zorgen over de lijst zou maken’.

    Samengesteld door Lambiek Berends

  • 4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    Prima, die #MeToo-discussie. Maar bezien vanuit de Arabische wereld – waar vrouwen op grote schaal worden uitgehuwelijkt, vermoord en verkracht – heeft ze iets gênants, schrijft de Libanese journaliste Diana Moukalled.

    Eigenlijk zouden we het Iraakse parlementslid Jamila Al-Obeidi, die plotseling beroemd is geworden met haar pleidooi voor polygamie, dankbaar moeten zijn. Zij vindt zelfs dat Irakezen toestemming moeten krijgen om een tweede, een derde en een vierde vrouw te nemen zonder dat met hun eerste vrouw te bespreken, omdat dat volgens haar een oplossing zou zijn voor het probleem van 
de weduwen en gescheiden vrouwen. Ze verscheen in het ene tv-programma na het andere om haar opvattingen over vrouwen te promoten. Aanvankelijk waren de reacties op haar idee sarcastisch, maar nu zou het wel eens bewaarheid kunnen worden want het is inmiddels een wetsvoorstel dat aan het Iraakse parlement zal worden voorgelegd.

    Eigenlijk zouden we haar dankbaar moeten zijn; haar initiatief kwam op het moment dat ik geheel in beslag werd genomen door een andere discussie, die zich voornamelijk afspeelt tussen Hollywood en Parijs. Ik heb het over het vervolg op de #MeToo-campagne die de val van beroemdheden uit de wereld van de media, de kunst en de politiek heeft veroorzaakt. Daarop kwam de verrassing uit Parijs, in de vorm van een manifest dat was ondertekend door honderd vrouwen, onder wie Catherine Deneuve. Binnen een paar uur raakte de westerse wereld in een verhit debat verzeild over de vraag waar de vrijheid die het individu zou moeten hebben, omslaat in een overmaat aan machismo dat via misbruik van macht en invloed leidt tot seksuele intimidatie.

    Ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien

    Waar eindigt de individuele vrijheid? Vanaf welk punt is er sprake van agressie? Kan het artistieke scheppingsproces dienen om intimidatie toe te dekken? Zo stond de westerse discussie ervoor… toen ik het nieuws hoorde over mevrouw Al-Obeidi en haar campagne voor polygamie in Irak. Daardoor kwam ik weer met mijn voeten op de grond terecht en besefte ik weer hoe het er met ons, Arabische vrouwen, voorstaat.

    De feministische strijd waarmee wij hier in de regio te maken hebben, is van een heel andere orde. Ik vind niet dat ik het recht heb om een mondiale discussie over seksuele vrijheden weg te wuiven, maar ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds – in Amerika – eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds – in Frankrijk – weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien. Ik kan alleen maar spreken vanuit mijn positie als Irakese, Syrische, Jemenitische, Saoedische, Egyptische, Tunesische…

    Privilege

    Al zeven jaar worden vrouwen in Syrië vermoord 
en verkracht, en wij zijn niet in staat hen te beschermen. Zoals de Syrische Mariam Khalaf het in de documentaire Syrie, le cri étouffé zegt over de systematische verkrachtingen onder het regime van Bashar al-Assad: ‘[Westerlingen] zullen deze film bekijken, 
er een naar gevoel van krijgen, en dan weer overgaan op iets anders.’ Dat is inderdaad de houding van de wereld tegenover de fysieke en morele vernietiging van duizenden en duizenden vrouwen in Syrië, 
om nog maar niet te spreken van de mannen en 
kinderen die ook een hoge prijs hebben betaald.

    Amerika maakt zich druk om het lot van Hollywoodsterren die seksueel geïntimideerd worden. 
De Parijse intellectuelen maken zich druk om wat 
zij beschouwen als preutsheid en een aanslag op het vrouw-zijn. Maar de wereld maakt zich nauwelijks druk om het verhaal van Mariam en duizenden – 
wat zeg ik? – miljoenen andere vrouwen uit haar land die veel erger geweld moeten ondergaan.

    Ik ken niet één vrouw die geen ervaring heeft met seksuele intimidatie. Het is mij ook overkomen. Ja, 
ik en veel andere vrouwen kunnen dat achter ons laten en verdergaan. Maar ik zie wel dat er ook andere vrouwen zijn die niet weten hoe ze verder moeten. Ik besef dat je niet alles door elkaar moet halen. Dit soort zaken is complex en moeilijk te ontwarren. Maar hoe kun je dit trans-Atlantische debat anders zien dan als een privilege, voorbehouden aan een elite, een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven, wij die in landen leven waar onophoudelijk geweld tegen het lichaam en de ziel van vrouwen wordt gepleegd? Zolang men het niet nodig vindt 
om deze vrouwen te redden, heeft het huidige debat iets gênants, ja zelfs iets onfatsoenlijks.

    Auteur: Diana Moukalled
    Vertaler: Annemie de Vries

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Pan-Arabische nieuwssite met grootse ambities, 
o.a. om taboes te doorbreken. Richt zich vooral 
op millennials.

  • 3. Blijf luisteren naar de slachtoffers

    3. Blijf luisteren naar de slachtoffers

    Critici vinden dat de #MeToo-discussie alleen moet gaan over zaken die in de rechtszaal bewezen kunnen worden. Maar ook de andere slachtoffers moeten worden blijven gehoord, benadrukt Ann Friedman.

    Als je echt naar slachtoffers van seksueel geweld en intimidatie luistert, hoor je dit: deze vrouwen willen een excuus. Ze willen de verzekering dat wat hen is overkomen verkeerd was. Ze willen solidariteit tonen met anderen die op dezelfde manier gekwetst zijn. Ze willen het ware gezicht van hun beroemde belagers laten zien. En ze willen geloofd worden: ze willen weten dat wij serieus nemen wat ze zeggen.

    Veel critici van de #MeToo-beweging luisteren niet naar wat de slachtoffers zeggen. Ze verwarren de reacties op 
de beweging met wat de slachtoffers willen. Veel vooraanstaande critici vrezen ook dat de #MeToo-beweging te veel verschillende soorten ervaringen omvat. Zij vinden dat er nu alleen afgerekend moet worden met de misdaden die in de rechtszaal bewezen kunnen worden, al weten ze ook dat de wet de slachtoffers vaak in de kou laat staan.

    In sommige gevallen willen slachtoffers inderdaad dat hun misbruiker wordt ontslagen of gevangengezet. 
‘We moeten zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt,’ schreef olympisch goudenmedaillewinnares Simone Biles in een post op Instagram waarin ze onthulde dat zij een van de minstens 140 Amerikaanse turnsters is die zeggen seksueel te zijn misbruikt door hun teamarts Larry Nassar.

    Ze twitterde dat ze zich “opgelucht” voelde “alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen”

    Maar veel slachtoffers willen alleen maar gehoord worden. De misdragingen die in de #MeToo-verhalen aan 
het licht komen, zijn heel gevarieerd: van mannen die niet voldoen aan het beeld dat het publiek van hen heeft of mannen die tegen het beleid van hun bedrijf ingaan, tot mannen die de wet overtreden. Niet alle vergrijpen zijn hetzelfde en de vrouwen die zich nu uitspreken, weten dat ook.

    Het recente #MeToo-verhaal dat voor de critici nu vooral olie op het vuur gooit, is dat over komiek Aziz Ansari. Onlangs onthulde een jonge vrouw, onder de schuilnaam ‘Grace’, wat haar met hem was overkomen tijdens een ontmoeting die uit de hand was gelopen – en wat haar betreft niet met haar instemming. Ze zei dat ze het teleurstellend vond om aan te zien hoe Ansari werd geprezen bij de Golden Globes, een evenement waar de meeste aanwezigen juist die wederzijdse instemming heel erg belangrijk zeiden te vinden. Voor Grace was het ‘absoluut tenenkrommend’ dat hij het ‘Time’s Up’-speldje droeg.

    Ze zei niet: ‘Sluit hem op!’ of ‘Hij mag nooit meer in deze stad werken’. Persoonlijk geloof ik ook niet dat Ansari nu meteen uit de bedrijfstak moet worden verbannen. Maar we moeten wel blijven luisteren naar vrouwen als Grace, omdat blijkt dat veel verhalen pas effect krijgen wanneer ze vergelijkbare verhalen losmaken. Ooit wist het grote publiek over de privé-uitspattingen van Bill Cosby niet meer dan een of twee verhalen over ontspoorde dates. Toen meer vrouwen naar voren traden, bleek dat die incidenten bij een patroon van systematisch misbruik hoorden.

    Ansari heeft meegewerkt aan een boek dat Modern Romance heet en veel verhaallijnen in zijn Netflix-serie gaan over relaties. Als hij verhalen wil blijven vertellen over de verwikkelingen rond seks en dating, moet hij openlijk ingaan op de kritiek op zijn privégedrag tegenover vrouwen.

    Opbouwende reactie

    Hij heeft het geluk dat er tenminste één geweldig voorbeeld is van een opbouwende reactie. Vorige week bood tv-presentator Dan Harmon uitgebreid zijn excuses aan aan Megan Ganz, die voor hem heeft gewerkt als scriptschrijver. Harmon gaf toe dat hij had geprobeerd haar te versieren en haar vervolgens heel onaangenaam had behandeld op het werk, nadat ze zijn avances had afgewezen. Ganz aanvaardde Harmons excuses en zei dat ze niet op ‘wraak’ uit was geweest toen ze ervoor koos zich uit te speken. Ze twitterde dat ze zich ‘opgelucht’ voelde ‘alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen’.

    Vrouwen die nu naar buiten treden zijn niet degenen die zelf de nuances uit hun verhaal weglaten. Dat gebeurt in de publieke ophef eromheen. Wanneer critici beweren dat de enige terechte #MeToo-verhalen de verhalen zijn die in een rechtszaal overeind blijven, negeren ze niet alleen de uiteenlopende redenen waarom slachtoffers hun mond opendoen, ze zorgen er ook voor dat de meeste slachtoffers hun leed in stilte moeten dragen.

    Er zijn evenveel manieren om met misbruik om te gaan als er soorten misbruik zijn. Vrouwen moeten kunnen praten over de ongewenste dingen die mannen hun aandoen – en werkgevers en het publiek moeten de vrijheid hebben om vervolgens het beeld dat ze van die mannen hadden bij te 
stellen, ook al is het gedrag waar het over gaat wel immoreel maar niet onwettig. Dit is wat de slachtoffers vragen. En daar moeten we naar luisteren.

    Auteur: Ann Friedman
    Vertaler: Annemie de Vries

    Illustratie: © Aart-Jan Venema

    LA Times
    VS | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.