Tag: emancipatie

  • 2. We staan op een historisch keerpunt

    2. We staan op een historisch keerpunt

    Natuurlijk is de #MeToo-beweging niet volmaakt, erkent 
de Italiaanse feministe Lorella Zanardo. Maar de uitglijders wegen nu even niet op tegen de kansen op een betere toekomst.

    ‘Ik geloof wel dat die vrouwen gelijk hebben – ik weet het zelfs zeker. Maar als ik nu een meisje leuk vind, durf ik niet goed meer de eerste stap te zetten. Als ik mijn hand uitsteek om haar aan te raken, bijvoorbeeld, ben ik bang dat ze 
zal denken dat ik haar lastigval of haar zal bespringen.’ Dit hoorde ik een paar weken geleden een 
middelbarescholier zeggen tijdens een discussie.

    We hadden het over de #MeToo-beweging, een 
historische ontwikkeling voor de emancipatie van 
de vrouw, voor zover we nu kunnen overzien. Zoals altijd bij een verandering krijgt ook deze beweging veel bijval, maar wekt ze ook bij veel mensen woede op en de behoefte om het belang ervan te ontkennen. Hoe kan het ook anders? Eeuwenlang hebben de mannen in alle mogelijke domeinen, zowel privé 
als publiek, de absolute macht gehad. En die macht hebben ze ook, en vooral, uitgeoefend op het lichaam van vrouwen. Al enkele tientallen jaren zijn we bezig ons van die macht te bevrijden, maar het is nog niet voor iedereen en niet overal en niet helemaal gelukt. De #MeToo-beweging probeert nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de ondergeschikte positie van vrouwen die onaanvaardbaar is en niet meer 
van deze tijd: prima!

    Verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst 
is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan

    Natuurlijk is niet alles volmaakt, natuurlijk zou het beter kunnen, natuurlijk zie ik ook dat sommige mensen proberen te profiteren van de aandacht die de beweging krijgt en natuurlijk moeten we oppassen dat we niet alle mannen over één kam scheren. Dat hoort erbij. Maar, zoals al vaker gezegd, we staan op een historisch keerpunt en we hebben dus het recht om fouten te maken, ook grove fouten.

    Onlangs las ik het manifest dat honderd vrouwen naar Le Monde hebben gestuurd en dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: ‘Aanranding is een misdaad. Maar aanhoudende of onhandige versierpogingen zijn geen delict en hoffelijkheid is geen macho-agressie.’ Ik ken niet één vrouw die de verandering van de #MeToo-beweging beleeft als een oorlog tussen de seksen, een strijd tegen de man; ik ken wel heel wat vrouwen die nooit meer slachtoffer willen worden van seksuele chantage, van agressie, kortom van daden waarmee we allemaal wel te maken hebben gehad in ons leven.

    Maar dat betekent zeker niet dat het verleidingsspel nu door de wet moet worden vastgelegd. De agressie en de aanrandingen moeten uitgebannen worden, maar het flirten, het verleiden, de uitingen van 
verliefdheid niet.

    En ik begrijp de verwarring van mijn scholier, aan wie ik heb geantwoord dat we ‘samen, mannen en vrouwen, een nieuwe weg moeten zoeken’. Dat is niet zo moeilijk: verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst 
is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan.

    Of het nu om mannen of om vrouwen gaat, ik heb altijd een hekel gehad aan volksgerichten en heksenjachten. Van het begin af aan heb ik gezegd dat het via de media lynchen van mannen die het doelwit waren van deze beschuldigingen, in mijn ogen eerder een persoonlijke vendetta zijn dan gerechtigheid. Het zou dus goed zijn om meisjes zo op te voeden dat ze geïnformeerd en zelfbewust genoeg zijn om een compleet leven te leiden, zonder zich 
te laten intimideren of een schuldgevoel op te laten dringen, en vooral ook dat ze krachtig nee kunnen zeggen als dat nodig is. Waarbij we niet mogen vergeten dat het even belangrijk is om de mannen zo op te voeden dat ze respect hebben en luisteren. Deze opvoeding van beide seksen is essentieel, zolang we weten dat er nog veel situaties zijn waarin een nee voor een vrouw heel nare gevolgen kan hebben.

    Lorella Zanardo (1957) is auteur en documentairemaakster. In 2009 was ze een van de makers van Il corpo della donne (Het lichaam van vrouwen), de beroemde documentaire over de vernederende manier waarop vrouwen op de Italiaanse televisie worden voorgesteld.

    Auteur: Lorella Zanardo
    Vertaler: Annemie de Vries

    Il Fatto Quotidiano
    Italië | oplage 150.000

    In 2009 opgericht door Antonio Padellaro, de ex-directeur van het linkse dagblad L’Unità. De krant brengt schrijvers met uiteenlopende journalistieke achtergronden bijeen rond een eenvoudig thema: de resolute afwijzing van het ‘vernederende sultanaat’ van Silvio Berlusconi.

  • Kan Jacinda Ardern het premierschap combineren met het moederschap?

    Kan Jacinda Ardern het premierschap combineren met het moederschap?

    Toen de Nieuw-Zeelandse premier in 2018 in verwachting was, gingen er geluiden op dat ze moest aftreden. Twee Nieuw-Zeelandse commentatoren geven hun mening over de vraag of zorg voor een pasgeboren baby te combineren is met het leiden van een land.

    Keuze uit het archief

    Deze week kondigde Jacinda Ardern aan dat ze na vijf jaar gaat aftreden als premier van Nieuw-Zeeland. Ze heeft naar eigen zeggen niet meer de energie om haar baan uit te voeren. Ardern was in 2018 de eerste zittende minister-president die met zwangerschapsverlof ging en een kind kreeg. Het debat uit die tijd laat zien hoe baanbrekend dat was.

    JA

    De afgelopen tijd hebben veel mensen zich panisch afgevraagd of Jacinda Ardern haar werk als minister-president tijdens en na haar zwangerschap wel naar behoren zal kunnen doen. Ze vragen: Hoe zit dat met zwangerschapsdementie? Wat gaan haar hormonen doen? Hoe moet dat als er complicaties zijn? Hoe, en waar, gaat ze borstvoeding geven?

    Er zijn twee manieren om deze vragen te beantwoorden. Je zou voorbeelden kunnen aanhalen van zeer succesvolle vrouwen die op het hoogtepunt van hun carrière kinderen hebben gekregen en kunnen uitleggen dat je hersenen er niet mee ophouden als je baby’s krijgt. Het alternatief is: ‘Sst, dinosaurus. Veel slimmere mensen dan jij hebben hier heel lang en hard over nagedacht en zijn tot de conclusie gekomen dat mannen en vrouwen gelijke rechten moeten hebben.’

    Er staat duidelijk in de Human Rights Act dat discriminatie op basis van geslacht onaanvaardbaar is. De Nieuw-Zeelandse wet beschermt zwangere vrouwen en kersverse moeders op het werk. Daar kun je van blijven balen, maar dat verandert niets aan de wet.

    Moeten we mannen van boven de vijftig verbieden leiderschapsposities te bekleden voor het geval ze een hartaanval krijgen, in verlegenheid worden gebracht door de Russen, 
of een golfverslaving ontwikkelen?

    Ja, vrouwen bevallen en kunnen kiezen voor borstvoeding. Diskwalificeert dat vrouwen van vruchtbare leeftijd dan tot in lengte der dagen voor leiderschapsposities? Waar trekken we dan de grens? Moeten we mannen van boven de vijftig verbieden leiderschapsposities te bekleden voor het geval ze een hartaanval krijgen, in verlegenheid worden gebracht door de Russen, of een golfverslaving ontwikkelen?

    Ieder mens is anders en niemand kan voorspellen hoe de late zwangerschap en bevalling onze premier zullen beïnvloeden. Wat we wel weten, is dat Arderns leven als moeder gemakkelijker zal zijn dan dat van ontelbare vrouwen die het moederschap met een carrière proberen te combineren. Haar partner is huisman en ze heeft de financiële middelen, en een heel team van adviseurs en capabele politici om zich heen. Als desondanks blijkt dat de baan onverenigbaar is met het moederschap, dan moet de baan veranderen. We kunnen zwangere vrouwen en jonge moeders niet blijven uitsluiten van de politiek en posities waarbij je

    in de schijnwerpers staat. Niet alleen omdat het discriminatie op grond van sekse is, maar ook omdat de politiek en bedrijven dan diversiteit en mensen met waardevolle capaciteiten mislopen.

    Sommige vrouwen besluiten ontslag te nemen om zich op het moederschap te concentreren en die vrouwen verdienen net

    zo veel steun in hun beslissing. Sommige mensen vinden het kennelijk lastig dat een vrouw haar eigen beslissingen neemt

    ten aanzien van haar carrière, lichaam en baby. Niets zal Ardern weerhouden van het combineren van premierschap en moederschap. Het wordt tijd dat de zelfingenomen vrouwenhaters en zelfbenoemde experts op het gebied van de vrouwelijke biologie weer terugkeren naar hun hol.

    Auteur: Cécile Meier

    1. Cécile Meier; 2. Mark Reason.
    1. Cécile Meier; 2. Mark Reason.

    Lees ook deze Controverse over Ardern:

    NEE

    Het mannentoernooi van de Australian Open was dit jaar opwindend en vaak verrassend, maar wat heeft het vrouwentoernooi Serena Williams gemist. De beste tennisster ter wereld moest zich terugtrekken omdat ze moeder was geworden.

    Als een baby een van ’s werelds grootste atletes zo op de proef kan stellen, is het gerechtvaardigd dat we ons in Nieuw-Zeeland zorgen maken over onze minister-president, Jacinda Ardern. Toen haar echter werd gevraagd of het wel kon om zwangerschapsverlof op te nemen gedurende de regeertermijn, zei ze: ‘Het is anno 2017 totaal onaanvaardbaar dat vrouwen die vraag op hun werk moeten beantwoorden. Het is aan de vrouw om het moment te bepalen waarop ze kinderen krijgt.’

    Het premierschap is het belangrijkste openbaar ambt. Iedere burger heeft het recht zijn zorgen te uiten over iemands vermogen dat ambt te vervullen, of het nou om de leeftijd van Donald Trump gaat of het moederschap van Jacinda Ardern.

    Inmiddels heeft ze vragen beantwoord over haar eigen zwangerschap, haar plannen, haar verlof. Die waren onvermijdelijk, maar de vraag of het passend is voor een vrouw om een kind te krijgen terwijl ze premier is heb ik nog niet uitgebreid beantwoord gezien, en hetzelfde geldt voor de vraag of een vrouw in die situatie beide banen naar beste vermogen kan uitvoeren.

    Het moederschap is een van de belangrijkste en veeleisendste banen die een mens kan hebben

    Het moederschap is een van de belangrijkste en veeleisendste banen die een mens kan hebben. Net als het premierschap. Verwachten we nou echt dat iemand in beide banen tegelijkertijd volledig zal kunnen functioneren?

    Zelfs Ardern zelf kan niet zeker weten of ze haar baan als premier naar beste vermogen zal kunnen uitvoeren, ongeacht de hulp die ze krijgt van haar partner, visexpert en huisman Clarke Gayford.

    Als vrouwen echt gelijke rechten willen, dan zijn beslissingen over ongeboren kinderen niet meer het voorrecht van de vrouw alleen. Mensen hebben het recht hun zorg te uiten over de vraag of zwangerschap en bevalling de rol van de premier zullen beïnvloeden, want haar vermogen al dan niet haar ambt uit te oefenen raakt ons allemaal.

    We weten het trouwens al, want Ardern gaat met zwangerschapsverlof. Dat betekent dat Winston Peters, op wie het land niet heeft gestemd, minstens zes weken premier zal zijn.

    James Shaw van de Green Party, zei: ‘Dat een vrouw premier van Nieuw-Zeeland kan zijn en er tijdens haar ambtstermijn voor kan kiezen een gezin te stichten zegt heel veel over het soort land dat we zijn en kunnen worden: modern, progressief, insluitend en gelijkwaardig.’

    Dat zegt het helemaal niet. Ik kan niet bevallen en premier zijn. En als ik het wel kon, dan zou ik aftreden omdat ik zou weten dat ik in potentie zou moeten schipperen tussen de twee belangrijkste banen op Gods aarde.

    Auteur: Mark Reason

  • ‘Ik wil kunst maken 
met een hoofdletter K’

    ‘Ik wil kunst maken 
met een hoofdletter K’

    Ze is vunzig, onbeschaamd, grappig en mateloos populair. Cardi B (25) is sinds haar zomerhit ‘Bodak Yellow’ uitgegroeid tot dé vrouwelijke rapper van dit moment.

    ‘Denken jullie echt dat prinses Diana is vermoord?’ We zitten in een kantoorruimte op de hoek bij Kensington Palace, en de huwelijksaankondiging van prins Harry houdt Cardi B bezig. Ze zit al de hele fotoshoot met een gloeilamp te spelen, maar zelfs die vergeet ze nu even. ‘Ik wil prins Harry ontmoeten!’ roept ze. Terwijl ze alle complottheorieën aanhoort, zet ze grote ogen op en herhaalt haar vraag, waarna ze een gebaar maakt alsof ze een rits tussen haar lippen dichttrekt. ‘We willen niet dat ons iets overkomt!’ zegt ze op gespeelde fluistertoon, waarna ze begint te hinniken van de lach.

    Haar belangstelling wekt nauwelijks verbazing. Cardi is ook uit het niets, en met duizelingwekkende vaart, doorgestoten tot de hoogste regionen van de rap, met het nummer dat afgelopen zomer werkelijk overal was te horen: ‘Bodak Yellow’. Cardi B komt uit een milieu waarin altijd met de nodige scepsis naar haar is gekeken, maar door de ongekend grote steun van het publiek belandde haar nummer in Amerika boven aan de hitlijsten. In de aanloop naar haar muziekcarrière heeft ze zich rollen aangemeten die doorgaans worden verguisd: stripper, Instagramberoemdheid, lekker stuk in de realityshow Love & Hip Hop. Wat de 25-jarige Belcalis Almanzar zo geniaal maakt, is dat ze er telkens opnieuw in weet te slagen de rollen om te keren.

    Met haar humor, die varieert van grove ontkrachtingen tot schalkse snieren, veegt Cardi B de vloer aan met haar tegenstanders

    De mensen die op haar neerkijken trekken uiteindelijk aan het kortste eind, en met haar humor, die varieert van grove ontkrachtingen tot schalkse snieren, veegt Cardi B de vloer aan met haar tegenstanders op een manier die de plagerige vrouw uit de Bronx, met haar Trinidadiaanse en Dominicaanse wortels, een grote schare fans heeft opgeleverd. Tot die fans behoren Janet Jackson, die in september op het podium danste op ‘Bodak Yellow’; Millie Bobby Brown, de ster van Stranger Things, die in oktober in de Tonight Show met Jimmy Fallon in de stijl van Cardi B rapte; en Timothée Chalamet, de ster van Call Me By Your Name, die haar onlangs noemde in zijn dankwoord bij de uitreiking van de Gotham Awards.

    ‘Het is pure, onvervalste aanbidding,’ zegt Radio 1-dj Clara Amfo – fan van Cardi B sinds haar Instagramtijd in 2015 – over de zinderende sfeer bij de Engelse debuutshow van de rapper, in april, in Koko in Londen. ‘Ik stond ervan te kijken hoeveel fans ze heeft, en hoe bezeten die zijn: 95 procent vrouwen, die helemaal weg van haar zijn. Het is het soort succes waar platenmaatschappijen en producers slechts van kunnen dromen, en dat ze proberen af
 te dwingen met groots opgezette marketingcampagnes. Terwijl zij het heeft weten klaar te spelen door domweg zichzelf te zijn op Instagram.’


    En bedenk wel: dit was nog voordat ‘Bodak Yellow’ uitkwam. Cardi had twee mixtapes uitgebracht en een prestigieuze deal getekend met Atlantic Records, maar het nummer waarmee ze in één keer doorbrak – en waarmee ze in september Taylor Swift van de troon stootte en zo de eerste vrouwelijke solorapper op nummer 1 werd sinds Lauryn Hill in 1998 – en dat haar maar liefst twee Grammy-nominaties opleverde, was niet eens het nummer waarmee de platenmaatschappij een hit hoopte te scoren. (Dat was ‘Lick’, waarop ook Offset is te horen, die deel uitmaakt van het raptrio Migos uit Atlanta en met 
wie ze inmiddels verloofd is.)

    Het meedogenloze, eigenzinnige ‘Bodak Yellow’ toont Cardi B op haar sterkst. Het is een demonstratie van haar feilloze timing, die haar overpeinzingen in de selfiecamera jarenlang tot social media-goud maakte – zelf zegt Cardi dat ze diep van binnen comédienne is – maar het nummer laat bovenal zien hoe onopgesmukt en innemend eerlijk ze is, op alle mogelijke terreinen. ‘Ik ben echt een vrije geest,’ zegt ze. ‘Iedereen heeft iemand zoals ik vanbinnen, zo’n wilde meid die het gewoon wil uitschreeuwen. Of je nou arts, advocaat of docent bent, het komt er gewoon uit. Ik zorg er toch maar mooi voor dat je een minuut of twee, drie jezelf kunt zijn, of niet dan?’

    Of het nou gaat om het seksistische scheldwoord ‘thot’, dat ze vervolgens als een soort geuzennaam gebruikte op Gangsta Bitch Music Vol 1, haar debuutmixtape uit 2016, of om ‘ratchet-ass bird bitch’, waarmee ze hetzelfde deed op een Instagramvideo in 2015, Cardi B is als geen ander in staat om alles wat ze naar haar hoofd krijgt geslingerd als een boemerang terug te kaatsen. Die gave is geworteld in het feit dat ze domweg weigert zich te schamen voor haar persoonlijkheid of voor het pad dat ze heeft bewandeld. ‘Zouden mensen ook zo met hun mening hebben klaargestaan als ik vroeger caissière was geweest?’ vraagt ze. Het stoort haar hoe vaak ze het etiket ‘ex-stripper’ opgeplakt krijgt. ‘Men wil kennelijk dat ik me er diep voor schaam dat ik in het verleden heb gedanst. Maar daar zal ik me echt nooit voor schamen. Ik heb er goed aan verdiend, het was een mooie tijd en ik heb er veel van geleerd – het heeft me geleerd hoe mensen in elkaar zitten, hoe mannen in elkaar zitten, hoe honger, hartstocht en ambitie werken.’

    In Cardi’s nummers zijn mannen vooral zwak: dom, makkelijk manipuleerbaar. In haar nummer ‘Trick’ uit 2016 kaatst ze alle beledigingen terug, recht in het gezicht van de eigenaren van de clubs; Cardi doet lullig tegen een klant maar haalt evengoed zijn portemonnee leeg. Dat heeft ze geleerd van de Russische meisjes in de clubs waar ze werkte. ‘Die waren zo gemeen tegen de mannen!’ zegt ze, met iets van ontzag in haar stem. ‘Dat heeft mij geholpen om me een alter ego aan te meten.’

    Stripper

    Ze haalt haar schouders op. ‘Een man vindt het nooit leuk om te moeten erkennen dat hij gebruikt kan worden, dat het ons om zijn geld te doen is,’ zegt ze. ‘Maar zij mogen wel laten merken dat ze ons gebruiken? Dat blijkt uit wat ze zeggen, wat ze doen.’ Ze leunt iets naar voren om haar woorden kracht bij te zetten. ‘Ze vertellen altijd wat ze allemaal met een vrouw willen doen – ze willen haar neuken, ze willen gepijpt worden, en daarna kun je doodvallen. Nou, vrouwen willen eigenlijk niet veel anders: koop een mooie tas voor me en ga dan maar weer lekker je eigen ding doen.’ Ze bedoelt niet letterlijk dat vrouwen zich zo zouden moeten opstellen, zegt ze. ‘Ik wil vrouwen er niet toe aanzetten bepaalde dingen te doen – ik wil gewoon dat ze die macht voelen, dat ze voelen dat ze het zouden kúnnen doen. Veel vrouwen doen het niet, omdat ze geen idee hebben hoe, terwijl ze het wel zouden willen.’ Ze valt even stil en trekt een wenkbrauw op. ‘Want niemand geeft graag zijn eigen geld uit.’ Dan volgt weer die aanstekelijke, hese lach.

    In Cardi’s geval heeft haar baan als stripper haar gered uit een relatie met iemand die ze steeds maar niet echt gewelddadig wil noemen; liever heeft ze het over dwingend. ‘Ik werd gecommandeerd en ik moest dingen doen die ik niet wilde, omdat ik bij een man inwoonde, in het huis van zijn moeder, een appartement met twee pitbulls en bedwantsen, en zelf had ik geen geld. Ik woonde ergens waar ik niet eens huur kon betalen, en dat kreeg ik voortdurend in mijn gezicht geslingerd.’ Verveeld en doelloos als ze was, gaf Cardi de schamele 200 dollar die ze verdiende uit aan joints, die ze elke avond rookte – een gewoonte waar ze mee stopte toen ze in de stripclub ging werken, waar ze op haar eenentwintigste meer dan 30.000 dollar verdiende. Toen begon ze serieuze toekomstplannen te maken.

    cardi 1

    Cardi zegt dat ze altijd met de toekomst bezig 
is geweest, dankzij collega-danseressen die zeiden dat ze moest zorgen dat ze niet op haar eenendertigste nog in de club zou werken, terwijl de vaste klanten op haar 
uitgekeken zouden raken. Het plan is wel een aantal keer grondig bijgesteld: ze wilde aanvankelijk een ton sparen om op haar 
vijfentwintigste een huis te kunnen kopen en dat te verhuren.

    De inkomsten van Instagram, zo vermoedde ze, zouden na een tijdje opdrogen. Cardi had een schare trouwe volgers, te danken aan de selfie-video’s waarin ze reflecteerde op relaties, haar publiek trakteerde op heerlijk schunnige sekstips, grappen maakte die indruisten tegen de onnozelheid die het medium eigen is, en haar volgers zo af en toe trakteerde op een scherpe socio-economische analyse. Ze probeerde die roem uit te buiten door tegen betaling op te treden in nachtclubs. ‘En ineens dacht ik: als ik dan toch zo populair ben en zo veel fans heb, kan ik daar misschien wel mijn voordeel mee doen bij mijn muziek.’

    Aanvankelijk was ook dat een kortetermijnplan van een social media-persoonlijkheid zonder kennis van de muziekindustrie. ‘Mijn idee was om een x aantal keer bekeken te worden op YouTube en daar dan geld mee te verdienen, zoiets.’ Toen duidelijk werd dat ze talent had als rapper – en dat veel mensen haar goed vonden – moest ze haar plannen opnieuw bijstellen, en voor het eerst legde ze zich toe op iets voor de langere termijn. ‘Ik wil kunst maken met een hoofdletter K, echte kunst, ik wil het niet alleen doen om snel binnen te lopen.’

    Voordat ze Taylor Swift van de eerste plaats verdrong, had Cardi daar al op geanticipeerd door haar liefde voor de zangeres uit te spreken

    Die benadering brengt natuurlijk ook risico’s met zich mee, en ondanks het feit dat ze af en toe zit te schateren, is Cardi B een ingetogen, rustig iemand. In het echt blijven de schunnige grappen goeddeels achterwege en is ze ook niet steeds bezig de grenzen op te zoeken, zoals op Instagram. In oktober zei ze in een interview met Rolling Stone dat ze zich ‘gevangen en afgestompt’ voelde. En nu – nadat ze om vijf uur ’s ochtends is opgestaan om de studio in te gaan – geeft ze toe dat ze een zekere druk voelt terwijl ze met hart en ziel werkt aan haar debuutalbum dat dit jaar moet uitkomen. ‘Toen ik eraan begon, leek het allemaal even leuk. Nu heb ik het gevoel dat ik me veel meer moet focussen. Ik heb het gevoel dat ik het allemaal te zwaar maak.’

    Ze laat haar adem ontsnappen. ‘Men wil dat ik de strijd aanbind met de echt grote namen.’ Verrassend genoeg ligt het competitieve element van de muziekwereld haar niet echt. ‘Als ik muziek maak, heb ik niet het gevoel dat ik concurreer met anderen. Nou ja, ergens is het natuurlijk wel zo, maar zo wil 
ik er niet mee bezig zijn.’ Ze voelt zich er duidelijk ongemakkelijk bij. ‘Ik begrijp niet waarom ze vrouwen dat aandoen – al helemaal niet vrouwen in de hiphop.’

    Voordat ze Taylor Swift van de eerste plaats verdrong, had Cardi daar al op geanticipeerd door haar liefde voor de zangeres uit te spreken. En haar bijdrage, samen met Nicki Minaj, aan het nummer ‘MotorSport’ van Migos drukte effectief alle geruchten de kop in dat er sprake zou zijn van ruzie tussen die twee – een idee dat overigens meer werd gevoed door de fans en de media dan door de zangeressen zelf.

    Gevoelens

    Daarnaast zijn er Cardi’s sterke teksten, ook na ‘Bodak Yellow’ – een glorieuze zegetocht die duidelijk maakt dat ze niet bang hoeft te zijn dat ze niet zou kunnen presteren onder druk. Ze is erop gebrand om met haar album aan de wereld te laten zien dat ze ook kan rappen over gevoelens, niet alleen over strijd. ‘Cardi heeft ook een meisjesachtige kant – het is echt niet alleen gabbergabbergabbergabbergabber!’

    ‘Een deel van haar aantrekkingskracht is dat ze ook zo je buurmeisje had kunnen zijn,’ zegt Amfo. ‘Er is niets verhevens of pretentieus aan de dingen waar 
zij voor staat.’ Naast de schunnige pijpgrappen en 
de ranzigheid die ze zeker niet schuwt, is Cardi’s Instagramaccount opvallend gewoon: ze filmt zichzelf net zo lief zonder make-up in bed als volledig opgedoft in een taxi. Momenteel hangt ze erg aan de buurt waar ze is opgegroeid, als een manier om iets van de druk weg te nemen: ‘Om de een of andere reden keer ik steeds maar weer terug naar de Bronx.’ Ze mag dan door het volk zijn uitgeroepen tot de prinses van de hiphop – of de Mariah Carey van de stripclub, zoals ze het zelf heeft verwoord – maar Cardi B zal niet licht vergeten waar ze vandaan komt.

    Auteur: Alex Macpherson
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Koerdische vrouwenrechten zijn óók voor de bühne

    Koerdische vrouwenrechten zijn óók voor de bühne

    In de Syrisch-Koerdische gebieden heeft de meerderheidspartij wetten uitgevaardigd die de rechten van vrouwen ondersteunen. Probleem: ze worden zelden toegepast.

    Augustus vorig jaar. Een jongeman uit de stad Al-Darbasiyah in Rojava, een gebied in het noordoosten van Syrië dat in handen is van de Koerden, verspreidt een video op de sociale netwerken. Daarin klaagt hij dat de plaatselijke politie zijn broer wilde arresteren op grond van een rechterlijke beslissing. Naar verluidt had een rechter, Shams Farhan, zijn huwelijk namelijk ontbonden omdat zijn beoogde echtgenote de wettelijke leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt. De rechtbank had ook een gevangenisstraf van een jaar opgelegd aan de degene die het huwelijk had gesloten, aan de respectieve vaders van de echtgenoot en de echtgenote, en aan de moeder van de bruid, omdat zij zich tegen de uitvoering van het vonnis had verzet.

    Er zijn veel van dit soort video’s. De gezagsdragers in de Koerdische Autonome Regio beweren dat ze huiselijk geweld en zogeheten eremoorden terugdringen, maar uit berichten van lokale en sociale media blijkt dat dit soort misdaden niet afneemt.

    Bij gebrek aan officiële cijfers en door het sociale taboe rond het onderwerp worden de meeste van deze misdaden gesmoord achter een muur van stilte. Sommige gevallen komen echter aan het licht via geruchten en dankzij lokale bronnen. De site Kurdstreet meldde bijvoorbeeld dat een vader in een Koerdisch dorp in de buurt van de stad Afrin zijn vijftienjarige dochter had vermoord omdat ze een relatie had met haar neef. Een andere site, Thari, repte van een misdrijf op de Al-Zeitouniyye-begraafplaats van Qamishli, waar een broer zijn zus vermoordde omdat zij een liefdesrelatie had.

    Regels en principes

    Onder de Koerdische autonome overheid leven mensen in twee werelden, die haaks op elkaar staan. De eerste wereld bestaat uit toespraken, wetten en slogans. De vrouw – haar rol, haar identiteit – staat daarin centraal en vormt zelfs de grondslag van de officiële ideologie. Er is niet één verklaring, niet één bijeenkomst, niet één uiteenzetting van de Koerdische Democratische Unie [PYD, de officieuze Syrische tak van de PKK] die geen verwijzing bevat naar de vrijheid van vrouwen, hun rechten en het belang van hun rol in de samenleving: economisch, politiek, militair.

    De PYD en haar president onderstrepen dit onderwerp nadrukkelijk om te laten uitkomen hoe bijzonder ze zijn in vergelijking met andere politieke krachten in het Midden-Oosten. Vrouwen op dergelijke wijze eren is ook een troefkaart in het smeden van banden met westerse landen. Dit blijkt uit alle activiteiten en publicaties van de partij. Zo heeft de afdeling van [de Syrisch-Koerdische stad] Kobani op 29 augustus 2015 een reeks regels en principes ingesteld die specifiek voor vrouwen zijn bedoeld. De belangrijkste punten zijn:

    ▶ gelijkheid van mannen en vrouwen op alle gebieden van het openbare en privéleven
    ▶ het recht van vrouwen om politieke, sociale, economische en culturele organisaties op te richten
    ▶ een verbod om met een vrouw te trouwen zonder haar expliciete instemming
    ▶ gevangenisstraffen van een tot drie maanden en boetes van 100 tot 200 dollar voor gedwongen verlovingen
    ▶ gevangenisstraffen van drie maanden tot een jaar en boetes van 200 tot 600 dollar voor gedwongen huwelijken, waarbij een vrouw een dergelijk huwelijk gedurende 
de eerste twaalf maanden kan afwijzen
    ▶ verbod op polygamie; elk huwelijk met een tweede vrouw wordt nietig verklaard en bestraft met een jaar cel en een boete van 1000 dollar
    ▶ gelijke rechten voor mannen en vrouwen om een scheiding aan te vragen; afwijzing van een scheiding is verboden
    ▶ gelijkheid van mannen en vrouwen op alle terreinen van de wettelijke nalatenschap
    ▶ doden om redenen van ‘eer’ is geen 
verzachtende omstandigheid
    ▶ zware straffen voor ontrouw van echtelieden, mannelijk dan wel vrouwelijk; gevangenisstraffen van een tot twee jaar.

    Syrisch-Koerdische meisjes in Aleppo. – © Valery Sharifulin / Getty
    Syrisch-Koerdische meisjes in Aleppo. – © Valery Sharifulin / Getty

    Uit deze wetten spreekt ogenschijnlijk een ware maatschappelijke revolutie. Ze dienen echter vooral als politiek en ideologisch propagandawapen tegen andere Koerdische politieke partijen, die impliciet als reactionair worden afgeschilderd.

    In werkelijkheid worden deze wetten en uitgangspunten slechts op een uiterst beperkte, zeer selectieve manier toegepast. Velen in de regio denken dat ze alleen een middel zijn om degenen die zich niet loyaal hebben verklaard aan de Koerdische machthebbers onder druk te zetten.
    Betekent dit dat de Koerdische regionale overheden nalaten om vrouwen die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld te beschermen en de daders van eerwraak te straffen? Dat nu ook weer niet. Veel jonge vrouwen hebben hun toevlucht gezocht bij de overheid. Maar het heeft er alle schijn van dat dit een prijs heeft: alle verenigingen en organisaties zijn op een of andere wijze gedwongen opgenomen in de politieke organen die onder controle staan van de PYD. En allemaal zijn verplicht bij te dragen aan de militaire strijd die deze zelfde partij voert.

    Auteur: Rustom Mahmoud
    Vertaler: Carl Stellweg

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Daraj is een in november vorig jaar gelanceerde pan-Arabische nieuwssite met grootse ambities. Met de tagline ‘Het derde verhaal’ wordt verwezen naar de zwart-witte neigingen in Arabische media: ‘Het verhaal wordt ofwel gefinancierd door Iran ofwel door Saoedi-Arabië, het is voor soennieten of sjiieten, het is Assad of IS – het is nooit onpartijdig en objectief gerapporteerd. “Het derde verhaal” is gebaseerd op feiten en op professionele doelstellingen,’ aldus de 43-jarige oprichter Alia Ibrahim. Daraj betekent ‘stappen’ in het Arabisch; als het project slaagt, betekent dat een volgende stap voor de Arabische media. Er is volgens de oprichters geen gebrek aan talent, maar een gebrek aan kennis van digitale journalistiek en social media. Met hun initiatief wil Daraj een nieuw soort ‘influencers’ creëren, om op die manier ook taboes te doorbreken, bijvoorbeeld over ouderschap of seks. Financiële onafhankelijkheid is daarvoor van groot belang; Daraj is geen ngo, maar moet een winstgevend bedrijf worden. De opstartfase wordt gefinancierd door European Endowment for Democracy. Met een grote focus op video en een uitgekiende social media-strategie richt de site zich op millennials.  Midden-Oosten p. 32

  • 2. Wonder Woman achter de camera

    2. Wonder Woman achter de camera

    Patty Jenkins was de eerste vrouw die een film met een superheldin regisseerde. En ze maakt van Wonder Woman ook nog een daverende hit. Maar zal haar succes ook leiden tot meer kansen voor vrouwelijke collega’s?

    Probeer voor de grap eens vijf vrouwelijke Amerikaanse regisseurs te noemen. Kathryn Bigelow, Sofia Coppola… Al uitgeteld? Goed, maar er zijn toch heel wat beroemde actrices achter de camera gekropen? Jodie Foster, Angelina Jolie…

    En Patty Jenkins? Een paar maanden geleden zouden nog maar weinigen haar naam hebben genoemd. De laatste keer dat die in een aftiteling verscheen was in 2003: Monster, die Charlize Theron de Oscar voor de beste actrice had opgeleverd. Budget: acht miljoen dollar. Maar in 2017 kun je in Hollywood niet meer om Patty Jenkins (47) heen. Haar huzarenstuk: de regie van Wonder Woman, ‘de duurste film die ooit is gemaakt door iemand met twee X-chromosomen,’ aldus The Hollywood Reporter (THR). Budget: 150 miljoen dollar.

    De druk was hoog. Bovenmenselijk zelfs. Maar de betrokkene bekende goed voorbereid te zijn omdat ze in het kielzog van haar vader, kapitein bij de Amerikaanse luchtmacht, van de ene naar de andere militaire basis was verhuisd. ‘Om een film te maken moet je betrouwbaar, goed georganiseerd, zelfverzekerd en rustig zijn, allemaal eigenschappen die je in het leger zult tegenkomen’, vertrouwde ze THR toe. En Patty Jenkins heeft haar missie met verve volbracht. Wonder Woman, de eerste film met een superheldin na de flop Elektra (2005), kreeg lovende kritieken en bracht wereldwijd 822 miljoen dollar aan recettes in het laatje. Hij trok een veel groter publiek dan andere films met superhelden en sprak ook veel vrouwen en vijftigplussers aan.


    ‘Zelfs Warner Bros had niet op zo veel enthousiasme gerekend,’ constateert THR in een ander artikel. ‘Volgens een ingewijde was de studioleiding totaal verrast. En nu zijn de vrouwelijke regisseurs euforisch.’ Veteraan Nancy Meyers, regisseur van What Women Want, reageerde aldus in het weekblad: ‘Nu kunnen ze [de beslissingsnemers] hun kop niet langer in het zand steken. Het succes van Patty Jenkins is onweerlegbaar. Het wordt tijd dat het werk van vrouwen op waarde wordt geschat en dat ze de teugels in handen krijgen bij grote films, kleine films, alle films die ze willen draaien.’

    Maar er is nog een lange weg te gaan. Volgens Forbes Magazine is maar vier procent van de regisseurs in Hollywood vrouw. In de onafhankelijke cinema zijn ze al talrijker: 23,7 procent van de cineasten die de afgelopen jaren tijdens het Sundance Festival naar de prijs voor de beste film dongen, bezat twee X-chromosomen. Van Sundance naar Hollywood ‘klinkt als een gat in de pijpleiding. Maar Patty Jenkins helpt dit gat te dichten’, aldus het New Yorkse blad.

    In elk geval is het succes van Wonder Woman reden om een discussie te beginnen over het beleid van de filmmaatschappijen Marvel en DC Comics: dat superheldenfilms voornamelijk op een jong mannelijk publiek zijn gericht wordt dikwijls als argument gebruikt voor het ontbreken van vrouwen voor en achter de camera. Maar THR vraagt zich af of dat geen reden is om het roer eens om te gooien in een sector die al zo lang ieder risico mijdt. ‘Ook andere vrouwen hebben bezoekersrecords gebroken zonder dat dat merkbare gevolgen had. Sinds Dorothy Azner in de tijd van de stomme film hebben heel wat vrouwen films gedraaid; de zes lange speelfilms van Meyer hebben wereldwijd meer dan 1,35 miljard dollar opgeleverd, maar evenmin als Sleepless in Seattle van de inmiddels overleden Nora Ephron hebben die voor meer vrouwelijke regisseurs gezorgd.’

    Dankzij haar succes deze zomer heeft Patty Jenkins voor het vervolg op Wonder Woman een salaris van tussen de zeven en negen miljoen dollar kunnen bedingen: een record voor een vrouw. Moeten we daar blij om zijn?

  • 1. #MeToo: het schandaal dat al jaren in de lucht hing

    1. #MeToo: het schandaal dat al jaren in de lucht hing

    Iedereen in Hollywood wist van het gedrag van Harvey Weinstein en consorten. Maar sinds het schandaal uitbrak is de crisis er niet minder om. Grote vraag is: gaat er nu echt iets veranderen?

    Keuze uit ons archief

    Zoals zo vaak was Amerika ons voor, vele jaren zelfs. Dit stuk uit het archief over waartoe #MeToo zou kunnen leiden, en wat er speelt, is uit 2017, toen Weinstein net was aangeklaagd. Interessant is o.a. dat van de twee kampen die hierin worden genoemd – degenen die de gevaren van een heksenjacht aanstippen en degenen die zich verzetten tegen grensoverschrijdende gedrag – het eerstgenoemde aanzienlijk stiller is geworden. De consensus lijkt al te zijn verschoven naar dat zulk gedrag ronduit onacceptabel is, en dat de daders hier verantwoordelijkheid in dragen. Daarmee is een deel van de vraag wat er zal veranderen beantwoord.
    Dit artikel maakte onderdeel uit van een minidossier over #MeToo. In #134 besteedde 360 eveneens een dossier aan het onderwerp.

    De sluier is weggetrokken, en o, wat een puinhoop wordt er zichtbaar.

    Hollywood is altijd al gekleurd geweest door schandalen. Roddels. Insinuaties. Verontschuldigingen. Mensen die weer in genade worden aangenomen. Maar de verhalen over seksueel misbruik die de laatste tijd aan het licht komen vormen een bonte verzameling van banale vergrijpen en perverse verlangens, verhalen uit films die werkelijkheid zijn geworden tegen een smakeloze achtergrond.

    Door de beschuldigingen van verkrachting en seksueel misbruik aan het adres van Harvey Weinstein, Brett Ratner, James Toback en vele anderen is er in dit prijzenseizoen weinig te merken van de gebruikelijke bravoure in een stad die zichzelf graag mag presenteren als onverschrokken en vrijgevochten, maar die in de praktijk liever alle touwtjes in de hand houdt en het script volgt. De entertainmentindustrie is weggezakt in een meerpolige catharsis van vrouwen die zich gesterkt voelen, mannen die gespannen afwachten, advocaten die dreigen, carrières die zijn stukgelopen en een algehele onzekerheid over hoe het verder moet nu er plots diepe scheuren opduiken in vele façades.

    ‘Ik denk dat de showbizz voorgoed is veranderd,’ zegt Marcel Pariseau, een publicist die werkt voor Scarlett Johansson en Olivia Munn – een van de vijf vrouwen die onlangs Ratner heeft beschuldigd van seksueel wangedrag. ‘We worden elke ochtend wakker met de vraag wat ons nu weer te wachten staat. Je durft haast niet op je mobiel te kijken wat de laatste onthulling is. Niemand gaat meer naar de hotelkamer van een producent of een regisseur,’ zegt hij. ‘Er vindt geen gesprek meer plaats zonder dat er een derde aanwezig is – om beide partijen te beschermen. Iedereen is op zijn hoede.’ Er worden Instagram-accounts gezuiverd, Facebook-pagina’s bijgewerkt, publicisten geraadpleegd en hersenen gepijnigd over wat er ook al weer precies is gebeurd, en met wie, op die ene schimmige avond, jaren terug.

    Dit is het nieuwe Hollywood. Gespannen, onzeker, getekend door een luide roep om rechtvaardigheid, door mensen die zich indekken, mensen die zich afvragen hoe het verder moet

    Op borrels heerst een gespannen sfeer; de opwinding rond de Oscars lijkt wat mat. Impresariaten laten klanten vallen en schonen hun adressenbestand op. Studio’s kijken kritisch naar hun contacten, mensen worden ontslagen zodra er ook maar één aantijging in de pers verschijnt.

    Bij elke pitch of voortgangsbespreking wil men ‘het erover hebben’, zegt een vrouwelijke scenarioschrijver die liever niet bij naam genoemd wil worden. ‘Het lijkt wel of iedereen in therapie zou moeten. Iedereen is ermee bezig, ofwel omdat ze er direct bij betrokken zijn, ofwel omdat het net zoiets is als langs een auto-ongeluk rijden – je moet er wel naar kijken. Eerst ging het vrijwel de hele tijd over Trump, nu gaat het de hele tijd hierover.’

    Dit is het nieuwe Hollywood. Gespannen, onzeker, getekend door een luide roep om rechtvaardigheid, door mensen die zich indekken, mensen die zich afvragen hoe het verder moet na een lange geschiedenis van discriminatie en seksueel geweld, mensen die zich afvragen hoe de verlichte samenleving valt te realiseren die men in de films zo graag mag uitdragen.

    ‘Het gesprek gaat er nu over of we de mensen in het vak al dan niet in bescherming moeten nemen tegen de mensen die dit geweld plegen,’ zegt komiek en producent Judd Apatow. ‘Ik zou me er persoonlijk niet prettig bij voelen om verkrachters en misbruikplegers de hand boven het hoofd te houden. Iedereen moet zelf beslissen hoe hij zijn geld wil verdienen. Iedereen maakt zijn eigen morele afwegingen. Ik realiseer me dat een misdadiger ook rechten heeft, maar tegelijkertijd brengen we anderen in gevaar.’ Het is lastig om alles glad te strijken wanneer er zelfs gelauwerde namen op de voorpagina verschijnen: Dustin Hoffman heeft zijn verontschuldigingen aangeboden nadat hij ervan is beschuldigd in 1985 een zeventienjarige stagiaire te hebben lastiggevallen. Kevin Spacey heeft gezegd dat hij op zoek gaat naar ‘zelfinzicht en behandeling’ na beschuldigingen van aanranding en ongewenste intimiteiten.

    De mensen die worden beschuldigd, worden vrijwel onmiddellijk geconfronteerd met de gevolgen: Netflix heeft Spaceys House of Cards gecanceld en Warner Bros heeft de banden verbroken met Ratner, die de beschuldigingen van aanranding en seksueel wangedrag, afkomstig van meerdere vrouwen, heeft ontkend.

    ‘Toen die Dustin Hoffman-kwestie naar buiten kwam had ik echt zoiets van, jemig, nu is er een hele verzameling fantastische films die ik niet meer kan bekijken vanwege die nare bijsmaak,’ aldus de scenarioschrijfster.

    Zowel publiek als recensenten zijn al begonnen aan een herwaardering van Weinsteins films. Tijdens de opnamen van een van die films, Shakespeare in Love, zegt en de hoofdrolspeelster, Gwyneth Paltrow, in een hotelkamer door de producent te zijn aangerand.

    Veel vrouwen worden heen en weer geslingerd tussen afgrijzen en opluchting. Een aantal actrices is van mening dat de golf van beschuldigingen de filmindustrie er eindelijk toe zal dwingen zelfregulerend op te treden, en zich te realiseren welke risico’s een vastgeroest mannenbolwerk met zich meebrengt. In een poging de heersende cultuur te doorbreken, twitterde Ellin Barkin: ‘Ik roep de onverschrokken, machtige zusters in ons vak op om de vrouwen die zich hebben uitgesproken, te omarmen.’

    De schokken die L.A. nu op haar grondvesten doen trillen ‘konden eigenlijk niet uitblijven’, aldus Jordana Oberman, actrice en producente. ‘De hele industrie is medeplichtig aan dit soort gedrag en heeft het afgedaan als iets wat nu eenmaal bij Hollywood hoort. Velen van ons hopen dat dit een keerpunt zal zijn, maar dat moet de tijd leren. Ik hoop vooral dat er kritischer zal worden gekeken naar de medeplichtigheid en dat mensen er niet langer het zwijgen toe zullen doen.’

    Twee polen

    De gebalde vuist van Rose McGowan, die zegt te zijn verkracht door Weinstein, en de bezorgde woorden van Woody Allen, die waarschuwt voor een ‘heksenjacht’ – het zijn de twee polen van dit verontrustende universum. De schandalen raken aan het wezen van de macht in L.A. – wie heeft de macht, en hoe wordt die gebruikt – en deze schandalen volgen op de jaren waarin er veel klachten waren over racisme en discriminatie, uitmondend in de campagne #OscarsSoWhite. Een campagne die er, volgens velen, mede toe heeft geleid dat de Oscar voor de beste film in 2017 naar Moonlight ging, een coming-of-ageverhaal met een homo in de hoofdrol, een zwarte regisseur en een zwarte cast.

    Maar de feestvreugde was niet van lange duur. We hebben het tenslotte over Hollywood, in het tijdperk van Donald Trump – een realityshowhost die glamour en politiek aaneen heeft gesmeed, een presidentskandidaat die heeft toegegeven dat hij vrouwen in hun kruis greep, en die vervolgens toch in het Witte Huis belandde. De entertainmentindustrie trok van leer tegen Trump, maar de beschuldigingen aan het adres van Weinstein, Ratner en anderen duiden op een stevig geworteld patroon van misbruik, gepleegd door mannen die zichzelf als kunstzinnig en links beschouwen.

    ‘Toen ik in de jaren twintig van de vorige eeuw in de showbizz terechtkwam, heerste het idee dat je als rijke, machtige man in Hollywood echt alles kon maken – en dat was ook het geval,’ zei producente Christine Vachon onlangs.

    De opkomst van Trump en de stortvloed van beschuldigingen in Hollywood hebben een nieuwe impuls gegeven aan de feministische beweging. De honderden vrouwen in de showbizz die nu een boekje hebben opengedaan, komen uit alle geledingen, variërend van topactrices tot secretaresses. Hun beschuldigingen zijn olie op het vuur van een breder gevoel in heel Amerika, het gevoel dat het maar eens afgelopen moet zijn met dat misbruik. Social media – van #MeToo op Twitter tot ontelbare Facebook-pagina’s – bepalen het gesprek van de dag in L.A., als een soort moderne stadsomroepers die niet alleen de vrouwen op de hoogte stellen van de nieuwste misstanden, maar die ook het gedrag aan de kaak stellen dat tot dan toe werd gedoogd.

    ‘Of ik nou kijk naar de gesprekken die ik heb gehad met schrijvers, of naar de algehele stemming, ik proef overal oprecht respect en bewondering voor de vrouwen die de stilte hebben doorbroken,’ zegt John Eisendrath, scenarioschrijver en executive producer van The Blacklist. Eisendrath zegt: ‘Ik, en ik weet zeker dat ik niet de enige man ben die dat heeft gedaan, heb de dertig jaar die ik nu in de showbizz werkzaam ben nog eens grondig de revue laten passeren. Ben ik er getuige van geweest? Heb ik er zelf mee te maken gehad? Heb ik het laten gebeuren? Zijn er situaties geweest waarin ik had moeten ingrijpen?’

    De beschuldigingen van seksueel misbruik hebben ook geleid tot een debat over juridische kwesties en morele vraagstukken – wie moet wie beschermen bij alle politieonderzoeken, rechtszaken en schikkingen

    Alec Baldwin zegt dat de cultuur in L.A. is veranderd en dat er een terugslag zal volgen, met beschuldigingen over en weer. ‘In ieder geval zullen er voorlopig geen castings meer plaatsvinden zonder dat er een derde partij aanwezig is. Uitgesloten,’ zegt hij. ‘Iedereen zal er iemand bij willen hebben, zodat er nooit onduidelijkheid kan ontstaan over wat er precies is voorgevallen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Mijn agent heeft contact met me opgenomen. Ze zei dat ze zich zorgen maakt over de mensen die er het zwijgen toe doen, en die als gevolg daarvan opdrachten zullen mislopen. Want ze weten altijd wel een of andere foto boven tafel te krijgen waar je op staat met iemand die is beschuldigd van iets wat niet door de beugel kan.’

    De beschuldigingen van seksueel misbruik hebben ook geleid tot een debat over juridische kwesties en morele vraagstukken – wie moet wie beschermen bij alle politieonderzoeken, rechtszaken en schikkingen. Het maakt allemaal al jaren deel uit van de complexe machinerie die carrières heeft gemaakt, heeft doen wankelen en heeft gebroken, in een vuurhaard waar spektakel wordt beschouwd als een vorm van kunst en waar alles in het teken staat van het beeld.

    Nathanael West, F. Scott Fitzgerald en Raymond Chandler waren geïntrigeerd, betoverd en vaak tamelijk nuchter over deze stad, met alle ego’s en onzekerheden, alle ambities en gekonkel. Ze waren zich bewust van de schandalen, en in hun ogen waren Los Angeles en Hollywood in elkaar verstrengelde buurten, waar privélevens van de ene buurt overliepen in de andere, en dat alles strekte zich door de canyons uit tot aan zee, onstuitbaar, als een koortsachtige droom. Maar onder de stad, ergens diep in de aarde, schuilt een breuklijn die elk moment naar de oppervlakte kan komen. Niemand weet waar of wanneer hij zal openscheuren.

    ‘Dit is een lastige tijd om je koers te bepalen,’ zegt Amanda Lenker Doyle, casting director. ‘Het zijn afschuwelijke verhalen die je steeds maar weer hoort en waar het elke dag over gaat. Ik hoop maar dat dit de industrie verandert, verder helpt.’

    Auteur: Jeffrey Fleishman

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

    #MeToo-slachtoffers zijn niet gek. De daders ook niet

    Veel mannen die worden aangeklaagd in het kader van #MeToo blijken plots ‘bezeten door demonen’. Onzin, schrijft Laurie Penny. ‘De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een maatschappij die structurele onderdrukking en geweld niet langer kan negeren.’

    We bevinden ons inmiddels áchter de spiegel. Naarmate meer en meer vrouwen zich uitspreken over hun ervaringen met seksueel geweld, lijken alle oude zekerheden weg te vallen over wat al dan niet normaal zou zijn – het is alsof we een oude huid afwerpen.

    Mannen met macht en aanzien, mannen die tientallen jaren ongestraft hebben kunnen doen alsof hun omgeving een pakken-wat-je-pakken-kanbuffet was van seksueel geweld, krijgen ineens de rekening gepresenteerd. Er worden namen genoemd. Veel vrouwen zijn gaan inzien dat ze helemaal niet gek waren, en dat zelfs áls ze gek waren, ze toch ook al die tijd gelijk hadden. Zij (wij) zijn – hoe zal ik het zeggen? – kwaad.

    ‘Het is alsof je erachter komt dat marsmannetjes echt bestaan,’ hoorde ik laatst een vriend zeggen. Hij had twee gin achter de kiezen en hij probeerde te begrijpen waarom hij er altijd het zwijgen toe had gedaan, al twintig jaar lang, over een gezamenlijke vriend die nu wordt aangeklaagd wegens seksueel geweld. ‘We kenden allemaal de verhalen die over hem de ronde deden, maar… tja, de mensen die die verhalen vertelden waren allemaal een tikje gestoord. In de war, zeg maar. Dus werden ze niet geloofd.’

    Ik nam een slokje thee om tot bedaren te komen, en zei dat die mensen misschien in de war waren geweest – als dat al zo was – omdát ze seksueel misbruikt waren. Ik bracht hem in herinnering dat sommigen van ons het altijd hadden geweten. Maar hé, wie luistert er nou naar mij? Ik ben gewoon een vrouw die in de war is.

    Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen

    Het proces dat we nu doormaken, in onze vriendengroep en in onze samenleving, heeft wel iets weg van een eerste ontmoeting. Misbruikplegers hebben de gewoonte om, net als kleine mannetjes in vliegende schotels, hun identiteit te openbaren aan mensen die door niemand worden geloofd – vrouwen die kwetsbaar zijn, vrouwen die niet serieus worden genomen of gewoon, nou ja, vrouwen. Maar de misbruikplegers komen niet van een andere planeet, ze komen gewoon van ónze planeet. We zijn samen opgegroeid. We hebben met hen samengewerkt. Hen bewonderd. Hen liefgehad. Hen ons vertrouwen geschonken. En nu moeten we ermee leren leven dat de realiteit anders blijkt te zijn dan wij dachten.

    Er is iets wezenlijks veranderd. Ineens spreken vrouwen zich uit, en in dermate grote aantallen dat het onmogelijk is ze te negeren. Zowel het publieke verhaal over misbruik en mannen die menen overal recht op te hebben, als de publieke opinie over wie er al dan niet geloofwaardig is, veranderen zo snel dat de naden tussen het ene paradigma en het andere duidelijk zichtbaar zijn – de slordige steken waar de ene versie van de realiteit overgaat in de andere. Niet langer worden de slachtoffers en de overlevers van verkrachting en seksueel geweld weggezet als geestelijk gestoord, maar nu zijn het de misbruikplegers die hulp nodig hebben.

    ‘Ik probeer me staande te houden,’ zei Harvey Weinstein in de nasleep van alle onthullingen over een patroon van seksueel misbruik, onthullingen die de entertainmentwereld op zijn grondvesten hebben doen schudden, toen het ene na het andere geheim boven tafel kwam. ‘Het gaat niet goed met me, maar ik doe mijn best. Ik moet hulp zoeken. Weet je wat het is – iedereen maakt fouten.’

    Enkele dagen eerder had Weinstein andere Hollywoodbonzen een mail gestuurd, omdat hij als de dood was te worden ontslagen. Hij vroeg of ze hem wilden helpen om de raad van commissarissen van de Weinstein Company zover te krijgen dat hij aan zou mogen blijven, en hij smeekte of hij therapie mocht volgen in plaats van ontslagen te worden. Soortgelijke smeekbeden zien we ook bij andere machtige misbruikers in de tech-industrie. Dit is de verklaring van 500 Startups, aangaande de daden van de oprichter, Dave McClure: ‘Hij erkent dat hij fouten heeft gemaakt en hij heeft therapie gevolgd om een herhaling van dit soort onacceptabel gedrag te voorkomen.’

    De sociale definitie van geestelijke gezondheid is het vermogen om mee te gaan in de consensus over hoe de maatschappij zou moeten functioneren – en daar valt ook de verhouding tussen mannen en vrouwen onder. Iedereen die zijn vraagtekens plaatst bij die consensus, of ertegenin gaat, is per definitie gestoord. Pas wanneer het misbruik niet langer valt te ontkennen, wanneer zich patronen aftekenen, wanneer er foto’s en videobeelden opduiken die tot een veroordeling kunnen leiden – pas dan wordt er gesmeekt om vergiffenis. Het duurde al met al nog geen twintig minuten. Hij heeft zo’n mooie toekomst voor zich. Denk aan zijn moeder. Denk aan zijn vrouw. Hij had zichzelf niet in de hand.


    Deze vergoelijkingen gaan nooit alleen over de misbruiker en zijn reputatie. Het zijn vertwijfelde pogingen om het hoofd te bieden aan een realiteit die in hoog tempo verandert. Het zijn excuses die zijn bedoeld om, gezamenlijk, te ontkennen dat er sprake zou zijn van stelselmatig misbruik. Ineens is Weinstein degene die wordt geplaagd door demonen, en niet de vrouwen die hem een verkrachter en een zwijn noemen. Hij moet in therapie, in plaats van naar de rechtbank. Weinstein is een heel ongelukkige, zieke man. Net als Bill Cosby. Net als Woody Allen. Net als Cyril Smith. Net als de man in jouw vakgebied, die door iedereen op handen wordt gedragen, de man met de stralende lach en al die gestoorde ex-vriendinnen. Hoe noemen we het als heel veel mensen op hetzelfde moment ziek zijn? Dan spreken we van een epidemie. Ik weet niet precies hoe deze epidemie is ontstaan, maar de situatie is behoorlijk verziekt.

    De taal van geestesziekten is ook een manier om waarheden onder woorden te brengen die zich buiten het domein van de politieke consensus bevinden. Wie zich verzet tegen die consensus wordt automatisch als gek bestempeld – ook vrouwen die het wagen te zeggen dat misbruikers op hoge posities verantwoording moeten afleggen voor hun daden. Het idee dat vrouwen zouden liegen over seksueel misbruik omdat ze krankzinnig zijn, kent een lange en macabere geschiedenis. Freud was de eerste die binnen de psychiatrie op zoek ging naar een verklaring voor het feit dat zo veel van zijn patiënten beweerden te zijn aangerand of verkracht. Als Freud zou hebben beweerd dat dergelijke dingen gebeurden in een beschaafd milieu, zou dat tot grote verontwaardiging hebben geleid in de welgestelde, intellectuele kringen waarin hij verkeerde. Dus zocht de vader van de moderne psychoanalyse in zijn latere geschriften naar alternatieve verklaringen: misschien waren enkele van deze meisjes onbewust geobsedeerd met het erotische idee van de vaderfiguur, in plaats van met een echte vader die wellicht echt misbruik had gepleegd. Of misschien waren ze gewoon hysterisch. Hoe dan ook, het was nergens voor nodig om de mannen in de herenclub tegen de haren in te strijken door te veel waarde toe te kennen aan de verhalen van ongelukkige jonge vrouwen.

    Een eeuw later wordt in werkelijk alle vergelijkbare situaties die ik van nabij heb meegemaakt, nog steeds dezelfde retoriek toegepast. Vrouwen zijn veel te emotioneel. Ze zijn niet te vertrouwen, omdat ze krankzinnig zijn – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die niet weten wanneer ze hun lieve mondje moeten houden. Ze hoeven niet geloofd te worden, want ze zijn ziek – een woord dat door het patriarchaat wordt gebruikt voor vrouwen die boos zijn.

    Cultuur van seksueel geweld

    Ja, natuurlijk zijn ze boos. Natuurlijk zijn ze gekwetst. Ze zijn getraumatiseerd, eerst door het misbruik zelf en vervolgens door de reactie van hun omgeving. Ze kunnen hun terechte woede niet uiten omdat ze geen man zijn. Als je bent aangerand, bent verkracht, behandeld als een gebruiksvoorwerp; als je op zoek bent gegaan naar rechtvaardigheid, of misschien alleen naar troost, en je stuitte op vrienden en collega’s die de gelederen sloten en jou voor een hysterica en een leugenaar uitmaakten, die zeiden dat je maar beter je mond kon houden – hoe zou jij je dan voelen? Je zou kwaad zijn. Maar die woede kun je maar het beste inslikken. Boze vrouwen zijn niet te vertrouwen, en dat komt zowel de misbruikers als de mensen die hen de hand boven het hoofd houden, maar wat goed uit.

    Dit is wat er wordt bedoeld wanneer men het heeft over een cultuur van seksueel geweld – het gaat niet alleen om de daden van afzonderlijke sociopaten, maar om de inrichting van de maatschappij, waarbinnen die sociopaten ongestraft hun gang kunnen gaan – het gaat om een patroon van monddood maken, uit balans brengen en selectief negeren, waardoor de samenleving als geheel niet de realiteit onder ogen hoeft te zien die men liever wegwimpelt. Als alle mensen in je omgeving met vereende krachten proberen de ongemakkelijke waarheid van wat jou is overkomen onder het vloerkleed te vegen, is het moeilijk om daar niet in mee te gaan – zeker als je nog heel jong bent.

    De taal van de waanzin is de laatste strohalm voor een samenleving die de bewijzen van geïnstitutionaliseerd geweld niet langer kan ontkennen. We zien hetzelfde gebeuren wanneer er een schietpartij heeft plaatsgevonden, of een aanslag door wit-nationalisten. Het was zo’n aardige jongen. Er is iets bij hem geknapt. We hebben het niet zien aankomen. Hij was depressief en gefrustreerd. We kunnen onmogelijk ontkennen dat het is gebeurd, dus ontkennen we dat er sprake is van een patroon, schrijven we het toe aan aanpassingsproblemen van een individu. Een chemische verstoring in de hersenen, geen systematische onrechtvaardigheid die in onze cultuur is ingebakken. Harvey Weinstein is geen verkrachter, hij is een ‘heel ziek individu’ – tenminste, als we luisteren naar Woody Allen (die hier misschien wel als geen ander verstand van heeft, gezien het feit dat hij bekendstaat om zijn belangstelling voor zowel de psychoanalyse als voor recreatief seksueel misbruik).

    De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen

    Woody Allen heeft in ieder geval minstens zo te doen met Weinstein als met de dik veertig vrouwen en meisjes die, op het moment dat ik dit schrijf, naar buiten zijn getreden met beschuldigingen van aanranding en verkrachting aan het adres van de filmbons. Ineens moeten we medelijden hebben met verkrachters omdat ze in de war zijn. Nou, we kunnen elkaar een hand geven. We zijn allemaal in de war, en een laag zelfbeeld en een duister verlangen om de vrouwen die je tegen het lijf loopt te intimideren, zijn geen excuus om die vrouwen te misbruiken. In het beste geval zijn het verklaringen, in het slechtste geval zijn het pogingen om de discussie te laten ontsporen – uitgerekend op het moment dat er over de gevoelens van vrouwen wordt gepraat alsof die ertoe doen. Sterker nog, naar de mening van wetenschappers als Lundy Bancroft, die tientallen jaren met seksueel delinquenten heeft gewerkt, zijn misbruikplegers niet vaker of minder vaak geestesziek dan andere mensen. ‘Misbruik heeft weinig van doen met psychologische problemen, maar alles met normen en waarden,’ aldus Bancroft.

    De misbruikplegers die nu vergoelijkend als geestesziek worden bestempeld zijn geen monsters, en ze zijn ook niet gestoord. Hun gedrag past naadloos binnen de zieke normen en waarden van een samenleving waarin de veiligheid van vrouwen ondergeschikt is aan de reputatie en de status van mannen. Veel misbruikplegers zijn zich er op een bepaald niveau niet eens van bewust dat het verkeerd is wat ze doen. De meeste mannen die zich aan vrouwen vergrijpen zijn ervan overtuigd dat ze in essentie een goed mens zijn, en zo kijken ook vele anderen tegen hen aan. Ze zijn vele tientallen jaren bevestigd in dat beeld. Het zijn prima kerels, ze hebben alleen een ingewikkelde verhouding met vrouwen, drank of hun moeder – of alle drie.

    Een verzoek om begrip op grond van emotionele problemen is verrassend effectief wanneer het mannen zijn die de zaak bepleiten. Momenteel zie ik overal om me heen vrouwen die zich enorm inzetten om de mannen, en elkaar, door deze moeilijke periode heen te slepen. En dat is niet alleen omdat we zo lief zijn, of omdat we ons zo makkelijk laten paaien – al speelt het vermoedelijk allebei een rol.


    De norm dat vrouwen, zelfs in een poging af te rekenen met structureel of specifiek geweld, het welzijn van mannen laten prevaleren boven dat van henzelf, is een beproefde methode om vrouwen die voor zichzelf willen opkomen in het gareel te houden. Er wordt van ons verwacht dat we tot op zekere hoogte medeleven tonen voor degenen die ons hebben misbruikt – wat andersom niet eens bij die mannen zou opkomen. Als zij zich ook maar even druk hadden gemaakt over ons welzijn, waren we nooit in deze positie beland.

    Door stelselmatig misbruik te bestempelen tot een probleem van de geestelijke gezondheid, wordt het heel handig in de apolitieke hoek gemanoeuvreerd. Het punt is alleen dat het label ziekte de maatschappij niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid. Dat is nooit het geval geweest. Ziekte kan ervoor zorgen dat iemand een overweldigende drang ervaart om zich weerzinwekkend te gedragen, maar ziekte dekt niemand tijdens een vergadering, ziekte betaalt geen advocatenrekeningen, ziekte zorgt niet dat bepaalde vrouwen hun rol in een film verliezen: er is een heel dorp voor nodig om een verkrachter te beschermen.

    Het is makkelijker om te leven met de gedachte dat bepaalde mannen ziek zijn dan om te erkennen dat de maatschappij ziek is; we hebben veel te lang gewacht met het bestrijden van de symptomen omdat we de diagnose niet wilden aanhoren. De prognose is goed, maar de behandeling is pijnlijk. De mensen die nu dan eindelijk worden geconfronteerd met het feit dat ze vrouwen en meisjes hebben behandeld als gebruiksvoorwerpen, zullen het waarschijnlijk bijzonder onaangenaam vinden. Heel begrijpelijk. Ik zou nu niet graag in de schoenen staan van Harvey Weinstein, maar hoe jammer het ook is voor de producent en voor andere mannen zoals hij, de wereld is aan het veranderen, en dit keer mag, en zal, niet langer alles gericht zijn op het ontzien van de tere ziel van machtige mannen. De veiligheid en de geestelijke gezondheid van overlevers zullen voor de verandering eens niet worden geofferd aan de nachtrust van een paar klootzakken die in het verleden zijn blijven hangen.

    Auteur: Laurie Penny
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Longreads
    VS | longreads.com

    Longreads is een website, opgericht in 2009, geheel gericht op de verspreiding van ‘de beste verhalen’ in de wereld, fictie en non-fictie en steeds langer dan 1500 woorden.

  • Is zelfs Doornroosje nu seksistisch?

    Is zelfs Doornroosje nu seksistisch?

    Een Britse moeder protesteerde onlangs tegen het voorlezen van het sprookje Doornroosje op school. Het zou haar zoon een verkeerde boodschap geven over het ongevraagd kussen van meisjes. Heeft ze een punt?

    JA

    Sarah Hall, een moeder uit Newcastle, haalde de krantenkoppen toen zij de lagere school van haar zes jaar oude zoon vroeg om Doornroosje niet meer in de klas voor te lezen omdat het een verkeerde boodschap geeft over het kussen van slapende meisjes. Toen zij dit op sociale media toelichtte, werd zij met hoon overladen (‘Weet je wel dat beren geen pap eten?’ schreef iemand), maar toch had Hall het intuïtief bij het rechte eind.

    De versie van Doornroosje met de kuise, liefhebbende kus, die we allemaal kennen van Disney of de gebroeders Grimm, heeft zijn oorsprong in het zeventiende-eeuwse Italiaanse sprookje Zon, Maan en Talia van Giambattista Basile, dat weer gebaseerd is op volkslegendes uit de veertiende eeuw. In deze vroege versies wordt de slapende prinses door een voorbijkomende koning verkracht en bezwangerd. Het loopt goed af: nadat ze wakker is geworden en bevallen van een tweeling, keert de koning terug en trouwt met haar. Eind goed al goed.

    Ook ik groeide op met de Grimm- en Disney-versies van Doornroosje. En net als andere kinderen vroeg ik me nooit af of de prins haar wel mocht kussen terwijl ze daar zelf niets over te zeggen had. Het was nu eenmaal zijn rol, net zoals het haar rol was gered te worden. Hadden we de versie van Basile voorgelezen gekregen, dan hadden we misschien wel de wenkbrauwen gefronst. In dat verhaal probeert de eerste vrouw van de koning prinses Talia te vermoorden en haar baby’s te koken om die aan haar overspelige man te serveren (spoiler: de kok verwisselt de kleintjes met lammetjes). Uiteindelijk ben je dan blij voor Talia dat ze nog lang en gelukkig met haar verkrachter zal leven – hij is tenslotte niet de ergste schurk van het verhaal. Net als in Fatal Attraction ontpopt de jaloerse vrouw zich als de vernietiger van de familie, niet de man die zijn lul niet in zijn broek kon houden.

    Er zijn wetenschappelijke studies geschreven over de funeste invloed van de “prinsessencultuur” waarmee Disney en consorten jonge meisjes overladen

    Zo werken verhalen: iedereen begrijpt dat wat binnen een fictieve wereld normaal of zelfs wenselijk is, dat niet zonder meer is in het echte leven. Toch is Hall niet de eerste die inziet dat sprookjes, met hun eeuwenoude wereldbeeld en machtsstructuren, jonge kinderen een verwrongen beeld geven van de verhouding tussen de seksen. Er zijn wetenschappelijke studies geschreven over de funeste invloed van de ‘prinsessencultuur’ waarmee Disney en consorten jonge meisjes overladen. Disney heeft als reactie hierop de laatste tijd iets daadkrachtigere heldinnen geïntroduceerd, maar het blanke, passieve, heteroseksuele meisje met de onmogelijk smalle taille is nog steeds de norm.

    Moeten we dan echt elk verhaal dat relaties ouderwets voorstelt in de ban doen? De oplossing is misschien om deze oude sprookjes een moderne draai te geven. Angela Carter ging ons daarin voor, net als de Shrek-films, en er zijn volop boeken op de markt met positieve rolmodellen. De suggestie dat deze oude sprookjesfiguren aan een revisie toe zijn, is dus zo gek nog niet.

    Auteur: Stephanie Merritt

    The Guardian | Londen

    Stephanie Merritt was literair redacteur van The Observer van 1998-2005 en schrijft nu vooral achtergrondverhalen. Ze publiceerde de romans Gaveston en Real en het non-fictieboek The Devil Within.

    1. Ella Whelan; 2. Stephanie Merritt.
    1. Ella Whelan; 2. Stephanie Merritt.

    NEE

    Een moeder heeft de lagere school van haar zes jaar oude zoon gevraagd om kinderen niet meer Doornroosje voor te lezen. Het sprookje zou jongetjes verkeerde ideeën over seksuele toestemming bijbrengen.

    Ik verzin het niet. Tegenover The Newcastle Chronicle opperde ze zelfs dat oudere kinderen naar aanleiding van het sprookje zouden kunnen gaan discussiëren over ongewenste intimiteiten, ‘en hoe de prinses dit ervaart’. Stephanie Merritt schreef in The Guardian dat deze sprookjes kinderen ‘een verwrongen beeld van de verhouding tussen de seksen geven’ en dus nodig aan revisie toe zijn.

    Er deugt niets van deze argumenten. Ze gaan ervan uit dat ouders hun kinderen niet het verschil tussen fictie en het echte leven kunnen uitleggen. Of dat zesjarigen zich al zorgen zouden moeten maken over seksuele toestemming. Of dat kinderen, wanneer ze later hun eerste seksuele relaties aangaan, terug zullen denken aan de sprookjes die ze lazen toen ze zes waren. Of dat er iets volstrekt mis is met het idee een mooie prinses wakker te kussen, dat er iets mis is met een levendige verbeelding.

    Kinderen houden van griezelen, van seks en spanning, bijna net zo als volwassenen, al begrijpen ze het niet allemaal even goed

    Maar het meest irritante is nog wel hoe weinig deze criticasters van Doornroosje van sprookjes begrijpen. De beste sprookjes voor kinderen gaan altijd over afschuwelijke en beangstigende dingen. De glazen kist, een versie van Doornroosje, gaat over een jonge vrouw die in haar eigen huis gevangen wordt genomen, met chantage tot een huwelijk gedreven, en dan gered door een vreemdeling, die zij in ruil voor haar vrijheid belooft te trouwen. De beste kinderverhalen, helemaal die van vroeger, hebben allemaal donkere ondertonen. Kinderen houden van griezelen, van seks en spanning, bijna net zo als volwassenen, al begrijpen ze het niet allemaal even goed.

    Fictie, sprookjes en fantasiespelletjes zijn enorm belangrijk in de ontwikkeling van een kind. We mogen niet toestaan dat politieke modegrillen de magische wereld van de kinderlijke fantasie binnendringen en inperken. De feministische paniek over aanranding dreigt het recht van kinderen aan te tasten om hun fantasie te gebruiken, te dromen en van enge verhalen te gruwen. De meeste jonge jongetjes weten best dat zij een jong meisje beter niet kunnen zoenen als ze ligt te slapen. Het lezen van Doornroosje maakt heus geen aanranders van de volgende generatie – evenmin als het dat met de vorige generatie heeft gedaan.

    Auteur: Ella Whelan

    Spiked | Londen

    Ella Whelan is redacteur bij Spiked en radio- en tv-commentator, met name over feminisme en vrije meningsuiting. Ze schreef het boek What Women Want: Fun, Freedom and a End to Feminism.

    Vertaler: Valentijn van Dijk
    Openingsbeeld: Schilderij van Henry Meynell Rheam. – © Wikimedia

  • Waarom porno schadelijk is voor Afrikaanse vrouwen

    Waarom porno schadelijk is voor Afrikaanse vrouwen

    De Ivoriaanse schrijfster Aude Konan heeft niets tegen porno. Maar ze verzet zich tegen religieuze hypocrisie, vrouwen die worden neergezet als willoze objecten en de dubbele standaard over wie er porno mag kijken.

    Ik was elf toen ik mijn eerste pornofilm keek. Iemand had hem op een videoband opgenomen en in huis laten rondslingeren. Ik weet nog dat ik het walgelijk vond maar tegelijkertijd opgewonden raakte van die mensen die voor mijn ogen seks hadden. Ze leken geen van allen op mij, dus ik associeerde porno altijd met de ‘ander’. Het was een andere wereld. Vernederend, bespottelijk en toch beschamend. Keurige Afrikaanse meisjes keken geen porno. Dat kreeg ik tenminste van mijn Ivoriaanse familie te horen toen ik werd betrapt.

    In veel Afrikaanse landen, zoals Nigeria en Ghana, heerst de algemene opvatting dat porno ‘on-Afrikaans’ is. Zoals blogger Cosmic Yoruba schreef: ‘Nolly-wood [de Nigeriaanse filmindustrie] is tijdenlang gezien als de uitdrager van Afrikaanse cultuur en mores. Expliciete seksscènes zijn volgens moraalridders Afrika onwaardig, omdat daarmee het westerse gebrek aan ethische waarden het Afrikaanse bewustzijn binnendringt.’ Roepen dat porno per definitie on-Afrikaans is gaat volledig voorbij aan het feit dat porno – of we het nu leuk vinden of niet – in veel Afrikaanse landen gretig aftrek vindt. Het is een populair ‘vies’ publiek geheim. Mijn tantes klaagden voortdurend dat hun echtgenoten porno keken en soms tijdens het avondeten per ongeluk het geluid aanzetten, zodat de kinderen werden getrakteerd op het luidkeelse gekreun van de acteurs. Deze vrouwen klaagden steen en been over de uitdijende pornoverzameling, op dvd of in mappen op de computer. Maar ondanks hun eeuwige klaagzang deden mijn tantes het fenomeen altijd vergoelijkend af met het bekende excuus: ‘Het zijn mannen. Zo zijn ze nu eenmaal.’ En dus werd ik als enige afgeschilderd als perverseling.

    De Afrikaanse hypocrisie wat porno betreft wordt vaak toegeschreven aan het hoge aantal gelovigen

    Ik kreeg altijd te horen dat ik braaf moest zijn: ik moest hoge cijfers halen, me goed gedragen, zorgen dat mijn familie trots op me was, niet als een blanke doen (wat dat ook mocht betekenen). Telkens als ik online in privémodus mijn favoriete pornosites bezocht, was ik ongehoorzaam. Ik vond het heerlijk om opstandig te zijn. Wie niet? Porno kijken deed ik niet alleen omdat ik het spannend vond, het was ook een manier om me af te zetten tegen het opgelegde keurslijf.

    De Afrikaanse hypocrisie wat porno betreft wordt vaak toegeschreven aan het hoge aantal gelovigen. Inderdaad is meer dan de helft van de Ivorianen religieus: 30 procent is moslim, 22 procent christen en 17 procent hangt traditionele Afrikaanse religies aan. Porno is een publiek geheim dat in Ivoorkust redelijk goed verkoopt en overal verkrijgbaar is. Pornobladen liggen in de winkelschappen, illegale filmkopieën zijn op de markt te koop, je kunt een abonnement nemen op erotische kanalen via het televisienetwerk of op Canal Plus Horizon (een aanbieder van on demand-satelliet-tv), en dan is er natuurlijk nog het internet.

    Samen met westerse export zijn amateurfilmpjes het populairst. Af en toe haalt zo’n filmpje de krant, en het schandaal bevredigt onze sensatielust. Zo lekte in 2009 een filmpje uit van een ambtenaar die seks had met zijn getrouwde stagiaire. Het seksfilmpje kwam online en de vrouw in kwestie werd publiekelijk aan de schandpaal genageld. Het is treurig dat de meeste mensen zo makkelijk over het hoofd zien dat ze als ondergeschikte misschien wel slachtoffer was, mogelijk tot seks gedwongen om haar baan te behouden. Nadat de vrouw door haar man was verlaten deed ze een zelfmoordpoging.

    In 2010 raakte Abiba, een voormalige deelnemer van de realityshow Stars Tonnerre (de Ivoriaanse X Factor) in opspraak toen op internet een filmpje opdook waarin ze seks had met twee gemaskerde mannen. De reacties waren vernietigend. De jonge vrouw werd genadeloos neergesabeld en vluchtte uiteindelijk naar Frankrijk. Het verhaal ging dat ze was verstoten door haar islamitische familie, die het gerucht weersprak en onthulde dat Abiba vóór de verspreiding van het filmpje was gechanteerd en een zelfmoordpoging had gedaan. Zij verdachten haar ex-man van het uitlekken van het filmpje. Abiba is sindsdien niet meer in de openbaarheid verschenen. En haar gemaskerde sekspartners? Die bleven ongemoeid.

    Een man koopt een pornopakket langs de weg in Lagos. In de Nigeriaanse hoofdstad zijn honderden van dit soort stalletjes, die oogluikend worden toegestaan. – © Pius Utomi Ekpei / AFP
    Een man koopt een pornopakket langs de weg in Lagos. In de Nigeriaanse hoofdstad zijn honderden van dit soort stalletjes, die oogluikend worden toegestaan. – © Pius Utomi Ekpei / AFP

    Abiba’s verhaal geldt als een waarschuwing: vrouwen moeten zich niet laten filmen tijdens de seks, want ze lopen het risico zichzelf en hun familie te schande te maken. Bij porno, zoals op zoveel andere gebieden, zijn het de vrouwen die worden veroordeeld. Vrouwen die genieten van seks worden afgestraft en publiekelijk vernederd.
    Alsof niemand zich realiseert dat er voor seks twee mensen nodig zijn: als de vrouw zich zou moeten schamen, dan haar sekspartner ook. Bij veel seksfilmpjes die in Ivoorkust uitlekken gaat het om wraakporno, verspreid door afgewezen geliefden. Dat er zo veel amateuropnames worden gemaakt komt wellicht door de publieke afkeuring van vrouwen in pornofilms, waardoor vrouwen het niet eens aandurven om de professionele wereld in te gaan. Vrouwen uit seksfilms worden op populaire Ivoriaanse websites beledigd en afgekraakt. Het gaat soms zo ver dat hun familie wordt lastiggevallen, of dat hun werkgever wordt benaderd. Soms worden ze fysiek aanvallen. Er zijn mannen die er een dagtaak van maken om het internet af te speuren naar informatie om deze vrouwen te grazen te nemen.

    Ivoriaanse mannen hebben bepaalde verwachtingen wat seks betreft: vrouwen moeten zich als porno-actrices gedragen, klaarstaan als de man het wil en aan al zijn wensen tegemoetkomen. Door een verkrachtingscultuur en porno zijn mannen minder in staat vrouwen als autonome seksuele wezens te zien. Ze zijn geneigd vrouwen als sekspoppen te beschouwen die alleen seks zouden moeten hebben wanneer de man het wil. Desondanks probeert een groeiend aantal jonge mannen en vrouwen pornoster te worden. Ze onderzoeken de mogelijkheden op internet, plaatsen advertenties en bellen soms zelfs met infolijnen voor meer informatie over het onderwerp. Voor de gelukkigen die ervoor betaald krijgen biedt porno een snelle manier om geld te verdienen en faam te verwerven.

     De Nigeriaanse pornoactrice Judith Chichi Okpara Mazagwu, a.k.a. Afro Candy.
    De Nigeriaanse pornoactrice Judith Chichi Okpara Mazagwu, a.k.a. Afro Candy.

    In de meeste Afrikaanse landen is seksuele voorlichting op school geen prioriteit. Voor veel Afrikanen vervult porno die rol. Dat geldt ook voor Ivoorkust, waar geruchten de ronde doen over ‘initiatiebijeenkomsten’ die in privéappartementen worden georganiseerd, waarbij jongeren pornofilms bekijken en door ‘seksvoorlichters’ worden ingewijd. Hier is natuurlijk sprake van regelrecht misbruik, waarbij zogenaamde leraren onder het mom van educatie zelf aan hun trekken komen.

    De porno-industrie draait om de verkoop van een fantasie, een erg stereotiepe fantasie, en als dat de enige beschikbare voorlichting is, is dat funest. Het heeft invloed op de manier waarop veel Afrikanen, tieners (de grootste consumenten) dan wel volwassenen, tegen seks aankijken. Het geeft mannen ook een excuus om hun onrealistische verwachtingen ten aanzien van seks en vrouwen goed te praten. Afrikaanse vrouwen krijgen in de meeste pornofilms waarin ze figureren nauwelijks tekst. Ze worden neergezet als willoze objecten. Deze films en het gebrek aan autonomie van de actrices voeden een gevaarlijk maar wijdverbreid geloof dat vrouwen geen zeggenschap hebben over hun eigen lichaam en hun sekslust (of gebrek daaraan). Buitenlandse pornoproducenten zijn openlijk racistisch en kunnen ongestoord hun films verspreiden, die een duidelijke impact hebben op ons dagelijkse leven. Dit betekent dat we geen controle hebben over de complexe manier waarop onze seksualiteit wordt neergezet. Zal de in opkomst zijnde Afrikaanse porno uitgroeien tot een volwaardige industrie, waardoor we niet meer afhankelijk zijn van buitenlandse films?

    Droomscenario

    Het droomscenario zou natuurlijk een eigen Ivoriaanse porno-industrie zijn, zoals Zuid-Afrika – en tot op zekere hoogte Nigeria – een eigen industrie kent, met films als Destructive Instincts, geregisseerd door een van de weinige vrouwelijke regisseurs, AfroCandy. Hoewel het positief is dat er onafhankelijke, bewuste pornomakers bestaan, blijft porno een patriarchaal product. Ik juich de pogingen van talloze pornosterren, producers en regisseurs om alternatieven te creëren van harte toe, maar het maakt deze industrie er niet minder seksistisch – en dus schadelijk – op. Ik vraag me af of we wel geholpen zijn met een betere, humanere benadering, vooral de zwarte vrouw die in de media zo vaak ontmenselijkt wordt. We zijn veel meer dan seksbeesten die mannen moeten bevredigen. De porno-industrie is nog steeds in handen van mensen die zich niet bekommeren om de Afrikaanse consument, laat staan om Afrikaanse vrouwen. En zolang daar niets aan verandert, zal porno helaas een industrie zijn die vrouwen en het heersende beeld van hen schaadt.

    Auteur: Aude Konan
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Okay Afrika
    VS | okayafrica.com

    Digitaal platform dat volledig gewijd is aan Afrikaanse cultuur, muziek en politiek. Populair onder Afrikanen overal ter wereld.

  • Heeft de actie #MeToo zin?

    Heeft de actie #MeToo zin?

    Dat seksueel misbruik en seksuele intimidatie verwerpelijk zijn, daar is vrijwel iedereen het over eens. Maar helpt het om op Twitter actie te gaan voeren?

    JA

    De hashtag #MeToo laat zien hoe vaak aanranding voorkomt. ‘Als alle vrouwen die ooit aangerand of verkracht zijn hun status zouden veranderen in “me too”, zouden we pas een goed beeld van het probleem krijgen’, schreef actrice Alyssa Milano. En nu zijn ze overal op sociale media: vrouwen die ‘me too’ zeggen en vertellen over hun eerste aanranding, soms toen 
ze nog geen twaalf jaar oud waren. 
Sommigen reageren woedend op het nieuws over Weinstein, aan anderen vreet het. Elke dag wordt er meer ‘bekend’. Hoe meer blijkt dat anderen zich terdege van zijn gedrag bewust waren – zijn assistenten, grote sterren, kleine sterren – des te meer de schandaalpers het beschrijft als de fouten van één man. De tabloids noemen hem een beest of een monster, maar het nieuws staat doodleuk naast afbeeldingen van jonge, halfnaakte vrouwen.

    Door wie zijn al die vrouwen die ‘ik ook’ zeggen eigenlijk aangerand? Niet door bekende mensen. 
Niemand die hun een Oscar beloofde. Geen grote, machtige mannen, maar doodgewone mannen met meer macht dan vrouwen. Genoeg macht om hun de mond te snoeren. Want 
zo werkt het in de wereld. Valt daar verandering in te brengen? Gebeurt er nu iets? Ik betwijfel het, maar het lijkt me wel duidelijk dat het tekort aan vrouwen achter de camera veel te maken heeft met de manier waarop ze worden geportretteerd als ze ervoor staan.

    Er zijn mannen die de ogen er opeens voor openen omdat ze een dochter hebben. Er is Woody Allen, die de adoptiedochter van zijn ex-partner trouwde en nu opeens zo “verdrietig” is voor Harvey

    De scheve machtsverhouding aan de top van de droomfabriek is helaas geen nieuws. 
Maar ‘me too’ brengt het ook het huis binnen, de school, de winkel, de straat en het kantoor, waar vrouwen zijn lastiggevallen. Dat maakt het werkelijk en alledaags. Er zijn er ook die het weigeren te zien. Er zijn mannen die de ogen er opeens voor openen omdat ze een dochter hebben. Er is Woody Allen, die de adoptiedochter van zijn ex-partner trouwde en nu opeens zo ‘verdrietig’ is voor Harvey omdat zijn leven ‘overhoop’ ligt. Of Tarantino, die 25 jaar lang met Weinstein samenwerkte maar nooit iets heeft gemerkt. Nu heeft hij het te stellen met zijn ‘pijn’ en ‘woede’.

    We zien ze uitvluchten verzinnen. Weinsteins broer beschrijft de ‘nachtmerrie’ waar hij doorheen gaat. James Corden biedt zijn verontschuldigingen aan nadat hij grapjes maakte over de affaire. Zo veel mannen die nog steeds niet luisteren. 
De macht van mannen tast je niet aan door één man te breken. Zolang Donald Trump in het Witte Huis zit, blijven de gelederen gesloten. Maar toch is er eventjes een breuk ontstaan, die laat zien dat het ook anders kan. Hier hebben we lang op gewacht, laat die kans niet voorbijgaan. Blijf ‘me too’ zeggen, want we hebben hier niet met maar één kerel te maken maar met een heel systeem. Dat kan alleen met collectieve razernij veranderd kan worden, niet met individuele schaamte.

    Auteur: Suzanne Moore

    Suzanne Moore is een Engelse journaliste. Ze schreef onder meer voor Marxism Today, The Mail on Sunday, Daily Mail, The Independent, The Guardian en New Statesman.

    (The Guardian | Londen)

    1. Suzanne Moore; 2. Matilda Dixon-Smith
    1. Suzanne Moore; 2. Matilda Dixon-Smith

    NEE

    Natuurlijk is het goed dat de hashtag #MeToo ons weer herinnert aan de omvang van dit probleem. Maar niemand kan doen alsof hij van niets weet. We weten allemaal dat seksueel wangedrag in de hele wereld een epidemie is. Waarom verlangen we dan van vrouwen en andere slachtoffers dat ze hun wonden openrijten, alleen maar om te bewijzen dat dit probleem bestaat? En wanneer gaan we het probleem eindelijk neerleggen bij degenen die het moeten oplossen – mannen – in plaats van degenen ermee te belasten die er al zo veel onder te lijden hebben gehad? 


    Twitter heeft in zijn geschiedenis vaak mensen onder een gemeenschappelijk doel verenigd. Hashtag-activisme wordt wel eens weggezet als als een goedkope manier om je deugden uit te venten, zonder je werkelijk voor een zaak te willen inzetten. Maar het heeft zijn nut, en een van de positiefste dingen van internet is dat het groepen mensen in staat stelt om lang genegeerde onderwerpen aan de kaak te stellen. 


    Ik ben er ziek 
van dat van vrouwen verwacht wordt dat ze een probleem oplossen dat ze niet zelf geschapen hebben, een probleem 
waar ze al genoeg onder geleden hebben

    De intenties achter #MeToo zijn op zich nobel genoeg: de epidemie van seksueel geweld tegen vrouwen zichtbaar maken. Toch ben ik ambivalenter over de oorsprong en mogelijkheden van #MeToo dan over andere hashtags. Ik heb namelijk het gevoel dat vrouwen hier opnieuw het werk van anderen moeten opknappen… het werk van mannen. 
Seksuele geweldsmisdaden worden vrijwel alleen door mannen begaan, tegen vrouwen en soms ook tegen andere mannen. Laat er geen misverstand over bestaan: giftig mannelijk geweld en een patriarchaal rechtssysteem zijn er de oorzaak van. Dit probleem moeten mannen zelf oplossen, ze komen er al veel 
te lang mee weg. 
Ja, seksueel geweld is een epidemie – maar we hebben geen hashtag nodig om ons daaraan te herinneren.

    Ik ben er ziek 
van dat van vrouwen verwacht wordt dat ze een probleem oplossen dat ze niet zelf geschapen hebben, een probleem 
waar ze al genoeg onder geleden hebben. 
Men kan niet van ons verlangen dat we in een solidariteitsritueel onze wonden openrijten en trauma’s herbeleven, om eindelijk erkend te krijgen dat seksueel geweld van mannen tegen vrouwen een probleem is. Dit roepen we al eeuwen. 
Een nieuwe smeekbede zal niemand die dat niet wil erkennen daar nu wel van overtuigen. 


    Auteur: Matilda Dixon-Smith

    Matilda Dixon-Smith schrijft over popcultuur, politiek, gezondheidszorg en feminisme. Haar werk verscheen onder meer in 
The Sydney Morning Herald, The Guardian AU, Junkee en Time Out Melbourne.

    (Junkee | Sunny Hills (Australië))

  • Ellen Johnson Sirleaf bewaarde de vrede in Liberia

    Ellen Johnson Sirleaf bewaarde de vrede in Liberia

    In Liberia is een spannende presidentsrace gaande tussen ex-voetballer George Weah en voormalig vicepresident Joseph Boakai. Daarmee komt binnenkort een einde aan het bewind van Ellen Johnson Sirleaf, Afrika’s eerste vrouwelijke president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Over haar nalatenschap zijn de meningen verdeeld.

    Langs de zandweg waar Anthony Chea staat loopt een rijtje zingende kinderen voorbij, de gezichten beschilderd met witte verf. Niet ver daarvandaan staat een handvol volwassenen in een tent waar traditionele Liberiaanse muziek uit de speakers schalt. Een oudere man danst in zijn eentje. De campagne voor de presidentsverkiezingen op 10 oktober is begonnen, en Chea en zijn dorpsgenoten maken zich op voor het bezoek van Alexander Cummings, een van de kandidaten die de huidige president, Ellen Johnson Sirleaf, hoopt op te volgen.

    Chea woont in een klein plaatsje in de provincie Grand Kru. Hoewel het 560 kilometer van de hoofdstad Monrovia ligt, het centrum van de politieke macht, is de staat waarin kleine plaatsjes in het achterland verkeren illustratief voor de gemengde nalatenschap van Liberia’s eerste vrouwelijke president. Chea laat zijn blik dwalen over de zandweg vol kuilen die door het centrum van het dorp loopt, en wijst naar een waterpomp die een paar jaar geleden door een hulporganisatie is aangelegd. Het is een van de weinige waterpompen in het dorp – maar deze is defect.

    Chea hoopt dat de volgende president meer kan betekenen voor dorpen als het zijne. Hij en zijn dorpsgenoten zijn van mening dat de huidige regering meer had kunnen doen om de provincie te ontwikkelen. Ze willen betere wegen, scholen, medische voorzieningen, water. Maar Johnson Sirleaf heeft het proces wel in gang gezet, geeft Chea toe. ‘Ze kan het niet in haar eentje afmaken. Nu is het de beurt aan iemand anders om de draad op te pakken.’

    Ellen Johnson Sirleaf tijdens het U.S.-Africa Business Forum in New York, 2016. – © Michael Nagle / Bloomberg via Getty Images
    Ellen Johnson Sirleaf tijdens het U.S.-Africa Business Forum in New York, 2016. – © Michael Nagle / Bloomberg via Getty Images

    Sirleaf legt in januari, na twee ambtstermijnen van zes jaar, haar functie neer. Haar nalatenschap is lastig te duiden. Ze heeft vrouwen vooruitgeholpen, ze heeft wonden verzacht die door de burgeroorlog waren geslagen, maar haar critici vinden dat de politieke vooruitgang ten koste is gegaan van de ontwikkeling op korte termijn, en dat haar bewind wordt gekenmerkt door corruptie en nepotisme.

    Had ze het beter kunnen doen? Misschien. Maar ze had het ook veel slechter kunnen doen.

    Als eerste democratisch gekozen leider sinds het einde van de bloedige burgeroorlog stond Johnson Sirleaf bij haar aantreden in januari 2006 voor de moeilijke taak de zieltogende economie, de verwoeste infrastructuur en de lamgelegde instituties weer op te bouwen. Na twaalf jaar wordt ze alom geprezen voor het bewaren van de nog altijd kwetsbare vrede, maar veel Liberianen vinden dat ze op andere vlakken niet genoeg heeft gedaan.

    Niet dat die kritiek haar raakt.

    Op een donderdagavond zit Johnson Sirleaf aan het hoofd van een vergadertafel op de zesde verdieping in het gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Tubman Boulevard, de hoofdstraat van Monrovia. Op de muur tegenover haar hangt een geborduurde kaart van het land met daarop, keurig genaaid, alle vijftien provincievlaggen. ‘Ik kan er kort over zijn,’ zegt het 78-jarige staatshoofd luid om de herrie van een nabijgelegen bouwplaats te overstemmen. ‘Ik laat Liberia in veel betere staat achter dan waarin ik het aantrof.’

    Het land was er nog slechter aan toe dan ze zich had gerealiseerd, bleek al snel toen Johnson Sirleaf als president was geïnstalleerd – en ze moest haar ambities noodgedwongen terugschroeven. ‘We hebben niet de doelen gehaald die ik voor ogen had.’

    Haar ene zoon is bestuurslid van een oliebedrijf en een ander van de centrale bank. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter: je bent óf rijk óf straatarm. Er bestaat geen middenklasse

    De nieuwe president, in de jaren zeventig in de VS als econoom afgestudeerd, richtte zich eerst op de opbouw van de kwijnende economie. Een van haar grootste successen betrof de toekenning van een noodpakket van 4,6 miljard dollar van het Internationaal Monetair Fonds, in 2010. Tijdens de eerste jaren van haar regeerperiode trok de economie geleidelijk aan, met een groei van 6 procent in 2013. Maar in 2014 sloeg het noodlot toe met de uitbraak van het ebolavirus in West-Afrika. Bijna de helft van de meer dan tienduizend doden viel in Liberia. De vooruitgang stagneerde. ‘Investeerders verlieten het land, aannemers, onze eigen inwoners – er was een enorme leegloop. Daarbovenop kwam een scherpe prijsdaling van twee van onze belangrijke exportproducten, rubber en ijzererts,’ vervolgt Johnson Sirleaf, druk gebarend. Hoewel het land langzaamaan weer opkrabbelt, zijn de vooruitzichten op groei voor dit jaar gedaald naar 2 procent.

    Maar de president is er stellig van overtuigd dat de vrede haar belangrijkste nalatenschap is, en niet zozeer het overwinnen van de ebolacrisis of de economische ontwikkeling van het land. Vrede was bij al haar beslissingen altijd de hoogste prioriteit, benadrukt ze, zelfs als dat inhield dat haar ontwikkelingsdoelen in gevaar kwamen. Op dat front is Johnson Sirleaf niet tekortgeschoten, en haar leidende rol in het bewaren van de vrede werd in 2011 erkend door het Nobelprijscomité. Samen met landgenoot Leymah Gbowee en de Jemenitische journaliste Tawakkul Karman kreeg ze de Nobelprijs voor de Vrede toegekend voor ‘de vreedzame strijd voor de veiligheid van vrouwen en het recht van vrouwen om volwaardig deel te nemen aan de vredesopbouw’.

    Op andere gebieden heeft Johnson Sirleaf minder succes geboekt. Ze had beloofd corruptie uit te roeien, maar liep daarbij tegen een muur aan. ‘De culturele wortels van corruptie heb ik ook zwaar onderschat.’ Het werkte ook niet in haar voordeel dat ze zelf ook van nepotisme werd beticht: in 2012 benoemde ze haar zoon, Robert Sirleaf, tot algemeen directeur van het staatsoliebedrijf National Oil Company of Liberia, en ook twee andere zonen kregen lucratieve baantjes toegeschoven.

    Zoals te verwachten was, barstte na Roberts benoeming een storm van kritiek los, niet alleen onder haar tegenstanders maar ook onder een aantal van haar vrienden. Mede-Nobelprijswinnaar Gbowee stapte uit protest uit de Waarheids- en Verzoeningscommissie. ‘Haar ene zoon is bestuurslid van een oliebedrijf en een ander van de centrale bank. De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter: je bent óf rijk óf straatarm. Er bestaat geen middenklasse,’ aldus Gbowee.

    Johnson Sirleaf reageerde gepikeerd op de kritiek en beet fel van zich af. ‘Was de benoeming fout? Ik vind van niet, ik sta volledig achter mijn beslissing. Mijn zoon heeft de juiste kwalificaties.’ En ze voegt eraan toe dat ze hoopt dat het onderzoek snel openbaar wordt gemaakt zodat blijkt dat haar zoon ten onrechte van corruptie werd verdacht. Maar ze geeft toe dat de beschuldiging van nepotisme hout sneed. ‘Nepotisme is niet in de haak en we moeten allemaal ons best doen om het tegen te gaan. Maar laten we wel zijn: het komt in veel Afrikaanse landen voor, en echt niet alleen in Liberia. Dus waarom valt iedereen over ons heen? Waarom worden de VS niet op de vingers getikt?’

    Vrouw als president

    De verkiezing van Johnson Sirleaf in 2005 tot de eerste vrouwelijke president van Liberia, en zelfs de eerste vrouwelijke president in heel Afrika, was een gebeurtenis van grote betekenis. Zowel bij de verkiezingen van 2005 als van 2011 brachten vrouwen in het hele land massaal hun stem op haar uit. Gemobiliseerde marktkoopvrouwen speelden daarbij een belangrijke rol. ‘Ik heb mijn verkiezing aan hun vertrouwen en vastberadenheid te danken,’ zegt Johnson Sirleaf, ‘en een van de pilaren van mijn beleid was dan ook het versterken van de positie van de vrouw en de bevordering van vrouwenparticipatie. Dat is ons gelukt.’

    Maar hoewel haar beleid vrouwen ontegenzeglijk vooruit heeft geholpen, is het tegelijkertijd koren op de molen van critici. ‘Ik denk dat we vooral op het gebied van vrouwenproblematiek extra kritisch zijn vanwege haar symbolische functie,’ zegt Lakshmi Moore, de interimdirecteur van ActionAid International in Liberia. Niet dat er geen successen waren: tijdens Johnson Sirleafs presidentschap werd verkrachting voor het eerst strafbaar gesteld, en dit jaar zal in Liberia eindelijk een wet tegen huiselijk geweld van kracht worden.

    De armste wijk van Liberia, West Point in Monrovia, werd zwaar getroffen door de ebolauitbraak in 2014, die ongeveer 11.300 doden in West-Afrika tot gevolg had. – © John Moore / Getty Images
    De armste wijk van Liberia, West Point in Monrovia, werd zwaar getroffen door de ebolauitbraak in 2014, die ongeveer 11.300 doden in West-Afrika tot gevolg had. – © John Moore / Getty Images

    Maar Moore, en anderen, vinden dat er niet genoeg is gedaan. Er is bijvoorbeeld nog geen verbod op vrouwenbesnijdenis. Ook zijn vrouwenrechtengroepen bezorgd over wat vrouwen te wachten staat als Johnson Sirleaf haar ambt neerlegt. Veel mensen wijten de toestand waarin het land verkeert aan het feit dat de president een vrouw is. ‘Er komt zeker een terugslag, vooral op het gebied van vrouwenrechten. Johnson Sirleaf krijgt als vrouwelijke president allerlei misstanden in de schoenen geschoven,’ zegt Moore.

    Die tegenreactie is al merkbaar in het slaperige kustplaatsje Harper, in de zuidoostelijke provincie Maryland. Straatverkoopster Eleano Cooper zit met twee vriendinnen langs de kant van de weg. Achter hen rijst een grote, verlaten villa op – een overblijfsel van Harpers hoogtijdagen tijdens de lange regeerperiode van William Tubman (van 1944 tot 1971), toen de elite strandhuizen in het stadje liet bouwen. Broodwinner Cooper verkoopt geroosterde maïskolven voor 20 à 50 Liberiaanse dollar [15 tot 35 eurocent]. Van haar schamele inkomen kan ze nauwelijks rondkomen.

    De kosten van levensonderhoud zijn alleen maar gestegen,’ zegt ze. Het leven als straatverkoper en kostwinner is zwaar, en ze wijt dat aan het feit dat het land wordt geleid door een vrouw. ‘Ik heb liever een man aan het roer,’ antwoordt Cooper als haar wordt gevraagd of ze op een vrouwelijke kandidaat zou stemmen. ‘We hebben nu een vrouw als president en de prijzen rijzen de pan uit – dus geef mij maar een man.’ Ondanks haar frustratie geeft ze toe dat ze zich als vrouw wel gesterkt voelt. Ze voorziet in het onderhoud van haar gezin en heeft het idee dat ze beter is opgewassen tegen haar man.

    Niet iedereen deelt Coopers zorgen over vrouwelijke leiders. Op een drukke markt in Monrovia vertelt Rebecca Kaley dat Johnson Sirleaf haar heeft overtuigd. Omringd door andere vrouwen die, net als zij, gedroogd bush meat, kippenbouillonblokjes en zoeteaardappelbladeren verkopen, denkt Kaley terug aan 2005, toen ze voor het eerst hoorde dat een vrouw zich kandidaat had gesteld. ‘Vrouwen zijn niet tegen de taak opgewassen, dacht ik. Ik stemde niet op haar.’ Maar in 2011 was ze van gedachten veranderd en stemde ze voor Johnson Sirleaf. ‘Dankzij Ellens beleid zijn we sterker geworden,’ zegt Kaley trots. ‘Wij vrouwen zijn sterker geworden.’

    Auteur: Clarissa Sosin
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Kinderen spelen basketbal voor hun school en voormalig ebolacentrum in de sloppenwijk West Point in Monrovia. – © John Moore / Getty Images

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube.

  • De Tunesische vrouw krijgt haar rechten niet cadeau

    De Tunesische vrouw krijgt haar rechten niet cadeau

    Het voorstel van de Tunesische president Essebsi om man en vrouw in het erfrecht gelijk te stellen en vrouwen toe te staan met niet-moslims te trouwen, zorgt voor een felle polemiek. Vooral in het buitenland.

    Door te streven naar gelijkheid tussen man en vrouw vervult Tunesië in de regio wederom een pioniersrol. Het voorstel van onze president wordt naar alle waarschijnlijkheid een zware bevalling, vanwege het verzet van de – religieuze en niet-religieuze – conservatieven in het land zelf en daarbuiten.

    Zoals president Beji Caid Essebsi in zijn speech op 13 augustus ter gelegenheid van de nationale Dag van de Vrouw aangaf, is het initiatief om de discussie te openen over de dubbele kwestie van het erfrecht en het huwelijk van een moslima met een niet-moslim, geheel in overeenstemming met de geest van Grondwet van januari 2014. Het sluit ook goed aan bij de ontwikkeling van de maatschappelijke realiteit in het land: 75 van de in totaal 217 parlementsleden, 60 procent van het hoger medisch personeel, 41 procent van de leden van de magistratuur, 43 procent van de advocaten en 60 procent van de afgestudeerden aan de universiteit is vrouw. Het voorstel is daarnaast een aanvulling op de wet tegen geweld jegens en discriminatie van vrouwen, die in juli werd aangenomen.

    De toespraak van de president veroorzaakte een storm van protest onder degenen die de tekst van de Koran aanhalen om uiting te geven aan hun verontwaardiging over het voorstel om 
de wet inzake de persoonlijke status 
te wijzigen. [De Code du statut personnel 
is al van kracht sinds januari 1957 en kent de Tunesische vrouw rechten toe die in andere Arabisch-islamitische landen ongekend zijn.] Toch is deze wet goedgekeurd door de staatsgodsdienst (de islam), in de persoon van de moefti van de republiek.

    De tegenstanders zitten politiek gezien bij de islamistische Ennahda-partij, de salafistische partijen en bij Hizb el-Tahrir, die naar het kalifaat streven, en niet te vergeten bij de Al-Mahabba-partij, waarvan leider Hachmi Hamdi [oud-militant van Ennahda] heeft opgeroepen tot een petitie voor afzetting van de president.

    Heftige woordenwisselingen

    Er bestaat nog een derde stroming die een genuanceerder standpunt inneemt in deze polemiek. Deze gematigden zijn van mening dat het voorstel van de president op dit moment niet wenselijk is en wordt ingegeven door electorale motieven. Dit standpunt wordt veelal ingenomen door militanten van links en Arabische nationalisten.
    Het krachtenveld in de polemiek wordt dus niet alleen bepaald door seculiere modernisten en islamitische conservatieven. Bovendien kunnen de standpunten evolueren. Dat geldt bijvoorbeeld voor Ennahda, waarvan leider Rached Ghannouchi afwezig was bij de viering van de Dag van de Vrouw in Carthago, terwijl hij een strategische bondgenoot is van de zittende macht en zegt politiek en religie te willen scheiden. Ennahda ziet zich voor een dilemma geplaatst: wanneer de partij instemt met gelijkheid van man en vrouw in het erf- en huwelijksrecht, laat zij de oude overtuigingen van de Moslimbroeders los en verliest ze een deel van haar electoraat. Maar als zij de gelijkheid van man en vrouw uit naam van de sharia afwijst, wordt haar idee van een politieke transformatie tot een burgerlijke en democratische partij pure fictie.

    De polemiek heeft als resultaat dat de tegenstellingen tussen de bondgenoten die aan de macht zijn, Ennahda 
en Nidaa Tounes [Oproep aan Tunesië, de partij waaruit president Essebsi is voortgekomen] aan het licht treden. Maar ondanks de heftige woordenwisselingen tussen modernisten en conservatieven viel ditmaal niet het woord takfir! Dat hield vroeger een banvloek in: degene over wie dit werd gezegd, zou niet langer moslim zijn. Maar inmiddels is dit een verboden gebruik.

    Wel was er een gewelddadige reactie van de naar Turkije verbannen Egyptische predikant en salafist Wajdi Ghoneim. Hij noemde het voorstel een vorm van ongelovigheid en riep op tot een jihad tegen seculiere Tunesiërs.

    Een Tunesisch huwelijksfeest. Als het aan de president ligt mogen Tunesische vrouwen binnenkort ook met niet-moslims trouwen. © Fabio Bucciarelli / HH
    Een Tunesisch huwelijksfeest. Als het aan de president ligt mogen Tunesische vrouwen binnenkort ook met niet-moslims trouwen. © Fabio Bucciarelli / HH

    Een andere islamistische imam, Yusuf al-Qaradawi, voorzitter van de Internationale Unie van Moslimgeleerden, achtte het Tunesische initiatief eveneens in strijd met de regels van de islam. En een hoogwaardigheidsbekleder 
van de moskee van Al-Azhar [in Caïro], Abbas Shuman, heeft een fatwa uitgevaardigd tegen het voorstel van de Tunesische president.

    Daarmee is deze zaak niet langer alleen een nationale kwestie. Onmiddellijk volgden in Tunesië vijandige reacties op de bemoeienis vanuit Egypte via de hashtag Yezzi Al-Azhar [‘Nu is ‘t genoeg, Al-Azhar’]. Daarbij werd erop gewezen dat dit een interne Tunesische kwestie is, en werd de bal teruggespeeld naar Egypte, waar polygamie veel voorkomt en waar de status van de vrouw te wensen overlaat.

    Het doel van de huidige president is het opheffen van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat dit geen overbodige luxe is, bewijzen het verschil in salariëring en status, en de stereotiepe ideeën en beelden die de media en de publieke opinie nog altijd over vrouwen uitdragen.

    Auteur: Mohamed Kerrou

    HuffPost Maghreb
    Tunesië | huffingtonpost.com

    Nieuws en analyses van experts over Tunesië, Algerije en Marokko, met de bedoeling het debat te stimuleren en te verhelderen.

  • Een sprankje hoop in de Syrische chaos

    Een sprankje hoop in de Syrische chaos

    In de Noord-Syrische regio Rojava hebben bewoners een democratische confederatie in het leven geroepen, gebaseerd op lokaal zelfbestuur. Ze streven naar een egalitaire samenleving waarin de rechten van vrouwen en minderheden worden gerespecteerd.

    Ondanks de nacht heerst er 
nog een verstikkende hitte in Kamishli. Nadat we snel zijn vertrokken van de kleine luchthaven die nog altijd wordt gecontroleerd door enkele tientallen politiemannen en soldaten van het regime van Bashar al-Assad, komen we onmiddellijk op het grondgebied van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, vaak ‘Rojava’ genoemd (Koerdisch voor ‘west’). In dit gebied langs de Turkse grens tussen de Eufraat en Irak, dat is terugveroverd op de jihadisten van Islamitische Staat, wonen minstens twee miljoen mensen, van wie 60 procent Koerden. Sinds 2014 waait in dit deel van Noord-Syrië een politieke wind die is geïnspireerd door Abdullah Öcalan, de oprichter van de Koerdische Arbeiderspartij PKK, die al vanaf 1999 gevangenzit in Turkije. De PKK en haar Syrische bondgenoot PYD (Democratische Uniepartij) hebben het marxistisch-leninisme vaarwel gezegd en zich bekeerd tot het anarchosyndicalisme van de Amerikaanse ecoloog Murray Bookchin (1912-2006).
    Hun beginselverklaring, het in 2014 aangenomen Sociaal Contract van de Democratische Federatie van Noord-Syrië, verwerpt nationalisme en staat een egalitaire samenleving voor waarin alle bevolkingsgroepen gelijkelijk zijn vertegenwoordigd en de rechten van minderheden worden gerespecteerd.

    Rojava is de facto autonoom. Behalve de enclave Hasakah en de luchthaven van Kamishli, die onder het gezag van Damascus vallen, wordt de regio gecontroleerd door de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), waarin de Koerdische strijders en strijdsters van de Volksbeschermingseenheden (YPG), de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden (YPJ) en leden van de soennitische, yezidische en christelijke milities zich hebben verenigd.

    Reusachtige YPG-vlaggen wapperen boven de talrijke wegversperringen in Kamishli, waar de politie van de autonome regering ieder voertuig minutieus inspecteert. Zelfmoordaanslagen door jihadisten vormen een permanente dreiging. Iedereen herinnert zich die van 2016, waarbij 44 doden en 140 gewonden vielen. De duisternis in de straten contrasteert met de verlichting van Nusaybin en Mardin, twee steden aan de andere kant van de Turkse grens. In een regio die wemelt van de natuurlijke hulpbronnen illustreert het energieprobleem de uitdagingen waarvoor het nieuwe bewind zich gesteld ziet. In Rumeilan, op honderd kilometer van Kamishli, langs de weg naar Irak, vormen zich lange wachtrijen bij de pompstations. Voor het begin van de oorlog, in 2011, leverde deze regio 380.000 vaten ruwe olie per dag, eenderde van de productie van het land. Door de strijd is de oliewinning met 70 procent gedaald en is er een schreeuwend gebrek aan benzine. Omdat er geen raffinaderijen zijn, ziet de autonome regering zich gedwongen een deel van de ruwe olie aan het Syrische bewind te verkopen, dat voor een forse prijs brandstof teruglevert: 80 eurocent per liter.

    Bovendien schieten de kleine ambachtelijke raffinaderijen die benzine voor 20 eurocent per liter verkopen als paddenstoelen uit de grond, maar hun aanslag op het milieu begint zorgwekkend te worden. De rook kleurt het landschap zwart; huidziekten en ademhalingsproblemen nemen hand over hand toe. ‘We hebben voorlopig geen andere oplossing,’ erkent Samer Hussein, de vrouwelijke adjunct-directeur van de energiecommissie die in Rumeilan zetelt. ‘Zodra we kunnen, zullen we moderne raffinaderijen bouwen en de regio schoonmaken. En we zullen al die arbeiders natuurlijk 
in de nieuwe fabrieken tewerkstellen.’

    Excuus

    In andere regio’s van Rojava, zoals Manbij, is het verbod op ambachtelijke raffinaderijen in het verkeerde keelgat geschoten van het deel van de bevolking waarvoor elektriciteit al op rantsoen is gesteld, hoewel de SDF de drie grootste stuwmeren langs de Eufraat heeft veroverd. Volgens internationale afspraken moet Turkije, dat het stroomopwaartse deel van de rivier benut, de doorstroming van 600 
kubieke meter water per seconde garanderen. ‘Toen IS de stuwmeren controleerde, liet Turkije een groter volume door,’ bevestigt Ziad Rustem, ingenieur en adjunct-directeur van de energiecommissie van het kanton Jazira. ‘Maar sinds de Syrische Democratische Strijdkrachten het gebied hebben bevrijd, zijn de Turken het watervolume gaan verminderen. Momenteel stroomt er nog geen 200 kubieke meter per seconde door.’

    Sherwan Youssef, journalist bij de Koerdische tv-zender Ronahi in Kamishli, onderstreept de onvrede bij de bevolking. ‘In Kamishli hebben enkele honderden mensen een protestbetoging gehouden. Ze geven de autonome regering de schuld, maar niet Turkije. Toch vind ik die betogingen terecht. Oorlog kan niet altijd een excuus zijn voor het gebrek aan geleverde diensten.’

    Ook al speelt milieubescherming een prominente rol in het Sociaal Contract, er zijn ook mensen die benadrukken dat de context daarvan de bouw van raffinaderijen, de modernisering van stuwmeren en de ontwikkeling van duurzame energie verhindert. Turkije heeft een blokkade in de regio opgeworpen, net als zijn bondgenoten van de Democratische Partij van Koerdistan (PDK), die het noorden van Irak bezet houden en met een scheef oog naar het succes van de PKK en de PYD kijken.

    Koerdische vrouwen in traditionele kleding vieren het voorjaarsfeest Noroez in de Noord-Syrische stad Kamishli in maart 2017. © Rodi Said / Reuters
    Koerdische vrouwen in traditionele kleding vieren het voorjaarsfeest Noroez in de Noord-Syrische stad Kamishli in maart 2017. © Rodi Said / Reuters

    De dringende behoeften en de onderlinge strijd hebben niet kunnen verhinderen dat er een democratische confederatie in het leven is geroepen, gebaseerd op het principe van lokaal zelfbestuur. De gemeenten hebben zich gehergroepeerd tot drie kantons – Jazira, Kobani en Afrin – die alle drie over een parlement en een kantonnale regering beschikken. Een Syrische Democratische Raad moet de drie kantons, die hun beleid al op elkaar afstemmen, op termijn overkoepelen. De eerste verkiezingen hebben plaatsgevonden in maart 2015, en andere 
zijn voorzien voor eind dit jaar, terwijl de parlementen begin 2018 moeten worden gekozen. De eerste stemmingsronde is geboycot door de Syrische Koerden, die nauwe banden hebben met de PDK, zoals Narin Matini, bestuurslid van de Koerdische Toekomstbeweging en de Koerdische Nationale Raad (CNK), die wordt geleid door 
Massoud Barzani, de president van 
de regionale regering van Iraaks-Koerdistan.

    Mevrouw Matini ontvangt ons in haar huis in de volkswijk van Kamishli: ‘Wij zetten ons in voor een onafhankelijk Koerdistan,’ zegt ze. ‘We zijn geen voorstanders van een Democratische Federatie van Noord-Syrië. De autoriteiten hebben onze kantoren gesloten en onze leiders gearresteerd en daarna weer vrijgelaten. De autonome regering zegt dat we ons moeten registreren om te mogen functioneren. Maar dat zou betekenen dat we hen steunen.’

    Het parlement van Jazira zetelt in Amuda, op een twintigtal kilometers van Kamishli. Het gebouw wordt zwaar bewaakt en is alleen te voet bereikbaar; bezoekers worden zorgvuldig gefouilleerd en geïdentificeerd. 99 van de 101 leden, waarvan de helft vrouwen, zijn vertegenwoordigers van politieke partijen die het Sociaal Contract hebben ondertekend. Daarnaast hebben er twee vertegenwoordigers van organisaties uit de burgermaatschappij zitting, volgens de regels een man en een vrouw. Zij worden naar voren geschoven door hun gemeenschap of vereniging en benoemd door het parlement. Ten slotte heeft een tiental Koerdische en Arabische politieke organisaties de bevoegdheid en middelen om in het parlement te functioneren zonder er daadwerkelijk deel van uit te maken.

    De stichting van een Koerdische natiestaat was geen doelstelling van Abdullah Öcalan, die zijn beweging als antinationalistisch bestempelt. ‘Ik wil dat de bevolkingsgroepen het recht op zelfverdediging krijgen en dat ze bijdragen aan de democratisering van alle partijen van Koerdistan, zonder de bestaande politieke grenzen ter discussie te stellen’, schrijft hij vanuit zijn gevangenis. ‘Wij willen niet gescheiden worden van ander Syrisch grondgebied,’ licht Siham Queyro toe, de vrouwelijke medevoorzitter van het comité van Buitenlandse Zaken van 
de autonome regering van het kanton Jazira. ‘De Koerden, de Arabieren en de Syriërs hebben in 2013 afgesproken om een autonome regering te vormen.’ Als lid van de christelijke gemeenschap, die voornamelijk uit Syriërs, Assyriërs en Chaldeeërs bestaat, herinnert ze er en passant aan dat de godsdienstvrijheid gegarandeerd is en dat er geen staatsreligie bestaat.

    ‘De beste manier om te voorkomen dat we opnieuw een dictator in Damascus krijgen, is de macht verdelen tussen de regio’s’

    In de ogen van de Nationale Syrische Coalitie, die geacht wordt de oppositie te verenigen maar nauwe banden onderhoudt met de Moslimbroeders, zijn de PYD en de daarmee verbonden militaire groeperingen zonder uitzondering ‘terroristische organisaties’ die gelieerd zijn aan de PKK. Veel leden van de Syrische oppositie beschuldigen de Coalitie ervan onder één hoedje te spelen met het regime. Maar anderen zijn van standpunt veranderd, zoals Bassam Ishak, voormalig directeur van een mensenrechtenorganisatie in Hasakah. Hij had zich in het begin aangesloten bij de Syrische Nationale Raad (SNR), die deelneemt aan de Coalitie en eerst in Istanboel gevestigd was alvorens te verhuizen naar Rojava: ‘Toen de revolutie van vreedzame betogingen in gewapende opstand ontaardde, werd duidelijk dat de SNR een ander doel voor ogen had dan ik. Ze willen Bashar al-Assad verdrijven en een machtsmonopolie verwerven. Ik had dus de keus tussen de religieuze staat die de Syrische Nationale Raad voor ogen heeft, die van een Arabisch nationalistisch Syrië en die van een pluralistische staat. De beste manier om te voorkomen dat we opnieuw een dictator in Damascus krijgen, is de macht verdelen tussen de regio’s.’

    Veel Koerden die we ontmoeten ontkennen de beschuldiging dat Rojava met Damascus heult; ze komen telkens weer terug op wat ze als strategische fouten van het regime beschouwen. Leraar Muslim Nabo heeft aan de Universiteit van Latakia gestudeerd. Zijn vrienden en hij publiceerden daar in het geheim een tijdschrift in het Koerdisch. Nadat ze in 2007 waren gearresteerd en overgebracht naar Damascus, werden ze in een minuscule cel gepropt en drie maanden lang geslagen. ‘Sommigen zeggen dat wij het regime van Bashar al-Assad steunen. Dat is een leugen,’ zegt hij. Na een jaar en een week werd hij vrijgelaten, het maximum voor administratieve hechtenis zonder proces. ‘We hebben veel geleden onder dit regime, dat sommige van onze politieke leiders heeft gemarteld en vermoord. Aan de andere kant wilden de Koerdische partijen geen gemilitariseerde revolutie die afhankelijk is van Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. De steun van deze landen aan jihadistische groeperingen is catastrofaal geweest voor de Syrische revolutie.’ Wat de Amerikaanse hulp betreft, ‘dat is militaire steun en geen politieke of economische,’ zegt commandant Nashrin Abdallah. ‘Een tijdelijke, transparante en tactische overeenkomst’, volgens diverse Koerdische leidinggevenden die we hebben gesproken.

    In 2014 en 2015 hebben twee internationale rapporten onenigheid gezaaid over het werkelijke beleid van de PYD in de op IS terugveroverde zones, met name in Tal Abyad: ‘Door opzettelijk woningen van burgers te verwoesten, in sommige gevallen door hele dorpen met de grond gelijk te maken en in brand te steken en door de bewoners zonder enige militaire reden te verplaatsen, misbruikt het autonome bestuur zijn gezag en maakt het schaamteloos inbreuk op de internationale mensenrechten door middel van aanslagen die oorlogsmisdaden vormen,’ zei Lama Fakih, crisisadviseur bij Amnesty International, in oktober 2015. Een jaar eerder stelde een rapport van Human Rights Watch hetzelfde.

    Je kunt niet spreken van een etnische zuivering onder Arabieren, verdedigt mevrouw Queryo zich. ‘Toen er gevechten dreigden uit te breken, heeft de YPG de bevolking verzocht haar huizen tijdelijk te verlaten. Na de gevechten heb ik zelf veel dorpen rond Tal Abyad en Raqqa bezocht. De mensen hebben me allemaal verzekerd dat het zo is gegaan. Na twee weken zijn ze teruggekeerd.’ Ook het rapport van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, gepubliceerd in maart 2017, weerspreekt de beschuldigingen van etnische zuivering: ‘De commissie heeft geen enkel bewijs gevonden dat de strijdkrachten van 
de YPG of SDF zich om etnische redenen tegen de Arabische bevolking hebben gekeerd, noch dat het kantonnale YPG-bestuur systematisch heeft geprobeerd de demografische samenstelling van de gebieden die onder hun gezag vielen vanuit etnisch oogpunt te 
veranderen.’ Hoewel de commissie opmerkte dat de verborgen bommen van IS de verplaatsingen rechtvaardigden, had ze kritiek op het gebrek aan ‘adequate’ humanitaire hulp aan de verplaatste gemeenschappen en de ‘gedwongen rekrutering’ door de YPG voor de militaire dienst.

    Kobani

    We verlaten Amuda en gaan naar Kobani, in het westen van Rojava. De weg loopt langs een eindeloze muur 
van 500 kilometer lang, gebouwd door Turkije dat daarmee het Syrische grondgebied is binnengedrongen. Dit betonnen bouwwerk, afgezet met prikkeldraad, versterkt het gevoel van isolement van deze gebieden die altijd de graanschuur van het land zijn geweest. Begin juli is het graan van de immense graanvelden geoogst en nu scharrelen er kuddes schapen hun kostje bij elkaar. De heuvels zijn bedekt met keurige rijen olijfbomen – een recente cultuur in de regio. De vaak zeer jonge landarbeiders beginnen vroeg te werken om voor de ergste hitte klaar te zijn. In de buurt van Tal Abyad loopt de weg over een sterk stromende rivier. Dit was kort geleden nog maar een onbeduidend stroompje, maar doordat Turkije het water uit de Eufraat grotendeels voor zichzelf houdt heeft men zich in allerijl op secundaire rivieren gericht, waarvan de irrigatie profiteert.

    Bij het binnenrijden van Kobani zien we in de middenberm foto’s van ‘martelaren’, onder wie veel vrouwen. Ook het portret van Öcalan is alom aanwezig. De stad, die nog maar twee jaar geleden grotendeels was verwoest, bruist van energie en activiteit. Door raketten en granaten verwoeste huizenblokken worden afgewisseld door hijskranen en panden in aanbouw. ‘We willen de stad zo snel mogelijk weer opbouwen, zodat de mensen terugkomen,’ zegt Hawzin Azeez, die bij een organisatie voor stedelijke ontwikkeling werkt. Volgens haar voldoet de humanitaire hulp niet aan de verwachtingen en de beloftes. ‘De herbouw komt hoofdzakelijk op onszelf neer.’

    De strijd om Kobani, die plaatsvond tussen september 2014 en januari 2015, vormde een beslissend keerpunt in de strijd tegen IS. Na de verovering van Mosul in Irak en Raqqa in Syrië is de uitbreiding van het ‘kalifaat’ hier voor het eerst een halt toegeroepen.

    Door de strijd heeft de wereld ook kunnen ontdekken dat de situatie voor vrouwen in het Midden-Oosten aan het veranderen is. Kongra Star is de naam die aan het vrouwenopvanghuis in de stad is gegeven. Dit enorme gebouw, gelegen in een rustig straatje, ontvangt voornamelijk vrouwen die een klacht hebben ingediend wegens geweld binnen het huwelijk. Een grote vergaderzaal komt uit op de tuin, met aan de muur een reproductie van een schilderij van een kunstenaar uit Gaza: een jonge vrouw die oprijst uit de ruïnes, een symbool van toekomst en hoop. Aan weerskanten van dit schilderij hangen portretten van vrouwen die zijn gedood in de strijd om Kobani. Een ander deel van het huis, dat van een aparte, discrete ingang is voorzien, is bedoeld voor de opvang van vrouwen in nood.

    De vrouwen met wie we spreken benadrukken dat seksegelijkheid de belangrijkste pijler van het Sociaal Contract van Rojava is. ‘Volgens de nieuwe wetten die door de autonome regering zijn aangenomen, erven een zoon en een dochter een gelijk deel, terwijl de islamitische wet maar in een half deel voor de dochter voorziet,’ geeft Sara al-Khali, een van de medewerkers van Kongra Star, als voorbeeld. ‘Het valt niet mee om deze nieuwe wetten aan een traditionele samenleving op te leggen, maar geleidelijk beginnen de mensen het te accepteren.’ De autonome regering verbiedt ook polygamie, al bestaat er een uitzondering op de regel. De ‘schaarste aan jongemannen’ dwingt sommige vrouwen ertoe om met een man te trouwen die al getrouwd is, vertelt mevrouw Azeez. ‘Als alle betrokken partijen ermee instemmen, kan de rechter ontheffing van het verbod verlenen.’

    © Courrier International
    © Courrier International

    ‘In deze regio bestaat een verschrikkelijke gewoonte, de eerwraak,’ zegt mevrouw Al-Khali, die er trots op is een bijdrage te leveren aan de uitroeiing daarvan. ‘Als iemand mijn broer doodt, moet mijn familie zich wreken door een lid van de andere familie te doden. Kongra Star heeft een comité gevormd om een verzoening tussen vertegenwoordigers van beide families te bewerkstelligen en daarmee een vendetta te voorkomen. Als er in een wijk een probleem ontstaat, komt een comité van vrouwen tussenbeide om een oplossing te vinden. Lukt dat niet, dan komen de vrouwen hier. Als het vrouwenopvanghuis geen oplossing vindt, wordt het conflict voor de rechter beslecht.’

    Hier zien we een rechtstreekse toepassing van de anarchosyndicalistische beginselen van Murray Bookchin. ‘Elke straat, elke wijk hier kan een deelraad vormen,’ bevestigt Ibrahim Moussa, inwoner van Kobani. ‘Dat is een soort basisbestuur, gekozen door de bewoners en afzetbaar. Vorig jaar zijn er 2300 deelraden geregistreerd in het kanton Kobani. Die hebben 9700 klachten kunnen behandelen, en maar vijfhonderd daarvan zijn voor de rechter gekomen. Ander voorbeeld: de bewoners controleren of de antimonopoliewet in elke wijk wel goed wordt nageleefd, zodat de winkeliers niet van het embargo profiteren door hun prijzen te verhogen.’

    De situatie in Kobani illustreert ook de uitdaging waarvoor de coalitie van diverse gemeenschappen zich geplaatst ziet: ze strijden zij aan zij tegen IS, maar zijn het niet per se eens over de rest. Onder het regime van Assad werd onderwijs alleen maar in het Arabisch gegeven. Niet zonder problemen heeft een hervorming van het schoolsysteem de drie officiële talen, Syrisch, Arabisch en Koerdisch, als gelijkwaardig aangemerkt, vertelt Dildar Kobani, lid van de directie Onderwijs van het kanton. ‘Sommigen beschuldigen ons van “koerdisering”. Dat is absurd. De helft van onze twintigduizend docenten is Arabisch. In Kobani is het grootste deel van het bestuur Koerdisch, net als de bevolking. Maar in Tal Abyad, een gemengde regio, is het bestuur half Koerdisch, half Arabisch.’

    Volledig gesluierde vrouwen doen hun boodschappen naast vrouwen met een onbedekt hoofd

    Onze voorlaatste tussenstop is Manbij, een stad die in augustus 2016 van het juk van IS is bevrijd door de SDF, na een heftige strijd waaraan ook Turkse troepen en het Vrije Syrische Leger deelnamen. In de soek valt meteen de culturele diversiteit op. Volledig gesluierde vrouwen doen hun boodschappen naast vrouwen met een onbedekt hoofd. Arabieren verkopen fruit naast Koerdische slagers en bakkers. Ahmed, een Turkmeen, bereidt pizza’s en verwerpt het idee van een Turkse interventie. ‘We leven hier samen, als broeders. De relatie tussen de Turkmeense, Koerdische, Arabische en Tsjetsjeense gemeenschappen is heel goed. Er zijn zelfs gemengde huwelijken. Wat zou Turkije hier dan te zoeken hebben?’

    Abeer al-Aboud, die een sluier draagt, behoort tot de grote Arabische stam Beni Sultan. Haar naam wordt genoemd voor een plek in de burgerregering van Manbij, en ook zij maakt zich kwaad over de bedoelingen die aan Turkije worden toegeschreven: ‘Wij verzetten ons fel tegen de Turkse beschuldigingen dat de Koerden de Arabische, Turkmeense, Tsjetsjeense of Tsjerkessische burgers zouden overheersen. De vijf gemeenschappen zijn vertegenwoordigd in de grote raad, en in alle andere zijn de Arabieren in de meerderheid. Turkije probeert onze reputatie te besmeuren. Als het onder dat voorwendsel tegen de Koerden wil strijden, zullen wij, de Arabieren, achter de Koerden staan om ons mozaïek van volkeren te verdedigen.’

    Niet ver van de markt komen we Ali Hatem tegen, een Arabier die zijn hele leven in de bouw heeft gewerkt. Nu verkoopt hij sigaretten, waarop onder IS de doodstraf stond. ‘Toen het Vrije Syrische Leger en het al-Nusrafront hier kwamen, werd de situatie heel slecht. Ze bemoeiden zich overal mee. Bovendien bestalen ze ons en vochten ze met elkaar. Onder IS was het nog erger. Je was bang om te praten, je dacht dat de muren oren hadden. Als we nu een probleem hebben, hebben we een deelraad.’

    De lokale autoriteiten doen er alles 
aan nieuwe haatuitbarstingen te voorkomen. Abeer Mahmoud, lid van de Raad voor Verzoening en Integratie, heeft al drie jaar niets van haar man gehoord, die door IS werd gearresteerd. Toch dringt ze aan op verzoeningsmaatregelen. ‘Toen Manbij werd bevrijd, zijn veel mensen naar de SDF gelopen om collaborateurs aan te geven. Die werden door de militaire raad gearresteerd om te voorkomen dat er wraak werd genomen zonder proces. Na onze verzoeningsinspanningen zijn 250 mannen die geen bloed aan hun handen hadden bevrijd. De doodstraf bestaat hier niet.’ Jihadisten die verdacht worden van halsmisdrijven of daarvoor zijn veroordeeld, worden vastgehouden in gevangenissen die naar men zegt de Conventie van Genève respecteren, die is ondertekend door de YPG.

    Ain Issa

    Op de weg naar Raqqa stoppen we in Ain Issa, het militaire hoofdkwartier van de SDF. Een dienstplichtige is bezig ‘Syrische Democratische Strijdkrachten’ op een muur te schilderen, in het Arabisch, Koerdisch en Syrisch. De autonome regering legt een militaire dienstplicht van negen maanden op. Maar de overgrote meerderheid van 
de soldaten aan het front zijn vrijwilligers, onder wie enkele buitenlanders; een van hen was Robert Grodt, vroeger actief in Occupy Wall Street, die op 6 juli werd gedood toen de YPG de buitenwijken van Raqqa binnenviel. Konvooien lichte Amerikaanse pantservoertuigen rijden over de 
weggetjes van de sector. Na twee uur rijden, door een landschap dat bezaaid is met verwoeste gebouwen en verbrande voertuigen, doemt de stad op. De scherpschutters en de jihadistische aanslagen remmen de opmars van de SDF. Aan het begin van de stad biedt een eerstehulppost de mogelijkheid om lichtgewonden te behandelen. 
Een stukje verder, in een ander pand, maakt een groep jonge vrouwelijke dienstplichtigen met een yezidische achtergrond zich op om naar het front te vertrekken. Een van hen zegt dat ze alle vrouwen wil wreken die slachtoffer zijn geworden van IS. ‘Het kan me weinig schelen of de gevangen gehouden vrouwen yezidisch, Arabisch of Turkmeens zijn, we zijn gekomen om ze te bevrijden. Daarna gaan we weer naar huis, we zijn geen bezetters.’

    Vanaf het terras van het gebouw waar de strijders op verhaal kunnen komen is het uitzicht op deze agglomeratie, die vroeger tweehonderdduizend inwoners telde, indrukwekkend. De straten tussen de verwoeste en nog overeind staande gebouwen zijn uitgestorven. Alle bewoners van de wijk zijn geëvacueerd; af en toe hoor je schieten of 
een explosie. Op een lagere verdieping doen strijders zich tegoed aan een grote schaal rijst, groenten en kip. De insignes op hun uniform zijn verschillend.

    Sommige zijn Arabisch, andere Koerdisch of yezidisch, maar allemaal luisteren ze aandachtig naar een gesprek over de radiotelefoon tussen een lid van de groep en iemand van het hoofdkwartier van de SDF, die hem instructies geeft. IS blijft zich verzetten, en hoewel men voorspelt dat hun ondergang onafwendbaar is, zal er nog heel wat strijd moeten worden geleverd voordat Rojava of de Democratische Federatie van Noord-Syrië met naam en toenaam op de kaart prijken.

    Auteur: Mireille Court

    Le Monde Diplomatique
    Frankrijk | maandblad | oplage 300.000

    ‘Le Diplo’ heeft een linkse blik op de internationale politiek en cultuur. Kritisch op de wereldwijde effecten van het neoliberalisme. Met tien buitenlandse edities komt het lezersaantal op 1 miljoen.

  • Vrouwen, ontsluiert u in het Westen

    Vrouwen, ontsluiert u in het Westen

    De schrijver van dit artikel betoogt, heel voorzichtig, dat moslima’s die in het Westen wonen zich moeten aanpassen aan de wetten van de landen die hun een thuis bieden, om vrij te kunnen zijn.

    Moge God me bewaren! Nooit zou ik zoiets durven zeggen. Want ik zou gestenigd worden. En toch moet het gezegd worden. Alleen een religieus man kan dat doen, iemand die de religieuze teksten goed kent en de subtiliteiten daarvan begrijpt. Zo’n man bestaat. Het is (de Saoediër) Mohammed Al-Issa, secretaris-generaal van de wereldwijde Islamitische Liga (een Saoedische organisatie voor de verbreiding van de islam over de hele wereld. Mohammed Al-Issa is in Saoedi-Arabië minister van Justitie geweest). Hij heeft zich over de vraag gebogen of moslimvrouwen in het Westen een sluier moeten dragen en tijdens een conferentie in Wenen heeft hij tegenover een gehoor van gesluierde vrouwen zijn mening gegeven op basis van de sharia: ‘Wanneer een land democratisch besluit om de sluier niet toe te staan, moet je dat accepteren. Als je in dat land wilt blijven, moet je de sluier afdoen. Ben je daar niet toe bereid, dan moet je vertrekken.’

    Er zijn dus maar twee mogelijkheden: de sluier afleggen of vertrekken. Maar laten we eens wat nauwkeuriger kijken wat hierover precies is gezegd in de islamitische godsdienst. De islam predikt het respecteren van contractuele verplichtingen. Die hebben de waarde van een wet. En de wet bestaat uit veel contractuele verplichtingen, onder andere voor de manier waarop welke immigrant in welk land ook moet verblijven.

    Vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken

    Zo kan een land het verplicht stellen om de sluier te dragen en de winkels te sluiten op het uur van het gebed opdat iedereen naar de moskee gaat om te bidden; het kan alcohol verbieden evenals het uitoefenen van elke andere religie dan de islam, en dan kan het iedereen die zich daar niet aan houdt straf opleggen. Net zoals wij aan buitenlanders in ons land vragen om die regels te respecteren, moeten wij ons ook voegen naar de wetten die bij anderen gelden, ook als die tegen ons geloof ingaan. Anders kun je daar maar beter niet naartoe gaan. Wat een narigheid voor de gesluierde vrouwen in de westerse landen! Te midden van een veelkleurige wereld die de natuurlijke schoonheid eert, lijken zij vlekken van treurnis, buitenstaanders.

    Om de woedende reacties die ik nu misschien losmaak te pareren, wil ik duidelijk maken dat het me hier niet gaat om een oproep tot de bevrijding van de vrouwen. Dat is niet mijn onderwerp; dat is de zaak van de vrouwen zelf. Wij, de mannen, hebben niet langer het recht om te oordelen over hun zedelijkheid en hun gedrag. Want vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken.

    Waar ik het hier over hebben wil, is iets anders. Om mijn idee beter te illustreren, vraag ik u: wat zou er gebeuren 
als een westerse vrouw met ontbloot hoofd door de straten van Riyad zou lopen, in een strakke rode broek en een blouse die een deel van haar lichaam bloot liet? Dat zou onvermijdelijk een golf van protest en veroordelingen oproepen. De sociale media zouden overspoeld worden met boze reacties en met een beetje geluk zou dit een paar dagen lang trending zijn op Twitter.
    Dus evengoed als wij zelf niet blij zijn wanneer dat in ons land gebeurt, moeten we de wetten en regels bij de anderen accepteren. Dat is alleen maar gerechtigheid.

    Ons probleem zit hem in de manier waarop wij de rol van de wet zien. 
Voor ons dient de wet om een bepaald gezichtspunt vast te leggen van waaruit het leven van de mensen wordt geregeld. Zo handhaven we onze verbondenheid met al onze tradities en gewoonten, hoe extreem die in de ogen van anderen ook mogen lijken.
    Wanneer we in landen zijn die op cultureel, wettelijk en religieus gebied radicaal verschillen van het onze, zien wij het als een erezaak om ons te vertonen als een karikatuur van onszelf. En we zijn trots op ons vermogen onze gewoonten te verdedigen in zo’n andere omgeving. Daarbij vergeten we gemakshalve dat we dat alleen kunnen doen omdat die landen veel vrijheid toestaan aan alle buitenlanders.

    Twee volledig gesluierde islamitische vrouwen winkelen in Oxford street, Londen. – © Peter Hilz / HH
    Twee volledig gesluierde islamitische vrouwen winkelen in Oxford street, Londen. – © Peter Hilz / HH

    Vroeger verboden veel van onze geleerden ons categorisch om naar het Westen te reizen, tenzij het echt niet anders kon, bijvoorbeeld voor een medische behandeling. Na die periode hebben 
we hartstochtelijke discussies gevoerd over de verschillende varianten van de sluier, waarbij elke stroming de ene of de andere variant tot zijn banier verhief. Vandaar dat de kwestie van de hidjab (sluier die de haren bedekt) of de nikab (gezichtsbedekkende sluier) van het grootste belang is geworden om een identiteit te bepalen, een identiteit 
die je koppig, onwankelbaar dient te verdedigen, zelfs in landen waar dat associaties oproept met terrorisme en wordt gezien als een symbool van de onderwerping van de vrouw aan het mannelijke gezag.

    Dat is het resultaat van onze overdrijvingen op dat gebied. Iedereen weet nog hoe de taliban Afghaanse vrouwen behandelden, die met de dood bedreigd werden als ze geen sluier wilden dragen. Ook kreeg de rest van de wereld het idee dat vrouwen die een sluier dragen, deze willen gebruiken om een terroristische aanslag te plegen. Deze negatieve reactie is niet alleen in het Westen merkbaar, maar ook bij bepaalde moslims. Denk bijvoorbeeld aan Rula Ghani, de vrouw van de Afghaanse president Ashraf Ghani, die het Franse verbod op de gezichtsbedekkende sluier steunde. (Al is het waar dat zij een Libanese christelijke vrouw is.)

    Nu moeten we met grotere openheid tegenover de verschillende standpunten en vanuit een rationalistische benadering gaan werken aan een nieuwe, bij deze tijd passende, interpretatie van de teksten over de sluier; daarbij gaat het erom de waardigheid van de islamitische vrouw te bewaken en haar tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden geaccepteerd te worden in andere samenlevingen en daar in vrijheid en op gelijke voet met de mannen te werken.

    Gebeurt dat niet, dan zal de vrouw geen andere keus hebben dan de sluier definitief af te doen dan wel zich in zichzelf terug te trekken en erin te berusten dat haar leven beperkt blijft tot een heel nauw kader. Ik hoop dat dit zonder spanningen kan verlopen.

    Auteur: Mohammed Al Moziani
    Vertaler: Annemie de Vries

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • De taliban zijn terug,
 radicaler dan ooit

    De taliban zijn terug,
 radicaler dan ooit

    Vijftien jaar na de Amerikaanse inval in Afghanistan zijn de taliban weer aan de macht. Dat moet niet worden gezien als bewijs van een inherente vorm van Afghaanse wreedheid, schrijft de Indiase marxist Vijay Prashad. ‘Dit vertoont de vingerafdrukken van het Westen en de Saoedi’s.’

    Het is nu vijftien jaar geleden dat het Amerikaanse leger de aanval inzette op Afghanistan. Deze aanval was het openingssalvo van de wereldwijde strijd tegen terrorisme. De Amerikanen wisten met massale bombardementen de taliban en Al-Qaida te verjagen naar de bergen of naar de buurlanden – waaronder Pakistan. Een van de mensen die het strijdtoneel ontvluchtten was Osama bin Laden, die pas werd gedood in 2011 – tien jaar later. Wat Amerika met deze oorlog beoogde was eenvoudig: voorkomen dat Afghanistan Al-Qaida een veilig toevluchtsoord zou bieden, en de taliban verjagen zodat Afghanistan een democratie zou worden. Er werd ook gerept van meer vrijheid voor vrouwen en scholing voor de Afghaanse bevolking.

    Anderhalf decennium later is de taliban weer aan de macht. De beweging maakt de dienst uit in grote delen van het platteland, en dreigt ook weer de overhand te krijgen in belangrijke stedelijke gebieden. Kunduz, in het noorden, is afwisselend in handen van de taliban en van het Afghaanse Nationale Leger. In de provincie Helmand, in het zuiden, waar de Amerikaanse troepenmacht is gestationeerd, dreigt de taliban de hoofdstad Lashkar Gah in te nemen. De taliban heeft al zes van de veertien districten van Helmand in handen. Met andere woorden: een groot deel van zuidelijk Afghanistan zit in de tang van de taliban.

    Niet een van de Amerikaanse oorlogsdoelen is bereikt

    Niet alleen is de taliban terug in grote delen van Afghanistan, inmiddels hebben nóg radicalere groeperingen bovendien IS-Khorasan geformeerd. Vlak bij de Pakistaans-Afghaanse grens – in Nangarhar – kan IS vrijwel straffeloos zijn gang gaan. Op 4 oktober 2016 kwam een Amerikaanse soldaat om het leven, die te voet op patrouille was, door een bom van IS. Hij was de derde Amerikaanse soldaat die in 2016 om het leven kwam. Aanvankelijk werkte IS samen met groeperingen van de taliban, maar later werden de banden verbroken. Het is een van de vele plekken in het grensgebied van Pakistan en Afghanistan waar de zwarte vlag wappert. Mijn vriend en collega, wijlen Saleem Shahzad, schreef dat al in 2008 ‘de ideologie van Al-Qaida zich zo diep had genesteld in de hoofden van de bewoners van de bergstreken, dat hun strategie zo duidelijk in alle bergen en alle rotsen en alle stenen van het gebied was geëtst, dat de aanvoerders van de strijders zich niet al te veel zorgen maakten over de krachtmeting met de sterkste legers ter wereld’. Het doet er weinig toe of de plaatselijke groepering is gelinkt aan Al-Qaida, aan het Haqqani-netwerk of aan Islamitische Staat – ze hebben allemaal hetzelfde streven.

    Niet een van de Amerikaanse oorlogsdoelen is bereikt: Afghanistan is nog altijd een toevluchtsoord voor strijders en democratie lijkt een onhaalbaar ideaal in deze situatie. In Kaboel zijn zonder meer successen geboekt – de stad is gegroeid en de bevolking heeft toegang tot bepaalde diensten. Hier maakt Ashraf Ghani de dienst uit, de voormalig topman van de Wereldbank – hij bestudeert statistieken om een beleid te ontwikkelen dat niet verder rijkt dan de buitenwijken van de hoofdstad. Ghani weet dat veiligheid van het allergrootste belang is. Vlak nadat Ghani in 2014 aan de macht kwam zocht hij toenadering tot Pakistan – dat nog altijd steun biedt aan de taliban, zowel op militair terrein als op het gebied van de inlichtingendiensten. Hij wilde dat Pakistan een vredesovereenkomst zou sluiten met de taliban en andere militante groeperingen. De Afghaanse Quadrilaterale Coördinatie Groep – QCQ – die dit jaar in het leven is geroepen, bestaande uit Afghanistan, China, Pakistan en de Verenigde Staten, is bedoeld om druk uit te oefenen op de strijders teneinde hen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Tot nog toe is daar weinig van gekomen. Ghani lijkt niet langer goede banden te onderhouden met Pakistan. Zijn troepen doen hun uiterste best maar ze spelen weinig meer klaar dan het eigen grondgebied behouden, of grondgebied terugveroveren dat de taliban had ingenomen. Niets wijst erop dat ze aan de winnende hand zouden zijn.

    Een Afghaanse soldaat houdt de wacht bij het vliegveld van Kunduz, dat vorig jaar werd belegerd door de taliban. – © Omar Sobhani / Reuters
    Een Afghaanse soldaat houdt de wacht bij het vliegveld van Kunduz, dat vorig jaar werd belegerd door de taliban. – © Omar Sobhani / Reuters

    Amerika mag dan zijn grondtroepen hebben teruggetrokken, het blijft de taliban en andere militante groeperingen bestoken vanuit de lucht. Bij deze aanvallen – voornamelijk met drones – worden weliswaar leiders gedood, maar ze brengen de taliban geen echte schade toe. Toen de taliban in 2015 erkende dat hun leider – moellah Omar – twee jaar eerder was omgekomen, werd er meteen bij gezegd dat moellah Akhtar Mansour de nieuwe leider was. Op 21 mei 2016 werd Akhtar Mansour gedood door een Amerikaanse droneaanval in de Pakistaanse provincie Beloetsjistan. Zijn dood leek de taliban nauwelijks te deren. Hij werd vrijwel ogenblikkelijk vervangen door de islamitische geleerde moellah Haibatullah Akhundzada. Akhundzada’s naaste medewerkers zijn de zoon van moellah Omar, moellah Yaqoob, en Sirajuddin Haqqani, die aan het hoofd staat van het Haqqani-netwerk. Deze taliban kan niet op de knieën worden gedwongen door de leiders uit te schakelen.

    Vredesbesprekingen met de taliban zitten er niet in. Militaire overwinningen in het hele land sterken hen in het idee dat ze nog veel grotere delen van het land kunnen innemen voordat ze aanschuiven bij de onderhandelingen. Ondertussen heeft president Ashraf Ghani een deal gesloten met een van de meest weerzinwekkende moedjahedienleiders – Gulbuddin Hekmatyar, die aan het hoofd staat van Hezb-e-Islami. Vele jaren geleden vertelde de Afghaanse communistenleider Anahita Ratebzad me dat Hekmatyar de gevaarlijkste is van alle moedjahedienleiders. Hij had naam gemaakt door zuur in het gezicht te gooien van studentes aan de universiteit van Kaboel. De Amerikanen roemden hem tijdens de jihad tegen de communistische regering, noemden hem een ‘strijder voor de vrijheid’. Het was destijds een stuitend schouwspel, en nu is het een bewijs van het totale mislukken van het Amerikaanse project en van Ghani’s op statistieken gebaseerde ‘good governance’. Hekmatyar is Pakistans handlanger in Kaboel.

    Linkse krachten

    Amerika heeft dit jaar alleen al zevenhonderd luchtaanvallen uitgevoerd – allemaal ter ondersteuning van het Afghaanse leger. Amerika heeft bijna driehonderd droneaanvallen uitgevoerd in Pakistan, gericht tegen de top van de taliban en Al-Qaida. De aanval waarbij moellah Mansour om het leven kwam was in Beloetsjistan, buiten de aanvalszone die in 2010 is overeengekomen tussen Amerika en Pakistan. Dit is niet de enige indicatie dat de betrekkingen tussen Amerika en Pakistan onder druk staan. Amerika heeft Pakistan onomwonden laten weten dat men niet moet rekenen op F-16’s of militaire steun zonder dat aan strikte voorwaarden is voldaan. In de National Defense Authorization Act van 2016 staat letterlijk dat Pakistan de taliban in Noord-Waziristan moet blijven bestoken, het Haqqani-netwerk moet ondermijnen en moet voorkomen dat Pakistaanse militanten Afghanistan binnendringen.

    Het is ijdele hoop dat een overeenkomst tussen Afghanistan en Pakistan afdoende is om dit probleem op te lossen. Tientallen jaren geleden heeft het Westen de handen ineengeslagen met mensen als Hekmatyar, teneinde de linkse groeperingen in Afghanistan te dwarsbomen. Vandaag de dag is er weinig meer over van die linkse groeperingen. Ze zijn van de kaart geveegd – verbannen of vermoord – en de herinnering eraan is volledig weggevaagd. De middelen waarover Afghanistan beschikt om een einde te maken aan de nachtmerrie van de laatste jaren zijn ernstig verminderd door een totale afwezigheid van linkse krachten. De sociale krachten die zijn losgemaakt door het Westen, Saoedi-Arabië en Pakistan hebben de Afghaanse samenleving verscheurd. Deze sociale omwenteling – met de moedjahedien als culminatie van het Afghaanse patriottisme – heeft niet alleen ongekende investeringen geëist, maar ook veel tijd. Momenteel is er geen beweging die tegengas kan geven. Er gloort misschien een heel kleine kans op vrede in Afghanistan, maar denk vooral niet dat er op lange termijn sprake kan zijn van stabiliteit en vooruitgang. Toen Links aan het bewind was, werd zeventig procent van de banen in het onderwijs vervuld door vrouwen, en bestond het ambtenarenapparaat voor vijftig procent uit vrouwen. Veel mensen zullen ervan opkijken dat destijds veertig procent van de artsen in Afghanistan vrouw was. Het Westen heeft deze positieve ontwikkeling eigenhandig gedwarsboomd. Dat het Westen Afghanistan heeft teruggezet in de tijd, onder het mom van vrouwenrechten, is ronduit stuitend. Dat Hekmatyar weer in Kaboel zit en dat de taliban overal in het land weer in opkomst is, moet niet worden gezien als bewijs van een of andere inherente vorm van Afghaanse wreedheid. De sociale morbiditeit van de Afghaanse samenleving vertoont de vingerafdrukken van het Westen en de Saoedi’s. Dat er geen eenvoudige oplossingen zijn is niet de schuld van Afghanistan. Iemand als Anahita Ratebzad, de Afghaanse communiste, had een visioen van hoe de samenleving eruit zou kunnen zien. Als zij nog had geleefd, zou ze opnieuw hebben gehuild van woede om haar land – na vijftien jaar van een wereldwijde strijd tegen het terrorisme.

    Auteur: Vijay Prashad
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Vijay Prashad is hoogleraar International Studies aan Trinity College in Hartford, Connecticut. Hij schreef achttien boeken, waaronder Arab Spring, Libyan Winter, The Poorer Nations: A Possible History of the Global South en The Death of a Nation and the Future of the Arab Revolution. Hij schrijft iedere woensdag een column op AlterNet.

    Alternet
    VS | www.alternet.org

    Voormalig Mother Jones- redacteur Don Hazen biedt alternatieve journalistiek. 
1,5 miljoen bezoekers klikken op artikelen en reprints.