Tag: energie

  • De energiecrisis: ‘Net als tijdens covid-19 is het ieder land voor zich’

    De energiecrisis: ‘Net als tijdens covid-19 is het ieder land voor zich’

    Sinds de Straat van Hormuz wordt geblokkeerd, loopt de wereldmarkt dagelijks zo’n 14 miljoen vaten olie mis. Over de hele wereld zoeken landen naar manieren om de klap op te vangen.

    Welke landen zijn het kwetsbaarst?

    In april werd het dagelijkse tekort van ongeveer 14,4 miljoen vaten ruwe olie nog gedeeltelijk opgevangen door strategische voorraden en tijdelijke noodmaatregelen. Volgens Financial Times wordt dat nu steeds moeilijker.

    Toch slagen China, Japan, Europa en de Verenigde Staten er voorlopig nog in hun energievoorziening veilig te stellen door simpelweg meer te betalen, aldus The New York Times. Sommige andere landen beperken hun export om de eigen reserves te beschermen. Ondertussen dreigen volgens de krant juist armere landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika met tekorten te worden geconfronteerd.

    ‘Landen beseffen niet dat ze allemaal in hetzelfde schuitje zitten’

    The Guardian besteedt in het bijzonder aandacht aan de eilandstaten in Oceanië. Die regio bevond zich al in een benarde situatie vanwege de stijgende zeespiegel en toenemende natuurrampen, maar met de brandstofcrisis krijgen ze opnieuw zware klappen te verduren. De tekorten zijn nu al merkbaar in de prijs van cassave, de kosten van schoolvervoer en de bedrijfsresultaten.

    Ook tijdens eerdere crises trokken armere regio’s aan het kortste eind. ‘Een vergelijkbaar scenario speelde zich af tijdens de covid-19-pandemie’, schrijft The New York Times. Beschermingsmiddelen en vaccins werden toen opgekocht door rijke landen. ‘We hebben opnieuw te maken met een grote schok die niemand zag aankomen, en het is ieder voor zich,’ zegt econoom Eswar Prasad van Cornell University tegen de Amerikaanse krant. ‘Landen beseffen niet dat ze allemaal in hetzelfde schuitje zitten en dit probleem samen moeten proberen op te lossen.’

    Hoe proberen landen het tekort op te vangen?

    Pakistan geldt als een van de landen die het meest afhankelijk zijn van de Straat van Hormuz. Volgens Al Jazeera verloopt ongeveer 80 procent van de olie-import via de zeestraat en komt vrijwel alle vloeibare aardgas uit Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten.

    Toch blijkt het land verrassend weerbaar. Al Jazeera spreekt van een ‘stille transformatie’. Sinds 2018 zijn miljoenen huishoudens, boeren en bedrijven overgestapt op zonnepanelen. Niet dankzij een groots overheidsplan, maar omdat burgers zelf op zoek gingen naar een betrouwbare energiebron, aldus de Qatarese nieuwszender. De opmars van zonne-energie heeft Pakistan inmiddels meer dan 12 miljard dollar aan energie-import bespaard. Het aandeel zonne-energie steeg van 2,9 procent in 2020 naar 32,3 procent in 2025.

    Ook Australiërs passen hun gedrag massaal aan. Onderzoekers van Monash University in Melbourne ontdekten dat ongeveer 45 procent van de bevolking sinds het begin van de crisis zijn reisgewoonten heeft aangepast. Onderzoeker Lauren Pearson spreekt in The Age van een ‘snelle en ingrijpende verandering’. Vooral stedelingen laten vaker de auto staan en kiezen voor wandelen, fietsen of openbaar vervoer.

    Het Japanse chipsmerk Calbee besloot over te schakelen op kleurloze verpakkingen

    De Russische regeringsgezinde krant Izvestia bericht enthousiast over de Noordelijke Zeeroute door het Noordpoolgebied. Volgens de krant zijn ‘wereldwijde spelers actief op zoek naar alternatieve handelsroutes’. De verbinding tussen Europa en Azië zou ongeveer 40 procent korter zijn dan de traditionele weg via het Suezkanaal. Investeerders uit China, India en de Verenigde Arabische Emiraten zouden volgens het Russische ministerie van Economische Zaken al interesse hebben getoond. Toch erkent Izvestia een belangrijke tekortkoming: vanwege het ijs is de route slechts enkele maanden per jaar volledig bruikbaar.

    Een opvallende oplossing voor het energietekort komt uit Japan. Volgens de krant Yomiuri Shimbun kampt het land met problemen bij de import van nafta uit het Midden-Oosten. Deze grondstof is essentieel voor de productie van kunststoffen, kleding, inkt en talloze andere producten. Het chipsmerk Calbee besloot daarom over te schakelen op kleurloze verpakkingen. Veel kleurpigmenten zijn namelijk gebaseerd op aardolie, in tegenstelling tot zwart en wit. 

    De zakenkrant Nihon Keizai Shimbun gaat nog een stap verder: ‘Het is nu tijd om te overwegen plastic uit te faseren’, schrijft de Japanse zakenkrant. De huidige crisis zou volgens haar een kans kunnen zijn om consumptiepatronen blijvend te veranderen.

    Wat betekent dit op de lange termijn?

    Niet overal wordt de crisis als een bedreiging gezien. In Panama profiteert het Panamakanaal juist van de veranderde handelsstromen. Volgens BBC Mundo is het verkeer door het kanaal sinds het begin van de crisis met bijna 11 procent toegenomen. Vooral transporten van Amerikaanse olie richting Azië maken vaker gebruik van de verbinding tussen de Atlantische en Stille Oceaan. Volgens de financieel directeur van het kanaal zouden de inkomsten daardoor met 10 tot 15 procent kunnen stijgen.

    Wereldwijd is deze crisis een wake-upcall geweest, schrijft Benjamin H. Bradlow in Foreign Affairs. Want zelfs als er morgen een vredesakkoord zou worden getekend, zou het maanden duren om terug te keren naar de situatie van vóór de oorlog. ‘Voor het Midden-Oosten is de oorlog in Iran opnieuw een harde les geweest in hoe verdeeldheid en rivaliteit tot wrede conflicten leiden. Maar voor het grootste deel van de wereld is de oorlog een les geweest in iets anders: de politieke valkuilen van energieafhankelijkheid.’ 

    ‘Het is moeilijk voor te stellen dat de wereldeconomie ooit nog zo afhankelijk zal zijn van die regio’

    Bradlow is er zeker van dat de crisis ervoor zorgt dat veel landen energieonafhankelijker willen worden. ‘Om dat te bereiken, zullen sommige landen meer investeren in fossiele brandstoffen. De Filippijnen hebben de elektriciteitsproductie uit steenkool al opgevoerd en toestemming gegeven voor het gebruik van brandstoffen van mindere kwaliteit met een hogere uitstoot om de bestaande voorraden langer te laten meegaan.’ Andere landen zullen juist investeren in hernieuwbare energie. ‘Vietnam heeft bijvoorbeeld de afgelopen zes jaar meer dan tachtig grote groene projecten goedgekeurd, waaronder offshore windenergie en waterkracht.’

    Ook Obama-adviseur Christopher Smart ziet hoe snel landen alternatieven zoeken én toepassen. ‘Hoewel het moeilijk voor te stellen is dat de zeestraat nooit meer opengaat, is het ook moeilijk voor te stellen dat de wereldeconomie ooit nog voor 20 procent van haar olie- en gasbehoeften afhankelijk zal zijn van die regio’, schrijft hij in The New York Times. Dat veel bedrijven en landen op korte termijn zullen lijden onder de tekorten lijkt onvermijdelijk, maar die pijn zal niet eeuwig duren. ‘Hoe langer de Straat geblokkeerd blijft, hoe minder belangrijk de olie uit de Straat wordt.’

  • De politieke verschuivingen van Europa in 2026

    De politieke verschuivingen van Europa in 2026

    Een oorlog die blijft slepen, een politieke orde die kraakt en een langzaam op gang komende economie. De Russische agressie blijft een test voor veiligheid en energie. Tegelijk verschuiven de fundamenten van de EU door de opmars van radicaal rechts, economische heroriëntatie en het terugkruipen van het VK richting Brussel.

    Rusland: vastgelopen oorlog, groeiende dreiging

    Militair gezien heeft Rusland in Oekraïne minder bereikt dan Vladimir Poetin in 2022 voor ogen had. Na een eerste opmars is er sinds eind 2022 maar weinig extra Oekraïens grondgebied veroverd, tegen de prijs van honderdduizenden gesneuvelde soldaten en een economie die zucht onder oorlogslasten en sancties. Juist omdat een duidelijke overwinning uitblijft, verschuift Poetin zijn strijd naar de rest van Europa. Cyberaanvallen, sabotage en mysterieuze incidenten rond infrastructuur nemen toe. Russische drones dwingen luchthavens in Polen, Duitsland en Denemarken tot tijdelijke sluiting; de Baltische staten oefenen massale evacuaties voor het geval het misgaat. Hoe onveiliger Europeanen zich voelen, hoe groter de kans dat zij hun geld en aandacht verschuiven van steun aan Kyiv naar eigen herbewapening.

    Waar westerse regeringen de oorlog nog altijd als een crisis zien die uiteindelijk ‘opgelost’ moet worden, behandelt Poetin het concept als een permanent kader: een langdurige machtsstrijd met de VS en Europa, bedoeld om het bestaande veiligheidsstelsel te ondermijnen.

    Democratie: AfD en Hongarije als testgevallen

    In Duitsland draait 2026 om de vraag of de radicaal-rechtse AfD het tot nu toe hermetisch gesloten cordon sanitaire – de Brandmauer – weet te doorbreken. De partij werd in 2025 al de op een na grootste van het land en domineert de peilingen in Oost-Duitsland. Als de AfD bij de komende deelstaatverkiezingen een absolute meerderheid behaalt, opent dat voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een reële route naar regeringsmacht voor radicaal rechts. Blijft ze net onder de 50 procent, dan zal ze lokale CDU’ers onder druk zetten om toch samen te werken. Elke barst in de Brandmauer zou een politieke aardbeving veroorzaken – en een signaal afgeven aan gelijkgestemde partijen in Europa.

    Viktor Orbán, architect van de ‘illiberale democratie’, staat in het voorjaar opnieuw voor de kiezer. Na jaren waarin hij de rechtsstaat, de media en de Europese besluitvorming naar zijn hand zette, lijkt zijn machtspositie voor het eerst echt wankel. In de peilingen ligt zijn partij Fidesz achter op Tisza, de beweging rond Péter Magyar – zelf een Fidesz-overloper uit Orbáns inner circle.

    Voor Brussel is de inzet helder: een nederlaag van Orbán zou niet alleen de interne EU-besluitvorming vergemakkelijken, maar ook laten zien dat een uitgeholde democratie via verkiezingen nog kan kantelen. Voor aanhangers van ‘sterke mannen’ wereldwijd, van de MAGA-beweging in de VS tot populisten in
    Oost-Europa, wordt Hongarije daarmee een casestudy.

    Economie: voorzichtige vooruitgang

    Op economisch vlak is het Europese verhaal minder somber dan enkele jaren geleden, maar zeker niet zorgeloos. Het oude model – Amerikaanse veiligheidsgarantie, Chinese vraag, goedkope Russische energie en een soepele wereldhandel – is in rap tempo geërodeerd. Tegelijk vergrijst de bevolking en groeit de politieke druk om migratie juist in te perken.

    De naweeën van corona werken nu eerder mee dan tegen: lonen stijgen al langer sneller dan de inflatie en huishoudens hebben extra spaargeld opgebouwd. Nu de onzekerheid afneemt, zullen consumenten meer uitgeven, terwijl stabiele of dalende rentes bedrijven ruimte geven om te investeren, vooral in grote projecten zoals hernieuwbare energie en netverzwaring.

    Defensie is onverwacht een groeisector geworden. De oorlog in Oekraïne en twijfel aan Amerika’s betrouwbaarheid hebben geleid tot een Europese herbewapeningsgolf: Duitsland versoepelde zijn begrotingsregels, de EU zoekt manieren om Russische tegoeden te benutten en fabrieken schakelen over op militaire productie. De sector kan honderdduizenden banen creëren. Maar die opleving heeft een prijs: begrotingstekorten lopen op, vooral in Frankrijk, en ook Italië en Spanje leunen op herstelfondsen en soepelere regels. Hoelang markten en kiezers dit zullen accepteren is onzeker – vooral nu er ook meer geld nodig is voor klimaat, sociale voorzieningen en migratie.

    Brexit 2.0

    In 2026 is het tien jaar geleden dat de Britten bij referendum voor vertrek uit de EU kozen en wordt bovendien het handels- en samenwerkingsakkoord van Boris Johnson formeel herzien.
    De economische schade van brexit – handelsbarrières, zwakkere groei, minder export – wordt inmiddels breed erkend, en een stabiele meerderheid van de Britten noemt het een vergissing. Maar terugkeren is moeilijk: het VK zou een nieuwe lidmaatschapsaanvraag moeten indienen, zonder te kunnen rekenen op vroegere uitzonderingsbepalingen, de EU is zelf ingrijpend veranderd en niemand in Londen wil dit trauma opnieuw beleven.

    Daarom kiest de regering-Starmer voor stille, technische toenadering: stap voor stap worden non-tarifaire handelsbarrières verminderd via afstemming op EU-regels voor voedsel, energie en milieu, voortbouwend op het door Sunak herziene Noord-Ierland-protocol. Geopolitieke druk – Rusland, Trump, het Midden-Oosten – duwt beide kanten richting nauwere samenwerking, vooral op het gebied van defensie en veiligheid. En omdat de angst voor een domino-effect is verdwenen, staat de EU meer open voor flexibele, Zwitserlandachtige vormen van gedeeltelijke integratie.

    Op termijn kan zo een gelaagd Europa ontstaan, waarin ook het VK opnieuw een plek vindt. Niet als lidstaat, maar als nauwe partner binnen een breder samenwerkingsverband.

    Project Europa staat niet stil

    Wat de ontwikkelingen gemeen hebben, is dat ze Europa dwingen zijn politieke en institutionele vorm te herzien: van veiligheidsarchitectuur tot begrotingsregels, van uitbreidingslogica tot de omgang met ex-leden. Of 2026 een jaar van echte doorbraken wordt, valt nog te bezien. Duidelijk is dat het Europese project niet stilstaat en dat de landen eerder naar elkaar toe dan uit elkaar bewegen.

    De Noordpool als geopolitieke zone

    In 2026 wordt de Noordpool sneller dan ooit onderdeel van de wereldeconomie.
    Waar het gebied lange tijd een afgelegen sneeuwbal was, groeit het nu uit tot een knooppunt van scheepvaart, grondstoffenwinning en geopolitieke concurrentie. De zich steeds verder terugtrekkende ijskap – in september 2025 39 procent kleiner dan in 1980 – maakt het mogelijk om langer en verder te varen in Arctische wateren. Tankers, vrachtschepen, onderzoeksvaartuigen en zelfs cruiseschepen zullen in het voorjaar van 2026 in grotere aantallen verschijnen zodra het ijs breekt.
    Maar minder ijs betekent niet per se minder risico: drijvend ijs is onvoorspelbaar, kustlijnen lijden onder stormen en stijgende zeeën, en smeltende permafrost ondermijnt gebouwen en pijpleidingen. De Arctische economie is dan ook extreem afhankelijk van prijzen, verzekeringen en van de politiek.
    Een beëindiging van de oorlog in Oekraïne zou Russische Arctische projecten opnieuw openstellen voor westers kapitaal. Maar zolang er sancties gelden, zal Rusland zich blijven richten op China, dat nu al de grootste afnemer is van Arctische olie, gas en mineralen. De VS trekken intussen hun eigen plan: de regering-Trump wil Alaska’s olie-export verdubbelen, al zijn de kosten van nieuwe pijpleidingen astronomisch.
    Op zee wordt de Northern Sea Route (NSR) – langs de Russische kust – het belangrijkste experiment van 2026. Door de onveiligheid in de Rode Zee is de belangstelling voor deze kortere route groter geworden, al blijft hij seizoensgebonden en politiek gevoelig. Een Chinese containerdienst voer in 2025 voor het eerst rechtstreeks via de NSR naar Groot-Brittannië; Zuid-Korea test de route in 2026.
    Ook strategische grondstoffen spelen een grotere rol. China’s exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen vergroten de waarde van Arctische voorraden, wat weer de Amerikaanse interesse in Groenland verklaart. Ondertussen breidt Alaska de haven van Nome uit tot de eerste diepwaterhaven dicht bij de Beringstraat: een infrastructuurverschuiving die de regio definitief in de mondiale economie trekt.

  • De redding van Taiwans energietransitie zou in het diepste van de aarde kunnen liggen

    De redding van Taiwans energietransitie zou in het diepste van de aarde kunnen liggen

    Taiwan heeft een groot energieprobleem. Nadat het land besloot kernenergie af te bouwen, bleken de beloofde alternatieven minder effectief dan gedacht. In een zoektocht naar een stabiele, schone en lokale energiebron, richt Taiwan nu zijn blik op geothermische energie.

    Aan het begin van de nucleaire afbouw in 2016 beloofde de Taiwanese Democratische Progressieve Partij (DPP) – opgericht in 1986 als uitvloeisel van een prodemocratische beweging en inmiddels aan de macht – dat offshore windenergie en zonnepanelen het wegvallende kernvermogen zouden opvangen. De bouw ervan bleek echter moeilijker dan de leiders hadden gedacht, en de weersafhankelijke aard van hernieuwbare energiebronnen betekende dat voor de vervanging van de consistente output van reactoren meer fossiele brandstoffen moesten worden gebruikt. Volgens het openbare nutsbedrijf Taipower hadden kolen en gas vorig jaar een aandeel van bijna 80 procent in de Taiwanese elektriciteitsvoorziening. 

    Dus gaven de leiders geothermische energie weer een kans. In 2021 blies de ontwikkelaar Fabulous Power de oorspronkelijke locatie van de eerste Taiwanese geothermische centrale, uit de jaren tachtig, nieuw leven in. De energie zou worden verkocht aan Taipower. De ontwikkelaar kon de centrale binnen een jaar weer in bedrijf nemen, maar het duurde vier jaar voordat de overheid de exploitatievergunningen rond had, aldus Ricky Huang, een van de voorvechters van geothermische technologie in Taiwan en medeoprichter van de non-profitorganisatie Climate Era Catalyst.

    Inheems grondgebied

    Bureaucratie was zeker niet het enige probleem. Uit onderzoek bleek dat maar liefst negentig procent van de ondergrondse warmwaterreservoirs – de conventionele bron van geothermische energie – zich op inheems grondgebied bevonden. 

    De Austronesische inheemse bevolking van Taiwan had de zwaarste lasten moeten dragen van de andere energieontwikkelingen op het eiland. En in de jaren tachtig opende de overheid in het geheim een stortplaats voor laagradioactief kernafval op Lanyu Island, het tropische thuisland van de Tao, een van de zestien inheemse stammen van Taiwan. Tegenwoordig zorgt de nucleaire opslagplaats op Lanyu voor zeer goed betaalde banen in wat verder voornamelijk een toeristische economie is. Vandaar dat de inheemse weerstand tegen zonne-energie groter is: een aanzienlijk deel van de zonnepanelen is geplaatst op inheems land, aldus Fran Minchen, een lid van de Paiwangroep uit het zuiden van Taiwan. ‘Als inheemse mensen zonnepanelen zien, denken ze dat de overheid hier komt om hun land af te pakken,’ zegt ze. ‘Hetzelfde geldt voor geothermische energie.’

    Hoewel Helling, de Zweedse CEO, weigerde de exacte locatie van de Baseload Capitals-fabriek in Taiwan bekend te maken, vertelde hij wel dat die zich buiten een inheems reservaat bevindt. In de reservaten genieten stammen een zekere mate van autonomie.

    Minchen, die als diplomaat in Nieuw-Zeeland werkte, denkt dat de geothermische industrie van dat land als voorbeeld kan dienen voor Taiwan. Geothermische energie genereert meer dan een vijfde van de elektriciteit van Nieuw-Zeeland en is de op een na grootste energiebron van het land. In Nieuw-Zeeland bevinden veel van de beste geothermische bronnen zich op Maori-land, maar de industrie heeft de Maori’s bij de deals betrokken; een geothermisch project dat eigendom was van de landtrust van de Maori’s was een van de eerste grote exploitanten in Nieuw-Zeeland. De vrijhandelsovereenkomst tussen Nieuw-Zeeland en Taiwan is uniek: het is de enige ter wereld met een hoofdstuk gewijd aan samenwerking met inheemse bevolkingsgroepen.

    ‘Als ik denk aan potentiële exportmarkten voor geothermische energie, staat Taiwan wel bovenaan de lijst’

    Eerlijkere, weloverwogenere afspraken met de inheemse bevolking van Taiwan zijn niet de enige oplossing voor het opschalen van geothermische energie op het eiland. De totale hoeveelheid energie die kan worden opgewekt uit conventionele geothermische bronnen op of nabij inheems land is om en nabij 989 megawatt – iets minder dan 2 procent van de totale elektriciteitsbehoefte van Taiwan. 

    Momenteel gebruikt Taiwan minder dan 8 megawatt van die potentiële geothermische energie. Maar de regering streeft naar 20 megawatt aan het eind van dit jaar, naar liefst 1 gigawatt (1000 megawatt) in 2027, met een gestage groei naar 6 gigawatt in 2050. Meer dan 1 gigawatt met gebruik van de conventionele geothermische technologie is ‘simpelweg onmogelijk’ volgens Huang, de eerder genoemde voorvechter van geothermische energie. Dat is goed nieuws voor Amerikaanse start-ups als Fervo Energy en Sage Geosystems, die pionieren met frackingtechnologieën om dieper te boren. Conventionele geothermische bedrijven halen energie uit ondiepe reservoirs met ondergronds water dat wordt verwarmd door de magmakern van de planeet. Met frackingtechnologie kunnen bedrijven door de aardkorst heen breken om warmte te winnen uit de gloeiende diepten van de planeet.

    Het gebruik van frackingtechnologie voor geothermische energie biedt Taiwan in principe twee voordelen: versterking van de voorraad schone, betrouwbare en veilige energie op het eiland, en evenwicht in de handel met de Verenigde Staten tijdens Trumps tarievenoorlog. ‘Als ik denk aan potentiële exportmarkten voor geothermische energie, staat Taiwan wel bovenaan de lijst,’ zegt Wilson Ricks, onderzoeker aan Princeton University. ‘Volgens mij is er geen plek op aarde waar de behoefte eraan groter is.’ 

    Eerste stap

    Terwijl Taiwan zich momenteel richt op uitbouw van conventionele geothermische bronnen, zou het minstens 32 keer zoveel energie kunnen opwekken met toekomstige frackingtechnologieën, zo blijkt uit een recente studie van wetenschappers aan het Taiwanese Industrial Technology Research Institute. 

    Afgelopen oktober zijn het staatsbedrijf voor aardolie CPC Taiwan en het onderzoeksinstituut Academia Sinica begonnen met een proefboring aan de noordoostkust van het eiland. Om de industrie op te schalen moet Taiwan volgens Huang echter rigoureuzer geologisch onderzoek uitvoeren, teneinde de beste boorlocaties vast te stellen en vergunningen gemakkelijker verkrijgbaar te maken. Als eerste stap werkt Huang samen met parlementariërs aan een wetsvoorstel dat de beperkingen op geothermisch boren in nationale parken opheft, zodat er meer land beschikbaar komt voor ontwikkelaars buiten de inheemse reservaten. Die wetgeving zou ook de regels voor het aanvragen van vergunningen stroomlijnen. 

    De gespannen relatie met China vormt een onderliggende factor in vrijwel alle energiekeuzes die Taiwan maakt. Nu het eiland zijn kerncentrales sluit en steeds afhankelijker wordt van ingevoerd vloeibaar aardgas, groeit de kwetsbaarheid voor economische of militaire druk vanuit Beijing – bijvoorbeeld via blokkades of handelsdwang. Deze afhankelijkheid maakt de zoektocht naar binnenlandse, stabiele energiebronnen extra urgent. 

    Geothermie wordt in niet alleen gezien als een schone oplossing, maar ook als een geopolitieke noodzaak

    Geothermie wordt in dat licht niet alleen gezien als een schone oplossing, maar ook als een geopolitieke noodzaak. Tegelijkertijd versterkt de energieonzekerheid de betekenis van het zogeheten siliciumschild: de cruciale rol van Taiwan in de wereldwijde chipproductie zou China moeten weerhouden van militaire stappen. Maar zolang het eiland zijn energievoorziening niet op eigen kracht kan garanderen, blijft dat schild fragiel. Daarmee is de energietransitie in Taiwan nauw verweven met de vraag naar veiligheid, zelfbeschikking en strategische autonomie.

    Maar geothermische energie kan haar glans verliezen zodra het boren begint. Frackingtechnologie veroorzaakt mogelijk aardbevingen, van oudsher een probleem in Taiwan. In 2017 veroorzaakte seismische activiteit van een geothermisch project in Zuid-Korea een zware aardbeving die de geothermische industrie van het land jaren terugwierp.

    Toch maakt Huang zich geen zorgen. ‘We zijn gewend aan aardbevingen. Een grap luidt dat als iemand in een kamer waar ineens een aardbeving is stil blijft zitten, diegene waarschijnlijk Taiwanees is.’ 

    Aardbevingsgevaar of niet, geothermie geniet zeldzaam brede politieke steun. De Democratische Progressieve Partij (DPP) is historisch tegen kernenergie vanwege milieubezwaren, maar staat open voor geothermie als schoon en lokaal alternatief. De Kuomintang (KMT), de conservatieve oppositiepartij, is juist voorstander van kernenergie vanwege de leveringszekerheid, maar steunt ook geothermie om diezelfde reden. Daarmee is geothermische energie een van de weinige thema’s waarop de twee rivaliserende partijen elkaar vinden – een zeldzaamheid in het sterk gepolariseerde Taiwanese politieke landschap. ‘Geothermische energie is een van de meest partijoverschrijdende energiebronnen,’ aldus Huang.

  • Zweden: batterijontwikkelaar Northvolt vraagt faillissement aan

    Zweden: batterijontwikkelaar Northvolt vraagt faillissement aan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ICC vaardigt arrestatiebevelen uit tegen Netanyahu, Gallant en Hamas-leider

    » Poetin: ‘Conflict in Oekraïne heeft een mondiaal karakter gekregen’

    Het bedrijf heeft 5,84 miljard dollar aan schulden

    Het Zweedse bedrijf Northvolt, dat batterijen voor elektrische voertuigen produceert, heeft donderdag faillissement aangevraagd in de VS. ‘Het bedrijf heeft nog maar 30 miljoen dollar aan beschikbare cash op zak en 5,84 miljard dollar aan schulden,’ aldus Bloomberg.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Deze beslissing is een grote klap voor de poging van Europa om de Aziatische reuzen in de energiesector tegen te werken,’ beweert het zakenmedium. Nadat het bedrijf eind september aankondigde een kwart van zijn personeel te ontslaan, startte Northvolt een ‘wanhopige’ zoektocht naar investeerders om een faillissement te voorkomen, maar dit verliep zonder succes.

    Het bedrijf beweert dat een faillissement het mogelijk zal maken om ‘haar schulden te herstructureren, haar activiteiten aan te passen aan de behoeften van haar klanten en een duurzame basis te leggen voor de voortzetting van haar activiteiten’.

  • Iran zit zonder brandstof en rantsoeneert zijn elektriciteit

    Iran zit zonder brandstof en rantsoeneert zijn elektriciteit

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump waarschuwt Poetin voor escalatie tijdens eerste gesprek na verkiezingen

    » Netanyahu geeft toe dat hij groen licht gaf voor de pieperaanval op Hezbollah

    Het land lijdt onder een energiecrisis

    Het land heeft bekendgemaakt dat de stroom in Teheran en andere provincies vanaf maandag dagelijks uitvalt. ‘Hoewel Iran de op twee na grootste oliereserves en de op een na grootste aardgasreserves ter wereld heeft, gaat het land gebukt onder een energiecrisis‘, formuleert de Financial Times.

    ’Terwijl de temperaturen in de winter dalen, is de Iraanse aardgasvoorraad ontoereikend om aan de groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen, waardoor de elektriciteitscentrales gedwongen zijn om stookolie als grondstof te gebruiken.‘

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Afgelopen woensdag beval de regering echter om het gebruik van deze stof in drie elektriciteitscentrales in Arak en Isfahan, in centraal Iran en Karaj, ten westen van Teheran, stop te zetten om ’de volksgezondheid te waarborgen‘.

    In de afgelopen jaren zijn veel grote steden in Iran getroffen door vervuiling, die volgens deskundigen wordt veroorzaakt door het gebruik van stookolie van lage kwaliteit in elektriciteitscentrales.

  • EU: uitstoot van broeikasgassen in 2023 met 8,3 procent gedaald

    EU: uitstoot van broeikasgassen in 2023 met 8,3 procent gedaald

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland sluit Iraanse consulaten na executie van Iraans-Duitse dissident

    » Zeven doden in Israël door raketaanvallen van Hezbollah

    ’De weg naar energieneutraliteit is echter nog lang‘

    ’Dit is de grootste jaarlijkse daling in decennia, met uitzondering van 2020, toen Covid-19 leidde tot een emissiereductie van 9,8 procent‘, maakte de Europese Commissie donderdag bekend. De uitstoot van elektriciteitsproductie en verwarming is met 24 procent gedaald ten opzichte van 2022, mede dankzij de ontwikkeling van windturbines en zonnepanelen. Maar ’de weg naar energieneutraliteit is nog lang‘, merkt Le Soir op. Brussel wil deze klimaatdoelstelling tegen 2050 halen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een van de eerste taken van het nieuwe team van Ursula von der Leyen zal zijn om te onderhandelen over de doelstelling voor 2040, waarvoor de Commissie een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent ten opzichte van 1990 bepleit. Maar rechts, de belangrijkste kracht in het Europees Parlement, heeft er een hard hoofd in dat dit cijfer zal worden gehaald.

  • Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar promoot aardgas als ‘groener’ alternatief voor steenkool

    Qatar probeert van de energietransitie te profiteren door de productie van ‘transitiebrandstof’ aardgas op te voeren. ‘Elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat’, aldus columnist Javier Blas.

    De energietransitie is een wedstrijd met winnaars en verliezers, dus tegenover elke energiebron die wint zal er uiteindelijk ook een zijn die verliest. De belangrijkste strijd is die tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Maar binnen het kamp van de fossiele brandstoffen woedt tussen aardgas en steenkool ook een strijd om de eerste plaats. En één land probeert die strijd in het voordeel van aardgas te beslissen. 

    Voorstanders van aardgas noemen het een ‘transitiebrandstof’, een stapsteen waarmee de wereld de stroomproductie kan vergroenen door steenkoolcentrales te verruilen voor aardgascentrales. 

    Nog afgezien van het probleem van methaanlekken zijn er twee obstakels die het moeilijk maken om koning steenkool van de troon te stoten: de prijs en de verkrijgbaarheid. Steenkool is spotgoedkoop en in veel ontwikkelingslanden in overvloed aanwezig. Gas moet in vloeibare vorm geïmporteerd worden en is de afgelopen twee jaar, sinds de Russische inval in Oekraïne, schrikbarend duur geworden. Het is dan ook geen verrassing dat Aziatische landen zoals Bangladesh, Pakistan en Thailand, die in lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar aardgas) ooit een niet al te moeilijke en niet al te dure manier zagen om te vergroenen, daar nu twijfels over beginnen te krijgen. China en India, samen goed voor ongeveer een derde van de wereldbevolking, hebben de laatste jaren weer zwaarder ingezet op steenkool en hechten vooral aan de energiezekerheid die dat biedt. Het steenkoolverbruik blijft dus hoog en bereikte vorig jaar zelfs een recordhoogte.

    Overschot

    Maar dan komt Qatar, dat kleine emiraatje in het Midden-Oosten met een van de grootste fossiele brandstofschatten ter wereld in zijn bodem: voor biljoenen dollar aan aardgasreserves. Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie – afhankelijk van hoe je ‘succes’ definieert. Voor Qatar, en voor veel andere spelers van Team Realpolitik in het energie- en klimaatdebat, betekent succes eerst en vooral dat steenkool verruild wordt voor aardgas. Vanuit dat oogpunt is het niet moeilijk te begrijpen waarom Qatar, als de op twee na grootste lng-exporteur ter wereld, haast maakt met een enorme uitbreiding van zijn productiecapaciteit, ook al zal daarmee volgens velen de productie straks de vraag overtreffen. De Qatarese minister van Energie Saad Al-Kaabi heeft een simpele verklaring voor die snelle uitbreiding. ‘Het enige wat ons van nieuwe projecten kan weerhouden, is de gedachte dat er geen markt voor is,’ zei hij op 25 februari.

    Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie

    De aankondiging van Qatar kwam net een maand nadat het Witte Huis had besloten voorlopig geen toestemming meer te geven voor nieuwe lng-projecten in eigen land – wat door sommige complotdenkers werd opgevat als een teken dat Doha van Washington wil profiteren. Maar dat denk ik niet. De werkelijkheid is dat Qatar goed let op wat er in Azië gebeurt en daarop inspringt. Wat het emiraat niet openlijk zegt, maar wat elke gasconsument zelf kan bedenken, is dat het land de markt met aanbod overspoelt in de hoop dat aardgas dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen. Simpel gezegd: Qatar probeert Aziatische landen gerust te stellen dat gas een betrouwbare transitiebrandstof is, waarmee ze van steenkool kunnen afstappen zonder hun financiën of energiezekerheid in gevaar te brengen. 

    Momenteel kan Qatar ongeveer 77 miljoen ton lng per jaar exporteren, waarmee het land na de VS en Australië de grootste mondiale leverancier is. Tot een paar dagen geleden streefde het naar een uitbreiding van zijn productiecapaciteit met 60 procent tot 126 miljoen ton. Samen met de verwachte aanboduitbreiding van de VS was dat al genoeg om tot een overschot op de lng-markt te leiden. Maar op 25 februari kwam Qatar met plannen voor een nog agressievere uitbreiding: een verhoging met 85 procent naar 142 miljoen ton vóór 2030. ‘Dat is een enorme hoop’, is mijn eufemistische samenvatting van de reactie van andere marktpartijen.

    Belang

    Niet alleen wil Qatar de markt overspoelen, het trekt zich ook niets aan van de gebruikelijke manier waarop exportfaciliteiten voor lng worden gebouwd. Normaliter laten de exporterende landen hun afnemers eerst langetermijncontracten tekenen en gebruiken ze die toezeggingen dan om het project te financieren en te bouwen. Qatar gaat gewoon aan de slag nog voor het afnemers heeft, het betaalt de faciliteiten uit eigen zak en zoekt er later wel kopers bij. Het helpt dat Qatar van alle gasproducerende landen waarschijnlijk de laagste kosten heeft. En voor een soeverein land is het makkelijker dan voor een commercieel bedrijf om voor zo’n langetermijnstrategie te kiezen.

    Qatar overspoelt de markt met aardgas in de hoop dat het dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen

    Gaat het Qatar lukken? Voor de mate van succes zullen niet de gasprijzen maar de volumes bepalend zijn. Qatar is in 2019 uit de OPEC gestapt en is er duidelijk op gebrand de gasmarkt te vergroten, ook al leidt dat tot lagere prijzen. In Azië zijn de lng-prijzen al tot onder de tien dollar per miljoen BTU [BTU is een Amerikaanse eenheid voor energie. 1 BTU is de hoeveelheid energie die er nodig is om de temperatuur van een pond water te verhogen met 1 graad Fahrenheit en staat ongeveer gelijk aan 1060 joule] gezakt, van de recordprijs van ruim zeventig dollar in 2022. Het ergste wat een gasrijk land kan overkomen, is dat de herinnering aan de schaarste en de hoge prijzen van de afgelopen jaren de groei van het lng-gebruik van twee kanten afknijpt: doordat landen steenkool blijven gebruiken als primaire fossiele brandstof voor stroomproductie, terwijl ze bovendien werken aan de uitbouw van hun zonne- en windenergiecapaciteit. 

    Niet iedereen ziet in lng een ideale transitiebrandstof in de strijd tegen de klimaatcrisis. Maar elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat, dus hebben we er allemaal belang bij dat het plan van Qatar slaagt.

  • Mijnbouwsector komt moeilijk aan personeel voor de energietransitie

    Mijnbouwsector komt moeilijk aan personeel voor de energietransitie

    Veel internationale mijnbouwbedrijven hebben grote moeite jonge werknemers binnen te halen. De sector heeft een imago van zwaar werk, seksisme, milieuschade en uitbuiting, maar is essentieel voor de energietransitie. ‘Er is geen verse aanvoer terwijl we wel ervaring verliezen.’

    Lily Dickson snelde over de campus van de Universiteit van Leeds toen een actievoerende student haar een folder in handen drukte. Daarin werd opgeroepen tot een verbod op het werven van personeel onder studenten voor bedrijven in de mijnbouw en de olie- en gaswinning. De 24-jarige promovenda in de geologie was verbouwereerd. Ze kwam net terug uit Finland, waar ze met het mijnbouwbedrijf Mawson Gold uit Vancouver naar nieuwe vindplaatsen van kobalt in Europa had gezocht. 

    Het was geen loze oproep en ook geen op zichzelf staand incident. Vorig jaar hebben al vier Britse universiteiten mijnbouwbedrijven verboden nog personeel te werven of deel te nemen aan carrièrebeurzen op hun campus. Het hoort bij de algemene trend dat studenten en jonge werkenden zich afkeren van een sector die in hun ogen schadelijk is voor de aarde.

    Bedrijven die gespecialiseerd zijn in het delven van koper, lithium en andere metalen die onmisbaar worden geacht voor de productie van groene energie, hebben naar eigen zeggen grote moeite met het werven van genoeg jong personeel om de energietransitie aan te kunnen. De meeste mijnbouwbedrijven in de VS, Australië en Europa zeggen dat hun groeiplannen gevaar lopen als deze trend zich voortzet. Er dreigen vooral tekorten aan hooggeschoolde krachten als ingenieurs, geologen en data-analisten. ‘Veranderende maatschappelijke verwachtingen zetten ons als werkgever onder druk om beter te leren uitleggen wie we zijn en waar we voor staan’, zo is te lezen in het laatste jaarverslag van Rio Tinto. 

    De mijnbouwsector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren

    Ondanks de rol die ze spelen in de energietransitie kampen mijnbouwbedrijven met het imago van een ‘vuile’ industrie, vanwege mijnrampen in het verleden en beschuldigingen van uitbuiting en seksueel geweld. De sector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren. In een mondiale enquête van adviesbureau McKinsey zei 70 procent van de respondenten in de leeftijdscategorie van vijftien tot dertig dat ze waarschijnlijk of zelfs zeer zeker niet in de mijnbouw willen werken. Volgens het Amerikaanse Centrum voor Onderwijsstatistiek lag het aantal geologen en aardwetenschappers dat in 2020 in de VS is afgestudeerd bijna 25 procent lager dan in 2015, terwijl het totaal aantal afgestudeerde studenten in het land in die periode met 8 procent gestegen is. En het aantal inschrijvingen voor dergelijke studies daalde ook in Canada en Australië, landen waar de mijnbouw een economische factor van belang is. Volgens McKinsey daalde het aantal studenten dat een studie in de mijnbouwkunde voltooide in Australië tussen 2014 en 2020 met 63 procent. En in Canada lag het aantal inschrijvingen voor mijnbouwkunde in 2020 volgens de Mining Industry Human Resources Council tien procent lager dan in 2016.

    Steenkool is groen

    Als je in het streven naar groene brandstoffen geen alternatief kunt vinden voor fossiele brandstoffen, kun je die laatste natuurlijk nog altijd gewoon als ‘groen’ aanmerken. Dat is althans het opmerkelijke standpunt van Indonesië, schrijft Courrier International.

    De Indonesische Hoge Autoriteit voor Financiële Diensten, die verantwoordelijk is voor de classificatie van economische activiteiten aan de hand van hun impact op het milieu, is van plan om de bouw van nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales voor de verwerking van mineralen zoals aluminium en nikkel, groen te verklaren. Dat Indonesië de vijfde grootste producent en grootste exporteur van steenkool ter wereld is, speelt daarbij ongetwijfeld een doorslaggevende rol.

    Dat leidt tot zorgen over een kenniskloof in de toekomst, als de bedrijven aangewezen zullen zijn op afzettingen met een lagere dichtheid aan metalen. ‘Er zijn al vaker mensen uit het vak gestapt, maar nu is er geen verse aanvoer terwijl we door de pensioenuitstroom wel ervaring verliezen,’ zegt Alex Gorman, mijnbouwkundig analist bij Peel Hunt. Volgens Rohitesh Dhawan, hoofd van de brancheorganisatie International Council on Mining and Metals, is meer dan de helft van het arbeidsbestand in de Amerikaanse mijnbouw boven de 45. ‘De gemiddelde werknemer in onze branche is tegenwoordig aan de oude kant, meer richting pensioen,’ zegt hij. En nu het moeilijker wordt om nieuwe mensen te werven, zit zijn branche daardoor ‘aan twee kanten klem’.

    Belemmering

    Volgens een onderzoek van McKinsey zegt 86 procent van de leidinggevenden in de sector steeds meer moeite te hebben om de benodigde mensen te vinden en vast te houden. En bijna drie kwart van die topmensen meent dat dit gebrek aan nieuw talent een belemmering vormt voor het behalen van beoogde productiecijfers en strategische doelen. Rio Tinto heeft al gewaarschuwd dat het tot vertragingen of tegenvallende prestaties kan leiden.

    Volgens het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistiek was het percentage openstaande vacatures voor de mijnbouw en de houtkap in de VS in maart 5,1 procent, een stuk hoger dan de 3,6 procent van vijf jaar geleden. In Canada is het vacaturepercentage in de mijnbouw al sinds 2015 gestaag aan het stijgen, met een voorlopig hoogtepunt van 4 procent voor werk in de mijnen en steengroeven en iets meer dan 6 procent voor ondersteunende taken in de mijnbouw. En volgens het Australische Bureau voor de Statistiek is het aantal vacatures in de mijnbouw ook in Australië gestegen van 2500 in mei 2016 (het laagste niveau sinds 2009) tot 10.600 in februari van dit jaar.

    Het beeld bestaat dat mijnbouwbedrijven in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen

    Het lukt de branche ook moeilijk om vrouwen aan te trekken. De mijnbouw is een van de weinige sectoren waar nog bijna alleen mannen werken en de werkomgeving vaak onveilig voor vrouwen wordt genoemd. Volgens een rapport van Rio Tinto uit 2022 op basis van een enquête onder tienduizend werknemers had 28 procent van de vrouwen die in de mijnbouw werkzaam zijn weleens te maken met seksuele intimidatie en hadden in de vijf jaar daarvoor 21 vrouwen melding gedaan van aanranding of verkrachting of een poging daartoe. ‘Het kan intimiderend zijn om de enige vrouw op de werkvloer te zijn,’ zegt Alex Gorman, die eerder in haar carrière ook gewerkt heeft voor koperwinningsprojecten in Botswana. ‘En als je een gezin hebt, is het moeilijk om als geoloog op locatie te moeten werken.’ 

    Een onderzoek van accountantsbureau EY wees vorig jaar uit dat 12 procent van het wereldwijde personeelsbestand in de mijnbouw en metaalindustrie uit vrouwen bestaat, een disbalans die alleen wordt overtroffen door de bouw. Ook het gebrek aan vrouwen op leidinggevende posities blijkt een struikelblok te zijn bij het aantrekken van meer divers jong personeel. 

    Daarnaast worden mijnbouwbedrijven beticht van het uitbuiten van lokale arbeidskrachten. ‘Men neemt over het algemeen te weinig verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de uitbuiting van landen in Sub-Sahara-Afrika,’ zegt Haydon Mort, de CEO van Geologize Ltd., een communicatiebedrijf dat mijnbouwbedrijven helpt hun imago te bewaken. Dat de bedrijven nu moeite hebben om personeel te werven, komt doordat het beeld bestaat dat ze in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen, en die slechte reputatie wordt volgens experts versterkt door verwijten van uitbuiting van lokale arbeidskrachten. De bedrijven zetten wel stappen tegen die beeldvorming en het gebrek aan nieuw personeel. Zo werven ze inmiddels ook onder studenten bedrijfskunde en datawetenschappen. En ze zoeken hun personeel vaker in de regio’s waar hun mijnen zich bevinden en potentiële werknemers het bedrijf vaak al kennen.

    Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand ertoe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade

    Rio Tinto noteerde vorig jaar een stijging van 30 procent in het aantal afgestudeerden dat zich inschreef voor een opleidingstraject bij het bedrijf. ‘Dit was met 256 afgestudeerden de grootste lichting die we ooit hebben gehad,’ aldus een woordvoerder, die erbij zegt dat het bedrijf dit jaar de driehonderd hoopt te halen. BHP verwacht 3500 nieuwe mensen te werven met een nieuw programma van leerling- en stageplaatsen die niet alleen bedoeld zijn voor mensen met een universitaire opleiding. En ook non-profitorganisaties proberen bij te dragen aan de mobilisatie van talent voor wat zij zien als een snelgroeiende industrie. De vrijwilligersorganisatie Women in Mining U.K. helpt scholen bijvoorbeeld met het ontwikkelen van lespakketten over milieukunde en geologie voor met name de basisschool. ‘Iedereen krijgt al een beetje geologie op school als er wordt verteld over vulkanen, en dat kan verder worden uitgebouwd,’ zegt directeur Stacy Hope. Ze streeft ook naar de instelling van stageplaatsen en beurzen voor jonge vrouwen met interesse in dit vakgebied. Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand er ook toe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade.

    Authentiek

    Codelco, een Chileens staatsbedrijf in de kopermijnbouw, heeft al succes met het werven van personeel in de regio. In een recente enquête kwam het uit de bus als het bedrijf waar Chileense studenten na hun studie het liefst zouden werken, ondanks de sancties die het onlangs door de milieuwaakhond kreeg opgelegd. Andere bedrijven in de top-10 waren Nestlé en Walmart, aldus Merco, het onderzoeksbureau dat deze ranglijst opstelt. En ook het Egyptische goudmijnbouwbedrijf Centamin werkt nu meer met lokale arbeidskrachten dan met Europese en Australische expats. Door binnen Afrika te werven kunnen ze volgens directeur Martin Horgan mensen aantrekken uit landen als Congo, Ghana en Zimbabwe, waar meer recente ervaring met mijnbouw is dan in bijvoorbeeld Europa.

    Haydon Mort van Geologize zegt dat ook sociale media zoals Instagram een goed middel zijn om jongere mensen te bereiken. Hij voegt eraan toe dat de industrie wel verantwoordelijkheid moet nemen voor bestaande problemen zoals de milieuschade. ‘Je moet authentiek zijn,’ zegt hij. ‘Transparant zijn over de gevolgen die je activiteiten zullen hebben voor het milieu en voor de gemeenschap.’

    ‘Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben’

    Maar niet iedereen onderschrijft de opvatting dat de mijnbouw van cruciaal belang is voor de energietransitie. ‘Een beetje mijnbouw is wel nodig, maar de huidige door winstbejag gedreven industrie is verantwoordelijk voor grootschalige ecologische verwoesting en talloze gevallen van inbreuken op de mensenrechten,’ zegt Jamie Kelsey Fry, een woordvoerder van het Britse Extinction Rebellion.

    Lily Dickson was een van de acht vrouwen op de in totaal vijfentwintig studenten die aan haar universiteit vorig jaar de master in geologie behaalden. De meeste van haar jaargenoten werken inmiddels al in de sector. Zij wil eerst nog promoveren, maar is daarna ook wel van plan om in de mijnbouw te gaan werken. De sector biedt haar de kans om te reizen, in de buitenlucht te werken en onderzoek naar duurzaamheid te doen, en het werk sluit aan bij haar fascinatie voor hoe de wereld werkt. ‘Als je eenmaal inziet dat de mijnbouw van cruciaal belang is, is het zaak om daarbij betrokken te raken,’ zegt Dickson. ‘Het is spannend werk. Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben.’

    Lees ook:

  • Groot deel van Argentinië getroffen door stroomuitval

    Groot deel van Argentinië getroffen door stroomuitval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » FBI: Oorsprong coronavirus ligt in Chinees laboratorium

    » Bola Tinubu wint presidentsverkiezingen in Nigeria

    Zo’n zes miljoen gebruikers zaten zonder stroom

    Delen van Argentinië moesten het gistermiddag vanaf vier uur enkele uren lang zonder stroom stellen als gevolg van een storing in het elektriciteitsnetwerk. Het betrof met name de provincie Buenos Aires en enkele provincies daaromheen. Zo’n zes miljoen huizen, fabrieken en winkels in dat gebied kwamen zonder stroom te zitten. Door een brand in een weiland in de gemeente General Rodríguez in de provincie Buenos Aires zouden drie hoogspanningslijnen beschadigd zijn geraakt, waardoor de spanning op het nationale elektriciteitsnet wegviel, schrijft Página 12.  

    De stroomstoring veroorzaakte talloze ongemakken: mensen zaten vast in de lift, mensen die voor hun gezondheid afhankelijk zijn van elektrische apparaten konden niet geholpen worden, verkeerslichten hielden ermee op, sommige metro‘s stonden stil, televisiesignalen vielen weg en zelfs een vergadering van het parlement van Buenos Aires moest opgeschort worden, schrijft hetzelfde dagblad in een ander artikel. Gisteravond berichtte het ministerie van Energie dat rond acht uur alle hoogspanningslijnen weer normaal functioneerden.

    De Argentijnse staatssecretaris van Elektriciteit, Santiago Yanotti, schrijft in een tweet dat hij op aanwijzing van economieminister Sergio Massa de federale rechtbank in Buenos Aires heeft gevraagd onderzoek te doen naar de verantwoordelijken voor de brand in het weiland. De stroom viel uit in een week waarin Argentinië te kampen heeft met een extreme hittegolf, wat deels een verklaring kan zijn voor het ontstaan van de brand.

    Lees ook:

  • Hoe de energietransitie leidt tot een nieuw soort ‘klimaatoorlog’

    Hoe de energietransitie leidt tot een nieuw soort ‘klimaatoorlog’

    Wanneer het vroeger over ‘klimaatoorlog’ ging, doelde men vooral op de ecologische consequenties van klimaatverandering. Nu heeft de term er een geopolitieke dimensie bij gekregen.

    Toen ik in 2015 klimaatverandering begon te verslaan, had het begrip ‘klimaatoorlog’ nog maar één betekenis. Als iemand toen zei dat klimaatverandering de wereldorde in gevaar bracht, dacht men hierbij aan de directe gevolgen van opwarming en de indirecte gevolgen die daaruit voortkwamen. Wetenschappers waren bang dat ongekende droogte en overstromingen steden zouden verwoesten en massale migratie zouden veroorzaken, waardoor economische verhoudingen zouden kantelen of extreemrechts nationalisme zou ontstaan. Of ze maakten zich zorgen dat wereldwijde hongersnood voor torenhoge voedselprijzen zou zorgen en ouderwetse grondstoffenoorlogen zou ontketenen. Afgaand op inzichten uit de sociale wetenschappen vreesden ze ook dat weerschommelingen tot revoluties en burgeroorlogen zouden leiden.

    De wereld van 2015 is niet meer dezelfde als die van 2022. Landen boekten sindsdien aanzienlijke vooruitgang op het gebied van klimaatbehoud, waardoor ze tot nu toe de ergste scenario’s konden voorkomen. Canada begon CO2-vervuiling te belasten, Europa sloot de zogenaamde Green Deal en de Verenigde Staten konden wonderlijk genoeg de Inflation Reduction Act aannemen. Sterker nog, politieke leiders gingen bij verkiezingen op dit beleid inzetten – en wonnen. Dankzij een wereldwijde afkeer van steenkool. Ooit leek het mogelijk dat de wereld tegen het einde van de eeuw vier of vijf graden warmer zou worden, maar door een groeiende, wereldwijde afkeer van steenkool zal dat waarschijnlijk niet gebeuren.

    Dat we de afgelopen zeven jaar succes boekten, drong vorige maand tot me door toen ik een mededeling van de Duitse overheid zag. In de boodschap werd decarbonisatie op één lijn geplaatst met de klassieke drie-eenheid van de Verlichting: ‘Demokratie, Vielfalt & Klimaschutz. Du Bist Europa.’ Ofwel: ‘Democratie, diversiteit en klimaatbescherming. U bent Europa.’ Wat een overwinning. Maar wat een ingewikkelde overwinning. Sinds 2015 is de kans op een klimaatoorlog niet geheel verdwenen. In plaats daarvan kregen de politieke risico’s een ander karakter. Steeds meer landen hebben de energietransitie in hun economie geïncorporeerd, maar het zou kunnen dat dergelijke inspanningen een politiek conflict in de hand werken.

    Dubbele functie

    Laat het duidelijk zijn dat die verschuiving niet doelbewust werd gecreëerd, maar het resultaat is van een ontwikkeling die klimaatactivisten al vroeg voorspelden: accu’s, hernieuwbare energiebronnen en koolstofvrije energie kwamen bovenaan de technologische ladder te staan. Milieufanaten nemen enthousiast waar dat Oekraïners e-bikes en elektrische drones inzetten voor verkenningen en de aanval op Russische tanks. Maar hierdoor wordt des te meer duidelijk dat dergelijke innovaties een dubbele functie hebben – ze kunnen zowel in een maatschappelijke als in een militaire context worden ingezet. Voor landen die voor hun veiligheid moeten vechten, zijn ze dus onmisbaar.

    Dat er over dergelijke technologieën met een dubbele functie conflicten kunnen ontstaan, spreekt voor zich. In de Chinees-Amerikaanse handelsstrijd staan zulke conflicten al centraal. Vorige maand stemde de regering-Biden in met een verbod op de verkoop aan China van alle moderne apparatuur voor de fabricage van halfgeleiders. Ook werd ‘Amerikaanse personen’ – een groep waartoe Amerikaanse burgers en mensen met een Amerikaanse verblijfsvergunning behoren – verboden in de Chinese halfgeleiderindustrie te werken. Zoals Eric Levitz in New York Magazine schrijft, komt het beleid neer op een economische vorm van oorlogvoering: ‘het is nu officieel Amerikaans beleid om te voorkomen dat China zijn ontwikkelingsdoelen bereikt’.

    Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar

    Die logica is gevaarlijk, want halfgeleiders zijn van essentieel belang voor decarbonisatie. Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar. Computerchips regelen bijna elk onderdeel van het energiegebruik en de energieopslag van elektrische auto’s, scooters, boilers, inductiefornuizen en meer. Kleine verbeteringen aanbrengen in de computerchips en software van auto-accu’s geeft fabrikanten van elektrische voertuigen een belangrijke voorsprong op hun concurrenten. Nu is het type halfgeleiders waarop Bidens beleid van invloed is, veel geavanceerder dan het goedkopere type dat nodig is voor decarbonisatie. Maar wie de ontwikkeling van een ander land tegenwerkt, kan van een economisch meningsverschil in een militair meningsverschil terechtkomen – zoveel is duidelijk.

    Wat die dynamiek nog ingewikkelder maakt, is dat de VS en China klimaatbeleid inzetten als middel in hun diplomatieke concurrentie. President Xi Jinping deed misschien wel de belangrijkste internationale klimaatbelofte van de afgelopen jaren toen hij verklaarde dat China ernaar streeft om in 2060 klimaatneutraal te zijn. Omdat hij deze doelstelling minder dan twee maanden vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 aankondigde, werd die opgevat als een scherpe boodschap voor en zelfs berisping van de Verenigde Staten en de regering onder Trump. ‘Het laat zien dat Xi de klimaatagenda wil gebruiken voor geopolitieke doeleinden,’ verklaarde Greenpeace-analist Li Shuo destijds in een interview met The New York Times.

    Maar concurrentie hielp het Amerikaanse beleid ook vooruit. De Inflation Reduction Act werd deels aangenomen omdat Amerikaanse wetgevers de clean-techindustrie niet willen overlaten aan China. Dat heeft ertoe geleid dat de Verenigde Staten op het punt staan de binnenlandse productie van zonnepanelen massaal te subsidiëren. Het zou kunnen dat we in de VS over tien jaar een overschot aan goedkope zonnepanelen hebben. En hoewel dat economisch gezien enorm nadelig zou zijn, is het waarschijnlijk goed voor het klimaat. Als Amerika er dankzij geopolitieke rivaliteit voor kiest zonne-industrie te subsidiëren, kan concurrentie eerder bevorderlijk dan belemmerend zijn voor het klimaat. Een wereldwijde toename van goedkope zonne-energie geeft niet alleen een impuls aan decarbonisatie maar zet bedrijven er ook toe aan om zonnepanelen op nieuwe, creatievere manieren in te zetten.

    Taiwan

    Waarschijnlijk is de enige factor die een volwaardige oorlog tussen China en de Verenigde Staten kan ontketenen nog altijd Taiwan. Toch moeten we blijven beseffen dat een handelsconflict de internationale betrekkingen kan verslechteren en landen in de richting van ‘zero-sum‘-denken kan duwen. Zelfs wanneer zo’n conflict voortkomt uit de oprechte wens van politici om een binnenlandse industrie voor schone technologie op te zetten. En laat duidelijk zijn dat het grootste risico op door klimaatbeleid aangewakkerd geweld niet in de VS of China of Europa ligt. The Wall Street Journal berichtte onlangs dat er in de afgelopen maand in de Democratische Republiek Congo door rebellen zwaarder is gevochten dan in de voorgaande tien jaar, omdat groepen die door Rwanda zouden worden gesteund, aanspraak proberen te maken op Congolese delfstoffen. Congo produceert twee derde van het kobalt in de wereld en beschikt over de grootste voorraad aan tantalum, een metaalelement dat wordt gebruikt in condensatoren.

    Decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa

    Tegelijkertijd is ook de klassieke opvatting van een klimaatoorlog de wereld nog niet uit. Het afgelopen jaar is gebleken hoezeer de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme droogte, de prijs van belangrijke grondstoffen kunnen opschroeven. Dat zorgt in de rijke delen van de wereld voor inflatie en elders voor voedseltekorten. Conventionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, lokken veel eerder een dergelijk conflict uit dan hernieuwbare energiebronnen of klimaattechnologie, vertelt Dan Wang, technologie-analist bij het in China gevestigde economische onderzoeksbureau Gavekal Dragonomics. China blijft afhankelijk van olie en aardgas uit het buitenland, en de VS is een steeds grotere exporteur van aardgas naar China aan het worden. Als de VS die export zou stopzetten – net zoals ze de olie-export naar Japan in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog beëindigden – zouden de kans op en het risico van een groter conflict toenemen.

    Jarenlang hebben klimaatactivisten betoogd dat milieuoverwegingen een centrale plaats verdienden in de economische en sociale beleidsvorming. Het klimaat is alles, zeiden ze. Tot op zekere hoogte hebben ze gelijk gekregen: decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa. Klimaatactivisten hebben een plaats veroverd aan de tafel waar de belangrijkste vraagstukken van de staat en samenleving worden opgelost. Wat een vooruitgang heeft de wereld geboekt, maar wat een lange weg hebben we nog te gaan.

    Lees ook:

  • Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    De overstap naar hernieuwbare energiebronnen slaagt alleen als we de elektriciteit uit zon en wind kunnen opslaan. Zijn de ijzer-zoutbatterijen van start-up VoltStorage uit München de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    In de kelder bij hem thuis zette Michael Peither zijn eerste laboratorium op. Als student elektrotechniek begon hij bij het licht van een neonbuis te experimenteren met water, zout en metaal. Zijn doel was een vloeibare batterij te construeren waarin de energie van de zonnepanelen op het dak kon worden opgeslagen. Met een doe-het-zelfhandleiding van internet ging Peither aan de slag. Zonder resultaat. Zijn eerste batterij functioneerde prima, maar had onvoldoende capaciteit om de elektriciteit van de zonnepanelen op te slaan.

    Peither gaf niet op. Vooral omdat hij niet alleen was geïnteresseerd in de elektriciteit van zijn eigen dak. Met zijn zelfgemaakte batterij wilde hij een fundamenteel probleem van de energietransitie oplossen. Want hoe meer wordt ingezet op hernieuwbare energiebronnen, hoe meer opslagcapaciteit er nodig is. Alleen daarmee kunnen we ons ook van elektriciteit uit zonne- en windenergie voorzien wanneer de zon niet schijnt en er niet genoeg wind is. Er zijn wel bestaande technologieën, maar geen daarvan heeft echt voet aan de grond gekregen. Als alleen de elektriciteit uit de bestaande opslagfaciliteiten voor hernieuwbare energie zou worden gebruikt, gaat in het ergste geval al na een half uur het licht uit.

    Spoedcursus

    Acht jaar na de eerste experimenten in zijn kelder staan Peither en zijn start-up VoltStorage op het punt om in elk geval een deel van de oplossing voor dit probleem te realiseren. Om aan zijn batterij te kunnen blijven sleutelen, nam hij indertijd een semester vrij. Bij manifestaties voor start-ups aan de TU München vond hij in Jakob Bitner en Felix Kiefl twee medestrijders. In 2016, het jaar van hun afstuderen, richtten ze hun onderneming op. Daarna ging alles opeens heel snel. Hoewel ze nog midden in de ontwikkeling zaten, haalden ze bij investeerders binnen een paar maanden meer dan 1,6 miljoen euro op. Kort daarna vlogen ze naar Shenzhen voor een spoedcursus batterijen in de ‘Silicon Valley voor hardware’.

    Voor de opslag van stroom uit hernieuwbare energiebronnen richten de drie mannen zich op ijzer-zoutbatterijen. Die bestaan in wezen uit een cel die elektrische energie omzet in chemische energie en die opslaat in twee tanks met een oplossing van water, zout en ijzer. Om de energie weer vrij te laten komen, wordt de chemische energie omgezet in elektrische energie. Daarmee onderscheiden de oprichters zich bewust van de concurrentie uit China, die vooral werkt met lithium-ionbatterijen. Terwijl lithium een schaarse en dure grondstof is, zijn ijzer en zout bijna overal ter wereld goedkoop en goed verkrijgbaar. ‘Je zou zelfs ijzer van verroeste spoorrails of fietsframes kunnen recyclen,’ zegt Peither. Zijn hun ijzer-zoutbatterijen de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd’

    De drie mannen werken nog steeds aan hun uitvinding en hebben hem nog niet op de markt gebracht. Kai Peter Birke, onderzoeker aan de universiteit van Stuttgart naar opslagsystemen voor elektrische energie: ‘Het idee is in elk geval veelbelovend.’ Als langetermijnopslagsysteem voor zonne- en windenergie kan het bijdragen aan het slagen van de energietransitie. ‘Maar daarvoor moet de technologie echt volwassen zijn. Zo kan bijvoorbeeld de batterij exploderen als bij het overladen knalgas (oxywaterstofgas) ontstaat.’

    Bij vloeibare batterijen bestaat inderdaad het gevaar dat in de oplossing waterstof wordt gevormd, die in combinatie met zuurstof tot een explosie kan leiden. Maar de oprichters van VoltStorage menen ook daarvoor een oplossing te hebben gevonden: ‘Wij scheiden de waterstof af voordat die kan reageren met zuurstof. Het waterstofgas wordt vervolgens teruggevoerd naar de elektrolyt. Voor dat proces hebben we patent aangevraagd,’ zegt medeoprichter Bitner. In het algemeen lijkt VoltStorage de belangrijkste problemen van deze batterijtechnologie in de afgelopen jaren te hebben opgelost. Zo gaan de oprichters ervan uit dat hun opslagunits een enorme levensduur hebben: ze zouden tienduizend laadcycli moeten kunnen doorlopen, dat wil zeggen dat ze twintig jaar zonder capaciteitsverlies kunnen blijven werken. In principe kunnen de opslagunits in containers bij elk wind- of zonnepark worden geplaatst. Er passen vijf ijzer-zoutmodules in een container. Elektriciteit uit zon en wind kan zo achtenveertig uur lang worden opgeslagen.

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd,’ zegt Bitner. ‘Dat zal ons niet alleen permanent onafhankelijk maken van Russisch gas en gasgestookte elektriciteitscentrales, maar ook de elektriciteitsprijzen doen dalen.’

    Als hun technologie succesvol blijkt, kan het een enorme business worden. De markt voor langdurige energieopslag groeit gigantisch: McKinsey becijfert het potentieel op één tot drie biljoen dollar tegen 2040. Ook durfkapitalisten lijken zich dit te realiseren, want ze hebben in juli nog eens 24 miljoen euro in VoltStorage geïnvesteerd. Het enige hartzeer: ‘Duitse investeerders zijn jammer genoeg nog steeds terughoudend. Nu zijn we een Duits bedrijf dat in meerderheid in buitenlandse handen is,’ zegt Peither met lichte spijt in zijn stem.

    Het bedrijf heeft momenteel zestig werknemers, maar VoltStorage zoekt dringend dertig nieuwe medewerkers en meer kantoor- en productieruimte in München. Vanaf 2024 willen ze hun ijzer-zoutbatterij in serie gaan produceren. Voor die tijd moet de onderzoeksfase zijn afgerond en moeten de eerste pilotsystemen zijn geïnstalleerd.

    Energiedichtheid

    Peither en Bitner willen in het openbaar nog niet praten over concrete orders, winstverwachtingen of plannen om naar de beurs te gaan. Maar ze laten zich wel ontvallen dat er twee tot drie grotere pilots met wind- en zonneparken in Duitsland en Europa gepland staan. Er komen al aanvragen uit Amerika, Oceanië en Afrika.

    De enige vraag die resteert: als het zo’n goed idee is, waarom heeft dan niemand er eerder aan gedacht? Eén reden zou de lage energiedichtheid kunnen zijn, vermoeden de uitvinders. De batterijen zijn aanzienlijk zwaarder en groter dan de alternatieven met lithium. ‘Daarom zijn ze ook niet geschikt voor elektrische auto’s,’ zegt Birke. De oprichters van VoltStorage geven dat openlijk toe. ‘Zelfs voor huiseigenaren met zonnepanelen op het dak is onze batterij nog niet rendabel,’ zegt Peither. Het opslagprobleem voor huizen heeft hij dus ook na jaren experimenteren in zijn kelder nog niet opgelost. Maar een veel groter probleem mogelijk wel.

    Lees ook:

  • Noodtoestand in Zuid-Afrika vanwege aanhoudende stroomuitval

    Noodtoestand in Zuid-Afrika vanwege aanhoudende stroomuitval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky in Europees Parlement: ‘Oekraïne en Europa delen een toekomst’

    » Nicaragua laat tweehonderd politiek gevangenen vrij

    Het Afrikaanse land kampt al jaren met een energiecrisis

    De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa heeft de noodtoestand in zijn land uitgeroepen vanwege de aanhoudende problemen met het nationale elektriciteitsnet, schrijft News24. Volgens Ramaphosa worden de economie en de maatschappij van het land bedreigd door de energieproblemen. Zuid-Afrika heeft dit jaar nog geen etmaal gehad zonder stroomuitval.

    Het land kampt al jaren met stroomuitval door een tekort aan elektriciteit en verouderende elektriciteitscentrales. De noodtoestand geeft de regering meer bevoegdheden om de crisis aan te pakken en prioriteit te geven aan reparaties en verbeteringen aan de elektriciteitsinfrastructuur. Daarnaast gaat men bedrijven aanmoedigen om hun energieverbruik anders in te plannen.

    In zijn toespraak tot de natie erkende president Ramaphosa dat het dagelijkse leven van Zuid-Afrikanen zwaar geraakt wordt door de gebrekkige elektriciteitsvoorziening en benadrukte hij dat alle sectoren in het land moeten samenwerken om het probleem aan te pakken. Hij riep daarnaast alle burgers op om energie te besparen en zei dat men meer gebruik moet maken van zonnepanelen en generatoren.

    Lees ook:

  • Ivan Krastev: ‘Europa moet het eens worden over het einde van de oorlog’

    Ivan Krastev: ‘Europa moet het eens worden over het einde van de oorlog’

    ‘De Europese eenheid staat niet zozeer onder druk door Poetins dreigementen, als wel door de uiteenlopende opvattingen over hoe de oorlog moet eindigen’, schrijft Ivan Krastev. Volgens de Bulgaarse politicoloog moet Europa een gemeenschappelijk standpunt formuleren, wil het escalatie voorkomen.

    Europa doet dezer dagen denken aan de eerste weken van de pandemie: we hebben het gevoel dat het einde van de wereld nabij is. Alleen is de angst voor Russische kernwapens in de plaats gekomen van discussies over het virus. 

    De Europese media grossieren in grimmige koppen over energietekorten, storingen, stroomuitval. Analisten zijn het erover eens dat de inflatie en de stijgende kosten van levensonderhoud zomaar miljoenen betogers op de been zouden kunnen brengen. Het aantal migranten dat in 2022 naar de Europese Unie kwam, is al veel groter dan het aantal Syriërs dat in 2015 naar de EU uitweek. En de oorlogsmachine van het Kremlin zal deze aantallen verder doen oplopen naarmate de vernietiging van de Oekraïense infrastructuur de mensen daar berooft van elektriciteit en water.

    Ivan Krastev Foto Stephan Rohl Wikimedia
    Ivan Krastev – © Wikimedia

    Poetins winter lijkt echter geen einde te zullen maken aan de betrokkenheid van Europa bij Oekraïne. Geallieerde regeringen kunnen van samenstelling veranderen, maar de sancties blijven van kracht. Kijk maar naar Italië, waar de nieuwe extreemrechtse regering zich heeft gevoegd naar de Europese consensus.

    Niet Europa maar de VS is de zwakke schakel als het gaat om duurzame steun voor Kyiv

    De meeste Europeanen voelen diepe morele verontwaardiging over het brute Russische optreden. Door de recente Oekraïense militaire successen is er behalve verontwaardiging nu ook hoop. Nu de Oekraïners oprukken op het slagveld, neemt de steun voor hen alleen maar toe. Belangrijker is evenwel wat er aan de overzijde van de Atlantische Oceaan gebeurt. Toen premier Orbán van Hongarije, de naaste bondgenoot van Poetin in de EU, onlangs zei dat ‘de hoop op vrede Donald Trump heet’, raakte hij een snaar bij alle Europese bondgenoten van Poetin. Zij beseffen dat alleen een verandering in Amerikaans beleid het westerse standpunt op het gebied van Oekraïne kan wijzigen. Niet Europa maar de VS is de zwakke schakel als het gaat om duurzame steun voor Kyiv.

    Maar ook aan deze oorlog komt ooit een eind. En dan zullen de spanningen in Europa pas echt aan het licht komen.

    Drie kampen

    Hoe moet deze oorlog eigenlijk eindigen? Over die kwestie heerst verdeeldheid. Er zijn drie kampen: de realisten, de optimisten en de revisionisten. In vrijwel elk Europees land vind je politici en kiezers uit alle drie de categorieën, maar niet altijd in dezelfde verhouding: in West- en Zuid-Europa woedt er vooral een debat tussen realisten en optimisten. In Oekraïne en sommige Oost-Europese landen voeren optimisten en revisionisten de boventoon. Die verschillen zijn het best te verklaren door te kijken naar geografische en historische factoren. West-Europeanen zijn vooral bang voor een kernoorlog. Oost-Europeanen vrezen dat hun landen weer in de Russische invloedssfeer verzeild raken als Oekraïne de oorlog verliest.

    De zogeheten realisten vinden dat Europa ernaar moet streven dat Rusland niet wint, Oekraïne niet verliest en de oorlog zich niet uitbreidt. Gezien zijn uitspraken is de Franse president Macron een aanhanger van deze opvatting. Die komt erop neer dat Oekraïne hulp moet krijgen om een zo groot mogelijk deel van zijn grondgebied te bevrijden, maar dat een Oekraïense overwinning begrensd dient te zijn, omdat het risico dat Rusland tactische kernwapens inzet anders te groot wordt. In deze visie ligt het voor de hand dat Oekraïne niet moet proberen de Krim, die in 2014 door Rusland werd geannexeerd, te heroveren.

    Terecht beschouwen de realisten het huidige conflict als gevaarlijker dan de confrontatie tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog. Beide krachten geloofden destijds dat de geschiedenis aan hun kant stond. Het Westen heeft nu te maken met een door apocalyptische visioenen geplaagde leider, een man geobsedeerd door het spookbeeld van een wereld zonder Rusland.

    Duurzame vrede

    Het tweede kamp bestaat uit optimisten. Oekraïne moet niet alleen de eindoverwinning behalen, de oorlog dient ook het einde van Vladimir Poetin te bezegelen. Zij stellen dat de militaire nederlaag van Rusland en de aanhoudende gevolgen van de sancties – die steeds verwoestender worden – duidelijke tekenen zijn dat de dagen van de Russische president geteld zijn. Zij steunen daarom president Volodymyr Zelensky in diens weigering om met Poetin te onderhandelen. De aanhangers van dit standpunt, onder wie de Duitse Groenen en de meeste Oost-Europeanen, stellen dat alleen ongelimiteerde steun aan Oekraïne een duurzame vrede kan bewerkstelligen. Rusland moet niet alleen worden tegengehouden, maar ook verslagen.

    GettyImages 1245439805 kopie
    De graven van een complete familie die omkwam bij een Russische beschieting boven het dorp Lyman in de regio Donetsk. – © Celestino Arce / NurPhoto via Getty Images

    Voor revisionisten is de oorlog in Oekraïne niet de oorlog van Poetin, maar die van de Russen. Voor hen is de enige garantie voor vrede en stabiliteit in Europa een onomkeerbare verzwakking van Rusland. Het zou zelfs wenselijk zijn als de Russische Federatie uiteenvalt. De revisionisten willen separatistische bewegingen steunen en de Russen ver van Europa houden, ongeacht politieke veranderingen in het land. Volgens hen moet de oorlog, die begon met Poetins bewering dat Oekraïne geen natie is, eindigen met de definitieve ontbinding van het Russische rijk. Haast nodeloos te vermelden dat deze strategie het meeste gehoor vindt in landen die hebben geleden onder het bewind van Moskou: Polen, de Baltische republieken en natuurlijk Oekraïne zelf.

    Het optimisme van de ‘magisch realisten’ dat de dagen van Poetin geteld zijn, lijkt voorbarig

    Critici van de realistische benadering wijzen er terecht op dat het realisme in 2015 al op de proef is gesteld nadat Rusland Oost-Oekraïne was binnengevallen. Dat heeft dus niet gewerkt. Het optimisme van de ‘magisch realisten’ dat de dagen van Poetin geteld zijn, lijkt voorbarig. Bovendien is de gewenste regimeverandering in de praktijk moeilijker te verwezenlijken: hoe kun je onderhandelen met een regime als je expliciete doel is dat het weg moet? De oproepen van revisionisten om Rusland te ontmantelen of te verminken hebben mogelijk als onbedoeld en ongewenst effect dat de Russen nu wél vinden dat ze een reden hebben om te vechten. Tot op heden heeft Poetin ze niet van die reden weten te overtuigen.

    Toen de Russische troepen zich aan de rand van Kyiv bevonden, waren de verschillen tussen realisten, optimisten en revisionisten relatief. Oekraïne mocht niet onder de voet worden gelopen, dat was het voornaamste. Poetin mocht niet winnen. De triomfen van het Oekraïense leger gedurende de afgelopen maanden hebben deze verschillen echter dichter bij de kern van het debat over Europa gebracht. De Europese eenheid staat niet zozeer onder druk door Poetins dreigementen, als wel door de uiteenlopende opvattingen over hoe de oorlog moet eindigen. Dit zal voelbaar zijn wanneer de publieke druk om te onderhandelen met Moskou toeneemt.

    De uiteenlopende narratieven en visies inzake het gewenste einde van de oorlog zijn zo emotioneel en moreel geladen dat elk vergelijk pijnlijk ingewikkeld zal zijn. Toch is zo’n gemeenschappelijk kader dringend gewenst. Anders zullen de angst van de Oekraïners dat zij door het Westen worden verraden en de angst van Poetin voor militaire vernedering tot maximale escalatie leiden.

    Lees ook:

  • India: van grootvervuiler tot groene supermacht?

    India: van grootvervuiler tot groene supermacht?

    Een van ’s werelds meest vervuilende landen investeert grootschalig in schone technologie. De Indiase premier Modi wil in 2030 de emissie met een miljard ton verminderen.

    India haalt bijna driekwart van zijn elektriciteit uit steenkool en heeft 39 nieuwe kolencentrales in aanbouw. Het graaft en verbrandt meer van het spul dan enig ander land behalve China. Op de klimaatconferentie vorig jaar in Glasgow was het land het stinkdier op het tuinfeest en blokkeerde het pogingen om de brandstof die het meest verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde geleidelijk af te schaffen.

    Die met roet besmeurde onverzettelijkheid leidt echter af van een opmerkelijke, tegengestelde trend. Terwijl zijn ondergeschikten steenkool verdedigden, deed de Indiase premier Narendra Modi in Glasgow een reeks beloften die, als ze worden nagekomen, van zijn land een groene energiecentrale zullen maken. Zijn belofte dat India tegen 2070 een ‘nettonuluitstoot’ van broeikasgassen (ghg’s) zal hebben, sprong het meest in het oog. Het betekent dat elke emissie die tegen die tijd nog niet is geëlimineerd, op de een of andere manier zal worden gecompenseerd.

    Modi onderbouwde zijn streven met twee strenge doelstellingen voor 2030: de emissie met een miljard ton verminderen ten opzichte van nu. Daartoe is meer dan een verdrievoudiging nodig van de niet-fossiele energieproductie (waaronder kernenergie en waterkracht, naast wind- en zonne-energie): van ruwweg 150- naar 500GW.

    Nationale missie

    India veroorzaakt de op twee na grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld. Als het de doelstellingen van Modi haalt, zou het niet alleen zijn eigen energiemix radicaal hebben omgegooid, maar ook een grote impuls hebben gegeven aan de wereldwijde inspanningen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Bovendien heeft Modi het tot een ‘nationale missie’ verklaard om ‘groene waterstof’ te ontwikkelen. Dat is een schone brandstof op basis van hernieuwbare energiebronnen die industrieën die hardnekkige vervuilers blijven, kan helpen CO2-vrij te worden. Maar hoe plausibel zijn deze ambities?

    India’s totale opwekkingscapaciteit, zowel schoon als vuil, bedraagt nu slechts 400GW. Modi wil dus in slechts acht jaar tijd een compleet tweede elektriciteitsnet aan groene stroom opbouwen. Om dat doel te bereiken, moet India ongeveer 500 miljard dollar investeren in schone energie en verbeteringen aan het net, aldus een schatting van onderzoeksbureau Bloomberg New Energy Finance (BNEF). 

    Een dergelijke prestatie zou niet ongekend zijn. China ging van 44GW aan zonnecapaciteit naar 300GW in zes jaar, en in elf jaar van 50GW aan windenergie naar 330GW. Maar het werd geholpen door een enorme productiebasis in hernieuwbare energie en door een economie die excelleert in het sturen van kapitaal naar begunstigde industrieën – voordelen die India niet heeft.

    India een van de goedkoopste plekken ter wereld om zonne-energie te produceren

    Hernieuwbare energie groeit razendsnel in India. De opwekkingscapaciteit voor zonne-energie is sinds 2012 vervijftigvoudigd tot bijna 50GW eind vorig jaar. In de eerste helft van 2022 kwam daar nog eens 7,4GW aan zonne-energie bij. Wat betreft nieuwe opwekkingscapaciteit hebben hernieuwbare energiebronnen de steenkool al verdrongen. De capaciteit van nieuwe zonne-, wind- en waterkrachtcentrales die vorig jaar werden gebouwd, was bijna dubbel zo groot als die van nieuwe kolengestookte centrales (zie grafiek 1).

    Maar om de doelstellingen van Modi te halen, gaan de investeringen in hernieuwbare energiebronnen niet snel genoeg. De 11GW aan hernieuwbare capaciteit die in 2021 werd toegevoegd, is veel minder dan de vereiste jaarlijkse toename. Toch zijn er goede redenen om de nieuwe groene revolutie van India serieus te nemen.

    Om te beginnen is het terugdringen van de uitstoot niet het enige motief om het energiesysteem van India te herzien. Modi wil ook de productie aanjagen en de kosten voor geïmporteerde brandstof terugdringen. ‘Hoe lang zullen we op het gebied van energie afhankelijk blijven van anderen?’ vroeg hij tijdens zijn toespraak op Onafhankelijkheidsdag medio augustus. India besteedde vorig jaar meer dan 4 procent van het bbp aan de invoer van fossiele brandstoffen: bijzonder vervelende kosten voor een land met een aanhoudend tekort op de lopende rekening.

    Vergroening van de energievoorziening zou ook bijdragen tot vermindering van de luchtverontreiniging, een dodelijke plaag voor veel inwoners. De Wereldgezondheidsorganisatie gaat ervan uit dat de luchtverontreiniging in 93 procent van het land ver boven haar richtlijnen ligt. Het Britse medische tijdschrift The Lancet publiceerde in 2019 een studie waaruit blijkt dat jaarlijks meer dan een miljoen Indiërs sterven als gevolg van luchtverontreiniging. De verstikkende smog die vooral in deze tijd van het jaar een groot deel van Noord-India bedekt, is een eeuwig hoofdpijndossier voor de regering.

    Het mooie is dat een grote verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen de kosten van elektriciteitsopwekking kan helpen drukken. Dankzij het zonnige klimaat en de lage arbeidskosten is India een van de goedkoopste plekken ter wereld om zonne-energie te produceren. In een analyse van het Internationaal Energieagentschap (IEA), waakhond annex denktank voor energieverbruikende landen, werd zelfs geconcludeerd dat, als de effecten van overheidssubsidies buiten beschouwing werden gelaten, alleen de Verenigde Arabische Emiraten met India kunnen wedijveren (zie grafiek 2). Dat betekent dat zonnecentrales een goedkopere optie zijn voor nieuwe elektriciteitsopwekking in India dan kolen- of gascentrales. Stroom uit windmolens is in India weliswaar niet de goedkoopste ter wereld, maar ook altijd nog minder kostbaar dan stroom uit fossiele brandstoffen.

    Bovendien komt de Indiase regering met allerlei inventieve beleidsmaatregelen om investeringen in schone energie te stimuleren. Een van de grote obstakels voor een herziening van de elektriciteitsindustrie is de erbarmelijke toestand van de bedrijven die elektriciteit distribueren (DISCOMS). Veel van die staatsbedrijven zijn zo goed als failliet en hebben een gezamenlijke schuld van zo’n 73 miljard dollar. Het lijken niet de veiligste partijen voor investeerders die schone energie willen verkopen. Daarom heeft de regering van Modi een mechanisme ingevoerd waardoor de federale regering van India in feite fungeert als financiële buffer bij nieuwe langetermijncontracten voor de levering van hernieuwbare energie aan het net. Ook wordt het zonne- en windgeneratoren toegestaan om de DISCOMS volledig te omzeilen en energie rechtstreeks te verkopen aan fabrikanten van groene waterstof.

    In augustus hield India een van ’s werelds grootste veilingen voor grootschalige batterijopslag

    Om het immer aanwezige probleem van bureaucratie en NIMBY’isme [een alles-is-best-maar-niet-hiermentaliteit; ‘not in my backyard’] in India te overwinnen, zetten ambtenaren schone-energieparken op met aansluitingen op het net zorgen ze ervoor dat de nodige vergunningen snel geleverd worden. De regering maakt ook gebruik van ‘omgekeerde’ veilingen om investeringen in hernieuwbare energie tegen de laagst mogelijke kosten te maximaliseren: ontwikkelaars geven aan welke minimumprijs zij bereid zijn te aanvaarden voor de stroom die ze opwekken, en de laagste biedingen winnen. Soortgelijke veilingen zijn gehouden voor groene stroom ‘rond de klok’, dat wil zeggen: hernieuwbare energie in combinatie met een of andere vorm van energieopslag, om de wisselvalligheid van wind en zon het hoofd te kunnen bieden.

    Het beleid werkt. Investeerders zoals Adani Group, een van India’s grootste conglomeraten, haasten zich bijvoorbeeld naar een park voor hernieuwbare energie in Kutch, een zonovergoten en winderige regio in de deelstaat Gujarat. Met een geplande productie van 30GW wordt dat het grootste gecombineerde wind- en zonnepark ter wereld.

    India zal dit jaar bij zijn veilingen voor zonne-energie waarschijnlijk aanbiedingen ontvangen voor de bouw van opwekkingscapaciteit van meer dan 25GW. Dat is ruim tien keer zoveel als in enig ander land (zie grafiek 3). In augustus hield India een van ’s werelds grootste veilingen voor grootschalige batterijopslag.

    Hardwerkende industriëlen

    Het enthousiasme van investeerders is een sterke aanwijzing dat de groene ambitie van India meer is dan gebakken lucht. Mukesh Ambani, de baas van Reliance Industries, een ander wijdvertakt conglomeraat, glunderde in zijn laatste bericht aan zijn aandeelhouders: ‘We zullen in dit decennium de meest betaalbare groene energie ter wereld hebben, en dan zullen onze oplossingen naar andere landen worden geëxporteerd.’

    Mundra, een drukke haven in Kutch ontwikkeld door Adani Group, vat de veranderde prioriteiten van de Indiase industriëlen samen. Het is een van de drukste kolenhavens ter wereld, die twee enorme kolencentrales in de buurt bedient. Maar er staat ook een nieuwe fabriek voor zonnepanelen, een proefinstallatie voor de bouw van  windturbines van 160 meter hoog op land (behorend tot de grootste ter wereld) en nieuwe gebouwen waar apparatuur voor de productie van waterstof zal worden gemaakt.

    ‘Wij heten u welkom in een toekomst die wordt aangedreven door de ZONNE-REVOLUTIE’ schreeuwt een reclamebord. Adani ‘realiseert hier de hele toeleveringsketen’ voor schone energie, zegt Arun Kumar Sharma, een senior manager.

    Gautam Adani, de oprichter en voorzitter van de groep – wiens persoonlijke fortuin van meer dan 100 miljard dollar hem tot een van de rijkste mensen ter wereld maakt – beweert dat tegen 2030 zijn bedrijven 70 miljard dollar zullen besteden aan groenvoorzieningen in India. Met bijna 5GW aan zonne-energiecapaciteit vanaf medio 2021 staat zijn divisie Adani Green Energy nu al op gelijke hoogte met het Italiaanse Enel Green als ’s werelds grootste ontwikkelaar van zonne-energie.

    Ambani laat dat niet op zich zitten en is van plan 80 miljard dollar te besteden aan schone energie in India. Reliance heeft, net als Adani Group, munt geslagen uit fossiele brandstoffen. Maar nu ontwikkelt het een cluster voor schone energie in Jamnagar, een andere haven in Gujarat, waar ook het enorme petrochemische complex van het bedrijf is gevestigd. Ambani wil in 2025 20GW aan zonne-energiecapaciteit gebouwd hebben, die volledig door de groep zelf zal worden gebruikt. ‘Zodra het op schaal is bewezen,’ zegt hij, ‘zijn we bereid onze investeringen te verdubbelen.’ Investeringsbank Morgan Stanley omschrijft de strategie van Ambani als het ‘volledige spectrum’, dat zich uitstrekt van de productie van zonnepanelen en batterijen tot de ontwikkeling van apparaten om groene waterstof te maken en te gebruiken.

    Niet alleen Indiase giganten omarmen de groene visie van Modi; ook kleinere bedrijven investeren fors. Het bedrijf Greenko bijvoorbeeld, bouwt ’s werelds grootste netwerk voor grootschalige energieopslag met behulp van een technologie die pumped hydro wordt genoemd. Daarvoor wordt stroom van zonnepanelen of windmolens gebruikt om water in hoge reservoirs te pompen. Door het water naar beneden te laten stromen, kunnen turbines aan het draaien worden gebracht om stroom op te wekken wanneer er elektriciteit nodig is. Mahesh Kolli, voorzitter van Greenko, zegt dat in 2025 het bedrijf 5 miljard dollar zal investeren om 50GW aan opslagcapaciteit te bouwen.

    ArcelorMittal Nippon Steel, een Indiase joint venture van staalgiganten uit Europa en Japan, heeft onlangs een overeenkomst van 600 miljoen dollar gesloten met Greenko om een van zijn fabrieken 24 uur per dag van schone stroom te voorzien. Het bedrijf koos niet alleen voor deze optie omdat de stroom groen zal zijn, maar ook omdat het goedkoper is dan de bouw van een kolencentrale. 

    Op langere termijn ziet Kolli zijn technologie als de oplossing voor de wisselvalligheid van stroom die door windmolens en zonnepanelen wordt opgewekt. Hij wil een landelijke, op het net aangesloten ‘energiecloud’ bouwen, vergelijkbaar met de datacloud van Amazon. Als er geen wind is of het is in Gujarat bewolkt, dan kunnen de pompcentrales van het bedrijf in Andhra Pradesh, in het zuiden, via het nationale net een compenserende hoeveelheid schone stroom leveren aan aluminiumsmelterijen in Odisha, in het oosten, die worden geëxploiteerd door Hindalco Industries, een grote nieuwe klant. In tegenstelling tot Amerika, waar slechts beperkte verbindingen tussen regionale netten bestaan, heeft India een goed geïntegreerd nationaal net, waardoor een dergelijk idee haalbaar is. De IEA verwacht dat India in 2026 meer pompwaterkracht heeft dan enig ander land.

    India begint binnenlandse toeleveringsketens voor schone energie te ontwikkelen. Pune bijvoorbeeld, een stad in de deelstaat Maharashtra, waar al een cluster van fabrikanten van auto-onderdelen is gevestigd, wordt ook een centrum voor schone energie. Siddharth Mayur, inwoner en oprichter van H2E Power en homiHydrogen, ontwikkelde accu’s voor elektrische motorscooters en autoriksja’s die wanneer ze leeg zijn, snel kunnen worden vervangen door volledig opgeladen accu’s. Hij maakt nu stacks, een onderdeel van brandstofcellen (waarmee uit waterstof elektriciteit kan worden gegenereerd), en helpt de lokale productie van andere onderdelen te bevorderen. ‘Volgend jaar zal 98 procent worden gemaakt binnen een straal van 60 kilometer van waar wij zitten in Pune,’ zegt hij.

    Ravi Pandit, voorzitter van KPIT, een Indiaas softwarebedrijf dat grote, buitenlandse autofabrikanten als klant heeft, denkt dat het goedkope software- en engineeringtalent dat enkele decennia geleden India’s succes in de informatietechnologie aanwakkerde, nu ook zal helpen bij groene energie. Mede dankzij de wijdverbreide wens om de productie niet te veel in China te concentreren, wijst hij erop dat buitenlands kapitaal en technologie binnenstromen.

    Het leeuwendeel van de 500 miljard dollar die nodig is om de doelstellingen van Modi te halen, moet waarschijnlijk uit het buitenland komen

    Veel van de investeringen zijn gericht op groene waterstof, waarmee grote industrieën zoals de staal- en kunstmestindustrie hopelijk CO2-uitstoot kunnen uitbannen. India produceert daar nu nog bijna niets van, hoewel het wel ongeveer 7 miljoen ton gewone waterstof per jaar verbruikt. Die wordt met behulp van fossiele brandstoffen gemaakt. Investeerders denken dat India een goede plek is om groene waterstof te produceren, aangezien het proces veel schone energie vereist, die de Indiase zonne-industrie goedkoop kan leveren. India produceert ook weinig aardgas, dus er zijn weinig lobbyisten die campagne voeren tegen de ontwikkeling van een concurrerende industrie. De regering heeft beloofd steun te geven aan groenewaterstofbedrijven in een gedetailleerd plan dat binnenkort wordt bekendgemaakt.

    Met de hulp van Stiesdal, een Europees bedrijf voor schone technologie, bouwt Reliance een grote fabriek in Jamnagar om elektrolyse-apparatuur te produceren. De apparaten, aangedreven door schone elektriciteit van de geplande zonneparken van Reliance, zullen vervolgens worden gebruikt om groene waterstof te produceren. Ambani beweert dat die investeringen van India binnen tien jaar het eerste land zullen maken dat groene waterstof produceert voor 1 dollar per kilo, tegen de huidige kosten van meer dan 4 dollar per kilo. Hij wuift sceptici weg door te wijzen op zijn recente succes bij het leveren van gegevens aan mobiele telefoons voor ’s werelds laagste prijs.

    Indian Oil, een energiereus in staatshanden en de grootste verbruiker van vuile waterstof in het land, kondigde in augustus aan ook in de groenewaterstofbusiness te stappen. Het bedrijf is van plan om in 2046 25 miljard dollar te hebben geïnvesteerd in deze en andere schone technologieën, als onderdeel van de poging om in dat jaar nettonulemissies te behalen. ‘Wij maken van India een centrum voor groene waterstof,’ zegt S.M. Vaidya, voorzitter van het bedrijf. 

    Eerste elektrolytische cellen

    Ook buitenlandse investeerders zijn enthousiast. John Cockerill, een Belgisch technologiebedrijf, ging met Greenko een joint venture aan om jaarlijks voor 2GW aan elektrolyseapparatuur te produceren. Ohmium, een Amerikaanse start-up die elektrolyseert, heeft zijn enige fabriek in India staan. Het hoopt tegen het einde van dit jaar een jaarlijkse productie van 2GW te behalen. Het bedrijf exporteerde onlangs naar Amerika de eerste elektrolytische cellen die India ooit produceerde en verwacht binnenkort ook zendingen naar Spanje te gaan doen.

    De Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs nam een belang in ReNew Power, een bedrijf in hernieuwbare energie dat met Indian Oil samenwerkt aan de plannen voor groene waterstof. TotalEnergies, een grote Franse oliemaatschappij, kocht een kwart van een divisie van Adani Group die groene waterstof ontwikkelt.

    Indiase groenewaterstofbedrijven wagen zich zelfs in het buitenland. Acme Cleantech Solutions, een pionier op het gebied van zonne-energie, stapte over op de productie van schone brandstoffen. Samen met Scatec, een Noors bedrijf voor schone energie, investeert het meer dan 6 miljard dollar in de productie van groene ammoniak (een afgeleide van groene waterstof) in Oman. Het project is het eerste in zijn soort dat als CO2-neutraal is gecertificeerd. Het kreeg ook commerciële bevestiging toen Yara, een Noorse kunstmestgigant, in juli een langetermijncontract afsloot om de groene ammoniak te kopen.

    Rystad voorspelt dat India in 2025 meer dan 8GW aan elektrolyse-apparatuur per jaar zal produceren (ruwweg de helft van de geplande productie van wereldleider Europa). Investeringsbank Sanford C. Bernstein schat dat in 2030 de waterstofmarkt in India 15 tot 20 miljard dollar per jaar waard kan zijn. Hoewel hij niet zo optimistisch is als Ambani, denkt Bernstein dat ‘minder dan 2 dollar per kilo haalbaar lijkt tegen het einde van het decennium’.

    Niet risicoloos

    Er kan nog veel misgaan. Om te beginnen is het mogelijk dat de Indiase tycoons niet al hun grote beloften nakomen om miljarden uit te geven aan de nieuwe groene revolutie. Onderzoeksbureau CreditSights uitte zijn bezorgdheid over de hoge schuldenlast van de Adani Group. Vooral nu de rente wereldwijd stijgt, kunnen Indiase conglomeraten moeite krijgen om enorme investeringen in schone energie te financieren.

    En zelfs als de miljardairs zo gul spenderen als ze hebben beloofd, zal het leeuwendeel van de 500 miljard dollar die nodig is om de doelstellingen van Modi te halen, waarschijnlijk uit het buitenland moeten komen. Buitenlandse investeerders zien India niet als risicoloos. De roepie is in de loop der jaren gestaag in waarde gedaald, waardoor het rendement voor buitenlanders is afgenomen. Modi’s neiging om sektarische spanningen aan te wakkeren, brengt politieke risico’s met zich mee. En ook buitenlandse beleggers kunnen de pijn gaan voelen als de rente stijgt en de wereldeconomie vertraagt.

    Toch groeit de Indiase economie sneller dan die van China. De vraag naar elektriciteit stijgt zo snel dat het land in 2040 evenveel opwekkingscapaciteit gebouwd moeten hebben als de Europese Unie momenteel bezit, al dan niet groen. De ongeveer 30 miljard dollar die India volgens BNEF jaarlijks moet investeren in hernieuwbare energiebronnen om de doelstelling van Modi te halen, is weliswaar een ontzagwekkend bedrag naar lokale maatstaven maar is slechts een tiende van het geld dat vorig jaar wereldwijd in wind- en zonne-energie werd gestoken. 

    Het is nog vroeg voor India’s tweede groene revolutie, maar de eerste stappen zijn al gezet. Pandit merkt op dat het Westen een voorsprong van honderd jaar had in de conventionele automobielindustrie. Het was een lange, zware strijd voor Indiase bedrijven om hun achterstand in te halen en te kunnen concurreren. Maar op veel terreinen van schone technologie heeft India geen vergelijkbaar nadeel. Pandit voorspelt dan ook dat het land zal excelleren. ‘India gaat voor waterstof doen wat China deed voor accu’s.’

  • Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Onkruid verwijderen in velden met zonnepanelen is knap ingewikkeld. Schapen blijken hiervoor perfect: volgzaam, vraatzuchtig en precies de juiste hoogte. Zo ontstond een welkome impuls voor Amerikaanse schaapherders en hun kuddes.

    Ondanks de hitte haalt een maaiploeg in een veld met zonnepanelen in Texas zonder te klagen het gras weg. De panelen bedekken ruim 600 hectare van een zonnepark in Deport, een stad dicht bij de grens met Oklahoma. De baas van de ploeg, Ely Valdez, zorgt ervoor dat er geen prairiegras over de panelen heen groeit. Beter gezegd, zijn schapen doen het meeste werk.

    Het noodzakelijke verwijderen van de plaatselijke flora onder en rondom zonnepanelen heeft voor een onverwachte toename in werkgelegenheid gezorgd. Valdez profiteert daarvan, net als de vele andere herders die, verspreid over heel de VS, op de nieuwe fotovoltaïsche velden werken. De herder is eeuwen nadat hij door zijn rol in de Bijbel bekendheid verwierf weer in trek. Schapen, de verrassende drijfveer achter duurzame energie, genereren jaarlijks miljoenen dollars aan inkomsten door zonneboerderijen in het hele land op te schonen.

    ‘Deze ontwikkeling verandert onze levens,’ zegt Valdez, die vijfenveertig jaar oud is. Hij verwacht dat de kuddes onder zijn toezicht binnenkort jaarlijks honderdduizenden dollars aan inkomsten zullen genereren. De toenemende vraag naar zonne-energie is voor Valdez een enorme meevaller geweest. Zo heeft hij zijn huis in San Antonio kunnen afbetalen. 

    Tienduizenden hectaren

    In 2018 was het nog vijfduizend, maar volgens schattingen van mensen in de sector zijn er in de VS inmiddels tienduizenden hectaren aan zonnevelden waarop schapen worden ingezet. Kudde-eigenaren vragen tot wel vijfhonderd dollar per hectare per jaar.

    Voor deze klus in de zonne-industrie zijn er verschillende methoden uitgeprobeerd, maar een aantal veelbelovende kanshebbers voldeed niet aan de vele eisen. Zo zijn motormaaiers maar beperkt bruikbaar en kunnen ze niet gemakkelijk onder de panelen manoeuvreren, waardoor er kans is op beschadigingen.

    Schapen zijn volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte

    Grazende dieren waren dus favoriet, maar om logistieke redenen bleek niet elk dier even geschikt. Koeien en paarden zijn te groot om onder de panelen te passen. Geiten eten graag elk schadelijk onkruid, maar kauwen ook op bedrading en klimmen op apparatuur.

    Schapen zijn daarentegen volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte. Zo wonnen ze het gemakkelijk van de andere dieren.

    Optimistisch

    Valdez is verantwoordelijk voor de zeventienhonderd schapen die het zonnepark van Lightsource BP in Deport bevolken. Hij krijgt een deel van het geld dat aan de eigenaar van de kudde wordt betaald. Waar de schapen aan het werk zijn, overstemt geblaat het gestage gezoem van de machines die zonlicht omzetten in elektriciteit.

    Zijn eigen kudde van tweeduizend schapen is onderdeel van drie zonne-energieprojecten in de buurt van zijn huis en wordt beheerd door zijn vrouw, drie kinderen en tien werknemers. Net als de herders van vroeger leert hij het vak aan zijn kinderen. 

    Valdez, die voorheen een betonbedrijf bezat, startte zeven jaar geleden zijn herdersbedrijf. Hij was geïntrigeerd geraakt door een artikel over Europese zonnevelden en zag per toeval in een zonneveld tegenover zijn huis een gefrustreerde technicus de strijd aanbinden met planten. Hij sloot een deal van dertigduizend dollar in ruil voor zijn zevenentwintig ooien en zei de betonhandel vaarwel.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden

    Het inhuren van schapen voor landschapsonderhoud gebeurt al tientallen jaren. Zo had het Witte Huis tijdens de Eerste Wereldoorlog een kudde schapen om het onkruid in toom te houden. Maar vóór het begin van de zonne-industrie hadden veel schapenhouders het moeilijk. Door import uit Australië en Nieuw-Zeeland – landen die samen met China ook wereldwijd de wolmarkt domineren – is de vraag naar lams- en schapenvlees van eigen bodem gedaald.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden. Na Valdez en anderen in de zonne-industrie te hebben gesproken, gaf JR Howard, die al lang in het herdersvak zit, ongeveer 500.000 dollar uit. Met het geld, waarvan een deel geleend is, kocht hij genoeg schapen om een contract af te kunnen sluiten bij Lightsource BP. Vorig jaar is hij met zijn familie bijna 650 kilometer verderop gaan wonen om het werk te kunnen doen. 

    Het herdersleven

    Het herdersleven, althans op zonneparken, is niet alleen maar idyllische rust. Howard (42) is de hele dag bezig met het verplaatsen van schapen en schapenhekken naar overwoekerde velden, het vervoeren van watertanks en soms het aanvoeren van extra voer.

    Howard heeft meerdere waakhonden, waaronder Snowflake en Spark. Het zijn akbash: een eeuwenoud ras dat door Turkse herders wordt gebruikt en sterk en groot genoeg is om coyotes en andere roofdieren op afstand te houden. Het grootste deel van de tijd zijn ze bezig met het volgen van de schapen.

    Veel zonneherders besparen kosten door gebruik te maken van schapenrassen die niet geschoren hoeven te worden. Lightsource BP gebruikt zogenaamde dorper-schapen, waarvan veel een opvallende zwarte kop hebben, en katahdin, een ras dat in Maine enkele decennia geleden voor het eerst werd gefokt vanwege zijn vlees. Sommige van de dieren worden graag geaaid tijdens het grazen. 

    Geschikte technologie

    Zonne-energiebedrijven bieden hun vierpotige werknemers verschillende voordelen, zoals waterpompen en omheinde weiden waar ze comfortabel kunnen slapen. ‘Schapen zijn voor dit werk echt de geschikte technologie,’ aldus Michael Baute, vicepresident regeneratieve energie en koolstof-afvang en -opslag bij zonne-energieontwikkelaar Silicon Ranch Corp., dat gevestigd is in Nashville in Tennessee.

    Volgens Baute, die al lange tijd als boer werkzaam is, is het een uitdaging om genoeg schapen te vinden. Hij werkt als tussenpersoon voor herders en zonne-energieontwikkelaars en is dus eigenlijk een soort schapenmakelaar. Hij kwam in 2018 per toeval deze baan tegen, nadat hij een kudde had ingehuurd om het gras te verwijderen op een zonnepark van twintig hectare van Silicon Ranch.

    De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf

    De zonne-energieontwikkelaar, gesteund door oliegigant Shell PLC, was zo tevreden over het resultaat dat hij het jonge schapenmakelaarsbedrijf van Baute kocht. De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf, voornamelijk in het zuidoosten.

    Ook wat herders betreft is de vraag groter dan het aanbod. De American Solar Grazing Association en scholen die verbonden zijn aan North Carolina State University en Cornell University bieden onderzoek en scholing in de techniek, maar cursussen voor beginners zijn moeilijk te vinden.

    Christy King, projectmanager bij Solv Energy, het bedrijf dat het zonne-energieproject voor Lightsource BP beheert, is dol op de nieuwe lammetjes in Harolds kuddes. Eerder dit jaar kreeg ze toestemming om er een mee naar huis te nemen. Ze noemde het Cordina, naar een collega, en gaf haar flesvoeding. King liep met Cordina aan de lijn en het lammetje sliep bij haar in bed. 

    Cordina, die uiteindelijk groter en minder schattig werd, is nu een werkend schaap. King zegt dat ze Cordina af en toe tegen het lijf loopt op het zonnepark, dat genoeg energie opwekt om ongeveer veertigduizend huizen van stroom te voorzien. King, die oorspronkelijk als technicus is opgeleid, heeft pas onlangs de fijne kneepjes van het schapenhoeden geleerd. ‘Ik heb nooit geweten dat je dit voor je werk kon doen,’ zegt ze.