Tag: energietransitie

  • Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Terwijl de wereld langzaam overschakelt naar windenergie en elektrische auto’s, neemt de vraag naar koper navenant toe vanwege de uitstekende geleidende eigenschappen. Maar het delven van koper zorgt voor veel milieuoverlast.

    Corky Stewart is een gepensioneerde geoloog die met zijn vrouw op het platteland woont in Grant County in New Mexico, ongeveer anderhalve kilometer ten noorden van de uitgestrekte Tyrone-kopermijn. ‘We wonen hier nu drie jaar en we hebben vier keer een explosie gehoord,’ zegt Stewart over de mijn. Hij vindt dat niet zozeer onredelijk, aangezien het mijnbouwbedrijf eigenaar is van het terrein en het recht heeft om daar te doen wat het wil.

    Maar toen hij het pand kocht, wist hij niet dat het bedrijf aanvraag zou doen voor een nieuwe groeve, de Emma B, op slechts 800 meter van de bronnen waarvan hij en zijn vrouw afhankelijk zijn voor drinkwater. ‘Als ze op de een of andere manier ook onze watertoevoer gaan gebruiken en daarmee onze watervoorziening zouden uitputten, dan worden onze huizen waardeloos,’ zegt Stewart.

    ‘We doen geen poging om te voorkomen dat die groeve wordt gerealiseerd,’ zegt hij. ‘Het enige wat we vragen, is een toezegging dat alles netjes wordt geregeld ten aanzien van onze watervoorziening.’ Maar de mijn, eigendom van het bedrijf Freeport-McMoRan, weigert volgens Stewart om hen die zekerheid te geven. Freeport-McMoRan heeft niet gereageerd op meerdere verzoeken van New Mexico In Depth en The Guardian om te reageren.

    Stijgende vraag

    De uitbreidingsplannen van het bedrijf hangen samen met de verwachting dat de VS gaan investeren in schonere energiebronnen dan fossiele brandstoffen, waardoor de wereldwijde vraag naar koper zal stijgen. Koper geleidt elektriciteit, buigt gemakkelijk en is recyclebaar, en daarmee is het een cruciaal materiaal voor de meeste vormen van hernieuwbare energie, van wind- en zonne-energie tot elektrische voertuigen. Maar als die ‘schone energie’ afhankelijk wordt van de winning van metalen zoals koper, kan de omgeving worden vervuild.

    Freeport-McMoRan roemt de vele duurzame maatregelen die het bedrijf heeft genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar het lijdt geen twijfel dat koperwinning aanzienlijke risico’s inhoudt voor omliggende gemeenschappen en een bedreiging vormt voor allerlei zaken, uiteenlopend van de watervoorziening en de luchtkwaliteit tot belangrijke locaties voor inheemse culturen.

    Mijnbedrijven graven enorme gaten in de grond, die tot onder de grondwaterspiegel reiken. Zware machines stuwen stof op waardoor de lucht vervuild raakt. Er worden chemicaliën gebruikt om het mineraal uit erts te logen en water dat daaraan wordt blootgesteld, is voor altijd verontreinigd. Sommige projecten, zoals de Tyrone-mijn van Freeport, zullen continu water moeten blijven pompen, zelfs als er geen koper meer te vinden is, om te zorgen dat verontreinigd water uit de mijn niet terugvloeit naar de grondwaterspiegel.

    De vraag naar koper zal naar schatting met 350 procent groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie

    Volgens Chris Berry, een onafhankelijk analist die zich bezighoudt met energiemetalen, is het streven naar schone energie een belangrijke reden voor de toegenomen vraag naar koper, die naar schatting met 350 procent zal groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie. Tussen 2019 tot 2020 is de prijs in de VS al bijna verdubbeld. Dat komt deels omdat de rol van koper in de transitie naar schone energie niet genoeg kan worden benadrukt.  ‘We zullen het elektriciteitsnet echt opnieuw moeten gaan ontwerpen om het schoner, groener en efficiënter te maken. En dat vereist veel meer koper en kopermijnen.’

    Deze realiteit stelt milieuactivisten zoals Allyson Siwik, directeur van het Gila Resources Information Project, een lokale milieuorganisatie in Grant County, voor problemen.

    Lees ook:

    ‘We proberen natuurlijk over te stappen naar een economie met schone energie,’ stelt Siwik. ‘Daar zijn we uiteraard groot voorstander van.’ Ze voegt er echter aan toe: ‘De toename van de wereldwijde vraag naar deze metalen is wel zeer verontrustend voor mij. Het zijn de gemeenschappen in de frontlinie, zoals wij hier in Grant County, die de prijs betalen voor de toegenomen exploratie en uitbreiding van de mijnbouw.’

    De enorme kopermijnen van Chino en Tyrone die eigendom zijn van Freeport-McMoRan, liggen verscholen in landelijke gebieden van Grant County in het zuidwesten van New Mexico en hebben daarom niet de aandacht van Santa Fe, de hoofdstad van de staat. New Mexico staat nationaal gezien op de derde plaats wat koperproductie betreft, en de mijnen bieden werk aan meer dan dertienhonderd mensen. Naarmate de vraag naar koper toeneemt, kan de lokale werkgelegenheid groeien. En daar gokt Freeport-McMoRan op.

    Het winnen van metalen is nu winstgevender is dan ze te recyclen

    In het jaarverslag van 2020 schat het bedrijf dat de vraag naar koper de komende vijf jaar zal verdubbelen als gevolg van de toename van elektrische voertuigen en hernieuwbare technologie.

    ‘Er is toenemende interesse om koper te ontginnen in zowel bestaande als nieuwe mijnen, om zo de energietransitie te ondersteunen,’ bevestigt Holland Shepherd. Hij is manager van het mijnbouwprogramma van het ministerie van Energie, Mineralen en Natuurlijke Hulpbronnen van de staat New Mexico. Zo wil mijnbouwbedrijf Themac Resources in Sierra County de Copper Flat-mijn opnieuw in gebruik nemen.

    Die mijn was begin jaren tachtig kort in bedrijf, maar stopte omdat de prijzen daalden. Themac Resources heeft een mijnbouwvergunning voor twaalf jaar aangevraagd, waarvoor ook voldoende waterrechten moeten worden verworven om de regelgevende instanties van de staat tevreden te stellen. Daarover maken bewoners van het nabijgelegen dorp Hillsboro zich zorgen.

    ‘We zijn voor al ons water afhankelijk van bronnen hier in de stad,’ zegt Gary Gritzbaugh, die al vijfentwintig jaar in Hillsboro woont en voorzitter is van de Hillsboro Mutual Domestic Water Consumers Association. Deze kleine watervereniging bedient tachtig tot negentig klanten en bestaat al meer dan een halve eeuw. ‘Het is een goed systeem,’ zegt hij, maar hij is bezorgd dat de mijn hun bronnen zal uitputten of vervuilen, ook al proberen ingenieurs van het mijnbouwbedrijf de stad gerust te stellen dat verontreinigd water uit de mijn de watervoorziening van Hillsboro niet zal bereiken.

    Voor milieuactivisten die achter vermindering van CO2-uitstoot staan, zijn er geen gemakkelijke oplossingen voor de bedreiging die de winning van koper en andere essentiële mineralen vormt voor gemeenschappen zoals Hillsboro of voor plattelandsbewoners zoals Stewart.

    Recycling

    Noah Long, regiodirecteur van het klimaat- en schone-energieprogramma bij de Natural Resources Defense Council, zegt dat als een energietransitie uitblijft de gevolgen desastreus zullen zijn, en dat sommige gevolgen al zichtbaar zijn. ‘We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten,’ meent hij. Maar hij merkt ook op dat er behoefte is aan adequate regulering van mijnen, evenals aan het hergebruik en recyclen van batterijen van elektrische voertuigen.

    Een markt voor het recyclen van dergelijke batterijen, die zo’n tien jaar mee kunnen, kan helpen de vraag naar koper te verminderen en de mijnbouwactiviteiten te beperken in gebieden als New Mexico, waar kopererts overvloedig aanwezig is.  

    ‘We moeten overschakelen naar een beleid dat duidelijke prikkels creëert voor recycling,’ vindt ook Aimee Boulanger, directeur van het Initiative for Responsible Mining Assurance. Ze wijst erop dat het winnen van metalen nu winstgevender is dan ze te recyclen.

    Het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen

    Vorig jaar werd in de VS naar schatting 35 procent van het koper gerecycled en aan ongeveer een derde van de totale wereldwijde vraag wordt voldaan met gerecycled koper. Maar het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen. Die batterijen bevatten koper, nikkel, kobalt en lithium; hiervan zijn kobalt en nikkel meestal terug te winnen voor nieuwe batterijen, maar lithium en koper worden opgevangen voor gebruik in andere producten, of gaan verloren tijdens het proces.

    Toen loodzuurbatterijen in 1859 in beeld kwamen, werden ze zelden gerecycled, maar nu kunnen ze gemakkelijk worden afgebroken voor hergebruik. Dat zou een blauwdruk kunnen zijn voor batterijen voor elektrische voertuigen. China heeft al voorlopige regelgeving die fabrikanten aanmoedigt om voorzieningen te treffen voor het inzamelen en recyclen van gebruikte batterijen. Ook de EU heeft een wet in de maak die is gericht op duurzaamheid van batterijen.

    Als elektrische voertuigen het alternatief zijn voor olieslurpende auto’s, dan moet hun ecologische voetafdruk, van de winning van grondstoffen die nodig zijn voor de productie tot het beheer van afval van dat proces, in ogenschouw worden genomen, vindt Boulanger. ‘We moeten eraan werken om die impact te verminderen.’

    Het is ook belangrijk om autofabrikanten en elektronicabedrijven aan te moedigen om samen te werken met leveranciers die op verantwoorde wijze mineralen winnen, zeggen milieuactivisten. Maar uiteindelijk zullen dergelijke mijnen nooit 100 procent veilig zijn volgens Siwik, die zich onlangs bij inheemse stammen en milieugroeperingen heeft aangesloten om de Amerikaanse regering op te roepen om mijnbouwregulering te herzien.

    ‘We moeten de maximale hoeveelheid milieubescherming eisen, met mijnen die zo veilig mogelijk zijn.’ Dat betekent het veilig opslaan van voorraden, voorkomen dat giftige stoffen het grondwater binnendringen, de gevolgen voor de luchtkwaliteit verminderen en ook ervoor zorgen dat mijnen land teruggeven zodra een bepaald mijngebied opgebruikt is. Daarnaast moeten autofabrikanten en elektronicabedrijven worden aangemoedigd om samen te werken met leveranciers die op een verantwoorde manier mineralen winnen.

    Verantwoorde mijnbouw

    Siwik wil dat voor het beoordelen van mijnbouwpraktijken de standaard wordt gebruikt die is opgesteld door het Initiative for Responsible Mining Assurance (IRMA). Het IRMA werd onafhankelijk opgesteld en wijkt af van de normen die worden gehanteerd door de mijnbouwindustrie. Het IRMA kijkt onder meer naar sociale en ecologische verantwoordelijkheid, zakelijke integriteit en ‘de langetermijnplannen voor een positief nalatenschap’ om de prestaties te meten. Resultaten, beoordeeld door een onafhankelijke auditor, bevatten details over mijnbouwactiviteiten, bezochte faciliteiten en interviews die de auditors hebben gehouden met bedrijfsvertegenwoordigers.

    Deze openbare controle omvat ‘alles, van de bescherming van de rechten van inheemse volkeren, tot biodiversiteit en water en tot de gezondheid en veiligheid van werknemers’, aldus Boulanger. Het IRMA heeft al soortgelijke openbare audits uitgevoerd bij een platinamijn in Zimbabwe en een lood-zinkmijn in Mexico. Bedrijven als Tiffany’s, BMW en Ford hebben zich al gecommitteerd aan verantwoorde inkoop, dus als een mijn deel wil uitmaken van hun toeleveringsketens, zullen ze zich aan deze hoge standaard moeten houden, zegt Boulanger. Maar milieuactivisten vrezen dat de grote kopermijnen in New Mexico terughoudend zullen zijn om dergelijke normen te accepteren.

    ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen’

    Vorig jaar liet Freeport-McMoRan weten een andere standaard, het Copper Mark Responsible Production Framework, te zullen hanteren. Dat is speciaal ontworpen voor de koperindustrie en is ontwikkeld door de International Copper Association, een invloedrijke handelsgroep. Copper Mark luistert niet naar getroffen gemeenschappen, arbeidsorganisaties, niet-gouvernementele organisaties of mensenrechtenorganisaties, zoals het IRMA dat wel doet. Maar Copper Mark brengt wel rapporten uit op basis van duurzaamheidsnormen. Volgens Holland Shepherd van de staat New Mexico is er niets mis met Copper Mark.

    Gemeenschappen die worden getroffen door mijnactiviteiten staan juist sceptisch tegenover gegevens en rapporten die door de industrie zelf worden verstrekt.

    Zo is plattelandsbewoner Corky Stewart uit Grant County niet overtuigd als het bedrijf hem verzekert dat vervuild water van de geplande Emma B-mijn zijn waterputten niet zal bereiken. ‘Het is de mijn die de gegevens levert, toch?’ zegt hij. ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen.’

    Zodra vergunning wordt verleend voor de Emma B-mijn, is een rechtszaak de enige toevlucht die ingezetenen zoals Stewart nog hebben in het geval van waterverontreiniging. En dat vergt aanzienlijke financiële middelen, zegt hij. ‘Ik kan het me niet veroorloven om een eigen hydrologiebedrijf, advocaten, enzovoort in te huren.’

    Lees ook:

  • De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    Zo gaat hij er ooit uitzien, de windturbine die de komende jaren in de haven van Rotterdam gebouwd moet worden. Want ook de energietransitie vraagt om esthetiek. ‘Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0.’

    Midden in de haven van Rotterdam moet de komende jaren een 174 meter hoge windturbine worden gebouwd waarin je ook kunt wonen. Maar het futuristische gebouw, in de vorm van een enorme ring die enerzijds een archaïsche indruk wekt, maar anderzijds doet denken aan het gigantische lanceerplatform uit de sciencefictionfilm Contact, gunt je vooral een blik in de toekomst. 

    De Windwheel Corporation, het consortium dat de windturbine in het land van de windmolens – waar anders? –symbolisch wil heruitvinden als spektakel van duurzaamheid, bestaat uit het team architecten rond Duzan Doepel en een ploeg investeerders die wordt aangevoerd door Johan Mellegers. De Technische Universiteit Delft levert knowhow in de vorm van een prototype, waarin de windturbine, die geen rotor of wieken heeft en dus niet het typische windgeluid en ook geen vibraties produceert, sinds 2013 proefdraait.

    Het Rotterdamse project is al een paar jaar bekend. De realisatie is, zeer optimistisch, op zijn vroegst gepland in 2025, en gaat tussen de 200 en 500 miljoen euro kosten, wat eveneens erg optimistisch lijkt. Het bouwwerk moet vooral als symbolische eco-architectuur dienen, maar ook als marktconform woongebouw, hotel, horecagelegenheid, uitkijktoren, hotspot voor toeristen en als een zichzelf bedruipende attractie voor selfies tegelijk. Op de tekening bestaat de gevel vrijwel geheel uit zonnepanelen. Ook elektrostatisch geladen waterdamp, binnen een elektrisch veld door wind in beweging gehouden, moet energie gaan produceren.

    Is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Tot zover de theorie. Of die in deze mate ook werkelijk functioneert, is nog niet te zeggen. En wat de vogels ervan vinden, weten we ook niet. Dat zouden we ze moeten vragen. Los van onze gevederde vrienden is het trouwens de vraag of hier iets futuristisch staat te gebeuren of dat er alleen sprake is van greenwashing, een project dat zich duurzamer voordoet dan het feitelijk is: is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Als dit visionaire, maar geenszins onrealistische project met succes wordt gerealiseerd, zou het een unieke hybride zijn: windkrachtcentrale en zonne-architectuur ineen. En zodoende precies wat Markus Söder (de Beierse minister-president) nu nodig heeft: een letterlijk bezienswaardige, zelfs blij stemmende oplossing voor twee actuele problemen. Want zowel met zonne- als met windenergie zitten we soms behoorlijk in onze maag.

    Groene wind

    Op deze twee natuurlijke energiebronnen is in de kwestie van het veranderende klimaat al onze hoop gevestigd. Maar veel deskundigen (zoals architecten) en hoeders van het stedenschoon houden niet van daken met zonnepanelen. En veel leken (zoals gewone mensen) en hoeders van het landschapsschoon houden niet van windturbines. Terwijl de politiek eindelijk wakker wordt en – met uitzondering van de gebruikelijke, bijna niet van idiotie te onderscheiden rechtse nostalgie – in alle verkiezingsprogramma’s een duidelijk groenere wind waait, heeft de samenleving moeite om akkoord te gaan met een energietransitie die aan hun kijkgewoonten raakt. En in die zin ook een kwestie van smaak is.

    Misschien biedt juist de waanzin waarin over het rationele op een irrationele en over het objectieve op een subjectieve manier wordt meebeslist, een uitweg uit het dilemma. Misschien heeft de energietransitie, waarvan de feitelijke noodzaak meer dan genoeg is aangetoond, niet nog meer feiten nodig. Maar moeten we die met eigen ogen kunnen zien. Misschien moet de push die nog nodig is niet zozeer uit de kracht van argumenten komen, maar uit de kracht van suggestie. Misschien heeft de klimaatverandering, die steeds sneller steeds apocalyptischer beelden produceert, ook symbolen van hoop en veelbelovende architectuur nodig.

    Na de overstromingsramp in West-Duitsland werden de talkshows op tv overspoeld met mensen die de noodzaak van een radicaal andere klimaat- en milieupolitiek verkondigden. Alweer. Het onderwerp ligt allang waar het thuishoort: op straat, de straat die eigenlijk een weiland had moeten zijn. Alleen bestaat er voor groene oplossingen weliswaar veel ostentatief verkondigde goede wil, maar aan het einde van de verkiezingsdag blijkt merkwaardigerwijs dat er tot nu toe nog steeds geen politieke meerderheid voor is. Daarom krijgen windturbines en zonnedaken een betekenis die de functionele betekenis verre overstijgt. In het gunstigste geval worden ze het emblematische handelsmerk van de energietransitie. Betekenisvolle symbolen en daarmee transformatoren naar een nieuw tijdperk.

    Futuristisch manifest 

    De kritiek op alle pogingen om de energiehonger van de mensheid te stillen door een pact te sluiten met zon en wind, zodat de nu al levensbedreigende klimaatverandering niet nog erger wordt, is nog steeds opmerkelijk robuust. De energietransitie, van fossiele, CO2-uitstotende energiedragers naar regeneratieve, schone bronnen, is allang geen technisch vraagstuk meer, maar een probleem van maatschappelijke acceptatie. En precies op dat punt komt er een factor in het spel die er ogenschijnlijk niets mee te maken heeft: de esthetiek.

    Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0. Om het geheugen wat op te frissen: het oprichtingsmanifest van het Futurisme, op 20 februari 1909 gepubliceerd in Le Figaro, is te danken aan de enerzijds door het fascisme en anderzijds door het anarchisme beïnvloede, krankzinnige ideeën van Filippo Tommaso Marinetti, dichtend advocaat van beroep en daarnaast actief als revolutionair. In het manifest bezweert hij op eloquente wijze het moderne tijdperk: als een tijd waarin de overlevering wordt vervloekt en reikhalzend wordt uitgekeken naar het per se ‘nieuwe’. En dat zo allesomvattend dat het opkomende totalitarisme er net zozeer in zit als het verlangen naar een niet alleen nieuwe, maar ook betere wereld.

    Er is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek

    Vanuit hedendaags gezichtspunt moet de manifeste onzin in het manifest – waarin wordt geconcludeerd dat raceauto’s mooier zijn dan antieke beeldhouwwerken en dat musea moeten worden gesloopt en parkeergarages moeten worden gebouwd, en waarin dynamiek en versnelling de nieuwe middelen tegen alle kwalen zijn – niet al te serieus worden genomen. Maar het manifest maakte toch enorm veel los. Zowel in de doelstellingen van het Bauhaus van Walter Gropius als in veel andere op esthetiek gebaseerde stromingen in het begin van de twintigste eeuw zijn er elementen van terug te vinden. Futurisme, Bauhaus, rationalisme: ze waren (en zijn in principe nog steeds) allemaal succesvol mede omdat ze de stromingen van hun tijd een gemeenschappelijke en zichtbare noemer gaven. Het nieuwe denken was ook altijd een nieuw verlangen. En een nieuwe manier van kijken.

    Daarom is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek, aan nieuwe architecten, landschapsarchitecten en ontwerpers. Zij beheersen de kunst om zon en wind tot de beelddragers van een op zijn beurt vernieuwde tijd te maken. Het gaat niet alleen om ingenieurstechniek, het gaat ook om de overtuigingskracht van de vorm. De wind, zie Rotterdam, kan ook een beeldbepalend oriëntatiepunt zijn; de zon, zie Rotterdam, moet niet leiden tot stuitend gepruts op de daken. Ecologie kan ook een kracht worden, juist van de esthetiek. Goed leven is wellicht niet voldoende, het moet ook mooi leven zijn. 

  • Tekort aan groene waterstof in de EU belemmert energietransitie

    Tekort aan groene waterstof in de EU belemmert energietransitie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Geen WTA-toernooien meer in China vanwege affaire-Peng Shuai

    » Amerikaanse apotheken verantwoordelijk gehouden voor opioïdencrisis

    Productiecapaciteit groene waterstof loopt achter op vraag

    Groene waterstof is een belangrijk element in de strijd tegen klimaatverandering, maar volgens wetenschappers van zes Duitse onderzoeksinstituten is groene waterstof nog lang niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar, bericht Der Spiegel. Dat staat in een rapport over energietransitie, gefinancierd door het Duitse federale ministerie van Onderwijs en Onderzoek.

    Groene waterstof wordt uitsluitend met hernieuwbare energie gewonnen

    Volgens het rapport zal waterstof tot 2030 een ondergeschikte rol spelen en is grote politieke daadkracht nodig om de productiecapaciteit en het gebruik van groene waterstof uit te breiden. Vooralsnog zal waterstof moeten worden gereserveerd voor die toepassingen waar directe elektrificatie met groene stroom niet mogelijk is, bijvoorbeeld in de ammoniak- en staalproductie, of als e-fuel voor langeafstandsvluchten en de scheepvaart. Dit alles zolang nog onduidelijk is in welke hoeveelheden en tegen welke prijs waterstof in de toekomst kan worden geproduceerd. Om in 2030 aan slechts één procent van de EU-energievraag te kunnen voldoen met groene waterstof, zal de productie vanaf 2023 jaarlijks met ongeveer 70 procent moeten toenemen. Dat kan alleen als de Europese doelstelling tot uitbreiding van de elektrolysecapaciteit voor de productie van waterstof wordt gehaald.

    Groene waterstof, die uitsluitend met hernieuwbare energie wordt gewonnen, kan als basis dienen voor brandstoffen ter vervanging van kolen, olie en aardgas. Duitsland wil de uitbreiding van lokale hernieuwbare energie uit wind en zon bevorderen, maar gaat ervan uit dat een groot deel van de benodigde hoeveelheid waterstof aanvankelijk zal moeten worden geïmporteerd. Want niet alleen de hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt uit zonne- en windenergie is onvoldoende, ook de productiefaciliteiten voor waterstof schieten tekort.

    Lees ook: