Toch zijn fossiele brandstoffen nog lang niet verdwenen
Volgens de El País produceerden hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en waterkracht in 2025 samen ongeveer 33,8 procent van de wereldwijde elektriciteit, tegenover 33 procent voor steenkool. Daarmee komt een einde aan de dominante positie van kolen, die sinds het begin van de industriële revolutie de belangrijkste energiebron waren.
De verschuiving wordt vooral gedreven door de snelle groei van zonne-energie, die een groot deel van de stijgende wereldwijde elektriciteitsvraag opvangt. Ook windenergie blijft toenemen, terwijl waterkracht een stabiele bijdrage levert. Tegelijkertijd zorgen technologische ontwikkelingen, zoals goedkopere batterijen en verbeterde netwerken, ervoor dat hernieuwbare energie betrouwbaarder kan worden ingezet.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Toch betekent deze mijlpaal niet dat fossiele brandstoffen snel verdwijnen. In absolute cijfers blijft het gebruik van kolen in sommige regio’s nog hoog, mede door de groeiende energievraag in opkomende economieën. Volgens experts is er daarom een verdere versnelling nodig om de wereldwijde CO₂-uitstoot daadwerkelijk te laten dalen en de klimaatdoelen te halen.
De trend onderstreept wel dat de energiemarkt structureel verandert, met hernieuwbare bronnen die steeds vaker de groei in elektriciteitsproductie domineren.
Taiwan heeft een groot energieprobleem. Nadat het land besloot kernenergie af te bouwen, bleken de beloofde alternatieven minder effectief dan gedacht. In een zoektocht naar een stabiele, schone en lokale energiebron, richt Taiwan nu zijn blik op geothermische energie.
Aan het begin van de nucleaire afbouw in 2016 beloofde de Taiwanese Democratische Progressieve Partij (DPP) – opgericht in 1986 als uitvloeisel van een prodemocratische beweging en inmiddels aan de macht – dat offshore windenergie en zonnepanelen het wegvallende kernvermogen zouden opvangen. De bouw ervan bleek echter moeilijker dan de leiders hadden gedacht, en de weersafhankelijke aard van hernieuwbare energiebronnen betekende dat voor de vervanging van de consistente output van reactoren meer fossiele brandstoffen moesten worden gebruikt. Volgens het openbare nutsbedrijf Taipower hadden kolen en gas vorig jaar een aandeel van bijna 80 procent in de Taiwanese elektriciteitsvoorziening.
Dus gaven de leiders geothermische energie weer een kans. In 2021 blies de ontwikkelaar Fabulous Power de oorspronkelijke locatie van de eerste Taiwanese geothermische centrale, uit de jaren tachtig, nieuw leven in. De energie zou worden verkocht aan Taipower. De ontwikkelaar kon de centrale binnen een jaar weer in bedrijf nemen, maar het duurde vier jaar voordat de overheid de exploitatievergunningen rond had, aldus Ricky Huang, een van de voorvechters van geothermische technologie in Taiwan en medeoprichter van de non-profitorganisatie Climate Era Catalyst.
Inheems grondgebied
Bureaucratie was zeker niet het enige probleem. Uit onderzoek bleek dat maar liefst negentig procent van de ondergrondse warmwaterreservoirs – de conventionele bron van geothermische energie – zich op inheems grondgebied bevonden.
De Austronesische inheemse bevolking van Taiwan had de zwaarste lasten moeten dragen van de andere energieontwikkelingen op het eiland. En in de jaren tachtig opende de overheid in het geheim een stortplaats voor laagradioactief kernafval op Lanyu Island, het tropische thuisland van de Tao, een van de zestien inheemse stammen van Taiwan. Tegenwoordig zorgt de nucleaire opslagplaats op Lanyu voor zeer goed betaalde banen in wat verder voornamelijk een toeristische economie is. Vandaar dat de inheemse weerstand tegen zonne-energie groter is: een aanzienlijk deel van de zonnepanelen is geplaatst op inheems land, aldus Fran Minchen, een lid van de Paiwangroep uit het zuiden van Taiwan. ‘Als inheemse mensen zonnepanelen zien, denken ze dat de overheid hier komt om hun land af te pakken,’ zegt ze. ‘Hetzelfde geldt voor geothermische energie.’
Hoewel Helling, de Zweedse CEO, weigerde de exacte locatie van de Baseload Capitals-fabriek in Taiwan bekend te maken, vertelde hij wel dat die zich buiten een inheems reservaat bevindt. In de reservaten genieten stammen een zekere mate van autonomie.
Minchen, die als diplomaat in Nieuw-Zeeland werkte, denkt dat de geothermische industrie van dat land als voorbeeld kan dienen voor Taiwan. Geothermische energie genereert meer dan een vijfde van de elektriciteit van Nieuw-Zeeland en is de op een na grootste energiebron van het land. In Nieuw-Zeeland bevinden veel van de beste geothermische bronnen zich op Maori-land, maar de industrie heeft de Maori’s bij de deals betrokken; een geothermisch project dat eigendom was van de landtrust van de Maori’s was een van de eerste grote exploitanten in Nieuw-Zeeland. De vrijhandelsovereenkomst tussen Nieuw-Zeeland en Taiwan is uniek: het is de enige ter wereld met een hoofdstuk gewijd aan samenwerking met inheemse bevolkingsgroepen.
‘Als ik denk aan potentiële exportmarkten voor geothermische energie, staat Taiwan wel bovenaan de lijst’
Eerlijkere, weloverwogenere afspraken met de inheemse bevolking van Taiwan zijn niet de enige oplossing voor het opschalen van geothermische energie op het eiland. De totale hoeveelheid energie die kan worden opgewekt uit conventionele geothermische bronnen op of nabij inheems land is om en nabij 989 megawatt – iets minder dan 2 procent van de totale elektriciteitsbehoefte van Taiwan.
Momenteel gebruikt Taiwan minder dan 8 megawatt van die potentiële geothermische energie. Maar de regering streeft naar 20 megawatt aan het eind van dit jaar, naar liefst 1 gigawatt (1000 megawatt) in 2027, met een gestage groei naar 6 gigawatt in 2050. Meer dan 1 gigawatt met gebruik van de conventionele geothermische technologie is ‘simpelweg onmogelijk’ volgens Huang, de eerder genoemde voorvechter van geothermische energie. Dat is goed nieuws voor Amerikaanse start-ups als Fervo Energy en Sage Geosystems, die pionieren met frackingtechnologieën om dieper te boren. Conventionele geothermische bedrijven halen energie uit ondiepe reservoirs met ondergronds water dat wordt verwarmd door de magmakern van de planeet. Met frackingtechnologie kunnen bedrijven door de aardkorst heen breken om warmte te winnen uit de gloeiende diepten van de planeet.
Het gebruik van frackingtechnologie voor geothermische energie biedt Taiwan in principe twee voordelen: versterking van de voorraad schone, betrouwbare en veilige energie op het eiland, en evenwicht in de handel met de Verenigde Staten tijdens Trumps tarievenoorlog. ‘Als ik denk aan potentiële exportmarkten voor geothermische energie, staat Taiwan wel bovenaan de lijst,’ zegt Wilson Ricks, onderzoeker aan Princeton University. ‘Volgens mij is er geen plek op aarde waar de behoefte eraan groter is.’
Eerste stap
Terwijl Taiwan zich momenteel richt op uitbouw van conventionele geothermische bronnen, zou het minstens 32 keer zoveel energie kunnen opwekken met toekomstige frackingtechnologieën, zo blijkt uit een recente studie van wetenschappers aan het Taiwanese Industrial Technology Research Institute.
Afgelopen oktober zijn het staatsbedrijf voor aardolie CPC Taiwan en het onderzoeksinstituut Academia Sinica begonnen met een proefboring aan de noordoostkust van het eiland. Om de industrie op te schalen moet Taiwan volgens Huang echter rigoureuzer geologisch onderzoek uitvoeren, teneinde de beste boorlocaties vast te stellen en vergunningen gemakkelijker verkrijgbaar te maken. Als eerste stap werkt Huang samen met parlementariërs aan een wetsvoorstel dat de beperkingen op geothermisch boren in nationale parken opheft, zodat er meer land beschikbaar komt voor ontwikkelaars buiten de inheemse reservaten. Die wetgeving zou ook de regels voor het aanvragen van vergunningen stroomlijnen.
De gespannen relatie met China vormt een onderliggende factor in vrijwel alle energiekeuzes die Taiwan maakt. Nu het eiland zijn kerncentrales sluit en steeds afhankelijker wordt van ingevoerd vloeibaar aardgas, groeit de kwetsbaarheid voor economische of militaire druk vanuit Beijing – bijvoorbeeld via blokkades of handelsdwang. Deze afhankelijkheid maakt de zoektocht naar binnenlandse, stabiele energiebronnen extra urgent.
Geothermie wordt in niet alleen gezien als een schone oplossing, maar ook als een geopolitieke noodzaak
Geothermie wordt in dat licht niet alleen gezien als een schone oplossing, maar ook als een geopolitieke noodzaak. Tegelijkertijd versterkt de energieonzekerheid de betekenis van het zogeheten siliciumschild: de cruciale rol van Taiwan in de wereldwijde chipproductie zou China moeten weerhouden van militaire stappen. Maar zolang het eiland zijn energievoorziening niet op eigen kracht kan garanderen, blijft dat schild fragiel. Daarmee is de energietransitie in Taiwan nauw verweven met de vraag naar veiligheid, zelfbeschikking en strategische autonomie.
Maar geothermische energie kan haar glans verliezen zodra het boren begint. Frackingtechnologie veroorzaakt mogelijk aardbevingen, van oudsher een probleem in Taiwan. In 2017 veroorzaakte seismische activiteit van een geothermisch project in Zuid-Korea een zware aardbeving die de geothermische industrie van het land jaren terugwierp.
Toch maakt Huang zich geen zorgen. ‘We zijn gewend aan aardbevingen. Een grap luidt dat als iemand in een kamer waar ineens een aardbeving is stil blijft zitten, diegene waarschijnlijk Taiwanees is.’
Aardbevingsgevaar of niet, geothermie geniet zeldzaam brede politieke steun. De Democratische Progressieve Partij (DPP) is historisch tegen kernenergie vanwege milieubezwaren, maar staat open voor geothermie als schoon en lokaal alternatief. De Kuomintang (KMT), de conservatieve oppositiepartij, is juist voorstander van kernenergie vanwege de leveringszekerheid, maar steunt ook geothermie om diezelfde reden. Daarmee is geothermische energie een van de weinige thema’s waarop de twee rivaliserende partijen elkaar vinden – een zeldzaamheid in het sterk gepolariseerde Taiwanese politieke landschap. ‘Geothermische energie is een van de meest partijoverschrijdende energiebronnen,’ aldus Huang.
In de energieplannen voor 2025 van de Spaanse regering is de sluiting voorzien van de laatste vier kolencentrales van het land. Dat meldt El País. Hiermee wordt de Spaanse energievoorziening steenkoolvrij, hoewel het niet uitgesloten is dat de een kolencentrale op Mallorca – die in heel 2024 nauwelijks het equivalent van tien dagen heeft gedraaid – ook na 2025 aangesloten blijft op het elektriciteitsnet voor het geval zich een noodsituatie voordoet, totdat de tweede elektriciteitskabel om de Balearen met het vasteland te verbinden klaar is.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In 2024 leverde steenkool nog maar 1,1 procent van de elektriciteit in Spanje, het laagste percentage sinds het begin van de metingen. Zes jaar geleden, in 2018, was steenkool nog een belangrijk onderdeel van het systeem: het aandeel lag net boven de 14 procent. De snelle afbouw vond plaats vanwege economische redenen – steenkoolcentrales kunnen niet langer concurreren met hernieuwbare energiebronnen – en Europese regelgeving die landen verbood om steenkolencentrales open te houden met subsidie. In 2018 was 38,6 procent van de Spaanse elektriciteitsproductie afkomstig uit hernieuwbare bronnen, in 2024 56,1 procent.
De sluiting van de laatste kolencentrales stond eerst pas gepland voor 2030, maar de Spaanse regering, die geleid wordt door de sociaaldemocraten, besloot dit in september naar voren te halen naar 2025. Er is wel een kleine slag om de arm: de Spaanse stroomnetautoriteit moet nog beoordelen of volledige ontmanteling van de kolencentrales veilig is.
’De weg naar energieneutraliteit is echter nog lang‘
’Dit is de grootste jaarlijkse daling in decennia, met uitzondering van 2020, toen Covid-19 leidde tot een emissiereductie van 9,8 procent‘, maakte de Europese Commissie donderdag bekend. De uitstoot van elektriciteitsproductie en verwarming is met 24 procent gedaald ten opzichte van 2022, mede dankzij de ontwikkeling van windturbines en zonnepanelen. Maar ’de weg naar energieneutraliteit is nog lang‘, merkt Le Soir op. Brussel wil deze klimaatdoelstelling tegen 2050 halen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een van de eerste taken van het nieuwe team van Ursula von der Leyen zal zijn om te onderhandelen over de doelstelling voor 2040, waarvoor de Commissie een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 90 procent ten opzichte van 1990 bepleit. Maar rechts, de belangrijkste kracht in het Europees Parlement, heeft er een hard hoofd in dat dit cijfer zal worden gehaald.
Nikkel, bauxiet, lithium: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië willen een stempel drukken op de distributie van grondstoffen die onmisbaar zijn voor de energietransitie, door steeds meer akkoorden te sluiten met producerende landen.
Na China en de westerse landen is het nu de beurt aan de Golfstaten om zich te mengen in de mondiale strijd om strategische mineralen die onmisbaar zijn voor de energietransitie. In december 2023 hebben de Verenigde Arabische Emiraten via de onderneming International Resources Holding, eigendom van hun nationale veiligheidsadviseur Tahnoon bin Zayed al Nahyan, voor 1,1 miljard dollar een aandeel van 51 procent verworven in de Zambiaanse Mopani-kopermijn.
Saoedi-Arabië heeft in 2023 de Manara Minerals Investment Company opgericht, die over een oorlogskas van 15 miljard dollar beschikt om zich van buitenlandse energiebronnen te verzekeren. Zes maanden later nam dit nieuwe investeringsfonds voor 2,6 miljard dollar een aandeel van 10 procent in een dochterbedrijf van de Braziliaanse mijngigant Vale, dat gespecialiseerd is in strategische mineralen.
Manara heeft ook interesse om voor 7 miljard dollar deel te nemen in een van de grootste koper- en goudreserves ter wereld, gelegen in Reko Diq, in het zuidwesten van Pakistan.
Er wordt ook een diplomatiek offensief ontketend. Saoedi-Arabië heeft afgelopen januari samenwerkingscontracten voor mijnexploratie getekend met de Democratische Republiek Congo, Egypte, Rusland en Marokko. Ook heeft een delegatie Argentinië bezocht, dat over een grote lithiumreserve beschikt, en zal een andere zich binnenkort naar Chili begeven.
‘Controle over de aanvoer van zeldzame metalen dient zowel geopolitieke als economische doelen’
De Golfstaten, die volledig afhankelijk zijn van de export van koolwaterstof, maken van strategische mineralen een van de pijlers van hun economische diversificatie, zoals ook Saoedi-Arabië heeft gedaan met zijn plan Saudi Vision 2030. ‘Controle over de aanvoer van zeldzame metalen dient zowel geopolitieke als economische doelen,’ analyseert Thomas Scureld, econoom bij het Natural Resources Governance Institute in New York.
Om te beginnen voor de productie van elektrische voertuigen. Riyad heeft afgelopen maart een miljard dollar gestoken in de Chinese EV-fabrikant Lucid Motors en samen met de Taiwanese computeronderdelenfabrikant Foxconn een eigen merk gelanceerd, onder de naam Ceer.
Het Saoedische koninkrijk, dat grote vliegtuigorders heeft geplaatst voor zijn nieuwe luchtvaartmaatschappij Riyad Air, wil ook een plek veroveren in de luchtvaartindustrie middels de levering van onderdelen van aluminium en titanium. Deze mineralen zijn van strategisch belang voor de Saoedische defensie-industrie omdat ze ook geschikt zijn voor het vervaardigen van landingsgestellen voor gevechtsvliegtuigen en van munitie en raketgeleidingssystemen.
De Verenigde Staten voelen zich allerminst bedreigd door de komst van deze nieuwe spelers; ze verwelkomen ze juist aangezien ze de dominante positie van China ondermijnen. De Aziatische grootmacht heeft respectievelijk 74, 67, 84 en 52 procent van de raffinage van kobalt, lithium, nikkel en grafiet in handen, grondstoffen die worden gebruikt bij de fabricage van lithium-ionbatterijen.
Krachten bundelen
‘We moeten samen met onze bondgenoten en vrienden investeren in een gegarandeerde en gediversifieerde mondiale aanvoer,’ verklaarde Amos Hochstein, Witte Huis-adviseur op het gebied van energievraagstukken, afgelopen januari in Riyad. ‘Talrijke bondgenoten en partners zullen hun krachten moeten bundelen om de invloed van China te beteugelen, vooral op het gebied van raffinage,’ zegt Gracelin Baskara, verantwoordelijk voor het kritische mineralenprogramma van de Amerikaanse denktank Center for Strategic and International Studies.
De olieproducerende landen zoeken in mineralen een nieuwe manier om hun mondiale positie te beschermen en proberen om die reden hun imago te veranderen. Zo heeft Saoedi-Arabië van zijn Future Minerals Forum een onontkoombare ontmoetingsplaats voor de sector gemaakt. Deze jaarlijkse bijeenkomst, bijgenaamd ‘het Mekka van de mijnindustrie’, heeft tijdens haar derde editie afgelopen januari 26.000 deelnemers uit 145 landen ontvangen, tegen maar 4700 drie jaar eerder, in 2021.
Met behulp van de Britse organisatie Wood Mackenzie heeft het Forum ook het idee van een ‘superregio’ voor strategische mineralen bedacht, waarin het zelf een cruciale rol vervult. Een regio die Afrika, het Midden-Oosten en Zuid- en Centraal-Azië omvat, zou tegenwicht bieden aan China zonder tegen de westerse belangen in te druisen. Deze ‘superregio’ is zowel rijk aan mineralen, dankzij de reserves in Afrika en Centraal-Azië, als in staat om die tot metalen te verwerken, waarbij ze gebruik kan maken van de investeringen en de overvloedige en goedkope energie uit de Golfstaten. Ze concentreert zich vooral op India en het Midden-Oosten, die goed zijn voor een steeds groter deel van de mondiale vraag. De Golfstaten willen op hun beurt hun overvloedige reserve koolwaterstof en hun centrale geografische positie benutten door zich te specialiseren in de energieslurpende raffinage van mineralen.
‘De financiering door de Golfstaten wordt als neutraal beschouwd en dwingt niet tot een keuze tussen de VS en China’
Hoewel de op een na grootste olieproducent ter wereld zelf een bodem heeft die rijk is aan koper, goud, nikkel, bauxiet, lithium en mangaan, waarvan de totale waarde op 2500 miljard dollar wordt geschat, wil men ook investeren in winning in het buitenland. ‘Die investeringen zijn des te waardevoller nu veel westerse ondernemingen zich terugtrekken uit mijnbouwprojecten vanwege de daling van de koersen,’ constateert Gracelin Baskara. Dat de prijsdaling van lithium, kobalt of nikkel ze niet afschrikt komt doordat ‘de Golfstaten niet geïnteresseerd zijn in winst, maar in het veiligstellen van hun aanvoer’, voegt Thomas Scureld eraan toe.
Afrika, dat over driekwart van de mondiale mangaan-, chromiet- (een natuurlijke verbinding van ijzer en chroom) en platinareserves beschikt, heeft een grote aantrekkingskracht op de Golfstaten. In november 2023 heeft Riyad het eerste economische forum georganiseerd dat gewijd was aan Afrika, waarbij bijna vijfhonderd miljoen euro aan infrastructurele investeringen is toegezegd. Een welkome financiële injectie, nu Beijing zijn investeringen in de ‘nieuwe zijderoutes’ gevoelig heeft teruggeschroefd en de westerse landen het mes zetten in hun ontwikkelingshulp. ‘Ze dragen ook bij aan de ontwikkeling door te investeren in landbouw, toerisme en energie,’ zegt Scureld. Zo zal Mozambique, waar de bodem barstensvol grafiet zit, 158 miljoen dollar aan Saoedische investeringen ontvangen voor de bouw van ziekenhuizen en de aanleg van stuwmeren. ‘De financiering door de Golfstaten wordt als neutraal beschouwd en dwingt niet tot een keuze tussen de Verenigde Staten en China,’ zegt Emmanuel Hance, econoom bij het Franse onderzoeksinstituut IFP Energies nouvelles. Dankzij deze vinger in de pap van de strategische mineralen zijn de grote olieproducerende landen bezig een andere krachttoer te volbrengen, namelijk om onontkoombare spelers in de energietransitie en de strijd tegen klimaatverandering te worden.
De groene economie heeft een enorme honger naar koper – en de mensen stelen, vechten en sterven om die te kunnen voeden. Met uitzondering misschien van goud heeft geen enkel ander metaal zoveel verwoesting aangericht.
Voorstanders van de energietransitie willen alles elektrisch maken. Auto’s, verwarmingssystemen, fabrieken en alle andere machines moeten draaien op elektriciteit in plaats van op fossiele brandstoffen. Daarvoor hebben we koper nodig – ontzettend veel koper. Afgezien van zilver, dat veel zeldzamer en duurder is, is koper de beste stroomgeleider die er bestaat. We hebben het nodig voor zonnepanelen, windturbines en elektrische voertuigen. Voor de reusachtige batterijen die ons van stroom zullen voorzien wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait. En voor uitbreiding en verbetering van het elektriciteitsnet, dat in de meeste landen uit talloze kilometers stroomkabels bestaat.
Een recent rapport van S&P Global voorspelt dat we de komende 25 jaar meer koper nodig zullen hebben dan de mensheid in haar gehele bestaan heeft gebruikt. Analisten voorspellen dat we de komende jaren miljoenen tonnen tekort zullen komen.
Terwijl de energietransitie op stoom komt, is de waarde van koper de lucht in geschoten. De afgelopen vier jaar is de prijs van een ton koper van 6400 naar 9000 dollar gestegen. Daardoor zijn elektrische bedrading en apparatuur en zelfs het ruwe, net gedolven metaal een aantrekkelijk doelwit geworden voor dieven. Overal ter wereld wordt voor honderden miljoenen aan koper gestolen – waarbij vele mensen om het leven komen. Wellicht met uitzondering van goud heeft geen enkel ander metaal zo veel dood en verderf gezaaid.
Het meeste koper wordt nog altijd gewonnen en verkocht door erkende bedrijven. Maar zelfs de legale koperindustrie heeft enorm veel schade aangericht. De kopermijnbouw heeft – in het westen van de VS, in Zuid-Amerika, in Centraal-Afrika – enorme stukken land en kilometers waterwegen vervuild.
Rampen
En het risico op rampen wordt groter, omdat van de rijkste en makkelijkst bereikbare koperertslagen de meeste inmiddels zijn ontgonnen. ‘Al het laaghangende fruit is geplukt,’ zegt Scott Dunbar, een voormalig mijnbouwkundig ingenieur uit Canada. De kwaliteit van het resterende erts in veel grote mijnen gaat snel achteruit. Dat betekent dat er steeds grotere stukken land moeten worden opengebroken om dezelfde hoeveelheid koper te winnen, waarbij dus ook steeds grotere hoeveelheden afval worden geproduceerd.
Het nieuwe koperfront ligt in Centraal-Afrika. Sinds de vroege jaren 2000 wordt daar flink geïnvesteerd, als reactie op de schreeuwende vraag naar grondstoffen in China’s groeiende economie. De meeste bedrijvigheid vindt plaats in de Democratische Republiek Congo, een groot land dat rijk is aan koper, diamanten, goud, kobalt en andere delfstoffen. De mijnbouw is goed voor ongeveer 80 procent van de exportopbrengsten. Weinig daarvan komt uiteindelijk bij de inwoners terecht; de meeste Congolezen moeten leven van minder dan 3 dollar per dag.
De grootste producent van ruw koper ligt echter aan de andere kant van de wereld. Chili houdt die titel al tientallen jaren en levert momenteel een kwart van al het ruwe koper ter wereld. Koper heeft het land enorme rijkdom gebracht, maar ook gezorgd voor plunderingen, onteigeningen en geweld.
Grootschalige mijnbouw begon in dit land meer dan een eeuw geleden, toen een Noord-Amerikaans bedrijf in het noorden er controle kreeg over Chuquicamata, een gebied waar de oorspronkelijke bevolking al eeuwenlang koper opgroef. Een tijdlang was het de grootste dagbouw- oftewel bovengrondse mijn ter wereld. De arbeidsomstandigheden waren armzalig en er werd vaak gestaakt. Toen de Chilenen in 1970 de socialist Salvador Allende als president kozen, was een van de eerste dingen die hij deed de Chileense kopermijnen nationaliseren, waaronder Chuquicamata. De Amerikaanse eigenaren van de mijn waren woedend. Drie jaar later werd Allende bij een door de VS gesteunde coup ten val gebracht.
Tegenwoordig wordt Chuquicamata gerund door overheidsbedrijf Codelco. Het terrein van de mijn strekt zich uit over de lage uitlopers van een bergketen in de Atacama-woestijn. Het is een van de droogste gebieden op aarde. De groeve zelf is gigantisch groot: meer dan 1,5 kilometer breed, ruim 3 kilometer lang en bijna een kilometer diep. Deze vormt het middelpunt van een krioelend complex van gebouwen en wegen vol huizenhoge vrachtwagens, omvangrijke machines en torenhoge schoorstenen, allemaal gehuld in stof en rook, als was het een industriële voorstad van Mordor.
De schatten die in deze mijnen worden opgegraven, trekken schaamteloze criminelen aan
De mijn heeft ook een verstrekkende impact op het omringende landschap. De schokgolven breiden zich uit in alle richtingen. Grijs-bruingestreepte bergen steengruis liggen verspreid over vele kilometers. Een door wallen van opgehoopte aarde en steen ingesloten bezinkingsbassin met vervuild water beslaat een oppervlakte zo groot als Manhattan.
En dan is er nog de schade die je niet direct ziet. Chuquicamata – en andere mijnen in de buurt – onttrekken enorme hoeveelheden water aan de waterhoudende grondlagen en bergstroompjes in de Atacama. Volgens Leonel Salinas, vertegenwoordiger van de plaatselijke bevolking in Lasana, een bescheiden verzameling huizen ongeveer 45 kilometer van Chuquicamata, zuigt de mijn het weinige water in het gebied weg. Akkerland droogt uit, waardoor de meeste boeren zich gedwongen zien naar de stad te verhuizen.
De schatten die in deze mijnen worden opgegraven, trekken schaamteloze criminelen aan. Bij het licht van de volle maan komen bandieten in Toyota Tundra-pick-uptrucks naast de treinen rijden die de koperplaten uit de mijnen in de Atacama naar de kust vervoeren. Ze springen op de wagons, snijden de touwen waarmee de 90 kilogram wegende metaalplaten bevestigd zijn door, gooien het koper achter in de rijdende pick-ups en verdwijnen in het donker.
In januari 2023 werd de belangrijkste zeehaven van Chili overvallen door een heel team van criminelen, dat een handjevol havenarbeiders overmeesterde en ervandoor ging met twaalf containers vol koper van Codelco, met een waarde van meer dan 4 miljoen dollar. Het is zo’n nijpend probleem dat de Chileense politie een speciale kopertaskforce heeft opgezet.
Niemand weet precies hoeveel koper er jaarlijks wereldwijd wordt gestolen. Dieven verkopen hun buit doorgaans aan sloop- en recyclebedrijven waar geen vragen worden gesteld over de herkomst. Daar wordt het omhulsel van de stroomkabels gestript en het koper versnipperd of gesmolten. Nadat het gestolen koper gezuiverd is, kan het worden vermengd met legaal verkregen koper, waarna het makkelijk op de officiële markt te verkopen valt; de herkomst valt dan niet meer te achterhalen. Maar je kunt gerust zeggen dat de hoeveelheid gestolen koper jaarlijks vele miljoenen, zo niet miljarden dollars waard is. In 2023 werd bij Aurubis, de grootste koperrecycler van Europa, middels een bijzonder gewaagde operatie voor 200 miljoen dollar aan koper en andere metalen gejat. De grootste roofovervallen, tenminste in de VS, zijn meestal inside jobs.
Opportunisten
Amerikaanse koperdieven zijn overigens vaak gewoon opportunisten. Je hebt niet bijzonder veel deskundigheid of lef nodig om in een leegstaand gebouw de bedrading los te trekken, achter een appartementencomplex een airconditioner open te breken of in een rustige buitenwijk een putdeksel mee te pakken. De kosten voor het repareren van de veroorzaakte schade gaat de waarde van het gestolen metaal echter vaak ver te boven. Uitgetrokken kabels hebben drinkwatervoorzieningen in Hawaii belemmerd, straatverlichting in Missouri en landingsbaanlichten in Washington uitgeschakeld en hele metrolijnen in New York stilgelegd. In de VS wordt de schade die door koperdiefstal jaarlijks wordt toegebracht aan gebouwen en bedrijven die behoren tot de vitale infrastructuur geschat op 1 miljard dollar.
In Zuid-Afrika hebben wijdverbreide armoede, een incompetente politie en torenhoge metaalprijzen van koperdiefstal een heuse bedrijfstak gemaakt. Mijnen zijn een dankbaar doelwit. Hun ondergrondse netwerken van schachten en tunnels hebben stroom nodig voor de verlichting en de graafmachines. Die stroom gaat uiteraard door kilometers kabel, onbewaakt en uit het zicht. Elke dag wagen honderden mensen hun leven om aan dat metaal te komen.
Deze dieven staan bekend als zama zama’s, wat in het Zulu zoiets betekent als ‘waag het erop’. Deze illegale mijnwerkers laten zich aan touwen of via handgemaakte ladders in mijnschachten zakken en dringen het netwerk van tunnels binnen. Daar zetten ze ondergrondse kampen op. Zama zama’s brengen soms weken of zelfs maanden in de tunnels door.
Het is een misdaad die verbazingwekkend vaak voorkomt en zeer veel schade aanricht. Het mijnbouwbedrijf Implats meldde in 2021 ongeveer 800 gevallen van kabeldiefstal. Vanwege gestolen kabels moeten sommige mijnen wekenlang dicht blijven.
Illegale mijnwerkers komen bij bosjes om bij gasexplosies, overstromingen door hevige regenval en andere ongelukken
En het is een buitengewoon gevaarlijke manier om aan de kost te komen. Illegale mijnwerkers komen bij bosjes om bij gasexplosies, overstromingen door hevige regenval en andere ongelukken. Boven de grond worden tientallen vrachtwagens overvallen die koper naar Zuid-Afrikaanse havens vervoeren. Ondertussen wordt het elektriciteitsnet zo vaak en zo zwaar geplunderd dat het hele land eronder lijdt. In 2021 meldde spoorbedrijf Transnet dat er meer dan 1000 kilometer aan bovenleidingkabels was gestolen. Zendmasten, waterpijplijnen en elektriciteitscentrales worden eveneens aangevallen. Een ziekenhuis in Johannesburg moest sluiten nadat er koperen leidingen, kabels en elektrische apparatuur waren gestolen.
De golf van koperdiefstal heeft in sommige arme townships een tegenreactie opgeroepen van geweld door burgerwachten. Vermeende dieven zijn aangevallen, in elkaar geslagen en worden soms zelfs gelyncht.
De Zuid-Afrikaanse overheid en mijnbedrijven zoeken ondertussen wanhopig naar een oplossing. Spoorweg- en elektriciteitsbedrijven vervangen het koperdraad soms door aluminium of een legering van koper en mangaan, maar niets geeft een betere geleiding en is beter bestand tegen corrosie dan koper. Om diefstal te ontmoedigen heeft de regering eind 2022 een verbod op de export van oud koper ingesteld, in de hoop de toegang tot de overzeese afzetgebieden voor gestolen koper af te snijden. De dieven lijken daar echter nauwelijks last van te hebben. Er zijn nog genoeg binnenlandse kopers, en het kost de smokkelaars die de waar naar het buitenland verschepen blijkbaar weinig moeite om het metaal langs de ontoereikende haveninspectie te krijgen.
Een effectievere benadering van het groeiende koperdiefstalprobleem zou kunnen zijn om de aandacht te verleggen van het aanbod naar de vraag. Al zal ook dat niet makkelijk worden. Maar bedenk bijvoorbeeld dat er wereldwijd meer dan een miljard auto’s rondrijden. Als die allemaal moeten worden vervangen door elektrische auto’s, zijn er ontzaglijk grote hoeveelheden koper nodig, voor zowel de productie als het laadnetwerk. Als we in plaats daarvan het openbaar vervoer zouden uitbreiden, e-bikes zouden subsidiëren en onze steden beter zouden inrichten op voetgangers, hebben we er veel minder van nodig.
Het moet ons lukken om die baanbrekende overstap naar duurzame energie te maken. Maar we moeten ook inzien dat de koolstofvrije, door zon en wind aangedreven toekomst die we ons graag voorstellen haar eigen gevaren voor mens en planeet met zich meebrengt.
Een groenere economie kan 3,3 miljoen banen opleveren in enkele van de grootste landen van Afrika. Dat stellen ontwikkelingsagentschap FSD Africa en impactadviesbureau Shortlist in het rapport ‘Forecasting Green Jobs in Africa‘. Dat rapport voorspelt dat 60 procent van de banen, voornamelijk in de hernieuwbare energiesector, voor opgeleide arbeidskrachten zullen zijn die ‘de groei van de middenklasse kunnen stimuleren in landen met snelgroeiende sectoren’, zoals hernieuwbare energie, e-mobiliteit, bouw en productie, bericht The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het rapport is gebaseerd op voorspellingen voor vijf landen – de Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika – waar volgens het onderzoek in de komende zes jaar meer dan een vijfde van de verwachte nieuwe banen een gevolg zullen zijn van de energietransitie.
Ongeveer 10 procent van de nieuwe banen zal een universitair diploma vereisen, 30 procent zal ‘gespecialiseerd’ werk zijn waarvoor een certificaat of beroepsopleiding vereist is, en 20 procent administratief werk. Ongeschoolde arbeid zal stabieler zijn, met mogelijkheden voor opwaartse mobiliteit, voorspelt de studie. ‘Dit is het eerste openbare rapport dat het idee serieus neemt dat menselijk kapitaal en talent belangrijk zijn als input voor groene economische groei, en als positief resultaat – in de vorm van miljoenen nieuwe, directe banen,’ zegt Paul Breloff, CEO van Shortlist, tegen The Guardian.
‘Schone energie’ is voor steeds meer Zuidoost-Aziatische landen, van Indonesië tot Vietnam, reden om de banden met Beijing aan te halen. Spanningen in de Zuid-Chinese Zee veranderen daar niets aan.
Op het Indonesische eiland Bintan, aan een smalle zeestraat tegenover Singapore, verrijst op maar een steenworp afstand van een toeristische badplaats een nieuw industrieel complex.
Het begon met een aluminiumraffinaderij, die wordt gerund door Bintan Alumina Indonesia en deels eigendom is van het Chinese Shandong Nanshan Aluminium. Het volgende project is een aluminiumsmelterij, waarvan de opening staat gepland voor eind 2023, en een aluminiumfabriek die naar verluidt eind 2028 aluminiumblokken zal gaan leveren voor elektrische voertuigen.
De uitbreiding van het complex wordt door omwonenden met gemengde gevoelens gadegeslagen. Jongeren op Bintan zijn voor werk niet langer alleen aangewezen op toerisme of visserij. Maar er is ook milieuschade. Er stroomt afvalwater in zee en de kolencentrale die het complex van energie voorziet spuit roet de lucht in.
De milieutol van de productie van aardmetalen voor ‘greentech’ zijn voor veel Indonesiërs een bekend verhaal. Maar deel uitmaken van de groene productieketen van China wordt als groot goed beschouwd door de Indonesische regering, die alles op alles zet om buitenlandse investeerders aan te trekken in de aardmetaalwinning en daarmee werkgelegenheid te creëren en een moderne productie-economie te worden.
Steeds meer kansen
De Chinese greentech-industrie ziet steeds meer kansen in Zuidoost-Azië. De komst van Chinese investeerders is zeer welkom in de regio, die vooral door het Westen onder druk wordt gezet om zijn CO2-emissies te reduceren zonder dat daar financiële middelen tegenover staan. De Chinese investeringen stellen de Zuidoost-Aziatische landen ook in staat aan te haken bij een van de opwindendste opkomende bedrijfstakken ter wereld en hun eigen waardeketens te ontwikkelen op het gebied van ‘schone’ technologie.
Chinese bedrijven zien de regio op hun beurt als een politiek vriendelijke locatie voor buitenlandse productiefaciliteiten, niet in de laatste plaats om milieutechnische redenen, zoals in het geval van de aluminiumraffinaderij op Bintan.
Geopolitiek wordt van steeds groter belang naarmate de VS China meer uit hun hightech-sector proberen te weren en hun eigen productieketens voor groene technologie proberen te creëren die de invloedssfeer van China omzeilen. Daarmee is Zuidoost-Azië verstrikt geraakt in de steeds fellere strijd van de supermachten om technologische suprematie, waarbij landen zich soms gedwongen zien te kiezen tussen Washington en Beijing. Maar veel regeringen in de regio proberen beide kanten tot investeringen te verleiden.
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) meldde afgelopen januari in een rapport dat China het leeuwendeel voor zijn rekening zal nemen van de wereldwijde toename in productiecapaciteit voor een aantal greentech-producten die naar verwachting de komende zes jaar zal plaatsvinden, waaronder 85 procent van alle zonnemodules en windturbinebladen en meer dan 90 procent van al het anode- en kathodemateriaal voor accu’s.
Het IEA voegde daaraan toe dat de Chinese investeringen in de productieketen voor schone energie ‘een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het wereldwijd verlagen van de kosten van cruciale technologie, waarvan de transitie naar schone energie op tal van manieren heeft geprofiteerd’. Zo zijn volgens een afgelopen mei gepubliceerd rapport van Wood Mackenzie Chinese zonnemodules 57 procent goedkoper dan die welke in de VS en de Europese Unie worden geproduceerd.
Strafheffingen
Intussen worden er stappen gezet om de Chinese dominantie te pareren, zoals de Inflation Reduction Act (IRA) die in augustus 2022 werd aangenomen door het Amerikaanse Congres en die bedrijven op het gebied van schone energie die zich in de VS vestigen flinke belastingvoordelen biedt, met uitzondering van Chinese bedrijven.
In de EU is intussen kortgeleden een onderzoek gestart naar de mogelijkheid om strafheffingen op Chinese EV’s in te voeren en daarmee de eigen fabrikanten van elektrische voertuigen te beschermen. BYD, dat gevestigd is in Shenzen en inmiddels meer elektrische auto’s verkoopt dan Tesla, heeft overal in Zuidoost-Azië investeringen gedaan, net als veel andere Chinese autofabrikanten. Ook producenten van zonnepanelen en accu’s hebben de nieuwe markt bestormd.
Ontwikkelde landen onder leiding van de VS en de EU hebben vorig jaar in het kader van het zogeheten Just Energy Transition Partnership gezamenlijk 35,5 miljard dollar toegezegd om Indonesië en Vietnam te helpen bij het uitfaseren van kolencentrales en het versneld overstappen op duurzame energie, maar tot dusver is er geen cent uitgekeerd. Dit in schril contrast met de miljarden dollars die China al in greentech-gerelateerde projecten in Zuidoost-Azië heeft gestoken. Over de Amerikaanse betrokkenheid bij de regio rezen kortgeleden opnieuw twijfels nadat president Biden afgelopen september verstek had laten gaan bij de ASEAN-top in Jakarta. Ondertussen was de Chinese premier Li Qiang niet alleen wel bij de top aanwezig, maar smeedde hij ook sterkere economische banden met Zuidoost-Aziatische leiders door het ondertekenen van een uitgebreidere versie van het vrijhandelsverdrag tussen ASEAN en China, inclusief bepalingen ten aanzien van groene economie en productieketens.
Door hun pogingen hun eigen greentech-industrie te beschermen lopen de VS en de EU ook het gevaar sommige Zuidoost-Aziatische landen van zich te vervreemden. Een duidelijk voorbeeld is Indonesië, de grootste economie in de regio. De Indonesische ambities op het gebied van accu’s en EV’s zijn in gevaar gebracht door de Inflation Reduction Act omdat Indonesië geen vrijhandelsverdrag heeft met de VS en de meeste accu-gerelateerde projecten van het land worden gesteund door Chinese investeringen. Onderhandelingen over een beperkt vrijhandelsverdrag met Washington slepen zich al maanden voort.
Andere Zuidoost-Aziatische landen waar Chinese fabrikanten van zonnepanelen actief zijn, voelen de druk eveneens. Het Amerikaanse ministerie van Handel verklaarde afgelopen augustus dat het forse invoerrechten zal instellen voor bepaalde zonne-energieproducten uit Cambodja, Maleisië, Thailand en Vietnam nadat ze ontdekten dat deze in wezen worden geproduceerd door Chinese bedrijven ‘die hun zonne-energieproducten via deze landen verschepen om antidumpingheffingen en antisubsidierechten te ontlopen’.
Dit voorbeeld illustreert de hachelijke positie van Zuidoost-Aziatische landen die de ambitie hebben een hub te worden voor de door de Chinees-Amerikaanse spanningen verstoorde productieketens. Cui Tiankai, een gepensioneerde Chinese diplomaat en de langstzittende ambassadeur die China ooit in Washington heeft gehad, bekritiseerde de Inflation Reduction Act tijdens een recent bezoek aan Jakarta: ‘Nu hebben ze een nieuwe term, “deriskeren”. Maar wat is deriskeren? Volgens mij is het Amerikaanse beleid het risico, niet China. De Amerikaanse regering probeert de productieketen te veranderen of zelfs af te snijden. Dat druist heel erg in tegen de logica van de markt. Die strategie zal schadelijk zijn voor onze gezamenlijke pogingen om met behulp van nieuwe energiebronnen de klimaatverandering tegen te gaan en het milieu te redden.’
Met medewerking van Francesca Regalado in Bangkok, Ramon Royandoyan in Manila, Lien Hoang in Ho Chi Minh City, Ismi Dayamanti in Jakarta en Norman Goh in Kuala Lumpur.
Qatar probeert van de energietransitie te profiteren door de productie van ‘transitiebrandstof’ aardgas op te voeren. ‘Elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat’, aldus columnist Javier Blas.
De energietransitie is een wedstrijd met winnaars en verliezers, dus tegenover elke energiebron die wint zal er uiteindelijk ook een zijn die verliest. De belangrijkste strijd is die tussen hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen. Maar binnen het kamp van de fossiele brandstoffen woedt tussen aardgas en steenkool ook een strijd om de eerste plaats. En één land probeert die strijd in het voordeel van aardgas te beslissen.
Voorstanders van aardgas noemen het een ‘transitiebrandstof’, een stapsteen waarmee de wereld de stroomproductie kan vergroenen door steenkoolcentrales te verruilen voor aardgascentrales.
Nog afgezien van het probleem van methaanlekken zijn er twee obstakels die het moeilijk maken om koning steenkool van de troon te stoten: de prijs en de verkrijgbaarheid. Steenkool is spotgoedkoop en in veel ontwikkelingslanden in overvloed aanwezig. Gas moet in vloeibare vorm geïmporteerd worden en is de afgelopen twee jaar, sinds de Russische inval in Oekraïne, schrikbarend duur geworden. Het is dan ook geen verrassing dat Aziatische landen zoals Bangladesh, Pakistan en Thailand, die in lng (liquefied natural gas, oftewel vloeibaar aardgas) ooit een niet al te moeilijke en niet al te dure manier zagen om te vergroenen, daar nu twijfels over beginnen te krijgen. China en India, samen goed voor ongeveer een derde van de wereldbevolking, hebben de laatste jaren weer zwaarder ingezet op steenkool en hechten vooral aan de energiezekerheid die dat biedt. Het steenkoolverbruik blijft dus hoog en bereikte vorig jaar zelfs een recordhoogte.
Overschot
Maar dan komt Qatar, dat kleine emiraatje in het Midden-Oosten met een van de grootste fossiele brandstofschatten ter wereld in zijn bodem: voor biljoenen dollar aan aardgasreserves. Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie – afhankelijk van hoe je ‘succes’ definieert. Voor Qatar, en voor veel andere spelers van Team Realpolitik in het energie- en klimaatdebat, betekent succes eerst en vooral dat steenkool verruild wordt voor aardgas. Vanuit dat oogpunt is het niet moeilijk te begrijpen waarom Qatar, als de op twee na grootste lng-exporteur ter wereld, haast maakt met een enorme uitbreiding van zijn productiecapaciteit, ook al zal daarmee volgens velen de productie straks de vraag overtreffen. De Qatarese minister van Energie Saad Al-Kaabi heeft een simpele verklaring voor die snelle uitbreiding. ‘Het enige wat ons van nieuwe projecten kan weerhouden, is de gedachte dat er geen markt voor is,’ zei hij op 25 februari.
Al is het nog zo rijk aan fossiele brandstoffen, Qatar heeft paradoxaal genoeg belang bij een succesvolle energietransitie
De aankondiging van Qatar kwam net een maand nadat het Witte Huis had besloten voorlopig geen toestemming meer te geven voor nieuwe lng-projecten in eigen land – wat door sommige complotdenkers werd opgevat als een teken dat Doha van Washington wil profiteren. Maar dat denk ik niet. De werkelijkheid is dat Qatar goed let op wat er in Azië gebeurt en daarop inspringt. Wat het emiraat niet openlijk zegt, maar wat elke gasconsument zelf kan bedenken, is dat het land de markt met aanbod overspoelt in de hoop dat aardgas dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen. Simpel gezegd: Qatar probeert Aziatische landen gerust te stellen dat gas een betrouwbare transitiebrandstof is, waarmee ze van steenkool kunnen afstappen zonder hun financiën of energiezekerheid in gevaar te brengen.
Momenteel kan Qatar ongeveer 77 miljoen ton lng per jaar exporteren, waarmee het land na de VS en Australië de grootste mondiale leverancier is. Tot een paar dagen geleden streefde het naar een uitbreiding van zijn productiecapaciteit met 60 procent tot 126 miljoen ton. Samen met de verwachte aanboduitbreiding van de VS was dat al genoeg om tot een overschot op de lng-markt te leiden. Maar op 25 februari kwam Qatar met plannen voor een nog agressievere uitbreiding: een verhoging met 85 procent naar 142 miljoen ton vóór 2030. ‘Dat is een enorme hoop’, is mijn eufemistische samenvatting van de reactie van andere marktpartijen.
Belang
Niet alleen wil Qatar de markt overspoelen, het trekt zich ook niets aan van de gebruikelijke manier waarop exportfaciliteiten voor lng worden gebouwd. Normaliter laten de exporterende landen hun afnemers eerst langetermijncontracten tekenen en gebruiken ze die toezeggingen dan om het project te financieren en te bouwen. Qatar gaat gewoon aan de slag nog voor het afnemers heeft, het betaalt de faciliteiten uit eigen zak en zoekt er later wel kopers bij. Het helpt dat Qatar van alle gasproducerende landen waarschijnlijk de laagste kosten heeft. En voor een soeverein land is het makkelijker dan voor een commercieel bedrijf om voor zo’n langetermijnstrategie te kiezen.
Qatar overspoelt de markt met aardgas in de hoop dat het dan zo goedkoop en makkelijk verkrijgbaar wordt dat het de vraag zal aanjagen
Gaat het Qatar lukken? Voor de mate van succes zullen niet de gasprijzen maar de volumes bepalend zijn. Qatar is in 2019 uit de OPEC gestapt en is er duidelijk op gebrand de gasmarkt te vergroten, ook al leidt dat tot lagere prijzen. In Azië zijn de lng-prijzen al tot onder de tien dollar per miljoen BTU [BTU is een Amerikaanse eenheid voor energie. 1 BTU is de hoeveelheid energie die er nodig is om de temperatuur van een pond water te verhogen met 1 graad Fahrenheit en staat ongeveer gelijk aan 1060 joule] gezakt, van de recordprijs van ruim zeventig dollar in 2022. Het ergste wat een gasrijk land kan overkomen, is dat de herinnering aan de schaarste en de hoge prijzen van de afgelopen jaren de groei van het lng-gebruik van twee kanten afknijpt: doordat landen steenkool blijven gebruiken als primaire fossiele brandstof voor stroomproductie, terwijl ze bovendien werken aan de uitbouw van hun zonne- en windenergiecapaciteit.
Niet iedereen ziet in lng een ideale transitiebrandstof in de strijd tegen de klimaatcrisis. Maar elk brokje steenkool dat door gasmoleculen wordt vervangen is winst voor het klimaat, dus hebben we er allemaal belang bij dat het plan van Qatar slaagt.
Veel internationale mijnbouwbedrijven hebben grote moeite jonge werknemers binnen te halen. De sector heeft een imago van zwaar werk, seksisme, milieuschade en uitbuiting, maar is essentieel voor de energietransitie. ‘Er is geen verse aanvoer terwijl we wel ervaring verliezen.’
Lily Dickson snelde over de campus van de Universiteit van Leeds toen een actievoerende student haar een folder in handen drukte. Daarin werd opgeroepen tot een verbod op het werven van personeel onder studenten voor bedrijven in de mijnbouw en de olie- en gaswinning. De 24-jarige promovenda in de geologie was verbouwereerd. Ze kwam net terug uit Finland, waar ze met het mijnbouwbedrijf Mawson Gold uit Vancouver naar nieuwe vindplaatsen van kobalt in Europa had gezocht.
Het was geen loze oproep en ook geen op zichzelf staand incident. Vorig jaar hebben al vier Britse universiteiten mijnbouwbedrijven verboden nog personeel te werven of deel te nemen aan carrièrebeurzen op hun campus. Het hoort bij de algemene trend dat studenten en jonge werkenden zich afkeren van een sector die in hun ogen schadelijk is voor de aarde.
Bedrijven die gespecialiseerd zijn in het delven van koper, lithium en andere metalen die onmisbaar worden geacht voor de productie van groene energie, hebben naar eigen zeggen grote moeite met het werven van genoeg jong personeel om de energietransitie aan te kunnen. De meeste mijnbouwbedrijven in de VS, Australië en Europa zeggen dat hun groeiplannen gevaar lopen als deze trend zich voortzet. Er dreigen vooral tekorten aan hooggeschoolde krachten als ingenieurs, geologen en data-analisten. ‘Veranderende maatschappelijke verwachtingen zetten ons als werkgever onder druk om beter te leren uitleggen wie we zijn en waar we voor staan’, zo is te lezen in het laatste jaarverslag van Rio Tinto.
De mijnbouwsector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren
Ondanks de rol die ze spelen in de energietransitie kampen mijnbouwbedrijven met het imago van een ‘vuile’ industrie, vanwege mijnrampen in het verleden en beschuldigingen van uitbuiting en seksueel geweld. De sector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren. In een mondiale enquête van adviesbureau McKinsey zei 70 procent van de respondenten in de leeftijdscategorie van vijftien tot dertig dat ze waarschijnlijk of zelfs zeer zeker niet in de mijnbouw willen werken. Volgens het Amerikaanse Centrum voor Onderwijsstatistiek lag het aantal geologen en aardwetenschappers dat in 2020 in de VS is afgestudeerd bijna 25 procent lager dan in 2015, terwijl het totaal aantal afgestudeerde studenten in het land in die periode met 8 procent gestegen is. En het aantal inschrijvingen voor dergelijke studies daalde ook in Canada en Australië, landen waar de mijnbouw een economische factor van belang is. Volgens McKinsey daalde het aantal studenten dat een studie in de mijnbouwkunde voltooide in Australië tussen 2014 en 2020 met 63 procent. En in Canada lag het aantal inschrijvingen voor mijnbouwkunde in 2020 volgens de Mining Industry Human Resources Council tien procent lager dan in 2016.
Steenkool is groen
Als je in het streven naar groene brandstoffen geen alternatief kunt vinden voor fossiele brandstoffen, kun je die laatste natuurlijk nog altijd gewoon als ‘groen’ aanmerken. Dat is althans het opmerkelijke standpunt van Indonesië, schrijft Courrier International.
De Indonesische Hoge Autoriteit voor Financiële Diensten, die verantwoordelijk is voor de classificatie van economische activiteiten aan de hand van hun impact op het milieu, is van plan om de bouw van nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales voor de verwerking van mineralen zoals aluminium en nikkel, groen te verklaren. Dat Indonesië de vijfde grootste producent en grootste exporteur van steenkool ter wereld is, speelt daarbij ongetwijfeld een doorslaggevende rol.
Dat leidt tot zorgen over een kenniskloof in de toekomst, als de bedrijven aangewezen zullen zijn op afzettingen met een lagere dichtheid aan metalen. ‘Er zijn al vaker mensen uit het vak gestapt, maar nu is er geen verse aanvoer terwijl we door de pensioenuitstroom wel ervaring verliezen,’ zegt Alex Gorman, mijnbouwkundig analist bij Peel Hunt. Volgens Rohitesh Dhawan, hoofd van de brancheorganisatie International Council on Mining and Metals, is meer dan de helft van het arbeidsbestand in de Amerikaanse mijnbouw boven de 45. ‘De gemiddelde werknemer in onze branche is tegenwoordig aan de oude kant, meer richting pensioen,’ zegt hij. En nu het moeilijker wordt om nieuwe mensen te werven, zit zijn branche daardoor ‘aan twee kanten klem’.
Belemmering
Volgens een onderzoek van McKinsey zegt 86 procent van de leidinggevenden in de sector steeds meer moeite te hebben om de benodigde mensen te vinden en vast te houden. En bijna drie kwart van die topmensen meent dat dit gebrek aan nieuw talent een belemmering vormt voor het behalen van beoogde productiecijfers en strategische doelen. Rio Tinto heeft al gewaarschuwd dat het tot vertragingen of tegenvallende prestaties kan leiden.
Volgens het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistiek was het percentage openstaande vacatures voor de mijnbouw en de houtkap in de VS in maart 5,1 procent, een stuk hoger dan de 3,6 procent van vijf jaar geleden. In Canada is het vacaturepercentage in de mijnbouw al sinds 2015 gestaag aan het stijgen, met een voorlopig hoogtepunt van 4 procent voor werk in de mijnen en steengroeven en iets meer dan 6 procent voor ondersteunende taken in de mijnbouw. En volgens het Australische Bureau voor de Statistiek is het aantal vacatures in de mijnbouw ook in Australië gestegen van 2500 in mei 2016 (het laagste niveau sinds 2009) tot 10.600 in februari van dit jaar.
Het beeld bestaat dat mijnbouwbedrijven in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen
Het lukt de branche ook moeilijk om vrouwen aan te trekken. De mijnbouw is een van de weinige sectoren waar nog bijna alleen mannen werken en de werkomgeving vaak onveilig voor vrouwen wordt genoemd. Volgens een rapport van Rio Tinto uit 2022 op basis van een enquête onder tienduizend werknemers had 28 procent van de vrouwen die in de mijnbouw werkzaam zijn weleens te maken met seksuele intimidatie en hadden in de vijf jaar daarvoor 21 vrouwen melding gedaan van aanranding of verkrachting of een poging daartoe. ‘Het kan intimiderend zijn om de enige vrouw op de werkvloer te zijn,’ zegt Alex Gorman, die eerder in haar carrière ook gewerkt heeft voor koperwinningsprojecten in Botswana. ‘En als je een gezin hebt, is het moeilijk om als geoloog op locatie te moeten werken.’
Een onderzoek van accountantsbureau EY wees vorig jaar uit dat 12 procent van het wereldwijde personeelsbestand in de mijnbouw en metaalindustrie uit vrouwen bestaat, een disbalans die alleen wordt overtroffen door de bouw. Ook het gebrek aan vrouwen op leidinggevende posities blijkt een struikelblok te zijn bij het aantrekken van meer divers jong personeel.
Daarnaast worden mijnbouwbedrijven beticht van het uitbuiten van lokale arbeidskrachten. ‘Men neemt over het algemeen te weinig verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de uitbuiting van landen in Sub-Sahara-Afrika,’ zegt Haydon Mort, de CEO van Geologize Ltd., een communicatiebedrijf dat mijnbouwbedrijven helpt hun imago te bewaken. Dat de bedrijven nu moeite hebben om personeel te werven, komt doordat het beeld bestaat dat ze in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen, en die slechte reputatie wordt volgens experts versterkt door verwijten van uitbuiting van lokale arbeidskrachten. De bedrijven zetten wel stappen tegen die beeldvorming en het gebrek aan nieuw personeel. Zo werven ze inmiddels ook onder studenten bedrijfskunde en datawetenschappen. En ze zoeken hun personeel vaker in de regio’s waar hun mijnen zich bevinden en potentiële werknemers het bedrijf vaak al kennen.
Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand ertoe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade
Rio Tinto noteerde vorig jaar een stijging van 30 procent in het aantal afgestudeerden dat zich inschreef voor een opleidingstraject bij het bedrijf. ‘Dit was met 256 afgestudeerden de grootste lichting die we ooit hebben gehad,’ aldus een woordvoerder, die erbij zegt dat het bedrijf dit jaar de driehonderd hoopt te halen. BHP verwacht 3500 nieuwe mensen te werven met een nieuw programma van leerling- en stageplaatsen die niet alleen bedoeld zijn voor mensen met een universitaire opleiding. En ook non-profitorganisaties proberen bij te dragen aan de mobilisatie van talent voor wat zij zien als een snelgroeiende industrie. De vrijwilligersorganisatie Women in Mining U.K. helpt scholen bijvoorbeeld met het ontwikkelen van lespakketten over milieukunde en geologie voor met name de basisschool. ‘Iedereen krijgt al een beetje geologie op school als er wordt verteld over vulkanen, en dat kan verder worden uitgebouwd,’ zegt directeur Stacy Hope. Ze streeft ook naar de instelling van stageplaatsen en beurzen voor jonge vrouwen met interesse in dit vakgebied. Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand er ook toe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade.
Authentiek
Codelco, een Chileens staatsbedrijf in de kopermijnbouw, heeft al succes met het werven van personeel in de regio. In een recente enquête kwam het uit de bus als het bedrijf waar Chileense studenten na hun studie het liefst zouden werken, ondanks de sancties die het onlangs door de milieuwaakhond kreeg opgelegd. Andere bedrijven in de top-10 waren Nestlé en Walmart, aldus Merco, het onderzoeksbureau dat deze ranglijst opstelt. En ook het Egyptische goudmijnbouwbedrijf Centamin werkt nu meer met lokale arbeidskrachten dan met Europese en Australische expats. Door binnen Afrika te werven kunnen ze volgens directeur Martin Horgan mensen aantrekken uit landen als Congo, Ghana en Zimbabwe, waar meer recente ervaring met mijnbouw is dan in bijvoorbeeld Europa.
Haydon Mort van Geologize zegt dat ook sociale media zoals Instagram een goed middel zijn om jongere mensen te bereiken. Hij voegt eraan toe dat de industrie wel verantwoordelijkheid moet nemen voor bestaande problemen zoals de milieuschade. ‘Je moet authentiek zijn,’ zegt hij. ‘Transparant zijn over de gevolgen die je activiteiten zullen hebben voor het milieu en voor de gemeenschap.’
‘Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben’
Maar niet iedereen onderschrijft de opvatting dat de mijnbouw van cruciaal belang is voor de energietransitie. ‘Een beetje mijnbouw is wel nodig, maar de huidige door winstbejag gedreven industrie is verantwoordelijk voor grootschalige ecologische verwoesting en talloze gevallen van inbreuken op de mensenrechten,’ zegt Jamie Kelsey Fry, een woordvoerder van het Britse Extinction Rebellion.
Lily Dickson was een van de acht vrouwen op de in totaal vijfentwintig studenten die aan haar universiteit vorig jaar de master in geologie behaalden. De meeste van haar jaargenoten werken inmiddels al in de sector. Zij wil eerst nog promoveren, maar is daarna ook wel van plan om in de mijnbouw te gaan werken. De sector biedt haar de kans om te reizen, in de buitenlucht te werken en onderzoek naar duurzaamheid te doen, en het werk sluit aan bij haar fascinatie voor hoe de wereld werkt. ‘Als je eenmaal inziet dat de mijnbouw van cruciaal belang is, is het zaak om daarbij betrokken te raken,’ zegt Dickson. ‘Het is spannend werk. Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben.’
Voor de groene transitie waar Europa op inzet zijn veel metalen nodig. Het kleine Estland loopt voorop in het duurzaam recyclen van microchips en zet de eerste stap in de richting van een gezamenlijke Europese toeleveringsketen van essentiële grondstoffen.
‘Stelt u zich een goudmijn voor waarin elke ton erts een kilo goud bevat,’ zegt Priit Joers. ‘Elk mijnbouwbedrijf zou staan te popelen.’ Hij overdrijft niet: specialisten beschouwen een groeve met 10 gram goud per ton al als een schatkist. Dan moet een kilo echt een klapper zijn. Joers draagt in een kleine emmer een minuscuul deel uit zo’n wonderlijke mijn met zich mee, wanneer hij in Tartu, de tweede stad van Estland, zijn gast ontvangt. Het is restafval van elektrische apparaten in de vorm van elektrische circuits, die eerst door de shredder zijn gegaan en daarna tot een fijn poeder zijn vermalen.
Overigens is Joers geen mijnbouwkundig ingenieur, maar moleculair bioloog, en werkt hij niet in een groeve, maar in een laboratorium. Wel houdt hij zich bezig met het winnen van goud en andere edelmetalen, want zijn expertise ligt bij het zogenoemde microbiële uitlogen van erts (bioleaching). Bij dit proces wordt het metaal niet, zoals momenteel de gangbare methode is, met behulp van agressieve oplosmiddelen uit erts geïsoleerd. In plaats daarvan laat men micro-organismen het werk doen. Joers en zijn team willen onderzoeken welke bacteriën dat voor welke delfstof het best en het snelst kunnen.
Op een paar vragen hebben ze al antwoorden gevonden, maar Joers is erop bedacht die voor zich te houden. ‘We zijn in afwachting van een besluit over de octrooiaanvraag voor onze procedure, daarom kan ik niets concreets verklappen,’ zegt hij. Met ‘we’ bedoelt hij het bedrijf Biotatec, waar hij als wetenschappelijk directeur aan verbonden is.
Grote ambities
De start-up staat de laatste tijd in het centrum van de belangstelling. Prestigieuze instituties, zoals de Innovatieraad van de Europese Unie en de Estse rijksdienst voor het ondersteunen van nieuwe technologische ontwikkelingen, hebben al ettelijke miljoenen euro’s financiering toegezegd. Verder heeft PricewaterhouseCoopers Biotatec op de lijst van de belangrijkste bedrijven op het gebied van veelbelovende milieutechnologie in de regio Centraal- en Oost-Europa geplaatst.
Het jonge bedrijf koestert grote ambities: het wil binnen vijf jaar op internationaal niveau een leidende rol spelen binnen de microbiële uitloging, een sector die weliswaar niet nieuw is, maar decennialang een bestaan als muurbloempje heeft geleid.
Europa zet nu op ambitieuze wijze in op de groene transitie: windmolens, zonnepanelen, een waterstofeconomie, elektrische auto’s. Daar zijn hopen metaal voor nodig, onder meer edelmetalen en zeldzame aardmetalen.
Hiervoor beschikt Europa echter nog niet over een waardeketen (een eigen keten van grondstoffen tot eindproduct), waardoor het continent afhankelijk is van autoritaire regimes zoals China of Rusland. Wat zeldzame aardmetalen betreft is China momenteel bijvoorbeeld goed voor ongeveer twee derde van de winning van ertsen en ongeveer 85 procent van de verwerkte eindproducten – je kunt dus vooralsnog niet om Beijing heen. De coronacrisis en de Russische invasie in Oekraïne hebben echter laten zien hoe snel er problemen kunnen ontstaan in wereldwijde toeleveringsketens.
Oftewel: als Europa zijn groene transitie veilig wil stellen, moet het meer zelf gaan produceren in een sector die vaak op gespannen voet staat met het milieubeleid en waarvoor de benodigde installaties dus niet altijd steun vinden bij de bevolking. De technologie van microbiële uitloging biedt oplossingen voor deze problemen.
Wie niet over een eigen waardeketen beschikt, stelt zich bloot aan problemen of zelfs aan pressie
Een eerste uitweg ligt in het beter hergebruiken van elektronisch en elektrisch restafval (ook wel e-afval genoemd). Daar kun je niet alleen goud uit halen, maar ook zilver, palladium of platina – dat laatste wordt gezien als het sleutelelement voor een efficiënte waterstofproductie. Van het e-afval waar we reeds over beschikken wordt momenteel slechts ongeveer een vijfde benut, zegt Joers. Dat komt doordat de bestaande methodes voor recycling te traag en te duur zijn. Met optimale microbiële uitloging zou dit proces daarentegen zelfs al op kleine schaal winstgevend zijn, om nog maar te zwijgen over industriële schaal.
Tegelijkertijd is e-afval niet het enige afval dat Biotatec op het oog heeft. Ook fosforgips en zogenoemde rode modder zijn interessant. Beide zijn industriële restproducten uit de kunstmest- en aluminiumproductie. Alleen in Europa liggen er al miljoenen tonnen van op afvalbergen. Omdat ze giftige en radioactieve materialen bevatten, worden ze nauwelijks hergebruikt, hoewel ze van alles te bieden hebben – onder meer zeldzame aardmetalen. ‘Wat op deze afvalhopen ligt,’ zegt Joers, ‘zou Europa voor de komende decennia onafhankelijk van import kunnen maken.’
Maar waarom zijn dan niet allang overal in Europa bacteriën aan het werk gezet om de begeerde stoffen uit het industriële afval en e-afval te halen, of zelfs uit ertsvindplaatsen met lage concentraties metaal, waar exploitatie tot nu toe niet loonde? Die vraag dringt zich temeer op omdat de technologie achter microbieel uitlogen welbekend is en in bepaalde gevallen ook al op industriële schaal toegepast wordt.
Het probleem is dat deze technologie vergeleken met de traditionele aanpak voor uitloging van erts tot dusver te traag en te duur was. Mijnbouwbedrijven zagen daarom geen reden om van hun beproefde methodes over te stappen op een andere technologie of te investeren in nieuwe productielijnen.
Autarkie
Maar die redenering begint te rammelen. Om te beginnen hebben de laatste paar jaar bewezen hoe rap het raderwerk van de wereldeconomie tot stilstand kan komen. Wie niet over een eigen waardeketen beschikt, stelt zich bloot aan problemen of zelfs aan pressie. Ten tweede is het waarschijnlijk dat de vraag naar strategische grondstoffen die nodig zijn voor de ‘groene transitie’ zienderogen zal toenemen en de prijzen zal opdrijven, zolang het aanbod de vraag niet kan bijbenen.
En als Europa bovendien een bepaalde mate van autarkie wil bereiken in de waardeketen, zullen ook milieuvraagstukken een rol gaan spelen. Vergeleken met de klassieke uitlogingsmethodes heeft microbieel uitlogen wat dit betreft evidente voordelen. Ook op het gebied van de snelheid werden in het laboratorium van Biotatec al aanzienlijke vorderingen gemaakt.
Wist Sirli Sipp Kulli dat dit in het verschiet lag, toen ze ruim tien jaar geleden besloot de traditionele mijnbouw in Estland achter zich te laten en een start-up op te richten die deze weg zou inslaan? ‘Het was intuïtie,’ zegt de gepromoveerde scheikundige van midden veertig, ‘op een of andere manier wist ik gewoon dat dit groots kon worden.’ Vooralsnog moet de laatste stap – toepassing op industriële schaal – nog gezet worden. Maar met de nieuwste generatie bioreactoren staat Biotatec op het punt ook deze horde te nemen en kan het bedrijf aantonen dat hun methode binnen de sector een serieuze concurrent zal worden.
Daarvoor zou een potentiële industriepartner zowat om de hoek liggen. In het oosten van Estland staat namelijk de enige fabriek van Europa (en tegelijkertijd een van de weinige buiten China) voor het op grote schaal isoleren van zeldzame aardmetalen.
De Estse Silmet-fabriek verwerkt geconcentreerd erts uit alle delen van de wereld
Het complex is gebouwd in de periode van de Sovjet-Unie. Die had in de provinciestad Sillamäe een uiterst geheime fabriek voor de vervaardiging van uraniumconcentraat in bedrijf. Later werden daar ook zeldzame aardmetalen gezuiverd. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd de Estse fabriek aanvankelijk als staatsbedrijf onder de naam Silmet voortgezet en vervolgens geprivatiseerd.
Tegenwoordig is Silmet in het bezit van een Canadees concern, dat zowel in China als daarbuiten materialen produceert die in toenemende mate voor de nieuwe milieutechnologieën worden gebruikt. De Silmet-fabriek verwerkt geconcentreerd erts uit alle delen van de wereld en bedient daarmee een klantenbestand dat al net zo internationaal is.
Daarnaast speelt de wens Estland als investeringsland op te waarderen. In Narva, niet ver van Sillamäe, wil het moederconcern 80 miljoen euro investeren in een fabriek voor de productie en het recyclen van sterke magneten, die in elektrische auto’s en windmolens gebruikt worden. De Estse regering gooit nog zo’n twintig miljoen euro tegen het project aan via het Just Transition Fund van de EU, een financieringsinstrument voor de economische diversificatie van zwakkere regio’s en de bevordering van milieuvriendelijke technologieën.
Voor de Ida-Viru-regio, die al jaren door industriële teloorgang wordt bedreigd, betekent dat ongeveer duizend nieuwe en zeer gewenste banen. Potentieel worden dat er zelfs nog meer, want een toekomstige uitbreiding van de magnetenfabriek wordt al uitgetekend. Volgens Kristian Järvan, de Estse minister voor Ondernemerschap en IT, komt er op deze manier een geïntegreerde productieketen voor hoogwaardige sterke magneten tot stand, die de EU momenteel nog niet heeft en goed kan gebruiken.
Wanneer het vroeger over ‘klimaatoorlog’ ging, doelde men vooral op de ecologische consequenties van klimaatverandering. Nu heeft de term er een geopolitieke dimensie bij gekregen.
Toen ik in 2015 klimaatverandering begon te verslaan, had het begrip ‘klimaatoorlog’ nog maar één betekenis. Als iemand toen zei dat klimaatverandering de wereldorde in gevaar bracht, dacht men hierbij aan de directe gevolgen van opwarming en de indirecte gevolgen die daaruit voortkwamen. Wetenschappers waren bang dat ongekende droogte en overstromingen steden zouden verwoesten en massale migratie zouden veroorzaken, waardoor economische verhoudingen zouden kantelen of extreemrechts nationalisme zou ontstaan. Of ze maakten zich zorgen dat wereldwijde hongersnood voor torenhoge voedselprijzen zou zorgen en ouderwetse grondstoffenoorlogen zou ontketenen. Afgaand op inzichten uit de sociale wetenschappen vreesden ze ook dat weerschommelingen tot revoluties en burgeroorlogen zouden leiden.
De wereld van 2015 is niet meer dezelfde als die van 2022. Landen boekten sindsdien aanzienlijke vooruitgang op het gebied van klimaatbehoud, waardoor ze tot nu toe de ergste scenario’s konden voorkomen. Canada begon CO2-vervuiling te belasten, Europa sloot de zogenaamde Green Deal en de Verenigde Staten konden wonderlijk genoeg de Inflation Reduction Act aannemen. Sterker nog, politieke leiders gingen bij verkiezingen op dit beleid inzetten – en wonnen. Dankzij een wereldwijde afkeer van steenkool. Ooit leek het mogelijk dat de wereld tegen het einde van de eeuw vier of vijf graden warmer zou worden, maar door een groeiende, wereldwijde afkeer van steenkool zal dat waarschijnlijk niet gebeuren.
Dat we de afgelopen zeven jaar succes boekten, drong vorige maand tot me door toen ik een mededeling van de Duitse overheid zag. In de boodschap werd decarbonisatie op één lijn geplaatst met de klassieke drie-eenheid van de Verlichting: ‘Demokratie, Vielfalt & Klimaschutz. Du Bist Europa.’ Ofwel: ‘Democratie, diversiteit en klimaatbescherming. U bent Europa.’ Wat een overwinning. Maar wat een ingewikkelde overwinning. Sinds 2015 is de kans op een klimaatoorlog niet geheel verdwenen. In plaats daarvan kregen de politieke risico’s een ander karakter. Steeds meer landen hebben de energietransitie in hun economie geïncorporeerd, maar het zou kunnen dat dergelijke inspanningen een politiek conflict in de hand werken.
Dubbele functie
Laat het duidelijk zijn dat die verschuiving niet doelbewust werd gecreëerd, maar het resultaat is van een ontwikkeling die klimaatactivisten al vroeg voorspelden: accu’s, hernieuwbare energiebronnen en koolstofvrije energie kwamen bovenaan de technologische ladder te staan. Milieufanaten nemen enthousiast waar dat Oekraïners e-bikes en elektrische drones inzetten voor verkenningen en de aanval op Russische tanks. Maar hierdoor wordt des te meer duidelijk dat dergelijke innovaties een dubbele functie hebben – ze kunnen zowel in een maatschappelijke als in een militaire context worden ingezet. Voor landen die voor hun veiligheid moeten vechten, zijn ze dus onmisbaar.
Dat er over dergelijke technologieën met een dubbele functie conflicten kunnen ontstaan, spreekt voor zich. In de Chinees-Amerikaanse handelsstrijd staan zulke conflicten al centraal. Vorige maand stemde de regering-Biden in met een verbod op de verkoop aan China van alle moderne apparatuur voor de fabricage van halfgeleiders. Ook werd ‘Amerikaanse personen’ – een groep waartoe Amerikaanse burgers en mensen met een Amerikaanse verblijfsvergunning behoren – verboden in de Chinese halfgeleiderindustrie te werken. Zoals Eric Levitz in New York Magazineschrijft, komt het beleid neer op een economische vorm van oorlogvoering: ‘het is nu officieel Amerikaans beleid om te voorkomen dat China zijn ontwikkelingsdoelen bereikt’.
Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar
Die logica is gevaarlijk, want halfgeleiders zijn van essentieel belang voor decarbonisatie. Voor de overgang naar elektriciteit zijn halfgeleiders bijna geheel onmisbaar. Computerchips regelen bijna elk onderdeel van het energiegebruik en de energieopslag van elektrische auto’s, scooters, boilers, inductiefornuizen en meer. Kleine verbeteringen aanbrengen in de computerchips en software van auto-accu’s geeft fabrikanten van elektrische voertuigen een belangrijke voorsprong op hun concurrenten. Nu is het type halfgeleiders waarop Bidens beleid van invloed is, veel geavanceerder dan het goedkopere type dat nodig is voor decarbonisatie. Maar wie de ontwikkeling van een ander land tegenwerkt, kan van een economisch meningsverschil in een militair meningsverschil terechtkomen – zoveel is duidelijk.
Wat die dynamiek nog ingewikkelder maakt, is dat de VS en China klimaatbeleid inzetten als middel in hun diplomatieke concurrentie. President Xi Jinping deed misschien wel de belangrijkste internationale klimaatbelofte van de afgelopen jaren toen hij verklaarde dat China ernaar streeft om in 2060 klimaatneutraal te zijn. Omdat hij deze doelstelling minder dan twee maanden vóór de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 aankondigde, werd die opgevat als een scherpe boodschap voor en zelfs berisping van de Verenigde Staten en de regering onder Trump. ‘Het laat zien dat Xi de klimaatagenda wil gebruiken voor geopolitieke doeleinden,’ verklaarde Greenpeace-analist Li Shuo destijds in een interview met The New York Times.
Maar concurrentie hielp het Amerikaanse beleid ook vooruit. De Inflation Reduction Act werd deels aangenomen omdat Amerikaanse wetgevers de clean-techindustrie niet willen overlaten aan China. Dat heeft ertoe geleid dat de Verenigde Staten op het punt staan de binnenlandse productie van zonnepanelen massaal te subsidiëren. Het zou kunnen dat we in de VS over tien jaar een overschot aan goedkope zonnepanelen hebben. En hoewel dat economisch gezien enorm nadelig zou zijn, is het waarschijnlijk goed voor het klimaat. Als Amerika er dankzij geopolitieke rivaliteit voor kiest zonne-industrie te subsidiëren, kan concurrentie eerder bevorderlijk dan belemmerend zijn voor het klimaat. Een wereldwijde toename van goedkope zonne-energie geeft niet alleen een impuls aan decarbonisatie maar zet bedrijven er ook toe aan om zonnepanelen op nieuwe, creatievere manieren in te zetten.
Taiwan
Waarschijnlijk is de enige factor die een volwaardige oorlog tussen China en de Verenigde Staten kan ontketenen nog altijd Taiwan. Toch moeten we blijven beseffen dat een handelsconflict de internationale betrekkingen kan verslechteren en landen in de richting van ‘zero-sum‘-denken kan duwen. Zelfs wanneer zo’n conflict voortkomt uit de oprechte wens van politici om een binnenlandse industrie voor schone technologie op te zetten. En laat duidelijk zijn dat het grootste risico op door klimaatbeleid aangewakkerd geweld niet in de VS of China of Europa ligt. The Wall Street Journalberichtte onlangs dat er in de afgelopen maand in de Democratische Republiek Congo door rebellen zwaarder is gevochten dan in de voorgaande tien jaar, omdat groepen die door Rwanda zouden worden gesteund, aanspraak proberen te maken op Congolese delfstoffen. Congo produceert twee derde van het kobalt in de wereld en beschikt over de grootste voorraad aan tantalum, een metaalelement dat wordt gebruikt in condensatoren.
Decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa
Tegelijkertijd is ook de klassieke opvatting van een klimaatoorlog de wereld nog niet uit. Het afgelopen jaar is gebleken hoezeer de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme droogte, de prijs van belangrijke grondstoffen kunnen opschroeven. Dat zorgt in de rijke delen van de wereld voor inflatie en elders voor voedseltekorten. Conventionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, lokken veel eerder een dergelijk conflict uit dan hernieuwbare energiebronnen of klimaattechnologie, vertelt Dan Wang, technologie-analist bij het in China gevestigde economische onderzoeksbureau Gavekal Dragonomics. China blijft afhankelijk van olie en aardgas uit het buitenland, en de VS is een steeds grotere exporteur van aardgas naar China aan het worden. Als de VS die export zou stopzetten – net zoals ze de olie-export naar Japan in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog beëindigden – zouden de kans op en het risico van een groter conflict toenemen.
Jarenlang hebben klimaatactivisten betoogd dat milieuoverwegingen een centrale plaats verdienden in de economische en sociale beleidsvorming. Het klimaat is alles, zeiden ze. Tot op zekere hoogte hebben ze gelijk gekregen: decarbonisatie staat nu centraal in de toekomstvisie van de VS, China en Europa. Klimaatactivisten hebben een plaats veroverd aan de tafel waar de belangrijkste vraagstukken van de staat en samenleving worden opgelost. Wat een vooruitgang heeft de wereld geboekt, maar wat een lange weg hebben we nog te gaan.
De overstap naar hernieuwbare energiebronnen slaagt alleen als we de elektriciteit uit zon en wind kunnen opslaan. Zijn de ijzer-zoutbatterijen van start-up VoltStorage uit München de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?
In de kelder bij hem thuis zette Michael Peither zijn eerste laboratorium op. Als student elektrotechniek begon hij bij het licht van een neonbuis te experimenteren met water, zout en metaal. Zijn doel was een vloeibare batterij te construeren waarin de energie van de zonnepanelen op het dak kon worden opgeslagen. Met een doe-het-zelfhandleiding van internet ging Peither aan de slag. Zonder resultaat. Zijn eerste batterij functioneerde prima, maar had onvoldoende capaciteit om de elektriciteit van de zonnepanelen op te slaan.
Peither gaf niet op. Vooral omdat hij niet alleen was geïnteresseerd in de elektriciteit van zijn eigen dak. Met zijn zelfgemaakte batterij wilde hij een fundamenteel probleem van de energietransitie oplossen. Want hoe meer wordt ingezet op hernieuwbare energiebronnen, hoe meer opslagcapaciteit er nodig is. Alleen daarmee kunnen we ons ook van elektriciteit uit zonne- en windenergie voorzien wanneer de zon niet schijnt en er niet genoeg wind is. Er zijn wel bestaande technologieën, maar geen daarvan heeft echt voet aan de grond gekregen. Als alleen de elektriciteit uit de bestaande opslagfaciliteiten voor hernieuwbare energie zou worden gebruikt, gaat in het ergste geval al na een half uur het licht uit.
Spoedcursus
Acht jaar na de eerste experimenten in zijn kelder staan Peither en zijn start-up VoltStorage op het punt om in elk geval een deel van de oplossing voor dit probleem te realiseren. Om aan zijn batterij te kunnen blijven sleutelen, nam hij indertijd een semester vrij. Bij manifestaties voor start-ups aan de TU München vond hij in Jakob Bitner en Felix Kiefl twee medestrijders. In 2016, het jaar van hun afstuderen, richtten ze hun onderneming op. Daarna ging alles opeens heel snel. Hoewel ze nog midden in de ontwikkeling zaten, haalden ze bij investeerders binnen een paar maanden meer dan 1,6 miljoen euro op. Kort daarna vlogen ze naar Shenzhen voor een spoedcursus batterijen in de ‘Silicon Valley voor hardware’.
Voor de opslag van stroom uit hernieuwbare energiebronnen richten de drie mannen zich op ijzer-zoutbatterijen. Die bestaan in wezen uit een cel die elektrische energie omzet in chemische energie en die opslaat in twee tanks met een oplossing van water, zout en ijzer. Om de energie weer vrij te laten komen, wordt de chemische energie omgezet in elektrische energie. Daarmee onderscheiden de oprichters zich bewust van de concurrentie uit China, die vooral werkt met lithium-ionbatterijen. Terwijl lithium een schaarse en dure grondstof is, zijn ijzer en zout bijna overal ter wereld goedkoop en goed verkrijgbaar. ‘Je zou zelfs ijzer van verroeste spoorrails of fietsframes kunnen recyclen,’ zegt Peither. Zijn hun ijzer-zoutbatterijen de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?
‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd’
De drie mannen werken nog steeds aan hun uitvinding en hebben hem nog niet op de markt gebracht. Kai Peter Birke, onderzoeker aan de universiteit van Stuttgart naar opslagsystemen voor elektrische energie: ‘Het idee is in elk geval veelbelovend.’ Als langetermijnopslagsysteem voor zonne- en windenergie kan het bijdragen aan het slagen van de energietransitie. ‘Maar daarvoor moet de technologie echt volwassen zijn. Zo kan bijvoorbeeld de batterij exploderen als bij het overladen knalgas (oxywaterstofgas) ontstaat.’
Bij vloeibare batterijen bestaat inderdaad het gevaar dat in de oplossing waterstof wordt gevormd, die in combinatie met zuurstof tot een explosie kan leiden. Maar de oprichters van VoltStorage menen ook daarvoor een oplossing te hebben gevonden: ‘Wij scheiden de waterstof af voordat die kan reageren met zuurstof. Het waterstofgas wordt vervolgens teruggevoerd naar de elektrolyt. Voor dat proces hebben we patent aangevraagd,’ zegt medeoprichter Bitner. In het algemeen lijkt VoltStorage de belangrijkste problemen van deze batterijtechnologie in de afgelopen jaren te hebben opgelost. Zo gaan de oprichters ervan uit dat hun opslagunits een enorme levensduur hebben: ze zouden tienduizend laadcycli moeten kunnen doorlopen, dat wil zeggen dat ze twintig jaar zonder capaciteitsverlies kunnen blijven werken. In principe kunnen de opslagunits in containers bij elk wind- of zonnepark worden geplaatst. Er passen vijf ijzer-zoutmodules in een container. Elektriciteit uit zon en wind kan zo achtenveertig uur lang worden opgeslagen.
‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd,’ zegt Bitner. ‘Dat zal ons niet alleen permanent onafhankelijk maken van Russisch gas en gasgestookte elektriciteitscentrales, maar ook de elektriciteitsprijzen doen dalen.’
Als hun technologie succesvol blijkt, kan het een enorme business worden. De markt voor langdurige energieopslag groeit gigantisch: McKinsey becijfert het potentieel op één tot drie biljoen dollar tegen 2040. Ook durfkapitalisten lijken zich dit te realiseren, want ze hebben in juli nog eens 24 miljoen euro in VoltStorage geïnvesteerd. Het enige hartzeer: ‘Duitse investeerders zijn jammer genoeg nog steeds terughoudend. Nu zijn we een Duits bedrijf dat in meerderheid in buitenlandse handen is,’ zegt Peither met lichte spijt in zijn stem.
Het bedrijf heeft momenteel zestig werknemers, maar VoltStorage zoekt dringend dertig nieuwe medewerkers en meer kantoor- en productieruimte in München. Vanaf 2024 willen ze hun ijzer-zoutbatterij in serie gaan produceren. Voor die tijd moet de onderzoeksfase zijn afgerond en moeten de eerste pilotsystemen zijn geïnstalleerd.
Energiedichtheid
Peither en Bitner willen in het openbaar nog niet praten over concrete orders, winstverwachtingen of plannen om naar de beurs te gaan. Maar ze laten zich wel ontvallen dat er twee tot drie grotere pilots met wind- en zonneparken in Duitsland en Europa gepland staan. Er komen al aanvragen uit Amerika, Oceanië en Afrika.
De enige vraag die resteert: als het zo’n goed idee is, waarom heeft dan niemand er eerder aan gedacht? Eén reden zou de lage energiedichtheid kunnen zijn, vermoeden de uitvinders. De batterijen zijn aanzienlijk zwaarder en groter dan de alternatieven met lithium. ‘Daarom zijn ze ook niet geschikt voor elektrische auto’s,’ zegt Birke. De oprichters van VoltStorage geven dat openlijk toe. ‘Zelfs voor huiseigenaren met zonnepanelen op het dak is onze batterij nog niet rendabel,’ zegt Peither. Het opslagprobleem voor huizen heeft hij dus ook na jaren experimenteren in zijn kelder nog niet opgelost. Maar een veel groter probleem mogelijk wel.
Elke week pluist de redactie van 360 een nieuwsgebeurtenis uit de internationale pers voor je uit. Deze week gaan we dieper in op de recente vondst van een grote hoeveelheid zeldzame aardmetalen in Zweden. Deze grondstoffen worden gebruikt voor het maken van elektrische auto’s en windmolens – en zijn dus essentieel voor de energietransitie.
Dit artikel verscheen woensdag in de tweede editie van de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er precies gevonden en waar kan dit voor worden voor gebruikt?
In Zweden is de grootste hoeveelheid zeldzame aardmetalen in Europa gevonden, maakte het Zweedse mijnbouwbedrijf LKAB onlangs bekend in een persbericht. ‘Dit is niet alleen goed nieuws voor LKAB, de regio en Zweden, maar ook voor Europa en het klimaat’, beweert het bedrijf dat nabij de vindplaats een ijzerertsmijn exploiteert. Waar zijn deze beweringen op gebaseerd?
Volgens Euronews betreft de vondst de zeldzame aardmetalen neodymium en praseodymium. Die metalen worden gebruikt om de geavanceerde magneten te produceren die nodig zijn voor de bouw van onder andere elektrische voertuigen en windturbines. Er is op dit moment geen grootschalige winning van zeldzame aardmetalen in de Europese Unie, deels omdat het moeilijk is nieuwe mijnen en installaties te creëren voor de verwerking van de metalen.
Ook zijn het cruciale grondstoffen voor defensiematerieel, schrijft South China Morning Post. Zo worden zeldzame aardelementen op grote schaal gebruikt in magneten voor raketgeleiding, motoren met schijfaandrijving in vliegtuigen en tanks, en voor satellietcommunicatie en radarsystemen.
Waarom is deze vondst zo belangrijk?
Volgens LKAB, een Zweeds staatsbedrijf, ligt er in de Per Geijer-mijn in Lapland meer dan een miljoen ton aan zeldzame aardmetalen in de grond. Momenteel maakt Europa zich zorgen over zijn afhankelijkheid, met name van China, de grootste producent ter wereld, voor de levering van deze mineralen, schrijft Le Monde.
De EU heeft het streven naar grotere zelfvoorziening op het gebied van grondstoffen bovenaan haar agenda geplaatst, schrijft Financial Times. In het huidige geopolitieke klimaat probeert Europa zijn afhankelijkheid van China en Rusland te beperken. Zodoende is de ambitie om groene technologieën van eigen bodem te stimuleren gegroeid. Het gaat dan onder andere om windenergie en batterijen voor elektrische auto’s.
De zorg bestaat dat de dominante positie van China Beijing macht geeft over de prijs van de metalen en over de mogelijkheid om de levering aan rivalen in te perken, aldus The New York Times. In 2010 legde China de uitvoer van zeldzame aardmetalen naar Japan voor twee maanden stil vanwege een geschil over de visserij.
‘De elektrificatie van de EU, zelfvoorziening en onafhankelijkheid van Rusland en China beginnen in de mijn’, verklaarde de Zweedse vicepremier en minister van Economische Zaken en Energie Ebba Busch. De Europese Unie heeft, als onderdeel van haar inspanningen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, vorig jaar afgesproken om de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s vanaf 2035 stop te zetten.
De vondst in Noord-Zweden ‘zou een zeer groot deel van het Europese verbruik voor een aantal jaren kunnen verzekeren’, aldus geoloog Erik Jonsson tegen Sveriges Television.
Wat betekent de vondst voor de afhankelijkheid van China?
Vorige maand erkende Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op het World Economic Forum in Davos dat Europa voor ‘98 procent’ afhankelijk is van China wat betreft essentiële mineralen voor de energietransitie. Daaronder vallen ook kobalt, nikkel en lithium.
China is op dit moment goed voor 60 procent van de gedolven zeldzame aardmetalen wereldwijd, aldus South China Morning Post. En meer dan 80 procent van de wereldwijde verwerkingscapaciteit voor zeldzame aardmetalen bevindt zich in het land. De vraag naar de metalen die in motoren van elektrische auto’s en windturbines worden gebruikt, zal tegen 2030 vervijfvoudigd zijn, voorspelt Financial Times.
De Zweedse vondst zou een rol kunnen spelen in het Europese streven naar ‘strategische autonomie’, oftewel het streven minder afhankelijk te zijn van onbetrouwbare partners als het aankomt op essentiële grondstoffen.
Maar dat deze grote voorraad aardmetalen gevonden is, betekent niet dat de schop meteen de grond in kan. LKAB wil de cruciale grondstoffen graag delven, maar schat dat het tien tot vijftien jaar kan duren voordat er daadwerkelijk mijnbouw kan plaatsvinden. Eerst moeten de nodige vergunningen worden verkregen.
En dat is een behoorlijke uitdaging, schrijft Expressen. Zo is er een aantal zaken om rekening mee te houden, zoals de rendierhouderij in de omgeving, het feit dat de grondstoffen zich in beschermd natuurgebied bevinden en de mogelijke schadelijke milieueffecten. Een groot voordeel van de nieuwe ontdekking is dat de metalen zich bevinden in het gebied waar LKAB al ijzererts ontgint, aldus een woordvoerder van het bedrijf tegen de Zweedse krant. ‘Dit betekent dat er geen speciale infrastructuur nodig is voor de zeldzame aardmetalen.’
Mocht LKAB toestemming krijgen om te beginnen met graven, dan nog duurt het enige tijd voordat de zeldzame metalen uit Lapland in een elektrische auto terechtkomen. ‘Afzettingen van zeldzame aardmetalen zijn – in tegenstelling tot wat de naam suggereert – vrij algemeen in verschillende geografische gebieden. De winning van de mineralen is een stuk lastiger, vanwege de complexe verwerking en de verregaande milieueffecten’, schrijft Financial Times.
LKAB wil naast de mijn een installatie bouwen om de zeldzame metalen te verwerken. Om dat doel te bereiken is het bedrijf de grootste aandeelhouder geworden in het Noorse REEtec, dat gespecialiseerd is in het splitsen van zeldzame aardmetalen. Het plan is dat REEtec uiteindelijk een fabriek in Zweden gaat bouwen, bericht The New York Times.
Volgens Patrik Andersson, analist bij het Zweedse Nationale China Centrum, is dan ook de verwerking van zeldzame aardmetalen de bottleneck voor de Europese industrie. ‘De Chinese dominantie wordt groter naarmate je verder in de toeleveringsketen komt’, verklaart hij tegen South China Morning Post.
Een andere analist, Françoise Nicolas van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen, noemt de vondst in SCMP een ‘game changer’, omdat hij de EU helpt om haar afhankelijkheid van China te verkleinen. ‘Het is de moeite waard hier te benadrukken dat het niet gaat om loskoppeling van China, enkel om verbetering van de huidige situatie. Te grote afhankelijkheid zorgt voor kwetsbaarheid’, zegt ze tegen het dagblad uit Hongkong.
Autoproducenten in Frankrijk die consumenten willen overtuigen een nieuwe auto aan te schaffen, moeten op grond van nieuwe regelgeving vanaf maart dit jaar hun verkooptechnieken aanpassen. Ze worden verplicht om consumenten aan te moedigen op zoek te gaan naar milieuvriendelijke alternatieven.
Volgens buitenlandredacteur Claire Parker van The Washington Post kunnen autofabrikanten straks kiezen uit drie teksten die aan advertenties moeten worden toegevoegd, zoals te lezen valt in de nieuwe wet die is gepubliceerd in de Franse staatscourant: ‘“Overweeg carpoolen”, “Kies voor wandelen of fietsen voor korte afstanden”, of “Gebruik het openbaar vervoer voor dagelijkse ritten”. Aan het einde van het bericht moeten adverteerders de hashtag “#SeDéplacerMoinsPolluer” gebruiken, hetgeen zoveel betekent als “verplaats jezelf met minder vervuiling”.’
De nieuwe regels zijn van toepassing op advertenties die op radio, televisie, in bioscooptheaters, op internet, in kranten en via openbare schermen worden verspreid. Als adverteerders een van de verplichte toevoegingen niet opnemen, kunnen ze een boete krijgen van zo’n 50.000 euro.
Einde van de verbrandingsmotor
De stap van Frankrijk volgt op jarenlang lobbyen van milieugroeperingen, die het liefst een volledig verbod op autoadvertenties hadden gezien, aldus de Franse krant Le Monde: ‘Deze nieuwe reclameregelgeving werd in 2020 voorgesteld als een minimaal alternatief voor waar milieuorganisaties al jaren om vragen, namelijk het verbod op reclame voor alle auto’s, die een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot van de transportsector vertegenwoordigen.’
De zorgen van milieugroepen komen niet uit de lucht vallen, want de transportsector in Frankrijk zorgt voor een derde van alle broeikasgassen, aldus Climate Scorecard. Daarvan is ‘52 procent afkomstig van auto’s, 19 procent van vrachtwagens en 19 procent van bedrijfsvoertuigen. De overige 10 procent is afkomstig van openbaar vervoer, vervoer over water, binnenlandse vluchten en andere bronnen.’
Behalve dat ze hun advertenties vanaf 1 maart dienen te voorzien van de voorgeschreven milieuvriendelijke adviezen, dienen autofabrikanten ook de CO2-emissieklasse van een voertuig op te nemen in hun advertenties, schrijft Le Monde.
Voorts meldt de krant dat advertenties voor de meest vervuilende voertuigen, met een uitstoot van ‘meer dan 123 gram CO2 per kilometer’, vanaf 2028 volledig worden verboden, ‘om consumenten voor te bereiden op het einde van de verbrandingsmotor dat de Europese Commissie heeft voorgesteld voor 2035’.
‘Als ik een korte rit moet maken die over een Route National voert, ga ik dat niet te voet of met de fiets doen’
Volgens The Washington Post maken de Franse maatregelen deel uit van opgevoerde inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan. De Franse Hoge Raad voor Klimaat waarschuwde afgelopen zomer al dat het land niet op schema lag om zijn belofte na te komen om de uitstoot van broeikasgassen tegen het einde van het decennium met 40 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.
‘Het beperken van het gebruik van vervuilende auto’s is een van de pijlers van de Franse aanpak van klimaatverandering’, schrijft Claire Parker. ‘Belangrijke klimaatwetgeving die in de zomer is aangenomen, omvat bepalingen om reclame voor benzine en andere fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, en om subsidies te verstrekken aan chauffeurs die vervuilende auto’s inruilen voor schonere modellen.’
In de Franse media reageren autofabrikanten ondertussen met gemengde gevoelens op de aangekondigde reclame-eisen. Zo zei Volkswagen tegen Le Monde dat het de voorschriften zal opvolgen, evenals de Franse divisie van Hyundai, ook al had de Franse CEO van het Koreaanse automerk wel wat te mopperen.
‘Ik neem er nota van, we zullen ons aanpassen. Het kiezen voor emissievrije mobiliteitsoplossingen is onvermijdelijk’, laat Lionel French Keogh, CEO van Hyundai France weten. Maar hij vindt wel dat de maatregel ‘de auto stigmatiseert’ en ook ‘een beetje contraproductief’ is, omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen soorten auto’s, en dat terwijl de overheid het gebruik van elektrische voertuigen zegt te willen stimuleren. Bovendien, zegt Keogh: ‘Als ik een korte rit moet maken die over een Route National voert, ga ik dat niet te voet of met de fiets doen.’
Meer groente en fruit
‘Het CO2-vrij maken van transport betekent niet alleen overstappen op een elektromotor. Het betekent ook het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets indien mogelijk’, liet de Franse minister van Ecologische Transitie, Barbara Pompili, eind december weten op Twitter, in een commentaar op de nieuwe advertentieregels.
Om de ecologische voetafdruk van het land te verkleinen en de volksgezondheid te verbeteren, zet Frankrijk daarom ook stappen op allerlei andere gebieden, merkt Parker op in The Washington Post. Zo gelden al vergelijkbare maatregelen voor advertenties die zijn gericht op voedsel; producenten dienen Franse consumenten te instrueren om te bezuinigen op junkfood en meer fruit en groente te eten. Met ingang van het nieuwe jaar is een verbod op plastic verpakkingen voor groenten en fruit ingegaan en binnenkort mogen fastfoodketens niet langer gratis plastic speelgoed uitdelen, zoals AP Newsbericht.
Joseph Winters van Grist, een Amerikaanse non-profitmediaorganisatie die is gericht op klimaatproblematiek en -oplossingen, schrijft in zijn berichtgeving over het Franse beleid: ‘Naast de nieuwe reclameregels is Frankrijk van plan om in 2040 de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren volledig af te schaffen en nu al belasting te heffen op de meest vervuilende personenauto’s.’
Afgelopen oktober kondigde de Franse hoofdstad een nieuw fietsplan aan. Dat zou de stad ‘100 procent fietsbaar’ kunnen maken, volgens David Belliard, locoburgemeester van Parijs die verantwoordelijk is voor stedelijke transformatie. Volgens het plan zal Parijs van 2021 tot 2026 zo’n 260 miljoen euro investeren in verbetering van de ‘fietsbaarheid’ van de stad, door onder meer het aantal fietspaden uit te breiden en meer dan 130.000 nieuwe parkeerplekken voor fietsen te creëren.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.