Oorlog en afnemende persvrijheid dwongen de Ethiopische journalist Medhane Gidey zijn land te verlaten. Vanuit Soedan geeft hij een stem aan mensen die langdurig ontheemd zijn.
Medhane Gidey was als televisiejournalist werkzaam in Noord-Ethiopië. Voor de Tigray-oorlog van 2020-2022 in Noord-Ethiopië, werkte Gidey voor verschillende media. Zo maakte hij producties voor de aan de overheid gelieerde Fana Broadcasting Corporation, de regionale omroep Demtsi Weyane en het onafhankelijke Tigray Media House. Ook doceerde hij journalistiek aan de Ambo University.
Inmiddels leeft hij tussen vluchtelingen in Oost-Soedan, waar hij de dagelijkse realiteit van ontheemding blijft documenteren.
Aan de vooravond
Gideys professionele pad veranderde drastisch aan de vooravond van de oorlog, waarin volgens VN-organisaties honderdduizenden mensen zijn vermoord en miljoenen anderen op drift geraakt. Eind 2020, vlak voordat de gevechten op 4 november uitbraken, werd hij in Addis Abeba kort vastgehouden na een ondervraging door de autoriteiten over zijn verslaggeving. Toen het conflict begon, werden telecommunicatie en andere communicatiemiddelen afgesloten, wat onafhankelijke verslaggeving nog moeilijker maakte. ‘Het was duidelijk dat journalistiek zelf verdacht was geworden’, vertelt hij. ‘Ik kreeg twee keuzes: me scharen achter de overheid, wat financiële voordelen opleverde, of journalist blijven met het risico op detentie of ballingschap.’
Na zijn vrijlating, terwijl de oorlog escaleerde, ontvluchtte Gidey vanwege de bombardementen, honger en angst samen met andere burgers zijn land. Met zijn duizenden zochten ze veiligheid over de grens, in Soedan.
Tigray Media House
Vanuit het buitenland is Gidey blijven berichten, in samenwerking met Tigray Media House en als freelancer. Hij focust zich op humanitaire omstandigheden, ontheemding en het dagelijkse overleven van burgers. Zijn werk documenteert moeders op zoek naar hun vermiste kinderen, boeren die van hun land zijn verjaagd en jongeren die vanwege grenzen en een hardnekkige bureaucratie geen kant op kunnen.
‘Ik koos ervoor de stem van de stemlozen te zijn,’ zegt hij. ‘Ook hier, in een Soedan dat zelf instabiel is, moeten deze verhalen verteld worden.’ Zonder overheidsbescherming werkt Medhane Gidey met minimale apparatuur en slechte internetverbinding. Waar nodig beschermt hij zijn bronnen en vertrouwt hij op betrouwbare netwerken binnen de gemeenschap.
‘Journalistiek is een instrument om mensen te dienen en te beschermen,’ zegt Gidey. ‘Als deze verhalen niet worden vastgelegd, verdwijnen ze.’
Lucy Kassa, een Ethiopische freelance onderzoeksjournalist, bracht met gevaar voor eigen leven de gruwelijkheden van de Tigray-oorlog aan het licht. Haar onthullingen voor onder andere Al Jazeera maakten haar een doelwit. Nu woont ze op een geheime locatie in Europa, waar ze haar belangrijke werk voortzet.
Profiel van verzet
In ‘Profiel van verzet’ neemt een journalist van RFG Media je mee naar een voorvechter van persvrijheid uit haar of zijn land. Hoe navigeren zij door digitale en fysieke risico’s? Welke misstanden brengen ze aan het licht? Maak kennis met deze strijders van het vrije woord.
In een land waar journalistiek je het leven kan kosten, blijft Lucy Kassa een onbevreesde stem voor de waarheid. De Ethiopische freelance onderzoeksjournalist en oorlogscorrespondent legde de wreedheden bloot die zijn gepleegd tijdens de oorlog in Tigray in Ethiopië. Voor Al Jazeera en andere media deed ze verslag van etnische zuiveringen, massamoord en systematisch seksueel geweld.
Kassa begon haar carrière met het verslaan van ontwikkelingsvraagstukken. Maar toen eind 2020 de oorlog uitbrak in de Ethiopische regio Tigray, schakelde ze over op het onthullen van mensenrechtenschendingen. Dat bracht enorme persoonlijke risico’s met zich mee.
Begin 2021 bereikte haar werk een gevaarlijk keerpunt. Nadat ze een verhaal had gepubliceerd over een vrouw uit Tigray, een regio in het noorden van Ethiopië, die door Eritrese soldaten was verkracht, drongen drie gewapende mannen haar huis in Addis Abeba binnen. ‘Ze toonden geen legitimatie en stelden zich niet voor,’ vertelt ze in Los Angeles Times. ‘Ze doorzochten mijn huis en namen mijn laptop en een USB-stick mee met foto’s uit Tigray. Dit waren beelden van Eritrese soldaten in uniform in dorpen en in beslag genomen huizen, die bewijs vormden tegen herhaalde beweringen van de Ethiopische en Eritrese regeringen dat er geen Eritrese troepen in Tigray waren.’
Kort daarna beschuldigden de Ethiopische autoriteiten haar er publiekelijk van ‘niet legaal geregistreerd’ te zijn; een bekende tactiek om kritische journalisten te ondermijnen en het zwijgen op te leggen. Ook kreeg ze doodsbedreigingen waarin werd geëist dat ze zou stoppen met haar research naar oorlogsmisdaden. Lucy Kassa nam daarna de moeilijke beslissing om haar land te ontvluchten.
Persvrijheid in Ethiopië
In Ethiopië worden journalisten geconfronteerd met bedreigingen, intimidatie en gevangenisstraf, vooral wanneer ze verslag doen van etnische conflicten en mensenrechtenschendingen. Veel journalisten worden gedwongen in ballingschap te gaan, terwijl anderen kampen met censuur en juridische vervolging. Volgens Reporters Without Borders staat Ethiopië op de 145e plaats van de 180 landen in de World Press Freedom Index 2025.
Nu woont ze op een geheime locatie in Europa, waar ze haar belangrijke werk voortzet. Ze communiceert via versleutelde kanalen en bewaakt haar digitale sporen zorgvuldig. Ondanks haar leven in de schaduw blijft Lucy de verschrikkelijke waarheid aan het licht brengen, onder meer in New Lines Magazine. Ze laat zien hoe verkrachting als oorlogswapen wordt ingezet tegen vrouwen in het conflict in Tigray. Zo geeft ze overlevenden een stem.
Voorbij de leugens
Ook documenteert ze hoe Tigrayanen uit hun huizen worden verdreven puur vanwege hun etniciteit – feiten die overheidsfunctionarissen blijven ontkennen. Via betrouwbare contacten ter plaatse blijft ze aantonen aan dat buitenlandse soldaten deelnemen aan de oorlog, ondanks ontkenningen van de regering in Ethiopië en Eritrea. Elk verhaal dat ze publiceert helpt de wereld te begrijpen wat er werkelijk gebeurt in Tigray, voorbij de leugens.
Voor haar buitengewone moed heeft Lucy Kassa internationale onderscheidingen ontvangen, waaronder de Anna Politkovskaya Award. ‘Ze namen me mijn bewijs af, maar niet de waarheid,’ zei ze op een samenkomst met collega’s. ‘Journalistiek is mijn manier om de slachtoffers een stem te geven.’ In een tijd waarin stilte de machthebbers dient, bewijst Lucy Kassa dat verzet kan beginnen met een pen. En kan voortbestaan, zelfs in ballingschap.
Honderden Ethiopische migranten systematisch gedood in 2023
De grenstroepen van Saudi-Arabië worden beschuldigd van het plegen van geweld tegen migranten aan de grenzen. De migranten lagen onder vuur van machinegeweren en zagen lichamen rotten in het grensgebied. Dit verklaren Ethiopische migranten aan The Guardian.
De Ethiopiërs probeerden vanuit buurland Jemen tussen 2019 en 2024 over te steken. ‘Een van mijn benen werd weggeblazen door het Saudische vuur. Overal om me heen lagen lichaamsdelen van gewonden en doden’, zo vertelt een Ethiopische migrant over zijn nachtelijke vlucht in 2022. Hij probeerde met tientallen anderen over te steken naar de Saudische provincie Najran. ‘Ik zag drie mensen naast me sterven.’
Een andere Ethiopische man vertelt ook zijn verhaal aan The Guardian. ‘De kogels van de grenswachten raakten twee jonge vrouwen. De ene werd geraakt in de borst en de andere in de achterkant van haar nek. Beide meisjes waren op slag dood. Veel migranten vielen van een klif toen ze probeerden te ontsnappen. Anderen werden gevangen genomen of raakten gewond door geweervuur. We hebben geen idee wat er met hen is gebeurd. We weten niet of de twee meisjes ooit begraven zijn.’
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze getuigenissen weerspiegelen een rapport van Human Rights Watch (HRW) uit 2023. Saudische grenswachten hebben honderden Ethiopische migranten en asielzoekers gedood aan de zuidelijke grens met Jemen ‘in een systematisch en wijdverspreid patroon’, luidt het verslag van HRW. Dit gaat over maart 2022 tot juni 2023. Er werd gebruik gemaakt van vuurwapens en explosieven. Volgens het HRW is er sprake van misdaden tegen de menselijkheid.
De Saoedische grenswachten schoten een man neer die weigerde twee vrouwen te verkrachten, zo deed de HRW verslag. In een ander incident vroegen de Saoedische grenswachten op welk lichaamsdeel Ethiopische migranten het liefst neergeschoten wilden worden.
Nadia Hardman, auteur van het HRW-rapport: ‘Er is een toestand van onberekenbaarheid en straffeloosheid aan de grens. Niemand heeft onafhankelijk toegang tot deze gebieden.’ Volgens haar is het om deze reden onmogelijk om het aantal doden vast te stellen.
In Ethiopië – met meer dan 100 miljoen inwoners – dreigt een crisis die de kern van de democratie bedreigt: de uitholling van persvrijheid. Journalisten zoals Fanuael Hailemariam hebben weinig keuze, het is zwijgen of ballingschap.
Free Press Unlimited
360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.
RFG Magazine
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.
In 2018 was er een sprankje hoop, toen Ethiopië gevangen journalisten vrijliet en honderden websites deblokkeerde. Dit moment van optimisme was echter van korte duur. Het uitbreken van de oorlog in Tigray, een semiautonome regio, gevolgd door conflicten en onrust in de regio’s Amhara en Oromia, bracht het land terug naar een harde mediacontrole. Op de Wereldpersvrijheidsindex van 2024 staat Ethiopië op de 141e plaats van de 180 landen, een daling ten opzichte van de 130e plaats in 2023.
Internationale aandacht gaat vaak uit naar een paar bekende gevallen, maar talloze minder bekende journalisten worden dagelijks bedreigd. Deze onzichtbare helden, die onvermoeibaar achter de schermen werken, verdwijnen soms zonder dat iemand weet waar ze zijn, zonder erkenning of bescherming. De regering misbruikt de Wet tegen haatzaaiende uitspraken en desinformatie, die onafhankelijke journalistiek hindert. En sommige journalisten werken noodgedwongen voor de regering, gechanteerd met bedreigingen tegen hun familie of de angst dat hun privéleven openbaar wordt gemaakt.
Mediasoldaten
Een ander complex element in dit verhaal is de Yemidia Serawit, oftewel het medialeger. Dit is een door de regerende Prosperity Party georganiseerde groep journalisten die hun professionele ethiek hebben ingeruild voor politieke gunsten. Ze functioneren als propagandisten en activisten van de regering. Daardoor raakt waarheidsgetrouwe verslaggeving vertroebeld en worden collega’s die zich wel aan journalistieke principes houden onderdrukt.
Het medialeger vergroot de overwinningen van de regering uit, verspreidt desinformatie en coördineert aanvallen op onafhankelijke journalisten via sociale media. In ruil voor hun loyaliteit ontvangen ze financiële voordelen, waarmee een zorgvuldig samengesteld narratief van regeringssucces wordt gecreëerd, terwijl dissidente stemmen worden gesmoord.
Ik noem mijn situatie geen ballingschap, maar het ontsnappen aan de dood.
Als journalist in Ethiopië heb ik zelf ook zware repressie van de overheid meegemaakt. Tijdens de oorlog in Tigray, waarbij volgens de VN 300.000 tot 600.000 mensen stierven, probeerde ik de waarheid over de wreedheden aan het licht te brengen. Mijn pogingen werden beantwoord met intimidatie, arrestatie en fysiek geweld. De veiligheidsdiensten van de regering martelden mij zowel lichamelijk als geestelijk, in een poging me het zwijgen op te leggen. Ik werd in ondergrondse cellen vastgehouden en met de dood bedreigd. In 2022 lukte het me om hieraan te ontvluchten. Daarom noem ik mijn situatie geen ballingschap, maar het ontsnappen aan de dood.
Het medialandschap van Ethiopië wordt vandaag de dag voornamelijk gecontroleerd door staatsmedia, met weinig ruimte voor onafhankelijke stemmen. De meeste journalisten werken onder zware druk, wat leidt tot zelfcensuur en een gebrek aan kritische berichtgeving. Ondanks aanzienlijke beperkingen blijven verschillende onafhankelijke media vasthouden aan hun inzet voor waarheid en rechtvaardigheid, zoals platform The Reporter. Te midden van aanhoudende intimidatie blijven ze vechten voor persvrijheid in Ethiopië.
Fanuael Hailemariam is een Ethiopische journalist die censuur, gevangenschap en ballingschap heeft meegemaakt.
Een Egyptisch oorlogsschip heeft vorige week voor de tweede keer een grote hoeveelheid wapens geleverd aan Somalië, waaronder luchtafweergeschut en artillerie, aldus functionarissen. Een stap ‘die waarschijnlijk de wrijving tussen de twee landen en Ethiopië verder zal aanwakkeren’, schrijft Al Jazeera.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De banden tussen Egypte en Somalië zijn dit jaar gegroeid ‘door hun gedeelde wantrouwen jegens Ethiopië’, wat Caïro ertoe aanzette om verschillende vliegtuigladingen wapens naar Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, te sturen nadat de landen in augustus een gezamenlijk veiligheidspact hadden ondertekend.
In januari 2024 protesteerde Somalië hevig tegen een overeenkomst tussen Ethiopië en Somaliland, een land dat door Somalië als een afvallige regio wordt beschouwd. De overeenkomst betrof de toewijzing van een haven die het door land ingesloten Ethiopië toegang gaf tot de Rode Zee. Somalië vermoedde dat Ethiopië Somaliland erkende in ruil voor een havenenclave in Berbera.
Egypte ligt met Ethiopië overhoop vanwege de bouw en exploitatie van een enorme hydro-elektrische dam, de Renaissance Dam. Dit gigantische bouwwerk zou ervoor zorgen dat Egypte minder water krijgt via de Nijl, die van vitaal belang is voor de Egyptische economie.
Op de heuvels van Yeka in Addis Abeba moet de nieuwe ambtswoning van Abiy Ahmed komen te staan, een luxueus paleis ter waarde van 10 miljard dollar. Net als andere staatshoofden die een groots paleis lieten bouwen, kan de premier van Ethiopië rekenen op stevige kritiek.
Ooit kon je op de heuvels van Yeka in alle rust uitkijken over de stad Addis Abeba, nu bevindt zich er een enorme bouwput. Zelfs ’s nachts zijn ze met graafmachines en bulldozers bezig om het bos en akkerland daar weg te halen. Er wordt gewerkt aan een van de duurste infrastructuurprojecten in de Ethiopische geschiedenis: een gigantisch paleiscomplex dat als de officiële residentie van premier Abiy Ahmed zal gaan dienen. Vooral de premier zelf is er enthousiast over en gaat regelmatig kijken hoe het zogenaamde Chakaproject ervoor staat. ‘Het lawaai gaat de hele dag door,’ zegt een ambassadeur die vlak bij het bouwproject woont. ‘De bouw verstoort ons leven hier. Maar er wordt weinig aandacht besteed aan onze klachten.’
503 hectare
Naast een paleis komt er op het 503 hectare tellende complex een luxehotel, gastenverblijven voor bezoekende staatshoofden, ministerwoningen, high-end huizenblokken en drie kunstmeren omringd door kunstpalmbomen. Er wordt 29 kilometer aan wegen neergelegd en ook een ondergrondse tunnel gegraven om bij een noodsituatie – ofwel een couppoging – te kunnen ontsnappen. De overheid benadrukt dat het geen megalomaan project is, maar bijdraagt aan de ontwikkeling van Ethiopië. ‘Door het te bestempelen als “een paleis voor de premier” wordt er jammer genoeg een heel simplistisch beeld neergezet, dat boze reacties moet uitlokken,’ reageert Billene Seyoum, woordvoerder van de premier, op vragen van The Continent. ‘Terwijl we met het Chakaproject een satellietwijk willen creëren die het imago en de omgeving van Addis Abeba zal veranderen.’
De oorlog van een Nobelprijswinnaar
Op 3 november 2020 maakte de Ethiopische premier Abiy Ahmed, die in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, op Facebook bekend dat zijn regering een militaire interventie was begonnen in Tigray, een van de regionale staten van Ethiopië.
Tigray werd vervolgens op meerdere fronten aangevallen door troepen uit de naburige Ethiopische regiostaat Amhara, en door het Ethiopische en Eritrese leger.
Abiy beweerde dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar uit zijn ‘overwinningstoespraak’ voor het voormalige parlement kort daarvoor bleek dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden waren begonnen.
Sinds het begin van de oorlog zijn miljoenen mensen gevlucht. Medische faciliteiten zijn doelbewust aangevallen en burgers geëxecuteerd. Tienduizenden mensen staken de grens over naar Soedan. Ethiopië zelf biedt al jaren onderdak aan mensen die voor natuurrampen zijn gevlucht uit Somalië, Soedan, Eritrea en Zuid-Soedan.
Maar niet alleen dichtbij wonende ambassadeurs zijn tegen het project. Andere tegenstanders uiten kritiek op het buitensporige bedrag dat er aan wordt uigegeven, helemaal nu zo’n 20 miljoen Ethiopiërs in hongersnood verkeren en er in een deel van het land dringend geld nodig is voor wederopbouw na conflicten. Seyoum wuift die kritiek weg door te zeggen dat het project veel werkgelegenheid schept: ‘Dit soort klachten komt vaak uit de mond van mensen die ontwikkeling als “liefdadigheid” beschouwen.’
Uit premier Abiy Ahmeds opmerkingen in het parlement is af te leiden dat het totaalbedrag van het project zou kunnen oplopen tot 10 miljard dollar. Dat is meer dan de helft van de Ethiopische jaarlijkse begroting voor 2024-’25, die uit 17 miljard dollar bestaat. Volgens Abiy Ahmed wordt het project niet met de staatskas gefinancierd, maar met particuliere investeringen. Het is alom bekend dat de regering van de Verenigde Arabische Emiraten een grote investeerder is. Tegelijkertijd beweren sommige lokale ondernemers dat ze onder druk zijn gezet om een financiële bijdrage te leveren. Een van hen vertelde aan de The Globe and Mail dat hij ‘constant telefoontjes, bedreigingen en waarschuwingen kreeg’. Hij zou ‘geen officiële contracten meer kunnen sluiten’ als hij geen geld doneerde.
Om ruimte te maken voor de nieuwe gebouwen zijn alle boeren en bewoners uit het gebied verbannen
Daarnaast zijn om ruimte te maken voor de nieuwe gebouwen alle boeren en bewoners uit het gebied verbannen. Uitzettingsbevelen werden op de muren van een lokale kerk geplakt, met de tekst: ‘Als je naam op deze lijst staat, heb je een paar dagen om je spullen te pakken.’ Bewoners die weigerden mee te werken, werden met geweld uitgezet, in tijdelijke noodgevangenissen geplaatst of mishandeld door veiligheidstroepen. Verdrevenen kregen te horen dat ze afhankelijk van hun etniciteit een nieuwe plek moesten vinden.
Seyoum verklaarde dat het uitzetten volgens de wet is gedaan. ‘Land in Ethiopië is eigendom van de staat; de grondwet zegt dat de regering binnen de kaders van de wetgeving land ten volle kan ontwikkelen,’ verklaarde ze. ‘Bovendien was het grootste deel van het gebied waar het Chakaproject wordt uitgevoerd onbewoond (…) lokale bewoners weten welke consequenties uitbreiding van de openbare infrastructuur kan hebben.’
Ook kerkgangers die naar de rotskerk Washa Mikael gingen en sporters die op de heuvels trainden, mogen er nu niet meer komen. Verkeer in en uit het gebied wordt nauwlettend in de gaten gehouden met controleposten langs de wegen. Verder lopen er politieagenten in burgerkleding rond om te voorkomen dat er foto’s van de bouwplaats worden genomen.
De nieuwbouw op de heuvels van Yeka is het recentste en tot nu toe duurste omstreden project van Abiy Ahmed om Addis Abeba te moderniseren en te verfraaien. Eerder liet hij het keizerlijk paleis van Menelik II renoveren om Unity Park te realiseren, dat een museum en een dierentuin bevat.
Extravagante projecten
Andere Ethiopische staatsambtenaren hebben zich laten inspireren door Abiy Ahmed en zijn in vergelijkbare extravagante projecten gaan investeren. Zo is Shimelis Abdisa, de president van Oromia – de regio rondom Addis Abeba –, begonnen met de bouw van een eigen paleis, dat naar verwachting volgend jaar af zal zijn. Het zal zo’n 6 hectare beslaan in een welvarend deel van de hoofdstad en de bouw ervan zou meer dan een miljard dollar kosten. Ook voor dit project werden huizen afgebroken en bewoners verbannen.
Abiy Ahmed is trouwens niet het enige staatshoofd dat voor zichzelf een nieuwe pompeuze woning laat bouwen. Generaal Sisi van Egypte pompt 59 miljard dollar in de stichting van een nieuwe hoofdstad met de fantasierijke naam Nieuwe Administratieve Hoofdstad en het presidentiële paleis als middelpunt. In Turkije voltooide president Erdoğan in 2014 net buiten Ankara zijn 1100 kamers tellende ‘witte paleis’ van 615 miljoen dollar, als een symbool voor het machtige en welvarende ‘nieuwe Turkije’.
Het gloednieuwe republikeinse paleis van de Soedanese president Omar al-Bashir vormde een van de redenen dat men in opstand kwam tegen zijn autoritaire regime. Maar misschien is het meest beruchte presidentiële paleis dat van de Zaïrese dictator Mobutu Sese Seko. Hij liet zijn voorouderlijk huis in Gbadolite ombouwen tot ‘het Versailles van de jungle’. Het kreeg een atoombunker en een vliegveld waar een Concorde kon landen. Vandaag de dag is er slechts een ruïne van over, net als van zijn zelf uitgeroepen republiek. Wellicht kan dit als waarschuwing dienen voor de grootse ambities van Abiy Ahmeds.
De aardverschuivingen zijn het gevolg van zware regenval
In Ethiopië zijn meer dan 200 mensen omgekomen bij aardverschuivingen. Reddingsteams hebben tot nu toe de lichamen geborgen van 229 mensen die omkwamen bij twee aardverschuivingen die zondagavond en maandagochtend plaatsvonden na hevige regenval in het Gofa-gebied in het zuiden van het Oost-Afrikaanse land. Dat vertelde een lokale functionaris aan de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De lokale autoriteiten hebben aangegeven dat de zoektocht naar overlevenden ‘intensief wordt voortgezet’, maar dat het ‘dodental verder kan oplopen’.
Verschillende Afrikaanse landen kampen momenteel met een cholera-uitbraak. Afrika kent een ‘exponentiële toename van het aantal choleragevallen’, waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op 9 februari. ‘Het adjectief “exponentieel” is beangstigend, aangezien tien Afrikaanse landen te kampen hebben met epidemieën van uiteenlopende omvang’, schrijft Le Monde. Alleen al in januari ligt het aantal cholerabesmettingen in Afrika op ‘al meer dan 30 procent van het totale aantal geregistreerde gevallen voor heel 2022’, aldus de WHO.
Terwijl in het westen momenteel alleen Nigeria en Kameroen zijn getroffen, hebben Centraal- en Oost-Afrika meer te lijden: de Democratische Republiek Congo (DRC), Burundi, Kenia, Ethiopië, Somalië, Mozambique, Zambia – en vooral Malawi.
Een overgrote meerderheid van de farmaceutische industrie beschouwt het choleravaccin als onrendabel
Dat Zuid-Afrikaanse land met twintig miljoen inwoners is alleen al goed voor bijna de helft van de besmettingen op het continent, met 49.207 gemelde gevallen en 1564 doden sinds maart 2022. Begin december omschreef de regering van Malawi de epidemie als een noodsituatie.
Volgens Marion Pechayre, missiehoofd in Malawi voor Artsen zonder Grenzen, is de ergste cholera-epidemie in de geschiedenis van het land ontstaan door een gebrek aan toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. Malawi is het armste land ter wereld waar geen oorlog is.
Ook is het tekort aan choleravaccins een groot probleem, zei Pechayre tegen Le Monde. Een overgrote meerderheid van de farmaceutische industrie beschouwt dit vaccin als onrendabel.
Ethiopië sloot onlangs een wapenstilstand met rebellen in de regio
Voor het eerst sinds de Ethiopische regering een staakt-het-vuren sloot met Tigrayaanse rebellen heeft een internationaal hulpkonvooi Tigray bereikt, schrijft persbureau Reuters. Het gaat om twee trucks van het Rode Kruis die de hoofdstad van de door oorlog en honger verscheurde regio bereikten. De vrachtwagens bevatten met name primaire medische voorzieningen en voedselpakketten.
Tijdens de burgeroorlog tussen het Ethiopische leger en de rebellen, waarin duizenden doden vielen, konden hulpgoederen niet altijd naar de regio komen. Ze werden tegengehouden of de situatie in het gebied was te gevaarlijk voor de reddingswerkers. Hierdoor hadden miljoenen mensen in de regio lange tijd geen toegang tot eten, drinkwater of medicijnen.
Momenteel hebben 5,5 miljoen mensen in het gebied dringend voedsel nodig. Het Rode Kruis gaat de komende tijd in kaart brengen hoe groot de omvang van de humanitaire ramp is. Ook de Ethiopische regering heeft toegezegd hulp naar het gebied te sturen.
In Tigray woedt al twee jaar een bloedige burgeroorlog
De Ethiopische regering en rebellen van de Tigray People’s Liberation Front (TPLF) hebben woensdag een wapenstilstand gesloten. Volgens de BBC komt met het bestand mogelijk een einde aan een tweejarige burgeroorlog die heeft gezorgd voor een humanitaire ramp in de regio Tigray. Miljoenen mensen in de arme regio kampen met een tekort aan eten en andere basisbehoeften.
Bij het overleg tussen de twee partijen werd bemiddeld door vertegenwoordigers van de Afrikaanse Unie. De rebellen uit Tigray zouden zich open hebben gesteld voor vredesbesprekingen nadat Ethiopische regeringstroepen terreinwinst in het zwaarbevochten gebied boekten. Ook de mensonterende omstandigheden waarin inwoners uit de regio leefden zouden het vredesoverleg een extra impuls hebben gegeven.
De oorlog in Tigray begon nadat de Ethiopische regering het leger op een opstand in de regio afstuurde. De TPLF, die jarenlang de dominante kracht in zowel de regering als het leger waren, begon vervolgens een burgeroorlog, waarbij naar schatting honderdduizenden mensen om het leven kwamen. Volgens internationale waarnemers hebben beide partijen zich schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen.
Het Ethiopische leger heeft de controle over drie steden overgenomen van rebellen in de door oorlog verscheurde noordelijke regio Tigray, aldus de regering. Internationaal groeit de bezorgdheid over het opnieuw oplaaiende conflict tussen federale troepen en Tigrayse rebellen, bericht Al Jazeera.
Een van de ingenomen steden is Shire, een universiteitsstad met een vliegveld. Het ligt op een strategisch kruispunt waardoor het Ethiopische leger ruimere toegang zou kunnen krijgen tot andere gebieden in Tigray, zoals de steden Axum en Adwa, of zelfs de regionale hoofdstad Mekelle, die 140 km verderop ligt. De stad herbergt tienduizenden mensen die door het conflict uit andere gebieden zijn verdreven.
Het leger van Ethiopië en zijn bondgenoten, waaronder troepen uit het naburige Eritrea, vechten sinds eind 2020 af en aan tegen de Tigrayese strijdkrachten. Bij het conflict zijn al duizenden doden gevallen, miljoenen mensen op de vlucht geslagen en honderdduizenden op de rand van de hongersnood beland.
In de grensgebieden van de regio Tigray in Ethiopië is woensdag het geweld hervat tussen de Tigrayse rebellen en de federale regering, die elkaar verwijten een vijf maanden oud bestand te hebben verbroken. Woensdagochtend beschuldigden de rebellerende autoriteiten in Tigray het Ethiopische leger van het uitvoeren van een ‘grootschalig offensief’ tegen hun posities, aldus BBC.
Het is de eerste grote geweldsuitbarsting die wordt gemeld sinds eind maart een wapenstilstand werd overeengekomen, zodat de humanitaire hulp aan de regio weer op gang kon komen. Tigray en het noorden van Ethiopië kampten op dat moment met een situatie van bijna-hongersnood. ‘Nu de gevechten zijn hervat, zullen humanitaire hulporganisaties het moeilijk hebben om de miljoenen mensen in nood te bereiken’, aldus BBC.
Tom Gardner, correspondent in Ethiopië voor The Economist, werd tegen wil en dank oorlogscorrespondent. Tot hij na een schimmige, tegen hem gerichte onlinehaatcampagne het land moest verlaten.
Afgelopen juli reisde ik naar Amhara in de hoop soldaten te interviewen die gewond waren geraakt in Ethiopiës strijd tegen de rebellen van Tigray. Ik werd vergezeld door een jonge Ethiopische journalist, die tevens fungeerde als tolk. Voor een ziekenhuis werden we aangehouden door een groep federale politieagenten, die ons vervolgens in een jeep met een open dak gooiden. Terwijl wij op onze hurken in het voertuig zaten dat zich een weg baande naar een politiebureau, werden we omringd door vier of vijf agenten. Aan beide kanten van de straat stonden omstanders te joelen. De man die de auto achter ons bestuurde, staarde naar me en maakte een gebaar dat hij mijn keel zou doorsnijden. De politie begon ons te slaan, en de mond van mijn Ethiopische collega liep vol bloed van de klappen. Ik werd minstens twee keer met een geweerkolf op mijn hoofd geslagen. Ik smeekte de agenten met gebaren om te stoppen; ze lachten. Dat was een keerpunt voor mij. Het toch al autoritaire regime werd in deze burgeroorlog alleen nog maar bruter. Iedereen kon de vijand worden. Ook ik.
Ik had niet verwacht dat ik oorlogscorrespondent zou worden. Net als veel mensen associeerde ik Ethiopië aanvankelijk met nieuws over hongersnood. Ik kreeg een genuanceerder beeld toen ik een master Afrikaanse politiek deed. In de paar jaar voordat ik in 2016 voor The Economist correspondent in Ethiopië werd, leek het land zich in een vreedzame, historische transformatie te bevinden. Ik raakte betoverd door het diepe historische besef van het land – de nationale mythe is zo’n drieduizend jaar oud –, door de schoonheid en door de energie van de hoofdstad. De staat bleef rigide en autoritair; de protesten ertegen werden steeds heviger. Maar van veraf leek Ethiopië nog steeds een land vol ambitie en mogelijkheden.
In het begin schreef ik over verstedelijking en infrastructuur – spoorwegen, nieuwe huisvestingsprojecten, industrieparken en megadammen die dankzij Chinese investeringen en een Chinees model van door de staat geleide groei een enorme impuls hadden gekregen. De opkomst van Abiy Ahmed als premier in 2018 werd door velen gevierd en leidde zelfs tot ‘abiymania’. In popliedjes met titels als He Awakens Us (‘Hij maakt ons wakker’) werd zijn opkomst bezongen, mensen droegen T-shirts met zijn beeltenis en in een razend populair boek werd hij met Mozes vergeleken. Abiy bood ook een sprankje hoop op politieke openheid en persvrijheid; in 2019 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, voor het vredesakkoord met buurland Eritrea. Toen ik aan boord stapte van de eerste commerciële vlucht tussen de twee landen in twintig jaar en getuige was van de hereniging van geëmotioneerde families, voelde ik me tevens getuige van een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis.
Tegenstromen
Toch waren er ook tegenstromen. De kortstondige eenheid die Abiy bracht verhulde een complexe en pijnlijke realiteit. De tientallen jaren van dictatuur en het slepende grensconflict met Eritrea hadden de rivaliteit verdoezeld tussen de drie machtigste etnische groepen van het land: de Oromo, de Amhara en de kleinste van de drie, de Tigreeërs, die slechts 6 procent van de bevolking uitmaken maar tot voor kort veel macht hadden. De breuklijnen werden groter.
Het Eritrese regime en Abiy hadden een gemeenschappelijke tegenstander in het Tigrayan People’s Liberation Front (TPLF, het Bevrijdingsfront van Tigray), dat in 1975 was begonnen als een bende guerrillero’s. In 1991 bracht het de militaire dictatuur van Ethiopië ten val en het domineerde vervolgens het regime dat het land gedurende meer dan een kwarteeuw zou besturen. Abiy verdreef het TPLF na publieke protesten tegen het heerszuchtige bewind van de partij en gaf het herhaaldelijk de schuld van de problemen in het land. Nadat Abiy vrede had gesloten met Eritrea, vreesden de leiders van het TPLF dat de legers van Eritrea en Ethiopië hun krachten zouden bundelen om Tigray, hun thuisland in het noorden, te belagen.
Toen ik eind oktober 2020 Tigray bezocht, lag de mobiele communicatie urenlang lang plat vanwege de oplopende spanningen, een voorbode van een veel langere stroomstoring in de regio. Enkele dagen later brak de oorlog uit, nadat Tigrese troepen een kazerne van het federale leger hadden aangevallen. De oorlogskoorts greep snel om zich heen in Addis Abeba, met bloedinzamelingen en betogingen ter ondersteuning van de regeringstroepen. Tigrese militieleden richtten een bloedbad aan onder Amhara in een grensstad in Tigray; bij vergeldingsaanvallen werden Tigrese burgers gedood of uit hun huis verjaagd. Er doken video’s op van stapels lijken; lichamen werden door huilende familieleden door de straten gedragen. Het regime van Abiy greep deze beelden aan om het conflict met terugwerkende kracht te rechtvaardigen. De propagandastrijd was begonnen.
‘Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen’
Opeens deed ik verslag van een oorlog. Voor sommige aanhangers van Abiys regering diende ik een geheim doel: op sociale media bestempelden leden van de Ethiopische diaspora mij als een agent van de CIA (later zou ik ook een agent van MI6 worden genoemd). Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen. Aanvankelijk lachte ik dergelijke samenzweerderige beschuldigingen weg. Er waren op dat moment weinig tekenen dat de regering dergelijke praatjes serieus zou nemen. Maar onafhankelijke Ethiopische journalisten stonden al onder druk. Na het uitbreken van de oorlog werden er regelmatig journalisten gearresteerd die het hadden gewaagd de officiële regeringslijn tegen te spreken. Sommigen van hen werden fysiek mishandeld.
Een groot Brits complot
Al snel namen de aanvallen van het regime toe, tegen mij en andere buitenlandse journalisten, tegen medewerkers van mensenrechtenorganisaties, de Verenigde Naties en andere internationale instellingen. In december 2020 publiceerde een plaatselijk tijdschrift een coverstory waarin ik, samen met een absurd lange lijst van buitenlandse en plaatselijke journalisten, ervan werd beschuldigd deel uit te maken van een groot Brits complot om de regering van Abiy omver te werpen.
Dat een gevestigde journalist dergelijke leugens kon verspreiden in een blad dat door velen als respectabel werd beschouwd, wees op een verontrustende verschuiving. Regeringsambtenaren leken zich achter het verhaal te scharen. Een van hen raadde het zelfs aan een ander lid van de buitenlandse pers aan.
Regeringsgezinde activisten en trollen deden online soortgelijke aanvallen op mij en anderen. Op Facebook begon een bericht te circuleren: een verzameling politiefoto’s van buitenlandse en Ethiopische journalisten en academici – waaronder die van mij – moest suggereren dat we misdadigers waren en het TPLF steunden. Het bericht dook telkens op wanneer in de westerse pers een verhaal verscheen waarin het regime van Abiy in een negatief daglicht werd gesteld. En dat gebeurde vaak, want regeringstroepen blokkeerden de regio; mensenrechtengroeperingen beschuldigden de troepen van etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder massamoord, uithongering en verkrachting. Ik deed verslag van deze gruweldaden, net als andere journalisten, en twitterde erover. Er verscheen een Facebookpost met beelden van twaalf buitenlandse correspondenten, waaronder ik: ‘Volg deze mensen op Twitter en stel hun leugens aan de kaak’, aldus het bericht waarin wij ‘sympathisanten van het TPLF’ werden genoemd.
‘Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie’
Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie. Twitter was een forum voor internationale, Engelstalige discussies, waar leden van de diaspora en mensen in Ethiopië een propagandaoorlog voerden die, althans ten dele, was bedoeld voor een buitenlands publiek. Op Facebook verspreidden Ethiopiërs in toenemende mate haatzaaiende taal en desinformatie in lokale talen, die soms aanzette tot geweld in de echte wereld.
Propagandaoorlog
Ook Abiy zelf gooide olie op het vuur van de propagandaoorlog. In april 2021 drong hij er bij Ethiopiërs op aan niet te zwichten voor de ‘campagnes’ van westerse media. In augustus riep hij op tot een massale socialemediacampagne om ‘leugens’ in de westerse media te bestrijden. Diezelfde maand beschuldigden staatsmedia mij, samen met journalisten van de BBC, CNN en The New York Times ervan voor het TPLF te werken. De staat moedigde nu openlijk vijandigheid aan tegen westerse media en tegen mensenrechtengroeperingen en internationale instellingen die toezicht hielden op de oorlogsmisdaden van het regime.
Tigreeërs en andere Ethiopiërs hadden het meest te lijden. Rond augustus 2021 hadden buitenlandse media en Amnesty International de systematische verkrachting en seksuele uitbuiting van Tigrese vrouwen door Eritrese en Ethiopische soldaten gedocumenteerd. Door Tigrese troepen bleken eveneens massale verkrachtingen te hebben plaatsgevonden tegen vrouwen in de regio’s Amhara en Afar. Op sociale media voerden regeringsfunctionarissen en hun aanhangers een wrede campagne om de Tigrese beschuldigingen in twijfel te trekken. Zij beweerden dat de getuigenissen van slachtoffers vals of overdreven waren, dat verkrachtingen alleen in Tigray voorkwamen en dat veel van die aanrandingen in werkelijkheid waren gepleegd door Tigrese criminelen die uit de gevangenis waren vrijgelaten. Ook werden Tigrese vluchtelingen in Soedan afgeschilderd als aanstichters van een bloedbad, zodat Tigrese beweringen over oorlogsmisdaden in een kwaad daglicht werden gesteld. Verdedigers van het regime bagatelliseerden gruwelijke daden en bestempelden enkele gedocumenteerde incidenten zelfs als leugens, waaronder een video waarop te zien is dat veiligheidstroepen een man levend verbranden. Ethiopië leek tweet na tweet, Facebookpost na Facebookpost verder te worden verscheurd.
‘Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin’
Verzet tegen buitenlandse belangen van welke aard dan ook stapelden zich op. Een campagne met de hashtag #NoMore werd eind 2021 trending op Twitter en Facebook, waarbij #NoMore sloeg op een einde aan westerse inmenging, kolonialisme en leugens. Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin. Voelde ik me voorheen veilig in Addis Abeba, nu begon ik me zorgen te maken dat ik in het openbaar zou worden herkend en mishandeld, of dat ik op een dag thuis zou komen en ontdekken dat mijn huisbaas de sloten had veranderd.
Deels was ik paranoïde. In die tijd werden duizenden Ethiopiërs, meestal etnische Tigreeërs, opgepakt en in interneringskampen gegooid. Toen mijn Ethiopische collega en ik in Amhara in elkaar werden geslagen, kreeg mijn collega het zwaarder te verduren. Buitenlanders waren relatief veilig. Maar ik merkte dat die onlinezwartmakerij mijn echte leven begon binnen te sijpelen. Medio 2021 hingen in delen van Addis Abeba reclameborden met de oproep aan ‘blanke duivels’ om het land te verlaten. Ze waren afkomstig van een hel-en-verdoemenisprediker die reclame maakte voor zijn YouTubekanaal. Maar het was veelzeggend dat de regering ze liet hangen.
Ik werd me steeds meer bewust van mijn status als buitenstaander: gewantrouwd, onwelkom. Ik was met vrienden op reis in de oostelijke stad Harar toen de eigenaar van een bar me op een avond zei dat ik, omdat ik Brits was, wel journalist moest zijn – en dat ik, als ik een Britse journalist was, wel door het TPLF zou worden betaald. Geschrokken verdween ik in de nacht. Toen het regime eind vorig jaar de noodtoestand afkondigde, begon de politie overal in de hoofdstad huiszoekingen te doen en arrestaties te verrichten. Wekenlang heb ik onrustig geslapen, in afwachting van die luide klop op de deur.
In maart dit jaar kwam de regering een wapenstilstand overeen met het TPLF. De situatie was rustiger geworden en de betrekkingen tussen het regime van Abiy en het Westen waren aan het verbeteren. Ik bleef me verdiepen in het mechanisme achter de oorlog. Ik was geïnteresseerd in hoe onderzoek dat in Ethiopië werd uitgevoerd door een westerse geleerde de regering in staat leek te stellen oorlogsmisdaden te vergoelijken, waaronder het gebruik van honger als wapen tegen Tigray. Een beleefde e-mail die ik op 1 mei naar een westerse denktank stuurde, leidde tot een nieuwe onlinehaatcampagne die twee weken duurde, dit keer tegen mij persoonlijk. Mijn e-mail aan de denktank werd openbaar gemaakt op Twitter, waar regeringsgezinde figuren opnieuw de beschuldiging verspreidde dat ik in naam van het TPLF opereerde. Maar er was ook iets veranderd: er gingen nu ook stemmen op om mijn accreditatie als journalist in te trekken.
‘De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten’
Sommige berichten op sociale media waren afkomstig van de Ethiopische diaspora, andere van westerse verdedigers van Abiy. Staatsmedia publiceerden opnieuw beweringen over mijn ‘verachtelijke gedrag’, samen met de suggestie dat ik ‘naar huis zou worden geroepen om ontslagen te worden’. Op 13 mei ontboden de media-autoriteiten van de regering me op hun kantoor en overhandigden me een brief: mijn persaccreditatie was ingetrokken. De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten. Van het ene op het andere moment was mijn leven in Ethiopië voorbij.
Arrestaties
Sinds mijn vertrek in mei zijn in korte tijd nog veel meer Ethiopische journalisten en activisten gearresteerd. Een van de gearresteerden is de auteur van het verhaal in het tijdschrift waarin ik en andere journalisten aan het begin van de oorlog werden aangevallen. Zelfs hij had zich niet trouw genoeg getoond aan de regeringslijn. (Volgens zijn familie is hij tijdens zijn hechtenis geslagen.) Hij is een van de tientallen andere schrijvers, commentatoren en fotografen die sinds 2020 gevangen zijn gezet. Vorig jaar werden twee journalisten vermoord. Verscheidene andere buitenlandse journalisten zijn verbannen of hebben een werkverbod gekregen. De Ethiopische commissaris voor de mensenrechten noemde de situatie een ‘nieuw dieptepunt’ voor het land.
Vrienden in Addis Abeba stuurden me een video die een paar dagen nadat ik het land was uitgezet werd gepost. Een Ethiopische commentator, Seyoum Teshome, was mijn vertrek aan het vieren in een talkshow op YouTube. Als een opgehitste Tucker Carlson schreef hij in zijn tweets het woord ‘journalisten’ tussen aanhalingstekens. Nu expliciteerde hij zijn beschuldiging dat ik en anderen voor het TPLF werkten. ‘Tom Gardner is het land uitgezet, toch? En waarom?’ zei hij, in het Amhaars. ‘Ik heb dertig of veertig keer bewezen dat hij een crimineel is. Voordat hij het land werd uitgezet, zei ik al tegen jullie: houd hem in de gaten, nietwaar?’ Hij zei ‘duizend keer’ te hebben bewezen dat ik deel uitmaakte van het TPLF.
Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd
Deze tirade op televisie, inmiddels meer dan honderdduizend keer bekeken op YouTube, was de kroon op de lange digitale campagne tegen mij. Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd, van Oekraïne en Syrië tot China en verder. Deze ervaring herinnert me er op pijnlijke wijze aan dat China niet alleen model heeft gestaan voor de door de staat gestuurde economische ontwikkeling van Ethiopië. De regering heeft duidelijk meer verontrustende lessen geleerd van China en andere autoritaire staten. Ze heeft geleerd hoe ze een moderne, digitale autocratie kan worden.
Gewapende drones uit Turkije en Iran geven het regeringsleger de overhand
De al dertien maanden aanhoudende burgeroorlog in Ethiopië heeft opnieuw een dramatische wending genomen nu het tegenoffensief van de federale regering aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt tegen strijders uit de noordelijke Tigray-regio, waardoor de spectaculaire winst van de Tigray-strijdkrachten bij hun opmars naar het zuiden ongedaan is gemaakt, schrijft Al Jazeera.
‘Goedkope en efficiënte drones geven steeds vaker de doorslag in moderne conflicten’
De Ethiopische staatsmedia verklaarden deze week dat regeringstroepen de strategische steden Dessie en Kombolcha hadden heroverd, de laatste in een reeks van overwinningen op het slagveld sinds premier Abiy Ahmed vorige maand zei dat hij naar de frontlinie zou trekken en de Ethiopiërs opriep zich bij de strijd aan te sluiten.
Zoals Bellingcatal aantoonde is Ethiopië in het bezit van in Iran geproduceerde drones, daarnaast heeft het drones aangekocht van Turkije en bezit het ook Chinese drones. Dat versterkte wapenarsenaal zou bepalend kunnen zijn geweest in de opmars van het regeringsleger, aldus Al Jazeera. ‘Goedkope en efficiënte drones geven steeds vaker de doorslag in moderne conflicten’, schrijft de Qatarese nieuwssite.
Rebellen uit Tigray zijn op weg naar hoofdstad Addis Abeba
Duitsland en Frankrijk behoren tot de laatste landen die hun burgers hebben geadviseerd om Ethiopië te verlaten vanwege de escalerende burgeroorlog. De VS en het VK besloten daartoe al eerder en de Verenigde Naties zijn begonnen aan wat ‘een tijdelijke relocatie’ van personeelsleden wordt genoemd, bericht BBC.
Het jarenlange conflict tussen de twee partijen heeft geleid tot een humanitaire crisis
Rebellen uit Tigray beweren op weg te zijn naar hoofdstad Addis Abeba; premier Abiy Ahmed zegt dat hij naar de frontlinie zal gaan om de rebellen het hoofd te bieden. Het jarenlange conflict tussen de twee partijen heeft geleid tot een humanitaire crisis, waardoor honderdduizenden in het noorden van Ethiopië nu te maken hebben met hongersnood. Inmiddels zijn duizenden mensen gedood en miljoenen uit hun huizen verdreven. Volgens speciaal gezant van de VS Jeffrey Feltman wordt vooruitgang geboekt in de richting van een diplomatieke oplossing, maar wordt deze bedreigd door lokale escalaties. Volgens Feltman geloven beide partijen dat ze aan de vooravond staan van een militaire overwinning.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.