De man had nepnieuws over geweld door een migrant verspreid
Een politieagent in Spanje is veroordeeld tot vijftien maanden celstraf vanwege het plaatsen van een video met nepnieuws over een migrant, schrijft El País. De man moet daarnaast een boete van ruim 1600 euro betalen. Of de man zijn baan kwijtraakt, is nog niet bekend.
In 2019 plaatste de agent een filmpje op sociale media waarin een man te zien was die een vrouw mishandelde tot ze bewusteloos op de grond lag. Hij schreef erbij dat de man de vrouw ook had verkracht. Volgens hem ging het om een minderjarige illegale migrant uit Marokko, die door de staat ‘gesponsord’ zou worden.
In werkelijkheid ging het echter om een filmpje van een mishandeling uit China. Volgens de rechter wilde de man met zijn daad alle migranten in Spanje in slecht daglicht plaatsen. Het is voor het eerst dat iemand in Spanje veroordeeld wordt voor het verspreiden van nepnieuws.
Hoe weten we in deze tijden van onlinesamenzweringen en fake news of berichten, artikelen en beweringen die we op internet en sociale media tegenkomen eigenlijk wel kloppen? Onderzoeksplatform Bellingcat is de aangewezen partij om ons hierin te onderwijzen.
Bij Bellingcat doen we onderzoek naar desinformatie in alle gedaanten. Zelfs de meest rationele en intelligente geesten kunnen door volstrekt onjuiste beweringen worden ingepalmd, soms met ernstige gevolgen. Kijk maar naar het Reddit-forum QAnonCasualties, waar gebruikers ontdaan vertellen over mensen in hun naaste omgeving die in de ban zijn geraakt van het QAnon-complotdenken.
En niet alleen door QAnon lijken mensen op internet soms in een parallelle werkelijkheid te belanden. De afgelopen maanden is her en der in de wereld massaal gedemonstreerd tegen vaccinaties en coronamaatregelen, vaak op grond van onjuiste en misleidende beweringen op sociale media. En er zijn veel gevallen geweest van doelbewuste desinformatie gericht op onder meer de Black Lives Matter-beweging, de invoer van 5G en tragische gebeurtenissen zoals de explosie in de haven van Beiroet in 2020.
‘Wat is uw advies?’
De onderzoekers van Bellingcat krijgen vaak vragen van mensen die willen weten of een verhaal dat ze online hebben gelezen wel waar is. Wie de basisprincipes van verificatie onder de knie heeft, kan veel van die vragen zelf beantwoorden. Verificatie is een essentieel onderdeel van het werk van Bellingcat en staat ook centraal in de workshops die we geven. In dit artikel leggen we uit hoe je bewust kunt omgaan met het beeldmateriaal dat je online tegenkomt en hoe je kunt zien of het misleidend is, aan verkeerde bronnen wordt toegeschreven of onjuiste informatie bevat.
Verificatie hoeft niet moeilijk te zijn. En er zijn ook geen ingewikkelde algoritmes of geavanceerde tools of programma’s voor nodig die automatisch detecteren of beelden nep of gemanipuleerd zijn. Een kritische geest en aandacht voor de context van een afbeelding of tekstbericht, in combinatie met eenvoudige hulpmiddelen zoals een zoekopdracht op Google of een speciale zoekmachine voor afbeeldingen: dat is vaak al genoeg om erachter te komen of een bepaald bericht echt is.
Deze handleiding is niet uitputtend, we behandelen slechts enkele van de eerste stappen die je kunt zetten om desinformatie te ontmaskeren. Onderaan dit artikel vind je een lijst met handige hulpmiddelen. Routiniers in het doorzoeken van open bronnen hebben wellicht meer baat bij handleidingen en artikelen die er wat dieper op ingaan; daarvan vind je er een aantal op onze site.
Eerste stappen
Bij al het beeldmateriaal dat online wordt gedeeld is het goed om een aantal elementaire verificatievragen in het achterhoofd te houden.
1 Oorsprong
Bij grote nieuwsfeiten verschijnen er altijd foto’s en filmpjes online. Daar zitten vaak ook misleidende en hergebruikte beelden bij, en soms zelfs regelrechte nepbeelden. Het is daarom van belang om altijd na te gaan wat de oorspronkelijke bron is van de beelden die worden gedeeld. Gaat het bijvoorbeeld om een oude foto die voor een nieuw doel wordt ingezet, of die op een andere manier is hergebruikt? Zoekmachines voor afbeeldingen, waarop we hieronder nog terugkomen, zijn heel gemakkelijk in gebruik en kunnen helpen om er snel achter te komen of een afbeelding al eerder online is gebruikt.
2 Bron
Kijk goed wie de bron is van het beeldmateriaal, op welk platform het is geplaatst en of dat iets kan zeggen over de betrouwbaarheid. Is het geplaatst op een site waar moderatoren niet al te streng zijn? Is het geplaatst onder een schuilnaam of lijkt het afkomstig van een echte persoon? Is het geplaatst door iemand die al vaker berichten over samenzweringen heeft gedeeld? Wat kun je opmaken uit de reacties op het bericht, maken die al duidelijk dat er een andere kant aan het verhaal zit?
3 Waar zijn de beelden gemaakt?
Hier valt heel veel over te zeggen, en dit is een belangrijk onderdeel van het werk van Bellingcat. Als bewezen kan worden dat een gebeurtenis ergens anders heeft plaatsgevonden dan op de plek waar het volgens het filmpje het geval zou zijn, is er gerede kans dat je kunt zeggen dat de informatie in het filmpje niet klopt.
4 Wanneer zijn de beelden gemaakt?
Als de locatie eenmaal is vastgesteld, kun je ook proberen uit te vinden wanneer het beeldmateriaal is gemaakt. Als dat lang voor of na het tijdstip is dat in het onlinebericht wordt genoemd, is er gerede kans dat je kunt zeggen dat de informatie in het filmpje niet klopt. Een handleiding voor het bepalen van het tijdstip van beeldmateriaal vind je hier.
5 Waarom zijn de beelden gemaakt?
Mensen hebben allerlei redenen om dingen online te zetten. Soms zit er niets achter, maar soms doet iemand het vanuit een bepaald persoonlijk of politiek standpunt. Het is belangrijk om te begrijpen wat iemand motiveert. Als je iets leest van iemand die vaker berichten plaatst met desinformatie, complottheorieën of tendentieuze meningen, is het verstandig om die tekst niet klakkeloos voor waar aan te nemen en eerst te checken of het wel klopt wat er wordt gezegd.
Politieprotest
In een kort filmpje dat op 7 april 2021 op een Telegram-kanaal met zestigduizend leden werd gedeeld, zie je Franse politieagenten die hun handboeien op de grond gooien. Volgens de tekst in beeld betreft dit een protest tegen de lockdown. Dat kan van belang zijn, zeker voor complotdenkers die de oorsprong of het bestaan van corona ontkennen en voor mensen die tegen de coronamaatregelen zijn. Maar hoe kunnen we controleren of de beelden, de tekst en de context van die beelden kloppen?
Een video op het berichtenplatform Telegram beweert dat de politie protesteert tegen lockdownmaatregelen.
We beginnen bij het TikTok-logo dat is te zien. Er staat een gebruikersnaam in beeld. Het bijbehorende TikTok-account blijkt meer filmpjes te bevatten met kritiek op coronamaatregelen, zoals de mondkapjesplicht. Deze TikTok-gebruiker vermeldt niet wat de herkomst van de beelden is, zodat we ons kunnen afvragen of de video daadwerkelijk weergeeft wat de uploader beweert.
We kunnen op internet en op sociale media op zoek gaan naar het originele beeldmateriaal en naar andere beelden van de beschreven gebeurtenis. Dat doen we door bijvoorbeeld te zoeken naar ‘French police throw down their handcuffs’. Dat levert gelukkig al meteen een aantal YouTube-treffers op. Precies hetzelfde filmpje zit er niet bij, maar wel verschillende andere video’s waarop je Franse agenten hun handboeien op de grond ziet gooien.
Screenshot van YouTube-zoekresultaten naar video’s waarin wordt beweerd dat de Franse politie hun handboeien weggooiden.
Als je die bekijkt, wordt al snel duidelijk dat deze demonstratie helemaal niets met corona te maken heeft. Dit was een protest tegen het verbod op het toepassen van de nekklem na de moord op George Floyd. Franse agenten verzetten zich daarmee tegen het beeld dat zij buitensporig geweld en racisme tolereren. We zien dat veel van de betreffende YouTube-video’s al werden geplaatst op 14 juni 2020 (zo’n negen maanden vóór het Telegram-bericht).
De pijl wijst naar de datum waarop een YouTube-video met Franse politieprotesten werd geüpload.
Met dezelfde zoekwoorden vinden we op Google een BBC-artikel dat dateert van twee dagen voordat de filmpjes op YouTube verschenen.
Een BBC-artikel over een Frans politieprotest.
We vinden geen nieuwsberichten of andere aanwijzingen van demonstraties uit de tijd waarin het bericht in de Telegram-groep verscheen (april 2021) waarbij Franse politieagenten handboeien op de grond gooiden uit protest tegen de coronamaatregelen. Integendeel, het enige wat we vinden is een factcheck van Reuters van vlak na de coronaprotesten van september 2020, waarin uitgebreid wordt aangetoond dat het protest met de handboeien niets met corona te maken had.
Hoewel deze factcheck dus allang bekend was, besloot één Telegram-gebruiker toch om een filmpje van dat politieprotest in de groep te zetten, in de hoop dat niemand zou doorhebben dat het al ontzenuwd was. Met een paar eenvoudige stappen haalden wij het hele verhaal boven water.
Google-zoekresultaten voor de zin ‘Franse politie gooit handboeien af’.
Dit was simpelweg een kwestie van voor de hand liggende zoektermen intypen en kritisch nadenken. We zochten naar de bron van het beeldmateriaal en gebruikten zowel sociale media als traditionele mediabronnen om te verifiëren of de beweringen in het bericht klopten.
Nu er op alternatieve sociale media zo veel verhalen over de pandemie circuleren, is het goed om te beseffen dat die vaak heel makkelijk en snel te ontzenuwen zijn.
Bewerkt en gemanipuleerd
Neem bijvoorbeeld een misleidend bericht waarover Bellingcat zich aan het begin van de coronapandemie boog, een viraal TikTok-filmpje waarin een enorme massa hamsterende Nederlanders te zien zou zijn bij een Aldi-filiaal in Haarlem. Als je een screenshot uit dat filmpje uploadt naar Bing Images (andere nuttige zoekmachines hiervoor zijn Yandex, Google Images en TinEye), ontdek je al snel dat het bewuste filmpje helemaal niet in Nederland is gemaakt.
Een afbeelding van een menigte voor een Aldi-winkel die op TikTok verspreid werd tijdens de eerste werken van de Covid-19-pandemie.
En je kunt er ook mee bewijzen dat de gefilmde gebeurtenis dateert van lang voor de corona-uitbraak. Dat gaat als volgt.
Met het visuele zoekpictogram op Bing.com kunnen gebruikers een afbeelding gespiegeld zoeken om te zien of en waar deze eerder is verschenen.
Na het uploaden van de afbeelding zien we aan de rechterzijde van het scherm een aantal treffers met vergelijkbare afbeeldingen die Bing heeft gevonden.
Resultaten via Bing.com bij het gespiegeld zoeken naar een screenshot van een virale TikTok-video waarin paniekerig winkelen publiek in Nederland te zien zou zijn.
Vooral van belang is het item getiteld ‘ALDI Sonderverkauf in Kiel’, oftewel ‘Aldi-uitverkoop in Kiel’. Als we daarop klikken, zien we dat het filmpje voor het eerst op YouTube verscheen in 2011, lang voordat covid-19 bestond.
Bevestiging dat de video voor het eerst werd geüpload in 2011, zoals beschreven in het rode kader.
Met deze eenvoudige stap hebben we dus al kunnen bewijzen dat het TikTok-filmpje niet is wat het beweert te zijn. En dan is er nog een ander veelzeggend detail. De neonletters ‘FBI’ rechtsboven in beeld staan, zoals één simpele zoekopdracht op Google uitwijst, voor de naam van een Duitse kappersketen. Maar wat als een beeld bewerkt of gemanipuleerd is?
Derek Chauvin en gespiegelde beelden
Deze fotomontage van de moordenaar van George Floyd, Derek Chauvin, werd in mei 2020 verspreid op Telegram.
Een collage van afbeeldingen die online verspreid worden waarin verschillen te zien zouden zijn in Derek Chauvins oren.
Sommigen beweerden op basis van deze beelden dat Chauvin onschuldig moest zijn. De oren op zijn gevangenisfoto lijken er immers heel anders uit te zien dan die op de filmbeelden van de plaats waar Floyd overleed.
Nu beweren deskundigen dat mensen zelfs op wazige beelden met grote zekerheid aan hun oren te herkennen zijn, maar hier is toch sprake van een aantal details die belangrijke vragen oproepen. Zo is te zien (op de foto hieronder, en op de foto rechtsboven in de collage) dat de badge op Chauvins schouder gespiegeld lijkt te zijn: ‘Minneapolis’ staat in spiegelbeeld.
Een gespiegeld beeld van Derek Chauvin.
Op de oorspronkelijke beelden van het incident zie je de badge zoals het hoort.
Een niet-gespiegeld screenshot van Derek Chauvin met zijn patch in de juiste richting.
Als we dat breed gedeelde filmpje nog eens in zijn geheel bekijken, vinden we daarin het precieze beeldje dat gespiegeld is (het verschijnt na 8 minuten en 57 seconden, zoals in het screenshot hieronder).
Een niet-gespiegelde afbeelding van Derek Chauvin.
De bushalte die op beide beelden achter Chauvin te zien is, laat precies het moment in het filmpje zien waarop het screenshot is gemaakt. Zo blijkt dus dat Chauvin de andere kant op keek dan in het gespiegelde beeld.
Daardoor weten we nu zeker dat we op het gespiegelde beeld van Chauvin in uniform zijn rechteroor zien, en op de gevangenisfoto zijn linkeroor. Daarbij is de kwaliteit van de gespiegelde afbeelding een stuk slechter dan die van de gevangenisfoto. Zelfs al was dit hetzelfde oor geweest, dan nog had je de foto’s louter op het oog moeilijk met elkaar kunnen vergelijken.
Als je eenmaal weet dat deze foto gemanipuleerd is, moet dat op zijn minst reden zijn om de beweringen die erover worden gedaan met de grootst mogelijke scepsis te bezien. Andere voorbeelden van viraal beeldmateriaal dat gemanipuleerd was, en de methoden waarmee dat is aangetoond, vind je hier, hierenhier.
Het is belangrijk om op te merken dat gemanipuleerde beelden veel zeldzamer zijn dan oude beelden die uit hun context zijn gerukt en bewust van een verkeerde tekst zijn voorzien om de kijker te misleiden. Er zijn ook softwaretools die beeldmanipulatie kunnen detecteren, maar die zijn vaak ingewikkeld en moeilijk in gebruik. De beste manier om de juiste context te achterhalen van beelden die je online ziet, is doorgaans gewoon je gezonde verstand te gebruiken, plus de simpele technieken die we hier hebben beschreven.
Een checklist
We hebben hierboven een aantal basisprincipes genoemd voor het verifiëren van informatie, maar bedenk wel dat het niet altijd even eenvoudig is. In de lastigste gevallen kan gedegen onderzoek naar een foto, een filmpje of een incident maanden in beslag nemen (al zijn dat de zeldzame gevallen). En dan nog is het niet altijd mogelijk om de vraag of een bericht de waarheid vertelt met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden. Maar de hierboven beschreven technieken zijn een goed begin en kunnen je in veel gevallen een heel eind op weg helpen met het aan de kaak stellen van onjuiste en misleidende informatie.
Hieronder zetten we nog even op een rij wat de belangrijkste aandachtspunten zijn bij het bepalen van het waarheidsgehalte van een bericht op sociale media:
Nagetrokken en ontmaskerd
In de volgende artikelen vind je eerdere voorbeelden van informatie die door Bellingcat is nagetrokken en als vals ontmaskerd:
Een aantal interessante tools die je kunnen helpen om desinformatie aan de kaak te stellen vind je in de Bellingcat Toolkit. En op het Twitter-account @QuizTime vind je leuke geolocatieopdrachten, plus af en toe een speciale opdracht om je zoekvaardigheid verder te vergroten. (Wees gewaarschuwd: zelfs gebruikers met veel ervaring in het doorzoeken van opensourcebronnen hebben hier vaak nog een harde dobber aan.)
Tot slot nog een aantal andere nuttige hulpmiddelen:
Zo’n 10 procent van alle Amerikaanse volwassenen gelooft momenteel op zijn minst in enkele QAnon-theorieën. Bellingcat, met wie 360 een samenwerking is begonnen, ontrafelde deze beweging, die in Donald Trump de verlosser ziet.
Keuze uit het archief
Sinds zijn aantreden afgelopen maandag heeft de Amerikaanse president Donald Trump al flink wat decreten ondertekend. Daarnaast heeft hij gratie verleend aan zo’n 1600 gevangenen, van wie verreweg het overgrote deel veroordeeld was vanwege hun betrokkenheid bij de Capitoolbestorming op 6 januari 2021.
In een interview met Fox vorige week zei de president dat de gevangenen geen misdadigers, maar ‘gijzelaars’ zijn. Ze zouden juist ‘met een hart vol liefde’ naar Washington zijn gegaan en de gevechten met de politie waren volgens hem slechts ‘kleine incidenten’. Wie echter dit artikel uit 2021 van het journalistieke onderzoeksnetwerk Bellingcat leest, krijgt toch een wat ander beeld van de gebeurtenissen en de daders.
Op 6 januari brak chaos uit in Washington toen aanhangers van president Trump het Capitool bestormden. In de consternatie wist QAnon-adept van het eerste uur ‘de Q-sjamaan’ de senaatszaal te bereiken en plaats te nemen op het spreekgestoelte. Hij was zeker niet de enige QAnon-aanhanger onder de aanwezigen: een andere leidde de bestorming. Opnieuw staat deze gevaarlijke en eclectische groep samenzweerders in de schijnwerpers: een hele prestatie voor een beweging die pas drie jaar geleden op een onlineforum het licht zag.
Op 28 oktober 2017 zag een anonieme gebruiker op het /pol/-gedeelte van 4chan, [pol is een afkorting van ‘politically correct’] een notoir alt-right imageboard, het volgende bericht staan: ‘op maandagochtend 30 oktober zal Hillary Clinton tussen 7:45 en 8:30 uur worden gearresteerd’, en besloot te reageren.
Deze gebruiker zou later de naam ‘Q Clearance Patriot’ aannemen (al snel afgekort tot ‘Q’). Q hintte dat hij een legerofficier was uit de naaste omgeving van de president. Dit paste goed in de cultuur van het forum, waar ‘live action role playing’ (LARP) een speciale betekenis had aangenomen: een LARP’er is iemand die suggereert zich in welingelichte kringen te bevinden.
360 en Bellingcat
Het onderzoekscollectief Bellingcat werd in juli 2014, opgericht door de Engelse blogger Elliot Higgins, drie dagen voor de MH17-ramp, waar zij de onderste steen van naar boven haalde. Door een waaier aan bijdragen van burgerjournalisten, onderzoekers en andere deskundigen zorgt het collectief voor baanbrekende onthullingen.
Met speurwerk en het slim combineren van beeldmateriaal heeft Bellingcat een nieuwe methode ontwikkeld om de waarheid te achterhalen en precies in kaart te brengen.
360 ondersteunt de onschatbare waarde die een onafhankelijk journalistiek platform als Bellingcat heeft. Daarom publiceren wij elke maand, of wanneer de actualiteit het opeist, een of meerder artikelen van bellingcat.com
De teksten van deze anonymous – tot dusver bijna vijfduizend berichten – markeerden het begin van de QAnon-samenzweringstheorie. Zijn eerste bericht (of ‘Q drop’ zoals zijn volgelingen ze noemen) wordt vaak genoemd als het ontstaansmoment van de QAnon-beweging. Toch klopt dat om twee redenen niet helemaal.
De ene is triviaal: Q werd pas bekend na een latere reeks berichten; zijn eerste ontboezemingen bleven aanvankelijk onopgemerkt en werden pas op 11 november door 4chan-gebruikers herontdekt. De tweede reden gaat dieper: Q’s oorsprong valt niet los te zien van de heersende cultuur op /pol/: een allegaartje van racisme, antisemitisme en (hier het meest relevant) extreemrechtse samenzweringstheorieën. QAnon ontsproot aan deze cultuur, die al veel langer op /pol/ heerste. Ideeën als die van Q waren er gemeengoed en hij vond er zijn inspiratie.
Geheime oorlog
Wil je dus het ontstaan van Q begrijpen, dan moet je je eerst over de cultuur op /pol/ buigen. De kern van de QAnon-mythe is deze: samen met een kleine groep militaire inlichtingenofficieren, genaamd het Q-team (waar de auteur van de berichten bij hoort), voert president Donald Trump een geheime oorlog tegen een kliek satanvererende, kinderetende pedofielen die samenzweren om hem te dwarsbomen en af te zetten. Het leger werkt aan het plan om hen massaal gevangen te zetten, in een operatie genaamd ‘de Storm’.
Dat Q’s profetieën zelden uitkwamen was geen probleem, want ‘desinformatie is noodzakelijk’
Aanvankelijk heette het dat dit geheime genootschap vooral ‘politici’ onder zijn leden telde. Een maand later waren er ook ‘celebrities’ bij die ‘HRC [Human Rights Campaign, een lhbt-belangenvereniging] hadden gesteund’. Een paar maanden later waren het er te veel om in Guantánamo Bay te passen; nog weer later schenen er drie andere ‘detentiecentra’ voor hen te zijn ‘opgezet’. Iedereen die het waagde [voormalig] president Trump tegen te werken of te ergeren moest haast wel lid zijn van het genootschap, naast uiteraard voor de hand liggende figuren als belegger en filantroop George Soros.
Militaire tribunalen zullen deze baby-etende verraders na de Storm laten executeren of op zijn minst levenslang opsluiten. Het verschrikte publiek zal, geconfronteerd met het overweldigende bewijs van het bestaan van het genootschap, treuren, in woede ontsteken en zich tot slot achter Trump scharen, waarna een gouden tijdperk van patriottisme en welvaart aanbreekt. In deze korte samenvatting ontbreken nog de wildere QAnon-theorieën (bijvoorbeeld dat Noord-Korea onder leiding stond van de CIA maar nu door Trump en het Q-team is bevrijd).
Zo’n tien procent van alle Amerikaanse volwassenen gelooft momenteel op zijn minst in sommige QAnon-theorieën
Ook een ander belangrijk aspect van het QAnon-wereldbeeld is nog niet genoemd, dat elke publieke daad of uitspraak van Trump of een verondersteld lid van het genootschap verborgen boodschappen kan bevatten, voor QAnon-gelovigen gemakkelijk te doorschouwen. En dan is er nog de slagzin: ‘desinformatie is noodzakelijk’, die je kunt zien als een prachtig excuus voor al Q’s niet uitgekomen voorspellingen, met als bijkomend voordeel dat de gelovigen alleen die onderdelen van de theorie hoeven te omarmen die hen aanspreken.
Vanuit deze bescheiden en excentrieke aanvang maakte QAnon een explosieve groei door. Aanvankelijk beperkte die groei zich tot 4chan, waar Q op /pol/ furore maakte. Niet veel later begon een stel 4chan-moderatoren samen met een samenzweringstheoreticus Q’s boodschappen op YouTube onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Dit plan had een onverwacht groot succes. Zo’n tien procent van alle Amerikaanse volwassenen gelooft momenteel op zijn minst in sommige QAnon-theorieën, zo bleek vorig jaar uit een enquête van het Pew Research Center.
Die uitkomst komt overeen met die van een ander onderzoek uit 2020, door de Britse ideële organisatie HOPE not hate. Politicoloog Joe Uscinski, die de steun voor QAnon bij een eerdere gelegenheid ‘eerder diep dan breed’ had genoemd, constateerde desalniettemin dat tussen de vijf en de tien procent van de Amerikaanse volwassenen QAnon steunden. Hoe je het ook wendt of keert, miljoenen Amerikanen hechten op zijn minst enig geloof aan QAnon. Maar liefst vijftig procent van Trumps aanhang is het eens met de bewering dat ‘leidende democraten betrokken zijn bij een netwerk van seksuele slavernij’.
Waandenkbeeld
QAnon vond al lang voor de bestorming – of couppoging zoals velen het noemen – zijn weg naar het Capitool. De pasverkozen Republikeinse afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, een ‘toekomstige Republikeinse ster’ in de woorden van Trump, schreef dat ‘kindermisbruik, satanisme en occulte praktijken geassocieerd zijn met de Democratische Partij’. Ook nam Greene filmpjes op waarin zij Q omschreef als een ‘patriot’ die ‘zich inzet voor de goede zaak (…) en goede contacten heeft in hogere kringen’. Volgens haar bood hij ‘een buitenkans om dit wereldwijde genootschap van satanisten en pedofielen uit te schakelen’.
Wat maakt QAnon zo aantrekkelijk dat mensen zulke uitzinnige theorieën uitdragen? Lang vóór Q verscheen, stonden er al threads op /pol/ waaruit blijkt dat veel ‘anons’ (zoals 4chan-habitués zichzelf noemen) toen al centrale elementen uit zijn verhaal omarmden. Eén gebruiker legde er al voordat Q over satanisme begon (en zelfs voordat Q de anons was opgevallen) de vinger op: ‘grappig dat iedereen die de /pol/lers niet moeten stiekem lid heet te zijn van een grote joodse samenzwering van kindermisbruikers en duivelaanbidders, die pas aan het licht komt nu steeds meer mensen D (Trump) bedreigen.
Is dat niet gewoon een waandenkbeeld?
En Trump een idioot die impeachment boven het hoofd hangt? Maar 4chan was nu eenmaal dol op uitzinnige beweringen en samenzweringstheorieën: in het jaar voordat Q van zich deed horen werd de Pizzagate-samenzweringstheorie, verreweg de meest directe voorganger van QAnon, alleen al op /pol/ 45.027 keer genoemd.
In de QAnon-folklore begint de Storm met ‘tien dagen van duisternis’, zoals Q een week na zijn eerste bericht schreef. Q’s volgelingen kijken ook nu nog vol spanning uit naar het aanbreken van deze tijd. Direct daarna zal het nieuws vol zijn van ‘onthullingen’ (waarin de regering schokkende feiten zal onthullen die ze tot dan toe verborgen hield). Deze berichten krijgt de burger via speciaal ingelaste uitzendingen op radio en televisie te horen.
Vergaande verdorvenheid
Onthuld wordt niet het bestaan van buitenaards leven, maar wel de vergaande verdorvenheid van het genootschap. Tegelijkertijd zullen de laatste verzetshaarden van het genootschap vermorzeld worden en de massale arrestaties onverminderd doorgaan. Deze massa-arrestaties worden live op televisie uitgezonden. Ze leiden de ‘bevrijding van de planeet aarde van de machten der duisternis’ in.
QAnon borduurt voort op Pizzagate; met als verbindende schakel een groep threads onder de naam /HTG/ [Human Trafficking General]. Pizzagate verwierf scharen volgelingen omdat het het juiste doel uitkoos, de juiste beschuldigingen uitte, en tenminste aan het begin, openstond voor de inbreng van deelnemers.
Anons overboden elkaar bij het vinden van ‘bewijzen’ van kindermisbruik, gevonden in gehackte e-mails van het Democratisch Nationaal Comité [het hoogste bestuursorgaan van de Democratische Partij]. Maar die creatieve energie kon niet eeuwig blijven duren: de door te spitten e-mails raakten op, net als het aantal ‘codewoorden’ dat erin viel te ontdekken. Al gauw leverde onderzoek naar Pizzagate weinig spannends meer op en werd het een verzameling ideeën die de anons naar believen konden omarmen of verwerpen.
De /HTG/-threads die erop volgden werden nooit zo populair als Pizzagate. Toch namen ze precies dezelfde personen in het vizier, uitten dezelfde beschuldigingen en beschikten over een schier oneindige hoeveelheid bronmateriaal, aangeleverd door anons die vanuit hun huiskamer allerlei plekken in de echte wereld ‘onderzochten’. /HTG/ miste echter twee essentiële ingrediënten: een verhaallijn en een verteller. Het ontbrak aan een goed narratief dat de anons konden volgen. En al was dat er wel geweest: het ontbrak ook nog eens aan een begenadigd auteur om het goed over te brengen. Ook namen mensen van buiten de /HTG/-threads voortdurend op de hak.
Waarom slaagde Q waar zo veel anderen hadden gefaald?
Waarom slaagde Q waar zo veel anderen hadden gefaald? Eén verklaring is dat Q precies op het juiste moment met het juiste idee kwam. Bovendien had hij een aansprekende stijl: zijn teksten begonnen vaak met een groot aantal vragen. Andere LARP’ers erkenden dat ruiterlijk – in 2017 schreef MegaAnon, op het moment dat Q op het toneel verscheen misschien wel de meest succesvolste actieve LARP’er, dat Q ‘veel beter een hoop details in een /pol/-vriendelijke vorm weet te verpakken’ dan zij ooit had kunnen doen.
Waarschijnlijk was dit artikel nooit geschreven als Q’s invloed zich had beperkt tot de wereld van /pol/. Maar de mysterieuze auteur wist binnen een paar dagen aan de nauwe grenzen van 4chan te ontsnappen, dankzij een kleine, vastbesloten groep fans die QAnon ook elders op internet onder de aandacht bracht. Zo konden ‘normies’, zoals de anons niet-ingewijden noemen, ook met Q kennismaken.
Voor sommigen smaakte dat naar meer. Normies – tenminste fanatiek Trumpgezinde, voor samenzweringstheorieën ontvankelijke normies – bleken net zo open te staan voor een vervolg op Pizzagate als de gebruikers van 4chan. Al snel ontstond een gemeenschap op meerdere platforms die veel weg had van /HTG/: een hechte groep volgelingen die, met een geheel eigen werkwijze en bewijsvoering, pedofielen ‘ontmaskerde’, ongehinderd door het uitblijven van resultaten in de echte wereld. Ondertussen produceerde Q aan de lopende band nieuwe teksten, gretig gefileerd door de anons, die zelfs geloof hechtten aan de meest uitzinnige, barokke beweringen. Het feit dat Q’s profetieën zelden uitkwamen was geen probleem, want ‘desinformatie’, zoals Q uitlegde, ‘is noodzakelijk’.
Consequenties
Misschien is dit geen geheel bevredigend antwoord op de vraag wat Q zo succesvol maakte. Het komt erop neer dat ‘Q een handige LARP’er was die zijn publiek slim naar de mond praatte, ideeën uit eerdere LARP-berichten opwarmde en meteen vanaf het begin werd geholpen door een schare fans die zijn teksten buiten 4chan verspreidde’.
Maar hoe het ook zij, de opkomst van Q had enorme, soms tragische, reële consequenties. De QAnon-beweging verwoestte het leven van vele families over de hele wereld – de subreddit QAnonCasualties inventariseert de door QAnon aangerichte schade. En alhoewel de meeste QAnon-volgelingen waarschijnlijk zelf nooit geweld zouden gebruiken, wordt het er politiek wel acceptabeler door. Nog in december beschreef Trump QAnon als een groep mensen die ‘gewoon staan voor goede politiek’.
Drie jaar geleden legde Q op een van de donkerste hoekjes van het internet de basis voor een breed gedragen systeem van overtuigingen. Puttend uit rechtse mediaschandalen, racistische samenzweringstheorieën en de LARP’s van weleer, creëerde hij iets dat groter was dan de som der delen. En daarmee hebben we het alleen nog over de aanbodkant van het fenomeen QAnon gehad, maar het werkelijke probleem ligt aan de kant van de vraag. Om daarop in te gaan moet je diepe breuklijnen in de Amerikaanse maatschappij blootleggen – en oog krijgen voor de gevaarlijke aantrekkingskracht van samenzweringstheorieën.
In onze verschillende informatiebubbels hebben we niet alleen andere meningen, zelfs onze perceptie van wat waar is loopt uiteen. Anne Applebaum buigt zich over de vraag of we überhaupt nog tot elkaar kunnen komen. Alleen zogenaamd lachtivisme, patriotisme en een andere kijk op de geschiedenis lijken ons (en de campagne van Biden) nog te kunnen redden.
Onlangs bezocht ik een politieke bijeenkomst op een boerenerf. De Poolse presidentskandidaat Rafał Trzaskowski was aan het woord; op de achtergrond glinsterde een gouden tarweveld in de namiddagzon. Het publiek was enthousiast – de gastheer, een plaatselijke boer, had het bezoek van de kandidaat pas de dag ervoor aangekondigd – maar de combinatie van Trzaskowski en het tarweveld was vreemd. Hij is de burgemeester van Warschau, spreekt meerdere talen, heeft een diploma in de economie en behoort tot de helft van Polen die zich identificeert als geschoold, stedelijk en Europees. Wat weet hij van tarwe?
Maar Trzaskowski had zich kandidaat gesteld voor het presidentschap in een land waarvan de andere helft in een informatiebubbel leeft waarin ze leren wantrouwend te zijn tegenover iedereen uit Warschau die geschoold, stedelijk en Europees is. De Poolse staatstelevisie, die volledig wordt gecontroleerd door de regerende partij Recht en Rechtvaardigheid, stuurde agressieve berichten die luchtbel in, die de inzittenden waarschuwden dat Trzaskowski onbetrouwbaar was, buitenlands, in de ban van de ‘LGBT-ideologie’ – die de huidige president, Andrzej Duda, ‘erger dan het communisme’ noemde – en samenspande met Duitsers en Joden. Deze berichten, die voortdurend werden herhaald op een breed scala aan radiostations en televisiekanalen, waren bedoeld om de loyaliteit van de groep te versterken en de kiezers van Recht en Rechtvaardigheid te overtuigen dat zij ‘echte’ Polen zijn, en hun politieke tegenstander bedriegers en verraders.
Tijdens zijn korte campagne deed Trzaskowski zijn best om ook in die bubbel te reiken. Hij stond daar bij de tarwevelden, bracht veel tijd door in kleine steden en riep in advertenties op tot een einde aan de verdeeldheid. ‘We zijn verenigd door een droom,’ zei hij in een toespraak: ‘een droom van een ander Polen’, een Polen waarin geen ‘betere’ en ‘slechtere’ burgers bestaan. Dit was een bewuste keuze: in plaats van de kiezers in zijn eigen bubbel te mobiliseren door de regerende partij aan te vallen, probeerde hij de diepe polarisatie van Polen te overbruggen door een beroep te doen op nationale eenheid.
Met 49 procent van de stemmen kwam hij dichtbij, maar niet dichtbij genoeg. Trzaskowski’s helft van Polen was onvoldoende enthousiast, terwijl de andere helft fanatiek, boos en erg bang was voor Joden, buitenlanders en de ‘LGBT-ideologie’. De kiezers van Duda waren blij met de overheidssubsidies en de verlaagde pensioenleeftijd die zijn partij had goedgekeurd in plaats van op afstand geïnspireerd door Trzaskowski’s verhalen over solidariteit en eenheid – als ze die al te horen kregen.
Akelig bekend
Als ze die al te horen kregen. Klinkt dat niet akelig bekend? Want hetzelfde kan dit najaar in de Verenigde Staten gebeuren – of tijdens de volgende verkiezingen in Frankrijk, Italië of Oekraïne. De Amerikaanse politiek, de Poolse politiek, de Franse, Italiaanse, Oekraïense politiek, die allemaal zijn voortgekomen uit hun eigen geschiedenis, economie en cultuur, hebben tegenwoordig één ding gemeen: in elk van deze landen zorgt een compleet verschillende informatievoorziening voor een scherpe tweedeling van het electoraat. Sommige kiezers leven in een zogenaamde populistische bubbel, waar ze nationalistische en xenofobe boodschappen te horen krijgen, op feiten gebaseerde media en op feiten gebaseerde wetenschap leren wantrouwen, ontvankelijk worden voor complottheorieën en wantrouwend tegenover democratische instellingen. Anderen lezen en horen totaal andere media, respecteren verschillende autoriteiten en zoeken naar een ander soort nieuws. Welke voordelen deze verschillende bubbels ook mogen hebben, de heersende regels maken dat de mensen erbinnen niet in staat zijn de mensen erbuiten te begrijpen, of zelfs maar met hen te praten.
Op sommige plaatsen, waaronder Polen en de Verenigde Staten, is het land in tweeën gedeeld. Op andere plaatsen, zoals Duitsland, liggen de verhoudingen anders, maar is de kloof tussen beide kampen net zo diep. Een paar jaar geleden nam ik deel aan een project waarin werd gekeken naar buitenlandse invloed tijdens de Duitse parlementsverkiezingen van 2017. We ontdekten onder meer dat de overgrote meerderheid van de Duitsers – links, rechts en gematigd – een mix van grote kranten, tijdschriften en televisiekanalen volgt, waaronder publieke televisie. Maar veel van de Duitsers die stemmen voor het extreemrechtse Alternatief voor Duitsland – het aantal schommelt tussen de 10 en 14 procent – halen hun nieuws uit een heel andere reeks bronnen, waaronder een flinke dosis Russisch gefinancierde Duitstalige media, zoals als Sputnik en RT. De kiezers in de extreemrechtse bubbel hebben niet alleen een andere mening dan andere Duitsers; ze hebben andere feiten, waaronder zelfs ‘feiten’ die door een heel ander land zijn verstrekt.
Het gaat hier niet zozeer over Rusland, maar om de diepe kloof in perceptie die een tiende van de Duitse kiezers nu scheidt van de overige 90 procent. Is die kloof permanent? Moeten andere Duitse politieke partijen proberen de mensen in de populistische bubbel te bereiken? Maar hoe bereik je mensen die je niet kunnen horen? Dat is niet alleen een kwestie van iemand overtuigen, betere argumenten gebruiken of iemand van gedachten doen veranderen. Dit gaat over de vraag hoe je mensen überhaupt kunt laten luisteren. Gewoon schreeuwen over ‘feiten’ levert niets op als degenen de bronnen waarin deze staan niet vertrouwen.
Helsinki, pornosterren, ‘Grab them by the pussy’, seksschandalen, ethische schandalen, juridische schandalen – ze zijn de afgelopen vier jaar tot één grote brei verworden
Dit is hoe het probleem in de Verenigde Staten eruitziet: op de dag nadat Donald Trump Vladimir Poetin in 2018 in Helsinki ontmoette, bevond Sarah Longwell zich in Columbus, Ohio, waar ze sprak met een focusgroep die ze bijeen had geroepen – een kamer vol met mensen die ze omschrijft als ‘onwillige’ Trump-kiezers, mensen die op de president hadden gestemd maar zijn gaan twijfelen. Het bizarre gedrag van Trump in Helsinki zat haar dwars. De president had er bedeesd en bang uitgezien; doordat hij meeging in Poetins hardnekkige bewering dat hij zich niet met de Amerikaanse verkiezingen van 2016 had bemoeid, leek Trump partij te kiezen voor Poetin en tegen de Amerikaanse FBI. ‘DC staat erdoor in brand, ik sta erdoor in brand, ik denk dat dit een groot moment is,’ vertelde Longwell me. ‘Als ik mensen in Columbus vraag: “Wat is er gisteren in Helsinki gebeurd?”, kijken ze me uitdrukkingloos aan.’
Longwell is een Republikeinse activist, of liever een Republikeinse activist van Never Trump – ooit een grote groep waarvan nog maar weinig leden over zijn. Ze bracht 2016 door met het zoeken naar een alternatief voor Trump. In 2017 begon ze vrienden te verliezen. Dat was het jaar van de ‘body snatchers’, zegt ze, toen ‘mensen van wie je dacht dat ze op één lijn zaten, plotseling hun standpunt begonnen te veranderen.’ In 2018 probeerde ze te bepalen wat te doen. In plaats van op te geven, zamelden zij en een andere Never Trump-Republikein, de oude journalist en activist Bill Kristol, geld in en gingen op zoek naar gelijksgezinden, niet in Washington maar in heel Amerika, en vooral in voorsteden met een Republikeinse stem.
Hun initiatief, nu Republican Voters Against Trump (RVAT) genoemd, liep meteen tegen de informatiemuur aan. Onder de focusgroep van Longwell in Ohio werd het bizarre gedrag van Trump in Helsinki niet geregistreerd. ‘Mensen hebben er simpelweg niet over gehoord,’ herinnert Longwell zich. ‘Het kwam niet door.’ Dit kwam niet omdat de mensen in de groep niet geïnteresseerd waren in politiek. Het was ook niet omdat ze alleen Fox News keken. Integendeel, ze kregen nieuws van sociale media, via meldingen op hun telefoon, op allerlei devices. Ze kregen eerder te veel nieuws. Met als gevolg dat alle berichtgeving over Trump – de vele schandalen en de corruptiepratijken –, zo zei Longwell, ‘zo alomtegenwoordig werd, zo van alle dag, dat het veranderde in witte ruis’.
Helsinki, pornosterren, ‘Grab them by the pussy’, Ivanka Trumps Chinese handelsmerken, belastinggeld dat naar golfclubs van Trump gaat, seksschandalen, ethische schandalen, juridische schandalen, zelfs het machtsmisbruikschandaal dat leidde tot de impeachment van Trump – ze zijn de afgelopen vier jaar tot één grote brei verworden. Een reeks onaangename nieuwsverhalen die volgen op tv-advertenties voor haarlak of mondwater, die voorafgaan aan een Facebook-bericht over de zoveelste trouwdag van een neef. Voor Longwells afvallige Trump-kiezers veranderde de afkeer van de schandalen in de afkeer van de media die over de schandalen berichtten – een enorm horzelsnest waarmee niemand in aanraking wilde komen of zelfs maar over nadenken. Tegelijkertijd werden diezelfde kiezers gebombardeerd met andere boodschappen – boodschappen die hen herinnerden aan hun groepsloyaliteit. Ze ‘zwemmen in een culturele soep van trumpisme’, zegt Longwell. Republikeins zijn maakte deel uit van hun identiteit. Ze werden omringd door afbeeldingen die verwezen naar God, patriottisme en de Republikeinse Partij. En al die beeld tezamen waren veel krachtiger dan hun afkeer van Trump.
Ben Scott, een technologie-expert die voor het ministerie van Buitenlandse Zaken van Barack Obama meedacht over desinformatiebeleid en adviseur was van de campagne van Hillary Clinton in 2016, heeft dit fenomeen bestudeerd. Digitale media, zo vertelt hij me, hebben ‘mensen in staat gesteld om een veel hogere mate van zeer suggestieve representaties te ondergaan’ – waarmee hij het constante spervuur van foto’s, video’s, commentaren en memes bedoelt van Amerika, christenen of gezinnen die worden bespot; die Trump op één lijn stellen met de kerk en het leger; die bedreigingen zien in buitenlanders, immigranten, allerlei buitenstaanders. Mensen die in deze ‘alternatieve’ nieuwsbubbel leven, zien of horen ook ‘reguliere’, op feiten gebaseerde media. Maar die verwerpen ze. Ze bestempelen ze als de vijand en leren ze te negeren. De fout van de Clinton-campagne, denkt Scott, was de aanname dat mensen binnen die bubbel konden worden overtuigd door ze te wijzen op de feiten. Dat bleek niet het geval.
Aanvankelijk dacht ook Longwell dat een beroep op feiten de twijfelende Trump-kiezers van gedachten zou doen veranderen. Maar toen ze video’s afspeelde waarop duidelijk te zien was dat Trump loog, haalden ze hun schouders op. Dat kwam deels doordat ze hem niet aan dezelfde normen hielden als andere politici. In plaats daarvan, denkt ze, zagen ze hem als een zakenman en een beroemdheid, iemand die was vrijgesteld van de gewone moraal. ‘Ze zeggen: “Ja, hij liegt. Maar hij is eerlijk, hij is authentiek, hij is echt,”’ zegt Longwell.
‘Ja, hij liegt. Maar hij is eerlijk, hij is authentiek, hij is echt’
Maar wat ook meespeelt, en in meerdere mate, is de aantrekkingskracht van de groep. Republikeinse kiezers weten dat Trump liegt. Als ze hem vergeven, is dat omdat hun vrienden en hun families, de andere leden van hun partij, hem ook vergeven. ‘Ik ben een Republikein, mijn ouders zijn Republikeinen, al mijn vrienden zijn Republikeinen,’ zeiden de leden van de focusgroep tegen Longwell. Anders stemmen zou voor deze kiezers niet alleen een intellectuele beslissing zijn. Het zou hen losmaken van hun groep.
Maar wat gebeurt er als die groep zelf op een andere manier over Trump begint te praten?
Kiezers vertrouwen mensen die ze kennen, of mensen die lijken op mensen die ze kennen
Binnen de lawaaiige, chaotische moderne informatievoorziening doet de boodschap er lang niet zo veel toe als de boodschapper. Veel mensen vertrouwen er niet langer op dat de grote mediakanalen waardevolle informatie bieden – en dat vertrouwen komt misschien wel nooit meer terug. Ze hebben ook niet langer vertrouwen in politici of groepen waarvan ze denken dat ze buiten hun eigen groep vallen, en de dagen dat een president werd gerespecteerd alleen omdat hij de president was, zullen misschien evenmin ooit terugkeren. Kiezers vertrouwen mensen die ze kennen, of mensen die lijken op mensen die ze kennen.
Vanuit dit inzicht begonnen Longwell en Kristol te experimenteren. In plaats van alleen professionele campagnevideo’s te maken (waarvan ze er een of twee produceerden), begonnen ze amateurfilmpjes te zoeken en te verspreiden. Op de site van de ‘Republikeinse kiezers tegen Trump’ staat een van hun citaten te lezen: ‘Ik zou eerder voor een broodje tonijn stemmen dan dat ik opnieuw voor Donald Trump stem’. Ook is hier te lezen hoe je je eigen video maakt.
Honderden mensen hebben video’s ingestuurd, en vele daarvan zijn al gepost. Er zijn filmpjes van mensen die zichzelf omschrijven als levenslange Republikeinen, als evangelische christenen of als Irak- en Afghanistan-veteranen. De video’s hebben geen script: mensen vertellen hun eigen redenen om zich gedesillusioneerd of boos te voelen, vanwege de regering die in hun ogen henzelf en hun conservatieve idealen heeft verraden. Ze zetten hun mening in hun eigen woorden uiteen. ‘Mensen weten dat in een advertentie iets wordt verkocht,’ zegt Longwell. ‘Maar als ze naar de RVAT-video’s kijken, zien ze iemand van binnen hun eigen gemeenschap en denken ze: “Ik mag deze persoon.”’
Geruststelling
Bij tests op focusgroepen blijken deze video’s inderdaad impact te hebben: mensen vinden ze overtuigend. Misschien komt dit doordat ze conservatieve zorgen over Trump weerspiegelen zonder de conservatieve groep te bekritiseren. De mensen in de video’s sympathiseren met het dilemma van de Republikeinse kiezers, net als Longwell zelf. ‘Tribalisme is niet alleen maar negatief,’ zegt ze. ‘Het omvat ook elementen van loyaliteit, vertrouwen en gemeenschap.’ En het is juist Trumps misbruik van die loyaliteit, dat vertrouwen en de gemeenschap dat zowel haar als de mensen in de video’s zo boos maakt. En dat gevoel van verraad dragen ze uit.
Het inzetten van insiders om gesloten gemeenschappen te bereiken is een bekende techniek, die vaak wordt toegepast in gevoelige en complexe situaties. Sasha Havlicek, die in Londen een anti-extremistische organisatie runt, genaamd Institute for Strategic Dialogue (de groep werkte ook mee aan de Duitse verkiezingsstudie van 2017), heeft vele malen geprobeerd om geloofwaardige stemmen van binnenuit te vinden om door te dringen tot mensen die dreigen online te worden gerekruteerd, door ISIS dan wel door blanke-suprematieorganisaties. Soms vinden Havlicek en haar collega’s gedesillusioneerde voormalige leden om deze aspirant-rekruten te begeleiden, maar ze kijkt ook uit naar ‘kerkgroepen, plaatselijke werkgevers, veteranen of mensen die een alternatief gemeenschapsgevoel kan bieden’. Het belangrijkste, zegt ze, is het om mensen te vinden die geruststellen: ‘Met als boodschap: Als je bereid bent je stem of je politieke kleur te veranderen, als je breekt met wat iedereen om je heen doet, zul je niet alleen zijn.’
Lachtivisme
Als van het contra-extremisme iets te leren valt, geldt dat ook voor het anticommunisme. In de jaren tachtig was Polen een door de Sovjet-Unie bezet communistisch land met een volledig gesloten mediaomgeving. De Communistische Partij beheerde alle kranten evenals het enige televisienetwerk. Protest was illegaal en demonstranten werden gearresteerd. Maar een ongewone dissidente groep, het Oranje Alternatief, brak door de muur van de media van het regime heen. En dat deden ze door mensen aan het lachen te maken. De groep organiseerde ‘happenings’ die niet zozeer demonstraties waren als wel komische optredens. In 1987 hield het Oranje Alternatief een parade op de verjaardag van de bolsjewistische revolutie, met pro-communistische spandoeken en lachende menigten; een andere keer verkleedden tientallen mensen zich als kerstman en deelden snoep uit. De autoriteiten waren perplex: de optochten waren duidelijk protesten, maar de politie sloeg een vreemd figuur toen ze deelnemers begonnen te arresteren vanwege hun ‘communistische’ rode outfits of kerstmanpakken.
Srdja Popovic, een ervaren Servische activist – die mede leiding gaf aan een jeugdbeweging die de Servische dictator Slobodan Milošević omver wierp – heeft lezingen gehouden over wat hij de ‘kracht van het lachtivisme’ noemt. ‘Humor doelt angst smelten’, zegt hij. Door een autoritaire partij of leider belachelijk te maken verander je diens aura van onaantastbaarheid, waardoor volgers bereid worden om naar alternatieven te luisteren.
RINO’s
In de VS is dit een van de tactieken die momenteel wordt gebruikt door het Lincoln Project. Deze groep is opgericht door een stel andere anti-Trump Republikeinen en behoeft sinds kort geen uitgebreide introductie meer, niet in de laatste plaats omdat het Project de president zo succesvol heeft getrolld. In mei maakte de groep een korte video die begon met de woorden: ‘Amerika is in rouw. Vandaag de dag zijn meer dan 60.000 Amerikanen gestorven aan een dodelijk virus dat Donald Trump negeerde.’ Er volgde sombere muziek, samen met sombere beelden: vervallen gebouwen, verlaten huizen, armoedig geklede mensen. Dan, aan het einde, een foto van het Lincoln Memorial en de Amerikaanse vlag: ‘Als er nog vier van zulke jaren volgen, zal Amerika dan überhaupt nog bestaan?’
De video, een ruwe variant op Ronald Reagans beroemde ‘Morning in America’-commercial, was meteen een hit: binnen twee dagen na de verschijning op Twitter werd hij door meer dan 1,5 miljoen mensen bekeken. Nog meer mensen zagen hem nadat hij op Fox News in Washington verscheen. Een van de kijkers was de president, die een reeks middernachtelijke tweets afvuurde met alle bekende beledigingen: RINO’s [Republican In Name Only], loosers. Het was een ‘schande’. Het resultaat: het geld stroomde de schatkist van het Lincoln Project binnen. John Weaver, een van de oprichters van de groep, vertelt dat de video in de daaropvolgende dagen miljoenen keren op Twitter, YouTube en Facebook werd bekeken.
Sindsdien heeft het Lincoln Project advertenties gelanceerd waarin Trump in het Russisch wordt bespot, de kennelijke moeite die het de president kost om een glas water te drinken beschimpen; die zijn campagneleider belachelijk maken – die later, mogelijk om die reden, werd ontslagen –, die verschijnen binnen enkele minuten na de gebeurtenis die ze parodiëren. Een video waarin de president wordt geplaagd met zijn gewicht en schijnbare mentale achteruitgang, veroorzaakte de kortstondig trend #ImpotusAmericanus op Twitter. De soms vervelende, soms kinderlijke vrolijkheid van het Twitter-account van de groep (1,8 miljoen volgers), heeft een harde tegenaanval uitgelokt. Het Lincoln Project en zijn oprichters worden door sommige rechtsen weggezet als verkapte Democraten, die onder een valse vlag handelen; sommigen linken vallen ze af vanwege vermeende verborgen agenda’s; door anderen worden ze ervan beschuldigd zich te verlagen tot dezelfde destructieve tactieken als de president. Mijn Atlantic-collega Andrew Ferguson noemde de campagne van het Lincoln Project ‘persoonlijk beledigend, hysterisch, nodeloos schunnig’.
Woeste stem
De oprichters van het Lincoln Project beschouwen de aanvallen van de Republikeinse Partij als een succes, niet in de laatste plaats omdat ze de Grand Old Party afleiden van hun campagne tegen Joe Biden. Maar dringen de video’s van het Lincoln Project door tot de Republikeinse kiezers, laat staan dat ze ze van gedachten doen veranderen?
Steve Schmidt, een van de medeoprichters, stelt dat de informatieballon rond de president dienstdoet als een autocratische persoonlijkheidscultus: voordat er positieve berichten doorheen kunnen, moet de betovering worden verbroken. Om die reden is het noodzakelijk om de Republikeinse partijleiders aan te vallen. ‘Kleineer ze, bespot ze, lach ze uit,’ zegt Schmidt. ‘Sla hard terug zolang het kan.’ Ook denkt hij dat agressieve, zelfs vulgaire humor zal helpen de muur van onverschilligheid te doorbreken en afgedwaalde kiezers te overtuigen dat er iets belangrijks op het spel staat. ‘De stem die vanuit Democratische waarden argumenteert, mag niet de milde stem zijn binnen het debat,’ zegt Schmidt. ‘Het moet een woeste stem zijn’
In het grote geheel gezien zijn beide Republikeinse Never Trump-projecten onbeduidend – als kleine speedbootjes die naast het vliegdekschip racen dat de Democratische presidentiële campagne dit najaar vormt. Weaver beschreef hun rol als de geniesoldaten die ‘bevoorradingslijnen opblazen’ terwijl de generaals hun aanval voorbereiden. Toch lopen sommige van hun inspanningen parallel met de campagnestrategie van Biden. Ook hij is op zoek naar manieren om de conservatieve bubbel binnen te treden, of deze groep op z’n minst niet te beledigen. Biden heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat hij geen uitspraken deed die Republikeinse kiezers beangstigen. Hij roept niet op tot opheffing van de politie, het openstellen van de grens of het afschaffen van alle particuliere ziektekostenverzekeringen. Hij houdt zijn retoriek gematigd, ook al blaft zijn basis naar roder vlees. Zoals Ezra Klein van Vox schreef, is het campagneteam van de Democratische kandidaat zich er terdege van bewust dat ‘mobilisatie vaak de keerzijde van polarisatie is’. De taal die zijn basis prikkelt, zal zijn tegenstanders woedend maken. En dat wil Biden voorkomen.
De taal die zijn basis prikkelt, zal zijn tegenstanders woedend maken. En dat wil Biden voorkomen
Het risico is natuurlijk dat Biden eindigt als Trzaskowski en oproept tot een eenheid die niemand prikkelt, zelfs zijn eigen partij niet. Maar niet iedereen in het liberale centrum stelt zich zo op. Een paar jaar geleden kwam een groep universiteitsstudenten in Zürich tot dezelfde conclusie als Schmidt – dat de ‘kant van democratische waarden’ niet saai moet zijn. Zij waren de oprichters van een initiatief genaamd Operatie Libero. Toen ze begonnen, domineerde de Zwitserse Volkspartij, een populistisch-nationalistische partij, de politiek van het land. Het had met succes een visie van Zwitserland als een gesloten enclave neergezet en een reeks referenda voorgesteld om vreemdelingenhaat aan te wakkeren, immigratie een halt toe te roepen en het vermogen van het land om buitenlandse verdragen te ondertekenen te beperken.
De oprichters van Operatie Libero pleitten daarentegen voor een meer verwelkomende visie op de natie. Ze wezen erop dat het moment van de oprichting van Zwitserland de liberale revolutie van 1848 was, dat het land een lange geschiedenis van religieuze tolerantie en openheid kent. Operatie Libero, ook wel de ‘kinderen van 1848’ genoemd, begon grappige filmpjes te maken – een tekening van Helvetia, het nationale symbool, dat huilend omver wordt geworpen door een populistische sloopkogel – en memes. De groep creëerde teams van vrijwilligers die zouden protesteren tegen de Zwitserse variant van online alt-right, en nodigde populisten uit om in debat te gaan. Het werkte: Operatie Libero zorgde niet alleen dat haar eigen standpunt in verschillende referendumcampagnes de overhand kreeg, de leden zagen er bovendien uit alsof ze het naar hun zin hadden. Op een wijdverspreide foto waren leden van de groep te zien – waaronder een van de oprichters, Flavia Kleiner, in felroze jasje – die uitbundig juichten vanwege een verkiezingsoverwinning.
Operatie Libero bood niet alleen vermaak; het bood ook patriottisme – een andere versie van patriottisme. ‘We bieden een positievere kijk op Zwitserland,’ zei Kleiner me een paar jaar geleden. ‘We willen niet dat het een openluchtmuseum wordt met een geïdealiseerd verleden.’ In de Verenigde Staten is er volop moeilijkheid voor Biden, en ieder die hem steunt, om sentimentele Amerikaanse symbolen en tradities te gebruiken om kiezers van alle niveaus te mobiliseren. Een campagneadvertentie van Biden van vorig jaar deed precies dat en wees op het contrast tussen de taal van de Onafhankelijkheidsverklaring (‘Alle mannen zijn gelijk geschapen’) en die van de alt-right-mars van 2017 in Charlottesville, Virginia (‘Joden zullen ons niet vervangen’). Hergebruik van Amerikaanse oprichtingsdocumenten die worden aangepast aan deze tijd is natuurlijk niets nieuws. Martin Luther King Jr. citeerde de ‘prachtige woorden van de grondwet en de onafhankelijkheidsverklaring’ en verwees naar de ‘onvervreemdbare rechten’ van ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’.
Gedateerd
Maar ook hier zit een mogelijke valstrik. In dit tijdperk van informatie-overload kan de oproep tot ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’, die in het verleden zo goed werkte, ineens afgezaagd klinken; erger nog, de taal van de democratie en van de oprichting van Amerika kan ineens klinken als een zoveelste reeks slogans in de informatieoorlog. De campagne van Trump lijkt hierop in te spelen. Het is precies de reden dat de president spot met de ideeën en idealen van de democratie zelf. Op sociale media heeft de president ‘Trump 2024, 2028, 2032’-memes gepost en plagende tweets over het uitstellen van de verkiezingen. Hoewel ze bij sommige van zijn aanhangers enige verontrusting veroorzaakten – het bewijs dat de regels rondom verkiezingen aan beide kanten nog altijd serieus worden genomen – hebben zijn tweets hun doel bereikt: ze lieten de bekende retoriek van democratie en een gemeenschappelijk doel ouderwets klinken, hol, gedateerd.
Uit een ander project waar ik aan meewerkte kunnen eveneens lessen worden getrokken, hoe excentriek ze ook mogen klinken. Ook hierin werd gebruikgemaakt van focusgroepen, met als doel te begrijpen hoe Oekraïners in regio’s met onderling zeer verschillende geschiedenissen zich het verleden herinneren. West-Oekraïne maakte tot 1939 deel uit van Polen, het oosten heeft een lange geschiedenis van Russische overheersing en de twee regio’s hebben radicaal verschillende herinneringen, vooral aan de Tweede Wereldoorlog. Russische desinformatie die zich tegen Oekraïne richtte zorgde er lange tijd voor dat deze verschillen werden uitvergroot: westerse Oekraïners werden getypeerd als ‘nazi’s’ en oosterlingen werden herinnerd aan hun rol bij de overwinning van het Rode Leger. Als gevolg hiervan kon er geen enkel gesprek over de oorlog worden gevoerd zonder dat iemand (of iedereen) boos werd.
Voor zover ik weet, heeft nog niemand een soortgelijke studie in de VS uitgevoerd. Maar ik durf wel te zeggen dat Amerikanen, net als Oekraïners, verdeeld zijn door hun verschillende historische herinneringen. Op dit moment liggen verschillende interpretaties van de burgerrechtenbeweging en zelfs van de burgeroorlog en wederopbouw aan de basis van ruzies over standbeelden, namen van militaire bases en de zuidelijke vlag. Die herinneringen zullen niet tussen nu en november verenigd worden. Maar er zijn misschien wel andere dingen waarover we kunnen praten, andere episodes in de Amerikaanse geschiedenis die sterke, verenigende gevoelens oproepen in zowel het rode als het blauwe Amerika. Het moment van nationale rouw dat volgde op 9/11? De financiële crisis van 2008? De Biden-campagne is al begonnen met het verkennen van de nationale ervaring van isolatie en lockdown. Het is niet verwonderlijk dat kamp-Trump reageerde met een desinformatiecampagne die tot doel heeft twijfel te zaaien over de vraag of die isolatie en lockdown überhaupt nodig waren. De achterliggende gedachte: alles wat banden creëert tussen rode en blauwe Amerikanen, is uit den boze.
Op de een of andere manier moeten alle succesvolle campagnes – politieke, activistische, zelfs commerciële reclamecampagnes – rekening houden met het feit dat het publiek in verschillende informatiesferen leeft. Het tijdperk van massamedia en eenduidige campagneslogans loopt ten einde. Dit is geen nieuws: de Russische agenten die een rol speelden bij de verkiezingen van 2016 vertelden de leden van Black Lives Matter op Facebook andere dingen dan ze de anti-immigratie-activisten in Idaho voorhielden.
Het is niet moeilijk om misverstanden te creëren tussen groepen die niet meer met elkaar praten
Toch hebben we de betekenis hiervan nog onvoldoende tot ons door laten dringen. In dit post-massamedia-tijdperk is verdeeldheid zaaien veel gemakkelijker dan eenheid creëren, wat in het voordeel werkt van politici die proberen te winnen door zondebokken en vijanden te creëren. Gerichte reclame maakt het veel gemakkelijker om het electoraat te verdelen en het is niet moeilijk om misverstanden te creëren tussen groepen die niet meer met elkaar praten. Om al die redenen is de kans groot dat wie de uiteindelijke winnaar ook is, de campagne van 2020 Amerika nog verdeelder zal achterlaten dan het nu al is. En dat zal in de toekomst zo doorgaan.
Zelfs als de Democratische kandidaat wint, speelt de vraag ‘Kan Biden toetreden tot de tegenovergestelde bubbel?’ niet alleen in de herfst van 2020, maar ook in de lente van 2021, de winter van 2022 en nog vele jaren in de toekomst. De noodzaak om informatieve en culturele scheidslijnen te overbruggen, zal een extra complicerende laag vormen bij de aanpak van de vele economische, medische en buitenlandse crises waar een nieuwe Biden-regering onmiddellijk mee geconfronteerd zou worden, wat het moeilijk zal maken de diepgaande hervormingen door te voeren die onze bureaucratie, democratie en ons zorgstelsel zo hard nodig hebben. Maar als Biden geen moeite doet om met zijn tegenstanders te praten, zou hij net als de kandidaat voor het Poolse tarweveld kunnen eindigen, met enkel de feiten en 49 procent van het publiek aan zijn zijde. Bidens campagne is misschien wel de laatste kans om de historische kloof tussen ons te overbruggen. Als Trump nog een termijn wint, weten we zeker dat niemand het zelfs nog maar zal proberen.
Om zijn mislukkingen te verhullen heeft het Egyptische regime in de media nepberichten verspreid over wetenschappers die belangrijke ontdekkingen zouden hebben gedaan en prestigieuze internationale prijzen zouden hebben gekregen.
In 2016, ten tijde van het overlijden van de Egyptische onderzoeker Ahmed Zewail, die in 1999 de Nobelprijs voor Scheikunde had gekregen, wisten de Egyptische media niets beters te bedenken dan het uitnodigen van een dertienjarige puber die werd voorgesteld als het ‘kleine genie van Egypte’. Deze Walid Abadi aarzelde niet de dood van de grote wetenschapper als volgt te becommentariëren: ‘Zewail is dood, maar de wetenschap leeft en zal niet sterven.’ Om er in alle bescheidenheid aan toe te voegen dat hijzelf de fakkel zou overnemen.
Deze jongen is door de media op het schild gehesen als een hyperbegaafde uitvinder die hard op weg is een behandeling van kanker te ontdekken door middel van ultrasone trillingen, alsmede een manier om geheime raket- codes te kraken. Hij is uitgenodigd in studio’s en heeft prijzen ontvangen. Het Egyptische parlement, de Universiteit van Damanhour in de Nijldelta en de technische militaire faculteit hebben hem geëerd vanwege zijn veronderstelde titel van ‘jongste professor ter wereld’, die hem verleend zou zijn in Italië. Terwijl er in Italië geen prijs, titel of concours in dit genre bestaat.
Het gouvernement Al Buhayrah heeft hem ook geëerd vanwege zijn eerste plaats bij het wetenschappelijke Archimedesconcours, een van de belangrijkste in zijn soort, dat wordt gehouden in Rusland. Alleen heeft hij, noch enige andere Egyptenaar, aan dit concours deelgenomen. Hij is tientallen keren aan het woord gekomen op de tv-zenders van de publieke omroep, zonder dat iemand de moeite heeft genomen de geloofwaardigheid van zijn beweringen nader te onderzoeken.
Fabels
Op deze manier presenteren de Egyptische media hem al drie jaar lang door dik en dun als de rijzende ster van de Egyptische wetenschap, terwijl het enige talent waarvan Walid heeft blijk gegeven zijn welsprekendheid is – hij die tijdens zijn toespraken nooit zal vergeten eer te bewijzen aan het leger en de Egyptische machthebbers. De paradox is dat Egypte echte wetenschappers, grote intellectuelen en waardevolle kunstenaars heeft voortgebracht. En toch steken de media in Caïro de loftrompet over een jongeman wiens wetenschappelijke verrichtingen pure fabels zijn.
Maar fabels en leugens lijken de wind mee te hebben onder het bewind van president Abdel Fattah Al-Sissi. Men herinnere zich de fameuze 22ste februari 2014, toen de woordvoerder van het leger de ontwikkeling van een apparaat bekendmaakte dat zowel aids als hepatitis C kon diagnosticeren en behandelen. Het octrooi was verleend uit naam van de leden van het comité van ingenieurs van de Egyptische strijdkrachten. Het was uiteraard van begin tot eind gelogen en eindigde in een pijnlijk schandaal voor het leger.
Tevoren had het comité van de strijdkrachten een persconferentie georganiseerd waar een onbekende in generaalsuniform de werking van het apparaat uitlegde. Dit alles in aanwezigheid van de toenmalige interim-president, Adli Mansour, en zijn minister van Defensie, niemand anders dan… Abdel Fattah Al-Sissi. Het apparaat werd geacht alle virusziekten te behandelen die er op de wereld bestonden.
Volgens twee bronnen bestond het apparaat uit een vrijwel lege doos met alleen maar een steen erin die was verbonden met twee kabels
Dit toneelstukje wekte de lachlust van miljoenen toen de Egyptische komiek Bassem Youssef er de draak mee stak tijdens zijn satirische talkshow, die vervolgens werd verboden. Volgens twee bronnen bestond het apparaat uit een vrijwel lege doos met alleen maar een steen erin die was verbonden met twee kabels. Deze steen, aldus de verantwoordelijken, zou een gewijde steen uit Mekka zijn die ‘formidabele krachten bezat om allerlei kwalen te genezen’. De generaal werd gevraagd wat er moest gebeuren om de uitvinding wereldwijd te laten erkennen. Hij antwoordde dat de rest van de wereld zijn zorg niet was. Een voorbode van het schandaal dat zou volgen.
Op 21 november 2017 volgde een nieuwe leugen, toen op de officiële Facebookpagina van de legerwoordvoerder bekend werd gemaakt dat een team van onderzoekers van de medische faculteit van de strijdkrachten met hun ontdekking van een behandeling van leverkanker middels DNA-manipulatie een eerste plaats en een gouden medaille in de wacht had gesleept tijdens het internationale synthetischebiologieconcours iGem in Boston.
Alleen gooide de site van het concours roet in het eten door te verklaren dat het Egyptische team helemaal geen prijs in de wacht had gesleept. Het enige wat ze hadden ontvangen was het traditionele welkomstcadeau dat aan alle deelnemers werd uitgereikt.
De ontdekking van hun leugens lijkt de medische faculteit van de militaire universiteit niet te deren. Ze hebben zelfs een vijf jaar durende medische opleiding aangekondigd voor een bedrag van 15.000 Egyptische pond voor burgers en 10.000 voor militairen [respectievelijk 750 en 500 euro]. Dit alles, zo werd verzekerd, met de officiële erkenning van Britse collega’s onder bescherming van de Britse Royal Society.
Vervolgens wilde de bond van Egyptische artsen er meer van weten, met het oog op harmonisatie van de diploma’s. Het behoeft geen betoog dat er geen sprake is van zo’n akkoord tussen de militaire faculteit en de Royal Society, waarmee het om de zoveelste leugen gaat om aspirant-artsen geld uit de zak te kloppen.
Alternatieve nieuwssite die in 2017 is opgericht in Beiroet. De redactie bestaat uit journalisten uit Libanon en andere Arabische landen, die een alternatief willen bieden voor traditionele Arabische media. Met reportages en onderzoeksjournalistieke verhalen, veelal over minder courante onderwerpen als mensenrechten en homoseksualiteit.
Fake News is de schuld van het internet, de Russen en Donald Trump, toch? Zo simpel is het niet, zegt de Britse journalist Matthew d’Ancona, die er een boek over schreef. ‘De mondialisering heeft de aard van ons bestaan veranderd.’
Er is momenteel zo veel te doen over fake news dat het wel een moeras lijkt. Hoe vinden we daarin onze weg?
‘Allereerst moet je, zoals altijd, de term definiëren. Voor mij betekent “fake news” het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie voor politieke of commerciële doeleinden. Het slaat zeker niet op nieuws dat me niet bevalt of waarmee ik het niet eens ben, of analyses die me ergeren. Maar in een heel interessant voorbeeld van wat psychologen het “spiegeleffect” noemen heeft Trump de term vrijwel geannexeerd om de media aan te duiden die kritiek op hem hebben. En de mensen zijn de term “fake news” gaan gebruiken om media aan te duiden waarvan de artikelen hun niet bevallen of waarmee ze het niet eens zijn.
Je kunt het ook “post-waarheid” noemen, de mantel die alles bedekt. De post-waarheid begint op het moment dat leugens niet belangrijk meer zijn of wanneer de consumenten van die leugens ermee onder één hoedje spelen, wanneer de emotionele weerklank van die beweringen belangrijker is dan hun feitelijke juistheid. Ik denk dat de term “post-waarheid” het afgelopen jaar zo veel succes heeft gehad vanwege twee specifieke en overweldigende gebeurtenissen, de Brexit en de verkiezing van Trump. Die hebben een zeer sterke emotionele weerklank gevonden, die belangrijker lijkt dan het steekspel van feitelijke beweringen.’
Het is fascinerend om de resultaten te zien die je krijgt als je de term ‘fake news’ googelt. Of het nu om de gebeurtenissen in Myanmar gaat of om het Equifax-schandaal, het is bijna choquerend. Het is alsof zowel links als rechts zich ervan bedient om hun respectievelijke identiteit te bewaren. Zou het kunnen dat als je maar lang genoeg beweert dat iets fake news is, het vanzelf fake news wordt?
‘Tja, dat is me nogal een vraag. Het eerste wat we moeten benadrukken is dat het rampzalig zou zijn als we dit probleem aan de politiek overlieten en als politici de termen “fake news” en “post-waarheid” zouden gaan gebruiken om hun eigen programma erdoor te drukken. Daarvoor staat er veel te veel op het spel. Het is in een liberale maatschappij oneindig veel belangrijker de waarde en het primaat van de waarheid te beschermen dan te weten of we een linkse of rechtse regering hebben. Dat is fundamenteel. Daarom denk ik dat we een stapje terug moeten doen en ons moeten afvragen waarom de informationele ecosfeer veranderd is. Dat heeft niet echt te maken met rechts of links. Natuurlijk is er een groot debat gaande over de relatie tussen de opkomst van populistisch rechts en dit probleem, maar naar mijn mening zijn de oorzaken veel algemener. Er spelen talrijke factoren mee, maar ik denk dat er twee hoofdfactoren zijn.
De eerste is dat we een afnemend vertrouwen zien in de bestaande instituties. Het eclatantste voorbeeld was de financiële crisis van 2008/2009, waardoor wereldwijd het vertrouwen verdween in de banken die sinds het einde van de Koude Oorlog de wereldorde hadden ondersteund. Die schokgolf is momenteel in de hele wereld voelbaar. Maar er bestaat in de media en elders een tendens om te denken dat, omdat het acht of negen jaar geleden is gebeurd, de crisis ten einde is en de recessie verleden tijd. Het wordt tijd voor iets anders. Maar het was zo’n ingrijpende gebeurtenis dat de gevolgen naar mijn mening nog altijd enorm zijn.
We zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander
De tweede factor is de digitale revolutie. In het begin, toen rond 2004 het zogeheten “Web 2.0” zijn intrede deed en steeds meer mensen supersnel internet kregen, werd gedacht dat de tweede fase van de internetrevolutie wereldwijd een verbindende factor zou vormen. En dat is natuurlijk ook gebeurd: de obstakels bij het verspreiden van informatie zijn weggenomen, mensen kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, we hebben een ongeëvenaarde toegang tot informatie. Maar deze revolutie heeft ook een tegengesteld effect gehad: ze heeft mensen in hokjes geduwd waarin iedereen dezelfde overtuigingen is toegedaan. Er treedt een soort balkaniseringseffect op. Mensen kruipen bijeen in sociale of ideologische bubbels. En essentieel daarbij is dat dit fenomeen niet te wijten is aan een onvolkomenheid in het web. In feite zijn de algoritmen van de sociale netwerken juist voor dat doel ontworpen: om ons altijd meer te geven van wat we willen, waarvan we houden, en ons in contact te brengen met mensen die we aardig vinden. Dat is een erg plat voorbeeld, maar uiterst belangrijk voor de manier waarop de geloofssystemen zich momenteel vermengen en groeien.’
Een van de dingen die me fascineren in het fakenewsprobleem is dat de indruk wordt gewekt dat links de waarheid in pacht heeft – we moeten die waarheid absoluut terugveroveren, wij zijn er de bewakers van en als we haar laten ontsnappen zullen de rechtse en conservatieve krachten ermee doen wat ze willen.
‘Nou, om terug te echoën wat u zegt, ik denk dat rechts gelijk heeft wanneer het betoogt dat echokamers als Antifa en SJW (Social Justice Warriors) even venijnig zijn. Probeer bijvoorbeeld maar eens op de sociale media een zinnig gesprek te beginnen over transgenders en zie hoe je bestookt wordt met stompzinnige opmerkingen als: “Geen enkele mannelijke cisgender heeft het recht een mening te verkondigen over transgenderisme.” Dat is de keerzijde van de medaille: we zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander. Ik kan me moeiteloos een links populisme voorstellen dat de precieze tegenhanger is van het fenomeen-Trump.
Ik zie heel goed dat sommige mensen ons proberen wijs te maken dat de progressieve elite het begrip waarheid weer in haar macht probeert te krijgen, maar het gaat om een veel groter fenomeen. De vraag is in feite de volgende: willen we doorgaan met een systeem van informatie-uitwisseling, diepgaande analyse en feitenonderzoek, of willen we ons in een onmetelijk emotioneel moeras storten waar we zullen worden gebombardeerd met digitale beweringen en waar we bijeen schuilen in defensieve bubbels waarin het democratisch discours geen enkele betekenis meer heeft? Dat laatste lijkt me nog veel angstaanjagender.
Een van de dingen waar degenen die echt betrokken zijn bij dit fundamentele debat over de post-waarheid naar mijn mening voortdurend op moeten blijven hameren om het in het hoofd van de mensen te laten doordringen, is precies wat u betoogt: we kunnen niet simpelweg zeggen dat de progressieve elite iedereen de mond probeert te snoeren. We kunnen het fenomeen niet afdoen als een poging om de fabuleuze vrijheid en variëteit die het internet ons biedt te verstikken. Dat zou rampzalig zijn.
Om te beginnen is er geen enkele kans dat zoiets gebeurt; daar is het veel te laat voor. Zelfs als je veronderstelt dat een progressieve elite daarop uit zou zijn, zou het haar niet lukken. En we zijn dat stadium in elk geval allang voorbij.
De vraag die we ons nu moeten stellen, is de volgende: is het, in het licht van de technologische en institutionele werkelijkheid van dit moment, nog mogelijk de waarheid als het belangrijkste uitgangspunt te beschouwen?’
Ik vind het fascinerend hoe sommige regeringen, zoals die van Rusland, hun voordeel doen met fake news. Zal dit fenomeen om zich heen grijpen, als dat al niet is gebeurd?
‘De precieze omvang van het fenomeen kennen we niet. Er spelen duidelijk twee belangrijke factoren mee: allereerst de uiterst geraffineerde strategieën waarmee Rusland informatie manipuleert, zowel langs menselijke als langs geautomatiseerde weg, maar ook het ontstaan van bedrijven die in staat zijn fenomenale hoeveelheden informatie aan de sociale netwerken te onttrekken, informatie die vervolgens verkocht wordt om tijdens verkiezingscampagnes te worden gebruikt. Je hoeft maar naar Cambridge Analytica te kijken, een bedrijf dat is gespecialiseerd in electoraatsprofielen en is opgericht door miljardair Robert Mercer, een goede vriend van Steve Bannon, om te zien wat voor rol zulke bedrijven hebben gespeeld bij het Brexit-referendum en bij de verkiezingen in Amerika en andere landen.
We beginnen nu pas doordrongen te raken van de ernst van het probleem, van het feit dat er enorm veel universitair en journalistiek onderzoek nodig is en dat dat er snel moet komen omdat dit alles zich nu, op dit moment afspeelt. We moeten eerst de manier analyseren waarop het zich voltrekt, de omvang van het probleem bepalen en daarna een beetje gas terugnemen en bedenken hoe we dit fenomeen aan regels kunnen onderwerpen zonder inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting. Dat wordt een bijzonder hachelijke onderneming, want het ergste resultaat zou een ministerie van Waarheid zijn. Dat zou nog erger zijn dan de huidige status quo. Het idee dat een overheidsinstantie voor ons zou gaan bepalen wat waar is en wat niet is precies het tegengestelde van wat een moderne democratische orde zou moeten zijn.
Als het doemdenken en de morele afkeer ons tot overregulering zouden dwingen, zouden we met een ongelooflijk verkrampt systeem komen te zitten waarin alle energie van het web teniet zou worden gedaan door een paniekerige autoritaire reactie. We moeten tussen deze twee klippen door zien te manoeuvreren.’
Dus het is allemaal de schuld van het web?
‘Nee, helemaal niet, want het web is alleen maar een doorgeefluik. De technologie heeft een dominante rol gespeeld, maar alleen omdat de aard van het menselijk bestaan is veranderd. We leven in een gemondialiseerd bestel en hoezeer de mensen zich daar ook tegen proberen te verzetten, onze grenzen worden steeds poreuzer. We vermengen ons als soort en worden economisch en cultureel steeds afhankelijker van elkaar. Natuurlijk, als je de internetkabels zou weghalen zou er geen Twitter of Facebook meer zijn waarmee informatie met de snelheid van het licht kan worden verspreid. Maar er is een bepaalde soort-zoekt-soorttendens: op momenten van extreme spanning en grote veranderingen zoeken mensen het gezelschap van anderen met dezelfde denkbeelden. Op die manier vinden ze andere uitdrukkingsvormen die misschien minder heftig zijn, maar die wel bestaan. Daarom wijs ik ouderwetse reacties op dit probleem af: ik denk dat het internet een positieve uitwerking heeft gehad en dat als het niet zou bestaan, er aan het eind van de Koude Oorlog wel iets overeenkomstigs zou zijn uitgevonden. Het ontstaan van een wereld die niet langer in de ban zou zijn van wederzijdse angst voor vernietiging zou in elk geval een enorme invloed hebben gehad op de manier waarop we ons gedragen als soort. En dat is ook gebeurd. Een van de gevolgen is dat alles ter discussie wordt gesteld, en dat is absoluut essentieel.
We hebben een stadium bereikt waarin iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft – en dan niet alleen maar in het domein van de politiek. Ik denk dat de opkomst van pseudowetenschappen, het herleven van complottheorieën en het ontkennen van de holocaust en dergelijke daar allemaal verband mee houden. Die moet je als één geheel zien. Een van de dingen die ik in mijn boek duidelijk heb willen maken is dat mijn standpunt absoluut niet politiek gemotiveerd is, of in elk geval niet ingegeven door politieke hokjesdenkerij: het is een epistemologisch standpunt over de manier waarop we omgaan met kennis en informatie en waarop we de waarheid beoordelen. Dat heeft niets te maken met links of rechts.’
Mensen zijn niet alleen sterker geneigd zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar menen ook recht te hebben op een op maat gemaakte waarheid
Ik heb de indruk dat door het fenomeen van desinformatie het belang van het individu toeneemt. Vroeger had je alleen maar de staat en jijzelf, en tegen de staat kon je niets terugzeggen, terwijl we nu dankzij het internet en de technologie in staat zijn om ons uit te drukken, waarbij we niet alleen de waarheid verkondigen, maar om het even wat.
‘U legt de vinger op de zere plek. Ik ben het honderd procent met u eens. Toen ik in 1991 journalist werd, moest je over een eigen drukkerij of zender beschikken om je standpunt kenbaar te maken. De enigen die het systeem tartten waren piratenzenders en radioprogramma’s op cd. Maar tegenwoordig kan iedereen zijn standpunt bijna voor niets over het voetlicht brengen. Dat is een goede zaak als je in de vrijheid van de mens gelooft, maar het betekent ook dat mensen niet alleen sterker geneigd zijn zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar ook recht menen hebben op een op maat gemaakte waarheid. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd is het een sociale onmogelijkheid omdat de waarheid een verbindende kracht bezit. Het is uiteindelijk de erkenning van onveranderbare feiten die een samenleving mogelijk maakt. Als we allemaal solipsisten zouden zijn, zouden we niet kunnen functioneren. Nu begeven we ons op het terrein van de sciencefiction, maar als iedereen in “alternative facts” zou geloven, om de onsterfelijke formule van Trumps woordvoerder Kellyanne Conway te citeren, of in een volledig alternatief universum, zou iedere sociale interactie onmogelijk zijn.
Dus u heeft gelijk, we hebben nu de mogelijkheid om een volstrekt persoonlijke werkelijkheid te creëren, en we moeten realistisch zijn over de gevolgen die dat kan hebben.’
Dit gesprek doet denken aan beelden uit Mad Max. Bent u een aanhanger van de dystopie? Hoe zal het er volgens u over tien jaar uitzien?
‘Nee, ik ben niet dystopisch. Ik denk dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Laten we zeggen dat ik dit boek heb willen schrijven om iedereen wakker te schudden, omdat ik me zorgen maakte over wat ik als de ernstigste weerslag van Brexit en Trump beschouwde. Volgens velen vormden die twee gebeurtenissen alleen maar een verstoring van de natuurlijke orde en zou die natuurlijke orde zich uiteindelijk weer herstellen, anders zouden we in uw woestenij van Mad Max belanden. Maar ik denk dat het zo helemaal niet werkt. Ik denk dat het in de geschiedenis vaak is voorgekomen dat mensen voor dezelfde extreme uitdagingen werden gesteld als wij nu, en dat je daarvoor niet moet terugdeinzen.
Ik ben een optimist: we zullen spectaculaire veranderingen meemaken in de manier waarop we omgaan met de technologische reuzen, in de manier waarop we het manipuleren van informatie doorzien, bijvoorbeeld door Rusland, zoals u noemde, maar ook door mensen als Robert Mercer. Ik denk dat er veranderingen komen die afzonderlijk misschien onbeduidend lijken, maar die als je ze bij elkaar optelt belangrijke gevolgen zullen hebben.’
Welke concrete stappen kunnen we zetten?
‘Sommige stappen zijn heel eenvoudig, maar desondanks nog niet gezet. Waarom geven we kinderen vanaf vijf jaar geen digitaal onderwijs, als volwaardig schoolvak? Ik heb het niet over internetveiligheid, maar over de manier waarop je het web op een intelligente en kundige manier kunt gebruiken. Dat zou echt een stap vooruit zijn. Ik denk dat tech-giganten aan strengere regelgeving zullen worden gebonden. Wanneer we meer van hen weten, zullen er maatregelen worden genomen tegen figuren als Mercer en zal de internationale diplomatie die ter harte nemen. Voorlopig staan we nog maar aan het begin. De kranten schrijven erover, de veiligheidsdiensten doen onderzoek maar het probleem heeft in het internationale discours nog niet het belang dat het naar mijn mening uiteindelijk zal krijgen.
Er is tenslotte geen oplossing die van bovenaf kan worden opgelegd. Dat is de kern van het probleem en niemand weet of de mensen bereid zijn te accepteren dat democratie een recht is dat ook plichten met zich meebrengt. Hoe zullen de mensen, nu we hun de krachtigste informatietools uit de geschiedenis ter beschikking hebben gesteld, die tools willen gebruiken? Meestal gebruiken ze die voor doeleinden die niets te maken hebben met waar we hier over spreken: om te weten wat er vanavond op de televisie komt, of om iets te kopen op Amazon. Maar wat hun informatieconsumptie op het gebied van de belangrijke dingen des levens betreft, zullen ze moeten besluiten of die hun aan het hart gaan. Het gevaarlijkste van deze hele geschiedenis is in mijn ogen de infantilisering van de burger. Wil de burger zich al dan niet als volwassene gedragen? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord.’
We hebben niet echt rolmodellen op dit gebied.
‘Nee, daar heeft u gelijk in. Alle grote retoriek uit het verleden betekende een uitdaging voor de burger. Of je nu naar Lincoln en Martin Luther King kijkt of naar John F. Kennedy en zelfs homoactivist Harvey Milk, al die grote verdedigers van de burgerrechten hadden met elkaar gemeen dat ze betrokkenheid eisten van degenen tot wie ze zich richtten.
Op dit moment lijkt onze voorkeur naar amusement uit te gaan – het verontrustendste aan Trump is mijns inziens dat hij in wezen een entertainer is die politiek tot entertainment heeft gedegradeerd. Wat in zijn ogen het belangrijkst is zijn de kijkcijfers – u heeft gezien hoe hij de Emmy Awards neersabelde omdat ze geen goede kijkcijfers hadden, hij heeft Arnold Schwarzenegger bekritiseerd omdat die lagere kijkcijfers had dan hijzelf met zijn The Celebrity Apprentice. Wat hem het meest heeft dwarsgezeten sinds hij president is, is volgens mij het idee dat er bij de inauguratie van Barack Obama in 2009 meer mensen aanwezig waren dan bij die van hem. De politiek dreigt op dit moment eenvoudigweg een tak van de showbusiness te worden, en dat is angstaanjagend.
Maar het is niet onontkoombaar. Als we de afgelopen achttien maanden iets hebben geleerd, dan is het dat niets onvermijdelijk is. We leven in roerige tijden, en daar moeten we gebruik van maken. Dit is een geweldige kans voor mensen met goede bedoelingen om gezamenlijk actie te ondernemen, maar dan moeten ze dat wel doen. Er is geen hogere macht die dit probleem zal oplossen – de mensen moeten het zelf doen.’
Uw opmerking dat ‘iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft’ laat me nog steeds niet los.
‘Toch is dat zo. De vraag is, om uw gedachtegang over te nemen, of mensen meer bereid zijn zich aan hun ofwel tribale ofwel geïndividualiseerde idee van de waarheid vast te klampen of dat ze de waarde erkennen van dingen die waar zijn omdat ze nu eenmaal waar zijn. En dat hoeft niet per se een offer te zijn, omdat je geen beleid op het gebied van gezondheidszorg of welke vorm van sociale organisatie dan ook kunt ontwikkelen zonder een algemeen aanvaard idee van de waarheid. Dat bestaat niet. Dus hoe aantrekkelijk het ook mag lijken om te zeggen: “Ze kunnen de pot op, ze mogen geloven wat ze willen maar wij hebben tenminste onze eigen versie van de waarheid”, die vlieger gaat gewoon niet op.’
Vertaler: Peter Bergsma
Het kudde-instinct
Als bepaalde informatie maar vaak genoeg gelezen en gedeeld wordt op de sociale netwerken, hoef je niet te controleren of die klopt, want dat heeft vast iemand anders al gedaan, toch? Zo denken velen van ons erover, volgens een studie die is verschenen in Proceeding of the National Academy of Sciences (PNAS). Met andere woorden, ‘als groep zijn we minder geneigd de feiten te verifiëren’, schrijft de Harvard Business Review. ‘Zoals dieren in de natuur zich veilig voelen in een kudde, zo voelen wij ons veilig in een menigte,’ zegt Gita Johar van Columbia University, die het onderzoek heeft geleid, tegen Science. ‘Als je datzelfde instinct toepast op de informatie die we tot ons nemen via de sociale netwerken, leidt het tot het minder checken van feiten.’ Daarom heeft fake news de neiging online om zich heen te grijpen, aldus de studie.
De website 52 Insights werd in 2015 opgericht en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.
We worden overspoeld door nepnieuws. De Brexit, de overwinning van Trump, de aanvallen op diezelfde Trump, allemaal gingen ze gepaard met valse nieuwsberichten. Die blijken verrassend eenvoudig te maken, en je kunt er veel geld mee verdienen.
Ligt de schuld bij politici aIs Poetin, of is er meer aan de hand? Zijn factchecks de oplossing? Bestond nepnieuws vroeger al? En dekt de term de lading nog wel?
De term nepnieuws bestaat pas kort, maar heeft nu al zijn betekenis verloren. Weg ermee, vindt Margaret Sullivan.
Om zich af te zetten tegen een tv-interviewer die zei dat Obamacare toch ook goede kanten heeft, greep de Republikeinse ex-senator en Tea Party’er Jim DeMint naar een makkelijke sneer: ‘Dat valt allemaal in de categorie nepnieuws.’
Om het CNN-bericht te ontkrachten dat Ivanka Trump haar intrek nam in de kantoren in de East Wing van het Witte Huis, die traditioneel het domein van de first lady zijn, gebruikte radiopresentator en complotdenker Alex Jones dezelfde term. En om de belangrijkste Witte Huis-correspondent van ABC, Jonathan Karl, af te serveren koos een aartsconservatieve website het voor de hand liggende ‘nepnieuwsbrenger’.
‘Nepnieuws’ heeft wel degelijk een eigen betekenis: opzettelijk bedachte leugens in de vorm van nieuwsartikelen, bedoeld om het publiek te misleiden. Bijvoorbeeld: het onjuiste verhaal dat paus Franciscus zijn steun voor Donald Trump had uitgesproken, of het ongegronde bericht dat Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen aangeklaagd zou worden.
Maar al bestaat de term nog niet zo lang, hij heeft zijn betekenis nu al verloren. Sneller dan je ‘pizzagate’ kunt uitspreken heeft hij allerlei totaal verschillende betekenissen gekregen: liberale prietpraat. Linkse ideeën. Of gewoon alles uit de wereld van het nieuws dat de toehoorder niet wil horen.
Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam
‘De snelheid waarmee deze term gepolariseerd raakte en zelfs een retorisch wapen werd, laat zien hoe efficiënt de conservatieve media zijn geworden,’ zegt Nikki Usher, hoogleraar aan de George Washington-universiteit. En journalist Jeremy Peters schreef in The New York Times: ‘Conservatieve tv- en radiopersoonlijkheden, top-Republikeinen en zelfs Trump zelf hebben zich van dit begrip meester gemaakt en het ingezet tegen elk nieuws dat niet in hun kraam te pas kwam.’
Dus ik wil een eenvoudig voorstel doen aan de wereld die zich met de waarheid bezighoudt. Laten we een lijn uitgooien en dat arme kind van het podium trekken. Inderdaad: gebruik het gewoon niet meer.
Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam. ‘Nepnieuws’ is per slot van rekening een diffuse uitdrukking.
Kwartiertje roem
Begrijp me niet verkeerd. Leugens in de vorm van nieuwsverhalen zijn een echt probleem en moeten echte aandacht krijgen. Dat werd maar al te duidelijk toen een man uit North Carolina met zijn automatisch geweerd in de aanslag een pizzeria in Washington binnenliep om ‘zelf eens uit te checken’ wat hij op internet had gelezen: verzonnen onzin over een niet-bestaand kinderprostitutienetwerk waar Hillary Clinton bij betrokken zou zijn.
We moeten een manier vinden om erover te praten. Hoogleraar Usher, om maar iemand te noemen, vindt de tijd nog niet rijp om het begrip nepnieuws uit te bannen, omdat het volgens haar nog nut heeft voor ‘de politiek onafhankelijke, gemiddeld geïnformeerde, gewone kiezer, die nog niet bij uiterst rechtse of uiterst linkse media is beland’ – voor hem is het een manier om in één woord zijn zorg te uiten over fouten, desinformatie en complotdenken.
En ja, al deze problemen bestaan echt, en het is belangrijk om erover te discussiëren. Maar het helpt niet om ze allemaal bij elkaar in een blender stoppen en dan op te kloppen tot één schuimige naam. ‘Nepnieuws’ heeft zijn kwartiertje roem gehad. Laten we dit besmette begrip nu uit zijn lijden verlossen.
Student Cameron Harris uit Maryland verzon aan zijn keukentafel een nepnieuwsverhaal om Hillary Clinton in diskrediet te brengen. Het werd een daverend succes.
De herfst is net begonnen en Donald Trump, die achterligt in de peilingen, lijkt te werken aan een verklaring voor het geval een geboren winnaar als hij toch onverhoopt de verkiezingen mocht verliezen. ‘Als ik heel eerlijk ben denk ik dat er met de uitslagen wordt gerotzooid,’ zegt de Republikeinse genomineerde tegen een uitzinnige menigte in Columbus, Ohio. Hij krijgt steeds meer bewijzen dat er sprake is van fraude, voegt hij eraan toe. De verdere invulling laat hij over aan de verbeelding van zijn toehoorders. Een paar weken later gaat Cameron Harris, een student met een grote belangstelling voor de lokale politiek in Maryland, en iemand die wel wat extra inkomsten kan gebruiken, aan zijn keukentafel zitten om te zoeken naar de details die Trump onvermeld heeft gelaten. Het onzinverhaal dat volgt is zijn meesterwerk in een zeer bedenkelijke kunstvorm die de laatste tijd sterk in opkomst is.
Harris begint met de kop: ‘Tienduizenden valse Clinton-stemmen aangetroffen in pakhuis in Ohio’. Het lijkt hem wel logisch om deze schokkende ontdekking te laten plaatsvinden in de stad, en de staat, waar Trump er zo op heeft gehamerd dat er sprake zou zijn van doorgestoken kaart. ‘Toen ik begon te schrijven had ik een bepaalde theorie,’ vertelt Harris, een 23-jarige voormalig quarterback en fraternity leader. ‘Gezien het feit dat Trump-aanhangers zo’n diepgeworteld wantrouwen hebben jegens de media, zouden de mensen alles slikken waarin Trumps beweringen worden herkauwd. Trump zei “doorgestoken kaart, doorgestoken kaart”. De mensen hadden het idee dat Hillary Clinton alleen zou kunnen winnen wanneer er met de uitslagen werd gerommeld.’
Eigen toko
In een roerig verkiezingsjaar dat wordt gekenmerkt door nepnieuws is Harris een autodidact, iemand met een eigen toko, iemand zonder banden met Russische spionagediensten of Macedonische verzinselfabrieken.
Terwijl Trump – die in electorale zin zonder meer de wind in de rug heeft gehad door de tsunami aan onzinverhalen – wordt geïnaugureerd, kunnen we veel leren van het verhaal van Harris en zijn nepnieuwswebsite ChristianTimesNewspaper.com.
Een verslaggever die de website heeft weten te herleiden tot Cameron Harris, neemt contact met hem op. Aanvankelijk is Harris bepaald niet blij dat hij is ontmaskerd. ‘Het ligt allemaal nogal gevoelig,’ zegt Harris, waarbij hij opmerkt dat hij een politiek consultancybureau wil opzetten en bang is voor reputatieschade. Maar uiteindelijk besluit hij toch te vertellen over zijn tijdelijke uitstapje op het terrein van nepnieuws, waarmee hij volgens eigen berekeningen zo’n duizend dollar per uur aan advertentie-inkomsten opstreek. Terugkijkend op deze ervaring voelt hij een mengeling van schuld over het verspreiden van valse informatie, en trots dat hij het zo vakkundig heeft gedaan.
De nepfoto van Cameron Harris, overgenomen uit The Birmingham Mail.
Die avond in september aan zijn keukentafel vraagt Harris zich af: Wie zou deze vervalste Clinton-stemmen gevonden kunnen hebben? Hij bedacht Randall Prince, een elektricien uit Columbus. Deze gewone man, een Trump-aanhanger wiens naam een enigszins voorname uitstraling heeft, is in een achterafkamertje in een pakhuis gestuit op een stapel dozen vol stembiljetten waarop Clinton is aangekruist – zo besluit Harris. ‘Er komt vrijwel niemand in dat gebouw. Het wordt voornamelijk gebruikt door een loodgietersbedrijf, voor tijdelijke opslag,’ aldus Prince.
Mocht iemand het belang van deze vondst ontgaan, dan maakt Harris dat nog even expliciet duidelijk: ‘Wat Prince heeft aangetroffen zou het bewijs kunnen zijn dat er een grootschalige operatie plaatsvindt om Clinton deze cruciale swingstate in handen te spelen.’ Een foto kan eventuele twijfels over het waarheidsgehalte wegnemen, bedenkt hij. Hij googelt op ‘dozen met stembiljetten’ en heeft al snel een foto gevonden van een kalende man achter een stapel dozen waar ook nog eens heel toepasselijk ‘Ballot Box’ op staat. Het is een foto uit The Birmingham Mail en hij betreft verkiezingen in Engeland, zo’n zesduizend kilometer van Columbus, maar dat maakt niets uit. In het onderschrift krijgt de kalende Engelsman een nieuwe naam: ‘Meneer Prince, hier op de foto, poseert met zijn vondst, terwijl het verkiezingscomité een onderzoek instelt.’ In het artikel wordt vervolgens uitgelegd dat ‘Clintons verkiezingscomité vermoedelijk de bedoeling had om de vervalste biljetten ergens tussen de echte biljetten te stoppen, voor de officiële telling op 8 november’. Vervolgens voert Harris de spanning nog eens op. ‘Dit verhaal is nog in volle gang,’ schrijft hij, ‘en als we meer weten, zal CTN u ogenblikkelijk op de hoogte brengen.’
Hij drukt op de knop en op 30 september staat het verhaal online. Het raast over het internet als een soort namaakkomeet. ‘Nog voor ik het had gepost wist ik dat het zou aanslaan,’ vertelt Harris. Hij had gelijk. Het verhaal over de dozen met stembiljetten, aangejaagd door een handjevol Facebookpagina’s die Harris speciaal met dat doel heeft aangemaakt, gaat als een razende over het web, voortgestuwd door verontwaardigde commentaren van mensen die ervan overtuigd zijn dat Clinton op oneerlijke wijze probeert Trump de overwinning afhandig te maken, en die maar al te blij zijn met deze bewijzen. Uiteindelijk wordt het bericht door zes miljoen mensen gedeeld, volgens CrowdTangle, een bedrijf dat webpubliek in kaart brengt.
De volgende dag laat de verkiezingscommissie in Franklin County, Ohio, weten dat er een onderzoek is ingesteld en dat de aantijgingen van fraude ongefundeerd lijken. Binnen enkele dagen doet Jon Husted, de verantwoordelijke politicus in Ohio, een verklaring uitgaan waarin het verhaal wordt ontkracht. ‘Als christen heb ik er grote moeite mee dat een website die zich laat voorstaan op zijn christelijke betrokkenheid, dergelijke leugens verspreid,’ zegt Husted. Er is niets expliciet christelijks aan zijn handelen, erkent Harris; hij heeft domweg voor vijf dollar een verlopen internetadres gekocht op ExpiredDomains.net. Binnen enkele dagen heeft het verhaal, dat hij in vijftien minuten in elkaar heeft geflanst, hem zo’n vijfduizend dollar opgeleverd. Dat is een aanzienlijk aandeel van de tweeëntwintigduizend dollar die hij volgens een boekhoudkundig rapport tijdens de gehele presidentscampagne heeft binnengehaald met advertenties voor schoenen, haargel en webdesign die Google op zijn site plaatst.
Hij krijgt te horen dat hij het domein, gezien het aantal bezoekers, waarschijnlijk kan verkopen voor zo’n honderdvijftien- tot honderdvijfentwintigduizend dollar
Naar eigen zeggen is hij wekelijks misschien een half uur bezig met de nepnieuwssite, in totaal waren het er een uur of twintig. Hij had een nog veel grotere slag kunnen slaan, waarmee de vijf dollar die hij heeft neergeteld voor de Christian Times-domeinnaam hem meer dan een ton had kunnen opleveren. Het ging hem om het geld, niet om de politiek, blijft hij benadrukken. Hij is in mei afgestudeerd aan Davidson College in North Carolina, en hij moet in zijn onderhoud voorzien. ‘Ik gebruikte het geld voor het aflossen van mijn studielening, voor aanbetalingen van een auto en om de huur te betalen,’ zegt hij. Op het moment dat hij het verzonnen verhaal over de stembiljetten publiceert, heeft hij al een bescheiden succesje geboekt met ‘Hillary Clinton Blames Racism for Cincinnati Gorilla’s Death’ (Hillary Clinton wijt dood gorilla in Cincinnati aan racisme). Het gaat hier om het trieste lot van Harambe, de gorilla die is neergeschoten nadat hij in de dierentuin een jongetje heeft vastgepakt. Meer succes heeft Harris met ‘Early Morning Explosion in DC Allegedly Leaves Yet Another DNC Staffer Dead’, waarin hij met allerlei complottheorieën komt over het neerschieten van een lid van het Democratic National Committee.
Later zal hij goedgelovige lezers wijsmaken dat de politie een aanklacht wil indienen tegen Bill Clinton, vanwege diens banden met een kinderpornonetwerk, in ‘NYPD Looking to Press Charges Against Bill Clinton for Underage Sex Ring’. Vergelijkbare verhalen zijn die over het doodslaan van een dakloze in ‘Protesters Beat Homeless Veteran to Death in Philadelphia’ of over de ophanden zijnde scheiding van de Clintons, in ‘Hillary Clinton Files for Divorce in New York Courts’. Acht van zijn verhalen zijn in heldere bewoordingen ontkracht op Snopes.com, een site die nepnieuws onderzoekt, maar geen van die verhalen zijn zo invloedrijk als het verzonnen verhaal over de stembiljetten.
Donald Trump heeft gebruikgemaakt van valse beweringen om zijn politieke tegenstanders onderuit te halen, om de legitimiteit van Obama in twijfel te trekken en om de media in diskrediet te brengen. Deze praktijken vertonen veel overeenkomsten met de manier waarop hij is opgeklommen van reality tv-ster tot machtigste gekozen politicus van het land. En het is precies dit mechanisme waaraan Cameron Harris naar eigen zeggen zijn kortstondige succes heeft te danken: mensen hebben behoefte aan feiten, hoe ongeloofwaardig ook, die hen sterken in hun overtuigingen.
‘Aanvankelijk schrok ik ervan – de reacties die het losmaakte,’ zegt hij. ‘Hoe makkelijk mensen zich lieten overtuigen. Het had bijna iets van een sociologisch experiment,’ vervolgt Harris, die politicologie en economie heeft gestudeerd. Eind oktober, wanneer onvermijdelijk het einde van zijn avontuur dichterbij komt, wil Harris het webdomein laten taxeren dat zich inmiddels een plek heeft verworven in de top-20.000 van websites. Hij krijgt te horen dat hij het domein, gezien het aantal bezoekers, waarschijnlijk kan verkopen voor zo’n honderdvijftien- tot honderdvijfentwintigduizend dollar.
Maar Harris maakt een fout die hem duur zal komen te staan: hij besluit het nog even aan te zien. Daags na de verkiezingen, die worden verguisd omdat er munt is geslagen uit de verspreiding van nepnieuws, laat Google weten niet langer advertenties te zullen plaatsen op sites die duidelijk verzinsels publiceren. Als Harris een paar dagen later op zijn site kijkt, zijn de advertenties verdwenen. Hij raadpleegt nogmaals de taxateur en krijgt te horen dat zijn site feitelijk geen cent meer waard is. Maar nog is niet alles verloren. Hij heeft een pop-up op de site geplaatst om bezoekers uit te nodigen zich aan te sluiten bij het ‘Stop the Steal’-team, dat beoogt uit te vinden ‘hóé Hillary precies de verkiezingen wil stelen en hoe ú daar een stokje voor kunt steken!’ Op die manier heeft hij vierentwintigduizend mailadressen weten te verzamelen. Hij heeft nog niet besloten wat hij daarmee wil gaan doen, laat hij weten.
Schuldig
Op de vraag of hij zich schuldig voelt dat hij leugens heeft verspreid over een presidentskandidaat, reageert Harris met een peinzend zwijgen. Dan verschuilt hij zich achter de opmerking dat politiek altijd wordt gekenmerkt door overdrijvingen, halve waarheden en onversneden leugens, en dat hij dus geen wezenlijk verschil heeft gemaakt, als je naar het grote plaatje kijkt. ‘Wat een campagneteam of een kandidaat zegt, is eigenlijk nooit helemaal waar,’ zegt hij.
Tegenwoordig praat hij ook Trump zelf na, die keer op keer beweert dat het de journalisten zelf zijn die geregeld nepnieuws naar buiten brengen. Wanneer BuzzFeed een ‘schokkend maar ongeverifieerd’ rapport naar buiten brengt waaruit zou blijken dat Rusland van plan is geweest Trump te chanteren, schrijft Cameron Harris op Twitter: ‘Schokkend maar ongeverifieerd: dat geldt voor al het nepnieuws.’ Hij zwijgt over zijn eigen kennis op dat terrein.
Auteur: Scott Shane
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.