Volgens de Amerikaanse politicoloog David Rieff is het niet altijd verstandig het verleden te blijven oprakelen. In een opmerkelijk essay pleit hij voor een vergeetcultuur na grote tragedies. De Argentijnse krant Clarín sprak met hem.
In uw boek In Praise of Forgetting uit 2016 bestrijdt u de zienswijze dat volkeren die zich het verleden niet herinneren gedoemd zijn in herhaling te vervallen. U vindt dat we beter kunnen doorgaan met leven?
‘Alles hangt af van de situatie, het moment, de context. Mijn standpunt is dat als de morele eis van het herinneren te veel leed veroorzaakt om nog te worden ingewilligd, je zelfs aan een “morele eis van het vergeten” zou kunnen denken. De titel van mijn boek is vooral provocerend, nodigt uit tot reflectie. Het is verkeerd om te zeggen dat herinnering natuurlijk is en vergeten niet. Het collectieve geheugen is een constructie, en een veranderende constructie. Maar ik zeg ook niet dat degenen die zich het verleden herinneren gedoemd zijn.’
Toch is het moeilijk om niveaus van lijden te bepalen. Welk onderscheid maakt u daarin?
‘Mijn ervaring in Bosnië heeft me geleerd dat de prijs van de herinnering soms heel hoog is: mensen hebben elkaar vermoord vanwege gebeurtenissen van vier of vijf eeuwen geleden. In Noord-Ierland is de rancune blijven voortbestaan toen het dispuut allang niet relevant meer was. In zo’n geval, net als in de Israëlisch-Palestijnse kwestie, is misbruik van de herinnering “schadelijk voor de gezondheid”, zoals op sigarettenpakjes staat.’
Heeft een samenleving niet het recht zelf te bepalen wat ze zich wil herinneren?
‘Herinnering is geen geschiedenis. Je moet onderscheid maken tussen individuele herinnering, het resultaat van historisch-juridisch onderzoek en de meningen die in een samenleving worden getolereerd. Of je je iets herinnert of vergeet beslis je altijd zelf. Ik breng veel tijd in Zuid-Afrika door en daar zijn degenen die met de dictatuur hebben gesympathiseerd van mening dat vergeten de beste oplossing is; de slachtoffers kiezen natuurlijk voor herinneren. Dat is een van de grote vragen in het boek: hoeveel willen we voor de herinnering betalen? In bepaalde contexten denk ik dat we moeten betalen, maar in andere is de prijs te hoog. Daarom heb ik meer sympathie voor de eis van het herinneren in Chili [aar in het begin van deze eeuw een verzoeningsproces is gestart nadat rechter Juan Guzmann dictator Pinochet met succes had aangeklaagd] dan in bijvoorbeeld Colombia – ik was voorstander van het eerste, veelomvattender vredesakkoord met de FARC dat werd voorgesteld door president Juan Manuel Santos.’
‘Hegel definieert een tragedie als een mogelijk conflict tussen twee goede dingen. Ik ben het oneens met mensenrechtenbewegingen die verkondigen dat er geen vrede zonder gerechtigheid bestaat, dat vrede zonder gerechtigheid geen vrede is. In sommige gevallen moet je kiezen. In andere kun je het misschien allebei hebben – vrede en gerechtigheid. Maar in Colombia en Baskenland, om maar twee voorbeelden te noemen, denk ik dat het of het een is, of het ander. In Chili en hier in Argentinië is dat door de democratie bewerkstelligd. In Colombia is dat niet het geval. De mensenrechtenbewegingen hebben de illusie dat samenlevingen zich natuurlijkerwijze in de richting van waarheid en gerechtigheid ontwikkelen. Daar geloof ik niet in. Ik zie het meer als de Grieken, namelijk dat alles zich in historische cyclussen voltrekt. En als je naar Trump, Poetin of Maduro kijkt, aan de linker- en rechterzijde van het perspectief, dan moet je wel constateren dat we afstevenen op een minder democratische cyclus.’
Hoe wordt uw standpunt in de Verenigde Staten ontvangen, waar de herinnering aan 11 september 2001 het voortbestaan van het kamp in Guantánamo rechtvaardigt?
‘In zekere zin zijn de Verenigde Staten een “vergeetland”. Jongeren zeggen “That’s history” als ze het over iets hebben wat niets meer betekent. De oorlog tussen de radicale islam en de Verenigde Staten duurt al zestien jaar, en die zal niet eindigen door de onomstotelijke overwinning van een van de twee kampen. Ik vergelijk onze herinnering aan Pearl Harbour en onze relatie met Japan graag met de herinnering aan 11 september. De aanval op Pearl Harbour wordt nog altijd met plechtigheden gememoreerd, maar die verhinderen niet dat de Japanners onze beste vrienden zijn. Aan de andere kant ben ik er niet zeker van dat iemand over honderd jaar nog aan 11 september 2001 zal denken – alles zal vergeten zijn.’
Vertaler: Peter Bergsma
David Rieff (Boston, 1952) is de zoon van Susan Sontag, de beroemde Amerikaanse activiste en essayiste. Hij was oorlogscorrespondent in Bosnië, in diverse Afrikaanse landen en in Israël en Afghanistan.
Hier leest u zijn essay in The New York Times terug.
De oudste krant van Argentinië, opgericht in 1945 door Robert Noble en nog altijd onder redactie van zijn weduwe, Ernestina Herrera de Noble. De nadruk ligt op lokaal nieuws, sport en cultuur.
Voor de Colombiaanse schrijver Héctor Abad is de waarheid over de guerillamoorden belangrijker dan de straffen die daar normaliter voor gelden. Ook al hebben de paramilitairen zijn vader vermoord en werd zijn neef twee keer gegijzeld. Hij stemt dus voor het vredesakkoord. Zijn neef stemt tegen.
Mijn kennis van de recente geschiedenis van mijn land is niet theoretisch, die heb ik uit de eerste hand via familiegeschiedenissen opgedaan. Als je uit een grote familie komt heb je haast geen fictie nodig, alles heeft zich wel een keer voorgedaan. Aan de hand van familiegeschiedenissen heb ik me een beeld kunnen vormen van wat er gebeurd is en nog steeds gebeurt in Colombia, zodat mijn gevolgtrekkingen niet alleen politiek-ideologisch bepaald zijn, maar ook worden gevoed door verbeelding en levenservaring. Ik probeer me in te denken hoe we beter samen kunnen leven, zonder elkaar op zo grote schaal af te maken, met minder menselijk leed en meer gemoedsrust.
Vredesakkoord
Om uit te leggen waarom ik zo blij ben met het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering van Santos en het commando van de FARC zal ik proberen om samen met u, lezers, mijn gedachten te laten gaan over, wederom, een familiegeschiedenis.
Ik heb nooit sympathie gehad voor de FARC. Een van mijn zwagers, Federico Uribe (geen familie van de Colombiaanse ex-president), werd twee keer door de guerrilla gegijzeld. De eerste keer door Frente 36, een guerrillagroep binnen de FARC, achtentwintig jaar geleden, toen hij vijfendertig was. Elf jaar later werd hij opnieuw, door een andere groep, gegijzeld, en die lui die hem toen in de bergen moesten bewaken waren zo jong dat ze hem, een man van zesenveertig, ‘opa’ noemden.
Federico was en is niet rijk. Misschien had hij de verkeerde achternaam. Hij was ook niet arm, en het zou me niet verbazen als de allerarmsten in Colombia hem als een rijkaard zagen.
De guerrilla was zo aardig hem drie jaar de tijd te geven om alles te betalen
Mijn zwager (ex-zwager inmiddels, want in alle families komen scheidingen voor) had en heeft 120 melkkoeien in een dorpje op 2600 meter hoogte in de bergen van Oost-Antioquia. Na een maand gegijzeld te zijn geweest en na een ‘eerste aanbetaling’ te hebben gedaan voor zijn vrijlating, moest hij drie jaar lang de rest van het losgeld in (niet al te grote) maandelijkse termijnen afbetalen. De guerrilla was zo aardig hem drie jaar de tijd te geven om alles te betalen.
Nu zult u vragen: Maar waarom ging hij niet naar de politie? Waarom riep hij niet de hulp in van het leger of de plaatselijke overheid? Dan zou hij antwoorden: ‘Neem me niet kwalijk, maar daar moet ik een beetje om lachen.’ Op het Colombiaanse platteland bestond de overheid niet. Er zijn nu nóg streken waar de overheid niet bestaat: hoe verder weg van de grote steden, hoe minder overheid er is. Als Federico zijn losgeld niet betaalde kon hij ook zijn koeien niet melken en daarvan leefde hij. Als hij zijn losgeld niet betaalde konden ze hem tussen zijn eigen koeien vermoorden. Als hij zijn losgeld niet betaalde konden ze een van zijn kinderen, een van mijn neefjes, ontvoeren.
Enfin, bij afwezigheid van een overheid die haar burgers beschermt had hij geen andere keus dan maar te betalen. Of te doen wat andere veehouders deden: zich inlaten met een paramilitaire groep die hen beschermde in ruil voor een ongeveer evenveel maandgeld. Federico Uribe was niet iemand die licht dacht over het vermoorden van mensen en de paramilitairen doodden zonder eerst te vragen. Bovendien hadden de paramilitairen zijn schoonvader, mijn vader, vermoord en het gaf geen pas een verbond te sluiten met die moordenaars.
Federico – ik heb hem zojuist gebeld om het hem te vragen – gaat Nee stemmen bij het referendum over het vredesakkoord. ‘Ik ben niet tegen vrede,’ vertelde hij me, ‘maar ik wil dat die lui minstens twee jaar de cel in gaan: in de tijd dat ze mij gegijzeld hielden vermoordden ze twee gijzelaars.’ Ik begrijp hem, ik waardeer hem en ik beschouw hem niet als een vijand van de vrede, ook al ben ik het niet met hem eens. Het is niet aan mij om hem te veroordelen en hij heeft het volste recht Nee te gaan stemmen. Maar van de andere kant hoop ik dat hij mij ook begrijpt als ik nu schrijf dat ik vóór ga stemmen.
Ik begrijp zijn standpunt over straffeloosheid. Maar toch vind ik dat ik het recht heb te zeggen dat het me niet uitmaakt dat de FARC-leden geen gevangenisstraf krijgen, omdat ik, toen president Uribe vrede sloot met de paramilitairen, een artikel schreef waarin ik betoogde dat het me niet interesseerde of de moordenaars van mijn vader wel of niet de gevangenis in gingen, al was het maar voor één dag. Dat ze maar de waarheid vertelden en daarmee uit, dat ze maar op vrije voeten werden gesteld en van ouderdom stierven.
Foto midden, vlnr.: de ouders van Héctor Abad, zijn zus Eva met baby op schoot en de toenmalige echtgenoot van Eva, Federico Uribe.
Van de 28.000 paramilitairen die zich tijdens het presidentschap van Uribe lieten demobiliseren zijn er maar een handvol tot gevangenisstraf veroordeeld, en niet omdat de president het wilde, maar omdat het Constitutionele Hof het afdwong. De president wilde aanvankelijk totale amnestie. Wij hebben de tekst van het Verdrag van Ralito (waarbij de paramilitairen zich overgaven) nooit kunnen inzien. Wij slachtoffers van de paramilitairen hebben nooit de kans gekregen met hen in dialoog te gaan en hun recht in het gezicht te zeggen welk verdriet ze ons hebben aangedaan en hen te verwelkomen in de burgermaatschappij, zoals wij in onze familie graag hadden willen doen. Evenmin is dat verdrag in een referendum aan het Colombiaanse volk voorgelegd. Dat is geen verwijt, maar slechts een vergelijking.
Santos heeft het Verdrag van Havana (een ontzettend lange, brijige tekst) in extenso gepubliceerd, hij heeft groepen van slachtoffers uitgenodigd om deel te nemen aan de dialoog (ook mij heeft hij uitgenodigd, maar ik bedankte voor de eer, omdat ik me geen slachtoffer meer voel) en nu legt hij het verdrag in een referendum aan het Colombiaanse volk voor.
Als ik er in het geval van de moordenaars van mijn vader mee eens was dat de daders amnestie kregen op voorwaarde dat de paramilitairen de waarheid vertelden en ophielden met moorden, dan denk ik dat ik nu moreel in de positie ben om te zeggen dat ik het ook eens ben met het Vredesverdrag dat is gesloten met de FARC, de ontvoerders van mijn zwager. Ook ten aanzien van de FARC ben ik bereid een fikse dosis straffeloosheid te aanvaarden in ruil voor de waarheid.
De FARC had op haar hoogtepunt 20.000 geüniformeerde leden onder de wapenen
Bedenk ook dat het niet zeker is dat het verdrag voor zware misdrijven, waaronder ook ontvoering valt, volledige amnestie bepaalt. De verantwoordelijken (alleen als ze alles vóór aanvang van hun rechtszaak bekennen) moeten ten hoogste acht jaar in ‘effectieve beperking van hun vrijheid’ doorbrengen, niet in een gewone gevangenis, maar in omstandigheden die het Buitengewoon Vredestribunaal nog dient te bepalen. Als de verantwoordelijken hun daden pas tijdens hun rechtszaak bekennen, moeten ze die acht jaar in een gewone gevangenis doorbrengen. En als ze niet bekennen maar hun rechtszaak verliezen, krijgen ze een gevangenisstraf van twintig jaar in een staatsgevangenis.
Dus ik verschil van mening met mijn ex-zwager, die ik wel begrijp en op wie ik even gesteld blijf, over het feit dat er een akkoord is bereikt waarin sprake is van totale amnestie. Het akkoord is ongetwijfeld heel genereus ten opzichte van de FARC en ik zou, net als Federico, ook wel willen dat de guerrilla een gevangenisstraf van minstens twee jaar voor alle daders had geaccepteerd. Maar dit was het beste wat de regering eruit kon slepen, na vier jaar onderhandelen met een guerrilla die nog steeds niet volledig verslagen is.
Als ik voor Spaanse media schrijf, of als ik met Spanjaarden praat, krijg ik altijd het voorbeeld voorgeschoteld van de ETA, om het argument kracht bij te zetten dat de staat terroristen geen duimbreed mag toegeven en ze ook geen vergeving mag schenken. Ik vind dat die twee gevallen onvergelijkbaar zijn. De FARC ontstond in een gewelddadig land met een grote ongelijkheid en een gebrekkig justitieel apparaat, wat geen rechtvaardiging is, maar wel voor een deel haar succes verklaart. De FARC had op haar hoogtepunt 20.000 geüniformeerde leden onder de wapenen, ze kreeg de hoofdstad Mitú van het departement Vaupés in handen en voerde de heerschappij uit over uitgestrekte gebieden, als een alternatieve staat die ‘recht’ sprak en plaatselijke geschillen beslechtte.
De FARC is zonder meer een wrede, meedogenloze, bloederige guerrillabeweging. Een guerrillabeweging die rotsvast en met een messianistisch fanatisme gelooft in de laatste religie van de twintigste eeuw: het marxistisch-leninistisch communisme. Ik geloof dat de guerrilla zich in haar gewapende strijd, haar ideologie, haar terreurdaden gruwelijk heeft vergist. Maar in meer dan een halve eeuw waarin ze de staat uitdaagde is de staat er niet in geslaagd haar met de wapenen te verslaan. Colombia heeft het hoogste defensiebudget van heel Latijns-Amerika en het grootste staande leger, en wat we aan wapens uitgeven, geven we niet uit aan gezondheidszorg en onderwijs.
We hebben een president gehad, Álvaro Uribe, wiens grootste obsessie gedurende acht jaar was het uitroeien van de guerrilla die zijn vader had gedood. Hij heeft de FARC zo ernstig verzwakt dat ze nog geen 10.000 actieve strijders meer over had, maar ook hij heeft haar niet kunnen verslaan. Zijn minister van Defensie, Juan Manuel Santos, kwam aan de macht en bood de FARC in haar verzwakte toestand aan wat alle voorgaande presidenten (inclusief Uribe) haar hadden aangeboden: om de tafel gaan zitten voor vredesbesprekingen. En Santos slaagde waar alle vorige presidenten hadden gefaald: hij kreeg de FARC zover dat ze bereid was de wapens neer te leggen en zichzelf in een politieke partij te veranderen, op voorwaarde van een vrijgeleide en zelfs met een kleine vertegenwoordiging in het parlement bij de volgende verkiezingen.
Kinnesinne
In alle families komt onderlinge kinnesinne voor: zelfs broers en zussen zijn jaloers op elkaar. Daarom begrijp ik zo goed, daarom vind ik het zo invoelbaar en zo menselijk, dat de twee voorafgaande presidenten (Pastrana en Uribe) jaloers zijn op Santos. Hij is geslaagd waar zij hebben gefaald. Ook is het te begrijpen dat ze hun afgunst willen bedekken met een allernobelst masker, het masker van de ‘straffeloosheid’ waar zij zogenaamd zo tegen zijn. Maar ik weet zeker dat als zij aan de macht waren geweest, ze evenveel straffeloosheid of nog meer zouden hebben geboden.
Een veel oudere president, van bijna honderd jaar, die nog niets aan intellectuele scherpte verloren heeft en nog voor de duvel niet meer bang is, Belisario Betancourt, een president bovendien die dertig jaar geleden op het punt stond een vredesakkoord met de guerrilla te sluiten, dat echter gesaboteerd werd door extreemrechts – een samenraapsel van paramilitairen, grootgrondbezitters en een deel van het leger, die alle linkse kopstukken uitroeiden en zelfs een hele politieke partij, de Unión Patriótica –, deze oude president, die conservatief en katholiek is, gaat daarentegen vóór stemmen. Ook de ex-presidenten Gaviria en Samper gaan campagne voeren vóór het vredesakkoord.
Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik gerechtigheid kon doen geschieden door precies te vertellen wat er gebeurd was
Tot besluit: het zijn familiegeschiedenissen, waargebeurde romans als het ware, die me gevoel voor de gebeurtenissen hebben bijgebracht en me goed hebben leren nadenken over lijden en gerechtigheid en machteloosheid, over vernedering en woede, over wraak en vergeving. Schrijven over het onrecht dat mijn vader is aangedaan, de moord op een mens van goede wil, heeft me genezen van de behoefte om in de realiteit gerechtigheid te doen geschieden: alle moordenaars achter de tralies. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik gerechtigheid kon doen geschieden door precies te vertellen wat er gebeurd was.
Ik ben ervan overtuigd dat als mijn zwager het verhaal van zijn ontvoering had kunnen vertellen zoals Ingrid Betancourt of Clara Rojas dat konden, hij nu veel gelijkmoediger zou zijn geweest en zich bij ons kamp zou hebben geschaard, het kamp dat vóór het vredesakkoord is. Daarom zou ik, nu ik het verhaal van Federico heb verteld en mijn positie in een Spaanse krant heb uiteengezet, aan mijn ex-zwager het volgende willen vragen: Is ons land niet beter af wanneer jouw ontvoerders de politiek in gaan, in plaats van dat ze in de buurt van je landgoed komen rondhangen, waar ze je kinderen, mijn neefjes en nichtjes, en de kinderen van je kinderen, je eigen kleinkinderen, met de dood bedreigen?
Vrede sluit je niet om volledige genoegdoening te krijgen. Vrede sluit je om de pijn van het verleden te vergeten, om de pijn van het heden te verminderen en de pijn van de toekomst te voorkomen.
Na vier jaar onderhandelen in Havana hebben de Colombiaanse regering en de rebellen van de FARC een vredesakkoord getekend. De Colombiaanse president roept zijn landgenoten op het verdrag goed te keuren in een referendum dat gepland staat voor 2 oktober.
NEE
Wat anderen ook mogen zeggen, het vredesakkoord lijkt verdacht veel op een capitulatie voor de eisen van de FARC. En ik ben bang dat die onomkeerbaar zal zijn. De FARC heeft de status gekregen van gelijkwaardige conflictpartij en heeft zijn terroristische acties daardoor kunnen rechtvaardigen als oorlogsdaden. Hun commandanten stellen duizenden ontvoeringen voor als gijzelnemingen, en stelselmatige afpersing als het innen van oorlogsheffingen. De rekrutering van minderjarigen is in de ogen van de FARC geen misdaad tegen de menselijkheid, maar een vrijwillige en spontane keuze van jonge boeren om zich bij een gewapende strijd in dienst van de onderdrukten aan te sluiten. In Havana kreeg drugssmokkel de status van politiek delict, in plaats van de duistere associatie met internationale drugskartels die het in werkelijkheid is.
Beide partijen dragen schuld aan het gebeurde, maar een van de twee blijft straffeloos. Terwijl FARC-leden, in plaats van de gevangenis in te draaien, hooguit een theoretische en lankmoedige vrijheidsbeperking krijgen opgelegd, zitten vijftienduizend militairen vast in afwachting van hun rechtszaak of zitten al onrechtvaardige gevangenisstraffen uit. Het is een heel ander lot dan dat van ‘Timoshenko’ [Rodrigo Londoño, de leider van de FARC] en andere FARC-commandanten, die met een mojito in de hand een lekker leventje leiden met de Cubaanse regeringschefs.
Mijn nee-stem moet gezien worden als een protest tegen de hoge prijs die de regering-Santos bereid is te betalen voor een op zijn best partiële vrede
Laten we vooral ook niet vergeten dat de slachtoffers geen schadeloosstelling krijgen. Maar in mijn ogen is dat nog niet eens het meest verontrustende. De FARC mag zelf leden van de Waarheidscommissie aanwijzen, en kan daardoor ook de keuze van rechters beïnvloeden die de fameuze Vredesrechtspraak moeten gaan uitvoeren.
Ook is het verre van ondenkbeeldig dat de regering samen met de FARC-commandanten een Grondwetgevende Vergadering zal gaan vormen. Wat betekent een stem in het referendum eigenlijk? Volgens de regering is een ja-stem een stem voor de vrede en is een nee-stem er een voor oorlog. Om de kiezers ervan te overtuigen voor het akkoord te stemmen, is president Santos een overweldigende publiciteitscampagne begonnen, vol valse beloften. Je onthouden van stemming dient nergens toe; dat is geen alternatief. Door nee te stemmen daarentegen wijs je het gevaarlijke recept af dat het Havana-akkoord inhoudt, met al zijn vredesofferanden.
Ik zal in ieder geval nee stemmen, al ben ik absoluut geen liefhebber van oorlog. Ik hoop oprecht dat de FARC zichzelf tot politieke partij zal omvormen. Mijn nee-stem moet gezien worden als een protest tegen de hoge prijs die de regering-Santos bereid is te betalen voor een op zijn best partiële vrede. In feite komt het akkoord neer op een capitulatie.
Auteur: Plinio Apuleyo Mendoza (rechts op de foto)
Plinio Apuleyo Mendoza is journalist, schrijver en diplomaat. Hij is vernoemd naar de klassieke schrijvers Plinius de Jongere en Apuleius. Mendoza was goed bevriend met Gabriel García Márquez.
JA
Ik heb begrip voor het wantrouwen dat veel Colombianen koesteren jegens de FARC. Toch heb ik vertrouwen in het akkoord en de manier waarop de onderhandelingen zijn gevoerd. U schrijft, meneer Mendoza [auteur van het artikel boven]: ‘Terwijl FARC-leden (…) hooguit een theoretische en lankmoedige vrijheidsbeperking krijgen opgelegd, zitten 15.000 militairen vast in afwachting van hun rechtszaak of zitten al onrechtvaardige gevangenisstraffen uit.’
Allereerst moet worden benadrukt dat de afspraken over de Vredesrechtspraak in het akkoord op alle plegers van misdaden van toepassing zijn. Daar horen zeker ook delinquente leden van leger en politie bij, maar ook alle anderen die zware delicten hebben gepleegd. U schrijft dat er vijftienduizend militairen vastzitten, terwijl de FARC-commandanten in Havana een lekker leventje leiden.
Ik moet zeggen dat deze overdrijving een tikje demagogisch op me overkomt: u vergeet dat in verhouding een groter deel van de FARC-strijders gevangenzit. En dat de aanwezigheid van FARC-leden in Havana als enig doel heeft om door middel van onderhandelingen een einde aan het conflict te brengen. Tot 2011 weigerden opeenvolgende Colombiaanse regeringen te erkennen dat er in juridische zin sprake was van een militair conflict met de FARC. Dit leidde ertoe dat militairen die zich aan misdaden schuldig hadden gemaakt, beoordeeld werden naar de strenge regels van de Rechten van de Mens, in plaats van naar die van het Internationaal Humanitair Recht, dat onderkent dat er een conflict gaande is en daarom voor een oorlogssituatie redelijkere criteria hanteert.
Uw keuze om nee te stemmen is volstrekt legitiem. Maar ik denk dat u daarmee een gouden kans laat liggen om een einde te maken aan dit slepende conflict
Verder beweert u dat ‘drugssmokkel in Havana de status (kreeg) van politiek delict’. Dat is onjuist. Er is een amnestie afgesproken, maar uiteraard niet voor zwaardere gevallen. U vergeet ook te vermelden dat de FARC beloofd heeft om elke connectie met drugs te verbreken.
U vermeldt niet dat de rekrutering van minderjarigen is opgenomen in de lijst van delicten waarvoor geen amnestie geldt, zoals het internationaal recht dicteert. Ook is het niet waar dat, zoals u zegt, slachtoffers niet schadeloos gesteld zullen worden. Terecht veroordeelt u de verschrikkingen die de FARC op haar geweten heeft. Wij waren niet in Havana om dergelijke misdaden toe te juichen of te rechtvaardigen. Alle betrokken partijen moeten onvoorwaardelijk afstand nemen van hun wandaden.
Uw keuze om nee te stemmen is volstrekt legitiem; het is uw goed recht. Maar ik denk dat u daarmee een gouden kans laat liggen om een einde te maken aan dit slepende conflict en te beginnen met de moeilijke taak een duurzame vrede te waarborgen. Ik hoop dat de Colombianen elkaar met dit referendum tegemoet zullen komen. Democratie en onenigheid gaan hand in hand. Maar een volwassen maatschappij moet op een volwassen manier zijn problemen kunnen oplossen.
Auteur: Humberto de la Calle (links op de foto)
Vertaler beide stukken: Valentijn van Dijk
Humberto de la Calle leidde de vredesonderhandelingen met de FARC namens de Colombiaanse overheid. In het verleden was hij minister en vicepresident.
El Tiempo (2x)
Colombia | dagblad | 243.000 (487.000 op zondag)
Een van de belangrijkste kranten van Colombia. Goed geïnformeerd, goed geschreven. Eigendom van de miljardair Luis Carlos Sarmiento
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.