Ondanks de toename van de cocaïneproductie zijn veel arme Colombianen die voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van cocaïne, zwaar getroffen door binnenlandse en buitenlandse verschuivingen in de wereldwijde drugsindustrie.
Decennialang heeft één industrie het kleine, afgelegen Colombiaanse dorp Caño Cabra op de been gehouden: cocaïne. De inwoners van deze gemeenschap in het midden van het land staan bijna elke ochtend vroeg op om cocabladeren te plukken, waarbij ze deze van broze takken schrapen, soms tot hun handen bloeden. Later mengen ze de bladeren met benzine en andere chemicaliën om er krijtachtige witte stenen van cocapasta van te maken.
Maar een paar jaar geleden, zeiden de dorpelingen, gebeurde er iets zorgwekkends: de drugshandelaren die de cocapasta kopen en er cocaïne van maken, kwamen niet meer opdagen. Plotseling hadden de mensen die al arm waren geen inkomen meer. Voedsel werd schaars. Er volgde een uittocht naar andere delen van Colombia op zoek naar werk. Het stadje met tweehonderd inwoners kromp tot veertig inwoners.
Hetzelfde patroon herhaalde zich keer op keer in gemeenschappen in het hele land waar coca de enige bron van inkomsten is.
Dramatische neergang
Colombia, het wereldwijde knooppunt van de cocaïne-industrie, waar Pablo Escobar de bekendste crimineel ter wereld werd en dat nog steeds meer van de drug produceert dan welk ander land ook, wordt geconfronteerd met tektonische verschuivingen als gevolg van binnenlandse en wereldwijde krachten die de drugsindustrie opnieuw vormgeven. De veranderende dynamiek heeft ertoe geleid dat de blokken onverkochte cocapasta zich overal in Colombia opstapelen. De aankoop van cocapasta is in meer dan de helft van de cocagebieden in het land sterk gedaald of helemaal verdwenen, wat een humanitaire crisis heeft veroorzaakt in veel afgelegen, verarmde gemeenschappen.
De drugsmarkt heeft nog nooit ‘zo’n dramatische neergang’ gekend, zegt Felipe Tascón, een econoom die de illegale-drugseconomie bestudeerde en een programma van de nationale overheid leidde om cocaboeren te helpen overschakelen op legale gewassen.
De omverwerping van de cocaïne-industrie is voor een deel een onbedoeld gevolg van een historisch vredesakkoord bijna tien jaar geleden met de grootste gewapende groep van het land, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), dat een einde maakte aan een fase van een conflict dat al tientallen jaren duurt. De linkse groep financierde zijn oorlog grotendeels met cocaïne en was afhankelijk van duizenden boeren die de felgroene cocaplant – het hoofdingrediënt van de drug – leverden.
De drugsmarkt heeft nog nooit zo’n dramatische neergang gekend
Maar zodra de FARC de cocaïne-industrie verliet, werd ze vervangen door kleinere criminele groepen die een nieuw economisch model nastreefden, zei Leonardo Correa van het VN Bureau voor Drugs en Misdaad: grote hoeveelheden coca kopen van een kleiner aantal boeren en hun activiteiten beperken tot grensgebieden waar het gemakkelijker is om de drugs het land uit te krijgen.
Dat betekent dat steden zoals Caño Cabra, diep in het binnenland van het land, ongeveer 265 kilometer ten zuidoosten van Bogotá, de hoofdstad, hun enige handel grotendeels hebben zien verdwijnen. ‘Het is moeilijk geweest,’ zegt Yamile Hernandez, 42, een cocaboer en moeder van twee tieners die moeite heeft om brood op de plank te krijgen. ‘Ik weet niet wat er zal gebeuren.’
Tegelijkertijd zijn andere landen belangrijke concurrent geworden en hebben ze bijgedragen aan veranderingen op de Colombiaanse drugsmarkt. Ecuador is nu een van de grootste cocaïne-exporteurs, en ook de teelt van cocabladeren in Peru en Centraal-Amerika is toegenomen. Dat heeft geholpen om de wereldwijde cocaïneproductie verder te verhogen dan ooit tevoren. En terwijl het cocaïnegebruik in de Verenigde Staten is afgevlakt, groeit het in Europa en Latijns-Amerika en is het in opkomst in andere regio’s, zoals Azië.
‘We zien productieniveaus waar Pablo Escobar van droomde’
In Colombia heeft het regeringsbeleid, waaronder het stopzetten van het uitroeien van cocaplanten en technologische vooruitgang in de teelt, ervoor gezorgd dat de cocaproductie is toegenomen, ondanks decennialange investeringen van de Verenigde Staten om de cocaïne-industrie te ontmantelen. ‘We zien productieniveaus waar Pablo Escobar van droomde’, zegt een Amerikaanse ambtenaar die al jaren werkt aan drugsbestrijding in Colombia en niet met naam genoemd wil worden omdat hij niet officieel mag spreken. ‘Je gaat naar cocavelden,’ voegde hij eraan toe, ‘en het is alsof je in een maïsveld in Iowa staat – je kunt het einde niet zien.’
De Colombiaanse president, Gustavo Petro, heeft zich gericht op het aanpakken van drugssmokkelnetwerken en het stopzetten van de uitroeiing van het cocablad heeft bijgedragen aan de stijging van de cocaïneproductie, volgens ambtenaren van de VN en de VS. ‘Met Petro’s desinteresse voor gedwongen uitroeiing zijn er in feite geen barrières voor toegang tot het cocaveld,’ zegt Kevin Whitaker, een voormalige Amerikaanse ambassadeur in Colombia en een non-resident fellow bij de Atlantic Council.
Gloria Miranda, die nu het regeringsprogramma voor cocasubstitutie leidt, betwist deze bewering en merkt op dat het aantal drugsvangsten aanzienlijk is toegenomen tijdens zijn presidentschap. Critici zeggen dat dit grotendeels komt doordat er zoveel meer cocaïne wordt geproduceerd.
Economische schade
Nieuwe meststoffen hebben het ook gemakkelijker gemaakt om meer coca te verbouwen, zelfs nu veel Colombiaanse gewapende groepen die bijdragen aan het voortdurende conflict in het land veel minder afhankelijk zijn van drugs voor hun inkomsten en zich richten op andere illegale activiteiten die minder aandacht krijgen van wetshandhavers, zoals goudwinning, houtkap en het smokkelen van migranten, volgens verschillende analisten.
Hoewel cocaïne een enorme bron van inkomsten blijft voor criminele netwerken in Colombia, heeft het nieuwe economische model veel delen van het land leed berokkend. Minstens 55 procent van de cocaproducerende regio’s in Colombia hebben de cocaverkoop zien kelderen, aldus Correa.
Zoals vele landelijke gemeenschappen is er in Caño Cabra geen overheid aanwezig en wordt het dorp gecontroleerd door een illegale gewapende groep. Er zijn geen elektriciteit, geen stromend water en geen openbare school. Mevrouw Hernandez heeft moeite om het geld bij elkaar te krijgen om haar twee kinderen naar een kostschool in een nabijgelegen stad te sturen zodat ze niet fulltime in de cocavelden hoeven te werken, zoals zij deed toen ze opgroeide.
De tieners, Valentina, zestien jaar, en Manuel, veertien, werkten in de velden toen ze pauze hadden van school – niet voor het loon, dat te verwaarlozen was, maar voor het gratis ontbijt dat geserveerd werd door de eigenaar van de cocaboerderij. Vlees, een hoofdbestanddeel van het Colombiaanse dieet, is schaars geworden. ‘We hebben allemaal al lang geen vlees meer gegeten omdat we het nergens kunnen kopen en er is niets om het mee te kopen,’ vertelt Hernandez. De economische pijn die veel cocaproducerende regio’s treft, zorgt ervoor dat veel mensen weggaan.
‘We hebben allemaal al lang geen vlees meer gegeten omdat we het nergens kunnen kopen en er is niets om het mee te kopen’
María Manrrique had een apotheek in de stad Nueva Colombia, in de buurt van Caño Cabra, maar toen de cocaverkoop verdampte, begonnen klanten te klagen dat ze geen geld hadden voor medicijnen. Dus verhuisde ze vorig jaar naar de dichtstbijzijnde stad, San José del Guaviare.
Het was een moeilijke stap. Ze miste haar geboortestad en de open vergezichten van het platteland. Ze voelde zich claustrofobisch en eenzaam. Maar ze ging naar een therapeut voor haar depressie en verdiende de kost met de verkoop van empanadas. Manrrique zegt dat ze geen plannen heeft om te vertrekken. In de stad heeft ze betere toegang tot insuline voor haar diabetes en haar zoontje krijgt beter onderwijs.
‘Veel mensen emigreren, en dat geeft je een slecht gevoel omdat het vroeger een goede stad was met goede mensen,’ zegt ze. Maar ze voegt eraan toe: ‘Ik heb deze stap al genomen en ik ga niet meer terug.’
Hoewel sommige experts zeggen dat de transformatie van de cocaïne-industrie de telers van cocaplanten kan aanzetten om over te schakelen op legale manieren om in hun levensonderhoud te voorzien, maken velen zich zorgen dat de boeren in plaats daarvan zouden kunnen overschakelen op andere illegale activiteiten.
‘Welk inkomen zal het inkomen uit coca vervangen? Mijnbouw, mensenhandel, handel in wilde dieren, hout? Afpersing?’
Jefferson Parrado, 39, voorzitter van de lokale raad die de regio waar Caño Cabra deel van uitmaakt voorzit, zegt dat velen zouden kunnen overstappen op het fokken van vee – een van ’s werelds grootste aanjagers van ontbossing. Andere inwoners zeggen dat ze zich uit financiële wanhoop misschien zullen aansluiten bij gewapende groepen.
‘Verschillende regio’s hebben een economische ontwikkeling doorgemaakt dankzij de coca- en cocaïnemarkt,’ aldus Diego Garcia-Devis, die het drugsbeleidsprogramma beheert bij de Open Society Foundations. ‘Welk inkomen zal het inkomen uit coca vervangen? Een ander illegaal inkomen? Mijnbouw, mensenhandel, handel in wilde dieren, hout? Afpersing?’
In veel afgelegen gebieden van Colombia is het economisch niet haalbaar om andere gewassen te verkopen vanwege de hoge transportkosten. Tegen de tijd dat de producten op de markt aankomen, zijn ze al verrot, aldus de bewoners. Voor veel Colombianen is de cocaïne-industrie de enige optie.
‘Deze branche brengt schade toe aan de mensheid en daar zijn we ons van bewust,’ zegt Parrado. ‘Maar voor ons betekent ze ook gezondheid, onderwijs en levensonderhoud voor de gezinnen in de regio’s.’
De aanslagen kostten minstens twaalf agenten het leven
Colombia is op donderdag 21 augustus getroffen door ‘twee terroristische aanslagen’, meldt El Tiempo. Ten minste twaalf politieagenten kwamen om het leven bij een aanslag op een politiehelikopter die antidrugoperaties uitvoerde in Amalfi, in de regio Antioquia, in het noordwesten van het land. Volgens de autoriteiten werd het toestel ‘s ochtends neergeschoten door een drone van een afgescheiden factie van de FARC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Enkele uren later’ vond er een explosie plaats op de luchtmachtbasis Marco Fidel Suárez in Cali, in het zuidwesten van het land, waarbij zes doden en tientallen gewonden vielen. President Gustavo Petro heeft opgeroepen tot een minuut stilte voor de slachtoffers.
Ze zouden zijn gepleegd door dissidenten van de FARC
In Colombia vonden er dinsdag in totaal vierentwintig aanslagen plaats, in de vorm van schietpartijen en explosies van drones of autobommen en motorbommen, die gericht waren tegen politiebureaus en gemeentelijke gebouwen in Cali, de derde stad van het land, en in verschillende naburige gemeenten. Daarbij zijn vijf burgers en twee politieagenten omgekomen en achtentwintig mensen gewond geraakt, volgens de laatste balans van de autoriteiten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een verantwoordelijke van de Colombiaanse politie verklaarde dat deze aanslagen waren gepleegd door dissidenten van de voormalige guerrillabeweging FARC, het Centraal Commando (EMC), ter herdenking van de derde verjaardag van de dood van een van hun leiders, bijgenaamd Mayimbú, die in 2022 werd vermoord, meldt El País. Zonder de verantwoordelijkheid voor de aanslagen op te eisen, hebben de guerrillastrijders van de EMC een verklaring gepubliceerd waarin ze burgers vragen om niet in de buurt van militaire bases en politiebureaus te komen.
Op maandag gaf de Colombiaanse president Gustavo Petro groen licht aan de regering om buitengewone maatregelen te nemen, zoals het vrijgeven van financiële middelen of het inperken van de mobiliteit. Sinds donderdag is Colombia in de greep van een bloedige aanval van guerrilla’s van de ELN (Nationaal Bevrijdingsleger) op FARC-dissidenten en de burgerbevolking in de regio Catatumbo, aan de grens met Venezuela, waarbij minstens tachtig mensen om het leven zijn gekomen en zo’n elfduizend mensen ontheemd zijn geraakt. In het zuiden vielen maandag in de regio Guaviare minstens twintig doden bij aanvaringen tussen rivaliserende facties van FARC-dissidenten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De guerrilla’s vechten om de controle over het grondgebied en de drugssmokkelroutes in Colombia, dat de grootste producent van cocaïne ter wereld is. Toen hij aan de macht kwam, beloofde Gustavo Petro, die in zijn jeugd zelf lid van een extreemlinkse guerrillagroep was, een einde te maken aan zes decennia van gewapend conflict door middel van dialoog. Maar ‘vandaag heeft hij zijn vertrouwen in hen verloren. Hij ziet ze niet langer als guerrillastrijders’, schrijft El País, dat erop wijst dat het staatshoofd het ELN heeft beschuldigd van het plegen van ‘oorlogsmisdaden’ in de regio Catatumbo.
Het land is nog altijd in oorlog met guerrillastrijders van de FARC
Colombia gaat rond de twaalfduizend militairen en politieagenten inzetten om de veiligheid te garanderen tijdens de COP16 (Conference of the Parties), de VN-top over biodiversiteit die van 21 oktober tot 1 november gehouden zal worden in de Colombiaanse stad Cali.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Als voorbereiding voor de COP16, die gepland staat voor oktober, gaat Cali door met het opvoeren van de veiligheidsmaatregelen door vierduizend extra politieagenten toe te voegen aan de zesduizend die al aanwezig zijn’ in de op twee na grootste stad van Colombia, meldt W Radio. De autoriteiten zullen ook zestienhonderd militairen inzetten om samen met de politie de VN-top te beveiligen.
Het stadhuis van Cali ‘heeft herhaald dat het evenement geen significante veiligheidsrisico’s met zich meebrengt’, aldus het Colombiaanse radiostation. Maar de autoriteiten van het land geven de voorkeur aan een proactieve houding tegenover de ‘bedreigingen’ van de dissidente guerrillastrijders van de FARC die in de regio actief zijn en een open oorlog voeren tegen de regering.
Op zondag heeft de Colombiaanse regering de wapenstilstand met het Centraal Commando (EMC) van de FARC in drie departementen van het land opgeschort. De militaire operaties tegen deze dissidente factie van de voormalige marxistische guerrillagroep worden hervat, meldt El Tiempo.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De autoriteiten beschuldigen de rebellen onder leiding van Iván Mordisco ervan het staakt-het-vuren dat begin 2023 werd ingesteld te hebben geschonden door op zaterdag een aanval uit te voeren op een inheemse gemeenschap in het departement Cauca, waarbij een 52-jarige vrouw werd gedood. Slechts in drie departementen (Nariño, Cauca en Valle del Cauca) beëindigt de regering de wapenstilstand, die van kracht blijft in de 29 andere departementen van het land.
De EMC, met momenteel zo’n 3500 leden, heeft het vredesakkoord dat in 2016 werd ondertekend door de FARC en de Colombiaanse regering verworpen. Het staakt-het-vuren van 2023, dat sinds oktober gepaard gaat met vredesbesprekingen, is al verschillende keren door de rebellen verbroken.
De belangrijkste dissidente factie van de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), die weigerde te ontwapenen toen de FARC in 2016 een vredesakkoord accepteerde, heeft zondag de vredesbesprekingen met de Colombiaanse regering opgeschort. Dat meldt El Espectador.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De strijdgroep Estado Mayor Central (EMC), onder leiding van Iván Mordisco, heeft geen precieze reden gegeven voor het stopzetten van de gesprekken die hij half oktober met de regering begon. De organisatie bekritiseerde echter de linkse president Gustavo Petro voor het sturen van militairen naar het gebied waarin EMC actief is. De groep zegt dat het wel het afgesproken staakt-het-vuren zal blijven respecteren.
‘Deze aankondiging werpt nog meer schaduwen op de “Totale Vrede”-strategie van de regering, die te maken heeft met een ernstige schending van het staakt-het-vuren door het Nationale Bevrijdingsleger (ELN), dat de vader van voetballer Luis Díaz heeft ontvoerd’, schrijft de Colombiaanse krant. Recent is het geweld van guerrillagroepen in het Zuid-Amerikaanse land weer toegenomen.
Aanleiding is de moord op vier inheemse kinderen door de EMC
De Colombiaanse regering heeft een halt toegeroepen aan een wapenstilstand met Estado Mayor Central (EMC), een afsplitsing van voormalige Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC). Dat schrijft El Espectador. Aanleiding is de moord op vier inheemse kinderen die probeerden rekrutering door de EMC te voorkomen. De opschorting van de wapenstilstand geldt in vier Colombiaanse provincies.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De EMC is een van de bewegingen die zich afsplitste van de FARC, nadat die groepering vrede sloot met de Colombiaanse regering in 2016. De EMC, die voornamelijk actief is in het zuiden van Colombia, houdt zich bezig met illegale drugs- en wapenhandel en mijnbouw. Elders in het land, met name bij het grensgebied met Venezuela, zijn ook veel dissidente groeperingen actief.
De huidige president Gustavo Petro beloofde bij zijn aantreden totale vrede met de vele gewapende groeperingen die actief zijn in Colombia. Onder meer met de ELN, de grootste nog actieve guerrillabeweging, zijn vredesbesprekingen gaande. Volgens Petro zijn wapenstilstanden echter niet van nut zolang bewegingen blijven doorgaan met geweld.
President Gustavo Petro wil totale vrede voor zijn land
De Colombiaanse regering gaat opnieuw vredesbesprekingen voeren met de guerrillabeweging het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN), schrijft The Guardian. Bij zijn aantreden liet de nieuwe president van Colombia Gustavo Petro al weten dat het herstarten van deze onderhandelingen hoog op zijn politieke agenda staan. Volgens hem is Colombia toe aan totale vrede en moeten er daarom akkoorden worden gesloten met de nog bestaande rebellengroeperingen.
De gesprekken vinden plaats in de Venezolaanse hoofdstad Caracas en worden geleid door Cuba en Noorwegen. Het is niet voor het eerst dat de beweging, met circa 2500 leden de grootse nog actieve rebellengroep in Colombia, om de tafel zit met de Colombiaanse regering. Onder de vorige regering van de conservatieve Iván Duque werd de stekker echter uit het vredesproces getrokken, nadat de ELN in 2019 22 agenten in opleiding ombracht bij een bomaanslag in Bogotá.
Tegenwoordig verdient de groep, die in 1964 werd opgericht, vooral aan illegale mijnbouw en drugshandel. Hierdoor bestaat de angst dat met name jongere leden van de ELN zich zullen afsplitsen en doorgaan met de lucratieve illegale handel, iets wat ook gebeurde in de nasleep van het vredesproces met de FARC.
De Frans-Colombiaanse Ingrid Betancourt, die zes jaar lang gegijzeld werd door de guerrillagroepering FARC, heeft dinsdag haar kandidatuur aangekondigd voor de voorverkiezing van een coalitie van centrumpartijen, meldt El Tiempo. Volgend voorjaar worden in Colombia presidentsverkiezingen gehouden.
Betancourt, negenvijftig jaar, werd ontvoerd in 2002 toen ze als senator voor de groene partij Partido Verde Oxígeno ook al campagne voerde voor het presidentschap. ‘We moeten leren om weer vrije burgers te zijn’, zei ze dinsdag tegen haar aanhangers.
‘Het jaar 2022 begon met veel geweld in drie dorpen in het Colombiaanse departement Arauca’, schrijft de Colombiaanse krant El Espectador. De dissidenten van de FARC en het Nationale Bevrijdingsleger (ELN) voeren strijd om het grensgebied met Venezuela, ondanks de aanwezigheid van de burgerbevolking in Tame, Fortul en Saravena. Arauca is een strategisch gebied voor de drugshandel waarmee de guerrilllabewegingen hun strijd financieren.
Volgens Etelivar Torres, burgemeester van Arauquita, ligt het aantal doden in het departement rond de zeventien. De autoriteiten in de regio spreken van een risico op ontheemding van tweeduizend mensen.
Sinds het vredesakkoord van 2016 heeft de leiding van de FARC, een communistische, revolutionaire guerrillagroep, de gewapende tak opgeheven. Echter, er zijn verschillende fracties van de rebellengroep die de strijd hebben voortgezet. De marxistisch-leninischtische fractie ELN heeft zich niet aangesloten bij het vredesakkoord. In 2017 ontvoerde zij de Nederlandse programmamaker Derk Bolt en zijn cameraman. De groepen voeren onderling strijd om strategische posities.
Onder voormalig leider Hugo Chávez zijn de eerste stappen gezet op weg naar het gewelddadige pact tussen politiek en misdaad in Venezuela en in de rest van Latijns-Amerika, aldus dit heldere betoog. Hoe kan de rest van de wereld leren van zijn fouten?
Met de conflicten tussen rechtsstaat en criminaliteit beleeft Venezuela wellicht de ernstigste veiligheidscrisis in de geschiedenis van het continent. Uit de Venezolaanse situatie zijn belangrijke lessen te trekken voor heel Latijns-Amerika in de strijd van regeringen om het gezag over hun grondgebied. Venezuela is een extreem voorbeeld van de ene fout na de andere en in die zin een volmaakt handboek voor wat je niet moet doen.
Veiligheid is mensenrecht nummer één. Aan gezondheid, onderwijs of andere grondrechten heb je niets als je wordt bedreigd of in angst leeft. Criminelen gedogen, formeel of daadwerkelijk een pact met hen sluiten, betekent burgers hun rust ontnemen en misdadigers ruim baan geven.
De veiligheidspolitiek van het huidige Venezuela gaat terug op 1999, toen Hugo Chávez de volgende publieke verklaring aflegde: ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hij zag delinquenten als slachtoffers van sociaal onrecht. Chávez hervormde de openbare veiligheid door haar te politiseren, ontmantelen en militariseren. Politieke tegenstanders werden gevaarlijker geacht dan criminelen. De oppositie werd vervolgd, misdaad werd getolereerd en de rechtsstaat verzwakte. Als gevolg groeide de misdaad exponentieel en inmiddels vecht de regering tegen honderden criminele bendes in het hele land.
Vóór Chávez gold Venezuela als een relatief veilig land, waar jarenlang miljoenen Colombianen hun toevlucht zochten om te ontsnappen aan de gewelddadigheden in eigen land. In 1990 stond het aantal moorden in Venezuela op 10 per 100.000 inwoners, rond 2002 steeg dat aantal naar 45 en in 2018 naar 81,4; het hoogste cijfer op het continent en wereldwijd een van de hoogste.
Vier regeringsbesluiten
Samenvattend zijn het vier regeringsbesluiten geweest die deze ontwikkeling in de hand hebben gewerkt: de ontmanteling van de politie, de afspraken met de stedelijke gangs, het gevangenisbeheer door delinquenten en het beleid om guerrillastrijders uit Colombia onderdak te bieden. Hierover zei een linkse Braziliaanse vriend die werkzaam was bij de beveiliging van zijn land: ‘Het duurde even voor we doorhadden dat het kwaad bestaat en universeel is, en dat je misdadigers, preventieprogramma’s of niet, altijd moet vervolgen.’
De oorspronkelijke partij van Chávez heette Movimiento Quinta República (Beweging van de Vijfde Republiek). De eerste drie republieken eindigden met de dood van Bolívar. De vierde werd door Chávez getypeerd als oligarchisch, neoliberaal, et cetera. Net als alle andere populisten ontkende hij het recente verleden en bepaalde hij dat de nieuwe geschiedenis begon met hem en zijn Vijfde Republiek, gebaseerd op een ‘revolutionair, links nationalisme’ dat de ‘bolivariaanse revolutie’ met zich meebracht. Chávez’ politieke hervorming hield onder andere de ontbinding in van alle bestaande politiecapaciteit. Dit leidde tot een afbraak van de veiligheid, evenals een afbraak van expertise, middelen, kennis en operationele capaciteit.
Het veiligheidssysteem werd ontmanteld en omgebogen om de regering te beschermen, niet de burgers
Chávez pleitte voor een civiele hervorming van de politie om schending van mensenrechten te voorkomen, maar in de praktijk droeg hij de beveiliging over aan loyale militairen. Tweeduizend officieren werden bevorderd tot generaal. Deze politisering ging ten koste van de grondwettelijke basis, de discipline, de kwaliteit van de evaluaties, het promotiestelsel en alle denkbare professionele daadkracht. Het eind van het liedje was dat het veiligheidssysteem werd ontmanteld, van z’n professionaliteit ontdaan, gecorrumpeerd en omgebogen om de regering te beschermen, en niet de burgers. De delinquenten verdwenen naar het tweede plan, de prioriteit lag voortaan bij het bespioneren, controleren, vervolgen, gevangennemen en dagvaarden van tegenstanders, ook binnen het leger zelf. Ondertussen werden er concessies gedaan aan de delinquenten, die werden gedoogd en ongecontroleerd in aantal toenamen.
Om sociaal en politiek nader te komen tot de arme wijken waar misdaad voorkwam, werden in eerste instantie de zogenaamde círculos bolivarianos opgericht, sociale verbanden met een culturele en ideologische grondslag, daarna de beruchte colectivos, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de onderdrukking van tegengeluiden, en tot slot, toen de onveiligheid toenam, werd geprobeerd de buurten te pacificeren door zogenaamde ‘vredeszones’ te creëren. De connectie tussen sociale politiek en misdaad ontstond doordat Chávez zijn beleid voorstelde als een gewapende revolutie die verdedigd moest worden door middel van volksmilities. Maar zijn regering had een electorale basis, er was nooit sprake van een echte revolutie geweest. Het chavismo kon rekenen op stemmers, volgers en sympathisanten, maar er had geen strijd plaatsgevonden die voldoende ideologische activisten opleverde, er bestond geen revolutionaire mystiek, maar geld en cliëntelisme op grote schaal. Vandaar dat het chavismo, toen het erop aankwam de verdediging van de revolutie te organiseren, uiteindelijk gewelddadige figuren in de volkswijken ging rekruteren, onder wie de zwaarste delinquenten, die uiteraard eindigden als leiders die hun gemeenschappen controleerden uit naam van de bolivariaanse revolutie. Bij gebrek aan een revolutionair leger kocht Chávez de militairen om en bij gebrek aan volksmilities bewapende hij delinquenten.
Politiek en misdaad
Alles wat het chavismo op sociaal en politiek vlak in de gemeenschappen wilde doen, ging via de colectivos, die bovendien werden bewapend door de regering zelf. Op een gegeven moment stonden tienduizenden inwoners onder toezicht van beruchte delinquenten, aanvankelijk vrienden maar inmiddels vijanden van de regering. Uiteindelijk verloor het chavismo de controle over haar eigen monster en vond een late repressieve reactie plaats die uitliep op een bloedige oorlog, die de veiligheidsdiensten nu aan het verliezen zijn. In een poging het geweld een halt toe te roepen zag de regering zich genoodzaakt om een pact met de delinquenten te sluiten door middelen, diensten en toezicht aan hen over te dragen in gebieden waar de staat zich niet langer waagt.
De vermenging van politiek en misdaad is niet voorbehouden aan Venezuela. Het paramilitairisme in Colombia liep uit op criminaliteit en drugshandel, denk aan de FARC en de ELN. In Nicaragua doken na de contrarevolutionaire oorlog bandieten op die de benaming recompas, recontras en revueltos kregen. In Mexico had je de Zetas, die voortkwamen uit de Fuerzas Especiales del Alto Mando, de hoogste speciale militaire eenheid in het Mexicaanse leger. In Argentinië ontpopten militairen uit de dictatuur zich als ontvoerders. In Guatemala werden de kaibiles, die de guerrilla’s in de jungle hadden verslagen, geronseld door Mexicaanse drugsdealers. In de jaren negentig gebruikten Zuid-Amerikaanse guerrillastrijders ontvoeringen als inkomstenbron in Brazilië en Mexico. Maar wat in Venezuela opvalt, is de massale schaal waarop met de criminelen wordt samengewerkt en de mate van macht die ze van de regering hebben gekregen.
Vanwege de overbevolkte gevangenissen en de veelvuldige opstanden bedacht het chavismo een reclasseringsprogramma dat stoelde op het idee van de delinquent als slachtoffer. Ze creëerden een soort zelfbestuur in de gevangenissen, gevormd door de gevangenen zelf. Al met al kwamen de gevangenissen in handen van de zwaarste en gewelddadigste bajesklanten, want die waren het geschiktst om hun gezag te doen gelden en de onderlinge orde te handhaven. Maar het geweld en de opstanden hielden aan en de gevangenissen veranderden op den duur in domeinen onder crimineel toezicht. De gevangenen zijn gewapend, ze plannen delicten, organiseren feesten, beschikken over zwembaden en een pinautomaat om het geld van afpersingen en ontvoeringen te innen. De regering van Venezuela heeft op grotere schaal herhaald wat in Colombia in 1991 met Pablo Escobar gebeurde, die zijn eigen gevangenis mocht ontwerpen, die bekendstond als La Catedral [De Kathedraal].
De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet
Uiteraard vond niet iedereen dit de juiste weg. Er waren chavistische leiders die verklaarden dat je niet moest samenwerken met de maffia, maar het was te laat. De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet. Er zijn honderden bulletins, essays en al dan niet officiële video’s die getuigen van de grote misdaadexplosie en de oorlog waaronder Venezuela gebukt gaat. Laten we proberen een paar van de meest dramatische feiten samen te vatten.
Naar de precieze hoeveelheid bestaande bendes kan je natuurlijk slechts gissen. Bovendien splitsen ze zich vaak op, hergroeperen zich en wisselen constant van leider, zoals altijd en overal gebeurt met criminele groeperingen. Maar er is overweldigend bewijs dat het er honderden zijn. Ze zijn, zoals de Venezolaanse politie zelf erkent, in 18 van de 24 staten van het land werkzaam en operationeel verbonden met de zogeheten pranes die de gevangenissen controleren. De bendes hebben tienduizenden jongeren van gemiddeld 25 jaar en zelfs kinderen in hun gelederen. Ze beschikken over automatische geweren, handgranaten, pistolen, de nieuwste communicatiemiddelen, drones en soms nog zwaarder geschut, zoals raketwerpers en zware mitrailleurs.
De meeste bendes gebruiken namen die passen bij een criminele groepering, bijvoorbeeld Cara de Perro (Hondekop), Culón (Dikke Reet), Los Morochos (De Bruinen), Cara de Hulk (Hulkenkop), et cetera. Andere groepen zijn een duidelijk mengsel van misdaad en politiek; zo was er één die een politieke partij werd met de naam Tupamaros, die Maduro begon te bekritiseren. Maduro ontnam ze hun legaliteit, maar de Tupamaros belegden een gewapende bijeenkomst en kregen prompt hun legaliteit terug, met posities in het Nationaal Congres en al. In één geval creëerden de delinquenten hun eigen geldmiddel, de panal, met het gezicht van Chávez erop. De criminelen organiseren kinderfeesten, houden toezicht, vermoorden dieven die zich op hun terrein wagen, delen voedselpakketten uit die ze van de regering krijgen of stelen, organiseren begrafenissen, sportevenementen en concerten voor de bewoners, maar doen tegelijkertijd aan ontvoeringen, overvallen en afpersing. Ze handelen in drugs en voeren oorlog met andere bendes en met de politie als die hun territorium betreedt.
Precaire vrede
In een artikel in The New York Times heet het dat ‘Maduro in zijn redevoeringen stabiliteit wil uitdragen terwijl het land ineenstort’. De gangs heersen in de wijk 23 januari, op maar vijftien minuten van het Palacio de Miraflores, de presidentiële residentie. Daar doet Maduro alle mogelijke concessies om een precaire vrede te handhaven. Vanaf 2015 heeft de politie pogingen gedaan om de belangrijke leider Carlos Luis Revete, alias el Koki, te pakken te krijgen. Zijn machtsgebied ligt in de zogenaamde Cota 905, op maar drie kilometer van het presidentiële paleis, maar el Koki sluit bondgenootschappen met andere bendes om zijn gezag uit te breiden naar andere wijken van Caracas. Acties om hem te stoppen zijn op niets uitgelopen. Er zijn veel doden gevallen, inclusief politiemannen en burgers. In juli dit jaar viel el Koki een kazerne van de nationale garde aan, waarna er drie dagen lang confrontaties plaatsvonden die zich uitstrekten tot belangrijke verkeersaders in de hoofdstad. Aan eerdere onderhandelingen met deze bende nam vicepresident Delcy Rodríguez deel, hierbij werd afgesproken dat de politie zich niet op het terrein van el Koki zou begeven.
De grens tussen Venezuela en Colombia – in de deelstaten Táchira, Apure en Amazonas – is aan het veranderen in een soort derde land, beheerst door diverse Colombiaanse criminele groeperingen die dik geld verdienen aan de handel in drugs en goud en andere misdadige activiteiten. Deze groeperingen hebben zich ook uitgebreid naar de deelstaat Bolívar, op de grens met Brazilië. Net als in de stedelijke gebieden hebben de bendeleiders het op deze plekken voor het zeggen. Maar zoals te verwachten was, begonnen de FARC-dissidenten uiteen te vallen en raakten ze met elkaar in conflict over grondgebied en geld. Maduro besloot partij te kiezen, de controle te herwinnen en het geweld dat door zijn vrienden werd veroorzaakt te stoppen. Hij stuurde mei dit jaar het leger met geblindeerde voertuigen en zwaar geschut naar de deelstaat Apure, maar Maduro’s troepen leden een verpletterende nederlaag. De soldaten stapten op landmijnen, de geblindeerde voertuigen werden in hinderlagen gelokt en vernietigd; de teller stond op zestien doden, talrijke gewonden en acht militaire gevangenen. Uiteindelijk liep het uit op een onderhandeling met de Colombiaanse criminelen: ze lieten de gevangenen vrij en het leger trok zich terug en liet het gebied in handen van de FARC-dissidenten, die daar hun eigen republiek aan het stichten zijn onder de naam Segunda Marquetalia, naar de voormalige communistische boerenenclave.
Al met al is duidelijk dat het moreel bij de cipiers in de gevangenissen, de politiemensen en de militairen in Venezuela ernstig is aangetast. Van een strijdbare houding kan geen sprake zijn, want het heeft geen zin je leven te wagen om criminelen te bestrijden wie de regering zelf de hand heeft gereikt en gesteund. Anderzijds willen de corrupte en rijk geworden leiders een goed leven zonder gedoe, met als gevolg duizenden deserties. Maduro’s oplossing was het opzetten van een nieuw politiekorps onder de naam Fuerza de Acciones Especiales de la Policía Nacional Bolivariana, algemeen bekend als FAES, bedoeld voor speciale acties. Deze politie-‘elite’ houdt het gezicht bedekt, draagt geen legitimatie behalve een doodshoofd op het uniform, en vormt in feite een doodseskader. Volgens de cijfers die de regering overhandigde aan het team van de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, stierven alleen al in 2018 omstreeks 5300 mensen wegens ‘verzet tegen het gezag’. Deze agenten verdienen meer en hebben toestemming om zonder represailles te plunderen en te moorden.
Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op
Hun slachtoffers zijn inwoners van de arme wijken die voorheen het chavismo onvoorwaardelijk steunden. De FAES bestaat in feite uit moordenaars, en dat was de enige oplossing die Maduro kon bedenken om te proberen een halt toe te roepen aan de criminele explosie waarvoor het chavistische beleid verantwoordelijk was. De FAES is er echter niet ter bescherming van de burgers maar van de regering, want de delinquenten ontvoeren graag familieleden van militairen of leden van de chavistische elite. Het uiteindelijke gevolg van Chávez’ politiehervorming is dat de politie en de bendes inmiddels moreel quitte staan. Ze bestaan beide uit gewelddadige, meedogenloze sujetten. Op 20 november 2020, tijdens een interview dat door de officiële televisie werd uitgezonden, gaf de hoofdaanklager van Venezuela, Tarek William Saab, toe dat de politiemensen van de FAES met behulp van delinquenten roofovervallen, autodiefstallen en ontvoeringen plegen. Het bewijst hoe een veiligheidspolitiek gebaseerd op toegeeflijkheid jegens de misdaad niet alleen het moreel van politiemensen aantast, maar hen uiteindelijk zelfs in delinquenten verandert.
Dat de concentratie van rijkdom onveiligheid met zich meebrengt mag vanzelfsprekend lijken, maar het feit dat de onveiligheid toeneemt bij herverdeling van de rijkdom, zoals in Venezuela gebeurde, maakt een einde aan de hardnekkige mythe dat armoede zou samenhangen met onveiligheid. India telt meer armen dan de Verenigde Staten, toch zijn er in de Verenigde Staten meer moorden per inwonersaantal. Armoede genereert niet automatisch onveiligheid; wat wel onveiligheid genereert is moreel verval, een zwakke staat, een cultuur van corruptie en politiek-sociale polarisatie. Een lange periode van politieke instabiliteit, van interne verdeeldheid of de vervorming of verkwanseling van de burgerlijke waarden kunnen een veel negatiever effect op de veiligheid hebben dan ernstige ongelijkheid. Het klassieke, emblematische voorbeeld is Sicilië, waar een direct verband bestaat tussen de geschiedenis van oorlogen, instabiliteit en geweld enerzijds en een afkeer van staatsbemoeienis en de macht van de maffia anderzijds.
Privatisering van geweld
Het is gebruikelijk dat er in het politieke debat zorgen worden geuit over de privatisering van de gezondheid, het water, het onderwijs, et cetera, maar er is maar heel weinig aandacht voor de privatisering van het geweld, dat een monopolie van het landsbestuur hoort te zijn. Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op. Wanneer de misdaad floreert, ontneemt ze de staat drie essentiële monopolies: geweld via gewapende groepen, rechtspraak via executie en belastingheffing via afpersing. De georganiseerde misdaad bereikt haar hoogste ontwikkelingsniveau als ze kan bogen op financiële armslag, gewapende macht, gecoöpteerde of geïnfiltreerde autoriteiten, grondgebied, een sociale basis, globale connecties en een expanderende criminele cultuur. Die criminele cultuur uit zich wanneer er een hoge graad van territoriale controle en maatschappelijke worteling hebben plaatsgevonden; als het eenmaal zover is, geldt de crimineel als een succesvol iemand en wordt zijn relatie met de gemeenschap normaal. De drugsballades, de spreektaal en de lichaamstaal van de Midden-Amerikaanse gangs, de indrukwekkende graven van de drugsbaronnen in Culiacán, de verheerlijking van Pablo Escobar, de bandiet Malverde die een volksheilige werd of de beeldjes van de bendeleden van el Koki die in Caracas worden verkocht zijn voorbeelden van een criminele cultuur.
Territoriale controle geeft misdaad de kans om zich te versterken, te reproduceren en te vermenigvuldigen. Als de staat accepteert dat de criminaliteit een gebied controleert, duldt ze dat de burgers die in zulke gebieden wonen ongestraft worden vermoord en afgeperst, dat de jongens worden geronseld en de meisjes verkracht en dat de criminelen zich de bedrijven van de werkende bevolking toe-eigenen. In zo’n situatie gaat het niet meer over openbare veiligheid ja of nee, maar is de weg ingeslagen naar een failliete rechtsstaat.
Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat
Dat is op dit moment gaande in Haïti, en daarom was de moord op president Jovenel Moïse in feite een aangekondigde dood. Volgens gegevens van de Nationale Commissie voor Ontwapening in Haïti bestaan in dit kleine land minstens 77 gewapende misdadige groeperingen, en het Nationale Net van Mensenrechten heeft het over een ‘vergangstering’ van de politiek. Gabriel Gaspar, de voormalige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in de regering van de ex-president van Chili, Ricardo Lagos, wijst erop dat ‘de gangs in Haïti zwaar bewapend zijn, hun macht tentoonspreiden en hele gebieden controleren, met name in de hoofdstad. De bendes zijn gegroepeerd in een criminele federatie die bekendstaat als de G9, met aan het hoofd Jimmy Barbecue Cherizier, een ex-politieman die populistische taal uitslaat om de “oligarchen” te kritiseren. Alleen al in juni waren deze gangs verantwoordelijk voor tweehonderd ontvoeringen en de moord op dertig politiemannen. Veel armoede, een zwakke rechtsstaat en een politie die verzuimt het grondgebied te controleren hebben geleid tot een sterke criminele macht.’ In die context is het onvermijdelijk dat de criminelen een instrument worden binnen de economische en politieke macht, en dat de economische en politieke macht op haar beurt uiteindelijk verandert in een instrument van de criminelen. Op sommige plaatsen in Latijns-Amerika is de macht van de misdaad al onlosmakelijk met die van de politiek verbonden.
Zulke pacten met delinquenten, formeel of de facto,komen voort uit een zwakke rechtsstaat of uit publieke electorale pressie om het aantal moorden en het geweld terug te dringen. Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat, maar dit gaat ten koste van een nog grotere misdaadexplosie in de toekomst. De staat blijft zwak en de misdaad heeft steeds meer middelen om zich te versterken. Misdaad is geen statisch maar een expansief fenomeen, of het nu gaat om grote kartels of kleinere bendes; de criminaliteit neemt toe als ze niet wordt bestreden. Er zijn geen objectieve redenen om te veronderstellen dat criminelen vrijwillig hun activiteit zullen inperken. Alleen een sterke staat kan hen stoppen.
De naïeve visie van het chavismo op misdaad doet denken aan de fabel over de schorpioen die de kikker om hulp vraagt bij het oversteken van de rivier. De kikker gaat akkoord op voorwaarde dat hij niet wordt geprikt. Midden in de rivier prikt de schorpioen toch, waarop de kikker verbaasd vraagt: ‘Waarom deed je dat? Nu gaan we allebei dood.’ De schorpioen antwoordt: ‘Sorry, het is mijn natuur.’
Joaquín Villalobos is ex-guerrillaleider in El Salvador en adviseur inzake veiligheid en conflictbeheersing. Hij adviseert de Colombiaanse regering bij het vredesproces.
Hoewel al in 2016 de vrede werd getekend, blijft het geweld tussen de guerrillagroepen en het leger in Colombia voortduren. Bij een bombardement op een rebellenkamp kwamen minstens vier minderjarigen om. Het commentaar van de minister van Defensie riep verontwaardiging op.
‘Toen ze dertien was, verliet ze haar ouderlijk huis om zich bij de guerrilla aan te sluiten. Nu, op vijftienjarige leeftijd, ligt Yeimi Sofía Vega in een doodskist, vermoord tijdens een militaire operatie op bevel van haar eigen regering’, opent The New York Times een reportage over een bombardement van de Colombiaanse regering op een rebellenkamp.
Bij de aanval, die op 2 maart plaatsvond, kwamen twaalf mensen om, waaronder ten minste vier minderjarigen. Een van hen was Yeimi Sofía. In het rebellenkamp zou zich een vooraanstaande dissidente FARC-leider schuilhouden die bekend staat onder de schuilnaam Gentil Duarte. Maar het kamp bleek voornamelijk bewoond door jongeren die door de groep waren gerekruteerd.
Een ander bevestigd minderjarig slachtoffer is Danna Lizeth Montilla, zestien jaar. Haar vader, Jhon Albert Montilla, vertelde donderdag aan de plaatselijke krant El Tiempo dat zij bij familie in de afgelegen regio verbleef en mogelijk onder dwang door de rebellen was gerekruteerd.
‘Het komt regelmatig voor’, vertelde Montilla aan de krant. ‘Maar ik had nooit gedacht dat het mijn dochter zou overkomen.’
Kwetsbaarste doelwitten
Bijna vijf jaar nadat Colombia een historisch vredesakkoord tekende met de grootste rebellengroepering, de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), is het binnenlandse conflict nog lang niet voorbij.
‘Afgelegen plekken zoals Puerto Cachicamo [waar Yeimi Sofía vandaan komt] hebben nog steeds niet de scholen, klinieken en banen die de regering in het akkoord beloofde’, schrijft The New York Times. Duizenden dissidente FARC-strijders zijn teruggekeerd naar de strijd, of hebben hun wapens nooit neergelegd, en bevechten rivalen om de controle over drugsroutes en -markten. Massamoorden en gedwongen verhuizingen zijn weer aan de orde van de dag.
‘En jongeren – gevangen tussen een vaak afwezige staat, de agressieve rekrutering van gewapende groepen en de vuurkracht van het leger – zijn opnieuw de kwetsbaarste doelwitten van het conflict’, concludeert het New Yorkse dagblad.
De rekrutering van minderjarigen in Colombia door gewapende groeperingen gaat nog steeds door, ondanks de pandemie, stelt ook de Colombiaanse krant El Tiempo. Dat blijkt uit onderzoek van de Colombiaanse ombudsman. Het grootste deel van de kinderen wordt geronseld door dissidenten van de FARC, die na het vredesakkoord van 2016 hun ‘strijd’ hebben voortgezet.
Rekrutering van kinderen was aan de orde van de dag in de decennialange burgeroorlog in het Colombia. Nu doen de rebellen het opnieuw: ze hangen rond op dorpspleinen, plakken rekruteringsposters op, geven geld aan jongeren, charmeren de meisjes en overtuigen hen vervolgens om zich bij de strijd aan te sluiten, aldus NYT.
‘Oorlogsmachines’
Het doelwit van het bombardement – de groep van Gentil Duarte – wordt door de militaire autoriteiten en Openbaar Ministerie beschuldigd van het ronselen van minderjarigen, alsmede van het plannen en uitvoeren van terroristische acties, drugshandel, illegale mijnbouw en intimidatie van de burgerbevolking. Ze worden bovendien beschuldigd van de ontvoering van en de moord op tweede luitenant Carlos Arturo Becerra vorig jaar, bericht El Tiempo in een ander artikel.
De minister van Defensie, Diego Molano, gaf de rebellen de schuld van de omgekomen minderjarigen en wees erop dat zij degenen waren die kinderen tot doelwit van de regering maakten door hen om te vormen tot ‘oorlogsmachines’, bericht het Colombiaanse dagblad El Espectador.
Deze uitspraak veroorzaakte een hoog oplaaiende discussie in de Colombiaanse samenleving, waarbij sommigen zeiden dat Molano misschien bot uit de hoek kwam maar wel gelijk had, en anderen beweerden dat het juist deze retoriek was – die kinderen uit arme gezinnen karakteriseert als vijanden van de staat, in plaats van slachtoffers van zijn beleid – die jongeren opnieuw in de armen van de guerrilla dreef, vat The New York Times samen.
Een van de critici is Hollman Morris, journalist en politiek activist. Hij verklaarde op Twitter: ‘Ik geloof niet dat de onder dwang gerekruteerde kinderen “oorlogsmachines’ zijn, zij zijn slachtoffers van een onverschillige staat, zij zijn slachtoffers van een regering die heeft beloofd de vrede te verbreken, van een staat die hen, in deze vergeten regio’s, nooit een kans heeft gegeven.’
Ministro @Diego_Molano no creo que niños reclutados a la fuerza sean “máquinas de guerra”, son las víctimas de un estado indolente, son víctimas de un gobierno que prometió hacer trizas la paz, de un estado que nunca, en estas zonas olvidadas, nunca, les ha dado una oportunidad
Ook Montilla, de vader van Danna Lizeth, verklaart tegenover El Tiempo dat de ongevoelige opmerkingen van Molano weinig helpen. ‘Volgens de minister van Defensie zijn kinderen van dertien, veertien en zestien jaar gevormd tot “oorlogsmachines”’, zegt hij. ‘Het is heel triest dat kinderen zo worden genoemd.’
Schandaal
Het was niet de eerste keer dat kinderen werden gedood door een bombardement van de regering, schrijft The Guardian. Nadat bij een bomaanslag in augustus 2019 acht kinderen waren omgekomen, nam de toenmalige minister van Defensie, Guillermo Botero, ontslag. Niet alleen werden de doden gezien als zijn verantwoordelijkheid, ook werd hij ervan beschuldigd dat hij had geprobeerd de identiteit en de leeftijd van de omgekomen personen te verdoezelen.
Het schandaal was een zware beproeving voor de pas geïnstalleerde president Iván Duque, een conservatief wiens partij fel gekant was tegen het vredesakkoord, schrijft The New York Times.
Critici zeggen dat zijn strategie na het akkoord te veel gericht is op het uitschakelen van grote criminele leiders, en te weinig op het uitvoeren van sociale programma’s die de onderliggende oorzaken van de oorlog zouden moeten aanpakken.
Zijn aanhangers hebben aangedrongen op geduld. ‘We kunnen 56 jaar oorlog niet ongedaan maken in slechts twee jaar’, aldus Miguel Ceballos, de hoge commissaris voor vrede onder Duque tegenover NYT.
Maar de meest recente bomaanslag deed opnieuw kritische vragen rijzen over de verantwoordingsplicht in een land dat nog steeds worstelt met de gruweldaden die door alle partijen zijn begaan tijdens een bittere oorlog, die meer dan 260.000 mensen het leven heeft gekost en meer dan 7 miljoen mensen dwong hun huizen te ontvluchten. Wisten de autoriteiten dat er minderjarigen in het kamp waren? Was de aanval willens en wetens uitgevoerd?
Legale aanval
Het is onduidelijk of de bomaanslag van maart legaal was, zegt René Provost, professor in internationaal recht aan de McGill Universiteit, tegen NYT.
Volgens het internationaal recht kunnen kinderen die zich aansluiten bij een gewapende groep strijders worden, en dus legaal worden aangevallen door regeringen.
Maar het recht vereist ook dat staatsactoren onderzoeken of er minderjarigen aanwezig zijn bij een bepaald doelwit, en zo ja, alternatieve strategieën zoeken die de kinderen kunnen sparen, dan wel nagaan of de waarde van het doelwit groot genoeg is om de dood van minderjarigen te rechtvaardigen.
De minister weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren
In het meest extreme geval, als een regering er niet in slaagt de verantwoordelijken te onderzoeken en te straffen, kan een dergelijke zaak door het Internationaal Strafhof in behandeling worden genomen.
In een interview met El Espactador verklaart minister Molano dat de aanval binnen de grenzen van het internationaal recht past.
Hij weigerde herhaaldelijk te zeggen of het leger wist of er minderjarigen in het kamp aanwezig waren, eraan toevoegend dat het over het algemeen ‘zeer moeilijk’ is om de leeftijd te bepalen van mensen die aanwezig zijn bij een militair doelwit.
Maar hij heeft ook verklaard dat de aanwezigheid van kinderen een dergelijke operatie niet noodzakelijkerwijs zou tegenhouden.
‘Waar criminelen als Gentil Duarte rekening mee moeten houden, is dat ze niet kunnen doorgaan met het rekruteren van jongeren en hopen dat dit het gebruik van het legitieme geweld van de staat zal beperken’, zegt hij tegen El Espectador. ‘Kinderen moeten worden beschermd wanneer dat gepast is, maar soms moet er ook geweld worden gebruikt.’
Afwezigheid van de staat
The New York Times ging langs bij de woonplaats van Yeimi Sofía, Puerto Cachicamo. Het dorp ligt aan de rivier de Guayabero, op het kruispunt van het Andesgebergte, het Amazonegebied en de uitgestrekte vlaktes van het land. ‘Een van de karakteristieke kenmerken is de bijna totale afwezigheid van de staat’, schrijft de krant.
‘Er zijn geen kinderen die naar school gaan omdat er geen leraren zijn. Er is niet eens een dokter. Als er iemand ziek is is, moet je naar San José del Guaviare [veertig kilometer verderop]’, verklaart Luz Amparo, de moeder van Yeimi Sofía in een interview met El Espectador.
Veel inwoners zijn melkveehouders; sommige verbouwen of plukken coca, een van de weinige winstgevende gewassen in de afgelegen regio. ‘Wij zijn het voetvolk van de drugshandel’, zegt een boer tegen NYT.
‘Vóór het vredesakkoord had de FARC greep op deze regio en bestrafte kleine criminelen, hief belastingen en organiseerde werkploegen, dit alles onder de dreiging van geweld. Ze rekruteerden ook vaak jongeren. In 2016, toen de FARC het vredesakkoord ondertekende en demobiliseerde, vertrokken haar strijders in een vloot van boten op de Guayabero-rivier.
‘Geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’
Maar drie maanden na het akkoord kwamen de FARC-dissidenten alweer terug, en werden dorpen volgehangen met rekruteringsposters. De beloofde steun van de regering bleef uit, zelfs de politie bleef weg, en ronselaars haalden gedesillusioneerde jongeren binnen met de keur aan mogelijkheden die zij beweren te bieden: toegang tot vuurwapens, computers én een missie.
‘Guaviare is een van die plattelandsgebieden in Colombia waar het enige wat men van de staat kent de geur van buskruit is; waar de inwoners zijn uitgesloten van de minimumrechten die een burger in een democratisch land ambieert: geen wegen, geen scholen, geen gezondheidscentra en geen kansen’, schrijft advocaat Gabriel Bustamante Peña in El Espectador.
‘Wat in het gebied wel welig tiert is illegaliteit en geweld; geweld dat hen dagelijks het zaad ontneemt waaruit vrede en gerechtigheid zou kunnen ontkiemen, zaad dat voor altijd de glimlach van onschuld verloor en in plaats daarvan het masker draagt van terreur, ontgoocheling en vergetelheid, zaad dat eens kinderen vormde en nu is veranderd in oorlogsmachines.’
De Russische president heeft maandag (5 april) een wet ondertekend die hem toestaat zich kandidaat te stellen voor twee nieuwe presidentiële termijnen en hem levenslange immuniteit garandeert. De wet werd in 2020 middels een referendum goedgekeurd en in maart definitief door het parlement aangenomen.
Poetin, die sinds 2000 in Rusland aan de macht is, had in theorie aan het einde van zijn huidige ambtstermijn in 2024 moeten aftreden, aangezien de Russische wet niet toestaat dat een president meer dan twee opeenvolgende ambtstermijnen dient. Maar volgens de nieuwe wet is ‘deze beperking niet van toepassing op degenen die de functie van staatshoofd bekleedden vóór de inwerkingtreding van de grondwetswijzigingen’. Vladimir Poetin en voormalig president Dmitri Medvedev kunnen dus nog twee keer aan de verkiezingen meedoen, concludeert de onafhankelijke Russische site Meduza.
Record sinds Stalin
‘Als hij steeds wordt gekozen, zal hij tot 2036 president kunnen blijven en daarmee het record van het langdurige ambtstermijn van Joseph Stalin verbreken’, merkt Moscow Timesop. Het kamp van Poetins gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny reageerde door een video uit begin 2000 te verspreiden waarin Poetin verklaart ertegen te zijn dat een president langer dan twee termijnen aan de macht kan blijven.
‘Volgens sommige analisten betekent deze wet niet noodzakelijk dat Poetin president wil blijven’, merkt de Russische correspondent van The Guardian op. Het is ook mogelijk dat hij ‘gewoon probeert te voorkomen dat hij vertrekkend president zal worden’.
‘Sommigen geloven dat hij een manier heeft gevonden om zijn macht over te dragen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat hij en zijn gezin veilig blijven als hij met pensioen gaat’, aldus The Guardian, aangezien de nieuwe wet Poetin en Medvedev aldus eveneens ‘levenslange immuniteit tegen mogelijke gerechtelijke procedures’ verschaft.
Nieuwe humanitaire crisis tussen Venezuela en Colombia
Terwijl het Venezolaanse leger een offensief op zijn grondgebied is begonnen tegen dissidenten van de voormalige Colombiaanse guerrillagroep FARC, zoeken al bijna vijfduizend mensen hun toevlucht aan Colombiaanse zijde van de grens, onder andere vanwege vermeend geweld van het Venezolaanse leger tegen burgers. Het aantal vluchtelingen zou volgens verschillende bronnen ook een stuk hoger kunnen liggen.
Volgens dagblad El Espectador uit Bogota ‘verzekerde de directeur van Migración Colombia, Juan Francisco Espinosa, die het gebied aan de grens bezocht, dat het niet de bedoeling was dat deze Venezolaanse emigranten in Colombia zouden blijven, en dat de algemene wens was dat ze zo snel mogelijk naar huis terug kunnen keren, zodra de veiligheid is gegarandeerd’.
Met andere woorden, ze moeten worden onderscheiden van de honderdduizenden Venezolaanse immigranten die de ernstige economische en politieke crisis in hun land zijn ontvlucht en aan wie Bogota in maart een verblijfsvergunning voor tien jaar heeft verleend.
Ongeveer tien dagen geleden lanceerde het Venezolaanse leger (FANB) een offensief in de staat Apure, met name in het gebied nabij de grens waar dissidenten van de FARC, de revolutionaire strijdkrachten van Colombia, hun toevlucht zoeken. Na een eindeloos conflict tekende FARC een vredesakkoord met de Colombiaanse regering, maar een deel van de groep weigerde en zette hun ‘strijd’ voort.
Caracas noemt de beschuldigingen ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’
Getuigenissen van geweld door de FANB tegen burgers stapelen zich ondertussen op. Zo schrijft dagblad El Tiempo: ‘De vluchtelingen die zich in Arauquita bevinden – en moesten vluchten met niets anders dan wat ze bij zich hadden, verdreven door de bombardementen en geweerschoten van soldaten uit hun eigen land – geven aan dat de FANB-soldaten moorden, huizen in brand steken, woningen en bedrijven plunderen en de bevolking bedreigen.’
El Tiempo noemt het geval van een echtpaar en hun twintigjarige zoon die ‘uit hun huis in La Victoria [zouden] zijn meegenomen en vervolgens dood teruggevonden in een kazerne, gekleed in camouflage-uniformen en zelfs voorzien van wapens.’ Het was duidelijk dat ze moesten doorgaan voor leden van de FARC.
Caracas noemt deze beschuldigingen echter ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’. Het Venezolaanse dagblad Diario 2001 meldde bijvoorbeeld dat vluchtelingen alweer terugkeren naar huis omdat de situatie veilig is en Freddy Ñáñez, minister van Communicatie en Informatie, twitterde: ‘De inwoners van La Victoria [tegenover Arauquita], in de staat Apure, keren geleidelijk naar huis terug. Kalmte en rust zijn wedergekeerd.’
Verschillende ngo’s spreken deze informatie echter tegen en beweren juist dat de vluchtelingenstroom blijft toenemen.
Geen diplomatieke betrekkingen meer
De situatie is des te complexer omdat de twee landen, die samen meer dan 2200 kilometer grens delen, geen diplomatieke betrekkingen meer hebben sinds februari 2019, toen Venezuela Colombiaanse diplomaten het land uit zette. Bogota weigerde na een zeer controversiële verkiezing Nicolás Maduro te erkennen als legitieme president van Venezuela en steunde daarentegen zijn tegenstander Juan Guaidó.
El Espectador publiceert een verklaring van de procureur-generaal die de Colombiaanse regering oproept een beroep te doen op de internationale gemeenschap, zodat die kan garanderen dat ‘in het buurland de regels van het internationaal humanitair recht worden gerespecteerd, met name dat de grondrechten van de burgerbevolking voorrang hebben op ieder conflict’.
Peperdure sneakers die niet bestaan
Het kostte slechts zeven minuten om de limited-editionsneakers van designmerk RTFKT Studio’s, in samenwerking met de jonge ontwerper Fewocious, uit te verkopen.
‘In totaal zijn er 621 paar verkocht, voor een nettowinst van 3,1 miljoen dollar [2,6 miljoen euro]’, meldt TheWall Street Journal. ‘Maar nog bijzonderder is dat niemand de schoenen van RTFKT kan dragen. Ze kunnen zelfs niet worden aangeraakt. Voorlopig althans.’
Het ontwerp (kleurrijk, cartoonachtig) wordt namelijk op de markt gebracht in de vorm van NFT (non-fungible token), een blockchaintechnologie waarmee digitale limited editions kunnen worden vervaardigd.
Gezien de waanzin rondom NFT en de bedragen die erin omgaan, ligt het in de lijn der verwachtingen dat ‘grote namen als Gucci, Yves Saint Laurent en Prada zich in de strijd zullen werpen’, aldus het zakenblad. Mode-experts verwachten dat de techniek eveneens zal worden toegepast op andere, al even verrassende gebieden, of het nu gaat om Instagram-foto’s van modellen die een outfit passen, videoclips van catwalks of de NBA Top Shots-stijl.
Van de tokenized sneakers zou in april een fysieke versie het daglicht moeten zien. Maar, zo schrijft WSJ, volgens ‘Pagotto [zijn] echte schoenen voor zijn klanten uiteindelijk een stuk minder spannend (…) dan hun digitale tegenhanger’.
Het Cubaanse regime wil toeristen trekken met vaccins
Cuba wil graag weer buitenlandse bezoekers lokken, die de belangrijkste inkomstenbron van het eiland vormen. ‘Strand, Caribische zee, mojito’s en vaccins, alles op één plek’, zegt een recente reclamespot. ‘Wat denk je ervan? Kom je naar Cuba om een vaccin te halen?’
De campagne wordt uitgezonden door Telesur, een in 2005 opgerichte zender in het Venezuela van Hugo Chávez.
De onafhankelijke website 14ymedio beschrijft de reclame als volgt: ‘In de video wordt Cuba gepresenteerd als een medische grootmacht, het enige ontwikkelingsland dat eigen vaccins op mensen aan het testen is (het heeft er “vier in een vergevorderd stadium”), en wordt verzekerd dat het land 100 miljoen doses zal produceren, met het “doel om alle Cubanen in 2021 te vaccineren”.’
Die laatste woorden zijn van Vicente Vérez, directeur van het vaccininstituut Finlay (IFV). De genoemde ‘100 miljoen doses’ zijn meer dan genoeg voor een bevolking van elf miljoen mensen, aldus Vérez. Daarom heeft Cuba ‘reeds een aantal aangeboden aan Vietnam, Iran, Venezuela en India’. Vérez verwacht in maart te kunnen beginnen met vaccineren.
Hierna komt nog fase III, die veel complexer is en waarvoor veel meer proefpersonen nodig zijn dan voor fase II
Het duurde echter tot 18 januari voordat ‘Cuba begon met fase II van de klinische proeven met het kandidaat-vaccin Soberana02’, aldus Granma, het dagblad van de Communistische Partij. En die is nog steeds niet afgerond. Daarna komt nog fase III, die veel complexer is en waarvoor veel meer proefpersonen nodig zijn dan voor fase II, enkele tienduizenden.
Onafhankelijke nieuwssites lieten zich al snel ironisch uit over de Telesur-video: ‘Castro adverteert zijn vaccin als toeristische attractie’, kopte ADN Cuba op woensdag 27 januari.
Volgens de laatste cijfers telt Cuba slechts 204 doden op een bevolking van iets meer dan 11 miljoen.
Cubaanse minister deelt klappen uit aan demonstranten
Eerder schreef 360 al over de kunstenaarsprotesten op Cuba:
Deze protesten voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijlating van verschillende Cubaanse kunstenaars begonnen in november en zijn nog steeds gaande op het Caribische eiland.
ADN Cuba bericht dat toen woensdag zo’n dertig kunstenaars naar het ministerie van Cultuur gingen om de vrijlating van hun collega’s te eisen, er klappen tegen demonstranten zijn uitgedeeld, door opmerkelijk genoeg zowel minister Alpidio Alonso als zijn viceministers.
Een van de vastgehouden kunstenaars was Tania Bruguera, die in 2018 de Prins Claus Prijs ontving, meldt 14ymedio. Zij is inmiddels vrijgelaten.
Doorbraak in Colombiaans vredesproces
Het vredestribunaal, opgericht na het in 2016 ondertekende vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de FARC, heeft acht voormalige leiders van de guerrillabeweging beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid, vanwege de ontvoering van meer dan 21.000 mensen tijdens het gewapende conflict.
‘Een ongekende stap in de vier jaar sinds de ondertekening van het vredesakkoord’, noemt El Paísde uitspraak.
De oud-strijders krijgen echter geen gevangenisstraf opgelegd, aangezien dit tribunaal alleen alternatieve straffen uitdeelt in ruil voor het blootleggen van de waarheid, aldus het Spaanse dagblad.
Geen sla en wortelen planten
De reacties op de uitspraak zijn gemengd, meldt het Colombiaanse weekblad Semana. Jaime Felipe Lozado, Colombiaans kamerlid dat ontvoerd werd toen hij zeventien jaar was, zegt tegen het weekblad: ‘Wij hopen dat het geen sla en wortelen planten wordt, maar dat er een passende straf zal volgen.’
Maar zowel advocaat Clara Rojas, die bijna zes jaar lang door de FARC was ontvoerd (samen met toenmalig presidentskandidaat Ingrid Betancourt), als voormalig generaal Luis Mendieta, die meer dan tien jaar gegijzeld werd gehouden, zijn volgens Semana blij dat er in het vredesproces eindelijk een uitspraak ligt die past bij de ernstige misdaden die zijn gepleegd.
Novavax bijna 90 procent effectief
Het Amerikaanse biotechbedrijf Novavax maakte donderdag bekend dat zijn covid-19-vaccin voor 89,3 procent effectief was, meldt CNBC. Volgens de door het bedrijf uitgevoerde proeven zou het vaccin – in twee doses – bijna even doeltreffend zijn bij de Britse variant (85,6 procent). Maar het is veel minder effectief tegen de Zuid-Afrikaanse variant, met een werkzaamheid van minder dan 50 procent.
Novavax kondigde aan dat het onmiddellijk zou beginnen met de ontwikkeling van een nieuwe samenstelling gericht op deze variant. De medische autoriteiten moeten de resultaten nu bestuderen om het vaccin al dan niet goed te keuren.
Nieuwe varianten, zoals de Zuid-Afrikaanse, kunnen problemen opleveren bij de werking van de vaccins, bericht The New York Times. Experts vertellen het dagblad dat bestaande vaccins weliswaar ernstige gevallen van covid-19 zullen voorkomen, maar dat nieuwe varianten gevaccineerden alsnog kunnen besmetten met een milde of asymptomatische vorm van covid.
Koers GameStop-aandelen zakt in
Gisteren berichtte 360 al over de ongekende stijging van de beurswaarde van winkelketen GameStop.
Nadat gistermiddag het kopen van GameStop-aandelen geblokkeerd werd op de populaire beursapp Robinhood, zakte de aandelenkoers van de videogamewinkel weer in, meldt The Guardian. Dit leidde tot beschuldigingen dat de hedgefondsen invloed hadden uitgeoefend op Robinhood en andere handelsplatformen om de koersstijging te stoppen.
De fall-out veroorzaakte zelfs onwaarschijnlijke overeenstemming tussen tegengestelde uitersten van het Amerikaanse politieke spectrum, met Republikein Ted Cruz en Democraat Alexandria Ocasio-Cortez die beide opriepen tot een hoorzitting over het besluit om de handel in GameStop-aandelen te stoppen, aldus The Guardian.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.