Tag: Fidel Castro

  • Jongere zus Fidel en Raúl Castro overleden

    Jongere zus Fidel en Raúl Castro overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen doden bij Israëlische luchtaanvallen op scholen in Gaza

    » Witte Huis: hulp aan Oekraïne dreigt dit jaar op te raken

    Juanita Castro gold als criticus van de Castro-dynastie

    Juanita Castro, de jongere zus van Fidel en Raúl Castro, is maandag overleden in Miami. Dat meldt El Mundo. Castro vocht tientallen jaren in ballingschap tegen het bewind van haar broers. Ze werd negentig jaar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Juanita Castro ontvluchtte Cuba in 1964 nadat ze had gebroken met haar broers Fidel en Raúl tijdens de Cubaanse Revolutie van 1959. Ze ging in ballingschap in Miami, waar ze zich ontpopte tot groot criticus van haar broers en zelfs samenwerkte met de CIA, onder de codenaam Donna, in haar pogingen om de Cubaanse regering omver te werpen.

    ‘Ongetwijfeld heb ik meer geleden dan de rest van de ballingen, want er zijn maar weinig mensen die de paradox van mijn leven begrijpen’, zei Castro eens. ‘Voor de mensen in Cuba ben ik een deserteur omdat ik wegging en het regime aan de kaak stelde. Voor velen in Miami ben ik “persona non grata” omdat ik de zus ben van Fidel en Raúl.’

    Lees ook:

  • ‘In dit land wonen geen homo’s.’ Poetins haatzaaierij is een echo uit het verleden

    ‘In dit land wonen geen homo’s.’ Poetins haatzaaierij is een echo uit het verleden

    Volgens de propaganda van Moskou is een van de doelen van de Russische invasie van Oekraïne de strijd tegen de ‘vrije seksuele moraal’ en ‘zedenverwildering in het Westen’, waarbij homoseksualiteit vaak gelijk wordt gesteld aan pedofilie. Hoe onzinnig die retoriek ook klinkt, er is niets nieuws aan.

    Keuze uit het archief

    Deze maand onthulden de Russische autoriteiten in een metrostation in Moskou een nieuw standbeeld van Jozef Stalin. Blijkbaar wordt de vroegere Sovjetdictator door het Kremlin nog altijd vereerd en als een voorbeeld gezien.
    Met name wat betreft de behandeling van seksuele minderheden neemt Poetin duidelijk een voorbeeld aan Stalin, zo blijkt uit dit artikel uit 2022 van de onafhankelijke Russische nieuwssite Meduza. Wat het regime van Stalin en dat van Poetin gemeen hebben, is dat seksuele minderheden en mensen die afwijken van het traditionele mensbeeld worden weggezet als ‘staatsgevaarlijk’ en ‘idioten’. Dit stuk legt uit welke gedachtegang hierachter zit.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    ‘Willen we echt dat kinderen in Rusland een ouder nummer 1 en een ouder nummer 2 hebben? Zijn we gek geworden? Willen we echt dat het er bij onze kinderen in wordt gestampt dat er meer genders dan geslachten zijn? Willen we echt dat onze scholen hun hoofden vol stoppen met perversies die tot verloedering en uitsterving leiden?’ Zomaar een van de vele uitweidingen in de toespraak die Vladimir Poetin vorige maand gaf bij het ondertekenen van de verdragen over de annexatie van vier gedeeltelijk door Rusland bezette gebieden in Oekraïne.

    De uitlatingen van de Russische president over lhbt’ers zijn de afgelopen jaren steeds feller en vijandiger geworden. Na de invoering van het verbod op de verspreiding van ‘homopropaganda’ onder minderjarigen in 2014, een verbod dat door mensenrechtenactivisten als discriminatie werd betiteld, wuifde Poetin die kritiek weg met het argument dat ‘niet-traditionele relaties’ in Rusland nog steeds wettelijk waren toegestaan. Anderzijds werden in diezelfde toespraak ‘homoseksualiteit’ en ‘pedofilie’ door Poetin in één adem genoemd, waarmee hij ze praktisch aan elkaar gelijkstelde of in ieder geval een verband tussen de twee suggereerde. En in 2013 had hij ook al gezegd dat het belang van ‘morele principes en de traditionele identiteit door Euro-Atlantische landen wordt ontkend. In hun beleid worden kroostrijke gezinnen evenwaardig gemaakt aan partnerschappen tussen mensen van hetzelfde geslacht, en geloof in God gelijkwaardig aan geloof in Satan.’

    Niet alleen stelt Poetin lhbt’ers in een kwaad daglicht, hij verspreidt ook valse verhalen over hoe er in westerse landen ‘serieus wordt gepraat over het toelaten van politieke partijen die pedofilie voorstaan’. Hij doelde daarmee waarschijnlijk op een partij die in 2006 in Nederland werd opgericht, die slechts drie leden telde en zoveel publieke verontwaardiging wekte dat ze in 2010 weer werd ontbonden.

    ‘Existentiële bedreiging voor land en volk’

    Maar hield Poetin voorheen in ieder geval nog de schijn op dat lhbt’ers in Rusland dezelfde rechten hebben als iedereen (afgezien van de wet op ‘homopropaganda’), inmiddels spreekt hij erover alsof het een macht is die bestreden moet worden. En in zijn annexatietoespraak zei hij in feite dat een van de doelen van de invasie in Oekraïne is om te voorkomen dat enige vorm van niet door de Russische staat goedgekeurde seksualiteit genormaliseerd wordt.

    De gedachte dat er meer dan twee genders bestaan is voor Poetin en zijn propagandisten inmiddels uitgegroeid van een ‘perversie’ tot een ‘existentiële bedreiging voor land en volk’. In het discours van de Russische staat is homoseksualiteit in rap tempo net zo’n wezenskenmerk van Ruslands vijanden geworden als hun vermeende ‘omarming van nazistische of fascistische ideeën’. Op 1 oktober beweerde de Russische filmacteur en parlementariër Dmitri Pevtsov bijvoorbeeld dat het Russische leger strijdt voor ‘gezinnen die bestaan uit moeder, vader en kinderen – niet uit een kerel, en nog een kerel, en nog een wie weet wat.’ En in mei zei hij in een Russische talkshow dat ‘militante flikkers de belangrijkste verdedigers van de Oekraïense waarden’ waren geworden.

    De Russische retoriek over gender en seksualiteit vertoont opvallende gelijkenissen met die van tal van andere totalitaire, autoritaire en dictatoriale regimes. Om te begrijpen hoe belangrijk deze vorm van discriminatie is voor het behoud van de macht van dictators, zijn wij de geschiedenis in gedoken.

    De meeste fascistische regimes vonden travestieten en transgenders net zo ‘abnormaal’ als bijvoorbeeld homoseks

    De gedachte dat de verbintenis tussen één man en één vrouw de enige door de overheid toegestane liefdesrelatie moet zijn, behoort tot de grondslagen van de meeste fascistische regimes. Beide partners in zo’n relatie moeten hun gender dan bovendien ervaren op een wijze die overeenkomt met hun biologische geslachtskenmerken: de meeste fascistische regimes vonden travestieten en transgenders net zo ‘abnormaal’ als bijvoorbeeld seks tussen twee mannen. Het is geen toeval dat de nationale Franse leus ‘liberté, egalité, fraternité’ (vrijheid, gelijkheid, broederschap) door Vichy-Frankrijk werd veranderd in ‘travail, famille, patrie’ (werk, familie, vaderland).

    Nazi-Duitsland

    In nazi-Duitsland werden lhbt’ers tot een bedreiging voor het heil van staat en volk bestempeld en massaal vervolgd. Homoseksuelen waren voor de nazipropagandisten het tegendeel van alles wat vaderlandslievende ariërs moesten belichamen: ascese, mannelijkheid en het afzweren van persoonlijke geneugten om zich volledig in te zetten voor het vaderland en de Führer. Seksuele ‘ontaarding’ werd onder Hitler gezien als een overblijfsel van de decadentie en het hedonisme van de Weimarrepubliek. De nazi’s wilden af van alles wat aan die vorige staat herinnerde en het verbod op seksueel contact tussen mannen werd daarom aangescherpt. Zodra de NSDAP in 1933 aan de macht kwam, was er zelfs geen fysiek bewijs meer nodig om homoseksuelen veroordeeld te krijgen: men kon volstaan met een getuigenverklaring van een ‘gezagsgetrouwe burger’ die meende dat iemand te veel naar een andere man keek.

    Zoals in veel dictaturen berustte het door de nazi’s uitgedragen beeld van lhbt’ers op twee tegenstrijdige gedachtes. De eerste was dat lhbt’ers zielige, zwakke, zieke mensen waren die niet in de samenleving thuishoorden. De tweede was dat homoseksualiteit zich als een dodelijk virus kon verspreiden en de Duitse maatschappij van binnenuit kon ondermijnen als daar geen maatregelen tegen werden genomen. Enerzijds werden lhbt’ers dus afgeschilderd als verachtelijke onmensen, en anderzijds als een staatsvijand van het gevaarlijkste en meest verraderlijke soort. Hoe een groep die zo zwak was tegelijk zo machtig kon zijn, kon de propaganda niet goed verklaren.

    In de ogen van Hitler en Himmler waren homoseksuelen heerszuchtig

    ‘In de nazipropaganda werden homoseksuelen doorgaans afgeschilderd als weke, laffe, kruiperige en onbetrouwbare figuren,’ schrijft de Nederlandse historicus Harry Oosterhuis, maar ‘in de ogen van Hitler en Himmler leken zij niettemin heerszuchtig te zijn en behept met specifieke instincten en vaardigheden waarover “normale” mannen niet beschikten. Ze waren heel goed in staat om zich in het verborgene te organiseren en zo een greep naar de macht te doen.’

    In de twaalf jaar dat het Derde Rijk bestond, zijn er volgens historici naar schatting zo’n honderdduizend mannen opgepakt vanwege vermeende ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’. Van de 53.400 veroordeelde mannen zijn er tussen de vijf- en vijftienduizend naar een concentratiekamp gestuurd. De rest kreeg een gevangenisstraf of moest een ‘behandeling’ ondergaan. De Duitse homovervolging werd met de jaren heviger: van januari 1933 tot juni 1935 werden zo’n vierduizend mannen aangeklaagd wegens ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’, maar van juni 1935 tot juni 1938 steeg dat aantal tot minstens veertigduizend.

    Sovjet-Unie

    In 1934 schreef de openlijk homoseksuele Schotse journalist en communist Harry Whyte een open brief aan Jozef Stalin. Hij wilde de Sovjetleider uitleggen waarom hij vond dat ‘een homoseksueel het partijlidmaatschap waard kan zijn’. Whyte woonde toen al enkele jaren in de Sovjet-Unie, waar hij werkte voor het Engelstalige propagandablad de Moscow Daily News. Ondersteund met citaten uit de brieven van Marx en Engels en toespraken van Stalin zelf leverde hij kritiek op de behandeling van homoseksuele mannen onder zowel het kapitalisme als het fascisme. Toen hij psychiaters in de Sovjet-Unie had gevraagd om hem te ‘genezen’, schreef hij, hadden ze erkend dat zoiets misschien niet mogelijk was. En hij vergeleek de strijd voor homorechten met de emancipatiestrijd van vrouwen.

    Whyte dacht dat Stalin wel open zou staan voor zijn argumenten en toleranter was voor homoseksuelen dan de Britse autoriteiten. Maar de reactie van de dictator was bits en bondig: ‘Een idioot en een perverseling.’ Niet lang daarna vertrok Harry Whyte uit de Sovjet-Unie en werd hij uit de partij gegooid – maar niet voordat Maxim Gorki eerst nog een antwoord op zijn brief gepubliceerd had in de Pravda. ‘In een land waar het proletariaat moedig en met succes regeert,’ schreef Gorki, ‘wordt homoseksualiteit, die de jeugd bederft, als maatschappelijke wandaad gezien en bestraft.’

    Hoewel universele gelijkheid aanvankelijk een van de belangrijkste officiële idealen van communistische en socialistische regimes was, belandden lhbt’ers in de Sovjet-Unie in dezelfde situatie als in fascistische dictaturen. Na de betrekkelijke vrijheid van de jaren twintig werden in het decennium daarna wetten ingevoerd die nog reactionairder en repressiever waren dan onder de tsaar. De Sovjetleiders bezagen lhbt’ers met dezelfde mengeling van minachting en vrees als de nazi’s. Homoseksuelen werden in officiële overheidsuitingen afgeschilderd als onbetrouwbare figuren geneigd tot bedrog en verraad.

    In de Sovjet-Unie werden aantijgingen van sodomie vaak gebruikt als voorwendsel voor politieke zuiveringen

    In het jaar voordat Whyte zijn brief schreef, was ‘sodomie’ door het Centraal Comité gecriminaliseerd: vrijwillige seks tussen twee mannen werd bestraft met een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Maar anders dan in fascistische landen, waar de vervolging van lhbt’ers vooral een kwestie was van het gewone volk, werden aantijgingen van sodomie in de Sovjet-Unie vaak gebruikt als voorwendsel voor politieke zuiveringen. De beschuldiging van sodomie stond onder Stalin in feite gelijk aan de beschuldiging van verraad. In de daaropvolgende zestig jaar werden zo’n zestigduizend Russen wegens sodomie veroordeeld. En na zo’n veroordeling was het vaak onmogelijk om nog aan werk te komen of je in te schrijven aan een universiteit.

    Cuba

    Een andere communistische staat waar lhbt’ers zwaar werden onderdrukt was het Cuba van Fidel Castro. Nadat hij in 1959 aan de macht kwam, werden lhbt’ers daar jarenlang in arbeidskampen gestopt en gedwongen hun ‘criminele voorkeuren’ publiekelijk af te zweren. Mannen die zich in de ogen van de politie te ‘vrouwelijk’ gedroegen of gekleed gingen ‘als een hippie’ konden worden opgepakt. Homoseksuelen werden soms in prikkeldraad gewikkeld of tot de nek ingegraven en uitgehongerd om ze tot een bekentenis te dwingen. Castro normaliseerde de homohaat onder het volk en moedigde die zelfs aan. Net als de huidige Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov beweerde de Cubaanse dictator: ‘Er zijn geen homoseksuelen in dit land.’

    Nina Chroesjtsjova, docent internationale betrekkingen aan The New School in New York en kleindochter van de vroegere Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov, schrijft de neiging om lhbt’ers te vervolgen toe aan de behoefte van autocratische leiders om hun eigen kracht te benadrukken. Ze meent dat het beeld van een man als belichaming van mannelijke kracht in het hoofd van autocraten gelieerd is aan het idee van de ‘natuurlijke orde’, en de aantasting daarvan vormt een directe bedreiging voor hun eigen macht. Mensen met een andere geaardheid wekken bij dictators en hun aanhangers niet alleen weerzin en verwarring, maar ook angst, omdat ze een ‘alternatieve’ orde vertegenwoordigen.

    ‘Autoritaire staten zijn wezenlijk zwak en dictators zijn wezenlijk onzeker’

    Het homofobe discours van totalitaire regimes stoelt meestal op de gedachte dat de normalisatie van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht of met een non-binaire genderidentiteit zal leiden tot een ‘nieuwe’ wereld waarin geen ruimte meer is voor ‘normale’ mensen. Ook al zijn lhbt’ers onder fascistische en communistische regimes steevast het slachtoffer van vervolging, dictators dragen graag de gedachte uit dat deze groep juist een bedreiging vormt voor anderen. Zoals Chroesjtsjova in 2021 in een column schreef:

    ‘Het kan geen verrassing zijn dat deze leiders hun positie schragen met een beroep op “hegemonische mannelijkheid” – de gedachte dat mannen sterk, stoer en dominant moeten zijn. Autoritaire staten zijn wezenlijk zwak en dictators zijn wezenlijk onzeker. Daarom doen ze dus voortdurend hun best wel een beeld van kracht uit te stralen.

    Maar in de snel veranderende wereld van tegenwoordig voelen ook gewone mensen zich onzeker, met name mensen die denken dat hun traditioneel ‘dominante’ positie ondermijnd wordt. Daarom zoeken ze graag hun heil bij een sterke man die ze een terugkeer belooft naar de orde en voorspelbaarheid van de starre maatschappelijke indelingen uit het verleden. Met andere woorden, mensen zijn bang voor verandering en denken dat ze macho leiders en patriarchale regels nodig hebben om zich daartegen te beschermen.’

    Buitenaardse wezens

    Een autoritaire leider die lhbt’ers als zondebok wil gebruiken, moet allereerst de bevolking overtuigen van het gevaar dat seksuele minderheden vormen. Daarom beweren autoritaire leiders vaak dat er een verband bestaat tussen de door hen veroordeelde seksuele voorkeur of genderidentiteit en een of ander verzonnen negatief kenmerk. Dan beweren ze bijvoorbeeld dat lhbt’ers geen vaderlandsliefde kunnen opbrengen en niet in staat zijn in de maatschappij te leven zonder hun ‘afwijkende’ voorkeuren aan ‘normale’ mensen op te dringen.

    Om homofobe sentimenten onder het volk aan te wakkeren proberen propagandisten de heteroseksuele en cisgender meerderheid ervan te overtuigen dat lhbt’ers in hun wereldbeeld en geestelijke opmaak veel weg hebben van buitenaardse wezens. Het is voor mensen namelijk veel makkelijker om een hekel te krijgen aan aliens dan aan mensen die in alles aan henzelf gelijk zijn behalve in hun seksualiteit.

    Leiders van autoritaire en totalitaire regimes beweren vaak dat lhbt’ers een demografisch gevaar zijn en schilderen homoseksualiteit en niet-binaire genderidentiteiten af als virussen die van mens op mens kunnen worden overgedragen. Staatspropaganda probeert mensen van oudsher de vrees aan te praten dat de ‘verspreiding’ van homoseksualiteit zal leiden tot dalende geboortecijfers en uiteindelijk uitsterving. Maar dat is een hersenschim: in geen enkel democratisch land waar het homohuwelijk ingevoerd en maatschappelijk geaccepteerd is, is ook maar in de verste verte ooit zoiets geconstateerd.

    Robert Mugabe

    Een van de bekendste homofobe regeringsleiders ter wereld was Robert Mugabe, die van 1987 tot 2017 premier was van Zimbabwe. Ter rechtvaardiging van zijn repressieve beleid tegen lhbt’ers voerde Mugabe vaak dezelfde argumenten aan die Poetin de laatste jaren gebruikt: dat homoseksuelen ‘schadelijk’ en ‘tegennatuurlijk’ zijn en hun pleitbezorgers ‘idioten’ dan wel ‘satanisten’. In de jaren na Mugabe’s bewind zijn in Zimbabwe de eerste klinieken voor homo- en biseksuele mannen geopend, wat de plaatselijke lhbt-gemeenschap als een ‘historische overwinning’ bejubelde. Maar in andere Afrikaanse dictaturen, zoals Oeganda, blijft de van staatswege gestimuleerde homohaat welig tieren.

    Dictators wakkeren de homofobie onder het volk dus aan en stoelen hun eigen imago op stereotype beelden van mannelijkheid, waarbij ze zich afzetten tegen mensen die niet in dat ‘traditionele’ mannelijkheidsideaal passen. En aangezien burgers in autocratische regimes vooral dienstbaar moeten zijn aan de staat, worden lhbt’ers gestigmatiseerd en gedemoniseerd, omdat zij buiten het model van het ‘klassieke’ gezin vallen en uiting geven aan hun individualiteit – iets wat autoritaire regimes altijd liever de kop in drukken.

    Lees ook:

  • Moordenaar George Floyd berecht | Raúl Castro treed af als leider Communistische Partij

    Moordenaar George Floyd berecht | Raúl Castro treed af als leider Communistische Partij

    ‘Een moment van catharsis’ voor de VS

    Derek Chauvin, die een mondkap droeg, ‘toonde geen emotie toen rechter Peter Cahill het vonnis voorlas’, schrijft Star Tribune, een lokale krant. Aan het einde van een drie weken durend, hoogoplopend proces in Minneapolis werd de voormalige politieagent dinsdag 20 april veroordeeld voor het doden van de Afro-Amerikaanse George Floyd, op 25 mei 2020.

    Na een beraadslaging van ongeveer tien uur, verdeeld over twee dagen, achtten de twaalf juryleden de verdachte schuldig op alle drie punten – moord, doodslag en mishandeling met de dood tot gevolg. De vijfenveertigjarige agent werd geboeid en onmiddellijk in hechtenis genomen. De veroordeling zal over ongeveer acht weken zal plaatsvinden. Chauvin kan tot veertig jaar gevangenisstraf krijgen. Drie andere politieagenten die bij de arrestatie betrokken waren, moeten in augustus terechtstaan voor ‘medeplichtigheid’.

    Het nieuws veroorzaakte een explosie van vreugde in Minneapolis, meldt CNN. De menigte, verzameld buiten het gerechtsgebouw en voor de Cup Foods-buurtwinkel waar George Floyd werd vermoord, scandeerde ‘gerechtigheid’ en ‘Black Lives Matter’. Na een interview met een witte man die tranen van vreugde huilde, sprak een verslaggever van de zender van een ‘teken van ongeloof’ onder de demonstranten ‘dat dit echt gebeurd is’.

    Het vonnis, zo schrijft The New York Times, ‘was een moment van catharsis voor velen in de stad (…) en van collectieve genoegdoening’. Soortgelijke taferelen waren overigens in het hele land te zien. ‘Voor sommige zwarte Amerikanen in het bijzonder, was het moment bijzonder aangrijpend, de bevestiging dat gerechtigheid was geschied voor meneer Floyd.’

    ‘Chauvins veroordeling is de uitzondering die de regel bevestigt’, merkt The Atlantic op. ‘Historisch gezien’, legt het tijdschrift uit, ‘zijn moordzaken tegen politieagenten uiterst zeldzaam, en van de weinige zaken die worden voorgeleid, zijn veroordelingen uiterst zeldzaam.’

    ‘Hoewel dit een opluchting is, valt er hier niet veel te vieren. Een man is zonder reden gestorven’, schrijft The Root, een site die als tagline heeft: The Blacker the Content the Sweeter the Truth.

    ‘Het valt nog te bezien of het vonnis zal leiden tot een grotere verantwoordingsplicht van de politie en het momentum zal consolideren dat door de tragedie is ontketend’, stelt Vox. Voor The Washington Post betekent het een ‘potentieel keerpunt’ voor Joe Biden, ‘die van rassengelijkheid en politiehervorming een kernpunt van zijn campagne had gemaakt, maar de thema’s nog niet op de voorgrond van zijn presidentschap plaatste’.


    Idriss Déby, president van Tsjaad, is gesneuveld op het slagveld

    Hij stond meer dan dertig jaar aan het hoofd van Tsjaad, en had zichzelf moeiteloos een zesde termijn in de wacht gesleept. Het nieuws dat op dinsdag 20 april om 12.00 uur op de nationale radio en televisie bekend werd gemaakt, kwam voor iedereen als een verrassing: Idriss Déby Itno is dood.

    Lees ook:

    ‘De president van de republiek, staatshoofd, opperbevelhebber van de strijdkrachten, Idriss Déby Itno, heeft zojuist zijn laatste adem uitgeblazen terwijl hij de territoriale integriteit op het slagveld verdedigde. Met diepe bitterheid kondigen wij het Tsjadische volk het overlijden aan, deze dinsdag 20 april 2021, van de maarschalk van Tsjaad’, kondigde legerwoordvoerder generaal Azem Bermandoa Agouna aan, in een verklaring voorgelezen op TV Tchad.

    ‘De grondwet is ontbonden. Dat geldt ook voor de regering en de Nationale Vergadering. Een militaire overgangsraad (CMT), onder leiding van zijn zoon, Mahamat Idriss Déby [37 jaar], is geïnstalleerd voor achttien maanden’, meldt Chad Infos.

    De president, die een van de befaamdste legers van het continent had opgebouwd, was gewend zich tussen de troepen te begeven. Volgens de eerste berichten zou hij gewond zijn geraakt tijdens gevechten tegen de opstand van rebellengroep FACT, die zijn doorgestoten vanuit Libië, in de regio Kanem, even ten noorden van N’Djamena. Op deze plek hebben de gevechten zich de afgelopen dagen geconcentreerd, met honderden doden tot gevolg.

    Strijd tegen terrorisme

    Met zijn 68 jaar, waarvan hij bijna de helft aan de macht heeft doorgebracht, is de man die zichzelf in 2020 uitriep tot ‘maarschalk voor het leven’, een van de alleenheersers die met ijzeren vuist regeren. Aan het hoofd van een van de meest doorgewinterde, best uitgeruste en best getrainde legers op het continent, was hij ook Europa’s en in het bijzonder Frankrijks beste bondgenoot. In de afgelopen jaren, toen Tsjaad werd bedreigd door zowel Boko Haram als jihadistische groeperingen uit de Sahel, toonde hij zich in deze gevechten onmisbaar.

    De Burkinese krant L’Observateur Paalga schrijft over de overleden president: ‘Déby is nu helaas des te onmisbaarder omdat iedereen zich van één ding bewust is: als na Libië ook de Tsjadische dam zou breken, zou de hele regio worden overspoeld door terrorisme.’ Na de dood van Idriss Déby is niet alleen Tsjaad in onzekerheid gedompeld, maar de gehele regio.



    Miguel Díaz-Canel krijgt de leiding in Cuba, maar Raúl Castro houdt de macht

    Miguel Díaz-Canel, president van Cuba – vandaag 61 jaar oud –, is op 19 april officieel eerste secretaris geworden van de Communistische Partij van Cuba (PCC), het centrum van de macht op het eiland. Een positie die tot nu toe was voorbehouden aan de broers Castro, eerst aan Fidel, tot zijn overlijden in 2016, en daarna aan zijn broer Raúl (89).

    De laatst overgebleven broer is nu al twee jaar bezig met het opzetten van deze overgang. Voor het eerst komt de achternaam Castro niet voor onder de vijftien leden van het Politbureau, het besluitvormingsorgaan van de PCC.

    ‘Castro gaat, castrisme blijft’

    Raúl Castro heeft niettemin vele loyalisten in het Politbureau en het Centraal Comité geplaatst, en er zijn maar weinigen die geloven dat hij het land niet op de achtergrond met ijzeren vuist zal blijven regeren.

    Hoewel hij na de revolutie van 1959 is geboren en dus geen deel uitmaakt van de ‘historische generatie’, heeft Miguel Díaz-Canel zich in de tijdperken van Fidel en Raúl als een goed apparatsjik gedragen. Hij is sinds 1997 zonder onderbreking lid van het Politbureau.

    In zijn toespraak aan het einde van de zitting waarin hij door het partijcongres werd bekrachtigd, liet hij zelf doorschemeren dat de ‘generaal van het leger’, Raúl, meer dan alleen aan zijn zijde zou blijven.

    ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht’

    Granma, het officiële dagblad van de PCC, citeert hem: ‘Kameraad Raúl (…) zal worden geraadpleegd over strategische beslissingen die van invloed zijn op het lot van de Cubaanse natie. Hij zal altijd aanwezig zijn, van alles op de hoogte worden gehouden. Hij zal energiek strijden, ideeën en voorstellen aandragen voor de revolutionaire zaak (…), en alert blijven om eventuele fouten of tekortkomingen te voorkomen.’

    Continuïteit: daar wijst ook de onafhankelijke Cubaanse pers op. De website Diario de Cuba kopt: ‘Niets absurder dan te praten over het einde van het Castro-tijdperk in Cuba’. En schrijft vervolgens: ‘Raúl Castro blijft de enige en onbetwistbare leider, met een grenzeloze macht. Van nu af aan zal hij zich tevreden stellen met het uitzetten van de strategische lijnen, het nemen van de belangrijke beslissingen en vooral het toezien op zijn nieuwe luitenants.’

    ‘Castro gaat, Castrisme blijft’, kopt de website 14ymedio, die eraan toevoegt: ‘Castrisme gaat verder dan een man en zijn clan. Het is een manier om politieke macht uit te oefenen, de media te controleren, de economie te beheren via het leger (…) en ideologische propaganda te structureren.’

    Lees ook:

  • Het einde van Fidel

    Het einde van Fidel

    Cuba nam afscheid van een leider wiens tijd allang voorbij was. Maar juist nu was hij misschien wel goed van pas gekomen. ‘Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.’

    Van een afstand was hij ontzagwekkend. Dat heroïsche profiel, die blik waarmee hij een menigte overzag, ze waren even onontkoombaar als de herinnering aan zijn overwinning op het corrupte regime dat met zijn bordelen en casino’s en zijn whites-only golfclubs en strandhotels geheel ten dienste stond van een in Miami gevestigde Amerikaanse maffia en het ergste soort Amerikanen.

    Er was ook het vonkje opwinding dat zo’n uitdagend gebalde vuist, zo’n rebelse retoriek altijd ontsteekt in de jongeren en armen op de wereld. Politici in Washington die zichzelf beschouwden als een baken in een onwetende, hulpeloze of regelrecht moordzuchtige Rest van de Wereld, zagen hem als een clowneske gek, maar ondertussen was er wel een eiland op nog geen 150 kilometer van Key West dat weigerde naar de pijpen van Uncle Sam te dansen of de Verenigde Staten ook maar iets te zeggen te geven.

    Dan waren er de tastbare successen die zelfs in de zwaarste jaren van honger en gebrek op het eiland overeind bleven: de veelgeprezen stelsels voor onderwijs en gezondheidszorg, het beëindigen van de feitelijke apartheid, de extra aandacht voor baby’s en kinderen zodat die even gezond opgroeiden als hun tegenvoeters in de rijkste landen, een vroege belangstelling voor milieubewuste stedelijke ontwikkeling, baanbrekend medisch onderzoek. De normen die hij stelde legden de lat hoog voor de primitieve en roofzuchtige heersende klassen op het halfrond en lieten de armen zien wat ze mochten verlangen.

    Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty
    Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty

    Van dichterbij werd het plaatje minder rooskleurig: smerige, overvolle gevangenissen als resultaat van vijftig jaar onhandige pogingen om de vrije gedachte te onderdrukken, een economie die er beter aan toe zou zijn geweest als hij was gerund door apen, gezinnen die uit elkaar waren gerukt door een starheid van hogerhand die deel van de nationale mentaliteit werd, kinderen die hun moeder verloren en moeders die hun kinderen verloren aan de zee bij pogingen om hun verstikkende geboorteland te ontvluchten, twee angstaanjagende weken waarin roekeloos gezwaai met kernkoppen de wereld op de rand van de totale vernietiging bracht. Ook was er de uitzichtloze verveling van de latere decennia, de claustrofobische treurigheid van het leven in een land dat zich moest plooien naar de fantasieën van zijn dictator.

    En nu is Fidel Castro dood. Cubanen hebben een ongekend lange rouwperiode van negen dagen in acht genomen, al voelden de meesten van de elf miljoen eilandbewoners weinig voor het vertoon en de symboliek waarmee de staat luister probeerde bij te zetten aan het afscheid van een man wiens tijd allang voorbij was.

    Nooit het plan

    Het was nooit het plan geweest om zo lang te leven, zei hij afgelopen april tot een stilgevallen publiek op het Zevende Partijcongres in Havana, en inderdaad, degenen die zich hem herinnerden als de belichaming van mannelijke glorie in zijn beste olijfgroene dagen, huiverden bij de aanblik van de bevende, strompelende oude man in Adidas-trainingspak. Hij was negentig. Hij was altijd aan de macht gebleven. Hij was al meer dan tien jaar ziek. Het is al vaak gezegd: was hij in pakweg 1967 gestorven, op het hoogtepunt van zijn revolutie, dan zou hij daarna in heel Latijns-Amerika en daarbuiten zijn vereerd als een nieuwe Bolívar, een nieuwe Martí. Maar nu is het zelfs onmogelijk te zeggen hoe hij over tien jaar zal worden gezien. Gedeeltelijk omdat hij zo veel economische, morele en sociale misstanden heeft nagelaten en gedeeltelijk omdat de waarden waaraan hij vasthield – absolute loyaliteit, onwankelbaar geloof, het najagen van een utopie, onverzettelijke morele en fysieke moed – nu allemaal hopeloos uit de tijd lijken.

    Hoe Cuba zal overleven zonder Fidel is niet echt een vraag: het eiland overleeft al zonder hem sinds zijn ziekte hem dwong om eerst tijdelijk en vervolgens permanent de macht over te dragen aan zijn broer Raúl Castro. Dat was tien jaar geleden. Sindsdien hebben er noodzakelijke en belangrijke veranderingen plaatsgevonden, zonder Fidel, maar het revolutionaire model dat hij heeft ingesteld sleept zich nog steeds voort en kan elk moment ineenstorten, net als de afbrokkelende gebouwen langs de Malecón, Havana’s beroemde zeeboulevard. Er is een snel opkomende toeristenindustrie, er is een beetje export, er komt steeds meer belangstelling voor het Cubaanse kankeronderzoek en andere medische innovaties, er bestaat een kleine, maar groeiende zakensector, mensen kunnen vrij van en naar Cuba reizen, er wordt minder scherp gecontroleerd op afwijkende meningen, de lhbt-gemeenschap heeft wat eerste successen behaald en er is steeds meer open toegang tot het internet.

    Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty
    Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty

    Er zijn ook politieke gevangenen – weliswaar slechts een handvol, maar het feit dat ze er zijn bewijst dat het in Cuba nog steeds een misdaad is om een afwijkende mening te hebben. Met het onvermijdelijke verdwijnen van Cuba’s economische reddingsboei, het chavistische regime in Venezuela, dreigt een economische crisis. Bij zijn leven stuurde Hugo Chavez scheepsladingen olie naar Cuba in ruil voor goedkope artsen en sporttrainers; die zendingen zullen ongetwijfeld ophouden wanneer Chavez’ onbekwame opvolger Nicolás Maduro omvergeworpen wordt of aftreedt. En al sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft het idealistische egalitarisme uit de eerste jaren van de revolutie plaatsgemaakt voor een samenleving die zich hongerig op de eerste kleine kruimels van het nieuwe consumentenkapitalisme stort, maar nu al de bijverschijnselen daarvan ondervindt: de snelle vorming van een klassenmaatschappij en toenemende ongelijkheid.

    De allerbelangrijkste verandering voltrok zich aan het begin van dit jaar, toen Barack Obama naar Havana kwam ter gelegenheid van de hernieuwde diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. Met dat bezoek erkenden de VS – eindelijk – dat 57 jaar passief-agressieve dreiging het fidelistische regime niet op de knieën had kunnen krijgen. Een bijzonder moment voor Cuba. Maar er zat een adder onder het gras: door de hand van Obama te drukken maakte Raúl Castro een einde aan een tijdperk waarin de VS niets in de Cubaanse melk te brokkelen hadden. Dit was slechts tien maanden voor de verkiezing van Donald Trump.

    Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak

    En nu heeft Fidel het toneel verlaten op het moment dat hij misschien goed van pas was gekomen. Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak. Na een nederlaag sloeg hij altijd harder terug; hij had het gewoon niet in zich om zich gewonnen te geven. Toen John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov in de rakettencrisis van 1962 een overeenkomst sloten om de Sovjet-kernkoppen van Cubaans grondgebied te verwijderen, werd Fidel woest en organiseerde hij een protestdemonstratie tegen zijn Russische geldschieter. Een gedenkwaardige leus die dag was: Nikita, mariquita, lo que se da no se quita (‘Nikita, je bent een mietje, eens gegeven blijft gegeven’). Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.

    In de tweets na de aankondiging van Fidel Castro’s dood was al te zien hoe de komende president mogelijke zwakke plekken aftastte. Nu de regering-Obama de relatie met Cuba heeft genormaliseerd, stelde Trump de Cubaanse regering voor, als een haai die een voorstel doet aan een zeebaars, om samen te gaan praten over een betere ‘deal’.

    Het is niet moeilijk te bedenken wat voor deal Trump voor ogen staat. Hij heeft tot zijn eigen tevredenheid vastgesteld dat het volgens de grondwet niet verboden is om naast het presidentschap een bedrijf te bestieren, en al twitterde hij vervolgens dat het presidentschap misschien toch wel zijn volle aandacht zou vragen, dan nog kun je je voorstellen dat Trump zijn oog op de toekomst richt: nu of over vier jaar, voor zichzelf of voor zijn kinderen, is er voor een magnaat als hij geen aantrekkelijker investering denkbaar dan Cuba. De hotels aan zee, de golfclubs, de casino’s! Net als in de goede oude tijd.

    Auteur: Alma Guillermoprieto

    Alma Guillermoprieto is een gelauwerde Mexicaanse journaliste en auteur van verschillende boeken over Latijns-Amerika.

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.