Tag: fintech

  • Durfkapitalisten laten hun oog vallen op Nigeriaanse start-ups

    Durfkapitalisten laten hun oog vallen op Nigeriaanse start-ups

    De techsector in Nigeria is booming en het succes trekt ook grote internationale investeerders aan. Maar voordat een start-up toegang krijgt tot het grote geld, moet deze al een naam hebben opgebouwd. Zie daar de rol voor lokale investeerders, die zo in korte tijd hun geld vele malen kunnen terugverdienen – én weer kunnen investeren in nieuwe start-ups.

    In 2010 zegde Idris Ayodeji Bello zijn goedbetaalde baan bij een grote oliemaatschappij in Texas op om terug te keren naar Nigeria. Hij dacht dat de Nigeriaanse technologiesector op doorbreken stond en zette daarom samen met drie partners de Wennovation Hub op, een technologiehub om ondernemers te helpen en innovatieve ideeën te testen. ‘We wilden uitvogelen hoe we al die ideeën in bedrijven konden vertalen,’ zegt hij.

    In 2012 namen Bello en zijn partners, destijds alle drie begin dertig, nog meer risico. Ze plunderden hun eigen pensioenpotje om het LoftyInc Afropreneurs Fund 1 op te zetten, een durfkapitaalfonds dat beloftevolle nieuwe start-ups hielp met kapitaalinjecties van 25.000 tot 50.000 dollar. Het technologische ecosysteem van Nigeria bevond zich nog in het beginstadium en een aantal van hun investeringen liep op niets uit. Maar twee van die start-ups, het ontwikkelaarsplatform Andela en het fintechbedrijf Flutterwave, trokken later honderden miljoenen aan vervolginvesteringen.

    De omvang van de gemiddelde investering in Nigeriaanse start-ups is flink gegroeid sinds de tijd dat Bello zijn eerste cheques uitschreef. In maart haalde Tiger Global 170 miljoen op voor Flutterwave, zodat dit bedrijf inmiddels meer dan een miljard waard is en daarmee de derde ‘unicorn’ (een startend bedrijf met een marktwaardering van meer dan 1 miljard dollar) in Nigeria werd. En in augustus staken het Japanse SoftBank en Sequoia Capital China samen 400 miljoen dollar in het in Lagos gevestigde Opay, een betaalsysteem voor mobiele telefoons.

    Volwassen

    De interesse van deze investeerders, grote spelers op het vlak van technologie in opkomende markten, wordt door oprichters van nieuwe start-ups als een bewijs gezien dat het Nigeriaanse ecosysteem volwassen begint te worden. Waar die grote jongens zich wagen, volgen andere investeerders meestal wel. ‘Ik heb het afgelopen jaar geen groot investeringsfonds gesproken dat niet op zoek is naar serieuze kansen om hun geld aan het werk te zetten in Afrika,’ zegt Aaron Fu, hoofd van de afdeling groei bij Catalyst Fund, een mondiaal opererende start-up accelerator.

    Investeerders voorspellen al meer dan tien jaar dat Nigeriaanse start-ups op doorbreken staan, maar het land kampte de afgelopen jaren met diverse aanloopproblemen in zijn technologische ecosysteem. Het groeiende gebruik van internet en de grootschalige verspreiding van smartphones creëren kansen om in te breken in traditionele sectoren zoals de detailhandel en de financiële dienstverlening, maar de start-ups liepen vaak stuk op een zwakke infrastructuur, zwalkend overheidsbeleid en gebrek aan kapitaal.

    Schaalvergroting bleek in Nigeria vaak een hele opgave. Met ruim 210 miljoen inwoners heeft het wel een grote bevolking, maar het gemiddeld inkomen blijft laag en het kost bedrijven moeite om een grote en toegankelijke markt aan te boren. Daarbij is er sprake van een financieringskloof: de bedragen die de bedrijven nodig hebben zijn te groot voor lokale investeerders, maar te klein voor internationale investeringsfondsen. ‘Het kwam wel voor dat een start-up die aantoonbaar levensvatbaar was en een gat in de markt vulde zijn activiteiten toch niet kon opschalen, omdat de grote jongens het nog te vroeg vonden om erin te stappen en de kleinere investeerders al aan hun taks zaten,’ zegt Olumide Soyombo, medeoprichter van het durfkapitaalfonds Voltron Capital.

    ‘De laatste tijd blijkt dat investeerders Afrika echt zien zitten. Dat is nieuw’

    In het verleden werd dat probleem opgelost door lokale investeerders die geld ophaalden bij een netwerk van geldschieters. ‘Wij waren als het ware de eerste dames op de dansvloer, als de muziek begint te spelen,’ grapt Soyombo, een vroege investeerder in Paystack, dat vorig jaar voor 200 miljoen dollar werd overgenomen door de Amerikaanse fintechgigant Stripe. Er zijn tekenen dat dit begint te veranderen. Volgens cijfers van de website Africa: The Big Deal is het aantal Nigeriaanse investeringsrondes waarin meer dan een miljoen dollar werd opgehaald tussen 2019 en de eerste negen maanden van 2021 ruim verdubbeld, van 25 naar 47. ‘Investeerders hebben Afrika al een tijdje in het vizier, maar ze speelden altijd op safe,’ zegt Rebecca Enonchong, voorzitter van Afrilabs, een pan-Afrikaans netwerk van innovatiehubs. ‘De laatste tijd blijkt uit de omvang van de investeringen dat ze Afrika echt zien zitten. Dat is nieuw.’

    Tiger Global had in de Nigeriaanse start-upwereld een kleine tien jaar geleden al eens wat pogingen gewaagd, met investeringen in Jobberman, een vacatureplatform, Wakanow, een reisbureau-app, en Cheki, een marktplaats voor auto’s. In 2012 baarde het fonds opzien door 8 miljoen dollar te steken in de streamingdienst IrokoTV. En voor de investering van 1 miljoen in Jobberman had Tiger Global wel achtergrondonderzoek gedaan, maar volgens Opeyemi Awoyemi, een van de Jobberman-oprichters, hadden ze minder oog voor het bedrijf zelf dan voor de kansen op de markt. ‘Toen ze met ons kwamen praten,’ zegt hij, ‘was dat een kort gesprek waarin ze al na een halfuur met een aanbod kwamen.’ Typerend voor de snelheid waarmee Tiger Global vaak te werk gaat – iets waar rivalen wel kritiek op hebben.

    Fintech

    Maar na die eerste investeringen duurde het tot 2021 voordat Tiger Global zich weer op de Nigeriaanse markt begaf. Een ingewijde zegt dat het kapitaalfonds inmiddels vergevorderde gesprekken voert met een ander Nigeriaans bedrijf en zich oriënteert op nog meer mogelijke investeringen in fintechbedrijven. Tiger Global wilde geen commentaar geven.

    Fintech wordt als een logische ingang voor mondiale investeerders beschouwd, vanwege het potentiële rendement en hun ervaring met deze sector elders in de wereld. Meer dan de helft van de volwassen Nigerianen heeft geen bankrekening en maar twee procent van de bevolking kan een krediet afsluiten. Fintechbedrijven kunnen in dat gat stappen – mits de regelgeving het toelaat – en dan een enorme markt aanboren. Tiger, Softbank en Sequoia zijn grote investeerders in fintech in China, India en Zuidoost-Azië. ‘Iedereen weet hoeveel behoefte er is aan een digitale infrastructuur in Afrika, en hun partners weten hoe fintech werkt,’ zegt Fu van Catalyst Fund over de interesse van de grote investeringsfondsen in Nigeria.

    Voor de opstartfase zijn bedrijven nog steeds vooral aangewezen op lokale investeerders

    De komst van grote internationale durfkapitaalfondsen veroorzaakt opwinding bij start-ups en lokale investeerders in de Nigeriaanse technologiesector. Al waarschuwden de mensen die wij spraken wel dat internationale investeerders er goed aan doen om lokale investeringspartners te zoeken die hen kunnen helpen bij het inschatten van lokale kansen en percepties.

    De grote investeringsfondsen bieden zowel lokale investeerders als start-ups bovendien de kans om ergens uit te stappen (wat binnen de huidige markt nauwelijks mogelijk is) middels de doorverkoop van aandelen. Soyombo en Bello, die allebei enorm hebben verdiend aan hun investering in Paystack en Flutterwave, zien hier kansen liggen en hebben al aangekondigd nieuwe investeringsfondsen op te zullen zetten.

    Dit kan van cruciaal belang zijn. Al zijn ze nog zo groot en strooien ze soms met geld, fondsen als SoftBank en Tiger Global investeren zelden in bedrijven die nog in de opstartfase zitten, zeker in zo’n minder ontwikkelde markt als Nigeria. Voor de opstartfase en steun bij de ontwikkeling van hun ideeën zijn bedrijven nog steeds vooral aangewezen op lokale investeerders.

    Bij de 359 investeringsrondes voor Afrikaanse start-ups die in 2020 meer dan 200.000 dollar opleverden, ging het volgens cijfers van het investeringsplatform Partech in 64 procent van de gevallen om bedrijven in de opstartfase. Maar die waren samen wel goed voor 220 miljoen van de 1,4 miljard dollar die in heel Afrika in start-ups werd geïnvesteerd. Op basis van behaalde successen kunnen lokale investeerders nu ook grotere fondsen oprichten om weer grotere bedragen in bedrijven te investeren. Al zegt Soyombo dat je je nooit te vroeg rijk moet rekenen. ‘Je krijgt zo’n fonds alleen bij elkaar op grond van je eerdere prestaties, en van daaruit kunnen we dan echte grote fondsen gaan aantrekken.’

  • 2. China is het pinnen allang voorbij

    2. China is het pinnen allang voorbij

    In China, wereldleider op het gebied van fintech-innovatie, betaalt de meerderheid van 
de internetgebruikers nu al met zijn smartphone.

    Terwijl ik in de rij sta bij een Starbucks in het centrum van Shenzhen, realiseer ik me 
plotseling dat niemand vóór me 
contant betaalt. Ze betalen ook niet met een creditcard, ze houden gewoon hun mobieltje boven een laser en – piep! – de latte is van hen. ‘Bijna 
niemand gebruikt hier nog contant geld,’ zegt bedrijfsleider Lily Li. ‘Meer dan 80 procent van alle betalingen 
hier gaat via mobieltjes.’

    Maar het zijn niet alleen wereldwijde ketens die de mogelijkheid voor mobiele betaling bieden in een van de technologisch meest geavanceerde steden van China. In een stalletje op straat verkopen twee vrouwen tijdens de ochtendspits noedels. Te midden van de stoom die opstijgt uit de grote ketel en de geur van scherpe kruiden hoor ik het constante gepiep van mobieltjes die 
de QR-code van het stalletje scannen. Waar digitale betaling in de meeste westerse landen voornamelijk via 
pinpassen of creditcards gebeurt, zijn Chinese consumenten rechtstreeks overgestapt van contant op mobiel.

    Van de 710 miljoen internetgebruikers in het land – meer dan in de Verenigde Staten en Europa bij elkaar – betaalt 57,7 procent mobiel. Met andere woorden, de meerderheid van de mensen die regelmatig online zijn, gebruikt zijn smartphone voor de betaling van goederen en diensten, voornamelijk via Alipay van Alibaba of de betalingsdienst WeChat, zo blijkt uit een in november 2016 gepubliceerd rapport van Ernst & Young en de Singaporese bank DBS.

    ‘Maar weinig buitenlanders beseffen hoe snel en geavanceerd de nieuwe betalingswijzen en de mobiele financiële dienstverlening zich in China 
ontwikkelen’

    ‘Ik kan me nauwelijks herinneren wanneer ik voor het laatst mijn portemonnee heb gebruikt,’ zegt Mofei Chen, oprichter en CEO van Money Bazaar, een peer-to-peervalutaplatform. Hij is een van de vele nieuwe ondernemers in de digitale financiële 
dienstverlening, die in China een stormachtig 
ontwikkeling doormaakt. Volgens het rapport van Ernst & Young en DBS is China uitgegroeid tot het onbetwiste centrum van wereldwijde fintech-innovatie en heeft het Londen, New York, Silicon Valley, Singapore, Hongkong en andere wereldwijde 
fintech-hubs ver achter zich gelaten [FinTech is een samentrekking van de Engelse woorden financial en technology. Het omvat alle innovatieve financiële producten en diensten die de manier waarop we 
met geld omgaan vereenvoudigen en versnellen].

    ‘Maar weinig buitenlanders beseffen hoe snel en geavanceerd de nieuwe betalingswijzen en de mobiele financiële dienstverlening zich in China 
ontwikkelen,’ zegt Chen. En inderdaad zijn de vier meest vermogende fintech-bedrijven ter wereld 
Chinees. Het grootste is Ant Financial, een poot 
van e-commercegigant Alibaba, waarvan de waarde wordt geschat op 60 miljard dollar. Tweede is peer-to-peerkredietverlener Lufax (18,5 miljard dollar), gevolgd door JD Finance (7 miljard dollar), een joint venture van de e-commercesite JD en Tencent, en Qufengi (5,9 miljard dollar), gespecialiseerd in termijnkrediet. China is ook de grootste markt ter wereld voor Bitcoin, goed voor 42 procent van alle transacties met deze digitale valuta tijdens de eerste zes maanden van 2016, aldus Bitcoin-analist Chainalysis.

    gettyimages 609502710

    De opkomst van de fintech-sector wordt een steeds groter hoofdpijndossier voor de traditionele banken, die pijnlijk achterop zijn geraakt in de strijd om e-commerce en nieuwe betalingsmethodes. Deze nieuwe diensten worden gedomineerd door de 
internetgiganten: Alipay van Alibaba, met een marktaandeel van meer dan 50 procent, WeChat Wallet van Tencent, gebaseerd op zijn populaire instant-messagingdienst, en het op Google lijkende Baidu. Buitenlandse concurrenten worden gehinderd door overheidsbeperkingen, terwijl Chinese betalingsapps ook buiten China worden uitgerold, met name op andere Aziatische markten zoals Hongkong en Japan.

    Ondertussen blijft het bancaire systeem in China relatief onderontwikkeld. Een op de vijf Chinese 
volwassenen heeft geen bankrekening, terwijl 80 procent van de kleine en middelgrote ondernemingen onvoldoende door banken wordt bediend. 
De nieuwe alternatieve financiële bedrijven kunnen daarentegen op een veel betere dienstverlening en klantervaring bogen, evenals op lagere tarieven en minder bureaucratie.

    Toezichtoperaties

    ‘Ik gebruik mijn gewone bankrekening nauwelijks meer. Mijn salaris wordt via Alipay gestort en ik doe de meeste betalingen met de app. Ze hanteren ook voordeliger rentetarieven dan de gewone banken,’ zegt Allen Yu, wiskundige en directeur van MJL, 
een bedrijf dat aandelen selecteert op basis van kwantitatieve analyse. ‘Als ik geld wil lenen, ga ik naar een peer-to-peerplatform, niet naar een bank. De fintech-scene groeit stormachtig. Fintech is 
doorgedrongen in alle aspecten van het leven.’
    Toch zien de Chinese fintech-bedrijven zich voor heel wat uitdagingen geplaatst, net als hun gebruikers. De steeds grotere greep van de overheid op het 
internet, waardoor de censuur en de individuele 
controle de afgelopen jaren aanzienlijk zijn toegenomen, zijn een bedreiging voor de innovatie en de 
ontwikkeling van nieuwe ideeën. Ook is het, dankzij de waaier aan nieuwe digitale financiële diensten, makkelijker geworden voor de Communistische Partij om massale toezichtsoperaties uit te voeren. Het nieuwsagentschap FactWire in Hongkong onthulde afgelopen december dat bij Chinese mobiele betalingsapps – WeChat, Taobao, Taobao World, Alipay en Tmall – al gevoelige informatie wordt geregistreerd die mensen in hun mobieltjes opslaan, zodat hun persoonlijke 
activiteiten kunnen worden gevolgd.

    Ondertussen wordt de bedrijfstak 
overspoeld door oplichters. In 2015 
zijn zo’n negenhonderd Chinese peer-to-peerkredietverleners failliet gegaan en gingen sommige eigenaren met 
het geld aan de haal. De overheid heeft veelvuldig ingegrepen en strengere regels ingevoerd, zoals voor Bitcoinplatforms, om te voorkomen dat de digitale valuta voor geldsmokkel wordt gebruikt.

    Daar komt nog bij dat de technologie niet altijd betrouwbaar is. Om de 
efficiency van mobiele betalingsapps 
te demonstreren, bood Chen aan een kop koffie voor me te kopen bij een automaat. Nadat hij had betaald met zijn mobieltje en op de espressoknop had gedrukt, kwam er geen koffie uit, maar melk. ‘O, wat gênant,’ zei hij, maar de verklaring was algauw gevonden. ‘Kijk, die automaat komt uit Duitsland!’

    Auteur: Johan Nylander
    Vertaler: Peter Bergsma

    Asia Times
    Hong Kong | atimes.com

    Onlinekrant in het Engels met economie, politiek, business en cultuur vanuit een Aziatisch perspectief.