Tag: Ford

  • General Motors en Stellantis komen tot akkoord over verbetering salaris

    General Motors en Stellantis komen tot akkoord over verbetering salaris

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hooggerechtshof van Venezuela mengt zich in voorverkiezingen oppositie

    » Twee parlementsleden in VK ontslagen vanwege steun aan Palestina

    Werknemers van ‘De Grote Drie’ uit Detroit staakten wekenlang

    Stellantis, General Motors en onderhandelaars van de lokale vakbonden zijn maandag tot een voorlopig akkoord gekomen over het verhogen van de salarissen, zo maakten de vakbond en het autofabrikanten maandag bekend. Een staking bij Amerika’s grootste autofabrikanten was enkele dagen eerder uitgebreid. Volgens Bloomberg moet er nog gestemd worden over het akkoord door de vakbonden, maar lijkt een verdere staking hiermee van de baan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De volledige details van de overeenkomst zijn niet bekend, maar het zou gaan om een onmiddellijke salarisverhoging van 11 procent, extra loonsverhogingen van in totaal nog eens 14 procent in de jaren erop en loonindexering. Tijdelijke werknemers zouden na een paar maanden vaste, voltijdse werknemers worden. Er zouden ook betere pensioenuitkeringen komen voor oudere werknemers die een traditioneel pensioenplan hebben.

    De vakbond ging op 15 september, bijna zeven weken geleden, in staking tegen de drie autofabrikanten, waardoor dit de langste Amerikaanse autostaking in 25 jaar is. De staking vond plaats in de traditionele auto-industriestad Detroit, waar de drie automerken bekend staan als ‘De Grote Drie’. Ook president Joe Biden kwam langs om de stakers een hart onder de riem te steken.

    Lees ook:

  • Amerikaanse utopie in de jungle

    Amerikaanse utopie in de jungle

    In 1928 stichtte autofabrikant Henry Ford een stad in Amerikaanse stijl in het Braziliaanse Amazonegebied. Behalve rubber produceren wilde hij ook de lokale bevolking verheffen. Beide ondernemingen mislukten grandioos.

    Fordlândia, Brazilië. Het oerwoud van de Amazone heeft de golfbaan Winding Brook al opgeslokt. Overstromingen hebben de begraafplaats geteisterd, met een berg betonnen kruisen tot gevolg. En het honderd bedden tellende ziekenhuis, ontworpen door de beroemde architect Albert Kahn? Verwoest door plunderaars.
    Gezien de ernst van het verval in deze stad – in 1928 door grootindustrieel Henry Ford gesticht in een verre uithoek van het Amazonebekken – had ik niet verwacht dat ik op de statige, goed geconserveerde huizen aan Palm Avenue zou stuiten. Maar daar waren ze dan, met dank aan de krakers.

    Bron voor rubber

    ‘De straat was een paradijs voor plunderaars. Dieven namen meubels mee, deurknoppen, alles wat de Amerikanen maar achterlieten,’ zegt de 71-jarige Expedito Duarte de Brito. De gepensioneerde melkboer woont in een van de huizen voor Ford-managers in wat een utopische plantagestad had moeten worden. ‘Ik dacht: óf ik pik dit stukje geschiedenis in, óf het wordt de zoveelste ruïne van Fordlândia.’

    In mijn meer dan tien jaar als journalist in Latijns-Amerika heb ik ettelijke uitstapjes naar het Amazonegebied gemaakt. Elke keer weer werd ik aangetrokken door de enorme rivieren, schitterende luchten, uitdijende steden, verloren gegane beschavingen en verhalen over door de natuur getorpedeerde hoogmoed. Maar om de een of andere reden was ik nooit in Fordlândia geweest.

    Dat veranderde toen ik het afgelopen jaar in Santarém, een buitenpost op de kruising van de Amazone en de Tapajós, aan boord ging van een rivierschip en in zes uur naar de plaats voer waar Ford, destijds een van de rijkste mannen ter wereld, had geprobeerd een kolossale lap Braziliaans oerwoud te veranderen in een fantasieland à la het Amerikaanse Midwesten.

    Ik verkende Fordlândia te voet, dwaalde tussen de ruïnes rond en sprak met de goudzoekers, de boeren en de afstammelingen van plantagearbeiders die er wonen. Met zijn tweeduizend inwoners is het niet echt een verdwenen stad, al wonen sommigen in de afbrokkelende gebouwen die bijna een eeuw geleden zijn neergezet.

    En in 1930 kwamen arbeiders die genoeg hadden van Fords dieet van havermout, perziken uit blik en bruine rijst in opstand

    Ford, de autofabrikant die wordt gezien als de uitvinder van Amerikaanse massaproductiemethoden, kwam tot zijn plan voor Fordlândia toen hij op zoek ging naar een eigen bron voor de rubber die hij nodig had voor autobanden en onderdelen als ventielen, slangen en pakkingen.

    Zo stortte hij zich in een industrie die de sporen draagt van imperialisme en botanisch vals spel. Brazilië was het thuisland van de Hevea brasiliensis, de felbegeerde rubberboom, en het Amazonebekken had zich tussen 1879 en 1912 razendsnel ontwikkeld dankzij de Noord-Amerikaanse en Europese vraag naar rubber.

    Maar tot ongenoegen van de Braziliaanse overheid had Henry Wickham, een Britse botanicus en ontdekkingsreiziger, duizenden Heveazaadjes uit Santarém meegesmokkeld, waarmee hij de genetische basis legde voor rubberplantages in Britse, Nederlandse en Franse kolonies in Azië.

    De ondernemingen aan de andere kant van de wereld brachten de Braziliaanse rubbereconomie een vernietigende slag toe. Maar Ford vertrouwde liever niet op de Europeanen. Hij vreesde een voorstel van Winston Churchill voor de vorming van een rubberkartel. Zo kwam het dat Ford, tot groot genoegen van de Brazilianen, een fors stuk land in het Amazonegebied aankocht.

    Vanaf het begin werd de onderneming geplaagd door stommiteit en pech, zoals nauwgezet is opgetekend in een boek van historicus Greg Grandin dat ik op de boot naar Tapajós las. Medewerkers van Ford, vol dedain voor deskundigen die hadden kunnen adviseren over tropische bosbouw, plantten zaad van twijfelachtige kwaliteit en lieten de aanplant door bladvuur om zeep helpen.

    Ondanks die tegenslag bouwde Ford een stad in Amerikaanse stijl, waar hij Brazilianen wilde laten wonen die zich conformeerden aan wat hij als Amerikaanse waarden beschouwde.

    Een voormalig Amerikaanse pakhuis in Fordlândia doet nu dienst als passagiersterminal. – © Bryan Denton / HH
    Een voormalig Amerikaanse pakhuis in Fordlândia doet nu dienst als passagiersterminal. – © Bryan Denton / HH

    Medewerkers namen hun intrek in gepotdekselde huizen, ontworpen in Michigan. Sommige staan nog steeds overeind. Straatlantaarns verlichtten betonnen stoepen. Er liggen nog steeds hele stukken van, naast rode brandkranen en in de schaduw van wegkwijnende danszalen en instortende pakhuizen. ‘Detroit blijkt niet de enige stad waar Ford voor ruïnes heeft gezorgd,’ zegt Guilherme Lisboa, 67 jaar en eigenaar van het piepkleine hotel Pousada Americana.

    Ford, geheelonthouder, antisemiet en wars van de Jazz Age, wilde duidelijk niet alleen rubber produceren maar ook zijn werknemers in de jungle verheffen. Zijn Amerikaanse managers verboden de consumptie van alcohol, maar moedigden tuinieren, squaredansen en het reciteren van de gedichten van Emerson en Longfellow aan.

    Zogeheten zuiveringsteams voerden Fords utopische droom nog verder door. Ze doodden zwerfhonden, legden poelen droog waar malaria overdragende muggen zich in konden vermenigvuldigen en controleerden of medewerkers venerische ziekten hadden. ‘Met een vastberadenheid en een gebrek aan nieuwsgierigheid naar de wereld die ons maar al te bekend voorkomen legde Ford welbewust de adviezen van deskundigen naast zich neer en ging aan de slag om het Amazonegebied te veranderen in het Midwesten uit zijn verbeelding’, schrijft historicus Grandin in zijn relaas over de stad. Vandaag de dag getuigen de ruïnes van Fordlândia van de dwaasheid om te proberen de jungle te onderwerpen aan de menselijke wil.

    Om ervoor te zorgen dat de auto er een vorm van recreatie werd – net als de golfbaan, de tennisbanen, de bioscoop en de zwembaden – legden managers een wegennet van bijna 50 kilometer rond Fordlândia aan. Maar er is bijna geen auto te zien op de modderweggetjes in de stad. Ze vallen in het niet bij de motoren die je in alle steden in het Amazonegebied ziet.

    Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was duidelijk dat de exploitatie van rubberbomen rond Fordlândia niet winstgevend was. De boosdoeners waren bladvuur, concurrentie van synthetisch rubber en plantages in Azië, waar Japan niet langer de dienst uitmaakte.

    ‘Er gebeurt hier helemaal niets, en dat bevalt me uitstekend’

    Nadat Ford de stad in 1945 aan de Braziliaanse overheid had overgedragen, gaven ambtenaren Fordlândia de ene publieke bestemming na de andere, vooral voor mislukte experimenten op het gebied van tropische bosbouw. De stad leek permanent in verval.

    ‘Er gebeurt hier helemaal niets, en dat bevalt me uitstekend,’ zegt Joaquim Pereira da Silva, 73 jaar oud en boer uit de staat Minas Gerais. Hij raakte bij toeval in 1997 in Fordlândia verzeild. Nu woont hij aan Palm Avenue in een oud Amerikaans huis dat hij voor 20.000 real [zo’n 6000 euro] in opgeknapte staat heeft gekocht van een kraker. ‘De Amerikanen hadden geen verstand van rubber, maar wel van bouwen voor de eeuwigheid,’ aldus Pereira da Silva.

    De mislukte utopie raakt een gevoelige snaar bij kunstenaars. Fordlândia vormde de inspiratiebron voor een plaat uit 2008 van de IJslandse componist Johann Johannsson en een roman uit 1997 van de Argentijnse schrijver Eduardo Sguiglia, over een avonturier die naar Fordlândia gaat om er plantagearbeiders te werven.
    Afstammelingen van arbeiders die zich in Fordlândia hebben gevestigd, laten net als nieuwe migranten uit andere delen van Brazilië bultrunderen grazen op kleine lapjes grond. Anderen verbouwen maniok, daar waar tientallen jaren geleden rubberbomen werden gekapt. Velen zijn afhankelijk van een uitkering of pensioen.

    En dan zijn er inwoners als Eduardo Silva dos Santos, die 66 jaar geleden werd geboren in het ziekenhuis dat was ontworpen door Albert Kahn, de architect die tekende voor een groot deel van het twintigste-eeuwse Detroit. Dos Santos woont tegenwoordig in een huisje naast de ruïnes van het ziekenhuis. Hij maakte een lamp om mee te vissen van oude auto-onderdelen en een specerijmolen van afgedankte machines, achtergelaten door de Amerikanen.

    Gemengde gevoelens

    Dos Santos, die opgroeide nadat Ford afstand had gedaan van de stad, heeft gemengde gevoelens over het Fordlândia van tijdens het Amerikaanse bestuur. ‘In Fords tijd was het hier schoon. Er waren geen insecten, geen dieren en de jungle kwam tot aan de stadsgrens,’ aldus Dos Santos, een van elf kinderen uit een gezin dat teerde op de rubberindustrie. ‘Mijn vader werkte voor ze en deed wat hem werd opgedragen. Arbeiders zijn net honden: ze gehoorzamen.’

    Maar tot wanhoop van Ford deden ze dat soms juist niet. Managers probeerden het alcoholverbod te handhaven, maar de arbeiders namen gewoon de boot naar een nabijgelegen ‘eiland van onschuld’ vol bars en bordelen. En in 1930 kwamen arbeiders die genoeg hadden van Fords dieet van havermout, perziken uit blik en bruine rijst in opstand in de smoorhete eetzaal. Ze sloegen prikklokken kapot, sneden de elektriciteit naar de plantage af en riepen: ‘Brazilië voor de Brazilianen, dood aan de Amerikanen’. Ze dwongen sommigen managers het oerwoud in te vluchten.

    Het Amazonegebied zelf was voor de Amerikanen al lastig genoeg. Sommigen konden zich niet aanpassen en kregen een zenuwinzinking. Een van hen verdronk tijdens noodweer toen zijn boot op de rivier de Tapajós omsloeg. Een ander vertrok nadat drie van zijn kinderen waren bezweken aan tropenkoorts.

    Ford had zulke tragedies en het wanbeheer van de plantage kunnen voorkomen als hij had geluisterd naar rubberboomdeskundigen en historici die wisten dat de Amazone grootschalige ondernemingen de voet dwars zet. Maar leren van het verleden was Ford een gruwel. ‘Geschiedenis is flauwekul,’ zei hij in 1921 tegen The New York Times. ‘Wat maakt het nou uit hoe vaak de oude Grieken gingen vliegeren?’

    Auteur: Simon Romero
    Vertaler: Nico Groen

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.