De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.
Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur.
George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen
Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.
Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.
Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken.
Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven
Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.
In veel winkels kun je al niet meer met contant geld betalen, toch beleeft ouderwets papiergeld hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten is in twintig jaar verdriedubbeld tot 75 miljard pond. Maar 50 miljard pond is van de radar verdwenen. Hoe is dat mogelijk?
In oktober 2020 kwam Tara Hanlon op een zaterdagavond met vijf koffers naar Heathrow. Toen de douane de jonge vrouw vroeg waarom ze zo veel bagage bij zich had, legde ze uit dat ze met vrienden naar Dubai vloog en nog niet wist welke kleren ze daar wilde dragen. Met haar lange haar, pronte lippen en geprononceerde wenkbrauwen had ze wel iets weg van Kim Kardashian, en ook haar uitleg was een diva waardig, maar de douanier nam er geen genoegen mee.
Haar bagage werd doorzocht en bleek stapels bankbiljetten te bevatten (1.940.120 pond [ruim 2,3 miljoen euro] in totaal) die waren bestrooid met koffie, blijkbaar in een poging de snuffelhonden op een dwaalspoor te zetten. De politie gaf later een foto vrij van alle stapeltjes bankbiljetten naast elkaar op een tafel – de Britse vorstin staarde je vanuit alle hoeken aan. Het was de grootste inbeslagname van contant geld in Groot-Brittannië dat jaar.
Toen ik op mijn telefoon een melding kreeg over het nieuws van die vangst, had ik al in maanden geen bankbiljet meer in handen gehad. Ik was bijna vergeten hoe glad zo’n polymeren briefje van 10 in je vingers voelt. Sinds het begin van de lockdown accepteerden de winkels in mijn buurt, zoals in heel het land, alleen nog pinbetalingen, uit angst dat briefgeld het virus kon overdragen. Het aantal opnames uit geldautomaten kelderde tot ongeveer de helft van het aantal in 2019. Maar de daling van het gebruik van papiergeld is al ver voor de coronacrisis begonnen. Al sinds 2017 worden in Groot-Brittannië meer winkelaankopen betaald met pintransacties dan met contant geld. De pandemie heeft die trend alleen maar versneld.
Toch lijkt contant geld ook zonder de steun van saaie consumenten als ik zich nog prima te redden. Sterker nog, het beleeft hoogtijdagen. De totale waarde van alle Britse bankbiljetten die in omloop zijn is volgens de Britse Rekenkamer de afgelopen twintig jaar verdriedubbeld en bedraagt nu zo’n 75 miljard pond.
Als je naar een verklaring voor die grote vraag naar contant geld zoekt, zijn daar weinig openbare gegevens over te vinden. Slechts een derde van die 75 miljard gaat om in het soort alledaagse transacties die de overheid kan vastleggen. De resterende 50 miljard zwerft ergens rond zonder dat men weet waarvoor het wordt gebruikt. ‘De Bank of England weet niet waar, door wie of waarvoor en lijkt er ook niet erg benieuwd naar,’ aldus Meg Hillier, voorzitter van een parlementaire commissie die zich onlangs boog over de toekomst van contant geld.
Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone
Dat gebrek aan interesse beperkt zich niet tot de Bank of England. Nergens lijken centrale banken zich erg druk te maken om al die ontraceerbare biljetten. Alleen al in 2020 is de gezamenlijke waarde van alle papieren dollars die in omloop zijn met 16 procent gestegen en daarmee voor het eerst boven de 2 biljoen dollar gekomen, viermaal zoveel als twintig jaar geleden. Er is 7000 dollar aan contant geld in omloop op elke Amerikaanse burger, en meer dan 4000 euro op elke ingezetene van de eurozone. En toch wordt contant geld zowel in de VS als in Europa door de meeste mensen nauwelijks nog voor grotere aankopen gebruikt dan een kop koffie.
Dat de hoeveelheid contant geld zo is gegroeid terwijl er steeds minder geregistreerde betalingen mee worden verricht is een echte denkpuzzel, en zo kijken de meeste centrale banken er ook tegen aan. Af en toe komen ze met een speculatieve verklaring waarin weinig urgentie doorklinkt. Toch toont het geval van Tara Hanlon wel aan dat al die verdwenen bankbiljetten meer zijn dan alleen een rimpeltje in een abstract model. Volgens de Britse opsporingsdiensten vertegenwoordigt de vangst slechts een fractie van al het geld dat jaarlijks het land uit wordt gesmokkeld. Misschien is de echte vraag niet wat er met al dat contant geld gebeurt, maar waarom het de mensen die de geldpers bedienen zo onverschillig laat.
De eerste centrale bankier die erkende dat er met briefgeld iets vreemds aan de hand was, was Andrew Bailey in 2009. Nu is hij hoofd van de Bank of England, destijds was hij er hoofdkassier. Sinds 1853 staat op elk Brits bankbiljet de handtekening van de hoofdkassier, wiens taak het is ervoor te zorgen dat er in Groot-Brittannië genoeg geld in omloop is. Bailey verkeerde dus in een goede positie om te weten wat er gebeurde met al het geld dat er wordt gedrukt.
Elektronisch geld
Contant geld stond in 2009 niet bovenaan het prioriteitenlijstje van de Bank of England. Na de kredietcrisis van 2007-2008 begonnen centrale banken aan een radicaal project om krediet goedkoop te houden, de zogenaamde kwantitatieve verruiming. Dat wordt vaak omschreven als het laten draaien van de geldpers, al wordt er niet daadwerkelijk geld bijgedrukt. In plaats daarvan scheppen de centrale banken elektronisch geld dat ze gebruiken om staatsobligaties en andere effecten op te kopen.
De kwantitatieve verruiming heeft een duizelingwekkende hoeveelheid nieuw geld in omloop gebracht, vooral sinds de pandemie: aan het begin daarvan injecteerde de Fed, de Amerikaanse centrale bank, zo’n 3 biljoen dollar in de economie. De toename van de hoeveelheid elektronisch geld is vele malen groter dan de stijging van het aantal gedrukte bankbiljetten, en is er verder niet zo relevant voor. Maar die toename van de hoeveelheid elektronisch geld verklaart misschien wel waarom zo weinig mensen zich druk maken om al dat briefgeld dat spoorloos is.
Al was er dan een financiële crisis en werden er overvloedige hoeveelheden elektronisch geld bij gemaakt, Bailey bleef ook verantwoordelijk voor de prozaïschere taken van de centrale bank. Alle grote centrale banken hebben een ‘elastische’ geldvoorziening, wat inhoudt dat ze de financiële instellingen zoveel contant geld laten opnemen of storten als zij of hun klanten willen. Een commerciële bank laat elektronisch geld bijschrijven in het grootboek van de centrale bank, die dat bedrag dan uitkeert in bankbiljetten die kunnen worden opgenomen in een geldautomaat of gedistribueerd naar geldwisselkantoren. Het doel is duidelijk: iedereen die wil, moet geld kunnen opnemen.
Historisch gezien was de Bank of England er altijd op gericht de vraag naar contant geld bij te benen (pas sinds de jaren zestig kunnen Britten met een creditcard betalen). De bank laat haar geld drukken door De La Rue, een particulier bedrijf dat voor verschillende landen geld drukt. Maar toen Bailey in 2009 een lezing gaf op een conferentie in Washington D.C., waren digitaal betaalverkeer en online-winkelen al zo gemeengoed geworden dat er voor de centrale banken een nieuw probleem leek op te doemen: wat moesten ze doen met het papiergeld waarnaar geen vraag meer was?
Dat was de vraag waarop Bailey voor zijn publiek van valutadeskundigen en centrale bankiers nader inging. Hij wees erop dat het aandeel van alle aankopen die cash werden betaald in twintig jaar tijd was gehalveerd. Maar hij had een verrassing in petto voor wat hij de ‘cash-is-doodlobby’ noemde: in diezelfde periode was de vraag naar contant geld ook gestegen. Hij noemde dat ‘de paradox van de bankbiljetten’.
Bailey had daar een tweeledige verklaring voor. Ten eerste had de kredietcrisis het vertrouwen in banken aangetast, betoogde hij, zodat veel mensen liever contant geld in huis hadden. En ten tweede groeide het aantal geldautomaten en was er meer briefgeld nodig om die gevuld te houden. Die verklaringen waren niet echt toereikend, want de toename van de hoeveelheid contant geld dateerde al van voor de explosieve groei van het aantal geldautomaten en van voor de kredietcrisis (al had die crisis de toename wel versneld). En vanuit ons huidige perspectief schieten ze helemaal tekort. In Groot-Brittannië is het aantal geldautomaten nu aan het dalen en de financiële crisis ligt alweer ver achter ons, maar zowel het aantal bankbiljetten in omloop als hun totale waarde groeit steeds sneller.
Elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op
De Amerikaanse centrale bank had zo zijn eigen kijk op de paradox: omdat de inflatie zo laag was, voelden burgers geen behoefte hun geld op de bank te zetten. Als het geld zijn waarde toch wel behoudt, waarom zou je dan de moeite nemen om de stad in te rijden en een stortingsformulier in te vullen? Daarnaast waren de rentetarieven al sinds 2008 ongekend laag, zo betoogde de Fed, dus spaarders waren er nauwelijks bij gebaat om geld op hun rekening te zetten: elektronisch geld was alleen maar gedoe en het leverde niets op.
Die twee verklaringen pasten mooi bij elkaar en klonken ongetwijfeld overtuigend voor iedereen die zijn tijd vooral doorbrengt met nadenken over inflatie en rentetarieven. Maar in de echte wereld klinken ze nogal bizar. Voor de meesten van ons is een bankrekening geen kwestie van winst of verlies, maar van zekerheid: je voorkomt ermee dat je al je spaargeld in één keer kwijtraakt aan een brand, een inbraak of een knaagdierenplaag. En je verhindert jezelf om in een opwelling met al je geld naar het casino te gaan en alles op zwart in te zetten. Allemaal goede redenen om je spaargeld naar de bank te brengen, hoe laag de rente ook staat. (Zo’n 5 procent van de Amerikaanse huishoudens maakt geen gebruik van een bank, meestal omdat ze niet genoeg geld hebben om te voldoen aan de minimumeisen.)
Andere economen hebben andere verklaringen geopperd, meestal gerelateerd aan de omstandigheden van een specifiek moment: dat de hoeveelheid briefgeld in omloop stijgt omdat de situatie te stabiel is, of te onstabiel is, omdat mensen te weinig vertrouwen in financiële instellingen hebben om zich daarmee in te laten, of omdat er zo veel gebruik wordt gemaakt van geldautomaten. Deze verklaringen kunnen niet allemaal tegelijk opgaan, ze zijn vaak strijdig met elkaar.
Paradox
Toch zijn al deze verklaringen nog beter dan die waar de Europese Centrale Bank (ECB) in februari 2021 mee kwam, toen die een lang rapport over de paradox van de bankbiljetten uitbracht. Na analyse van de cashtransacties in de landen van de eurozone kwam de bank tot de conclusie dat maar ongeveer een vijfde van de in omloop zijnde bankbiljetten in het betalingsverkeer werd gebruikt – een aandeel dat sinds het begin van de coronapandemie nog verder is geslonken. Maar in 2020, het jaar van de pandemie, was de vraag naar bankbiljetten blijkbaar zo hoog dat de centrale banken van de eurozone voor zo’n 140 miljard euro aan geld hebben bijgedrukt. De waarde van de bankbiljetten die nu in omloop zijn nadert de 1,5 biljoen euro.
‘Deze schijnbaar onmogelijke paradox kan worden verklaard uit de vraag naar bankbiljetten als waardeopslag in de eurozone in combinatie met de vraag naar eurobankbiljetten buiten de eurozone,’ zo luidde de conclusie van de ECB. Denk het jargon even weg en er staat gewoon dat mensen bankbiljetten willen omdat mensen bankbiljetten willen. Niet waarom ze dat willen.
Als je echt meer te weten wilt komen over de onzichtbare vraag naar contant geld, is het geen gek idee om je licht op te steken bij Kenneth Rijock. Deze charmante Vietnamveteraan met een vierkante kin en een gulle glimlach heeft tegenwoordig alle tijd om met je in een koffietentje van gedachten te wisselen. In de jaren tachtig zou hij daar geen tijd voor hebben gehad: toen was hij druk met geld witwassen voor drugdealers in Miami.
Hij propte sjofele oude koffers vol met geld en reed daarmee naar het vliegveld, uitgedost als ‘de sufste toerist die ooit uit een vliegtuig was gestapt’. Dan vloog hij naar een piepklein staatje in de Cariben, naar een bank die al dat geld zonder naar de herkomst te vragen maar al te graag op de rekening van een brievenbusfirma liet storten. Was het eenmaal omgezet in giraal geld, dan sluisde hij het via banken in verschillende landen eerst naar allerlei tussenrekeningen om het moeilijk traceerbaar te maken, om het ten slotte weer over te maken naar Florida, waar zijn klanten het in vastgoed konden steken, alsof het wit geld was.
Die gouden tijd van offshorebankieren door criminelen is voorbij. Eind jaren tachtig begonnen overheden banken te verplichten tot strengere controle op het geld dat ze doorsluisden. En dat toezicht is zeker na 9/11 alleen maar intensiever geworden. (Rijock liep zelf tegen de lamp en verdween in 1990 achter de tralies. Tegenwoordig adviseert hij opsporingsdiensten over het aanpakken van criminelen.)
Offshorerekeningen zijn tegenwoordig een heel riskante manier om illegaal verkregen geld naar een ander rechtsgebied te sluizen. En cryptomunten zijn niet-liquide, onstabiel en moeilijk uit te geven in de legale economie. Daarom grijpen criminelen vaak terug op de oudste technologie, die anoniem, robuust en universeel geaccepteerd is. ‘Het smokkelen van grote hoeveelheden contant geld is de botste en primitiefste maar nog steeds de effectiefste manier om ongezien geld wit te wassen,’ zegt Rijock.
Dus terwijl de centrale bankiers overpeinzen waar hun bankbiljetten toch zijn gebleven, is dat volgens de bestrijders van witwaspraktijken niet zo’n mysterie. Volgens sommige schattingen wordt misschien wel de helft van al het contant geld in omloop door criminelen gebruikt om te ontkomen aan het steeds intensievere toezicht van de overheid op het betalingsverkeer.
Vijf koffers vol geld
De avonturen van Tara Hanlon zijn daar een voorbeeld van. Ze kreeg 3000 pond om met die vijf koffers vol geld naar Dubai te vliegen, en op drie eerdere reisjes had ze in totaal al 3,5 miljoen pond het land uit gesmokkeld. ‘Die koffers zijn ZWAAR. En niemand die je helpt. Staan alleen maar te kijken. Ik dacht echt van hallo,’ appte ze naar de vrouw die haar had geronseld. Ze maakte deel uit van een netwerk van koeriers die crimineel geld naar de Verenigde Arabische Emiraten smokkelen, waar de gebrekkige rechtshandhaving een ideale omgeving creëert voor het witwassen van zwart geld.
Het Britse National Crime Agency (NCA), dat zich bezighoudt met de bestrijding van de georganiseerde misdaad, heeft geanalyseerd hoeveel bankbiljetten er worden gedrukt, hoeveel er bij geregistreerde transacties worden gebruikt en wat de omvang van de criminele economie in het land is. De conclusie is dat er elk jaar zo veel geld het land uit gaat dat er vrachtwagens nodig zijn voor het vervoer. De NCA heeft dan ook een nieuwe taakgroep opgezet om de geldstromen te onderzoeken, ‘Project Plutus’.
Groot-Brittannië is niet het enige land dat moeite heeft om in beeld te krijgen hoeveel geld er illegaal de grens over gaat. Er zijn ook miljarden dollars in omloop buiten de VS, en 750 miljard aan euro’s buiten de eurozone. Dat zal niet allemaal voor louche doeleinden worden ingezet, maar het is duidelijk dat er sprake is van een enorm mondiaal schaduwbankstelsel waar de autoriteiten praktisch geen vat op hebben.
Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren
Corrupte ambtenaren, terroristen en maffiosi gebruiken allemaal contant geld om invloed te kopen, geld te verplaatsen en hun organisatie te financieren. En handhavers en compliance-officers doen wel hun best om criminelen de toegang tot het mondiale bankenstelsel steeds moeilijker te maken, maar ondertussen hebben de mensen die een rem kunnen zetten op de beschikbaarheid van contant geld nauwelijks oog voor het probleem.
De kern van de complexe relatie die centrale banken met contant geld hebben is gelegen in het muntloon, een begrip zo oud dat er in het Engels een Oudfrans woord voor wordt gebruikt: seigniorage, ‘wat wordt opgeëist door de seignior’, oftewel de landheer. In de tijd dat zich voor het eerst staten begonnen te vormen, eisten de vorsten het monopolie op de uitgifte van muntgeld op. Het goud ging naar de Munt om te worden gewogen en getaxeerd, waarna er munten van werden geslagen met daarop een afbeelding van de vorst als een garantie voor de kwaliteit. Seigniorage was het bedrag dat de vorst hiervoor opstreek.
Dat leverde die vorsten grif geld op, zeker toen ze eenmaal beseften dat ze om de zoveel jaar met een nieuw muntontwerp konden komen, zodat de munten geregeld moesten worden omgesmolten en opnieuw geslagen. En de winsten stegen nog verder toen men er ook andere, goedkopere metalen voor ging gebruiken, al hielden de vorsten vol dat de nieuwe munten dezelfde waarde hadden als hun voorgangers van goud of zilver.
Maar het slaan van al die munten was een bewerkelijke zaak en dat beperkte de hoeveelheid geld die op deze manier kon worden gemaakt. Een grote stap vooruit werd in de zeventiende eeuw gezet, toen Europese centrale banken eerst zelf bankbiljetten begonnen uit te geven en later ook bepaalden dat niemand anders daartoe gerechtigd was. Het drukken van een bankbiljet kost slechts een paar cent, maar de waarde van het biljet is wat erop gedrukt staat. Zo begonnen de seigniorage-inkomsten lekker op te lopen.
In het tijdperk van elektronisch geld is het moeilijker om dat muntloon te berekenen dan in de Middeleeuwen, maar het idee blijft hetzelfde: het is de opbrengst van het monopolie op de uitgifte van geld. Het drukken van een biljet van 100 dollar, een fraai versierd stukje papier dat 100 dollar waard is louter omdat de Amerikaanse overheid dat zegt, kost een schamele 14 cent. En elke keer dat de Fed zo’n briefje uitgeeft, kan ze de resterende 99,86 dollar dus investeren in iets wat rente oplevert. Het is wel duidelijk: geld drukken geeft centrale banken een vrijbrief om geld te drukken.
Aan het drukken van de bijna 2 miljoen pond van Tara Hanlon zou de Bank of England meer dan 1,5 miljoen pond hebben verdiend (het drukken van een pondbiljet kost maar een paar penny). Een deel van die opbrengst gaat op aan diverse kosten, maar de rest komt ten goede aan de schatkist. Seigniorage is dus een mooie bron van inkomsten voor een regering – als je even vergeet hoeveel geld belastingontduiking en de georganiseerde misdaad de schatkist kosten.
Apathie
Als er al een keer een debat is over waar alle bankbiljetten in de wereld toch naartoe gaan, komt dat lucratieve muntloon bijna nooit ter sprake. Volgens Kenneth Rogoff, econoom aan Harvard en schrijver van het boek The Curse of Cash, praten economen liever over verfijnde nieuwe concepten als kwantitatieve verruiming dan over zoiets prozaïsch als de vraag hoe bankbiljetten eigenlijk worden gemaakt. ‘Economen hebben de neiging om te denken: Dat is niet keynesiaans, dus dat doet er niet toe,’ zegt hij.
En waarschijnlijk speelt ook apathie een belangrijke rol in de bereidheid van centrale bankiers om geld te blijven drukken. De opgave om fundamentele hervormingen voor de geldvoorziening te bedenken is weinig aanlokkelijk in een situatie waarin er al zoveel andere eco-nomische problemen zijn om je zorgen over te maken.
Maar Peter Sands, oud-topman van de bankengroep Standard Chartered, denkt dat de seigniorage-inkomsten mede verklaren waarom er geen actie wordt ondernomen. ‘Als een geneesmiddel ongunstige bijwerkingen heeft, wordt de fabrikant verplicht uitgebreid onderzoek te doen naar de frequentie, de ernst en de onderliggende oorzaken daarvan,’ zo zei hij op een conferentie over de toekomst van contant geld in 2017. ‘Maar als de hoogste opsporingsambtenaar van het continent zegt dat contant geld een cruciale rol speelt in witwaspraktijken en de financiering van terrorisme, als de fiscus stelt dat het niet aangeven van cash-inkomsten de grootste bron van belastingontduiking is, zien we dan de producenten van contant geld ook hun best doen om daarover data te verzamelen en analyses op te stellen?’ Het antwoord was natuurlijk nee. ‘Ik wil hier niet beweren dat het allemaal alleen maar eigenbelang is,’ besloot Sands. ‘Maar ik denk dat je toch moet inzien dat hier sprake is van belangenverstrengeling.’
De veroordeling van Tara Hanlon ging gepaard met een persbericht met foto’s en al waarin het National Crime Agency zichzelf op de borst sloeg. Maar binnenskamers was de stemming bij de opsporingsdienst een stuk somberder. Het criminele netwerk waarvoor Hanlon werkte had niet echt veel moeite gedaan om voorzichtig te zijn met het smokkelen van die 2 miljoen pond. Dat wekte de indruk dat dit bedrag een druppeltje was in een grote oceaan van contanten die continu de grens over stroomt. ‘We moeten inzien dat criminelen niet in één keer 2 miljoen zouden proberen te smokkelen als ze zich grote zorgen maakten dat het wordt onderschept,’ kreeg ik van een opsporingsambtenaar te horen. ‘De omvang van deze vangst geeft waarschijnlijk alleen maar aan hoeveel zendingen ons ontgaan.’
De Britse misdaadbestrijders hebben één troost: het Britse pond is niet de favoriete munt van de criminele netwerken. En één blik op de foto met het in beslag genomen geld van Hanlon maakt ook wel duidelijk waarom. Het waren bijna allemaal paarse briefjes van 20, met hier en daar een biljet van 10. Er was maar één briefje van 50 te zien, de grootste coupure die de Bank of England uitgeeft. In de zin van ruimte versus waarde zijn Britse bankbiljetten onaantrekkelijk voor smokkelaars: je hebt heel veel briefjes van 20 nodig om een groot bedrag te smokkelen. Had Hanlon haar hele buit in biljetten van 100 dollar vervoerd, dan had alles in anderhalve koffer gepast. Met briefjes van 500 euro had ze aan één koffer genoeg gehad. Dus als je geld wilt smokkelen, kun je beter de grote coupures van de EU en de VS gebruiken dan de flappen die de Bank of England drukt.
Er zijn genoeg goede redenen voor centrale banken om geld te blijven drukken. Maar er zijn wel mensen die zich afvragen of het nou echt nodig is om zo veel grote coupures uit te geven. Meer dan 80 procent van al het dollargeld in omloop is in de vorm van briefjes van 100, meer dan zestien miljard biljetten in totaal, dus twee voor ieder mens ter wereld (en ik heb er geen, dus minstens één persoon moet er vier hebben).
Er zijn bijna vierhonderd miljoen paarse katoenflappen met de tekst ‘500 euro’ in omloop (al is de ECB in 2016 met het drukken daarvan gestopt op aandrang van de Franse regering, die meende dat de biljetten bijdroegen aan de financiering van terrorisme). In de eurozone zijn in totaal voor 750 miljoen aan biljetten van 200 euro gedrukt, en voor nog eens 3,5 miljard aan biljetten van 100. Waarom willen de meeste rijke landen die grote coupures niet afschaffen? India heeft dat in 2016 met zijn twee hoogste coupures immers al gedaan (al was het geen onverdeeld succes).
Iedereen op één lijn
Het probleem is, zoals zo vaak bij de regulering van het internationale financiële systeem, dat het zo moeilijk is om iedereen op één lijn te krijgen. Zodra de Fed of de ECB bijvoorbeeld de grote coupures afschaft, stappen internationale criminelen en kleptocraten gewoon over op andere valuta. En dan gaan alle inkomsten van het drukken van bankbiljetten dus naar een centrale bank die wel grote coupures blijft uitgeven, zonder dat de andere landen de mondiale misdaad zien teruglopen. In afwachting van een wonderbaarlijk staaltje multilateralisme zal in de afzienbare toekomst het huidige systeem wel blijven voorbestaan.
Afgelopen juni bekende Tara Hanlon in de rechtszaal via een videoverbinding dat ze schuldig was aan witwassen. Ze kreeg drie jaar celstraf opgelegd. Een week daarvoor had De La Rue, de drukkerij van het Britse papiergeld, haar jaarcijfers bekendgemaakt. De geldpers, gehuisvest in een modernistische fabriek in Essex die De La Rue in 2003 overnam van de Bank of England, draait op volle toeren, aldus het bedrijf. Hoe dat komt? ‘De aanhoudend grote mondiale vraag naar contant geld.’
Armin Laschet, die onder druk staat sinds de zware nederlaag van de Duitse conservatieven bij de laatste parlementsverkiezingen, is donderdag begonnen met zijn terugtrekking uit de CDU, terwijl de sociaaldemocraten, de Groenen en de liberalen besprekingen zijn begonnen om een coalitie van drie partijen te vormen.
‘Als Armin Laschet aankondigt dat hij iets te zeggen heeft, denkt iedereen aan zijn aftreden’, stelt Süddeutsche Zeitung ironisch vast. Op donderdag belegde de opvolger van Angela Merkel een onaangekondigde persconferentie. Het woord aftreden viel uiteindelijk niet, maar Laschet legde de basis voor zijn vertrek uit de CDU, binnen een jaar nadat hij aan de leiding is gekomen.
‘De leider van de conservatieven ging niet zo ver dat hij zijn ontslag aankondigde, na twee weken van kritiek over zijn verkiezingsdebacle, maar hij kondigde wel aan dat hij volgende week aan de partijleiding zou voorstellen om een congres te houden’, meldt El País.
‘Laschet is er nooit in geslaagd zijn stempel op de partij te drukken, noch zijn middelmatige populariteit te verbeteren’
Het doel van dit congres, dat in december zou kunnen plaatsvinden, is ‘de reorganisatie van de CDU, van het voorzitterschap tot het federale uitvoerend comité’, om een einde te maken aan het ‘onophoudelijke debat’ over de leiding van de partij, aldus Laschet.
Financial Times herinnert eraan dat de CDU-leider, die in januari jl. werd gekozen, ‘er nooit in is geslaagd zijn stempel op de partij te drukken, noch zijn middelmatige populariteit te verbeteren’. Hij heeft ook te lijden gehad onder de broederstrijd met Markus Söder, leider van de CSU – de Beierse zusterpartij van de CDU – die hoopte de conservatieve kandidaat te worden voor de parlementsverkiezingen, aldus de zakenkrant.
Na het slechtste resultaat uit haar geschiedenis is de CDU duidelijk niet in een sterke positie om een regeringscoalitie te vormen. Maar zijn leider zei donderdag dat hij ‘nog steeds hoopt’ op een alliantie van drie partijen met de liberalen van de FDP en de Groenen, hoewel hij dan niet noodzakelijkerwijs kanselier zou worden – een verder bewijs dat hij klaar is om een stap terug te doen, aldus Deutsche Welle.
‘Het gaat niet zozeer om al dan niet Armin Laschet’, zei hij. ‘De vraag is waar dit land naartoe moet. En als sommige mensen tot andere oplossingen willen komen, is dat mogelijk’, voegde hij eraan toe. Met andere woorden, zo vatte Deutsche Welle samen, Laschet ‘zou bereid zijn zich terug te trekken, indien zijn positie de onderhandelingen in de weg zit’.
Consumenten hebben nog tot 30 september 2022 om ongeveer 24 miljard pond, circa 27,7 miljard euro, aan papieren bankbiljetten van 20 en 50 Britse pond uit te geven, aangezien de Bank of England ze uit de omloop haalt. Ze worden vervangen door biljetten van polymeer, die veiliger zijn en langer meegaan, bericht Bloomberg.
Het bbp van Italië zal dit jaar met behulp van overheidsinterventies stijgen met 6 procent en in 2022 met 4,7 procent. Het begrotingstekort valt aanzienlijk lager uit dan verwacht, zo blijkt uit een rapport van Economische Zaken, dat is aangeboden aan premier Mario Draghi, bericht persbureau ANSA. Overheidsmaatregelen stimuleren de groei met een extra 0,5 procentpunt; zonder zou het bbp al met 4,2 procent stijgen.
Daarmee herstelt de Italiaanse economie zich na een val van 8,9 procent in 2020 als gevolg van de pandemie. De verhouding tussen begrotingstekort en bbp komt door het herstel op 9,4 procent, een daling ten opzichte van de 11,8 procent waar in april nog van uit werd gegaan.
Lil Tay wilde beroemd worden, en koos de weg van de ‘memester’. Ze veranderde van een individu in een merk, een mogelijke bron van inkomsten. Dat betekende plannen, organiseren, netwerken. De juiste tag op de juiste plek op het juiste moment. Tot haar vader er een stokje voor stak met de bedoeling zijn tienjarige dochter te beschermen.
Het sprookje van Lil Tay begint niet met de traditionele woorden ‘Er was eens…’ maar met de woorden: ‘Jullie weten al over wie dit gaat.’
Want wie vorig voorjaar ook maar enigszins actief is geweest op Instagram of internet, zal Lil Tay vermoedelijk wel kennen. Haar wc, zo liet ze weten, kost meer dan jouw moeder aan huur kwijt is. Hetzelfde geldt voor haar kleren, haar bed, haar sieraden – eigenlijk alles om haar heen. Haar keuken is groter dan jouw hele woonkamer. Ze draagt Gucci-ceintuurs als een sjerp over haar borst en om haar middel hangen Louis Vuitton-ceintuurs. Ze heeft vrijwel altijd een pak bankbiljetten in haar hand. ‘En ik ben nog maar negen!’ Niet alleen heeft deze lagereschoolleerling in een Rolls-Royce gereden (oké, niet meer dan anderhalve meter op een parkeerplaats, maar toch), maar ze heeft ook een deuk in een Rolls-Royce getrapt. Ze is, om haar eigen woorden te gebruiken, ‘de jongste flexer van deze eeuw’.
In de wereld van de social media zijn er twee soorten influencers – mensen die op de een of andere manier geld verdienen door volgers te verzamelen. Er zijn mensen die met een bedachtzame blik poseren voor een foto op Instagram, terwijl ze bij kaarslicht gedichten lezen van Rupi Kaur, met een kop thee onder handbereik. Die mensen hopen uiteindelijk te worden betaald om content te leveren voor een wellness-start-up. Hun leven is haast te mooi om waar te zijn – of in ieder geval heeft het iets Gwyneth Paltrow-achtigs.
De tweede groep influencers bewandelt een haast tegengesteld pad, in de geest van Donald Trump en zijn tabloidroem uit de jaren tachtig. Ze zijn meestal jonger en maken eerder naam op YouTube dan op Instagram. Ze kijken recht in de camera en doen uitspraken die enkel en alleen zijn bedoeld om te shockeren. Ze zitten in groep zes maar ze vloeken als een bootwerker. Ze zijn wit maar ze praten alsof ze zwart zijn. Ze laten tatoeages aanbrengen in hun gezicht om op straat aandacht te trekken. Ze herhalen kreten – zoals ‘de jongste flexer van deze eeuw’ – om de kijkers een geheugensteuntje te geven zodat ze maar niet worden vergeten. Ze weten als geen ander hoe ze moeten uitgroeien tot levende memes, echo’s van de populaire cultuur, clipjes van een seconde of tien, of foto’s die viraal gaan. Door zich te verbinden aan een bepaald nummer of een televisieprogramma weten ze de aandacht vast te houden.
Een soort tweede Hollywood
In Los Angeles is een soort tweede Hollywood uit de grond geschoten voor mensen die munt willen slaan uit deze, meestal zeer vergankelijke, roem. In appartementen aan Vine Street of soms, als het geld binnen begint te komen, in de Hollywood Hills, komen hele teams rond een meme star samen. Soms wonen ze met z’n allen in een Mcmansion en delen hun volgers en hun invloed, dit alles met de bedoeling een nog lucratievere hustle te creëren, meestal in de hiphopscene.
Afgelopen jaar april dook Lil Tay op in Los Angeles, alsof ze zo uit haar Instagramfeed de echte wereld in was gestapt. Twee weken na haar komst naar Los Angeles volgde haar grote doorbraak, misschien wel sneller dan bij enige aanstormende ster ooit. Het was op de middag van 15 april, een zondag, in de Americana mall in Glendale (de Grove is niet de plek voor meme stars … nog niet, tenminste) en Lil Tay was daar met Woah Vicky, ook een meme-sensatie, beroemd geworden doordat ze beweert voor een kwart zwart te zijn. Ze liepen Bhad Bhabie tegen het lijf, die inmiddels was uitgegroeid van het meisje dat haar moeder de stuipen op het lijf had gejaagd bij Dr. Phil (typerende uitspraak: ‘Cashmeousside’) tot een respectabele rapper. Een meme-droom, zou je kunnen zeggen.
Zoals het meestal gaat in Hollywood was ook deze ontmoeting van de grote drie geen toeval. De bedoeling: Woah Vivky en Bhad Bhabie moesten voor de camera hun ruzie bijleggen – Woah Vicky had niet lang daarvoor een van Bhad Bhabie’s vrienden een racistische verwensing naar het hoofd geslingerd. Dit moest een van die cruciale momenten worden in het geconstrueerde drama dat de levenscyclus van een meme bepaalt. Memes maken ruzie, memes leggen het bij, memes zetten het allemaal online voor likes en advertentie-inkomsten.
Zoals gewoonlijk is TMZ aan het filmen. Bhad Bhabie doet de openingszet, daagt Woah Vicky uit met de woorden: ‘put your bag down, tough stuff’. Met andere woorden: zet je tas op de grond zodat je je handen vrij hebt om te vechten. Woah Vicky doet dat, maar met een sullig lachje. De harde werkelijkheid is dat zij niet stevig genoeg in haar schoenen staat voor een gevecht, al is het zo’n nepgevecht.
Na vijfentwintig seconden draait de camera en komt Lil Tay in beeld. Ze draagt een blouse van ragfijn kant, heeft geblondeerd haar en is minstens drie koppen kleiner dan alle anderen in beeld. Ze heeft een engelachtig gezicht en blozende wangen, maar haar houding is ijzig: ‘Willen jullie vechten?’ Als je Lil Tay ziet is het alsof je naar een baby met een bouffant kijkt – onbegrijpelijk en grappig.
In de volgende scène staan er allemaal mannen om Vicky heen, maar Bhabie springt in beeld en probeert over hun schouders heen een onhandige stomp te geven. De meisjes worden uit elkaar gehaald en terwijl Bhabie zich via de roltrap uit de voeten maakt, staat Lil Tay een verdieping lager op niets af ‘Bitch!’ te schreeuwen. Er waren drie meisjes aan het kijven, maar uiteindelijk is er maar eentje die ertoe doet.
Die ochtend, op weg naar de mall, had Lil Tay zo’n 300.000 volgers op Instagram. Drie dagen later zijn dat er 675.000, een getal dat officieel is bevestigd. In de week erna zal ze de 2,5 miljoen volgers halen en worden haar posts gemiddeld zo’n 15 miljoen keer bekeken. Eind 2018 stond op nummer acht van Google-vragen die beginnen met ‘wie’, de vraag: ‘Wie is Lil Tay?’
Het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van Lil Tay, volgens Lil Tay zelf, en geheel in lijn met de eisen van het theater van het absurde, waar de wereld van de memes welbeschouwd op neerkomt: Ze is ‘straatarm’ opgegroeid in Atlanta maar heeft heel hard ‘gebouwd’ aan haar toekomst. Uiteindelijk is ze toegelaten tot Harvard maar gestopt met haar studie. Op zeker moment beweerde ze ‘deels zwart’ te zijn, net als haar vriendin Vicky. Tegenwoordig woont ze in ‘de heuvels’. (Welke heuvels? Dat vertelt het verhaal niet.)
Lil Tay heeft hem belachelijk gemaakt omdat hij drie keer zo oud is als zij en nog altijd op YouTube zit, en ook nog eens veel minder geld op zijn rekening heeft staan dan zij
Eind 2017 is ze dit verhaal gaan delen op Instagram en YouTube: dat ze eigenhandig vanuit de goot is opgeklommen naar weelde. In januari 2018 vonden haar fratsen een publiek. Er is een heel genre YouTubers dat naam maakt door andere mediasterren te roasten en Lil Tay haakte aan bij die traditie door haar pijlen te richten op een éénentwintigjarige Aziatisch-Amerikaanse ster die zich Ricegum noemt en die het voortouw heeft genomen in deze vorm van beledigen, wat hem een opmerkelijke tien miljoen abonnees heeft opgeleverd. Lil Tay heeft hem belachelijk gemaakt omdat hij drie keer zo oud is als zij en nog altijd op YouTube zit, en ook nog eens veel minder geld op zijn rekening heeft staan dan zij. Hij hapte en heeft in reactie op haar snier twee video’s opgenomen; die zijn samen meer dan dertien miljoen keer bekeken.
In maart 2018, zo’n vier maanden nadat ze haar eerste video’s had gepost, zocht Lil Tay de samenwerking met Dooney Battle, mede-oprichter van de managementgroep Tha Lights Global. Battle, die niet reageert op verzoeken voor interviews, is de manager van Lil Pump – de rapper met het kleurrijke haar en de tatoeages in zijn gezicht, die al opdook op verschillende meme-gerichte Instagram-accounts voordat hij muziek uitbracht en uiteindelijk een samenwerking aanging met Kanye West. Tha Lights Global is uitgegroeid tot de belangrijkste managementgroep gespecialiseerd in muzikanten en rappers die hun carrière zijn beginnen met een flitsstart op social media.
En nu komt het: toen Battle en andere managers die met Lil Tay in zee wilden gaan een Instagram-berichten naar haar account stuurden, kregen ze naar eigen zeggen geen antwoord van een negenjarig meisje. Volgens de regels moet iemand sowieso dertien zijn om een account te kunnen openen. Nee, ze kregen antwoord van een zestienjarige jongen, Jason Tian. Je zou dus kunnen zeggen dat een van de antwoorden op de vraag ‘Wie is Lil Tay?’ een tweede vraag is: ‘Wie is Jason Tian?’ Lil Tay is het gezicht en de attitude, maar als dit een casestudy zou zijn van het creëren van faam op social media, dan is Jason, Lil Tay’s halfbroer, het genie achter de schermen.
Jason heeft een eigen verleden op internet. Als Rycie postte hij op YouTube voornamelijk diss raps in de hoop online fights te ontketenen met YouTubers die meer volgers hadden. Maar zijn act was afgekeken van anderen, voegde eigenlijk niets toe en sorteerde dan ook weinig effect. Zodoende bedacht Jason – die naar verluidt is geobsedeerd met internet en de macht van internet om iemand tot een ster te maken – een ander plan. Een meisje dat de dingen zou zeggen die hij dacht – dat was iets nieuws, iets gewaagds, iets wat veel likes zou genereren. En hij wist precies welk meisje hij daarvoor moest hebben.
Lil Tay is zelden te zien zonder stapel bankbiljetten in de hand.
Zo komt Jason met een geheel nieuwe versie van de stage mom: de stage broer. Volgens veel van de managers met wie Lil Tay in Los Angeles tijdelijk heeft gewerkt, schreef Jason de teksten voor Lil Tay en vertelde hij haar hoe zij het moest brengen. Tay heeft zonder meer acteertalent en wilde maar al te graag meedoen. Het woord bitch dat uit haar kleine lijf knalt – een lijf dat ook nog eens is ingeritst in een roze Gap-sweater – was sensationeel genoeg om de aandacht te trekken. En zo werd een meme-ster geboren.
Voordat Lil Tay in zee ging met Battle, had ze via FaceTime en Garageband een nummer opgenomen met een andere muziekproducent, maar Lil Pump was het idool van Jason. Voor hem was Battle het uiteindelijke doel. Maar omdat Jason nog maar zestien was en Tay nog maar negen, was Jasons bewondering niet voldoende voor Battle. Hij had toestemming van de ouders nodig. Jason bracht hem in contact met Angela Tian, de moeder van Jason en Lil Tay.
Lil Tay mag dan stoere verhalen ophangen over hoe ze heeft moeten buffelen om aan de armoede te ontsnappen, in werkelijkheid is ze de dochter van een makelaar in Vancouver. De wc die meer zou kosten dan de huur die jouw moeder betaalt? Het waren allemaal toiletten in de huizen die Angela, die een actieve bijdrage levert aan de carrière van haar kinderen, in de verkoop had. Niet alleen zette Angela haar carrière op het spel door haar nageslacht te laten filmen in die panden, ook leende ze de Mercedes 550 SL van een collega (wat er uiteindelijk toe leidde dat ze ontslag heeft moeten nemen) om er filmpjes mee te kunnen maken.
Battle regelde tickets voor het drietal om naar Los Angeles te komen en erover te praten of hij hen zou vertegenwoordigen, zegt Angela. Hij zou tien nachten hotel voor hen regelen. Toen ze in Los Angeles aankwamen, begin april, zei hij dat hij een contract wilde voor vijf jaar, punt. Maar Angela, met een zwarte pony die bijna net zo onverzettelijk is als de steun voor haar kinderen, wilde daar niets van weten. ‘Ik had helemaal geen kaas gegeten van deze bedrijfstak en Tay was nog heel jong,’ zegt ze. ‘Ik wilde niet de fout begaan om haar voor langere tijd vast te leggen.’
Lil Tay staat op een kruispunt, is niet langer een individu maar een merk, een mogelijke bron van inkomsten
Nu Battle uit beeld was verdwenen trok het gezin in bij Woah Vicky en Josiah Jenkins, die naam had gemaakt op Vine en die op zeker moment het Instagram-account @mom had. Tijdens een late lunch op Melrose kwam het gezin in contact met Vicky’s manager, Harry Tsang. Ze leerden elkaar beter kennen. Tsang sprak Mandarijn, Angela’s moedertaal. Het klikte zo goed dat Lil Tay een paar dagen later met Vicky meeging naar de Glendale mall voor die cruciale ontmoeting met Bhabie. Van de ene op de andere dag was Lil Tay het meest gewilde product in Los Angeles.
Dit is het allesbepalende viral moment dat een keerpunt kan zijn voor aankomende influencers. Lil Tay staat op een kruispunt, is niet langer een individu maar een merk, een mogelijke bron van inkomsten. Om het goed te spelen en eeuwige roem te bereiken (of een platencontract en een agent binnen te halen) is een duidelijke strategie vereist, niet minder dan wanneer je de Super Bowl wilt winnen of moet zorgen dat het publiek Times Square weer verlaat nadat op oudjaar om twaalf uur de bal is gevallen. Dat betekent plannen, organiseren, netwerken. De juiste tag op de juiste plek op het juiste moment.
Jason, die op dat moment zestien was, had het personage bedacht en de scripts geschreven, maar inmiddels was er behoefte aan iemand met ervaring. Een soort Kris Jenner voor Lil Tay’s Kim Kardashian. Maar Lil Tay werd zo snel zo groot dat iedereen zich haar wilde toe-eigenen, en dat ook deed. Het werd er allemaal niet eenvoudiger op doordat het gezin van de ene naar de andere manager ging, bijeenkomsten belegde en over deals onderhandelde zonder ooit een contract te tekenen.
‘Ik heb minstens zes mensen gesproken die beweerden haar manager te zijn,’ aldus Diablo, een producer in Los Angeles die een tijdje met Lil Tay in de studio heeft doorgebracht om muziek op te nemen. Zelfs in dit schimmige wereldje is het ongebruikelijk dat meerdere managers de verantwoordelijkheid opeisen voor een bepaalde klant. Tsang heeft tijdelijk de rol van manager vervuld maar nooit een contract getekend. In vroege interviews wordt ene Alex Gelbard genoemd als manager en consultant van Lil Tay, maar Angela wil niet meer kwijt dan dat hij, op zeker moment, e-mails voor hen heeft beantwoord.
Ondertussen doorliep Lil Tay in sneltreinvaart de rite de passage van aanstormende meme-sterren. Ze dook op in een video met de rapper Chief Keef. Jake Paul, een van de meest bekende YouTubers, heeft haar geïnterviewd. Ze heeft ge-Facetimed met Diplo en hij heeft haar persoonlijke berichten gestuurd: ‘Your [sic] winning Tay’. Ze heeft de superstar rap producer Rick Rubin ontmoet, die met Adele en Jay-Z heeft gewerkt, want zo snel kun je in korte tijd opklimmen. Howard Stern heeft verzocht om een interview met Lil Tay, maar in Jasons ogen kan Stern niet tippen aan Jake Paul. Ze hebben niet eens gereageerd.
Het nummer dat Lil Tay heeft opgenomen voor ze in contact kwam met Battle – ‘Money Way’ – werd geüpload op YouTube door haar allereerste contact binnen de scene, Ousala Aleem, ofwel Prestley Snipes, ofwel Pres. Nadat hij haar video met Chief Keef had gezien, aldus Pres, zocht hij contact met Angela om een afspraak te regelen met Warner/Cappell, de muziek producerende tak van Warner Music Group. Hij schat dat hij destijds een deal voor Lil Tay had kunnen sluiten voor een bedrag met vijf nullen, maar het gezin heeft nooit iets laten horen. Ze hadden hem ontvolgd en zeggen dat ze nooit toestemming hebben gegeven om het nummer te releasen. Ze hebben ook nooit de royalty’s geïnd, zegt Pres, terwijl dat inmiddels toch om een paar duizend dollar gaat.
Eind april waren Jason, Tay en Angela bij Mel’s Drive-In aan Sunset Boulevard, waar ze zagen dat er een milkshake was vernoemd naar de hond-influencer Swaggy Wolfdog (@Swagrman). Lil Tay zou de krachten moeten bundelen met deze swingende hond, dacht Jason. Dus stuurde hij Wolfdog een berichtje op Instagram. De eigenaar van de hond bleek ook Mandarijn te spreken. ‘Ik zag meteen dat ze het spoor bijster waren en dat allerlei mensen misbruik van ze probeerden te maken,’ zegt de eigenaar. Dus bracht hij het gezin in contact met Diomi Cordero, een manager die in het verleden heeft gewerkt voor Beyoncé’s Parkwood Entertainment en Republic Records. Ze besloten hem een kans te geven. In een opmerkelijk gebruikelijke deal binnen de socialmediawereld van Los Angeles, trok Cordero in bij de eigenaar van Swaggy zodat Angela, Jason en Lil Tay in zijn huis konden gaan wonen.
Cordero zegt dat hij is begonnen zonder contract om het gezin duidelijk te maken dat hij te vertrouwen was. Hij wilde een influencerteam opzetten rondom Swaggy Wolfdog, Lil Tay en Victor Garibay, een film- en televisieproducent die, zoals Cordero zegt, een gewoon fortuin heeft, geen aan een merk gebonden fortuin. Influencers die een Lamborghini nodig hebben, lenen die van Garibay. Toen Lil Tay een Rolls-Royce nodig had, kwam ze uit bij Garibay.
Cordero verdiepte zich ook in de mogelijkheden om thuisonderwijs te regelen voor Lil Tay en Jason en hij probeerde Lil Tay’s omstreden filmgedrag een beetje in te tomen. Met andere woorden: hij probeerde zijn roekeloze jonge influencer wat meer mainstream te maken, zodat ze meer grote merken aan zich zou kunnen binden. Dat plan sloeg al snel aan. Hij regelde de opname van een video van Lil Tay samen met de influencer Amande Cerny, voor een goed doel. Hij zorgde voor haar eerste merkdeal, een overeenkomst van twintigduizend dollar voor Tunes-koptelefoons.
Maar intern had hij nauwelijks invloed, zegt Cordero. Zo had hij een celebrity hairstylist weten over te halen om Lil Tay’s haar te blonderen in ruil voor een Instagramtag (een dealtje van achthonderd dollar), maar vervolgens moest hij uren op Jason inpraten om die tag ook echt te posten. Cordero had de indruk dat Jason overbezorgd was en het moeilijk vond om de volgers waar hij zo voor had geknokt, te delen. Maar hij was de enige met toegang tot het @Liltay-account.
Er was ook nog een ander, ernstiger probleem, zegt Cordero. ‘Ze gingen allemaal belangrijke gesprekken aan zonder mij om advies te vragen, en ze werden gewoon genaaid. Ik moest de strijd aanbinden met de manager van Logan Paul, ik moest de strijd aanbinden met de manager van Jake Paul. Ik moest met Atlantic Records in de clinch.’ En het gezin probeerde op haar beurt anderen erin te luizen, zegt hij. ‘Ze gaven iedereen de indruk met hen in zee te willen gaan, om mee uit eten te worden genomen, en dan haakten ze af op de allerlaatste dag voordat de deal officieel zou worden bekrachtigd.’
In een laatste wanhopige poging om alles weer in goede banen te leiden, regelde Cordero een interview voor Lil Tay, haar moeder en haar broer, bij Good Morning America. Hij zei dat Lil Tay in dat interview moest opbiechten dat haar manier van doen een act was, maar Jason weigerde, uit angst om volgers te verliezen.
Het interview is een wat verwarrende balanceer-act.
Het grootste deel van de tijd komt het gezin vrij normaal over. Jason komt in beeld, met zijn karakteristieke hoodie en mondkapje, terwijl hij Lil Tay filmt. Juju Chang, de interviewster, noemt Lil Tay ‘vroegwijs’ en ‘zacht’ en toont ons een wat ingetogen versie van de ster, een versie die meer wegheeft van een meisje van negen. Maar als Lil Tay eenmaal is gaan zitten voor het interview met Angela, geeft ze geen duimbreed toe. ‘Niemand dwingt me hiertoe,’ zegt Lil Tay.
‘Ze waren nog niet klaar voor dit wereldje,’ zegt Cordero nu. Dat geldt met name voor Jason: ‘Hij is een tiener die geobsedeerd is met roem en die niets afwist van de mediawereld.’
Als het gezin zes weken in Los Angeles zit, worden al Cordero’s inspanningen om Lil Tay’s imago op te vijzelen, getorpedeerd. Er lekken beelden uit waarop Lil Tay een waterpijp rookt; op een ander filmpje rookt ze een wortel alsof het een joint is. Zoals het gaat wanneer iemand aandacht krijgt op internet, duiken er ineens filmpjes op van maanden eerder. In een van haar eerste posts, waarin ze haar pijlen richt op Ricegum, zegt Lil Tay: ‘I wear a belt as a sash like I just won a beauty pageant, cuz I slaying all these niggas, bitch.’ (Ik draag een ceintuur als een sjerp alsof ik net een schoonheidswedstrijd heb gewonnen, want al die nigga’s zijn er geweest, bitch).
Verwijderd
Op zondag 3 juni, tweeënhalve maand na haar vliegende start als ster, en de dag voordat ik naar Los Angeles zou vliegen om haar te ontmoeten, verdween Lil Tay. Haar Instagram-account werd verwijderd. Alle foto’s en filmpjes waren verdwenen. En Angela stond me niet toe om rechtstreeks met Lil Tay of Jason te praten.
Chris Hope hoorde over Lil Tay van het hoofd van de lagere school in Vancouver, waar zij stond ingeschreven als Claire Hope. Dat was nog vóór Los Angeles, maar toen de kinderen in Claires klas begonnen te kletsen over haar act, hebben het hoofd van de school en een paar leraren een aantal van haar video’s bekeken. Ze maakten zich zorgen dat de inhoud nadelig zou kunnen uitpakken voor Claires toekomst. Dus namen ze contact op met haar vader.
De ontstaansgeschiedenis van Claire Eileen Qi Hope: ze is de dochter van een Chinese moeder en Canadese vader, geboren op 29 juli 2007. (Voor wie nu driftig begint te rekenen: op het moment dat Tay beweerde negen te zijn, was ze eigenlijk al tien.) Haar ouders zijn nooit getrouwd en zijn al voor Claires tweede verjaardag uit elkaar gegaan. Ze heeft al sinds haar vierde balletles en heeft meegedaan aan balletcompetities van de Royal Ballet Academy. Ze heeft pianoles gehad, zangles, Chinese les, en daarnaast zit ze op schaatsen, zwemmen en tekenen. Ze kan verbijsterend goed dingen uit haar hoofd leren. Ze is slim en gevat. Een van haar lievelingsfilms is La La Land. Claire Hope doet al haar hele leven haar best om uit te groeien tot een ster. Lil Tay was haar vehikel.
Hoewel Chris Hope en zijn ex-vriendin Angela gedeeld ouderschap hebben, was Angela degene die het meest voor Claire zorgde. Chris had het gevoel dat hij weinig kon doen om de creatie van Lil Tay tegen te houden. Pas dagen nadat hij van het bestaan van de meme op de hoogte was gebracht, zegt Chris, vertelde Angela hem dat ze met Claire naar Los Angeles wilde gaan om haar carrière op de rails te zetten. Ze had zijn toestemming nodig om het land te verlaten. Ze zouden ‘maar een paar dagen’ wegblijven, zei Angela, als we Chris moeten geloven. Hij stemde erin toe. Hij dacht dat het tripje Lil Tay de kans zou bieden zich in een meer professionele richting te ontwikkelen, in de richting van dans of acteren, hij wist niet dat het ging om ‘alleen maar een beetje flexen op internet.’
Weken later kreeg hij nog altijd geen duidelijkheid over de vraag wanneer ze weer thuis zouden komen. Zijn dochter miste veel lessen en scoorde uiteindelijk tweeënzeventig absenties voor het hele jaar. Chris zag de beelden van haar tijdens een concert met Chief Keef; de beelden waarop ze childe met volwassenen die weed leken te roken; het Bhad Bhabie-gevecht; de worteljoint. Hij somt het allemaal op, aan de telefoon, met een stem die zacht is van ontzetting, alsof het allemaal minder reëel is als hij zachter praat.
Chris, die advocaat is, begreep al snel dat Los Angeles niet de plek was waar Claire haar horizon zou verbreden. Hij vroeg om een dwangbevel waarin stond dat zijn dochter moest terugkeren naar Vancouver en dat haar account moest worden opgeheven. Op de avond van 3 juni waren Lil Tay en haar entourage terug.
Voorwaarden
Het zal wellicht geen verbazing wekken dat Lil Tay niet blij was om terug te zijn, zegt Angela. Tay verweet haar vader dat hij het haar onmogelijk maakte haar droom te verwezenlijken en ze wilde niet meer naar hem toe.
Hij was de gebeten hond.
Waar het om gaat is dat Chris niet een of andere preutse moralist is die de carrière van zijn dochter dwarsboomt – hij wilde haar alleen maar helpen om een ander soort carrière na te streven. Net als Cordero. Chris verbond een aantal voorwaarden aan Tay’s terugkeer naar LA.
Om te beginnen moest ze een visum en een Amerikaanse werkvergunning aanvragen. Een van de redenen dat Angela in LA nooit een contract had ondertekend, was misschien dat ze daar helemaal niet toe in staat was. Aangezien er sprake was van co-ouderschap, zou Chris ook moeten tekenen om welke overeenkomst dan ook rechtsgeldigheid te verlenen. Zonder visum konden Angela en haar kinderen niet legaal geld in ontvangst nemen.
Chris wilde Lil Tay registreren als merknaam, een domein kopen en management regelen. Ook liet hij vastleggen dat een percentage van haar inkomsten naar een trustfonds zou gaan voor haar toekomst, zoals wettelijk is verplicht in Canada en Californië. Aangezien zijn dochter haar toekomstperspectief wel eens zou kunnen ruïneren door zich zo te laten gaan op internet, kon ze maar beter wat geld achter de hand hebben, redeneerde hij. Ondertussen wilde hij ook dat ze naar school bleef gaan.
En ten slotte wilde hij dat ze, als ze verder zou gaan als Lil Tay, ook iets van artistieke waarde zou toevoegen aan haar repertoire – of dat nou was in vorm van zingen, dansen of acteren. ‘Niet alleen maar een beetje flexen op internet,’ voegt hij er nogmaals aan toe.
Terwijl ze in Vancoucer waren, ver van een groot deel van de meme-scene, neemt een vriend van de familie, die zichzelf Lil Tay’s ‘secretaris’ noemt, contact op met Chris Jones, een promotor die een platenlabel heeft, Genre Bend, en die muziekdeals heeft gesloten met socialmediasterren als Rocco Piazza en Lil Terrio – ook allebei jong. Angela en Jones sloten nog een mondelinge overeenkomst: Hij zou naar Vancouver komen en muziek opnemen met Lil Tay. Haar vader stemde in met dat plan en in september ging Lil Tay achter gesloten deuren de studio in, terwijl haar ouders probeerden tot een meer permanente regeling te komen.
Lil Tay krijgt inmiddels thuisonderwijs omdat ze, hoewel ze maar twee maanden lang twee miljoen volgers heeft gehad, te beroemd is om gewoon naar school te gaan
Het zag er veelbelovend uit. Chris Hope gaf Lil Tay zelfs toestemming om in september een week naar LA te gaan om een rolletje te spelen in Piazza’s video ‘The Ellen Dance,’ die in februari in roulatie zou gaan – een vorm van viral bait, vernoemd naar Ellen Degeneres. Tijdens haar verblijf in LA nam Lil Tay ook nog een paar eigen nummers op met Jones. Hij wachtte met de release tot haar ouders het eens zouden zijn – Lil Tay’s comeback was bijna een feit.
Maar dit verhaal heeft geen sprookjeseinde compleet met nieuwe muziek van Lil Tay zelf voor de verfilming. Haar ouders hebben een moeizaam verleden: sinds de geboorte van Claire hebben ze al een paar keer in de rechtbank hun meningsverschillen moeten uitvechten. En als we de mensen moeten geloven die in Hollywood met Jason te maken hebben gehad, was hij gefrustreerd dat hij, na alles wat hij voor zijn zus had gedaan, aan de kant werd gezet.
Sterker nog, voordat Jason in juni vertrok uit Los Angeles zou hij volgens Cordero, Tsang en nog een aantal andere managers, de mogelijkheid hebben geopperd om een #Freeliltay T-shirtcampagne op te zetten. Hij wilde spullen verkopen met het gezicht van Lil Tay op een Amerikaanse vlag, om haar af te schilderen als de Amerikaanse Droom die niet kan uitkomen omdat een vader die zelf wil binnenlopen op haar roem, haar de plek waar ze recht op heeft, heeft ontnomen.
Halverwege oktober was het Lil Tay-account ineens weer terug, vermoedelijk als gevolg van een hack. Er verschenen verhalen waarin Chris werd afgeschilderd als een vader die zijn kind verwaarloosde. Er verschenen screenshots van documenten waarin werd stond dat Chris had geweigerd Lil Tay naar balletles te brengen, dat zijn nieuwe vrouw haar uitschold en haar in een kast opsloot, dat hij haar dwong om naar griezelfilms te kijken en dat hij achterliep met de betaling van zijn alimentatie. Deze documenten werden gepresenteerd als officiële bewijsstukken in een rechtszaak, maar Claire Hope werd consequent Lil Tay genoemd, wat nou niet echt de gebruikelijke handelswijze is bij officiële documenten.
Wie er ook achter die posts zat, diegene gaf ook het telefoonnummer vrij van het advocatenkantoor waar Chris werkt, evenals Chris’ e-mailadres, met een oproep om contact op te nemen. Dat leidde tot tienduizenden telefoontjes, Facetimes en appjes, plus honderden mailtjes. ‘Ik werd belaagd, het was echt een vorm van cyberpesten, of hoe je het ook wilt noemen, door de miljoenen mensen die die posts volgen,’ zegt Chris. Toch is hij niet van gedachten veranderd. Hij houdt vast aan zijn overtuiging dat hij de carrière van zijn dochter de richting op wil sturen die hij het beste acht.
Lil Tay krijgt inmiddels thuisonderwijs omdat ze, hoewel ze maar twee maanden lang twee miljoen volgers heeft gehad, te beroemd is om gewoon naar school te gaan. Alle kinderen herkennen haar. Ze kan nauwelijks de deur uit.
Een ster zonder bijbehorende voordelen
Tegen het einde van de zomer gaat Angela met haar kinderen op vakantie. Ze gaan naar een klein plaatsje, Campbell River, zo’n vier uur rijden ten noordwesten van Vancouver. Ze denkt dat het ver genoeg weg is, dat het een rustig plaatsje zou zijn, dat Lil Tay er ongestoord zou kunnen rondlopen. Maar op een avond wordt ze in een restaurant herkend door de serveerster. ‘Ik was stomverbaasd,’ zegt Angela. Ze moeten een strategie bedenken als ze naar de mall willen. Lil Tay wordt belaagd nog voor ze van de parkeerplaats af is.
Het heeft er veel van weg dat Lil Tay het leven van een ster zal blijven leiden, maar dan zonder de bijbehorende voordelen, totdat haar ouders overeenstemming weten te bereiken. Het is de bedoeling dat Angela en Chris in april weer voor de rechter verschijnen, en ondertussen liggen de nummers die Lil Tay met Jones heeft gemaakt te wachten tot ze kunnen worden uitgebracht. Vermoedelijk is dit nog niet het einde van haar verhaal. Ze is afgelopen zomer tenslotte pas elf geworden.
Auteur: Lauren Levy
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
Nieuws over de sterren, de mode en het nachtleven van New York. Altijd op jacht naar schandalen en politieke crises. Deze concurrent van The Village Voice is eigendom van Rupert Murdoch.
In het door hyperinflatie geteisterde Venezuela kunnen vrouwen nauwelijks nog verzorgingsproducten kopen, laat staan make-up. ‘Dit is ondermijnend voor het zelfbeeld.’
Met een wantrouwende blik loopt Maria een filiaal van de Farmatodo binnen, een in Caracas gevestigde drogisterijketen, waar sinds een aantal weken de schappen geen prijskaartjes meer hebben voor de uitgestalde producten. Als Maria naar de eerste gang loopt, waar de bodylotions staan, wacht haar een dubbele verrassing: de prijzen zijn weer zichtbaar en er zijn een paar nullen bijgekomen. Ze zucht en spert haar ogen open alsof ze zojuist een spook heeft gezien. ‘Heb je gezien hoeveel dit kost?’ roept ze.
Door de hyperinflatie is het aanschaffen van schoonheidsproducten een enorme klus geworden, een wens die vaak niet in vervulling gaat. In een land waar op elke straathoek een kapper of een parfumerie te vinden was, en een groot deel van het salaris opging aan ‘er goed uitzien’, is dat nu een uitzondering geworden.
Ayerim Valera is altijd een bescheiden, goedverzorgde en charmante vrouw geweest. Vroeger spendeerde ze een aanzienlijk deel van haar maandloon – zo’n 80 procent – aan schoonheidsproducten en make-up. Altijd zag ze er tiptop uit. Nu is alles anders. Haar huidige salaris van 13 miljoen bolívar [15 euro op de zwarte markt, 221 tegen de officiële koers], meer dan tien keer het minimummaandloon, is niet toereikend om de maandlasten te betalen, eten te kopen en de kosten te dekken van haar zeven maanden oude baby, hoewel haar vriend financieel bijdraagt. Niet haar jonge moederschap maar de hyperinflatie gooide roet in het eten. ‘Ik verdiende meer dan genoeg om alles te bekostigen. Kleding, schoenen, haarverf, nagellak, make-up. Nu koop ik alleen nog basisproducten voor mijn persoonlijke hygiëne, dat is zo’n 10 procent van wat ik vroeger kocht, aan al het andere geef ik al heel lang geen cent meer uit,’ klaagt Valera.
70 procent van het minimumloon
Ediana Verdú is vijfentwintig jaar. Ze is oorarts en heeft twee banen. ‘Ik behandel kinderen met gehoorafwijkingen en geef ook les aan de universiteit.’ Haar inkomsten bedragen rond de 3 miljoen bolívar. Dat lijkt veel, maar ze kan de producten die ze de afgelopen jaren gewend was te kopen niet meer aanschaffen. ‘Thuis zijn we met veel vrouwen en we kregen altijd te horen dat we vrouwelijk, goedverzorgd en schoon moesten zijn. Nu is alles anders.’
Voor deze arts zijn speciale crèmes, bodysprays, make-upartikelen en parfums verleden tijd. Haar salaris gaat op aan wat volgens haar het belangrijkste is voor haarzelf en haar gezin, zoals zeep, maandverband en een eenvoudige lichaamscrėme.
Negen van de tien Venezolanen vindt voedsel het allerbelangrijkste, blijkt uit een onderzoek van enquêtebureau Datos, dat in maart werd gepresenteerd. Volgens het rapport korten de Venezolanen als eerste op kleding, uitgaan, en uit eten gaan. Voedsel is belangrijker geworden, want in 2016 gaf nog 85 procent van de Venezolanen aan niet op voedsel te willen besparen, gevolgd door gezondheid (34 procent) en toiletartikelen (23 procent).
De prijzen in de winkels worden voortdurend bijgesteld en kunnen in een paar dagen tijd verdriedubbelen. Bij ketens als Farmatodo en Locatel telde je in de laatste week van april tussen de 300.000 en 500.000 bolívar neer voor de goedkoopste bodylotions. De wat specialere crèmes begonnen bij 700.000 bolívar en liepen op naar een miljoen of meer [37 euro volgens de officiële koers, 1,16 euro op de zwarte markt].
Maandverband – althans de nieuwe merken, de traditionele merken zijn niet meer te verkrijgen – kost tussen de 200.000 en 500.000 bolívar. Voor scheermesjes met drie mesjes betaal je 700.000 bolívar of meer. En de prijs van make-up hangt af van het merk. Voor vertrouwde en voordelige merken zoals Valmy en Mon Rève betaal je 70 procent van het minimumloon.
Het Centro de Documentación y Análisis Social van de Federación de Maestros (Cendas-FVM) heeft berekend dat de prijzen voor de producten voor persoonlijke hygiëne – en daar vallen crèmes en make-up niet onder – in de maand april gemiddeld 30,2 procent hoger zijn dan een maand eerder. Alles bij elkaar opgeteld zijn de prijzen in het eerste kwartaal van het jaar met 310,9 procent gestegen.
Lisbeth Amundaray is coördinator dienstverlening bij de banco Bancaribe. Haar maandsalaris is 1.7770.000 bolívar. Daarbovenop komen de voedselbonnen, waar ze wettelijk recht op heeft, en andere, extra toelagen. Soms verdient ze meer dan 3 miljoen bolívar– althans voordat president Maduro aankondigde de salarissen aan te gaan passen. De vele nullen van haar salaris stellen niet veel meer voor. En de voorraadkast ermee vullen is al helemaal een illusie. ‘Vroeger besteedde ik ongeveer de helft van mijn salaris aan dingen voor mezelf. Tegenwoordig doe ik dat niet meer, ik moet het doen met basisproducten zoals zeep en shampoo en schaf alleen iets aan wat ik dringend nodig heb.’
Andreina de Ponte, als psycholoog verbonden aan de Universidad Católica Andrés Bello, is van mening dat de huidige situatie ondermijnend is voor het zelfbeeld. En hoewel beide seksen het vervelend vinden dat bepaalde producten lastig te verkrijgen zijn, blijkt dit vooral zijn weerslag te hebben op vrouwen. Zij kunnen niet alleen bepaalde producten niet meer gebruiken, maar moeten ook hun levensstijl en dagelijkse routine aanpassen. ‘Uiterlijk is belangrijk en als je niet tevreden bent met hoe je eruitziet en bepaalde producten niet te koop zijn of te duur, maakt dat je op de lange duur onzeker. Het gaat om je goed voelen, en dat heeft niet alleen te maken met je make-up, maar ook met je persoonlijke hygiëne.’
De Ponte voegt eraan toe dat vrouwen in Venezuela de sociale druk voelen om er ‘tiptop uit te zien: netjes, opgemaakt, gestylde haren, de juiste kleren, altijd stralen’. Maar er is meer aan de hand, zegt de psycholoog. ‘Deze situatie heeft verderstrekkende gevolgen. Als je geen producten kunt kopen voor je persoonlijke hygiëne heeft dat gevolgen voor je lichamelijke gezondheid. Geen maandverband kunnen kopen bijvoorbeeld kan infecties veroorzaken. Uiteraard heeft deze crisissituatie effect op iemands zelfvertrouwen, maar nog ernstiger is het als de persoonlijke hygiëne in het geding is, want dat heeft negatieve gevolgen voor je fysieke, emotionele en psychische gesteldheid.’
Ze was zelfs genoodzaakt om bepaalde producten te mengen met water, waardoor de werking afneemt
Carmen werkt zes jaar als kapster. Van haar baan kon ze goed leven. Nu is alles anders. ‘Mijn salaris fluctueert. Per maand komst er tussen de vijf en tien miljoen bolívar binnen, afhankelijk van het aantal klanten.’ Wat ze verdient moet ze uitsmeren over de huur van de zaak en de inkoop van producten die ze nodig heeft voor haar klanten. Wat overblijft gaat op aan eten.
De vijfendertigjarige kapster doet haar best om te werken zoals ze gewend was, maar dat wordt onmogelijk vanwege de steeds nijpender situatie. Aparte producten voor verschillende haartypen en conditioner en haarserum gebruikt ze niet meer. Ze was zelfs genoodzaakt om ‘bepaalde producten te mengen met water, waardoor de werking afneemt.’ Zo probeert ze een product dat vroeger niet veel kostte en nu peperduur is maximaal te benutten. De kapster is zelfs van leverancier gewisseld: ze schaft haar spullen niet meer aan bij een professionele kappersdetailhandel maar koopt ampullen, haarcrème, shampoo en conditioner voor een lagere prijs in bij particuliere handelaren. ‘Twee weken geleden betaalde ik 600.000 bolívar voor een haarmasker dat nu een miljoen kost. Voor hydraterende producten die twee jaar geleden nog 6000 kostten, tel je nu 1 of 2 miljoen neer. Het haar laten ontkrullen kost nu minimaal 750.00 bolívar.’
De materiaalkosten beïnvloeden haar tarieven. Een neerwaartse spiraal van prijsstijgingen en inflatie die de markt ingrijpend verandert. ‘Vroeger kapte ik veertig vrouwen per week. Nu haal ik de vijftien niet eens.’
Een van de belangrijkste newsportals in Venezuela, die de laatste jaren de rol van de beknotte traditionele pers hebben overgenomen. Ook voor deze portals is het moeilijk kritisch te berichten. Ze worden vaak gehackt of geblokkeerd door de overheid.
CONTEXT: Inflatie van 13.799 %
De inflatie in Venezuela bedroeg in april op jaarbasis 13.799 procent volgens cijfers gepubliceerd door de Nationale Vergadering in Caracas, het parlement waarin de oppositie weliswaar een meerderheid heeft, maar die van alle macht is ontdaan. In een interview met de Miami Herald schat de Amerikaanse hoogleraar Steve Hanke, verbonden aan de Johns Hopkins-universiteit in Baltimore en specialist in hyperinflatie, die inflatie echter aanmerkelijk hoger: op 17.968 procent.
De centrale bank van Venezuela heeft sinds december 2015 geen enkele statistiek meer gepubliceerd. Het Internationaal Monetair Fonds stelt het inflatiepercentage in Venezuela voor het hele jaar 2018 voorlopig op 13.800 procent.
CONTEXT: VS verbieden handel in Venezolaanse aandelen
Na de omstreden herverkiezing van de socialistische president Nicolás Maduro, op 20 mei van dit jaar, ondertekende de Amerikaanse president Donald Trump een verordening waarin het Amerikaanse burgers wordt verboden te handelen in aandelen waarbij de Venezolaanse staatsschuld in het geding is, of in aandelen van een onderneming die in handen is van de Venezolaanse staat.
Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, kondigde daarnaast aan dat de Verenigde Staten ‘snel economische en diplomatieke maatregelen zullen nemen’ om bij te dragen aan het herstel van de democratie in Venezuela. Maar hij gaf geen nadere bijzonderheden.
In Nederland is pinnen het contant betalen definitief voorbijgestreefd, en in sommige andere landen gaan de ontwikkelingen nog harder. Stevenen we af op een volledig cashloze maatschappij?
Dit is alweer het laatste nummer in 2016. Over twee weken stuurt deze wereld voor miljoenen euro’s vuurwerk de lucht in, en is het gesuis en geknal van munitie één keer dit jaar een feestelijk geluid.
De terugblikken worden nu koortsachtig geschreven, de lijstjes samengesteld en de foto’s geselecteerd. Het was wat je noemt een bumpy ride. Maar volgens het toonaangevende blad The Economist gaan we er in 2017 allemaal iets op vooruit. Dat ‘iets’ is dan voor de een iets meer van iets, en voor de ander iets meer van niets. Politieke onvrede, of onvrede met de politiek, vertaald in populistische oneliners, schijnt helemaal niet goed te zijn voor de economische groei, en toenemende onzekerheid leidt volgens het IMF tot een mondiale hand op de knip. Als je al een knip hebt.
Over een knip gesproken: van alle bekenden en onbekenden die de afgelopen maanden hun laatste adem uitbliezen, bracht de dood van Fidel Castro, zo eloquent beschreven door Alma Guillermopriet, bij mij een knip-gerelateerde herinnering terug.
Met verse dollars kon ze naar de “alles-1-dollar-winkel” in “el chopi”, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum
Tijdens de período especial – een eufemisme voor de diepe crisis waarin Cuba in de jaren negentig was beland – logeerde ik bij de familie Cruz in Havana. Hun naar Mexico – waar ik destijds woonde – uitgeweken zoon Ricky had een enorme sporttas met cadeaus meegegeven. Ze trokken het plastic geval letterlijk uit elkaar. De babykleertjes vlogen in het rond. Veel te grote gymschoenen – maar wat hinderde dat nou, een paar proppen watten aan de voor- en achterkant en hup, trots de straat op. Moeder Gloria wachtte op haar knip, die steeds leeg heen en vol weer terug werd gestuurd. Met verse dollars kon ze naar de ‘alles-1-dollar-winkel’ in ‘el chopi’, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum. Alles van zeer slechte kwaliteit. Wat maakte het uit, het kostte maar 1 dollar en het ging erom die dollars uit te kunnen geven. Want van kopen word je gelukkig, ook al is het maar even. Ricky stuurde meestal wel een knip mee, maar deze keer? Gloria stortte zich als laatste op de tas en trok met een felle ruk de bodem eruit. ‘De money, nada!’ riep ze woedend, de schommelstoel in de hoogste versnelling.
Voor haar en iedereen die naar een knip verlangt, hopen we dat The Economist het goed heeft, en dat de hernieuwde diplomatie met de VS in Cuba tot een lichte welvaartsstijging zal lijden.
In de strijd tegen corruptie verklaarde de Indiase regering-Modi enkele weken geleden alle biljetten van 500 en 1000 roepie ongeldig. Het resultaat: chaos.
De ongeldigverklaring van biljetten van 500 en 1000 roepie in India kwam voor bijna iedereen als een verrassing.
Ongeveer 85 procent van al het briefgeld dat in omloop is, heeft de status van coupons gekregen die alleen op speciale plekken kunnen worden ingewisseld. Als je die coupons wilt omwisselen tegen geldige bankbiljetten, kan dat alleen op vertoon van een identiteitsbewijs (dat honderden miljoenen mensen niet hebben) en je moet afzien in de lange wachtrijen. Meer dan de helft van de inwoners van India heeft op dit moment geen bankrekening en ongeveer 300 miljoen mensen hebben geen ID en daarom geen toegang tot het banksysteem. Ongeveer 130 miljoen mensen kunnen elektronisch betalen via hun mobiele telefoon, 25 miljoen hebben een creditcard, en er zijn misschien 550 tot 600 miljoen betaalpasjes in omloop. Dus contant geld is heel erg belangrijk voor de gemiddelde Indiër.
De liquiditeit zal minstens enige weken uit het economische systeem weggezogen zijn, dankzij de zeer stringente restricties voor het opnemen van geld uit pinautomaten en van bankrekeningen. Daar komen nog de logistieke problemen bij om die enorme hoeveelheid nieuwe biljetten in circulatie te brengen. Daarenboven zal aan het drukken en verspreiden van de nieuwe biljetten en het uit de roulatie nemen van de oude een fors prijskaartje hangen.
India heeft een contantgeldeconomie. Meer dan 90 procent van de transacties wordt met contant geld afgewikkeld. De meeste van deze transacties zijn legaal
India heeft een contantgeldeconomie. Meer dan 90 procent van de transacties wordt met contant geld afgewikkeld. De meeste van deze transacties zijn legaal, gaan om betrekkelijk kleine bedragen en worden gedaan door mensen die te weinig geld verdienen om inkomstenbelasting te betalen. De huishoudelijke hulp betaalt haar buskaartje. Haar man, de loodgieter, wordt betaald voor het repareren van de lekkage. De beveiliger bij de pinautomaat koopt sigaretten. Geld stroomt in en uit het zwarte-witte geldsysteem. De verkoper van paan [betelnootbladeren waarop gekauwd wordt] betaalt bedrijven voor de sigaretten en kauwgum in zijn assortiment en steekt de detailhandelsmarge in zijn zak. Dat is wit. Hij steekt het overgebleven contante geld in de inkoop van paanbladeren en aan deze transactie komen geen documenten te pas: de boer die de paan kweekt betaalt geen belasting, de handelaar die de paan verkoopt doet vaak geen aangifte van zijn transacties. Dat is zwart. De monteur (die geen belasting hoeft te betalen) ontvangt een fooi voor het verwisselen van een band en koopt een metrokaartje (stort zo contant terug in de schatkist), of gaat naar de film (betaalt dienstenbelasting). Veel van deze geldstromen lopen door branches als de mode, de detailhandel, binnenhuisarchitectuur, meubelzaken, wasserijen en stomerijen, de horeca, medische diensten, juweliers, et cetera. We noemen ze de zwart-witte branches.
De bouw en de makelaardij zijn zwart-wit opgebouwd. Grond wordt altijd verkocht met een gedeelte contant. De projectontwikkelaar koopt zwart en wit en verkoopt zwart en wit. Het bouwbedrijf werkt ook zwart en wit (zo is het opvoeren van gefingeerde bouwvakkers in de administratie een makkelijke manier om zwart geld te genereren).
In alle ramingen is de omvang van de zwarte economie in India groot, maar ook de omvang van de ongedocumenteerde, informele maar wel legale economie is groot. Schattingen lopen uiteen van 20 tot 40 procent van het officiële bnp. Veel activa zitten in vastgoed en juwelen of staan op een buitenlandse bankrekening of zitten in buitenlands vastgoed. Politieke partijen en religieuze instellingen hebben vaak koffers vol met contant geld en ook enkele bedrijven die veel met contant geld werken hebben vaak grote sommen liggen.
Resultaat: de informele economie zal ernstige schade ondervinden. De niet-contante activa zullen wel een tijdje ‘bevroren’ zitten, want het zal niet meevallen om die activa op korte termijn in te wisselen. Het liquide geld zal op de een of andere manier witgewassen moeten worden (misschien door een religieus fonds te openen en daar dan contant geld aan te ‘schenken’) en zal bij de conversie waarschijnlijk enorm in waarde dalen. Roepiebiljetten zullen bij de conversie op de zwarte markt naar harde valuta en ongemunt goud alleen tegen enorme kortingen worden geaccepteerd.
Alle zwart-witte branches en branches waar veel contant geld in omgaat, zullen er een tijdje last van ondervinden dat veel geld vastzit. Ook andere branches met veel omzet in contant geld (zoals die groentestalletjes langs de kant van de weg). Dat zal leiden tot een aanzienlijk onderpresteren van de economie en een vertraagde groei van het bnp.
Die vertraging in de groei van het bnp zal niet helemaal worden geregistreerd in officiële statistieken, maar er zal in ieder geval een daling in de consumptie optreden. Omdat de consumptie meer aan India’s bnp bijdraagt dan investeringen, zal het zeker pijn doen. Hoogstwaarschijnlijkheid zullen alle schattingen omtrent de groei van het bnp naar beneden worden bijgesteld, ook al verzet de overheid zich daartegen.
De zeer armen en de lagere inkomens worden heel hard in hun portemonnee getroffen
Wie zullen eronder te lijden hebben? Deze maatregel zal zeker politieke partijen treffen die veel contant geld in koffers hebben liggen. Sterker nog, complotdenkers gaan ervan uit dat deze maatregel voornamelijk stoelt op tactische overwegingen met betrekkingen tot de financiering van de komende verkiezingen in Punjab, Gujarat en vooral Uttar Pradesh. Politieke partijen mogen vanaf nu donaties accepteren vanuit het buitenland, en de Bharatiya Janata-partij [de partij van de zittende premier Modi] is duidelijk in het voordeel, omdat ze veel aanhang heeft onder niet in India wonende Indiërs.
In absolute bedragen zullen ook de zeer rijken worden getroffen door de demonetisatie, maar dat zal hun activa maar marginaal schaden. De middenklasse kan ook enkele maanden ongemakken ondervinden. Maar de zeer armen en de lagere inkomens worden heel hard in hun portemonnee getroffen.
Wat nu?
Wat nu? De gevolgen op de lange termijn vallen moeilijk in te schatten. Als de liquiditeit weer terugkeert in de economie, zal de zwart-witte economie dan veranderd zijn? Of zullen mensen gewoon nieuwe manieren vinden om het systeem te misbruiken?
Ik ben cynisch genoeg om te vermoeden dat het laatste zal gebeuren. Dat gebeurde ook in 1978 toen de Janata-partij demonetiseerde. Terwijl de Indiase economie sinds 1978 aanzienlijk is veranderd, hebben Indiërs in de afgelopen veertig jaar wereldwijd een reputatie opgebouwd op het gebied van vindingrijkheid en praktische oplossingen. Heel veel slimme mensen zijn erop uit om een slaatje te slaan uit de demonetisatie.
Deze maatregel kan twee soorten politieke reacties opleveren. De rijke koopmansklasse zal afstand nemen van de BJP omdat velen in absolute termen grote sommen geld zullen verliezen en hun activa een tijdje bevroren zullen zijn. De tweede reactie is stemmenverlies bij de lagere inkomens, die een groot deel van hun spaargeld zullen verliezen en veel tijd kwijt zullen zijn aan pogingen om hun zuur verdiende contante geld in te wisselen.
Er zijn nog enkele punten ter overweging. De belastingdienst zal exponentieel veel meer data kunnen verzamelen. Ook hun discretionaire macht zal dus toenemen, omdat ze gegevens kunnen verzamelen over mensen die grote bedragen contant geld op hun rekening storten. Dat zou volgend jaar kunnen leiden tot een exponentiële stijging in verzoeken aan belastingambtenaren om onderhandse betalingen. India heeft ook geen wetgeving op het gebied van privacy of databescherming. Die data kunnen verkocht worden aan allerlei mensen en ik durf niet te bedenken wat dat allemaal voor gevolgen kan hebben. We zullen het merken.
Een filosofisch punt. Ons hele monetaire systeem berust op vertrouwen. Een bankbiljet is een stukje papier dat zegt dat de bank van India (de RBI) de toonder een vergelijkbaar stukje papier zal geven of het voor hetzelfde bedrag zal inboeken in een elektronisch grootboek. Het systeem functioneert omdat iedereen erop vertrouwt dat die stukjes papier door ieder ander worden geaccepteerd en daarom is geld een nuttig ruilmiddel. Deze maatregel heeft dat vertrouwen geschaad.
Website die is opgericht in 2013 door een team van prijswinnende journalisten. Het biedt een onafhankelijk nieuwsoverzicht en kritische analyse van de belangrijkste politieke en culturele verhalen die vormgevend zijn voor hedendaags India.
Ze zien eruit als nieuw geld, ruiken als nieuw geld en werken als nieuw geld. Maar volgens de Zimbabwaanse centrale bank zijn de nieuwe staatsobligaties absoluut geen terugkeer naar de Zimbabwaanse dollar.
Zimbabwe heeft een probleem. Of eigenlijk wel meer problemen. Maar deze keer hebben we het voor de verandering niet over president Robert Mugabe en zijn vrolijke troepje kleptocraten – al is het wel hun schuld dat het zo’n zootje is in Zimbabwe.
Deze keer hebben we het over de economie en meer in het bijzonder over de muntsoort. Zeven jaar geleden ging het helemaal mis met de Zimbabwaanse dollar. We zijn gestopt met tellen toen er sprake was van een inflatiepercentage van 500 miljard. De afgelopen zeven jaren hebben de Zimbabwanen hun eigen dollars daarom maar links laten liggen en zijn ze overgestapt op de Amerikaanse dollar en de Zuid-Afrikaanse rand. De laatste jaren gaat het, zoals bekend, met de rand ook niet goed en geven de meeste Zimbabwanen de voorkeur aan Amerikaanse bankbiljetten. En gelijk hebben ze.
Maar de Amerikaanse dollars raken op. Zimbabwe produceert weinig, dus er moet veel geïmporteerd worden. Om al die importproducten te kunnen betalen, moeten de steeds schaarsere Amerikaanse dollars ingezet worden. Het afgelopen jaar besteedde Zimbabwe 5,5 miljard dollar aan import, terwijl er maar 2,5 miljard dollar binnenkwam aan export – een verschil van 3 miljard. Die 3 miljard zijn uit het land weggevloeid, zodat er nu een geldtekort is. Dat maakt het lastig om geld te pinnen, dat maakt het lastig om personeel uit te betalen en dat maakt het lastig, zo niet onmogelijk, om te betalen voor alle gewenste importgoederen, van dagelijkse levensbehoeften als maïs en graan tot kristallen kroonluchters en luxe auto’s voor de elite.
Om de economie gaande te houden, is het noodzakelijk dat er weer geld terugkomt in Zimbabwe – en wel zo snel mogelijk. Maar hoe? Er zijn een paar opties – en die zijn geen van alle helemaal serieus te nemen. Een van de opties is om veel te gaan exporteren, om zo de dollars weer terug te verdienen. Maar na tientallen jaren van economisch wanbestuur heeft Zimbabwe nog maar weinig te bieden aan andere landen. De boerenbedrijven leveren veel minder op dan vroeger, de industriële productie is gericht op een kleine afzetmarkt en de grote bodemschatten – de diamanten in het Marange-veld – worden in verband gebracht met zoveel schendingen van de mensenrechten dat officiële handelaars geen Zimbabwaanse diamanten meer willen kopen.
Een andere mogelijkheid is om geld te lenen. Het meest voor de hand liggen dan de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF), maar die doen liever geen zaken met Zimbabwe. In 1999 schortten beide instellingen hun betrekkingen met Zimbabwe op, omdat ze het oneens waren met de economische politiek van de regering. Inmiddels is het IMF wel weer in gesprek met de regering, maar een eventuele nieuwe lening hangt af van een grootscheepse economische hervorming.
Gelukkig zijn er nog andere instellingen die leningen kunnen verstrekken. De regering kon in januari 200 miljoen dollar lenen van de Afrikaanse Import Export Bank. Met dat geld kon vervolgens maïs gekocht worden. Deze hulp is prettig, maar bij lange na niet afdoende om het importtekort op te vangen of om de economie weer enigszins op gang te brengen.
Het is noodzakelijk dat er weer geld terugkomt in Zimbabwe – en wel zo snel mogelijk
Er is uiteraard nog een derde mogelijkheid. Toen Zimbabwe eerder soortgelijke problemen had, deed het iets wat weinig economen zouden adviseren: het liet eenvoudigweg nieuw geld drukken, met alle rampzalige gevolgen van dien. De plotselinge, slecht geregisseerde toestroom van Zimbabwaanse dollars had een gigantische inflatie tot gevolg, die de economie verwoestte, de armoede bevorderde en de algehele ontwikkeling belemmerde. Eén ding stond vast: dit zou in Zimbabwe nooit meer gebeuren, hoe ernstig het geldtekort ook zou zijn. Maar natuurlijk gebeurt het wel.
Begin mei meldde John Mangudya, de president van de centrale bank van Zimbabwe, dat de bank speciale obligaties zal gaan uitgeven in een poging de geldcrisis te bezweren. De obligaties zullen dezelfde waarde hebben als Amerikaanse dollars. Hij beweerde met klem dat het hier niet om een nieuwe geldsoort zou gaan, maar de meeste commentatoren tuinden hier niet in. De obligaties zien eruit als nieuw geld, ze ruiken als nieuw geld en ze werken in alle opzichten als nieuw geld.
Achterdeur
‘Het ziet eruit alsof ze via de achterdeur een nieuwe Zim-dollar proberen in te voeren,’ zegt econoom Russell Lamberti. Hij schreef samen met Phillip Haslam misschien wel het meest kernachtige boek over de steile val van de Zimbabwaanse dollar, When Money Destroys Nations. Lamberti is dan ook de aangewezen persoon om deze nieuwe ontwikkeling te duiden. Zijn oordeel is vernietigend. ‘Ik zie weinig verschil tussen deze obligaties en echt geld. Dit lijkt me een wanhoopsdaad. Er is niet over nagedacht vanuit een monetair perspectief en het zal tot niets leiden.’
Lamberti zegt dat het bijna onmogelijk is dat de obligaties hun waarde zullen behouden, omdat ze niets concreets vertegenwoordigen. Handelaren zullen de obligaties niet als betaalmiddel kunnen gebruiken voor importproducten en ook kunnen ze niet gewisseld worden tegen Amerikaanse dollars bij de centrale bank – omdat de bank geen dollars meer heeft. Handelaren zullen om die reden niet happig zijn om de obligaties aan te nemen als betaling voor importproducten – en als ze wel worden aangenomen, dan zal dat zijn met een flinke toeslag, waarmee de inflatie opnieuw haar intrede zal doen.
‘Ik zie weinig verschil tussen deze obligaties en echt geld. Dit lijkt me een wanhoopsdaad’
Tendai Biti, de voormalige Zimbabwaanse minister van Financiën, de man die wordt geprezen omdat hij de economie heeft gered van het vorige inflatiespook, laat zich al net zo vernietigend uit: ‘De terugkeer van de Zimbabwaanse dollar is de botte erkenning van deze regering dat ze heeft gefaald en dat iedereen zal worden meegesleurd in de ondergang van onze economie. Het is een cynische, respectloze en verachtelijke beslissing, gespeend van elke logica, betekenis of rationele grond. Het is een ingreep die de doodsklap zal zijn voor veel bedrijven die hun bestaan nog hadden weten te rekken. Er zullen maar weinig mensen zijn die het aandurven om de nachtmerrie van de ineenstorting van de jaren 2007 en 2008 opnieuw te beleven.’
Dat hakt erin. Maar bankpresident Mangudya houdt vol dat de critici het bij het verkeerde eind hebben – en zijn politiek niet goed begrepen hebben. ‘We hebben geen verborgen agenda,’ zegt hij. Volgens Mangudya zijn de obligaties bedoeld om de export te stimuleren – en zullen ze alleen ingezet worden als een soort aanmoedigingspremie, gebaseerd op de verwachte omvang van de export. Op deze manier zouden lokale producenten ertoe aangezet worden om artikelen te maken die in het buitenland verkocht kunnen worden, waarmee dan vervolgens echte Amerikaanse dollars het land in zouden stromen.
Deze theorie is niet houdbaar als de obligaties minder waard worden, waardoor ook meteen het aanmoedigingsbeleid zijn werking zal verliezen. Zimbabwe heeft dringend behoefte aan een grotere export, maar deze nieuwe politiek maakt het produceren van exportartikelen niet meteen aantrekkelijker. Het land heeft geld nodig om de economie te stimuleren, maar de obligaties – een nieuwe muntsoort onder een andere naam – zullen geen soelaas bieden.
Begon in print, veranderde in 2008 noodgedwongen in een digitaal tijdschrift en groeide uit tot een van de belangrijkste nieuwssites van Zuid-Afrika. Eigenzinnig en reactionair, analytisch en grondig.
Hun vader was een iconische voorvechter van burgerrechten. Zelf vechten de kinderen van Martin Luther King ook. Niet voor de ‘vereniging van een onvolmaakte unie’, maar tegen elkaar. Al bijna tien jaar slepen de ruzies en rechtszaken over de nalatenschap van de dominee zich voort.
De rancuneuze geschillen tussen de nakomelingen van Martin Luther King – meestal over lucratieve deals om de woorden en de beeltenis van hun vader te mogen gebruiken – scheuren families uiteen. De brief van drie kantjes aan Bernice King was de zoveelste oorlogsverklaring.
Bernice King, directeur van de non-profitorganisatie die is vernoemd naar haar vader, de burgerrechtenicoon Martin Luther King, leidde het instituut nog maar negentien maanden en deed verwoede pogingen om het al jaren durende verval van de gebouwen en de reputatie te keren. Maar die oorlogszuchtige brief dreigde dat alles teniet te doen met wat neerkwam op een legitieme afpersing: als het bestuur van de organisatie Bernice King en twee andere directeuren niet aan de kant zette, zou het niet langer de naam, beeltenis of werken mogen gebruiken van de vermoorde leider. Het King Center mocht zich dan zelfs niet langer het King Center noemen. Het kwam erop neer dat de organisatie die Coretta Scott King, de moeder van Bernice, had gesticht, ophield te bestaan.
Wat het ultimatum van afgelopen augustus des te pijnlijker maakte, was dat het afkomstig was van twee bestuursleden van dezelfde non-profitorganisatie die nu met de ondergang werd bedreigd: Coretta’s zonen Dexter King en Martin Luther King III, de broers van Bernice.
Ruzies tussen de volwassen kinderen van een beroemd patriarch komen vaker voor, maar de giftige geschillen van het King-kroost – meestal over lucratieve deals over het gebruik van de woorden en de beeltenis van hun vader – scheuren families uiteen en verbreken vriendschappen die zijn ontstaan tijdens de heftigste perioden in de strijd van de burgerrechtenbeweging.
De over en weer aangespannen rechtszaken en beschuldigingen van immoreel gedrag en woekerhandel maakten naasten van de familie woedend, want zij zagen er alleen maar hebzucht in. Maar na bijna tien jaar van interne twisten vragen oude vrienden zich toch ook af of dit niet de tragische gevolgen zijn van de emotionele schade die de nakomelingen niet alleen van de moord op hun vader hebben geleden, maar ook van de moord op hun grootmoeder. Ook zijn ze bang dat de kinderen van een man die wordt vereerd als de apostel van de geweldloosheid bezwijken onder de door de buitenwereld gekoesterde hoge verwachting dat zij zijn zware taak zullen overnemen.
Misschien strijden ze ook wel om het behoud van Kings erfgoed, maar het gaat toch vooral om geld, geld, geld
Loodzware last
‘We hebben ze verdriet gegeven maar geen geluk’, aldus Andrew Young, voormalig ambassadeur bij de Verenigde Naties die bij King was toen hij in 1968 werd vermoord, en die sindsdien altijd in nauw contact is gebleven met de kinderen. ‘Ze hebben wel de druk van de torenhoge verwachtingen gevoeld, maar bijna geen hulp gekregen. Ze hebben hun hele leven een loodzware last gedragen, en dat doen ze nog steeds.’
Vrienden van de familie kijken er niet van op dat er zo veel ruzie om geld is geweest, voornamelijk aangewakkerd door Dexter, de jongste zoon. ‘Ik ben geen psychiater, maar ze moeten zo boos zijn, ze moeten zo veel verdriet hebben, dat ze, wanneer iemand iets van hen wil, vinden dat diegene er ook voor moet betalen’, zegt Clarence Jones, de voormalige persoonlijke advocaat en adviseur van Martin Luther King Jr., die in het verleden woedend reageerde op het gedrag van Kings nakomelingen, maar er nu van overtuigd is dat het de weerspiegeling is van dieperliggende problemen.
Toch, zo zegt Jones, is hij niet blind voor de tragische consequenties van het gedrag van de nakomelingen. ‘Het is zo pijnlijk… Misschien strijden ze ook wel om het behoud van Kings erfgoed, maar het gaat toch vooral om geld, geld, geld.’
Vader was altijd op tv
De vier kinderen van Martin Luther King Jr. zagen hun vader niet vaak. Hoewel King volgens vrienden leed onder het feit dat hij er niet vaker kon zijn voor zijn zonen en dochters, vond hij ook dat hij als moreel leider van de burgerrechtenbeweging geen andere keuze had. Toch hielden Yolanda, Martin, Dexter en Bernice van hun vader en zijn intense enthousiasme, dat ze terugzagen in zijn grappen, hun stoeipartijen en het ‘koelkastspel’, waarbij hij zijn kinderen vanaf de koelkast in zijn armen liet springen.
Geen van hen besefte precies wat er om hen heen allemaal aan de hand was. Zoals de meeste gezinnen in de wijk Vine City van Atlanta hadden ze weinig geld, en toch was hun vader altijd op tv. Beroemde mensen zoals Jackie Robinson kwamen bij hen over de vloer. Toen hun vader in 1964 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, was Yolanda, de oudste, nog maar negen jaar; de andere kinderen waren zeven, drie en bijna twee. Geen van hen wist eigenlijk wat voor prijs het precies was.
Op 4 april 1968 zaten de kinderen tv te kijken, toen het programma werd onderbroken voor een nieuwsbericht: hun vader was neergeschoten in Memphis. Het duurde vervolgens nog ruim een uur voordat het gezin op de hoogte werd gesteld van zijn overlijden.
Kort na de moord op haar man besloot Coretta een passend monument op te richten, een instituut dat zijn erfenis zou bewaken door sociale misstanden aan te pakken. Ze noemde dat het Martin Luther King Jr. Memorial Center. Meer dan tien jaar leidde ze dit instituut vanuit haar souterrain. Ze zamelde geld in bij rijke filantropen en hielp een bestuur samen te stellen van vooraanstaande leiders, die al snel de naam van het instituut veranderden in het Martin Luther King Jr. Center for Nonviolent Change, beter bekend als kortweg het King Center.
King had zijn gezin bijna geen geld nagelaten, maar wel iets wat van onschatbare waarde was: zijn woorden. Hij had het copyright op zijn geschriften en zijn toespraken, waaronder zijn beroemdste: de I have a dream-speech die hij in 1963 voor 250.000 mensen hield vanaf de trappen van het Lincoln Memorial in Washington D.C. Als iemand zijn teksten wilde publiceren of zijn toespraken uitzenden, dan moesten ze de familie de rechten betalen.
De kinderen konden allemaal studeren dankzij het fonds dat was opgezet door Harry Belafonte, een oude vriend en vertrouweling van de familie King. Yolanda ging naar Smith College, terwijl Bernice naar Grinnell College ging en afstudeerde aan Spelman, een van oudsher zwart college in Atlanta. De jongens gingen naar de universiteit van hun vader en grootvader, Morehouse College, een school uitsluitend voor zwarte mannen.
Dexter, de jongste, wilde eigenlijk niet naar Morehouse. Hij zou van de University of Southern California een football-beurs aangeboden hebben gekregen en hij had ook graag in de National Football League gespeeld. Maar hij voelde zich verplicht om de familietraditie voort te zetten.
Hij had het moeilijk op de universiteit en brak zijn studie af. Dexter vond zichzelf een mislukkeling en noemde zich het ‘zwarte schaap’ van de familie. Hij was niet geïnteresseerd in een carrière als leider van de burgerrechtenbeweging – hij hield van muziek en was op de universiteit een succesvolle dj geweest. Hij ging werken bij de politie van Atlanta, maar dat hield hij niet vol. Medisch onderzoek bracht aan het licht dat hij ADHD had, en hij raakte er langzaam van overtuigd dat daar zijn moeilijkheden vandaan kwamen.
Terwijl Dexter niet wist wat hij met zijn leven aan moest, ging het met zijn broer en zusters heel voorspoedig. Ondanks zijn verlegenheid kreeg zijn oudere broer Martin een reputatie als buurtactivist en werd hij gekozen als countybestuurder in Atlanta. Yolanda was burgerrechtenactivist, actrice en regisseur. Bernice volgde haar roeping als prediker, net als haar vader; toen ze zeventien was, sprak ze zelfs namens haar moeder de Verenigde Naties toe.
In 1988 was het King Center gevestigd in een gebouw naast de Ebenezer Baptist Church, waar Martin Luther King Jr. en zijn vader hadden gepreekt. Toen het kerkbestuur Coretta aanspoorde om een opvolger te benoemen, riep ze haar kinderen bij elkaar voor overleg. Yolanda, Martin en Bernice konden haar taak niet overnemen – ze hadden hun handen vol aan hun taken als acteur, politicus en prediker. Dus bleef alleen de 27-jarige Dexter over, en hij stemde erin toe om zijn moeder op te volgen bij het King Center.
Bestuursleden stribbelden tegen – Dexter zou totaal ongeschikt zijn voor de baan – maar legden zich uiteindelijk neer bij Coretta’s wens. Dexter begon in april 1989, terwijl zijn moeder de managementtaken bleef uitvoeren. De bestuursleden hadden echter geen vertrouwen in hem, en hij werd niet serieus genomen. Na een paar maanden nam hij ontslag, boos en met het gevoel door het bestuur te zijn verraden.
Economisch activisme
In 1994 boekte de vroegere mislukkeling een succes. Op aandringen van zijn moeder werd Dexter opnieuw directeur van het King Center. Op dat moment was de invloed van het instituut echter tanende en dreigde een faillissement. Professionele managers wilden niets meer met de instelling te maken hebben – het werd nu Dexters koninkrijk.
Dexter had bedrijfseconomie gestudeerd aan Morehouse, dus vol zelfvertrouwen begon hij de financiële problemen aan te pakken. Hij verklaarde dat het centrum nooit een burgerrechtenorganisatie was geweest en schrapte personeel en actieprogramma’s. Hij zuiverde het bestuur van degenen die hem onheus hadden bejegend en zette enkele van zijn vaders oude bondgenoten aan de kant. En hij begon met het invoeren van een nieuwe bedrijfsvisie.
Maar nu hield hij niet alleen de belangen van het centrum in de gaten. Dexter was de drijvende kracht achter King Inc. – voorheen bekend als de Estate of Martin Luther King Jr. Inc. Dat bezat de rechten op de toespraken van dr. King, op zijn beeltenis en op elk ander potentieel waardevol facet van zijn leven. Dexter had samen met een studievriend, Philip Madison Jones, de leiding over een derde project, Intellectual Properties Management Inc., de belangenbehartiger van de nalatenschap.
De tijd van het nobele sociale activisme was voorbij. Onder Dexters leiderschap concentreerde het King Center zich op economisch activisme.
Hij vroeg geld voor het gebruik van zijn vaders woorden en beeltenis, en had het graag over de commerciële mogelijkheden van het terrein rondom het centrum. Hij had plannen voor de bouw van een commercieel interactief museum met holografische projecties van zijn vader die zijn beroemdste redes uitspreekt.
Terwijl King Inc. altijd in de gaten hield of organisaties of bedrijven voor geldelijk gewin onrechtmatig gebruik probeerden te maken van de beeltenis van de burgerrechtenleider, was het ook tegen een prijs bereid om bedrijven die beeltenis voor dubieuze doeleinden te laten gebruiken. Zo werd er in 2001 een vergunning afgegeven aan telecombedrijf Alcatel. Het resultaat werd gehekeld, omdat het smakeloos was. Het betrof digitaal bewerkte beelden van dr. King die de I have a dream-speech hield, maar dan zonder de juichende mensen; het leek alsof King tegen zichzelf sprak. En dan zei een ronkende voice-over: ‘Voordat je kunt inspireren, voordat je contact hebt, moet je eerst verbinding maken. En het bedrijf dat je in verbinding brengt met de wereld is Alcatel.’
Zelfs toen financiële problemen het King Center noodzaakten om personeel te ontslaan en een hypotheek te nemen op Kings geboortehuis, ontving Dexter een fors salaris – alleen in 2003 al 180.000 dollar. Toen woonde hij al drie jaar in Los Angeles en regelde hij de activiteiten van het King Center vooral via de telefoon.
En dat waren niet zijn enige financiële voordelen. Onder Dexters leiding sloot de non-profitorganisatie King Center een deal die Intellectual Properties Management Inc. miljoenen dollars opleverde. Uit belastinggegevens blijkt dat in 2003 meer dan de helft van elke dollar die aan het King Center werd gedoneerd naar Intellectual Properties ging, hoewel niet duidelijk is hoeveel daarvan werd gebruikt om de werknemers van het centrum te betalen. Dexter was directeur van beide instellingen.
In de herfst van 2003 konden bezoekers van Sotheby’s, na in het luxe veilinggebouw de laatste kunstaanbiedingen te hebben bekeken, naar de negende verdieping gaan om daar te mijmeren over een man die zijn leven had gewijd aan de armen en verschoppelingen. De documenten, toespraken en aantekeningen van Martin Luther King Jr. waren ter veiling aangeboden en Sotheby’s hoopte er minstens 20 miljoen dollar voor te krijgen.
Dit was niet de eerste keer dat iemand had geprobeerd een prijskaartje aan die kostbare voorwerpen te hangen. In 1999 had het Congres bijna 20 miljoen dollar voor de King-documenten betaald, om te voorkomen dat ze door een particulier zouden worden gekocht; als de deal was doorgegaan, zouden de documenten een plek hebben gevonden in de Library of Congress. Maar de overeenkomst mislukte toen de familie alleen bereid bleek tot verkoop als zij zelf het copyright behielden.
Terwijl de verkoop bij Sotheby’s doorging, trok de familie opnieuw de aandacht – en dan vooral negatief. Kranten en televisiecommentatoren leverden felle kritiek omdat de familie van dr. King de toekomstige miljoenen in eigen zak stak, terwijl het centrum dat zijn naam droeg in kommerlijke staat was.
Paleisrevolutie
Ze hadden het vooral gemunt op Dexter, maar die wuifde alle kritiek weg. ‘Het lijkt erop alsof de familie King aan een hogere standaard moet voldoen, een hogere armoedestandaard’, schreef hij dat jaar in zijn boek Growing Up King. ‘De waarheid is misschien dat mensen niet willen dat wij er als erfgenamen geld aan verdienen… Er zijn nog steeds krachten aan het werk die niet het beste voorhebben met het erfgoed van onze vader, en die mijn familie een enigszins comfortabel leven misgunnen.’
Met die weerlegging ging hij handig voorbij aan het feit dat enkelen van de mensen die het meest walgden van de geldzucht van de familie juist diegenen waren die zo veel jaren aan de zijde van Martin Luther King Jr. hadden gestreden. Zij waren verbijsterd over wat zij als Dexters woede om zijn vader zagen en over zijn rancune tegen de angstaanjagend hoge verwachtingen die zijn hele leven aan hem waren gesteld. Vrienden van de familie probeerden Dexter ervan te overtuigen dat er een verschil was tussen winst en woekerwinst, en dat een bankrekening van een miljoen dollar – in plaats van tientallen miljoenen – niets met armoede te maken had.
Twee maanden nadat de documenten bij Sotheby’s ter veiling waren aangeboden, kondigde Dexter aan dat hij zich terugtrok uit het King Center, om zich te gaan bezighouden met projecten op het gebied van media en entertainment. Zijn broer, Martin Luther King III, zou zijn plaats innemen als directeur en manager, terwijl Coretta zou terugkeren als bestuursvoorzitter.
Al snel werd duidelijk dat het alleen een verandering in naam was: Dexter bleef gewoon manager en bestuursvoorzitter. Volgens bronnen in de omgeving van de familie veroorzaakte dit het soort roddels en intriges dat niet zou misstaan bij een ordinaire paleisrevolutie.
Twee jaar lang hield Dexter vol dat hij aan het afbouwen was, maar in werkelijkheid zorgde hij ervoor dat Martin geen enkele macht kon uitoefenen. Terwijl zijn broer de dagelijkse leiding in handen probeerde te krijgen, belde Dexter iedere dag vanuit zijn huis in Malibu naar het King Center om instructies te geven en informatie in te winnen, hoewel hij zelden evenementen bijwoonde die door het centrum werden gesponsord. De grap onder werknemers van het King Center was dat de instelling eigenlijk werd geleid door een heel klein mannetje dat in een telefoonhoorn woonde.
Beroerte
In augustus 2005 kwamen Martin, Bernice en andere bestuursleden in het geheim bijeen bij Coretta om een gezamenlijk plan op te stellen om Dexter te onttronen als voorzitter. Maar voordat ze dat plan konden uitvoeren, kreeg Coretta een ernstige beroerte.
Het bestuur zette door en benoemde Martin tot nieuwe voorzitter. Deze riep het personeel bijeen en vertelde dat ze door het King Center zouden worden uitbetaald en niet langer door Intellectual Properties Management, dat sinds 2000 4,2 miljoen dollar van het centrum had ontvangen voor adviezen en de inhuur van personeel. Vervolgens verving Martin alle sloten op het King Center.
Het eerste grote probleem waarmee hij te maken kreeg, was het achterstallig onderhoud op het King Center. Volgens de National Park Service moest er voor meer dan 11,5 miljoen dollar worden gerenoveerd. Het bassin rondom de graftombe van de burgerrechtenleider lekte, net als het archiefgebouw waar Kings documenten opgeborgen lagen, elektriciteitskasten waren verroest en de bedrading lag bloot, liften voldeden niet aan bouwvoorschriften en er waren problemen met de riolering.
Maar voordat ook maar een van die problemen kon worden aangepakt, sloeg Dexter terug. Toen hij in 2004 het voorzitterschap weer op zich had genomen, wist hij er een bestuursbesluit doorheen te krijgen dat hem de bevoegdheid verschafte om meer dan zes nieuwe bestuursleden te benoemen zonder daarbij goedkeuring van de anderen te hoeven vragen. In september vloog hij van Californië naar Atlanta. Volgens bronnen die nauw verbonden waren met het centrum benoemde Dexter nog zes extra bestuursleden – stuk voor stuk getrouwen van hem – en hij gebruikte toen deze nieuwe meerderheid om het voorzitterschap terug te eisen. Terwijl een verbijsterde werknemer toekeek, kwam Dexter onder politiebegeleiding bij het King Center aan en verving hij andermaal de sloten.
Dertig zilverlingen
Op dat moment functioneerde het King Center in feite niet. Er was weliswaar een nieuw bestuur, en Dexters broer en zusters bleven aan als bestuurslid, maar geen van hen erkende de bevoegdheid van de leden die door hun broer in het bestuur waren geparachuteerd. Ook werden ze niet erkend door Andrew Young, die vanaf het begin bij het centrum betrokken was geweest. Als reactie stelde Dexter een dagelijks bestuur samen – bestaande uit getrouwen – om het centrum te leiden. Hij benoemde zijn neef Isaac Farris tot voorzitter daarvan.
Eind december ging het grote graaien weer verder. Farris kondigde aan dat het bestuur de mogelijkheden van een deal onderzocht waarbij Kings geboortehuis en verscheidene gebouwen in het centrumcomplex voor vele miljoenen aan de National Park Service zouden worden verkocht.
Dat werd Martin III en Bernice te gortig, maar ze wisten dat Dexter hen monddood had gemaakt in het bestuur. Hun enige optie was, zo besloten ze, om de overheid te laten weten hoezeer ze tegen dat plan gekant waren. Op 30 december hielden ze een persconferentie op de stoep van het instituut dat hun moeder 36 jaar eerder had opgericht. ‘Bernice en ik verschillen van mening met hen die de nalatenschap van onze vader willen verkopen en de idealen van onze moeder willen verkwanselen, of het nu voor dertig zilverlingen of voor dertig miljoen dollar is’, zei Martin tegen journalisten. Iedereen die het Nieuwe Testament had gelezen, begreep dat hij Dexter en zijn getrouwen vergeleek met Judas Iskariot, de man die Jezus had verraden.
Dexter was niet overstuur, en hij werd ook niet gekastijd. Diezelfde dag ging al het gerucht dat hij de documenten van zijn vader en het huis van zijn moeder in Vine City wilde verkopen.
Vier weken later overleed Coretta Scott King.
De plannen om de gebouwen van het centrum te verkopen mislukten; zonder de steun van de hele familie King waren ambtenaren van de National Park Service niet bereid om serieuze besprekingen te beginnen. De poging om de King-documenten te veilen verontrustte vooraanstaande burgers van Atlanta – burgemeester Shirley Franklin organiseerde een bod namens de gemeenschap. De Sun Trust Bank stemde in met een lening van 32 miljoen dollar aan de Community Foundation van Atlanta, die dan de documenten van het King-centrum zou kopen. Rijke burgers en bedrijven zouden geld bijdragen aan de Community Foundation, zodat de lening binnen twee jaar kon worden terugbetaald. De rechten op de collectie gingen over naar Morehouse College, de universiteit van King.
Terwijl de King Estate nu over enorme geldreserves beschikte, wist alleen Dexter wat er met het geld gebeurde. Toen zijn broer en zusters hem vroegen om een bestuursvergadering uit te schrijven voor King Inc., legde hij dat verzoek naast zich neer. Zijn broer en zusters kregen geen door een accountant gecontroleerde afrekening – hun werd te verstaan gegeven dat ze Dexter gewoon moesten vertrouwen.
Coretta had liefdesbrieven onder haar bed bewaard, opgeborgen in een blauwe Samsonitekoffer. In mei 2008 sloot Dexter een deal met een New Yorkse uitgever om de liefdesbrieven van zijn vader aan zijn moeder met de wereld te delen. Opbrengst: 1,4 miljoen dollar.
De brieven vormden een belangrijk onderdeel in de overeenkomst met de Penguin Group voor de publicatie van wat Dexter zijn moeders autobiografie noemde. Jaren daarvoor had Coretta met een schrijfster urenlange gesprekken gevoerd die allemaal waren opgenomen, maar uiteindelijk had Coretta ervan afgezien, omdat het manuscript haar toch niet aanstond. Maar de opnames bestonden nog steeds en de schrijfster ging in op Dexters verzoek om met behulp van die opnames en details uit de liefdesbrieven toch een boek samen te stellen.
Bernice was de executeur-testamentair van haar moeders nalatenschap, en zij had de koffer. Dexter belde haar op en verzocht haar de documenten over te dragen, met als argument dat ze eigendom waren van King Inc. en dus aan hem moesten worden gegeven. Bernice weigerde dit. Volgens rechtbankgegevens nam Dexter, of iemand bij King Inc. die namens hem optrad, op 20 juni een groot bedrag op van de rekening bij de Bank of America waar het geld van Coretta’s erfenis op stond.
Binnen een maand spanden Bernice en Martin III een rechtszaak aan tegen Dexter en King Inc. bij het Superior Court of Fulton County in Georgia. Ze beschuldigden Dexter ervan dat hij geld van zijn moeders rekening had gehaald voor privédoeleinden. De broer en zus vochten ook Dexters weigering aan om aan hen informatie te verschaffen over King Inc., waarvan zij aandeelhouder waren. Zonder verdere details beschuldigden ze hem ervan dat hij ‘zich onrechtmatig geld had toegeëigend’ uit de nalatenschap van zijn vader.
Dexter spande een tegenrechtszaak aan, omdat zijn broer en zus volgens hem onrechtmatig gebruik hadden gemaakt van kantoorruimte en bedrijfswagens van het King Center. Ook beschuldigde hij Bernice ervan de nalatenschap van zijn vader te bezoedelen door in het centrum gastvrijheid te verlenen aan een actievergadering tegen het homohuwelijk.
Enkele maanden later sleepte Dexter zijn broer en zus opnieuw voor de rechter en eiste hij dat Bernice de liefdesbrieven zou overdragen, zodat de ‘autobiografie’ van hun moeder kon worden uitgegeven. Zonder die brieven zou de deal met Penguin niet kunnen doorgaan. Die documenten vormden geen apart onderdeel van Coretta’s nalatenschap, betoogde Dexter. De brieven waren geschreven door Martin Luther King Jr., dus ze behoorden toe aan King Inc. Ze moesten dus aan Dexter worden overgedragen, zodat hij kon beslissen wat ermee moest gebeuren. Dexter beweerde dat Coretta vlak voor haar dood tegen hem had gezegd dat ze wilde dat de brieven zouden worden gepubliceerd.
Zijn broer en zus geloofden dat niet.
Zelfs de beoogde schrijfster, die er 200.000 dollar voor zou hebben gekregen, kreeg een naar gevoel over de deal. Ze wilde iets schrijven waar de kinderen van King zich in konden vinden, niet alleen maar olie op het juridische vuur gooien. ‘Deze strijd gaat over macht, geld en hebzucht’, zei ze over het geschil tussen de kinderen van King. ‘Dat zijn nu precies de dingen waar dr. King tegen predikte.’
Vrienden van de familie King raakten in toenemende mate geïrriteerd, omdat al hun pogingen om de geschillen op te lossen strandden. Dexter luisterde gewoon niet en veel van zijn vroegere getrouwen omschreven hem als een bullebak. Op een gegeven moment belde Andrew Young met Dexter voor een bespreking en kreeg hij zowel Dexter als Jones, diens vriend en zakenpartner, aan de lijn. Een uur lang, zo vertelt Young, had hij het gevoel dat hij verwikkeld was in een worstelpartij waarbij de twee mannen hem voortdurend probeerden te vloeren.
‘Uiteindelijk zei ik tegen ze dat ze de klere konden krijgen en hing ik op’, vertelt Young. ‘Later belde ik terug, bood ik mijn excuses aan, maar zei ik ook tegen ze dat ik me niet liet koeioneren.’
Terwijl de rechtszaken zich voortsleepten, kwamen nieuwe financiële deals van King Inc. boven water die voor nieuwe kritiek op de familie zorgden. In 2009 bleek uit berichten in de media dat King Inc. 800.000 dollar had gevraagd en gekregen van de stichting die zich sterk maakte voor plannen van de overheid om op de Mall in Washington D.C. een gedenkteken voor dr. King op te richten. De reden? Het gedenkteken zou dr. Kings beeltenis en woorden gebruiken en King Inc. bezat daar de rechten op.
In oktober 2009 kwam er een einde aan al het juridische getouwtrek: de autobiografie ging niet door en Stephen Rubino, een advocaat uit New Jersey, die naam had gemaakt als raadsman van slachtoffers in misbruikzaken, zou Dexter vervangen als directeur en manager van King Inc. In maart 2010 nam hij die taak op zich. Tegelijkertijd nam Martin III het voorzitterschap van King Inc. op zich en werd hij manager van het King Center. Dexter bleef bestuursvoorzitter van het King Center, maar de bestuursleden die hij in het bestuur had geparachuteerd werden vervangen.
Twee jaar lang werd er niet geruzied in de familie King.
Nobelprijs voor de Vrede verkopen
Het eerste teken dat er nieuwe problemen op komst waren deed zich voor in januari 2012, toen Martin III aankondigde dat hij terugtrad als manager. Hij voerde verscheidene redenen aan. Hij was tegen de plannen om het King Center en King Inc. dichter bij elkaar te brengen en beweerde dat hij tot een marionet zonder bevoegdheid werd gemaakt. Diezelfde maand nam Bernice zijn taak over. Ze kreeg geen salaris.
Eind 2012 liep Dexters scheidingsovereenkomst met het King Center af, dat hem meer dan 150.000 dollar per jaar betaalde. Enkele maanden later drong Dexter er bij Bernice op aan om drie co-managers voor het centrum te benoemen: henzelf en Martin. Bernice wees dat idee af als onwerkbaar.
Augustus 2013 was een drukke periode voor het King Center. Aan het einde van die maand – op 28 augustus – zou het precies vijftig jaar zijn na de I have a dream-speech en de mars naar Washington, en waren er in het hele land vele evenementen georganiseerd ter herinnering aan die historische dag.
De brief van een advocaat namens Dexter en Martin III werd op 10 augustus gemaild. Daarin meldde Dexter voor het eerst dat hij als voorzitter van het King Center in 2007 een deal had gesloten met zijn zus Yolanda waarin de rechten ten aanzien van elke beeltenis en elk woord van hun vader van het King Center werd overgedragen aan King Inc. Volgens die deal zou zelfs de naam ‘King Center’ aan King Inc. behoren. Hoewel die e-mail slechts als herinnering was bedoeld aan wat al was vastgelegd, had niemand in het bestuur ooit van zo’n overeenkomst gehoord.
Krachtens die deal zou King Inc. zelfstandig het recht van het King Center op het gebruik van de woorden en de beeltenis kunnen beëindigen, en die brief aan het bestuur was bedoeld om te laten weten dat King Inc. dat nu deed. De reden? Een ‘controle’ had aangetoond – wanneer en hoe, dat wist niemand op het King Center – dat de gebouwen in slechte staat waren, waardoor de documenten en memorabilia in gevaar kwamen.
Het cynisme en de schaamteloosheid vierden hoogtij. Het centrum was onder Dexters leiding in verval geraakt. In zijn rol als voorzitter van het centrum had hij bewust kostbare rechten die in het bezit waren van een charitatieve instelling weggegeven in ruil voor niets. En nu zwaaide Dexter – nog steeds voorzitter van het centrum – met het document dat hij had ondertekend als bewijs dat de instelling iets verschuldigd was aan de commerciële instelling die hij leidde. De belangenconflicten en potentiële schendingen van de vertrouwensplicht zijn bijna te veel om op te noemen.
Maar Dexter en Martin III – die nu heulde met de broer die hij zo lang had bestreden– boden het centrum een uitweg uit de ondergang. Als het centrum alle beslissingsbevoegdheid op het gebied van het intellectuele eigendom overdroeg, hangende een onderzoek Bernice met verlof stuurde, en zowel Andrew Young als Alveda King – een nicht van Dexter en Martin – uit het bestuur zette, zou King Inc. de deal die Dexter zovele jaren daarvoor in het geheim had ondertekend intrekken.
Voor de eerste zaak echter kon worden beslecht, kwamen Dexter en Martin in januari al weer met een volgende eis. Nu wilden ze dat Bernice de Nobelprijs voor de Vrede die hun vader had gekregen overdroeg, evenals zijn Bijbel die door president Obama was gebruikt bij de eedaflegging voor zijn tweede termijn.
Dat waren waardevolle spullen van King Inc., zo betoogden de broers, en die konden bij verkoop een mooi bedrag opleveren.
Auteur: Kurt Eichenwald
Vertaler: Paul Bruijn
Newsweek Verenigde Staten, weekblad, oplage 1.972.000
Dit wereldwijd verspreide weekblad is na Time het grootste van de Verenigde Staten. Newsweek fuseerde in november 2010 met The Daily Beast. Twee jaar later kondigde nieuw opperhoofd Tina Brown aan dat de printeditie zou stoppen. Op 7 maart 2014 verscheen echter toch weer een gedrukte versie van het blad. De formule is nog altijd ongewijzigd: analyse, internationaal nieuws, opinie, technologie, economie, cultuur en politiek.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.