Tag: gelijkheid

  • Vermogenskloof tussen mannen en vrouwen is een rem op emancipatie

    Vermogenskloof tussen mannen en vrouwen is een rem op emancipatie

    Gelijke lonen en gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, dat is er nu allemaal, maar de vermogensongelijkheid ten nadele van vrouwen is de afgelopen decennia gestaag gegroeid. En dat heeft ingrijpende gevolgen voor vrouwen in hun dagelijks leven.

    De winnaar van de Nobelprijs voor Economie van dit jaar, Claudia Goldin, is eigenlijk een rasoptimist. Volgens sommigen moet ze ook wel. Uit haar onderzoek naar de langetermijntrends in de economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen komt immers steeds weer naar voren dat de vooruitgang voor vrouwen op dat vlak bepaald niet in een rechte lijn verloopt. Haar inmiddels beroemde U-vormige curve laat zien dat in de loop van de negentiende eeuw vrouwen uit veel beroepen werden verdrongen, waarna latere generaties dat verloren terrein in de twintigste eeuw moesten heroveren. Als dit al eens eerder is gebeurd, kan het dan niet opnieuw gebeuren? Want zoals een uitspraak luidt die vaak wordt toegeschreven aan de Franse filosoof Simone de Beauvoir: ‘Vergeet niet dat één politieke, economische of religieuze crisis genoeg is om de rechten van vrouwen weer op losse schroeven te zetten.’

    Toch denkt Goldin dat de rijke landen nu aan het begin staan van wat zij ‘het laatste hoofdstuk’ noemt van ‘de grote gendergelijkheid’. Dat kan volgens haar bereikt worden met een reeks veranderingen, zowel op de werkvloer (door een eind te maken aan ‘greedy jobs’, banen die ook je avonden en weekenden opslokken) als in de thuissfeer (door een betere verdeling van huishoudelijk werk en zorgtaken). Nu vrouwen vrij zijn om dezelfde carrièrekeuzes te maken als mannen, zouden zulke verbeteringen de loonkloof volledig kunnen dichten.

    Maar al is het hoog tijd voor deze veranderingen, uit ons eigen onderzoek blijkt dat dit niet genoeg zal zijn om de economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen te verminderen. Zelfs als vrouwen uiteindelijk evenveel betaald krijgen voor hetzelfde werk, zullen ze nog steeds economisch achterblijven bij de mannen. Want zowel in de VS als wereldwijd schuilt de economische ongelijkheid tegenwoordig niet zozeer in het loon als in het vermogen.

    Structureel meer kapitaal

    Met vermogen doelen we in de sociale wetenschap op het geheel van wat anderen ook wel kapitaal, activa, bezittingen of erfdeel noemen. Het totale reservoir aan waarde waarover een persoon beschikt. En zoals de Franse econoom Thomas Piketty met zijn team heeft aangetoond, is vermogensongelijkheid een wezenskenmerk van het hedendaags kapitalisme. Volgens hun World Inequality Report uit 2022 heeft de 10 procent rijkste huishoudens meer dan driekwart van het mondiale vermogen in bezit, en de armste 50 procent maar twee procent. De bevoorrechte klassen hebben dus een monopolie op rijkdom en proberen dat voor de generaties na hen te behouden, terwijl de meeste anderen er structureel van verstoken blijven.

    De vermogenskloof ten nadele van vrouwen is de afgelopen decennia gestaag is gegroeid

    Het werk van Piketty is inmiddels gemeengoed, maar daarnaast is uit baanbrekend statistisch onderzoek nu gebleken dat de vermogensongelijkheid ook aan sekse is gerelateerd. Een Duitse analyse van cijfers over de periode 2002-2012 wees bijvoorbeeld op een fikse vermogenskloof, niet alleen tussen alleenstaande mannen en vrouwen, maar ook binnen relaties. En de economen Nicolas Frémeaux en Marion Leturcq hebben aangetoond dat deze vermogenskloof ten nadele van vrouwen de afgelopen decennia gestaag is gegroeid, van 9 procent in 1998 naar 16 procent in 2015. Ze constateerden ook dat mannen structureel meer kapitaal bezitten dan vrouwen, of het nu gaat om vastgoed, grond of financiële en materiële middelen. Wat opviel, was dat de kloof tussen man en vrouw relatief klein was in de arbeidersklasse (aangezien geen van beide partners daar veel vermogen opbouwen) en veel groter bij de hogere inkomens.

    Deze vermogenskloof blijft verborgen en onderbelicht doordat hij zo moeilijk vast te stellen is. In de meeste landen worden alleen cijfers over het vermogen verzameld van huishoudens (op basis van enquêtes of belastinggegevens), niet van individuele burgers. En doordat men ervan uitgaat dat binnen huishoudens alle bezit gelijkelijk is verdeeld, verbloemt deze standaardaanpak de realiteit van de machtsdynamiek bij vermogensbezit. Vandaar dat in heel Piketty’s achthonderd bladzijden tellende magnum opus Kapitaal in de 21ste eeuw het onderscheid tussen man en vrouw niet eens een variabele is.

    Stilzwijgend

    Hoe kun je het individuele vermogen van een man en een vrouw vaststellen wanneer ze als stel samen iets hebben gekocht en als in de meeste onderzoeken alle mensen onder één dak als één economische eenheid worden geteld? Als sociologen die zich hier al twintig jaar mee bezighouden, hebben wij daar iets op gevonden: we kijken naar de gevallen waarin stellen uit elkaar gaan en waarop familiebezit wordt overgedragen aan erfgenamen. Dat zijn de momenten waarop de dynamiek aan het licht komt en duidelijk wordt wie er wérkelijk de macht over het familievermogen heeft en daar de vruchten van plukt.

    De vermogensongelijkheid tussen man en vrouw staat natuurlijk niet los van wat er op de arbeidsmarkt gebeurt. Uit de verschillen in carrières en inkomen waar Goldin onderzoek naar doet, blijkt dat mannen makkelijker geld opzij kunnen leggen. Maar het vermogen van mensen is tegenwoordig minder afhankelijk van wat ze zelf vergaren en meer van wat hun is toegevallen, meestal door beërving.

    Dan zien we dat de vermogenskloof al begint binnen het gezin, waar het verschil stilzwijgend wordt bestendigd in de rollen die mannen en vrouwen vervullen als echtelieden, vaders en moeders, dochters en zonen, broers en zussen. Maar de kloof wordt verder vergroot doordat juridische functionarissen in de advocatuur, de magistratuur en het notariaat ertoe neigen de ongelijke verdeling van vermogen tussen kinderen of voormalig echtgenoten klakkeloos te accepteren. En vrouwen zijn natuurlijk zo gesocialiseerd dat ze dit ook slikken, vaak in naam van het bewaren van de lieve vrede of voor het behoud en de overdracht van de maatschappelijke status van de familie.

    Als een stel uit elkaar gaat, houdt de man vaak ‘structureel eigendom’ en worden vrouwen uitgekocht met geld

    Zo gaat de bestendiging van seksehiërarchieën dus hand in hand met de reproductie van sociale klasse. Neem de scheiding tussen Amazon-oprichter Jeff Bezos en de romanschrijver MacKenzie Scott in 2019. Hun nettovermogen bedroeg ruim honderddertig miljard dollar, inclusief 16 procent van de aandelen van Amazon. In de staat Washington, waar ze woonden, hebben beide echtelieden bij een scheiding wettelijk recht op de helft van alle bezittingen die tijdens het huwelijk zijn verworven, zodat sommige aandeelhouders vreesden voor de toekomst van het bedrijf als Scott haar helft van de aandelen zou opeisen. Maar een paar maanden nadat de scheiding was aangekondigd liet Scott weten: ‘Ik schenk hem graag al mijn belangen in The Washington Post en Blue Origin en 75 procent van onze aandelen in Amazon, plus het stemrecht over mijn aandelen, zodat hij zijn werk met de teams van deze geweldige bedrijven kan voortzetten.’ 

    In de twee decennia dat we hier onderzoek naar doen, hebben we dit vrij vaak gezien. Als een stel uit elkaar gaat, houdt de man vaak ‘structureel eigendom’ aan in de vorm van grond, vastgoed en bedrijven en worden vrouwen uitgekocht met geld (als dat al gebeurt). En als vrouwen wel productieve kapitaalgoederen in bezit houden, zijn dat meestal de minder winstgevende.

    De ongelijkheid komt ook naar voren op het moment dat er geërfd wordt

    De ongelijkheid komt ook naar voren – en wordt weer verder bestendigd – op het moment dat er geërfd wordt. Neem een gezin uit de middenklasse in Zuidwest-Frankrijk. Toen Marcelle Pilon in 1992 geen leiding meer wilde geven aan haar bakkerij, moest ze voor haar familiebedrijf een opvolger aanwijzen. Ze was al vijftien jaar weduwe en besloot het bedrijf plus het grote huis dat erbij hoorde aan haar 43-jarige zoon Pierre te geven, die samen met haar in de bakkerij werkte. Maar Pierre had drie zussen en strikt genomen schrijft de Franse wet voor dat erfenissen gelijkelijk moeten worden verdeeld. Om daaraan tegemoet te komen, wees Marcelle haar dochters ook wat vastgoed toe. Omdat die bezittingen veel minder waard waren dan de bakkerij en het huis, werd bovendien overeengekomen dat Pierre zijn zussen tien jaar lang elke dag gratis brood en patisserie zou leveren. De moeder zag er nauwlettend op toe dat elke baguette en croissant iedere dag keurig werd bezorgd. 

    Maar dat betekende niet alleen dat de dochters in de buurt van de bakkerij moesten wonen om hun gratis brood te kunnen ontvangen: andere, niet opgegeven giften bleven bovendien buiten beschouwing. Zo had Pierre van zijn ouders eerder al eens een banketbakkersbedrijf ter waarde van bijna een ton gekregen, dat later weer opging in het familiebedrijf. Maar niemand had dit bij de instanties gemeld. De rechtvaardiging voor deze voortrekkerij was dat de ouders de studie van hun dochters hadden betaald terwijl Pierre voor het familiebedrijf was gaan werken. Maar toen een van ons de zussen vroeg of ze dit eerlijk vonden, hadden zij een andere lezing. Ze hadden vooral kunnen studeren dankzij een studiebeurs, zeiden ze, en hadden nu en dan gratis in de winkel van hun ouders gewerkt, terwijl Pierre daar van meet af aan loon en een winstpercentage van de banketverkoop had ontvangen. Ze hadden gegronde grieven tegen de regeling, maar wilden er geen werk van maken. Het voortbestaan van het familiebedrijf en de lieve vrede was belangrijk dan een rechtvaardige verdeling onder alle kinderen.

    Mysterie

    Dit alles is van belang omdat we niet langer in een tijd leven waarin mensen voor hun levensonderhoud voornamelijk afhankelijk zijn van lonen en uitkeringen. We leven nu in wat de sociologen Lisa Adkins, Melinda Cooper en Martijn Konings hebben betiteld als de vermogenseconomie (asset economy). Meer dan op enig ander moment in de voorbije eeuw is het bezit van vermogen niet alleen cruciaal voor de toegang tot hoger onderwijs, woningen en gezondheidszorg, die allemaal steeds duurder worden, maar ook voor het verwerven van krediet, werk en inkomen. In een onzekere tijd die gekenmerkt wordt door onbestendig werk en de afbouw van sociale vangnetten is de mogelijkheid tot het opbouwen van vermogen een zaak van existentieel belang geworden.

    De vermogensvoorsprong van mannen geeft hun meer macht om levenskeuzes te maken

    Het doel van feministisch empowerment is dat vrouwen leren op te treden als autonome economische partij. Maar nu inkomen steeds meer aan belang inboet ten opzichte van vermogen, lopen vrouwen gevaar wederom onevenredig achter het net te vissen. Dit moet niet alleen een thema zijn voor wetenschappelijk onderzoek en debat, het heeft ingrijpende gevolgen voor vrouwen in hun dagelijks leven. Alleenstaande moeders van de arbeidersklasse zullen hierdoor onverminderd geconfronteerd worden met moeilijke keuzes en ontberingen voor henzelf en hun kinderen, en het bedrijfsleven zal een mannendomein blijven.

    Zelfs de liefde kan weer im grotere mate vatbaar worden voor economische overwegingen. Zoals de Britse econoom Peter Kenway schrijft, krijgen we binnenkort misschien ‘een Jane Austen-achtige huwelijksmarkt waarop millennials zonder erfenis op zoek gaan naar een millennial die wel de erfenis van een huis in het vooruitzicht heeft.’ De vermogenskloof grijpt zelfs dieper in op het huwelijksleven, want de vermogensvoorsprong van mannen geeft hun meer macht om levenskeuzes te maken (zoals waar ze gaan wonen) die van invloed kunnen zijn op de carrière van hun partner of echtgenoot. En erger nog is dat vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld er door financiële afhankelijkheid soms van worden weerhouden bij hun partner weg te gaan.

    Al deze vormen van ongelijkheid komen aan het licht en worden ook verder aangewakkerd na een relatiebreuk – wat steeds meer voorkomt – of wanneer de vrouw weduwe wordt, wat vrouwen vaker overkomt dan mannen, vanwege hun iets hogere levensverwachting en het feit dat ze door de band genomen iets jonger zijn dan hun man. En aangezien stellen de verdeling van hun bezittingen steeds meer formaliseren (in huwelijkse voorwaarden of een partnerovereenkomst) genieten weduwen steeds minder bescherming. De vermogensongelijkheid tussen man en vrouw dreigt dus te leiden tot een toekomst van vrouwen die op hun oude dag afhankelijk zijn van een pensioen dat over het algemeen lager is dan dat van mannen, terwijl ze weinig of geen eigen vermogen hebben.

    Goldin schetste in haar werk de ontwikkelingen in een tijd waarin de werkgelegenheids- en loonkloof tussen mannen en vrouwen geleidelijk werd gedicht, zeker in de meer prestigieuze beroepen, dankzij overheidsbeleid en nieuwe technologieën die leidden tot verbeteringen op de arbeidsmarkt en betere reproductieve rechten voor vrouwen. Maar zoals ze zelf ook zegt, zijn we er nog lang niet en kan elke stap vooruit maar al te gemakkelijk ongedaan worden gemaakt, zoals onlangs bleek uit de nieuwe beperkingen (die in veel gevallen neerkomen op een regelrecht verbod) op abortus in de VS. Beleidsmakers en wetenschappers moeten nodig werk maken van de vermogenskloof, voordat onze samenleving weer afglijdt naar de mate van ongelijkheid die de negentiende eeuw kenmerkte. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de arbeidsmarkt en de financiële wereld, maar ook naar de dynamiek binnen huishoudens en gezinnen.

    Het gaat nu vooral om het persoonlijk vermogen, en weer trekken de vrouwen aan het kortste eind

    Er is grote behoefte aan nieuw historisch, sociologisch en economisch onderzoek om de volle reikwijdte en gevolgen van deze vermogenskloof in kaart te brengen. Zoals Goldin met een indrukwekkende hoeveelheid gegevens uit achttiende- en negentiende-eeuwse archieven aantoonde dat vrouwen die louter als ‘echtgenoot’ stonden geregistreerd in werkelijkheid als ‘arbeiders’ konden gelden, zo moeten wij nu het mysterie van het vermogen van huishoudens ontraadselen. Welk aandeel daarvan is nu werkelijk in handen van vrouwen? Als we dit probleem willen aanpakken, hebben we eerst een heel leger Goldins nodig om het te documenteren en beschrijven.

    Juist nu vrouwen in veel landen eindelijk beter opgeleid zijn dan mannen en evenveel recht hebben op dezelfde banen voor hetzelfde geld als hun mannelijke collega’s, is het zwaartepunt van de economische ongelijkheid verschoven. Het gaat nu vooral om het persoonlijk vermogen, en weer trekken de vrouwen aan het kortste eind. Een andere Franse filosoof, Albert Camus (en eveneens Nobelprijswinnaar), schreef de beroemde woorden: ‘We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen.’ We moeten ons Sisyphus vooral als een vrouw voorstellen.

  • Het leed van de Arabische vrouw. ‘Meisjes worden van jongs af aan gekortwiekt’

    Het leed van de Arabische vrouw. ‘Meisjes worden van jongs af aan gekortwiekt’

    De Arabische nieuwswebsite Muwatin stelt de vraag hoe het alomtegenwoordige geweld tegen vrouwen is te stoppen. In een door mannen gedomineerde samenleving moeten vrouwen hun onafhankelijkheid bevechten door middel van werk en studie.

    Steeds wanneer er geweld plaatsvindt en er berichten over geweld via de media worden verspreid, vragen we ons af waarom vrouwen het geweld dat hun lange tijd is aangedaan, accepteren. Dat geldt vooral wanneer het geweld vrouwen treft die financieel onafhankelijk lijken, zoals beroemde artiesten, die zich kunnen omringen met de beste advocaten en psychiaters, die de misbruiker kunnen stoppen en daar een hoge prijs voor kunnen betalen.

    Misschien heeft de beroemde zangeres, die we de afgelopen maanden in de bladen en op sociale media hebben kunnen volgen, ons een nieuwe definitie gegeven van het begrip onafhankelijkheid, want een financieel onafhankelijke vrouw in een door mannen gedomineerde samenleving heeft misschien geen man nodig om haar van voedsel en kleding te voorzien, maar ze heeft hem wel nodig om te leven. Om de oorsprong te achterhalen van die ziekelijke behoefte van vrouwen om zich vast te klampen aan mannen, die door de samenleving worden bestempeld als ‘steun van de vrouw’, moeten we teruggaan naar de beginfase van de opvoeding, waarin de vleugels van meisjes al worden gebroken als ze nog een kind zijn.

    Hoe is het mogelijk dat deze samenleving eerst een crisis voor vrouwen creëert en vervolgens met mannelijke oplossingen komt om problemen die opzettelijk voor vrouwen zijn bedacht, op te lossen? Dat is bijvoorbeeld met polygamie gebeurd. De patriarchale samenleving, die polygamie hoog in het vaandel droeg, verminderde de keuzemogelijkheden van vrouwen door hun, met de wet in de hand, een huwelijk met mannen van een andere religie te ontzeggen. De genadeslag kwam toen in veel Arabische landen vrouwen bij wet werd verboden met mannen van een andere nationaliteit te trouwen. Het besluit om met een buitenlander te trouwen werd daardoor een riskant avontuur. En daar stopte het niet. Vrouwen mochten ook niet meer trouwen met iemand buiten de eigen stam, een verbod dat was gebaseerd op het stamrecht, terwijl het mannen vrijstond om met iedereen, overal ter wereld te trouwen. Hierdoor werd een crisis gecreëerd, die ‘de crisis van de oude vrijster’ werd genoemd, waarvoor vervolgens een oplossing werd geboden die de waardigheid van de vrouw voorgoed zou aantasten: polygamie.

    De vrouw is zwak

    Dit is hoe de mannelijke, patriarchale samenleving met vrouwen omgaat. Die vermindert hun opties, houdt logische oplossingen tegen en verzwakt hen op alle mogelijke manieren, tot ze zich onderwerpen. En dan wordt er gezegd: ‘Kijk, de vrouw is zwak en heeft de steun van de man nodig.’

    Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat

    De maatschappij ziet vrouwen niet als volwaardige mensen en probeert op allerlei manieren te voorkomen dat ze dat ooit zullen worden. Om dit doel te bereiken, worden meisjes er al in hun kindertijd op voorbereid dat ze onvolwaardige volwassenen zullen worden. Meisjes zouden zich bijvoorbeeld kunnen afvragen waarom hun vader naar hun jongere broer wordt genoemd (vader van die-en-die), terwijl zij de oudste zijn. In het begin maken ze nog bezwaar tegen het feit dat ze geen aandacht krijgen, alsof ze niet bestaan, maar als ze opgroeien horen ze dat hun tante van vaderskant haar erfenis is ontnomen en dat hun tante van moederskant iets meer geluk heeft gehad en de helft van de erfenis van haar broer heeft gekregen. Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat. 

    In patriarchale systemen wordt onafhankelijkheid vanaf de kindertijd aangeleerd. De man wordt opgevoed in zelfredzaamheid, terwijl de vrouw wordt opgevoed in volgzaamheid. Wanneer een meisje wordt gevraagd dienstbaar te zijn aan haar broers, die allemaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben als zij, is dat verzoek niet zo onschuldig als het voor sommigen lijkt. Het is opzettelijk bedoeld om een deel van haar zelfvertrouwen weg te nemen en dat op een gouden dienblad aan te bieden aan haar broer. Vervolgens opent zich voor de man een wereld van ervaringen, die voor de vrouw gesloten blijft. Hij trekt erop uit, wordt geconfronteerd met het volle leven en leert. Hij gaat niet één keer, maar wel tien keer in de fout en wordt altijd vergeven, terwijl zij wegkwijnt in de gevangenschap van taboes en verboden en wordt doordrongen van het idee van één enkele, fatale zonde. Ze mag geen fouten maken, want als glas eenmaal is gebroken, kan het niet meer worden gerepareerd, en de vrouw is gemaakt van glas; dat heeft de samenleving haar geleerd. Geleidelijk geeft ze haar dromen op en wordt ze volgestopt met ideeën over de schoonheid van vrouwelijkheid en zwakte, vereist om het andere geslacht aan te trekken. En dit alles gaat gepaard met een systematisch proces van intimidatie, als ze tegen de wil van haar familie ingaat. 

    Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven

    Dit alles maakt haar tot een zwakke, onderdanige persoonlijkheid, die confrontaties uit de weg gaat, uit angst dat iemand haar zal zien en haar verkeerd zal begrijpen. Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven, haar toekomst en haar dromen. Zelfs dromen heeft ze niet. Ze geeft ze geleidelijk op, tot haar enige doel is geworden zich voegen naar de maatschappij en voldoen aan de lijst van eisen uit de Catalogus van de Meisjes. In diezelfde catalogus wordt gewaarschuwd voor angstaanjagende woorden als ‘oude vrijsters’ en ‘gescheiden vrouwen’. Opgroeiende meisjes zijn daar zo bang voor dat ze het eerste het beste aanzoek accepteren om aan de eerste benaming te ontsnappen en bereid zijn in elke giftige relatie te blijven hangen om ook aan de tweede benaming te ontkomen.

    Dit gendergerelateerde geweld, dat vanaf jonge leeftijd op meisjes wordt uitgeoefend, gaat gepaard met economisch geweld, waardoor vrouwen vaak niet in staat zijn om later in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Hoewel gebrek aan geld waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen voor vrouwen is om geweld te accepteren, leiden het gebrek aan zelfvertrouwen, de angst voor de buitenwereld en de onderworpenheid waarmee veel meisjes zijn grootgebracht ertoe dat ook veel financieel onafhankelijke vrouwen in gewelddadige, onstabiele relaties blijven hangen.

    Om te huilen

    Het is lachwekkend maar ook om te huilen dat dezelfde maatschappij die meisjes van jongs af aan kortwiekt, van hen verwacht dat ze kunnen vliegen als ze in de steek worden gelaten door hun man, of als ze weduwe worden of worden verstoten. We zien weduwen die plotseling op eigen benen moeten staan, op zichzelf moeten vertrouwen en zonder ervaring of hulp in de woelige zee van het leven moeten leren zwemmen. 

    Er is een groot verschil tussen afhankelijkheid en behoefte aan ondersteuning. We hebben allemaal steun nodig in het leven; die kan van een zus, broer, vader, moeder of vriend komen. Een man kan gesteund worden door een sterke vrouw. Steun krijgen betekent niet dat je iemand blindelings volgt of vernederingen accepteert. Goede relaties zijn gebaseerd op wederzijdse liefde en op het gevoel dat de behoefte aan ondersteuning wederzijds is.

    Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen

    Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen. Ze hebben het gevoel dat ze na hem hun steun kwijt zijn. Ze zijn er niet aan gewend in hun eentje overeind te blijven zonder een muur om tegen te leunen, ook al zijn zij het zelf die worden gechanteerd en alle ‘steunmuren’, zowel die van vroeger als die van nu, financieel overeind houden. 

    Het leed dat de Arabische vrouw tegenwoordig ondergaat, is bekend bij vrouwen over de hele wereld. Europese en Amerikaanse vrouwen hebben alles meegemaakt wat wij doormaken, maar zij zijn de strijd aangegaan. Beetje bij beetje hebben ze gelijke rechten verworven, dankzij de feministische bewegingen die actief waren na de Eerste Wereldoorlog en een aantal feministische golven die een hele eeuw overspanden. En nog steeds strijden ze voor meer rechten en dat zullen ze blijven doen, tot ze volledige gelijkheid hebben bereikt, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een autoriteit die internationale consensus geniet en alle vormen van discriminatie verwerpt.

    Op de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen moeten we vrouwen eraan herinneren dat gewelddadige mannen destructieve vijanden zijn en geen steunpilaren. En we moeten hen eraan herinneren dat ze zich uit hun afhankelijkheidspositie kunnen bevrijden door te lezen, te studeren, hulp te zoeken bij specialisten, zich te omringen met een netwerk van echte vrienden en overal andere vrouwen te steunen en te helpen de onrechtvaardige, patriarchale wetten te veranderen. Daarnaast speelt ook werk een rol, dat hen economisch bevrijdt en hun ruimere mogelijkheden geeft dan de beperkte kansen die de samenleving biedt. 

  • Spanje neemt wet genderzelfbeschikking aan

    Spanje neemt wet genderzelfbeschikking aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS ‘zeer ontzet’ over uitbreiding Israëlische nederzettingen

    » Tesla moet meer dan 360.000 voertuigen met zelfrijdende functie terugroepen

    De Spaanse minister spreekt van ‘historische stap vooruit’

    De Spaanse minister van Gelijkheid Irene Montero is erin geslaagd haar transgenderwet door het Congres heen te loodsen. Dat betekent dat Spanjaarden vanaf nu zelf mogen bepalen welk geslacht op hun identiteitsbewijs zichtbaar is, zonder dat ze daarvoor een medische verklaring moeten laten zien of hormonen hoeven te slikken, schrijft El Mundo. Vanaf twaalf jaar moeten kinderen nog aan bepaalde voorwaarden voldoen, zodra ze zestien jaar zijn vervallen die vereisten.

    De minister verklaarde in het Congres, de Spaanse Tweede Kamer, dat de wet ‘tegen alle verwachtingen in’ erdoorheen is gekomen. Maandenlang zijn er verhitte debatten gevoerd over de implicaties en gevolgen van deze wet. Onder andere de conservatieve partij PP, de rechts-populistische partij Vox en feministische actiegroepen waren fel tegen het wetsvoorstel.

    PP en Vox waarschuwen voor de ‘onomkeerbare problemen’ die de wet zal opleveren

    Zelfs de partij die de meerderheid vormt binnen de regering, de sociaaldemocratische PSOE, bracht stevige bezwaren in tegen het wetsvoorstel. Zo zou het ongrondwettelijk zijn om minderjarigen zulke bevoegdheden te geven. Uiteindelijk moest de partij het afleggen tegen de partijalliantie Unidas Podemos (‘Samen kunnen we het’), waar ook minister Montero met haar partij Podemos deel van uitmaakt.

    Waar de minister van Gelijkheid spreekt over een ‘historische stap vooruit’, waarschuwen onder andere de PP en Vox voor de ‘onomkeerbare problemen’ die de wet zal opleveren. Zo zou met het aannemen van de wet medische en psychologische bescherming wegvallen, wat vooral problematisch zou zijn voor minderjarigen die stappen ondernemen om hun geslacht te veranderen, hormonen slikken en vervolgens spijt krijgen van hun keuze. Ondanks deze kritiek werd de wet met een ruime meerderheid van zo’n 190 stemmen aangenomen.

    Lees ook:

  • ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    De Libanese schrijver en activist Joumana Haddad gaat tijdens een interview met Muwatin zonder omwegen in op de vrouwelijke seksualiteit en de ‘verwrongen’ kijk op viriliteit in de Arabische wereld. ‘Mannen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte.’

    De Libanese en Arabische cultuur verdeelt vrouwen gewoonlijk in twee groepen: vrouwen die mooi maar dom zijn en vrouwen die intelligent zijn maar hun uiterlijk verwaarlozen. Wat vindt u daarvan?

    ‘Dat hokjesdenken behoort tot de dingen die onuitroeibaar lijken in onze samenlevingen. Noch de ontwikkelingen om ons heen, noch de grotere publieke aanwezigheid, noch de kennisrevolutie, noch de humanistische feministische strijd heeft daarin verandering kunnen brengen. Deze link tussen vorm en inhoud is een van de talloze manieren waarop het machisme overal op de wereld, maar in het bijzonder in onze regionen, vrouwen onder de duim houdt.

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent. Zowel jongens als meisjes groeien op met deze waandenkbeelden, waar ze nooit meer van loskomen.

    Het vergt veel tijd, veel verschillende stadia, veel goede wil en wilskracht om de zware strijd tegen onwetendheid te voeren. Wij zijn voor het merendeel nog ‘robots’ die moeten voldoen aan de normen die ons thuis, op school, door het godsdienstonderwijs, de televisie en de sociale media zijn opgelegd. Die botsen met het individueel bewustzijn en beperken de mogelijkheid om jezelf vragen te stellen en voor jezelf te beslissen.’

    De studenten

    In zijn eerste officiële reactie, achttien dagen na de dood van Mahsa Amini op 16 september, heeft de opperste leider van de Islamitische Republiek, ayatollah Ali Khamenei, de Verenigde Staten, ‘het zionistische regime’ (Israël) en hun ‘agenten’, evenals ‘enkele in het buitenland gevestigde Iraanse verraders’ ervan beschuldigd de protesten aan te wakkeren en heeft hij de ordetroepen opgeroepen ‘de criminelen het hoofd te bieden’. In de straten gaan de vrijwel dagelijkse betogingen door ondanks heftige repressie.

    Op zaterdag 1 oktober hebben de studenten zich bij de beweging aangesloten en diverse bijeenkomsten georganiseerd. Sinds het begin van de betogingen zijn er volgens de in Noorwegen gevestigde ngo Iran Human Rights (IHR) minstens 92 mensen gedood en honderden gearresteerd. Buiten het land zijn talrijke steunmanifestaties gehouden, van Los Angeles tot Mexico-Stad en van Belgrado tot Beiroet.

    In datzelfde kader worden vrouwen ofwel als ‘heilige’ ofwel als ‘prostituee’ bestempeld. Vanwaar die versimpelende tegenstelling?

    ‘Zowel mannen als vrouwen moeten ophouden de sensuele vrouw als tegendeel van de deugdzame vrouw te projecteren. De tegenstelling “heilige versus prostituee” bestaat niet. Ze is schadelijk voor de onderlinge betrekkingen en maakt die oppervlakkig. Elke prostituee is een heilige, elke sensuele vrouw is een deugdzame vrouw. Wij hebben het recht en zijn in staat om allebei tegelijk te zijn. Vooral mannen maar ook vrouwen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte. Die begeerte is weliswaar onbedwingbaar, maar juist daarom kan ze een onuitputtelijke bron van generositeit, van plezier en nieuwe ervaringen vormen. Laten we daar liever van profiteren!’

    Kan de oosterse man volgens u van een opstandige vrouw houden of is hij bang voor haar?

    ‘Nee, hij kan niet van haar houden, omdat hij haar niet begrijpt. Je zou beter kunnen zeggen dat hij haar begeerlijk vindt. Ze trekt hem aan als een magneet, maar tegelijkertijd stoot ze hem af. Omdat ze een vrije vrouw is, en omdat alles wat vrij is de oosterse en machistische man angst aanjaagt.

    In wezen beeldt dit soort mannen zich in dat het viriel is om degenen die lichamelijk, economisch, politiek of sociaal het zwakst zijn te onderwerpen, en soms geweld aan te doen. Ze denken dat ze daarmee hun angst kunnen maskeren. Maar dat is een verwrongen kijk op viriliteit. Het is een toevlucht tot iets wat het volstrekte tegendeel is van viriliteit.’

    In uw boek Superman est arabe schrijft u dat u atheïst bent. Bent u niet bang daarmee sympathisanten te verliezen?

    ‘Ik schrijf niet, ik denk niet en ik leef niet om sympathiek te worden gevonden of me populair te maken. Ik doe het om gehoor te geven aan mijn overtuigingen, aan mijn principes, aan mijn dromen en aan de talloze stemmen die in mij klinken. Ik denk en ik schrijf omdat ik het recht heb degene te zijn die ik ben, zonder opsmuk, zonder pluimstrijkerij, zonder concessies.

    Ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn

    Ik geloof dat vrouwenrechten onverenigbaar zijn met religies. En ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn. Net zoals gelovige vrouwen het recht hebben te denken en te zeggen dat religies vrouwen in ere houden. Waar ze niet het recht toe hebben, zij noch iemand anders, is om mij en anderen het recht te ontzeggen bepaalde meningen of overtuigingen aan de kaak te stellen.’

    Laat het Iraanse volk niet in de steek

    Zonder steun van de grote mogendheden en de VN zal deze opstand in bloed worden gesmoord, onderstreept de hoofdredacteur van Independent Persian die kritisch staat tegenover de Iraanse machthebbers.

    De opstand van het Iraanse volk na de dood van Mahsa Amini, die een symbool is geworden van alle onrechtvaardigheid, onderdrukking en chaos in het land en van de vernedering en het geweld waaraan de bewoners van dit grondgebied worden blootgesteld, gaat door.

    Er wordt geprotesteerd tegen een regime dat er de afgelopen veertig jaar alleen maar op uit is geweest om een leger van repressieve en paramilitaire groeperingen te vormen, zowel in Iran als in de rest van het Midden-Oosten, en zo zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Een regime dat is gegrondvest op het bloed van het Iraanse volk en dat zijn macht heeft versterkt door het massaal executeren van tegenstanders.

    De afgelopen jaren, tijdens andere protesten van het Iraanse volk, heeft dit regime honderden zo niet duizenden betogers gedood.Naast het leger, de paramilitaire troepen en de Revolutionaire Garde, een militaire elite-eenheid, beschikt Teheran over brigades uit het buitenland (Irak, Libanon, Afghanistan, Pakistan), die bij de huidige opstand kunnen worden ingezet om het volk te onderdrukken.

    Als de wereld het Iraanse volk niet op dezelfde manier steunt als het Oekraïense, zullen deze regering en haar militaire apparaat duizenden mensen afslachten.Het Iraanse volk heeft internet nodig om de wereld duidelijk te maken wat er gebeurt, maar meer nog dan internet heeft het meer solide steun nodig van andere regeringen en de Verenigde Naties om dit regime te kunnen veranderen.

    Alle sympathiebetuigingen van wereldleiders, alle tweets en alle sancties tegen mensen die met het regime worden geassocieerd zijn niet voldoende. Het Iraanse volk moet door de wereld worden gehoord. Laat het Iraanse volk niet in de steek in de strijd tegen zijn onderdrukkers.

    GettyImages 1425892421
    In veel landen zijn mensen de straat op gegaan om het protest te steunen tegen het tirannieke bewind in Iran. Symbool voor het verzet is het offeren van een haarlok. – © Chris McGrath / Getty Images

    In de Arabisch-islamitische wereld wordt seksuele vrijheid vaak geassocieerd met zedeloosheid, onreinheid of prostitutie. Wat vindt u daarvan?

    ‘Onreinheid bestaat niet op seksueel gebied. Iedereen mag vrijelijk over zijn eigen lichaam beschikken. Onreinheid, onzedelijkheid, prostitutie – echte prostitutie – bestaat alleen op intellectueel, politiek, economisch, ideologisch en religieus niveau. Onreinheid en onzedelijkheid zijn gelegen in tirannie, in onderdrukking, in corruptie, in het plunderen van natuurlijke hulpbronnen, in hersenspoeling, in het demoniseren van de ander.

    Op diezelfde manier is een “verantwoordelijk” seksleven geen seksleven dat “morele normen respecteert”. Voor mij is de verantwoordelijkheid gelegen in het feit dat je je tegen bepaalde seksueel overdraagbare ziektes of een ongewenste zwangerschap beschermt.

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet, of ze een seksuele relatie wil hebben met duizend mannen, of vrouwen, of met helemaal niemand.’

    Vrouwenbesnijdenis wordt tegenwoordig zwaar bestraft en hersteloperaties aan de clitoris komen veelvuldig voor. Betekent dat een erkenning van de vrouwelijke begeerte, in dezelfde mate als die van mannen?

    ‘Wat voor erkenning? Van welke begeerte? Als er niet herhaaldelijk internationale campagnes tegen besnijdenis waren gevoerd, zou alles bij het oude zijn gebleven. Wie in hoge Arabische kringen bekommert zich nu werkelijk om vrouwelijke begeerte of het recht van vrouwen op seksueel genot? De machistische mentaliteit die bepalend is voor onze regimes en samenlevingen impliceert dat alleen de man genot ervaart. Voor hem is dat een “recht” dat is vastgelegd in de religieuze wetten. En de vrouw heeft alleen tot taak hem dat te verschaffen, dat is haar “heilige plicht”. Er zijn maar weinig partners die het genot van de vrouw belangrijk vinden. En dan vaak alleen om hun eigen potentie bevestigd te zien, niet omdat ze echt begaan zijn met het genot van de vrouw.’ 

  • 1. Riffijns in hart en nieren

    1. Riffijns in hart en nieren

    In 2016 deed de Riffijnse opstand het Marokkaanse gezag wankelen. Nasser Zefzafi, een gevangengenomen en gemartelde activist, is uitgegroeid tot het symbool van dit maatschappelijke en politieke protest.

    Wie binnenkomt bij de familie Zefzafi betreedt een andere wereld, een wereld die in het teken staat van een voorbije tijd. De meubels staan nog bijna net zoals toen Nasser Zefzafi er woonde, benadrukt zijn vader, Ahmed Zefzafi, terwijl hij ons verschillende plekken in het huis laat zien. Zwarte vlaggen wapperen al op hun dak sinds 29 mei 2017, de dag waarop Nasser werd gearresteerd omdat hij aan het hoofd stond van Hirak, de grootste protestbeweging die er deze eeuw in het Rifgebied is geweest. ‘Deze deur is door de nationale politie ingetrapt,’ zegt Ahmed, wijzend naar de hoofdingang van het huis, ‘en toen zijn ze met 54 man binnengestormd.’ Het zijn de laatste herinneringen die hij nog heeft aan zijn zoon, die sindsdien wereldwijd als de bekendste Berber uit het Rifgebied geldt.

    Nasser Zefzafi heeft zich tijdens de Riffijnse opstand, die duurde van 2016 tot 2017, ontpopt als een van de felste activisten. Aanleiding was de dood van een visverkoper, Mouhcine Fikri, die werd vermalen door een vuilniswagen waaruit hij zijn door de autoriteiten in beslag genomen koopwaar probeerde terug te pakken.

    MAROKKO

    NASSER ZEFZAFI

    Nasser Zefzafi is veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens het eisen van meer sociale gerechtigheid. Als boegbeeld van de Riffijnse Hirak, een volksbeweging die in 2016 in de gemarginaliseerde regio in het noorden van Marokko is ontstaan, is hij in mei 2019 gearresteerd wegens het verstoren van een preek in een moskee, waarbij hij de imam ervan beschuldigde zich als spreekbuis van de autoriteiten te lenen. Al vóór zijn veroordeling is hij tijdens zijn gevangenschap gemarteld en ook op andere manieren slecht behandeld door de politie. Hij zit al sinds zijn arrestatie in isolatie en krijgt niet de medische zorg die hij nodig heeft.

    WAT EIST AMNESTY?

    Dat er een eind komt aan de slechte behandeling en dat Zefzafi onvoorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld.

    Het oproer dat ontstond was niet alleen een teken van solidariteit met de ongelukkige visverkoper. De dood van Mouhcine Fikri was het uitvloeisel van een beleid dat het Rifgebied en zijn inwoners al jarenlang doelbewust marginaliseerde. Nasser was nog geen activist op het moment dat dit incident zich voordeed. Zoals veel gewone Riffijnen van die tijd was hij werkloos en waren zijn vooruitzichten slecht omdat de streek steeds verder in het slop raakte, in tegenstelling tot andere regio’s in Marokko die zich allengs moderniseerden. ‘Pas op die dag begon hij de straat op te gaan om deel te nemen aan de vreedzame marsen door Al Hoceima waarbij bloemen en kaarsen werden neergezet,’ vertelt Ahmed.

    Opkomen voor waardigheid

    Ondanks zijn bescheiden afkomst groeide Nasser al snel uit tot een van de boegbeelden van de verzets-beweging Hirak: hij hield toespraken, organiseerde wekelijkse bijeenkomsten en riep zijn mensen vooral op om met vreedzame betogingen voor hun waardigheid op te komen. ‘Ik zou Nasser geen leider of haantje de voorste willen noemen, maar hij wist Hirak meer aanzien te geven,’ zegt Ahmed. ‘Als Nasser er niet was geweest was er op de avond dat Mouhcine om het leven kwam niets gebeurd.’

    Maar Nasser heeft zijn moed duur moeten betalen. ‘Op 26 mei kwamen ze hem halen en trapten ze onze deur in, maar hij was niet thuis, hij was ondergedoken,’ vertelt Ahmed. ‘Op 29 mei om zes uur ’s ochtends is Nasser in handen van de nationale brigade van de gerechtelijke politie (BNPJ) gevallen. Ze hebben hem meegenomen in een helikopter en hem gemarteld totdat hij in de gevangenis van Casablanca arriveerde.’

    Hoge tol

    Nasser Zefzafi werd gearresteerd wegens ‘schending van de binnenlandse staatsveiligheid’, aldus een communiqué dat de procureur-generaal van het gerechtshof van Al Hoceima na zijn gevangenneming deed uitgaan. Ook zou hij gevangen zijn gezet op verdenking van ‘inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ wegens het verstoren van een preek tijdens het vrijdaggebed in een plaatselijke moskee waarin de betogingen van Hirak werden bekritiseerd. In juni 2018 veroordeelde een Marokkaanse rechtbank Nasser tot twintig jaar gevangenisstraf wegens verstoring van de openbare orde en bedreiging van de nationale eenheid.

    ‘Al sinds 1956 doen ze voortdurend alsof wij het regime omver willen werpen’

    ‘Al sinds 1956 doen ze voortdurend alsof wij het regime omver willen werpen,’ zegt Ahmed. Hij verwijst naar de periode die volgde toen Marokko officieel onafhankelijk werd van Frankrijk, wat binnenslands gepaard ging met een reeks aanvaringen met de Riffijnen die zichzelf altijd als een ondergeschoven kindje hebben beschouwd.

    Nasser zit nu al meer dan vier jaar in de gevangenis en hij moet nog vijftien jaar uitzitten. Ondanks de afstand die alles ingewikkeld maakt belt hij zijn ouders bijna elke dag, waarbij hij zijn best doet zo gelukkig mogelijk over te komen. Maar Ahmed vertelt dat de toestand van zijn zoon met de dag achteruitgaat. ‘Bij aankomst in de gevangenis was hij kerngezond, maar nu lijdt hij aan drie chronische ziektes. En van de week hebben ze microben in zijn maag aangetroffen. Ook heeft hij ademhalingsproblemen.’

    GettyImages 988619914
    Een groep vrouwen houden de foto va n Nasser Zefzafi omhoog, de leider van de opstanden in de Rif die veroordeeld
    is tot 20 jaar gevangenisstraf. – © Lito Lizana / SOPA Images / LightRocket via Getty Images

    Nasser heeft een hoge tol moeten betalen voor zijn protest, maar hetzelfde geldt voor zijn ouders. Desondanks verzekert Ahmed dat als hij de tijd kon terugdraaien hij niet zou proberen Nasser te weerhouden van wat hij heeft gedaan. ‘Ik zou het precies zo laten als nu,’ zegt hij.

    Hij is trots op wat zijn zoon heeft volbracht en hoezeer het hem ook verdriet dat Nasser nu in de gevangenis zit, toch vindt hij dat hij heeft gedaan wat hij moest doen om de al zo lang vergeten rechten van de Riffijnse Berberbevolking te verdedigen. ‘Wij willen maar één ding: leven onder een regime dat de rechten van de mens respecteert, leven als vrije mensen, profiteren van het geluk dat onze aarde ons brengt. Maar er is niemand tot wie wij ons kunnen richten,’ legt Ahmed uit. Hij verzekert dat de beweging die door zijn zoon werd geleid alleen maar eiste dat de Riffijnen op een waardige manier werden behandeld, met respect en aandacht.

    Woordvoerder der Riffijnen

    Tot de verzoeken die aan de regering werden gericht behoorden heel concrete en simpele dingen, zoals de bouw van een ziekenhuis, meer scholen en meer initiatieven om de plaatselijke economie te ontwikkelen. Nasser Zefzafi wordt nog altijd als de woordvoerder van talloze Riffijnen beschouwd. Natuurlijk zit hij achter de tralies, maar voor veel Riffijnen is het een beetje alsof ze samen met hem in de cel zitten.

    ZIMBABWE

    CECILLIA CHIMBIRI, JOANAH MAMOMBE EN NETSAI MAROVA

    Op 13 mei 2020, na hun deelname aan een betoging tegen de regering, werden Joanah, Netsai en Cecillia volstrekt willekeurig gearresteerd. Twee dagen later werden ze met tal van verwondingen teruggevonden. Ze werden in het ziekenhuis opgenomen en beschuldigd van overtreding van de wet door deelname aan een betoging, ‘samenscholing met de bedoeling openbaar geweld uit te lokken’ en ‘verstoring van de op enbare orde’. Het proces tegen Joanah, Netsai en Cecillia is begonnen in
    januari 2022 en nog niet afgerond.

    WAT EIST AMNESTY?

    Onmiddellijke en onvoorwaardelijke intrekking van de aanklachten tegen hen.

    ‘In de moslimwereld worden deze zwarte vlaggen op twee verschillende manieren opgevat,’ legt Ahmed uit terwijl hij de twee grote vaandels toont die aan het dak van zijn huis zijn bevestigd. ‘Voor sommigen betekent het dat we sjiieten zijn en voor anderen dat we IS-aanhangers zijn. Maar wat zijn we echt? Geen van beiden. We zijn alleen maar in rouw, en zolang mijn zoon niet uit de gevangenis komt, zullen we deze vlaggen laten wapperen om hem te gedenken.’ f3f26a87 a60d 4b25 8a26 c6bd358b32c5

  • Januarinummer | Rebel Rebel

    Januarinummer | Rebel Rebel

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Gelijke rechten hebben is iets anders dan gelijk zijn

    » Je schulden aflossen door aan het klimaat bij te dragen, het kan

    » China’s wrede internetverslavingsklinieken

    Redactioneel

    Anders

    Behalve het recht om vergeten te worden, waarover wij in een eerdere editie al eens een artikel publiceerden (april 2022), bestaat er ook zoiets als het recht om anders te zijn. Birgit Schmid legt het haarfijn uit in de Neue Zürcher Zeitung: gelijke rechten betekent niet dat we allemaal gelijk moeten zijn. Want, zoals ze onder andere duidelijk maakt aan de hand van een zelfverklaarde inclusieve dj die álle muziek goed vindt, wordt het dan ‘ongelofelijk saai’. Ze spreekt van een doorgeslagen individualiteit die nivelleert in plaats van erkent, en waarvan de eisen soms wat overgevoelig en misschien zelfs, voeg ik eraan toe, verwend aan kunnen doen.

    Ook in ons dossier in samenwerking met Amnesty International wordt gestreden voor gelijke rechten, maar dan meer fundamentele, zoals vrijheid van meningsuiting, het recht om te demonstreren. De discussie in Paraguay gaat niet over of een transvrouw met baard en een lage stem het vrouwenzwembad in mag, maar of het gender van transpersonen überhaupt moet worden erkend. Shahnewaz Chowdhury uitte zijn zorgen over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp op Facebook en werd vanwege deze post gearresteerd; hij is in afwachting van zijn vonnis. Mensenrechtenadvocaat Chow Hang-tung moedigde op social media aan om de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze zit nu een straf van 22 maanden uit. En Aleksandra Skotsjilenko plakte in Sint-Petersburg stickers op producten in de supermarkt met informatie over de oorlog in Rusland. Na elf dagen werd ze gearresteerd, nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar vonnis af en riskeert ze tien jaar gevangenisstraf.

    Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’, nu niet en later ook niet

    Over de repressie in Rusland schrijft Anne Applebaum krachtig en informatief, zoals we van haar gewend zijn. Van de drie kampen die zich rondom de oorlog in Oekraïne hebben gevormd, uiteengezet door de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev, bevindt zij zich duidelijk in het derde: degenen die vinden dat het Russische imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet, aldus Applebaum. Nederlaag is de enige weg naar moderniteit, militair falen is noodzakelijk voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving.

    Over het einde van deze oorlog zullen we in 2023 hopelijk wijzer worden. Ook hopen we dat de eisen van Amnesty International, vermeld bij de zeven portretten, zo snel mogelijk worden ingewilligd. U wensen we een mooi en breed geïnformeerd nieuwjaar toe.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Schermafbeelding 2023 01 04 om 11.46.20
  • De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De helft van de wereldbevolking heeft een clitoris. Waarom wordt die dan zo weinig bestudeerd?

    De clitoris wordt ‘door vrijwel iedereen genegeerd’, aldus medische deskundigen. Die nalatigheid kan funest zijn voor de seksuele gezondheid van vrouwen.

    Gillian zat niet te wachten op een perforator in de buurt van haar geslachtsdelen. Dus toen een gynaecoloog in 2018 voorstelde om voor een kankercontrole een biopt van haar vulva te nemen, aarzelde ze. De arts had het vermoeden dat het witachtige huidvlekje dat Gillian naast haar clitoris had gevonden lichen sclerosus was, een huidaandoening die meestal goedaardig is. Gillian, die als verpleegster werkt, vond het wat extreem klinken om uit haar gevoeligste lichaamsdeel een stukje weg te laten halen.

    Uiteindelijk stemde ze toch toe, want hij was een dokter en zij slechts een verpleger. Ze ging ervan uit dat hij op het gebied van de clitoris een autoriteit was. ‘Ik had nooit in de gynaecologie gewerkt,’ zegt Gillian, die vanwege haar privacy alleen haar voornaam noemt. ‘Ik was behoorlijk onwetend.’

    Vóór de biopsie kreeg ze een ruggenprik om het gebied te verdoven. Haar benen werden in beugels geplaatst. Om het bloeden te stelpen, legde de dokter zijn ene hand over de andere heen en drukte vervolgens hard tegen haar vulva aan. (Dat zijn de uitwendige delen van de vrouwelijke genitaliën, waartoe de binnenste en buitenste schaamlippen, de opening naar de vagina en de clitoris behoren.) Zelfs door de verdoving heen kon ze de druk tegen haar schaambeen voelen. Ze gilde het uit.

    Een maand later, toen Gillian met haar vriend in bed lag, realiseerde ze zich dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Ze werd nog wel opgewonden, maar de momenten waarop ze voorheen een hoogtepunt had bereikt ‘liepen nu op niets uit’, herinnert ze zich. ‘En zo gaat het nog steeds.’

    Ze vertelde het haar gynaecoloog. Die vermoedde dat ze door de littekens last had van gevoelloosheid, en dat dat met de tijd vanzelf weg zou gaan. Maar dat gebeurde niet. Gillian raakte steeds meer verontrust en zocht de ene na de andere specialist op in de hoop een verklaring of wellicht een oplossing te vinden. Toen kwam ze erachter dat niemand met haar over haar clitoris wilde praten.

    Gillian vertelt dat een uroloog haar verwonding vergeleek met de symptomen van iemand die door verkrachting trauma heeft opgelopen. Wat ze ervoer, zou een soort traumareactie op haar biopsie zijn. Iemand anders, een specialist op het gebied van het vrouwelijk lichaam, diagnosticeerde haar probleem als een zogenaamde ‘perimenopauze’ [een periode in de overgang waarin de vruchtbaarheid van de vrouw verdwijnt] en schreef haar testosteroncrème voor. Een andere gynaecoloog raadde aan een ‘O-shot’ te nemen ofwel een vaginale verjongingsprocedure.

    Telkens als ze probeerde het gesprek terug te brengen op haar clitoris, kreeg ze nietszeggende blikken terug. ‘Ze keken me aan alsof ik gek was,’ vertelt Gillian. ‘Ik bleef maar zeggen dat er iets mis was met mijn clitoris, en het leek wel alsof ze er alles aan deden om het maar niet over dat deel van mijn lichaam te hoeven hebben.’

    ‘Hooguit een bijzaak’

    Sommige urologen vergelijken de vulva met ‘een klein stadje in het Amerikaanse Midwesten’, zegt dr. Irwin Goldstein, uroloog en pionier op het gebied van de seksuele geneeskunde. Artsen laten de vulva compleet links liggen en besteden er nauwelijks aandacht aan op hun weg naar de bestemming: de baarmoederhals en baarmoeder. Daar gebeurt het echte medische werk: daar worden de echo’s gemaakt, uitstrijkjes genomen, spiraaltjes ingebracht en kinderen gebaard.

    Als de vulva in haar geheel een ondergewaardeerde stad is, dan is de clitoris een bar langs de doorgaande weg; maar weinig mensen besteden er gedachten aan en nog minder mensen kennen haar echt goed. De meesten gaan het liefst met een grote boog om de clitoris heen. ‘Het orgaan wordt door vrijwel iedereen compleet genegeerd,’ zegt Rachel Rubin, uroloog en specialist in seksuele gezondheid, in de buurt van Washington, D.C. ‘Er is in de medische wereld niet echt een groep die zich heeft toegelegd op het onderzoeken, behandelen en diagnosticeren van vulva-gerelateerde aandoeningen.’

    Als antwoord op de vraag wat ze tijdens haar studie geneeskunde over de clitoris heeft geleerd, stelt Rubin: ‘Ik kan me niet echt iets herinneren. Als mijn professoren er al iets over hebben gezegd, was het hooguit in een bijzin.’

    Pas jaren later leerde Rubin hoe ze de vulva en het zichtbare deel van de clitoris, ook wel de glans clitoridis genoemd, moest onderzoeken. Ze liep destijds bij dr. Goldstein stage op het gebied van seksuele geneeskunde en ontdekte dat de volledige clitoris een diepe structuur is die grotendeels uit erectiel weefsel bestaat, tot in het bekken reikt en om de vagina heen ligt.

    Vandaag de dag omschrijft Rubin zichzelf als de meest vooraanstaande ‘clitoroloog’ van Washington. De grap is natuurlijk dat maar weinig andere medici aanspraak willen maken op die titel – ofwel uit schaamte, ofwel uit een gebrek aan kennis, ofwel uit angst dat de term patiënten in verlegenheid brengt. ‘Artsen richten zich graag op wat we al weten,’ zegt ze. ‘We laten onze zwakke kanten niet graag zien en geven een gebrek aan kennis niet graag toe.’

    Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan ook tot zenuwschade leiden

    Dat vragen over de clitoris bijna universeel vermeden worden, heeft gevolgen voor patiënten. In een wetenschappelijk artikel dat in 2018 in het tijdschrift Sexual Medicine verscheen, toonden Rubin en Goldstein met andere collega’s aan dat het gebrek aan onderzoek naar de vulva en clitoris ertoe leidt dat artsen seksuele gezondheidsaandoeningen regelmatig over het hoofd zien. Onder de vrouwelijke patiënten in de kliniek van Goldstein had bijna een op de vier bijvoorbeeld last van clitorisverklevingen. Die ontstaan wanneer het kapje van de clitoris aan de eikel kleeft en ze kunnen leiden tot irritatie, pijn en een afname in seksueel genot.

    De auteurs concludeerden dat alle zorgverleners routinematig de clitoris van hun patiënten zouden moeten onderzoeken. Maar, gaven ze daarbij al aan, dat is makkelijker gezegd dan gedaan: de meeste zorgverleners ‘weten niet hoe ze de clitoris moeten onderzoeken en voelen zich er ook niet bij op hun gemak’.

    Deze nalatigheid brengt niet alleen schade toe aan vrouwen, maar ook aan trans mannen en andere mensen met een vulva. Het komt vaker voor dat de clitoris letsel oploopt bij procedures zoals een bekkengaasoperatie, een episiotomie tijdens de bevalling [het inknippen van het perineum; de bilnaad tussen vulva en anus] of zelfs een heupoperatie. Schaamlipverkleining is een van de snelst groeiende cosmetische ingrepen ter wereld en kan, indien slecht uitgevoerd, ook tot zenuwschade leiden. Het gevolg daarvan is pijn in de genitaliën en verlies van seksueel gevoel.

    Veel van deze verwondingen kunnen volgens dr. Rubin worden voorkomen als artsen meer tijd zouden besteden aan de bestudering van de clitoris. Dat bepleitte ze in januari in een lezing over vrouwelijke seksuele gezondheid, tegenover een zaal met voornamelijk mannelijke artsen tijdens de jaarlijkse conventie van militaire urologen in Palm Springs, Californië. Ze was praktisch, geanimeerd en onverstoorbaar, en haar lezing werd uitgeroepen tot de beste van de conferentie.

    Rubin benadrukt dat de anatomie in kwestie geen magie is, maar doodgewone biologie. ‘De clitoris is niet een vreemdsoortig, haast mythisch gebied waarmee je alleen maar orgasmes kan krijgen,’ verklaart ze begin juli in haar kantoor in Rockville, Maryland. Omringd door penisprotheses, bekkenmodellen en een grote Hitachi-vibrator vervolgt ze: ‘Het is belangrijk dat je weet wat wat is en waar verschijnselen vandaan komen.’

    Jarenlange verwaarlozing

    Waarom kunnen we juist die vragen dan niet beantwoorden? Volgens Rubin is de verklaring eenvoudig: de clitoris is nauw verbonden met het vrouwelijk genot en orgasme. Tot voor kort hadden deze onderwerpen binnen de geneeskunde geen prioriteit en werden ze niet beschouwd als geschikt voor medisch onderzoek.

    Zelfs op het gebied van bijvoorbeeld de urologie, waarvan het seksueel genot en het orgasme van mannen een integraal onderdeel zijn, wordt de seksuele gezondheid van vrouwen nog altijd ‘gezien als hysterie, als de doos van Pandora, als puur en alleen psychosociaal en niet als echte geneeskunde’, aldus Rubin, die tevens educatief voorzitter van de International Society for the Study of Women’s Sexual Health is. ‘De seksuele gezondheid en levenskwaliteit van vrouwen krijgen weinig tot geen aandacht.’ (Viagra daarentegen is al tientallen jaren een van de meest winstgevende farmaceutische geneesmiddelen – zo heeft Pfizer er sinds het in 1998 op de markt kwam tientallen miljarden dollars aan verdiend.)

    Gynaecologie is bovenal gericht op vruchtbaarheid en ziektepreventie. ‘We kunnen niet goed praten over het genotsaspect van seks’, aldus dr. Frances Grimstad, gynaecoloog in het Boston Children’s Hospital. ‘Het gaat altijd over preventie, over het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen en zwangerschappen – tenzij je natuurlijk juist zwanger wilt worden. Maar over seksueel plezier hebben we het in ieder geval niet.’

    Dr. Helen O’Connell, de eerste vrouwelijke uroloog van Australië, weet nog goed dat de clitoris tijdens haar eigen medische opleiding nauwelijks aan bod kwam. Een van haar handboeken was een editie van Last’s Anatomy uit 1985, waarin geen dwarsdoorsnede van het vrouwelijke bekkengebied was opgenomen. Bepaalde delen van de vrouwelijke genitaliën stonden beschreven als ‘slecht ontwikkeld’, als een ‘mislukte vorm’ van het mannelijke geslacht. Aan de beschrijving van de penis daarentegen waren vele pagina’s gewijd. Volgens haar verklaart deze wijdverbreide medische veronachtzaming waarom urologen zich altijd al inspanden om de zenuwen in de penis te behouden bij prostaatoperaties, maar zich daar bij bekkenoperaties bij vrouwen niet mee bezig hielden.

    O’Connell besloot de volledige anatomie van de clitoris in kaart te brengen met behulp van microdissectie en MRI’s. In 2005 publiceerde ze een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat het buitenste deel van de clitoris – het gedeelte dat zicht- en tastbaar is – slechts het topje van de ijsberg is en vergelijkbaar is met de eikel van de penis. Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht.

    Het volledige orgaan strekt zich ver onder het oppervlak uit en bestaat uit twee druppelvormige bollen, twee armen en een schacht

    O’Connell waarschuwde ervoor dat chirurgen die geen rekening houden met die anatomie, gevoelige zenuwen kunnen beschadigen die voor genot en orgasme zorgen en langs de top van de schacht lopen. Bij procedures zoals bekkengaasoperaties en urethrale operaties ‘kan het zijn dat delen van de clitoris in het gedrang komen’, aldus dr. O’Connell. ‘Je moet altijd rekening houden met wat eronder zit en wat je dus mogelijk aantast.’

    Steeds meer vrouwen spreken zich uit over vergelijkbare verwondingen die ze bij standaardprocedures opliepen. Zo ook Julie, een vierenveertigjarige kantoormanager in Essex, die in 2012 haar vermogen om een orgasme te krijgen kwijtraakte door een eenvoudige heupoperatie tegen rugpijn. Ze deelde haar verhaal vorig jaar publiekelijk in The Telegraph, waarbij ze alleen haar voornaam vermeldde om eventuele discriminatie door toekomstige werkgevers te voorkomen.

    Tijdens een Zoomgesprek in januari beschrijft Julie de hevig brandende pijn die ze rond haar clitoris voelde toen ze uit haar narcose ontwaakte. Haar chirurg zei dat het gewoon wat blauwe plekken waren die vanzelf zouden verdwijnen. Een paar maanden later merkte ze echter dat ze geen orgasme meer kon krijgen. Als ze het probeerde, ‘voelde het letterlijk alsof iemand de stekker uit het stopcontact had getrokken’, zei ze. ‘Alles was doodgeslagen.’

    Pas na twee jaar zoeken op het internet ontdekte ze dat een cilindervormige stang die tijdens de operatie tussen haar benen was geplaatst waarschijnlijk haar clitorale zenuwen had platgedrukt. Het gebruik van het apparaat, een zogenaamde perineale paal, kan zenuwschade veroorzaken, iets wat op haar toestemmingsformulier niet vermeld stond.

    Julie vergelijkt haar letsel met het verlies van smaak en reuk, waarvan het genot voor lief wordt genomen, maar waarvan het verlies alles verandert. ‘Het is nu tien jaar geleden en ik kan het nog steeds niet geloven,’ vertelt ze tijdens het Zoomgesprek. ‘Ik heb er ook nog geen vrede mee.’

    Gillian probeert er nog steeds achter te komen wat de oorzaak van haar verwonding is geweest. Was het de biopsie? Of de druk die haar gynaecoloog daarna zette? Vier jaar en twaalf specialisten later heeft ze zich erbij neergelegd dat ze het gevoel misschien nooit meer zal terugkrijgen. ‘Het heeft mijn hele leven veranderd,’ zegt ze. ‘De schade die dit veroorzaakt, kun je nooit meer herstellen. Nooit.’

    De clitoris in kaart brengen

    Toen dr. Blair Peters, een drieëndertigjarige plastisch chirurg aan de Oregon Health & Science University, voor het eerst phalloplastieken [een operatie waarbij een penis wordt gemaakt met weefsel van elders uit uw lichaam] begon uit te voeren voor trans mannen en non-binaire mensen, verbaasde hij zich over de zenuwen van de clitoris. Met een diameter van gemiddeld drie millimeter waren ze groter dan hij had verwacht. (Ter vergelijking, de gevoelszenuw van de wijsvinger is ongeveer een millimeter breed.)

    ‘Toen ik geneeskunde studeerde, heb ik niets concreets over de clitoris geleerd, afgezien van het feit dat die bestaat,’ vertelt Peters. Hij zegt dat hij er daardoor ‘onbewust van uitging dat de clitoris niet een superduidelijke structuur zou hebben. Maar die heeft dat wel.’

    Peters behoort tot een handjevol jonge, socialemedia-bewuste artsen die net als Rubin de clitoris in kaart brengen en er zo voor zorgen dat wat Julie en Gillian is overkomen zich niet herhaalt. Om de seksuele sensatie van phalloplastiekpatiënten te kunnen verbeteren, heeft Peters onlangs de clitorale zenuwen met een microscoop bestudeerd en geteld hoeveel zenuwvezels ze bevatten. Het aantal dat hij vond staat onder embargo totdat hij zijn bevindingen later deze maand op een conferentie presenteert. Wat hij wel al kwijt kan, is dat het ‘aanzienlijk meer’ is dan achtduizend, een aantal dat vaak wordt genoemd en stamt uit een verouderd onderzoek op dit gebied naar koeien.

    Ze hoopte dat andere mensen in het vakgebied vervolgonderzoek zouden doen naar haar bevindingen, die in een tijdschrift voor plastische chirurgie werden gepubliceerd. ‘Ik ben nog maar een vierdejaars student geneeskunde, ik denk niet dat ik de aangewezen persoon ben om dit project uit te voeren,’ zei ze eind 2021. ‘Maar er is niemand anders die het doet.’

    In 2020 had Victoria Gordon, student geneeskunde aan de Kansas City University of Medicine and Biosciences, de leiding over een onderzoek dat een ‘gevarenzone’ rond de clitoris moest vaststellen die plastisch chirurgen zouden moeten vermijden. Bij het ontleden van kadavers viel haar op dat clitorale zenuwen zich soms als wortels vertakken in fijne ranken. Die vertakkingen konden relevant zijn voor chirurgen, maar waren nog niet eerder in medische publicaties beschreven.

    Artsen zijn niet de enigen die willen dat er aandacht komt voor de volledige anatomie van de clitoris. In 2018, toen Gillian online naar een verklaring voor haar verwonding zocht, stuitte ze op een Medium-artikel van een vrouw in Dallas wier situatie akelig veel op de hare leek. Jessica Pin, nu zesendertig, was het grootste deel van haar clitorale gevoel kwijtgeraakt nadat ze op achttienjarige leeftijd labiaplastiek [schaamlipcorrectie] had ondergaan.

    Ze spitte de belangrijkste verloskundig-gynaecologische handboeken door en ontdekte dat de zenuwen van de clitoris zelden of nooit goed werden weergegeven. Volgens haar brengt deze belangrijke vergissing bij een aantal procedures de clitoris in gevaar. ‘De nalatigheid lijkt te wijten aan sociaal-cultureel ongemak rondom de clitoris en een diepgeworteld gebrek aan respect voor de vrouwelijke seksuele respons’, schreef ze op Medium.

    Gillian was geïntrigeerd. ‘Pin was de enige op het internet die er iets over zei,’ vertelt ze. Dus stuurde ze haar een Facebookbericht. Pin zette uiteindelijk een sociale-mediacampagne op. Het doel was om ervoor te zorgen dat de anatomie van de clitoris in gynaecologische handboeken en opleidingen zou worden opgenomen. Gillian hielp eerst op de achtergrond om Pin meer volgers te bezorgen en sloot zich vervolgens bij Pin aan op Instagram, met als gebruikersnaam @nursevulvaadvocate. Op het account kreeg ze honderden vragen van over de hele wereld van mensen die hun genitale gevoel hadden verloren door medische ingrepen aan of in de buurt van de clitoris.

    Gillian vertelt dat ze op iedereen probeerde te reageren maar ze kon niet het medische advies geven waar velen naar op zoek waren. Na zes maanden hief ze haar account op. Tegenwoordig spant ze zich op lokaal niveau in voor hun zaak: zo rijdt ze vaak naar dokterspraktijken om posters van de anatomie van de clitoris af te geven. In haar werk met oudere patiënten besteedt ze veel aandacht aan eventuele genitale problemen, van vulvaire jeuk tot pijn na een kankeroperatie.

    Pin zette door. In de afgelopen jaren zorgde ze er door lobbyen voor dat verschillende handboeken en anatomische hulpbronnen hun afbeeldingen van de clitoris en zenuwen hebben bijgewerkt. Met haar inspanningen haalde ze de voorpagina van Reddit, verwierf ze meer dan 160.000 volgers op TikTok en was ze te gast in The Daily Show with Trevor Noah. In 2019 publiceerde ze samen met haar vader, die plastisch chirurg is, een onderzoek over clitorale zenuwen.

    Maar haar strategie is niet onomstreden. Ze is verwikkeld in tal van socialemediageschillen en werd beschuldigd van intimidatie omwille van haar aanhoudende en soms ongepaste pogingen om gynaecologen en auteurs van anatomische handboeken te bereiken.

    Nu, na zich vijf jaar lang te hebben ingespannen, wil ze ‘klaar zijn’, zo zegt ze. ‘Het zou geweldig zijn als artsen de kwestie oppakken en erover gaan praten.’ Het feit dat een aantal medische professionals, waaronder dr. Rubin, dat hebben gedaan is ‘echt een grote stap’, voegt ze eraan toe.

    De vulva eer aandoen

    Elke patiënt die bij Rubin binnenkomt, krijgt, ongeacht haar leeftijd, een rondgang langs haar eigen vulva. Voor het bekkenonderzoek legt ze niet meer een laken over de benen van de patiënt heen – volgens Rubin draagt die gewoonte eraan bij dat de ‘privédelen’ van vrouwen als schaamtevol worden gezien en verborgen blijven. In plaats daarvan begint Rubin de sessie door aan haar patiënten een spiegel te overhandigen. Die heeft een lang handvat, zodat ze mee kunnen kijken naar hun eigen anatomie.

    Met een wattenstaafje tast Rubin elk deel van de vulva af. Ze controleert op pijn en wijst de kleine schaamlippen, de grote schaamlippen en de vaginale opening aan terwijl haar patiënt meekijkt. Daarna controleert ze de clitoris op verklevingen of andere huidaandoeningen. Het hele onderzoek duurt meestal minder dan vijf minuten. ‘U bepaalt het tempo,’ vertelde ze onlangs aan een tweeënzestigjarige patiënt die pijn had gekregen na het vrijen. ‘U bent de baas van deze show.’

    Rubin en haar collega’s geloven dat hun vakgebied bij uitstek geschikt is om de status van de clitoris en het vrouwelijke genot te bevorderen. Volgens dr. Barbara Chubak, uroloog aan de Icahn School of Medicine van het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, zijn urologen echter ‘alleen maar bezig met de fallus’. Al is de clitoris technisch gezien ook een soort fallus: ze is opgebouwd uit dezelfde embryologische structuren en bestaat uit dezelfde erectiele weefsels als de penis.

    ‘Per definitie zou de anatomie van de clitoris dus ook een urologische aangelegenheid kunnen en moeten zijn,’ aldus Rubin [urologie omvat alle problemen aan de urinewegen en de mannelijke geslachtsorganen].

    Daarbij komt nog dat urologen er helemaal geen moeite mee hebben te oreren over dingen waarvoor zorgverleners te preuts zijn. ‘Urologie gaat over plassen en over seks,’ zegt Chubak. ‘Urologen praten graag over dingen die andere mensen te gênant vinden om te bespreken. Clitorale geneeskunde behoort de urologen toe.’

    Toch is er volgens Rubin meer nodig dan gepassioneerde ‘penisartsen’ om de vulva de aandacht te geven die ze verdient. Er moet een gezamenlijke beweging op gang komen, die de traditionele specialismen van de geneeskunde overstijgt, zodat de anatomie kan worden begrepen en in kaart gebracht. En om dat mogelijk te maken moeten andere vakgebieden erkennen dat vrouwelijk seksueel genot essentieel is en behouden moet worden.

    ‘Ik geloof echt dat we wat de vrouwelijke anatomie betreft decennia achterlopen,’ zegt Rubin. ‘Maar we moeten ons blijven inzetten. En daarvoor is het noodzakelijk dat mensen het onderwerp belangrijk genoeg vinden om zich ervoor in te zetten.’

  • Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.

    Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hun beste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.

    Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.

    Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.

    De pandemie vertraagt ​​gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.

    Eerder publiceerde South China Morning Post een artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP

    Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen

    Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.

    Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.

    Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.

    Grimmig globaal beeld

    Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.

    ‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.

    In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.

    Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra. 

    Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.

    De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren

    Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.

    ‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.

    ‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’

    Behoefte aan openbaar beleid

    Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’

    Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.

    ‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’

    Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.

    Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.

    In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.

    Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’

    Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’

    ‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.

    Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

    Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.

    ‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.

    Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.

    Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.

    Lees ook:

    ‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’

    De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.

    Vanzelfsprekend

    Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.

    In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.

    ‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’

    Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.

    ‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.

    Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie ​​aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’

    Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.

    ‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’

  • 1. De stille strijd voor het recht om te leven

    1. De stille strijd voor het recht om te leven

    Meer dan 5000 moeders sterven elk jaar in Bangladesh bij de bevalling. Vroedvrouwen moeten levens redden – maar ze moeten zich ook verdedigen tegen vooroordelen van artsen en families. Zo worden ze voortrekkers van de emancipatie.

    Ze trekt haar witte kiel over haar hoofd, pakt haar stethoscoop in en verlaat de kraamkliniek in Dhaka, Bangladesh. De hete lucht van de hoofdstad waar 8 miljoen mensen wonen waait Afroja Akter tegemoet. Het riekt naar uitlaatgassen en rijpe bananen. Vandaag bezoekt de vroedvrouw een jongetje van zeventien dagen oud. De kelderkamer is donker. De ventilator snort tegen de middaghitte.

    ‘Zuster, kijk eens,’ zegt Afroja tegen de moeder terwijl ze het gezichtje van de zuigeling streelt. ‘Zijn oogwit is geelachtig. Hij heeft daglicht nodig.’

    ‘Maar ik kan niet naar buiten,’ zegt de 25-jarige. ‘Buiten zijn zoveel mensen.’

    ‘’s Morgens tien minuten, dat is genoeg,’ zegt Afroja.

    Afroja Akter, 23 jaar oud, in roze hoofddoek en roze gewaad, werkt sinds acht maanden als vroedvrouw. In die tijd heeft ze ongeveer honderd baby’s ter wereld gebracht. Ze geeft zwangere vrouwen voorlichting over geelzucht bij pasgeborenen en helpt moeders bij de borstvoeding. Geboortebegeleiding, preventieve zorg en nazorg – het zijn dezelfde diensten die ook opgeleide vroedvrouwen in Kaapstad, Londen of Hamburg aanbieden.

    Het verschil is dat dit beroep in Bangladesh tot acht jaar geleden niet bestond. Afroja Akter behoort tot de pioniersters in deze professie. De wens kwam vanuit de politiek, om de sterfte onder jonge moeders in het land terug te dringen. Maar Afroja is niet alleen aangesteld in de strijd tegen de vermijdbare dood. Haar beroep heeft in het islamitische land een neveneffect: het emancipeert Afroja en haar collega’s – en meteen ook de jonge moeders van de wijk.

    Een goed alternatief

    Bangladesh heeft de millenniumontwikkelingsdoelstellingen ondertekend, waarvan ook de verbetering van gezondheidszorg voor moeders deel uitmaakt. Het sterftecijfer in het land was sinds de jaren negentig voortdurend gedaald. Maar het streefdoel van de VN – een vermindering van de sterfte met driekwart – haalde het land niet. Per jaar sterven hier meer dan 5000 vrouwen aan complicaties bij de bevalling [ter vergelijking: is Nederland zijn dat er minder dan tien]. De meesten bloeden dood. Voor 2015, zo kondigde de premier Sheikh Hasina toen aan, zouden er 3000 vroedvrouwen aan het werk gaan. Het idee daarachter was simpel: de meeste moeders stierven in de landen met de minste vroedvrouwen.

    Maar de praktische uitvoering in het dichtbevolkte Bangladesh was ingewikkelder. Bijna de helft van alle vrouwen bevalt thuis, ondersteund door ongekwalificeerde helpsters. Velen leven verstoken van medische zorg, en zijn moeilijk bereikbaar. Vaak staat de man niet toe dat de vrouw naar het ziekenhuis gaat. Een reden zijn ook de kosten. Het aantal keizersneden ligt in veel privéziekenhuizen in de buurt van 80 procent. En die zijn tienmaal zo duur als een natuurlijke bevalling. Sommige kraamafdelingen hebben wel operatiekamers, maar geen zaal met kraambedden.

    Afroja’s vader, een handelaar in fietsonderdelen, wilde dat zijn middelste dochter medicijnen ging studeren. Maar haar schoolcijfers waren niet goed genoeg. ‘Deze opleiding was een goed alternatief,’ zegt ze. De drie jaren waren kosteloos, gefinancierd onder andere door het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Maar wat een vroedvrouw precies is, begreep Afroja pas toen ze bijvoorbeeld leerde hoe hormonen die de borstvoeding regelen beïnvloed worden door huidcontact.

    Vroedvrouw Laili Khatun bezoekt Rabeya (18) en haar dochter Lamia, van vijftien dagen oud. – © Jaco Klamer. Panos Pictures
    Vroedvrouw Laili Khatun bezoekt Rabeya (18) en haar dochter Lamia, van vijftien dagen oud. – © Jaco Klamer. Panos Pictures

    Ook veel burgers weten niet wat een vroedvrouw precies doet. Familieleden vragen bij de geboorte geïrriteerd waar de dokter blijft, vertelt Afroja. Een keer riep een schoonmoeder uit: ‘Hoe moet dit kleine meisje, ongetrouwd en kinderloos, onze kleinzoon op de wereld brengen?’ Afroja, 1 meter 52 lang en tenger als een dertienjarige, lacht. Intussen is ze er wel aan gewend. ‘Ik leg steeds weer uit dat ik voor bevallingen ben opgeleid.’

    Haar kennis van zaken heeft haar zelfverzekerder gemaakt. Tegenwoordig slaat ze haar blik niet meer neer, ook niet wanneer ze argumenten tegen tradities inbrengt of over seks praat. Ze legt families uit dat pasgeborenen geen honing verdragen. Velen geloven dat kinderen daar zoeter van worden.

    Als Afroja een vrouw naar het ziekenhuis verwijst omdat ze syfilis vermoedt, zegt ze: neem je man mee. Wat ze niet zegt is dat de echtgenoot, een riksjarijder, het waarschijnlijk bij prostituees heeft opgelopen. Bij een huisbezoek vertrouwt een textielarbeidster, in de vierde maand van haar zwangerschap, Afroja haar angst toe. Ze is bang dat het weer een miskraam wordt. ‘Als ik slaap merk ik dat mijn man aan mijn buik luistert of hij de baby hoort,’ fluistert ze. Maar haar gebrek aan eetlust en haar knagende angst met hem bespreken? Ze houdt haar sjaal voor haar mond. O nee, dat gaat niet. ‘Wij zijn allemaal vrouwen. Je hoeft je niet te schamen,’ zegt Afroja.

    Afroja is een stille strijdster voor de rechten van vrouwen. ‘De meesten weten gewoon niet beter,’ zegt ze op weg naar de kraamkliniek. Ze weet dat ze haar taal moet aanpassen. Bovendien heeft ze het vertrouwen van de wijk nodig. Ook daarom wordt ze bij haar visites altijd begeleid door een medewerkster van de gemeente die in de betreffende buurt is opgegroeid.

    ‘Er bestaat geen eten dat jouw kind bitter of zoet kan maken. Het heeft alleen maar jouw melk nodig’

    Afroja werkt zes dagen in de week, ze moet dagelijks drie uur door de chronische verkeersopstoppingen van Dhaka rijden. Ze heeft klem zittende baby’s uit moeders bevrijd, bloedingen gestopt en beslist wanneer de vrouwen naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis moeten. Ze is trots op zichzelf: bij haar is geen moeder gestorven.

    Tijdens de nachtdienst slaapt ze in de behandelkamer van het geboortecentrum op de vloer. Ze verdient omgerekend 270 euro per maand; slechts ongeveer een derde meer dan textielarbeidsters. Toch zegt ze: ‘Ik heb mijn doel bereikt.’ Ze is de uitzondering onder haar voormalige vriendinnen uit de klas. Die zijn bijna allemaal getrouwd en hebben geen vak geleerd. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen trouwen ligt in Bangladesh in de buurt van negentien jaar. Ook daarom moesten de vroedvrouwen zich verplichten, tijdens hun opleiding niet te trouwen. ‘Het huwelijk sluit veel vrouwen op achter de voordeur,’ zegt Afroja.

    Statistisch is nog niet na te gaan hoe de vroedvrouwen de sterftecijfers onder moeders in Bangladesh beïnvloeden. Rondi Anderson, de vroedvrouwenspecialiste van het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties in Dhaka, hoopt dat dit over ongeveer tien jaar mogelijk is. In totaal had men ongeveer 20.000 vroedvrouwen nodig om alle vrouwen te kunnen bedienen. Tot op heden is slechts een tiende van dat aantal gerealiseerd. Daar komen andere problemen bij. Er zijn geen ervaren collega’s die pas opgeleide vrouwen kunnen instrueren. Veel klinieken zetten de vroedvrouwen weer als verpleegster in, en niet in de ruimte waar de bevallingen plaatsvinden. Bovendien ontbrak het aan medicijnen, vertelt Rondi Anderson: ‘Bangladesh staat nog aan het begin.’

    Aangekomen

    Maar alleen al in Afroja’s kleine kraamkliniek werden verleden jaar meer dan 500 baby’s geboren. De families lijken er dus voor open te staan, de bevalling zonder artsen en traditionele helpsters te laten plaatsvinden. Ook al is er zeker nog een tweede generatie vroedvrouwen nodig om het beroep ingeburgerd te krijgen – Afroja Akter lijkt door de vrouwen in de wijk geaccepteerd te worden.

    ‘Jij weet het beste wat goed is voor jouw zoon,’ bemoedigt ze de moeder wiens baby aan geelzucht lijdt. ‘Er bestaat geen eten dat jouw kind bitter of zoet kan maken. Het heeft alleen maar jouw melk nodig.’ Dan zet ze de weegschaal klaar. 3,2 kilo. De zuigeling is aangekomen. De moeder belooft dat ze de volgende dag naar buiten zal gaan. Tien minuten, heel vroeg in de ochtend.

    Auteur: Fiona Weber-Steinhaus
    Vertaler: Piet Meeuse

    Stern
    Duitsland | weekblad | oplage 1.275.000

    Het grootste actualiteitenblad van Duitsland, bekend om de rijk geïllustreerde reportages.

  • Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    In het Iraakse dorp Al Bu Nahid worden vrouwen en mannen gelijk behandeld, zijn roken en frisdrank in de ban en religieuze twisten verboden.

    De provincie Diwaniya in Zuid-Irak is een van de meest verpauperde streken in het land. De meeste mensen werken er op het land, waardoor ze hard werden getroffen door een droogte in april. Zoals bijna overal in Irak worden de straten van de stad Diwaniya gekenmerkt door afval, verstikkende uitlaatgassen en eindeloos getoeter van auto’s.

    Maar in het het dorp Al Bu Nahid, net buiten de stad, zijn bewoners bezig een nieuw idee uit te werken over hoe Irak eruit zou kunnen zien. In een land waar ruim 30 procent van de Iraakse mannen lijdt aan ernstig overgewicht, heeft het dorp frisdrank in de ban gedaan en is er jaarlijks een hardloopfestival met duizenden deelnemers. In een land waar olie de economie en politiek stuurt, viert het dorp op 5 juni Wereldmilieudag en ontplooit het milieuvriendelijke initiatieven. In een land waar de benzineprijs 0,63 dollar per liter bedraagt, hebben fietsen in het dorp de voorkeur gekregen boven de auto als vervoermiddel.

    Joggen

    Deze initiatieven zijn grotendeels het geesteskind van Kadim Hassoun, een ingenieur die een aantal projecten in het dorp begon, nadat hij in Europa en het Midden-Oosten in aanraking was gekomen met ideeën over gezondheid, sociale betrokkenheid en milieu. Na een verblijf van achttien jaar in Dubai keerde Hassoen in 2014 terug naar Irak en probeerde daar, tot ongeloof van zijn dorpsgenoten, aan fitness te blijven doen. ‘Iedereen zag mij als een excentriekeling, maar ik deed er nog een schepje bovenop,’ vertelt hij. Uitgedost in trainingspak en hardloopschoenen jogde hij stug voort op het platteland. ‘Na een maand voegden twee mensen zich bij me, na twee maanden liepen er vijf mee, en eerlijk waar, na zes maanden had ik de meeste dorpsgenoten mee – vooral de tieners en twintigers.’

    Naarmate het leger lopers aanzwol, kwamen zij uiteindelijk op het idee een ‘hardlopersfestival’ op te zetten. Elk jaar doen mensen van buiten het dorp, bijvoorbeeld uit de stad Diwaniya, nu mee aan het evenement. Volgens Hassoen zijn er vaak wel drieduizend deelnemers.

    Het onverwachte succes van het festival, dat ook de aandacht van de media trok, dreef Hassoen ertoe meer projecten te creëren ter bestrijding van de sociale kwalen die zijn dorp in het bijzonder, en Irak in het algemeen, volgens hem teisteren. Verbodsborden voor toeteren en roken – alomtegenwoordige verschijnselen in Irak – hangen overal in het dorp. Hassoun wil graag benadrukken dat er geen sprake is van autoritaire handhaving. Wel is het zo dat wie de regels overtreedt, het gevaar loopt te worden uitgekotst door de overige dorpelingen, die de veranderingen van harte hebben ondersteund.

    De regels (zie onder).
    De regels (zie onder).

    Een klein, vervallen gebouw, ergens bij de rivier, doet dienst als Huis voor de Cultuur. Binnen staan boeken, fictie en non-fictie, over een breed scala aan onderwerpen, en is er schilder- en knutselmateriaal. ‘Ik heb het Huis voor de Cultuur opgericht en ben vervolgens een bibliotheek begonnen – ik heb boeken uit binnen- en buitenland toegestuurd gekregen, zelfs uit Groot-Brittannië, de VS en Zweden,’ zegt Hassoun. ‘Ook hebben de meeste bibliotheken in Bagdad mij boeken gedoneerd.’

    Tijdens een rondleiding in het Huis voor de Cultuur toont Hassoun kunstwerken die gemaakt zijn door kinderen uit de buurt. Kort geleden kwam er een kunstenaar uit Bagdad kinderen helpen een schilderij te maken waarin de rol van Unicef wordt geëerd. Portretten van mecenassen van Al Bu Nahid sieren de muren, waaronder dat van de Brits-Iraakse schrijfster Emily Porter, die enkele initiatieven van het dorp financieel heeft gesteund.

    ‘Ik heb grote waardering voor de nieuwe dingen die in ons dorp gaande zijn,’ zegt Ali Ghanem, een van de 750 inwoners. ‘Kadim heeft echt zijn best gedaan de situatie te verbeteren. We beseften dat sport goed voor ons was, dus hebben we het kampioenschap 200 meter hardlopen opgezet. Ook zijn frisdrank en roken uitgebannen. We wisten dat er iets goeds was aan ons dorp, en nu zien we het met eigen ogen – we zijn getuige van concrete veranderingen.’

    ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig’

    Als het gaat om de ontwikkeling van zijn ideale gemeenschap, ziet Hassoun twee grote knelpunten: sektarisme en de marginalisering van vrouwen. ‘In het Midden-Oosten komen de grootste problemen en conflicten door religie, omdat de grootste problemen steeds door de bril van religie worden bekeken. Dat doorbreken was een hoofdstreven in dit dorp.’

    Sommige mensen zeggen dat Hassoun zich tegen religie keert. ‘Nee, zeg ik dan, ik probeer je religie juist te beschermen. Houd het geloof er alsjeblieft buiten. Ik zeg: als je over religie wilt praten, oké, ga dan eerst naar het Huis voor de Cultuur, neem een boek over de religie mee naar huis en lees het. En kom er dan hier over praten.’

    Wat vrouwen betreft was de strijd nog moeilijker, gezien de mentaliteit op het Zuid-Iraakse platteland. Hassoun heeft twee dagen per week het cultuurcentrum voor vrouwen gereserveerd, mannen zijn dan niet welkom. Vrouwen kunnen een groot aantal lezingen bijwonen en sociale, medische en psychologische problemen bespreken met ngo’s.

    In veel opzichten is de scheiding tussen de seksen hier minder strikt dan elders in Irak. Hassoun wijst naar het gemeentehuis, een groot, met riet bedekt gebouw aan de ingang van het dorp, en vertelt dat de vrouwen van Al Bu Nahid daar welkom zijn, iets wat in andere dorpen niet vanzelfsprekend is. ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig.’

    Andere dorpen hebben lering getrokken uit het succes van Al Bu Nahid. Nu IS is verslagen, lijkt Irak eindelijk het sektarische geweld en de sfeer van angst en repressie te boven te komen. Nu oorlog en geweld op de achtergrond raken, beginnen Irakezen meer aandacht te krijgen voor de sociale en economische kwalen die hun land plagen. Voor Hassoun is Al Bu Nahid een mogelijke blauwdruk voor hoe Irak zichzelf zou kunnen rehabiliteren, met een opener, gezonder gemeenschapsleven. ‘Het is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Maar ik probeer tenminste wat.’

    Auteur: Alex MacDonald
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: De regels

    Aan de ingang van het dorp stipuleren twee uithangborden – een in het Engels, een in het Arabisch – een aantal (losjes gehandhaafde) regels:

    1. Niet roken
    2. Geen ruzie om godsdienst
    3. Geen getoeter
    4. Geen politieke discussies
    5. Eerbiediging van verkeersregels
    6. Geen bomenkap, want het milieu is onze verantwoordelijkheid

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.

  • De clans zijn nog altijd de baas in Armenië

    De clans zijn nog altijd de baas in Armenië

    De nieuwe Armeense premier Nikol Pasjinian staat voor een schier onmogelijke taak. Vijfennegentig procent van de bevolking wil verandering, maar de overige vijf procent controleert het land.

    De perceptie van de recente gebeurtenissen in Armenië heeft een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt: eerst was er enthousiasme over het nieuws uit dit eeuwenoude land dat al het nodige heeft doorstaan, vervolgens verbazing en uiteindelijk ongerustheid. De energie van honderdduizenden burgers die zich verenigd voelen in hetzelfde verlangen om hun lot in eigen hand te nemen kon alleen maar op een gunstig en welwillend onthaal rekenen; het volstrekt vreedzame karakter van de beweging, die soms de vorm aannam van een volksfeest, was verrassend en sommigen zagen het als een blijk van de ‘bijzondere wijsheid’ die de Armeniërs eigen zou zijn.

    De reden dat nu de ongerustheid de boventoon voert is prozaïscher: er gaat geen solide structuur en geen realisme schuil achter de geafficheerde eenheid en de feestelijke stemming. Met andere woorden: na een maand van protesten is het duidelijk geworden dat een politicus wegsturen die iedereen beu was [president en voormalig premier Serzj Sarkisian] – een politicus die verre van onberispelijk was, die het land al tien jaar bestuurde met zijn familie en zijn vriendjes (al twintig jaar als je zijn voorganger meetelt die afkomstig was uit dezelfde clan) – nog geen garantie is voor geluk en welvaart. Het garandeert zelfs geen echte veranderingen in dit onverdraaglijke leven waar honderdduizenden mensen tegen in opstand kwamen, want de leiders van de protestbeweging hebben er niet de middelen voor – noch intellectueel (hervormingsprogramma’s), noch materieel (financieringsbronnen), noch organisatorisch (een grote partij of een andere structuur).

    ‘Leider van het nationaal reveil’

    Nikol Pasjinian, de onbetwiste held van de laatste weken en, zo lijkt het, een waardig en oprecht man in zijn romantische aspiraties naar een beter leven, wist zich in drie weken van ‘protestmarsen’ te verzekeren van de steun van het volk dat van hem niet alleen ‘de kandidaat van de straat’ heeft gemaakt, maar feitelijk de enige kandidaat voor het premierschap. Maar verder? Zijn partij Jelk (‘De uitweg’ in het Armeens) is piepklein, slecht gestructureerd, heeft geen programma en gaat gebukt onder interne conflicten. Zijn aanhangers hebben hem ronkend de ‘leider van het nationaal reveil’ genoemd, maar het zal voor hem niet gemakkelijk worden om die rol te spelen: dit reveil vindt plaats in een land dat tot op het bot is aangetast door corruptie en dat meer lijkt op een grondgebied dat door enkele clans onderling is verdeeld dan op een soevereine staat.

    Het beeld van de Armeense politiek is, ondanks zijn kleurrijke kant, vrij somber: geen spoor van duidelijke politieke plannen, een politiek toneel dat wordt bevolkt door extravagante persoonlijkheden met een enorm vermogen en een twijfelachtig verleden. De overheidsinstellingen zijn een soort kinderdagverblijven voor de zwaargewichten uit de financiële en politieke wereld, en omdat de kinderen van de machtigen niet noodzakelijkerwijs getalenteerd zijn maar wel vindingrijk om aan geld te komen, zijn de gevolgen voor allerlei overheidssectoren funest.

    Armenië is een klein land waar iedereen alles weet: wie van welke familie is, wie wat controleert, wie wat financiert, waar het geld vandaan komt en waar het heen gaat. De belangensferen van de verschillende personen die schaamteloos het land plunderen, hun onderlinge banden, hun betrekkingen met het buitenland (en niet alleen met Rusland) zijn voor niemand een geheim. Gedurende twintig jaar hebben de burgers in stilte toegekeken hoe hun zogenaamde politieke elite ‘rijpte’. Maar nu er een nieuw tijdperk aanbreekt, is hun geduld opgeraakt en zijn de tongen losgekomen.

    Het beginsel dat “iedereen gelijk is voor de wet” gaat in het Armeense geval niet op

    Tijdens de demonstraties hebben we het percentage vaak gehoord: 95 procent van de burgers is ontevreden. De mensen hebben zo genoeg van de zittende machthebbers dat er geen enkel compromis mogelijk is, en dat een koerswijziging onvermijdelijk is. Maar wat kun je doen als de resterende 5 procent alle nationale rijkdommen in handen heeft en aan het hoofd staat van alle overheidsinstellingen, het gehele staatsapparaat? Pasjinian heeft het herhaaldelijk gezegd: er komt geen vendetta, ze hoeven alleen maar te ‘vertrekken’. Hij heeft alleen niet uitgelegd hoe hij zich dat voorstelt: waarheen gaan ze ‘gewoon vertrekken’? Wie? En met medeneming van wat? Want in eerste instantie betekent ‘geen vendetta’ dat ze zouden vertrekken met alles wat ze gedurende vier presidentstermijnen bij elkaar hebben geplunderd voor een welverdiende oude dag met hun hele gezin ergens in een gastvrij oord. Uiteindelijk zou deze oplossing een soort Armeense ‘aanpak’ kunnen worden in de strijd tegen corruptie: we laten het verleden rusten, we beginnen met een schone lei. Maar je kunt er vergif op innemen dat de 95 procent ontevredenen die op een koerswijziging wachten niet zullen instemmen met deze ‘originele’ oplossing.

    Om het ‘nationaal reveil’ een wat realistischer karakter te geven zullen de leiders van de protestbeweging op zijn minst moeten overgaan tot inbeslagneming van de goederen die op ongeoorloofde wijze zijn vergaard door een ruime kring van gefortuneerden die de Armeense leidinggevende klasse vormt. Laten we hopen dat het zonder bloedvergieten lukt, maar hoe dan ook roept dat nieuwe vragen op: wie gaat die ruime kring afbakenen, welke criteria worden gehanteerd bij de inbeslagneming, wie gaat dit schitterende proces controleren en wat zullen de inbeslagnemers doen met hetgeen ze in beslag genomen hebben? Laten we van meet af vaststellen dat het beginsel dat ‘iedereen gelijk is voor de wet’ in het Armeense geval niet opgaat. Want het gehele veiligheids- en justitieel apparaat zit zo in elkaar dat het wordt gecontroleerd en op alle niveaus wordt bezet door die mensen aan wie nu gevraagd wordt ‘gewoon te vertrekken’. Natuurlijk zou je commissarissen kunnen benoemen in alle instellingen. Maar waar vind je die en hoe kun je garanderen dat zij hun werk goed doen?

    Aanhangers van Nikol Pashinian demonstreren in de hoofdstad Yerevan, vlak voor zijn benoeming tot premier. – © Thanassis Stavrakis / HH
    Aanhangers van Nikol Pashinian demonstreren in de hoofdstad Yerevan, vlak voor zijn benoeming tot premier. – © Thanassis Stavrakis / HH

    Deze vicieuze cirkel geldt voor alle problemen waar dit futloze land mee kampt: er is geen enkele sector, geen enkel aspect van het leven dat niet is aangetast door corruptie. Iedere poging om daar iets aan te veranderen en met een schone lei te beginnen, zal stuklopen op het feit dat niets zomaar verandert, en dat noch de instrumenten noch de mensen voorhanden zijn om dat te doen. Niemand heeft het er ook publiekelijk over in Armenië. De mensen geloven oprecht dat het land een ‘opleving’ zal meemaken en vestigen hun hoop op de vervroegde parlementsverkiezingen. De nieuwe premier belooft het kiesstelsel te hervormen en verzekert dat Armenië na deze verkiezingen een gedaantewisseling zal ondergaan.

    De mensen geloven het blindelings en het is dit gevoel dat ten grondslag ligt aan deze protestbeweging die op alle vlakken enig in haar soort is. De energie is aandoenlijk maar neemt de twijfel over de toekomst niet weg. De ‘dag na het feest’ is helaas niet zo vrolijk als de muziek, het gedans en het geroosterde vlees op de bijeenkomsten, waar slogans geroepen werden als ‘Weg met de machthebbers!’

    Auteur: Sergej Agafonov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Ogonjok | weekblad | oplage 67.000

    ‘Kleine vlam’, opgericht op 21 december 1899, is een van de oudste weekbladen van Rusland. Het brengt vooral lange portretten van schrijvers, sporters, acteurs en politici, mooie reisrapportages en achtergrondartikelen over sociale kwesties, altijd voorzien van opmerkelijke fotografie.

  • Rechtvaardig  loon, 
bestaat dat?

    Rechtvaardig loon, 
bestaat dat?

    Een nieuwe Duitse wet zou salarissen transparanter moeten maken. Maar dan nog blijft een volledig rechtvaardige beloning een utopie – of het nu voor een man of een vrouw is.

    Kennelijk is niets machtiger dan een idee dat zijn tijd gehad heeft. En misschien is het omgekeerde al even waar: dat niets kanslozer is dan een idee waarvoor de tijd nog niet rijp is. Terwijl Adi Drotleff het nog wel zo’n goed idee vond om de salarissen van al zijn medewerkers transparant te maken, toen al, in 1986. Twee jaar daarvoor had deze ingenieur informatica in Weißling bij München zijn grafische softwarebedrijf Mensch und Machine opgericht. Het bedrijf had destijds ongeveer twintig medewerkers en de baas vond het verstandig dat iedereen meebesliste over salarisverhogingen.

    Maar hoe moest dat in de praktijk? Niemand wist waarover geoordeeld moest worden. Dus noteerde Drotleff alle salarissen in een tabel die hij afdrukte voor zijn medewerkers. ‘Dat zorgde hier en daar natuurlijk voor irritatie,’ vertelt Drotleff nu met een lachje. Niet meer, maar ook niet minder. In elk geval stond de ongewone maatregel het succes van zijn onderneming niet in de weg. 
Integendeel: in 1987 opende Drotleff een filiaal in Hamburg, in 1990 volgden Stuttgart en Düsseldorf, in 1991 Berlijn. In 1993 behaalde het bedrijf voor het eerst een omzet van meer dan 50 
miljoen mark, het aantal medewerkers groeide de jaren daarop tot een kleine 800.

    Maar terwijl de zaken floreerden, werd transparantie van salarissen steeds moeilijker. Daarom maakte Drotleff in 2009 een eind aan het experiment – en is hij tegenwoordig een geharnast 
tegenstander van monetaire transparantie: ‘Vanaf een bepaalde omvang van een onderneming is het gewoon niet meer te doen.’

    Misschien moet hij maar eens gaan praten met Manuela Schwesig (SPD). De huidige minister-president van Mecklenburg-Vorpommern stond aan de wieg van een wet die dezer dagen voor extra bedrijvigheid op de kantoren en opgewonden gesprekken in 
de kantines zorgt. De zogeheten Entgelttransparenzgesetz 
(wet transparantie van beloningen) van de voormalige minister voor Familiezaken geeft werknemers het recht op inzage in de salarisstructuur bij hun bedrijven.

    “Op geld ligt in onze maatschappij een sterker taboe dan op seks”

    In theorie moet dit ertoe leiden dat mensen met vergelijkbaar werk niet ongelijk betaald worden; dat werknemers niet op grond van hun geslacht achtergesteld worden. Ook indien gecorrigeerd wordt voor verschillen in achtergrond, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat vrouwen bij gelijke kwalificatie voor vergelijkbare arbeid 6 procent minder verdienen dan mannen – aanleiding voor de wet is er dus zeker.

    Maar kijkend naar de praktijk roept de wet meer vragen op dan hij beantwoordt. Want in elke vergelijking glippen ook onvergelijkbare zaken mee – en de ene vraag naar rechtvaardigheid roept de volgende op: hoe beoordelen we inkomensverschillen tussen ouderen en jongeren, tussen mensen die al jarenlang hun werk doen en 
zij die net beginnen? En hoe een medewerker te behandelen die formeel hetzelfde werk doet als een ander, maar dat wel heel goed doet: enthousiast, nauwkeurig, creatief en goedgeluimd?

    Rechtvaardig loon

    Het ideaalbeeld dat er in Duitse bedrijven strikt volgens prestatie 
en productiviteit wordt betaald, klopt niet, zegt Holger Bonin, directeur onderzoek bij het Institut zur Zukunft der Arbeit in Bonn. Grof geschat gaat het misschien op voor 10 procent van de werknemers. Maar verder spelen formele kwalificaties, tradities en vaak ook onderhandelingsvaardigheden en sympathieën een grote rol.

    Kortom: de nieuwe wet is niet alleen ‘een uiterst, uiterst bescheiden poging om iets aan de loonkloof tussen mannen en vrouwen 
te veranderen’, maar ook een heel klein antwoord op het grote vraagstuk van een rechtvaardig loon volgens Marcel Fratzscher, president-directeur van het Deutsches Institut für Wirtschaftsforschung.

    Het Duitse verbond van vrouwelijke juristen achtte het effect 
van de wet zelfs zo gering, dat het adviseerde om de wet niet aan 
te nemen. Ook de Duitse regering is niet erg overtuigd. Om de 
verwachtingen te dempen liet ze het woord ‘loongelijkheid’ uit de titel van de wet schrappen. Toch werd over vrijwel geen enkel ander voornemen zo hard met de werkgeversverbanden gesteggeld, wat volgens Steffen Kampeter, secretaris van de Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände (BDA) ook veroorzaakt wordt doordat veel ondernemers ‘alle besluiten over salarissen als hun hoogsteigen zaak beschouwen’.

    Na inwerkingtreding van de wet in juli 2017, hebben bedrijven zes maanden de tijd gekregen om zich erop in te stellen. Inmiddels moeten werkgevers met meer dan tweehonderd werknemers 
desgevraagd toelichten op basis van welke criteria zijn hun personeel betalen. Bovendien worden ondernemingen met meer dan vijfhonderd werknemers opgeroepen ‘hun beloningsstructuren regelmatig te checken op het in acht nemen van gelijkheid in 
beloning’ – en van de stand van zaken verslag te doen.

    Let wel, niemand krijgt het salaris te weten van een individuele collega, maar alleen het gemiddelde salaris van een vergelijkingsgroep van het andere geslacht binnen de onderneming. Maar daar begint het probleem al. Want wat is dat, een vergelijkbare baan? Hoe kan arbeid gemeten worden? En al helemaal in onze postfordistische tijd, waarin steeds minder sprake is van stukwerk door arbeiders en steeds meer werknemers kennis 
produceren, dat ook nog eens in teamverband doen, projectmatig en vaak virtueel?

    De zogeheten gender pay gap heeft veel oorzaken. Ten eerste werken vrouwen vaker dan mannen in sociale en dienstverlenende beroepen die slechter worden betaald. Ten tweede heeft 45 procent van de sociale verzekeringsplichtige vrouwen een deeltijdbaan. 
Ten derde zijn vrouwen op leidinggevende posities nog altijd sterk ondervertegenwoordigd.
    De ongelijke beloning van vrouwen zal daarom zeker niet veranderen door een wet die werkgevers nieuwe informatieverplichtingen oplegt. Toch ziet Schwesig haar wet als een ‘belangrijke bouwsteen’ om de 
loonkloof tussen mannen en vrouwen te dichten. Het zal volgens haar ‘op lange termijn bijdragen 
aan een cultuurverandering in de bedrijven en de samenleving’, omdat ‘het taboe om niet over geld 
te praten, wordt doorbroken’.

    Als ze zich daar maar niet vergist.

    ‘Op geld ligt in onze maatschappij een sterker taboe dan op seks,’ heeft sociologe Jutta Allmendinger 
ooit gezegd: we speculeren allemaal graag over het inkomen van een ander – maar ons eigen inkomen verklappen?

    Liever niet.

    Vooral niet wanneer het in eigen ogen aan de hoge kant is. Acteur Lars Eidinger liet onlangs weten 
dat hij het ‘ergens wel onrechtvaardig’ vond dat hij ‘best veel geld’ verdiende – maar over hoeveel dat 
dan wel was, liet hij geen woord los. Een op de drie mensen praat er hooguit met goede vrienden over, bleek een paar jaar geleden uit een enquête; een of 
de vijf verzwijgt het volledig. En ook onder collega’s betonen velen zich het liefst gesloten en beroepen 
ze zich op geheimhoudingsplichten.

    Dat geheimzinnige gedoe leidt tot allerlei geroddel – en vergroot de onzekerheid. Wat kan ik bij mijn salarisonderhandelingen vragen? Hoeveel verdient mijn collega? In hoeverre mag ik pokeren, met een ander aanbod achter de hand bijvoorbeeld?

    Vroeger was de situatie overzichtelijker. Wie enkele jaren hard en gedisciplineerd had gewerkt, werd daar doorgaans voor beloond, soms met meer verantwoordelijkheid en altijd met meer geld. Het resultaat: oudere collega’s verdienden meer.

    Nu is dat anders. Wie daar niet om vraagt, mag er niet op rekenen dat hij meer salaris krijgt. En wie meer presteert dan veel andere collega’s ook niet. Integendeel: vaak krijgt degene die slim onderhandelt meer. Arbeidsmarktonderzoeker Bonin denkt dat door het tekort aan vakmensen de salarisonevenwichtigheid binnen bedrijven zal groeien – zeker wanneer er meer beloningstransparantie komt. ‘Werkgevers die op zoek zijn naar ervaren vakmensen, moeten dan namelijk niet alleen de nieuwkomers bovengemiddeld betalen, maar ook de werknemers die al soortgelijke werkzaamheden in de onderneming verrichten.’ Daarom wordt vaak nu al afgezien van nieuwe dure aanstellingen.

    Daarbij komt dat de macht van de vakbonden 
afbrokkelt. In 1998 viel 76 procent van de werknemers in het westen van Duitsland onder een cao – 
in 2016 was dat nog maar 59 procent. En dat heeft ook gevolgen voor de salarissen: ‘Niets vergroot 
de loonongelijkheid in Duitsland zo sterk als de 
afnemende binding aan een cao’, constateerden de Bertelsmann Stiftung en het Münchense ifo-instituut in een gezamenlijke studie uit november 2015.

    Deze vlucht uit de cao heeft ook effect op gevoelens van ongelijkheid. ‘Werknemers die volgens een bedrijfs-cao of een regio-cao betaald worden, voelen zich gemiddeld genomen rechtvaardiger beloond dan werknemers van bedrijven die niet onder een cao vallen,’ vertelt Helena Schneider van het Institut der deutschen Wirtschaft in Keulen. Terwijl 63,2 
procent van de volgens een cao betaalde werknemers hun bruto-inkomen rechtvaardig vinden, wordt die opvatting slechts gedeeld door 56,3 procent van de werknemers die niet onder een cao vallen.


    Dat alles leidt tot een groeiend gevoel van onrechtvaardigheid. Slechts 35 procent van de Duitsers 
vindt het eigen salaris in vergelijking met dat van medewerkers met soortgelijke werkzaamheden bij andere ondernemingen rechtvaardig, bleek uit een in 2017 verschenen studie van bedrijfsadviesbureau Korn Ferry Hay; vijf jaar daarvoor werd die mening nog door 40 procent van de Duitsers gedeeld. ‘Veel werknemers zijn er diep van overtuigd dat prestatie in onze maatschappij beloond wordt – maar dat geldt duidelijk niet zonder meer voor de eigen werkplek,’ concludeert Marco Nink van marktonderzoeksbureau Gallup.

    Een ‘rechtvaardig loon’ – wat is dat eigenlijk? Tot ver in de middeleeuwen was dit een ethisch vraagstuk. Het centrale grondbeginsel suum cuique, ieder het zijne, wees in de goede door God geschapen orde ieder mens toe 
wat hem op diens plaats in de samenleving toekwam. Zo bestonden er bijvoorbeeld voor Thomas van Aquino (1225-1274) letterlijk ‘bij een stand behorende’, dus heel verschillende lonen.

    Anderzijds werd het vraagstuk van het rechtvaardige loon sinds de oudheid nauw verbonden met dat van de rechtvaardige prijs: het iustum pretium waarborgt in de ruileconomie ‘ieder het zijne’, beschermt dus tegen afzetterij en uitbuiting. Ook voor Maarten Luther 
(1483-1546) gold nog het aristotelische beginsel dat een loon gerechtvaardigd is indien een prestatie in overeenstemming is met een tegenprestatie.

    Pas met het verval van de middeleeuwse 
ordening maakte de economie zich los van 
de ethiek en werd het vraagstuk van het 
rechtvaardige loon steeds meer afgestemd op individuele belangen en voorkeuren. Voor 
Thomas Hobbes (1588-1679) bijvoorbeeld was de waarde van een mens ‘niet hoger dan zij door anderen geschat wordt’. Zo wordt de arbeider in de beginperiode van het kapitalisme niet meer dan een uitbuitbare productiefactor, onderworpen aan de wet van vraag en aanbod: het loon is ‘de prijs die nodig is om de arbeiders in staat te stellen zich in stand te houden’, meende David Ricardo (1772-1823).

    Marktvreemde componenten

    Een moderne wending maakt het verhaal van het rechtvaardige loon daarom pas met de emancipatie van de arbeider tot consument: de sociaaldemocratie werkt al honderdvijftig jaar niet alleen aan een oplossing voor het ‘sociale vraagstuk’, maar handelt ook in het belang van ondernemers die nieuwe afzetmarkten voor hun koopwaar moeten ontsluiten – en hogere lonen betalen om hun klantenkring uit te breiden. Sindsdien is het ‘rechtvaardige loon’ in Duitsland vooral een opwaartse beweging, om het in vaktermen te zeggen: de telkens weer nieuwe uitkomst van (loon)politieke en maatschappelijke onderhandelingsprocessen op basis van een groeiend aandelenkapitaal.

    Geen wonder dus dat economen het ‘rechtvaardige loon’ in de ‘categorie onzin’ plaatsen (Friedrich August von Hayek): het laat zich namelijk niet definiëren. En dat is niet alleen omdat de prijs van het loon noch alleen gebaseerd kan worden op de waarde van arbeid (arbeidswaardetheorie), noch alleen op wijzigingen in de vraag naar producten of diensten (grensnuttheorie), maar ook omdat de markt niet 
de flinken, ijverigen en begaafden beloont, maar degenen die succes hebben en goed in de markt 
liggen – en ook omdat marktvreemde componenten bij bepaling van het loonniveau een grote rol spelen.

    In zoverre kunnen we de wet transparantie van 
beloningen zien als een stap terug in de discussie om het ‘rechtvaardige loon’: het antwoord op die vraag wordt niet langer gezocht in sociale criteria (‘goed loon voor goede arbeid’), maar in ethische – met dit verschil dat vandaag de dag niet meer ‘ieder het zijne’ wordt beloofd, maar ‘ieder het gelijke’. Dat is ook merkwaardig omdat de sociaaldemocratie met de invoering van het minimumloon haar belangrijkste rechtvaardigheidsdoel van de afgelopen jaren heeft weten te realiseren – en omdat fractieleider Andrea Nahles niet ophoudt te benadrukken dat vooral vrouwen hiervan profiteren: zeventig procent van de werknemers in de laagste looncategorieën is vrouw.

    gettyimages 97615538

    Bij de besprekingen over een nieuwe grote coalitie is opnieuw gesproken over verdere maatregelen voor meer loongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar inmiddels zijn de betrokken partijen ervan doordrongen dat de belangrijkste maatregel in dit verband een betere betaling van werknemers in de gezondheidszorg en andere sociale beroepen is. En daarbij komt het, in elk geval volgens sommigen, minder aan op wetten dan op een andere denkwijze bij de cao-onderhandelaars.

    Dat verpleegsters of onderwijzeressen verhoudingsgewijs slecht worden betaald, dat secretaresses vaak minder geld krijgen dan veel vakarbeiders wordt tenslotte ook veroorzaakt door de wijze waarop prestaties gemeten worden. ‘Sociale competenties en psychische belasting worden nauwelijks gehonoreerd – maar dat kunnen we veranderen,’ zegt Julia Borggräfe, tot eind vorig jaar hoofd personeelszaken van de Berlijnse jaarbeurs.

    Voor haar vijfhonderd medewerkers ontwierp 
Borggräfe in overleg met de ondernemingsraad een nieuw beloningsmodel. Daarbij legde het bedrijf in een puntensysteem gedetailleerd de beoordeling vast van alle werkzaamheden, waarbij sterker rekening werd gehouden met de psychische belasting van bijvoorbeeld enkele medewerkers op de afdeling 
juridische zaken. Uitgangspunt, aldus Borggräfe, 
was enerzijds dat niemand er met het nieuwe beloningsmodel financieel op achteruit mocht gaan, terwijl anderzijds de opbrengsten van de komende jaren anders verdeeld zouden worden.

    Voor de vakbonden is het een heikele vraag of en in hoeverre zij in dit soort gedachtegangen mee willen gaan. Verschuiving van accenten kan immers ook leiden tot nieuwe onrechtvaardigheden en verliezers produceren – geen enkel criterium is boven elke 
twijfel verheven. Voor Borggräfe, inmiddels coach 
en adviseur, staat vast dat nieuwe salarismodellen 
en loontransparantie bij bedrijven alleen iets in beweging kunnen zetten indien de leiding bereid 
is er intensief over in discussie te gaan. Als er onrechtvaardigheden worden blootgelegd zonder 
dat er verder iets verandert, geeft dat alleen maar frustratie.

    Jaloezie en irritatie

    Anders gezegd: in theorie klinkt de idee van transparantie prachtig. Wanneer iedereen weet wat de anderen verdienen is het op de bedrijfsvloer gedaan met gekonkel en onrechtvaardigheid. Als alle vaste en variabele beloningen helder zijn, wint niet langer degene die het handigst weet te onderhandelen. En ook de economen zullen juichen: een salaris is niets meer dan informatie over de prijs – en markten functioneren het best wanneer de prijzen bekend zijn. Maar in de praktijk zorgt salaristransparantie vaak voor jaloezie en irritatie. Arbeids- en organisatiespychologen waarschuwen al jaren voor de gevolgen ervan. Diverse onderzoeken laten zien dat de frustratie bij de verliezers vaak groter is dan de 
blijdschap bij de winnaars. Wie constateert dat zijn eigen salaris bovengemiddeld is, vergroot daarmee nauwelijks zijn eigen psychische inkomen. Zijn tevredenheid neemt wel toe, maar niet heel veel. Maar bij degenen die beneden het gemiddelde betaald worden, gaapt, ondanks openheid en 
begrijpelijke criteria, een emotionele wond.

    De Amerikaanse economen George Akerlof en Janet Yellen ontwikkelden in de jaren negentig al de 
fair-wage-efforthypothese. Om het simpel te zeggen: de motivatie van werknemers is mede afhankelijk van het gevoel rechtvaardig te worden betaald. En het is nu eenmaal zo dat door maar heel weinig mensen heel goed verdiend wordt. De slechter betaalde meerderheid voelt zich daarentegen beroerd. En pas echt wanneer de prestaties en de daartegenover staande beloningen niet volledig objectief zijn of moeilijk te veranderen. Ook de 
Amerikaanse sociale wetenschapper Erzo Luttmer van Harvard-universiteit constateerde in een onderzoek uit 2005 dat mensen met eenzelfde salaris vaak ontevredener zijn wanneer hun buren rijker zijn.

    In Duitsland ziet een meerderheid dat ook zo. In elk geval bleek uit een onderzoek van Forsa in 2015 dat slechts 27 procent van de ondervraagden voorstander was van meer transparantie van salarissen in het algemeen. In het geval van soortgelijke werkzaamheden vond 33 procent het een goed idee, terwijl 38 procent per definitie tegen was. Het is met salarissen zoals met liefdesrelaties: soms is het beter wanneer je iets niet weet.

    Volgens deze logica moeten de Zweden wel een heel ongelukkig volkje zijn. Daar kan elke burger informatie inwinnen over het salaris van een andere Zweed – een telefoontje naar de belastingen volstaat. Alleen de inkomens van koning Carl Gustaf en koningin Silvia blijven geheim.

    Waarom functioneert het daar wel? Uit gewoonte, zeggen arbeidsmarktonderzoekers als Bonin, en hij voegt hieraan toe: ‘In beginsel kan transparantie beslist bijdragen aan grotere tevredenheid – zolang de werknemer zich fair behandeld voelt.’ In dat geval, ook dat blijkt uit vele studies, stijgt de motivatie namelijk aanzienlijk. Doorslaggevend voor de gevolgen van salaristransparantie is dus niet alleen de omvang waarin willekeur en onrechtvaardigheid 
aan de dag treden, maar vooral de moeite die een werkgever doet om te zorgen voor eerlijke verhoudingen. ‘De omgang met loontransparantie vereist heel veel fijngevoeligheid,’ bevestigt Dieter Frey, hoogleraar sociaalpsychologie aan de Ludwig 
Maximilian-universiteit van München.

    Belangrijk is dat werkgevers minimaal kunnen uitleggen waarom iemand minder verdient – en wat hij doen moet 
om meer salaris te krijgen

    Kleinere ondernemingen hebben het dan gemakkelijker. Zoals het Berlijnse bedrijf I + M, dat natuurcosmetica produceert en sinds tien jaar geleid wordt door Jörg von Kruse en Bernhard von Glasenapp. Toen de onderneming failliet dreigde te gaan, hebben beiden hem overgenomen. Productietechnieken, expeditie en design werden aangepast. Ruim een jaar werken de twee juristen en hun vijftien medewerkers nu op basis van het principe van holocratie, wat in de praktijk betekent dat de werknemers zelf beslissen over de organisatie van hun eigen werk – en binnenkort waarschijnlijk ook over hun salaris, ‘het koningsnummer van zelforganisatie’, aldus Kruse. Overigens zijn de verschillen daarbij niet 
bijzonder groot en identificeren de geëngageerde personeelsleden zich graag met de ecologische 
doelen van het bedrijf. Dit voorjaar wordt bij een workshop gesproken over de salarissen.

    In kleinere ondernemingen zoals start-ups of a
gentschappen achten experts transparantie zeker mogelijk. Maar in concerns is het een utopie. ‘Bij salarissen spelen vaak macht en afhankelijkheid mee,’ zegt psycholoog Dieter Frey. Heeft de werknemer alternatieve baanmogelijkheden en de werkgever dus weinig macht – of ligt het omgekeerd? 
En wat wanneer een concurrent een medewerker 
wil wegkopen en diens werkgever hem onmisbaar acht? Dan verhoogt hij zo mogelijk het salaris om hem voor het bedrijf te behouden. ‘Veel van zulke afspraken kunnen niet openbaar gemaakt worden,’ zegt Frey, ‘daarom leiden transparante salarissen gemiddeld genomen tot meer ontevredenheid.’ Rechtvaardigheid inzake loonvraagstukken is 
volgens hem daarom een onbereikbaar ideaal: 
‘men kan het alleen benaderen’. Belangrijk is dat werkgevers minimaal kunnen uitleggen waarom iemand minder verdient – en wat hij doen moet 
om meer salaris te krijgen.

    Dat is ook de ervaring van transparantiepionier 
Adi Drotleff. In zijn algemeenheid is hij nog altijd gecharmeerd van het idee. Maar zodra een bedrijf groeit wordt transparantie, zoals gezegd, moeilijk, ‘zeker wanneer sprake is van diverse standplaatsen en verschillen in kosten van levensonderhoud’. In Hamburg en München worden andere salarissen betaald dan in Weimar, datzelfde geldt ook in 
Zwitserland of Oostenrijk: ‘Daar zou een transparant salarissysteem alleen maar voor onvrede zorgen,’ zegt Drotleff.

    Salarisnivellering is ook geen oplossing: ‘Dan betalen we in structuurzwakke regio’s te veel en in booming gebieden te weinig.’ Wat in het ene geval niet 
voordelig is en in het andere geval goede medewerkers wegjaagt of interessante sollicitanten afschrikt.

    Het eenvoudigst kan salaristransparantie worden doorgevoerd in ondernemingen die toch al bedacht zijn op het voorkomen van grote verschillen – maar daar is openheid ook het minst noodzakelijk.

    Auteurs: Elisabeth Niejahr, Daniel Rettig, Dieter Schnaas, Christopher Schwarz, Claudia Tödtmann
    Vertaler: Marten de Vries

    Wirtschaftswoche
    Duitsland | oplage 190.000

  • Marokko verbetert positie alleenstaande moeders

    Marokko verbetert positie alleenstaande moeders

    Alleenstaande moeders en onwettige kinderen waren lange tijd paria’s in de Marokkaanse samenleving. Maar het tij is aan het keren.

    In Marokko zijn vaderloze of buitenechtelijke kinderen misschien wel de kwetsbaarste bevolkingsgroep. Ze blijven vaak onzichtbaar omdat hun geboorte veelal niet wordt geregistreerd. De ongetrouwde 
moeders, zelf al gestigmatiseerd 
vanwege de buitenechtelijke seks – wat bij wet verboden is –, hebben de grootste moeite om hun kinderen, die in de afkeurende omgeving gedoemd zijn tot een bestaan als tweederangsburgers, 
te onderhouden. Door de schaamte-cultuur en de enorme sociale druk voelen veel vrouwen zich gedwongen hun kinderen af te staan. Maar het tij is aan het keren. Eindelijk worden er maatregelen getroffen die de rechten van onechte kinderen en alleenstaande moeders beschermen.

    Onwettige kinderen vallen volledig buiten de boot. Ze hebben geen recht op scholing en geen toegang tot gezondheidszorg. Als ze volwassen zijn, kunnen ze niet stemmen, het 
land in- en uitreizen of legaal werken

    Unicef-onderzoek naar geboorteregistratie per land wijst uit dat 6 procent van het aantal geboorten in Marokko tussen 2010 en 2016 ongeregistreerd bleef. Onwettige kinderen vallen volledig buiten de boot. Ze hebben geen recht op scholing en geen toegang tot gezondheidszorg. Als ze volwassen zijn, kunnen ze niet stemmen, het 
land in- en uitreizen of legaal werken. Feitelijk zijn ze paria’s, veelal veroordeeld tot contractarbeid en een leven in de marge van de samenleving. Hun moeders zijn zelden beter af. Zoals een columnist op nieuwssite Morocco World News schreef: ‘Volgens de Marokkaanse familiewetgeving moet een alleenstaande moeder in haar eentje de ouderlijke verplichtingen op zich nemen, terwijl de biologische vader van iedere zorgplicht is ontheven.’ Sociale onderdrukking maakt het alleenstaande moeders nog moeilijker om hun kinderen te onderhouden. Vaak worden ze door de familie en de gemeenschap verstoten en ze hebben moeite aan het werk te komen.

    Om deze problemen te lijf te gaan heeft de Marokkaanse vereniging 
voor kinderbescherming (LMPE) in 
de grootste Marokkaanse steden 
kindertehuizen opgezet om verlaten kinderen op te vangen. Behalve sociale en psychologische hulp bieden ze opleidingsmogelijkheden voor alleenstaande moeders, en in sommige gevallen tijdelijke kinderopvang om werkende moeders te ontlasten die 
een beter bestaan voor zichzelf en hun kinderen proberen op te bouwen.

    Ook rechtbanken helpen mee aan de verbetering van de positie van alleenstaande moeders. In Souk el Arba, in het noordwesten van Marokko, heeft een lokale rechtbank een alleenstaande moeder die haar ‘gezinsboekje’ opeiste in het gelijk gesteld. Een gezinsboekje is een officieel document met informatie over de burgerlijke staat van alle gezinsleden, inclusief geboorteakten van zowel de ouders als de kinderen. Dit document, dat in Marokko van oudsher alleen aan de pater familias wordt verstrekt, is voor alleenstaande moeders cruciaal om de wettelijke identiteit van hun kinderen te laten vastleggen.

    Spelende kinderen in de medina van de Marokkaanse stad Tiznit. – © Getty Images
    Spelende kinderen in de medina van de Marokkaanse stad Tiznit. – © Getty Images

    DNA-tests

    De Marokkaanse minister van Gezinszaken, Solidariteit, Gelijkheid en Sociale ontwikkeling, Bassima Hakkaoui, dringt aan op regeringsmaatregelen die ervoor moeten zorgen dat verlaten kinderen aanspraak kunnen maken op dezelfde voorzieningen als alle andere kinderen. Ze pleit ervoor onechte kinderen in het bevolkingsregister te laten opnemen en door middel van DNA-tests te achterhalen wie hun biologische vader is, in de hoop dat een biologische band ook een juridische band zal 
creëren. Willen deze maatregelen effect sorteren en zorgverantwoordelijkheid bij de vaders afdwingen, dan moet natuurlijk eerst de Marokkaanse 
familiewetgeving worden aangepast om de legitimiteit van buitenechtelijke kinderen te erkennen.

    Deze wapenfeiten, hoe bescheiden 
ook, leggen de basis voor de sociale en wettelijke bescherming van de rechten van onechte kinderen en alleenstaande moeders in Marokko.

    Auteur: Fatima Mohie-Eldin
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Muftah
    VS | muftah.org

    Analyses over het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vooral over gebieden waar veranderingen kunnen 
worden waargenomen.

  • 3. Blijf luisteren naar de slachtoffers

    3. Blijf luisteren naar de slachtoffers

    Critici vinden dat de #MeToo-discussie alleen moet gaan over zaken die in de rechtszaal bewezen kunnen worden. Maar ook de andere slachtoffers moeten worden blijven gehoord, benadrukt Ann Friedman.

    Als je echt naar slachtoffers van seksueel geweld en intimidatie luistert, hoor je dit: deze vrouwen willen een excuus. Ze willen de verzekering dat wat hen is overkomen verkeerd was. Ze willen solidariteit tonen met anderen die op dezelfde manier gekwetst zijn. Ze willen het ware gezicht van hun beroemde belagers laten zien. En ze willen geloofd worden: ze willen weten dat wij serieus nemen wat ze zeggen.

    Veel critici van de #MeToo-beweging luisteren niet naar wat de slachtoffers zeggen. Ze verwarren de reacties op 
de beweging met wat de slachtoffers willen. Veel vooraanstaande critici vrezen ook dat de #MeToo-beweging te veel verschillende soorten ervaringen omvat. Zij vinden dat er nu alleen afgerekend moet worden met de misdaden die in de rechtszaal bewezen kunnen worden, al weten ze ook dat de wet de slachtoffers vaak in de kou laat staan.

    In sommige gevallen willen slachtoffers inderdaad dat hun misbruiker wordt ontslagen of gevangengezet. 
‘We moeten zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt,’ schreef olympisch goudenmedaillewinnares Simone Biles in een post op Instagram waarin ze onthulde dat zij een van de minstens 140 Amerikaanse turnsters is die zeggen seksueel te zijn misbruikt door hun teamarts Larry Nassar.

    Ze twitterde dat ze zich “opgelucht” voelde “alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen”

    Maar veel slachtoffers willen alleen maar gehoord worden. De misdragingen die in de #MeToo-verhalen aan 
het licht komen, zijn heel gevarieerd: van mannen die niet voldoen aan het beeld dat het publiek van hen heeft of mannen die tegen het beleid van hun bedrijf ingaan, tot mannen die de wet overtreden. Niet alle vergrijpen zijn hetzelfde en de vrouwen die zich nu uitspreken, weten dat ook.

    Het recente #MeToo-verhaal dat voor de critici nu vooral olie op het vuur gooit, is dat over komiek Aziz Ansari. Onlangs onthulde een jonge vrouw, onder de schuilnaam ‘Grace’, wat haar met hem was overkomen tijdens een ontmoeting die uit de hand was gelopen – en wat haar betreft niet met haar instemming. Ze zei dat ze het teleurstellend vond om aan te zien hoe Ansari werd geprezen bij de Golden Globes, een evenement waar de meeste aanwezigen juist die wederzijdse instemming heel erg belangrijk zeiden te vinden. Voor Grace was het ‘absoluut tenenkrommend’ dat hij het ‘Time’s Up’-speldje droeg.

    Ze zei niet: ‘Sluit hem op!’ of ‘Hij mag nooit meer in deze stad werken’. Persoonlijk geloof ik ook niet dat Ansari nu meteen uit de bedrijfstak moet worden verbannen. Maar we moeten wel blijven luisteren naar vrouwen als Grace, omdat blijkt dat veel verhalen pas effect krijgen wanneer ze vergelijkbare verhalen losmaken. Ooit wist het grote publiek over de privé-uitspattingen van Bill Cosby niet meer dan een of twee verhalen over ontspoorde dates. Toen meer vrouwen naar voren traden, bleek dat die incidenten bij een patroon van systematisch misbruik hoorden.

    Ansari heeft meegewerkt aan een boek dat Modern Romance heet en veel verhaallijnen in zijn Netflix-serie gaan over relaties. Als hij verhalen wil blijven vertellen over de verwikkelingen rond seks en dating, moet hij openlijk ingaan op de kritiek op zijn privégedrag tegenover vrouwen.

    Opbouwende reactie

    Hij heeft het geluk dat er tenminste één geweldig voorbeeld is van een opbouwende reactie. Vorige week bood tv-presentator Dan Harmon uitgebreid zijn excuses aan aan Megan Ganz, die voor hem heeft gewerkt als scriptschrijver. Harmon gaf toe dat hij had geprobeerd haar te versieren en haar vervolgens heel onaangenaam had behandeld op het werk, nadat ze zijn avances had afgewezen. Ganz aanvaardde Harmons excuses en zei dat ze niet op ‘wraak’ uit was geweest toen ze ervoor koos zich uit te speken. Ze twitterde dat ze zich ‘opgelucht’ voelde ‘alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen’.

    Vrouwen die nu naar buiten treden zijn niet degenen die zelf de nuances uit hun verhaal weglaten. Dat gebeurt in de publieke ophef eromheen. Wanneer critici beweren dat de enige terechte #MeToo-verhalen de verhalen zijn die in een rechtszaal overeind blijven, negeren ze niet alleen de uiteenlopende redenen waarom slachtoffers hun mond opendoen, ze zorgen er ook voor dat de meeste slachtoffers hun leed in stilte moeten dragen.

    Er zijn evenveel manieren om met misbruik om te gaan als er soorten misbruik zijn. Vrouwen moeten kunnen praten over de ongewenste dingen die mannen hun aandoen – en werkgevers en het publiek moeten de vrijheid hebben om vervolgens het beeld dat ze van die mannen hadden bij te 
stellen, ook al is het gedrag waar het over gaat wel immoreel maar niet onwettig. Dit is wat de slachtoffers vragen. En daar moeten we naar luisteren.

    Auteur: Ann Friedman
    Vertaler: Annemie de Vries

    Illustratie: © Aart-Jan Venema

    LA Times
    VS | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • 2. We staan op een historisch keerpunt

    2. We staan op een historisch keerpunt

    Natuurlijk is de #MeToo-beweging niet volmaakt, erkent 
de Italiaanse feministe Lorella Zanardo. Maar de uitglijders wegen nu even niet op tegen de kansen op een betere toekomst.

    ‘Ik geloof wel dat die vrouwen gelijk hebben – ik weet het zelfs zeker. Maar als ik nu een meisje leuk vind, durf ik niet goed meer de eerste stap te zetten. Als ik mijn hand uitsteek om haar aan te raken, bijvoorbeeld, ben ik bang dat ze 
zal denken dat ik haar lastigval of haar zal bespringen.’ Dit hoorde ik een paar weken geleden een 
middelbarescholier zeggen tijdens een discussie.

    We hadden het over de #MeToo-beweging, een 
historische ontwikkeling voor de emancipatie van 
de vrouw, voor zover we nu kunnen overzien. Zoals altijd bij een verandering krijgt ook deze beweging veel bijval, maar wekt ze ook bij veel mensen woede op en de behoefte om het belang ervan te ontkennen. Hoe kan het ook anders? Eeuwenlang hebben de mannen in alle mogelijke domeinen, zowel privé 
als publiek, de absolute macht gehad. En die macht hebben ze ook, en vooral, uitgeoefend op het lichaam van vrouwen. Al enkele tientallen jaren zijn we bezig ons van die macht te bevrijden, maar het is nog niet voor iedereen en niet overal en niet helemaal gelukt. De #MeToo-beweging probeert nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de ondergeschikte positie van vrouwen die onaanvaardbaar is en niet meer 
van deze tijd: prima!

    Verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst 
is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan

    Natuurlijk is niet alles volmaakt, natuurlijk zou het beter kunnen, natuurlijk zie ik ook dat sommige mensen proberen te profiteren van de aandacht die de beweging krijgt en natuurlijk moeten we oppassen dat we niet alle mannen over één kam scheren. Dat hoort erbij. Maar, zoals al vaker gezegd, we staan op een historisch keerpunt en we hebben dus het recht om fouten te maken, ook grove fouten.

    Onlangs las ik het manifest dat honderd vrouwen naar Le Monde hebben gestuurd en dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: ‘Aanranding is een misdaad. Maar aanhoudende of onhandige versierpogingen zijn geen delict en hoffelijkheid is geen macho-agressie.’ Ik ken niet één vrouw die de verandering van de #MeToo-beweging beleeft als een oorlog tussen de seksen, een strijd tegen de man; ik ken wel heel wat vrouwen die nooit meer slachtoffer willen worden van seksuele chantage, van agressie, kortom van daden waarmee we allemaal wel te maken hebben gehad in ons leven.

    Maar dat betekent zeker niet dat het verleidingsspel nu door de wet moet worden vastgelegd. De agressie en de aanrandingen moeten uitgebannen worden, maar het flirten, het verleiden, de uitingen van 
verliefdheid niet.

    En ik begrijp de verwarring van mijn scholier, aan wie ik heb geantwoord dat we ‘samen, mannen en vrouwen, een nieuwe weg moeten zoeken’. Dat is niet zo moeilijk: verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst 
is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan.

    Of het nu om mannen of om vrouwen gaat, ik heb altijd een hekel gehad aan volksgerichten en heksenjachten. Van het begin af aan heb ik gezegd dat het via de media lynchen van mannen die het doelwit waren van deze beschuldigingen, in mijn ogen eerder een persoonlijke vendetta zijn dan gerechtigheid. Het zou dus goed zijn om meisjes zo op te voeden dat ze geïnformeerd en zelfbewust genoeg zijn om een compleet leven te leiden, zonder zich 
te laten intimideren of een schuldgevoel op te laten dringen, en vooral ook dat ze krachtig nee kunnen zeggen als dat nodig is. Waarbij we niet mogen vergeten dat het even belangrijk is om de mannen zo op te voeden dat ze respect hebben en luisteren. Deze opvoeding van beide seksen is essentieel, zolang we weten dat er nog veel situaties zijn waarin een nee voor een vrouw heel nare gevolgen kan hebben.

    Lorella Zanardo (1957) is auteur en documentairemaakster. In 2009 was ze een van de makers van Il corpo della donne (Het lichaam van vrouwen), de beroemde documentaire over de vernederende manier waarop vrouwen op de Italiaanse televisie worden voorgesteld.

    Auteur: Lorella Zanardo
    Vertaler: Annemie de Vries

    Il Fatto Quotidiano
    Italië | oplage 150.000

    In 2009 opgericht door Antonio Padellaro, de ex-directeur van het linkse dagblad L’Unità. De krant brengt schrijvers met uiteenlopende journalistieke achtergronden bijeen rond een eenvoudig thema: de resolute afwijzing van het ‘vernederende sultanaat’ van Silvio Berlusconi.