Tag: geluk

  • Levenslessen van een radicaal boeddhistische non: ‘Woede verlamt je’

    Levenslessen van een radicaal boeddhistische non: ‘Woede verlamt je’

    De Australische radicaal boeddhistische non Robina Courtin geeft lessen over de vraag hoe we ons hoofd helder kunnen houden in een krankzinnige wereld. ‘De boeddhistische visie is dat we onszelf vormgeven, of het nou gaat om een muzikant of om een gelukkig mens. Wij zijn de baas.’

    Het is dinsdagavond in het Australische plaatsje Milton, aan de zuidkust van New South Wales. De geur van vers gezette chai en zelfgemaakte soep wordt meegevoerd op de tocht in de zaal van de Country Women’s Association. Ondertussen wordt er gesproken over van alles en nog wat, variërend van de dood, iemand het leven benemen, tot oorlog, abortus, gevangenis en lijden.

    Zo’n vijftig mensen, van wie sommigen al heel lang lid zijn van de lokale boeddhistische club terwijl anderen voor het eerst een kijkje komen nemen, zitten in kleermakerszit op de grond of op een plastic stoel. Ze luisteren naar een boeddhistische non, terwijl een portret van een jonge koningin Elizabeth vanaf de wand op hen neerkijkt. Het gespreksonderwerp van vanavond: hoe kun je positief blijven als je wordt omgeven door negativiteit?

    ‘Het probleem is dat we denken dat de buitenwereld de voornaamste oorzaak is van ons lijden – en van ons geluk’

    ‘Het probleem is dat we denken dat de buitenwereld de voornaamste oorzaak is van ons lijden – en van ons geluk,’ zegt Eerwaarde Robina Courtin, een Australische van inmiddels 77, die eind jaren zeventig werd toegelaten tot de Gelug, een van de hoofdscholen binnen het Tibetaans boeddhisme. ‘Als je muzikant wilt worden, begrijpen we allemaal dat je jezelf vormgeeft en dat het aan jou ligt of je uiteindelijk ook echt muzikant wordt. Het werk moet worden gedaan in je hoofd, het vereist precisie, helderheid en uitgewerkte theorieën, en daarnaast moet je oefenen, steeds maar weer oefenen. We zijn ons ervan bewust dat we onszelf op die manier vormgeven.

    Maar,’ vervolgt ze, ‘als het erom gaat dat we een gelukkig mens willen worden, gaan we ineens twijfelen of we wel over dat vermogen beschikken. De boeddhistische visie is dat we onszelf vormgeven, of het nou gaat om een muzikant of om een gelukkig mens. Wij zijn de baas.’ 

    Ervaringen interpreteren

    Maar hoe zit het dan met al dat extra lijden van de afgelopen jaren, vraagt een vrouw, doelend op corona, overstromingen en de oorlog in Oekraïne. Courtin vertelt het verhaal van twee gevangengezette Tibetaanse vrouwen die gemarteld werden en seksueel misbruikt, maar die ‘deze ervaring toch wisten te interpreteren’ op een manier waardoor ze ‘het konden verdragen’. 

    De vrouw lijkt niet tevreden met het antwoord. ‘Wat is er?’ vraagt Courtin. ‘Toe maar, zeg het maar, het is belangrijk.’ Courtin kan zowel vriendelijk zijn als uitermate direct en scherp – toen iemand die een vraag had gesteld haar de avond ervoor in de rede was gevallen, reageerde ze met: ‘U hoort toch dat ik bezig ben uw vraag te beantwoorden!’ – en het duurt dan ook even voordat de vrouw haar gedachten onder woorden brengt. ‘Het lijkt me gewoon ondoenlijk om in de praktijk te brengen,’ zegt ze uiteindelijk.

    Wereldwijde treurnis?

    Naar voorbeeld van Taylor Swift, die in het begin ‘vreselijk romantisch’ was maar nu in haar werk ‘een scala aan negatieve gevoelens aanboort zoals angst, uitputting en woede’, lijken de thema’s van popsongs allengs somberder te worden, schrijft commentator David Brooks in The New York Times.

    Onderzoekers Charlotte Brand, Alberto Acerbi en Alex Mesoudi hebben vijftienduizend popsongs geanalyseerd die tussen 1965 en 2015 zijn uitgebracht en constateren in de teksten een duidelijke afname van het woord ‘liefde’, terwijl woorden met een negatieve connotatie als ‘haat’ juist toenemen. Voor krantenkoppen geldt hetzelfde. Dit negativisme weerspiegelt onze werkelijkheid: volgens de jaarlijkse peiling van het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup in honderdveertig landen hebben de cijfers die mensen aan hun eigen geluk geven – op een schaal van 0 tot 10 – een historisch dieptepunt bereikt. ‘Zestien jaar geleden gaf maar 1,6 procent van de wereldbevolking zijn leven een 0. Vorig jaar was het aantal mensen dat zei het slechtst denkbare leven te leiden meer dan verviervoudigd. Reden voor het Amerikaanse dagblad om te veronderstellen dat de ‘wereldwijde treurnis’ momenteel een hoogtepunt bereikt.

    ‘Het is wel in de praktijk te brengen als je seksueel wordt misbruikt in de gevangenis,’ antwoordt Courtin. ‘We hebben het vermogen om iets te veranderen aan de manier waarop we ons leven interpreteren, en zij waren daartoe in staat. Ze waren zelfs in staat compassie op te brengen voor de mannen die hen mishandelden. Het resultaat? Dat ze hun verstand niet verloren. Dat is niet moralistisch; het is júíst gericht op de praktijk.

    Lieve kind, luister naar me,’ zegt Courtin, nu op wat mildere toon. ‘Ons probleem is dat we niet goed uit de voeten kunnen met ons eigen lijden of het lijden om ons heen, en daarom proberen te zorgen dat het verdwijnt. Maar dat kunnen we niet. We kunnen alleen maar zo goed mogelijk ons best doen in dit krankzinnigengesticht dat Aarde heet.’

    Eerder die dag, tijdens de lunch, vertelde Courtin: ‘Ik ben altijd heel erg betrokken geweest bij de wereld. Ik hou van de wereld en ik hou van rare mensen.’ Ze is ‘verslaafd’ aan kranten en aan nieuws; de Financial Times, The Economist en The Washington Post behoren tot haar favorieten.

    Ondeugendste kind

    Courtin groeide op in Melbourne, als een van zeven kinderen in een rumoerig, arm, katholiek huishouden. Als ‘het ondeugendste kind van het gezin’ werd ze op haar twaalfde naar een nonnenschool gestuurd. ‘Ik was in de zevende hemel, het was puur geluk,’ zegt ze. Niet alleen had ze eindelijk een eigen bed, maar bovendien ‘was er geen chaos om me heen, er was discipline. Ik ging elke dag naar de mis. Ik hield van God en van de maagd Maria en de heiligen. Voor mij was het ideaal.’

    ANP 59801600
    Een enorm schilderij van Boeddha wordt tentoongesteld in het Drepung-klooster in Lhasa, de traditionele hoofdstad van Tibet. Het in 1416 gebouwde klooster is het grootste van de Gelug-school van het Tibetaans boeddhisme. – © Xinhua / Purbu Zhaxi / Xinhua News Agency / Eyevine

    Als tiener ontdekte ze de jongens. Toen ze zich realiseerde dat ze ‘niet zowel God als jongens’ kon hebben, maakte ze ‘heel bewust’ een keuze: ‘Vaarwel God, hallo jongens.’ Een tweedehands elpee die ze voor een kwartje op de kop wist te tikken bracht de jazz op haar pad. ‘Ik had een langspeelplaat gekocht waar “Billie Holiday” op stond. Ik had geen idee, ik vroeg me af wie hij zou zijn. Er ging een wereld voor me open. Ik wist niet wat me gebeurde: ineens hoorde ik over het leven van zwarte Amerikanen, van mensen die leden.’

    Eind jaren zestig ging Courtin naar Londen, ‘helemaal klaar voor de revolutie’. Daar sloot ze zich aan bij demonstraties van ‘radicaal-links’ en steunde ze de Black Panther-beweging. In 1971 ging ze voltijds werken voor Friends of Soledad, een Britse groep politieke activisten die zich inzetten voor drie zwarte Amerikaanse gevangenen die werden beschuldigd van de moord op een witte gevangenbewaarder. Daarna sloot ze zich aan bij de radicaal feministische beweging. Ze verloor haar belangstelling voor mannen en werd ‘radicaal lesbisch feministe’, verdiepte zich in oosterse vechtsporten en verhuisde naar de Verenigde Staten, waar ze in een door lesbiennes beheerde dojo in New York ging wonen.

    Ongelukkigheid

    De Spanjaard Alejandro Cencerrado geeft leiding aan het Happiness Research Institute in Kopenhagen. Hij is ook de auteur van het boek En defensa de la infelicidad (Pleidooi voor ongelukkigheid) dat in 2022 verscheen. De specialist meet zijn eigen geluk al sinds zijn achttiende, meldt het Argentijnse dagblad La Nación. ‘Elke avond stel ik mezelf dezelfde vraag,’ zegt hij. ‘Wil ik de dag die ik vandaag heb beleefd morgen opnieuw beleven?’ Volgens hem is het belangrijk te analyseren wat ons op individueel niveau gelukkig of ongelukkig maakt, maar ook op grotere schaal ‘om op termijn een verandering in gang te zetten’. Uit zijn onderzoek blijkt dat geld niet per se gelukkig maakt, vooral niet in rijke landen: zodra de verschillen in rijkdom toenemen, is dat van invloed op het welzijnsniveau. Finland is minder rijk dan de Verenigde Staten, maar steekt dat land de loef af wat geluk betreft. Vooral dankzij een grotere sociale gerechtigheid.

    In 1976 keerde ze terug naar Australië, met een gebroken voet waardoor ze geen vechtsport kon beoefenen. In Queensland zag de eenendertigjarige Courtin een affiche dat een lezing aankondigde met twee Tibetaanse boeddhisten: lama Yeshe en lama Zopa Rinpoche. Ze besloot erheen te gaan. ‘Zo heb ik mijn weg gevonden,’ zegt ze. ‘Ik was altijd al op zoek naar een manier om me te verhouden tot de wereld, tot de vraag waarom er lijden is, wat de oorzaken daarvan zijn. En ik denk dat ik niemand meer kon bedenken die ik de schuld kon geven voor het lijden van de wereld.’

    Boeddhistische lessen

    Sinds haar wijding, inmiddels vierenveertig jaar geleden, werkte Courtin als redacteur van boeddhistische tijdschriften en boeken. Nadat ze in 1996 een brief had gekregen van een jonge Mexicaans-Amerikaanse ex-gangster, die tot drie keer levenslang was veroordeeld en in een zwaarbeveiligde gevangenis in Californië zat, zette ze het Liberation Prison Project op, een non-profitorganisatie die gevangenen boeddhistische lessen en steun biedt.

    Courtin heeft veertien jaar aan het hoofd gestaan van dit programma en heeft op die manier duizenden gevangen geholpen. Nog altijd onderhoudt ze contact met enkele van haar ‘gevangenisvrienden’. Onlangs nog heeft ze een van hen opgezocht, een man die al sinds 1983 in Kentucky in de dodencel zit. ‘De gevangenis waar hij zit is een soort vuilnisbelt,’ zegt ze. ‘Geen enkel zintuiglijk plezier, het eten is verschrikkelijk, hij heeft niet de vrijheid om wat dan ook te doen, hij wordt als een monster beschouwd – en toch is hij gelukkig.’ Als praktiserend boeddhist is hij ‘voldaan en tevreden’. ‘Hij heeft gewerkt aan zijn geestelijke gezondheid, heeft de verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen. Hoewel hij dolgraag vrij zou komen, accepteert hij de realiteit van zijn bestaan. “Ik ben klaar voor die elektrische schok,” zei hij tegen me.’

    Ik vraag Courtin of ze ook woede voelt als ze denkt aan de situatie waarin deze man verkeert. ‘Nee, geen woede. Ik probeer hem te helpen in de situatie waarin hij zich bevindt, meer niet,’ zegt ze. ‘Ik weet nog dat ik een radicale politiek activiste was, in Londen, begin jaren zeventig. Toen was ik kwaad, om niet te zeggen woedend. Er is nu echt niet minder racisme, seksisme en onrecht dan toen, eerder meer – het gevangenissysteem in Amerika is echt godgeklaagd – maar ik ga nu anders te werk.

    ‘Een vogel heeft twee vleugels nodig om te vliegen: wijsheid en compassie’

    Het probleem is dat we het zien van nare dingen verbinden met boos zijn. We hebben het gevoel dat we, als we onze woede opgeven, het kind met het badwater weggooien.’ Courtin zegt dat ze ‘nog altijd activist’ is, maar dat het vasthouden aan woede vergelijkbaar is met jezelf steken met een mes: ‘het verlamt je gewoon’. In plaats daarvan past ze nu onverschrokken compassie toe, om haar eigen woorden te gebruiken. ‘In het boeddhisme is er het gezegde dat een vogel twee vleugels nodig heeft om te vliegen: wijsheid en compassie. Wijsheid is het eeuwige, het vormgeven van jezelf. Compassie is de daad bij het woord voegen en je inspannen om de wereld beter te maken.’

    Zoom

    Ruim tien jaar lang was Courtin vrijwel continu op pad, om in boeddhistische centra over de hele wereld onderwijs te geven. Totdat, toen ze in 2020 in Santa Fe was, de pandemie uitbrak. Ze stapte over op lessen via Zoom – ‘Ik ben verzot op Zoom’ – en een vriend maakte socialemedia-accounts voor haar aan. Op haar TikTok-account, waar ze 85.600 volgers heeft, staan korte filmpjes, waarin ze soms reageert op dingen die op dat moment spelen, met titels als: ‘Hoe je in deze wereld kunt leven zonder je verstand te verliezen’.

    ‘Je kunt de wereld gebruiken om jezelf te ontwikkelen,’ zegt ze. ‘Neem bijvoorbeeld oud-president Donald Trump. Als ik naar Trump kijk, ga ik niet lopen schreeuwen dat hij zo’n foute man is. Nee, ik denk: Dit zijn leugens, dat herken ik. Dit is ijdelheid, dat herken ik ook. Dit is arrogantie, dat herken ik ook. Er is niet één waanidee van Trump waarin ik me niet herken. De boeddhistische visie is dat we die gemoedstoestanden allemaal hebben, we zitten in hetzelfde schuitje. Dus dan heb ik iets van: fijn dat je me duidelijk maakt hoe ik niet wil zijn.’

    ‘Ik ga proberen mezelf nuttig te blijven maken. Nuttig tot ik erbij neerval’

    Courtin schreef onlangs op sociale media dat haar zus Jan was overleden na een ongeval in huis. Ze zegt dat de enorme hoeveelheid reacties op haar post haar ‘diep heeft geraakt, omdat de mensen zo aardig waren’. Zodra ze van het ongeval had gehoord, nam ze een vliegtuig naar Australië. Toen Jans beademing werd uitgeschakeld fluisterde Courtin de boeddhistische mantra’s die bij het overlijden horen, te midden van haar familieleden die luidkeels het lijflied van de Sydney Swans zongen.

    Zodra Courtin haar huidige Australische onderwijstournee heeft afgerond, vertrekt ze naar New York. Ze is voornemens daar ‘de laatste jaren van haar leven’ door te brengen. ‘Ze is van plan te gaan schrijven en redigeren, haar persoonlijke studie en haar boeddhistische praktijk voort te zetten, en les te geven via Zoom. Ik ga proberen mezelf nuttig te blijven maken. Nuttig tot ik erbij neerval.’ 

    Lees ook:

  • Dossier: Bonheur

    Dossier: Bonheur

    Er komt maar geen einde aan de crises die elkaar opvolgen en door elkaar heen lopen. Pandemie. Oorlog. Brute repressie. Inflatie. Migratie. Klimaatschade. Het is om moedeloos van te worden.

    Maar ondanks alles wat ons overkomt, blijven we zoeken naar een zekere vorm van welbevinden. Misschien dat deze aanbevelingen uit de buitenlandse pers voor een betere (innerlijke) wereld een zetje in de rug kunnen zijn.

    1. Onverschrokken passie
    2. Recepten voor geluk volgens de buitenlandse pers
    3. Veerkracht in uitzonderlijke tijden
    4. Klassieke oplossingen voor moderne malaise
  • Oorlog, crises, inflatie: hoe zorgen we dat angst ons niet verlamt?

    Oorlog, crises, inflatie: hoe zorgen we dat angst ons niet verlamt?

    In deze uitzonderlijke tijden is er genoeg om bang voor te zijn – zo vreest de helft van de Duitsers dat er een derde wereldoorlog gaat uitbreken. Weekblad Stern ging op bezoek bij degenen die dagelijks proberen anderen van hun angstgevoelens af te helpen.

    Enkele weken geleden, ergens midden in september, besloot ik, een volwassen man, weer eens een keer met mijn ouders op vakantie te gaan. Ze hadden een huis gehuurd in Denemarken, hetzelfde als in 2017, toen ik daar de laatste keer met hen de vakantie had doorgebracht. Een vrijstaand huis met rieten dak, de grote tuin omzoomd door bomen, als een muur tegen de wreedheid van de huidige tijd. ’s Morgens, ’s middags, ’s avonds en ’s nachts: altijd was het er rustig, het leek alsof je nergens zo ver weg was van de rest van de wereld als hier. Op de eerste dag dacht ik dat alles nog was zoals vroeger.

    Maar het was niet zoals vroeger.

    Want al op de tweede dag zat ik met mijn vader op het terras te bakkeleien over de Oekraïnepolitiek van de bondsregering. Ik was vóór de levering van zware wapens, en wel snel; hij had nog geen mening, was aarzelend, ik begreep niet waarom. Ik ging harder praten, ik geloof dat ik iets hoogdravends zei als: ‘Wanneer wij het Europa waarin wij leven en waarin onze waarden gelden verdedigd willen zien, moeten we toch met alle middelen voorkomen dat Rusland deze oorlog wint.’

    Mijn vader werd even stil. Toen zei hij: ‘Ik ben gewoon enorm bang.’

    Mijn vader is tweeënzeventig jaar. Aan het begin van zijn leven lag Duitsland in puin als gevolg van het het naziregime. Toen hij naar school ging, stationeerde Rusland middellangeafstandsraketten op Cuba; dertien dagen lang vreesde de mensheid voor haar ondergang in een atoomoorlog. Toen hij volwassen was, pleegden linkse terroristen en rechts gepeupel aanslagen in de Bondsrepubliek, explodeerde een reactor in een kerncentrale bij Tsjernobyl; de Muur viel, vliegtuigen vlogen in wolkenkrabbers in New York, er was oorlog in Vietnam, in Irak, op de Balkan, in Afghanistan, in Syrië, en weet ik waar nog meer. Toen hij met pensioen ging, verkondigden wetenschappers steeds luider dat de zeespiegel zou stijgen en dat we er iets tegen moesten doen als we niet wilden dat onze soort werd weggevaagd. Toen kwam er een pandemie die het leven van mijn vader, die tot de risicogroep behoort, heel direct bedreigde.

    En toch, bezwoer hij op die dag in september, was hij waarschijnlijk nog nooit in zijn leven zo bang geweest voor de wereld als nu. Bang dat ons land, dat Europa kapot zal gaan. Door de inflatie en de stijgende energieprijzen die de mensen niet alleen in armoede zouden storten, maar ook tot extremisme zouden aanzetten. Door Poetins dreigement atoomwapens in te zetten in een oorlog die nog geen 800 kilometer van onze grens wordt gevoerd en die ons dagelijks leven heeft veranderd – vandaag, morgen en misschien voorgoed, wie zal het zeggen? Ik wilde er niet van horen. Ik schudde mijn hoofd. We staakten ons twistgesprek en bleven het oneens.

    Zorgen

    U vraagt zich misschien af waarom ik u vertel over mijn vader en zijn zorgen? Nou, omdat u toch net zo bang bent. Omdat we toch allemaal een beetje |zijn zoals hij. Statistisch gezien dan. Want de meeste Duitsers zijn nu bang: 67 procent vreest dat alles steeds duurder en op zeker moment onbetaalbaar zal worden. En de helft is bang voor een derde wereldoorlog. 

    DT707
    The Creation of the World and the Expulsion from Paradise, van de Italiaanse schilder Giovanni di Paolo, 1445. – © Robert Lehman Collection / Metmuseum

    De zorgen zijn al lang in onze samenleving doorgedrongen. De loon-prijsspiraal bijvoorbeeld, zo zei politicoloog Manfred G. Schmidt onlangs bij de evaluatie van het jaarlijkse angstonderzoek van verzekeraar R+V, maakt mensen in alle lagen van de bevolking bang. Dat geldt zowel voor rijke ondervraagden als voor arme, voor jong en voor oud, voor mannen en vrouwen, voor aanhangers van alle partijen in alle bondslanden. De angst is overal.

    De vraag is: hoe raken we die angst weer kwijt? 

    Als Josephine Teske vertelt over de mensen in haar gemeente die niet weten of ze in de winter de kachel kunnen stoken, hoe ze hun woning moeten betalen, moet ze soms huilen. Teske (36) kijkt naar het houten kruis dat voor een kale betonnen wand achter het altaar staat. Ze is dominee, hier in de Rogate-kerk aan de noordoostelijke rand van Hamburg. Rogate is Latijn en betekent ‘vraag’. ‘Het ergste,’ zegt Teske, ‘was toen een vrouw wanhopig bij mij kwam omdat ze niet meer wist hoe ze haar kinderen genoeg te eten moest geven.’

    ‘Vreest niet’

    Het overwinnen van levenscrises – de zielszorg – is al eeuwenlang een van de hoofdtaken van de kerken. Het geloof is sterk dat er uiteindelijk een paradijs op ons wacht – en niet dat er voor die tijd een wereld is die een klein mannetje aan een lange tafel in Moskou kapot zou kunnen bombarderen. ‘Vreest niet’, zegt God, zeggen de engelen, zegt Jezus.

    Toen een andere vrouw haar in september op sociale media schreef dat ze nog maar 3,50 euro had voor de resterende halve maand, dacht dominee Teske: Shit. Samen met haar zocht ze hulp bij consultatiebureaus en de voedselbank.

    Zielenrust

    ‘De toekomst ziet er stralend uit… als je er maar in gelooft!’ Het tweemaandelijkse blad L’Actualité uit Quebec wijdt zijn hoofdartikel van 5 december aan optimisme, dat een van de hoekstenen van geluk wordt genoemd. Volgens recent psychologisch onderzoek zou ongeveer de helft van een optimistische levenshouding genetisch bepaald zijn, terwijl de rest wordt beïnvloed door onze omgeving, onze levensomstandigheden en de manier waarop wij gebeurtenissen zelf interpreteren. En ‘het goede nieuws is dat je kunt leren het leven van de zonnige kant te zien’. Een van de adviezen die L’Actualité citeert is dat we onze mislukkingen of tegenslagen met een welwillende blik moeten bezien. Ook moeten we ‘concrete en meetbare actie in onze naaste omgeving ondernemen, zoals vrijwilligerswerk in onze wijk’, in plaats van te grote doelen na te streven; met het zweet des aanschijns los je de klimaatcrisis niet op. Het laatste advies dat wordt gegeven is het verrassendst: ‘Geef toe dat het leven tragisch is. We worden allemaal wel een keer getroffen door ongeluk. Wie dat erkent zal de weg naar zielenrust vinden.’

    Teske is niet zo’n geestelijke die problemen probeert op te lossen met bijbelcitaten. Ze ziet zichzelf als luisterend oor, als iemand die bemoedigt. Vooral jongvolwassenen en ouders delen momenteel hun angsten en zorgen met de dominee, die zich vooral inzet voor kinderen en gezinnen. Zo was er de beginnende studente die na de dienst klaagde dat ze geen betaalbare woning kon vinden. Of de kinderen die Teske vragen stellen over de oorlog en bang zijn dat ze net als de Oekraïense kinderen hun vaderland moeten verlaten. Teske luistert, zwijgt, is gewoon aanwezig. Dat is wat mensen in nood nodig hebben, zegt ze. Niet een of ander goed advies. ‘Ik zou het aanmatigend vinden om te doen alsof ik weet hoe een moeder zich voelt die niet meer weet hoe ze het in de winter warm moet krijgen.’

    Angst is ouder dan welke religie ook. Het is een van onze oerinstincten. De evolutie heeft ons gemaakt tot geciviliseerde wezens die steden bouwen, en auto’s waarin we tussen die steden heen en weer rijden; wezens die parlementen kiezen en diepvriespizza’s kopen, die in dierentuinen naar dieren kijken en slapen op ergonomisch perfecte matrassen; wezens die ziekten genezen en levens verlengen. Alleen de angst, daar heeft de evolutie ons niet van kunnen verlossen. 

    Wij zijn geprogrammeerd voor een constante inschatting van risico’s, dat is ons geluk en onze pech

    Bij het geringste teken van gevaar duurt het slechts een milliseconde tot waarschuwingssignalen de plek in onze hersenen bereiken waar angst ontstaat: de amygdala. Angst fungeert als het lichaamseigen alarmsysteem, zorgt als het erop aankomt dat we het overleven. Fight, flight or freeze: vechten, vluchten of doen alsof je dood bent. Het is een oeroud mechanisme in het lichaam, dat door de signaalstof adrenaline in werking treedt.

    Wij zijn geprogrammeerd voor een constante inschatting van risico’s, dat is ons geluk en onze pech. Want bij een vals alarm kunnen we de angst niet simpelweg uitschakelen. De kans dat iemand sterft op een lijnvlucht is ongeveer 0,0000005 procent; toch heeft een op de zes Duitsers vliegangst. Hoe irrationeel het scenario ook is, de angst ervoor is altijd heel reëel. De zwetende handen zijn reëel, de duizeligheid is reëel, net als het gevoel van onmacht.

    Je kunt de angst van mensen niet ontkennen. Je kunt alleen maar proberen ze van hun angst af te helpen.

    Levenscrises

    Ongeveer 15 kilometer van Teskes kerk zit Helen Charlotte Müller in haar kantoor in het Hamburgse Marien-ziekenhuis, waar twee rode stoelen staan; haar witte jas hangt naast de deur aan de kapstok. Müller (31) is psychotherapeut, ze werkt in de polikliniek. 

    Hier komen mensen die in crisis verkeren. Omdat ze niet meer weten hoe het verder moet, of omdat hun arts of hun vrienden en familie erop aandringen. Eerste hulp, dat klinkt als: even zien wat nodig is. Er wordt hier op afspraak gewerkt; op het psychotherapeutisch spreekuur moet Müller de urgentie van een behandeling inschatten. Eerste contact, noemt ze dat.

    Neologismen: Solastalgie en symbiotude

    De discussie over klimaatverandering en de gevolgen daarvan heeft een heel scala aan neologismen het licht doen zien.

    Zozeer zelfs dat twee Amerikaanse kunstenaars, Alicia Escott en Heidi Quante, het Bureau of Linguistic Reality hebben opgericht om deze neologismen te inventariseren en nieuwe te bedenken. Zo kun je bijvoorbeeld spreken van ‘solastalgie’, een term die de Australische filosoof Glenn Albrecht heeft gemunt om de ontreddering te beschrijven die wordt veroorzaakt door een verandering in onze omgeving of het verdwijnen van een troostrijke plek. Maar als tegenwicht tegen deze woorden die vertwijfeling uitdrukken heeft Albrecht ook een zachtaardiger woord bedacht, zoals hij in 2020 op het Australische onlinenetwerk The Conversation vertelde: ‘Om beter bestand te zijn tegen het gevoel van eenzaamheid [als gevolg van het ontregelde klimaat] heb ik het idee “symbiotude” bedacht.’ Deze term, die de antoniemen ‘symbiose’ en ‘solitude’ (eenzaamheid) met elkaar verbindt, herinnert ons eraan dat we moeten ‘nadenken en samenwerken met anderen om weer aansluiting te vinden bij het leven’. Kortom, dat we solidair met elkaar moeten zijn.

    Het gaat in deze gesprekken vooral om acute, individuele levenscrises, bijvoorbeeld een miskraam, de diagnose van een ernstige ziekte of het verlies van een dierbare. Als het gaat om een ziekte die behandeld moet worden, bijvoorbeeld een depressie, is er aansluitend een therapie, die in het ziekenhuis, deels klinisch of ambulant, kan worden gegeven. Meestal komen patiënten dan pas te spreken over algemenere problemen die hen in hun dagelijks leven bezighouden, zegt Müller. ‘De oorlog, corona of de inflatie: het zijn dagelijkse zorgen en angsten die in onze gesprekken langskomen, zoals waarschijnlijk ook overal elders. Maar in de regel zijn die niet de directe aanleiding waarom patiënten hierheen komen.’

    Veerkracht

    Dat is eigenlijk goed nieuws. Het getuigt van veerkracht in uitzonderlijke tijden. Ook de statistieken wijzen in die richting. Hoewel in onze wereld juist de crises met elkaar versmelten tot één grote kluwen van zorgen, is het aantal mensen dat jaarlijks te kampen heeft met angsten die behandeld moeten worden de laatste tijd redelijk stabiel gebleven; dat ligt op ongeveer 15 procent.

    ‘Bezorgdheid over de huidige oorlog of de economische situatie heeft niets te maken met angststoornissen,’ zegt ook Arno Deister, bondsvoorzitter van de actiegroep Psychische Gezondheid. ‘Controleverlies en onzekerheid, het gevoel iets niet meer in de hand te hebben: daaruit ontstaan vaak angsten.’ Je zorgen maken over de actuele situatie is daarom om te beginnen normaal. ‘Mensen met een angststoornis ervaren angst op een dieper niveau, dat zich onttrekt aan rationele overwegingen. Er is sprake van ziekelijke angst wanneer mensen bij angst niet meer in staat zijn hun gedachten en gevoelens te controleren, en als er een angst voor de angst ontstaat.’

    Dat doet enigszins denken aan de uitspraak van Franklin Roosevelt die de laatste jaren vaak werd geciteerd: ‘Het enige wat we te vrezen hebben, is de vrees zelf.’

    Dat klopt natuurlijk ook niet helemaal. Angst is niet alleen maar slecht. Angst kan een waardevolle helper zijn. In 1908 beschreven de Amerikaanse psychologen Robert Yerkes en John Dillingham Dodson de relatie tussen prestatievermogen en stressniveau, indertijd met behulp van muizen. Hun observaties leidden tot de zogenaamde wet van Yerkes-Dodson, die in een grafiek de vorm heeft van een omgekeerde U. Te weinig of te veel angst vermindert volgens die wet de prestaties, terwijl het hoogste punt, het moment van optimaal prestatievermogen, samenvalt met een gemiddeld angstniveau. Dat is de good anxiety, de goede angst. De Amerikaanse neurowetenschapper Wendy Suzuki heeft daar onlangs een boek aan gewijd. De boodschap: angst kan het beste uit onszelf halen, mits ze in de juiste dosis komt.

    Maar de waarheid is ook dat die prestatieverhoging, oftewel die zelfoptimalisatie door angst, niet voor iedereen is weggelegd. Neem nu de bankier die vertelt dat hij klanten heeft die voor een fortuin aan auto’s in de garage hebben staan, maar nu toch hun verwarming terugdraaien tot 19 graden, zodat de gasvoorraden niet te snel op raken.

    Voor de mensen die zich tot Bernd Siggelkow wenden is het beslist geen optie om de angst toe te laten. Die beheerst hun dagelijks leven al.

    Study with the couch Freud Museum London 18M0143
    Praktijk van Sigmund Freud met de legendarische sofa. Freud Museum, Londen. – © Wikimedia

    Siggelkow is de oprichter van kinderhulpcentrale Die Arche [De Ark]. Hij neemt al weken waar hoe de zorgen van ouders over inflatie groeien. Zijn medewerkers melden telefoontjes van huilende moeders die zeggen dat ze al dagen niets meer in de koelkast hebben. Verzoeken om levensmiddelen zouden toenemen, ook omdat de voedselbanken op veel plaatsen geen nieuwe klanten meer aannemen, zegt Siggelkow. Nu komen ook veel mensen die zich tot dusver schaamden naar de oude school in [het Berlijnse district] Marzahn-Hellersdorf, een van de negenentwintig vestigingen van Die Arche. 

    In het souterrain ruikt het naar eten. Aan een buffet kunnen kinderen en jongeren zich dagelijks een vers gekookte maaltijd laten opscheppen, zoals in een kantine. Daarbij zijn er dranken, een kleine salade, een toetje en fruit. Allemaal gratis. Met het dienblad in de hand zoeken ze een plaatsje aan de tafels. Van maandag tot en met vrijdag worden alleen al in de Berlijnse Arche-filialen dagelijks zeshonderd middagmaaltijden verstrekt. In heel Duitsland zijn het er bijna vijfendertighonderd. 

    Greta Thunberg

    ‘Soms vind ik het raar, omdat ik weet dat veel mensen gedeprimeerd zijn door de klimaatcrisis, maar ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Misschien omdat ik me nuttig voel,’ zei Greta Thunberg tegen de Süddeutsche Zeitung. De Duitse krant vroeg diverse mensen naar hun idee over geluk in tijden van crisis. De jonge Zweedse klimaatactiviste vertelde ook dat ze op haar negentiende soms moeite heeft met het nemen van beslissingen, maar dat de belangrijkste keuzes haar vaak juist het duidelijkst voor ogen staan.

    Siggelkow zet zich sinds 1995 in voor arme kinderen en hun ouders. Hij kent hun situaties. ‘Ik heb de indruk dat de mensen nu bedrukter en gespannener zijn,’ zegt hij. ‘Je kunt merken dat ze wanhopig zijn omdat ze achttien uur per dag worstelen met zorgen en problemen.’

    Onder de ouders die zich tot Die Arche wenden, zijn ook veel alleenstaande moeders die bang zijn dakloos te raken omdat ze zich een nabetaling of hogere bijkomende kosten niet kunnen permitteren. ‘Veel ouders zijn al eens hun woning kwijtgeraakt vanwege huurschulden,’ zegt Siggelkow. De kinderen dreigen dan in de opvang terecht te komen, dat is een veelbesproken thema in deze gezinnen. Als de belangrijkste taak van Die Arche ziet Siggelkow niet alleen de verdeling van levensmiddelen, maar ook de morele ondersteuning. ‘Veel arme gezinnen hebben niemand die naar hen luistert. Maar Die Arche is er al zevenentwintig jaar. De mensen weten: daar krijg ik niet alleen mijn brood, maar ook een mentaal opkikkertje.’

    Onder woorden brengen 

    Naar elkaar luisteren, elkaar serieus nemen: het klinkt misschien als een cliché, een holle frase. En toch, dominee Teske en psychotherapeut Müller zeggen ook dat een van de belangrijkste stappen tegen angst erin bestaat de mensen eerst eens hun zorgen te laten uitspreken. Ook Gabriele Stark, hoofd telefonische zielszorg van de katholieke kerk in Stuttgart, zegt: ‘Als de mensen hun zorgen onder woorden kunnen brengen en daarmee begrip vinden, los je al iets op.’

    Onze samenleving wordt aangetast door een soort geprikkeldheid

    Een partner hebben die niet oordeelt is ook uit wetenschappelijk oogpunt een belangrijke steunpilaar van mentale weerbaarheid, van dat wat psychologen resilience (veerkracht) noemen. Daar komen al die dingen bij waarvan we al weten dat ze helpen, maar die we toch zo zelden doen: bewegen, pauzes inlassen in het werk en in de hectische stroom van pushberichten, sociale contacten onderhouden. Beslissend is ook de zelfwerkzaamheid: beseffen dat je niet overgeleverd bent aan de situatie in de wereld, maar dat je de loop van je leven zelf kunt beïnvloeden.

    Gelatenheid lijkt niet zo moeilijk. In theorie.

    In de werkelijkheid neemt socioloog Stephan Lessenich waar hoe de steeds sneller op elkaar volgende crises ertoe leiden dat onze samenleving wordt aangetast door een soort geprikkeldheid. Over deze diagnose van de tijdgeest heeft hij onlangs een boek uit-gebracht, Nicht mehr normal: Gesellschaft am Rande des Nervenzusammenbruchs (‘Niet meer normaal: Samenleving op de rand van een zenuwinzinking’). Lessenich zegt: ‘Een uiting van deze fundamentele nervositeit is ook dat een afgewogen discussie over de inhoud nauwelijks meer mogelijk is. In plaats daarvan zien we snelle tegenwerpingen, snelle stellingnames, alles is heel opgewonden.’

    Op de vraag wat je zou moeten doen om de mensen van die nervositeit af te helpen, zegt hij: ‘Je zou eigenlijk beschermde ruimtes moeten scheppen waar mensen van gedachten kunnen wisselen over hun eigen zorgen, noden en angsten. Fysieke ruimtes waarin mensen elkaar ontmoeten en kunnen praten over de betekenis van wat er gebeurt, zonder dat ze elkaar meteen naar de strot vliegen.’ Dat doet denken aan plekken als de kerk van Teske, de telefonische zielszorg van Stark, de spreekuren van Müller, Die Arche van Siggelkow.

    Zelfs mensen met milieuangst nemen het er weleens van

    Onder de redenen voor neerslachtigheid neemt de klimaatcrisis een belangrijke plaats in. Het Duitse weekblad Die Zeit sprak met zes milieuactivisten van tussen de 20 en 62 jaar, die vertelden over hun manieren om op adem te komen en voor zichzelf te zorgen.

    ‘Angst is verlammend, ook die voor klimaatverandering’, begint Die Zeit. In deze periode van ‘gelijktijdige crises’ zien de klimaatactivisten tot hun wanhoop dat de ecologische crisis op de achtergrond raakt. Ze hebben dus ‘een stevige strategie’ nodig om de zaak weer vlot te trekken. Clara Mayer, een 21-jarige student geneeskunde in Berlijn en lid van de klimaatbeweging Fridays for Future, vertelt bijvoorbeeld aan het blad dat ze troost vindt in handenarbeid: ‘Soms heb ik alleen maar zin om te knutselen.’ Haar hobby heeft kortgeleden ‘een heel nieuwe dimensie’ gekregen. ‘Ik heb voor een vriend een adventskalender gemaakt in de vorm van een miniatuur-kamertje vol kerstversiering. Daar ben ik dagen mee bezig geweest.’

    Op diezelfde manier heeft Aimée van Baalen haar toevlucht gezocht tot tekenen en schilderen. Deze 22-jarige vrouw, die aanvankelijk tatoeëerder was maar daarna ‘voltijdsactivist’, legt wat haar dwarszit vast op het doek. ‘De oorlog in Oekraïne, al dat extreme weer van de afgelopen zomer, de mislukte oogsten en de watertekorten kan ik maar moeilijk van me afzetten. Maar als ik mijn creativiteit tot uitdrukking laat komen, kan ik mijn hoofd een beetje leegmaken.’

    ‘Alleen in boomtoppen voel ik me werkelijk vrij,’ zegt de 40-jarige Française Cécile Lecomte, die actievoert tegen kern- en kolencentrales. Ondanks haar handicap – ze heeft polyartritis – klimt ze in bomen om haar zinnen te verzetten. Jakob Blasel, een 21-jarige milieuactivist, zoekt afleiding in hardlopen: deze rechtenstudent, die tijdens de Duitse verkiezingen van 2021 op de kieslijst van Die Grünen stond, rent graag in zijn eentje grote afstanden om zijn geest leeg te maken. (Hij geeft ook eerlijk toe dat hij regelmatig naar ‘grappige filmpjes op TikTok’ kijkt.)

    Lichaam en geest zijn hecht met elkaar verbonden tijdens het beoefenen van tai chi, waarvan de 62-jarige Thomas Gärtner een liefhebber is. Deze oprichter van het collectief Omas for Future [‘Oma’s voor de toekomst’] noemt het een vorm van ‘bewegingsmeditatie’: ‘Als ik bezig ben met tai chi is mijn hele geest maar op één ding geconcentreerd, ik denk nergens anders meer aan. Elke beweging vereist de souplesse van een kat.’ Om enig tegenwicht te bieden aan ‘het slechte nieuws over de uitputting van de natuur’ doet de zestiger ook elke avond voor het slapengaan zijn best om ‘zich de goede momenten van de afgelopen dag te herinneren’, bijvoorbeeld dat hij naar wilde ganzen heeft gekeken of gewoon zijn kleinkinderen heeft gezien. ‘Het klinkt misschien vreemd,’ zegt de 20-jarige Helena Marschall, maar als ze studeert en zich overgeeft aan het plezier van het leren, vergeet ze haar milieuangst. ‘Als ik een uur per dag langer aan het klimaat besteed – met het risico dat ik de redenen voor mijn betrokkenheid vergeet – zal de planeet daar heus niet beter van worden,’ zegt ze.

    Of het perron van metrostation Emilienstrasse in Hamburg. Hier zit Christoph Busch – een tengere man met grijs haar, een ronde bril en een waakzame blik – achter het raam van zijn luisterkiosk. Op het perron tussen twee sporen in, omringd door de 8900 in- en uitstappers per dag, zit hij met een milde glimlach te wachten. Vierenhalf jaar geleden was het groot nieuws toen deze man hier een luisterkiosk opende. Dat iemand daar gewoon zat om te… luisteren, en niet meer dan dat – niet uit financieel belang en zonder enige bedoeling om voordeel te halen uit de ontboezemingen. Inmiddels is de luisterkiosk van Busch een vertrouwde verschijning. Om reden van discretie mag je de gesprekken niet afluisteren, maar Busch kan er wel over vertellen. 

    Zijn er nieuwe angsten? Nee, dat gelooft hij niet. Wat je hier merkt, is dat veel mensen voor corona, de inflatie en de Russische inval al kapot waren, velen leefden ook daarvoor al op de grens van hun krachten. Soms, wanneer er niemand binnenkomt, kijkt Busch naar de metrostellen en naar de reizigers die zich aan de lussen vasthouden. ‘Die vermoeidheid op de gezichten! Die uitputting!’ zegt hij. 

    Maar de mensen komen niet bij hem om te vertellen over hun hoge gasrekening. Dat soort alledaagse dingen is hoogstens de grondverf van de verhalen, achtergrondruis. Bij wat er verteld wordt gaat het meestal om privézorgen: teleurstellingen in de relaties met anderen, wonden van vroeger, kwetsuren uit de kindertijd. Hoogte- en dieptepunten in het leven, zegt Busch. Maar meestal dieptepunten. Zijn kiosk is dan een biechtstoel, een safe space voor de zorgen.

    Luisterend oor

    Dus hoe ernstiger de toestand in de wereld, hoe individueler de zorgen. Ja, dat zou je misschien kunnen zeggen, zegt Busch. ‘De angsten die nu gangbaar zijn, zijn vaak zo reusachtig en abstract en diffuus dat ze de mensen terugwerpen op zichzelf. Wat wil ik van het leven? Wat vind ik belangrijk? Wat is er misgegaan? Waar heb ik spijt van?’ vertelt hij, het hoofd steunend op zijn hand.

    En misschien schuilt daarin ook een belangrijk inzicht: dat, omgekeerd, vaak juist het ontbreken van een luisterend oor de angst nog versterkt, ja aanwakkert: het onbegrip, het ontkennen van angsten die er niet mogen zijn. Het morele oordeel over de angsten die ze desondanks toch hebben. Zo krijgen ze het gevoel dat ze door die angsten idioten worden die volkomen alleen staan met hun zorgen.

    ‘Je kunt niks anders doen dan het allemaal op je af te laten komen en het proberen te ontwijken’

    Bovendien is in uitzonderlijke tijden juist voortdurend solidariteit nodig. Maar betekent solidair zijn met elkaar niet ook dat je niet tegen elkaar moet opbieden met je angsten, maar die van de anderen moet erkennen als wat ze zijn: reëel?

    Voordat ik deze tekst schreef, belde ik nog een keer met mijn vader. Ik vroeg hoe het met hem ging. ‘Niet veel beter,’ zei hij. ‘Je kunt niks anders doen dan het allemaal op je af te laten komen en het proberen te ontwijken.’

    Hij zei ook: ‘Dat we nog zulke tijden moeten meemaken, dat zou ik ons allemaal niet hebben toegewenst.’ Ik zei: ‘Ik ook niet.’ Daar waren we het over eens. 

    Lees ook:

     

  • Februarinummer | Geluk, ondanks alles

    Februarinummer | Geluk, ondanks alles

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Onverschrokken passie

    » Gaat Colombia echt over op de legalisering van cocaïne?

    » Hoe gebruikers van een app wetenschappers helpen nieuwe soorten te ontdekken

    Redactioneel

    Rituelen

    Blijkt dat in tijden van crises, een oorlog, een pandemie of een persoonlijk drama de zoektocht naar geluk, dat begrip dat voor iedereen een eigen betekenis heeft, weer massaal ondernomen wordt. Ondertussen heeft nog niemand een toepasbare toverformule gevonden. 

    Om een betere – of andere – gemoedstoestand te bereiken, kan men de laatste decennia terecht bij de immer uitdijende zelfhulpindustrie. Boeken en cursussen genoeg die ons overal bovenop beweren te helpen. Mediteren, yoga, sporten in de buitenlucht, noem maar op. Het is allemaal goed voor het gemoed. Ook in het jaar 58 was het trouwens al bekend dat mentale en fysieke gezondheid nodig zijn om gelijkmoedig te kunnen leven. Om dat doel te bereiken werd toen ook al geadviseerd een dagelijkse wandeling in de natuur te maken en een boek te lezen.

    De behoefte aan ‘tijdelijke structuren om het leven te stabiliseren’

    De Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han voegt daar nog een belangrijke aanbeveling aan toe en zegt dat kunst een levensveranderende kracht heeft, omdat het nieuwe werkelijkheden kan scheppen die wellicht helpt om anders naar de (en je) wereld te kijken. Van Desmond Tutu weten we dat dansen en zingen hielp, om tijdens de getuigenissen voor de Waarheidscommissie het verdriet te vergeten. Al was het maar voor even. 

    Behalve de natuur, de kunsten, dansen en zingen noemen zowel Han als de Duitse socioloog Stephan Lessenich als remedie tegen angst en onzekerheid het belang van een fysieke ruimte waar mensen zich beschermd voelen en van gedachten kunnen wisselen. Nee, niet de kerk, maar ‘tijdelijke structuren om het leven te stabiliseren’. Dat kunnen in plaats van een daadwerkelijke plek ook bepaalde rituelen zijn, die de tijd even buiten de deur zetten, ‘die een dag anders maken dan andere dagen, een uur anders dan andere uren’, zoals de slimme vos zei tegen Le petit prince

    Volgens beide geleerden – en de vos – kan de leemte die ontstaat te midden van een deprimerende vloedgolf aan informatie een sterke behoefte aan ‘identiteitsgevoel’ aanwakkeren. Niet zo verbazend, want de kortetermijnpolitiek die tot in de naden van de samenleving is gekropen, werkt alles wat we op de lange duur juist zo nodig hebben tegen. Zoals onderlinge banden, integriteit, toewijding en het nakomen van beloften. Kortom, sociale praktijken die een gemeenschap bijeenhouden, die onderdak bieden los van tijd en plaats. En los van de sociale media die in dit opzicht helemaal zo sociaal niet zijn. 

    Katrien Gottlieb 

    gottlieb@360international.nl

    INT 23216 001 1 2
  • 2. Recepten voor geluk volgens de buitenlandse pers

    2. Recepten voor geluk volgens de buitenlandse pers

    Helpt het om samen te zingen, rechts te zijn of in Bhutan te wonen? Of alle drie? Een bewust eclectische keuze uit de recepten van de buitenlandse pers voor een gelukkiger leven.

    Op naar Bhutan?

    Door in 2008 een ‘nationale geluksindex’ in zijn grondwet op te nemen die de economische ontwikkeling en het welbevinden van de bevolking meet, heeft dit dwergstaatje in de Himalaya de reputatie van ‘gelukskoninkrijk’ verworven. Bovendien heeft het land een negatieve CO2-voetafdruk, schrijft het Japanse dagblad Nihon Keizai Shimbun.

    Door in te zetten op duurzame energie en door ontbossing voor commerciële doeleinden te verbieden slaagt het land erin meer broeikasgas op te nemen dan het uitstoot. Ook is er een belasting voor buitenlandse bezoekers ingevoerd om massatoerisme te voorkomen. Hoewel Bhutan een voorbeeld is op milieugebied en een bron van inspiratie voor mensen met milieuangst, leeft bijna een kwart van de bevolking er onder de armoedegrens. Ook hebben bepaalde minderheden het zwaar te verduren, vooral Nepalese vluchtelingen. Een nuancering is dus op zijn plaats: het is niet alleen maar rozengeur en maneschijn in dit geluksland…

    hieronymus bosch the garden of earthly delights garden of earthly delights 74b91f 1024
    ​​​​​​​ The Garden of Earthly Delights, het paradijs van Hieronymus Bosch. © Museo Nacional del Prado

    Laten we in vrijheid dansen en zingen!

    ‘Laten we het maar toegeven: wij zijn primaten die samen dansen en zingen’, schrijft het Australische blad The Monthly. Dansen en zingen behoorden overigens tot de eerste reacties op de coronapandemie, met ‘de Italianen die zongen op hun balkon en de zorgverleners die in hun beschermende kleding choreografietjes uitvoerden op de spoedeisende hulp’. Niet verwonderlijk dat het isolement deze behoefte heeft aangewakkerd, constateert Frederic Kiernan, lid van de studiegroep creativiteit en welzijn van de Universiteit van Melbourne: ‘Naar muziek luisteren, zingen en dansen zijn de drie doeltreffendste manieren om je beter te voelen.’

    Onze stemmen samen laten klinken, de mysterieuze ‘akoestische harmonie’, hoort bij de menselijke natuur. ‘Onze borst zwelt op van vreugde en al onze zorgen verdwijnen. Ons hart gaat sneller kloppen, we halen dieper adem, onze synaptische circuits lichten op als een discobal.’ Al duizenden jaren een beproefde manier om ‘uiting te geven aan onze vreugde over een geboorte’ en ‘ons verdriet te delen na een overlijden’, of om gewoon de tijd te doden ‘door tijdens een lange autorit oude liedjes te zingen waarvan we de woorden proberen terug te vinden in een hoekje van ons brein’. Zodat we het gevoel hebben ‘volop in het leven’ te staan.

    Le Paradis terrestre par Raphael Toussaint
    Het aardse paradijs van de Franse schilder Raphaël Toussaint. – © Wikimedia Commons

    Geloven in je zielenknijper

    In Stutz, een atypische documentaire die te zien is op Netflix, schildert de Amerikaanse acteur en regisseur Jonah Hill een portret van zijn psychiater en laat hij zien hoe diens werkwijze hem door diverse moeilijke periodes in zijn leven heen heeft geholpen. Een film vol humor, meent de Amerikaanse site IndieWire, die een beeld geeft van ‘de manier waarop mensen personen en dingen die hun leven hebben gered plegen te verheerlijken’. Al is het schrijven van zo’n liefdesbrief ook weer niet nodig, je om je geestelijke gezondheid bekommeren kan nooit kwaad.


    Luieren op een eiland

    In de kolommen van The Daily Telegraph uit Londen laat Mark Easton er geen twijfel over bestaan: het beste recept voor geluk is tijd op een eiland doorbrengen. Als auteur van een boek over dit onderwerp legt hij uit dat het eilandleven ons fysieke mogelijkheden voor geluk verschaft. Aan de ene kant impliceert het vertrek naar een eiland een zekere verwijdering. Deze ‘geografie van het isolement’ helpt om alles los te laten, zoals ‘feesteilanden’ als Ibiza die in de jaren zeventig in de mode raakten bewijzen. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk toont onderzoek aan dat mensen die het meest tevreden zijn over hun leven op de meest afgelegen eilanden wonen, zoals de Buiten-Hebriden en de Orkney-eilanden.

    Bovendien verkleint het uitzicht op de uitgestrekte blauwe zee en de horizon volgens ‘tal van wetenschappelijke artikelen’ de kans op depressie en stresshormonen. Wetenschappers verklaren dit fenomeen aan de hand van evolutionaire logica: ‘Nadat hij uit de bomen was afgedaald en zijn voedsel op de savanne was begonnen te verzamelen, bereikte de primitieve mens uiteindelijk de kust, waar hij een keur aan vis en schaaldieren ontdekte die rijk waren aan gezonde oliën en vetten.’ Onderzoek heeft aangetoond ‘dat rechtstreeks fysiek contact met het aardoppervlak een positieve invloed heeft op de menselijke gezondheid’. Conclusie: aarzel niet, ga naar een eiland, kijk naar de zee, eet vis, loop over het zand en wees gelukkig.

    Adam et Eve au Paradis Terrestre
    Adam en Eva in de Hof van Eden. – © Peter  Wenzel/Wikimedia Commons

    Moet je rechts zijn om gelukkig te worden?

    De Britse site UnHerd legt aan de hand van grafieken uit dat progressieve mensen minder gelukkig zijn dan conservatieve. Dat is de conclusie van de editie 2022 van de American Family Survey, die sinds 2015 door een peilingbureau wordt uitgevoerd voor de site Deseret News in de conservatieve staat Utah. Linkse mensen zouden 15 procent minder gelukkig zijn dan rechtse, en het verschil tussen de twee groepen valt vooral op bij vrouwen. Volgens de studie, die soms met een korreltje zout moet worden genomen, ‘is er bij conservatieven van tussen de 18 en 55 een 20 procent grotere kans dat ze getrouwd zijn, en een 18 procent grotere kans dat ze gelukkig zijn met hun gezin. Daaruit valt een duidelijke les te trekken: huwelijk en gezin zijn een belangrijke voorwaarde voor geluk en geestelijke gezondheid.’ Lekker dan voor vrouwen die blij zijn dat ze vrijgezel zijn en/of geen kinderen hebben.

    lookandlearn.com YR0168192
    Adam en Eva in het paradijs van de Belgische tekenaar Johann Sadeler. – © Rijksmuseum

    De pure vreugde van de madeleines van Proust

    De aaneenschakeling van feestmalen aan het eind van het jaar is het ideale moment om je te verdiepen in het plezier dat voedsel ons verschaft. Meer dan door de kwaliteit van de gerechten wordt dat plezier veroorzaakt door ‘herinneringen die we eraan hebben’, meldt The New York Times. ‘Met Thanksgiving,’ schrijft de journalist, ‘kan ik niet zonder de geprakte aardappels met room van mijn moeder’, een gerecht dat ‘een jaarlijkse portie pure vreugde’ verschaft. Dit alles stoelt op een wetenschappelijke basis: studies tonen aan dat wij een voorliefde hebben voor gerechten die ons als kind zijn voorgezet door degenen die voor ons zorgden. Soms is alleen de geur al voldoende om ons serotoninegehalte te doen toenemen. Proust heeft de wetenschap niet afgewacht. Voor hem had eenvoudig hapje in thee gedoopte madeleine ‘de wisselvalligheden, de rampen en de kortheid van het leven op slag onverschillig, ongevaarlijk en illusoir gemaakt, op dezelfde manier als de liefde te werk gaat’.*

    *Uit Swanns kant op, vertaling Martin de Haan en Rokus Hofstede.

    F0427 Louvre Le Tintoret Le Paradis INV570 rwk
    De kroning van Maria, door de Italiaanse schilder Tintoretto. © Wikimedia Commons

    Hoeveel vrienden heb je nodig om gelukkig te zijn?

    Volgens antropoloog Robin Dunbar, geciteerd door The Telegraph, zijn echte vrienden op de vingers van één hand te tellen.

    Gemiddeld aantal vrienden:

    – Van 18 tot 24 jaar: 7,6

    – 55 jaar en ouder: 4,8

    Waar ontmoet je je vrienden?

    – Op school: 41%

    – Op het werk: 44%

    Hoelang duurt het voordat: 

    – een kennis een vriend wordt: 34 uur

    – die vriend een goede vriend wordt: 90 uur


    Dromen van een toekomst zonder patriarchaat

    Joanna Russ was een sciencefictionauteur en een bekend literair recensent. Ze merkte op dat vrouwelijke sciencefictionauteurs ‘net als hun politieke evenknieën werden verbonden door gemeenschappelijke doelstellingen en hun kunst gebruikten om de grenzen van de patriarchale cultuur bloot te leggen en gelijkwaardigere oplossingen voor te stellen voor iedereen’. Deze vrouwelijke auteurs stelden zich graag een toekomst voor die was bevrijd van het patriarchaat.

    De site Literary Hub heeft precies de goede pagina’s overgenomen van de bloemlezing over vrouwelijke sciencefictionauteurs die is samengesteld door Lisa Yaszek. Die legt daarin uit dat vrouwen vanaf de jaren zeventig zichtbaarder en talrijker zijn geworden in dit literaire genre. In die tijd ‘begonnen vrouwen zich voor het eerst als een politiek en esthetisch coherente groep te presenteren door het creëren van een nieuwe speculatieve kunstvorm die weldra bekend zou worden als feministische sciencefiction’. Een postpatriarchale of antipatriarchale wereld in de vorm van een literaire utopie en een politiek project waarvan iedereen, man of vrouw, gelukkiger wordt.

    Le Paradis Maurice Denis IMG 8177.JPG
    Le Paradis van de Franse schilder Maurice Denis. © Wikimedia Commons
  • Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

    Hier, in Finland, woont het gelukkigste volk ter wereld

    De Finnen zijn het meest tevreden volk ter wereld. Hoe krijgen ze dat jaar na jaar weer voor elkaar? We nemen een kijkje in het noorden, waar ze alles beter doen dan in de rest van de wereld – tot postzegels ontwerpen aan toe.

    Onze zoektocht naar het geluk eindigt waar hij nooit had moeten eindigen: in een cliché. Aan een Fins meer in een zacht avondzonnetje, op een eenzame bank onder de dennenbomen, terwijl ik zojuist uit de hitte van de sauna ben ontsnapt en de damp van me afslaat, ben ik volmaakt gelukkig. Hier woont het gelukkigste volk ter wereld, in Finland, aan de noordrand van Europa. Dat heeft de Verenigde Naties in zijn World Happiness Report (WHR) voor de derde keer achtereenvolgende keer bevestigd.

    Ons bezoek aan dit 5,5 miljoen zielen tellende volk begon een goede week geleden op een plaats waar die dag de hemel dichtbij is: als de zon doorbreekt, ligt er over het vliegveld van Helsinki een schittering, zo stralend en pijnlijk helder als je verder alleen op de Tibetaanse hoogvlakte ziet. De Oodi, de nieuwe centrale bibliotheek van Helsinki, ziet eruit als een geschenk uit een andere wereld. Aan de rand van het dak van de Oodi, nog dichter bij de hemel, staat Antti Nousjoki, de architect, en wijst naar de mensen die in de stralen van de herfstzon zitten te lezen. ‘Zo’n balkon als dit is voor ons Finnen belangrijk,’ zegt hij, ‘ook al kunnen we het maar een paar dagen per jaar gebruiken. Alle andere dagen zitten we binnen, kijken naar buiten op het balkon en dromen.’

    Het land deed zichzelf voor zijn honderdste verjaardag een bibliotheek cadeau die is uitgeroepen tot de beste van de wereld. De spiegelglad gepoetste onderzijde van de Oodi wordt wel vergeleken met een houten scheepsromp, de bovenkant lijkt op een in glas gevat pak opgewaaide sneeuw. Op de lichte bovenverdieping liggen hier en daar mensen op hun buik te lezen, andere zijn met hun boek in een van de witte ‘Ball Chairs’ gekropen. Op de als de boeg van een schip hoog oprijzende, uitstekende punt van het dak poseren twee blonde tienermeisjes in artistiek gescheurde spijkerbroeken voor een selfie. Antii Nousjoki wijst uit het raam naar de overkant van het grote plein: ‘Kijk, het parlementsgebouw, de tempel van de democratie. We hebben de Oodi zo gebouwd dat we ons op ooghoogte met het parlement bevinden.’

    b 730 c2938d19 f8fa 499d a72e 2bb8b148de67 1

    De Oodi vormt het hart van de hoofdstad en heeft het kwakkelende winkelgebied afgelost als Helsinki’s zenuwcentrum. ‘Er wordt hier weer meer gewoond dan gewinkeld,’ zegt de architect. Het verhaal van de Oodi is ook het verhaal van een land en zijn bibliotheken.

    Het is zinnig om op deze plek onze zoektocht naar het geluk van de Finnen te beginnen. In Finland is al jaren een speciale bibliotheekwet van kracht. In 2016 werden de bibliotheken bijna 50 miljoen keer bezocht en leenden ze 68 miljoen boeken uit. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat 3,7 keer per jaar naar een bibliotheek (2019). 

    De Oodi heeft 100 miljoen euro gekost. Dat is veel geld. Maar iedere inwoner van Helsinki voelt zich mede-eigenaar. De Oodi is het nieuwe forum en de nieuwe woonkamer van de stedelijke samenleving. Bibliotheken waren, vermoedelijk vanwege het slechte weer, altijd al ontmoetingsplekken, waar je je vrienden tegenkomt en ook advies kunt vragen. ‘Als je het vraagt zouden de bibliotheekmedewerksters je zelfs helpen je belastingaangifte in te vullen,’ zegt Antii Nousjoki.

    De bovenverdieping is gereserveerd voor de boeken, maar in een Finse bibliotheek kun je al heel lang ook boormachines en ander gereedschap lenen. Als je het binnenste van de Oodi betreedt, kun je onder de stalen brugconstructie musici met een elektrische gitaar of een viool tegenkomen, die onderweg zijn naar een van de muziekstudio’s. Naast de naaimachines staan 3D-printers en op de traptreden voor de fotoprinters zit een groepje flyers te maken voor een concert. stadsatelier, staat er op een bord. Achterin bevindt zich een complete professionele keuken. ‘Mijn schoonvader heeft zijn verjaardag hier gevierd,’ zegt Antii Nousjoki. ‘Weet u, wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen, en ook omdat we een egalitaire samenleving zijn.’

    De Oodi staat voor het nieuwe Helsinki, het Finland dat niet meer de rafelrand van Europa is, maar in veel opzichten een voortrekker en een voorbeeld. De Oodi, zegt Nousjoki, ‘is de uitdrukking van dat nieuwe zelfbewustzijn’.

    Ze moeten nog wel een beetje wennen aan hun nieuwe zelfbewustzijn. Toen in het World Happiness Report van de VN de Finnen in 2018 voor het eerst werden uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, reageerden ze tamelijk verbaasd. Wij? Gelukkig?  Serieus?

    Nogal een contrast met de Denen, die de jaren ervoor een abonnement op de eerste plaats leken te hebben en op hun status als zondagskinderen graag luchtig reageerden met: wie anders? Denemarken was ook de bakermat van de hygge, een hype die met zijn openhaardengezelligheid een reactie was op het verlangen naar kleinburgerlijkheid in een steeds chaotischer wereld.

    Ook op dat vlak voeren de Finnen nu de troepen aan: ze hebben de wereld kalsarikännit geschonken, de ‘uit Finland afkomstige ontspanningstechniek’ (Wikipedia) die gewoon betekent: ‘thuis dronken worden in je ondergoed’. Het World Happiness Report was niet de eerste wereldranglijst waar Finland de afgelopen jaren bovenaan eindigde. En zoals wel vaker verdeelde het de tobberige Finnen in een deel dat de onderzoeksmethode ter discussie stelde en een deel dat de blijde boodschap omhelsde maar die meteen bedolf onder een waslijst van de grootste misstanden in het land. 

    ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op’

    Op een paar minuten lopen van de Oodi spreken we Nasima Razmyar in haar kamer op het stadhuis met uitzicht op de haven. Op haar bureau ligt het laatste nummer van een vrouwentijdschrift waar ze op de cover prijkt. Als locoburgemeester van Helsinki is sociaaldemocrate Nasima Razmyar verantwoordelijk voor sport en cultuur. Ze vertelt over internationale conferenties waar haar delegatie plastic mapjes uitdeelt waarop in een hoekje is geprint: Gelukkigste land ter wereld. ‘Maar in zulke kleine lettertjes dat je het amper kunt lezen.’

    Finnen maken zich graag onzichtbaar. Dat komt ook door de geschiedenis van Finland, denkt ze: al die bezettingen, de oorlogen, de bloedige burgeroorlog van 1918. ‘Wij Finnen denken altijd dat als we ons ergens op verheugen, er vast en zeker iets misgaat. Dus verheugen we ons maar liever nergens op.’

    Razmyar praat met veel gebaren en een aanstekelijke lach, je merkt meteen dat ze een ander temperament heeft dan de meeste Finnen. Razmyars familie komt uit Afghanistan, haar vader was vroeger ambassadeur in Moskou. In 1993 is het gezin naar Finland gevlucht, Nasima was toen acht. ‘Koud was het in het vluchtelingenkamp ergens in het noorden van Lapland, koud en donker.’ Ze moesten met niets beginnen. ‘Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat we arm waren of dat het me aan iets ontbrak. Misschien is het mooiste aan Finland wel dat iedereen hier gelijke kansen heeft, wie of wat je ook bent.’

     ‘Wij Finnen betalen graag belasting, omdat we weten wat we ervoor terugkrijgen’

    Nog niet zo lang geleden was Finland een van de armste landen van de wereld. ‘Weet u, wij hebben geen historie van macht en rijkdom, zoals Denemarken en Zweden,’ zegt Razmyar. Dat Finland bovenaan zoveel ranglijstjes staat, heeft alles te maken met het uitstekende, door de gelijkheidsgedachte bepaalde onderwijssysteem. En met de bibliotheken. 

    Razmyar heeft haar halve jeugd in de plaatselijke bibliotheek doorgebracht. ‘Ik hield van de geur daar en van de vrouwen, bij wie je altijd welkom was.’ Als tienjarige werd haar door een van die vrouwen haar venster op de wereld overhandigd: ‘Ik stond met grote ogen te kijken toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg. Echt, mag ik alles lenen? Voor niets?’ Zo ontwikkelde het vluchtelingenmeisje zich tot Finlands eerste parlementslid van Afghaanse afkomst en vervolgens tot locoburgemeester die verantwoordelijk is voor alle bibliotheken in de hoofdstad. 

    Dat de Denen gelukkig waren verbaasde destijds niemand. Het kostte de Finnen daarentegen lange tijd moeite om los te komen van hun reputatie als, nou ja, Finnen, uit het zwart-witte land in het noorden. Alsof het allemaal figuranten zijn in een Aki Kurismäkifilm, waar stoïcijnse gestalten de eeuwige winter en de somberte van hun ziel berustend en laconiek aanvaarden met behulp van hectoliters Koskenkorva-wodka en een merkwaardig gevoel voor humor. In dit cliché-Finland plegen mensen zelfmoord en zwijgt de rest in twee talen, zoals Bertolt Brecht ooit opmerkte, het Fins en het Zweeds namelijk, de twee landstalen. 

    Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen

    In werkelijkheid zijn Finnen praatgrage mensen; tenminste als ze iets te melden hebben. En in werkelijkheid is het aantal zelfmoorden drastisch afgenomen, met 13 zelfmoorden per 100.000 inwoners ligt het ongeveer op het niveau van Nederland (12,5). Alcoholgebruik en depressiviteit vormen nog wel een probleem, maar niet meer in dezelfde mate als voorheen.

    Inmiddels hebben de VN de Finnen voor de derde keer achtereen uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld, waarbij het verschil met de landen na hen, de andere noordse landen voorop, groter is geworden. En dat terwijl Finland het armste land van Noord-Europa is. Het rijkste is Noorwegen, dat gemeten naar nationaal product per hoofd wereldwijd op de zesde plaats staat. Finland staat 21e. Steeds meer Finnen beginnen te wennen aan de gedachte dat ze hun geluk niet meer kunnen ontkennen.

    Meest tevreden 

    Het is vrij zeker dat geluk niet het juiste woord is. Waarschijnlijk zijn de Finnen gewoon het meest tevreden volk op aarde. ‘Goede landen produceren geen geluk,’ zegt Heikki Aittokoski, journalist en schrijver van Het eiland van het geluk; een reis naar een perfecte samenleving (niet in het Nederlands vertaald), Hij is kortgeleden de wereld rondgereisd op zoek naar het recept voor de perfecte samenleving. ‘Maar ze zorgen ervoor dat alle factoren verdwijnen die iemand ongelukkig kunnen maken. En daarin zijn de noordse landen en Finland verdomd goed.’

    Aittokoski woont in Espoo, de tweede stad van Finland, die bijna aan Helsinki vastgegroeid zit. En toch is het maar twintig minuten met de auto of we staan midden in een groot bos, aan de oever van een eenzaam ven. ‘Ik kom hier bijna elke dag om hard te lopen en te zwemmen,’ zegt Aittokoski.

    Voor de meeste Finnen, zegt hij, is dicht bij de natuur zijn de bepalende factor voor hun welbevinden. Goed functionerende democratische instituties, een ruimhartige welvaartsstaat, nauwelijks corruptie, gelijke kansen voor iedereen, seksengelijkheid, een hoog opleidingsniveau, sociale cohesie, en een grote vrijheid bij belangrijke levensbeslissingen. De noordse landen bezitten volgens het WHR al deze ingrediënten voor een gelukkig leven. Wat de Finnen van hun buren onderscheidt, is dat zij de afgelopen honderd jaar als enigen overheerst zijn geweest. Anders dan de Denen, Noren en Zweden hebben ze nooit een eigen aristocratie gehad, het gelijkheidsdenken is daardoor buitengewoon sterk ontwikkeld. En ze hebben altijd lagere verwachtingen gehad dan de anderen, zegt Heikki Aittokoski. ‘Wij zijn met weinig tevreden.’

    In café Engel, tegenover de Dom, hebben we afgesproken met psycholoog en filosoof Frank Martela (38). Hij is een van de auteurs van het laatste WHR-rapport. ‘De Finnen hebben een melancholiek zelfbeeld, misschien vinden ze het daarom ook moeilijk in hun eigen geluk te geloven,’ zegt hij. ‘Kijk maar naar de muziek die hier populair is: tango, heavy metal. Heel anders dan de Zweden met hun feelgoodpop.’ In 2019 had Finland 70 heavy metalbands per 100.000 inwoners, meer dan vier keer zoveel als Duitsland, ook dat is een wereldrecord.

    ‘Natuurlijk luister ik er ook naar, het is louterende muziek. Als je je beroerd voelt, schreeuw je je pijn gewoon weg. In ons land is generaties mannen bijgebracht dat ze nooit hun gevoelens mogen laten zien.’ Nee, zegt Martela, vreugdeuitbarstingen zul je in Finland niet gauw meemaken. En nog altijd is klinische depressie hier een groter probleem dan in veel andere landen. Paradoxaal genoeg geldt ook: ‘Als geluk betekent dat je stilletjes tevreden bent met je leven, is er op de wereld geen betere plek dan Finland.’

    Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen

    Er gaat vrijwel geen week voorbij zonder dat er een onderzoeksrapport verschijnt dat aantoont dat de Finnen in alles beter zijn dan iedereen. Zij hebben de schoonste lucht en het schoonste water. Zij wonen op het veiligste platteland ter wereld, hebben de laagste analfabetismecijfers, scholen en universiteiten zijn gratis en behoren tot de beste ter wereld. Nergens in Europa, zo heeft de Europese Commissie vastgesteld, gaat het beter met de digitalisering. Zelfs de verkiezing van de mooiste postzegel ter wereld is afgelopen jaar gewonnen door een Finse deelneemster.

    Alle pogingen om het Finse geluk te verklaren, beginnen en eindigen met deze vergelijking: samenlevingen waarin men elkaar en de instituties vertrouwt, zijn het gelukkigst. Als je de enquêtes mag geloven, hebben burgers in Europa nergens meer vertrouwen in elkaar, de politiek, de politie en de media dan in Finland. ‘Wij Finnen vinden onszelf betrouwbaar en we vertrouwen op anderen,’ zegt Frank Martela. ‘En op dit moment hebben we ons vertrouwen in Sanna Marin gesteld.’ 

    22006952 0 image a 118 1575896035716

    Sanna Marin, de jongste vrouwelijke premier van de wereld. Een jonge, linkse sociaaldemocrate, die duidelijke taal spreekt en op transparante wijze regeert. Een politica wier moeder samenwoont met een vrouw. Een 34-jarige regeringsleider die foto’s van zichzelf op Instagram plaatst terwijl ze haar baby voedt en die aan het hoofd staat van een coalitie waar alle vijf de partijleiders jonge vrouwen zijn. In Finland kijken ze overigens meer op van de buitenlandse verbazing over Marins vrouwenregering dan van die regering zelf.

    De nieuwe regering werd in elk geval vlak na haar aantreden overvallen door de coronapandemie en heeft die tot dusverre koel en efficiënt onder controle weten te houden. Finland heeft wereldwijd het minste aantal doden door covid-19; op het moment dat we dit schrijven 63 per miljoen inwoners, terwijl het er in Duitsland bijna twee keer zoveel zijn en in Zweden meer dan negen keer zoveel. Tegelijkertijd heeft de economie veel minder te lijden dan in de rest van Europa. Toen de Zweedse premier begin oktober aan Sanna Marin vroeg hem op de EU-top in Brussel te vertegenwoordigen, verscheen de Zweedse krant Expressen met het dringende verzoek aan de Finse premier meteen maar de hele Zweedse regering een tijd over te nemen. ‘Onder leiding van de Finnen gaat alles gewoon beter.’

    En zo heeft Finland vorig jaar Zweden afgelost als coolste land van het noorden. De veel bewonderde en benijde Zweden die Finland zeshonderd jaar overheerst hebben tot de Russen de macht overnamen. ‘Het moment dat we merkten dat we de Zweden verslagen hadden, was het moment dat wij de gelukkigste mensen ter wereld werden,’ zegt Stan Saanila. Saanila maakt samen met André Wickström het satirische programma Dit hier voor de publieke zender YLE. ‘O, die Zweden,’ zegt collega Wickström instemmend, ‘zij leggen de lat voor de Europeanen wel erg hoog.’ Saanila: ‘Ze zijn zo goed gekleed, en ze ruiken altijd zo lekker.’

    Saanila en Wickström zitten in de kantine van YLE in het noorden van Helsinki. Het gesprek is af en toe onverstaanbaar door de heavymetalmuziek en de classic rock die uit de speakers komt. Maar Saanila’s gelach overstemt elk gitaarloopje. Ze behoren allebei tot de Zweedse minderheid, maar beschouwen zichzelf als echte Finnen. De verhouding tot de voormalige Zweedse overheersers is altijd ingewikkeld geweest. Finland was lang straatarm en tot kort na de Tweede Wereldoorlog nog een agrarisch land. In de jaren vijftig en zestig zijn meer dan een miljoen Finnen naar Zweden getrokken om werk te zoeken. 

    Saanila: ‘De Zweden hadden sinaasappels en bananen en chocolade. En wij een waslijst aan herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie. Ik bedoel: zij hadden een eigen automerk! Volvo!’

    Wickström: ‘En wij reden nog steeds in een Moskowitz. Of een Wartburg. Of een Lada.’

    Saanila: ‘Wanneer dat is veranderd? Vorige week woensdag geloof ik,’

    Mijlpalen in de collectieve herinnering van een land dat geleerd heeft trots op zichzelf te zijn. In 2006 bijvoorbeeld: ‘Hard Rock Hallelujah!’ Lordi won het Eurovisie Songfestival, het was een echt huzarenstukje om met een als figuren uit een griezelfilm uitgedoste metalband het meest authentieke optreden neer te zetten. 

    Nog belangrijker, tien jaar eerder, in 1995, de finale van het wereldkampioenschap ijshockey, Finland-Zweden: 4-1. Finland won. In Stockholm. ‘We waren verbijsterd,’ herinnert André Wickström zich, ‘hoe bestond het?’ Sommige Finnen kijken nog elk jaar naar de herhaling van die wedstrijd en kennen het originele commentaar woord voor woord uit het hoofd. 

    Er zijn meer van die mijlpalen. Nokia werd een wereldconcern en is dat ondanks de crash in de mobiele telefonie gebleven, nu als producent van netwerken. Helsinki werd Culturele hoofdstad van Europa. En ondanks het gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelde zich iets wat ons tot nu toe vreemd was: optimisme. 

    Saanila: ‘De ban was gebroken…’

    Wickström: ‘…en er ging een wereld aan mogelijkheden open.’

    Saanila: ‘Onlangs vond een politica van de Centrumpartij dat het tijd werd dat Finland een eigen ruimtevaartprogramma kreeg.’

    Ze proesten het uit.

    Vrouwen en mannen

    Burgemeester Nasima Razmyar zei: ‘Achter het Finse succesverhaal staan vrouwen.’ En achter de vrouwen staan mannen als die van Razmyar, die het helemaal niet raar vinden om voor de baby te zorgen en die elke dag naar haar werkkamer te brengen, zodat ze hem de borst kan geven voeden. Maar achter de Finse vrouwen staat vooral de verzorgingsstaat met bijbehorende instellingen. Zoals de organisatie van Tiina Ivakko, met wie we vanwege het coronavirus in een park hebben afgesproken.

    Ivakko struikelt bijna over haar woorden: ‘Ik vertel het graag. Want het is belangrijk.’ Ivakko geeft leiding aan een kinderopvangcentrum in de wijk Kalasatama, dat 24 uur per dag, zeven dagen per week open is. Twintig leidsters passen er op alles bij elkaar vijfenzeventig kinderen, waarvan de jongste tien maanden is. Het zijn vooral alleenstaande moeders en vaders die hun kinderen naar Ivakko brengen. Vaak werken ze ’s nachts of in het weekend, in een restaurant of ziekenhuis bijvoorbeeld. Soms zijn ze drie dagen achterelkaar aan het werk, zoals de stewardess die naar New York vliegt. Elke week kunnen de klanten hun rooster doorgeven om hun uren bij Ivakko te kopen. De staat heeft bepaald dat een Fin nooit meer dan € 289 per maand hoeft te betalen.

    Alleen al in Helsinki zijn er zes van deze 24-uurs kinderopvangcentra. Haar medewerksters zijn telkens weer verbaasd als buitenlandse bezoekers verbaasd zijn over hun organisatie. ‘Voor ons is het vanzelfsprekend, al meer dan dertig jaar. In Finland werkten de vrouwen altijd al.’

    De grootmoeder van Ivakko werkte, haar moeder ook, ze gaf haar hele leven leiding aan een van de openbare speelplaatsen waar schoolkinderen tussen de middag ook eten krijgen. ‘Aha,’ zegt Ivakko, ‘heb je dat in Duitsland ook al niet?’ In Finland, zegt ze, was de gelijkstelling van de geslachten gewoon noodzaak. Het was een arm land met maar weinig mensen, het kon zich niet veroorloven vrouwen thuis te laten zitten. 

    Ten slotte zegt Ivakko: ‘Zo, en voor u nu gaat denken dat dit het paradijs op aarde is, vertel ik u dat mijn dochter van 22, die op het ogenblik vorkheftruckchauffeur is in een fabriek, meer verdient dan onze leidsters.’ Afgelopen zomer heeft Ivakko een vacature geplaatst, er kwam niet één sollicitant. ‘Onze beroepen worden niet op waarde geschat, dus soms gaat er in Finland iets goed mis.’

    Donkere wolken aan de hemel zijn er dus ook. Een land lijkt tegenwoordig niet zo gelukkig te kunnen zijn, dat het geen rechtspopulisten voortbrengt. In Finland is dat de Finse Partij, voorheen de Ware Finnen, die het ressentiment tegen buitenlanders en de ‘stedelijke elites’ aanwakkert. De nieuwe premier heeft het vaak over de tekortkomingen bij de gelijkberechtiging. In 2017 verdienden Finse vrouwen gemiddeld 17,3 procent minder dan hun mannelijke collega’s, de kloof is groter dan gemiddeld in Europa. Het aantal aangiftes wegens huiselijk geweld nam in 2019 toe. En ondanks het voorbeeldige kinderopvangsysteem willen Finse vrouwen niet meer kinderen krijgen: het geboortecijfer ligt met 1,35 veel lager dan in de andere noordse landen.

    De redenen daarvoor zijn ook voor de Finnen een raadsel. Ligt het aan het vooruitzicht hun kinderen naar scholen te moeten sturen waarvan de reputatie achteruitgaat? In de meest recente Pisa-studie staan de Finnen niet meer op de eerste plaats, zoals in de eerste Pisa-studie begin eenentwintigste eeuw, ook nemen de verschillen tussen arme en rijke kinderen toe, waarover in het hele land veel te doen is. ‘Tenslotte zit gelijkheid in ons DNA, privéscholen hebben we hier dan ook niet,’ zegt Marjaana Ajanto, die lesgeeft op een gymnasium in Espoo. ‘Neem bijvoorbeeld Sanna Marin. Ze is superslim, maar ze was een gewoon meisje uit Tampere. In Finland kan iedereen alles worden, ook premier.’

    Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel

    Maar de Finnen zitten bij de Pisa-scores nog steeds in de topgroep. En ze zijn de enigen die ook bij tevredenheid over hun leven heel hoog scoren. Als de pandemie een stresstest is voor de constitutie van de samenleving en haar instituties, dan slaagt niet alleen de Finse staat, maar slagen ook de Finse scholen met vlag en wimpel.

    ‘Dat houdt absoluut verband met het feit dat wij dol zijn op nieuwe technologieën,’ zegt Marjaana Ajanto. ‘Sinds Nokia is dat onderdeel van ons succesverhaal.’ In de Digital Economy and Society Index 2020 van de Europese Commissie is Finland de ‘digitale leider’ onder de 27 Europese landen. Finland, zegt het persbericht, slaagt er buitengewoon goed in ‘innovatief denken te combineren met maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Voordat Ajanto lerares werd, werkte ze aan online platforms voor de Finse omroep en bij Microsoft. Nu geeft ze Engels, marketing en technologie. Ze heeft een missie, zegt ze: ‘Ik wil dat alle meisjes goed op de hoogte zijn van de nieuwe technologieën.’

    Ook op haar school zijn bezoekers vanwege corona niet toegestaan, dus spreken we af in het centrum van Helsinki. Net als de andere geïnterviewden voldoet ook Ajanto helemaal niet aan het cliché van de koele Finse. Op een bepaald moment springt ze op van haar caféstoel en loopt naar buiten. Ze doet het interview liever in looppas. Tijdens een geïmproviseerde stadsrondleiding showt ze ons tegelijkertijd het chique openluchtzwembad in de haven en de ‘Wilma’-app op haar telefoon.

    ‘Wilma’ is al meer dan tien jaar het digitale communicatieplatform voor leerlingen, leraren en ouders. ‘Kijk, er komt net een berichtje binnen van een meisje dat haar wiskundeboek kwijt is,’ roept ze. ‘Wilma’ was een van de redenen dat de Finse scholen snel konden overschakelen naar onderwijs-op-afstand. Leerlingen die geen laptop hadden, kregen er een van school.

    Elke morgen om half negen legt Marjaana Ajanto via een videoapp contact met haar leerlingen. Ze heeft een tijd in Berlijn gewoond. ‘Ik weet nog dat ik in Berlijn vaak dacht: Pardon? Alweer geen internet? Wat een onzin, zit ik soms in Afrika?’ Finland is een dunbevolkt land en al twintig jaar geleden begonnen met digitaal onderwijs op afstand. ‘Tenslotte heeft iedereen recht op onderwijs, toch?’ zegt ze.

    We zijn met de trein onderweg naar de laatste pleisterplaats op onze reis naar het geluk. Buiten wisselen meren, dennen, sparren en berken elkaar af. Finland telt 187.888 meren, driekwart van het grondoppervlak is bos. Tampere, twee uur van Helsinki, is de geboorteplaats van de premier, een arbeidersstad die zichzelf met universiteiten en high tech opnieuw aan het uitvinden is. Uiteraard is de stad omgeven door water en bossen. 

    Sauna’s

    Er zijn hier meer dan vijftig openbare sauna’s. De oudste is de Rajaportti in de wijk Pispala. Een arbeiderssauna in een houten gebouwtje aan een doorgaande weg. Binnen zijn aparte ruimtes voor mannen en vrouwen, hier in de voortuin zitten ze door elkaar, gewikkeld in roze en lindengroene handdoeken. Mannen met tattoos, een moeder met haar dochter. Steeds weer is het sissende geluid te horen van een blikje bier dat wordt opengemaakt. De entree bedraagt doordeweeks zes, en vandaag, op zaterdagavond, tien euro. 

    Matti Kemi, rapper, jeugdwerker en saunagids, verwacht ons. Met zijn zelfgemaakte vilten hoed ziet hij eruit als een Tiroler boer. De Rajaportti is meer dan honderd jaar oud. ‘Het hart van onze saunacultuur,’ volgens Kemi. Het scheelde niet veel of de kleine sauna was in de jaren tachtig afgebroken, maar mensen uit de buurt hebben een vereniging opgericht om hem te behouden.  

    Oorspronkelijk paste de sauna eigenlijk niet in ons verhaal. Te cliché. Tot bijna ieder interview eindigde met de vraag: ‘U gaat toch ook wel naar een sauna?’ Er zijn vijfeneenhalf miljoen Finnen, en samen hebben ze meer dan drie miljoen sauna’s. ‘Toen Finse soldaten werden uitgezonden naar Afghanistan was een sauna het eerste wat ze daar neerzetten,’ had gelukonderzoeker Martela verteld. Dat klopt, zegt Kemi. ‘Een Fin mist in het buitenland zijn sauna nog meer dan zijn vrouw en kinderen.’

    Anders dan een paar jaar geleden hebben niet meer alle nieuwe huizen een eigen sauna. In plaats daarvan viert de openbare sauna een comeback. Zoals Engelsen in de pub, zo spreken Finnen in de sauna met hun vrienden af. De Rajaportti-sauna zelf is een klein, donker hol, waar zes, zeven mannen op een kluitje zitten. Afstand houden? Ze verzekeren elkaar dat het coronavirus deze hitte niet overleeft.

    De Duitser in het gezelschap bijna ook niet. Zweet druipt uit baarden, van neusvleugels en over drakentattoos. Sommige van deze mannen slaan geen dag over, zomer en winter. Aan de wand naast de houtkachel hangt, in het donker nauwelijks te onderscheiden, een plaquette: Onni Niemi, de beste saunabezoeker van Finland 1995. ‘Onni is 9000 keer in de Rajaportti geweest,’ vertelt Kemi.

    Matti Kemi (33) is eigenlijk musicus. Hij toerde als dj met een band, soul, funk, hiphop. Tegenwoordig werkt hij met jongeren. In workshops die door de stad worden gefinancierd, leert hij hun rappen. Twee jaar geleden heeft hij met een vriend een fietstocht van een maand door het hele land gemaakt om oude sauna’s te bezoeken en met saunasjamanen te praten. Over die reis hebben ze in Matti’s studio een podcast gemaakt voor de publieke omroep, en sindsdien werken ze hier in Tampere ook als saunagids.

    De volgende dag, een zondag, zien we elkaar weer, op een landtong in het Näsijärvi-meer. Eenzaam op een kale rots staat daar een langgerekt, geel, houten gebouw, schilderachtig omlijst door een handjevol dennen. De Rauhaniemi-sauna, ook bijna honderd jaar oud. We zitten op een bankje, halfnaakt, terwijl Matti Kemi vertelt, en we kijken toe hoe andere saunagangers in het ijskoude water van het meer springen. Over zijn opa’s, die zich allebei hebben doodgedronken. Over de jongens aan wie hij lesgeeft en die zo totaal anders zijn, ze roken niet, drinken veel minder, zijn opener en veel meer in elkaar geïnteresseerd.

    ‘Ik ken miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten’

    Gezondheid speelt tegenwoordig een belangrijke rol, ook daarom is ijszwemen niet meer alleen iets voor oudere mensen. Net als de openbare sauna is het opnieuw populair geworden. In sommige sauna’s is het tegenwoordig zo druk dat mensen in de rij moeten staan tot er een plaatsje vrijkomt. ‘De mensen zijn eenzaam geworden,’ zegt Matti Kemi. ‘Ik ken hier in Tampere miljonairs die naar een openbare sauna gaan om hun eenzaamheid te vergeten. Hier ervaar je een gevoel van saamhorigheid.’

    Matti Kemi zet zijn vilthoedje recht. ‘Naakt zijn we toch allemaal hetzelfde,’ zegt hij, dan zwijgen we allebei, terwijl in de koele herfstlucht de damp van ons afslaat en we het geluk diep tot in ons binnenste voelen doordringen. 

  • Wat maakt ons gelukkig?

    Wat maakt ons gelukkig?

    Ga niet naar geluk op zoek, want dan zul je het niet vinden. Je kan er ook niet te veel van hebben, dat verlamt. Hoewel er net zoveel voorstellingen van het ware geluk bestaan als mensen op de wereld, bevat dit artikel een paar waardevolle en universele lessen.

    Soms klopt alles gewoon. Je vrienden zitten om tafel, het eten smaakt, de wijn is goed. Maar wanneer alles lijkt te koppen, waarom blijft geluk uitgerekend dán uit?

    Ook gebeurt soms het tegendeel. Er wil geen goed gesprek ontstaan, de avond kabbelt maar voort en het wordt weer eens duidelijk dat plezier niet op afroep beschikbaar is.

    Dan weet je het weer, je herinnert het je van vroeger: dat de mooiste avonden de avonden zijn die je niet had gepland. Dat er in de keuken werd gedanst, en dat niemand na afloop meer precies kon zeggen hoe dat zo was gekomen. Waaruit bestaat geluk nu eigenlijk?

    Voorstellingen van het ware geluk zijn er net zoveel als er mensen op de wereld zijn

    Van het ware geluk bestaan net zo veel voorstellingen als er mensen op de wereld zijn.

    Pessimisten zeggen: geluk is de afwezigheid van leed.

    Hedonisten zeggen: geluk is consumptie.

    Neurobiologen zeggen: geluk is biochemie.

    Aristoteles schreef: geluk is genoeg hebben aan jezelf.

    Voor de arts Albert Schweitzer betekende het geluk ‘gewoon een goede gezondheid en een slecht geheugen’. 

    U-bocht van het geluk

    ‘De zekerste manier om het geluk te bereiken,’ zegt psychiater Manfred Lütz, ‘is met drugs.’ Heroïne, xtc: die garanderen geluk – als je tenminste gelooft dat het alleen maar een biochemisch proces is.

    Er zijn periodes in het leven waarin we niet zo gelukkig zijn. ‘Mensen in de middelbare leeftijd, tussen 35 en 54, zijn het ongelukkigst,’ zegt neurowetenschapper Tali Sharot van het University College London (UCL).

    De tevredenheid met het leven is het grootst bij jonge mensen tussen de 15 en 24, en vanaf midden vijftig wordt het weer beter. Dat is de zogeheten U-bocht van het geluk. We beginnen gelukkig, zinken weg en komen dan langzaam weer omhoog.

    En dan zijn er nog de gelukkigste landen ter wereld. Op dit moment staat Finland volgens het ‘Wereldgeluksrapport’ van de Verenigde Naties bovenaan. In Helsinki duren de dagen op dit moment nauwelijks acht uur. In de winter is het daar vooral donker. Daar staat tegenover dat Finland de beste sauna’s ter wereld heeft en een sterke verzorgingsstaat.

    In Zuid-Soedan, het ongelukkigste land op de lijst, schijnt de zon bijna altijd twaalf uur per dag. Dat land in het binnenland van Afrika staat ook op de laatste plaats in de welvaartsstatistiek; meer dan de helft van de mensen heeft er honger. Arm, maar gelukkig? Dat gaat hier zeker niet op.

    Maakt geld gelukkig? En meer geld nog gelukkiger? Mensen citeren graag een studie van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman die aantoont dat een jaarinkomen van rond de 65.000 euro genoeg is. Wie meer verdient, wordt daar niet gelukkiger van.

    Een jaarinkomen van rond de 65.000 euro is genoeg. Wie meer verdient, wordt daarvan niet gelukkiger

    Voor socioloog Hilke Brockmann van de Jacobs University in Bremen is dat onzin. Zij zegt dat geluk afhankelijk is van hoeveel we bezitten in vergelijking met onze medemensen. ‘Ongelijkheid,’ zegt zij, ‘maakt ons ongelukkig.’

    Je kunt de zoektocht naar geluk eindeloos voortzetten. Onvermijdelijk duikt daarbij ook de bewering op dat je bewust voor het geluk kunt kiezen. Maar klopt dat ook?

    Britse wetenschappers van de Universiteit van Reading bevestigden onlangs wat grote studies steeds weer laten zien: dat mensen die veel moeite doen om gelukkig te zijn, daar bijzonder vaak níét in slagen. En dat ze zelfs een hoger risico lopen om depressief te worden – de zoektocht naar geluk kan ongelukkig maken.

    Vermijding en onderdrukking

    Waarom dat zo is, wilden de psychologen weten. Ze testten honderden Britse studenten en zagen dat wie zich actief voornam gelukkig te zijn, vaak teruggreep op twee mechanismen die je in het leven langdurig beschermen tegen onaangenaamheden: vermijding en onderdrukking.

    Leren voor een examen? Je bent gelukkiger wanneer je zorgt dat je een leuke dag hebt. Heb daar een slecht geweten over? Gewoon niet aan denken, dat is het beste.

    De deelnemers die zeiden zich bewust te focussen op gelukkig zijn, waren tegelijk ook degenen die minder greep hadden op hun gevoelens.

    Maar hoe moet het nu? Hoe kunnen we gelukkig worden zonder als een Wimpie Weernetniet door het leven te gaan? Hoe vinden we duurzaam geluk?

    Optimisme krijgen we van nature mee, daar is de Londense neurowetenschapper Sharot in elk geval van overtuigd. ‘De mens ziet de wereld altijd rooskleuriger dan hij is. Eigenlijk veel te rooskleurig,’ zegt ze. Het is haar een raadsel hoe wij tegenover de duistere realiteit om ons heen zo goedgemutst kunnen blijven. Ze heeft zich voorgenomen dit raadsel te doorgronden.

    Studies en getallen over hoe hardleers vol vertrouwen mensen in principe zijn, kent Sharot maar al te goed. Ze leidt het Affective Brain Lab van het UCL; met haar medewerkers onderzoekt ze hoe gevoelens ons handelen beïnvloeden. Vraag je de mensen uit om het even welk milieu, ongeacht of ze arm zijn of rijk, naar hun toekomst en die van hun familie, dan is ongeveer 80 procent optimistisch. ‘Het is moeilijk om tot een andere uitkomst te komen,’ zegt Sharot. De eigen kinderen? Heel slim. Kanker? Krijgen alleen anderen.

    Het laboratorium stuurde Amerikaanse rechtenstudenten voor een onderzoek naar een cursus familierecht. Op dat moment lag het percentage scheidingen in de VS op 50 procent. Toch geloofde ook daarna bijna iedereen dat hun eigen huwelijk voor altijd stand zou houden. Zelf zijn mensen altijd de uitzondering op de regel.

    Hoe kunnen we dit gebrek aan realiteitszin verklaren? Waarschijnlijk uit ons vermogen om het verleden naar onze hand te zetten. Want al nemen we graag aan dat ons geheugen er is om correcte herinneringen te leveren van wat we hebben meegemaakt, toch is dat niet wat het doet.

    Zelf is men altijd de uitzondering op de regel

    Het helpt je eerder om je je eigen toekomst te kunnen voorstellen en plannen te maken. Als je je bijvoorbeeld wilt voorbereiden op je vakantie, zegt Sharot, dan verzamel je puzzelstukjes van positieve momenten uit het verleden en arrangeer je die tot iets nieuws. ‘Het brein moet daarbij creatief te werk gaan.’

    Dat brein verricht dit werk in hetzelfde gebied dat het ook gebruikt voor het verwerken van herinneringen. Dat proces noemt Sharot een ‘mentale tijdreis’.

    Zo zwerven mensen met hun geest heen en weer tussen verleden en toekomst. En ze gaan daarbij even creatief om met de herinnering als met die toekomst.

    Waarom is dat belangrijk met het oog op het geluk? ‘Wat wij van de toekomst verwachten, bepaalt ook onze tevredenheid in het heden,’ zegt Sharot. ‘Je verheugen op wat komt, dat maakt ons gelukkig.’

    Daarom is het volgens Sharot ook geen verstandige strategie om uit voorzorg niet te veel te hopen. Wie zijn verwachtingen laag houdt uit angst teleurgesteld te worden, berooft zichzelf van geluk in het heden. Je verheugen op wat komt is de mooiste vreugde.

    Opioïden

    ‘Een positieve instelling helpt over het algemeen,’ zegt Sharot. ‘Want onze instelling beïnvloedt ons handelen. Topsporters weten: je moet goud willen om minstens zilver te halen.’

    Aan de andere kant, waarschuwt de neurowetenschapper, mag de optimist niet blind worden voor risico’s. Geen gordel omdoen in de auto, preventief kankeronderzoek overslaan: dat je positief ingesteld bent, vrijwaart je nog niet van gevaar.

    Wat er gebeurt in de hersenen wanneer mensen geluk ervaren, is uitgebreid onderzocht. Er komt een lichaamseigen mix van opioïden vrij, vooral endorfinen. Je beleeft een roesachtige euforie. Maar die ebt weer weg, want het brein is niet gemaakt om constant geluk te ervaren – integendeel, dat kan zelfs schadelijk zijn.

    In de jaren vijftig prikkelde de Amerikaanse psycholoog James Olds het beloningscentrum in de hersenen van ratten met stroomstootjes. De dieren vonden dit zo fijn dat ze pijn op de koop toe namen en zelfs vergaten te eten. Via een hefboompje konden ze zichzelf steeds opnieuw prikkelen. De ratten gebruikten het soms tot ze niet meer konden. Het oneindige geluk kostte hun bijna het leven.

    Wanneer wetenschappers zich met geluk bezighouden, maken ze vaak een onderscheid tussen twee categorieën: het geluk als piekervaring – een vluchtige toestand – en de tevredenheid die we in ons leven ervaren, een duurzaam geluk. Sommige mensen hebben van nature iets meer van dit duurzame geluk meegekregen dan anderen, lijkt het. Wie kent ze niet, die opgeruimde lieden die zich door niets van hun stuk laten brengen?

    Uit studies van tweelingen weten we dat verschillen in tevredenheid met het leven voor bijna eenderde genetisch bepaald zijn. De rest hangt af van zogeheten omgevingsfactoren: hoeveel liefde en binding we als kind hebben ervaren, welke kansen en mogelijkheden ons zijn geboden en hoe we die oppakken. Ons vermogen tot tevredenheid hebben we ook in eigen hand.

    Neurobioloog Gerhard Roth uit Bremen beschrijft deze tevredenheid als een soort uitgangspunt van waaruit we het piekgevoel van het geluk beleven. ‘Geluk,’ zegt Roth, ‘is een kortstondige, positieve afwijking van het individuele tevredenheidsniveau.’

    Deze toestand kennen zowel optimisten als pessimisten. Maar hoelang ze ervan kunnen genieten hangt af van hun graad van tevredenheid. Zo zou het bij optimisten langer duren, terwijl pessimisten al snel weer bedenken wat er allemaal mis kan gaan.

    Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem

    Roth onderscheidt ook waaruit het geluk bestaat. Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem. Ze veroorzaken een vergankelijk geluksgevoel, dat snel naar meer verlangt en moeilijk te verzadigen is.

    Sociale beloningen daarentegen, zoals erkenning, lof of het gevoel van macht, werken langer door. Ze activeren hersengebieden waarin op een bewust niveau positieve en negatieve ervaringen worden verwerkt.

    Maar ook dit soort geluk kan snel uitgewerkt zijn, zegt Roth. ‘Er komt een moment waarop macht vervelend, of lof te gewoon wordt.’

    Intrinsiek geluk

    Het enige soort geluk waarvan de dosis niet steeds verhoogd hoeft te worden is voor Roth het ‘intrinsieke geluk’: de ervaring vreugde te beleven aan wat je doet, die je uit jezelf haalt. ‘Dat kan betekenen dat je iets nieuws leert, hoort of ziet,’ zegt Roth.

    Dat je plezier hebt in je werk, in muziek, literatuur of een goed gesprek. ‘Deze geluksmomenten verbinden zich met de eigen tevredenheid en scheppen een geluk dat langer blijft.’

    Halverwege de jaren zeventig beschreef de psycholoog Mihály Csikszentmihályi nog een verheviging van dit geluksgevoel: de ‘flow’ die we beleven wanneer we volledig in een activiteit opgaan, en ruimte en tijd om ons heen vergeten. Het bereiken van deze flow-toestand kan gelden als de hogeschool van het geluk.

    Alleen heeft dat geluk zijn prijs. Csikszentmihályi beschrijft die zo: ‘Flow-ervaringen lijken weliswaar moeiteloos, maar dat is zeker niet het geval. Vaak is er zware lichamelijke inspanning voor nodig, of een uiterst gedisciplineerde geestelijke activiteit.’

    Dat ook zelfoverwinning bij het geluk hoort, wisten de antieke filosofen al. Aristoteles stelde in de vierde eeuw voor Christus het geluk – eudaimonia – voor als het resultaat van een deugdzame levenswijze. Niet iets wat je je even in het yoga-uurtje eigen maakt.

    Meer dan 2000 jaar later, in 1776, werd het recht op een ‘streven naar geluk’ in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opgenomen. Dat moest voor iedereen bereikbaar zijn, en niet alleen voor degenen die door geboorte al bevoorrecht waren.

    In de loop der tijd, merkt de Amerikaanse historicus Darrin McMahon op, heeft de opvatting van het geluk als een ‘gegeven recht’ ertoe geleid dat het minder gezien werd als iets wat bereikt wordt door een cultivering van de eigen persoon; in plaats daarvan werd het een doel dat nagestreefd, bereikt en dan geconsumeerd kan worden. Geluk? Dat kopen we liefst.

    Zwart gat

    Wie heeft het zich nog nooit voorgesteld: rijk te zijn, je alles te kunnen veroorloven – wat zou je dan doen?

    Sandra Filbert heeft het meegemaakt. Filbert is midden vijftig, blond, ze lacht veel. Ze draagt jeans, en een witte bloes. Maar geen horloge, geen sieraden. Geen tekenen van rijkdom.

    Filbert wil niet dat haar rijkdom aan haar te zien is. Ze wil ook niet dat we voor dit verhaal haar ware naam gebruiken. Het geld heeft haar al genoeg narigheid opgeleverd. We ontmoeten haar in een Italiaans restaurant, waar ze spaghetti bestelt.

    Filbert en haar broer hebben een groot pand geërfd. Dertig huurders, A-locatie in een grote stad. Een paar jaar geleden hebben ze het verkocht. De bank faxte haar een bankafschrift. Langzaam rolde het papier uit Filberts faxapparaat: er stonden meerdere miljoenen op.

    Filbert had eerder een eigen onderneming geleid. Soms liep het goed, soms minder.

    Toen ze het huis verkocht, liep het net slecht. ‘Maar ik was een leven lang gewend om op te staan en naar mijn werk te gaan,’ zegt Filbert. Ze dacht: wat heeft het leven voor zin als je je geld niet meer hoeft te verdienen?

    Ze viel in een zwart gat. Ook een cruise hielp niet. Al na een paar dagen kreeg ze het er op haar zenuwen.

    Toen ze terugkwam, pakte ze het werk op dat ze had laten liggen. 

    Wat heeft het geld haar gebracht? ‘Ik ben vrij, onafhankelijk,’ zegt ze. Maar het dankbaarst is ze voor het geploeter van de jaren daarvoor. 

    Het klinkt simpel, zegt Filbert, maar vroeger besefte ze dat niet. Voor haar is geluk: weten dat ze daar niet zoveel geld voor nodig heeft.

    Eye-opener

    Hilke Brockmann is professor sociologie aan de Jacobs University in Bremen; zij houdt zich al meer dan tien jaar bezig met de vraag wat mensen gelukkig maakt. Zij ziet het inzicht dat geld geen onbegrensde geluksbrenger is als ‘een van de grootste eye-openers in het geluksonderzoek’.

    Hoeveel geld precies gelukkig maakt, of 65.000 genoeg daarvoor is of toch 100.000 euro per jaar, kan Brockmann niet zeggen. Zij gaat er, zoals de meeste onderzoekers, vanuit dat deze som afhangt van hoe een mens zich in vergelijking met zijn omgeving behandeld voelt. Dat het vooral de ongelijkheid is die iemand ongelukkig maakt.

    Onderzoekers als Brockmann vragen de mensen in hun onderzoeken hoe tevreden ze zijn. Ze vragen naar hun levensomstandigheden. Hoe oud? Getrouwd? Kinderen? Hoe groot is hun woning? Hoeveel verdienen ze?

    De uitkomst laat volgens Brockmann zien welke samenleving, welke politiek het voor elkaar krijgt het grootst mogelijke aantal burgers gelukkig te maken. ‘Op deze manier,’ zegt ze, ‘laat geluk zich verbazend goed meten.’

    Het resultaat is eenduidig voor de westerse landen: ‘Hoe gelijker een samenleving is, hoe gelukkiger.’ Daarom eindigen de Noord-Europese landen in de ranglijst elke keer heel hoog. 

    Corruptie, honger en oorlog daarentegen maken ongelukkig. Een paar staten komen nooit hogerop in de lijst. Helemaal onderaan houden Jemen en Syrië Zuid-Soedan gezelschap.

    Voor het persoonlijke geluk zouden steeds dezelfde fundamenten nodig zijn. Ten eerste: ‘Er moet genoeg geld zijn,’ zegt Brockmann. ‘De mensen moeten materieel verzekerd zijn.’ Ten tweede leven gelukkige mensen in goede sociale verhoudingen. ‘Op gelijke hoogte met familie en vrienden.’

    En ten derde helpt het om een hogere zin in het leven te zien. Gelukkig, aldus Brockmann, is wie het gevoel heeft zijn tijd op aarde niet zinloos te verbeuzelen.

    ‘De ergste vergissing die mensen op zoek naar het geluk kunnen begaan, is dat ze geluk verwarren met succes’

    Op deze drie ingrediënten komt alles neer: materiële zekerheid, sociale betrekkingen en een hoger doel in het leven. ‘Veel meer advies kan het geluksonderzoek niet geven,’ zegt Brockmann.

    Maar waarom vind je bij de boekhandel om de hoek duizenden titels als je vraagt naar lectuur over het thema geluk?

    Brockmann vindt die zelfhulpliteratuur dubieus. Je kunt hooguit iets leren van het voorbeeld van andere mensen, zegt ze. ‘Maar niemand moet enorm zijn best gaan doen om gelukkig te worden.

    De ergste vergissing die mensen die op zoek zijn naar geluk kunnen begaan, zegt psychiater Manfred Lütz, is geluk te verwarren met succes.

    Lütz is zenuwarts en psychotherapeut. Hij leidt het Alexianer ziekenhuis in Keulen en heeft gewerkt met verslaafden – mensen die bijzonder wanhopig naar geluk zoeken.

    Ook heeft hij theologie gestudeerd. Het probleem van het geluk is voor hem daarom tevens dat van de eindigheid. ‘De mens in de Middeleeuwen,’ zegt hij, ‘leefde psychologisch gezien langer: hij telde zijn korte leven op aarde op bij zijn eeuwige leven in het hiernamaals.’

    Het geloof in de eeuwige gelukzaligheid bestaat nu niet meer. Samengeperst in het heden wordt het leven een in tijd begrensd project. En daarmee worden we steeds angstiger. ‘Angst komt voort uit benauwdheid,’ zegt Lütz. ‘Ons leven is benauwder geworden.’

    De vraag die de meeste mensen zich stellen is volgens hem: hoe kan ik zoveel mogelijk halen uit mijn korte leven?

    Plicht

    Zo is geluk een plicht geworden. En veel mensen geloven dat het te maken heeft met succes. ‘Ze zien beroemde mensen die succes hebben en denken: Die zullen wel gelukkig zijn.’

    Een paar jaar geleden hield Lütz op het familiefeest ter gelegenheid van de verjaardagen van zijn beide dochters een toespraak. ‘Succes heb ik ze allebei nadrukkelijk niet gewenst,’ zegt hij. Waarom niet?

    ‘Succes hangt van zo veel toevalligheden af.’ Van het juiste moment, van de juiste plek en van vaardigheden die je misschien zelfs door veel inspanning niet kunt verwerven. Op al die dingen heb je geen invloed.

    Wat geluk niet is

    Waarop je wel invloed hebt: je kunt eigen kwaliteiten inzetten door betrokken te zijn met anderen. Verantwoordelijkheid nemen in het leven – dat heeft Lütz zijn dochters toegewenst. ‘Of dat tot succes leidt of niet, is bijzaak.’

    Wat is dan het geluk? Lütz schudt zijn hoofd. Dat is niet de juiste vraag. Geluk heeft volgens hem voor miljarden mensen miljarden verschillende betekenissen.

    Hij kan beter uitleggen wat geluk niet is, zegt Lütz. ‘Niet iets waar je naartoe kan werken.’ Als je iets doet om gelukkig te worden, zit je al fout.

    ‘Als ik mensen help, als ik merk dat ik bezig ben met iets goeds, dan ervaar ik een geluksgevoel,’ zegt hij. ‘Wie zegt: ik wil helpen om gelukkig te worden, die wordt het niet.’

    Dus hoe vind je het geluk? ‘Een goede therapeut zegt niet: doe dit of dat, dan word je gelukkig,’ zegt Lütz. ‘Hij vraagt: wat heeft u de laatste keer gelukkig gemaakt? Hoe ging dat?’

    Dit noemt hij het ‘brongerichte uitgangspunt’. Lütz zag dat voor het eerst bij een therapeut uit de VS.

    ‘De patiënt hing slap in zijn stoel. Mijn collega stelde de vraag: “Waar staat u, op een schaal van 0 tot 10 – waarbij 0 betekent: slechter kan het niet, en 10 staat voor: het probleem is opgelost.”

    De patiënt zei: “Op 3.” “Waarom niet op 2 of 1?” vroeg de therapeut. De patiënt antwoordde: “Omdat dit en dat tenminste nog functioneert.” De collega vroeg verder: “Wanneer stond u voor het laatst op 4? Of op 5?”’ 

    Lütz zag hoe de patiënt in zijn stoel steeds meer rechtop ging zitten. ‘Dat is heel ontroerend om te zien,’ zegt hij. ‘Hoe langer je over zo’n toestand spreekt, des te meer die voor die persoon weer werkelijkheid kan worden. En wat je dan kunt vinden, dat is je eigen, heel persoonlijke geluk.’

  • ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    De Israëlische auteur Yuval Noah Harari kreeg na het immense succes van zijn boek Sapiens de status van een wijsgeer ‘die van alle markten thuis is’. Voor The Observer beantwoordde hij morele vragen van lezers en enkele bekende persoonlijkheden.

    In zijn ontbijtprogramma op de BBC-radio las presentator Chris Evans de eerste bladzijden voor van Sapiens, het boek van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. Als je bedenkt dat een radiopubliek op dat tijdstip in de ochtend meestal niet bepaald zit te wachten op intellectuele uitdagingen, was dat een ongebruikelijke actie. Maar, zei Evans; ‘Dit is de meest verbijsterende eerste bladzijde van een boek ooit.’

    Dj’s willen nogal eens schromelijk overdrijven, maar daar was deze keer geen sprake van. De ondertitel van het boek verwijst naar het beroemde werk van Stephen Hawking en luidt: A brief History of Human Kind (Een kleine geschiedenis van de mensheid). In helder, aanstekelijk proza geeft Harari op die eerste bladzijde een sterk ingedikte geschiedenis van het heelal, gevolgd door een samenvatting van wat hij eigenlijk wil zeggen in dit boek: hoe de cognitieve revolutie, de agrarische revolutie en de wetenschappelijke revolutie de mens en zijn medeorganismen hebben beïnvloed.

    Dit is zo’n boek waarvan je onontkoombaar het gevoel krijgt dat je slimmer bent geworden als je 
het uit hebt. In de kern wil het boek duidelijk maken hoe het kwam dat homo sapiens de meest succesvolle menselijke soort werd, die zelfs rivalen als de neanderthalers wist te verdringen: dat kwam door ons vermogen om te geloven in verzonnen verhalen en die met elkaar te delen. Religies, naties, geld, 
zegt Harari, zijn allemaal door mensen verzonnen verhalen, en die hebben grootschalige samenwerking en organisatie mogelijk gemaakt.

    Naar zijn beste vermogen

    Harari (41) is opgegroeid in een seculier Joods gezin in Haifa. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem en is gepromoveerd in Oxford. Hij is veganist, mediteert dagelijks twee uur en gaat vaak lang op retraite. Dat helpt hem, zegt hij zelf, 
om zich te concentreren op de dingen die er echt toe doen. Hij woont met zijn echtgenoot op een mosjav, een landbouwcoöperatie even buiten Jeruzalem. 
Zijn homoseksualiteit heeft hem geholpen om 
vraagtekens te plaatsen bij vaststaande meningen, zegt hij. ‘Je moet niets zomaar voor waar aannemen, ook al gelooft iedereen het.’

    Harari is een geboren verteller en heeft altijd wel een veelzeggende anekdote of gedenkwaardige gelijkenis paraat. Daardoor is het verleidelijk om hem niet zozeer te zien als een historicus, maar eerder als een wijsgeer die van alle markten thuis is. The Observer vroeg enkele bekende persoonlijkheden en lezers om vragen aan Harari te stellen, en een selectie daarvan vind je op deze pagina’s. Veel vragen waren moreel 
of ethisch van aard, en gingen eerder over wat er gedaan zou moeten worden dan over wat er gebeurd is. Maar kennelijk is Harari gewend aan die rol en vindt hij het prima om die vragen naar zijn beste vermogen te beantwoorden. Als historicus van het verre verleden en van de nabije toekomst heeft hij een eigen, geheel nieuwe discipline uitgevonden. 
Dat is een unieke prestatie van deze man met zijn indrukwekkend veelzijdige geest.

    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.
    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.

    Helen Czerski, arts:

    De globalisering gaat razendsnel. Zal er in de toekomst één wereldwijde cultuur zijn of zullen we sommige, opzettelijk kunstmatige tribale groepen handhaven?

    ‘Ik weet niet zeker of het opzettelijk zal zijn, maar 
ik denk wel dat we waarschijnlijk maar één stelsel zullen hebben en in die zin dus maar één beschaving. In zeker opzicht is dat nu al zo. Over de hele wereld 
is het politieke stelsel van de staat ruwweg hetzelfde. Over de hele wereld is het kapitalisme het overheersende economische model en over de hele wereld is de wetenschappelijke methode of wereldvisie de basis van waaruit mensen de natuur, ziekte, biologie, natuurkunde, enzovoort verklaren. Er zijn geen 
fundamentele beschavingsverschillen meer.’

    Lucy Prebble, toneelschrijver:

    Wat is de grootste misvatting van de mens over zichzelf?

    ‘Misschien is dat het idee dat we door meer macht 
te krijgen over de wereld, over het milieu, onszelf gelukkiger kunnen maken en tevredener met ons leven zullen zijn. Gezien over duizenden jaren 
hebben we inmiddels enorme macht over de wereld, en toch zijn mensen zo te zien tegenwoordig niet aantoonbaar tevredener dan in het Stenen Tijdperk.’

    Online gepost door TheWashingtonPlace:

    Kan het gebeuren dat de ecologische achteruitgang de 
technologische vooruitgang zal stoppen?

    ‘Ik denk juist het tegenovergestelde – dat de druk om technologische vooruitgang te boeken groter wordt, niet kleiner naarmate de ecologische crisis toeneemt. Ik denk dat de ecologische crisis in de eenentwintigste eeuw eenzelfde rol zal vervullen als de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, wanneer het gaat 
om het versnellen van de technologische vooruitgang.

    Zolang alles goed gaat, zullen mensen heel terughoudend zijn om bij mensen te experimenteren 
met genetische manipulatie of om kunstmatige intelligentie de macht geven over wapensystemen. Maar als er een ernstige crisis optreedt, bijvoorbeeld veroorzaakt door ecologische achteruitgang, dan 
zullen mensen zich toch laten verleiden om allerlei risicovolle, veelbelovende technologieën uit te proberen, in de hoop het probleem op te lossen. Dan krijg 
je zoiets als het Manhattanproject [ontwikkeling van de atoomboom] in de Tweede Wereldoorlog.’

    Andrew Solomon, schrijver:

    Welke rol speelt moraliteit in een toekomstige wereld van kunstmatige intelligentie, kunstmatig leven en onsterfelijkheid? Zal een verlangen om het goede en juiste te doen nog steeds een groot deel van onze soort motiveren?

    ‘Ik denk dat moraliteit belangrijker is dan ooit. 
Naarmate we meer macht krijgen, wordt de vraag wat we daarmee doen steeds wezenlijker en het is 
nu bijna zover dat we echt goddelijke macht tot scheppen en vernietigen bezitten. De toekomst van het hele ecologische systeem en de toekomst van alles wat leeft ligt nu werkelijk in onze handen. Wat je daarmee doet is een ethische vraag, en ook een wetenschappelijke. Dus om een voorbeeld te geven: wat gebeurt er als verscheidene voetgangers voor een zelfrijdende auto springen en die moet beslissen of hij een stuk of vijf voetgangers zal doodrijden of zal uitwijken, zodat zijn eigenaar omkomt? De technici die zelfrijdende auto’s maken moeten een antwoord vinden op deze vraag. Dus ik zie geen reden om te denken dat AI of biotechniek de moraliteit minder relevant zullen maken dan die vroeger was.’

    Matt Haig, schrijver:

    Wij zijn het enige dier dat is geobsedeerd door vooruitgang. Moeten we proberen de toekomst niet langer te zien als een toekomst van onvermijdelijke technologische vooruitgang, maar een ander soort futurisme scheppen?

    ‘Je kunt de technologische vooruitgang niet zomaar stopzetten. Stel dat een land het onderzoek naar kunstmatige intelligentie stopt, dan zullen andere landen daar toch mee doorgaan. De echte vraag is: wat doen we met die technologie? Je kunt een en dezelfde technologie voor heel verschillende maatschappelijke en politieke doelen gebruiken. Als we naar de twintigste eeuw kijken, zien we dat we met dezelfde technologie van elektriciteit en treinen een communistische dictatuur of een liberale democratie konden creëren. Hetzelfde geldt voor kunstmatige intelligentie en biotechniek. Dus ik denk dat mensen zich niet zouden moeten richten op de vraag hoe je de technologische vooruitgang kunt stopzetten, want dat is onmogelijk. De vraag zou moeten zijn wat voor soort gebruik je moet maken van de nieuwe technologie. En we hebben nog steeds heel wat macht om die keuzes te beïnvloeden.’

    Sarah Shubinsky, lezeres:

    Zullen mensen altijd manieren vinden om elkaar te haten 
of neig je meer naar het idee dat de samenleving veel 
minder gewelddadig is dan vroeger en dat die trend zich zal voortzetten?

    ‘We leven nu in de meest vreedzame tijd uit de geschiedenis. Er is natuurlijk nog steeds geweld – ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet dat maar al te goed. Maar in vergelijking met vroeger tijden is er minder geweld dan ooit. Tegenwoordig sterven meer mensen aan te veel eten dan door menselijk geweld, en dat is werkelijk een fantastisch succes. Hoe het in de toekomst zal zijn kunnen we niet weten, maar er zijn ontwikkelingen die erop wijzen dat deze trend blijvend is. Om te beginnen is er de dreiging van een kernoorlog, die misschien wel de belangrijkste reden vormt voor het afnemen van oorlogen sinds 1945, en die dreiging bestaat nog steeds. En ten tweede is er de verandering in de aard van de economie: die is overgegaan van een op materie gebaseerde economie naar een op kennis gebaseerde economie.

    Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld

    In het verleden waren de belangrijkste goederen van de economie materieel – dingen als graanvelden en goudmijnen en slaven. Dus oorlog had zin, want je kon jezelf verrijken door oorlog te voeren tegen je buren. Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld. De meeste grote conflicten in de wereld van vandaag spelen zich nog steeds af in gebieden als het Midden-Oosten, waar de belangrijkste bron van welvaart materieel is – olie en gas.’

    Esther Rantzen, programmamaker:

    Je hebt gezegd dat onze voorkeur om abstracte concepten zoals godsdienst, nationaliteit, et cetera te creëren, de kwaliteit is die sapiens onderscheidde van andere mensensoorten. Die concepten vormen ook de inspiratie voor oorlogen die 
onze ondergang kunnen betekenen. Is dat dan een kracht of een zwakte?

    ‘Als je het over macht hebt: het is duidelijk dat dit vermogen homo sapiens tot het machtigste dier ter wereld heeft gemaakt en ons nu de controle over de hele planeet heeft gegeven. Ethisch gezien, of dat goed of slecht was, dat is een veel gecompliceerdere vraag. Onze macht hangt af van collectieve hersenspinsels en het probleem is dat we niet goed onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid. Mensen vinden het heel moeilijk om te zien wat echt is en wat alleen een fictief verhaal in hun eigen hoofd, en dat veroorzaakt veel rampen, oorlogen en problemen. De beste test om te onderzoeken of iets werkelijk of fictief is, is de test van het lijden. Een natie kan niet lijden, kan geen pijn of angst voelen, heeft geen bewustzijn. Zelfs als de natie een oorlog verliest, dan zijn het de soldaten en de burgers die lijden, maar de natie zelf zal niet lijden. Zo kan ook een naamloze vennootschap niet lijden, net zo min als de euro: als deze entiteiten hun waarde verliezen, lijden ze niet. Al die dingen zijn fictie.

    Als we dat onderscheid in gedachten houden, kan dat de manier waarop we met elkaar en met de andere 
dieren omgaan, verbeteren. Het is niet zo’n goed idee om het lijden van andere wezens te veroorzaken, alleen maar om verzonnen verhalen te dienen.’

    Andrew Anthony: Maar die verzinsels inspireren ons vaak 
tot grote daden. Zouden we even gemotiveerd raken door de naakte werkelijkheid?

    ‘We hebben inderdaad bepaalde verzonnen verhalen nodig voor grootschalige samenlevingen. Dat is waar. Maar we moeten die verhalen wel zo gebruiken dat zij óns dienen, in plaats van dat ze ons tot slaaf maken. Je kunt het vergelijken met een voetbalwedstrijd. De spelregels zijn fictief, door mensen bedacht, nergens in de natuur zijn die spelregels vastgesteld. Zolang je niet vergeet dat dit gewoon regels zijn die door mensen zijn bedacht om jouw doel te dienen, kun je het spel spelen. Zet je de regels geheel en al overboord, omdat ze verzonnen zijn, dan kun je geen voetbalwedstrijd spelen.

    Mijn aanbeveling is dus zeker niet dat mensen maar moeten ophouden met deze fictieve grootheden. Er kan geen grootschalige economie bestaan zonder geld. Maar je kunt geld op dezelfde manier gebruiken als voetbalspelregels en je blijven realiseren dat dit alleen maar door ons bedacht is. En zo is het ook met de natie. Er is in principe niets mis mee om loyale gevoelens tegenover de groep te koesteren. Maar vergeet je dat dit begrip door mensen is gecreëerd, dan kan het gebeuren dat je miljoenen mensen 
offert voor het belang van de natie, dus voor dat door mensen bedachte verhaal.’

    AA: Je betoogt dat het humanisme een product van het 
kapitalisme is. Is het niet los te zien van elkaar?

    ‘De twee zijn nauw met elkaar verbonden, maar ik geloof wel dat ze los van elkaar kunnen bestaan. Ze kunnen in de eenentwintigste eeuw zeker elk een eigen kant op gaan. Een van de grote gevaren waarmee we te maken hebben is juist dat kapitalisme gescheiden raakt van het humanisme, met name 
het liberale humanisme. Regeringen over de hele wereld hebben de afgelopen decennia hun politiek 
en economie geliberaliseerd, niet omdat ze overtuigd waren van de ethische argumenten van het humanisme, maar omdat ze dachten dat het humanisme goed zou zijn voor de kapitalistische economie.

    Nu bestaat het gevaar dat in de eenentwintigste eeuw het kapitalisme en het humanisme gescheiden worden, zodat er zeer goed werkende en geavanceerde economieën kunnen bestaan waarvoor het niet nodig is om het politieke systeem te liberaliseren of om te investeren in het onderwijs en het welzijn van de massa’s.’

    Philippa Perry, schrijver en psychotherapeut:

    Was de overgang van jager-verzamelaar naar agrariër een fout? En zo ja, hoe kunnen we er dan nu het beste van maken?

    ‘Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Vanuit het perspectief van de middenklassen in de rijke 
samenlevingen van vandaag, was het zeker een heel goed idee. Vanuit het perspectief van iemand in Bangladesh die twaalf uur per dag in een sweatshop werkt, was het een heel slecht idee.

    Het is onmogelijk om de klok terug te draaien en acht miljard mensen weer te laten leven als jagers-verzamelaars. Dus de vraag is eigenlijk hoe we het beste kunnen maken van de situatie waarin we nu zitten, en hoe we kunnen voorkomen dat we de 
fouten van de agrarische revolutie opnieuw maken. Het gevaar bestaat dat in de nieuwe revolutie, die van kunstmatige intelligentie en biotechnologie, wederom alle macht en voordelen gemonopoliseerd worden door een kleine elite, zodat de meeste 
mensen uiteindelijk slechter af zijn dan voorheen.’

    Jacy Reese, Lezer:

    Je hebt gezegd dat het houden van dieren misschien wel de ergste misdaad in de geschiedenis is. Wat zou de maatschappij volgens jou kunnen doen om daar een eind aan te maken?

    ‘Onze beste kans ligt bij de zogenoemde cellulaire agricultuur, of schoon vlees, waarbij vlees wordt gekweekt uit cellen en niet uit dieren. Wil je een biefstuk, dan kweek je er gewoon een uit cellen – 
zo hoef je geen koe groot te brengen en die vervolgens te slachten voor de biefstuk. Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar het is al een realiteit. Drie jaar geleden is de eerste hamburger gemaakt van cellen. Weliswaar kostte die tegen de 300.000 euro, maar zo gaat het altijd met nieuwe technologie. Nu, in 2017, is de prijs, voor zover ik weet, nog geen tien euro per hamburger. En met het juiste onderzoek en genoeg investeringen verwachten de ontwikkelaars dat ze er binnen tien jaar een kunnen maken die goedkoper is dan een hamburger van slachtvlees. Het duurt nog wel even voor je hem bij de supermarkt of bij McDonald’s zult vinden, maar 
ik denk dat het de enige mogelijke oplossing is. Als we vlees kunnen produceren uit cellen, heeft dat ook heel veel ecologische voordelen, want de enorme vervuiling die wordt veroorzaakt door intensieve veeteelt zal dan sterk worden verminderd.’

    Bettany Hughes, historicus:

    Betekent de term ‘de moderne geest’ iets voor jou en zo ja, wanneer is die moderne geest ontstaan en hoe ziet hij eruit?

    ‘We weten heel weinig over de geest. We begrijpen niet goed wat het is, wat de functies ervan zijn en hoe hij is ontstaan. Als miljoenen neuronen in de hersens elektrische ladingen opwekken in een bepaald patroon, hoe creëert dit dan een geestelijke ervaring, de subjectieve ervaring van liefde of woede of plezier? We hebben geen flauw idee. En omdat 
we maar zo weinig over de geest weten, kunnen 
we ook niet zeggen hoe en waarom hij is ontstaan. We nemen aan dat de mensen aan het eind van de steentijd die de grottekeningen in Lascaux en Altamira maakten, fundamenteel dezelfde geest hadden als wij nu. En we nemen ook aan dat neanderthalers een ander soort geest hadden, ook al waren hun 
hersens groter dan de onze. Maar het fijne ervan weten we op dit moment nog bij lange na niet.’

    Online gepost door guneydas:

    Is het anti-intellectualisme in het Westen in opkomst? 
En zo ja, is er een verband tussen de opkomst van het 
anti-intellectualisme en de neergang van het liberalisme?

    ‘Ik ben er niet zo zeker van dat het in opkomst is. 
Het is er natuurlijk, maar het is er altijd geweest en ik vraag me af of de situatie nu erger is dan in de jaren vijftig of dertig van de vorige eeuw, of in de negentiende eeuw of in de Middeleeuwen. Dus ja, het is zeker een zorg. En ik zou zeggen dat het niet zozeer anti-intellectualisme is als wel antiwetenschap. Want zelfs de meest fundamentalistische religieuze fanaten zijn intellectuelen. Zij hechten 
te veel belang aan het menselijk intellect. Een van 
de problemen met religieus fanatisme is dat het 
veel te veel belang hecht aan de scheppingen van 
het menselijk intellect en veel te weinig aan het empirische bewijs vanuit de wereld buiten ons.’

    AA: Denk je dat de radicale islam niets meer is dan een van 
de laatste oprispingen van het premoderne tijdperk?

    ‘In de eenentwintigste eeuw wordt de mensheid geconfronteerd met een aantal heel moeilijke problemen, of dat nu de opwarming van de aarde is, de ongelijkheid in de wereld of de opkomst van technologieën als biotechniek en kunstmatige intelligentie, die alles zullen veranderen. Op die uitdagingen 
hebben we antwoorden nodig en ik heb tot nu toe vanuit de islam niets relevants gehoord op dat gebied. Dus daarom denk ik niet dat de radicale islam de samenleving van de eenentwintigste eeuw zal vormgeven. Hij blijft misschien wel bestaan en kan nog steeds een hoop narigheid en geweld veroorzaken, maar ik zie niet dat hij het pad dat de mensheid volgt gaat scheppen of vormgeven.’

    Paul Barker, lezer:

    Wat raad je het individu aan dat een goed leven wil leiden 
en wil bijdragen aan het welzijn van degenen die nog niet geboren zijn en van degenen die er al zijn?

    ‘Leer jezelf beter kennen, en realiseer je vooral wat je echt wilt in het leven. De technologie heeft namelijk de neiging om mensen hun doelen in het leven te dicteren, en dan dient de technologie niet langer 
om onze doelen te realiseren, maar worden wij de slaaf van wat de technologie wil bereiken. Het is heel moeilijk om te weten wat je echt wilt in het leven. 
Ik zeg niet dat dit gemakkelijk te doen is.’

    AA: Als we de dood tot in het oneindige kunnen voorkomen, 
is het dan nog mogelijk om betekenis te geven, zonder 
‘de donkere achterkant die een spiegel nodig heeft als we iets willen zien’, zoals Saul Bellow het noemde?

    ‘Ja, dat denk ik wel. Je krijgt te maken met andere problemen, als je de ouderdom overwint, maar gebrek aan betekenis zal denk ik geen groot probleem zijn. De nieuwe ideologieën van de afgelopen drie eeuwen trokken zich al niets meer aan van de dood, of tenminste, ze zagen de dood niet als iets wat betekenis gaf. De meeste vroegere culturen, vooral traditionele godsdiensten, hadden de dood nodig om de betekenis van het leven te verklaren. Zoals in het christendom – zonder de dood heeft het leven geen betekenis. De hele betekenis van het leven komt voort uit wat er met je gebeurt als je doodgaat. Is er geen dood, geen hemel, geen hel, dat heeft het christendom geen betekenis. Maar de afgelopen drie eeuwen hebben 
we de opkomst gezien van veel moderne ideologieën zoals het socialisme, het liberalisme, het feminisme, het communisme, die de dood helemaal niet nodig hebben om het leven betekenis te geven.’

    Auteur: Andrew Anthony
    Vertaler: Annemie de Vries

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.

  • Gelukkig in het spel

    Gelukkig in het spel

    Lacht het geluk je als beginnend gamer opvallend vaak toe? Dat is geen toeval: met een extra portie mazzel stimuleren de makers je om door te spelen.

    Op 16 september 2007 uploadde een Japanse YouTuber die zich ‘Computing Aesthetic’ noemde een 48 seconden durende video met de oorverdovende titel ‘ULTRA MEGA SUPER LUCKY SHOT’. De video toont een hoog scorende shot in Peggle, een immens populaire videogame waarin een balletje over het scherm klettert en punten verzamelt terwijl het door een menigte snoepkleurige pinnen stuitert, die kort nadat ze zijn aangeraakt verdwijnen; hoe meer stuiteringen, hoe meer punten. Hoewel Peggle enige vaardigheid vergt – voordat je het balletje schiet moet je als speler zorgvuldig op de lanceerder mikken die boven aan het scherm bungelt – ben je in principe overgeleverd aan de genade van de stuitering. Op het filmpje van Computing Aesthetic stapelen de punten zich op terwijl het balletje op goed geluk tussen pinnen stuitert. Bij het filmpje, dat bijna een kwart miljoen keer is bekeken, heeft hij geschreven: ‘Ik kon mijn ogen niet geloven toen dit gebeurde!!!!!!’

    Maar deze speler had misschien minder geluk dan hij dacht. ‘Bij Peggle wordt het schijnbaar willekeurige stuiteren van de balletjes tegen pinnen soms gemanipuleerd om de speler een beter resultaat te geven,’ geeft Jason Kapalka, een van de gameontwerpers, toe. ‘We geven de spelers bij ongeveer de eerste zes levels een flinke portie extra “geluk”, zodat ze niet gefrustreerd raken.’ Het bijsturen van elke stuitering met maar een paar kompasgraden – maar niet zo veel dat het balletje op een onrealistische manier door de luchtledige zwalkt – is genoeg om beginners aan te moedigen en het spel niet te ongeloofwaardig te maken, aldus Kapalka.

    Collectief onderhandelen

    Eerlijkheid is de onuitgesproken belofte van de meeste videogames. Een alwetende en almachtige ontwerper ziet erop toe dat een videogame ultiem rechtvaardig kan zijn, en dat verwacht de speler ook. Maar als videogames helemaal volgens de regels worden gespeeld, kan de speler zich toch bedrogen voelen. Sid Meier, ontwerper van het computerspel Civilization, waarin spelers een land door geschiedenis, politiek en oorlog heen loodsen, kwam er algauw achter dat hij de kansen moest vergroten om deze psychologische plooi glad te strijken. Na uitgebreid testen bleek dat een speler die te horen had gekregen dat hij 33 procent kans had op succes tijdens een wedstrijd en toch drie keer op rij van zijn tegenstander verloor, woedend en ongelovig zou worden. (Bij Civilization kun je drie keer opnieuw dezelfde wedstrijd doen totdat je wint, al kost elk verlies je wel punten.) Dus veranderde Meier het spel om het beter te laten aansluiten bij cognitieve menselijke functies; als je kans om een wedstrijd te winnen een op drie was, garandeerde het spel dat je bij de derde poging zou winnen – iets wat indruist tegen de wetten van de kansberekening, maar wel de illusie van eerlijkheid wekt. Noem het de geluksparadox: geluk hebben is leuk, maar te veel geluk is onrealistisch.

    Het voortdurend onderhandelen tussen spelers en ontwerpers dat eruit voortvloeide moet als een van onze meest abstracte vormen van collectief onderhandelen worden beschouwd.

    In vroeger tijden werd geluk in de regel toegeschreven aan goddelijk ingrijpen; spellen waren evenzeer het terrein van de goden als een manier om menselijke bekwaamheid te testen. Geluk was een belangrijke component van de spellen van de oude Egyptenaren, wier godheid Thoth volgens Plato de uitvinder van de dobbelsteen was. De dobbelstenen werden oorspronkelijk gemaakt van astragali, de kootbeentjes van gehoefde viervoeters, die na het polijsten voor Egyptische bordspellen werden gebruikt en voor een vorm van goddelijke waarzeggerij die astragalomantie werd genoemd. In graftombes zijn vervalste dobbelstenen aangetroffen samen met oeroude spelborden; ook al geloofden de oude Egyptenaren dat een dobbelsteenworp de goddelijke wil uitdrukte, ze waren er niet vies van om het lot een handje te helpen.

    Olaf Haraldsson, een elfde-eeuwse Noorse koning, stelde eens zijn geloof op de proef tijdens een potje dobbelen om een koninkrijk. Olaf was in een territoriaal dispuut verwikkeld met de koning van Zweden over het eiland Hissing; uiteindelijk besloot het tweetal het geschil met dobbelstenen te beslechten. De Zweedse koning gooide twee zessen en zei dat het geen zin had om verder te spelen. Olaf stond erop dat hij ook mocht gooien; als recente bekeerling tot het christendom was hij ervan overtuigd dat God de dobbelstenen gunstig voor hem zou laten rollen. Zijn geloof werd beloond met twee zessen. De mannen bleven om beurten hun dobbelstenen gooien, telkens twaalf punten. De zaak werd uiteindelijk beklonken toen bij Olafs laatste worp een van de dobbelstenen in tweeën spleet, wat resulteerde in een zes en een een en hem het koninkrijk opleverde met een ongeëvenaard gelukkige dertien.


    Geluk is even belangrijk bij moderne spellen, of het nu gaat om het rammelen met dobbelstenen in een beker of de verraderlijke kanskaarten bij Monopoly. Maar de rol ervan is veranderd: mensen hebben de teugels overgenomen van de goden en geluk is een designtool geworden dat de ervaringen en verwachtingen van spelers kan veranderen.

    Bij mechanische spellen is geluk de beschermende factor tegen het mechanisme zelf. Aan het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw merkte flipperkastenfabrikant Gottlieb uit Chicago dat beginnende flipperaars soms al tijdens de eerste momenten van het spel een bal verspeelden. Daarom introduceerden ze een metalen wandje in de vorm van een omgekeerde V, dat tijdens de eerste spelsecondes omhoogkwam tussen de flippers aan de onderkant van het apparaat zodat een verdwaald balletje niet in de goot verdween. Bij nieuwere flipperkasten wordt het blokkerende wandje door software bediend; of het omhoogkomt of niet is een kwestie van geluk en is versleuteld in het algoritme.

    Bij volledig digitale videogames is geluk nog dieper ingebakken in de ervaring en moet het actief worden gestimuleerd. Als de voetbal bij FIFA langs de doelman zeilt, of als een meute raceauto’s om onverklaarbare reden vaart mindert om je te laten inhalen, is er sprake van een spookachtige ingreep van de hand van de gameontwerper. Het gevolg van deze manipulatie is dat je je gevleid voelt en daarom betrokken blijft. Maar het is een truc die subtiel moet worden toegepast. Een speler die voelt dat hij stiekem door het spel geholpen wordt zal zich betutteld voelen; geluk is tenslotte alleen geluk als het echt onvoorspelbaar is.

    En daar beginnen de problemen.

    Toen de goden verantwoordelijk werden gehouden voor geluk, konden we daar alleen maar om bidden. Nu kunnen de architecten van ons spelerslot worden opgezocht op LinkedIn. Door die kennis zijn we gevoeliger voor geluk dat niet helemaal koosjer lijkt, en dat moeten de ontwerpers compenseren.

    Of de proefpersoon nu een duif, een rat of een mens is, de beste manier om aangeleerd gedrag te versterken is door het op willekeurige momenten te belonen

    ‘Zodra de speler zich bewust wordt van een vorm van pseudowillekeurigheid dreigt het plezier in geluk hebben ondermijnd te worden,’ zegt Paul Sottosanti, ontwerper bij Riot Games dat League of Legends uitbrengt, de meest gespeelde onlinegame ter wereld. Games waarbij je schijnbaar willekeurige beloningen krijgt maken vaak gebruik van een ‘pechtimer’, aldus Sottosanti, die garandeert dat je iets schijnbaar gelukkigs overkomt na een langdurige periode van tegenslag, variërend van tien minuten tot een uur, afhankelijk van het spel. Bij World of Warcraft hopen spelers elke keer dat ze een vijand verslaan met een ‘Legendary’ te worden beloond, een van de krachtigste wapens van de game. De kans dat je een Legendary krijgt is oneindig klein, maar ook daarvoor geldt een pechtimer. ‘Als een speler alleen maar wacht tot de pechtimer in werking treedt, kan de vermoeidheid toeslaan,’ zegt Sottosanti. ‘Het eerste wat ze voelen als ze eindelijk een Legendary krijgen is geen vreugde maar opluchting, misschien vermengd met treurigheid.’

    Hoewel pseudowillekeurigheden in sommige gevallen zijn ontworpen om een gevoel van eerlijkheid te creëren, speelt soms ook winstbejag een rol. Met de toename van het aantal zogenoemde ‘freemium games’ – gratis games die echt geld opleveren tijdens het spel door de verkoop van virtuele items – ontstaat de verleiding om een schijnbare speling van het geluk zodanig te manipuleren dat er meer geld wordt uitgegeven. Als voorbeeld van een goed gebruikte pechtimer noemt Sottosanti het populaire virtuele kaartspel Hearthstone. ‘De kans op een waardevolle kaart neemt toe met elk pak dat er niet een bevat,’ zegt hij. ‘Na ongeveer veertig pakken heb je de virtuele garantie dat je er een trekt.’ De pakken zijn te koop voor spelers.

    Deze techniek is rechtstreeks afkomstig uit een spelboek van de Amerikaanse psycholoog B.F. Skinner, uit de jaren vijftig. Of de proefpersoon nu een duif, een rat of een mens is, zo ontdekte Skinner, de beste manier om aangeleerd gedrag te versterken is door het op willekeurige momenten te belonen. De ontwerpers van gratis spellen ontdekten dat ze door met variabele tussenpozen kleine prijzen uit te delen spelers langer geïnteresseerd konden houden – en geld konden laten uitgeven.

    Natasha Schüll is hoofddocent Media, Cultuur en Communicatie aan New York University en de auteur van Addiction by Design: Machine Gambling in Las Vegas. Wanneer een speler het gevoel heeft dat het geluk met hem is, zegt ze, ‘kun je dat toeschrijven aan een toegenomen activiteit van de neurotransmitters, zodat je weet dat er dopamine vrijkomt. Zelfs de dwangmatige pogingen om dat gevoel van euforie opnieuw op te roepen worden gestuurd door het beloningscentrum in de hersenen.’ Het vermogen van dopamine om ons in geluksjagers te veranderen is het duidelijkst zichtbaar in de effecten van sommige geneesmiddelen tegen de ziekte van Parkinson, die patiënten gokverslaafd kunnen maken doordat ze de hersenen vol dopamine laten stromen.

    En de verleiding om het zich voordoen van waarschijnlijkheden te manipuleren, en daarmee het menselijk brein aan te spreken, is nergens groter dan in de gokindustrie, waar de berekeningen meestal door software worden gemaakt, zowel bij internetspellen als bij fysieke spellen in een casino. De resultaten van elke moderne fruitmachine zijn gebaseerd op een geheimzinnig computernetwerk dat willekeurige getallen genereert, en niet op het fortuinlijke samenspel van drie houten wieltjes. Maar het verliezen van dat soort geluk kan demotiverend werken. Daarom maken gokmachines vaak gebruik van de fictie van fysiek geluk – door bijvoorbeeld de indruk te wekken dat je net een riante uitkering bent misgelopen doordat de laatste corresponderende goudstaaf of citroen net te vroeg tot stilstand kwam. Dat verleidt je ertoe om nog een keer voor die nog steeds astronomische pot te gaan.

    ‘Op een haar na gemiste kansen genereren letterlijk gemengde gevoelens,’ zegt Luke Clark, die als psycholoog onderzoek naar gokken doet aan de University of British Columbia. ‘Aan de ene kant wekken ze aversie bij mensen op, aan de andere kant doen ze de motivatie toenemen omdat je het gevoel hebt dat je het spel onder de knie krijgt.’


    Voor games die zwaar op geluk leunen is het handhaven van de illusie dat je er beter in wordt cruciaal. ‘De belangrijkste hersenstructuur is hier het striatum, een verzameling nuclei in het centrum van het brein, dat over het algemeen zowel beweging als beloning reguleert,’ zegt Clark. Dat gebied van de hersenen lijkt uitzonderlijk belangrijk voor het gevoel dat we de hand in ons eigen geluk hebben gehad. ‘Datzelfde gebied speelt een rol bij de vorming van gewoonten, die duidelijk ook relevant zijn voor verslaving.’

    Als je een speler ervan overtuigt dat hij beter wordt in een spel dat op geluk is gebaseerd, neemt de kans toe dat hij zijn geluk gaat tarten. ‘De gokindustrie is al jaren in staat om individuele spelers te volgen, duidelijke historische profielen van klanten op te stellen en algoritmen toe te passen die kunnen voorspellen wanneer iemand dreigt te stoppen,’ zegt Schüll. Op basis van deze profielen kunnen de uitkeringskansen midden in een goksessie worden aangepast door een speler een kleine beloning te geven zodat hij blijft doorspelen. Veel Amerikaanse staten hebben wetten die deze manipulaties verbieden. Freemiumgames, die momenteel niet onder dezelfde wetten vallen als de gokindustrie, kunnen deze bonusuitkeringen vrijelijk blijven geven zodat een speler denkt dat hij geluk heeft – en dus blijft spelen en geld uitgeven.

    Sommige ontwerpers hebben het manipuleren van het geluk überhaupt afgezworen. Larry DeMar, een bekende flipperspelontwerper, heeft de ballenredder lange tijd weggelaten omdat hij vond dat die de zuiverheid van het spel ondermijnde. Als je verliest, verlies je – pech gehad.

    Deze zuivere spelbenadering weet spelers helaas niet altijd te overtuigen. ‘Tegenwoordig zien mensen bijna overal manipulatiepatronen die er helemaal niet zijn,’ zegt Jason Kapalka, de ontwerper van Peggle. ‘Toen ik aan onlinegames werkte, was het bijna onmogelijk om sommige spelers ervan te overtuigen dat er niet op de een of andere manier met de resultaten was gesjoemeld. Mensen kwamen met ingewikkelde theorieën over dat beginners betere resultaten kregen zodat ze een abonnement namen, of dat ervaren spelers met betere resultaten werden beloond omdat ze zulte trouwe klanten waren enzovoort.’

    Ook gameontwerpers kunnen de draad kwijtraken. ‘Zelfs een ervaren ontwerper kan sommige details uit het oog verliezen als het project maar groot genoeg is,’ zegt Adam Saltsman, zelf een ervaren ontwerper, ‘en zelfs een ervaren speler kan een systeem verkeerd begrijpen en vaardigheid met geluk verwarren, of andersom.’

    Als spelen de manier is waarop mensen oefenen voor het leven, volgt daaruit dat we willen dat onze spellen vol onzekerheden zitten, vol grillige momenten waaraan we onze strategie moeten aanpassen. Maar we zijn veeleisender geworden ten aanzien van de hoeveelheid geluk die spellen ons gunnen – niet te veel, niet te weinig. Wat constant blijft is onze belangstelling voor het geluk dat we ervaren. ‘Als we geluk hebben bij een spel ervaren we een sterk gevoel van harmonie en verbondenheid, bijna alsof we het patroon hebben ontdekt, en het hebben voorspeld,’ zegt Schüll.

    De bron van dit geluk – of het nu de goden zijn of een willekeurige verdeling van kansen – is een kwestie van cultuur. Maar de boodschap van een ontmoeting met het geluk tijdens een spel is overal even troostrijk: we hebben gevonden wat we zochten.

    Auteur: Simon Parkin
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: © Justin Chin / Bloomberg via Getty

    Nautilus
    Verenigde Staten | nautil.us

    Begonnen als onlineweekblad, verschijnt Nautilus sinds september 2013 ook op papier. Het prachtige blad wil berichten over de ‘oneindige raakvlakken’ tussen de wetenschap en ons dagelijks leven. Elke maand komt een ander thema aan bod in reportages en analyses.

  • Ritme

    Ritme

    Geluk, zei Don Draper in Mad Men, is vrij zijn van angst. Om die staat van zijn te bereiken, is iedereen overal ter wereld bezig met de meest verregaande vormen van controle.

    Controle over het ongewisse, over de duisternis, controle over datgene waar we helemaal geen controle over hebben. En als we zelf niet in staat zijn vrees te beteugelen, hebben we altijd nog de technologie. Waar we dan ook weer bang voor kunnen worden, of razend en gefrustreerd als het hapert of domweg niet werkt.

    Mediafilosoof en hoogleraar Informatica Ian Bogost schreef een angstaanjagend artikel voor The Atlantic (Dossier) over de lange arm van bijvoorbeeld een simpele app die het stroomverbruik van afzonderlijke apparaten in huis bijhoudt. Het is nog niet zover dat de apparaten de regie over ons leven hebben overgenomen, en bovendien kunnen we nog steeds zelf beslissen in hoeverre we in welke database dan ook willen verschijnen – maar toch. Wil je 
toezicht over zaken die doorgaans buiten je blikveld liggen, of inzicht in dat wat met het blote oog onzichtbaar is, dan lever je vrijheid in. 
Misschien kan big data het alledaagse leven inderdaad 
vergemakkelijken, maar diezelfde informatie kan net zo goed tegen je worden gebruikt.

    Ooit.

    We hebben ons ritme leren negeren, omdat eigen ritme nooit in de pas loopt met het collectieve ritme van een samenleving

    Paradoxaal eigenlijk. We denken tijd te besparen omdat een internetverbinding ons helpt efficiënter te zijn, productiever. Ondertussen worden we overspoeld door wat er allemaal nog meer kan en raken verstrikt en verstikt in wat de Duitse tijdsonderzoeker Karlheinz Geißler in een interview met 
Die Zeit (Horizon) ‘verdichting van tijd’ noemt. In plaats van naar de vaste maat van de klok te leven, naar de uren die slaan, 
de halve uren, de kwarturen, de zestig minuten in ieder uur, zouden we weer moeten kunnen vertrouwen op het eigen ritmisch organisme.

    Nee, niet de inwendige klok. Die hebben we volgens Geißler niet. Ritme wel. Maar dat hebben we leren negeren, omdat eigen ritme nooit in de pas loopt met het collectieve ritme van een samenleving.

    Misschien is geluk dus juist wel het vrij zijn van de klok.

    Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • De alledaagse schoonheid van Mogadishu

    De alledaagse schoonheid van Mogadishu

    Amateurfotograaf Abdulkadir Mohamed gaat de straten van de Somalische hoofdstad Mogadishu op om een ander beeld van zijn land te tonen. Geen dood en verwoesting, maar kleurrijke stranden, markten en spontane performances van gefotograafeerden. Zijn beelden verspreidt hij op de sociale media onder de naam Ato.

    Jongens en mannen met geweren, kinderen spelend tussen het puin, families samengepakt in vluchtelingenkampen en bloederige taferelen ten gevolge van bominslagen. Soms zit er ineens een kiekje tussen van het prachtige strand dat de stad ook heeft en zie je tekenen van hoop en opleving: nieuwe flatgebouwen oprijzend tegen de hemel, wegen die worden verlicht door zonne-energie en gloednieuwe geldautomaten. Beide soorten foto’s laten facetten zien van de werkelijkheid van Mogadishu, maar ze maken niet duidelijk hoe de ruim twee miljoen inwoners van de stad het dagelijks leven ervaren en wat het leven voor hen de moeite waard maakt.

    ‘Zelfs dwars door de verwoesting heen valt er in Mogadishu schoonheid te ontdekken,’ zegt Abdulkadir Mohamed, een Somalisch-Canadese amateurfotograaf. Hij is een autodidact die met zijn camera de straat op gaat en zich elke keer opnieuw laat verrassen door de stranden, de markten, de kinderen, de minaretten, het drukke stadsgedoe. Hij plaatst zijn foto’s op de sociale media en zet er zijn bijnaam onder: ‘Ato’. Dat is een Somalisch woord dat ‘mager’ betekent.

     
© Ato (Abdulkadir Mohamed)
    
© Ato (Abdulkadir Mohamed)

    Abdulkadir werd geboren en getogen in het kosmopolitische Mogadishu, waar kunst en cultuur een belangrijke rol speelden. ‘Ik ben opgegroeid met het Pan-Afrikaans en Arabisch Filmfestival [dat voor het eerst werd gehouden in 1987]. In die tijd had Mogadishu twintig bioscopen. De Somaliërs gingen heel vaak naar de film.’
    Zijn belangstelling voor fotografie heeft hij niet van vreemden. ‘Mijn oom was fotograaf. Er waren destijds veel fotostudio’s in Mogadishu.’


    tumblr nu2cyqcbts1tm1zovo1 1280

    Abdulkadir verhuisde in zijn tienerjaren naar Canada, vlak voordat Somalië in een langdurige burgeroorlog verzeild raakte. Die burgeroorlog volgde op de val, na een lange regeerperiode, van president Mohamed Siad Barre in 1991. Abdulkadir woonde ruim twintig jaar in Canada en de Verenigde Staten, voordat hij aan het begin van 2014 om familieredenen terugkeerde naar zijn geboortestad.

    ‘Je wilt niet meer behandeld worden als een tweederangsburger, je wilt niet langer uitgescholden worden’

    ‘Toen ik in het buitenland woonde, zag ik alleen maar de gebruikelijke foto’s van Somalië. Het waren clichébeelden over de oorlog en over Somaliërs die of piraterij bedreven, of omkwamen van de honger. Dat is niet het Mogadishu dat ik van vroeger ken.’

    Toen hij terug was, begon hij foto’s te maken, om aan zijn vrienden in de Somalische gemeenschap in Canada te kunnen laten zien hoe het er in Mogadishu in werkelijkheid aan toeging. Via de sociale media bleven ze op de hoogte. Die vrienden bleven steeds om nieuwe foto’s vragen. ‘Een vriend wilde graag dat ik foto’s zou nemen van de wijk in Mogadishu waar hij was opgegroeid. En mijn tienernichtje drong net zo lang aan tot ik een account opende op Tumblr. Veel andere mensen deden dat vervolgens ook.’

    tumblr nducitiebm1tm1zovo1 1280

    Veel jonge Somaliërs die handig zijn met internet, zijn de sociale media gaan gebruiken om foto’s en video’s te verspreiden die een gunstig beeld geven van hun land. Sommigen – zoals Ugaaso Boocow, die veel volgers heeft op Instagram, of Abla Elmi, producent van de zesdelige videoserie Mogadishu Diaries, of Ahmed Yusuf, oprichter van het YouTube-kanaal Welcome to Somalia – zijn net als Abdulkadir teruggekeerd naar Mogadishu, na jarenlang elders te hebben gewoond. Anderen, zoals Zahra Qorane [een blogster en fotografe uit Mogadishu], zijn nooit weggeweest.

    ‘Als je terugkeert naar Somalië en je ziet dat het daar heel anders is dan je dacht, dan besluit je dat je nooit meer naar het buitenland wilt. Je wilt niet meer behandeld worden als een tweederangsburger, je wilt niet langer uitgescholden worden,’ zegt Abdulkadir. ‘Het valt niet mee om tegelijk moslim, zwart en immigrant te zijn. In de westerse wereld heerst vreemdelingenhaat. Hier, in eigen land, zal niemand je uitschelden.’

    tumblr ne3pcab1rv1tm1zovo1 1280

    Abdulkadir legt mensen, dingen en scènes vast. Zijn foto’s zijn niet alleen momentopnames, maar ook betekenisvolle verhalen, die een stem krijgen door de onderschriften in het Engels en het Somalisch. Die onderschriften zijn soms heel ad rem, soms grappig en soms ernstig van toon, maar ze zijn altijd begrijpelijk voor niet-Somaliërs.

    De manier waarop hij mensen portretteert is bijzonder; Abdulkadir heeft een uitzonderlijk vermogen om een verstandhouding op te bouwen met degenen die hij fotografeert. ‘Ik geloof er heel erg in om mensen in hun waarde te laten. Ik neem nooit foto’s zonder toestemming.’ Hij fotografeert van betrekkelijk dichtbij, en velen voelen zich daarbij zodanig op hun gemak dat ze graag een performance geven voor de camera. Dat levert mooie, onverwachte en levendige beelden op. Ook als de mensen zich laten fotograferen zonder zich speciaal bewust te zijn van de camera, wekken de foto’s geen voyeuristische indruk. De kijker krijgt niet het gevoel dat hij op ontoelaatbare wijze binnendringt in het leven van de geportretteerde. ‘Als de mensen in Mogadishu je zien met een camera, dan denken ze meteen dat je persfotograaf of journalist bent,’ zegt hij. Journalistiek blijft een bijzonder gevaarlijk beroep in de stad. ‘Ik zie mezelf trouwens niet als een professionele fotograaf.’

    tumblr ne3piggc7i1tm1zovo1 1280

    Hoewel veel foto’s van Abdulkadir een bepaalde documentaire kwaliteit hebben, ziet hij zichzelf niet als een documentairemaker. ‘Ik heb besloten om mij te richten op positieve berichtgeving. Dat betekent dat ik de gebruikelijke negatieve verhalen over mijn stad aan anderen overlaat.’ Deze stellingname maakt hem tot een visueel activist. Internationaal gezien doen de foto’s van Abdelkadir denken aan het werk van een andere straatfotograaf met Canadese connecties: Thana Faroq, oprichtster van een Jemenitisch fotoproject. Haar motto: ‘Het gaat mij om het leven, níét om oorlog.’

    In de jaren vijftig was het Robert Frank (1924) die brak met de regels van de Amerikaanse fotografische traditie, door schaamteloos een persoonlijk stempel te drukken op zijn fotoserie The Americans. Terwijl Frank de onderbuikgevoelens van de Amerikanen in beeld wilde brengen, vanuit het koele gezichtspunt van een buitenstaander, is het Abdulkadir vooral te doen om het tonen van positieve beelden van binnenuit. Zijn foto’s laten zien hoe de mensen hoop houden, hoe ze genieten van kleine dingen, hoe ze hun vrije tijd besteden (met muziek, dans en sport) en hoe belangrijk familie en kinderen zijn. Aan de hand van de foto’s van Abdulkadir kan iedereen bedenken wat het leven de moeite waard maakt in Mogadishu – en ook in de rest van de wereld.

    tumblr nqamdnwvqk1tm1zovo1 1280
    tumblr nqam7u03mh1tm1zovo1 1280 png
    tumblr nut5fp8zgy1tm1zovo1 1280 png
    tumblr nqled2fyqg1tm1zovo1 1280
    tumblr nqlf03fggr1tm1zovo1 1280
    tumblr nqlgguf1uk1tm1zovo1 1280
    tumblr nrq0qcuyjk1tm1zovo1 1280
    tumblr nu2csdrpwk1tm1zovo2 1280
    tumblr nqlf416ndg1tm1zovo1 1280
    tumblr nqlhtuvqn31tm1zovo1 1280

    Auteur: Mo Keita
    Vertaler: Janet Luis

    True Africa
    Verenigd Koninkrijk, trueafrica.co
    Mediaplatform over cultuur, muziek, lifestyle, politiek, mode en technologie in Afrika en diaspora. De site is gericht op een nieuw geluid, jong getalenteerden plaatsen bijvoorbeeld artikelen over skateboarden in Accra, lesbiënne zijn in Lagos en street art in Rwanda.