Tag: globalisme

  • Kunst en cultuur moeten terug op de Europese agenda

    Kunst en cultuur moeten terug op de Europese agenda

    De Zweedse schrijver en vertaler Ulf Peter Hallberg denkt dat de oplossing voor veel maatschappelijke malaise ligt in kunst en literatuur die openheid en begrip mogelijk maken.

    IQ: De maatschappij ziet cultuur vaak als een soort ontspanning, die niets te maken heeft met politiek. Vindt u dat ook?

    Ulf Peter Hallberg: Kunst en cultuur staan voor veel meer dan ontspanning. Wij moeten inzien dat kunst, de literatuur, de muziek, alle kunstvormen in verschillende opzichten belangrijk zijn. Dat we er armer van worden als cultuur in het leven van alledag een kleinere rol krijgt toebedeeld door de politiek, omdat die ons in staat stelt het kritisch vermogen te ontwikkelen en niet te vergeten, om verandering te bewerkstelligen.

    In mijn boek European Trash, Fourteen Ways to Remember a Father schrijf ik over iemand die zijn vader heeft verloren. De vader was niet geïnteresseerd in rijkdom of macht, hij was 87 toen hij stierf, maar voelde zich 27. Waarom? Omdat hij geld zag als iets wat mensen alleen maar kan vernietigen. Hij had de belangrijkste waarden van zijn leven ontdekt in de kunst. Daar had hij belangstelling voor, hij verzamelde artikelen over kunstwerken en dacht er veel over na. Ook ik wil graag geld hebben en uitgeven, net als iedereen. Maar dat is niet het belangrijkste doel in mijn leven, of mijn grootste drijfveer.

    Natuurlijk is hier een verband te leggen met de politiek. Een voorbeeld: de Zweedse Democratische Partij zegt dat het land zich moet ontdoen van alle buitenlanders, dat Zweden blank moet zijn en één natie, een zuivere staat. Hoe je ook op dat soort ideeën reageert, het blijft retoriek. Dan kan het helpen om te bedenken dat het de literatuur of de kunst niet uitmaakt wie jij bent of waar je vandaan komt en wat de kleur van je huid is. Die principes zouden naar mijn idee de leidraad in het leven moeten zijn.

    Hoe is de manier waarop de samenleving, of concreter de politieke klasse, naar kunst kijkt, te verbinden met het idee van de populistische natiestaat?

    Volgens mij kunnen veel gebeurtenissen vergeleken worden met situaties die in boeken worden beschreven of in beeldende kunst worden afgebeeld. Je kunt je afvragen hoe een bepaald dilemma zou worden opgelost in een roman of een novelle. De literatuur kan in die zin een inspiratiebron zijn. Zelfs al stond het duidelijk in de wet, geen enkele persoon of groep kan alleen maar als goed of alleen maar als slecht worden bestempeld. De lijn die goed scheidt van kwaad, zwart van wit, werkt niet in de kunst.

    Politici, vooral degenen die zich laten leiden door een populistische overtuiging, willen de samenleving overtuigen van hun ideeën over gerechtigheid en gebruiken daarvoor simplistische retoriek. De Hongaarse premier Viktor Orbán en de Amerikaanse president Donald Trump zijn daar goed in.
    Toch zit het probleem niet zozeer in die retoriek zelf, maar in de middelen die worden ingezet om besluiten te kunnen nemen.

    Het bestaan van kunst en literatuur laat zien dat alles in het leven een voortdurende strijd is, een eeuwige zoektocht, waarin doelen worden bereikt en waarden worden gekoesterd en mislukkingen verdoezeld

    Wat is de invloed daarvan op de Europese Unie en haar waarden?

    Cultuur maakt veel zichtbaar. Ze zorgt voor het behoud van de gevoeligheid in de moderne wereld. De Litouwse filosoof en schrijver Leonidas Donskis en de Poolse socioloog Zygmunt Bauman hebben al eerder vastgesteld dat in de huidige samenleving de cohesie ontbreekt. Er is geen behoefte meer aan wederzijdse banden, geen verbondenheid waardoor de zaak wordt opgeschud, waardoor men wordt uitgedaagd of gedwongen de strijd in te gaan. Donskis en Bauman vonden dat Europa veranderd was en, ze hadden gelijk. Door die transformaties zijn culturele verschijnselen naar de zijlijn gedrongen. De samenleving is een machine geworden die een ‘vloeibare moderniteit’ heeft veroorzaakt, zoals de filosofen het noemen. Dat wil zeggen een plek zonder verbinding, een toneel voor machtsspelletjes. Het verlies van persoonlijkheid en individualiteit is vaak een belangrijk probleem.

    Hoe is dat te veranderen? Via de literatuur, de kunst en het theater. Mijn studenten aan de Sorbonne hebben me weleens gevraagd waarom ik hen dwong om te schrijven. Nu begrijpen ze dat schrijven niet alleen een middel is om je gedachten te uiten, maar ook om dialoog uit te lokken, contact te maken met de medemens. Dat idee brengt ons naar de Oudheid, de tijd van Plato, toen alles was geschapen naar de idee dat het leven zich in het hart van het denken bevond.

    Dat vergeten we tegenwoordig. De Europese Unie en Brussel worden mechanische apparaten met een zwak hart. In het beleid van die institutiesbestaat geen dialoog, er worden geen banden meer gesmeed. Ik denk dat de kunst en de literatuur terug moeten komen op de politieke agenda van Europa. Er moet een intellectuele blik op die Unie komen. Als er geen dialoog is met de cultuur, is de politiek ook een lege huls.

    We kunnen ons alleen tegen zo’n ontwikkeling beschermen door ons ervan bewust te zijn. Het kan soms lastig zijn om door retoriek heen te kijken, maar kritisch nadenken heeft nog nooit iemand kwaad gedaan. We moeten openstaan, nieuwe ideeën toelaten in de samenleving, in je familie, niet bang zijn om vragen te stellen, en de wereld niet verdelen in goed en kwaad. Wat Europa nu nodig heeft, zijn ideeën waarmee we kunnen behouden wat we zijn en die ons beschermen tegen overheersing door de economie en fanatieke demagogen.

    Het schilderij Picasso's Guernica in the style of Jackson Pollock. – © Christophe Ena / HH
    Het schilderij Picasso’s Guernica in the style of Jackson Pollock. – © Christophe Ena / HH

    In welk opzicht is dat verbonden met de grote rol die nieuwe technologieën in het leven van alledag zijn gaan spelen?

    Ik vind het geweldig hoe het internet en de moderne technologie ons de mogelijkheid bieden om met elkaar in contact te komen, te communiceren, informatie te delen, enzovoort. Dat is een formidabel middel om verbinding te scheppen en herscheppen. Maar in mijn eigen land, Zweden, hebben de meeste mensen op Facebook alleen Zweedse vrienden. Mijn eigen netwerk bestaat voor negentig procent uit buitenlanders. En daarom zijn mijn berichten meestal in het Engels. Ik heb belangstelling voor deze communicatie, want zo komen we dichter bij het kosmopolitisme.

    Toch, in twintig jaar tijd hebben de nieuwe technologieën onze samenleving enorm veranderd. Je kunt ze verwijten dat ze geen ruimte bieden voor echte discussie en dat ze de mens veranderen in een bron van inkomsten. Die situatie kennen we allemaal. Je hoeft maar ‘Rome’ in te tikken op Google en meteen verschijnen op andere sites die je bezoekt advertenties met reisaanbiedingen naar die stad. Diee kun je allemaal negeren, maar voor mij lijkt het steeds meer op persoonlijke informatielekken.

    Daarom sta ik kritisch tegenover de sociale media. Als ik er foto’s tegenkom van kennissen die in bed zitten te ontbijten, dalen zij bij mij toch in aanzien. Ik wil dat helemaal niet zien, ergens heb ik het gevoel dat dat niet hoort. Sommige dingen moeten privé blijven, binnen de intimiteit van je eigen huis, anders worden zulke momenten minder waardevol.

    In dat opzicht bieden de literatuur en de kunst een veiliger toevluchtsoord. Studenten leer ik kritisch naar de sociale media te kijken en voorzichtiger te worden met het delen van persoonlijke informatie. Het zou mooi zijn als politici en andere mensen op machtsposities dat ook in gaan zien. Ik ben optimistisch van aard en ik denk dat uiteindelijk iedereen begrijpt wel hoe belangrijk dat is en hoe hoog de prijs zal zijn als we zo doorgaan.

    Kosmopolitisme wordt vaak in één adem genoemd met globalisering, open grenzen en vrijheid. Wat betekent het woord voor u?

    Ik zou het concept van het kosmopolitisme uitleggen door een parallel te trekken met de band die de kunstenaar onderhoudt met zijn land van herkomst, wanneer hij zich buiten de grenzen daarvan bevindt. Zo iemand gaat een innerlijke strijd aan die wordt gemarkeerd door de vreemde omgeving en zijn land van herkomst. Er zijn talloze schrijvers voor wie dat geldt. Een voorbeeld is de van oorsprong Noorse schrijver Henrik Ibsen, die decennialang in Italië heeft gewoond, maar veel over zijn geboorteland schreef.

    Deze kunstenaars krijgen creatieve impulsen doordat hun bestaan en hun identiteit door elkaar worden geschud en ter discussie gesteld. Het jaagt hun productiviteit aan. Ze hebben begrepen dat de concepten van ‘het oude land’ en ‘de natiestaat’ die in deze tijd de basis van alles zijn, niets meer betekenen. Het werk van deze kunstenaars berust op een evenwicht tussen de cultuur en de actuele situatie, op de band met de wereld om hen heen. Al die dingen is Europa nu kwijt, naar mijn idee.

    Maar in Vilnius voel ik nog steeds het omgekeerde. Ik heb deze stad drie jaar geleden ontdekt. Het is een levende stad die haar wezenlijke kenmerken heeft behouden: in de straten klinkt meertaligheid, de architectuur is multicultureel. En, niet onbelangrijk, er is genoeg ruimte voor de bewoners van deze stad, de Litouwers, de joodse bevolking en alle anderen.

    Men zegt altijd dat elk kind dat geboren wordt een vreemdeling is. Dat is zo, volgens mij. Toch is het mogelijk om banden te scheppen, die te koesteren en zo jezelf en je omgeving vorm te geven. Dat noem ik een kosmopolitische blik hebben op de wereld.

    Welk type mensen heeft zo’n kosmopolitische kijk op de wereld?

    Veel mensen denken dat het kosmopolitische wereldbeeld van kunstenaars of anderen niets anders is dan een romantische grotestadsblik. Alsof de rest van de mensheid hun ogen alleen richt op het asfalt. Maar dat klopt niet. Het kosmopolitisme onderscheidt zich door een bepaalde opvatting van ruimte en tijd. Het gaat voor kosmopolieten om een bron van creativiteit die hen beveelt om nooit stil te staan.

    Nieuwe ideeën worden gevormd op het moment dat je geconfronteerd wordt met een moeilijke of ingewikkelde situatie. Een ziekte bijvoorbeeld, een verlies of een ander probleem dat een schok veroorzaakt. Zulke situaties leren ons iets, maar die lessen vergeten we vrijwel meteen weer. In de kunst gebeurt het omgekeerde, het biedt de kans in het moment te zijn, ergens tussen de dood en het leven.

    Wat bedoelt u als u zegt dat Europa wordt geconfronteerd met het verlies van zijn waarden? Wat zijn de gevolgen daarvan?

    In mijn ogen heeft de redevoering die Winston Churchill in 1948 in Den Haag hield de basis gelegd voor de Europese beweging. Hij sprak toen over de tragedie van Europa. Hij waarschuwde dat de tijd kon opraken, dat zelfs als de strijd was opgehouden en de kanonnen zwegen, het gevaar bleef bestaan. Hij verdedigde het Europa dat gefundeerd was op de waarden van het christendom, de cultuur, de filosofie, de wetenschap en de geschiedenis. Met het vergroten van de Europese gemeenschap, in een streven naar een vrije markt, zijn veel van die waarden verloren gegaan.

    De literatuur en de beeldende kunst plaatsen vraagtekens, maar hun doel is niet om één waarheid vast te stellen. Je kunt het vergelijken met de filosofie: die stelt vragen die we niet kunnen beantwoorden

    De culturele waarden zijn onlosmakelijk verbonden met mensenrechten en met democratische waarden. De politiek besteedt er volgens u weinig aandacht aan. Welke lessen kunnen we daaruit leren?

    De literatuur en de beeldende kunst plaatsen vraagtekens, maar hun doel is niet om één waarheid vast te stellen. Je kunt het vergelijken met de filosofie: die stelt vragen die we niet kunnen beantwoorden. Het bestaan van kunst en literatuur laat zien dat alles in het leven een voortdurende strijd is, een eeuwige zoektocht, waarin doelen worden bereikt en waarden worden gekoesterd en mislukkingen verdoezeld.

    Tegenwoordig is het waardensysteem van de Europese Unie behoorlijk uitgehold. Wij kunnen het niet meer goed voelen. Elke man en elke vrouw op straat begrijpt dat. En als de waarden ons teleurstellen, nemen we er afstand van en gaan we op zoek naar nieuwe.

    Maar succes leert ons niets, mislukkingen zijn onze beste leraren. Zij stuwen ons naar voren. Daarom moeten we niet bang zijn onze mislukkingen te erkennen, er conclusies uit te trekken en nog harder ons best te doen.

    Ik denk dat de toekomst van de politiek afhankelijk is van de cultuur. Tegenwoordig is alles wat op Facebook, in de politiek of in Hollywood gebeurt identiek, veel staat in het teken van de zoektocht naar populariteit. Toch is cultuur altijd de kracht en de ware identiteit van Europa geweest. Jarenlang hebben verschillende volken naast elkaar geleefd, hadden verschillende talen en verschillende wereldbeelden elk hun eigen plaats.

    Nu moeten we veel te vaakhet Amerikaanse circus tot ons nemen, in plaats van Aristoteles, Charles Dickens, Dante en de anderen.

    Auteur: Kotryna Tamkuta
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Wolfgang Thöner, curator van de tentoonstelling Carl Fieger. Vom Bauhaus zur Bauakademie, in een opblaasbare replica van een huis van Carl Fieger. – © Klaus-Dietmar Gabbert / HH

    IQ
    Litouwen | maandblad | oplage 10.000

    IQ The Economist verschijnt sinds 2010 in samenwerking met het Britse weekblad The Economist. Het maandblad biedt veel vertaalde artikelen, maar ook journalistieke verhalen en commentaren geschreven door Litouwse persoonlijkheden. De slogan van de Litouwse editie luidt: ‘De traditie van intellectuele journalistiek’.

    hallberg peter

    Ulf Hallberg

    Schrijver Ulf Hallberg is geboren in Malmö, Zweden en woont sinds 1983 in Berlijn. Hij heeft onder anderen Georg Büchner, Bertolt Brecht en Frank Wedekind vertaald. Aan de Ateliers d’écritures van de Sorbonne doceert hij creatief schrijven en vertalen. In 2009 publiceerde hij het boek European Trash, Fourteen Ways to Remember a father, dat in 2012 in Engelse vertaling verscheen.

  • ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    Fake News is de schuld van het internet, de Russen en Donald Trump, toch? Zo simpel is het niet, zegt de Britse journalist Matthew d’Ancona, die er een boek over schreef. ‘De mondialisering heeft de aard van ons bestaan veranderd.’

    Er is momenteel zo veel te doen over fake news dat het wel een moeras lijkt. Hoe vinden we daarin onze weg?

    ‘Allereerst moet je, zoals altijd, de term definiëren. Voor mij betekent “fake news” het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie voor politieke of commerciële doeleinden. Het slaat zeker niet op nieuws dat me niet bevalt of waarmee ik het niet eens ben, of analyses die me ergeren. Maar in een heel interessant voorbeeld van wat psychologen het “spiegeleffect” noemen heeft Trump de term vrijwel geannexeerd om de media aan te duiden die kritiek op hem hebben. En de mensen zijn de term “fake news” gaan gebruiken om media aan te duiden waarvan de artikelen hun niet bevallen of waarmee ze het niet eens zijn.

    Je kunt het ook “post-waarheid” noemen, de mantel die alles bedekt. De post-waarheid begint op het moment dat leugens niet belangrijk meer zijn of wanneer de consumenten van die leugens ermee onder één hoedje spelen, wanneer de emotionele weerklank van die beweringen belangrijker is dan hun feitelijke juistheid. Ik denk dat de term “post-waarheid” het afgelopen jaar zo veel succes heeft gehad vanwege twee specifieke en overweldigende gebeurtenissen, de Brexit en de verkiezing van Trump. Die hebben een zeer sterke emotionele weerklank gevonden, die belangrijker lijkt dan het steekspel van feitelijke beweringen.’

    Het is fascinerend om de resultaten te zien die je krijgt als je de term ‘fake news’ googelt. Of het nu om de gebeurtenissen in Myanmar gaat of om het Equifax-schandaal, het is bijna choquerend. Het is alsof zowel links als rechts zich ervan bedient om hun respectievelijke identiteit te bewaren. Zou het kunnen dat als je maar lang genoeg beweert dat iets fake news is, het vanzelf fake news wordt?

    ‘Tja, dat is me nogal een vraag. Het eerste wat we moeten benadrukken is dat het rampzalig zou zijn als we dit probleem aan de politiek overlieten en als politici de termen “fake news” en “post-waarheid” zouden gaan gebruiken om hun eigen programma erdoor te drukken. Daarvoor staat er veel te veel op het spel. Het is in een liberale maatschappij oneindig veel belangrijker de waarde en het primaat van de waarheid te beschermen dan te weten of we een linkse of rechtse regering hebben. Dat is fundamenteel. Daarom denk ik dat we een stapje terug moeten doen en ons moeten afvragen waarom de informationele ecosfeer veranderd is. Dat heeft niet echt te maken met rechts of links. Natuurlijk is er een groot debat gaande over de relatie tussen de opkomst van populistisch rechts en dit probleem, maar naar mijn mening zijn de oorzaken veel algemener. Er spelen talrijke factoren mee, maar ik denk dat er twee hoofdfactoren zijn.

    De eerste is dat we een afnemend vertrouwen zien in de bestaande instituties. Het eclatantste voorbeeld was de financiële crisis van 2008/2009, waardoor wereldwijd het vertrouwen verdween in de banken die sinds het einde van de Koude Oorlog de wereldorde hadden ondersteund. Die schokgolf is momenteel in de hele wereld voelbaar. Maar er bestaat in de media en elders een tendens om te denken dat, omdat het acht of negen jaar geleden is gebeurd, de crisis ten einde is en de recessie verleden tijd. Het wordt tijd voor iets anders. Maar het was zo’n ingrijpende gebeurtenis dat de gevolgen naar mijn mening nog altijd enorm zijn.

    We zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander

    De tweede factor is de digitale revolutie. In het begin, toen rond 2004 het zogeheten “Web 2.0” zijn intrede deed en steeds meer mensen supersnel internet kregen, werd gedacht dat de tweede fase van de internetrevolutie wereldwijd een verbindende factor zou vormen. En dat is natuurlijk ook gebeurd: de obstakels bij het verspreiden van informatie zijn weggenomen, mensen kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, we hebben een ongeëvenaarde toegang tot informatie. Maar deze revolutie heeft ook een tegengesteld effect gehad: ze heeft mensen in hokjes geduwd waarin iedereen dezelfde overtuigingen is toegedaan. Er treedt een soort balkaniseringseffect op. Mensen kruipen bijeen in sociale of ideologische bubbels. En essentieel daarbij is dat dit fenomeen niet te wijten is aan een onvolkomenheid in het web. In feite zijn de algoritmen van de sociale netwerken juist voor dat doel ontworpen: om ons altijd meer te geven van wat we willen, waarvan we houden, en ons in contact te brengen met mensen die we aardig vinden. Dat is een erg plat voorbeeld, maar uiterst belangrijk voor de manier waarop de geloofssystemen zich momenteel vermengen en groeien.’

    Een van de dingen die me fascineren in het fakenewsprobleem is dat de indruk wordt gewekt dat links de waarheid in pacht heeft – we moeten die waarheid absoluut terugveroveren, wij zijn er de bewakers van en als we haar laten ontsnappen zullen de rechtse en conservatieve krachten ermee doen wat ze willen.

    ‘Nou, om terug te echoën wat u zegt, ik denk dat rechts gelijk heeft wanneer het betoogt dat echokamers als Antifa en SJW (Social Justice Warriors) even venijnig zijn. Probeer bijvoorbeeld maar eens op de sociale media een zinnig gesprek te beginnen over transgenders en zie hoe je bestookt wordt met stompzinnige opmerkingen als: “Geen enkele mannelijke cisgender heeft het recht een mening te verkondigen over transgenderisme.” Dat is de keerzijde van de medaille: we zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander. Ik kan me moeiteloos een links populisme voorstellen dat de precieze tegenhanger is van het fenomeen-Trump.

    Ik zie heel goed dat sommige mensen ons proberen wijs te maken dat de progressieve elite het begrip waarheid weer in haar macht probeert te krijgen, maar het gaat om een veel groter fenomeen. De vraag is in feite de volgende: willen we doorgaan met een systeem van informatie-uitwisseling, diepgaande analyse en feitenonderzoek, of willen we ons in een onmetelijk emotioneel moeras storten waar we zullen worden gebombardeerd met digitale beweringen en waar we bijeen schuilen in defensieve bubbels waarin het democratisch discours geen enkele betekenis meer heeft? Dat laatste lijkt me nog veel angstaanjagender.

    Een van de dingen waar degenen die echt betrokken zijn bij dit fundamentele debat over de post-waarheid naar mijn mening voortdurend op moeten blijven hameren om het in het hoofd van de mensen te laten doordringen, is precies wat u betoogt: we kunnen niet simpelweg zeggen dat de progressieve elite iedereen de mond probeert te snoeren. We kunnen het fenomeen niet afdoen als een poging om de fabuleuze vrijheid en variëteit die het internet ons biedt te verstikken. Dat zou rampzalig zijn.

    Om te beginnen is er geen enkele kans dat zoiets gebeurt; daar is het veel te laat voor. Zelfs als je veronderstelt dat een progressieve elite daarop uit zou zijn, zou het haar niet lukken. En we zijn dat stadium in elk geval allang voorbij.

    De vraag die we ons nu moeten stellen, is de volgende: is het, in het licht van de technologische en institutionele werkelijkheid van dit moment, nog mogelijk de waarheid als het belangrijkste uitgangspunt te beschouwen?’

    © GaryDoak/HH
    © GaryDoak/HH

    Ik vind het fascinerend hoe sommige regeringen, zoals die van Rusland, hun voordeel doen met fake news. Zal dit fenomeen om zich heen grijpen, als dat al niet is gebeurd?

    ‘De precieze omvang van het fenomeen kennen we niet. Er spelen duidelijk twee belangrijke factoren mee: allereerst de uiterst geraffineerde strategieën waarmee Rusland informatie manipuleert, zowel langs menselijke als langs geautomatiseerde weg, maar ook het ontstaan van bedrijven die in staat zijn fenomenale hoeveelheden informatie aan de sociale netwerken te onttrekken, informatie die vervolgens verkocht wordt om tijdens verkiezingscampagnes te worden gebruikt. Je hoeft maar naar Cambridge Analytica te kijken, een bedrijf dat is gespecialiseerd in electoraatsprofielen en is opgericht door miljardair Robert Mercer, een goede vriend van Steve Bannon, om te zien wat voor rol zulke bedrijven hebben gespeeld bij het Brexit-referendum en bij de verkiezingen in Amerika en andere landen.

    We beginnen nu pas doordrongen te raken van de ernst van het probleem, van het feit dat er enorm veel universitair en journalistiek onderzoek nodig is en dat dat er snel moet komen omdat dit alles zich nu, op dit moment afspeelt. We moeten eerst de manier analyseren waarop het zich voltrekt, de omvang van het probleem bepalen en daarna een beetje gas terugnemen en bedenken hoe we dit fenomeen aan regels kunnen onderwerpen zonder inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting. Dat wordt een bijzonder hachelijke onderneming, want het ergste resultaat zou een ministerie van Waarheid zijn. Dat zou nog erger zijn dan de huidige status quo. Het idee dat een overheidsinstantie voor ons zou gaan bepalen wat waar is en wat niet is precies het tegengestelde van wat een moderne democratische orde zou moeten zijn.

    Als het doemdenken en de morele afkeer ons tot overregulering zouden dwingen, zouden we met een ongelooflijk verkrampt systeem komen te zitten waarin alle energie van het web teniet zou worden gedaan door een paniekerige autoritaire reactie. We moeten tussen deze twee klippen door zien te manoeuvreren.’

    Dus het is allemaal de schuld van het web?

    ‘Nee, helemaal niet, want het web is alleen maar een doorgeefluik. De technologie heeft een dominante rol gespeeld, maar alleen omdat de aard van het menselijk bestaan is veranderd. We leven in een gemondialiseerd bestel en hoezeer de mensen zich daar ook tegen proberen te verzetten, onze grenzen worden steeds poreuzer. We vermengen ons als soort en worden economisch en cultureel steeds afhankelijker van elkaar. Natuurlijk, als je de internetkabels zou weghalen zou er geen Twitter of Facebook meer zijn waarmee informatie met de snelheid van het licht kan worden verspreid. Maar er is een bepaalde soort-zoekt-soorttendens: op momenten van extreme spanning en grote veranderingen zoeken mensen het gezelschap van anderen met dezelfde denkbeelden. Op die manier vinden ze andere uitdrukkingsvormen die misschien minder heftig zijn, maar die wel bestaan. Daarom wijs ik ouderwetse reacties op dit probleem af: ik denk dat het internet een positieve uitwerking heeft gehad en dat als het niet zou bestaan, er aan het eind van de Koude Oorlog wel iets overeenkomstigs zou zijn uitgevonden. Het ontstaan van een wereld die niet langer in de ban zou zijn van wederzijdse angst voor vernietiging zou in elk geval een enorme invloed hebben gehad op de manier waarop we ons gedragen als soort. En dat is ook gebeurd. Een van de gevolgen is dat alles ter discussie wordt gesteld, en dat is absoluut essentieel.

    We hebben een stadium bereikt waarin iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft – en dan niet alleen maar in het domein van de politiek. Ik denk dat de opkomst van pseudowetenschappen, het herleven van complottheorieën en het ontkennen van de holocaust en dergelijke daar allemaal verband mee houden. Die moet je als één geheel zien. Een van de dingen die ik in mijn boek duidelijk heb willen maken is dat mijn standpunt absoluut niet politiek gemotiveerd is, of in elk geval niet ingegeven door politieke hokjesdenkerij: het is een epistemologisch standpunt over de manier waarop we omgaan met kennis en informatie en waarop we de waarheid beoordelen. Dat heeft niets te maken met links of rechts.’

    Mensen zijn niet alleen sterker geneigd zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar menen ook recht te hebben op een op maat gemaakte waarheid

    Ik heb de indruk dat door het fenomeen van desinformatie het belang van het individu toeneemt. Vroeger had je alleen maar de staat en jijzelf, en tegen de staat kon je niets terugzeggen, terwijl we nu dankzij het internet en de technologie in staat zijn om ons uit te drukken, waarbij we niet alleen de waarheid verkondigen, maar om het even wat.

    ‘U legt de vinger op de zere plek. Ik ben het honderd procent met u eens. Toen ik in 1991 journalist werd, moest je over een eigen drukkerij of zender beschikken om je standpunt kenbaar te maken. De enigen die het systeem tartten waren piratenzenders en radioprogramma’s op cd. Maar tegenwoordig kan iedereen zijn standpunt bijna voor niets over het voetlicht brengen. Dat is een goede zaak als je in de vrijheid van de mens gelooft, maar het betekent ook dat mensen niet alleen sterker geneigd zijn zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar ook recht menen hebben op een op maat gemaakte waarheid. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd is het een sociale onmogelijkheid omdat de waarheid een verbindende kracht bezit. Het is uiteindelijk de erkenning van onveranderbare feiten die een samenleving mogelijk maakt. Als we allemaal solipsisten zouden zijn, zouden we niet kunnen functioneren. Nu begeven we ons op het terrein van de sciencefiction, maar als iedereen in “alternative facts” zou geloven, om de onsterfelijke formule van Trumps woordvoerder Kellyanne Conway te citeren, of in een volledig alternatief universum, zou iedere sociale interactie onmogelijk zijn.

    Dus u heeft gelijk, we hebben nu de mogelijkheid om een volstrekt persoonlijke werkelijkheid te creëren, en we moeten realistisch zijn over de gevolgen die dat kan hebben.’

    Dit gesprek doet denken aan beelden uit Mad Max. Bent u een aanhanger van de dystopie? Hoe zal het er volgens u over tien jaar uitzien?

    ‘Nee, ik ben niet dystopisch. Ik denk dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Laten we zeggen dat ik dit boek heb willen schrijven om iedereen wakker te schudden, omdat ik me zorgen maakte over wat ik als de ernstigste weerslag van Brexit en Trump beschouwde. Volgens velen vormden die twee gebeurtenissen alleen maar een verstoring van de natuurlijke orde en zou die natuurlijke orde zich uiteindelijk weer herstellen, anders zouden we in uw woestenij van Mad Max belanden. Maar ik denk dat het zo helemaal niet werkt. Ik denk dat het in de geschiedenis vaak is voorgekomen dat mensen voor dezelfde extreme uitdagingen werden gesteld als wij nu, en dat je daarvoor niet moet terugdeinzen.

    Ik ben een optimist: we zullen spectaculaire veranderingen meemaken in de manier waarop we omgaan met de technologische reuzen, in de manier waarop we het manipuleren van informatie doorzien, bijvoorbeeld door Rusland, zoals u noemde, maar ook door mensen als Robert Mercer. Ik denk dat er veranderingen komen die afzonderlijk misschien onbeduidend lijken, maar die als je ze bij elkaar optelt belangrijke gevolgen zullen hebben.’


    Welke concrete stappen kunnen we zetten?

    ‘Sommige stappen zijn heel eenvoudig, maar desondanks nog niet gezet. Waarom geven we kinderen vanaf vijf jaar geen digitaal onderwijs, als volwaardig schoolvak? Ik heb het niet over internetveiligheid, maar over de manier waarop je het web op een intelligente en kundige manier kunt gebruiken. Dat zou echt een stap vooruit zijn. Ik denk dat tech-giganten aan strengere regelgeving zullen worden gebonden. Wanneer we meer van hen weten, zullen er maatregelen worden genomen tegen figuren als Mercer en zal de internationale diplomatie die ter harte nemen. Voorlopig staan we nog maar aan het begin. De kranten schrijven erover, de veiligheidsdiensten doen onderzoek maar het probleem heeft in het internationale discours nog niet het belang dat het naar mijn mening uiteindelijk zal krijgen.

    Er is tenslotte geen oplossing die van bovenaf kan worden opgelegd. Dat is de kern van het probleem en niemand weet of de mensen bereid zijn te accepteren dat democratie een recht is dat ook plichten met zich meebrengt. Hoe zullen de mensen, nu we hun de krachtigste informatietools uit de geschiedenis ter beschikking hebben gesteld, die tools willen gebruiken? Meestal gebruiken ze die voor doeleinden die niets te maken hebben met waar we hier over spreken: om te weten wat er vanavond op de televisie komt, of om iets te kopen op Amazon. Maar wat hun informatieconsumptie op het gebied van de belangrijke dingen des levens betreft, zullen ze moeten besluiten of die hun aan het hart gaan. Het gevaarlijkste van deze hele geschiedenis is in mijn ogen de infantilisering van de burger. Wil de burger zich al dan niet als volwassene gedragen? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord.’

    We hebben niet echt rolmodellen op dit gebied.

    ‘Nee, daar heeft u gelijk in. Alle grote retoriek uit het verleden betekende een uitdaging voor de burger. Of je nu naar Lincoln en Martin Luther King kijkt of naar John F. Kennedy en zelfs homoactivist Harvey Milk, al die grote verdedigers van de burgerrechten hadden met elkaar gemeen dat ze betrokkenheid eisten van degenen tot wie ze zich richtten.

    Op dit moment lijkt onze voorkeur naar amusement uit te gaan – het verontrustendste aan Trump is mijns inziens dat hij in wezen een entertainer is die politiek tot entertainment heeft gedegradeerd. Wat in zijn ogen het belangrijkst is zijn de kijkcijfers – u heeft gezien hoe hij de Emmy Awards neersabelde omdat ze geen goede kijkcijfers hadden, hij heeft Arnold Schwarzenegger bekritiseerd omdat die lagere kijkcijfers had dan hijzelf met zijn The Celebrity Apprentice. Wat hem het meest heeft dwarsgezeten sinds hij president is, is volgens mij het idee dat er bij de inauguratie van Barack Obama in 2009 meer mensen aanwezig waren dan bij die van hem. De politiek dreigt op dit moment eenvoudigweg een tak van de showbusiness te worden, en dat is angstaanjagend.

    Maar het is niet onontkoombaar. Als we de afgelopen achttien maanden iets hebben geleerd, dan is het dat niets onvermijdelijk is. We leven in roerige tijden, en daar moeten we gebruik van maken. Dit is een geweldige kans voor mensen met goede bedoelingen om gezamenlijk actie te ondernemen, maar dan moeten ze dat wel doen. Er is geen hogere macht die dit probleem zal oplossen – de mensen moeten het zelf doen.’


    Uw opmerking dat ‘iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft’ laat me nog steeds niet los.

    ‘Toch is dat zo. De vraag is, om uw gedachtegang over te nemen, of mensen meer bereid zijn zich aan hun ofwel tribale ofwel geïndividualiseerde idee van de waarheid vast te klampen of dat ze de waarde erkennen van dingen die waar zijn omdat ze nu eenmaal waar zijn. En dat hoeft niet per se een offer te zijn, omdat je geen beleid op het gebied van gezondheidszorg of welke vorm van sociale organisatie dan ook kunt ontwikkelen zonder een algemeen aanvaard idee van de waarheid. Dat bestaat niet. Dus hoe aantrekkelijk het ook mag lijken om te zeggen: “Ze kunnen de pot op, ze mogen geloven wat ze willen maar wij hebben tenminste onze eigen versie van de waarheid”, die vlieger gaat gewoon niet op.’

    Vertaler: Peter Bergsma

    Het kudde-instinct

    Als bepaalde informatie maar vaak genoeg gelezen en gedeeld wordt op de sociale netwerken, hoef je niet te controleren of die klopt, want dat heeft vast iemand anders al gedaan, toch? Zo denken velen van ons erover, volgens een studie die is verschenen in Proceeding of the National Academy of Sciences (PNAS). Met andere woorden, ‘als groep zijn we minder geneigd de feiten te verifiëren’, schrijft de Harvard Business Review. ‘Zoals dieren in de natuur zich veilig voelen in een kudde, zo voelen wij ons veilig in een menigte,’ zegt Gita Johar van Columbia University, die het onderzoek heeft geleid, tegen Science. ‘Als je datzelfde instinct toepast op de informatie die we tot ons nemen via de sociale netwerken, leidt het tot het minder checken van feiten.’ Daarom heeft fake news de neiging online om zich heen te grijpen, aldus de studie.

    In # 114 publiceerde 360 een dossier over fake news. Hier leest u het terug.

    52 Insights
    52-insights.com

    De website 52 Insights werd in 2015 opgericht en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.

  • ‘Made in Germany’ wordt ‘made in Russia’

    ‘Made in Germany’ wordt ‘made in Russia’

    Het protectionisme is weer helemaal terug in de wereldeconomie. Duitse bedrijven die voor een groot deel afhankelijk zijn van de export, reageren door hun productie te verplaatsen naar het buitenland.

    In 1834 vond Sebastian Staedtler in Neurenberg het moderne kleurpotlood uit. Hij was erin geslaagd, zo verkondigde hij trots, ‘roodkrijtpotloden te maken die wat kwaliteit betreft alle andere potloden ver achter zich laten’. Staedtler presenteerde zijn nouveauté op de wereldtentoonstelling in New York, en al snel leverde zijn bedrijf potloden tot in het Verre Oosten toe; een global player in de late biedermeierperiode.

    Vandaag de dag is Staedtler in meer dan honderdvijftig landen vertegenwoordigd, rond de 80 procent van de productie is bestemd voor de export. ‘Wij zijn in grote mate aangewezen op vrije toegang tot buitenlandse markten,’ zegt de directeur van het bedrijf, Axel Marx. En die positie vindt hij zorgelijk, want sinds een tijdje stuiten Marx en zijn collega’s bij het zakendoen over de grens op muren, barrières en belemmeringen.

    Hij ziet op veel plekken in de wereld dat regeringen hun nationale industrie beschermen tegen buitenlandse concurrentie: ‘In de laatste vier, vijf jaar is het klimaat erg verslechterd.’ En het zijn niet alleen invoerrechten − die de laatste tijd ook weer omhoog gaan − of leveringsbeperkingen door contingentering die problemen veroorzaken; aan zulke handelsbelemmeringen is Marx allang gewend. Landen doen het tegenwoordig steeds subtieler.

    ‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland’

    Staedtler levert bijvoorbeeld passers aan Zuid-Korea. Dat was nooit een probleem. Maar van de ene dag op de andere werden passers door de instantie die over de invoer gaat op een andere manier geklasseerd. Voorheen werden ze door de ambtenaren als tekenmateriaal beschouwd, maar nu vallen ze opeens in de categorie ‘speelgoed’. Met verstrekkende gevolgen, want in Zuid-Korea mag in speelgoed praktisch geen lood zitten. Maar omdat in de messinglegering van de passers sporen van lood werden aangetroffen, staat de nieuwe classificering gelijk aan een importverbod. ‘Alsof kinderen op passers sabbelen,’ schampert Marx.

    Door dergelijke grillige ingrepen in de internationale handel wordt veel Duitse exporteurs het leven zuur gemaakt. Tegenwoordig schrijven de autoriteiten tot in detail voor aan welke eisen ingevoerde goederen moeten voldoen: hoe ze verpakt moeten zijn, aan welke veiligheidsvoorschriften ze moeten voldoen. Ze bepalen bijvoorbeeld dat de brandbaarheid in een binnenlands laboratorium moet worden getest, ook als dat in Duitsland al is gebeurd. Dergelijke verplichtingen zijn irritant, vaak is het gewoon pesterij. Het zijn de nieuwe varianten van het protectionisme. En ze passen in een patroon.

    De vrije invoer van goederen en diensten is al jaren op zijn retour. De wereldhandel verliest aan dynamiek en groeit intussen langzamer dan de economie zelf. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de groeiprognose voor 2017 bijgesteld van 2,8 procent naar 1,7 procent. ‘De vooruitzichten zijn aan zienlijk verslechterd’, zegt WTO-directeur Roberto Azevêdo.

    Het politieke tumult van de afgelopen tijd heeft de neergaande trend versterkt. De presidentsverkiezingen in de VS, de Brexit in Engeland, het Italiaanse referendum, de coup in Turkije en, bijna vergeten, de Russische oorlog in Oekraïne: alles wijst op afscherming van markten.

    Exemplaren van de New Beetle staan klaar voor een laatste inspectie in de fabriek in Puebla, Mexico. – © Photothek via Getty Images
    Exemplaren van de New Beetle staan klaar voor een laatste inspectie in de fabriek in Puebla, Mexico. – © Photothek via Getty Images

    ‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland,’ zo beschrijven topstrategen van Deutsche Bank in een studie de naderende kentering. Dat tijdperk begon in de jaren zeventig, toen door de komst van China de globalisering op gang kwam. Deze turbofase loopt nu op zijn eind en zal worden afgelost door een soort mercantilisme.

    In het mercantilisme, uitgevonden ten tijde van het absolutisme in de zeventiende eeuw, doet de nationale staat er alles aan om de binnenlandse economie te versterken: de staat bevordert de export van eindproducten en brengt de import terug met behulp van beschermende maatregelen. En deze bekrompenheid zal naar het zich laat aanzien kenmerkend zijn voor het presidentschap van Donald Trump.

    Trump wil alles bestrijden wat met de binnenlandse economie zou kunnen concurreren. Hij kondigt hogere invoerrechten aan en is van plan een aantal handelsakkoorden op te zeggen, want ‘die zuigen onze economie leeg’. Deze even xenofobe als arrogante houding maakt veel mensen die in de VS actief zijn of daar actief willen worden zeer onzeker.

    Maren Handwerk uit Bremen had eigenlijk gepland om een dependance van haar bedrijf te openen in Atlanta. Maar sinds de verkiezing van Trump aarzelt ze. ‘We denken nu drie keer na of we die stap wel moeten zetten,’ zegt ze.

    Haar ingenieursbureau CE-Con is gespecialiseerd in onderzoek naar de bedrijfszekerheid van machines. Met deze dienst doet ze goede zaken, vertelt ze, vooral in de VS. Maar nu vreest Handwerk dat daar allerlei problemen kunnen gaan ontstaan: het aantrekken van personeel bijvoorbeeld, of het verkrijgen van werkvisa. Daarom heeft ze het idee van een Amerikaanse vestiging voorlopig opgegeven. ‘Het veroveren van een buitenlandse markt is toch al niet eenvoudig,’ zegt ze.

    Pure pesterij

    De Verenigde Staten waren in 2015 Duitslands belangrijkste handelspartner, nog vóór Frankrijk. Duitsland exporteerde goederen ter waarde van 114 miljard euro naar Amerika, vijf keer zo veel als in 1980, vooral auto’s, machines, elektrotechnische producten en farmaceutica. Voor de Duitse economie is er dus een heleboel te verliezen.

    ‘Wat we bereikt hebben, mogen we niet lichtvaardig op het spel zetten door het speelveld aan de populisten over te laten,’ waarschuwt Carl Martin Welcker, de nieuwe voorzitter van de federatie van Duitse machine- en installatiebouwers. De machinebouwers verkopen driekwart van hun producten in het buitenland. ‘Om een geglobaliseerde wereld weer vol te zetten met handelsbarrières is de verkeerde weg, waarbij uiteindelijk iedereen verliest,’ zegt Welcker. Zijn appèl klinkt bijna als een smeekbede.

    Duitse autofabrikanten en hun toeleveranciers hebben grote vestigingen in de VS, maar ook in Mexico. De onderdelen worden in het ene land gemaakt, en de auto’s worden in het andere land in elkaar gezet. Deze uitwisseling verliep dankzij het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag Nafta tot nog toe zonder problemen en zonder invoerrechten.

    Maar nu komt deze winstgevende werkverdeling in gevaar. Vóór de verkiezingen noemde Trump Nafta ‘het slechtste handelsverdrag dat de VS ooit hebben ondertekend’. Als de nieuwe president het lidmaatschap zou opzeggen, dan zou het Mexicaanse rekensommetje voor de Duitse bedrijven in Mexico niet meer opgaan. Volgens een enquête onder de leden van de buitenlandse Kamer van Koophandel aldaar verwacht 83 procent van de ondernemers dat de keuze voor Trump negatieve gevolgen voor henzelf zal hebben.

    Ook in China, die andere essentiële markt buiten de EU, voelt het Duitse bedrijfsleven zich niet meer zo welkom. Ondernemingen klagen dat ze niet op wet en recht kunnen vertrouwen en voelen zich benadeeld. Aan de nieuwe quota’s voor elektrische auto’s, die al in 2018 van kracht worden, kunnen de Duitse fabrikanten zo snel nauwelijks voldoen. En buitenlandse bedrijven mogen de winst die ze in hun Chinese vestigingen behalen nog maar beperkt meenemen naar huis. Ook dat is pure pesterij. Geen wonder dat de investeringsbereidheid afneemt.

    Sinds de financiële crisis zijn ondernemingen terughoudend met het uitbreiden van hun internationale betrekkingen. Het wereldhandelsklimaat is ruwer geworden, de toon scherper, soms zelfs vijandig. En de regeringen bevorderen die nieuwe hardheid behoorlijk.

    ‘We zullen de historische fout van het protectionisme niet herhalen.’ Deze belofte van de G20-landen op hun bijeenkomst in Londen in 2009 is al lang vergeten. De ideeën van destijds om een economische wereldraad te installeren als controlegremium en om een ‘Handvest van het gezamenlijk ondernemen’ te formuleren zijn nooit gerealiseerd. Voorstellen die van bondskanselier Angela Merkel kwamen.

    In plaats daarvan zijn de protectionistische tendensen sterk toegenomen. Een team economen uit Sankt Gallen en Londen registreert in de Global Trade Alert (GTA) nauwgezet alle acties waarmee regeringen de binnenlandse economie proberen te beschermen: met invoerrechten of quota’s, subsidies, premies of uitzonderingsmaatregelen. In de eerste acht maanden van 2016 telden de GTA-statistici in de G20-landen al 350 van dergelijke maatregelen; twee jaar geleden was dat nog maar de helft. En landen worden steeds inventiever bij de keuze van hun instrumenten.

    Mexicaanse Volkswagen-medewerkers rijden een chassis door de fabriekshal in Puebla; Een fabriek van Siemens in Berlijn; Het farmaceutische bedrijf B. Brau Melsungen plant een productiefaciliteit in Rusland. – © Bloomberg (1&2) en Photothek via Getty
    Mexicaanse Volkswagen-medewerkers rijden een chassis door de fabriekshal in Puebla; Een fabriek van Siemens in Berlijn; Het farmaceutische bedrijf B. Brau Melsungen plant een productiefaciliteit in Rusland. – © Bloomberg (1&2) en Photothek via Getty

    Wie bijvoorbeeld textiel invoert in de VS, moet rekening houden met invoerrechten die heel verschillend uitpakken al naargelang het materiaal, de toepassing ervan en het gewicht. Voor een anorak geldt een invoerrecht van 9,4 procent voor het deel dat uit katoen bestaat. Als hetzelfde model van kunstvezel is vervaardigd, is het invoerrecht 27,7 procent, dus bijna drie keer zo hoog. Daarom moeten textielhandelaren de polyester anorak eigenlijk voor een veel hogere prijs verkopen, maar leg dat de klanten maar eens uit. Aan de andere kant belasten de Amerikanen katoenen producten onder andere met een extra cotton fee, een ander invoerrecht. En uitgerekend met de opbrengst daarvan betaalt de Amerikaanse katoenindustrie haar reclamecampagnes.

    Het Amerikaanse systeem van invoerrechten is ‘in hoge mate gefragmenteerd en complex’, zegt Felix Ebner, de Brusselse chef van de algemene bond van de Duitse textiel- en mode-industrie. Omdat andere landen in hun regelgeving − bij certificering of technische standaards − bovendien eigen richtlijnen gebruiken, ter bescherming van consumenten, is er tot verdriet van Ebner internationaal ‘een grote lappendeken’ ontstaan.

    Maar degelijke bureaucratische belemmeringen zijn altijd nog makkelijker te overkomen dan de moeilijkheden waarmee de Duitse textielindustrie in Rusland te kampen heeft. Die markt is, vergeleken met het topjaar, ingestort: de omvang is nu 40 procent lager. De EU-sancties sinds maart 2014 en de Russische reacties daarop hebben een bijzonder nadelige invloed op de export van beide landen. Rusland streeft in veel branches naar autarkie, bijvoorbeeld bij de productie van medicinale hulpmiddelen als injectiespuiten, canules en infusen.

    Het ministerie van Handel en Industrie in Moskou publiceerde eind maart 2015 een lijst van 111 artikelen die Russische ziekenhuizen, indien enigszins mogelijk, dienen te kopen bij lokale producenten, in plaats van ze te importeren uit het buitenland. Voor katheters is de eis dat in 2020 nog maar 25 procent wordt geïmporteerd, in plaats van de huidige 90 procent. En als dat niet lukt moeten ze in elk geval uit landen afkomstig zijn die zich niet bij de sancties hebben aangesloten, zoals China of Turkije.

    ‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net’

    Ook aanbieders van Duitse medische technologie, zoals B. Braun Melsungen, hebben het moeilijk. Het concern, dat al meer dan twintig jaar in Rusland actief is met verkoop- en productieactiviteiten, constateerde dat buitenlandse bedrijven bij het verlenen van opdrachten inmiddels vaak worden uitgesloten. ‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net,’ zegt Jörg Griesel, regionaal directeur voor Noordoost-Europa van Sparte Hospital Care. Het Hessische concern heeft daar de volgende consequentie uit getrokken: het brengt zijn activiteiten in Rusland niet terug, integendeel, juist uitbreiding van de productiefaciliteiten in Rusland staat op de planning. Als waardecreatie lokaal gebeurt, gelden de producten als ‘made in Russia’, zo beredeneren ze, en dan is er uit handelspolitiek oogpunt geen probleem.

    Deze pacificerende strategie wordt door economen ‘lokalisering’ genoemd. ‘Op het ogenblik is dit de beste manier om met protectionistische tendensen om te gaan,’ zegt Christian Rödl, directeur van het Neurenbergse adviesbureau Rödl & Partner. ‘Met een eigen productiebedrijf heb je meestal de minste problemen.’

    Dat goedlopende ondernemingen wereldwijd fabrieken neerzetten, is natuurlijk al tientallen jaren gangbare praktijk. Ze gaan onder buitenlandse vlag varen om te kunnen profiteren van de lagere personeels- en energiekosten, om valutarisico’s te vermijden en vooral omdat ze in de buurt van de markt en de klant willen zitten. Dat ze het doen uit handelspolitiek oogpunt is een nieuw aspect.

    Ook potloodfabrikant Staedtler volgt deze strategie. Staedtler-chef Marx was recent in Ecuador. ‘Daar groeit uitstekend hout voor de potloodfabricage,’ zegt hij. In plaats van afhankelijk te zijn van toeleveranciers, zoals tot nu toe het geval was, wil Marx binnenkort hout gebruiken van zijn eigen plantage en het ruwe materiaal verwerken in een eigen zagerij waar er plankjes van worden gemaakt.

    Op het moment laat Marx doorrekenen of het zinvol is een productiebedrijf in de Verenigde Staten op te zetten: Amerika is voor Staedtler de belangrijkste afzetmarkt. Hij loopt al jaren met dat idee rond, en door recente uitspraken van Trump is hij gesterkt om dat plan ook ten uitvoer te brengen. ‘Dan zijn we op alle omstandigheden voorbereid.’

    Duidelijk is dat Duitse exportbedrijven ook op deze manier proberen aan protectionisme te ontkomen. De vraag is alleen of dit op een of andere manier ten koste gaat van de werknemers in Duitsland. Dat zou het oude vestigingsplaatsendebat uit de jaren negentig opnieuw doen opvlammen.

    Auteur: Alexander Jung
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.