Tag: Griekenland

  • Persvrijheid in Duitsland verslechtert | Libanon produceert eigen auto

    Persvrijheid in Duitsland verslechtert | Libanon produceert eigen auto

    Taiwanees trouwt voor verlofdagen

    In Taiwan, een van de weinige landen ter wereld waar stellen recht hebben op acht dagen huwelijksverlof, trouwde een bankmedewerker op 6 april 2020 met zijn partner. Tien dagen later scheidden ze, maar de volgende dag hertrouwden ze. Op 28 april en 29 april volgden nog een scheiding en een derde huwelijk. Na een derde scheiding, op 11 mei, trouwden ze voor de vierde keer, op 12 mei, meldt The New York Times.

    Volgens de werkgever van de man, een bank in hoofdstad Taipei, maakte hij misbruik van het verlofbeleid. Na het verlof van acht dagen voor zijn eerste huwelijk wees de bank nieuwe verlofaanvragen af. Daarop diende de man een klacht in bij de arbeidsdienst wegens schending van verlofrechten. De bank kreeg afgelopen oktober een boete van 700 dollar, maar ging in beroep en beweerde dat de werknemer zijn rechten had misbruikt. Uiteindelijk werd de bank in het gelijk gesteld en de boete is nu ingetrokken.


    Persvrijheid in Duitsland verslechterd

    Op de wereldwijde ranglijst van persvrijheid die Reporters Without Borders (RSF) jaarlijks publiceert, is Duitsland voor het eerst uit de kopgroep gevallen. Door veelvuldige aanvallen op journalisten tijdens coronademonstraties ‘moesten we de waardering van de persvrijheid in Duitsland verlagen van ”goed” naar “voldoende”, aldus een RSF-woordvoerder tegen Die Zeit. Op de lijst met 180 landen staat Duitsland nu op de dertiende plaats.

    Meer dan driekwart van alle aanvallen op journalisten gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen

    In 2020 bereikte het geweld tegen mensen die in de media werken ‘een ongekend niveau‘, aldus RSF. De organisatie telde maar liefst 65 gewelddadige aanslagen, vijf keer zoveel als in 2019. Aangenomen wordt dat ook het aantal niet-gemelde gevallen hoger is dan in voorgaande jaren.

    Meer dan driekwart van alle aanvallen gebeurde tijdens demonstraties tegen coronamaatregelen. Ook bij demonstraties tegen het verbod op het linkse internetplatform linksunten.indymedia.org en 1 mei-demonstraties werden journalisten belaagd. ‘Journalisten werden geslagen, geschopt en tegen de grond geduwd, ze werden bespuugd en lastiggevallen, beledigd, bedreigd en het werken belet’, aldus RSF.


    Berlijn koopt stroomnet terug

    De senaat van Berlijn heeft besloten Berliner Stromnetz GmbH terug te kopen van energiebedrijf Vattenfall voor 2,143 miljard euro, bericht Die Presse. ‘De overname van het bedrijf en dus ook van het elektriciteitsnet is onder financieel redelijke voorwaarden mogelijk en daarom hebben we het voorstel van Vattenfall aanvaard’, aldus de Berlijnse Senaat in een verklaring.


    Eerste Libanese auto

    In Libanon werd deze week een nieuwe elektrische auto gepresenteerd, ondanks de zware economische crisis die onder meer gepaard gaat met frequente stroomuitval. De rode sportwagen, ‘Quds Rise’ genoemd, naar de Arabische naam voor Jeruzalem, is een project van de in Libanon geboren Palestijnse zakenman Jihad Mohammad, schrijft Al Jazeera. Het is de ‘eerste auto die lokaal wordt gemaakt’, aldus Mohammad tijdens de onthulling op een parkeerplaats ten zuiden van Beiroet. Het prototype is aan de voorkant versierd met een gouden logo van de Rotskoepel. Gelegen naast de Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem is dat de derde heiligste plek van de islam.

    De productie van maximaal tienduizend voertuigen, die zo‘n 25.000 euro per stuk gaan kosten, zal naar verwachting later dit jaar starten en de auto’s zullen over een jaar op de markt komen, aldus Mohammad. De vijftigjarige directeur heeft zijn bedrijf EV Electra vier jaar geleden opgericht en heeft driehonderd Libanese en Palestijnse personeelsleden in dienst.


    Italiaan vijftien jaar betaald afwezig

    Een Italiaanse ziekenhuismedewerker heeft het klaargespeeld om zich gedurende 15 jaar niet op zijn werk te vertonen, maar wel zijn salaris te ontvangen. Volgens de politie heeft deze ‘Koning der Absenten’ in totaal 538.000 euro opgestreken, ook al is hij sinds 2005 niet meer verschenen in het Pugliese Ciaccio-ziekenhuis in de stad Catanzaro, schrijft The Guardian.

    De 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing

    De man bedreigde in 2005 de ziekenhuisdirecteur om te voorkomen dat ze zijn verzuim zou rapporteren. De directeur ging vervolgens met pensioen, maar het verzuim van de man ging onverminderd door omdat zijn aanwezigheid nooit werd gecontroleerd door de nieuwe directeur noch door de afdeling personeelszaken.

    De nu 67-jarige man wordt beschuldigd van ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en afpersing. Ook zes managers worden ondervraagd over hun rol bij het mogelijk maken van het verzuim, een fenomeen dat overigens wijdverbreid is in de Italiaanse publieke sector. In 2016 heeft de regering de wet aangescherpt nadat uit politieonderzoeken bleek hoe omvangrijk het ziekteverzuim in de publieke sector is.


    Athene opent nachtopvang voor dakloze kinderen

    In Athene is de eerste slaapzaal voor dakloze tieners geopend, met een capaciteit van honderd bedden. De nachtopvang is bedoeld voor niet-begeleide minderjarige migranten en voor andere dakloze kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Volgens schattingen zijn dat er enkele tientallen in de Griekse hoofdstad.

    ‘Toen we met de plannen voor deze opvang begonnen, wisten we niet hoe groot het probleem was. Maar het lijkt erop dat veel tieners op straat zijn beland’, aldus Metadrasi, de NGO die samen met de gemeente verantwoordelijk is voor de exploitatie, tegen Ekathimerini. Sinds 2019 runt Metadrasi ook een dagcentrum dat dakloze kinderen van voedsel voorziet.


    Internetstoring door bevers

    In Tumbler Ridge, een kleine, afgelegen gemeente in het Canadese Brits-Columbia, zaten negenhonderd mensen vorig weekend zonder internet. Bij zestig klanten werkte de kabeltelevisie niet en ook het lokale mobiele telefoonverkeer was verstoord, meldt Earther Gizmodo.

    Deze ‘unieke Canadese storing’, volgens provider Telus, was het gevolg van bevers die een glasvezelkabel hadden doorgeknaagd. ‘Ons team heeft een nabijgelegen beverdam gevonden’, aldus Telus, ‘en het lijkt erop dat de bevers onze kabel hebben aangetast. Die ligt ongeveer een meter onder de grond en wordt beschermd door een buis van twaalf centimeter dik. Die hebben ze eerst doorgeknaagd voordat ze op meerdere plekken aan de kabel begonnen.’

  • Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren

    Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.

    ‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.

    Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.

    ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’

    De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’

    Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’

    Politico merkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.


    Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid

    De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.

    Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.

    Lees ook:

    Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.

    Op weg naar vijfde verkiezingen

    Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.

    ‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.

    Lees ook:


    Dodelijke brand Rohingya-vluchtelingenkamp

    Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.

    Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.

    Lees ook:


    Turkije slaat nieuwe diplomatieke koers in

    ‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’

    De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.

    ‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’

    Gevechtsdrones

    Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).

    Exclusief voor abonnees:Turkije voorloper gebruik dodelijke drones’

    De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgün opmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’

    Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.

  • Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    De Europese grensbewaking is betrokken bij het illegaal terugdringen van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek van onder andere Bellingcat. Mensen die de oversteek wagen worden, soms met geweld, naar buiten de Griekse wateren geleid en daar aan hun lot overgelaten.

    Het is pas net licht als op 8 juni een zogenoemde pushback plaatsvindt van een rubberbootje met migranten voor de noordoostkust van Lesbos. Na aanvankelijk in het donker te hebben geprobeerd over te steken, wordt de rubberboot vroeg in de ochtend onderschept en fysiek tegengehouden door het Roemeense Frontex-vaartuig MAI1103. Vanuit Griekse wateren wordt het bootje door de Europese grenswacht teruggedrongen naar Turks gebied.

    De Turkse kustwacht meldt dat zij die dag 47 migranten heeft gered na een actie van de Griekse kustwacht. Op de door het Turkse persbureau Anadolu Agency gepubliceerde beelden lijkt te zien hoe MAI1103 een rubberboot tegenhoudt. 

    ANP 407447945 2
    Een rubberboot met vijftien Afghaanse vluchtelingen, onder wie drie vrouwen, zeven mannen en vijf kinderen, vaart op 28 februari 2020 onder begeleiding van een patrouilleboot van Frontex richting Lesbos. – © Aris Messinis / AFP

    Uit een gezamenlijk onderzoek van BellingcatLighthouse Reports, Der Spiegel, ARD en TV Asahi naar dit voorval en andere incidenten blijkt dat schepen van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap Frontex medeplichtig zijn geweest aan het op zee terugdringen van vluchtelingen en migranten die via Griekse wateren de Europese Unie probeerden te bereiken.

    Gegevens uit openbare bronnen (‘open source’) wijzen uit dat Frontex sinds maart in zes gevallen ‘middelen’ (vaartuigen, personeel, instrumentarium) zou hebben kunnen inzetten om vluchtelingen terug te dringen en in een van die gevallen, bij de Grieks-Turkse zeegrens in de Egeïsche wateren, dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

    Hoewel Frontex bij vier incidenten niet op de exacte plek aanwezig was, leek in alle gevallen sprake van pushbacks, die waarschijnlijk te zien waren geweest op radar, met de visuele hulpmiddelen die deze schepen normaal gesproken aan boord hebben, of met het blote oog. 

    Pushbacks

    De Griekse kustwacht is al vaak beschuldigd van het uitvoeren van pushbacks. Volgens het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR), een juridische en educatieve non-profitorganisatie, gaat het om incidenten waarbij vluchtelingen en migranten tot over de grens worden teruggedrongen, zonder inachtneming van persoonlijke omstandigheden en zonder hun de mogelijkheid te bieden asiel aan te vragen of bezwaar te maken tegen de maatregelen. 

    Image 1 Picture of Molivos with camera
    Het Portugese Frontex-schip Molivos in Mithymna, op Lesbos. © Bellingcat

    In de Egeïsche Zee verlopen pushbacks over het algemeen op twee manieren. De gebruikelijkste is om bootjes die op weg zijn van Turkije naar Griekenland ervan te weerhouden op Griekse bodem aan te meren. Dat gebeurt door de Griekse kustwacht. Die doet dat door het bootje keer op keer tegen te houden, tot het geen brandstof meer heeft, of door de motor onklaar te maken. Dan kan het bootje, door golven op te wekken, worden teruggeduwd in Turkse territoriale wateren, of worden gesleept als de wind niet meewerkt. 

    De andere manier wordt ingezet wanneer het vluchtelingen is gelukt het Griekse vasteland te bereiken. In dat geval worden ze gevangengenomen, op een reddingsvlot zonder motor gezet, weggesleept en midden in de Egeïsche Zee aan hun lot overgelaten.

    image 1 2
    Still van een video waarop te zien is dat op 9 juni 2020 een Frontex-schip een rubberboot nadert in de Egeïsche Zee. – © Bellingcat

    De pushbacks leiden vaak tot een patstelling tussen de Griekse en de Turkse kustwacht, die geen van beide de bootjes in nood te hulp willen schieten, maar wel in de nabijheid ervan allerlei onveilige manoeuvres uitvoeren. De rol van Frontex en de middelen die het bij zulke incidenten inzet, is echter nooit eerder vastgelegd.

    Dana Schmalz, deskundige op het gebied van internationaal recht bij het Max Planck-instituut in Heidelberg, zegt dat de in dit onderzoek uitgelichte incidenten waarschijnlijk illegaal waren en dat hiermee het verbod op refoulement [het terugsturen van vluchtelingen naar hun land van herkomst als zij daar voor vervolging moeten vrezen] en het maritiem recht zijn geschonden. Het verbod op refoulement berust volgens de VN-vluchtenlingencommissie (UNHCR) op ‘internationaal gewoonterecht’.

    Vuile werk

    Schmalz voegt eraan toe dat Frontex-personeel verplicht zou zijn tot hulp aan de opvarenden van een afgeladen bootje zoals dat te zien is in opnamen die dit onderzoek heeft blootgelegd. ‘Als ze dat niet doen, of zelfs golven opwekken om het bootje terug te dringen of wegvaren om de Grieken het vuile werk te laten opknappen, zijn ze betrokken bij illegale pushbacks.’

    Image 2 ships surrounding dinghy 2 1
    Op beelden die zijn gemaakt vanaf het rubberbootje dat op 15 augustus werd teruggedrongen is te zien dat meerdere grote en kleine vaartuigen bij de actie betrokken waren. – © Bellingcat

    Hoewel hem diverse voorbeelden van deze praktijk werden voorgelegd, sprak een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken tegen dat er sprake was geweest van pushbacks. Beschuldigingen die verband houden met de in dit artikel vermelde incidenten deed hij af als tendentieus. De Griekse kustwacht zou geheel overeenkomstig de internationale verplichtingen van het land hebben gehandeld.

    Frontex verklaarde dat de gastlanden waarmee het samenwerkt het laatste woord hebben over de wijze waarop operaties op hun grondgebied of in opsporings- en reddingsgebied worden uitgevoerd. Het agentschap voegde er echter aan toe dat het de Griekse kustwacht had ingelicht. Die bevestigde dat er een intern onderzoek was begonnen naar de gemelde incidenten. Maar Frontex vertelde er niet bij wanneer het de kustwacht had ingelicht of wanneer het onderzoek was begonnen.

    Image 3 Engine Comparison
    Links: still uit een video van 15 augustus waarop te zien is dat het startkoord is verwijderd. Rechts: hetzelfde type motor met startkoord. – © Bellingcat

    Op 24 juli zei de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement dat het agentschap slechts een enkel incident in de Egeïsche Zee had waargenomen en vastgelegd waarbij sprake kon zijn geweest van pushbacks.

    Ons onderzoek lijkt die bewering te ontkrachten. We hebben gekeken naar de aanwezigheid van Frontex en de inzet van zijn middelen in de Egeïsche Zee, en hebben de bewegingen van het agentschap maandenlang gevolgd. 

    Veel Frontex-middelen waren echter moeilijk op te sporen, omdat de informatie van de transponders [elektronische apparaten die een boodschap uitzenden als antwoord op een ontvangen boodschap] niet waren geregistreerd, niet waren ingeschakeld of buiten bereik waren. Daardoor konden we slechts een fractie van de Frontex-operaties bestuderen.

    Frontex, een agentschap van de Europese Unie, is belast met grenscontrole in het Schengengebied. 

    Het onderzoek

    Dat Frontex daadwerkelijk betrokken is geweest bij pushbacks, hebben we in twee belangrijke stappen vastgelegd. De eerste behelst de identificatie van middelen die bij Operatie Poseidon [de activiteiten van Frontex in de Egeïsche zee] zijn ingezet, de tweede de vaststelling of deze middelen ook zijn ingezet bij pushbacks.

    Bij de eerste stap is gebruikgemaakt van open bronnen. Die bestonden uit berichten op sociale media, sites voor het volgen van vaartuigen en informatie die Frontex zelf publiceert. Ook konden we, dankzij vragen die in het Europees Parlement zijn gesteld, het aantal medewerkers en de aanwezige middelen in het operationele gebied vaststellen.

    Volgens de antwoorden aan het Europees Parlement beschikte Operatie Poseidon over 185 man personeel, een offshorepatrouillevaartuig, acht kustpatrouilleboten, één kustpatrouillevaartuig, vier voertuigen voor 
    thermische waarnemingen en drie patrouillewagens. Ook is er een Rapid Border Intervention Team, dat over diverse middelen beschikt, naast de middelen voor Operatie Poseidon. Dit omvat 74 man personeel, twee patrouilleboten, twee patrouillevoertuigen, een helikopter en drie voertuigen voor thermische waarneming. 

    Image 6 Screenshot with time and loc 2
    Het Roemeense Frontex-schip MAI1103 op 8 juni om 05:51 uur. © Turkse kustwacht

    In totaal hebben we via het opensourceonderzoek 22 middelen geïdentificeerd, waaronder vaartuigen, helikopters en vliegtuigen, die in 2020 in de Egeïsche Zee operatief waren. De reden dat dit meer is dan de middelen uit het antwoord op bovenstaande parlementaire vragen, is dat Frontex materieel rouleerde met grens- en kustwachten van de lidstaten. 

    Sommige middelen troffen we regelmatig aan in opensourcedata. Zo varen Roemeense en Bulgaarse schepen vaak door de Bosporus, waar veel scheepsspotters actief zijn. En dus was het mogelijk te zien hoe er gerouleerd werd tijdens de operaties, met inbegrip van schepen die ongeveer om de drie maanden werden uitgezonden of terugkeerden. Andere zaken waren moeilijker te volgen; daarvan vonden we in open sources slechts een enkele afbeelding of video terug. 

    Tracking

    Om deze middelen op te sporen en te bepalen of ze hadden deelgenomen aan pushbacks, hadden we veel meer gegevens nodig dan beschikbaar waren op sociale media. Dus hebben we onze toevlucht genomen tot transpondergegevens van schepen en andere informatie over de locatie van bepaalde schepen of vliegtuigen, die vrij beschikbaar was via sites zoals Marine Traffic of Flight Radar 24.

    Van veel middelen die we ontdekten was de informatie niet openbaar gemaakt, of werden de transponders alleen onder bepaalde omstandigheden ingeschakeld, bijvoorbeeld in de haven. Hierdoor waren ze buitengewoon moeilijk te volgen. In sommige gevallen stonden de transponders echter aan. We begonnen deze gegevens te verzamelen door aanvullende, gedetailleerdere gegevens te kopen van scheepsbedrijven en bedrijven die vluchtroutes volgen, op tijdstippen dat er pushbacks waren gemeld.

    We hebben deze trackinggegevens gecombineerd met onze eigen database van gerapporteerde pushbacks, die we hebben verkregen via zowel openbare rapporten als via informatie die is verzameld door ngo’s als Consolidated Rescue Group (CRG), Monitoring Rescue Cell (MRC) en Alarm Phone. Het ging om de coördinaten van gerapporteerde pushbacks, vaak verzonden door de inzittenden van bootjes. Door deze datasets over elkaar heen te leggen hebben we meerdere pushbackincidenten ontdekt waarbij Frontex in de buurt was. 

    Met behulp van deze gegevens hebben we sinds maart 2020 zes pushbackincidenten geïdentificeerd waarbij Frontex zich in de buurt bevond of waaraan het rechtstreeks deelnam. We hebben een onderverdeling gemaakt in vier ‘nabijheidsincidenten’, waarbij Frontex zich binnen 5 kilometer van het incident bevond, en twee ‘bevestigde incidenten’, waarbij we er zeker van kunnen zijn dat Frontex zelf op de plek van de pushbacks was. 

    Nabijheidsincidenten

    • 28-29 april: bij een eerder door ons gemeld incident kwam een groep vluchtelingen en migranten op Samos aan land. Naar eigen zeggen werden zij vervolgens vastgehouden, op een reddingsvlot zonder motor gezet en naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. Een bewakingsvliegtuig vloog twee keer over het gebied terwijl deze pushback plaatsvond.
    • 4 juni: twee rubberboten zouden vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Nortada lijkt op ongeveer 15 kilometer van het eerste incident en iets meer dan een kilometer van het tweede aanwezig te zijn geweest.
    • 5 juni: naar verluidt werd een bootje uit Noord-Lesbos teruggestuurd. Het Portugese schip Nortada bevond zich op ongeveer 2 tot 3 kilometer daarvandaan.
    • 19 augustus: een bootje zou vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Molivos was er 5 kilometer vandaan, leek van koers te veranderden om op weg te gaan naar de pushback, voordat de transponder het signaal verloor of werd uitgeschakeld.

    In al deze gevallen is vastgesteld dat Frontex zich binnen een bepaalde actieradius bevond maar niet rechtstreeks deelnam. Het is moeilijk na te gaan of men op die afstand wist wat er aan de hand was. De missie van Operatie Poseidon omvat een aanzienlijk aantal taken die bewaking vereisen, waarbij zowel radar- als visuele hulpmiddelen kunnen worden ingezet, zoals camera’s die geschikt zijn voor gebruik in het donker en infraroodcamera’s. We weten bijvoorbeeld dat de Molivos is uitgerust met een geavanceerde camera die lijkt op een camera die te zien was op een ander Portugees Frontex-schip. Dit model kan 36 keer vergroten, met in het donker te gebruiken camera’s en infraroodcamera’s.

    Migranten maken voor de overtocht gebruik van zeer eenvoudige, opblaasbare rubberbootjes van een paar meter lang met één buitenboordmotor, die meestal niet op de radar zichtbaar zijn. Uit afbeeldingen en video’s van pushbacks die we hebben bekeken, blijkt dat er meerdere schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht zijn ingezet.

    Zoals we hiervoor al hebben vermeld, proberen schepen uit zowel Griekenland als Turkije regelmatig de bootjes over de zeegrens te duwen door golven te maken. De schepen varen daarbij met relatief hoge snelheid in een cirkelvormig patroon rond een bootje. Dat is riskant, en niet alleen vanwege het aanvaringsgevaar; de overvolle en vaak kwetsbare rubberboten kunnen door de opgewekte golven ook water maken of omslaan. 

    Hoewel een bootje zelf vaak niet op de radar verschijnt, blijkt de aanwezigheid ervan uit signalen dat er van een pushback sprake is. Grote en kleine schepen van zowel de Turkse als Griekse kustwacht, waarvan sommige ongebruikelijke manoeuvres uitvoeren om golven te creëren, lopen snel in de gaten. Ze zijn zelfs vanuit de ruimte te zien.

    Dan is er nog de kwestie van visueel bereik. Als een pushback op de radar zichtbaar is, is deze ook met het blote oog te zien, of met andere visuele systemen zoals bewakingscamera’s. Zelfs op een afstand van een paar kilometer is op een kalme zee en in goede omstandigheden een bootje meestal wel zichtbaar, hoewel precieze details als de aard van de menselijke vracht die ze vervoeren dat wellicht niet zijn.

    Niet opgemerkt

    In een eerder door Bellingcat beschreven incident van 28 april 2020 werd een groep van 22 op Samos aan land gekomen migranten vastgehouden door de Griekse politie. Vervolgens werden ze op een reddingsvlot zonder motor gezet en door de Griekse kustwacht naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. In antwoord op ons verzoek om commentaar ontkende de Griekse overheid dat deze mensen ooit Grieks grondgebied hadden bereikt, hoewel uit getuigenverklaringen, foto’s en video’s het tegendeel blijkt.

    Terwijl het reddingsvlot in de zeestraat dreef, vloog een privébewakingsvliegtuig tot twee keer toe op ongeveer 1500 meter hoogte over het gebied: om 02:41 uur en om 03:18 uur. Dit vliegtuig, G-WKTH, is eigendom van DEA Aviation, dat luchtbewakingsdiensten levert aan Frontex. In een promotievideo van Frontex wordt beweerd dat deze beelden live naar het hoofdkantoor in Warschau worden gestreamd.

    Het vliegtuig is naar verluidt uitgerust met een MX-15-camera, die infraroodsensoren heeft en in het donker te gebruiken is. Aangezien dit vliegtuig specifiek wordt gebruikt voor bewaking vanuit de lucht, is het onwaarschijnlijk dat het het reddingsvlot met al zijn opvarenden niet heeft opgemerkt, evenals de Griekse en – later – Turkse schepen die volgens een van de opvarenden aanwezig waren.

    Image 4 15 August Incident 2
    Boven: de pushback van 15 augustus op beeld. Onder: een vergelijking van het vaartuig in het beeld (rechts) met de MAI1102 (links) lijkt erop te wijzen dat het hetzelfde schip betreft. – © Bellingcat

    In zijn reactie aan de commissie LIBE van het Europees Parlement geeft de uitvoerend directeur van Frontex inderdaad aan dat dit mogelijk het incident was dat Frontex had gezien. Er zou een ‘Serious Incident Report’ zijn opgesteld op basis van een waarneming van een incident door de luchtbewaking, waarbij mensen van een vaartuig naar een rubberboot werden overgezet en later door de Turkse autoriteiten werden gered.

    In twee gevallen, op 8 juni en 15 augustus, lijkt het zeker dat Frontex op de hoogte was van pushbacks op het moment dat ze plaatsvonden. Het lijkt er zelfs op dat een Frontex-schip op 8 juni daadwerkelijk deelnam aan een pushback – zoals aan het begin van dit artikel beschreven –, met als resultaat dat een bootje fysiek werd verhinderd Grieks grondgebied te bereiken.

    Op 15 augustus waren er ’s ochtends berichten over een confrontatie tussen de Griekse en Turkse kustwacht. De lokale bevolking plaatste foto’s op sociale media waaruit dit blijkt, maar ook CRG, MRC, Alarm Phone en Aegean Boat Report meldden een pushback.

    CRG en MRC plaatsten video’s van mensen op dit bootje, waarbij de video van CRG een motor zonder startkoord liet zien (zie foto). De Griekse kustwacht zou dat koord hebben meegenomen. In de video’s wordt het bootje omringd door schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht. We hebben eerder opgemerkt dat de Griekse kustwacht het onklaar maken van de motor kennelijk als tactiek gebruikt. 

    De meeste beelden van dit incident zijn van een afstand gemaakt, waardoor identificatie van de vaartuigen moeilijk is. We kregen echter ook een heel duidelijke foto van deze confrontatie toegestuurd. Daarop is de MAI1102 te zien, een schip van de Roemeense grensbewaking dat net was gearriveerd. De metadata van deze afbeelding komen overeen met de datum en het tijdstip van dit incident. De schepen zijn in vrijwel dezelfde opstelling te zien in een door passagiers van de boot gemaakte video.

    Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen hoe ver de MAI1102 van deze pushback verwijderd was, is wel te zien dat het zeker binnen het visuele bereik van de confrontatie en het bootje zelf was.

    Schermafbeelding 2021 02 26 om 14.06.55


    Reconstructie van de pushback op 8 juni 2020 door het Frontex-schip MAI1103, aan de hand van opensourcedata. – © Logan Williams / Bellingcat / Mapbox / OpenStreetMap

    ‘Hoogste normen’

    Gedurende dit onderzoek hebben we een enorme hoeveelheid informatie verzameld over Frontex-activiteitenin de Egeïsche Zee, hoewel de meeste middelen van Frontex onmogelijk te volgen waren omdat de transponderinformatie niet was geregistreerd, niet was ingeschakeld of buiten bereik was. 

    Ondanks deze beperkingen hebben we meerdere malen kunnen vaststellen dat Frontex bij pushbacks aanwezig was, of dichtbij genoeg om te kunnen beseffen wat er aan de hand was. Bij ten minste één incident is duidelijk dat een Frontex-schip actief heeft deelgenomen aan een pushback. 

    Frontex verklaarde in reactie op dit onderzoek dat het bij zijn operaties 
    ‘de hoogste normen van grenscontrole’ in acht neemt en dat zijn medewerkers gebonden zijn aan een gedragscode die refoulement tracht te voorkomen en mensenrechten dient te handhaven. 

    Image 5 Comparison of vid and image 2
    Boven: stills uit een video die op 15 augustus werd gemaakt vanaf een rubberboot. Onder: dezelfde schepen in een vergelijkbare positie op het beeld van de pushback. – © Bellingcat

    De uitvoerend directeur van Frontex voegde eraan toe dat de Griekse kustwacht op de hoogte was gesteld van alle gemelde incidenten. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat er een intern onderzoek was begonnen. Een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken zei dat de acties van medewerkers van de kustwacht ‘in volledige overeenstemming met de internationale verplichtingen van het land werden uitgevoerd’. De woordvoerder stelde dat tijdens de vluchtelingencrisis van de afgelopen jaren duizenden migranten door de Griekse kustwacht zijn gered, dat de beschuldigingen van illegale pushbacks tendentieus waren en dat de operationele praktijken van de Griekse autoriteiten nooit dergelijke (illegale) acties hebben omvat. 

    Dit onderzoek maakt deel uit van de Borders Newsroom van Lighthouse Reports, een onderzoeksjournalistiek project over de omstandigheden van vluchtelingen en migranten aan de Europese grens.

  • Duitsland sluit grenzen voor mutaties | BBC van de buis in China

    Duitsland sluit grenzen voor mutaties | BBC van de buis in China

    Duitsland sluit grenzen met Tsjechië en Tirol uit angst voor mutaties

    Uit vrees voor nieuwe coronavirusvarianten sluit Duitsland zijn grenzen met Tsjechië en Tirol. De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer zei donderdag tegen de Süddeutsche Zeitung dat de maatregel zondagavond van kracht zou gaan en dat Tirol en de Tsjechische regio’s die aan Duitsland grenzen, zouden worden opgenomen in de lijst van gebieden die zwaar getroffen zijn door de virusmutaties. Op deze lijst staan reeds landen als Groot-Brittannië, Zuid-Afrika, Brazilië en Portugal. Sinds eind januari zijn al de meeste reizen vanuit deze landen naar Duitsland verboden.

    De Europese regiodirecteur van de Wereldgezondheidsorganisatie, Hans Kluge, heeft donderdag gewaarschuwd voor het ‘valse gevoel van veiligheid’ dat ontstaat door de vaccinatiecampagnes die over de hele wereld in gang zijn gezet, bericht het Duitse weekblad Stern. ‘De overgrote meerderheid van de Europese landen blijft kwetsbaar’, aldus Kluge.

    GettyImages 1230779171 1 2 1
    Grenscontroles aan de Duits-Tsjechische grens zijn al aan de orde van de dag. Reizigers uit verschillende landen moeten reeds geruime tijd een negatieve coronatest overleggen bij het betreden van zowel Duitsland als Tsjechië. – © Gabriel Kuchta / Getty Images


    Griekenland richt speciale universiteitspolitie op

    Het Griekse parlement heeft donderdagavond een wetsvoorstel aangenomen tot oprichting van een nieuwe politiemacht op universiteiten, bericht de Griekse krant E Kathiremini. De campuspolitie is uitgerust met wapenstok en pepperspray, maar draagt geen vuurwapen, en zal de orde op en rond de universiteiten handhaven.

    Tijdens het debat demonstreerden volgens de politie ongeveer duizend mensen voor het Griekse Parlement tegen deze maatregel, die zij ondemocratisch noemen. Euronews bericht dat ook ook duizenden universiteitsprofessoren de regering hebben opgeroepen de wet in te trekken.

    Een reportage van Al Jazeera over de protesten tegen de wet van de afgelopen weken.

    Universiteiten in Griekenland zijn vaak het toneel van geweld: de foto van de aanval van afgelopen oktober op de rector van de Economische en Bedrijfsuniversiteit van Athene door een groep jongeren, die hem een bord om zijn nek hingen met de tekst ‘Solidariteit met de bezettingen’, ging rond op de sociale media en schokte de publieke opinie.

    ‘Nergens anders ter wereld zien we beelden (…) van historische gebouwen die worden vernield, lokalen die worden geplunderd’, zei premier Mitsotakis vóór de stemming tegen de parlementariërs.

    ‘De kwestie van politie op de campus ligt in Griekenland bijzonder gevoelig sinds het militaire bewind van 1967-1974’, schrijft E Kathiremini. Tijdens een studentenopstand in 1973 die uiteindelijk leidde tot de val van de junta, reed een tank door de poorten van de Nationale Technische Universiteit van Athene, waarbij minstens vierentwintig studenten en burgers om het leven kwamen.


    China haalt BBC World News van de buis

    Nadat de Britse autoriteiten vorige week de zendvergunning voor China’s publieke zender introkken, kondigde Beijing op donderdag (11 februari) aan dat het de uitzendrechten van BBC World News in China zou opschorten omdat de inhoud in strijd zou zijn met de richtlijnen van het land, meldt The Daily Telegraph.

    Een overduidelijke ‘tit for tat’-vergeldingactie van Beijing, aldus CNN.

    De BBC wijst erop dat haar ‘site en applicatie reeds ontoegankelijk waren’ vanuit China

    De NRTA, de Chinese zendautoriteit, stelt dat de berichtgeving van de BBC over China ‘een ernstige schending’ inhoudt van de richtlijnen, waaronder de plicht ‘waarheidsgetrouwe’ informatie te verstrekken, schrijft The Daily Telegraph. In een verklaring zegt de NRTA dat de uitzendingen van BBC de nationale belangen en eenheid van China hebben geschaad.

    Vorige week heeft Londen de vergunning ingetrokken van de Engelstalige Chinese nieuwszender CGTN, die in handen is van de staat, omdat zij van mening is dat deze onder controle staat van de Chinese Communistische Partij.

    Volgens The Wall Street Journal is het besluit van Beijing vooral ‘symbolisch’, omdat internationale omroepen zoals de BBC al een beperkt bereik in China hebben. De programma’s van de zender zijn gewoonlijk alleen te zien ‘in luxehotels en -resorts waar buitenlanders verblijven, en zelfs daar gaan de schermen vaak op zwart wanneer het nieuws over China gaat’, aldus de krant. Ook de BBC wijst erop dat haar ‘site en applicatie reeds ontoegankelijk waren’ vanuit China.


    Prijs én energieverbruik bitcoin door het dak

    De prijs van bitcoin bereikte een recordhoogte nadat Tesla bekend maakte dat ze voor 1,5 miljard dollar aan cryptovaluta heeft gekocht en deze accepteert als betaalmiddel voor haar auto’s. De recente opmerkingen van Elon Musk over digitaal geld hebben de overtuiging van bitcoinaanhangers dat de digitale munt ooit een wettig betaalmiddel zal zijn, versterkt.

    Tesla’s investering in zo’n volatiele markt is echter een grote gok en doet afbreuk aan de groene geloofwaardigheid van het bedrijf, schrijft The Economist. De hoeveelheid computerenergie die nodig is om bitcoin te delven vertegenwoordigt 0,58 procent van het totale elektriciteitsverbruik in de wereld, volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance.


    Naar het café? Eerst registreren met je telefoon

    Vandaag (12 februari) kunnen de inwoners van de Spaanse autonome regio Castilië-La Mancha weer naar het café of restaurant, na een 26 dagen lange sluiting van de horeca, een van de maatregelen die de regionale regering heeft genomen om de besmettingen tijdens de derde golf van het coronavirus in te dammen, bericht El País.

    Als je in Castilië-La Mancha de kroeg in wilt, moet je met je smartphone een QR-code scannen, een nieuw verplicht protocol dat donderdag 11 februari om middernacht is ingegaan. Het heeft als doel contacten zo snel mogelijk op te sporen en te lokaliseren voor het geval zich een besmetting in een horecalokaal voordoet.

    Horecagelegenheden moeten wel om 21.00 sluiten en mogen maar een derde van hun normale capaciteit aan gasten toelaten, meldt El Mundo. De avondklok van 22.00 blijft van kracht in de regio van Don Quichot van La Mancha.

    Volgens officiële cijfers van de regionale gezondheidsautoriteiten lagen op 9 februari in dit gebied met zo’n twee miljoen inwoners ten zuiden van Madrid 1107 mensen in de ziekenhuizen, waarvan 226 op de intensive care.

  • ‘Hoeveel kou en vermoeidheid kan een kind verdragen?’

    ‘Hoeveel kou en vermoeidheid kan een kind verdragen?’

    Dit is het waargebeurde verhaal van een Koerdische vrouw, die, hoogzwanger, samen met haar man en twee kinderen van Turkije naar Griekenland vlucht. De auteur maakte deel uit van dezelfde groep vluchtelingen en tekende haar verhaal op. Deel 2 van een tweeluik.

    Lees hier deel 1 We kunnen ons alleen vastklampen aan hoop.’ Een nachtelijke oversteek van Turkije naar Griekenland’

    De auteur

    Vanwege haar kritiek op de oorlogspolitiek die meteen na de verkiezingen van 7 juni 2015 in Turkije oplaaide, ondertekende Umut Güneş (pseudodiem) de Petitie van Academici voor de Vrede. De petitie kwam in januari 2016 uit onder de titel ‘Wij willen geen deel van deze misdaad zijn’.

    Als ondertekenaar werd ze krachtens een decreet van februari 2017 ontslagen uit haar functie op de universiteit. Haar leven veranderde van de ene dag op de andere. Ze werd bedreigd, fysiek en verbaal belaagd, er werden rechtszaken tegen haar aangespannen, ze raakte haar baan kwijt, haar paspoort werd ingetrokken, er werd haar verhinderd nieuw werk te zoeken – net als de andere ondertekenaars kon ze haast geen van haar burgerrechten nog uitoefenen.

    Om een nieuw hoofdstuk te beginnen en haar laboratoriumonderzoek voort te kunnen zetten, stak ze illegaal de Maritsa over, de rivier tussen Turkije en Griekenland, en reisde naar het buitenland. Ze maakte de tocht met vluchtelingen uit verschillende landen. Wat ze meemaakte en om zich heen zag vormde de basis voor dit verhaal. Daarin beschrijft ze de gebeurtenissen door de ogen van een van haar medereizigers, een zwangere Koerdische vrouw. Ze wil haar een stem geven.

    Onze baby had een vreemde opwinding in de groep teweeg gebracht. Op de gezichten van de anderen stond zowel blijdschap te lezen als spanning. Iedereen kwam bij mijn kind kijken, behalve de stille en teruggetrokken Afghanen. Voor de jonge smokkelaar was dat niet genoeg: hij stond erop dat we onze zoon naar hem zouden vernoemen. Al die tijd had hij onder geen beding zijn naam willen zeggen, we moesten hem maar bij zijn bijnaam noemen, maar nu was hij zo overmand door emotie dat hij plompverloren vertelde hoe hij heette. We stemden toe, we hadden weinig keus. Mijn man reciteerde volgens het gebruik een koranvers en fluisterde onze baby zijn naam in het oor. Toen ging iedereen uiteen.

    De vrouw uit Turkije is bij me. Opeens wordt de pijn heviger. Met handen en voeten probeer ik uit te leggen wat er aan de hand is, in de hoop dat ze een pijnstiller bij zich heeft. Ze belt weer met iemand. Waarom toch, waarom die voorzichtigheid in deze omstandigheden? Of is het juist vanwege die omstandigheden dat ze zo behoedzaam is? Ze is duidelijk bang dat ze iets fout doet, dat ons iets overkomt. Na het telefoongesprek haalt ze een tablet voor me uit haar tas. Uitgeput geef ik mijn kind de borst, zij en de Syrische vrouw geven mij wat te eten. Een stukje chocola, een paar dadels, wat brood. Daarna val ik, terwijl Azad en Mizgin hun broertje de hele tijd kusjes geven, met mijn kind in mijn armen vredig in slaap.

    De tijd kruipt voorbij. We wachten nu al uren in dit bos tot de zon ondergaat, liggend in het natte gras. Ik heb nog steeds pijn, maar ik voel me beter. Het is zo’n prachtig kindje. Ik hoop maar dat je het volhoudt, lieverd, en dat je niet te hard huilt. Ik weet wel dat iedereen zich daar zenuwachtig over maakt. Eindelijk gaat de zon onder, we kunnen langzamerhand op weg. Het kan niet ver meer zijn, afgaand op wat ze ons hebben verteld. Maar met het verstrijken van de uren blijkt dat we zijn voorgelogen. Mijn man ondersteunt me weer. Zijn rugzak is nu lichter. Mizgin en Azad lopen net als eerst vooraan, aan de hand van de Irakezen. De Turkse vrouw beschouw ik als mijn zus, zij draagt mijn baby. Na een tijdje wordt ze moe, ik zie haar met de smokkelaar praten. Hij neemt mijn baby van haar over, maar dat werkt niet. Al snel stapt hij op de vijf Afghanen af. Zonder een onvertogen woord dragen zij bij toerbeurt onze zoon.

    Bergen en rivieren

    We steken bergen en heuvels over, lopen door beken en rivieren. We beklimmen hellingen en proberen via andere weer naar beneden te komen. Ik heb pijn en ben moe, ik kan haast niet meer. En het eind komt maar niet in zicht. Af en toe staat de smokkelaar ons een korte pauze toe, maar het blijft zwaar, vooral als we door het water moeten. Op sommige plekken is de waterstroom heel breed maar ook ondiep en overdekt met riet, waardoor we de boot niet kunnen gebruiken. Eén rivier hadden ze gezegd, en die zouden we per boot oversteken. Gelukkig houden de jonge Irakezen mijn kinderen steeds bij de hand, en als we door het water moeten, nemen ze hen op de arm.

    De Afghanen niet, die geven bij ieder beekje mijn baby aan de vrouw uit Turkije. Ze zijn bang. Bang dat er iets gebeurt, dat ze hem laten vallen misschien, ik begrijp hen wel maar ik kan niets doen. De vrouw heeft dezelfde angst, de eerste keer dat we een riviertje over moesten steken voelde ik hoe gespannen ze was. Bepakt met tassen, onze schoenen in de hand, in het pikkedonker door een rivier waden; ik met krampen, zij met mijn baby in haar armen. Maar hoe moeilijk ook, ik had er vertrouwen in dat ze het kon. Op plekken waar het water breed is, helpt mijn man eerst mij naar de overkant en gaat dan terug om haar te helpen. Soms zien we in de verte de lichten van een dorp. En net als ik dan denk dat we er zijn, slaan we een andere richting uit. De uren verstrijken, de tocht duurt en duurt maar. Ik weet niet hoeveel we al gelopen hebben, hoe vaak we hebben moeten rennen, hoeveel keer we ons hebben verstopt.

    Als iedereen aan het eind van zijn Latijn is, zegt de smokkelaar dat we even halthouden. De kinderen beginnen weer zachtjes te huilen. Hoeveel kou, duisternis, vermoeidheid, slaapgebrek kan een kind ook verdragen, en dan de honger.

    ieder kind

    is nu in ons een eindeloos gedicht

    zijn stem een plukje pret

    zijn lach geroffel van een schot

    dat in ons schroeien blijft

    soms wordt het licht dat ons beschijnt

    dan een vuur dat ons verzengt

    we staan in brand we zeggen het niet

    fouten raken besmeurd met bloed

    liederen doen er het zwijgen toe

    hoe een rouwklacht begint we weten het niet…

    Adnan Yücel – In de stroming van een beek

    We zwijgen, moe en bedrukt, de smokkelaar verbreekt de stilte. Hij roept naar de Afghanen, die zich het best op de tocht hebben voorbereid. Ze hebben zich opnieuw afgezonderd en eten platbrood met tomatenketchup en mayonaise. De smokkelaar zegt dat ze ons, onze kinderen wat moeten geven. Platbrood met ketchup en mayonaise. Mijn man neemt de vreemde combinatie aan, we eten er allemaal een stukje van.

    En weer gaan we verder. Een vlakke weg nu, door iets dat op een akker lijkt. Na een tijdje staan we voor een afrastering van ijzer- en prikkeldraad. Op één plek is er een soort poort in het draad geknipt, die met een kabel aan de rest van het hekwerk vastzit. De smokkelaar knoopt de kabel los, doet de poort open. We lopen er snel doorheen, hij doet hem weer dicht en bindt hem vast. Kennelijk wordt de doorgang vaak gebruikt, dat moet ook de reden zijn dat de weg ernaar toe zo goed is, maar wie komt hier dan, wat scheidt het prikkeldraad af, wat ligt er voor ons, zijn we er soms bijna?

    Ik vrees dat hoe langer de tocht duurt en hoe meer iedereen tegen vermoeidheid en uitputting moet vechten, hoe meer ze ons als een last zullen zien, een blok aan hun been

    Een geluid van heel dichtbij wist alle vragen. Een nieuwe beek. Hoe luider de stroming, hoe harder iedereen begint te mopperen. Dit is de laatste, zegt de smokkelaar, maar niemand die hem nog gelooft. We volgen hem met de weinige kracht die ons nog rest, we hebben geen keus. Hij zegt dat we met de boot kunnen oversteken, maar dan moet die eerst worden opgepompt. Een paar mensen gaan aan het werk, met mijn baby ga ik ergens aan de oever zitten, de vrouw uit Turkije komt naast me. Ik kijk naar mijn baby, zij naar de sterren. Ik ben bezorgd, wat zij denkt weet ik niet. De baby is muisstil, misschien dat iedereen wel begrijpt dat ze zich wat dat betreft geen zorgen hoeven te maken, maar ik vrees dat hoe langer de tocht duurt en hoe meer iedereen tegen vermoeidheid en uitputting moet vechten, hoe meer ze ons als een last zullen zien, een blok aan hun been.

    De gedachten malen door mijn hoofd. Hoe vaak zal de boot heen en weer moeten om iedereen naar de overkant te krijgen? En wat als ze ons niet ophalen, als ze ons hier laten zitten, in de kou, het pikkedonker, in dit onbekende, desolate gebied? Wat moeten we doen? We kunnen beter niet bij de eerste overtocht instappen – want ik ben minstens zo bang om aan de overkant in mijn eentje achter te blijven – maar bij de tweede overtocht moeten we zien dat we in de boot komen, we moeten onze kinderen bij de hand houden, wat er ook gebeurt, wij moeten bij hen blijven.

    Opeens horen we de smokkelaar schreeuwen. De vrouw uit Turkije en ik kijken elkaar vragend aan, dan zien we iedereen uiteengaan, naar iets zoeken. Het lijkt erop dat er een onderdeel op de grond gevallen is, waardoor de pomp onbruikbaar is. Hoe moeten we zo’n piepklein onderdeeltje in het donker terugvinden? We hebben uren gelopen, het kan overal wel gevallen zijn. Maar zo kan de tocht niet eindigen, dat mag niet. De vrouw uit Turkije staat op. Ik voel haar moedeloosheid. Toch gaat ze zoeken. Na een tijdje wordt het missende onderdeel daadwerkelijk gevonden. De boot wordt opgepompt. De smokkelaar bepaalt in welke volgorde we worden overgezet en als ik aan de beurt ben, stap ik zonder iets te zeggen in, zonder zelfs maar na te kunnen denken. Van mijn oorspronkelijke plan komt niks terecht. Misschien ben ik te moe, misschien wil ik hem vertrouwen. Na een paar keer heen en weer varen staat iedereen aan de overkant. Achter de smokkelaar aan vervolgen we onze tocht, onze voeten opnieuw doorweekt en onder de modder. Uren, minuten? Ik heb geen flauw benul meer van de tijd.

    Mijn hand durft niet te plukken

    de kwee, de appel waar mijn ziel naar smacht,

    ik buig het hoofd, loop door.

    Van leeuw tot muis geen dier doet dat me na,

    praat me er niet van

    er komt geen woord uit mijn keel…

    Ahmed Arif – Aantekeningen uit de burcht van Diyarbekir en wiegelied voor het babietje Adiloş

    Genoeg geweest

    En weer staan we aan de oever van een waterstroom. In het donker kan ik het niet goed zien, maar het lijkt of we tussen tientallen stroompjes en meertjes lopen. Strompelen, beter gezegd. De blubber, de stenen, alles wat verder in onze voeten prikt en steekt maken het nog zwaarder om een stap te zetten. Het duurt lang voordat we eindelijk op een heuveltje midden in het water staan, in een laag, donker gebouwtje rusten we even uit.

    Iedereen is tot aan zijn knieën doorweekt, rilt. De smokkelaar kondigt aan dat we vannacht hier blijven. We kijken elkaar aan, zelfs in het donker is de wanhoop in ieders ogen te lezen. Het is klaar met de tocht. Nee, niemand heeft nog de kracht om te lopen, maar weer wachten, in het pikkedonker, midden in het water, doorweekt en onder de modder, dat gaat niet. Bovendien hebben we niks te drinken, niks te eten. We hadden geen idee dat het zo lang zou duren. Iedereen protesteert, het is genoeg geweest, dan worden we desnoods maar opgepakt. De smokkelaar zegt niks, wat kan hij ook zeggen, we lopen verder.

    Als we bij een volgende waterstroom komen, is er niemand die zelfs maar zucht. Hoe we naar de overkant moeten, dat is het enige waar we oog voor hebben. Het water is diep maar zo smal dat we niet met de boot kunnen. Dwars in de stroom ligt een soort ijzeren deur, als een dam die naar de overkant loopt. Het is een gladde plaat met aan de bovenkant een rechtop staand traliewerk. De smokkelaar doet voor hoe we eroverheen moeten: op het ijzeren geval gaan staan, je vasthouden aan de tralies en dan zijwaarts lopen. Alleen staan de tralies zo dicht op elkaar dat er nauwelijks een plek is voor je voeten. Bovendien is de oever aan de overkant hoger, waardoor je degene die achter je loopt omhoog moet trekken, de oever op.

    Ik vertel hem met mijn blik dat ik ondanks alles volhoud, dat we hier doorheen komen, dat we ook dit achter ons zullen laten

    De jonge Irakezen steken over, op één arm dragen ze een van mijn kinderen, met hun andere hand weten ze zich aan het traliewerk vast te houden. Degenen vóór hen tillen mijn kinderen de oever op. Onze beurt. Mijn baby is al overgegeven aan de vrouw uit Turkije. Mijn man stapt als eerste op het ijzeren geval, doet een stap opzij en trekt mij erbij. Ik heb nauwelijks kracht meer maar toch lukt het me om me vast te grijpen, mijn man houdt me niettemin bij mijn arm, een paar stappen en we staan aan de overkant.

    Nu de vrouw uit Turkije, met onze baby. Haar tas heeft ze op haar rug, in haar armen houdt ze de reiswieg met mijn kind. Ze kijkt net als ik gespannen hoe ze naar de overkant moet. Het stoffen handvat is te nauw om de reiswieg aan haar arm te hangen, maar de wieg in haar hand houden en maar één hand vrij hebben voor de tralies gaat ook niet. Ze wringt haar arm door het handvat – als het maar niet losscheurt! Met twee handen aan het hekwerk schuifelt ze net als de Irakezen heel langzaam en heel geconcentreerd naar de overkant, tilt mijn kind dan met een extra inspanning meteen omhoog naar mijn man. Hij strekt zich uit om de reiswieg aan te pakken, trekt dan haar omhoog. Nog een rivier die we zijn overgestoken.

    De voettocht gaat verder. Ik ben uitgedroogd, wat me verder verzwakt. Alleen de smokkelaar heeft wat water, maar dat deelt hij niet. Mijn man houdt me nog steviger vast. Uit zijn ogen spreekt een enorme wanhoop, een immense frustratie omdat hij niet meer kan. Ik glimlach naar hem, we moeten stil zijn maar ik vertel hem met mijn blik dat ik ondanks alles volhoud, dat we hier doorheen komen, dat we ook dit achter ons zullen laten.

    als ik zeg dat ik moe ben, geloof me niet, dat ben ik niet

    ik leef nog jaren voort

    met mijn handen op mijn wond

    beschrijf ik de geschiedenis van het leed

    Ahmet Erhan – Dichter zijn is schadelijk voor het leven

    Jachthonden

    Het wordt weer licht. We zijn op een bergtop, in de verte is een dorp te zien, we rusten uit. Ik geef mijn baby de borst. De vrouw uit Turkije vraagt om mijn zoontje, ze streelt hem, kruipt dan samen met hem onder een puntje van het laken dat de smokkelaar heeft meegebracht, onder de bomen op de steile helling. Misschien dat mijn baby het zo wat minder koud heeft. Wij proberen ook wat te slapen, maar niet veel later horen we van dichtbij het geblaf van jachthonden. We pakken onze spullen en vertrekken.

    Omdat het lastig is om over het heuvelachtige terrein te lopen kiest de smokkelaar een ander, vlakbij gelegen pad, maar een van de honden krijgt ons in de gaten en begint harder te blaffen. We keren om en zetten het op een lopen. We moeten weg hier voordat de jagers komen, we moeten ons verstoppen. We verlaten het pad en duiken tussen de bomen, de smokkelaar spoort ons aan om voort te maken, maar hoe? Ik kan niet meer. Toch versnel ik op de een of andere manier mijn pas. ‘Oké,’ zegt de smokkelaar na een tijdje, ‘we zijn ze kwijt.’

    Uren verstrijken, met nog meer lopen, nog meer wachten en ons nog meer verschuilen en dan komt eindelijk de lang verwachte mededeling: ‘De bus komt eraan’. Van onze schuilplaats in het bos lopen we naar de plek waar een busje ons zal oppikken, we verstoppen ons op een helling onder een autoweg, liggend op onze buik wachten we op de instructies van de smokkelaar. Op een teken van hem moeten we naar de bus rennen en onmiddellijk instappen.

    Eindelijk, eindelijk is daar het busje. Ik weet zelf niet hoe ik naar beneden kom, de helling en de weg af ren

    Eindelijk, eindelijk is daar het busje. Ik weet zelf niet hoe ik naar beneden kom, de helling en de weg af ren. De Irakezen hebben mijn kinderen op de arm, een van de Afghanen heeft mijn baby. We rennen, rennen en storten ons in het achterste deel van een busje waar de stoelen uit zijn verwijderd. Met moeite ga ik bij een raampje zitten, met mijn rug leunend in een hoek. Dan neem ik mijn baby in mijn armen. De vrouw uit Turkije arriveert als laatste. De smokkelaar zegt dat ze voorin moet gaan zitten, achterin is geen plaats meer, zelf loopt hij snel terug in de richting waar we vandaan gekomen zijn. De vrouw kijkt naar mij, gebaart me ook naar voren te komen maar de chauffeur wil het niet hebben, hij geeft opeens plankgas. Ik geef haar mijn baby, zodat die wat meer ruimte heeft.

    Dat was het. Alles is achter de rug, toch?

    Hoop is de titel van een verhaal, in het begin loopt het voorop,

    Dan komt er een splitsing, en trekt zijn wond in wat was.

    Özdemir Asaf – ‘Oud verhaal’

    Opluchting

    Een tocht van twee dagen, kilometers te voet, over bergen en rotsen, door akkers en rivieren. Het laatste stuk zonder water, zonder eten. Al die mensen, met tassen op hun rug, een baby in hun arm, kinderen aan de hand, mensen die geen woord zeggen, bij wie geen klacht over de lippen komt.

    En de onnoemelijke opluchting om na dit alles aan te komen.

    We zijn nog maar net op weg, komen pas net een beetje op adem, als de bus wordt gestopt. Eerst dringt het niet tot ons door wat er aan de hand is. Voor de raampjes aan de achterkant hangen gordijnen. Dan gaat het portier open. Griekse politie. ‘Niet bang zijn, jullie zijn veilig!’ is het eerste wat ze zeggen. Of we echt in veiligheid zijn weet ik niet, maar we beginnen blij te klappen. Misschien omdat de tocht nu ten einde is, of omdat we denken dat we werkelijk gered zijn, of misschien omdat we hopen dat ze ons niet slecht zullen behandelen.

    Hoe heb ik het allemaal weten te doorstaan, hoe heeft mijn baby het gered, hoe hebben mijn kinderen de tocht volgehouden?

    We worden geteld, door een Griekse agent deze keer. Andere mensen, andere steden, andere landen – wat blijft is dat wij als vee worden geteld. Hij praat met de vrouw uit Turkije. Ze wijst naar de baby, naar mij, zegt iets. De verbijstering is van zijn gezicht te lezen. Hij roept een van zijn collega’s erbij en wijst naar ons. Vertelt hij van de bevalling? Een bevalling aan de oever van een rivier, op het natte gras in een bos, in de koude wind van een novemberochtend, een bevalling met een klein zakmes en een stukje naaigaren? Hoe heb ik het allemaal weten te doorstaan, hoe heeft mijn baby het gered, hoe hebben mijn kinderen de tocht volgehouden?

    Ik vertel u de waarheid. Pas aan de rand van de afgrond krijgt een mens vleugels.

    – Nikoz Kazantzakis

    We wachten een tijdje in de bus en worden dan overgebracht naar een politiebureau. Bij aankomst zie ik op de stoep een ambulance klaar staan, kennelijk hebben de woorden van de vrouw uit Turkije effect gehad. Voor mij is dat van groot belang, ik wil dat artsen mijn baby zien, wil zeker weten dat hij het goed maakt, gezond is.

    Op het bureau word ik met mijn baby meteen van de anderen gescheiden en geregistreerd. Ze vragen me of de vrouw uit Turkije de smokkelaar is. Ik weet niet hoe ik het heb. Ik schud mijn hoofd, terwijl ik zoveel zou willen zeggen. Geen idee of mijn antwoord voor hen afdoende is. Dan laat ik mijn kinderen, mijn man en alle anderen achter, laat mijn hoofd en mijn hart bij hen, stap met mijn baby in de ambulance en ga naar het ziekenhuis.

    Het lijkt of alle vermoeidheid van de tocht en mijn belevenissen er nu pas uitkomen. Alles wat ik heb meegemaakt lijkt een droom

    Een arts onderzoekt me terwijl zijn collega’s zich om mijn baby bekommeren. Ze zijn verbijsterd, maar uit hun gezichtsuitdrukking maak ik op dat het goed is met mijn kind, toch leggen ze hem in een couveuse. Hoe het met mij is? Het lijkt of alle vermoeidheid van de tocht en mijn belevenissen er nu pas uitkomen. Alles wat ik heb meegemaakt lijkt een droom.

    De arts vraagt iets, ik kijk hem wezenloos aan. Ik heb nog steeds pijn en het bloeden is ook nog niet gestopt, maar ik zeg niks, het lukt me niet. Ik lijk mezelf niet. Ik word gehecht, krijg een infuus. Wanneer ik mijn ogen opendoe moet ik een tijdje geslapen hebben, het is donker, de maan staat aan de hemel en ik ben moederziel alleen, net als mijn baby. De eerste nacht, zonder mijn baby, mijn kinderen, mijn man.

    een maan komt op van lieverlee

    in de boezem van de nacht,

    met het firmament heeft hij maar weinig op

    aangezien dat iedere dag

    een stukje van hem eten moet

    het probleem, hij ziet de toekomst niet

    want treurig als zijn eind mag zijn

    het is ook zwanger van zijn nieuw begin

    Metin Altıok – Steeds minder

    Ook de volgende dag moeten we nog in het ziekenhuis blijven, mijn baby en ik gescheiden van elkaar, als ‘twee verloren hoopjes verlangen, twee stukjes van een ziel’ (Ahmed Arif / Verstomd). Mijn lichaam is doodmoe, mijn voeten doen afschuwelijk zeer en ik voel steken in mijn hart. Wanneer zie ik mijn kinderen en mijn man weer? Twee dagen die wel een leven lijken te duren, dan pas leggen de artsen mijn baby in mijn armen. Twee agenten nemen ons mee.

    Huis van bewaring

    Ik passeer twee ijzeren deuren en sta in de vrouwenafdeling van het huis van bewaring. Twaalf personen in een vertrek voor acht. Mijn man en kinderen zijn er ook. Naast onze ruimte ligt die voor de mannen, overal ziet het blauw van de rook. Met mijn vier dagen oude baby zet ik voor het eerst voet in een gevangenis. We zijn weer samen. Ik ben dolblij mijn kinderen en mijn man te zien, vol warmte door hen omhelsd te worden. Azad en Mizgin zijn niet weg te slaan bij hun broertje, we kunnen elkaar geen van allen loslaten.

    Een droom was het wat we hebben doorstaan.

    Een droom is mijn leed, een droom de kerker.

    Hoe kan het jaren hebben geduurd

    wat ik zo kort als een vers heb beleefd…

    Ahmed Arif – Verstomd

    De vrouw uit Turkije is er, de Syrische vrouwen zijn er, samen met de anderen dringen ze om ons heen. Ze strelen mijn kind, geven een beetje eten dat nog over is, en laten ons dan alleen. Mizgin en Azad geven hun broertje een kusje en klimmen op het stapelbed van de vrouw uit Turkije. Ze hebben haar een paar woorden Sorani geleerd en spelen nu lachend een spelletje. Het is heerlijk mijn kinderen na dagen zo te zien lachen.

    Ik eet wat en haal de tijd in met mijn man. Ja, we hebben elkaar gemist, we zijn nooit bij elkaar weg geweest, hebben nooit elkaars hand losgelaten. Ik voel me zielsgelukkig. Maar als hij vertelt over onze celgenoten en hun situatie slaat mijn stemming om.

    alleen in geluid schuilen we nu nog

    in de lichtende nacht.

    naar wie te gaan,

    met welke woorden te vertellen van de pijn,

    in welke taal te vragen om genade?

    een puur begin, dat is nodig nu

    met woorden die bij de ochtendstond

    zich verbinden met de ziel, zo’n begin.

    de warmte van een nest, dat is nodig nu,

    een huis waar je van dichtbij de schoorsteen kunt zien roken

    zodat we in het oord van het vergeven

    het aanzien voor een toevluchtsoord

    en zwijgen

    zwijgen.

    Bejan Matur – Opgroeien in twee dromen

    Want in feite is er nog helemaal niks ten einde. Een man en vrouw van achter in de zestig zijn de oudsten van ons allen, drie keer hebben ze geprobeerd weg te komen uit Istanbul, ‘de stad die hen niet vergund is’, zoals ze zelf zeggen. Iedere keer weer zijn ze opgepakt en teruggestuurd. Ze zitten hier nu al weken en wachten in spanning af wat er deze keer met hen zal gebeuren. Hun enige troost is dat ze samen zijn. Omdat de mannenruimte vol zit, zijn echtparen en kinderen hier gezet. Ze lijken ziek, of misschien is het de ouderdom. Zelfs lopen doet hen pijn, maar als ze samen zijn hebben ze tenminste steun aan elkaar.

    Saher is de jongste. Een bruisend meisje van nog maar 17. Ze zit geen minuut stil, roept vanachter de tralies naar de politie, klopt op de tussenmuur en vraagt de mannen in de ruimte naast ons een liedje te zingen. Ze is Koerdisch en komt uit Syrië maar heeft ook een tijdje in Turkije gewoond. Haar moeder heeft naar Duitsland weten te komen, maar zij zit nog hier. Twee keer heeft ze geprobeerd te vluchten, en net als de anderen is ze na een tijdje in het huis van bewaring steeds weer teruggestuurd. Nu heeft ze goede hoop, want dat ze al langere tijd hier wordt vastgehouden kan betekenen dat ze naar het kamp gaat, en vandaar is het makkelijker om weg te komen. Het klinkt allemaal eenvoudig, maar ze is zo jong nog en alleen.

    Vrouw uit Turkije

    Ik moet aan de vrouw uit Turkije denken, de enige in de groep die alleen was. We waren weliswaar met z’n twintigen, maar iemand die dezelfde taal spreekt geeft extra vertrouwen, misschien straalt het ook macht uit, is het als een schild dat je beschermt bij de ontberingen onderweg. Zij had alleen de smokkelaar met wie ze kon praten – degene die we het meest moesten vertrouwen maar in wie we in feite het minst vertrouwen hadden.

    Ik vraag mijn man naar haar situatie, hij zegt dat hij niks weet, maar voegt eraan toe dat ze pas uren later, toen iedereen al in het huis van bewaring was, werd binnengebracht. Bij de registratie op het bureau had de politie ook de anderen gevraagd of zij de smokkelaar was. Iedereen had ontkend, toch was ze urenlang verhoord. Waarom? Mijn man weet het ook niet.

    Sinds de bevalling noemde iedereen haar ‘dokter’. En omdat we zo veel mogelijk uit de buurt bleven van de smokkelaar hadden we ons met alle vragen over de reis – vooral: hoeveel rivieren moeten we nog over? – via de Irakese arts en de Syrische vrouw tot haar gewend. Ook op het politiebureau was iedereen daarmee doorgegaan. Was dat het? Of was het probleem soms dat ze bij de arrestatie voorin het busje had gezeten, en niet bij ons? Ze had mijn baby vast, en hield tegelijkertijd de telefoon tegen het oor van de paniekerige Griekse chauffeur, zodat hij de auto die voorop ging kon blijven volgen. Het gaat me aan het hart, maar ik ben blij dat ze nog bij ons is.

    Met ons hele gezin zitten we op een van de bedden te praten, denken we met een mengeling van gevoelens terug aan alles wat we hebben meegemaakt, als een van de agenten vanachter de tralies in het Turks ‘Istanbuler!’ roept (net als het woord voor ‘smokkelaar’ kennelijk een van de Turkse woorden die iedereen kent, ongeacht zijn moedertaal.) De agent wijst naar ons en zegt iets in het Engels tegen de vrouw uit Turkije. Wie moet ons uitleggen wat er aan de hand is nu de smokkelaar er niet meer is om voor ons te vertalen? We kijken de vrouw uit Turkije vragend aan, ze zegt iets in het Turks tegen Saher. Saher vertaalt het in het Kurmanci tegen de Syrische, die het op haar beurt voor de Irakese vrouw in het Arabisch vertaalt. En eindelijk horen we van haar in het Sorani het bericht waar vol spanning op zitten wachten.

    Mijn man valt me dolblij om de hals, vliegt van het bed, iedereen leeft met ons mee. Goed nieuws!

    ‘Jullie moeten meteen je spullen pakken, jullie gaan naar het kamp!’

    Mijn man valt me dolblij om de hals, vliegt van het bed, iedereen leeft met ons mee. Goed nieuws! We worden dus niet teruggestuurd. Ze laten mijn kinderen niet nog langer achter de tralies zitten, in een piepkleine ruimte zonder ramen, die blauw staat van de rook. Ik sta op en pak samen met mijn man onze spullen.

    Ik zie de vrouw uit Turkije ook haar tas pakken. Ze wordt vrijgelaten, hoor ik via de communicatieketen die de vrouwen tot stand hebben gebracht.

    Als ze haar weinige bezittingen bij elkaar heeft, neemt ze met een omhelzing van iedereen afscheid. Eenmaal bij ons neemt ze eerst onze baby in haar armen en vraagt hoe hij heet. Kennelijk heeft zij zich evenmin kunnen neerleggen bij de naam die de smokkelaar ons opdrong. In feite hebben we hem die naam nooit gegeven.

    Alles wat we tijdens de reis hebben meegemaakt ging over de kern, ook al spraken we niet dezelfde taal

    ‘Rojhat,’ zeg ik, ‘de grote dag.’ Ze omhelst hem nog enthousiaster, neemt dan afscheid van ons. Ze pakt Mizgin en Azad vast, die haar heel veel kusjes geven, en vertrekt.

     Wie zij was, wat haar tot die tocht gebracht had, ik weet het niet. We hebben nauwelijks kunnen praten, en toch waren we één op die afschuwelijke tocht. Dan denk ik aan hoe we op het eind naar het busje renden. Hoe kwam het dat zij pas na ons arriveerde, dat ik, pas bevallen nota bene, als allereerste aankwam? Alles wat we tijdens de reis hebben meegemaakt ging over de kern, ook al spraken we niet dezelfde taal, we waren één, we waren mens, we stonden zij aan zij. Maar die laatste halte op onze tocht, die kleine herinnering, vertelt ook van een andere achtergrond.

    Na haar vertrek gaat de traliedeur nogmaals open, nu voor ons. We zitten te wachten op een stapelbed en als we opstaan beseffen we dat we de oorlogen die anderen het leven hebben gekost, die ons hebben ontheemd, wel achter ons gelaten hebben, maar dat we op weg zijn naar een nieuwe strijd.

    Dit is deel 2 van een 2-delige longread over deze vlucht van Turkije naar Griekenland. Vorige week verscheen het eerste deel.

  • Macedonië, pas je naam aan en word lid van NAVO en EU

    Macedonië, pas je naam aan en word lid van NAVO en EU

    Het geschil over de naam ‘Macedonië’ vergiftigt nu al bijna dertig jaar de betrekkingen tussen Athene en Skopje. Maar volgens de Kroatische krant Jutarnji List is er een compromis in zicht.

    In de ‘namenoorlog’, waarin 
Griekenland en Macedonië tegenover elkaar staan, gebeuren soms grappige dingen. Zo heeft Griekenland Macedonië ooit gewaarschuwd voor 
‘de territoriale pretenties van Skopje’ (de naam die de Grieken gebruiken om Macedonië aan te duiden, als ze het VN-acroniem FYROM niet gebruiken: the former Yugoslav Republic of 
Macedonia). Een Macedonische minister reageerde prompt met de opmerking dat zijn land maar over een paar 
helikopters beschikt, die bovendien geschonken zijn door Griekenland, 
een NAVO-lidstaat. En met die paar helikopters wordt het land geacht 
zich te beschermen tegen een aanval.

    Een andere keer wilde een Griekse minister bij een bezoek aan het buurland niet landen in Skopje, omdat de luchthaven daar de naam ‘Alexander de Grote’ draagt. Hij landde liever op de luchthaven Adem-Jashari van Pristina, de hoofdstad van Kosovo, een staat die Griekenland niet erkent, terwijl die luchthaven de naam draagt van de stichter van het UCK (het bevrijdingsleger van Kosovo). De minister in kwestie werd vervolgens van Pristina met de auto naar Skopje gereden.

    Tijdens debatten in Brussel maken sommige leden van het Europese 
Parlement graag grapjes over het geschil rond de naam Macedonië. Ze vragen zich dan af hoe de burgers van het land Fyrom eigenlijk moeten worden genoemd. Fyromiërs? Fyromenzen? Fyromezen? Dat klinkt de Macedoniërs als een diepe belediging in de oren.

    Oplossing

    Macedonië is het enige land dat is 
ontstaan uit de voormalige Republiek Joegoslavië dat geen grensgeschil heeft met buurlanden. Maar het geschil 
tussen Skopje en Athene over de naam duurt al bijna dertig jaar. En hoewel het gaat om een geschil tussen twee staten, betaalt alleen Macedonië hiervoor een prijs. Macedonië heeft jaren verloren in het toetredingsproces tot de NAVO en de EU. Achtentwintig jaar geleden lag het land ver voor op Kroatië. Het was het eerste voormalige Joegoslavische land dat in aanmerking kwam voor EU-programma’s en een stabilisatie- en associatieovereenkomst sloot met ‘Brussel’. Het land was ook het eerste op de westelijke Balkan dat een vredespartnerschap sloot, een samenwerkingsprogramma van de NAVO. Maar inmiddels heeft Kroatië, dat vijf jaar geleden eveneens een partnerschap sloot met de EU en negen jaar geleden tot de NAVO toetrad, het land ruim ingehaald. Macedonië is zelfs ingehaald door Albanië en heeft grote achterstand opgelopen ten opzichte van Servië en Montenegro. Zonder de Griekse blokkade zou Macedonië ongetwijfeld allang zijn toegetreden tot de NAVO en de EU, en zouden de etnische problemen die verband 
houden met de status van de Albanezen in het land op de achtergrond zijn geraakt. De vertraagde Euro-Atlantische integratie heeft het ongenoegen van de Albanezen van Macedonië gevoed.

    Ruim honderdduizend Grieken demonstreerden op 4 februari in Athene tegen het gebruik 
van de naam Macedonië door de voormalige Joegoslavische republiek. (Zie ook onder dit artikel.)  – © HH
    Ruim honderdduizend Grieken demonstreerden op 4 februari in Athene tegen het gebruik 
van de naam Macedonië door de voormalige Joegoslavische republiek. (Zie ook onder dit artikel.) – © HH

    De manifestatie tegen ‘de uitverkoop van Macedonië’ die onlangs werd 
georganiseerd in Thessaloniki (er 
kwamen volgens neutrale waarnemers honderdduizend mensen op af, volgens de organisatoren een half miljoen), toonde aan hoe hoog de nationalistische gemoederen nog steeds oplopen. Het was een van de grootste demonstraties in Griekenland, groter dan de protestdemonstraties tegen de bezuinigingsmaatregelen die werden opgelegd door de EU of tegen de corruptie. Ook in Macedonië is het gemakkelijker om mensen op de been te krijgen voor het geschil over de naam van het land dan om te protesteren tegen de corruptie, de georganiseerde misdaad of de schendingen van de mensenrechten en de mediavrijheid.

    Toch heeft de manifestatie laten zien dat een oplossing van het geschil in zicht is. Natuurlijk zetten de Grieken altijd maximaal in – en als je de 
betogers mag geloven zou de enige 
aanvaardbare oplossing er een zijn waarin de naam Macedonië niet 
voorkomt. Maar omdat dit onmogelijk is, wordt er waarschijnlijk een geografisch compromis gesloten zoals ‘Noord-Macedonië’ of ‘Vardar-Macedonie’ (naar de rivier die door het land stroomt). 
Of anders ‘Nieuw-Macedonië’. De naam ‘Slavisch Macedonië’ is niet aanvaardbaar voor de Albanezen in het land, die 30 procent van de bevolking uitmaken – en geen ‘Slaven’ zijn. Door een nieuwe naam te aanvaarden voor hun land 
zouden de Macedoniërs een duidelijk signaal kunnen afgeven en toegeven dat zij niet de erfgenamen zijn van Alexander de Grote, omdat zij pas ver na de Klassieke Oudheid op de Balkan zijn gearriveerd (in de zesde en zevende eeuw).

    We kunnen de moed van Skopje en Athene om te zoeken naar een oplossing van hun geschil alleen maar 
prijzen

    We kunnen de moed van Skopje en Athene om te zoeken naar een oplossing van hun geschil alleen maar 
prijzen. Hoewel Brussel tot dusver geen druk heeft uitgeoefend op Griekenland om minder onbuigzaam te zijn in deze kwestie, is destabilisering van het buurland (en van alle andere Balkanstaten) absoluut niet in het belang 
van Athene. De spanningen dreigen weer op te lopen bij iedere nieuwe 
vertraging in het toetredingsproces van Macedonië tot de NAVO en de EU, nu het idee om Kosovo en Bosnië en 
Herzegovina op te delen weer de kop opsteekt.

    Voor de EU is het onontbeerlijk om 
het toetredingsproces van Macedonië weer op gang te brengen. Macedonië voldeed zeven jaar geleden al aan alle voorwaarden om de onderhandelingen te beginnen. In deze maand februari zal de Europese Commissie haar goedkeuring hechten aan een uitbreidingsstrategie voor de Westelijke Balkan. Voor het eerst gaat zij een tijdschema opstellen voor de toetreding van de meest gevorderde kandidaat-lidstaten, te weten Servië en Montenegro. De kans is groot dat de Commissie ook zal aanbevelen om toetredingsonderhandelingen met Albanië en Macedonië 
te beginnen.
    Zo zou Macedonië zijn 
achterstand voor een deel kunnen inlopen. Griekenland en de EU zouden er aan geloofwaardigheid mee winnen, en het zou een positief effect op de regio kunnen hebben. Nu er weer een krachtmeting dreigt tussen het 
Westen en Rusland is het van belang de Russische invloed in deze regio zo veel mogelijk te beperken.

    Auteur: Augustin Palokaj
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Ruim honderdduizend Grieken demonstreerden op 4 februari in Athene tegen het gebruik van de naam Macedonië door de voormalige Joegoslavische republiek. De demonstratie voor het Griekse parlement was georganiseerd door de conservatieve partij Nieuwe Democratie, die momenteel in de peilingen aan kop gaat. – © HH

    Jutarnji List
    Kroatië | dagblad | oplage 53.000

    Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.

  • Mythes en feiten over de herverdeling van vluchtelingen

    Mythes en feiten over de herverdeling van vluchtelingen

    160.000, 120.000, 98.255 of toch maar 29.144: hoe groot is het aantal vluchtelingen dat in Griekenland en Italië wacht om over Europa te worden verdeeld nu precies? Die Presse doet een poging de chaos van elkaar tegensprekende getallen te ontwarren.

    Dinsdag 26 september 2017 was de laatste dag dat vluchtelingen die in Griekenland of Italië aanlandden nog in aanmerking konden komen om naar een andere EU-lidstaat te verhuizen. Na twee jaar loopt het herverdelingsprogramma voor asielzoekers, waarover de regeringsleiders het in de crisiszomer van 2015 op voorstel van de Europese Commissie eens waren geworden, op zijn eind. Terwijl Dimitris Avramopoulos, de Europese commissaris die verantwoordelijk is voor migratievraagstukken, bij de toepassing van dit programma een ‘enorme vooruitgang’ constateerde, toont de weigering van Polen, Tsjechië en Hongarije om asielzoekers uit Italië en Griekenland op te nemen aan dat 
de grens van de vrijwillige verdeling van de vluchtelingenstroom binnen 
de Unie is bereikt.

    Maar was dit herverdelingsprogramma voor vluchtelingen echt zo’n flop als door de critici wordt beweerd? Door wat beter te kijken naar de ontwikkeling die het programma heeft doorgemaakt, zien we dat succes en mislukking erg moeilijk objectief meetbaar zijn. De doelstellingen waren van begin af aan opzettelijk hoog gesteld en stonden niet in realistische verhouding tot het daadwerkelijke aantal betrokken asielzoekers. In combinatie met de vaak slecht of helemaal niet gecoördineerde communicatie over de besluiten tussen Raad van ministers en Europese Commissie, ontstond een chaos van getallen die elkaar vaak tegenspraken.

    Bovengrens

    Laten we alles eens op een rijtje zetten. Eind juli 2015, toen de vluchtelingenstroom uit met name Irak en Syrië steeds groter werd, namen de regeringsleiders een principebesluit: 40.000 vluchtelingen die overduidelijk internationale bescherming nodig hadden (lees: die na controle van hun aanvraag aanspraak op asiel konden maken) moesten binnen twee jaar vanuit Griekenland en Italië worden verdeeld over de rest van de EU, met uitzondering van Groot-Brittannië maar inclusief de niet-EU-landen 
Noorwegen, Zweden en Liechtenstein.

    Het duurde bijna drie maanden voor de ministers van Binnenlandse Zaken de politieke opdracht hadden omgezet in EU-wetgeving, waarmee het verplicht werd. Toen was al duidelijk dat het streefgetal van 40.000 immigranten te laag was. Volgens Eurostat hadden zich tussen januari en juli 2015 alleen al in Italië 39.183 mensen gemeld voor een asielaanvraag, zo’n 27 procent meer dan in hetzelfde tijdvak van het jaar daarvoor. Samen met het aantal grensoverschrijdingen dat Frontex, het Europese agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen, had verstrekt, waren deze cijfers de basis voor de herverdelingsbesluiten. En dus verhoogden de ministers van Binnenlandse Zaken het streefgetal: nog eens 120.000 asielzoekers met kans op erkenning van hun asielaanvraag moesten uit Italië en Griekenland worden herplaatst.

    Via de Balkanroute waren ook in de Balkanlanden tienduizenden vluchtelingen terechtgekomen. De Commissie stelde voor dat binnen twee jaar 54.000 asielzoekers uit Hongarije zouden worden herverdeeld. Maar de regering in Boedapest wilde daar niet aan meewerken.

    In deze twee besluiten ligt de bron van de verwarring waarmee het herverdelingsprogramma worstelt. Want het getal 160.000 (40.000 plus 120.000) was een puur rekenkundige bovengrens. Hoeveel asielzoekers er daadwerkelijk onder dit programma zouden vallen zou in de eerste plaats afhangen van het aantal dat de lidstaten vrijwillig opnamen, en in de tweede plaats van het werkelijke aantal vluchtelingen dat in aanmerking kwam. Niet iedereen die op de Middellandse Zee uit een opblaasboot wordt gered, kan aanspraak maken op asiel in de EU. Op voorstel van de Commissie besloten de ministers dat alleen die nationaliteiten in aanmerking kwamen die, na hun asielaanvraag, een succespercentage van minstens 75 procent hadden. Sindsdien werd de lijst van landen wier gevluchte burgers uit Italië en Griekenland konden worden herverdeeld, geactualiseerd op basis van Eurostatgegevens over toegekende asielaanvragen. En dus hadden in het begin alleen Syriërs en Eritreeërs, later ook Irakezen, tegenwoordig Irakezen niet meer maar wel Jemenieten, evenals burgers van de Bahama’s, Bhutan, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten recht om na aankomst in Italië of Griekenland naar een ander EU-land te worden overgeplaatst om daar hun asielprocedure af te sluiten.

    Het aantal nieuw aangekomenen in Griekenland nam binnen een jaar met 97 procent afnam. Ook wagen zich over de Middellandse Zeeroute tegenwoordig aanzienlijk minder migranten en vluchtelingen naar Italië

    Wat bleef er over van de 160.000? 
De stand op 22 september was 98.255 herplaatsbare asielzoekers, gebaseerd op de genoemde criteria en op de aantallen die de lidstaten die aan het programma deelnemen, hadden toegezegd te zullen opnemen. Maar ook dit getal is niet geschikt om te beoordelen in hoeverre het programma zijn doel heeft bereikt. Op 18 maart 2016 sloot de EU het beruchte akkoord met Turkije over het de facto sluiten van de Turkse grens voor vluchtelingen, waardoor het aantal nieuw aangekomenen in Griekenland binnen een jaar met 97 procent afnam. Ook wagen zich over de Middellandse Zeeroute tegenwoordig aanzienlijk minder migranten en vluchtelingen naar Italië. Dat ligt, al wil niemand in Brussel het officieel toegeven, in de eerste plaats aan de uit mensenrechtenoogpunt problematische overeenkomst tussen de Italiaanse regering en Libische milities en voormalige mensensmokkelaars.

    Duidelijk is dat tot nu toe uit Griekenland 20.066 en uit Italië 9078 asielzoekers, in totaal 29.144, zijn herverdeeld. Daar moeten we nog 2000 mensen bij optellen die in Griekenland op vertrek wachten en bovendien nog 2000 die in datzelfde land nog kunnen worden geregistreerd als ‘in aanmerking komend’. Of ze nog in het land zijn, is bij gebreke van registratie door de autoriteiten de vraag. In Italië zijn dit jaar ongeveer 7200 mensen aangekomen met kans op honorering van hun asielaanvraag die herverdeeld zouden kunnen worden. Maar de Italiaanse autoriteiten hebben maar 4000 van hen geregistreerd. Al met al zouden in het kader van het tweejarige programma dus 39.000 à 40.000 asielzoekers uit de twee Middellandse Zeelanden zijn herverdeeld. De ontvangende landen kregen daarvoor uit het EU-budget per asielzoeker 6000 euro, en Griekenland en Italië elk 500 euro transportkostenvergoeding. Er was 780 miljoen euro begroot.

    De betrokken mensen zijn hiermee zeker geholpen en ook de overvraagde autoriteiten van Griekenland en Italië zijn ontlast. Voor een principiële oplossing van de migratiecrisis was het noodprogramma slechts een fase, waarin bleek dat de Dublin-verordening − waarbij (alleen) het land van aankomst in de EU de competentie heeft een asielaanvraag te behandelen − achterhaald is. Hoe het Europese immigratie- en asielsysteem wordt gerepareerd, moet voor het einde van dit jaar blijken.

    Auteur: Oliver Grimm

    Beeld: De kust van Lampedusa aan de Middellandse Zee, het zuidelijkste deel van Italië.

    Die Presse
    Oostenrijk | dagblad | oplage 98.000

    Opgericht in 1848 en richtte zich op industriëlen in de conservatief-christelijke hoek. Nog steeds noemt Die Presse zich ‘de krant van de elite’.

  • 2. Een Syrische ode aan de vrede

    2. Een Syrische ode aan de vrede

    De Sloveense journalist Boštjan Videmšek is aan de Grieks-Macedonische grens getuige van een onvergetelijk tafereel: een Syrische vluchteling haalt zijn viool tevoorschijn en speelt Ode an die Freude, het Europese volkslied.

    Langzaam viel de duisternis in over het savanneachtige landschap bij de grens tussen Macedonië en Griekenland. Vluchten duiven zweefden over velden met uitgedroogde en verwelkte zonnebloemen. In de verte trok een plaatselijke jager met zijn drie honden langzaam door met struikgewas overwoekerd terrein. Onder de bomen en geleund tegen de verlaten grensposten die nog steeds de grens van het vroegere Joegoslavië markeerden, zaten vermoeide groepen Syrische en Afghaanse vluchtelingen, die leken te wachten op een teken.

    In werkelijkheid wachtten ze op officiële toestemming om aan de volgende etappe van hun smartelijke odyssee naar het hart van Europa te beginnen. Bij het schrijven van dit artikel hadden dit jaar al zo’n tweehonderdduizend migranten en vluchtelingen hun bestemming bereikt, via Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië en Hongarije, en minstens evenveel waren onderweg.

    Aan de Griekse kant van de grens sjokte groep na groep nieuw aangekomenen in de richting van het geïmproviseerde opvangcentrum bij het spoorwegstation. In een zorgvuldig gecoördineerde poging lieten de Griekse en Macedonische politie ze door de flessenhals van de ‘wilde grens’, waar alleen al in de afgelopen week meer dan drieduizend mensen doorheen waren gekomen.

    De gesprekken tussen de vluchtelingen stokten; het geschreeuw van de kinderen sloeg om in een eerbiedige stilte. Zelfs de politiemensen begonnen te glimlachen

    Bij het opvangcentrum, dat twee weken geleden was opgezet door de Macedonische autoriteiten, haalde Rami Basisah zijn viool uit zijn bundel bagage. Deze vierentwintigjarige musicus streek een paar keer zacht, bijna verliefd over zijn instrument en begon het te stemmen. En toen ging deze ogenschijnlijk verlegen en introverte Rami, eerder nog een jongen dan een man – voor de ruim zeshonderd migranten en vluchtelingen staan, die daar zaten te wachten op de speciale trein naar de Servische grens waarmee ze weer een eindje verder hoopten te komen naar wat sommigen van hen nog steeds zagen als het beloofde land.

    Rami, die muziek had gestudeerd in de Syrische stad Homs, moest even moed verzamelen om zijn viool te laten klinken. Zijn vrienden moedigden hem aan om diep adem te halen en gewoon te beginnen met spelen. De Macedonische politiemensen – van wie sommigen al dertig uur in touw waren – konden alleen maar toekijken, half bezorgd, half verward. Enkelen wisselden zwijgend een blik uit – ze vroegen zich duidelijk af of ze het instrument in beslag moesten nemen. Ze hadden een uiterst stressvolle en veeleisende taak te vervullen, waarvoor de meesten nauwelijks waren opgeleid. Maar toen gaf een van hen een simpel knikje aan Rami, als teken dat hij mocht beginnen.

    Pure liefde

    Rami verplaatste zijn gewicht een paar keer van het ene been op het andere, terwijl hij de sfeer in zich opnam. Het werd duidelijk dat hij gewoon móést spelen. Hij begon langzaam. De toon klonk zo zacht, dat het bijna een trilling was. De gesprekken tussen de vluchtelingen stokten; het geschreeuw van de kinderen sloeg om in een eerbiedige stilte. Zelfs de politiemensen begonnen te glimlachen. Zo te zien herkenden ze de melodie, een aantal van hen had hem vast eerder gehoord.

    Door deze positieve ontvangst kon de jonge Syrische musicus zich ontspannen en hij speelde met heel zijn hart. Zelfs in de meest onverschillige oren vond de melodie weerklank. Rami raakte steeds meer op dreef. Zijn zorgelijke gedachten verdwenen naar de achtergrond en het was duidelijk dat hij speelde uit pure liefde. Er verscheen een lach op zijn gezicht. Zijn hele uitdrukking werd levendig, en een beetje ironisch. De lucht in het opvangcentrum was vervuld van Beethovens Ode an die Freude. Het officiële volkslied van Europa.

    Ironie? Een grap? Een vlaag van briljante politieke analyse? Instantpsychotherapie? De politiemensen stampten nu met hun laarzen de maat. De migranten klapten enthousiast om de jongen aan te moedigen. Na het stuk van Beethoven wachtte Rami een paar seconden met spelen. Daarna zette hij een treurig, maar uiterst trots traditioneel Syrisch patriottisch lied in. Zijn vrienden, goed opgeleide, stadse jonge mannen en vrouwen die net als hij afkomstig waren uit het verwoeste Homs, begonnen te zingen. Al snel vielen steeds meer vluchtelingen in. Geharde oudere mannen die onuitsprekelijke dingen hadden gezien en doorstaan, begonnen te huilen. De vrouwen drukten hun kinderen nog wat vaster tegen zich aan. Even smolt de ijzige pijn in hun borst weg, door deze opflakkering van nieuwe hoop.

    Rami Basisah speelt, zijn landgenoten kijken toe. – © Jure Erzen
    Rami Basisah speelt, zijn landgenoten kijken toe. – © Jure Erzen

    Rami speelde maar door, hij was zich niet eens meer bewust van zijn vluchtelingenpubliek. Over de horizon daalde de schemering neer. Het verbijsterende optreden eindigde met De vier jaargetijden van Vivaldi, een voor de hand liggende, maar toch door enthousiasme ingegeven keus. Onder donderend applaus maakte Rami een onhandige buiging en borg hij zijn instrument weg.

    ‘Ik moet me verontschuldigen. Ik maakte zo veel fouten. Ik was zo zenuwachtig,’ zei de jonge musicus tegen me, nog steeds hijgend van inspanning. ‘Weet je, dit is mijn reserveviool – die is veel slechter dan de viool die in zee terecht is gekomen.’

    Rami was zo’n veertig dagen eerder uit Syrië vertrokken. Daarvóór was hij twee jaar lang op de vlucht geweest in zijn eigen land. Twee weken geleden hadden hij en zijn vrienden gekozen voor de ‘klassieke’ route van Turkije naar het Griekse eiland Kos. De zeereis was voor hen het moeilijkste, gevaarlijkste en meest bloedstollende deel van hun reis geweest. De koffer met Rami’s allereerste viool was in de Egeïsche zee verdwenen. ‘Het doet nog steeds pijn,’ zei hij met een klein stemmetje, terwijl hij een manmoedige poging deed om te glimlachen.

    De gespannen jongeman die zijn studie hoopt te kunnen voortzetten op elke Europese universiteit die hem een kans wil geven, wilde niet veel over zichzelf loslaten. Zodra hij zijn reserveviool had neergelegd, werden zijn bewegingen houterig en verscheen op zijn gezicht weer die getraumatiseerde frons. De dromerigheid was verdwenen en nu keerden de zorgen dubbel en dwars terug. ‘Mijn doel is om mijn broer te gaan helpen, die twee jaar geleden uit Homs naar Libanon is gevlucht,’ vertelde Rami me. ‘Voor hij vertrok, beloofde hij me dat hij mij zou helpen om mezelf ook in veiligheid te brengen. Hij heeft zo hard gewerkt in Libanon. Zodra hij genoeg geld had voor mijn reis naar Europa heeft hij dat aan mij gestuurd. Nu is hij zijn baan kwijt en het is mijn plicht hem te helpen. Ik heb mijn leven aan hem te danken.’

    Overlevingsinstinct

    Boven de horizon kwam snel een volle maan op, die met de minuut helderder werd. Op weg naar het vlak bij de grens gelegen opvangcentrum deden de vluchtelingen en de politiejeeps wolken stof opdwarrelen en de vogels die al hun plekje voor de nacht hadden opgezocht, schrokken op. In de stilte van de gespannen verwachting klonk af en toe hondengeblaf. De vluchtelingen zaten op kartonnen matjes, soms onder een stoffig dekzeil. De plaatselijke hulpverleners, allemaal vrijwilligers, deelden voedsel, water en ingezamelde kleren uit. Ze werden geholpen door de zichtbaar uitgeputte Macedonische soldaten en politiemensen, die voor de journalisten maar één vraag hadden: ‘Wanneer houdt dit op?’

    ‘Dit’ was de eindeloze karavaan van menselijke tragedie, die op zijn lange mars naar de vrijheid was gestuurd door de aardschok van de geschiedenis en door die diepst ingewortelde van alle beweegredenen: het overlevingsinstinct.

    Vanuit het nabijgelegen Gevgelija kwam een speciale trein aangereden om de volgende lading uitgeputte en getraumatiseerde mensen naar Tabanovce aan de Servisch-Macedonische grens te brengen. De afgelopen tien dagen had het opvangcentrum ook gediend als treinstation voor de vluchtelingen. Dit was al de vierde trein vandaag, en in elke trein konden tussen de zeshonderd en zevenhonderd mensen mee. De rest van de vluchtelingen bereikte de Servische grens met behulp van speciale bussen en taxi’s. Voor de plaatselijke ‘vervoersbusiness’ waren de afgelopen weken een gouden tijd geweest, ook al was er sinds het vorige weekend, toen de stroom op zijn hevigst was, een officiële controle ingesteld om deze smerige handel tegen te gaan. Maar dat was nauwelijks een belemmering voor de oorlogseconomie, die per slot van rekening een speciale diersoort is. Officieel was dit verboden gebied, maar het wemelde in de bosjes van de lokale ‘handelaren’ die de vluchtelingen voor exorbitant hoge prijzen sigaretten, water en snacks verkochten. En als je hun vroeg hoe het met de zaken ging, spuugden ze op de grond en zeiden: ‘Man, die Afghanen, verdomme, die hebben echt geen geld meer!’

    Nog een paar dagen en het zou niet meer mogelijk zijn om de Hongaarse grens te passeren

    Aan de andere kant van de grens ging het al net zo. Daar had een plaatselijke handelaar zelfs een tot ijscokar omgebouwd bestelbusje geparkeerd. En volgens de verhalen had hij uitstekende zaken gedaan, afgelopen zondag, toen er wel honderdvijftig bussen waren gearriveerd, die zo’n zevenduizend migranten en vluchtelingen hadden afgezet.

    Met krijsende remmen kwam de trein vol vluchtelingen langzaam tot stilstand. Om chaos te voorkomen verdeelde de politie de vluchtelingen in een aantal kleinere groepen. Telkens weer zeiden de vermoeide, vuile reizigers dat ze haast hadden en vroegen ze wanneer de volgende trein nar de Servische grens zou vertrekken. In de harten en hoofden van deze uitgeputte mannen en vrouwen begon paniek op te komen. Nog een paar dagen en het zou niet meer mogelijk zijn om de Hongaarse grens te passeren. Voor de duizenden en duizenden wanhopige mensen zou dit betekenen dat ze vastzaten in Balkangebied.

    ‘Nee, ik wil niet praten over wat we hebben doorgemaakt. Het enige wat nu telt is dat we eindelijk hier zijn. Ons leven is niet langer in gevaar. We willen wat lucht krijgen en misschien even uitrusten, maar helaas gaat dat niet… We moeten vandaag vertrekken. Waar moeten we heen, wat denk jij dat de beste route is?’ vroeg een verward ogende studente uit Deir ez-Zor, een van de belangrijkste slagvelden in de Syrische oorlog, aan mij. Nadat deze zichtbaar getraumatiseerde vluchtelinge alle nodige informatie van de politie had gekregen, ging ze nog een nieuwe voorraad drinkwater halen. Daarna grepen zij en haar twee jongere broers de handvaten van de aftandse rolstoel waarin ze de hele weg vanuit Syrië hun ernstig zieke vader hadden vervoerd. ‘We gaan naar waar ze ons willen hebben. We hebben geen andere keus. We moeten voor onze vader zorgen,’ zei de jonge studente, die anoniem wilde blijven. ‘We vinden het zelfs goed om hier in Servië te blijven, zolang we maar niet buiten in de kou hoeven te slapen. Natuurlijk zouden we het liefst zo snel mogelijk terug naar huis willen, maar onze huizen zijn er niet meer.’

    Een driejarig meisje ontwaakte uit een diepe slaap. Ze zag de chaotische avondlijke taferelen van de onrustige menigte mensen, en meteen stroomden de tranen over haar wangen. De politie liet de gehandicapten, de gewonden, de ernstig zieken en de moeders met baby’s voorgaan in de lange rij mensen die stonden te wachten om de grens over te gaan. Ik hoorde hoe een van de politiemensen aan een collega vroeg waarom een bepaalde vijfenzeventigjarige man – die duidelijk ernstig ziek was en aan het eind van zijn Latijn – het zelfs maar in zijn hoofd haalde zo’n reis te gaan maken en de halve wereld door te trekken om Duitsland te bereiken.

    Ja, waarom?

    Omdat het Syrische conflict erger is dan alle conflicten die in ons opmerkelijk slechte geheugen gegrift staan. Omdat in dat conflict de afgelopen vierenhalf jaar al 260.000 mensen zijn omgekomen. Omdat 11 miljoen mensen hun huizen hebben moeten verlaten, van wie 4,5 miljoen naar een van de buurlanden zijn gevlucht. Omdat grote delen van het land totaal verwoest zijn. Omdat het heden elke mogelijkheid van een draaglijke toekomst vernietigt en – denk aan Palmyra! – elke herinnering aan het verleden uitwist. Omdat de westerse landen die deze mensen nu behandelen als radioactief afval, niets hebben gedaan om een eind aan de oorlog te maken, integendeel, zelfs veel hebben gedaan om te zorgen dat die maar door en door gaat.

    Hoop mag dan altijd leven in de menselijke borst, er is geen hoop als jij en je hele familie dood zijn.


    ‘We hebben haast. We zijn bang dat de Hongaarse grens gesloten wordt voor we daar zijn. We móéten gewoon die trein halen! We hebben geen geld voor een taxi. In Turkije zijn we beroofd door de mensensmokkelaars,’ vertelde een man die Said heette me en nerveus bijna achteraan in de rij stond. Deze zesentwintigjarige leraar Engels kwam uit de Syrische stad Latakia, het bastion van het Assad-regime aan de Middellandse Zee. Said was deze kustplaats ontvlucht omdat hij weigerde dienst te nemen in het regeringsleger. Dankzij de aanwezigheid van de regeringstroepen was de stad tot dan toe grotendeels voor gevechten behoed gebleven, maar een algehele mobilisatie werd onvermijdelijk. Said weigerde op zijn eigen landgenoten te schieten en deel te nemen aan de totale vernietiging van zijn geboorteland. Toen het zijn beurt was om naar het front te gaan, kon hij kiezen: zijn landgenoten, de vrijheidsstrijders gaan vermoorden, of wegrotten in een gevangeniscel en op gezette tijden onderworpen worden aan het soort wrede martelingen dat in het DNA van het Assad-regime zit. Said koos voor de derde mogelijkheid – vluchten.

    Zwemmen naar Kos

    ‘Een paar maanden geleden ben ik vanuit Latakia naar de heuvels daar in de buurt gevlucht, waar het Vrije Syrische Leger de macht heeft. Zij wilden dat ik met hén mee ging vechten, maar ook dat wilde ik niet. Mijn vrouw had net een baby gekregen. Ahmed is nu zeven maanden en ik wilde niet dat hij zonder vader zou opgroeien. Dus heb ik een tijdje Engels gegeven op een school in door het Vrije Syrische Leger beheerst gebied, maar toen werd het hele dorp verwoest door een luchtaanval van het regeringsleger,’ vertelde Said. De meeste van mijn buren en vrienden werden daarbij gedood. Ik was degene die wat er van hun lichaam over was moest oprapen en de stukken bij elkaar moest zoeken. Het scheelde weinig of ik was gek geworden. Er zijn geen woorden om die verschrikking te beschrijven. Zo snel ik kon haalde ik mijn vrouw en zoontje op en vluchtte naar Turkije,’ ging Said verder met zijn afgrijselijke verhaal, terwijl zijn ogen ongeduldig heen en weer schoten tussen de trein en de politie.

    Said was met zeven andere Syrische vluchtelingen zwemmend van Turkije naar Griekenland overgestoken. Nadat ze door de Turkse mensensmokkelaars waren opgelicht, hadden ze geen andere keus dan te proberen de twaalf kilometer naar het Griekse eiland Kos te zwemmen. Ze lagen zes uur in het water. Ze hadden het heel koud, maar hadden reddingsvesten te pakken weten te krijgen, waardoor ze vaak konden uitrusten. Ze hadden al hun bezittingen in een paar waterdichte zakken gestopt, die ze aan hun middel hadden bevestigd. Terwijl ze langzaam vorderden werden ze ingehaald door rubberboten met medevluchtelingen.

    ‘Ik was helemaal niet bang,’ zei Said tegen me met het optimisme van een geharde overlever. ‘Geloof je me niet? Maar het was helemaal niet zo bijzonder. Ik heb mijn hele leven vlak bij de zee gewoond. Ik kan heel goed zwemmen. Ik wist dat ik het kon halen. Ik hoefde alleen maar te denken aan mijn vrouw en mijn zoon die in Turkije waren achtergebleven. Zodra het kan, laat ik ze overkomen naar Europa. O, en de vrienden met wie ik samen zwom? Voor hen was het ook geen probleem.’

    Said en zijn medezwemmers bereikten Kos op een moment dat de chaos daar een hoogtepunt bereikte. De politie sloeg openlijk in op de migranten, die ook met elkaar slaags raakten. Op zo’n vijfhonderd meter van de kust werden de verkleumde en uitgedroogde Syrische zwemmers opgepikt door de Griekse kustwacht. ‘Zij beledigden en intimideerden ons. Toen we aan land kwamen, werden we geslagen. Het was vreselijk,’ vertelde hij. ‘We wisten niet wat we moesten doen of waar we heen moesten. Van andere vluchtelingen hoorden we dat we ons moeten laten registreren bij een politiebureau, omdat we niet verder mochten reizen zonder de noodzakelijke papieren. Na vijf dagen kregen we onze vergunning. Toen zijn we meteen op de veerboot naar Athene gestapt. Daar zijn we niet eens even gebleven – we wisten wat er bij de Hongaarse grens gaande was. We namen een bus naar Thessaloniki en vandaar verder naar de grens, waar we vanochtend om zes uur aankwamen.’

    Said vertelde me ook dat hij niet meer wist wanneer hij voor het laatst goed had geslapen. ‘Maar we mogen niet aan onze vermoeidheid toegeven. Dat zijn we verplicht aan ons gezin. Ik ben het verplicht aan mijn zoon. We zullen doorgaan en niets zal ons tegenhouden,’ besloot de langharige jongeman vastberaden en hij drukte me stevig de hand.

    Said is nu een van de verscheidene duizenden vluchtelingen die door de Hongaarse regering in het Keleti-spoorwegstation in Boedapest ‘verzameld’ worden. Hij heeft gehoord dat zijn beste vriend is omgekomen terwijl hij van Turkije naar Griekenland probeerde over te steken.

    Auteur: Boštjan Videmšek
    Vertaler: Annemie de Vries

    Boštjan Videmšek (1975) werd vooral bekend met internationale oorlogsrepor- tages. Veel van zijn werk verscheen in Sloveense media, zoals het weekblad MLADINA en het dagblad Delo. Maar hij publiceerde ook in The New York Times, The International Herald Tribune en El Periodico. Hij werd zowel in binnen- als buitenland bekroond.

    Delo
    Slovenië | dagblad, 
oplage 46.000

    Delo is een liberaal dagblad op broadsheet dat al een halve eeuw actief werkt 
aan een openbaar debat 
in Slovenië over politiek, economie en sport.

    Genomineerden in de categorie Special award – refugee crisis

    Ioannis Papadopoulos (Griekenland):
    An Aegean Journey of Despair

    Anders Fjellberg & Tomm W. Christiansen (Noorwegen):
    The Wetsuitman

    Gert van Langendonck (Nederland):
    Op naar Europa

    Daniel Nolan (Hongarije):
    Spinning the Crisis: How the Hungarian Government Played Europe’s Migrant Influx

    Amrai Coen & Henning Susse- bach (Duitsland):
    Im Gelobten Land

    Dialika Neufeld (Duitsland):
    Arme Schweine

    Boštjan Videmšek
    A Syrian ‘ode to joy’ on Europe’s border

  • Het valse etiket

    Het valse etiket

    Het ontbreekt Griekenland aan medicijnen tegen kanker en astma. Logisch, volgens wetenschapsredacteur Felix Rohrbeck, als geneesmiddellen bestemd voor Griekenland, tegen afbraakprijzen in Duitsland belanden. 
Hij volgde het spoor.

    Op de afdeling Spoedeisende Hulp van het Evangelismos, het grootste ziekenhuis van Athene, zie ik een uitgemergelde man die krimpt van de pijn, maar naar wie niemand omkijkt. Buiten staan volledig overwerkte artsen in hun pauze te roken. Ze vertellen dat er niet alleen een tekort is aan personeel, maar ook steeds vaker aan medicijnen. Uit het hele land klinken zulke berichten: het ontbreekt aan pijnstillers en aan medicijnen tegen kanker, astma en krampaanvallen.

    De Griekse overheid betaalt meer voor geneesmiddelen dan de Duitse

    Export verviervoudigd

    Terug in Duitsland lees ik dat Duitse ondernemingen medicijnen in Griekenland kopen die uiteindelijk in Duitse apotheken belanden. En in een reportage van de WDR uit 2014 wordt gezegd: ‘De hoeveelheid geneesmiddelen die deze bedrijven vanuit Griekenland naar Duitsland hebben geëxporteerd, 
is vanaf het begin van de crisis in 2009 verviervoudigd.’ Ik kan het haast niet geloven. Ontnemen wij de Grieken hun medicijnen? Profiteren Duitse patiënten van andermans leed? Hoe is het mogelijk dat een geneesmiddel dat voor Griekenland bestemd is, in Duitsland belandt? Welke economische mechanismen zijn hier aan het werk? Moeten die niet worden tegengegaan?
    Ik besluit om de weg die een geneesmiddel aflegt te volgen, van de productie tot en met de levering aan Griekenland en verder naar een apotheek in Duitsland. Ik wil doorgronden hoe die handel in zijn werk gaat, wie eraan verdient, wie eronder lijdt.
    Ik begin mijn onderzoek op de plek waar de reis van het geneesmiddel eindigt: in de Engel-Apotheke van Sven Villnow, niet ver van het Centraal Station van Hamburg. Binnen ziet het er net zo uit als in veel andere apotheken: naast de ingang een rek met Hansaplast-pleisters, voor de toonbank eucalyptuspastilles en een standaard met het magazine Apotheken Umschau. Achter de toonbank staat de 51-jarige Sven Villnow. Zijn grijze haren heeft hij opzij gekamd, een paar staan rechtovereind, alsof 
ze onder stroom staan.
    Villnow is een apotheker die zijn klanten bij naam kent. Een tweede apotheek heeft hij nooit willen hebben. Hij neemt pakketjes aan voor de buren. Soms vraagt hij zich af waarom er steeds meer mensen naar zijn apotheek komen die weliswaar dik in de zeventig zijn, maar vinden dat ze zich nog vijfendertig zouden moeten voelen. Hij zegt: ‘Het is goed als je als apotheker verder kijkt dan je neus lang is.’
    Op zijn bureau in een achterkamer van de apotheek liggen drie witte doosjes, ongeveer tien centimeter lang en vijf centimeter hoog. Avodart, stat erop. Urologen schrijven het voor bij een 
vergroting van de prostaat. In eerste instantie is er niks bijzonders aan zo’n doosje te zien, maar bij een nadere inspectie blijkt over het oorspronkelijke etiket een Duits etiket te zijn geplakt. Rechtsboven op het doosje is nog te zien voor welk land het medicijn ooit was bedoeld. Daar staat in het Grieks: ‘Let op: alleen te gebruiken door mannen’.
    Villnow zet zijn computer aan. In een zoekvenster in zijn bestelsysteem tikt hij ‘Avodart’. Er verschijnt een overzicht van aanbieders. Helemaal bovenaan staat GlaxoSmithKline. Dat is de fabrikant. Erachter staat: € 123,64. Dat is de prijs die apotheken voor een doosje van 90 stuks moeten betalen. Daarna volgt nog een hele reeks leveranciers die Avodart allemaal aanzienlijk goedkoper aanbieden. De doosjes op het bureau van Villnow zijn geleverd door Kohlpharma. Dat verkoopt een doosje voor 
€ 97,47, dus € 26,17 goedkoper – en met dezelfde inhoud.
    Er zijn tal van dit soort leveranciers. 
Ze heten CC Pharma, Beragena Arzneimittel, EMRAmed of Pharma Gerke. Hun businessmodel bestaat uit de aankoop van geneesmiddelen in EU-landen waar ze het minst kosten en de verkoop ervan in landen waar ze het duurst zijn. Zodoende reizen medicijnen kriskras door Europa. Soms van land A naar land B en weer terug, wat herimport wordt genoemd. Maar vaker van land 
A naar land B naar land C. Dan heet het parallelimport.

    Medicijnen reizen van hot naar her in Europa. De bijsluiter moet in de goede taal zijn, maar de markt mag de prijs bepalen. Pech voor de Grieken. 
©  Ayhan Mehmet / Getty Images
    Medicijnen reizen van hot naar her in Europa. De bijsluiter moet in de goede taal zijn, maar de markt mag de prijs bepalen. Pech voor de Grieken. 
© Ayhan Mehmet / Getty Images

    Quotum

    Waar een her- of parallelimport vandaan komt, uit Frankrijk, Italië of 
Griekenland, kan Villnow niet zien in zijn bestelsysteem. Wel moet hij aan een quotum voldoen: minstens 5 procent van de omzet die apotheken maken met medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn, moet bestaan uit her- en parallelimporten. De zorgverzekeraars willen op die manier geld besparen. Als Villnow niet voldoet aan zijn quotum, moet hij een boete betalen aan de zorgverzekeraars.
    In zijn dagelijks werk zet hij nauwelijks nog vraagtekens bij het systeem van her- en parallelimport, vertelt Villnow. Hij is eraan gewend geraakt. Maar nu kijkt hij peinzend naar de Avodart op zijn bureau. ‘Dat heen en weer sturen door Europa komt wel bespottelijk over,’ zegt hij. Aan de andere kant besparen de Duitse zorgverzekeraars er geld mee, naar schatting tussen de 91 en 222 miljoen euro per jaar. Dat is toch ook een goede zaak, denkt hij.
    Vaststaat dat de her- en parallelimporten politiek gedragen zijn, want de prijzen voor medicijnen verschillen aanzienlijk binnen Europa. Voor Avodart geldt bijvoorbeeld dat 90 pillen van fabrikant GlaxoSmithKline in Griekenland niet 
€ 123,64 kosten zoals in Duitsland, maar € 68,13. Een verschil van € 55,51. De oorzaken van de grote prijsverschillen zijn de verschillende zorgstelsels en de prijsstrategie van de fabrikanten.
    De her- en parallelimporten moeten de prijsverschillen tussen de EU-landen wat kleiner maken. Eigenlijk dienen 
ze dus een goed doel. Maar wat nu als dit politiek gedragen systeem op een crisis als die in Griekenland stuit? 
Kun je er dan gewoon mee doorgaan?
    In een persbericht van het Verband Forschender Arzneimittelhersteller [Vereniging van Innoverende Geneesmiddelenfabrikanten] van juli staat dat de farmaceutische ondernemingen ‘ondanks alle onduidelijkheden en wanbetalingen uit het verleden de levering van medicijnen aan Griekenland garanderen’. De politiek zou echter moeten waarborgen dat de geleverde medicijnen ‘ook daadwerkelijk bij de Griekse patiënten terechtkomen’. De eis: ‘We hebben een Grieks exportverbod voor medicijnen nodig.’ Een paar dagen later kondigt de Griekse regering inderdaad een exportverbod af, zij het voor slechts vijfentwintig geneesmiddelen.

    Heretiketteermachine

    Offert de onbaatzuchtige farmaceutische industrie zich op voor de Grieken? Moet de politiek zien te voorkomen dat de gewetenloze herimporteurs haar inspanningen simpelweg tenietdoen?
    Ik volg de weg die ook de Avodart op het bureau van Sven Villnow heeft afgelegd, alleen in tegengestelde richting. Net voor de grens met Luxemburg, ergens tussen Saarbrücken en Trier, ligt het stadje Merzig. Hier, op een terrein met witte laagbouw, bevindt zich het logistiek centrum van Kohlpharma, het bedrijf dat Avodart aan de apotheek van Sven Villnow heeft geleverd. Kohlpharma is de grootste importeur van geneesmiddelen in Europa. Met achthonderd werknemers behaalt de onderneming een omzet van 700 miljoen euro per jaar. In vergelijking met de miljardenomzet van grote fabrikanten als Bayer of GlaxoSmithKline is Kohlpharma evenwel een dwerg.
    Kohlpharma kan het best worden vergeleken met een enorme heretiketteermachine. ’s Ochtends arriveren de vrachtwagens met geneesmiddelen, elke dag ongeveer 35.000 doosjes. In blauwe kratten, die eruitzien als winkelmandjes, rollen ze op loopbanden met een totale lengte van zes kilometer door het bedrijf. Aan het opschrift op een doosje is te zien uit welk land het is geïmporteerd. Viskaldix, een middel tegen hoge bloeddruk, komt bijvoorbeeld uit Frankrijk, en Elocon, dat net zo werkt als cortison [een variant op het stresshormoon], uit Griekenland.
    Vroeg of laat belanden alle geneesmiddelen in een van de productiehallen. Hier werken vrijwel alleen vrouwen, die aan witte tafels de blauwe kratten staan op te wachten. Op werkplek E04 liggen 163 doosjes Avodart van 90 stuks uit Griekenland opgestapeld. Een medewerkster pakt een doosje en legt het op een smalle loopband die naar een zilverkleurig apparaat voert. Daar wordt het Griekse doosje van een Duits etiket voorzien. Aan de andere kant van het apparaat neemt een tweede medewerkster het doosje in ontvangst. Het enige wat nog ontbreekt, is een Duitse bijsluiter. Dan is de Griekse Avodart een product geworden dat in Duitsland mag worden verkocht.
    Bedrijfsleider Jörg Geller draagt een gestreept overhemd en een colbert met een witte pochet, alsof hij ook hiermee iets wil inbrengen tegen de slechte reputatie van de herimporteurs. 3500 doosjes Avodart heeft Kohlpharma sinds begin dit jaar geïmporteerd, zegt hij, uit in totaal zes landen. ‘Van die zes landen zit Griekenland wat prijs betreft momenteel in de middenmoot. We kopen Avodart nog liever in goedkopere landen, bijvoorbeeld in Italië of Estland.’
    Dat geldt niet alleen voor Avodart, zegt hij. Sinds 2009 zou de import door zijn onderneming uit Griekenland ongeveer gehalveerd zijn, omdat die gemiddeld niet goedkoper, maar duurder is geworden. ‘De schaarste in Griekenland weerspiegelt zich in de prijzen.’

    De Engel-Apotheke van Sven Villnow.
    De Engel-Apotheke van Sven Villnow.

    Melina

    Door de telefoon klinkt de stem van een vrouw. Ze werkt voor de Griekse groothandel die Avodart heeft gekocht van fabrikant GlaxoSmithKline en 
vervolgens heeft doorverkocht aan Kohlpharma. Haar echte naam noch die van haar bedrijf mag in de krant komen. Dat zijn de voorwaarden voor een gesprek. Ze wil het namelijk niet verpesten bij de fabrikanten – tenslotte is haar bedrijf afhankelijk van hun leveranties. Laten we haar dus Melina noemen.
    Wat ze vertelt, voldoet niet aan het beeld van de coulante, genereuze farmaceutische concerns dat het Verband Forschender Arzneimittelhersteller zo graag in het openbaar schetst. Haar bedrijf, zegt Melina, had voor de crisis nog twee of drie weken de tijd om de rekeningen van de fabrikanten te 
betalen, maar nu leveren de meeste alleen nog bij vooruitbetaling.
    Voor het bedrijf van Melina is dat een lastige situatie. Enerzijds moet het 
de leveranciers meteen betalen, anderzijds kunnen de eigen klanten, overwegend Griekse apotheken, hun rekeningen vaak pas na weken of maanden voldoen. Zij liggen immers aan het infuus van de overheid, en die heeft bijna geen geld meer. ‘Wij groothandelaars worden door de crisis van twee kanten in de tang genomen,’ zegt Melina.
    Het gesprek met haar levert een relatief helder beeld van de situatie op. Omdat de overheid geen geld heeft om apotheken en ziekenhuizen te betalen, kunnen deze laatste niet langer aan de rekeningen van de groothandels voldoen. Hierdoor hebben de groothandels op hun beurt geen geld om bij de farmaceutische ondernemingen bij vooruitbetaling te bestellen. Het eind van het liedje is dat de farmaceutische ondernemingen minder geneesmiddelen aan Griekenland leveren.
    Dat kun je hen niet zonder meer verwijten. Farmaceutische concerns zijn geen liefdadigheidsinstellingen. Je kunt kritiek hebben op het feit dat ze zich via hun vereniging als onbaatzuchtige verlossers presenteren. Ook zouden ze de Griekse crisis niet moeten misbruiken om een stokje te steken voor her- en parallelimporten. Die zijn hen altijd al een doorn in het oog geweest, en hebben weinig te maken met de problemen in het Griekse zorgstelsel.
    Volgens Melina is het niet zo dat haar bedrijf door de crisis minder aan Griekse apotheken en meer aan het buitenland levert. Volgens haar bedraagt het exportaandeel constant ongeveer 20 procent. ‘Als we niet meer leveren aan een Griekse apotheek, enkel om in het buitenland een betere prijs te krijgen, dan hoeft die apotheker alleen maar de telefoon te pakken om een klacht in te dienen bij de fabrikant of de Griekse zorgautoriteit. Dan hebben we een groot probleem. We zouden niet meer bevoorraad worden en zelfs onze vergunning kwijt kunnen raken.’
    Waar moet je dan beginnen om de situatie in Griekenland te verbeteren? Misschien bij de kosten. Hoewel veel merkgeneesmiddelen in Griekenland goedkoper zijn dan in Duitsland en import dus lonend is, betaalt de Griekse overheid relatief gezien veel meer voor geneesmiddelen dan de Duitse. In 2013 gaf de Griekse verzekeraar EOPYY 44 procent van zijn budget uit aan geneesmiddelen, terwijl dat percentage voor Duitse verzekeraars slechts 16,5 bedroeg.

    Avodart

    De laatste bestemming in dit onderzoek had Poznań in Polen moeten zijn. Daar staat de fabriek die Avodart produceert. Maar GlaxoSmithKline laat weten dat een bezoek aan de fabriek niet mogelijk is. Ik vraag om een gesprek in het Duitse hoofdkantoor in München. Ook dat is niet mogelijk. Dus stuur ik mijn vragen op schrift: ik wil weten welke betalingstermijnen het concern hanteert voor zijn Griekse klanten en welke uitstaande vorderingen het op hen heeft. GlaxoSmithKline (GSK) wil de vragen niet beantwoorden en geeft alleen algemene informatie: ‘Voor GSK heeft het waarborgen van adequate verzorging van patiënten met zijn geneesmiddelen de hoogste prioriteit. Wij leveren ook in het vervolg onze geneesmiddelen aan Griekenland en zijn niet op de hoogte van een door de financiële crisis ontstane schaarste op de markt met GSK-geneesmiddelen – met inbegrip van de levering van het concreet door u genoemde product Avodart.’

    Export verboden

    Het merkwaardige is dat ook preparaten van GlaxoSmithKline op de lijst van geneesmiddelen staan waarvan de Griekse regering de export heeft verboden. Weliswaar niet Avodart, maar wel vaccins en inhalatiesprays. Als die helemaal niet schaars zijn, zoals GlaxoSmithKline suggereert, waarom is de export ervan dan verboden?
    En zo ontstaat het volgende beeld. Ja, er zijn geneesmiddelen in Griekenland die schaars zijn. Dat wordt bevestigd door artsen en patiënten. En nee, dat is niet de schuld van de herimporteurs. In plaats daarvan 
zouden degenen die hen de schuld geven eens onder de loep moeten worden genomen: de farmaceutische concerns, die jarenlang goed hebben verdiend in Griekenland en nu voor een deel alleen bij vooruitbetaling leveren. En de Griekse regering, die met een exportverbod doet alsof ze iets onderneemt – zonder de daadwerkelijke problemen aan te pakken.

    Felix Rohrbeck

  • Wat Griekenland van Afrika kan leren

    Wat Griekenland van Afrika kan leren

    Op fora in Afrika wordt vaak de vraag gesteld wat het continent van Griekenland kan leren. Ecoloog en Afrikaspecialist Ian Scoones betoogt dat Griekenland, net als alle andere landen met schulden, veel kan leren door naar Afrika te kijken.

    Niet alleen in Griekenland, in de hele wereld nemen de schulden toe. Door teruglopende prijzen van grondstoffen en de sterker wordende Amerikaanse dollar zijn de schulden in veel economieën onhoudbaar geworden. Hierdoor gaat een stijgend deel van de overheidsinkomsten naar de aflossing van schulden, en gaan schulden een steeds groter deel uitmaken van het totale bbp. Zo extreem als in Griekenland – waar de schuld ongeveer 178 procent van het bbp bedraagt, en inmiddels waarschijnlijk nog meer door het instorten van de economie – komt zelden voor, maar rooskleurig is het ook elders niet. Zimbabwe heeft een enorme buitenlandse schuld, die tot zo’n 40 procent van het bbp is opgelopen, terwijl andere landen in de regio, Mozambique en Tanzania bijvoorbeeld, hun schulden laten stijgen om groei aan te jagen. Maar zoals wordt gesteld in het precies op het goede moment verschenen nieuwe rapport van Jubilee Debt Campaign [JDC is onderdeel van een wereldwijde beweging die zich verzet tegen de slavernij van de schuldenlast en pleit voor alternatieve geldsystemen], verhult een dergelijke groei de toenemende ongelijkheid, evenals het feit dat overheidsuitgaven door het aflossen van de schulden jarenlang onder zware druk komen te staan. Gaan we terug naar de jaren tachtig en negentig, toen veel landen in Afrika – net als Griekenland vandaag de dag – opgezadeld zaten met een onhoudbare schuldenlast? Destijds hadden de Afrikaanse landen de bittere pil van de bezuinigingsmaatregelen van de internationale financiële instellingen gewoon maar te slikken. Griekenland en andere landen die kwetsbaar zijn voor schulden, kunnen de nodige lessen trekken uit die tijd en de nasleep ervan. De nieuwe Griekse minister van Financiën, Euclid Tsakalotos, weet waar het over gaat. In 1994 publiceerde hij in het Journal of Development Studies een artikel over de reikwijdte en de grenzen van financiële liberalisering in ontwikkelingslanden. In het Cambridge Journal of Economics bepleitte hij dat we ook in 
de economie oog moeten hebben voor waarden waar we in de samenleving belang aan hechten.

    Schade

    In de jaren tachtig en negentig werden in Afrika de bezuinigingsmaatregelen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank niet ter goedkeuring aan de bevolking voorgelegd – net als in Griekenland zouden ze anders zonder meer zijn verworpen. In plaats daarvan werden regeringen van verschillende politieke pluimage gedwongen zich te onderwerpen aan vergaande structurele aanpassingen. Zimbabwe is een goed voorbeeld. De strategie die gericht was op weloverwogen groei en rechtvaardigheid, werd in 1991 verlaten ten gunste van het Economic Structural Adjustment Programme (ESAP), in Zimbabwe beter bekend als Economic Suffering for African People. We kennen de gevolgen van deze rampzalige periode, zowel op economisch als op politiek gebied [inmiddels is Zimbabwe vanwege een hyperinflatie van miljarden procenten officieel overgestapt op de Amerikaanse dollar. De werkeloosheid is nog steeds torenhoog, de landbouw functioneert niet goed en het land is in veel opzichten een dictatuur]. Wat zou er in Afrika gebeurd zijn als de structurele aanpassingen (c.q. bezuinigingen) waren vervangen door een uitgebalanceerde schuldsanering die investering en hervorming zou stimuleren en tegelijkertijd de basisvoorzieningen en kwetsbaren zou beschermen? Het antwoord kennen we niet. Zeker is wel dat de bezuinigingen langdurige schade hebben aangericht – niet alleen aan de economieën, die al decennia lang zwakke groeicijfers vertonen, maar direct aan de bevolking zelf. Velen kregen geen onderwijs. En door een sterk verminderde gezondheidszorg waren de gevolgen van de hiv/aids-epidemie die zich in dezelfde tijd over het continent verspreidde, bijvoorbeeld veel en veel erger. Er zijn lessen uit getrokken en in sommige kringen is de Washington Consensus afgedankt. [De Consensus 
is een in 1989 ontwikkeld standaardhervormingspakket door in Washington gevestigde instituten als het IMF en de Wereldbank voor landen die in een crisis verkeren.] Aan het begin 
van deze eeuw werd in ontwikkelingslanden met veel armoede en hoge schulden bij het aflossingsprogramma meer rekening gehouden met armoedebestrijding. Daar hadden sommige Afrikaanse landen baat bij, al was het maar tijdelijk.

    Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
    Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
    Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF

    Een lesje

    Het is beslist mogelijk om een ondermijnende schuldenlast te voorkomen en bovendien groei en sociale rechtvaardigheid te stimuleren. Dat was ook wat na het eind van de Tweede Wereldoorlog in Europa werd vastgelegd. Griekenland was een van de partijen die het akkoord voor kwijtschelding van de schuld van Duitsland ondertekende, waarmee het voor het door de oorlog geruïneerde land weer mogelijk werd volop te groeien. De internationale conferentie in Londen in 1953 [met de Londense Schuldenovereenkomst tot gevolg] was een doorbraak voor Europa, waaraan in Brussel jammer genoeg geen voorbeeld werd genomen. Net als een paar decennia geleden in Afrika blijven de schuldeisers van Griekenland een duurzame oplossing afwijzen. Ze lijken erop uit een koppig land een lesje te leren, te vernederen zelfs. De retoriek van de betrokkenen is ronduit schokkend. Christine Lagarde, directeur van het IMF, riep op tot een overleg met adults in the room [een overleg onder volwassenen]. Afrikaanse onderhandelaars zullen zich herinneren hoe ook zij werden vernederd 
en gekleineerd door de internationale organisaties die hun pleidooi voor een evenwichtiger aanpak destijds afwezen. Zij zullen ongetwijfeld meeleven met de Grieken.

    Nieuwe perspectieven

    Afrika heeft de periode van structurele aanpassingen achter zich gelaten. De Washington Consensus is afgezwakt en er zijn nieuwe spelers – en nieuwe ideeën – op het veld. Anders dan Griekenland zijn Afrikaanse landen niet zo afhankelijk van een overheersende macht als Duitsland, 
en zijn ze minder gebonden aan een specifiek regionaal politiek project. Dat is een goede zaak. Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF en andere organisaties. Nieuwe ideeën – en financiën – komen vooral uit landen als China, Brazilië, India, Maleisië en Zuid-Korea. Op dit moment is het nieuwe door de overheid geleide developmentalism de trend. In Rwanda en Ethiopië wordt een nieuwe omschrijving van een zogeheten developmental state geformuleerd. [In een developmental state stuurt de overheid de economische ontwikkeling actief en probeert ze het midden te vinden tussen economische groei en sociale ontwikkeling.] Andere landen zijn daarin geïnteresseerd, misschien Zimbabwe ook. Ze maken allemaal gebruik van de kennis en ervaring van de opkomende landen, met name van China. Voorafgaand aan de vaststelling van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen [SDG’s] van de VN in september, kwamen in 
de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba regeringsvertegenwoordigers uit de hele wereld bij elkaar om de financiering van een verdere ontwikkeling in deze landen te bespreken.

    Productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden

    Het discussiestuk voor de conferentie stond bol van de mooie woorden, maar was echt anders geformuleerd dan in de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Duurzame financiering, kapitaal en investeringen voor de lange termijn, het in evenwicht brengen van productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden. Het document is veel meer geïnspireerd op Keynes [die onder meer meende dat een overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren] dan op Friedman [grondlegger van het monetarisme en de vrijemarkteconomie], en focust op duurzame ontwikkeling voor de lange termijn, niet op korte, krachtige crisisinterventies die samengaan met ideologische disciplinering en onderdrukking. De discussies van de VN in Addis Abeba raakten echter maar een klein deel van het grotere geheel. Financiering door de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) komt in de stukken nauwelijks aan de orde, terwijl de bank van de BRICS-landen en de nationale Aziatische, Chinese en Braziliaanse investeringsbanken steeds belangrijkere spelers worden. Dat geldt ook voor de enorme private geldstromen: de mondiale kapitaalmarkten reorganiseren zich en houden Afrika daarbij goed in het oog. Het in balans brengen van deze investeringen, het afdekken van risico’s en het vermijden van onhoudbare schulden zal de komende jaren, bij een afnemende groei van de grondstoffenmarkt, voor alle Afrikaanse landen een knap lastige evenwichtsoefening zijn. Net als veel landen in Afrika heeft Griekenland geleden onder de langetermijngevolgen van een combinatie van structurele onderontwikkeling, slecht economisch bestuur en een corrupte elite die de rijkdom door vererving binnen de familie houdt. Het wordt een moeilijke opgave om zonder bijkomend leed een oplossing te vinden voor de dilemma’s die spelen. Zonder nieuwe ideeën en nieuwe bondgenoten lukt dat niet.

    Ian Scoones

    De auteur is verbonden aan het Institute 
of Development Studies, Universiteit van Sussex.

    Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd 
op www.zimbabweland.net/blog.