Tag: hollywood

  • 1. #MeToo: het schandaal dat al jaren in de lucht hing

    1. #MeToo: het schandaal dat al jaren in de lucht hing

    Iedereen in Hollywood wist van het gedrag van Harvey Weinstein en consorten. Maar sinds het schandaal uitbrak is de crisis er niet minder om. Grote vraag is: gaat er nu echt iets veranderen?

    Keuze uit ons archief

    Zoals zo vaak was Amerika ons voor, vele jaren zelfs. Dit stuk uit het archief over waartoe #MeToo zou kunnen leiden, en wat er speelt, is uit 2017, toen Weinstein net was aangeklaagd. Interessant is o.a. dat van de twee kampen die hierin worden genoemd – degenen die de gevaren van een heksenjacht aanstippen en degenen die zich verzetten tegen grensoverschrijdende gedrag – het eerstgenoemde aanzienlijk stiller is geworden. De consensus lijkt al te zijn verschoven naar dat zulk gedrag ronduit onacceptabel is, en dat de daders hier verantwoordelijkheid in dragen. Daarmee is een deel van de vraag wat er zal veranderen beantwoord.
    Dit artikel maakte onderdeel uit van een minidossier over #MeToo. In #134 besteedde 360 eveneens een dossier aan het onderwerp.

    De sluier is weggetrokken, en o, wat een puinhoop wordt er zichtbaar.

    Hollywood is altijd al gekleurd geweest door schandalen. Roddels. Insinuaties. Verontschuldigingen. Mensen die weer in genade worden aangenomen. Maar de verhalen over seksueel misbruik die de laatste tijd aan het licht komen vormen een bonte verzameling van banale vergrijpen en perverse verlangens, verhalen uit films die werkelijkheid zijn geworden tegen een smakeloze achtergrond.

    Door de beschuldigingen van verkrachting en seksueel misbruik aan het adres van Harvey Weinstein, Brett Ratner, James Toback en vele anderen is er in dit prijzenseizoen weinig te merken van de gebruikelijke bravoure in een stad die zichzelf graag mag presenteren als onverschrokken en vrijgevochten, maar die in de praktijk liever alle touwtjes in de hand houdt en het script volgt. De entertainmentindustrie is weggezakt in een meerpolige catharsis van vrouwen die zich gesterkt voelen, mannen die gespannen afwachten, advocaten die dreigen, carrières die zijn stukgelopen en een algehele onzekerheid over hoe het verder moet nu er plots diepe scheuren opduiken in vele façades.

    ‘Ik denk dat de showbizz voorgoed is veranderd,’ zegt Marcel Pariseau, een publicist die werkt voor Scarlett Johansson en Olivia Munn – een van de vijf vrouwen die onlangs Ratner heeft beschuldigd van seksueel wangedrag. ‘We worden elke ochtend wakker met de vraag wat ons nu weer te wachten staat. Je durft haast niet op je mobiel te kijken wat de laatste onthulling is. Niemand gaat meer naar de hotelkamer van een producent of een regisseur,’ zegt hij. ‘Er vindt geen gesprek meer plaats zonder dat er een derde aanwezig is – om beide partijen te beschermen. Iedereen is op zijn hoede.’ Er worden Instagram-accounts gezuiverd, Facebook-pagina’s bijgewerkt, publicisten geraadpleegd en hersenen gepijnigd over wat er ook al weer precies is gebeurd, en met wie, op die ene schimmige avond, jaren terug.

    Dit is het nieuwe Hollywood. Gespannen, onzeker, getekend door een luide roep om rechtvaardigheid, door mensen die zich indekken, mensen die zich afvragen hoe het verder moet

    Op borrels heerst een gespannen sfeer; de opwinding rond de Oscars lijkt wat mat. Impresariaten laten klanten vallen en schonen hun adressenbestand op. Studio’s kijken kritisch naar hun contacten, mensen worden ontslagen zodra er ook maar één aantijging in de pers verschijnt.

    Bij elke pitch of voortgangsbespreking wil men ‘het erover hebben’, zegt een vrouwelijke scenarioschrijver die liever niet bij naam genoemd wil worden. ‘Het lijkt wel of iedereen in therapie zou moeten. Iedereen is ermee bezig, ofwel omdat ze er direct bij betrokken zijn, ofwel omdat het net zoiets is als langs een auto-ongeluk rijden – je moet er wel naar kijken. Eerst ging het vrijwel de hele tijd over Trump, nu gaat het de hele tijd hierover.’

    Dit is het nieuwe Hollywood. Gespannen, onzeker, getekend door een luide roep om rechtvaardigheid, door mensen die zich indekken, mensen die zich afvragen hoe het verder moet na een lange geschiedenis van discriminatie en seksueel geweld, mensen die zich afvragen hoe de verlichte samenleving valt te realiseren die men in de films zo graag mag uitdragen.

    ‘Het gesprek gaat er nu over of we de mensen in het vak al dan niet in bescherming moeten nemen tegen de mensen die dit geweld plegen,’ zegt komiek en producent Judd Apatow. ‘Ik zou me er persoonlijk niet prettig bij voelen om verkrachters en misbruikplegers de hand boven het hoofd te houden. Iedereen moet zelf beslissen hoe hij zijn geld wil verdienen. Iedereen maakt zijn eigen morele afwegingen. Ik realiseer me dat een misdadiger ook rechten heeft, maar tegelijkertijd brengen we anderen in gevaar.’ Het is lastig om alles glad te strijken wanneer er zelfs gelauwerde namen op de voorpagina verschijnen: Dustin Hoffman heeft zijn verontschuldigingen aangeboden nadat hij ervan is beschuldigd in 1985 een zeventienjarige stagiaire te hebben lastiggevallen. Kevin Spacey heeft gezegd dat hij op zoek gaat naar ‘zelfinzicht en behandeling’ na beschuldigingen van aanranding en ongewenste intimiteiten.

    De mensen die worden beschuldigd, worden vrijwel onmiddellijk geconfronteerd met de gevolgen: Netflix heeft Spaceys House of Cards gecanceld en Warner Bros heeft de banden verbroken met Ratner, die de beschuldigingen van aanranding en seksueel wangedrag, afkomstig van meerdere vrouwen, heeft ontkend.

    ‘Toen die Dustin Hoffman-kwestie naar buiten kwam had ik echt zoiets van, jemig, nu is er een hele verzameling fantastische films die ik niet meer kan bekijken vanwege die nare bijsmaak,’ aldus de scenarioschrijfster.

    Zowel publiek als recensenten zijn al begonnen aan een herwaardering van Weinsteins films. Tijdens de opnamen van een van die films, Shakespeare in Love, zegt en de hoofdrolspeelster, Gwyneth Paltrow, in een hotelkamer door de producent te zijn aangerand.

    Veel vrouwen worden heen en weer geslingerd tussen afgrijzen en opluchting. Een aantal actrices is van mening dat de golf van beschuldigingen de filmindustrie er eindelijk toe zal dwingen zelfregulerend op te treden, en zich te realiseren welke risico’s een vastgeroest mannenbolwerk met zich meebrengt. In een poging de heersende cultuur te doorbreken, twitterde Ellin Barkin: ‘Ik roep de onverschrokken, machtige zusters in ons vak op om de vrouwen die zich hebben uitgesproken, te omarmen.’

    De schokken die L.A. nu op haar grondvesten doen trillen ‘konden eigenlijk niet uitblijven’, aldus Jordana Oberman, actrice en producente. ‘De hele industrie is medeplichtig aan dit soort gedrag en heeft het afgedaan als iets wat nu eenmaal bij Hollywood hoort. Velen van ons hopen dat dit een keerpunt zal zijn, maar dat moet de tijd leren. Ik hoop vooral dat er kritischer zal worden gekeken naar de medeplichtigheid en dat mensen er niet langer het zwijgen toe zullen doen.’

    Twee polen

    De gebalde vuist van Rose McGowan, die zegt te zijn verkracht door Weinstein, en de bezorgde woorden van Woody Allen, die waarschuwt voor een ‘heksenjacht’ – het zijn de twee polen van dit verontrustende universum. De schandalen raken aan het wezen van de macht in L.A. – wie heeft de macht, en hoe wordt die gebruikt – en deze schandalen volgen op de jaren waarin er veel klachten waren over racisme en discriminatie, uitmondend in de campagne #OscarsSoWhite. Een campagne die er, volgens velen, mede toe heeft geleid dat de Oscar voor de beste film in 2017 naar Moonlight ging, een coming-of-ageverhaal met een homo in de hoofdrol, een zwarte regisseur en een zwarte cast.

    Maar de feestvreugde was niet van lange duur. We hebben het tenslotte over Hollywood, in het tijdperk van Donald Trump – een realityshowhost die glamour en politiek aaneen heeft gesmeed, een presidentskandidaat die heeft toegegeven dat hij vrouwen in hun kruis greep, en die vervolgens toch in het Witte Huis belandde. De entertainmentindustrie trok van leer tegen Trump, maar de beschuldigingen aan het adres van Weinstein, Ratner en anderen duiden op een stevig geworteld patroon van misbruik, gepleegd door mannen die zichzelf als kunstzinnig en links beschouwen.

    ‘Toen ik in de jaren twintig van de vorige eeuw in de showbizz terechtkwam, heerste het idee dat je als rijke, machtige man in Hollywood echt alles kon maken – en dat was ook het geval,’ zei producente Christine Vachon onlangs.

    De opkomst van Trump en de stortvloed van beschuldigingen in Hollywood hebben een nieuwe impuls gegeven aan de feministische beweging. De honderden vrouwen in de showbizz die nu een boekje hebben opengedaan, komen uit alle geledingen, variërend van topactrices tot secretaresses. Hun beschuldigingen zijn olie op het vuur van een breder gevoel in heel Amerika, het gevoel dat het maar eens afgelopen moet zijn met dat misbruik. Social media – van #MeToo op Twitter tot ontelbare Facebook-pagina’s – bepalen het gesprek van de dag in L.A., als een soort moderne stadsomroepers die niet alleen de vrouwen op de hoogte stellen van de nieuwste misstanden, maar die ook het gedrag aan de kaak stellen dat tot dan toe werd gedoogd.

    ‘Of ik nou kijk naar de gesprekken die ik heb gehad met schrijvers, of naar de algehele stemming, ik proef overal oprecht respect en bewondering voor de vrouwen die de stilte hebben doorbroken,’ zegt John Eisendrath, scenarioschrijver en executive producer van The Blacklist. Eisendrath zegt: ‘Ik, en ik weet zeker dat ik niet de enige man ben die dat heeft gedaan, heb de dertig jaar die ik nu in de showbizz werkzaam ben nog eens grondig de revue laten passeren. Ben ik er getuige van geweest? Heb ik er zelf mee te maken gehad? Heb ik het laten gebeuren? Zijn er situaties geweest waarin ik had moeten ingrijpen?’

    De beschuldigingen van seksueel misbruik hebben ook geleid tot een debat over juridische kwesties en morele vraagstukken – wie moet wie beschermen bij alle politieonderzoeken, rechtszaken en schikkingen

    Alec Baldwin zegt dat de cultuur in L.A. is veranderd en dat er een terugslag zal volgen, met beschuldigingen over en weer. ‘In ieder geval zullen er voorlopig geen castings meer plaatsvinden zonder dat er een derde partij aanwezig is. Uitgesloten,’ zegt hij. ‘Iedereen zal er iemand bij willen hebben, zodat er nooit onduidelijkheid kan ontstaan over wat er precies is voorgevallen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Mijn agent heeft contact met me opgenomen. Ze zei dat ze zich zorgen maakt over de mensen die er het zwijgen toe doen, en die als gevolg daarvan opdrachten zullen mislopen. Want ze weten altijd wel een of andere foto boven tafel te krijgen waar je op staat met iemand die is beschuldigd van iets wat niet door de beugel kan.’

    De beschuldigingen van seksueel misbruik hebben ook geleid tot een debat over juridische kwesties en morele vraagstukken – wie moet wie beschermen bij alle politieonderzoeken, rechtszaken en schikkingen. Het maakt allemaal al jaren deel uit van de complexe machinerie die carrières heeft gemaakt, heeft doen wankelen en heeft gebroken, in een vuurhaard waar spektakel wordt beschouwd als een vorm van kunst en waar alles in het teken staat van het beeld.

    Nathanael West, F. Scott Fitzgerald en Raymond Chandler waren geïntrigeerd, betoverd en vaak tamelijk nuchter over deze stad, met alle ego’s en onzekerheden, alle ambities en gekonkel. Ze waren zich bewust van de schandalen, en in hun ogen waren Los Angeles en Hollywood in elkaar verstrengelde buurten, waar privélevens van de ene buurt overliepen in de andere, en dat alles strekte zich door de canyons uit tot aan zee, onstuitbaar, als een koortsachtige droom. Maar onder de stad, ergens diep in de aarde, schuilt een breuklijn die elk moment naar de oppervlakte kan komen. Niemand weet waar of wanneer hij zal openscheuren.

    ‘Dit is een lastige tijd om je koers te bepalen,’ zegt Amanda Lenker Doyle, casting director. ‘Het zijn afschuwelijke verhalen die je steeds maar weer hoort en waar het elke dag over gaat. Ik hoop maar dat dit de industrie verandert, verder helpt.’

    Auteur: Jeffrey Fleishman

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • Star Wars, Elvis en ik

    Star Wars, Elvis en ik

    Voor iedereen die opgroeide in de jaren zeventig was de eerste Star Wars-film een culturele mijlpaal. En dus houdt New York Times-criticus A. O. Scott ondanks alles nog steeds van Luke, lichtzwaarden en de Force.

    Halverwege 1977 vonden er kort na elkaar drie belangrijke gebeurtenissen plaats. Star Wars ging in roulatie, ik werd elf en Elvis Presley ging dood. Een van die gebeurtenissen is van een volkomen andere orde, ik weet het; en strikt genomen was er – en ís er – weinig meer onderlinge samenhang dan het gegeven dat die data zo dicht bij elkaar liggen. Maar toch zijn die willekeurige gebeurtenissen bepalend geweest voor mijn relatie met de populaire cultuur.

    En dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij. Het moderne leven is een aaneenschakeling van mijlpalen, gekoppeld aan een bepaalde generatie. We ontlenen onze collectieve identiteit aan de gedeelde ervaringen van allerlei publieke gebeurtenissen, waar ook kaskrakers en hits onder vallen. Of we ze nou mooi vinden of niet, ze gaan als vanzelf deel uitmaken van de architectuur van onze persoonlijke identiteit, en ze vormen een soort ruilmiddel tussen leeftijdsgenoten. Elvis, die halverwege de veertig was toen hij overleed, hoorde voor kinderen zoals ik onmiskenbaar bij de ouderen, hij stond symbool voor het moment in de jeugd van onze ouders waarop alles veranderde. De Beatles vertegenwoordigden een soortgelijke aardverschuiving, zij het van iets recentere datum. Ook zij maakten deel uit van het verleden. Op de kleuterschool hadden we hun liedjes gezongen, en we hadden ze gehoord bij Sesamstraat. Ze behoorden tot het domein van de nostalgie. Bij Star Wars lag dat anders. Star Wars was van óns – het was onze eigen tektonische plaat die begon te schuiven, waarmee het landschap voorgoed zou veranderen.


    Althans, zo gaat het verhaal – zowel de heroïsche als tragische versie. Het ongekende succes van de film die tegenwoordig bekend staat als Episode IV – A New Hope _wordt verantwoordelijk gehouden voor veel van wat volgde, zowel in positieve als in negatieve zin. _Stars Wars zou een einde hebben gemaakt aan de nieuwe artistieke ambities in het Hollywood van de jaren zeventig, waar grote risico’s werden genomen, en het begin hebben gevormd van een tijdperk waarin kaskrakers de dienst uitmaken, een tijdperk waaraan nog altijd geen einde is gekomen. Volwassenen in de eenentwintigste eeuw die zich beklagen over de hegemonie van franchisefilms met een fantasyconcept – wij bijna allemaal dus, op enig moment – moeten de schuld zoeken bij ons eigen jeugdige enthousiasme. Maar de eerste Star Wars-trilogie zou ook verantwoordelijk zijn voor de duizelingwekkende wereld van de fancultuur. Ook zou de trilogie bevrijdend hebben gewerkt voor nerds en geeks die voorheen konden rekenen op de minachting van ouderen en de hoon
van leeftijdsgenoten, terwijl hun passie nu ineens in het centrum van het universum was beland. Zoals het eerder de rock-’n-roll was gegaan, zo werd ook dit nieuwe culturele model niet direct breed gedragen, maar wel was het vanaf het allereerste moment winstgevend, en het kon keer op keer vernieuwd worden.


    Maar hoe vernieuwend was het nou eigenlijk? De geschiedenis heeft er een handje van nieuwe dingen te doen voorkomen alsof ze niet echt nieuw zijn. Elvis drukte zijn onmiskenbare stempel op het bewustzijn van de babyboomer door de zwarte muziek uit het zuiden, die al veel langer bestond, 
te voorzien van een wit gezicht en de lippen van 
een pruilende tiener. De Beatlemania borduurde goeddeels voort op de echo van Elvis en Chuck Berry. Star Wars greep nog bewuster terug op het verleden, het was haast een caleidoscopische hommage van een student filmkunde, een allegaartje van stijlen en verwijzingen.

    In zijn gunstige, maar ook enigszins neerbuigende recensie in The New York Times maakte Vincent Canby gewag van verwijzingen naar de Flash Gordon-serie en een hele verzameling literatuur die zonder meer eclectisch valt te noemen: Quo Vadis, Buck Rogers, Ivanhoe, Superman, De tovenaar van Oz, het evangelie volgens Mattheüs, de legende van koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. De collega-cinefielen van George Lucas wezen erop dat hij schatplichtig was aan John Ford en Akira Kurosawa. Stars Wars mocht dan ogen als een sciencefictionfilm met 
de bijbehorende ruimtegevechten, het was óók een western, een epische samoeraifilm en, zeker wanneer Carrie Fisher en Harrison Ford in een en dezelfde scène speelden, een screwball comedy. Een schoolvoorbeeld van wat sommigen van ons jaren later tijdens de studie zouden leren herkennen als 
de typisch postmoderne esthetiek van de pastiche.

    Demografische en sociale krachten

    Maar wat wisten we daar in die tijd nou van? Voor wie in 1977 elf was, was Stars Wars iets volkomen nieuws. Wat niet wilde zeggen dat we dachten dat het zomaar uit het niets was gekomen. Er waren al actie-avonturenfilms, sciencefictionallegorieën met steeds weer nieuwe delen en stripboeken die de fan hadden voorbereid op de geneugten van verhalende series. We kenden The Lord of the Rings (zowel de boeken als de animatiefilm van Ralph Bakshi), Planet of the Apes (zowel de film als de spin-offs, de animatiefilms op zondagochtend), Star Trek, het tijdschrift Mad. Meer dan voldoende brandstof voor de ontluikende fantasie van een liefhebber.
    Dit alles had het vuur in gang gezet, en ik sluit niet uit dat dat ook tot ontbranding was gekomen als George Lucas niet de lucifer had afgestreken. De vonk in de zomer van 1977 was misschien niet alleen – of niet voornamelijk – de liefde voor een bepaalde film. Achteraf gezien leek het bredere fenomeen Star Wars symbool te staan voor wat het onvermijdelijke resultaat lijkt te zijn van demografische en sociale krachten.

    De ‘helden’-theorie binnen de geschiedkunde staat altijd op gespannen voet met een meer deterministische visie. De opkomende generatie – die pas later ‘generatie x’ genoemd zou worden – hunkerde naar nieuwe dingen, afleiding, comfort, orde, mythologie, heroïek, kortom alles wat onze post-jarenzestigtijd van recessie niet te bieden had. We hadden alleen nog een babyboomer nodig die daarin zou voorzien, die ondertussen steenrijk zou worden en zou zorgen dat wij ons de rest van ons leven konden koesteren in aanbidding en afgunst. Hij zou de bedenker zijn, maar wij de eindgebruikers, en we zouden ons het product toe-eigenen. Wat gold voor Star Wars, gold een paar jaar later ook voor de personal computer. Beide zouden de generatiekloof verdiepen tussen de inmiddels grijzende generatie X en de millenniumgeneratie in opkomst.

    Star Wars-fans in de rij in 1980. – © John Sunderland / Getty
    Star Wars-fans in de rij in 1980. – © John Sunderland / Getty

    Maar daarover straks meer. Ik ben Coleridges ancient mariner, en dit is nog altijd mijn verhaal. Ik weet niet precies hoe vaak ik Star Wars heb gezien in het jaar dat de film uitkwam, maar wat ik wel weet is dat er niet één andere film ik is die ik zó kort achter elkaar zó vaak heb gezien – totdat mijn kinderen werden geboren en er een dvd-speler in huis kwam en een dvd van Toy Story 2.

    De schrijver Jonathan Lethem, die twee jaar ouder is dan ik, heeft in een indringend stuk (getiteld ‘13, 21, 1977’) geschreven dat hij de film 21 keer heeft gezien, waarvan de meeste keren in zijn eentje, tijdens een uitzonderlijk zware periode van zijn leven. Aan dat aantal kom ik niet, en er zat ook geen patroon in mijn kijkgedrag. Volgens mij ben ik er de eerste keer met mijn ouders naartoe geweest. Later ben ik er met mijn zusje naartoe gegaan. Nog weer later ging ik met een meisje uit de klas, in wat een soort onhandige voorloper van een afspraakje was. Ik herinner me ten minste één partijtje van een vriendje waarbij we naar Star Wars gingen. Zoals ik het me herinner was het gewoon iets wat je om de zoveel tijd deed. Je was bij een vriendje thuis aan het spelen, of je probeerde wheelies te maken op je fiets, en als het je begon te vervelen en je had nog zakgeld over, dan ging je naar de bioscoop, waar de film sinds het einde van het voorgaande schooljaar niet meer weg was geweest. Het was gewoon een van de dingen die je deed in je vrije tijd.

    Voor sommigen, onder wie Lethem, was het tevens een opstapje naar meer kwalitatief hoogstaande cinematografische geneugten, en een eerste stap op het pad terug door de filmgeschiedenis. In zijn geval maakte Star Wars eerst plaats voor 2001: A Space Odyssey en vervolgens voor The Searchers – twee films die niet geheel toevallig worden gerekend tot de voorlopers van A New Hope. Anderen klampten zich vast aan kinderachtige dingen en vormden een Rebellenalliantie tegen het rijk der volwassenen. Het is nauwelijks toeval te noemen dat J. J. Abrams, regisseur van Star Wars: The Force Awakens, een van ons is. Hij werd twee weken voor mij elf.


    De legende van Star Wars is pas later ontstaan. In 1977 wisten we nog niets van Joseph Campbell [de Amerikaanse hoogleraar Mythologie wiens boek The Hero with a Thousand Faces – over archetypische helden – een inspiratiebron was voor George Lucas] en de overige associaties die Lucas en anderen in het leven zouden roepen. De allegorische betekenissen – de strijd tussen goed en kwaad, het mysterie van de Force – kleven ook enigszins aan het gladde oppervlak van A New Hope. De verwijzingen naar diepte 
en duisternis waren veel sterker in The Empire Strikes Back en Return of the Jedi – hoewel het natuurlijk ook kan zijn dat wij ze makkelijker oppikten omdat we weer een paar jaartjes ouder waren.

    En toen ging het leven gewoon verder, in ieder geval tot 1999, toen George Lucas terugkwam met The Phantom Menace, en de hele generatie X-nalatenschap van ambivalentie en verwarring weer opnieuw tot wasdom kwam. Wat een verschrikkelijke film! Net als Attack of the Clones. Maar dat maakte niets uit. Iedereen ging er evengoed heen, en het feit dat die films zo slecht waren verleende die eerste trilogie een zekere, wellicht niet geheel terechte glans. Zo goed waren die films nou ook weer niet geweest. 
Ook dát leek niets uit te maken. Die films – de hele kosmos, de gestalt, of wat het ook is – het bestaat 
in een universum waarin dergelijke oordelen geen geldigheid meer hebben, een universum dat zich onttrekt aan de gebruikelijke wetten der nostalgie. Star Wars is inmiddels een oude film, ouder dan de eerste Elvisplaten waren in 1977. De film is traag en 
je ziet de predigitale lassen. Het is eerder ontroerend dan subliem, een vermakelijk voortbrengsel van de populaire cultuur, vol grappige personages, tenenkrommende dialogen en hijgerig acteerwerk. Het 
is precies zoals in mijn herinnering en als ik er nu weer naar kijk, vraag ik me af wat ik er destijds in zag. Ik schrik van mijn gebrek aan loyaliteit. Maar 
ik zal altijd een believer blijven.

    Auteur: A.O. Scott
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    A.O. Scott (1966) is journalist en filmrecensent.

    The New York Times
    Verenigde Staten | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Ook wel de grijze oude dame van de journalistiek genoemd, maar nog alijd up en running.