Tag: Hongarije

  • Finse parlement maakt weg vrij voor NAVO-lidmaatschap

    Finse parlement maakt weg vrij voor NAVO-lidmaatschap

    » VN: Nicaragua pleegt misdaden tegen de menselijkheid

    » Protesten na dodelijke treinramp in Griekenland

    Het wachten is nog op goedkeuring van Hongarije en Turkije

    Een overweldigende meerderheid van het Finse parlement heeft voor het wetsvoorstel over de toetreding van Finland tot de NAVO gestemd. Er waren maar liefst 184 stemmen voor, tegenover zeven tegenstemmen en één stemonthouding. Daarmee maakt Finland nog meer kans om eerder dan Zweden lid te worden van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, schrijft The Guardian.

    De twee Scandinavische landen dienden vorig jaar samen een verzoek tot lidmaatschap in bij de NAVO, nadat ze zich jarenlang afzijdig hadden gehouden van militaire conflicten. Onder druk van de oorlog in Oekraïne veranderden ze hun neutralistische beleid. Het verzoek tot lidmaatschap moet echter de goedkeuring krijgen van alle dertig NAVO-leden, en Hongarije en Turkije moeten nog hun toestemming geven.

    Volgens Turkije zou Zweden terroristische groeperingen huisvesten

    In het geval van Finland lijkt er niets in de weg te liggen, maar voor Zweden is het nog even afwachten. Volgens Ankara zou Zweden terroristische groeperingen huisvesten. Afgelopen maandag maakte Turkije bekend dat het pas op 9 maart de onderhandelingen met de twee landen zal hervatten. Eerdere gesprekken werden geannuleerd naar aanleiding van de koranverbranding voor de Turkse ambassade in Stockholm.

    Dat het parlement voor toetreding heeft gestemd, wil niet zeggen dat Finland automatisch deel zal uitmaken van de NAVO zodra Turkije en Hongarije groen licht hebben gegeven. De Finse president moet het wetsvoorstel binnen drie maanden ondertekenen, waarmee een deadline wordt gesteld aan hoelang het land op Zweden kan wachten. De NAVO hoopt dat beide landen lid zullen zijn tegen de tijd dat de top in Vilnius wordt gehouden, die staat gepland voor 11 juli, aldus de Britse krant.

    Lees ook:

  • Hongarije spreekt veto uit over steun Oekraïne

    Hongarije spreekt veto uit over steun Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Argentijnse vicepresident Kirchner krijgt zes jaar

    » Georgia stemt over laatste Senaatszetel

    Hongarije en de EU liggen al langer in de clinch over betalingen

    EU-lidstaten zijn dinsdag gebotst met Hongarije over een geplande lening voor Oekraïne, schrijft persbureau Reuters. Als enige lidstaat sprak het land zijn veto uit over een lening ter waarde van 18 miljard euro, waarmee het door de oorlog getroffen land door de winter geholpen moest worden. Daarnaast moet het bedrag gebruikt worden voor de wederopbouw van Oekraïne.

    Hongarije ligt al langer dwars als het gaat om steun aan Oekraïne, iets wat op ergernis van andere EU-lidstaten kan rekenen. Ondanks het veto en de starre houding van Hongarije hebben EU-lidstaten gezegd door te willen zetten met hun plan Oekraïne financieel te helpen en te kijken hoe dat kan zonder steun van Hongarije.

    Op de achtergrond speelt een conflict tussen Hongarije en de EU, aangezien de regering van premier Viktor Orban enkele belangrijke Europese rechten, waaronder vrijheden voor minderheden en de LGTBI-gemeenschap, behoorlijk heeft ingeperkt. Ook de macht van rechtbanken zou zijn ingeperkt en universiteiten en pers zouden minder vrijheid hebben. De EU weigert daarom fondsen vrij te geven aan het land, dat momenteel kampt met economisch zware tijden. Hongarije noemt de maatregelen van Europa chantage om financiële middelen voor Oekraïne vrij te krijgen.

    Lees ook:

  • Hoe de meest vrome joden hun cultuur bewaken in het kloppende hart van New York

    Hoe de meest vrome joden hun cultuur bewaken in het kloppende hart van New York

    In het hart van New York woont een gemeenschap van zeker honderdvijftigduizend chassidische joden. Zij kwamen na de holocaust vanuit Hongarije naar de VS en hebben niets van hun traditionele cultuur verloren.

    De meest gemêleerde stad van Amerika is New York. Het meest gemêleerde stadsdeel van New York is Brooklyn. En de meest gemêleerde buurt van Brooklyn is Williamsburg. De welgestelde dertigers die vanuit Manhattan de wijk binnenstromen, hebben hoogstens een vaag idee dat een paar straten van hun favoriete restaurants met Michelinsterren en hun extreem geprijsde natuurwijnbars vandaan de gesloten wereld van de ultraorthodoxe chassidische joden schuilgaat.

    Ongeveer ter hoogte van South 9th Street begin ik meestal te merken dat ik in een ander universum ben terechtgekomen. De mannen dragen zwarte jassen en hoeden, hebben baarden en peies [pijpenkrullen langs de slapen] en voeren gesprekken in het Jiddisch op klaptelefoons die afkomstig lijken uit de jaren negentig. De vrouwen dragen lange rokken en pruiken. Ze duwen bijna allemaal een kinderwagen voort en lopen met een schare kinderen door de drukke straten van Brooklyn. Dikwijls ben ik de enige in de omgeving die er zichtbaar niet thuishoort. Alle levensmiddelenwinkels, bakkers en restaurants zijn strikt koosjer, de meeste hebben Jiddische opschriften. Dit alles in hartje New York, op één metrohalte afstand van Manhattan.

    In het kort

    • De meeste Hongaarse chassidische joden werden tijdens de holocaust vermoord, maar de gemeenschap herrees in New York.
    • Afgekeerd van de buitenwereld leven er honderdvijftigduizend chassidim met Hongaarse wortels in hartje Brooklyn.
    • De traditionele gemeenschap heeft de Hongaarse invloeden in haar cultuur bewaard: gevulde kool evenzeer als Hongaarse volksliederen.

    Telkens als ik een oudere man zie, stap ik op hem af en vraag ik hem iets – in het Hongaars. De meesten antwoorden, zonder enig teken van verrassing, in die charmante, weliswaar wat roestige volkstaal die je zelfs in Hongaarse dorpjes nog maar weinig hoort. Niet veel mensen weten dat een aanzienlijk deel van de chassidisch-joodse gemeenschap in Brooklyn oorspronkelijk afkomstig is uit Hongarije. Ik heb die buurt ontdekt toen ik in New York woonde. Sindsdien kom ik er regelmatig terug. Het is vooral aan mijn Hongaars-zijn te danken dat ik veel mensen in deze verder sterk naar binnen gekeerde gemeenschap heb kunnen leren kennen.

    De geschiedenis van het chassidisme in Hongarije gaat terug tot het begin van de negentiende eeuw, toen deze ultraorthodoxe stroming, gebaseerd op de joodse mystiek (kabbala), populair werd in de kleine joodse gemeenschappen in het noordoostelijke deel van het toenmalige Hongarije. In tegenstelling tot de seculiere joden in de steden waren de chassidim tegen assimilatie: ze hielden vast aan hun oude gewoontes en vormden grote dynastieke gemeenschappen onder de strenge leiding van een charismatische leider (rebbe of tsaddik). 

    GettyImages 1213711102
    een chassidische familie in de wijk Williamsburg in Brooklyn (New York), gekleed voor de populaire joodse feestdag Poerim: de bevrijding van de Joden van een naderend onheil in het oude Perzië, zoals verteld in het bijbelboek Esther. – © Andrew Lichtenstein/Corbis via Getty Images

    In 1944-’45 werd bijna de totale joodse bevolking van Hongarije uitgeroeid, met uitzondering van een deel van de joden in Boedapest. De meesten werden vermoord en het handjevol chassidische holocaust-overlevenden emigreerde naar Israël en naar de Verenigde Staten.

    Grote dynastie

    Vandaag de dag wonen honderdvijftigduizend chassidische joden van Hongaarse afkomst in de wijken Williamsburg en Borough Park in Brooklyn. De grootste dynastie draagt de naam Satmar, afkomstig van de voormalige Hongaarse stad Szatmárnémeti, nu Satu Mare in Roemenië, waar de legendarische rabbijn Joël Teitelbaum voor de oorlog een grote gemeente had opgebouwd. Teitelbaum was een van de weinigen die aan de deportatie wist te ontkomen doordat hij mee mocht met de Kastner-trein [vernoemd naar de Hongaars-joodse advocaat Rudolf Kastner, die tijdens de holocaust joden uit bezet Europa smokkelde]. 

    In 1946 verhuisde hij naar New York, waar hij met enorme inspanning zijn gemeenschap nieuw leven inblies. Naast Satmar zijn er ook belangrijke andere chassidische dynastieën in Brooklyn die vernoemd zijn naar (voormalige) Hongaarse plaatsen, zoals Munkatch (Munkács, nu Mukatjsevo, Oekraïne), Popa (Pápa), Klausenburg (Kolozsvár, nu Cluj, in Roemenië), en er zijn ook kleinere gemeenschappen, zoals Kaliv (Nagykálló), Kerestir (Bodrogkeresztúr) en Liska (Olaszliszka).

    ‘Sommige van deze plaatsen zijn na de Eerste Wereldoorlog buiten de landgrenzen van Hongarije terechtgekomen, maar de joden daar hebben zichzelf altijd als Hongaars beschouwd,’ zegt Yosef Rapaport, een gerespecteerde chassidische leider in Borough Park. ‘Mijn moeder komt uit Mihályfalva (Roemeens: Boarta), mijn vader uit Halmi (Halmeu). Beide plaatsen hoorden toen al bij Roemenië, maar thuis spraken ze Hongaars. De meeste orthodoxe joden in Brooklyn spreken tot de dag van vandaag Jiddisch met een Hongaars accent.’

    Al zijn de Hongaren in aantal het grootst, er bestaan ook Poolse, Russische en Oekraïense chassidische gemeenschappen in Brooklyn. Voor een buitenstaander lijken die allemaal op elkaar, maar er zijn veel kleine verschillen. ‘De Hongaren staan bekend om hun gastvrijheid. In een Hongaars chassidisch huishouden staat altijd vers bereid eten klaar, en in de Hongaarse synagogen is er gratis koffie in overvloed’, vertelt Alexander Rapaport, de zoon van Yosef, die de oprichter is van Masbia, een joodse organisatie voor voedselverdeling. ‘Hongaarse vrouwen kleden zich eleganter; ingehouden en overeenkomstig de chassidische regels, maar je kunt toch zien dat ze Hongaars zijn.’ 

    Restaurant Gottlieb’s

    In tegenstelling tot in Williamsburg hebben in Borough Park niet alle chassidische joden Hongaarse wortels, maar onder de meer dan driehonderd kleine synagoges van de buurt heb ik wel gebedshuizen ontdekt met de naam van de Hongaarse plaatsen Sopron, Debrecen en Mád. De hoofdstraat van de wijk, 13th Avenue, heeft de naam van Raoul Wallenberg aangenomen om de Zweedse diplomaat te eren die in de Tweede Wereldoorlog tijdens zijn uitzending naar Boedapest het leven van duizenden Hongaarse joden redde. Veel van de overlevenden kwamen uiteindelijk hier terecht.

    In Williamsburg ga ik meestal eerst naar familie-restaurant Gottlieb’s. Het is een druk koosjer eethuisje vol met in het zwart geklede joodse mannen met een hoed op. Het restaurant wordt geleid door Menashe Gottlieb, een ingehouden Satmarer van middelbare leeftijd met blonde peies. Menashes grootvader, Zoltán Gottlieb uit het Hongaarse Kisvárda, die na de Hongaarse opstand van 1956 naar de VS was gevlucht, richtte het restaurant op in 1962, omdat hij de smaken van thuis miste. Sinds de opening is er niet veel veranderd. De neonopschriften en de inrichting zijn origineel, en goulash, gevulde kool, pasta met kool (káposztás tészta), aardappelknoedels (nudli, ook bekend als sjlisjkes) en ‘paprika-aardappelen’ (paprikás krumpli) vormen nog steeds het aanbod, al worden er tegenwoordig ook koosjere Chinese gerechten geserveerd om te voldoen aan de vraag van de gasten.

    Nu steeds meer oude mensen zijn over-leden, wordt er minder Hongaars gesproken in de straten van Brooklyn. ‘Vroeger werden er bij de kiosken Hongaarse kranten verkocht,’ vertelt Nathaniel Deutsch, hoogleraar aan de Universiteit van Californië, die een boek heeft geschreven over de geschiedenis van Williamsburg. De kinderen van de geëmigreerde Sat-marers spreken geen Hongaars meer, laat staan hun kleinkinderen, zoals Menashe. ‘Mijn generatie kent slechts enkele woorden,’ zegt hij.

    GettyImages 1279531577
    Met gebedskleed in de joods-orthodoxe buurt Borough Park in het stadsdeel Brooklyn in New York. – © Kena Betancur/VIEWpress via GettyImages

    Verschillende gasten komen om ons heen staan als ze horen waar we het over hebben. ‘Toen ik klein was, gingen mijn ouders op Hongaars over als ze niet wilden dat ik begreep wat ze zeiden,’ vertelt een jonge man. Dat het Hongaars als een soort geheimtaal van de volwassenen wordt gebruikt, heb ik gehoord van veel mensen.

    Toch heeft ook de jonge generatie niet alle binding met het land van herkomst verloren. Iedereen kent bijvoorbeeld Hongaarse volklsiederen, waarvan Szól a akakas már het beroemdst is. ‘Dit is veel meer dan zomaar een liedje. Het is het nationale volkslied van de Hongaarse chassidische joden, een uiting van een emotioneel beladen verlangen naar Jeruzalem,’ zegt Yosef Rapaport. De oorsprong van het lied kan worden teruggeleid naar rebbe Izsák Eizik Taub uit Nagykálló, die in de negentiende eeuw het Hongaarse volksliedje aanvulde met een aantal Hebreeuwse regels over het Beloofde Land. Ik heb zelf gezien hoe mensen het met veel bezieling zongen.

    Na de sjabbat

    ‘Kom maar terug op zondag, na de sjabbat zijn de gerechten vers gemaakt, en dan hebben ze de meeste keus,’ tipte een van de gasten me. Ik volg zijn advies op. Vroeg op de avond is er geen vrije tafel meer, er zit een gemengd publiek van stamgasten: chassidische joden van verschillende dynastieën, gewone orthodoxen en ook niet-religieuze joden. ‘Sommige mensen komen van ver, want ze missen het eten van hun grootmoeder,’ vertelt Menashe. David Rabinowicz, een luidruchtige klant van rond de zestig, hoort dat ik uit Hongarije kom en begint een lang verhaal over zijn voorouders die hij kan terugvoeren op de opperrabbijn van Sátoraljaújhely. Vervolgens draagt hij me op een mooie joods-Hongaarse vrouw voor hem te vinden. 

    Hongaarse chassidische vrouwen gaan er prat op dat ze elke avond vijf gangen op tafel zetten

    De gevulde kool wordt gemaakt met rundergehakt, zonder zure room, om te voldoen aan de joodse spijswetten (kasjroet) die het combineren van etenswaren met melk en met vlees verbiedt, evenals uiteraard het eten van varkensvlees. Het is wat zoeter dan wat ik in Hongarije gewend ben, maar erg lekker. Hongaars eten is natuurlijk niet alleen bij Gottlieb’s te krijgen. De meeste bakkers in de buurt verkopen bijvoorbeeld túrós batyu, een met verse kaas gevuld zoet broodje, en kakaós csiga, een opgerold cacaobroodje. De lekkerste lecsó (groenteprutje van uien, tomaat en paprika), paprikás (goulash met room), rakott krumpli (ovengerecht met aardappels, ei en worst), gehaktballen, aranygaluska (zoetigheid van gistdeeg en walnoten) en flensjes worden thuis gemaakt. ‘Hongaarse chassidische vrouwen gaan er prat op dat ze elke avond een vijfgangenmaaltijd op tafel zetten,’ zegt Alexander Rapaport, ‘daarom gaan veel mensen niet naar restaurants. En als ze dat wel doen, eten ze liever iets anders, koosjer Chinees of Japans.’

    De Hongaarse invloeden gaan verder dan taal en gastronomie. ‘Er zijn verschillende chassidische religieuze gebruiken die hun wortels hebben in Hongarije,’ vertelt Yosef. In de negentiende eeuw trokken veel chassidische joden uit Galicië naar Hongarije in de hoop op een beter leven, en ze werden sterk beïnvloed door de omstandigheden daar. Op dat moment waren in Hongarije de hervormingsgezinde zogeheten neologen in een strijd gewikkeld met hun behoudende geloofsgenoten, wat later inderdaad tot een schisma leidde. ‘De Hongaarse orthodoxen wezen elk streven naar hervormingen af,’ zegt Yosef. Dat beviel de chassidim heel goed, en ook nu nog gelden bij de Hongaarse chassidische groepen de strengste regels in Brooklyn.

    Voor hen bestaat de zin van het leven uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora

    Het chassidisme is veel meer dan een religie, het is ook een levenswijze. De regels hebben betrekking op de kleinste details van het leven, vooral bij de Satmarers. Voor hen bestaat de zin van het leven uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora en het stichten van grote gezinnen. De buitenwereld geldt voor hen als moreel verdorven, vol storende factoren en seksuele verleiding. Om die te vermijden worden jongens en meisjes van kleins af aan van elkaar gescheiden. Vrouwen mogen zich niet kleden op een manier die seksuele verlangens zou kunnen opwekken. Na hun huwelijk scheren vrouwen hun hoofd kaal en dragen ze een hoofddoek of een pruik. 

    GettyImages 1276701302
    Kinderen spelen tijdens de pandemie zonder mondkapje in hun wijk, terwijl de stad maatregelen opgelegd heeft gekregen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. – © Alexi Rosenfeld/Getty Images

    Televisie is verboden, de meeste huishoudens hebben geen internet. Smartphones mogen alleen die mensen gebruiken die ze nodig hebben voor hun werk, en ze moeten er censuursoftware op hebben die verboden zaken zoals porno blokkeert. Zelforganiserende kringen en zogenaamde modesty committees controleren of iedereen zich aan de regels houdt. De leden van deze commissies struinen door de conservatieve buurten en disciplineren bijvoorbeeld vrouwen die zich opvallend kleden en controleren of mannen een bewijs bij zich hebben dat er een filter op hun telefoon is geïnstalleerd. Volgens de algemene opvatting voert de commissie de wil van de rebbe uit.

    De jongens gaan naar een religieuze school (jesjiva), waar ze hun dagen doorbrengen met de interpretatie van de Talmoed, het wetboek van de joodse godsdienst en ethiek. Ze hebben weinig seculiere vakken, zo leren ze helemaal geen geschiedenis en nauwelijks wiskunde. Daardoor hebben scholieren geen idee wat er buiten hun besloten gemeenschap gebeurt. Ze hebben zo weinig contact met de buitenwereld dat velen van hen slecht Engels spreken, ook al wonen ze in de Verenigde Staten (op school en thuis is de voertaal Jiddisch).

    Huishoudster

    De meisjes worden opgeleid tot huishoudster, niet tot Tora-deskundige, dus zij zijn praktischer en spreken ook beter Engels. Dat komt bij pasgehuwden soms goed uit. ‘Toen ik op mijn twintigste aan het werk ging in het restaurant en facturen moest schrijven en e-mails moest beantwoorden, leerde mijn vrouw me de basis van de Engelse grammatica. Ik kon nog niet eens one, two, three goed opschrijven,’ vertelt Menashe.

    Op hun achttiende, als ze klaar zijn met de jesjiva, trouwen de mannen. Het is de taak van de ouders om een partner te vinden voor hun kinderen. Het beoogde paar ontmoet elkaar hoogstens een of twee keer persoonlijk (terwijl de ouders in een belendende kamer wachten), voordat ze beslissen of er sprake is van wederzijdse sympathie. Zo ja, dan kunnen de voorbereidingen voor de bruiloft beginnen.

    In het begin werkt de vrouw en ze ondersteunt haar man financieel, terwijl hij nog een paar jaar een Tora-opleiding voor volwassenen volgt. Na de geboorte van het eerste of het tweede kind doen de vrouwen meestal fulltime het huishouden en gaan de mannen werken. Een gemiddeld chassidisch gezin heeft zes tot acht kinderen: dat is de reden dat de gemeenschap, die in de holocaust bijna helemaal uitgeroeid is, weer zo groot is geworden. De 44-jarige Menashe heeft bijvoorbeeld negen kinderen en drie kleinkinderen. Meer dan de helft van de joodse kinderen in New York is tegenwoordig afkomstig uit een chassidisch gezin.

    De gemeenschap doet haar best om de buitenwereld bij zich vandaan te houden

    De chassidische wijk van Williamsburg doet me nog het meest denken aan een groot dorp. De gemeenschap doet haar best om de buitenwereld bij zich vandaan te houden. Woningadvertenties verschijnen uitsluitend op chassidische fora, dus buitenstaanders krijgen ze niet te zien. Maar daar zouden ze ook niet veel aan hebben, want de advertenties zijn in het Jiddisch opgesteld. De meeste bedrijven willen zich hier helemaal niet vestigen (producten van Starbucks of McDonald’s zijn voor de bewoners verboden). Aan weerszijden van de twee hoofdstraten van de wijk, Lee Avenue en Bedford Avenue, bevinden zich koosjere bakkers, winkeltjes met religieuze accessoires, pruikenmakers en interieurwinkels. Als ik het niet wist, zou ik niet bedenken dat ik in Amerika ben.

    Tenminste één keer per jaar bezoekt elke chassied de rebbe. Vergeleken met een rabbijn – de leider van een niet-chassidische joodse gemeenschap – heeft een rebbe meestal veel meer macht en invloed. ‘Je moet hem zien zoals de paus bij de katholieken,’ zegt Menashe. Sommigen vragen hem om advies, anderen willen zijn zegen voor Jom Kipoer – Grote Verzoendag, de belangrijkste joodse feestdag – of voor de geboorte van een kind. In alledaagse religieuze kwesties, bijvoorbeeld wat te doen als tijdens het klaarmaken van vlees het mes in contact is gekomen met een melkproduct, wordt de plaatselijke Talmoed-deskundige om raad gevraagd. De Satmarers hebben op dit moment twee rebbes, Aaron en Zalman Teitelbaum, nadat de dynastie in de strijd om de opvolging na de dood van hun vader in 2006 in tweeën is gescheurd.

    Het is echter niet zo dat chassidische mannen de hele dag in de synagoge zitten te bidden. ‘Joel Teitelbaum heeft zijn volgelingen nadrukkelijk opgedragen om werk te zoeken,’ zegt professor Deutsch. Aangezien ze geen seculiere opleiding hebben, vinden ze meestal een betrekking binnen de gemeenschap. Sommigen worden koosjer-opzichter of leraar in de jesjiva, maar de grootste werkgever is de woonsector. Er zijn veel projectontwikkelaars, hypotheekverstrekkers en bouwopzichters onder hen, maar loodgieter, elektricien en vrachtwagenchauffeur zijn ook veelvoorkomende beroepen. Vroeger bood het Diamond District van Manhattan emplooi aan een groot aantal chassidim, maar de diamantindustrie is al decennialang in verval. Voor degenen die in Manhattan werken is er een directe busverbinding, zodat de mannen niet worden blootgesteld aan de aanblik van ‘uitdagend’ geklede vrouwen in de New Yorkse metro.

    Op een vrijdagavond sluit ik me aan bij de sjabbat-ceremonie van de Satmarers. De dienst wordt gehouden in de Biksad-synagoge, die zijn naam dankt aan de plaats Bikszád, nu het Roemeense Bixad. De eenvoudig ingerichte zaal zit stampvol met elegant geklede chassidische mannen van alle leeftijden, die met grote inleving heen en weer bewegend bidden en van tijd tot tijd in zingen uitbarsten. De getrouwde mannen dragen enorme ronde bonthoeden (sjtreimel).

    Wantrouwen

    In mijn normale kleren, met een geleend keppeltje op mijn hoofd en met mijn gladgeschoren gezicht moet ik een rare aanblik bieden, want de leden van de gemeente kijken me allemaal wantrouwig aan. Gelukkig arriveert Menashe, een beetje verlaat, en stelt iedereen gerust dat ik een kennis van hem ben uit Hongarije. Na de ceremonie verzamelt zich een kleine menigte om me heen en de mensen vragen me uit, onder meer over de koosjere restaurants van Boedapest (waarvan er overigens niet veel zijn).

    Als Hongaar ben ik nergens zo enthousiast ontvangen als bij de joden van Williamsburg. Soms neem ik Amerikaanse kennissen mee naar die buurt en dan blijkt dat hun die speciale behandeling niet toekomt. Vanuit het standpunt van de chassidim is dat te begrijpen. Een beetje gechargeerd: in mij zien ze een vertegenwoordiger van hun land van herkomst, dat als bron van hun tradities geldt, en in een gewone Amerikaan een indringer uit de kwaadaardige buitenwereld.

    De koosjere restaurants van Boedapest kennen ze omdat ze bijna allemaal in Hongarije zijn geweest om het graf van hun voorouders of de wonderrebbes te bezoeken. ‘In Hongaarse dorpjes waren er ook beroemde jesjiva’s of rabbijnen die wetenschappelijk werk deden. Die plaatsen betekenen veel meer voor ons dan mensen in Hongarije zich kunnen voorstellen. Wij leven in een parallelle werkelijkheid,’ zegt Yosef glimlachend.

    Elk voorjaar reizen tienduizenden chassidim uit Brooklyn voor een paar dagen naar Bodrogkeresztúr. Ze maken de pelgrimstocht naar deze kleine plaats in de wijnstreek Tokaj om de legendarische Jesjaja Steiner eer te bewijzen bij zijn graf en er wenslijstjes achter te laten. Hij was een wonderrebbe die een vroom leven leidde. Hij verzorgde de zieken en de armen, zonder verschil te maken tussen joden en niet-joden. ‘Zelfs de gojim (niet-joden) kwamen hem om een zegen vragen,’ zegt Yosef. Als ik vraag waarom de volgelingen van andere dynastieën naar het graf van de rebbe in Bodrogkeresztúr gaan, antwoordt Yosef dat Jesjaja Steiner boven alle richtingen stond.

    GettyImages 672359952
    Voor een joodse boekwinkel in Brooklyn, New York. – © Alexi Rosenfeld/Getty Images

    Een neef van Yosef, Dov Berish Weber, is een gepassioneerd onderzoeker van chassidische genealogie. Hij beschouwt het als zijn missie om een database samen te stellen van de grafstenen op de duizenden verlaten joodse begraafplaatsen in Hongarije, inclusief de gebieden die voor de Eerste Wereldoorlog bij Hongarije hoorden. De geïdentificeerde grafstenen worden door een non-profitorganisatie gerenoveerd, in samenwerking met de Hongaarse autoriteiten. De herstelwerkzaamheden betreffen meestal de hele begraafplaats. In de laatste jaren zijn dankzij hen de joodse begraafplaatsen van Makó, Kisvárda en Tokaj gerestaureerd, waarmee belangrijke cultuurschatten zijn gered.

    Na de sjabbatdienst gaat Menashe op vrijdagavond naar huis voor een feestelijk avondmaal met zijn gezin. Ze zingen, drinken wijn en eten traditionele Oost-Europese joodse gerechten, bijvoorbeeld barches (gevlochten brood), gefilte fisj, matzeballensoep en appelcompote. De eetgewoonten van de chassidim worden steeds meer beïnvloed door die van de Sefardische joden (joden die tot 1492 op het Iberisch Schiereiland woonden en zich daarna verspreidden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten), dus steeds vaker verschijnen hummus, auberginecrème en andere gerechten uit het Midden-Oosten op hun menu. Op zaterdagochtend zit Menashe tweeënhalf uur in de synagoge te bidden. Als hij thuiskomt, staat de tafel al volgeladen: gekookte zalm of kabeljauw, eieren met uien en gehakte lever en het traditionele gerecht voor de sjabbat: sólet (cholent).

    Op de sjabbat is het verplicht om warm te eten, maar het is verboden vuur te ontsteken en te koken, dus zetten de vrouwen de pot met sólet al op vrijdag in de oven, zodat het precies gaar is voor het middagmaal op zaterdag. 

    Over de regels die het werken op de sjabbat verbieden zijn veel clichés bekend, en het klopt dat de chassidim op de rustdag zelfs geen lamp aandoen (meestal is er een tijdsklok in hun woning geïnstalleerd). De precieze naleving van de regels kan evenwel tot serieuze discussies leiden. In Borough Park wordt bijvoorbeeld door een draad die om elektriciteitspalen wordt gespannen (eroev) het gebied afgebakend waar het op zaterdag is toegestaan om een kinderwagen voort te duwen en een gebedenboek te dragen. Dit maakt het leven makkelijker voor velen, in de eerste plaats voor vrouwen. De hardliners van Satmar zien hierin echter een ontheiliging van de sjabbat. 

    Ook het bestaan van de staat Israël verdeelt de chassidische gemeenschap sterk. De Satmarers en andere Hongaarse groepen veroordelen het zionisme ten scherpste, want in hun opvatting kan Israël pas na de komst van de Messias worden hersteld. Zolang blijven zij liever in ‘ballingschap’ in de Verenigde staten. De uit Rusland afkomstige en eveneens zeer invloedrijke Chabad-Lubavitch-dynastie staat veel welwillender tegenover Israël. Veel volgelingen menen ook dat de Messias al is gekomen, in de persoon van hun in 1994 overleden rebbe.

    De twee groepen staan niet op goede voet met elkaar. Volgens de Satmarers probeert de Chabad-dynastie, die bekendstaat om haar wervingspraktijken, regelmatig leden van hun gemeenschap naar zich toe te lokken. (In Hongarije is het werk van Slomó Köves en zijn organisatie EMIH (Verenigde Hongaarse Joodse Congregatie) gelieerd aan de chassidische Chabad-beweging, die na de omwenteling in Hongarije is verschenen.)

    GettyImages 1391644190
    Het chassidisme is veel meer dan een religie, het is ook een levenswijze. De zin van het leven bestaat uit het onophoudelijk bestuderen van de Tora. – © Spencer Platt/Getty Images

    De laatste tijd waren er verschillende films die de besloten wereld van de chassidische joden proberen te ontsluiten, waarvan de Netflix-miniserie Unorthodox de bekendste is. In de meer kritische films is te zien dat vrouwen in de gemeenschap op een vernederende manier worden behandeld: zij zijn ertoe veroordeeld om kaalgeschoren, in totale isolatie en in potsierlijke, ouderwetse kleren hun leven te wijden aan het opvoeden van hun kinderen. Ik heb ook geen chassidische vrouwen kunnen interviewen, want ze spreken met geen andere man dan hun eigen echtgenoot. Als ik toch eens enkele woorden kan wisselen met Menashes vrouw in het restaurant, stel ik haar vooral vragen over de situatie van vrouwen. Meestal antwoordt ze dat een huwelijk anders niet werkt, zoals je ook kunt zien aan het grote aantal scheidingen in de buitenwereld.

    De politieke invloed van de rebbes is zeer groot

    Behalve de onderdrukking van vrouwen is ook de politieke kracht van de chassidim een punt van kritiek. Aangezien de leden van de gemeenschap in de regel de aanwijzingen van de rebbe volgen, en dus ook dienovereenkomstig als eenheid hun stem uitbrengen, is de politieke invloed van de rebbes zeer groot. Senatoren, gouverneurs en lokale leiders in New York maken hun opwachting bij de Satmarer en andere rebbes om hun steun te krijgen. In ruil daarvoor geven ze grote hoeveelheden geld en doen ze allerlei concessies. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de chassidim eigen rechtbanken, politie en ambulancediensten hebben en dat de meest fundamentele wetten met betrekking tot seculier onderwijs niet gelden voor de jesjiva’s.

    Vergevingsgezind

    Mijn niet-religieuze joodse kennissen in New York vinden het gedrag van de chassidim gênant en ze lopen in een grote boog om hen heen. Als ik in Williamsburg ben, probeer ik niet te oordelen. Misschien ben ik ook wat vergevingsgezinder omdat het me ontroert dat die mensen aan de andere kant van de wereld nog Hongaars spreken of er trots op zijn ‘Hongaarse chassidim’ te zijn, terwijl ze juist door Hongarije hun geboortegrond moesten verlaten en een groot deel van hun familie hebben verloren.

    Het doet me denken aan dorpen in het oosten van Hongarije, waar voor de holocaust de orthodoxe joden de motor van de economie waren. Tokaj komt in me op, de wijnstreek die tot op de dag van vandaag niet hersteld is van het verlies van de joodse wijnhandelaren die de aszú, een sterke dessertwijn, exporteerden naar heel Europa en de VS. En de vele kleine dorpjes, gekenmerkt door diepe armoede, waar het percentage joden vroeger in de dubbele cijfers lag, maar waar nu alleen nog de begraafplaatsen buiten het dorp aan hen herinneren.

  • Orbán eist opheffing Russische sancties voor eind 2022

    Orbán eist opheffing Russische sancties voor eind 2022

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » IJsland: vier mannen gearresteerd voor extreemrechts complot

    » Kinderen vanaf negen jaar ziek door werk in plasticrecycling in Turkije

    Orbán noemt sancties ‘oorzaak van economische problemen’

    Viktor Orbán eist dat de EU-sancties tegen Rusland uiterlijk eind dit jaar worden opgeheven. De Hongaarse premier heeft de sancties tot nu toe slechts schoorvoetend gesteund. ‘Nu neemt hij opnieuw duidelijk stelling tegen Brussel, en zijn motivatie is transparant’, schrijft Der Spiegel. De strafmaatregelen tegen Moskou na de aanval op Oekraïne zijn ’door de Brusselse bureaucraten aan de Europeanen opgedrongen’, aldus de rechtspopulist, volgens het regeringsgezinde dagblad Magyar Nemzet.

    Orbán sprak woensdagavond op een bijeenkomst van de regerende Fidesz-partij in de badplaats Balatonalmadi aan het Balatonmeer. ’De sancties veroorzaken economische problemen, de energiecrisis en inflatie,’ vervolgde hij zijn toespraak.

    Lees ook:

  • Europees Parlement bestempelt Hongarije als ‘geen democratie meer’

    Europees Parlement bestempelt Hongarije als ‘geen democratie meer’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De wereldeconomie stevent af op recessie in 2023

    » Perseverance vindt mogelijk organisch materiaal op Mars

    Hongarije is een ‘electorale autocratie’, concludeert EU-rapport

    Hongarije kan niet langer als een democratie worden beschouwd en de Europese waarden in het land worden systematisch bedreigd, aldus het Europees Parlement in een donderdag aangenomen verslag, bericht Politico. Momenteel, concludeert het rapport, is Hongarije een ’electorale autocratie’ geworden.

    De actie van het Parlement zal waarschijnlijk niet leiden tot specifieke straffen

    De motie – die werd aangenomen met 433 stemmen voor, 123 tegen en 28 onthoudingen – ‘is de zoveelste symbolische berisping van de EU-instellingen aan het adres van Hongarije, dat al jaren te kampen heeft met verwijten over de rechtsstaat’, schrijft de website. Maar de actie van het Parlement zal waarschijnlijk niet leiden tot specifieke straffen.

    In hun verslag noemen de parlementsleden een reeks punten van zorg – van het functioneren van het kiesstelsel van het land tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Ze uiten ook hun bezorgdheid over de academische en religieuze vrijheid en de rechten van kwetsbare bevolkingsgroepen, aldus Politico.

    Lees ook:

  • Hongarije kondigt noodtoestand af vanwege de oorlog in Oekraïne

    Hongarije kondigt noodtoestand af vanwege de oorlog in Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Asielzoekers op luchthaven Marseille in mensonterende omstandigheden opgevangen

    » VS: Opnieuw massale schietpartij op basisschool, dodenaantal loopt op tot 21

    Noodtoestand geeft Orbán extra bevoegdheden

    De Hongaarse premier Viktor Orbán heeft dinsdag een tweede noodtoestand afgekondigd, ditmaal om de gevolgen van het Russische offensief in Oekraïne op te vangen. Het besluit wordt genomen terwijl de eerste noodtoestand, die verband hield met coronapandemie, volgende week afloopt. ‘De wereld staat aan de vooravond van een economische crisis. Hongarije moet zich buiten deze oorlog houden en de financiële zekerheid van gezinnen beschermen’, schreef de regeringsleider op Facebook.

    Dit besluit zal ‘de nationalistische regering in staat stellen speciale maatregelen te nemen zonder dat het parlement geraadpleegd hoeft te worden’, aldus Daily Mail. De eerste besluiten op grond van het nieuwe rechtskader zullen woensdag worden bekendgemaakt, zei Orbán. TASZ, een Hongaarse organisatie die opkomt voor burgerlijke vrijheden, heeft dinsdag de ‘permanent geworden noodtoestand’ aan de kaak gesteld. Deze biedt Viktor Orbán ‘meer manoeuvreerruimte dan gewoonlijk’, waardoor hij ‘ieders grondrechten kan beperken of eenvoudigweg kan opschorten’, aldus TASZ, dat de marginalisering van het parlement in Hongarije betreurt.

    Lees ook:

  • Hongaarse columnist: ‘Viktor Orbán leidt al twaalf jaar een idiocratie in Hongarije’

    Hongaarse columnist: ‘Viktor Orbán leidt al twaalf jaar een idiocratie in Hongarije’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: Vrijlating van Fujimori wordt uitgesteld

    » Megaovername door conglomeraat van investeerder Waren Buffet

    Stevige kritiek in aanloop naar verkiezingen

    In een bijtende column in weekblad HVG, bijgenaamd de Hongaarse The Economist, heeft vaste columnist Árpád W. Tóta harde kritiek geleverd op de regering van premier Viktor Orbán in de aanloop naar de verkiezingen van zondag. Volgens Tóta leidt Fidesz, de partij die Hongarije sinds 2010 bestuurt, een ‘idiocratie’, oftewel een regering van idioten, bestaande uit personen die angst en frustratie uitbuiten om aan de macht te blijven.

    Tóta noemt het een regime waarin nationaliteit, huidskleur en heteroseksualiteit belangrijker zijn dan ‘vindingrijkheid en creativiteit’, wat gezien wordt als ‘verdachte artefacten van de liberale draaimolen’. ‘Hoe dan ook’, voegt hij er in zijn column aan toe: ‘Het Hongaarse rechtse publiek heeft absoluut geen zin om zich bezig te houden met dingen die het niet begrijpt.’

    Lees ook:

  • Bulgaarse europarlementariër brengt Hitlergroet in Europees Parlement

    Bulgaarse europarlementariër brengt Hitlergroet in Europees Parlement

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Gokker in Las Vegas wint jackpot zonder het te weten door storing

    » Brazilië: minstens 94 doden bij overstromingen in Petrópolis

    Eurosceptische parlementariër maakt fascistische groet

    Na woensdag gesproken te hebben in een debat in het Europees Parlement over de rechtsstaat in Polen en Hongarije, stak de Bulgaarse europarlementariër Angel Dzhambazki van de eurosceptische ECR-fractie een paar seconden zijn rechterarm voor zich uit alvorens weg te lopen, meldt Deutsche Welle.

    ‘We zullen nooit toestaan dat u ons vertelt wat te zeggen en wat te doen. Leve Bulgarije, Hongarije, Orbán, Fidesz en het Europa van de natiestaten’, had de politicus eerder gezegd achter het katheder in de vergaderzaal. Ook noemde hij op Twitter het besluit van het Hof van Justitie van de EU van woensdag een ‘gruwel’. Het Hof bekrachtigde een door Polen en Hongarije aangevochten mechanisme op grond waarvan Europese middelen kunnen worden ontnomen aan een land waar schendingen van de rechtsstaat worden vastgesteld.

    De vicevoorzitter van het Europees Parlement, Pina Picierno van Italië, die op dat moment het debat leidde, zei dat het Parlement met behulp van camera’s zou nagaan ‘of er al dan niet sprake was van een fascistische groet’ en dat, indien dit het geval was, er sancties zouden worden genomen.

    Lees ook:

  • Polen en Hongarije kochten Pegasus-spyware kort na bezoek Netanyahu

    Polen en Hongarije kochten Pegasus-spyware kort na bezoek Netanyahu

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    » Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Spyware is gebruikt om oppositieleden te bespioneren

    Volgens de toonaangevende Poolse krant Gazeta Wyborcza heeft Polen Pegasus-spyware gekocht van het Israëlische bedrijf NSO, kort nadat de Poolse premier Mateusz Morawiecki en premier Orbán van Hongarije een ontmoeting hadden met de toenmalige Israëlische premier Benjamin Netanyahu in 2017. Met de spyware werden vervolgens prominente oppositieleden afgeluisterd in aanloop naar de Poolse parlementsverkiezingen.

    De afluisterpraktijken betroffen onder meer een advocaat die leden van de Poolse oppositie vertegenwoordigde, een Poolse openbare aanklager die de pogingen aanvocht van de populistische rechtse regering om de rechterlijke macht te zuiveren, en de Poolse senator Krzysztof Brejza, schrijft het Israëlische dagblad Haaretz. De mobiele telefoon van Brejza werd circa drieëndertig keer gehackt met de geavanceerde Pegasus-spyware op het moment dat hij de campagne leidde van de oppositie tegen de regerende PiS-partij. Sms-berichten die van Brejza’s telefoon waren gestolen, werden gebruikt in een lastercampagne die breed werd uitgemeten op door de staat gecontroleerde tv-zenders in de periode voor de verkiezingen, die de zittende PiS-partij nipt won.

    Lees ook:

  • Hongarije: Oppositie kiest conservatief om Orbán van de troon te stoten

    Hongarije: Oppositie kiest conservatief om Orbán van de troon te stoten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Berichtenapp Telegram is flink gegroeid door Facebook-storing

    » Peru vervangt premier en gaat gematigdere koers varen

    Peter Marki-Zay mag in 2022 als leider van de oppositie Orbán uitdagen

    Outsider Peter Marki-Zay won zondag de voorverkiezing van de Hongaarse oppositie, een verkiezing in twee ronden waarvoor bijna 10 procent van het electoraat werd gemobiliseerd. De conservatieve kandidaat won met ongeveer 58 procent van de stemmen, volgens de commissie voor de voorverkiezingen.

    Marki-Zay wil anti-Orbán-kiezers van alle rangen en standen verenigen‘

    Peter Marki-Zay, 49 jaar, wil een ‘een regering van deskundigen en een fatsoenlijk beleid’ en ‘anti-Orbán-kiezers van alle rangen en standen verenigen’, aldus Le Soir. Zijn concurrente, de pro-Europese centrum-linkse advocate Klara Dobrev, die 42 procent van de stemmen haalde, gaf haar nederlaag toe en verklaarde voortaan Marki-Zay te steunen. Als hij erin slaagt Viktor Orbán bij de parlementsverkiezingen van volgend voorjaar te onttronen, ‘zou de val van de “onliberale” leider, na twaalf jaar waarin de rechtstaat geleidelijk werd ontmanteld, een enorme politieke klap in zijn gezicht zijn’, concludeert Le Soir.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/hongaarse-hooligans-zingen-vals/
  • Voetbal, racisme en homohaat. De banden van Hongaarse hooligans met extreemrechts

    Voetbal, racisme en homohaat. De banden van Hongaarse hooligans met extreemrechts

    Orbán en veel van zijn collega’s vertonen zich in de media graag met tienduizenden brullende Hongaren op de achtergrond. De teksten die worden gebruld liegen er niet om, hoewel supporters zelf zeggen dat ze weliswaar fanatiek zijn, maar geen racisten.

    Uit het archief

    Onlangs boekte de Hongaarse premier Viktor Orbán een grote zege bij de verkiezingen en haalde hij opnieuw een tweederdemeerderheid in het parlement. Zijn antiliberale beleid en retoriek lijken weinig veranderd. Dit onderzoeksartikel van Bellingcat laat het duistere gedachtegoed van het extreemste deel van Orbáns achterban zien.

    Vóór de WK-kwalificatiewedstrijd op 2 september in Boedapest tegen Engeland zei de Hongaarse bondscoach dat hij achter de Engelse spelers stond die van plan waren om voor de aftrap te knielen als protest tegen racisme.

    Toen hem werd gevraagd wat hij vond van eventuele racistische reacties van Hongaarse fans, zei bondscoach Marco Rossi: ‘Ik hoop erg dat die uitblijven, maar mochten ze er toch zijn, dan staan we helemaal aan hun kant, de kant van de Engelse spelers, bedoel ik.’

    Een groot deel van de Hongaarse fans trok zich weinig van zijn woorden aan. Zodra de Engelse spelers voor de aftrap knielden, werden zij door Hongaarse fans onthaald op luid boegeroep. En toen Raheem Sterling de score opende voor de Engelsen werd hij bekogeld vanuit het vak van de Karpatische Brigade, een groep hardcoresupporters van het Hongaarse nationale elftal. Na de wedstrijd – die Engeland met 4-0 won – werd duidelijk dat een aantal van hen racistische apengeluiden richting zwarte Engelse spelers had gemaakt.

    Ook de Engelse supporters maken zich geregeld schuldig aan zulk racistisch gedrag, bijvoorbeeld in juli 2021. Nadat hun team de WK-finale na strafschoppen van Italië had verloren, werden de Engelse spelers online massaal beledigd door eigen fans. Ook bij Engelse competitiewedstrijden worden spelers die knielen uit protest tegen racisme uitgejouwd. Vóór het WK weigerden de Britse premier Boris Johnson en de minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel Engelse fans te veroordelen die hieraan mee hadden gedaan.

    Maar de harde kern van de Hongaarse supporters maakte het nog veel bonter. De Europese voetbalorganisatie UEFA legde de Hongaarse voetbalbond een boete op van 100.000 euro en verplichtte het elftal om twee wedstrijden zonder publiek te spelen, vanwege anti-lgbt- en racistische uitlatingen van Hongaarse fans tijdens EK-wedstrijden in Boedapest en München.

    De wedstrijd van 2 september tegen Engeland was een WK-kwalificatiewedstrijd en viel dus onder verantwoordelijkheid van de mondiale voetbal-organisatie FIFA. Bij de UEFA-straf werd deze daarom niet meegewogen.

    Volgens de Hongaarse voetbalbond werden haar sporters vooral gestraft vanwege anti-lgbt-spreekkoren en -spandoeken. De uitspraak van de UEFA preciseert dit: het ging om een anti-lgbt-spandoek en spreekkoren tijdens de eerste wedstrijd in de poulefase tegen Portugal in Boedapest op 15 juni 2021, anti-lgbt-spreekkoren en een anti-BLM-spandoek tijdens de wedstrijd tegen Frankrijk in Boedapest op 19 juni 2021 en tot slot een anti-lgbt-spandoek en spreekkoren tijdens Hongarijes laatste wedstrijd tijdenshet toernooi tegen Duitsland op 23 juni in München.

    Anti-lgbt-wetsvoorstel

    De spreekkoren en de spandoeken volgden op het aannemen van een controversieel anti-lgbt-wetsvoorstel door het Hongaarse parlement, waarin de rechtse Fidesz-partij van premier Orbán de meerderheid heeft.

    De wet verbiedt het om homoseksualiteit of transgenderisme te promoten en af te beelden onder minderjarigen. Hongaarse lgbt-ers voelen zich hierdoor gestigmatiseerd en vrezen voor hun toekomst.

    Een formele band tussen Fidesz en de supportersgroepen die betrokken waren bij de racistische en homofobe incidenten is er niet. Prominente Hongaarse politici wimpelen kritiek op deze incidenten echter af, bagatelliseren ze en gingen er de afgelopen maanden soms zelfs achter staan.

    Lees ook:

    Voor Orbán en zijn medestanders is voetbal meer dan een spelletje. Fidesz heeft in de ogen van veel Hongaren het voetbal ‘gekoloniseerd’ en gebruikt zowel het nationale elftal als de topclubs om aan de macht te blijven. Aan Fidesz gelieerde zakenlui bezaten dit seizoen 11 van de 12 clubs in de hoogste Hongaarse divisie. In de loop van het afgelopen decennium werden minstens 25 stadions gebouwd, dankzij belastingvoordelen voor bouwbedrijven – vaak gelieerd aan Fidesz – die schenkingen doen aan sportteams.

    Orbán en veel van zijn collega’s vertonen zich in de media graag met tienduizenden brullende Hongaren op de achtergrond. Een artikel uit juni 2021 van het politieke weekblad HVG merkte op dat Fidesz-politici ‘meer foto’s posten van de toeschouwers bij wedstrijden van het nationale elftal dan van de wedstrijden zelf’.

    Hongaarse hooligans: wij zijn misschien ‘fanatici’, maar geen racisten

    Toen supporters bij een vriendschappelijke interland vlak voor het EK knielende Ierse voetballers uitjouwden, nam Orbán het voor de supporters op. En alhoewel de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó toegaf dat er tijdens de wedstrijd tegen Engeland racistische incidenten hadden plaatsgevonden, suggereerde hij dat de ophef erover overdreven was. Wel bekritiseerde hij Engelse supporters die bij een eerdere wedstrijd het volkslied van de tegenstander met boegeroep hadden overstemd.

    Orbán ging zelfs zo ver te suggereren dat de voetbalfans die de knielende Ierse voetballers uitjouwden waren uitgelokt. Op CNN zei hij: ‘Hun reacties zijn niet altijd even verfijnd, maar we moeten begrip hebben voor hun motieven… Ik sta aan de kant van de supporters.’

    Toen de UEFA het verbood om tijden de wedstrijd tussen Hongarije en Duitsland op het EK de Allianz Arena in München te verlichten in de kleuren van de regenboogvlag, juichte Szijjártó de beslissing toe en noemde hij het plan ‘een politieke provocatie van Hongarije’.

    Ondanks een ellenlange lijst van antisemitische, anti-zwarte, anti-Roma en homofobe incidenten houden prominente Hongaarse hooligans vol dat zij misschien ‘fanatici’ zijn, maar nog geen racisten. Toch wordt de supporterscultuur in en om veel Hongaarse voetbalstadia gedomineerd door extreemrechtse groepen – al maken zij maar een minderheid van de fans uit.

    De Hongaarse keeper Péter Gulácsi sprak zich zelfs uit vóór lgbt-rechten en het homohuwelijk

    Normaal gesproken richten deze extremistische supporters zich op hun rivaliteit met andere clubs, die soms uiterst gewelddadige vormen aanneemt. Maar zodra het nationale elftal speelt, zetten zij hun verschillen opzij en sluiten veel van hen zich aan bij de Karpatische Brigade, een in 2009 opgerichte groep hardcoresupporters van het nationale elftal met een lange geschiedenis van racistische, antisemitische en anti-lgbt-retoriek.

    Deze Karpatische Brigade waarschuwde de supporters op haar Facebook-pagina bijvoorbeeld om, voordat zij naar Duitsland gingen, tattoos ‘die niet in overeenstemming zijn met lokale wetten’ te bedekken. Waarschijnlijk wordt gedoeld op een artikel uit het Duitse Wetboek van Strafrecht dat extremistische symbolen verbiedt, helemaal als die met neonazi’s geassocieerd zijn.

    Zeker niet alle bij de Karpatische Brigade aangesloten supporters zijn neonazi’s, en lang niet alle Hongaarse fans deden mee met het boegeroep tegen Engelse en Ierse knielende spelers. Eerder dit jaar sprak de Hongaarse keeper Péter Gulácsi, die voor de Duitse club RB Leipzig speelt, zich zelfs uit vóór lgbt-rechten en het homohuwelijk.

    Toch bleek uit een opensourceonderzoek van Bellingcat dat sommige supporters van het nationale elftal die vóór het EK beledigende anti-lgbt-spandoeken in hun bezit hadden en deze later in de stadions toonden, nauwe banden hebben met notoire extreemrechtse- en neonazigroeperingen.

    ‘LMBT? Nein Danke’

    In de poulefasewedstrijd van het EK 2020 tegen Duitsland, die op 23 juni in München werd gespeeld, ontrolden Hongaarse supporters een spandoek met de tekst ‘LMBT? Nein Danke’ (LMBT is de Hongaarse afkorting voor lgbt). Erbij stond een grove, met de hand geschilderde afbeelding.

    Het spandoek was die avond in München niet voor het eerst te zien. Al eerder die middag, zeker acht uur voor de wedstrijd, werd er een foto van gepost op een Telegram-kanaal van neonazi-hooligans van de club Budapest Honvéd FC, vaak afgekort als Kispest.

    Het is geen geheim dat Légió Hungária, een aan de extreemrechtse partij Mi Hazánk gelieerde paramilitaire beweging, en extreemrechtse voetbalsupporters relaties met elkaar onderhouden. Légió Hungária plaatst geregeld berichten van extreemrechtse voetbalsupporters die hun bijeenkomsten bezoeken.

    ‘De gemeenschap van voetbalfans in Hongarije is erg nationalistisch en daar zijn we trots op’

    Toen Bellingcat Légió Hungária om commentaar vroeg, wilde de organisatie Bellingcats vragen over hun relatie met de Karpatische Brigade niet beantwoorden. ‘De gemeenschap van voetbalfans in Hongarije is erg nationalistisch en daar zijn we trots op,’ vertelt een zegspersoon van Légió Hungária per e-mail. ‘Légió Hungária is solidair met alle voetbalsupportersgroepen die zichzelf rechts noemen.’

    Légió Hungária liet Bellingcat bovendien weten dat het wenste dat alle landen ter wereld supporters hadden zoals de Hongaren – fans die tegen zogenaamde deviantsi zijn. Die fans maken van Hongarije, in hun woorden, een ‘baken’, waar deze ‘afwijkingen’ nooit wortel zullen schieten.

    Na ons verzoek om commentaar te hebben ingewilligd, beklaagde Légió Hungária zich op haar Telegram-kanaal over de journalist van Bellingcat en zijn berichtgeving over de groep. ‘Als iemand zich niet eerlijk tegen ons gedraagt, dan proberen wij diegene als het even kan met gelijke munt terug te betalen.’

    De acties van een minderheid van de Hongaarse voetbalfans stellen natuurlijk niet alle supporters van het nationale elftal in een kwaad daglicht, laat staan Hongarije als land. Maar de weigering van de Hongaarse regering om deze supporters, na de straf van de UEFA, af te vallen, is typerend voor hoe Orbán en zijn medestanders met internationale kritiek omgaan. De premier en zijn collega’s kloppen zichzelf op de borst over een vermeende Hongaarse wedergeboorte, die in zou gaan tegen een algehele, smorende ‘politieke correctheid’.

    ‘Voetbalsupporters hebben een belangrijk aandeel gehad in de opkomst van populistische, onliberale regeringen’

    Het eerder genoemde commentaar van Péter Szijjártó is een goed voorbeeld van dit herwonnen Hongaarse zelfgevoel. In een Facebookbericht beklaagde hij zich over het slechte gedrag van Engelse fans jegens Italiaanse supporters tijdens de EK-finale. Szijjártó gaf weliswaar toe dat er racistische incidenten hadden plaatsgevonden tijdens de wedstrijd tegen Engeland, maar beklaagde zich over de ‘dubbele maatstaven’ die werden gehanteerd – geheel in lijn met eerdere reacties vanuit Boedapest op internationale kritiek.

    Misschien bestaan er tussen de Hongaarse machthebbers en de marginale extreemrechtse groeperingen geen formele banden. Maar de weigering van politici om de acties van een kleine groep ‘fanatici’ te veroordelen, roept hoe dan ook vragen op. Weten ze wel hoe extreem de supporters zijn die deze spandoeken omhooghielden? En als ze het weten, maakt het ze dan iets uit? Voetbalsupporters hebben immers, volgens de Britse schrijver James Montague, ‘een belangrijk aandeel [gehad] in de opkomst van populistische, onliberale regeringen, vooral in Oost-Europa en op de Balkan’.

    Volgens Montague, die een boek publiceerde over subculturen van voetbalsupporters, zijn hooligans door hun extreme standpunten heel lang outsiders bleven. Maar nu in landen als Hongarije, Servië en Polen de kleur van de regering is veranderd, ‘zijn deze gezichtspunten opeens niet meer zo radicaal. Veel politici beseften dat ze dit sentiment konden gebruiken.’

    Lees ook:

  • Polen en Hongarije willen terug naar oude nationalistische waarden

    Polen en Hongarije willen terug naar oude nationalistische waarden

    Na de val van het communisme hebben Polen en Hongarije hun economie weliswaar hervormd naar westers ideaal, maar de open liberale samenleving keren ze de rug toe. ‘Orbán heeft weinig op met het westerse mensenrechtendiscours.’

    In de zomer van 1992 bracht een 29-jarige Hongaar met politieke ambities voor het eerst een bezoek aan de VS. Zes weken lang toerde hij met een coterie van jonge Europeanen door het land op kosten van het German Marshall Fund, een Amerikaanse denktank voor trans-Atlantische samenwerking. 

    Viktor Orbán was al lange tijd gefascineerd door Amerika, maar toen het gezelschap door het centrum van Los Angeles liep, dat nog aan het bijkomen was van de Rodney King-rellen twee maanden eerder, leek hij niet erg betrokken en onder de indruk. Een Nederlandse journalist die ook aan de reis deelnam herinnert zich dat de Oost-Europeanen in de groep hun daggeld liever aan ‘een walkman en andere elektronica’ besteedden dan aan eten of dure hotels. De vrije markt en geavanceerde technologie spraken Orbán duidelijk meer aan dan de Amerikaanse strijd voor gelijkheid, gerechtigheid en de rechten van mensen van kleur.

    Dat het lot van westerse minderheden Orbán koud liet werd nog duidelijker tijdens een rondleiding door het reservaat van de Umatilla-indianen in Oregon. Orbán en een van zijn reisgenoten, de Poolse journaliste Malgorzata Bochenek, luisterden naar de klachten over economisch onrecht. Hij reageerde met vragen over landverdeling. Waarom ontwikkelden de inheemse stammen geen strategie om hun gemeenschappelijke grond te gelde te maken? Dat hadden kleine Hongaarse pachtboeren zoals zijn ouders tenslotte ook met de collectieve landbouwbedrijven gedaan na het eind van het communisme. Orbán begon een businessplan voor het reservaat te ontvouwen, maar toen de Umatilla met wie hij sprak niet enthousiast genoeg reageerden, verloor hij algauw zijn belangstelling.

    Het bezoek aan de VS sterkte hem in zijn voornemen om premier van Hongarije te worden

    Wat Orbán het meest fascineerde tijdens de rest van de trip was de hogere politiek. De rondreis eindigde in juli in New York City, waar hij de Democratische Nationale Conventie bijwoonde en Bill Clinton genomineerd zag worden op de klanken van Don’t Stop van Fleetwood Mac. Deze opwindende gebeurtenis maakte veel indruk op Orbán. Het bezoek aan de VS sterkte hem in zijn voornemen om premier van Hongarije te worden.

    De aard van de aantrekkingskracht die het Westen op jonge Oost-Europeanen uitoefende was in die tijd aan het veranderen. In 1989, toen Orbán in Oxford studeerde met een beurs van de Soros Foundation, stonden de westerse waarden van de Koude Oorlog – gedereguleerd kapitalisme, sociale stabiliteit en nationale tradities – nog fier overeind. Dat waren de waarden die hij mee terug wilde nemen naar zijn vaderland. Drie jaar later, tijdens zijn rondreis door de VS, was er een kentering merkbaar. Hoewel de vrije markt nog oppermachtig was, waren de Europese en Noord-Amerikaanse cultuur introspectiever geworden. Orbán stond achter de clintonistische benadering van economie en bestuur, maar hij had weinig op met het westerse mensenrechtendiscours, de discussies over gender en ras of de erfenis van kolonialisme en de holocaust.

    Orbáns enthousiasme voor de Amerikaanse economie en zijn onverschilligheid jegens Amerikaanse culturele aangelegenheden waren een voorbode van de richting die Hongarije en Polen de volgende decennia uiteindelijk zouden inslaan. In de jaren negentig gingen de twee landen de rest van Oost-Europa voor in een economische shocktherapie, met verdergaande markthervormingen dan hun westerse adviseurs eisten. Maar in cultureel opzicht kozen Polen en Hongarije een conservatievere koers. Het gevolg is dat beide landen zichzelf als in- en in-Europees zijn blijven zien, ook al zijn ze steeds meer afstand gaan nemen van het liberalisme van de EU.

    Jezelf modelleren naar een extern ideaal wekte onvermijdelijk gevoelens van schaamte en wrok op wanneer het volmaakte origineel onbereikbaar bleek

    Tien jaar nadat ze samen met Orbán het Umatilla-reservaat in Oregon had bezocht, werd Malgorzata Bochenek adviseur van de Poolse president Lech Kaczynski, samen met zijn broer Jaroslaw de oprichter van de conservatief-nationalistische partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) die nu de steun van bijna 45 procent van het Poolse electoraat geniet. Orbáns partij Fidesz bezet een supermeerderheid van twee derde van de zetels in het Hongaarse parlement. Beide partijen voeren een overeenkomstig beleid: het aanstellen van regeringsgezinde rechters en journalisten bij rechtbanken en media; het verdrijven van linkse en liberale ngo’s, academici en universiteiten; het schenden van het EU-handvest van de grondrechten door het beperken of verbieden van abortus en het niet wettelijk erkennen van transgenders; en het negeren van pogingen van Europese instituties om hen voor deze provocaties aansprakelijk te stellen.

    Tegelijkertijd staan vier op de vijf burgers van Polen en Hongarije achter het EU-lidmaatschap van hun land. Het is de anti-liberalen in Boedapest en Warschau te doen om autonomie binnen Europa, niet om onafhankelijkheid daarbuiten.

    Hoe komt het dat de revolutionairen van 1989 in de jaren tien en twintig van deze eeuw zo teruggrijpen op oude nationalistische waarden? Er is een aantal antwoorden op deze vraag, variërend van geleidelijke vervreemding, of een gedwongen terugkeer naar het eigenbelang als gevolg van een externe shock, tot de puberale opstand van leerlingen tegen hun voormalige leraren.

    In hun boek Falend licht uit 2019 pleiten de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev en de Amerikaanse hoogleraar rechten Stephen Holmes voor de opstandhypothese. Zij betogen dat de overgang van het communisme naar de kapitalistische democratie werd gedreven door ‘liberalistische na-aperij’. De Oost-Europeanen namen de gewoonten, normen en instituties van de westerse wereld over om deelgenoot te worden van de welvaart en vrijheid daarvan. Het probleem, volgens Krastev en Holmes, was dat onderwerping aan dit ‘imitatiegebod’ tot ‘inherente spanningen’ leidde en ‘emotioneel belastend’ was. Jezelf modelleren naar een extern ideaal wekte onvermijdelijk gevoelens van schaamte en wrok op wanneer het volmaakte origineel onbereikbaar bleek. Onder invloed van dit vernederende minderwaardigheidscomplex grepen Orbán en Kaczynski de economische en migratiecrises uit de periode 2008-2015 aan om het westerse liberalisme te verwerpen en met een illiberaal alternatief te komen.

    Groot-Hongarije

    Krastev en Holmes zien de emigratie uit centraal Oost-Europa als een bepalende factor voor de aantrekkelijkheid van nationalistische politiek. De decennialange braindrain, zo betogen ze, heeft tot een demografische paniek geleid die volgens hen de angst voor de komst van immigranten uit het Midden-Oosten en Afrika aanwakkert. Vooral in Hongarije is de anti-immigratiepolitiek inderdaad hand in hand gegaan met pogingen de bevolkingsafname als gevolg van lage geboortecijfers en emigratie te remmen. Orbán heeft een ambitieus en populair gezinsbeleid ontwikkeld met maatregelen als nationalisatie van ivf-klinieken en genereuze leningen en belastingvrijstellingen voor jonggehuwden en grote gezinnen. Ook heeft hij burgerrechten verleend aan meer dan een miljoen in Slowakije, Roemenië, Kroatië, Servië en Oekraïne woonachtige etnische Hongaren en daarmee een diasporisch, door Fidesz geleid maatschappelijk middenveld gecreëerd in wat Hongaarse nationalisten als een ‘Groot -Hongarije’ beschouwen.

    Maar andere landen hebben miljoenen burgers zien emigreren zonder tot illiberalisme te vervallen. Letland is tussen 1989 en 2017 27 procent van zijn bevolking kwijtgeraakt, Litouwen 22,5 procent, Kroatië 22 procent en Bulgarije 21 procent. Maar deze staten aan de Oostzee en in de oostelijke Balkan zijn niet in dezelfde mate veranderd als Polen en Hongarije. Hoewel ook daar een oude nationalistische tendens bestaat, is die niet dominant geworden in de nationale politiek. In Bulgarije is een EU-gezinde protestbeweging afgelopen lente als tweede geëindigd bij de parlementsverkiezingen en de vertrekkende premier van het land, Boyko Borisov, heeft benadrukt dat hij wil dat de ‘Euro-Atlantische oriëntatie van het land duidelijk zichtbaar is’. In Roemenië, waar een vijfde van de bevolking sinds 1990 is vertrokken, zijn geen sterke mannen dominant maar fanatieke corruptiebestrijders en protesterende EU-aanhangers. Polen en Hongarije daarentegen, waar het illiberalisme het verst gevorderd is, kennen de laagste netto emigratiepercentages in de regio.

    Migratie doet de hang naar oude nationalistische waarden herleven, maar is geen afdoende verklaring voor de bredere crisis van het liberalisme. Anti-immigratiebeleid wordt in de meeste Europese landen gevoerd. Maar ondanks een algemeen anti-immigratiesentiment is het alleen in het VK, Polen en Hongarije dat nationalistische regeringen uit de Europese Unie zijn gestapt dan wel de waarden daarvan hebben afgezworen, en alleen in Boedapest en Warschau liggen het liberale maatschappelijk middenveld en de rechtsstaat onder vuur. Kaczynski en Orbán nemen niet vanwege hun chauvinisme een bijzondere plaats in onder de Europese nationalisten, maar vanwege hun autoritaire optreden tegen opponenten in eigen land en tegen Europese en internationale instituties.

    In 2002 was Orbán verbitterd en ervan overtuigd dat post-communisten in de Hongaarse samenleving hadden samengespannen om zijn ambtstermijn voortijdig te beëindigen

    De regeringspartijen in Polen en Hongarije voeren een breuk met het verleden door die in hun eigen ogen radicaler is dan de schijntransitie van 1989. Het antiliberale nationalisme in Oost-Europa is meer dan een uitbarsting van onbeheersbare hartstochten. Net als in 1989 wordt gedacht dat er sprake is van een historische opdracht en dat het eind van het communisme alleen maar het begin van de weg naar nationale bevrijding was. Het feit dat deze ideeën werden gevormd tijdens het transitiedecennium duidt er ook op dat de illiberale democratie een gericht project is en niet alleen reactief, met duidelijke eigen ideologische doelstellingen.

    De opstand tegen het liberalisme begon in de late jaren negentig en het begin van deze eeuw, toen steeds meer rechts georiënteerde Polen en Hongaren op een radicalere breuk met het verleden begonnen aan te dringen. Tijdens Orbáns eerste premierschap, van 1998 tot 2002, toen Fidesz samen met de conservatieve Partij van Kleine Landbouwers (FKgP) regeerde, werden holocaustontkenning en racisme jegens de Roma aangemoedigd en steun uitgesproken voor de extreemrechtse regering van Jörg Haider in het naburige Oostenrijk. Maar omdat de Hongaarse economie gestaag groeide en het land in 1999 lid werd van de NAVO, werd het rechtse beleid van het kabinet al snel vergeten in de westerse hoofdsteden.

    In 2002, toen hij de verkiezingen nipt verloor van de socialisten, was Orbán verbitterd en ervan overtuigd dat post-communisten in de Hongaarse samenleving hadden samengespannen om zijn ambtstermijn voortijdig te beëindigen. Toen Hongarije in 2004 lid werd van de EU, vloeiden er enorme sommen Europees geld naar een groep liberale politici rond de centrumlinkse premier Ferenc Gyurcsány, een econoom die in de jaren tachtig leiding gaf aan de communistische jeugdbeweging KISZ. Tijdens de transitie van communisme naar democratie hadden Gyurcsány en zijn oude kameraden een klein fortuin verdiend met pop-up-adviesbureaus die luisterden naar namen als Eurocorp International Finance Inc. Rond 2004 waren ze vaste gasten in Davos. Hoewel zo’n door opportunisme gedreven economische gedaanteverwisseling schering en inslag was in Midden- en Oost-Europa, maakten deze associaties het makkelijker voor Orbán om het Sovjetcommunisme en het Europese liberalisme af te schilderen als opeenvolgende vormen van buitenlandse overheersing.

    Net als in Hongarije zorgde de rol van Poolse post-communisten bij de versoepeling van de politieke transitie naar een liberale democratie uiteindelijk voor een radicalisering van rechts. In 1997 begonnen conservatieve denkers voor het eerst om een ‘vierde Poolse republiek’ te roepen ter vervanging van de derde herhaling van zetten die was gevolgd op het communisme. Vier jaar later stichtten Lech en Jaroslaw Kaczynski PiS, met de belofte de Poolse samenleving radicaal te zuiveren en politiek te vernieuwen. Doel van de Kaczynski’s was om de uitvoerende en wetgevende macht met volle kracht in te zetten voor een definitieve afrekening met de ‘besmetting’ van het staatssocialisme. Vele jaren lang had het Poolse constitutionele hof pogingen gedwarsboomd om staatsinstituties en het maatschappelijk middenveld te zuiveren van iedereen met communistische banden, een proces dat ‘lustratie’ werd genoemd. Deze bescherming werd gesteund door EU-wetten ter bewaking van de persoonlijke waardigheid en levenssfeer.

    Wat op het spel staat is niet de westerse identiteit, maar wie er geschikt is om in een gezuiverde Poolse natiestaat te worden opgenomen

    Maar toen PiS in 2005 voor het eerst aan de macht kwam, werd de lustratie geïntensiveerd. Er kwam een wetsvoorstel dat ervoor zou hebben gezorgd dat 350.000 ambtenaren, journalisten, academici, leraren en directeuren van staatsbedrijven vroegere communistische banden hadden moeten erkennen, hoe oppervlakkig ook, op straffe van baanverlies. Massaal verzet van de progressieve Poolse elite tegen deze zeer ingrijpende zuivering zorgde er mede voor dat de Kaczynski’s in 2007 het veld moesten ruimen voor het liberale pro-Europese Burgerplatform van Donald Tusk.

    Deze eerste mislukte poging om de Poolse samenleving grootscheeps te zuiveren vormt de achtergrond van de hernieuwde aanval die PiS sinds 2015 op het Poolse rechtssysteem onderneemt en die meer internationale aandacht heeft getrokken dan de eerdere. Maar de illiberale agenda van PiS was niet, zoals Krastev en Holmes doen voorkomen, een reactie op het imiteren van het Westen. Het is juist het verlangen van de Poolse antiliberalen naar een grondiger uitbanning van het communistische verleden, zonder acht te slaan op de beschermende EU-wetten, dat hen ertoe heeft gebracht de rechtbanken en de progressieve burgerbeweging van het land onder vuur te nemen. Net als in Hongarije heeft precies datgene wat de transitie van communisme naar een liberale democratie zo vreedzaam heeft doen verlopen, het onderhandelingsproces, een kliek rechtsnationalistische opstandelingen gekweekt die de mythe verspreidt dat er in 1989 geen zuivere machtsoverdracht heeft plaatsgevonden, maar een massale rehabilitatie van de elite. Wat op het spel staat is niet de westerse identiteit – iets waaraan de Polen nooit hebben getwijfeld – maar wie er geschikt is om in een gezuiverde Poolse natiestaat te worden opgenomen.

    Uiteindelijk heeft het Poolse en Hongaarse verzet tegen EU-normen en individuele burgerrechten niet tot een overeenkomstig verlangen naar economische soevereiniteit geleid, zoals bij de Brexiteers. De Brusselse geldkraan is simpelweg te aanlokkelijk. Ook al heeft Orbán liberale instituties ontmanteld, toch heeft hij enorme sommen EU-geld weten aan te trekken om het bedje te spreiden voor een loyale oligarchie van Fidesz-getrouwe tycoons en agrarische ondernemers. Ook conservatieve nationalisten in Polen hebben materiële steun binnen geharkt van een politieke en economische unie waarvan ze de invloed steevast laken.

    Deze ongevoeligheid voor politiek gedrag is het gevolg van de manier waarop de EU geld aan haar leden verstrekt, namelijk in grote tranches die over een groot aantal jaren zijn verspreid volgens een van tevoren opgesteld bestedings- en investeringsplan; actuele politieke wrijvingen tussen nationale regeringen en Brussel zijn niet van invloed op deze langjarige financiële verplichtingen. Tussen 2007 en 2020 hebben Oost-Europese lidstaten 395 miljard euro ontvangen, waarvan de helft naar Hongarije en Polen is gegaan.

    Hoe moeilijk het is geworden om het illiberalisme binnen de EU te beteugelen bleek eind 2020. Terwijl EU-leiders een ongeëvenaard begrotings- en stimuleringspakket van 1,8 biljoen euro voorbereidden als reactie op de pandemie, lieten Boedapest en Warschau de onderhandelingen bijna ontsporen. Omdat ze bezwaar hadden tegen een mechanisme dat financiering automatisch aan wettelijke toetsing onderwierp, dreigden Polen en Hongarije de hele EU-begroting voor de komende zes jaar te vetoën.

    Als lidstaten betoogden Polen en Hongarije dat ze het volste recht hadden op hun aandeel in het financieringsplan; illiberale regeringen bleken de wettelijke en verdragsrechtelijke taal vloeiend te spreken. Uiteindelijk werd op het laatste moment de lont uit het kruitvat gehaald door middel van een ‘interpretatieve verklaring’ waarin werd gegarandeerd dat het wettelijke sanctiemechanisme moest worden goedgekeurd door het Europese Hof van Justitie voordat het kon worden toegepast. Of het daarvan zal komen is maar de vraag.

    Voorlopig zal de financiering aan betrekkelijk weinig regels zijn gebonden. De strijd tussen liberalen en illiberalen in Oost-Europa zal zich op zijn belangrijkste slagveld blijven voltrekken: de politieke, wettelijke en culturele instituties. Zoals de landelijke vrouwenstaking tegen het wettelijke verbod op abortus in oktober 2020 heeft aangetoond, is dit een noodzakelijk en belangrijk gevecht. Maar wat niet ter discussie staat, is het economische model van de regio. De liberalen en illiberalen zijn het erover eens dat na het eind van het communisme het kapitalisme de enige manier is om hun maatschappij verder te ontwikkelen.

    Bescherming en veiligheid

    Waar Krastev en Holmes het Poolse en Hongaarse verzet tegen het westerse liberalisme als een psychologische reactie beschouwen, komt de befaamde Duitse historicus Philipp Ther met een andere verklaring. Volgens hem is het nieuwe nationalisme niet zozeer een reactie op het imiteren van het Westen, als wel op de blootstelling van hele samenlevingen aan de grillen van de wereldmarkt. In zijn boek Das Andere Ende der Geschichte schrijft hij dat nationalistisch rechts een ‘coherent wereldbeeld heeft, dat kan worden gekenschetst als een pakket beloften dat bescherming en veiligheid biedt’.

    Ther stelt dat de snelle transitie van staatssocialisme naar vrijemarktkapitalisme een behoefte aan zelfbescherming heeft aangewakkerd. In 1993 en 1994 bleek tijdens verkiezingen in verschillende landen dat de bevolking in grote onzekerheid verkeerde. Poolse en Hongaarse kiezers kozen centrumlinkse kabinetten met flink wat ex-communisten erin, maar dat bood weinig bescherming. De Poolse privatisering vertraagde maar stopte nooit. In Hongarije drukte de nieuwe regering algauw een strenger bezuinigingspakket door. Een andere koers werd gevolgd in Slowakije, waar premier Vladimír Mečiar niet alleen brak met het neoliberalisme van zijn Tsjechische collega Vaclav Klaus, maar bovendien de verenigde Tsjecho-Slowaakse staat ontbond. Tijdens Mečiars bewind in de jaren negentig was Slowakije in alle opzichten een voorloper van het huidige illiberalisme, waarin populisme, nationalisme en beschermende welvaart werden gecombineerd om een steeds autocratischer bewind te verbloemen. Als gevolg van Mečiars eigenmachtige optreden werd Slowakije in 1999 ongeschikt geacht voor het NAVO-lidmaatschap; het land sloot zich vijf jaar later bij de organisatie aan dan zijn Midden-Europese buurlanden.

    De Oost-Europese transitie naar de vrije markt in de jaren negentig werd bemoeilijkt door de plaatselijke zwakte van de bij het liberalisme favoriete bewerkstelligen van een kapitalistische overgang, de onroerend goed bezittende bourgeoisie. De sociologen Iván Szelényi, Gil Eyal en Eleanor Townsley beschrijven deze uitdaging als ‘het creëren van kapitalisme zonder kapitalisten’. West-Europese geldschieters gaven aanvankelijk voorrang aan marktexpansie boven democratisering: van 1990 tot 1996 ging maar 1 procent van het internationale EU-hulpprogramma voor voormalige socialistische staten naar de financiering van politieke partijen, onafhankelijke media en andere burgerorganisaties. Maar waar de markten opbloeiden, bleef de middenklasse anemisch.

    Dertig jaar later zijn de voordelen van de vrije economie ongelijk verdeeld; de inkomenskloof tussen stad en platteland is in Oost-Europa groter dan waar ook op het continent. Maar het vrijemarktdenken is inmiddels alomtegenwoordig in de regio. In zijn beroemde toespraak van juli 2014, waarin hij de noodzaak van een ‘illiberale democratie’ voor Hongarije uiteenzette, voorspelde Orbán dat ‘samenlevingen die op liberale organisatieprincipes zijn gebaseerd de komende jaren hun concurrentiepositie in de wereld niet zullen kunnen handhaven en waarschijnlijk met een terugval zullen worden geconfronteerd’ en kondigde hij aan dat ‘we zoeken naar een organisatievorm die ons concurrerend zal maken in deze grote wereldrace’.

    Toch zou het verkeerd zijn deze overstap op wereldwijd kapitalisme geheel aan verwestersing toe te schrijven. In hun boek 1989: A Global History of Eastern Europe laten James Mark, Bogdan Iacob, Tobias Rupprecht en Ljubica Spaskovska er geen twijfel over bestaan dat het belang van de Oost-Europese elites bij het kapitalisme voorafging aan hun democratische gezindheid. Hervormingsgezinde bureaucraten tijdens de laatste jaren van het socialisme hadden hun blik vooral op Oost-Azië gericht. De successen van Deng Xiaopings China waren een voorbeeld voor de latere economische hervormingen van Gorbatsjov. In de jaren tachtig waren de marktgeoriënteerde hervormingen in Polen en Hongarije deels naar het voorbeeld van Zuid-Korea gemodelleerd, waar het autoritaire kapitalisme voor grote economische groei had gezorgd.

    Oost-Europa beschouwde niet alleen andere regio’s als zijn einddoel. De Oost-Europese transitie in de jaren negentig groeide uit tot een ‘nieuw wereldwijd scenario’ voor Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen. Van Mexico tot Zuid-Afrika, overal waren de Oost-Europese democratisering en economische liberalisering een lichtend voorbeeld voor zowel de regerende elite als de oppositie. Oost-Europeanen kwamen na verloop van tijd in een positie waarin ze hun eigen ervaring konden gebruiken om anderen te adviseren. In 2003 maakte de architect van de Poolse liberale hervormingen, Leszek Balcerowicz, een rondgang door Washington DC om te vertellen hoe de VS de Iraakse economie moesten oppeppen. Tijdens de Arabische Lente bezocht Lech Walesa Tunesië ‘om hun te vertellen hoe wij het hebben gedaan’, in de woorden van de toenmalige Poolse minister van Buitenlandse Zaken Radoslaw Sikorski, die zelf naar Benghazi vloog om de Libiërs van advies te dienen die Gaddafi hadden verdreven.

    Gemeenschappelijke Europese erfenis

    Het feit dat Oost-Europeanen uiteindelijk als ambassadeurs van het Westen optraden versterkte het idee dat 1989 een te lang uitgebleven terugkeer was naar een natuurlijk cultureel thuis. Maar die ommekeer was al lang voor het eind van het communisme in gang gezet. In de jaren zeventig en tachtig namen de Tsjecho-Slowaakse, Poolse en Hongaarse en elites en dissidenten steeds meer afstand van het anti-imperialisme en de socialistische solidariteit met de Derde Wereld, en legden ze steeds meer nadruk op hun ‘gemeenschappelijke Europese erfenis’.

    Deze focus op hoge Europese cultuur had duidelijk een zowel anti-Afrikaanse als anti-islamitische bijklank. In 1985 verklaarde de Hongaarse minister van Cultuur dat ‘Europa een culturele erfenis’ bezat, ‘een specifieke intellectuele hoedanigheid, namelijk het Europese karakter’. Tijdens een bezoek aan Boedapest twee jaar later kreeg de Spaanse koning Juan Carlos de vestingwallen te zien die de Habsburgse troepen in 1686 op de Ottomanen hadden veroverd, een communistische lofzang op de strijd van het christelijke Europa tegen de islam. Naar aanleiding van de gewelddadigheden van de moedjahedien verklaarde de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu dat de islamitische wereld ‘miljarden fanatiekelingen telt. Een langdurige oorlog kan het gevolg zijn.’

    Ondertussen vielen Roemeense ballingen Ceaușescu zelf aan als een buitenlandse heerser die hun land een ‘tropisch despotisme’ had opgedrongen. De dissident Ion Vianu schreef in 1987 dat ‘het huidige Roemenië meer op een Afrikaans dan een Europees land lijkt’. Hij hekelde ‘de desorganisatie van het openbare leven, het onvermogen van de regering om het niveau van het oude continent te bereiken; de staat van de wegen, de smerigheid van de straten, de lege winkels, de wijdverbreide corruptie; de willekeur van de politie’. Dit alles, schreef hij, deed hem aan Haïti denken. ‘Roemenen met westerse idealen zijn een soort zwijgende meerderheid in het huidige Roemenië.’

    Voordat er een eind kwam aan het communisme had bij veel Oost-Europeanen al een nieuw gevoel van culturele verwantschap postgevat. Deze toenemende identificatie van hun respectievelijke banden met Europa en het christendom verklaart waarom de anti-immigratieretoriek over een ‘Fort Europa’ dat migranten uit Afrika en het Midden-Oosten buiten moet houden, het afgelopen decennium zo’n vruchtbare bodem heeft gevonden in de regio.

    Gesloten samenlevingen

    Om die reden stond het jaar 1989 uiteindelijk voor een moment waarop Oost-Europa zich afsloot voor oude invloeden en zich openstelde voor nieuwe ideeën. De socialistische planeconomie en de internationale solidariteit met ontwikkelingslanden werden vaarwel gezegd, terwijl identificering met een smallere Europese beschaving gepaard ging met integratie in de geliberaliseerde wereldeconomie. Momenteel is deze combinatie van open en gesloten kenmerken nog altijd zichtbaar in Oost-Europa. Hongarije is het duidelijkste voorbeeld van deze hybride benadering: onder Orbán heeft het land het liberale idee van een open samenleving verworpen, maar onderhoudt het desondanks nauwe banden met de transnationale Europese auto-industrie en, via de EU en NAVO, met de militaire netwerken van het atlanticisme.

    Orbán heeft de vragen over zijn internationale loyaliteit gecompliceerd door nauwe banden met Moskou en Beijing te onderhouden. Rusland voorziet Hongarije van energie, terwijl Chinese staatskapitalisten een regionale hub van het land hebben gemaakt voor de pogingen van Huawei om de 5G-technologie over Europa uit te rollen. Ook is Boedapest het eindstation van de nieuwe Balkanspoorweg die van de Griekse havenstad Piraeus door Belgrado loopt, onderdeel van het Chinese Belt & Road Initiative, een wereldwijd infrastructureel project ter bevordering van de handel. De aanleg van deze vrachtspoorlijn kost 2 procent van het Hongaarse bnp, het grootste investeringsproject in de Hongaarse geschiedenis.

    Halverwege maart 2020, toen het coronavirus zich door Europa verspreidde, sloot Hongarije zijn grenzen voor niet-ingezetenen. Tijdens de Hongaarse lockdown waren de enige buitenlanders in het land driehonderd Zuid-Koreaanse ingenieurs die de versnelde opening moesten afronden van de tweede fabriek in het land die accu’s voor elektrische voertuigen produceert.

    Koreaanse conglomeraten zijn recentelijk in Hongarije en Polen neergestreken als hoofdleveranciers van accu’s voor de Europese auto-industrie. Omdat VW, Audi, BMW, Mercedes-Benz en Renault zaten te springen om accu’s, lichtte ook de Poolse regering de hand met de quarantaineplicht zodat specialisten van het Koreaanse chemiebedrijf LG Chem konden doorgaan met de bouw van een enorme fabriek in de buurt van Wroclaw, een 2,8 miljard euro kostend project dat wordt gesteund door de Europese Investeringsbank. 35 jaar nadat Oost-Europese economen Seoel als een voorbeeld van autoritair kapitalisme bestempelden, lopen de industriële reuzen van Zuid-Korea de regio onder de voet.

    Sinds het begin van de pandemie waarschuwen liberale commentatoren geregeld voor het gevaar dat nationalisme en conflicten tussen grootmachten tot een ineenstorting van de internationale politieke en economische orde zullen leiden. Maar waarschijnlijker dan zo’n dramatische deglobalisering is dat we overal op de wereld nationalistische leiders zullen zien die politiek gesloten samenlevingen bouwen op de grondvesten van een open economie: een globalisering zonder globalisten.

    ANP 359374329 kopie 3 e1628082175797
    Voormalig president Bill Clinton en de Hongaarse premier Viktor Orban beantwoorden vragen tijdens een fotosessie voorafgaand aan hun Oval Office-ontmoeting in het Witte Huis in 1998. © Paul J. Richards / AFP
  • EU-leiders veroordelen Orbáns antihomowet | Zijn de Chinese coronavaccins wel effectief?

    EU-leiders veroordelen Orbáns antihomowet | Zijn de Chinese coronavaccins wel effectief?

    Hongaarse antihomowet leidt tot verhit debat in Brussel

    De recente Hongaarse wet die het ‘promoten’ van homoseksualiteit onder minderjarigen verbiedt, heeft donderdag tijdens de EU-top in Brussel de gemoederen verhit. Zeventien landen deden een plechtige oproep om de Europese waarden te respecteren, waarbij Mark Rutte zelfs voorstelde dat Hongarije de EU zou verlaten.

    ‘De Hongaarse antihomowet lijkt het geduld van de Europese leiders te hebben opgebruikt’, constateert El País. Tijdens de top die donderdag in Brussel van start ging, kreeg de Hongaarse premier Viktor Orbán te maken met een ‘ongebruikelijk gemeenschappelijk front van zeventien landen die hem beschuldigen van het overtreden van de Europese regels tegen discriminatie en het stigmatiseren van homoseksuelen’.

    Het Hongaarse parlement heeft vorige week een wet heeft aangenomen die het afbeelden van homoseksuelen in educatief materiaal, televisieprogramma’s, en films en series gericht op jongeren verbiedt. De wet is volgens de Hongaarse regering bedoeld om ‘kinderen te beschermen’, schrijft The Guardian.

    In een brief spreken zeventien EU-landen zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’

    In hun brief aan de EU-leiders spraken de zeventien ondertekenende landen – die een breed spectrum van politieke kleuren bestrijken, van progressief links in Spanje tot conservatief rechts in Oostenrijks – zich uit tegen ‘elke vorm van discriminatie op grond van seksuele geaardheid’ en benadrukten dat ‘respect en verdraagzaamheid de kern vormen van het Europese project’, bericht RFE-RL.

    Al voor het begin van de besprekingen liepen de spanningen hoog op: bij hun aankomst in Brussel namen de meeste EU-leiders een standpunt in over het onderwerp en beloofden zij verhitte debatten.

    ‘Homoseksualiteit als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is’

    De Luxemburgse premier Xavier Bettel, de enige openlijk homoseksuele EU-leider, heeft ‘geput uit zijn eigen ervaring’ om de Hongaarse wet te bekritiseren, meldt L’Essentiel. ‘Het moeilijkste was om mezelf te accepteren, toen ik besefte dat ik verliefd was op een persoon van hetzelfde geslacht’, zei hij vlak voor het begin van de top. ‘Op nationaal niveau homoseksualiteit in een kwaad daglicht stellen, het als niet-normaal beschouwen. Het als een gevaar voor jongeren zien, is vergeten dat homoseksueel zijn geen keuze is, in tegenstelling tot intolerantie tonen’, voegde hij eraan toe.

    Volgens Spaanse bronnen heeft ook premier Pedro Sánchez zich krachtig uitgesproken tegen ‘het vereenzelvigen van homoseksualiteit met pedofilie en pornografie’, waarvan volgens velen sprake is in de onlangs goedgekeurde Hongaarse wet, aldus El País.

    Financial Times stelt dat ‘de spanningen hoog opliepen’ tijdens de debatten. ‘Orbán verdedigde zijn wet door te zeggen dat deze bedoeld was om jongeren te beschermen en seksuele voorlichting voor te behouden aan ouders, niet aan scholen’.

    Mark Rutte

    Dit verweer overtuigde de Nederlandse premier Mark Rutte niet, die zei dat Hongarije met deze wet ‘niets meer in de EU te zoeken had’. Hij suggereerde zelfs dat Orbán in de voetsporen van het Verenigd Koninkrijk moet treden en ‘gebruik moet maken van artikel 50 van het Europees Verdrag’ om de EU te verlaten, ‘als hij de regels en waarden van de EU niet wil respecteren’, aldus CNN.

    Het zal niemand verbazen dat Orbán standvastig bleef en heeft verzekerd dat hij ‘de wet niet zal intrekken’, schrijft La Stampa. De Europese Commissie is echter niet van plan het hierbij te laten en heeft Hongarije om ‘uitleg’ gevraagd, aldus El Confidencial.

    Lees ook:


    Hoe effectief zijn de Chinese coronavaccins?

    Meer dan negentig landen gebruiken Chinese vaccins om de pandemie te bestrijden. Nu verschillende van hen worden geconfronteerd met nieuwe uitbraken van het coronavirus, rijst de vraag of de vaccins van Sinovac en Sinopharm wel goed werken. De cijfers uit de praktijk lijken de twijfels te bevestigen die ontstonden tijdens klinische proeven, meldt The New York Times.

    De Wereldgezondheidsorganisatie schreef dat de doeltreffendheid van het Sinovac-vaccin bij het voorkomen van symptomatische infecties in klinische proeven 51 procent bedroeg in Brazilië, 67 procent in Chili, 65 procent in Indonesië en 84 procent in Turkije. Voor het vaccin van Sinopharm bedroeg de werkzaamheid 78 procent in de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Jordanië. Ter vergelijking: de vaccins van Pfizer/Biontech en Moderna hadden een werkzaamheidsgraad van meer dan 90 procent.

    Om de doeltreffendheid van de Chinese vaccins in de praktijk te beoordelen, heeft The New York Times onder meer gekeken naar Mongolië, Bahrein en de Seychellen, die ‘althans ten dele’ op deze vaccins hebben vertrouwd in hun vaccinatiecampagne.

    ‘In plaats van bijna volledig coronavrij te zijn, kampen Mongolië, Bahrein en de Seychellen nu met een uitbraak van besmettingen’

    Tussen 50 en 68 procent van de mensen in de drie landen is al volledig gevaccineerd, volgens gegevens van Our World in Data. ‘Maar in plaats van bijna volledig coronavrij te zijn’, schrijft de krant, ‘kampen de drie landen nu met een uitbraak van besmettingen’.

    Volgens gegevens van The New York Times behoorden deze landen op 22 juni tot de vijftien landen ter wereld met het hoogste incidentiecijfer (het aantal infecties per 100.000 mensen).

    ‘Als de vaccins goed genoeg zijn, zouden we dit patroon niet moeten zien’, verklaart viroloog Jin Dongyan van de Universiteit van Hongkong tegen de krant.

    Minder doeltreffend

    De site Quartz is het daarmee eens: ‘Nieuwe golven van coronagevallen op plaatsen waar veel mensen zijn ingeënt met vaccins van Sinopharm of Sinovac doen vrezen dat deze vaccins in werkelijkheid minder doeltreffend zijn dan de autoriteiten hadden gehoopt’.

    The New York Times meldt ook dat meer dan 350 Indonesisch gezondheidswerkers, die volledig zijn ingeënt met Sinovac, de ziekte hebben opgelopen. Ook vergelijkt de krant de situatie op de Seychellen met die in Israël – landen met een vergelijkbaar hoge vaccinatiegraad. De archipel in de Indische Oceaan, die hoofdzakelijk het vaccin van Sinopharm gebruikt, heeft een dagelijks aantal bevestigde coronagevallen van 716 per miljoen, vergeleken met 4,95 gevallen per miljoen in Israël, dat Pfizer gebruikt.

    ‘Sinopharm heeft een minimaal effect gehad op het verminderen van de overdracht’

    Kan de aard van de vaccins zelf dit verschil verklaren? Quartz legt uit hoe Chinese vaccins verschillen van Amerikaanse vaccins. ‘Moderna en Pfizer (…) zetten messenger-RNA (mRNA) in, genetisch materiaal dat cellen instructies geeft om zich tegen het coronavirus te verdedigen. Sinopharm en Sinovac maken daarentegen gebruik van een geneutraliseerde versie van het coronavirus om immuniteit op te wekken.’

    De aard van de coronavirusvarianten speelt waarschijnlijk ook een rol. De deltavariant (ook wel bekend als de Indiase variant) vermindert de doeltreffendheid van de vaccins van AstraZeneca en Pfizer, zoals het tijdschrift Nature een paar dagen geleden vaststelde. Wellicht is dat effect nog belangrijker bij de Sinovac- en Sinopharm-vaccins.

    Volgens Australisch immunoloog Nikolai Petrovsky is het in ieder geval ‘redelijk om op basis van het verzamelde bewijsmateriaal aan te nemen dat het Sinopharm-vaccin een minimaal effect heeft gehad op het verminderen van de overdracht [van de ziekte]’, vertelde hij aan The New York Times.

    Hij voegde eraan toe dat er een groot risico bestaat dat mensen die een van de Chinese vaccins hebben gekregen, weinig of geen symptomen hebben en toch het virus op anderen kunnen overdragen.

    Lees ook:


    Tientallen doden na aanval van het Ethiopisch leger in Tigray

    Op dinsdag 22 juni heeft een luchtaanval van het Ethiopische leger tientallen mensen gedood in de stad Togoga, in Tigray, de noordelijke regio van het land dat in conflict is met Addis Abeba.

    ‘Ten minste 64 mensen werden gedood en 180 raakten gewond in een luchtaanval [op 22 juni] die gericht was op een markt in de door oorlog verscheurde regio Tigray’, meldde The Guardian op donderdag. De aanval komt op een moment dat ‘de gevechten tussen het TPLF (Tigray People’s Liberation Front), dat de regio controleert, en regeringstroepen verhevigen.’ Bovendien vond de aanval een dag na controversiële parlementsverkiezingen plaats, waarbij ‘miljoenen Ethiopiërs niet hebben kunnen stemmen’, waaronder de bevolking van Tigray.

    Dit is ‘de dodelijkste aanval’ sinds het conflict acht maanden geleden begon, aldus CNN. Het conflict heeft hongersnood veroorzaakt en ervoor gezorgd dat miljoenen mensen op de vlucht zijn geslagen.

    Uiterst zorgwekkend

    Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde ‘zeer bezorgd’ te zijn over de berichten over de situatie ter plaatse en ‘veroordeelde krachtig’ deze daad van de Ethiopische regering. Ook de VN en de Europese Unie hebben de aanslag veroordeeld, voegt de Amerikaanse nieuwssite eraan toe. Brussel beschouwt deze aanslag als ‘uiterst zorgwekkend’.

    CNN meldt op basis van ‘medische bronnen’ dat ambulances die de gewonden kwamen redden, werden tegengehouden door legerofficieren die ‘hen ervan beschuldigden de Tigrinya-strijdkrachten te willen helpen’.

    De woordvoerder van het Ethiopische leger, geïnterviewd door persbureau AFP en geciteerd door The Guardian, zei dat alleen militair personeel het doelwit was van de luchtaanval en dat de gewonden of doden strijders ‘in burgerkleding’ waren. ‘De Ethiopische luchtmacht maakt gebruik van de nieuwste technologie en voerde de aanval dus uit met precisie en succes’, verklaarde kolonel Getnet Adane van het Ethiopische leger.

    Lees ook:

  • Hongaarse oppositie verenigd tegen Orbán | Cannabis voor ‘religieuze doeleinden’

    Hongaarse oppositie verenigd tegen Orbán | Cannabis voor ‘religieuze doeleinden’

    Hongaarse partijen vormen blok tegen Orbán

    Jobbik, de voormalige extreemrechtse partij van Hongarije die tegenwoordig als ‘conservatief’ door het leven gaat, heeft aangekondigd sociaaldemocratische kandidaten in Boedapest en elders te zullen steunen, zo schrijft Euractiv. De stap is een bevestiging van een eerdere belofte, die inhield dat de oppositiepartij in de aanloop naar de algemene verkiezingen van volgend jaar samen zal werken met andere partijen, in de hoop de almachtige Fidesz-partij van de radicaal-rechtse premier Viktor Orbán te kunnen verslaan.

    Jobbik zegt voormalig televisiepresentator Kálmán Olga, de kandidaat van de Democratische Coalitie (DK), te zullen steunen in de voorverkiezingen van de oppositie in het tweede district van de hoofdstad, zo maakte de partij afgelopen weekeinde bekend. De partij heeft zich eerder al teruggetrokken ten gunste van andere DK-kandidaten, maar ook van socialistische en liberale kandidaten.

    De zes grootste oppositiepartijen kwamen vorig jaar overeen om in alle kiesdistricten slechts één kandidaat voor te dragen tegen Fidesz

    De aankondiging van Jobbik is het meest recente teken dat de oppositiepartijen stellig van plan zijn te blijven samenwerken in aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2022. Een dergelijke samenwerking wordt algemeen beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde om de macht van Fidesz en Orbán te kunnen breken.

    De zes grootste oppositiepartijen van Hongarije, de socialistische MSZP en de centrumlinkse DK, de groene partijen LMP en Párbeszéd, het liberale Momentum en Jobbik, kwamen in december vorig jaar overeen om in alle 106 kiesdistricten van Hongarije slechts één kandidaat voor te dragen tegen Fidesz. Daarnaast hebben ze het voornemen om gezamenlijk een kandidaat voor het premierschap voor te dragen en een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma op te stellen.

    Om te beslissen wie in elk van de kiesdistricten tegen Fidesz zal strijden, gaat het oppositieblok zelf voorverkiezingen organiseren in het komende najaar. Hongarije heeft een eenkamerstelsel waarin parlementsleden worden gekozen door middel van een gemengd systeem: 106 parlementariërs zijn de winnaars van de kiesdistricten en 93 parlementsleden worden gekozen uit de partijlijsten.


    Rome: 21 werkdagen per jaar in de file

    Met 663 auto’s per 1000 inwoners staat Italië op de tweede plaats in de ranglijst van Europese landen die het meest afhankelijk zijn van auto’s. Het is de vraag of inwoners van Rome hier blij mee moeten zijn, want het wijdverbreide autobezit zorgt in de Italiaanse hoofdstad voor ellenlange files waarin Romeinen jaarlijks tientallen uren doorbrengen, zo bericht Radio Roma.

    Romeinen staan per jaar gemiddeld 170 uur stil met hun auto, ‘starend in het niets’, aldus Radio Roma. Een recent onderzoek van het Italiaanse instituut Nomisma bevestigt de reputatie van Italianen als fervente autoliefhebbers. Maar een beetje lekker doorrijden is er niet bij: de uren die een Romein doorbrengt in de file staat gelijk aan 21 achturige werkdagen per jaar.

    Het Italiaanse wagenpark is de afgelopen twintig jaar met ongeveer 7 miljoen voertuigen gegroeid

    De studie is uitgevoerd door Luigi Scarola en Giulio Santagata, twee specialisten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en sociale economie. Ze stelden vast dat het Italiaanse wagenpark de afgelopen twintig jaar met ongeveer 7 miljoen voertuigen is gegroeid, een toename van meer dan 20 procent. Terwijl er in 2000 in Italië nog 572 auto’s per duizend inwoners waren, steeg dit aantal tot 663 in 2019. Daarmee is het Zuid-Europese land op de tweede plaats beland in de ranglijst van Europese landen die het meest afhankelijk zijn van auto’s, achter nummer één Luxemburg.

    De Italiaanse hoofdstad is de drukste stad van het land, en heeft een concentratie van 1376 auto’s per vierkante kilometer. Van de duizend inwoners hebben er 623 een auto, tegen 360 in Londen en 250 in Parijs. Voor een tripje waar maximaal dertig minuten voor zou moeten staan heeft een Romein bijna een uur nodig, aldus Radio Roma. Desondanks hebben inwoners amper de neiging om met de bus of de metro te gaan. De schuld daarvoor ligt volgens Radio Roma bij de falende openbare voorzieningen in de hoofdstad. Het radiostation wijst op ‘de tekortkomingen en het inconsistente beheer van het openbaar vervoer’ in de stad.

    ‘In Rome sterf je door de luchtvervuiling, of je wordt oud in het verkeer’

    Tijdens de eerste lockdowns in het voorjaar van 2020 nam het autoverkeer aanvankelijk aanzienlijk af, maar daarna kwamen de verkeersvolumes al snel terug op het prepandemische niveau en stonden de Romeinen weer als vanouds vloekend en tierend in de file. Of, zoals Radio Roma het cynisch uitdrukt, ‘In Rome sterf je door de luchtvervuiling, of je wordt oud in het verkeer’.


    Legalisering cannabis ‘voor religieuze doeleinden’

    Voor rastafari’s is de consumptie van cannabis inherent aan de beoefening van hun geloof, maar in Kenia is dat een probleem, want cannabis is bij wet verboden. Daarom heeft de Rastafarian Society of Kenya (RSK), onlangs een verzoekschrift ingediend voor ontheffing, zo schrijft The Daily Nation uit Nairobi. Het ‘zeldzame’ verzoek is ingediend bij het Keniaanse Hooggerechtshof.

    De RSK, die zegt de landelijke vertegenwoordiger van de spirituele beweging te zijn, en een geestelijke met de bijnaam ‘Ras Prophet’, verzoeken de rechtbank om de wet op te schorten die het gebruik van cannabis verbiedt, aldus de krant. Ze willen toestemming om cannabis te consumeren ‘voor religieuze doeleinden’, en zijn van mening dat de huidige wetgeving ‘het spirituele gebruik van cannabis door rastafari’s strafbaar stelt’.

    ‘Rastafari’s worden als religieuze minderheid gedwongen om in Kenia in angst te leven’

    ‘RSK-leden worden als religieuze minderheid gedwongen om in Kenia in angst te leven, omdat het huidige wettelijke kader vijandig staat tegenover hun praktijken en geen rekening houdt met het gebruik van marihuana als middel om hun geloof te uiten en om in contact te komen met de almachtige schepper’, citeert The Daily Nation uit het verzoek dat aan de rechtbank is gestuurd. De groep roept ook op tot de opschorting van arrestaties en vervolging van leden die cannabis kweken of een op marihuana gebaseerde drank consumeren die bekend staat als ‘bhang’.

    De RSK stelt zich op het standpunt dat de huidige wetgeving in strijd is met de grondwet, die de religieuze praktijk van minderheden zoals die van hen zou moeten beschermen. ‘Sinds de grondwet van 2010 bevinden we ons in een nieuw constitutioneel kader, dat diversiteit erkent en dat gemarginaliseerde groepen zoals leden van de RSK zou moeten beschermen’, aldus het verzoek. Daarom wil de groep dat de president van het Hooggerechtshof hun verzoek in behandeling neemt.

    Mocht de RSK in het gelijk worden gesteld, dan is dat niet de eerste keer, want in 2019 kreeg de groep ook al eens een aanpassing van de wet voor elkaar. In dat jaar werd een jong meisje van school gestuurd omdat ze dreadlocks droeg. RSK slaagde erin om officieel erkend te krijgen dat scholieren en studenten het recht hebben om hun haar te stylen zoals ze willen, dus ook als ze kiezen voor dreadlocks, een van de onderscheidende kenmerken van Rastafari’s die weigeren hun haar te knippen. Twee jaar geleden werd rastafari in Kenia officieel aangemerkt als een religie.

  • EK 2021: zijn volle stadions een goed idee?

    EK 2021: zijn volle stadions een goed idee?

    Tijdens het aankomende EK voetbal heeft Hongarije als enige land aangekondigd het maximaal aantal toeschouwers in de stadions toe te laten. De Hongaarse pers is verdeeld over dit besluit.

    JA

    We kunnen ons niet zomaar laten beroven van onze passies

    Nemzeti Sport | Boedapest (ingekort)

    Op een herfstavond in 2020 was ik op weg naar huis, chagrijnig door de regen en de 4-1-overwinning van Juventus op Ferencváros in de groepsfase van de Champions League. In plaats van te balen, had ik van deze ervaring moeten genieten toen het nog kon. Een week later, op 11 november, gingen de coronamaatregelen van kracht en vanaf dat moment stond de wereld stil. 

    De pandemie heeft het vurig enthousiasme dat sport in ons aanwakkert gedoofd

    De volgende dag kwalificeerde Hongarije zich in een verlaten stadion tegen IJsland voor het EK, een wedstrijd die in normale tijden uitverkocht zou zijn. De pandemie heeft het vurig enthousiasme dat sport in ons aanwakkert gedoofd. Dankzij mijn werk kon ik een paar wedstrijden bijwonen, maar de gezondheidsbubbels scheiden me van degenen met wie ik na een wedstrijd zou hebben gefeest of gehuild.

    Na zes maanden stagnatie schijnt er weer licht aan het einde van de tunnel. Dankzij de vier miljoen gevaccineerden heropent Hongarije de theaters, circussen, sportscholen, ijsbanen, dierentuinen, zwembaden en speeltuinen. Dansvoorstellingen en concerten zijn weer toegankelijk voor toeschouwers [indien in het bezit van een immuniteitsbewijs]. Maar belangrijker nog: de sportevenementen! Mijn kinderen zijn al lang voorbij de speeltuinleeftijd, maar voor sport is nooit iemand te oud. We kunnen ons niet zomaar laten beroven van onze passies, waaraan we ons zelfs in de meest onhoudbare en hopeloze situaties vastklampen.

    100 procent bezetting van de Puskás Aréna

    In 1945 was het beleg van Boedapest nog maar net voorbij en de kanonnen klonken nog na, toen de teams van de Hongaarse hoofdstad hun rentree maakten op de voetbalvelden. In april 1919 speelden Oostenrijk en Hongarije vlak na de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar, voor een publiek van 40.000 uitgehongerde voetbaltoeschouwers, toen er even een rustige periode was in de Spaanse griepepidemie. De ‘derde wereldoorlog’, die van de coronapandemie, is nog niet voorbij. De vijand is nog steeds onder ons. Als een sluipschutter of terrorist valt hij de burgerbevolking aan, op steeds weer onvoorspelbare wijze. We hebben weliswaar een effectief wapen om het te neutraliseren, maar sommigen besluiten de strijd aan te gaan zonder schild.

    Daarom rust een grote verantwoordelijkheid bij de organisatoren van de sportevenementen die ons de komende weken te wachten staan. Zij moeten goed nadenken over openbare toegang en een goed systeem opzetten voor het controleren van immuniteitscertificaten en testen. Voor internationale bijeenkomsten geldt dat in het bijzonder. Bilbao en Dublin vielen in ongenade als speelsteden voor het EK doordat ze weigerden publiek toe te laten. München ontsnapte dat lot ternauwernood door de toezegging om 14.500 toeschouwers te ontvangen in de Allianz Arena, die 75.000 zitplaatsen heeft. Maar de Puskás Aréna accepteert de volle 100 procent van haar capaciteit. We kruisen onze vingers, op hoop van zegen.

    Attila Ballai, april 2021


    NEE

    De Hongaarse regering speelt met mensenlevens

    Népszava | Boedapest

    Boedapest is de enige speelstad van het EK die zijn stadion tijdens de wedstrijden voor 100 procent wil vullen. Net als in Bakoe en St. Petersburg hoeven buitenlandse supporters niet in quarantaine bij aankomst in de Hongaarse hoofdstad als ze een negatieve PCR-test laten zien. Als alle tickets worden verkocht, zou dat betekenen dat 68.000 toeschouwers de tribunes van de Puskás Aréna zullen vullen, waar drie poulewedstrijden zullen worden gehouden en één zestiende finale. En als andere steden alsnog terugkrabbelen, worden dit er mogelijk meer.

    Afstand houden tot elkaar is in het stadium onmogelijk. Bij elke wedstrijd lopen daarom 68.000 levens gevaar. Er is geen garantie dat degenen die naar het stadion komen hun buren niet zullen besmetten. De Hongaarse regering geeft enkel toegang aan supporters die zijn gevaccineerd of die al corona hebben gehad. Deze laatste vormen minder risico, want ze zijn in het bezit van een certificaat dat hun immuniteit bevestigt en zes maanden geldig is vanaf de datum van hun positieve test.

    Maar gevaccineerden kunnen pas twee weken na de dag van de tweede injectie als immuun worden beschouwd. De eerste groepswedstrijd in Boedapest vindt plaats op 15 juni. In de praktijk mogen dus alleen degenen naar binnen die hun tweede prik uiterlijk 1 juni hebben gekregen. Het probleem is alleen dat veel mensen na de eerste injectie al een immuniteitscertificaat krijgen, en niet de moeite nemen om de tweede dosis te laten zetten, omdat ze het gevoel hebben al beschermd te zijn.

    Als zelfs maar een paar van hen tijdens de wedstrijden besmet raken, leidt dat mogelijk tot een grootschalige ramp

    Deze mensen zullen voor slechts 50 tot 70 procent beschermd zijn, afhankelijk van het type vaccin dat ze hebben ontvangen. Als zelfs maar een paar van hen tijdens de wedstrijden besmet raken, leidt dat mogelijk tot een grootschalige ramp. Hongaarse immuniteitscertificaten [plastic kaartjes die na de eerste dosis per post worden verzonden] bevatten een QR-code die aangeeft of de betrokkene werkelijk is ingeënt. Ik betwijfel echter of de bewakers bij de ingangen van het stadion die gegevens zorgvuldig zullen controleren.

    Tijdens het EK van 2016, georganiseerd door Frankrijk, zorgden identiteitscontroles voor eindeloze rijen. Gezien de ernst van de gezondheidssituatie zou het beter zijn om grote groepen mensenmassa’s zowel buiten als binnen het stadion te vermijden. De Hongaarse regering speelt met mensenlevens door te beweren dat in Boedapest als enige speelstad wél volle stadions mogelijk zijn. Westerse democratieën hebben dit soort zelfrechtvaardiging, kenmerkend voor autoritaire regimes of dictaturen, niet nodig. Het voortbestaan van een natie en de legitimering van haar macht zijn niet afhankelijk van hachelijk avonturen. En dat is absoluut geen toeval.

    Péter Bernau, april 2021