Tag: hongerstaking

  • ‘Je kunt nog beter iemand vermoorden.’ De gevaren van drugsgebruik in Belarus

    ‘Je kunt nog beter iemand vermoorden.’ De gevaren van drugsgebruik in Belarus

    De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’

    De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’

    Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?

    Ze greep haar tas en holde de deur uit.

    Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.

    Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?

    Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.

    ‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’

    ‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.

    ‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’

    Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’

    20 jaar gevangenisstraf

    Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.

    Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.

    Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’

    Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’

    Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden

    Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.

    ‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.

    Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.

    Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.

    ‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’

    Lees ook:

    We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.

    ‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’

    Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.

    ‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’

    Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’

    Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.

    Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.

    Moeders 328

    De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.

    De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.

    Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.

    Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.

    De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.

    Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’

    ‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’

    Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’

    ‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’

    De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.

    ‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’

    Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.

    Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.

    Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:

    Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;

    Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;

    Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;

    Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;

    Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;

    Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.

    Striemen

    Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.

    ‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’

    Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.

    Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.

    Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.

    ‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’

    Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.

    Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.

    ‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.

    Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.

    Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken

    Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.

    Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.

    ‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).

    Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.

    Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.

    Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’

    De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’

    Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.

    OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep

    ‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’

    Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’

    Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).

    ‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.

    ‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).

    Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’

    Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’

    150 gevangenen in een cel

    Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.

    In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.

    ‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.

    ‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’

    Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.

    ‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’

    Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut. 

    ‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’

    Boeken

    Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.

    ‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’

    De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.

    ‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’

    In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.

    Lees ook:

    Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.

    ‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.

    Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.

    Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.

    Hongerstaking

    Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.

    Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.

    Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.

    Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?

    ‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’

    ‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.

    ‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’

    In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.

    De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.

    Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.

    Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.

    ‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’ 

    Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.

    Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.

    ‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’ 

    Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.

    Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.

    ‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’

    Roosjes van crème

    Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’

    Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.

    Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.

  • De hongerkunstenaars. Verhaal van een Cubaans protest

    De hongerkunstenaars. Verhaal van een Cubaans protest

    Schrijver en journalist Carlos Manuel Álvarez volgde de strijd voor de vrijheid van meningsuiting van de San Isidro-beweging op de voet. Toen de politie de hongerstaking hardhandig beëindigde, werd ook Álvarez opgepakt. Een verhaal over wat hongerstaking met je lichaam en geest doet en waarom dit protest de Cubaanse regering zoveel angst inboezemt. ‘Je voelt hoe het lichaam steeds verder verschrompelt.’

    De voordeur kraakte als een bot dat breekt, het geluid van onheil. Het hout versplinterde en de openslaande deuren van de ingang, aan elkaar vastgemaakt door een ketting met hangslot, werden ingebeukt. Als een amateuristisch SWAT-team – minder gespierd, minder georganiseerd, alsof ze een scène uit een slechte Hollywoodfilms probeerden na te spelen – viel een tiental vrouwen en mannen van de Staatsveiligheidsdienst verkleed als zorgmedewerkers [op 26 november] het adres Damas 955 in de wijk Oud-Havana binnen. 

    Hardhandig arresteerden ze veertien personen, van wie de meerderheid al acht dagen lang op geweldloze wijze demonstreerde tegen de willekeurige inhechtenisneming van rapper Denis Solís, die acht maanden gevangenisstraf kreeg omdat hij een ambtenaar in functie zou hebben beledigd. Vijf van hen waren in hongerstaking. Ik was de enige die er korter was dan de anderen, namelijk gedurende twee vermoeiende maar bijzondere nachten van protest. 

    HET SAN ISIDRO-PROTEST

    De San Isidro-beweging (vernoemd naar een wijk in Havana) is een klein collectief van kunstenaars dat zich sinds 2018 verzet tegen een wet die de vrijheid inperkt van artiesten die niet binnen de lijntjes van de overheid kleuren. Op 18 november gingen acht van hen in hongerstaking tegen de arrestatie van rapper Denis Solís. Hij was veroordeeld tot acht maanden cel nadat hij op 6 november live op Facebook streamde hoe een agent zijn huis binnendrong.

    Het regime maakte acht dagen later een einde aan het San Isidro-protest. De leden zouden covid-regels overtreden door samen dagenlang door te brengen in één huis. Veertien mensen werden opgepakt, onder hen vijf die nog in hongerstaking waren. Tot aan hun arrestatie had het protest zich beperkt tot hun beweging. Nadat de kunstenaars waren opgepakt, keerden ook vele andere artiesten zich tegen de repressie van de Cubaanse overheid. De activisten slaagden erin concessies af te dwingen over de behandeling van onafhankelijke artiesten in Cuba.

    Mijn verrassingsbezoek aan het hoofdkwartier van de Movimiento San Isidro, een activistisch kunstproject dat door [kunstenaar en dissident] Luis Manuel Otero vanuit zijn woning wordt geleid, was een excuus voor de ordetroepen om geweld toe te passen. ‘We willen het ook liever niet op deze manier doen,’ zeiden ze voordat ze de deur intrapten. ‘Maar jullie doen het toch,’ antwoordden wij. Omdat ik uit het buitenland kwam, wilden ze mij aanwrijven de coronaregels te hebben overtreden – ook al had ik me rechtstreeks van het vliegveld naar de plek van de demonstratie begeven en heb ik me daar ongetwijfeld meer geïsoleerd dan elke andere reiziger op mijn vlucht en welke andere reiziger dan ook die Cuba was binnengekomen in de negen dagen dat er weer internationale vluchten naar het eiland waren toegestaan .

    Soms werkt het surveillanceapparaat zo klunzig dat het bijna effectief is, en soms werkt het zo effectief dat het bijna klunzig is

    Sommigen denken dat ik Damas 955 ben binnengekomen doordat ik eruitzag als een verdwaalde toerist, een list waarmee ik het politiekordon om de tuin zou hebben geleid. Anderen denken dat de geheime dienst op de hoogte was van mijn plannen – mijn reis van New York via Miami – en ervoor zorgde dat mijn komst zonder obstakels verliep, om er hun voordeel mee te doen.

    Zelf heb ik nog steeds geen idee, en ik denk niet dat ik er ooit achter zal komen hoe het precies is gegaan. Soms werkt het surveillanceapparaat zo klunzig dat het bijna effectief is, en soms werkt het zo effectief dat het bijna klunzig is. Hoe dan ook, de demonstranten in Damas 955 waren op de hoogte van mijn komst, zagen het bezoek als noodzakelijk en elke beslissing die erop volgde werd gezamenlijk genomen met een gemeenschappelijk doel voor ogen.

    In de nacht van 25 november lieten vertegenwoordigers van Volksgezondheid me via via weten dat er iets mis was gegaan met mijn coronatest op het vliegveld en dat ik vóór middernacht een nieuwe test moest doen in een polikliniek in de wijk Miramar. Als ik dat niet deed, zouden ze me komen halen. De autoriteiten konden me dat niet rechtstreeks vertellen, omdat het telecombedrijf mijn mobiele telefoon toen al had afgesloten, net als bij de andere demonstranten. Alleen door halsbrekende toeren uit te halen konden we nog verbinding krijgen met het internet. 

    Vooruitgeschoven pion

    Ik stond voor een ogenschijnlijk dilemma. Als ik Dama 955 verliet, zouden ze me zogenaamd positief kunnen testen op covid-19. Onder het mom van een potentiële besmettingshaard zouden ze de demonstratie kunnen afbreken – in welk geval het zou lijken alsof ik met toestemming van het regime langs het politiekordon was geglipt, als een vooruitgeschoven pion. 

    De verdenking een handlanger van het regime te zijn schaadt voor altijd de morele integriteit van welke Cubaan dan ook, en is daarom een van de meest beproefde methodes van de Staatsveiligheidsdienst. De dienst probeert zich in het collectieve bewustzijn te nestelen en de mensen het idee te geven dat ze overal aanwezig is en zich in elke groep heeft geïnfiltreerd, zodat iedereen elkaar bij het minste of geringste verdenkt, en zodat we elkaar onophoudelijk zonder enkel bewijs als verrader aanwijzen. 

    Wie is Denís Solis, de man waar de staking mee begon?

    Dit controlemechanisme is vooral effectief vanwege de slechte reputatie van de Staatsveiligheidsdienst en het gezichtsverlies dat je lijdt wanneer je met haar wordt geassocieerd. De machthebbers zijn zich bewust van dit stigma, ze weten dat ze het maatschappelijk aanzien van iemand onderuithalen als ze de rest ervan overtuigen dat die iemand een handlanger van het regime is.

    De andere optie die ik had – mijn voorkeur – was om in San Isidro te blijven, maar dan zouden ze me net zo goed kunnen oppakken en meteen ook de rest meenemen. Even begon ik te twijfelen of ik er wel goed aan had gedaan om naar Damas 955 te gaan. Ik voelde me een last. Maar eerder diezelfde dag had Luis Manuel Otero me verteld dat de zin van zijn leven de mensen om hem heen waren, en dat hij had besloten zijn dorststaking – veel gruwelijker en destructiever dan een hongerstaking – af te breken vanwege alle steun die hij van buiten kreeg. 

    Niet alleen was ik speciaal hiervoor naar New York gekomen, ook hadden andere demonstranten hem met hun constant bezorgde blikken gevraagd te stoppen, ook al respecteerden ze zijn keuze. Dat Otero overstapte van een dorst- naar een hongerstaking – hij was samen met rapper Maykel Osorbo de enige die zichzelf de straf van het niet drinken had opgelegd – was dus niet alleen het gevolg van een laatste wanhoopskreet van zich lichaam. Het was ook een kwestie van bezinning.

    Huid te veel

    ‘Is er een verschil tussen een honger- of een dorsstaking?’ vroeg ik hem terwijl ik over hem heen gebukt stond. Otero lag op een dun luchtbed. Hij droeg een soort lap om zijn middel, verder niets. Het deed me denken aan een schilderij: San Pablo el Ermitaño [Heilige Paulus de Kluizenaar] van José de Ribero. Maar dan een latere, zwarte kluizenaar. 

    ‘Een heel groot verschil,’ zegt hij. ‘Je voelt hoe het lichaam steeds verder verschrompelt, je voelt het vanbinnen, ineens heb je huid te veel. Ik stopte mijn voeten in een emmer water…’

    ‘Waarom deed je dat?’

    San Pablo Ermitaño por José de Ribera 1

    Ik had hem inderdaad terneergeslagen in een hoek van het huis zien zitten, in een stoel, zijn voeten in een teiltje, zijn schouders steunend op zijn bovenbenen.

    ‘Omdat ik er zin in had. Als verfrissing, weet ik veel, het voelde fijn om te doen. Mijn lichaam loste op, de behoefte aan water, wat dat ook betekent, die voel je, want 70 procent van je lichaam is water. Je voelt je letterlijk uitdrogen. Daarom stopte ik mijn voeten in het water. Je lichaam wordt nat en daarmee houd je jezelf een beetje voor de gek. Maar er komt een punt waarop het genoeg is, want je bent geen plant die via zijn voeten water opneemt.’ 

    De ogen van Otero – sprekend en zwart – hadden hun levendigheid teruggekregen nadat hij wat had gedronken. Hij oogde minder als een geest, alsof hij een tweede adem had gevonden. De haakse lijnen van zijn jukbeenderen waren uitgebeiteld door de honger, die er van minuut op minuut meer vanaf schaafde, als iemand die een beeld van botten probeert uit te houwen. 

    ‘Ik had nog wel twee dagen langer door gekund, of een’

    ‘Hoe voelde je je net voordat je de dorststaking afbrak?’ 

    ‘Misselijk, veel buikpijn. Omdat het ene deel van je lichaam het andere begint op te eten. En veel spierpijn, maar vooral mijn buik. De laatste nacht sliep ik heel goed. Alsof mijn lichaam tegen me zij: “Slaap maar, ouwe, rust maar uit. We vechten niet meer tegen onszelf. Genoeg geweest.” Die nacht droomde ik veel. Ik kan het me niet meer herinneren, maar ik was in het gebouw en er was iemand die ik kende. Ik had nog wel twee dagen langer door gekund, of een.’

    Soms als hij het koud kreeg, een kou die alleen iemand in honger- en dorststaking eind november in Havana zou kunnen voelen, rolde hij zich stevig op in een witte deken. Misschien is wat je voelt tijdens een dorsstaking wel te omschrijven als winterkoorts.

    We bleven even stil. Toen ging Otero verder: ‘Ik had kunnen doen alsof ik een slok water nam, maar dit is echt, geen performance [Otero is performancekunstenaar]. Ik had een slok water kunnen nemen, het filmen en klaar. Maar het ding is dat terwijl jij wegzakt, ook alle energie uit je omgeving wordt gezogen.’

    ‘Toen kwam je tot inkeer.’ 

    ‘Mijn organen begonnen voor zichzelf te spreken: “Kijk, ik kan niet meer zo goed functioneren als de andere organen.” Mijn voeten kon ik nog optillen en bewegen, maar slechts mechanisch. Mijn hart zei: “Vanaf nu verklaar ik me onafhankelijk, ik moet voor mezelf kiezen.” Dat zijn de beelden die ik in mijn hoofd heb. Mijn organen begonnen zich af te scheiden en elk zei op zijn beurt: “Wacht even, ik moet eerst mezelf zien te redden.” Mijn nier tegen de lever, enzovoort. Zodra ik terugkeerde naar het echte leven werkte alles weer samen en zat alles weer op z’n plek.’

    Ik stel me voor hoe de verzwakte organen van Otero met elkaar vechten, uitgeput in zijn uitgedroogde lichaam, verschrompeld door de warmte van het vuur van zijn politieke vastberadenheid. 

    ‘En verder?’ vroeg ik.

    ‘Mijn band met de dood speelde ook mee. Ik ben er niet bang voor. Het is slechts het volgende stadium. Voor mij is het leven veel gecompliceerder dan de dood. De dood geeft betekenis aan het leven, ze geeft je nieuwe energie en zorgt dat je blijft doorgaan en doorgaan. Ik herinner me dat Yasser daar verderop zat en naar me keek. Yasser is een supernuchtere gast, rustig, maar hij keek me aan met open ogen alsof hij me wilde zeggen: “Godverdomme man, je bent aan het doodgaan.”’

    Waaier aan standpunten

    Yasser Castellanos, die dertig uur lang in hongerstaking was tot hij begon te kotsten en moest stoppen, is een extreem vredelievende man; veganist en dierenrechtenactivist. Hij zat vaak in gedachten verzonken, sprak bedaard, haast fluisterend en werkte aan zijn hiphopteksten. Zijn houding leek precies op die van de keramieken boeddhistische monnik die op het altaar naast de voordeur stond, samen met een imposante Sint-Barbara, een barmhartige Sint-Lazarus, een Mexicaanse skelettenpop en nog een paar voor mij onherkenbare iconen. Yasser was zo onverstoorbaar dat hij zich in plaats van midden in een politieke revolte in een Tibetaans klooster leek te bevinden. 

    Het protest had een haast Babylonische samenstelling. Desondanks vond deze groep elkaar in het verzet. De onderlinge verschillende zorgden voor een vrolijke chaos, het gezamenlijke rechtvaardigheidsgevoel voor harmonie. Ondanks de dreiging van de dood en de spanning van het politiekordon, werd in Damas 955 een waaier aan stemmen en standpunten verenigd die samensmolten vanuit een gezamenlijke politiek ongenoegen. Ik had het gevoel alsof ik weer in mijn oude studentenhuis was, waar gebrek was aan alles maar iedereen ook alles met elkaar deelde.

    Screen Shot 2020 12 29 at 1.10.54 PM
    Yasser Castellanos in een zelfgemaakt filmpje.

    Je wassen en de tobbe vullen, deed je met een emmer. Water moest je uit de put halen. De was hing aan lijnen op de binnenplaats te drogen. Wie niet in hongerstaking was, moest uit de buurt van de stakers eten, om ze niet in verleiding te brengen of onnodig te pijnigen. De hoeken en gaten onder de trap waren volgepropt met spullen en rotzooi. Op de bovenverdieping scharrelde een kip rond tussen de rommel. We sliepen op lakens op de cementen vloer. De vloertegels van de badkamer waren kapot, met grote, vochtige groeven, en uit de barsten in de muur staken dikke roestige buizen en bakstenen. 

    Dit eenvoudige huis – met de onafgewerkte, brede rechthoekige zuilen in het hart van het gebouw – leek wel een vergeten pakhuis in eeuwige hongerstaking, en daarin lag nu juist de kracht. Het verwees naar een ander tijdperk. Zelfs de mobiel van Otero had geen achterkant, de draden en de batterij lagen bloot. Het is voor een politieke macht lastig om een jongen die met zo’n mobiel genoegen neemt, onder de duim te krijgen. 

    ‘Kijk dan,’ zei iemand wanneer we aan iets basaals gebrek hadden. ‘En nog steeds beschuldigen ze ons ervan dat we worden betaald door het imperialisme [het Westen, in het bijzonder de Verenigde Staten].’ Dat was een van de running gags. Een andere lijkt misschien tegenstrijdig, maar we grapten erover dat zelfs nadat het regime al onze eisen had ingewilligd, we hier allemaal nog steeds zouden blijven wonen. Dan stak Otero zijn hoofd omhoog en zei hij dat als alles was afgelopen, hij niemand van ons meer wilde zien. Strijden voor de goede zaak houd je niet vol als je altijd serieus bent of overal dramatisch over loopt te doen. 

    ‘Hoezo,’ snoof hij. ‘Nee, nee, geen soep. Geef me biefstuk, wat dan ook, ik ken m’n lichaam. Maar soep, wat nou soep!’

    Esteban Rodríquez, een uiterst charismatische en astmatische jongeman, brak net voordat ze ons bestormden zijn hongerstaking af. Hij leunde zichtbaar vermoeid en gepijnigd voorover op de keukentafel en zei: ‘Nu moet ik eten.’ ‘Oké,’ antwoordde de rest. ‘Begin met soep of we maken wat malangapuree voor je [malanga is een wortel die lijkt op casave].’ Esteban herpakte zich een beetje en werd kwaad. ‘Hoezo,’ snoof hij. ‘Nee, nee, geen soep. Geef me biefstuk, wat dan ook, ik ken m’n lichaam. Maar soep, wat nou soep!’

    Abu Duyanah Tamayo, een stevige en vriendelijke moslim die de deur bewaakte sinds een buurman Otero een paar dagen geleden had aangevallen en glazen flessen naar binnen had gegooid, schudde zijn gebedsmat uit in een hoek of lag voor de enige ventilator in de ruimte. Anamely Ramos, voormalig docent aan de kunstacademie – ze was er weggestuurd omdat ze zogenaamd oneerbiedige artikelen schreef en kritische uitlatingen deed over hooggeplaatste ambtenaren –, vermengde een soort katholieke geloofsijver met kennis van Afrikaanse kunst en de aanbidding van figuren uit het Yoruba-pantheon [Yoruba is een etnische groep in West-Afrika, voornamelijk Nigeria]. Toen ik aan Omara Ruiz vroeg of ze katholiek was, zei ze stellig: ‘Apostolisch en rooms.’ 

    Osmani Pardo, een christen met een privéonderneming als ‘producent-verkoper van feestartikelen en dergelijke’, leek in sommige opzichten op Yasser Castellanos. Hij sprak weinig en altijd bedachtzaam, en aan zijn gezicht kon je zien dat hij diep vanbinnen een goed mens was. Dankzij zijn praktische kennis en verbazingwekkende handigheid kon hij elk technisch mankement in het huis verhelpen – en dat waren er nogal wat. Ik heb hem in slechts een paar minuten een elektrische weerstand zien knutselen uit twee blikjes en drie blokjes hout. Hij dacht met zijn handen. Ook als er niets te repareren viel. Als hij niets om handen had, werkte Osmani in stilte aan een boom van koperdraad met vele takken die hij ‘de vrijheidsboom’ noemde. 

    Rapper Maykel Osorbo bracht de taal van de getto binnen en strooide met parels als: ‘Wat als leven de onzekerheid voor het onserieuze was?’ Dichter Katherine Bisquet schreef een paar verzen over de situatie. ‘In de honger / in een huis verenigd / in hetzelfde litteken / dat zich sluit vanaf de navelopening tot het borstbeen / is er geen angst voor het donker. / Bak voor mij een pizza met champignons voor morgen. / Ik wil de smaak van vrijheid proeven.’ (“Dentro del hambre./ Dentro de una ca(u)sa./ Dentro de una misma cicatriz/ que se cierra desde la abertura del ombligo hasta la subida del pecho./ No existe ya el temor a la noche./ Prepárame una pizza de champiñones para mañana./ Quiero sentir el sabor de la libertad”.)

    Rapper Maykel Osorbe.

    De groep bestond verder uit Adrián López, een achttienjarige slaapwandelende jongen met nasale stem die de dienstplicht was ontdoken; Jorge Luis, eenentwintig jaar, een expert in het vanuit Cuba toegang krijgen tot het internet [gewone Cubanen hebben alleen toegang tot het nationale intranet]; Iliana Hernández uit Guantánamo, marathonloper en als journalist werkzaam voor onafhankelijke media, zag bleek na dagen hongerstaking; en Angell, een kleine, ingetogen – haast verlegen – vrouw en moeder van drie kinderen die haar huis was kwijtgeraakt. En alsof deze groep nog niet divers genoeg was, was er ook nog wetenschapper Oscar Casanella, weggestuurd bij het Nationale Instituut voor Oncologie en Radiobiologie om zijn politieke ideeën, die de dag van mijn komst zijn hongerstaking afbrak en het pand verliet.

    Uitzinnig broederschap

    Uiteindelijk waren alle aanwezigen het erover eens dat ik niet zou vertrekken. Er ontstond het soort uitzinnig broederschap dat dat je wel vaker ziet bij in het nauw gedreven groepen wanneer het gevaar steeds dichterbij komt. Bovendien viel er voordeel te halen uit mijn komst en wat die in gang had gezet: we hadden nu een grotere impact op de media, en zo konden we het ware gezicht van de repressieve krachten aan het licht brengen. 

    Omara Ruiz, een directe en scherpzinnige vrouw, zei in de middag van 26 november, uren voor de ontknoping, dat we eigenlijk aan het winnen waren. Het voelde alsof iemand een arm om mijn schouders legde. In het licht van wat er is gebeurd, is het moeilijk uit te leggen waarom we het gevoel hadden te winnen, maar ze had gelijk. Ons verzet konden ze niet meer uitwissen. Haar woorden werden uitgesproken in een afgesloten ruimte. De muren voorkwamen dat er ook maar een iets van realiteitszin binnensijpelde. 

    Omara was docent geweest op de designacademie in Havana, waar ze was ontslagen vanwege haar werk als mensenrechtenactivist, en op de een of andere manier was zij degene geworden die ons leventje in opsluiting in goede banen leidde en met kalmte een groot deel van de koers bepaalde.

    Tegen acht uur ’s avonds viel de Staatsveiligheidsdienst het huis binnen en kwamen drie beambten me halen. Ze deden zich voor als dokters. Elke beroepsgroep heeft zijn eigen gebaren en vocabulaire. Mijn ouders zijn arts, en ik twijfelde al meteen aan de identiteit van die sujetten. Een dokter redt levens, een agent perkt levens in. We eisten dat ze het huis zouden verlaten en zagen dat er buiten al een aanzienlijk offensief op de been was: meerdere politiewagens, twee arrestatiebusjes en een ingescheept comité dat slogans schreeuwden. Op dat moment sloten ze in een groot gedeelte van Cuba enkele uren lang de toegang tot Facebook, Instagram en YouTube af. 

    De agenten die binnen kwamen stormen, waren nerveuze mannen en vrouwen. ‘En wanneer denken ze mij te gaan oppakken?’ vroeg Esteban zich af nadat verschillende agenten hem waren voorbijgelopen en hem niet hadden aangeraakt. Ik werd vastgegrepen door twee figuren. Ze sleepten me strompelend de trap af en daarna trokken ze me met zich mee. Ik botste bijna tegen een van de zuilen. Ik denk dat hun gebrek aan ervaring ze nog gevaarlijker maakte. Ze sloegen me niet, maar wilden me wel vernederen. Dat is een tactiek. Ze pakken je mee bij je nek of ze grijpen je bij je armen, maar nooit slepen ze je mee in een rechte lijn, in plaats daarvan sleuren je van hot naar her.

    Nationale zwarte republiek

    Op het moment dat ik werd meegesleurd, verloor ik het contact met de vijf vrouwen van de groep. We werden zogenaamd van elkaar gescheiden om verspreiding van het virus te voorkomen. Wij mannen werden naar het politiebureau aan de Avenida del Puerto gereden, en daar lieten ze ons ruim twee uur op elkaar gepropt in het vierkante duister van het arrestatiebusje achter. Af en toe deden ze de deur open om de astma van Esteban wat te verlichten. 

    Die penibele situatie bezegelde onze vriendschap. Ik voelde me niet langer gevangen en begon aan iedereen vragen te stellen. Alleen Otero was al voor dit voorval mijn vriend. Samen met Maykel Osorbo zag hij zichzelf als een marron [iemand uit de onafhankelijke zwarte gemeenschap van gevluchte slaven], en dat waren ze inderdaad. Die identiteit gaf aan de San Isidro-beweging een historisch zelfbewustzijn, een geschiedenis die de machthebbers wilden negeren.

    Zij zijn zwart, arm, ontheemd en wonen in krakkemikkige huizen omringd door luxe hotels voor toeristen met melkflessen onder hun korte broeken. Ze staan voor alles wat de Cubaanse Revolutie beloofde en uiteindelijk werden ze achternagezeten en opgejaagd, met als doel hun bestaan uit te wissen. 

    Wat zij aankaarten, en wat zoveel woede wekt bij degenen die van hen af willen, is niet alleen de strijd om de vrijheid van een rapper. Zij laten zien dat op Cuba een nationale zwarte republiek mogelijk is, met een nieuwe cultuur die altijd onderdrukt is geweest, en haken daarmee aan op wat er wereldwijd gaande is [met Black Lives Matter en andere zwarte emancipatiebewegingen]. Alleen zo, door middel van de opening die deze strijders forceren, kan Cuba een modern land worden.

    Toen ze me – als tweede – uit het arrestatiebusje haalden, verdween het gevoel van vrijheid weer en was ik aan hen overgeleverd. In de polikliniek in Miramar namen ze de test bij me af waar al deze commotie om te doen was geweest. Een wattenstaafje dat vervelend prikte in mijn keel. Geen van de andere deelnemers aan het protest hoefde de test ondergaan. 

    Om bij de kliniek te komen werd ik in een politiewagen met drie agenten over de Malecón [de bekende boulevard langs zee in Havana] richting het westen gereden. Vanachter het raampje keek ik naar de plekken waar ik ontelbare keren was geweest. Ik had me echter nog nooit zo eenzaam gevoeld als nu. Het Ameijeiras-ziekenhuis, de straathoek voor Hotel Nacional, het Casas de las Américas-gebouw en het studentenhuis waar ik vijf jaar lang woonde. Ik tuurde naar het gebouw tot ik het niet meer zag, terwijl ik mijn kamer probeerde te vinden om te zien of ik mezelf achter het raam zag staan en nog een spoor kon vinden van wie ik toen was.

    Ik zat met blote voeten in de wagen, mijn handen geboeid op mijn rug, terwijl mijn vermoeide gebroken lichaam wegzakte in het moeras van de stad.