Tag: hoofddoek

  • Oostenrijk verbiedt hoofdbedekking voor meisjes onder de veertien

    Oostenrijk verbiedt hoofdbedekking voor meisjes onder de veertien

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mark Rutte: ‘De NAVO is het volgende doelwit van Rusland’

    » Iran: kindbruid ontsnapt aan de dood dankzij betaling van bloedgeld

    De oppositie noemt de wet ‘ongrondwettelijk’

    Oostenrijk heeft een wet aangenomen die hoofddoeken op scholen verbiedt voor meisjes onder de veertien jaar. De maatregel geldt voor meisjes op zowel openbare als particuliere scholen. De bepalingen van de nieuwe wet houden in dat meisjes onder de veertien jaar geen ‘traditionele islamitische hoofdbedekking’ zoals hijabs of boerka’s mogen dragen. In 2020 werd een soortgelijk hoofddoekverbod voor meisjes onder de tien jaar door het Constitutionele Hof nietig verklaard, omdat het specifiek gericht was op moslims.

    Als een leerling de nieuwe wet overtreedt, volgt een reeks gesprekken met de schoolautoriteiten en haar wettelijke voogden. Bij herhaalde overtredingen moet de kinderbescherming worden ingeschakeld. Als laatste middel kunnen gezinnen of voogden een boete krijgen van maximaal 800 euro, meldt de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Leden van de regering zeggen dat het hier gaat om het versterken van de positie van jonge meisjes, met het argument dat de wet bedoeld is om hen te beschermen ‘tegen onderdrukking’. Sigrid Maurer van de oppositionele Groenen noemde de nieuwe wet juist ‘duidelijk ongrondwettelijk’.

    De officiële islamitische gemeenschap in Oostenrijk, de IGGÖ, zei dat het verbod in strijd is met de grondrechten en de samenleving zal verdelen. In een verklaring op haar website zei zij: ‘In plaats van kinderen mondiger te maken, zullen zij worden gestigmatiseerd en gemarginaliseerd.’ De IGGÖ zei dat zij ‘de grondwettelijkheid van de wet zal onderzoeken en alle nodige stappen zal ondernemen’.

  • VN-rapport: Iran gebruikt technologie om vrouwen zonder hoofddoek op te sporen

    VN-rapport: Iran gebruikt technologie om vrouwen zonder hoofddoek op te sporen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël verbreekt wapenstilstand met dodelijke luchtaanval op Gaza

    » Conflict in de DRC: M23 trekt zich terug uit vredesbesprekingen

    De Iraanse politie zet drones in om vrouwen te monitoren

    Een uitgebreid technologisch netwerk in Iran rapporteert vrouwen die geen hoofddoek dragen, meldt een VN-rapport. ‘Twee jaar na de protesten van 2022 worden vrouwen en meisjes in Iran nog steeds geconfronteerd met systematische discriminatie (…), vooral met de verplichting tot het dragen van een hijab.‘ Sinds april 2024 heeft Iran een nieuw plan doorgevoerd, het Noor Plan, bedoeld om de verplichte kledingwetten te handhaven. Inmiddels zijn er al 618 vrouwen gearresteerd onder de wet.

    Het VN-rapport laat zien hoe Iraanse autoriteiten technologie gebruiken om vrouwen zonder hijab op te sporen. Bij de Amirkabir universiteit in Teheran zijn camera’s met gezichtsherkenning geplaatst om vrouwen zonder hoofddoek te rapporteren. De Iraanse politie maakt ook gebruik van ‘dronetoezicht vanuit de lucht’, meldt het rapport. Het team van onderzoekers vermoedt dat bewakingscamera’s op de grote wegen van Iran ook actief zoeken naar vrouwen zonder hoofddoek, aldus The Independent.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Iraanse politie heeft zelfs een nieuwe app ontwikkelt met de naam ‘Nazer’. De app stelt burgers in staat om een vrouw die geen hoofddoek draagt te rapporteren. Gebruikers van de app kunnen bijvoorbeeld ‘de locatie, datum, tijd en de nummerplaat van een voertuig’ toevoegen. ‘Dan wordt er per direct een sms gestuurd naar de eigenaar van het voertuig dat hen waarschuwt dat ze de wet van de verplichte hijab hebben overtreden en dat hun voertuig in beslag zal worden genomen als ze de waarschuwing negeren,’ aldus het VN-rapport.

    In 2022 waren er grote protesten in Iran naar aanleiding van de dood van Mahsa Amini, een vrouw die werd gearresteerd en mishandeld door de zedenpolitie. Dit rapport van de VN stelt de Islamitische Republiek verantwoordelijk voor haar dood en beklaagt de onderdrukking van vrouwenrechten in Iran.

  • Iran: moraalpolitie gaat hoofddoekwet weer handhaven

    Iran: moraalpolitie gaat hoofddoekwet weer handhaven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU sluit migratieakkoord met Tunesië

    » Oorlog in Soedan: het leger hervat de gesprekken met de RSF

    Handhaving werd stopgezet na dood Mahsa Amini

    De Iraanse politie hervat de controversiële patrouilles om ervoor te zorgen dat vrouwen zich aan de kledingvoorschriften houden en hun haar bedekken in het openbaar, zo melden staatsmedia. De ‘moraalpolitie’ gaat weer de straat op om de Iraanse hijabwetten te handhaven, zei een woordvoerder zondag, meldt de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De aankondiging komt tien maanden nadat een jonge vrouw, Mahsa Amini, overleed als gevolg van haar arrestatie in Teheran. Ze was opgepakt omdat ze de kledingvoorschriften zou hebben overtreden. ‘Haar dood leidde tot massale protesten in het hele land en de patrouilles werden stopgezet’, aldus de BBC. Islamitische hardliners eisten echter al enige tijd dat de controles zouden worden hervat. Vrouwen die de regels overtreden, kunnen worden gearresteerd en naar heropvoedingscentra van de politie worden gebracht.

    Lees ook:

  • In Iran slaan verschillende sociale klassen hun handen ineen

    In Iran slaan verschillende sociale klassen hun handen ineen

    Verschillende bevolkingsgroepen in Iran, ook die als hoeksteen van het regime werden beschouwd, uiten steeds vaker kritiek op de autoriteiten, die slecht bestuur en corruptie worden verweten. Kan de solidariteit tussen minderheden het regime aan het wankelen brengen?

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Deze opstandige wind waait uit een andere hoek. Natuurlijk, de economische crisis die Iran teistert heeft de afgelopen jaren steeds vaker betogingen uitgelokt. In 2017 zijn de Iraniërs de straat op gegaan om te protesteren tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud als gevolg van de koersdaling van de rial. Twee jaar later kwamen er protesten tegen een verhoging van de brandstofprijzen door veranderingen in het subsidie-systeem.

    Sindsdien zijn er steeds vaker kleine, plaatselijke manifestaties om bijvoorbeeld meer rechten voor ambtenaren en arbeiders te eisen, of een betere watervoorziening voor de boeren in de regio Isfahan. De sociaaleconomische eisen van een bevolkingsgroep die tot dan toe als een hoeksteen van de volkssteun voor het regime werd beschouwd gaan steeds vaker gepaard met kritiek op dat regime, op het slechte bestuur, de corruptie. Hoewel de Islamitische Republiek voortdurend beweert het gewone volk te beschermen en te verdedigen tegen de bourgeoisie, aarzelt ze niet om haar goed geoliede onderdrukkingssysteem in te zetten om deze achtereenvolgende bewegingen te smoren.

    Er vinden in een vijftiental Iraanse steden demonstraties plaats naar aanleiding van de dood van de jonge Mahsa Amini

    Momenteel vinden er in een vijftiental Iraanse steden demonstraties plaats naar aanleiding van de dood van de jonge Mahsa Amini. Deze gebeurtenis, het voorlopige dieptepunt van een reeks gewelddadige arrestaties door de zogeheten ‘oriëntatiepatrouille’ van vrouwen die de geldende kledingregels niet respecteren, heeft in het hele land tot heftige emoties geleid. Bij de vrouwen en studenten die als eersten in opstand kwamen hebben zich inmiddels talrijke mannen aangesloten om gezamenlijk een van de hoekstenen van het gezag en de politiek-religieuze identiteit van de Islamitische Republiek ter discussie te stellen: de hidjab. 

    Een door het Westen gesmeed complot

    Volgens de conservatieve Iraanse pers, die nauwe banden heeft met het regime, wordt de protestbeweging op afstand aangestuurd door de vijanden van Iran, die er alleen maar op uit zijn het land te verzwakken.

    Voor de conservatieve pers is het zonneklaar: de betogingen die Iran al bijna drie weken lang in rep en roer brengen zijn het werk van ‘vijanden’ van de Islamitische Republiek. Volgens het blad Kayhan zit het Westen ‘achter de misdaden en het kwaad waardoor de straten worden geteisterd en separatistische terroristische groeperingen worden opgehitst’; met dat laatste wordt de Koerdische minderheid bedoeld, onder wie het oude streven naar autonomie weer is opgelaaid. Maar ‘de belangrijkste aanstichters van de rellen zijn elementen die zichzelf als “hervormers” bestempelen’, voegt de krant eraan toe.‘Er moet worden afgerekend met de terroristen, met de separatisten en vooral met de politici en bekende Iraniërs die het Westen in staat stellen het land binnen te dringen’, dikt Kayhan nog aan. ‘Iedere gelegenheid om de criminelen en verraders te bestraffen moet worden aangegrepen en de inspanningen om een landelijk informatie- en communicatienetwerk op te zetten [in plaats van het wereldwijde internet] moeten worden geïntensiveerd.’

    Om een sneeuwbaleffect te voorkomen heeft de Iraanse staat op 22 september de toegang tot internet, sociale media en berichtenapps drastisch beperkt.

    De krant Jam-e Jam concentreert zich op de Koerdische opstandelingen en schrijft dat ‘diverse gewapende separatistische groeperingen deze gespannen situatie aangrijpen om hun doelen te bereiken. Hoewel de Iraanse Koerden patriotten zijn, laten sommigen onder hen zich misleiden door de separatisten die een door de vijand aangewakkerd afscheidingscomplot nastreven.

    ’Volgens het dagblad Iran, een overheidsorgaan, ‘vormt de hoofddoekkwestie de kern van de psychologische manipulatie waarmee de vijand het volk probeert te mobiliseren’. De Iraniërs ‘zullen nooit met deze oproerkraaiers sympathiseren’ en de voorkeur geven aan ‘veiligheid’ boven chaos, in een regio waar ‘alle buurlanden met een crisis worden geconfronteerd’. De meerderheid van de bevolking is niet ‘voor afschaffing van de hoofddoek’, besluit de krant.

    Het dagblad Vatan-e Emrooz vreest zelfs voor een burgeroorlog: ‘De vijanden van Iran hebben altijd geprobeerd betogingen in rellen te laten ontaarden en rellen in een burgeroorlog. Ze dromen ervan om hetzelfde te doen als in Syrië en Libië.’Het blad Farhikhtegan, dat genuanceerder en kritischer is, legt de nadruk op de groeiende kloof tussen de politieke machthebbers en de jeugd. ‘De deelname van jongeren aan de betogingen was ongekend groot. Omdat er geen pogingen worden ondernomen een dialoog met hen aan te gaan, heeft een deel van deze jonge generatie haar eigen waarden gedefinieerd, die volstrekt onbegrijpelijk kunnen zijn voor andere generaties, met name die welke aan de knoppen zitten,’ verklaart Farhikhtegan.De ‘discriminatie in het onderwijs’ die is verergerd door de ‘privatisering van het onderwijsstelsel’ heeft bovendien de sociale ongelijkheid versterkt zodat veel jongeren ‘teleurgesteld zijn geraakt in de maatschappij en er een ontgoochelde generatie is ontstaan die niets opheeft met spirituele waarden’, waarschuwt het blad.

    Betogers hebben niet alleen bij wijze van protest hun hoofddoek verbrand, maar ook de ordetroepen bestookt met kreten als ‘Dood aan de dictator’, waarmee ze de opperste leider bedoelden, van wie afbeeldingen werden verscheurd. ‘Omdat de aanleiding ditmaal een sociaal-cultureel en politiek element in zich bergt, is de huidige opstand vergelijkbaar met die van de Groene Beweging van 2009,’ zegt Ali Fathollah-Nejad, als onderzoeker verbonden aan het Issam Fares Institute van de Amerikaanse Universiteit van Beiroet. Deze universiteit, sinds haar oprichting een van de grootste bedreigingen voor de Islamitische Republiek, had destijds op verzoek van de hervormingsgezinde maar onfortuinlijke presidentskandidaat Mir-Hossein Mousavi plaats geboden aan massale protestbetogingen tegen de als frau-duleus beschouwde verkiezing van Mahmoud Ahmadinejad.

    Vrijheid en brood

    Anders dan de Groene Beweging, die vooral in Teheran en op de universiteiten actief was, hebben de huidige protesten zich over het hele land verbreid, van Isfahan en Iraans Koerdistan, waar de jonge vrouw vandaan kwam die het symbool is geworden van de onderdrukking door het regime, tot aan Rasjt aan de Kaspische Zee.

    ‘De betogingen die zijn uitgelokt door de dood van Mahsa Amini weerspiegelen een veel grotere woede onder de bevolking vanwege het discriminerende juridische kader dat zowel vrouwen als etnische en religieuze minderheden en andere gemarginaliseerde groepen in Iran onevenredig zwaar treft,’ analyseert Gissou Nia, voorzitter van de raad van bestuur van het Iran Human Rights Documentation Center in New Haven, Connecticut.

    Bovendien had de middenklasse, die vooral snakte naar ‘vrijheid’, andere wensen dan de lagere klassen, die ‘brood’ eisten. De sancties die werden opgelegd door Donald Trump nadat hij het nucleaire akkoord had opgezegd hebben de economische crisis waar-onder de Iraniërs gebukt gaan alleen maar verergerd. Hoewel er gewoonlijk geheimzinnig over dit onderwerp wordt gedaan, liet president Ebrahim Raisi zich afgelopen augustus tijdens een persconferentie ontvallen dat de inflatie op jaarbasis meer dan veertig procent bedroeg. ‘Door de huidige omstandigheden in Iran lijkt het erop dat twee sociale groepen de handen ineenslaan: de middenklasse, die er de afgelopen jaren armer op is geworden, en de lagere klassen, die minder conservatief lijken dan vroeger of dan vaak wordt verondersteld,’ meent Ali Fathollah-Nejad.

    Kan de solidariteit tussen de verschillende klassen het regime aan het wankelen brengen?

    Kan de solidariteit tussen de verschillende klassen het regime aan het wankelen brengen? Tijdens zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN vorige maand in New York heeft de Iraanse president Ebrahim Raisi met geen woord gerept over de betogingen in zijn land, al werd daar uitgebreid over bericht door alle grote internationale media. Het belangrijkste doel van zijn reis, het nucleaire dossier en het opheffen van de internationale sancties die daarmee verbonden zijn, is op een dood spoor beland nadat de Iraniërs tijdens de onderhandelingen in Wenen eisen hadden gesteld die voor de Amerikanen onacceptabel waren. Talloze analisten verwachtten dat de repressie na Raisi’s terugkomst in Teheran op 28 september jongstleden verder zou toenemen, nadat de autoriteiten de dag daarvoor al officieel hadden bekendgemaakt dat er sinds de dood van Mahsa Amini zeventien mensen waren omgekomen, onder wie enkele politiemensen. Na haar dood en de eerste betogingen die daarop volgden werden het internet en sociale netwerken als Instagram en Whatsapp enige tijd stilgelegd. De gespecialiseerde site NetBlocks sprak van de meest omvangrijke internetonder-breking sinds de massale protesten in 2019. Volgens schattingen van Amnesty International heeft de digitale black-out van destijds, die een week duurde, meer dan driehonderd mensen het leven gekost, onder wie betogers.

    Ondanks zijn goed getrainde veiligheidsapparaat lijkt het regime in Teheran enigszins te aarzelen om zijn politiek-religieuze gezag te doen gelden, terwijl er ook geruchten gaan over de verslechterende gezondheidstoestand van de opperste leider, de 83-jarige Ali Khamenei. 

    Hoewel een openbare verschijning van de ayatollah aan iedere discussie een eind leek te willen maken, ligt de vraag over diens opvolging op ieders lippen en zou die opvolging weleens reden kunnen zijn voor een toekomstige koersverandering van de Islamitische Republiek. De presidentsverkiezing van 2021 had al laten zien dat er onenigheid bestond binnen de conservatieve elite die de scepter zwaaide en waarvan een deel dat als te gematigd werd beschouwd door de opperste leider opzij is geschoven ten gunste van Ebrahim Raisi. 

    ‘Irrationele lieden’

    Na de dood van Mahsa Amini hebben diverse hoogwaardigheidsbekleders kritiek geuit op de zedenpolitie, die door de president aan het begin van zijn ambtsperiode is versterkt en die door velen verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van de jonge vrouw. Parlementsleden hebben al gepleit voor een herziening van de gebruikte methoden, oftewel de opheffing van deze ordetroepen. Ayatollah Asadollah Bayat-Zanjani, een belangrijke religieuze figuur en tegenstander van het heersende regime, heeft felle kritiek geuit op ‘de gebeurtenissen en het gedrag van een stel illegale, irrationele lieden dat tot dit ongelukkige en betreurenswaardige incident heeft geleid’.

  • Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    Volgens deze Jemenitische auteur heeft de focus van het Iraanse regime op religie in plaats van op de materiële nood van de bevolking een averechts effect. ‘Iran noemt zichzelf de “Islamitische Republiek”, maar het atheïsme is wijdverbreid.’

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Verschillende sociale klassen slaan handen ineen

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Hoewel de dood van Mahsa Amini op 16 september jongstleden tot grote woede heeft geleid, weten de Iraniërs dat de aanstoot die het regime nam aan een ontsnapte haarlok illustreert hoe graag het met een overmaat aan religie tegenwicht wil bieden aan de materiële nood van de bevolking. 

    Omdat het regime er niet in is geslaagd de belangen van de Iraniërs hier op aarde naar behoren te behartigen, probeert het dat in een andere wereld te doen. Met andere woorden, in plaats van de mensen de mogelijkheid te geven hun leven hier beneden te verbeteren, wordt hun het walhalla daarboven voorgespiegeld.

    De opleving van het Koerdisch nationalisme

    De Iraanse Koerden, die deelnemen aan de protestbeweging, worden met harde hand onderdrukt. Deze volksopstand heeft hun oude aanspraak op territoriale autonomie weer doen opleven.

    De Iraanse Koerden zien de betogingen in Iran, waaraan ze actief deelnemen, als een mogelijkheid voor het land om zich te ontdoen van een religieus regime en de mensenrechtensituatie te verbeteren, maar ook als een mogelijkheid om hun oude aanspraak op autonomie weer van stal te halen, die aansluit bij het nationalistische streven van de Koerden in het Midden-Oosten naar een transnationale politieke gemeenschap van Turkse, Syrische, Iraakse en Iraanse Koerden, legt de pan-Arabische krant Daraj uit.

    De slogans – zoals ‘Koerdistan zal een begraafplaats voor de fascisten zijn’ – en de meegevoerde portretten van Abdul Rahman Ghassemlou – een van de meest vooraanstaande leiders van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan, die in 1989 in Wenen is vermoord door de Iraanse inlichtingendienst tijdens een speciale operatie waaraan ook de Iraanse ex-president Ahmadinejad deelnam – laten zien dat de huidige beweging een Koerdisch nationalistisch tintje heeft.

    Deze etnische minderheid, die lange tijd is gemarginaliseerd, ziet bovendien raakvlakken tussen de Koerdische en de feministische beweging. ‘De meeste Koerdische feministen die in Iran gevangenzitten zijn gearresteerd om twee redenen, hun feministische betrokkenheid en hun [Koerdisch] nationalisme’, aldus de auteur van het artikel, die zelf een Syrische Koerd is.

    Daraj herinnert eraan dat deze wil om actiever in het geweer te komen tegen het regime al voor de huidige twisten bestond. De Democratische Partij van Iraans Koerdistan en de Democratische Partij van Koerdistan in Iran, de twee grootste Koerdische partijen in Iran, hadden zich afgelopen augustus al verenigd na een schisma van zestien jaar.

    De twee partijen, die over een militaire vleugel beschikken, de Peshmerga, hebben toen het begin van een nieuwe fase aangekondigd ‘in de strijd tegen het regime van de Islamitische Republiek Iran en tegen ieder plan dat het pluralisme en de rechten van minderheden ontkent’.

    Teheran zegt bovendien dat er Peshmerga-strijders deelnemen aan de betogingen in Koerdische steden, wat door de Koerden wordt ontkend. Het is vermoedelijk een excuus om de repressie op te voeren, besluitDaraj..

    De tegenstelling tussen discours en praktijk is schrijnend. Het is de tegenstelling tussen de ‘Islamitische Republiek’ en een moordzuchtige handhaving van de ‘goede zeden’. Tussen de bewering dat men de islam wil koesteren als het licht in de ogen en het met harde hand uitdragen van de religieuze ideologie.

    Voor een groot deel van de samenleving lijkt religie dus een eenvoudig instrument in handen van het regime om ieder streven naar een beter leven de kop in te drukken. Dat werkt een afkeer in de hand van alles wat naar religie riekt. In die zin is de opstand tegen het verplicht dragen van een hoofddoek in feite een afwijzing van de ideologische fundamenten van het regime, met zijn velayat-e faqih-doctrine [de voorrang van religie op politieke macht].

    Deze doctrine vormt de basis van het bewind van opperste leider Ali Khamenei, wiens beeltenis in tal van Iraanse steden door betogers in brand is gestoken. Khamenei vertegenwoordigt een militair-religieuze macht, die het resultaat is van een verbond tussen de sjiitische geestelijkheid en het leger rond de Revolutionaire Garde.

    Afkeer

    De afkeer komt ook tot uiting in een reeks verschijnselen die hand over hand toenemen: atheïsme, drugsgebruik, meer criminaliteit, stijgende emigratie. Het zijn verschijnselen die zich ook in andere moslimlanden voordoen, om soortgelijke redenen. Deze redenen houden verband met de vervlogen hoop op democratisering, met economische tegenslag en met werkloosheid. Maar daar komt het cynische gebruik van religie voor politieke doeleinden nog bij.

    73 procent van de Iraniërs is tegen het verplicht dragen van een hoofddoek

    Toch vormt Iran een geval apart, vanwege de duidelijke afkeer van religie die er in het land heerst. Tijdens een peiling in juni 2020, zo meldde de in Londen gevestigde televisiezender Iran International, zei 73 procent van de ondervraagden tegen het verplicht dragen van een hoofddoek te zijn en verklaarde slechts 26 procent te geloven in imam Mahdi, wiens terugkeer van het einde der tijden een belangrijk element vormt van het hedendaagse sjiisme. Van de 61 procent van de ondervraagden die zei uit een gelovige familie te komen verklaarde 60 procent nooit meer te bidden.

    Daar komt nog bij dat de sjiieten in Ahwaz, een regio in het zuidwesten van Iran met een grote Arabischtalige bevolking, zich in groten getale tot het soennisme bekeren. Daarmee willen ze afstand nemen van het staatssjiisme van de Iraanse machthebbers, dat ze associëren met het streven naar hegemonie van Iraanse nationalisten. Het soennisme daarentegen verenigt hen in hun ogen met de andere Arabische landen, waar de soennieten veruit in de meerderheid zijn.

    De voetballers

    Net als veel andere bekende Iraniërs hebben diverse voetballers zich solidair verklaard met de protestbeweging.

    Op 27 september, tijdens een vriendschappelijke wedstrijd van Iran tegen Senegal in Wenen, hebben de Iraanse spelers tijdens het spelen van de volksliederen hun shirt onder een zwarte parka verborgen. Sterspeler Sardar Azmoun heeft boodschappen op Instagram gepost om de betogers te steunen, zoals deze: ‘Schandalig dat jullie het volk zo moeiteloos hebben vermoord en leve de vrouwen van Iran.’ Boodschappen die hij uiteindelijk heeft moeten verwijderen onder druk van de autoriteiten, die hebben beloofd ‘beroemdheden te zullen aanpakken die olie op het vuur gooien’. Volgens de Iraanse krant Javan hebben de Instagramposts van een andere legendarische voetballer, Ali Karimi, ‘heel wat meer invloed dan universiteitsdocenten’.

    Terwijl de vertegenwoordigers van religieuze instanties rijkelijk profiteren van de eerder genoemde overmaat aan religie, leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Toch is Iran een van de landen met de grootste natuurlijke hulpbronnen ter wereld en zou de economie moeten floreren, ware het niet dat het militair-religieuze verbond in alle lagen van de maatschappij is doorgedrongen om deze hulpbronnen aan zijn eigen politieke en geopolitieke ambities te verspillen.

    Zo geeft het verhaal van Mahsa Amini en duizenden andere Iraanse vrouwen inzicht in de ware aard van een regime waarvan de uitspraken niet stroken met de praktijk. Het gebruikt de zedenpolitie als dekmantel voor het plegen van moorden en ontketent oorlogen onder de vlag van islamitische eenheid. Het noemt zichzelf ‘Islamitische Republiek’ maar het atheïsme is wijder verbreid dan onder het monarchistische bewind van de sjah. 

    Lees ook:

  • In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    ‘Ze hebben geen bezwaren tegen de hoofddoek; maar tegen het feit dat ze niet het recht hebben om zelf te beslissen of ze die al dan niet willen dragen’, schrijft deze Iraans-Amerikaanse auteur. Iraniërs – vooral vrouwen – komen massaal in opstand tegen het theocratische bewind.

    Niemand kan voorspellen hoe een revolutie uitbreekt. Ook weet niemand van tevoren wanneer een misstand de woede van de bevolking zal doen ontvlammen – woede die sterker is dan angst. In 2010 zette in Tunesië een straatverkoper, Mohammed Bouazizi, een opstand in gang door zichzelf in brand te steken. Nu, in 2022 zijn na de dood van Mahsa Amini, een 22-jarige vrouw die in politiedetentie om het leven is gekomen, Iraniërs in alle hoeken van het land de straat opgegaan.

    Amini en haar broer waren vanuit Saqqez, een stad in Iraans-Koerdistan, naar de hoofdstad Teheran gekomen om familieleden te bezoeken. Op 13 september werd Amini opgepakt door de zogeheten zedenpolitie, omdat ze haar hijab, of hoofddoek, niet op de juiste wijze zou hebben gedragen. Drie dagen later werd bekendgemaakt dat ze was overleden. De autoriteiten zeggen dat ze is overleden aan een hartstilstand. Volgens een in Engeland gevestigde onafhankelijke Iraanse nieuwssite zijn op CT-scans van haar schedel tekenen van fracturen zichtbaar.

    Elke keer dat ik beelden van Amini zie, in coma in een ziekenhuisbed, denk ik onwillekeurig dat ik daar ook had kunnen liggen. Ik was een meisje in Iran toen er in 1981 een wet van kracht werd die alle vrouwen verplichtte een hijab te dragen. Dat was twee jaar na de Iraanse Revolutie. En ik was een tiener toen de zedenpolitie de straat opging en in het wilde weg mensen aanhield en inrekende, soms op grond van weinig meer dan een plukje haar dat onder een hoofddoek uit piepte.

    Woede en solidariteit

    Op een dag in augustus 1984 liep ik buiten, dik ingepakt in mijn islamitische uniform met hoofddoek terwijl het ondraaglijk heet was en alle fonteinen in Teheran waren stilgezet vanwege de ramadan, en ik betrapte me op de gedachte dat ik het niet erg zou vinden om te sterven als diegenen die ons leven tot een hel maakten ook zouden sterven. Later dat jaar verliet ik Iran, maar momenteel voel ik wat zovele Iraanse vrouwen voelen: ieder van ons is Mahsa Amini.

    Sinds haar dood zijn duizenden mensen de straat opgegaan, in een vertoon van woede en solidariteit dat ongekend is, zelfs in een land dat veel van dit soort tumultueuze momenten heeft gekend. Maar deze keer is het anders dan bij eerdere opstanden tegen het regime, de beweging is nu opmerkelijk breedgedragen en inclusief. De rijke inwoners van Noord-Teheran zijn de straat opgegaan samen met de arme mensen uit het zuidelijke deel van de stad. Je ziet jongeren op straat, maar ook hun ouders, en zelfs hun grootouders. Niet alleen in de stad gaan de mensen de straat op, maar ook op het platteland.

    De vrouwen van Iran hebben de mythe ontkracht dat de hoofddoek een Iraanse traditie zou zijn

    De vrouwen van Iran nemen het voortouw – de vrouwen die zich standvastig hebben verzet tegen de tirannie van het regime en die onvermoeid de mythe hebben ontkracht dat de hoofddoek een Iraanse traditie zou zijn. De aanblik van alle mannen aan hun zijde getuigt van een vrijwel universele afkeer van de officiële misogynie van het regime. Met alle risico’s die deze burgers nemen, en met de offers die ze brengen, tonen ze haarscherp aan dat een traditie die vierentwintig uur per dag verdedigd moet worden door gewapende mannen die mensen in elkaar moeten slaan om die traditie overeind te houden, het verdient te worden afgeschaft.

    Sinds de dood van Mahsa Amini komt de hele Iraanse samenleving in verzet tegen de machthebbers, ondanks meedogenloze repressie. Een beweging die weerklank vindt in het buitenland. Maar kan ze blijven voortbestaan zonder hulp van buitenaf?

    107838498 58c8de45 5ba5 4d62 88ed 0204f42747f1

    Iraanse promotievideo die laat zien hoe een Iraanse vrouw nadat ze aan het ‘goede voorbeeld’ wordt herinnerd bij een bezoek aan de juwelier, haar outfit aanpast en thuis een niqab aantrekt.

    Zelfs beroemdheden die er in het verleden het zwijgen toe hebben gedaan, laten zich nu horen. Filmsterren en sporthelden twitteren om hun steun te betuigen aan de demonstranten – sommigen doen zelfs een oproep aan het leger om achter het volk te gaan staan en in te grijpen. De populaire musicus Homayoun Shajarian, de zoon van de grote zanger van de Perzische muziek, Mohammad-Reza Shajarian, projecteerde bij zijn laatste optreden een grote foto van Mahsa Amini achter het podium – een openlijke provocatie van het bewind. Het publiek begon vervolgens te scanderen: ‘Dood aan Khamenei’ (Irans hoogste leider).

    Etnische verschillen

    Alles wat er in het verleden is gezegd over etnische en andere scheidslijnen, waardoor verschillende groepen binnen Iran tegenover elkaar zijn komen te staan, is nu vergeten. Vele jaren hebben geruchten over de dreiging van separatistische bewegingen, met name in Iraans-Koerdistan, geleid tot felle discussies. Maar de aloude spanningen verdwijnen naar de achtergrond door het verdriet over de dood van deze jonge Koerdische vrouw, een verdriet dat wordt gevoeld in het hele land, zelfs op onwaarschijnlijke plekken als de Turks sprekende stad Oermia. In het licht van het alledaagse onrecht waarmee elke Iraniër te maken krijgt, lijken etnische verschillen onbeduidend.

    Vandaag de dag worden er in Iran geen beeltenissen van Uncle Sam of Amerikaanse vlaggen in de fik gestoken. In plaats daarvan verbranden vrouwen op straat hun eigen hoofddoek, of ze gooien hem in een vreugdevuur dat door mannen is aangestoken. Ze hebben geen bezwaren tegen de hoofddoek zelf; hun bezwaren richten zich op het feit dat ze niet het recht hebben om zelf te beslissen of ze die al dan niet willen dragen. Ondanks het feit dat er in de praktijk al meer dan veertig jaar nauwelijks nog betrekkingen zijn tussen Iran en Amerika, hebben twee wezenlijke Amerikaanse opvattingen – over rechten en keuzevrijheid – hun weg gevonden naar de inwoners van dit land. De mensen die de straat opgaan scanderen dit keer niet ‘Dood aan Amerika’ maar ‘Dood aan de dictator’. De mensen die Amerika ooit voor de Grote Satan hielden, de bron van alle kwaad, scanderen nu: ‘Onze vijand bevindt zich hier. Het is een leugen dat het Amerika zou zijn.’

    De demonstranten vragen helemaal niets voor zichzelf; ze willen domweg dat het regime opstapt

    Drieënveertig jaar geleden vernederde Iran Amerika door ten overstaan van de gehele wereld het geblinddoekte personeel van de Amerikaanse ambassade te tonen. Vandaag de dag vernedert de Iraanse bevolking haar eigen leiders door de muurschilderingen van Ali Khamenei te bekladden en zijn foto van billboards te scheuren.

    Er wordt niet langer gedemonstreerd voor lagere benzineprijzen, salarisverhoging of eerlijke verkiezingen – de eisen van zoveel eerdere protesten. Sterker nog, de demonstranten vragen helemaal niets voor zichzelf; ze willen domweg dat het regime opstapt. 

    Politiestaat

    Irans ambitie om een rechtsstaat te worden dateert van ver voor de Islamitische Revolutie: meer dan een eeuw geleden vond de Perzische Constitutionele Revolutie plaats. De Amerikaanse overheid heeft bijna twintig jaar lang tientallen miljoenen dollars uitgegeven om het democratische proces in Iran te bevorderen. Die investering valt in het niet bij de miljarden die Amerika in de oorlogen heeft gepompt van twee van Irans buurlanden, Irak en Afghanistan – om nog maar te zwijgen van al het bloed dat is vergoten. Maar evengoed is de Amerikaanse steun voor de democratische droom van wezenlijk belang – en die steun lijkt nu misschien eindelijk vruchten af te werpen. 

    De vraag is of Washington hier klaar voor is. Hebben de Amerikaanse sponsors van de Iraanse democratie enig idee wat te doen als hun missie slaagt?

    Iran heeft zijn Oekraïnemoment bereikt, een punt waarop een volk zich realiseert dat het bereid is de prijs te betalen voor vrijheid. Iraniërs realiseren zich dat dit hun strijd is, en ze gaan – ongewapend – de straat op om de misdadigers van het regime het hoofd te bieden. Op social media hebben sommige van de bekendste activisten van deze beweging filmpjes gepost waarin ze zeggen dat ze weigeren het land te verlaten – wat de toekomst ook mag brengen, zij laten zich niet verjagen.

    De Verenigde Staten moeten ervoor kiezen de Iraniërs te steunen nu ze in het nauw zitten

    De Verenigde Staten moeten nu, door daden en niet enkel door steunbetuigingen, laten zien dat ze net zozeer zijn begaan met het verlangen naar vrijheid van het Iraanse volk als met het in toom houden van de nucleaire ambities van het regime. Een stap die de Verenigde Staten zouden kunnen zetten, is het opschorten van hun deelname aan de gesprekken over een nieuw nucleair akkoord. Dat zou een duidelijke boodschap zijn aan de ayatollahs dat er geen sprake kan zijn van het verlichten van de economische sancties zolang de bendes van de ayatollahs de eigen bevolking doodschieten in de straten van Iran. 

    Net zomin als de Oekraïners, kunnen de Iraniërs hun vrijheid veroveren zonder steun van de Verenigde Staten en andere westerse landen. Ze zijn bereid offers te brengen, maar hun bereidheid en vastberadenheid alleen zijn niet voldoende om revoluties te winnen. Amerika heeft vier decennia gewacht tot de Iraniërs de propaganda van het regime zouden verwerpen en Amerika niet langer als de vijand zouden zien. Dit is een historische kans voor beide landen om een nieuwe band te smeden, maar dan moeten de Verenigde Staten ervoor kiezen de Iraniërs te steunen nu ze in het nauw zitten. Wie wil dat de democratie wereldwijd een vlucht neemt, moet nu zijn verantwoordelijkheid nemen.

    Lees ook:

  • Tunesische minister weigert hoofddoek te dragen tijdens beëdiging

    Tunesische minister weigert hoofddoek te dragen tijdens beëdiging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin leest Europa de les in gascrisis

    » Steeds meer steden bedreigd door extreme hitte

    Tunesische minister weigert hoofddoek te dragen tijdens beëdiging

    De nieuwe Tunesische regering onder voorzitterschap van Najla Bouden is op 11 oktober door de president van de republiek beëdigd. Onder de ministers die in het presidentieel paleis van Carthago bijeen waren, bevond zich Sihem Boughdiri Nemsia, minister van Financiën, die besloot te breken met de traditie.

    Tijdens de traditionele ceremonie is het de gewoonte dat vrouwen de eed afleggen met hun rechterhand op de Koran en een sluier over hun hoofd. Maar ten overstaan van de Tunesische president Kaïs Saïed heeft Sihem Boughdiri Nemsia afgeweken van de regel. De nieuwe minister van Financiën werd zonder sluier beëdigd, meldt de onafhankelijke nieuwssite Business News.

    Business News prijst de moed van deze vrouw, die ‘een als archaïsch beschouwde traditie trotseerde en liet zien dat er niets schandelijks of onzuivers is aan het haar van een vrouw’.

    Het is niet de eerste keer in Tunesië dat een vrouw besluit bij het afleggen van de eed geen hoofddoek te dragen. Vóór Boughdiri hadden twee vrouwelijke parlementsleden, Hajer Ben Cheikh Ahmed en Nefissa Wafa Marzouki, ervoor gekozen hun eed op de Koran met onbedekt hoofd af te leggen, berichtte de website Espace Manager.

  • 3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    Twee maanden geleden heeft de Franse Raad van State de afwijzing bekrachtigd van de naturalisatieaanvraag van een jonge Algerijnse die weigerde een man een hand te geven. Een symbolische beslissing die tot verdeeldheid leidt.

    JA

    Overtreding van de wet

    De krant The National uit de Verenigde Arabische Emiraten is verontwaardigd over deze uitspraak en spreekt van een Frankrijk ‘dat een moslimvrouw vervolgt op grond van haar geloof’. Hisham Al-Zoubeir Hellyer schrijft in zijn artikel dat ‘het inburgeringsexamen alleen maar een truc is om een specifieke groep te stigmatiseren: de moslims’. Hij vindt deze beslissing discriminerend, omdat een Algerijnse man er geen enkel probleem mee zou hebben gehad de hand van een andere man te schudden en dus wel genaturaliseerd zou zijn. ‘Als de aanvraagster een Israëlische orthodoxe jodin zou zijn geweest, kun je je afvragen of ze op dezelfde manier zou zijn behandeld.’

    Volgens Hellyer duidt de weigering om iemand van het andere geslacht een hand te geven ‘misschien op een conservatieve, zo niet ultraconservatieve kijk [op de samenleving], maar dat mag geen beletsel vormen om Frans te worden’. Hij benadrukt de keuzevrijheid, die doorslaggevend zou moeten zijn in een samenleving als de Franse. ‘Sommige mensen kunnen ervoor kiezen om zich te laten zoenen, anderen om zich de hand te laten schudden en weer anderen om zich te laten omhelzen. In alle drie de gevallen is er sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, maar het accepteren of verwerpen daarvan zou aan de individuele vrijheid van eenieder moeten worden overgelaten.’

    Hellyer denkt dat de oorspronkelijke nationaliteit van de aanvraagster ook een rol in deze beslissing heeft gespeeld: ‘Het koloniale verleden van Frankrijk in de vorige eeuw in Algerije heeft sporen nagelaten die in het huidige Frankrijk nog zichtbaar zijn.’

    NEE

    Kwestie van individuele vrijheid

    In een column getiteld ‘Waarom zou Frankrijk islamitische intolerantie moeten tolereren?’ ziet de correspondent van de conservatieve Britse krant The Spectator geen enkele aanwijzing voor islamofobe discriminatie. ‘Waarom zou een westers land een vrouw moeten opnemen die haar neus ophaalt voor een van zijn oudste vormen van beleefdheid?’ vraagt Gavin Mortimer, om vervolgens een direct verband te leggen met andere vormen van discriminatie: ‘Als het eenvoudige vooruitzicht een man een hand te moeten geven al onacceptabel voor haar is, is er gegronde reden haar ervan te verdenken dat ze ook niets opheeft met de rechten van homo’s en joden.’

    Mortimer citeert de slogans die op talrijke borden in de Franse straten prijken: ‘De Republiek treedt eenieder met open gezicht tegemoet.’ ‘Toch is er een klein aantal vrouwen dat de wet blijft overtreden door te weigeren hun gezicht te tonen’, aldus de columnist.

    Ter verdediging van zijn standpunt wijst hij op de Franse moslimgemeenschap als geheel, die volgens hem ‘het eerste slachtoffers van het extremisme’ is. ‘Deze miljoenen perfect geïntegreerde mannen en vrouwen worden dagelijks geconfronteerd met de intimidatie van islamisten die hen op ideologische gronden aanvallen.’ Als voorbeeld noemt de Britse journalist de sportwereld, waar het aantal jonge geradicaliseerden zou toenemen en vrouwen uit sommige sportverenigingen zouden worden geweerd ‘om de eenvoudige reden dat vrouwen niet welkom zijn in sportclubs die door islamisten zijn geïnfiltreerd’.

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 165.476

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Kan de islam zich conformeren aan nationale waarden? Dat is de vraag die ook premier Macron stelt om het hoofd te bieden aan de gewelddadige uitwassen van een religie met zes miljoen volgelingen.

    Hoe die hervorming zich verhoudt tot het Franse laïcité-model is een paradox en volgens de buitenlandse pers tegelijkertijd de kern van het probleem.

    1. Seculier of niet seculier?

    2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    4. Eerst de grondwet erkennen

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    Beeld: Parijs, december 2017, meisjes op schoolreis maken een groepsselfie. – © Sabine Joosten / Hollandse Hoogte

  • Erdogans ‘vrome generatie’

    Erdogans ‘vrome generatie’

    Sinds de mislukte coup in Turkije zijn meer dan 30.000 Turkse leerkrachten geschorst of ontslagen. Maar de onderwijshervorming van regeringspartij AKP begon al veel eerder.

    29 oktober zal een zwarte dag blijven voor Erdem G., een vijftiger die lesgaf op een staatsuniversiteit in Istanboel. ‘Ik vernam via de sociale netwerken dat ik ontslagen was. Mijn naam stond op een decreet dat in de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Ik werd beschuldigd van het steunen van terroristische organisaties. Mijn diploma’s zijn geconfisqueerd, mijn e-mailadres is gewist, de toegang tot mijn kantoor is me ontzegd.’

    Na een carrière van twintig jaar op de universiteit is Erdem nu werkloos, zonder uitkering, zonder paspoort. Zijn vrouw en kinderen hebben ook geen paspoort meer. Universiteitsmedewerkers en hun familie hebben in Turkije recht op een dienstpaspoort, een privilege dat de staat te allen tijde kan intrekken. In de drie weken na de mislukte staatsgreep van 15 juli zijn 74.562 van zulke paspoorten ingetrokken, aldus het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken.

    Het intrekken van deze paspoorten berust niet op een rechterlijke beslissing; ze worden door de overheid als ‘vermist’ opgegeven. Tegen het decreet, dat is uitgevaardigd in het kader van de noodtoestand die vijf dagen na de mislukte staatsgreep werd uitgeroepen, is geen beroep mogelijk. ‘Mijn naam staat in rode letters op de website van de regering, ik kan niet meer werken in dit land, noch bij de overheid, noch bij een particuliere werkgever,’ mompelt Erdem.

    De docent heeft afgesproken in een park in Istanboel, waar de muren geen oren hebben. Zoals de meeste mensen die ik voor dit onderzoek heb gesproken wil hij niet dat zijn identiteit bekend wordt. ‘Daarin ben ik niet de enige, iedereen is bang.’

    ‘Dood aan de putschisten!’

    De doodsbedreigingen die hij dagelijks via de sociale netwerken ontvangt stellen hem niet bepaald gerust. Waaraan heeft hij zo’n behandeling verdiend? ‘Ik begrijp er niets van, ik vraag het me voortdurend af,’ zegt hij. ‘Ik ben socialist, al heb ik me nooit bij een partij aangesloten. Ik ben actief in een vakbond, ik heb altijd aan stakingen en betogingen meegedaan, maar daarom ben ik nog geen terrorist.’

    Zijn misdaad, vermoedt de docent, is dat hij zijn handtekening onder een petitie heeft gezet. In januari hebben meer dan tweeduizend onderzoekers en universitair docenten net als hij een oproep getekend om de vrede te herstellen in het zuidwesten van het land, waar voortdurend confrontaties plaatsvinden tussen het Turkse leger en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). De represailles lieten niet lang op zich wachten: uitsluiting, disciplinaire sancties, niet-verlengde contracten… Vier universitair docenten zijn enkele weken gevangengezet en daarna weer vrijgelaten in afwachting van hun proces.

    Nadat een deel van het leger in de nacht van vrijdag 15 op zaterdag 16 juli had geprobeerd president Recep Tayyip Erdogan af te zetten, hebben de autoriteiten het op de ondertekenaars van deze petitie gemunt. Zo ook op Murat D., een dertiger die filosofie doceerde aan een universiteit in Istanboel, totdat hij op een dag in september ontdekte dat zijn naam op een lijst van ‘handlangers van het terrorisme’ stond die door de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Sindsdien is hij werkloos en kan hij het land niet meer uit. Voor zijn vrouw en hun twee minderjarige kinderen geldt hetzelfde, hun paspoorten zijn waardeloos. ‘Wat wij meemaken is gewoon kafkaësk,’ zegt hij.

    De Recep Tayyip Erdogan Universiteit in de stad Rize, aan de Zwarte Zee, waar de familie Erdogan vandaan komt. – © Getty
    De Recep Tayyip Erdogan Universiteit in de stad Rize, aan de Zwarte Zee, waar de familie Erdogan vandaan komt. – © Getty

    Ook al werd de verantwoordelijkheid voor de staatsgreep gelegd bij Fethullah Gülen – de naar de VS uitgeweken prediker wiens cemaatbeweging lange tijd de trouwste bondgenoot was van de conservatieve islampartij AKP, die sinds 2002 aan de macht is –, toen de noodtoestand eenmaal was uitgeroepen werden alle beroepsgroepen meedogenloos aangepakt: ambtenaren, militairen, rechters, piloten, artsen, zakenlieden, bestuurders, journalisten. In het begin waren alleen veronderstelde aanhangers van Gülen het doelwit. Het hebben van een rekening bij Bank Asya, de financiële instelling van cemaat in Turkije, was al genoeg om op een lijst met verdachte personen te komen.

    De drang om te zuiveren was groot en president Erdogan beloofde de met het Gülen-netwerk gelieerde ondernemingen, charitatieve instellingen en scholen, ‘broeinesten van terrorisme’, genadeloos uit te roeien en hun financieringsbronnen te laten opdrogen. ‘Dood aan de putschisten!’ scandeerden de ontketende menigten die zich in de weken na de couppoging elke avond op de pleinen in de grote steden verzamelden. De ‘martelaren’ (de 246 doden aan loyalistische kant; de 30 doden aan putschistische kant werden niet meegeteld) werden verheerlijkt. Op sommige metrostations in Istanboel hangen nog steeds reusachtige foto’s van hen.

    Al heel snel breidden de zuiveringen zich als een olievlek uit. Linkse militanten, verdedigers van de Koerdische zaak, vakbondsmensen en ook kemalisten zitten momenteel gevangen in de fuik. Niemand weet waar deze op hol geslagen locomotief zal stoppen. Sinds 15 juli zijn 37.000 mensen gevangengezet op verdenking van steun aan het terrorisme, terwijl 110.000 werknemers zijn geschorst of ontslagen, onder wie 30.000 leerkrachten. De laatsten zijn niet moeilijk te vervangen: tienduizenden jonge gediplomeerde leerkrachten die tot nu toe geen aanstelling hadden, staan te trappelen.

    De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale “witteboordenelite” werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet

    De universiteit is in het gareel gebracht. Sinds 29 oktober worden de rectores magnifici door de president van de republiek benoemd en niet langer gekozen door hun collega’s, zoals sinds 1992 het geval was. Gülay Barbarosoglu, de rectrix van de Bosporus Universiteit, heeft daarvoor de tol al moeten betalen. Nadat ze in juli met 86 procent van de stemmen was herkozen, heeft ze op 12 november het veld moeten ruimen voor Mehmed Özkan, een AKP-getrouwe academicus, die door de president is benoemd.

    De mislukte staatsgreep – ‘een godsgeschenk’, aldus president Erdogan – heeft de onderwijshervorming die al ruim voor de nacht van 15 op 16 juli in gang was gezet alleen nog maar versneld. De zuivering betekent een verdere stap in de richting van de ‘culturele revolutie’ die door de Turkse nummer één wordt gewenst.

    Op 1 februari 2012 had hij al een pleidooi gehouden voor de Imam Hatip-scholen, waar imams worden opgeleid en waar ook hijzelf is opgeleid, en de zegeningen daarvan voor het onderwijssysteem geroemd. ‘Wij hebben als doel een vrome generatie te kweken,’ had hij verkondigd. Een waar idee-fixe, dat hij in april weer van stal haalde tijdens een ontmoeting met Önder, de vereniging van oud-studenten van imamscholen. ‘Turkije is de hoop van de moslimwereld, en de hoop van Turkije zijn jullie.’

    Het gevolg is dat talloze neutrale scholen tot imamscholen zijn omgevormd, ook in Istanboel en Ankara. Toen de AKP in 2002 aan de macht kwam, telden de imamscholen 65.000 leerlingen. Inmiddels zijn het er 1,2 miljoen, aldus Bilal Erdogan, de jongste zoon van de president, die leiding geeft aan Türgev, een stichting die actief is op onderwijsgebied.

    Regels aangepast

    Om de godsdienstvrijheid te waarborgen heeft president Erdogan de afgelopen jaren de regels voor de scheiding tussen kerk en staat aangepast die in 1923 bij de vorming van de republiek waren ingesteld. Zo heeft zijn regering vrouwen achtereenvolgens toegestaan een islamitische sluier te dragen op de universiteit, daarna in openbare functies, daarna op de middelbare school en zeer onlangs in het leger en bij de politie, wat hem elke keer op kritiek van het neutrale kamp kwam te staan.

    In 2014 heeft de meerderheidsvakbond Egitim Bir Sen (pro-AKP) geprobeerd aparte jongens- en meisjesscholen te introduceren, ‘om de veiligheidsproblemen als gevolg van de aantrekkingskracht van het andere geslacht te minimaliseren’. Het voorstel haalde het niet. Desondanks besloot een directeur van een openbare school in het zuiden van het land kortgeleden er gevolg aan te geven. Op 28 oktober vroeg hij de leerkrachten de jongens en meisjes te scheiden. Een week later onthief het ministerie hem uit zijn functie. Zijn militante bezieling ging te ver.

    Het in het gareel brengen van de laatste neutrale bastions vergt tact. In 2014 werd een hervorming doorgevoerd op 155 middelbare scholen die tot dan toe bekendstonden als de beste van Turkije. De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale ‘witteboordenelite’ werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet. Ook de culturele activiteiten moesten plaatsmaken voor de bestudering van de Koran en het leven van Mohammed.

    In juni kwamen de scholieren tegen deze hervorming in opstand: ze wilden ‘modern onderwijs’. In Istanboel keerden leerlingen van het Kadiköy Anadolu-lyceum hun directeur demonstratief de rug toe terwijl die van het Galatasaray, het prestigieuze Franstalige lyceum, in verzet kwamen tegen ‘de onderwerping aan de sultan’. Op 370 scholen in heel Turkije heerste ontevredenheid. Daarna zijn hun stemmen verstomd in het tumult van de staatsgreep.

    ‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’

    In het hart van de historische wijk Faith, in het Europese deel van Istanboel, treffen ouders van leerlingen en vakbondsvertegenwoordigers elkaar regelmatig op het terras van een café in de buurt van het Cagaloglu Anadolu-lyceum om de situatie te bespreken. De stemming is bedrukt. Mustafa Turgut, vertegenwoordiger van de links-neutrale minderheidsvakbond Egitim Sen, vertelt: ‘De spanningen begonnen met de komst van de nieuwe directeur, twee jaar geleden. Gevolg: 99 procent van de leerkrachten is overgeplaatst. Ze schuwen geen enkel middel om hun ideologie op te leggen; zelfs de muren van het lyceum zijn volgehangen met religieuze affiches.’

    Nilay, wier dochter op het Vefa-lyceum in het Europese deel van Istanboel zit, zegt verbijsterd te zijn door de lessen over ‘de wonderen Gods’ die worden gegeven door de nieuwe geschiedenisleraar. Meral, een moeder van een leerling van het Kadiköy Anadolu-lyceum op de Aziatische oever, merkt op dat alle docenten die in het kader van de hervorming zijn aangesteld ‘de AKP-ideologie delen’, wat nog niet zo erg is ‘als ze wiskunde geven’ maar wel ‘als het gaat om filosofie en literatuur’.

    Nieuwe directeur, nieuwe regels. Op het Cagaloglu Anadolu-lyceum mogen meisjes geen rok meer dragen. Ook het dragen van een korte broek tijdens de gymlessen is verboden. Leggings zijn in de ban gedaan omdat ze de lichaamsvormen niet verhullen. Zerha, moeder van een leerling, is gegriefd: ‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’

    Wraak van de politieke islam op het neutrale kamp? ‘Dat speelt mee,’ zegt Cayan Calik van de vakbond Egitim Sen, die het autoritaire paternalisme van Erdogan hekelt. Mustafa Turgut op zijn beurt betreurt ‘de veranderde manier van leven’ die neutrale en republikeinse kringen wordt opgelegd. De moslims die aan de macht zijn, voorspelt hij, ‘zullen zich niet beperken tot het onderwijs, ze willen de hele maatschappij veranderen’. Hij weet zeker ‘dat ze daar uiteindelijk in zullen slagen, al zal het een tijdje duren’.

    Auteur: Marie Jégo
    Vertaler: Peter Bergsma

    Marie Jégo is correspondent voor Le Monde in Turkije.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.