Tag: huizen

  • Dorp te koop in Spanje: 44 huizen voor 260.000 euro

    Dorp te koop in Spanje: 44 huizen voor 260.000 euro

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filmploeg vindt onderdelen spaceshuttle Challenger

    » Agent en dader om het leven gekomen bij aanslag Brussel

    Het dorp staat al 30 jaar leeg en kent een hotel, school en kerk

    Mensen die op zoek zijn naar een nieuwe woning en de overhitte woningmarkt in Nederland zat zijn, doen er wellicht beter aan om over de grens te kijken. In het noordwesten van Spanje wordt volgens de BBC een heel dorp verkocht voor de luttele som van 260.000 euro. Het gaat om Salto de Castro, vlak bij de grens met Portugal, op drie uur rijden van hoofdstad Madrid.

    In het Spaanse stadje vind je 44 huizen, een hotel, een kerk, een school, een openbaar zwembad en zelfs een oude kazerne. Het stadje is al dertig jaar verlaten, alle inwoners zijn vertrokken en de huidige eigenaar is een tachtigjarige man die het dorp begin 2000 kocht met het idee er een toeristische hotspot van te maken. Dat project kwam mede door de financiële crisis niet van de grond.

    Hoewel Salto de Castro een leuke buitenkans is voor een investeerder met grote plannen, vertelt de leegstand in het stadje het verhaal van grote delen van ruraal Spanje. Vanwege vergrijzing en een gebrek aan arbeidskansen trekken steeds meer mensen weg uit dorpen en ontstaan er spookstadjes waar niemand meer in leeft. In andere Zuid-Europese landen kunnen jonge gezinnen in zulke stadjes gratis aan woningen komen, zolang ze er zich maar vestigen en zo het voortbestaan van dorp garanderen.

    Lees ook:

  • Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Wacht ons in de toekomst een duurzamer, efficiënter en gemakkelijker leven of zullen onze huizen worden overgenomen door veiligheidssystemen en controlerende apparatuur?

    Stel je, als je kunt, een kleine, blauwige kamer voor. Snoeren, schermen, sensoren. Een paar aandenkens aan de oude wereld. De bewoonster van de kamer, aan huis gekluisterd door een zoönotische pandemie, greenwasht vanuit haar bed een bedrijf voor datamining [gegevensdelving]. De overheid heeft haar verboden de deur uit te gaan.

    Aan het eind van de gang is een gemeenschappelijke keuken, die ze deelt met een paar onbekenden die ze online heeft ontmoet, maar meestal bestelt ze haar maaltijden via een interface en eet ze die hier op. Microfoons registreren haar interacties. Een bewegingssensor om haar pols herinnert haar eraan dat ze haar activiteit moet optimaliseren. Uit verlangen naar de stervende wereld buiten heeft ze een paar regenwoudplanten gekocht om de ruimte wat op te fleuren. Haar zaksurveillanceapparaat herinnert haar eraan dat ze die water moet geven. Ze vangt een nieuwsflits op: de rijkste man ter wereld heeft zojuist de atmosfeer van de aarde verlaten.

    Tot zover het huis van 2021. En het huis van 2050? Zou dat een hoopvoller visioen van huiselijkheid bieden dan de dystopische nachtmerrie die sommigen van ons de afgelopen jaren hebben beleefd? Stevenen we onverbiddelijk af op een wereld van surveillance, klimaatcrisis en woningcrisis, en verdrinken we in eenzaamheid terwijl onze Metaheadset de data uit onze ziel zuigt.

    ‘Onze woonsituatie wordt steeds geraffineerder aangepast aan onze eigen wensen en behoeften’

    Misschien allebei een beetje, zegt Sarah Douglas, directeur van de designadviesbureau The Liminal Space. Zij stond aan de basis van de expositie Tomorrow’s Home in het Museum of the Home in Londen, die liet zien hoe we over drie decennia misschien zullen wonen. ‘Het huis van de toekomst zou ons kunnen helpen onze woonsituatie steeds geraffineerder aan te passen aan onze eigen wensen en behoeften,’ zegt ze. ‘Maar het wordt een hele klus om te leren omgaan met de enorme voordelen en de ethische problemen die gepaard gaan met nieuwe, interactieve technologieën.’

    Natuurlijk zullen we niet elke toekomstige trend met open armen ontvangen. ‘Het kan zijn dat je een groep mensen krijgt die overal voor in is, een groep die erachteraan sukkelt en een groep die zich geheel en al afzijdig houdt,’ zegt Rachel Coldicutt, directeur van Careful Industries, dat onderzoek doet naar de interactie tussen technologie en mensen. Mensen die hun huis als een privéheiligdom blijven zien, zullen het niet gemakkelijk krijgen, waarschuwt ze. De machtigste techbedrijven ter wereld hebben hun focus al verlegd van telefoons naar huizen: Google heeft zijn scala aan Nest-producten op het gebied van intelligente veiligheidssystemen, Amazon heeft octrooi aangevraagd op apparatuur die onze ‘emotionele data’ kan lezen en Facebook lanceert zijn metaverse.

    Surveillance

    Deze technologieën weten de aanvankelijke bedenkingen die we er misschien tegen hebben op de een of andere manier weg te nemen. ‘Mensen kopen Alexa [de virtuele assistent van Amazon] niet omdat het een surveillanceapparaat is,’ zegt Coldicutt. ‘Ze kopen het omdat het fijn is om een handsfree tijdschakelaar in de keuken te hebben. Maar het blijft een surveillanceapparaat.’

    Sommigen van ons zullen zich erbij neer moeten leggen. Als er in de toekomst sociale huisvesting bestaat, zouden de betrokken bewoners zich dan enigerlei vorm van monitoring moeten laten welgevallen om te ‘bewijzen’ dat ze van die huisvesting gebruik mogen maken? Als je in de toekomst een bijstandsuitkering geniet en je ligt om half negen nog in bed, wordt dat dan een probleem? Coldicutt denkt van wel.

    ‘De huizen zullen harder hun best moeten doen’

    Maar vanbuiten zullen huizen er tenminste nog grotendeels hetzelfde uitzien. Er is geen reden om aan te nemen dat de Britse voorliefde voor victoriaanse rijtjeshuizen in 2050 verdwenen zal zijn. ‘De huizen zullen alleen harder hun best moeten doen,’ zegt architect Piers Taylor. ‘Er zullen werkruimtes en wellnessruimtes komen, evenals plekken om te eten en te slapen, en die zullen ook flexibeler moeten worden.’

    Ongeveer 80 procent van de CO2-uitstoot bij de bouw komt van beton en staal, dus zullen er in nieuwe huizen duurzamere materialen zoals hout worden gebruikt en zal er lager worden gebouwd. Taylor: ‘Alles minder dan twee verdiepingen is niet compact genoeg, alles meer dan vijf vergt te veel grondstoffen.’ We zullen modulaire interieurs nodig hebben die snel kunnen veranderen om berekend te zijn op bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, of op de komst van een klimaatvluchteling. En zoals we nu op Netflix geabonneerd zijn, zullen we in de toekomst misschien abonnementen nemen bij bedrijven die meubilair, huishoudelijke apparatuur en voertuigen leveren.

    Het huis van de toekomst zou er als volgt uit kunnen zien.

    De woonkamer 

    Sensoren, microfoons, camera’s, beeldschermen: allemaal zullen ze tot 2050 waarschijnlijk hand over hand toenemen, maar wel in een veel discretere vorm; in een kandelaar of een vaas. Alexa zou kunnen inhaken op de trend om meer natuurlijke materialen te gebruiken (hout, hennep, stro et cetera) en ze zal niet alleen meer reageren op wat je zegt, maar ook op de toon en het volume van je stem, zodat ze weet wanneer je tegen je kinderen schreeuwt.

    Maar zolang we de baas blijven over onze eigen data hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn. ‘We kunnen ons hier concentreren op de dystopische aspecten,’ zegt Yvonne Rogers, hoofd Computerwetenschap van University College London, ‘maar als we abstracter nadenken over hoe we de data kunnen gebruiken die deze apparaten verzamelen, kunnen we er allerlei interessante dingen mee doen.’ Zoals digitaal behang maken dat zijn kleur aanpast aan de emoties in huis. Het zou een liveopname kunnen tonen van een stuk regenwoud dat door jouw huishouden wordt gesponsord. Misschien zal het ook reageren op de aanwezigheid van een baby of een huisdier.

    Misschien kunnen we zelfs overleden dierbaren op onze bank projecteren

    Nu wij steeds meer thuiswerken (of werkloos thuiszitten als gevolg van de automatisering) en misschien minder kunnen reizen, zullen we naar nieuwe manieren zoeken om virtueel contact te leggen. Star Wars-achtige hologramprojecties van dierbaren in 3D zijn niet meer zo ver weg. ‘Nu kun je met behulp van augmented reality al Ikea-meubels in je eigen woonkamer uitproberen. Die technologie zal zich verder ontwikkelen. Er zal misschien nog steeds een augmentedrealitybril aan te pas komen, maar het aanbrengen van een digitale laag in een fysieke ruimte zal vermoedelijk steeds meer ingang vinden,’ zegt Rogers.

    Misschien zullen we zelfs overleden dierbaren op onze bank kunnen projecteren. Dit zou een manier kunnen zijn om de eenzaamheid van een vergrijzende bevolking te verlichten. ‘Je kunt je voorstellen dat je voor zoiets een abonnement kunt nemen bij een bigtechbedrijf,’ zegt Douglas. ‘En dat je daarbij kunt worden verleid tot een upgrade als je ook gesprekken wilt kunnen hebben over voetbaluitslagen, of over een filosofische theorie.’

    De keuken 

    Dit deel van het huis heeft in de afgelopen generaties ingrijpende veranderingen ondergaan: van een kombuisachtig vertrek, ontworpen voor een bediende, tot een grote, gemeenschappelijke ruimte die het middelpunt van het gezinsleven vormt en de eetkamer overbodig maakt. Niet dat we meer zijn gaan koken. Door dronebezorging, kweekvlees en voedingstechnisch geoptimaliseerde kant-en-klaarmaaltijden zal de bevolking het koken steeds meer verleren en wordt het een nog exclusievere hobby dan nu. En dieren eten? Dat wordt mogelijk net zoiets als roken eerder al werd: passé, ongezond en een beetje rebels.

    Of stel je voor dat je vuilnisbak zou kunnen berekenen hoeveel je weggooit en je beloont met korting op de afvalstoffenheffing (of je straft met een verhoging). Een andere tentoongestelde innovatie is de ‘slimme mok’, een drinkbeker die je vitale functies checkt en het verraadt als je verboden middelen hebt gebruikt.

    Maar een echt intelligent huis zou niet per se vol glanzende, nieuwe gadgets hoeven te staan. De nieuwe ‘recht op reparatie’-wetgeving toont aan dat gekozen leiders eindelijk bereid zijn onze spilzieke consumptiemodellen aan de kaak te stellen. ‘Dit zal waarschijnlijk leiden tot het gebruik van meer natuurlijke en herbruikbare materialen, en tot een grotere tweedehandscultuur,’ zegt Bishop, door items zodanig te ontwerpen dat ze gemakkelijker gerepareerd kunnen worden.

    De badkamer 

    De toekomst wordt gewoonlijk afgeschilderd als een glanzende, witte, steriele ruimte. Maar het zijn de ‘schone witte ruimten van het modernisme’ waartegen we moeten vechten, zegt Richard Beckett, die prijzen heeft gewonnen met wat hij ‘probiotische architectuur’ noemt. ‘Nu we zo’n 90 procent van onze tijd binnenshuis doorbrengen, missen we de blootstelling aan wat we de “diverse natuur” noemen, waarin we in de loop van honderdduizenden jaren zijn geëvolueerd,’ zegt hij. ‘We krijgen niet de bacteriologische diversiteit die ons lichaam nodig heeft, en dat leidt tot veel nieuwe chronische ziekten.’

    Om dit tegen te gaan ontwikkelt hij bouwmaterialen die de natuur binnenshuis brengen: denk aan badkamertegels die sporen met heilzame microben bevatten, het keramische equivalent van zuurkool. ‘Bouwmaterialen moeten misschien weefselachtiger, poreuzer worden,’ zegt hij. ‘En we zouden misschien anders moeten omgaan met onze muren of oppervlakken. Zoals we onze planten met water besproeien, zouden we onze muren met voedingsstoffen kunnen besproeien. Ondertussen zal je slimme wc natuurlijk zich ervan vergewissen dat je darmflora en hormonen in orde zijn. 

    ‘Maar wat verliezen mensen als ze ervoor kiezen die dingen niet te gebruiken? Als je je data niet doorgeeft aan het toiletbedrijf, loop je dan de verstrekking van magnesiumsupplementen mis?’

    De slaapkamer 

    Hoe je slaapt zal in de gaten worden gehouden door je deken of misschien je matras. ‘Als we momenteel aan draagbare technologie denken, denken we aan iPhone-achtige apparaten met een scherm,’ zegt Sarah Douglas. ‘Maar in werkelijkheid zullen we zien dat deze data-verzamelende items steeds menselijker worden.’

    Ook voorziet Douglas een grote toekomst voor abonnementen. In plaats van online snelle mode te kopen, zullen we volgens haar ‘gemeenschappelijke kleerkasten’ krijgen, virtuele kasten die ons in staat stellen gemakkelijk kleding te ruilen met vrienden en buren. ‘Het zou heel nuttig zijn om te kijken of we een punt kunnen bereiken waarop huishoudtechnologie echt huiselijke problemen oplost,’ zegt Coldicutt. ‘Een van de moeilijkste technische dingen ter wereld is lakens opvouwen. De was doen blijft een activiteit die fysieke inmenging vereist. Een robot die bij elkaar passende sokken sorteert, lijkt verre toekomstmuziek. Dus zullen we de dingen blijven doen die robots niet kunnen.’ 

    De speelkamer 

    Als computerwetenschapper is Yvonne Rogers geneigd tot optimisme. ‘Er is zo veel technologie die is ontworpen rond traceren en tellen,’ zegt ze. ‘Het zou goed zijn om na te denken over apparaten die echt iets toevoegen aan het spel en kinderen creatief laten zijn in hun kamer.’ Ze denkt dat speelgoed nog veel leuker zal worden dankzij de steeds vagere scheidslijnen tussen fysiek en digitaal. Stel je voor dat je een zee op je slaapkamervloer kunt projecteren, of een kleed als vliegend tapijt kunt gebruiken; of dat je interactieve knuffels kunt maken, wat een grote troost voor zieke kinderen zou zijn. ‘Het zou echt goed zijn om te bedenken hoe we thuisleren leuker kunnen maken en technologie kunnen ontwikkelen die kinderen stimuleert om nieuwsgieriger en creatiever te worden.’

    Ook de tomeloze energie van kinderen hoeft niet verloren te gaan. Kathryn Bishop van het Future Laboratory wijst op het werk van een laboratorium in Zürich, dat hout heeft ontwikkeld dat statische elektriciteit opslaat wanneer je eroverheen loopt. ‘Leg zoiets op de vloer van een kinderspeelkamer en je hebt energie voor een paar speeltjes,’ zegt ze.

    De tuin 

    Misschien zullen we ook meer voedsel zelf verbouwen. En we zouden zulke dingen vaker gemeenschappelijk kunnen doen. In de ruimten tussen huizen liggen volgens architect Taylor de meest veelbelovende oplossingen. ‘Ook al hebben we nog auto’s, zal het idee van eigenaarschap zal moeten veranderen,’ zegt hij. Zodra je ze weghaalt, worden steden er een stuk leefbaarder op.

    Tomorrow’s Home was te zien in het Museum of the Home in Londen, museumofthehome.org.uk 
    Meer weten? Luister naar futureoflivingpodcast.com

  • In Seattle verkassen zelfs de huizen

    In Seattle verkassen zelfs de huizen

    In de Amerikaanse stad Seattle is de woningmarkt zo oververhit dat veel oude huizen moeten plaatsmaken voor nieuwe. De oude woningen verhuizen per schip naar een betaalbare bestemming buiten de stad.

    Een groepje buurtbewoners heeft zich in een buitenwijk van Seattle langs de waterkant opgesteld om een 35-jarige woning uit hun straat te zien vertrekken. In dit geval vereist de verhuizing hydraulische liften, een hijskraan en een aak. ‘Ik heb nog op dat huis gepast,’ zegt een vrouw hoofdschuddend, terwijl 750 vierkante meter grijs hout en glas traag van de fundering loskomt. Toen werklui het huis eerst kwamen losmaken ontdekten ze dat het veel steviger aan de fundering was bevestigd dan gebruikelijk, met verankeringen om de 30 centimeter. ‘De oorspronkelijke eigenaar, een bouwkundig ingenieur, had ervoor gezorgd dat het huis muurvast stond,’ zegt Dan Wozniak, de hoofdaannemer die is ingehuurd om een nieuwer, groter en duurder huis op deze plek neer te zetten. ‘Hij zou nog raar opkijken,’ grinnikt Wozniak.

    Een woning die in zijn geheel is opgelicht is een vreemd gezicht. Dit huis balanceert, zo nu en dan wankel, op balken die als een Jenga-toren op een enorme trailer zijn gestapeld. De doorgaans verborgen onderzijde is nu voor iedereen zichtbaar en nergens aan verbonden: je ziet een plaatstalen buis die nergens heen gaat en een loshangende plastic waterleiding met de isolatie er nog omheen.

    Peter Teutsch, een van de buren die het spektakel komt bekijken, denkt terug aan de jaren tachtig, toen zijn huis werd gebouwd. In die tijd, zegt hij, stond deze wijk van Kirkland, gelegen aan Lake Washington, recht tegenover Seattle, bekend om zijn bungalows, meestal kleine, ongeïsoleerde zomerhuizen op ruime percelen. ‘Waar de wijk nu om bekendstaat?’ reageert Teutsch lachend op mijn vraag. ‘Oude huizen die het veld moeten ruimen voor nieuwe huizen.’

    Florerende economie

    Dat geldt tegenwoordig voor heel Seattle en omstreken. Met een florerende economie, drijvend op techgigant Amazon, schieten de huizenprijzen sneller omhoog dan waar ook in de VS. Aannemers verdringen zich om aan de groeiende vraag te voldoen – en om hun graantje mee te pikken. Met als resultaat dezelfde ontwikkeling die zich in andere steden langs de westkust aftekent: een schrikbarende toename van dakloosheid, autochtone inwoners die noodgedwongen moeten verhuizen of uren kwijt zijn aan forenzen, en de teloorgang van een gemengde gemeenschap. Via de hashtag #NoticeofProposedLandUseAction uiten bewoners in Seattle hun frustraties over de openbare kennisgevingen die weer een nieuwe sloop aankondigen.

    Tawny Davis ziet in alle sloopvergunningsaanvragen juist een gouden kans. Als regionale verkoopmedewerker voor Nickel Bros spoort ze huizen op die op de nominatie staan voor sloop maar die nog in goede staat verkeren. Terwijl de sloopvergunning nog in behandeling is, probeert zij de aannemer over te halen om haar een nieuwe bestemming voor het huis te laten vinden. (Nickel Bros bestaat al sinds de jaren vijftig en was oorspronkelijk gericht op verhuizingen van bedrijfspanden; pas sinds kort is het verhuizen van woonhuizen een aantrekkelijke markt gebleken.) Vervolgens zoekt Davis naar kopers die willen betalen om het huis te verplaatsen – meestal naar goedkopere grond. ‘Ik noem het landontginning,’ zegt ze. ‘Ik verhuis talloze huizen uit Seattle; er zijn maar weinig huizen die hier blijven.’

    Dit werk biedt een wonderlijke inkijk in de huizenmarkt van Seattle. Volgens Davis willen de meeste mensen een groter huis, maar ze maken een uitzondering voor de iconische houten Craftsman-bungalows. Is het huis per aak te verplaatsen – dat wil zeggen: bevindt het zich op een locatie in de nabijheid van water, zonder viaducten of bovengrondse hoogspanningslijnen – dan zijn de mogelijkheden legio. Kan het huis de stad niet verlaten, dan vist Davis achter het net. (Behalve als een vrijstaand huisje klein genoeg is om voor luxe tuinhuis door te gaan.)

    Sommige mensen denken dat er iets mankeert aan de huizen die Davis te koop aanbiedt, maar de nieuwe realiteit is dat huizen op percelen met een bouwvergunning ‘ongeacht de staat waarin ze verkeren worden neergehaald’, aldus Davis. In Seattle gaan huizen regelmatig tegen de vlakte om plaats te maken voor twee huizen, of een appartementencomplex dat letterlijk het hele perceel bestrijkt.

    Woonboten op Lake Union in Seattle. – © Wolfgang Kaehler / Getty Images
    Woonboten op Lake Union in Seattle. – © Wolfgang Kaehler / Getty Images

    Steden verkeren altijd in een borgesiaans veranderingsproces: mensen trekken erheen of trekken weg, oude gebouwen maken plaats voor nieuwe. Seattle zal dichter moeten worden bebouwd, wil de stad niet alleen maar duurder en exclusiever worden. Hoe dan ook vormen de vertrekkende huizen voor sommige achterblijvers een pijnlijke herinnering aan alle mensen die, net als hun huizen, uit de stad zijn verjaagd, op zoek naar een betaalbare woonplaats elders. Vorig jaar, toen een lokale blog in West-Seattle meldde dat Nickel Bros van plan was zes huizen uit de wijk te verhuizen, luidde een van de commentaren: ‘Onroerend goed is hier zo onbetaalbaar geworden dat zelfs de huizen verkassen!’

    De kosten voor de nieuwe eigenaar? Eén dollar voor het huis en 249.999 dollar voor de verhuizing

    Onder het oog van de steeds grotere groep toeschouwers wordt het wiebelende huis naar de wachtende aak verplaatst. Werklui in felgekleurde overalls leiden het hele proces in goede banen en zorgen ervoor dat het huis stabiel en waterpas blijft. Een passerende speedboot mindert vaart om het spektakel te bekijken. Een drone die de verhuizing filmt moet uit de lucht worden gehaald omdat hij wordt aangevallen door een visarend. In de middag zal het huis over Lake Washington en Lake Union worden gesleept, de sluizen naar Puget Sound passeren en vervolgens op een grotere aak worden geplaatst voor de laatste tocht naar een fjord in British Columbia, driehonderd kilometer noordwaarts.

    Uit het financiële plaatje blijkt maar weer dat het bij onroerend goed allemaal draait om locatie: met de torenhoge grondprijzen hebben de nieuwe eigenaren 3,3 miljoen dollar betaald voor een huis dat, als Davis niet tijdig lucht had gekregen van de sloopvergunning, tegen de vlakte was gegaan. Wozniak schat dat de kopers nog eens zo’n zelfde bedrag zullen neertellen voor de bouw van een nieuw huis, inclusief garage, van om en nabij 3500 vierkante meter. Ondertussen vertrekt het grijze huis naar British Columbia, een gebied dat gebied dat bekendstaat om zijn zomerhuizen, waar een bouwploeg het op een gloednieuwe fundering zal plaatsen. De kosten voor de nieuwe eigenaar? Eén dollar voor het huis en 249.999 dollar voor de verhuizing.

    De dieplader met het grijze huis staat inmiddels goed en wel op de aak, en in de verte verschijnt de sleepboot die ze zal wegslepen. De buurtbewoners, met lege koffiebekers in de hand, druppelen langzaam weg. Peter Teutsch leidt me rond door de buurt. ‘Alles verandert,’ zegt hij terwijl hij huizen aanwijst. ‘Die twee woningen zijn nieuw. Dat huis wordt over een half jaar neergehaald.’ Hij wijst naar een licht geschilderd huis met een groen dak aan de overkant van een kleine inham. Hij herinnert zich nog dat het huis hier rond 1980 op een aak arriveerde, vlak voordat het grijze huis werd gebouwd. Destijds, vermoedt hij, stond het huis met het groene dak elders op de nominatie voor sloop en vond het hier, ver van huis, een betaalbare verblijfplaats.

    Auteur: Brooke Jarvis
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Een woonboot wordt weggesleept. – © Getty Images

    The California Sunday Times
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 300.000

    In 2014 opgericht magazine dat wordt geleverd aan abonnees van onder meer de LA Times en de San Francisco Chronicle. Brengt verhalen over het westen van de VS, Latijns-Amerika en Azië.

  • Roemeens dorp biedt gratis woningen tegen ontvolking

    Roemeens dorp biedt gratis woningen tegen ontvolking

    Het dorp Concesti, in het noorden van Roemenië, dreigde langzaam uit te sterven. Daarom biedt de gemeente er sinds kort gratis huizen aan. De belangstelling is enorm.

    Het project had maar één doelstelling: ervoor zorgen dat de gemeente Concesti, in het departement Botosani, niet verder vergrijst en van de kaart verdwijnt ten gevolge van de ontvolking. Het ging eind 2015 van start, toen de gemeente aankondigde een gratis woning te willen aanbieden aan ieder gezin dat bereid was zich in het dorp te vestigen. Veel mensen dienden een aanvraag in, en de gemeente moest dus het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ toepassen.Zo kwamen er gezinnen uit de departementen Alba, Hunedoara, Iasi en Neamt, met andere woorden uit bijna het hele land. Twee jaar later zeggen de mensen die een nieuwe start wilden maken in Concesti dat ze een waar paradijs hebben aangetroffen in vergelijking met de plaats waar ze vroeger woonden. Ook de plaatselijke autoriteiten zijn blij. ‘De mensen hebben zich aangepast, ze houden van werken. Ze hebben hier trouwens kinderen gekregen en de bevolking is gegroeid. Iedereen is gelukkig,’ aldus Constantin Grosu, loco-burgemeester van Concesti.De gemeente, die vlak bij de grens met Oekraïne en Moldavië ligt, leeft voornamelijk van de akkerbouw en de veehouderij. Zoals elk dorp in deze streek heeft Concesti last van de vergrijzing. In 2016 telde de gemeente 2250 inwoners, van wie de meerderheid ouder was dan zestig. Het geboortecijfer bleef gestaag dalen. ‘Het was een hopeloze situatie en we moesten iets doen om niet simpelweg van de kaart te verdwijnen,’ aldus Grosu.In datzelfde jaar verwierf de gemeente eerst vijf leegstaande huizen met 250.000 lei [53.600 euro] van de gemeentelijke begroting. De huizen waren geërfd door kinderen van overleden dorpsbewoners die in de stad of in het buitenland waren gaan wonen. De aldus aangekochte huizen werden vervolgens gratis weggegeven, na een openbare bekendmaking die gericht was aan iedere Roemeen die naar Concesti wilde verhuizen. De enige twee criteria waren dat de kandidaten bereid moesten zijn aan het werk te gaan en dat ze kinderen moesten hebben. ‘Dat laatste was een absolute voorwaarde, want langzamerhand moesten we onze scholen gaan sluiten, omdat er te weinig leerlingen waren,’ zo legt Grosu uit. De huizen en de bijbehorende grond werden aan de begunstigden aangeboden voor de duur van hun gehele leven, zonder huur. Ze waren eerst met geld van de gemeente gerenoveerd en voorzien van de basisvoorzieningen voor een modern leven, zoals elektriciteit.

    Nieuwe bewoonster Valentina Sotir (42) met vijf van haar acht kinderen voor hun huis in Concesti. Valentina is een alleenstaande moeder die slachtoffer werd van huiselijk geweld. Voor haar was Concesti een uitkomst. – © Daniel Mihailescu / AFP / Getty
    Nieuwe bewoonster Valentina Sotir (42) met vijf van haar acht kinderen voor hun huis in Concesti. Valentina is een alleenstaande moeder die slachtoffer werd van huiselijk geweld. Voor haar was Concesti een uitkomst. – © Daniel Mihailescu / AFP / Getty

    Sindsdien wordt het gemeentehuis overspoeld met aanvragen voor huizen. In twee jaar tijd hebben er honderden Roemenen een huis aangevraagd. De gemeente heeft het er niet bij laten zitten, en nog eens vijf huizen gerenoveerd, zodat er nu tien van deze ‘immigranten’-gezinnen wonen.‘Het herbevolkingsproject heeft de gewenste gevolgen gehad,’ verzekert de gemeente. Het belangrijkste, positieve, gevolg is dat de scholen zijn gered. Deze gezinnen zijn met meer dan vijftig kinderen gearriveerd, allemaal in de schoolgaande leeftijd. Het aantal leerlingen is bijna verdubbeld. De nieuwe inwoners hebben dus voor een demografische verjongingskuur gezorgd. ‘Overal in het departement daalt het aantal leerlingen. Het project heeft zijn vruchten afgeworpen, dat weten we, omdat met die vijftig nieuwe kinderen het aantal leerlingen is verdubbeld en de gemeente is verjongd.’De nieuwe inwoners en met name de gezinnen met meerdere kinderen hebben zich snel aangepast aan het dorpsleven. Het zijn allemaal akkerbouwers en veehouders, zoals de rest van de inwoners. Ze werken over het algemeen op plaatselijke bedrijven. En het aantal aanvragen voor Concesti neemt niet af. De gemeente Concesti beschikt niet over de middelen om nog meer huizen aan te kopen en te renoveren. Maar zodra het zover is, zal het project een nieuwe fase ingaan.

    ‘Daar, in Deleni, moest ik alles wat ik verdiende afgeven aan hun vader voor sigaretten en drank. Concesti is mijn redding geweest’

    De gemeente heeft een aantal alleenstaande moeders met kinderen zien komen. Valentina Sotir, 44 jaar, is afkomstig uit het gehucht Deleni, in het departement Iasi. Ze heeft acht kinderen en heeft haar toevlucht in Concesti gezocht om te ontsnappen aan het leven dat zij leidde met hun vader. Ze zijn gewoon gevlucht op een mooie dag, na de bekendmaking te hebben gelezen in de krant. ‘We woonden in een huurappartement en het was zwaar. Hier betaal ik geen huur, het is warm, het is prima, en het geld dat ik verdien, gebruik ik voor mijn kinderen. Daar, in Deleni, moest ik alles wat ik verdiende afgeven aan hun vader voor sigaretten en drank. Concesti is mijn redding geweest. De gemeente helpt ons ook met kleine dingen, vooral met brandhout in de winter,’ aldus een enthousiaste Valentina.Een stukje verderop woont Brandusa Budeanu, een moeder met vier kinderen. ‘Ik huurde iets in Darabani, met mijn man en kinderen. Het leven was zwaar, we hadden niet veel, en de huur was enorm hoog. Hier is het echt geweldig, we hebben alles wat we nodig hebben – water, elektriciteit. Mijn man werkt en ik zorg voor de kinderen. ’s Zomers werk ik ook, in de landbouw. We willen hier nooit meer weg.’

    screenshot 2018 04 05 15 12 30
  • Huisgenoot wordt big business

    Huisgenoot wordt big business

    Groepswoningen zijn niks nieuws. Maar in dure steden als New York en San Francisco gaan er intussen miljoenen in om.

    Vlak achter de voordeur van Euclid Manor ligt een berg schoenen. De eigenaars 
wonen verspreid over het huis van 
580 m2 in Oakland, Californië. 
Er komt muziek uit de keuken waar Sarah Cabell en Kailey-Jean Clark, 
twee van de permanente bewoners, een maaltijd bereiden voor ongeveer vijfentwintig mensen – huisgenoten 
en vrienden.

    Op het eerste gezicht ziet Euclid Manor er niet veel anders uit dan ieder ander huis dat door vrienden wordt gedeeld. Maar als je beter kijkt, vallen een paar dingen op. Op een deur tegenover de ingang hangt een bordje waarop staat: ‘Alleen voor bewoners’. De ingang zelf heeft twee bordjes met instructies voor iedereen om af te sluiten bij aankomst en vertrek. De reden: Euclid Manor is een groepswoning, oftewel een woongemeenschap.

    Met de bevroren lonen en de pan uit rijzende huren kiezen steeds meer jonge mensen in New York, San Francisco en andere populaire (lees ‘dure’) steden ervoor om samen een huis te betrekken. Het aantal mensen van 
tussen de 18 en 35 met huisgenoten is sinds 1980 verdubbeld. Jonge mensen hebben altijd wel huisgenoten gehad, vooral in slechte tijden. Maar deze keer is het anders. Een nieuwe generatie bedrijven die zich op het groepswonen heeft gestort probeert daarvan een miljoenenzaak te maken.

    Euclid Manor maakt deel uit van OpenDoor, een groepswoningbedrijf opgericht door Jay Standish, 31, en 
Ben Provan, 32. Het duo runt drie groepswoningen: Canopy (520 m2) voor twaalf mensen, Farmhouse (560 m2) voor zestien mensen en Euclid Manor, waar ze vorig jaar juli in zijn getrokken. Euclid Manor telt nu acht permanente bewoners, en dat zullen 
er uiteindelijk tien worden.

    The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley.  –  © OpenDoor
    The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley. – © OpenDoor

    De huizen zijn autonoom, Provan en Standish bemoeien zich indien nodig alleen met conflicten. Idealiter zouden de huizen ‘zelfsturende, onafhankelijke organismes’ moeten zijn waarbij bewoners allerlei taken en rollen op zich nemen.

    ‘Deel uitmaken van een woongroep is net zoiets als deel uitmaken van een relatie. Daarvoor moet je moeite doen, goed communiceren en proactief zijn,’ vertelt Standish. ‘Er zitten veel voordelen aan die levensstijl. Wie wil er nu alleen leven?’

    In twee woongemeenschappen in Brooklyn, die worden gerund door Common, een ander groepswoningbedrijf, worden de huishoudelijke taken, zoals het kopen van toiletpapier en meubelen en het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimtes, door het bedrijf geregeld.


    Brad Hargreaves, 29, kreeg het idee voor Common toen hij leiding gaf
 aan General Assembly, een mondiaal educatiebedrijf. Studenten en docenten van GA deelden vaak een woning in dure steden als New York, San Francisco en Los Angeles, maar hun huizen waren niet ontworpen als groepswoning.

    Groepswoningbedrijven zoals Common, OpenDoor en Pure House willen daar verandering in aanbrengen. ‘Het grootste misverstand met betrekking tot groepswonen is dat mensen denken dat het een totaal waanzinnig nieuw idee is. Dat is het niet. Mensen wonen al heel lang met anderen in één huis. Zo wonen veel mensen in de stad,’ aldus Hargreaves. ‘Het enige wat we doen is deze manier van wonen 
verbeteren, iets ontwerpen voor wat mensen eigenlijk al doen.’

    Ook de insolvabel geachte vastgoedmakelaar WeWork probeert een voet aan de grond te krijgen bij het groepswonen. De huisbaas van een nieuwe generatie van tech-start-ups (en het kantoor van The Guardian in New York) hoopt zijn geschatte waarde van 16 miljard dollar te rechtvaardigen door groot te worden in het groepswonen met behulp van WeLive. Hun concept – zeg maar ‘studentenhuis 2.0’ – is om ruimte te huren van een huisbaas, 
die te verbouwen tot eenvoudige slaapkamers met een gemeenschappelijk ruimte – om een gemeenschapsgevoel te kweken – en deze op maandelijkse basis te verhuren aan leden.

    Vorig jaar lekte online een presentatie voor beleggers uit waarin werd geschat dat in 2018 WeLive 16 miljoen dollar binnengehaald zou hebben en begin dit jaar bevestigde Adam Neumann, oprichter van WeWork, tegen The Guardian dat hij verwacht dat WeLive zo’n 34.000 leden zal hebben.


    WeWork wilde geen commentaar geven bij dit verhaal, behalve dat ze ‘net begonnen zijn aan een bètatest van een nieuw, op woongroepen gebaseerd woonconcept in New York City’ en nu de feedback uit de woongroep verzamelt. De eerste groepswoning, waar ongeveer 80 werknemers en leden van WeWork wonen in 45 appartementen, is gevestigd op Wall Street 110 en zal naar 
verwachting 600 mensen huisvesten, verspreid over 20 verdiepingen.

    Voor sommigen doen dat soort getallen en die eenvoudige kamers denken een studentenhuizen voor volwassenen, maar zij die in een woongroep hebben gewoond vinden dat niet het juiste 
etiket. Het woord studentenhuis heeft ‘een negatieve connotatie als je de twintig bent gepasseerd’, zegt Ash, 28, die in het tweede gebouw van Common in Brooklyn woont. Het huis waarin hij woont – met tien slaapkamers, vanaf 1500 dollar per maand – lijkt helemaal niet op een studentenhuis, vindt hij. ‘Het is alsof je in een gebouw komt te wonen waarvan je al weet dat de mensen er aardig zijn. Vroeger kwam je in een gewoon appartementsgebouw en kreeg je die vervelende periode waarin je moest rondlopen en de deuren langs moest om mensen te ontmoeten en vrienden te maken,’ zegt hij. ‘Hier hoeft dat allemaal niet. Je houdt nog wel je privacy en je eigen appartement, maar je bent van het probleem verlost hoe je in een grote stad mensen kan leren kennen.’

    In The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley. – © OpenDoor
    In The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley. – © OpenDoor

    De groepswoningen zijn geen feesthuizen en worden niet alleen maar bewoond door IT-ondernemers en computerprogrammeurs. Ash werkte vroeger op booreilanden in de Golf 
van Mexico tot de olieprijs inzakte 
en hij werd ontslagen. Nu zit hij in 
de vezeloptica.

    ‘Als ik naar ons ledenbestand kijk heeft minsten 80 procent fulltime banen in New York City,’ zegt Hargreaves. ‘Het zijn meestal geen mensen die vanuit huis werken.’

    Commons volgende project in Williamsburg, Brooklyn, bestaat uit vier gebouwen van vier verdiepingen die met elkaar verbonden zijn en zo 2000 m2 woonruimte creëren met 51 slaapkamers.
De meeste appartementen zullen bestaan uit vier slaapkamers, twee badkamers en een woonkeuken. 
De leden hebben ook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes in de 
kelder en op het dak. Het project gaat later dit voorjaar van start met slaapkamers van 1800 dollar per maand voor minimaal twaalf maanden.

    Gedifferentieerde prijzen zullen er zijn voor verblijven van zes of drie maanden of zelfs van één maand. Of het gemeenschapsgevoel en de vriendschappelijke sfeer in zo’n groot gebouw gekopieerd kunnen worden, valt nog te bezien.

    Onverzadigbare vraag

    Met de onverzadigbare vraag naar woonruimte in gebieden als New York en San Francisco, kan schaalvergroting verleidelijk zijn. ‘We zien een enorme vraag,’ vertelt Hargreaves, en hij wijst erop dat Common ‘tot nu toe meer 
dan tweehonderd aanvragen heeft ontvangen voor de eerste dertig plekken’.

    Toch waarschuwt hij dat groepswoningbedrijven die te snel groeien, daar risico mee lopen. Het nu ter ziele Campus bijvoorbeeld – een van de eerste groepswoningstart-ups die volgens Hargreaves ‘veel agressiever groeide’. Campus sloot in augustus 2015 zijn dertig groepswoningen waardoor in New York en San Francisco honderdvijftig mensen een nieuw onderkomen moesten zoeken. Tom Currier, de oprichter van Campus, schreef in een bericht op de website van het bedrijf dat hij ‘van Campus geen economisch levensvatbaar bedrijf kon maken’.

    Met behulp van investeerders en 
projectontwikkelaars die hopen een voet aan de grond te krijgen in de groepswoningmarkt proberen sommige van de groepswoningbedrijven hun businessmodel te perfectioneren en aan te passen. Common haalde vorig jaar zomer 7,35 miljoen dollar binnen om uit te breiden. Bij Euclid Manor werken de oprichters van 
OpenDoor ook met investeerders.

    ‘We zijn twee jaar bezig geweest met het perfectioneren van het model en het verbeteren van ons trackrecord,’ aldus Standish. ‘We weten nu goed 
hoe groepswonen in de praktijk werkt. We kunnen overleggen met projectontwikkelaars en hen adviseren over praktische details van een gebouw omdat wij weten hoe het werkt.’ In 
de toekomst willen de oprichters van OpenDoor al vanaf de start van een nieuw project samenwerken met projectontwikkelaars – vergelijkbaar met de manier waarop Common dat heeft gedaan bij de locatie met 51 slaapkamers in Williamsburg.

    ‘Dan kun je de indeling van het gebouw helemaal afstemmen op het groepswonen,’ legt Provan uit. ‘Als je bestaande gebouwen gebruikt, is de indeling niet echt geschikt en moet je die achteraf aanpassen aan het groepswonen. Voordat in Euclid Manor groepswoningen kwamen, was het een B&B. Iedere kamer heeft zijn eigen sfeer en weerspiegelt de persoonlijkheid van de bewoner.’

    Alles 
wat meer woningen oplevert in een ontzettend krappe woningmarkt is goed

    Groepswonen is nu zo populair, de rente staat zo laag en de huren zijn zo hoog – al die factoren lijken gunstig voor nieuwe huisbazen. Maar zal 
door alle concurrentie en de hype eromheen niet een nieuwe bubbel 
op de huizenmarkt ontstaan?

    Hoe meer bedrijven zich gaan bezighouden met groepswoningen, hoe beter, vindt Provan, want verschillende gebouwen en verschillende bijbehorende diensten trekken verschillende groepen mensen aan.

    ‘Ik maak me geen zorgen [over concurrentie],’ zegt ook Hargreaves. ‘Alles 
wat meer woningen oplevert in een ontzettend krappe woningmarkt is goed. De enige manier waarop we elkaar als concurrenten kunnen benadelen is door zo veel woningen op de markt te brengen dat we uit concurrentieoverwegingen gedwongen zijn om onze prijzen te verlagen. En als dat het effect is van de inspanningen van Common en WeWork, gaan de kosten voor het levensonderhoud in New York City omlaag. Dat zou toch te gek zijn?’ voegt hij er met een grijns aan toe.

    Auteur: Jana Kasperkevic
    Vertaler: Paul Bruijn

    Beeld bovenaan: Buitenaanzicht van The Farmhouse, het oudste gebouw in de buurt. – © OpenDoor

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Een verslaggever van The Guardian bracht een bezoek aan de Amsterdamse Wenckehof, het grootste containerdorp ter wereld. ‘Hoe is het nou om in zo’n ding te wonen?’

    Van Londen tot Amsterdam en Mumbai worden scheepscontainers geroemd als een goedkope en gemakkelijke manier om prefabwoningen te realiseren. Maar hoe is het om erin te wonen, en kunnen ze de pop-upstatus overstijgen en een permanente oplossing worden?

    Het is even wennen om in een stalen doos te wonen. In eerste instantie leek het Timothy Ader helemaal niets om in de Wenckehof, een studentendorp van duizend hergebruikte scheepscontainers in Amsterdam, te wonen. Maar drie jaar later heeft hij geen spijt van zijn verhuizing.

    ‘Mijn eerste indruk van de containers was: daar zou ik niet intrekken,’ vertelt de 24-jarige. ‘Maar ik kwam regelmatig bij een vriend die hier woonde en begon het leuk te vinden. Toen ben ik zelf hierheen verhuisd. Ik zit hier heel comfortabel in m’n container en ik heb een hoop ruimte voor mezelf. Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen.’

    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’
    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’

    De Wenckehof, die in 2006 gereedkwam, is nog steeds het grootste bouwproject van dit type ter wereld. Ooit bedoeld als tijdelijk huisvestingsexperiment, bleek het zo populair dat de gemeente Amsterdam het in 2011 een permanente status gaf. Het succes heeft de belangstelling van architecten en woningcorporaties gewekt, die op zoek zijn naar goedkope oplossingen voor de woningnood in steden over de hele wereld.

    In Berlijn zijn hergebruikte scheepscontainers ingezet voor studentenhuisvesting en onlangs ook om asielzoekers van onderdak te voorzien. In Londen is Forest YMCA begonnen jonge werkende mensen die de hoge huren niet kunnen opbrengen en het gevaar lopen dakloos te worden, onder te brengen in containers in Walthamstow, hoewel de bewoners daar maximaal maar een jaar mogen wonen.

    Voorstanders van scheepscontainerwoningen zeggen dat het door de bouwsnelheid, kostenbesparingen op materiaal en de mogelijkheid de units elders opnieuw te gebruiken een serieuze optie is voor stedelijke woningbouw.

    Gezellig

    Dus hoe is het om echt in zo’n ding te wonen? Volgens Ader is zijn Amsterdamse container gezellig: elke container heeft een woonruimte, badkamer en balkon. In de winter wordt hij warm gehouden met geïsoleerde wandplaten en radiators. Privacy was nooit een probleem. Sterker nog, Ader vond het te stil. Hij heeft meegewerkt aan de organisatie van blokfeesten en eet-met-je-burenevenementen om de Wenckebachweg wat levendiger te maken.

    Het is ook goedkoop. Huurders betalen hier 450 euro per maand en komen ook nog in aanmerking voor een huursubsidie van 140 euro per maand. Dat is veel minder dan de 600 euro die studenten volgens Ader elke maand moeten betalen voor een kamer in het centrum van Amsterdam.

    ‘Er zijn niet veel nadelen,’ vindt Ader. ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor. Ik denk dat dit soort woningen het best werkt voor alleenstaanden die iets goedkopers nodig hebben.’


    De architect van de Wenckehof is Quinten de Gooijer. Zijn bedrijf Tempohousing heeft ook containerwijken met meerdere verdiepingen gebouwd voor het Amsterdamse Leger des Heils en een ‘werkhotel’ voor Poolse arbeidsmigranten in de stad. De Gooijer geeft toe dat zijn klanten tot nog toe op zoek waren naar iets voor de korte termijn. ‘Onze klantenbasis wil eenvoudige basishuisvesting,’ zegt hij. ‘Omdat het een rendabele oplossing is.’

    ‘Je kunt er allerlei bekleding en daken op doen, maar dat kost allemaal extra,’ zegt hij verder. ‘We moeten nog van het idee af dat een stalen doos geen goede leefplek is. Mensen denken dat bakstenen en cement het eeuwige leven hebben, maar dat is niet zo. Langzaam maar zeker is de mentaliteit aan het veranderen. Ik denk dat we in de toekomst veel meer woningbouwprojecten met containers gaan krijgen.’

    De kostenbesparingen verdwijnt zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen

    Architecten dromen al over grote projecten. Of liever gezegd, hoge projecten. CRG Architects heeft een voorstel bekendgemaakt waarbij armoedige woningen in ontwikkelingslanden worden vervangen door ‘containerwolkenkrabbers’: enorme torens van vrolijk gekleurde containers die zo zijn gestapeld dat de torens cilindrisch lijken. Weer een ander ontwerp voor hoogbouw containertorens heeft tot doel de druk op de sloppenwijk Dharavi in Mumbai te verlichten.

    Niet iedereen is ervan overtuigd dat hoog op elkaar gestapelde containers de massahuisvesting van de toekomst zijn. Mark Hogan, hoofdarchitect bij OpenScope in San Francisco, vindt dat het grote onzin is om scheepscontainers voor huisvesting te gebruiken. Voornamelijk omdat de kostenbesparingen verdwijnen zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen. De Gooijer van Tempohousing geeft toe dat het veel goedkoper is de eenheden keurig op elkaar te stapelen. ‘Als je ze als Lego behandelt, moet je dure substructuren toevoegen om stabiliteit te creëren,’ zegt hij.

    Auteur:Adam Forrest
    Vertaler: Martinette Susijn

    Beeld bovenaan: De binnenplaats van de Wenckehof in Amsterdam. – © www.tempohousing.com

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 4. Projectontwikkelaars buitenspel

    4. Projectontwikkelaars buitenspel

    De initiatiefnemers van een nieuw coöperatief woonproject in Madrid hopen zich te wapenen tegen speculanten.

    Het wordt een appartementencomplex waar bewoners in 
de lift niet alleen een praatje maken over het weer, of wat zout of een kurkentrekker bij elkaar komen lenen. Een appartementencomplex waar iedereen verantwoordelijkheid draagt voor de gemeenschappelijke ruimtes en waar beslissingen met zijn allen worden genomen. Een appartementencomplex met een moestuin, een speelzaal voor kinderen en een bibliotheek. Dat is wat de coöperatie Entre Patios in Madrid in de Calle Milagros wil bouwen. De twintig toekomstige bewoners van de wooneenheden (vrijgezellen en stellen, soms met kleine kinderen, in leeftijd variërend van dertig tot zestig jaar) zoeken nog vijf belangstellenden voor de resterende wooneenheden om de utopie werkelijkheid te laten worden.

    Je kunt je appartement niet verkopen, want het is niet je eigendom

    Waar in de traditionele woningbouw de projectontwikkelaar het voor het zeggen heeft – er wordt gebouwd en vervolgens naar kopers gezocht – beslist nu een aantal personen allereerst ‘waar ze willen wonen, welke woonvorm ze kiezen, hoe ze het project gaan financieren (in dit geval is dat met de Triodos Bank) en welke bestemming de gemeenschappelijke ruimtes krijgen,’ zegt Leo Bensadón van Lógica Éco, een consultancybedrijf voor duurzaam ondernemen dat Entre Patios begeleidt bij de ontwikkeling en het aan de man brengen van het project.

    Schets van Entre Patios.
    Schets van Entre Patios.

    De juridische vorm is een mengeling van kopen en huren. Bij ‘traditionele’ coöperaties verwatert de samenwerking als het gebouw er eenmaal staat. Hier blijft de coöperatie altijd eigenaar van het appartementencomplex. De leden zijn allemaal actief betrokken bij de coöperatie en hebben daarnaast recht op het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes zoals een washok of een grote eetzaal die ze kunnen reserveren voor feesten en partijen. ‘Je kunt je 
appartement niet verkopen, want het is niet je eigendom. Als je vertrekt, besluit de coöperatie volgens criteria die door de meerderheid zijn vastgesteld wie de volgende bewoners worden. Zo blijft het gemeenschappelijke project voortbestaan en werk je speculatie niet in de hand,’ vat Bensadón samen.

    De praktijk

    Hoe vertaal je dit naar de praktijk? Is de aankoop van de bouwgrond eenmaal geformaliseerd, dan legt elk lid een bedrag in van ongeveer 45.000 euro. Vervolgens betaal je maandelijks rond de 650 euro voor een appartement van tussen de 70 en 75 vierkante meter. 
In de statuten van Entre Patios is de bepaling opgenomen dat niemand 
de coöperatie de eerste vijf jaar mag verlaten. Is die termijn eenmaal verstreken en besluit een van de leden te vertrekken, dan krijgt hij of zij het ingelegde geld terug. Overlijdt hij of zij, dan vervalt het recht op gebruik aan de erfgenamen. Deze woonvorm, die in Spanje nauwelijks bekend is, bestaat al meer dan vijftig jaar in Noorwegen, Duitsland en Denemarken, waar meer dan 10 procent van de woningbouw op deze manier tot stand komt.

    In Spanje lopen intussen meer dan honderd van dit soort bouwprojecten. Het aantal wooneenheden schommelt 
bijna overal tussen de acht en de vijfentwintig. Op één uitzondering na: de coöperaties voor ouderen. Veel ouderen die hun kinderen niet tot last willen zijn en bedanken voor een bejaardenhuis, hebben zelf initiatieven ontwikkeld. Een voorbeeld is El Centro Trabensón, in een berggebied rondom Madrid, of de nog maar enkele maanden oude Cooperativa Convivir, in Horcajo de Santiago (Cuenca).


    Nacho García, lid van het eerste uur en oprichter van het Instituto Internacional Acción No Violenta [Internationaal Instituut voor Geweldloze Actie], licht de verschillende fasen van een project toe. ‘Eerst had je de beginfase, waarin alles nog een droom was en we ons probeerden voor te stellen hoe we deze droom werkelijkheid konden laten worden. We organiseerden workshops over architectuur, economie en vloeren leggen. Toen kwam de overlegfase en het samenstellen van werkgroepen.’ Een daarvan is de werkgroep werving, die belangstellenden probeert te overtuigen door ze te laten zien dat ze deel gaan uitmaken van iets wat het individu overstijgt. Een aanpak die zich bijvoorbeeld vertaalt in een solidariteitsfonds, waarop je een aantal maanden een beroep kunt doen als je werkeloos wordt.

    Auteur: María Crespo
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Beeld bovenaan: © Hajo

    El Mundo
    Spanje, dagblad, oplage 266.290
    Opgericht in 1989 met de missie serieuze onderzoeks- journalistiek te bedrijven, maar slaat soms door naar de sensationele kant. Kiest geen duidelijk standpunt in het
    politieke spectrum, wat soms verrassende inzichten oplevert.