Tag: India

  • Is de kritiek op Facebook in India terecht?

    Is de kritiek op Facebook in India terecht?

    Met het gratis programma Free Basics wilde Facebook arme bewoners van India toegang geven tot een deel van het internet. Maar volgens activisten is het initiatief in strijd met de netneutraliteit, en daarom heeft de Indiase toezichthouder het voorlopig verboden. Hebben de critici gelijk?

    NEE

    Het is Mark Zuckerberg bijna gelukt om een miljard arme Indiërs gratis toegang te geven tot een deel van internet. Maar een actiegroep uit een welvarende minderheid, die het grootste deel van de Indiase bandbreedte verbruikt, heeft een campagne op touw gezet om te voorkomen dat hij zijn doel bereikt. En vooralsnog hebben de activisten gewonnen.

    De activisten zijn fervente aanhangers van het ware geloof, beter bekend als netneutraliteit: een internetprovider mag niemand bevoordelen door sneller of goedkoper toegang tot het net te geven of bepaalde diensten te leveren.

    Ongetwijfeld zijn er loffelijke argumenten voor netneutraliteit. Maar sommige activisten investeren zelf of zijn beïnvloed door investeerders in start-ups; ze hebben een groot commercieel belang bij het voorkomen dat providers te veel macht krijgen. Er staat zo veel voor ze op het spel dat ze overtrokken reageren op het plan van Zuckerberg.

    ‘iedereen’ heeft er baat bij, niet alleen Facebook

    Zoals dat gaat met activisten heb je de goeden, de schijnheiligen en degenen die handelen uit eigenbelang, en allemaal proberen ze het grote publiek voor zich te winnen. Facebook rekent niets voor Free Basics en betaalt de provider ook niets voor het verlenen van de gratis dienst. Het heeft ook geen exclusieve overeenkomst met provider Reliance. Tenzij je een uitermate strenge definitie hanteert, is Free Basics niet strijdig met netneutraliteit. Dat de activisten toch rabiaat tegen het plan zijn, is omdat ze hun ideologie of hun eigen materiële belang boven de ontwikkeling van de armen stellen.

    Als de armen in India verstoken zouden raken van hun petroleum, voedselsubsidies, goedkope treintickets en elektriciteit, zouden ze de straat op gaan en het land lamleggen. En dat zouden ze ook doen als ze echt door zouden hebben wat hen door internetactivisten in India ontzegd wordt.

    Zuckerberg ontkent niet dat hij een commercieel belang heeft bij de wereldwijde verspreiding van internet. ‘Op lange termijn nemen onze zakelijke kansen ongetwijfeld toe naarmate er meer mensen online zijn.’ Maar, zegt hij, ‘iedereen’ heeft daar baat bij, niet alleen Facebook.

    Toen Facebook begon met het ontwikkelen van internet voor arme mensen, heette het nog internet.org, een systeem waarin Facebook een handjevol websites koos die gratis toegankelijk waren. De activisten vonden dat deze opzet Facebook te veel macht gaf en Zuckerberg kon zich daarin vinden. In de volgende versie zorgde hij ervoor dat de regels voor toegang zo duidelijk waren dat alle ontwikkelaars deel konden nemen aan het systeem.

    Hiermee behaalden de activisten een belangrijke overwinning. Maar wat Zuckerberg zich niet realiseerde, was dat hun activisme nooit stopt.

    Hindustan Times
    India | oplage 1.032.000
    Veruit de populairste krant in New Delhi, naast grote rivaal Times of India. Nuchtere toon. Redactioneel schurkt de krant tegen de macht aan.

    JA

    Waarom heeft Facebook eigenlijk gekozen voor Free Basics, dat gebruikers keus biedt uit zo’n honderd websites, en niet voor de optie om arme mensen gratis toegang te geven tot een open, pluriform en divers internet?

    Onderzoek door Amba Kak van het Oxford Internet Institute heeft uitgewezen dat mensen die relatief onervaren zijn en een laag inkomen hebben, de voorkeur geven aan een open en ongelimiteerd internet. Ze willen liever tijdelijk toegang tot miljoenen websites en apps, dan te allen tijde slechts een deel van het internet gebruiken.

    Waarom heeft Facebook niet gekozen voor opties die niet strijdig zijn met netneutraliteit? In India bijvoorbeeld, biedt Aircel [een van de grootste providers] drie maanden gratis onbeperkt toegang tot internet met 64 kbit/s. De Mozilla Foundation [een ngo die tot doel heeft de toegankelijkheid van internet te vergroten] heeft twee programma’s die gratis en onpartijdige internettoegang biedt; in Bangladesh krijgen de gebruikers van Grameenphone gratis data, maar wel 
met advertenties.

    Instandhouding van Free Basics zou erop uitdraaien dat elk telecombedrijf zijn eigen internetzeepbel blaast

    Wellicht negeert Zuckerberg deze opties om de netneutraliteit, zoals Vishal Misra van Columbia 
University die definieert: netneutraliteit heeft tot doel geen enkele internetprovider (of telecombedrijf) concurrentievoordeel te geven voor een bepaalde website of applicatie. Op dit moment behoudt Facebook zich het recht voor, in samenwerking met Reliance Communications, om applicaties van websites en apps voor Free Basics af te wijzen en ontwikkelaars te dwingen zich te conformeren aan hun technische richtlijnen. Toestemming (en daarmee tijd) van Facebook zou nodig zijn om bijvoorbeeld een door burgers opgezet project voor crisisbestrijding, zoals chennairains.org, op Free Basics te krijgen. Facebook is onoprecht als 
het zegt dat Free Basics in lijn is met netneutraliteit.

    Terwijl Facebook zich in de VS hard maakt voor een wet 
op de netneutraliteit en voor vergunningsvrije innovatie, pleiten ze in India met hun Free Basics juist voor een internet dat is gebaseerd op een vergunningenstelsel.

    Instandhouding van Free Basics zou erop uitdraaien dat elk telecombedrijf zijn eigen internetzeepbel blaast. Verschillende bevolkingsgroepen in India zouden toegang krijgen tot verschillende informatie en kennis, afhankelijk van de afspraken van hun telecombedrijf met onlineproviders.

    Free Basics en zijn collega-telecombedrijven zijn niet open, pluriform of divers, ze kunnen schadelijk zijn voor de Indiase democratie.

    Naar verwachting telt India tegen het einde van 2017 500 miljoen internetgebruikers, en het soort internet waar ze toegang tot hebben is van belang voor ons land. Daarom is de strijd voor netneutraliteit een strijd voor onze vrijheid op internet.

    Times of India
    India | oplage 2.200.000
    In handen van de gebroeders Samir en Vineet Jain. Beroemdheden kunnen er betalen voor publicaties. De krant uit 1838 heeft de grootste oplage ter wereld.

    Vertaler: Monique ter BergBeeld bovenaan: © Hemant Mishra / Mint

  • Heerst er een intolerant klimaat in India?

    Heerst er een intolerant klimaat in India?

    Bollywoodacteur Aamir Khan (moslim) uitte publiekelijk zijn zorg over het intolerante klimaat in India onder de hindoenationalistische premier Modi. Zijn vrouw vroeg zich af of ze het land moest verlaten. Heeft Khan een punt?

    Ja

    De acteur Aamir Khan vertelde op een bijeenkomst van journalisten hoe onveilig en radeloos hij zich soms voelt in het huidige, alsmaar intolerantere klimaat. Hij vertelde dat zijn vrouw hem voor het eerst had gevraagd of ze India niet beter konden verlaten. Een dag later antwoordde minister van Arbeid Smriti Irani dat het feit dat hij dit als toerisme-ambassadeur van de regering publiekelijk kon zeggen in het bijzijn van een minister, bewijst dat India een tolerant land is. Irani heeft gelijk. Er waren naast eregast Arun Jaitly [minister van Financiën] zelfs vier ministers bij aanwezig. Dat beeld 
van vijf ministers die geduldig de woorden van de superster beluisterden, geeft wel aan dat de machthebbers hier 
openstaan voor kritiek.

    Maar die vrijheid is natuurlijk pas echt compleet, in een open democratie zoals India zichzelf met trots noemt, als de leiders hem niet alleen aanhoren maar ook van repliek dienen. Zij moeten zijn zorgen met 
hem bespreken, al is het maar om hem duidelijk te maken 
dat die ongegrond zijn.

    Er zijn ongelovigen aangevallen 
of gedood, en een man werd zelfs – na een gerucht dat hij rundvlees had gegeten – door een menigte gelyncht

    Het zou erg teleurstellend zijn als Aamirs ontboezemingen als aanval op de regering worden opgevat, als onvaderlands‑
lievend terzijde geschoven, of gebagatelliseerd als gezeur van iemand met te veel privileges. Het zou zonde zijn als Aamir en Shah Rukh Khan [een andere bekende Indiase acteur], die al even ferme uitspraken deed in het ‘intolerantie‑
debat’, alleen antwoord krijgen van regeringsgezinde bullebakken, met hun gebruikelijke gescheld, laster en intimidatie. Overigens zijn de twee Bollywoodsterren niet erg representatief voor de leden van Aam-Aadmi [‘Partij van de gewone man’, een door burgers opgerichte anticorruptiepartij]. 
Aamir Khans bekendheid beschermt hem tegen allerlei uitwassen waar gewone mensen vaak mee te maken krijgen. Ook waren zijn woorden zeker niet vrij van overdrijving. 
Toch draagt de stem van een artiest als Aamir ver en kan hij daarom voor velen spreken. Al is de band die al deze mensen met hem voelen er een van de verbeelding, het maakt hun ervaringen niet minder werkelijk.

    De twee supersterren hebben uitdrukking willen geven aan een angst die velen voelen. Er zijn ongelovigen aangevallen 
of gedood, en een man werd zelfs – na een gerucht dat hij rundvlees had gegeten – door een menigte gelyncht [voor hindoes is het eten van rundvlees om religieuze redenen streng verboden]. In verklaringen van ministers en parlementsleden van de regeringspartij kregen de slachtoffers de schuld en werd gezegd dat Pakistan erachter zat. Premier Narenda Modi stond de leiders van antimoslimdemonstranten, die met hem sympathiseren, onmiddellijk te woord. Hij zou nu hetzelfde moeten doen met degenen die zich tegen zijn regering en het intolerante klimaat verzetten.

    The Indian Express
    India, dagblad, oplage 1.032.000

    Zelfbenoemde ‘enige krant van India’. Staat bekend om zijn strijdlust en journalistieke moed en duikt graag in politieke en financiële schandalen. De zondagseditie heeft extra aandacht voor cultuur.

    Nee

    Geachte heer Khan, ik schrijf u omdat ik mij afvraag hoe ons land eruitziet vanuit de grote ramen van uw dure villa op Pali Hill. Heel anders dan vanuit mijn sociale huurwoning op de tweede etage, vermoed ik. Zo’n woninkje is het enige wat een eerlijke journalist tegenwoordig nog kan betalen in ons land. 
Ik zeg expres ‘eerlijke journalist’, zodat u niet denkt dat ik een bhakt [benaming op sociale media voor Modi-aanhangers] of een ‘perstitué’ ben – twee termen die het in ons intolerante klimaat zo goed doen. U hebt het over intolerantie. cver intolerantie kan ik meepraten. Ik ben chinki genoemd, spleetoog, Nepali en elk ander scheldwoord op de Chinese menukaart. 
De meeste van mijn Chinki-vrienden ondergaan hetzelfde. Wij op onze beurt noemen deze scheldende Indiërs bhaiya’s [eikels] en gaan door met ons leven.

    Heb ik ooit overwogen om deze stad te verlaten? Nooit, en 
dat zal ik ook nooit doen. Zoals u al zo mooi zong: All Izz Well [een door Aamir Khan gezongen nummer uit een zeer succesvolle Bollywoodfilm] – maakt u zich over mij geen zorgen.

    
Ik was er kapot van en bedronk me op een terras in een arme buitenwijk van Mumbai, ver weg van uw huis

    Uw gevoelens kan ik niet veranderen. Ik zal niet proberen u 
voor mij te winnen. Dat heb ik jaren geleden afgeleerd, nadat 
ik tevergeefs had geprobeerd mijn eerste liefde, die mij had geschreven dat ze me niet kon uitstaan, milder te stemmen. 
Ik was er kapot van en bedronk me op een terras in een arme buitenwijk van Mumbai, ver weg van uw huis waar u op dat moment het succes van uw film Lagaan aan het vieren was [Lagaan is een bekende film uit 2001 waar Khan in speelde].

    Eén ding is zeker: ik heb vaker met intolerantie te maken gehad dan u. Maar ik geef toe, ik had graag een gezicht als het uwe gehad, dat zou mijn leven heel wat makkelijker hebben gemaakt. Nu u zich verwaardigd hebt om iets over intolerantie te zeggen, zal er zelfs in het parlement over gedebatteerd worden – als ze dat daar nog doen tenminste. Dat hebt u toch maar mooi voor elkaar gekregen.

    Meneer Khan, de angst die u gezaaid hebt zal aanhouden, 
ook als u en ik allang weer met andere dingen bezig zijn. 
Uw miljoenen volgers en fans zullen uw woorden voor zoete koek slikken. Zij zullen op televisie fel discussiëren over de 
kwestie die u hebt opgerakeld. Maar onderwijl zult u alweer rustig op de sportschool bezig zijn om in vorm te komen voor uw volgende film.

    P.S. Als u een dezer dagen in Delhi bent, nodig ik u graag uit 
om in Nizamuddin, vlakbij de residentie van de premier, een runderkebab te komen eten [verwijzing naar de lynchpartij 
in september in Uttar Pradesh]. Ik betaal.

    Auteur: Prawesh Lama
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Foto boven: © Reuters

    Hindustan Times
    India, dagblad, oplage 550.000

    Veruit de populairste krant in New Delhi. Nuchtere toon. Redactioneel schurkt de krant tegen de macht aan.

  • 5. India bouwt stad van de toekomst

    5. India bouwt stad van de toekomst

    Binnenkort begint men in India aan de bouw van de nieuwe stad Amaravati. De futuristische metropool krijgt veel boulevards en open ruimte, 135 kilometer aan snel openbaar vervoer, en een minimale CO2-uitstoot. Volgens de krant Live Mint heeft het land op termijn honderd van dit soort steden nodig.

    Toen kort na de onafhankelijkheid van India de nieuwe stad Chandigarh werd gebouwd, noemde Jawaharlal Nehru dat project een uitdrukking van India’s geloof in de toekomst. Een dergelijke modernistische boodschap zou de huidige premier Narendra Modi ook moeten uitdragen als hij straks de eerste steen legt van Amaravati, de nieuwe hoofdstad van de deelstaat Andhra Pradesh. Steden zijn meer dan alleen een hoop stenen. Ze moeten moderniteit ademen. De ambitieuze bouwers van 
de nieuwe stad moeten lering trekken uit mislukte projecten, niet alleen in India maar wereldwijd, die wel een gigantische bouwput opleverden, maar de stedelijke Zeitgeist niet wisten te vangen.

    India kan wel eens aan de vooravond staan van een ongeëvenaarde golf van stedenbouw. Alle ogen zijn vooral gericht op Amaravati, vanwege de ambitie 
die de premier van de deelstaat, Chandrababu Naidu, daarmee toont: een ontwerp van stedenbouwkundigen uit Singapore, een oppervlakte die zes keer zo groot is als die van Madras, een gigantische infrastructuur, veel boulevards en open ruimte, 127 kilometer aan snelwegen en 135 kilometer aan snel openbaar vervoer, en een minimale CO2-uitstoot.

    Het masterplan van de nieuwe stad Amaravati.
    Het masterplan van de nieuwe stad Amaravati.

    Maar er staan nog andere projecten op stapel, 
van particuliere steden als Lavasa bij Pune tot de 
24 nieuwe steden die uiteindelijk misschien verrijzen in de industriële corridor tussen Delhi en Mumbai, en de Gujarat International Finance Tec-City, die het financiële centrum van de wereld wil worden.

    Dat zijn belangrijke initiatieven. Deze krant heeft al eerder gezegd dat India honderd nieuwe steden nodig heeft om plaats te bieden aan de groeiende bevolking, die duidelijk weg wil uit de dorpen. Daarnaast blijft hervorming van bestaande steden, op het vlak van bestuur, financiering, infrastructuur en werkgelegen‑heid, de moeite waard. Ook die steden verrezen veelal uit het niets, door de koloniale machten gebouwd als centra voor bestuur, militaire bezetting en de handel in grondstoffen voor de fabrieken van Manchester. Mettertijd werden het de woonplaatsen van een nieuwe klasse hoogopgeleiden, een groeiend leger arbeiders en de eerste Indiase zakenlieden – en 
daarmee broeinesten voor het vroege Indiase nationalisme. Maar het is geen geheim dat de meeste 
steden zuchten onder ruimtegebrek, slechte woningbouw, een verwaarloosde infrastructuur en financiële tekorten. In sommige steden zijn de economische schaalvoordelen van de stad al kleiner dan de schaalnadelen, en soms leidt dat tot spanningen tussen bevolkingsgroepen.


    Demografische achtergrond

    Het wordt dus tijd om nieuwe steden als Amaravati te bouwen. Waarom? Wel, kijk naar de demografische achtergrond. Het Indiase platteland zit in de 
versukkeling. Een van de meest interessante uitkomsten van de volkstelling van 2011 is dat de bevolking in de steden, voor het eerst sinds die telling wordt gehouden, sterker is gegroeid dan op het platteland. En 2500 woonkernen die in 2001 nog als dorp golden, zijn nu weliswaar als stad geclassificeerd, maar toch kan men deze demografische omslag niet wegwuiven als statistisch gezichtsbedrog. In vier deelstaten is de plattelands‑
bevolking in absolute cijfers gekrompen. En elders was de bevolkingsgroei op het platteland aan het eind van het decennium veel kleiner dan die in 
de steden. Dat gold ook voor deelstaten als Punjab en West-Bengalen. De groei van de plattelands-bevolking komt grotendeels op het conto van Uttar Pradesh en Bihar, twee deelstaten met enorme politieke invloed.

    De Indiërs stemmen met hun voeten. Men kan deze demografische verschuiving het best opvatten als het eind van het traditionele ideaal van Mahatma Gandhi van een land vol tevreden, utopische dorpjes. In plaats daarvan komt het modernistische, op de ideeën van [de sociale hervormer] B.R. Ambedkar geënte beeld van een volk dat voor het verstikkende dorpsleven een heenkomen zoekt in de vrijheid van de grote stad. Dat betekent dat nieuwe steden zoals Amaravati niet alleen moeten worden beoordeeld op hun fysieke infrastructuur, maar ook op hun vermogen om een cultuur te genereren die moderniteit, kosmopolitisme, economische kansen, ondernemerschap, creativiteit en culturele vrijheid stimuleert.

    Vertaler: Frank Lekens

    Live Mint
    India | oplage onbekend

    Engelstalige zakenkrant en de eerste krant van India. Richt zich op zakenlui, beleidsmakers en politici en heeft een liberale signatuur.

  • 5. Mumbai was blauwdruk voor Parijs

    5. Mumbai was blauwdruk voor Parijs

    In 2008 werd de Indiase stad Mumbai getroffen door soortgelijke aanslagen als in Parijs, met 166 doden als gevolg. Het is de hoogste tijd dat regeringen en veiligheidsdiensten gaan samenwerken om dit soort terrorisme te bestrijden.

    Bijna drie weken geleden klaagde een hoge functionaris van de Indiase inlichtingendienst over het mislukken van een initiatief dat de Indiase potentie tot contraterrorisme aanzienlijk had kunnen verhogen.

    Bezorgd om het gebrek aan samenwerking tussen de veiligheidsdiensten, kwamen twee sleutelfiguren uit de 
top van de inlichtingendiensten, Asif Ibrahim van het Intelligence Bureau en Alok Joshi van de Research and 
Analysis Wing, in de zomer van 2014 bij elkaar om een stoutmoedig plan op te stellen ten einde zaken die speelden tussen beide bureaus op te lossen. 
Hun plan was eenvoudig van opzet, maar beiden waren zich bewust van 
de moeilijkheid om het ook echt te implementeren.

    ‘Het plan was om professionals bij elkaar te brengen die te maken hebben met contraterrorisme, en vervolgens als één team samen te werken,’ liet de functionaris mij weten. ‘Beide chefs hadden gehoopt dat met een gezamenlijk optreden de informatiestromen sneller op gang zouden komen zodat de tegenmaat‑regelen effectiever zouden zijn dan op dit moment het geval is.’

    Maar zoals het met de meeste goede ideeën gaat, was de weerstand zo groot dat zelfs de twee kopstukken uit de wereld van de inlichtingendiensten het plan niet wisten te realiseren. Beiden namen ontslag, en het voorstel verdween in de torenhoge stapels dossiers van de ministeries van North en South Block.

    Het tegengaan van terroristische aanslagen zal moeten beginnen bij de vooronderstelling dat ze onmogelijk voorkomen kunnen worden

    Met de aanslagen in Parijs afgelopen vrijdag, werd het opnieuw duidelijk 
dat het terrorisme vandaag de dag een soort wereldwijde coalitie is. Helaas is het antwoord op het wereldwijde terrorisme allesbehalve eenduidig. Zoals India heeft aangetoond, is het een hele uitdaging om de twee belangrijkste veiligheidsinstanties tot een vorm 
van samenwerking te brengen, en de politieke wil om radicale veranderingen door te voeren blijft hopeloos klein. Elke stap die werd beschouwd als een tegenmaatregel in India’s strijd tegen het terrorisme na de aanslagen door 
de terroristen van Lashkar-e-Taiba (LeT) in november 2008 in Mumbai, is door de omvangrijke bureaucratie van India 
in de ijskast verdwenen.

    De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel van de voorgestelde maatregelen gebreken vertoonden. Het geplande Nationale Centrum voor Contraterror‑isme had uiteindelijk fataal kunnen zijn voor India’s federale principes, 
terwijl de plannen die de National Intelligence Grid had om de databanken van de belangrijkste Indiase veiligheidsdiensten aan elkaar koppelen, niet voorzagen in de vereiste veiligheidsgarantie. Maar die maatregelen hadden uitgebreid besproken moeten worden, de verschillen van inzicht erover bijgelegd, en vervolgens zonder verder uitstel geïmplementeerd moeten worden.

    Indiase Moslims in Mumbai verbranden een poster van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in reactie op de aanslagen in Parijs. – © Rafiq Maqboo / AP
    Indiase Moslims in Mumbai verbranden een poster van IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in reactie op de aanslagen in Parijs. – © Rafiq Maqboo / AP

    Dit is ironisch. De aanslagen in Mumbai door de moslimorganisatie Lashkar-e-Taiba vormen nu de blauwdruk voor wereldwijde terroristische aanslagen, zoals de recente tragedie in Parijs aantoont. Terwijl een 9/11 spectaculair is wat betreft planning en uitvoering, is het ook veel moeilijker te realiseren in deze tijd van toegenomen toezicht en bewaking. Maar een aanslag à la Mumbai is veel makkelijker te plannen en uit te voeren, en met als resultaat nog meer dodelijke slachtoffers. Het verkrijgen en binnensmokkelen van kleine wapens, het motiveren en vervolgens naar kwetsbare openbare gelegenheden sturen van zelfmoordterroristen, is de ergste nachtmerrie voor veiligheidsfunctionarissen, en die nachtmerrie 
is nu werkelijkheid geworden.

    Het tegengaan van terroristische aanslagen zal moeten beginnen bij de vooronderstelling dat ze onmogelijk voorkomen kunnen worden. Dergelijke aanslagen zullen plaats blijven vinden en zullen het kenmerk blijven van het terrorisme in de toekomst. Wat veiligheidsfunctionarissen kunnen doen is beginnen met het smeden van plannen voor tegenmaatregelen om het aantal van dergelijke aanslagen te verminderen, de veerkracht en veiligheid van openbare gelegenheden te verbeteren, het reactievermogen van contraterroristische eenheden te versnellen, worstcase‑scenario’s te bedenken en uit te werken, een doelgerichte inlichtingendienst op te zetten die opereert ver van het krachtenveld van de grootschalige bewaking, en werk te maken van het opsporen en wegnemen van de onderliggende oorzaken die tot terrorisme kunnen leiden.

    Niets van dit alles zal eenvoudig zijn. Al meer dan twintig jaar dringt India zonder veel succes aan op een Conventie van de Verenigde Naties over terrorisme, omdat velen het wereldwijd oneens zijn over wat ‘terrorisme’ precies is. Zolang er geen overeenstemming is over hoe terrorisme gedefinieerd moet worden, hoe kunnen er dan wereldwijde protocollen worden geschreven over het bestrijden van terrorisme? India kreeg ook te maken met tegenstand van wereldmachten als de VS toen het in het begin van de jaren negentig aandacht vroeg voor het door Pakistan gesponsorde terrorisme. Na de bomaanslagen van 1993 in Mumbai stelden Indiase inlichtingendiensten heel accuraat de verbanden vast tussen de wapenaankopen door het Pakistaanse leger en de munitie die werd gebruikt in Mumbai. Toen die bewijzen werden voorgelegd aan de VS, hielpen die het bewijsmateriaal ‘kwijt te raken’, en zodoende werd een mogelijke strafzaak tegen Pakistan succesvol de nek omgedraaid. Dat soort dubbele standaarden hebben de wereldwijde zaak tegen het terrorisme zelden of nooit goed gedaan.

    Nieuwe doctrines

    Terrorisme is ook een kwestie van leren en ervaring opdoen van nieuwe doctrines. Het VN Bureau voor Drugs- en Misdaadbestrijding gaf opdracht voor een onderzoek naar de vraag hoe terroristen gebruikmaken van online community’s om hun doelen te 
bereiken.

    Een citaat: ‘De snelheid, het wereldwijde bereik en de relatieve anonimiteit waarmee terroristen gebruik kunnen maken van het internet om hun zaak te bepleiten of terroristische aanslagen mogelijk te maken, maakt, (…) een alerte en effectieve internationale samenwerking tussen ordehandhaving en inlichtingendiensten tot een steeds crucialere factor in een succesvol onderzoek.’ Maar de afwezigheid van een universeel instrument om cyberkwesties aan te pakken voorkomt dat regeringen onderling samenwerken in de strijd tegen terroristische netwerken die online hun boodschap verspreiden. Zaken als jurisdictie, uitzetting en vervolging vormen de voornaamste onderlinge verschillen, waardoor regeringen het nog steeds niet eens kunnen worden over het vinden van gemeenschappelijke methoden om het internationale terrorisme te bestrijden.

    Zoals onderzoek heeft aangetoond, 
is de Islamitische Staat een meester in het gebruik van socialemedianetwerken voor financiering en rekrutering, waardoor hun terrorisme kan blijven groeien. Zoals onderzoekers onlangs ontdekten zijn de meeste van die sociale medianetwerken van IS vooral actief in Europa, en minder in het Midden-Oosten.

    Het is duidelijk dat de aanslagen in Parijs niet de laatste zullen zijn. 
Landen als India worden al als voornaamste doelwit aangemerkt door internationale terreurorganisaties als Al-Qaida en IS. Alleen maar toegeven dat er een dreiging bestaat is niet voldoende. Er is een gezamenlijke reactie nodig, zowel intern als op internationaal vlak. Tenzij naties het erover eens worden hoe ze gezamenlijk de gesel van het terrorisme kunnen bestrijden, zullen ze gedoemd zijn voor altijd de rol te spelen van het slachtoffer van terrorisme.

    Saikat Datta is journalist, auteur van een boek over India’s Speciale Eenheden en gastonderzoeker voor de Observer Research Foundation. Hij houdt zich ook bezig met zaken als contraterrorisme, inlichtingenkwesties en cyberbeveiliging.

    Auteur: Saikat Datta
    Vertaler: Peter Bergsma

    Saikat Datta is journalist, auteur van een boek over India’s Speciale Eenheden en gastonderzoeker voor de Observer Research Foundation. Hij houdt zich ook bezig met zaken als contraterrorisme, inlichtingenkwesties en cyberbeveiliging.

    Scroll.in
    India, scroll.in
    Website die is opgericht in 2013 door een team van prijswinnende journalisten. Het biedt een onafhankelijk nieuwsoverzicht en kritische analyse van de belangrijkste politieke en culturele verhalen die vormgevend zijn voor hedendaags India.

  • Waarom Indiërs in de bosjes vrijen en doen alsof ze het niet doen

    Waarom Indiërs in de bosjes vrijen en doen alsof ze het niet doen

    Onlangs verbood de Indiase regering 900 pornosites, om direct weer op dat besluit terug te komen. Het bewijst nog maar eens dat het land in verwarring verkeert als het om seks gaat.

    Om negen uur ’s morgens verbiedt de regering pornografie. Om vijf uur ’s middags trekt ze het verbod in. Wij Indiërs hebben nooit een keuze kunnen maken wat seks 
betreft. We doen net of we er niet aan doen, maar we doen het de hele tijd.

    Ik ga terug naar 1995. Ik zit op de universiteit. Ik heb een vriendinnetje. 
We willen het doen, maar we weten niet waar. Ik woon in een pension waar geen meisjes mogen komen. Zij woont bij haar ouders, dus die mogelijkheid komt ook niet in aanmerking. Waar moeten we heen? We gaan naar een park bij de universiteit van Delhi. Het is er vol met stelletjes. Oudere mannen en vrouwen, studenten, schoolkinderen… iedereen doet het. Eunuchen regelen hier het liefdesbedrijf. Je betaalt vijftig roepies en je krijgt je eigen bosje toegewezen. Niet erg beschaafd, hè?

    Er is ook een plan B. Ik smokkel haar mijn pensionkamer binnen. Dat is een ingewikkelde procedure, waarbij een aantal goede vrienden de wacht moet houden. Als de kust veilig is, stormt ze struikelend de trap op naar mijn kamer. Daarna doet mijn vriend een slot op de deur. Vriendin en ik hebben de hele middag geluidloze seks. Het slot is een uitstekend idee. Een jaar later werd een student met zijn vriendin betrapt in zijn kamer. Hij werd weggestuurd van de universiteit.
    Stel je de volgende scène voor. Deze jongen en zijn vriendin delen een intiem moment, in hun eigen omgeving. De decaan en een aantal docenten beginnen op de deur te bonken. Ik ga je huisje omverblazen. De doodsbange jongen wikkelt zijn vriendin in een matrasje en schuift haar onder het bed. 
Hij doet de deur open. De pijlers van
    de maatschappij, allen van middelbare leeftijd, drommen samen in de kamer. Ze vinden het meisje. Zij barst in tranen uit. De decaan geeft de jongen een klap.

    Is dit beschaafd gedrag? Hebben volwassenen niets beters te doen? Kennelijk niet.

    Een Indiaas stel beleeft een intiem moment in een park in New Delhi. – © Tsering Topgyal / AP
    Een Indiaas stel beleeft een intiem moment in een park in New Delhi. – © Tsering Topgyal / AP

    Barbaars

    Het is iets wat we nooit onder ogen hebben durven zien. Er is niets verkeerds aan twee mensen die met elkaar vrijen. Dat is iets moois. Wat echt verkeerd is, is mensen lastigvallen omdat ze seks hebben. Het is barbaars om je kinderen te dwingen het in de bosjes te doen, zich te verschuilen onder een bed. Je hoort simpelweg niet iemands kamer binnen te vallen.

    Neem bijvoorbeeld het verbod op pornografie. Weer valt de staat je slaapkamer binnen. Pornografie is een onschuldige fantasie. Ook de manier waarop de regering pornografie probeerde te verbieden was in zekere zin onschuldig. Het heeft namelijk geen zin om dat te doen. Zelfs als je alle pornosites in de hele wereld verbiedt, nemen de piraten het wel over. Precies wat er in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebeurde, vóór het internettijdperk.

    Ik ben het niet eens met mensen die zeggen dat pornografie vrouwen tot een object maakt. Misschien hebben ze wel gelijk, maar het geldt net zo goed voor mannen. De ‘dekhengst’ in een pornofilm is even onecht als de vrouwen die erin spelen. Leidt het tot verkrachting? Dat weten we niet. Je kunt aanvoeren dat pornografie als een veiligheidsklep fungeert; het biedt uitkomst. Het kan zelfs verkrachting voorkomen.

    De wereld van de pornografie is complex, complexer dan de regering denkt. Veel pornografie gaat tegenwoordig niet meer over de daad zelf, maar om fetisjen en fantasieën. Een paar jaar geleden was er een krantenartikel waarin stond dat schapen hot waren in Afghanistan. Je kunt dit hooguit grappig of bespottelijk vinden, maar Een Grote Bedreiging voor de Morele Structuur van de Maatschappij is het zeker niet. Op Capitol Hill in Seattle vind je winkels die seksspeeltjes verkopen naast speelgoedwinkels. Getatoeëerde homo’s wandelen in hetzelfde park waar jonge moeders achter kinderwagens lopen. 
Ik hoor al zeggen: wat daar werkt, werkt hier niet. Dat is een provinciale houding waar we vanaf moeten.

    Horizon verbreden

    Het is tijd dat we ons ontwikkelen, want alleen in waarachtig open maatschappijen worden verschillen getolereerd. Daarin kun je je seksualiteit uitdragen. Wij vegen alles onder het tapijt. Maar god weet wat er in ons hoofd omgaat. 
Je kunt iemands fantasie niet onderdrukken.

    Martin Robbins schreef een uitstekend artikel over porno in The Guardian. Hij zegt hierin: ‘Porno is een van de belangrijkste maatschappelijke onderwerpen, waar het minst over wordt geschreven. Het is een industrie waarin miljarden dollars omgaan en die de kern vormt van de menselijke seksualiteit in de eenentwintigste eeuw. Veel mensen kijken ernaar, weinigen praten erover. Porno oefent hoe dan ook een grote invloed uit op onze cultuur. We weten 
er echter relatief weinig vanaf.’

    Het wordt tijd dat we onze horizon verbreden.

    Palash Krishna Mehrotra

    De auteur schrijft vanuit Delhi en Mumbai over (vaak) controversiële onderwerpen. 
In 2012 publiceerde hij The Butterfly Generation.

    Foto boven – © Soumyadeep Paul/Flickr Creative Commons

  • De wereldwijde oorlog om zand

    De wereldwijde oorlog om zand

    We denken er nauwelijks over na, maar onze beschaving is gebouwd op zand. Het wordt onder meer gebruikt in de bouw, wasmiddelen en cosmetica. Nergens is de strijd om zand zo hevig als in India. Daar gaat de zandwinning niet alleen ten koste van de natuur, maar ook van mensenlevens.

    Keuze uit het archief

    Zand is niet weg te denken uit de geschiedenis van de mensheid. De oude Egyptenaren gebruikten het reeds om pyramides van te bouwen en ook beton – een mengsel van grind, zand en cement – was al in de oudheid bekend. Zand is niet alleen geschikt als bouwmateriaal, maar zit ook verstopt in producten als tandpasta, glas, cosmetica en microchips.
    Het natuurproduct wordt echter steeds schaarser, omdat er door de wereldwijde bouwhausse steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn. Zandwinning is alleen wel schadelijk voor ecosystemen en daarom niet overal toegestaan. Zo zijn er in India meerdere gebieden waar het illegaal is, maar waar zandwinners de regels aan hun laars lappen omdat er enorm veel te verdienen valt aan de zandexport. Mensen die ze erop aanspreken, doen dat met gevaar voor eigen leven. Zandwinning kost dus niet alleen het leven aan vogels en vissen, maar ook aan mensen, zoals blijkt uit dit artikel van het Amerikaanse maandblad WIRED.

    De moordenaars reden langzaam het steegje door, drie op één motorfiets gepropte mannen. Het was even na elf uur ’s ochtends op 31 juli 2013 en de zon brandde op de lage, eenvoudige huizenblokken langs een achterafstraatje van het Indiase boerendorp Raipur Khadar. Vage geuren van specerijen, stof en rioolwater kruidden de lucht. De mannen zetten de motor stil voor de oranje deur van een twee verdiepingen hoog huis van baksteen en pleisterkalk. Twee van hen stapten af, duwden de niet-afgesloten deur open en slopen de verduisterde slaapkamer aan de andere kant binnen. De onderkant van hun gezicht was met een witte sjaal bedekt. Een van hen had een pistool.

    In de slaapkamer lag Paleram Chauhan, een 52-jarige boer, een dutje te doen na een vroege lunch. In de aangrenzende kamer waren zijn vrouw en schoondochter aan het schoonmaken, terwijl Palerams zoon met zijn neefje van drie speelde.
    Schoten daverden door het huis. Preeti Chauhan, Palerams schoondochter, stormde de kamer binnen, met Ravindra op haar hielen. Door de open deur zag ze de moordenaars weer op hun motorfiets springen en wegscheuren.

    Paleram lag op zijn bed, terwijl het bloed uit zijn buik, keel en hoofd borrelde. ‘Hij probeerde iets te zeggen, maar dat lukte niet’, zegt Preeti, en haar stem wordt door tranen gesmoord. Ravindra leende de auto van een buurman en reed zijn vader in allerijl naar het ziekenhuis, maar het was te laat. Bij aankomst was Paleram dood.

    Zand is een eindige grondstof, net als alle andere

    Ondanks de maskers twijfelde de familie geen moment wie er achter de moorden zat. Al tien jaar lang drong Paleram er bij de plaatselijke autoriteiten op aan om een machtige criminele bende op te rollen die zijn hoofdkwartier in Raipur Khadar had. De ‘maffia’, zoals de mensen hen noemden, beroofde het dorp al jaren van een felbegeerde natuurlijke hulpbron, een van de meest gewilde grondstoffen van de 21ste eeuw: zand.

    Precies. Paleram Chauhan werd vermoord vanwege zand. En hij was niet de eerste, noch de laatste.

    Werklieden slaan stenen fijn tot zand in een illegale mijn bij het dorp Raipur Khadar. – © Adam Ferguson
    Werklieden slaan stenen fijn tot zand in een illegale mijn bij het dorp Raipur Khadar. – © Adam Ferguson

    Wereldwijde bouwhausse

    Onze beschaving is letterlijk op zand gebouwd. Al zeker sinds de oude Egyptenaren gebruiken mensen het voor de bouw. In de vijftiende eeuw vond een Italiaanse handwerksman uit hoe je van zand doorzichtig glas kunt maken, wat de weg effende voor microscopen, telescopen en andere technologische vindingen, zoals betaalbare ramen, die mede tot de wetenschappelijke revolutie van de Renaissance leidden. Verscheidene zandsoorten zijn een essentieel bestanddeel van wasmiddelen, cosmetica, tandpasta, zonnepanelen, microchips en vooral gebouwen; elke betonconstructie bestaat in wezen uit tonnen zand en grind die met cement aan elkaar zijn gelijmd.

    Zand – kleine, losse korrels steen en ander hard materiaal – kan worden gemaakt door gletsjers die stenen vermalen, door oceanen die schelpen verpulveren en zelfs door lava dat afkoelt en vergruist bij contact met de lucht. Maar bijna zeventig procent van alle zandkorrels op aarde is kwarts, gevormd door verwering. De tijd en de elementen knagen aan rotsen, boven en onder de grond, en schuren er korrels af. Rivieren transporteren tonnen van deze korrels tot in de verre omtrek, hopen ze op op hun beddingen en op plekken waar ze in zee uitmonden.

    Naast water en licht is zand een van de natuurlijke hulpbronnen die het meest door de mens worden aangewend. Mensen gebruiken jaarlijks meer dan 40 miljard ton zand en grind. Er is zoveel vraag naar dat overal ter wereld rivierbeddingen en stranden worden afgegraven. Woestijnzand is over het algemeen ongeschikt voor de bouw: omdat ze niet door water, maar door lucht zijn gevormd, zijn woestijnkorrels te rond om zich goed te binden. De hoeveelheid zand die wordt gewonnen, stijgt exponentieel.

    In India heeft de oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ al honderden levens gekost

    Hoewel de voorraad misschien eindeloos lijkt, is zand een eindige grondstof, net als alle andere. De wereldwijde bouwhausse van de laatste jaren – al die megasteden die uit de grond schieten, van Lagos tot Beijing – verslindt ongekende hoeveelheden; in de zandindustrie gaat 70 miljard dollar om. In Dubai hebben enorme landwinningsprojecten en duizelingwekkende wolkenkrabbers alle nabije bronnen uitgeput. Australische exporteurs verkopen letterlijk zand aan Arabieren.

    Op sommige plekken baggeren multinationals zand op met enorme machines; op andere haalt de plaatselijke bevolking het weg met scheppen en pick-uptrucks. Naarmate groeves en rivierbeddingen uitgeput raken, richten zandwinners zich op de zee, waar duizenden schepen nu enorme hoeveelheden van de oceaanbodem opzuigen. Dit is dikwijls funest voor rivieren, delta’s en zee-ecosystemen. De zandwinning in de VS wordt verantwoordelijk gehouden voor stranderosie, water- en luchtvervuiling en ander onheil, van de Californische kust tot de meren in Wisconsin. Het Indiase hooggerechtshof heeft onlangs gewaarschuwd dat zandwinning op de oevers overal in het land bruggen ondermijnt en ecosystemen verstoort doordat vissen en vogels worden uitgeroeid. Maar de verordeningen zijn schaars en de bereidheid om er gevolg aan te geven is nog schaarser, vooral in ontwikkelingslanden.

    Zandwinning heeft sinds 2005 minstens twee dozijn Indonesische eilanden weggevaagd. Het zand van die eilanden kwam meestal terecht in Singapore, dat reusachtige hoeveelheden nodig heeft voor zijn kunstmatige gebieduitbreidingsprogramma om land op de zee te winnen. De stadstaat heeft de afgelopen veertig jaar 130 vierkante kilometer land toegevoegd en gaat daar onverdroten mee door, waardoor de Singaporezen veruit de grootste zandimporteurs ter wereld zijn. De indirecte milieuschade is zo extreem dat Indonesië, Maleisië en Vietnam de export van zand naar Singapore allemaal aan banden hebben gelegd of verboden.

    Illegale zandwinning

    Dit alles heeft wereldwijd tot een illegale zandwinningshausse geleid. In het binnenland van het Indonesische eiland Bali, ver van de toeristenstranden, bezoek ik een zandwinningsgebied. Het ziet eruit als Shangri-La na een meteoorinslag. Midden in een prachtige vallei die zich tussen groene bergen door kronkelt, omgeven door jungle en rijstvelden, gaapt een onregelmatig gevormde, zes hectare grote groeve van blootgelegd zand en steen. Op de bodem zijn mannen in korte broek en op teenslippers met mokers en scheppen bezig om zand en grind in ratelende, rook uitbrakende sorteermachines te laden.

    ‘Degenen die een vergunning hebben om zand op te graven, moeten ook voor het herstel van het land betalen,’ zegt Nyoman Sadra, een voormalig lid van het regionale bestuur. ‘Maar 70 procent van de zandwinners heeft geen vergunning.’ Zelfs bedrijven met een vergunning strooien met steekpenningen om kuilen te kunnen graven die breder of dieper zijn dan toegestaan.

    Op dit moment graven criminele bendes in minstens een tiental landen, van Jamaica tot Nigeria, tonnen zand per jaar op om op de zwarte markt te verkopen. De helft van het zand dat voor de bouw in Marokko wordt gebruikt, is naar schatting illegaal gewonnen; hele stukken strand verdwijnen. Een van de beruchtste gangsters van Israël, een man die van betrokkenheid bij een groot aantal recente aanslagen met autobommen wordt verdacht, begon zijn carrière met het stelen van zand van openbare stranden. Tientallen Maleisische ambtenaren werden in 2010 aangeklaagd omdat ze in ruil voor steekpenningen en seksuele gunsten hadden toegestaan dat illegaal gewonnen zand naar Singapore werd gesmokkeld.

    Maar nergens wordt meedogenlozer om zand gestreden dan in India. De oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ daar heeft volgens berichten de afgelopen jaren aan honderden mensen het leven gekost, onder wie politiemensen, andere ambtenaren en gewone mensen als Paleram Chauhan.

    De streek rond Raipur Khadar was vroeger voornamelijk landbouwgebied, vol tarwe en groente die op de schorren rond de rivier de Yamuna werden verbouwd. Maar Delhi, op minder dan een uur rijden noordwaarts, rukt snel op. Terwijl ik over een nieuwe zesbaanssnelweg door Gautam Budh Nagar rijd, het district waarin Raipur Khadar ligt, passeer ik de ene bouwplaats na de andere; nieuwe torens van glas en cement die naar de hemel groeien en het Indiase landschap kilometers lang beheersen alsof de credits aan het begin van Game of Thrones werkelijkheid zijn geworden. Naast talloze winkelcentra, flatgebouwen en kantoortorens is er een tweeduizend hectare grote ‘Sports City’ in de maak, inclusief diverse stadions en een Formule 1-circuit.

    De bouwhausse is ongeveer tien jaar geleden op gang gekomen, en daarmee de zandmaffia. ‘Er was al eerder wat illegale zandwinning’, zegt Dushynt Nagar, hoofd van een plaatselijke boerenbond, ‘maar niet in die mate dat er land werd gestolen of mensen werden vermoord.’

    De familie Chauhan

    De familie Chauhan woont al eeuwen in het gebied, vertelt Palerams zoon Aakash me. Hij is een slanke jongeman met grote bruine ogen en wijkend zwart haar en draagt een spijkerbroek, een grijs sweatshirt en teenslippers. We zitten op plastic stoelen die op de kale betonnen vloer van de woonkamer van de familie zijn gezet, slechts een paar meter van de plek waar zijn vader werd vermoord.

    De familie bezit ongeveer vier hectare land en deelt zo’n tachtig hectare gemeentegrond met de rest van het dorp – althans vroeger. Een jaar of tien geleden eigende een groep plaatselijke ‘bodybuilders’, zoals Aakash hen noemt, geleid door Rajpal Chauhan (geen familie, het is een veel voorkomende achternaam) en zijn drie zoons, zich de zeggenschap over de gemeentegrond toe. Ze schraapten de bovenste laag af en begonnen het zand op te graven dat daar eeuwenlang door de overstromende Yamuna was gedeponeerd. Om het nog erger te maken, remde het stof dat daarbij vrijkwam de groei van de gewassen eromheen af.

    Als lid van de panchayat, de gemeenteraad van het dorp, leidde Paleram de campagne om een eind aan de zandwinning te maken. Dat had vrij simpel moeten zijn. Behalve dat de grond van het dorp werd gestolen, is zandwinning ten strengste verboden in het gebied rond Raipur Khadar omdat het dicht bij een vogelreservaat ligt. En de regering weet wat er gebeurt: in 2013 constateerde een onderzoeksteam van het federale ministerie van Milieu en Bosbeheer ‘overvloedige, onwetenschappelijke en illegale winning’ in heel Gautam Budh Nagar.

    Desondanks konden Paleram en andere dorpelingen het geen halt toeroepen. Ze klaagden jarenlang bij politie, bestuursambtenaren en rechtbanken – maar er gebeurde niets. Naar verluidt accepteren veel plaatselijke overheden steekpenningen van de zandwinners om zich niet met hun zaken te bemoeien – en niet zelden zijn ze ook zelf bij die zaken betrokken.

    De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen

    Voor degenen die geen steekpenningen aannemen, is de maffia niet zachtzinnig. ‘We doen regelmatig controles bij de illegale zandwinners,’ zegt Navin Das, die de leiding heeft over de zandwinning in Gautam Budh Nagar. ‘Maar het is erg moeilijk omdat we worden aangevallen en beschoten.’ De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen, evenals bestuursambtenaren en klokkenluiders. Afgelopen maart nog, vlak na mijn terugkomst uit India, belandde een televisiejournalist in het ziekenhuis na een aanslag door illegale zandwinners.

    Volgens gerechtelijke documenten hebben Rajpal en zijn zoons zowel Paleram en zijn familie als andere dorpelingen bedreigd. Aakash kent een van de zoons, Sonu, uit de tijd dat ze samen op school zaten. ‘Hij was altijd een keurige jongen,’ zegt Aakash. ‘Maar toen hij in de zandbusiness terechtkwam en snel geld begon te verdienen, ontwikkelde hij zich tot crimineel en werd hij erg agressief.’ Uiteindelijk arresteerde de politie Sonu in de lente van 2013 en legde beslag op enkele van zijn vrachtwagens. Maar hij kwam al gauw op borgtocht vrij.

    Op een ochtend reed Paleram op zijn fiets naar zijn akkers, die vlak naast de zandgroeve liggen, en kwam hij Sonu tegen. ‘Hij zei: Het is jouw schuld dat ik de gevangenis in moest, aldus Aakash. ‘Hij zei dat mijn vader de zaak moest laten rusten.’ In plaats daarvan diende Paleram opnieuw een klacht in bij de politie. Een paar dagen later werd hij doodgeschoten.

    Sonu, zijn broer Kuldeep en zijn vader Rajpal werden voor de moord gearresteerd. Ze zijn momenteel allemaal op borgtocht vrij. Aakash komt hen af en toe tegen. ‘Het is een klein dorp,’ zegt hij.

    Duiken naar rivierzand

    In de brede Thane Creek, een troebele inham even buiten Mumbai, wemelt het op een ochtend in februari van de houten bootjes. Honderden liggen er voor anker, romp tegen romp, in een onregelmatige rij die zich een kleine kilometer uitstrekt. De oevers zijn begroeid met groene mangroves, waar flatgebouwen bovenuit torenen. Er hangt een flauwe zweem van zout in de lucht van de nabije Arabische Zee, vermengd met diesel van de bootmotoren.

    Elke boot heeft zes tot tien man aan boord. Een of twee van hen duiken naar de rivierbodem, vullen een metalen emmer met zand en komen weer boven, terwijl het water uit hun zwarte haar en snor stroomt. Daarna hijsen twee anderen, die met blote voeten op planken staan die uit de boot steken, de emmer op met touwen. Hun afgetrainde, gespierde lijven zouden elke sportschoolhipster jaloers maken als de pijs ervoor niet zo hoog was.

    Pralhad Mhatre (41) duikt tweehonderd keer per dag, zegt hij. Hij doet het werk al zestien jaar. Hij verdient bijna het dubbele van de hijsers, maar het blijft niet veel, zo’n zestien dollar per dag. Hij wil dat zijn zoon en drie dochters een ander beroep kiezen, niet in de laatste plaats omdat hij denkt dat er weldra geen rivierzand meer zal zijn. ‘Toen ik begon, hoefden we maar zes meter diep te gaan,’ zegt hij. ‘Nu is het twaalf. We kunnen hoogstens vijftien meter diep duiken. Als het veel lager wordt, zijn we onze baan kwijt.’

    De volgende dag neemt Sumaira Abdulali, India’s belangrijkste actievoerder tegen illegale zandwinning, me mee naar een ander soort groeve. Abdulali is een beschaafd, gefortuneerd lid van de bourgeoisie in Mumbai, met een zachte stem en een voorname manier van doen. Ze reist al jarenlang in een auto met leren bekleding en chauffeur naar afgelegen gebieden om foto’s te maken van het werk van de zandmaffia. Daarbij is ze beledigd, bedreigd, met stenen bekogeld, met hoge snelheid achtervolgd, zijn haar autoruiten kapotgeslagen en heeft ze zo’n harde klap gekregen dat er een tand afbrak.

    ‘Het fundamentele probleem is ongebreidelde cementbouw’

    Abdulali raakte betrokken toen zandwinners een strand in de buurt van Mumbai begonnen te vernielen waar haar familie al generaties lang de vakanties doorbracht. In 2004 ondernam ze het eerste gerechtelijke burgerinitiatief tegen de zandwinning in India. Dat haalde de kranten, zodat Abdulali een stortvloed van telefoontjes uit het hele land kreeg van mensen die haar hulp zochten om hun eigen plaatselijke zandmaffia tegen te houden. Sindsdien heeft Abdulali tientallen mensen geholpen bij het opstellen van hun aangiften en blijft ze de plaatselijke ambtenaren en kranten bestoken met een gestage stroom goed gedocumenteerde klachten van eigen hand. ‘We kunnen de bouw niet tegenhouden. We willen de ontwikkeling geen halt toeroepen’, zegt ze in een Engels met een Brits-Indisch accent. ‘Maar we willen dat men zijn verantwoordelijkheid neemt.’

    Abdulali neemt me mee naar het plattelandsstadje Mahad, waar zandwinners ooit haar auto kapotsloegen. Zandwinning is ten strengste verboden in die regio omdat vlakbij een beschermd kustgebied ligt. Desondanks komen we in de jungleheuvels niet ver buiten het stadje een grijsgroene rivier tegen waarop boten open en bloot zand van de rivierbodem opzuigen met dieselpompen. De oevers liggen bezaaid met enorme zandhopen, die mannen met graafmachines op vrachtwagens scheppen.

    Kort daarna, weer op de hoofdweg, rijden we achter een klein konvooi van drie zandtrucks. Ze denderen ongestoord langs een politiebusje dat langs de weg staat geparkeerd. Een tweetal agenten staat er werkeloos naast en kijkt naar het passerende verkeer. Een derde doet binnen een dutje, met zijn stoel volledig naar achter geklapt. Dit is te veel voor Abdulali. We stoppen naast het busje. Een agent die de leiding lijkt te hebben, neemt er daarbinnen zijn gemak van, gekleed in een kaki-uniform, met sterren op zijn schouders en zwarte sokken aan zijn voeten. Zijn schoenen heeft hij uitgetrokken. ‘Heeft u die trucks met zand niet gezien die net zijn gepasseerd?’ vraagt Abdulali.

    ‘We hebben vanochtend een paar keer verbaal opgemaakt,’ antwoordt de agent vriendelijk. ‘Nu hebben we lunchpauze.’ Bij het wegrijden passeren we nog een zandtruck die een paar honderd meter verderop langs de weg staat geparkeerd.
    Enige tijd later stel ik hierover vragen aan een plaatselijke ambtenaar. ‘De politie is twee handen op een buik met de zandwinners,’ zegt de ambtenaar, die me verzoekt zijn naam niet te noemen. ‘Als ik de politie bel om me te begeleiden bij een controle, tippen ze de zandwinners dat we eraan komen.’ Zelfs in de zaken die hij voor de rechter heeft gebracht, is er niemand veroordeeld. ‘Ze glippen er altijd door vanwege een vormfout.’

    Werklieden uit Bangladesh laden zand uit Indiase boten bij de Thane-rivier bij Mumbai. – © Adam Ferguson
    Werklieden uit Bangladesh laden zand uit Indiase boten bij de Thane-rivier bij Mumbai. – © Adam Ferguson

    Gespannen sfeer

    Terug in Raipur Khadar, na mijn gesprek met de familie van Paleram Chauhan, is zijn zoon Aakash bereid mij en mijn tolk, Kumar Sambhav, de gemeentegrond te laten zien die de maffia in bezit heeft genomen. We hadden die ochtend een auto gehuurd in Delhi en Aakash wijst onze chauffeur de weg. Het is moeilijk te missen: recht tegenover het dorp aan de overkant van de weg ligt een stuk opengereten land met kraters van drie tot zes meter diep en huizenhoge bergen zand en steen. Her en der rijden trucks en grondverzetmachines rond en groepjes mannen, in totaal minstens vijftig, slaan stenen stuk met hamers en scheppen zand in trucks. Ze blijven naar onze auto staren terwijl we langzaam voorbijrijden over het onverharde pad met diepe voren dat door het winningsgebied loopt. Aakash wijst behoedzaam naar een lange, gezette man in spijkerbroek en overhemd: Sonu.

    Even later, ver in het winningsgebied, stappen we uit om foto’s te maken van een uitzonderlijk grote krater. Na enkele minuten ziet Aakash drie mannen, van wie drie met een schep, doelbewust op ons af benen. ‘Sonu komt eraan,’ mompelt hij.

    We beginnen terug te lopen naar de auto en proberen niet gehaast te lijken. Maar we zijn te langzaam. ‘Klootzak!’ brult Sonu, nu nog maar een paar meter van ons vandaan, tegen Aakash. ‘Wat moet je hier?’

    Aakash zwijgt. Sambhav mompelt iets van dat we maar toeristen zijn, terwijl we allemaal in de auto stappen. ‘Ik zal jullie zusterneukers een rondleiding geven,’ zegt Sonu. Hij rukt het portier van onze chauffeur open en gebiedt hem uit te stappen. De chauffeur gehoorzaamt, zodat de rest van ons wel moet volgen. Aakash blijft wijselijk zitten.
    ‘We zijn journalisten,’ zegt Sambhav. ‘We zijn hier om te kijken hoe de zandwinning verloopt.’ (Dit gesprek ging geheel in het Hindi; Sambhav heeft het naderhand voor me vertaald.’)
    ‘Zandwinning?’ zegt Sonu. ‘We winnen helemaal geen zand. Wat hebben jullie gezien?’
    ‘We hebben gezien wat we gezien hebben. En nu gaan we weg.’
    ‘Nee, geen sprake van,’ zegt Sonu.

    ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’

    Zo gaat het gesprek enkele minuten door in een sfeer die steeds gespannener wordt, totdat een van Sonu’s bullebakken op de aanwezigheid van een buitenlander wijst – ik. Dit doet Sonu en zijn mannen aarzelen. Een westerling als ik iets aandoen zou ze veel meer problemen bezorgen dan een plaatselijke bewoner als Aakash aanpakken. We grijpen de kans om weer in de auto te stappen en rijden weg. Sonu kijkt ons woedend na.

    De zaak tegen Sonu en zijn familie vindt moeizaam zijn weg door de trage gerechtelijke molens van India. De vooruitzichten zijn niet geweldig. ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’, vertelt een jurist die nauw bij de zaak betrokken is, op voorwaarde van anonimiteit. ‘En die lui hebben een hoop geld dankzij de zandwinning.’

    Aakash houdt contact met politierechercheurs en heeft geprobeerd de Indiase Nationale Commissie voor de Mensenrechten erbij te halen. Zijn moeder smeekt hem de zaak te laten rusten, vooral sinds haar andere zoon, Aakashs broer Ravindra – die de hoofdgetuige was in de zaak – vorig jaar dood is aangetroffen langs een spoorbaan, vermoedelijk overreden door een trein. Niemand weet precies hoe dat heeft kunnen gebeuren.

    Vraag en aanbod

    Ondertussen zet India met vallen en opstaan stappen om de zandwinning aan banden te leggen. Het Nationale Groene Tribunaal, een soort federaal gerechtshof voor milieuzaken, heeft zijn deuren geopend voor elke burger die een klacht wil indienen over illegale zandwinning. Op sommige plekken hebben burgers wegen geblokkeerd om zandtrucks tegen te houden, en bijna elke dag verklaart een plaatselijke of staatsambtenaar vastbesloten te zijn de zandwinning aan te pakken. Soms nemen ze zelfs trucks in beslag, leggen ze boetes op of verrichten ze arrestaties. Zelfs de pasbenoemde politierechter van Gautam Budh Nagar maakte vorige maand goede sier door tientallen zandtrucs te confisqueren en diverse mensen te arresteren.

    Maar India is een onmetelijk land met meer dan een miljard mensen. Er wordt hoogstwaarschijnlijk op duizenden plekken illegaal zand gewonnen. Corruptie en geweld zullen zelfs de best bedoelde pogingen om dat tegen te gaan dwarsbomen. In wezen is het een kwestie van vraag en aanbod. Het aanbod van zand dat op een verantwoorde manier kan worden gewonnen is eindig. Maar de vraag ernaar niet.

    Elke dag groeit de wereldbevolking. Steeds meer mensen in India – en overal elders – willen fatsoenlijke huizen om in te wonen, kantoren en fabrieken om in te werken, centra om in te winkelen en wegen om dat alles te verbinden. Volgens de klassieke opvatting vereist economische ontwikkeling beton en glas. En dus zand.

    ‘Het fundamentele probleem is de ongebreidelde cementbouw’, zegt Ritwick Dutta, een vooraanstaande Indiase milieuadvocaat. ‘Daarom is de zandmaffia zo gigantisch geworden. Zand is overal.’