Tag: India

  • De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken. 

    Kritiek moment

    ‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’ 

    The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen, zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen. 

    Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’  

    Burgeroorlog

    Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’

    Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden. 

    ‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’

    Probleemvrouw

    Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.

    Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren. 

    ‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’

    Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’

    ‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen

    Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.

    ‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.

    ‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’

    De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.

    Uiterste voorzichtigheid

    Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’. 

    In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen. 

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’

    Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’

    ‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.

    De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.

    Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?

    Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat. 

    ‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’

    Impopulair besluit

    ‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’

    Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’

    Niet veel vertrouwen

    Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.

    De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.

    Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.

  • Het aantal kindhuwelijken neemt toe als gevolg van de pandemie

    Het aantal kindhuwelijken neemt toe als gevolg van de pandemie

    In India worden meisjes vaak uitgehuwelijkt uit economische nood. Omdat ze minder kans hebben op een goed inkomen dan jongens, zijn ze relatief duur voor arme families – vooral nu veel ouders vanwege corona hun inkomsten kwijt zijn.

    De vijftienjarige Mitali Sathe stapte, gehuld in een gele sari, naar de ingang van haar huis in de Indiase stad Latur. Haar lichaam was beschilderd met kunstige ornamenten; ze droeg groene glazen sieraden aan de armen. Mitali Sathe was op weg naar haar bruiloft. Haar ouders hadden besloten het meisje na de nationale lockdown in augustus met een vijftigjarige weduwnaar te laten trouwen. Hij had iemand nodig om voor zijn kinderen te zorgen. Mitali’s ouders, die door de coronapandemie geen werk meer hadden, hoopten het door het huwelijk financieel iets makkelijker te krijgen.

    Volgens de India Times, die over het geval berichtte, was Mitali Sathe de lokale medewerker van een kinderbeschermingsorganisatie opgevallen vanwege de uitdossing van het meisje. Hij alarmeerde de autoriteiten, die het kindhuwelijk verhinderden. De aanstaande bruidegom werd aangehouden. De ouders van het meisje moesten een verklaring ondertekenen dat ze hun dochter niet voor haar achttiende verjaardag zouden uithuwelijken. In India zijn kindhuwelijken wettelijk verboden.

    Miljoenen gevallen in India

    Mitali Sathes verhaal staat niet op zichzelf. De ngo Childline India Foundation geeft aan tussen januari en juli 14.775 meldingen te hebben gekregen van pogingen tot, of reeds voltrokken kindhuwelijken. De reeks koppen in de Indiase media lijkt de laatste maanden eindeloos: ’16-jarig meisje in Chennai gered van gedwongen huwelijk’, ‘De stad Mysore registreert 47 kindhuwelijken in twee maanden’, ‘Districtsbestuurders van Coimbatore verhinderen 42 kindhuwelijken in 3 maanden’, ‘91 kindhuwelijken in Dindigul verijdeld.’

    Zowel jongens als meisjes worden door hun families uitgehuwelijkt, maar in meer dan 80 procent van de gevallen betreft het meisjes. Meestal worden kinderbeschermingsorganisaties gealarmeerd door onderwijzers. Omdat de scholen tijdens de lockdown in het voorjaar gesloten waren, is dit sociale beschermingsschild weggevallen.

    Volgens de ngo Girls Not Brides werd 27 procent van de Indiase meisjes voor hun achttiende verjaardag uitgehuwelijkt. India is het land met de meeste kindbruiden ter wereld. UNICEF, de VN-organisatie voor kinderrechten, schat het aantal minderjarige Indiase meisjes dat al getrouwd is op meer dan 15 miljoen. In het buurland Pakistan zijn er meer dan 1,9 miljoen kindbruiden.

    Negen van de tien landen met de hoogste cijfers in kindhuwelijken zijn labiele staten

    Buiten Zuid-Azië, waar sociale normen het uithuwelijken van meisjes vaak bevorderen, komen kindhuwelijken vooral in crisisgebieden voor. Negen van de tien landen met de hoogste cijfers in kindhuwelijken zijn labiele staten, de meeste daarvan liggen in sub-Sahara Afrika.

    varun tandon eIRpKJMccEg unsplash 2 1
    Kinderen proberen ballonnen en miniatuurvliegtuigen te verkopen langs de weg in de Indiase stad Delhi. – © Varun Tandon / Unsplash

    In de laatste twee decennia is het aantal kindhuwelijken afgenomen. Meerdere ngo’s waarschuwen dat gedwongen huwelijken van kinderen wereldwijd nu weer kunnen toenemen vanwege schoolsluitingen en economische onzekerheid. Een bericht van de ngo Save the Children schat dat er in 2020 in vergelijking met de voorgaande jaren een half miljoen meer kindbruiden zullen zijn – dat zou de grootste stijging in kindhuwelijken zijn sinds 25 jaar. Als die schatting klopt, werden er in dat jaar 12,5 miljoen kinderen uitgehuwelijkt.

    Philip Jaffé, professor kinderrecht aan de universiteit van Genève en lid van de VN-commissie voor kinderrechten, vindt de schatting van Save the Children eerder aan de voorzichtige kant. Omdat huwelijken in veel landen niet officieel geregistreerd worden, zou het moeilijk zijn om exacte getallen te noemen. Maar berichten uit de betreffende landen zouden toch meer zijn dan slechts toevallige waarnemingen en overeenkomen met de door Save The Children geprognostiseerde trend.

    Begeerd als huishoudelijke hulp

    In tijden van crisis worden meisjes vaak gedwongen te trouwen om de familie financiële verlichting te bezorgen. Meisjes die in arme huishoudens of in afgelegen landelijke gebieden leven, lopen een bijzonder groot risico om minderjarig uitgehuwelijkt te worden. Philip Jaffé zegt: ‘Voor arme families zijn meisjes duur, omdat ze minder kans hebben op een goed inkomen dan jongens.’ Vaak krijgen de families door het uithuwelijken van hun dochters geld of vee, waarvan ze kunnen leven en de rest van de familie kunnen voeden.

    Volgens Jaffé nemen kindhuwelijken bovendien toe omdat veel kinderen door de schoolsluitingen gedwongen zijn te werken. Vooral in India en Pakistan werken meisjes vaak als hulp in de huishouding voor alleenstaande mannen, maar worden dan in feite hun eigendom. Dikwijls nemen mannen een dienstmeisje omdat ze in haar een potentiële echtgenote en moeder zien. ‘Oudere mannen zoeken vooral jonge meisjes omdat ze die zien als een verzekering voor hun oude dag,’ zegt Jaffé.

    Daar komt bij dat de vereiste bruidsschat, die de ouders van de meisjes moeten betalen, meestal lager uitvalt naarmate de meisjes jonger zijn. De coronacrisis biedt de ouders daarbij de gelegenheid hun kinderen gunstiger uit te huwelijken omdat grote bruiloftsfeesten bijna overal verboden zijn. Veel meisjes die uitgehuwelijkt worden, komen terecht in een klein wereldje. Zodra ze uitgehuwelijkt worden, verlaten ze de school omdat de echtgenoten schoolbezoek afkeuren. Voortaan zorgen ze voor de man en eventuele kinderen.

    In 23 staten nog toegestaan

    Volgens studies kunnen kindhuwelijken leiden tot posttraumatische stressstoornissen, depressies, psychosen of zelfs suïcide. ‘Meisjes worden door kindhuwelijken gedwongen tot seksuele betrekkingen voordat ze daar mentaal aan toe zijn,’ zegt Philip Jaffé. Omdat de lichamen van jonge meisjes meestal nog niet volledig ontwikkeld zijn, kunnen er door geslachtsverkeer kwetsuren ontstaan in de genitale zone. Die kwetsuren kunnen blijvend zijn als ze niet medisch behandeld worden, en een negatief effect hebben op een latere zwangerschap en geboorte.

    In de afgelopen jaren hebben veel landen een wettelijke minimumleeftijd voor het huwelijk vastgesteld om kinderen te beschermen tegen een vroeg huwelijk. Volgens een studie die wereldwijd wetten over kindhuwelijken heeft onderzocht, zijn kindhuwelijken zonder speciale toestemming in 23 landen toch nog altijd toegestaan. 

    Naast landen als Afghanistan of Saoedi-Arabië staat ook Groot-Brittannië toe dat kinderen vanaf zestien jaar trouwen. De Britse wet stamt uit het jaar 1929, toen een buitenechtelijke zwangerschap of het samenleven zonder trouwboekje maatschappelijk onaanvaardbaar waren. Sinds oktober beraadt het parlement zich over de vraag of de minimumleeftijd opgetrokken moet worden naar achttien jaar.

    In landen die de wettelijke minimumleeftijd om te trouwen hebben vastgelegd op achttien jaar worden nationale bepalingen deels ontkracht door gewoonterecht en religieuze wetten. In 99 landen zijn huwelijkssluitingen voor achttien jaar geoorloofd als de ouders het toestaan. Omdat kindhuwelijken vaak door de ouders worden gearrangeerd, helpen de wetten vaak maar weinig om kindhuwelijken te verhinderen. 

  • Jaar van de Os begint eenzaam in China | Pornokoning overleden

    Jaar van de Os begint eenzaam in China | Pornokoning overleden

    De ‘held van China’ wordt herdacht

    De afgelopen dagen herdachten duizenden volgers op Chinese sociale media dokter Li Wenliang, de oogarts uit Wuhan die een jaar geleden, op 7 februari 2020, aan de gevolgen van covid-19 overleed. Toen hij zijn collega’s waarschuwde voor een nieuw, dodelijk coronavirus dat eind 2019 de eerste slachtoffers eiste, werd hem door de lokale veiligheidsdienst de wacht aangezegd vanwege ‘het verspreiden van onwaarheden die de openbare orde ondermijnen’. In reactie op de storm van verontwaardiging over zijn dood en het doofpotbeleid van de overheid bonden de autoriteiten echter in.  

    In de reacties overheersen nu dankbaarheid voor zijn moed de waarheid te zeggen

    In China worden uitingen op sociale media streng gecensureerd, zeker waar het kritiek betreft op de aanpak van de coronapandemie, maar Dr. Li’s persoonlijke pagina op Weibo, het Chinese equivalent voor Twitter, is tot op de dag van vandaag opvallend ongemoeid gebleven, zo schrijft de BBC. Zijn volgers sturen hem ook nu nog persoonlijke berichtjes over hun eigen wel en wee.

    Een jaar na zijn dood lijken de woede en de verontwaardiging geluwd. In de reacties overheersen nu dankbaarheid voor zijn moed de waarheid te zeggen en trots op het feit dat China de pandemie uiteindelijk zo goed onder controle heeft gekregen, zo valt te beluisteren in een podcast van What’s on Weibo. Li wordt nu minder gezien als de held van het verzet en vooral als de held van heel China.


    Het jaar van de os begint eenzaam in China

    De recente toename van verschillende uitbraken van covid-19 in het noorden van China heeft ertoe geleid dat de autoriteiten zeer strikte gezondheidsvoorwaarden voor reizen hebben vastgesteld. Dat betekent dat velen dit jaar niet naar hun familie kunnen reizen voor de viering van oudejaarsavond, op 11 februari. 

    Media reageren door troostende filmpjes en berichten te plaatsen, de achterblijvers worden beloond met troostprijzen. Sommige steden openen gratis toeristische attracties of betalen speciale bonussen aan migrerende werknemers, meldt de site JiemianIn Fenyang, in de provincie Anhui, laat een glasfabriek ‘300 arbeiders in het pand verblijven, deelt ze voedsel uit en betaalt ze bonussen van 2.000 yuan (ongeveer 250 euro)’. Fabrieken die voornamelijk werknemers die gemigreerd zijn uit andere regio’s in dienst hebben, sluiten in deze periode gewoonlijk voor ongeveer een maand hun deuren. In Luoyang (in het noorden) komen arbeiders ‘uit andere provincies dan Henan gratis naar de toeristische attracties’. In Beijing zijn alle parken, de dierentuin en de nationale musea gratis open.

    Door vechten

    De maatregelen geven ook aanleiding tot de vrees voor negatieve gevolgen voor de economie. Dit jaar ‘schat het ministerie van Transport dat mensen zich 40 procent minder zullen verplaatsen dan tijdens dezelfde periode in 2019’, zegt het tijdschrift Caixin Zhoukan‘Traditioneel was de nieuwjaarsperiode een tijd van lage productie en hoge consumptie.’ De verkoop van producten die tijdens de feestdagen cadeau worden gegeven – alcohol, sigaretten, luxe voedingsmiddelen, schoonheids- en gezondheidsproducten – maar ook de bestedingen aan vrijetijdsactiviteiten en binnenlands toerisme zullen naar verwachting minder zijn dan normaal.

    Onder deze omstandigheden toonde president Xi Jinping, die op 10 februari zijn geloften aflegde in Beijing, uitgezonden op televisie, enige terughoudendheid ten aanzien van het succes van zijn land met de pandemie. In een gesprek met ‘mensen van alle nationaliteiten in China, landgenoten in Hongkong en Taiwan en Chinezen over de hele wereld’, prees hij de inspanningen die zijn geleverd in de strijd tegen de pandemie, aldus Zhongxinwen, een site uit Hongkong, en de successen die geboekt zijn in de strijd tegen armoede. Toch vond hij dat we niet ‘tevreden moeten zijn, maar door moeten vechten’.


    ‘Barrière tussen plant en mens overwonnen’

    Door middel van nanotechnologie hebben ingenieurs van MIT in de VS spinazie omgevormd tot sensoren die explosieve materialen kunnen detecteren. De planten kunnen deze informatie vervolgens draadloos terugsturen naar de wetenschappers.

    Wanneer de spinaziewortels de aanwezigheid van nitroaromaten in grondwater detecteren, een verbinding die vaak wordt aangetroffen in explosieven zoals landmijnen, zenden de koolstofnanobuisjes in de bladeren van de plant een signaal uit. Dit signaal wordt vervolgens gelezen door een infraroodcamera en stuurt een e-mailwaarschuwing naar de wetenschappers.

    ‘Planten zijn zeer goede analytische chemici’

    Het experiment maakt deel uit van een breder onderzoek waarbij elektronische componenten en systemen in fabrieken worden geconstrueerd. Die technologie staat bekend als ‘plant nanobionics’, en dient in feite om planten voor verschillende doelen in te zetten.

    ‘Planten zijn zeer goede analytische chemici’, legt professor Michael Strano uit, die het onderzoek leidde, geciteerd door Euronews. ‘Ze hebben een uitgebreid wortelnetwerk in de bodem, bemonsteren constant grondwater en hebben een manier om het transport van dat water naar de bladeren zelf te voeden. (…) Dit is een nieuwe demonstratie van hoe we de barrière tussen plant en mens hebben overwonnen.’

    Spinazie is speciaal gekozen vanwege de hoge concentratie aan ijzer en stikstof, twee belangrijke elementen in verbindingen die als katalysator kunnen werken.

    Hoewel het doel van dit experiment was om explosieven op te sporen, denken wetenschappers dat de techniek ook kan worden ingezet om onderzoekers te waarschuwen voor vervuiling en andere omgevingsfactoren.


    Pornokoning overleden

    Koning van de porno en vrijheid van meningsuiting Larry Flynt is op 78-jarige leeftijd in zijn huis in Los Angeles overleden. Deze ‘vasthoudende, controversiële en vrijdenkende ondernemer’, zoals de Hollywood Reporter hem beschrijft, maakte in de jaren zeventig naam door stripclubs te openen in Ohio voordat hij in 1974 Hustler lanceerde, dat bekendstaat om de naaktfoto’s en rauwe humor. 

    De publicatie het jaar daarop van foto’s van Jackie Kennedy gemaakt door een paparazzo maakte hem rijk. Op zijn hoogtepunt verkocht het tijdschrift drie miljoen exemplaren. 

    Het heeft Flynt talloze juridische procedures opgeleverd. Toen hij in 1978 moest voorkomen, werd hij beschoten door een witte supremacist. Flynt raakte verlamd aan zijn onderste ledematen en werd afhankelijk van pijnstillers. In 1988 oordeelde het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten in zijn voordeel in een zaak tussen hem en een predikant, na de publicatie van een cartoon van de gelovige man met zijn moeder. 

    Milos Forman maakte in 1996 een veelgeprezen biografische film met Woody Harrelson als de pornobaas. 


    Bekijk op YourStory de dertien Indiase vrouwen onder de dertig die in de Forbes India–lijst belandden.

  • Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Uber doet aankoop voor $ 1.100.000.000

    Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.

    Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.


    Suzuki stopt in Myanmar 

    De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.

    In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.

    Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.

    Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.


    Twitteraars in India geblokkeerd

    In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.

    Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.

    Opschorting

    Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.

    Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.


    Australische gamesector wil steun 

    Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.

    ‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’

    In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.


    Duizenden verlaten Hongkong

    Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.

    Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.

    Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.


    Banenverlies in Spanje

    De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

    De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).


    Uruguay gunstige uitzondering

    Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100.  De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).

    De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.

  • Tractorprotest in Delhi | Nederland in het nieuws | Volstaat het vaccin nog?

    Tractorprotest in Delhi | Nederland in het nieuws | Volstaat het vaccin nog?

    Moderna ontwikkelt een nieuwe versie van haar vaccin

    Moderna kondigde maandag 25 januari aan uit voorzorg te werken aan een nieuwe vorm van het vaccin tegen covid-19 tegen de variant van Sars-CoV-2 die in Zuid-Afrika verscheen, meldt Financial Times.

    Laboratoriumtests tonen aan dat het vaccin dat is ontwikkeld door de Amerikaanse start-up werkt tegen deze Zuid-Afrikaanse variant en ook tegen de variant die voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk is ontdekt, aldus het bedrijf. Maar net als het vaccin van Pfizer-BioNTech, is dit product iets minder effectief tegen de variant uit Zuid-Afrika, schrijft The New York Times, die het nieuws een ‘verontrustend teken’ noemt.

    Moderne onderzoekers onderzochten bloedmonsters van acht mensen die twee doses van het vaccin hadden gekregen, en twee apen die waren gevaccineerd, legt het Amerikaanse dagblad uit. Hoewel de details van de studie ‘niet zijn gepubliceerd of peer-reviewed, is een samenvatting van de bevindingen op de BioRxiv- website geplaatst. Volgens dit document waren de neutraliserende antilichamen even effectief tegen de Britse variant als tegen de oorspronkelijke vorm van het coronavirus. Geconfronteerd met de Zuid-Afrikaanse variant, werd de effectiviteit van deze antilichamen zes keer kleiner. Maar toch, zei het bedrijf, blijven deze antilichamen ‘boven beschermingsniveaus’.

    Worstcasescenario

    Stéphane Bancel, directeur van Moderna, vertelde Financial Times dat het gaat om de voorbereiding op ‘het worstcasescenario’, en dat hij geen zorgen’ had over de effectiviteit van het vaccin de komende maanden. ‘Als er iets moet gebeuren in de zomer, zullen we iets doen, maar we zullen niet te laat komen.’ De autoriteiten eisen misschien niet dat een nieuwe versie van het vaccin een hele reeks klinische proeven bij mensen ondergaat, zei hij, omdat het dezelfde genetische technologie zou hebben als het oorspronkelijke vaccin.

    Volgens The Wall Street Journal benadrukt ‘Moderna’s initiatief de mogelijkheid van een noodzakelijke wijziging’ in de toekomst ‘van de vaccins tegen covid-19 – en misschien van een toediening aan de bevolking in de vorm van herhaalde doses – om een ​​evoluerend virus aan te vallen’. 


    Italiaanse premier Giuseppe Conte treedt af

    De Italiaanse premier, Giuseppe Conte, moet vandag (26 januari) aftreden in de hoop een derde regering te vormen; een ontwikkeling waartegen hij ‘met hand en tand had gevochten, uit angst dat hij niet naar het Chigi-paleis zal kunnen terugkeren’, schrijft Il Messaggero. Conte hoopt na het besluit van Matteo Renzi om zijn partij terug te trekken uit de regerende coalitie op 13 januari van het staatshoofd mandaat te krijgen om te proberen een nieuwe meerderheid op te bouwen.


    Nederlandse rellen internationaal in het nieuws

    Maandagavond moest de oproerpolitie opnieuw optreden tegen groepen demonstranten in verschillende steden in Nederland, nadat zaterdagavond om 21.00 uur een avondklok van kracht was geworden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, meldt The New York TimesMaandagavond 22.00 uur waren meer dan 70 mensen gearresteerd en in Haarlem en Rotterdam gebruikte de politie traangas om de menigte uiteen te drijven, aldus de politiechef. Na de botsingen die zondag de anti-restrictiedemonstraties in bepaalde Nederlandse steden hadden onderbroken, veroordeelde premier Mark Rutte het geweld ‘onaanvaardbaar’, en kondigde hij aan dat de overtreders zullen worden gestraft. ‘Dit heeft niets met protest te maken, dit is crimineel gedrag’, citeert The Guardian Rutte.


    Het Spaanse Illa-effect

    De Spaanse minister van Volksgezondheid Salvador Illa, die op dinsdag 26 januari zal aftreden, staat bovenaan de peilingen voor de belangrijkste verkiezing van het jaar in Spanje. De verkiezingscampagne begint op vrijdag 29 januari.

    Eind jarig tachtig begon begon Illa, een inwoner van La Roca del Vallès, ten noorden van Barcelona, zoon van een textielarbeider en afgestudeerd in filosofie, op 54-jarige leeftijd zijn politieke carrière. Hij was een hoge ambtenaar voordat hij een leidinggevende werd van de PSC, schrijft El País.

    In januari 2020 werkte Salvador Illa achter de schermen om de Catalaanse linkerzijde van de ERC ertoe te brengen de vorming van een linkse uitvoerende macht in Spanje te vergemakkelijken. Premier Pedro Sánchez bedankte hem door hem tot minister van Volksgezondheid te benoemen. Deze functie leverde hem in tijden van corona veel media-aandacht op, schrijft El País: ‘Hij ging van de stafchef van de vijfde politieke partij van Barcelona naar de populairste tweede minister.’

    ‘Die kalme en serene man die moeilijkheden overwon en de boot leidde tijdens de maanden van de pandemie’

    La Vanguardia noemt Illa ‘die kalme en serene man die moeilijkheden overwon en de boot leidde tijdens de maanden van de pandemie’. Deze kwaliteiten zouden hem in staat moeten stellen de complexe betrekkingen die Catalonië onderhoudt met de centrale regering van Madrid, te kalmeren.

    ‘Hij wordt opgeroepen om de ernstigste constitutionele crisis van de afgelopen veertig jaar het hoofd te bieden’, zegt El País, daarmee verwijzend naar het proces van onafhankelijkheid van Catalonië.

    Volgens de laatste peiling loopt de PSC (23,9%) dus voorop bij de verkiezingen voor het parlement van Catalonië, vóór de separatisten van ERC (20,6%) en JxCat (12,5%).

    Salvador Illa moet als minister van Volksgezondheid worden vervangen door Carolina Darias. De heropleving van de pandemie doet echter twijfels rijzen over het houden van de Catalaanse verkiezingen. Deze werden door de Generalitat uitgesteld tot 30 mei, waarna het Hooggerechtshof tijdelijk besloot tot 14 februari.


    Onrust op de Al-Fashaga-driehoek

    Op de grens tussen Soedan en Ethiopië wordt de Al-Fashaga-driehoek op grond van verdragen die zijn gesloten onder Britse kolonisatie opgeëist door Soedan, maar de scheidslijn tussen de twee landen is nooit duidelijk gedefinieerd en het gebied is gecultiveerd door Ethiopische boeren, die al meer dan twintig jaar onder bescherming staan van milities.

    ‘De kwestie werd terzijde geschoven, en hoewel er Ethiopische landbouwactiviteit in dit gebied was, leek men te begrijpen dat dit niet betekende dat het Ethiopische grond was’, zegt William Davison, analist die gespecialiseerd is in Ethiopië voor de Internationale Crisis Group, geïnterviewd door Deutsche Welle.

    Maar sinds de start van een Ethiopische militaire operatie tegen de dissidente regio Tigray begin november 2020 (lees hierover ook ons artikel Nobelprijswinnaar voor de Vrede voert meedogenloze oorlog in Tigray, Ethiopië) is de situatie veranderd. De Ethiopische ambassadeur in Khartoem beschuldigt het Soedanese leger ervan ‘het Ethiopische gebied’ te zijn binnengekomen en ‘eigendommen te hebben geplunderd, kampen in brand te hebben gestoken, (…) Ethiopiërs te hebben gedood en ontheemd’.

    Elk land heeft zijn interne problemen die verhinderen dat ze een oorlog aangaan

    Soedan beweerde op haar beurt dat het aan het begin van het conflict in Noord-Ethiopië met goedkeuring van de Ethiopische premier Abiy Ahmed 6000 troepen naar de grens heeft gestuurd om de infiltratie van strijders van het Volksfront te voorkomen. Een bewering die door Ethiopië wordt ontkend, meldt de Sudan Tribune.

    Op 18 januari beschuldigde de Soedanese minister van Defensie Ethiopië ervan eveneens troepen aan de grens te verzamelen. Toch zijn experts van mening dat een gewapend conflict onwaarschijnlijk is. 

    Zo zegt Walid Al-Nour, een Soedanese politiek analist, tegen The East African: ‘De twee landen hebben de diplomatieke betrekkingen niet verbroken. De Soedanese ambassadeur is niet naar Addis geroepen en de Ethiopische ambassadeur niet naar Khartoem. Elk land heeft zijn interne problemen die verhinderen dat ze een oorlog aangaan die hen vanbinnen en vanbuiten zou raken.’

    Ethiopië betrekt ook een een derde partij bij het conflict: Egypte. De drie landen zijn verwikkeld in een onenigheid over de Grote Renaissance Dam (GERD) in Ethiopië, die Egypte beschouwt als een bedreiging voor haar watervoorziening en, bij uitbreiding, landbouwcapaciteiten. De onderhandelingen, die enkele jaren geleden zijn begonnen, liggen nog steeds stil, en Ethiopië begon in juli begon met het vullen van de dam.


    Tienduizenden boeren rijden met tractoren door Delhi

    Vandaag (26 januari) worden duizenden tractoren verwacht in de straten van Delhi ter gelegenheid van de Dag van de Republiek, de nationale feestdag die de verjaardag viert van de grondwet van onafhankelijk India, die in 1950 van kracht werd. De traditionele militaire parade moet plaatsvinden in aanwezigheid van de hele regering van Modi in het centrum van de hoofdstad, en de boze boeren willen laten zien dat ze zich niet neerleggen tegen de hervorming van de landbouwtarieven.

    Nadat ze twee maanden lang werden geblokkeerd bij de hoofdingangen van Delhi, ‘mochten ze nu de stad binnenkomen om drie afzonderlijke routes te volgen van in totaal ongeveer 100 kilometer, maar ze bleven in de perifere gebieden en begonnen hun circuit niet tot de officiële militaire parade voorbij was’, meldt The Hindu.

    De huidige situatie. Ondertussen meldt o.a. India Today dat de situatie ‘gespannen’ is.

    Naast ‘de tienduizenden boeren uit Punjab, Haryana en westelijk Uttar Pradesh’ die dinsdag in de straten van Delhi worden verwacht, zijn andere groepen van plan om elders in het land te demonstreren in verband met de feestdag, ‘vooral in Kerala, Gujarat en Orissa’, evenals in Maharashtra, waar honderden tractoren de afgelopen drie dagen van het platteland naar Mumbai zijn samengekomen. Vanaf maandag werd een grote bijeenkomst gehouden in het hart van de economische hoofdstad van het land, ‘in solidariteit met de demonstranten in Delhi’, meldt de Hindustan Times.

    In tegenstelling tot de nationaal regerende Hindu Nationalist Party (BJP) sloten politiek leiders uit de regio zich aan bij de duizenden boeren die zich bij het beroemde Victoria Terminus-station hadden verzameld om het ‘gebrek aan debat’ aan de kaak te stellen dat kenmerkend was voor de goedkeuring van de controversiële hervorming in september 2020. Ze hekelden ook ‘de voordelen die particuliere bedrijven uiteindelijk zullen ontlenen’ aan de maatregelen, die volgens hen onevenwichtig zijn.

  • Heeft impeachment zin? | Hondurezen op weg naar VS | 2020 heetste jaar ooit

    Heeft impeachment zin? | Hondurezen op weg naar VS | 2020 heetste jaar ooit

    Komt de impeachment van Trump niet te laat?

    De Amerikaanse pers zit vol vragen over het impeachmentproces tegen president Donald Trump. Op 20 januari neemt zijn opvolger Joe Biden het al over. Kan Trump dan nog wel terechtstaan voor het Senaat? En als hij afgezet wordt, kan hij dan nog meedoen aan de verkiezingen in 2024?

    Op woensdag 13 januari hebben leden van het Huis van Afgevaardigden Donald Trump voor de tweede keer geïmpeacht, ditmaal voor zijn rol in het opruien van de menigte die het Capitool op 6 januari bestormde. Een meerderheid van de leden van het Huis, waaronder tien Republikeinen, hebben hem beschuldigd van ‘het aanwakkeren van een opstand’. De impeachmentprocedure is uitgevoerd met ‘buitengewone snelheid en ‘roept nooit eerder gestelde vragen op’, schrijft The New York Times.

    Een opvatting die wordt gedeeld door Fox News, dat opmerkt dat een mogelijk proces tegen Donald Trump in de Senaat, terwijl hij al het Witte Huis zou hebben verlaten, een sprong in het onbekende betekent.

    Mitch McConnell, de Republikeinse meerderheidsleider in het Senaat, verklaart dat de Senaat pas op 19 januari de aangenomen impeachmentverklaring zal ontvangen van het Huis, een dag voor de inauguratie van Joe Biden. ‘Een rechtszaak zou weken kunnen duren, als die al plaatsvindt’, aldus het conservatieve tv-station.

    GettyImages 1230572209
    Voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi toont op 13 januari de met een meerderheid aangenomen impeachmentverklaring aan de pers. – © Stefani Reynolds / Getty

    Trumps proces in de Senaat ‘zou ongrondwettelijk zijn’, aldus voormalig federale rechter J. Michael Luttig, die dicht bij de Republikeinen staat, in een opinieartikel in The Washington Post. Volgens hem zal het Amerikaanse Congres na afloop van Trumps termijn op 20 januari niet langer de macht hebben om in overeenstemming met de grondwet ‘het impeachmentproces voort te zetten’.

    Maar volgens Fox News geloven andere deskundigen dat een dergelijk proces wel kan worden gehouden, en ‘lijken de leiders van beide partijen in de Senaat klaar om het door te zetten’.

    Memo

    McConnell heeft een memo naar zijn Republikeinse collega’s gestuurd om uit te leggen hoe de Senaat te werk zou kunnen gaan na het ontvangen de impeachmentverklaring van het Huis, en zijn Democratische tegenhanger senator Chuck Schumer heeft gezworen dat er een proces wordt gehouden.

    Als Trump daadwerkelijk wordt afgezet – waarvoor de stem van twee derde van de senatoren nodig is – ‘zou dat hem niet automatisch uitsluiten van een toekomstige positie als volksvertegenwoordiger’, aldus The New York Times. Maar de Grondwet staat wel toe dat er later wordt gestemd over het uitsluiten van de president voor een openbare functie, waarvoor dan slechts een meerderheid van de senatoren nodig is.

    ‘Vergis je niet, er komt een proces in de Amerikaanse Senaat. Er zal gestemd worden over het al dan niet veroordelen van de president’, verklaarde Schumer op woensdag, bericht Fox. ‘En als de president veroordeeld wordt, zal er gestemd worden om hem uit te sluiten van herverkiezing.’

    ‘Donald Trump is afgeschreven als een serieuze presidentiële kandidaat – tenzij de Democraten hem proberen te rehabiliteren met een wraakzuchtig proces’

    Volgens The New York Times zou een dergelijke maatregel een aantrekkelijk vooruitzicht zijn, ‘niet alleen voor de Democraten, maar ook voor veel Republikeinen, die (…) ervan overtuigd zijn dat dit de enige manier is om hun partij uit de greep van Trump te bevrijden’.

    Kortom, er is zoveel onzekerheid dat The Wall Street Journal van mening is dat het beter is om het hierbij te laten en de aanklacht ‘te laten sterven in het Huis’. Voor het conservatieve dagblad is ‘Donald Trump afgeschreven als een serieuze presidentiële kandidaat – tenzij de Democraten hem proberen te rehabiliteren met een wraakzuchtig proces’.

    De krant voegt daar waarschuwend aan toe: ‘Wees niet verrast als Trump een rechtszaak gebruikt om weer uit de dood te herrijzen.’


    Hondurese migrantenkaravaan wil naar VS

    De Guatemalteekse regering heeft verklaard in zeven grensdepartementen de noodtoestand af te kondigen in afwachting van de komst van een ‘migrantenkaravaan’, meldt het Guatemalteekse dagblad La Hora. Deze migranten hebben weinig kans om hun bestemming te bereiken, volgens de regionale pers.

    Het is de eerste karavaan van 2021. Naar schatting 300 migranten verlieten Honduras op de avond van woensdag 13 januari in de hoop maar liefst drie grenzen over te steken: via Guatemala en Mexico met als einddoel de Verenigde Staten. Vergelijkbare marsen die de afgelopen tijd hebben plaatsgevonden van Hondurezen die de VS willen bereiken zijn allemaal gestrand in Guatemala.

    Het Spaanstalige Amerikaanse tv-station Noticias Telemundo maakte een item over de Hondurese ‘migrantenkaravaan’ aan de Guatemalteekse grens.

    Vanuit San Pedro Sula, een grote stad in het noorden van Honduras, ‘gingen ze gisteravond te voet op weg naar [de grensstad] Corinto en Guatemalteeks grondgebied, het eerste doel van deze grote overtocht naar de Verenigde Staten en de zogenaamde “Amerikaanse droom” achterna’, schrijft het populaire Mexicaanse dagblad Milenio.

    Ook het Hondurese dagblad La Prensa schrijft over het vertrek van deze nieuwe ‘karavaan’: ‘Sommige van deze migranten, vooral jongeren, zeggen dat ze het land verlaten omdat ze na de tropische stormen Eta en Iota alles zijn kwijtgeraakt en geen werk kunnen vinden.’ Volgens La Prensa hopen de migranten dat ze na de inauguratie van Joe Biden makkelijker asiel in de VS kunnen krijgen.


    2020 (bijna) heetste jaar ooit gemeten

    Het jaar 2020, waarin van Californië tot Siberië een angstaanjagende hoeveelheid bosbranden hebben plaatsgevonden en een recordaantal tropische cyclonen op de Atlantische Oceaan is geteld, komt dicht in de buurt en staat mogelijk zelfs op gelijke voet met het heetste jaar ooit gemeten, volgens meerdere wetenschappelijke onderzoeken die donderdag naar buiten kwamen, bericht The Washington Post.

    Alleen het jaar 2016, waarin een ‘super’-El Niño de zeewatertemperatuur erg deed stijgen, lijkt nog iets warmer te zijn volgens onderzoeksresultaten van NASA, het Amerikaanse en het Britse meteorologisch instituut, en klimaatwetenschappelijk onderzoeksinstituut Berkeley Earth.

    Maar de directeur van NASA, Gavin Schmidt, noemt het verschil in een interview met The New York Times ‘onbeduidend’. ‘In feite is het een statistisch gelijkspel’, aldus Schmidt. De NYT meldt verder dat de afgelopen zeven jaar de warmste jaren waren sinds klimaatgegevens worden bijgehouden.


    Hondenzegen

    In India gaat een video rond op de sociale media waarin een hond bij de ingang van een tempel in de Indiase plaats Maharashtra gelovigen de hand schudt en ‘zegent’, schrijft het dagblad The Indian Express. Volgens een Instagramgebruiker zit het dier elke dag op dezelfde plek om bezoekers van de tempel te groeten.

    Screen Shot 2021 01 15 at 11.42.56 AM 1 1
    Bekijk het filmpje hier.

    Inmiddels gaat het filmpje viral. Veel Indiase socialemediagebruikers posten de video van de zegenende hond met de begeleidende boodschap dat we dieren beter moeten behandelen.  

  • ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden’

    ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden’

    De islamitische bevolking van Kasjmir wordt scherp in de gaten gehouden door de cyberpolitie. The Intercept sprak ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, over hoe zij werden geïntimideerd, geslagen, uitgescholden en bedreigd vanwege hun posts op sociale media.

    Op zijn hoede meldt Ahmed zich bij het politiebureau. Het oogt als een fort: de muren zijn afgezet met prikkeldraad, gewapende agenten houden de wacht. Een dag eerder heeft de student een telefoontje gekregen: de cyberpolitie van Jammu en Kasjmir wil dat hij zich op het bureau meldt. Reden onbekend. Ahmed – niet zijn echte naam, hij vreest represailles – is nooit eerder op een politiebureau ontboden.

    Hij wordt onmiddellijk overgebracht naar een ander, nabijgelegen bureau; zijn gsm moet hij bij de poort afgeven. In een wachtkamer treft hij vier andere jongeren aan. Na een nerveuze uitwisseling van blikken en wat gefluister beseffen de vijf dat ze elkaar kennen – niet persoonlijk, maar via sociale media.

    Deze eerste fysieke ontmoeting vindt plaats in Cargo, een politiecomplex dat een reputatie als martelcentrum hoog te houden heeft. Sinds augustus zou de faciliteit in Srinagar, de hoofdstad van het door India bestuurde Kasjmir, een plek zijn waar jonge gebruikers van sociale media worden ondervraagd en gemarteld als ze kritiek hebben geuit op het repressieve beleid dat de Indiase regering sinds vorig jaar in de regio voert.

    Jammu Kashmir Coalition of Civil Society, een groep mensenrechtenorganisaties, meldde in augustus dat de politie ruim tweehonderd gebruikers van socialemediaplatforms en virtuele privénetwerken heeft aangeklaagd. Met behulp van surveillancetechnologie en zich beroepend op antiterreur- en detentiewetten, heeft justitie hen opgespoord en opgeroepen zich op het bureau te melden.

    Ahmed en de jongeren die hij bij Cargo aantrof behoren tot de ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, met wie The Intercept sprak over hun behandeling door de politie vanwege hun posts op sociale media.

    De cybereenheid had sommigen verzocht om op een lokaal politiebureau een niet-bindende verklaring te ondertekenen dat zij geen sociale media meer zouden gebruiken om kritiek te uiten op het gezag of op de strijdkrachten. Anderen werden, zo vertelden ze, geslagen, uitgescholden en met gevangenisstraf of de dood bedreigd nadat ze naar Cargo waren overgebracht.

    Politiek van aard

    Het recente politieoptreden tegen uitingen op sociale media maakt deel uit van een verhevigd censuurbeleid onder het bewind van de Indiase premier Narendra Modi, een hindoenationalist. In augustus 2019 besloot de regering eenzijdig om de semiautonome status van Jammu en Kasjmir te herroepen. Deze was tot dan toe vastgelegd in de Indiase grondwet. De staat is nu opgesplitst in twee gebieden die onder directe controle van het centrale gezag staan.

    De door de politie onderzochte berichten op – voornamelijk – Twitter en Facebook, zijn tot nu toe uitgesproken politiek van aard: ze bevatten kritisch commentaar op het Indiase optreden tegen Kasjmiri’s vóór en na de ontbinding van de speciale status. Mensenrechtenschendingen door Indiase veiligheidstroepen en het zwijgen van de media over dergelijke misstanden zijn eveneens aan de kaak gesteld. Twitter reageerde niet op een verzoek om commentaar.

    De slachtoffers zeggen dat de politie hun telefoons in beslag nam en pas dagen later terugbezorgde, nadat agenten de inloggegevens hadden gebruikt die ze tijdens ondervragingen hadden losgekregen om toegang te kunnen krijgen tot de socialemedia-accounts. Veel slachtoffers zeggen dat ze na hun vrijlating geen politieke boodschappen meer online hebben geplaatst of hun accounts hebben gedeactiveerd om te voorkomen dat ze zich opnieuw zouden moeten melden.

    Op enkele uitzonderingen na hebben alleen media in Kasjmir en India over het recente harde optreden bericht. Nadat hij een artikel over de kwestie  op de Indiase nieuwssite Artikel 14 had geplaatst, moest de Kasjmierse journalist Auqib Javeed zich eind september melden op het hoofdbureau van de cyberpolitie. Hij zou vijf uur lang in Cargo zijn vastgehouden en mishandeld – een verhaal dat overeenkomt met dat van de socialemediagebruikers.

    Intimidatie

    Al deze intimidatie is uiteraard bedoeld om critici het zwijgen op te leggen, zegt Gowhar Geelani, een journalist en auteur die zelf door de cyberpolitie is opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act, een controversiële Indiase antiterreurwet: ‘Het maakt deel uit van een breder beleid om meningen te criminaliseren.’

    Kasjmir wordt beschouwd als het meest gemilitariseerde gebied ter wereld. In augustus voerde de Indiase regering er een ongekende militaire lockdown in. Mobiele diensten en digitaal verkeer werden zonder voorafgaande kennisgeving geblokkeerd. Dat leidde tot de langste internetuitval, voor zover bekend, in een democratie ooit. In maart herstelde de Indiase regering de toegang tot internet en tot sociale media, maar met een snelheid van niet meer dan 2G.

    Die beperkte internettoegang gaat hand in hand met meer toezicht in de regio, zegt Devdutta Mukhopadhyay van de Internet Freedom Foundation, een Indiase internetbelangenorganisatie. Ze noemt een paar voorbeelden: WhatsApp-groepsbeheerders die zich moesten registreren bij het lokale gezag, een verbod op VPN-diensten en aanvullende verificatie-eisen voor prepaid mobiele internetgebruikers.

    Sommige Kasjmiri’s hebben sociale media ingezet om lucht te geven aan hun decennialange verzet tegen de Indiase overheersing – maar dat bleef niet zonder gevolgen.

    ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen’

    Nadat hij meer dan drie uur in een wachtkamer had doorgebracht, zijn vingerafdrukken waren afgenomen, hij was gefotografeerd en hij zijn persoonsgegevens, waaronder zijn bankgegevens, had moeten overleggen, ging Ahmed naar een verhoorkamer waar een stel agenten hem opwachtten. ‘Ze bleven maar roepen: Wie betaalt je om dit allemaal te posten? Een politieman sloeg en schopte me. Een ander schoof me een document toe met screenshots van mijn posts op Twitter. Ik moest mijn telefoon ontgrendelen, een agent scande hem. Een ander vroeg om de wachtwoorden van mijn e-mail- en socialemedia-accounts.’ 

    Verantwoording

    Agenten achter een desktopcomputer zochten Ahmeds Twitter-account op en ondervroegen hem over recente tweets. In sommige posts had hij de politie en het Indiase leger ter verantwoording geroepen vanwege mensenrechtenschendingen, zoals buiten-gerechtelijke executies van burgers in geënsceneerde vuurgevechten. Andere posts leken onschuldiger. ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen,’ zegt Ahmed, ‘en waarom ik selectief dichters citeerde in mijn tweets.’

    Ook een andere student vertelde dat een politieagent tijdens zijn detentie in Cargo zijn telefoon in beslag had genomen en foto’s van zijn moeder en broers en zussen had bekeken. ‘Hij schold ze uit en dreigde dat ze dezelfde behandeling als ik zouden krijgen,’ aldus Bilal (die zijn echte naam niet in dit verhaal vermeld wil hebben uit angst voor represailles).

    Bilal en twee andere slachtoffers onthulden dat agenten hen hadden voorgesteld om in ruil voor vrijlating informant te worden en andere door de politie gemonitorde socialemediagebruikers te verraden. Ze kregen te horen dat ze anders gevangen zouden worden genomen of gedood in een geënsceneerd vuurgevecht.

    Bilal was verbijsterd door dit ‘aanbod’. Nooit had hij gedacht dat zijn tweets er nog eens toe zouden leiden dat de politie hem zou vragen spion te worden.

    ‘Ze gaven me uren de tijd om te beslissen,’ zegt hij, maar uiteindelijk kwam hij vrij. Zij het pas na het dreigement dat hij bij een volgende overtreding weer zou worden opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act.

    Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt

    Kort na de lockdown van augustus werd de cyberpolitie van Kasjmir uitgebreid om cybercriminaliteit aan banden te leggen. Sindsdien is er sprake van een geavanceerde surveillance-eenheid, uitgerust met de modernste technologie voor het opsporen en monitoren van Kasjmiri’s, onder wie inmiddels ook degenen die covid-19 hebben opgelopen. Tahir Ashraf Bhatti, het hoofd van zowel Cargo als van de cybereenheid, ontving op Onafhankelijkheidsdag een medaille van de Indiase regering voor het werk van zijn afdeling.

    Hij vertelt dat het werk van de cybereenheid voornamelijk leidt tot aanklachten over financiële fraude en ‘cyberpesten’ – dat laatste wordt gebruikt als excuus om mensen aan te pakken die de regering op sociale media bekritiseren. Hij ontkent dat mensen zijn gedagvaard of gemarteld omdat ze online hun politieke opvattingen hebben geuit.

    Bhatti zelf is beschuldigd van mishandeling van ten minste één gebruiker van sociale media gedurende diens hechtenis. Het slachtoffer vertelde dat hij in augustus op het cyberpolitiebureau was ontboden nadat hij Bhatti op Twitter had bespot. Hij werd naar Cargo gebracht, waar Bhatti hem drie dagen lang herhaaldelijk met een leren riem op hetzelfde lichaamsdeel sloeg. ‘Als ik je vertel welk lichaamsdeel, geef ik mijn identiteit prijs,’ zegt Bilal. 

    Schrikeffect

    Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt om informatie in te winnen over Kasjmiri’s in binnen- en buitenland. Meerdere mensen vertelden dat ondanks het gebruik van VPN’s –waarmee anonimiteit op sociale media normaal gesproken is gegarandeerd – de politie kon achterhalen wie ze waren.

    ‘Het kost ons een half uur om de locatie en gegevens van een gebruiker te bepalen,’ zegt Bhatti. Hij laat een WhatsApp-gesprek zien waarin een hoge officier hem vraagt naar de locatie en het adres van een persoon en diens antecedenten. ‘Mijn team had het binnen enkele minuten voor elkaar,’ zegt hij.

    Dat team bestaat uit veertig technisch onderlegde agenten. Moeilijkere zaken worden uitbesteed aan privébedrijven, waarover de chef van de cybereenheid geen bijzonderheden prijsgeeft.

    Het werk van Bhatti en zijn ondergeschikten heeft inmiddels wel een schrikeffect gehad op de socialemediagebruikers in Kasjmir. Veel accounts zijn verdwenen, andere zijn inactief, of er is geen politieke inhoud meer op te vinden.

    Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust

    Shefali Rafiq, een 22-jarige studente journalistiek, zegt dat ze voorzichtiger is geworden met wat ze publiceert. ‘Een aantal profielen volgde ik graag, maar ze hebben hun accounts gedeactiveerd of schrijven geen kritische posts meer.’

    Drie gebruikers van sociale media zeggen dat ze verdachte activiteit op hun accounts hebben opgemerkt sinds ze door de politie zijn vrijgelaten, zoals likes of retweets die niet van hen zijn, of het volgen en ontvolgen van andere accounts.

    Degenen die in aanvaring zijn gekomen met de cyberpolitie leven in angst. Ahmed werd vier dagen op rij verhoord en werd pas met rust gelaten nadat hij had beloofd te stoppen met het online bekritiseren van de Indiase regering en de veiligheidstroepen. 

    Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust. Hij durft sociale media niet meer te gebruiken zoals hij vroeger deed. ‘Soms schrijf ik een lang bericht. Aan het einde verwijder ik het weer en moet ik huilen,’ zegt hij. ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden.’ 

    Openingsbeeld: Kasjmierse journalisten protesteren in Kunzer, een stad in de Indiase deelstaat Jammu en Kasjmir, tegen de censuur die hun wordt opgelegd. Fotografen werd onlangs tegen gehouden toen zij een demonstratie wilde vastleggen. – © Sajad Hameed / Pacific Press / Shutterstock

  • Hoe de Taj Mahal zijn kleur verliest

    Hoe de Taj Mahal zijn kleur verliest

    Het marmer van India’s beroemdste monument slaat als gevolg van vervuiling groen en geel uit. Milieuactivist M.C. Mehta pleit voor maatregelen.

    Onlangs oordeelde het hooggerechtshof dat de Archaeological Survey of India (ASI) ‘aan de kant moet worden gezet’, als we de Taj Mahal nog willen redden. De dienst antwoordde het hof dat het internationale experts wilde gaan inschakelen om het zeventiende-eeuwse monument voor de ondergang te behoeden. Het hof had al eerder zijn zorgen geuit over de kleurverandering van de Taj. Het vroeg zich af hoe het had kunnen gebeuren dat het witte marmer eerst geel was geworden, en vervolgens bruin en groen begon uit te slaan. Het hof had een pleidooi aangehoord van M.C. Mehta, misschien wel India’s bekendste milieuactivist, die eiste dat de Taj Mahal tegen luchtvervuiling beschermd zou worden. Al in 1996 had het hof, in een vergelijkbare zaak van Mehta, een scala aan maatregelen bevolen, onder andere de sluiting van fabrieken in de omgeving, om het monument te beschermen. Nu, meer dan twintig jaar later, vertelt Mehta hoe opeenvolgende regionale en nationale regeringen, evenals de Archaeological Survey of India, na deze beslissing van het hof nalieten maatregelen te nemen. Daardoor konden de stervende rivier de Yamuna en de insecten die zich erin voortplanten de Taj langzaam vermoorden.

    IE: Waardoor is het marmer van de Taj Mahal verkleurd?

    M.C. Mehta: ‘De verkleuring is aan meerdere factoren te wijten. Ten eerste zorgen de vervuilende industrieën en uitlaatgassen in de Taj Trapezium Zone [een gebied rondom de Taj Mahal waar strenge milieuregels gelden] voor aanslag op het gebouw. Ten tweede is de rivier de Yamuna, die er direct achterlangs stroomt, extreem vervuild geraakt. Er is geen enkel leven meer in het water, wat leidt tot algengroei en een insectenplaag aan de oevers.’

    Hoe vervuilen deze insecten de Taj?

    ‘De bron van het probleem is de uitgedroogde Yamuna, die geen gezonde ecologische doorstroming meer heeft. Zoals beschreven in het rapport van de Archaeological Survey of India vermenigvuldigen insecten zich in de vervuilde drek van de vroegere rivier, waarna ze ’s avonds de Taj Mahal aanvallen. Vroeger zwommen er vissen in de rivier, die de insecten en hun larven opaten, maar door de ernstige vervuiling van het water zijn er nu geen waterdieren meer over.’

    En waar komen de vlekken op het marmer van de Taj dan precies vandaan?

    ‘Zoals vermeld in het rapport Insect Activities at Taj Mahal and Other Monuments van de ASI, worden de groene en zwarte vlekken veroorzaakt door een bepaald type insecten. Ze zitten vooral aan de noordkant van de Taj Mahal. Ook andere gebouwen langs de Yamuna, zoals de tombe van Itimad-ud-Daulah, de Mehtab Bagh en ook gedeeltes van het fort van Agra, hebben onder de insecten te lijden.’

    De Taj Mahal. – © Pexels
    De Taj Mahal. – © Pexels

    Hoe erg is het met de luchtvervuiling?

    ‘Door de laksheid van landelijke en regionale overheden is Agra uitgegroeid tot de op zeven na meest vervuilde stad ter wereld, gemeten naar PM2,5-niveaus [fijnstofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer]. Dat schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie in een onlangs verschenen rapport. Het parlementair comité voor Wetenschap, Technologie, Milieu en Bossen concludeerde in 2015 dat de vervuiling niet alleen zorgwekkend is vanwege de gezondheidsschade die ze oplevert, maar ook vanwege de schade die ze toebrengt aan ons cultureel erfgoed. Dit alles wordt nog verergerd door ongebreidelde bebouwing en inperking van het areaal van deze monumenten.’

    Het hooggerechtshof oordeelde dat de ASI ‘aan de kant moet worden gezet’, als we de Taj nog willen redden. Wat kunnen buitenlandse experts voor de Taj doen dat de ASI zelf niet zou kunnen bewerkstelligen?

    ‘Feit is dat de situatie er de laatste tijd niet beter op is geworden, maar zelfs slechter, en nu echt een kritiek punt heeft bereikt. Er moet een grondig onderzoek en een plan van aanpak komen, van erkende internationale experts en instellingen op het gebied van conservatie en erfgoedbehoud. De Taj Mahal staat op de Werelderfgoedlijst. Voor een breder perspectief en een gefundeerde visie is het noodzakelijk de mening van zowel Indiase als buitenlandse experts te horen.’

    Hoe is de situatie nu, in vergelijking met het moment dat u de problemen met de Taj Mahal voor het eerst onder de aandacht bracht?

    ‘In 1984, toen er voor het eerst bij het Hooggerechtshof werd geëist dat de Taj Mahal beschermd zou worden, was de situatie veel beter dan nu. Het hof stelde een duidelijk plan van aanpak op en stelde maatregelen voor, zoals het uitroepen van de stad Agra tot nationaal erfgoed. Als de nationale en deelstaatregeringen die we sinds die tijd hebben gehad Agra inderdaad tot nationaal erfgoed hadden uitgeroepen, was de situatie nu misschien wel optimaal.’

    Vandaag, 35 jaar nadat u het Hooggerechtshof inschakelde, lijkt het over precies dezelfde thema’s te gaan als toen. Wat is er misgegaan bij onze pogingen om deze monumenten te behouden?

    ‘In plaats van maatregelen te nemen, zoals het uitroepen van Agra tot Erfgoedstad, hebben de autoriteiten vervuilers alle ruimte gegeven en projecten laten doorgaan die haaks stonden op de doelstelling het milieu te beschermen en de gebouwen in de Taj Trapezium Zone te behouden.’

    Auteur: Somya Lakhani
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    The Indian Express
    India | dagblad | oplage 550.000

    Deze zelfbenoemde ‘enige krant van India’ is de grootste concurrent van The Times of India. Staat bekend om zijn strijdlust en journalistieke moed en duikt graag in politieke en financiële schandalen. De zondagseditie heeft extra aandacht voor cultuur.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    BEELDENDE KUNST | Voyeuristisch griezelen in Rotterdam

    Hyperrealistische sculpturen in de Kunsthal

    Wie van uitdagende driedimensionale kunst houdt, kan zijn hart ophalen in Rotterdam. Daar is een selectie van hyperrealistische werken van de belangrijkste hedendaagse beeldend kunstenaars te zien. De argeloze museumbezoeker is gewaarschuwd.

    Zo omschrijft Kathleen Madden in Art in America het werk van de Vlaamse Berlinde de Bruyckere als ‘bijna levende organismen met een innerlijke energie die een morbide sensatie opwekken’. John McDonald schrijft in 
The Sydney Morning Herald dat de ‘siliconen beelden van Ron Mueck of Sam Jinks het publiek naar adem laten happen. Ze brengen de voyeur in 
elke bezoeker naar boven.’

    Volgens Elizabeth Finkel, hoofdredacteur van het Australische magazine* Cosmos,* nodigen kunstenaars als Patricia Piccinini uit om ‘stil te staan in het voortrazende leven en geconfronteerd met nieuwe werelden op zoek te gaan naar weerklank’.

    Kunsthal, Rotterdam: Hyperrealisme Sculptuur, tot 1 juli.

    manujoseph

    LITERATUUR | Goddelijke komedie over India

    Schrijver Manu Joseph neemt zijn vaderland op de hak

    Miss Laila, Armed and Dangerous, de nieuwe roman van 
de Indiase schrijver-journalist Manu Joseph, is niet wat het op de eerste pagina’s lijkt. Wat begint als thriller, ontpopt zich algauw tot een spiegel van het hedendaagse India.

    Zo heeft een beetje Indiase lezer onmiddellijk in de gaten dat politicus Damodarbhai uit het boek niemand anders kan zijn dan de huidige eerste minister Narendra Modi. Daarnaast verwijst een politieactie waarbij een jong koppel overhoop wordt geschoten, naar de verijdelde aanslag op diezelfde Modi in 2004. Om die reden spreekt recensent Jason Overdorf in India Today van ‘een boek vol provocaties, waarin onverbloemd de hypocrisie van onder meer de gevierde schrijfster Arundhati Roy of de gezaghebbende journalist Palagummi Sainath wordt gehekeld’.

    Volgens Zac O’Yeah in het Indiase dagblad The Hindu schiet het verhaal ‘een groeiend aantal 
raadselachtige richtingen uit. Als er al iets is dat lijkt op een plot, dan heeft het een mechanisch oogmerk, om de lezer een mentale selfie te laten maken.’

    Suktara Ghosh van de Indiase nieuwssite The Quint noemt Miss Laila ‘zonder twijfel een van de meest verpletterende sociale en politieke satires van deze tijd. Het is zelfs grappig wanneer het je duizelt van de horror, terwijl je ook in momenten van totale uitzichtloosheid hoop blijft koesteren. Een boek om nog lang over na te denken.’ Vrinda Nabar houdt het in de Hindustan Times op ‘een chiller; een goddelijke komedie over het hier en nu. Door ware gebeurtenissen en situaties als vertrekpunt te nemen ligt de nadruk op de werkelijkheid, maar het verhaal bevat genoeg twist voor een subtiele metamorfose naar fictie.’

    Miss Laila, gewapend & gevaarlijk van Manu Joseph verschijnt half mei bij uitgeverij Podium.


    FILM | Het Kremlin 
als lachspiegel

    Armando Iannucci verfilmt dood Stalin met sterrencast

    Na de dood van de Russische dictator Joseph Stalin in 1953, ontbrandde in het Kremlin een felle machtsstrijd. Voor Stalins vertrouwelingen draaide het uit op een kwestie van overleven.

    Of daar een film in zat? De Schotse regisseur Armando Iannucci wist het zeker. Hij ging met de geschiedenis aan de haal, liet er een paar gewiekste script- en tekstschrijvers op los en kreeg een internationale sterrencast tot zijn beschikking. Zo is Steve Buscemi te zien als Nikita Chroesjtsjov en duikt Michael Palin (Monty Python) op als minister Vjatsjeslav Molotov.

    Met The Death of Stalin heeft Iannucci een ‘heerlijke persiflage’ gemaakt, schrijft filmcriticus Tim Robey in de Britse krant The Telegraph. Vanwege de ‘politieke slachtpartijen’ lijkt het Robey ‘onwaarschijnlijk dat het de 
favoriete film van de ontslagen Trump-strateeg Steve Bannon zal zijn’.

    In de Chicago Tribune noteert Michael Phillips als minpuntje de uiterst gevarieerde casting: ‘Door zo veel acteurs in dezelfde setting neer te zetten en elk met hun eigen accent te laten spelen, ontstaat een ontwrichtend effect.’ Voor Kenneth Turan van LA Times was het door al die in Brits dialect uitgesproken oneliners of hij naar ‘een ongeregeld zootje voetbalhooligans zat te kijken, die op de een of andere manier kans zien een wereldrijk onder de duim te houden’.

    Toby Woollaston vraagt zich in The New Zealand Herald af of een humoristische film over een moorddadig regime niet wat al te gewaagd is. ‘Maar juist door de zure nasmaak van popcorn en net dat greintje schuldgevoel tijdens het gegniffel, raken we de kern van zwarte komedie.’ Volgens Peter Travers in Rolling Stone heeft Iannucci daar als ‘komisch denker’ een bedoeling mee en wil hij het machtsbeluste denken van politici blootleggen: ‘The Death of Stalin houdt ons een zwart-komische spiegel voor, waarin we zonder moeite ons huidige tijdsgewricht herkennen.’

    The* Death of Stalin* draait vanaf 4 mei in de bioscoop.


    MUZIEK | Bryan Ferry 
komt overal mee weg

    *Popveteraan oogst gemengde reacties *

    Ter gelegenheid van de vijfenveertigste verjaardag van het debuutalbum _Roxy Musi_c verscheen begin dit jaar een luxe vierdelige cd- en dvd-box met geremasterde hits, demo’s en radio-opnames van de gelijknamige band. Of de 72-jarige voormalige leadzanger Bryan Ferry die mijlpaal met een Europese tour wilde bekrachtigen? Daar draaide de podiumveteraan zijn hand niet voor om.

    Toch toont Jude Rogers, popjournalist van The Guardian, zich niet onverdeeld enthousiast over het openingsconcert in Cardiff. Volgens Rogers komt Ferry als ‘crooner’ bijna overal mee weg, en weet de zanger dat zelf maar al te goed. ‘Daarom kwam de show pas vijf liedjes voor het einde op stoom. Op het moment dat Ferry zich van zijn verleidelijkste kant liet zien: op de eerste saxtonen van “Love is the Drug”.’

    Claire Francis heeft er in het Schotse cultuurmagazine The Skinny daarentegen vijf sterren voor over: ‘Zijn stem is nog altijd even glad als kenmerkend. Zijn geluid is er wat zachter en daardoor kwetsbaarder op geworden. Maar hoe elegant zweeft Ferry door dat ongelooflijk rijke repertoire! Zo hartstochtelijk dat zelfs de allergrootste Ferry-fan niet om “More Than This” zou durven vragen. Maar die hit bracht hij wel ten gehore… Dames en heren, zo zet je dus een show neer.’

    Bryan Ferry on tour: 2 juni Parijs, 5 juni Amsterdam, 7 juni Antwerpen, 9 juni Emmen, 11 juni Bremen.

    Auteur: Diederik Samwell

  • De dichteres van Instagram

    De dichteres van Instagram

    ‘Insta-dichter’ Rupi Kaur (24) verkocht 1,4 miljoen exemplaren van haar eerste boek, maar is ook voortdurend mikpunt van spot. Dankt de Canadees-Indiase haar succes echt alleen aan de korte
    spanningsboog van millennials? Of is ze haar tijd gewoon vooruit?

    Rupi Kaur, 24, wil zichzelf nogal eens in omgevingen parachuteren die van oudsher niet voor haar bestemd waren. Om ze vervolgens te domineren. Zo gebeurt het niet dagelijks dat een 22-jarige universiteitsstudente een foto van menstruatievlekken post en dan strijd moet voeren tegen de socialmediasite die de boodschap heeft verwijderd (‘Ik ga me niet verontschuldigen voor het feit dat ik weiger het ego en de trots van de vrouwenhatende maatschappij te voeden’, schreef ze toen. Haar aantal volgers verzevenvoudigde.) Evenmin gebeurt het dagelijks dat een meisje uit een dorpje in Hoshiarpur, Punjab, op The New York Times Bestsellers List terechtkomt en 1,4 miljoen exemplaren van haar eerste boek verkoopt. En het gebeurt ook niet dagelijks dat een jonge, krachtige gekleurde stem weerklank vindt over de hele wereld, zoals die van Kaur, of dat nou goed of slecht is.


    De insta-dichter staat bekend om haar korte, openhartige versregels met willekeurige afbrekingen en vlotte, vaak recht-voor-zijn-raap poëzie over onderwerpen als immigratie, de mensheid, misbruik, verkrachting, alcoholisme en feminisme. (Our backs/tell stories/no books/have the spine to/carry) Ze wordt bekritiseerd (en vaak bespot) omdat ze uit het niets bekend is geworden met iets wat als ‘makkelijk’ wordt beschouwd. Kaur is zich wel degelijk bewust van de commentaren die haar tijdlijnen overspoelen. ‘Het is net als bij hedendaagse kunst. Toen die een beweging werd, raakten mensen ook geïrriteerd van een schilderij met alleen maar een stip erop, en zeiden ze: “Dat is niet eerlijk, dat zou ik ook kunnen.”’ Kaur hanteert verschillende processen voor het gesproken woord en internetpoëzie. ‘Ik schreef lange gedichten van vier pagina’s en merkte dat ze gedrukt niet zo goed vielen als gesproken. Dus ging ik op zoek naar het gedeelte waar m’n maag van omdraaide en dat bracht ik dan naar buiten.’

    Het succes van Kaurs werk wordt deels toegeschreven aan de korte spanningsboog van millenials. De poëzie die zij voorschotelt is snel en vaak provocerend, en vrijwel altijd herkenbaar. Dat laatste is de redding voor een generatie die bevestiging en kameraadschap zoekt op het internet. Het is echter niet zo dat alle 1,4 miljoen exemplaren van Milk and Honey aan millenials werden verkocht. En dat is nu precies Kaurs verdienste: ze wordt door alle generaties heen gewaardeerd.

    Zelfhaat

    Toen Kaur vier was, verhuisde ze met haar moeder naar Toronto om zich te herenigen met haar vader, die in Hoshiarpur als elektricien had gewerkt. ‘Ons dorpje is een gemeenschap,’ zei ze. ‘Die plotselinge verhuizing naar Canada was heel eenzaam.’ De ervaring nestelde zich in haar emotionele gestel en ze kan zich herinneren hoe haar vader haar plaagde: ‘Hij dacht dat ik kon huilen als hij met zijn vingers knipte.’ Wat ook waar was, geeft ze toe. Kaur denkt dat dit haar bij het schrijven heeft geholpen.

    Toen Kaur opgroeide, las ze alles van Amrita Pritam tot Maya Angelou, Roald Dahl, Doctor Suess en Harry Potter. ‘Je groeit op met zo veel zelfhaat,’ zei ze. ‘Thuis zeiden mijn ouders dat ik uit de zon moest blijven, omdat ik anders te donker zou worden. Op school kreeg ik te horen dat ik heel breed gebouwd ben en overal haar had, dus ik dacht dat ik een mislukking was.’ Ze gebruikte poëzie als ontlading. (We are all born/so beautiful/the greatest tragedy is/being convinced we are not)

    Rupi Kaur verhuisde op haar vierde van Punjab naar Toronto. – © Getty Images
    Rupi Kaur verhuisde op haar vierde van Punjab naar Toronto. – © Getty Images

    Kaurs positie van immigrant dreef haar echter niet af van haar sikh-identiteit, die haar niet alleen bij haar schrijven inspireert, maar haar op slechte dagen nog steeds kracht geeft. ‘Sikhs werden vermoord door de Mongolen. Maar ze hebben zich aan dat gevaar ontworsteld, en enerzijds vind ik dat heel pijnlijk, maar anderzijds geeft me dat juist kracht. De boodschap is dat ik afstam uit een cultuur die heeft overwonnen.’ [Het sikhisme is een monotheïstische religie die vooral in de Indiase staat Punjab wordt aangehangen.] Kaur is haar portie controversen ook wel te boven gekomen. Een paar maanden geleden werd ze door Twitteraars beschuldigd van plagiaat op mede-Tumblr dichter Nayyirah Waheed. Zoals dat gaat met nieuws op internet, werd ze verontwaardigd aan de gescherpte hooivorken van 140 karakters geregen. Dit incident leidde echter ook tot een grotere discussie over poëzie, ervaringen en vertellingen van gekleurde vrouwen die in deze nieuwe epigrammatische stijl schrijven. ‘Ik heb geen plagiaat gepleegd,’ zegt Kaur. ‘Mijn ervaring vertegenwoordigt waarschijnlijk een procent, maar mijn stem is belangrijk, net als al die andere ervaringen. We gaan heel veel vergelijkbare ervaringen horen. Maar het zou toch oneerlijk zijn om als ik over seksueel misbruik schrijf en een ander jong, bruin meisje gaat dat toevallig ook doen, te zeggen dat zij bezig is met plagiaat of toe-eigening?’ Kaur denkt dat dit een moment in de tijd vertegenwoordigt en vergelijkt het met de renaissance of victoriaanse periode. ‘Die perioden werden later zo genoemd omdat er bewegingen waren die bepaalde tijden, bepaalde metaforen, bepaalde thema’s herhaalden,’ zegt ze.

    Voor haar volgende boek, waarvoor ze op het punt staat op tournee te gaan, vertelt Kaur te zijn geïnspireerd door zonnebloemen. ‘Ik dacht, stel dat we allemaal onze eigen zon zijn? En de bloemen zijn verschillende mensen en ervaringen die we opdoen in het leven.’ Dit boek met vijf hoofdstukken (Verwelking, Neervallen, Wortelschieten, Groeien, Bloeien) is in essentie de reis door de levenscyclus van een plant, maar vertelt ‘naar buiten gekeerde’ – in tegenstelling tot bespiegelende – verhalen over migratie en andere ervaringen. Hoewel het schrijfproces bij dit boek moeizaam was voor de zeer zelfkritische Kaur, volhardde ze en schreef ze onvermoeibaar de hele dag door. ‘Als je als artiest je kunst aan de wereld laat zien, zul je nooit goed genoeg zijn. Er zal altijd wel iemand zijn die je weet te raken,’ zei ze. ‘We moeten ons op ons werk concentreren. Dat zal ons overleven en dat zal de haat overleven.’

    Auteur: Asmita Bakshi
    Vertaler: Tineke Funhoff

    India Today
    India | weekblad | oplage 1.600.000

    India Today werd in 1975 opgericht en wordt tegenwoordig uitgegeven in het Hindi, Tamil, Malayalam 
en Telugu.

  • Moeten we medicijnen vegetarisch maken?

    Moeten we medicijnen vegetarisch maken?

    In India wil de regering dierlijk gelatine in medicijnen vervangen door plantaardig cellulose. Een populaire maatregel in het land van de heilige koe, maar in de medische wereld is er veel scepsis.

    Als de regering haar zin krijgt, zullen medicijnen binnenkort geheel vegetarisch worden. Er ligt een voorstel om in pillen met een gelatine-omhulsel de gelatine te vervangen door cellulose.

    Gelatine wordt gemaakt uit runderbotten, in India meestal uit botten van buffels. Vóór gebruik wordt de stof volledig ontgift en gezuiverd, maar toch bestaat er een lobby die van deze niet-vegetarische oorsprong een punt maakt. De samenstelling zou de religieuze gevoelens van veel Indiase patiënten kunnen krenken. Het voorgestelde alternatief, cellulose, is van ‘puur vegetarische’ oorsprong.

    In maart 2016 deelde de Drug Controller General of India (DCGI) mee dat het een voorstel had ontvangen om gelatinecapsules voortaan te vervangen door capsules van hydroxypropyl methylcellulose (HPMC), ofwel cellulose. Het bericht veroorzaakte paniek in de Indiase farmaceutische industrie, want als deze plannen werkelijkheid worden zullen de productiekosten en daarmee de prijs van medicijnen flink omhooggaan.

    Het is nog steeds niet duidelijk wie de indiener van het voorstel was en de details zijn niet publiek gemaakt door de regering of door DCGI.

    Cellulose is drie à vier keer zo duur als gelatine en volgens experts zullen deze extra kosten uiteindelijk voor rekening komen van de consument

    De kwestie is voorgelegd aan het Drug Technical Advisory Board (DTAB) van het ministerie voor Volksgezondheid. Deze dienst besloot dat het medicijnen niet het predikaat ‘rood’ (niet-vegetarisch) maar evenmin het predikaat ‘groen’ (vegetarisch) kon geven. Volgens de dienst betrof de kwestie bovendien ook andere ministeries en was er eerst een bredere discussie nodig over het onderwerp.

    Sindsdien pleiten farmaceutische bedrijven en toezichtsorganen van de sector fel tegen vervanging van gelatine. De maatregel zou de fabricage van medicijnen duurder maken en bovendien nadelige effecten hebben op het menselijk lichaam.

    In maart dit jaar stelde de regering een twaalfkoppige commissie in onder leiding van dr. Chandrakant Kokate om de zaak te onderzoeken en tot aanbevelingen te komen. Tot dusver kwam de commissie maar één keer bijeen en heeft zij nog geen beslissing genomen.

    120 miljard gelatinecapsules

    Cellulose is drie à vier keer zo duur als gelatine en volgens experts zullen deze extra kosten uiteindelijk voor rekening komen van de consument. Bovendien heeft de farmaceutische industrie al aanzienlijke investeringen gedaan in medicijnen op basis van gelatine; een omschakeling naar cellulose zou nog eens enorme investeringen vergen.

    ‘Als dit doorgaat wordt de fabricage van medicijnen duurder en moeten consumenten daar uiteindelijk voor opdraaien. Een omschakeling naar cellulose betekent forse investeringen in machines en in het fabricageproces; dat zul je onherroepelijk terugzien in de prijs van medicijnen,’ aldus voorzitter Daara Patel van de Indian Drug Manufacturers Association (IDMA). ‘De industrie is nog niet klaar voor cellulose. De API [active pharmaceutical ingrediënt, actieve farmaceutische ingrediënten]-industrie ontworstelt zich net aan de klauwen van China. Dit zal ons voor de cellulose en grondstoffen weer afhankelijk maken van Chinese bedrijven. De leden van de IDMA maken zich zorgen.’

    Jaarlijks produceert India zo’n 120 miljard gelatinecapsules; voor capsules van cellulose bestaat hooguit een capaciteit voor 2 miljard stuks. India heeft de grondstoffen voor cellulosecapsules niet. Zonder de benodigde capaciteit voor cellulosefabricage wordt India geheel afhankelijk van import. Ruim zestig procent van deze capaciteit bevindt zich in China, waar de kwaliteit van het product vaak te wensen overlaat. De overige veertig procent zit in de Verenigde Staten, Europa, Zuid-Korea en Canada. Overigens valt de import van cellulose door eigenaardige regelgeving in India onder de categorie plastics.

    ‘Als we in India overstappen op harde celluloseomhulsels, dan gaat de prijs met drie- tot vierhonderd procent omhoog,’ zegt Dinesh Dua, CEO van Nectar Lifesciences Limited. ‘En mocht China ooit de export van deze grondstof blokkeren, dan kan dat de ineenstorting van deze 6 miljard dollar grote industrie in ons land betekenen. Afhankelijkheid van de import van cellulose vormt voor de Indiase farmaceutische industrie en ook voor gelatinefabrikanten een serieuze existentiële bedreiging. Het concept “Made in India” betekent dan niets meer.’

    capsule pill health medicine

    Veel ernstiger nog zijn de vragen naar hoe goed cellulose eigenlijk samengaat met de werkzame stoffen in pillen en wat hun gezamenlijk effect is op het menselijk lichaam. ‘Gelatinecapsules bestaan al honderd jaar,’ vertelt hoofd marketing Ishah Khaitan van Sunil Healthcare Limited. ‘Zowel farmaceutische toezichthouders als bedrijven hebben de wisselwerking ervan met een breed scala aan medicijnen getest op veiligheid, effectiviteit en zuiverheid. En gelatine is geschikt bevonden voor menselijke consumptie.’

    Voor cellulose is dit alles nog niet gebeurd. ‘Alle medicijnen in het generieke en niet-generieke segment moeten eerst uitvoerig “in vitro” (in het laboratorium) en “in vivo” (in het lichaam) worden getest op stabiliteit, giftigheid en veiligheid,’ aldus Dua. Als cellulose in medicijnen wordt toegestaan, moeten al die tests over worden gedaan. Nog nergens ter wereld is een breed opgezet onderzoek uitgevoerd naar de effecten binnen het menselijk lichaam en er bestaan geen procedures voor reglementering. Daar komt nog bij dat gelatine vijf jaar houdbaar is en cellulose maar drie jaar.

    Alles opnieuw testen in combinatie met cellulose is een langdurig en kostbaar proces. Hoofd productontwikkeling van Cipla Geena Malhotra vindt dat een keuze voor ofwel gelatine ofwel HPMC afhankelijk zou moeten zijn van de toepasbaarheid in een bepaald type medicijn en dat het niet van overheidswege over de hele linie mag worden opgelegd. ‘Het kost per product zo’n twaalf tot vijftien maanden om het met een HPMC– of cellulose-omhulsel goedgekeurd te krijgen, want voor sommige kritische ingrediënten zijn specifieke tests vereist,’ vertelt ze. ‘Voor elk product is opnieuw onderzoek van de stabiliteit en het effect op de menselijke biologie nodig.’

    De ironie wil dat het wetsvoorstel gelatine wel toe wil staan in voor de export bestemde capsules en men alleen in India het gebruik van cellulose voor wil schrijven. Ook staat het voorstel het gebruik van gelatine in zachte gelcapsules wel toe. Zelfs de commissie die de zaak onderzoekt laat zachte gelcapsules buiten beschouwing. Commissievoorzitter Chandrakant Kokate en de minister van Volksgezondheid gaven op onze vragen hierover geen antwoord.

    ‘Niemand weet welk effect cellulose heeft op medicijnen,’ zegt Ajit Singh van ACG, de op een na grootste fabrikant ter wereld van lege harde capsules. ‘Eerst moet het getest worden over de gehele twee tot drie jaar van de levensduur van een medicijn. Momenteel worden cellulosecapsules zelden voor medicijnen gebruikt. Ze zijn alleen gangbaar bij voedingssupplementen en medicijnen; als we omschakelen op cellulose moet de industrie flink gaan investeren.’

    Niet volledig vegetarisch

    Ook blijft de vraag onbeantwoord of de omschakeling op cellulose medicijnen eigenlijk wel volledig vegetarisch zal maken, toch de voornaamste reden van de voorgestelde verandering. Experts noemen het gebruik van cellulose als middel om vegetarische medicijnen te creëren onzinnig, omdat veel medicijnen zelf uit niet-vegetarische stoffen zijn gemaakt. ‘Zelfs als je cellulose gebruikt om het omhulsel van de capsule vegetarisch te maken, is daarmee de stof binnen in de capsule nog niet vegetarisch,’ aldus Singh. ‘Veel medicijnen bevatten lever- of visolie-extracten. En de farmaceutische industrie maakt bijvoorbeeld ook bloedplasmavervangers en in het lichaam aangebrachte homeostatische sponzen uit gelatine. Zelfs insuline heeft een niet-vegetarische oorsprong.’

    De Indiase farmaceutische industrie is verbijsterd en maakt zich zorgen om haar investeringen. Als de regering per se cellulose wil doorvoeren, zou het als optie naast gelatine moeten bestaan, zodat patiënten die een medicijn gebruiken en artsen die het voorschrijven zelf kunnen kiezen. Ook vrezen ze dat als er met de invoering van cellulose iets misgaat, zij daar de schuld van zullen krijgen. Het laatste woord over de kwestie is nog niet gezegd, want de commissie-Kokate heeft nog niets besloten. Maar afgaand op de recente geschiedenis van regeringsdecreten, staat de uitkomst eigenlijk al vast.

    Auteur: Arindam Mukherjee
    Vertaling: Valentijn van Dijk

    Outlook
    India | weekblad | oplage 250.000

    Een van de meest gelezen Engelstalige weekbladen van India. Outlook bestaat sinds 1995 (sinds 2002 is er ook een versie in het Hindi) en onderscheidt zich van andere weekbladen door stevige kritiek op onder meer conservatieve hindoepartijen.

  • Wereldbeeld: Yogakamp

    Wereldbeeld: Yogakamp

    Waar Nederland pas sinds kort massaal de voordelen van yoga heeft ontdekt, is het in India al een vijfduizend jaar oude traditie.

    Deze schoolkinderen zijn een week lang op yogakamp in Ahmedabad, een stad met ruim 5,5 miljoen inwoners (2011) in de staat Gujarat. Hoewel yoga een hindoeïstische filosofie is, wordt het ook beoefend door Indiase moslims, die in Ahmedabad zo’n 11 procent van de bevolking vormen.

    ‘We weten dat yoga goed voor je is, in het bijzonder tijdens 
de vastentijd,’ vertelde studente Nameera van de islamitische school Anjuman-e-Islam in 2015 aan The Indian Express. 
‘Het is niet gerelateerd aan een religie, 
en het helpt je om op een gezonde manier de dag door te komen.’

    © Amit Dave / Reuters
    © Amit Dave / Reuters
  • Kom van dat dak af

    Kom van dat dak af

    Aan de toekijkende mensenmassa te zien is het niet echt een alledaags beeld, maar het schijnt vaker voor te komen: in de Pakistaanse miljoenenstad Karachi stallen veehouders hun dieren vanwege ruimtegebrek soms op het dak.

    En dan heb je, zoals in dit geval, een kraan nodig om ze er weer van af te takelen. Of de koe zo blij moet zijn met haar verhuizing is de vraag, want eenmaal beneden is haar bestemming de plaatselijke veemarkt.

    © Sabir Mazhar / Getty Images
    © Sabir Mazhar / Getty Images
  • Facebook, Google en 
de strijd om India

    Facebook, Google en 
de strijd om India

    De helft van de wereldbevolking heeft nog geen toegang tot internet. Soms zijn de obstakels van economische aard, zoals in India of Angola. Soms ook is er sprake van censuur, zoals in China, Cuba of Ethiopië. Voor bedrijven uit Silicon Valley zijn dit soort landen potentiële goudmijnen, waar een verbeten strijd om wordt gevoerd. Critici spreken van digitaal kolonialisme. 

    Onzeker wiebelend legt een jonge vrouw in sari haar eerste paar meters op de fiets af. Ze rijdt rondjes in een zanderige binnentuin in Ambaji, een plaatsje in Gujarat, in het noordwesten van India. Het is een stoere, blauwe fiets met brede banden, bedoeld om grip te bieden op oneffen terrein. Op de bagagedrager van de fiets staat een doos met kostbare inhoud: geen pizza, geen post, maar internet.

    Google stuurt honderden van dit soort fietsen het Indiase platteland op. Elke fiets wordt geleverd met twee Androidsmartphones en twee tablets, met mobiele dataverbindingen die worden geleverd door de Amerikaanse zoekgigant. De vrouwen die de fietsen krijgen worden eerst getraind in het gebruik van internet voordat ze naar allerlei dorpen fietsen om hun kennis door te geven aan andere vrouwen.

    Gamar Nirama Bhambroo, een tweeëntwintigjarige kleermaker uit Kochi, neemt kleine slokjes uit een kartonnen bekertje thee in een pauze van de anderhalve dag durende digitale cursus, die wordt gegeven in een eenvoudig pensionnetje dat normaal gesproken onderdak biedt aan gelovige pelgrims. Ze heeft net voor het eerst iets opgezocht op Google, terwijl haar dochtertje op een hoekje van de verpakking van de Androidtelefoon sabbelt. ‘Ik kan nu kijken wat de nieuwste mode is, hoe ik de stof moet knippen en hoe ik bepaalde dingen moet ontwerpen – dingen die ik nog niet weet,’ zegt ze, om eraan toe te voegen dat ze slechts herhaalt wat de docent heeft gezegd.

    Vrouwen verdringen zich rond een informatiestand over het fietsenproject van Google. – © Google
    Vrouwen verdringen zich rond een informatiestand over het fietsenproject van Google. – © Google

    Gujarat is de streek van Ghandi, de streek waar de politiek leider is geboren en getogen en waar hij in 1930 een mars leidde om te protesteren tegen de zoutbelasting die de Engelse kolonialen hadden doorgevoerd. Nu komen de bedrijven uit Silicon Valley hierheen, onder aanvoering van Google en Facebook, die toegang bieden tot een onmisbare hulpbron in de eenentwintigste eeuw: connectiviteit.

    Indiase criticasters, die bezwaar maken tegen bepaalde aspecten van zowel de aanpak als de retoriek van die bedrijven, spreken wel van ‘digitale kolonialen’. De verhitte toon van het debat maakt duidelijk hoeveel er op het spel staat: met een inwonertal van 1,2 miljard zou India kunnen uitgroeien tot de grootste open internetmarkt ter wereld (China, het land met de meeste inwoners ter wereld, maakt er geen geheim van dat het de toegang aan banden legt). In 2014, het meest recente jaar waarover gegevens beschikbaar zijn bij de International Telecommunication Union (ITU), een instituut van de VN, waren meer dan een miljard mensen in India verstoken van internet.

    Zendelingen

    Mensen op hoge posities bij zowel Google als Facebook praten met de gedrevenheid van zendelingen over de kansen die internettoegang zou bieden aan de gewone man en vrouw in India, over de manieren waarop het de armoede kan verlichten, het onderwijs kan verbeteren en voor nieuwe banen kan zorgen. Toch zijn de beweegredenen van de internetbedrijven complex. Ze hebben de macht om levens, regeringen en economieën te beïnvloeden op manieren die voor leveranciers van gewone consumentengoederen ondenkbaar zijn. Ze opereren vaak in wat economen een winner-takes-allmodel noemen. Dat betekent dat bedrijven, wanneer ze zich eenmaal hebben gevestigd, vaak garen spinnen bij het netwerkeffect: hoe meer mensen een app gebruiken, hoe aantrekkelijker die wordt en hoe minder ruimte er overblijft voor plaatselijke concurrentie. Het lot van Facebooks Free Basics-app, die onlangs werd verboden door de Indiase toezichthouder, biedt een glimp van de strijd die ons op breder vlak mogelijk nog te wachten staat in de ontwikkelingslanden, waar bedrijven met elkaar wedijveren om de gunst van miljarden toekomstige internetgebruikers.

    In 2013 gaf Mark Zuckerberg, de oprichter en algemeen directeur van Facebook, een tien pagina’s tellend witboek uit met als titel ‘Is Connectivity a Human Right?’ (Is internettoegang een mensenrecht?) Het was een retorische vraag: Zuckerberg stelde dat we ‘door iedereen internettoegang te bieden niet alleen miljarden mensen een beter bestaan bieden, maar er ook zelf bij gebaat zijn doordat we ons voordeel doen met de ideeën en productiviteit die deze mensen bijdragen aan de wereld als geheel’. Momenteel staat de Facebookpagina van de eenendertigjarige Zuckerberg vol met foto’s van de twee bezoeken die hij het afgelopen jaar heeft gebracht aan India, waar zijn bedrijf dit uitgangspunt handen en voeten wil geven.

    India is ook het speerpunt van Googles streven om ‘het volgende miljard’ internettoegang te bieden. Google richt zich daarbij op India, Indonesië en Brazilië. De zevenenveertigjarige Rajan Anandan, die aan het hoofd staat van India en Zuidoost-Azië, deelt Zuckerbergs bezieling. ‘Om de belofte van India waar te maken, moeten we zorgen dat onze bevolking internettoegang krijgt,’ zegt hij.

    De leidinggevenden in Silicon Valley laten zich in evangelische, haast filantropische bewoordingen uit over wereldwijde internettoegang

    De bedrijven onderschrijven niet alleen het standpunt van de Verenigde Naties, dat wereldwijde internettoegang heeft opgenomen in de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030, maar ook dat van de Indiase regering, dat zijn eigen langetermijnplanning heeft – hoewel die regelmatig wordt opgeschoven – om tot een ‘digitaal India’ te komen. Silicon Valley is stellig van plan voortvarender te werk te gaan.

    Google en Facebook, die een geweldig kapitaal achter de hand hebben en een vrijwel onaantastbare positie innemen binnen de westerse markt, investeren in een aantal verschillende projecten. Google hoopt met de hulp van Tata Trusts, een ngo, tegen het einde van dit jaar met de internetfietsen in zo’n honderdduizend dorpen de vrouwen te hebben bereikt (op het platteland hebben beduidend minder vrouwen dan mannen internettoegang). Het bedrijf hoopt ook dit jaar een pilotproject op te starten met de ambitieuze ‘Project Lion’-technologie, waarbij boven India ballonnen de lucht in worden gestuurd om afgelegen gebieden te voorzien van internet. Het bedrijf heeft ook de handen ineengeslagen met het ministerie van vervoer om nog dit jaar op honderd treinstations snelle wifi te installeren.

    Het meest prestigieuze project van Facebook is ‘Free Basics’, een mobiele app die deel uitmaakt van het Internet.org-initiatief van het sociale netwerk. Facebook gebruikt de app om gebruikers van telecompartners gratis toegang te bieden tot Facebook en een beperkt aantal andere sites zoals Wikipedia, BBC News, AccuWeather en enkele gezondheidssites. Sinds Free Basics in 2014 is geïntroduceerd in Zambia, is het uitgerold over achtendertig andere landen, waaronder India (in samenwerking met Reliance Communications), Kenia (in samenwerking met Bharti Airtel) en Indonesië (in samenwerking met Indosat). Het bedrijf werkt ook samen met telecomgroepen om meer dorpen te voorzien van wifi, waarbij via lokale ondernemers toegang kan worden gekocht. Ook Facebook wil de lucht in: er worden drones op zonne-energie ontwikkeld om afgelegen gebieden internettoegang te bieden.


    Terwijl de leidinggevenden in Silicon Valley zich in evangelische, haast filantropische bewoordingen uitlaten over wereldwijde internettoegang, financieren Google en Facebook hun connectiviteitsprojecten niet met geld dat is gereserveerd voor maatschappelijk verantwoord ondernemen – nee, ze gebruiken hun kernkapitaal. Daaruit blijkt dat er wel degelijk een bedrijfsmatige logica zit achter het project om te investeren in internettoegang in India en andere opkomende markten.

    Het belangrijkste is misschien nog wel de kans om honderden miljoenen nieuwe smartphonegebruikers meteen vanaf het begin bij de hand te kunnen nemen – als er nog geen gewoonten zijn ingesleten. Facebook zou het moeilijk krijgen in een wereld waarin Google de toegang tot de gebruikers beheert door middel van haar Android-operating system, dat momenteel marktleider is. Op dezelfde manier zou Google grote moeite hebben om data te vergaren als de gebruikers al hun tijd doorbrengen op WhatsApp, dat weer in bezit is van Facebook. En hoewel de advertentiemarkt in India momenteel heel klein is – afgelopen jaar maar net 940 miljoen dollar, afgaande op gegevens van het onderzoeksinstituut eMarketer – praat Facebook al met groot enthousiasme over multinationals zoals Coca-Cola en Nestlé, die zich met specifieke mobiele advertenties op het Indiase platteland zouden willen richten.

    Kiran Jonnalagadda roert een lepeltje boter door zijn zwarte koffie, net als de mensen in Silicon Valley die op dieet zijn. De zevenendertigjarige Kiran, die als ‘hobby’ software ontwikkelt, voor zijn werk techconferenties organiseert en die bekendstaat als internetactivist, zit in een aangenaam briesje op de bovenste verdieping van een café in Bangalore, India’s technologiehoofdstad in het zuiden van India. Hij draagt een blauw hemd met korte mouwen, uit de kraag bungelt een koptelefoontje, om zijn ene pols zit een Fitbit en om de andere een smartwatch. Hij legt uit waarom hij vindt dat Facebook de bijnaam ‘digitale koloniaal’ verdient.

    schermafbeelding 2016 04 21 om 10 35 16

    Facebook was nooit van plan zich te verzetten tegen netneutraliteit. Sterker nog, in Amerika heeft het bedrijf zich hard gemaakt voor netneutraliteit. Wereldwijd gezien zou het bedrijf geld kunnen verliezen als dit principe in het geding zou komen waardoor, bijvoorbeeld, telecombedrijven extra geld zouden kunnen vragen voor WhatsApp omdat ze de pest in hebben dat ze sms-inkomsten mislopen.

    Volgens Chris Daniels, de veertigjarige vicepresident van Facebook die aan het hoofd staat van Internet.org, zag het bedrijf Free Basics als een manier om mensen het internet op te krijgen door ze gratis te laten kennismaken met de voordelen van internet – een soort voorproefje.

    Voor Facebook werd het pas echt pijnlijk toen de Indiase toezichthouder in februari de zogeheten ‘gedifferentieerde prijsstelling’ van internetbedrijven verbood, waarmee de facto Facebooks Free Basics-systeem van tafel was. Het bedrijf liet weten teleurgesteld te zijn over de uitspraak maar verder te gaan met andere internettoegangsprojecten in India. Vervolgens wekte Marc Andreessen, een investeerder en lid van de raad van bestuur van Facebook, de woede van velen met zijn tweet: ‘Antikolonialisme al decennia economische ramp voor Indiase bevolking. Waarom nu stoppen?’ Zuckerberg was er als de kippen bij om die opmerking scherp te veroordelen. Hij noemde de opmerking ‘ronduit schokkend’. Andreessen bood zijn excuses aan maar volgens Jonnalagadda hebben zijn opmerkingen velen gesterkt in de opvatting dat Facebook volkomen terecht als koloniale macht wordt gezien.

    Het is niet eenvoudig om het hele land van internet te voorzien: er moeten greppels worden gegraven, er moeten websites worden vertaald en er moeten zelfs apen worden getemd

    ‘Vanuit economisch perspectief is kolonialisme het onttrekken van bronnen en handel aan de consument zonder dat er een kapitalistische tussenklasse wordt gecreëerd,’ zegt hij. ‘En dat is precies wat we nu zien: ze onttrekken data aan de consument, ze proberen persoonlijke gegevens los te krijgen en ze proberen hun diensten te verkopen. Maar ze willen niet dat daar mensen tussen staan.’

    De kapitalistische klasse die voor Jonnalagadda’s gevoel ontbreekt in de plannen van Facebook komt naar zijn idee van de grond in Bangalore, een stad die hard bezig is op te klimmen van een geliefde outsourcinglocatie voor westerse bedrijven tot een bedrijvig centrum van plaatselijke start-ups. Jonnalagadda was een van de vier oorspronkelijke leden van Save The Internet, een groep van zo’n honderd activisten die destijds de strijd aanbonden met Facebooks Free Basics-app – een strijd die afgelopen februari in hun voordeel is beslecht.

    De activisten bepleitten dat telecombedrijven niet in staat gesteld zouden mogen worden om bepaalde sites of apps gratis aan te bieden terwijl voor het overige internetgebruik wel betaald moet worden, aangezien ze op die manier een inherente ongelijkheid aanbrengen in het systeem van internettoegang. Gewapend met een grappige video die viraal is gegaan, heeft het bedrijf gelobbyd voor ‘netneutraliteit’, een ruim begrip dat erop neerkomt dat al het internetverkeer gelijk moet worden behandeld. Dat uitgangspunt is inmiddels wettelijk vastgelegd in vele landen, van Amerika tot Nederland.

    Free Basics was in de meeste landen probleemloos van start gegaan, maar in India was het al snel omstreden. Toen activisten en mensen van diverse start-ups hun vraagtekens plaatsten bij de beweegredenen van Facebook om een dergelijke beperkte versie van internet beschikbaar te stellen, reageerde het bedrijf nogal agressief. Er verschenen paginagrote advertenties in kranten waarin de beweringen van de activisten werden weerlegd, in alle grote steden werden posters geplakt en Facebookgebruikers werd gevraagd de toezichthouder te laten weten dat men achter het bedrijf stond. Wat de activisten vooral in het verkeerde keelgat schoot was het feit dat Facebook met alle geweld het beeld probeerde uit te stralen dat het bedrijf een weldoener was die arme mensen internettoegang bood, terwijl ondertussen werd verzwegen dat het bedrijf er garen bij spon.

    Het is niet eenvoudig om het hele land van internet te voorzien: er moeten greppels worden gegraven, er moeten websites worden vertaald en er moeten zelfs apen worden getemd. Toen Jonnalagadda in 2007 bezig was met een publiek-privaat project om internetcentra op te zetten in Indiase dorpen, kwam hij tot de ontdekking dat apen het enig vinden om satellietschotels van het dak te duwen.

    Van de 1,2 miljard inwoners van India zijn er meer dan driehonderd miljoen mensen (voornamelijk in de steden, voornamelijk in de hogere of middenklasse) die internet gebruiken, afgaande op cijfers van de Internet and Mobile Association of India. De technologieindustrie in Bangalore doet het bijzonder goed dankzij een groep ondernemers, en vele Indiërs maken carrière bij Amerikaanse techbedrijven (zoals Googles bestuursvoorzitter Sundar Pichai, of Satya Nedella, die aan het hoofd staat van Microsoft – beiden zijn in India geboren en na hun studie naar Amerika gegaan om te promoveren). Over het hele land neemt het aantal internetverbindingen jaarlijks toe met zo’n twee tot drie procent, afgaande op gegevens van ITU. Die toename valt deels toe te schrijven aan de sterke economische groei in India en de dalende prijs van smartphones – in 2015 heeft India de koppositie van Amerika overgenomen als de op een na grootste smartphoneproducent ter wereld, volgens Counterpoint Research.

    Lessen trekken

    Een onderzoek van Deloitte, uitgevoerd in opdracht van Facebook, toont aan dat met een vergroting van de internetdekking in India de economische-groeicijfers op zijn minst zouden kunnen verdubbelen, waarmee het bruto nationaal product zou stijgen met vijfhonderd dollar per hoofd van de bevolking. Maar de bestaande programma’s om de technologie door het land te verspreiden – programma’s die zijn opgezet door de Indiase overheid, telecombedrijven en ngo’s – krijgen maar heel langzaam hun beslag. De trage voortgang is een van de redenen dat veel activisten de pogingen van Silicon Valley om het internet te verspreiden, niet geheel en al verwerpen. Google wordt geprezen om een pr-beleid dat fijnzinniger zou zijn dan dat van Facebook, maar ook projecten van Facebook hebben geen massale kritiek gekregen – zo lang ze maar toegang boden tot het héle internet.

    Silicon Valleys kapitaal, technologie en de wil om snel te handen, zouden de implementatie van internet kunnen versnellen. Wanneer er wordt gepraat over connectiviteitsprojecten laten Google en Facebook weten dat ze alleen al in de komende paar jaar honderdduizenden gemeenschappen hopen te bereiken. Techbedrijven kunnen investeren in grootschalige projecten en ze kunnen talent inhuren om satellieten, drones en ballonnen te vervaardigen die overal ter wereld kunnen worden ingezet. De kosten die hiermee gepaard gaan zijn betrekkelijk voor bedrijven als Facebook en Google.

    Caesar Sengupta, het veertigjarige hoofd productmanagement van Google, zegt dat India op twee manier heel leerzaam blijkt te zijn voor het bedrijf. Om te beginnen wordt duidelijk hoe men producten moet maken voor mensen die voor het eerst in aanraking komen met internet via een smartphone. Door deze lessen kan het bedrijf niet alleen producten ontwikkelen die geschikt zijn voor opkomende markten, maar ook de apps in het westen verbeteren, zegt hij. Want ook daar komt de nieuwe generatie als eerste via een mobieltje in aanraking met internet.


    Het Free Basics-debacle heeft de Indiase regering en de telecombedrijven met de neus op de feiten gedrukt: men zal voortvarender te werk moeten gaan bij het verbinden van mensen zonder verbinding. Parminder Jeet Singh van IT for Change, een in Bangalore gevestigde ngo die zich inzet om technologie te gebruiken voor sociale doeleinden, zegt dat door deze strijd, die op hoog niveau is uitgevochten, internettoegang nu voor het eerst op de politieke agenda terecht is gekomen.

    In een Facebookpost de avond voor de Free Basics-uitspraak liet Zuckerberg ook al doorschemeren dat het bedrijf lessen probeerde te trekken uit het mislukken van dit project.

    ‘Naarmate onze community in India groter is geworden ben ik beter gaan begrijpen dat we ons moeten verdiepen in de geschiedenis en de cultuur van India,’ schreef Zuckerberg. ‘Ik vind het zeer inspirerend om te zien hoeveel vooruitgang India heeft geboekt bij het opbouwen van zowel een sterk land als de grootste democratie ter wereld, en ik verheug me erop om mijn banden met het land nog verder aan te halen.’

    Het is goed om snel lessen te trekken uit de rel rond het digitale kolonialisme, aangezien dit geschil zich in razend tempo over de wereld zou kunnen verspreiden. Mishi Choudhary van het Software Freedom Law Center, dat pro bono diensten verleent aan ontwikkelaars van opensourcesoftware en dat zich sterk heeft gemaakt voor netneutraliteit in India, is al benaderd door activisten die maar wat graag elders de strijd aanbinden met Free Basics.

    Reizigers op het Centraal Station van Mumbai. Samen met onder meer de Indiase Spoorwegen gaat Google op 400 stations snel internet aanleggen. – © Dhiraj Singh / Getty Images
    Reizigers op het Centraal Station van Mumbai. Samen met onder meer de Indiase Spoorwegen gaat Google op 400 stations snel internet aanleggen. – © Dhiraj Singh / Getty Images

    ‘Ik heb gehoord van mensen in Kenia, in Mexico en ook in landen in Zuidoost-Azië, die zeggen dat wat hier is gebeurd als lichtend voorbeeld dient,’ zegt ze. ‘Men heeft zich gedwongen gezien nog eens goed te kijken naar de zogenaamde keuze die Facebook hen in de maag probeert te splitsen.’

    Maar de misschien wel belangrijkste les beperkt zich niet tot India. Die gaat over het beeld dat de rest van de wereld heeft van de complexe drijfveren van Silicon Valley, en hoe dat beeld botst met het beeld dat de Valley zelf uitdraagt: een stel technici met goede ideeën. In India leiden de zorgen over de macht van de Amerikaanse techbedrijven tot debatten over kolonialisme; in Europa leiden ze tot campagnes over belastingvoordelen en privacy.

    De techbedrijven in India zullen ook onder ogen moeten zien dat het verhelpen van sommige problemen die wereldwijde internettoegang verhinderen, domweg tijd zal kosten. Zolang de stroomvoorziening in bepaalde gebieden gebrekkig is en geregeld uitvalt, zal ook de toegang tot internet moeizaam verlopen. Daarnaast zullen dorpelingen die nooit hebben leren lezen en schrijven niet optimaal gebruik kunnen maken van internet, zelfs al zou het beschikbaar zijn. Zo heeft Google in bepaalde gebieden grote moeite moeten doen om voldoende geschoolde vrouwen te vinden voor de blauwe fietsen.

    Een moeder en haar drie kinderen zitten op een smartphone naar een Bollywoodfilm te kijken die ze binnenhalen via de wifiverbinding van het station

    Op het centraal station van Mumbai heeft Google onlangs snelle wifi geïnstalleerd: dit station is het eerste van honderd stations die dankzij een samenwerking van Google en RailTel van wifi zullen worden voorzien. Dit project staat vermeld in de Indiase begroting als een voorbeeld van een publiek-private samenwerking die, hoewel het nog drie jaar kan gaan duren, het soort internettoegang biedt waar de Indiërs naar hunkeren.

    Om halfzes die middag, terwijl het station zich opmaakt voor een zweterige spits en de mensen binnenstromen om de trein naar Delhi te nemen, is er één gezin dat niet voor de trein is gekomen maar voor de wifi. Een moeder en haar drie kinderen zitten op een smartphone naar een Bollywoodfilm te kijken die ze binnenhalen via de wifiverbinding van het station, terwijl de vader even wat dingen in de buurt doet. Het drama ontvouwt zich, de dansjes wekken verwondering en de film wordt afgespeeld zonder ook maar één seconde te haperen.

    Auteur: Hannah Kuchler
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Hannah Kuchler is correspondent voor de Financial Times in San Francisco.

    In nummer 92 van 360 kunt u een controverse teruglezen over de vraag of de kritiek op Free Basics in India terecht was.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

    kaartje dossier
    Chinezen die in een internetcafé het web op willen, moeten hun identiteitsbewijs tonen. Om zich te registreren op sociale media moet men vaak het eigen telefoonnummer opgeven

    China: Een niet zo nette reus

    1367 miljard inwoners van wie 50,3 % online

    In juni 2015 telde China 688 miljoen internetgebruikers, bijna een op de twee Chinezen, volgens het ‘Jaarrapport ontwikkeling internet’, aangehaald in het tijdschrift Zhongguo wenhua bao. Dat betekent dat het aantal gebruikers in zes maanden tijd met 19 miljoen was toegenomen. Van deze gebruikers heeft 90 procent toegang tot internet via de smartphone.

    Bijna de helft van de nieuwe gebruikers woont op het platteland, waar men bezig is met een forse inhaalslag. De plattelandsbevolking vertegenwoordigt nu slechts 28 procent van de Chinezen met toegang tot internet, hoewel zij nog ongeveer de helft van de totale bevolking uitmaakt. De meest achtergebleven delen van het land (Tibet, Qinghai, Xinjiang) hebben ook het laagste internetgebruik.

    De censuur blokkeert met regelmaat pagina’s, of delen van een site waarvan de inhoud de censor niet bevalt, en laat aansluitingen opheffen. Tegelijkertijd is de toegang tot internet sinds 2009 steeds vaker onderworpen aan het bekendmaken van de identiteit van de gebruiker. Chinezen die in een internetcafé het web op willen, moeten hun identiteitsbewijs tonen. Om zich te registreren op sociale media moet men vaak het eigen telefoonnummer opgeven, waarvan het verkrijgen doorgaans weer afhankelijk is van het tonen van een identiteitsbewijs.

    Buitenlandse websites kunnen binnenkort de verplichting tegemoetzien zich te registreren bij een in China gevestigde provider als zij voor de Chinese internetgebruikers bereikbaar willen blijven.

    Informaticapiraten hebben de gratis diensten van Wikipedia en Facebook gebruikt om de Angolese burger vrije toegang te verschaffen tot films, televisieprogramma’s en muziek

    Angola: Piraterij via Facebook en Wikipedia

    20 miljoen inwoners van wie 19,4 % online

    Zoals onder elk autoritair regime speelt vindingrijkheid een grote rol in Angola. Informaticapiraten hebben de gratis diensten van Wikipedia en Facebook gebruikt om de Angolese burger vrije toegang te verschaffen tot films, televisieprogramma’s en muziek, zo meldt de Amerikaanse website Motherboard.

    In 2014 sloot Wiki een samenwerkingsovereenkomst met de distributeur van telecommunicatie Unitel om de Angolezen met hun smartphone gratis toegang te geven tot de databank van Wikipedia. Het programma, met de naam ‘Wikipedia Zero’, bestaat in 64 landen. Tezelfdertijd introduceerde Facebook in de voormalige Portugese kolonie zijn gratis app Free Basics (die in India de voorpagina’s haalde – zie hoofdartikel).

    Nadat zij data hadden verstopt in de pagina’s van Wikipedia in de Portugese versie, bedienden de Portugese piraten zich van Facebook om hun verbindingen te delen met hun vrienden op het sociale netwerk.

    Dat misbruik van zijn pagina’s stoort de Wikimedia Foundation, die een ‘interventiegroep’ heeft samengesteld om de piraterij tegen te gaan. ‘Indien men in overweging neemt dat Angola al meer dan dertig jaar wordt geleid door een alleenheerser [president José Eduardo dos Santos kwam in 1979 aan de macht], zouden de talenten van de piraten op een dag zeer wel van pas kunnen komen,’ aldus de website. ‘Zij hebben geleerd zich online te organiseren, hun sporen te wissen en documenten te verstoppen en te delen.’

    Op 28 maart van dit jaar werden zeventien politieke tegenstanders van het regime in Angola veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee tot achtenhalf jaar.

    Vandaag de dag betalen de Cubanen twee dollar voor een uur toegang tot een naar adem snakkend internet, een bedrag dat gelijk staat aan tien procent van het gemiddelde maandsalaris

    Cuba: Google in het kielzog van Obama

    Cuba: 11 miljoen inwoners van wie 27,5 % online

    Tijdens zijn officiële bezoek aan Cuba in maart kondigde Barack Obama een enthousiasmerende overeenkomst aan: de komst naar het eiland van de gigant Google in een zaal van het cultureel centrum van een bekende beeldhouwer in Havana, Kcho, met een internetproject dat zeventig keer sneller is dan het bestaande. De ruimte is door Google ingericht met computers, smartphones en onlineverbindingen, en kan veertig mensen tegelijk ontvangen voor gratis toegang tot het web. ‘Een luxe in een land waar de toegang tot een snelle internetverbinding niet hoger is dan één procent,’ aldus de Cubaanse website 14ymedio.

    De inwoners van Cuba moeten met tot dusver doen met een van de veertig plekken waar een wifistation is die tot nu toe door de autoriteiten sinds juli 2015 zijn toegestaan (aan het eind van het jaar zullen het er tachtig zijn), een honderdtal centra waar internet tegen betaling toegankelijk is en een zeer klein aantal privéverbindingen met uitdrukkelijke toestemming van de overheid. En alles wordt beheerd door de officiële en enige provider van alle telecommunicatie op het eiland, Etecsa.

    Vandaag de dag, meldt de website El Toque (een nieuwssite gericht op de jeugd), betalen de Cubanen twee dollar voor een uur toegang tot een naar adem snakkend internet, een bedrag dat gelijk staat aan tien procent van het gemiddelde maandsalaris. De verbinding wordt in 91 procent van de gevallen gebruikt om nieuwe vrienden te maken op Facebook.

    CONTEXT: Welke technologie is nodig voor een snel internet?

    Om van internet gebruik te kunnen maken, moet men er vooraleerst toegang toe hebben. En dat dan met minder vertraging dan eertijds met de oude modems het geval was. In India bijvoorbeeld – waar de verbindingssnelheid een van de traagste ter wereld is, volgens een rapport uit 2015 van Akamai Technologies – zijn er diverse initiatieven van de overheid en uit de privésector om internet met een hoge capaciteit (en dus snelheid) te ontwikkelen. ‘Het Indiase ministerie van telecommunicatie heeft aangekondigd dat het staatsbedrijf BSNL tussen nu en 2017 2500 nieuwe wifistations zal bouwen met een spreiding over het hele land,’ aldus de Amerikaanse website Mashable. ‘Microsoft werkt onderwijl aan het gebruik van de ruimte in het spectrum die niet wordt benut voor het doorgeven van tv-signalen om de Indiërs een betere wifiverbinding te bezorgen.’

    Andere grote Amerikaanse ondernemingen, waaronder Google en Facebook, werken aan de ontwikkeling van innovatieve toegangswegen tot internet voor gebieden die nu nog moeilijk bereikbaar zijn. Beide richten zich vooral op drones die het internetsignaal zouden kunnen doorgeven vanuit de stratosfeer, op meer dan 18 kilometer boven het aardoppervlak. Het Loon-project van Google, waarbij ballonnen worden gebruikt en dat al op kleine schaal is getest, zal in de nabije toekomst op grotere schaal worden ingezet om Sri Lanka te bedienen.

    Volgens Bloomberg is Loon ‘een minder dure oplossing dan onderzeese kabels, die drukke knooppunten als Singapore en Hongkong zouden moeten passeren’. Maar het tijdschrift MIT Technology Review waarschuwt dat alle lopende projecten belangrijke wijzigingen noodzakelijk maken op het gebied van nationale en internationale regelingen en verdragen.

    Beeld bovenaan: Een vrouw checkt haar smartphone in bed. Driehonderd miljoen Indiërs, voornamelijk stedelingen uit de middenklasse, maken nu al gebruik van internet. – © Ramnath Bhat

  • De grote Britse currycrisis

    De grote Britse currycrisis

    Curry mag dan zijn uitgegroeid tot het Britse nationale gerecht, bij de curryrestaurants zit de klad erin. Kan een nieuwe generatie koks uitkomst bieden?

    Om twaalf uur ’s middags begint de vertrouwde geur van verhitte kruiden en gekaramelliseerde uien op te stijgen uit het curryrestaurant Spice Rouge aan de hoofdstraat van Stevenage, terwijl het nog zeker zes tot zeven uur duurt voordat de avonddrukte begint. In de wit betegelde keuken, waar hygiënevoorschriften met plakband aan de muren hangen, is het gezellig vol: er is maar nauwelijks genoeg ruimte voor een fornuis met negen pitten, waarboven een paar pannen gestapeld staan, een friteuse, een kleine tandooroven, een werkblad en een gootsteen. Op planken boven het snijgedeelte staan plastic tubes met Patak’s kruiden.

    Zes koks uit Bangladesh, allemaal uit het heuvelachtige, subtropische district Sylhet, staan in hun plaatselijke dialect te kletsen terwijl ze bezig zijn met het snijden van vier emmers uien (het is vrijdag en het curryrestaurant zal vanavond twee keer zo veel maaltijden serveren als normaal), een zak met tien kilo wortels en een kilo knoflook.
    Dan begint de hoofdkok, de zesendertigjarige Abdul Kadir, met het belangrijkste karwei van de dag: het maken van de ‘basissaus’. Dit magische mengsel zit in een voorraadpot van tien liter die altijd op een hoek van het fornuis staat en is het geheime ingrediënt in vrijwel elke Britse curry. De saus is een mengsel van uien, wortels, knoflook, gember, kurkuma en andere specerijen en kan met een paar snelle handelingen omgetoverd worden tot madras, bhuna, vindaloo of een van de andere standaardgerechten in een curryrestaurant. Hij staat anderhalf uur te pruttelen en dan gaat het vuur uit en blijft de saus tot de avond staan rusten.

    Door de zwakke Britse pond zijn de prijzen van de uit India geïmporteerde specerijen verdubbeld

    Tegen drie uur in de middag is de hectiek van de voorbereidingen voorbij en trekken de koks zich terug in een appartement van zes kamers boven het restaurant, waar ze een paar uur kletsen, een dutje doen, computerspelletjes spelen of, als belijdende moslims, bidden. Tegen de tijd dat de eerste klanten het restaurant binnenkomen, is alles is klaargemaakt. Als dat niet zo was, zouden de koks nooit de stroom bestellingen kunnen verwerken.

    Minder winstgevend

    In het nep-Tudorgebouw van de Spice Rouge huisde vroeger de White Hart-pub, maar vijf jaar geleden werd het pand door Oli Khan overgenomen en verbouwd. Khan, ook afkomstig uit Sylhet, is een lange man, met dun, verzorgd sikje, dikke paarse stropdas en smetteloze Land Rover Discovery. Er zijn nog acht curryrestaurants in deze straat, maar Khan 
had de titel van National Curry Chef of the Year op zijn naam staan en zijn restaurant werd een succes.

    Toch gingen de zaken afgelopen jaar slechter dan het jaar daarvoor en Khan maakt zich zorgen over de toekomst. De prijs van een curry, geliefd bij het Britse publiek, dat het echter altijd als een goedkope maaltijd heeft beschouwd, is in twintig jaar tijd nauwelijks veranderd, terwijl de kosten snel stijgen. Door de zwakke Britse pond zijn de prijzen van de uit India geïmporteerde specerijen verdubbeld. Spijsolie en rijst zijn duurder geworden en de personeelskosten blijven stijgen. ‘We zijn veel minder winstgevend. Onze winstmarge was vroeger 20 procent, nu nog maar 10 procent. Personeel is een groot probleem,’ zegt Khan.


    Al zeker sinds de jaren veertig van de vorige eeuw 
is Groot-Brittannië verliefd op curry en in de jaren daarna zijn in het hele land, tot in de kleinste dorpjes, meer dan twaalfduizend curryrestaurants als paddenstoelen uit de grond geschoten. Vroeger 
hoefden de curryrestaurants alleen te concurreren met Chinese afhaalrestaurants, shoarmazaakjes en fish and chips-snackbars. De afgelopen tien jaar is 
er een snelle opkomst geweest van ketens als Pizza Express en Nando’s. Curryrestaurants zijn bijna allemaal familiebedrijven en vaak alleen ’s avonds open. In het weekend doen ze de meeste zaken. Ook kregen ze last van het imago dat ze vet en ongezond voedsel zouden serveren aan mannen vol bier.

    Ondertussen heeft de trend om voor avontuurlijker voedsel te kiezen zich onder het Britse publiek verspreid, volgens Peter Backman, directeur van het bureau Horizons, dat de ontwikkelingen in de voedingssector bijhoudt. Gerechten uit het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten zijn vorig jaar populairder geworden, net als de Vietnamese keuken, ceviche en het Canadese gerecht poutine. ‘Mensen zijn op zoek naar iets nieuws, iets authentieks en opwindends. Wordt er dan ergens zoiets geopend, dan gaan ze daarheen, in plaats van naar waar ze voorheen altijd gingen eten, zoals curryrestaurants,’ zegt hij. ‘De meest vernieuwende en succesvolle spelers in de markt zijn vaak de ketens. Die hebben meer slagkracht op het gebied van marketing en kunnen de juiste plekken bemachtigen, wat voor een kleinschalig, onafhankelijk curryrestaurant lastiger is.’

    Een bekende Indiase restauranthouder heeft, onofficieel, gezegd dat de curry’s van Marks and Spencer beter zijn dan die van de meeste curryrestaurants

    De grootste curryverkoper van het land is nu pubketen JD Wetherspoon, maar steeds meer mensen blijven thuis om hun eigen vindaloorecept uit te 
proberen. Bovendien hebben consumenten dankzij het uitgebreide aanbod van supermarkten een grotere keus aan kant-en-klare maaltijden dan ooit: 
een bekende Indiase restauranthouder heeft, onofficieel, gezegd dat de curry’s van Marks and Spencer beter zijn dan die van de meeste curryrestaurants.

    Er staat veel op het spel. Curryrestaurants bieden werk aan zo’n 100.000 mensen en hebben een jaarlijkse omzet van 4,2 miljard pond, volgens gegevens die vorig jaar verzameld zijn door Lord Karan Bilimoria, de bestuursvoorzitter van Cobra Beer en lid van de currycommissie van het Britse parlement, 
die de regering adviseert. ‘Het is crisis in de sector,’ zegt hij. ‘Veel restaurants gaan dicht en nog veel meer kunnen amper het hoofd boven water houden.’

    Vers gemaakte curry op het Brick Lane Curry Festival in 2009. – © Marco Secchi / Getty
    Vers gemaakte curry op het Brick Lane Curry Festival in 2009. – © Marco Secchi / Getty

    Khan is behalve eigenaar van Spice Rouge ook vicevoorzitter van de Bangladesh Caterers Association (BCA), de grootste van de vele vakorganisaties die de currybedrijfstak zeggen te vertegenwoordigen. Ook de BCA gebruikt het woord ‘crisis’ en waarschuwt dat een derde van de curryrestaurants in het land binnenkort failliet dreigt te gaan. Khan gebruikt Stevenage als voorbeeld van wat er in het hele land gebeurt: ‘Vier jaar geleden waren er in Stevenage nog tweeëndertig curryrestaurants. Nu zijn het er nog achttien, denk ik. Veel zijn gesloten.’

    Van vader op zoon

    De hedendaagse Britse curryrestaurants hebben een smalle stamboom: 80 tot 90 procent van de eigenaren komt uit Sylhet, een stad van zo’n 500.000 inwoners in het oosten van Bangladesh, op de grens met de Indiase regio Assam. Sylhet staat niet bekend om zijn keuken: volgens Lizzy Collingham, schrijfster van Curry: A Biography, is de opvallendste specialiteit van de stad gedroogde puntivis.

    Ook waren de mensen die uit Sylhet naar Groot-Brittannië kwamen geen koks: het waren oorspronkelijk zeelieden, ingehuurd als stokers op de Britse stoomschepen. In het Londense East End vestigde zich in de jaren veertig een kleine gemeenschap en enkele ondernemende Sylheti’s begonnen al snel een pension of café en lieten hun familieleden overkomen. ‘Ze serveerden vaak Engels eten, en daarnaast ook wat curry en uiteindelijk ontwikkelden ze zich tot curryrestaurants. In de jaren zestig kwamen er veel immigranten hierheen om in de textiel- of de autoindustrie te werken en in die tijd zag je een hausse aan Indiase restaurants,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Dan zie je dat één persoon die een restaurant heeft, zijn familie inschakelt voor de bediening. Emigranten uit Sylhet komen vaak terecht in een familienetwerk. Daarna gaan ze weg om hun eigen restaurant te openen. Zo werkt het in India. De restaurants gaan over van vader op zoon.’


    Maar wat in de jaren zeventig en tachtig een kracht was, is nu een zwakte. Eerstegeneratie-curryondernemers beginnen met pensioen te gaan, maar hun kinderen, die vaak een universitaire opleiding hebben, kiezen liever een ander beroep.

    Zelfs Uber, het taxiappbedrijf, heeft volgens Khan schuld aan de moeilijkheden in de currysector. ‘Veel mensen in Londen zijn bij Uber gegaan, waaronder koks, tandoorimakers, kelners, bedrijfsleiders, zelfs restauranteigenaren,’ zegt hij. ‘We halen niet meer de winsten van vroeger en nu hebben veel mensen liever dat vrije leven.’

    Mensen die niet uit Bangladesh komen, zijn ook niet happig op werk in deze sector. Khan vertelt dat hij 
in het verleden wel Oost-Europeanen in dienst heeft genomen, maar dat die snel weer vertrokken. ‘Het is heel simpel: ze willen dit werk gewoon niet doen,’ zegt hij.

    Een 1,75 miljoen kostend ‘currycollege’ in 2012, bedoeld om Britse koks op te leiden, werd binnen een jaar alweer afgeblazen

    Een 1,75 miljoen kostend ‘currycollege’ in 2012, bedoeld om Britse koks op te leiden, werd binnen een jaar alweer afgeblazen, omdat er niet genoeg deelnemers op af kwamen. Uitgangspunt voor de overheid bij de immigratieregelgeving was in die tijd dat ‘we geen mensen hoeven aan te trekken om werk te doen dat ook door Britse burgers gedaan kan worden, als ze de juiste opleiding en ondersteuning krijgen’. Minister van Financiën George Osborne herhaalde dat standpunt onlangs nog eens: ‘We eten allemaal graag een heerlijke Britse curry, maar we willen dat currykoks in Groot-Brittannië worden opgeleid.’

    Volgens de BCA betekent de immigratiepolitiek van de regering ‘het einde van onze bedrijfstak’. Het ministerie van Binnenlandse Zaken publiceert geen gegevens over visa per bedrijfstak, maar het aantal werkvisa dat is verstrekt aan mensen uit Bangladesh is gedaald van 40.393 in 2009 tot 23.278 vorig jaar. Vanaf april dit jaar moeten restaurants aan een kok van buiten de EU een minimumsalaris betalen van 35.000 pond (43.226 euro), of 27.750 pond (34.272 euro) met kost en inwoning, om een visum te kunnen krijgen. Eerder al hadden overheidsmaatregelen ervoor gezorgd dat studenten uit Bangladesh, een belangrijke bron van flexibele arbeidskrachten in drukke weekenden, niet langer in curryrestaurants mogen werken.

    Khan betaalt zijn koks nu tussen de 18.000 pond (22.230 euro) en 25.000 pond (30.876 euro) en klaagt dat alleen de meest succesvolle curryrestaurants deze nieuwe hobbel zullen kunnen nemen.

    De curry restaurants op Brick Lane. – © Oli Scarff / Getty
    De curry restaurants op Brick Lane. – © Oli Scarff / Getty

    Er is geen landelijke currykampioen opgekomen 
die het hele Verenigd Koninkrijk bestrijkt. De grootste ketens zijn regionaal, zoals de Aahrah Group, 
die zestien restaurants heeft in Yorkshire, en de 
Harlequin Leisure Group, die onlangs vier van zijn veertien restaurants in Schotland heeft verkocht.

    Het Indiase subcontinent kent geen traditie van grote restaurantbedrijven, zegt Lawrence Frederick, 41, bedrijfsleider van zes Londense vestigingen van Saravanaa Bhavan, een vegetarisch restaurant uit Chennai, dat overal ter wereld franchisenemers heeft. ‘Een succesvol Indiaas restauranthouder heeft één, hooguit twee restaurants,’ zegt hij.

    Zonniger dan ooit

    Het mag dan crisis zijn onder de Britse traditionele curryrestaurants, maar er is nog wel hoop voor het eten dat zij maken. Nieuwe bezorgdiensten als Just Eat en Deliveroo hebben volgens Peter Backman de kansen van curryrestaurants ten opzichte van de ketens verbeterd, omdat ze betere afzetmogelijkheden bieden. Ondertussen hebben de vooruitzichten voor nieuwe Indiase restaurants er nooit zonniger uitgezien, nu ondernemers proberen het gat te vullen tussen curryrestaurants en dure, luxueuze Indiase restaurants.

    Cafe Bangla curry house op Brick Lane in London. Steeds meer mensen blijven thuis om hun eigen vindaloorecept uit te proberen. – © Oli Scarff / Getty
    Cafe Bangla curry house op Brick Lane in London. Steeds meer mensen blijven thuis om hun eigen vindaloorecept uit te proberen. – © Oli Scarff / Getty

    De grootste pizza- en hamburgerketens in het 
Verenigd Koninkrijk zijn opgezet door Britse ondernemers en niet door Italianen of Amerikanen. Maar bijna iedereen die in de currysector werkt, gelooft dat de band met het land van oorsprong een magisch ingrediënt blijft. ‘Dit is een kunst en je moet Indiaas zijn om die echt te doorgronden: hoe je de specerijen maalt en mengt, hoe je het juiste mengsel precies lang genoeg laat fermenteren,’ zegt Frederick bij Saravanaa Bhavan. ‘Indiaas eten vereist speciale vaardigheden,’ zegt Lord Bilimoria bij Cobra. ‘Daarvoor moet er een Zuid-Aziatische kok zijn. Je kunt niet zomaar iemand aannemen en die een recept laten volgen.’

    Khan is het daar niet mee eens. ‘Curry zit mensen in het bloed. Mensen zijn er echt aan verslaafd,’ zegt hij. Curry, zo voorspelt hij, zal zich blijven ontwikkelen. ‘In onze bedrijfstak is iedereen welkom. Kom, en doe mee. Dit is nu Britse curry. Het is niet Bengaals of Indiaas, het is Brits en iedereen kan het.’

    Auteur: Malcolm Moore
    Vertaler: Annemie de Vries

    Beeld bovenaan: Lamscurry van Cafe Bangla. – © Oli Scarff / Getty

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk
 | dagblad | oplage 448.000
    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.