Reden is de Amerikaanse aanvallen op mogelijke drugsschepen
De Colombiaanse president Gustavo Petro nam het besluit dinsdag naar aanleiding van de Amerikaanse bombardementen op schepen die verdacht worden van drugshandel in het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. Bij deze aanvallen zijn minstens 76 mensen om het leven gekomen.
‘Op alle niveaus van de inlichtingendiensten is opdracht gegeven om het verzenden van communicatie en andere operaties naar Amerikaanse veiligheidsdiensten op te schorten’, maakte de leider bekend op X. Hij voegde eraan toe dat dit besluit ‘van kracht blijft zolang de raketaanvallen op schepen voortduren’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Samenwerking met de Verenigde Staten’ op het gebied van inlichtingen is echter ‘cruciaal voor Colombia, met name vanwege de wijdverbreide georganiseerde misdaad die het land teistert’, benadrukt El País. Het Amerikaanse vliegdekschip Gerald R. Ford is dinsdag aangekomen voor de kust van Latijns-Amerika. Dit markeert een aanzienlijke toename van de militaire middelen die Washington in de regio inzet en een toename van de spanningen met Venezuela, dat spreekt van een ‘imperialistische’ dreiging.
Voor inwoners van Kirkenes, op de grens van Noorwegen en Rusland, is spionage een alledaags gegeven. ‘Iedereen heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt.’
Frode Berg werkt bij de douane en staat op het punt met pensioen te gaan, als hij in 2014 voor het eerst wordt gerekruteerd door de Noorse inlichtingendienst (NIS). Berg is gestationeerd in Kirkenes, een stad met 3500 inwoners, gelegen tussen de dennenbossen en rotsachtige fjorden in het noorden van Noorwegen, op zo’n acht kilometer van de Russische grens. Kirkenes staat bekend om twee dingen: koningskrab en spionnen. Berg weet dan ook van de activiteiten van de NIS. Zijn baan brengt hem vaak naar Rusland en in de loop der jaren leerde hij een handjevol NIS-ambtenaren kennen, waaronder de functionaris die hem om zijn medewerking vraagt. Maar nooit eerder is hij gevraagd om namens de Noorse overheid risico’s te nemen. Nu wil de functionaris dat hij een envelop met 3000 euro in contanten over de grens brengt en vandaar naar een adres in Moskou verzendt. Een kort uitstapje naar Rusland is voor hem niet ongewoon, dus stemt Berg ermee in. ‘Ik zeg overal ja op,’ vertelt hij me.
In de daaropvolgende maanden reist Berg zes keer naar Rusland met enveloppen vol geld, die hij volgens de instructies op de post doet. In elke envelop zit een briefje waarop staat dat het geld gewonnen is met pokeren. Na verloop van tijd krijgt Berg een nieuw contactpersoon en worden de verzoeken veeleisender. Het gaat niet meer alleen om het vervoeren en opsturen van geld, maar hij moet ook een keer een geheugenkaart smokkelen. Bij elke afspraak voelt Berg zich ongemakkelijker worden. Meer dan eens probeert hij ermee te stoppen, maar zijn nieuwe contactpersoon blijft aandringen. Uiteindelijk stemt hij in met een laatste opdracht.
Tijdens die laatste opdracht, vlak voor Kerstmis 2017, wordt zijn ergste angst bewaarheid: hij wordt bij zijn hotel in Moskou opgepakt door de FSB, de Russische binnenlandse veiligheidsdienst. FSB-agenten brengen hem naar de beruchte Lefortovo-gevangenis.
Afluisterposten
Tijdens het proces maken de Russen duidelijk wat zijn opdrachtgevers hem niet hadden verteld: de geheugenkaart blijkt vragen te bevatten over onderzeese wapensystemen. En de ontvanger van het geld dat Berg postte – een werknemer op een scheepswerf van de staat – blijkt een dubbelagent te zijn. In 2019 wordt Berg schuldig bevonden aan spionage. Zeven maanden later keert hij bij een gevangenenruil naar huis. Als hij in Oslo landt, zijn de eerste woorden die hij zich herinnert afkomstig van een ambtenaar van het ministerie van Defensie. ‘Welkom thuis,’ zegt de ambtenaar. ‘We bieden je vier miljoen kronen [bijna 350.000 euro].’
Bergs verwikkeling in de plaatselijke spionagescene – zo vernam ik tijdens mijn bezoek aan Kirkenes in mei – is een ervaring die, zij het in minder extreme mate, door veel inwoners wordt gedeeld. ‘Iedereen in Kirkenes heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt,’ zegt Thomas Nilsen, redacteur van de regionale krant Independent Barents Observer. Kirkenes en de omliggende regio zijn al tientallen jaren van strategische waarde voor de NAVO. Afluisterposten staan verspreid in het ruige landschap om het reilen en zeilen bij de buren in de gaten te houden. Rusland heeft verschillende militaire bases in het gebied, waaronder het hoofdkwartier van de Noordelijke Vloot. De oorlog in Oekraïne heeft de elektronische afluisterpraktijken dringender en, voor Rusland, ongewenster gemaakt. De stemming in de stad is sinds de invasie veranderd. Volgens burgemeester Lena Bergeng is spionage ‘nu meer een dagelijks thema in de gemeenschap. Voorheen dachten we er niet over na, nu is iedereen zich ervan bewust’.
Inwoners die regelmatig de grens oversteken, worden al sinds mensenheugenis benaderd door Noorse inlichtingenofficieren (sinds het begin van de oorlog is het aantal mensen dat de grens oversteekt verminderd). Een debriefing – de vraag om informatie over Rusland aan inwoners die net Rusland hebben bezocht – komt het meest voor. Voor de meesten zijn dat onwelkome vragen. De potentieel beste bronnen zijn ook diegenen die het meest bedreigd kunnen worden door de samenwerking – mensen met zakelijke belangen of persoonlijke connecties in Rusland. Rune Rafaelsen, de voorganger van Bergeng als burgemeester, zegt dat inwoners van Kirkenes die in Rusland werkten vaak radeloos naar zijn kantoor kwamen na contact met Noorse inlichtingenofficieren. Verzoeken konden ingrijpend en riskant zijn. In één geval, herinnert Rafaelsen zich, vroegen agenten van de NIS – die weigerde commentaar te geven op dit verhaal – de eigenaar van een bedrijf met kantoren in Moermansk om een van hen in dienst te nemen, als dekmantel.
Tot hun verbijstering en irritatie worden inwoners van Kirkenes soms benaderd door zowel de NIS als de PST, de binnenlandse veiligheidsdienst van Noorwegen. Agenten van de ene dienst komen langs, stellen vragen en vertrekken weer, en kort daarna arriveren agenten van de andere dienst en herhaalt het proces zich. ‘Het wordt vervelend om steeds dezelfde vragen te moeten beantwoorden,’ zegt journalist Bård Wormdal, wiens nieuwe boek Spionkrigen [Spionnenoorlog] spionage in arctisch Noorwegen beschrijft.
Ook de Russen hebben hun agenten onder de inwoners van Kirkenes
Bijna iedereen in Kirkenes weet wie de spionnen zijn. ‘Als iemand zegt dat ie in het leger werkt,’ zegt Torbjørn Brox Webber, een Lutherse priester die in Kirkenes woont, ‘en jij vraagt wat ie daar precies doet, en diegene begint over het weer te praten, dan weet je genoeg.’
Ik bezocht Kirkenes aan het begin van de zomerzonnewende. De stad straalde geheimzinnigheid uit die past bij de clandestiene activiteiten die er plaatsvinden. Overdag was er weinig verkeer in de door de zon gebleekte straten; ’s nachts wierp het schemerige licht een griezelige sluier over de rode, blauwe en gele huisjes rond het fjord.
Ik ontmoette Berg op een ochtend aan het fjord, voor mijn hotel, waar hij me over zijn ervaringen zou vertellen. Hij oogt oprecht en opa-achtig en kijkt met mededogen naar zijn medemensen, zelfs naar de Noorse inlichtingenofficieren die er verantwoordelijk voor zijn dat hij twee jaar in een gevangenis in Moskou zat.
We zochten een plek in de verlaten hotelbar – Berg wilde uitzicht op de ingang, met de rug naar de muur –, en ik ging koffie voor ons halen. Tot mijn schrik trof ik zijn stoel leeg aan toen ik terugkwam. Ik dacht dat ik per ongeluk iets had aangeroerd wat zijn argwaan had gewekt. Was hij gedrogeerd? Waren onze drankjes vergiftigd, of zelfs bestraald? Dat zijn tenslotte allemaal zaken die niet uitsluitend in spionagefilms voorkomen. Ik stond nog met onze mokken in de hand de situatie te overdenken, toen ik Berg terug zag komen van zijn auto. Hij was vergeten zijn mobiele telefoon daarin achter te laten, zei hij. Het was een gewoonte die hij had ontwikkeld voor wanneer hij nieuwe mensen ontmoette, vanwege de vele veiligheidslekken in moderne smartphones. Het was niets persoonlijks.
Ook de Russen hebben hun agenten onder de stedelingen. Toen ze Berg ondervroegen, vertelden FSB-officieren wat ze allemaal niet over Kirkenes wisten, tot aan het privéleven van individuele NIS-functionarissen toe. Tot Bergs verbazing wisten ze zelfs over alcoholproblemen in de familie van een van zijn opdrachtgevers, een detail dat de man zorgvuldig had stilgehouden. Andere Noren die door de FSB waren ondervraagd, hadden soortgelijke onthullingen gedaan. In één geval lieten Russische inlichtingenofficieren een Noor in hechtenis een foto zien van de woonkamer in een flat op de derde verdieping in Kirkenes – hij nam aan dat die door een drone gemaakt moest zijn.
Paranoia
Journalisten begonnen voor het eerst over deze gebeurtenissen te schrijven rond de tijd dat naar buiten kwam dat Berg voor de NIS had gewerkt. De inwoners van Kirkenes reageerden verbaasd. Hoe kon het dat de Russische inlichtingendienst zo vrij kon opereren? Paranoia begon de overhand te krijgen en belemmerde de bereidwilligheid om samen te werken met de Noorse autoriteiten. Eén inwoner, vertelde Rafaelsen, besloot na een debriefing door Noorse inlichtingenofficieren om helemaal geen zaken meer over de grens te doen, uit angst dat de FSB er anders achter zou komen en hem zou arresteren. Moskou heeft genoeg mogelijkheden om te rekruteren in de omgeving van Kirkenes, waar tegenwoordig meer dan driehonderdvijftig Russen wonen en een enkele Noorse informant.
De spionnen hoeven niet eens aan de Noorse kant van de grens te wonen. In 2019 bezocht een delegatie van Russisch-orthodoxe priesters Kirkenes in het kader van een stedenband met Severomorsk, waar het hoofdkwartier van de Russische Noordelijke Vloot is gevestigd. Ze toonden belangstelling in een enigszins onverwacht onderwerp: het beheer van het lokale drinkwater. Hun bereidwillige gastheren toonden een pompstation bij de haven, aldus Nilsen, de redacteur van de krant. Twee van de priesters vroegen vervolgens of ze het waterreservoir mochten zien, dat een paar kilometer buiten de stad ligt. In eerste instantie stemden de plaatselijke ambtenaren toe. Maar de politiechef was minder enthousiast. Ze twijfelde of het wel een wijs plan was en uiteindelijk schrapten de begeleiders van de delegatie de excursie. (Ook de stedenband werd later verbroken.)
Er waren genoeg redenen om sceptisch te zijn over de bedoelingen van de priesters: over banden tussen de orthodoxe kerk en de Russische veiligheidsdiensten bestaat veel informatie, en sommigen in Kirkenes veronderstelden dat de priesters de drinkwatervoorziening van de stad in kaart wilden brengen: nuttige informatie voor duistere scenario’s. Anderen dachten dat het verzoek minder snoodaardig bedoeld was. Volgens geestelijke Brox Webber was infrastructuur een centraal gespreksonderwerp toen hij een paar jaar geleden Russische grenssteden bezocht. Het barre Arctische klimaat bemoeilijkt de voorziening van de meest elementaire moderne gemakken, zoals stromend water en verwarming. ‘Ik zeg niet dat het er niet bedenkelijk uitzag,’ zegt hij over de priesters, ‘maar op een plek als deze zijn mensen per definitie erg geïnteresseerd in infrastructuur.’
Gemeenschapsgevoel wordt ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan
Het incident illustreert de dubbelzinnigheid van de spionagespelletjes in dit grensgebied. Er bestaat genoeg echte spionage, en het bagatelliseren van de dreiging kan inlichtingendiensten van de tegenpartij in de kaart spelen. Toegeven aan paranoia brengt echter ook risico’s met zich mee: overbodige of abusievelijke waarschuwingen ondermijnen de inspanningen om het gevaar van echte spionnen te ontdekken. Sociaal vertrouwen en gemeenschapsgevoel worden ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan. De lokale bevolking heeft zo zijn vermoedens over wie er met de FSB samenwerkt, maar de meesten proberen de gekte te voorkomen die kan ontstaan als dat soort gedachten wortel schiet.
‘Als je denkt dat elke Rus hier in Kirkenes een spion is, dan ben je een angsthaas,’ zegt Webber. Ook Gunnar Reinholdtsen, die twee decennia als hoofd van de NIS-vestiging werkte voordat hij drie jaar geleden met pensioen ging, maakt zich er niet al te veel zorgen over. ‘In de dienst wordt het wel gezien als een zorg,’ zegt hij. ‘Er wordt gezegd: “In Kirkenes, daar zijn veel te veel Russen.” Maar er zijn meer Russen in Oslo.’
Russische vissersvloot
Toen ik er arriveerde, was Kirkenes een van de weinige havens in Europa die na de invasie van Oekraïne open bleven voor de Russische vissersvloot. De haven domineert de waterkant: een betonnen strook van een kilometer lang vol met pakhuizen en bezaaid met hoge stapels fuiken voor de koningskrab. Een half dozijn gammele pieren steekt uit in het fjord. In normale tijden deden boten de haven zo’n achthonderd keer per jaar aan; ongeveer de helft daarvan betrof het Russische vissersschepen die aanmeerden voor wisseling van de bemanning, bevoorrading of reparaties. Nu de Russische dagjesmensen zijn verdwenen, is de lokale economie meer dan ooit afhankelijk van deze vissersboten. Een paar dagen voor mijn aankomst leek een verandering van het sanctiebeleid in Oslo erop te wijzen dat scheepswerven helemaal niet meer aan Russische trawlers zouden mogen sleutelen – een stap waardoor de dokken in Kirkenes vrijwel geheel dreigen te sluiten.
De Russische boten brengen geld in het laatje, maar tegen de tijd dat ik er op bezoek was, was de relatie met hen verzuurd. Burgemeester Bergeng schrijft die verandering niet alleen toe aan de Russische invasie in Oekraïne, maar ook aan Skyggekrigen [De Schaduwoorlog], een driedelige documentaire geproduceerd door de nationale omroepen van Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland, waarin wordt beweerd dat veel Russische vissers- en onderzoeksschepen hetzij dubbelspel spelen als spion, hetzij de basis leggen voor toekomstige sabotage.
‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt?
Russische vissers die Kirkenes aandoen, gedroegen zich de laatste tijd inderdaad vreemd. Afgelopen zomer werd een bootje van een trawler in het water gegooid en vervolgens op de motor naar de Strømmenbrug gevaren, een verboden militaire zone. In januari liepen twee vissers door de stad in kleding die veel leek op Russische militaire uniformen, wat de kapitein van het schip een standje opleverde van de plaatselijke politie. Kirkenes kan worden omschreven als een soort laboratorium, zegt Nilsen, de redacteur van de krant. ‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt? Wat zal Noorwegen accepteren?’
Op 17 mei viert Noorwegen de Dag van de Grondwet. Noren halen dan hun bunads tevoorschijn – versierde wollen outfits waarin ze eruitzien als negentiende-eeuwse boeren die naar de kerk gaan – en daarin marcheren ze met de nationale vlag door de stad en begroeten elkaar met een vrolijke wens die normaal gesproken alleen wordt gebruikt om iemand een ‘gelukkige verjaardag’ te wensen. Het weer was die dag omgeslagen en in de regen zocht ik beschutting in een paviljoen in het park. Ik had gehoord dat Russische vandalen het paviljoen hadden beklad met pro-oorloggraffiti, maar tegen de tijd dat ik daar aankwam, was die al weg.
Een paar minuten later strompelen twee vrouwen van middelbare leeftijd de trappen van het paviljoen op. Ze spreken Russisch op gedempte toon. De ene is tenger en springerig, de capuchon van haar jas strak over haar haar getrokken. Haar metgezel daarentegen ziet er bedaagd en deftig uit. Ze lijken me eerst niet op te merken, maar halverwege de trap geeft de eerste vrouw haar vriendin een por en ze lijkt in een rol te schieten. ‘Oh, gelukkige verjaardag,’ zei ze, in gebrekkig Noors. Het valt me op dat de vrouwen allebei een Noorse vlag vasthouden. Ik vraag hun of ze naar de ochtendoptocht van de kinderen zijn geweest. De eerste vrouw kijkt nerveus. Haar vriendin schudt het hoofd. Er blijft een stilte hangen. Uiteindelijk strekt de tweede vrouw haar handpalmen uit en zegt in gebroken Noors: ‘We zijn gewoon twee oude dames.’ Het klinkt een beetje raar, alsof ze m’n wantrouwen – dat ik overigens geenszins had getoond – wilden wegnemen.
Stilaan houdt het op met regenen, en ik laat de twee vrouwen achter terwijl ze zachtjes met elkaar praten in het paviljoen. Als ik omkijk, staren ze in mijn richting en lijken ze te overleggen. De ontmoeting stelt me niet op mijn gemak, en ik besluit een rondje door de buurt te maken.
Als ik terugkom, zijn de twee vrouwen verdwenen en hebben ze plaatsgemaakt voor een jongere vrouw met roestkleurig haar. Ze zit op een bankje en kijkt gebiologeerd naar haar telefoon, alsof ze met een belangrijke boodschap bezig is. Als ze merkt dat ik de trappen van het paviljoen beklim, stopt ze haastig haar telefoon in een hoesje en staart me aan. Ik besef dat ik iets belangrijks heb verstoord. Ik begroet haar in het Noors, maar het enige wat ik terugkrijg, is haar aanhoudende, onverstoorbare blik.
Verdachte figuren
Tijdens de wandeling terug naar mijn hotel krijg ik het gevoel dat ik een van de vrouwen – de deftige – al eens eerder heb gezien. Al snel vind ik haar in mijn dossier met informatie, op screenshots van de Twitter-tijdlijn van het Russische consulaat. Daar is ze te zien bij een controversiële herdenking van de rol van de Sovjet-Unie bij het verdrijven van de nazi’s uit Noorwegen, die een week eerder was gehouden bij een monument van een zegevierende Sovjetsoldaat op een heuveltop in het centrum van Kirkenes. De ceremonie was een wat rommelige en overdreven patriottistische aangelegenheid. Een paar Russen verwijderden een plaquette die de standrechtelijke executie van een Oekraïense krijgsgevangene memoreerde. Ik bekijk de tijdlijn van het consulaat nog eens en stuit op een ander bekend gezicht: de vrouw met het roestkleurige haar. Ze hield afgelopen herfst een boeket rozen vast bij een herdenking van de Tweede Wereldoorlog.
Ik wist niet wat het allemaal betekende. Waarschijnlijk niets. Of toch wel? Zou het kunnen dat ik na een paar midzomerdagen en ondergedompeld in de spionageverhalen van Kirkenes ook was bezweken aan paranoia en wantrouwen? Er was niet veel tijd meer om verder onderzoek te doen – ik zou de volgende ochtend vertrekken – maar ik wilde weten of ik een van mijn paviljoengangers tegen zou komen bij de middagparade. Dat was niet het geval, maar de parade kreeg wel een mysterieus tintje. Volgens Rafaelsen, de voormalige burgemeester, waren agenten van de PST-contraspionage op pad, om in de gaten te houden wie van de lokale bevolking bevriend was met de Russen. ‘Ik ken ze heel goed,’ zei Rafaelsen over de agenten. ‘Het zijn echte familiemensen.’
Maar op deze dag, een feestdag die de Noren traditioneel met familie doorbrengen, liepen de agenten moederziel alleen door de stad. Rafaelsen herkende een van hen als de agent die hem een jaar eerder had ondervraagd over zijn reizen naar het buitenland en zijn buitenlandse contacten, en realiseerde zich dat zij hem leek te volgen. Hij lachte haar uit en liep door.
Voor de lokale bewoners horen dit soort ontmoetingen gewoon bij het leven. Maar als bezoeker vond ik de surveillance wel wat zenuwslopend. Tijdens mijn wandeling door de stad eerder op die dag, had ik een aantal individu’s zien rondlopen in donkere pakken – de standaard 17-meikleding voor degenen die niet in een bunad gekleed gaan. Waren dat agenten van de contraspionage? En wat zouden ze denken van mijn ontmoetingen in het paviljoen? Het was een bruikbare herinnering aan het belangrijkste obstakel om inlichtingen te kunnen verzamelen in een stadje zo klein als Kirkenes: op plekken als deze is het moeilijk om iets geheim te houden.
Sinds de spanningen op het wereldtoneel zijn toegenomen, staan de inlichtingendiensten op scherp. Maar volgens het hoofd van de Zweedse contraspionage zijn er vooral veel schermutselingen tussen totalitaire regimes en democratieën, en keren we niet terug naar de Koude Oorlog.
Te oordelen naar de omvang van zijn spionageactiviteiten steekt Rusland veel meer energie in het infiltreren in de Zweedse samenleving dan in de Deense. Of het moet zo zijn dat de inlichtingendienst onder leiding van voormalig KGB-agent Vladimir Poetin minder succesvol is geweest aan de Deense zijde van de brug over de Sont [de zeestraat tussen beide landen].
Vertrouwelijke documenten
In april raakte de inlichtingenwereld in beroering nadat was gebleken dat de jonge Amerikaanse militair Jack Teixeira honderden vertrouwelijke documenten van het Pentagon had gelekt. Op de website UnHerd stelde militair historicus Edward Luttwak echter dat het overgrote merendeel van deze documenten helemaal niet ‘top secret’ is: ‘Er worden reusachtige hoeveelheden pseudogeheime documenten gefabriceerd. Dat gebeurt telkens wanneer een functionaris een stukje commentaar toevoegt aan de lange samenvattingen van mediapublicaties die Amerikaanse diplomatieke posten, waar ook ter wereld, dagelijks uitspuwen.’
In iets meer dan tien jaar tijd zijn er in Denemarken slechts twee veroordelingen uitgesproken op grond van een wetsartikel dat lichte gevallen van spionage strafbaar stelt. De ene betrof een Finse hoogleraar aan de Universiteit van Kopenhagen, de andere een jonge Russische chemisch ingenieur aan de Technische Universiteit van Denemarken. Tijdens een proces achter gesloten deuren in Aalborg, in Noord-Jutland, werd die laatste veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, gevolgd door uitzetting.
Een contrast met Zweden: alleen al in de afgelopen maanden speelden daar twee hoogst opmerkelijke zaken. De ene ging om een voormalig medewerker van de Säpo, de Zweedse veiligheidsdienst, die levenslang kreeg; de andere betrof de spectaculaire inrekening van een Russisch echtpaar dat jarenlang een zogeheten slapende cel bleek te hebben gevormd, een beetje zoals in de Amerikaanse Koude Oorlogsserie The Americans.
Rusland
In een onlangs door de Säpo [de Zweedse nationale veiligheidsdienst] vrijgegeven jaarverslag wordt Rusland zonder meer als grootste bedreiging van Zweden aangemerkt. En dat net nu dat laatste land, na tientallen jaren van neutraliteit, aan de poorten van de NAVO rammelt. De Russen leggen zich vooral toe op het verspreiden van complottheorieën en staatsondermijnende uitingen. Mosterd na de maaltijd, kun je zeggen: de toetreding van Zweden tot de westerse militaire alliantie – in het kielzog van Finland, dat op 4 april al lid werd – is onafwendbaar.
De acties van Moskou zijn onvoorspelbaar en in potentie roekeloos, zo valt in het Säpo-rapport over Rusland te lezen. Maar het gaat niet alleen om Rusland: China is een ‘almaar grotere bedreiging op de lange termijn’ en Iran een ‘tastbare bedreiging voor de veiligheid’. Ook meldt de Säpo dat buitenlandse regimes veel geld uitgeven om in Zweden illegaal aan geavanceerde technologie te komen. Vooral de agressie tegen Oekraïne heeft geleid tot een grotere Russische behoefte aan technologische middelen om de militaire capaciteit te behouden.
Als hoofd van de afdeling contraspionage binnen de Säpo sinds 2015 heeft Daniel Stenling een zeer onaangename ervaring gekend: er bevond zich een mol binnen zijn dienst in Stockholm. Peyman Kia, een Zweed van Iraanse afkomst, verleende jarenlang zijn diensten aan de Zweedse militaire inlichtingendienst, maar maakte ondertussen gemene zaak met het Russische inlichtingenbureau GROe. Begin dit jaar veroordeelde het Hof van Stockholm de dubbelspion tot levenslang, omdat hij samen met zijn jongere broer Payam zeer vertrouwelijke documenten aan de Russische militaire inlichtingendiensten had doorgespeeld, tegen betaling van honderdduizenden Zweedse kronen.
Recorduitzettingen in Noorwegen
Nog nooit heeft Noorwegen zo veel diplomaten tegelijk uitgezet, meldt de Noorse krant Aftenposten. Vijftien mensen, ruim een derde van het diplomatieke personeel van de Russische ambassade in Oslo, werden op 13 april tot persona non grata verklaard. Volgens het dagblad Verdens Gang behoort ambassadeur Teimuraz Ramisjvili niet tot deze vijftien.
De activiteiten van deze Russische diplomaten vormden ‘een bedreiging voor de Noorse belangen’, aldus de minister van Buitenlandse Zaken, Anniken Huitfeldt van de Arbeiderspartij. NAVO-lid Noorwegen stelde dat de uitzettingen niet het gevolg waren van een specifieke gebeurtenis, maar van intensiever werk van de Noorse inlichtingendiensten.
Sindsdien is uit de berichtgeving van lokale media een concreter beeld opgerezen. Zo was er een ontmoeting in een park in Oslo tussen een Noorse zakenman en een Russische nepdiplomaat die de zakenman probeerde te rekruteren. Ten minste vijf van de vijftien uitgewezen Russen zijn inmiddels geïdentificeerd als agenten van inlichtingendiensten.
De kou tussen Oslo en Moskou is nu ijzig, concludeert de site van de publieke radio- en televisiezender NRK. ‘Nieuw is dat Noorwegen zelf actie heeft ondernomen en niet heeft gereageerd op incidenten of soortgelijke acties van bondgenoten.’ Voorlopig zijn de door Moskou beloofde represailles uitgebleven.
Aangezien de verdachte in beroep is gegaan, kan Stenling nog niet veel zeggen over het proces tegen deze voormalige Säpo-medewerker, die sinds 2017 in de gaten werd gehouden en in 2021 werd gearresteerd. In eerste instantie is de betrokkene schuldig bevonden aan het nemen van foto’s, met zijn mobiel, van vertrouwelijke documenten. Die kwamen vervolgens in Russische handen via zijn broer, die hiervoor werd veroordeeld tot negen jaar en tien maanden.
‘Dit is een zaak die wij zeer ernstig nemen,’ aldus Stenling. ‘We hebben hier lering uit getrokken en maatregelen genomen om onze interne veiligheid te verbeteren. We hebben geregeld contact gehad met buitenlandse inlichtingendiensten over alle omstandigheden rond deze zaak, maar zolang de rechtbank nog geen definitieve uitspraak heeft gedaan, kan ik niet met zekerheid zeggen dat de persoon in kwestie daadwerkelijk een spion is.’ (Inmiddels heeft Peyman Kia gedeeltelijk bekend.)
‘Heel Europa is het decennium van spionnen ingegaan’
Volgens het laatste jaarverslag van de Säpo zijn ouderwetse spionagemethoden nog steeds in zwang: zo wordt er fysiek informatie vergaard voor buitenlandse mogendheden. Met name de Russen doen veel moeite om voor dit werk geschikte kandidaten te werven: vaak mensen met financiële of ideologische motieven of met wraakgevoelens, bijvoorbeeld omdat ze in hun carrière gefrustreerd zijn geraakt.
Een van de meest vooraanstaande Zweedse experts op dit gebied is Michael Jonsson, adjunct-directeur van het FOI, het Zweedse Onderzoeksinstituut voor Defensie. In het nieuwsmagazine Politico voorspelde hij dat niet alleen Zweden maar heel Europa het ‘decennium van de spionnen’ is ingegaan. Het aantal spionage-incidenten doet denken aan de Koude Oorlog, die officieel in 1991 eindigde met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.
Vonnissen gestegen
Van 2010 tot 2021 zijn er in diverse Europese landen in totaal 42 mensen veroordeeld voor spionage. De laatste jaren is het aantal vonnissen aanzienlijk gestegen, vooral in de Baltische landen. Vorig jaar werden er zeven Russen en drie Chinezen veroordeeld voor clandestiene activiteiten. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want vaak worden alleen de gevallen die tot uitzetting leiden bekend.
In april 2022 wees Denemarken vijftien medewerkers van de Russische ambassade in Kopenhagen uit. Volgens de Deense militaire inlichtingendienst waren ze betrokken bij spionageactiviteiten en opereerden ze onder een diplomatieke dekmantel. In april 2023 was het de beurt aan Noorwegen om vijftien mensen uit te zetten.
Westerse inlichtingendiensten zijn inmiddels meer geïnteresseerd in contraspionage dan in terrorismebestrijding. Rusland vormt op dit moment de grootste bedreiging, China is op lange termijn de belangrijkste tegenstander, aldus Michael Jonsson.
Er is werk aan de winkel voor de contraspionage
De Säpo heeft ongeveer 1400 medewerkers; dat zijn er meer dan de Deense binnenlandse veiligheidsdienst PET. Maar Stenling wil niet vertellen hoeveel van zijn ondergeschikten de straten van Stockholm afspeuren op Russen die Zweedse burgers proberen aan te zetten tot illegale activiteiten. Wel zegt hij dat zijn afdeling heeft geprofiteerd van de aanzienlijke extra middelen die zijn vrijgekomen in reactie op de verhoogde Russische activiteit van de afgelopen jaren. Maar ook China en Iran hebben zich niet onbetuigd gelaten, en lijken eveneens geïnteresseerd in alle onderdelen van de Zweedse samenleving. Er is dus werk aan de winkel voor de contraspionage.
‘Het valt nog te bezien of dit echt een terugkeer naar de Koude Oorlog betekent,’ benadrukt Stenling. ‘Zeker is wel dat de spanningen zijn toegenomen, en daarmee ook de spionageactiviteiten. Wat we nu zien is een mondiale wedloop om informatie tussen totalitaire landen en landen als Zweden en Denemarken.’
Beijing versterkt contraspionage
Op 24 april onderwierp minister van Staatsveiligheid Chen Yixin de gebouwen van het Staatsveiligheidsbureau in Beijing aan een stevige inspectie. Het resultaat beviel hem niet. De spionage moest serieus de kop in worden gedrukt, zo verklaarde hij volgens de South China Morning Post. Hij noemde de Chinese hoofdstad het ‘voornaamste slagveld’ van ‘infiltraties, ondermijning en spionage’.
Twee dagen later gaf de Wetgevende Commissie van de Nationale Volksvergadering haar goedkeuring aan de herziening van een wet op contraspionage uit 2014, zo meldt het weekblad Nikkei Asia. De nieuwe tekst richt zich met name op cyberbeveiliging, om elke aanval of inmenging via internet ‘door spionageorganisaties of hun agenten’ tegen overheidsdepartementen, bedrijven of belangrijke faciliteiten te bestrijden.
Dit offensief volgt op de recente onthulling van een aantal spionagezaken. Een van de opvallendste betreft de publicist Dong Yuyu. Hij was adjunct-directeur van de commentaarsectie van het officiële dagblad Guangming Ribao, werkte er sinds 1987 en gaf blijk van liberale sympathieën. Hij werd opgepakt en na meer dan een jaar detentie beschuldigd van spionage, zo zei zijn familie tegen de Amerikaanse pers. Volgens The New York Times is Dong sinds zijn arrestatie in februari 2022, tijdens een lunch met een Japanse diplomaat, niet meer in het openbaar gezien.
Volgens hem bekijken de Russen met argusogen hoe de verwachte overeenkomst tussen Zweden en de NAVO precies zal uitpakken (Stockholm hoopt uiterlijk eind dit jaar lid te worden) en welke gevolgen de toetreding zal hebben voor de wapensystemen en de troepeninzet in het koninkrijk. ‘De Russische dreiging is het concreetst, vanwege de oorlog in Oekraïne. De Russen ontberen de technologie om hun strijdkrachten op te bouwen,’ zegt Stenling. ‘Maar we mogen China niet uitvlakken; dat land heeft veel belangstelling voor hoogwaardige technologie, wetenschap en de grote Zweedse exportsectoren. De Chinezen willen de wereldleiders worden.’
Maar als we het Kremlin mogen geloven, spioneren westerse landen zelf ook volop. Immers, zo hield president Poetin zijn veiligheidsdiensten onlangs voor, ‘westerse inlichtingendiensten zijn altijd actief geweest in Rusland. Nu ze meer personeel en andere middelen tegen ons inzetten, kunnen wij niet anders dan dienovereenkomstig reageren.’
De Russen zouden voor de inlichtingendiensten werken
Noorwegen heeft per direct vijftien medewerkers van de Russische ambassade uitgezet. Dat schrijft het Engelstalige Noorse nieuwsplatform The Local.no. Het is niet voor het eerst dat een Europees land Russische staatsburgers uitzet: zo heeft Nederland al tientallen Russische diplomaten de deur gewezen. Meestal worden zij beschuldigd van spionage.
In het geval van Noorwegen was deze beschuldiging niet anders. De vijftien Russen zouden actief zijn geweest voor de inlichtingendiensten en hebben geprobeerd informatie te vergaren over onder meer kritieke infrastructuur en het functioneren van de overheid. De groep zou al langer op de radar staan van de Noorse veiligheidsdiensten.
De Russische inlichtingendiensten worden door Noorwegen gezien als de grootste bedreiging voor de nationale veiligheid, zo zegt het Noorse ministerie van Defensie. Anniken Huitfeldt, de Noorse Defensieminister, zegt dat het misbruiken van diplomatieke posten onacceptabel is. Sinds het begin van de invasie in Oekraïne hebben westerse landen ruim tweehonderd Russische diplomaten en vermeende spionnen het land uitgezet.
De militair lekte documenten over Oekraïne op internetfora
In de VS is een man aangehouden die wordt verdacht van het lekken van tientallen zeer geheime overheidsdocumenten op het internet, schrijft The Washington Post. Het betreft een eenentwintigjarige man uit Massachusetts, die werkzaam was bij de luchtmacht en toegang had tot geheime informatie. De man kan voor jaren de gevangenis ingaan als hij daadwerkelijk schuldig wordt bevonden.
De verdachte zou de documenten hebben gelekt in een besloten chatgroep op Discord
De documenten stonden al enkele maanden online op internetfora, maar begonnen de afgelopen dagen op sociale media te circuleren. Het ging onder meer over documenten over de oorlog in Oekraïne, wapenleveranties door NAVO-lidstaten en militaire kaarten, zoals over de situatie in de Oekraïense stad Bachmoet. Het Oekraïense leger zou na de lekken enkele militaire plannen hebben aangepast.
De verdachte zou de documenten hebben gelekt in een besloten chatgroep op Discord. Ook zouden ze op een gamingplatform zijn geplaatst. Met welke intentie hij de geheime documenten deelde is niet duidelijk. TheWashington Post citeert een vriend, die zegt dat hij het deed om stoer te doen en dat hij geen slechte intenties had.
In 2017 onderhandelden Amerikaanse spionnen maandenlang met een schimmige Rus die beweerde dat hij gestolen cyberwapens kon leveren, en compromitterende informatie had over Donald Trump.
Na maanden van geheime onderhandelingen heeft een schimmige Rus vorig jaar Amerikaanse spionnen honderdduizend dollar lichter gemaakt met de belofte hen cyberwapens te leveren die waren gestolen van de National Security Agency. Een ander onderdeel van die deal was dat hij compromitterend materiaal over president Trump zou verschaffen, aldus agenten van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten. Het geld dat in september in een koffer naar een hotelkamer was gebracht, was bedoeld als eerste termijn van een totaalbedrag van 1 miljoen dollar, vernamen wij van Amerikaanse functionarissen, de Rus en uit correspondentie die The New York Times heeft ingezien. De diefstal van de geheime cyberwapens was een ware ramp voor de NSA en de agency was nog druk bezig te inventariseren wat er precies allemaal ontbrak.
Verscheidene Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen zeiden dat ze duidelijk hadden gemaakt dat ze geen belastend materiaal over Trump wilden van de Rus, die ze ervan verdachten duistere banden te hebben met de Russische veiligheidsdienst en Oost-Europese cybercriminelen. Hij beweerde dat de informatie zou aantonen dat er een connectie bestond tussen de president en zijn staf en Rusland. In plaats van dat de cyberwapens werden geleverd, verschafte de Rus onverifieerbare en mogelijk verzonnen informatie over Trump en anderen, zoals bankgegevens, e-mails en zogenaamde inlichtingen van de Russische geheime dienst.
‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken’
Volgens Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen hebben ze de deal afgebroken omdat ze vreesden verstrikt te raken in een Russische operatie om tweedracht te zaaien binnen de Amerikaanse regering. Ook waren ze bang voor politieke consequenties in Washington als bekend werd dat ze belastende informatie over de president kochten.
De onderhandelingen in Europa vorig jaar zijn beschreven door medewerkers van de Amerikaanse en Europese veiligheidsdiensten, die spraken op basis van anonimiteit, en de Rus. De Amerikanen werkten met een tussenpersoon – een Amerikaanse zakenman in Duitsland – om zelf buiten schot te kunnen blijven. Er waren ontmoetingen in Duitse provinciestadjes waar John le Carré zijn eerste spionageromans situeerde, en informatietransfers in vijfsterrenhotels in Berlijn. Amerikaanse inlichtingendiensten volgden maandenlang de vluchten van de Rus naar Berlijn, zijn rendez-vous met een maîtresse in Wenen en zijn reizen terug naar Sint-Petersburg. De NSA gebruikte zelfs zo’n twaalf keer hun officiële Twitteraccount voor een gecodeerd bericht aan de Rus.
Aan deze geschiedenis kwam dit jaar een eind toen Amerikaanse spionnen de Rus West-Europa uit joegen met de waarschuwing dat hij nooit meer terug moest komen als zijn vrijheid hem lief was, aldus de Amerikaanse zakenman. Het materiaal over Trump bleef achter bij de Amerikaan die het in Europa heeft veiliggesteld.
De Rus beweerde toegang te hebben tot een ontstellende hoeveelheid geheimen, van de computercode voor de cyberwapens die waren gestolen van de NSA en CIA, tot wat naar zijn zeggen een video was van Trump in het gezelschap van prostituees in een hotelkamer in Moskou in 2013. Er is echter geen bewijs dat die video echt bestaat.
De Rus was bekend bij Amerikaanse en Europese diensten vanwege zijn banden met Russische inlichtingendiensten en cybercriminelen – twee groepen die werden verdacht van de diefstal van cyberwapens van de NSA en de CIA.
Maar de gretigheid waarmee hij de Trump-‘kompromat’ aan Amerikaanse en Europese diensten probeerde te verkopen wekte bij de Amerikanen het vermoeden dat hij deel uitmaakte van een operatie om de inlichtingendiensten van de VS van belastende informatie over president Trump te voorzien. In het begin van de onderhandelingen liet hij de vraagprijs zakken van tien miljoen dollar naar net iets meer dan een miljoen. Enkele maanden later liet hij de Amerikaanse zakenman een stukje van een video-opname zien van een man die in een kamer met twee vrouwen aan het praten is. Er zit geen geluid bij het filmpje en er kon ook niet worden vastgesteld of de man op de video daadwerkelijk Trump was. Maar de keuze van de plek waar de video werd getoond versterkte bij de Amerikanen het vermoeden van een Russische operatie: de video werd getoond in de Russische ambassade in Berlijn, aldus de zakenman.
Er waren nog meer twijfels over de betrouwbaarheid van de Rus. Hij was betrokken geweest bij witwaspraktijken en had een nauwelijks legitieme zaak als dekmantel: een bijna failliet bedrijf dat draagbare grills verkocht aan worsthandelaren.
‘Het onderscheid tussen een crimineel, een Russische geheim agent en een Rus die een paar inlichtingenjongens kent valt moeilijk te maken,’ aldus Steven L. Hall, het voormalige hoofd van de Russische operaties bij de CIA. ‘Dat is de moeilijkheid als je vanuit een westers standpunt probeert te begrijpen hoe Rusland en Russen opereren.’
Amerikaanse veiligheidsdiensten hadden ook hun twijfels over de zogenaamde kompromat die de Rus wilde verkopen. Ze vonden de informatie, en vooral de video, meer voer voor roddelbladen, niet voor een veiligheidsdienst.
Maar de Amerikanen wilden heel graag de cyberwapens terug. Die waren ontworpen om in te breken in computernetwerken in Rusland, China en andere concurrerende mogendheden. Ze belandden echter in de handen van een geheimzinnige groep die zich de Shadow Brokers noemde en hackers voorzag van de middelen die sindsdien miljoenen computers overal ter wereld hebben geïnfecteerd en ziekenhuizen, fabrieken en bedrijven hebben lamgelegd.
Geen dienst wilde de informatie weigeren, omdat ze dachten ermee te kunnen achterhalen wat er was gebeurd. ‘Dat is een van de lastige dingen in de jungle van de contraspionage: niemand wil in de positie terechtkomen van iemand die eerst heeft gezegd dat hij ervan afziet en vijf jaar later moet toegeven: “Goeie god, het was echt iemand,”’ zegt Hall.
Amerikaanse inlichtingendiensten zijn ervan overtuigd dat Russische geheime diensten de scherpe politieke tegenstellingen in de Verenigde Staten als een mooie gelegenheid zien om spanningen tussen de partijen aan te wakkeren. Russische hackers richten zich in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen op Amerikaanse databanken met kiesgegevens en met behulp van botlegers promoten ze partijstandpunten op de sociale media. De Russen waren er ook op uit om twijfel te zaaien over het federale onderzoek naar de Russische inmenging. Die pogingen bestaan onder meer uit het verspreiden van informatie die veel overeenkomsten vertonen met de onbewezen berichten over Trumps zaken in Rusland, zoals die zogenaamde video, waarvan het bestaan door president Trump steeds is ontkend.
De geruchten dat de Russische inlichtingendienst in het bezit is van de video verschenen een jaar geleden in een explosief dossier vol onbewezen feiten, samengesteld door een voormalige Britse spion en betaald door de Democraten. Sindsdien zijn in Midden- en Oost-Europa minstens vier Russen opgedoken die banden hebben met spionagediensten en de onderwereld die aan Amerikaanse politieke onderzoekers, privédetectives en spionnen kompromat te koop aanbieden dat de inhoud van het dossier zou bevestigen. Amerikaanse diensten vermoeden dat ten minste enkelen van de verkopers voor Russische spionagediensten werken.
Fixer
The New York Times wist de hand te leggen op vier documenten die de Rus in Duitsland probeerde te slijten aan Amerikaanse inlichtingendiensten (The New York Times heeft niet betaald voor het materiaal). Het zouden allemaal rapporten zijn van de Russische veiligheidsdienst en elk document gaat over de staf van president Trump. Carter Page, de voormalige campagneadviseur die doelwit is geweest van een FBI-onderzoek, komt in een document voor; Robert en Rebekah Mercer, steenrijke donoren van de Republikeinse partij, in een ander document.
Toch lijken alle vier bijna in zijn geheel te putten uit nieuwsberichten, niet uit geheime informatie. Ook bevatten ze stilistische en grammaticale kenmerken die niet typisch zijn voor Russische spionageverslagen, aldus Yuri Shvets, een voormalige KGB-agent die jarenlang spion in Washington is geweest voor hij na afloop van de Koude Oorlog emigreerde naar de Verenigde Staten.
Amerikaanse spionnen zijn niet de enigen die hebben onderhandeld met Russen die beweerden geheimen in de verkoop te hebben. Cody Shearer, een Amerikaanse politieke onderzoeker met banden met de Democratische partij, heeft ruim een half jaar heel Oost-Europa door gereisd om de zogenaamde kompromat te bemachtigen bij een andere Rus, vertellen mensen die op de hoogte zijn van zijn inspanningen. Toen we Shearer vorig jaar een keer aan de telefoon kregen zei hij dat zijn werk ‘heel belangrijk was, dat weten jullie best, dus daar zou je niet naar hoeven vragen’. Toen hing hij op. Het is niet duidelijk of Shearer iets heeft kunnen kopen, en zo ja, wat.
Voordat de Amerikanen met de Rus onderhandelden, hadden ze contact met een hacker in Wenen die bij Amerikaanse agenten alleen bekend was onder de naam Carlo. Begin 2017 bood hij een volledige set cyberwapens aan die in het bezit waren van de Shadow Brokers, en de namen van andere mensen in zijn netwerk, aldus Amerikaanse agenten. In ruil daarvoor vroeg hij strafrechtelijke immuniteit in de VS. Maar die immuniteitsdeal ging niet door, dus toen besloten de agenten te doen waar spionnen het best in zijn: ze boden aan het materiaal te kopen. Toen dook in Duitsland de Rus op die tegen de Amerikanen zei dat hij de verkoop zou regelen. Net als Carlo had hij eerder al contact gehad met Amerikaanse inlichtingendiensten. Hij trad op als ‘fixer’, die deals regelde voor Ruslands FSB, de opvolger van de KGB. Volgens Amerikaanse geheim agenten stond hij in direct contact met Nikolai Patroesjev, een voormalige FSB-directeur. Ook wisten ze dat hij eerder had geholpen bij illegale transporten van halfedelmetalen voor een Russische oligarch.
Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes
Vorig jaar april leek er een deal te komen. Verscheidene CIA-agenten reisden van het hoofdkwartier van het bureau naar Berlijn om te helpen bij de afhandeling van de operatie.
In een klein café in het voormalige centrum van West-Berlijn overhandigde de Rus de Amerikaanse tussenpersoon een USB-stick met een kleine hoeveelheid data als voorbeeld van wat er nog zou komen. Maar binnen enkele dagen ketste de deal af. Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigden dat het materiaal inderdaad van de Shadow Brokers afkomstig was, maar dat de groep die data al openbaar had gemaakt. Dientengevolge verklaarde de CIA dat ze er niet voor wilde betalen.
De Rus was woedend. De onderhandelingen lagen stil tot september, toen de twee partijen overeenkwamen het weer te proberen. Aan het eind van die maand leverde de Amerikaanse zakenman de honderdduizend dollar. Volgens sommige agenten was het geld van de Amerikaanse overheid dat via een ander kanaal was doorgesluisd.
Enkele weken later begon de Rus het materiaal te leveren. Maar in de leveringen van oktober en december zat bijna alleen maar materiaal dat verband hield met de verkiezingen van 2016 en de vermeende banden tussen Trumps staf en Rusland, maar geen cyberwapens van de NSA of de CIA.
In december zei de Rus tegen de Amerikaanse tussenpersoon dat hij het Trump-materiaal leverde, maar op bevel van hoge Russische inlichtingenofficieren de cyberwapens achterhield.
Begin dit jaar gaven de Amerikanen hem nog een laatste kans. De Rus had weer niets anders te bieden dan smoesjes. Dus stelde de Amerikanen hem voor een keuze: ga voor ons werken en verschaf ons de namen van iedereen in je netwerk, of ga terug naar Rusland en kom nooit meer terug.
De Rus dacht niet lang na. Hij nam een slok van zijn cranberrysap, pakte zijn tas en zei: ‘Bedankt.’ Toen liep hij de deur uit.
Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’
Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)
Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.
Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.
Paranoia
Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.
Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.
Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.
Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend
De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.
Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?
De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.
Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.
Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.
Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’
De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.
Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.
De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.
Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.
Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.
De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.
Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.
Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.
Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.
De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.
Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt
In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.
Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.
Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.
Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.
Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.
Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.
Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’
InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.