Tag: investeringen

  • Start-ups van vrouwen krijgen minder snel geld

    Start-ups van vrouwen krijgen minder snel geld

    Afrika heeft het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld, maar slechts 2 procent van het durfkapitaal gaat naar vrouwen. En dat geldt voor de VS ook. Terwijl vrouwen betere investeringen doen in de gemeenschap.

    Als Tokunboh Ishmael door de straten van Lagos, de economische hoofdstad van Nigeria, liep, zag ze overal waar ze keek vrouwen zaken doen. Ze dreven kraampjes waar ze donuts frituurden of vleesspiesjes roosterden. Ze toverden achter naaimachines eigen ontwerpen tevoorschijn en liepen door de beruchte Nigeriaanse verkeersopstoppingen, waar ze de gefrustreerde automobilisten luchtverfrissers of opblaasbare zwembadspeeltjes verkochten. Maar binnen, in de glanzende, airconditioned kantoren waarin zij als bankmedewerker en later als vermogensbeheerder werkte, zag ze een heel ander beeld.

    ANP 410187688 1
    Met zelfgemaakte mondkapjes op de markt in Lagos Nigeria, waar de regels versoepeld werden en het aantal besmettingen steeg. – © AP Photo/Sunday Alamba

    Afrika mag dan het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld hebben, er bestaat op het continent een investeringskloof van zo’n 42 miljard tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers, volgens cijfers van de African Development Bank. Zo ontvingen Afrikaanse startups in 2018 zo’n 725 miljoen dollar aan kapitaal van durfinvesteerders. Daarvan ging maar 2 procent naar ondernemingen van vrouwen. 

    Van en voor vrouwen

    Ishmael maakt deel uit van een groeiende groep vrouwelijke investeerders in Afrika die hierin verandering probeert te brengen door welbewust te investeren in bedrijven van en voor vrouwen. Ze is directeur van vermogensbeheerder Alitheia Capital en richtte in 2016 het Alitheia Identity Fund op, dat tot doel heeft die verandering te bewerkstelligen. Tot nu toe heeft het fonds zo’n 70 miljoen dollar binnengehaald.

    Dat is in moreel opzicht belangrijk en nodig, zeggen investeerders als Ishmael, omdat vrouwen hiermee toegang krijgen tot de bolwerken waarin de beslissingen worden genomen maar die voor hen altijd gesloten bleven. Maar het is ook gewoon een kwestie van verstandig zakendoen.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans,’ zegt Ishmael. Ze kende de cijfers: bedrijven van vrouwen groeien sneller, gaan efficiënter met geld om en maken meer winst dan bedrijven van mannen. Meer in het algemeen maakt diversiteit bedrijven creatiever en innovatiever. ‘Ik wil dat Nigeria het beste uit zichzelf haalt, en dat Afrika het beste uit zichzelf haalt, en dat lukt onmogelijk als ze het potentieel van vrouwen niet ten volle benutten.’

    Het probleem bestaat niet alleen in Afrika. In de Verenigde Staten gaat zo’n 2 procent van de financieringen door durfinvesteerders naar vrouwelijke startup-teams. In het Verenigd Koninkrijk zweeft dat getal rond de 1 procent. En het probleem speelt nog meer bij vrouwen van kleur: in de VS krijgen zwarte vrouwelijke starters maar 6 van elke miljoen geïnvesteerde dollars.

    Het probleem is volgens deskundigen dat vrouwen op geen enkel niveau toegang hebben tot investeringskapitaal, vermogensbeheer of zelfs meer traditionele vormen van lenen en investeren zoals bankleningen.

    Hordes

    ‘Financiering is geen genderneutraal terrein,’ zegt Sharon McPherson, die 
    al jaren in Afrikaanse bedrijven investeert en aan de businessschool van de universiteit van Kaapstad doceert. ‘Vrouwelijke investeerders en vrouwen met bedrijven die investeerders zoeken, begeven zich op een terrein dat nooit voor hen bedoeld was. Ze zwemmen tegen de stroom in, terwijl mannen met de stroom mee drijven.’

    Vrouwen moeten allerlei hordes nemen om in die wereld mee te kunnen doen, zegt ze. Op microniveau bekeken heeft maar 37 procent van de Afrikaanse vrouwen een bankrekening, vergeleken met 48 procent van de mannen, en die kloof wordt steeds groter, zelfs nu vrouwen meer toegang tot financiering krijgen. Vrouwen zien er vaak van af om geld te lenen, niet alleen omdat ze worden ontmoedigd door degenen die het geld uitlenen, maar ook doordat het hun ontbreekt aan financiële kennis.

    Kijk je naar het niveau van startups die financiering zoeken en gevestigde bedrijven die privaat kapitaal zoeken, dan zie je dat het vrouwen nog steeds moeite kost om serieus genomen te worden met hun ideeën, als gevolg van bewuste en onbewuste sekse-vooroordelen. Zo bleek bij een Harvard onderzoek in 2014 dat een pitchvoorstel gepresenteerd door een vrouwenstem minder kans maakte bij mogelijke investeerders dan een voorstel gepresenteerd door een mannenstem – ook al was de inhoud hetzelfde.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans’

    Uit een ander onderzoek, in 2017, bleek dat vrouwelijke oprichters veel vaker ‘preventieve’ vragen over hun onderneming kregen, dat wil zeggen vragen over hun verlieskansen. Mannen kregen daarentegen meer ‘promotie’-vragen, over de ‘sterke kanten en winstmogelijkheden’ van hun onderneming, een type vragen dat gemiddeld zes keer zoveel aan investeringen opleverde.

    Veel investeerders komen ook uit door mannen beheerste sectoren als technologie, mijnbouw en landbouw en zijn meer geneigd om daarin te investeren dan in ondernemingen voor producten of diensten gericht op vrouwen, zoals zwangerschapszorg, menstruatieproducten of make-up. En het netwerken dat nodig is om uiteindelijk zo’n deal te krijgen speelt zich nog steeds af in informele omgevingen waar vrouwen niet bij kunnen zijn of niet voor worden uitgenodigd, zoals golfwedstrijden en borrels na het werk.

    Barrières

    ‘Vrouwen stuiten op onzichtbare barrières die mannen niet zien of waar mannen geen last van hebben,’ zegt ontwikkelingseconoom Nthabiseng Moleko, vicevoorzitter van de Commission for Gender Equality in Zuid-Afrika.

    Daar kunnen investeringsfondsen als Alitheia IDF van Ishmael een rol spelen, door te zorgen dat geld welbewust naar bedrijven van en voor vrouwen gaat. In Ghana heeft Alitheia geïnvesteerd in Innovative Microfinance, een bedrijf dat kleine leningen verstrekt aan mensen op het Ghanese platteland die geen bankrekening hebben, voornamelijk vrouwen met een klein bedrijf zoals een marktkraam. 

    En in Nigeria financierde Alitheia een door vrouwen gerunde tomatenpastafabriek, Tomato Jos. Zo’n 30 procent van de tomatenproducenten die aan het bedrijf leveren zijn nu vrouwen, volgens oprichter Mira Metha, en het bedrijf probeert dat getal omhoog te krijgen, onder andere omdat vrouwen meer zekerheid blijken te bieden.

    ‘Wij zien dat onze vrouwelijke landbouwers met hun winst grotere 
    investeringen doen in hun gemeenschap’ dan de mannen, vertelt ze. Zo gebruiken ze hun geld bijvoorbeeld voor onderwijs aan kinderen en voor medische zorg. En wat betreft het verbouwen zelf zegt Metha dat de vrouwen met wie haar bedrijf werkt altijd de beste oogsten hebben: ‘Ze doen het gewoon elke keer weer beter dan de mannen.’ 

  • Bedreigt China de vrijheid van Hollywood?

    Bedreigt China de vrijheid van Hollywood?

    Chinese bedrijven kopen steeds meer Amerikaanse filmbedrijven op. En Hollywood doet er op zijn beurt alles aan het China naar de zin te maken. Komen hiermee Amerikaanse vrijheden in het gedrang?

    JA

    Het verbaast de meeste Amerikanen misschien te horen dat meer dan 140 Tibetanen zichzelf in de afgelopen vijf jaar in brand hebben gestoken om te protesteren tegen het toenemende misbruik van hun volk. In de meeste gevallen stierven deze mensen in een poging de wereld bewust te maken van Beijings doelgerichte onderdrukking, die de Dalai Lama ‘culturele genocide’ heeft genoemd.

    Maar de Chinese regering heeft vergaande maatregelen getroffen om controle uit te oefenen op het geschreven en gesproken woord in China, en kon daardoor de berichtgeving over deze en soortgelijke zaken op eigen bodem grotendeels tegengaan.

    Er heerst ongerustheid dat de invloed van de Chinese regering op westerse mediaorganisaties zal leiden tot aanpassing aan Beijing via directe censuur of druk om zelfcensuur toe te passen. Die ongerustheid zal alleen maar toenemen na de golf van Chinese investeringen in de VS. In de afgelopen vijf jaar zijn die gestegen van twee miljard dollar per jaar naar een geschatte twintig miljard dit jaar. Het hoeft niet te verbazen dat China’s investeringen in de VS vooral gericht zijn op mediabedrijven. Eén Chinees bedrijf, Dalian Wanda, heeft voor 3,5 miljard dollar Hollywood-filmstudio Legendary Entertainment gekocht, en probeert nu een aandeel in Paramount Pictures te bemachtigen. Bovendien heeft het de twee grootste bioscoopketens in Amerika gekocht: AMC en Carmike Cinemas.

    We hebben al voorbeelden gezien van studio’s die de inhoud van films bewerken om de Chinese censuur tevreden te stellen

    Waarom moeten we ons zorgen maken? Door controle te verkrijgen over de financiering en de distributie van Amerikaanse films, en die te onderwerpen aan censuur om toegang te krijgen tot de Chinese markt, zou Beijing kunnen dicteren wat wel of niet wordt gemaakt. We hebben al voorbeelden gezien van studio’s die de inhoud van films bewerken om de Chinese censuur tevreden te stellen, zoals Mission: Impossible III, Skyfall, World War Z en de remakes van The Karate Kid en Red Dawn.

    Wat zal het effect zijn als meer westerse media in handen komen van door de staat gecontroleerde, Chinese bedrijven? Zouden films als Seven Years in Tibet in de ijskast worden gezet, uit angst om eigenaren van grote studio’s te grieven?

    Er zijn diverse stappen die de VS nu zouden kunnen ondernemen zonder onze concurrentiepositie te ondermijnen. Allereerst moet de Commissie Buitenlandse Investeringen in de VS in staat worden gesteld om opnieuw te bekijken hoe buitenlands eigendom van autocratische regimes de creatieve vrijheid zou kunnen beperken. Ten tweede zou de Registratiewet voor buitenlandse agenten uit 1939 van toepassing moeten worden op buitenlandse censuur en invloed op Amerikaanse mediabedrijven.

    En ten slotte moet het toezicht op buitenlandse propaganda en desinformatie verruimd worden, zodat autoritaire buitenlandse eigenaren van Amerikaanse media er ook onder vallen.

    Auteur: Editorial Board

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

    John Pomfret (NEE) was onder veel meer Chinacorrespondent voor persbureau AP. Hij spreekt Mandarijn en schreef verschillende boeken over het land.
    John Pomfret (NEE) was onder veel meer Chinacorrespondent voor persbureau AP. Hij spreekt Mandarijn en schreef verschillende boeken over het land.

    NEE

    Staat China op het punt Hollywood over te nemen? De afgelopen jaren hebben de Chinezen enorm geïnvesteerd in de filmindustrie, en het is alweer jaren geleden dat Hollywood een film maakte waarin China in een negatief licht werd gesteld. Hollywoods lafhartige poging om bij de Chinezen in de smaak te vallen in ruil voor een deel van hun markt, valt alleen te vergelijken met de manoeuvres van Mark Zuckerberg om de blokkade van Facebook in China op te heffen.

    Dat gezegd hebbende is het belangrijk om twee dingen in gedachten te houden: de Chinese filmindustrie blijft artistiek gezien hopeloos, en ze begint financieel te wankelen.

    Allereerst de cijfers. In 2016 produceerde China’s veelgeprezen filmindustrie duizend films. Gemiddeld brachten die films in China ongeveer twee miljoen dollar op, terwijl een doorsnee westerse film daar zeventig miljoen oplevert. Hollywood tekende afgelopen jaar voor 42 procent van China’s omzet, hoewel er niet meer dan 34 westerse films mochten worden uitgebracht in China.

    Bovendien zit bijna elk Chinees filmbedrijf in de financiële problemen, en daalde de kaartverkoop in 2016. De voornaamste reden voor deze daling is simpel: de censuur in China. Chinese films zullen slecht blijven zolang de regering zich bemoeit met de totstandkoming.

    Gravity zou kansloos zijn, omdat het over een ramp in de ruimte gaat, iets wat de Chinese ruimtevaartorganisatie nooit zou toestaan

    Neem bijvoorbeeld het meest ambitieuze Westers-Chinese project dat ooit is ondernomen: The Great Wall, met Matt Damon in de hoofdrol. Het verhaal was door en door conservatief: Damon en anderen verdedigden de Chinese staat tegen een bende monsters. Het enige wat goed was aan deze draak waren de special effects. Er wordt gefluisterd dat The Great Wall een verlies leed van 75 miljoen dollar.

    Onlangs somde een Chinese reclameman de redenen op waarom er in China geen kaskrakers kunnen worden gemaakt. Een film als The Hunger Games zou nooit werken, merkte hij op, omdat ‘het om een groep arme mensen ging die zich verzetten tegen een dictator’. Gravity zou kansloos zijn, omdat het over een ramp in de ruimte gaat, iets wat de Chinese ruimtevaartorganisatie nooit zou toestaan. Voor The Fast and the Furious zou de hulp van de Chinese verkeerspolitie nodig zijn. En wat The Lord of the Rings betreft, vergeet het maar. In 2009 verkondigde de filmautoriteit van China dat er een ‘overvloed’ aan fantasyfilms was. Ze beval producers om toekomstige scripts louter en alleen op Chinese sprookjes te baseren.

    Is het een probleem dat Hollywood zich in allerlei bochten wringt om de Rode Mandarijnen in Beijing te behagen? Beslist. Maar de dreiging moet niet overdreven worden. Vóór China Hollywood zo ver kan krijgen om hun verhaal te vertellen, moet het allereerst een fatsóénlijk verhaal te vertellen hebben.

    Auteur: John Pomfret
    Vertaler (beide stukken): Tineke Funhoff

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.

  • 5. Investeringen: overal en in van alles

    5. Investeringen: overal en in van alles

    Sinds een jaar of tien vertonen de Chinese buitenlandse investeringen een aanzienlijke diversiteit.

    schermafbeelding 2016 11 02 om 11 07 50

    Bij het samenstellen van deze grafieken werd gebruikgemaakt van de China Global Investment Tracker, ontworpen door twee conservatieve Amerikaanse instituten, 
te weten het American Enterprise Institute en de Heritage Foundation. Deze houden alle te verifiëren Chinese investeringen in het buitenland bij die een bedrag van 
100 miljoen dollar te boven gaan. Werken in uitvoering zijn meegerekend, de door China verstrekte leningen en obligaties niet.

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 205.000

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • 6. Mislukkingen of niet, de Chinese koper blijft gretig

    6. Mislukkingen of niet, de Chinese koper blijft gretig

    Voor Chinese investeerders zijn aankopen in het buitenland een must. Daarvoor willen ze alle mogelijke moeilijkheden overwinnen, vooral de juridische en politieke.

    Fusies en overnames zijn bij voorkeur de weg geworden die Chinese ondernemingen volgen om zich buiten hun grenzen te manifesteren. Dat staat in het ‘Rapport 2015-2016 over het investeringsklimaat in het buitenland’, dat op 28 februari jongstleden is gepubliceerd door het Chinese onderzoekscentrum voor internationaal economisch beleid (CRPEIC). Tal van internationaal gerenommeerde bedrijven hebben inmiddels Chinees bloed in de aderen.

    Hoewel de economische hervormingen in China al meer dan dertig jaar geleden zijn begonnen, zijn Chinese bedrijven pas een jaar of tien geleden grootschalig in het buitenland gaan investeren, waarbij talrijke pogingen op een mislukking zijn uitgelopen. Er is flink wat leergeld betaald.

    Toch is het enthousiasme van de nieuwe Chinese kopers door deze teleurstellingen niet bekoeld. Veel deskundigen beschouwen de gretigheid waarmee Chinese bedrijven naar buitenlandse ondernemingen kijken als een onontkoombaar bijverschijnsel van de economische ontwikkeling in China en van de internationalisering van Chinese bedrijven.

    Tegenbeweging

    Op mondiaal niveau is hun waarde in één jaar met 336 miljard dollar gedaald, een teruggang van 23 procent. Dat neemt niet weg dat een toenemend aantal Chinese bedrijven zich sinds begin 2016 op de internationale markt heeft begeven, een tegenbeweging tegen de algemene tendens.

    Bijna overal ter wereld geldt dat er altijd wel een Chinese gegadigde is wanneer een bedrijf te koop staat. Het terrein waarop de Chinezen zich bewegen wordt voortdurend groter en de aankoopbedragen stijgen niet alleen, de aankopen betreffen ook bedrijven van een steeds hoger niveau. Nadat ze aanvankelijk alleen probeerden de traditionele energiesector en de mijnindustrie te domineren, richten Chinese bedrijven zich inmiddels ook op met name de maakindustrie, consumptieartikelen en TMT (technologie, media en telecommunicatie), sectoren waarin particuliere ondernemingen de boventoon voeren.

    Lang maakten de Chineze spullen voor het Westen, zoals in deze speelgoedfabriek. Maar steeds vaker halen ze zélf hun producten uit het buitenland. – © Michael Wolf / laif
    Lang maakten de Chineze spullen voor het Westen, zoals in deze speelgoedfabriek. Maar steeds vaker halen ze zélf hun producten uit het buitenland. – © Michael Wolf / laif

    In alle regio’s ter wereld hebben Chinese bedrijven hun economische positie en invloed in een versneld tempo versterkt. Volgens een rapport van de Chinese investeringsbank CICC betrof in 2015 66 procent van de Chinese investeringen Europese of Amerikaanse bedrijven, tegen maar 32 procent in 2010. In diezelfde periode zag men een duidelijke afname van Chinese staatsbedrijven, die vroeger voor minstens de helft van de investeringsoperaties stonden, en een duidelijke stijging van particuliere bedrijven in opkomende sectoren, zozeer zelfs dat deze particuliere bedrijven bezig zijn de grootste Chinese investeerders in het buitenland te worden. Het rapport van de CRPEIC laat zien dat de overnames vooral hoogtechnologische sectoren en de nieuwe industrie betreffen, symbolen van de nieuwe industriële revolutie.

    Nu sommige ontwikkelde economieën en opkomende landen zoals Brazilië in een recessie verkeren, wordt het volgens Lin Caiyi, hoofdeconoom van de investeringsbank Guotai Junan Securities, mogelijk om ondernemingen in zulke landen voor zeer schappelijke prijzen over te nemen, een droomscenario voor Chinese bedrijven. Temeer omdat de traditionele industrie, die aan het wankelen is gebracht door de nieuwe industriële revolutie, zich in alle landen gedwongen ziet snelle hervormingen door te voeren.

    Bovendien stimuleert de ontwikkelingsstrategie van de Chinese regering, die gericht is op de regio’s langs de vroegere zijderoute en de zeeroutes die Azië met Europa verbinden, de economische synergie tussen China en het buitenland. De investeringsgolf door Chinese bedrijven in het buitenland hangt nauw samen met dat flankerende beleid en met de versimpeling van de Chinese procedures, aldus een specialist.

    Particuliere ondernemingen blijven onophoudelijk op buitenlandse ondernemingen jagen die interessant zijn vanwege hun technologie, intellectuele eigendomsrechten of merknaam

    Zodoende hebben de directe buitenlandse investeringen door de provincie Shaanxi in het westen van China, die van oudsher als arm werd beschouwd, in 2015 voor het eerst de 600 miljoen dollar-grens overschreden. De ernstige overproductie die zich de afgelopen jaren in de Chinese textielindustrie en carbochemie heeft voorgedaan, heeft staatsbedrijven zoals de carbochemische groep van Shaanxi en de textielgroep van Xianyang ertoe gebracht projecten te starten in Centraal-Aziatische landen als Kirgizië.

    Maar ook al wordt het leeuwendeel van de Chinese ondernemingen die op buitenlandse aankopen azen nog steeds door staatsbedrijven gevormd, de voorhoede bestaat de laatste jaren uit kapitaalkrachtige particuliere ondernemingen. Qua aantal gerealiseerde transacties laten deze de staatsbedrijven inmiddels ver achter zich, en ze blijven onophoudelijk op buitenlandse ondernemingen jagen die interessant zijn vanwege hun technologie, intellectuele eigendomsrechten of merknaam.

    ‘Chinese bedrijven zijn inmiddels krachtig genoeg om zich op transnationale transacties te storten, en ze hebben ook begrepen dat daarmee hun lacunes kunnen worden opgevuld,’ aldus een specialist op dit gebied. Dit streven toont aan dat Chinese ondernemingen werkelijk geïnteresseerd zijn in deelname in toeleveringsbedrijven met een mondiale waarde, vooral door zich op ontwikkelde landen in Europa en China te richten. Desondanks zijn er aan deze overnames veel onzekere factoren verbonden op het gebied van merkontwikkeling, synergie-effecten of marktontwikkeling. Het is niet altijd een succes.

    Juridische obstakels

    Bij het vergroten van het scala van buitenlandse bedrijven waarin ze interesse hebben, en bij het verwerven van goederen, technologieën of merken in Europa en de Verenigde Staten, stuiten Chinese bedrijven vaak op juridische obstakels. In februari 2016 leidde de voorgenomen overname van de aandelenbeurs van Chicago, de Chicago Stock Exchange (CHX), door de groep Casin uit Chongqin tot een felle polemiek die 45 leden van het Amerikaanse Congres ertoe bracht een brief aan het ministerie van Financiën te schrijven met de eis deze transactie aan een ‘volledig en rigoureus onderzoek’ te onderwerpen (het Amerikaanse comité voor buitenlandse investeringen zal binnenkort met een standpunt komen).

    Volgens professor Qiang Li, voorzitter van de economische faculteit van de Chinese Noord-West Universiteit, is het onvermijdelijk dat buitenlandse overnames risico’s met zich meebrengen. Hij raadt ondernemingen in de eerste plaats aan de talrijke juridische struikelblokken te vermijden. Elk land heeft zijn eigen procedures om overnames door buitenlandse bedrijven al of niet goed te keuren, met name door te controleren of deze stroken met de antidumpingwetgeving en de regelgeving omtrent staatsinvesteringen. De overnemende partij dient er rekening mee te houden dat ze zich zal moeten aanpassen aan het rechtssysteem van het betreffende land en dat er een aangepast personeelsbeleid zal moeten worden gevoerd, aldus Qiang. Ze moet een risicoanalyse maken en op de situatie toegesneden antwoorden formuleren, waarbij uiteraard zo veel mogelijk moet worden vermeden dat men zich in een ‘mijnenveld’ begeeft.

    Het kopen van een buitenlandse onderneming is een echte uitdaging, want een bedrijf dat op papier goedkoop is, kan uiteindelijk erg duur blijken vanwege de torenhoge management- en supervisiekosten. Als Chinese ondernemingen eenmaal de eerste twee etappes hebben afgelegd (de onderhandelingen en de aankoop volgens de overeengekomen voorwaarden), rest nog de laatste en moeilijkste etappe, die bepaalt of de operatie al of niet slaagt: de bedrijfsfusie.

    De Chinese bedrijven hebben nog een lange weg te gaan voordat ze ten volle kunnen integreren in de mondiale ketens op het gebied van productie, waardecreatie en logistiek, en van een ‘toeleveringsgrootmacht’ kunnen uitgroeien tot een ‘grootmacht van wereldmerken’.

    Auteur: Du Guangli
    Vertaler: Peter Bergsma

    Changjiang Shangbao
    China | Dagblad | oplage 400.000

    Een van de nieuwste kranten van China, uitgegeven door de Publishing Group Hubei Changjiang Chuban jituan, die heeft ervoor gekozen de prijs laag te houden om de verkoop te vergroten. Zeer rijk aan beeld.

  • 4. Servië als speerpunt

    4. Servië als speerpunt

    Servië speelt een centrale rol in de plannen die China heeft met Oost-Europa. Waarom eigenlijk?

    Eind juni werden tijdens het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Servië tal van contracten tussen beide landen getekend. De Servische leiders en de media kwamen superlatieven tekort en hadden het over de heropleving van het land dankzij de miljarden dollars die Beijng gaat investeren. Het bezoek van de president van een wereldmacht als China is ongetwijfeld een belangrijke gebeurtenis. Maar het is even belangrijk dat ten minste een deel van de aangekondigde contracten zal worden uitgevoerd!

    Tijdens de officiële onderhandelingen zijn er volgens dagblad_ Politika_ geen exacte bedragen genoemd. Op de lijst van getekende documenten staat slechts één handelscontract: het bouwproject voor de aanleg van een autosnelweg op het traject Surcin-Obrenovac, die gefinancierd wordt met een lening van 250 miljoen dollar met groen licht van de Export-Import Bank. Er is ook gesproken over de aanleg van een strategische haven aan de Donau en over veel andere projecten, maar het gaat meestal om gemeenschappelijke intentieverklaringen, die juridisch niet bindend zijn.

    Er is voor nog geen euro aan concrete financiële toezeggingen gedaan

    President Tomislav Nikolic zelf heeft de modernisering van de spoorwegverbinding tussen Belgrado en Boedapest genoemd, alsmede de aanleg van een Chinees industriegebied in de buurt van de Mihajlo Pupin-brug. Deze werkzaamheden zouden uitgevoerd worden door Chinese ondernemingen en arbeiders. Want China maakt, zoals altijd bij zijn investeringen in het buitenland, exclusief gebruik van zijn eigen bedrijven, mankracht en hulpmiddelen.

    Hoogtepunt van deze tournee was het bezoek van Xi Jinping aan de ijzer- en staalfabriek van Smederevo. Er was sprake van aanzienlijke bedragen die door de Chinezen zouden worden geïnvesteerd, er zouden nieuwe arbeidsplaatsen worden gecreëerd en de productie zou worden opgevoerd. Toch blijven veel details onduidelijk. Zoals, wie gaat de torenhoge schulden van de ijzer- en staalfabriek terugbetalen, die gezien de huidige ijzerprijs alleen maar kunnen oplopen? Er is geen enkele financiële toezegging gedaan ten aanzien van de 300 tot 900 miljoen euro die de Chinezen erin zouden willen steken. Er is voor nog geen euro aan concrete financiële toezeggingen gedaan!

    Weinig vleiend

    De verklaringen van de Chinese en Servische verantwoordelijken over de centrale rol die Servië in de regio speelt, klinken natuurlijk zeer aanlokkelijk. Het is duidelijk dat Beijing plannen heeft met Oost-Europa; de recente rondreis van Xi Jinping door de Tsjechische Republiek en Polen getuigt daarvan. Maar het is de vraag hoe Servië daar een centrale rol in speelt. De Chinezen zijn niet gevoelig voor de ‘charme’ van president Nikolic of de overredingskracht van de Servische eerste minister Aleksandar Vucic. Denis Depoux, vicevoorzitter van de raad van toezicht van adviesbureau Roland Berger voor Azië, komt met een plausibele verklaring voor de Chinese belangstelling: ‘Servië, kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, heeft een centrale rol gekregen in de Chinese investeringen in de regio omdat het zichzelf heeft gepositioneerd als een Europese bestemming met hooggekwalificeerde én goedkope arbeidskrachten.’ Voor elk land met enig gevoel voor eigenwaarde, is dat een weinig vleiend beeld.

    Nog verontrustender is de naïviteit van de Servische autoriteiten. In de zakenwereld, en met name de internationale, is het zo dat hoe zwakker en naïever een partij is, hoe meer de tegenpartij ervan profiteert. De Servische politici zijn het zakentalent van de Chinezen gigantisch aan het onderschatten.

    Auteur: Momir Turudic
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Beeld bovenaan: Een arbeider monstert rollen staal in de ijzer- en staalfabriek in Smederevo, Servië. – © Getty

    Vreme
    Servië | weekblad | oplage 25.000

    ‘De Tijd’ staat bekend om goed gedocumenteerde stukken van onafhankelijke commentatoren die de politiek kritisch volgen.

  • 7. Context: ‘Dit is pas het begin’

    7. Context: ‘Dit is pas het begin’

    Brazilië, Mexico, Algerije, de rest van Afrika, Griekenland, Groot-Brittannië, Oost-Europa…

    Sociale verantwoordelijkheid in Brazilië

    Sinds 2010 overweegt de Chinese graanmaatschappij Chongqing twee miljard dollar te investeren in het aanleggen van sojaplantages in de Braziliaanse deelstaat Bahia. ‘Maar in die zes jaar is er verder niets gebeurd, behalve dat de Chinezen er studie na onderzoek op hebben losgelaten. En nu dreigt het project zelfs te worden afgeblazen’, schrijft de Chinese zakenkrant Shiji Jingji Baodao. Waarom? Het project had immers de steun van de Braziliaanse overheid? ‘We denken dat Chongqing het vraagstuk van de sociale verantwoordelijkheid in Brazilië over het hoofd heeft gezien’, schrijft de krant.

    Volgens de Braziliaanse wet bestaat naast het recht op grondbezit ook het recht op vruchtgebruik van grond, aldus de krant uit Kanton, die zich baseert op een recent rapport van de Chinese overheid over agrarische investeringen in het buitenland. ‘In Bahia hebben bezitloze landarbeiders de gronden bezet die Chongqing op het oog had. De landarbeiders protesteren tegen de verkoop van de grond door de lokale overheid, omdat die transactie met een buitenlandse eigenaar de plaatselijke bevolking geen enkel perspectief biedt.’

    Voorzichtigheid in Mexico

    De Chinese investeringen in Latijns-Amerika zijn niet zonder risico voor de ontvangende partij. Daar hamert Jorge Guajardo op, de voormalige Mexicaanse ambassadeur in Beijing. In een interview met de Argentijnse televisiezender Cadena 3 zei de diplomaat dat de ontvangende landen geconfronteerd kunnen worden met het afbrokkelen van hun industriële capaciteit.

    De Chinezen verbinden als voorwaarde aan hun investeringen, vooral in de petrochemie en de metaal, dat zij uitsluitend willen werken met Chinese ingenieurs, Chinese arbeiders en Chinees materiaal. Dat leidt volgens Guajardo voor het betrokken land tot een definitief verlies aan banen en vooral ook van kennis in de betreffende sector.

    ‘Made in USA by China’

    Het ‘Made in USA’ verdwijnt langzamerhand en maakt plaats voor ‘Made in USA by China’, aldus U.S. News & World Report. De Chinese investeringen in de VS bereikten vorig jaar een recordbedrag van 15,7 miljard dollar, 30 procent meer dan het jaar daarvoor. Ruim 90.000 Amerikanen werken inmiddels voor een bedrijf met Chinese eigenaren.

    Sommige investeringen roepen weerstand op, zoals de aangekondigde overname van de aandelenbeurs in Chicago door de Chinese Chongqing Group. De transactie wacht nog op de goedkeuring van de federale overheid.

    Andere aankopen liggen minder gevoelig, zoals dat van onroerend goed, een markt waarop de Chinezen steeds actiever worden. ‘Probeert China de Amerikaanse economie binnen te dringen?’ vraagt U.S. News zich af. Maar volgens David Dollar van de denktank Brookings Institution getuigen de Chinese investeringen simpelweg van het streven naar diversificatie in een economie die stabieler is dan de Chinese.

    ‘De Chinese Exim Bank verschaft het geld, Chinese ondernemingen bouwen de fabriek, China legt heffingen op de natuurlijke bronnen van het land waarin wordt geïnvesteerd, verkoopt die op de wereldmarkt en lost zo de bankschuld weer af’

    Bruggenhoofd naar Afrika

    ‘Een Chinese onderneming gaat in Algerije mobiele telefoons produceren’, kondigde in september de website Tout sur l’Algérie aan. Volgens de directie van het Chinese bedrijf KVD, fabrikant van het merk Doogee, betreft het ‘de eerste telefoonfabriek in Afrika die naar andere landen op het continent zal exporteren’.

    Het is de eerste belangrijke Chinese investering in de Maghreb. Daar was een schenking aan voorafgegaan van Beijing aan de Algerijnse regering van 15 miljoen dollar, te besteden aan culturele projecten. ‘Maar laat men zich niet verkijken op de Chinese strategie bij het investeren in de Maghreb’, aldus de Algerijnse krant El Watan. ‘De Chinese Exim Bank verschaft het geld, Chinese ondernemingen bouwen de fabriek, China legt heffingen op de natuurlijke bronnen van het land waarin wordt geïnvesteerd, verkoopt die op de wereldmarkt en lost zo de bankschuld weer af.’

    Duits wantrouwen

    De Duitse regering heeft goedkeuring verleend voor de overname (voor 4,6 miljard euro) van de Duitse fabrikant van industriële robots Kuka door de Chinese fabrikant van huishoudelijke apparaten Midea. ‘Er is geen enkele aanwijzing dat door de overname de nationale veiligheid in gevaar wordt gebracht.’

    Toch heeft de overname in de politiek zo veel debat opgeleverd ‘dat Midea op voorhand gewaarschuwd is’, schrijft de _Frankfurter Allgemeine Zeitun_g. ‘Bij het minste geringste wordt Kuka een politieke affaire.’

    Volgens Handelsblatt belegden de Chinezen in het eerste semester van dit jaar al 10,8 miljard dollar in kleinere Duitse bedrijven, tegen 526 miljoen in heel 2015.

    Chinese columnist: ‘Dit is pas het begin’

    De Chinezen die door Europa reizen beperken zich niet langer tot de aankoop van luxe goederen, ze kopen de bedrijven op die deze goederen produceren, schrijft columnist Tao Duanfang op de economische website Caixin Wang. De poging dit jaar van de staalreus Jinjiang om zijn aandeel in het Franse staalbedrijf Accor van 15,6 tot 29 procent te verhogen, joeg de Fransen schrik aan.

    ‘Die angst van “het oude Europa” is niet onterecht, want deze episode is slechts het topje van de ijsberg van Chinese aankopen van de laatste tijd in Europa. Er zijn nog maar twee economische grootmachten in de wereld: China en de Verenigde Staten. De Europese weerstand daartegen, of die zich nu zachtjes manifesteert of hardop wordt uitgesproken, heeft niet veel om het lijf. Wat zal er van Europa overblijven?’


    Welkom in Griekenland

    De Chinezen, zowel toeristen als investeerders, zijn van harte welkom in Griekenland waar de Chinese onderneming Cosco sinds augustus voor 280 miljoen euro eigenaar en beheerder is van de haven van Piraeus, tot groot genoegen van zelfs een linkse krant als Efimerida Ton Syntakton. De krant zwijgt daarbij over de staking van de dokwerkers, die wekenlang uit protest de haven platlegden.

    To Vima meldt dat Piraeus door toedoen van de Chinezen dit jaar 14 procent meer containers zal verwerken dan vorig jaar, en het huidige record van 2 miljoen stuks ruimschoots zal verbeteren.

    Britse kerncentrale

    ‘De Chinese business rijst de pan uit’, zette de Britse krant i onlangs boven een bericht over de toenemende Chinese investeringen in de Britse economie, die in zes jaar tijd met 500 procent zijn gestegen. In 2016 hebben de Chinezen nu al al 4,1 miljard euro gestopt in Britse fusies en overnames. En als klap op de vuurpijl nemen zij voor 6,9 miljard euro een aandeel in de bouw van een kerncentrale in Hinkley Point in Engeland.

    In september gaf premier Theresa May het groene licht voor de centrale van het type EPR. De Chinese president Xi Jinping noemde dit volgens de Financial Times ‘een lichtend voorbeeld’ in ‘de gouden eeuw’ van de Chinees-Britse samenwerking.

    Toch hebben sommigen bedenkingen. In dezelfde krant schreef een Britse hoogleraar in internationale betrekkingen dat ‘Chinese staatsondernemingen een probleem kunnen gaan vormen’. Niet zozeer omdat het staatsondernemingen zijn, maar ‘omdat ze gecontroleerd worden door de Communistische Partij en in sommige gevallen door het Volksbevrijdingsleger’. ‘Het is zonneklaar dat als het om een politiek strategische industrie gaat als de energie-industrie, men dit soort instanties op afstand dient te houden.’

    1000 miljard voor Oost-Europa

    China is in 2012 een samenwerkingsverband aangegaan met zestien landen in Midden- en Oost-Europa. In deze gebieden investeren de Chinezen vooral in energie en infrastructuur. Zo heeft Beijing een contract gesloten met Bosnië en Herzegovina voor de bouw van een energiecentrale in Tuzla, en in 2015 een akkoord bereikt met Roemenië over een kerncentrale in Cernavoda. Eerder dit jaar opende een Chinese fabrikant van windmolens een kantoor in de Servische hoofdstad Belgrado met de bedoeling de hele Balkan van windmolens te voorzien.

    ‘Ter vergelijking’, schrijft de Servische krant Politika; ‘de Amerikaanse hulp bij de wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog bedroeg 130 miljard dollar (omgerekend naar de huidige waarde). Nu zijn de Chinezen bereid om duizend miljard dollar in Europa te investeren!’

    Chinese ontwikkelingshulp: win-winsituatie?

    Er is veel kritiek op de Chinese ontwikkelingshulp in met name Afrika. Toch werkt het systeem wel, stellen onderzoekers.

    De Chinese strategie van ontwikkelingshulp bestaat sinds kort naast de westerse variant en verdient nadere beschouwing, schrijven drie onderzoekers in een artikel op de website The Diplomat. Hoewel zeer omstreden, lijkt de Chinese methode niettemin doelmatiger, stellen de auteurs – Ron Matthews, hoogleraar economie aan de Britse Defence Academy, Pling Xiaojuan, onderzoekster aan het Instituut voor Oost-Azië van de Universiteit van Singapore, en Li Ling, die economie doceert aan Chinese militaire academie. ‘De Chinese methode biedt (…) de mogelijkheid om gelijktijdig zowel de ontwikkeling van het betreffende land als de Chinese belangen te bevorderen.’

    Dankzij de ‘naar buiten gerichte’ Chinese regeringspolitiek hebben op dit moment 28 sectoren die voor China van strategisch belang zijn geïnvesteerd in meer dan 160 multinationale ondernemingen, waarmee voordelige handelscontracten zijn afgesloten in het kader van hulpprojecten, voornamelijk in Afrika. De investeringen richten zich voornamelijk ‘op sectoren die van gemeenschappelijk belang zijn voor de economische zekerheid, zoals voedsel, energie en delfstoffen’.

    ‘De hulp is niet altruïstisch, maar een mechanisme dat bedoeld is om de autonome ontwikkeling te bevorderen van het ontwikkelingsland’

    ‘De hulp is niet altruïstisch, maar een mechanisme dat bedoeld is om de autonome ontwikkeling te bevorderen van het ontwikkelingsland, waarbij wordt vermeden dat de burgers van het donorland een te zware last moeten dragen.’

    Een kenmerk van de Chinese strategie zou zijn dat ‘de hulp niet aan voorwaarden is gebonden, in tegenstelling tot de paternalistische westerse hulp, die wordt geboden op voorwaarde dat de ontvanger zich houdt aan de principes van de vrijemarkteconomie en van democratische hervormingen’.

    De Chinese hulp wordt vrijwel volledig bilateraal verstrekt, hetgeen Beijing in staat stelt de projecten te controleren die geheel worden uitgevoerd met Chinese partners. De hulp is verder samengesteld uit giften en renteloze leningen of leningen tegen lage rente, en gaan vergezeld van tal van scholingsprogramma’s en het sturen van medisch personeel en preventie- of hulpteams bij rampen.

    De miljarden dollars aan hulp en investeringen vanuit China hebben niets te maken met een neokoloniaal imperialisme, ondanks de westerse beschuldigingen van het tegendeel, concluderen de auteurs.

    Samengesteld door Lambiek Berends

  • Wat Griekenland van Afrika kan leren

    Wat Griekenland van Afrika kan leren

    Op fora in Afrika wordt vaak de vraag gesteld wat het continent van Griekenland kan leren. Ecoloog en Afrikaspecialist Ian Scoones betoogt dat Griekenland, net als alle andere landen met schulden, veel kan leren door naar Afrika te kijken.

    Niet alleen in Griekenland, in de hele wereld nemen de schulden toe. Door teruglopende prijzen van grondstoffen en de sterker wordende Amerikaanse dollar zijn de schulden in veel economieën onhoudbaar geworden. Hierdoor gaat een stijgend deel van de overheidsinkomsten naar de aflossing van schulden, en gaan schulden een steeds groter deel uitmaken van het totale bbp. Zo extreem als in Griekenland – waar de schuld ongeveer 178 procent van het bbp bedraagt, en inmiddels waarschijnlijk nog meer door het instorten van de economie – komt zelden voor, maar rooskleurig is het ook elders niet. Zimbabwe heeft een enorme buitenlandse schuld, die tot zo’n 40 procent van het bbp is opgelopen, terwijl andere landen in de regio, Mozambique en Tanzania bijvoorbeeld, hun schulden laten stijgen om groei aan te jagen. Maar zoals wordt gesteld in het precies op het goede moment verschenen nieuwe rapport van Jubilee Debt Campaign [JDC is onderdeel van een wereldwijde beweging die zich verzet tegen de slavernij van de schuldenlast en pleit voor alternatieve geldsystemen], verhult een dergelijke groei de toenemende ongelijkheid, evenals het feit dat overheidsuitgaven door het aflossen van de schulden jarenlang onder zware druk komen te staan. Gaan we terug naar de jaren tachtig en negentig, toen veel landen in Afrika – net als Griekenland vandaag de dag – opgezadeld zaten met een onhoudbare schuldenlast? Destijds hadden de Afrikaanse landen de bittere pil van de bezuinigingsmaatregelen van de internationale financiële instellingen gewoon maar te slikken. Griekenland en andere landen die kwetsbaar zijn voor schulden, kunnen de nodige lessen trekken uit die tijd en de nasleep ervan. De nieuwe Griekse minister van Financiën, Euclid Tsakalotos, weet waar het over gaat. In 1994 publiceerde hij in het Journal of Development Studies een artikel over de reikwijdte en de grenzen van financiële liberalisering in ontwikkelingslanden. In het Cambridge Journal of Economics bepleitte hij dat we ook in 
de economie oog moeten hebben voor waarden waar we in de samenleving belang aan hechten.

    Schade

    In de jaren tachtig en negentig werden in Afrika de bezuinigingsmaatregelen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank niet ter goedkeuring aan de bevolking voorgelegd – net als in Griekenland zouden ze anders zonder meer zijn verworpen. In plaats daarvan werden regeringen van verschillende politieke pluimage gedwongen zich te onderwerpen aan vergaande structurele aanpassingen. Zimbabwe is een goed voorbeeld. De strategie die gericht was op weloverwogen groei en rechtvaardigheid, werd in 1991 verlaten ten gunste van het Economic Structural Adjustment Programme (ESAP), in Zimbabwe beter bekend als Economic Suffering for African People. We kennen de gevolgen van deze rampzalige periode, zowel op economisch als op politiek gebied [inmiddels is Zimbabwe vanwege een hyperinflatie van miljarden procenten officieel overgestapt op de Amerikaanse dollar. De werkeloosheid is nog steeds torenhoog, de landbouw functioneert niet goed en het land is in veel opzichten een dictatuur]. Wat zou er in Afrika gebeurd zijn als de structurele aanpassingen (c.q. bezuinigingen) waren vervangen door een uitgebalanceerde schuldsanering die investering en hervorming zou stimuleren en tegelijkertijd de basisvoorzieningen en kwetsbaren zou beschermen? Het antwoord kennen we niet. Zeker is wel dat de bezuinigingen langdurige schade hebben aangericht – niet alleen aan de economieën, die al decennia lang zwakke groeicijfers vertonen, maar direct aan de bevolking zelf. Velen kregen geen onderwijs. En door een sterk verminderde gezondheidszorg waren de gevolgen van de hiv/aids-epidemie die zich in dezelfde tijd over het continent verspreidde, bijvoorbeeld veel en veel erger. Er zijn lessen uit getrokken en in sommige kringen is de Washington Consensus afgedankt. [De Consensus 
is een in 1989 ontwikkeld standaardhervormingspakket door in Washington gevestigde instituten als het IMF en de Wereldbank voor landen die in een crisis verkeren.] Aan het begin 
van deze eeuw werd in ontwikkelingslanden met veel armoede en hoge schulden bij het aflossingsprogramma meer rekening gehouden met armoedebestrijding. Daar hadden sommige Afrikaanse landen baat bij, al was het maar tijdelijk.

    Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
    Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
    Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF

    Een lesje

    Het is beslist mogelijk om een ondermijnende schuldenlast te voorkomen en bovendien groei en sociale rechtvaardigheid te stimuleren. Dat was ook wat na het eind van de Tweede Wereldoorlog in Europa werd vastgelegd. Griekenland was een van de partijen die het akkoord voor kwijtschelding van de schuld van Duitsland ondertekende, waarmee het voor het door de oorlog geruïneerde land weer mogelijk werd volop te groeien. De internationale conferentie in Londen in 1953 [met de Londense Schuldenovereenkomst tot gevolg] was een doorbraak voor Europa, waaraan in Brussel jammer genoeg geen voorbeeld werd genomen. Net als een paar decennia geleden in Afrika blijven de schuldeisers van Griekenland een duurzame oplossing afwijzen. Ze lijken erop uit een koppig land een lesje te leren, te vernederen zelfs. De retoriek van de betrokkenen is ronduit schokkend. Christine Lagarde, directeur van het IMF, riep op tot een overleg met adults in the room [een overleg onder volwassenen]. Afrikaanse onderhandelaars zullen zich herinneren hoe ook zij werden vernederd 
en gekleineerd door de internationale organisaties die hun pleidooi voor een evenwichtiger aanpak destijds afwezen. Zij zullen ongetwijfeld meeleven met de Grieken.

    Nieuwe perspectieven

    Afrika heeft de periode van structurele aanpassingen achter zich gelaten. De Washington Consensus is afgezwakt en er zijn nieuwe spelers – en nieuwe ideeën – op het veld. Anders dan Griekenland zijn Afrikaanse landen niet zo afhankelijk van een overheersende macht als Duitsland, 
en zijn ze minder gebonden aan een specifiek regionaal politiek project. Dat is een goede zaak. Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF en andere organisaties. Nieuwe ideeën – en financiën – komen vooral uit landen als China, Brazilië, India, Maleisië en Zuid-Korea. Op dit moment is het nieuwe door de overheid geleide developmentalism de trend. In Rwanda en Ethiopië wordt een nieuwe omschrijving van een zogeheten developmental state geformuleerd. [In een developmental state stuurt de overheid de economische ontwikkeling actief en probeert ze het midden te vinden tussen economische groei en sociale ontwikkeling.] Andere landen zijn daarin geïnteresseerd, misschien Zimbabwe ook. Ze maken allemaal gebruik van de kennis en ervaring van de opkomende landen, met name van China. Voorafgaand aan de vaststelling van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen [SDG’s] van de VN in september, kwamen in 
de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba regeringsvertegenwoordigers uit de hele wereld bij elkaar om de financiering van een verdere ontwikkeling in deze landen te bespreken.

    Productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden

    Het discussiestuk voor de conferentie stond bol van de mooie woorden, maar was echt anders geformuleerd dan in de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Duurzame financiering, kapitaal en investeringen voor de lange termijn, het in evenwicht brengen van productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden. Het document is veel meer geïnspireerd op Keynes [die onder meer meende dat een overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren] dan op Friedman [grondlegger van het monetarisme en de vrijemarkteconomie], en focust op duurzame ontwikkeling voor de lange termijn, niet op korte, krachtige crisisinterventies die samengaan met ideologische disciplinering en onderdrukking. De discussies van de VN in Addis Abeba raakten echter maar een klein deel van het grotere geheel. Financiering door de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) komt in de stukken nauwelijks aan de orde, terwijl de bank van de BRICS-landen en de nationale Aziatische, Chinese en Braziliaanse investeringsbanken steeds belangrijkere spelers worden. Dat geldt ook voor de enorme private geldstromen: de mondiale kapitaalmarkten reorganiseren zich en houden Afrika daarbij goed in het oog. Het in balans brengen van deze investeringen, het afdekken van risico’s en het vermijden van onhoudbare schulden zal de komende jaren, bij een afnemende groei van de grondstoffenmarkt, voor alle Afrikaanse landen een knap lastige evenwichtsoefening zijn. Net als veel landen in Afrika heeft Griekenland geleden onder de langetermijngevolgen van een combinatie van structurele onderontwikkeling, slecht economisch bestuur en een corrupte elite die de rijkdom door vererving binnen de familie houdt. Het wordt een moeilijke opgave om zonder bijkomend leed een oplossing te vinden voor de dilemma’s die spelen. Zonder nieuwe ideeën en nieuwe bondgenoten lukt dat niet.

    Ian Scoones

    De auteur is verbonden aan het Institute 
of Development Studies, Universiteit van Sussex.

    Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd 
op www.zimbabweland.net/blog.