Tag: Israël

  • Tienduizenden Israëliërs de straat op tegen de regering-Netanyahu

    Tienduizenden Israëliërs de straat op tegen de regering-Netanyahu

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nationalistische regering Slowakije wint bij presidentsverkiezingen

    » President Rwanda wijst naar westerse wereld bij herdenking genocide

    De betogers eisten dat de regering aftreedt

    Duizenden Israëlische betogers zijn zaterdag in Tel Aviv en andere delen van het land de straat op gegaan, om de regering op te roepen meer te doen om de 130 gijzelaars die door Hamas worden vastgehouden vrij te krijgen, en om vervroegde verkiezingen te houden. Dat schrijft The Times of Israel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er werd geroepen om het aftreden van Netanyahu. Tijdens de protestmars in Tel Aviv liep het meerdere malen uit de hand, en oproerpolitie moest ingrijpen met onder meer traangas en een waterkanon. Dergelijke protesten op zaterdag zijn een regelmatig voorkomend verschijnsel geworden in Tel Aviv en andere delen van het land, sinds de oorlog die begon op 7 oktober.

    Organisatoren van de antiregeringsprotesten in Tel Aviv zeiden dat honderdduizend mensen deelnamen aan de betogers. Een dag na de enorme protesten was het zes maanden geleden dat de oorlog in Gaza begon. Israël heeft aangekondigd troepen terug te trekken uit het zuiden van Gaza, terwijl in Egypte wordt onderhandeld tussen Hamas en Israël over een mogelijk staakt-het-vuren.

  • Woede na dodelijke Israëlische aanval op hulpverleners

    Woede na dodelijke Israëlische aanval op hulpverleners

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Taiwan schrikt op van zwaarste aardbeving in 25 jaar

    » Franse politie doet onderzoek naar mysterieuze verdwijning kleuter

    De hulpverleners werden geraakt door een drone

    Wereldleiders hebben zware kritiek geuit na een Israëlische luchtaanval in het centrale deel van de Gazastrook waarbij zeven hulpverleners om het leven kwamen. Dat meldt The Times of Israel. Zij herhaalden hun oproepen voor een onmiddellijk staakt-het-vuren in het oorlogsgebied.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De in de Verenigde Staten gevestigde hulporganisatie World Central Kitchen (WCK) bevestigde dinsdag dat haar medewerkers waren gedood bij een ‘gerichte aanval’ door het Israëlische leger. De doden kwamen uit Palestina, Australië, Polen, het Verenigd Koninkrijk en de VS. Onder meer de premier van Australië, de president van de VS en Europese leiders hebben hun afkeur over de aanval uitgesproken.

    De NGO zei dat haar team op het moment van de aanval in een ‘niet-conflict’-gebied reisde in een konvooi van twee gepantserde auto’s met het logo van WCK. ‘Ondanks de coördinatie met de IDF werd het konvooi geraakt toen het de opslagplaats in Deir al-Balah verliet, waar het team meer dan 100 ton humanitaire voedselhulp had uitgeladen die via de zeeroute naar Gaza was gebracht’, schreef de organisatie.

  • Wat zij zeggen over de opkomst van antisemitisme door de oorlog in Gaza

    Wat zij zeggen over de opkomst van antisemitisme door de oorlog in Gaza

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de opkomst van antisemitisme door de oorlog in Gaza? ‘Vooral in het tijdperk van de sociale media willen mensen eenvoudige, gegeneraliseerde beschuldigingen.’

    Kenan Malik – columnist

    The Observer

    ‘Het onderscheid tussen kritiek en intolerantie is in principe makkelijk te maken. Discussies over sociale praktijken en overheidsbeleid zouden zo onbelemmerd mogelijk gevoerd moeten worden. Maar wanneer minachting wordt omgezet in vooroordelen over mensen, dan wordt een rode lijn overschreden. Zoals het hekelen van het islamisme leidt tot oproepen om de immigratie van moslims te stoppen. Of het hekelen van de Israëlische acties in Gaza, wat uitmondt in antisemitisme en bijvoorbeeld in een protest bij een Joodse winkel in Londen.‘ 


    Nicholas Kristof – columnist

    The New York Times

    ‘Het is ontegenzeggelijk waar dat de wereld de onderdrukking van de Palestijnen door Israël kritischer volgt dan vele andere verschrikkingen. (…) 

    Verdedigers van Israël hebben het volste recht om op dit alles te wijzen, en soms neigen de reacties inderdaad naar antisemitisme. Maar – en dat is de andere kant – het lijkt me ook gewetenloos om de hypocrisie van de wereld, hoe oneerlijk ook, te gebruiken om de dood van duizenden kinderen in Gaza te rechtvaardigen.‘


    Lars Rensmann – politicoloog aan de Universiteit van Passau

    ZDF

    ‘Vooral in het tijdperk van de sociale media willen mensen eenvoudige, gegeneraliseerde beschuldigingen. Wordt het publieke debat in Duitsland relatief feitelijk gevoerd, in veel landen heerst een zeer emotioneel geladen discours waarin de wereld wordt verdeeld in goed en kwaad, en in de publieke opinie komt Israël, waarvan de burgerbevolking brutaal is aangevallen door Hamas, over als kwade koloniale onderdrukker. Dergelijke percepties staan echter haaks op de realiteit in het Midden-Oosten en de complexiteit van het conflict.‘


    Nous Vivrons – collectief van 70 vooraanstaande Franse Joden

    Le Monde

    ‘In een tijd waarin het gaat over vooroordelen, intersectionaliteit en culturele toe-eigening ervaren Joodse vrouwen en mannen ongeveer alles wat meerderheden wordt verzocht niet te doen met minderheden. Er wordt ons verteld wanneer we slachtoffers zijn en wat echt antisemitisme is. We worden monddood gemaakt en voor ‘vuile Jood’ uitgemaakt. Wanneer we weigeren ons te onderwerpen, worden we weggezet als extreemrechts. Dit is antisemitisme dat niet eens meer de moeite neemt een bivakmuts op te zetten.’

  • Iran gaat Hamas niet redden. ‘Teheran wil een totale oorlog vermijden’

    Iran gaat Hamas niet redden. ‘Teheran wil een totale oorlog vermijden’

    Regionale milities zoals Hamas hebben Teheran voor een dilemma gesteld: is het nog wel mogelijk om aan de zijlijn te blijven staan, zodat de oorlog tussen Israël en Gaza niet uitmondt in een regionaal conflict?

    Enkele weken nadat Israël Gaza was binnengevallen als reactie op de dodelijke aanval van Hamas op 7 oktober, riep ayatollah Ali Khamenei, de Iraanse opperste leider, op tot een bijeenkomst van militieleiders van een alliantie die Teheran de ‘as van verzet’ noemt. De aanval, die Khamenei publiekelijk had geprezen als een ‘epische overwinning’, markeerde een hoogtepunt in vier decennia aan Iraanse inspanningen om een netwerk van niet-gouvernementele militante groepen te trainen en te bewapenen, om zo zijn vijanden af te schrikken en zijn invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. 

    Maar achter gesloten deuren vertelde de Iraanse leider aan vooraanstaande Hamas-vertegenwoordigers, alsook aan Libanese, Iraakse, Jemenitische en andere Palestijnse militieleiders, dat Teheran niet van plan was om zich rechtstreeks in het conflict te mengen en de oorlog uit te breiden, aldus twee hooggeplaatste functionarissen van Hamas en twee van Hezbollah. Aanvullende gevechten, zo vertelde hij de afgevaardigden, zouden de wereld kunnen afleiden van de verwoestende invallen van Israël in Gaza. Met andere woorden: Hamas stond er alleen voor. 

    De as staat voor een beslissend moment. Nu Irans bondgenoten nog meer brand stichten in de regio – van aanvallen op schepen in de Rode Zee tot de droneaanval waarbij drie Amerikaanse soldaten omkwamen in Jordanië – brengen ze hun weldoener dichter bij de rand van een direct conflict met Washington dat het al zo lang probeert te vermijden. 

    De militaire en financiële macht van Iran vormt de ruggengraat van de alliantie, waar Teheran evenwel geen volledig commando en controle over uitvoert. Niet elk lid hangt de sjiitische ideologie van Iran aan en de verschillende groepen hebben binnenlandse agenda’s die soms in strijd zijn met die van Teheran. Sommige opereren in geografisch geïsoleerde gebieden, waardoor het voor Iran lastig is om wapens, adviseurs en training te leveren. Dat geldt ook voor Hamas, een soennitische beweging, of voor de Houthi’s in Jemen, die met hun aanvallen op schepen de wereldwijde handelsstromen hebben verstoord en tegenaanvallen van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben uitgelokt. 

    Kracht van de as

    Amerikaanse functionarissen gaven een door Iran gesteunde groep de schuld van de droneaanval en het Witte Huis zei te geloven dat de daders werden gesteund door Kataib Hezbollah, een Iraanse militie in Irak met troepen in Syrië. Iran wees alle mogelijke betrokkenheid van de hand. 

    Voor Teheran ligt de kracht van de as in het feit dat elk lid operationele en territoriale autonomie geniet, wat een plausibele ontkenning mogelijk maakt. Iran kan zich distantiëren van de milities, ook al dienen die de strategische belangen van Iran door de macht van de VS en Israël in de regio tegen te gaan. 

    Deze aanpak heeft Teheran in staat gesteld vergeldingsacties van Israël en de VS te voorkomen die het geestelijke bewind zouden kunnen destabiliseren, aldus Norman Roule, een voormalig Midden-Oostenexpert van de CIA. Iraanse agressie, zei hij, ‘omvat nu steevast acties die kunnen worden toegeschreven aan Teheran, maar die Iran voldoende kan ontkennen’. 

    Teheran is voor groot dilemma gesteld

    Dat model wordt als nooit tevoren op de proef gesteld door de aanslag van 7 oktober. Door Israël de grootste klap aller tijden uit te delen – met meer dan 1200 slachtoffers, veelal burgers – is er een reusachtige Israëlische militaire campagne op gang gebracht die is gericht op het uitroeien van Hamas. Israël heeft grote delen van de Gazastrook verwoest en heeft het gemunt op Hamas-leiders, wat het duidelijk liet zien bij de luchtaanval in Beiroet in januari; daarbij kwam Saleh al-Arouri om het leven, de politieke adjunct van de groep, die enkele weken daarvoor had deelgenomen aan de ontmoeting met Khamenei in Teheran.

    Dat heeft Teheran voor een groot dilemma gesteld: zijn Palestijnse bondgenoot verdedigen, met het risico op een regionale oorlog waarin het zou kunnen worden meegesleept, of aan de kant blijven staan en toezien hoe een cruciale partner in de alliantie wordt gedecimeerd? 

    De aanval van 7 oktober was in het belang van Teheran, omdat een diplomatieke toenadering tussen Israël en Saoedi-Arabië – een andere regionale rivaal – hierdoor werd onderbroken en Iran de kans kreeg zich op te werpen als voorvechter van de Palestijnse zaak. De leiding van Iran probeerde vergelding door Israël of de VS te voorkomen door snel elke betrokkenheid bij de planning of uitvoering van de aanval te ontkennen. Functionarissen van Hamas en Hezbollah gaven tegenstrijdige verklaringen over de mogelijke voorkennis van Iran. The Wall Street Journal meldde dat sommigen van hen zeiden dat Iraanse veiligheidsfunctionarissen groen licht hadden gegeven voor de aanval, terwijl anderen dat verhaal in twijfel trokken. 

    De aanval had niet kunnen plaatsvinden zonder jarenlange Iraanse steun aan Hamas in de vorm van wapens, geld en training

    Hoe dan ook, de aanval had niet kunnen plaatsvinden zonder jarenlange Iraanse steun aan Hamas in de vorm van wapens, geld en training, aldus Afshon Ostovar, universitair docent aan de Naval Postgraduate School in Monterey (Californië), die gespecialiseerd is in de militaire ondernemingen van Iran in het Midden-Oosten. ‘Of ze nu in de pas lopen met deze of gene actie is minder belangrijk dan hoe ze collectief bewegen in de loop van de tijd,’ stelt Ostovar. ‘Iran gaf hun de wapens om de oorlog naar Israël te brengen op een manier waarop Iran dat zelf niet kon.’ 

    De as van verzet is ontstaan uit de zoektocht van Iran om na de Islamitische Revolutie van 1979 zijn militaire en ideologische invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. Het door Iran opgebouwde netwerk van extremistische militante groeperingen heeft door de jaren heen gebruikgemaakt van zwakke staten en instabiliteit om militaire en vaak ook politieke macht te verwerven. De alliantie, van Irak, Syrië en Jemen tot Libanon en de Palestijnse gebieden, gaf Iran relatieve bewegingsvrijheid van Teheran tot aan de Middellandse en de Rode Zee. 

    Vergelding VS

    Als reactie op de drone-aanval van een door Iran gesteunde militie op 28 januari in Jordanië, waarbij drie Amerikaanse militairen omkwamen, hebben de VS op 2 februari bombardementen uitgevoerd in Irak en Syrië. Daarbij zijn meer dan 85 doelen geraakt op 7 locaties die werden gebruikt door Iraanse troepen en door Iran gesteunde milities.

    Het zou gaan om commando- en controleoperaties, inlichtingencentra, wapenfaciliteiten en bunkers die worden gebruikt door de Iraanse Revolutionaire Garde en aanverwante milities. Er zijn naast militairen en strijders ook burgers omgekomen.

    Na de aanval van 28 januari zijn er geen Amerikaanse militairen meer omgekomen bij het conflict in het Midden-Oosten.

    In 1982 begon de Quds-brigade, een tak van de Iraanse Revolutionaire Garde, tijdens de chaos van de Libanese burgeroorlog betrekkingen aan te knopen met jonge Libanese militanten, die werden getraind en bewapend om Israëlische soldaten lastig te vallen en guerrillaoorlogen te voeren. De militie die daaruit ontstond, Hezbollah, werd de machtigste bondgenoot van Iran; ze trainde Palestijnse groepen, waaronder Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad, terwijl Iran financiële hulp en wapens naar hen doorsluisde. 

    Qassem Soleimani, een charismatische Iraanse commandant, nam eind jaren negentig de Quds-brigade over. Hij sluisde geld, wapens en militaire adviseurs door naar een reeks sjiitische milities in Irak, nadat de VS dat land in 2003 waren binnengevallen. De milities doodden volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie meer dan zeshonderd Amerikaanse soldaten. Soleimani werd in de hele regio bekend als het brein achter de Iraanse schaduwoorlogen. 

    Eigen agenda

    Irans bondgenoten waren weliswaar afhankelijk van Teheran, maar hadden allemaal hun eigen agenda, die de as van Soleimani soms uit zijn voegen deed barsten. Jemenitische Houthi-rebellen namen de hoofdstad Sana’a in, tegen Iraans advies. De Iraakse militieleider Qais al-Khazali sloeg Iraanse bevelen om de Amerikaanse troepen niet aan te vallen in de wind met de woorden ‘de Amerikanen bezetten ons land, niet dat van jullie’. Toen Hezbollah een van de grootste politieke partijen van Libanon werd, werd het gedwongen de eisen van de Libanese kiezers in evenwicht te brengen met de plannen van Soleimani voor de milities in het buitenland. 

    Tijdens de burgeroorlog in Syrië zette Soleimani Hezbollah in, samen met milities van Irakezen, Afghanen en anderen, om een opstand tegen president Bashar al-Assad te helpen verslaan. Dat bracht Soleimani’s strijdkrachten in conflict met Hamas, dat de voornamelijk soennitische opstanden van de Arabische Lente steunde. Hamas trainde Syrische rebellen in guerrilla-oorlogstactieken en veel van haar leden verdwenen in de gevangenissen van Assad. 

    Onder Qaani begon Iran steeds meer het idee te promoten van een verenigd front met zijn militiebondgenoten

    Nadat Yahya Sinwar, een hooggeplaatste Hamas-functionaris, in 2017 het roer had overgenomen in Gaza, na te zijn vrijgelaten uit de Israëlische gevangenis tijdens een gevangenenruil in 2011, werden de verschillen gladgestreken. Begin 2020 werd Soleimani gedood bij een Amerikaanse droneaanval in de buurt van de internationale luchthaven van Bagdad. De VS en Israël hoopten dat de dood van Soleimani, die een bijna mythische status had verworven onder zijn volgelingen, de regionale macht van de Quds-brigade zou inperken. Dat gebeurde niet. Soleimani’s opvolger en jarenlange plaatsvervanger Esmail Qaani was minder bekend bij het publiek, maar hij nam al snel de rol over. ‘De Quds-brigade is een onderneming, en hij is de CEO. Uiteindelijk is hij degene die hun salarissen betaalt,’ zegt Afshon Ostovar.

    ANP 481356327
    Palestijnse vlaggen naast logo’s van Hamas en Hezbollah op het ‘Palestinaplein’ in Teheran. – © ANP

    Onder Qaani begon Iran steeds meer het idee te promoten van een verenigd front met zijn militiebondgenoten. Ook de Palestijnse groepen kwamen intern meer op één lijn te staan. Onder leiding van Hamas begonnen zo’n twaalf Palestijnse groeperingen oorlogsoefeningen te houden, die gepubliceerd werden op een kanaal op de berichtenapp Telegram. De Israëlische inlichtingendienst merkte de oefeningen op, maar nam ze niet serieus, zeggen huidige en voormalige Israëlische veiligheidsfunctionarissen. 

    In mei 2021 bestormden Israëlische politietroepen het terrein van de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem, waarbij ze traangas en stungranaten afvuurden na confrontaties met Palestijnen die protesteerden tegen de uitzetting van bewoners in het oostelijke deel van de stad. De brand bij de moskee, die voor zowel sjiitische als soennitische moslims een centrale plaats inneemt, leidde tot een brede regionale veroordeling van Israël. 

    Eind 2021 ontmoetten Hamas-functionarissen Hezbollah-leider Nasrallah en zijn plaatsvervanger Naim Qassem in Beiroet om te bespreken hoe ze wraak zouden kunnen nemen op Israël, zeggen de twee functionarissen van Hamas en de twee van Hezbollah. Iraanse veiligheidsfunctionarissen namen volgens hen niet deel aan de bijeenkomst. 

    Diplomatieke herschikking

    In de zomer van 2022 kwamen functionarissen van Hamas, de Quds-brigade en Hezbollah regelmatig bijeen om scenario’s op te stellen voor een aanval op Israël, onder meer vanuit Gaza, Zuid-Libanon en Syrië. Dat laatste scenario werd al snel uitgesloten, volgens de twee Hamas- en twee Hezbollah-functionarissen. Een vierde optie omvatte volgens hen een gelijktijdige infiltratie vanuit Zuid-Libanon, Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Volgens een andere hoge Hamas-functionaris werden er algemene plannen voor een actie tegen Israël besproken, maar er werd geen tijdschema afgesproken voor een aanval. 

    Hezbollah was een centrale rol gaan spelen in de coördinatie van de activiteiten binnen de alliantie, vooral sinds de moord op Soleimani. Het hielp de Iraanse Revolutionaire Garde bij het trainen van milities om Islamitische Staat te bestrijden in Irak en Syrië, waar militaire bases doorgaans op de ene verdieping Iraniërs huisvesten en op de andere Hezbollah-strijders, aldus een veiligheidsinsider van Hezbollah. Het stelde Palestijnse militanten ook in staat om Israël te beschieten vanaf door Hezbollah gecontroleerd grondgebied in het zuiden van Libanon. 

    Toch bleef Israël ervan overtuigd dat de echte dreiging aan zijn noordgrens lag

    Iran maakte zich afgelopen jaar steeds meer zorgen over een bredere diplomatieke herschikking in het Midden-Oosten, nadat Israël in 2020 al een belangrijke overeenkomst had ondertekend met de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein, bekend als de Abraham-akkoorden, om de diplomatieke betrekkingen te normaliseren. De overeenkomst was bedoeld om de regionale machtsdynamiek te herstellen en Teheran buitenspel te zetten. Er werd nu gewerkt aan een nog grotere overeenkomst tussen Israël en Saoedi-Arabië, in wat het meest gedenkwaardige vredesakkoord voor het Midden-Oosten in jaren zou worden. 

    Tegen september begonnen de Israëlische inlichtingendiensten een toename in vijandigheid te bespeuren van Palestijnse militanten, waaronder Hamas, dat een video plaatste met een oefening voor een commando-operatie met onder meer een amfibische aanval met duikers. Het bouwde zelfs een replica van een Israëlische kibboets en bestormde die tijdens trainingen in het volle zicht van Israëlische veiligheidstroepen – een scenario dat griezelig veel leek op wat er op 7 oktober zou gebeuren. Toch bleef Israël ervan overtuigd dat de echte dreiging aan zijn noordgrens lag. In een toespraak op 3 oktober waarschuwde Khamenei, de opperste leider van Iran, Arabische regeringen die proberen de banden met Israël aan te halen dat ze verkeerd bezig waren. Op een islamitische eenheidsconferentie in Teheran zei hij dat ‘verzetskrachten uit de hele regio’ Israël zouden uitroeien: ‘Hun wacht een nederlaag.’ 

    In de vroege ochtend van 7 oktober regende er in een tijdsbestek van ongeveer twintig minuten een spervuur van ruim drieduizend raketten over Israël. Bijna drieduizend Palestijnse militanten, overwegend leden van Hamas, doorbraken vanuit Gaza op pick-uptrucks, motoren en in paragliders de grens. Zwaar bewapend en in zwarte uniformen drongen ze kibboetsen in het zuiden van Israël binnen en schoten ongewapende burgers neer, terwijl ze de gruweldaden vastlegden met bodycams. Ze staken Israëlische militaire voertuigen in brand en hielden auto’s aan op snelwegen, waarna ze de inzittenden executeerden. Op een muziekfestival in de buurt van Re’em richtten militanten een bloedbad aan en doodden minstens 360 bezoekers. Toen ze vertrokken, namen de leden van Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad meer dan tweehonderd gijzelaars mee naar Gaza. Het was de ernstigste schending van de Israëlische grenzen sinds de Jom Kippoeroorlog van 1973. 

    De omvang en de schaal van de aanval riepen bij regeringen over de hele wereld de vraag op hoe Hamas erin was geslaagd om door de verdediging van een van de machtigste legers van het Midden-Oosten te breken, hoewel het al bijna twee decennia zucht onder een strenge blokkade. 

    Buitengewone actie

    ‘Iedereen was zich bewust van de noodzaak een buitengewone actie uit te voeren,’ zei Husam Badran, een hooggeplaatst lid van de politieke vleugel van Hamas in Doha, in een interview. Maar ‘de details van de militaire operatie werden overgelaten aan de Qassam Brigades’, zei hij, verwijzend naar de militaire vleugel. 

    Sommige partijen in de alliantie hebben er belang bij om de oorlog uit te breiden door Iran erbij te betrekken, terwijl anderen, waaronder Iran zelf, verdere escalatie willen voorkomen. Door de gefragmenteerde aard van het contact tussen de leden van de alliantie hebben zelfs hoge functionarissen niet altijd een volledig beeld van de gebeurtenissen. 

    Hoewel Iran de aanval van 7 oktober aanvankelijk begroette als een enorme overwinning voor zijn as van verzet, distantieerden de leiders van het land zich al snel van elke suggestie dat ze erbij betrokken zouden zijn. Ook andere bondgenoten ontkenden voorkennis te hebben gehad. Hezbollah-chef Nasrallah was woedend over het nieuws van de aanslag, aldus een westerse functionaris die contact heeft met hooggeplaatste Hezbollah-figuren. Na bijna een maand te hebben gezwegen hield Nasrallah een toespraak waarin hij benadrukte dat Hezbollah niet had meegedaan. Hij zei dat de tijd nog niet rijp was voor een totale oorlog van Hezbollah tegen Israël, maar waarschuwde dat dat wel zou kunnen veranderen. 

    Ze raakten bevolkte gebieden, waarmee ze Israël dwongen om steden te evacueren en tienduizenden mensen uit het grensgebied ontheemd raakten

    Commandant Qaani van de Quds-brigade pendelde tussen Iran, Syrië en Libanon om te voorkomen dat de acties van Iraanse bondgenoten uit de hand zouden lopen, vertellen een westerse veiligheidsfunctionaris, een hoge Libanese functionaris en de adviseur van de Revolutionaire Garde. Vanuit Libanon beschoten Palestijnse groepen en Hezbollah het noorden van Israël met raketten en handvuurwapens. Ze raakten bevolkte gebieden, waarmee ze Israël dwongen om steden te evacueren en tienduizenden mensen uit het grensgebied ontheemd raakten. 

    In een zeldzame actie tegen Israël vuurden de Houthi’s in Jemen raketten af op de Zuid-Israëlische stad Eilat en vielen ze aan Israël gelinkte schepen aan in de Rode Zee. In de afgelopen weken hebben de Houthi’s nieuwe aanvallen uitgevoerd op commerciële schepen rond Jemen. De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben gereageerd met luchtaanvallen op Houthi-bases in Jemen. De regering-Biden zei dat ze de Houthi’s opnieuw zou aanmerken als een terroristische organisatie, na jarenlange afwezigheid op de terreurlijst. 

    Deze acties over en weer hebben wereldwijd markten door elkaar geschud en internationale scheepvaartroutes overhoop gehaald, en hebben de regering-Biden betrokken bij een breder conflict dat de spanningen in de regio dreigt te vergroten. Toch zijn de schermutselingen niet uitgelopen op een directe confrontatie tussen Iran en de VS en is een grote regionale oorlog op het nippertje voorkomen. 

    Laag pitje

    Analisten zeggen dat de aanval van Hamas inging tegen de manier waarop Iran al vier decennia lang het conflict met zijn vijanden op een laag pitje houdt, om een vergelding te voorkomen die de Islamitische Republiek ten val zou kunnen brengen. ‘Iran heeft zo lang overleefd, in tegenstelling tot Saddam Hoessein en andere autoritaire regimes, omdat het land het machtsevenwicht in de regio begrijpt,’ aldus Hage Ali van denktank Carnegie in Beiroet. Hij noemde de strategie van Iran er een van ‘langdurige uitputting’. 

    Toen de politiek leider van Hamas, Ismail Haniyeh, en zijn plaatsvervanger Saleh al-Arouri in november naar Teheran reisden voor een ontmoeting met Khamenei, werd hun verteld dat Iran Hamas steunde, maar geen rol speelde in de verrassingsaanval van de militanten op Israël, zo meldden Iraanse staatsmedia. Haniyeh en Arouri verlieten de ontmoeting teleurgesteld, maar gaven Iran een lijst met wapens, waaronder antitankraketten en draagbare luchtdoelraketten, die ze nodig zouden kunnen hebben als de oorlog langer dan zes maanden zou duren, aldus Hamas-functionarissen. 

    Kort na dit bezoek vond volgens hoge Hamas- en Hezbollah-functionarissen een grotere bijeenkomst van Iraanse bondgenoten plaats in Teheran. Onder de aanwezigen bevonden zich Haniyeh en Arouri, evenals Quds-brigadecommandant Qaani, de hooggeplaatste Hezbollah-functionaris Hashem Safi al-Din, Houthi-ambassadeur in Teheran Ibrahim al-Dulaimi en de leider van de Palestijnse Islamitische Jihad, Ziyad al-Nakhalah. Tijdens de vergadering deelde Khamenei de groep mee dat hij zich bewust was van de groeiende ontevredenheid over de toespraak waarin Nasrallah had gezegd dat de tijd niet rijp was voor een breder conflict, aldus de functionarissen van Hamas en Hezbollah. Volgens hen verdedigde Khamenei de strategie om een totale oorlog te vermijden door te zeggen dat hij de aandacht niet wilde afleiden van de Palestijnse strijd, die volgens hem in het voordeel van Hamas zou zijn, ondanks de aanhoudende verliezen in Gaza.

    Iran had zijn as van verzet opgebouwd om zijn eigen voortbestaan te garanderen, niet dat van Hamas. Hoewel de Palestijnse groep een belangrijke bondgenoot is, zou Iran de vernietiging van zijn sterkste partner, Hezbollah, niet riskeren om Hamas te redden, stelt Emile Hokayem, een expert op het gebied van veiligheid en non-gouvernementele actoren in het Midden-Oosten bij het International Institute for Strategic Studies. ‘Ze gaan Hezbollah niet inzetten in een oorlog die de Iraniërs niet als existentieel zien,’ luidde zijn commentaar. 

    Dov Lieber, Max Colchester, Adam Chamseddine en Fatima Abdul Karim hebben bijgedragen aan dit artikel. 

  • Canada stopt met het leveren van wapens aan Israël

    Canada stopt met het leveren van wapens aan Israël

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Donald Trump kan boete van 454 miljoen dollar voor fraude niet betalen

    » Atleten uit Rusland en Belarus uitgesloten van opening Olympische Spelen

    Trudeau is steeds kritischer op de Gaza-oorlog

    De Canadese regering van Justin Trudeau heeft aangekondigd te stoppen met het sturen van wapens naar Israël. Deze beslissing volgt op een niet-bindende motie van het Canadese parlement. De minister van Buitenlandse Zaken, Mélanie Joly, vertelde dinsdag aan Toronto Star dat haar regering toekomstige wapenleveranties aan het land dat een controversiële oorlog voert in Gaza zal stopzetten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hoewel Trudeau heeft verklaard te geloven in het recht van Israël om zichzelf te verdedigen, is hij steeds kritischer geworden over de huidige militaire operaties van Israël in Gaza, aldus The Guardian. Deze nieuwe stap is daar getuige van.

    Canadians for Justice and Peace in the Middle East noemde de motie van het Canadese parlement in een verklaring ‘verwaterd’ maar zei dat het een ‘kleine stap voorwaarts was om een einde te maken aan de Canadese medeplichtigheid aan Israëls genocidale oorlog in Gaza’. De lobbygroep Centre for Israel and Jewish Affairs sprak van een ‘misplaatste en onoprechte’ motie. ‘Het [besluit] zal de humanitaire crisis niet effectief aanpakken. Het zal de Gazanen niet bevrijden van de tirannieke heerschappij van de Iraanse proxy, Hamas. Het zal de vrede niet bevorderen.’

  • Israël doet opnieuw inval in ziekenhuis Al-Shifa

    Israël doet opnieuw inval in ziekenhuis Al-Shifa

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noord-Korea vuurt verschillende ballistische raketten af

    » Colombia schort wapenstilstand met FARC-dissidenten in deel van het land op

    IDF beweert dat Hamas zich verschuilt in Al-Shifa

    Het Israëlische leger (IDF) voerde zondagnacht opnieuw een operatie uit in het Al-Shifa-ziekenhuis in Gaza, zo maakte een woordvoerder bekend. De inlichtingendiensten zouden informatie hebben ontvangen over de aanwezigheid van hooggeplaatste Hamas-functionarissen in het medische complex, meldt Haaretz.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Iets minder dan twee uur na de aankondiging van de start van de operatie beweerden het Israëlische leger en de interne veiligheidsdienst Shin Bet dat ‘terroristen het vuur hadden geopend’ op Israëlische soldaten tijdens de inval. Volgens de BBC beschreven getuigen scènes van ‘paniek’ in het ziekenhuis. Op sociale media gaan video’s rond – die nog niet geverifieerd zijn door de Britse omroep – van ‘zwaar geschut’ rond het ziekenhuis, waar tientallen tanks en pantservoertuigen zouden zijn ingezet.

    Het Israëlische leger, dat Hamas ervan beschuldigt medische faciliteiten te gebruiken als commandocentrum, was al op 15 november het Al-Shifa-ziekenhuis binnengevallen. Aan het einde van de operatie beweerde het ‘munitie, wapens en militaire uitrusting’ te hebben gevonden, evenals een 55 meter lange tunnel die onder het ziekenhuis liep en volgens het leger door Hamas werd gebruikt.

  • Biden ongekend fel over oorlog Israël in Gaza: ‘Aanval Rafah is rode lijn’

    Biden ongekend fel over oorlog Israël in Gaza: ‘Aanval Rafah is rode lijn’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeven vermisten in Frankrijk door aanhoudend noodweer

    » VS beginnen met evacuatie ambassadepersoneel uit Haïti

    De Amerikaanse president is klaar met het geweld van Israël

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft dit weekend benadrukt dat Israël zijn beleid rond de oorlog tegen Hamas in Gaza moet aanpassen. Dat schrijft The Wall Street Journal. Biden zei open te staan voor een bezoek aan Israël om deze beleidswijziging erdoorheen te drukken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens Biden doet de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zijn land meer kwaad dan goed doet. Ook zei Biden dat de geplande operatie in Rafah in het zuiden van Gaza ‘een rode lijn’ is. De president zei niet wat er zou gebeuren als Israël deze rode lijn zou overschrijden.

    De relatie tussen Biden en Netanyahu is de afgelopen weken steeds meer onder druk komen te staan vanwege het torenhoge aantal burgerdoden in Gaza. Er zou hard worden gewerkt aan een nieuwe wapenstilstand tussen Hamas en Israël, waarbij gijzelaars zouden moeten worden vrijgelaten en een begin zou moeten worden gemaakt met de wederopbouw van Gaza.

  • Netanyahu kondigt offensief op Rafah aan

    Netanyahu kondigt offensief op Rafah aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » ECOWAS heft sancties tegen Niger op

    » Zelensky: Oekraïne heeft 31.000 soldaten verloren in twee jaar oorlog

    Biden roept Netanyahu op om af te zien van invasie van Rafah

    In het Amerikaanse tv-programma Face the Nation van CBS News kondigde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zondag een offensief aan op Rafah, waar ongeveer 1,4 miljoen Palestijnen hun toevlucht hebben gezocht voor de oorlog. Volgens Netanyahu gaat het leger maandag beginnen met het ‘evacueren van burgers uit gevechtszones’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft Netanyahu de afgelopen weken opgeroepen om niet door te gaan met een invasie van de stad in Zuid-Gaza. Desondanks zet Netanyahu zijn offensief voort. ‘We zullen de klus klaren en de totale overwinning behalen, die nodig is voor een veilige toekomst voor Israël, een betere toekomst voor Gaza en een betere toekomst voor het Midden-Oosten,’ zei hij in het tv-programma.

    Over de onderhandelingen over een wapenstilstand zei de Israëlische premier dat Hamas zich op ‘een andere planeet’ bevond, maar hij verzekerde dat zijn regering er alles aan deed om de resterende gijzelaars te bevrijden. De Israëlische leider verdedigde ook zijn militaire actie in Gaza en zei dat de Verenigde Staten ‘veel meer’ zouden doen als ze geconfronteerd zouden worden met een terroristische aanval zoals die van 7 oktober.

  • Minstens twaalf doden in Libanon door Israëlische bombardementen

    Minstens twaalf doden in Libanon door Israëlische bombardementen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Inlichtingencommissie VS waarschuwt voor Russische kernwapens in de ruimte

    » Schietpartij in Kansas City tijdens parade winnaar Super Bowl

    Israël voert vergeldingsactie uit na raketaanval Hezbollah

    ‘Een bloedige woensdag in Zuid-Libanon’, kopt L’Orient-le Jour. Bij Israëlische bombardementen op het land zijn gisteren twaalf mensen gedood, waaronder ten minste twee kinderen. ‘Een dag van escalatie’, aldus de Libanese krant.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Israëlische bombardementen waren een vergelding voor raketten die de Libanese strijdgroep Hezbollah had afgevuurd op Safed, in het noorden van Israël, waardoor woensdagochtend een Israëlische soldaat gedood werd. Bij de vergeldingsactie op ‘terroristische doelen van Hezbollah’, aldus het Israëlische leger, kwamen verschillende burgers om.

    De internationale gemeenschap riep op tot kalmte. De situatie is ‘ernstig maar niet onomkeerbaar’, aldus de Franse minister van Buitenlandse Zaken. Deze geweldsspiraal aan de grens is ‘gevaarlijk en moet stoppen’, zei de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN. De Verenigde Staten riepen op tot de ‘diplomatieke weg’ om de spanningen in het Midden-Oosten te verminderen en zeiden dat ze ‘bezorgd’ waren over de situatie in Libanon.

  • ‘Biden toenemend gefrustreerd over gedrag Netanyahu’

    ‘Biden toenemend gefrustreerd over gedrag Netanyahu’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Thaise ex-premier Thaksin komt vrij

    » Mexicaanse leger ontmantelt megadrugslab in noorden van land

    Biden zou zijn uitgeschoten over de Israëlische premier

    President Joe Biden raakt achter de schermen steeds meer gefrustreerd over zijn Israëlische ambtgenoot Benjamin Netanyahu. Dat schrijft The Times of Israel. Hoewel Biden Netanyahu niet rechtstreeks in het openbaar bekritiseert, zei hij vorige week nog dat hij de oorlog in Gaza ‘overdreven’ vindt, een van zijn scherpste veroordelingen tot nu toe van het offensief van Israël.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Amerikaanse regeringsfunctionarissen zouden zich inmiddels afvragen hoe lang Biden zijn kritiek op Netanyahu voor zich zal houden. Privé zou Biden zijn uitgevallen over het gedrag van Netanyahu en hem een asshole hebben genoemd. Er zou onder meer woede zijn over het feit dat Israël ondanks verzoeken van de VS door zou gaan met aanvallen op de Palestijnse burgerbevolking.

    De spanning tussen Biden en Netanyahu is de afgelopen dagen alleen maar toegenomen door de voorbereidingen van Israël voor een grondoffensief in Rafah, waar honderdduizenden ontheemde Palestijnen naartoe zijn gevlucht die nergens anders heen kunnen.

  • Israëlische veiligheidstroepen bevrijden twee gijzelaars in Rafah

    Israëlische veiligheidstroepen bevrijden twee gijzelaars in Rafah

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongaarse president Katalin Novák treedt af

    » Centrumrechtse Alexander Stubb wint presidentsverkiezingen in Finland

    Beide gijzelaars hebben ook de Argentijnse nationaliteit

    Israëlische veiligheidstroepen hebben zondagnacht twee gijzelaars bevrijd die gevangen werden gehouden door Hamas in Gaza. Dat schrijft Haaretz. De nachtelijke operatie, gezamenlijk uitgevoerd door het Israëlische leger, de binnenlandse veiligheidsdienst (Shin Bet) en de politie, vond plaats in Rafah, in het zuiden van de Gazastrook.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De twee voormalige gijzelaars, Louis Norberto Har (70) en Fernando Marman (60), hebben de Israëlische en Argentijnse nationaliteit en zijn ‘in goede gezondheid‘, aldus het dagblad. De Argentijnse president Javier Milei bedankte Israël voor de operatie. Van de 250 gijzelaars die op 7 oktober door Hamas werden ontvoerd, werden er 105 in november vrijgelaten tijdens de zesdaagse wapenstilstand. Volgens de Israëlische autoriteiten worden er nog 132 gijzelaars vastgehouden in Gaza, van wie er 29 zijn overleden.

  • Nicaragua wil zich aansluiten bij genocidezaak Zuid-Afrika tegen Israël

    Nicaragua wil zich aansluiten bij genocidezaak Zuid-Afrika tegen Israël

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tucker Carlson interviewt Vladimir Poetin, onder meer over Oekraïne

    » Zelensky vervangt opperbevelhebber Oekraïense strijdkrachten

    Nicaragua is het eerste land dat aansluiting zoekt bij de zaak

    Nicaragua heeft een aanvraag ingediend bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) om zich bij Zuid-Afrika te voegen in de genocidezaak tegen Israël. Dat schrijft The Times of Israel. Volgens het ICJ is Nicaragua van mening dat de acties van Israël in Gaza ‘in strijd is met zijn verplichtingen onder het Genocideverdrag’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Na het verzoek van Nicaragua is zowel Zuid-Afrika als Israël gevraagd zich uit te laten over het verzoek om te mogen interveniëren als partij. Historisch gezien is het soort interventie waar Nicaragua om vraagt iets wat niet snel wordt toegestaan door het ICJ. Verschillende andere staten gaven al eerder aan te willen interveniëren in de zaak, maar geen van hen heeft dit formeel gedaan.

    Zuid-Afrika diende in december 2023 een genocidezaak in tegen Israël, waarin het verklaarde dat het zijn verplichtingen onder het Genocideverdrag van 1948 schond in zijn oorlog in Gaza. Vorige maand beval het ICJ Israël om genocide tegen Palestijnen te voorkomen en meer te doen om burgers te helpen.

  • In dit vluchtelingenkamp zijn generaties Palestijnen hun toekomst zijn kwijtgeraakt

    In dit vluchtelingenkamp zijn generaties Palestijnen hun toekomst zijn kwijtgeraakt

    Sinds in 1948 700.000 Palestijnen werden verdreven van hun land, leven velen in barre omstandigheden in vluchtelingenkampen zoals Shatila in Beiroet. Is dit de grimmige toekomst die de mensen in Gaza nu tegemoetgaan?

    Vorig jaar nam Kamal zijn oudste zoon Hassan mee naar een mensensmokkelaar. Kamal had een besluit genomen: hij moest en zou een manier vinden om zijn eenentwintigjarige zoon weg te krijgen uit vluchtelingenkamp Shatila in het zuiden van Beiroet, waar drie generaties van zijn familie hun hele leven hadden doorgebracht. ‘Ik wilde dat hij wegging, niet vanwege de financiële situatie – godzijdank gaat het goed met ons – maar ik stuurde hem weg om te ontsnappen aan het leven in dit kamp,’ vertelde Kamal me onlangs. ‘Er is hier geen toekomst voor de jongeren.’

    Kamal, een man van achter in de veertig met brede schouders, een hoekige kaak en donker krullend haar, is een redelijk welgestelde zakenman binnen de verarmde grenzen van Shatila. Hij heeft een kleine winkel waar hij mobiele telefoons en cosmetica verkoopt. Toch moest hij, om aan de 5000 dollar te komen die de smokkelaar eiste, een flink bedrag lenen en daarnaast al zijn spaargeld uitgeven. Kamal vertelt zijn verhaal gehaast, de zinnen buitelen over elkaar heen. Zijn gezicht is ingevallen en hij heeft donkere kringen rondom zijn ogen. Hij ziet er uitgeput uit.

    Claustrofobisch

    Hassan begon zijn reis naar Europa in mei 2023. Eerst vloog hij naar Caïro, daarna werd hij door de woestijn naar Libië gereden. Op dat moment belde Hassan zijn vader en vertelde hem dat hij en de andere migranten in een schuur werden vastgehouden, terwijl ze wachtten op de boot die hen naar de overkant van de Middellandse Zee zou brengen. ‘Ik belde de smokkelaar en zei dat hij mijn zoon naar een hotel moest brengen en dat ik extra zou betalen,’ herinnert Kamal zich. Na tien dagen in het hotel te hebben doorgebracht, laadde de smokkelaar de vluchtelingen in een vissersboot met Italië als bestemming.

    Terwijl we praten, zit Kamal met een paar vrienden, ongemakkelijk neergestreken op kleine plastic krukjes in een donker steegje zo smal dat elke keer als er een scooter voorbij raast, de mannen hun knieën tegen hun borst moeten optrekken en opzij moeten draaien. De zon schijnt boven Beiroet, maar er sijpelt weinig licht naar de plek waar Kamal zit. Er staan geen muren om vluchtelingenkamp Shatila heen. Geen prikkeldraad, wachttorens of controleposten, althans niet meer, die verhinderen dat mensen het kamp binnenkomen of verlaten. Maar een mix van draconische wetten, discriminatie en vooroordelen heeft ervoor gezorgd dat Shatila net zo claustrofobisch aanvoelt als elk kamp dat wél omringd wordt door hoge betonnen muren.

    Voor Kamal was de reis van zijn zoon de zoveelste episode in een vluchtelingensaga die bijna acht decennia geleden begon. Net als zijn ouders voor hem en zijn kinderen na hem, is Kamal een staatloze Palestijnse vluchteling wiens leven in elkaar is gestort in de steegjes van Shatila. Hetzelfde geldt voor de vrienden die bij hem zitten.

    Op de muren rondom deze mannen is de geschiedenis zichtbaar in de vorm van verflagen en graffitislogans. De gesjabloneerde afbeelding van de Rotskoepel en honderden portretten van oude leiders, van Yasser Arafat en de militanten uit de jaren zeventig met hun lange bakkebaarden, tot een jongere generatie strijders in gevechtstenue – allemaal gedood en gevierd als ‘helden en martelaren’ die door de volgende generatie nagevolgd moeten worden – tot de foto’s van Abu Ubaida, de huidige militaire woordvoerder van Hamas.

    In een tijd waarin extreemrechtse leden van de Israëlische regering openlijk oproepen om de bevolking van Gaza te verdrijven en naar buurlanden of verder weg te sturen, hoeven we ons niet eens voor te stellen hoe het leven zou zijn voor de meeste van deze Palestijnen die gedwongen in ballingschap moeten gaan. We weten het al. Deze verdrijving heeft al eens eerder plaatsgevonden. Om te zien hoe die grimmige toekomst eruit zou kunnen zien, hoef je alleen maar naar Shatila te kijken.

    In het begin vormden zich clusters van tenten, en soms hele kampen, rond traditionele leiders en dorpsoudsten

    De woorden ‘vluchtelingenkamp’ roepen het beeld op van een paar honderd tenten, een provisorische omgeving om een bevolking in nood in onder te brengen. Shatila is met zijn ruim veertienduizend inwoners – sommige schattingen lopen op tot dertigduizend – meer een kleine stad binnen een stad. Het staat hier al meer dan zeventig jaar. In de afgelopen tien jaar is de bevolking explosief gestegen. Syriërs die de burgeroorlog ontvluchtten, straatarme Libanezen, Ethiopiërs, Eritreeërs en arbeidsmigranten uit Bangladesh hebben allemaal onderdak gevonden in het kamp, dat nu een dichtbevolkte sloppenwijk is.

    Ingeklemd tussen een grote snelweg en een stadion, niet ver van het centrum van Beiroet, kan het kamp zich alleen maar verticaal uitbreiden. Nieuwe flats zijn precair op elkaar gestapeld, elke flat iets groter dan de flat eronder en samen vormen ze gebouwen met meerdere verdiepingen waarvan de ramen op de bovenste verdieping die aan de andere kant van de steeg kussen. Uit de balkons schieten trappen omhoog en er steken balken uit die onderdoorgangen creëren.

    Gedurende het grootste deel van de geschiedenis waren de Palestijnse inwoners van het kamp afgezonderd van de rest van Beiroet. Maar de recente economische ineenstorting in Libanon heeft ervoor gezorgd dat de stad nu voor de deur van Shatila ligt. De hoofdstraat met zijn kraampjes waar groente en fruit, schoenen, kleding en keukengerei worden verkocht, is goedkoper dan welke plek in Beiroet dan ook. Tijdens een recent bezoek leek het alsof elk beschikbaar hoekje tussen gebouwen op straatniveau was omgetoverd tot een kruidenierswinkel of een plek voor karretjes die snoep verkochten aan schoolkinderen, die schreeuwden en lachten terwijl ze zich tussen de brommers door manoeuvreerden, hun Unicef-schooltassen op hun schouders op en neer deindend.

    De oorsprong van het kamp gaat terug tot 1949, toen een groep Palestijnse vluchtelingen zijn tent opsloeg op een braakliggend terrein aan de rand van Beiroet. Binnen enkele weken hadden meer gezinnen, voornamelijk uit Galilea, zich hier gevestigd en het Internationale Comité van het Rode Kruis erkende het als een van de zeventig kampen voor de ongeveer honderdduizend Palestijnse vluchtelingen die naar Libanon waren gevlucht en door de dorpen in het zuiden waren getrokken, of per boot in Beiroet waren aangekomen.

    Een kleine minderheid van de nieuwkomers – die uit de middenklasse of met goede connecties – kreeg het Libanese staatsburgerschap aangeboden; de rest, waaronder arme boeren zoals Kamals grootvader, werd in kampen ondergebracht. Tegen die tijd was de staat Israël veilig in het grootste deel van historisch Palestina, nadat het de krakkemikkige Arabische legers – die zich verzetten tegen de oprichting van Israël – had verslagen en de verdrijving van meer dan zevenhonderdduizend mensen had voltooid met een exodus die bij de Arabieren bekend kwam te staan als de Nakba, oftewel de catastrofe. De beelden van de lange karavanen met mensen, verdreven uit hun voorouderlijke steden en dorpen door de opkomende Israëlische staat, marcherend naar hun bestemming als staatloze vluchtelingen, bepakt en bezakt terwijl ze de handen van kinderen vasthielden, zouden in het collectieve geheugen gegrift staan, niet alleen bij de Palestijnen, maar in de hele regio.

    In het begin vormden zich clusters van tenten, en soms hele kampen, rond traditionele leiders en dorpsoudsten. Voor zover de ontheemding en ballingschap dat toelieten, waren deze kampen een reproductie van de gemeenschappen thuis. Na verloop van tijd, toen deze vluchtelingenkampen zich uitbreidden, werden het getto’s en sloppenwijken. Hun voortbestaan getuigde van het historische onrecht dat hun inwoners was aangedaan. Toch werden de kampen als zodanig een opslagplaats van herinneringen die een Palestijnse nationale identiteit in ballingschap in stand hield en vereeuwigde.

    Onder controle

    Toen de eerste golf Palestijnse vluchtelingen arriveerde, vormden ze ongeveer 10 procent van de totale Libanese bevolking. Het Libanese politieke en veiligheidsapparaat vreesde dat de nieuwkomers het machtsevenwicht in de sektarische staat zouden verstoren en een gevaar zouden vormen voor de maronitische christelijke dominantie. De inlichtingendienst van het leger kreeg de opdracht om de vluchtelingenkampen ‘onder controle te houden’ door middel van strenge bewaking, intimidatie en repressie.

    Bijna twintig jaar lang leefden de meeste Palestijnse vluchtelingen in Libanon in armzalige krotten van stenen en houten planken, met zinken golfplaten en canvas daken. Aanvankelijk stonden sommige vluchtelingen wantrouwig tegenover elk permanent onderkomen dat gebouwd werd door het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA), omdat ze er vast van overtuigd waren dat hun ballingschap tijdelijk van aard was. Maar zelfs toen ze dit idee hadden opgegeven, verhinderden de Libanese autoriteiten dat cruciale bouwmaterialen zoals cement de kampen binnenkwamen. Ze wilden niet dat de vluchtelingen iets zouden bouwen wat de indruk kon wekken dat ze er permanent wilden blijven. Dit beleid was zogenaamd bedoeld om ‘de vluchtelingen aan te moedigen om terug te keren’ – alsof ze daar gewoon even voor konden kiezen. Ook legde Libanon strenge beperkingen op aan de basale arbeidsrechten van de vluchtelingen – en dat doet het nog steeds. Het enige beschikbare werk buiten de kampen was tijdelijk ongeschoold werk, waarbij uitbuiting schering en inslag was.

    In de jaren zestig – en vooral na 1967, toen Israël Egypte, Jordanië en Syrië versloeg in de zesdaagse oorlog – verschoof de strijd voor ‘de bevrijding van Palestina’ van de corrupte en ineffectieve Arabische regimes naar Palestijnse revolutionaire organisaties zoals Fatah en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina.

    Deze facties, die ogenschijnlijk samenwerkten onder de paraplu van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, maar vaak onderlinge ruzies hadden en de bevelen uitvoerden van hun corrupte Arabische regimesponsors, vonden in een nieuwe generatie vluchtelingen die geboren waren in de sloppenwijken van de ballingschap – gemeden, veracht en afgezonderd van de samenleving om hen heen – gedreven jongeren die klaarstonden om het onrecht van de Nakba ongedaan te maken en die ernaar verlangden terug te keren naar een thuisland dat ze nooit hadden gezien.

    In de vluchtelingenkampen in Libanon vervingen deze facties de traditionele relaties door patronagenetwerken op basis van partijtrouw, en langzaamaan werden de Palestijnen – die misschien wel de minst sektarische van alle Arabische volkeren waren – meegezogen in het moeras van de sektarische Libanese politiek. Vanzelfsprekend sloten ze zich aan bij de linkse en voornamelijk islamitische partijen die de maronitisch-christelijke dominantie aanvochten.

    Suhaila kon haar eigen huis alleen nog herkennen aan een deel van de keukenmuur dat ze blauw had geverfd

    Ondertussen vonden de maronitische christelijke partij Phalange en andere rechtse christelijke organisaties een bondgenoot in de Israëli’s. In de Libanese burgeroorlog, die duurde van 1975 tot 1990, werden de Palestijnen gewoon een andere gewapende factie, zij het de sterkste. En het was in deze periode dat de naam Shatila – en het naburige Sabra – symbool kwam te staan voor een van de ergste wreedheden die tijdens de oorlog begaan zijn.

    Tijdens mijn bezoek aan Shatila in november vorig jaar ontmoette ik een vrouw, Suhaila, die zich nog levendig herinnerde wat er in september 1982 gebeurde: milities die verbonden waren aan de Phalange-partij raasden, onder het toeziend oog van hun Israëlische militaire bondgenoten, drie dagen lang door de steegjes van het kamp, waarbij ze honderden burgers afslachtten en verkrachtten, waaronder veel vrouwen en kinderen, terwijl de Israëlische soldaten stonden toe te kijken. (Tegen die tijd hadden Palestijnse strijders onder leiding van Yasser Arafat de stad verlaten, onder de voorwaarden van een door de VS gesponsorde deal die een einde maakte aan maandenlange Israëlische bombardementen op Beiroet). ‘We zaten thuis toen we mensen hoorden schreeuwen: “Ze zijn hier, ze zijn het kamp binnengekomen,”’ herinnert Suhaila zich, terwijl ze in haar kleine en opgeruimde woonkamer zit. Een geur van wasmiddel en verse Turkse koffie vult de kamer.

    ‘Mijn schoonmoeder, die bij ons logeerde, zei tegen mijn man dat hij eens een kijkje moest nemen om erachter te komen wat er aan de hand was. Het geschreeuw werd luider en ik volgde hem naar buiten. Ik zag een vrouw naar ons toe rennen en een kind achter zich aan slepen. Ze schreeuwde: “Ze hebben mijn man in een vat verbrand en zijn neef doodgeschoten.” Het kind schreeuwde en toen zag ik dat ze haar ingewanden in haar hand hield – haar buik was opengesneden.’

    Suhaila en haar familie vluchtten en vonden veiligheid in een aangrenzende wijk. Toen ze een paar dagen later terugkeerden naar het kamp, brachten journalisten en het Rode Kruis de omvang van het bloedbad aan het licht. ‘Toen ik terugkwam in ons huis zag ik messen op de vloer liggen. Ze waren schoon, maar ik werd hysterisch en begon te schreeuwen, ook al waren het gewoon onze keukenmessen,’ zei Suhaila lachend. Ze meldde zich aan bij het Rode Kruis en ging dagenlang van huis tot huis om lijken en ledematen te verzamelen.

    Ze schenkt koffie in en vervolgt haar oorlogsverhalen over bombardementen en belegeringen door de christenen, de sjiieten, de Syriërs en zelfs door andere Palestijnse facties. Ze lacht opnieuw en zegt dat al haar zonen en dochters in ondergrondse schuilkelders zijn geboren tijdens een of ander gevecht.

    Een van die gevechten vond plaats in 1986, aan het begin van een zes maanden durende belegering door sjiitische Amal-troepen op instigatie van hun Syrische meesters. Tijdens een zwaar bombardement werd Suhaila’s oudste zoon van negen aan stukken gereten door een artilleriegranaat. ‘We hebben geen graf voor hem, want hij is samen met anderen begraven in een massagraf, in de hoofdmoskee,’ zegt Suhaila. ‘Telkens als ik langs die moskee kom, houd ik de deur dicht en bid ik voor hem.’

    Tegen het einde van de belegering was bijna elk gebouw in Shatila met de grond gelijk gemaakt. Suhaila kon haar eigen huis alleen nog herkennen aan een deel van de keukenmuur dat ze blauw had geverfd.

    In de woonkamer zit een vriend van haar jongste zoon, die midden twintig is, te luisteren naar Suhaila die haar oorlogsherinneringen vertelde. Na afloop, beneden in het steegje voor het gebouw, buigt hij zijn hoofd, drukt zijn lange, borstelige baard tegen zijn borst en zegt op lage, bijna onhoorbare toon, alsof Suhaila hem vanuit haar appartement op de zesde verdieping kan horen: ‘De oude mensen hebben het altijd maar over de geschiedenis van de oorlog. Goed, ze hebben geleden, maar wat er nu in het kamp gebeurt, is erger dan welke oorlog ook. Jonge mannen sterven door drugs. Een hele generatie vergooit haar leven vanwege de verdovende middelen en de armoede.’ Hij heeft een magere en tengere lichaamsbouw en vermoeide ogen. Hij zegt dat hij zijn dagen verslijt met drie flutbaantjes en nog steeds niet rond kan komen.

    Hij steetk een sigaret op en om zijn verhaal kracht bij te zetten leidt hij ons door een doolhof van donkere steegjes, nauwelijks breed genoeg voor één persoon, en komt tot stilstand voor een winkel met een groot kaal raam. Een rij van een half dozijn waterpijpen omzoomt de deur als een erewacht. Binnen staan twee banken in een hoek en er hangt een groot tv-scherm aan de smoezelige muur ertegenover. Op de ene bank zitten drie tienerjongens, gekleed in het zwart, die er stoer proberen uit te zien. Op de andere zit een magere jongeman. Zijn gezicht is vaal in het felle neonlicht. De meeste van zijn tanden ontbreken en de rest is zwart en verrot. Hij zakt wat dieper weg in de versleten sofa, spreidt zijn twee uitgemergelde armen, leunt met zijn hoofd naar voren en zegt tegen me: ‘Ik ben drieëntwintig en heb al twee jaar in de gevangenis doorgebracht,’ alvorens er trots aan toe te voegen: ‘Mijn naam staat op de lijst van gezochte personen bij elk controlepunt van hier tot aan de Beqaa[-vallei].’

    De jongens, die tussen de dertien en zeventien jaar oud zijn, kijken met ontzag naar hem op.

    ‘We kunnen je hier in het kamp aan alle soorten drugs helpen, en ze zijn veel goedkoper dan in Beiroet,’ gaat de man verder: coke, MDMA, heroïne, hasj en allerlei soorten pillen. De duurdere soorten zijn voor de mensen die in de stad wonen. De arme kinderen in de kampen beperken zich tot de goedkopere en krachtigere synthetische middelen. ‘Wat kunnen we anders doen? Er is hier geen werk. Kijk naar die jongens – zodra ze het kamp verlaten worden ze lastiggevallen door het leger en de politie, dus we blijven hier gewoon zitten,’ vertelt de dealer me.

    Hij zegt dat hij maar een middelmatige dealer is en alleen zakendoet met vrienden en kennissen en dat dat meestal is om zijn eigen drugs te betalen. ‘Een vriend komt naar me toe, zegt dat-ie coke of hasj wil, ik geef het hem en ik krijg zelf een extraatje.’ Hij zegt dat hij ongeveer duizend dollar per week verdient. Zowel zijn kapitaal als zijn winst bedraagt vijfhonderd dollar, die hij dan verdeelde met een van de ‘facties’. ‘Ze nemen de helft van mijn winst als hun deel, 250 voor hen en 250 voor mij.’

    ‘Wie zijn dat?’ vraag ik.

    ‘De gewapende facties die het kamp regeren. Je moet met een factie samenwerken voor bescherming, het maakt niet uit welke. Zonder hun bescherming kun je hier geen zaken doen. En het zijn niet alleen de Palestijnen die hierbij betrokken zijn. De Libanese veiligheidstroepen zitten allemaal in deze business. Hoe denk je dat de drugs hier komen, helemaal vanuit de Beqaa of Syrië? Er staan tientallen controleposten langs de weg. We krijgen zelfs dingen geleverd via het vliegveld.’

    Oude strijd

    Hij legt zijn handelswaar naast zich neer: een paar plastic zakjes gevuld met wit poeder. ‘We hebben zo veel hasj als je wilt,’ zegt hij. Uit een zak aan de binnenkant van zijn jas haalt hij een klein papieren hoorntje. Hij opent het om een kleine hoeveelheid van een lichtgroene, kruidachtige drug met de naam salvia te onthullen en begint een joint te rollen. ‘Dat is wat we hier roken – het is goedkoop en zorgt ervoor dat je alles om je heen vergeet.’

    Niet ver van de winkel staan een paar mannen – veelal oud, met grijzende baarden, met munitiebanden strak om hun dikke buik en met oude kalasjnikovs in de hand – op wacht bij het hoofdkwartier van hun factie, dat versierd is met de vlag van de factie en de ooit zo verafgode martelaren. Gezamenlijk gaan deze facties over de veiligheid van de kampen, die buiten de jurisdictie van de Libanese staat vallen. Net als hun geweren zijn ze overblijfselen van de oude strijd. Tegenwoordig lijken ze uitsluitend te bestaan om beschermingsgeld te verzamelen.

    In Shatila zijn overal tekenen van ellende te zien. In een kleine kamer op de begane grond zit een rouwende, in het zwart geklede, oudere vrouw rechtop op haar bed naar een kale muur te staren. Een buurvrouw vertelt me dat haar enige zoon van vijfentwintig twee weken geleden is overleden. Hij had complicaties gekregen door een mislukte blindedarmoperatie, maar, zo werd mij verteld, geen enkel ziekenhuis wilde hem opnemen omdat hij en zijn moeder de operatie niet konden betalen. Vlakbij zit een andere vrouw in haar kleine kamertje dat al tjokvol staat met twee stapelbedden, waar een klein groepje kinderen onder dunne dekens ligt te bibberen. Het zijn de kinderen van haar zoon, die een paar jaar geleden door rebellen in Syrië is vermoord.

    Op de hoofdweg grazen twee koeien en een paar schapen tussen het afval, hun vacht zwart van het vuil, terwijl twee kleine kinderen rustig aan het spelen zijn met een klein stuk plastic speelgoed dat ze in een van de vuilniszakken hebben gevonden. In de verte gaat ook een man door het vuilnis, op zoek naar voedsel.

    Te midden van de neerslachtigheid en ellende in het kamp zijn er ook sprankjes hoop. In een kelder loopt een jonge vrouw met haar haar in een knotje tussen de rijen van twintig kinderen door om samen met hen hun huiswerk door te nemen. ‘De UNRWA-scholen zitten zo vol dat de kinderen geen goed onderwijs krijgen. Wij zijn hier vrijwilliger om hen te helpen studeren’, zegt ze, en ze voegt eraan toe dat ze in haar laatste jaar sociale wetenschappen aan de universiteit zit. ‘We hebben geen andere keuze dan te studeren.’

    In elke straat zijn de littekens van vroegere oorlogen te zien

    In elke straat zijn de littekens van vroegere oorlogen te zien – van de ontbrekende arm van de oude jager die tomaten verkoopt tot de gevels van gebouwen die door zwaar geweervuur zijn weggehakt. Deze littekens zijn nooit geheeld, en de trauma’s van de bewoners werden niet aangepakt, maar generatie na generatie alleen maar opnieuw aangewakkerd – meer wreedheden, meer onderdrukking en steeds weer nieuwe beelden van ‘martelaren’, boven op de oude. Deze nieuwe martelaren behoren tot een jongere generatie mannen, die niet gedood werden in de kampen of in de oorlogen van Libanon, maar op de Westelijke Jordaanoever, in Gaza en Israël.

    Naast een graffiti van de laatste woorden van de achttiendejarige Ibrahim al-Nabulsi, een strijder die twee jaar geleden in Nablus omkwam bij een Israëlische aanval – ‘Niemand mag zijn wapen neerleggen’ – gooit een groep jonge schoolkinderen hun schooltassen op de grond en gaat in de rij staan. Een van hen draagt grote militaire laarzen en een kakibroek en heeft zijn gezicht in een keffiyeh gewikkeld. Hij geeft een bevel en marcheert met zijn troep jonge jongens door de steeg. De tijd dat de kampen over aanzienlijke militaire kracht beschikten, is al lang voorbij. Maar onder de namen van de Hezbollah-strijders die gevallen zijn in de aanhoudende confrontaties langs de zuidelijke grens van Libanon met Israël, bevinden zich enkele Palestijnen die tot Hamas behoren, die uit de kampen zijn gerekruteerd. ‘Ze zijn getraind door Hezbollah en staan onder hun militair bevel,’ vertelde een Hamas-functionaris me in Beiroet.

    Er hingen ook andere foto’s van overleden jonge mannen rondom het kamp, maar dat waren niet degenen die waren gestorven in de strijd tegen Israël. Een paar foto’s hingen tussen de gebouwen te wapperen boven de groentekraampjes. Ze lieten de gezichten zien van degenen die de kampen waren ontvlucht om een nieuw leven te zoeken, maar verdronken toen hun boot zonk in de Middellandse Zee.

    Kamals zoon, Hassan, was een van deze mannen. Zijn laatste telefoontje naar zijn vader kwam in de nacht van 13 juni. Hij vertelde Kamal dat ze op de vissersboten werden geladen. De boot, die op weg was naar Italië, kapseisde in Griekse wateren. De Griekse kustwacht heeft tientallen opvarenden gered, maar negenenzeventig mannen en vrouwen kwamen om en nog veel meer worden vermist.

    Hassans lichaam is nooit gevonden, maar Kamal denkt dat hij nog ergens levend rondloopt. ‘Zijn vriend die bij hem was, vertelde me dat hij hem de hele nacht heeft zien zwemmen. Ik weet zeker dat hij ergens in Griekenland is. Zolang ik zijn lichaam niet zie, blijf ik geloven dat hij leeft en dat hij op een dag bij ons terug zal komen.’

    De smokkelaar, wiens boot kapseisde, runt nog steeds zijn bedrijf vanuit hetzelfde appartement in Beiroet.

    Sommige namen zijn veranderd.

  • Wat zij zeggen over de uitspraak van het ICJ over de oorlog in Gaza

    Wat zij zeggen over de uitspraak van het ICJ over de oorlog in Gaza

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de uitspraak van het ICJ over de oorlog in Gaza? ‘De pessimist in mij vermoedt dat er in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever niet snel iets zal veranderen.’

    Benjamin Netanyahu – minister-president van Israël

    Reuters

    ‘Zoals elk land heeft Israël het recht om zichzelf te verdedigen. De verachtelijke poging om Israël dit fundamentele recht te ontzeggen is een flagrante discriminatie van de Joodse staat. De beschuldiging van genocide aan het adres van Israël is niet alleen vals, maar ook schandalig, en fatsoenlijke mensen overal ter wereld zouden deze moeten verwerpen. Op 7 oktober heeft Hamas de gruwelijkste daden tegen het Joodse volk begaan sinds de Holocaust. Onze oorlog is tegen de terroristen van Hamas, niet tegen Palestijnse burgers.’


    Ministerie van Buitenlandse Zaken Zuid-Afrika

    Reuters

    ‘Vandaag is een beslissende overwinning voor de internationale rechtsorde en een belangrijke mijlpaal in de zoektocht naar gerechtigheid voor het Palestijnse volk. Er is geen geloofwaardige basis voor Israël om te blijven beweren dat zijn militaire acties volledig in overeenstemming zijn met het internationaal recht, inclusief het Genocideverdrag. Zuid-Afrika hoopt oprecht dat Israël de toepassing van dit vonnis niet zal dwarsbomen, maar het in plaats daarvan volledig zal naleven, zoals het verplicht is te doen.’


    Christine Kensche – Midden-Oostencorrespondent

    Welt

    ‘Israël heeft geen genocidale intenties. Het is Hamas dat van genocide droomt. Dat viel burgers aan en martelde, verkrachtte en vermoordde hen systematisch. Maar Hamas zit niet in de beklaagdenbank, hoewel het alle internationale wetten overtreedt. Als Israël oorlogsmisdaden heeft begaan, zal het terecht worden gestraft. Maar Hamas hoeft niet voor het Internationaal Gerechtshof te verschijnen. En zo draagt deze uitspraak bij aan de publieke perceptie dat het opnieuw Israël is dat de enige schuldige is in deze oorlog.’


    Andrew Mitrovica – columnist

    Al Jazeera

    ‘De optimist in mij hoopt dat deze uitspraak het einde van de moorddadige waanzin bespoedigt en de snelle terugkeer teweegbrengt van Israëliërs die door Hamas worden vastgehouden. De pessimist in mij vermoedt dat er in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever niet snel iets zal veranderen. Het afslachten van onschuldige burgers zal doorgaan. En ondanks de uitspraak van het ICJ zal een groot deel van de wereld vandaag en morgen Israëls moedwillige belegering en slachting van Gaza toestaan, net als het gisteren deed.’

  • VN-medewerkers beschuldigd van helpen bij aanval van Hamas

    VN-medewerkers beschuldigd van helpen bij aanval van Hamas

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU verlengt sancties tegen Rusland met 6 maanden

    » Voormalig premier van Pakistan Imran Khan krijgt tien jaar celstraf

    Verschillende landen schorten financiering UNRWA op

    Israëlische functionarissen hebben bewijs gepresenteerd dat volgens hen werknemers van de UNWRA in Gaza in verband brengt met de aanval op Israël onder leiding van Hamas op 7 oktober. Dat schrijft The New York Times. De UNRWA is een hulporganisatie van de Verenigde Naties die zich richt op Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. De beschuldigingen staan in een dossier dat aan de regering van de Verenigde Staten is overhandigd en waarin de beschuldigingen tegen twaalf medewerkers in detail worden beschreven.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, zei zondag geschrokken te zijn door de beschuldigingen, en voegde eraan toe dat negen van de twaalf beschuldigde medewerkers zijn ontslagen. Daarnaast vroeg Guterres de landen die hun financiering voor de UNRWA hadden opgeschort, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, hun beslissing te heroverwegen. De UNRWA is een van de grootste werkgevers in Gaza en heeft 13.000 mensen, voornamelijk Palestijnen, in dienst.

    De organisatie helpt bij het coördineren van de distributie van hulpgoederen die – hoe mondjesmaat ook – elke dag aankomen in het zuiden van Gaza, en haar scholen bieden onderdak aan meer dan een miljoen Gazanen. Nu er in de Gazastrook gewaarschuwd wordt voor hongersnood, het gezondheidssysteem ineen is gestort en de Palestijnse bevolking massaal op de vlucht is geslagen, wordt het werk van de UNRWA belangrijker dan ooit geacht.